Nieuwe recensies Non-fictie

Mantelliefde
Annemarie Oster


Op latere leeftijd ontmoet Annemarie Oster een man die haar intrigeert. Hij kan echter de meest lompe opmerkingen maken, hij is zeer onattent  - hij belt haar bijvoorbeeld als ze zenuwachtig op de start van een première staat te wachten om te vragen waar het knäckebröd ligt -, hij is arrogant, in zichzelf gekeerd, praat weinig, maar toch fascineert hij haar en blijft ze steeds die zachtaardige jongen zien, die jongen die zich achter zijn ongemakkelijke gedrag verschuilt.


Ze gaan samenwonen in zijn grachtenhuis in Amsterdam en hebben het goed. Natuurlijk zijn er ergernissen, natuurlijk is het lastig als hij soms kleinerende opmerkingen maakt over haar. Maar de relatie blijft wel verrassend en boeiend. Na vijftien jaar besluiten ze te trouwen en tijdens hun huwelijksreis gaat het mis. Annemarie Oster schrijft:

Toen had ik nog geen idee van hoe onze huwelijksreis zou verlopen. Dat we, omdat hij nauwelijks nog een stap bleek te kunnen verzetten, al op Schiphol een rolstoel nodig zou hebben. Waarin hij zou zitten knikkebollen, zoals ook in het vliegtuig. En dat hij in ons hotel bijna voortdurend in bed zou liggen. [...]
Niks zon, niks zee, niks romantiek.
En dat hij tenslotte, eenmaal weer thuis, na diverse malen te zijn gevallen, het slaapkamerraam zou worden uitgetakeld. Met als apotheose ziekenhuis in, ziekenhuis uit [...]


Hij krijgt de diagnose Vasculair parkinsonisme...


Annemarie Oster vertelt met milde humor en zelfspot hoe het leven thuis verloopt na zijn lange revalidatieperiode. Ze vertelt met ingehouden trots dat ze allerlei aanpassingen in huis heeft laten aanbrengen zoals een traplift die ook erg handig blijkt te zijn om spullen van boven naar beneden te brengen en vice versa. Alles is tot in de puntjes geregeld, er kan niets misgaan... wat natuurlijk wel gebeurt, je kunt niet alles voorzien.
Het is pittig, maar het is vooral het enorme geregel en het contact met de thuishulpen die veel van haar vragen. Ze kan haar man ook niet alleen laten en, hoewel vrienden zeker hulp aanbieden, ze wil het liefst gewoon een middagje vrij, even niets, gewoon even wandelen of winkelen of lunchen in een restaurant. Die vrienden kunnen dan oppassen, maar deze zien haar helaas meer als de dame van de catering.


Het leven is voor Annemarie is een komen en gaan van emoties, problemen oplossen, situaties aangaan etc. Het meest verbaast haar echter hoe laconiek haar man alles ondergaat, hij klaagt niet, zeurt niet, hij wordt zelfs milder, vriendelijker. Hun relatie krijgt een heel andere dimensie.  Dankzij de positieve, meer benaderbare verandering in haar man wordt het zelfs steeds meer mantelliefde in plaats van mantelzorg.
Dat maakt het boek ook zo aangenaam om te lezen. De situatie wordt niet mooier gemaakt dan hij is, de aftakeling tot het onontkoombare einde is schrijnend, maar de onderkoelde schrijfstijl, de lichte ironie en vooral de liefdevolle toon maken het tot een prachtig egodocument.
Zeer de moeite van het lezen waard.

Annemarie Oster (1942) is een is een Nederlands actrice. Ze werkte o.a. mee aan het tv-programma Hadimassa en schreef diverse boeken en vele columns.


ISBN 9789463811507 | Hardcover | 160 pagina's | Podium | september 2022

© Dettie, 23 september 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Felix & Bolt
De avonturen van een buitengewone stationskat en haar kittenleerling
Kate Moore


Felix woont al een jaar of vijf op het station van Huddersfield (zie Felix, de stationskat) en is nog steeds het lievelingetje van al het personeel en van de (meeste) reizigers. Felix, die ondanks de jongensnaam een dame is, heeft zelfs een eigen Facebookpagina. Die wordt bijgehouden door Mark Allen, die als forens een van haar grootste fans geworden is. Zo kun je op de hoogte blijven van alles wat deze beroemde poes uithaalt en meemaakt. Ook lees je over de verslaggevers die komen, want ja, je bent beroemd of niet: daar is de krant ook als de kippen bij!


Felix heeft als taak muizen te vangen en ze jaagt ook de duiven weg. Die laatste probeert ze ook wel te vangen, maar de duiven zijn haar steeds te slim af. Zo heeft Felix de titel Hoofd Ongediertebestrijding gekregen!
Aan roem zitten dus ook nadelen: nu er zoveel fans op haar afkomen doet ze haar werk niet zo goed meer. Want die mensen komen niet met lege handen, en Felix lust al die lekkere hapjes ook wel. Ze wordt er behoorlijk lui van. En is te dik.
Maar zet zo’n eigengereid dier als deze poes maar eens op dieet!
Dat levert weer veel activiteit op haar Facebookpagina op.
Als ze depressief lijkt te worden, verzinnen de medewerkers van het station daar iets op. Juist. Dat wordt Bolt, de andere naam uit de titel.


Behalve dat je leest hoe het de katten vergaat, lees en leer je ook van alles over het reilen en zeilen van een station. En over de medewerkers zelf. Er staan foto’s in het boek en je kan de eigen pagina opzoeken: Felix and Bolt - The Huddersfield Station Cats.
Hoe een Amerikaanse schrijfster er toe komt om te schrijven over een Engels station – Huddersfield ligt ten zuidwesten van Leeds - wordt niet verteld.
Het boek houdt het midden tussen een roman en een non-fictieboek. Affiniteit met katten is waarschijnlijk wel gewenst, want het zijn de katten Felix en Bolt die de echte hoofdpersonen zijn.


Kate Moore studeerde Engelse literatuur in Boston  en is docent in Californië waar ze zelf vandaan komt.

ISBN 9789402710397 | Paperback | 328 pagina's | Uitgeverij HarperCollins | juli 2022
Vertaald uit het Engels door Erica Disco

© Marjo, 20 september 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Confucius and Cicero
Old ideas for a new world, new ideas for an old world
Andrea Balbo, Jaewon Ahn e.a.


Deze bundel maakt deel uit van de reeks ‘Roma Sinica’, waarin diverse specialisten de relaties tussen het oude Oosten (China, Korea, Japan) en het oude Westen bespreken. Die relaties waren in de Oudheid beperkt tot handel. Echte relaties ontstonden pas in de 16 de -17 de eeuw, toen de jezuïeten naar China trokken en begonnen met de vertaling van Confucius in het Latijn: de taal van Cicero was toen de taal van de geleerden in Europa.


Michele Ruggieri en Matteo Ricci zorgden in 1592 voor de eerste vertaling. Daar bestaat nog slechts één handschrift van en een vertaling in het Italiaans uit 2019. De bekendste is die van de Vlaming Philippe Couplet uit 1687, op vraag van Lodewijk XIV. De auteurs benadrukken het belang van deze vertaling voor de ontvangst van Chinese cultuur in het Westen.


De jezuïeten-missionarissen legden dus de brug tussen China en het westen en introduceerden Confucius in Europa. Zij presenteerden hem als compatibel met het christelijk geloof (p. 73-75). In dit boek belichten twaalf professoren uit Europa, Amerika en Azië diverse overeenkomsten tussen de rolmodellen Confucius (551-479 v.C.) en Cicero (106-43 v.C.), tussen Confucius en de Stoïcijnen/Epicuristen, Confucius en Plato, Confucius en het christendom tot Confucius en Xi Jinping. Ze vergelijken de Latijnse vertalingen die tussen 1592 en 1895 gemaakt zijn.


Er zijn inhoudelijke gelijkenissen tussen Confucius (‘Gesprekken’) en Cicero (‘De Officiis’, ‘De Amicitia’ en ‘Pro Sexto Roscio’), maar we mogen er niet van uitgaan dat Cicero het Confucianisme kende. Via de Zijderoute kwamen er producten uit China naar Rome, misschien ook wat gedachtegoed, maar allicht niet in boekvorm: daarvoor bestaat er geen bewijsmateriaal.


De auteurs tonen ook overeenkomsten tussen de opvattingen over het conflict tussen het publieke en private belang in Plato’s Republiek en de Analecten van Confucius, tussen de Taoïsten en de Stoïcijnen/Epicuristen, tussen de opvattingen van Confucius en Cicero over de begrippen ‘Humanitas’ (ren bij Confucius) en ‘Pietas’ (xiao bij Confucius). Socrates en Aristoteles komen ook aan bod en aan Chinese kant ook Mencius (372-289 v.C.) en Xunzi (325-238).


Uiteraard zijn er ook vele verschillen: culturele en ook politieke. Het Chinese rijk van de ‘Strijdende Staten’ was tijdens en na Confucius beperkt in omvang, het Romeinse wereldrijk was tijdens Cicero in volle expansie. De Romeinen wisten dat China bestond en vice versa, maar de contacten verliepen indirect: via de Parthen (Iran en omgeving) en de Kushana (delen van India, Iran, Centraal-Azië) kwam de zijde tot in Rome en belandden Romeins glas, zilveren voorwerpen en munten in China, vooral tijdens de 1ste tot 3de eeuw n.C. De Romeinen spraken over ‘Serica’, het land van de zijde (‘sericum’) en over ‘Sinae’, het land van de Qin, naar de eerste keizersdynastie. De Chinezen hadden het over ‘Da Qin’ of ‘Grote Qin’, een tegenhanger van hun Qin-rijk. Direct contact was er wellicht niet.


Zowel Plinius de Oudere (23-79 n.C./‘Naturalis Historia’, ‘Geschiedenis van de Natuur’) als Gaius Iulius Solinus (3deeeuw n.C./‘De Mirabilibus Mundi’, ‘Over de Wonderen van de Wereld’) beweerden dat de Seres een machtig en beschaafd volk waren, maar dat ze contact met anderen vermeden, graag enkel hun dure zijde verkochten en liefst geen Romeinse producten kochten. Beide schrijvers beschouwden de Romeinse vrouwen als de schuldigen voor deze dure luxe.


Confucius werd verguisd tijdens de Culturele Revolutie, maar geherwaardeerd vanaf de jaren 80, zeker door Hu Jintao en nu door Xi Jinping. Xi verwijst ook graag naar Confucius, o.a. in zijn speeches van 2013 en 2014. Xi adviseert daarin de Chinezen: wees bescheiden, vermijd verspilling, wees spaarzaam. Eigenschappen die ons nu ook van pas komen. Wellicht bedoelen de auteurs dat met de ondertitel ‘new ideas for an old world’.


Het boek bevat een zeer uitvoerige bibliografie, met titels uit de Grieks-Romeinse Oudheid tot speeches van Xi Jinping uit 2013 en 2014. Het register is ook zeer degelijk. Het is geen goedkoop boek, maar je kunt het online gratis downloaden. Van de lezer wordt verwacht dat hij/zij behalve Engels ook Latijn kent.

 
ISBN 978-31-106-1660-6 | Hardcover | 216 pagina’s., foto’s, bibliografie, register | Uitgeverij Walter De Gruyter, Berlijn, 2019

© Jef Abbeel www.jefabbeel.be augustus 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn poemajaren
Laura Coleman


'Ik heb een poema waarmee jij wel kunt gaan werken.'
'Een póema?'
Ze knikt. 'Maar als je dat wilt, moet je beloven een maand hier te werken. Minimaal dertig dagen als je met een poema werkt.'


Wat doe je als je als afgestudeerd kunsthistorica ineens middenin de jungle de zorg voor Wayra, een getraumatiseerde poema, krijgt?
De Engelse Laura Coleman is eigenlijk alleen maar ontzettend bang. Ze heeft zich tijdens haar rondreis door Bolivia in een opwelling aangemeld als vrijwilliger bij el parque, een dierenopvangcentrum in het Amazonewoud.  Maar na haar eerste ontzetting over de vreselijke stank van de dieren en het modderige uiterlijk van alle mensen die daar werken wil ze gelijk rechtsomkeer maken en dan krijgt ze ook nog te horen dat ze elke dag moet gaan wandelen met een poema, buiten zijn verblijf, aan een lijntje!


Jane werkt haar in, zij heeft al een enorme band met het dier opgebouwd, hij likt zelfs haar armen en duwt zijn kop tegen haar handen. Maar Laura wordt zeer argwanend begroet door het dier en ze weet dat ze uit al haar poriën angst uitstraalt, Wayra moet haar angst ruiken, weet ze. Het is dat Jane rustig blijft en totaal geen angst vertoont, waardoor Laura toch doorzet.
Maar tot haar schrik moet ze samen met Jane voor de poema uit lopen! Oscar heeft een touw om zijn middel waar Wayra aan vast zit en volgt de twee vrouwen. Laura rent en rent en weet met al haar vezels in haar lijf dat een echte poema achter haar aan rent.  Zij blijven de hele dag bij Wayra, totdat ze weer naar  haar verblijf moet, waar ze weer vastgeklikt wordt aan haar loopkabel.


"Ik ben uitgeput, totaal op en doodsbang. Ik denk dat ik deze maand niet ga overleven. Maar dan word ik overweldigd daar dat gevoel dat ik eerder had, het diepere uitdagendere gevoel. Nieuwsgierigheid, verwachting, hóóp. (Wayra zucht.) Plotseling zucht ik ook diep en ga naast Jane zitten."


Dit gevoel maakt dat Laura blijft en langzamerhand verdwijnt haar diepe angst voor Wayra, terwijl ze wel altijd bang blijft. Ze bouwen samen voorzichtig een band op. Aanvankelijk zijn zowel Wayra als Laura op hun hoede maar het is vooral Wayra die laat zien dat hij haar vertrouwd en zich steeds meer ontspant. Het is bijna ontroerend om te lezen hoe de toenadering verloopt. De eerste keer dat Wayra haar armen likt en later ook nog gaat spinnen maakt dat ze zich totaal euforisch voelt.
Na de 30 dagen in het centrum besluit Laura te blijven. Ze móet blijven, ze is nodig daar.


Maar het dierencentrum werpt haar ook terug naar het échte leven zonder luxe. Het contrast tussen haar veilige kunstleventje in Engeland en het verblijf in het centrum kan haast niet groter zijn. Laura krijgt de metafoor te horen dat het centrum als een ui op iedereen inwerkt. Elke keer wordt er weer een laagje van ieders masker afgepeld. Dat kan ook niet anders want er is verder niets, behalve de verblijven van de kleine dieren en de grote katten. In het centrum kan niemand zich verschuilen achter een houding of facade. Daarvoor is ook de vermoeidheid van iedereen te groot, want het leven is ongekend zwaar, de insecten, wormen, muskieten etc. vormen een constante plaag. De drassige omgeving zorgt ervoor dat iedereen enorm stinkt en met kleren vol aangekoekte modder rondloopt. Maar het geeft allemaal niet.
De dieren en de mensen geven zoveel terug. Er worden banden gesmeed met elkaar en met het centrum die niet meer zal kunnen verdwijnen.
Velen o.a. Laura keren daarom ook steeds weer terug naar het centrum.


Het is verder niet alleen de strijd om de dieren die hulp nodig hebben op te kunnen blijven vangen, ook de regering van Bolivia vormt een bedreiging voor het centrum. De houtkap neemt steeds grotere vormen aan. Er worden wegen aangelegd waar de dieren niet aan gewend zijn, met alle gevolgen van dien.


Het is bijna niet over te brengen wat voor impact dit boek verder heeft en hoe fantastisch alles onder woorden is gebracht, zowel beeldend als taalkundig.
Ondanks dat het non-fictie is leest het boek als een spannende roman. Zeker als er een enorme deel van de jungle in brand staat, houd je je adem in. De dieren! Hoe moeten ze de dieren beschermen, hoe kunnen ze de brand keren! Je leest gehaast verder en bent onderdeel van de strijd tegen het vuur.
Maar ook de onderlinge verhoudingen tussen de bewoners van het centrum vormen een prachtig verhaal.
Kortom, een adembenemend verhaal dat je even moet laten bezinken.  Grote klasse.


ISBN 9789026360138 | Paperback | 312 pagina's | AmboAnthos | juli 2022
Vertaald door Bep Fontijn 

© Dettie, 15 augustus 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kunnen we China vertrouwen?
Een andere blik op een land in transitie
Pascal Coppens


De auteur is sinoloog en ondernemer. Hij woonde bijna 20 jaar in China, kent het land door en door en schreef in 2019 al ‘China’s New Normal’. Met zijn nieuwe boek reageert hij op de toenemende negatieve (voor)oordelen over China. Hij somt die op en bekijkt ze met een dubbele bril: de Westerse en de Chinese. Hij groepeert ze in acht ‘cirkels van vertrouwen’. Hij kiest voor cirkels, omdat Chinezen minder rechtlijnig en minder in termen van goed of kwaad denken dan wij en meer omzeilend in termen van harmonie en beeldspraak (p. 25-26).


Hij somt een aantal westerse klachten op over Chinezen: ze stelen, kopiëren, spioneren, houden zich niet aan afspraken, produceren rommel, China is een controlestaat zonder vrijheid, Xi is een dictator, China schendt de mensenrechten. Telkens stelt hij daar iets tegenover zoals : Amerikaanse internetbedrijven kopiëren ook WeChat en TikTok, China is koploper in artificiële intelligentie, kwantumcomputers en 5G, zijn eigendomsbescherming verschilt nu weinig van de onze (p. 37-57).


In de eerste cirkel beschrijft hij het individu: waarom liegen ze en kruipen ze voor? Denken ze collectivistisch en wat is hun oordeel over privacy?


In de tweede cirkel verklaart hij de invloed van het confucianisme op het gezin en op de familiewaarden. Hier gaat het ook over de bruidsprijs, de ‘overgebleven vrouwen’, de gescheiden families en het onovertrefbare WeChat.


Bedrijf en team zijn cirkel 3. Werknemers veranderen vaak van job als ze zich kunnen verbeteren. Confucianisme, legalisme en taoïsme bepalen de bedrijfscultuur. Welgestelde jongeren willen geen 9-9-6 (6 dagen van 9 tot 21 uur) meer werken.


Cirkel 4 gaat over netwerken, groeperingen, het collectief vertrouwen, tegelijk het zogezegde wantrouwen in minderheden, die vooral positieve discriminatie ondervinden. Verder ook de Chinese gastvrijheid en het groeiende wantrouwen tegenover het Westen dat bij hen schijnheilig overkomt.

Lees verder, klik HIER

 

De muur van Hadrianus
De Romeinse Limes in Groot-Brittannië
Adrian Goldsworthy

 
Het woord “limes” betekent zoveel als: grens, grensweg, grenspad. We kunnen denken aan een grenspad tussen twee akkers of twee wijngaarden. In de titel van dit boek slaat ‘limes’ op de versterkte Noordgrens van het Romeinse Rijk langs de Rijn en de Donau naar de Zwarte Zee. Deze limes was volgens de Romeinen ook de grens tussen beschaafde volken en barbaren.


De Muur van Hadrianus is te vinden in Noord-Engeland. Keizer Hadrianus (117-138) heeft in zijn regeerperiode de muur gebouwd van de monding van de Tyne bij Newcastle tot de Solway Firth in de Ierse Zee aan de Oostkust. Degene die met de ferry van IJmuiden naar Newcastle vaart ziet bij het verlaten van de ferry de bordjes al staan die verwijzen naar de Hadrian’s Wall. Deze muur was een symbool van de Romeinse macht en moest de Picten in het Noorden weerhouden van een aanval op het rijk.


De auteur van dit boek gaat niet alleen in op de historische achtergronden van de muur en de archeologische vondsten, maar beschrijft ook de hedendaagse toeristische aspecten. Er is namelijk een wandelpad en fietsroute langs de muur uitgezet. Afhankelijk van de route die de wandelaar of fietser kiest, gaat het om een lengte van ongeveer 150 kilometer. Langs de route zijn tal van overnachtingsmogelijkheden. Ook is het voor de bezoeker, die wat comfortabeler wil wandelen, mogelijk om de rugzak steeds per dag etappe te verzenden. Auteur Adrian Goldsworthy heeft de route zelf vele malen gelopen en treedt ook regelmatig op als gids voor groepen. Als ervaringsdeskundig en als gerenommeerd historicus weet hij waar hij over schrijft.


De muur van Hadrianus was op vaste afstanden voorzien van forten met poorten naar het Noorden en Zuiden. Militaire bases en wegen maakten het mogelijk om snel troepen te verplaatsen naar bedreigde plekken. Het middelste gedeelte kronkelt door een spectaculair landschap van rotskammen en richels. Nergens echter is de route zwaar om te lopen. Voor de gewone wandelaar is de route heel goed te lopen.


Naast een aantal kaarten en plattegronden is er een katern met prachtige kleurenfoto’s opgenomen. Aan het eind van het boek zijn suggesties opgenomen voor verdere literatuur en zijn sites genoemd die de bezoeker veel aanvullende informatie verschaffen. Deze handzame gids is daarmee geschikt voor twee categorieën lezers: zij die meer in de historie van de muur zijn geïnteresseerd en zij die voornemens zijn om de route te lopen.


De wandelroute is goed te belopen in dagetappes van 20 tot 25 kilometer. Maar wie ook een aantal van de bezienswaardigheden wil bezichtigen doet er goed aan om twee weken uit te trekken voor de Hadrian’s Wall.


Adrian Goldsworthy (1969) is historicus. Hij promoveerde op “Het Romeinse leger als strijdmacht” en gaf les op meerdere universiteiten. Het lesgeven gaf hij op vanwege de administratieve overlast om fulltime schrijver te worden, nu ook van romans. Daarnaast vindt hij het ‘leuk om lezingen’ te geven. Roelof Posthuma stond borg voor een uitstekende vertaling. Omniboek heeft het boek heel verzorgd uitgegeven.


ISBN 9789401912440 | Omvang 192 blz. | Paperback | Uitgeverij Omniboek | maart 2018

© Henk Hofman, 21 juli 2022

Lees de reacties op het Forum en/of klik HIER

 

Boven tijd en toeval
Schepping en evolutie als open geheim
Arie Sonneveld


Voor de meeste mensen en wetenschappers staat de evolutietheorie als een huis. In het onderwijs is het de gangbare theorie die wordt onderwezen. Al het leven heeft zich ontwikkeld uit één oercel. Daar is dan wel gigantisch veel tijd voor nodig en het toeval dat mutaties steeds de goede kant uitvallen.
Biofysicus Arie Sonneveld kreeg vanwege het coronavirus en de lockdown onverwacht de tijd om de resultaten van vijftig jaar onderzoek naar het concept van Darwinisten om te zetten in een boek.


De auteur beoogt om ‘een vastgeroeste discussie’ weer los te trekken, zodat ‘partijen’ hun schuttersputjes verlaten en het gesprek weer aangaan. De uitgangspunten van wetenschappelijk onderzoek berusten op aannames en extrapolatie. Het besef daarvan zou alle partijen in het debat over evolutie tot een zekere bescheidenheid moeten brengen.


Hij onderscheidt drie fasen in de evolutietheorie.
Het begint allemaal met een fysische evolutie waarbij zich spontaan sterren en planeten hebben gevormd. Daarop volgt een chemische evolutie: eenvoudige moleculen ontwikkelen zich naar complexe organismen totdat er leven ontstond. De biologische evolutie rondt dat af met het ontstaan van een waaier aan soorten. Het eindresultaat van het hele proces is de natuur zoals wij die nu kennen met plantaardig, dierlijk en menselijk leven.


Na een aantal hoofdstukken over het ontstaan van de aarde en het leven gaat Sonneveld in op de plantenfysiologie, de enorme betekenis van insecten voor alles wat er leeft, het raadsel van de voortplanting bij palingen (uitsluitend in de Sargassozee), het vermogen van vogels om over heel grote afstanden feilloos te navigeren, de baaierd aan afmetingen en gewicht bij de enorm heterogene groep van gewervelde zoogdieren, het raadselachtige ontstaan van het inwendige skelet, hoe intelligentie en bewustzijn zich hebben kunnen ontwikkelen, hoe DNA-informatie op cellulair niveau tot stand is gekomen.


Het is een veelzijdige en boeiende aanpak. Overal stuit de auteur op vragen waar de wetenschap nog geen antwoord op heeft gevonden. Voorgestelde oplossingen roepen meestal weer veel nieuwe vragen op. De auteur laat het nadrukkelijk aan de lezer over om zelf conclusies te trekken.


Hieronder staat een selectie van de problemen waar de auteur op is gestuit bij zijn onderzoek en waar (nog) geen bevredigend wetenschappelijk antwoord op bestaat. Er is een uiterst kleine kans dat een levensvatbare planeet met de bijbehorende natuurwetten is ontstaan uit een oerknal. Uit chaos ontstaat nu eenmaal geen orde.

  1. Hoe kan leven ontstaan uit levenloze materie?
  2. Vrijwel alle levende organismen hebben een uniek ‘body plan’, zonder overgangen tussen de soorten. Waar zijn de tussenvormen die essentieel zijn in de theorie van Darwin?
  3. Hoe moeten we ons voorstellen dat het uiterst complexe proces van bloedstolling zich stap voor stap evolutionair heeft ontwikkeld? Pas nadat bloedstolling functioneert zou een zoogdier of mens niet doodbloeden bij een verwonding.
  4. Wat heeft een vogel aan vleugels-in-ontwikkeling? De vogel zou in dat stadium niet kunnen overleven. De auteur wijst op de veerstructuur (bescherming tegen kou, waterafstotend en winddicht) tezamen met de vorming van slagpennen (voor lift en stuwkracht) met daarbij nog eens staartpennen (voor stabiliteit, sturen en remmen). Het is onmogelijk om al die eigenschappen via cumulatieve aanpassingen vrijwel gelijktijdig te realiseren.
  5. Het raadsel van de tijd. Kan tijd ontstaan als gevolg van een oerknal? Erg onwaarschijnlijk.
  6. Hoe is specifieke en gecodeerde informatie in de moleculaire cel terecht gekomen?
  7. Hoe kan het dat de evolutieketen, zonder sturing en planning, over een periode van bijna 14 miljard jaar nergens uit de rails is gelopen? Als voormalig manager in het bedrijfsleven weet de auteur hoe moeilijk het is om een productieketen tussen China en Nederland op te zetten. Ondanks alle voorzorgen en afspraken kan het zomaar ergens in het traject mis gaan.


In de conclusie zet de auteur uiteen wat zijn standpunt is. Hij meent dat de vele gegevens beter stroken met de gedachte aan een ontwerp. Een ontwerp wijst op een schepping en dus het bestaan van God. De vraagstukken overstijgen ons begrip van tijd en overvragen de kans op toeval. De titel is dus uitstekend gekozen. Wij waren er niet bij toen aarde en leven zijn ontstaan. Over miljarden jaren moeten we zien te reconstrueren hoe dit wonder in elkaar steekt. We lopen tegen de grens aan van wat wetenschap vermag. Het is heel integer dat de schrijver aan het slot van het boek zijn eigen stellingname duidelijk maakt.


Die conclusie mag er mijns inziens niet toe leiden dat zijn boek irrelevant is geworden. In de eerste plaats is de wetenschappelijke onderbouwing van het betoog daarvoor veel te sterk. In de tweede plaats, en de auteur wijst daar zelf ook al op, neemt ook onder niet-religieuze wetenschappers de twijfel over de houdbaarheid van Darwins theorie sterk toe.


Dit boek is in mijn ogen onmisbaar in het gesprek dat de schrijver tussen voor-en tegenstanders van de evolutietheorie op gang wil brengen. Dat gesprek moet gevoerd worden op basis van de aangevoerde argumenten, los van iemands levensbeschouwing. Van harte aanbevolen!


Arie Sonneveld is master in de Moleculaire Wetenschappen (Landbouwhogeschool Wageningen) en doctor in de Biofysica (Rijksuniversiteit Leiden). In het bedrijfsleven heeft hij gewerkt als leidinggevende op het gebied van marketing, businessmanagement en risicomanagement. In zijn nawoord bedankt hij uitgever Guido Sneep en redacteur Merijn Wijma voor hun grote aandeel in de totstandkoming van dit boek. Uitgeverij Buijten & Schipperheijn is in Nederland marktleider op het snijpunt van dit wetenschappelijke, theologische en filosofische genre.


ISBN 9789463691727 |Paperback | Omvang 203 blz. | Uitgeverij Buijten en Schipperheijn | april 2022

© Henk Hofman, 21 september 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Confucius spreekt
De Chinese Meester zet ons aan het denken
Carine Defoort en Paul van Els


De auteurs zijn professoren Chinese taal, filosofie en religie in respectievelijk Leuven en Leiden. Met hun boek willen ze de hedendaagse relevantie van Confucius aantonen (p. 29). Vanaf de inleiding tonen ze aan dat nogal wat uitspraken toegeschreven worden aan Kong Qiu/Kong Fuzi /Confucius (551- 479 v.C.) zonder dat hij die woorden uitgesproken heeft. Hoewel het schrift al eeuwen bestond in China, heeft hij in tegenstelling met Griekse tijdgenoten geen boeken nagelaten.
De schrijvers vertrekken van twee bronnen: ‘Gesprekken’ en ‘Optekeningen van de geschiedschrijver’, allebei uit de 2de eeuw v.C. en beide met een flinke korrel zout te nemen (p. 12).


Bij de 4 Meibeweging van 1919 en vooral in de anti-Kong-campagne van 1974 stond Confucius symbool voor alles wat mis ging in het China van vroeger. Sinds 2004 staat hij symbool voor alles wat goed gaat en zijn er overal ter wereld Confucius-instituten opgericht. En sinds 2013 heeft hij alle steun van Xi Jinping, de hoogste leider. Het confucianisme wordt nu beschouwd als de grondslag van de samenleving in China en andere Oost-Aziatische landen. Zijn uitspraken zijn niet altijd duidelijk en soms spreekt hij zichzelf tegen.


De auteurs hebben 44 korte tekstfragmenten uitgekozen, die ze verder uitleggen.
Ze gaan o.a. over: kennis vergaren en praktische vaardigheden aanleren, regelmatig oefenen, het juiste woord gebruiken, zelfbezinning, belonen en straffen, leren en denken, inzicht in wat we wel en niet weten, de juiste levensweg, gebrek aan erkenning, leren van ‘lageren’ (mensen onder jou), een geschenk aannemen of afslaan, de laatste woorden van een mens, aanvoelen wat er in saaie berichten verstopt zit, op de juiste manier rouwen om een overledene, offers voor een dode, matig zijn, de anderen niet aandoen wat je zelf niet wenst, het vertrouwen van het volk als basis voor een goed beleid, de overheid die duidelijke taal moet spreken, voor harmonie moet zorgen en luisteren naar de onderdanen, kennis die nodig is om een voorbeeldig mens te worden, de mogelijkheid om de heersende hiërarchie soms tegen te spreken, de fout zoeken bij jezelf, het verschil tussen de Kleine Welvaart (voor je familie) en de Grote Gelijkheid (voor heel de bevolking), Confucius als een enthousiaste, maar gefrustreerde wereldverbeteraar, een verloren gelopen hond, iets heel anders dan de overheidsversie van de Grote Wijze en de Eerste Leraar van China.
Sommige adviezen komen nu vreemd over, b.v. boogschieten om je eigen gedrag te verfijnen.

Het Confucianisme was niet vrouwvriendelijk, heel wat Westerse filosofen zoals Kant, Hegel en Levinas hadden geen hoge dunk van de Chinese denkers (p. 155-157).


Beoordeling
Het boek is geschreven in een voor iedereen verstaanbaar taalgebruik. Het is dus veel makkelijker dan de filosofie van Plato of Kant. Het bevat veel volkse wijsheden, die niet wereldschokkend zijn en ook niet uitblinken in ratio. Het is mij een raadsel waarom China de laatste jaren een ware Confucius-rage kent, waarbij Confucius aan de hoogste morele normen beantwoordt, altijd gelijk heeft en aanzet tot vaderlandsliefde. Het komt Xi Jinping goed uit.
Het boek eindigt met een begrippenlijstje dat wel wat uitgebreider had mogen zijn. In het boek staan er veel meer, die dan eenmalig uitgelegd worden, maar niet herhaald aan het einde.


In de literatuurlijst mis ik de oudste bewaarde vertaling van Confucius door de Vlaamse Jezuïet  Philippe Couplet op vraag van Lodewijk XIV: ‘Confucius Sinarum Philosphus sive scientia sinensis Latine exposita’, Parijs, 1687. En ook Roel Sterckx, ‘Chinees denken’.


Nog een paar details: 551-479 is 72 i.p.v. 73 jaar (p. 17); ‘hen’ (p. 21) moet ‘hun’ zijn; degenen ‘wiens’ (p. 141) moet ‘wier’ zijn.


ISBN 978-94-631-0557-6 | Paperback | 184 pagina's | Uitgeverij Pelckmans, Kalmthout, december 2021

© Jef Abbeel, www.jefabbeel.be augustus 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wie ben ik als niemand kijkt
Een andere kijk op de ouder wordende vrouw
Liesbeth Woertman


Toen ik zestig werd, bleek ik in één dag tijd veranderd te zijn van een zelfstandige redelijk uitziende vrouw in een incontinente, hulpbehoevende, gerimpelde vrouw die zwaar behoefte had aan steunkousen, trapliften enz. Via mail vlogen de reclames voor tenalady's, sta-op-stoelen, ondersteunende bh's me om de oren. Ik kon mijn oogleden voordelig laten liften, wondercrèmes uitproberen waardoor mijn huid weer jong, zacht en rimpelloos zou worden en ga zo maar door. Het verbaasde mij enorm dat deze leeftijd onmiddellijk werd verbonden met enorme aftakeling en ouderdom. Ook toen ik vijfenzestig werd, kreeg ik een extra lading mails met hulpmiddelen om mijn zelfvertrouwen en lijf en leden te ondersteunen en te verbeteren.


Dit boek gaat over het ouder worden en met name wat het betekent om als vrouw ouder te worden. Tot haar verbazing merkte Woertman dat er weinig bekend is over de ouder wordende vrouw. Er zijn ook maar enkele mensen die daarover geschreven hebben, zoals de onvolprezen Simone de Beauvoir, waarvan prachtige citaten in dit boek zijn opgenomen.
Verder noemt zij enkele vrouwen die voor haar als voorbeeld hebben gediend of wiens werk een inspiratiebron waren zoals Andreas Burnier, die zij persoonlijk gekend heeft evenals Shawwa Wijnberg, Hannah Arendt en anderen. Maar ook citaten uit het werk van Clarissa Pinkola Estés - De ontembare vrouw - worden regelmatig aangehaald.


De schrijfster zelf is van 1954 en heeft de oudere vrouw zien veranderen van vrouwen die hun baan op moesten zeggen als ze trouwen en dienstbaar en gehoorzaam waren aan man en voornamelijk zorgen voor het huishouden en de kinderen - ze moest in bijna alles toestemming van hun man hebben - in vrouwen die net als de man een carrière opbouwden en zelfstandig handelden en beslisten.


Ook qua uiterlijk veranderde er veel meldt Woertman. De vrouwen die vlak na de Tweede Wereldoorlog geboren werden kenden hun oma's en moeders voornamelijk gekleed in een jurk met schort erover. In de jaren zestig kwam echter de grote omslag. Vrouwen 'vochten' zich vrij. Ze gingen buitenshuis werken en de opgelegde onderdanigheid aan de man verdween. Geweldig natuurlijk, maar er kwamen andere dingen voor in de plaats die een ander soort onderdanigheid vormden.


Liesbeth Woertman stelt vast dat in de loop der jaren de vrouw bijvoorbeeld steeds aantrekkelijker moest zijn en vooral jong. In een wereld van internet waar veel gefotoshopt wordt, wordt het extra lastig om jezelf te aanvaarden zoals je bent. Op straat wordt de jonge vrouw opgemerkt, is er interesse in die vrouw, maar bij het ouder worden verdwijnt op gegeven moment die geïnteresseerde of bewonderende blik en belandt de vrouw in een wereld waarin zij bijna onzichtbaar is geworden.


De vrouw zelf moet ook wennen aan haar oudere lijf en gezicht, zij vóelt zich nog wel jong maar het beeld past er niet meer bij. En dat is lastig. Ook rijst de vraag: Tel je als vrouw nog wel mee? Want de hele buitenwereld werkt mee aan het beeld dat een vrouw 'minder' is als ze oud is. Oudere mannen worden vaak sportief weergegeven op een golfbaan, of in een snelle auto met een jonge aantrekkelijke vrouw naast zich. Oudere vrouwen daarentegen worden vaak bespot als zij een jongere man heeft, zij mogen hun 'kipfilet' armen niet meer tonen en moeten vooral slank blijven, terwijl oudere mannen hun bierbuik al dan niet bloot mogen tonen. Dat is wel normaal.


Maar het gaat niet alleen om uiterlijkheden. Woertman benadrukt dat het als oud gekenmerkt worden vooral voortkomt uit het feit dat je passief wordt, dat je niet meer openstaat voor vernieuwing, je niet meer verwondert. Persoonlijk ken ik mensen die op hun vijfentwintigste al oud waren en mensen die op hun tachtigste nog steeds in de bloei van hun leven waren en een inspiratiebron betekenden dankzij hun enthousiasme, passie en interesse.
Kortom, Woertman roept op tot acceptatie van het ouder wordende lijf maar vooral tot open blijven staan voor nieuwe inzichten, indrukken en ideeën. Dat maakt dat je leven de moeite waard blijft, dat je jong van geest blijft  ondanks de ongemakken die bij het ouder worden horen.

Het boek is verder in een zeer toegankelijke stijl geschreven, het had voor mij zelfs iets dieper mogen gaan. Het is voornamelijk gebaseerd op werk van grote schrijfsters en op waarnemingen en herinneringen van Woertman zelf. Enkele zaken die genoemd worden zijn aannames, die nog niet bewezen zijn, wat overigens niet wil zeggen dat ze er niet toe doen. Het is een zeer prettig leesbaar boek en Woertmans inzichten maken dat de ouder wordende vrouw zichzelf meer zal waarderen om wie zij is.


Liesbeth Woertman is emeritus hoogleraar Psychologie  aan de universiteit in Utrecht. Zij promoveerde in 1994 op het onderwerp lichaamsbeelden. Eerder schreef zij Je bent al mooi en Psychologie van het uiterlijk.


ISBN 9789025911027 | Paperback | 224 pagina's | Ten Have | juli 2022

© Dettie, 23 augustus 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ambtsketen veroverd!
De 10 eerste vrouwelijke burgemeesters in Nederland
Klaas Tammes


De auteur heeft zich grondig voorbereid eer hij de pen ter hand nam [lees: achter de tekstverwerker kroop]. Bij elk portret van een burgermeestersvrouw vermeldt hij de interviews die zijn afgenomen, de archieven die zijn onderzocht en de geraadpleegde literatuur en periodieken. Zijn voorgaande boek over Hans Gruijters is in 2020 verschenen. Het is best knap om al twee jaar later dit boek te publiceren.


De eerste vrouwelijke burgemeester was Truus Smulders-Beliën. Zij werd in 1946 benoemd tot burgemeester van Oost-, West- en Middelbeers in Brabant. Klaas Tammes geeft een portret van deze vrouw en van negen andere dames die na Truus Smulders in het ambt van burgemeester werden benoemd.


De schrijver geeft inzicht in de benoemingsprocedures, laat zien hoe het werk van een burgemeester na verloop van tijd steeds complexer is geworden als gevolg van inspraak, schaalvergroting en een uitdijend takenpakket. De burgemeester werd een manager van processen, die een behoorlijk brede inhoudelijke kennis moest hebben en van wie ook nog eens sociale vaardigheden werden verwacht.
Een burgemeester moet van zijn of haar gemeente houden (blz. 262). Een juiste constatering. Een predikant moet van zijn gemeente houden, een schooldirecteur van zijn school en zo ook een burgemeester van zijn gemeente. Als die betrokkenheid er is, voelen mensen dat en tillen ze niet te zwaar aan enkele fouten of een uitglijder.

In twee interessante intermezzo’s lezen we over de ‘burgemeestersvrouw’ en de ambtswoning. Door het boek heen krijgen we zicht op het toenmalige denken over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen en het krachtiger wordende streven naar emancipatie van de vrouw. Het valt overigens op dat een aantal van deze burgemeestersvrouwen zelf nog opvattingen hadden over huwelijk en gezin die nu als behoudend worden gezien.

De eerste reacties op de benoeming van een vrouw tot burgemeester waren overigens meestal niet positief. Maar het merendeel van de hier geportretteerde vrouwen waren succesvol. Bij hun afscheid kregen ze lof toegezwaaid en met spijt zag men de burgemeester vertrekken. Het burgemeesterschap van Woudy Veenhof in het Friese Barradeel (1975-1984) was wat minder geslaagd, al was ze wel een innemende persoonlijkheid.


Tammes heeft een prettige stijl van schrijven. Hij weeft pakkende citaten door zijn verhaal en heeft een goed gevoel voor het anekdotische. Op blz. 260 beschrijft hij het bezoek dat de Commissaris van de Koningin bracht aan de reeds genoemde Woudy Veenhof. Zij had een hond en de Commissaris zag niet zo goed. Toen de hond langs zijn benen streek, riep de Commissaris verschrikt: ‘Mevrouw, wat doet u nu?’


Tegelijk biedt dit boek veel meer dan een portret van vrouwelijke burgemeesters. Het is ook een pakkende beschrijving van de tijdgeest in de vorige eeuw. Die tijdgeest valt te typeren met het optreden van Abraham Kuyper. Hij was van 1901-1905 minister-president en tegelijk minister van Binnenlandse Zaken. Kuyper paste in 1904 de gemeentewet zodanig aan dat de burgemeester een mannelijke Nederlander moest zijn. Hij was ervan overtuigd dat het geven van leiding in het algemeen toebehoort aan de man en dat de primaire taak van de getrouwde vrouw in het gezin lag. De wetgeving moest dus aangepast worden om de benoeming van vrouwen tot dit ambt mogelijk te maken. Dat gebeurde na een uitgebreide parlementaire discussie in 1931. De tijdsomstandigheden (economische crisis en daarna oorlog) waren niet gunstig om ook daadwerkelijk een vrouw tot burgemeester te benoemen. Tussen wet en toepassing zat daardoor maar liefst een gat van vijftien jaar. En tussen de eerste en de tweede vrouwelijke burgemeester zat ook weer een hiaat van bijna twintig jaar.


Samengevat is dit een prima boek dat verder gaat dan het portretteren van tien vrouwelijke burgemeesters. Het boek is tegelijk een verslag van sociaal-culturele en politieke veranderingen in de vorige eeuw. Dankzij de vlotte schrijfstijl is het een genoegen om dit boek te lezen. Op de cover van het boek is een portrettengalerij opgenomen van de tien burgemeesters. Met dit alles overstijgt dit boek het belang van tien portretten van vrouwelijke burgemeesters en brengt het meer dan de titel belooft. Wat nu vanzelfsprekend is, moest bevochten worden in een conflict tussen twee tegengestelde visies op de maatschappij.


Opmerking:
Op blz. 252 wordt Spreuken 31 aangehaald: ‘Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?’ Het werd gezegd tijdens de uitvaartdienst van Rie van Soest. Zij was burgemeester van Arcen geweest. Het Bijbelvers is waarschijnlijk aangehaald uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2019. De vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap (1951) heeft: ‘’ Een degelijke huisvrouw, wie zal haar vinden?’ Het Boek (1990) vertaalt met: ‘Wie is zo gelukkig een goede vrouw te vinden?’ Uit het verband van de tekst blijkt duidelijk dat het inderdaad om een getrouwde vrouw gaat die haar man op tal van manieren terzijde staat. Dat is in de NBV niet anders als je enkele verzen doorleest. De geciteerde tekst uit Spreuken zwaait dus lof toe aan de getrouwde vrouw die de belangen van haar man behartigt (vers 11 en 12 van Spreuken 31). Het gaat in Spreuken 31 niet over een vrouw die voor zichzelf een carrière opbouwt. Het geciteerde vers past veel eerder bij de visie van Kuyper. De misinterpretatie komt natuurlijk niet voor rekening van de auteur. Hij haalt alleen maar aan wat in een toespraak werd gezegd.


Klaas Tammes is sociaalgeograaf en oud-burgemeester van Lienden Heteren en Buren. Hij publiceerde eerder een boek over burgemeester Ridder van Rappard (2018) en over Hans Gruijters (2020). Met dit interval van twee jaar kunnen we uitzien naar een nieuw boek in 2024.


ISBN 9789462499256 | Paperback | Omvang 296 blz. | Uitgeverij Walburg Pers Zutphen | juni 2022

© Henk Hofman, 1 augustus 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Giftige positiviteit
Hoe je omgaat met lastige situaties en gevoelens in een wereld die negativiteit wil uitbannen
Withney Goodman


"Geluk en positiviteit zijn zowel een doel als een verplichting geworden. Bij alles wat er gebeurt, krijgen we te horen dat we dankbaar moeten zijn, of positiever. Als er iets in je leven verkeerd gaat komt dat doordat je de 'verkeerde houding' had of 'het onvoldoende hebt geprobeerd.''


Op facebook, instagram etc. overal zien we selfies met blije, lachende gezichten. In reclames zien we bijv. vrouwen met tenaladies vrolijk en blij lachen met elkaar. Als mensen elkaar vragen hoe het gaat is het antwoord bijna altijd "Goed!". Helaas als je heel vervelende dingen meemaakt zoals het verlies van een baan of een verbroken relatie dan mogen we ook niet gewoon praten over hoe vervelend dat is en dat we ons daardoor waardeloos voelen. Je krijgt dan nietszeggende opmerkingen als: Wie weet wat voor leuke baan, man/vrouw je terugvindt? Of "ook dit is een leerproces". "Geen handvol maar een land vol".


Als je graag zwanger wilt worden of steeds miskramen krijgt dan zijn opmerkingen als: "God heeft het misschien zo bedoeld" of 'Je kunt ook kinderen adopteren", bepaald niet de 'hulp' waar je op zit te wachten. En zo zijn er heel veel uitspraken die maken dat we eigenlijk niet mogen laten zien wat we wérkelijk voelen, zoals:

- Tijd heelt alle wonden
- Wees dankbaar voor wat je hebt
- Wees dankbaar voor wat je ervan geleerd hebt
- Het leven zal je nooit meer geven dan je aankunt
- Het had erger kunnen zijn
Bij een scheiding:
- Pas als je van jezelf houdt, zal iemand van jou houden
Of bij ziekte:
- Je ziet er niet eens ziek uit. Je ziet er fantastisch uit.
- Kijk naar wat je allemaal wél kunt doen!
Of tegen jezelf zeggen:
- Ik zou gelukkig moeten zijn
- Ik schaam me dat ik me zo voel, mijn leven is zo rijk gevuld
etc.


De schrijfster van dit boek, relatie- en familietherapeute, behandelt uitgebreid wat deze 'giftige positiviteit' voor invloed heeft op mensen en de samenleving.
Ze komt met voorbeelden uit haar praktijk waarin mensen worstelen met hun eigen 'negativiteit' terwijl die heel normaal is. Mensen schamen zich voor hun 'negatieve' gevoelens maar stikken bijna in het niet kunnen uiten van hun verdriet of frustratie. Want ze moeten blij en vrolijk zijn.


Dat deze 'giftige positiviteit' vaak het tegenovergestelde bewerkstelligd is vrij onbekend. Mensen gaan zich eenzaam voelen omdat ze hun verdriet niet kwijt kunnen. Of stoppen hun verdriet of frustratie in keihard werken, altijd op reis zijn, alcohol, veel uitgaan etc. Het niet kunnen uiten kan leiden tot ziek worden en dan is de cirkel weer rond. Dan wordt wéér gezegd dat je een positieve houding ten opzichte van de ziekte moet aannemen want dat maakt dat je eerder beter wordt. Whitney Goodman geeft allerlei handvatten waarbij je leert hoe je aan kunt geven dat je écht wilt praten. 


Soms is in bepaalde gevallen een positieve insteek wel goed. Maar vaak zijn positieve opmerkingen enorme dooddoeners die maken dat je niet meer durft te vertellen hoe het wérkelijk met je gaat. Want dan ben je zwak of werk je niet hard genoeg aan jezelf om 'eroverheen te komen'.
Whitney Goodman vroeg ook aan haar cliënten wat zij graag hadden willen horen en dat kwam meestal neer op begrip voor de situatie of laten blijken dat ze gehoord werden, bijv. Het is logisch dat je dit voelt, vooral in deze situatie'.
De 'giftig positieve' opmerkingen hadden de cliënten meestal eerder gekwetst dan goed gedaan.


De schrijfster gaat op veel zaken uitgebreid in. Ze behandelt o.a. ook positieve affirmaties en waarom ze bij bepaalde mensen juist niet werken. Ook behandelt ze het klagen. Wanneer is het klagen en wanneer niet? En wat kun je doen tegen jezelf veroordelen omdat je zogenaamd niet positief bent? enz. enz.

Het is een boek dat veel te bieden heeft, het geeft inzicht en laat zien dat al die blijheid juist een averechts effect heeft. Verder leer je hoe je met moeilijke situaties en gevoelens om kunt gaan en aan kunt geven aan een ander zonder de invloed van de 'giftige positiviteit'.
Een boek om meerdere keren te lezen.


ISBN 9789400514089 | Paperback | 304 pagina's | Uitgeverij Lev | februari 2022
Vertaald door Edzard Krol

Dettie, 28 juli 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER