Debuten

Moederliefde
Een moeder, een zoon, een kelder
Femmy ten Cate


Een man ontdekt dat hij gevangen zit. Hij weet niet waar, alleen dat zijn moeder er iets mee te maken heeft: zij is degene die hem drie keer per dag te eten geeft. Ze gaat de deur niet open doen voor hij het juiste antwoord heeft op de vraag waarom hij daar zit.
‘Waarom heb ik je opgesloten?’
Maar hij heeft geen idee.


Leen is 27, journalist. Tegen wil en dank lezen we, want eigenlijk wilde hij ontdekkingsreiziger worden. Maar zijn leven liep anders, want er was een drama gebeurd in zijn jeugd, toen hij tien jaar oud was. Iets waarover hij zich nog steeds schuldig voelt. Het heeft te maken met zijn tante Agaath. Zij is bovendien verdwenen, Leen heeft geen idee waar ze is gebleven. Ze was  een bekende politica, met ideeën die ze graag aan Leen kwijt wilde.


Misschien omdat zijn moeder op een gegeven moment oppert dat hij zijn levensverhaal maar eens op moet schijven – misschien ontdekt hij dan het antwoord dat ze wil horen – lezen we over zijn leven. Over de familie - zijn ouders, zijn neef, zijn tante - over de dramatische gebeurtenissen die zijn leven ontwricht hebben, en vooral over zijn innerlijk leven. Het heeft allemaal de grote impact gehad, en dat nog steeds. Was hij een ander geweest als de dingen anders verlopen waren?
Tja, dat ie iets wat niemand ooit zal weten. Het gaat zoals het gaat.


Op dit moment maakt hij zich meer zorgen over het vrij komen: zal hij ooit het antwoord kunnen geven?
Ze zullen hem toch wel missen in de buitenwereld? Zijn werkgever? Zijn vriendin? Maar het lijkt er niet op dat iemand een poging doet om hem te zoeken…
Zal zijn moeder de deur ooit openen? En waarom doet zijn vader eigenlijk niets?


Het is een verhaal dat niet realistisch overkomt, eerder nogal bizar is. Femmy ten Cate weet het echter zo te vertellen dat je doorleest, omdat je nieuwsgierig bent naar wat er gaat gebeuren.
Het is een verhaal over familie, over hoe wie je vader of moeder is ook jouw leven beïnvloedt. Dat kan van generatie op generatie doorgegeven worden, een veelomvattend thema.


Femmy ten Cate is journalist en hoofdredacteur van diverse tijdschriften. Daarnaast schreef ze al jarenlang fictie, onder andere korte verhalen Moederliefde is haar debuutroman.
(Zo noemt ze het zelf, geen thriller, al staat dat op de omslag. Het boek heeft wel de NUR-code 305, dat staat dan weer wel voor thriller)


ISBN 9789492241696  | Hardcover | 248 pagina’s | Uitgeverij Magonia | april 2024

© Marjo, 24 mei  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De inspirator
Jochem Bosselaar

‘Als ik mijn handen was, kijk ik in de spiegel. De tijd heeft alweer nieuwe lijnen in mijn gezicht gekerfd. Ik trek een grimas. Rond mijn ogen zie ik honderden kleine kraaienpootjes bewegen. Op mijn kale voorhoofd liggen boven mijn opgetrokken wenkbrauwen zes spoorlijnen. Amsterdam Centraal. Ik lach mezelf uit en er ontstaan diepe groeven in mijn wangen. Ik ben mijn vader geworden.'


Aan het woord is Guus Erkelens, kunstenaar, intussen al wat ouder. Hij bevindt zich in een stadium waarin terugblikken aangeraden wordt. Jeanette, een jonge vrouw die hem iedere dag bezoekt, helpt hem daarbij. Ze heeft hem aangeraden een dagboek te schrijven, en daarin terug te blikken.
En zo lezen we mee over wat er meer dan dertig jaar eerder gebeurd is.


Hij begint net een beetje naam te maken als kunstschilder als hij naar het ziekenhuis moet omdat er iets kwaadaardigs ontdekt is dat nader onderzocht moet worden. In het ziekenhuis ontmoet hij de veel oudere Philip Birk, die qua medische toestand in een gelijksoortige situatie zit. Philip denkt niet dat hij het gaat redden en vertelt zijn verhaal aan Guus. Als Philip gelijk blijkt te hebben, wil Guus hem nog een laatste plezier doen. Philip heeft namelijk altijd willen schilderen, en Guus zorgt er voor dat zijn laatste wens vervuld gaat worden. Zelf lukt het hem niet meer om te werken maar het doet hem plezier dat Philip zich uit kan leven.
Dat deze goede daad grote gevolgen zou hebben, daar had hij geen idee van.


Een andere wens van Philip die Guus vervult is dat hij een brief overhandigt aan diens dochter, een brief waarin Philip zijn levensverhaal heeft opgeschreven.


Er zijn drie verhaallijnen - het kost even tijd voor je doorhebt wie aan het woord is: Guus of Christel, de dochter. De cursieve tekst van de brieven van Philip zijn onmiddellijk duidelijk.
Zo bewegen we met de verteller heen en weer in de tijd binnen een verhaal waarvan je geen idee hebt waar het heen gaat. Om dan te eindigen op een zeer verrassende manier.
Het thema: hoe ga je om met een schuldgevoel waar je zelf de oorzaak van bent. Guus leeft het leven van een ander, hetgeen hem tenslotte opbreekt.


Een superverhaal, dat uitstekend in elkaar blijkt te zitten en ook qua taal mooi is. Een genot om te lezen.
Een prachtdebuut!


Jochem Bosselaar (1965) is beeldend kunstenaar is beeldend kunstenaar en leerkracht in het basisonderwijs. Na jarenlang gewerkt te hebben vanuit zijn onderneming Cultuur in Voorraad (illustraties, presentaties, creatieve concepten) maakte hij in 2019 de stap tot zij-instromer in het onderwijs.


ISBN 9789492241689 | Paperback | 224 pagina’s | Uitgeverij Magonia | maart 2024

© Marjo, 5 mei  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Totem
Dorien Voskuil

Xavi Hermanidez is galeriehouder. Een van de meest succesvolle kunstenaars voor wie hij exposities organiseert is ook een vriendin van hem: Rosa Schmitz.


Op dit moment is hij bezig met een grote tentoonstelling in Hamburg, maar het lukt maar niet om Rosa te pakken te krijgen. Ze neemt niet op en ze belt niet terug. Als hij besluit om dan maar eens te gaan kijken bij haar thuis treft hij een leeg huis. Het is er ook veel te netjes, zo kent hij Rosa niet. Er is iets grondig mis. Maar wat?
Nu is ze een aantal jaren geleden ook al eens met de noorderzon vertrokken. Toen bleek ze ruim twee jaar in Noorwegen gezeten te hebben.
Zou ze dat nu weer gedaan hebben? Is ze weer ‘gewoon’ weg gegaan?


In Amsterdam staat Karlijn Zomers op het punt aan een nieuwe baan te beginnen. Ze is onderwijzeres, maar gaat nu als directeur aan de slag. Dat zou haar vader, die er al twaalf jaar niet meer is, prachtig gevonden hebben weet ze. Maar ze twijfelt: is het de goede keuze?
Karlijn is getrouwd met Robert, ze hebben bewust geen gezin gesticht.
Als Karlijn een brief ontvangt van een notaris, staat haar leven - en dat van haar man - binnen de kortste keren op zijn kop.
Xavi krijgt een soortgelijke brief. Bericht van een overlijden. Karlijn en Xavi zullen elkaar snel ontmoeten, een ontmoeting waar ook ene Britt bij aanwezig is.


Tussendoor lezen we in cursief het verhaal van de kunstenares. Over haar leven en over haar kunst. Over de besluiten de ze genomen heeft, in de wetenschap dat die gevolgen zullen hebben voor anderen. Zoals zij zelf ook de gevolgen heeft ondervonden van de beslissingen van anderen.


Dat is het thema van het boek, toegespitst op familie. Wat iemand besluit te doen, of niet te doen, heeft in het geval van onze hoofdpersonen grote gevolgen. Zij moeten op hun beurt beslissingen nemen en dat gaat niet zonder slag of stoot.
Waar het over dit thema gaat is het verhaal psychologisch. Er is een prettige afwisseling met de dagelijkse beslommeringen. Even bijkomen voor we opnieuw de diepte in gaan.
Dat heeft Dorien Voskuil prima gedaan. Ook de afwisseling van de personages zit goed in elkaar. De spanningsboog blijft behouden.  Misschien hadden er wat minder nevenpersonages kunnen zijn, maar sommigen, zoals de klusjesman Hein had niet kunnen ontbreken.


Dorien Voskuil (1967) was onderzoeker en docent. Ze schreef drie decennia voor wetenschappers, zorgprofessionals en studenten. Beginnend bij afstandelijke statistiek, verlegde ze haar aandacht steeds dichter naar de mens en zijn verhaal. Totem is haar romandebuut.


ISBN  9789493192775 | Paperback | 286 pagina's | Uitgeverij Neckar | september 2023

© Marjo, 5 oktober 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wat een tuin ziet als hij slaapt
Johanna Geels

Johanna is aan huis gekluisterd vanwege allerlei fysieke en mentale kwalen. Ze is bipolair en chronisch ziek. Ze kan wel wat door haar huis scharrelen, maar buiten komt ze alleen met hulp. Ze wordt verzorgd door drie mensen: Wieke en Anna, verpleegkundigen en K. die vriend en mantelzorger is. Johanna schrijft in haar dagboek, zodat we haar gedurende tachtig dagen volgen: haar klachten en gedachten. Haar dromen en herinneringen. En de waarheid is om mee te spelen: Al op de eerste pagina zet Geels de lezer op een wankel been:

‘Als je ziek bent, heb je veel tijd om na te denken. Over waarom ik geen kinderen heb gekregen bijvoorbeeld. Mijn dochter zegt dat ik dit fysiek niet had aangekund en ik denk dat zij gelijk heeft.’


In oude dagboeken vindt ze wat ze geschreven heeft in de jaren tachtig, over een wild leven met mannen en drugs. Over kraakpanden en familieproblemen. Zo blijkt de psychische stoornis die haar kwelt in de familie te zitten.


‘Mijn ouderlijk huis was een jungle, een doolhof vol gevaren.’


’s Nachts verandert de tuin in een voodoojungle, een heksenwalhalla. Iedereen weet dat als de wereld zich keert, zich terugtrekt voor de slaap, dit het moment is dat de geesten komen. De onderwereld zich roert. Met zijn eigen wetten waar je de codes van meent te kennen. Ten onrechte, de nacht heeft er namelijk een handje van ze te transformeren in een compleet andere codering. Die, na ontcijfering, op haar beurt weer verandert. Noem je dat een onontkoombaarheid? Een lot? Hoe dan ook, het is beangstigend. Ik hecht aan controle. Ik heb niets dan dat.’


Als je leven geen enkele zekerheid biedt, als alles alleen nog maar erger wordt, kun je niet anders dan dwalen in je diepste zelf. De lezer gaat mee in deze wereld, in de absurde waan, waarbij niets zeker is. Je kent de waarheid niet en je zult haar niet kennen. Maar het vreemde is: die mis je niet. Dit boek is een achtbaan die soms even rustig over de rails rijdt om dan weer hard in de diepte te storten. En je geniet. Van de poëtische taal, van alles wat echt is maar misschien ook niet. En als je het boek dichtslaat, voel je enigszins labiel, zoals je ook uit een achtbaan stapt.


‘Soms is delen mooi, soms is het de hel, maakt het dingen los die beter niet wakker hadden kunnen worden. Misschien kan ik de wereld terug in zijn hok krijgen.‘


Johanna Geels (1968) is dichter, schrijver, columnist en schreef drie dichtbundels (Tuig, 2008, Detox, 2010 en Wildberichten 2014). Wat een tuin ziet als hij slaapt is haar debuutroman.

ISBN  9789493214651 | Paperback | 306 pagina’s | Uitgeverij In de Knipscheer | oktober 2022

© Marjo, 2 april 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onder het luchtspoor
Peter Swanborn


"Na een kansloos avontuur aan de Faculteit der Aardwetenschappen en twee halverwege afgebroken studies op kunstacademies elders in het land keer in noodgedwongen terug naar de stad waar ik ben opgegroeid."


De ik persoon is Arend Zwart. Hij vindt een kamer en is volgens eigen zeggen geen fotograaf maar iemand die fotowerken maakt. Hij is autonoom.
Helaas is de huisbaas bizar en moet Arend nadat hij zijn kamer ingericht heeft er gelijk weer uit. Hij gaat van armoe maar naar 'De Hef' een café waar hij vroeger wel kwam. Daar ontmoet hij na enkele avonden Rico, Marie, Barbara, Kamisnky en Van Gasteren. Allen doen iets in de kunst. Er ontstaat een soort vriendschap.
De groep moedigt Arend aan, nadat hij een huis leeg heeft zien staan, om het huis te kraken en zo gebeurt het.


Het blijkt een prachtig pand. De mysterieuze Barbara betrekt de bovenverdieping. De kunstenaars doen pogingen om verder te komen, ze klooijen eigenlijk maar wat aan. Barbara, die zeer getalenteerd is, blijft een raadsel. Arend is semi-verliefd op haar. Maar echt werk van haar maken is er ook niet bij.
De groep ontmoet elkaar steeds in De Hef en nemen de wereld door. Af en toe ontspoort één lid van de groep maar hij keert ook steeds weer terug. Natuurlijk is er commentaar op de politiek, de woningnood, de jeugdwerkloosheid etc. Maar echt proberen er iets aan te doen, gebeurt ook niet.
En zo ploeteren ze allemaal voort en doen halfslachtige pogingen om iets te bereiken.


De autonome Arend blijft foto's maken, liefst 's nachts en ontwikkelt ze ook zelf. Maar zichzelf verkopen of moeite doen om verder te komen zit er niet echt in. Allen hebben een soort lamlendigheid, besluiteloosheid over zich die hun naar het café drijft om daar hun wereldvisie te verkondigen.
En dan krijgt Arend - na jaren - de aankondiging dat hij het pand moet verlaten. Waarna het verhaal dat begint in 1981 verspringt naar 1989 en dan is alles anders.


De destijds heersende sfeer van de jaren tachtig is goed weergegeven. Toch blijven de momenten dat Arend zijn vader bezoekt de meest indrukwekkende passages. Ook wat Arend later over hem ontdekt is ontroerend. Verder kabbelt het verhaal een beetje voort, net als het leven van de kunstenaars, dat is dus goed weergegeven. Dat wil niet zeggen dat het boek niet boeit, maar op gegeven moment valt het verhaal wel een beetje stil. Toch is het knap om de lezer ondanks het weinige wat er gebeurt, toch steeds de stimulans te geven het verhaal uit te lezen.


Peter Swanborn (1962) publiceerde tot nu toe vijf dichtbundels die onder meer genomineerd werden voor de C. Buddingh'-prijs en de J.C. Bloem-Poëzieprijs. Onder het luchtspoor is zijn romandebuut.


ISBN 9789463811309 | Paperback | 205 pagina's | Uitgeverij Podium | 5 april 2022

© Dettie, 5 januari 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ossenkop
Manik Sarkar


Voor slagerszoon Rensing bestaat er geen enkele twijfel: hij wordt net als zijn vader slager en neemt later ook de zaak over.
Het is eind jaren zeventig, je haalde je brood en je vlees en andere benodigdheden bij een speciaalzaak, er waren nog geen supermarkten. In ieder geval nog niet in het dorp waar Rensing woont. Al vanaf kleine jongen hielp Rensing in de slagerij, waar zijn moeder heerste in het winkelgedeelte.


Later, toen hij op de slagersvakschool zat, mocht hij ook zijn vader helpen slachten.Hij had een talent: feilloos kon hij de beste dieren aanwijzen, hij leek het aan te voelen of ze gezond waren. En hij had plannen: hij zou de slagerij moderniseren, ideeën had hij volop. Maar pas na het overlijden van zijn vader kon hij daarmee beginnen. Gelukkig hadden zijn ouders hem in de armen van een jonge vrouw gedreven, een slagersdochter, die mooi de winkel kon doen. Want Rensing kon niet met mensen omgaan, met zijn vrouw eigenlijk ook niet, hun huwelijk was meer een verstandshuwelijk.


Maar: gemak dient de mens en als de eerste supermarkt zich in het dorp vestigt, is dat het begin van het einde. Rensing probeert het nog, maar de omzet daalt met de dag.
Het einde is onafwendbaar, dat weten we. Maar hoe de weg er naar toe in dit geval verliep, dat vertelt Sarkar in zijn fantastische debuut!


Velen kunnen het zich nog voor de geest halen hoe vele speciaalzaken vanaf de jaren tachtig langzaam het onderspit moesten delven. Zij konden niet op tegen de supermarkten.


Manik Sarkar schrijft beeldend, in de prachtigste zinnen beschrijft hij de bloederigste details. Want de keuze voor een slagerij is vast niet voor niets. Een bakker die het niet bolwerken kan geeft waarschijnlijk niet zo’n indringend beeld als het verhaal over deze slager, een man die dieren doodt en ontleedt. Ook al is Rensing een zeer goede vakman, het zijn beelden waarvoor we liever onze ogen sluiten. Je ontkomt er evenwel niet aan, door de woorden van Sarkar zie je het mes snijden. Het komt aan.


Prachtige roman over succes en teloorgang, over de oneerlijke strijd van een eenmanszaak tegen de supermarkt.


De beginzin: (Wow! Bestaat die prijs voor de beste openingszin nog?)


‘Als het enige waarop je je kunt baseren een groot, levend beest op een koude ochtend op de veemarkt is, bij wie de damp tijdens het uitademen uit de neusgaten komt, dan moet je weten dat je je hand op de kossem moet leggen om te controleren of het vlees droog is, dat je bij iedere stap van het dier moet opletten of het niet hinkt, of het vlees bij de hals terugveert als je er met je vinger op drukt en dat als dat niet zo is je op je eigen inzicht moet vertrouwen, ook als de veehandelaar met glimmende rode wangen, een portefeuille vol honderdjes en een flesje brandewijn in zijn binnenzak zegt dat het een topdier is, niks mis mee, vertrouw op mijn ervaring, jong, ik heb je opa nog gekend.’


Manik Sarkar (1973, Groningen) is de vertaler van Philippe Claudel en Joël Dicker. Ook schrijft hij zelf. Hij publiceerde eerder verhalen in o.a. Wobby en Papieren Helden. Hij werkt al een aantal jaren als docent op de Vertalersvakschool.  Ossenkop is zijn romandebuut.


ISBN 9789048862696 | Paperback | 176 pagina’s | Uitgeverij Hollands Diep | april 2024

© Marjo, 21 mei  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Café Terminus
Robert Brouwer


De achtenvijftigjarige Martin Motte is een eenzaat. Zijn hele bestaan speelt zich af in zijn hoofd.
Bij alles wat hij ziet ontspint zich een verhaal. Met name rond vrouwen. Hij stelt zich onmiddellijk voor hoe prachtig hun liefdesrelatie zal worden, hoe gelukkig hij zal zijn. Hoe hij zal genieten als zij slapend naast hem ligt, want er is haast niets mooier dan een slapende vrouw.


Ooit is Martin getrouwd geweest maar helaas hield het huwelijk geen stand. In vlagen van weemoed verlangt hij naar de dagen met Helene. Maar dat kan zomaar omslaan in de volgende fantasie bij het denken aan zijn werkgeefster of bij het zien van de vrouw bij de balie van het verzorgingshuis waar zijn moeder woont.
In feite is Martin in zijn hoofd nooit op de plek waar hij zich werkelijk bevindt. Hij leeft in een andere wereld die mooi en liefdevol is.
De dagelijkse werkelijkheid stemt hem somber. Hij slaapt ook graag.
Martin vindt ook dat hijzelf niets voorstelt, snapt bijvoorbeeld niet dat hij de sleutel van het pand van zijn bazin kreeg.


Vreemd genoeg schaamde ik me toen ik de sleutel overhandigd kreeg.
Je bent het niet waard... als ze eenmaal je ware aard ontdekt... je bent lui... laat dingen kapotvallen... vergeet de voordeur af te sluiten... Ik wilde haar de sleutel teruggeven. [...]


Hij heeft één vriend Norbert, die in alles het tegenovergestelde van Martin is. Waar Martin moeilijk uit zijn woorden kan komen weet Norbert precies bij elke gelegenheid het juiste woord te vinden. Ze spreken vaak af in het restaurant van de Hema, praten even met elkaar en daar blijft het bij. Zelfs deze vriendschap is nauwelijks vriendschap te noemen.


Dingen veranderen als Martin Valerie ontmoet. Hij valt voor haar vrolijkheid en directheid. Ze is rond de dertig en in zijn ogen prachtig. Hij voelt een slaafse aanbidding voor haar maar zelfs als ze er is dan heeft hij prachtige gesprekken met haar in zijn hoofd. Hij ziet in gedachten hoe ze genieten ze van elkaars aanwezigheid. Het is voor Martin allemaal zo simpel. Als ze elkaar maar echt zien, als ze elkaar maar aanvullen en waarderen, dan is het al goed.
Maar hoe rijk zijn woordenschat is in zijn fantasie, in werkelijkheid zegt hij meestal niets. Hij kan zich overigens nauwelijks voorstellen dat Valerie iets in hem ziet.
Ondertussen bezoekt Martin elke zondag zijn moeder en hun verhouding is al net zo stilzwijgend als de rest van Martins leven.


Dit alles wordt verteld in een bijzonder stijl die regelmatig aan Gerard Reve doen denken. Vooral de fantasieën over de onderdanige Martin die een vrouw lief zal hebben, versterken die indruk. Maar dat is het niet het enige mooie aan dit boek. Het knappe is namelijk dat Robert Brouwer ondanks dat het verhaal van de ene fantasie in de andere rolt, toch een samenhangend en boeiend geheel heeft weten te maken. Of Martin nu als een regisseur zijn blik laat ronddwalen door de bus die hem naar zijn moeder brengt of over zijn vroeger zo mooie zussen fantaseert of zich voorstelt dat hij de eigenaar van het mooie pand waarin hij werkt is, het gaat allemaal naadloos in elkaar over. De subtiele humor maakt het verhaal nog aantrekkelijker.
Mooi en goed debuut. Men leze!


Het boek is genomineerd voor de Hans Vervoort Prijs, de prijs voor verhalend proza van neerslachtige en toch opbeurende aard.


ISBN 9789083344904 | Paperback met flappen | 156 pagina's | Uitgeverij Finisterre | 1 december 2023

© Dettie, 13 februari 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tijd om te gaan
Pia van Egmond

Als je het boek begint te lezen heb je geen idee: waar gaat dit naar toe? Gaandeweg ontdek je dat het 2050 is, en dat de maatschappij compleet veranderd is. Er zijn aanslagen geweest, grote stukken van Europa zijn totaal vernietigd. Ook zijn er nauwelijks nog middelen van bestaan, de economie ligt plat. Daar heeft men iets op bedacht: oudere mensen zijn immers nutteloos voor de maatschappij, ze kosten alleen maar geld, dus er wordt verwacht dat mensen die zestig worden een Drionbox aanvragen.


‘Het is volkomen normaal op zijn leeftijd om over uitstappen na te denken. Wat heeft de maatschappij aan hem? Hij is nergens meer geschikt voor, hij leeft slechts voor zichzelf. Binnenkort is hij een parasiet van de samenleving. Dan stap je uit als je een sociaal mens bent.’


Natuurlijk is er verzet, al zijn er ook veel mensen die een feest regelen en het dodelijke drankje drinken. Heb je de box eenmaal dan wordt er verwacht dat je binnen vijf jaar ‘vertrekt’. Pensioen bestaat niet meer, dus als je geen geld voor je oude dag hebt gespaard, sta je machteloos.


Als het verhaal begint, gaan Eva en John naar een feest. Eva’s vroegere collega Willem is ‘uitgestapt’. Het is een herdenkingsfeest. De gasten zijn chique aangekleed en hebben plezier. Eva ergert er zich groen en geel aan, en neemt zich meteen voor om nooit meer naar zo’n feest te gaan.
Ze wil meteen na het condoleren weg. Maar John zegt:


‘Echt niet, dat kun je Willem en zijn familie niet aandoen. Hoe zou je dat zelf vinden?’


Zij benadrukt nog eens - blijkbaar hebben ze het er al eerder over gehad – dat zij geen feest wil. Eva is nog werkzaam als radiotherapeut. John is bijna zestig, en moest plaats maken voor jongere werknemers. Hij voelt zich verplicht zich aan te melden bij de verenging Dappere Ouderen: mensen die op tijd uitstappen. Het wordt mensen die geen lid zijn van de DO steeds moeilijker gemaakt. En het is duidelijk wie wèl lid is: zij dragen een speldje.


Toch is er ook verzet. Velen willen vrij het tijdstip kiezen waarop zij hun drionbox openen en rustig oud worden. Noodgedwongen vestigen zij zich in leegstaande dorpen waar echter slechts een enkeling in een bestaan kan voorzien. En ze zijn kwetsbaar voor lieden die hen misbruiken voor experimenten. Eva vindt mensen die tegen deze gang van zaken zijn: De partij voor ‘Vrijheid van Leven en Sterven’ wordt opgericht onder leiding van Abel Hama, een chirurg. Maar de jongere generatie - vooral zij - worden feller en fanatieker, de verzetsgroep loopt gevaar.


Dit is het hoofdthema, een dystopie dus. Een akelig vooruitzicht, want er zijn wel degelijk argumenten die ons vandaag de dag bekend voorkomen. In de medische zorg bijvoorbeeld wordt wel gesproken van een triage voor behandelingen. Het is dan ook daarom dat radiotherapeut en medisch specialist Pia van Egmond besloot een boek te gaan schrijven als protest tegen leeftijdsdiscriminatie. Zij verzon een toekomst zoals we die niet wensen. Toch? Het verhaal is behalve beangstigend ook spannend. Helaas zakt dat naar het einde toe een beetje in, maar het gegeven is in ieder geval iets wat tot denken aanspoort.


ISBN  9789493214774 | Paperback | 366 pagina’s | Uitgeverij In de Knipscheer | september 2022

© Marjo, 17 april 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Way too many freaks
Is iedereen gek geworden of ligt het aan mij?
Epski

.
Om aan de hectiek van het dagelijks leven te ontsnappen, is Jacques gevlucht naar een piepklein Frans dorpje om zo weg te zijn van de ratrace en freaks die alles bepalen. In het dorpje heeft hij een boetiek geopend waar hij zijn zelfontworpen kleding verkoopt. Maar ook in dat piepkleine plaatsje ontkomt hij niet aan de freaks. Zijn kledingzaak is voor hen zelfs een ware ontmoetingsplaats geworden.

Epski heeft van dit gegeven echter geen roman gemaakt die het wel en wee van de ontwerper en zijn werk weergeeft maar wat de schrijver wél doet is in de vorm van zijn personages weergeven hoe de meeste communicatievormen mislopen.
Jacques zelf neemt zelden een blad voor de mond, heeft stellige meningen die hij ook graag ventileert. Hij hekelt bijvoorbeeld de grote mode-merken. "Het is één grote overproductie, de creativiteit wordt aan banden gelegd doordat enkele mensen bepalen wat mooi is." Maar als hij dat zegt dan is hij jaloers, ook zo'n kreet volgens Jacques die overal klinkt als je het ergens niet mee eens bent.
Jacques is in feite op zoek naar waarachtigheid, naar de mens zonder opsmuk en invloeden van buitenaf. Hij probeert dat ook te uiten aan alle veelvuldige bezoeken van mensen in en om zijn modezaak.

Zo is er de markante Nederlander Laurens die vaak koffie komt drinken. Hij is altijd nadrukkelijk aanwezig. Volgens Jacques leefde hij "met het idee dat hij hoogbegaafd was en dus waren veel baantjes te min voor hem. [...] Als hij werd afgewezen lag het aan de mensen die hem afgewezen hadden, ze begrepen hem wederom niet. Laurens zat barstensvol ideeën die nooit werkten en verhalen die iedereen met een korreltje zout nam terwijl er best een kern van waarheid in kon zitten.
De communicatie met Laurens is veelal eenzijdig. Niemand weet wat er eigenlijk écht in hem omgaat, zo zal later blijken.


Hilarisch is 'Het takkenwijf', de vrouw die aan de overkant woont en constant op alles en iedereen scheldt, met name haar man is altijd het slachtoffer van haar geschreeuw. Met haar is gewoon geen woord te wisselen, ze voelt zich in alles aangevallen en schreeuwt al bij voorbaat zodat niemand haar iets kan doen.


Verder is er Reinhard, Jacques vertelt  over hem dat hij "een narcistische control freak is die graag mensen in zijn macht hield en de persoon in kwestie door middel van geestelijke manipulatie een bepaalde richting uit wilde duwen. Misschien was dat zijn kunst, lag daar zijn talent." Reinhard is al eeuwig met een beeld bezig en vertelt daar elke keer hetzelfde verhaal over, iets wat Jacques meer dan zat is en dat ook op een onverholen manier zegt.
Maar door de vreemde communicatievorm ziet niemand dat Reinhard juist enorm kwetsbaar is en zich verschuilt achter zijn narcistische gedrag.


Verder zijn er nog Grace, die twijfelt of ze man of vrouw wil zijn, Fetnat die wraak wil, de altijd op zoek zijnde Van Gorkum en de belangrijkste mensen in Jacques leven, Eric en Lima, die klanten waren maar inmiddels zeer goede vrienden zijn geworden.


Iedereen ontmoet elkaar en de gesprekken die onderling uitgewisseld worden zijn intens, maar blijven zelden in hun hoofden hangen. Allen praten vanuit zichzelf zonder de ander te zien, veel wat gezegd wordt, wordt niet gehoord. Alleen Eric en Lima kijken, net als Jacques, wél verder en zien wat er in de wereld en met de onderlinge communicatie gebeurt. Vooral de opkomst van internet en vooral de sociale media heeft volgens hen veel teweeg gebracht.
Het hele boek draait in feite om communicatie.


Het bovenstaande maakt det het een zwaar verhaal lijkt, wat echter absoluut niet het geval is. Epski heeft een schrijfstijl die overrompelend is maar toch heel toegankelijk. Bovendien is het verhaal doorspekt met humor, vol onverwachte wendingen en verrassende ontwikkelingen.
In feite moet je het verhaal gewoon ondergaan en van alle gesprekken, gebeurtenissen en de spectaculaire, originele ontwikkelingen genieten.


Epski (Nederland 1970) is een planeetslenteraar, creatieve duizendpoot annex kledingontwerper, die na vele omzwervingen over de wereld neerstreek in het Franse Lagrasse, een middeleeuws dorp in de wijnstreek Corbières, vanuit waar hij zijn debuutroman schreef.


ISBN 9789462666399 | Paperback | 211 pagina's | Schrijverspunt | 30 november 2022

© Dettie, 21 februari 2023

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER