Nieuwe recensies Non-fictie

De Romeinse heerbaan
De oudste weg door de Lage Landen
Robert Nouwen


De Romeinen stonden bekend als veroveraars en bouwers van wegen, aquaducten, amfitheaters, circussen, thermen etc. Het Romeinse Rijk telde 120.000 km wegen, die voor een groot deel naar Rome leidden. Alanus ab Insulis (Alain de Lille/Alanus van Rijsel) drukte het in 1175 mooi uit: “Mille viae ducunt hominem per saecula Romam”/Duizend wegen leiden de mens door de eeuwen heen naar Rome (p. 15).


Eén van die vele wegen was de grote weg door de Lage Landen: hij liep van Bonen/Boulogne-sur-Mer (ten zuiden van Calais) via Velzeke, Asse, Elewijt en Tienen naar Tongeren en naar Keulen aan de Rijn.


Vóór de komst van de Romeinen hadden de Gallische stammen (Morinen, Menapiërs, Nerviërs, …) ook al wegen. De ondertitel ‘De oudste weg’ moeten we dus nuanceren. Maar de Romeinen bouwden die wegen systematisch verder en steviger uit in heel hun rijk in Europa, Noord-Afrika en het Nabije Oosten. Ze waren belangrijk voor het leger, het bestuur, het ontstaan van steden, de handel en de verspreiding van cultuur en christendom. Men noemde ze ‘militaire wegen’, omdat ze vooral de macht van de Romeinen wilden verzekeren.


Dit boek gaat vooral over de heerbaan van Boulogne-sur-Mer naar Keulen, maar in de bibliografie staan ook werken over de vele andere en in de tekst wordt er soms ook naar verwezen. In noordelijk Gallië zorgden vooral keizer Augustus en zijn rechterhand Marcus Vipsanius Agrippa voor het wegennet. Andere keizers breidden het verder uit. De aanleg in de regio Bavay-Tongeren-Trier vond plaats rond 19-17 v.C. Tijdens de regering van keizer Claudius werden die wegen flink verbeterd. Hij verhardde ook het wegdek van de straten in Tongeren.


Er waren drie categorieën van wegen: viae publicae (belangrijke staatswegen), viae vicinales (regionale) en viae privatae (van plaatselijke grootgrondbezitters). We krijgen ook interessante informatie over de manier waarop de wegen aangelegd werden, over de mijlpalen, de Tabula Peutingeriana en andere oude kaarten van Villaret, Ferraris, Van Der Rit en Vandermaelen. Ook het intensief gebruik van de oude heerbanen tot in de 19de eeuw haalt Nouwen aan. Schrijvers uit de 1ste eeuw v.C., 1ste eeuw n.C. en uit de 18de-19de eeuw getuigden vol lof over de wegen (p. 84-93).
De Romeinse wegen bepaalden ook het landschap: de uittekening van het kadaster en de verdeling van de gronden onder de Romeinse kolonisten vertrokken vanuit de rechtlijnige wegen.


Steden, boerderijen, heiligdommen en grafmonumenten werden opgericht langs of in de buurt van de wegen. De steden, vaak met dambordplan, dienden als bestuurlijke centra en hadden pakhuizen voor de inning van belastingen in natura. Bavay had deze functie voor de Nerviërs, Tongeren voor de Tungri, die de plaats van de Eburonen hadden ingenomen. Landbouwbedrijven moesten graan en andere voeding leveren aan de steden en aan de 22.000 à  45.000 Romeinse militairen langs de Rijn. Voor 45.000 soldaten moest men jaarlijks 10.000 ton voedsel aanvoeren. Goede wegen waren dus noodzakelijk. Grafmonumenten en grafvelden lagen buiten de stadskernen langs de grote uitvalswegen: de voorbijgangers konden dan de status van de dode en van zijn familie zien (p. 122-126). De grafvelden rond Tongeren zijn nu volledig bebouwd. Elders verdwenen er grafheuvels door de aanleg van wegen, spoorwegen en akkerland. Of door verwoestingen in augustus 1914 (p. 132-133).


In de eerste plaats dienden de wegen om het leger snel naar een opstandige regio te brengen. Dank zij die uitstekende wegen, kon Rome een wereldrijk beheersen met een beperkt aantal militairen. Ze dienden ook voor de post: de keizers wilden op de hoogte blijven van onlusten, rampen etc. Ook privépersonen verzonden hun brieven via deze koeriers, die 60 tot 100 km per dag aflegden en in nood zelfs 150 à 250. De postdienst bracht ook graan, groenten en vlees uit Haspengouw naar de Rijntroepen en naar de steden en grote dorpen. Bij de handelaars hoorden ook Nerviërs en andere Galliërs (p. 140-143). Vervoer van graan gebeurde ook per schip: dat was veel goedkoper en het ging sneller. De Menapiërs beheersten de zouthandel van de kust via Kassel-Tienen-Tongeren naar Keulen. Aardewerk en glas werden dan weer in Keulen geproduceerd en langs de Rijn en de heerbanen vervoerd tot in Engeland (p. 144-146).


De rijken gingen langs de heerbanen op reis, o.a. naar Trier, Griekenland of naar de Golf van Napels.


Ook het christendom verspreidde zich langs de Romeinse wegen. Rond 346 n.C. was Sint-Servatius de eerste bisschop van Tongeren en daarna van Maastricht (p. 152-154).


De wegen speelden ook een rol bij de ondergang van het Romeinse Rijk: Franken en Alemanen konden vanaf 275 n.C. snel oprukken bij hun gewelddadige strooptochten. Villa’s werden platgebrand, streken werden ontvolkt (p. 156-157). Germaanse nieuwkomers vestigden zich in de ontvolkte gebieden van de Treveri, Tungri, Nervii en Menapii.


In de 4de eeuw werden steden zoals Tongeren versterkt met kortere muren. Vanaf de 5de eeuw verschoof het zwaartepunt van de economie en van het verkeer naar de rivieren en van Tongeren naar Maastricht (p. 161). Ook na de val van het Romeinse Rijk bleven de wegen belangrijk voor het verkeer en voor het ontstaan van nieuwe steden en dorpen. Tongeren verloor aan belang en rijkdom ten voordele van Maastricht, dat een belangrijk religieus en economisch centrum werd en in de 6de-7de eeuw bezoek kreeg van de Merovingische koningen en in de 9de eeuw van de opvolgers van Karel de Grote. Sint-Trudo stichtte in 740 een Benedictijner-abdij, die veel pelgrims aantrok en zorgde dat Sint-Truiden een stad werd (p. 163-167).


In 881 werden Tongeren en Maastricht geplunderd en verwoest door de Noormannen en in 1180 in de as gelegd door graaf Gerard van Loon. Na de plundering door Hendrik I van Brabant in 1213, kreeg Tongeren tussen 1241 en 1300 een nieuwe verdedigingsmuur.  De Romeinse wegen Bavay-Tongeren en Tienen-Tongeren lieten Lodewijk XIV toe om in 1677 Tongeren plat te branden en in 1693-1694 opnieuw veel schade toe te brengen. En in 1747 waren de Franse legers weer prominent aanwezig in de regio tussen Tongeren en Maastricht.
Gelukkig speelden de wegen ook een positieve rol in de vele pelgrimstochten, o.a. naar Compostella (p. 170-179).


In de 19de eeuw verdwenen vele Romeinse wegen onder het asfalt. De ruilverkaveling in de jaren 1960-1970 deed nog meer geschiedenis verdwijnen. En dat proces ging verder na 1970: de Romeinse weg in Brustem werd een landingsbaan van het militair vliegveld (p. 180-183), op andere plaatsen was dat voor industrieterreinen.


De auteur pleit dan ook terecht voor meer bescherming van ons cultureel erfgoed. Als voorbeelden van bescherming toont hij de Via Appia in Italië en de Via Domitia in Zuid-Frankrijk. De oudste weg van Vlaanderen krijgt die aandacht nog lang niet.


Na dit pleidooi volgen een beknopte en een zeer uitgebreide bibliografie (p. 191-215), een overzicht van de archeologische sites in de regio Tongeren/Maastricht /Sint-Truiden/Tienen en  vele noten (p. 219-235).


Beoordeling

Robert Nouwen heeft goed werk verricht door ons nog eens te tonen hoeveel Romeins cultureel erfgoed we hebben en hoe we dat moeten koesteren, voor zover het nog bestaat. Zijn boek is voorzien van heel mooie foto’s, die op zich ook al een overtuigende kracht hebben. Vooral het gedeelte tussen Tienen en Maastricht krijgt heel veel aandacht, de rest van de heerweg in Frans-Vlaanderen (Bonen-Kassel), Oost-Vlaanderen en Brabant iets minder. Daar bleef van de heerbaan ook veel minder bewaard.


De auteur veronderstelt heel wat voorkennis van de lezer: niet iedereen weet waar Vindolanda en andere plaatsen liggen. Vindolanda staat zelfs niet in mijn drie historische atlassen, wel in Wikipedia.


Kennis van de dorpen, gehuchten en straten in de regio Tongeren en langs de heerbaan is een voordeel. Ik vond ze gelukkig in mijn ‘Stratenatlas van Vlaanderen’. Voor de niet-classici en de niet-archeologen had hij wel een alfabetische begrippenlijst mogen toevoegen: niet iedereen weet wat geo-portalen, hillshade sky view factor (p. 63) en een cunet (p. 95) of groma (p. 111) zijn.


Het boek is zeer interessant voor classici, archeologen, heemkundigen en al wie interesse heeft voor ons Romeins verleden. Laten we hopen dat het boek ook gelezen zal worden door onze politici, industriëlen en vastgoedmakelaars, zodat ze de nog bestaande wegen en monumenten niet verder doen verdwijnen.


Wie een overzicht wenst van alle heerbanen van heel het Romeinse Rijk, verwijzen we naar Raymond Chevalier, “Les Voies Romaines “, Uitgeverij Picard, Parijs/Brussel, 1997


ISBN 9789056157449 | Paperback | 238 pagina's foto’s, literatuur, noten | Uitgeverij Sterck & De Vreese, Gorredijk (NL) | september 2021

© Jef Abbeel www.jefabbeel.be oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De mooiste netwerkwandelingen
De Achterhoek & De Liemers
Ad Snelderwaard - Noes Lautier


- 15 wandelingen van 7 tot 18 km, minimaal 60% onverhard
- uitsluitend routes uit gemarkeerde wandelnetwerken
- topografische routekaartjes
- landschapsfoto's & historische illustraties
- downloadbare GPS-tracks


Dit bovenstaande is wat dit deel van 'De mooiste netwerkwandelingen' ons te bieden heeft.


Op de pagina met de inhoudsopgave zien we welke vijftien wandelingen we kunnen gaan lopen, hoeveel kilometer deze beslaat en hoeveel procent van de route onverhard is. Dit laatste is vooral voor de ware wandelaar weergegeven, zij lopen liever over zand- en graspaden dan op asfalt en klinkers.

"Met deze gids in de hand geniet je 185 kilometer lang van de mooiste bewegwijzerde paden van Gelderland ten oosten van de IJssel' is in het voorwoord te lezen.
'De Achterhoek en de Liemers zijn zo mooi dat we de lat hoog legden: menige 'matig mooie' route haalde de selectie niet.
- Voor de routes is namelijk deels gebruik gemaakt van knooppunten van bestaande wandelroutes, aangegeven met gekleurde pijlen, en deze kunnen in elkaar overlopen, bijvoorbeeld van de groene naar rode route switchen. -


Elke route begint met een kaartje waarop de hele wandelroute aangegeven wordt, ook wordt vermeld of de hond mee mag. Het start- en eindpunt wordt eveneens aangegeven en hoe je daar met de trein, bus, auto etc. kunt komen. Apart en prettig punt is dat er gemeld wordt of je langs horecagelegenheden wandelt. Je kunt dan zien of je drinken en een boterham mee moet nemen of gebruik kunt maken van een etablissement onderweg. De urls van de websites van de horeca worden eveneens weergegeven.


De routes zelf zijn afwisselend en het fijne is dat er ook ingegaan wordt op wat je onderweg tegenkomt of wat voor historische gebeurtenissen hebben plaatsgevonden. Ook bepaalde bijzondere dier- of plantensoorten die je tijdens de wandeling kunt tegenkomen, worden gemeld.
Alleen al door al die beschrijvingen krijg je zin om de routes te lopen.


Opvallend is dat er zoveel kastelen en landgoederen in deze streek te vinden zijn waar de routes ook langs lopen. Natuurlijk kun je deze eventueel bezoeken, of ze open zijn staat ook vermeld.
De routes lopen verder langs schitterende natuurgebieden, door bossen, langs mooie boerderijen, beekjes, uitzichtpunten en nog veel meer.
Kortom, een fijn, hanteerbaar boekje om naar hartelust te wandelen door het wonderschone landschap van de Achterhoek en De Liemers.

ISBN 9789038927886 | stevige Paperback | 136 pagina's | Uitgeverij Elmar | juni 2021
Afmeting 16,5 x 11,5 cm

© Dettie, 13 oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sint-Petersburg
De droomstad van de tsaar
Emmanuel Waegemans


In 2022 zal het 350 jaar geleden zijn dat Peter de Grote geboren werd (1672). Naar aanleiding van dat jubileum is dit boek geschreven. Het gaat vooral over Peter de Grote, de stichter van de nieuwe hoofdstad, maar ook over zijn opvolgers tot 1801.


Rusland had al een haven in Archangelsk aan de Witte Zee, maar die was elke winter vele maanden dichtgevroren. Daarom wou Peter een toegang tot de Oostzee en daarvoor  moest hij Zweden verslaan. Dat gebeurde in 1703. Dan besliste hij een stad en haven te bouwen aan de monding van de Neva, dat ‘moeras’ betekent in het Fins. Dat gebeurde tussen 1703 en 1717, met 3.000 à 5.000 buitenlandse vaklui (vooral Nederlandse) en met Italiaanse, Duitse en Franse architecten. De werken kostten het leven aan 16.000 à 20.000 mensen, vooral door ziektes. Toen Peter in 1725 stierf, woonden er ruim 40.000 inwoners. De industrie en handel floreerden, in 1725 was de export dubbel zo groot als de import (p. 48-52). De werktaal was … het Nederlands (p. 53-54).


Peter voerde de juliaanse kalender in ter vervanging van de scheppingskalender: 1 januari 7208 werd 1 januari 1700. In 1714 opende de eerste boekenwinkel in de stad (p. 62-64).


Vanaf 1717 bekoelde de relatie tussen Peter en de Republiek: de Nederlanders waren niet bereid om hem te steunen tegen de Zweden, Hollandse kooplui waren opgelicht door Mensjikov (de gouverneur van de stad), de Nederlandse resident was het land uitgezet en Nederland deed moeilijk over de titel ‘keizer’. Maar de Nederlanders blijven tot vandaag terecht trots dat zij Rusland mee gemoderniseerd hebben (p. 70).


Peter was paternalistisch: hij wist wat goed was voor het volk, het staatsbelang stond boven alles en die eigenschap werd kenmerkend voor de latere tsaren en secretarissen-generaal. In de 18de eeuw werd hij gezien als de schepper van het nieuwe Rusland, maar de laatste jaren zijn er ook schrijvers zoals journalist Andrej Boerovski die hem in zijn boek ‘De vervloekte keizer’ (2008) genadeloos afbreekt (p. 72-75). Na Peters dood keerden edellieden massaal terug naar Moskou, maar de buitenlandse specialisten bleven paleizen bouwen en parken aanleggen. Duitsers uit de Baltische provincies namen de hoge functies in (p. 77-79).


Tijdens tsarina Anna (1730-1740) deed het Franse ballet zijn intrede en dit betekende het begin van de Russische hegemonie op dit gebied (p. 82). De stad groeide van 40.000 inwoners in 1725 naar 75.000 in 1740 en 95.000 in 1750 (p. 95). Elisabeth (1741-1760), dochter van Peter, bouwde de stad verder uit, o.a. met het grote winkelcentrum aan de Nevski Prospekt. Met Rastrelli junior haalde ze de Italiaanse barok binnen. Behalve de Hermitage verrezen er ook prachtige paleizen van rijke industriëlen (p. 95-99). Elisabeth hield van feesten, muziek, theater en kunst. Het Frans werd de taal van de elite en van het hof. Lomonosov richtte de eerste Russische universiteit op (p. 107).


Peter III was niet geliefd en werd door zijn vrouw, Catharina II (1762-1796), opzij geschoven. Zij veroverde de Krim (1783) en verdeelde Polen onder Rusland, Pruisen en Oostenrijk. De opstand van de boeren tegen de adel (1773-1775) werd onderdrukt. Sint-Petersburg telde 200.000 inwoners, meer dan Moskou, onder wie 32.000 buitenlanders, van wie de helft Duitsers. Catharina was een harde werkster en ook schrijfster. Met haar sluit de auteur zijn overzicht af.


Beoordeling

Waegemans heeft een mooi cultuurhistorisch portret getekend van Rusland in de 18de eeuw. Hij kan aangenaam vertellen en is zeer goed op de hoogte, niet enkel van de politiek en de economie, maar ook  van de Russische literatuur en kunst en toont hoeveel talent de Russen daarin hadden en hebben. Er staan prachtige foto’s in van de gebouwen die in de 18de eeuw in Sint-Petersburg opgericht werden. Het boek is ook een ode aan de Nederlanders, die een heel belangrijke rol speelden bij de totstandkoming van de stad, net zoals de Italiaanse, Franse en Duitse architecten.


De kaartjes vooraan volstaan niet om de vele plaatsnamen te situeren. De lezer die wil weten waar Nyenskans, Nystadt, Poltava etc. liggen, kan er best ‘The Routledge Atlas of Russian History’ van Martin Gilbert bij halen. En wie de Russische woorden ook graag in het Cyrillisch ziet staan, moet ze zelf in die letters aanvullen. Helaas is er geen register, wel een lijst van de tsaren van de 18de eeuw en hun regeringsjaren. Waegemans zegt over Ladoga (p. 9): “Met die stad wordt het begin van de Russische staat geassocieerd.” Ik denk dan eerder aan Kiev. Bij de schilderijen van Catharina II mis ik Johann Ernst Gotzkowski, de Duitse koopman van wie ze in 1763-1764 ongeveer 317 Vlaamse, Hollandse en andere meesters kreeg in ruil voor Russisch graan (van slechte kwaliteit). Bij die schilderijen waren er 13 van Rembrandt, 11 van Rubens, 7 van Jordaens etc. Ze vormden de basis van de collectie van de Hermitage.


In de bibliografie mis ik: Robert K. Massie,’Peter de Grote. Een biografie’ uit 2020 en Vladimir Fedorovski, ‘Dictionnaire amoureux de Saint-Pétersbourg’ uit 2016.


Globaal bekeken is het een boek om van te genieten.


ISBN 9789022338414 | Paperback | 152 pagina's met kaartjes, foto’s, tabel | Uitgeverij Davidsfonds/Standaard, Leuven/Antwerpen, september 2021

© Jef Abbeel, 29 september  2021 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rampspoed
Politiek ten tijde van catastrofe
Niall Ferguson


Een echte allesvernietigende ramp heeft ons nog niet getroffen, maar uiteindelijk gaan we allemaal dood. Of dat zal gebeuren terwijl we rustig in ons eigen bed liggen of dat we de dood zullen vinden door toedoen van een ramp, niemand die het weet. Hoewel er rampen zijn die je kunt vermijden (niet gaan wonen op een gekende breuk in de aardkorst of in de buurt van een vulkaan) zijn helaas de meeste rampen niet te voorspellen.


Michelle Wucker maakt een onderscheid tussen iets wat ‘gevaarlijk, duidelijk en zeer waarschijnlijk’ is - dat noemt ze dan een grijze neushoorn – en zwarte zwanen: een gebeurtenis die ‘op basis van onze beperkte ervaring onmogelijk lijkt’.
Grijze neushoorns zijn bijvoorbeeld de orkaan Katrina, bosbranden en watertekorten. En de coronacrisis  is net als de Eerste Wereldoorlog een zwarte zwaan.


Kunnen we voorbereid zijn? Soms wel: een vulkanische berg vertoont meestal tekenen, en ook uitbraken van een pandemie wordt vaak voorspeld. Maar helaas worden deze voortekenen vaak genegeerd. En daar komt de politiek om de hoek kijken, want beslissingen worden genomen door leiders, door regeringen.
Die hebben het in onze moderne wereld moeilijker dan ooit vanwege de media. De infodemie noemt Ferguson het: via de sociale media kwam er een enorme hoeveelheid informatie, waaronder veel nepnieuws, de voedingsbodem voor complottheorieën.
Leren we dan niet van de geschiedenis? Waarom luisteren we niet naar wetenschappers die een ramp voorspellen?
Hoe moeten we een volgende crisis aanpakken om deze hoeveelheid slachtoffers te voorkomen?


‘We moeten dringend leren uit deze rampen-stroom en waarvan de economische gevolgen erger zijn dan de gevolgen voor de gezondheid.’


Natuurlijk gaat Ferguson uitgebreid in op de coronacrisis, hij behandelt alles wat goed gegaan is, maar toch vooral alles wat fout gegaan is. En wie of wat volgens hem de schuld daarvan is. Een deel van de schuld legt hij hij scholen en universiteiten.


‘Ze moeten dringend een ommekeer maken en beginnen met leren denken over kritisch denken… Maar ze zijn besmet met kapitalistisch denken, gesteund door een liberale ideologie die het hoogste belang toewijst aan het individu. (“Ikzelf ben het belangrijkst onderdeel van de maatschappij”, ik moet het “maken”. De zelfhaat die ontstaat als blijkt - in de meeste gevallen - dat dit niet kan en men dus een mislukkeling is, voedt de ommekeer naar rechts en het geloof in de machtige man en totalitaire regimes). ‘


Dit omvangrijke boek zit vol met feiten en wetenswaardigheden. Het is niet zo dat het daardoor lastig leest, integendeel, het leest als een trein, maar doordat je een boek als dit in stukken leest ben je vaak al weer vergeten wat je eerder las. Niall Ferguson put uit meerdere disciplines, waaronder geschiedenis, economie, geneeskunde en netwerkwetenschap om zo een historisch overzicht te bieden waaruit we lessen moeten leren voor de toekomst.


Niall Ferguson (1964, Glasgow) is historicus. Hij is gespecialiseerd in financiële en economische geschiedenis, vooral in verschijnselen als hyperinflatie en obligatiemarkten en verder kolonialisme en cultuurgeschiedenis.


ISBN 9789048859023 | Paperback | 528 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | juni 2021
Vertaald uit het Engels door Frans Reusink

© Marjo, 24 september  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alle problemen begonnen met Van Riebeeck
Wat Nederlanders niet weten over hun rol in Zuid-Afrika
Niels Posthumus


De titel is intrigerend. Zuid-Afrika is een prachtig land, dat echter geteisterd wordt door heel wat problemen. Racisme, diepe armoede onder de meerderheid van de zwarte bevolking, een schrijnend ongelijke verdeling van het grondbezit in het voordeel van de witte minderheid, trauma’s overgehouden aan de tijd van koloniale onderdrukking en apartheidspolitiek. Is dat allemaal te wijten aan de komst van Van Riebeeck?


Jacob Zuma, in 2015 president van Zuid-Afrika, zei in dat jaar op een congres van regeringspartij ANC: ‘U moet niet vergeten dat een man met de naam Jan van Riebeeck hier op 6 april 1652 arriveerde en dat dit het begin was van alle problemen in het land.’


Deze opmerking was voor Niels Posthumus de prikkel om dit boek te schrijven. Drie lijnen weeft de auteur vaardig ineen tot een patroon. Hij beschrijft de complexe samenleving van deze regenboognatie. Hij analyseert de historische wortels ervan. En hij schrijft over zijn eigen familiegeschiedenis, want zijn achternaam komt regelmatig voor in grote steden als Pretoria en Johannesburg. Ik stel maar meteen vast dat deze aanpak een overtuigend, integer geschreven en boeiend boek heeft opgeleverd.


Vanaf 1652 vestigde zich een nieuwe, witte bevolkingsgroep op het zuidelijkste puntje van Afrika. Hoewel een minderheid slaagde deze groep erin om in de daaropvolgende eeuwen over heel Zuid-Afrika te heersen met de apartheid als climax en dieptepunt in de vorige eeuw. De koloniale geschiedenis eindigde met een natie die uit zijn voegen barstte van armoede, ongelijkheid en spanningen.


De kolonisatie begon met mannen. Op verzoek van Van Riebeeck stuurde Nederland veertig weesmeisjes naar de Kaap, zodat de mannen zich niet langer aan vrouwen van de Khoikhoi-vrouwen hoefden te vergrijpen. Liefst een derde van alle witte Zuid-Afrikanen stamt af van deze veertig weesmeisjes! In tegenstelling tot alle andere kolonies van Nederland bleven de afstammelingen massaal in Zuid-Afrika wonen, ook nadat de kolonie voor Nederland verloren ging. De Nederlandse taal bleef voortbestaan en het gereformeerde geloof bleef er dominant. De theologie van Abraham Kuyper (1837-1920) werd een van de fundamenten onder het apartheidsbeleid in de vorige eeuw. Maar, zo merkt de auteur op, de apartheidsleiders gaven er wel een draai aan om Kuypers beginselen toepasbaar te maken (blz. 191).


Hetzelfde kan ik opmerken als Posthumus beschrijft hoe de predestinatieleer van Calvijn werd gebruikt om de witte heerschappij te schragen. In het kader van die leer zagen Afrikaners zich als het uitverkoren volk van God dat de missie had bestaande verhoudingen te bestendigen. Ongelijkheid had alles te maken met de voorbestemming van God (blz. 151).


Ook hier haalden apartheidsleiders de krenten uit de pap. Volgens Calvijn was er een fundamentele gelijkheid tussen mensen vanwege de gemeenschappelijke afstamming van Adam. In de kerkorde die hij voor de gereformeerde kerken ontwierp, school een sterk democratisch element en deed sociale status er niet toe. Elk lid had stemrecht en de mogelijkheid om in de kerkenraad gekozen te worden. In de kerk zaten rijk en arm, heer en knecht, bijeen, luisterend naar dezelfde boodschap. Het staat haaks op apartheid.


In hoofdstuk 17 schrijft Posthumus over de zogenaamde ‘plaasmoorden’. De overvallen op eenzaam gelegen boerderijen (plaas, een verbastering van plaats) met meestal dodelijke afloop, nadat het ANC aan de macht kwam. Ik herinnerde mij dat Trouw-columnist Ephimenco hier een column over had geschreven.


Ephimenco schrijft: ‘Blanke boeren worden wreed vermoord, vaak nadat ze urenlang met hooivorken of boormachines zijn gemarteld. Momenteel [de column is van 25 mei 2019, H.] wordt gemiddeld iedere dag een boerderij aangevallen en om de zeveneneenhalve dag een boer vermoord.’ Ephimenco vindt het opmerkelijk dat ‘de wereld’ scherp protesteerde tegen de apartheid, maar dat het nu stil blijft. De media besteden er nauwelijks aandacht aan vindt hij.


Posthumus stelt dat de ‘plaasmoorden’ wel degelijk veel aandacht trokken. Zelfs Donald Trump had het over ‘het op grote schaal vermoorden van boeren in Zuid-Afrika’. Op basis van de statistieken relativeert hij het aantal boerderijmoorden. Het gaat om 0,3 procent van de ruim 20.000 moorden in totaal in een jaar. Witte boeren zijn inderdaad kwetsbaarder dan tijdens de apartheid, maar van een ‘witte genocide’ is geen sprake.


Mahatma Gandhi (1869-1948), die in dit boek niet genoemd wordt, heeft als advocaat in Zuid-Afrika gewoond en gewerkt. Hij leidde toen al campagnes in Natal en Transvaal tegen rassenwetten. Daar ontwikkelde hij zijn methode om onrechtvaardige wetten opzettelijk te overtreden. Geweldloos verzet was de sleutel om de Britten in Brits-Indië op de knieën te krijgen. In hoeverre heeft hij invloed gehad op Nelson Mandela en andere ANC-leiders?


Ik ben me ervan bewust dat ik nu op mijn beurt een paar krenten pik uit dit boeiende boek. Hopelijk is het genoeg om uw interesse op te wekken voor de rijke geschiedenis van Zuid-Afrika, waarin Nederlanders zo’n enorme rol hebben gespeeld. Want het begon inderdaad met Van Riebeeck. Nog ten tijde van de Boerenoorlogen rond 1900 voelden Nederlanders zich nauw verbonden met de Afrikaners. Na 1960 keren Nederlanders zich massaal tegen de apartheidspolitiek. Maar kennen we onze eigen rol wel in de geschiedenis van Zuid-Afrika? Lees daarom dit boek.


Het boek opent met een handig schema van de bevolkingsgroepen in Zuid-Afrika, een kaartje van de reis die Posthumus heeft gemaakt voor dit boek plus een kaartje van het land met thuislanden en provinciegrenzen.


Niels Posthumus (1981) was correspondent in Zuid-Afrika voor de dagbladen Trouw en Het Financieel Dagblad. Op internet lees ik dat hij politicoloog is, in Johannesburg woont en in september 2021 correspondent voor Trouw zal worden in Londen.


ISBN 9789463811149 |Paperback | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | omvang 350 blz. | juli 2021

© Henk Hofman, 23 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen die te veel voelde
Hoe een befaamd hersenonderzoeker en zijn zoon onze kijk op autisme voorgoed veranderden
Lorenz Wagner


Met gedegenheid geeft Lorenz Wagner, een vooraanstaand journalist van de Süddeutsche Zeitung, het meeslepende levensverhaal van vader Henry, moeder Anat en zoon Kai Markram weer.


Kai Markram blijkt anders te zijn dan andere kinderen. Zo praat hij vooral met zijn handen, is hij overgevoelig voor geluid, is hij hyperactief en blijven zijn motorische vaardigheden achter. Omdat Kai helemaal geen voorkeur heeft voor rituelen en hij het juist heerlijk vindt om contact te maken met mensen, lijkt het onvoorstelbaar dat hij autistisch is en krijgt hij de diagnose ADHD. Inname van het medicijn Ritalin werkt echter averechts en vader Henry besluit op onderzoek uit te gaan om meer te weten te komen wat zijn zoon nu precies heeft en vooral wat hij kan doen voor Kai.


Maandenlang trekt auteur Lorenz Wagner met de familie Markram op. De journalist vertelt op een pure manier de inzichten van vader Henry Markram op autisme en hoe deze vader als één van de bekendste hersenonderzoekers van de wereld de tot dusver onbekende zijden van de menselijke hersenen weet te belichten.
Het boek neemt ons mee in de zoektocht van deze wetenschapper èn vader op het gebied van remmende en versterkende cellen, neuronen, synaps, impulsen, hersenstromen, de amygdala en de functie van de hersenschors waarbij het heel leerzaam is om te lezen dat de leer over autisme samensmelt met het echte leven. Henry Markram kan immers elke theorie permanent toetsen aan het leven van zijn zoon.


Het boek is onderverdeeld in drie stukken. Het eerste gedeelte gaat over het raadsel wat er met Kai aan de hand is. In het tweede gedeelte neemt de schrijver ons mee in de jacht naar wat de oorzaak van autisme is en de verrassende uitkomst dat mensen met autisme niet te weinig gevoelens, maar juist te veel gevoelens hebben. Met heldere voorbeelden wordt dit onderbouwd. Als afsluiting het gedeelte waarin het inzicht dat een autist in een ongelooflijk intense wereld leeft, wordt omschreven plus wat wij met die wetenschap kunnen doen.
Wat een aanrader is dit boek!


Wat zou de wereld er anders uit zien als iedereen van deze wetenschap op de hoogte zou zijn. Het leven van vele autisten zou hierdoor een stuk dragelijker zijn en vele angsten zouden voorkomen worden.


ISBN 978 94 93095 51 9 | NUR 400 | Paperback | 224 pagina’s | Uitgeverij Brandt | juli 2021
de jongen die te veel voelde is vertaald door Irene Dirkes en Ralph Aarnout

© Els ten Voorde, 15 oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
De vogel en de componist
Vogelzang als inspiratiebron
Fernand Rochette

Een boek over vogelzang en muziek, hoe mooi kun je het hebben. In de inleiding laat de auteur weten dat hij zich zal beperken tot vogels in onze streken en West-Europese componisten. Het boek beperkt zich niet tot klassieke componisten, want er staan ook een paar stukken van rockmuzikanten in.

In het eerste hoofdstuk gaat de auteur dieper in op de functies van vogelzang en andere aspecten, zoals de vraag of zang aangeleerd of aangeboren is en hoe de zang tot stand komt, Bij veel vogels lijkt de zang aangeleerd te zijn. Ze nemen de zang van de ouders, of pleegouders over. De koekoek laat echter altijd koekoek horen, wat voor waardouders (gastouders) hij dan ook gehad heeft. En dan zijn er nog vogels die ook andere geluiden, die ze in hun omgeving horen imiteren, zoals de spotlijster. Vogels hebben geen stembanden, maar een bijzonder orgaan, de syrinx genaamd...

Hierna volgt een hoofdstuk over vogels en componisten, waarin het gaat over componisten die zich door vogelgezang hebben laten inspireren en over welke instrumenten zich lenen om het gezang van vogels te imiteren. In de muziek van de twintigste eeuw zijn natuurlijk ook wel geluidsopnamen van de betreffende vogels te horen. Zo schrijft Ottorino Respighi een 78-toerenplaat met een geluidsopname van een nachtegaal voor. Ook gaat dit hoofdstuk kort in op de vraag welke vogels vaak in muziek aan bod komen en welke niet, of nauwelijks te horen zijn.

Het derde hoofdstuk is het langste. Hierin worden diverse vogels en hun gezang besproken. Bij iedere vogel staat een uitgebreide beschrijving en vinden we ook een afbeelding en een QR-code, waarmee je het gezang van de vogel kunt horen. De beschrijvingen worden steeds gevolgd door beschrijvingen van de composities waar de vogel in voorkomt. Ook hier staan QR-codes bij, waarmee de composities beluisterd kunnen worden. Helaas heb ik daar weinig aan, omdat ik geen smartphone heb. Als een compositie meerdere keren genoemd wordt, wordt er verwezen naar de pagina waar deze beschreven wordt. Ook bevat het boek biografieën van de componisten die genoemd worden en ook hier wordt bij componisten en groepen die vaker genoemd worden, verwezen naar de pagina waarop de biografie staat.

In het derde hoofdstuk vind ik nog een paar kleine details, waar ik iets over meen te moeten zeggen. Zo staat bij Syb van der Ploeg, dat hij in de rockopera Nostradamus zingt en daarbij mis ik het feit dat deze rockopera van de groep Kayak is.
In de biografie van Mozart staat dat hij in 1991 overleden is en dat moet natuurlijk 1791 zijn.
Op pagina 99 is sprake van de sarrusofoon, een instrument dat de auteur op een saxofoon met een saxofoon vergelijkt. De sarrusofoon is een metalen dubbelrietblaasinstrument en diende ter vervanging van de hobo’s en fagotten in het harmonieorkest. Ik zou de dan ook eerder met deze instrumenten vergelijken, dan met de saxofoons.
Ik mis het nummer Blackbird van The Beatles en dat vind ik toch wel een beetje vreemd, zeker gezien het feit dat Pink Floyd, The Kinks en Kate Bush wel vertegenwoordigd zijn.
Op pagina 176 staat dat Reinbert de Leeuw violist en dirigent is, terwijl hij volgens mij pianist, componist en dirigent was.

Het vierde hoofdstuk met de slotbeschouwingen vind ik wat persoonlijk wat minder interessant. Ik vind het deels nogal zweverig. Vreemd genoeg staat hierbij geen paginanummer bij de inhoudsopgave. Aan het eind van het boek vinden we nog een lijst van composities, met verwijzingen naar YouTube, waar de composities te horen zijn. De vogelgeluiden zijn helaas alleen beschikbaar voor mensen met een smartphone. De verwijzingen naar de composities zijn geordend op de naam van de vogel die in de compositie voorkomt. Wat ik mis is een alfabetisch componistenregister. Dat zou het zoeken in mijn ogen toch een beetje vergemakkelijken.

Een register met de vogels is misschien minder belangrijk, hoewel ik op moet merken dat in het register van vogelboeken over het algemeen de varianten van een soort onder de algemene naam staan, terwijl de vogels hier onder de volledige naam staan. Zo vinden we geen zwaan, maar de knobbelzwaan en de wilde zwaan en geen leeuwerik, maar de strandleeuwerik en de veldleeuwerik. Daardoor kon ik ‘The lark ascending’ van Ralph Vaughan Williams eerst niet vinden en ik had er al een opmerking over in m’n bespreking gemaakt, toen ik het stuk toch in het boek vond.


ISBN 978 90 5615 592 6 | NUR 660 / 435 | Paperback | 256 pagina’s | Sterck & de Vreese | april 2020

© Renate 10 oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Naaien Scandinavische stijl 2
Met patronen op ware grootte van maat 34 tot 50
Saara & Laura Huhta


Zelf kleding maken, als je dat goed kan dan is dat is het leukste wat er is. Je kunt alles maken in je eigen kleuren, in je eigen stijl en met je eigen toepassingen. En je zal nooit iemand tegen komen die dezelfde jurk, rok, blouse, jas of broek als jij draagt. Je bent dan helemaal uniek in de kleding die je draagt.


In dit boek hebben de zussen Saara en Laura Huhta staan twintig modellen van diverse kledingstukken die je zelf kunt maken mét de papieren patronen erbij! Die kledingstukken zijn onderverdeeld in zes basispatronen die in verschillende variaties zijn uitgevoerd. Bijvoorbeeld van het patroon van de jurk kun je ook een wikkeljurk, wikkelrok en een topje maken. Van het patroon van de broek kun je ook shorts of een jumpsuit maken. Natuurlijk kun je zelf ook je eigen variaties aanbrengen.
De tijdloze en stijlvolle patronen zijn dubbelzijdig afgedrukt dus je zal ze wel moeten overtrekken op doorzichtig papier.


Het is natuurlijk al bijzonder dat de patroonbladen erbij zitten maar dat is het niet alleen. Bij elk patroon staat ook - met duidelijke tekeningen en foto's - hoe je het aan kan passen naar je eigen lichaamsvormen. Dat is erg fijn voor vrouwen die bijvoorbeeld een grote boezem of juist een kleine boezem hebben of brede heupen of heel smalle heupen.


Stap voor stap wordt dan precies uitgelegd wat je moet doen om het kledingstuk toch goed passend te maken zodat het nergens trekt of te krap zit.
Zelfs de schoudernaden worden besproken als mensen bijvoorbeeld sterk afhangende of heel brede schouders hebben.
Hoe je het kledingstuk in elkaar zet wordt eveneens heel duidelijk besproken en getoond dankzij stap voor stap afbeeldingen.
Er zijn zelfs een patroon voor een eventueel bijpassend tasje in het boek.


De patronen zelf zijn goed doordacht. Dankzij de variaties op de basispatronen kun je veel kanten op. De gekozen stoffen voor de patronen zijn soms wat aan de saaie kant, dat had bij enkele kledingstukken wel wat spannender gemogen waardoor de mogelijkheden nog beter uit zouden komen. Maar de foto's tonen wel heel duidelijk hoe een kledingstuk in elkaar zit en hoe elke variatie in het patroon eruit ziet.


Natuurlijk worden ook alle bijbehorende materialen zoals meetlint, naalden, kleermakerskrijt, garen, scharen etc. besproken.
Ook prettig is dat bij elk model heel duidelijk verteld wordt met welke soort stof het patroon het best tot zijn recht komt.
Kortom, een fijn boek dat goed als basis gebruikt kan worden voor heel veel te maken kledingstukken. Vooral door de uitgebreide besproken aanpassingen is het echt een naslagwerk geworden dat je verder helpt bij eventuele problemen in pasvorm of maat.


Saara Huhta heeft mode- en patroonontwerpen gestudeerd en werkte als ontwerpster van theater- en filmkostuums, zij verzorgt de patronen in dit boek.
Laura Huhta is opgeleid als schoenenontwerpster  en werkte als handtas- en meubelontwerpster. Laura leverde de de naai-illustraties.
Samen richtten de zussen een onafhankelijk patronenmerk op. Hun doel is mensen inspireren en het naaien van kleding als hobby te stimuleren.
De zussen hebben een eigen website https://www.namedclothing.com waar hun patronen worden getoond en besproken.

Zie ook het inkijkexemplaar van het boek.


ISBN 9789022338100 | Paperback | 208 pagina's met illustraties en patroonbladen | Manteau | 31 augustus 2021
Vertaald door Angelique van den Brok/Vitataal

© Dettie, 28 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Insecten
Het geflipte leven van zespotigen en andere vreemde beesten
Peter Berx Lieven Schreire


Dat dit boek voor een wat jonger publiek is geschreven blijkt al uit de ondertitel en het feit dat het boek is verschenen in een serie met de veelzeggende naam Nerdland.

Na de inleiding begint het boek met het beschrijven van een aantal bijzondere insecten uit onze contreien, zoals het gentiaanblauwtje, waarvan de rups een geur verspreidt, die aan een mierenlarve doet denken. De mieren nemen het beestje dus mee naar hun nest, waar ze het beestje voeren. Als dank consumeert de rups zo nu en dan ook een mierenlarve en door het geluid van de mierenkoningin te imiteren krijgt de rups ook nog eens de beste verzorging.

En dan is er nog een sluipwesp, die weer parasiteert op de rups van het gentiaanblauwtje. De wesp legt het ei in de rups en als de larve uit het ei is gekropen, wordt de rups van binnenuit opgegeten, waarbij de organen tot het laatst bewaard worden, zodat de rups zo lang mogelijk blijft leven. Er zijn ook sluipwespen die dit bij andere rupsen doen, maar de rups van het gentiaanblauwtje is een bijzonder geval omdat deze zich in het mierennest bevindt, waar de wesp zich natuurlijk eerst toegang toe moet zien te verschaffen. Daar mieren niet gesteld zijn op ongewenste gasten, moet de wesp dus een trucje gebruiken. De sluipwesp spuit alles vol met haar nagemaakte mierenalarmstof, waardoor het hele nest in paniek raakt en agressief wordt. Het resultaat is dat de mieren met elkaar gaan vechten, zodat de sluipwesp rustig haar gang kan gaan.
Voorts worden er verschillende insecten met een bijzonder uiterlijk beschreven.


In het volgende hoofdstuk worden wat bijzondere insecten en andere dieren uit de rest van de wereld beschreven. Zo is daar de op Madagaskar levende girafkever, die een lange nek heeft, waar ook nog een scharnier in zit. Op de afbeelding in het boek ziet het diertje er hoogst merkwaardig uit.
En dan zijn er weer de nodige insecten en andere dieren die gebruik maken van een ander insect of rups, door ze in een soort zombies te veranderen, vervolgens dienen ze dan als voedsel voor de jongen, of ze vervullen ongewild een andere taak in de zorg voor de jongen. De natuur is niet altijd even lief, wordt hier maar weer eens bewezen.

Nu de lezer met deze hoofdstukken het boek in is gezogen, komen we bij een praktischer hoofdstuk over het waarnemen van insecten in de eigen omgeving. Zo komt er ook nog een hoofdstuk over insecten die nut hebben voor de mens en een hoofdstuk over de overeenkomsten tussen verschillende soorten insecten.

In het boek staan allerlei dingen die je kunt doen, ook over het zelf houden van insecten, zoals bijvoorbeeld wandelende takken. (Vroeger kwam ik met de bus naar Delft langs een huis waar iemand wandelende takken aanbood.) Het laatste hoofdstuk bevat nog meer dingen die je kunt doen. Verder staan er in het boek allerlei QR-codes, waarmee je filmpjes kunt bekijken. Aan het taalgebruik kun je zo hier en daar wel merken dat dit boek een Vlaamse uitgave is. Sommige uitdrukkingen, zoals: “Over de snelweg vlammen”, komen misschien wat merkwaardig over, maar dat is geen bezwaar. Het is een heel boeiend en interessant boek, waar de insectenliefhebber veel van leert.

Zie ook het inkijkexemplaar

ISBN 9789463932899 | NUR 910/432 | Paperback | 229 pagina’s | Borgerhoff & Lamberigts | oktober 2020

© Renate 23 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

FC Barcelona. Het Imperium
Cruijff, Messi en de onzekere toekomst van de grootste voetbalclub ter wereld
Simon Kuper


Wat een leuk geschreven boek is dit! Ook voor degene die niet direct een kenner of liefhebber is van de voetbalsport valt hier veel te genieten. De vele smeuïge verhalen over Cruijff en andere voetbalsterren zijn vermakelijk om te lezen. De redeneringen van Cruijff waren onnavolgbaar, maar dat vond hij niet erg. ‘Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd,’ zei hij eens tegen een journalist. En opmerkelijk was ook zijn analyse van een voetbalwedstrijd: ‘Da’s logisch, in principe. Hun hebben er dan vijf en wij zes, want twee zijn er altijd vrij’ (blz. 87). Nog eentje: ‘Er is maar één bal. Als wij hem hebben, hebben zij hem niet’ (blz. 92).


In een groot gedeelte van het boek staat Johan Cruijff centraal. Hij introduceerde als trainer van Barcelona (1988-1996) een voetbalstijl van snelle en accurate passes, voortdurend druk zetten en voortdurend aanvallen. De schrijver ziet in hem “de aartsvader van het moderne voetbal”. Van voetballer en trainer ontwikkelde Cruijff zich na zijn carrière tot krantencolumnist en tv-analist. Met zijn Johan Cruyff Foundation ondersteunde hij zowel niet-gehandicapte kinderen als gehandicapte kinderen. Op Cruyff Institutes, Cruyff Universities en Cruyff Colleges konden sporters alsnog de kennis opdoen die ze in hun jeugd waren misgelopen. Zelf heeft hij die moeite nooit genomen. In de herfst van zijn leven zei hij: ‘Mijn enige diploma is een zwemdiploma dat ik op mijn achtste gehaald heb.’ Cruijff was een begaafde en opmerkelijke man. Als vader wilde hij zijn kinderen alles geven wat ze nodig hadden. Zijn eigen vader overleed toen Cruijff nog jong was.


De tweede hoofdpersoon is Lionel Messi. Opnieuw behaalde Barcelona jarenlang het ene na het andere succes. Tegelijk zoog Messi alle financiële middelen van de voetbalclub leeg waardoor het aankoopbeleid om nieuwe talentvolle voetballers aan te kopen, faalde. Het ging om absurde bedragen. Zijn salaris liep op tot 100 miljoen euro per jaar. Tussen 2017 en 2021 verdiende de speler in totaal meer dan 555 miljoen euro. Messi was een weergaloze speler, maar tegelijk een molensteen om de hals van de club. Zijn succes was tegelijk oorzaak van de neergang van de club. Barcelona raakte in het slop. De huidige trainer, Ronald Koeman, staat voor de moeilijke taak het schip weer vlot te trekken.


FC Barcelona is ‘meer dan een club’. Voor de Catalanen is het een leefstijl en wereldwijd is ‘Barça’ een icoon.  Barça staat voor een totaalpakket. Diëtisten stellen voor de spelers een voedingspakket samen. De sportartsen beschikken over een geavanceerde MRI-scanner waarmee elke millimeter van een scheurtje ontdekt kan worden. Psychologen hebben een programma ontwikkeld om voldoende rust en slaap voor de spelers te waarborgen.


Het wordt dubieus als Simon Kuper uit de doeken doet hoe veelbelovende jongetjes uit hun gezin worden geplukt en hoe zij ‘mentoren’ als plaatsvervangende vaders en moeders krijgen. Het kind moet leren omgaan met prestatiedruk. Soms laten luidsprekers heel hard het geluid van een vol stadion horen, zodat de kinderen eraan kunnen wennen (blz. 263 en 264).


FC Barcelona bouwt aan een campus waar de fans de hele dag voorafgaand aan een wedstrijd kunnen doorbrengen. Er zijn terrasjes, een winkelcentrum, een bioscoop. Hier neemt voetbal de rol van religie over als zingever van het leven.


Het boek opent met een beknopte biografische schets van spelers en trainers. Er is een bijlage met recepten, een notenapparaat, bibliografie, register en fotokatern opgenomen. Kortom: een prachtige uitgave.


Simon Kuper is een Britse auteur die in Nederland is opgegroeid. Begin dit jaar verscheen van hem bij dezelfde uitgever ‘De vrolijke verrader’. Eveneens een vlot geschreven boek. Het gaat in dit boek niet over een voetballer, maar over de KGB-spion George Blake. De bespreking ervan is ook op Leestafel.info te vinden.


ISBN 9789046828601| Paperback | 368 pagina's | Nieuw Amsterdam | augustus 2021
FC Barcelona is vertaald door Erik de Vries en Edwin Krijgsman.

© Henk Hofman, 14 september 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER