Nieuwe recensies Non-fictie

Plato van Athene
Een leven als filosoof
Robin Waterfield


Plato (ca. 427 v. Chr.-347 v. Chr.) is een Griekse filosoof. Hij staat bekend als een van de invloedrijkste denkers in de Westerse filosofie. Hij was een leerling van Socrates en op zijn beurt was hij de leraar die Aristoteles opleidde. De Atheense Academie die Plato heeft opgericht, was het eerste instituut voor hoger onderwijs in het Westen.
Over zijn leven is weinig bekend. Deze biografie van Robin Waterfield is een poging om met schaarse puzzelstukjes een beeld te geven van Plato als persoon en als schrijver.


De grote lijn is dat Plato uit een welgestelde familie kwam en schreef over uiteenlopende onderwerpen als staatsinrichting, wetgeving, rechtspraak, ethiek en kunst.
Plato schreef in de vorm van dialogen. Dit bood hem de gelegenheid om een onderwerp van verschillende kanten te belichten. De dialoogvorm dwong gesprekspartners via het spel van vraag en antwoord grondig na te denken over hun eigen uitgangspunten. Het is een zoektocht naar wat waar is en waarheid gaat uit boven een mening. Iets moet waar zijn niet alleen voor mijzelf, maar ook voor anderen en die waarheid mag niet tijdgebonden zijn. Hiermee snijdt Plato de pas af aan de verpulvering van waarheid: het relativisme dat eenieder zijn eigen waarheid heeft.


Een kernpunt in de theorie van Plato is zijn Ideeënleer. Er is de wereld die we met onze zintuigen waarnemen en die constant verandert. Daarnaast is er een eeuwige, onveranderlijke wereld van Ideeën.


Waterfield is heel goed ingelezen in zijn onderwerp en schrijft goed. Hij weet overtuigend voor het voetlicht te krijgen hoe actueel het denken van Plato is. De schrijver deelt een plaagstootje uit met zijn opmerking dat we het ons niet kunnen veroorloven om Plato weg te zetten “als de zoveelste dode witte man” (blz. 27).
Dat is waar. Plato bond politieke leiders aan het voorschrift dat zij over ruime deskundigheid moesten beschikken en het algemeen belang als richtsnoer dienden aan te houden. Volksmenners en populisten ondermijnen de democratie als zij groepen tegen elkaar opzetten en als zij minderheden niet respecteren. Het gehalte van een democratie wordt bepaald door de wijze waarop ruimte wordt geboden aan minderheden. Plato’s pleidooi om politieke leiders via scholing op te leiden tot hun toekomstig ambt, maakt het lastiger voor ongeschikte personen om aan de macht te komen.


Plato hamerde op het belang van eenheid en stabiliteit. In een verdeelde samenleving ‘ontstaan staten binnen een staat die vijandig tegenover elkaar staan’ schrijft hij (blz. 51). Als we het daarmee eens zijn, mogen we ons wel grote zorgen maken over de staat waarin een aantal Westerse democratieën zich nu bevinden. Plato was ervan overtuigd dat mensen niet uit zichzelf het goede doen. Mensen hebben een rechtstaat nodig waarin rechten en plichten zorgvuldig omschreven zin en in balans zijn met elkaar.


Een kind van zijn tijd was Plato met zijn acceptatie van slavernij en zijn opvatting dat mannen intelligenter zijn dan vrouwen. Hij vindt zelfs dat vrouwen geniepiger en onbetrouwbaarder zijn dan mannen. Maar zijn visie op homoseksualiteit zullen veel mensen weer bijvallen. In meerdere dialogen laat Plato zich positief uit over de mannelijke homoseksuele liefde. Homoseksualiteit wordt niet gezien als een afwijking van de heteroseksuele norm. Dat hoeft niet te betekenen dat Plato zelf homo was, waarschuwt Waterfield.


Plato overleed op de leeftijd van ongeveer 76 jaar. Zijn volgelingen waren in diepe rouw gedompeld. Zij zagen Plato als een reus die met zijn denken de begrenzingen van de menselijke natuur was ontstegen. De invloed van zijn filosofie is in ieder geval tot op de dag van vandaag merkbaar. De Atheense Academie bleef nog eeuwenlang open tot keizer Justinianus de poorten in 529 sloot. Het onderwijs werd voortaan in handen gelegd van de christelijke kerk.


Het is boeiend om te lezen hoe Waterfield de biografische gegevens van Plato vermengt met een uiteenzetting van zijn opvattingen. Zijn boek is uitstekend geschikt als inleiding op leven en werk van deze grote filosoof. Maar ook voor meer gevorderden biedt dit boek veel nieuwe gegevens.


Het boek is voorzien van kaarten, een tijdlijn, een uitgebreide bibliografie, een notenapparaat en register, en ook enkele afbeeldingen.


Robin Waterfield (1952) is classicus en vertaler van onder meer het integrale oeuvre van Plato. Hij schreef diverse boeken over Griekenland in de oudheid. Waterfield werkte aan de universiteiten van Newcastle en St. Andrews. Hij is nu zelfstandig schrijver.
Wilma Paalman heeft het boek prima vertaald.


ISBN 9789025316372 | Paperback | Omvang 368 blz. | Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep | 16 januari 2024

© Henk Hofman, 19 februari 2024

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Nasrdin
Nasrdin Dchar


'Ik ben een Nederlander. Ik ben heel trots op mijn Marokkaanse bloed. Ik ben een moslim. En ik heb een fucking Gouden Kalf in mijn hand.'


Deze woorden spreekt Nasrdin Dchar terwijl hij op het podium staat met het gouden beeldje in zijn hand dat hij kreeg voor zijn rol in de film Rabat. Het is dan 2011. De prijs werd voor de eerste keer toegekend aan een Nederlands-Marokkaanse acteur.


Zijn ouders streken in de jaren zeventig neer in Steenbergen, als tweede Marokkaanse familie in die stad. In de jaren ’70 werden zij nog niet bekeken met de argusogen die vandaag de dag gericht zijn op mensen van buiten Nederland. Hulp werd van alle kanten aangeboden, ze werden vriendelijk bejegend. 


Zijn loopbaan is indrukwekkend:
Dchar is bekend van onder meer de televisieseries Shouf Shouf!, Deadline (Vara), De Troon en De vloer op. In 2010 was hij in de bioscoop te zien in de boekverfilming Tirza. Ook speelde hij in Lotus, Süskind en Wolf.
Naast zijn televisie- en filmwerk staat Dchar het gehele seizoen op het toneel. Hij heeft producties gedaan bij onder andere Theatergroep Made in da Shade (tegenwoordig productiehuis MC), Het Waterhuis (tegenwoordig Siberia), Het Toneel Speelt, en hij is een vaste gastacteur bij het Ro Theater.
In 2012 deed hij een solovoorstelling over zijn moeder, die hij in 2015 opnieuw speelde in het theater. In 2017 eerde hij zijn vader met eenzelfde soort voorstelling, DAD geheten. Hij maakte het drieluik af met een voorstelling over zijn vrouw.


Dit alles vertelt hij in zijn biografie, waarin ook een talent voor schrijven naar voren komt.
Het verhaal wordt verteld in de tegenwoordige tijd, ook al speelt alles in het verleden. Dat plus de korte hoofdstukken zorgen er voor dat het geheel vlot leest.
En natuurlijk het feit dat het leven van Nasrdin niet een leven is dat de gemiddelde lezer zelf ondervindt. We lezen hoe vooroordelen het hem niet altijd gemakkelijk maakten, hoe hij met vallen en opstaan is gekomen tot dat podium waar hij het Kalf kreeg. Over zijn ouders, over het geloof, en de dubbele cultuur. En we leren hem kennen als een man met wilskracht, die staat voor wie hij is, wie hij wil zijn.


ISBN 9789048863600 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | november 2023

© Marjo, 13 februari 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Frankfurter Schule
Thijs Lijster


De Frankfurter Schule is in 1923 in Frankfurt opgericht door een rijke Duits-Joodse graankoopman en is een Duitse sociologische en filosofische stroming in de hedendaagse filosofie die ontstond in de eerste helft van de 20e eeuw. De stroming houdt zich bezig met de maatschappijkritische, neomarxistische, kritische theorie. De stroming heeft zich ontwikkeld als deel van het Institut für Sozialforschung te Frankfurt.
Veel leden van de Frankfurter Schule waren Joden: Max Horkheimer, Theodor Adorno, Walter Benjamin, Erich Fromm, Herbert Marcuse. Het instituut hield zich o.a. ook bezig met de bestudering van de geschiedenis van de arbeidersbeweging en het antisemitisme. Ook de ‘onvermijdelijke ineenstorting’ van het kapitalisme was een belangrijk aandachtspunt.


Voor de gebreken van een op marxistische leest geschoeide samenleving hadden zij een blinde vlek. Sommige leden van de Frankfurter Schule keerden teleurgesteld terug van een bezoek aan de Sovjet-Unie, maar in hun boeken en artikelen zwegen zij daarover. Max Horkheimer bestond het zelfs om te schrijven: “Hij die oog heeft voor de zinloze onrechtvaardigheid van de imperialistische wereld … zal de gebeurtenissen in Rusland beschouwen als de progressieve, pijnlijke poging deze verschrikkelijke onrechtvaardigheid te overwinnen.” Het citaat ontleen ik aan Martin Jay, De idealistische verbeelding. Een geschiedenis van de Frankfurter Schule, blz.36).


Hun kritiek was eenzijdig gericht op de Westerse samenleving. Die samenleving was naar het oordeel van de Frankfurters totaal verziekt, zodat een algehele omwenteling noodzakelijk was. Herbert Marcuse noemde dat de ‘Grote Weigering’. Dat kwam neer op het ‘nee’ zeggen tegen de consumptiemaatschappij die mondige burgers degradeerde tot slaafse kopers (de ‘ééndimensionale mens). Geïnspireerd door Marcuse en Adorno kwamen in het Westen studenten in 1968 massaal in opstand tegen het ‘establishment’. Zij wisten hervormingen af te dwingen die het aanzien van de Westerse democratie grondig hebben gewijzigd.


