Nieuwe recensies Non-fictie

Mijn poemajaren
Laura Coleman


bb

 

Kunnen we China vertrouwen?
Een andere blik op een land in transitie
Pascal Coppens


De auteur is sinoloog en ondernemer. Hij woonde bijna 20 jaar in China, kent het land door en door en schreef in 2019 al ‘China’s New Normal’. Met zijn nieuwe boek reageert hij op de toenemende negatieve (voor)oordelen over China. Hij somt die op en bekijkt ze met een dubbele bril: de Westerse en de Chinese. Hij groepeert ze in acht ‘cirkels van vertrouwen’. Hij kiest voor cirkels, omdat Chinezen minder rechtlijnig en minder in termen van goed of kwaad denken dan wij en meer omzeilend in termen van harmonie en beeldspraak (p. 25-26).


Hij somt een aantal westerse klachten op over Chinezen: ze stelen, kopiëren, spioneren, houden zich niet aan afspraken, produceren rommel, China is een controlestaat zonder vrijheid, Xi is een dictator, China schendt de mensenrechten. Telkens stelt hij daar iets tegenover zoals : Amerikaanse internetbedrijven kopiëren ook WeChat en TikTok, China is koploper in artificiële intelligentie, kwantumcomputers en 5G, zijn eigendomsbescherming verschilt nu weinig van de onze (p. 37-57).


In de eerste cirkel beschrijft hij het individu: waarom liegen ze en kruipen ze voor? Denken ze collectivistisch en wat is hun oordeel over privacy?


In de tweede cirkel verklaart hij de invloed van het confucianisme op het gezin en op de familiewaarden. Hier gaat het ook over de bruidsprijs, de ‘overgebleven vrouwen’, de gescheiden families en het onovertrefbare WeChat.


Bedrijf en team zijn cirkel 3. Werknemers veranderen vaak van job als ze zich kunnen verbeteren. Confucianisme, legalisme en taoïsme bepalen de bedrijfscultuur. Welgestelde jongeren willen geen 9-9-6 (6 dagen van 9 tot 21 uur) meer werken.


Cirkel 4 gaat over netwerken, groeperingen, het collectief vertrouwen, tegelijk het zogezegde wantrouwen in minderheden, die vooral positieve discriminatie ondervinden. Verder ook de Chinese gastvrijheid en het groeiende wantrouwen tegenover het Westen dat bij hen schijnheilig overkomt.

Lees verder, klik HIER

 

De muur van Hadrianus
De Romeinse Limes in Groot-Brittannië
Adrian Goldsworthy

 
Het woord “limes” betekent zoveel als: grens, grensweg, grenspad. We kunnen denken aan een grenspad tussen twee akkers of twee wijngaarden. In de titel van dit boek slaat ‘limes’ op de versterkte Noordgrens van het Romeinse Rijk langs de Rijn en de Donau naar de Zwarte Zee. Deze limes was volgens de Romeinen ook de grens tussen beschaafde volken en barbaren.


De Muur van Hadrianus is te vinden in Noord-Engeland. Keizer Hadrianus (117-138) heeft in zijn regeerperiode de muur gebouwd van de monding van de Tyne bij Newcastle tot de Solway Firth in de Ierse Zee aan de Oostkust. Degene die met de ferry van IJmuiden naar Newcastle vaart ziet bij het verlaten van de ferry de bordjes al staan die verwijzen naar de Hadrian’s Wall. Deze muur was een symbool van de Romeinse macht en moest de Picten in het Noorden weerhouden van een aanval op het rijk.


De auteur van dit boek gaat niet alleen in op de historische achtergronden van de muur en de archeologische vondsten, maar beschrijft ook de hedendaagse toeristische aspecten. Er is namelijk een wandelpad en fietsroute langs de muur uitgezet. Afhankelijk van de route die de wandelaar of fietser kiest, gaat het om een lengte van ongeveer 150 kilometer. Langs de route zijn tal van overnachtingsmogelijkheden. Ook is het voor de bezoeker, die wat comfortabeler wil wandelen, mogelijk om de rugzak steeds per dag etappe te verzenden. Auteur Adrian Goldsworthy heeft de route zelf vele malen gelopen en treedt ook regelmatig op als gids voor groepen. Als ervaringsdeskundig en als gerenommeerd historicus weet hij waar hij over schrijft.


De muur van Hadrianus was op vaste afstanden voorzien van forten met poorten naar het Noorden en Zuiden. Militaire bases en wegen maakten het mogelijk om snel troepen te verplaatsen naar bedreigde plekken. Het middelste gedeelte kronkelt door een spectaculair landschap van rotskammen en richels. Nergens echter is de route zwaar om te lopen. Voor de gewone wandelaar is de route heel goed te lopen.


Naast een aantal kaarten en plattegronden is er een katern met prachtige kleurenfoto’s opgenomen. Aan het eind van het boek zijn suggesties opgenomen voor verdere literatuur en zijn sites genoemd die de bezoeker veel aanvullende informatie verschaffen. Deze handzame gids is daarmee geschikt voor twee categorieën lezers: zij die meer in de historie van de muur zijn geïnteresseerd en zij die voornemens zijn om de route te lopen.


De wandelroute is goed te belopen in dagetappes van 20 tot 25 kilometer. Maar wie ook een aantal van de bezienswaardigheden wil bezichtigen doet er goed aan om twee weken uit te trekken voor de Hadrian’s Wall.


Adrian Goldsworthy (1969) is historicus. Hij promoveerde op “Het Romeinse leger als strijdmacht” en gaf les op meerdere universiteiten. Het lesgeven gaf hij op vanwege de administratieve overlast om fulltime schrijver te worden, nu ook van romans. Daarnaast vindt hij het ‘leuk om lezingen’ te geven. Roelof Posthuma stond borg voor een uitstekende vertaling. Omniboek heeft het boek heel verzorgd uitgegeven.


ISBN 9789401912440 | Omvang 192 blz. | Paperback | Uitgeverij Omniboek | maart 2018

© Henk Hofman, 21 juli 2022

Lees de reacties op het Forum en/of klik HIER

 

De Franse Revolutie
1. Van revolte tot republiek
Johan Op de Beeck


De Franse Revolutie begint met de bestorming van de Bastille op 14 juli 1789. Maar natuurlijk kwam dat niet uit de lucht vallen. Wat ging er aan vooraf? Waarom werd de gevangenis in Parijs bestormd? En door wie?


Tot die tijd was Louis XVI de onbetwiste heerser van het Franse rijk. Met zijn echtgenote Marie-Antoinette en hun hofhouding huisde hij in het luxe paleis van Versailles en geld werd grof uitgegeven. Over de balk gegooid zeg maar. Twee jaar eerder, augustus 1786, kreeg hij te horen van zijn minister dat Frankrijk vrijwel failliet was. Die gaf te kennen dat de enige oplossing lag in het systeem van de inkomstenbelasting. Ook de adel en de geestelijkheid moesten maar eens gaan betalen! Daar kwam niet zo veel van terecht. Gevolg: in de winter van 1789 trokken duizenden hongerige mensen naar Parijs. Een slechte oogst en een barre winter hadden voedseltekorten veroorzaakt.
Vooral brood, dat de Fransen bij iedere maaltijd aten, was er nauwelijks. Zeker niet voor de arme bevolking.


De koning deed een poging de orde te herstellen. Er werden verkiezingen uitgeschreven om een Staten-Generaal. Daarin was de derde stand nauwelijks vertegenwoordigd. De achttiende eeuw was evenwel de tijd van de Verlichting: Franse filosofen, onder wie Jean-Jacques Rousseau, Voltaire, Denis Diderot en Montesquieu verkondigden hun ideeën over vrijheid, gelijkheid, broederschap en de idee van de volkswil. Het droit divin (goddelijk recht) waarmee een koning regeerde werd verworpen. De burgerij morde al langer over het absolutisme van Louis XVI en de kwistige uitgaven van Marie-Antoinette. En nu pikten ze het niet meer: ze riepen zich uit tot enige nationale vertegenwoordiging en eisten een grondwet.
Na een opzwepende redevoering van de revolutionair Desmoulins sloeg de vlam in de pan: de burgers grepen naar de wapens. Er werd geplunderd. En op 14 juli werd de Bastille bestormd, omdat daar de benodigde munitie en kruit lag.


Niet dat de hervorming daarmee een feit was. Het zou nog vele jaren duren en vele levens kosten voor er sprake was van gelijkheid, vrijheid en broederschap.
Het betekende wel het begin van het einde van Louis XVI. Het koninklijke gezin werd gedwongen het paleis te Versailles te verlaten. Huisarrest was hun lot, in het paleis de Tuilerieën, waar de grond al gauw te heet werd onder hun voeten. Na een mislukte ontsnappingspoging werden ze opgesloten in Le Temple.
Intussen werd er in de Staten-Generaal druk overlegd, gekonkeld, gelasterd en bedrogen om een nieuwe macht te vormen.
Volksmenners met niet altijd juiste informatie probeerden op hun eigen manier de macht te grijpen. Nadat de Koning afgezet was, in augustus 1792, vormde men de Conventie, de volksvertegenwoordiging. Een van hun daden was de berechting van Louis Capet. Op 21 januari 1793 viel zijn hoofd onder de guillotine, in oktober gevolgd door dat van Marie-Antoinette.
De Jacobijnen, met o.a. zegspersonen Danton en de extreem-linkse Robespierre  kregen het een periode voor het zeggen. Die periode werd de Terreur genoemd, omdat al of niet vermeende tegenstanders om het minste om het leven gebracht werden. Men schat dat er zo‘n 40.000 slachtoffers vielen. Dat wordt het verhaal van deel II.
In 1794 werden ook de mannen die de revolutie mede hadden gevormd, Robespierre, Marat en Danton terechtgesteld.


In het eerste deel van De Franse Revolutie geeft Johan Op de Beeck het woord aan François Robert, een Belgische journalist die in Parijs de revolutie meebeleefde. Hij is de verteller van de gebeurtenissen vanaf 1789. Zelf Jacobijn zit hij midden tussen de warrige en vaak gruwelijke voorvallen. Ook doet hij aan politiek, waarbij we de conclusie kunnen trekken dat de politiek en alles wat daarmee samenhangt in de huidige tijd niet eens zoveel verschilt van die in de achttiende eeuw.


Robert is een ooggetuige, niet alleen bevindt hij zich er midden in, ook heeft hij later de beschikking over talrijke brieven die licht op de gebeurtenissen kunnen werpen. Hij heeft vanzelf connecties in België en vertelt over het verband met de revolutie aldaar. België stond onder Oostenrijkse heerschappij en deed terzelfder tijd een poging zich te bevrijden.
Het relaas wordt af en toe persoonlijk, en hij geeft uitgebreide karakterschetsen van de hoofdrolspelers, daarbij aangevend dat hij ook niet alles wist en weet.


Het is geschiedenis, het is allemaal gebeurd. En toch leest het boek als een spannend verhaal. Weliswaar niet zo snel vanwege de omvang, en de vele jaartallen en namen, maar toch: het verveelt geen moment!
Het boek heeft zoals dat hoort een register, noten, een namenlijst en bibliografie. En een aantal pagina’s met foto’s.


Johan Op de Beeck was journalist en nieuwsanker bij de VRT, TV Limburg en Kanaal Z. Hij maakte tv-documentaires en presenteerde talkshows en debatprogramma’s. Vandaag is hij publicist en communicatieadviseur.


ISBN 9789464102277 | Hardcover | 544 pagina’s | Uitgeverij Horizon | april 2022

© Marjo, 18 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

China over grenzen
Een nieuwe wereldwanorde
Joanna Chiu


De schrijfster werd geboren in Hongkong, maar groeide op in Canada. Ze begint met de verklaring van enkele begrippen en met een betwistbare uitspraak: “De semi-onafhankelijke steden Hongkong en Macau vallen buiten het geografisch gebied van de Volksrepubliek China.” (p. 11). Die semi-onafhankelijkheid is sinds 2019/1999 verleden tijd en de meeste Chinezen rekenen die steden integraal bij China.
Ze verwijst naar de boodschap van vriendschap op de Olympische Spelen van 2008 en stelt dat China nu die vriendschap vervangen heeft door agressiviteit (p. 16). Ook dit is een zeer westerse kijk: de meeste Chinezen zien de agressie eerder komen van Amerika, dat zijn bondgenoten bijna verplicht om hun kant te kiezen tegen China. Chiu is heel kritisch tegenover het totalitair bewind van Xi, waarvan ze genoeg voorbeelden geeft (p. 20-26).


Haar boek bestaat uit drie delen: I) Eén China, één systeem; II) Middenmachten en III) Een nieuwe Koude Oorlog?


In deel I krijgen we een korte geschiedenis van het christendom in China, dat vanwege zijn banden met het westers imperialisme nog altijd streng gecontroleerd wordt. Pastors van christelijke huiskerken krijgen soms 14 jaar cel. Allerlei wetten onderdrukken de vrije meningsuiting en het publiceren van liefdesgedichten kan 7 à 9 jaar cel opleveren. Toch behoren de Chinezen tot de meest optimistische en meest ondernemende burgers ter wereld: 8 op 10 denkt dat hun kleinkinderen het nog beter zullen hebben. Maar de kloof tussen rijk en arm is groter dan in Amerika en het recht is niet voor iedereen gelijk: een alleenstaande moeder wordt beboet, een paar honderd miljoen arbeidsmigranten hebben geen toegang tot onderwijs of andere voorzieningen, dissidenten hebben geen rechten (p. 31-58).


Hongkong krijgt een heel hoofdstuk dat rommelig en niet chronologisch in elkaar zit. Chiu schetst de geschiedenis vanaf de eerste Opiumoorlog (1841-1842) en de toenemende welvaart sinds 1961. In 1997 beloofde China zich 50 jaar te houden aan het door Deng bedachte principe van ‘één land, twee systemen’. Vanaf 2014 eisten de inwoners algemeen stemrecht i.p.v. kiesrecht voor een kleine elite en meer persvrijheid, maar zonder succes. In 2015 werden boekverkopers ontvoerd naar Chinese gevangenissen, waar ze nog altijd vastzitten. Bij de massabetogingen van 2019 werden paraplu’s gebruikt tegen het traangas van de politie. 67% beschouwde zichzelf als Hongkonger, slechts 31% als Chinees burger, maar China beschouwt ze allemaal als Chinese burgers. Op 30 juni 2020 trad de nationale veiligheidswet in werking: iedere betoger kon voortaan aan China uitgeleverd worden. De persvrijheid werd verder uitgehold, ook door zelfcensuur uit angst. Het prodemocratische dagblad ‘Apple Daily’ werd opgedoekt en de bestuurders gearresteerd (p. 94-97).
China wordt ook assertiever in de Zuid-Chinese zee, waarbij het zich niet stoort aan de uitspraken van  internationale gerechtshoven (p. 74-79).


Deel 2 heet ‘Middenmachten’. Daarmee bedoelt ze staten die geen wereldmacht zijn, maar wel aanzienlijke invloed hebben: Canada, Australië, Italië en Griekenland. De invloed van Griekenland lijkt mij zeer beperkt.
Blijkbaar worden Chinese studenten tot in Canada achtervolgd en bedreigd. De Chinese veiligheidsdiensten vinden iedere Chinees terug in heel de wereld (p. 101-105). In Canada wonen miljoenen Chinezen en studeren er 140.000 per jaar. Ze worden gevolgd door China. De Canadese overheid deed daar niets aan: de handel primeerde, totdat de Canadese politie op verzoek van Amerika op 1 december 2018 Meng Wanzhou, bestuurster van Huawei, arresteerde wegens leugens tegen de HSBC Bank over de relatie van Huawei met Iran, waardoor de bank het gevaar liep de Amerikaanse sancties te schenden. Prompt werden in China twee Canadezen aangehouden. Zonder enige reden werden ze eenzaam opgesloten. Er volgden ook nog harde economische sancties tegen Canada. In september 2021 werd Meng vrijgelaten. De twee Canadezen mochten dezelfde dag ook terug naar huis. Gijzelaars-diplomatie loont (p. 114-130).


Australië is hier de tweede ‘middenmacht’. In december 2017 voerde het nieuwe wetten in tegen spionage en schenkingen aan politici. De Chinese ambassade noemde het ‘racistische aanvallen op China’. Adverteerders in kranten van Chinese Australiërs werden geïntimideerd als de krant te kritisch was voor China. De tienduizenden Chinese studenten in Australië moeten op hun woorden letten. Australië is erg kwetsbaar voor sancties van China: in 2020 exporteerde het 800 miljoen ton ijzererts naar daar, 35% van zijn handel gaat naar China. In 2020 eiste Australië een onafhankelijk onderzoek naar de oorsprong van corona. Gevolg: Beijing schortte zijn import op van rundvlees, katoen, gerst en wijn en beval zijn studenten en toeristen om niet meer naar Australië te reizen (p. 138-158).


Italië was het eerste belangrijk Europees land en het eerste G7-lid dat zich in 2019 aansloot bij de Nieuwe Zijderoute. De havens van Triëst en Genua werden er onderdeel van. De bedoeling is heel de wereld te verbinden met de Chinese havens en een nieuwe wereldorde te creëren o.l.v. China i.p.v. Amerika. De schrijfster is niet enthousiast en spreekt over een vaag plan zonder duidelijke cijfers. In Italië dacht men dat China de Italiaanse economie zou redden, maar dat optimisme is verdwenen.
Griekenland is hier het tweede voorbeeld van de Nieuwe Zijderoute. Sinds 2009 ontvangt het steun uit China in ruil voor het verpachten van twee haventerminals in Piraeus aan Cosco (Chinese multinational), dat in 2016 een belang van 51% verwierf in de hele haven. Het aantal overgeslagen containers kende een verzevenvoudiging tussen 2008 en 2013. In 2016 en 2017 steunde Griekenland zijn sponsor China met veto’s tegen EU-beslissingen (p. 191-195).
Terloops noemt de auteur ook de Chinese investeringen in Afrika: 11,5 miljard $ tussen 2012 en 2016. Het is nu de grootste handelspartner van Afrika en heeft sinds 2017 een militaire basis in Djibouti (p. 211).


Dan gaat het over de Oeigoeren: meer dan 1 miljoen Oeigoeren en andere minderheden worden in Chinese gevangenissen mishandeld. De vestiging van Han-Chinezen is niet nieuw: ze begon al op het einde van de 19de eeuw. In 1931 kwamen de Oeigoeren in opstand. Ze riepen een republiek uit, die maar één jaar bestond. In 1949 vormden ze nog ruim 75% van de bevolking van Xinjiang, de Han slechts 7%. Nu zijn ze bijna gelijk: 10 miljoen Oeigoeren tegenover 9 miljoen Han. De Han worden bij alles bevoordeeld. In 2009 braken gevechten uit tussen Oeigoeren en Han, in 2014 doodden Oeigoerse separatisten tientallen Chinezen. Gevolg: Xi lanceerde zijn ‘war on terror’ en opende in 2016 interneringskampen (p. 223-228).
35.000 Oeigoeren zijn naar Turkije gevlucht. Maar Erdogan kiest de kant van Xi: China is de derde handelspartner, na Duitsland en Rusland. In Istanboel is een Oeigoerse academie, maar China achtervolgt ook deze studenten en weet altijd hun telefoonnummers te vinden. En hun familie in Xinjiang verdwijnt dan in kampen (p. 232-244).
Rusland en China werken goed samen sinds 2001, ondanks de spanningen rond 1858-1860, toen Rusland meer dan 1 miljoen km² in de buurt van het Bajkalmeer afpakte van China (p. 266) en tussen 1956 en 1990. Poetin en Xi zijn al dertig keer bijeengekomen en kanten zich samen tegen de Amerikaanse hegemonie. In 2019 hielden ze samen militaire oefeningen in Siberië, was hun bilaterale handel 110 miljard $ waard en bezochten ruim 2 miljoen Chinezen Rusland. De Chinese expansie in Rusland leidt wel tot spanningen (p.251-261).


De schrijfster kon in 2021 nog niet weten dat China volop steun zou verlenen aan Rusland in de oorlog tegen Oekraïne.
Ook voor Amerika is Chiu zeer kritisch. Politici en anderen die geen kennis hebben van China, voeren er het grote woord en desinformeren de bevolking, ook over corona. Er is veel haat tegen migranten van Chinese afkomst. Dat was al in de 19de eeuw, toen vele Chinezen er kwamen werken in de mijnen en bij de aanleg van spoorwegen. En vandaag maken velen geen onderscheid tussen Chinese Amerikanen en de Chinese overheid. Het enorme handelstekort, de Chinese wet die bedrijven verplicht hun kennis te delen en de coronacrisis zorgen voor rancune.
Ze hoopt dat er geen oorlog zal komen tussen beide grootmachten (p. 276-282).
In haar slotwoord pleit ze ervoor om de dialoog met China overeind te houden en niet te vervallen in een nieuwe Koude Oorlog tegen het ‘gele gevaar’.


Beoordeling
Chiu beschrijft China als een grote investeerder, die tegelijk intimideert met zijn overal aanwezige geheime politie en zijn ‘Eenheidsfront’, dat wereldwijd invloedrijke personen en organisaties aanlokt om de macht en internationale invloed van China te steunen (p. 80-81). Ze doet dat in begrijpelijke en vlotte taal. Maar ze toont niet duidelijk of we nu op weg zijn naar een nieuwe wereldorde of wereld-wanorde en ook niet of ‘zonder grenzen’ betekent dat China heel de wereld wil inpalmen.
Ze waarschuwt wel voor de toename van autoritaire regimes: China vormt niet enkel een bedreiging voor onze economie, maar ook voor onze democratische instellingen en principes. Sommige zaken zijn inmiddels al achterhaald: de autonomie van Hongkong is verleden tijd, het is nu ‘één land, één systeem’ i.p.v. twee systemen. En in de oorlog tegen Oekraïne kiest China duidelijk de kant van Rusland.
Hoewel Chiu zegt dat er genoeg Chinese bronnen beschikbaar zijn, citeert zij die niet in haar noten: daar staan enkel westerse (p. 315-332). En hoewel zij een Chinese is, vertolkt ze vooral de westerse visie en veel minder de Chinese, behalve in haar terechte bezorgdheid om de toenemende xenofobie tegenover Chinese immigranten.


ISBN 978-90-477-1408-8 | Paperback | 352 pagina’s, kaart, noten, registers (personen en zaken) | Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam |december 2021

© Jef Abbeel , 14 juli 2022,  www.jefabbeel.be    

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De schijn regeert
Roderick Veelo

 

Dit boek bevat zeventig columns die tussen 2016 en 2022 gepubliceerd zijn in De Telegraaf en op de site van RTL Z. De helft van de columns is geschreven in 2021 en in dit jaar. Die zijn dus (nog) van heel recente datum.


De schrijver is van mening dat de journalistiek zich moet richten op het verzamelen en presenteren van nieuwsfeiten. Journalisten moeten zich niet bezighouden met beeldvorming. Een vanzelfsprekend standpunt, lijkt mij, maar Veelo constateert dat het te vaak mis gaat. Zodra beeldvorming binnensluipt, gaan journalisten sjoemelen met de werkelijkheid. Journalisten publiceren dan niet alle nieuwsfeiten zodat de lezer een compleet beeld krijgt, maar selecteren de nieuwsfeiten. De journalist propageert daarmee een gewenst beeld en “propaganda is verboden terrein voor journalisten” (blz. 13).


De columns zijn pakkend geschreven en er wordt veel schone schijn doorgeprikt. Ze zijn soms vlijmscherp, zoals dat op zijn plaats kan zijn in een column, maar altijd fair en feitelijk. Media moeten zich niet laten meeslepen in nepnieuws, zich niet verschuilen achter geheime bronnen, of door sensatiezucht jagen op een primeur (blz. 220). Kortom, doe niet mee aan een hype, maar houd je aan de feiten. Feiten zijn het enige wapen dat een journalist mag hanteren (blz. 14). Als oordelen en vonnissen onderdeel worden van het nieuws, worden journalisten dominees en ondergraven zij hun geloofwaardigheid (blz. 27).


In Liverpool hebben antiracismeactivisten met een spuitbus de straatnaamborden op Penny Lane beklad. Ze eisen dat de straatnaam verdwijnt, omdat die zou verwijzen naar James Penny, een koopman die zich in de 18de eeuw inliet met slavernij. Het stadsbestuur haastte zich om hieraan gehoor te geven. In werkelijkheid verwijst de naam naar een tolheffing in penny die ooit in deze straat werd geheven. Een goede journalist moet dat ook melden en niet meedoen aan het herschrijven van de geschiedenis en zodoende meewerken aan de tweedeling ‘goed’ of ‘fout’ (blz. 190).


Een vergelijkbaar probleem speelt met het zogenaamde inclusieve taalgebruik. Sensitivity readers moeten in de literatuur, de journalistiek en uitgeverijen teksten nalezen op mogelijk kwetsend taalgebruik. Uit het boek van de bekroonde Britse schrijfster Kate Clancy moest de mededeling dat een leerling ‘amandelvormige ogen’ en ‘een chocoladekleurige huid’ had, geschrapt worden (blz. 104). Uit angst voor een ideologie die nota bene ‘inclusie’ in het vaandel heeft staan, en bang om buiten de rechtstaat om veroordeeld te worden op sociale media (blz. 144), zwichten onderwijsinstellingen, bedrijfsleven en openbaar bestuur voor de eisen van de activisten van het morele gelijk. Unilever verbrak de samenwerking met het beautymerk Fair & Lovely omdat die naam niet inclusief zou zijn. De onderneming heeft fabrieken in Teheran staan, maar rept weer met geen woord over de schending van mensenrechten in dat land (blz. 162-163).


Bruinkool is samen met biomassa de vervuilendste brandstof die er in Europa te vinden is. Toch heeft Nederland sterk ingezet op biomassa en heeft Duitsland door het abrupte sluiten van kerncentrales zich afhankelijk gemaakt van bruinkool (blz. 41). Nederland heeft met de overstap van gas en kolen naar biomassa alleen op papier bijgedragen aan een reductie van CO2-uitstoot. Het heeft al honderden miljoenen euro’s gekost en ‘niemand gelooft er meer in’. Waarom wordt naar dit schandaal geen parlementair onderzoek ingesteld? (blz. 186).


Zo wordt het ene na het andere onderwerp op de zeef van de feitenanalyse gelegd: migratie, diversiteitstrainingen, het woke-denken, racisme, geweld tegen hulpverleners, het morele leiderschap van Sigrid Kaag, het negeren van de waarschuwingen van Poetin tegen NAVO-uitbreiding in Oost-Europa, homohaat in Amsterdam, het ondoordacht vrijlaten van zedendelinquenten waar jonge vrouwen het slachtoffer van worden. Zeventig columns en een waaier aan onderwerpen.


Het zijn thema’s die voorlopig nog wel een dominante rol in het nieuws zullen blijven spelen. Daarom is het waardevol om dit boek te lezen. Niemand hoeft het eens te zijn met de inzichten van de schrijver. Maar evenwichtige verslaggeving belicht een zaak van verschillende kanten. In dat pleidooi kan ik de schrijver alleen maar bijvallen. Een journalist is geen lobbyist. Hij of zij verstrekt feiten en het is aan de consument van het nieuws om er een opinie op te baseren.

De titel van het boek is misschien een zinspeling op de befaamde uitspraak van koningin Beatrix: "de leugen regeert".


Roderick Veelo (1964) is een Nederlands journalist en radio- en televisiepresentator. Na een voltooide studie politicologie werkte hij onder andere voor Radio 10, VARA, BNR Nieuwsradio, SBS6, RTL Z en Tros.


Uitgeverij Blauwburgwal is opgericht in 2019 door onder meer Syp Wynia, voorheen redacteur en columnist bij het opinieweekblad Elsevier.


ISBN 97894618523240 | Paperback | Omvang 242 blz. | Uitgeverij Blauwburgwal | juni 2022

© Henk Hofman, 28 juni 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

De ambtsketen veroverd!
De 10 eerste vrouwelijke burgemeesters in Nederland
Klaas Tammes


De auteur heeft zich grondig voorbereid eer hij de pen ter hand nam [lees: achter de tekstverwerker kroop]. Bij elk portret van een burgermeestersvrouw vermeldt hij de interviews die zijn afgenomen, de archieven die zijn onderzocht en de geraadpleegde literatuur en periodieken. Zijn voorgaande boek over Hans Gruijters is in 2020 verschenen. Het is best knap om al twee jaar later dit boek te publiceren.


De eerste vrouwelijke burgemeester was Truus Smulders-Beliën. Zij werd in 1946 benoemd tot burgemeester van Oost-, West- en Middelbeers in Brabant. Klaas Tammes geeft een portret van deze vrouw en van negen andere dames die na Truus Smulders in het ambt van burgemeester werden benoemd.


De schrijver geeft inzicht in de benoemingsprocedures, laat zien hoe het werk van een burgemeester na verloop van tijd steeds complexer is geworden als gevolg van inspraak, schaalvergroting en een uitdijend takenpakket. De burgemeester werd een manager van processen, die een behoorlijk brede inhoudelijke kennis moest hebben en van wie ook nog eens sociale vaardigheden werden verwacht.
Een burgemeester moet van zijn of haar gemeente houden (blz. 262). Een juiste constatering. Een predikant moet van zijn gemeente houden, een schooldirecteur van zijn school en zo ook een burgemeester van zijn gemeente. Als die betrokkenheid er is, voelen mensen dat en tillen ze niet te zwaar aan enkele fouten of een uitglijder.

In twee interessante intermezzo’s lezen we over de ‘burgemeestersvrouw’ en de ambtswoning. Door het boek heen krijgen we zicht op het toenmalige denken over de rolverdeling tussen mannen en vrouwen en het krachtiger wordende streven naar emancipatie van de vrouw. Het valt overigens op dat een aantal van deze burgemeestersvrouwen zelf nog opvattingen hadden over huwelijk en gezin die nu als behoudend worden gezien.

De eerste reacties op de benoeming van een vrouw tot burgemeester waren overigens meestal niet positief. Maar het merendeel van de hier geportretteerde vrouwen waren succesvol. Bij hun afscheid kregen ze lof toegezwaaid en met spijt zag men de burgemeester vertrekken. Het burgemeesterschap van Woudy Veenhof in het Friese Barradeel (1975-1984) was wat minder geslaagd, al was ze wel een innemende persoonlijkheid.


Tammes heeft een prettige stijl van schrijven. Hij weeft pakkende citaten door zijn verhaal en heeft een goed gevoel voor het anekdotische. Op blz. 260 beschrijft hij het bezoek dat de Commissaris van de Koningin bracht aan de reeds genoemde Woudy Veenhof. Zij had een hond en de Commissaris zag niet zo goed. Toen de hond langs zijn benen streek, riep de Commissaris verschrikt: ‘Mevrouw, wat doet u nu?’


Tegelijk biedt dit boek veel meer dan een portret van vrouwelijke burgemeesters. Het is ook een pakkende beschrijving van de tijdgeest in de vorige eeuw. Die tijdgeest valt te typeren met het optreden van Abraham Kuyper. Hij was van 1901-1905 minister-president en tegelijk minister van Binnenlandse Zaken. Kuyper paste in 1904 de gemeentewet zodanig aan dat de burgemeester een mannelijke Nederlander moest zijn. Hij was ervan overtuigd dat het geven van leiding in het algemeen toebehoort aan de man en dat de primaire taak van de getrouwde vrouw in het gezin lag. De wetgeving moest dus aangepast worden om de benoeming van vrouwen tot dit ambt mogelijk te maken. Dat gebeurde na een uitgebreide parlementaire discussie in 1931. De tijdsomstandigheden (economische crisis en daarna oorlog) waren niet gunstig om ook daadwerkelijk een vrouw tot burgemeester te benoemen. Tussen wet en toepassing zat daardoor maar liefst een gat van vijftien jaar. En tussen de eerste en de tweede vrouwelijke burgemeester zat ook weer een hiaat van bijna twintig jaar.


Samengevat is dit een prima boek dat verder gaat dan het portretteren van tien vrouwelijke burgemeesters. Het boek is tegelijk een verslag van sociaal-culturele en politieke veranderingen in de vorige eeuw. Dankzij de vlotte schrijfstijl is het een genoegen om dit boek te lezen. Op de cover van het boek is een portrettengalerij opgenomen van de tien burgemeesters. Met dit alles overstijgt dit boek het belang van tien portretten van vrouwelijke burgemeesters en brengt het meer dan de titel belooft. Wat nu vanzelfsprekend is, moest bevochten worden in een conflict tussen twee tegengestelde visies op de maatschappij.


Opmerking:
Op blz. 252 wordt Spreuken 31 aangehaald: ‘Een sterke vrouw, wie zal haar vinden?’ Het werd gezegd tijdens de uitvaartdienst van Rie van Soest. Zij was burgemeester van Arcen geweest. Het Bijbelvers is waarschijnlijk aangehaald uit de Nieuwe Bijbelvertaling (NBV) van 2019. De vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap (1951) heeft: ‘’ Een degelijke huisvrouw, wie zal haar vinden?’ Het Boek (1990) vertaalt met: ‘Wie is zo gelukkig een goede vrouw te vinden?’ Uit het verband van de tekst blijkt duidelijk dat het inderdaad om een getrouwde vrouw gaat die haar man op tal van manieren terzijde staat. Dat is in de NBV niet anders als je enkele verzen doorleest. De geciteerde tekst uit Spreuken zwaait dus lof toe aan de getrouwde vrouw die de belangen van haar man behartigt (vers 11 en 12 van Spreuken 31). Het gaat in Spreuken 31 niet over een vrouw die voor zichzelf een carrière opbouwt. Het geciteerde vers past veel eerder bij de visie van Kuyper. De misinterpretatie komt natuurlijk niet voor rekening van de auteur. Hij haalt alleen maar aan wat in een toespraak werd gezegd.


Klaas Tammes is sociaalgeograaf en oud-burgemeester van Lienden Heteren en Buren. Hij publiceerde eerder een boek over burgemeester Ridder van Rappard (2018) en over Hans Gruijters (2020). Met dit interval van twee jaar kunnen we uitzien naar een nieuw boek in 2024.


ISBN 9789462499256 | Paperback | Omvang 296 blz. | Uitgeverij Walburg Pers Zutphen | juni 2022

© Henk Hofman, 1 augustus 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Giftige positiviteit
Hoe je omgaat met lastige situaties en gevoelens in een wereld die negativiteit wil uitbannen
Withney Goodman


"Geluk en positiviteit zijn zowel een doel als een verplichting geworden. Bij alles wat er gebeurt, krijgen we te horen dat we dankbaar moeten zijn, of positiever. Als er iets in je leven verkeerd gaat komt dat doordat je de 'verkeerde houding' had of 'het onvoldoende hebt geprobeerd.''


Op facebook, instagram etc. overal zien we selfies met blije, lachende gezichten. In reclames zien we bijv. vrouwen met tenaladies vrolijk en blij lachen met elkaar. Als mensen elkaar vragen hoe het gaat is het antwoord bijna altijd "Goed!". Helaas als je heel vervelende dingen meemaakt zoals het verlies van een baan of een verbroken relatie dan mogen we ook niet gewoon praten over hoe vervelend dat is en dat we ons daardoor waardeloos voelen. Je krijgt dan nietszeggende opmerkingen als: Wie weet wat voor leuke baan, man/vrouw je terugvindt? Of "ook dit is een leerproces". "Geen handvol maar een land vol".


Als je graag zwanger wilt worden of steeds miskramen krijgt dan zijn opmerkingen als: "God heeft het misschien zo bedoeld" of 'Je kunt ook kinderen adopteren", bepaald niet de 'hulp' waar je op zit te wachten. En zo zijn er heel veel uitspraken die maken dat we eigenlijk niet mogen laten zien wat we wérkelijk voelen, zoals:

- Tijd heelt alle wonden
- Wees dankbaar voor wat je hebt
- Wees dankbaar voor wat je ervan geleerd hebt
- Het leven zal je nooit meer geven dan je aankunt
- Het had erger kunnen zijn
Bij een scheiding:
- Pas als je van jezelf houdt, zal iemand van jou houden
Of bij ziekte:
- Je ziet er niet eens ziek uit. Je ziet er fantastisch uit.
- Kijk naar wat je allemaal wél kunt doen!
Of tegen jezelf zeggen:
- Ik zou gelukkig moeten zijn
- Ik schaam me dat ik me zo voel, mijn leven is zo rijk gevuld
etc.


De schrijfster van dit boek, relatie- en familietherapeute, behandelt uitgebreid wat deze 'giftige positiviteit' voor invloed heeft op mensen en de samenleving.
Ze komt met voorbeelden uit haar praktijk waarin mensen worstelen met hun eigen 'negativiteit' terwijl die heel normaal is. Mensen schamen zich voor hun 'negatieve' gevoelens maar stikken bijna in het niet kunnen uiten van hun verdriet of frustratie. Want ze moeten blij en vrolijk zijn.


Dat deze 'giftige positiviteit' vaak het tegenovergestelde bewerkstelligd is vrij onbekend. Mensen gaan zich eenzaam voelen omdat ze hun verdriet niet kwijt kunnen. Of stoppen hun verdriet of frustratie in keihard werken, altijd op reis zijn, alcohol, veel uitgaan etc. Het niet kunnen uiten kan leiden tot ziek worden en dan is de cirkel weer rond. Dan wordt wéér gezegd dat je een positieve houding ten opzichte van de ziekte moet aannemen want dat maakt dat je eerder beter wordt. Whitney Goodman geeft allerlei handvatten waarbij je leert hoe je aan kunt geven dat je écht wilt praten. 


Soms is in bepaalde gevallen een positieve insteek wel goed. Maar vaak zijn positieve opmerkingen enorme dooddoeners die maken dat je niet meer durft te vertellen hoe het wérkelijk met je gaat. Want dan ben je zwak of werk je niet hard genoeg aan jezelf om 'eroverheen te komen'.
Whitney Goodman vroeg ook aan haar cliënten wat zij graag hadden willen horen en dat kwam meestal neer op begrip voor de situatie of laten blijken dat ze gehoord werden, bijv. Het is logisch dat je dit voelt, vooral in deze situatie'.
De 'giftig positieve' opmerkingen hadden de cliënten meestal eerder gekwetst dan goed gedaan.


De schrijfster gaat op veel zaken uitgebreid in. Ze behandelt o.a. ook positieve affirmaties en waarom ze bij bepaalde mensen juist niet werken. Ook behandelt ze het klagen. Wanneer is het klagen en wanneer niet? En wat kun je doen tegen jezelf veroordelen omdat je zogenaamd niet positief bent? enz. enz.

Het is een boek dat veel te bieden heeft, het geeft inzicht en laat zien dat al die blijheid juist een averechts effect heeft. Verder leer je hoe je met moeilijke situaties en gevoelens om kunt gaan en aan kunt geven aan een ander zonder de invloed van de 'giftige positiviteit'.
Een boek om meerdere keren te lezen.


ISBN 9789400514089 | Paperback | 304 pagina's | Uitgeverij Lev | februari 2022
Vertaald door Edzard Krol

Dettie, 28 juli 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Strijd voor de vrijheid
Hoe we die kwijtraken en hoe we terugvechten
Nathan Law met Evan Fowler


Nathan Law (°1991) was vanaf 2014 één van de leiders van het Hongkongse verzet tegen de groeiende Chinese invloed. In 2016 werd hij verkozen in het Hongkongse parlement, maar hij werd er op vraag van Beijing na 9 maanden uitgezet. Hij groeide op in een eenvoudig arbeidersgezin. Hij vertelt dat er door het wanbeleid van Mao 30 miljoen Chinezen stierven van de honger en 30 miljoen baby’s geaborteerd werden door hun verhongerende moeders. Het geweld van de Culturele Revolutie kostte volgens hem ook nog eens aan 20 miljoen mensen het leven (p. 21). Dit laatste getal ligt een pak hoger dan meestal wordt aangenomen.


Law geeft vele voorbeelden van hoe China  met economische chantage wereldwijd de vrijheid van pers en andere media beperkt, tot in Engeland en Amerika toe. Zelfs in Hollywood bepaalt de CCP welke films er (niet) mogen uitkomen (p. 95).


In 2017 kreeg hij twee maanden gevangenis wegens zijn deelname aan betogingen. In 2020 voerde China de nationale veiligheidswet in: wie in Hongkong een ‘misdaad’ beging, kon uitgeleverd worden aan China. “Free Hongkong” roepen is een voorbeeld van een ernstig misdrijf.


In de Britse tijd (1842-1997) konden de Hongkongers hun eigen bestuur ook niet kiezen, maar was de vrijheid van mening en pers zeer groot. In 1964 traden de Beatles er op, wat in China ondenkbaar was (p. 40-41).


In 1997 was er geen vreugde: de inwoners vertrouwden Beijing niet. En ze kregen gelijk: de persvrijheid verminderde door zelfcensuur, op school werd het Kantonees vervangen door het Mandarijn, het beloofde kiesrecht werd ‘kiesrecht met Chinese karakteristieken’, in het gerecht mochten enkel nog ‘loyalisten’ (aanhangers van Peking) zetelen, de jaarlijkse herdenking van Tien-an-men werd verboden, de politie deed voortaan wat de Chinese veiligheidsdienst eiste (p. 51).


In de Chinese grondwet staat sinds 1982 de vrijheid van mening en pers, maar China weert buitenlandse media en zet mensen in de gevangenis als ze hun mening durven te uiten.
In 2021 moest de Apple Daily, het laatste prodemocratische dagblad van Hongkong, zijn deuren sluiten en acht managers werden gearresteerd. In Turkije, Rusland, Hongarije gebeuren gelijkaardige ingrepen (p. 58-64).


De verkiezing van de leider van Hongkong gebeurt sinds 1997 onder toezicht van Beijing en de prodemocratische kandidaten maken geen kans, hoewel ze meer steun van de bevolking krijgen.


In 2013 ontstond het idee van burgerlijke ongehoorzaamheid om algemeen kiesrecht te eisen. De CCP reageerde met ‘Communiqué nummer 9’: zeven onbespreekbare onderwerpen, o.a. persvrijheid, burgerrechten, onafhankelijke rechtspraak (p. 77-82). En sinds 2021 zijn enkel nog patriotten verkiesbaar in Hongkong.


Law toont ook aan dat de CCP op diverse manieren desinformeert over de Zuid-Chinese Zee, de Oeigoeren, de ongelijkheid in China: de rijkste 1% bezit meer dan de armste 50%, 40% of 600 miljoen verdienen minder dan € 140 per maand, vrouwen verdienen 20% minder dan mannen (p. 128-129).


In juni 2019 betoogden eerst 1 miljoen en dan 2 miljoen Hongkongers (op 7,5 mln.) tegen het uitleveringsverdrag. Law sprak hen toe. Beijing stelde de betoging voor als gewelddadig.


In augustus 2019 mocht Law gaan studeren aan de universiteit van Yale. Beijing noemde hem een verrader en een anti-Chinees (p. 140-143), tot in de VS kreeg hij doodsbedreigingen en op elke universiteit waar hij mocht spreken, kwamen er Chinese tegenstanders opdagen (p. 140-155).


China is de grootste handelspartner van de EU en de tweede van de VS. Het misbruikt die economische macht: toen Liu Xiaobo in 2011 de Nobelprijs kreeg, bevroor China zijn relaties met Noorwegen voor zes jaar totdat de Noorse regering zich distantieerde van het Nobelprijscomité. (p. 173). En toen Australië in 2020 een onafhankelijk onderzoek vroeg naar het ontstaan van het coronavirus, werd het economisch zwaar geboycot. Ook internationale merken van kleding moeten buigen voor de Chinese eisen i.v.m. katoen uit Xinjiang (p. 179).


Law besluit: Hongkong was ooit de meest levendige, open en vrije stadsstaat van Azië, die model stond voor het nu democratische Taiwan. In een paar jaar heb ik het zien wegkwijnen tot een bijna- autoritaire politiestaat. Het verhaal in dit boek is een waarschuwing voor de vrije wereld (p. 181).


Beoordeling

Law schrijft met veel idealisme over zijn strijd voor vrijheden in Hongkong. Hij doet dat vanuit Londen, waar de Britse regering hem politiek asiel heeft verleend. Hij vertelt niet waarom hij zijn universiteit in Amerika verlaten heeft. Zijn verhaal is niet chronologisch, maar eerder chaotisch.
Er zijn veel overeenkomsten met het boek van Joanna Chiu, ‘China over grenzen’: beide auteurs waarschuwen voor het autoritaire China, dat landen straft die kritisch zijn, dissidenten achtervolgt tot in het verre buitenland en in Hongkong alle vrijheden en de democratie heeft afgeschaft, tegen de afspraken van 1997 in. Law vecht terug, maar  zonder succes.
De vrije wereld is gewaarschuwd.


ISBN 978-90-477-1431-6 | Paperback | 199 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat, Rotterdam | februari 2022

© Jef Abbeel, 23 juli 2022  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Reinier Pauw (1564-1636) en Amsterdam
De macht van een man en een stad
Menno Witteveen

 

Op de cover van dit boek staat een fraaie afbeelding: een kaart van Amsterdam uit 1612 (met links het wapen van de stad) voor een deel bedekt met het portret van Reinier Pauw in een ovale omlijsting. Het boek draait om Pauw die zijn machtsbasis in de stad had, terwijl Amsterdam zonder twijfel de machtigste en rijkste stad van de Republiek was. En op zijn beurt was de Republiek in de 17e eeuw als handelsnatie een lange tijd een wereldmacht. Volgens de auteur van dit boek was Pauw een ondernemer zonder weerga, kan men hem zien als de derde grondlegger van de staat (na Maurits en Oldenbarnevelt), maar werd hij wel gedreven door eigenbelang.
Reinier Pauw organiseerde de eerste expedities naar Oost-Indië, stond aan de wieg van de Verenigde Oost-Indische Compagnie en werd achtmaal verkozen tot burgemeester.


Pauw speelde ook een belangrijke rol in de godsdienstige twisten tussen remonstranten en contraremonstranten, die tijdens het Twaalfjarige Bestand (1609-1621) bijna uitliepen op een burgeroorlog. Nadat Oldenbarnevelt op last van Maurits gevangen was genomen, maakte Pauw deel uit van een rechtbank die de in ’s lands dienst vergrijsde raadpensionaris in ‘een schijnproces’ ter dood veroordeelde.
Het kan niet anders of een man van deze statuur krijgt ook veel vijanden. Dat kwam tot uiting in 1622 toen bij de burgemeestersverkiezingen Pauw en zijn aanhang alle burgemeestersposten verloren. Tot zijn dood in 1636 leefde Pauw in de schaduw van de macht, geliefd bij zijn geestverwanten, gehaat bij zijn tegenstanders.


Uit dit boek rijst niet het beeld op van een sympathieke man. Pauw zou hard, onbuigzaam, opvliegend en onaangenaam in de omgang zijn geweest. Menno Witteveen laat ook wel in zijn stijl van schrijven merken dat hij niet veel op heeft met de contraremonstranten en hun predikanten. Die hielden ‘donderpreken’, ‘fulmineerden’, ‘zweepten op’, ‘verketterden’, maakten zich schuldig aan ‘agitatie’. In werkelijk werd van beide kanten het conflict op het scherp van de snede uitgevochten. In 1617 heeft Oldenbarnevelt met zijn zogenaamde Scherpe Resolutie Maurits bijna gedwongen om op te treden, want zijn positie als opperbevelhebber van het leger kwam in gevaar. Oldenbarnevelt creëerde een leger waar Maurits geen zeggenschap over had, en dat terwijl het Bestand afliep waarna de oorlog met Spanje hervat zou worden.


Was het proces tegen Oldenbarnevelt inderdaad een schijnvertoning? De Utrechtse hoogleraar prof. J.C. Boogman schreef daar een mooi essay over. Hoewel Witteveen zeer veel bronnen heeft geraadpleegd, staat dit essay niet in zijn literatuurlijst.  De conclusie van Boogman: “Van een gerechtelijke moord kan stellig niet worden gesproken. Dat neemt niet weg dat het harde vonnis ons rechtsgevoel allerminst bevredigt” (De terechtstelling van Johan van Oldenbarnevelt, blz. 89. Te vinden in: Van Spel en Spelers. Verspreide opstellen, 1982, ’s-Gravenhage).


Van recenter datum is het boek van W. Uitterhoeve, dat Witteveen wel noemt in zijn literatuurlijst. Uitterhoeve concludeert dat het niet een vooropgezet en vaststaand doel van de rechtbank was om Oldenbarnevelt de doodstraf te geven. “Een gerechtelijke moord was het toch niet” (Wilfried Uitterhoeve, De zaak Oldenbarnevelt. Val, proces en executie, blz. 184). Wel noteert hij dat het doodvonnis ‘buiten proportie’ was.


Misschien heeft Henk Nellen, de biograaf van Hugo de Groot het juiste perspectief op deze zaak. Hij wijst erop dat de wetgeving in de jonge Republiek nog niet uitgekristalliseerd was, zodat er veel ruimte was voor eigen interpretatie. Zo valt het gelijk in de argumentatie over het proces niet zonder meer aan één van de partijen toe te wijzen (Henk Nellen, Hugo de Groot. Een leven in strijd om de vrede, 1583-1645, blz. 249).


Een mooie beschouwing over dit geruchtmakende proces is te lezen in S. Groenveld: De Tachtigjarige Oorlog. Opstand en consolidatie in de Nederlanden, blz. 218-220). Hier worden de juridische, politieke en morele implicaties tegen elkaar afgewogen.

Op blz. 195 schrijft Witteveen dat de Franse delegatie op de Synode van Dordrecht (1618-1619) wellicht sympathie voor de remonstranten had kunnen opbrengen. Zij ontbraken omdat de koning geen toestemming had gegeven om af te reizen naar Dordrecht. Juist de Franse Hugenoten stonden echter het dichtste bij het standpunt van de contraremonstranten. In 1620 hebben de Hugenoten op de Synode van Alès de uitspraken en het vonnis van de Dordtse Synode ‘volledig onderschreven’ (VU-hoogleraar Fred van Lieburg, Synodestad. Dordrecht 1618-1619, blz. 267). Afgevaardigden van de Anglicaanse Kerk, Lutherse afgevaardigden en een Zwitserse delegatie hadden dat al eerder op de synode zelf gedaan. Daarmee was in de jaren 1618-1620 door het internationale protestantisme het remonstrantisme veroordeeld als een afwijking van de principes van de Reformatie.


Witteveen schreef een mooi boek. Eigenlijk overstijgt het de begrenzing van een biografie en geeft hij een tijdsbeeld van Amsterdam en de Republiek in de decennia rond 1600. Het zijn merendeels prachtig geschreven hoofdstukken. De hoofdstukken die over de godsdienstige troebelen gaan konden wat mij betreft wat minder vooringenomen geschreven zijn.
Het boek is mooi uitgegeven met veel afbeeldingen, en de meeste daarvan in kleur. Over Reinier Pauw is bij mijn weten niet eerder een biografie verschenen.


Menno Witteveen is historicus en ondernemer. Een mooie combinatie, die hem heel geschikt maakt voor een studie over Reinier Pauw. Witteveen promoveerde op Antonio van Diemen en de opkomst van de VOC in Azië. In het dagelijks leven is hij werkzaam als investeerder binnen de maatschap Koopman & Witteveen. Hij is medeoprichter en managing partner van het Dutch Infrastructure Fund.
De uitgever heeft veel aandacht besteed aan een mooie vormgeving. In het colofon worden de namen genoemd. Mijke Wondergem (ontwerp omslag en binnenwerk), Peter Tychon (verzorging binnenwerk) en Sytze van der Veen (als redacteur). Een compliment aan auteur, uitgever en deze medewerkers is hier wel op zijn plaats.


ISBN 9789024446803 | Hardcover | Omvang 271 blz. | Uitgeverij Boom Amsterdam | april 2022

© Henk Hofman, 14 juli 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Oekraïne: hoog op de zuil van de vrijheid
Achtergronden, geschiedenis en literatuur
Noud Bles e.a.


De titel verwijst naar ‘Vrouwe Ukraina’, die sinds 2001 in Kiev boven op het Maidanplein op de onafhankelijkheidszuil staat.


17 auteurs belichten in 24 hoofdstukjes verschillende facetten uit de geschiedenis van Oekraïne. Enkele thema’s: de Holodomor (vernietiging door uithongering), de nazisympathieën bij nationalisten in de jaren 30 en 40, die dan wel in Duitse concentratiekampen werden gestopt en later door Russen vergiftigd werden, de collaboratie van de Krimtataren in 1941-1944, het historische wantrouwen tussen Russen en Oekraïners, de orthodoxe kerk in Rusland en Oekraïne.


Patriarch Kirill kiest openlijk de kant van Poetin in de strijd tegen ‘de macht van het kwaad’, de metropoliet van Kiev noemt de Russische inval een ‘broedermoord’. Ook elders in de wereld veroordelen de orthodoxe kerken de inval (p. 43).


WO I was tragisch voor Oekraïne: Oekraïners streden in het Russische leger tegen Oekraïners in het leger van Oostenrijk-Hongarije. Toen de Russen Galicië veroverden, ontvoerden ze de Oekraïense bisschop naar Rusland en russificeerden ze de streek. Van 1917 tot 1921 was het permanent oorlog. Toen het Rode Leger uiteindelijk Oekraïne veroverde, werd het Russisch opgelegd en alles onteigend. Oekraïense leiders weken uit naar West-Europa, maar ze werden vermoord op verzoek van Stalin, die vanaf 1930 ook de Oekraïense elite liquideerde op beschuldiging van ‘bourgeois-nationalisme’ (p.56-57). Vervolgens lanceerde hij zijn Holodomor. Controleurs doorzochten de huizen tot onder de vloer en namen alle graan en voedsel mee. Duizenden dorpen werden van de kaart geveegd, er vielen miljoenen doden. Enkele overlevenden getuigen: ze leefden van bladeren van de bomen. Kannibalisme was wijd verspreid. Koelakken, in feite eerder arme boeren, werden met hun gezin naar Siberië gedeporteerd (p. 60-71).


In 1991 verklaarde Oekraïne zich onafhankelijk tegen de zin van … de Verenigde Staten: Bush senior kwam zelf naar Kiev om dat te zeggen (p. 105).


Net als in Rusland werden ook in Oekraïne de bedrijven geprivatiseerd, waardoor de oligarchen ontstonden. Zij kochten de aandelen van de andere burgers op voor een prijsje.


In 1991, 1994 en 1997 erkende Rusland de grenzen van Oekraïne, in ruil voor de inlevering van de kernwapens. Ook dat was een vraag van de Verenigde Staten: ze gaven er zelfs 700 miljoen dollar voor, én veiligheidsgaranties (p. 110-112).
De bevolking van de Krim sprak zich in 1995 wel uit voor aansluiting bij Rusland, maar Oekraïne negeerde dat.
In Oekraïne veranderde er weinig aan de top: communistische partijchefs bleven aan de macht, ook in de bedrijven. President Koetsjma en de oligarchen overheersten het land, de armoede nam toe. Gevolg: miljoenen Oekraïners emigreerden en gingen werken in Polen en andere landen.


Vanaf 2000 ging het beter en kwam er een groei van 6 tot 12% in 2007. De crisis van 2008 zorgde dan weer voor grote werkloosheid.
Oekraïne had veel potentieel met zijn graan, voedingsmiddelen, mineralen en ertsen, maar de handelsbalans bleef toch negatief vanaf 2009.
Omdat president Joestsjenko (2005-2010) te westers was, verhoogde Poetin de gasprijs van 50 naar 230 dollar per 1.000 m³. Oost- en West-Oekraïne groeiden verder uit elkaar (p. 100).


In 2010 won Janoekovitsj de verkiezingen. Zijn premier was een Rus uit de Donbas: Mykola Azarov, geboren in Kaloega (ten zuidwesten van Moskou) en enkel Russischtalig. Janoekovitsj maakte het Russisch weer de tweede landstaal, op gelijke voet met het Oekraïens.


In 2014 viel Rusland binnen op de Krim en in de Donbas, zogezegd  “Uit zelfverdediging tegen de fascistische staatsgreep van Maidan”. Rusland, de VSA, Groot-Brittannië, Frankrijk en China waren vergeten dat ze de veiligheid en integriteit zouden garanderen. De Oekraïners voelden zich bedrogen. Ook in 2022 bleek dat de afspraken van Boedapest (1994) waardeloos waren. Brzezinski had toen al voorspeld: “Zonder Oekraïne is Rusland geen imperium.” (p. 114-115).


Naast imperialistische, speelden ook economische motieven een rol bij Poetins inval: Oekraïne bezit veel grondstoffen, zeldzame aardmetalen, landbouwproducten en havens. De gas- en olievelden in de Zwarte Zee en in de Zee van Azov bezit Poetin al sinds de inname van de Krim (p. 117-123).


Het laatste deel is literair: het volkslied uit 1863 (“Oekraïne is nog niet dood”), de vertaling van een kortverhaal van Andri Ljoebka, vijf mooie gedichten van Noud Bles over zijn reis door Oekraïne in 2006, een sprookje uit Marioepol, een gedicht over de oorlog in de Donbas, een overzicht van de weinige in het Nederlands vertaalde Oekraïense schrijvers en schrijfsters en van Nederlandse schrijvers over Oekraïne en tenslotte een portret van Taras Sjevtsjenko, de nationale dichter en schrijver.


Beoordeling

Deze bundel belicht Oekraïne vanuit verschillende oogpunten: geschiedenis, politiek, godsdienst, economie, economische motieven voor de oorlog van 2022 en wat eerder uitzonderlijk is: ook veel literatuur (p.125-206). Aan afwisseling is er geen gebrek. Het meest onthullend was voor mij het hoofdstuk over de economische motieven voor de oorlog: de zeldzame aardmetalen en ertsen. Er wordt niet uitgelegd waarom de welvaart dan niet groter is.


De chronologische volgorde ontbreekt helaas: de huidige oorlog komt aan bod vóór WO I. Een kaart ontbreekt: de lezer wordt verondersteld te weten waar Tannenberg, de Mazurische meren etc. liggen. Maar de vele hoofdstukken zijn vlot en aangenaam leesbaar geschreven.


ISBN 978-94-646-2810-4 | Paperback | 211 pagina's., foto’s, literatuur | Uitgeverij Aspekt, Soesterberg, juni 2022

© Jef Abbeel, juni 2022 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER