Nieuwe boekrecensies

Biografie van een vlieg
Jaap Robben


‘Uit stront ben je geboren, en tot stront zul je wederkeren’


Het leven van een vlieg beslaat slechts 23 dagen. Een korte biografie dus.
Willen we dit wel lezen? Over het onaanzienlijke leven van zo’n - in de meeste ogen toch - vies schepsel?
Ja, dat willen we, dank zij de kracht van het geschreven woord in combinatie met fraaie tekeningen zullen we er zelfs van smullen! Net als de held van dit verhaal smult van stront en andere viezigheid.


Ergens in zoiets onprettigs wordt de vlieg geboren, uit een van de vele eitjes die door zijn moeder achtergelaten zijn op die plek. Als de larve een vlieg wordt - binnen drie dagen - heeft hij geen weet van een moeder, of een vader, of broertjes en zusjes. Hij zal zijn weg in zijn eentje moeten vinden. Volledig toegerust begint hij aan zijn leven dat op niet meer gericht is dan zijn honger verzadigen en zich voortplanten.


In dit kleine geromantiseerde verhaaltje sluit de vlieg vriendschap met een buizerd, die eigenlijk vies van hem is, maar die ook maar alleen is. Hele gesprekken voeren ze, waaruit blijkt dat Vlieg misschien maar klein is en dus ook kleine hersentjes heeft, hij daarom nog niet minder slim is.
Buizerd zou hem graag negeren, maar dat gaat niet gebeuren. Gelukkig maar, zo ontstaat een bijzondere vriendschap. Buizerd fungeert zelfs als de oudere die de jongere voorlichting geeft: Hij vertelt hem over de liefde.


‘Nu al? Maar ik ben pas twee weken oud’.


Gelukkig voor hem krijgt hij wel de kans, een verrassing voor hem.


‘Langzaam kreeg de omgeving zijn kleuren en contouren weer terug. Vlieg gloeide. Maar tegelijk ontdekte hij dat hij helemaal alleen op de glasbak was achtergebleven.’


De extase is veranderd is een ontgoocheling. Gelukkig is daar Buizerd, die al meer van het leven weet.


Misschien, als je dit romantische verhaal hebt gelezen, zul je dan die vlieg niet lekker laten vliegen?
De moraal van het verhaal? Als die er is: we worden alleen geboren en gaan ook alleen weer dood, probeer in de tussentijd een beetje aardig te zijn voor elkaar, wie de ander ook is.


In eerste instantie is het verhaal geschreven als posterproject in opdracht van De nieuwe Oost| Wintertuin. In 25 hoofdstukken langs de weg, was het tijdens een wandeling of fietstocht te lezen. In Nijmegen was het te zien als onderdeel van Wintertuin, in Leeuwarden van Explore the North.


Jaap Robben (1984) schreef zich met  Birk de literatuurwereld in. Birk werd bekroond met de Nederlandse Boekhandelsprijs, de Dioraphte Literatour Publieksprijs en de ANV Debutantenprijs. Er wordt gewerkt aan een verfilming. Jaap Robben schrijft ook poëzie, verhalen en prentenboeken voor kinderen.


ISBN 9789083100593| hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Loopvis | februari 2021
Geïllustreerd door Paul Faassen
Afmetingen: 17,5 x 12,4 x 1,2 cm ; voor de omslag is gebruik gemaakt van linnenrestanten, waardoor de omslagen verschillende kleuren hebben.

© Marjo, 12 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Corinnes toekomst
De Koffietrilogie 1
Paula Stern


Corinne Ahrensberg heeft in Brazilië de koffieplantages bezocht waar het familiebedrijf, het koffie-imperium Ahrensberg, de koffie vandaan importeert. Haar vader vond het maar niets dat ze op reis ging daarheen, misschien voorzag hij dat zijn dochter zou vallen voor de romantiek die ook achter het product koffie schuil gaat. Corinne had namelijk al laten merken dat zij er wel zin on had om biologisch-dynamische elementen in het bedrijf te brengen, hetgeen haar vader tegenhield. Hem ging het alleen om de zakelijke kant, niet om een ‘eerlijk product’. Een harde zakenman, die geen tijd heeft voor populair gedoe.
Inderdaad doet Corinne veel ideeën op, maar voor ze haar bezoek voltooit wordt ze teruggeroepen naar Aken, haar thuisbasis. Haar vader heeft een hersenbloeding gehad.


Nu moet Corinne samen met haar broer Alexander het bedrijf overnemen, en Alexander wil ook niets weten van vernieuwingen. Maar er is iets aan de hand met haar broer, voelt Corinne. Ze waren altijd zo’n goed span samen, waarom doet hij nu zo afstandelijk, soms zelfs ronduit akelig tegen haar?
De oorzaak ontdekt ze als ze haar besluit al genomen heeft: ze gaat voor zichzelf beginnen. En daar komen haar ervaringen in Brazilië goed bij te pas. Ook vindt ze de dagboeken van haar opa, op wie ze dol was, en leest over hoe het bedrijf ooit gestart is. En hoe haar opa’s ideeën meer aansluiten bij de hare, dan bij die van haar vader!
Waar zij ook kennis van neemt is van hetgeen de lezer tussen de bedrijven door leest: het verhaal van de opa, Eberhard Ahrensberg, die als zoon van een overtuigde nazi de oorlog in moest in 1943, maar er gelukkig in 1946 weer heelhuids uitkwam. Met dromen dus over een koffiebranderij.


Corinne vindt in zijn dagboek een aanleiding om op zoek te gaan naar bepaalde joodse families, maar is vooral druk met haar eigen zaak. Haar vriend en toeverlaat Sebastian helpt haar, en dat doet ook de uitbater van een kleine koffiebranderij, Noah. Sebastian lijkt wel jaloers, ziet Corinne. Maar zij hebben toch niets? Zij zijn al bevriend vanaf dat ze kind zijn, heel goed bevriend, dat wel. Maar niet meer dan dat. En Noah? Welnee, ze heeft geen tijd voor de liefde.


Natuurlijk ontwikkelt zich er wel een romance, en daar speelt de Britse Susan een rol in. Die heeft een goedlopend café in Aken, en als je daar over leest loopt het water in je mond: heerlijke taarten gaan daar over de tafel! En je had al zin in een bakkie koffie!
Het is een vlot geschreven verhaal, een feelgoodroman, met prettige dialogen, en natuurlijk veel info over koffie. De stukjes tussendoor over Eberhard zijn van aan andere orde, serieuzer - het is tenslotte oorlog - en het valt niet mee om tegen Hitler te zijn als je vader overtuigd vóór die man is!
Ze houden elkaar enigszins in evenwicht deze twee verhaallijnen:  zonder het verleden zou het nogal zoetsappig geworden zijn. Niets mis mee overigens mits goed geschreven. En dat is het!


Dus wordt het uitkijken naar deel twee, waarin Paula Stern hopelijk wat meer in het verleden duikt. Of een andere interessante verhaallijn erbij haalt.
Zij debuteert met dit boek en maakt er maar meteen een trilogie van: De koffietrilogie.


ISBN 9789402708226 | Paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Harper Collins| juni 2021
Vertaald uit het Duits door Bonella van Beusekom

© Marjo, 31 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een tweede pad
Jodi Picoult


Ooit wilde Dawn egyptoloog worden. Ze was ook goed op weg tot het noodlot toesloeg. Ze werd teruggeroepen uit Egypte waar ze bij een opgraving aan het werk was, en keerde nooit meer terug.
Behalve haar carrière liet ze ook een geliefde achter.
Maar eenmaal terug in Boston ontmoet ze de man met wie ze een dochter krijgt. Meret is nu veertien jaar. Ook begint ze aan een nieuwe carrière. Ze is een succesvolle rouwdoela: ze helpt mensen hun dood rustig te aanvaarden. In die laatste dagen doet ze alles voor degene wiens laatste dagen geteld zijn. Bijna alles dan.


Als het verhaal begint bevindt ze zich in een vliegtuig dat op het punt staat om te crashen. In haar - naar ze aanneemt - laatste momenten verbaast ze zichzelf: ze denkt niet aan haar man Brian, of haar dochter. Ze denkt aan Wyatt, de man met wie ze in Egypte was.


Ze is een van de overlevenden en begint een onderzoek naar dat eerdere leven. Waarom ze weg gegaan is weet ze natuurlijk wel, maar waarom is ze nooit teruggekeerd? Heeft ze er goed aan gedaan haar droom op te geven?
Het wordt een moeilijke keuze: moet ze op het pad blijven dat ze nu volgt? Of het tweede pad nemen dat ze eerder had gekozen?


Brian is docent kwantummechanica aan de universiteit van Harvard en in die hoedanigheid houdt hij zich bezig met kwantumtheorieën en parallelle universums.


‘Op dit moment maken we deel uit van diverse tijdlijnen, waar verschillende versies van onszelf verschillende situaties waarnemen.’
’We zitten dan in een parallel universum.’ zei ik.
‘Inderdaad. Ik gebruikte het woord ‘tijdlijn’, maar je zou ook ‘universum’ kunnen zeggen. (_)
‘Ooit zeggen ze over jou dat je een geniale wetenschapper was.’ Ik aarzelde. ‘Of misschien doen ze dat al, in een andere tijdlijn.’
‘Precies. Alles wat kàn gebeuren, gebeurt ook – in een ander leven.’


In haar eerdere leven was Dawn bezig met een onderzoek naar het Boek van de Twee Wegen, een sarcofaagtekst die in Midden-Egypte in een paar doodskisten zijn aangetroffen, meestal op de bodem van de kist. Ook in Egypte dacht men anders over tijd:


‘Deze kon lineair en eeuwigdurend zijn, net als Osiris (god van het Hiernamaals). Maar de tijd kon ook cyclisch zijn en gepaard gaan met dagelijkse reïncarnaties, zoals Ra (de zonnegod) . Deze twee visies sloten elkaar niet uit. Voor een ‘goede’ dood had je beide nodig.‘


Samen met Wyatt stuitte ze In het graf van Djehutihotep II op een vrijwel intact gebleven Boek van de Twee wegen, maar zoals gezegd moest ze haar onderzoek onderbreken.
Na de crash komt ze voor de keuze te staan: haar man en dochter verlaten?  Op zoek gaan naar Wyatt, van wie ze weet dat hij nog steeds in Egypte zit?


Picoult trekt een parallel tussen het Oude Egypte en de kwantumtheorie, binnen een romantisch verhaal. Het wordt op een heel begrijpelijke manier uitgelegd met meer over Egypte dan over de natuurkunde zoals we die nu kunnen kennen.
Ook spelen er nog andere dingen: het huwelijk met Brian, het minderwaardigheidscomplex van dochter Meret, die erg slim is, en het werk van Dawn als doela. Een boek om je aandacht bij te houden. Picoult wisselt de tijdlijn steeds, en het is nogal een dik boek.
Als je het niet helemaal kon volgen, lees je het toch nog een keer! Absoluut geen straf!


ISBN  9789044361124 | paperback | 496 pagina's | Uitgeverij House of the Books | mei 2021
Vertaald uit het Engels door Clarine Smeets

© Marjo, 21 augustus  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bambi lust je rauw
Caroline de Mulder


‘We gaan er ons wel door slaan, gast.’
‘Sowieso.’
‘Niet om ambetant te doen, hoor, maar toch een paar dingskes. Details.’ Ze laat een pauze vallen, gaat dan verder: ‘dat kleed, waar hebt ge dat uitgehaald, nee, sjeus, ik vraag het me echt af, iets van de kringloopwinkel of wat? Niemand die er in trapt, en het stinkt naar de motten. Toen die mongol u zag met mij was hij allesbehalve breetie, nog zoveel en hij ging kas gaan, dat zag ik zo.’
‘Ik heb gedaan wat ge gevraagd hebt, een swag kleed, maar nu ook niet pokkeduur.’
‘Ik heb nogal wat moeten doen omdat hij het niet zou afbollen. Want uw kleed, aight, hoerig is het niet, totaal niet. Maar ge ziet er ook niet uit als een studente die blut is. Gewoon een wijf dat platzak is, skeer. Pak het niet persoonlijk op, maar die belachelijke look van u, tyfuslelijk. Bij het haar gesleurd.’

Bambi, nog geen zestien, en haar iets oudere vriendin Leïla hebben een man gegijzeld op een hotelkamer. Bambi heeft een wapen, gevonden in de kast van haar verdwenen vader, maar vooral heeft ze lef. In haar thuissituatie heeft ze een moeder die drinkt, en niet voor zichzelf zorgt, laat staan voor haar dochter. Ze haalt vreemde mannen over de vloer en tussendoor mishandelt ze haar dochter.


Als Teddy op het toneel verschijnt, begrijpt Bambi de situatie meteen. Ze moet hier weg. Maar de enige mogelijkheid die ze ziet is zoveel mogelijk wegblijven en zich thuis opsluiten in haar kamer. Ook als hij tenslotte vertrekt, na een gewelddadige scene, blijft ze bang.
Ze ziet maar één mogelijkheid om daar een einde aan te maken. Ze wil hem opzoeken via de sites sugardaddy’s die een sugarbaby zoeken. Bambi wil maar een ding: wraak. In de tussentijd zijn andere mannen die ze via de site vindt het slachtoffer van Bambi, Leïla en Louna, een vaag type die ze ook inzetten als ze op pad gaan om een man te ‘rippen’.

Het is een ongelooflijk verhaal over meidenbendes – ja, die bestaan! - en over sugardating.
Een hard verhaal vol rauw geweld, en met heel veel jongerentaal. Achterin het boek is een verklarende woordenlijst, zeer prettig al aangekondigd voor je gaat lezen. Bovendien is het boek een Vlaamse vertaling van een Waalse schrijfster, met woorden die in het Nederlands niet gebruikt worden.
Dat en het schokkende verhaal maakt dit een boek dat je even moet laten bezinken.


Gebeurt dit echt in de wereld?
Ja dus. Caroline De Mulder heeft zich verdiept in de bendes die ze nu nog vooral in de buitenwijken van Parijs en Marseille heeft gevonden. Jonge meisjes die zich staande moeten zien te houden in een gewelddadige wereld en als reactie zelf geweld gaan gebruiken.
Sugardating is ook een bestaand iets. De Mulder heeft zich ingeschreven op websites waar oudere mannen op zoek zijn naar een jong ding, en waar studentes vaak zoeken naar iemand die hun studie betaalt. Meisjes die denken op een makkelijke manier een luxe leven te kunnen leiden.
Daarnaast besteedt De Mulder aandacht aan de opvanghuizen, en –klinieken, waar (jonge) vrouwen belanden als het misgaat. Als ze heel naïef ontdekken dat ze beland zijn in de prostitutie.


Hoe komt het dat een meisje als Bambi in deze situatie verzeild raakt? Ze is niet dom, het gaat als ze dat wil prima op school. De combinatie van achtergrond: de alleenstaande, aan alcohol verslaafde moeder, haar omgeving en haar karakter maken het duidelijk.
Ze is een eenzaam kind, niemand ziet haar zoals ze is, en niemand helpt haar. Dan moet ze het zelf maar doen en ontpopt ze zich tot een gewelddadig kind dat haar woede richt op het soort dat haar kwaad gedaan heeft: oudere mannen.


Caroline De Mulder (Gent, 1976) groeide tweetalig op in Moeskroen. Ze studeerde Romaanse taalkunde en is hoogleraar in de Franse letterkunde aan de Universiteit van Namen. In 2010 bracht ze haar Franstalige debuutroman Ego Tango uit, waarmee ze de Rosselprijs (Prix Victor Rossel) ontving, de belangrijkste jaarlijkse literatuurprijs in Wallonië.
Petra van Caneghem heeft onderzoek gedaan naar straattaal en met straatwerkers gesproken, om de woorden te kunnen vertalen.


ISBN  9789464101201 | Paperback | 208 pagina's | Uitgeverij Horizon | mei 2021
Vertaald uit het Frans door Petra van Caneghem

© Marjo, 15 augustus  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De prosecco-dagboeken
Ruud van Gessel


De locatie:
Vijftig kilometer ten noorden van Venetië ligt de streek waar de prosecco vandaan komt. Meer specifiek: de wijngaarden staan op de heuvels van de provincie van Treviso en omvat het gebied tussen de steden van Conegliano en Valdobbiadene.

Het verhaal:
Il prosecco dittatore del mondo Alberico Brunatoni wordt bijna vijftig jaar eerder als enige zoon van een wijnboer voorbereid op een rustig arbeidzaam leven, zoals zijn vader dat voor hem had geleid.
Zijn ouders moeten evenwel met lede ogen aanzien hoe hun zoon de liefde voor een eerlijk product lijkt te verruilen voor een leven waarin geld en aanzien belangrijker zijn. Hij maakt het bedrijf groter, koopt de kleinere wijnboeren – die waren zoals zijn vader – uit en laat fabrieken bouwen voor een industrieel productieproces.


Succesvol, absoluut, maar het maakt hem niet geliefd. Het kan hem niet schelen, hij kan doen wat hij wil. Dat is toch prima? Dat zijn vrouw van hem weggegaan is, ach, moet ze zelf weten. Hij redt het alleen ook wel. Zegt hij.
‘Nooit je emoties tonen, is zijn lijfspreuk, en met zijn verbale begaafdheid speelt hij nu al jaren scènes met zichzelf in de hoofdrol.’
Toch knaagt er iets. Als hij vanuit zijn grote landhuis de kleine hoeve van zijn nu overleden ouders staan ziet staan, met de meiboom die zo’n grote rol in zijn leven gespeeld heeft, overvalt hem een gevoel van weemoed. En hij veegt dat meteen weg.


De andere hoofdpersoon is de bijna veertiger Helena. Zij is een succesvolle influencer en noemt zich op het web Wineonheels.  Ook zij is niet helemaal gelukkig met wat ze doet:


Drie dagen geleden schreef ik na een wijnproeverij: ‘Yummy, yummy, there is whine in my tummy.’
Hoe krijg je het getikt? Denk ik dan. Om je dood te schamen! Ik post het op het internet en krijg gelijk tienduizenden likes, hartjes en kusjes van mijn volgers. Wat moet ik daar nou mee?’


Ook haar relatie is niet bevredigend, ze maakt er een eind aan en neemt het vliegtuig naar Italië. Ze is tenslotte wel een wijnkenner, en wil nu eens met eigen ogen zien waar de prosecco vandaan komt.


Het is niet zo moeilijk om het einde van het verhaal te voorspellen, maar er gaat wel het een en ander aan vooraf. In het verhaal krijg je veel informatie over het telen van druiven en maken van wijn – niet al te technisch gelukkig – en over de echte wijnboer die met liefde als het ware iedere druif eerst beoordeelt versus het werken met pesticiden en de industriële manier van flessen vullen.


Zowel Alberico als Helena bezien hun leven tot dan toe. Er moeten beslissingen genomen worden.
Zij doen allebei hun verhaal in de ik-vorm.
Wat het boek dan net iets meer maakt dan een romannetje is dat er nog twee andere ik-figuren zijn. Van de ene komen we niet te weten wie het is. Hij noemt Alberico mijn baas, en vertelt vanuit een neutrale positie over Alberico en levert commentaar. Deze ik-figuur komt niet terug in de volgende boeken…
En er is de psychiater waar Alberico tenslotte mee gaat praten. Zij geeft hem de opdracht een dagboek bij te houden, hetgeen voor hem verhelderend zal werken.
Er zijn vaak flashbacks – mede door het dagboek – waarin we lezen over Alberico's jeugd en zijn ouders.
Wat zou zijn moeder bedoelen als ze zegt dat ze ‘De Dag Die Onvermijdelijk Zou Komen’ vreest?


Er komen nog twee boeken, die samen met deze de bubbeltrilogie zullen vormen.


Ruud van Gessel (1956) is cultuurhistoricus, die als regisseur zijn sporen al heeft verdiend. Hij schrijft en fotografeert voor glossy’s als Italië Magazine en Méditeranée. Zijn format All Children Sing is wereldwijd verkocht en voor zijn documentaires is hij meermalen onderscheiden. Hij heeft een groot netwerk in de mediawereld, wordt regelmatig gevraagd voor RTV en is juryvoorzitter van de Visser-Neerlandia Prijs voor Scenario.


ISBN 9789462971981 | Paperback | 288 pagina's | Uitgeverij De Kring | juni 2021

© Marjo, 1 augustus  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tot ziens daarboven
Pierre Lemaître


De oorlog is bijna voorbij, maar natuurlijk ben je niet veilig tot het echt voorbij is. Luitenant Pradelle wil in deze laatste dagen nog een heuvel laten veroveren door zijn ondergeschikten. Met een laatste overwinning op zijn blazoen zal hij bevorderd worden tot kapitein! Hij weet maar al te goed dat de wapenstilstand ophanden is, maar het leven van zijn soldaten is in zijn ogen minder waard dan zijn eigen roem.


Onder de jongens die op de Duitsers af gaan zijn ook Albert Maillard en Edouard Picourt. Ze kennen elkaar alleen nog maar van gezicht maar dat zal nu volledig veranderen.
Het begint ermee dat Maillard stuit op twee slachtoffers, mannen die vooruit gestuurd waren als verkenner. Maar: ze zijn in de rug geschoten! Hoe kan dat? Als hij Pradelle betrapt op een zelfvoldane grijns is het hem duidelijk. En dat kost hem bijna zijn leven. Pradelle heeft er geen enkele moeite mee om de granaten die hij bij zich draagt te gebruiken om zijn foute daad te verbloemen. Maillard raakt bedolven onder het zand.


En dan valt Picourt boven op hem, en die constateert dat de man onder het zand nog tekenen van leven geeft. Maillard wordt gered, maar Picourt is ernstig verminkt geraakt. Maillard redt hem op zijn beurt. Het is het begin van een verbintenis, waarbij Maillard de verzorger wordt van zijn vriend die onder geen voorwaarde terug naar huis wil. Niet zoals hij  er uitziet. En hij weigert hersteloperaties.


Dachten ze van Pradelle af te zijn, dat is dus niet het geval. Die man lijkt alles in de schoot te vallen, wat hij gewenst had. Zelf is hij van verarmde adel, hij zocht geld. En vindt het. Bij de familie Picourt. En al wil Edouard niets meer met hen te maken hebben, de wegen van Pradelle en Maillard kruisen zich regelmatig.
Pradelle voelt zich oppermachtig, maar is hij dat ook?
En hoe loopt het af met de twee soldaten, zijn ze nog in staat een goed leven te leiden?


Behalve de verschikking van de Eerste Wereldoorlog, vertelt Lemaître ook over de naweeën: het opruimen van de slagvelden, het bijeen brengen van de gesneuvelden, een heidens karwei. Het erge is dat er inderdaad in die tijd mensen waren die dachten te profiteren van dit feit: Oplichterij en gesjoemel, ten koste van de gesneuvelden en hun familie, het gebeurde.


Pierre Lemaitre (Parijs, 1951) is een Franse scenarioschrijver en auteur. Hij ontving de Prix Goncourt in 2013 voor deze oorlogsroman Au revoir là-haut (Tot ziens daarboven).


ISBN 9789401608831| paperback | 503 pagina's | Uitgeverij Xander | juni 2017
Vertaald uit het Frans door Elisabeth van Nes

© Marjo, 4 september 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Circus der wonderen
Elizabeth Macneal

De negentienjarige Nell is verbijsterd als ze niet alleen ontvoerd wordt, maar dan bovendien blijkt dat het gebeurt met haar vaders instemming: hij heeft haar verkocht voor twintig pond. De koper is circusbaas Jasper Jupiter.


Het is 1866, dus 20 pond is veel geld. Jasper verwacht evenwel het veelvoud te gaan verdienen als hij Nell gaat gebruiken in zijn circus. Want Nell is getekend: zij heeft over haar hele lijf moedervlekken. Ze is er al hele leven al mee gepest, ze werd zelfs gezien als de oorzaak voor onheil. Geen man zou haar willen, dacht ze zelf, net als de mensen om haar heen, maar dat haar vader dit zou kunnen doen, dat had ze echt nooit gedacht.


Jasper maakt van haar inderdaad een succes: hij ziet hoe lenig zij is, en als luipaardmeisje is ze een aanwinst voor zijn slecht lopende circus. Hij droomt van een carrière in Londen, maar moet zich voorlopig tevreden stellen met rondtrekken langs kleinere steden en dorpen.


Deels omdat ze geld in het laatje brengt, maar vooral ook omdat ze tussen een reuzin en een vrouw met een baard niet opvalt, voelt ze zich al snel thuis in het circus. Ze kan het steeds beter vinden met Jaspers broer, Toby.


De relatie tussen de twee broers was altijd al problematisch. Ze zijn aan elkaar verknocht, maar tegelijk is er sprake van nijd en jaloezie. Vooral van Jaspers kant. Dat is tot een dieptepunt gekomen te tijde van de Krimoorlog. Jasper heeft gediend in het leger, hij was een echte soldaat, doden vond hij geen probleem. Zijn maat was Dash, en Jasper keek hem naar de ogen: een aristocraat! Dash was nog wreder dan Jasper.


De Krimoorlog was in bepaalde opzichten een heel ander soort oorlog dan wij kennen. Er werden veldslagen uitgevochten met publiek! Dames bewonderden de stoere mannen en moedigden hen aan. Plundering was ook heel normaal, Jasper en Dash beroofden de slachtoffers op het slagveld van hun kostbaarheden.
Toby was ook op de Krim, niet als soldaat maar als fotograaf. Kranten wilden evenwel alleen heldhaftige foto’s, van stoere mannen. Geen foto’s van wat oorlog echt was: toen hij foto’s maakte van de echte oorlog en gesneuvelden werden die verscheurd. De waarheid mocht niet gekend worden.


Dan vindt Dash de dood, op een twijfelachtige manier. Het slaat de droom van Jasper voor een deel aan diggelen. Zonder een hooggeplaatste vriend, een geldschieter en - zoals de bedoeling was - een partner in het circus waar hij van droomt, is het veel moeilijker om dat circus op te richten. Toch lukt het hem, met Toby die nooit een volwaardig partner is geworden. Er wringt iets tussen de broers, het verleden staat een goede verstandhouding in de weg, en als Jasper ziet dat er iets opbloeit tussen Nell en zijn broer, wakkert dat zijn woede nog meer aan, en zijn humeur is toch al slecht doordat de zaken niet goed gaan. Maar Toby mag niet aan Nell komen: Nell is van hem! Van Jasper!


Intussen is Nell uitgegroeid tot een publiekstrekker, zij is de Koningin van de Maan en ‘vliegt’ iedere avond hoog in de nok van de circustent. En ze geniet van haar succes. Tegelijk ziet zij ook het echte circusleven, de povere staat van de attracties, de problemen van de mensen die net als zij te kijk worden gezet.
Het einde komt in zicht als Jasper in zijn hoogmoed een grote lening aangaat: hij moet en zal naar Londen…


Elizabeth Macneal beschrijft het leven in een negentiende-eeuws circus heel overtuigend. Helaas is dat niet zo origineel, er zijn meer romans met het gegeven van uitbuiting van mensen die er anders uitzien, mensen die te klein of te groot zijn, of vol vlekken zitten. Maar door er de jaloezie tussen de broers en de Krimoorlog bij te halen is het verhaal toch boeiend. Bovendien kan Macneal een overtuigend verhaal schrijven. Het is alsof je de personages, die vaak een eigen verhaal hebben, zelf kent omdat ze hun emoties invoelbaar maakt. Het vertelperspectief wisselt tussen de broers en Nell, je ziet het circuswereldje door hun ogen.

In een nawoord vertelt de schrijfster wat haar motivatie is voor het schrijven van dit verhaal, onder andere als een eerbetoon aan de mensen die zo uitgebuit werden om hun uiterlijk.
Alleen al daarom is dit een bijzonder boek.


ISBN 9789044355024| paperback | 400 pagina's | Uitgeverij The House of Books| juni 2021
Vertaald uit het Engels door Henk Moerdijk

© Marjo, 27 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vlinders in november
Auður Ava Ólafsdóttir


Na het dichtslaan van het boek vroeg ik me af wat ik nu eigenlijk gelezen had. Het is namelijk een heel wonderlijk -bizar?- boek. Op de eerste zevenentwintig pagina's is, zeer beknopt, het hele verhaal in feite al verteld. Alleen weten wij dat nog niet.


De vertelster, we leren haar naam niet kennen, is van beroep proeflezer en vertaler van artikelen, ze spreekt elf talen. Haar artikelen levert ze persoonlijk af bij een opdrachtgever waarmee ze sinds kort het bed deelt. Die dag beëindigt hij de relatie, en als ze thuiskomt vertelt haar man dat hij iemand anders heeft en die vrouw is zwanger. Hij kan na vijf jaar nog steeds geen hoogte van haar krijgen, haar minnaar had overigens dezelfde mening. Misschien is ze te vrijgevochten?


De reactie van de vertelster is in beide gevallen stoïcijns en zo blijft haar houding ook gedurende het hele boek. Alsof het haar allemaal eigenlijk weinig kan schelen of anders gezegd, ze laat alles op zich af komen en ziet wel wat er gebeurt.
Verder bezoekt ze op verzoek van een zwangere vriendin een waarzegster die precies vertelt wat haar staat te wachten. En dàt verhaal krijgen we dus in een uitgewerkte versie te lezen.


Het toeval wil dat de vertelster én een zomerhuis én een groot geldbedrag wint. Het huis laat ze uiteindelijk bouwen in het dorp van haar grootmoeder vanwege de herinneringen. Ook vraagt de zwangere vriendin, die in het ziekenhuis beland is, of zij op haar zoontje wil passen. Het kind is vier jaar, doof en zeer slechtziend. Na enig tegenstribbelen, ze is immers helemaal niet gewend om met kinderen om te gaan, voldoet ze aan het verzoek en besluit het kind mee te nemen op de door haar geplande reis door IJsland.


Ironisch genoeg rijdt ze constant over de ringweg, in feite heeft haar reis dus geen einde, net zoals haar leven op dat moment vrij onbepaald lijkt. De vertelster stopt her en der om te tanken en te eten en raakt steeds meer gesteld op het jongetje dat met haar meereist. Hij is vroegwijs en vrij uniek in zijn doen en laten.
Ze ontmoet, zoals de waarzegger al gemeld had, een aantal mannen en één zal meer gaan betekenen. Die mannen doemen op de gekste plekken op.


Het hele verhaal vloeit echter als zand door je vingers heen. Met de vertelster en het jongetje voel je geen connectie, daarvoor blijven ze teveel op afstand en is de handelswijze van de vrouw te extreem. Tussendoor staan her en der cursieve teksten waarvan je denkt dat die ergens toe leiden en het gedrag van de vrouw verklaren maar ook dat gebeurt niet. De reis is net zo vreemd als vlinders in november.


Toch kun je het boek niet wegleggen, daarvoor is het verhaal toch te intrigerend. Maar wat ik nou gelezen heb? Waar het om draait? Dat is nog een openstaande vraag. Mogelijk moet het nog eens gelezen worden om die vraag te kunnen beantwoorden.

Achterin het boek staan nog diverse recepten van de gerechten die in het boek genoemd zijn evenals een breipatroon voor babysokjes...


Auður Ava Ólafsdóttir (Reykjavik, 1958) is docente kunstgeschiedenis aan de universiteit van IJsland en was eerder directeur van het kunstmuseum van dezelfde universiteit. Tevens publiceert ze in kranten en tijdschriften over kunst.


ISBN 9789023491057 | Paperback | 334 pagina's | De Bezige Bij | maart 2015
Vertaald door Kim Middel

© Dettie, 19 augustus 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De laatste zomer
Francesco Carofiglio


De reden waarom Miranda met haar moeder de stad Florence verlaat en naar het familiehuis vertrekt, is geen prettige, al zullen we pas veel verderop in het boek lezen wat die reden is. Het is 1939, op de achtergrond speelt de opkomst van Mussolini en de fascisten, maar van de politieke situatie krijgt de tienjarige Miranda weinig mee.


In villa Ada woont haar grootvader, een zwijgzame norse man, die geen woord tegen haar zegt, en wil dat iedereen strak aan zijn regels houdt. Zelf sluit hij zich de hele dag op in zijn atelier.
Ook de huishoudster, Elda, is niet echt vriendelijk.
Gelukkig is haar moeder er, met wie ze iedere dag lange wandelingen maakt door het schitterende landschap van Toscane. Haar vader is op reis, hij komt later, zegt haar moeder. Maar dat is niet wat er gebeurt! Het is zelfs zo dat haar moeder ook vertrekt. Voor een week, zegt ze. Maar dat wordt langer.


Daar zit ze dan, een meisje alleen. Geen aanspraak, er is alleen aan kat.
Miranda dwaalt door het huis, en natuurlijk is ze nieuwsgierig. Op een moment dat ze weet dat haar grootvader er niet is, sluipt ze het atelier binnen. En staat verbijsterd te kijken naar al die prachtige schilderijen! Het zijn dieren, zoals die voorkomen in het bos dat ze intussen al goed kent.
Alleen dat ene dier, op het schilderij waar hij nu aan werkt: dat loopt toch niet rond in deze bossen?


En er is de zoon van de pachter Ottone. De jongen is iets ouder dan Miranda, en al snel sluiten de twee vriendschap. Vriendschap voor het leven, denkt Miranda. Zo jong als ze zijn, er groeit iets tussen hen.


‘We bleven daar nog een tijdje liggen, zijn haar en het mijne klitten in elkaar, het zwarte en het rode van onze hoofden die tegen elkaar lagen. De deur van de duiventoren kraakte en sloeg ritmisch heen en weer, en vanuit het huis klonk zachtjes het geluid van de radio. Elda luisterde ernaar terwijl ze het huishouden deed. Die ochtend zonden ze symfonische muziek uit, die door de wind gedempt werd en weer aanzwol en van richting veranderde. Het briesje vervoerde de geur van dennen, van de recente tarweoogst, van wilde bloemen die elders in de verre velden bloeiden.Augustus heeft voor mij altijd die geur en die klank behouden. De mannen van wie ik heb gehouden in onuitstaanbare passies van de voorbije seizoenen, het zweet, het speeksel, de opwindende geur van lichamen. Dat is allemaal verdwenen.’


Het gaat allemaal voorbij. Dat weten we vanaf het begin, omdat de nu 92-jarige Miranda terugdenkt aan die zomer. De zomer waarin alles veranderde.
Ze was een kind, begreep niet de betekenis, noch de gevolgen van wat er gebeurde. Ze moest nog ontdekken dat geluk ook een keerzijde heeft.
Aan het einde van die zomer, als ze met haar moeder weer terug gaat naar Florence, is ze geen kind meer, maar een jonge vrouw.
Ook als oude vrouw is zij als een goede vriendin, met wie je meeleeft.


Deze prachtige psychologische roman is erg mooi geschreven, haast poëtisch. Door de levendige beelden, de beschrijvingen waan je je daar in Toscane, je beleeft de zomer met het meisje mee.


Francesco Carofiglio (1964) is een Italiaanse architect, schrijver en regisseur. Dit boek is niet zijn eerste roman, maar wel het eerste dat  in het Nederlands vertaald is.


ISBN 9789402707090| paperback | 288 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | mei 2021
Vertaald uit het Italiaans door Jeanne Crijns en Gusta Crijns

© Marjo, 8 augustus  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De heks van Limbricht
Susan Smit


‘Het hoogtepunt van de heksenjacht was tussen 1550 en 1650. Toen waren we al ontzettend ver met rechtspraak. Maar op het moment dat een vrouw werd aangeklaagd als heks, vervielen vrijwel al haar burgerrechten, omdat de Inquisitie direct beantwoordde aan de paus. Ze mocht geen getuigen opvoeren, ze mocht eenmaal worden gemarteld tot bekentenis, de rechter deed zelf ook de bewijsvoering. Mannen konden zich zo makkelijk ontdoen van krachtige, lastige vrouwen.’


Dit verhaal heeft zich afgespeeld in Limbricht, nabij Sittard.


In 1674 stond Entgen Luijten voor de inquisitie die haar wilde veroordelen voor hekserij. Een oneerlijk proces natuurlijk, zij was een vrouw. In die tijd hoorde je als vrouw lijdzaam te doen wat de mannen voorschreven, je mond te houden, en zeker niet laten blijken dat je het niet eens was met de gang van zaken zoals die door de mannen werd vastgesteld. Als je dan ook nog het een en ander wist van kruiden, en daarmee mensen die een kwaal hadden, kon helpen; als je aan het gedrag van dieren en planten kon aflezen wat het weer waarschijnlijk zou worden: Dan was je een heks. Een toverkol! Een duivelaanbidder!


Entgens vrije gedrag, haar eigenzinnigheid en het feit dat ze niet zweeg was een doorn in het oog van vele mannen. Een aantal van hen zal vast wel geweten hebben dat het flauwekul was, maar ze wilden die brutale vrouw kwijt. Dan ga je toch verkondigen dat het haar schuld was dat hun koe stierf; dat ze toverkunsten gebruikte om een meisje te genezen van een zonnesteek?
Die mannen wisten dat als zij veroordeeld werd, haar bezit in beslag genomen zou worden en verkocht. Eigenbelang was het, en woede omdat ze het niet uit konden staan dat een vrouw haar zegje deed. Lastig was dat, zo’n mens in de gemeenschap. Een feeks, een duivelaanbidder, een heks...


Vanaf haar vroege jeugd was Entgen niet het gezeglijke type. Ze deed haar eigen zin. Ze weigerde onderdanig te zijn zoals de geestelijken dat vanaf de kansel met hun donderpreken afriepen. De pastoor stond onder controle van de kasteelheer en ook de paus was een man. De vrouw was de oorzaak van alle kwaad. ‘Kijk maar naar Eva’. Ze protesteerde tegen de inhaligheid van de heer van wie de landerijen waren en die een veel te groot deel opeiste van de oogst, zonder ook maar een vinger uit te steken naar de armen.
Van haar oma leerde Entgen waar bepaalde kruiden goed voor waren. Met haar vader zwierf ze over de hei en leerde de natuur kennen.
Ze trouwde met Jacob Bovendeert, met wie ze een dochter kreeg, Grietchen.


Nicolaas van Breyll is de strenge veeleisende kasteelheer waar Limbricht onder valt. Een paar keer proberen de boeren – en als enige vrouw Entgen - hem weg te krijgen met de hulp van een andere kasteelheer. Dat mislukt maar vanaf dat moment is Entgen het doelwit van de hoge heren.
Het  bijgelovige volk is snel opgestookt, en omkoperij zal ook een rol gespeeld hebben: ze zal ongeveer vijfenzeventig geweest zijn toen ze werd opgepakt, in de kerker gesmeten, waarna het (schijn)proces volgde.


Entgen moet een enorme sterke wilskrachtige vrouw geweest zijn. Maandenlang zat ze in die donkere, koude ruimte, met als enige gezelschap een muis, kreeg nauwelijks te eten, maar ze weigerde iets te bekennen waar ze zich niet schuldig aan voelde. Ze doorstond de marteling, en zweeg. Zonder bekentenis kon geen veroordeling volgen. Helaas werd ze desondanks om het leven gebracht. Het proces tegen Entgen Luijten wordt gezien als het laatste Nederlandse heksenproces.


Onvoorstelbaar! denkt de lezer bij dit verhaal. Tegelijk: is dat wel zo? Nee, op de brandstapel belanden vrouwen niet meer, maar ze worden nog steeds monddood gemaakt, niet gehoord, niet als gelijkwaardig behandeld. Die bewustwording hoopt Susan Smit te bereiken met haar boek. Ze vond de oude processtukken, deed verder onderzoek en maakte er een mooie historische roman van.
Voor Susan Smit is Entgen duidelijk een spreekbuis, met vaak opmerkingen en gedachten als deze:


'Zoals boven, zo beneden. Zoals binnen, zo buiten. Zoals het heelal, zo de ziel. De mens denkt zo gauw dat alles om hem draait, dat de sterren en de planeten hem speciaal iets te zeggen hebben. Dat vind ik nou godslasterlijk'


Na het geromantiseerde verhaal volgt een stuk geschiedenis met een verantwoording en een tijdsbalk. Voorin vind je een kaart van de streek en de stambomen - voor zover bekend - van de hoofdpersonen.
Een indrukwekkend boek over een indrukwekkende vrouw!


Susan Smit (1974) is schrijfster en columnist. Ze studeerde Culturele Studies, met als hoofdvak Nederlandse Taal- en Letterkunde, aan de Universiteit van Amsterdam. Ze publiceerde twaalf non-fictieboeken, zes romans, een verhalenbundel en een novelle.


ISBN 9789048859603 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Lebowski | mei 2021

© Marjo, 31 juli  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER