Nieuwe boekrecensies

Kiendops oorlog
Janneke Holwarda


Wat direct in het oog springt bij de nieuwe roman van Janneke Holwarda Kiendops oorlog is de bijzondere vorm waarvoor is gekozen. Korte regels, veel wit ertussen soms lijkt het zelfs poëzie. Maar ook inhoudelijk doet het verhaal aan poëzie denken. Het is een vorm die rustgevend werkt en betrekkelijk origineel is.


De hoofdpersoon van het verhaal bestaat echt. Holwarda had gesprekken met Willem Reinen (1930) ook wel Kiendop genoemd, maar ze ’romantiseerde' ook. Ze maakt sprongetjes in de tijd en gebruikt af en toe herhalingen om de aandacht vast te houden...


Aan het begin van de oorlog heeft Willem, tien jaar oud, een traumatische ervaring. Er ligt een meisje van vier jaar dood op straat met een ‘rafelig gaatje in haar slaap’. De oorlog is in volle gang. Hier lijkt het verhaal op Herfstmelk het beroemde boek van Wim Schneider. Daarin zien we de oorlog door de ogen van een Duits boerenmeisje.


De broer van Kiendop mag niet onderduiken bij zijn ouders, ze zijn bang en laten hun zoon vallen. Zijn oudere broer is spoorloos verdwenen. Willem wil net zoals deze broer later ook varen. Wil hij ontsnappen aan het benauwde milieu? Een mooie metafoor.


In 1944 is Willem veertien jaar. Hij is een nakomertje. De slag om Arnhem begint en de familie moet huis en haard verlaten. Er wordt van straat tot straat gevochten. Ze komen te wonen bij een melkboer en zijn vrouw. Willem was liever bij de bakker ondergebracht, want waar een bakker is, is brood, en is het gezellig, denkt hij. Maar de melkboer wil laten merken dat hij naastenliefde praktiseert. Hij is godsdienstwaanzinnig. Het zijn onaangename mensen, die de ‘vreemdelingen’ wegkijken: Ze zwaaien met Bijbelteksten en zuinige monden. Het is geen pretje daar te wonen bij zulke benauwde geesten. Bovendien ruikt het huis niet naar versgebakken brood maar naar zure melk.


In de roman is Willem aan het woord, gestileerd en gecomponeerd door de schrijfster. We krijgen een beeld van een jongen, zijn schoolbesognes, een gewelddadige onderwijzer (‘Bloednek’), toenemende interesse in meisjes en hun groeiende ‘tietjes’.  Hier deed het mij denken aan Bint van Bordewijk. Wat weet een jongen van zijn vader? Van zijn moeder? Willem zit bij het licht van een olielampje, met koude vingers een knoop uit het schaatslint van zijn houten zool te halen. Hij is aan alle kanten in de steek gelaten. Hij is alleen.


Willems vader is werkloos en lijdt daaronder, maar vooral onder een gedwongen internering. Willem moet meemaken dat zijn vader zich ophangt aan een boom en dat zijn moeder van zesenvijftig door alle ellende een oude vrouw wordt. Willem realiseert zich dat hij zijn vader niet kent en nooit meer zal leren kennen. Holwarda zet dat krachtig neer: Wim denkt aan het moment dat hij van vader zijn nagelschaartje kreeg, diens liefste en belangrijkste eigendom. “Hier Wimpie” zegt hij. En Wimpie zegt” dank je wel” en geen pa erachteraan. Een schaar als enige blijk van liefde?


De schrijfster kijkt steeds door de ogen van de jongen. Hij heeft zaken die door hem worden waargenomen maar halfbegrepen. Dit alles is in nuchtere, sobere taal, geschreven maar de lezer maakt het niettemin helemaal mee. Dit is zeker de beste roman van Holwarda! Gedurfd om de oorlog te beschrijven door de ogen van een jongen van vijftien. Een gewaagde onderneming, die zeer geslaagd is.


ISBN 9789028450905 | Paperback | 224 blz. | Wereldbibliotheek | mei 2021

© Karel Wasch, 14 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vreemdelinge en de oude premiejager
David Westling


In dit boek zijn twee verhalen gebundeld. Een vrouw van over de veertig en een twintig jaar oudere man. Beiden staan op een keerpunt in hun leven. Er moet iets gebeuren, maar wat?  Een reis, een andere omgeving biedt hen misschien een uitweg?


In ‘De Vreemdelinge’ pakt Lorraine Washburn haar koffer voor een bedrijfsreis. Marvin & Moore, het bedrijf waar ze de functie van bedrijfsjurist bekleedt, heeft deze trip al geruime tijd gepland staan. Ze heeft er spijt van dat ze ingeschreven heeft, maar in het besef dat het niet goed gaat, niet op haar werk maar ook niet privé, zet ze door. Misschien is meer en een ander soort contact met haar collega’s wel precies was er nodig is om straks weer zin in haar werk te hebben. En afleiding na het overlijden van haar geliefde hond Max kan ze ook wel gebruiken. Anders zit ze maar in haar eentje te kniezen.
Haar vriendin oppert dat er misschien ook wel een interessante man in het gezelschap zit? Ha, wie weet!
Op het nippertje arriveert ze bij de terminal.


‘Ze las zichzelf de les. Heb vertrouwen en straal dat uit! Rus recht, borsten vooruit, billen naar achteren. Ze produceerde ook een glimlach, voelde zich een beetje gesterkt door de vrijkomende endorfinen, en zei dat de zon zou schijnen waar zij zou gaan. Ze merkte meteen dat deze bravoure uitwerking had.‘


Daar gaat ze dan. Naar Lissabon. En ja, er is een interessante man. En haar kamergenote, dat zou best wel eens een vriendin kunnen worden. Bovendien is Lissabon goed voor lekker eten en drinken, en veel mooie toeristische bezienswaardigheden.
De gebeurtenissen zorgen er voor dat ze – op haar leeftijd! – een soort coming of age ervaring heeft.

Het tweede verhaal ‘De oude premiejager’ is Ed Brewster de hoofdpersoon. Veertig jaar lang heeft hij als loodgieter zijn brood verdiend, en jarenlang was hij getrouwd met Sue. Zowel zijn loopbaan als zijn huwelijk zijn voorbij, en hij loopt met zijn ziel onder zijn arm.


‘Om mijn hart te luchten heb ik tenslotte besloten mijn verhaal te vertellen. Het verhaal over mijn verblijf in de kustplaats waar Sue en ik zo vaak op vakantie zijn geweest en waar we tevoren als gezin kwamen, in gelukkiger tijden, en over wat er in de jaren voor mijn terugkeer gebeurde. Ik vertel het je zoals ik het heb ervaren, zonder afdekfolie of stucwerk om het netter te doen lijken.‘


Hij is tenslotte loodgieter! En dan volgt een ietwat bizar verhaal over een spel dat hij met zijn vrouw speelde. Geen spel dat je uit een doos haalt en weer opbergt, maar een spel met afspraken over dagelijkse situaties.


Zoals dat wel gebeurt in een huwelijk ontstond er onenigheid over dingen als afwassen, of het vuilnis buiten zetten. Met hun spel dat ze ‘Premiejager’ noemden, kreeg degene die het klusje deed punten. Een bepaald aantal punten kon ingewisseld worden voor een prijs. Dat kon van alles zijn: een avondje op stap.
Dan gaat hun zoon, hun zorgenkindje, het huis uit. Dat wat hen bond is weggevallen.
En dan gaat het bergafwaarts in het huwelijk – schoonmoeder in huis!  En hij wordt ontslagen - heeft Ed zich in natura laten betalen?  
En het spel loopt uit de hand.
Nu zit hij daar in dat hotel waar het ook al niet goed gaat. Valt er nog iets te redden in zijn leven?


Twee verhalen over heel gewone mensen. Voor spanning en sensatie moet je niet bij David Westling zijn. Hij duikt diep in de persoonlijkheid van zijn hoofdfiguren, ontleedt hun drijfveren en biedt hen mogelijkheden. Dat weet hij zo op te schrijven dat het twee boeiende verhalen zijn geworden. Ook bij ‘gewone’ mensen met ‘gewone’ problemen wil je weten hoe het hen verder vergaat.


David Westling (1988) studeerde sociale wetenschappen. Hij debuteerde in 2014 met De Nachtwandelaar en andere verhalen, een bundel met zestien korte verhalen. In 2015 volgde Oldtimer.


ISBN 9789463653169 | Paperback | 300 pagina's | Uitgeverij Elikser| maart 2021

© Marjo, 21 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Brandsmoor
Roman Helinski


Op de eerste pagina staat een duiding van het woord Brandsmoor: 'droge, als rook neerhangende nevel in den voorzomer, waardoor de bloesem der vruchtbomen bedorven wordt.'

In een Limburgs dorp arriveren enkele 'böetelanders'. Het zijn Moldaviërs die komen werken in een Aziatisch distributiecentrum verderop. Ze worden iedere dag gehaald en gebracht met een busje, koken zelf, en spreken geen woord Nederlands, ook geen Duits.
Slapen doen ze in een paar tenten op het erf van een oude hoeve, die niet meer als zodanig in gebruik is. De eigenaar heeft een advocatenkantoor aan huis. Zijn vrouw is met de noorderzon vertrokken en de achttienjarige zoon, Tristan, is tijdelijk thuis omdat hij gestopt is met een studie, en in afwachting is van een nieuw studiejaar.


Tristan ziet de buitenlanders komen. Hij vindt dat zijn vader een profiteur is, en vindt daarin medestanders bij de dorpelingen. Als de Moldaviërs in hun tenten zouden blijven was het prima, maar in het dorp willen ze hen niet. Ook niet op zondag in de kerk!
En ze komen verhaal halen: stuur ze weg!

Maar dat kan zomaar niet, vader heeft een contract met de werkgever. En Tristan wil intussen ook niet meer dat ze vertrekken, want er is een meisje bij. Ongeveer van zijn leeftijd, en bloedmooi! Sofia heet ze.
Tot over zijn oren verliefd is hij – smoor dus – maar hij is nogal onhandig in de liefde. En een van de andere Moldaviërs ziet hem niet graag komen, al heeft Tristan geen idee: is die Sasha familie van haar? Een vriendje?
Het broeit: zowel in het dorp, als bij de tenten. Dat kan niet goed blijven gaan.


Roman Helinski tekent een idyllisch landschap, een lieflijk dorpje, een appelboomgaard die bloeit, een bos met een watertje. Maar al deze schoonheid wordt teniet gedaan door het onbegrip tussen de autochtonen en allochtonen, die elkaars taal niet verstaan. Vreemdelingen moeten wegblijven...


Mooie taal en een mooie sfeertekening met een actueel thema.
Bijzonder: boven ieder hoofdstuk staan kronkellijntjes, in toenemende mate, overeenkomend met de groeiende broeierige sfeer tot tenslotte ook nog een fysieke mist - de brandsmoor – over de boomgaard neerdaalt.


Roman Helinski (Nuth, 23 april 1983) debuteerde in 2014 met de roman Bloemkool uit Tsjernobyl.


ISBN 9789048844449 | Paperback | 112 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | april 2021

© Marjo, 17 juli  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De schoenen van Heydrich
Waar 'HhhH' stopt, begint zijn verhaal...
Ben Bouter


Het is februari 1942. David, een 21-jarige Bijbelonderzoeker, verlaat na een gesprek met een medegelovige, de twee-onder-een-kap woning in Nootdorp. Hij wordt meteen gearresteerd. In 1944 stuurt Himmler hem, samen met veertien geloofsgenoten, vanuit concentratiekamp Sachsenhausen naar het landgoed van Lina Heydrich. Haar man is vermoord. Tussen de Bijbelonderzoekers en Lina ontstaat een opmerkelijke symbiose.
Wie heeft David verraden? Johannes, zoon van de enige protestant in het dorp, wil het weten. Hij begint een zoektocht die meer overhoop haalt dan hij ooit kon vermoeden.


'Roman Gebaseerd op een waar gebeurd verhaal' staat op de titelpagina te lezen en dat verhaal is verbijsterend en adembenemend. Ben Bouter heeft namelijk een huzarenstukje geleverd door allerlei verbanden te leggen tussen oorlog, geloof, geweld en menselijk handelen.


Het boek draait om de jonge Johannes en zijn drang om de waarheid rond de arrestatie van David boven tafel te krijgen. Hoe ouder hij wordt, hoe meer hij hoort over een gebeurtenis in de Tweede Wereldoorlog, hoe groter zijn verlangen wordt om alles uit te zoeken.


Het begint allemaal nogal onschuldig. We ontmoeten Johannes Smolders in zijn ouderlijk huis, waar zijn streng gelovige vader naar de Bijbel leeft. De zeer intelligente Johannes heeft er moeite mee, vooral met al het geweld in de wereld. Geweld dat in feite ook goedgepraat wordt in de Statenbijbel. Moeder Anja begrijpt Johannes, vader Jaap niet. Hij staat niet open voor elke vorm van discussie, hij wil niet luisteren naar de vragen en argumenten van Johannes. Wat in de Bijbel staat is waar. Punt.

‘Wat ik niet begrijp’, probeerde ze (Anja) zonder op te kijken, ‘is waarom zoveel mensen moeten lijden.’ [...]
‘Kwam dat alleen maar omdat Eva van de verboden vrucht had gegeten?’[...] ‘Hoe zie jij dat nou? Kan een fruithapje zoveel narigheid veroorzaken? Als God liefde is...’ Jaap zette als door een slang gebeten het lege glaasje met een klap op tafel en stond op. Zijn bovenlip trilde. ‘Als je niet snapt wat er in de Bijbel staat, moet je meer bidden, vrouw. Smeek de Heere om inzicht. Bid dat je bekeerd mag worden.’ Het was alles wat hij kon uitbrengen.[...]
Zo ging het bijna altijd. Vragen stellen over God was oneerbiedig.


Johannes is, tot grote ergernis van Jaap, niet zo volgzaam als zijn moeder, en als hij het huis verlaat om te gaan studeren gaat er een wereld voor hem open. Hij ontdekt kunst, muziek, toneel. Maar hij ontdekt ook dingen over zijn vader die Johannes' vragen over o.a. het geloof nog groter maken. We lezen de prachtige discussies die Johannes voert over dat geloof, over de denkwijze van Spinoza, Thomas van Acquino etc. maar ook het werk van Klaas Hendrikse, Geloven in een God die niet bestaat, wordt besproken. Het zijn fascinerende en leerzame gesprekken. Het begrijpen van geweld is overigens nog steeds een issue.


Daarnaast volgen we een heel ander verhaal, dat zich afspeelt in de Tweede Wereldoorlog. Dat verhaal gaat over de nazikopstuk Reinhard Heydrich, en zijn vrouw Lina. Vanwege zijn wreedheid had Heydrich de bijnamen Slager van Praag, het blonde beest of de beul.
Ze leven in weelde dankzij hun connecties met Himmler en Hitler. (Zie ook de vpro uitzending Himmlers hersens heten Heydrich) Heydrich is verantwoordelijk voor de gaskamers. Het is soms schokkend zoals het stel over de Joden praat. Die moeten zo snel mogelijk opgeruimd worden volgens Lina en Reinhard.
Het is overigens niet Heydrich die de hoofdrol in dit boek speelt maar Lina.


Langzamerhand werkt Ben Bouter toe naar de connectie die Lina en Johannes hebben en wordt ons ook onthuld wat voor enorme rol de aanvankelijk relatief onbekende David gespeeld heeft in het leven van vele mensen.
Het is voor ons als lezer een adembenemende reis door de tijd en situaties die nagenoeg onvoorstelbaar zijn. Je leest soms met ingehouden adem wat er zich allemaal afspeelt in Duitsland en Nederland. Alles heeft in dit verhaal met elkaar te maken, alles haakt in elkaar en Ben Bouter houdt het verloop van de gebeurtenissen knap in de hand.
Een boek dat enorme indruk maakt en lang na blijft werken.


ISBN 978-90-9034895-7 | Paperback | 248 pagina's | NUR 301 | Uitgeverij Woensdag | 9  juli 2021

© Dettie, 5 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het heilige water
Martin Michael Driessen


'Zoveel geluk is haast teveel voor een mens,' zei hij. 'Ik kan nog steeds niet geloven dat jij de mijne bent...'
'Na zoveel jaren moet je het toch weten? Dat we voor elkaar bestemd waren?'
'Ik weet het ook. Maar geloven is wat anders dan weten. Denk maar aan Thomas uit de Bijbel.'
'Die pas geloofde toen hij het zag? Maar wij hebben elkaar gezien! Ik zal die rekrutenparade nooit vergeten: jij in je uniform, met die helmbos.


Wie denkt dat dit het begin van een romannetje is, heeft het mis...  Aan het woord zijn Thomas en Maria, woonachtig in de Oekraïne van weleer, beiden zijn blind geworden, beiden zijn van een uitzonderlijke schoonheid. Ondanks hun blindheid zijn ze intens gelukkig met elkaar en genieten ze van elke dag die ze met elkaar door kunnen brengen. Ze leven ze in hun eigen sprookjeswereld.


De dorpsbewoners accepteren het stel dat 's winters slaapt in de schuur van de molenaar en 's zomers gewoon buiten, onder een zeildoek. Jaroslav de olieboer voorziet hen van eten - tot ergernis van zijn vrouw -.
Maar nu het dorp tot Polen behoord, is er een nieuwe Poolse burgemeester aangesteld. 'Twintig jaar leven ze al op onze kosten.' moppert deze. Ze moeten maar eens in hun eigen levensonderhoud gaan voorzien, is zijn mening. Enkele dorpelingen zijn voor, anderen zijn tegen. Uiteindelijk wordt beslist dat ze nog twee jaar kunnen blijven...


Maria en Thomas weten nergens van, zij leven in hun droomwereldje. Toch is Maria's grootste droom de sterren weer te kunnen zien, na al die jaren, wat zou dát fantastisch zijn. En dan komt een jonge man op hun pad, hij komt uit Santiago de Compostella en kan wonderen verrichten, hij heeft het heilige water bij zich.
In al hun gelukzaligheid vragen Maria en Thomas of hij hen hun zicht weer terug kan geven... Maar is dat wel verstandig? Nu zijn ze gelukkig met elkaar, wat zal er gebeuren als ze elkaar weer kunnen zien?


Martin Michael Driessen heeft een mooie stijl van schrijven. De taal die hij gebruikt is zeer aangenaam, passend bij de tijd van het verhaal. Bovendien weet hij de spanning goed op te voeren. Het is verder een verhaal zonder opsmuk maar wel heel menselijk en vol mededogen.


Op de achtergrond spelen de situatie en de nieuwe wetten van destijds in Galicië mee. Het gemoedelijke verdwijnt, de te vormen nieuwe Staat staat op nummer een. Maar de oude garde van het dorp, handhaaft hun eigen gedrag, mét begrip voor het bijzondere koppel.
De gevolgen van het wonder zijn om over na te denken. Is tevreden zijn met wat je hebt in sommige situaties niet beter?


Opnieuw een uitstekend boekje uit de Literaire Juweeltjes reeks, opgezet in 2006 om mensen en vooral jonge mensen duidelijk te maken dat het lezen van literatuur heel aangenaam kan zijn en tegelijkertijd onze kijk op de wereld een beetje kan veranderen.
Elke maand verschijnt een nieuw Literair Juweeltje, met achterin een kortingsbon waarmee voor minder geld meer werk van de schrijvers kan worden gekocht in de boekhandel, of een verlootbon voor een gratis boek.
'Zelden was mooi lezen zo goedkoop', voor 1,99 kun je een Literair Juweeltje aanschaffen.


Martin Michael Driessen (Bloemendaal, 19 april 1954) is een Nederlands acteur, regisseur, vertaler en schrijver. In 2016 won hij de ECI Literatuurprijs en in 2018 De Inktaap voor Rivieren.


ISBN 9789085166542 | Hardcover | 62 pagina's | B for Books | 2 december 2019
Het verhaal is afkomstig uit de verhalenbundel Mijn eerste moord en andere verhalen - Van Oorschot 2018

© Dettie, 4 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De geheimen van Saffron Hall
Clare Marchant


‘Mrs Morton,’ begon hij langzaam, alsof hij het tegen een kleuter had, ‘dit is een rijksmonument. Uw grootvader mag dan hier wel wonen, maar het is onderdeel van onze vaderlandse geschiedenis en als zodanig dient u een aannemer in de arm te nemen die gespecialiseerd is in historische gebouwen, niet een of andere cowboy die u via Google hebt gevonden.’
Amber is woest, maar reageert kalm. Alsof ze dit niet wist!



Het vijfhonderd jaar oude huis waar ze tijdelijk bij haar opa woont, is getroffen door een blikseminslag. Ook zonder deze onvriendelijke man van monumentenzorg was ze niet anders van plan geweest dan zorgvuldig handelen! De toren die op slot zit en waarvan de sleutel verloren is, is zwaar beschadigd.


Na het overlijden van haar ongeboren dochtertje heeft Amber een sabbatical genomen en besloten om naar Saffron Hall te gaan, waar haar opa een antiquariaat in boeken heeft dat nodig opgeruimd en gecatalogiseerd moet worden. Haar man Jonathan, achtergebleven in Cambridge, mist haar vreselijk maar respecteert haar besluit.


Als de aannemer aan het werk gaat brengt een van de werklui haar een pakje: ’dit lag in de torenkamer.’ Ze is gefascineerd als blijkt dat het een getijdenboek is. Een soort gebedenboek dat in de Middeleeuwen gebruikt werd met vaak fraaie illustraties, en aantekeningen van de eigenares in Oudengels en Latijn.
Nu heeft Amber een vriendin die beter is in Latijn dan zijzelf, en samen weten ze de tekst te ontcijferen. Het boek stamt uit de zestiende eeuw en was in bezit van Eleanor Lutton, die gehuwd was met Sir Greville Lutton. Bij deze namen stonden ook hun kinderen vermeld. En er was een geheimzinnige tekst, waarin Eleanor een oproep lijkt te doen voor hulp. Maar wat bedoelt ze?


‘Een dochtertje ligt onder onze voeten.’


Na zoveel eeuwen blijkt deze oproep nog steeds geldig. Amber vindt een welkome afleiding in haar speurtocht en de zorg voor al die boeken. Maar Jonathan is er ook nog.


Het verhaal van Eleanor begint in 1538, als ze, nog maar zeventien jaar oud, door haar neef het huis uit wordt gewerkt. Vogels de regels van die tijd is een vrouw niet de erfgename van het huis en een eventuele titel, en na het overlijden van haar vader wist ze wel dat haar leven zou veranderen. Maar uitgehuwelijkt worden? Dat had ze niet verwacht. Sir Greville Lutton is de gelukkige, haar nieuwe huis is het huis dat later Saffron Hall zal heten.


Omdat ze veel alleen is, heeft Eleanor alle tijd om saffraankrokussen te telen, zoals ze geleerd heeft van de monniken. En ze is er goed in, zodat haar man erg blij is met haar. Saffraan is namelijk een kostbaar goedje. Hij gebruikt de nieuwe rijkdom om bij de koning in het gevlei te komen. Die koning is Hendrik VIII, die van de vele vrouwen. Alles lijkt voorspoedig te verlopen, tot er weer een echtgenote uit de gratie is.
Als Eleanor moet vluchten, laat ze het boekje met de boodschap achter in de torenkamer, om door Amber gevonden te worden.


De verhaallijnen over deze twee vrouwen worden om en om verteld, en vertonen ondanks het verschil van zovele eeuwen opvallende parallellen. Op de achtergrond is er behalve het verhaal over de saffraanteelt in Norfolk ook de geschiedenis van Henry VIII die nauwelijks aandacht had voor de gevolgen van zijn daden voor zijn onderdanen. Hij was ook nogal gekant tegen het katholieke geloof, richtte de Church of England op en vervolgde priesters en monniken om vervolgens hun rijkdommen te confisqueren.


Dat de schrijfster vrouwenstudies heeft gedaan komt duidelijk naar voren in beide verhaallijnen. Ze zet twee sterke vrouwen neer, ieder in hun eigen tijd, met hun eigen problemen.
Een mooi debuut!


Clare Marchant (Surrey) haalde een graad in geschiedenis en een MA in studies van vrouwen. Uiteindelijk vond ze werk in de IT en was ze jaren lang projectmanager in London.


ISBN 9789402707519 | paperback | 352 pagina's | Uitgeverij Harper Collins |april 2021
Vertaald uit het Engels door Anna Livestro

© Marjo, 24 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dochter van Crusoe
Jane Gardam


Polly is pas zes als haar vader haar min of meer dumpt bij haar tantes, in een afgelegen huis aan de Engelse kust. Pas later beseft de lezer dat deze tantes een stuk jonger waren dan ze leken. Dat is mede debet aan de tijd waarin het boek speelt: het begin van de vorige eeuw, toch een beetje een bekrompen periode. Zeker als je niet in de stad woonde, en niet tot de hoogste kringen behoorde, dan had je maar een saai leven.


De tantes zijn ongetrouwd en komen nergens, behalve in de kerk. Er is een dienstmeid in huis en een vrouw waarvan eigenlijk nooit duidelijk wordt waarom ze daar precies woont. Ze is geen familie? Deze mevrouw Woods onderwijst Polly in vreemde talen. Verder krijgt ze muziekles van tante Frances en leest ze de boeken die volop in het huis aanwezig zijn. Robinson Crusoe is het boek dat ze haar hele leven zal blijven herlezen, later ook vertalen en bespreken. De eenzaamheid die deze man op dat eiland ervaart, dat is wat ook haar gevoel is, hoe zij in het leven staat.


Haar verknochtheid met dit boek vervangt de interesse in de wereld. Door de omstandigheden komt ze ook niet in aanraking met die wereld.
Er zijn familiegeheimen, evenmin ooit uitgesproken. Op een dag, Polly is dan al zestien, wordt ze opgehaald door meneer Thwaite, die haar meeneemt naar het gelijknamige huis in Yorkshire dat bewoond wordt door vreemde types. Kunstenaars, zegt mevrouw Celia, die ook Polly onder haar hoede neemt. Polly heeft het wel naar haar zin in Yorkshire, ontmoet er ook een paar jongens op wie ze half en half verliefd wordt, maar moet helaas naar huis.


Daar verandert alles: tante Frances gaat trouwen met de pastoor van de parochie, en vertrekt met hem naar India. Polly verbaast zich er over dat ze nooit brieven van haar krijgt! De andere tante trekt zich terug in het klooster en dan zijn er in het huis aan de kust de dienstmeid en mevrouw Woods. Deze laatste krijgt een beroerte, en moet verzorgd worden.
Polly en Alice proberen zich zo goed mogelijk te redden, terwijl in de buitenwereld ook alles fout gaat: de eerste wereldoorlog breekt uit. Mannen vertrekken en sneuvelen, de hele maatschappij verandert. Dat betekent ook veranderingen voor Polly en Alice. Wie van hen is het sterkst? Hoe redden zij het in deze nieuwe wereld?


Een mooie roman over een bijzondere tijd, gezien door de ogen van een jong meisje dat niet bepaald op een gebruikelijke manier is opgegroeid. Haar kijk op de wereld wordt vooral bepaald door Robinzon Crusoe, hetgeen een bijzonder verhaal oplevert.
Mooie beschrijvingen en sfeertekening zonder een spanningsboog, en toch zeer onderhoudend.


Jane Gardam (1928) schreef Crusoe’s daughter, met de Nederlandse titel: De dochter van Crusoe in 1985. Na het succes van de trilogie De onberispelijke man, werd ook dit boek vertaald. De dochter van Crusoe is voor een deel op Gardam’s eigen jeugd en die van haar moeder gebaseerd.


ISBN 9789059368187 | Hardcover | 352 pagina's | Uitgeverij Cossee| oktober 2018
Vertaald uit het Engels door Gerda Baardman

© Marjo, 25 juli  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De tuin
Een familieroman in brieven
Hennie Molenaar


Zoals de ondertitel al aangeeft is het boek in briefvorm geschreven. De eerste brief is gedateerd twaalf maart, 1922, de tijd waarin nog geen internet, apps, facebook etc. bestond. Elke nieuwtje in de familie werd via persoonlijk contact of... brieven doorgegeven en dit is precies wat Guusje doet.


Guusje (18) heeft een nieuw baan op de tuinderij bij de familie De Boer, zij zal het huishoudelijke werk op zich nemen. Leida, de vrouw des huizes, is ziek, ze heeft TBC, en is tot weinig werk in staat. Al snel rust alle huishoudelijke verantwoording op de jonge schouders van Guusje.
Op haar enige vrije middag, de zondag, schrijft ze lange zeer levendige brieven aan haar jongere zus Cootje en vertelt ze wat er allemaal gebeurt op haar werk. Guusje heeft al gauw haar hart verpand aan het gezin en is stapelgek op de twee kinderen van Jan en Leida, waarover ze uitgebreid verslag doet. Al snel leef je als lezer ook mee met de familie.


Het is zwaar werk, met eindeloos veel wasgoed, schoonmaken, de zieke verzorgen én de kinderen vermaken. Hoewel Jan een man van weinig woorden is, betrekt hij Guusje steeds vaker in de gesprekken waardoor Guusje zich gewaardeerd voelt, meldt ze aan Cootje. Helemaal als het steeds slechter gaat met Leida wordt er meer overlegd. Guusje blijkt van onschatbare waarde in het gezin en Leida is blij dat Guusje, zo jong als ze is, toch alles in goede banen weet te leiden.
In de brieven lezen we hoe enorm Guusje meeleeft met de vriendelijke, zieke vrouw. Helaas, ondanks ziekenhuisopname en de uitstekende verzorging van Guusje, kan Leida haar ziekte niet overwinnen. Maar ze kan rustig sterven want Guusje heeft belooft voor de kinderen te blijven zorgen. De kinderen hebben zich inmiddels erg gehecht aan Guusje en dat is wederzijds.


Maar na de dood van Leida beginnen de problemen pas ècht. Wat nu, anno 2021, nauwelijks meer voor te stellen is, was het in 1922 heel ongepast als een meisje bij een ongehuwde man of weduwnaar woonde. Guusjes moeder eist dan ook dat Guusje weer naar huis komt, want Guusjes naam en die van de hele familie zullen door het slijk gehaald worden als ze blijft. Maar dan had ze buiten Guusje gerekend... Guusje weigert...


We belanden vervolgens in het volgende deel van het boek, waarin zus Cootje naar haar lievelingsnicht schrijft. Zij ziet en hoort veel, moet geheimen bewaren die eigenlijk te groot voor haar zijn, nicht Alie vormt een mooie uitlaatklep voor Cootje.
In deel drie komt moeder Marie zelf aan het woord in de brieven die ze haar broer schrijft. Ze worstelt erg met het gedrag van Guusje. De goede naam van de familie wordt door het meisje geweld aangedaan en dat is moeilijk te verteren...


De briefwisselingen vormen een enorm boeiend verhaal en geven een prachtig tijdsbeeld. Door te kiezen voor een roman in briefvorm komt het verhaal ook dichtbij. Je leeft als vanzelf mee met Guusje en de families.  Ik heb het boek dan ook in één ruk uitgelezen.
De tuin is tot mijn verbazing in eigen beheer uitgegeven, ik ken namelijk vele minder goed geschreven boeken die bij gerenommeerde uitgeverijen verschenen zijn. Dit boek is vlot geschreven, mooi opgebouwd, heeft een goed taalgebruik, passend bij de tijd waarin het verhaal zich afspeelt etc. Het verdient zeker een groot lezerspubliek.
Dus... kopen en lezen!


ISBN 9789464313215 | Paperback | 273 pagina's | Boek-scout | april 2021

Dettie, 21 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Shuggie Bain
Douglas Stuart


Dit autobiografische debuut speelt zich af in Glasgow in de jaren tachtig van de vorige eeuw. Shuggie (Hugh) woont met zijn ouders en broer en zus bij zijn grootouders in. Agnes (39) haat het dat zij en haar gezin geen eigen woning hebben. Haar huwelijk is ronduit slecht te noemen. Shuggie sr. heeft het wel gezien allemaal. Agnes ontvlucht namelijk steeds vaker de werkelijkheid door haar heil te zoeken in alcohol.


Maar uiteindelijk gebeurt het toch, ze gaan weg. Shuggie sr.heeft een woning gevonden en het gezin vertrekt naar de nieuwe buurt, die bijna nóg erger is dan waar ze vandaan komen. Tot overmaat van ramp, verhuist Shuggie sr. niet mee. Hij heeft daarvoor nog één poging gedaan om zijn huwelijk  te redden maar dat verrassingsweekend eindigde ook met een volkomen dronken Agnes. Het is voor hem einde oefening. Hij is klaar met alle kuren van haar.


Agnes is een beeldschone vrouw, die ondanks haar toenemende alcoholisme er altijd tiptop verzorgd uitziet. Dankzij haar uiterlijk weet zij zich nog aardig te redden, ze windt veel mensen - mannen - om haar vinger. Maar zij moet het nu met haar drie kinderen alleen zien te redden in de nieuwe buurt. Catherine en Leek zijn al wat ouder maar Shuggie is het nakomertje. Hij aanbidt zijn moeder en zij hem. Shuggie wil niet zien wat zijn moeder in feite is. Hij is oneindig loyaal naar haar. Hij zal het altijd voor haar opnemen, ondanks alles.

We lezen over Agnes die langzaam verder afglijdt, maar ook over de twee oudere kinderen die steeds vaker wegblijven van huis. Zij hebben een manier gevonden om zo min mogelijk last te hebben van hun moeder. Shuggie is gek op zijn broer en zus. Zij bieden hem de geborgenheid die hij niet bij zijn moeder kan vinden.
Agnes' gedrag legt een enorme druk op de kinderen.
Ook de verpauperde buurt met de haveloze bewoners schuren tegen het ongemakkelijke aan. Je ziet bijna de armoedige omgeving voor je evenals de lamlendigheid die het uitstraalt. Uiteindelijk ontworstelen de twee oudste kinderen zich aan de zuigende greep van hun moeder maar Shuggie is te jong.


Wat volgt is het schrijnende en het ontroerende verhaal van Shuggie, die steeds met angst en beven uit school komt - als hij al naar school gaat  - bang als hij is wat voor moeder hij nu weer zal aantreffen. Is ze al te ver heen? Is ze nog aanspreekbaar? Zijn er meerdere mensen in huis die 'gezellig' meedrinken? Zijn er weer 'ooms'? Het is triest en aangrijpend om te lezen hoe Shuggie zijn best doet om hun beider leven toch die positieve draai te geven zodat het nog vol te houden is.

Ondertussen worstelt Shuggie ook met zichzelf, hij wil normaal zijn maar ontdekt dat hij dat voor velen niet is. Hij is niet zoals andere jongens.
Agnes heeft dat door en op haar manier probeert ze hem bij te staan, wat haar soms ook lukt. Maar de drank krijgt steeds meer de overhand...


Douglas Stuart schreef tien jaar aan zijn debuut Shuggie Bain. Na afwijzingen van 32 uitgevers haalde Shuggie Bain de shortlist van de National Book Award en de Kirkus Prize en won het de grootste literaire prijs, de Booker Prize.  Zelf heb ik lang over het boek gedaan en op gegeven moment begon de zoveelste dronkenschap en tragische roes me wel wat te irriteren.
Maar toch is het een imponerend verhaal. Wat het zo bijzonder maakt is de prachtige beschrijving - met momenten van humor - van de teloorgang van Agnes. Het boek draait in feite ook meer om haar dan op Shuggie, hoewel je haar invloed op de jongen heel goed kan invoelen.


Agnes strijdt haar eigen strijd. Ze houdt haar waardigheid zo hoog mogelijk, maar dat lukt haar steeds minder. Ze weet het maar ze kan er - op enkele keren na - niets aan doen, de drank is sterker dan zij.
Heel indrukwekkend, rauw en eerlijk verhaal dat in de verte doet denken aan Angela's Ashes van Frank McCourt.


ISBN 9789046827574 | Paperback | 448 pagina's | Nieuw Amsterdam | januari 2021
Vertaald door Inger Limburg en Lucie van Rooijen

© Dettie, 13 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik herinner me jou
Elly Persons


Op het laatste moment besluit Yvonne, een vriendin, mee te reizen met Ellen (53 jaar) waardoor ze apart van elkaar komen te zitten in het vliegtuig. Dat maakt dat Ellen naast een man komt te zitten die een vriendelijk en aantrekkelijk gezicht heeft. Ze praten wat, hij woont met zijn vrouw en twee zoons, in een bergdorpje, Mijas Pueblo, bij Malaga. Deze laatste plaats is de vakantiebestemming van Ellen. Mark Rolner (46 jaar) vertelt dat hij appartementen verhuurt. Ze hebben een erg gezellig gesprek en de vrijgezelle Ellen vindt het jammer dat hij al bezet is.


Eenmaal op haar vakantiebestemming kan ze Mark maar niet uit haar hoofd zetten. Het verrast haar dan ook dat hij een vriendschapsverzoek stuurt via facebook. Natuurlijk accepteert ze zijn verzoek. Yvonne waarschuwt Ellen, ze heeft toch al eens een relatie met een getrouwde man gehad, ze weet toch waar dat op uitdraaide? Toch blijft Mark evengoed steeds maar door haar hoofd spoken.


Ellen weet overigens precies wat ze wil, zij bepaalt ook zelf wat ze wel of niet gaat doen in de vakantie. Een bezoek aan Granada en Sevilla, zoals haar vriendin graag wil, weigert ze tot teleurstelling van Yvonne. Ook later blijkt dat ze een sterk eigen willetje heeft...


Eenmaal thuis reageert Mark, tot Ellens verbazing, met een privéberichtje op een facebookverhaaltje van Ellen en dat zal achteraf het begin blijken van een zeer onstuimige tijd. Ellen geeft dan namelijk te kennen dat ze hem erg leuk vindt en dat blijkt wederzijds, ook Mark is diep onder de indruk van Ellen. Het draait er op uit dat hij naar Nederland komt en het knettert nog steeds flink tussen de twee.
Binnen een paar maanden staat hun wereld op zijn kop. Mark verlaat zijn vrouw, die met de kinderen terugkeert naar Nederland. Ellen zegt haar goedbetaalde baan op, verkoopt haar huis en emigreert naar Spanje. Ze trekt bij Mark in, in Villa la Vida.
Ellen weet het zeker, dit is dé man!


Natuurlijk is de begintijd er een die ze op roze wolkjes doorbrengen, de verliefdheid spat er vanaf. De Villa is overigens wel ongezellig volgens Ellen. En dat hij zijn kinderen nog niet wil blootstellen aan een ontmoeting met haar, vindt ze eigenlijk wel heel raar... De scheiding van Mark verloopt ook niet vlekkeloos. Zijn ex wil het onderste uit de kan en dat stoort Ellen behoorlijk evenals enkele andere zaken.
Ondanks dit alles barst Ellen overigens wel van de leuke ideeën voor werk dat ze graag wil realiseren.


Langzamerhand komt dus het verschil van opvattingen tussen het stel naar voren. Het komt erop neer dat Mark Ellens houding niet begrijpt en zij snapt niet dat hij niet inziet hoe lastig het allemaal voor haar is. Bovendien heeft zij àlles opgegeven voor hem... De paniek slaat af en toe dan ook flink toe. Heeft ze wel het juiste gedaan? Hoe zal dit allemaal aflopen?
Het verhaal kruipt naar een climax toe en de vraag is, wordt het overhaaste besluit om samen verder te leven een deceptie of vinden ze uiteindelijk de weg naar elkaar?


Het moeilijke is dat dit boek gebaseerd is op ware gebeurtenissen 'over de zoektocht naar liefde', volgens de flaptekst, en 'Over het onder ogen zien van je angsten en eerlijk naar jezelf durven zijn.' Een feelgood roman wordt het elders ook genoemd. Maar die beloftes worden niet waargemaakt. In mijn ogen is het vooral een worsteling om een relatie die zo veelbelovend begon in stand te houden. Het onder ogen zien van de angsten en eerlijk naar jezelf zijn zie ik niet gebeuren.
Ellen is zelfs vrij egocentrisch neergezet. Er is weinig zelfreflectie en weinig empathie. Maar dat maakt het verhaal ook wel levendig. Maar echt heel diep gaat het niet. En wat is waar en wat is niet waar?

Het verhaal is in een heel vlotte stijl geschreven, hoewel er af en toe wel een beetje te uitvoerige beschrijvingen zijn. Het is soms alsof je een vakantieverslag leest in plaats van een roman. Maar toch wil je verder lezen omdat je benieuwd bent of ze het samen redden.
Is het boek een aanrader? Ja en nee, het is maar waar je van houdt. Wil je een verhaal dat plezierig wegleest dan is het een aanrader. Wil je een verhaal zoals de flaptekst belooft, met wat meer diepgang, dan volgt waarschijnlijk een teleurstelling. Aan jou de keus.


ISBN 9789492719379 | Paperback | 323 pagina's | Uitgeverij Keytree | mei 2021

© Dettie, 6 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dames in zwaar weer
Nienke van Opstal


Vrijwel alle dames die een rol spelen in de verhalen in dit boek nemen een drastisch besluit. Vaak verandert het hun leven totaal. Of ze nemen juist de beslissing dat leven niet om te gooien.


Een enkele keer is er een man in de hoofdrol, bijvoorbeeld het verhaal over Jos, die een dwangmatige verzamelaar is. Vooral indianenpoppetjes, daar kan hij zo van genieten. Maar zijn vrouw wil dat hij eens een goede opruiming houdt én in therapie gaat, want dat hij de badkamer wil verbouwen om zo op slinkse wijze meer ruimte te krijgen voor zin verzameling, dat vindt ze behoorlijk gestoord. Voor iedereen die er moeite mee heeft om spullen weg te doen een herkenbaar verhaal!
In sommige verhalen komen dezelfde personages voor. Wijm bijvoorbeeld is de hulp in het gelijknamige verhaal.

‘De eerste koffiepauze met Wijm zal me altijd bijblijven. Ze ging zitten en stak een sigaret op. Monologen op een vlakke, klagerige toon, verhalen waar geen eind aan kwam. Binnen een kwartier wist ik dat ze overhoop lag met haar dochter en dat ze al jaren geen contact meer had met haar oude vader.’


Niet bepaald een sympathiek persoon, deze Wijm. Maar dat idee zou zomaar kunnen veranderen als je het tweede verhaal leest waarin zij de hoofdrol heeft!


De tweeëntwintig verhalen zijn allemaal heel anders, terwijl ze toch over dagelijkse dingen lijken te gaan, dingen die we allemaal wel kennen, of waarbij we ons prima kunnen inleven. De gebruikelijke thema’s, hoop, vriendschap, liefde, en natuurlijk niet altijd positief, worden op een verrassende manier neergezet. En, dat is al bijzonder: die afloop is er. Vaak eindigen korte verhalen met een open einde, hetgeen niet iedereen bevredigend vindt. Maar dat is hier niet het geval.
Ondanks het 'zware weer' vind je ook humor in het boek. Het verhaal over de autoverkoper: een man en vrouw gaan een autootje uitzoeken voor haar. Hij kijkt met een praktisch oog naar de auto’s, terwijl zij zich best wil laten verleiden door de verkooppraatjes va de autohandelaar. Laat haar man dit maar niet merken!
Maar over het algemeen zitten de verhalen vol tragiek, zonder dat het zware verhalen worden. Zelfs het verhaal over de coronacrisis is in wezen tragisch, al pakt het goed uit voor de hoofdpersoon.


Korte verhalen die evengoed een volledig verhaal vertellen. Nienke van Opstal weet het begin van haar verhaal zo neer te zetten dat je onmiddellijk – en dat in echt ieder verhaal! – getriggerd bent en blijft lezen. Geen enkel verhaal verveelt, steeds ben je benieuwd wat de afloop zal zijn. Welke keuze de hoofdpersoon maakt. Moeilijk soms, soms ook onontkoombaar, maar steeds gewetensvol. Sterke dames (en wat zwakkere heren). De stijl van Van Opstal werkt dus uitstekend, je vraagt je af hoe een volledige roman van haar hand zou uitvallen!


ISBN 9789492241405 | Hardcover | 208 pagina's | Uitgeverij Magonia |februari 2021

© Marjo, 26 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De terugkeer van de wespendief
Aimée de Jongh


Een graphic novel.
Op de eerste pagina’s zien we een paar mooie natuurtekeningen, en gezien de titel: gaat het over de vogel?
Niet dus. Natuurlijk heeft die er wel mee te maken, maar dat is meer symbolisch.


De hoofdpersoon is Simon Antonisse. Een boekhandelaar wiens winkel niet goed loopt. Zijn vrouw wil dat hij ergens ja tegen zegt, maar hij weigert.


‘Verdomme Laura, waarom luister je niet naar me?’


Gaandeweg ontdekken we dat Simon de boekhandel heeft overgenomen van zijn vader. Een familiebedrijf. En dat terwijl hij eigenlijk ornitholoog wilde worden. Maar hij vond dat hij het zijn vader moest beloven. Nu heeft hij zelfs al heel lang niet meer aan vogelspotten gedaan.
De voorraad boeken staat in een huisje in het bos. Simon gaat er regelmatig dozen boeken halen. En dan ziet hij onderweg een vreselijk ongeluk gebeuren. Niet alleen is hij er ondersteboven van omdat hij er getuige van was, het herinnert hem ook aan een voorval uit zijn jeugd.
Dit allemaal samen, het breekt hem op.


Op een dag staat er een jongedame voor zijn neus, die hem hulp vraagt: ze wil graag magisch-realistische boeken voor een werkstuk. Hij als boekhandelaar kan haar vast wel helpen? De gesprekken met het meisje werken helend, maar er moeten nog steeds beslissingen genomen worden. Als het meisje net zo onverwacht verdwenen is als ze gekomen is, gaat Simon zich het een en ander afvragen.


Het is een prachtig verhaal, ook als er geen tekeningen in het boek hadden gestaan. Maar die tekeningen vertellen wel een deel van het verhaal: de emoties zijn getekend, dat hoeft niet verteld te worden.


De terugkeer van de wespendief werd in vijf talen uitgegeven en won de prestigieuze Prix Saint-Michel voor de beste Nederlandstalige strip van 2014. The Guardian noemde het boek een van de beste beeldromans van 2016. In 2017 verscheen tevens een verfilming in opdracht van de AVROTROS, geregisseerd door Stanley Kolk.  Aimée de Jongh maakt ook de strip "Snippers" in de Metro.


ISBN 9789492117656 | hardcover | 168 pagina's | Uitgeverij MMIT Publishing | april 2017

© Marjo, 9 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER