Non-fictie jeugd

De eik was hier
Bibi Dumon Tak

In de middenberm van de A58 bij Ulvenhout staat een bijzondere eik. Een zomereik, die er al 180 jaar staat, en dus al heel wat heeft meegemaakt.
In 2018 werd hij zelfs verkozen tot boom van het jaar!
Maar nu wordt zijn bestaan bedreigd. De mens die niet zoals de eik kan stilstaan, maar altijd maar sneller en harder wil, zou meer asfalt nodig hebben. De snelweg wordt verbreed. En ja, dan staat de eik hinderlijk in de weg.

Zou het nu echt zover komen dat de onnadenkende mens deze prachtige bijzondere boom gaat vellen?

Hij – of zij, want de boom is geen mannelijk dan wel vrouwelijk wezen – vertelt aan de gaai die steeds in de takken gaat zitten, en helpt om de schadelijke rupsen en kevers weg te eten.
Toen de eikel ontkiemde en langzaam begon te groeien bevond de eik zich in een bos waar herten,  eekhoorntjes en zwijnen op bezoek kwamen. Later werd er een landhuis gebouwd, op het landgoed Anneville. De boom zag fraai uitgedoste dames en koetsen met paarden die over de oprijlaan naar fraaie stallen in een groot park gereden werden.
In de eerste wereldoorlog was er een vluchteling: een uil kwam nestelen in de boom, het was hem te druk in België! Zo hoorde de boom de verhalen over de dodendraad. Gelukkig ging de oorlog voorbij. De uil verdween en eventjes waren er goede tijden. Tot er opnieuw een oorlog uitbrak, en er heel ander volk in het park en in het landhuis bivakkeerde: de Duitsers, de vijand!
Er kwamen ronkende auto’s, en de boom dreigde zelfs te verbranden toen er brand uitbrak.

Gelukkig gebeurde dat niet, en werd de vijand weer verdreven.
Een korte periode woonde prins Bernard in het landhuis, en later Koningin Wilhelmina. Tot heel Nederland bevrijd was, toen vertrokken ze weer.

We weten het: het aantal auto’s groeide, groeit nog steeds, en er kwamen snelwegen. Door een toeval bleef de Troeteleik staan terwijl er om heen alle bomen gekapt werden.
De A58 loopt aan weerskanten van de boom. Ter bescherming is er een hek omheen gezet, maar
Nu dreigt er alsnog een kapvergunning afgegeven te worden. De regels rondom de stikstofuitstoot houden het voor nu nog tegen.

Hoe lang nog?

Het is de eik die vertelt. Over zijn verleden, over nu, in korte hoofdstukken.
De boom staat stil en heeft alle tijd om overal over na te denken. Dat geduld wordt afgezet tegen de haast die de gaai heeft. Die leeft immers niet zo lang als de boom. hij moet een nest bouwen zorgen voor nageslacht. Hij heeft geen tijd om te gaan zitten filosoferen.
Want dat doet de eik: over tijd, over de bedreigingen. Over de hulp die hij kreeg, bijvoorbeeld toen geconstateerd werd dat het niet goed ging. Er werd nieuwe grond aangevoerd, een watersysteem aangelegd.

De eik accepteert: het is zoals het is. Waarom zou hij sombermans spelen?

Bibi Dumon Tak (Rotterdam, 1964) studeerde Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit Utrecht. Ze schreef voor de Boekieboekiekrant, maar was meteen enthousiast toen haar werd gevraagd een boek te schrijven: Het koeienboek waarvoor ze meteen een Zilveren Griffel kreeg!

ISBN 9789045125329 | paperback | 128 pagina's | Uitgeverij Querido| maart 2021
Afmeting: 20 x 12,5 x 1,3 cm
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 19 juni 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Seks is niks geks
illustraties: Sylvia Weve
tekst: Bette Westera


"Als je wilt praten over geslachtsdelen kun je het beestje maar het beste gewoon bij de naam noemen. Maar bij welke naam? Er is zoveel keuze!
Artsen en wetenschappers hebben het over vagina's en penissen. Dat klinkt keurig, maar wel een beetje saai."


Een paar weken terug, las ik het boek Hoe maak je een baby? waarover ik opmerkte "Het enige mogelijke minpuntje is dat voor de geslachtsdelen 'moeilijke' woorden gebruikt worden. Bijvoorbeeld vulva, testikels etc."


In dit boek wordt juist aan de namen voor de manlijke en vrouwelijke geslachtsorganen veel aandacht besteed. Voor de man is het vrij normaal om over piemel te spreken. Dat woord klopt ook, niets anders dan een penis kan een piemel zijn.
Maar dan de vrouwen. Wat is een goed woord voor een vagina?  Kut wordt bijvoorbeeld te vaak als scheldwoord gebruikt. En spleetje klopt niet, want een vagina is meer dan dat. Een voorbips dan? Dat klinkt ook raar. Poes, mossel, oester is het ook niet helemaal. Maar wat kun je dan wel zeggen? "Het zou handig zijn als er voor vagina een woord bestond dat net zo lekker klinkt als piemel en dat door iedereen - jong en oud - gebruikt wordt." zeggen de samenstellers van dit boek.

In Zweden was er een vrouw die het ook moeilijk vond om een goed woord voor vagina te vinden. Kinderen noemen daar de penis, snopp. De vrouw vond de naam snippa er wel mooi bij passen. Zij introduceerde het woord op een paar scholen en de rest is geschiedenis. Het woord is in Zweden nu heel gewoon geworden. In Nederland kwam ook 'het-goede-woord-probleem' naar voren werd dit verhaal als voorbeeld gebruikt. Er volgde een prijsvraag. En de winnaar is... poenie! Piemel en poenie dus. In dit boek wordt het woord poenie dan ook consequent gebruikt.

Vervolgens worden er allerlei wetenswaardigheden over de piemel en de poenie verteld. Hoe die eruit zien - niet standaard, ieder heeft zijn eigen unieke piemel en poenie -, wat je er zelf of samen mee kunt doen. Wat er gebeurt als een manlijke zaadcel een eitje bevrucht etc.
Wat je wel of niet kunt accepteren van het gedrag van iemand anders. Ook homoseksualiteit en in het verkeerde lichaam geboren zijn wordt besproken.
Leuk is dat het seksleven van dieren in al zijn variëteiten eveneens besproken wordt. Nooit geweten bijvoorbeeld dat een slangen en salamander een piemel hebben met twee uiteinden. Als de staart van deze dieren bij de paring teveel in de weg zit voor het ene uiteinde, gebruiken ze gewoon de andere!

Het is al met al een fantastisch boek. Je kunt het wel aan taalkundig virtuoos Bette Westera overlaten om al de informatie in een speelse maar ook zeer heldere taal weer te geven. Daarnaast zijn er een flink aantal kleine kwisjes in het boek te vinden - waar je ook veel van opsteekt -  én ontzettend leuke gedichten die vrolijk, grappig en leerzaam zijn.

Sylvia Weve heeft bij de teksten heel humoristische tekeningen gemaakt. De combinatie van tekst en tekeningen is zoals altijd bij deze twee mensen perfect in harmonie. Het is weer klasse!


ISBN 9789493228054 | Hardcover met stofomslag | 96 pagina's | Samsara | Mei 2021
Leeftijd 11+

Dettie, 24 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Britt bij de bijen
Vlieg mee door de bijzondere wereld van de honingbij
Brit van Marsenille


Wie denkt dat hij alles al weet over het leven van een honingbij zou nog wel eens verrast kunnen worden door dit boek. Britt, de schrijfster, is zelf imker en weet er echt alles van. En ze wil haar kennis graag delen.
Daarom heeft ze dit prachtige boek gemaakt, en het is echt zo: je gaat die beestjes heel anders bekijken!


Bijen blijken namelijk hele mooie dieren te zijn, met een donzig - aaibaar! – lijf, en sprekende ogen. Facetogen, en omdat het een boek is dat bedoeld is voor kinderen wordt hier meteen uitgelegd wat dat zijn: 6000 kleine mini-oogjes bij elkaar.
Een honingbij heeft vier vleugels, zes poten, antennes om te ruiken en proeven en een slurfje om nectar mee op te zuigen. Waarom ze dat doen wordt natuurlijk uitgebreid uitgelegd.
Minder bekend is dat het hart van een bij in het kontje zit! En dat ze een honingmaag hebben.
En ja, ze hebben ook een angel. En ja, ze steken daarmee. Maar ze gaan dood als ze steken in tegenstelling tot wespen niet, die kunnen blijven steken. En die zoeken de nabijheid van de mens op omdat zij van zoetigheid houden en vleeseters (vlees op je boterham)!
Een bij zal alleen steken als ze zich bedreigd voelt. Die wil alleen maar nectar en stuifmeel.

Uitgebreid wordt er op ingegaan wat nectar is, wat een bij precies doet als ze van bloem tot bloem vliegt, en hoe nuttig ze daarom is. En dan komen we bij het knelpunt: het gaat helemaal niet goed met de bij. Haar leefgebied wordt bedreigd: er is steeds minder natuur en meer bebouwing. Insecten- en onkruidverdelgers, pesticiden, vergiftigen het weinig dat er nog is.

En als je dan weet dat er zonder de bijen niet alleen minder honing is, maar dat ook onze mooie bloemen en planten, fruitbomen en groentes op de akkers niet meer bestoven worden, en dus geen vrucht dragen, dan schrik je hopelijk zo erg dat je gaat doen wat Britt vraagt:
Zorg er voor dat bijen genoeg lekkers vinden in de natuur!

Dit is het belangrijkste uit dit boek, maar er is nog meer: Britt van Marsenille vertelt over de geschiedenis van de bij. Leuke feitjes: de oude Grieken maakten energiedrankjes. Juist, van honing!
En ze zegt: overal komen bijen voor, als er maar planten leven. Op Antarctica ook?
Hier valt de humor op die overal in het boek gebruikt wordt: je ziet een bij met een winterjas aan…

Er valt nog zoveel meer te vertellen over het leven van een bij, over de koningin en haar werksters, over hoe ze duidelijk maken aan elkaar waar lekkere nectar te vinden is.
Lees zelf maar in dit hele mooie boek, waarin Katrien Vanderlinden zich ook uitgeleefd heeft in haar fraaie illustraties.
Een boek om naar te kijken, met een uitklappagina, en natuurlijk om de nuttige, maar ook leuke informatie te lezen. Moeilijke woorden worden duidelijk uitgelegd, en de tekeningen verduidelijken ook prima wat verteld wordt.

Britt Van Marsenille (1980) is een Belgische radio- en televisiepresentatrice en imker.
Katrien Vanderlinden is regisseur en art director bij onder andere Studio Brussel en Canvas.

ISBN 9789463962421| hardcover | 72 pagina's | Uitgeverij Horizon | april 2021
Afmeting: 22,8 x 22,7 x 1,4 cm
Leeftijd vanaf 6 jaar.

© Marjo, 28 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Blauwe planeet
Blue Planet II
Illustraties: Emily Dove
Tekst: Leisa Steward-Sharpe


De prachtige illustraties van Emily Dove trekken je meteen het boek in. Ze zijn net zo duidelijk als foto’s zouden zijn, en even mooi. Maar we beginnen met een voorwoord van Sir David Attenborough, waarin hij vertelt over de achtergrond van de serie die hij gemaakt heeft voor de televisie.


Na een korte inleiding van de makers van dit boek kun je eerst de wereldkaart bestuderen, die vooral weergeeft wat er zoal in de oceanen te vinden is. Als je soms denkt dat het alleen maar water is met wat vissen er in, nou, dan zul je na het lezen van dit boek versteld staan. Dieren waarvan je nog nooit gehoord hebt en die je zeker nog nooit gezien hebt komen voorbij.
De bedoeling van dit boek is natuurlijk de kennismaking met al deze levende wezens, maar daarnaast ook zeker de boodschap dat wij zorgvuldiger om moeten gaan met onze aarde.


Zonder diepzeeleven is ook geen leven op aarde! Wij zijn er afhankelijk van!
Die kleine zeeplantjes diep in de oceaan zorgen ervoor dat wij zuurstof hebben!
Maar eerst gaan we genieten, zodat we beter begrijpen waarvoor je minder plastic moet gebruiken.


Leisa Steward-Sharpe vertelt verhalen over de dieren. Bijvoorbeeld het verhaal over het venusmandje, dat twee garnalen gevangen heeft. Die garnalen komen er nooit meer uit, maar: hun nakomelingen wel! Echt een wonder van de natuur.
Ze vertelt hoe een dode potvis tot voedsel dient voor diverse andere dieren tot er werkelijk geen kruimeltje meer over is.
Bij verschillende dieren staan een stukje tekst met informatie. En een mooie afbeelding natuurlijk. 


- Heb je ooit gehoord van de vampierinktvis, die niet eens een inktvis is?
- Wist je dat er een verloren stad onder het wateroppervlak ligt?
- wat zou een Eunice Aphroditois zijn?
- en de Choerodon Anchorago?
- maar ook als de naam wat simpeler is: weer je wat een zeepijp is?


Steeds dieper onder water gaan we, waar dan weer andere vissen en andere dieren leven. En dan gaan we weer naar boven, voor de dieren die aan de kust leven. De Grapsus Grapsus, en de zeeolifant. En pinguïns! En ook weer naast teksten met informatie, leuke verhalen. Die overigens ook kloppen, het is geen fantasie!


Helaas zijn de pagina’s ongenummerd en is er dus ook geen inhoudsopgave.
Maar buiten dat mankementje is het een fantastisch boek om in te grasduinen, stukjes te lezen of alleen maar je ogen uit te kijken. Waarna je vanzelf gaat lezen dus.


ISBN 9789047713036| Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | februari 2020

© Marjo, 25 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dag drol
de grote reis van eten: van je mond tot in de wc en verder
Illustraties: Emanuel Wiemans
Tekst: Floor Bal


Hoe wordt eten poep? Floor Bal wil met dit boek deze vraag die door veel kleuters gesteld wordt, beantwoorden.

Natuurlijk begint het met het eten en drinken zelf, een appel, een boterham, die stop je in je mond en met je kiezen maal je alles fijn. Dat weten kinderen misschien nog wel. Maar daarna? Wat gebeurt er dan?

Op de grote afbeelding zien we de stukjes appel en de fijngekauwde boterham een lange buis in glijden, evenals het sap wat gedronken wordt, en daarna ploft het eten en drinken in een zakje met zuur, nat spul erin, ofwel de maag. Dat is allemaal lekker duidelijk, maar dan... wordt het allemaal wat vaag, wat juist niet de bedoeling is. Mogelijk werkt het feit dat de afbeeldingen niet echt bijdragen aan de uitleg ook mee. Bijvoorbeeld:


"Beneden de maag ligt een opgerolde slang. Die is zacht en heel erg lang. Het is de dunne darm. Door groen, bitter sap valt alles hier uit elkaar. Dat is geen drek, slib of drab meer. Geen pap, geen pulp of sap meer. Wat klein was wordt fijner. Wat fijn was, nog kleiner. Tot alle stukjes stofjes zijn."


Hierbij zien we op de, overigens leuke, afbeelding kinderen spelen, ze glijden vanaf en door een glijbaan die een opgekrulde slang voorstelt. Dat werkt bevreemdend. Het heeft niets met de spijsvertering te maken. Bovendien vraag ik me af of kinderen van vier jaar deze tekst zullen begrijpen. Het is nogal cryptisch. Een goede bijpassende afbeelding erbij had veel aan het begrip bijgedragen.

De hele verdere verwerking van het eten in het lichaam is eveneens niet heel goed te begrijpen. Het is te wazig. Het lijkt me zelfs dat kinderen het een beetje vies en eng gaan vinden wat er allemaal in hun lijf gebeurt.
Pas als de poep en plas in de wc liggen en hun reis gaan afleggen door het riool naar de zuiveringsinstallatie wordt het weer wat beter te volgen. Maar hoe de boel gezuiverd wordt... door bacteriën die poep eten en schoonmaken, snappen kleuters dat?


Al met al is het niet echt een boek dat tot begrip bijdraagt. Het is teveel vanuit 'grote mensen' gemaakt, ondanks de kleurige, fleurige afbeeldingen. De tekst is niet speels genoeg en te weinig in de taal van kinderen gemaakt, ook al zijn enkele regels rijmend gemaakt, maar ook deze rijm is niet consequent doorgevoerd.
De afbeeldingen dragen, op een enkele keer na, eveneens niet bij aan het leren begrijpen van de weg van eten naar poep - en de rest - .
Jammer, een gemiste kans.

ISBN 9789025774141 | Hardcover | 40 pagina's | NUR 210 en 273 | Uitgeverij Gottmer | november 2020
Afmeting 28,4 x 24,8 | leeftijd 4+

© Dettie, 17 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kalm aan
Rust in een drukke wereld
50 natuurverwonder-
verhalen
tekeningen: Freya Hartas
tekst: Rachel Williams


Toen uitgever en schrijver Rachel Williams haar dochter weer eens haastig naar de opvang bracht, bleef het meisje staat bij een bloem. 'Mama,'vroeg ze. 'Wat doet die bij daar nou?'

Dat was voor Williams het moment dat ze besefte dat er meer rust moest komen om te genieten van alle kleine wonderen die om haar heen plaatsvinden.
Ze zag de bij in de bloem niet meer, ze zag de vogels die een bad neemen niet meer, de geopende waterlelies, de spin die een web maakt, de wolken... ze zag ze niet meer, ze had teveel haast.  Het werd tijd om het eens wat kalmer aan te doen en weer om zich heen te kijken. En dat deed ze.


Ze zág en hoorde de natuur weer en alles wat zich daarin afspeelt. Ze noteerde wat ze allemaal ontdekte en waarnam. En dat is veel en heel gevarieerd.
De ene keer vertelt ze waarom de vogels in de vroege ochtend zingen (omdat het in de ochtendschemering moeilijk is om naar voedsel te zoeken, dus gaan ze maar zingen) De roodborstjes en merels beginnen omdat zij meer ochtendlicht zien dan de andere vogels, de winterkoninkjes, musjes, meesjes volgen later.


Het zijn allemaal kleine dingen die Rachel Williams opmerkt maar vaak zijn zij juist het grootst in aanzien. Een mooie zonsondergang, een bos dat bijna blauw ziet van de boshyacinten, het 'zilver'spoor van een slak, een muisje dat eten zoekt, een galopperend paard in de wei, een uil op zoek naar prooi, uitlopende varens die hun krullen strekken, het aparte opstijgen van een lieveheersbeestje, een libelle die een vlieg vangt, een specht die tegen een boom tikt, bloesem dat op de grond dwarrelt...

Maar ook een vallende ster, het breken van een golf, de opkomende en afnemende maan, sneeuwvlokken die naar beneden dwarrelen, knetterend onweer krijgen haar aandacht.

Over alles wat ze ziet, vertelt ze iets. Dat kan bijvoorbeeld zijn; hoe onweer ontstaat of de functie van het slijmspoor van een slak, wat een vallende ster eigenlijk is, hoe een vleermuis op jacht gaat, hoe een vlinder van rups tot vlinder ontwikkelt, waarom een zonnebloem met haar bloem de zon volgt.
Heel interessant allemaal, je steekt er enorm veel van op.


Het is alleen jammer dat de tekst gedeeltelijk in een vrij onduidelijk lettertype is afgedrukt. Er zijn ook verschillende lettertypes gebruikt wat een erg onrustig bladbeeld geeft, zeker met de vele tekeningen van Freya Hartas erbij.

De tekeningen zelf zijn aanvullend bij de tekst maar ook deze zijn erg druk en het zijn er bijna teveel in aantal. De kleine schuingedrukte tekst bij de afbeeldingen valt daardoor soms niet op. Ze geven wel goed weer wat Rachel Williams vertelt, maar persoonlijk vind ik het teveel van het goede. De vele kleine tekeningen bij één onderwerp maken dat elke pagina bijna overweldigend is, je weet nauwelijks waar je kijken moet. Een eenvoudiger tekenstijl zou alles veel beter uit laten komen.
Het geheel komt juist niet kalm over.

Al met al geef ik het boek een zesje, ondanks de prachtige hardcover uitvoering, het grote formaat en de vele kleuren die gebruikt zijn.


Zie ook het inkijkexemplaar https://www.lemniscaat.nl/files/fm9789047712695.pdf


ISBN 9789047712695 | Hardcover | 128 pagina's | Lemniscaat | februari 2021
Afmeting 29,8 x 24,3 x 1,9 cm | Vertaald door Jesse Goossens | Leeftijd 8+

© Dettie, 26 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hoe maak je een baby?
Een inclusieve gids over het begin van elke familie
Illustraties: Clare Owen
Tekst: Rachel Greener


Voorlichting: Het woord dat voor veel gegniffel zorgt én voor ongemak bij de ouders, want hoe vertel je kinderen op een heldere manier waar hij of zij vandaan komt en vooral hoe ze 'gemaakt' worden. Zelf weet ik dat een juf op school mij dat vertelde en ik snapte er eigenlijk helemaal niets van. Ook mijn moeder hield het vrij vaag. Gelukkig zijn mensen nu opener over dit onderwerp én is er nu dit boek dat je alles vertelt over het maken van kinderen.


Het boek begint met enkele verhalen die verteld worden als door jonge kinderen gevraagd wordt waar kinderen vandaan komen. De bekende ooievaar die een baby'tje komt brengen en het verhaal de baby'tjes uit de boerenkool komen etc komt voorbij. Wij als volwassenen weten dat het natuurlijk allemaal niet waar is, maar waar komen ze dan wèl vandaan en hoe wordt een baby eigenlijk gemaakt?


Wat volgt is de uitleg over het verschil tussen jongens en meisjes en later mannen en vrouwen met daarbij heldere, eenvoudig gehouden afbeeldingen. We zien ook tekeningen van de omgeving van de uiterlijke en inwendige geslachtsorganen met uitleg daarbij.
De geslachtsdaad wordt ook via een tekening duidelijk gemaakt met daarbij tekst waarin precies verteld wordt wat er precies aan vooraf gaat en hoe de daad op gegeven moment plaatsvindt. Vanzelfsprekend worden de zaad- en eicellen eveneens besproken en getekend, evenals de samensmelting van deze cellen.


Wat het goede van dit boek is, is dat ook de andere manieren van kinderen krijgen besproken worden zoals de draagmoeder, kunstmatige inseminatie, adoptie etc.
We zien ook afbeeldingen van het kind in moeders buik, echo's, de bevalling zelf, vroeggeboorte en de couveuse, de keizersnee, één- en tweeeiige tweelingen etc.


Dit alles wordt op een integere, smaakvolle manier onder woorden gebracht en weergegeven. Bovendien is het knap om zoveel heldere informatie op 32 pagina's weer te geven. Het enige mogelijke minpuntje is dat voor de geslachtsdelen 'moeilijke' woorden gebruikt worden. Bijvoorbeeld vulva, testikels etc. De woorden zijn wel correct maar het is geen taal voor jonge kinderen van ca. zes jaar. (Maar misschien is het juist goed dat alles gelijk de juiste benaming krijgt.)


Al met al, is het een knap samengesteld boek, dat ouders of leerkrachten prima samen met de kinderen kunnen bekijken en bespreken.


Zie ook de lesbrief inclusief enkele afbeeldingen uit het boek


ISBN 9789059247970 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Baeckens | maart 2021
Vertaald door Pippa Billiet| Afmeting 27,9 x 24 cm| Leeftijd 6+

© Dettie, 8 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Noord
Illustraties: Marieke ten Berge
Tekst: Jesse Goossens


Dit boek is niet alleen voor diegenen die meer willen weten over de dieren die leven in het Noorden. Het is namelijk een kunstwerk: prachtige illustraties in de vorm van linosneden, gemaakt door Marieke ten Berge. Dat begint al op de omslag die in reliëf uitgevoerd is.


In het voorwoord vertelt Marieke ten Berge dat ze al jaren naar Scandinavië reist, een gebied waar ze dol op is. Ze deed er onderzoek zodat ze dit boek kon maken om het met ons te delen.
Daar is iedere lezer vast en zeker heel blij mee, want het is puur genieten. Met een kleine, doch niet onbelangrijke kanttekening: veel van de dieren wonen in het Noorden.


'Juist die dieren fascineren me zo. Ze zijn bestand tegen enorme kou, en leven vaak onder zeer extreme omstandigheden. Deze dieren verdienen aandacht, bescherming en verwondering.’


Nou, daar gaan we dan. Kijken naar en lezen over drieëndertig diersoorten, die in het Noorden van Europa hun thuis hebben. Marieke ten Berge is de samenwerking aangegaan met Jesse Goossens, die op een bijzondere manier vertelt over de dieren. Zij laat hen zelf aan het woord, op een leuke manier, met veel humor, hetgeen een apart effect heeft.


Het kan het best duidelijk gemaakt worden door een enkel dier te kiezen en daar dan over te vertellen hoe de schrijfster dit aanpakt. Dat is het eerste probleem: welk dier dan? Ze verdienen allemaal die speciale aandacht! Ze zijn allemaal fantastisch mooi in beeld gebracht. Over ieder dier wordt leuke en goed informatie gegeven. Willekeurig dan maar.
Gewoon even het boek openslaan.
Welk dier zal het worden?


En dat  is de poolwolf. Op de linker[pagina staat hij afgebeeld, in een typische houding voor de wolf: huilend naar de maan.
Dan vertelt hij:


‘Het is donker. Vijf maanden lang. In de noordelijke gebieden waar ik leef, wordt het de hele lange winter niet licht.
Zie je me janken? Ik weet dat je denkt dat ik huil naar de maan (NB: oeps…) maar dat is niet zo: ik roep de roedel bij elkaar. Samen met mijn alfamannetje voer ik namelijk onze roedel aan. (weer: oeps, het is een vrouwtje!) Jazeker, ik ben het alfavrouwtje. Hoe je dat kunt zien? Aan de manier waarop ik sta in de groep. Ik maak me groot en steek mijn staart fier omhoog. Mijn ondergeschikten laten hun staart hangen en als ze bij me in de buurt komen, maken ze zich klein en jammeren een beetje. Sommige gaan zelfs op hun rug liggen of likken mijn snuit.’


Nee, dit is niet alles. Ze vertelt nog over het gebied waar ze leeft, hoe ze aan eten komen, wat ze dan eten en over de kinderen die ze krijgt.
Dan staat er onderaan de pagina – zoals bij ieder dier – een kader met de informatie nog eens op een rijtje: soort, waar, hoogte, lengte, gewicht, leeftijd, aantal en beschermingsstatus.
Deze informatie varieert per dier, want over de poolwolf is niet bekend of ze bedreigd worden in hun bestaan. Bij de bultrug staat dan dat er geen bedreiging is, terwijl de ijsbeer juist wel dreigt uit te sterven.
Achter in het boek staan nog een paar landkaarten, voorzien van tekeningen net als de inhoudsopgave, die het boek afsluit.


Dit is een boek dat een sieraad is in je kast, je zou de afbeeldingen zo aan de muur willen hangen! – maar het gaat toch vooral om de informatie. Dus kijk en geniet, maar vooral: lees in dit wonderschone boek!


Marieke ten Berge maakt illustraties voor o.a. boeken, magazines, kaartenseries en posters.

Jesse Goossens is schrijfster, vertaalster en uitgever kinder- en jeugdboeken.


ISBN 9789460038747 | hardcover | 80 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | februari 2021
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 10 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mierenhoop
Illustraties: Magdalena Takacova
Tekst: Petra Bartikova


Leer alles over mieren en hun leven. Dat staat op de flap.
Als je het boek bekijkt, zie je al meteen een deel van het leven van de mier. Het boek is namelijk gemaakt in de vorm van een mierenhoop! De dikke kartonnen pagina’s liggen in lagen op elkaar, en ze hebben ieder aparte doorkijkjes.


Zeer inzichtelijk wordt vanaf dat je het boek openslaat verteld over het leven van een mier. Niet alleen verteld: je ziet het helemaal uitgebeeld! Er wordt bij de afbeeldingen vermeld wat je ziet: de groeikamer, het gangenstelsel, de voorraad, larven en nog meer. Met vrijwel steeds een kort tekstje terzijde met nog meer informatie.
Er is ontzettend veel te zien op die pagina’s: je ziet hoe de mieren hard werken, hoe ze in colonne het voedsel verzamelen, en hoe ze de mierenhoop bouwen.
De koningin zie je natuurlijk: zij zit ‘op haar troon’. Het enige wat zij hoeft te doen terwijl haar onderdanen hard werken is eitjes leggen.


Je ziet hoe een larf een mier wordt, wat ze zoal eten en hoe ze bladluizen gebruiken om die overheerlijke honingdauw te bemachtigen, die mieren zo graag eten.
Je ziet hoe ze de rommel opruimen, en alles wat doen doen ze met een opgewekte gelaatsuitdrukking.
Het is heel grappig om die ijverige beestjes te zien, en zeker als je ooit mieren in het echt bezig hebt gezien, in het bos bijvoorbeeld, dan weet je dat het allemaal klopt!
Als je bij de voorlaatste dubbele pagina bent wordt nog een keer van alles verteld over het bouwen van de mierenhoop en dan volgen nog twee pagina’s met blokjes informatieve tekst, natuurlijk ook weer opgevrolijkt met kleine tekeningetjes van miertjes.


Hoe praten mieren met elkaar? En waarom vinden ze everzwijnen maar irritante dieren?
Kijk en geniet van dit bijzonder fraai uitgevoerde boek!


Petra Bartikova is een Tsjechische kinderboekenschrijfster. Naast eigen boeken heeft ze er ook een aantal gemaakt met de illustratrice Magdalena Takacova. Een ideale samenwerking, het levert pracht boeken op!


https://www.albatrosmedia.eu/book/the-anthill/
Een leuk inkijkje! Ook in hun soortgelijke boeken over de bijenkorf en de boom (deze laatste is nog niet in het Nederlands vertaald)

ISBN 9789021680750| Hardcover | 14 pagina's | Uitgeverij WPG Kindermedia | januari 2021
Afmetingen 23,1 x 23,1 x 2 cm | Leeftijd vanaf 5 jaar

© Marjo, 6 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gek, Gaaf, Geweldig!
Illustraties van Sam Caldwell
Tekst: Tim Flannery


In zijn rol als zoogdierkundige en milieukundige heeft Tim Flannery al heel wat boeken geschreven, die niet vertaald zijn in het Nederlands. Gelukkig is Gek, Gaaf, Geweldig! wèl vertaald, want het is niet alleen precies wat de titel zegt, gek, gaaf en geweldig, het is ook een heel goede manier om ook de jeugd er op te wijzen wat er zoal leeft in de wereld, en welke dieren bedreigd worden. Hoewel hij wel aangeeft of een soort het einde nadert, heft hij nergens een waarschuwend vingertje. Daar zijn andere boeken voor.


Met dit fraai uitgevoerde boek kan je uren zoet zijn. Niet alleen kinderen, ook volwassenen kunnen er veel van leren. Het boek begint met een inleiding waarin Tim Flannery vertelt wie hij is en hoe hij er toe gekomen is deze dieren niet alleen in een boek te verzamelen. Toen hij jong was, zegt hij, had hij graag een boek als dit gehad. Maar ja, dat was er niet, vandaar dat hij het nu zelf schreef.
Dan legt hij begrippen uit, habitat, klimaatverandering, fossielen en meer. Je kan altijd terugbladeren, hij verwijst af en toe naar deze pagina’s.
En dan begint het avontuur; Je wordt rondgeleid door water, bos, graslanden, woestijnen en door de lucht waar je dieren ontmoet die je zelfs in je fantasie niet had kunnen bedenken.
Flannery is zelf bijna overal geweest waar die dieren zijn, hij komt dan ook vaak met ‘Flanneryfeitjes’, waarin hij zijn eigen verhaal vertelt.


Maar het zijn de dieren die de hoofdrol hebben. In korte rubrieken verdeeld over twee of meer pagina's vertelt hij allerlei wetenswaardigheden.
Een willekeurige keuze: Motten (en dat gaat niet over ons saaie huis-, tuin- en keukenmotje…)
Informatie over de mot, verdeeld over vier pagina’s in de volgende rubrieken: Is een mot een soort vlinder? Zo niet, wat is dan het verschil?  Waar kun  je een mot spotten? Welke soorten motten kun je allemaal tegenkomen? Hoe groot is een mot? Hoe gaat een mot naar de wc? Camouflage of knaller. Ananasparfum. Honingrover. Onderonsje met een Utetheisaornata. En een Flanneryfeitje.


Uit de titels boven de rubriekjes merk je al op dat humor bepaald niet ontbreekt in dit boek. Er is ook nog het zeepaardjesechtpaar, dat een mooie dans lijkt uit te voeren. Of de gier met een medaille om zijn nek (want hij eet juist datgene op waar een mens ziek van zou worden). Of de mier die een kudde luizen hoedt. Of de varaan die zijn oude jas aan de kapstok hangt (want hij krijgt regelmatig een nieuwe huid). Enzovoort, enzovoort.
Deze leuke plaatjes en duidelijke tekeningen in mooie kleuren vind je op iedere pagina. Bij het item over het ananasparfum zie je een verliefd mannetje, terwijl het vrouwtje op een verstuiver drukt…


Er zijn overigens geen foto’s in het boek. Wel kun je aan de kleurgerande pagina’s makkelijk de afdeling vinden waar je zou willen zoeken. Zo is de waterdierensectie blauw en de lucht roze. Maar achterin vind je ook nog een woordenlijst en een register. Het komt altijd goed!


Je leert dat er 4.500 krabbensoorten zijn, en dat die ook op het land en in bomen kunnen leven. Dat een ijsbeermannetje de ruimte nodig heeft: wel 300.000 vierkante kilometer! Dat een luiaard zelfs aan de tak blijft hangen als hij dood is. Dat een Solenodon (een wat? Ja, dat lees je dus ook in dit boek) niet goed ziet maar uitstekend hoort. Dat er ook dieren bestaan met blauw bloed, en ga zo maar door. Veel te veel om op te noemen. En daarom is dit een gek, gaaf en geweldig fantastisch boek, waar je heel veel plezier van kunt hebben.


Nog eentje dan: Mestkevers!
Wie – vooral in oktober - de natuur in trekt, stuit vaak op fraai glanzende zwarte kevers, die er lol in lijken te hebben om in paardenpoep te wroeten. De voorjaarsmestkever is dat. Je kan soms ook hele zwermen kevertjes zien vliegen.
In Flannery’s boek kun je lezen dat er duizenden soorten mestkevers zijn. Ook voor deze dieren zijn vier pagina’s ingeruimd, en de rubrieken hebben titels als: zijn mestkevers nuttig? Welke poep? Wie is wie? Waar kan ik een mestlever spotten? Hoe groot is een mestkever? Klimaatverandering (hier blijken ze erg nuttig te zijn: ze helpen de uitstoot van broeikasgassen te verminderen!). Wie at er dinopoep? (niet moeilijk). Koppige sterrenkijkers. Waarom poep? Een leven vol poep. Hoeveel poep kun je rollen? (Het is het sterkste dier op aarde: 1.100 keer zijn eigen gewicht rolt hij voort!)
Werkelijk heel verhelderend. Je kijkt met een andere blik naar deze kever als je hem weer eens ziet.
Maar dat geldt voor al deze dieren.


Zie ook het inkijkexemplaar


Tim Flannery (Melbourne, Victoria, 1956) is een Australische zoogdierkundige, paleontoloog, milieukundige en milieu-activist vooral op gebied van klimaatverandering.
Flannery was voorzitter van de in 2011 door de Australische regering ingestelde onafhankelijke klimaatcommissie die het grote publiek moet voorzien van deugdelijke informatie over klimaatverandering. Dat hij dat ook voor de jeugd wil, dat blijkt wel uit dit boek!
In 2007 werd hij gekozen tot de Australiër van het jaar. Tot juli 2013 was hij hoogleraar aan de Macquarie Universiteit in Sydney.


ISBN 9789047712244 | hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | oktober 2020
Vertaald uit het Engels door Jesse Goossens | leeftijd 10+

© Marjo, 29 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER