Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

De oceaan van Mare
Kirstin Vanlierde

Reya, Robin en Mendel verzorgen de serres waar werelden bewaard worden.
Reya weet veel van de planten, maar genezen, dat kan ze niet. Gelukkig is de twaalfjarige Robin in staat om planten te helpen herstellen. Dat is hard nodig, in de woestijnserre bijvoorbeeld zijn veel planten er slecht aan toe. Robin vindt het prima om daarmee te helpen, maar van water moet hij niets hebben.
Maar als er trillingen gevoeld worden bij het water in de Poseidonkoepel en Robin een vreemde scherf vindt aan de oever, wordt duidelijk dat ook in het water iets gaande is.


‘Hoe komt een scherf als deze op het strand terecht?’ wil Robin weten.
‘Aangespoeld, zou ik denken.’
‘Aangespoeld?’ fronst Reya. ‘Van waar dan? De zee loopt tot aan de rand van de koepel, er is geen plaats waar dit vandaan kan komen.’
Mendels blik wordt donker. ‘Boven water alvast niet.’


De zeebodem trilt, denkt Mendel, en hij weet uit notities van voorgangers dat het eerder ook af en toe gebeurde.  Een van die voorgangers was ene J.C. Hij schreef over een aardbeving en over blauw licht.
En dat licht heeft Robin ook gezien. En als er meer scherven te vinden zijn in de oceaan, dan moet hij er in. Maar zijn angst voor water dan?


En doordat Robin zijn angst weet te overwinnen, lezen we vervolgens een mooi sprookjesachtig avontuur, zoals hij dat diep onder het water beleeft.
Hij ontmoet er Mare. Maar wat is dat voor wezen? En wat heeft zij te maken met die blauwe gloed?

Behalve over de natuur, en hoe belangrijk het is daar goed mee om te gaan, is dit een boek over vriendschap – en jaloezie - en over hoe je kracht in jezelf kunt vinden om te dealen met je angst. Al is hun leefwereld niet echt (gelukkig niet!), de personages zijn herkenbare jonge mensen. De oceaan van Mare is het vervolg op De serres van Mendel en De wortels van de wereld maar kan ook afzonderlijk gelezen worden.


Kirstin Vanlierde (Gent, 1977) is een Belgische schrijver van kinderboeken.
Illustrator en vormgever Jurgen Walschot (1977) maakte prachtige illustraties bij dit boek, en gebruikt daarbij  vele blauwtinten. De paginagrote illustraties zijn fraaie schilderingen van de diepzee.


ISBN 9789464019476 | hardcover | 91 pagina's | Uitgeverij Pelckmans | juli 2022

© Marjo, 7 februari 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zoon van de berentemmer
Xavier-Laurent Petit


Als je de kost moest verdienen door rond te reizen met een tamme beer, dan had je het eind vorige eeuw niet best. Deze zigeunergroep kwam meer en  steeds meer in de verdrukking.
Maar zigeuners zijn een trots volk, ze hebben een eigen cultuur, eigen normen en waarden.
Ze stelen niet, ze lenen.


‘Dimetriu betaalde de boodschappen die hij meebracht nooit. Dat was waar. Maar betalen, dat was een zaak voor de rijken. Wij waren arm.’


Nadat hun auto het begeven heeft, wordt het gezin van Lazar Zidar, dat de kost met moeite verdient met hun tamme beer, ook nog door de politie verjaagd. Maar wat moeten ze nu dan?


En dan zijn er mensen die hun prooi ruiken: mensensmokkelaars.
Ze hebben weinig keuze en stemmen toe in een wurgcontract: ze gaan naar Parijs, en als ze de reis terugbetaald hebben zijn ze vrij. Dat zal nooit lukken natuurlijk, eenmaal in de klauwen van deze mensen, is het vrijwel onmogelijk om daar uit te ontsnappen.
En de beer kan niet mee, die laten ze dan maar los in de bissen. En de oma van het gezin wil niet mee. Blijven over: vader, moeder, de broers Dimetriu en Ciprian, en hun zus Vera.


Ciprian  is degene die die het verhaal vertelt, hoe ze in Parijs aankomen na een vreselijke reis, en daar terecht komen in de krottenwijk aan de rand van de stad.
En daar moeten ze werken, hetgeen inhoudt dat de jongens al stelend de stad doortrekken, dat Vera bedelt in de metro, en dat hun vader ’s nachts lood en koper steelt.
Ze zijn illegaal – ze weten overigens niet eens waar en wanneer ze geboren zijn, dat deed er nooit toe. Maar nu zijn ze een makkelijke prooi voor mensen die niets goeds in de zin hebben.


Als op een dag Ciprian in het Parc Luxembourg twee mensen gebogen ziet zitten over een bord met poppetjes, is zijn interesse gewekt.
En het leven van het hele gezin zal veranderen.


Behalve dat het mooi geschreven is, is dit boek belangrijk omdat de jeugd er uit leert hoe het is om tot het uitschot te horen. Als je nog nooit de beschikking hebt gehad over stromend water en elektriciteit, dan zijn de krotten van een wereldstad nog niet eens zo erg. En als je ziet dat andere mensen in overdaad leven, dan is het toch niet slecht om daar een graantje van mee te pikken? Zij moeten toch ook eten?
Ciprian beseft wel dat ze arm zijn, dat hun manier van leven verre van ideaal is, maar hij weet niet beter. Hij heeft er zelfs moeite mee om mee te gaan in de ‘verbeteringen’  die hem aangeboden worden, want hij weet nog niet zo zeker of het inderdaad wel bèter is! Ze zijn dit nieuwe leven niet gewend.
Maar het talent dat hij heeft – hij had geen idee! – brengt hem in een heel andere wereld.


Armoede, onverdraagzaamheid, vooroordelen zijn de thema’s. Ciprian steelt je hart, en je juicht hem toe als hij ondanks zijn achtergrond de kans krijgt om zijn onvermoede talent te gebruiken.
Een modern sprookje? Ja dat is het wel. Maar ook een hoopvol verhaal over kansen grijpen als die geboden worden.
Dan is er ook nog de mooie omslag. Een fantastisch boek!

Xavier-Laurent Petit (1956, Île-de-France, Frankrijk) schreef al eerder boeken voor iets oudere jeugd. Dit is het eerste dat vertaald werd.

ISBN 9789021681276 | hardcover | 272 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | december 2022
Vertaald uit het Frans door Leny van Grootel
Leeftijd vanaf 11 jaar

© Marjo, 29 januari 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lowie
Van de vogel en de dief
Stefan Boonen


De boeken van Stefan Boonen zijn stuk voor stuk uniek ook al schrijft hij  verschillende genres zoals prentenboeken, graphic novels, boeken voor eerste lezers en romans voor kinderen. Deze laatste categorie is mijn favoriet. Gelukkig valt dit boek daar ook onder.


Zoals vaak in de kinderromans van Stefan Boonen gaat het over een kind dat buiten de maatschappij valt. Een kind dat eenzaam maar sterk is.
In dit geval begint, heel verrassend, het verhaal bij het einde, een heel bijzonder einde wat droevig lijkt maar helemaal niet droevig is, integendeel.
Maar hoe dat zo komt? Dat lees je in dit boek.


Het verhaal gaat over een meisje, Lowie, eigenlijk Louise, dat na de dood van haar ontzettend lieve oma, alleen het huishouden en het eten voor meneer en mevrouw Simmer moet verzorgen. En als deze mensen nou aardig waren dan was het nog te doen, maar ze zijn heel onvriendelijk en veeleisend. Het is nooit goed. En op een dag, als ze weer iets onredelijks gebeurt, knapt er iets bij Lowie. Ze pakt haar spulletjes en vertrekt. Ze wil vrij zijn, net als haar moeder, die het ook niet uithield thuis. Lowie wil geen huismus zijn. Gelukkig is in gedachte haar oma altijd bij haar.


Ze is nog nooit buiten de hekken van de villa geweest en is in haar hart heel bang, maar de gedachte om weer voor de Simmers te werken maakt dat ze doorzet. Ze spreekt zichzelf toe:


"Denk niet aan de Simmers! Ze doet het toch.
Aan dat donkere gevoel in haar buik.
Hoe ze diep van binnen gruwt van zichzelf. Dat woord kent ze uit een boek. Als je rilt omdat je bent wie je bent. Dat zij, net als haar oma - en haar mama - in dienst was. Een huismeisje.
Nu niet meer!
Nee."


Ze loopt en loopt en loopt, tot ze niet meer kan. Hoe moet ze aan eten en drinken komen? Hoe moet ze zichzelf redden? Hoe moet ze alles aanpakken? Het ene moment is ze heel bang, het andere moment is ze vastbesloten en moedig. Maar zwaar is het wel.

"De wind blaast in haar oren; net of hij fluistert: Ga terug naar de Simmers.
Nah. Lowie schudt haar hoofd. Dan vreet ze nog liever die hele boom op.
Ze veegt het snot van haar neus en denkt aan het woordje wanhoop. Dat heeft ze altijd een bijzonder woord gevonden.[...]
Ik doe niet aan wanhoop."


Alles verandert als ze in het bos 3 kinderen ontmoet die ook alleen zijn. Zij laten Lowie dingen doen die ze anders nooit gedaan zou hebben. Ze hebben grote invloed op haar, maar toch moeten helaas hun wegen ook weer scheiden. Lowie is weer alleen.
Ze komt in een dorp aan waar ze het beter lijkt te krijgen en liefdevol en met respect behandelt wordt, ze beleeft heel bijzondere dingen, dingen waar haar oma trots op zou zijn.
Maar toch... dat verleden bij meneer en mevrouw Simmer blijft haar achtervolgen, o.a. dankzij de barse, kindonvriendelijk Kommissaar. Moet ze nou terug naar die vreselijke mensen? En dan belanden we bij het verrassende einde dat droevig lijkt maar niet droevig is.


Je slaat het boek met een zucht dicht. Even was je helemaal in een andere wereld, de dappere wereld van Lowie. Je leeft met haar mee, en hoopt dat ze vrij zal zijn, vrij als een vogel.
Dit zijn de échte kinderboeken. Fantastisch.


ISBN 97894640199391 | Hardcover | 320 pagina's | Pelckmans | 14 oktober 2022
Leeftijd ca. 10+

© Dettie, 26 januari 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ultra Donker en de wachters van Wildzee
Philip Reeve


Ruim elf jaar geleden spoelde er een baby aan op het strand van het eiland Wildzee. Ze - want het was een meisje -  werd gevonden door Andrew Donker, de Wachter van Wildzee. Hij noemde haar Ultra maar hield haar niet bij zich. Meneer en Mevrouw Schraveling adopteerden haar, een prima regeling, vooral omdat meneer Donker iedere dag bij hen kwam.
Andrew Donker was omdat hij een Donker was de Wachter, die iedere dag opnieuw de toren beklom om daar boven een uur lang over de zee te turen door zijn telescoop.

Het verhaal ging dat er jaren en jaren geleden een zeeheks was geweest die een vuur brandde op de Sint-Cyaanrots, waarop een monster naar Wildzee was gekomen: De Gorm.
Een mythisch wezen dat heerste over de Verborgen Gronden, betoverde eilanden in de oceaan ten westen van Wildzee. De eerste wachter had het wezen met een enorm zwaard teruggedreven in zee.

Dat was de eerste Donker, en sindsdien was het de taak van een Donker om de wacht te houden. Maar nu is er een probleem: Andrew Donker spoelt op een dag aan op het strand. Is hij verongelukt? Wat is er gebeurd?
Hoe het ook zij, er is geen Wachter meer. Er is alleen die broer, William, die lang gelden naar Londen vertrok.
Er wordt een brief geschreven, en in de tussentijd neemt Ultra de taak over. Ze leest in de logboeken en ontdekt meer over het vreemde wezen. En over haarzelf.


Bij de begrafenis was er een eigenaardige vrouw opgedoken. Men noemde haar een trol, maar Ultra zag dat ze er misschien wel anders uit zag, maar echt geen trol was. Toch vond ze de vrouw die zich Ruis noemt, wel eng. En ze denkt niet dat ze snel diens hulp in zal roepen, al biedt ze dat aan.
Natuurlijk verandert ze van mening, en dan ontmoet ze de jongen Ei.


Ruis en Ei zullen een rol spelen in het avontuur dat Ultra gaat beleven. Want het is al snel duidelijk: de Gorm is van plan om terug te komen. Maar waarom? En hoe kunnen ze het monster verslaan?


‘En welk advies heb je Ultra dan gegeven?’
‘Alleen dat ze naar de zee moet luisteren als die tegen haar spreekt.’
‘De zee spreekt niet.’
‘Is dat wat de geleerde heren in Engeland zeggen? Zij wonen te ver weg van de westelijke diepzee, lijkt me. Ze zijn de oude Gorm vergeten.’
‘Ze geloven niet in de Gorm. Ik ook niet. We noemen dat oudewijvenpraat.’
‘Aha, maar stel dat de Grom wel in jou gelooft? Op Wildzee noemen we dat oudewijvenwijsheid.’
‘Dat zal best. Maar in de eeuw van de Verlichting vindt de wetenschap het achterhaald bijgeloof.’

Prachtig boek! Spannend, met magie en een vleugje romantiek, een sprookjesachtig verhaal over vriendschap en moed. Met een knipoog naar die oudewijvenpraat. Niet alles is te verklaren, sommige dingen zijn en blijven magisch.
Met een kaart van Wildzee voorin en een fantastische omslag.


Philip Reeve (1966) is de auteur van de succesvolle Mortal Engines-serie. Zijn boeken zijn een wereldwijd succes en werden zelfs bekroond met de Guardian Children's Fiction Prize en de Los Angeles Times Book Award. Het eerste deel in de serie is in 2018 verfilmd door Peter Jackson, regisseur van The Lord of the Rings.

ISBN 9789021680484 | Hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | november 2022
Vertaling uit het Engels door Annelies Jorna | Illustraties van Ashley King | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 13 december 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Geest van het Besiendershuis
Marloes Morshuis


Een groepje jongeren hangt regelmatig rond op de Waalkade in Nijmegen, Dex, de oudere broer van Saar, Mette, Caya, Sami en Mats. Dat rondhangen wordt een beetje saai, dus ze leven op als Kleine Saar vertelt dat ze drie vrouwen in witte jurken gezien heeft achter een van de ramen van het Besiendershuis. Ze geloven haar niet, maar wat moeten ze anders doen? ‘Ze hebben wilde bossen haar, hun jurken zijn gescheurd. En ze kijken of ze de hele tijd huilen. Soms bonken ze op het raam, alsof ze het huis uit willen…’


Het Besiendershuis is een monumentaal pand in Nijmegen dat in de eeuwen dat het er al staat veel meegemaakt heeft. Zou het er daarom spoken, zoals men vertelt? ‘Niet doen, kinderen’ lispelen de vrouwen. Ze schudden hun hoofden zo hard dat het stof uit hun haren wolkt. Ze wijzen. Achter jullie!
Maar de kinderen kijken niet achterom. Ze zien het meisje niet dat bewegingsloos achter hen staat. Als ze haar wel zien, schrikken ze even. Maar het is maar een klein meisje dat onzin verkoopt.

‘Jullie mogen dit huis niet binnengaan,’ zegt ze.


Waar bemoeit dat wicht zich mee. Ze gaan toch. Ze tikken een raampje in en zoeken hun weg door het huis dat leeg is. Geen vrouwen in witte jurken. En dan verandert ineens de atmosfeer om hen heen. Het begint te stinken en het wordt donker. Hun telefoons doen het niet meer.
En dan staat daar plots het meisje:


‘Als je geen respect hebt voor het verleden verdien je het niet om te leven in het heden.’ zegt het meisje. ‘Je krijgt één kans van de Geest van het Besiendershuis. Eer je het verleden, dan leef je weer in het heden.’


Jakkes, een echt griezelverhaal.
Maar dat valt mee: wat hierna volgt zijn zes verhalen waarin steeds een van de kinderen een hoofdrol heeft. Ze duiken op in het verleden, ontdekken dat ze er ineens anders uit zien, maar zijn nog wel zichzelf. En dan krijgen ze die ene kans van de Geest van het Besiendershuis.
De een beleeft een avontuur in de tijd van de opstand tegen de Romeinen, een ander bevindt zich in de tijd van de heksenjacht (Mariken van Nimwegen). Het verhaal over de periode dat de pest Nijmegen teisterde heeft een klein linkje met die andere epidemie, en er is een spannend verhaal dat speelt ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Lezers die niet veel over Nijmegen weten, zijn misschien niet op de hoogte van  het bombardement dat de stad te verduren kreeg, zoals ze ook geen idee hebben wat Kasteel Hallo is, waar ook een van de verhalen over gaat. En de ernstige rellen rond de bouw van een autogarage in de jaren tachtig van de vorige eeuw zijn misschien wel bekend bij de oudere lezer, maar niet bij de jeugd.


Stuk voor stuk zijn het boeiende verhalen, die je nieuwsgierig maken om meer te weten te komen. In ieder verhaal speelt een van de kinderen een rol: zouden zij de geest van het Besiendershuis tevreden kunnen stellen?
Het verhaal over dat huis staat natuurlijk ook in het boek.
Het is dan wel specifiek de geschiedenis van Nijmegen, maar veel van de gebeurtenissen hebben zich ook elders in Nederland afgespeeld.


De uitvoering van dit boek is bijzonder: er dwarrelt rook over de pagina’s. (dank aan Marc Suvaal, de illustrator) en met de indeling kan je alle kanten uit: spannende verhalen, stukjes geschiedenis en op het laatst ook nog een QR-code, waarmee je toegang krijgt tot de website met nog meer achtergrondinformatie en een 3d-animatie van het Besiendershuis.


Marloes Morshuis (Oldenzaal, 1970)  is bekend van Koken voor de Keizer en Borealis, dat in 2019 het cadeauboek van de campagne Nederland Leest Junior was. De schaduwen van Radovar is bekroond met een Vlag en Wimpel en won de Kleine Cervantesprijs van de stad Gent. Het boek is vertaald in het Russisch, Bosnisch en Hongaars.
Morshuis ontving in 2021 een Vlag en Wimpel van de griffeljury voor Quotum.  De geest van het Besiendershuis is haar zesde jeugdboek dat uitkwam bij Lemniscaat.


ISBN 9789047715153 | Hardcover| 140 pagina's | Uitgeverij Horizon | oktober 2022
Tekeningen van  Marc Suvaal | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 22 november 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

De spookspeurders en het spookhuis
Tine Bergen


Lode en Lou zijn al zolang als ze zich kunnen herinneren vrienden. Hun ouders zijn er al wel aan gewend dat ze vaak bij elkaar logeren. Maar nu blijkt het wel heel goed uit te komen dat Lou bij Lode kan slapen. Hij slaapt namelijk al een hele tijd nauwelijks meer en daar krijgt hij een heel erg slecht humeur van. Het is wel zo dat het huis naast dat van zijn ouders afgebroken wordt, maar dat gebeurt overdag. Waarom slaapt hij dan niet? Lode vertelt dat soms de klok heel lang slaat, midden in de nacht, hij hoort urenlang harde muziek en er gebeuren de hele tijd vreemde dingen: spullen worden vastgelijmd, zijn sokken en onderbroeken verdwijnen, en ineens is de trap zo glibberig dat je er af glijdt!


Lou heeft wel een idee wat er aan de hand is. Zijn vriend wordt vast geplaagd door een - of misschien wel meer dan een – spook! Heeft hij immers zelf ook niet een spook in huis! Dat is evenwel een aardig spook. Spook Roger is vroeger leraar geweest en hij is eerder behulpzaam dan vervelend. Niemand weet dat Roger bij hem woont. Maar het spook dat in Lode’s huis zit is een heel vervelend spook, Zeger haalt alleen maar streken uit. Hij is er duidelijk op uit om de bewoners zo veel mogelijk te pesten. Heeft dit iets te maken met het huis dat afgebroken wordt? Weet de vorige eigenaresse daar misschien meer over? Waarom is Zeger niet net als Roger? Hier is een zaak voor de spookspeurders. En gelukkig wil Roger wel helpen, al had hij daar in het begin helemaal geen zin in.


Heel erg spannend wordt het niet, het neigt meer naar een verhaal met psychologische inslag. Maar er zit gelukkig wel humor in – soms wrange humor – en dat maakt het boek voor kinderen toch wel leuk.


Tine Bergen (1981) studeerde Germaanse talen en antropologie. Ze is journalist en schrijft naast jeugdboeken ook fictie en non-fictie voor volwassenen. In 2018 verscheen de familieroman Merg. Haar psychologische thrillers Vissen praten niet (2019) en Zullen we het liefde noemen? (2020) werden bejubeld en genomineerd voor thrillerprijzen.
Over de spookspeurders verscheen eerder ‘De spookspeurders en de moestuinvandalen’.
Rocio del Moral maakt er hele leuke tekeningen bij.


ISBN 9789464101706| Paperback| 160 pagina's | Uitgeverij Horizon | 20 september 2022
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 19 november 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Hoe vang je een grote vis?
Hans Sibbel

Het is heel fijn als je een doel in je leven hebt, iets waar je naar streeft, een doel waar je heel veel voor over hebt. Maar weinigen zullen een droom hebben als Hans Sibbel!
Ja, een grote vis vangen, maar eentje die groter is dan je zelf bent?


Maar dat is toch de droom die Sibbel heeft, geen postzegels verzamelen of autootjes om in een kast te zetten, maar vissen, dat is zijn hobby.
Hij ontdekt dat het niet klaar is als je in een watertje in de buurt een grote vis vangt. Je wil steeds meer, groter dus dan die eerste grote vis van 71 centimeter. Het was een prachtkarper, en Hans had er heel wat voor over moeten hebben om hem te vangen. Maar nee, het was niet genoeg.
Terwijl je leest leer je wat je allemaal moet doen, welke weetjes nuttig zijn en hoe je het in de praktijk aanpakt. Welk aas je het beste kunt gebruiken voor welke vis; op welk tijdstip van de dag je het meest kans hebt op een vangst.
Misschien denk je dan: saai, een boek over het vangen van vissen!
Maar dat is dus niet zo. De schrijver sleept je mee, en je wordt echt nieuwsgierig hoe hij het aanpakt.

En het leuke is natuurlijk dat je als lezer niet al die uren op de oever van een meer hoeft te staan, je leest wel hoeveel tijd het hem heeft gekost, maar je beleeft dat niet zelf.
Wij beleven wel de avonturen mee, maar hebben geen last van het ongedierte dat hij trotseert.
Nee, dat was niet als hij in Nederland viste! Hij kreeg namelijk de kans om met andere  visfanaten in het buitenland te gaan vissen. Spanje, Suriname, Senegal. Zelfs Kazachstan.
Steeds met een nieuwe droom, een ander doel: daar zwemmen namelijk andere soorten vissen. De piraiba, de giant trevally, de arapaima. Daar heb je vast nog nooit van gehoord…

De avonturen van Hans Sibbel zijn op zich al voer voor fantastische verhalen, maar hij heeft het in dit boek, zijn debuut, ook nog zo op weten te schrijven dat je gaat denken dat  vissen echt leuk is!
Eh, zeker, maar het is ook duidelijk dat je er veel voor over moet hebben.
Om dit boek te lezen hoef je geen natte voeten te halen, of een ondoordringbaar oerwoud door te worstelen. Het is geschreven in een toegankelijke stijl, zonder ingewikkelde woorden (behalve de vissen dan). Wat het boek ook de moeite waard maakt zijn de mooie illustraties van Marianne Dibbel. De naam? Jawel, Hans en Marianne zijn broer en zus.


En zo kunnen dromen dus bewaarheid worden!
O ja, vergeet niet om de vissen die je vangt weer - los van de haak -  te laten zwemmen…


Hans Sibbel is cabaretier en stand-upper, bekend om zijn snelheid en grapdichtheid. Ruim vijfentwintig jaar vormde hij met Dolf Jansen het duo Lebbis en Jansen. Sinds 2000 maakt hij ook solovoorstellingen. Hij publiceerde drie boeken voor volwassenen. Hoe vang je een grote vis? is zijn eerste kinderboek.


ISBN 9789047714842| hardcover |91 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | januari 2023

© Marjo, 7 februari 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De meestervervalser
Annemarie Jongbloed


De tienjarige Bilal is heel goed in tekenen en schilderen. Niet zo maar heel goed, hij kan de werken van een andere schilder perfect namaken.
Dat Gerrit (‘Gekke Gerrit”, noemt Bilal hem stiekem) zijn gave ziet, dat is eigenlijk niet zo’n goed nieuws. Gerrit is namelijk een scharrelaar. Als die ergens geld ruikt is hij niet meer te houden.
Het is al erg genoeg dat hij de huisbaas is van Bilal en zijn moeder en dat zijn moeder ook voor hem werkt in het café, maar nu raakt de jongen door zijn talent verstrikt in de netten van een meedogenloze crimineel.


De omstandigheden waarin de jongen en zijn moeder leven zijn verre van ideaal: er is geen geld. Niet voor nieuwe schoenen, niet voor de kapper…
Zijn moeder is door omstandigheden is deze situatie verzeild geraakt en al werkt ze hard, het lukt haar niet zich eruit te werken. Dus moet Bilal ook nog vaak op zijn kleine (half)zusje Aya moet passen.

Ze proberen hun omstandigheden te verbergen, anders worden ze misschien uit huis gezet, of erger nog: dan wordt Bilal gescheiden van zijn moeder en zus.
Er zijn wel andere mensen die zien dat het niet zo goed gaat, maar het is nu eenmaal zo: als je zelf nooit in zulke omstandigheden verkeerd hebt, dan zie je het niet, en dan begrijp je niet hoe het is.


Wat kan een jongen van tien doen tegen een gewetenloze crimineel?
Die akelige man gebruikt dreigementen om Bilal zover te krijgen dat hij schilderijen vervalst. En daar krijgt de jongen nauwelijks iets voor.
Dat kan niet goed blijven gaan. Gerrit wordt overmoedig...

Het is niet echt een realistisch verhaal. Een jongen van tien die een beroemd schilder perfect kopieert?
Maar er zitten veel elementen in, die wel degelijk - en helaas - herkenbaar zijn. De armoede, waar je zelf geen schuld aan hebt, zodat je kwetsbaar bent voor mensen die het niet zo goed met je voor hebben. En dat de mensen die het wèl goed bedoelen, te naïef zijn om te zien wat er onder hun neus gebeurt.
In dit boek komen ook andere actuele thema's aan de orde.
De hoofdstukken zijn kort, en sommige situaties zijn - hoewel schrijnend - toch ook af en toe grappig.
Dat leest natuurlijk een stuk fijner.


Annemarie Jongbloed heeft een missie: verhalen schrijven voor kinderen die niet graag lezen. Doordat zij leerkracht was, kwam ze kinderen tegen die er moeite mee hadden. Annemarie besloot daar wat aan te doen, en zo ontstond de Schakelreeks bij uitgeverij De Inktvis.

ISBN 9789021683737 | hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | december 2022 I
lllustraties van Wendy Panders | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 27 januari 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het grote TOS mysterie
Wat aliens en robots ons kunnen leren over taal
Illustraties: Wouter Goudswaard
Tekst: Imme Lammertink & Wouter Goudswaard


TOS is de afkorting voor taalontwikkelingsstoornis. Dat klinkt gelijk best heftig, maar wat houdt de stoornis eigenlijk in?
Het blijkt dat kinderen met TOS moeite hebben met leren van klanken, woorden en zinnen. Hierdoor zijn ze o.a. soms moeilijk te verstaan, hebben ze moeite met het vinden van de juiste woorden en gebruiken ze vaak korte en soms kromme zinnen.

Imme Lammertink heeft onderzocht hoe het kan dat kinderen een TOS hebben. Wat maakt dat ze zo'n moeite met taal hebben? En dat is lastig om te ontdekken, sommige dingen blijven een mysterie zoals de titel van het boek ook aangeeft.


Imme Lammertink en Wouter Goudswaard proberen door middel van dit stripboek, kinderen en hun ouders meer informatie te geven over taal en patronen in de taal. Dat kan belangrijk zijn om bijvoorbeeld kinderen met TOS verder te helpen.


Het boek begint met Jeroen, Amir en Naomi die de bal aan het overgooien zijn. Jeroen heeft de taalontwikkelingsstoornis en snapt niet waarom Naomi het ineens anders wil doen. Hij wordt boos en schopt de bal weg. Regelrecht een huis in!
Het huis blijkt van taalwetenschapper Roos, zij onderzoekt of er patronen in de taal zitten, patronen die zich steeds herhalen. Zoals in een liedje bijvoorbeeld ook gebeurt. Kinderen met TOS herkennen vaak dat patroon niet of hebben er moeite mee.


Roos gebruikt robots en 'aliens' voor haar onderzoek en dat vinden de kinderen geweldig. Ze mogen ermee spelen en daardoor wordt gelijk uitgelegd wat er gebeurt als je TOS hebt. Want Jeroen speelt het anders dan Naomi en Ravi wat niet zo goed is.  Maar in het tweede spel is Jeroen tot zijn blijdschap weer beter.
Naomi en Ravi zijn blij voor Jeroen want ze vinden het vaak naar voor hem dat hij zo'n moeite met taal heeft.


Aan het eind van het boek zijn we toch flink wat wijzer geworden over het onderwerp.
Helemaal achterin het boek staat ook nog een begrippenlijst met uitleg en internetadressen over TOS.


De afbeeldingen zijn aantrekkelijk, soms wel erg druk maar evengoed duidelijk. De uitleg is af en toe vrij moeilijk maar gelukkig is Ravi vaak heel nieuwsgierig en vraagt door zodat enkele zaken achteraf toch wat beter te begrijpen zijn. Bovendien kan een volwassene eventueel ook toelichting geven als het moet.
Overigens een slim idee om dit boek in stripboekvorm uit te geven omdat kinderen met TOS beter beeldtaal begrijpen dan geschreven taal.


ISBN 9789083183756 | Hardcover | 24 pagina's | Levendig Uitgever | 28 februari 2022
Afmeting  30,6 x 21,8 cm |  Leeftijd 10+

Dettie, 4 januari 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Fabulant
De duistere koningin
Marloes Kemming

Wat baalt de elfjarige Isa! Haar vader, onlangs getrouwd met Julia, heeft haar zomaar gedumpt! Hij gaat met Julia op huwelijksreis en ze willen haar er niet bij.


Ze is zo boos, dat ze niet erg aardig doet tegen die arme oom Arnold bij wie ze haar onderbrengen. En tot overmaat van ramp is er bij oom Arnold geen wifi!  Het is zo oneerlijk allemaal! De oude man heeft er ook niet voor gekozen op haar te moeten passen. Hij heeft een strak dagschema en het is duidelijk dat hij daar liever niet van af wijkt.


‘U hoeft mij echt niet te vermaken. Ik snap ook wel dat u zomaar met me opgescheept zit.’
Oom Arnold stamelt: ‘Opgescheept! Nee hoor kind, je bent van harte welkom. En je hoeft ook geen u te zeggen.’


Maar na een paar dagen komt ze erachter dat die saaie oom Arnold wel erg vroeg opstaat. Als ze eenmaal weet dat hij dan het schuurtje achter in de tuin ingaat, wil ze weten wat hij daar eigenlijk uit spookt! Isa wil er het fijne van weten en zet de wekker voor nog vroeger dan oom Arnold.


Wat ze ontdekt doet haar veel plezier: nu wordt het toch nog een mooie vakantie!Maar natuurlijk was het niet voor niets dat haar oom haar niets verteld had. Wat hij doet had geheim moeten blijven. Zeker had een elfjarig nieuwsgierig aagje zich er niet in moeten mengen!
Nu ligt Isa een groot avontuur te wachten. Ze komt terecht in een magische wereld, Fabulant geheten, en ontdekt dat daar iets akeligs aan de hand is.
Misschien kan zij daar verandering in brengen?


Ze heeft voorlopig weinig keus, ze kan niet terug naar de aarde, dus ze moet het wel opnemen tegen het kwaad, als ze niet zelf het slachtoffer wil worden. Gelukkig heeft ze in Fabulant al snel twee bijzondere vrienden: Nobel, een zwarte panter, en de magiër Monsi.


‘Ooit dachten jouw Aardgenoten dat hun wereld plat was. Wat we vandaag onmogelijk achten kan morgen de gewoonste zaak van de wereld zijn.’


Inderdaad: opnieuw een verhaal over een magische wereld, een strijd tussen goed en kwaad, en een jong mens dat daar in verzeild raakt. Geen moderne magie in de vorm van telefoon of computer, maar wezens met bijzondere gaven; geen les in wiskunde en latijn, maar leren vechten en vliegen. Isa verzucht:


'Alleen kleuters geloven in een magische wereld achter een kledingkast of in perron 9 3/4.'


En:


‘Kinderen die in magische werelden terechtkomen, horen toch bijzondere gaven te hebben? Die zijn toch altijd uitverkoren en speciaal? Waarom is zij dan nog steeds doodgewoon?’


Daarom is dit verhaal waarschijnlijk zo aantrekkelijk: de hoofdpersoon blijft een gewoon meisje, op de rand van de puberteit, op het punt om haar eigen keuzes in het leven te maken – maar nu worden dat wel heel aparte keuzes!Fans van Harry Potter of Alice in Wonderland zullen hier zeker van smullen. En het is dan ook een heerlijk verhaal, heel beeldend beschreven, een verhaal dat hopelijk een vervolg krijgt!


Marloes Kemming (1983) wilde als kind altijd al schrijver worden. Na een wereldreis van drie jaar kwam in 2015 haar debuutroman uit. Fabulant is haar eerste jeugdboek.


ISBN 9789048866366 | Hardcover| 224 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2022
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 3 december 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De magische wereld van heksen
Illustraties: Benjamin Lacombe
Tekst: Cécile Roumiguière


Boeken waarvoor Benjamin Lacombe de illustraties verzorgd heeft, vallen bij voorbaat al in de categorie ongekend bijzonder. Lacombe weet een sfeer te creëren die je onmiddellijk meetrekt in de wereld die hij uitbeeldt. Met Cécile Roumigière heeft hij een evenknie gevonden in het uniek zijn, maar dan in de tekstuele verzorging van het boek.


Deze keer is het onderwerp de magische wereld van heksen, dat begint in de kamer van Lana. Zij bezit een poppenhuis dat "in een spleet in een boom is gegroeid. Takken steken uit het dak en wortels kronkelen door het kelderraam naar buiten." Lana legt een boeket van lucifers samengebonden met wol in het huis. Onmiddellijk steekt de wind op, er flitst een bliksemschicht door de hemel en... daar is de prachtige Lilith.


We zien een schitterende vrouw met vlammend rood haar, groene ogen en een slang om haar nek, in haar hand houdt zij een appel. In de tekst lezen we dat zij de eerste vrouw van Adam was. Maar zij wilde als gelijkwaardige naast Adam leven en niet als ondergeschikte. "Ze hadden gelukkig kunnen zijn, als Adam niet steeds de leiding had willen nemen."
Lilith is gevlucht om vrij te zijn en Eva nam haar plaats in.


"Eva de onderdanige... Ook haar had Lilith bevrijd: door haar in de appel van wijsheid te laten bijten, had ze haar de hele wereld aangeboden. Het werd haar niet in dank afgenomen."


Vanaf die tijd was Lilith de heks. Maar wel een vrije heks.
Hierna lezen we de geschiedenis van heksen, waarom deze vrije, wijze vrouwen met veel kennis van planten en hun werking, verguisd en vermoord werden.
We leren vele beroemde heksen kennen, zoals o.a. Baba Jaga de grootste heks van het Oosten wonend in haar boshut op kippenpoten.
Kyoko, de lieftallige heks met de sneeuwwitte haren, die al haar kennis van haar moeder, de Naori, geleerd heeft. Naori, de vrouw die mensen kalmeerde en kon genezen. Maar wel een heks werd genoemd.
We zien Moeder Shipton,de helderziende vrouw die zelfs de koning van Engeland als klant heeft. Ze is gebocheld, heeft een scheve neus en kaak maar weet dat zij er toe doet!  Zij alleen kan de tekenen van de horizon aflezen.


Lana weet dat zij ook voorbestemd is om heks te worden, ondanks haar broer die haar uitlacht, ondanks haar ouders die niets van haar snappen. Zij oefent en leert de rituelen die nodig zijn en koestert haar poppenhuis waar zij de heksen ontmoet. Ooit zal ook zij een wijze, bijzondere, vrijgevochten heks zijn.


Tussen deze verhalen door lezen we van alles over de spreuken en de gedaantewisselingen van heksen. Waaruit hun formules ontstonden, welke voorwerpen zij gebruikten, welke huisdieren zij eropna hielden. Hoe zij werkten en waar zij woonden. Welke heksen beroemd zijn geworden zoals María Sabina in Mexico, welke middelen ze gebruiken, welke werkwijze ze hanteren. De ene heks is waarzegster, de andere is helderziend of genezeres. Welke recepten zij gebruiken en waarvoor. Welke heksen in opstand kwamen en komen tegen onrecht of kwalijke zaken zoals Jeanne D'Arc en Greta Thunberg!
Maar ook zien we hoe bang mensen voor de heksen zijn vooral de gelovigen willen dat de heksen verdwijnen daarom zijn veel heksen vermoord of gevangen gezet.


Het - grote - boek maakt je dus een heel stuk wijzer over heksen en hun geschiedenis. Maar de schitterende, deels paginagrote, afbeeldingen maken het boek tot een geweldig spektakelstuk. Deze afbeeldingen zijn niet lieflijk maar indringend en héél bijzonder om te zien.
Overigens ook een prachtig boek om cadeau te geven.


Zie ook de website van Cécile Roumiguière om een indruk te krijgen van het boek én de afbeeldingen.


ISBN 9789044848953 | Hardcover | 67 pagina's | Uitgeverij Clavis | 29 augustus 2022
Afmeting 26,7 x 35,6 cm | Leeftijd 12 - 100 jaar en ouder

© Dettie, 22 november 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Achtste-groepers huilen niet
Jacques Vriens


Achtste-groepers huilen niet is als eerste uitgegeven in 1999 en beleeft nu zijn eenentwintigste herdruk. Bovendien is het boek in 2012 verfilmd. Dat maakt nieuwsgierig, dat móet dan wel een heel mooi verhaal zijn.


Alles in dit boek draait om Akkie, een lekker, stoere meid die zich niet uit het veld laat staan als Joep haar weer eens dwarszit bij het voetballen op het trapveldje bij school. Hij vindt het nu eenmaal niets dat meiden ook voetballen.  De twee zoeken elkaar op na school en knokken het uit. Maar het gekke is dat Akkie het daarna heel erg benauwd krijgt. Haar moeder neemt haar gelijk mee naar de dokter. Onzin volgens Akkie, maar de dokter vertrouwt het niet en laat bloed afnemen.
'Heb je gehuild?' vraagt haar beste vriendin Elise als ze dat hoort. 'Achtste-groepers huilen niet,' is het stoere antwoord van Akkie.

Helaas, is er inderdaad meer aan de hand. Akkie heeft leukemie en moet, tot schrik van de hele klas, gelijk naar het ziekenhuis. Ze baalt als een stekker want ze wil meedoen aan het schoolvoetbaltoernooi en natuurlijk wil ze mee op kamp. Bovendien willen ze juf Ina koppelen aan meester Henk, dat wil Akkie ook niet missen.
Juf Ina is ondertussen degene die de kinderen op de hoogte houdt over Akkie, hen bijstaat en helpt om de kinderen te laten begrijpen wat er aan de hand is. Ze zorgt ervoor dat de kinderen het gevoel hebben dat ze echt iets bijdragen om Akkie een fijn gevoel te geven.

Akkie zelf is vechtlustig als altijd, ze vertelt grappige verhalen over wat ze meemaakt in het ziekenhuis, waardoor haar klasgenoten ook minder bedrukt raken. Maar meedoen aan het toernooi kan niet, en er kan veel niet, want Akkie is heel ziek. Gelukkig lukt op kamp gaan wel, maar daarna gaat het weer mis...

In het nawoord vertelt Jacques Vriens dat hij toen hij nog lesgaf, een meisje in zijn klas had die net als Akkie leukemie kreeg. Ze heette Anke. Zij overleefde de ziekte niet en met dit boek wilde hij een monumentje voor haar oprichten. Dat is goed gelukt. Vriens schildert Akkie niet af als een supermeid, maar wel als méns met haar ups en downs, die mensen aan het lachen kan maken maar soms ook zo enorm boos en kwaad is op dei rotziekte.

De afloop lees je met een dikke keel, Jacques Vriens heeft het einde én de mooie begeleiding van juf Iris mooi en integer verwoord., zonder vals sentiment.
Een verhaal dat je je zal blijven herinneren... net als die lieve, leuke Akkie.


ISBN 9789000381234 | Hardcover | 173 pagina's | Van Holkema en Warendorf | 10 november 2022
Leeftijd 10+

© Dettie, 16 november 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER