Nieuwe recensies Non-fictie

FC Barcelona. Het Imperium
Cruijff, Messi en de onzekere toekomst van de grootste voetbalclub ter wereld
Simon Kuper


Wat een leuk geschreven boek is dit! Ook voor degene die niet direct een kenner of liefhebber is van de voetbalsport valt hier veel te genieten. De vele smeuïge verhalen over Cruijff en andere voetbalsterren zijn vermakelijk om te lezen. De redeneringen van Cruijff waren onnavolgbaar, maar dat vond hij niet erg. ‘Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd,’ zei hij eens tegen een journalist. En opmerkelijk was ook zijn analyse van een voetbalwedstrijd: ‘Da’s logisch, in principe. Hun hebben er dan vijf en wij zes, want twee zijn er altijd vrij’ (blz. 87). Nog eentje: ‘Er is maar één bal. Als wij hem hebben, hebben zij hem niet’ (blz. 92).


In een groot gedeelte van het boek staat Johan Cruijff centraal. Hij introduceerde als trainer van Barcelona (1988-1996) een voetbalstijl van snelle en accurate passes, voortdurend druk zetten en voortdurend aanvallen. De schrijver ziet in hem “de aartsvader van het moderne voetbal”. Van voetballer en trainer ontwikkelde Cruijff zich na zijn carrière tot krantencolumnist en tv-analist. Met zijn Johan Cruyff Foundation ondersteunde hij zowel niet-gehandicapte kinderen als gehandicapte kinderen. Op Cruyff Institutes, Cruyff Universities en Cruyff Colleges konden sporters alsnog de kennis opdoen die ze in hun jeugd waren misgelopen. Zelf heeft hij die moeite nooit genomen. In de herfst van zijn leven zei hij: ‘Mijn enige diploma is een zwemdiploma dat ik op mijn achtste gehaald heb.’ Cruijff was een begaafde en opmerkelijke man. Als vader wilde hij zijn kinderen alles geven wat ze nodig hadden. Zijn eigen vader overleed toen Cruijff nog jong was.


De tweede hoofdpersoon is Lionel Messi. Opnieuw behaalde Barcelona jarenlang het ene na het andere succes. Tegelijk zoog Messi alle financiële middelen van de voetbalclub leeg waardoor het aankoopbeleid om nieuwe talentvolle voetballers aan te kopen, faalde. Het ging om absurde bedragen. Zijn salaris liep op tot 100 miljoen euro per jaar. Tussen 2017 en 2021 verdiende de speler in totaal meer dan 555 miljoen euro. Messi was een weergaloze speler, maar tegelijk een molensteen om de hals van de club. Zijn succes was tegelijk oorzaak van de neergang van de club. Barcelona raakte in het slop. De huidige trainer, Ronald Koeman, staat voor de moeilijke taak het schip weer vlot te trekken.


FC Barcelona is ‘meer dan een club’. Voor de Catalanen is het een leefstijl en wereldwijd is ‘Barça’ een icoon.  Barça staat voor een totaalpakket. Diëtisten stellen voor de spelers een voedingspakket samen. De sportartsen beschikken over een geavanceerde MRI-scanner waarmee elke millimeter van een scheurtje ontdekt kan worden. Psychologen hebben een programma ontwikkeld om voldoende rust en slaap voor de spelers te waarborgen.


Het wordt dubieus als Simon Kuper uit de doeken doet hoe veelbelovende jongetjes uit hun gezin worden geplukt en hoe zij ‘mentoren’ als plaatsvervangende vaders en moeders krijgen. Het kind moet leren omgaan met prestatiedruk. Soms laten luidsprekers heel hard het geluid van een vol stadion horen, zodat de kinderen eraan kunnen wennen (blz. 263 en 264).


FC Barcelona bouwt aan een campus waar de fans de hele dag voorafgaand aan een wedstrijd kunnen doorbrengen. Er zijn terrasjes, een winkelcentrum, een bioscoop. Hier neemt voetbal de rol van religie over als zingever van het leven.


Het boek opent met een beknopte biografische schets van spelers en trainers. Er is een bijlage met recepten, een notenapparaat, bibliografie, register en fotokatern opgenomen. Kortom: een prachtige uitgave.


Simon Kuper is een Britse auteur die in Nederland is opgegroeid. Begin dit jaar verscheen van hem bij dezelfde uitgever ‘De vrolijke verrader’. Eveneens een vlot geschreven boek. Het gaat in dit boek niet over een voetballer, maar over de KGB-spion George Blake. De bespreking ervan is ook op Leestafel.info te vinden.


ISBN 9789046828601| Paperback | 368 pagina's | Nieuw Amsterdam | augustus 2021
FC Barcelona is vertaald door Erik de Vries en Edwin Krijgsman.

© Henk Hofman, 14 september 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Moderne en Hedendaagse Kunst Begrijpen
Inzicht krijgen in de belangrijkste kunststromingen
Sam Phillips


Dit boek is een vervolg op het hiervoor besproken boek. Het beslaat de periode van de opkomst van de moderne kunst tot en met kunst uit de 21e eeuw. De opzet van de twee delen is aan elkaar gelijk. Ook hier treffen we dezelfde overzichtelijke structuur aan en de tekst is eveneens helder geschreven.
Op het vlak van de kunst zelf vallen er echter grote verschillen op.


Deel twee laat zien dat kunst fragmentarisch en individualistisch is geworden. Kunststromingen, zoals renaissance, barok en rococo besloegen decennia en kunstenaars voegden zich in een gemeenschappelijke stijl. Moderne kunst is een lappendeken aan invalshoeken, een stroming duurt slechts enkele jaren, en kunstenaars leggen zich toe op individuele expressie.
De Performance art (circa 1960) is daar een goed voorbeeld van. Hier is het lichaam van de kunstenaar zelf tot kunstvorm verheven. Modellen drukten hun beschilderde lichaam op het doek onder het toeziend oog van toeschouwers, die daarmee voyeur werden.


Kunst kreeg een andere betekenis. ‘Alles kan kunst zijn.’ Beroemd is de ‘Fontein’ van Marcel Duchamp. Deze Franse kunstenaar leverde een urinoir in voor een expositie. Kunst kon van overal komen, zelfs uit een openbaar toilet.


De Britse kunstenaar Bansky verkocht op een veiling een schilderij voor meer dan 1 miljoen euro. Direct nadat de koop gesloten was, werd de onderste helft van het kunstwerk in repen gesneden. In de lijst van het schilderij zat een papiervernietiger verborgen. Deze ‘act’ wordt niet in het hier besproken boek genoemd. In de Lijst van Kunstenaars wordt Bansky wel genoemd met een verwijzing naar street art. Zoek je het hoofdstukje over street art op dan lees je als typering van deze stroming dat het gaat om kunst waar geen opdracht voor is gegeven en geen toestemming voor is verleend. Dat past perfect bij de act om een deel van het schilderij te versnipperen. De koper begreep dit kennelijk, want hij behield het schilderij.


Sommige kunstenaars wilden de grenzen van wat kunst genoemd kon worden niet alleen verleggen, maar ook uitwissen, zodat kunst en leven één werden. Omdat kunst gelijk was aan leven, en geen artikel, weigerden deze kunstenaars hun werk te verkopen.


Het zal duidelijk zijn dat de vraag of een kunstwerk ‘mooi’ is en waar het op ‘lijkt’ niet langer van toepassing kan zijn.


Kunst weerspiegelt de samenleving. Het is gedaan met het grote verhaal. Ieder zijn eigen waarheid, zijn eigen geloof en zijn eigen moraal. Als moderne kunst chaotisch overkomt is dat niet anders dan de verbeelding van het chaotische in de samenleving. Veel mensen ervaren het nieuws dat de media brengen en het informatiebombardement van de sociale media als verwarrend. Zekerheden zijn weggevallen. In dit labyrint moeten jonge mensen hun weg zien te vinden en zelf hun keuzes maken. In het onderwijs is overdracht van de traditie niet langer een kerndoel, maar zelfontplooiing van de leerling en student. De leerkracht is niet langer de autoriteit die de route uitstippelt, maar de coach die de pupil stimuleert om zijn eigen identiteit te ontwikkelen.


Kunst van de late 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw laat zien dat de cohesie in de samenleving is verdwenen. Daarmee is aangegeven dat kunst betekenisvol blijft, zelfs al mag iedere beschouwer zijn eigen interpretatie volgen.


Sam Phillips is voormalig hoofdredacteur van Royal Academy of Arts Magazine. De uitstekende vertaling is van Aad van der Kooij.


ISBN 9789463590440 |Paperback | Uitgeverij Librero | Omvang 168 blz. | 2021

© Henk Hofman, 20 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER.

 

Alexandrië
Edmund Richardson


Voor een armoedzaaier als James Lewis (1800-1853) was de enige mogelijkheid om iets te bereiken in het leven dienst nemen in het leger. Als soldaat bij de Britse Oost-Indische Compagnie arriveert hij in Agra. Op een dag in 1827 heeft hij er genoeg van. Aanzien hoe de hoge officieren zich verrijkten terwijl degenen die het werk deden het met een aalmoes moesten doen, ergerde hem vreselijk.
Hij trekt de woestijn in en verandert zijn naam: als Charles Masson zal hij bekend worden.


Zwervend door India met Kabul, in Afghanistan als vaag doel beleefde hij allerlei hachelijke avonturen. Maar hij overleefde het allemaal.
Onderweg hoorde hij verhalen over antieke ruïnes, over Alexander de Grote, en raakt geobsedeerd.
Was het mogelijk om de overblijfselen van Alexanders expeditie op te sporen?
De stad Alexandrië onder de Bergen was een kruispunt tussen Oost en West. Nu was deze stad net als vele andere plaatsen waar Alexander de Grote zijn stempel op had gedrukt, bedolven onder het zand.
Masson wist niet waar hij moest beginnen, hij had geen boeken, geen kaarten en ook geen geld. En als deserteur stond er een prijs op zijn hoofd. Maar dat hield hem niet tegen.


Rond Kabul en Jalalabad in het zuidoosten van Afghanistan ontdekte Masson vele boeddhistische vindplaatsen waar een grote verzameling kleine voorwerpen en veel munten wordt verzameld, voornamelijk van de site op Bagram (de oude Alexandrië op de Kaukasus).
Vanaf het moment dat hij in 1827 deserteerde tot zijn terugkeer naar Engeland in 1842, verzamelde Masson naar schatting ongeveer 47.000 oude munten. Samen met de andere vondsten zijn deze heden ten dage in handen van het Brits museum.


Het verhaal van zijn avonturen is een bijzonder verhaal. Hij bleef lang uit de handen van het leger, in allerlei vermommingen en toen hij gevonden werd namen ze hem in dienst als spion voor Engeland. Dat deed hij tot eigen leedwezen niet onverdienstelijk.


Uit de verhalen die we lezen in dit boek moet je de conclusie trekken dat Masson een eerlijk, sociaal en plichtsgetrouw man was, die zich ergerde aan de inhaligheid van de Britten die het overwonnen volk onderdrukten en beroofden. Zijn rechtschapenheid verhinderde hem niet zijn vondsten naar Engeland te sturen, maar zo ging dat in die tijd.


Hij had contacten met andere Westerse reizigers, met Indiase koningen (sjahs). Hij werd aangezien als spion voor de Russen en gevangen gezet. En al die tijd vocht hij voor erkenning. Hij was immers archeoloog nu. Maar wat hij te vertellen had wilden de Britten niet horen. Zij wilden hun eigen beeld van Alexander als grote veroveraar behouden. Dat Alexander de Grote inderdaad gevochten had en wandaden had begaan, dat konden ze nog wel accepteren, maar dat hij eigenlijk had geprobeerd een brug te slaan tussen het Westen en het Oosten, dat wilden ze niet horen.  En het was een doorn in het oog dat Masson de oorlog in Afghanistan - door de Britse Oost-Indische Compagnie - veroordeelde en hun helden juist neerzette als misdadigers.


Charles Masson bracht de rest van zijn door in Engeland, niet zoals hij gewenst had in zijn geliefde Afghanistan. Erkenning van het belang van zijn werk kwam pas ver na zijn dood in 1853. Een eeuw later zelfs.


Na het biografische verhaal dat zoals Edmund Richardson aangeeft echt gebeurd is, ‘ondanks verwoede pogingen van vrijwel alle betrokkenen om het te verdraaien of te verdoezelen’ volgt een indrukwekkende lijst met noten (verwijzingen naar waar bepaalde feiten en quotes te vinden zijn) en een niet minder indrukwekkende lijst boeken en publicaties, en nog enkele andere toevoegingen.
Al lezend verbaas je je over de wereld zoals die was in de negentiende eeuw. En over de parallellen die we met het heden kunnen trekken.
Een verbijsterend  en boeiend verhaal.


Edmund Richardson is professor Klassieke Talen aan de universiteit van Durham. Hij publiceerde in 2013 Classical Victorians: Scholars, Scoundrels and Generals in Pursuit of Antiquity. In 2016 werd hij uitgeroepen tot een van de New Generation Thinkers door de BBC/AHRC.


ISBN 9789048860487 | paperback | 400 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | mei 2021
Uit het Engels vertaald door Alexander van Kesteren

© Marjo, 9 augustus  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Confettiregen
Splinter Chabot


Ach wat een mooi boek. Zo ontwapenend, zo eerlijk, zo kwetsbaar en zo sterk.

Wobie (Splinter Chabot), de verteller, groeit op in een heel warm en liefdevol gezin. Moeder is arts, vader (Bart Chabot) is schrijver. Samen met zijn twee broers heeft hij een onbezorgde jeugd waarin hij mag zijn wie hij is. Wobie houdt namelijk van roze, en verkleed zich af en toe lekker in een van mama's jurken. Maar de eerste barst komt als hij met grote oorbellen in naar school gaat. Tot zijn bevreemding merkt hij dat een jongen dàt toch niet hoort te doen.


Zo langzamerhand merkt Wobie dat hij anders is dan andere jongens. Aanvankelijk constateert hij dat alleen, maar echt erg is het niet. Maar het zijn van die kleine dingetjes die samen toch uiteindelijk zorgen voor een bal die steeds groter wordt. Er rijst in hem een vermoeden dat hij niet wil accepteren en wie zegt dat zijn vermoeden juist is?


Toch wordt hij onweerstaanbaar tot bepaalde zaken aangetrokken, zoals foto's van mannen op internet. Hij wil het niet erkennen maar het doet iets met hem, maar wat? Hij weet wat er met hem aan de hand is maar ook weer niet. Het kan een fase zijn, het gebeurt wel vaker volgens de verhalen. Het komt er op neer dat hij diep in zijn hart wèl weet wat dat akelige gevoel is maar hij is er nog niet aan toe, hij kan het nog niet aan. Het lichte gevoel van vroeger gaat over in een grijs, af en toe donkergrijs tegen zwart aan. De innerlijke worsteling is groot. Hij wil het niet, hij wil normaal zijn, hij weet wat hem te wachten staat. Pesterij, scheldwoorden, geen acceptatie van hem als mens.


Gelukkig heeft hij een enorm arsenaal aan vriendinnen die enorm met hem meeleven. Helemaal als hij op school zijn oog laat vallen op Daniël die hem als gewoon mens behandelt. Hij kent dat niet, gewoon vrienden met een jongen zijn, maar is dat zo? Voelt hij inderdaad alleen maar vriendschap? Opnieuw slaan allerlei gevoelens van onzekerheid toe.


Naast de worsteling met zijn wisselende gevoelens gaat ook het gewone schoolleven door wat ook de nodige problemen én de nodige lol oplevert.


Wobie (een verbastering van zijn held Bowie) vertelt over zijn ouders, die hem allerlei handreikingen doen om zich uit te spreken, maar in zijn lijf zit het op slot. Hij kan het niet zeggen, want dan is het definitief. Je denkt af en toe, jongen vertel het nou, het zal je zo goed doen, jouw ouders zijn zo vrijgevochten, vertel het nou! Maar het kan pas als hij er écht aan toe is.


Wobie ontdekt de drank, dat geeft wat rust, de verkramping is dan minder. Maar toch de uiteindelijke verwarring, de onrust, de onzekerheid, de angst, alles wordt steeds groter, het is nagenoeg ondraaglijk.
Maar ook nu staan zijn vriendinnen hem bij, ze zijn er altijd voor hem, zelfs in zijn zwartste dagen.
Gelukkig komt de grote ommekeer, en samen met Wobie slaak je een diepe zucht van opluchting. Je bent blij voor Wobie, eindelijk is er rust, eindelijk, eindelijk, eindelijk.


Het is, zoals gemeld, een prachtig coming of age verhaal gebaseerd op het leven van Splinter Chabot zelf. Het boek zal voor elk mens dat worstelt met gelijke gevoelens als Splinter een enorme hulp zijn. Het is namelijk een heel eerlijk verhaal met alle ups en downs en dàt maakt het, naast de prettige schrijfstijl - met veel metaforen - ook zo mooi en bijzonder.
Een fantastisch koesterboek.


Zie ook de uitzending van DWDD met Splinter Chabot over dit boek


ISBN 9789000370634 | Hardcover | 342 pagina's | NUR 320 | Spectrum Non-Fictie | maart 2020

© Dettie, 13 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bik
Cor Gout


De hoedenzaak in Den Haag (Geest 32a) heet Bik Hoeden en Petten, naar de familie die er de eigenaar en uitbater was. De laatste in de rij was Jo Bik. Hoewel de winkel nog een jaar of tien bleef bestaan, was het doek al aan het vallen.
Simon Johannes Bik, hoofdpersoon van dit fraaie boekje en consequent Bik genoemd, is de broer van Jo. Hun vader was Jacobus Bik, een man die nazisympathieën schijnt te hebben gehad en met wie Bik niet al te best overweg kon. De band met zijn moeder was inniger.


Maar we beginnen in 1937, in Berlijn, met een korte maar duidelijke uiteenzetting over de toestand in Berlijn in de jaren voorafgaand aan de oorlog. Bik is bij het handeldrijven in stof in contact gekomen met de Duitse schone Irmina. Hij heeft de stoffen naar Den Haag gestuurd en is bij zijn geliefde gebleven. Samen genieten ze van het leven. De enige schaduw is Ulli, een oudere man die ook in woning boven de stoffenzaak woont en hand- en spandiensten verleent. Te veel naar de zin van Bik, maar Irmina wil hem niet kwijt.
Als hij nog meer ontdekt over zijn vriendin, kiest Bik eieren voor zijn geld, hij had toch al een beetje heimwee naar Den Haag.


Na opnieuw een korte achtergrondschets, gaan we verder in Den Haag, in 1941. Met een dubieuze opdracht: Bik zal als contactpersoon (lees: spion) fungeren voor de Duitsers. Een van zijn opdrachten is infiltreren in het verzet. Het lijkt allemaal niet echt van de grond te komen, een sterk karakter is de man niet. Zijn hart ligt dan ook elders: hij heeft techniek gestudeerd en is gefascineerd door auto’s.


De oorlog gaat voorbij zonder schokkende gebeurtenissen voor de familie Bik. Als de vijand verdreven is worden evenwel Biks ouders opgepakt: zij zouden geheuld hebben met de Duitsers. Moeder Bik wordt snel vrijgelaten, vader Bik pas na een paar jaar, als een gebroken man.
In die tijd nam dochter Jo Bik de leiding over de winkel over. Met succes.
In het leven van Bik gebeurt niet zo veel meer. Hoewel hij nog steeds verlangt naar Irmina is hij niet ondernemend genoeg om een reis naar Berlijn te ondernemen. De jaren gaan voorbij tot Jo overlijdt in 1991. In 2007 wordt ook Bik gevonden. In alle eenzaamheid overleden in zijn eigen woning.


Deze non-fictie roman in fragmenten is een tijdschets over Berlijn en de opkomst van het nazisme, over de bekende hoedenwinkel in Den Haag en over het ontstaan van de wijk Kortenbos. Centraal personage is Bik, een wat kleurloze man, die het geluk niet gevonden schijnt te hebben.


De opbouw van het boek is apart. Steeds wordt een fragment dat meerdere pagina’s beslaat voorafgegaan door een korte omschrijving die dat wat volgt verduidelijkt. Dat biedt interessante informatie. Er is bronnenvermelding. Een opsomming van wat men aantrof in het huis aan de Geest, na het overlijden van Bik, en er zijn foto’s in het boek opgenomen.


De winkel die beschreven is bestaat niet meer. Een groot deel van het interieur bevindt zich in het Nederlands Openluchtmuseum in Arnhem. Daarnaast zijn de historische kassa, hoedenstandaards, een hoedenstomer en de grote rode hoed, die als reclamebord aan de gevel hing opgenomen in de collectie van het Haags Historisch Museum.

Zie ook https://shie.nl/bedrijven/bik-hoeden-en-petten-1890-1991


Cor Gout (Den Haag, 1946) is neerlandicus, filosoof, schrijver, zanger en programmamaker, schreef eerder korte verhalen, gedichten, teksten bij een prentenboek en bij een leporello, boeken over muziek, songteksten, verzameld en vertaald in het Frans, en een verhandeling over een filosofisch onderwerp.
Tien jaar lang (2011–2019) gaf Cor Gout samen met Els Kort (die ook dit boek vorm gaf) leiding aan het literair tijdschrift Extaze.


ISBN 9789493214217 | hardcover | 168 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | juni 2021

© Marjo, 7 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Servus
Macht, slavernij, uitsluiting en verzet
Fred de Haas

'De geschiedenis wijst uit dat, als je mensen hun gang laat gaan, het recht van de sterkste over het algemeen zegeviert. De zwakkere loopt altijd de kans slachtoffer te worden van geestelijk en/of lichamelijk geweld.'


Honderdvijftig jaar geleden werd door Nederland de slavernij afgeschaft in de toenmalige koloniën Suriname en het Nederlands Caribisch gebied. Het woord slaaf is afgeleid van de benaming van een volk van de Balkan, de Slaven. Vanaf de negende eeuw trokken onder andere de Duitsers door de Balkan. Van hun plundertochten namen ze grote groepen mensen van Slavische afkomst mee die ze inzetten als slaven.


Toch is slavernij niet pas in die tijd ontstaan. In dit boek lezen we hoe het van vrijwel alle tijden is, overal ter wereld, door alle volkeren toegepast. Eerder werden woorden als ‘onvrije’ of ‘bediende’ gebruikt, in de Middeleeuwen ontstaat de term horige. Hierdoor kreeg het woord slaaf zijn nieuwe betekenis, die van lijfeigene. Officieel geen slaven meer, maar niettemin gebonden aan hun ‘werkgever’. Voor de betreffende mensen komt het op hetzelfde neer: Beroofd van hun waardigheid moesten ze zwaar werk doen, onbetaald natuurlijk, en waren ze onderworpen aan hun meester, die als ze pech hadden hun macht vaak misbruikten. Voor vrouwen betekende het vaak seksuele uitbuiting, in het gunstigste geval in een harem.


Bij de oude volken – Grieken, Romeinen - werd slavernij reeds beschreven zonder ook maar enige schaamte. Deze slaven waren vaak afkomstig uit overwonnen gebiedsdelen, ze werden meegenomen als krijgsgevangenen. Ook mensen met een andere religieuze achtergrond, een andere kleur huid, of gewoon een ‘vreemd’ volk, werden als slaaf gebruikt door mensen die machtiger waren.
Redenen genoeg om het mogelijk te maken iemand te vernederen en te misbruiken.


Waren de slaven aanvankelijk, tot in de Middeleeuwen, veelal blank, toen eenmaal de wereld ‘ontdekt’ werd (gekolonialiseerd) vanaf de 15e eeuw werden er veel Afrikaanse slaven vervoerd.
In onze eigen geschiedenis werd Curaçao de basis van de handel. Tot het einde van de 17e eeuw haalden zij Afrikanen uit Bénin (Dahomey) en uit Angola, later uit Nigeria en uit Ivoorkust.


Overigens, wie denkt dat de schrijvers van het Nieuwe Testament toch wel anders gedacht zullen hebben zal worden teleurgesteld. In Efesiërs 6:5 lezen we: ‘Slaven, gehoorzaam je aardse meesters met diep ontzag en vrees. Dien hen oprecht zoals je Christus zou dienen’.

De titel van dit boek:
Servus is een Latijnse begroeting, die in Oostenrijk nog steeds in gebruik is. Het staat letterlijk voor dienaar of slaaf en betekent dus zoveel als tot uw dienst.
Je leest over hoe mensen hun vrijheid ontnomen werd, verhandeld door Arabieren, maar ook door Europeanen.  Er staan heel veel feiten in. Jaartallen, plaatsnamen, over hoe de slavernij in een specifiek gebied ontstond – onder andere koloniaal en postkoloniaal -  en weer verdween.
Hoewel: verdwenen is het eigenlijk nooit. Denk aan soldaten tijdens de wereldoorlogen, die werden geronseld in overzeese gebieden. Denk aan kindsoldaten, en de immer aanwezige mensenhandel.


'Moderne slaven zijn te vinden in Afrika (ruim 70 miljoen), Azië en de Pacific (ruim 60 miljoen), Noord- en Zuid-Amerika (ruim tien miljoen), Europa en Midden-Azië (ruim 5 miljoen) en de Arabische Staten (ruim 1 miljoen).'


Met voetnoten, een nawoord en een bibliografie.


Fred de Haas (Utrecht, 1938) studeerde cum laude af aan de Rijksuniversiteit te Utrecht in de Franse, Spaanse en Portugese taal- en letterkunde. Hij werkte als leraar Frans en Spaans in het middelbaar onderwijs en gaf les aan het St. Bonifatiuscollege in Utrecht, het Radulphus College in Willemstad-Curaçao en Het Rijnlands Lyceum in Oegstgeest. Fred de Haas vertaalde uit het Papiaments werk van Antilliaanse dichters.


ISBN 9789493214163 | paperback| 216 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer| maart 2021

© Marjo, 1 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Toffe truien breien
15 ontwerpen om te combineren tot jouw unieke trui
Emma Wright


Ooooh was mijn eerste reactie toen ik de trui op de cover zag. En eigenlijk bleef ik oooh zeggen toen ik de rest van de truien in het boek bekeek. Wat een ontzettend mooie truien. Je zou het liefst aan allemaal tegelijk willen beginnen. Niet te doen natuurlijk. Maar alleen ernaar kijken is al genieten.


Emma Wright gaat er in haar boek van uit dat je kunt breien en al eens één of meerdere projectjes hebt afgerond. Het is dus geen boek voor pure beginners die nog moeten leren breien. Het breigaren dat gebruikt is, is overal verkrijgbaar maar je kunt natuurlijk altijd zelf kiezen welk garen je wilt gebruiken, mits het voldoet aan de dikte van het garen van de patronen en het proeflapje klopt met de beschrijving van de trui.


Verder heeft ze de truien onderverdeeld in 3 basisvormen; de rechte trui, de trui met ingezette mouwen en de trui met raglanmouwen - Het kenmerk van een raglanmouw is dat er een schuine naad loopt vanaf de okselholte tot de halskraag -
De rechte trui is het makkelijkste model om te breien. De raglantrui het moeilijkste, hoewel deze ook niet écht moeilijk is.


De truien zijn door Emma Wright zelf ontworpen en achterin het boek staan diverse blanco modellen waarmee je zelf aan de slag kunt gaan om je eigen unieke trui te ontwerpen.


De rechte truien worden bijzonder door de toegepaste steken, de kleuren of de extraatjes, zoals gebreide zakken die later op de trui bevestigd kunnen worden. Zo heb je bijvoorbeeld een trui met mooie kabels op de mouwen, of een trui met fraaie V-hals. Maar ook de warme trui in patentsteek met verschillende knoopjes op de schouder is een plaatje om te zien. Persoonlijk vind ik de zwart-wit gestreepte trui met roestbruin bovenstuk erg mooi terwijl die totaal niet moeilijk om te breien is.
Bij alle truien staan ook steeds tips en trucs waardoor je de trui o.a. een heel ander aanzien kan geven, bijvoorbeeld door de strepen breder of smaller te breien. Of je krijgt de tip dat als je geen kabelnaald hebt een potlood kunt gebruiken.


De truien met ingezette mouw, zoals de geweldige trui op de cover van het boek, zijn ietsje moeilijker om te maken maar veel verschil met de rechte truien is er niet, het ziet er alleen wat professioneler uit. Bovendien leer je hoe je kabels in manchetten - wat de trui gelijk bijzonder maakt -  kunt breien of hoe je Fair Isle-breiwerk in je ontwerp kunt toepassen. Fair Isle breien is een techniek om kleurig ingebreid breiwerk te maken. Verschillende kleuren worden gebruikt, maar in één toer worden nooit meer dan twee kleuren tegelijk gebruikt. Er zijn verschillende halsvormen etc.


De truien met raglanmouw zijn eveneens een lust voor het oog. Één trui is voorzien van een rits, de ander is gebreid met een pied de poule ruitje, er wordt een Schotse Tartan ruit getoond die je niet hoeft in de breien maar kunt mazen.- Een tartan is een geruite, wollen stof, waar de Schotse kilt van wordt gemaakt.
En zo zit het boek boordevol ideeën en suggesties voor het ontwerpen van je eigen trui.


En dan... kunnen we beginnen want van alle truien staat de beschrijving van maat S tot en met XXL in het boek! De beschrijving is heel uitgebreid en ook het in elkaar zetten wordt duidelijk beschreven. Het leuke is dat je de delen van alle ontwerpen uit een categorie onderling kunt uitwisselen. De gestreepte mouw kun je bij de kabeltrui toepassen, de rits kan in de tartantrui etc.


Kortom, een fantastisch boek dat je in feite je hele leven kunt gebruiken.


Emma Wright is mode-, breien haakontwerper. Ze wordt sterk geïnspireerd door kleuren- en bloemenpatronen, wat je terugziet in de speelsheid van haar ontwerpen. Sinds haar afstuderen in 2014 heeft ze van emmaknitted een fulltimebedrijf gemaakt. Ze ontwerpt breien haakpatronen voor garenmerken en handwerktijdschriften, en won de prijs voor Britain’s Next Top Knitwear Designer van Lovecrafts.


ISBN 9789022337912 | Paperback met flappen | 160 pagina's | Manteau | 17 augustus 2021

© Dettie, 24 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kunst begrijpen (nieuwe editie)
Inzicht krijgen in de belangrijkste kunststromingen
Stephen Little


Dit boek beslaat de periode van de 16de eeuw (Renaissance) tot de 21e eeuw (het Postmodernisme).


In de Inleiding wordt wat bescheiden opgemerkt dat het boek ‘geen uitputtende opsomming van alle stromingen’ bevat. In feite is het boek echter verrassend compleet. Het is bovendien in een handzaam formaat uitgegeven. Het past in een jaszak of handtas. Bij een bezoek aan een museum kan de kunstminnende bezoeker het boek ter plekke raadplegen.


De doelstelling is om een gids over kunstgeschiedenis te verschaffen, die de gebruiker in kort bestek kennis over kunst verschaft. Die kennis maakt het mogelijk om meer plezier aan kunst te beleven. Daarin is deze gids wat mij betreft met vlag en wimpel geslaagd. Er is veel zorg besteed aan de compositie van dit boek, de helderheid van de tekst en de kwaliteit van de reproducties.


Voor elk onderwerp zijn twee bladzijden uitgetrokken. Eerst worden in een paar zinnen de hoofdkenmerken besproken. Daarna worden de belangrijkste kunstenaars van de besproken stroming opgesomd. Vervolgens typeren sleutelwoorden de stroming. Daarna volgt een wat uitgebreidere bespreking van het thema dat aan de orde is. Twee kunstwerken met korte toelichting illustreren de tekst.
De afronding bestaat uit een lijst met andere werken, een verwijzing naar verwante stromingen en een lijst met stromingen die niet sporen met het besproken thema. Dit alles is op slechts twee bladzijden bijeengebracht! En het voldoet! Dat heeft ook alles te maken met het trefzekere taalgebruik van Stephen Little. Het is heel knap hoe hij in enkele zinnen veel weet weer te geven.


Een voorbeeld.
Het kenmerkende van rococo is de luchtige en elegante voorstelling. Schilders die tot het Rococo worden gerekend zijn: Boucher, Fragonard, Tiepolo en Watteau. Sleutelwoorden zijn: decoratief, speels, prikkelend, sierlijk, aristocratisch. Verwante stromingen: barok, allegorisme, oriëntalisme. Niet verwante stromingen: academisme, impressionisme, neoclassicisme, postmodernisme.


Een tweede voorbeeld.
Het surrealisme houdt zich bezig met het onderbewuste, zonder tussenkomst van rationele, morele of ethische oordelen. Surrealistische schilders: Hans Arp, Salvador Dali, Paul Klee, André Masson, Joan Miró. Sleutelwoorden: het onderbewuste, irrationeel, dromen, automatisme, destructie, erotiek. Verwante stromingen: dadaïsme, primitivisme, futurisme. Niet-verwante stromingen: expressionisme, abstract-expressionisme, renaissance, barok, rococo, academisme, neoclassicisme.


Aan het eind van het boek is een Lijst van Kunstenaars opgenomen, een Lijst met Begrippen, een Chronologie van Stromingen en een Lijst van te bezoeken Musea.
De uitgever heeft een compliment dubbel en dwars verdiend met deze uitgave. De prijs van de gids is ook nog eens heel schappelijk gehouden.


Stephen Little is kunstfilosoof en schrijft regelmatig voor kunstbladen. De hoofdstukken 57-60 zijn geschreven door historicus Harry Seymour. De uitstekende vertaling is van Carlo Gremmen.


Uit alles blijkt dat deze publicatie met grote zorgvuldigheid is samengesteld. Van harte aanbevolen!


ISBN 9789089988195 | Paperback | Uitgeverij Librero | Omvang 168 blz. | 2021

© Henk Hofman, 16 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verzwegen oorlogsjaren
Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap
1940-1945

Johan van Hoppe, Eric van der Most, Erwin Rossmeisl


Dit boek geeft een compleet overzicht van het verhaal van Nederlandse militairen in Duitse krijgsgevangenschap tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een onderzoeksthema waar niet zoveel over is gepubliceerd als je zou verwachten. Deelstudies zijn er wel, soms van ervaringsdeskundigen zoals het boek van oud-officier Leo de Hartog, en herinneringen van oud-krijgsgevangenen, zoals Prikkeldraad dat in 1946 verscheen. Die schaarste aan publicaties heeft alles te maken met het gegeven dat voormalige krijgsgevangenen de jaren van ellende wilden vergeten en de schouders onder de wederopbouw van Nederland moesten zetten. Het heeft ook te maken met de kille ontvangst na terugkeer in eigen land. Krijgsgevangen waren geen ‘helden’. Ze hadden zich niet verzet, ze waren niet ondergedoken en vaak hadden beroepsmilitairen ook nog hun erewoord gegeven dat zij de Duitse zaak niet tegen zouden werken. Daarom zwegen de meeste ex-krijgsgevangen over hun ervaringen.


De schrijvers van dit boek maken duidelijk dat die kille ontvangst niet terecht was. Het merendeel van de Nederlandse krijgsgevangenen is in het jaar 1943 weggevoerd naar Duitse kampen. Toen stond de onderduikorganisatie nog in de kinderschoenen. Aan de voorwaarden voor een succesvolle onderduik werd niet voldaan: het ontbreken van schuiladressen; schaarste aan financiële middelen; geen voedsel; geen vervalste identiteitspapieren en geen vervalste distributiebonnen. Er zat voor de meesten niets anders op dan je te melden op de aangewezen transportlocatie, tenzij je een onmisbaarheidsverklaring kon krijgen vanwege je werk. Als je in de landbouw werkte, maakte je een goede kans.


De auteurs geven een systematische en wetenschappelijk verantwoorde beschrijving van alle aspecten die te maken hebben met het ongewisse leven van krijgsgevangenen. Het boek opent met de capitulatie van het leger in mei 1940 en de eerste kortdurende krijgsgevangenschap van militairen in dat jaar. Vervolgens bespreken de auteurs internationale verdragen (zoals de Conventie van Genève), het dagelijks leven in de kampen (gekenmerkt door verveling, honger en vernedering), de ontsnappingspogingen uit krijgsgevangenschap (waaronder de befaamde en verfilmde ontsnapping uit Colditz) en tenslotte de bevrijding en repatriëring van de voormalige gevangenen.


Het is een toegankelijk en verhelderend boekwerk geworden. Ruim 300 foto’s en kaarten vormen een prima visuele ondersteuning van de tekst.


Vijf bijlagen geven aanvullende gegevens over de kampen en de werkcommando’s. Tezamen met het notenapparaat, bronnenoverzicht en uitgebreide register is dit boek een standaardwerk met betrekking tot dit onderwerp. Hier is echt een lacune opgevuld.


Het is mooi om dit boek te lezen in samenhang met de website www.krijgsgevangen.nl. Twee auteurs van het boek hebben deze website opgezet. De gebruiker kan krijgsgevangenen op naam zoeken, er zijn documentaires terug te zien en een aantal artikelen zijn integraal opgenomen.


Met veel belangstelling heb ik al dit materiaal doorgenomen. Dat heeft er ook mee te maken dat mijn eigen vader krijgsgevangene is geweest. Hij was in mei 1940 dienstplichtig militair bij de Grenadiers. Deze Grenadiers hoorden bij de eersten die in 1943 werden afgevoerd. Mijn vader vertelde zijn kinderen wel eens over deze jaren. De ontberingen tijdens het transport, de honger in de kampen, het gebrek aan sanitair, de bevrijding door Russische troepen. Maar veel noemde hij niet en hield hij voor zichzelf. Desondanks: op verzoek gaf hij lezingen over zijn belevenissen in deze jaren en schreef hij erover. Een citaat:


“Bij aankomst in het kamp bleek ons dat we in het land van het ‘Herrenvolk’ waren aangekomen. Degenen die niet vlug genoeg de wagons verlieten, werden er uitgetrapt terwijl de koffers hen werden nagegooid.”


Zijn thuiskomst, na een tocht van twee weken door een ontredderd Duitsland, was onverwacht. Een telegram waarin hij zijn komst aankondigde, kwam pas na zijn hartverwarmende weerzien met onze moeder. Kort daarna ging hij weer aan het werk en hernam het leven zijn gewone loop.


Ik tikte de naam van mijn vader in op de website en daar vond ik hem. Zijn naam, zijn kampnummer, de kampen waar hij was ondergebracht. Daar viel het beruchte Mühlberg onder.


De auteurs maken duidelijk dat al deze soldaten de dupe waren van de tijdsomstandigheden. Ze hadden hier niet om gevraagd en ze hadden geen keus. In dit opzicht zetten zij met hun boek een verkeerde beeldvorming recht. Het makkelijke oordelen na de oorlog van mensen die tijdens de oorlog zelf meestal zo min mogelijk wilden opvallen, was misplaatst.


Wat mij betreft, is dit een bijzonder goed boek waarin een samenvattend overzicht wordt geboden en misvattingen worden gecorrigeerd.


Johan van Hoppe was beroepsofficier van de Koninklijke Landmacht. Eric van der Most had al jarenlang naspeuringen naar krijgsgevangenen gedaan. Zij sloegen de handen ineen voor de website en voor publicaties. Erwin Rossmeisl is verbonden aan het Nederlands Instituut voor Militaire Historie.


ISBN 9789024433391 | Hardcover | Uitgeverij Boom | Omvang 351 blz. | april 2021

© Henk Hofman, 4 augustus 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Eleanor Marx
Een leven
Rachel Holmes


Eleanor Marx (1855-1898) was de dochter van Karl Marx. Zij was een gepassioneerde marxiste, feministe en activiste. Ze organiseerde demonstraties en congressen, hield lezingen en publiceerde tal van boeken en artikelen. Ze beheerde de literaire nalatenschap van haar vader en schreef een eerste biografie over diens leven. Eleanor was een vrije en onafhankelijke vrouw. Toch werd haar leven beheerst door drie mannen.


De eerste was haar vader, die zij adoreerde. Uit dit boek komt Marx naar voren als een man die hield van zijn gezin. Hij bracht zijn kinderen liefde bij voor boeken, hij vertelde ze verhalen en ravotte met zijn kinderen. Maar hij was ook de strenge gezinspatriarch.


De tweede is Friedrich Engels, nauw bevriend met Karl Marx. Engels sleepte het gezin met financiële bijdragen door perioden van grote armoede heen. Na het overlijden van Marx en diens vrouw stelde hij zich op als een tweede vader voor de weeskinderen.
De grote deceptie kwam voor Eleanor toen vlak voor het overlijden van Engels uitkwam dat niet hij de vader was van een onwettig kind bij de huishoudster van het gezin Marx, maar Marx zelf. Marx had een affaire gehad met de huishoudster toen zijn vrouw op familiebezoek was in Duitsland. Marx en Engels hielden het vaderschap verborgen. Engels werd erop aangekeken, maar hij bevestigde noch ontkende het. Eleanor was zeer teleurgesteld dat beide mannen de waarheid voor haar verborgen hadden gehouden. Ze ervoer het hele gebeuren als bedrog. Ineens was het kind-zonder-vader haar halfbroer.


De derde man was Edward Aveling, met wie Eleanor samenleefde. Trouwen kon niet, omdat Aveling wel apart van zijn vrouw leefde, maar niet van haar was gescheiden. In die tijd was het samenwonen met een man, en nog wel een gehuwde man, schokkend. Aveling was een rokkenjager die bovendien het geld dat Eleanor verdiende erdoorheen joeg. Toch bleef ze hem trouw.


Het is wel bitter dat het leven van deze fiere vrouw, die streed voor emancipatie van de vrouw, beheerst werd door drie mannen, naasten nog wel, die in feite tekortschoten in hun behandeling van Eleanor. Het is vooral onbegrijpelijk – al voor de tijdgenoten – dat Aveling niet de deur werd gewezen. 


Eleanor kwam haar hele leven op voor de armen, de rechtelozen, de werkelozen. Nu waren de sociale omstandigheden in de 19e eeuw ook werkelijk ten hemel schreiend. “Op de scheepswerven wroeten en jakkeren mannen zich als beesten af – en dat allemaal voor drie of vier penny per uur!” “Op het platteland sjokken mannen, vrouwen en kinderen vele mijlen af om te komen hooien, maar vanwege de regen moeten ze onverrichter zake met lege handen en even hongerig de lange weg terug naar huis nemen.” (blz. 355 en 356). “In een kamer, neen een kelder, een donker onderaards krocht ligt een vrouw op wat stro en juten lappen. Haar borst is half weggevreten door de kanker. Rondom haar staan vier kinderen en een baby te huilen om een korst brood.” (blz. 356).

Een werkweek besloeg zes dagen van 12 uur per dag. Vrije dagen waren er amper. De meeste arbeiders waren op 35-jarige leeftijd versleten en stierven rond het 40e jaar.


Rachel Holmes beschrijft boeiend hoe Eleanor haar leven, gezondheid en geld opofferde in een niet aflatend gevecht om sociale hervormingen af te dwingen.
Het boek is wel wat wijdlopig. Maar degene die zoveel mogelijk van het leven van deze dappere vrouw te weten wil komen, zal dat geen bezwaar vinden.


Op blz. 517 beschrijft Holmes alle sociale verworvenheden van nu toe aan de inzet van Eleanor Marx en andere marxisten. Maar dan zien we de inzet van anderen over het hoofd. Het Leger des Heils en de Quakers werkten ook in de sloppen van de fabriekssteden.


Een speciaal probleem dat dit boek aan de orde stelt is het hebben van een gezin. De meeste vrouwen (en ook mannen) hebben een kinderwens. Eleanor had die ook, maar Edward Aveling zag het niet zitten. Zodra er kinderen zijn, zijn er ook beperkingen. Holmes heeft het over vrouwen die aan de haard gekluisterd zitten en baby’s moeten krijgen (blz. 518). Feministen hebben het over de ‘reproductieve rechten’ van de vrouw (o.a. blz. 518). Een lelijke benaming. De vrouw is geen kopieerapparaat waar we een velletje papier in leggen om een kopie te krijgen. Het punt is echter: als we de samenleving niet uit willen laten sterven, moet er een nageslacht zijn. Maar mensen die niet in staat zijn om een stukje van hun vrijheid en eigen ambitie in te leveren, kunnen beter niet aan kinderen beginnen. Heb je ze wel, dan moet je ook je verantwoordelijkheid nemen. Het gaat om het stellen van prioriteiten. Jagen we alles na wat we willen, dan gaat het een ten koste van het ander.


Het boek van Rachel Holmes is boeiend geschreven en goed gedocumenteerd. Het is heel waardevol om het marxisme te bezien door de ogen van de grondlegger. Het boek is heel compleet met een omvangrijk notenapparaat, een bibliografie en een register.


Volgens de achterflap is Holmes een feministe, activiste en auteur. Ze schreef verschillende biografieën over spraakmakende vrouwen. De prima Nederlandse vertaling is van Jan Reyniers.


ISBN 9789462672796 | Paperback | Omvang: 575 blz. | uitgeverij EPO | april 2021

© Henk Hofman, 10 juli 2021.

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER.

 

De laatste prinses
Een Tibetaans dorp onder Chinese heerschappij
Barbara Demick


Het thema van dit boek is de onderdrukking van Tibet door China. Tibet had zich in 1912 onafhankelijk verklaard van China, maar werd in 1951 bezet door het communistische Chinese Volksbevrijdingsleger. Tibet werd een ‘autonome regio’ binnen China.


Tibet liet zich niet zonder slag of stoot inlijven. Het land had een eigen geschiedenis, en een eigen taal, religie en cultuur. De laatste koning uit de Mei-dynastie leidde zijn land op een verstandige manier. De Dalai Lama was als geestelijk leider (lama betekent: leraar) immens populair. Deze spirituele leider komt sympathiek over vanwege zijn nadruk op compassie, geweldloosheid en vrede. Tibet had dus een sterke eigen identiteit.


Meerdere malen kwam het tot uitbarstingen van geweld. In 1959, 1989, 2008 en 2016 sloegen de Chinese autoriteiten met bruut geweld elk protest neer.


Barbara Demick geeft een nauwgezet, levendig en waarheidsgetrouw beeld van Tibet onder Chinese heerschappij. Ze concentreert zich op Ngawa, de stad waar het paleis van de Mei-koning stond, alsmede een paar belangrijke kloosters, en waar vanaf 2016 veel zelfverbrandingen hadden plaatsgevonden. In 2019 stond de teller aan zelfverbrandingen op 156 mensen, merendeels monniken en daarnaast enkele nonnen. Het maakte het voor de Chinese propagandamachine onmogelijk om te blijven beweren dat de Tibetanen zo gelukkig waren. Ook het beeld van een partij die zich opwierp als verdediger van de onderdrukten ging aan flarden.


De schrijfster baseert zich vooral op ‘oral history’, dat wil zeggen dat ze met zoveel mogelijk personen, die kennis van zaken hebben, gesprekken heeft gevoerd. De belangrijkste daarvan is ongetwijfeld Gonpo, de kroonprinses van de Mei-dynastie, die zeven jaar was toen haar vader werd afgezet, de kloosters gesloten werden en de Dalai Lama in ballingschap ging.


Het beleid van Mao Tse Toeng was een ramp, zowel voor zijn eigen land als voor Tibet. Mao geloofde in de maakbaarheid van samenleving en mens. De kunstmatige wereld die hij opdrong (hervormingen die averechts uitpakten; heropvoedingskampen voor onwilligen; landbouwbeleid met hongersnood als gevolg) liep uit op een ramp voor miljoenen onderdanen. Andere omvangrijke etnische groepen werden en worden met dezelfde harde hand in het gareel gehouden. Dat zijn de Oeigoeren, een Turks volk uit het Noordwesten, en de Mongolen. Er staan in dit boek schrijnende voorbeelden van het lijden en het onrecht dat deze minderheidsgroepen ten deel valt. Als er iets is wat het verleden ons helaas leert is het wel dat mensen uitstekend weten hoe ze het leven van anderen moeten verzieken.


Een kwarteeuw beleid van grote roerganger Mao had veel meer vernietigd dan opgeleverd. De huidige leider van China, Xi Jinping, pakt het veel geraffineerder aan dan Mao. Hij belooft economische groei en welvaart in ruil voor acceptatie van het Chinese eenpartijsysteem. Geen vrijheid en geen democratie, wel bestaanszekerheid en een luxe waar voorgaande generaties alleen maar van konden dromen. Kinderen worden opgevoed op scholen ver verwijderd van hun ouders. Slechts 2 of 3 keer in een jaar mogen kinderen hun ouders opzoeken. Zo snijdt de partij de overdracht van de traditie af tussen de generaties. Cameratoezicht is alomtegenwoordig. In heel China hangen 626 miljoen bewakingscamera’s. De gezichtsherkenningstechnologie heft de anonimiteit van de massa op. Ongewenst gedrag wordt direct afgestraft door reizen per trein en het opnemen van geld onmogelijk te maken.


Het dagelijks leven van de Tibetanen is er onmiskenbaar op vooruit gegaan. Maar het gebied moet, net als de Chinezen zelf, wel in de pas lopen met de communistische partij die zich tot in de haarvaten van de samenleving heeft genesteld. De staat is alomtegenwoordig, mensenrechten zijn niet in tel. Voor mensen die niet in dit keurslijf passen, blijft het leven hard.  Degenen zich er niet bij neer kunnen leggen, wacht het heropvoedingskamp.


Barbara Demick roept indringend het beeld op van een kleurrijke samenleving die plaats moest maken voor een kille uniformiteit. Zij schrijft voor The Los Angeles Times en The New Yorker. Haar werk is in vijfentwintig talen vertaald. Deze uitgave is voorzien van twee kaartjes en sluit af met een register. De prima vertaling is van Alexander van Kesteren en Koos Mebius.


ISBN 9789046828373 | Paperback | Omvang: 400 blz. | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | mei 2021

© Henk Hofman, 30 juni 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER