De laatste eilanders
Stefan Popa
Zoals beschreven staat op de achterkant van het boek is De laatste eilanders een hartverscheurend verhaal over liefde, verlies en de meedogenloze kracht van vooruitgang. De roman is gebaseerd op de waargebeurde tragedie van Ada Kaleh, een klein eiland in de Donau, gelegen in Roemenië, waar de vrienden Deniz, Ibrahim en Azra wonen. Het voortbestaan van het eiland wordt bedreigd door de komst van een waterkrachtcentrale en de drie vrienden voelen dat hun toekomst er heel anders uit gaat zien dan die van hun ouders:
Azra voelde de vragen branden in haar keel. Ze keek naar haar vader zoals ze naar de bomen had gekeken: was hij ook aan het verschrompelen? Werd hij kleiner omdat zij groter werd?
Als wees had hij jarenlang in de kazematten geslapen, wist ze, maar hij paste allang niet meer in de nissen. Het verleden had hem fysiek afgeweerd. Dat was heel normaal. Iedereen groeide noodgedwongen uit tot een ongewenste vreemdeling in het eigen verleden. Het was een ruil: het verleden kromp en de toekomst dijde eindeloos uit.
Toch gebeurde het tegenovergestelde bij de laatste kinderen van Ada Kaleh. Azra’s wereld groeide niet, niet zoals het hoorde; ze werd stilletjes ingesnoerd. Het eiland vernauwde zich, zelfs de lucht leek zwaarder. De landsgrenzen sloten en de hele regio werd verduisterd door een zwaar gordijn. De helft van Europa werd een fort. De muren trokken zich steeds hoger en dichter op en Azra wist, net als de inwoners van Ada Kaleh, dat een fort slechts twee toekomsten kent: het vervalt tot een vergeten ruïne of het wordt een zielloze bestemming voor toeristen, een getuige van wat ooit was.
‘Maar de communisten zeggen dat iedereen gelijk is', zei Azra. ‘Jongens en meisjes.’
‘Wie zegt dat?’
‘De communisten, zei ik toch al.’
‘Ik bedoel: wie zegt dat de communisten dat zeggen?’
‘Onze leraar', antwoordde Azra.
‘Ze hebben allemaal ongelijk.’ Haar vader nam opnieuw een hijs. Hij ging rechtop zitten op zijn stoel. Voordat hij uitblies, kuste hij haar op haar voorhoofd. Ze rook zijn vette huid door de tabakswalm heen. Zijn stoppels schuurden haar neus rood. ‘Jij bent veel belangrijker dan alle jongens en meisjes.’
Ze wilde iets vragen over haar moeder, maar vroeg: ‘Waarom ben je nooit weggegaan?’
‘Vertrekken is zinloos,’ antwoordde haar vader. Hij rolde het mondstuk van de nargileh tussen zijn vingers. ‘wij moeten toch altijd terugkeren naar Ada Kaleh, om te sterven. Dan blijf ik liever op het eiland, dicht bij je moeder, wachtend tot het lot ons eindelijk herenigt.’
Maar zou haar vader wel kunnen blijven op het eiland? En hoe zit het met de toekomst van haarzelf en haar vrienden? De opkomst van het communisme, de soldaten die op het eiland gestationeerd worden, de doden die er vallen als mensen proberen te vluchten, maar ook de voortdurende keuzestress die de drie vrienden ervaren, zijn allemaal elementen in het boek die Stefan Popa op een gedetailleerde manier weet te beschrijven.
Stefan Popa is een Nederlands-Roemeense auteur en journalist. Hij wordt gezien als een van de veelbelovendste schrijvers van de Europese literatuur. Het lukt hem om de beklemmende stemming op het eiland Ada Kaleh aan jou als lezer over te brengen. De rauwe emoties van Deniz, Ibrahim en Azra fungeren als rode draad door het verhaal heen.
Wat deze roman bijzonder maakt, is de manier waarop het grote verhaal van vooruitgang en modernisering kritisch wordt belicht. De komst van de waterkrachtcentrale symboliseert vooruitgang, maar gaat gepaard met vernietiging van gemeenschap en cultuur. Daarmee stelt Popa impliciet de vraag wat vooruitgang werkelijk betekent en tegen welke prijs deze wordt bereikt.
De laatste eilanders is daarmee niet alleen een historisch verhaal, maar ook een actuele en relevante roman. In een tijd waarin grenzen, migratie en identiteit opnieuw onder druk staan, biedt dit boek een indringende spiegel. Het is een verhaal dat blijft hangen, juist omdat het de lezer confronteert met de kwetsbaarheid van thuis en de onvermijdelijkheid van verandering.
ISBN 978 94 027 1975 8 | NUR 301| Paperback | 307 pagina’s | Uitgeverij HarperCollins | 4 maart 2026
© Els ten Voorde, 28 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Het huis van de tijd
Laura Mancinelli
Waarom had hij het gekocht? Wat moest hij eigenlijk met dat grote huis [...] Dit vraagt niet alleen Orlando, de koper van dit huis, zich af, maar na verloop van tijd denkt de lezer dit ook.
Orlando was toevallig in 'zijn' dorp om een document bij de gemeente af te halen. En uitgerekend voor dàt huis begaf zijn auto het. Was het de voorzienigheid? "Waarom had zijn auto het precies daar begeven, op dàt punt, in de hoofdstraat van zijn dorp? Het dorp waar hij al jaren niet meer woonde, waar hij helemaal niet graag naartoe ging! En nu had hij ineens dat roze huis gekocht. Het huis van zijn schooljuf! Het huis waarin hij vele uren heeft doorgebracht.
Orlando heeft een soort innerlijk afwerend gevoel als hij in het huis is. Alles wat het huis voor hem betekende, is weg. Vooral de boeken waar hij als kind zo van genoot, mist hij. Waarom zijn de planken leeg. Waarom woont haar zus in de andere helft van het huis? De zus die zo totaal anders is dan zijn juf. Hij voelt zich totaal ontheemd in dat huis, wil weg én blijven, toch wil hij van het torentje zijn schildersatelier maken, in de hoop dat hij weer inspiratie krijgt.
De enige mens waar hij mee omgaat, is Placido die hij nog kent van vroeger. Placido is ongrijpbaar, hij kookt heerlijk, maar heeft ook opmerkingen die mysterieus te noemen zijn. Hij adviseert Orlando, maar als deze Placido's adviezen opvolgt, loopt alles heel anders dan verwacht. Het veroorzaakt onnavolgbare, raadselachtige, bijna bovenaardse gebeurtenissen die op een of andere manier toch Orlando de weg wijzen.
Het hele boek heeft een nostalgische en mysterieuze sfeer. De taal is mooi, bijna poëtisch. Het geeft in feite de raadsels van het leven weer, die niet te verklaren lijken, of toch wel? Het geheel is een uitzonderlijk boek, dat je bijblijft.
ISBN 9789490042271 | Paperback met flappen | 141 pagina's | Zirimiripress | 14 november 2025
Mooi vertaald door Linda Pennings
© Dettie, 31 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De schoonheid van een kruispunt
Meine Fernhout
Hugo Mallegrom heeft last van een schrijversblokkade. Hij was enthousiast begonnen aan een boek, maar nu komt hij niet verder. Was het verkeerd om het boek alvast een titel mee te geven? Dat dwingt hem immers in een bepaalde richting. En daar lijkt de weg dood te lopen.
‘Het hinkelmeisje’ wil niet van de grond komen.
Hij heeft ook een gewone baan, tenminste, tot voor kort was hij leraar geschiedenis op een middelbare school, maar er was een akkefietje met een leerlinge, waardoor hij niet zeker meer is van deze baan. Nu heeft hij al langer twijfels of hij nog wil onderwijzen, maar toch...
Vanuit het raam van zijn werkkamer kijkt hij uit op een benzinestation waar het niet bepaald een levendige boel is. Hij kan zien dat er een jongen achter de kassa zat. Die lijkt altijd te zitten lezen.
Maar de jongen, Jesse, ziet hem ook. Voor hem is hij de man op de motor, die af en toe een praatje maakt met een vrouw in een oude Chrevolet, net als Hugo een vaste klant.
Een andere bezoeker van het tankstation is een jongedame. Ze vraagt Jesse of ze foto’s mag maken, maar het eerste wat Hugo ziet is een persoon die zich vreemd gedraagt:
‘Er staat geen auto voor de pompen geparkeerd. Al lopend wordt er gebukt, gedraaid en weer omgekeerd. De persoon gaat naar binnen en komt dan terug. Hugo kan zien hoe Jesse mee loopt naar buiten, hoe hij een wegwerpend gebaar gebaar maakt en weer naar binnen gaat.‘
Zit in dit alles misschien een verhaal?
Het zou zo maar een thriller kunnen worden: Jesse verdwijnt. Zijn werkgever weet niet waar hij is, zijn huisbaas niet, maar ook zijn moeder niet. Deze laatste neemt contact op met Hugo, omdat haar zoon over hem verteld heeft. Jesse stuurt haar e-mails, maar zegt niet waar hij is.
Hugo hoort dat er een vriendin is, het is de jongedame die rond het benzinestation doolde en foto’s maakt. Maar waar woont zij dan?
Hugo vindt haar via de foto’s en zoekt haar op. De reis leidt tenslotte naar Frankrijk.
Is Jesse daar dan ook?
Een bevreemdend verhaal over een benzinestation waar mensen gaan en komen, zonder contact te maken. Wat is daar de schoonheid van? Welke rol spelen de dames, met name Pien en haar foto’s?
Door de wisseling van vertelperspectief, ga je twijfelen of het verhaal bedoeld is als werkelijkheid of fantasie. Je hebt steeds de schrijver dezes in je achterhoofd, hij is tenslotte degene die de woorden schreef die je leest. Fernhout schrijft:
‘Hugo weet als geen ander dat literatuur eigenlijk altijd een nader verklaren is van iets dat verborgen ligt en er om vraagt om ontvouwd te worden.’
Dan, als Jesse aan het woord komt, komt er snelheid in het verhaal, het eerder toch wat gezapige verdwijnt, en het verhaal gaat meer boeien.
Bekijk zeker ook de binnenkant van de flappen, het geeft weer waar het allemaal om draait, dat benzinestation, leeg en verlaten.
Meine Fernhout (1946, Velsen) speelde in de Bintangs, studeerde sociale wetenschappen, werkte in de culturele sector. De schoonheid van een kruispunt is zijn vierde roman.
ISBN 9789493368385 | Paperback| 360 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | februari 2026
© Marjo, 24 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De buurtwinkel van tweede kansen
Kim Ho-Yeon
De titel zegt het al, de personages in dit boek krijgen een tweede kans. Toch draait het verhaal voornamelijk om Dokgo, de man die een tweede kans krijgt van Yeonsook Yeom, eigenaresse van de buurtwinkel in de wijk Cheongpa, Seoul. De dakloze Dokgo heeft er namelijk voor gezorgd dat mevrouw Yeom haar gestolen tas terugkrijgt. Vanaf die dag houden ze contact en de goedhartige mevrouw Yeom zorgt ervoor dat Dokgo altijd te eten heeft. Dokgo is zijn geheugen kwijt en omdat hij zo weinig praat is hij gaan stotteren.
Op gegeven moment stopt een werknemer met het verzorgen van de nachtelijke openingstijden. Dokgo mag die plaats innemen onder de voorwaarde dat hij de drank opgeeft. Zo heeft hij 's nachts onderdak. Dokgo blijkt langzaam zijn draai te vinden, maar blijft een mysterieus figuur voor iedereen. En dat maakt het verhaal ook intrigerend. Je voelt dat er meer achter het gedrag van de man zit, maar wat? Hij weet het zelf ook niet...
Dokgo spreekt nog steeds niet veel, maar ziet des te meer. Ook wanneer iemand ongelukkig is, ondanks een uiterlijk monter gedrag.
Door kleine vriendelijke gebaren weet hij vaak de harten van de winkelbezoekers te winnen. Langzamerhand beginnen ze hun hart bij hem uit te storten.
De getormenteerde Dokgo heeft al veel van het leven gezien en doorgemaakt. Daardoor weet hij steeds de kern te raken van de problemen en met kleine aanwijzingen geeft hij richting aan de mensen die hem in vertrouwen namen. Maar bij Donkgo zelf begint ook het een en ander te roeren. Door geen alcohol meer te drinken wordt zijn hoofd helderder en beginnen er beelden op te doemen in zijn wazige, lege geheugen.
Aanvankelijk trekken de gebeurtenissen rond Dokgo je het verhaal in, maar uiteindelijk gaat de vaart eruit. De personages die in de winkel werken en bezoeken, zijn bijzonder maar niet goed uitgewerkt. Je maakt kennis met ze, maar ze zijn alweer verdwenen voordat ze volledig tot ontwikkeling komen. Zelfs Dokgo wordt minder intrigerend. Het verhaal gaat uit als een nachtkaars. Jammer, want het idee is goed.
Het is een boek dat lekker wegleest maar je niet bij zal blijven.
ISBN 9789046832103 | Paperback | 240 pagina's | Wereldbibliotheek | 23 april 2024
Vertaald doorMatto Mandersloot en Thyrze van Onna
© Dettie, 23 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Classics 2
Eva
Carry van Bruggen
Als de nieuwe eeuw (1900) begint, is Eva een ongeveer achttienjarige scholier. Reeds in haar schoolgaande jaren wil ze alles begrijpen. Tegelijk vraagt ze zich af: waarom eigenlijk? Maakt het ‘willen begrijpen’ haar leven niet moeilijker dan het is?
Maar ze is nu eenmaal wie ze is, een enigszins zwaarmoedig meisje, later een ernstige jonge vrouw, die lerares wordt. Haar collega Andy heeft het over dingen die ze niet goed begrijpt, dingen die een vrouw kunnen overkomen. Eva schrikt er erg van. Ze is ook niet echt een meisje-meisje, haar uiterlijk is jongensachtig, en ze wil niets weten van ‘die onzedelijke dingen’.
Ze vertelt over wat ze waarneemt, over de zeden en gewoonten die heersen aan het begin van de twintigste eeuw. Ondanks haar eerdere voornemens wordt ze verliefd. Ze trouwt en krijgt kinderen.
Het huwelijk draait uit op een scheiding. Ben is de ware niet. Er komt een andere man in haar leven.
Dan is ze veertig en eindigt het verhaal.
Maar dat verhaal doet er niet zo heel veel toe, de reden waarom ‘Eva’ opgenomen is in de canon van de literatuur is het feit dat Carry van Bruggen een uitstekend tijdsbeeld neergezet heeft, ze schrijft over een wereld vol taboes en schijnheiligheid. Haar hoofdpersoon (autobiografisch?) Eva beziet de wereld, haar leven moet anders worden. Zo gaat ze in tegen de norm, wat het allemaal niet makkelijker maakt.
'Voor een man lijkt alles met elkaar verbonden, alsof het één vloeiend gehaal vormt. Maar niet voor mij. Er is een kloof, een afgrond, een duisternis, een noodzaak. Ik zie de samenhang niet, het dwingende verband.'
Ook de manier van schrijven maakt haar werk bijzonder: mooie beschouwende observaties, die tegelijk filosofisch en psychologisch zijn.
De zielenroerselen van Eva zullen menige puber ook in onze huidige tijd niet vreemd voorkomen. Ze zijn tijdloos.
Dat is de stijl van het boek niet, dat zal enig doorzettingsvermogen vragen. Maar het is absoluut – nog steeds – de moeite waard!
‘Uit de rumoerige ochtend is de middag vredig omhoog gerezen. Onder de mist schittert het dieper liggende water. De geur van chrysanten dwaalt door de vochtige lucht, net als de geur van door vocht verterende bladeren. Oh, stad, overweldigende, verstikkende stad. Ik zou me even willen afsluiten voor je intensiteit. Waartegen ik machteloos ben. Voor je golven tegen me slaan, die me doen wankelen. Maar ik kàn het niet. Want ik kan niet ophouden met ademen. En elke ademteug vult me met jouw adem, tot diep in mijn hart. En jouw adem is die van alles wat eeuwig komt en eeuwig terugkeert... bladeren, bloemen, mist, geruis.
Stad in oktober, met alles wat erbij hoort. Je ziel is de ziel van alles, wat eeuwig blijft: de grijze huizen, de grijze bruggen, het grijze water... en alles dringt zich tegelijk aan me op. En het wil... en het wil... Het wil altijd hetzelfde. Het wil begrepen worden.’
Carry van Bruggen (1881-1932) was journaliste, schrijfster en filosofe. Haar mislukte huwelijk fileerde ze in het boek 'Een coquette vrouw'. Haar belangrijkste filosofische werk is 'Prometheus'. In 1927 verscheen ‘Eva’, dat beschouwd wordt als haar meesterwerk. Het boek is bewerkt en hertaald door Ilona van Hilst. Zij schrijft ook het voorwoord.
ISBN 9789493244511 | Paperback | 222 pagina's | Uitgeverij September | 27 januari 2026
© Marjo, 20 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Zolang de zon nog schijnt
Hans Münstermann
Geconfronteerd worden met een veranderend uiterlijk, en vooral met de mankementen die zich aandienen, als je ’op leeftijd’ begint te komen, niemand vindt dat prettig. Maar er valt natuurlijk niet onderuit te komen, tenminste als je blijft leven. En dàt willen we dan weer wèl!
Zo ook Andreas Klein. Zevenenzeventig is hij, en het wordt tijd om zijn leven eens te overzien. Zijn huidige leven, maar die zijn automatisch vermengd met herinneringen.
Hij beschrijft de dagen zoals hij die zich herinnert op de dag erna: de actualiteit van die dag in de wereld, maar vooral ook die van hemzelf: het minder goed kunnen horen en zien, het vergeten, het trager worden en het ouder wordende uiterlijk. Wat is er veranderd ten opzichte van toen hij nog jong was? Kan hij daarmee omgaan?
Het is niet verbazingwekkend, maar dat kan hij.
Ook anderen laat hij vertellen wat ze vinden van ouder worden. Het is meer een verzameling anekdotes, herinneringen en mijmeringen geworden, dan een verhaal met een plot.
'Eerlijk gezegd zou ik zelf geen interesse hebben om een boek te lezen over ouder worden.’
Gelukkig hebben zijn lezers dat wel! Want wie genoten heeft van de andere verhalen over Andreas Klein, wil dit boek niet missen. Zoals we van Andreas gewend zijn wordt er ook aandacht besteed aan literatuur, muziek en kunst, de belangstelling daarvoor vermindert niet bij het ouder worden.
En, fijn voor de lezer: de animo om te schrijven ook niet, want ‘zolang de zon nog schijnt...’
Hans Münstermann (1947, Arnhem) schreef een romancyclus met zijn alter ego Andreas Klein in de hoofdrol.
Deel 5 daaruit, De bekoring, werd in 2006 bekroond met de AKO Literatuurprijs. In 2019 verscheen de roman De populist, in 2021 Ik zoek mijn man. Zijn voorlaatste roman Later verscheen in 2023.
ISBN 9789047717942 | Paperback| 222 pagina's | Uitgeverij De Kring | januari 2026
© Marjo, 19 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Vriendinnen
Suze La Chapelle Roobol
De flaptekst begint met deze zin: "Twee oude vrijsters, Koosje en Let, verschillen als oost en west van elkaar" en dat is precies wat dit vermakelijke verhaal weergeeft.
De stille, magere Let (43) is Rotterdamse in hart en nieren. Haar werk als naaister en haar huisje betekenen alles voor haar, meer heeft ze niet nodig. Ook de bijdehante keukenmeid Koos (45) heeft het prima naar haar zin in de keuken van 'haar' welgestelde familie. Maar ze is veel ondernemender dan Let. Het is ook Koos die altijd de leuke ideeën heeft zoals samen naar de bioscoop of gewoon lekker rondwandelen. Deze keer heeft Koosje echter een heel bijzonder idee, ze wil er deze zomer wel eens helemaal op uit. En Let moet mee, of ze wil of niet.
Natuurlijk stribbelt Let tegen, laat haar nou maar gewoon in Rotterdam, dat is mooi genoeg! Maar nee, Let moet eens wat anders zien, ze moet frisse lucht snuiven volgens Koosje. En zo gebeurt het. De dames reizen af naar een pension in Gelderland en waar Koos loopt te genieten, voelt Let zich diep ongelukkig. Het is zo heet, van het lopen krijgt ze pijn aan haar voeten en ga zo maar door.
Het pension is gelukkig wel netjes en Marretje, de pensionhoudster, blijkt een erg aardige vrouw. Koos heeft, tot ergernis van Let, gelijk goed contact met haar. En dan blijkt dat Gerrit, de broer van Marretje, regelmatig 's avonds ook aan de eettafel verschijnt. Bij Koosje ontstaat een plan... als zij hem nou eens in kon palmen? En zo verloopt de vakantie heel anders dan Let zich voorgesteld had.
De dames zijn heel beeldend beschreven, je ziet ze voor je. De struise Koos, overal haantje-de-voorste, met gezonde blossen op haar wangen en de tanige bleke Let, die overal achteraan sjokt en eigenlijk alleen maar naar huis wil. De plannen van Koos zetten de hele vakantie op zijn kop. Waarde schuchtere Let dacht overal samen met haar vriendin heen te gaan, blijkt de werkelijkheid een enorme teleurstelling. De dames krijgen zelfs ruzie, en dan moet nog maar blijken hoe sterk die vriendschap eigenlijk is.
Het zou zomaar een gezellig romannetje kunnen zijn, ware het niet dat de schrijfster haar vak goed verstaat. In enkele bewoordingen schetst ze de karakters in het boek tot levende wezens, met hun eigen hebbelijkheden. De situaties in het pension zijn vermakelijk, maar de ondertoon laat zien hoe verschillend verwachtingen kunnen zijn en wat voor invloed een omgeving op iemand kan hebben. Het verhaal heeft onverwachte diepgang.
Gewoon lezen!
Het boek verscheen aanvankelijk in 1918 en is nu hertaald en bewerkt door Paulien Rijneveld.
ISBN 9789493244429 | Paperback | 202 pagina's | Uitg. September | 30 september 2025
© Dettie, 10 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
In besloten kring
Een winter om je te weerstaan
Morgane Moncomble
Al vanaf dat ze een kind was wilde Lily Pham de beste kunstschaatsster ter wereld worden. Ondanks dat haar ouders er niet echt blij mee waren - haar moeder denkt dat ze nu nooit aan de man zal komen! - heeft ze haar hele leven in het teken van de schaats gezet. Op de deur van haar slaapkamer hangt nog steeds de poster van haar grote idool: Orion Williams, slechts een paar jaar ouder dan zij en al wereldkampioen.
Als haar partner uitvalt, zoekt haar trainer een nieuwe. En laat dat nu Orion Williams zijn! Lily kan het niet geloven! En hoewel men haar waarschuwt, omdat het met de eerdere partners van Orion niet te best is afgelopen, gaat ze er natuurlijk voor! Ook al lijkt Orion zelf eveneens te denken dat hij voor het ongeluk geboren is...
Wat volgt is een heerlijk liefdesverhaal, lekker zwijmelen. Natuurlijk gaat hun relatie met vallen – letterlijk! – en opstaan, en zijn er angsten en twijfels bij allebei.
Het verhaal wordt nu eens door Lily dan weer door Orion verteld, zodat je over de gevoelens van beide kanten leest. Het zijn alle twee jonge mensen die volledig gaan voor hun sport, maar daar horen onzekerheden bij, verliezen en winnen, vallen en opstaan, jaloezie en vriendschap, het is er allemaal.
Als ze ondanks alles gevoelens voor elkaar beginnen te ontwikkelen geeft Lily aan dat ze geen relatie wil: ze weet zeker dat het niet te combineren valt met haar doel: goud winnen op de wereldkampioenschappen!
Zal ze standvastig zijn? En: is Orion inderdaad een ongeluksbrenger?
Natuurlijk lees je ook over de achtergronden en bijzonderheden van het kunstschaatsen!
De Franstalige auteur Morgane Moncomble (1996) debuteerde in 2016 met Viens, on s’aime. Sindsdien groeide ze in Frankrijk razendsnel uit tot een geliefd en veelgelezen auteur. Twee jaar geleden stond ze zelfs in de top drie van bestverkopende schrijvers van haar land.
ISBN 9789464106046 | Paperback | 416 pagina's | Uitgeverij Horizon | 15 januari 2026
Vertaald uit het Frans door Henriette Gorthuis
© Marjo, 1 maart 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Het huis Chouette
Vertel me over jou
Chiara Gamberale
De dertiger Chiara, schrijfster, baseert haar boeken op haar leefwijze. Ze woont op een zolderkamer en voert daar eindeloze gesprekken met vrienden en vriendinnen. Iedereen is welkom, het leven is zorgeloos en vrij. Maar dan is ze onverwacht zwanger en bevalt van Meisje, met wie ze onmiddellijk een heel speciale band heeft. Chaira is Meisje en andersom. De vader is op de zijlijn aanwezig.
Leven met een kind vraagt om andere regels, een andere manier van leven. Ineens zijn er voorwaarden en vaste tijden. Chiara verhuist zelfs naar de Trieste Wijk ofwel de keurige wijk met tuinen, de wijk waar ze opgroeide. Haar moeder komt maaltijden brengen.
Dit nieuwe leven verwart Chiara, ze wil trouw blijven aan zichzelf, maar hoe doe je dat als er een mensje afhankelijk is van jou? Het volwassen leven benauwt haar. Ze kan ook niet meer schrijven, want haar inspiratie is met het vertrek van de zolderkamer verdwenen.
Uiteindelijk besluit ze zes personen uit haar jeugd op te sporen en hen te vragen hoe zij het hebben gedaan. Hoe zijn zij met hun dromen omgegaan? Vertel me over jou, is haar vraag. Van zichzelf geeft ze overigens aanvankelijk weinig prijs.
Het is fascinerend om te lezen hoe de levens van deze personen verlopen is. Hoe hun dromen verdwenen, maar misschien blijkt de werkelijkheid wel beter...
Wat is er gebeurd met het meisje waar een vriend zo verliefd op was? Op haar beurt was Chiara verliefd op die vriend. Het meisje is nog steeds onweerstaanbaar mooi, maar blijkt ook een bijzonder mens te zijn, vele gesprekken volgen. Het leven van de vriend is een heel andere kant op gegaan, maar wel naar zijn tevredenheid. De gesprekken zijn intens en maken indruk.
Het bijzondere is dat Chiara een scherpe blik op deze zes mensen heeft, ze doorziet ze als het ware. Ze heeft het door wanneer het verhaal van de ander niet helemaal klopt, maar leert ook veel van de aanpassingen die zij hebben gedaan. Langzamerhand leert Chiara hoe een volwassen leven kàn zijn. Dat je niet per se ongelukkig hoeft te zijn als het leven anders loopt dan waaraan je dacht te moeten voldoen. Je kunt evengoed jezelf trouw blijven, maar dan anders dan je voor ogen had.
Het boek heeft een bijna filosofische inslag en vele dieper lagen. Een indrukwekkend boek om meerdere keren te lezen.
Chiara Gamberale (1977) is populaire schrijfster en presentator voor radio en tv. Vertel me over jou is Gamberales eerste vertaling in het Nederlands.
ISBN 9789025477516 | Paperback met flappen | 240 pagina's | Atlas Contact | 19 september 2025
Vertaald door Manon Smits
© Dettie, 7 februari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De onderwijzer van Auschwitz
Gebaseerd op een waargebeurd levensverhaal
Wendy Holden
Wendy Holden, die al meerdere historische romans op haar naam heeft staan, weet met de proloog in De onderwijzer van Auschwitz je als lezer in het verhaal van Fredy Hirsch te trekken en vast te houden:
Mijn naam is Alfred Hirsch, maar mijn vrienden noemen me Fredy. Wees alsjeblieft zo goed om mijn naam te onthouden. Het woord ‘Hirsch’ betekent hertenbok in het Duits, en net als een hert ben ik een groot deel van mijn leven op de vlucht geweest.
Vandaag zal de jacht op Fredy Hirsch eindigen met een moord. Ik ben niet bang voor mezelf, maar voor de kinderen die ik onder mijn hoede heb. Sinds de wereld in brand kwam te staan, gaat al mijn aandacht naar hen uit, en ik durf niet te denken aan wat er met hen zal gebeuren.
Mijn naam is Fredy Hirsch. Ik ben achtentwintig jaar oud. Ik ben een leraar. Ik ben een dromer. Ik ben niet zomaar een getal. En de gele driehoek die ik gedwongen ben te dragen, bepaalt niet wie ik ben.
Mijn naam is Fredy Hirsch, en ik heb gestreden om iets van normaliteit en fatsoen te bewaren in deze helse wereld. Ik heb liefgehad, gelachen en gehuild, en ben al duizend keer bijna gestorven.
Mijn naam is Fredy Hirsch. Ik ben een fatsoenlijk mens. Wees alsjeblieft zo goed om mijn naam te onthouden …
En waarom zouden wij de naam van Fredy Hirsch moeten onthouden? Die vraag neem je door het hele boek mee en kan je na elk hoofdstuk een stukje verder beantwoorden.
Holden laat in De onderwijzer van Auschwitz zien dat mensen, midden in het absolute kwaad, kracht kunnen hebben om vast te houden aan menselijkheid, aan waardigheid en aan zorg voor kinderen. Zij doet dit aan de hand van het waargebeurde verhaal van de jonge Fredy Hirsch, een homoseksuele, Joodse man die in Auschwitz een kinderbarak weet te creëren: een kleine, bijna onvoorstelbare oase van spel, zang, toneel en onderwijs in de schaduw van de gaskamers. De kinderen zingen, leren, maken toneelstukjes en krijgen zo, voor even, hoop èn een glimp van het normale leven in een omgeving die volledig gericht is op vernietiging. Fredy heeft heel duidelijk voor ogen welke volwassenen uit het kamp hem kunnen helpen en weet zo de juiste mensen om zich heen te krijgen:
‘Over wat voor onderwerpen moeten de lessen gaan?’
‘Alles waarmee we ze kunnen afleiden of een beetje hoop kunnen geven', antwoordde ik. ‘Liefst vullen we ook de hiaten in hun scholing zoveel mogelijk op, dus wiskunde, literatuur, natuur- en scheikunde, kunst – het standaard lesprogramma. En geen onderwerpen die mogelijk als controversieel worden gezien.’
‘En wat houden wij eraan over?’ bromde een man. Ik sloeg zijn gezicht in mijn geheugen op en besloot om geen gebruik te maken van zijn diensten.
‘Niets, behalve de dankbaarheid van de kinderen.’
‘Geen extra voedsel?’
‘Zeker niet. Het voedsel is alleen voor de kinderen. Geen van de helpers of de leraren zal ook maar iets krijgen, en iedereen die betrapt wordt op stelen, kan vertrekken. Dat is mijn strengste regel.’
In het boek maakt Holden gebruik van verschillende tijdslijnen, die elkaar afwisselen. Zo lezen we over Fredy’s jeugd tot aan zijn tijd in Auschwitz. Door de afwisselingen begrijp je zijn ontwikkeling en zijn keuzes in het kamp veel beter. De verteltrant is sterk persoonsgericht: je ziet de gebeurtenissen vooral door Fredy’s ogen.
Het is heel mooi dat Holden aan het eind van het boek getuigenissen van overlevenden, een tijdlijn, een lijst van personages en een bibliografie toevoegt. Dat benadrukt dat er uitgebreid onderzoek is gedaan in historische bronnen.
De onderwijzer van Auschwitz is een belangrijk en ontroerend eerbetoon aan Fredy Hirsch en de kinderen die hij probeerde te beschermen. Een boek dat echt gelezen moet worden.
Mijn naam is Fredy Hirsch. Ik ben een fatsoenlijk mens. Wees alsjeblieft zo goed om mijn naam te onthouden …
ISBN 978 94 027 1883 6 | NUR 302| Paperback | 329 pagina’s | Uitgeverij HarperCollins | januari 2026 |
Vertaald door Karin de Haas
© Els ten Voorde, 5 februari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De DallerGut Dromenwinkel
Kind van duizend meren
De meisjes van Wijnberg en Montalcini
Heleen Wagemans
1931 Twee meisjes, beiden groeien op in een gezin waar heel weinig geld te besteden is.
Dirkje Buter woont in Urk samen met vijf broertjes en zusjes. Haar vader is visser, haar moeder garnalenpelster. Als Dirkje bij de familie Wijnberg als dienstmeisje kan gaan werken scheelt dat weer een mond om te voeden. Wijnberg is een kunsthandelaar.
Jopie woonde in Asterdorp in Amsterdam Noord. Asterdorp is in 1927 is opgericht voor 'ontoelaatbaren' ofwel straatarme of asociale Amsterdamse gezinnen die in Asterdorp de kans kregen heropgevoed te worden. De controle was streng. - Het heeft iets weg van de kolonie van Weldadigheid dat een eeuw eerder om dezelfde reden was opgericht. -
Flora de Miranda, maatschappelijk werkster en opzichter van Asterdorp, bezorgt Jopie een baan als dienstmeisje, bij de familie Montalcini. Montalcini was een Joods-Italiaanse instrumentenmaker. Maar Jopie moest eerst het vak leren bij de 'uitstekende' Dirkje. Zo leren de meisjes elkaar kennen en ontstaat een hechte, levenslange vriendschap.
Voor beide meisjes is het leven bij de rijke werkgevers totaal anders dan thuis. Dankzij deze twee meisjes leren wij over de toestand in het Amsterdam van voor de Tweede Wereldoorlog. De bescheiden Dirkje maakt de opkomst van de vrouwenbeweging mee dankzij Zelda Wijnberg. Ook assisteert zij Johannes Koetsveld de rode dominee in Buiksloot.
Dirkje merkt dat de kunsthandelaar steeds vaker geheimzinnige 'zaken' doet. Sal, de 'Eierenjood’, bokser bij Olympia, later actief in het verzet en knokploegleider, heeft daar ook mee te maken. En zo leren we langzamerhand dat in Duitsland de situatie voor Joodse mensen steeds ondraaglijker wordt. Dat hun kunstwerken in beslag genomen worden. Wijnberg helpt dit te voorkomen. Later gaat hij in het verzet, net als Sal, inmiddels de aanstaande van Jopie. Ook verzorgt hij onderduikadressen en vluchtwegen voor de joodse mensen die steeds verder in het nauw worden gedreven.
Dirkje maakt kennis met de vrouwenbeweging, dankzij Zelda Wijnberg. Zelda is ook degene die erop staat dat elk kind verplicht leert zwemmen. Met haar inmiddels echtgenoot Johannes zorgt ook Dirkje voor opvang van Joodse mensen. Inmiddels is ook De Miranda flink bezig als wethouder voor de SDAP. Hij is ook degene die achter het tot stand komen zat van het Amstelparkbad, het latere Mirandabad. We leren ook hoe het na de oorlog de wereld in Amsterdam veranderd is.
Het is enorm interessant om te lezen hoe de gevestigde orde losser werd en de sociale voorzieningen voor de minderbedeelden vooruit ging. Het is een verhaal dat indruk maakt en gelezen moet worden. Daarnaast is het een soms vermakelijk, maar ook indrukwekkend verhaal over een vriendschap die door dik en dun gaat.
Ik ben zelf opgegroeid in Amsterdam-Noord en dat maakt voor mij het boek des te leuker om te lezen vanwege de vele herkenbare plekken die genoemd worden. Het kerkje in Buiksloot, de markt op het Mosveld etc. De buurt waar Asterdorp was werd nog heel lang het A-dorp genoemd ofwel het asociale dorp.
Erg prettig is ook de introductie van de belangrijkste personages voorin het boek.
Kortom, een zeer aangenaam én leerzaam boek.
ISBN 9789463658348 | Paperback | 379 pagina's | Elikser | 15 december 2025
© Dettie, 13 januari 2025
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
De stiltefabriek
Bridget Collins
De hoofdpersoon van dit verbijsterende verhaal is audioloog Henry Latimer.
Hij woont en werkt bij zijn schoonvader, bij gebrek aan beter, hij heeft namelijk geen opgeleiding genoten. Onlangs heeft hij een groot verlies geleden, zijn vrouw overleed bij de geboorte van hun eerste kind.
Het kind werd meteen weggebracht, zodat hij met zijn schoonvader achterbleef.
Het verhaal speelt in een tijd waarin de koetsen ratelden over de straatkeien. Londen is een vieze, lawaaierige stad en het is niet vreemd dat hij met graagte ingaat op het aanbod van een vreemde heer, die hulp zoekt voor zijn dove dochter.
De man, sir Edward, heeft in het noorden van het land een zijdefabriek. Dat textiel wordt niet door rupsen geweven, maar door spinnen, en het heeft bijzondere eigenschappen: het neemt geluid weg!
Henry is niet alleen onder de indruk van de zijde, maar ook van de heer Edward zelf.
Maar is die meneer wel helemaal zuiver op de graat?
Henry ziet wel dat het in het dorp niet goed gaat: veel mensen zijn doof, soms worden ze zelfs krankzinnig en plegen zelfmoord. En in de fabriek werken hele jonge kinderen. Maar ja, dat hoort er nu eenmaal bij als je een goed product maakt waar anderen hun voordeel mee kunnen doen.
‘Ik ben niet zo naïef dat ik niet begrijp dat er aan elke vooruitgang een prijskaartje hangt.’
Maar Henry is niet alleen naïef, hij is ook in de ban van sir Edward en dus goedgelovig. Ook al waarschuwen mensen hem, bijvoorbeeld de gouvernante van sir Edwards dochtertje.
‘U moet naar huis teruggaan’. Maar natuurlijk doet Henry dat niet.
Het verhaal over de spinnen, hoe ze ontdekt zijn en in Engeland terecht zijn gekomen, staat in hoofdstukken tussen het verhaal van Henry en de stiltefabriek.
In beide verhalen wordt de sfeer in toenemende mate beklemmend en dreigend, en als lezer kun je het boek niet meer wegleggen. Hoe kan het dat die zijde magisch is, en wat kun je er mee?
Wat gebeurt er in de fabriek? Hoe loopt dit af?
In een prachtige taal vertelt Bridget Collins een magisch verhaal, dat evenwel wel degelijk raakvlakken heeft met de realiteit van de geschiedenis: kinderarbeid en de kloof tussen arm en rijk, clandestiene homoseksualiteit. Over uitvindingen die op de juiste manier gebruikt kunnen worden, maar die in de handen van de verkeerde persoon veel kwaad veroorzaken.
Daarnaast is er de uitwerking van een karakter, van een slapjanus tot een krachtig persoon.
De omslag van ‘de stiltefabriek' is genomineerd voor Mooiste Boekomslag 2025.
Bridget Collins (1981 Kent, Engeland) studeerde Engelse letterkunde in Cambridge en volgde een acteursopleiding aan de kunstacademie van Londen. Ze woont in Tunbridge Wells, Kent. Haar spectaculaire debuutroman De boekbinder was een internationale bestseller en stond op de shortlist voor het Waterstones Book of the Year in 2019. De stiltefabriek is haar derde roman.
ISBN 9789044369991 | Paperback |384 pagina's | Uitgeverij House of the Books | 21 oktober 2025
Vertaald uit het Engels door: Marga Blankestijn
© Marjo, 9 januari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Nausikaä en de grote goden
Pim Wiersinga
Wie ooit Homerus heeft gelezen, herkent het een en ander: de versvorm, de dactylische hexameter (hoewel niet altijd precies kloppend) en de uitroepen als ‘O, muze’. Ook de naam Nausikäa klinkt dan waarschijnlijk bekend in de oren, zij is een personage uit de Odyssee, de koningsdochter die Odysseus op het strand aantreft en hem helpt terug te keren naar Ithaka.
De Nausikaä uit het boek is louter een naamgenoot. Ze staat voor de moderne vrouw, die haar weg zoekt in het leven. Zij wil weten wat de waarheid is en dan zelf keuzes maken.
Zij reist met haar tante Hypsikratea, de verteller van het verhaal, vluchtend voor de Romeinen, via Sinope naar Herakleia. Haar tante heeft haar weggehaald uit Amisos, een lusthof, zij hoort daar niet thuis.
Hypsikratea is de opperstalmeesteres, de jongste zus en misschien ook de vrouw van Mithradates, die ook de lang geheim gebleven vader van Nausikaä is.
Koning Mithradates VI van Pontos (134 – 63 BC) is een twijfelachtig figuur. Het is onduidelijk of hij gezien moet worden als een democratische vorst ofwel een massamoordenaar. Rome was zijn grote vijand. In 88BC gaf de koning opdracht tot de moord op tienduizenden Romeinen in Klein-Azië.
Zijn motief: een eind maken aan de uitbuiting waaraan Romeinse bankiers en andere oligarchen zich bezondigden.
Moord – en oorlog - was blijkbaar gerechtvaardigd, terwijl hij weigerde om waterputten te vergiftigen, een nog doeltreffender methode.
In Nausikaä en de grote goden voert het meisje onderweg gesprekken met haar tante, over wie ze is, en wie of wat ze zou moeten zijn.
Ook is er een rol weggelegd voor de meer frivole Luna, een vriendin uit Amisos. Nausikaä bevraagt zichzelf over deze vriendschap, die duidelijk een lesbisch tintje heeft.
Op de achtergrond lezen we over historische feiten: de verwoesting van Kabeira door de Romeinse generaal Lucullus, en de machtsstrijd tussen de Galaten en de Romeinen in Pergamon.
En ja, het is pittig. Heb je geen voorkennis over de boeken van Homerus, of überhaupt over de mythologie, dan is het zelfs een flinke kluif. Dat ligt aan de vorm – hoewel de verzen niet storen, eerder het lezen vergemakkelijken - en aan de namen van personen en plaatsen – helaas ontbreekt een overzichtskaart. Toch is de thematiek actueel: een jongedame die op zoek is naar zichzelf
Pim Wiersinga (1954 - 2024) debuteerde in 1992 met de roman Honingvogels, genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Hij werd bekend door zijn epische roman Gracchanten (1995).
Bij uitgeverij In de Knipscheer verschenen de romans Het paviljoen van de vergeten concubines (2014), Eleonora en de liefde (2016) en Zena’s Arena (2022).
ISBN 9789493368347 | Paperback | 140 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | 5 november 2025
© Marjo, 2 januari 2026
Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
Jij blijft