Nieuwe recensies Non-fictie

Ketokuur
Een nieuw leven in 14 dagen
In samenwerking met:
Dr. William Cortvriendt
Prof. dr.Hanno Pijl
Pascale Naessens


Pascale Naessens heeft al meerdere kookboeken geschreven en ook daarin plaatste ze ketorecepten.
Maar wat houdt een ketokuur in? In feite komt het erop neer dat je weinig koolhydraten gebruikt. Te weten tussen de 25-50 koolhydraten.
Koolhydraten zitten voornamelijk in brood, pasta's, pizza's, rijst en aardappelen. Dus deze producten worden veelal van de voedingslijst geschrapt. (Hoewel er tegenwoordig ook erg lekker koolhydraatarm brood te koop is). Ook de verhouding vetten, eiwitten en koolhydraten is belangrijk. Maar de nadruk ligt vooral op het minderen van koolhydraten.


Vooral mensen met diabetes 2 en mensen met epilepsie blijken baat te hebben bij deze vorm van eten. Bij diabetes blijft de bloedsuiker veel stabieler, zonder rare pieken en dalen. Het gevolg is dat mensen dan veel minder moe worden en zich veel energieker voelen.
Vaak kunnen mensen die de ketokuur volgen of koolhydraatarm eten, stoppen met spuiten of hoeven hun medicijnen niet meer in te nemen.


Bovendien val je er enorm van af van minderen met koolhydraten, en dat zonder honger te hebben want in tegenstelling tot een caloriearm dieet mag je bij koolhydraatarm eten wél (goede) vetten gebruiken, dat wordt zelfs aanbevolen. De vetten komen van olijfolie, volle yoghurt en roomboter, noten, vette vis etc. Je raakt dus snel verzadigd.
Suiker wordt niet meer gebruikt. Maar ook veel fruitsoorten en bepaalde groenten worden bij een ketokuur niet aangeraden. Bij koolhydraatarm eten mag meer groente en fruit gegeten worden, tot op welke hoogte je meer koolhydraten kunt eten bepaalt je lijf zelf. Kom je aan of gaat de bloedsuiker weer omhoog dan kun je weer een stapje terug doen om de juiste balans te vinden.


Ook Dr. William Cortvriend en Prof. dr. Hanno Pijl (endocrinoloog bij het Leids UMC) vertellen waarom zij voorstander zijn van deze vorm van eten. Er zijn ook veelbelovende resultaten te zien bij mensen met kanker, maar dat is nog in het onderzoekstadium meldt dr. Cortvriend en hij legt ons uit hoe dat kan.


Pascale Naessens legt uit hoe de Ketokuur werkt en wat het met je lijf doet. Ze benadrukt dat je de strenge ketokuur (onder de 30 koolhydraten) niet al te lang moet doen. En vervolgens levert ze recepten die je veertien dagen lang kunt maken. De recepten bestaan uit 14 ontbijt-, 14 lunch- en 14 dinerrecepten. Menig recept doet je watertanden...
Achterin het boek staan nog enkele extra recepten. Onder elk recept staat de verhouding eiwitten, vetten en koolhydraten. In het boek staan verder erg mooie foto's van de gerechten en de recepten zijn heel duidelijk beschreven.
Ook dit boek zal, net als Ketokuur 2, veelvuldig gebruikt gaan worden.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789401469517 | Hardcover met index en referentielijst | 225 pagina's | Lannoo | mei 2020
Afmeting 25 x 19,5 cm

© Dettie, 21 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Schoten in het donker
Een onbekend verhaal over Dylan Thomas
Karel Wasch


De schrijver, Karel Wasch, heeft een fascinatie voor mensen met een ongekende voorliefde voor literatuur/het woord én drank. Wasch schreef o.a. al eerder over Brendan Behan en Dylan Thomas. En nu is er dit boekje dat als aanvulling op de eerder verschenen boeken over laatstgenoemde schrijver, Dylan Thomas geschreven is.

We lezen over de jonge Dylan, die kwajongensstreken uithaalde en toen al rijkelijk zijn fantasie toepaste om zichzelf beter te presenteren. Hij trok veel op met zijn achternichtje Vera Philips. Zij bleef een belangrijk personage in zijn leven.


Dylan maakt al op jonge leeftijd kennis met koning alcohol en ook dat drankgebruik blijft een rode draad in zijn leven. Op school en later op zijn werk gedroeg hij zich als een enfant terrible. Toch mochten mensen hem wel, maar hij maakte het steeds te bont waardoor hij zichzelf vaak in de nesten werkte. Hij had lak aan alles.
Karel Wasch vertelt o.a. ook over de correspondentie-vriendin die Dylan uiteindelijk ontmoet. Voor een tijdje is ze leuk maar te netjes, hij weet op een hilarische manier de relatie te beëindigen.


De ontmoeting met zijn latere vrouw Caitlin is eveneens heel bijzonder, evenals de omgang met elkaar. Sowieso leiden ze een leven dat bepaald niet doorsnee te noemen is. En dan ontmoeten ze de norse William Killick de man van Vera Philips...
Hij is de oorzaak van de schoten in het donker. Maar wat is de aanleiding?


Natuurlijk is dit boekje een must voor elke liefhebber van het werk van dichter/schrijver Dylan Thomas die o.a. Under Milk Wood/Onder het Melkwoud schreef.
En dat Karel Wasch een soepele schrijfstijl heeft, is inmiddels wel bekend.
Doorheen het boek staan fraaie zwart-wit tekeningen van Jacco de Jager die de verhalen over Dylan Thomas ondersteunen.


Kortom, een prettig boekje dat weer enkele bijzondere aspecten uit het leven van Thomas weet te onthullen.


ISBN 9789464244786 | Paperback | 58 pagina's | Aspekt | juni 2021

Dettie, 18 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat is echte democratie?
Jan-Werner Múller

 
Onlangs besprak ik voor Leestafel een boek van Minouche Shafik: “Samen. Een nieuw sociaal contract voor de 21 eeuw”. Jan-Werner Müller heeft een vergelijkbaar startpunt als Shafik: In heel veel landen zijn burgers bezorgd over hun toekomst en hebben zij het gevoel dat er niet naar hen geluisterd wordt. ‘De redenen dat alom het gevoel heerst dat er een crisis gaande is, lijken voor de hand te liggen: het aantal autoritaire regimes groeit en binnen democratieën neemt onvrede met het politieke bedrijf toe’ (blz. 7).


Daar waar Shafik met voorstellen komt voor een nieuw sociaal contract op het gebied van onderwijs, kinderopvang, gezondheid, zorg voor ouderen e.d. richt Müller zich vooral op democratische instituties die onder grote druk staan.
Hoe begrijpelijk de onvrede over het democratisch functioneren ook kan zijn, zorgelijk is het wel. Churchill zei het al dat een democratie de minst slechte optie is. Een perfecte regeringsvorm bestaat niet, maar met het alternatief op een democratie is de burger altijd slechter af. Kijk maar naar de landen die door populisten en autocraten bestuurd worden.


In een scherpzinnig betoog gaat Müller de kwetsbare plekken van de moderne democratie langs en bespreekt hij aanpassingen om het systeem weer wendbaar en werkbaar te krijgen. Volgens Müller is een democratie het beste in staat om overheersing te voorkomen en mensen kansen te bieden gezamenlijk een behoorlijk leven te leiden. Daar heeft hij, denk ik, helemaal gelijk in. Al sluit dit niet uit dat ook een democratie een politiek van agressie, kolonialisme en imperialisme kan voeren. We zien dat al bij de oudste democratische samenleving van onze geschiedenis, namelijk de Atheense. En in het 19de eeuwse Engeland dat zonder al te veel scrupules een wereldrijk opbouwde. Of het 20e eeuwse symbool van de vrije wereld, de Verenigde Staten, dat Europa bevrijdde van Jodenhater Hitler, terwijl thuis negers gelyncht werden.


Maar het immense verschil met een autocratie is het zelfreinigend vermogen van een democratie. Langs de weg van het vrije debat en vrije verkiezingen kan een democratie zichzelf hervormen. Een autocraat moet aan de macht zien te blijven tot aan zijn dood en altijd bang zijn voor een complot of een moordaanslag. Stalin was de architect van een permanente terreur, maar dat sloeg als een boemerang op hem terug. Hij werd een paranoïde figuur die niemand kon vertrouwen.


Müller bespreekt een veelheid aan thema’s: loten (zoals in het Oude Athene) in plaats van kiezen, referenda, de wereldwijde demografische terugval als gevolg van de scherpe daling van het geboortecijfer, de verschuivende etnische samenstelling van samenlevingen als gevolg van immigratie, de invloed van sociale media op het democratische proces, de noodzaak van professionele nieuwsgaring.


Het is heel interessant om de beschouwingen van Müller te volgen. Tegelijk blijft de materie ook iets ongrijpbaars houden. Moet je populisme verbinden aan rechts? In Nederland beschouwde D66 het referendum als een kroonjuweel. Maar het was D66 dat het referendum afschafte, nadat twee keer was gebleken dat het volk anders stemde dan was verwacht. Rechts-populisten willen doen geloven dat niet alle burgers deel uitmaken van het volk, schrijft Müller op blz. 63. Dat is zo. Je kunt bijvoorbeeld aan immigranten denken. Maar in Finland staat een kamerlid voor de rechter omdat ze verklaard heeft op grond van de Bijbel tegen het homohuwelijk te zijn. Dat is een opvatting waarvoor ze zes jaar cel kan krijgen. Sluiten hier ‘links-populisten’ een mening uit? Dwang en onverdraagzaamheid komen volgens mij voor zowel bij rechts als bij links.


'Een democratie is niet voor bange mensen'. Alweer een opmerking van Churchill. Alle burgers horen in een democratie fundamentele politieke gelijkheid te hebben. Dat wil zeggen dat minderheden gerespecteerd moeten worden en meningen vrij verkondigd moeten kunnen worden. Ook in een democratie bestaat het gevaar dat een meerderheid via wetgeving zijn ideologie aan de hele samenleving oplegt. Terecht merkt Müller op dat een democratie ruimte moet creëren en zo min mogelijk moet beperken. De harde ondergrens is het gebruik van geweld en het beramen van plannen om het democratische bestel met geweld omver te werpen. Verschil van inzicht mag er zijn, schrijft Müller, maar dat mag niet leiden tot respectloosheid (blz. 66).


Een wezenskenmerk van een democratie is de mogelijkheid voor burgers om bij verkiezingen andere leiders te kiezen en daarmee voor een ander beleid. Daarover zal geen verschil van mening bestaan. Maar, zo kan men zich afvragen: in hoeverre passen daarbij de vele demonstraties van onze tijd die vaak op een confrontatie met de politie uitlopen? En de veelheid aan actiegroepen die via de rechter ander beleid weten af te dwingen? Wordt beleid nu via de stembus bepaald of afgedwongen via demonstraties en actiegroepen?


Weer gaf Nieuw Amsterdam een spraakmakend boek uit. Müller maakt duidelijk dat een democratie nauw verbonden is aan het relativisme: mensen zien de wereld op verschillende manieren en streven verschillende doelen na. Die pluriformiteit moet binnen een democratie blijven bestaan. Het gaat er bij vrije verkiezingen niet om de waarheid te vinden, maar om de vraag welke groep de kans krijgt om een stempel op het beleid te zetten. Bij de volgende verkiezingen is er opnieuw de kans om een ander beleid met andere leiders op te tuigen. Daarin komt het democratisch besef tot uitdrukking dat anderen ook wel eens gelijk kunnen hebben en de stembus geeft ze de kans om ook aan de beurt te komen. Het geeft aan het democratische bestel een ‘onzekerheid’, die een autocratie niet kent, want daar is men overtuigd van het eigen gelijk. Onzekerheid over de stembusuitslag is in een democratie een waardevol goed!


Jan-Werner Müller is hoogleraar aan Princeton University, en schrijft regelmatig over actuele vraagstukken in onder meer The New York Times, The Guardian en Foreign Affairs.


ISBN 9789046828410 | Paperback | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | Omvang: 272 blz. | mei 2021
Vertaald door Hans E. Van Riemsdijk

© Henk Hofman, 2 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER.

 

God gebruikt geweld
Uitleg bij donkere bijbelteksten
Ds. M.P.D. Barth


Onlangs las en besprak ik het boek van Hans Achterhuis over ‘Geloof in geweld’ voor Leestafel.info. Volgens Achterhuis keurde Jezus gaandeweg het gebruik van geweld goed. Hij plaatst het optreden van Jezus in de context van het Joodse verzet tegen de Romeinse overheersers. Mijn bezwaar was dat Achterhuis die conclusie niet baseerde op Bijbelse gegevens, maar dat hij zijn eigen opvatting als een raster schoof tussen Bijbeltekst en lezer.


Ds. Barth behandelt dezelfde vraag: hoe spreekt de Bijbel over geweld. De titel van zijn boek maakt al duidelijk wat de conclusie is. Er staat immers geen vraagteken achter de titel. Volgens Barth maakt God gebruik van geweld. De vanzelfsprekende vraag is dan: waarom doet God dat?
Barth somt een aantal Bijbelteksten op uit het Oude en Nieuwe Testament die de moderne Westerse lezer zwaar op de maag liggen. Anders dan Achterhuis komt hij niet met zijn eigen veronderstellingen, maar weegt de vraag wat de Bijbel zegt veel zwaarder.

De aanpak van Barth is heel helder en consistent.
Eerst citeert hij de moeilijke Bijbelpassage.
Daarna gaat hij na wat verschillende theologen in hun Bijbelcommentaar zeggen over de besproken tekst.
De volgende stap is dat hij die commentaren met elkaar vergelijkt. Wat zijn de overeenkomsten, waarin verschillen ze van elkaar.
Tot slot trekt Barth een conclusie.
Op deze wijze bespreekt Barth zes teksten uit het Oude Testament en vijf teksten uit het Nieuwe Testament.


Je zou kunnen zeggen dat de methode van Achterhuis en van Barth precies tegengesteld zijn aan elkaar. Barth gaat eerst na wat de tekst zegt en formuleert dan een conclusie. Achterhuis denkt veel te veel vanuit zijn vooronderstelling en dat zit hem in de weg om de Bijbeltekst te begrijpen.


De aanpak van Barth levert een prima boek op, heel bevattelijk en duidelijk geschreven en daarmee uitstekend geschikt voor jong en oud. De auteur is legerpredikant en dat is bij deze materie beslist een voordeel. Als legerpredikant heeft Barth gezien dat geweld zinvol kan zijn om een groot kwaad te keren.


Laat ik als voorbeeld van een gewelddadige tekst die behandeld wordt Psalm 137: 9 noemen. In dat vers wordt degene ‘die uw kleine kinderen grijpen en tegen de rotsen verpletteren zal’ geprezen.
Uit het verloop van de bespreking wordt duidelijk dat dit vers ziet op een Joodse balling, weggevoerd uit Jeruzalem nadat Babyloniërs de stad hadden ingenomen. Ze bedreven daarbij afschuwelijke misdaden. Mannen werden afgeslacht, vrouwen werden verkracht, zwangere vrouwen werd de buik opengesneden, kleine kinderen werden gedood door ze met hun hoofd tegen de muur te slaan. Het was een orgie van geweld.
De dichter van Psalm 137 roept God op om recht te doen. Laat de Babyloniërs hetzelfde ondervinden wat zij al hun vijanden hebben aangedaan.


Om dat beter te kunnen begrijpen, moeten we ons even verplaatsen naar de jaren van de Tweede Wereldoorlog. De geallieerden voerden terreurbombardementen uit op Duitse steden. Hamburg bijvoorbeeld is met opzet zodanig met brandbommen bestookt dat vrouwen en kinderen geen kant op konden en in de vuurzee omkwamen. Ook in bezet Nederland was de algemene opinie dat de Duitsers een koekje van eigen deeg kregen. En toen de Russen in 1945 in Berlijn duizenden vrouwen keer op keer verkrachtten, verwezen de Russen naar de gruwelen die de Duitsers op Russische bodem hadden bedreven.
De oproep van de psalmist is zo bezien een vraag om genoegdoening. Laat de vijanden op hun beurt ondervinden wat zij anderen hebben aangedaan. Het is ook een waarschuwing: wat jij anderen aandoet, kan als een boemerang op je hoofd weerkeren.


De algemene conclusie in dit boek is dat God geweld gebruikt. Maar dat is nooit onrechtvaardig geweld. Degenen die Zijn geweld ondergaan hebben dit ‘verdiend’ door de ongekende gruwelen die zij bedreven. Soms is het nodig om het kwaad met geweld te bestrijden. God maakt gebruik van geweld om uiteindelijk de wereld te verlossen van de duivel en het kwaad. Het past de mens niet om vragen te stellen bij het handelen van God. God vindt dat die straf terecht is en dan is dat ook zo.

Naar mijn mening is dit een uitstekend boek. De auteur slaagt er inderdaad in duidelijk te maken in welk verband lastige Bijbelteksten, waarin tot geweld wordt opgeroepen, gelezen moeten worden. Dit boek neemt een blokkade weg die veel lezers in de weg heeft gestaan om zich open te stellen voor de boodschap van de Bijbel.


Ds. M.P.D. Barth (1978) is predikant bij de Koninklijke Luchtmacht op de vliegbasis Woensdrecht. Eerder diende hij de gemeenten Werkhoven, Schalkwijk en Barneveld.


ISBN 97890889727799 | Paperback | Uitgeverij Groen Heerenveen | Omvang: 165 blz. | april 2021

© Henk Hofman, 29 mei 2021

Lees de Reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Het verborgen leven van bomen
wat ze voelen, hoe ze communiceren - ontdekkingen uit een onbekende wereld
Peter Wohlleben

Wat veel mensen niet zullen geloven: bomen communiceren niet alleen met elkaar, ze zorgen zelfs voor elkaar. Ze voeden ook hun kinderen op. Die communicatie gaat met behulp van geuren, maar ook door chemische of elektrische processen.
Bomen onthouden dingen, en weten op een heel eigen manier wanneer er een einde aan de zomer komt, of wanneer de lente begint. Dit weten we eigenlijk al wel, maar we staan er niet bij stil. Maar ieder najaar verkleuren de bladeren en vallen ze op de grond. Dus weet een boom dat het tijd is om dat te gaan doen! Maar hoe dan?
Nadert de koude periode dan slaan bomen het chlorofyl uit het blad op in de boom, en in de lente kunnen ze dat weer loslaten. Zo overleven ze de droge, koude winter.


En heb je je ooit niet al afgevraagd waarom er het ene jaar zoveel eikels en beukennootjes zijn en het jaar daarop nauwelijks? Daar zit geen regelmaat in, want bomen weten wanneer ze vruchten moeten dragen. De bomen stemmen dat zelfs op elkaar af! Het heeft immers geen zin als er bomen niet meedoen. Want wat is de bedoeling?
De noten worden gegeten door zwijnen en herten. Het is heel slim van die bomen, want als ze niet ieder jaar eenzelfde hoeveelheid laten vallen, kunnen de dieren er zich niet op in stellen. Zijn het er veel dan gedijen herten en zwijnen en komen er veel meer. Dat moet je als boom een beetje regelen, want er horen wel noten achter te blijven. Dus als je er voor zorgt dat er ook jaren zijn waarin er veel minder dieren zijn, doordat je veel minder noten produceert, dan is de kans groter dat er het jaar daarop noten blijven liggen, zodat die kunnen ontkiemen!


Verbazingwekkend is ook de ontdekking dat bomen elkaar ondersteunen. Mocht je als boom de pech hebben dat de grond waar je staat niet zo geschikt is, of je hebt te maken met een vijand, dan krijg je via een ondergronds stelsel toch de nodige voeding! Dat gaat met behulp van het wortelstelsel en de schimmels die daar ook leven. Er is een nauwe samenwerking tussen bomen en schimmels in allerlei vormen. Ze wisselen voedingsstoffen uit de bodem waar een boom niet bij kan voor suikers die de schimmels zelf niet kunnen maken.
Eigenlijk hebben al die solitaire bomen in parken en in tuinen het maar slecht getroffen. Niemand kan hen helpen. Is er de onderlinge band wel, dan kunnen gezonde bomen zelfs dode soortgenoten nog jaren in leven houden!


De beste ontdekking is dat wij mensen er baat bij hebben als we door bossen wandelen. Echte bossen, geen park. Onze bloeddruk en longinhoud verbetert zienderogen! Bepaalde chemische stofjes die door de bomen uitgescheiden worden hebben een gunstige invloed op ons lichaam, waarschijnlijk ook op ons immuunsysteem. Hoe dat komt vereist verder onderzoek, maar dat het gebeurt is een feit.
Nog een ding waarom wij er voor moeten zorgen dat onze bossen behouden blijven: in een bos wonen zo‘n 6000 soorten dieren, insecten, kleine zoogdieren, vogels. En ieder levend wezen, dus absoluut ook een boom, is belangrijk voor het overleven van de mens!


Het boek leest als een trein, moeilijke woorden worden duidelijk uitgelegd en er zijn zeer veel fraaie natuurfoto’s. Een boek dat iedereen zou moeten lezen!


Peter Wohlleben (1964) studeerde bosbouw en werkte meer dan 20 jaar bij bosbeheer in het Rijnland. In 2006 nam hij ontslag om zijn ideeën over ecologie in de praktijk te kunnen brengen, en werd boswachter van een gebied van 1200 hectare in de Eifel. Hij schreef inmiddels meerdere boeken over het bos, dieren en natuurbehoud.
Zijn boek Das geheime Leben der Bäume werd in allerlei talen vertaald en is in veel landen een bestseller. Begin 2018 is er zelfs een ‘Het verborgen leven van bomen voor kinderen’ verschenen.

ISBN 9789400507326  | hardcover | 222 pagina's | Uitgeverij Lev. | maart 2016
Vertaald uit het Duits door Bonella van Beusekom

© Marjo, 31 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat is CBD?
Helen zonder high te worden
Alles wat je moet weten om goed geïnformeerd te zijn

Leonard Leinow & Juliana Birnbaum


Een tijd geleden zag ik op you-tube dit filmpje van een man die Parkinson had, zijn handen en benen trilden heel erg, zijn beweingen leken op spasmen. Toen kreeg hij medicinale marihuana, en je zag zijn lijf ontspannen, hij kon weer praten, zijn handen trilden nauwelijks meer en de man kon weer léven. Maar helaas, cannabis of marihuana is volgens de Amerikaanse wet een drug en mag niet gebruikt worden. Als je de beelden gezien hebt kun je je dat nauwelijks voorstellen.
Vanaf 1 september 2003 is in Nederland medicinaal gebruik wèl toegestaan en is marihuana verkrijgbaar op doktersrecept bij een apotheek.


Nu is er echter CBD dat tegenwoordig overal verkrijgbaar is, o.a. als olie, zalf, crème in pillen en capsules en in voedingsmiddelen. Achterop het boekje staat:


"CBD is het bestanddeel van cannabis dat weinig of geen psychoactiviteit of negatieve bijwerking heeft en kan dus een veilig alternatief zijn voor gangbare (pijn)medicatie."


Maar wat is CBD eigenlijk? Hoe werkt het? Waarvoor wordt het gebruikt?
Dit boekje kwam dan ook als geroepen. Nu zou ik antwoord krijgen op mijn vragen. Vol verwachting begon ik te lezen...

Helaas zakte al gauw de moed me in de schoenen. De eerste hoofdstukken zijn nauwelijks te volgen. Je leest een beknopte geschiedenis van cannabis waaruit blijkt dat het al eeuwenlang voor medicinale doeleinden gebruikt wordt, pas in 1937 kwam er een -racistische- hallucinante smet op te liggen en werd het in Amerika verboden.

Verder krijgen we een onduidelijke uitleg over de 'stammen' en de drie soorten en ondersoorten van cannabis. De cannabis met het minste THC (delta-9-TetraHydroCannabinol, de belangrijkste hallucinante stof in hasj en wiet) wordt gebruik voor vezels.  Ook in CBD is THC niet of in mindere mate aanwezig. Je kunt er dus niet high van worden. (zie ook de pagina van jellinek.nl over CBD)


We lezen over manieren van innemen, zoals de pilvorm, waterpijp, olie, druppels etc en de voor- en nadelen ervan. Ook de dosering wordt besproken maar daar wordt je eveneens niet echt veel wijzer van. Het is vooral de té uitgebreide uitleg die stoort. Leinow & Brinbaum betreden teveel zijweggetjes, waardoor het geheel onoverzichtelijk en onduidelijk wordt. Waar het op neer komt is dat volgens de schrijvers de dosering te afhankelijk van de aandoening en de persoon zelf is. Wel wordt constant benadrukt dat de behandelend arts geïnformeerd moet worden dat je CBD gebruikt en dat je samen met die arts moet overleggen over de hoeveelheid en vorm van toediening van CBD.


Vervolgens lezen we over het gebruik van CBD per aandoening zoals Alzheimer, diabetes 2, Astma, migraine, ziekte van Parkinson etc. en wat in deze gevallen de werking van CBD is. Maar ook dat wordt in sommige gevallen heel vaag gehouden.


Al met al heb ik wel iets geleerd van dit boekje maar ik had er veel meer van verwacht. Het boekje is behoorlijk Amerikaans en vooral de vrij statische, ingewikkelde en medicinale uitleg maken het boekje onduidelijk en soms onbegrijpelijk. De schrijvers hebben zich niet ingeleefd in de leek die niets weet van CBD. Alles had in veel eenvoudiger bewoordingen uitgelegd en toegelicht kunnen worden.
Het is jammer want de bedoeling is goed alleen de uitvoering niet.


Ook jammer is dat er geen adressen genoemd worden waar je goede, betrouwbare CBD kunt kopen - vooral omdat de schrijvers zelf hierop zo de nadruk leggen  - of waar je meer informatie kunt vinden over CBD.
Kortom, het geheel viel erg tegen.


Leonard Leinow is expert op het gebied van kweken en bestuderen van medicinale cannabis. In 2009 zette hij Synergy Wellness op, een non-profit bedrijf gespecialiseerd in producten op basis van CBD.


ISBN 9789020215755 | Paperback | 127 pagina's | Ank Hermes | maart 2019
Vertaling: Chris Mouwen

Dettie, 21 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Soldaat van Napoleon (1806-1815)
Joost Welten


In 2021 is het 200 jaar geleden dat Napoleon overleed in zijn ver ballingsoord Sint-Helena, gelegen in de Atlantische Oceaan tussen Angola en Brazilië. Eén van de vele jongemannen die hem vergezelde op zijn tocht naar o.a. Moskou was Joseph Abbeel (1786-1866). Hij kwam uit een welgesteld gezin, was 1m79 (de gemiddelde soldaat was 1m62) en kende meerdere talen (Vlaams, Frans, Latijn) en leerde op reis een beetje Duits, Pools en Russisch. Door zijn lengte en talenkennis werd hij in 1806 lid van de carabiniers à cheval, een elite-eenheid onder de soldaten.


Zijn memoires schreef hij in 1815-1817, dus heel kort na de feiten. Ze kwamen terecht in de bibliotheek van de universiteit van Gent. In 1969 vertaalde generaal René Willems ze in het Frans, hier en daar in verkorte vorm. Deze vertaling is enkel nog verkrijgbaar in (dure) antiquariaten.


In 2011 gaven Welten en De Wilde de memoires uit in hedendaags Nederlands. Welten doet dat nu nog eens over, met hier en daar enkele wijzigingen aan de tekst, aan de prenten en aan de opmaak. De 263 pagina’s van 2011 zijn er nu 286.


Abbeel beschrijft zijn ervaringen vanaf de oproeping in 1806 tot zijn terugkeer thuis in augustus 1815: de voettocht naar Lunéville in Frankrijk, waar hij gezelschap kreeg van andere Vlamingen, o.a. Pierre Vloers uit Turnhout, die helaas in 1812 ‘verloren ging’ in Litouwen. Verder de tocht door Pruisen en Polen, zijn bijna-begrafenis in 1808 (op weg naar het kerkhof herleeft hij ineens), de oorlog tegen Oostenrijk (1809), zijn korte vakantie in 1811, de wreedheden die de soldaten onder weg begaan tegenover de bevolking bij het plunderen van hun voedselvoorraden, de armoede in Polen, de gewonnen slag bij Borodino tegen Koetoesov (1812), de intocht in Moskou (september-oktober 1812), waar de Russen hun voedselvoorraden in brand hadden gestoken, de terugtocht blootsvoets en uitgehongerd in de vrieskou. In Hamburg wordt hij gevangen genomen door de Kozakken (1813). Hij moet dan terug naar Moskou en verder naar Kazan aan de Wolga. De meeste krijgsgevangenen sterven.


Na de Vrede van Parijs (mei 1814) mogen de niet-Franse krijgsgevangenen terug naar huis. Op die terugweg ergert hij zich aan Pruisische officieren die Napoleon met duizenden scheldwoorden beledigen, “iets wat ons meer pijn doet dan alles wat we tot nu toe hebben doorstaan.” (p. 166). In maart 1815 verneemt hij dat Napoleon teruggekeerd is uit Elba (p. 166), maar over Waterloo (juni 1815) spreekt hij niet. Op 28 augustus 1815 is hij weer thuis, in Kaster (Anzegem, West-Vlaanderen), waar zijn moeder is gaan wonen na het overlijden van haar man (1810).


Hij eindigt zijn verhaal las volgt: “Tien jaar had ik gediend en tien verwondingen had ik opgelopen in Oostenrijk, Pruisen, Polen en Rusland, zonder daarvoor ook maar enige beloning van de Franse staat te ontvangen. Geschreven en nagekeken te Kaster op 17 juli 1817.” (p. 169).


Dan volgen de uitgebreide nabeschouwingen van Welten en De Wilde:  ze bespreken de geschiedenis van het handschrift, de betrouwbaarheid, het gebruik van de Franse vertaling door o.a. Zamoyski, de familiale achtergrond van de schrijver, de militaire gebeurtenissen tussen 1792 en 1815, het unieke karakter van het verhaal, de schrijfstijl en taalvaardigheid, de inhoud van het manuscript (vooral dan het rauwe leven, het  bezig zijn met overleven, de grote loyaliteit aan Napoleon), de authenticiteit. Ze verbeteren de foutjes in de chronologie en topografie en merken op dat hij die zo mooi kon schrijven, geen brieven schreef naar zijn familie. Ze leggen ook uit hoe de dienstplicht functioneerde, vertellen dat in de Zuidelijke Nederlanden op een bevolking van 3 miljoen wel 216.111 jongemannen opgeroepen werden en trouwe fans van Napoleon werden, ondanks de Boerenkrijg van 1798.


Ik twijfel aan hun uitspraak dat Napoleon geen duidelijk doel voor ogen had, dat hij niet tot Moskou wou oprukken en dat hij enkel de tsaar tot een akkoord wou dwingen om geen handel meer met Engeland te drijven. Ze zeggen ook niet waarom hij naar Moskou trok in plaats van naar Sint-Petersburg, de hoofdstad van 1713 tot 1918. De veronderstelling dat de niet-getrouwde Abbeel dan wel homo zal geweest zijn (p. 217+219), lijkt mij een zeer twijfelachtige projectie vanuit het heden.


In de editie van 2011 laten ze de Dnjepr door Smolensk lopen (p. 58-59), in de nieuwe uitgave de Dvina (p. 64). Het is de Dnjepr.


Ze vergelijken ook de memoires van Abbeel met die van vele andere deelnemers: geen enkele soldaat schreef zo snel na de tocht en zonder beïnvloeding door anderen zulk een omvangrijke tekst, met zo’n rijkdom aan expressie en met zo’n uniek gevoel voor taal. Hij was een begenadigd verteller, die ook in dramatische omstandigheden meestal zijn humor en optimisme toonde en het rauwe militaire leven met zijn luizen, vlooien en ‘schijterij’ weergaf zoals het was. Hij verzwijgt niet dat hij zelf ook twee tegenstanders heeft gedood, soms egoïstisch was in zijn overlevingstocht en wreed optrad tegen boeren en burgers, van wie hij voedsel, paarden en geld opeiste, zodat die sukkelaars zelf niets meer hadden.


Hij neemt nergens een blad voor de mond. De Polen beschouwt hij als “luiaards en dieven”  en als “slaven van hun baronnen, die de mooiste vrouwen misbruiken.”(p. 46). De Kozakken die hem krijgsgevangen namen, noemt hij “vervloekte en vermaledijde honden.”(p. 129). De Russen noemt hij  een “wilde, onbeschaafde en domme natie.” (p. 163). Ze zijn “dom, plomp, dronkaards, dieven en ongeletterd.” (p. 154). Daar denken we tegenwoordig gelukkig anders over.


Nergens noemt hij de motieven waarom zijn geliefde keizer Napoleon tegen een ander volk ging vechten. Blijkbaar miste hij zijn familie niet: het overlijden van zijn vader in 1810 en de verhuis van zijn moeder uit Vrasene naar Kaster vernemen we uit andere bronnen. Zijn lotgenoot Willem Kenis uit Loenhout daarentegen was dolblij wanneer hij zijn ouders eindelijk terugzag.


Doordat Abbeel  met een verminkte linkerhand als oorlogsinvalide terugkwam, kon hij enkel nog beroepen uitoefenen zoals onderwijzer of gemeentesecretaris. Maar ondanks alle honger, kou, zware ziektes en een bijna-doodervaring in 1808, werd hij uiteindelijk toch 80 jaar oud.


Het boek eindigt met zeer degelijke en ook boeiende noten, met veel informatie over andere soldaten van diverse nationaliteiten. Eigenaardig genoeg staat er maar één Waal bij. Dan volgen lange lijsten met andere bronnen en studies en een register met plaatsen en personen. Bij de studies staan de boeken van Dominic Lieven en Adam Zamoyski in het Engels, terwijl er ook een Nederlandse vertaling van bestaat. En ‘Napoleon’ van Johan Op de Beeck (2019) ontbreekt er. Voor de verklaring van een paar Russische en Poolse woorden hadden ze wel een slavist mogen aanspreken. En in de noten staat Abbeel soms met één b (noten 3 en 36, p. 223 en 226).


Voor de rest is de auteur zeer zorgvuldig te werk gegaan en heeft hij  heel wat mooie en functionele afbeeldingen bij elkaar gezocht, weliswaar zonder verwijzingen naar de tekst waar ze bij horen. Er zijn ook drie onmisbare kaarten met de plaatsnamen(p. 10-11, 20-21, 30-31). Johan De Wilde, de ‘hertaler’  van de oorspronkelijke tekst, heeft aan deze uitgave niet meegewerkt.


Dit spannend boek is zijn prijs ruimschoots waard.


ISBN 978-90-561-5704-3 | Paperback | 286 p., kaarten, prenten, noten, bronnen, register | Uitgeverij Sterck & De Vreese, Gorredijk / VBK, Antwerpen | april 2021

© Jef Abbeel, 13  juni 2021 www.jefabbeel.be

Lees de reacties en of reageer, klik HIER

 

Ketokuur 2
Dr. William Cortvriendt
Prof. dr. Hanno Pijl

Pascale Naessens


Na het succes van het boek Ketokuur 1, dat ik helaas niet in mijn bezit heb, is er nu Ketokuur 2 waarin Pascale Naessens dieper ingaat op vragen waar mensen mee zitten wanneer ze eenmaal ketogeen zijn gaan eten.
Dr. William Cortvriend is arts en vertelt over de misvatting over cholesterol als mensen ketogeen eten.
Prof. dr. Hanno Pijl ligt het intermittend vasten en time-restricted eating toe. Beide komen neer op een vorm van periodiek vasten, bijvoorbeeld; per etmaal eet je al je voeding binnen een bepaalde tijdsduur en daarbuiten eet je niets. Of je eet één dag niets, de andere dag wel.

Keto-eten is koolhydraat'vrij' eten. Je mag maximaal 30 koolhydraten per dag, 'waardoor je lichaam niets anders kan dan overschakelen van suikerverbranding op vetverbranding'. 'Door op die manier te eten leer je je lichaam optimaal vet te verbranden als energie. Na een tijdje zal je lichaam vet verkiezen boven glucose als brandstof.  De koolhydraten worden vervangen door gezonde vetten en eiwitten. De schrijfster adviseert om ketogeen eten regelmatig af te wisselen met koolhydraatarm te eten (maximaal 50 koolhydraten per dag)


Veel mensen vallen door ketogeen eten enorm af en ook mensen met diabetes 2 zien hun bloedsuiker spectaculair dalen. Vaak kunnen ze zelfs stoppen met insuline spuiten. Ook hebben zij geen bloedsuikerpieken of - dalen meer. Ook op epilepsie heeft het ketogeen eten een bewezen gunstige werking.
'Bij het ketogeen eten draait het niet zozeer om minder eten maar om anders eten.'


Het grote voordeel voor degene die ketogeen gaat eten is dat het eten volgens de ketogene richtlijnen erg smakelijk is en een verzadigd gevoel geeft, wat veelal ontbreekt bij bijvoorbeeld afvallen door minder calorieën waardoor dit laatste veel moeilijker is vol te houden. Je mag zelfs volle producten eten zoals volle yoghurt, olijfolie, spek etc.
Nadeel is, vooral voor fruit- en groenteliefhebbers, dat veel fruit- en groentesoorten teveel koolhydraten bevatten, waardoor ze niet of in hele kleine hoeveelheden gegeten kunnen worden.


Pascale Naessens haakt hier op in en geeft 75 recepten waarin veel groente gebruikt wordt. 'Het is niet gemakkelijk om lekkere, eenvoudige en aantrekkelijke ketorecepten te maken waarin groenten de hoofdrol spelen,' zegt ze daarover. 'Maar bij een ketogeen dieet zijn groenten misschien nog wel belangrijker; ze zijn je beste bron van vezels op dat moment.'
De heldere introductie en toelichtingen beslaan 59 pagina's en dan volgt een 14-daags schema waarin we dus 14 ketogene ontbijt- lunch- en diner recepten voor 2 personen aantreffen. Bij elk recept lezen we hoeveel eiwitten, koolhydraten en vetten er per persoon in het gerecht zitten, wat erg handig is.

Na het schema volgen nog een aantal extra recepten - inclusief desserts! - en tips voor het geval je uit eten gaat.

Per recept zijn maar een paar ingrediënten nodig, zodat het eten goed betaalbaar blijft. Zelf heb ik al twee gerechten gemaakt, en ze waren prima, er zullen vermoedelijk nog vele volgen. De uitleg is helder, de presentatie is aantrekkelijk, de vorm is duidelijk.
Kortom, een prima boek voor de mensen die inspiratie willen opdoen bij ketogeen eten maar dankzij dit boek vooral leren hoe ze zeer smakelijke ketogene groente - en andere - gerechten kunnen maken.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789401476713 | Hardcover | 223 pagina's met fraaie foto's | Lannoo | mei 2021

© Dettie 10 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kroongetuige
Een ooggetuigenverslag uit de hel van de Chinese concentratiekampen
Sayragul Sauytbay en Alexandra Cavelius


Sauytbay (°1976) is een Kazachse arts, die directrice was van vijf kleuterscholen. Ze groeide op in Xinjiang, een gebied dat groter is dan Duitsland, Frankrijk en Spanje samen en 3.000 km van Beijing ligt. Tot 1949 heette het Oost-Turkestan. Het was slechts heel korte tijd onafhankelijk: van november 1933 tot juni 1934 en van 1944 tot 1949. Toen werd het door Mao ingelijfd bij China, waarvan het 1/6de beslaat. Er wonen vooral Oeigoeren. Al sinds de 18de eeuw maar vooral vanaf 1980 wonen er ook vele Han-Chinezen. Verder ook Kazachen en een tiental andere minderheden. China wint er – ten koste van de natuur – olie, uranium, goud, ijzererts en steenkool.


Vanaf het begin spreekt Sauytbay klare taal over de wrede kampen: de Oeigoeren, Kazachen e.a. minderheden hebben geen enkele misdaad begaan, maar worden wel gefolterd tot ze iets bekennen. Volgens haar zitten ze met 3 miljoen vast in 1.200 bovengrondse en een aantal ondergrondse kampen, waar ze systematisch vernederd, gefolterd en verkracht worden. Human Rights Watch houdt het bij 1 miljoen, in 300 à 400 kampen. China spreekt over ‘centra voor beroepsopleiding’, maar die liggen dan wel achter prikkeldraad en er zitten ook hoogopgeleide professoren bij.


Ze vertelt over haar leven in een arme Kazachse familie met 9 kinderen. Tijdens de Culturele Revolutie pakten de Rode Gardes al hun schapen, runderen en paarden af en voerden ze er een moorddadig schrikbewind. In de jaren 80 werden opnieuw schapen afgepakt door Chinese soldaten en in de kazerne geslacht.
In 1993 mocht ze gaan studeren aan de universiteit van Ili. Ze moest er de kamer delen met 8 Chinese meisjes. Bij anatomie kregen ze gezonde organen van vermoorde Falun Gongers en andere geëxecuteerden als studieobject (p. 59).
Na haar studie vond ze meteen een baan in een ziekenhuis. Na twee jaar ging ze terug naar haar dorp om haar zieke moeder te verzorgen. Ze schoolde zich om tot lerares en leerde in 2002 haar man kennen. In 2004 trouwden ze. De beschrijving van zo’n Kazachse bruiloft neemt enkele pagina’s in beslag.


Vanaf 2006 drong China het Chinees steeds meer op: het onderwijs mocht enkel nog in het Chinees. Het aantal Oeigoeren daalde van 17 naar 11 miljoen en het aantal Kazachen van 3 naar 1,2 miljoen. De anderen zijn spoorloos verdwenen (p. 108). Inheemse leraren moesten geregeld zelfkritiek geven in het publiek, fouten opsommen tegenover de CCP, ook als ze niets verkeerd gedaan hadden. Ze werden dan vervangen door Chinese. In alle tv’s, huishoudapparaten, gsm’s en pc’s  zit afluisterapparatuur (p. 134).


In 2009 werd in Guangzhou een Oeigoers meisje verkracht door meerdere Chinezen. Er kwam een opstand in Urümqi. Deze werd met tanks onderdrukt. In de crematoria werden ook gewonde, nog levende Oeigoeren en Kazachen verast (p. 125-128). In 2014 vonden dodelijke zelfmoordaanslagen plaats in Kunming en Urümqi. De overheid beschouwde alle Oeigoeren als terroristen en bouwde de grootste controlestaat ter wereld uit. Iedereen moest zijn ogen laten scannen en zijn stem laten opnemen (p. 146 - 156).


In 2016 vluchtten haar man en twee kinderen naar Kazachstan. Zij wou volgen, maar haar reispas was ingetrokken. Ze kreeg officieel te horen dat er grote heropvoedingskampen zouden komen om moslims te deradicaliseren. Overal kwamen wachttorens en camera’s, zelfs aan kleuterscholen. Er kwamen ook ondergrondse en onderwater-gevangenissen, waar de slachtoffers de hele dag in het water hangen, tussen hun urine en uitwerpselen (p. 315-317).


In januari 2017 werd Sauytbay thuis opgepakt en met een zwarte zak over haar hoofd ontvoerd. Vier uur werd ze verhoord over de vlucht van haar man en kinderen. Dat herhaalde zich nog 7 à 8 keer in 2017, telkens ’s nachts.


In 2017 werd beslist dat Kazachen 8 dagen per maand in een Chinees gezin moesten gaan wonen en werken. De Chinese man mocht dan beschikken over het lichaam van de Kazachse meisjes en vrouwen. Foto’s van die seksscènes werden op het internet gezet, wat de Kazachen zeer vernederend vonden (p. 185-195).


In november 2017 werd Sauytbay dan zelf in een kamp gestopt. Daar werd ze dus kroongetuige. Ze moest er Chinese les geven aan 56 tot 112 kale gevangenen, van 13 tot 84 jaar oud, van analfabeten tot academici, allemaal levende lijken. Wie weigerde ‘Chinees’ te worden, werd zwaar gefolterd of verdween spoorloos. Ze mochten zich maar één keer per maand wassen, gedurende twee minuten, onder cameratoezicht. De Kazachse en Oeigoerse vrouwen moesten ook pillen slikken om onvruchtbaar te worden. Soms werd een Kazachs meisje verkracht in volle publiek, door meerdere Chinese bewakers na elkaar (p. 227-256).


In 2018 slaagde ze erin te ontsnappen uit China naar Kazachstan, waar ze haar man en kinderen na twee jaar terugzag (p. 266-274). Maar ook daar werd ze opgepakt, ondervraagd, geslagen en opgesloten. Er kwam een proces, waar ze vertelde hoe het eraan toegaat in de Chinese strafkampen. Onder nationale en internationale druk kwam ze vrij. Als wraak werden dan haar jongste zus en haar zieke moeder van 70 jaar in China gearresteerd.
In Kazachstan kreeg ze geen asiel, maar ze mocht in juni 2019, na de machtsoverdracht van Nazarbajev aan Tokajev, naar Zweden vertrekken.


In 2020 kreeg ze uit de handen van Mike Pompeo een internationale prijs voor haar dapperheid.


Ze betreurt dat geen enkel moslimland de strafkampen en de vervolging van moslims (en andere gelovigen) in China bekritiseert. 23 westerse landen doen dat wel. Sommige landen noemen het een genocide, wat overdreven is. 
En ze zegt: “Na dit boek kan niemand nog beweren dat hij of zij niet wist wat er in Oost-Turkestan gebeurt.” (p. 338).


Alexandra Cavelius citeert in het nawoord de Chinese minister van Onderwijs, Chen Baosheng (2020): “In 2049 zal in heel de wereld het onderwijssysteem bepaald worden door de CCP. China zal voorschrijven wat er onderwezen moet worden. Alle scholieren zullen Chinees spreken.” (p. 346-347). Dat weten we nu dus ook.


Beoordeling

Dit verslag van een kroongetuige werpt een heel ander licht op China dan de boeken over het economische succesverhaal. Het kan niemand onberoerd laten. En sommige getuigenissen zoals dat van de Oezbeekse lerares Qelbinur Sidiq, getrouwd met een Oeigoer (De Tijd, 8 mei 2021 / La Libre Belgique, 29/05/2021), vertellen nog ergere zaken over de dwangarbeid, de martelingen, sterilisaties en verkrachtingen. China ontkent dit en zegt dat er enkel terroristen en religieuze extremisten gederadicaliseerd en heropgevoed worden. Zie hiervoor “Chinasquare.be” van 10 mei 2021.


Een kaart met de plaatsnamen ontbreekt: mijn ‘Atlas of China’ had ik dus geregeld nodig.


ISBN 978-94-638-2142-1  | Paperback | 351 pagina's met foto's | Uitgeverij Balans, A’dam/Pelckmans, Kalmthout, april 2021
Vertaald uit het Duits door Inge Pieters

© Jef Abbeel, mei 2021 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De moord in de Zondagstraat
Het verhaal van een van de grootste moordzaken in Zweden

Peter Englund


Dit boek gaat over een moordzaak die plaatsvond in de Zondagstraat (Söndagsvägen) in Stockholm in juli 1965.


Het boek ademt een beetje de sfeer van de boeken van Sjöwall en Wahlöö. Dat is niet zo vreemd, want het eerste boek van deze auteurs verscheen in hetzelfde jaar. Bovendien heeft de leider van het onderzoek G.W. Larsson als inspiratie gediend voor Martin Beck, de hoofdpersoon in de boeken van Sjöwall en Wahlöö. Deze auteurs worden in dit boek ook een paar keer genoemd. Zo wordt er ook gerefereerd aan een zaak waarin een paar kinderen vermoord zijn. Deze zaak heeft later weer gediend als inspiratie voor het boek ‘De man op het balkon’ eveneens van Sjöwall en Wahlöo. Later komen de auteurs nog ter sprake, omdat ze hun eerste boek ‘De vrouw in het Götakanaal’, dat overigens ook op een waargebeurde zaak is gebaseerd, presenteren.


In dit boek is overigens geen sprake van een gedramatiseerd verhaal, maar het is een puur historisch verslag van de gebeurtenissen. De auteur is ook vrij duidelijk aanwezig in het boek. Hij interviewt wat mensen en in het boek staan ook aantekeningen van de dader, die aangeven dat we hier te maken hebben met een tamelijk verknipt figuur. Deze aantekeningen doen misschien nog het meest aan een hedendaagse thriller denken, waarin een seriemoordenaar rondloopt. Nu zou je de dader waarschijnlijk als incel betitelen. Deze term gebruikt de auteur op een gegeven moment ook.


Als men uiteindelijk een verdachte heeft gevonden, beginnen de verhoren. De verdachte blijft echter ontkennen. Het bewijs dat men heeft, bestaat eigenlijk vooral uit de aantekeningen van de dader, waarover hij zelf zegt dat het alleen maar fantasieën zijn. Er is ook geen direct verband tussen de fantasieën en de moord. De fantasieën zijn deels veel gruwelijker. Een ander stukje bewijs is de verklaring van een vrouw, die hij geprobeerd heeft te verdoven. Verder wordt het indirecte bewijs gevormd door boeken over verdovingsmiddelen en aardappelmeel, dat zowel op de plaats delict, als op de kleren van de verdachte en in zijn woonruimte is gevonden. De geruchtmakende rechtszaak eindigt in een vrijspraak, waarna in hoger beroep alsnog een veroordeling volgt. De dader belandt in een psychiatrische kliniek, waaruit hij weet te ontsnappen.


Wat in het boek opvalt is dat het slachtoffer in het grootste deel van het boek Kickan Granell genoemd wordt. Tegen het einde van het boek is er ineens sprake van Marianne Granell en later van Eva-Marianne Granell. Dat laatste is haar officiële naam, maar ze werd altijd Kickan genoemd.


Het boek is verdeeld in 6 hoofdstukken met een proloog, een epiloog en een nawoord. De hoofdstukken gaan over het misdrijf, de jacht op de dader, de arrestatie, het onderzoek, dat onder andere over de ondervraging van de verdachte en het onderzoek naar hem gaat, de rechtszaak en de ontsnapping. Het laat ook wel zien dat het toeval nog wel eens een belangrijke rol kan spelen.


Het nawoord besluit met de zinnen: “Er zijn overigens weinig literaire genres waar zo’n diepe kloof tussen schijn en werkelijkheid gaapt als in amusementsthrillers. In Zweden beroepen veel schrijvers zich er op dat zij de erfenis van Sjöwall en Wahlöö in stand houden, maar weinigen doen dat ook werkelijk.” Deze opmerking illustreert misschien wel het beste waarom dit boek mij aan de boeken van Sjöwall en Wahlöö doet denken.


ISBN 978 90 00 35719 2 | NUR 320 | Paperback | 287 pagina’s | Spectrum Uitgeverij Unieboek |mei 2021

© Renate, 31 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Samen
Een nieuw sociaal contract voor de 21e eeuw
Minouche Shafik


Een sociaal contract bevat regelingen die een samenleving treft op het gebied van opvoeding en opvang van kinderen, onderwijs, de gezondheidszorg, de zorg voor en aan ouderen, de verdeling van lusten en lasten binnen de generaties en werkomstandigheden (zoals flexwerk, minimumloon, scholing, automatisering).
Wereldwijd staat het huidige sociaal contract onder grote druk. Dat heeft te maken met vergrijzing, de uitputting van het milieu, klimaatverandering, voortschrijdende innovatie en technologische ontwikkeling. Voor de 21e eeuw is daarom een nieuw sociaal contract nodig.


De auteur, Minouche Shafik, geeft in dit boek een voorzet. Ze is bij uitstek geschikt voor die taak. Ze was vicepresident van de Wereldbank, ze heeft gewerkt bij het IMF en de Bank of England. Op dit moment is ze directeur van de London School of Economics and Political Science. Uit dit boek blijkt dat ze een enorme kennis van zaken heeft. Shafik presenteert geen droge stof, maar schrijft helder en boeiend en komt met praktische voorstellen voor een nieuw sociaal contract.


In het Voorwoord maakt Shafik duidelijk dat ‘mensen het nog nooit zo goed hebben gehad’. En toch zijn in grote delen van de wereld de burgers teleurgesteld. Mensen zijn onzeker gestemd over de toekomst en dat uit zich in toenemende woede en bezorgdheid in de politiek, de media en het publieke debat.


De coronapandemie van 2020 heeft volgens de auteur de tegenstellingen verscherpt. Ineens spraken we over ‘vitale beroepen’ zonder wie onze samenleving niet zou kunnen functioneren. Zonder bankiers en advocaten konden we wel overleven, schrijft Shafik, maar winkeliers, verpleegkundigen en ordehandhavers bleken onmisbaar. En toch behoren degenen die in deze sectoren werken tot de laagst betaalden. Het onderling vertrouwen waarop burgerschap en samenleving zijn gebaseerd, brokkelt als gevolg van alle onzekerheid af.


Vandaag de dag vormt de notie van kansengelijkheid de kern van wat veel burgers over de hele wereld verwachten. Het idee dat het hieraan ontbreekt, is een belangrijke oorzaak van bezorgdheid en onvrede. We moeten dus opnieuw nadenken over de vraag wat een samenleving verschuldigd is aan een individu en wat een individu omgekeerd verschuldigd is aan de samenleving.
Binnen het sociaal contract leveren de meeste mensen een bijdrage aan de samenleving in het middelste deel van hun leven, als ze werken, en ze profiteren van regelingen als ze jong zijn (onderwijs) en op hun oude dag (pensioen en gezondheidszorg).


De auteur pleit ervoor om de arbeidsparticipatie van vrouwen te verhogen. Dat is zeer noodzakelijk om de overheidsbudgetten in balans te houden, vooral waar het gaat om de bekostiging van de pensioenen. De beroepsbevolking krimpt immers en daarmee wordt het steeds lastiger om een ouder wordende bevolking te onderhouden.
Op de korte termijn kan een hogere graad van arbeidsparticipatie van vrouwen (en ook migranten) inderdaad een oplossing zijn. Maar, vraag ik me af, is het op wat langere termijn geen uitstel van de problemen? Is het niet noodzakelijk dat het geboortecijfer omhooggaat, zodat er voldoende aanwas van jongeren is?


Shafik noemt drie richtlijnen voor het ontwerp van een nieuw sociaal akkoord. In de eerste plaats moet iedereen beschikken over een zeker minimum aan middelen om een fatsoenlijk leven te hebben. Denk aan gezondheidszorg, een uitkering bij werkloosheid, onderwijs en pensioen. In de tweede plaats moet iedereen naar vermogen een bijdrage leveren aan de samenleving en publiek gefinancierde kinderopvang moet het vrouwen mogelijk maken om te werken. In de derde plaats kunnen grote risico’s beter door de samenleving opgevangen worden dan door individuele verzekeringen of de steun van de familie.


Het doel is: zekerheid voor iedereen; maximaal investeren in capaciteiten; een eerlijke spreiding van risico’s.
Het klinkt idealistisch, maar afgezet tegen hetgeen de laatste honderd jaar is bereikt, zijn dit zeker geen onrealistische doelen. Het voert te ver om hier de uitwerking per thema na te gaan. Maar de materie is dermate belangwekkend en wordt zo goed besproken dat ik het boek graag aanbeveel voor alle belangstellenden, in het bijzonder voor politici, docenten en journalisten.


ISBN 9789046826799 | Paperback | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | Omvang 272 blz. | mei 2021

© Henk Hofman, 26 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER