Eddy de Wind

Eindstation Auschwitz
Mijn verhaal vanuit het kamp (1943 – 1945)
Eddy de Wind


"In 1942 meldde de Joodse arts Eddy de Wind zich vrijwillig aan als arts om in Westerbork te werken, in de veronderstelling dat hierdoor zijn moeder uit het kamp zou worden vrijgelaten. Bij aankomst bleek zijn moeder echter al op transport gezet naar Auschwitz. In Westerbork ontmoette De Wind de achttienjarige verpleegster Friedel. Ze werden verliefd en trouwden in het kamp. Samen werden ze in september 1943 naar Auschwitz gedeporteerd. Eddy belandde in barak 9, waar hij werd tewerkgesteld als Pfleger van Poolse gevangenen. Friedel in barak 10, waar de medische experimenten werden uitgevoerd. Pas na de oorlog, die ze beiden op miraculeuze wijze overleefden zonder dat van elkaar te weten, vonden ze elkaar terug in Nederland."


Wie van binnenuit een indringend en vaak ook onthutsend beeld wil krijgen van het leven in een concentratiekamp, doet er goed aan dit boek te lezen. De aankomst is al een heftige gebeurtenis op zich, dat is het moment dat de selectie plaatsvindt.


Het boek beschrijft sober maar indringend wat er zich verder zoal in Auschwitz afspeelt. De kracht van dit boek schuilt in vele kleine maar veelzeggende details die het barbaarse en onmenselijke regime illustreren. Kleine zinnetjes duiden het vervolg van dit boek: ‘Toen wist Hans alles’: de wrede aankomst die direct de toon zet voor wat er zal volgen, ‘Nu waren ze alles kwijt’ wanneer de mensen alles wordt afgenomen en ‘Voor hen is het klaaglied uitgezongen’ wanneer gevangenen naar de gaskamers worden afgevoerd die wordt uitgedrukt met ‘door de pijp’.


De grote verandering voor de gevangenen wordt ook duidelijk in deze regels: ‘… toen het nummer in zijn arm geprikt werd. Nu was hij niet meer dr. Van Dam, nu hij Häftling 150822’. Aangrijpend is het contact zoeken met zijn vrouw die zich in het Frauenblock bevond.


Mensen moeten ontzettend hard werken onder moeilijke omstandigheden, worden getreiterd en mishandeld. Wie het niet aankan, wordt meedogenloos gestraft. Honger is de grootste bedreiging waardoor mensen aan uitputting bezwijken. Eddy weet als arts naar de Krankenbau te komen, verveelt zich daar en doet zinloos werk maar kan zich staande houden en dat is al heel wat in deze omstandigheden. Toch kan hij ook voor mensen van betekenis zijn.


De organisatie van het kamp komt in dit boek ook naar voren, met de bekende en overbodige Gründlichkeit waarmee de Duitsers dit meenden te moeten doen. Af en toe zijn er opmerkingen van meer beschouwende aard zoals deze: ‘Auschwitz was … met zijn fabrieken en zijn mijnen een belangrijk onderdeel van het Opper-Silezische industriegebied en de arbeiders waren er goedkoper dan waar ook ter wereld. Ze hadden geen loon nodig en aten bijna niets. En als ze dan uitgeput waren en ten prooi vielen aan de gaskamer, dan waren er in Europa nog genoeg Joden en politieke tegenstanders om het getal weer compleet te maken’, pag. 86.


Een schokkende passage is waar Eddy vertelt dat ze 40.000 verroeste blikken moeten opruimen waarin zich as van mensen bevindt.


De vraag die op de achtergrond door heel het boek heen klinkt is ‘wanneer’: ‘Wanneer zou het verlangen gestild worden naar die vrijheid, naar die liefde in vrijheid?’


De sfeer in dit boek is beklemmend; de schrijver weet indringend een beeld te schetsen van het ‘leven’ in het kamp, al is het beter om van óverleven te spreken. Het is bijzonder dat dit verzorgde boek, inclusief foto's, zoveel persoonlijke herinneringen bevat waardoor trefzeker gebeurtenissen en gesprekken zijn opgetekend. Zo komt de lezer dicht bij deze weerzinwekkende plaats in onze geschiedenis. Dat is te danken aan het feit dat de schrijver direct na de bevrijding in het kamp is gaan schrijven en daar mogen we hem werkelijk dankbaar voor zijn.


Het boek verscheen voor het eerst in 1946 maar vond toen weinig weerklank en raakte door allerlei omstandigheden in de vergetelheid. Het lijkt wel of onze tijd pas echt rijp is voor dergelijke verhalen.


ISBN 978 90 290 9360 6 | Hardback | 222 pagina’s | Meulenhoff Amsterdam | januari 2020

© Evert van der Veen, 3 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER