Nieuwe boekrecensies

Een verrukkelijk fiasco
Nanny zijn in Rome klinkt als een droom, toch?
Lotte Petersen


Je zou als je de titel leest denken dat je een verhaal gaat lezen dat een leuke feelgoodroman is. Maar dat blijkt niet zo te zijn.
Mia heeft namelijk niet zomaar de wijk genomen naar Rome waar ze een baan als nanny heeft aangenomen. In Leiden waar ze voordien een paar tegenvallende baantjes had, is er iets helemaal fout gelopen. Dat lezen we met stukjes en beetjes als het verhaal dat zich in Rome afspeelt vordert. In Leiden was Max, op wie ze heftig verliefd was. Misschien nog wel is, dat weet ze niet zo goed. Maar wat hij geflikt heeft, met zo iemand kan ze niet verder.
En dan gebeurt er in Rome alweer zo iets.
Trekt ze het aan of zo?


Eerst lezen we over haar worsteling met de kinderen, de vijfjarige Leo en de tienjarige Tommaso. Het is de bedoeling dat Mia, al snel omgedoopt tot Mimi, Engels spreekt met de kinderen. Met Tommaso gaat dat beter dan met Leo. Die weigert. ‘No inglese!’ roept hij dan.


De kinderen zijn de zonen van de Italiaanse filmster Vanessa en regisseur Luca, die eigenlijk hun kinderen nauwelijks zien. Niet alleen overdag, maar ook vaak ’s avonds worden de kinderen aan Mia overgelaten. Ook die avond dat er een overval is op de woning boven die van hen! Enorm kabaal, de politie, en daar zit Mia dan met twee angstige kinderen aan wie ze haar eigen angst niet mag laten zien!
Ze doet haar best, dat is absoluut zo, maar de kleine Leo heeft woedeaanvallen, waarbij hij schopt en krijst, zich absoluut misdraagt. In het Italiaans natuurlijk. De jongens lopen weg als ze hen naar school brengt.


Maar Mia houdt vol. En heel af toe krijgt ze wat contact met de kinderen. Ze houdt het mede vol door de contacten met andere nanny’s, al vertellen die haar vreselijke verhalen. En er is Andrea, een vader die ziet dat ze het moeilijk heeft en haar af en toe helpt. Maar juist haar contact met deze man doet haar de das om. Opnieuw een verraad, al is het niet door Andrea.
Het leven zit haar niet mee, dus je bent blij met het derde deel, al begint dat enigszins abrupt.


Het Feelgoodsausje valt dus wel mee. Je zou dan meer romantische scenes verwachten. Als die er al in voorkomen, dan proef je in de manier waarop het verteld wordt, dat hier iets niet klopt. En om twee keer in je leven op zo’n manier verraden te worden! De vraag is of Mia veerkrachtig genoeg is…
Gelukkig is de toon van het verhaal niet zwaar, er is sprake van een beetje cynische humor. Dat maakt het lezen toch redelijk aangenaam.
En er is de couleur locale: Mia zwerft door Rome als ze niet de zorg over de jongens heeft.
Dat de schrijfster zelf als nanny werkzaam is geweest, blijkt wel uit haar boek. Vooral de verhalen die de andere nanny’s vertellen, ze zullen levensecht zijn!


Lotte Petersen (1993) studeerde literatuurwetenschap en werkte enkele jaren als journalist. Dit is haar debuut, dat aantoont dat er best meer in zit. We wachten het volgende boek af.


ISBN 9789402708868 |  paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | oktober 2021

© Marjo, 4 december 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het circus van de vrijheid
Sue Smethurst


In het eerste deel van Het circus van de vrijheid maken we kennis met Mindla en Kubish en wordt deze kennismaking en alles wat daarop volgt heel levendig beschreven. De spanning van de opkomst van Hitler en wat dit doet met de Poolse bevolking krijgt ook een steeds grotere rol in het verhaal. Het leven aan de Muranowskastraat nummer 17 in Warschau gaat ondanks de zorgen echter gewoon door.


Het is winter in Warschau (1936) als de 17-jarige Mindla de in het Staniewski-circus werkzame Kubush Horowitz ontmoet. Later trouwen zij. Mindla blijft thuis wonen en Kubush trekt als clown met het Staniewski-circus door Polen. Om de paar maanden komt hij thuis. In 1937 krijgen zij hun eerste kind, Gad. Als in september 1939 Warschau gebombardeerd wordt door de Duitse luchtmacht, bevindt Kubush zich in het veilige oosten van Polen.


Het boek gaat hier over in het tweede deel. Hierin wordt omschreven dat het te gevaarlijk wordt in Warschau en ondanks alle pogingen van Mindla om haar familie te overtuigen dat zij met haar weg moeten gaan uit Warschau, vertrekt Mindla uiteindelijk alleen met haar zoontje Gad naar het oosten van Polen om zich daar bij Kubush te voegen.
Het wordt een afschuwelijke reis waarin Mindla de onmenselijkheid van de mensheid aan de lijve ondervindt, waarin zij jaren wordt gescheiden van haar man en kind, maar waarin zij ook de vindingrijkheid en het doorzettingsvermogen van de mens ervaart.


De auteur Sue Smethurst, die getrouwd is met de kleinzoon van Mindla en Kubush, weet elke gebeurtenis gedetailleerd in het boek weer te geven. De belangrijke rol van het Staniewski-circus in het beschermen van Mindla, Kubush en andere Joden, maar ook van dwergmannen en -vrouwen, is voor veel mensen onbekend. Prachtig hoe Sue Smethurst met zoveel nabestaanden heeft kunnen praten en hun verhaal heeft kunnen verwerken in dit onvergetelijke boek.


Het derde deel gaat over de periode na de oorlog. Wat is die periode ook nog een lange zoektocht geweest! Als lezer reis je mee naar vluchtelingenkampen in Rusland, Afghanistan, Iran, Kenia en Italië om uiteindelijk te eindigen in Australië. En opnieuw verwonder je je over de mensheid.


In de proloog van Het circus van de vrijheid beschrijft Sue Smethurst waarom zij de waargebeurde geschiedenis van haar grootouders Mindla en Kubush Horowitz met ons wil delen:


‘Hitler heeft zijn best gedaan om een heel volk van zijn bestaan, geschiedenis en kracht te beroven. Zes miljoen Joodse mannen, vrouwen en kinderen werden tijdens het naziregime in de Tweede Wereldoorlog vermoord.
Het is onmogelijk te bevatten.
Uiteindelijk heeft Hitler gefaald. Waarom? Omdat we deze mensen niet zijn vergeten. Stuk voor stuk, beetje bij beetje, verhaal na verhaal, jaar na jaar worden de levens van de slachtoffers en overlevenden van de Holocaust en hun plaats in de maatschappij herschreven en herinnerd. De flarden van hun leven worden weer bij elkaar gevoegd, erkend, begrepen en gewaardeerd.
Deze zielen zijn misschien verloren gegaan, maar er wordt nog steeds van ze gehouden, ze worden nog steeds gekoesterd, nog steeds besproken. We zullen hun verleden blijven eren en hun verhalen zullen de brandstof voor onze toekomst zijn.
We zullen nooit vergeten.’


Hoewel het verleden overduidelijk pijnlijk was, praatte Mindla er niet over. Niet om haar trauma’s niet opnieuw te hoeven beleven, maar ze vond haar verhaal gewoon niet zo bijzonder, omdat zoveel anderen om haar heen net zulke verschrikkelijke verhalen over hun ontsnapping aan de nazi’s hadden. Over verloren geliefden of nooit meer gevonden familieleden. Over lichamen vol luizen en hongersnood. Over de stank van de oorlog en de dood. Zoveel dood. Zoveel verdriet.


En, ondanks al deze ellende bleef Mindla zichzelf. Er werden in de familie grapjes gemaakt over dat Mindla tot haar laatste snik ijdel zou blijven, zelfs als ze allang doof en blind zou zijn. Maar het was eigenlijk geen ijdelheid. Het was waardigheid, één van de essentieelste eigenschappen van de mens, waar ze zich uit alle macht aan bleef vasthouden. Alsof ze tegen de wereld wilde zeggen: ‘Jullie hebben me alles afgenomen, maar mijn trots krijgen jullie niet.’
Deze trots en waardigheid zijn door het hele boek terug te vinden. Wat heeft Sue Smethurst het verhaal van haar grootouders puur en waarheidsgetrouw weergegeven! Het laat mij als lezer niet meer los.


We zullen nooit vergeten!


ISBN 978 90 261 5657 1| NUR 320 | Paperback | 278 pagina’s | Uitgeverij De Fontein | november 2021
Het circus van de vrijheid is vertaald door Vanja Walsmit en Janne-Meije van Rijn.

© Els ten Voorde, 27 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zie mij graag
Sarah Meuleman


‘Na vanavond zal ik nooit meer kunnen dansen, maar dat weet ik nu nog niet.’


Met zo’n eerste zin ben je meteen getriggerd: wat gaat hier gebeuren?
Eerst ‘het verhaal van toen’: Lieve is elf jaar en ze is op het feest ter ere van haar vader die een nieuw boek presenteert. Haar moeder en haar oudere zus, Margot, die Lieve erg bewondert, zijn er ook.
Ze ziet die avond allerlei dingen waarvan ze dan de betekenis nog niet kent.
Zoals er ook dingen zijn die wij als lezer niet (kunnen) begrijpen:


‘Wat denkt ge? Is hij het nog?’ vraagt ze en ik weet wat ze bedoelt. Ik kijk naar papa’s handen, hoe zijn vingers de pen vasthouden, hoe zijn smalle bovenlip door zijn snor wordt opgeveegd en ik kijk in zijn ogen, vooral zijn ogen, want daaraan kun je alles zien.
‘Hij is het nog’, zeg ik beslist’


De avond kent een akelig einde: een auto-ongeluk, waarvan Lieve later niet meer precies weet wat er eigenlijk gebeurd is. Er was nog een meisje, een fan van hun vader, dat bij hen in de auto zat.
Waar is dat meisje gebleven?


Vijftien jaar later volgt het verhaal van nu. Lieve woont in Amsterdam en is een succesvol influencer. Haar vader en zus wonen nog in Damme, bij Brugge.
Margot is, zoals ze altijd al wilde, dokter geworden en woont vlakbij haar vader, met Simon. Maar ze is min of meer verslaafd geraakt aan medicijnen, wordt betrapt op diefstal en wordt verplicht om een ontwenningskuur te gaan doen.
Net in die periode wordt er opnieuw aandacht besteed aan de verdwijning van de tiener Daphne, de pers stelt de vraag of er verband is met Saul, de bestsellerauteur. De vader van Lieve en Margot.
Lieve moet terug naar Damme. Haar vader bijstaan. Maar vooral met zichzelf in het reine komen.


‘Het landschap van mijn kinderjaren. Het verlaten was een keuze, maar het vermijden dat daarop volgde, iets wat vanzelf gebeurde. Altijd was er een reden om verstrek te laten gaan voor een verjaardag, een jubileum of een begrafenis. Uiteindelijk kwam de boodschap aan. Ze wil niet komen. Ze wil hier niet meer zijn.


Als Lieve arriveert bij haar ouderlijk huis is het Max die haar opwacht. Max de uitgever, de steun en toeverlaat van haar vader. Max de vriend, die alles regelt.
Maar nu wil Lieve weten. Wat is er gebeurd die nacht? Waar is Daphne gebleven?
En intussen vlogt ze, en deelt haar belevenissen met de wereld. En als zij even zwijgt is er Chantal die het voor haar doet, ook al vindt Lieve dat niet goed. Maar: alles voor de cijfers, het aantal volgers neemt toe, haar sponsors zijn blij.
‘Zie mij graag’ is Vlaamse voor: hou van mij. Pas aan het einde na de zeer verrassende wending zal de lezer begrijpen wat hier eigenlijk mee bedoeld wordt.


Intussen is het vloggen, de aandacht op de sociale media ook een vorm van iemand graag zien, maar dan wel een onpersoonlijke, ook al doen al die volgers of ze hun idool niet alleen bewonderen, maar ook van haar houden.
Sarah Meuleman prikt hier meedogenloos doorheen: het is fake. Het is allemaal schone schijn, het is niets wezenlijks. Ook Lieve is niet echt. Haar leven bestaat uit datgene wat haar volgers willen zien.
En nee: dat houdt ze niet vol.


Het is een roman over het leven, over de moderne fakemanier van leven. Over familieverhoudingen en geheimen. Maar het is ook een thriller, want wij volgen Lieve in haar speurtocht naar wat er die avond gebeurd is.
Mooi is hoe Meuleman speelt met het verschil tussen het Nederlands en het Vlaams, hoewel ze zelf vaak Vlaamse uitdrukkingen en zinswendingen gebruikt laat ze Lieve met ‘Nederlands’ accent spreken, waar de Vlaming Max haar op aanspreekt:
‘Dat Hollands is een vlucht, Lieve.’
Des te meer betekenis heeft het  als Lieve ineens wel Vlaams gaat spreken.


Dit boek laat je vanaf de eerste zin al niet meer los. Meuleman wisselt het verhaal steeds van toen naar nu, van Lieve naar Margot, en laat langzaam doorschemeren wat er aan de hand is. Niettemin schrik je als de ontknoping dan daar is…
En meteen wil je opnieuw gaan lezen: hoe heeft de schrijfster deze plot nu precies in elkaar gestoken?


Sarah Meuleman (1977, Oostende) is een Vlaams auteur. Ze studeerde Germaanse Filologie (Universiteit Gent) en Algemene Literatuurwetenschap (Universiteit van Amsterdam). Ze schreef voor diverse bladen, van Vrij Nederland tot Vogue, Haar debuutroman werd genomineerd voor De Bronzen Uil.


ISBN 9789048833290 | Paperback | 336 pagina's | Uitgeverij Lebowski | september 2021

© Marjo, 25 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het laatste verhaal van Mina Lee
Nancy Jooyoun Kim


Als ze vanuit Seattle naar Los Angeles reist, maakt Margot zich ongerust. Haar moeder heeft al een week of twee de telefoon niet opgenomen. En dat is niets voor haar. Ze weet dat haar moeder haar het liefst weer in Los Angeles zou hebben, maar als ze eerlijk is moet Margot toegeven dat ze liever niets met die Koreaanse wereld waarin haar moeder leeft te maken wil hebben. Mina Lee heeft nooit Engels leren spreken, en dat maakt de communicatie tussen moeder en dochter lastig, want op haar beurt kent Margot geen Koreaans.


Vanaf dat ze zich kan herinneren heeft Margot haar best gedaan Amerikaans te zijn. Ze wilde iets bereiken en schaamde zich voor de armoede waarin haar moeder – en zij dus ook – moest zien te overleven. Ze woonden in Koreatown, een armoedige omgeving, waar iedereen hard moest werken om het hoofd boven water te houden. Het was geen afkomst om trots op te zijn, dus Margot ontkende het liever.


Wie is Mina Lee eigenlijk? Pas als ze er niet meer is, realiseert haar dochter Margot zich dat ze geen idee heeft. Wat ze weet is dat haar moeder een hardwerkende vrouw was, die geen Engels sprak, al verstond ze het wel. Ze is vanuit Korea naar Amerika gekomen, heeft geen papieren, en geen echtgenoot.
Nu Margot de flat op moet ruimen waar haar moeder aan haar eind is gekomen, vindt ze bepaalde dingen die haar aan het denken zetten. Wie was haar vader eigenlijk? Haar moeder had het nooit over hem. Iemand uit de winkel waar ze werkte, zei ze, meer niet.
Wie zijn die mensen op de foto’s die ze vindt?


‘Margot had Koreanen altijd beschouwd als workaholics, ijverig en pragmatisch, maar soms ook dikdoenerig en statusgericht wanneer ze de middelen hadden. Nu ze die ontspannen gezichten op de foto’s bekeek, die stoffige schoenen, zag ze echter ook iets anders: Koreanen. Geen Koreaanse Amerikanen, geen immigranten die gehard waren door de realiteiten van het leven in een vreemd land, die net als haar vader in Calabasas waren ‘geslaagd’, een schijn van perfectie ophoudend die de werkelijkheid verhulde, het isoleren van de eigen ik. Of net als haar moeder die zich uit de naad had gewerkt, wat haar niet meer had opgeleverd dan de lange dagen, de lange uren, alleen.
Wat voor offers vroeg dit land van ons? Was het mogelijk om iets te voelen terwijl we allemaal de ander probeerden voorbij te streven, inclusief onszelf.’


Terwijl Margot het verleden van haar moeder onderzoekt, de mensen opspoort die haar nog iets kunnen vertellen, lezen we Mina’s verhaal, dat om en om met dat van Margot verteld wordt.


We lezen over het zware leven van immigranten, die de taal niet kunnen spreken en zich eigenlijk ook alleen maar thuis voelen onder het eigen volk en zich terugtrekken in een soort getto. Over hoe een tweede generatie daar mee om gaat, zij die immers wel naar Amerikaanse scholen gaan en de taal leren en de cultuur leren omarmen. En hoe dan een kloof ontstaat die nauwelijks te overbruggen valt. Dit benadrukt het gegeven dat het als immigrant belangrijk is de taal te leren van de plaats waar je woont. Als zelfs je eigen kind je niet verstaat!
Maar hier rijst de vraag: waarom heeft Margot geen Koreaans leren spreken?
Naast het taalprobleem is er ook het feit dat Mina Lee niet geleerd heeft te communiceren. Haar Koreaanse achtergrond dicteert dat je maar beter kan zwijgen!

Het is al lezend best lastig om te begrijpen hoe het kan dat Mina Lee een vrouw was met een heel eigen leven en een eigen belevingswereld, en dat haar dochter daar niets van meegekregen heeft. De Koreaanse cultuur, maar ook de armoede is daar debet aan. En de illegaliteit.
Het begrip komt te laat, als Mina Lee er niet meer is.


Er is ook nog het nogal dunne verhaallijntje over de oorzaak van de dood van Mina Lee. Margot gelooft namelijk niet dat het een ongeluk was. Maar het boek is een psychologische roman, geen misdaadroman. Misschien vond de schrijfster het nodig dit element er in te brengen om te verklaren dat Margot nu eindelijk toch op zoek gaat naar de roots van haar moeder? Het geeft een beetje meer sjeu aan het verhaal, dat wel.
Als lezer voel je maar weinig sympathie met de dochter, met haar moeder des te meer.


Nancy Jooyoun Kim (Los Angeles) schreef eerder korte verhalen en essays die verschenen in onder meer The Los Angeles Review of Books en Guernica.
Het laatste verhaal van Mina Lee is haar debuut.


ISBN  9789402708257| Paperback | 400 pagina's | Uitgeverij HarperCollins | augustus 2021
Vertaald uit het Engels door Ingrid Zweedijk

© Marjo, 20 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rigolettohof
Erik Jan Harmens


De eerste zin:
‘Mijn moeder is ruim een jaar geleden overleden, namelijk tweeënhalf jaar geleden.’
Huh? Nog een keer lezen. Nee, het staat er toch echt zo.
Het ongerijmde van deze zin achtervolgt je terwijl je verder leest. Pas na ruim 200 pagina’s volgt de verklaring, al kun je intussen al wel een beetje aanvoelen in welke richting je het moet zoeken.
Rigolettohof is namelijk een boek over van alles en nog wat. Als was hij een volleerd haker, zo rijgt hij losse en vaste steken in en door elkaar. Hij vormt lussen, die steeds weer - maar dan in een ander verband - terugkeren naar de kern, om op het eind toch tot een conclusie te komen: hij wil gezien worden.
Zijn hoofdstukken beginnen vaak zo:


‘Dit is een boek over een rechte lijn.’
‘Dit is een boek over hoe alles een kop heeft en een staart.’
‘Dit is een boek over je auto schuin tegenover het huis waarin je bent opgegroeid parkeren en naar het raam van je oude slaapkamer kijken en je afvragen of het betekenis heeft dat je nu hier zit en je toen daar stond.’
‘Dit is een boek over ingangen en uitgangen en het moment dat mijn vader zei dat hij shag en vloei ging kopen bij de Total, maar in werkelijkheid de Rigolettohof uit was gereden om naar Someren te rijden, de Kolerhof weer in.’
Maar ook:
‘Dit is een boek voor mijn broer, van wie ik hou, omdat hij mijn broer is. Dit is een boek voor mijn zus, van wie ik hou, omdat ze mijn zus is.’


De vijftigjarige ik-verteller beschrijft hoe hij in april 2021 terugkeert naar het huis in Alphen aan de Rijn, waar hij opgroeide, de Rigolettohof. Dat verhaal wordt steeds onderbroken door de eerdere gebeurtenissen, en door herinneringen aan iets waar hij helemaal niet bij was: de aanslag in winkelcentrum De Ridderhof, dat bij hem om de hoek lag, en waar tien jaar eerder toen de ik-verteller elders woonde, een man om zich heen schoot met de dood van zes mensen tot gevolg, waarna hij zichzelf doodde.


Het is een autobiografisch verhaal over het gezin Harmens, een labiele moeder, een vader die vertrok zonder iets te zeggen. Hem werd niets geleerd, net zo min als zijn broer en zus. Ligt hier een onderliggende vraag: had ook de ik-verteller uit kunnen groeien tot een moordenaar?


Het boek heeft een magisch-realistisch tintje, omdat er niet alleen verteld wordt over wat er gebeurde, maar ook over wat er gebeurd had kunnen zijn. Hij communiceert met mensen die er niet meer zijn. Beleeft herinneringen die nooit echt geweest zijn.
En over dat alles het onontkoombare: de moorden in het winkelcentrum die ‘zijn’ stad voorgoed veranderd heeft.


Erik Jan Harmens (1970) is schrijver en dichter. In 2002 was hij de eerste Nederlands Kampioen Poetry Slam. Zijn derde roman, Hallo muur, werd in 2015 door het De Wereld Draait Door (DWDD) Boekenpanel tot ‘Boek van de maand’ verkozen en binnen één week vier keer werd herdrukt. Hij was columnist van Het Parool en maker van de podcast Onverdoofd. Ook publiceert hij in Trouw en NRC.


ISBN 9789048849611 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Lebowski | oktober 2021

© Marjo, 14 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een thuis in Afrika
Irma Joubert

 

Meeslepend, boeiend, puur en realistisch! Zomaar een paar woorden die het boek Een thuis in Afrika kenmerken. Wat weet Irma Joubert je van het begin tot het einde van het boek te boeien met goed uitgewerkte personages en realistisch omschreven situaties!
Het begint al bij de proloog waarin vanuit verschillende invalshoeken de politieke toestand in  Duitsland en Engeland in aanloop naar de Tweede Wereldoorlog weergegeven wordt. De sfeer die Irma hierin weet vast te leggen, laat je als lezer niet meer los. In die sfeer weet zij haar twee hoofdpersonen prachtig te plaatsen. Zo maakt Charles Schmidt vanuit Londen en Schotland de oorlog mee en voert de Duitse Oswald von Stein actief de oorlog tegen de Russen.

Als de oorlog steeds dichterbij komt en het niet langer veilig is in Londen, besluit de vader van Charles dat zijn zoon beter af is in het verre Schotland. Daar woont zijn oudere zus Grace die vast wel voor Charles wil gaan zorgen. Charles wordt als klein jongetje helemaal alleen op de trein gezet en na uren reizen komt hij uiteindelijk aan in Eaglesham. Daar moet hij een nieuw leven gaan opbouwen, gaat hij zorgen voor zijn zeer oude tante Grace en ervaart hij wat echte liefde is. Charles voelt zich enorm geborgen bij zijn tante en hoopt dat hij er voor altijd mag blijven.


De oorlog wordt voor Charles voelbaar door de vele evacués die na verloop van tijd in het dorp worden geplaatst, maar ook door het overlijden van zijn ouders. Helaas nemen de krachten van zijn tante na de oorlog zover af dat zij besluit dat Charles bij haar zoon in Afrika op de boerderij moet gaan wonen. Tijdens de bootreis naar Afrika ontmoet Charles Mentje de Vries uit Nederland en Esther von Stein uit Duitsland. Samen sluiten zij een vriendschap die de rest van hun leven zal duren.
Charles probeert er in Beetsjoeananland het beste van te maken, maar na allerlei nare gebeurtenissen, komt Charles uiteindelijk op de boerderij van Tinus van Jaarsveld in Zuid-Afrika terecht.


Oswald von Stein woont in Berlijn als de oorlog uitbreekt. Omdat hij in het leger zit, neemt hij actief deel aan de oorlogvoering. De rauwheid van de oorlog komt in zijn verhaallijn heel duidelijk naar voren. Oswald zit vol idealen en blijft daaraan vasthouden, ook als alles tegenzit. Uiteindelijk wordt hij gedwongen om zich over te geven aan de Russen. Als krijgsgevangene maakt hij afschuwelijke dingen mee. Maar wat hij ook meemaakt, hij blijft achter zijn volk staan. Zijn frustraties weet Irma haarscherp weer te geven:


Maar half rantsoen of zelfs de detentiebarak laat Oswald op dit moment koud. ‘Ze denken dat ze Duitsland kapot kunnen krijgen, net als na de Grote Oorlog. Nou, dan hebben ze buiten de geesteskracht van het Duitse volk gerekend!’
Hij gaat naar buiten. Het helpt niet. Overal zijn mensen, nergens vindt hij privacy.
Zijn volk vecht om te overleven. Zijn platgebombardeerde volk moet opstaan uit de puinhopen en van voren af aan de weg omhoog bevechten. En hier zit hij, vol opgekropte machteloze woede, duizenden kilometers van huis – week in, week uit in de aarde te krabben om walletjes rond kwetsbare aardappelplantjes te maken.


Als hij uiteindelijk weer terug naar Berlijn mag, vindt hij daar geen thuis meer. Zijn vader is overleden, zijn stiefmoeder Hildegard en stiefzusje Esther zijn vertrokken naar Afrika en het Duitse volk ziet hem als verrader. Als Hildegard hem uitnodigt om ook naar Windhoek te komen, besluit Oswald om de reis naar Afrika te maken. Zijn leven neemt een onverwachte wending als hij ook op de boerderij van Tinus van Jaarsveld komt.


Door het hele boek heen wordt vanuit verschillende perspectieven de Tweede Wereldoorlog en de nasleep ervan aan jou als lezer voorgelegd. Het zet je tot nadenken: Hoe zou ik reageren als ik net als Charles Schmidt op 6-jarige leeftijd door mijn vader op de trein wordt gezet om te gaan wonen bij een zeer oude tante die ik niet eens ken? Hoe zou ik reageren als ik net als Oswald von Stein een carrière in het Duitse leger heb opgebouwd en naar het Russische front gestuurd wordt? Als ik gedwongen wordt om mij over te geven aan de vijand? Als ik zie dat er beslissingen over mij genomen worden waar ik helemaal niet achter sta? Hoe zou ik reageren op al die emoties van de mensen om mij heen? Zou ik onder alle omstandigheden vast blijven houden aan mijn idealen?

Met een subliem staaltje schrijfkunst, waardoor je als lezer urenlang ademloos aan de bladzijden gekluisterd zit, weet Irma Joubert de verhalen van Charles, Oswald, Tinus, Mentje, Esther en Hildegard tot één geheel te weven waarmee deze trilogie ‘Onderweg naar Afrika’ tot een prachtig en krachtig einde komt.


Het eerste deel van de trilogie heeft de titel Hildegard en gaat over een meisje in Duitsland dat zowel de Eerste als de Tweede Wereldoorlog meemaakt. Hildegard is de stiefmoeder van Oswald von Stein.
In het tweede deel Het meisje uit het verscholen dorp wordt het verhaal van Mentje de Vries tijdens de Tweede Wereldoorlog in Nederland beschreven. Zij speelt een belangrijke rol in het leven van Charles als hij in Zuid-Afrika gaat wonen.
De drie delen zijn prima los van elkaar te lezen.


ISBN 978 90 239 6065 2|NUR 302| Paperback | 523 pagina’s | Uitgeverij Mozaïek| oktober 2021
Een thuis in Afrika is vertaald door Dorienke de Vries.

© Els ten Voorde, 12 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer,klik HIER

 

Dit loopt uit de hand
deel 42
Marten Toonder


Dit is het 42e deel van de in totaal 60 delen met alle verhalen van heer Bommel en Tom Poes. In dit deel: De erfpachter, De waarde-ring en de Pijpleider.


Zoals gebruikelijk is er op iedere pagina eerst een strip te zien, met daaronder een tekst.
In de erfpachter wordt heer Bommel bezocht door een oud vrouwtje die zich voorstelt als Grit van de Gorrelgrot. Zij eist de pacht op, die om middernacht zal verlopen. Dan zal ze de grond waarop slot Bommelstein gebouwd is opeisen en die aan haar zoon geven, die dan eindelijk de ruimte heeft. En dat is een bijzonder figuur, die zoon!
Maar heer Bommel weet van niets. Pacht? Hoezo pacht? En in eerste instantie wil hij dus niet van betalen weten. Bovendien wil ze een talent. En hij weet eigenlijk niet wat ze bedoelt.
Maar intussen gebeuren er vreselijke dingen.


‘Het is zeer betreurenswaardig,’ sprak hij. ‘Dit was het rustigste plekje van het huis. Wanneer de drukte me te veel werd, placht ik me hier tussen de wijnvaten een ogenblikje terug te trekken om even te ontspannen, als ik zo vrij mag wezen. En nu opeens dit! Het moet een aardbeving geweest zijn!’
‘Dat zou ik niet willen zeggen,’ zei de metselaar bedachtzaam. ‘Het lijkt me meer een gewone werking vonder de slabben. D’r zat natuurlijk wat losse grond onder dat plaatje, en dat is door het vat opzij gedrukt totdat de boel barstte. Gewoon een foutje in het fundament. Maar dat is makkelijk te verhelpen door het storten van war cement. Het komt piekfijn in orde…
Óp dat moment rommelde er een onderaards geluid door de gewelven zodat de vakman verschrikt zweeg. Hij kreeg geen tijd om een technische uitleg aan het gebeuren te geven, want voor zijn onthutste blik rees plotseling een stuk van de vloer omhoog. ‘


Gelukkig wordt heer Bommel terzijde gestaan door zijn vriend Tom Poes. Die heeft een helder verstand, en steeds weet hij heer Bommel te redden uit penibele situaties. Dat doet hij in alle drie de verhalen.


In dit stukje hierboven staat een van de veel voorkomende gezegden van heer Bommel: ‘als ik zo vrij mag wezen’.
Hij heeft een typische manier van spreken,  ‘als je begrijpt wat ik bedoel’ en ‘verzin een list, Tom Poes!’.
De vaste bijfiguren hebben ook allemaal een eigen karakter en vaak een eigen taal. De markies gebruikt termen als ‘Parbleu!’ en ‘welk een farce’. En het eigen taaltje van professor Prlwytzkofski heeft een Duitse basis.


’Der goede dag’ wenste de geleerde. ‘Wellicht kunt u mij ener opklaring maken? Ik ben dadig met der onderzoeking van allerhand bodemlagen. En nu hoor ik daar over gassen die manden te schieten vermogen….’


Genieten is dit!
Toonders verhalen zijn talig, grappig en vertonen soms ook maatschappijkritiek. Zijn tekeningen vullen het verhaal aan, waarbij vooral het uiterlijk van de personages belangrijk is. In het derde verhaal is er sprake van de Zwader Heide:


‘Het is een achtergebleven gebied, waar een eenvoudige bevolking van Heiknapers van plek tot plek trekt en daar oogst wat van haar gading is, om vervolgens weer verder te gaan. Dit rusteloze bestaan vraagt om een straffe leiding, dat spreekt. Deze wordt gegeven door een zekere Ibbele Hoeder en de kuddebijer Dobbe Drijver.’


Zou de lezer beseffen dat dit eenvoudige volk schapen zijn? Nee toch?


Het boek telt 224 pagina's en is daarmee een van de dikste uit de reeks. Deze uitgave is herzien en de tekeningen zijn waar nodig gerestaureerd. De verhalen komen uit 1970 en 1971.


Marten Toonder (1912-2005) reisde in 1931 na het behalen van zijn eindexamen naar Zuid-Amerika. Nadat hij in Buenos Aires het werk van de tekenaar Dante Quinterno leerde kennen, besloot hij striptekenaar te worden.
Weer in Nederland ging Toonder aan het werk als illustrator. In 1941 werd hij gevraagd een dagelijkse strip te leveren aan De Telegraaf. Opmerkelijk is dat zijn redacteur besloot dat er onderschriften bij de tekeningen moesten komen in plaats van balloons, die leesluiheid in de hand zouden werken!
Tot 1986 bleef Toonder nieuwe afleveringen maken over Tom Poes en de heer Bommel voor in de krant: een totaal van 177 verhalen, die 11.768 dagafleveringen bestreken. De strip werd daarmee een van de langstlopende strips van de hand van één en dezelfde auteur.
Naast Tom Poes ontwierp hij ook andere strips, schreef hij gedichten, autobiografieën en maakte hij illustraties voor diverse doeleinden. Ook produceerde hij korte, vrije films in verschillende technieken.


ISBN  9789023469384 | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij  De Bezige Bij | april 2012

© Marjo, 10 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Elfduizend meter lief
Jasmin Schreiber

Paula weet met zichzelf geen raad sinds haar broertje overleden is. Het was een tragisch ongeval, hij is verdronken. Paula verwijt zichzelf dat ze er niet was om hem te redden.


'We waren hechter met elkaar dan met wie ook, vreemd eigenlijk, omdat ik immers veel ouder en altijd al jouw tegenpool was.’


In het ik-verhaal spreekt ze haar broertje aan. Ze vertelt hem hoe ze geen doel meer heeft, geen zin meer om te leven. Maar ze kan het hun ouders niet aandoen om er uit te stappen, dus ze gaat op advies van haar moeder naar een psychiater, die haar dan weer doorstuurt naar de therapeut.
Het heeft allemaal geen enkele zin.
Tot de therapeut haar aanraadt om het graf van Tim te bezoeken, als ze dat niet overdag wil, dan maar in de nacht.


Het is nogal een bizarre situatie daar op het kerkhof waar ze iemand ontmoet die op een nogal onorthodoxe manier rouwt om zijn ex-vrouw. Aarzelend en aanvankelijk wantrouwend vinden de twee elkaar: Paula, de twintiger en Helmut, ver in de zeventig.
Als Helmut aankondigt dat hij met zijn camper naar de Alpen wil, roept Paula spontaan: ‘mag ik mee?’
Het heeft wat voeten in de aarde, maar tenslotte zijn de twee, met de herdershond, op weg, in een aftandse camper, met allebei zo hun geheimen en gedachten.


Het is mooi om te lezen hoe de twee elkaar vinden. Hoe Paula ook het hart van de hond wint. Een bijzondere vriendschap, die voor allebei verrijkend werkt. Over hoe ze langzaam leren hoe te rouwen, en misschien ook wel hoe ze verder moeten zonder hun geliefde.


Terwijl we lezen over deze reis, duikt Paula regelmatig in het verleden en vertelt ze over haar broertje, die zo dol was op vissen in de oceaan. Over hoe hij er over droomde nog eens naar de Marianentrog te kunnen, waar de bodem elfduizend meter verwijderd is van het zeeoppervlak.
Denk nu niet dat het een en al treurigheid is, want de humor spat er geregeld af. Natuurlijk zijn er ontroerende scenes, is hun verdriet steeds aanwezig. Ze maken immers een rouwproces door. 


Jasmin Schreiber weet haar lezers te raken met fijngevoelige zinsneden en rake opmerkingen.


‘Jij was de noot en ik de beschermende dop en sinds je er niet meer bent voel ik me opengebroken, uitgehold en beroofd’


‘Nu begreep ik dat je pas echt eenzaam bent wanneer je achterblijft. Wanneer je degene bent die nog over is.’


‘Eerst werd de omgeving heuvelachtiger, de bossen stegen en daalden en door het rijden in de camper leek het alsof de woeste golven van een groene oceaan elkaar achterna zaten, tot de bos- en weidedeken plotseling openscheurden en je eronder naakt rotsgesteente zag dat spiraalsgewijs omhoog ging. Mijn hart ging sneller kloppen bij de aanblik en toen we bij een wegrestaurant stopten, sprong ik uit de cabine, stak mijn armen in de lucht en riep ik: ‘JAAAAA’. Eindelijk een gevoel. Eindelijk was er weer iets, een hartslag die betekenis gaf en niets met duisternis te maken had.’


Prachtig debuut.


Jasmin Schreiber (1988) is eigenlijk bioloog, maar werkt tegenwoordig als rouwbegeleider.


ISBN 9789402708264 | Hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij HarperCollins | september 2021
Vertaald uit het Duits door Davida van Dijke

© Marjo, 30 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De geheime oorsprong
Tom Vanderlaken


Nicolas Dampierre, een rijke Fransman, is al jaren geïnteresseerd in wat hij het vergeten beeldtijdperk noemt. Oude grottekeningen, hiërogliefen en zo. De interesse breidde zich uit tot oeroude teksten, op zoek naar het oerverhaal van de mensheid. Hij wil de oorspronkelijke tekst van de Bijbel leren kennen, omdat hij er van overtuigd is dat er een stuk Genesis verdwenen is uit de Bijbels die de mensheid nu kent.
Bovendien zijn de vertalingen nogal twijfelachtig: in de oude taal ontbreken klinkers, en als een vertaler niet op de hoogte was van het bestaan van een bepaalde stad, naam of zulks, dan is het logisch dat hij dat invulde met de kennis die hij wèl bezat.
Gelukkig heeft Nicolas er het geld voor, al probeert hij om zich niet te laten verleiden tot illegale aankoop van artefacten.

Als hij benaderd wordt door een Italiaanse journaliste, Gina, die een artikel wil schrijven over illegale handel, grijpt Nicolas zijn kans en vertelt over zijn interesses. Zo wekt hij ook die van haar, haar vader blijkt professor Chimanti te zijn, ook een verwoed verzamelaar, en al gauw zijn ze samen op speurtocht, langs oude beschavingen, musea, naar Leiden, maar ook naar het Nabije Oosten en Afrika  gaat hun reis.

Maar dat gaat niet zonder problemen. Het draait allemaal om de rol van de vrouw. In de Bijbel die wij kennen staat het verhaal van Adam en Eva:


‘De vrouw is als dienares geschapen uit de rib van Adam, en schuldig aan de erfzonde. Doordat ze de verboden vrucht van de slang aanpakte, heeft ze de mensheid  voor eeuwig in het verderf gestort. (-)
Je zwangerschap maak ik tot een zware last, zwoegen zul je als je baart. Je zult je man begeren, en hij zal over je heersen.’


Dit zou in de eerste versies van Genesis niet zo gestaan hebben. Er is een organisatie, de ribbroederschap genoemd, die helemaal niet wil dat die oude verdwenen teksten gevonden en geopenbaard worden. Zij hebben een link met de Maltezer broederschap en met het Vaticaan, waar in het geheim ook een strijd gevoerd wordt om de te vrijzinnige en vrouwvriendelijke paus te verdrijven.
Zij willen dat de vrouw als slavin gezien wordt, en ook zo behandeld wordt. Tekenend daar voor is de belofte die ze hun huurmoordenaar doen: als hij slaagt in zijn missie de twee uit de weg te ruimen, dan wacht hem een heerlijk festijn: de mooiste, begeerlijkste vrouwen zouden aan zijn voeten liggen en alles doen wat hij wenste.


Die moordenaar zit hen op de hielen. Gelukkig is Nicolas alert en heeft hij machtige vrienden, maar toch staan ze op een bepaald moment oog in oog…


Het is een reuze spannend verhaal waarbij associaties opgeroepen worden met de verhalen van Dan Brown en Jeroen Windmeijer. Maar waar die verhalen in meer of mindere mate gefictionaliseerd zijn ten behoeve van de leesbaarheid, is het boek van Tom Vanderlaken een uitdaging!
Niet dat er een probleem is met de leesbaarheid, maar er is bijna geen pagina waarop de lezer niet geconfronteerd wordt met feiten en gebeurtenissen en vaak wil je daar meer over weten. Zelfs al verwerkt Vanderlaken heel veel informatie in zijn verhaal, je hebt toch heel vaak de neiging om eens even rustig te gaan zitten googelen. Ook om te zien of je te maken hebt met ware feiten of dat het uit de duim gezogen is.
Het merendeel berust dus op ware feiten, kun je allemaal terugvinden op internet. Alleen het deel over de ribbroederschap en natuurlijk het verhaal van Nicolas en Gina is verzonnen.
Dat staat ook in de verantwoording. Ook is er een bibliografie en zijn er enkele verduidelijkende tekeningen.
Daarnaast is er veel om over na te denken. Veel kennis die je meent te hebben  blijkt te zijn achterhaald. Andere dingen zullen nieuw zijn voor de geboeide  lezer. Het Evangelie van Maria bijvoorbeeld, dat niet door de Kerk erkend wordt.
Enkele citaten:


‘Diep in ons zit iets ingebakken dat wil weten wat onze oorsprong is, als persoon, en als mensheid.’


‘Bovendien moet je bij een boek niet naar het uiterlijk kijken, maar naar het innerlijk.’


‘Vaak raakt wat je echt drijft verborgen onder een kluwen van regels en verwachtingen. Je oorspronkelijk zuivere ziel wordt een geheim voor je, je raakt ontworteld. Het enige wat je voelt, is frustratie, zelftwijfel. In werkelijkheid twijfel je niet aan jezelf. Je twijfelt aan de rol die  je ent gaan spelen. Volgens Jezus heeft iedereen specifieke talenten op op voort te bouwen. Zin je kracht komen zoals ze tegenwoordig zeggen. Je oorsprong als hervonden bron van energie, van vergeten levensgeluk, zingeving.’


Een boek om nog eens rustig te herlezen om de feiten te herontdekken, en geïnspireerd te raken. Het verhaal eromheen heeft absoluut zijn boeiende momenten, maar kent een aantal ongeloofwaardige toevalligheden, die evenwel niet storen en aan de kern van het verhaal niets af doen.

Tom Vanderlaken is het pseudoniem van een archeoloog en auteur van historische non-fictie.


ISBN 9789020542042 | paperback | 376 pagina's | Uitgeverij Zomer& Keuning | juni 2021

© Marjo, 28 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het licht van Luna Park
Addison Armstrong


Als in juni 1926 Althea Addison als kraamverpleegster assisteert bij een bevalling van een te vroeg geboren baby, moet ze tot haar leedwezen accepteren dat het kind niet gered zal kunnen worden. Maar ze heeft pas iets gelezen over een dokter die - notabene op een attractiepark - couveuses heeft staan en daar in ieder geval zijn uiterste best doet om premature baby’s te redden.
Ze vertelt het de gynaecoloog: Dr. Couney heeft al vele kleintjes gered!
Moeten ze niet een poging wagen voor dit kleine meisje?


Maar de dokter wil er niets van weten, zoals overigens de meeste van zijn collega’s: ‘Het is niet aan ons om Gods plan in twijfel te trekken!’ En bovendien: op dat park moet je betalen om de baby’s in de couveuses te mogen zien. Het is een freakshow!
Als er opnieuw een kind te vroeg geboren wordt, gaat Althea tegen de voorschriften in: ze ontvoert het meisje Margaret en brengt het naar Dr. Couney.
Het kost haar haar baan: ze zal nooit een diploma krijgen.


Wat heeft het verhaal van Althea te maken met dat van Stella Wright, een vierentwintigjarige jonge vrouw? Dat speelt in 1950. Een tijd waarin vrouwen misschien al wel iets meer voor zichzelf op konden komen, maar nog lang niet de tijd van de echte vrouwenemancipatie.
Stella heeft net haar moeder verloren, en al ziet ze er erg tegenop: die flat zal toch opgeruimd moeten worden.


Stella werkt als onderwijzeres met gehandicapte kinderen, maar ligt geregeld overhoop met de directeur van de school. Het is een klein groepje kinderen, maar volgens de directeur zijn zij geen onderwijs waard. Ze kunnen niets leren immers! Stella kan hem er niet van overtuigen dat ze dat wel degelijk kunnen, maar toch eist ze lesmateriaal. Als ze iets heel anders ontvangt dan ze in haar hoofd had, dient ze haar ontslag in. Zo kan ze niet werken!
Maar ze is er kapot van. Eerst het overlijden van haar moeder, dan dit ontslag. En dan zit haar echtgenoot Jack haar ook nog achter de vodden om aan kinderen te beginnen.
Bij het opruimen van haar moeders spullen ontdekt Stella dat ze haar moeder nooit echt gekend heeft en gaat ze op onderzoek uit.


Om en om lezen we de verhalen van deze twee vrouwen, en we vermoeden als lezer al redelijk snel wat ze met elkaar te maken hebben.
Maar het is vooral het op feiten gebaseerde verhaal over Coney Island dat indruk maakt. Hoe is het mogelijk dat een man die de levens van zulke kleine kinderen kon redden, daar nauwelijks kans voor kreeg? Hoe hij zijn prachtige plan ten uitvoering moest brengen in een attractiepark!


Ook zijn het verhalen over twee sterke vrouwen die het opnemen tegen de tijdsgeest en daar min of meer alleen voor staan. Het is natuurlijk een schok om te ontdekken dat je moeder een compleet ander persoon was als je dacht dat ze was. En hoe heeft ze het gered in die tijd? Welke lessen kan Stella daar zelf uit trekken?
Natuurlijk zit er ook een flinke dosis romantiek in het boek, waardoor het zeer leesbaar wordt, overigens zonder dat het zoetig wordt!


In een nawoord vertelt Addison Armstrong over Dr. Couney en zijn vooruitstrevende behandeling van te vroeg geborenen waarvoor hij geen andere plek vond dan Luna Park. De schrijfster weet goed duidelijk te maken hoe het er aan toe ging, vooral wat betreft vrouwen, in beide tijdsperioden.
Een mooi debuut. En een mooie omslag: een vrouwenfiguur met op de achtergrond Luna Park.


ISBN 9789044362046 | Hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij the House of the Books | augustus 2021
Vertaald door Karin Pijl

© Marjo, 25 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van vrouwen en zout
Gabriela Garcia


Gabriela Garcia begon haar boek, volgens een interview in Parool, "als een aantal losse verhalen tot ze zichzelf de vrijheid durfde geven die steeds verder te vervlechten. “Ik wist van meet af aan dat ik geen lineair verhaal wilde vertellen, mijn boek is gefragmenteerd, zoals ook herinneringen dat zijn. Zo begon ik de verschillende verhaallijnen te koppelen en kon ik ook de andere clashes laten zien, zoals die tussen moeders en dochters.” "

In een interview met Hebban.nl zegt ze: 'Het verhaal chronologisch vertellen wilde ik bijvoorbeeld niet. Ik wist niet goed welke structuur ik wel wilde gebruiken, maar ik besloot om niet te definiëren waar ik mee bezig was en mezelf daarmee toestemming te geven om te experimenteren.'


En dat gefragmenteer en geëxperimenteer is wat het boek voor mij erg lastig leesbaar maakte.


Het boek begint wel heel intrigerend met Maria Isabel, levend in het Cuba van 1866 en als enige vrouw werkend in een sigarenfabriek. Een man, Antonio, leest de sigarendraaiende werknemers in de fabriek voor. En dàt is wat het werk toch plezierig maakt. Maar de onafhankelijkheidsstrijd tegen Spanje, laait steeds meer op en bereikt ook Camagüey de stad waar Maria Isabel werkt.


Maar dan springen we over naar Miami in 2014 en maken we kennis met Jeanette, een voormalig aan verdovende middelen verslaafde vrouw die zich nu met moeite staande weet te houden. Zij observeert buren en weet dat een buurvrouw een kind heeft dat steeds naar de oppas gebracht wordt. Maar op een dag wordt de buurvrouw door de politie uit huis gehaald en komt het buurmeisje 's avonds bij een leeg huis aan. Jeanette ontfermt zich over het kind maar in haar eigen onzekerheid en strijd weet ze nauwelijks wat ze met het meisje aan moet. Ze levert het kind later ook aan de politie uit.
We springen vervolgens over naar die buurvrouw, geplaatst in een gevangenis in Texas, die vertelt wat zij daar zoal meemaakt.


Aanvankelijk dacht ik dat met deze hoofdstukken de vrouwelijke hoofdpersonages geïntroduceerd werden en het verhaal rond deze vrouwen verder uitgewerkt en met elkaar verweven zou worden. In feite gebeurt dat ook maar er komen nog meer vrouwen bij. Carmen de moeder van Jeanette, oma Dolores enz.
Vervolgens krijgen we, inderdaad in fragmenten, over hun vrouwenlevens en daden te lezen. Dat kan prettig zijn, maar de fragmenten over de personages liggen te ver uit elkaar en zijn vaak nogal raadselachtig waardoor je de greep op het verhaal kwijtraakt. Er is ook niemand die zich echt uitspreekt, het is veelal raden wat zij bedoelen met hun handelingen en uitspraken.


Er blijkt ook een geheim te zijn dat ontraadseld moet worden, maar hoewel het geheim onthuld wordt, is hierin ook samenhang ver te zoeken. Het een haakt niet in op het ander, het blijven fragmenten.


Mogelijk moet ik het boek nog een keer lezen om toch meer grip op het verhaal te krijgen, maar echt een drang om dat te doen, voel ik niet. Daarvoor viel het me te zwaar om het boek uit te lezen, maar zeg nooit nooit...


ISBN 9789056726492 | Paperback met flappen | NUR 302 | 255 pagina's | Uitgeverij Signatuur | oktober 2021
Vertaald uit het Engels door Mary Bresser

© Dettie, 16 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bibliothecaresse van Auschwitz
Antonio Iturbe


De Bibliothecaresse Van Auschwitz gaat over Dita, een veertienjarig Joods meisje uit Praag. In Auschwitz wordt ze benaderd: wil zij misschien de bibliothecaresse van de geheime school worden in het familiekamp, Blok 31 geheten? De acht boeken in haar bibliotheek en kampbewoners als Fredy Hirsch zorgen ervoor dat Dita de moed niet verliest en blijft vechten om te overleven, ook wanneer ze dierbaren kwijtraakt.

De Bibliothecaresse Van Auschwitz  is een roman die gebaseerd is op feiten. De belangrijkste personages in het boek hebben werkelijk bestaan. De hoofdpersoon, Dita Polachova, was werkelijk de bibliothecaresse, zoals beschreven. Zij overleefde het kamp.
Deze echtheid maakt het boek natuurlijk nog indrukwekkender, al is het wel gefictionaliseerd.


In het kamp waar normaal leven eigenlijk niet mogelijk was, probeerden enkele mensen toch een klein beetje ‘gewoon’ te brengen door de kinderen dingen te leren. Dita was de boekenverzorger. Zij zorgde dat ze verstopt beleven, onderhield ze en deelde ze uit. Leende ze uit. Het waren maar acht boeken, maar ze vormden voor de kinderen een wereld van verschil.


Behalve haar werk en haar leven beschrijft Iturbe ook de gang van zaken in de rest van het kamp.
Hij heeft het kamp bezocht en vond tot zijn geluk twee boeken: ‘Je me suis évadé d’Auschwitz’ van Rudi Rosenberg en ‘The painted wall’ van Ota Kraus
Beiden overlevenden van het kamp, en Ota was de echtgenoot van Dita! Antonio Iturbe was blij verrast: hij correspondeerde met haar en ze bezochten samen Theresienstadt.
Achter in het boek staan nog enkele korte biografieën van de personages, en een bibliografie.


Antonio González Iturbe is een Spaanse journalist, schrijver en professor. Momenteel is hij directeur van het culturele tijdschrift Librújula.

ISBN 9789022586310 | Paperback | 416 pagina's | Uitgeverij Boekerij | april 2019

© Marjo, 14 november  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De oogstmeisjes
Nikola Scott


1940. De oorlog is uitgebroken. Tijdens de Blitz zijn de 17-jarige Violet Etherington en haar nicht Romy een saai feest ontvlucht en komen in de bommenregen terecht. Romy komt om het leven. Dat is Violets schuld…


Nu Londen niet veilig meer is wil haar moeder dat Violet met haar mee gaat naar een oudoom in Yorkshire. Dat wil Violet niet: ze meldt zich onder een andere naam als landmeisje bij de WLA. (Het Women's Land Army was een Britse burgerorganisatie die in 1917 werd opgericht tijdens de Eerste Wereldoorlog, zodat vrouwen in de landbouw konden werken)


Ze is vanaf dan Lily, een ‘oogstmeisje’ op het landgoed Winterbourne Orchard in Somerset waar ze samen met lotgenoten uitgebuit wordt door een onmogelijk strenge vrouwonvriendelijke man die zijn dochter zelfs de opdracht geeft hen ‘s avonds op te sluiten.  
Violet sluit vriendschap met enkele meisjes, met wie ze samen in opstand komt. Maar de gemene rentmeester houdt hen in de gaten…


Vijfenzestig jaar later vecht de 28-jarige Frankie om een felbegeerde plek als journaliste bij the London Post. Als haar nieuwe baas Hugo Ramsey ontdekt dat ze de kleindochter is van de beroemde Violet Etherington, wil hij dat ze een artikel schrijft over haar oma. En als zij dat niet wil, dan kan ze vertrekken en doet een ander het wel. Violet is namelijk een beroemdheid, ze is de oprichter van een keten van Blijf-van-mijn-lijfhuizen. Frankie heeft haar oma al tien jaar niet gesproken, ook al groeide ze grotendeels bij haar op, ze ziet het dan ook niet zitten om haar te interviewen.
Maar ze wil wel graag haar baan!
Als ze dan toch in contact komt met haar oma, ontdekt ze diens verleden. Maar ze is niet de enige…


Wij in Nederland kennen dat idee van landmeisjes, of oogstmeisjes niet. Deze meisjes namen de plaats in van de landarbeiders die moesten dienen in het leger. De meisjes werkten hard en maakten het voor de boeren mogelijk om hun oogsten binnen te halen en kregen daar niet de erkenning voor die ze verdienden.
Nikola Scott doet dat wèl door hun verhaal te beschrijven in een roman, waarbij ze het verhaal van Violet (Lily) en dat van Frankie om en om vertelt, en al doende een parallel neerzet tussen de levens van twee vrouwen. Het verhaal van Violet overtuigt het meest, ook al zit er naast het geschiedeniselement veel drama in verwerkt. Frankie, hm, tot drie keer toe laat ze zich in de kaart kijken door Hugo, dat komt nogal dom over.


En het is een beetje raar als je leest: ‘het zou als Kerstmis en sinterklaas tegelijk zijn.’ Huh? Men vierde geen sinterklaas in Engeland, en al zeker niet in 1940…(misschien is dit de Duitse achtergrond van de schrijfster?)
Niettemin is het een boeiend verhaal, over twee sterke vrouwen die ondanks tegenwerking van de mannen iets weten te bereiken.


Nikola Scott is geboren en getogen in Duitsland, maar schrijft in het Engels. Ze was redacteur bij een uitgeverij tot ze besloot om zelf te gaan schrijven. Haar veelgeprezen debuutroman, De schaduw van mijn moeder, werd in meer dan 15 talen vertaald. Na Zomer vol geheimen is De Oogstmeisjes haar derde roman.


ISBN  9789402708288  | Paperback | 456 pagina's | Uitgeverij  HarperCollins | augustus 2021
Vertaald uit het Engels door Marjet Schumacher

© Marjo, 10 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stad der nevelen
Verhalen bij Het kerkhof der vergeten boeken
Carlos Ruiz Zafón


Elf verhalen die veelal hun oorsprong hebben in het vierluik waarmee Carlos Ruiz Zafón de wereld veroverde.
Het valt aan te raden om die boeken eerst te lezen, omdat de personages uit de verhalen, de geschiedenis van de mythische bibliotheek een voorname plek innemen. Het kortste verhaal beslaat twee pagina’s, het langste ongeveer zestig.


Het boek opent met een voorwoord van de Spaanse uitgever, waarna het eerste verhaal ons meeneemt naar ‘nooit voorgevallen herinneringen van een zekere David Martin’.
De achtjarige Martin ontmoet een meisje, Blanca, waar hij meteen voor valt. Ze is niet alleen een paar jaar ouder, ook is ze afkomstig uit de hogere klasse. Onbereikbaar dus. Maar door de achtergrond van het meisje staat ze open voor een jongen als hij, als hij blijk van interesse geeft. Helaas komt ze op een gegeven moment niet meer opdagen. David wil haar vinden, maar als hij daar in slaagt verdwijnt het meisje op dramatische wijze voorgoed uit zijn leven.


Ook het tweede verhaal gaat over David. Is het ‘onze’ David? Het is het hartverscheurende verhaal van een hoogzwanger meisje dat haar kind nooit zal kennen.
Ook aangrijpend is het verhaal van het meisje dat door haar vader ‘verhuurd’ wordt, hetgeen haar leven voorgoed zal verwoesten.


In alle verhalen vinden we elementen terug uit het vierluik: de stad Barcelona, bekende personages, zoals behalve David ook Sempere, maar ook de vrij duistere magische sfeer, waardoor de lezers zo getroffen werden. Boeken zijn natuurlijk een veelvoorkomend element, zoals boekenwinkels en bibliotheken.
Maar dan word je verrast door het laatste verhaal in het boek, dat een totaal andere sfeer heeft. Onderwerp is de aanslag op de Twin Towers, op 11 september 2001.Het verhaal, toepasselijk Inferno geheten, wordt voorafgegaan door een inleiding, waarin de vertaler van Zafóns boeken stelt dat het voor de lezer de enige kans is om iets te lezen dat zich afspeelt in onze huidige tijd.
Of we blij moeten zijn met dit verhaal dat gebaseerd is op getuigenverklaringen is de vraag. Het is gruwelijk. En in tegenstelling tot de minder prettige elementen in zijn romans, is dit levensecht.


Bij een aantal verhalen staan foto’s, waarover je meer informatie kan vinden aan het einde van de bundel.

Carlos Ruiz Zafón (1964-2020) begon zijn carrière met vier YA-romans: De Nevelprins, Het middernachtspaleis, Septemberlichten en Marina.
Internationaal bekend werd hij met het vierluik Het Kerkhof der Vergeten Boeken.
Deze bundel bevat verhalen die al eerder waren verschenen. Omdat hij al zo jong overleed is het een postuum eerbetoon geworden.


ISBN  9789056726898  | Hardcover | 208 pagina's | Uitgeverij  Signatuur | juni 2021
Vertaald uit het Spaans door Nelleke Geel

© Marjo, 10 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER