Non-fictie jeugd

Een kleine wereld geschiedenis
in 100 grote data

Barbara De Munnynck


‘In dit boek blazen we het stof van 100 belangrijke historische data. We blinken ze op en gebruiken ze als kapstok: we hangen er een sterk verhaal aan op, met een speelse titel.’


En dat is precies wat de Munnynck doet: er zit veel humor in de verhalen. Een speelse manier om te vertellen over wat er in het verleden allemaal al in de wereld gebeurd is, voor zover we weten dan. En natuurlijk kan niet alles verteld worden, maar de keuze is prima.
Er zullen feiten voorbijkomen die je niet kent, maar als je ze wel kent, zijn de verhalen daarom heen zo leuk dat je er graag nog eens over leest.


Het boek is onderverdeeld in perioden waar de jaartallen bij vermeld staan: voor min 3500 heet: Het Prille Begin. Dit is al meteen een schot in de roos: nergens wordt de gebruikelijk aanduiding voor en na Christus gebruikt. Dit ‘min’ is net zo duidelijk.
Natuurlijk kom  je dan op een gegeven moment uit op 1…


Maar, de aarde is 4,6 miljard jaar oud!  En de geleerden hebben besloten dat de officiële wereldgeschiedenis begint in min 3500, vanaf De Eerste Beschavingen, een periode die liep tot min 800.
Wat was er dan voor min 3500, is daar iets over bekend? Jawel, er waren al dieren. Maar die tellen voor dit boek niet mee. Ergens, min 3.2 miljoen kwamen er mensachtigen.
in die tijd leefde Lucy…


Lucy? Wie is dat?
Ze is Miss Eerste Mens Ter Wereld. (Hoe weten we eigenlijk dat ze Lucy heet?) Eigenlijk is ze een geraamte en dat nog niet eens in zijn geheel. Haar overblijfselen zijn de oudste die ooit gevonden werden. Pas 120.000 jaar geleden - ergens in die buurt – kwam de homo sapiens sapiens, de eerste mens zoals wij.



Geleerden hebben een tijdklok gemaakt waarop je kan zien dat de periode van die 5500 jaren om 23.59 begint. Een hersenbreker!
Als je weet dat we nu in de 21e eeuw zitten,  dan kun je uitrekenen dat dat 5500 jaren zijn. Hoe kun je dan de geschiedenis van de wereld vertellen in 100 verhalen?


‘De tijd verstrijkt, of wij nu opletten of niet. Elke geschiedschrijver moet zich dus afvragen: ‘wanneer begin ik de jaren te tellen?’ De joden namen als vertrekpunt het ontstaan van de wereld volgens hun heilige boeken. De Romeinen telden vanaf de stichting van Rome. Vandaag gebruiken we nog een ander systeem.’


Het jaar 1 valt in de periode die loopt van min 800 tot 476: De Klassieke Oudheid.
Waarom dan nu die 1 ineens?
Dan wordt er verteld dat in dat jaar Jezus Christus geboren werd. En dat hij zelf nooit geweten heeft dat dit jaar zo bijzonder was…
Voor die tijd gebeurde er natuurlijk van alles. En erna. Overal op de wereld gebeurden dingen die de moeite van het vertellen waard zijn. Het moet een heidens karwei geweest zijn: welke feiten vertellen we wel en welke laten we achterwege?
Barbara De Munnynck vertelt


over vrouwen die een rol gespeeld hebben: Cleopatra, Jeanne d’Arc, Ana Nzinga, Anne Frank
over mannen die het liefst de hele wereld in hun macht hadden: Julius Caesar. Alexander de Grote, Napoleon, Hitler natuurlijk.
Wat is het verhaal achter de Taj Mahal?
Wie zijn Socrates en Homerus?
Hoe veroverden de Vikingen een stad?
Wie is Manuela Sàenz, ‘La Libertadora del Libertador’?
Waarom was keizerin Victoria  zo ingetogen?
Wie is die Rosa Parks die zo veel te weeg heeft gebracht?


Over dit en nog heel veel meer lees je in dit fantastische boek.
De vormgeving is zeer kleurrijk en aansprekend, en de verhalen worden in een vlotte humoristische stijl verteld.
Het kan wel zijn dat Nederlandse kinderen af en toe hun wenkbrauwen fronsen, de schrijfster is Vlaams en dus zijn de zinnen soms anders ingedeeld,  en zijn er uitdrukkingen die Nederlandse kinderen niet kennen. Maar: lees er overheen en je zult genieten van een fantastisch geschiedenisboek.
En wie weet heb je dan wel zin om verder te zoeken naar informatie!? Achterin staan tips.

Barbara De Munnynck is journalist. Ze was eindredactrice bij ELLE en maakt deel uit van literair collectief This Is How We Read.

Isabelle Geeraerts is grafisch ontwerper en illustrator met een voorliefde voor kinderboeken.

ISBN 9789463373340 | hardcover | 288 pagina's | Uitgeverij Pelckmans | maart 2024
Illustraties van Isabelle Geeraerts | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 16 juni 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dag dat alles anders werd
Carine Kappeyne van de Cappello

Muis Matsie wist wel dat zijn broertje Morris zich al een paar dagen niet lekker voelde, maar dat kende hij ook wel van zichzelf. Ziek ben je allemaal wel eens toch?
Maar met Morris ging het anders. Het gebeurt allemaal zo snel: ineens is Morris er niet meer.
Er komt veel op het arme muisje af: hoe ga je om met de dood en alles wat daarmee samenhangt. Alles wat er vervolgens gebeurt met Matsie, kun je vertalen naar de mensenwereld:


- De uitvaart moet geregeld worden
- Er komt veel bezoek: familie, vrienden


Dat zijn de praktische dingen, waar vooral de volwassenen zich mee bezig houden. Maar wat voor iedereen geldt, jong en oud, als er een geliefde komt te overlijden, dat is hoe je met je gevoelens om moet gaan. Verder gaan met je leven terwijl die ene persoon er niet meer in. Er zijn zoveel dingen die nooit meer zullen gebeuren.


Hoe reageer je als mensen tegen je zeggen hoe erg ze het vinden.
Hoe reageer je op al die mooie dingen die kinderen uit je klas voor je maken en de woorden die ze tegen je zeggen.


In dit verhaal is het de grote Uil die wijze woorden spreekt tegen Matsie:


‘Iemand leeft altijd door in hoe wij dieren die leven, over iemand blijven denken en voelen. Morris zit immers in jouw gedachten en hart.’


En dan gaat het leven weer gewoon door. Maar het is niet meer gewoon. Het gemis zal er altijd zijn, al verdwijnt het langzaam naar de achtergrond.


Dit boek is vooral bedoeld voor kinderen. Kinderen die een broer of zus moeten missen.
Maar rouw is er natuurlijk niet alleen voor dit soort situaties. Je kan de handvatten die dit boek je biedt ook gebruiken als er een andere dierbare overlijdt.
Na steeds een stuk van het verhaal over Matsie zijn er onbedrukte pagina’s, waarop je zelf je verhaal kwijt kan. Er staat bij wat je er bijvoorbeeld kan vertellen over je eigen ervaringen.
Maar niet alleen kinderen hebben baat bij het boek, het is ook voor volwassenen goed om te lezen. Want hoe vertel je een jong kind over de dood.  Praat er over, samen.


Carine Kappeyne van de Coppello is GZ-psycholoog en heeft veel met kinderen in rouw gewerkt.


ISBN 9789083192765 | Hardcover | 38 pagina’s | Uitgeverij Nooit Voorbij | april 2024
Illustraties van Petra Konijn

© Marjo, 11 mei  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waarom jeukt een muggenbult
Illustraties: Hiky Helmantel
Tekst: Marja Baeten


Opnieuw een mooi informatief boek uit de serie 'ik zie, ik zie wat jij niet ziet...'
Er wordt verteld over die vervelende jeukende muggenbulten, maar ook over oorwormen over wie het verhaal rondgaat dat die in je oor kruipen. Niet dus. Waarom zouden ze?


Het boek is opgesteld in het vertrouwde concept:

- Eerst wordt de vraag gesteld, in een uitgebreidere tekst dan alleen summier de vraag
- Dan mogen kinderen vertellen wat zij denken (vaak grappige antwoorden)
- Vervolgens komt de echte wetenschappelijke uitleg. In begrijpelijke woorden natuurlijk.


Hoeveel stippen heeft een lieveheersbeestje?
Mohammed zegt: ik denk omdat hij zeven jaar is. Dan reageert Stanja heel slim: Maar zijn er dan ook lieveheersbeestjes met 1,2,3,4,5 of 6 stippen?


Hoe maakt een spin een web?
‘Dat heeft-ie van zijn papa en mama geleerd, denk ik.’


Waarom lust een wesp graag limonade?
Mooi is dat bij dit onderwerp staat dat je een lastige wesp maar even moet vangen in een glas. Later op de dag kun je hem dan weer vrijlaten. Zo hoort dat!
En dan is er nog de uitleg over hoe een rups een vlinder wordt. Een knap staaltje uit de natuur!


Je wordt er weer veel wijzer van! De reacties van de kinderen er bij verwerken dat is echt een goed idee.
En natuurlijk zijn de illustraties erg leuk. Naast levensechte afbeeldingen (foto's) staan er ook getekende dieren in, plus grappige tekeningen die bij de tekst passen.


Marja Baeten is auteur, bekend van Wilde dieren van het woud (2016), Wilde dieren van de oceaan (2019) en Poppen (2020).
En dus van deze serie Ik zie, ik zie wat jij niet ziet.


ISBN  9789044851533  | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2024
Afmeting 26,8 x 25,7 cm | Leeftijd vanaf 5 jaar

© Marjo, 3 april  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rare snuiters
Johan Klungel


Kijk eens op de voorkant van het boek: wat een rare snuiter!En dat is letterlijk bedoeld: het dier heeft een rare snuit!


Maar voor je gaat lezen wat voor beest dat is kom je eerst nog andere rare snuiters tegen.
Wat denk je van de reuzenmiereneter?


Dat lijkt een schattig beest! Zijn vacht ziet er zacht, als een harige pels, en hij heeft een lekker dikke staart. Maar zijn snuit is wel heel erg lang! En als je weet dat in die snuit een enorme tong zit, van wel 60 centimeter, dan is het dier niet meer zo schattig.
In ieder geval niet voor een mier, want dit is een reuzenmiereneter, die lust wel 30.000 mieren per dag!

Dan heb je de axolotl, die eeuwig jong blijft; de honingpotmier, met zijn voorraad honing in zijn achterste; het beerdiertje,  nauwelijks kapot te krijgen; de glaskikker met een doorzichtige buik… en nog meer van die rare snuiters.


En dus het dier van de omslag: de sterneusmol.
Zijn neus is supergevoelig, hij is bijna blind, maar voelt met hun neus waar de diertjes zitten die hij op wil eten.


De manier waarop de schrijver deze dieren aan je voorstelt is grappig.
Eerst wordt het dier paginagroot afgebeeld, waarna op de pagina ernaast wat informatie te lezen valt. In dit geval waarom hij eigenlijk zo’n rare snuit heeft.

Maar wat leuk is: er wordt aan je gevraagd wat jij zou doen als je zo’n snuit zou hebben.
Met grappige cartoonachtige tekeningetjes erbij kun je je een voorstelling maken van wat het voordeel is en wat het nadeel.


Als je een lange tong zou hebben als de reuzenmiereneter, dan zou je aan tafel of in een bioscoop niet van je stoel af hoeven: je steekt gewoon die enorm lange tong uit!
Maar ja, bij een rondje hardlopen kun je niet hijgen want dan hangt die lange lap in de weg…
Wat zou je kunnen – of juist niet – als je net als de zeekat van kleur kon veranderen?
Of wat zou het voordeel kunnen zijn als je net als de glaskikker doorzichtig zou zijn?

Zowel in de tekst als in de tekeningen is het boek informatief, maar er is ruimte gemaakt voor humor...


Johan Klungel (1979) studeerde aan de Hanzehogeschool Groningen. Hij is werkzaam als illustrator en animatie-regisseur. Ook illustreert hij kinderboeken, en schrijft en tekent strips.

https://www.klungel.com

ISBN 9789044850697 | Hardcover | 40 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2024
Afmetingen: 21.6 x 29.8 cm | Leeftijd vanaf 5 jaar

© Marjo, 8 maart 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een noordpool
verhaal
Illustraties van Kendra Binney
Tekst: Jane Burnard


De dieren die je tegen kunt komen op de Noordpool: allemaal verzameld in een prachtig boek!
Het landschap daar in het hoge noorden bestaat uit sneeuw en ijs. Koud, uitgestrekt en er wonen nauwelijks mensen. Maar wel heel veel dieren. En nee, niet alleen de ijsbeer!


Doe het boek maar snel open dan zie je al heel veel dieren afgebeeld: daarbij zijn de sneeuwuil, de sneeuwgans, de narwal, de poolvos, de poolhaas en de poolwolf,  de witte dolfijn, de walrus en het rendier, de houtkikker en de lemming. En ja, de ijsbeer. En nog meer dieren.
Ieder voor zich bijzonder.
In dit boek wordt verteld hoe ze leven en hoe ze de kou doorstaan.


De kikker bijvoorbeeld bevriest gewoon! En dat kan wel zeven maanden duren, dat kan zijn lijf makkelijk aan.
Hij is zo hard als een kiezelsteen en ademt niet meer. Maar: hij leeft wel degelijk!
De andere dieren trotseren de kou op een minder spectaculaire manier. Ze kruipen in een hol, en blijven onder water. Dieren als de walrus en de narwal hebben een dikke laag spek, zo kunnen ze ook veel hebben.


Er worden steeds korte informatieve verhalen verteld, en het leuke daarbij is dat die steeds aan elkaar gelinkt zijn. Bij de lemming bijvoorbeeld wordt verteld dat hij op moet passen voor de sneeuwuil, en die is in het volgende verhaal aan de beurt. Zo leren we alle dieren kennen.
Ze zijn moeilijk te spotten, want ze zijn vrijwel allemaal wit! Zeker als het winter is! Lastig te zien tegen de achtergrond van sneeuw en ijs.
Rendieren en muskusossen zijn niet wit en de zeedieren hoeven ook geen witte vacht, die duiken onder water.


Alle verhalen zijn ruimschoots voorzien van afbeeldingen, hele mooie tekeningen, die gelukkig niet helemaal wit zijn. En als de lente komt, dan komt er ook meer kleur: er verschijnen mossen en bloemen op de toendra. Zo heet het landschap, dat aan de rand van de ijsvlakte ligt, een gebied zonder bomen of struiken.
Vogels zoals de sneeuwganzen komen terug en gaan eieren leggen en broeden. Jonge dieren worden geboren.
Het leven gaat door. Gelukkig nog wel!


ISBN 9789047715771 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | februari 2024
Vertaald uit het Engels door Steven Blaas | Leeftijd  tot 12 jaar

© Marjo, 3 maart 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Echt of fake - Een te gekke geschiedenis
Benjamin Goyvaerts en Yasmina Faid


Ook voor de jeugd is het belangrijk om te weten of hetgeen je verteld wordt echt is of fake.
In hoeverre een kind van 8 de verhalen kent die in dit boek behandeld worden, is de vraag. Daarom is dit een prima bewaarboek, om later nog eens na te kijken wat er allemaal in staat.


De vorm is speels, maar met heel veel informatie.
Ieder hoofdstuk begint met een tijdlijn. Zo zie je bij bijvoorbeeld bij het deel over piraten, dat die al in de tijd van de Romeinen sprake was van piraterij. De periode die het meest voorkomt in de spannende verhalen over piraten begint in 1650.  En: jawel, ook de moderne piraterij staat er in!
Sinds het begin van deze eeuw vallen Somalische piraten tankers aan.

Dan volgt een lijstje met vijf weetjes, met de vraag of die echt of fake zijn. De antwoorden staan aan het eind van het hoofdstuk.


Droegen piraten een ooglapje om te wennen aan het donker?
Hadden piraten schatkaarten?


Daarna volgt de informatie, opgevrolijkt met grappige tekeningetjes.  Een aantal piraten doen mee aan een talentenjacht, en daarvoor krijgen ze opdrachten:


Wie heeft de beste gevechtstechniek?
Wie heeft de meeste manschappen?
Hoeveel schepen hebben ze gekaapt?


Daarna is er nog een stukje over een magische monstertour die je kan boeken (maar niet heus)


Op deze manier, maar natuurlijk heel anders komen de verhalen over Toetanchamon, de Griekse sportievelingen, de Vikingen, de Maya‘s, de Mongolen (Djengis Khan) en heksen aan de orde.
En zo belanden we in de modernere tijd: de negentiende eeuw met de uitvindingen, oorlogen en de ruimtevaart.
Die over de oorlogen is wel grappig al zijn de verhalen geen fake: maar wist je dat er oorlogen gevoerd zijn over whisky? Over emoe’s? Over gebak en over vogelpoep?


Humor ontbreekt dus niet, wat het erg leuk maakt om ook alle kennis tot je te nemen.

O ja, natuurlijk is er ook een stukje over UFO’s.
Zou dat echt zijn? Of toch fake?


Benjamin Goyvaerts is docent en schrijver. Samen met Jonas Goossenaerts, Laurent Poschet & Filip Vekemans heeft hij een podcast gemaakt: Geschiedenis voor herbeginners.

Ook Yasmina Faid is docent, samen willen ze geschiedenis voor kinderen leuk(er) maken.

Wendy Panders is illustrator en grafisch ontwerpster.


ISBN 9789401495981 | Hardcover | 252 pagina's | Uitgeverij Lannoo | januari 2024
Illustraties door Wendy Panders | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 13 februari 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Toen dinosaurussen de lucht in gingen
Jingmai O’Connor 


Het eerste hoofdstuk heet: Fascinerende vogels.
Dat zijn het. Kijk er maar eens goed naar: ze kunnen vliegen, rennen, dansen, zwemmen, klimmen en ze zijn slim. Bovendien er is een grote diversiteit aan vogels, er zijn wel 10.000 soorten!
Vervolgens wordt er verteld over de wetenschappers die ook van mening waren dat vogels zo bijzonder zijn en wilden weten hoe dat kwam.
En zij ontdekten dat vogels voortkomen (evolueerden) uit dinosaurussen!


De eerste dinosaurussen waar men overblijfselen van terug heeft gevonden werden verdeeld in twee groepen: de Orntithisia (zij hebben een vogelheup) en de Saurischia (met een hagedisheup).
De Saurischia werden weer onverdeeld in groepen waaronder de groep van de Therapoda: tweevoetige dino’s. De meeste daarvan waren vleeseters. Deze groep evolueerde in de loop van de eeuwen tot vliegende dinosaurussen en daar stammen dan weer onze vogels van af.
Dinosaurussen waren reptielen. Dus vogels zijn eigenlijk ook reptielen!


Hoe weten we dit allemaal?
Dat begon met Darwin, een natuuronderzoeker uit de negentiende eeuw, die het idee kreeg dat dieren evolueerden: ze pasten zich aan aan de omstandigheden waarin ze leefden.
Zo ontstonden in de loop van de eeuwen nieuwe soorten, die terug te brengen zijn tot een en dezelfde voorvader.


Overal ter wereld zijn fossielen (versteende overblijfselen, braakballen, maaginhoud) teruggevonden: in China heel veel, maar ook in Noord- en Zuid-Amerika. En in Europa, bijvoorbeeld Midden Spanje, zelfs in Nederland. Met behulp van die vondsten werd  vastgesteld hoe een dino een vogel werd; hoe dino’s er uit gezien hebben, waar ze leefden, en ook over de invloed van de verschillende massale uitstervingen.
Natuurlijk moeten onderzoekers een slag om de arm houden. Je leest dus vaak: ‘We denken dat’, het is (nog) onbekend ‘, ‘Het moet er geweest zijn, maar we hebben het nog niet gevonden’ en meer van dat soort opmerkingen.
En al is er de afgelopen decennia ontzettend veel ontdekt, het laatste woord is nog lang niet gezegd!


Intussen kun je in dit boek lezen wat er al wel bekend is en wat verondersteld wordt. In kaders krijg je de informatie, met heel veel afbeeldingen erbij.
Soorten uit de verschillende perioden, welke dieren al eerder verdwenen. Dat kan op heel diverse manieren gebeurd zijn, het bekendste is de meteoriet die wel 10 tot 14 KILO-meter groot was, waardoor alles veranderde: wekenlang viel er zure regen, er was een enorme tsunami, maandenlang kwam er geen zonlicht op de aardbol, en oceanen werden onleefbaar. Toch hebben bepaalde dieren het overleefd, en zij evolueerden opnieuw tot nieuwe soorten.


Maar ook daarna verdwenen er soorten, en hier komt toch een waarschuwing om de hoek kijken: wij, de mens, zijn zelf vaak de oorzaak van het verdwijnen van soorten.
En zo sluit het boek af met een hoofdstuk waarin we opgeroepen worden om zuiniger te zijn op onze planeet. Geen overconsumptie, geen gebruik van gif, niet jagen op dieren, en nog meer. Dan nog een index, om handig te kunnen opzoeken.
Een prachtig boek, met heel veel informatie. Mooie afbeeldingen, en goede indeling. Moeilijke terminologie wordt duidelijk uitgelegd.


Jingmai Kathleen O'Connor (Los Angeles) is een paleontoloog en werkt als curator bij het Field Museum.


ISBN 9789047715214 | Hardcover | 64 pagina's | NUR 223 | Uitgeverij Lemniscaat | december 2023
Vertaald uit het Engels door Ezra van Wilgenburg | Illustraties van Maria Brzozowska | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo,  12 januari 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Reddings voertuigen
Serie: vanbinnen en vanbuiten
Line Halsnes



Daar zijn Hans en Ida weer. Op dezelfde manier als waarop ze ons eerder de buiten- en de binnenkant lieten zien van machines en dino’s zullen ze dat nu doen over reddingsvoertuigen.
Natuurlijk komen de brandweerwagen, de politieauto en de ambulance aan bod, maar waar je misschien niet aan gedacht zou hebben: een takelwagen is ook een reddingsvoertuig!

En brandweerauto’s heb je in verschillende vormen.
Het kan namelijk ook zo zijn dat je een brand hoog in een gebouw moet blussen, dan is een ladderwagen handig. En je kan niet altijd water in de buurt vinden, dus dan gaat er een tankauto mee.


Heb je het over een politieauto, je weet vast wel dat er ook een politiemotor is! En een politieboot!
Dan zijn er nog reddingshelikopters, een blusboot, en nog meer speciale voertuigen.


Volgens beproefd recept vertellen Hans en Ida eerst hoe zo’n voertuig er aan de buitenkant uitziet. Welke onderdelen hebben ze, waarvoor dienen ze.
Het gaat over de verschillende sirenes, en over het alarmnummer dat je moet bellen als er brand is, of een ongeluk is gebeurd.


Vervolgens gaan ze in op de verschillende onderdelen die aan de binnenkant zitten. Dat is behoorlijk technisch allemaal, maar er wordt ook humor in verwerkt en daar vind je dan een klein zoekopdracht. Vaak is er een kleine verhaaltje, bijvoorbeeld over de fietsendief, om te illustreren hoe de reddingsvoertuigen ingezet worden.


Je steekt er nog eens wat van op!
Want als een reddingsboot een omgeslagen boot gaat helpen, slaat die dan zelf niet om in die wilde golven?En als je een ongeluk hebt gehad, maar niet zelf de ambulance in kan, hoe doen ze dat dan?
En wist je dat een bergingsvoertuig ook een sirene heeft?


De Noorse Line Halsnes (1981) is beeldend kunstenaar en heeft al heel wat boeken geïllustreerd.

ISBN 9789044853643 | hardcover | 35 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2024

© Marjo, 14 juni 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De garage
Uit de serie Willewete
Illustraties door Frodo De Decker
Tekst door Pierre Winters


Een garage is een spannende plek voor jonge kinderen. Ze halen daar zomaar auto’s uit elkaar! Kunnen die daarna nog wel rijden?
Repareren dat snappen ze wel, maar wat betekent het dat de mensen die daar werken auto’s  ‘onderhouden’?  Waarom is dat nodig?
En hoe kunnen monteurs aan de onderkant van een auto werken? Kiepen ze de auto dan ondersteboven?

Een boek als dit legt dat allemaal uit: wat gebeurt er in die garage? En is het nu met de nieuwe elektrische auto’s nog wel nodig?
Jawel dus: op een dubbele uitklappagina zie je wat er allemaal gebeurt.
Gelukkig voor degene die er echt geen idee van hebben staat er een schematische tekening in het boek van een motor: je ziet precies welke onderdelen er in een motor van een auto zitten. En vervolgens wordt uitgelegd hoe dat dan werkt.
Dat gebeurt ook met de andere onderdelen: de accu, de radiator, de tank, de banden…en natuurlijk kijken de monteurs ook naar de spiegels en de ruitenwissers.


Alles moet immers in orde zijn als de auto weer de weg op gaat! Anders maak je nog ongelukken!
Ook daar wordt aandacht aan besteed. Aan een ongeluk, aan files, aan pech onderweg, wat je dan moet doen. Een stripverhaaltje maakt dat inzichtelijk.


Behalve al deze informatie wordt er ook aandacht besteed aan de showroom; aan de voorloper van de auto: het paard! En voor de echte fanaten: aan raceauto’s.

Achterin het boek vind je een pagina met aanwijzingen hoe je zelf een auto knutselt, en een miniquiz.
Zelfs als je niets met auto’s hebt is dit een prima boek: alles wordt duidelijk uitgelegd, in de tekst en in de illustraties. Leuk ook: in die tekeningen zit humor, bijvoorbeeld die twee kinderen die meer geïnteresseerd zijn in de lolly’s op de balie dan in een nieuwe auto…


De Willewete-serie bestaat uit informatieve prentenboeken. Er zijn er al aardig wat verschenen, waarbij de auteur en de illustrator kan variëren. Maar het concept niet.
Kinderen vinden in deze boeken antwoorden op de vragen die ze kunnen hebben, over diverse onderwerpen.


ISBN 9789044853827 | Hardcover | 36 pagina’s | Uitgeverij Clavis | april 2024 | Eerder verschenen in 2018
Afmeting 25.8 x 26.7 cm | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 11 mei  2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het dierendoodboek
Tekst en illustraties: Stern Nijland


De dood, niet echt een onderwerp waar je het graag over hebt. Zeker niet met kinderen.
Maar het is wel een onderdeel van het leven, en als je dit boek gelezen hebt, weet je hoe fascinerend de wereld van de dood is.


In het dierenrijk is ieders dood een ander zijn brood (niet alleen in de dierenwereld, maar dat terzijde). De natuur is een kringloop. Een ecosysteem. Eten of gegeten worden.
Maar er is meer: in dit boek komen aspecten aan de orde als schijndood, rouw, kannibalisme en zelfopoffering.


Eerst is er een inleiding, waarin vermeld wordt hoe de mens het evenwicht vaak verstoort. Als je de mens ziet als onderdeel van het ecosysteem is het normaal dat ook hij meedoet met het eten en gegeten worden. Maar we spelen vals. Dieren opzetten voor in een museum? Op dieren jagen voor hun huid of hoorns? In de veeteelt gaat het niet eerlijk, en wat te denken van dolfijnen en schildpadden die omkomen in de netten van vissers?

Niet dat dieren altijd zo aardig zijn voor elkaar:

  - Kakkerlakken eten alles, ook elkaar. Niet als aaseter overigens. Die zijn er ook om kadavers op te ruimen.
  - Bijen vormen een zwerm om een hoornaarsnest om die te doden. Ze zorgen ervoor dat de temperatuur stijgt en daar kan de hoornaar niet tegen.
  - Bij een aantal diersoorten moet het mannetje zichzelf opofferen om het vrouwtje te kunnen bevruchten.
  - Een zalm sterft vaak van uitputting als de eitjes eenmaal gelegd en bevrucht zijn.
  - Een koekoek eet de eieren op van het vogeltje in wiens nest ze zelf haar ei legt.


Dit, maar zo ontzettend veel meer kun je lezen in dit prachtige boek.
Heel fijn is dat het boek begint met een inhoudsopgave: meteen is duidelijk waar je moet zoeken.
Binnen de hoofdstukken, die gesierd worden met fraaie tekeningen, natuurgetrouw, vind je ook kleinere informatiekadertjes. En achterin nog een woordenlijst.
Een heel fijn boek, en niet alleen voor kinderen!


Stern Nijland (1967) studeerde illustratie aan de kunstacademie Minerva Ze heeft voor de klas gestaan maar is prentenboeken gaan maken. Ze maakt veel grafisch werk zoals linosnedes,
samen met Linda de Haan, maar ook pentekeningen en gedetailleerde tekeningen van dieren en natuur.
Voor haar eerste boek - Mevrouw Dientje en het leverworstmysterie - won Stern een Zilveren Griffel.


ISBN 9789047715887 | Hardcover| 87 pagina’s | Uitgeverij Lemniscaat| januari 2024 |
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 18 maart 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Landkaarten voor pinguïns
en andere reizende dieren

Illustraties: Hui Skipp
Tekst: Tracey Turner


Wat een fantastisch idee om landkaarten te maken voor dieren!


Nu is dat natuurlijk helemaal niet nodig, dieren die rondreizen weten maar al te goed waar ze heen willen en hoe ze moeten komen… Dus eigenlijk zijn de kaarten gemaakt om ons te laten zien hoe ze dat doen. Dat dieren dat kunnen en ondernemen, dat is wonderbaarlijk!


Ze hebben geen kaarten nodig dus, maar ook geen gps, geen kompas, helemaal niets. Hoe ze er dan toch in slagen? En kijk: de natuur heeft daar goede hulpmiddelen voor gemaakt: de zon, maan en sterren wijzen de weg. Er zijn magnetische velden die wij mensen niet voelen en voor de dieren die hun reis in het water maken zijn er de stromingen van de oceaan.
En natuurlijk kunnen ze veel beter zien en ruiken.


Waarom doen ze dat eigenlijk? Hoe lang doen ze er over? Doen alle dieren dat?
Is het niet gevaarlijk? Komen ze allemaal wel weer thuis?

De antwoorden op die vragen – en nog veel meer - vind je in dit boek.
Er worden verschillende dieren besproken, bijvoorbeeld:


De keizerspinguïn
De monarchvlinder
De Bengaalse tijger
De boerenzwaluw
De honingbij en nog meer

Misschien vraag je je nu af: een bij? Maakt die wereldreizen?
Nee. Maar voor zo'n beestje als de bij is de afstand die zij vliegend afleggen een hele reis. Zij kunnen tot 4,5 kilometer ver vliegen om nectar en stuifmeel te vinden. Ze vliegen van april tot oktober, iedere dag weer.


Een bultrug kan natuurlijk veel verder reizen dan een klein insect, hij/zij maakt ieder jaar opnieuw een reis van zo’n 5.000 kilometer. Ze zwemmen in vijf weken van Alaska naar Hawaï.
In Alaska is volop voedsel, zo zorgen ze er voor dat ze de reis aan kunnen, want ze moeten naar Hawaï om te paren. Dan blijft een zwanger vrouwtje een jaar in het Zuiden, om als haar jong geboren is samen naar Alaska te zwemmen.

Dit zijn al twee verhalen over bijzondere reizen van dieren, je treft er dus nog meer aan in dit boek. Verbaas en verwonder je!
De hoofdstukjes beginnen met een kaart waarop de route aangegeven wordt en informatie over de reis. Dan volgen twee pagina’s met nog meer informatie.

Bij de honingbij lees je bijvoorbeeld dat er één koningin is die alle eitjes legt. En bij de bultrug wordt verteld dat zij urenlang kunnen zingen. Waarom is niet bekend.
Er is een overzichtelijke indeling, in een mooie vormgeving en natuurlijk prachtige illustraties.
Achterin vind je nog een woordenlijst en een register.

Tracey Turner schreef al meer dan zeventig boeken, vooral voor kinderen, over de meest uiteenlopende onderwerpen, van het universum en beroemde schrijvers tot scheldwoorden en dodelijke gevaren.

Hui Skipp (Taiwan) studeerde beeldhouwen en beeldende kunst. Hui reisde de hele wereld over en woonde in Londen, Taipei, Parijs en Lissabon. Die laatste stad is haar lievelingsplek – de kleuren ervan beïnvloeden haar werk.


ISBN 9789047715689 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | februari 2024
Vertaald uit het Engels door Steven Blaas | Afmetingen: 25.3 x 29.2 cm | Leeftijd  vanaf 8 jaar

© Marjo, 8 maart 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een octopus heeft nul botten
Anne Richardson


Getallen. Voor sommige mensen onbegrijpelijke abstracte eenheden.


Wat is er dan mooier dan een boek waarin vanaf het allereerste getal precies verteld wordt wat het betekent? Een octopus heeft NUL botten. In de Dry Valleys op Antarctica valt NUL regen of sneeuw. NUL is helemaal niets. Maar als getal is NUL veel meer. Zet het maar eens achter een ander getal!

Dan EEN… er is maar EEN zon. We hebben EEN hart.

De NUL en de EEN samen vormen de TIEN. Tien vingers, tien tenen.
Dat begrijpen we allemaal.
Maar langzaam wordt het ingewikkelder.


En dan is het mooie dat het allemaal heel inzichtelijk wordt verteld en uitgebeeld.


Het getal VIER:
Je hart heeft VIER kamers. Op de bij behorende tekening zie je een hart met dus vier kamers. Grappig: je ziet kamers waar iemand in woont!
Op de volgende bladzijde zie je een sprinkhaan getekend, die heeft namelijk VIER vleugels.
Eerst zie je hem met dichtgevouwen vleugels, en dan op de volgende tekening zijn ze uitgevouwen.
Met de VIER wordt 40.000 gemaakt.
Wat moet je je nu daarbij voorstellen?


In een korte roman zitten veertigduizend woorden…
Je ademt veertigduizend keer per dag…
In een zak rijst zitten om en nabij veertigduizend korrels.


En zo gaat het verder tot en met de NEGEN.


Al deze informatie zal vast leiden tot een beter begrip van getallen. Tegelijk zal er verbazing zijn.
Er worden best moeilijke woorden gebruikt in dit boek dat bedoeld is voor kinderen tot 6 jaar, waarbij er niet altijd uitleg is. Bij een gitaar heeft men het over ‘frets’. Huh?
En wat zuur of basisch is, dat weet een kind waarschijnlijk ook niet.


Maar voor een allereerst begrip is het een prima boek en de afbeeldingen zijn mooi. Antinori heeft primaire kleuren gebruikt bij zijn zeer verduidelijkende tekeningen.


Anne Richardson is senior director van Global Collaborations in San Francisco. Dit is haar eerste kinderboek.
Andrea Antonori woont in Bologna. Zijn werk is meermalen bekroond.


ISBN 9789021485249 | Hardcover | 80 pagina's | Uitgeverij Volt | januari 2024
Illustraties van Andrea Antinori | Vertaald uit het Engels door Diederik Jekel | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 25 februari 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ijsreis van de ijsbeer
Serie: Red de wereld
Martin Jenkins


Als we het boek opendoen zijn we op de Noord[pool. Met een ijsbeerdame wandelen we over het ijs.
Dat het koud is., daar heeft de ijsbeer geen last van. Van honger wel, dus ze gaat op zoek.
Zijn er misschien lekkere sneeuwganseieren? Of misschien krijgt ze wel een gans te pakken?
Gelukkig vindt ze iets anders en ze eet haar buikje vol.
Dan wordt het tijd om een plek te zoeken waar ze de winter door kan brengen.
Ze graaft een hol in de sneeuw. En slaapt.


Een keer wordt ze wakker omdat het warm is, maar dat is loos alarm, het vriest al snel weer. Gelukkig kan ze weer verder slapen.
Tot ze de tweede keer wakker wordt: dan is het tijd dat haar baby’s geboren worden.
Twee leuke witte welpjes, die nog afhankelijk zijn van hun moeder. Ze zorgt goed voor ze. Wel twee jaar.
Haar dochter zal zelf kleintjes kunnen krijgen als ze twee jaar oud is. Haar zoon is pas volgroeid in zijn vierde jaar.


Nu maar hopen dat ze blijven leven, want het gaat niet zo best op de Noordpool!
De ijsbeerfamilie moet er al mee om gaan: er is veel minder ijs.  De temperaturen stijgen, het wordt steeds moeilijker. Nu redden ze zich nog, maar zal dat zo blijven?


Alweer die ijsbeer, die als voorbeeld dient om de boodschap over te brengen dat de noordpool ernstig bedreigd wordt blijft. Dat blijft ook reuze belangrijk. En het is waar dat ijsberen een hoog schattigheidsgehalte hebben, dus waarschijnlijk werkt het nog steeds.
Achterin het boek wordt uitgelegd wat er fout gaat - de opwarming - en wat wij zelf kunnen doen om er voor te zorgen dat het niet erger wordt.


Eerder schreef Nicola Davies twee boeken in deze serie, over giraffen en pinguïns. Nu is het de beurt aan Martin Jenkins. Hij studeerde biologie aan Cambridge University en werkte voor onder meer de Verenigde Naties en het Wereld Natuur Fonds.

ISBN 9789047715764| Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | december 2023
Vertaald uit het Engels door Steven Blaas| afmeting 26.6 x 29.7 cm| Illustraties van Lou Baker Smith | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo,  15 januari 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ben ik raar?
Illustraties: Nannie Oomen
Tekst: Jolanda Striegel


Langzamerhand begint er meer bekend te worden over hoogsensiviteit bij kinderen ofwel prikkelgevoelige kinderen.
Zij reageren anders dan kinderen die niet hoogsensitief zijn. Ze hebben bijvoorbeeld meer tijd nodig om iets te verwerken of moeten zich soms even terugtrekken omdat het te druk om hen heen is. Ook voelen ze haarfijn aan dat een ander kind minder goed in zijn vel zit of pijn heeft.
Hoogsensitieve personen (HSP) lijken daardoor soms in anderen hun ogen een beetje raar omdat zij dingen zien en ervaren die een ander niet voelt of ziet.

De schrijfster van dit boek ontdekte dat haar zoon een hooggevoelig kind is en omdat ze zelf leerkracht is ontdekte ze dat steeds meer kinderen prikkelgevoelig zijn, Ze vindt het belangrijk dat andere kinderen (en ouders en leerkrachten) weten dat het helemaal niet raar is en daarom besloot ze, samen met Nannie Oomen dit boek te schrijven.

Het boek begint heel eenvoudig met een opmerking wat iemand allemaal ziet. Op de volgende bladzijde zien we een meisje met haar ogen dicht, met daarbij de tekst
"Ik zie te veel... handen voor mijn ogen!


Ben ik...
Raar?
Nee!
ik mag er zijn.


Daarna stappen we over op allerlei geluiden, maar ook hier is er teveel van, maar...


Ben ik...
Raar?
Nee!
ik mag er zijn.


Ruiken, proeven, voelen... Alles is zo intens, alles is veel en vaak té veel. Maar is diegene dan raar? Nee!
Al deze kinderen die alles zo diep ervaren zijn helemaal oké!
En dat is ook de mooie boodschap van dit boek.


Achterin het boek staat nog een korte toelichting van de schrijfster en eveneens wordt vermeld dat Nannie Oomen ook een HSP is, daardoor zijn haar warmgekleurde afbeeldingen vast zo treffend geworden!
Wat zou het fijn zijn als dit boek in een groep of klas wordt voorgelezen, zodat andere kinderen leren begrijpen dat anders reageren helemaal niet raar is.
De een is nu eenmaal zo en de andere is weer anders. Maar alles is helemaal goed.


ISBN 9789493345089 | NUR 200| Hardcover | 30 pagina's | Paris Books | 13 december 2023
Afmeting 21,5 x 14,0 cm | Leeftijd 5+ (In feite alle leeftijden)

© Dettie, 4 januari 2024

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER