Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Jack & Lev.
De terugkeer van de Schaduwheer
Zutje & DeViss


Jack heeft het niet zo makkelijk. Hij woont bij zijn tante Holly die alleen maar aan zichzelf en haar kunst denkt. Jacks moeder is overleden, zijn vader zit in het buitenland voor zijn werk. Gelukkig heeft hij zijn hond Lobbes, dat is zijn grote vriend, zijn maatje, zijn alles. Het is dan een ook een schok als Lobbes voor Jacks ogen ontvoerd wordt - en niet alleen zijn hond maar heel veel honden uit Hardegem zijn inmiddels verdwenen. -  Nu voelt Jack zich nòg ellendiger.


En dan ontmoet hij Levantaro 'Vrienders noemen mij Lev,' vertelt ze. 'Ik weet wie jouwes hond heb,' zegt ze ook. En daar blijft het verder bij, want ineens is Lev weer weg. Hij weet dan nog niet dat deze ontmoeting het begin is van een avontuur dat hij in zijn wildste fantasie niet had kunnen bedenken.


Jacks beste vriend Fidel, is erg begaan met Jack en zet ook alles op alles om Lobbes terug te vinden. Fidel vertelt hem ook dat de bewoners van Hardegem een brief hebben gehad van de burgemeester waarin gewaarschuwd wordt dat de honden een speciale halsband krijgen waardoor gedetecteerd kan worden van welke hond de uitwerpselen zijn die door de hondenpolitie wordt aangetroffen. Die hond zal permanent uit de gemeente verwijderd worden...
Dus dát is er aan de hand denkt Jack, de burgemeester heeft de honden opgepakt om een voorbeeld te stellen. Hij weet niet hoeveel hij er naast zit.


Jack moet nog wel aan Lev denken en zijn verbijstering is groot als zij zijn klas binnenstapt, ze is de nieuwe leerling. En zo krijgen Lev en Jack contact met elkaar.
Lev blijkt in een andere dimensie te leven, een soort parallelle wereld. Ze woont in een Hubbel die overal kan staan. Ze behoort tot het GHG, het Geheime Hubbelgenootschap van de Katomanen.


'Katomanen? Wat zijn dat?'
'Wij ben een ander volk. Ons huis heet Katolomanika. Wij lijk op jullie. Jij moogt ons best mensen noemen, wij bennen allenig beterder.


De Katomanen zijn de beschermers van de aarde. 'Wij proberen te zorgen dat alles goedig ga hier.' vertelt Lev hem. Maar ze vertelt ook dat ze weet wat er met Lobbes gebeurd is en ze gaat hem helpen om hem terug te krijgen want Jack is 'allenig'. Ze vraagt hem toe te treden tot het genootschap want Jack is speciaal volgens Lev. Hij zal ook machtkracht krijgen...

'Jij voel dingessen aan. Jij weet het als iets niet klop en jij denk na. Dus ja, jij ben bijzonder extra speciaal.'


Maar beseft eigenlijk Jack wel hoe speciaal hij is?

Want wat aanvankelijk 'alleen maar' verdwijnen van een paar honden leek, blijkt veel ernstiger. Hardegem wordt bijna afgesloten, de burgemeester legt debewoners steeds zwaardere maatregelen op, het gemeentehuis is omringd door ploerten - mannen die alles bewaken -  en tot Levs grote schrik is ook Skia Ombre, de Schaduwheer, de grootste vijand van de Katomanen, in Hardegem. Hij is op zoek naar een steen, een Fosgeniet. Die zal hem meer macht geven. De Katomanen zullen dat moeten voorkomen. En Jack zal ook zijn speciale gaven moeten inzetten.


Maar lukt ze dat wel? De Katomanen  kunnen dan wel praten zonder taal, of zich verplaatsen in andere dieren of mensen, of dingen laten bewegen, maar de kracht van Skia Ombre is enorm! Is het wel mogelijk de Fosgeniet uit zijn handen te houden?


Het is al bij al heerlijk en erg fantasievol maar toch heel geloofwaardig verhaal geworden dat ook nog eens heel spannend én grappig is
Kortom, een grote aanrader. Gelukkig volgen er nog meer delen!


"Zutje & DeViss is het schrijversduo Marieke van Zutphen en Patricia de Leuw. Marieke woont in Australië. Patricia in een oude pastorie in Den Bosch. 15.000 Kilometer bij elkaar vandaan dus. Ze maakten samen kindertijdschriften voor uitgeverij Malmberg, bedachten vakantieboeken en hadden ieder een eigen bedrijf in kindermarketing, totdat… het genoeg was! Patricia belde Marieke en zei: ‘Weet je wat wij gaan doen? Wij gaan samen een kinderboek schrijven.’ ‘JAAAA!’ riep Marieke. Het duo trof elkaar een jaar lang in cafe's, stationsrestauraties en bibliotheken. Overal waar maar gewerkt kon worden. De Schaduwheer verzonnen ze op Schiphol, tante Holly werd geboren in Rotterdam en de fosgenieten dachten ze uit in Den Bosch. Zo ontstond het bijzondere boek Jack & Lev."


ISBN 9789090338767 | Paperback met zwart-wit illustraties | 320 pagina's | Aussie publishing | november 2020
Leeftijd 9 +

© Dettie, 18 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Heksenweek
Kaye Umansky


Als je in een saai stadje woont genaamd Kleinbrugge - omdat het klein was en er een brug stond - en in een winkel van je vader en moeder werkt waar nauwelijks iets verkocht wordt, dan ben je ernstig toe aan wat anders. Aan wat leven in de brouwerij, aan wat avontuur, aan wat opwindends. Elsie Pekel snakt er tenminste naar. Gelukkig kan ze wel naar de bibliotheek, want alleen lezen brengt haar die belevenissen waar ze van droomt. Maar verder gebeurt er niets, Elsie verkoopt wat, maakt een praatje en volgt nauwkeurig de Top tien klantenserviceregels op die haar vader gemaakt heeft. Heel saai dus.


Maar op een dag verandert alles...
Met een knal vliegt de deur van de winkel open en Magenta Spits - ofwel de Rode Heks -  die diep in het Krommenvingerwoud woont, stapt binnen.
Ze komt helaas niets kopen maar ze zoekt een oppasser voor haar huis. En dat is de kans waar Elsie op gewacht heeft! Zij gaat! Of haar ouders het nu goed vinden of niet. Gelukkig mag het, want het duurt maar een week.


Samen met de zwerfhond die altijd voor de winkeldeur ligt, trekt ze in het bijzondere huis van Magenta. Tot haar grote plezier krijgt ze een kamer die eruit ziet zoals in haar dromen. Bovendien heeft de heks héél veel boeken! Wat kan haar nog gebeuren in die ene week? Nou... best veel.


Elsie moet namelijk wel Corbett de pratende raaf verzorgen én alle mensen te woord staan die aan de deur komen. Corbett geeft steeds informatie over de bezoekers wat prettig is voor Elsie maar hij is soms ook heel chagrijnig en eigenwijs. Elsie leert die week de knappe houthakker Hank kennen, die alleen maar aan zijn kapsel denkt, ze ontmoet Sylfine Groenmantel die smoorverliefd op Hank is, ze maakt kennis met de gemene Huilerzusters én met de postbode Joey die gewoon de aardige postbode is. Maar Elsie heeft wèl haar handen vol aan al die mensen die langs komen.


Toch is er tijd over om naar de toren van het huis te gaan, die ligt vol met toverspullen en van Magenta mocht ze daar rustig me experimenteren... Natuurlijk doet Elsie dat! En wat blijkt... ze heeft tovertalent! En daarmee weet ze heel wat voor elkaar te krijgen, helemaal als er een doos met toverspullen bezorgd wordt waarop staat:  Meteen open en gebruiken!
Al met al wordt een week om nooit te vergeten!


Een fijn fantasievol en vlot verteld verhaal, je leeft helemaal met Elsie en haar bijzondere toverwereld. Het mooie nieuws is, dat er nog drie nieuwe avonturen zullen volgen over Elsie, Magenta en hun bijzondere vrienden. Dat is een heerlijk vooruitzicht!


De schrijfster Kaya Umansky gaf twaalf jaar les op een basisschool, vooral in muziek en toneel, voor ze fulltime schrijfster werd.


De illustrator Ashley King studeerde cum laude af in illustratie en animatie aan de universiteit van Coventry. In 2016 maakt hij voor het eerst illustraties bij een kinderboek. Sindsdien heeft hij de smaak te pakken.


ISBN 9789047713173 | 192 pagina's met zwart-wit illustraties | 192 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | 25 februari 2021
Vertaald door Jesse Goossens | leeftijd 9+

© Dettie, 21 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Duupje
An Swartenbroekx


Nederlandse lezers kennen Duupje niet, laat daar nu maar eens verandering in komen!
Hij is de hedendaagse Vlaamse bengel, een deugniet met een hart van goud. Ieder kind (en volwassenen) herkent zich in zijn avonturen.


Duupje ontstond eind jaren 80, begin jaren 90. René Swartenbroekx schreef een hele reeks korte humoristische verhaaltjes, bedoeld voor jeugdige lezers. Toen heette Duupje nog Edelhart Dubois. De stukjes verschenen in het kinderblad Zonneland, met illustraties van Guido Van Looy.
An is René’s dochter. Zij herschreef de verhaaltjes zodat ze perfect in de hedendaagse tijd passen, er zorg voor dragend dat de humor bleef. Zijn naam veranderde mee, en zo stelt Duupje zich voor in dit boek:


‘Hoi!  Ik ben Pieter-Jan Dubois, maar iedereen noemt mij ‘Duupje’. Ik ben tien jaar en zit in het vierde leerjaar. Ik heb nooit goede punten, behalve op turnen. Vorig jaar was ik zelfs gebuist (of is het gebuisd?) op rekenen. Het liefst van al haal ik grapjes uit.’


Het is natuurlijk heel logisch dat er veel Vlaamse woorden gebruikt worden. Jammer is dat het daardoor lastiger wordt voor Nederlandse kinderen om precies te begrijpen wat er bedoeld wordt. “Versta jij dat’, ‘zagen,’ of ‘ik zie je graag’ dat betekent in België toch iets anders dan bij ons.
Verwittigen of stoefen, dat zal ook niet duidelijk zijn. Het ‘buizen’ uit bovenstaand citaat evenmin.


De verhalen op zich zijn evenwel erg herkenbaar en door de humor ook erg leuk! Het zijn de alledaagse dingen waar een kind van zijn leeftijd zoal tegenaan loopt, vooral thuis en op school. Aan zijn dertienjarige zus heeft hij niet veel. Plagerijen, pesterijen, zelfs ruzies komen vaak voor. Ze heeft nogal eens last van ‘mormonen’, zegt mama, met wie ze twee handen op een buik is.
Grappig is het verhaaltje waarin de twee hun gymtassen verwisseld hebben. Duupje vindt het niet zo erg, deze keer is Greet het duupje!
Maar meestal is het Duupje zelf natuurlijk. Hij neemt vaak heel letterlijk wat gezegd wordt: neem een voorbeeld aan Marieke betekent toch dat hij mag afkijken? Onkruid wieden, dat kan hij heel goed. Maar mama vindt van niet. En waarom zegt ze tegen hem dat ‘kletskes’ weggooien zonde is, en wordt ze boos als hij na een bezoek van de vriendinnen er voor zorgt dat de glazen zonder kletskes in de vaatmachine gaat?


School, dat is saai, en waarom moeten ze leren wanneer je een korte ei of een lange ij schrijft?
En verleden tijd: als ik geef ik gaf wordt, dan is ik bleef ik blaf toch?
Als er moeilijke woorden geschreven moeten worden in het dagboek, weet Duupje niet altijd hoe hij ze moet schrijven, dan staat het woord er in een ander lettertype met tussen haakjes een opmerking.
Soms zal de jonge lezer niet zo makkelijk raden wat daar bedoeld wordt. Een ‘peragolische’ dag???
Toch niet gek dat als zo’n dag op 1 april valt, dat Duupje dan denkt dat het een 1 aprilgrap is.

Thema’s als racisme, dyslexie en dyscalculie, ouderenzorg, alles komt voorbij.
Maar deze is erg mooi:


‘Ik verhuis naar een land waar nooit iemand kwaad is
Cola en ijsjes zijn helemaal gratis


Er zijn daar geen sommen, er is geen verdriet
Er zijn ook geen spruitjes, want die lust ik niet.


Geen huiswerk, geen straf, geen diskalculie
Waar ik nooit meer moet zeggen: ik snap dat echt nie
Een land waar niks moet en alles mag
En na mijn mopjes volgt altijd een lach


Een land waar ik nooit het duupje zal zijn
Waar altijd de zon schijnt, want dat vind ik fijn
Er zijn daar alleen maar vriendjes die blij zijn
Want in mijn land mag iedereen vrij zijn!’


Een schat van een jochie toch!


An Swartenbroekx (Genk, 1969) is een Belgische duizendpoot: actrice, presentatrice, scenariste en zangeres. Ze werd vooral bekend door haar rol van Bieke Crucke in de komische serie F.C. De Kampioenen.
Dieter Steenhaut heeft Duupje een eigentijds uiterlijk gegeven.

ISBN 9789002273063 | Hardcover | 163 pagina's | Uitgeverij Standaard | maart 2021
Afmeting: 19,8 x 15,5 x 1,7 cm | Illustraties van Dieter Steenhaut | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 1 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dwergjes van Tuil
Paul Biegel


Vandaag, 25 maart, is de geboortedag van Paul Biegel (1925-2006) en dat wordt gevierd. Er zijn feestelijke activiteiten op scholen en in boekhandels en bibliotheken. Paul Biegel schreef sprookjesachtige verhalen over rovers, zeemeerminnen, dwergen en heksen. Zijn allereerste verhaal was getiteld De ontevreden kabouter en werd gepubliceerd in het nieuwsblad De Tijd toen Paul Biegel veertien jaar oud was. In totaal schreef Biegel meer dan 60 boeken.


Uitgeverij Gottmer ontfermde zich over zijn werk en begon in 2020 aan heruitgaven van de kinderboeken. In september 2020 verschenen de drie met een Gouden Griffel bekroonde titels – De kleine kapitein, Nachtverhaal en Het sleutelkruid in een nieuwe editie. - De kleine kapitein vierde in 2020 ook  zijn 50-jarig jubileum. - Hierna zal elk jaar een aantal titels in een nieuwe vormgeving uitgebracht worden. In 2021 zijn dit De dwergjes van Tuil, Virgilius van Tuil en De rover van Hoepsika.
De eerste twee boeken van 2021 zijn geïllustreerd door de bekende - en door mij zeer geliefde - illustratrice Mies van Hout.


De dwergjes van Tuil bestaat uit verhalen, die echter wel een chronologische volgorde hebben. Zij haken ook in elkaar, wat het geheel iets extra's geeft. Toch kunnen de verhalen makkelijk apart (voor)gelezen worden.


In De dwergjes van Tuil maken we kennis met de dwergjes die voornamelijk van honing van heidebloempjes leven. Maar als er een bijenvolk in de buurt komt wonen, kunnen de dwergen niet meer genoeg honing verzamelen voor de winter. Maar alle dwergen zijn bang voor de bijen, want bijen hebben wèl angels. Gelukkig ontdekt Kleine Pier toevallig iets waardoor de bijen én de kabouters toch honing kunnen verzamelen. Niet zoveel als anders, maar toch.


Maar dan wordt het winter en ja hoor halverwege de winter is de honing op. Wat nu? Iedereen loopt te piekeren en de dwergjes verzinnen van alles. Maar Kleine Pier denkt, als ik nu eens gewoon om honing vraag? Wie weet willen de bijen ons wel wat honing geven. Zwoe, de bijenkoningin, vindt dat zo dapper van Kleine Pier dat de lege pot die hij meenam helemaal gevuld wordt en... als hij meer honing nodig heeft mag hij terugkomen!
De dwergen van Tuil zijn dolblij en vanaf die dag werken de bijen en dwergen samen.


Na dit leuke verhaal volgen nog veel meer avonturen van de dwergjes maar vooral van Kleine Pier, want hij praat niet, maar doet! Zo heeft hij al heel veel slimme dingen gedaan én zelfs de bijen en de dwergjes een paar keer gered!


Het is goed te merken dat Paul Biegel een grote opmerkingsgave had die hij vormgaf via Kleine Pier. Kleine Pier is de dromer, de observator die steeds alle details ziet waardoor hij op bijzondere ideeën komt. Alle verhalen zijn hartverwarmend dankzij de natuurwonderen die Kleine Pier waarneemt. De vlinders, de lieve bijen, de wollige konijnen etc. Dat maakt het boek ook zo fijn om te lezen.
Mies van Hout heeft er heerlijke illustraties bij gemaakt. Alles bij elkaar is het puur genieten!


ISBN 9789025773830 | Hardcover | 120 pagina's | Gottmer | januari 2021
Leeftijd: 6+

© Dettie, 25 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van klein tot groots, deel 8
Astrid Lindgren
illustraties: Liza Hunter
tekst: Maria Isabel Sánchez Vegara


Deze keer is Astrid Lindgren, de 'moeder' van Pippi Langkous, aan de beurt in deze mooie serie over de levensverhalen van belangrijke vrouwen uit de wereldgeschiedenis.


We lezen eerst wat voor fijne jeugd Astrid Lindgren had en hoe ze op de kleuterschool kennis maakte met een voor haar leven zo belangrijk attribuut... het boek! Zo gauw ze kon lezen, las ze alles wat los en vast zat. Ze was zelf ook een beetje een Pippi. Ze kon lekker rebels zijn, ze was anders dan de andere kinderen.
Ondanks dat ze het leven niet altijd cadeau kreeg, had mevrouw Lindgren wel altijd haar fantasievolle geest die voor veel plezier zorgde.


En toen kwam Pippi...
Het grappige is dat zij de naam Pippi niet zelf verzonnen heeft, maar haar dochtertje Karin. Die wilde voor het slapen gaan van mama een verhaaltje horen over een meisje genaamd Pippi Langkous. Astrid Lindgren vond dat zo'n bijzondere naam, dat ze steeds meer verhaaltjes verzon over dit sterke meisje dat in het bezit was van een paard en een aapje en in Villa Kakelbont woonde. Pippi deed alles wat kinderen zelf ook wel zouden willen doen. Ze schreef de verhalen op en gaf ze aan Karin cadeau op haar tiende verjaardag. Maar niet alleen Karin vond de verhalen geweldig, al snel werd de hele wereld een beetje verliefd op de ondernemende, beteje brutale en altijd vrolijke Pippi.


Natuurlijk heeft Astrid Lindgren veel meer geschreven dan alleen maar over Pippi Langkous en ook die boeken zijn heel bekend geworden en daarover lezen we ook in dit boek. Maar de nadruk ligt vooral op het ontstaan van Pippi Langkous.
Achterin zien we nog een paar foto's van Astrid Lindgren met daarbij een korte biografie.


De afbeeldingen bij het levensverhaal moeten even apart benoemd worden. Die zijn vlot, modern en net zo kleurig als Pippi zelf! Een plezier om naar te kijken.


Gelukkig komen er nog veel meer 'van klein tot groots' boeken want ze zijn stuk voor stuk enorm leuk en interessant.


ISBN 9789051168358 | Hardcover | 32 pagina's | De Vier Windstreken | februari 2021
Nederlandse tekst: Antje Schoenhuys-Blaak | Afmeting 24,6 x 20cm | leeftijd 6+

© Dettie, 6 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tinus Trol en de tovervaas
Sheila Kuurstra


Een boekje schrijven op AVI E3 (eind groep 3) niveau is best lastig want het moet voldoen aan de strikte AVI regels, zoals:

  • De tekst bestaat uit een- en tweelettergrepige woorden zonder leesmoeilijkheden.
  • De zinnen zijn kort. Elke zin begint op een nieuwe regel.
  • Er worden ook hoofdletters gebruikt.

En zo zijn er nog meer regels waaraan dit AVI boekje moet voldoen. Elk AVI niveau heeft zo zijn eigen regels.
En dan moet het ook nog een aantrekkelijk verhaaltje worden wat kinderen leuk vinden om te lezen. Ga er maar aan staan!

Sheila Kuurstra heeft het zich met dit boekje sowieso niet makkelijk gemaakt, want ze heeft de tekst ook nog eens op rijm geschreven én de afbeeldingen gemaakt.

Het verhaaltje gaat over Tinus Trol die samen met zijn vriend Hugo Haas is op pad is. Ze zien een vlinder, schommelen lekker, gaan daarna vissen waarbij Kris Kikker ook even komt kijken, ze hebben gewoon een heerlijke dag.
En dan gebeurt het! Ze hebben beet!
Maar ze hebben geen vis gevangen maar een vaas!


Hugo zegt: "Het is de vaas van Vera Vos
Met die vaas was Vera de klos [...]"


Wat blijkt? Het is een tovervaas! Maar geen leuke tovervaas. Het ding bracht niets anders dan ellende. Vera Vos weet nog precies hoe de betovering werkte en vertelt dat aan Hugo en Tinus.
Natuurlijk kan Hugo het niet laten om de betovering ook eens uit te proberen, met alle gevolgen van dien...

Het is al met al een vrolijk, eenvoudig verhaaltje dat kinderen die net kunnen lezen, zeker leuk zullen vinden.

Achterin het boekje staan alle woorden uit het verhaal nog eens vermeld als hulpje voor de kinderen. We zien daar het hele woord met daarachter het woord opgedeeld in lettergrepen zodat het makkelijker te lezen is.

De rijm is prima, zeker voor een AVI boekje. Een héél enkele keer zou ik persoonlijk bestaande zinnen omgegooid hebben om het soepeler te laten klinken, maar echt nodig is het niet.

De afbeeldingen zijn eenvoudig en doeltreffend en elke pagina heeft een andere achtergrondskleur. De tekst is in een duidelijk lettertype afgedrukt.

Het boekje heeft verder een prettig formaat en is mooi verzorgd.
Kortom een beginnende lezer zal blij zijn met dit boekje.

ISBN 9789083145907 | Hardcover | 27 pagina's | Uitgeverij Boekiekie | april 2021
Afmeting 15,7 x 21,7 cm | Leeftijd: 6-7 jaar

© Dettie, 25 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Toffie maakt nieuwe  vrienden
Julia Boehme


Toffie is een stokstaartje. Met zijn hele familie woont hij in holen diep onder de grond, in de burcht.
De meeste stokstaartjes gaan niet ver van huis, want hoog in de lucht vliegt meneer Gogo, op zoek naar eten. De arend is bliksemsnel, dus weinig kans dat je het redt als je ver van de burcht bent!


Maar Toffie is een nieuwsgierig aagje, hij wil meer van de wereld zien. Hij luistert heel graag als opa een oud verhaal vertelt over hun over-over-over-overopa. Deze stokstaart heeft lang geleden de plek gevonden waar ze nu nog steeds wonen. Waarom hij niet gewoon thuis bleef? Dat zou hij normaliter ook gedaan hebben, maar dat kon niet meer, er was water gekomen, heel veel water.


Toffie bedenkt dat hij toch niet hoeft te wachten tot het hol onder water staat. Hij kan toch ook nu op avontuur? ‘Ben je mal?’ zegt opa. En ook de anderen waarschuwen hem: voor meneer Gogo, voor een enge slang, voor koning Kofi, de leeuw.
Maar Toffie wil dus echt ontzettend graag zien wat er achter de hoge heuvel is. En dus moet hij op pad.
Natuurlijk komen alle gevaren waarvoor hij gewaarschuwd is, en nog meer, op zijn pad. Maar gelukkig maakt hij vrienden, en met hen kan hij de hele wereld aan.
Maar wat is er nu eigenlijk achter die hoge heuvel?


Toffie heeft me een hele tijd aangekeken, maar nu heb ik het boek gelezen. En zoals ik al dacht: ik vind het erg leuk. Gewoon een lekker avontuur met een stokstaartje in de hoofdrol, die net als de andere dieren vermenselijkt is. Strikjes in het haar, een bril op, suikerbrood, dat soort dingen.
En zo zit er ook een herkenbare boodschap in het boek: met goede vrienden ben je sterk! Al is het misschien ook wel verstandig om het gevaar niet op te zoeken.


De bijpassende tekeningen van Julia Ginsbach zijn kleurrijk, en vaak grappig. Zelfs als dieren boos of bang kijken – heel duidelijk is dat – blijft er vrolijkheid van af stralen.
Het verhaal heeft een duidelijk lettertype en er is prettige regelafstand, prima voor de doelgroep.


Julia Boehme is in 1966 in Bremen geboren. Ze heeft literatuur en muziekwetenschappen gestudeerd en jaren lang als redacteur bij de kindertelevisie gewerkt.


ISBN 9789020659986 | Hardcover | 80 pagina's | Kluitman | augustus 2016
Leeftijd vanaf 7 jaar.

© Marjo, 11 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dag dat oma het internet kapotmaakte
illustraties: Astrid Henn
tekst: Marc-Uwe Kling


Het is vakantie en daarom zijn opa en oma er. 'Om op te passen, zeiden papa en mama. Ze zijn alleen vergeten te zeggen wie er op wie moet passen.'
Daarom past de kleine Tiffany op oma. 'Voor de zekerheid. Want je weet maar nooit.'


Iedereen weet dat oudere mensen soms moeite hebben met internet. Maar ach, wat kan er nu helemaal misgaan. Toch krijgt oma het voor elkaar ... klik, klik, hoort Tiffany, klik, klik en weer klik, klik. Oma zit achter de computer en oma klikt weer en weer en weer... maar de computer doet het niet.
Het internet is stuk, zegt oma.
Tiffany weet niet zo goed wat internet is, maar haar broer Max, die in de kamer een spel speelt met een vriend via de telefoon, legt het haar uit... totdat hij zelf iets ontdekt... Internet doet het niet!
En ook Lisa komt uit haar kamer, ze kan niet naar muziek luisteren, want... juist ja, internet is stuk.


Even later komt opa ook naar beneden en papa en mama komen vroeg thuis, ze kunnen niet werken, en zelfs de pizzabezorger stapt naar binnen want zijn navigatie doet het niet... Ze eten de pizza's maar op en doen spelletjes, gaan dansen, verzinnen verhalen, zee luisteren muziek via een oude radio van opa etc.. En via die radio horen ze ook dat de hele wereld plat ligt. Niemand heeft internet!
'Mijn schuld', zegt oma steeds ondanks dat iedereen zegt dat het niet kan dat oma het internet stuk heeft gemaakt. Maar is dat wel zo?


Grappig verhaaltje dat laat zien hoe erg we gewend zijn aan internet. Iedereen leeft in zijn eigen internetcoconnetje, pas als het stuk is, ontdekken de mensen elkaar weer en doen ze weer samen dingen. Oma en Tiffany vinden het eigenlijk wel leuk... misschien dat een volgende keer oma eventueel weer???

Bij het verhaal staan humoristische, kleurige afbeeldingen van Astrid Henn.


ISBN 9789051167771 | hardcover | 62 pagina's | De Vier Windstreken | maart 2020
Leeftijd 6+

© Dettie, 26 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn dikke vette zombiegoudvis
Mo O’Hara


'Een nogal schokkend verhaal'. Zo staat te lezen op de eerste pagina. Dan begint het echte verhaal:


‘Gisteren is mijn oudere broer Mark veranderd in een levensechte kwaadaardige professor.’


Dan weet je al heel wat over wat je gaat lezen. Zeker als je die vis gezien hebt die op de omslag staat afgebeeld! Wat een akelig uitziende vis!
Maar tegelijk maakt het je nieuwsgierig: wat is dat voor raar beest?
Een zombiegoudvis? Wat is dat?


De personages zijn dus twee broers: Tom, groep 8, en Mark, eerste klas middelbare school.
Het is niet echt dikke mik tussen de broers, Tom werd altijd al gepest en afgesnauwd, maar de laatste tijd is het nog erger geworden.


'Ik vertelde aan mam dat Mark kwaadaardig was geworden, maar volgens mam kwam het doordat  Mark stoormonaal is. Ik denk dat hij daarom thuis ieders rust loopt te verstoren. Ze zei dat hij niet expres kwaadaardig is (oké, ze zei niet letterlijk kwaadaardig, hoewel ze dat wel had moeten doen), maar dat het komt doordat er allemaal stoormonen door zijn lichaam gieren.’


Omdat zijn ouders dus niet inzien hoeveel last Tom heeft van Marks hormonen, moet hij het zelf oplossen Gelukkig heeft hij steun van een vriend die in eenzelfde situatie zit. Pradeep heeft ook zo'n broer, die wel op een kostschool zit, maar om te pesten graag even thuiskomt.


Maar nu heeft Mark een laboratoriumset gekregen voor zijn verjaardag van hun opa en oma! Voor de gemene Mark een schot in de roos: nu kan hij echt akelige dingen gaan doen. Maar de gulle gevers hebben er geen moment bij stilgestaan – hoe konden ze dat ook weten! – wat dit voor Tom zou betekenen.

Toch begint het niet echt bij Tom. Als Mark thuiskomt met een schoolopdracht: onderzoek naar de effecten van vervuiling op zeedieren, gaat hij eerst experimenteren met een vis. Een onschuldig visje! Dat kan Tom niet aanzien, en hij probeert in te grijpen. Dat gaat niet zoals het plan was, en dan is daar Frankie... Een bijzondere vis: hij weet wat Mark van plan was (en nog steeds is). Frankie heeft krachten! Hij kan springen, groeien, en hypnotiseren. Het eerste slachtoffer is het zusje van Pradeep:

‘Sami hield de zak nog steeds vast, maar ze was een stuk stiller geworden. Het enige wat ze achter elkaar bleef fluisteren was ‘wriemelvisje’. Frankie staarde haar aan met zijn grote, bolle groene ogen en Sami staarde alleen maar voor zich uit. Wat was dit voor goudvis? Hij overleefde giftige troep, kon uit ramen springen en nu kreeg hij het lawaaiigste kind op aarde stil. Ik keek naar Frankie en het was alsof er een lampje aanging ergens in mijn achterhoofd. Frankies oplichtende, groene ogen.


‘Frankie is een zombiegoudvis! Gelukkig heeft hij het niet gemunt op Sami, of op Tom en Pradeep, maar hij is vastbesloten wraak te nemen op Mark en doet daar veel voor.

Foei, wat een verhaal! Hoe je dit bij elkaar verzint! Maar het is een heel grappig verhaal. Natuurlijk haalt Frankie streken uit, maar Mark verdient het!
Er is een leuke rol weggelegd voor de kantinejuffrouwen, want ja, het verhaal speelt grotendeels op school. De dikke, vette zombievis steelt je hart! En laten er nu al meer boeken over Frankie zijn! Ze moeten alleen nog vertaald worden.
En kijk ik nog eens zie ik iets leuks: onderaan de pagina's staat steeds een afbeelding van een vis in een kom. Dat dacht ik dus. Maar het blijken verschillende tekeningetjes te zijn. Als je fladdert met de pagina's zie je het visje er in en er uit springen!


Mo O’Hara is een Amerikaanse schrijfster van kinderboeken. Zij woont in Londen, waar ze behalve schrijfster ook actrice is.


ISBN 9789048860418 | Hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Moon | februari 2021
Illustraties van Marek Jagucki | Vertaald uit het Engels door Anne Douqué | Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 18 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De wind in de wilgen
Kenneth Grahame


De wind in de wilgen ontstond op vergelijkbare wijze als Alice in Wonderland en Winnie the Pooh, als een serie bedtijdverhaaltjes die later in brieven verder verteld werden door een reizende ouder. Het boek kwam voor het eerst uit in 1908, eerst in de Verenigde Staten en daarna in Engeland. De illustraties van Ernest H. Shepard zijn net zo beroemd als het verhaal zelf. De wind in de wilgen werd ook verfilmd, bewerkt voor televisie en opgevoerd als toneelstuk.


Het verhaal gaat over de avonturen van de Mol en de Rat, waarbij ze geregeld het pad kruisen van de Pad, de Das en de Otter.


Omdat het oorspronkelijk verhaaltjes zijn van een ouder voor zijn kind, is het niet vreemd dat je af en toe een opgestoken vingertje proeft: anderen helpen, erkennen dat je iets fout gedaan hebt, tevreden zijn, maar vooral ook genieten van het kleine.Je hoeft je dat niet ter harte te nemen, want buiten dat zijn het gewoon leuke verhalen: de Rat houdt van roeien en neemt de Mol mee over de rivier. Ze genieten van de natuur, en picknicken onderweg.


De Pad is een beetje een opgeblazen kikker (eh, pad dus) hij woont in een enorm huis, is rijk en hij wil iedereen laten zien hoe bijzonder hij is. En dat gaat nogal eens fout. Hij is bijvoorbeeld dol op auto’s, en maakt ongelukken bij de vleet. Als hij zelfs een auto steelt, belandt hij in de gevangenis. Maar: hij ontsnapt en beleeft een groots avontuur voor hij weer thuis is.


De dieren die als personages in het boek voorkomen zijn deels vermenselijkt. Hun gedrag kan nog heel dierlijk zijn, maar tegelijk zijn de verhoudingen onderling heel menselijk. Een rat en een mol die zo met elkaar omgaan, dat kan niet natuurlijk. Het vreemde is dat er ook dieren voorkomen in het verhaal die ‘gewoon’ dier zijn. ‘De’ mol is niet hetzelfde als ‘een’ mol. Daaruit kun je meteen opmaken hoe het verhaal als het ware gaandeweg verzonnen is.
Zouden kinderen van nu dit nog leuk vinden?

ISBN 9789021680354 | Hardcover | 208 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | februari 2020
Eerste druk in 1908. 2020: Veertiende druk Hertaald uit het Engels door Reggie Naus | Voorlezen vanaf circa 6 jaar. Zelf lezen vanaf 8 jaar.

© Marjo, 26 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER