Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Maanlichtdraak & Monsterschrik
Vier verhalen
Illustraties: Daniela Kohl
Tekst: Cornelia Funke


Het zal je gebeuren... lig je lekker in bed, de maan schijnt zijn zilveren licht en dan komt er een draakje uit je boek gekropen. Een prachtig zilverkleurig draakje, niet groter dan een potje jam. 
Maar vlak daarna racet er ook een ridder op een paard tussen de bladzijden uit en hij zit achter het draakje aan!

Flip ziet het allemaal gebeuren, in zijn kamer! Eerst is hij een beetje bang, maar als de ridder met zijn lans in de aanslag op het draakje afstormt grijpt Flip in. Hij komt zijn bed uit en pakt de ridder! Maar tot zijn schrik heeft dat gevolgen... Flip krimpt en niet zo'n beetje ook! Wat nu?
Gelukkig staat zijn speelgoedkasteel vlakbij en samen met het draakje rent Flip het kasteel in en haalt snel de brug op. Veilig! Denk hij...

De ridder is echter niet voor niets een ridder en zoekt tussen het speelgoed van Flip totdat hij het perfecte wapen heeft om de kasteelpoort open te krijgen... En dat  lijkt nog te gaan lukken ook! Maar Flip leest niet voor niks ridderboeken, samen met het draakje organiseert hij het perfecte verweer!

Dit verhaal is al eens eerder uitgegeven maar is nu geschikt gemaakt voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen. Ook zijn er andere afbeeldingen bij gemaakt waardoor het geheel veel moderner maar ook humoristischer is geworden dan het origineel. Het verhaal heeft kortere zinnen en het draakje is veel eenvoudiger maar een stuk aantrekkelijker weergegeven.

De andere drie verhalen zijn getiteld Grobbel, Het monster in de koelkast en Het monster van de blauwe planeet.


Grobbel is een monster die altijd honger heeft, maar omdat er geen voedsel te vinden is, eet hij stenen en die vallen natuurlijk vreselijk zwaar op zijn maag. Maar dan komt er een bus aanrijden met sappige mensen! Dat is lekker! Hij verzint een list om deze te pakken te krijgen... Hoe zal dat aflopen?


Het monster in de koelkast
heeft ook honger. Als Leo de koelkast opentrekt schrikt hij zich rot. Hij ziet hij het monster alles opeten! Het is een chagrijnig, onvriendelijk ding. Als alles op is, vertrekt hij weer Leo in verbijstering achterlatend. Een aardig maar vrij nietszeggend verhaaltje.


In Het monster van de blauwe planeet gaat Grobo van planeet Galabrazolus op zoek naar de monsters die op een verre planeet wonen, zijn opa is daar geweest en nu wil Grobo ook. Hij gaat op reis, langs zonnen en manen en eindelijk vindt hij het aardemonster. Gauw zet hij de vangstraal aan en even later zit het aardemonster in een kooi in zijn ruimteschip. Tot zijn verbazing is het aardemonster ontzettend boos!!
Een apart verhaaltje waar de rollen eens omgekeerd zijn. Het is vertelt vanuit het standpunt van Grobo en niet vanuit de jongen die opgepakt wordt. Dat levert een heel ander verhaal op!

Toch zijn de laatste drie verhalen minder leuk dan het verhaal over het draakje. Met name het einde van die verhalen is nogal sloom waardoor ze uit gaan als een nachtkaars. Dat is jammer want ook hier staan tot de verbeelding sprekende afbeeldingen bij.


Maanlichtdraak en Monsterschrik
bevat maar 10% tekst en 90% beeld! Hierdoor is het boek dus ook geschikt voor kinderen die wat meer moeite hebben met lezen. Daardoor is het toch de moeite van het aanschaffen waard.


ISBN 9789051168501 | Hardcover | 129 pagina's | De Vier Windstreken | oktober 2021
Nederlandse tekst: Django Mathijsen| Leeftijd 7+

© Dettie, 29 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Heer ridder Louis en de vreselijke vrouwe
Myles en Greg MacLeod

Fijn, we beginnen met een voorstelrondje. De lezer begrijpt onmiddellijk met wat voor soort boek hij of zij te maken krijgt: het zijn humoristische teksten en erg grappige stripachtige tekeningetjes.


De held van het verhaal is ridder Louis (spreek uit: ’Loe-wie’) en hij heeft een trouwe vriend: Rammelros de robothengst.
Met hun vrienden nemen zij het op tegen de streepjesridder, die een gestreept harnas draagt. Maar wie er eigenlijk in dat harnas zit? Niemand weet het.
Wat volgt zijn bijna 300 pagina’s vol knotsgekke situaties, waarin de strijd tussen ridder Louis en de gestreepte ridder uit de doeken wordt gedaan. Hoe dat afloopt?
Er komt een vervolg, dat laten de makers althans doorschemeren, maar ook al weet je dat, dan ken je nog de afloop niet. Zul je toch zelf moeten gaan lezen!


‘Raad eens wat er gebeurde? Of niet. Je kunt ook verder lezen en erachter komen.’


Er is een heus panel, dat het verhaal nogal eens onderbreekt om commentaar te leveren. Rammelros is dol op haiku’s, en Meneer Catalogus is eigenlijk een mevrouw, de eerste transgender in een verhaal voor jonge lezers.
De makers spreken zelf hun lezers ook toe, bijvoorbeeld met een stukje tekst om even de spanning te doorbreken:


‘Het zag er slecht uit voor heer ridder Louis. Heel slecht. Heel erg slecht. Heel veel slechter-dan-slecht.
Goed, even rustig ademhalen nu en probeer te ontspannen. Denk aan… zachte dingen, zoals donzige kussens of hoe de gladde leuning van de trap voelt onder je vingers. Of aan schattige dingen, zoals spinnende poesjes of zachte hondenbuiken.
(Dan staan er een paar schattige poesjes getekend)
Oké. Gaat het weer een beetje? Mooi. Dan gaan we weer terug naar de actie.’


Het verhaal zit vol zwart-wit tekeningetjes, soms heel klein, soms ook paginagroot. Er is magie in het spel, werkelijk niets is te gek, alles kan. Tegelijk lezen we over vriendschap, over volharding en over eh…aardappelen. Aardappelen? Ja, aardappelen…


‘Maar de aardappel kan heel machtig zijn in de juiste handen… of eigenlijk zou ik moeten zeggen, in de verkeerde handen. Er zit geen goede magie in aardappels. Het is allemaal nare magie, en dus is het ’t best om ze te koken en te stampen met een heleboel boter.'


Deze twee broers hebben een ongebreidelde fantasie. Het is totaal onvoorspelbaar welke kant hun verhaal op zal gaan, en zo sta je vaak voor verrassingen. Ineens is er een interview met de ridder, of er duikt een kooktijdschrift op. Ze gebruiken ook moderne elementen zoals een hologram, of computerspelletjes…
Dat ze er in slagen het verhaal redelijk goed af te ronden, dat is wel heel bijzonder!
De vertaalster Mariella Manfré zal er een hele kluif aan gehad hebben, maar ze heeft de humor van onder andere de woordgrapjes heel goed over weten te brengen: lees maar:


‘Heer ridder Louis is de dapperste ridder van alle landen. Dapperder dan Heer ridder Cas uit het moeras van Wasdiestank. Dapperder dan Heer ridder Barbara uit de bergen van Hoochendroogh. En zelfs dapperder dan Heer ridder Gijs uit de draslanden van Datutgiet.’


Grappig ook hoe de Vrouwe uit Noot een vrouwe in nood wordt!


De broers Myles en Greg McLeod zijn respectievelijk scriptschrijver/ auteur, en illustrator/ animator.
https://mylesmcleod.com


ISBN  9789048861477  | Hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij Moon | oktober 2021
Vertaald door Mariella Manfré | Afmeting: 21,6 x 14,4 x 3 cm |  leeftijd 7+

© Marjo, 23 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nelly en de eksterbende
Anouk Kool


De tienjarige Nelly is nogal een type.
Ze heeft er zelf niet eens erg in, maar anderen vinden haar nogal bazig omdat ze altijd de regels wil bepalen en ook wil winnen. Ze vindt zichzelf erg leuk, en snapt helemaal niet dat anderen niet om haar grapjes kunnen lachen.
Met haar zussen – Rita is ouder en Josy is jonger – gaat het ook vaak mis, maar dat haar vriendin zich tegen haar zou keren? Daar begrijpt ze helemaal niets van!


‘Elizabeth! Wat is er aan de hand? Waarom doe je zo raar?’
Met onderkoelde stem antwoordde Elizabeth: ‘Nelly, we pikken het niet meer.’
Elizabeth draaide zich weer om, stapte op haar fiets en reed het schoolplein af.’


Wàt pikken ze niet meer? Het duurt nog een tijdje voordat het tot Nelly doordringt: Elizabeth wil echt haar vriendin niet meer zijn!  Ook niet als Nelly sorry komt zeggen.


‘Maar ik heb sorry gezegd!’
Elizabeth liep langs haar en deed de voordeur open.
‘Nee, ik ga niet weg!’ riep Nelly wanhopig.’


Dit is nogal wat! Een harde les voor een meisje van tien jaar, dat echt niet begrijpt wat er mis is. Als ze dan de ontdekking van haar leven doet, namelijk dat dieren kunnen praten, maakt ze zich niet meer druk om haar klasgenoten. Die laten haar links liggen, nou, moeten ze zelf weten!
Zij heeft intussen nieuwe vrienden: de ekster Marcus en zijn vrienden.
Maar ze moet toch nog wel even leren wat de gevolgen zijn van die grapjes die zij uithaalt. En ze wil haar vriendin eigenlijk toch ook wel terug, al is het nog zo leuk en spannend met de eksters!
En dan gaan de kinderen op schoolreisje naar de dierentuin, waar wonderbaarlijke dingen gebeuren, en Nelly weer hoop krijgt dat het allemaal goed zal komen!


Na het lezen van dit verhaal heb je al een donkerbruin vermoeden en ja hoor: er komt een vervolg!
Je vraagt je af of Nelly echt wel veranderd is. Of ze echt helemaal inziet hoe akelig haar gedrag was voor haar klasgenoten. En voor haar zussen.
Pestkoppen kunnen uit dit verhaal leren hoe hun gedrag overkomt bij anderen, maar hoe ze dat kunnen veranderen wordt een stuk lastiger. Er staan een paar tips in over ‘omdenken’ zonder dat het woord genoemd wordt. Om dit door te laten dringen hebben pesters waarschijnlijk wel hulp nodig.


‘Je moet beginnen het van de andere kant te bekijken. Het is belangrijk dat je dat kunt voor we beginnen. Anders gaat het niet lukken.’ (-)
‘Jij denkt: ik ben te zwaar. Maar je kunt ook denken: een auto is pas zwaar. Of een huis. Of een flatgebouw.’


Als ze het uitprobeert om dingen van de andere kant bekijken, bijvoorbeeld bij het springtouwen op het schoolplein, blijkt het nog te werken ook!
Behalve deze wijze lessen die op een speelse manier in het verhaal verwerkt zijn, is er humor en spanning zodat het ook gewoon een leuk onderhoudend verhaal is. Qua leesniveau is er een uitdaging: ‘De tegenwind moest wel een grote grijze bullebak zijn die zich stierlijk verveelde. Zelfs zo erg dat hij armpje ging drukken met gewone stervelingen.’


Anouk Kool (Zwolle, 1980) heeft allerlei studies – al of niet afgemaakt – ondernomen, ze is een veelzijdig talent. Ze begon met toneel, gevolgd door Docent-Regie en Performance in Maastricht,  Media en Cultuur (Amsterdam) waarna ze een paar jaar bij een artiestenmanagementbureau werkte.
Sinds een jaar of tien maakt ze in haar woonplaats Rotterdam muziek met-en-zonder video’s en spreekt ze luisterverhalen in. En toen borrelde het eerste verhaal over Nelly op!


ISBN  9789044842043 | Hardcover | 232 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2021
Illustraties van Federico van Lunter | Leeftijd 10+

© Marjo, 16 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het feeënwoud
Astrid Witte


De 13-jarige Lily woont ineens bij haar oma, samen met haar moeder en broertje, maar zonder haar vader. Dat vindt ze helemaal niet leuk. Niet dat ze haar oma niet lief vindt, maar haar ouders zullen toch wel weer bij elkaar komen? En dan gaan ze toch weer naar hun oude huis terug? Haar jongere broertje Oliver, die nog op de basisschool zit is het met haar eens. Oma woont overigens niet in hetzelfde huis, maar in een kleine aanbouw waar ze vroeger een B&B had.


Het is ook nog een verhuizing van een stad naar een dorp, en natuurlijk moet ze op een nieuwe school beginnen. Ze mist haar vriendin Mandy vreselijk en ze is niet van plan om nieuwe vrienden te maken.  Want echt: ze is hier zo weer weg!
Helaas komt ze er in de loop van de tijd achter dat het allemaal zo makkelijk niet zal zijn. En dat Mandy er minder moeite mee heeft om zonder haar verder te gaan!


In afwachting van de terugkeer naar hun oude leven gaat Lily naar school, en bezoekt ze oma. Verder is er niet veel te doen in dat gat waar ze nu woont. Dan maar wat wandelen in het bos. En daar doet ze een fabelachtige ontdekking: in dat bos wonen wezentjes, die alleen in sprookjes voorkomen! Maar ze zijn toch helemaal echt! Haar oma bevestigt het: ja, zij heeft ze ook gezien!
Nu gaat Lily zo vaak ze kan naar het bos. Na een tijdje hoeft ze niet meer alleen want tot haar eigen verrassing heeft ze iemand gevonden die ze aardig vindt. En Liam is een goede vriend, die haar helpt als de wezentjes bedreigd worden.


Een sprookjesachtig fantasieverhaal waarin het niet alleen over Lily’s nieuwe vrienden gaat, maar ook over het opbouwen van een nieuw leven als je zonder dat je daar ook maar iets aan kan doen beroofd wordt van je eigen fijne bestaan. Ook als de bodem onder je voeten wegvalt, is er altijd hoop. Vriendschap is overal te vinden.


Helaas zijn de minder fraaie menselijke eigenschappen als hebzucht en sensatiedrang ook overal, maar: samen sta je sterk.
Dit soort verhalen worden in alle tijden verteld, maar nu zijn er eigentijdse elementen in verwerkt als de iPhone en beveiligingscamera’s. Een mooi sprookje van deze tijd, dat kinderen met een levendige fantasie zeker aan zal spreken.


Astrid Witte vertelt in een nawoord over de nichtjes Elsie Wright en Frances Griffiths, op wiens verhaal ze haar boek baseerde. De nichtjes woonden begin 1900 in het Engelse dorpje Cottingley, ook de locatie waar het verhaal van Lily zich afspeelt. In die tijd waren er wel camera’s, maar was de technologie nog niet zodanig dat de meisjes onmiddellijk door de mand vielen met hun verhaal. Zij beweerden namelijk dat ze elfjes hadden gezien in het bos, en ze hadden foto’s!
https://nl.wikipedia.org/wiki/Elfjes_van_Cottingley


Astrid Witte (Den Helder, 1981) werkt onder andere als freelance journalist en tekstschrijver. Ze schrijft graag verhalen die je aan het denken zetten. Over dingen die je in het normale leven niet zo snel tegenkomt, of waar je juist iedere dag mee te maken krijgt en allang niet meer bij stilstaat.


ISBN 9789044843484 | Hardcover| 168 pagina's | Uitgeverij Clavis | september 2021
Leeftijd 8+

© Marjo, 7 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mysterie in de moestuin
Jeanet Kingma


Gratis zaadjes bij de supermarkt. Dat komt goed uit: er is een wedstrijd: wie heeft de grootste pompoen? Jikke wil dan ook graag de zaadjes van de reuzenpompoen, maar die krijgt ze maar niet te pakken. Een jongen die aan de deur van de supermarkt staat wil wel ruilen, zegt hij. Maar hij verschijnt niet op de afspraak. Haar zus Sofie heeft wel een zakje, en zij beginnen  alvast met de zaadjes in een potje te zetten. Als ze dan kiemen zullen ze de plantjes in de moestuin van hun moeder gaan zetten.
Even is er nog gedoe omdat kinderen niet zonder volwassenen in de tuin zouden mogen, maar na een gesprekje met hun moeder vindt de beheerder het prima. Als ze maar geen troep maken.


Jikke blijft fanatiek, maar Sofies belangstelling is al snel verdwenen. Zij wil liever haar tijd besteden aan tennis! Nu zit de tennisbaan vlak naast het moestuincomplex, dus kan Jikke toch naar de tuin. Een beetje stiekem, want Jikke moet van haar moeder een heel jaar op tennis blijven, maar ze vindt dat helemaal niet leuk.


In de tuin gebeuren vreemde dingen. Eerst duikt er die jongen op die haar het zaadje zou geven. Zijn stiefvader blijkt er een tuin te hebben, en dus komt Bernie – zo heet de jongen – er ook.


En er is een vrouw die zich eigenaardig gedraagt. Aan de ene kant is Imelda heel vriendelijk, en wil ze de kinderen van alles leren over hoe je goed moet omgaan met de natuur, maar ze heeft een kas staan op de tuin en als de kinderen er maar naar kijken, dan wordt ze al boos!Bernie is er al stiekem binnen geweest, en hij geeft een zaadje aan Jikke dat hij gevonden heeft. Dat zet ze ook in een potje en het blijkt een bijzonder plantje: het groeit heel snel, maar wel ten koste van wat er omheen staat. Het is felgroen, heeft een paars bloemetje, en het veroorzaakt jeuk.
Samen met Bernie gaat Jikke op onderzoek uit. Wat is er in die kas? Waarom doet Imelda zo geheimzinnig?


Jikke is vaak op zichzelf aangewezen, omdat Har, Bernies stiefvader streng is: hij geeft de jongen vaak huisarrest. Als hij ook nog een verbod krijgt om met zijn vader, een botanicus die in Canada werkt, te skypen, grijpt Jikke in. Dat vindt ze zo gemeen van Har!


Een leuk verhaal met allerlei voorvallen die uit het echte leven gegrepen zijn, dus heel herkenbaar.
Een strenge en streberige stiefvader, een echte vader op afstand, een rups-vlinderproject op school en een boom die gekapt dreigt te worden.
Jikke maakt een herbarium, en door haar belevenissen kom je meer te weten over moestuinieren. Maar ook over een kwaadaardige plant.


Het geheim van de moestuin is complex. Jikke en Bernie hebben geheimen, maar het grootste geheim is dat van Imelda. Jammer alleen dat het een beetje vaag blijft wat ze nu eigenlijk aan het doen is met dat rare plantje. Wat is dat dan voor iets? Hoe komt ze eraan? Het is duidelijk dat het maar goed is dat Jikke zo nieuwsgierig is, maar je zou hier meer van willen weten.
Maar het mysterie blijft een mysterie...
Niettemin: door het omliggende verhaal over de vriendschap van Jikke en Bernie en de perikelen rond de vaders, en door wat er allemaal op de tuin gebeurt is  het een leuk verhaal.


Jeanet Kingma (Almelo, 1967) studeerde tekenen aan de kunstacademie in Arnhem. Na vijf jaar lesgeven op een middelbare school besloot ze meer tijd te nemen voor haar eigen werk. Een cursus schrijven leidde tot kinderboeken als Mosselvogel en Viltstiftbos. Dit is haar derde jeugdboek.


ISBN 9789044841572 | Hardcover | 212 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2021
Zwart wit illustraties van Myriam Berenschot | leeftijd 9+

© Marjo, 21 oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn dikke vette zombiegoudvis
Mo O’Hara


Wie het eerste boek over de zombiegoudvis gelezen heeft, weet best dat Frankie - dat is zijn naam -  helemaal niet zo gemeen is. En gevaarlijk, dat is hij alleen voor wie hem of zijn vrienden kwaad wil doen. Een daarvan is de oudere broer van Tom, onze verteller. Sinds hij op de middelbare school zit is Mark echt gemeen ten opzichte van Tom en zijn vriend Pradeep. Ze noemen hem de kwaadaardige professor, omdat hij graag experimenteert met zijn scheikundedoos.
Het komt ook eigenlijk door Mark dat een onschuldig goudvisje ineens een akelig uitziend zombievisje werd. Ineens kan Frankie springen, plotseling uitgroeien tot een enorme vis, en hij kan hypnotiseren!


In dit tweede boek gaat Tom op vakantie met zijn vader. Ook Pradeep en zijn vader gaan mee, en natuurlijk Mark en het kleine zusje van Pradeep.
Dat zusje, Sami, is dol op ‘wriemelvisje’ zoals ze Frankie noemt. En dat is wederkerig.


‘En, hoe is het met jou, kleine prinses?’  vroeg Pradeeps vader aan Sami.
‘Papa, wriemelvisje kwam terug en we klommen omhoog en aal deed bzzzt, en toen deden visje en aal zap-zap, en toen lichtje overal, en Fritsie deed plons en jullie waren thuis.’


Ha ha, stel je het gezicht van die vader voor!
Dit kleine meisje steelt de show, al kunnen we Frankie niet negeren natuurlijk.
Het gezelschap huist in een vuurtoren, beheerd door een onaardige vuurtorenwachter, die hen uitlegt waarom het zo rustig is aan de kust: er is een kwaadaardige aal gesignaleerd, een hele grote gemene aal!


'Mark trok zijn koptelefoontje uit zijn oren. ‘Hebben ze hier een kwaadaardige aal? Cool.’
‘Hij is niet cool, jongeman’,  gromde de vuurtorenwachter. ‘Hij is duivels, gruwelijk, en een gevaar voor mens en schip.’


Je ziet als het ware hoe Mark meteen gemene plannetjes begint te bedenken! En ja hoor: ondanks de waarschuwingen niet de zee op te gaan, trekt hij er op uit om de aal te gaan vangen. En als hij merkt dat Tom en Pradeep hem dreigen te verraden, dreigt hij: hij zal dat visje wel aan die aal voeren!


Wat een vakantie! Sami ligt die morgen helemaal niet in haar bed, zoals haar vader denkt; Frankie gaat die grote gevaarlijke zee in; Mark komt niet terug van zijn vistocht…
Hoe gaat dit allemaal goed komen?
Een vondst is de vuurtorenwachter, die dezelfde manier van communiceren blijkt te hebben als Tom en Pradeep.


Als de vakantie achter de rug is volgt een tweede verhaal. De jongens zijn weer op school en willen meedoen aan het jaarlijkse toneelstuk. Dit verhaal draait meer om de vriendschap tussen Tom en Pradeep. Eigenlijk zijn de jongens helemaal geen concurrenten, ze willen wel alle twee mee doen met het toneelstuk, maar wat er dan gebeurt, dat hadden ze niet voorzien.
Zijn ze nu geen vrienden meer? Dat kan toch niet?
Het is nu een goed ding dat Mark zich met het toneelstuk komt bemoeien, want als Frankie - die natuurlijk mee moest, hij is niet veilig thuis - zijn stem hoort, is hij op zijn hoede. Zal hij Marks gemene plan weten te verijdelen?


Actie en humor, heel veel humor!
Hoe dat toch serieuze toneelstuk over Robin Hood zich tot een heuse slapstick ontwikkelt, dat is werkelijk hilarisch. Bij alle twee de verhalen staan weer leuke tekeningetjes, en ook hier is Frankie in de rechterhoek onder aan de pagina kunstjes aan het vertonen!
Tom is eigenlijk best een serieuze jongen, maar hij raakt steeds verzeild in de meest vreemde situaties waar hij zich dan maar weer uit moet zien te redden. Zonder Frankie – en Sami! – zou dat vast niet lukken!


Mo O’Hara is een Amerikaanse schrijfster van kinderboeken. Zij woont in Londen, waar ze behalve schrijfster ook actrice is.


ISBN 9789048860449 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Moon | september 2021
Vertaald uit het Engels door Anne Douque | Illustrator Marek Jagucki | Leeftijd 7+

© Marjo, 26 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

War Horse
Michael Morpurgo


Het boek War Horse verscheen al in 1993 en kreeg toen de Nederlandse titel Oorlogspaard. Daarna is het boek met het mooie verhaal al diverse keren in verschillende uitvoeringen uitgegeven. En nu is er deze nieuwe prentenboekversie, bewerkt door Michael Morpurgo zelf. Gelukkig is het verhaal nog net zo indrukwekkend!


Zoals de titel al aangeeft, gaat het over een paard, Joey genaamd. Albert is stapelgek op het dier. 'Ze hielden van elkaar als broers, misschien zelfs wel meer.'
Samen verkennen ze vaak het mooie landschap van Devon, Engeland, maar werken ook volop op de boerderij van Alberts vader.
Helaas, de Eerste Wereldoorlog breekt uit en het Engelse leger heeft paarden nodig, véél paarden! En zo gebeurt het dat Alberts vader stiekem het paard verkoopt!
Albert is er kapot van, hij rent naar het dorp om Joey mee naar huis te nemen, maar dat kan niet meer, Joey is nu eigendom van het leger. Officier Nichols belooft wel heel goed voor het dier te zorgen, en dat doet hij.


Albert is zo boos om wat zijn vader gedaan heeft dat hij zich aanmeldt bij het wervingscentrum. Hij gaat ook het leger in! Hij zal en moet Joey terugvinden. Zijn paard en hij horen bij elkaar. Albert wordt na zijn opleiding met de andere jongens naar Frankrijk gestuurd. Hij vertelt iedereen over Joey en elke keer als hij een paard ziet, hoopt hij dat het Joey is, maar helaas.


Ondertussen lezen we ook hoe het met Joey gaat. Het dier maakt het goed, ook de verzorging is uitstekend. Maar Joey wordt wel steeds ingezet bij de veldslagen en op een dag gaat het helemaal mis. Officier Nichols wordt neergeschoten! Joey is in paniek en belandt uiteindelijk bij de Duitsers...
Joey ontdekt dat het eigenlijk geen verschil maakt, zowel de Britten als de Duitsers zijn moe en koud en hongerig.


Het verhaal is hiermee nog lang niet ten einde. Joey maakt nog heel wat heftige dingen mee, zoals de dood van zijn grote vriend, de hengst Topthorn. Lange tijd streden zij met zijn tweeën in deze bizarre oorlog. En bizar genoeg... Nadat Joey weer in wilde paniek moet vluchten, belandt hij weer achter de Engelse linies, en daar is... Albert!


Het is een mooi maar ook een aangrijpend verhaal, dat naast het verhaal over Joey en Albert, de waanzin van WO I laat zien. De afbeeldingen van Tom Clohosy Cole zijn beeldend en realistisch, maar zijn niet gruwelijk. Het is een verhaal over wanhoop en angst maar ook een verhaal over menselijkheid en vertrouwen.
Een mooie toevoeging aan de diverse uitvoeringen van dit indrukwekkende verhaal.

Zie ook de afbeeldingen op de website van illustrator Tom Clohosy Cole


ISBN 9789464290349 | Hardcover | 48 pagina's | NUR 274/282 | Baeckens | oktober 2021
Vertaald door Manon Smits | Leeftijd 8+

 © Dettie, 19 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

David Bowie
illustraties: Ana Albero
tekst:
Maria Isabel Sánchez Vegara


In de serie van Klein tot Groots werden altijd mensen besproken die een bijzondere betekenis hebben gehad in de muziek, wetenschap, sport, literatuur, kunst en filosofie. Persoonlijk vond ik het erg prettig dat de boeken altijd over heel inspirerende vrouwen gingen. Diep in mijn hart vind ik het dan ook een beetje jammer dat dit nieuwe deel over een man gaat. Maar wel een heel bijzondere... David Bowie.

Net als in alle andere delen begint het boek bij de jeugd van Bowie, het is dus met recht van klein tot groot(s). De kleine David was als kind al gefascineerd door buitenaardse wezens. Later, toen hij volwassen was, speelde dit nog steeds. Zijn eerste hit 'Space Odity' ging dan ook over een astronaut en hij trad later op als Ziggy Stardust, 'een buitenaardse rockster die hij zelf verzonnen had'.
Maar voor het zover was, lezen we hoe geraakt hij was door muziek, hij leerde zelf ook instrumenten bespelen. Hij wist zelfs zeker dat eens de hele wereld zijn liedjes zouden kennen en dat gebeurde ook.


David bleef altijd verrassend. We zien dat David telkens veranderde van uiterlijk. Hij paste steeds zijn kleding en make-up aan, aan zijn nieuwe muziekstijl. 
Tot aan zijn dood was hij een heel bijzonder mens en een grote inspiratiebron voor zijn fans.

De serie wordt steeds door een andere - vrouwelijke - illustrator van afbeeldingen voorzien en dat maakt de boeken ook zo leuk. Ze zijn allemaal uniek, alleen de schrijfster blijft hetzelfde.
Het blijft genieten en hopelijk volgen er nog veel meer delen.


ISBN 9789051168778 | Hardcover | 24 pagina's | uitgeverij De Vier Windstreken | september 2021
Formaat 24,6 x 20 cm | Leeftijd 6+

© Dettie, 10 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Heksenwens
Kaye Umansky


In het eerste boek over Elsie Pekel waarin ze een week op het huis van Magenta Spits, de Rode Heks, mocht passen en allerlei tovertrucjes leerde, is er nu deel twee.


Elsie is weer thuis in Kleinbrugge en vindt haar leven na alle spannende avonturen bij Magenta wel een beetje saai. Het dorpswarenhuis van haar vader is wel leuk om in te werken maar ook voorspelbaar. Altijd dezelfde klanten, altijd dezelfde spullen.
Het is dan ook heerlijk als de Rode Heks ineens weer voor haar neus staat - hoe doet ze dat toch, dat verschijnen en verdwijnen? - en haar vraag of ze komt helpen met haar postorderbedrijf. Magenta is namelijk nogal chaotisch, alle bestellingen liggen door elkaar en daardoor gaan de leveringen helemaal mis. Het regent klachten. Elsie móet komen helpen anders gaat Magenta failliet.


Natuurlijk doet Elsie dat, hoewel haar vader zijn bijzondere en vriendelijke dochter niet graag laat gaan. Elsie krijgt weer de tijd van haar leven. Efficiënt als ze is, is de wanorde al gauw hersteld, maar Magenta blijkt een heleboel aangevraagde spullen niet in huis te hebben dus moet ze naar de Betoveringenbazaar, en Elsie mag mee.
Het wordt de wonderlijkste én leerzaamste dag van Elsies leven.

Daarnaast is er nog een superchagrijnige geest die ontsnapt uit een spiegel in Magenta's huis, hoe krijgen ze die weer terug in de spiegel voordat hij met zijn gescheld iedereen beledigd en kwaad maakt?

Het is opnieuw een heerlijk boek, vol verrassingen en avontuur én veel grappige zwart-wit tekeningen van Ashley King. Gelukkig komen er nog meer delen over Elsie en Magenta uit, hopelijk zijn die gauw te lezen!
De delen zijn overigens goed los van elkaar te lezen.

ISBN 9789047713166 | Hardcover | 224 pagina's | Lemniscaat | september 2021
Vertaald door Jesse Goossens | leeftijd 9+

© Dettie, 29 oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER