Non-fictie

Erlend Loe en Petter Amundsen

altDe ontmaskering van Shakespeare
Erlend Loe en Petter Amundsen


Wij kennen Erlend Loe als schrijver, maar hij was ook een periode adviseur van de Noorse filmbond. In die hoedanigheid leerde hij Petter Amundsen kennen, een fascinerende man met vele bezigheden, die zich op dat moment vastgebeten had in de ontmaskering van Shakespeare. Hij wilde een film maken in de stijl van Dan Brown over een aantal ontdekkingen die hij gedaan had: in de scripten van Shakespeare zelf, maar ook in secundaire literatuur. Erlend Loe heeft een boek gemaakt van zijn gesprekken met Amundsen, die zijn theorieën langzaam en terdege onderbouw uiteenvouwt.


Er zijn eigenlijk twee theorieën. De eerste is dat er misschien wel een man heeft geleefd die Shakespeare heette en toneelspeler was, maar hij is zeker niet degene die de stukken geschreven heeft.  Amundsen beweert dat Francis Bacon de eigenlijke schrijver is. Hij toont dat aan met behulp van de Eerste Folio-uitgave, dat vol zou zitten met verwijzingen. Numerologie, magische verbanden, combinaties van letters en cijfers, zoals die gevonden kunnen worden met behulp van geometrische figuren, stijlvormen zoals acrostichons en palindromen, alles volgens de regels van de vrijmetselarij, de sterrenkunde, de Rozenkruizers en Tempeliers. Het wordt te veel om het hier uit te leggen, veel van wat verteld wordt, is van het gooi-maar-in-mijn-petniveau, vooral voor een alfa als ik. Maar alles wordt goed uitgelegd, met tekeningen en foto’s onderbouwd. En Erlend Loe stelt precies de kritische vragen die bij de lezer opkomen. Waarom zou Francis Bacon zich in hemelsnaam bezig gehouden hebben met deze cryptische manier van kenbaar maken dat hij de schrijver is? En, dat is de tweede theorie, waar de schat verborgen is, waar al jaren naar gezocht wordt.
Op de eerste vraag krijgen we als antwoord dat in de stukken van Shakespeare feiten en verzinsels over het koningshuis gebruikt worden waar een vooraanstaand man als Bacon zich niet open en bloot mee in kon laten. Een volksschrijver kon dat gerust doen. Waarom dan zo cryptisch?  Natuurlijk kunnen we dat nooit weten, zegt Amundsen, maar Bacon was nu eenmaal een vrijmetselaar, en dol op dit soort geheimen.
De schat - waarvan niet eens zeker is, wat hij bevat: originele manuscripten? Geld en goud? Of iets van religieuze aard? – moet op een eiland voor de Amerikaanse kust liggen: Nova Scotia. Als het mysterieuze Atlantis en de Heilige Graal er bij worden gehaald, wordt helaas het geheel ongeloofwaardiger. Maar op dat eiland zou echt een schat liggen, eentje die met boobytraps beveiligd is, en waar ook na al die eeuwen niemand nog erin geslaagd is iets te vinden, ondanks al dat schatgraven.
Het is een fascinerend boek, en die film is ook nog gemaakt. Maar de ophef die Amundsen verwachtte, die heb ik gemist.


ISBN 9789044510966 | hardcover | 429 pagina's | Uitgeverij De Geus | december 2007
Vertaald uit het Noors door Marianne Molenaar

© Marjo, 17 augustus 2011

 Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER