Nieuwe recensies Non-fictie

Ongedachte belevenissen
Jaap Gerritsma

Om meteen met de deur in huis te vallen begint het boek met foto’s. De onderschriften maken duidelijk over wie geschreven wordt.
Jaap Gerritsma is schrijver en zijn eigen onderwerp. Nu, 80 jaar oud, kijkt hij terug op zijn leven en daar wil hij ons over vertellen. Hij begint met een voorwoord waarin hij toch nog maar even zegt dat herinneringen geen feiten zijn. Hoe langer geleden iets gebeurd is, hoe meer hetgeen we ons herinneren vertekend kan zijn.
‘Het geheugen gaat zich gedragen als een kleine jokkebrok’.
Ook stelt hij dat een mens zelf verantwoordelijk is voor de keuzes die hij gemaakt heeft, al worden de mogelijkheden voor die keuzes veelal door het toeval bepaald. 

Dat gezegd hebbende begint Gerritsma te  vertellen. Over zijn eerste levensjaren in Eindhoven,  waar hij in 1942 geboren werd. Oorlogstijd: de stad leed onder bombardementen. Voor een klein kind is dat een angstige ervaring, omdat je ervaart hoe je omgeving bang is, maar het is tegelijk spannend. Een kind kent immers het gevaar niet.
Dan volgt de wederopbouw, een tijd zonder de luxe die we nu kennen. Geen warm stromend water of verwarming, ook niet op school - bij de strenge zusters van Liefde - , in de winter bloemen op de ramen. Het radioprogramma ‘moeders wil is wet’, blij zijn met zelfgemaakte cadeautjes, afgedankte kleren van je oudere broers dragen, dit soort verhalen doet het jeugdsentiment ontwaken bij de al wat oudere lezer.
Later de opleidingen, wat natuurlijk ook allemaal niet van een leien dakje ging, en de turbulente studententijd in de jaren zestig en zeventig. De emotionele ontwikkeling in deze jaren leveren ook bij de heer Gerritsma boeiende verhalen op, de eerste stappen op seksueel gebied, eindigend met een huwelijk, dat op zijn zachtst gezegd turbulent was. Na de scheiding bleef Gerritsma achter met zijn twee zonen. Mooi is hoe hij dan opmerkt dat de jongens goed terechtgekomen zijn:

‘Er werd opoffering gevraagd, zelfverloochening en het bleek dat in die rol een specifieke sequentie van het DNA van mijn moeder in mij wakker gekust werd. Ik moest vader en moeder en kostwinner
tegelijk zijn en dat heeft mij erg geholpen om meer over mezelf te ontdekken.
Met de toewijding in de opvoeding van beide jongens heb ik succes gehad. Ik wilde weten wie mijn kinderen waren, wat zij wilden, wat zij konden en hoe ik ze kon helpen in hun zoektocht.’

Op wie zijn moeder is gaat hij nog wat dieper in, zoals hij ook veel vertelt over zijn eerste vrouw.
Naast de vrouwen die hij op zijn pad tegenkwam, was er ook zijn carrière, op het gebied van de geneeskunde en het onderwijs, waarbij hij nogal eens overstapte van het een naar het ander. Hij reisde voor zijn werk de wereld rond, en schreef vele artikelen en boeken.
Voor die boeken – romans over de belangrijke vrouwen in zijn leven - maakt hij nog een beetje reclame, maar wie weet is de interesse daarvoor sowieso gerezen als je gelezen hebt wat deze man allemaal meegemaakt heeft in zijn leven. Het is veel, maar Gerritsma heeft een gezellige verteltoon en is niet op zoek naar literaire (deftige; moeilijke) omschrijvingen.
Het is misschien geen boek dat je in één ruk uitleest, maar dat hoeft natuurlijk ook niet.
Behalve genoemde foto's, is er achterin het boek nog een lijst met geraadpleegde werken.

Jaap Gerritsma (1942) heeft zich bezig gehouden met de methodiek van het geneeskundig onderwijs en onderzoek gedaan naar de werkwijze en competenties van artsen.
Hij bekleedde docentschappen aan de universiteit van Utrecht(hoofddocent) Medizinische Fakultät van Basel(consultant), Michigan State university( Distinguised Visiting Professor) en The university of London( Honorary Senior Lecturer).
Naast wetenschappelijke werken schreef hij sprookjesbundels  - Het vliegende Laatje ( 2001) en Opa Vertelt - en romans: Bittere maretak (2009), Ontstemde Liefde (2015),  Klabbertoet (2020)

ISBN 9789493048379 | paperback| 196 pagina's | Uitgeverij Tic| april 2022

© Marjo, 27 mei 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Belaagd paradijs
Een geschiedenis van Georgië
Marc Jansen


Poetins invasie in Oekraïne is niet zijn eerste: het Russische leger viel eerder al binnen in Tsjetsjenië, Georgië en Syrië. In 1990-1991 hielp Rusland al bij de afscheiding van Abchazië en Zuid-Ossetië.


Georgië is een overwegend christelijk land in de Kaukasus, met een lange geschiedenis die tegelijk rijk is aan mythes. Het aards paradijs lag daar, Prometheus was er aan een rots geketend, het Gulden Vlies waar Jason en zijn Argonauten naar zochten, met de hulp van de Colchische tovenares Medea, was ook daar te vinden. Dat vlies was de huid van een gouden ram en het kon zieken genezen bij oplegging. Zeker is dat Stalin en Beria vandaar kwamen en dat Stalin er nog geëerd wordt.


Jansen geeft eerst een chronologisch overzicht van de geschiedenis: Georgië werd door vele volkeren veroverd en verwoest. Rond 317-337 bekeerden de Georgiërs zich tot het christendom. De ergste veroveraars waren wellicht de Turken in 1060: ze plunderden, verkrachtten en vermoordden (p. 27). Op 12 augustus 1121 konden de Georgiërs de Turken verslaan: die slag herdenken ze nog altijd. De 11de en 12de eeuw noemen ze hun ‘gouden eeuw’: muziek, schilderkunst, bouwkunst en literatuur floreerden. Sjota Roestaveli, de dichter van het nationale epos, leefde wel vooral in de 13de eeuw (1166-1245/1250) (p. 31-36).
Rond 1220 en opnieuw in 1393 vielen de Mongolen binnen met dezelfde wreedheid als de Turken.


In de 17de eeuw en in 1795 brachten de Perzen nog eens 60 à 70.000 Georgiërs om en deporteerden ze 100.000 boeren naar Iran (p. 37-39). In 1801 werd Georgië geannexeerd bij Rusland. De naam Georgië betekent wolvenland en komt via het Russisch van het Arabisch-Perzische Goerdzjistan.
De inwoners noemen zichzelf Karten of Kartveli, hun taal Kartoeli, hun land Sakartvelo (de plek van de Georgiërs), naar hun oervader Kartlos.


Stadhouder Vorontsov maakte van Tiflis een oase van Europese cultuur en Italiaanse opera. Vanuit Rusland kwam een beperkte vorm van toerisme op gang, met o.a. Poesjkin in 1829 en Lermontov in 1837: hij werd verbannen naar het ‘warme Siberië’ (p. 45-55).


De bekendste en beruchtste Georgiër is Stalin (1878-1953). Zijn geboortehuis in Gori (70 km ten noordwesten van Tbilisi) is nu een museum. Tussen 1902 en 1913 werd hij zes keer verbannen naar Siberië, maar telkens vluchtte hij. Georgische mensjewieken speelden een rol in de Februari- revolutie, maar ze verzetten zich tegen de Oktober-revolutie. In januari 1918 werd in Tbilisi de eerste universiteit van de Kaukasus opgericht. Op 26 mei 1918 verklaarden ze Georgië onafhankelijk, maar in februari 1921 werd het land veroverd door het Rode Leger en werd het een Sovjetrepubliek. In 1924 kwam de bevolking in opstand, maar die werd door Stalin bloedig onderdrukt en 130.000 inwoners naar Siberië gebracht. De adel en de orthodoxe kerk werden geliquideerd, kerken en kloosters vernield, priesters geëxecuteerd en de landbouw met geweld gecollectiviseerd (p. 75-86).


In de jaren 20 werd de Georgische taal en cultuur nog met rust gelaten, maar in de jaren 30 werd alles gerussificeerd en dan nog wel door de Georgiërs Stalin en Beria. De Grote Terreur sloeg ook daar toe. Tijdens de WO II vochten een half miljoen Georgiërs mee in het Rode Leger; 300.000 sneuvelden! Er sneuvelden ook nog 572 Georgiërs op Texel bij hun opstand tegen de Duitsers in 1945. Die worden nog elk jaar herdacht (p. 86-100).


In 1943-44 werden allerlei volkeren gedeporteerd naar Siberië, o.a. 100.000 islamitische Georgiërs. En in 1949 enkele tienduizenden Grieken, die al 2.500 jaar aan de Georgische kust woonden (p. 101).


De ‘Geheime Rede’ van Chroesjtsjov (1956) viel in slechte aarde bij vele Georgiërs. Van 1972 tot 1985 was Sjevardnadze partijchef in Georgië. Er werd betoogd tegen de verwaarlozing van de kloosters en voor het behoud van het Georgisch als officiële taal. Toen Gorbatsjov in 1985 zijn campagne tegen alcoholisme startte, moesten in Georgië duizenden hectaren wijngaarden verdwijnen (p. 112).


De Abchaziërs en Osseten vroegen al in de jaren 80 aansluiting bij Rusland, omdat ze zich niet thuis voelden bij de nationalistische Georgiërs. In april 1989 vielen 21 doden en honderden gewonden bij een vreedzame betoging van Georgiërs voor meer autonomie. Na de verkiezingen van oktober 1990 kwam er een niet-communistische regering en op 9 april 1991 riep het parlement de onafhankelijkheid uit. In 1992 werd het lid van de UNO, van een aantal Europese organisaties en in 1994 van het ‘Partnership for Peace’ van de NATO (p. 113-121). Het Engels neemt steeds meer de plaats in van het Russisch.


In 1992 telde het land 5,5 miljoen inwoners, maar 1,2 miljoen emigreerden naar Rusland en elders voor werk en een beter salaris. Door het verlies van Abchazië en Zuid-Ossetië telt het nu slechts 3,7 miljoen inwoners op 70.000 km².


In december 1991 was er een gewapende opstand tegen president Gamsachoerdia. Die vluchtte naar buurland Tsjetsjenië. Sjevardnadze nam in 1992 zijn taak over, maar de verdeeldheid bleef en Georgische nationalisten wilden 70.000 Armeniërs, Grieken en andere minderheden verdrijven.


Bij de afscheiding van Abchazië en Zuid-Ossetië vielen een paar duizend doden en in 1993 nog eens 7.000 bij executies in Abchazië. 250.000 Georgiërs moesten uit Abchazië vluchten. Sjevardnadze kon de orde niet herstellen, hij moest Russische hulp inroepen om overeind te blijven en in 2003 trad hij af bij de ‘Rozenrevolutie’, die Saakasjvili aan de macht bracht. Hij pakte de corruptie aan en zorgde voor economische groei. Zijn pogingen om lid te worden van de NATO en de EU mislukten.


Op 7 augustus 2008 viel Georgië binnen in Zuid-Ossetië, maar het Russische leger verjoeg de Georgiërs voorgoed uit Zuid-Ossetië en uit Abchazië en zorgde voor massale vernielingen in Georgië.


Poetin vergeleek het Georgische leger met nazi’s, wat hij in 2022 herhaalde voor Oekraïne. Hij vindt dat beide landen bij Rusland horen. Het ‘onafhankelijke’ Abchazië beslaat 8.600 km² en telt 240.000 inwoners; Zuid-Ossetië is 3.900 km² groot en telt 53.000 inwoners (p. 138).


In 2020 werd Georgië zwaar getroffen door de tweede golf van corona. In september-november was er dan oorlog tussen de buurlanden Azerbeidzjan en Armenië, met 5.000 doden en de verdrijving van tienduizenden Armeniërs als gevolg. Rusland versterkte zijn greep op de zuidelijke Kaukasus.


De auteur besluit: Georgië noemt men het hof van Eden, maar dat is het nooit geweest. De economie is zwak, de politici maken permanent ruzie, de tolerantie tegenover de vele minderheden is erg klein en de verering van Stalin blijft overeind.


Het boek eindigt met een zeer uitgebreide chronologie die reikt tot januari 2021, een nuttige verklarende woordenlijst, een degelijke bibliografie, een lijst met geografische namen en een personenregister.


Het boek van Montefiore over Stalin (p. 172) bestaat ook in het Nederlands.


Beoordeling
Marc Jansen heeft met veel deskundigheid een helder en kritisch beeld getekend van een ingewikkeld land met een rijke geschiedenis dat worstelt met zichzelf en maar moeizaam tot rust en bloei komt. De kaart zit verstopt in de kaft vooraan. Ze is onmisbaar, want vele plaatsnamen zijn onbekend. Gegevens over oppervlakte en inwoners krijgen we pas op p. 122-123. Aanbevolen voor wie dit land (en Poetin) beter wil leren kennen.

ISBN 978-90-282-2307-3 | Paperback | 195 pagina's incl. Foto’s, chronologie, woordenlijst, bibliografie, geografische namen, register| Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam/ElkeDagBoeken, Antwerpen, 2021

©Jef Abbeel, 25 mei 2022, www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verlangen naar erkenning
Ontdek wie je bent
Gerrie Reijersen van Buuren


"Wanneer je als kind geen ruimte krijgt jezelf te zijn, verberg je het meest wezenlijke van jezelf. Je ontwikkelt je sterke kanten en je verstopt je kwetsbaarheid. Je doet alsof je sterk bent, maar dat ben je niet. Dit houd je doorgaans lang vol... totdat je klachten krijgt."


Veel mensen passen zich in hun jeugd aan aan de omstandigheden. Ook al voelt niet alles goed, toch handel je naar wat er van je verlangd wordt, zowel thuis als bijvoorbeeld op school. De schrijfster zegt hierover:


"Wat kon ik verlangen naar 'groot' zijn, zoals mijn broers en zussen! Die behoorden tot de 'grote' mensen. Zij maakten keuzes met betrekking tot hun werk en relaties. Zij konden doen wat ze wilden, wisten hoe dat moest en hoe het leven in elkaar zat. Zij hoefden zich niet naar anderen te schikken. Ik wel. Ik moest zorgen dat mijn vader niet boos werd, dat ik de sfeer opvrolijkte wanneer er ruzie was en vooral dat ik niet lastig was. Maar hoe kon ik dan krijgen wat ik nodig had? Of zeggen wat ik echt niet fijn vond?


Wie ik echt was werd niet gezien. Niet uit onwil, maar gewoon omdat mijn ouders andere dingen aan hun hoofd hadden. Daarnaast deden ze oprecht hun best ons zo goed mogelijk op te voeden. deels wilde ik hen helpen het leven makkelijker te maken. Daardoor beschermde ik mijn tegelijkertijd mijn 'meest oorspronkelijke zelf',  degene die ik diep van binnen was, voor afwijzing. Dit deed ik door te doen wat er van me werd verwacht.'


De schrijfster maakte van het helpen van mensen haar beroep. Toch ontdekte ze dat 'weten' niet hetzelfde is als jezelf kunnen veranderen. Ze zocht een vorm om  op een duidelijke manier helder te maken wat nodig is om je te ontdoen van de ingeslopen aanpassingen die iemand gedaan heeft om geaccepteerd of gezien/erkend te worden.


Ze ontwikkelde de poppentjestherapie. Deze poppetjes vertegenwoordigen de hulpvrager én zijn omgeving.
Gerrie Reijersen van Buuren luistert naar de mensen die bij haar komen en pakt tijdens het luisteren enkele poppetjes die de personen vertegenwoordigen waar haar cliënt over vertelt. Zij plaatst ze op een bepaalde manier, dichtbij of veraf, liggend, zittend, staand waardoor in één oogopslag te zien is in hoeverre de personen waarover de cliënt praat grote of kleine invloed op hun leven hebben.
De cliënt zelf wordt ook vertegenwoordigd door poppetjes, te weten:
- Het eigenheidspoppetje, ofwel het poppetje dat iemands persoonlijkheid, zijn meest oorspronkelijke zelf vertegenwoordigd.
- Het kwaliteitspoppetje
- Een volwassen poppetje

Deze drie poppetjes vertegenwoordigen dus één persoon. Alle delen horen bij de persoon maar het ene deel kan sterker ontwikkeld zijn dan het andere. Vaak is het eigenheidspoppetje het symbool voor datgene wat het minst ontwikkeld is.


In tien verschillende casussen vertelt de schrijfster over voorkomende problematiek die zijn grondslag vindt in het niet kunnen ontwikkelen van het meest wezenlijke deel van iemand. Deze casussen zijn vaak ontroerend en voor veel mensen denkelijk ook wel herkenbaar.
Door het werken met de poppetjes wordt in beeld gebracht wat er speelt waardoor de kern van de problemen worden blootgelegd. Dit werkt veelal heel bevrijdend.


"In een oogopslag kon ik mezelf en mijn hele familie overzien. Ik zag een totaalplaatje van mezelf en opeens wist ik wat ik moest doen."
Gerdien (cliënt)


Bij elke casus staan opdrachten die je zelf kunt uitvoeren zodat de lezers zelf ook tot een dieper inzicht kunnen komen.
Al met al een heel verhelderend boekje, in aangename taal geschreven.


Gerrie Reijersen van Buuren is contextueel- en systeemtherapeut. Ze heeft een praktijk voor contextuele therapie. Vanuit haar praktijk traint zij therapeuten en andere hulpverleners te werken met de methodiek 'Therapie in Beeld' Daarnaast is zij verbonden aan Nederland wordt wijzer.


ISBN 9789492398161 | Paperback | 156 pagina's | Uitgeverij Acco | maart 2018

© Dettie, 12 mei 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer,klik HIER

 

De Tachtigjarige Oorlog
Opstand en Consolidatie in de Nederlanden (1559-1650)
S. Groenveld, H.L.Ph. Leeuwenberg, M.E.H.N. Mout, W.M. Zappey


Dit boek heeft een meerwaarde ten opzichte van andere historische boeken over de Tachtigjarige Oorlog. Het boek gaat niet alleen in op de politieke, militaire en religieuze component van deze strijd, maar beschrijft ook de economische, maatschappelijke en sociale ontwikkelingen en verhoudingen in de Nederlanden. Daarnaast zijn er de vele afbeeldingen, vaak in kleur, die samen met de onderschriften een uitstekende aanvulling op de lopende tekst geven.
De vele kaarten, soms een pagina groot, zijn een genot om te bestuderen. Zo maakt de simpel ogende kaart op blz. 170 in één oogopslag de complexe handelsvaart van de Republiek in de jaren 1597-1620 duidelijk. Er is ook nog eens een knappe beredeneerde literatuurlijst, waarin sterke en zwakke punten van de bronnen worden benoemd, en ontwikkelingen binnen het historische onderzoek worden geduid. Al met al is deze herdruk uit 2010 van een zeer hoge kwaliteit.


De stof is ingedeeld in vier tijdvakken. Daarna volgt een schets over de situatie van de Republiek omstreeks 1650. Het geheel wordt afgesloten met een concluderend hoofdstuk.


De meeste hoofdstukken zijn geschreven door prof. dr. S. Groenveld. Het eerste hoofdstuk gaat over Staat en Bestuur in de Nederland omstreeks 1550. Boeiend en glashelder geschreven.


Hoofdstuk 4 behandelt de religie omstreeks 1559 en is geschreven door H.L.Ph. Leeuwenberg. Ook dit hoofdstuk geeft blijk van grote kennis van zaken, maar is soms wat eenzijdig.  Op blz. 67 stelt de auteur aan de orde dat veel calvinisten ‘radicaliseerden’ en zich ‘fanatiek’ gedroegen, wat leidde ‘tot verbittering bij de katholieken’. In de daaropvolgende paragraaf beschrijft hij het optreden van de Inquisitie. Ondanks de brandstapels van de Inquisitie vallen hier nergens woorden als ‘radicaal’ en ‘fanatiek’. Ook hoort de volgorde omgekeerd te zijn. Het is zoals prof. Groenveld op blz. 74 treffend aangeeft de overheid geweest die de leer van Rome als enige religie wilde toestaan en met strenge straffen ‘slechts toenemende verharding bij andersdenkenden uitlokt.’ Dat is de juiste volgorde.


Eerst waren er de ‘bloedplakkaten’ van Karel V en Filips II, daarna de keiharde repressie van Alva met zijn ‘Raad van Beroerten’. Daardoor verloren de calvinisten het vertrouwen in een vreedzaam samenleven tussen roomsen en calvinisten en konden zij Oranje niet steunen in diens politiek van tolerantie (zie blz. 52). Waren katholieken ook niet in de eerste plaats gehoorzaamheid verschuldigd aan de paus in Rome? En werkte die niet samen met Filips II om alle ketters in zijn rijk uit te roeien? Waar lag de loyaliteit van de katholieken? Dat was het probleem van de calvinisten.
Nog diep in de 17e eeuw zagen de Engelsen de vele katholieken in hun land als een vijfde kolonne van de paus. Opmerkelijk dan toch dat in de Republiek vrijheid van geweten nooit werd aangevochten (blz. 185), ook niet door de predikanten. Misschien kun je het probleem vergelijken met wat op dit moment speelt in Europa. Zijn Russische minderheden in Moldavië, Oekraïne, Letland en Georgië te vertrouwen of ligt hun loyaliteit bij het Russische moederland?


Op blz. 68 wekt Leeuwenberg de indruk dat de graaf van Egmont vanwege zijn geloof is terechtgesteld. Zijn geloof speelde echter geen rol in het proces. De rechters oordeelden dat Egmont zich aan majesteitsschennis had schuldig gemaakt. Het ging dus om hoog- en landverraad, zoals het onderschrift bij het portret op blz. 89 terecht vermeldt.


Mooi zijn de opmerkingen op blz. 189 over de Franse Hugenoten en de invloedrijke positie die vrouwen zich verwierven. Calvijn liet vrouwen al zingen in de kerkdiensten, wat katholieken als ‘stuitend’ ervoeren. Het calvinisme was in zekere zin een emancipatiebeweging die vrouwen kansen bood.


Op dezelfde pagina lezen wij dat volgens Theodorus Beza, de opvolger van Calvijn in Genève, God bij de schepping had bepaald wie zalig zou worden en wie niet. Dat is niet geheel juist. Omdat God eeuwig is, en alwetend, is ook Zijn besluit over het eeuwige lot van de mens van eeuwigheid, en is dit niet pas vastgesteld bij de schepping. Voor ons misschien een haarkloverij, maar voor Beza een kardinaal verschil.


Het is onvermijdelijk dat bij een dergelijk omvangrijk boek hier en daar kanttekeningen zijn te plaatsen. Binnen de beperkingen van een recensie houd ik het bij deze bovenstaande opmerkingen. Opmerkingen die niets afdoen aan de lof voor dit boek. Lezers met interesse voor ’s lands verleden vinden hier een diepgravend en boeiend geschreven studie over de oorsprong van de Republiek. Toen de Vrede van Münster (1648) de oorlog met Spanje afsloot stond de Republiek meteen te boek als een grote mogendheid. ‘Opmerkelijk is dat dit buitengewone resultaat niemand bij het ontstaan van de Opstand als doel voor de ogen zweefde’ (blz. 397).


In dit boek zijn vakmensen aan het woord. En die vakmensen waren er ook bij de uitgever, want het boek is prachtig uitgegeven.


ISBN 9789462495036 |Hardcover | Omvang 434 blz. | Uitgeverij Walburg Pers | maart 2022, 3e herziene en aangevulde druk

© Henk Hofman. 23 april 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

In de schaduw van de Tweede Wereldoorlog
De zuivering van de Nederlandse krijgsmacht
Jan Schulten


Na de Tweede Wereldoorlog werd de Nederlandse samenleving gezuiverd van collaborateurs. In ernstige gevallen werd strafrechtelijk opgetreden tegen collaborateurs. Maar beroepsgroepen werden ook gezuiverd van ‘ongewenste elementen’. Denk hierbij aan het personeel van de spoorwegen, de politie en het ambtenarenapparaat. De zuivering was reeds tijdens de oorlog in Londen voorbereid met het Zuiveringsbesluit van 13 januari 1944. Voor verschillende beroepsgroepen werden onderzoekscommissies ingesteld die moesten vaststellen wie er met de vijand geheuld had.


Jan Schulten heeft een grondig onderzoek ingesteld naar de zuivering van de Nederlandse krijgsmacht en doet daarvan verslag in dit boek.
In het eerste deel lezen we hoe de snelle capitulatie van de Nederlandse krijgsmacht leidde tot deceptie en verwarring onder de officieren. Nog tijdens de bezettingsjaren werd er een onderzoek ingesteld naar de leiding van diverse officieren en het beroepskader.
Daarna beschrijft de auteur hoe de problemen en de verdeeldheid toenamen toen de bezetters in juli 1940 een verklaring op erewoord eisten waarin beroepsofficieren beloofden van elke vorm van verzet af te zien. Wie niet ondertekende werd onmiddellijk als krijgsgevangene naar Duitsland afgevoerd. Was het desondanks toegestaan om het gegeven woord te breken en te vluchten om dienst te nemen in de Prinses Irenebrigade?


Vervolgens komen twee hoofdstukken waarin tot in detail de bijzondere rechtspleging en zuivering van de krijgsmacht na afloop van de oorlog in kaart worden gebracht. Boeiend is het hoofdstuk waarin de auteur inzoomt op een aantal praktijkvoorbeelden. We lezen bijvoorbeeld over de zuivering van kolonel Scharroo, die in mei 1940 commandant was in Rotterdam.


Het afrondende deel van dit boek bevat het commentaar op de resultaten van de zuivering en een nuttige vergelijking met zuiveringen in Frankrijk, België en Duitsland.

Er zijn veertien bijlagen die documenten bevatten over de rechtsgang. De gebruikelijke noten, literatuurlijst en register ontbreken niet en maken de stof verder toegankelijk.


Het is een nuttig boek en ook een actueel boek. Wat verwachten we van beroepsofficieren op het slagveld? Is het toegestaan om op erewoord te beloven van elke vorm van verzet af te zien? Mag een erewoord gebroken worden? Zo ja, onder welke voorwaarden?


Over het algemeen is de rechtsgang en de zuivering correct verlopen. Wel valt op dat naarmate de tijd verstrijkt het oordeel van de commissies van onderzoek milder wordt. De straffen zijn aanvankelijk strenger dan naderhand. Er is dus een zekere mate van rechtsongelijkheid geweest. Ook konden officieren die zich in hun verhoor voor de commissie meegaand en correct opstelden wel op begrip rekenen voor hun houding in de oorlogsdagen en de krijgsgevangenschap daarna. Voorts blijkt dat officieren die zich gedeisd hielden, en dat deden de meesten, weinig te verantwoorden hadden.


Nederland wilde na 1945 een nieuwe krijgsmacht opbouwen waarin officieren aangesteld werden die geschikt waren voor hun taken en die loyaal waren aan vorstin en vaderland. Iemand die bijvoorbeeld lid was geweest van de NSB kwam niet in aanmerking voor een post in het zg. Nieuwe Leger. Evenmin een officier die in mei 1940 zonder daartoe bevel te hebben gekregen zijn post had verlaten. Het ‘eigenmachtig verlaten van de stelling’ was in die vijf oorlogsdagen vaak voorgekomen. Uiteindelijk kon echter het overgrote deel van de beroepsofficieren haar vooroorlogse positie weer innemen. Met het oog op de strijd in Nederlands-Indië had Nederland elke officier weer hard nodig. Er was begrip voor een officier die in moeilijke omstandigheden fouten had gemaakt. Dat was iets anders dan ‘fout’ zijn.


Interessant is bijlage 14 waarin de Duitse bondskanselier Konrad Adenauer schrijft dat de Wehrmacht ‘eervol’ gestreden heeft en zijn ‘goede reputatie’ ondanks de oorlog heeft behouden. Helaas heeft de Wehrmacht zijn reputatie wel degelijk bezoedeld door tal van oorlogsmisdrijven te bedrijven. Het onderscheid tussen Wehrmacht en Waffen-SS is maar betrekkelijk geweest. Echter, de Koude Oorlog vergde een sterke Duitse militaire inbreng en daarmee was de terugkeer van in de strijd geharde en ervaren officieren zeer gewenst.


Jan Schulten is uitstekend ingelezen in zijn onderwerp en schrijft helder en overtuigend. De cover van het boek is heel fraai en de uitgave als geheel oogt zeer verzorgd. Een waardevol naslagwerk waarin het gedrag van mensen in tijden van crisis gewikt en gewogen wordt.


ISBN 9789462498204 | Hardcover | Omvang 414 blz. |  Uitgeverij Walburg Pers | maart 2022

© Henk Hofman, 6 april 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Oorlog met Rusland
Michel Krielaars


Dit boekje begint met de oorlog van Poetin, maar eigenlijk is het een geactualiseerde en uitgebreide editie van ‘Het kleine koude front’ uit 2014.
Krielaars toont aan dat de genadeloze repressie in Rusland al bezig was in 2011-2012: na de frauduleuze parlementsverkiezingen van december 2011 waren 100.000 boze Russen op straat gekomen om het aftreden van Poetin te eisen. Ze werden uit elkaar geklopt.
NGO’s zoals Memorial, die sponsorgeld uit het buitenland kregen, moesten zich laten registreren als ‘buitenlands agent’, waardoor vele  Russen hen niet meer durfden te steunen. In 2021 werd Memorial, het geweten van Rusland, helemaal verboden.


In 2014 duldde Poetin niet dat Janoekovitsj (voormalig president van Oekraïne 2010-2014) een verdrag met de EU ondertekende, want de EU was een verlengstuk van de NAVO. Toen de Donbas zich losmaakte en Rusland de Krim veroverde, reageerde het Westen nauwelijks. Het werd pas wakker toen de separatisten de vlucht MH17 neerhaalden.


Krielaars schetst de snelle veranderingen in Oost-Europa in 1989-1991 en het optimisme dat toen in het Westen heerste: men besefte niet dat de meeste Russen geen behoefte hebben aan democratie en vrije markt. Vele Russen waren niet blij dat de archieven opengingen: toen bleek dat hun ouders of grootouders in de jaren 30-50 hun buren of familieleden bij de geheime politie aangegeven hadden (p. 27). Een ‘Neurenberg-proces’ kwam er nooit in Rusland: niemand werd gestraft.
Toen het onder Jeltsin nog slechter ging dan onder Gorbatsjov, groeide het heimwee naar de Sovjet-Unie. Miljoenen Russen werden werkloos, ingenieurs moesten overleven als verkoper of bordenwasser.
Het Westen meende dat het nooit nog iets te vrezen zou hebben van Rusland.


Tijdens de eerste tien jaar van Poetin steeg de welvaart, zeker in de steden. Hij koos voor de Chinese aanpak: staatskapitalisme met dictatuur, het recept dat Andropov al aan Gorbatsjov geadviseerd had. Het Westen werd steeds afhankelijker van Russische olie en aardgas, zodat Duitsland en Engeland zich lange tijd verzet hebben tegen sancties (p. 37).
Maar vanaf 2012 begon Rusland zich steeds meer tegen het Westen te keren. Poetin speelde handig in op de nostalgie naar Stalin en zijn misdaden werden gebagatelliseerd: 15 miljoen doden door de goelag of door een nekschot plus 6 miljoen door uithongering van Oekraïne: het was voor het goede doel (p. 29-33).


Tegelijk bleven Poetin en zijn adviseur Karaganov imperiale ambities koesteren: ze wilden het decadente Westen overal terugdringen. Poetin toonde dat al in 2008 met zijn inval in Georgië, omdat het ijverde voor toelating tot de NAVO en de EU, nadat George Bush op de NAVO-top in Boekarest in april 2008 had voorgesteld om Georgië en Oekraïne lid te laten worden. Poetin, die als gast was uitgenodigd,  zei toen tegen Bush: “George, Je weet toch dat Oekraïne helemaal geen staat is? Een deel is Oost-Europa, het andere is door ons weggegeven. Als het lid wordt van de NAVO, zal Rusland dat oosten en de Krim aanhechten”. Dat is hij dus sinds 24 februari 2022 aan het doen.
En mogelijk heeft hij nog andere gebieden op het oog zoals Noord-Kazachstan, Moldavië en Litouwen (de toegang tot Kaliningrad) (p. 54-55).


Poetin deed alsof hij rechten had in Oekraïne, Wit-Rusland, Moldavië en Kazachstan, omdat er Russisch-taligen wonen. In de Donbas zijn die Russisch-taligen pro Rusland, in Marioepol blijkbaar niet, want het verzet tegen de inval is daar groot. Poetin beweert dat hij zich bedreigd voelt door Oekraïne, omdat het land en zeker de jeugd voor democratie, vrije verkiezingen en eerlijke rechtbanken is. Toen Oekraïne in 2013-2014 de EU verkoos boven de ‘Euraziatische Unie’ van Poetin (Rusland, Wit-Rusland, Oekraïne, Kirgizië, Tadzjikistan, Kazachstan), werd Poetin razend en steunde hij de rebellen in de Donbas. Het leverde hem veel steun op van de nationalisten in eigen land (p. 52-53).


Toen Janoekovitsj in februari 2014 verdreven werd door betogers, liet Poetin de Krim bezetten en lijfde hij het schiereiland in (p. 55-56). In de Donbas ontstonden gevechten tussen separatisten en de regering. Volgens Krielaars zonder steun van de meerderheid van de bevolking. Ik denk dat de separatisten wel de steun van de bevolking hebben.


Volgens Krielaars begreep de EU niet dat er in Oekraïne een revolutie aan de gang was tegen Rusland. Tegelijk waren er Ruslandkenners die vonden en vinden dat Oekraïne  tot de invloedssfeer van Rusland moet horen: ze negeren dan dat het sinds 1991 een door Rusland erkende soevereine staat is en recht heeft op territoriale integriteit. Pas toen vlucht MH17 door rebellen werd neergehaald met een Russische Boek-raket, werd de EU wakker en legde ze sancties op, waar ook Merkel zich bij aansloot. Dit was het einde van 25 jaar goede relaties tussen Europa en Rusland (p. 59-60).


Sinds 2014 heeft de staatspropaganda van veel Russen weer antiwesterse ‘Homines Sovietici’ gemaakt en sinds de oorlog gaat dat proces nog intenser verder. Ze juichen alles toe wat Poetin doet, 85% keurde de inname van de Krim goed (zelfs Gorbatsjov en Navalny) en verder zwijgen ze zoals hun ouders zwegen tijdens Stalin toen mensen naar de goelag werden gedeporteerd en toen de ‘koelakken’ werden uitgemoord. Kritische intellectuelen worden weggezet als ‘verraders en vijanden van het land, buitenlandse agenten, vijfde colonne’. En wie het woord ‘invasie’ of ‘oorlog’ uitspreekt, riskeert 15 jaar cel (p. 61-64).


Nu steunt 69% van de bevolking de invasie in Oekraïne. De rode, gedesinformeerde ‘Homo Sovieticus’ is weer terug sinds 2014. Hij beseft niet dat ‘denazificatie’ en ‘demilitarisering’ leugens zijn om Oekraïne te onderwerpen. De orthodoxe kerk doet daar helaas aan mee: autocratie en orthodoxie gaan weer hand in hand. En de meerderheid stoort zich niet aan de rijkdom van Poetin, die op 200 miljard dollar wordt geschat (p. 68-69).


Krielaars beweert op basis van de New York Times dat de annexatie van de Krim beslist werd door slechts vijf man, allemaal ex-KGB-ers (p. 71-72).

Vaclav Havel waarschuwde al in 2009 in een brief aan Obama dat de inval van Rusland in Georgië in 2008 vergelijkbaar was met de toegevingen die in 1938 (Oostenrijk en Sudetenland) en 1939 (Polen en Baltische Staten) gedaan werden aan Hitler en Stalin. En in 2011 zei Havel dat de Russische buitenlandse politiek nu veel gewiekster en gevaarlijker is dan tijdens de Koude Oorlog (p. 76-78). De inval van 2022 bevestigt dat Havel gelijk had: een grootmacht vindt altijd een excuus om een buurland binnen te vallen.


Nu is Duitsland o.l.v. Olaf Scholz een historische koerswending ingeslagen door wapens te leveren aan Oekraïne en door een Duits leger op te bouwen. Door de invasie is het Westen eindelijk wakker geschud uit zijn droom, die ingegeven was door goedgelovigheid en hebzucht. De gewone Rus krijgt nu door de isolatie van zijn land weer de schaarste en de armoede van de Sovjettijd (p. 79-81). Poetin is de grote schuldige, maar het Westen draagt ook schuld, omdat het zich door hem liet misleiden. Krielaars noemt het Rusland van Poetin zelfs neofascistisch wegens zijn revanchisme, messianisme, machtsvertoon, feitelijke eenpartijstaat, uitschakeling van tegenstanders. Het Westen heeft deze evolutie niet gemerkt en krijgt er nu de dure rekening voor gepresenteerd. Poetin is volgens Krielaars al sinds 2020 de feitelijke baas in Belarus en sinds januari 2022 ook in Kazachstan (p. 87-89).


Krielaars vestigt zijn hoop op de 15% Westers georiënteerde Russen, bij wie hij vele vrienden heeft en die in de toekomst met hun 20 miljoen voor een Moskouse Maidan kunnen zorgen (p. 91). Hopelijk maken we dat nog mee en hopelijk mag Krielaars nog binnen in Rusland.


Beoordeling
Dit boekje is een krachtig en duidelijk pamflet tegen de oorlog van Poetin en co in Oekraïne. Laten we hopen dat onze Europese politici het grondig lezen en niet enkel naar de economische belangen kijken. Een kaart van Oekraïne ontbreekt.


ISBN 978-94-932-5691-0 | Paperback | 94 pagina's | Uitgeverij Pluim, Amsterdam/Antwerpen | maart 2022

© Jef Abbeel, maart 2022, www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Niemandsland
Een reis naar de oorlog in Oekraïne
Jan Hunin


Een opmerking vooraf: dit boek gaat niet over de oorlog die Poetin op 24 februari 2022 ontketende, maar over de oorlog in de Donbas, die al aan de gang is sinds 2014 en die leidde tot de afscheiding van Donetsk en Loegansk.


De auteur (°1968) is een Vlaams historicus en journalist, die al 25 jaar in Polen woont en zowel in 2014 als in 2019 door het oostelijk deel van Oekraïne reisde. De Donbas, het bassin (bekken) van de kleine Don,  is het gebied rond de kleine Don of Donets. De grote Don stroomt door Rusland, niet door Oekraïne.


Jan Hunin bezoekt het mooie Charkov, waar in 2014 de 298 doden van de MH 17-ramp bijeengebracht werden en waar de toenmalige president Viktor Janoekovitsj zijn enorme en luxueuze datsja had.


De benaming ‘Niemandsland’ wijst op het verleden: tot 1676 was er geen enkele nederzetting in het gebied tussen Rusland en de Krim (die Turks was tot 1783). Ze wijst ook wel op het heden: op de E50 kun je meemaken dat je geen enkele andere auto ziet.


In de 18de-19de eeuw kwam er wel verandering, toen werklieden en ingenieurs uit heel Europa en Rusland aangetrokken werden door de vondst van steenkool en staal. Het Donets-bekken, kleiner dan België, leverde 87% van de Russische steenkool rond 1870-1914. Lenin nationaliseerde alle bedrijven, waardoor de buitenlanders allemaal wegtrokken. Tijdens Stalin haalde Stachanov er recordhoeveelheden steenkool naar boven, weliswaar met een hele ploeg, dus met bedrog. Brezjnev kwam uit die regio (Djnepropetrovsk, nu Dnipro)  en zorgde ervoor dat de streek  in de jaren 80 tot de meest ontwikkelde van de SU hoorde. Dat is helaas al lang niet meer zo.

Doordat het Oekraïens op school verboden was, sprak rond 1991 bijna iedereen Russisch in de Donbas.
Bij het referendum over de onafhankelijkheid in december 1991 stemde 92% ervoor, in de Donbas 84%.
Maar door de intrede van de vrije markt moesten vele mijnen sluiten en verzuurden de relaties tussen de Donbas en Kiev. Donetsk ontvolkte snel. Bij een referendum in 1994 was 90% van het Donets-bekken voor de erkenning van het Russisch als tweede taal en voor toenadering tot Rusland. Kiev ging hier niet op in (p. 21).


In 2004 werd de ‘Donbasser’  Janoekovitsj president gekozen, maar met fraude. De Oranjerevolutie brak uit, er werd herkozen, Joestsjenko werd president.
In 2010 werd Janoekovitsj opnieuw gekozen, maar in 2014 kwam dan Euromaidan. Men eiste het aftreden van een president die wettig verkozen was.
In de Donbas werden de opstandelingen afgeschilderd als nazi’s en fascisten. Er waren nationalisten bij die dweepten met Stepan Bandera, ex-collaborateur (p. 22-23). Een associatieverdrag met de EU zou de Donbas afsluiten van hun voornaamste markt, Rusland.


Gevolg: de volksrepublieken Donetsk en Loegansk werden uitgeroepen. Etnische Russen vormen er de helft van de bevolking, er wordt bijna enkel Russisch gesproken. Vanuit Kiev keek men er minachtend op neer en stuurde een leger. De oorlog kostte tot februari 2022 al 14.000 doden en 1,5 miljoen vluchtelingen op 4 miljoen inwoners (p. 27-28).De welvaart is zeer laag: sommigen verdienen slechts 40 euro per maand. Door de oorlog zijn de grote wegen niet meer berijdbaar. Er hangen teksten zoals : “Wij hebben één vaderland, Rusland”.


Hunin reisde ook al in 2014 door de streek; toen bezocht hij de rampplek van MH 17. De brokstukken en de lijken lagen verspreid over 30 km²! Hij somt de bewijzen op van het feit dat de rebellen het vliegtuig met een Russische Boekraket neergehaald hebben, denkend dat het een Oekraïens was. Oekraïne treft ook schuld, want het had niet mogen toelaten dat een passagiersvliegtuig over oorlogsgebied vloog (p. 53-54).


Het was niet de eerste keer dat er per vergissing een lijnvliegtuig neergehaald werd: in 1988 schoten de Amerikanen een Iraans toestel neer, in 2001 de Oekraïners een Russisch, en in 2020 Iran een Oekraïens. Verschil: de rebellen en Rusland betaalden geen schadevergoeding, de Amerikanen en de Oekraïners wel.  In de Donbas hebben de rebellen overal hun eigen mannen en vrouwen burgemeester gemaakt en die zijn allemaal overtuigd dat MH17 neergeschoten is door straaljagers van ‘de nazi’s uit Kiev’ (p. 64-67).


Velen ontvluchten de streek: Donetsk telde in 2001 ruim 1 miljoen inwoners, nu officieel 900.000, maar in feite wellicht slechts 200.000. In het verleden was Sjachtar Donetsk 12 keer voetbalkampioen van Oekraïne. Loegansk is met 0,5 miljoen inwoners de kleine broer van Donetsk. Het heeft één troost: Sergej Boebka, die 35 keer het wereldrecord polsstokspringen verbeterde, is daar geboren.


Beide steden werden gesticht door de Britse kanonnenmaker Charles Gascoigne (1795). Loegansk is genoemd naar de rivier Loegan of Loeganka, Donetsk naar de rivier Donets, hoewel die niet door de stad stroomt. In beide steden is de McDonald’s genationaliseerd: tot DonMak in Donetsk, McDak en Loegansk (p. 116). Voor beide republieken heb je een apart visum nodig. En de E40 naar Loegansk ligt deels vol met zand en modder. De president heet er Leonid Pasetsjnik (p. 123-126).
De Oekraïense grivna is vervangen door Russische roebel. (p. 86).

Velen willen bij Rusland horen en willen niets meer te maken hebben met ‘Gayropa’ en zijn Gay Prides, die sinds 2013 ook in Kiev plaatsvinden, wel met tegenbetogingen. Alleen Amerika is nog erger (p. 87).
Automobilisten rijden zeer hard, zonder gordel en zonder verzekering. Het gemiddeld maandsalaris is er € 50, de pensioenen € 65 en een ingenieur die tot 2014 ca. € 1.000 verdiende, krijgt er nu nog 200 (p. 102).


Hunin slaagt erin Denis Poesjilin te interviewen, de president van de republiek Donetsk, in zijn marmeren paleis. Hij herhaalt dat Oekraïne de vlucht MH17 neergeschoten heeft en verwacht enkel heil van Rusland (p. 112).


Door de oorlog zijn sinds 2014 ca. 14.000 doden gevallen, deels Donbassers, deels Oekraïners. Alle mijnen zijn gesloten, vele fabrieken ook. De velden worden niet meer bespoten en bewerkt, met als gevolg dat de bijen floreren en voor zoete honing zorgen (p. 171).


Bij die oorlog kregen de Donbassers de hulp van Tsjetsjeense huurlingen, die daarvoor een paar honderd dollar per dag opstreken, meer dan het maandloon (p. 187-192). Lenin beging de fout de Donbas aan Oekraïne te geven, nu wil het gebied terug bij Rusland (p. 195). En dit hoewel een getuige tegen de auteur zegt: “Hier wonen geen Russen, alleen mensen die Russisch spreken”. Voor de Oekraïners zijn de inwoners Russen, voor de Russen zijn het Oekraïners die Russisch spreken: het is dus een niemandsland (p. 203).


Na 33 dagen verlaat Hunin de streek. Hij vliegt via Charkov, de stad met het na Tiananmen grootste plein ter wereld, naar zijn woonplaats Warschau.


Hunin kan goed vertellen en zich prima inleven in de situatie van mensen die het moeilijk hebben. Hij waagt zich op plekken waar anderen niet durven komen en slaagt erin mensen te interviewen die anderen niet bereiken. Zijn boek geeft een goed beeld van deze verdeelde en weinig bekende streek.


Een paar details: het boek is niet stevig samengebonden waardoor het uit elkaar kan vallen bij het lezen. Er staat een enkel gallicisme in: ’t Is te zeggen (p. 59) i.p.v. dit wil zeggen; en ‘Krasnij Loetsj’ betekent Rode Straal, niet Rode Sikkel (p. 161). Sikkel in het Russisch is sertsj.


ISBN 978-94-6310-564-4 | Paperback | 229 pagina's met landkaarten en foto's | Uitgeverij Polis/Pelckmans, Kalmthout, oktober 2020

© Jef Abbeel, 24 maart 2022 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zelensky
De biografie
Serhi Roedenko


De auteur van deze ‘biografie’ is een Oekraïense journalist, tv-presentator en medewerker van Deutsche Welle. Eerder schreef hij al boeken over andere Oekraïense politici: Joesjtsjenko, Janoekovitsj en Timosjenko. Dit boek verschijnt in 16 talen en het is eerder een overzicht van de politieke gebeurtenissen van de laatste twintig jaar dan een ‘biografie’. Daarvoor kun je terecht bij Don Croonenberg, ‘Zelensky. De clown tegen de tsaar’ (maart 2022).


Het begint met de Russische inval van 24 februari, een invasie waarin de president niet wou geloven, ondanks de Amerikaanse en Britse waarschuwingen. Zelensky wou Kiev ook niet verlaten, ondanks het Amerikaanse aanbod en ondanks tien moordpogingen (p. 12). Voor het eerst werden alle Oekraïners verenigd tegen een buitenlandse agressor. De auteur spreekt al van een overwinning (p. 13), maar zo ver is het helaas nog lang niet.


In 2019 won Zelensky onverwacht de presidentsverkiezingen met 73% tegen 24% voor zittend president Porosjenko. Trump feliciteerde hem, Poetin niet. Het voorafgaand debat in het stadion van Kiev werd bijgewoond door 20.000 toeschouwers en uitgezonden op 150 tv-zenders. Zelensky deed wat Macron hem had voorgedaan: hij hoorde niet bij een landelijke partij en blies heel het systeem op.
Bij de parlementsverkiezingen van 21 juli 2019 haalde zijn partij ‘Dienaar van het Volk’ verrassend 43% of de meerderheid van de zetels. Vele verkozenen waren laag opgeleid en vatbaar voor steekpenningen (p. 35).


Pas op pagina 49 vernemen we terloops dat Zelensky in 1978 geboren werd in Kryvy Rih, een industriestad van ijzererts en staal (nu van Arcelor Mittal).  Zijn grootvader diende tijdens de oorlog in het Rode Leger tegen de nazi’s. Eén van zijn eerste problemen was het beëindigen van de oorlog in de Donbas (2014-2022). Daarvoor kwamen Zelensky, Merkel, Macron en Poetin bij elkaar in Parijs in december 2019. Helaas zonder resultaat. Poetin bleef doen alsof Rusland er niets mee te maken had: “Nas tam njet/Wij zijn daar niet”.


Een ander probleem was het ontslag van topmedewerkers, die al snel niet meer geloofden in de president. Tussendoor krijgen we veel informatie over de prestaties van Zelensky als acteur. Daar bewees hij al begaafd te zijn en in team te kunnen werken.
Bij zijn verkiezingsbeloftes hoorde ook: geen vriendjespolitiek, maar competente mensen. Toch deelde hij hoge functies uit aan vrienden. Zo werd de familie Porosjenko opgevolgd door de familie Zelensky of beter gezegd: door zijn vrienden uit de showwereld. De schrijver noemt ook hun namen en hun functies (p. 88-91).


Hij veranderde Oekraïne weinig of niet: de oligarchen Kolomojsky, Achmetov en Pintsjoek bleven machtig, de omkoperij verdween niet, corrupte ambtenaren bleven op hun post, parlementsleden van zijn partij werden beschuldigd van het aannemen van steekpenningen. Toen zijn topmedewerker Serhi Sjefir de invloed van de oligarchen wilde indammen, werd zijn auto beschoten(september 2021). De aanslagplegers en hun opdrachtgevers zijn nog niet opgespoord (p. 115-116). Mogelijk omdat Zelensky, dankzij Kolomojsky,  was opgegroeid tot megaster en van hem vele miljoenen had gekregen via offshorebedrijven, wat aan het licht kwam in de Pandora Papers (p. 119). Maar Zelensky gaf de door Porosjenko genationaliseerde Privatbank niet terug aan Kolomojsky.


Tijdens de kiescampagne werd Zelensky ook beschuldigd van drugsverslaving, iets wat Poetin herhaalde na zijn inval. Maar er is nooit een bewijs geweest. Zoals er ook geen bewijs bestaat dat oligarch Achmetov met Russische hulp een staatsgreep voorbereidde, wat Zelensky beweerde in 2021 (p. 196-197).
Het boek vertelt ook over de spanningen tussen Zelensky en de Tsjetsjeense leider Kadyrov, wiens mannen een aanslag wilden plegen op Zelensky (p. 92-95).


Het laatste hoofdstuk beschrijft de Russische oorlogsmisdaden in Boetsja: meer dan 300 mensen liggen er in massagraven, meisjes werden er verkracht voor de ogen van hun ouders. Het leek wel of de jaren 30 terug waren met de Holodomor (uitroeien door honger) en het liquideren van Oekraïense intelligentsia. In dit hoofdstuk en in de epiloog toont Roedenko wel veel respect voor Zelensky (p. 198-206). Het boek eindigt op 17 april 2022.


Beoordeling
Dit boek is dus geen biografie, hoogstens een politieke. Het gaat vooral over de Oekraïense politiek en showbusiness van deze eeuw, de intriges in de politiek en de voornaamste personages in beide.
De auteur is kritisch, ook voor Zelensky: “Hij wist niet hoe de staatsinstellingen werken” (p. 59) en “Hij was erg zwak in zowel economie als staatsbestuur” (p. 68-69). En minister worden kan ook via het bed (p. 35).


Roedenko toont dat de situatie in Oekraïne veel ingewikkelder was en is dan wij hier vermoedden, dat de zwakke regeringen niet veel presteerden en soms maar één jaar aanbleven en dat de ministers vaak banden hadden met de oligarchen. Het gaat er dikwijls onbeleefd aan toe en de rijkdom aan scheldwoorden is er groot.


Het boek staat ook vol met voor ons onbekende eigennamen uit de politiek en de showwereld. Gelukkig vind je achteraan een verklarende namenlijst. Een kaart met de plaatsnamen ontbreekt.


De volgorde van de 38 hoofdstukjes is niet chronologisch, maar eerder rommelig.


De auteur spreekt geregeld (p. 13, 185, 195,197, 203 en 205 ) over de overwinning van zijn land op de Russen: dat is erg voorbarig.


Het voetbalstadion in Kiev heet ‘Olympisch’ (p. 20-21, 129), hoewel er nooit Olympische Spelen hebben plaatsgevonden, wel een EK voetbal. De voetnoten zijn afkomstig van de vertalers, maar ze zijn zeer nuttig. Die vertaling is blijkbaar niet uit het Oekraïens, maar uit het Frans: op p. 214 en 221 staat in de namenlijst bij de dames nog ‘née’ i.p.v. ‘geboren’.


Er staat maar één drukfoutje in: p. 200 : ze ‘overredden’. Bij vele data moet je zelf het jaartal toevoegen. Op p. 111 zit de Georgisch-Oekraïense politicus Saakasjvili sinds 2 oktober 2021 in de gevangenis in Georgië, op p. 191 is hij op vrije voeten. Ik vrees dat hij nog vast zit.


Samengevat: het boek zou beter heten: ‘Een kritisch beeld van de Oekraïense politiek’ en zeker niet ‘De biografie’.


ISBN 978-90-450-4721-8 | Paperback, 221 pagina’s, namenlijst, | Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/VBK, Antwerpen, mei 2022

©Jef Abbeel, mei 2022, www.jefabbeel.be

Lee de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Russische Krim
Geschiedenis van een betwist schiereiland
Emmanuel Waegemans


Dit boek heeft een uitdagende titel: de Oekraïners beschouwen de Krim nog altijd als een deel van hun land, het enige waaraan het schiereiland grenst. Het telt nu 1,9 miljoen inwoners en er wonen 80 nationaliteiten. De Russen zijn met 65 à 70% de grootste groep, de Oekraïners de tweede met 10 à 15%. In oppervlakte (26.081 km²) is het kleiner dan België.


De auteur schetst de lange geschiedenis en legt uit waarom de Russen ervoor willen vechten. Die geschiedenis begint in de 8ste-7de eeuw v.C.  Vele volkeren kwamen er wonen en heersen, o.a. Grieken, Romeinen, Mongolen, Tataren, Turken, Russen. Tussen 1550 en 1914 voerde Rusland twaalf oorlogen tegen het Turkse rijk om de baas te worden in Oekraïne en op de Krim (p. 28). In 1783 veroverde Potjomkin de Krim en bouwde er steden en havens. Ik lees hier nergens dat tsarina Catharina de Grote toen gezegd zou hebben: “De Krim zal voor altijd Russisch zijn”. Ze bedoelde: niet meer van Turkije. Van Oekraïne was er toen nog geen sprake. Poetin, die graag de geschiedenis gebruikt en misbruikt, verwees daarnaar toen hij in 2014 de Krim aanhechtte.


In 1787 bezocht Catharina de Zuidelijke gebieden, met in haar gezelschap o.a. keizer Jozef II en zijn diplomaat prins de Ligne. Doel van de reis was de wereld tonen dat Rusland rijk en machtig was. In 1798 publiceerde een jaloerse Saksische gezant het boekje ‘Potemkin der Taurier’ en verspreidde zo de mythe van de Potemkinse dorpen. De Nederlandse reiziger Pieter van Woensel, pro-Turks en anti-Russisch, deed er nog een schep bovenop. Hij beweerde ooggetuige te zijn, maar dat was hij niet (p. 52-57). Montefiore beweert in zijn recente studie over Catharina en Potjomkin dat de dorpen en steden wél echt waren. Het belangrijkste is wel dat Catharina en Potjomkin de Zwarte Zee veroverden, iets wat Peter de Grote niet gelukt was.


Ondanks de slechte wegen en het ontbreken van hotels begon toen het toerisme naar de Krim: eerst kwamen de wetenschappers, in 1786 ook een Engelse dame die vond dat Rusland de Krim nooit mocht opgeven en vervolgens alle tsaren van Alexander I tot Nicolaas II. In 1834 verscheen de eerste reisgids.


Waegemans legt ook uit hoe de Krimoorlog tot stand kwam, op welke (zeven) plaatsen deze zich afspeelde en wat er nieuw aan was. Het werd een psychologische nederlaag voor Rusland, dat niet in staat was om het veel zwakkere Turkije te verslaan. 450.000 soldaten sneuvelden: zij werden de helden van het verwoeste Sebastopol. De oorlog was niet enkel een bron van nationalisme, maar ook van afkeer van het Westen, want Frankrijk en Engeland hadden de kant van Turkije gekozen.


Het toerisme werd betaalbaar vanaf 1875, toen de eerste spoorweg van Charkov naar Sebastopol klaar was en zeker vanaf 1894, toen de tarieven daalden. TBC-patiënten trokken naar de Krim om er te genezen. En moslims uit de Kaukasus reisden via de Krim naar Mekka (p. 96-97).


In 1905-1906, in februari 1917 en in oktober 1917 was er op de Krim evenveel onrust als in de rest van Rusland. In 1918-19 vocht het Witte Leger van Denikin tegen het Rode van Trotski, aanvankelijk met succes, nadien niet meer. In november 1920 begon de exodus van 200.000 Witten. In totaal verlieten 1,5 à 2 miljoen Russen hun land, met pijn in het hart. Idem trouwens voor meer dan 10.000 Belgen die in de Donbas werkten en meer dan 200 bedrijven in Rusland hadden. De bolsjewieken richtten een waar bloedbad aan: ze doodden 20 à 25.000 Krim-bewoners (p. 99-101).


Dan brak er een hongersnood uit die 150.000 doden eiste. In 1917 woonden er 808.000 inwoners, in 1921 nog 570.000. De Krim werd een kuuroord voor arbeiders. In 1940 waren er 195 sanatoria en rusthuizen.


Op 22 juni 1941 vielen de eerste Duitse bommen op Sebastopol: de Krim was een springplank naar de olie van de Kaukasus. De Duitsers wilden de lokale bevolking verdrijven en er Duitse kolonisten vestigen. Er werd gecollaboreerd, de nazi’s executeerden 90.000 bewoners en roeiden 35.000 Joden uit. Na de bevrijding liet Stalin alle 190.000 Krim-Tataren plus 100.000 Bulgaren, Grieken, Armeniërs deporteren naar Siberië, ook als ze niet gecollaboreerd hadden. De overlevenden mochten pas in 1989 terugkeren (p. 103-107).


In 1954 gaf Chroesjtsjov de Krim aan Oekraïne, zonder de bevolking te raadplegen en zonder de wettelijke procedure te volgen. Velen beschouwen de overdracht als ongrondwettelijk. Toen lag niemand ervan wakker, want het bleef binnen de SU. De Krim telde in 1954 1,2 miljoen inwoners: 850.000 Russen(71%) en 264.000 Oekraïners (22%) en dan nog 4% Joden en Wit-Russen. Tussen 1990 en 1997 keerden 245.000 Tataren terug en namen (met geweld) hun vroegere huizen en gronden weer in.


In 2014 annexeerde Poetin de Krim en in 2018 verbond een brug van 19 km over de straat van Kertsj de Krim met het vasteland. Het belangrijkste vakantie- en kuuroord van de SU en het jongerenkamp Artek waren weer bij het moederland. In 2018 kwamen er 6,8 miljoen toeristen. Dankzij de gedichten van Poesjkin, die in 1820 de Krim bezocht,  was het schiereiland  geliefd geworden bij de Russen. Ook Tolstoj, Tsjechov, Gorki en Volosjin brachten de Krim in de literatuur. En ook schilders zoals Ajvazovski vereeuwigden het.


De auteur eindigt met de oorlog tegen Oekraïne en vraagt zich af of deze agressie en die tegen de Krim aan Rusland meer schade dan voordeel zal opleveren. In de bijlagen krijgen we een lijstje met de plaatsnamen en een bibliografie. Daarin staat ook Marc Jansen, Geschiedenis van Oekraïne, 2014. Daarvan is in maart 2022 wel een heruitgave verschenen.


Beoordeling
Dit boek is vlot geschreven, in zeer begrijpelijke taal en het leest zeer aangenaam. Mede door de mooie foto’s, krijg je meteen zin om het schiereiland te bezoeken. Enkele plaatsnamen op het kaartje vooraan (p. 11) zijn zo klein dat je er best een vergrootglas bijneemt. De brug van 2018 staat er nog niet op. Ik mis ook de verklaring van het woord Krim (Tataars voor wal, muur, greppel).


Nog een paar details: Sevastos op p. 36 moet Sebastos zijn; Theodosia  betekent ‘Godsgeschenk’, Feodosia is de Russische vorm (p. 133); idem voor simfero (p. 134) dat sumfero is in het Grieks. En tot slot: “De grote kiezelstranden zijn meestal klein” (p. 115) is een leuke tegenspraak.


ISBN ISBN 978-90-223-3909-1 | Paperback | 140 pagina's | Uitgeverij Davidsfonds, Antwerpen | mei 2022

© Jef Abbeel, mei 2022  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wittgensteins wereld
Erik Bindervoet en Saskia Pfaeltzer (ill)


Ludwig Wittgenstein (1889-1951) staat niet bekend als een toegankelijke denker. Toen in 1922 zijn hoofdwerk Tractatus Logico-Philosophicus over de relatie tussen taal, denken en werkelijkheid verscheen, werd dit boek als onbegrijpelijk en onverkoopbaar ervaren. Taal zou de logica van de wereld weerspiegelen. Later in zijn leven draait Wittgenstein dit concept om. Taal is niet de bron van de logica, maar logica vormt de taal. Als ik het goed begrepen heb, want op de achterflap van dit boek wordt het denken van Wittgenstein raak getypeerd als invloedrijk maar ongrijpbaar.


Dit boek is de neerslag van een verrassend gesprek tussen de jonge en de oude Wittgenstein met andere denkers, zoals Bertrand Russell, Friedrich Nietzsche, Karl Popper, Arthur Schopenhauer, Sigmund Freud, John Maynard Keynes en vele anderen. Erik Bindervoet spreidt hier zijn diepgaande kennis van (taal)filosofie ten toon.


Ook het veelbewogen leven van Wittgenstein komt aan de orde. Ludwig was het jongste kind van de schatrijke Oostenrijke industrieel Karl Wittgenstein. Hij gaf zijn vermogen aan zijn zuster, die toch al rijk was ‘en er dus geen last van had’. In de Eerste Wereldoorlog diende Ludwig als vrijwilliger in het leger. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte hij als ambulancebroeder. Daarna doceerde hij in Cambridge tot hij in 1947 zijn leerstoel opgaf. Ludwig Wittgenstein overleed in 1951 aan kanker.


De bekendste uitspraak van Wittgenstein is misschien wel deze: ‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen.’ Het is de slotzin van de Tractatus. Er zijn zaken waarvoor geen zinvol taalgebruik bestaat. En dat is vooral het geval bij poëzie, religie, muziek en kunst.
De deskundigen zijn het niet eens over de implicaties van deze stelling.


Op de website van de Universiteit Tilburg staat de volgende uitleg:
“Wittgenstein schrijft alleen over de dingen die men kan weten en die men onder woorden kan brengen. Wat men kan weten, de stand van zaken, is ingebed in méér dan dat. Maar over dat méér kan men niet spreken. Hoe de wereld is, is een kwestie van waarneming en verwoording. Maar dat de wereld is, blijft raadselachtig. Op dit raadsel bestaat geen antwoord; het is zelfs onmogelijk om dit raadsel van het ‘leven’ zuiver te formuleren. Dergelijke levensvragen vallen buiten het gebied van de kennis.”

Ik ben benieuwd of de samenstellers van dit boek dit een juiste toelichting vinden.


Als de toelichting juist is, valt daaruit af te leiden dat Wittgenstein niet in een God geloofde. Het geloof geeft immers een verklaring voor zaken die de logica niet vermag te duiden. Die weg wijst Wittgenstein af. ‘Er is een grens aan wat gedacht kan worden en wat daarbuiten ligt, is gewoon onzin.’ (blz. 77).


Op blz. 262 zegt de jonge Wittgenstein: ‘ALLEEN als ik in vrede leef met God. Alleen dan is het mogelijk het leven te dragen.’ Waar de oude Wittgenstein tegen in gaat: ‘Wat zich niet laat zeggen, laat zich niet zeggen!’


Heeft het wel zin om een boek te lezen over een filosoof die als raadselachtig en ontoegankelijk te boek staat? Ja. Al was het maar vanwege de vele prachtige zinnen in dit boek waar je een tijdje over na kunt denken. “Je hebt vaste grond onder je voeten nodig om te twijfelen.” Of: “Je hebt overal gezichtsuitdrukkingen voor. Voor pijn, voor verdriet, voor woede, voor angst, voor verontwaardiging, voor verbazing, voor ingespannen afwassen. Maar niet voor weten.” En deze: “Als je ergens in gelooft, sluit je bepaalde mogelijkheden uit en gedraag je je ernaar.” En dan zijn er natuurlijk nog die prachtige illustraties waar je een hele tijd naar kunt kijken.


Wittgensteins wereld
is een knap boek geworden. Uitgever en samenstellers complimenteer ik graag met dit resultaat. Daarnaast zijn de prachtige illustraties van Saskia Pfaeltzer een streling voor het oog. Deze zeer verzorgde uitgave is een prachtig lees- en kijkboek geworden.


Tot slot nog een tip voor de lezer: ik heb er baat bij gehad om af en toe een persoon of een begrip te googelen. De achtergrondinformatie hielp bij het volgen van de tekst.


ISBN 9789028451131 | Paperback | Omvang 272 blz. | Uitgeverij Wereldbibliotheek | april 2022

© Henk Hofman, 11 mei 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Zelensky
De clown tegen de tsaar
Don Croonenberg


Volodymyr (Oekraïens voor Vladimir) Zelensky (°1978) is sinds april 2019 de eerste president met een achtergrond van komediant. Reagan had een verleden als filmacteur en deed het uiteindelijk verre van slecht als president van 1981 tot 1989. Miljoenen Russen kennen Zelensky, omdat zijn producties ook op de Russische tv kwamen. In zijn satires had hij veel kritiek op de corruptie in zijn land, dat hierin bijna even hoog scoort als Rusland. In 2019 versloeg hij de zittende president Porosjenko, tevens de rijkste oligarch, met 73% tegen 27%.


Zelensky werd toen beschuldigd van banden met oligarch Ihor Kolomosjki, ex-eigenaar van Privatbank, maar dat had weinig invloed op de uitslag. Hij kreeg al snel ruzie met Poetin, omdat hij drie pro-Russische tv-zenders van Viktor Medvedtsjoek, vriend van Poetin, uit de lucht had gehaald en beslag liet leggen op diverse bezittingen van die man. Zo had Poetin al een eerste reden om hem van de troon te stoten.


Zelensky werd geboren in 1978 in Kryvy Rih, een Russischtalige industriestad op 300 km ten zuidoosten van Kiev. Zijn ouders zijn Joden: de vader is hoogleraar, de moeder ingenieur. Tijdens de Holocaust kwamen drie broers van zijn grootvader om (p. 27). In de jaren 80 woonde het gezin vier jaar in Mongolië, waar zijn vader een hoge functie had. Tijdens en na zijn studies rechten werd hij komediant. Tussen 1998 en 2003 woonde hij in Moskou en kwam daar veel op tv. In 2003 trouwde hij met zijn eerste liefde, Olena Kiyashko, leeftijdsgenote en uit dezelfde stad afkomstig. In 2004 werd hun dochter Oleksandra geboren en in 2013 hun zoon Kyrylo. In 2006 woon hij de Oekraïense versie van ‘Dancing with the Stars’ bij. In 2015 weerde het Oekraïense ministerie van Cultuur voortaan Russische artiesten en kunstenaars. Zelensky keurde dat af.


Eind 2013 begonnen de protesten op Maidan tegen president Janoekovitsj, omdat die weigerde het verdrag met de EU te tekenen. In februari 2014 vielen er zelfs 120 doden bij de betogingen. Janoekovitsj vluchtte naar Rusland. Poetin beschouwde dit als een staatsgreep (p. 44-47). In mei 2014 werd Porosjenko de nieuwe president. Maar in 2019 werd hij verrassend verslagen door Zelensky.


Het Kremlin was niet blij, sprak zeer negatief over hem  en Poetin weigerde hem te feliciteren. Toen stationeerde hij al tienduizenden soldaten aan de grens (p. 59). De vraag was nu of de nieuwe president als ‘dienaar van het volk’ de broodnodige politieke en economische hervormingen zou doorvoeren. Dat bleek moeilijk te zijn. Hij bezocht wel tientallen Westerse landen  om de economische banden te versterken.


Hij kreeg veel kritiek omdat hij vrienden zonder ervaring, soms ook acteurs, op belangrijke posten zette. Hij had vele plannen: het kiesstelsel aanpassen, de corruptie bestrijden, de landbouw hervormen, de komst van buitenlandse bedrijven aanmoedigen, de braindrain indammen, de slechte wegen verbeteren, abortus en prostitutie legaliseren (p. 70).


Er kwamen meer buitenlandse bedrijven, maar het parlement stemde tegen een verandering van het kiesstelsel en ook in de strijd tegen corruptie en tegen de oligarchen was zijn succes beperkt (p. 73-76, 87-88, 103). Bij de parlementsverkiezingen van juli 2019 haalde zijn partij 43% van de stemmen, wat goed was voor 60% van de zetels (p. 80).


Begin 2021 vaardigde hij een decreet uit om de Krim te bevrijden. Uiteraard waren de Russen weer woedend. Toen zou Poetin al gedacht hebben aan een aanval op Oekraïne (p. 83-84). De auteur vermeldt hier geen precieze bron. In oktober 2021 bleek uit de Pandora Papers dat ook Zelensky bedrijven had op de Britse Maagdeneilanden en op Cyprus, naast huizen in Oekraïne en een villa in Italië (p. 85). Zijn tv-optredens hadden dus goed gerendeerd.


Hij werkte fel op de zenuwen van Poetin door zijn inspanningen om lid te worden van de NAVO en van de EU, door in Oekraïne de restanten van het communisme te bannen (monumenten, straatnamen, symbolen), door op Facebook te zetten dat Oekraïne en Rusland slechts één ding gemeen hebben: een grenslijn van 2.000 km.


Grote zorgen had hij met de separatisten in de Donbas, een gebied van 50.000 km², zo groot als Nederland en Vlaanderen samen. Hij kreeg kritiek omdat hij gevangenen ruilde met Rusland, o.a. een getuige van de MH-17-ramp, waarbij de 298 inzittenden allemaal neergeschoten werden door de opstandelingen en ook leden van de oproerpolitie die moorden hadden begaan. En ook omdat hij aanklagers ontsloeg die wilden bewijzen dat de Russische regering betrokken was bij de ramp.


Ook zijn strijd tegen corona stuitte op veel lokale weerstand: men wou niet weten van het sluiten van bedrijven en van andere lockdown-maatregelen. Hij kreeg ook niet voldoende vaccins en weigerde de Russische, wat veel inwoners hem kwalijk namen. Gevolg: op het einde van 2021 steunde nog slechts 25% hem i.p.v. de 73% van 2019 (p. 103-105).


In januari 2022 waarschuwden Biden, Blinken en de NAVO Zelensky dat Rusland ging binnenvallen, maar hij bleef ontkennen. Op 24 februari viel Poetin dan aan, zogezegd om Russische burgers in Oekraïne te beschermen en om het ‘neonazistisch’ regime te ontmantelen. En opnieuw eiste hij dat het nooit lid mocht worden van de NAVO, die zich tegen de afspraken van 1990 in wel had uitgebreid tot aan de Russische grens (p. 111-114).


Op 26 februari stelden de VSA dan voor om Zelensky naar een veiliger plek te brengen, omdat de Wagner Group en Tsjetsjeense huurlingen hem wilden vermoorden, maar hij bleef bij zijn volk. Op 16 maart riep hij het Amerikaans Congres op om nog meer te doen om Rusland te stoppen. En het Internationaal Gerechtshof in Den Haag beval Rusland de oorlog onmiddellijk te stoppen en zei dat het geen geldige reden had om hem te beginnen (p. 130-147).


De auteur vergelijkt de vastberadenheid van Zelensky met die van Churchill in juni 1940 (”We shall never surrender”) en met De Gaulle in mei 1940. Hij dwingt nu overal respect af en is momenteel de prominentste politicus van Europa. Maar het Russische leger is vijf keer groter en heeft nog twee miljoen reservisten: de kans dat Oekraïne wint is dus erg klein (p. 174-175).


Beoordeling

Croonenberg heeft een vlot leesbare biografie geschreven van een man die dankzij Poetin dagelijks de wereldpers haalt en eindeloos veel supporters heeft.  Er staan ook enkele mooie toespraken in. Het is geen wetenschappelijke biografie met voetnoten en verwijzingen naar andere bronnen. De auteur lijkt eraan te twijfelen (p. 112-114) of de Amerikanen in februari 1990 wel beloofd hebben om de NAVO niet uit te breiden richting Rusland.
Hij kan deze bron raadplegen die bevestigt dat Baker het toen beloofd heeft aan Gorbatsjov en Sjevardnadze. Het staat te lezen in Joshua Itzkowitz Shifrinson ‘Deal or no deal. The end of the Cold War and the US offer to limit Nato expansion’, in ‘International Security’, vol. 40, no. 4, Spring 2016, p. 30: “… that NATO forces would not move eastward” en “…  that there would be no extension of NATO one inch into the east if Germany reunified within NATO”.


En de Wolfowitz-Doctrine van 1992 had hij uitgebreider mogen uitleggen (p. 113). Die zei dat de VSA de enige overblijvende wereldmacht waren na de instorting van de SU en het einde van de Koude Oorlog en dat hun eerste doel moest zijn de heropstanding van een nieuwe concurrent  te voorkomen.


Nog een detail: op p. 27 geeft hij de indruk dat de grootvader van Zelensky vermoord werd door de nazi’s, maar het waren zijn drie broers. Ik vond slechts één drukfoutje: p. 120: ‘minister’ moet ministerie zijn. Het kaartje achteraan bevat te weinig plaatsnamen: enkel Kiev, Loegansk, Donetsk en de Krim. Dat hadden er veel meer moeten zijn.  Maar het boek is zeer welgekomen om de man te begrijpen die we dagelijks op tv en in andere media zien.


ISBN 978-94-932-4281-4 | Paperback | 180 pagina’s, foto’s, kaart | Uitgeverij Willems/Doorbraak, Noorderwijk, maart 2022

© Jef Abbeel,  21  april 2022  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vega atlas In 160 vega(n) recepten de wereld rond
Kookatlassen

Isabel Boerdam


De titel zegt het natuurlijk al: de recepten die je in dit vrij dikke boek aantreft zijn vegetarisch. In het voorwoord staat dat ze vaak ook aan te passen zijn voor een vegan maaltijd.
En wat nog meer duidelijk is, is dat het een grote variatie zal zijn, de recepten komen van dichtbij maar ook van heel ver! Ze zijn ingedeeld per deel van de wereld, steeds voorafgegaan door een topografisch kaartje. Helemaal voorin staat een wereldkaart, waarop met nummers aangegeven wordt welke delen van de wereld dat zullen zijn.


Met een lijst klassiekers in alfabetische volgorde,  en een receptenindex achterin kun je in ieder geval niet misgrijpen. Er had nog een ingrediëntenlijst in mogen staan maar als je de recepten bekeken hebt, dan snap je wel dat die achterwege is gelaten. Zoveel variëteit aan recepten geeft ook een enorme variatie bestanddelen!  Waar bij een aantal je evenwel geen idee hebt wat het is: kombuvel? Gochugaru? Mirin?
Maar dat kun je googlen.

Goed, we gaan eens kijken wat er zoal te vinden is. Het is al wel snel duidelijk dat het merendeel vrij bewerkelijke recepten zijn. Veel ingrediënten. De bereidingstijd staat er niet bij. Ook niet voor hoeveel personen het bedoeld is.
We beginnen in de Verenigde Staten. Na Canada – veggie tourtière, een hartige taart – passeren we Hawai – pokébowl, zonder vis dus, maar ziet er lekker uit – en eten in Chicago nog even een variant op pizza. Lekker hoor.
Langs de Caraïben - comida criolla, een bonenstoof – gaan we naar Latijns-Amerika voor golfeados. Dat ziet er lekker uit: het zijn een soort kaneelbroodjes.


In Europa klinken de namen van de lekkernijen wat bekender in de oren: Zweedse balletjes, maar dan vegetarisch, of boerenkoolstamp!
In het Zuiden is er de goulash, de pizza, de paella, alles aangepast aan de vegetariër, maar ogenschijnlijk net zo lekker!
Er staan natuurlijk foto’s bij!

We reizen verder naar het Midden-Oosten. Wat daar gegeten wordt is hier bij ons vaak al bekender: baba ganoush, hummus, fattoush. Maar nu kan je het zelf maken!
Afrika, ook daar gaan we heen en dat biedt een verrassend beeld. Daar wordt veel met platbrood gewerkt en de kruiderij is anders dan wij gewend zijn. Couscous, en al die verschillende bonen dat kennen we wel, wordt ook in andere delen van de wereld veel gebruikt natuurlijk, maar hier komen we vaker dadels, rozijnen en amandelen tegen. Ook lekker! En pinda’s, hm, moet je van houden.


De laatste gebieden waar we nog een kijkje nemen zijn Indonesië – gadogado en bami goreng! – India – veel vaker rijst - en Australië.
In dat laatste land doen we lekker mee met de barbecue die daar vaak het avondeten vormt, maar dan met een lekkere salade of een vegetarisch saucijzenbroodje.


Het is gewoon te veel om op te noemen, maar voor wie eens wat anders wil klaarmaken dan rijst met bonen met een kant- en- klare vleesvervanger, die kan hier zijn of haar hart ophalen!
Neem er wel de tijd voor, en kijk van tevoren goed wat je allemaal nodig hebt. Maar dat is bij ieder kookboek natuurlijk een goede tip!
Het heeft te maken met de insteek die je hebt als (amateur)kok, of je kiest voor dit boek of voor de Vegabijbel. De atlas biedt meer variatie maar ook meer 'uitdaging', en niet iedereen wil dat.


Isabel Boerdam is vegetariër sinds haar negende. In 2013 startte ze haar blog De Hippe Vegetariër dat inmiddels het grootste vegetarische platform van Nederland is en door 200.000+ unieke bezoekers per maand wordt bezocht. In 2016 publiceerde ze haar gelijknamige boek en in 2019 haar nieuwe VEGABIJBEL.


ISBN 9789048861446 | Hardcover | 376 pagina's | Uitgeverij Carrera | maart 2022

© Marjo, 1 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Et alors?
Waarom de Fransen zo Frans zijn
Joost Houtman & Alain Mouton

Zijn de Fransen werkelijk zo anders? En als dat zo is, hoe komt dat dan?
Wat maakt iemand ‘typisch Frans’? Is het meer dan een mythe dat Fransen lossere zeden hebben en meer chauvinistisch zijn dan andere Europeanen?
Waar zit hem dat dan in?


Wie het weet, ook na het lezen van dit onderhoudende boek, mag het zeggen. Er zijn heel veel feiten die het gegeven bevestigen, maar een echte conclusie valt lastig te trekken. Wel lezen en leren we heel veel over de geschiedenis van Frankrijk, over de politiek door de eeuwen heen, over de literatuur en het chanson, en nog veel en veel meer. En dat alles op een prettig leesbare toon.


De schrijver is Vlaams, hetgeen de soms bijzondere zinswendingen en een bepaald woordgebruik verklaart. Maar dat maakt een boek als dit dat anders misschien makkelijk taaie kost zou zijn, nu lekker verteerbaar.
Mythes worden ontmaskerd, waarvan vooral de origine van sommige beroemde Fransen ontnuchterend werkt. Want Jean-Paul Belmondo was van origine Italiaans. Frédéric Chopin was een Pool, Jacques Brel een Belg. En ga zo maar door.


Uitgelegd wordt waarom de huidige president het maar niet voor elkaar krijgt te voldoen aan de regels van Europa. En waarom dat niet aan hem ligt, maar te maken heeft met ene Jean-Baptiste Colbert, die leefde in de zeventiende eeuw. Hij was minister van Financiën en besloot de toenmalige slecht draaiende economie een zetje te geven door als staat in te grijpen. Dit werd een succes en vormde zo de basis voor een politiek die nog steeds heerst:  Frankrijk helpt eerst en vooral de eigen economie. Al wil Europa dat anders.


Er wordt verteld over de overzeese gebiedsdelen en dientengevolge over dekolonisering die wat betreft Algerije de nodige problemen veroorzaakte. Want Algerije, dat was immers geen echte  kolonie, dat was Frankrijk! Vond men in Parijs. Dat lag aan het feit dat er in het land zeer veel Fransen, maar ook Italianen en Spanjaarden woonden, de ‘pieds-noirs’. Maar Algerije nationalisten dachten daar anders over. Gevolg: oorlog, en daar was het Franse volk niet blij mee.
Een gevolg van de chaos die toen ontstond was dan weer wel dat De Gaulle Frankrijk zou gaan leiden, binnen de Vijfde Republiek. In 1962 werd Algerije een zelfstandige republiek. Wie van de pieds-noirs verstandig was maakte dat hij weg was.
Het is maar een van de vele gebeurtenissen waarover je je kennis kunt bijspijkeren.


Zoals je ook van alles kunt lezen over Jacques Anquetil, de wielrenner, over multitalent Bernard Tapie, over de schrijver Houellebecq, die een grote stempel drukt op de Franse cultuur, maar ook over Jeanne Louise Calment. Wie dat is?
Mevrouw Calment leefde van 21 februari 1875 tot 4 augustus 1997. Reken maar uit: zij moet waarachtig de langst levende mens op de wereld zijn. En zij is Frans.


Joost Houtman (1976) schreef eerder een soortgelijk boek over de Italianen: la Bella Figura. Waarom de Italianen zo Italiaans zijn en over Antwerpen: De Rest is Parking. Waarom de Antwerpenaren zo Antwerps zijn.


Journalist Alain Mouton (1972) is gespecialiseerd in economisch-financieel nieuws, en heeft een flinke dosis interesse voor Frankrijk


ISBN  9789464369212 | Paperback | 240 pagina's | Uitgeverij Ertsberg | februari 2022

© Marjo, 26 maart 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Maisha Safari
Het licht is van nature in je aanwezig

Laurence Bollen en Mugisha


"Wist je dat het woord safari het Swahiliwoord voor reizen is? Zo is dit boek een omschrijving van mijn leven oftewel: Maisha Safari. Mukisa is een gebruikelijke Oegandese naam en betekent geluk. Als ik dit boek teruglees realiseer ik me dat mijn naam is voorbestemd, al heb ik mijn geluk pas gevonden nadat ik de kelders van de duisternis heb aanschouwd. Ik had natuurlijk twijfels, maar je moet nooit opgeven. Ik ben altijd het licht blijven zoeken en steeds wanneer ik het niet meer verwacht, verschijnt er een lichtbron tussen de spleten van duisternis."


Hoe bijzonder deze woorden van Mukisa zijn, besef je pas als je zijn verhaal leest. Het is bijna onvoorstelbaar dat hij zo enorm positief in het leven staat en het is ongelooflijk dat hij het niet opgaf en altijd in het goede bleef geloven.


Als kind groeide Mukisa samen met zijn ouders en vier zussen in een Getto in Kampala, de hoofdstad van Oeganda. Hij heeft een zeer sterke band met zijn moeder. Zijn vader is niet altijd aanwezig. Hij komt graag in de moskee en de imam staat hem toe de boeken te lezen uit de bibliotheek die achter in de moskee gevestigd is.
Als de destijds achtjarige jongen de boeken bespreekt met de oudsten in de moskee valt zijn intelligentie op. Later blijkt dat zijn intellect en leergierigheid ook zijn redding is. Hij leest, jong als hij is, de teksten van de Koran en wil  ze leren begrijpen. De imam ziet zijn kwaliteiten en de jongen mag met de oudsten discussiëren over de teksten en ook voordrachten geven. Mukisa kent de teksten uiteindelijk uit zijn hoofd.


Het zijn deze teksten die Mukisa ook helpen om er niet aan onderdoor te gaan als hij geronseld wordt als kindsoldaat. Hij heeft nog het 'geluk' dat hij in een groepje zit dat moet studeren, hij moet uiteindelijk haat prediken. Haat naar het Westen, de LSA, de wereld, behalve haat naar de moslims. Adroa die samen met hem geronseld is wordt opgeleid tot een medogenloze soldaat. Beide kinderen vinden het verschrikkelijk. De vredelievende teksten uit de Koran houden Mukisa overeind.


Als dit al erg leek dan blijkt dat het allemaal nog veel erger kan. Mukisa weet te ontsnappen en belandt uiteindelijk in Rome, maar ook daar zijn de beulen die gek zijn op mooie Afrikaanse jongens. Die leveren veel geld op bij de witte 'heren' die het prettig vinden om gebruik te maken van het 'aanbod'. Maar steeds opnieuw heeft Mukisa houvast aan de teksten die hij geleerd heeft. Hij weet daar troost uit te putten én ook Justice waarmee Mukisa bevriend is geraakt, heeft baat bij de teksten die Mukisa hem vertelt.
Gelukkig weet weten de twee mannen uiteindelijk te ontsnappen. Justice gaat uit voorzorg een andere richting op maar ze spreken af dat ze elkaar weer terug zullen zien als alles veilig is. Mukisa belandt in Amsterdam. Dan is hij veilig, denkt hij. Maar waar hij niet op gerekend had is de haat tegen asielzoekers... Hij is niet welkom...


We lezen over de lange, zeer moeizame en gewelddadige weg die Mukisa zelfs in een vrij land moet afleggen. Mukisa verbaast zich over de 'problemen' in Nederland en de op zichzelf gerichte maatschappij. Hij verbaast zich over de gesloten houding van mensen. Hij heeft het daar soms moeilijk mee. Hij verbaast zich over de manier hoe het IND met gevluchte mensen omgaat. Bijna alsof ze criminelen zijn.
Toch blijft hij rustig. Ondanks wanhoop, ondanks verdriet blijft hij overeind door de teksten die hij als kind geleerd heeft. Hij straalt een innerlijke wijsheid uit die respect afdwingt. Mensen praten graag met hem, zijn milde wijsheid werkt louterend op anderen. Mukisa wordt steeds meer gevraagd om ergens te spreken, tot Brussel aan toe. En eindelijk, eindelijk, eindelijk krijgt hij zijn papieren, hij mag in Nederland blijven...


Het verhaal is verbijsterend en indringend. Het laat je stilstaan bij het feit wat vluchtelingen moeten doorstaan en wat ze allemaal achterlaten. Het laat de innerlijke kracht zien die je moet hebben om dit allemaal te doorstaan en evengoed in het positieve - het licht - te blijven geloven.
Het is ook confronterend om te lezen welke houding Nederlandse mensen aannemen tegen deze - gekleurde - vluchtelingen. Het staat in schril contrast met de vluchtelingen uit Oekraïne, die wèl zeer hartelijk en menslievend worden opgevangen.
Erg indrukwekkend boek, dat eigenlijk iedereen zou moeten lezen.


"Mijn verhaal deel ik met jou om bewustwording te creëren, zodat je meer begrip hebt voor iedereen die je in je leven tegenkomt en voelt dat we op onze eigen manier allemaal met elkaar verbonden zijn op zoek naar geluk. Wees daarom barmhartig, want geluk zoeken is een individueel mensenrecht."


ISBN 9789083184128 | Paperback | 208 pagina's | Uitgeverij Droomvallei | 1e druk september 2021

© Dettie, 20 maart 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER