Non-fictie jeugd

Springlevend
Illustraties: Hedie Meischke
Tekst: Ilse Krabben


Op internet staat te lezen: 'Je innerlijk kind is een combinatie van hoe je op aarde kwam, samen met de ervaringen in de eerste zes, zeven jaar van je leven. Dit zijn namelijk de jaren dat je de meeste vaardigheden ontwikkelt. Als alles goed gaat, leer je in die periode te vertrouwen, je leert omgaan met grenzen, je leert omgaan met teleurstellingen etc.'
Deze jaren zijn dus vormend voor de rest van je leven.


Helaas gaat er ook veel mis in die periode. De zuiverheid van een kind gaat vaak verloren door de normen en waarden die van buitenaf worden opgelegd. Een kind uit aanvankelijk al zijn gevoelens. Als het verdrietig is, huilt het. Als het blij is, lacht het. En boosheid en angst zijn ook normale gevoelens. Maar veel van dit gevoel wordt al snel als niet gewenst ervaren. De uitleg waarom een bepaald gedrag liever niet gezien wordt, ontbreekt vaak waardoor er verwarring ontstaat. Een kind begrijpt niet waarom het bijvoorbeeld niet mag huilen of boos mag zijn. Als er teveel van dit soort gevoelens de kop in gerukt worden dan wordt uiteindelijk het gevoel uitgeschakeld, want het kind 'mag deze niet hebben'. Gevoelens worden onderdrukt met alle gevolgen van dien.


Dit boek geeft kinderen (en volwassenen) de gelegenheid weer terug te keren naar hun zuivere, innerlijk kind. Door middel van het stellen van vragen zoals vaak alleen kinderen die kunnen stellen, gaat de schrijfster in op de grote levensvragen die zij hebben. En door antwoord te geven op deze vragen kan een kind leren weer terug bij zijn oorspronkelijke gevoel te komen. Bovendien leert het kind dat deze vragen niet gek zijn maar juist goed. Ze brengen het kind weer in contact met hun gevoel.

Op zich is dit een prachtig uitgangspunt, alleen vraag ik me af of de taal die gebruikt wordt door kinderen begrepen wordt. Maar misschien onderschat ik kinderen wel.

Binnen in jou ligt het hele universum, vertelt Ilse Krabben o.a. Maar zullen kinderen dit snappen?
Zullen ze de uitleg begrijpen waarom iemand soms onaardig is? Het antwoord is dat onaardige mensen zelf pijn hebben. Of hun gedrag geeft weer hoe ze zelf behandeld werden als kind. Je kunt dan weglopen en op een kalme plek naar binnen kijken en naar jezelf en de ander glimlachen. Omdat je een ruzie hebt vermeden, en je jezelf en de ander hebt beschermd.
Ook staat ergens: 'Voel hoe moeder Aarde je steunt en voedt op haar manier.'
Het zelf moet zoveel doen
Ik vraag me af of dit niet te abstract voor kinderen is.


De vragen zijn inderdaad levensvragen, ze doen er toe en zijn interessant. Deze vragen kun je altijd stellen als kind maar ook aan kinderen stellen. Het antwoord zal per kind verschillen, maar kinderen zullen wel leren onder woorden te brengen wat ze voelen en dat is erg belangrijk.  Het boek vormt zeker een aanleiding tot het terugkeren naar de essentie van het leven.Ook geeft het aan wat de gevoelens eventueel kunnen zijn.


Toch ben ik bang dat het boek niet door alle kinderen - en hun ouders - begrepen zal worden. Het zal vooral aanslaan bij mensen die al bezig zijn met de spirituele kant van het leven, zij kennen de begrippen die in dit boek gehanteerd worden, zij begrijpen wat er bijvoorbeeld met het zelf bedoeld wordt. Maar door mensen die zich niet bezig houden met deze materie en innerlijke heling zal niet alles begrepen worden. De toch wel abstracte taal zal niet altijd makkelijk zijn voor onervaren mensen.


Op zich is het boek een uitstekend idee, en het is belangrijk dat kinderen leren dat wat zij denken en voelen goed is, dat zij en hun gedachten ertoe doen. Toch ben ik bang dat de gebruikte woordkeuze niet altijd goed over zal komen.


Achterin het boek staat een brief van het kind gericht aan de ouders waarin een pleidooi gehouden wordt om niet alle eigen, volwassen, gevoelens over te dragen op het kind maar eerst een zelfonderzoek te doen om te kijken waarom je wel of niet wil dat een kind iets doet. Er staat onder andere te lezen:
'Verberg alsjeblieft de moeilijke kanten van het leven niet voor mij omdat ik een kind ben.' Probeer jouw ideeën over wie ik zou moeten zijn niet op mij te projecteren, zie mij voor wie ik ben. Projecteer je zorgen en angsten niet op mij. Wees niet bang om kwetsbaar te zijn in mijn bijzijn.'
En nog veel meer wijze woorden die de ouders leren om het kind in zijn unieke eigenheid te laten ontwikkelen.
Eigenlijk vind ik die brief het allermooiste van het boek.


Beluister ook het interview met Ilse Krabben over dit boek.


ISBN 9789044844832 | Hardcover | 56 pagina's | Uitgeverij Clavis | eind maart 2022
Afmeting 29,8 x 21, 7 cm | Met aanvullende gekleurde afbeeldingen| leeftijd 7+

© Dettie, 10 mei 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dit is...natuur
Kim Merel

Probeer een kleuter maar eens uit te leggen wat natuur nu eigenlijk is.
In dit boek staat heel eenvoudig: ‘Natuur is alles wat de mens niet gemaakt heeft’. 
Dat is helemaal waar natuurlijk maar of het dat duidelijk maakt voor zo’n jong kind?

Dus legt Kim Merel dat nog duidelijker uit in de ruim veertig pagina’s van haar boek.
Vervolgens zie je op mooi ingekleurde pagina’s hoe je bijvoorbeeld natuur kunt vinden in de stad, maar ook onder water, of in allerlei verschillende biotopen.

Bij een paar items blijven vragen over die je als volwassen ‘meelezer’ misschien wel nader zult moeten uitleggen aan een nieuwsgierig kind, maar over het algemeen is het een prima boek.
Op de twee pagina’s waarop je een stad ziet wordt aangegeven dat het kleine plantje aan de stoeprand natuur is, en kun je zien hoe de wind – ook natuur - een vlag beweegt. Leuk is hier ‘de verstopte natuur’: een rat die door het riool tevoorschijn komt.

Dit soort kleine humoristische opmerkingen komen vaker voor, en die maken het natuurlijk extra leuk om dit boek voor te lezen. Bijvoorbeeld als er verteld wordt op een en dezelfde pagina dat pinguïns het graag koud hebben, terwijl de neushoorn zegt: ‘lekker warm hier!’
Wat betreft de insecten, daar wordt verteld dat driekwart van alle dieren die kleine beestjes zijn, en het is heel goed dat er daar gekozen wordt voor insecten die kinderen misschien al wel kennen, zoals lieveheersbeestjes en huisspinnen.
Bij de nog kleinere levende wezens zoals de microben staat dat je ze alleen met een microscoop kan zien. Maar wat is een microscoop? Dat mag de meelezer vertellen…
Die mag ook aan de slag bij de onderwaterwereld staat: ‘in de diepzee is het pikkedonker en de druk is er heel hoog.’ Zonder verdere uitleg. Een kind weet niet dat dat betekent, en het zal voor een volwassene nog lastig zijn om dat uit te leggen!

Wel wordt goed uitgelegd dat natuur niet alleen mooi en lief is, maar ook akelige kanten heeft. Die er echter wel bij horen, want juist dàt is natuur.
En de bomen en planten worden evenmin vergeten, zoals er aan het einde een link wordt gelegd met het kind zelf: want ja, een mens wordt dan wel door een mens 'gemaakt', maar is toch natuur (dit wordt niet nader benoemd in het boek, zou ook te lastig zijn). In je lijf hangt alles met elkaar samen, net als in de natuur buiten. Dieren en planten kunnen niet zonder de regen, en het ene dier, bijvoorbeeld die pinguïn op de koude noordpool, kan niet tegen warmte, terwijl het andere dier het nodig heeft om te kunnen overleven.
Wat kun je doen om de natuur te behouden, dat is ook een must in een boek als dit (‘eet geen vlees’ maar waarom niet? Dat staat er niet) maar de afsluiting is fantastisch: ga naar buiten, voel de wind, loop met blote voeten in het gras en ontdek zelf het wonder dat natuur heet!!

Over het algemeen een fijn boek waarin het een kind wel duidelijk zal worden wat natuur nu eigenlijk is, en dat er vragen blijven? Ach, het is natuurlijk prima als een kind vragen blijft stellen!
In ieder geval is het ook een heel mooi kijkboek om de natuur al bladerend te ontdekken.

Dit boek past bij het thema van de Kinderboekenweek 2022 : Gi-ga-groen!

https://kimmerel.com/ditisnatuur

Kim Merel is bioloog. Zij schrijft en illustreert. Eerder verscheen van haar hand ‘Ik vlieg! Met dieren in de lucht’, onder de naam Kim Veenman.

ISBN 9789047713609 | hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat |januari 2022
Afmeting: 28,8 x 24,4 x 1,2 cm NUR 273
Leeftijd 4+

© Marjo, 5 mei 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Groene Planeet
Tekst: Leisa Stewart-Sharpe
Illustraties: Kim Smith


Het was in het voorjaar van 2020 wereldnieuws in de boekenwereld: de BBC geeft in de komende twee jaar vier kinderboeken uit op basis van Sir David Attenboroughs beroemde documentaires: Blue Planet, Frozen Planet, Green Planet en een vierde, nog te produceren serie en boek.


Voor me ligt Groene Planeet. Opnieuw een prachtig boek van Lemniscaat. Deze uitgever heeft intussen al een indrukwekkend aantal natuurboeken uitgegeven, die niet alleen laten zien hoe mooi de natuur is, en hoeveel we er nog niet van weten, maar die ook steeds de boodschap meegeven hoe belangrijk het is om die natuur te bewaren. Om er voor te zorgen dat wij mensen niet alles vernietigen.


In een voorwoord vertelt Chris Packman (een Engelse natuuronderzoeker, natuurfotograaf, tv-presentator en auteur, vooral bekend van zijn televisiewerk, waaronder de natuurserie The Really Wild Show van CBBC voor kinderen van 1986 tot 1995) over de wonderen van planten. Hij was er zelf verbaasd over: de teunisbloem is in staat om het gezoem van bijen op te vangen – hoe, dat weten we niet. Maar de bloem doet er zijn voordeel mee: als die bij zijn nectar komt drinken, neemt hij bij vertrek het stuifmeel met zich mee: de plant wordt bestoven!
Hoe weet zo’n plant dat hij het zo moet aanpakken?
Dit soort wonderen zijn er vele in de plantenwereld. In dit boek kun je over een aantal daarvan lezen.


Er is een bepaalde indeling, die niet vermeld wordt in een inhoudsopgave, zoals er ook geen register is, en helaas ook geen paginanummering.
Bepaalde habitats worden besproken, eerst algemeen: wat is dit voor een gebied en welke moeilijkheden levert dit op voor de planten die er leven. Dan volgen er verhalen over hoe bepaalde planten een oplossing hebben ‘bedacht’ voor het probleem – werkelijk: je staat versteld! Ze zijn zelfs spannend, die verhalen! Dan worden er nog enkele planten specifiek benoemd, waarna er een hoofdstuk volgt waarin verteld wordt wat de mens doet en kan doen om te voorkomen dat dit leefgebied verdwijnt.


Neem de waterwereld.
Het leven op aarde is waarschijnlijk begonnen in en met water. Langzaam ontstonden er algen. Vijfhonderd miljoen jaar geleden kropen die uit de zee en ontwikkelden zich. Een deel ervan ging opnieuw het water in om zich daar verder te ontwikkelen tot wat het vandaag de dag is.


Een van die planten is het blaasjeskruid. Het leeft in Venezuela en is een vleesetende plant. En nee, hersens heeft het plantje niet, en toch ‘weet’ het dat zich in de bromelia, een plant die ook in die habitat leeft, kleine beestjes bevinden. Het blaasjeskruid heeft lange tentakelachtige ‘armen’, waar blaasjes op ontstaan. Die tentakels steekt hij in de kelk van de bromelia. Als een larve van zo’n klein beestje langs een blaasje strijkt wordt het opgezogen. En eenmaal in die val komt het diertje er niet meer uit.


Wonderbaarlijk is ook de reuzenwaterlelie, die met zijn reusachtige bladeren de strijd om het licht wint. Alles wat er onder wil groeien krijgt geen licht meer, en zonder licht kan een plant niet leven. Maar: de grote bladeren zijn dan weer wel een paradijs voor kevers, die hun dankbaarheid tonen door de lelies te bestuiven.


In het volgende hoofdstuk worden andere planten en wat dieren voorgesteld die in de waterwereld wonen, en daarna volgt een stuk tekst waarin verteld wordt over de zeegrasvelden, die al miljoenen jaren oud zijn, maar leken te verdwijnen. Zij nemen meer koolstof op uit de atmosfeer dan bomen, en zijn dus noodzakelijk voor het leven op aarde. Gelukkig lijken ze nu langzaam terug te komen. Hoopgevend, maar niet genoeg.

Over die waterwereld wordt nog veel meer verteld, en zo gaat het ook over de tropen, over woestijnen en over nog meer leefgebieden op aarde.
Zoveel dat je nog niet wist, zoveel moois, zoveel bijzonders! Paginavullende kleurrijke illustraties, met daarop vele dieren en planten, waar gelukkig wel bij staat wat het is.


Verwonder je – opnieuw – met dit prachtige boek!


Zie ook het inkijkexemplaar (Engels)


Leisa Stewart-Sharpe werkte als journalist voor ze kinderboekenschrijfster werd - nu schrijft ze non-fictie- en prentenboeken. Tijdens haar jeugd in Australië werd ze verliefd op de natuur en op de verhalen over de vreemde wezens die de wereld bevolken.  
www.leisastewartsharpe.com


Kim Smith heeft al heel veel kinderboeken voorzien van prachtige tekeningen. https://kimillustration.com


ISBN 9789047713647 | hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| maart 2022
Vertaald uit het Engels door Jesse Goossens | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 2 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Kalm aan ... en kijk om je heen
40 natuurverwonder-
verhalen

Carl Wilkinson

Veertig wonderverhalen, en letterlijk: het is van alles en nog wat. Hoe een eikel een eikenboom wordt, maar ook hoe een zwart gat alles opzuigt.
Op steeds twee pagina’s wordt aandacht besteed aan een wonder. Er wordt eerst verteld wat de vraag is, dan wordt er een uitleg gegeven, met tekst en illustraties. Alles wordt duidelijk uitgelegd.


Hoe kan het dat een droge dorre woestijn ineens in een bloemenzee verandert?
Hoe komt het dat zandduinen van plaats veranderen?
Waarom komen wormen naar boven gekropen al het geregend heeft?
Hoe zit het met het dag- en nachtritme?
Waarom is drijfzand gevaarlijk?
Hoe ontstaat ijs eigenlijk?
En hoe kan het dat je in het donker kattenogen ziet opgloeien?
En misschien heb je je wel eens afgevraagd hoe het komt dat je een steen over het water kan laten ketsen?


Een enorme variatie dus, kriskras door elkaar.
Maar: hoe dat vuur precies ontstaat lezen we niet, wel hoe een houtblok dat in vuur wordt gelegd brandt.
Wat een fulguriet is, is dan weer wel duidelijk: een heel bijzonder verschijnsel na blikseminslag in een berg zand.
En hoe een bultrugwalvis communiceert, voor zover de wetenschap dat uitgevonden heeft.


Bij de meeste verhalen zouden het heel goed vragen kunnen zijn die je je al wel eens gesteld hebt. Vaak worden die vragen dan beantwoord, maar ook roepen ze soms weer andere vragen op. Neem nu die eikel. Er wordt verteld over het proces, over het ‘hoe’ die eikel zich ontwikkelt tot boom. Maar hoe het in de eerste plaats kan dat die eikel die daar ligt ineens begint te groeien?


En zo’n heksenkring, leuk dat uitgelegd wordt hoe dat ontstaat onder de grond, maar waarom groeit die in een cirkel?


Waarschijnlijk zou het bij veel items veel te ver gaan om dit echt compleet uit te leggen – als de wetenschap het al weet! – maar wie weet betekent dat dat de jonge geïnteresseerde lezer zich wel eens zodanig zou kunnen afvragen hoe het nu allemaal in de vork steekt, dat hij of zij een echte wetenschapper wordt!
Zou een leuke bijwerking zijn van dit boek!


Carl Wilkinson is al zo’n 20 jaar schrijver. Zijn eerste non-fictie boek voor kinderen was Albert Einstein’s Relativiteitstheorie.
Grace Helmer is Brits en illustrator van beroep. https://www.gracehelmer.co.uk


ISBN 9789047713210 | hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| maart 2022
Illustraties door Grace Helmer | Vertaald uit het Engels door Johanna Rijnbergen | Vanaf 8 jaar

© Marjo, 1 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Dieren-
uitvindingen

Illustraties: Gosia Herba
Tekst: Christiane Dorion


‘Na het lezen zul je nooit meer op dezelfde manier kijken naar vleermuizen, mestkevers, kwallen en allerlei andere dieren.’


En of dat waar is! Ook voor volwassenen kan dit boek een eyeopener zijn, want er staan veel feiten in die niet algemeen bekend zullen zijn. Dat komt ook doordat het boek zich niet alleen richt op het verleden, maar ook op wat we al geleerd hebben en op wat komen gaat. Er wordt verteld hoe het komt dat wij vliegtuigen uitgevonden hebben (dat hebben we dus niet, we hebben het idee nageaapt van vogels!), over sonar en echopeiling.
En dat allemaal door eens heel goed naar dieren te kijken. Want we zullen toch wel begrijpen dat dieren die vaak al miljoenen jaren de tijd hebben gehad om de eigenschappen, waarmee zij het voor elkaar gekregen hebben dat ze nog steeds bestaan, te ontwikkelen en vervolmaken, ons, de mens die nog maar pas op de wereld rondloopt, heel veel zouden kunnen leren!


Toen de mens dat eenmaal inzag, ging het los. Dieren werden beter bekeken, en men onderzocht hoe het toch kan dat een haai zo snel kan zwemmen, dat een arend zo veel meer kan zien dan wij, hoe een ijsvogel zonder lawaai een flinke duik kan nemen, en nog veel meer.
Dat laatste, die ijsvogel heeft model gestaan voor die ene trein die we nu kunnen zien rijden: de kogeltrein. Als vroeger een trein met hoge snelheid door een tunnel reed, dan werd de lucht samengeperst waardoor er een enorme knal klonk als de trein weer uit de tunnel tevoorschijn kwam.
Door eens goed te kijken hoe de ijsvogel zijn duik neemt, kon men de kogeltrein ontwikkelen, wiens voorkant er net zo uitziet als de snavel van de vogel.


In dit boek komen heel veel dieren voor bij, die al lang wisten hoe bepaalde dingen moesten.
De haai heeft een bijzondere huid. Hij is bedekt met kleine schubben die kleine ribbeltjes hebben, waardoor het water langs zijn lijf geleid wordt en er weinig weerstand ontstaat. Hoe minder weerstand, hoe harder je gaat.
Het zeepaardje heeft wetenschappers geleerd hoe ze lichte lichaamsbescherming moeten ontwikkelen: door zijn harnas, gevormd met vierkante platen, kan hij draaien, buigen en plat geduwd worden, zonder dat er iets kapot gaat.
Voor nu en in de toekomst wordt de Namibische mistvanger bestudeerd. Dat is een kever die weet te overleven in de droogste woestijn, doordat hij in alle vroegte de ochtendmist weet op te vangen en op te slaan in zijn lijf.


En wist je dat een oorworm vleugels heeft? Die zijn absoluut het bestuderen waard: oorwormen kunnen die vleugels die voor zo’n klein lijf enorm zijn, razendsnel ontvouwen en weer opbergen, en niemand die ze ziet als hij ze opgeborgen heeft.
Ook die naaktslak die velen zo vies vinden, kan de mens veel leren. En de mug, die ook!


Deze en nog veel meer heel bijzondere feiten staan in dit boek.  Soms staan er meerdere dieren op een enkele pagina, soms heeft de schrijver er twee hele pagina’s voor genomen. Dat hangt er van af hoeveel er te vertellen valt. Daarnaast is er de vormgeving: Alle pagina’s zijn gekleurd met daarop veelal grafische tekeningen.


Christiane Dorion komt uit Quebec, maar woont in Engeland. Zij schrijft kinderboeken over de natuur. Mooie boeken, die al vaak in de prijzen vielen.
www.christiane.dorion.com


ISBN 9789047713586 | Hardcover | 80 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| januari 2022
Vertaald uit het Engels door Steven Blaas | Afmeting: 28,3 x 24,1 x 1,3 cm | Leeftijd 10+

© Marjo, 20 maart 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Praten met je huisdier
Leer de taal van je hond, kat, konijn en van vele andere dieren!
Lindy Mattice

Het zal dierenliefhebbers niet verbazen dat je echt kunt communiceren met je huisdier. Maar toch is het wel handig om daar wat meer over te weten te komen, ook overigens als je alleen nog maar van plan bent een huisdier in huis te nemen zodat je weet waar je aan begint.
Honden, katten, konijnen en cavia’s komen aan bod, maar ook vogels, paarden, hamsters, slangen en vissen.


Het gaat er bij honden en katten ook om dat je niet alleen begrijpt wat ze proberen duidelijk te maken, maar eveens wordt er vermeld hoe je zelf actief deelneemt aan de communicatie. Je kan zelf net als je hond een speelhouding aannemen, of bij een kat contact maken door te knipogen.


Het begrijpen van je huisdier betekent dat je goed moet opletten. Wat doet het dier met zijn staart? Of met de oren? Het heeft allemaal betekenis! Kijkt hij je aan, of juist niet? Wat betekent het als je konijn begint te stampen met zijn achterpoten? Het is een waarschuwing, maar je moet goed opletten om te weten of het gericht is aan andere konijnen, of dat hij misschien boos is op zijn baasje!
Waarom maakt een cavia zo’n piepend geluid? Hij is opgewonden wordt dan verteld. Maar wat de reden daarvan is, dat mag je nog even zelf uitzoeken.


Vissen…eh, praten met vissen? Nee, dat is niet echt aan de orde. Maar je kan wel het gedrag van je vis begrijpen, en dan eventueel maatregelen nemen. Glassurfen bijvoorbeeld, dat is de hele tijd heen en weer zwemmen, dat geeft stress aan. Daar kunnen veel redenen voor zijn.
Of die parkiet die zit te knikken? Bij dit verschijnsel is eveneens meerledig uitleg mogelijk, dus je moet dan ook naar de staart kijken. En zo is het bij meer dieren niet altijd meteen duidelijk wat ze bedoelen. Daarom is dit boek wel heel handig!


Met een duidelijke en uitgebreide inhoudsopgave kun je direct vinden wat je wilt weten. Per onderdeel vind je naast verduidelijkende foto’s ook symbolen die aangeven wat daar in de tekst verteld wordt. Een lampje staat voor tips bijvoorbeeld, en een tekening na hersenen geeft aan dat het dier super bijzonder is.
Maar ja, dat wist je vast al wel!


Lindy Mattice Is dierenliefhebber en besloot landbouwkunde te gaan studeren. Ze heeft honden getraind om verdwenen huisdieren op te sporen en heeft veel met paarden en schapen gewerkt bij een Amerikaanse boerenorganisatie (Future Farmers of America).


ISBN 9789493236189 | paperback| 144 pagina's | Uitgeverij Witte Leeuw | april 2022
Vertaald uit het Engels door Studio Bos | Leeftijd 9+

© Marjo, 8 mei 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

De man in de klok
En meer verhalen over Nederlandse makers, ontwerpers en uitvinders
Arend van Dam


Een boek over Dutch Design. Wat is dat precies?
Iets is design als het door een ontwerper ontworpen is, en het is Dutch Design als die ontwerper een Nederlander is. Moeilijker moet je het niet maken. Toch is er nog een term: toegepaste kunst. Kunst die gemaakt wordt om gebruikt te worden. Dat zie je overal om je heen: een prullenbak, de bus, een stoel, noem maar op.
Maar soms wordt er ook een voorwerp gemaakt dat dan wel een stoel is, maar waar je toch niet echt op gaat zitten. Dat soort voorwerpen zie je bijvoorbeeld in een museum. In Eindhoven staan er twee: Het Philips Museum en het DAF museum. In dezelfde stad is ook een school, de Eindhovense Design Academy. Dan weet je dat vast als je geïnspireerd raakt door dit boek!


Arend van Dam laat hier heel veel voorbeelden zien van Dutch Design. Namen als Rietveld en Van Doorne zijn vrij algemeen bekend, de eerste van de meubels, de tweede van de auto’s. Maar er zijn er natuurlijk nog veel meer die in de ontwerperswereld naam gemaakt hebben.
Een grappig verhaal is dat over Chriet Titulaer. Hij was uitvinder, toekomstvoorspeller, sterrenkundige en ruimtevaartdeskundige. Het Huis van de Toekomst, dat in de zomer van 1989 geopend werd was een van projecten. De architect Cees Dam ontwierp het huis. Daar lieten ze zien hoe slimme technologie, domotica genoemd, in de dagelijkse woonomgeving kon worden toegepast. Als je dan leest dat het ging om dingen als een centraal stofzuigersysteem, zonnecellen en stemherkenning, dan begrijp je ook waarom het huis in 1996 gesloten werd. De ontwikkelingen hadden al deze toekomstvoorspellingen al ingehaald!


Naast gebruiksvoorwerpen als de auto, de fiets en de stoel, allemaal nu zo gewoon, maar toch ooit door een slimme meneer of mevrouw bedacht, zijn er ook bijzondere ontwerpen, dingen die je niet dagelijks ziet of gebruikt. Zo is er het energiezuinige eco-dorp in Boekel, en de bijzondere tuin van Piet Oudolf in New York.
Wat te denken van de plannen van Chloé Rutzerveld: zij bedenkt nieuwe producten om te eten. Niet zomaar: de opzet is dat alle vitamines en wat ons lijf nog meer nodig heeft in die lekkere (nep)stroopwafel zit. Zo wordt snacken niet alleen lekker, maar ook gezond!


Er komt nog veel meer in dit boek voorbij: wat doe je met afgedankte kleren? Hoe kun je al dat plastic een nieuwe bestemming geven?
En dan natuurlijk die man in de klok! Kijk maar eens op dit filmpje!


Alle 18 hoofdstukken vertellen over de ontwerper, en hoe hij of zij te werk ging of nog gaat. En daarna is er in behapbare kaders veel informatie die met het voorafgaande verhaal te maken heeft.


Het is te veel om op te noemen. Het is dan ook een boek waar je urenlang plezier van kunt hebben! Je wordt steeds aangespoord om je eigen fantasie aan het werk te zetten, met tips. ‘Aan de slag’ heet dat onderdeel, dat steeds terugkomt.
De uitvoering is ook fraai: primaire kleuren en stripachtige tekeningen van Anne Stalinkski.


Arend van Dam schreef al meer dan honderd kinderboeken, veelal over maatschappelijke thema’s. Dat verwerkt hij in spannende, leerzame verhalen. Samen met illustrator Alex de Wolf boekte hij veel succes met de bekende serie voorleesbundels, waarvan het eerste deel, Lang geleden… bekroond werd met een Zilveren Griffel.
In 2018 verscheen De reis van Syntax Bosselman, bekroond met de Archeon Thea Beckmanprijs en een Zilveren Griffel. In 2020 schreef Arend van Dam het Kinderboekenweekgeschenk, met als thema 'En toen?'.


ISBN 9789000373598 | Hardcover | 136 Pagina's | Uitgeverij van Holkema & Warendorf | maart 2022
Illustraties van Anne Stalinkski | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 22 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Veertien wolven
Tekst: Catherine Barr
Illustraties: Jenni Desmond

Het is best een angstaanjagend geluid, het gehuil van wolven. En aaibaar zijn ze ook niet.
Het zal daardoor komen waarschijnlijk dat deze dieren in sprookjes vaak een akelige rol vervullen.
Maar zoals alle dieren hebben ook wolven een rol in ons ecosysteem. En als je een laag uit dat systeem weghaalt, stort het hele zaakje in.

In Noord-Amerika, in het Yellowstonepark, dat 9000 vierkante kilometer groot is, hebben wolven altijd hun rol vervuld. Ze maakten jacht op elanden – met name de zwakke en zieke exemplaren - zodat die populatie onder controle bleef. Maar de mens jaagde op wolven, om hun vacht, of omdat ze ook wel eens een andere prooi vingen, waar de boeren niet blij mee waren.
En toen... waren er geen wolven meer. De elanden hadden vrij spel, en hun aantal nam toe. Elanden zijn grazers. Zij eten struiken en gras. Nieuwe bomen hadden geen kans meer om te groeien, de graslanden werden dor en droog. Minder bomen betekende ook minder vogels. Het aantal bevers nam af, konijnen waren er minder. Vossen en beren, ook nauwelijks meer te zien.
Er moest iets gebeuren.

En er gebeurde ook iets. In 1995 besloot men om weer wolven uit te zetten in het park. Dat ging niet zonder strijd, maar lukte gelukkig wel. Want nu is Yellowstone weer een gezond park, en is het ecosysteem weer hersteld. Wie nu het park bezoekt dat beroemd is om zijn watervallen treft een schitterende natuur aan. En kan misschien wel een wolf spotten!

Dit boek vertelt over de veertien wolven die uit Canada gehaald werden. Zij werden, voorzien van een tracker, uitgezet en vormden al snel vier roedels (=-groepen wolven met een leider). Later volgden er meer. Ze hadden het goed naar hun zin: er kwamen pups, en zo werd het evenwicht in de natuur weer hersteld.
Het elandenbestand is weer zoals het hoort te zijn en andere dieren als de beer, de vos en de lynx zijn weer terug. En de vogels natuurlijk. Bomen en struiken groeien weer en de hoeveelheid insecten is weer hersteld. Ook roofvogels en andere aaseters kunnen hun kostje weer bij elkaar scharrelen.
De eerste veertien wolven kregen een nummer, en omdat zij gevolgd werden is van vrijwel iedere wolf bekend wat er met hen gebeurd is.

Dit project valt onder landschapsherstel. Dat is iets anders dan natuurbescherming. Bij dat laatste is er sprake van een plant of dier die dreigt te verdwijnen, en men doet er alles aan om dat te voorkomen.
Maar bij landschapsherstel is het de bedoeling dat de natuur het met een beetje hulp zelf doet. Ook in Nederland kennen we zo’n project: hier werden opnieuw bizons uitgezet om er voor te zorgen dat het landschap niet overwoekerd raakt door gras.

Mocht je dus gedacht hebben dat wolven angstaanjagende gevaarlijke dieren zijn, nu je dit boek gelezen hebt, en de prachtige illustraties van Jenni Desmond hebt gezien, denk je daar vast en zeker anders over!
Tenzij je een eland bent in Yellowstone Park…

Dit is een prachtig boek over een fantastisch project. Genieten van de fraaie illustraties is al een aanrader, maar daarnaast leer je veel over wolven en andere dieren.
Het enige nadeel zijn de hele kleine lettertjes.

Catherine Barr (1951) is journalist. Zij schreef al meer dan 25 non-fictieboeken voor kinderen, over de natuur, vooral met de opzet te laten zien dat het daar niet goed mee gaat.

Jenni Desmond (1984) studeerde Engels, kunstgeschiedenis én kinderboekillustratie. Met haar debuut Red Cat, Blue Cat won ze in 2013 de Cambridgeshire Picture Book Award. Bij Lemniscaat verschenen van haar hand onder meer Zoevende Zebra, Alberts boom, De ijsbeer, De olifant en het met een Vlag & Wimpel bekroonde De blauwe vinvis. Samen met Amy Hest maakte ze De nacht van de vallende ster.
https://www.jennidesmond.com/

ISBN 9789047713128| hardcover | 488 pagina’s | Uitgeverij Lemniscaat | maart 2022
Afmeting: 31,3 x 24,6 x 1,3 cm
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 24 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Vergeet mij niet
Anne Franks vrienden en vriendinnen
Janny van der Molen


Aan de hand van een schets van twaalf vrienden en vriendinnen van Anne Frank wordt verteld hoe het leven was voor joodse jonge mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog. De nadruk ligt niet op hun Joods-zijn, maar het is natuurlijk wel – naast hun vriendschap met Anne Frank – de verbindende factor bij de meesten. Zonder deze achtergrond hadden ze immers niets te vrezen gehad van de Duitsers. Ze waren jong en hadden dromen voor een fijne toekomst, hoe konden ze vermoeden dat die ruw verstoord zouden worden door mensen die ze niets gedaan hadden?
Maar dat was wel wat er gebeurde.

Janny van der Molen vertelt in een voorwoord hoe naast het dagboek het poëziealbum van Anne de leidraad was om deze vrienden te vinden. Over deze mensen zocht ze gegevens bij elkaar: hun achtergronden, hun wederwaardigheden kort voor en tijdens de bezetting, en hoe het met hen afgelopen is.


En natuurlijk vertelt ze over hun band met Anne, de een inniger dan de ander, maar ze waren stuk voor stuk voor Anne belangrijk. Ze kwamen op haar verjaardagsfeestje, of zaten bij haar in de klas. En allemaal dachten ze dat Anne en haar familie ontkomen waren. Naar Zwitserland. Jacqueline van Maarsen en Hannah Goslar, die zijn al eerder bekend geworden. Er zullen evenwel weinig mensen zijn die Juultje Ketellapper kennen, of Ietje Swillens, zij was niet Joods overigens.


Ieder verhaal begint met een korte biografie waar een bewerkte foto bij staat. Daarna volgt een verhaal, dat wel op feiten berust, maar gefictionaliseerd is. Verhalen die zo gewoon beginnen, vertellen over gewone mensen, en die dan veelal zo vreselijk eindigen.
In de verhalen is ook een vorm van chronologie aangebracht, in de zin van dat het eerste verhaal begint in 1938, met de Kristalnacht in Berlijn, en het laatste zich kort na de bevrijding afspeelt.
Dan volgt er nog een plattegrond van de wijk waar de betrokkenen woorden, en foto's uit de collectie van de Anne Frank Stichting.


Mooi en indrukwekkend. We hadden liever niet hoeven lezen over deze mensen. We hadden liever nooit geweten wie zij waren. Maar nu we het wèl weten, hebben zij alleen doordat hun leven gelopen is zoals we zojuist hebben gelezen, de wereld iets belangrijks te vertellen:


‘Je bent pas dood als men je naam niet meer noemt.’


Janny van der Molen (Burgum, 1968)  schrijft voornamelijk kinder- en jeugdboeken. Haar werk is het best te omschrijven als ‘verhalende non-fictie’.


Martijn van der Linden (1979) is een Nederlandse illustrator van kinderboeken. Zijn werk verschijnt in meer dan twaalf landen en won verschillende prijzen, waaronder in 2016 de Woutertje Pieterse prijs voor het boek dat hij maakte met schrijver Edward van de Vendel: Stem op de okapi.


ISBN 9789021682471 | hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | februari 2022
Illustraties van Martijn van der Linden | Leeftijd 10+

© Marjo, 29 maart 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

De wereld-
geschiedenis in 100 dieren

Illustraties door Frann Preston-Gannon
tekst: Simon Barnes


Na een inleidend stukje tekst van de uitgever en de inhoudsopgave met de honderd dieren die we tegen gaan komen, is er een voorwoord van de schrijver, Simon Barnes.
Hij spreekt de jonge lezer toe: ‘Wij zijn mensen. Dat betekent dat we een diersoort zijn. We delen de wereld met miljoenen andere diersoorten.’ Een honderdtal daarvan zullen we op de komende pagina’s zien, dieren die een bepaalde rol hebben gespeeld in onze wereldgeschiedenis. Deze dieren hebben ieder op een eigen manier effect gehad op de mens.


Het eerste dier is de leeuw. Er worden twee pagina’s aan dit dier besteed, waarop langere stukken tekst staan en kleine kadertjes. Dan volgen de huiskat en de gorilla. Bij de laatste is wel duidelijk wat de invloed op de mens was – een filmmaker wilde het grootste monster maken dat ooit te zien was geweest en hij gebruikte de gorilla als voorbeeld. Daar staat ook: ‘door gorilla’s zijn we anders gaan denken over de planeet waarop we leven, en over de andere dieren waarmee we die delen.’


Maar wat de link is wat betreft de kat en de leeuw wordt niet expliciet verteld. Voor de doelgroep is het best moeilijk die te vinden. Er worden wel jaartallen genoemd en er wordt verteld hoe de relatie tussen het dier en de mens is. Bijvoorbeeld: de kat en de mens gingen elkaar waarderen toen de mens eenmaal ging boeren; de kat ving muizen en ratten. De leeuw staat voor macht en kracht en wordt vaak gebruikt als symbool.
Verderop vind je de spin, waar verteld wordt dat de mens er bang voor is, met op de pagina ernaast de zijderups, die voor ons de zijde spint waarvan door de mens kleding gemaakt wordt.


Het wordt te veel om alle dieren te noemen, en ook al moet je soms zelf zoeken naar de link met de wereldgeschiedenis, die is er dus wel: wij mensen kunnen leren van het gedrag van dieren, en de mens doet zijn best er voor te zorgen dat diersoorten blijven bestaan.
Natuurlijk wordt er op gewezen dat de lezer daar zelf aan kan meewerken.


De afbeeldingen zijn absoluut zeer fraai. De achterliggende pagina wordt in een bijpassende kleur weergegeven waarop de informatieve stukken tekst en weetjes staan. Er is geen onderverdeling aangebracht, alle dieren staan willekeurig door elkaar, waardoor het meer een leesboek dan een naslagwerk is.

Een bijzonder fraai boek, dat toch wel vragen oproept.
Het begint met een voorwoord van de uitgever: ‘de inhoud van dit boek is ontleend aan het boek ‘The History of the World in 100 Animals, geïnspireerd door jarenlange reizen.’ Betekent dit dat het niet een letterlijke vertaling en weergave is van het Engelse boek uit 2020? Dat het al na een jaar bewerkt is?


Simon Barnes groeide bij wijze van spreken op in het Natural History Museum in Londen. Hij heeft veel gereisd en schreef jarenlang een wekelijkse column over wilde dieren voor The Times. Inmiddels heeft hij meer dan twintig boeken gepubliceerd en allerlei prijzen voor zijn werk gewonnen.


Frann Preston-Gannon volgde een kunstopleiding en won na haar studie de Sendak Fellowship: ze ging in de leer bij de illustrator van Max en de Maximonsters. Sinds 2012 maakt ze haar eigen prentenboeken, waarvoor ze al talloze nominaties en prijzen ontving.


ISBN 9789047713883 | hardcover | 112 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | februari 2022
Vertaald uit het Engels door Steven Blaas | Afmeting: 31,3 x 25,2 x 1,8 cm | leeftijd 8+

© Marjo, 28 februari 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER