Nieuwe recensies Non-fictie

Briljante bonen
Bloeme Burema


‘Als je dit boek in handen hebt is de kans groot dat je een bonenliefhebber bent of dat je er een wilt worden.’

En vervolgens wordt er over alle voordelen verteld:


- over de voedingsstoffen die je in bonen vindt: eiwitten, ijzer, vitamines en vezels.
- je kan bonen heel snel op tafel hebben; kokkerellen kan ook natuurlijk.
- klaarmaken kan vaak in één pan.
- ze zijn natuurlijk (!) lekker want aanpasbaar aan je eigen smaak.
- je kan er heel veel mee variëren: in de salade, als hoofdgerecht uit de oven of een pan…


Welke variant je gebruikt maakt niet veel uit. Al wordt in een recept een bepaalde boon gebruikt, met een andere kan het even goed. Of je bonen uit een blik, een pot of gedroogd eet, maakt ook al niet veel uit. Nou ja, gedroogde bonen  moet je wel even weken, en als je een dag van tevoren bedenkt dat je bonen wilt eten, zet je ze met water weg, al of niet gezouten. (dat zout spoel je er veelal weer af). Maar geen nood als je er niet aan gedacht hebt: er is ook een snelle manier om ze te weken.
Bloeme Burema bespreekt ook alle varianten bonen: witte, bruine, zwarte of groene bonen in meerdere varianten. Bonen met een tekening of kikkererwten. En natuurlijk sperziebonen of tuinbonen. Ze geeft aan waar je ze eventueel kan kopen, onder andere online, maar de doorsnee winkels hebben ze natuurlijk ook.En dan volgen er recepten, met hier enkele voorbeelden, maar er staan veel meer recepten ion het boek:


-als borrelhapje heb je de geroosterde kikkererwten met sumak
- in de salade: aardappelsalade met snijbonen, zilveruitjes en citroenvinaigrette.
- in de soep: groene soep met alle dingen die goed voor je zijn (dus ook bonen)
vooruit: nog een soepje: moedersoep oftewel ribollita
- van het vuur: boterbonen cacio en pepe
- uit de oven: boterbonengratin met prei en tijm
- voor erbij: haricots verts met grove mosterd, walnoten en dille


Als slot is er een hoofdstuk met basisrecepten voor bijvoorbeeld bouillon, gremolata  of mayo.
Er staat geen informatie bij hoe lang de bereiding duurt, maar soms staat dat in het begeleidende tekstje waarin Bloeme wat over het gerecht vertelt. En desserts vind je ook niet in dit boek, net zo min als specifieke vegetarische of veganrecepten. Over het algemeen zijn echter de recepten zonder vlees of vis, of andere dierlijke producten, maar je moet er zelf even op letten.
Er worden tips gegeven over het bewaren van boenen en er is een index op recept of soort boon.


Bloeme Burema (27) is kok. Ze kookte onder andere bij Buffet van Odette en Europizza, en organiseert pop-ups met Café Soigné.

ISBN 9789048873982  | Hardcover | 192 pagina’s | Uitgeverij Carrera | mei 2024

© Marjo, 23 mei  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van Allegaartje tot Zeebenen
Een niet zo gebruikelijk woordenboek
Rogier Proper


‘Ik houd van woorden,’ zegt Rogier Proper.

En voor wie deze liefde deelt (of niet) heeft hij een verzameling woorden aangelegd. Woorden die in de vergetelheid (oei, daar heb je er al een) dreigen te verdwijnen. Of helaas al vergeten zijn.
Vaak, stelt Proper, zijn het alleen nog de kranten waarin je deze woorden tegenkomt.

Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste omvat deze ‘vergeetwoorden’, in het tweede kortere deel staat de bijvangst: bijzondere en mooie woorden die de schrijver opvielen bij het speuren naar woorden. Als extraatje verzint hij er zelf ook een paar.


De lezer die een boek als dit in de hand neemt zal zich afvragen: welke van deze woorden ken ik eigenlijk nog? En gebruik ik ze ook?
Het antwoord daarop heeft veel te maken met de leeftijd en opleiding van deze lezer. En de leeshonger, in de loop van de jaren.
Ook als je de woorden niet meer (her)kent is het interessant er over te lezen.


Want wat betekenen de woorden addergebroed of opkalefateren eigenlijk? (vooruit: deze woorden staan respectievelijk  voor tuig en opknappen)
Al deze woorden klinken leuk, maar staan ook ergens voor. En omdat ze op alfabet staan, is het opzoeken gemakkelijk.


Flansen, verdikkeme, jottem, oorwurm, schobbejak, wulps, en nog heel veel meer.
Het is het niet jammer dat het woord apekool vervangen wordt door bullshit? En dat bij het woord lijntrekken niet meer gedacht wordt aan de kantjes eraf lopen?


Schriel, ook zo’n mooi woord. Schijtlijster, warempel… het zijn woorden die je weer terug wilt! Daar moeten we dan maar een begin mee maken. Ook het potverdriedubbeltjes, dat is toch veel mooier dan menig hedendaags scheldwoord! Heerlijk, zo’n verzameling!  En ook dit:


‘Aan ‘we’ is niets moois, bijzonders of verdwijnends te bekennen. Het is natuurlijk begonnen  in de vaderlandse politiek, de omgeving waar de grootste taalarmoede heerst van het land. ‘Wij met z’n allen willen…’ Sinds een aantal jaren wordt het woord we te pas, maar vooral te onpas, gebruikt door gasten in praatprogramma’s, maar ook door columnisten in de krant: ‘We vinden tegenwoordig…’, We willen in dit land…’, ’We gaan deze dagen steeds vaker…’, om dan vervolgens daar een mening over te geven. Ik wil hier even laten weten, dat in alle gevallen nooit namens mij wordt gesproken en ook nooit namens velen met mij. Wij behoren niet tot die we.’


En zo is het.


Rogier Proper (Haarlem, 1943) is journalist en schreef scenario’s voor film- en tv-series.
Ook schreef hij voor Vrij Nederland (o.a. vele interviews met Nederlandse filmers en de bekende rubriek onder de naam Het Wereldje op de achterpagina van het blad met (rand)nieuwtjes uit de wereld van Hollandse kunst en cultuur) en NRC Handelsblad.


ISBN 9789463823456 | Paperback | 160 pagina’s | Uitgeverij Balans| maart 2024

© Marjo, 17 mei  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het nieuwe IJzeren Gordijn
Hoe de machtspolitiek terugkeert in Europa
Rob de Wijk


Dit boek gaat over de vraag “hoe wij ons kunnen beschermen tegen agressieve potentaten als Poetin, die de wereldorde willen verbouwen, er niet voor terugdeinzen om in Europa een oorlog te beginnen en ons bedreigen, zelfs met kernwapens” (blz. 8).


De auteur maakt duidelijk dat de idealistische politiek in de jaren voordat Oekraïne werd binnengevallen heeft gefaald. Beleidsmakers uit de idealistische school pleitten voor de export van waarden, zoals mensenrechten en een internationale rechtsorde. Zij geloofden dat een internationale vervlechting van handel en economie oorlog zou voorkomen. De Russische inval in Oekraïne maakte duidelijk dat Europa realistischer moet zijn. Wereldwijd bezien draait het niet om recht en rede, maar om macht en belangen.


Rob de Wijk houdt zich al ongeveer veertig jaar bezig met veiligheidsvraagstukken en internationale betrekkingen. Hij bezocht de risicogebieden, volgde jaarlijks tal congressen en kende veel politici en militaire leiders uit die periode.
Door de jaren heen heeft hij zich geërgerd aan politici die steeds weer dreigingen wegwuifden en vaak de kennis misten op het gebied waar ze verantwoordelijk voor waren. “Ik constateer dat geen enkele politicus de gevolgen heeft overzien van de drieste bezuinigingen op Defensie” (blz. 41).


Dat is natuurlijk een vreselijke zaak. Een eerste verantwoordelijkheid van de overheid is de bescherming van het eigen grondgebied en de veiligheid van de eigen burgers. Typisch dat mensen nooit leren van het verleden. In 1672 kroop de Republiek door het oog van de naald toen de Franse koning Lodewijk XIV een oorlog begon. Vanaf 1830 volgde Nederland consequent een beleid van afzijdigheid en neutraliteit. Mei 1940 was Nederland opnieuw niet voorbereid op een oorlog. Het is eigenlijk misdadig als politici een krijgsmacht ontmantelen en dan toch jonge mannen het slagveld opsturen als er een oorlog uitbreekt.


De Wijk spreekt herhaaldelijk van de fatale gevolgen van wensdenken. Nederland is “een extreme aanhanger” van een morele buitenlandse politiek (blz. 62). In 2022 kwam het zelfs tot de nota “feministisch buitenlandbeleid”, waarvoor een budget van een half miljard euro beschikbaar was. De Russen zullen “met hoongelach” kennis hebben genomen van het Nederlandse feministische beleid (blz. 134).
De meeste militaire operaties die om humanitaire redenen zijn gestart liepen uit op een mislukking (blz. 166). De Wijk bespreekt verschillende vredesoperaties en constateert dat ze stuk liepen op zelfoverschatting, wensdenken en ideologie.


Na de val van de Sovjet-Unie ontstond er een nieuwe deling in Europa. De NAVO en de EU breidden zich uit naar het Oosten. Er is nooit een harde toezegging aan Rusland gedaan om de NAVO niet uit te breiden met nieuwe leden, zoals Polen en de Baltische staten. Zeker, er is over gesproken, maar “als iets niet op papier staat, dan is er geen besluit genomen” (blz. 150). Nog in 2010 had Poetin geen bezwaar tegen een NAVO-lidmaatschap van Oekraïne. Daarna was hij van mening dat het Westen misbruik had gemaakt van de zwakte van Rusland toen de Sovjet-Unie ineenstortte. Het is Poetin vervuld met rancune, woede en haat. We zijn terug bij af, constateert De Wijk. Er loopt een nieuw IJzeren Gordijn door Europa.


De oorlog in Oekraïne reanimeerde de NAVO en zorgde voor een mentaliteitswijzing in het Westen. De Verenigde Staten willen echter geen oorlog met Rusland. China vormt voor de VS de opkomende wereldmacht en is een rechtstreekse uitdaging voor de Amerikaanse positie.
Europa staat als gevolg van die Amerikaanse opstelling voor een enorme uitdaging. De krijgsmacht moet weer opgebouwd worden. Er moet gewerkt worden aan een nieuwe veiligheidsorde en Europa moet de toegang tot cruciale grondstoffen zien te behouden. Daarnaast is er al jaren een onafzienbare vluchtelingenstroom richting Europa gaande. China, Rusland, veel Golfstaten en veel Afrikaanse landen vinden dat alles prima. Hoe meer problemen, hoe meer Europa politiek verzwakt.


De Wijk formuleert vijftien aanbevelingen voor Europese leiders om de regie over eigen welvaart en veiligheid te behouden. Enkele punten: werken aan weerbaarheid; stel bescherming van belangen in plaats van waarden centraal; maak Europa minder afhankelijk van Amerika; versterk de politieke eenheid; bouw aan een Europese defensie-industrie.


De Wijk signaleert een omslag in het denken. Hij ziet dat de wal het schip keert. Europa moet wel veranderen, wil het overleven.


Dit is een boeiend en waardevol boek. De Wijk belicht het onderwerp vanuit meerdere invalshoeken. Als gevolg van jarenlang struisvogelbeleid is Europa in een staat van crisis terecht gekomen. De Wijk is scherp in zijn analyse. Hij neemt geen blad voor de mond, maar hij speelt altijd op de zaak en nooit op de persoon.


Rob de Wijk (1954) is hoogleraar internationale betrekkingen aan de Universiteit Leiden en oprichter van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies. Hij is auteur van talloze boeken en artikelen, heeft een wekelijkse column in Trouw en een dagelijkse podcast voor BNR Nieuwsradio.


ISBN 9789463823326 | Paperback | Omvang 367 blz. | Uitgeverij Balans | 22 februari 2024

© Henk Hofman, 14 mei 2024

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Gelukkig hoogsensitief
Geniet van je HSP-talenten
Esther Bergsma & Derk Eimers


"Doe niet zo moeilijk, jij bent zo gevoelig, ik volg je niet je praat zo zweverig," enz.
Allemaal dingen die een HSP (High Sensitive Person) ofwel hooggevoelig persoon regelmatig te horen krijgt. En inderdaad denken zij anders dan mensen die niet hooggevoelig zijn.
Je BENT overigens hooggevoelig, het is niet een of andere aandoening die je in de loop van tijd door bepaalde toestanden of ervaringen krijgt.
Via fMRI-scan is ook bewezen dat HSP's prikkelingen en signalen anders, dieper ervaren.


"In het algemeen schakelen hoogsensitieve mensen meer hersengebieden in bij het uitvoeren van een taak. Ze halen als het ware bij elke taak of situatie hun hele gereedschapskoffer erbij. Waar anderen vertrouwen op de de schroevendraaier die ze toevallig net in handen hebben, controleert een HSP-er nog even alle vakjes of laatjes op mogelijk betere instrumenten. Ook blijven ze na gebeurtenissen overdenken welk gereedschap betere resultaten had opgeleverd."


HSP-ers oordelen vaak streng over zichzelf omdat ze bijna ingeprent krijgen dat hun gedrag of reacties anders moet worden. Ze vinden het vaak een last dat ze zo gevoelig zijn.
Maar Esther Bergsma wil met dit boek aangeven dat je daarom niet minder gelukkig hoeft te zijn.
Het is voor de meeste HSP-ers overigens al prettig als ze wéten dat ze hooggevoelig zijn en leren wat voor effecten dat op hun leven kan hebben.


HSP-ers zijn in de minderheid, maar 20% is het, de rest niet. Dat maakt het dus wel eens lastig want HSP-ers ervaren en verwerken dingen veel intenser dan niet HSP-ers. De schrijvers geven aan dat HSP-ers als het ware meer zintuigen hebben dan de doorsnee mens.
Ze hebben bijvoorbeeld o.a. ook een 'zintuig' voor iemands gemoedstoestand, die (ont)vangen ze of nemen ze over. Ook ervaren ze bijvoorbeeld kou en warmte anders.


Het is belangrijk om al vroeg de hooggevoeligheid te (h)erkennen omdat ook kinderen alles veel dieper ervaren dan bijvoorbeeld hun klas- of sportgenootjes. Zij kunnen zich bijvoorbeeld de toestand in de wereld of onrechtvaardigheid enorm aantrekken. Als je weet dat jouw kind hooggevoelig is, kun je daar bedacht op zijn en bijvoorbeeld ingaan op de voor hun belangrijke vragen. Het kan anders zijn dat ze hun gevoelens niet meer durven uiten en opgroeien tot onzekere, sociaal gevoelige mensen.


Voor volwassenen kan hooggevoeligheid ook lastig zijn omdat ze vaak niet begrepen worden of te ver vooruitlopen op zaken vanwege hun diepgaande denken. Ook kunnen ze overweldigd raken door (teveel) gezelschap, de sfeer, het werk of een drukke omgeving, waardoor ze in hun schulp kruipen. Ook hebben zij vaak last van onzekerheid. Ze willen bijvoorbeeld graag weten of hun handelingen juist waren. Hebben ze niemand gekwetst? Hebben ze niet zorgvuldig genoeg gehandeld? etc.


Maar de schrijvers geven gelukkig o.a. in een mooi overzicht ook aan dat hooggevoelig zijn ook vele voordelen heeft.
Als HSP kun je bijvoorbeeld intens genieten van kleine dingen, heb je aandacht voor detail, voel je precies aan wat de ander nodig heeft of wat de ander dwars zit. Mensen vertrouwen je snel. Je hebt ook diepgaand inzicht in wat er moet gebeuren, bent al snel tevreden. Natuur, kunst en muziek zijn enorm grote bronnen van plezier en ontspanning. HSP-ers kunnen ook heel creatief denken, vinden harmonie erg belangrijk en zullen er ook veel aan doen om die harmonie te bewaren. Ze hebben verantwoordelijkheidsgevoel en zijn betrouwbaar. Juist omdat ze alles intens ervaren, willen ze niet dat anderen problemen krijgen door hun gedrag waardoor samenwerken met HSP's vaak een plezier wordt.


Voor het boek zijn 1800 mensen geïnterviewd en het merendeel van de tekst bestaat uit korte fragmenten van ervaringen van die mensen.
Dat is leuk en prettig om te lezen maar in feite kom je niet veel meer te weten over het hooggevoelig zijn zelf. Pas in het laatst hoofdstuk wordt écht ingegaan op HSP zijn en kun je jezelf testen en oefeningen doen om beter met HSP om te gaan. Maar in verhouding met de rest van het boek is het te weinig.


Het boek is wel prachtig verzorgd met een prettige indeling en prachtige illustraties. Het heeft iets weg van een salontafelboek ". Een visueel belevingsboek, vormgegeven door graphic art designer Sophy Renou." staat op de achterkant te lezen.
Toch zou ik eerder het boek Hoogsensitieve personen van Elaine N. Aron aanraden, dat boek is toegankelijk, geeft veel meer toelichting en informatie en richt zich ook op de mensen in omgeving van HSP-ers.


ISBN 9789492595409 | Hardcover | 240 pagina's | b:k light | 26 november 2021

© Dettie, 7 mei 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zorgeloos genieten
Marga Coesèl


Menigeen zou het je niet hebben kunnen vertellen, maar er zijn drie soorten natuurdagboeken!
Marga Coesèl vertelt in dit handzame boekje dat rijkelijk voorzien is van foto’s over deze drie vormen:


De traditionele natuurdagboeken (natuurjournaal)
De natuurdagboeken, meer gericht op sfeer en beleving
Natuurcolumns


De meest bekende schrijver die een natuurjournaal bij hield was Jac P. Thijsse. Dit soort dagboeken waren vooral populair in de vorige eeuw. Ze waren  vooral bedoeld voor eigen gebruik.
Van het natuurdagboek nieuwe stijl is de meest bekende vertegenwoordiger Nescio. Hij - en andere natuurdagboekschrijvers nieuwe stijl, richten hun teksten op de lezer. Deze verschenen dan ook vaak in boekvorm.
Het derde type is vooral in deze tijd een gebruikelijke vorm. In dag- en weekbladen verschenen columns van onder andere Henk van Halm.


Aan iedere vorm wordt aandacht besteed in dit boek, maar vooral het traditionele natuurdagboek heeft veel pagina’s toebedeeld gekregen.
In deze boekjes gaat het dus niet om de dagelijkse belevenissen van de schrijvers maar om het noteren van wat men zag en hoorde in de natuur. Sommige schrijvers maakten er tekeningetjes bij, later werden dat ook foto’s.
Je verbaast je er over hoeveel bekende schrijvers ooit begonnen met natuurdagboeken! Hans Warren bijvoorbeeld. Ook Jan Wolkers hield natuurdagboeken bij, al ging het bij deze schrijver niet louter en alleen om de natuur, Wolkers schreef over zichzelf, over zijn omgeving, maar dus over de natuur, want hij was een natuurliefhebber.


Zo vertelt Marga Croesèl over het fenomeen natuurdagboek, met daarnaast allerlei weetjes en bijzonderheden over de schrijvers en makers van deze boekjes. Bij haar teksten staan voetnoten, die je achterin verder uitgewerkt ziet.
Ook achterin is een verzameling schrijvers te vinden, alfabetisch gerangschikt, waarbij vermeld staat wat zij gemaakt hebben en waar je het kan vinden.
Een dankwoord en een personenregister maakt het geheel af.


Marga Coesèl is biologe en als gastonderzoeker verbonden aan de Artis Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. Zij is auteur van tal van publicaties over de wereld van Heimans en Thijsse, waaronder een boek over de Verkade-albums.

ISBN 9789464711783 | Hardcover | 96 pagina’s | Uitgeverij Noordhoek | maart 2024

© Marjo, 30 april  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Sportpalastrede 1943
Goebbels en de ‘totale oorlog’
Peter Longerich

 
Joseph Goebbels (1897-1945) was de minister van propaganda in het Derde Rijk van Adolf Hitler. Hij was een trouwe paladijn van Hitler en een fanatieke antisemiet. Zijn vrouw Magda verafgoodde de Führer. De zes kinderen die uit dit huwelijk geboren werden, kregen een voornaam die met de letter H begon. De H van Hitler. Het echtpaar had geen gelukkig huwelijk, beide hadden hun affaires en Joseph Goebbels was een berucht rokkenjager. Een scheiding werd echter verboden door Hitler.


Het ging voor Duitsland niet goed met de oorlogvoering. De omsingeling en vernietiging van het Duitse zesde leger bij Stalingrad was een enorme klap voor het Duitse moreel. Om het elan en het geloof in de eindoverwinning terug te krijgen, organiseerde Goebbels een massabijeenkomst in het Sportpalast. Goebbels was geknipt voor zijn rol als propagandachef. Als spreker was hij ongeëvenaard en de zogenaamde Sportpalastrede uit 1943 werd zijn meesterstuk. Zijn rede duurde twee uur en hij bouwde zijn betoog op naar een climax waarin de vraag werd gesteld: “Wollt Ihr den totalen Krieg?” Een uitzinnig gehoor barstte minutenlang uit in Sieg Heilgeroep en applaus.


Met de ‘totale oorlog’ bedoelde Goebbels een omschakeling naar een oorlogseconomie, waarin alle overbodige activiteiten (bioscopen, restaurants, cabarets, casino’s, luxe-winkels) gesloten werden, vrouwen verplicht werden tot de leeftijd van 45 jaar in de fabrieken te werken om daarmee zoveel mogelijk mannen vrij te maken voor frontdienst.


Zoals de naam al aangeeft was het Sportpalast in gebruik voor allerlei sportwedstrijden en andere evenementen. Met zijn lengte van 120 meter, breedte van 54 meter en hoogte van 20 meter was de zaal heel geschikt voor het beleggen van massabijeenkomsten. Een groot voordeel was ook dat er geen pilaren hinderlijk in het zicht stonden. In deze zaal versmolt het individu tijdens de toespraak met de massa, verdween de ratio om plaats te maken voor hysterie.


Goebbels was euforisch over het daverende succes van zijn rede. Maar Longerich typeert Goebbels als een ‘zeer intelligent, ijskoude en grenzeloos fanatieke demagoog’. Zijn rede in het Sportpalast is een griezelig voorbeeld van massasuggestie.


Longerich maakt in het derde deel duidelijk dat het concept van de ‘totale oorlog’ al vrij snel verzandde. Dat had te maken met een permanente interne machtsstrijd binnen de partij, waarin rivalen dongen om de gunst van Hitler en men bang was dat een ander de favoriet van Hitler zou worden. Hitler zelf wilde Goebbels of wie dan ook niet te machtig maken en voerde een beleid van verdeel en heers. Bovendien voelde hij niet voor de verplichte tewerkstelling van vrouwen. Hij voorzag dat dit een impopulaire maatregel zou zijn en dat vrouwen zich tegen het regime zouden keren.


De ‘totale oorlog’ zoals Goebbels die voor ogen had staan, kwam er dus niet. Wel kwam de ‘totale nederlaag’ van Duitsland in mei 1945. Goebbels, wetend dat hij berecht zou worden, pleegde samen met Magda zelfmoord, nadat zij eerst hun zes kinderen hadden vergiftigd.


Dit boek heeft een logische indeling rond drie thema’s: Eerst bespreekt Longerich de voorgeschiedenis. Daarna is de volledige tekst van de rede opgenomen, voorzien van commentaar door de auteur. Tot slot onderzoekt de schrijver wat de reacties in binnen- en buiteland op deze spectaculaire rede waren en wat er van het concept ‘totale oorlog’ terecht is gekomen.


De ‘Sportpalastrede’ is verder een interessant boek en goed geschreven. De griezelige les is dat demagogen een menigte kunnen manipuleren en voor hun karretje kunnen spannen. Eén van de pedagogische doelstellingen in onze tijd is ‘weerbaarheid’ te kweken bij een opgroeiende generatie. Een prima doelstelling, maar toch is ‘weerbaarheid’ net als ‘beschaving’ in tijden van crises maar een dunne schil.


Peter Longerich (1955) is de aangewezen figuur om dit boek te schrijven. Hij heeft in 2010 een veelgeprezen biografie over Goebbels gepubliceerd. Daarnaast heeft hij zich verdiept in de geschiedenis van de Holocaust. Hij wordt op één lijn gezet met andere gezaghebbende historici, zoals Ian Kershaw, Richard Overy, Timothy Snyder. Op het moment is hij hoogleraar aan de University of London’. Het boek is voorzien van een notenapparaat, register en bibliografie. De prima vertaling is van de hand van Huub Stegeman. De mooie omslag is het werk van Bart van den Tooren.

Van harte aanbevolen!


ISBN 9789464563573 | Paperback | Omvang 223 blz. | Uitgeverij Walburg Pers, Zutphen | 1 april 2024

© Henk Hofman, 22 april 2024

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

De trein naar het Imperium
Reizen door het Rusland van nu
Maja Wolny


De Pools-Belgische schrijfster Maja Wolny (°1976) reisde in oktober 2022 van Warschau naar Rusland en naar enkele buurlanden, zoals Ryszard Kapuscinski haar voordeed tussen 1989 en 1991, toen hij  de uiteenvallende Sovjet-Unie bezocht en beschreef in zijn ‘Imperium’ (1993). Haar doel was: met de bewoners praten over de oorlog van Poetin. De niet-Russen hebben sinds de invasie het land verlaten (p. 16).


Ze begint in Sint-Petersburg, waar de zon slechts 60 dagen per jaar schijnt. In 2006 krioelde het van Westerse toeristen, nu is er niemand meer (p. 23-27). De meeste luxe winkels zijn gesloten ‘om technische redenen’(p. 31): geen woord over de oorlog of de sancties. De meeste Russen geloven dat de VS en de NAVO de echte agressors zijn (p. 54). Ze geloven ongeveer alles wat Poetin verkondigt.
Enkele miljoenen jonge mannen zijn gevlucht voor de mobilisatie. Ze blijven weg van hun werk om niet opgepakt te worden voor het leger. Dat wordt niet verteld op de tv, die wel beweert dat kinderen uit de Donbas gelukkiger zijn nu ze bij Rusland horen (p. 66). De Russen zijn ervan overtuigd dat de mensen in de Donbas liever bij Rusland horen (p. 122).


Ze bezoekt ook Novosibirsk, na Moskou en Sint-Petersburg de grootste stad van Rusland. Ook daar zijn geen toeristen, zelfs niet uit China. Ook daar leeft de overtuiging dat de oorlog veroorzaakt is door de VS: “De Amerikanen willen Rusland vernietigen en misbruiken daarvoor de Oekraïners” (p. 90). Ze trekt ook naar Akademgorodok, in de jaren 50 bedoeld als het Russische Silicon Valley (p. 96-97). Dat is algemeen bekend in Rusland, maar niet daarbuiten. De sancties hebben daar één voordeel: ze stimuleren de wetenschappers om zelf dingen uit te vinden. Ze bezoekt ook Krasnojarsk, aan de Jenisej en vertelt dat Poolse ingenieurs destijds(1891-1905) de Transsiberische spoorweg bouwden (p. 115). In de winkels is alles aanwezig, dankzij China. Op de trein krijgt ze een boete omdat op haar ticket enkel ‘Wolny’ staat en niet ‘Wolny-Peirs’. Ze krijgt de raad zich geen Poolse te noemen, maar een Belarussische (p. 131-133).


Ook in het uiterste oosten van Siberië zeggen haar gesprekspartners: “Wij voeren oorlog tegen het kwaad, tegen het nazisme en tegen Amerika, dat Rusland wil verzwakken en verwoesten” (p. 139, 154, 158, 195). Reclameborden tot in Jakoetië verheerlijken de invasie van Oekraïne met ‘Alles voor de Overwinning’ (p. 164). Van de 106 mensen die ze interviewde, waren er maar twee die de oorlog krachtig veroordeelden.


Overal in Siberië treft ze Polen aan. Het dertiendelig woordenboek van de Jakoetische taal werd in de 19de eeuw opgesteld door de Poolse balling Edward Piekarski. In Jakoetsk is pas nog een groot standbeeld gebouwd voor Stalin, hoewel er 105 kampen waren (p. 170-175). De initiatiefnemers keuren dus zijn misdaden goed. Ze geeft daar een interview voor de Poolse tv. Mogelijk werd ze daarvoor later opgepakt aan de Pools-Belarussische grens (p. 177-178).


Kolyma is een afgelegen hel, ijskoud en berucht om zijn kampen en om de vele dwangarbeiders die er gestorven zijn. De regio is rijk aan goud, koper, kobalt, uranium. Ze bezoekt er musea van de goelag en stelt er vragen over de oorlog.


Dan zit ze ineens in Transnistrië, een smalle strook tussen Moldavië en Oekraïne. In 1990 heeft het gebied zich losgemaakt van Moldavië, omdat de regering er het Roemeens wou opleggen.
Dan volgen het arme Moldavië, dat 400.000 Oekraïners opgevangen heeft, Gagaoezië, een autonome regio in het zuiden van Moldavië en vervolgens Odessa, waar het strand vol ligt met Russische mijnen en waar heel wat gebouwen verwoest zijn. Vandaar trekt ze naar Georgië, op zoek naar gevluchte Russen, die er met ruim 100.000 zijn.


Dan naar Armenië en Azerbeidzjan. Ook daar werkten eind 19de- begin 20ste eeuw veel Polen. In Moermansk constateert ze dat alles aanwezig is in het warenhuis: Spaanse wijn, Nutella, Franse kazen, Belgisch bier (p. 255). In Belarus mag ze in januari 2023 niet binnen: het verbod komt van de Russische FSB wegens haar ‘anti-Russische artikels’  en het geldt tot 30 oktober 2042! Ze beleeft er veel angst, zoals vaak tijdens deze reis en ze wordt naar Polen gedeporteerd. Het boek eindigt met een veeltalige bibliografie.


Beoordeling
Wolny kan heel goed schrijven, ze zorgt voor spanning vanaf het begin. Ze is zeer belezen, ze citeert uit vele andere schrijvers, vaak Russische. Ze heeft een rijke woordenschat, waarmee ze wel veel omwegen bewandelt om iets te zeggen dat met minder woorden ook zou kunnen. De lezer die een chronologische volgorde verwacht, zal wel ontgoocheld zijn; je moet zelf uitzoeken wanneer ze ergens verblijft. Een kaart ontbreekt helaas: de schrijfster gaat ervan uit dat iedereen weet waar Tajsjet, Tsjoekotka en Gagaoezië liggen. Een elementaire kennis van het Russisch is wenselijk.
Er staat één zetfoutje in: Astolphe de Custine (1790-1857) schreef zijn ‘La Russie en 1839’  uiteraard in 1839, niet in ‘1939’ (p. 26).


Boeiende lectuur!


ISBN 978-90-223-4043-1 | Paperback | 280 pagina's incl. foto's | Uitgeverij Manteau, Antwerpen, maart 2024

© Jef Abbeel, 13 april 2024  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het firum en/of reageer, klik HIER

 

Verlicht liberaal in driedelig grijs
Het leven van Molly Geertsema (1918-1991)
Klaas Tammes


Op 3 april 2024 werd in een sprankelende bijeenkomst in het Provinciehuis te Arnhem het nieuwe boek van Klaas Tammes gepresenteerd. Verschillende sprekers, die het boek al hadden gelezen, roemden de boeiende stijl van schrijven van de auteur. En inderdaad evenaart de auteur zijn reputatie uit voorgaande boeken als schrijver begiftigd met een vlotte pen.


Geertsema was een markant politicus. Hij was lid van de Tweede Kamer, burgemeester van Warffum en Groningen, minister van binnenlandse zaken, fractievoorzitter, Commissaris van de Koningin in Gelderland, en na zijn pensionering weer vier jaar lid van de Eerste Kamer. Overal werd hij gewaardeerd om zijn bestuurderskwaliteiten, zijn enorme werkkracht en zijn benaderbaarheid.


Ed Nijpels, één van de sprekers in de genoemde bijeenkomst, noemde Molly Geertsema ‘een vat vol tegenstrijdigheden’. Dat blijkt inderdaad uit de totaal verschillende beoordelingen van Geertsema als politicus. We hoeven alleen maar te kijken naar de mening van partijgenoten. Loek Hermans noemt hem ‘het liberale geweten van de VVD’. Frits Bolkestein vindt dat onzin: Hans Wiegel was voor de partij veel belangrijker dan Geertsema ooit is geweest. Johan Remkes vindt Geertsema progressief op humanistische thema’s, maar weer niet op sociaaleconomisch gebied. Hans Wiegel vindt zijn voormalige collega alleen progressief als het om gelijkberechtiging van homoseksuelen ging, maar verder niet. En zo heeft eenieder zijn eigen invalshoek.


Klaas Tammes heeft in korte tijd bergen werk verzet om dit boek te schrijven. Alleen al de zeventig interviews en het uitwerken van al die gesprekken moet hem veel tijd hebben gekost. Toch is dit boek binnen twee jaar tot stand gekomen.


Tammes typeert Geertsema als liberaal in hart en nieren en een bestuurder bij uitstek. Van alle ambten vond hij het burgemeesterschap het mooiste. Hij ijverde voor homo-emancipatie en was fervent voorstander van samenwerking met de PvdA.


Geertsema was een man met een wat hoekig karakter. Hij noemde de dingen bij hun naam en kon dan ongezouten uit de hoek komen. Het is jammer dat dit soort politici er vandaag de dag niet veel meer zijn. Dat heeft te maken met bedreigingen op sociale media en activisten die opduiken voor de voordeur van je woning. Het is te begrijpen dat dit soort dingen je voorzichtig maakt. Evenwel heeft Geertsema daar altijd lak aan gehad. Hij nam nooit een blad voor de mond.


Als persoon was Geertsema een opvallende verschijning. Altijd gekleed in een driedelig grijs pak, een stevig postuur, en een fors stemgeluid. Hij hield van sport en een goed glas sherry, las nooit romans, en verafschuwde klassieke muziek. Hij was gesteld op goede manieren en ergerde zich aan mensen die tijdens een diner opstonden om naar de wc te gaan. Eten in een gelegenheid waar zo weinig licht was dat je niet kon zien wat er op je bord lag, stond hem ook niet aan.


Zo weet Klaas Tammes het informatieve gehalte te mixen met anekdotische wetenswaardigheden. En misschien is dat wel het geheim van zijn vlotte pen.
Heel bescheiden meldt Tammes in het Woord Vooraf dat dit geen allesomvattende biografie is, maar een biografisch portret. Het heeft hem niet belet een uitstekend portret te geven van een unieke, karakteristieke persoonlijkheid. Goed dat deze authentieke politicus aan de vergetelheid is ontrukt.


Klaas Tammes (1948) is sociaalgeograaf en oud-burgemeester van Lienden, Heteren (wnd.) en Buren. Hij schreef eerder biografieën van L.R.J. Ridder van Rappard, Hans Gruijters en de tien eerste vrouwelijke burgemeesters in Nederland. Onder het pseudoniem Nico van Abbenes publiceerde hij vier politieke thrillers die zich afspelen in de gemeentepolitiek.

 

ISBN 9789044655285 | Paperback | Omvang 328 blz. | Uitgeverij Prometheus | 15 maart 2024
Het boek is voorzien van een fotokatern, een bronnenlijst, een overzicht van de interviews, een register en een notenapparaat.

© Henk Hofman, 11 april 2024

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Schoonvader van Poetins geheim agent
Tien jaar oorlog en liefde
Roel van Duijn


In dit boek bespreekt de auteur de Russische inval in Oekraïne (februari 2022), de voorgeschiedenis ervan, het verloop van de strijd, de propagandaoorlog en de noodzaak om Oekraïne uit alle macht te ondersteunen. Daardoorheen vlecht hij het verhaal van een relatie met de veel jongere Russische Zjenja. Die relatie loopt stuk als de dochter van Zjenja trouwt met een agent van Poetins geheime dienst. Zjenja wilde haar dochter niet laten vallen. Van Duijn wilde niet de schoonvader worden van Poetins geheim agent.


Het verhaal wordt verteld aan de hand van dagboekaantekeningen. Dat maakt het boek levendig om te lezen. Omdat de auteur vanuit het heden teruggrijpt op de dagboekaantekeningen is dit geen doorlopend chronologisch verhaal geworden. Veel onderwerpen komen op meerdere plaatsen in het boek aan de orde. Van Duijn heeft een vlotte stijl, zodat dit niet storend is. Vaak maakt hij van een herhaling gebruik om aanvullende informatie te geven.


Zijn scherpzinnige observaties zijn gebaseerd op het nauwkeurig volgen van het nieuws en op boeken van gerenommeerde historici. Het stelt hem in staat om feiten te onderscheiden van propaganda, zijn mening te baseren op solide argumenten en niet op emotie. Toch schemert er nog wel een naïef idealisme in de beschouwingen door, afkomstig uit de jeugdjaren van Van Duijn. Een voorbeeld daarvan is zijn hoop op een toekomstige wereldordening waar in overleg wereldproblemen worden aangepakt. Dit is een eeuwenoude illusie die steeds weer stukloopt op botsende belangen. De Verenigde Naties waren bij de oprichting bedoeld als zo’n overlegplatform, maar de praktijk geeft een ander beeld. Een ander voorbeeld is zijn huwelijk met Zjenja, gezien als bijdrage aan een harmonieuze multiculturele samenleving. Na een veelbelovend begin bleken politieke en culturele meningsverschillen in werkelijkheid onoverkomelijk.


Van Duijn zet Poetin en zijn kliek neer als een bende schurken met bloed aan hun handen, die geen middel schuwen om zichzelf te verrijken en hun macht te vergroten.
Poetin heeft het Westen in slaap gesust met zijn gascontracten. Hij sloot ook akkoorden waarin hij toestond dat Polen, Tsjechië en Hongarije lid werden van de NAVO. Hij garandeerde zelfs de soevereiniteit van Oekraïne in ruil voor het afstaan van hun kernwapenarsenaal. De Verenigde Staten hebben een half miljard dollar betaald voor het transport van de kernwapens naar Rusland.


Na jaren van opbouw en voorbereiding rukte Poetin het masker af en viel hij zijn buurland binnen onder voorwendsel dat de NAVO een bedreiging zou zijn voor de Russische veiligheid.
Van Duijn geeft uitstekend aan hoe Rusland gelegenheidscoalities smeedt met China, Noord-Korea en Iran om de Amerikaanse militaire en economische hegemonie te doorbreken. In feite zijn Rusland en China keiharde rivalen, maar deze ‘roofdieren’ houden dat nu nog zo veel mogelijk verborgen. Hij is heel kritisch over de zwakke opstelling van Europa. Wapenleveranties zijn veel te laat op gang gekomen, in onvoldoende aantallen en bepaalde wapensystemen zijn niet geleverd om niet ‘bij te dragen aan escalatie’.


“De bewoners van de democratische landen tonen een pijnlijk gebrek aan besef dat je voor het behoud van de democratie moet strijden tegen de bedreiging ervan.” (blz. 418)


Van Duijn trekt hieruit vergaande consequenties.
In de eerste plaats moet Europa zich tot het uiterste bewapenen om Poetin te stoppen.
In de tweede plaats moet de productie van wapens in Europa topprioriteit krijgen.
En in de derde plaats zal Europa moeten beschikken over een flink arsenaal atoomwapens. (blz. 419)
Dit alles ‘ligt niet in mijn vroegere lijn’ voegt Van Duijn eraan toe. Dat zal waar zijn! Ik heb als beginnende leraar in het voortgezet onderwijs lesgegeven over Roel van Duijn, oprichter van Provo, pacifist, demonstrant tegen kernbewapening. Wat een omslag heeft Van Duijn in zijn denken gemaakt! Moedig, want vroegere medestanders zal hij van zich vervreemd hebben. Eerlijk, want hij spaart zichzelf niet. Verstandig, want inderdaad pacifisme heeft nog nooit een oorlog voorkomen.
Kortom: een boeiend boek, met een schat aan informatie.


Roel van Duijn (1943) medeoprichter van Provo en de Kabouterbeweging, oud-wethouder van Amsterdam, publiceert boeken en artikelen.


ISBN 9789464563559 | Paperback | Omvang 423 blz. | Uitgeverij Walburg Pers Zutphen | 23 februari 2024

© Henk Hofman, 2 april 2024

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Het geheime netwerk dat Josef Mengele liet verdwijnen
Het waargebeurde verhaal van de meest gezochte nazi-arts ter wereld, die bijna 30 jaar anoniem in Zuid-Amerika leefde
Betina Anton


Josef Mengele (1911-1979) ontbrak het aan elk menselijk gevoel, zoals mededogen en inlevingsvermogen in het lot van anderen. Als SS-arts, aangesteld in Auschwitz-Birkenau, heerste hij over leven en dood. Bij elk nieuw transport van Joden stond hij op het perron, onberispelijk gekleed, de laarzen glimmend gepoetst. In een paar seconden taxeerde hij de mensen die in een eindeloze rij langs hem heen trokken. Een gebaar naar links betekende de tocht naar de gaskamer. Het gebaar naar rechts betekende dwangarbeid onder onmenselijke omstandigheden.


Dit boek maakt melding van vreselijke taferelen die zich afspeelden op de Rampe (het perron) van Birkenau. Het verhaal bijvoorbeeld van een moeder die weigerde gescheiden te worden van haar dochter, 13 jaar oud. Ze werd samen met haar kind door hem doodgeschoten en uit woede over dit verzet liet Mengele vervolgens het hele transport vernietigen.


Mengele is ook berucht om zijn medische experimenten op tweelingen en dwergen. Deze man heeft duizenden mensen de dood ingejaagd en was blind voor hun deerniswekkende lot en doof voor hun geschreeuw.


Je zou zeggen dat Mengele aan een persoonlijkheidsstoornis leed en toch was deze sadist in staat om na de oorlog 30 jaar lang in Zuid-Amerika een min of meer normaal leven te leiden. Een leven met vrienden, met werk, met feestjes.


Dit boek onthult hoe het mogelijk was dat Mengele na 1945 aan berechting ontsnapte en hoe hij een nieuw bestaan kon opbouwen in Zuid-Amerika. Mengele heeft ontzettend veel geluk gehad dat hij uit handen van Justitie wist te blijven. Om te ontsnappen hadden voortvluchtige nazi’s geld nodig, valse documenten en schuiladressen. Hoe kwam Mengele daar aan?


Het Rode Kruis verschafte een paspoort met een valse naam. Het Rode Kruis was volgens haar statuten verplicht om alle personen in nood te helpen zonder antecedentenonderzoek te doen. Overnachten kon in bepaalde kloosters en geld kwam van een rijke familie en vrienden. In diverse Zuid-Amerikaanse landen bestond een levendige Duitse gemeenschap en heersten over die landen dictators met nazisympathieën.


Zo glipte Mengele weg uit het openbare leven en verborg hij zich als een haai in diepe wateren. Want er werd jacht op hem gemaakt. Dit boek beschrijft hoe eerst overlevenden riepen om gerechtigheid en daarmee voorkwamen dat Mengele werd vergeten. Als gevolg daarvan werd er internationaal een zoektocht naar de oorlogsmisdadiger opgezet. Een aantal malen sloot het net zich om Mengele, maar hij wist steeds op tijd te ontkomen en een nieuw schuiladres te vinden.


In 1979 overlijdt Mengele. Hij is met vrienden een dagje naar het strand gegaan, komt tijdens het zwemmen in moeilijkheden en eenmaal uit het water gehaald is hij overleden. Zijn dood wordt door zijn familie en vrienden stilgehouden. Vijf jaar lang gaat de jacht op Mengele nog door. Tot in 1984 aan het licht komt dat Mengele niet meer leeft. Zijn graf wordt gevonden en forensisch onderzoek van de grafresten levert het bewijs op dat het inderdaad ging om de arts die niet genas, maar op grote schaal doodde en daarmee de bijnaam “engel des doods” verwierf.


Het wordt allemaal onthuld in dit dramatische en indrukwekkende boek. Het is vreselijk dat de slachtoffers van Mengele die de oorlog overleefden hun verdere leven gekweld werden door fysieke en mentale pijn, terwijl hun beul zijn dagen kon slijten met vrienden, tuinieren en barbecueën. Die vrienden kenden de ware identiteit van Mengele, maar ze weigerden te geloven dat hij een oorlogsmisdadiger was of ze waren zelf ook naziaanhangers.


Mengele had één zoon, Rolf geheten. Die heeft zijn vader maar twee keer gezien. Bij de tweede ontmoeting vroeg zoon Rolf naar die oorlogsmisdaden. Wat was er waar van de verhalen die over zijn vader rondgingen? Zijn vader ontstak in woede: “Leugens, allemaal leugens”. [Rolf heeft uiteindelijk de achternaam van zijn vrouw aangenomen en de Joden gevraagd om hem niet te haten vanwege de misdaden van zijn vader, H.].


Dit boek verdient veel belangstellende lezers en alle waardering vanwege het thema, het grondige onderzoek en de deskundigheid van de auteur. Het is goed geschreven en prima vertaald uit het Portugees door Kitty Pouwels. Er zijn twee fotokaternen opgenomen, deels in kleur. Een opgave van bronnen, het notenapparaat en het register maken het boek toegankelijk voor verder onderzoek.


Betina Anton is onderzoeksjournalist. Ze werkt voor Globo TV, de grootste nieuwszender in Latijns-Amerika.


ISBN 9789046832365 | Paperback | Omvang 303 blz. | Uitgeverij Nieuw-Amsterdam | 30 april 2024
Vertaald door Kitty Pouwels

© Henk Hofman, 23 mei 2024

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Cata Katangaise
Chroniques numériques minières, pas mineures.
Marcel Yabili, Robert Crem, Erik Bruyland e.a.


Yabili is advocaat en schrijver in Lubumbashi, de hoofdstad van de Congolese mijnstreek. Hij volgt er de politiek en de economie op de voet. Samen met zijn medeauteurs zag en betreurde hij hoe de rijkdom geplunderd werd en nog wordt door zowel buitenlanders als Congolezen.


Dit boek groepeert, zoals zijn vorig uit 2015, nieuwsbrieven die op het internet gepubliceerd werden tussen 2000 en 2009. Het zijn observaties en suggesties van experts, journalisten en mensenrechtenactivisten die zich verzetten tegen het nieuwe economische kolonialisme.
Ze klagen o.m. aan dat de kleine buurlanden Rwanda en Oeganda binnendringen in Congo en er de grondstoffen weghalen met goedkeuring van bevriende Congolese rebellen, die op hun beurt door Rwanda gesteund worden. De verrijking van Mobutu (voormalig president van Congo) en van beide Kabila’s (eveneens voormalige presidenten van Congo) wordt ook aangeklaagd. Ze stellen ook pistes (toekomstige richting en uitvoering van een beleid) voor om de toestand weer recht te trekken (p. 175-179).


Het ‘Contract van de Eeuw’ met de China Nonferrous Metal Mining Group (CNMC), mineralen in ruil voor de aanleg van infrastructuur, komt vooral Chinese bedrijven ten goede (p. 180-184). De instorting van de Gécamines was te wijten aan Mobutu (1965-1997) en zijn familie en aan de Kabila’s (1997-2001-2019) en hun clan. En ook aan de spanningen tussen Kasaïens en Katangezen (p. 187-203). En de Joden Dan Gertler en Chaïm Leibowitz mochten van beide Kabila’s grote bedragen opstrijken (250 à 500 miljoen $) (p. 207-215).


Het artikel van Yabili, ‘La Cata Katangaise’, toont de rampzalige gevolgen van de financiële crisis van 2008. Ze begon in Amerika, maar waaide ook over naar Congo, waar de prijzen van de grondstoffen ineenstortten, een vierde van de vroegere prijs (p. 223)! Maar de plundering door Chinezen e.a. ging gewoon verder. De wegen die ze aanlegden, dienden vooral om de metalen te exporteren. In de ziekenhuizen was geen geld om de dokters te betalen (p. 232-235).
Yabili vertelt ook over Congolese piloten die zeer bekwaam waren en die hun passagiers wisten te redden. En over leiders die onbekwaam waren en catastrofale beslissingen namen (p. 244-247). Hij beschrijft ook het theater van Lubumbashi, in de jaren 50-60 één van de vijf mooiste van de wereld, maar nadien verwaarloosd. Net  zoals de landbouw in buurland Zimbabwe na de nationalisatie in 2000 door Mugabe (p. 249-257).


Yabili toont ook aan dat de Union Minière de crisissen van de jaren 1929-1933 te boven was gekomen en dat de hoogste schoorsteen van Afrika met zijn 152 m hoogte en 3 m diameter toen overeind was gebleven. Hij noemt koning Leopold II een politiek en economisch genie (p. 298). Vele Congolezen oordelen anders dan de gefrustreerde diaspora in België. Mobutu miste het zakentalent van Leopold. Zijn nationalisatie van de Union Minière du Haut Katanga resulteerde wel in hogere productiecijfers, maar het werd de persoonlijke kassa van Mobutu en van zijn entourage (p. 300-311).


In 1990 maakte Mobutu zich meester van de 500 miljoen$ reserves die de Gécamines, de opvolger van de Union Minière, nodig had om te investeren en te overleven. Zo tekende hij het doodvonnis van Gécamines.


In 1990 stortte ook de ondergrondse kopermijn van Kamoto in wegens de over-exploitatie door een corrupte Amerikaanse firma. 1990 was dus een rampzalig jaar (p. 313-314).Door foutieve informatie over de inval van politieagenten op de campus van Lubumbashi brak het Westen met Mobutu. Hij kreeg geen hulp meer. Zo begon de desintegratie van het land. En in 1991 begon ook het gewone volk te plunderen in de fabrieken van Lubumbashi en in de nationale rijkdommen van de Kasai.


Onder Laurent Désiré Kabila (1997-2001) werd de plundering nog erger: het water van de Congostroom werd afgeleid naar Namibië en naar Israël (p. 315-318).


De mijnactiviteiten van Congo beslaan 1,25% van het totale grondgebied. Op 98,75% daarvan gebeurt te weinig. En de uitvoer gebeurt langs havens die veraf liggen. Voor het vervoer langs de weg zorgen de Chinezen met hun ‘Contract van de Eeuw’: 25 jaar lang halen zij het kobalt naar hun land, dat zo de eerste producent van gezuiverd kobalt is geworden en voor een (nog) ergere hold-up heeft gezorgd dan de kolonisatie. De Congolese overheid staat hierbij buitenspel (p. 326).


Het boek eindigt met de sluiting van de schoorsteen van de Gécamines, symbool van de onuitputtelijke rijkdom van Congo. Iedereen was overtuigd dat hij nooit zou ophouden met roken. Maar helaas rookt hij niet meer: dat is de catastrofe.


Beoordeling
Yabili en zijn collega’s tonen aan dat Congo ten onder is gegaan, niet tijdens de Belgen, want in 1960 stond het aan de top in Afrika, maar door de corruptie en de kleptomanie die er na 1960 zijn gekomen. De auteurs zijn zeer goed op de hoogte van de politieke en de economische wantoestanden en ze durven ze ook aan te klagen.


Yabili is zeer belezen en heeft een zeer rijke Franse taal. Ik mis wel een chronologisch overzicht vanaf de stichting van de Union Minière door Leopold II in 1906 tot de ondergang in 1990 en tot de situatie vandaag. Nu staan er gegevens op vele plaatsen en in diverse artikelen, maar ze vormen geen coherent geheel.


Als lezer krijg je de indruk dat de Gécamines niet meer bestaat, maar dat is niet zo. De recentste productiecijfers van 2012 liggen wel veel lager dan die van 1989: koper daalde van 440.848 naar 35.000 ton en kobalt van 440.848 naar 26.051 ton (Wikipedia). En Umicore heeft op 8 mei 2024 nog een akkoord over germanium gesloten met Gécamines.


Over de rol van Rwanda en van Joseph Kabila wordt te weinig verteld. Ik mis ook een kaart van Congo en van Katanga en een lijst met afkortingen. Soms staat er een zetfoutje in: ‘Congolaily’ (p. 10) i.p.v. Congodaily; Chronique dune (p. 317) i.p.v. d’une.


Al met al een interessant boek voor wie interesse heeft in Afrika en in Congo.


ISBN 978-23-835-4013-7 | Paperback | 338 pagina's | Editions Musée Familial Yabili, Lubumbashi | januari 2024


© Jef Abbeel, Turnhout, 16 mei 2024, www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De tuin is een proces
100 jaar Tuinen Mien Ruys
Conny den Hollander


Mien Ruys is een begrip in tuinminnend Nederland én ver daarbuiten -. De schrijfster van dit boek is hoofdtuinvrouw van de Tuinen van Mien Ruys. Zij heeft Mien Ruys niet persoonlijk gekend maar is in de twee jaar dat ze aan dit boek gewerkt heeft, veel over deze vrouw en haar werkwijze te weten gekomen. Alle kennis die ze verzameld heeft, staat vermeld in dit boek.

Vader Bonne wist als kind al dat hij kweker wilde worden. In 1882 begon hij als een van de leerlingen op de kwekerij Tottenham, de nabij zijn ouderlijk huis gelegen kwekerij in Dedemsvaart. Bonne liep min of meer stage in Engeland en Duitsland en toen hij de kans kreeg startte hij een eigen kwekerij in zijn geboorteplaats. Hij noemde de kwekerij naar zijn ouderlijk huis Moerheim. Bonne maakte van kwekerij Moerheim een succes. Hij maakte zelfs een voor die tijd unieke catalogus voor vaste planten.


In 1892 trouwde hij met domineesdochter Egelina en het stel kreeg zes kinderen. Het vijfde kind werd Wilhelmina (Mien) Jacoba Ruys genoemd. Zij groeide dus op tussen de planten, de kennis werd met de paplepel ingegoten. Mien was erg geïnteresseerd in de natuur en tekenen en wist al op jonge leeftijd dat haar toekomst op de kwekerij lag.


"Vanuit haar liefde voor de natuur wilde zij graag buiten werken, maar nadat ze een paar weken op de kwekerij haar handen uit de mouwen had gestoken, kwam ze daarvan terug. Ze besloot dat ze tuinarchitect wilde worden."


Mien deed kennis op in Engeland en Berlijn, waar haar socialistische hart ontstond.

In 1923 maakt ze haar eerste proeftuin, de Verwilderingstuin, die onmiddellijk al anders was dan andere tuinen omdat de vormgeving net zo belangrijk was voor Mien als de beplanting. Het werd een enorm leerzame ervaring. Na deze proeftuin volgden nog vele andere tuinen waarvan de tekeningen van de oude proefuin via een uitklapkaart te zien zijn. 
Uit die hele eerste tuin valt al heel veel te leren over hoogtes van planten, kleurencombinaties, plaats en bloeitijd. Deze tuin is nog steeds te bezichtigen in Dedemsvaart. In het boek staan prachtige foto's van deze tuin.

Het Nieuwe Bouwen (bekende namen zijn o.a. Gerrit Rietveld, Mart Stam etc)  beïnvloedde het werk van Mien in grote mate. Ze gebruikte strakkere lijnen. Ze ontwierp in 1954 de proeftuin de Watertuin in Dedemsvaart. Diverse keren ontwierp ze ook een rozentuin maar dat is de enige tuin die nooit lukte. Ook de blauwe proeftuin, met alleen maar blauwe bloemen, stond haar niet aan. Er was geen diepte. Dus de tuin werd weer veranderd, zoals wel vaker met proeftuinen gebeurde.


Mien was ondertussen getrouwd met uitgever Theo Moussault. Ze had hem leren kennen dankzij de artikelen die zij schreef voor het tijdschrift De Groene Amsterdammer. Het was een gelukkig huwelijk.


Toch is Mien Ruys is vooral bekend geworden door het gebruik van bielsen in haar tuinen, wat eigenlijk vreemd is gezien haar vele, vele andere tuinontwerpen op belangrijke plekken door het hele land heen. Het fijne van dit boek is dat élk tuinontwerp besproken wordt, van hoektuin tot rozentuin, tot bordertuin en nog een enorm aantal andere tuinen.
Daarnaast wordt ook de beplanting besproken en getoond.
Het is voor elke tuinliefhebber een fantastisch boek. Echt een boek waar je na lezing helemaal opgeladen bent en onmiddellijk de tuin in wil om een van de vele ideeën van Mien toe te passen.
Mooi cadeauboek ook.


Conny den Hollander is hoofd van de Tuinen Mien Ruys en is dagelijks bezig in de 30 proeftuinen in Dedemsvaart. Als geen ander weet zij hoe inovatief en bruikbaar de ontwerpen van Mien Ruys waren en nog altijd zijn.


ISBN 97894711080 | Hardcover | 286 pagina's | Noordhoek/HL-books | 12 april 2024

© Dettie, 14 mei 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Over Grenzen
Mark Elchardus


Op de voorkaft van het boek is een grenslijn aangegeven. Een eenvoudige, maar veelzeggende illustratie. Het begrijp ‘grenzen’ is op meerdere manieren op te vatten: het kan gaan over landsgrenzen, maar ook over grenzen aan globalisering en vrijemarkteconomie. Beide aspecten worden in dit boek uitgediept.

Elchardus onderzoekt de historische en sociologische wortels van globalisering. Zijn boek is geconcentreerd rond vier thema’s:

  1. De droom van een wereld zonder grenzen botst op ‘grenzen’.
  2. Hoe erg is het dat die droom aan zijn einde komt?
  3. Waarom beleven veel mensen hun tijd als bedreigend?
  4. Waaraan kunnen wij hoop ontlenen?


Globalisering is geen nieuw fenomeen. Tot 1880 is er ruim vierduizend jaar lang nauwelijks sprake van een toename van de welvaart. Dan verandert de industriële omwenteling alles in korte tijd. Tot 1914 lijkt aan globalisering en economische groei geen einde te komen, maar de Grote Oorlog (1914-1918) markeert de heropleving van nationalisme en autarkie. Globalisering is vanaf 1980 tot de grote bankencrisis in 2005 voor de tweede keer toonaangevend. Wij beleven nu het eind van een derde globaliseringsgolf.
Globalisering maakt volgens Elchardus economieën crisisgevoelig, veroorzaakt enorme ongelijkheid, maakt een gemeenschap vatbaar voor cyberaanvallen, bedrijfsspionage en drugscriminaliteit.


Migratie is een belangrijk aspect van globalisering. De gevolgen van migratie voor de migratielanden zelf worden vaak onderschat (blz. 40). We moeten dan denken aan ontvolking, het achterlaten van kinderen bij familie (uit onderzoek blijkt dat deze kinderen opvallend veel last van angstaanvallen en depressies hebben) en aan braindrain (het goed opgeleide deel van de bevolking verdwijnt).


Periodes van globalisering eindigen in normvervaging en ontreddering. De amusementscultuur en het uitgaansleven nemen een hoge vlucht en het gevolg is dat het geboortecijfer snel daalt (blz. 75). Elchardus bespreekt de opvallende overeenkomsten tussen de ‘roaring twenties’ (de jaren rond 1920) en de huidige tijd.


Globalisering heeft zich lang gehuld in het kleed van beschaving: andere volken kregen het geschenk van Westerse waarden, normen, rechtsorde en doelstellingen. Onthutsend is het hoofdstuk over Hitler die zag hoe dat in de Verenigde Staten uitpakte. De Amerikanen dreven de Indianen in reservaten bijeen, koloniseerden het ‘Wilde Westen’ en verkochten dat als een beschavingsoffensief. Het inspireerde Hitler tot zijn zoektocht naar Lebensraum in Oost-Europa en de Sovjet-Unie. De Slaven werden net als de Indianen gezien als een minderwaardig ras en gedeporteerd om ruimte te maken voor Duitse kolonisten.


Geschokt door de confrontatie met dit verleden probeert de internationale gemeenschap met de huidige Globaliseringsgolf een gemeenschap te stichten die iedereen omvat en niemand uitsluit. Voorwaarde is dan wel dat iedereen het basisprincipe van een democratische, seculiere staat, deelt. Dat nu is niet het geval, signaleert Elchardus. Mensen claimen hun eigen waarheid en voelen zich bedreigd als anderen het er niet mee eens zijn.


De Westerse democratie staat onder druk. Het principe van de scheiding van machten is ingeruild voor een hiërarchie van machten. Rechters krijgen de bevoegdheid om te oordelen over overheidsbeleid. Rechters zijn niet verkozen zoals volksvertegenwoordigers dat wel zijn. En rechters hoeven zich niet te verantwoorden zoals parlementariërs dat wel moeten ten opzichte van de kiezer. De rechter die overheidsbeleid moet beoordelen ondermijnt daarom het democratische bestel (blz. 142).


Het Westen zit in een diepe crisis. Welke weg wijst Elchardus aan om uit de impasse te komen? Wat is zijn antwoord op de vierde vraag? De auteur wil een gemeenschap waaraan iedereen deelneemt binnen het kader van dezelfde taal, kennis, waarden en gevoeligheden. Wat migratie betreft is controle nodig, een redelijk asielbeleid en een adequaat optreden tegen illegale migratie. Grenzen moeten er ook komen voor het ‘kapitalisme van de begeerte’. Meer leren genieten van wat er is, en niet altijd verlangen naar wat er niet is.


En dat laatste (genieten van wat er is) kan volop! Het is toch wel heel bijzonder dat in onze tijd nagenoeg alles wat ooit werd geschreven gratis te lezen is. Ontdek dat je ook gelukkig kunt worden van een goed boek (blz. 173).


De schrijver heeft het boek ingedeeld in korte hoofdstukjes van een paar bladzijden. Het boek is als gevolg daarvan prettig leesbaar. Het onderwerp is erg actueel, maar het gesprek erover is ook erg gepolitiseerd. De bijdrage van Elchardus aan de discussie vind ik waardevol. Op Internet lees ik dat Elchardus wat omstreden is geraakt in vrijzinnig-liberale en socialistische kring. Het progressieve blad De Morgen zou hem geschrapt hebben als columnist. Hij zou naar rechts zijn opgeschoven in zijn standpunten. Dat moge zo zijn, het diskwalificeert hem niet op voorhand als gesprekspartner.


Elchardus presenteert zich als wetenschapper, verwijst naar gedegen onderzoeksrapporten en komt met goede argumenten voor de zin en het nut van grenzen. In Nederland is hoogleraar Paul Scheffer tot een vergelijkbare conclusie gekomen.


Mark Elchardus (1946) doceerde sociologie aan de Brown University in de VS en de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde tal van boeken en artikelen. Ook is hij (volgens de tekst op de achterflap van het boek) columnist bij De Morgen.


ISBN 9789464750911 | Hardcover | Omvang 1174 blz. | Uitgeverij Ertsberg, België | april 2024

© Henk Hofman, 2 mei 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER.

 

Opération spéciale
Dix ans de guerre entre Russie et Ukraine, vus et vécus depuis le Donbass
Paul Gogo


De auteur (°1991) is correspondent Oekraïne en Rusland voor o.a. La Libre Belgique. Al op de middelbare school volgde hij het keuzevak Russisch. In november 2013 trok hij naar Kiev, Donetsk en Slaviansk. In Kiev maakte hij de overwinning van Janoekovitsj mee en ook zijn weigering om het associatieverdrag met de EU te tekenen. Vervolgens was hij getuige van de Maidan-protesten, die op 21 februari 2014 leidden tot de afzetting en de vlucht van de president.
Poetin reageerde dan met de bezetting en annexatie van de Krim, wat leidde tot een golf van patriottisme en trots in Rusland. Poetin steunde ook de anti-Maidan in de Donbas, een verarmde mijnstreek aan de grens. De mijnwerkers werden door de intellectuelen en kunstenaars van Kiev beschouwd als ongeletterde alcoholisten.


De Russen voedden hun contestatie (strijd) door te verkondigen dat Kiev hen zou verplichten om voortaan enkel Oekraïens te spreken. De regering had in 2014 het Russisch een statuut gegeven van ‘regionale taal’ i.p.v. ‘nationale taal’. De separatisten maakten daarvan dat ze geen Russisch meer mochten spreken.


De Russen beloofden hogere salarissen en een beter leven als ze zich zouden aansluiten bij Rusland. Het Kremlin probeerde ook Marioepol en Odessa in opstand te brengen, maar zeker Odessa was en is té Europees en deed niet mee.


Gogo vertelt ook in ’t kort de geschiedenis van de Donbas, weliswaar zonder de prestaties van de Belgen tussen 1870 en 1917. 2014 werd een dieptepunt, toen de separatisten het cultureel centrum Izolatsia omvormden tot een folter- en executieplek.
Op 28 april 2014 maakte hij in Donetsk de laatste pro-Oekraïense manifestatie mee. Ze werd uiteen geklopt door gewelddadige separatisten, die nadien gezegend werden door orthodoxe geestelijken.


Op 1 mei veroverden de separatisten met veel geweld het politiekantoor en het gerechtsgebouw van Donetsk.  Gogo zag het gebeuren.
Op 2 mei probeerden pro-Russen onrust te zaaien in Odessa. Er sneuvelden 42 personen aan hun kant. De Russische pers maakte ervan dat neonazi’s de pro-Russen levend verbrand hadden. Poetin maakte er op 20 februari 2022 misbruik van om zijn invasie te rechtvaardigen (p. 66).


Ondertussen werden in Donetsk nog meer mensen opgepakt en gefolterd door gemaskerde separatisten, die ook de banken leegroofden. In een pseudo-referendum koos 89 à 96% van Donetsk en Loegansk voor onafhankelijkheid (p. 71).

Lees verder, klik HIER

 

Inzicht
Wetenschap voor Gods aangezicht
Mart-Jan Paul, Wim de Vries, Benno Zuiddam en Jan van Meerten (red.)

 

Op het moment van schrijven loopt er een tentoonstelling in Museum Catharijneconvent met de naam De schepping van de wetenschap. Volgens de website van het museum hebben religie en wetenschap meer gemeen met elkaar dan velen denken. De ontwikkeling van de natuurwetenschappen in Europa kan niet worden begrepen zonder kennis van religie.
Het boek Inzicht spoort helemaal met deze opvatting en diept het thema geloof-wetenschap grondig uit.


In het Woord vooraf schrijven de drie redacteuren: “Het christelijk geloof heeft eeuwenlang een positieve rol gespeeld in de ontwikkeling van de wetenschappen. Dat heeft te maken met de orde die door God in de schepping gelegd is. Hij heeft de natuurwetten ingesteld.
Alle auteurs van dit boek onderschrijven het standpunt dat binnen hun vakgebied geloof en wetenschap prima samen kunnen gaan.


Het boek is opgebouwd rondom vier thema’s:


- Het eerste thema behandelt materiaal over de historiciteit van Bijbelse gegevens, de schepping van de mens en het Bijbelse mensbeeld.


- Het tweede thema bespreekt de relatie tussen geloof en wetenschap in het verleden. Veel wetenschappers waren in het verleden overtuigde christenen: Blaise Pascal, Isaac Newton, Herman Boerhave, Robert Boyle, Jan Swammerdam, Bernard Nieuwentijt, William Paley. De lijst is lang. Al deze natuurvorsers waren onder de indruk van de harmonie, doelmatigheid en schoonheid van de schepping. De gedachte dat het leven in al zijn veelkleurigheid en veelvormigheid spontaan en bij toeval zou zijn ontstaan wijzen ze als ongeloofwaardig van de hand.


- Het derde thema gaat in op de verhouding tussen wetenschap en filosofie. Het gaat over vooronderstellingen als uitgangspunt voor onderzoek en de kracht maar ook de beperking van wetenschappelijke kennis.


- Het vierde thema gaat in op de natuurwetenschappelijke stand van zaken. Natuurconstanten zijn zodanig precies afgesteld dat leven op aarde mogelijk is geworden. Een geringe wijziging in één van die constanten zou menselijk leven al onmogelijk maken. Levende organismen zijn al op het niveau van de eenvoudigste cel ongelooflijk complex en voorzien van digitale informatie die niet evolutionair ontwikkeld kan zijn. De kennis die de mens krijgt door onderzoek van de natuur levert toepassingen op voor technologische ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn waterafstotende coatings, honingraatpanelen, klittenband, het ontwerp van vliegtuigvleugels. De mens imiteert als het ware de natuur (biomimetica).


De rode draad in het boek is de opvatting dat wetenschap toetsbaar moet zijn en experimenten herhaalbaar. Daarom kan de wetenschap geen uitspraken doen over het ontstaan van leven. Niemand was erbij toen leven ontstond en niemand kan het in een laboratorium nabootsen. Dat leven spontaan en toevallig kan ontstaan na een Big Bang van een paar miljard jaar geleden is een onbewezen vooronderstelling. De auteurs van dit boek zien overal in de natuur doelgerichte ontwikkeling (in plaats van toevallige), orde en schoonheid. Er is om die reden volgens hen sprake van een ontwerp en dat wijst op het bestaan van God. De bevestiging van hun zienswijze vinden ze terug in de Bijbel.


Dit boek bevat diepgravende bijdragen. De meeste zijn desondanks heel leesbaar. Voor sommige bijdragen geldt dat een bèta-achtergrond een voordeel is. Het boek is vooral bedoeld voor jonge mensen/studenten en voor christenen die geïnteresseerd zijn in dit onderwerp. Daarnaast constateer ik dat Inzicht een waardevolle rol kan spelen in de discussie met wetenschappers die geen christelijke achtergrond hebben. Inzicht baseert zich op gedegen onderzoek en stelt op basis daarvan lastige vragen over wetenschappelijke conclusies die moeilijk houdbaar zijn geworden. Er is geen enkele reden om hautain neer te zien op christelijke wetenschappers. Er is eerder alle reden om kennis te nemen van de resultaten van hun onderzoek en de terechte vragen die in dit boek worden gesteld te pareren. Als christelijke wetenschappers de moeite nemen om zich grondig te verdiepen in het werk van andersdenkenden mag het omgekeerde ook verwacht worden.


Alle auteurs van Inzicht zijn gepromoveerd in hun vakgebied. Het merendeel is verbonden aan een universiteit, een HBO-instelling of een onderzoeksinstelling. Ik wil geen namen noemen om niemand te kort te doen, want alle bijdragen zijn van een hoog niveau.


Wel noem ik graag de naam van de enige niet-academicus in dit gezelschap. Dat is Jan van Meerten, die geen bijdrage schreef, wel redacteur was en tevens de initiatiefnemer is van deze bundel. Als kartrekker heeft hij onvermoeibaar gezwoegd om het werk van twintig auteurs te coördineren. Het resultaat mag er zijn en die lof geldt ook de andere drie redacteuren.


Het boek is uiteraard voorzien van een uitgebreid notenapparaat en een beknopt register, bij sommige hoofdstukken is een verklarende woordenlijst opgenomen, en tot slot zijn van alle auteurs de personalia vermeld.
Inmiddels is van dit prima boek al een tweede druk verschenen.


ISBN 9789087187002 | Paperback | Omvang 342 blz. | Uitgeverij Labarum Academic Apeldoorn | 1 maart 2023

© Henk Hofman, 12 april 2024

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Eerste liefde
Stine Jensen


Het bijzondere van een eerste liefde is de totale aandacht die je voor elkaar hebt.
Alles aan de ander is nieuw, interessant, leuk en je doet er ook veel aan om die aandacht van en voor die ander vast te houden.
De rode draad in dit boekje is dan ook 'aandacht'.


Bij een eerste liefde is die aandacht compleet en intens, er valt zoveel te ontdekken. Je kunt bijna gewend raken aan die aandacht zoals Stine Jensen vertelt.
Haar eerste liefde stuurde elke dag een dikke brief, het werd bijna gewoon, totdat hij stopte met schrijven... Toen sloeg de twijfel toe.
Waarom schreef hij niet meer? Vond hij haar nog wel leuk? Al die vragen die iedereen zal herkennen in die onzekere begintijd van die eerste liefde.


Volgens Jensen draait het verliefd zijn, de liefde, vooral om die aandacht die er aanvankelijk is voor de ander. Hoe langer de relatie duurt hoe meer de aandacht verslapt en mogelijk daardoor de aanvankelijk grote liefde verdwijnt.
Jensen noemt ook films en boeken die op een bijzondere manier de start en ondergang van een liefde weergeven.

In deze tijd vol digitaal verkeer stelt Stine Jensen wordt een cultuur gekweekt waarin liefde en likes met elkaar verward worden.


"Likes van anderen geven ons het gevoel dat we ertoe doen. We denken dat een complimentje krijgen hetzelfde is als liefde en snakken de hele dag door naar bevestiging."


Ook wordt onze aandacht zo enorm versnipperd door de sociale media dat het lastig wordt om te kijken naar wat er werkelijk toe doet. Iedereen is wel online te bereiken. "Afwezigheid is geen optie." De dag wordt vaak bepaald door appjes, foto's en berichtjes sturen enz. De aandacht voor elkaar is er nog wel maar op een heel andere manier dan in de tijdperk zonder social media. Het is een vooral niets missen geworden in plaats van werkelijke interesse in de ander hebben.


Stine Jensen weet dit alles in duidelijke taal te verwoorden. Een boekje dat stemt tot nadenken.
In feite zou meer oprechte aandacht voor elkaar iedereen goed doen.


Stine Jensen (1972) is geboren in Denemarken, maar groeide op in Nederland. Ze studeerde filosofie en literatuurwetenschap in Groningen en werkt als criticus en columnist voor NRC Handelsblad.


ISBN 9789059654839 | Paperback | 64 pagina's | CPNB/Hollands Diep | 4 januari 2019

© Dettie, 13 april 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onderweg
Op weg naar Santiago, op zoek naar mezelf
Bente van de Wouw


"Ik wist dat ik in het leven dat nog voor me lag opnieuw zou breken, barsten, scheuren. Dat was goed, ik wist nu hoe ik mezelf weer aan elkaar kon lijmen. Ik zou de barsten opvullen met goud en als die grote en kleine scheuren zouden, net als in de Japanse kunst kintsugi, bijdragen aan mijn schoonheid."


Bovenstaande zinnen schrijft Bente van de Wouw tegen het eind van het boek. Voorafgaande hieraan hebben we haar indrukwekkende verhaal kunnen lezen dat begint met de eerste stap op de Camino in Saint-Jean-Pied-de Port. Natuurlijk lezen we over het het te wandelen traject, de blaren, de ontmoetingen, het afzien en de vreugde, de prachtige band die tussen wandelaars ontstaat, de vriendschappen die gesloten worden en de hulp die de wandelaars elkaar bieden.
Toch zijn dat min of meer de bekende verhalen ondanks dat Bente van de Wouw die op erg mooie manier weet over te dragen.

Het mooiste aan het boek is echter het innerlijke traject dat Bente aflegt. Dat vertelt ze ons als het ware onder het wandelen door. 
Hooggevoelig als ze is, kent haar leven meer pieken en dalen dan anderen. Maar die zijn nooit zo erg dat ze er last van heeft. Haar leven verloopt prettig, na haar schooltijd krijgt ze een mooie baan en woont ze samen met haar jeugdliefde Rick. Maar op gegeven moment breekt alles haar op, stikt ze bijna in het stramien waarin ze zit, alleen weet ze dat op dat moment nog niet. Ze krijgt een burn-out en langzamerhand ziet ze de liefde tussen Rick en haar afbrokkelen totdat de dag komt dat hij weg is. Het verdriet hierover beschrijft Bente bijna voelbaar.

Ze krijgt paniekaanvallen en haar gevoelens flitsen van hoogte- naar dieptepunten en weer terug. Ze probeert overeind te blijven maar het lukt niet. Ze gaat naar haar ouders in de hoop daar haar veilige haven terug te vinden maar ook dat is veranderd. Haar moeder zegt iets dat angst oproept en haar een tijd zal achtervolgend. Ze knokt en vecht tot ze bijna niet meer kan, de put is diep, en toch is er iets waardoor ze overeind blijft en doorgaat.


Bente vertelt haar verhaal zonder zelfmedelijden maar wel eerlijk. Dat maakt het ook zo ontroerend, ik moest af en toe een traantje wegpinken. Hooggevoelig als ze is, komen veel zaken hard binnen, maar ondanks de paniek en angst weet ze steeds door alles heen te komen om daarna weer overeind te krabbelen. De titel is dan ook mooi gekozen. Bente is niet alleen onderweg naar Santiago maar ook onderweg naar acceptatie en rust.
Het is een prachtig boek dat kracht uitstraalt, een boek van om te koesteren en te herlezen.


Zie ook het instagramaccount van Bente van de Wouw @tobehonestnl


ISBN 9789000381098 | Paperback met flappen | 255 pagina's | Spectrum | 8 februari 2022

© Dettie, 3 april 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, Klik HIER