Thijs Lijster heeft zijn boek een heldere thematische structuur gegeven.
Hij bespreekt de samensmelting van Marx en Freud in de Frankfurter Schule, de kritiek op het consumentisme, dat gebaseerd was op onbegrensde begeerte, de ongebreidelde vlucht van het technologische denken dat de Holocaust mogelijk heeft gemaakt, het ontstaan van de autoritaire persoonlijkheid, het repressieve karakter van de zogenaamd tolerante Westerse cultuur, om af te ronden met een hoofdstuk over de blijvende actualiteit van de Frankfurter Schule.


Inderdaad stellen leden van de Frankfurter Schule indringende vragen die niets aan belang hebben ingeboet:
- Hoe was het mogelijk dat een cultuur, die zichzelf als het hoogtepunt van een beschaving beschouwde, in staat was om de gruwelijkste misdaden te plegen? De Frankfurters wezen op de consequentie van het Verlichtingsdenken waarin rationaliteit was uitgemond in kille doelmatigheid.
- Ook hun kritiek op de ‘massacultuur’ heeft niets aan belang ingeboet. Massacultuur is gericht op entertainment en verstrooiing, schakelt het kritisch denken uit en dient als pijnstiller om de ellende in de wereld te vergeten. In de Verenigde Staten zagen de Frankfurters een samenleving waarin cultuur tot een ware geldmachine was verworden.


Een punt van kritiek op de Frankfurter Schule is dus hun eenzijdigheid. Andere samenlevingsvormen vertonen ook hun ernstige gebreken. Daar zagen deze intellectuelen wel eens aan voorbij.


Met dit boek schreef Thijs Lijstereen een toegankelijke inleiding op de Frankfurter Schule. Hij maakt duidelijk dat de radicale kritiek op de Westerse consumptiemaatschappij nog steeds actueel is.


Thijs Lijster (1981) is universitair docent kunst- en cultuurfilosofie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij studeerde filosofie in Groningen en New York en promoveerde cum laude op een proefschrift over Walter Benjamin en Theodor Adorno.
Dit boekje is nummer 82 in de serie “Elementaire Deeltjes”. Het is een mooie toevoeging aan een lange lijst van waardevolle studies.


ISBN 9789025316303 | Pocket | Omvang 148 blz. | Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennip | 12 december 2023

© Henk Hofman, 1 februari 2024

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Neem mijn verdriet weg
Stemmen uit de oorlog
Katerina Gordejeva


De schrijfster is een Russische onafhankelijke journaliste, die jarenlang voor de Russische TV werkte. In 2014 verliet ze Moskou uit protest tegen de annexatie van de Krim. Nu woont ze met haar gezin in Letland. De helft van haar familie woont in Kyiv en die wordt dus aangevallen door hun eigen vaderland.
Gordejeva bezocht vluchtelingencentra in heel Europa, van Spanje tot Rusland, en legde er de oorlogservaringen vast. De Russische versie van haar boek wordt voorlopig niet gepubliceerd: geen enkele uitgever in Rusland durft het boek te drukken (p. 20).


De eerste vluchtelingen die ze ontmoet, komen uit Marioepol, waar hun mooie appartement en heel de stad vernield zijn. Ze zijn onder weg naar opvang in Polen.
Ook de tweede dame komt vandaar. Ze zegt: “Ze hebben ons alles afgenomen en alles kapotgemaakt. Overal liggen lijken.” Ze is naar Zuid-Rusland gevlucht omdat ze enkel Russisch spreekt, maar ze blijft zich Oekraïense voelen. Haar zoontje van 2 jaar en vier maanden praat nog niet. Ze denkt dat het een gevolg van de oorlog is.
Een derde dame, Raja, is naar Berlijn gevlucht. Ze zegt dat de Russen  bewust in hun huizen pisten en poepten. Tanja, moeder van drie kindjes, uit de buurt van Hostomel, vertelt dat de Russen ook hun nieuw huis bewust vies, vuil en leeg gemaakt hebben en hun honden doodgeschoten hebben. In hun dorp was geen enkele Oekraïense soldaat. Toch schoten de Russen op mensen, dieren en huizen. En de overgrote meerderheid in Rusland keurt dat allemaal goed.


Dan getuigt een jonge Russische dame. Haar vriend was soldaat en werd al na drie dagen krijgsgevangen gemaakt door de Oekraïners. Zijn salaris werd opgeschort. Na een half jaar kwam hij terug. De vingers van zijn rechterhand waren afgehakt. Hij hing zich op.


Ljoeda is een Oekraïense jonge moeder, die een kogel in haar borstkas kreeg van soldaten uit Azië. Die hadden eerst haar partner, een dokter, zo maar doodgeschoten. Door Russische soldaten werd ze met een verpulverde long en met een longontsteking naar een ziekenhuis in Belarus gebracht en vandaar naar Duitsland.
Irina zit in Warschau, maar ze  is afkomstig uit Boetsja, waar overal lijken op straat en in auto’s lagen. Ze vraagt zich af of die Russen gedrogeerd waren om de mensen zo te haten en uit te moorden.


Galina is gevlucht uit Donetsk naar de regio Rostov. Ze zegt dat ze tussen 2014 en 2022 in Donetsk al zonder water en zonder licht zat en gebombardeerd werd door de Oekraïners, de ‘fascisten’ (p. 108). Haar gewonde zoon werd in het ziekenhuis van Kyiv niet verzorgd omdat hij uit Donetsk kwam (p. 113). De haat tussen Kyiv en de Donbas was dus groot.


Inga vluchtte uit Marioepol naar Spanje, waar ze in de villa van een Russische woont. Haar man, zoon en schoonvader zijn door de Russen gedood. 25.000 inwoners van Marioepol werden in 86 dagen strijd gedood, zoals Mstyslav toont in zijn film ’20 days in Marioepol’.
Roeslan, Irina en hun dochter Katalina komen ook uit Marioepol en zitten nu in een opvangkamp nabij Rostov. Op tv zagen ze hoe graafmachines hun theater volledig afbraken. Toch zijn er mensen uit hun stad die Poetin prijzen en Zelensky verafschuwen.
Irma uit het verwoeste Cherson is blind geworden door raketbeschietingen. Ze verblijft in Leipzig en zegt tegen de schrijfster: rot op!


Tamara uit Loehansk verdient haar geld met haar lichaam voor de webcam. Haar man is soldaat in het leger van de ‘Volksrepubliek Loehansk’. Zij heeft borstkanker, maar rookt gewoon verder, zoals de meeste personen in dit boek.
Sasja uit Charkiv is Russischtalig. Ze snapt niet waarom de Russen haar stad bombarderen en is daar bitter om.


Kostik was soldaat. Op 24 februari werd aan hem en zijn makkers gezegd dat ze op oefening gingen. Maar na een lange rit verscheen op zijn gsm: “Welkom in Oekraïne”. Zo wisten de Russische soldaten dus wel dat ze in Oekraïne waren. En de bevolking verwelkomde hen niet, maar schoot op hen. Hij zag er verschrikkelijke zaken en krijgt er nachtmerries van. Hij deserteerde. Zijn straf viel mee: twee maanden geen salaris. Hij werd dus niet gefolterd of geëxecuteerd.

Ook in Rusland heeft iedereen door dat de Speciale Militaire Operatie een oorlog is, zeker wanneer een zoon of kleinzoon blind of op één been terugkeert of sneuvelt.


Inna vertelt hoe in Marioepol Tsjetsjenen van Kadyrov met tanks huizen verwoestten en mensen doodden. Ze konden enkel naar Rusland ontsnappen.


Paola heeft in haar huis in Campanië drie Oekraïense moeders uit Dnipro en hun vijf kinderen opgevangen. Ze houden niet van Italiaanse gerechten en de aanpassing vergt veel tijd en geduld.


Drie jonge dames zijn zwanger geraakt door verkrachtingen. In Polen is abortus verboden, dus gingen ze naar Dresden. Zjenja is uit Donetsk. Ze spreekt Russisch en Oekraïens. Ze vertelt dat al in de herfst van 2013 militairen met een Russisch accent opdoken, er de macht en de TV overnamen, beweerden dat ze de ‘Russische wereld’ moesten verdedigen en dat de Donbas onafhankelijk van Oekraïne moest worden. Het mooie vliegveld van Donetsk werd verwoest. En dan moest de echte oorlog van 2022 nog beginnen. In Kyiv dachten de mensen ten onrechte dat alle Donbassers pro-Russisch waren.


Danila uit Marioepol is naar Hamburg gevlucht. Sinds maart 2022 is hij zijn linkerbeen kwijt door een Russische granaat. Op zijn 21 zit hij dus al in een rolstoel.
Rita, een arts uit Irpin, is naar Litouwen gevlucht omdat ze de oorlog niet aan kon. Haar ouders noemen haar een verrader. Ze is getrouwd met een Koreaan en wil in Korea een nieuw leven beginnen.


Zjenja is een gepensioneerde leraar uit Koepjansk bij Charkiv. Het was bezet door de Russen van 27 februari tot 10 september 2022. De inwoners kregen toen een Russisch paspoort en Russische simkaarten. Daarna is Koepjansk heroverd door de Oekraïners. Zijn huis is getroffen door granaten, waarbij zijn vrouw haar handen is kwijtgeraakt.


De schrijfster eindigt met een artikel over haar stad Rostov. Vele inwoners hebben familie in het nabije Oekraïne en veel vluchtelingen uit Marioepol en Berdjansk zitten nu in Rostov. Ze bezoekt er zo’n centrum. En ze besluit met een bekend liedje waaraan de titel van het boek ontleend werd: “Neem mijn verdriet weg”.


Beoordeling
De schrijfster slaagt er goed in haar gesprekspartners aan het woord te laten en zich in te leven in hun verdriet en woede. Ze toont veel empathie voor hun vernederende situatie van afhankelijkheid. Velen vragen zich af: waarom hebben wij dit verdiend? We hadden het goed, waarom hebben de Russen ons alles afgepakt? Van wie kwamen ze ons bevrijden? Het is geen geschiedenis van de oorlog, maar een beeld van de grote ellende die de oorlog aangericht heeft.
Al lezend ervaar je de miserie van de Oekraïners van dichtbij.

 
ISBN 978-90-488-7033-2 | Paperback | 352 pagina’s | Uitgeverij Murrow/Overamstel, Amsterdam/Antwerpen | oktober 2023
Vertaald door Jan Lodewijk Eshuis

© Jef Abbeel,  januari 2024    www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Shadow work journal for self-love
Latha Jay & Valerie Inez


Schaduwwerk bestaat al zo lang als de mensheid, maar werd begin 1900 gepopulariseerd door psychoanalyticus Carl Jung. Volgens hem zijn de donkerste delen van je psyche ‘negentig procent goud‘, maar alleen als je ze durft aan te kijken. (wikipedia)


"In je schaduwkant liggen alle stukjes van jezelf verborgen die afgewezen en onderdrukt zijn. Emoties, karaktereigenschappen, herinneringen, geheimen, dromen, verlangens, angsten en impulsen. In je schaduwkant liggen ook (onverwerkte) trauma’s verborgen. Je schaduwkant begint zich al te ontwikkelen als je nog jong bent."
Bron: Holistik

Het onderdrukken van jouw schaduwkant kan een grote invloed hebben op jouw leven.

"Langdurig onderdrukte emoties kunnen op zoveel andere manieren de kop opsteken. Jarenlange stress kan zich uiten als ziekte, angst en andere chronische problemen. [...]"


De schaduw verschijnt steeds in je leven door triggers, projecties en patronen. De schrijfsters leggen duidelijk uit wat met deze woorden bedoeld wordt.
As je herhaaldelijk wordt getriggerd, je emoties projecteert (bijv. het ligt aan de ander etc) en negatieve patronen herhaalt, leef je een beperkt, uitputtend leven. Maar als je compleet eerlijk tegen jezelf bent en jouw schaduwkant onder ogen durft te zien dan vind je uiteindelijk meer vrede en vrijheid. Niets beperkt je meer.


Latha Jay & Valerie Inez willen je helpen om jouw eigen schaduwkanten onder ogen te zien, te belichten, en niet langer weg te duwen. Oude jeugdwonden genezen helpt jou om beter te functioneren in je huidige leven. Dat is niet makkelijk "Als je naar het werk kijkt dat voor je ligt, lijkt het misschien overweldigend en onmogelijk, maar weet dat de angst om het werk te doen meer energie kost dan het werk zelf."
'Je moet het voelen om te helen,' zeggen zij.


Er volgen vele tips over o.a. hoe je je kunt voorbereiden om met jouw schaduwzijde aan de gang te gaan en dan begint op bladzijde 30 het eigenlijke werk.
Dat werk bestaat o.a. uit opdrachten.
Aanvankelijk staat op elke linkerpagina een opdracht die eerst wordt uitgelegd waarna de uiteindelijke opdracht in een apart kader volgt. 
Aan de rechterkant is een blanco pagina met schrijflijnen waarop je de opdracht kunt uitvoeren.
Verderop, vanaf pagina 66, staan alleen een aantal vragen die je ook in het boek kunt beantwoorden. Op elke pagina, dus zowel links als recht staat een vraag/opdracht.


De opdrachten zijn zeer direct, bijvoorbeeld:
- Beschrijf hoe je jezelf behandelt als je je inspiratieloos, verward of verloren voelt. Ben je aardig of hard voor jezelf?
- Bij wie of welke groepen draag je een masker om het gevoel te krijgen dat je erbij hoort. Wat verbergt dit masker. Beschrijf waarom je je schaamt voor deze aspecten van jezelf.
- Wat is een nieuwe grens die je zou moeten stellen om jouw welzijn te beschermen? Hoe ga je deze grens handhaven bij jezelf en bij andere mensen?
- Wat is de grootste belofte die je jezelf hebt gedaan en die je hebt vefbroken> waarom heb je dit verbroken? Hoe voel je je daarover? Wat zou er anders geweest zijn als je je aan die belofte had gehouden?
- Welke relaties in je leven dienen je niet meer. Wat zou er gebeuren als je deze relaties loslaat.


In totaal zijn er ca. 55 zelfreflecterende vragen.


Het is met recht een zelfhulpboek, een journal of persoonlijk boek waarin je dingen vastlegt, beantwoordt. Het opschrijven van de antwoorden levert een manier om op het persoonlijke vlak te groeien. Het geeft je inzicht in wat er goed gaat en in wat er beter kan. Het leert om gebeurtenissen uit het verleden te belichten en eventueel te verwerken. Het leert je jezelf en je onderliggende schaduwkant beter kennen.
Er is verder geen begeleidende tekst, er zijn alleen de vragen en die mag je in willekeurige volgorde beantwoorden.

Voor mensen die graag schrijven en oprecht wat aan hun blokkades willen doen kan dit journal een mogelijkheid zijn verder te komen.
Voor mensen met ernstige trauma's kan het misschien té confronterend zijn of misschien juist niet, ze kunnen het ook prettig vinden om de vragen in hun eigen tempo, op hun eigen manier te bekijken en de dingen die nog té moeilijk zijn overslaan en te bewaren voor later.

Persoonlijk mis ik verdere begeleiding wel, ik hou van uitleg en toelichting en wat dieper gaan, maar begrijp ook dat je zelf aan de slag zal moeten als je dingen wilt oplossen of onder ogen wilt komen. En daar voldoet dit boek prima aan.


ISBN 9789021047669 | Paperback | 140 pagina's | Luitingh Sijthof | 5 december 2023
Vertaald door Nikki Greveling

© Dettie, 16 januari 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Beeldrijm
Jedithja de Groot


"Men spreekt van rijm als twee woorden een klankgelijkheid hebben."
In dit boek is echter geen sprake van klankgelijkheid maar beeldgelijkheid.
We zien links een kunstwerk, dat kan bestaan uit een schilderij, filmfragment, beeld etc. en rechts een foto die een overeenkomst vertoond met dat kunstwerk.
Het is fascinerend om naar te kijken. Maar bijna nog fascinerender is hoe het boek tot stand is gekomen.

Jedithja de Groot maakte namelijk vijftien jaar geleden voor het eerst kennis met de Collectie Spaarnestad van het Nationaal Archief. Daar lagen historische foto's en negatieven vanaf de beginperiode van de fotografie tot en met de twintigste eeuw opgeslagen. Jedithja maakt zich dit archief zo eigen dat bij het zien van een kunstwerk bijna automatisch een foto in haar geest opduikt uit het archief die op een of andere manier 'rijmt' met het kunstwerk.

Net als bij geschreven rijm waar bijvoorbeeld middenrijm en/of eindrijm in voorkomt, komen op de twee afbeeldingen ook op verschillende manieren overeen.
De ene keer zien we een kunstwerk en een foto uit het Nationaal Archief die bijna identiek lijken zoals De geknielde spierman van Vincent van Gogh en de foto waar de spieren van een in het bovenlichaam tet zien zijn. De spieren zijn op zijn lijf getekend.
Of de het stilleven dat een uit albast gebeeldhouwd bos asperges toont van kunstenares Lynne Leegte, en de foto van de bos asperges.

Maar het kan ook een bepaalde sfeer zijn die een 'rijm' vormt met kunstwerk en foto. Zoals de barcode-achtige kunst van Roj Ikeda en de vrouwen in de zwart-witte op-art kleding
of de rood witte tulp en de rood witte sfeer die een vrouw in een rode blouse opwekt.

Het leuke is dat er soms in het contrast ook een 'rijm' is zoals tussen het ivoren beeld getiteld Adam en Eva van Pieter Xaveri, dat een bijna vrouwelijke man is, versus een foto van de Italiaanse bodybuilder Franceso Conti dat pure, stoere, manlijkheid uitstraalt.
Een van mijn favoriete foto's zijn die van een lichtblauwe en zwarte tandenborstel in een glas, de handvatten vormen een X versus een zwart-wit foto vaneen dansend stel in jaren vijftig kleding dat bijna exact dezelfde houding heeft.

Het is bijna verbijsterend hoe Jedtihja de Groot al deze foto's en kunstwerken bij elkaar heeft weten te vinden.

Beeldrijm verschijnt vanaf 2017 elke week in het Parool en dit boek is een verzameling van deze Beeldrijmen
Een boek dat roept om steeds op te pakken en elke keer opnieuw in te kijken.

Zie ook https://jedithjadegroot.nl/beedrijm-het-parool


ISBN 9789083301921 | Softcover | 1056 pagina's | Uitgeverij Komma | 13 april 2023
Afmeting 16,8 x 24 cm

© Dettie, 14 januari 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Fake history
Jo Hedwig Teeuwisse

‘Niemand weet alles; zelfs mensen op het internet kunnen zich vergissen. Bovendien veranderen onze ideeën over en onze kennis van het verleden regelmatig. Als u ergens aan twijfelt, doe dan uw eigen onderzoek, check meerdere bronnen en vertrouw nooit iemand blindelings – ja ook mij niet.’


Een korte opmerking voor we in het boek duiken, het boek  waarin 'slechts' 101 dingen waarvan menigeen aanneemt dat ze gewoon waar zijn, de wereld uit geholpen worden. Maar er zijn er nog veel meer!


Waarom wordt nepnieuws de wereld in geholpen?
Een van de redenen is dat degene die het de wereld in helpt er voordeel van heeft. Een voorbeeld: als je beweert dat de bevolking in Afrika nog nooit een wiel had gezien voor de Europeanen daar aankwamen, dan is dat een compliment voor die Europeanen. Of de bewering dat Moren het gebruik van zeep geleerd hebben aan de middeleeuwse Europeanen, want die wasten zich nooit en stonken een uur in de wind. Ze poetsten ook hun tanden niet.
De feiten bewijzen het tegendeel: hadden Romeinen immers niet al badhuizen? En nee, die zijn niet in verval geraakt toen de Romeinen verdwenen waren, ze onderhielden die gelegenheden en de waterleidingen. En tanden werden wel gepoetst, met stukjes hout.
Ze wisten wel dat ze beter uit de handen van de toenmalige tandartsen bleven. Bovendien, stelt Teeuwissen:


‘Waarom zouden mensen het opeens niet meer belangrijk of fijn vinden om schoon te zijn en lekker te ruiken? Als je stinkt word je nooit gekust, en als je je handen niet wast, krijg je zand in je eten en vet op je kleren.’


Min of meer op dezelfde manier wordt ontkracht dat mensen in de middeleeuwen hun afval en zelfs hun volle po zo op straat gooiden. Waarom zouden ze: ze hadden veelal een tuin, er waren nog geen overvolle steden zoals nu. Ze hadden een mesthoop, of zelfs een sekreet. En bovendien: de mensen die op straat liepen, die zouden bepaald niet blij zijn als ze dat op hun hoofd kregen. Of als ze er dor moesten lopen. Dat het nooit gebeurd zal zijn, wordt niet beweerd, maar om nu te zeggen dat het in de Middeleeuwen schering en inslag was: niet dus. Vuiligheid werd pas een probleem in overvolle steden, met vaak sloppenwijken. En die had je niet in de Middeleeuwen.


Van later datum is de bewering dat Napoleon een klein mannetje was. Dat was in een tijd dat er geen foto’s waren, geen sociale media, gemakkelijk om te beweren. Het waren de Engelsen, gezworen vijand van de Fransen, die deze bewering deden. Bij de opmeting van zijn lichaam toen hij stierf, bleken zijn maten vrij normaal te zijn voor die tijd.


En die arme Marie Antoinette, die heeft nooit geroepen dat het volk maar taart moest eten als er geen brood was. De uitspraak komt uit een verhaal van Jean Jacques Rousseau uit 1782 die overigens niet de naam van Marie Antoinette noemde, die  in 1755 geboren werd. In Oostenrijk.


Vaak blijkt het ontzenuwen van een bewering heel simpel: de tijden kloppen niet. Of het bewijs is een zogenaamde foto, terwijl hetgeen bewezen werd gebeurde in een tijd dat fotografie nog niet bestond. Zo zou Nero op zijn viool gespeeld hebben terwijl Rome brandde. Maar er bestonden nog geen violen in die tijd.
Een concentratiekamp is geen Duitse uitvinding.
Het Tapijt van Bayeux is geen tapijt.
Einstein zou slecht in wiskunde geweest zijn.
Beethoven was zwart?
In de Middeleeuwen dronk men bier in plaats van water.
Hitler vond de snelweg uit.

Allemaal dingen die we zomaar geloven. In dit boek wordt uitgelegd waarom ze niet waar zijn., en vaak waarom deze valse beweringen de wereld in geholpen werden.
Korte stukjes steeds, in duidelijke taal. Fijn om zo af en toe open te slaan en er een (paar) te lezen.


Maar Jo Hedwig Teeuwisse helpt ons uit de droom. Zij is wereldwijd bekend als The Fake History Hunter.
Zij werkt  als historisch adviseur en als onderzoeker voor films, documentaires en musea.

ISBN 9789464103632 | Paperback | 416 pagina's | Uitgeverij Horizon | oktober 2023

© Marjo, 24 december 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Versailles
Vier eeuwen in het beroemdste kasteel ter wereld
Johan Op de Beeck

Als je ooit al rondgelopen hebt in dit wereldberoemde kasteel, dan ben je reuze blij dat iemand de moeite genomen heeft om eens uit te zoeken hoe het eigenlijk ontstaan is en hoe het in de eeuwen daarna verder ging.
Johan op de Beeck heeft dat voor ons gedaan, het moet een heidens karwei geweest zijn.

Want het eerste dat je opsteekt van alle informatie is wel dat er steeds van alles veranderd is!
Iedere nieuwe bewoner van de stichter tot aan de bezetter(s) hebben er een stempel op gedrukt.
Is er dus überhaupt nog wat te zien van hoe het in de beginjaren er uit zag?


Het begon allemaal in 1623, toen Louis (of Lodewijk als je dat wil) XIII een jachtpaviljoen liet bouwen. In Versailles, dat toen een klein gehucht was, op zo'n 20 kilometer van Parijs. Louis XIII - als ook zijn opvolgers - waren dol op de jacht, het was dus prettig om een pied-à-terre te hebben, dichter bij het bos dan Parijs, waar hij het hof voerde in het Palais Royal.

Pas in 1661 besloot Louis XIV, de Zonnekoning, het jachtslot uit te bouwen tot een majestueus geheel, een kasteel waarin je verdwaalt, en van de ene verbazing in de andere valt.
Het werd zijn levenswerk. Jarenlang - Louis XIV was 72 jaar lang de heerser over Frankrijk - werd de ene verbouwing na de andere, de ene verfraaiing na de andere uitgevoerd. Steeds was de koning zelf degene die de beslissingen nam, al liet hij het werk natuurlijk over aan architecten.

Het paleis heeft een lange en ingewikkelde geschiedenis, vanaf het moment dat Louis XIV besloot Versailles tot zijn woning te maken tot aan het heden, waarin het een nog steeds indrukwekkend museum is.
Helaas niet meer in de staat waarin het verkeerde in de zeventiende eeuw. Daarom is het des te boeiender om te lezen hoe het geweest is.

Bij gebrek aan een tijdmachine, of zelfs maar een fotoalbum, moeten we het doen met de beschrijvingen van Op de Beeck, en de afbeeldingen die hij uit de archieven gevist heeft.
Het paleis bezat 226 (!) woningen en dubbel zoveel appartementen voor een persoon. Men schat dat er op het einde van de regeerperiode van Lodewijk XIV dagelijks tussen de 3000 en 10.000 hovelingen woonden, waarbij - naar gelang de status van je persoontje, er nogal eens verhuisd werd.
Verbijsterend is het te lezen dat de koninklijke vertrekken, inclusief de slaapkamers, 24 uur per dag toegankelijk waren voor iedereen! En dat er eigenlijk helemaal geen sanitaire voorzieningen waren.
De enige die dat wel had was de koning zelf, maar hij zal zeker last gehad hebben van de slechte – eigenlijk niet-bestaande – hygiëne van degene die hem omringden.
Op een gegeven moment werden er dan weer wel geheime gangen gebouwd, voor een beetje privacy!


Johan Op de Beeck vertelt, zoals alleen hij dat kan, boeiend over de vele bewoners, vooral natuurlijk over de koningen, hun vrouwen (koningin of maîtresses) en andere leden van het hof. Over hun manier van leven, het gekonkel en de machtsspelletjes die aan de orde van de dag waren. En natuurlijk over hun invloed op de verbouwingen.
Het boek concerteert zich op de zeventiende eeuw, maar dat was dan ook de periode waarin Versailles floreerde.  
Het begin van het einde was de revolutie. Die van 1789, waarbij Louis XVI gedwongen werd van Versailles naar Parijs te verhuizen. Sinds 1792 is het een museum, hetgeen overigens niet verhinderde dat er nog bewoning was: Napoleon woonde er en later bivakkeerden de Duitse bezetters er.


Johan Op de Beeck was journalist en nieuwsanker bij de VRT, TV Limburg en Kanaal Z. Hij maakte tv-documentaires en presenteerde talkshows en debatprogramma’s. Vandaag is hij publicist en communicatieadviseur. Eerder schreef hij onder andere over de Zonnekoning, en over Napoleon (die natuurlijk ook figureren in dit boek).


ISBN 9789492626608 | Hardcover | 448 pagina's | Uitgeverij Horizon | oktober 2023

© Marjo, 15 februari 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gaza
Een geschiedenis van kolonisatie
Ludo De Brabander en Soetkin Van Muylem


Dit boek gaat deels over de schrijnende toestanden in Gaza en deels over de geschiedenis van Palestina sinds 1950. Het begint met de gruwelijke aanval van Hamas op Zuid-Israël op 7 oktober 2023, waarbij 1.200 Israëli’s en buitenlanders gedood en ca. 240 ontvoerd werden. Redenen voor de aanval: de hopeloze situatie van de Palestijnen, de normalisering van de relaties tussen Israël en enkele Arabische landen door de Abraham-akkoorden van 2019-2023. Israël was drie dagen vooraf vaag verwittigd door Egypte, maar het onderschatte Hamas en reageerde daarna disproportioneel met als doel Hamas helemaal uit te roeien. De auteurs noemen het een genocide en zeggen dat Israël alle Gazanen naar de Sinaï wil drijven, wat zij (en ook Egypte) niet wensen.


De 200.000 Palestijnen die in 1948/49 naar de Gazastrook vluchtten, zijn nu met 1,7 miljoen of 80% van de bevolking. Na de annexatie door Israël in 1967 kwamen er 21 nederzettingen met 8.000 kolonisten. In 2005 haalde Israël die kolonisten weg, maar het behield de controle over de grenzen en over het verkeer van mensen en goederen met een afsluiting van 60 km.


Voor elektriciteit, telecom, brandstof en medicijnen is Gaza volledig afhankelijk van Israël. Al vóór deze oorlog leefde 81% onder de armoedegrens en was 50% werkloos. Het bbp per inwoner bedroeg een kwart van dat op de Westoever. Volgens de auteurs had Israël op 4 november 2008 zes Hamas-militanten gedood voordat Hamas zijn raketten afvuurde en zo de oorlog van 2008-2009 ontketende, terwijl de Westerse media de schuld bij Hamas legden. Zij zeggen ook dat Hamas, dat de vernietiging van Israël als doel heeft, in 2006 bereid was tot een wapenstilstand van 50 jaar, als Israël alle bezette gebieden zou verlaten, wat nooit zal gebeuren.


Bij de Oslo-akkoorden van 1993 was de euforie groot, maar er kwam weinig van terecht: Israël behield alles, het aantal kolonisten nam nog toe, de vluchtelingen mochten niet terugkeren en in 2000 volgde een tweede intifada. De auteurs ramen het aantal kolonisten op 700.000 (p. 86). Andere bronnen spreken van 400.000 op de Westoever en 200.000 in Oost-Jeruzalem, samen 600.000. Ca. 177 controleposten op een oppervlakte van 1/5de België, 1/7de Nederland en een ‘apartheids-muur’ van 750 km verhinderen de Palestijnen om in Israël te werken, zich te verplaatsen van de ene enclave naar de andere en van de Westoever naar Gaza. Die muur werd in 2004 afgekeurd door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag en door de Algemene Vergadering van de UNO, maar Israël negeerde dit. De Israëli’s hebben hun eigen netwerk van 980 km wegen zonder controles. Israël heeft de facto een einde gemaakt aan een tweestaten-oplossing. Desondanks hebben de VS in 2017 Jeruzalem officieel erkend als hoofdstad, in 2018 hun ambassade naar daar verplaatst en blijven ze veruit de grootste sponsor. Ook de EU kiest telkens de kant van Israël en is de grootste handelspartner.


De geschiedenis van Gaza en van de Palestijnen volgt vanaf p. 123 en beslaat bijna de helft van het boek. De auteur is Lucas Catherine, die niet genoemd wordt in de titel. Hij begint rond 1850, in de Ottomaanse tijd en vertelt over de toenmalige export van fruit en landbouwproducten. Na pogroms in Rusland volgden in 1878 e.v. de eerste Joodse nederzettingen. Herzl droomde in 1896 van een Joodse staat ‘van de Nijl tot aan de Eufraat!’ (p. 129). De eerste grote confrontatie tussen Arabieren en Joden vond plaats in 1929. Catherine schetst een heel negatief beeld van de ‘zionistische’ kolonisatie van Palestina. In 1947 verdeelden de VN met resolutie 181 Palestina. De Joden kregen 56% voor 650.000 mensen of 1/3de van de bevolking, de Palestijnen 42% voor 1,3 miljoen inwoners. 2% (Jeruzalem) was internationaal gebied. Daar woonden 100.000 Joden naast 105.000 Arabieren (p. 156).
Catherine beweert dat er in de VN niet veel enthousiasme was voor het plan, maar hij verzwijgt dat een grote meerderheid voor stemde: 33 voor, 13 tegen, 10 onthoudingen.


In 1948 vielen de Arabische landen Israël aan, maar met vijf landen waren ze volgens de auteur slechts met 20.000 soldaten tegen 120.000 Joden. 418 Palestijnse dorpen werden verwoest, 2/3de van de Palestijnen verdreven, velen afgeslacht, banktegoeden in beslag genomen (p. 162-167). De auteur vertelt er niet bij dat de Arabische landen toen 1 miljoen Joden verjaagd hebben. De ‘Wet op Terugkeer’ (1950) geldt niet voor de ca. 750.000 Palestijnen, die ondertussen met vele miljoenen zijn. Slechts 1 miljoen Palestijnen kreeg het Israëlische staatsburgerschap. En de ‘Wet op het eigendom van afwezigen’ (1950) kent de grond en de huizen van de vluchtelingen toe aan de Joodse staat en het Joods Nationaal Fonds, ook als ze maar 1 km ver waren gevlucht.


Het analfabetisme, de werkloosheid, armoede, kindersterfte liggen bij de Palestijnen veel hoger dan bij de Joden. In 1945 had elke Palestijn gemiddeld 1,9 ha landbouwgrond, nu nog 0,07 ha. 2 miljoen Palestijnen wonen in Israël naast 8 miljoen Joden (p. 187-191).


De auteur vertelt dan over de oorlogen van 1956, 1967 en 1973, de winst die de Arabieren behaalden in 1973 en de toenemende invloed van de VS sinds 1956. In 1964 werd de PLO opgericht in 1965 Al Fatah en in 1970/71 werden de Palestijnse terreurgroepen verdreven uit Jordanië naar Beiroet.


In 1974 werd de PLO door de VN erkend als enige vertegenwoordiger van het Palestijnse volk. Maar in 1982 werd de PLO ook uit Libanon verdreven naar Tunis. Na de moord op president Gemayel werd een slachtpartij aangericht in Sabra en Shatila. Onder druk van de eerste Intifada (1987-1993) kwamen de Oslo-akkoorden tot stand. In 2000 volgde een tweede opstand. Het historisch overzicht eindigt (helaas al) in 2006 met de overwinning van Hamas in de Palestijnse verkiezingen.
Dan volgen nog nuttige kaarten met de toestand in 1947, 1967, 1993 en 2005. Helaas in zwart-wit en dus niet al te duidelijk. Noten en bronnen sluiten het boek af.


Beoordeling
Het boek geeft de trieste toestand van de Palestijnen in Gaza en op de Westoever goed weer. Het taalgebruik doet soms denken aan een pamflet en is minder neutraal dan in de boeken van Khalidi en Diepenhorst, die hier ontbreken.


De vele begrippen worden goed uitgelegd, maar niet herhaald in een lijst of index. De spelling wijkt soms af van de gebruikelijke: Haim Weizmann (p.144, 151, 204) i.p.v. Chaim; Negeb (p.180-183) i.p.v. Negev. De geschiedenis komt achteraan i.p.v. vooraan. De auteurs zeggen dat Gaza met zijn stranden toeristisch potentieel heeft (p. 14), maar ze verzwijgen dat de meisjes dan wel helemaal ingepakt moeten zijn. Ze spreken over kwaliteitsvol onderwijs (p. 14), terwijl de universiteiten van Gaza slecht scoren. Ze vergeten ook dat Gaza niet enkel door Israël geblokkeerd wordt, maar ook door Egypte, dat geen Gazanen wil toelaten.


In de bibliografie mis ik de vertaling van het boek van Ilan Pappé, ‘De etnische zuivering van Palestina’ (2004), heruitgegeven in 2023 als ‘De Nakba. De etnische zuivering van Palestina’.  Ontbreken ook: Rashid Khalidi, ‘De 100-jarige oorlog tegen Palestina’ en Jan-Auwke Diepenhorst, ‘Rivalen in het Beloofde Land. Een geschiedenis van Joden en Palestijnen’. Twee zeer degelijke boeken.


ISBN 978-94-6267-472-1 | Paperback, 248 pagina’s, kaarten, noten, bronnen | Uitgeverij EPO, Berchem, | februari  2024

© Jef Abbeel, 11 februari 2024    www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

België - 2000 Jaar geschiedenis
Guy Vanthemsche en Roger De Peuter


De meeste geschiedenissen van België beginnen rond 1830 of 1789. Deze twee auteurs durven het aan om te starten met het einde van de prehistorie.
De auteurs onderzoeken het verleden vanuit de huidige Belgische ruimte. Ze wijzen erop dat de begrippen België en Vlaanderen, Belgisch en Vlaams in de loop der eeuwen andere betekenissen hadden dan nu. Dat geldt ook voor Brabant, Luik e.a.


Ze beginnen met de periode van de prehistorie tot het einde van de Romeinse tijd. De ‘Belgae’ van Julius Caesar wijzen niet op een eeuwenoude Belgische identiteit en we mogen ook niet beweren dat zij onze voorouders waren. Ze waren ook niet de eerste bewoners van ‘Gallia Belgica’.
Al vanaf 172-174 en zeker vanaf 250-275 vielen Germaanse stammen binnen in het Romeinse rijk. Vanaf de 3de-4de eeuw kregen ze toestemming om zich hier te vestigen. Een massale aanval van Germanen in 406-407 gaf de doodsteek.


De Frankische koninkrijken volgden van de 5de tot de 10de eeuw. Schriftelijke bronnen uit deze 500 jaar zijn talrijker dan uit de Romeinse tijd, maar veel beperkter dan in de latere middeleeuwen. Het begrip ‘Belgica’ raakte voor duizend jaar in de vergetelheid.


Onder Clovis bereikte de Frankische expansie ongeziene hoogten: tot aan de Provence. In 496 of 508 bekeerde hij zich tot het christendom. De Karolingers, erfgenamen van Karel Martel, heersten twee eeuwen over grote delen van West-Europa. Karel de Grote breidde het Regnum Francorum verder uit tot in Noord-Italië en Midden-Europa. De auteurs leggen ook uit hoe en wanneer de taalgrens ontstond. Ze beschouwen het katholicisme met zijn abdijen, bisdommen en parochies  als de belangrijkste en meest blijvende erfenis van de Frankische tijd. Steden ontstonden vaak nabij rijke abdijen. Het feodale systeem was een Karolingische uitvinding. Het zorgde voor verbrokkeling. De eengemaakte staten volgden pas eeuwen later. Pirenne zei dat de stedelijke beschaving van de middeleeuwen de Latijnse en Germaanse elementen zo tot een synthese verbond dat de stichting van een onafhankelijk België er een logisch gevolg van was (p. 93). De auteurs spreken hem hierin en in andere zaken tegen.


Onze Middeleeuwse vorstendommen ontstonden tussen 1000 en 1300. Ze behoorden tot de economische top van Europa en exporteerden laken uit Ieper en Brussel tot in Novgorod. Brugge was het belangrijkste handelscentrum van Noordwest-Europa en de rijkste stad van Vlaanderen. Het had de eerste handelsbeurs van Europa (p. 143). In de 13de eeuw werd de graaf van Vlaanderen een vazal van de Franse koning. De Guldensporenslag had als gevolg dat de ambachtslieden voortaan betrokken werden bij het stadsbestuur. Maar uiteindelijk won Frankrijk en moest de graaf een vernederende vrede tekenen. Ook in het Prinsbisdom Luik en in Brabant kreeg de top van de stedelijke bevolking meer inspraak in de 14de eeuw.  In ’onze’ vorstendommen werden telkens twee talen gesproken: Vlaams/Nederlands en Frans of Frans en Duits. De graven van Vlaanderen hoorden bij de Franse cultuur.


Tussen 1384 en 1555 voegden Bourgondische vorsten en hun Habsburgse opvolgers alle vijftien vorstendommen van de Lage Landen samen, vooral door huwelijkspolitiek. Philips de Goede heerste over alle gebieden van het latere België. Rond 1470 telden de Bourgondische Nederlanden ca. 2,5 miljoen inwoners, waarvan 1,5 miljoen in het huidige België. Van die 1,5 miljoen woonde er 70% in Vlaanderen en Brabant.


Maria van Bourgondië moest in 1477 het ‘Groot Privilege’ toestaan, een soort grondwet. Door haar huwelijk met Maximiliaan kwam Bourgondië in de Habsburgse handen, met Karel V als bekendste vorst. Zijn groot rijk kende drie bedreigingen: Frankrijk, de Ottomanen en de protestanten.


Brussel werd vanaf 1531 permanent de hoofdstad van ‘België’. In de 16de eeuw nam de bevolking van de Lage Landen toe van 2,5 naar 3,7 miljoen en die van Antwerpen, de centrale stapelmarkt van West-Europa,  van 30.000 in 1470 naar 100.000 in 1570 (p. 155). De auteurs leggen goed uit waarom het economisch en financieel centrum verschoof van Brugge naar Antwerpen (p. 156-157).
De schilderkunst en cultuur floreerden toen en krijgen hier ook veel aandacht.


Tijdens Filips II vielen de Nederlanden uit elkaar. De calvinistische Beeldenstorm van 1566 en het verzet tegen zijn absolutisme speelden daarbij een rol. Alva strafte abnormaal streng, ook toppers zoals de graven van Egmont en Horne. In 1568-1648 volgden de opstand en de exodus van 100.000 à 150.000 zuiderlingen naar het noorden. Onder hen 60.000 van de 100.000 inwoners van Antwerpen. De Schelde werd geblokkeerd tot 1863. In 1648 werd het noorden onafhankelijk en calvinistisch.
Lodewijk XIV annexeerde grote delen van de Zuidelijke Nederlanden, die gereduceerd werden tot ongeveer het latere België. Ondanks de economische neergang, bloeide de schilderkunst met Rubens en Van Dyck als toppers.


Van 1713 tot 1794 hoorden we bij de Oostenrijkse Habsburgers. De drastische hervormingen van Jozef II lokten de ‘Brabantse Revolutie’ uit, een benaming die volgens de auteurs fout is, want ze was niet beperkt tot Brabant. In Luik werd de prinsbisschop verdreven. De antiklerikale Franse Revolutie beperkte de invloed van de Kerk en was samen met de legerdienst de oorzaak van de Boerenkrijg.


De Franse overheersing zorgde voor radicale veranderingen, die in 1830 overgenomen werden door België. In 1815 werd ‘België’ bij Nederland gevoegd. Koning Willem deed er alles aan om het katholieke zuiden en het protestantse noorden tot één natie te smeden. Vanaf 1823 moest het Nederlands de enige taal worden in Vlaanderen, maar de Franstalige elite verzette zich hevig. Er was ook onenigheid over de verdeling van de zetels en van de schulden. In 1828 sloten katholieken en liberalen een monsterverbond tegen Willem. Dat mondde in 1830 uit in de opstand en de scheiding.


De auteurs bespreken de contrasterende visies op de geboorte van België. Slechts 1,2% had kiesrecht. Toch werd de grondwet een voorbeeld voor vele landen. Nederland erkende België pas in 1839, na een mislukte tiendaagse inval in augustus 1831. Ook Frankrijk vormde een bedreiging, tot de Frans-Duitse oorlog van 1870.


België werd een leefbare staat, met een sterke economie, maar tegelijk met veel armoede, zeker op het Vlaamse platteland. De Nederlandse taal werd gediscrimineerd. De landbouw produceerde in 1846 71% van de economie, de industrie 29% . In 1913 was dat omgekeerd. De bevolking groeide van 3,7 miljoen in 1831 naar 6,7 miljoen in 1900. De export per inwoner was tussen 1880 en 1990 de grootste van de wereld (p. 310). Maar de lonen waren lager  en de werkuren hoger dan in de buurlanden.


Veel aandacht gaat ook naar de cultuur, de verdedigers van de Vlaamse zaak, de arbeidersbeweging, de eerste schoolstrijd, de economische prestaties van Solvay, Empain e.a. tussen 1880 en 1940, de trage uitbreiding van het stemrecht, de kolonisatie van Congo, de missionering van Congo en andere landen, de taalwetten van de jaren 30, schilderkunst, architectuur en literatuur, de twee wereldoorlogen, de verschilpunten tussen de twee bezettingen, de economische verschillen tussen Vlaanderen en Wallonië in de jaren 60 e.v., sociale zekerheid en sociale ongelijkheid, feministisch activisme, immigratie, de explosie in het onderwijs, de secularisatie, film, mode, veranderingen in de politieke partijen en in de coalities, de internationale politiek van België na de Tweede Wereldoorlog, de koningskwestie, de tweede schoolstrijd, de dekolonisatie, de staatshervormingen en de federalisering van het land.


De auteurs concluderen: de toekomst van België blijft een open vraag. De vorming van de nationale regering wordt  steeds moeilijker. De welvaartstaat komt onder druk. Een volledige splitsing en verdwijning van België is niet wenselijk en ook problematisch door het bestaan van het Brussels Gewest. Mogelijk komen er nog meer institutionele hervormingen en hopelijk duidelijkere afbakeningen van de machtsniveaus. Het historisch traject was complex, de huidige machtsverdeling is nog ingewikkelder.


Het boek eindigt met een overzichtelijke lijst van vorsten, staatshoofden en gouverneurs-generaal van 1419 tot heden, een bibliografie en een namenregister.


Beoordeling
De auteurs zijn erin geslaagd een veelzijdig overzicht te geven van de Belgische geschiedenis, anders dan velen die zich beperkten tot de politiek. Nu is er ook  bij: economie, sociale toestanden, cultuur, kunst, taal, muziek, literatuur, film, mode, onderwijs, leger, dagelijks leven. Voor elke periode geven ze aan welke de belangrijkste kernpunten en problemen zijn.


Toch een paar opmerkingen: de kaarten zijn beperkt in aantal, ze zijn niet in kleur en dus niet al te duidelijk. Ze komen uit de oude ‘Atlas de la Wallonie’ (1991) i.p.v. uit de splinternieuwe ‘Atlas van de  Algemene en Belgische Geschiedenis’ van Jos Grommen en co (2023). Daarin zijn de kaarten niet enkel in kleur, maar ook veel vollediger. De kaart van de Lage Landen (p. 174) hoort bij p. 151-152. Doornik, Utrecht en Zutphen ontbreken op die kaart. Landen ligt bij Tienen, niet bij Luik (p. 66).


Rond 1880-1917 ging er veel Belgisch kapitaal naar Rusland (p. 398). Hier had men mogen preciseren: vooral naar de Donbas, waar toen 15.000 à 20.000 Belgen werkten, méér dan in Congo. Na de Oktoberrevolutie werden ze compleet onteigend, zonder compensatie. De ‘Communauté Wallonie-Bruxelles’ (p. 291) zou ik de ‘Fédération Wallonie-Bruxelles’ noemen.


Bij het Schoolpact geeft men de indruk dat de scholen gelijkberechtigd zijn. Dat is zo in Nederland, maar hier krijgt het katholiek onderwijs per leerling minder subsidies en tellen de klassen bijgevolg veel meer leerlingen dan in de andere netten. En ons kiesstelsel zorgt ervoor dat men in Wallonië minder stemmen nodig heeft per zetel dan in Vlaanderen.


Algemene conclusie: een boek dat ik ten zeerste kan aanbevelen.


ISBN 978-94-6267-456-1 | Paperback |  696 pagina’s, tabellen, lijst, bibliografie, register | Uitgeverij EPO, Berchem, januari 2024

© Jef Abbeel,   januari 2024    www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Conflict
Oorlogsvoering van 1945 tot Oekraïne
Andrew Roberts en David Petraeus


Generaal Winkelman, opperbevelhebber van het Nederlandse leger in mei 1940, zei eens: “Een land dat zijn defensie verwaarloost, verliest het recht op vrijheid”.


Het is een opmerking die naadloos aansluit bij het boek van Roberts en Petraeus. Zij sluiten hun boek af met de constatering dat bezuinigen op defensie een gok is die zich wreekt in geval van een nieuwe oorlog. Dan zijn de kosten in geld, maar vooral ook in bloed, vele malen hoger dan het bespaarde bedrag aan bezuinigingen.
Toch is er keer op keer in Nederland toegegeven aan de drang tot bezuinigen op defensie. Met fatale gevolgen in 1672 en 1940. Na 2010 is er weer tot op het bot bezuinigd op defensie.


In acht hoofdstukken beschrijven de auteurs hoe oorlogsvoering zich heeft ontwikkeld vanaf 1945. Het zijn boeiende hoofdstukken waarin eerst het verloop van een oorlog wordt beschreven en vervolgens de lessen die daaruit getrokken moeten worden.


Hoofdstuk 9 beschrijft de aanval van Rusland op Oekraïne. Uitvoerig worden de fouten beschreven die de Russische militaire top heeft gemaakt, maar ook is duidelijk dat de Russen leren van hun fouten en het initiatief weer naar zich toe trekken. De tijd en het enorme potentieel van Rusland werken in het voordeel van Poetin.


Conflict
sluit af met een boeiend hoofdstuk 10 over oorlogsvoering in de toekomst. Militaire technologie ontwikkelt zich razendsnel. Dat heeft tot gevolg dat er andere en hogere eisen worden gesteld aan effectief leiderschap. “In veel gevallen kan dit het verschil maken tussen een overwinning of een nederlaag” (blz. 449).


In de ruimte worden de kaarten van hedendaagse oorlogsvoering opnieuw geschud. Satellieten zijn essentieel voor routeplanners, weersverwachtingen, waarneming van troepenverplaatsingen op de grond, surveillance en communicatie. De machtsverhoudingen verschuiven er razendsnel. De VS, Rusland, China en India hebben enorme budgetten. Europa kan daar niet bij aanhaken, laat staan dat de afzonderlijke landen aan een wapenwedloop in de ruimte kunnen meedoen. En dus, concluderen de auteurs, blijft Europa voor zijn veiligheid afhankelijk van de VS en de bereidheid van de Amerikaanse belastingbetaler om ook voor de Europese veiligheid te betalen (blz. 445). Daarnaast klemt steeds meer de vraag of mensen nog controle hebben over toekomstige militaire operaties met een hoogtechnologisch gehalte. Denk aan artificiële intelligentie en robotica.


Elk conflict na 1945 verliep langs andere lijnen. Oekraïne is een strijd tussen omvangrijke conventionele legers met inzet van veel modern wapentuig, zoals drones. Daarnaast komen wereldwijd opstanden voor, terreurcampagnes en guerrilla’s. De zwakkere partij kiest dan voor een asymmetrische oorlogvoering om een sterkere tegenstander uit het evenwicht te brengen. Kernwapens blijven van belang in het kader van afschrikking, al hebben ze niet kunnen voorkomen dat er vanaf 1945 heel veel oorlogen zijn gevoerd.


De auteurs beschouwen de situatie in Taiwan als heel gevoelig en gevaarlijk. Als daar een oorlog uitbreekt, is het risico groot dat China en de VS met elkaar in oorlog raken (blz. 446). Verder wijzen zij erop dat er enorme en voortdurende investeringen nodig zijn om bewapening en bevoorrading op peil te houden.


De auteurs beoordelen het optreden van enkele Amerikaanse leiders niet erg positief. De keuze van president Bush om Paul Bremer tot ambassadeur in Irak aan te stellen pakte ongelukkig uit. Donald Rumsfeld, minister van defensie, werkte slecht samen met de militaire top. Met name blijft er weinig heel van de reputatie van Douglas Mc Arthur, Amerikaans opperbevelhebber in de Korea-oorlog.


Andrew Roberts en David Petraeus schreven een belangwekkend, maar ook zorgwekkend boek. De vraag is heel letterlijk wat voor inferno de mensheid nog boven het hoofd hangt. Niet meer mee willen doen met een nimmer eindigende spiraal van escalatie in de wapenwedloop is een begrijpelijke reactie. Toch betaal je daar een heel hoge prijs voor. Heersers met kwade bedoelingen zullen landen die afhaken in de race echt niet met rust laten. Zoals generaal Winkelman het al uitdrukte: een land dat zich niet verdedigt, verliest zijn vrijheid. Hoe erg dat is, weet je pas als het te laat is.


Andrew Roberts is historicus en journalist. Hij schreef onder andere een veelgeprezen biografie over Winston Churchill.

David Petraeus was opperbevelhebber in Irak en directeur van de CIA.


ISBN 9789044654080 | E-boek | Uitgeverij Prometheus | Omvang 552 blz. | 6 november 2023

© Henk Hofman, 16 januari 2024

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Het lot van Atalanta
Een filosofische verkenning van het langeafstandslopen
Hanna Vandenbussche


Atalanta was in de Griekse mythologie een jageres die snel kon lopen. Wie met haar wou trouwen, moest haar eerst kloppen in een loopwedstrijd. Hopelijk stelt de schrijfster die eisen niet aan haar partner, Pieter Desmet, ex-topatleet, want zij heeft een marathontijd van 2u34’44”. Ze neemt het perspectief van de topsporter als vertrekpunt voor haar filosofische reflectie over ‘Curro, ergo sum’/‘Ik ren, dus ik ben’. De Franse wielrenner-filosoof Guillaume Martin, 10de in de Tour van 2023, is het ongetwijfeld eens met haar. Tijdens zware trainingen filosofeert ze blijkbaar niet. Wandelen is daar beter voor. Een lange duurloop of lange fietstraining volgens mij ook.


In zeven hoofdstukken neemt de schrijfster ons mee naar een fictieve wedstrijddag in Roeselare. Daarbij laat ze zich leiden door Franse denkers en pleit ze voor een bredere filosofische visie, die volgens haar de sportwetenschap kan aanvullen. Zes van de zeven hoofdstukken zijn genoemd naar Franse filosofen: Loslopen met Sartre, Stretchen met Pascal, Ontbijten met Alain (pseudoniem voor Emile-Auguste Chartier), Klaarmaken met Montaigne, Onderweg met (opnieuw) Pascal, Starten, versnellen en afzien met Descartes, Genereuze heldinnen aan de finish (met Alain).


De puur filosofische delen zijn niet voor iedereen toegankelijk. En stretchen met de meetbare ‘esprit de géométrie’ en de fijngevoelige ‘esprit de finesse’ van Blaise Pascal is moeilijker dan de gewone rekoefeningen.


We onthouden wel dat haar jaarlijkse stage bij een enthousiaste filosoof in Dijon haar telkens een nieuw marathonrecord opleverde. En dat Descartes tussen 1643 en 1647 de stilte en eenzaamheid van Egmond opzocht, waar nu de drukbezette strandloop plaatsvindt.


Ontbijten voor een wedstrijd doet ze met ‘Propos sur le bonheur’ (1928) van filosoof Alain, om zo haar faalangst te overwinnen. Zijn visie op ‘gymnastiek voor de geest’ helpt haar wel wat.


Met Michel de Montaigne en met haar vriend Pieter maakt ze zich klaar voor de wedstrijd. Montaigne beweerde dat we niets met zekerheid kunnen weten en dat we ons lichaam niet onder controle hebben. Ik betwijfel of dit helpt bij de voorbereiding op de wedstrijd. Maar zijn verstrooiings-techniek (aandacht verspreiden over aangename herinneringen) schijnt haar wel te helpen.


Met het pessimistische gedachtegoed van Blaise Pascal en zijn kritiek op de wetenschappers, trekt ze naar de veldloop van Roeselare. De wetenschap zorgt er nochtans voor dat atleten hun grenzen blijven verleggen en hun kwetsbaarheid vergeten. Behalve als ze geconfronteerd worden met een eetstoornis, zoals ex-topatlete Louise Carton.


Traag starten, dan versnellen en afzien doet ze met Descartes. Haar zelfvertrouwen neemt toe tijdens de race: lichaam en geest zijn dan op elkaar ingespeeld. Haar positieve geest is sterker dan haar zwaar vermoeid lichaam. Ze is gelukkig met de uitslag en verwijst hierbij naar filosoof Alain, die geluk koppelt aan dapperheid en doorzettingsvermogen en adviseert om alles vanuit een positieve bril te bekijken. En in navolging van Sartre ziet ze zelfs opgeven als iets positiefs: ze beschouwt het als  luisteren naar je lichaam. Dat belet niet dat de enige wedstrijd (op 500) waarin ik zelf opgegeven heb, 48 jaar later nog  een negatieve herinnering blijft.


In haar epiloog laat ze Atalanta even een Übermensch van Nietzsche zijn en laat ze haar proberen om de marathon onder de 2 u te lopen. Dat zal misschien iets voor de verre toekomst zijn, met veel hulp van de wetenschap.


De schrijfster besluit: in het spoor van Franse filosofen reflecteerde ik over verbeelding, vrijheid, identiteit, emoties en faalangst binnen een concreet wedstrijdverhaal. Haar rituelen, stress en verbeelding vóór, tijdens en na een wedstrijd zijn alleszins herkenbaar voor de meeste lopers.


Beoordeling
De schrijfster is niet voor niets doctor in de filosofie: ze kent de oude Griekse filosofen, de Franse van de 17de eeuw tot nu en vele andere van buiten. Haar boek is van een veel hoger niveau dan de vele egodocumenten waarin joggers vertellen hoe ze aan die sport begonnen zijn. Een zekere kennis van filosofie is noodzakelijk om de inhoud te begrijpen.


Een paar details: de huidige wereldrecordhouder op de marathon is niet meer Eliud Kipchoge (p. 13), maar zijn jonge landgenoot Kelvin Kiptum. En op de kaft staat: ‘professionele carrière als langeafstandsloopster’. In België is helaas geen enkele langeafstandsloopster professioneel. De uitgever bedoelt wellicht dat ze heel goed loopt.


ISBN 978-90-8924-974-6 | Paperback | 208 pagina's | Uitgeverij Houtekiet/VBK, Antwerpen/Amsterdam | november 2021.

© Jef Abbeel, 14 januari 2024 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Leven en lijden op (en naast) de atletiekbaan
25 memorabele momenten
Ivan Sonck


Dit boek handelt over 25 memorabele atletiekmomenten uit de periode tussen 1971 en 2022.
Ivan Sonck spreekt niet in de eerste plaats over de toppresteerders, wel over wie de atleten waren.


Hij begint met een kort eresaluut aan Daniel Komen: zijn wereldrecord op 3.000 m (7’20”67) zal op 1 september 24 jaar oud zijn.


Dave Bedford komt dan als eerste aan de beurt met zijn 13’23”2  op 5.000 m in 1971. In 1972 deed hij nog beter met 13’17”21.Maar eigenlijk gaat het in dat hoofdstuk vooral over de uitzonderlijke prestaties van de Finnen tussen 1912 en 1936 en later weer, in 1971 – 1976, met Väätäinen, Lasse Viren en Pekka Vasala. Miel Puttemans en Karel Lismont krijgen hier terecht ook een pluim.


Puttemans krijgt zijn echt eresaluut in hoofdstuk 2. Hij schitterde vooral als recordloper.
Ivo Van Damme haalde zilver op zowel de 800 als de 1.500 m op de Olympische Spelen in Montreal, helaas zijn enige Spelen. Bij de Memorial herdenken we hem jaarlijks.


De Finse speerwerpster Tiina Lillak zal voor menig lezer minder bekend zijn dan Joan Benoit, die in 1984 de eerste olympische marathon voor dames won. In 2019 liep ze op haar 62ste nog 3 u 04’. Grete Waitz en Ria Van Landeghem krijgen hier  terecht ook een bloemetje.
Sonck beschrijft dan het duel tussen Mary Becker en Zola Budd, twee toppers op 1.500 en 5.000 m in de jaren 70-80.
Henry Marsh is voor velen dan weer minder bekend. Zijn mooie tijden op 3.000 m steeple leverden hem geen medailles op. William Van Dijck liep in 1986 de beste wereldtijd op 3.000 m steeple: 8’10”01. Op het WK in Rome (1987) werd hij 3de, op de Olympische Spelen in Seoel pas 5de i.p.v. winnaar , door een incident en op het EK van 1994 derde. 
Ahmed Salah uit het arme Djibouti is opnieuw een onbekende voor velen. Hij was derde op de marathon in Seoel.


Het volgende hoofdstuk beschrijft het verspringen op het WK van 1991 tussen Mike Powell en Carl Lewis. Powell won die keer met 8m95, een wereldrecord dat 33 jaar later nog altijd overeind staat. Het vorige van Bob Beamon had 23 jaar standgehouden.


Ellen van Langen, olympisch goud op de 800 m in 1992, had door blessures een te korte carrière.
Dan volgen drie 10.000 m-loopsters: Derartu Tulu, Elana Meyer en Lynn Jennings, de laatste met een misbruik-verleden.


Sonck merkt terecht op dat de Chinese mannen weinig presteren in atletiek. De zwijgzame jonge vrouwen deden het tijdelijk beter: op het WK van 1993 haalden ze overtuigend 6 van de 9 medailles op 1.500, 3.000 en 10.000 m. En op de Chinese kampioenschappen van dat jaar verbeterden ze op spectaculaire wijze de wereldrecords op die drie afstanden, zogezegd dankzij schildpaddensoep, in feite door toedoen van EPO.
Jonathan Edwards zette het wereldrecord hinkstap op 18m29 en kreeg daarvoor twee eredoctoraten.
Spannender en tegelijk tragischer was het leven van Samuel Wanjiru, olympisch kampioen marathon in 2008 en olympisch recordhouder, winnaar van topmarathons, miljonair, maar verslaafd aan alcohol  en aan vrouwen. Zijn landgenoot David Rudisha werd twee keer olympisch kampioen op 800 m en bezit nog altijd het wereldrecord met 1’40”91.


Allyson Felix was een wonderkind op 100, 200 en 400 m, veelvoudig olympisch en wereldkampioen en verpersoonlijking van “Niets is mooier dan een vrouw die loopt” (p. 207). En dat deed ze op topniveau, van 2003 tot 2022.


Marathonloopster Shalane Flanagan is enkel bij insiders bekend. Wayde van Niekerk daarentegen werd twee keer wereldkampioen en één keer olympisch, met een wereldrecord op de  400 m. Hij is de eerste atleet die zowel op de 100, 200 als 400 onder drie magische grenzen liep: minder dan 10, 20 en 44 seconden, nl. 9”94, 19”84 en 43”03.Een rugblessure maakte in 2017 een einde aan zijn topprestaties.


Volha Mazuronak is dan weer een weinig bekende Wit-Russische marathonloopster. In 2020 werd ze gestraft voor een open brief tegen het geweld en de oneerlijke verkiezingen in haar land. En sinds de oorlog tegen Oekraïne mogen ook Wit-Russen niet meer deelnemen aan internationale competities.


De Keniaans-Israëlische marathonloopster Lonah Chemtai-Salpeter is even weinig gekend, ondanks haar mooie 2u17’45”.


Jaroslava Magoetsjich is een elegante Oekraïense hoogspringster, die sinds de oorlog in België woont. Ze vestigde enkele wereldrecords bij de jeugd en zit nu aan 2m05, de beste jaarprestatie in 2022.


Dan krijgen we weer een minder bekende: Jake Wightman, in 2022 wereldkampioen op  de 1.500 m in 3’29”23.
Bij Matthew Hudson-Smith, Europees recordhouder op 400 m met 44”26, lezen we vooral dat ook een atleet ernstige corona kan oplopen en donkere jaren kan meemaken. Dat gold ook voor tienkamper Arthur Abele, die in 2018 in Berlijn Europees kampioen werd.


Beoordeling
Sonck slaagt er weer in om een veelzijdig beeld te schetsen: naast atletische prestaties krijgen we ook stukjes geschiedenis, taalkunde, muziek, maatschappelijke toestanden. Dat was zo ook in zijn vorig boek: ‘Atletiek in 15 verhalen’ (2021). Zijn knappe wedstrijdverslagen zorgen dat de lezer de spanning opnieuw beleeft. Bij elk verhaal toont hij zijn kennis van zaken en een groot inlevingsvermogen. Hij weet ook de mens in de atleet naar boven te halen.


Helaas staat er in dit boek van al die mooie atleten weer geen enkele foto, blijkbaar de keuze van de uitgever. En een aantal bekende toppers uit die periode ontbreken, terwijl weinig bekende wel een portret krijgen. Van mij hadden Mo Farah, Armand ‘Mondo’ Duplantis, Sifan Hassan en Femke Bol er wel bij mogen staan.
Bij de volgende druk mogen er enkele zetfouten uitgehaald worden.


ISBN 978-94-933-0625-7 | Paperback | 288 pagina's | Uitgeverij Willems, Noorderwijk/ Perruptio, Grimbergen | januari 2024

© Jef Abbeel,  januari 2024  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Atlas van de algemene en Belgische geschiedenis
Jos Grommen, Roger Janssen, Albert Manet, Luc Van den Broeck.


Deze atlas is al enkele decennia de referentie in het middelbaar onderwijs in Vlaanderen. Nu is hij bijgewerkt en hernieuwd tot augustus 2023 én voorzien van een online leerplatform. Hij bevat bijna 200 kaarten. De Nieuwe Tijd (1500-1800) heet nu ‘Vroegmoderne Tijd’, de Nieuwste (1800-1945) is nu de ‘Moderne Tijd’.  De volgorde is chronologisch.


Vooraan is er een drievoudige inhoudstafel:
a) per tijdsperiode en dat zijn er 7, elk met hun kleur;
b) volgens regio en dat zijn er 17;
c) volgens thema en dat zijn er 12.
Dit systeem maakt alle opzoekingen wel gemakkelijk.


Bij vele kaarten staat een icoon dat erop wijst dat die kaart ook digitaal beschikbaar is en een ander dat er digitaal nog extra informatie voorradig is. Onder de titel van de meeste kaarten staan referenties naar kaarten uit andere periodes die er verband mee houden.


Soms is het even wennen: kaart 8.2 staat in de inhoudstafel (p. II) na 8.1 en opnieuw na 11.1, maar niet bij de kaarten: die gaan van 8.1 naar 9.1., wel in de digitale versie. De kaarten van Israël en Juda (9.2) en het Beloofde Land (9.3) staan in de inhoudstafel zowel bij het Oude Nabije Oosten als bij de Klassieke Oudheid. Idem voor de Fenicische en Griekse kolonies. Dat betekent dat ze voor beide periodes bruikbaar zijn. Er zijn nog meer kaarten die twee keer voorkomen in de inhoudstafel en maar één keer in de atlas zelf, b.v. 24.1: de uitbreiding van het christendom staat zowel bij de Klassieke Oudheid als bij de Middeleeuwen.


En 48.1 en 49.1: Groei en achteruitgang van het Ottomaanse Rijk, resp. 14de eeuw-1683 en 1683-1923: ze staan zowel bij de Middeleeuwen als bij de Vroegmoderne tijd. Wel raar dat deze laatste kaart ook bij de Middeleeuwen staat, vóór de Ontdekkingen.
Er zijn interessante aanwinsten vergeleken met de vorige edities:

kaart 22.1: contacten tussen het Romeinse Rijk en volkeren uit het Oosten, tot in China.

kaart 37.1: Mongoolse Rijk.

kaart 45.1: Afrika (1.000-1550).

kaart 50.1: Ontdekkingen: nu staat Zheng He er ook bij, die rond 1420 zeven  keer van China naar Mombasa voer.

kaart 54.1: de slavenhandel; nu  niet enkel de Trans-Atlantische, maar ook die naar de Arabisch-islamitische landen en ook de tot slaaf gemaakte Europeanen.

kaart 88.1: Belgisch Congo, nu met de volkeren, grondstoffen en de Belgische maatschappijen die er actief waren. De auteurs hadden er wel de huidige namen mogen bijzetten. Maar dit zou de kaart onoverzichtelijk maken.

Kaart 110.1: de Shoah.

Kaart 112.1: zionisme en Joodse migratie: deze geeft een goed beeld van de migratie naar Palestina en naar de VS.

Kaart 144.1: degelijke kaart van China, die aantoont dat 96% van de bevolking ten oosten van de Hu-lijn woont, op 36% van de oppervlakte. Hongkong staat hier nog op met ‘speciaal statuut’: daar schiet weinig van over sinds 2019. De auteurs wachten hier totdat het statuut ook officieel veranderd is. Idem voor de Krim en de Donbas: die voegen ze ook nog niet bij Rusland.


Enkele opmerkingen:
a) bij de Griekse kolonies (11.1) mis ik Odessos, de voorloper van het huidige Odessa;
b) bij het Mongoolse rijk (37.1) ontbreekt de reis van Willem van Rubroek (1253-1255): hij was er vóór Marco Polo en zijn verslag was veel  betrouwbaarder;
c) bij de Industriële Ontwikkeling in Europa in de 19de eeuw mis ik de Donbas, waar tussen 1870 en 1917 bijna 20.000 Belgen actief waren in de mijnbouw en in de aanleg van spoorwegen, méér dan in Congo; 
d) bij kaart 138.1 liggen Wit-Rusland, Moldavië en Oekraïne in de 21ste eeuw schijnbaar nog in Rusland, hoewel ze sinds 1991 onafhankelijk zijn;
e) kaart 139.1: Israël en de Palestijnen krijgen terecht veel aandacht: de auteurs hebben het huidige conflict blijkbaar tijdig voelen aankomen.


Het leerplatform ‘iDiddit’ op het internet zorgt voor extra informatie en maakt het ook mogelijk de kaarten te projecteren, te vergroten etc.


Al met al is deze atlas weer een flinke vooruitgang en een geweldig hulpmiddel voor de leraren geschiedenis en hun leerlingen.


ISBN 978-94-647-0149-4 | 169 pagina's kaarten, register| Uitgeverij Van In, Wommelgem | Hernieuwde editie november 2023

© Jef Abbeel, november 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER