Nieuwe jeugdboekrecensies 15+

Als ik er niet meer ben
Beau Charlotte


Een boek om stil van te worden.

1915
Het handelt om een Schotse jongen van zestien, Douglas McMorrow, die een vrij troosteloos leven leidt. Zijn kunstzinnige, zachtaardige moeder is onverwacht overleden en vanaf die tijd ziet vader Angus liever de fles dan zijn zoon. Gelukkig is grootvader er nog. Maar als die ook overlijdt, weet Douglas, die qua karakter erg op zijn moeder lijkt, niet meer wat hij in het dorpje te zoeken heeft.


1916
Als Lachlan, een jongen uit zijn dorp, hem voorstelt om samen het leger in te gaan, lijkt dit een mooie uitweg om aan het naargeestige leven te ontsnappen. Misschien wordt hij nog iemand van betekenis. Maar nadat ze uitgezonden zijn na een korte opleiding in Engeland en in Frankrijk de verschrikkingen van de slag bij Deville doorstaan hebben en Douglas eigenlijk gewoon naar huis wil, is het kapitein Lewis die hem daarvan weerhoudt. De man heeft Douglas precies de dingen gezegd die hij nodig had, hij zei de woorden waar Douglas naar snakte om te horen.


We lezen over de verschrikkingen op het slagveld die soms zeer expliciet worden verteld. We lezen over kameraadschap en afgunst. We lezen over de zeer jonge jongens die zeer volwassen dingen moeten doen. Maar het ergste is dat bijna alle mensen die aanwezig zijn in de loopgraven van deze waanzinnige oorlog, elke vorm van menselijkheid verliezen. Er zijn soldaten die hun verstand verliezen, er zijn soldaten die niet meer nadenken, ze volgen gewoon de orders op, en soldaten die vechtmachines worden zoals Douglas. Zelfs Lachlan krijgt een soort afkeer voor de kille jongen die Douglas is geworden. Toch blijven ze kameraden, door dik en dun, zoals alle soldaten van de eenheid altijd voor elkaar kiezen, ondanks alles.


Het bijzondere in het verhaal is dat Douglas alles aanschouwt en weet wat er met hem gebeurt, hij weet dat er een knop omgegaan is in zijn hoofd. En het ergste van alles is, dat hij uiteindelijk weet waarom hij het leger in is gegaan en dat was niet het uitzicht op het weinig enerverende leven in zijn dorp. Lachlan is aanvankelijk de nuchtere tegenhanger van Douglas maar uiteindelijk keren de rollen helemaal om.


Het verhaal is enorm indringend, het plaatst je midden in deze waanzinnige oorlog en het geeft via Douglas een stem aan die oorlog, ondanks alle waanzin van de gevechten en de kilheid waarmee de mensen te werk gaan, blijft de menselijke maat de boventoon voeren. Dat heeft de schrijfster in dit debuut heel knap weten te verwoorden. Het is dat je weet dat Clavis kinderboeken uitgeeft maar dit boek zou makkelijk als boek voor volwassenen door kunnen gaan.
Het eind is mogelijk wat té lief, maar dat is wel een verademing en pluspunt na alle heftige taferelen die Douglas en Lachlan hebben moeten doorstaan.
Kortom, het is een boek waarvan je het verhaal zeker niet snel zal vergeten.


ISBN 9789044839159 | Hardcover | NUR 285 | 200 pagina's | Clavis | oktober 2020
Leeftijd 15+ | Young Adult, maar meer adult dan young

© Dettie, 18 oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vrijheid
De Weerling: Deel 3
Christopher C. Petersen


De vrienden Levi, Tobias en Sue moeten het na de eerdere avonturen stellen zonder Alice en hun leider Moësz. Zij wonen in het land Esmyla, waar de tiran Cortèz het volk onderdrukt. Hij heeft een zeer sterke garde, de pelsjagers.

Twee jaar terug, toen alles begon, ontdekte de nu achttienjarige Levi dat hij een weerling is, hetgeen inhoudt dat hij kan ‘flitsen’: veranderen in een dier. Voor hem is dat de slechtvalk. Tobias kan een vleermuis worden en Sue een vlinder. Als weerling hebben ze veel voor op gewone mensen, bij gevaar kunnen ze snel ontsnappen. Maar onkwetsbaar zijn ze niet natuurlijk.
Het wordt dus nog een hele kluif om keizer Cortèz te verdrijven uit Esmyla.


Nu Alice zich aangemeld heeft bij de pelsjagers en Moësz overleden is, werken de vrienden samen met Levi’s vader en diens handlangers. Deze volwassenen vinden de jongeren maar een eigenwijs stelletje, en het is ook wel zo - Levi geeft het toe - ze zijn harder en meedogenlozer geworden in de manier waarop ze het verzet plegen. Dat er slachtoffers vallen bij de aanslagen op de vijand, het zij zo. Maar dat de jongens opgesloten worden op het moment suprême, beschuldigd van hoogverraad nog wel, dat vinden ze onvergeeflijk!


Sue is op een andere manier aan het helpen, en Alice? Weten ze wel zeker dat ze te vertrouwen is? Op de een of andere manier weet ze wel contact met hen te houden. Een geheimzinnige gemaskerde figuur levert brieven af bij Levi.
En Levi vindt het maar niks, zoals die man die zich J.C. noemt steeds opduikt. Wie is hij? Wat wil hij?


‘Levi zuchtte. ‘Beginnen we nu al met die vage onzin?’ vroeg hij. ‘Je doet weer alsof het iets kleins was, een klein detail in jouw o zo grote mysterieuze plan. Nou, ik weet niet of je het gemerkt hebt, maar voor Joël was het niet zomaar iets. Dus ik wil weten waar het over ging.’
J. C. snoof. ‘Denk je echt dat ik een plan heb?’
Levi fronste en bestudeerde het gezicht van de man. Ergens kwam het hem vaag bekend voor. ‘Zo komt het al die tijd wel over, ja. Met je rare verhalen en je masker. Waar slaat dat allemaal op?’


Desondanks vordert de bevrijding van het land gestaag. De dorpen worden weer heroverd.


Maar behalve dat het geharrewar binnen de gelederen van de verzetsstrijders niet bevorderlijk is,  ontdekken ze dat er een verrader is – maar wie dan? – en hebben ze ook geen idee wat de vijand intussen doet.
De grote vraag blijft of het hen zal lukken de zelf benoemde keizer weg te krijgen.


In een spannend verhaal vol actie – bomaanslagen en gevechten – eindigt dan het verhaal van Levi en zijn vrienden. Het derde deel liet even op zich wachten maar het kostte geen enkele moeite om meteen weer in het verhaal te komen. En er in te blijven tot het allemaal voorbij is.


Prima trilogie voor jongeren, die wel van actie houden met een flinke scheut magie.
Het moge duidelijk zijn dat de schrijver een fan is van schrijvers als Tolkien, Lewis en J.K. Rowling!
De fraaie omslag past natuurlijk bij de eerdere omslagen.


ISBN 9789078437864  | Paperback| 506 pagina's | Uitgeverij Macc | juli 2021
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 13 oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De laatste vier dagen
Gemma Geurts


Het is het jaar 1222.
Aan het woord is een hond, Lupo, een Sloughi. Hij is gewond, maar maakt zich meer druk over zijn baas die gevangen zit. Vier dagen heeft hij om het verhaal te vertellen. Dan wordt het vonnis geveld of zijn baas al of niet de dood wacht.


Het verhaal begint in Spanje: Djibriël d’Al Karaouine is een twintigjarige albino, van Moorse afkomst, die met zijn moeder vijf jaar eerder gevlucht is uit Fez naar de stad Salamanca, waar hij zijn studies rechten en heelkunde voltooid heeft. Fatima, de moeder is ernstig ziek, en zal weldra sterven.
Koning Alfonso ontbiedt hem aan het hof in Leon. Hij heeft een opdracht voor de Moor.


‘Franse veroverzucht bedreigt ons. In samenwerking met de pauselijke inquisitie vervolgen ze iedereen die niet zuiver is in de roomse leer. Vanwege uw kennis van het recht en de heelkunde,’ zei de koning, ‘hebben wij  besloten u naar Occitania te zenden, naar Faula Farss.’


Dat is een klein koninkrijk in de uitlopers van de Franse Pyreneeën, een vrij land. De Inquisitie is een reizende rechtbank, ingesteld door de paus, die eist dat mensen het enige ware katholicisme aanhangen. Als een vonnis luidt dat een persoon niet zuiver op de leer is, dus een ketter, dan wacht hem de strop of de brandstapel en vervallen zijn eigendommen aan de staat (vandaar de medewerking van vele Fransen!)
Deze heilige rechtbank rukt op vanuit Rome en Frankrijk, op weg naar Spanje. Koning Alfonso heeft zin handen vol aan de Moren en geeft Djibriël als opdracht mee: Hou de Inquisitie tegen.
Hou Faula Farss onafhankelijk!
Een enorme opdracht!


Djibriël vertrekt, met Lupo, en arriveert in het staatje na een barre tocht door het gebergte. Hij wordt niet echt met open armen ontvangen. Een bemoeial is hij, of hij nu een geschenk is van koning Alfonso of niet. Er is onlangs een wissel geweest op de troon in Faula Farss. Een veertienjarige jongen, Charles, regeert, bijgestaan door een kanselier, die eigenlijk de touwtjes in handen heeft.


De kanselier blijkt een geduchte tegenstander als Djibriël aan de slag gaat met zijn nogal wereldse ideeën. Hij streeft een sociale samenleving na, met eerlijke wetten voor iedereen, en mededogen voor het volk. Ook probeert hij mensen te genezen van hun kwalen en leidt daarvoor anderen op.
Maar de dertiende eeuw is een periode waarin de mensen nog niet veel kennis hadden: tradities en bijgeloof, angst en goedgelovigheid werken hem danig tegen.  
Hoe overtuig je mensen die niet eens kunnen lezen van de juistheid en de eerlijkheid van de nieuwe wetten?
En dan is er ineens een tweede zon: een vreemd hardnekkig lichtschijnsel, dat 24 uur per dag aanwezig is. Nu weten we dat het hoogstwaarschijnlijk de komeet Halley was, maar natuurlijk wisten mensen dat toen niet. Het was de straf van God!
Als dan ook nog een moord gepleegd wordt, en de Inquisitie in aantocht blijkt, wordt de situatie zeer penibel.


Het is absoluut een boeiend verhaal, maar een voorwoord over de situatie in de dertiende eeuw, politiek en sociaal, had verhelderend kunnen werken. Niet iedere lezer zal op de hoogte zijn en die situatie wordt pas duidelijk als je al een heel stuk verder bent in het boek. En het nogal summiere nawoord komt dan te laat.
Lekker spannend is het ook niet: Djibriël is een verlicht denker. Hij benadert de wereld en de problemen die hij tegenkomt vaak filosofisch. Vrijheid van denken staat hoog in zijn vaandel. Hij is dan ook niet religieus, geen enkele religie heeft hij omarmd. Dat is de reden dat hij nu in een cel zit te wachten op het oordeel. Lupo de hond heeft er een hard hoofd in, maar blijft hopen.


Dat Lupo de verteller is, is een aparte vondst! Eventuele emoties hoeven nauwelijks omschreven te worden: Lupo stelt met behulp van de reuk onmiddellijk vast of iemand bang is, of niet eerlijk.
Dan krijgen we bijvoorbeeld dit:


‘Landeigenaren die niet buigen voor de kerk, worden verketterd.’ En Lupo zegt:
'Amiels lijflucht verschaalde'.


Of, als Djibriël te horen krijgt dat hij zijn boeken af moet geven:


‘Rode vlekken breidden zich uit over Djibriëls konen, de littekens op zijn wangen zwollen op. Hij boog zich over de koning. Ik maakte me zo veel zorgen dat ik mezelf hard krabde, waardoor er plukken haar van mijn dijbeen loskwamen.
‘Alstublieft, laat mij mijn bronnen van kennis,’ Djibriël beefde over zijn hele lijf, een stank, erger dan die van de kanselier, verjoeg zijn notenlucht.’’


Ook beleeft Lupo zijn eigen avonturen, en is hij getuige van de intieme ontmoetingen die zijn meester heeft. Dat is dan even wat ontspannender om te lezen.
Hoe het afloopt? Dat is al vrij snel duidelijk, dus best wel knap dat Gemma Geurts toch de aandacht weet vast te houden tot op het laatst.


De achtergrond van het verhaal: De Inquisitie, de komeet, dat is allemaal historisch verantwoord. Het kleine staatje Faula Farss is fictief. Onverdraagzaamheid, vrijdenken, liefde en vriendschap, dat is van alle tijden. Je kan dit boek een historische ideeënroman noemen, pittig dus, maar wel de moeite waard. De omslag is alvast heel mooi!


Gemma Geurts is pedagoog en werkte met en voor jeugd in het jeugdwerk, in het basisonderwijs en in het hoger beroepsonderwijs.


ISBN 9789044840629 | Hardcover | 389 pagina's | Uitgeverij Clavis | april 2021
Leeftijd van 15+

© Marjo, 12 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vlucht naar de hemel
Berti Persoons


‘Ze heten Mohammed, Ali of Khaled, en ze komen uit Irak, Afghanistan, en de voorbije tien jaar steeds meer uit Syrië. Zoals Abdel, die ook tien is. Berti Persoons neemt ons mee naar Aleppo en kijkt door de ogen van Abdel naar de oorlog in Syrië. In mijn wereld – en dat is jammer genoeg een groot stuk van de wereld - is de realiteit spannender en gruwelijker dan een verhaal.’


Een stukje uit het voorwoord van Rudi Vranckx – een bekende Vlaamse journalist. Hij geeft aan wat voor lot deze jongeren uit oorlogslanden treft, nog steeds. Het minste wat wij kunnen doen is naar hun verhaal luisteren. Het is toch niet vreemd dat zij een veilig heenkomen zoeken, en dat ze dat in Europa vinden is ook al niet vreemd. Hier zijn wij ook veilig immers.


Dan begint het verhaal. Abdel is de enige zoon in een Westers georiënteerd gezin. Zijn vader is professor geschiedenis, reisde vaak naar Frankrijk, Rusland en de Verenigde Staten. Zijn moeder werkt als tolk, zij spreekt Engels, Frans en Duits.
Zijn vader heeft contacten met een Israëlische professor, maar sinds de oorlogen met Israël hield hij dat - heel verstandig - geheim. Bashar Al-Assad leidt het land met strakke hand.


Als Abdel 8 jaar oud is, in 2011, begint het verzet. Vreedzame demonstraties groeien uit tot een gewapende opstand, die neergeslagen worden door middel van bommen. Moeder verliest haar baan, vader krijgt het moeilijker, moet voorzichtiger worden, maar blijft werken.


2013: De universiteit wordt gebombardeerd, het regeringsleger en de rebellen geven elkaar de schuld. Zijn vader probeert het uit te leggen, maar hoe leg je een kind, dat Adel nog is, uit dat het allemaal draait om macht? Aleppo is verdeeld, bommen blijven vallen, onschuldige burgers vinden de dood. Abdels vader wordt opgepakt, maar gelukkig weer vrijgelaten, zij het gehavend.
Later komen hij en zijn vrouw om bij een gasaanval op de stad en de dan dertienjarige Abdel besluit om te vertrekken. Naar Engeland wil hij. Hoe? Hij heeft wat geld, gekregen van zijn vader. En verder, hij ziet wel.


En zo beginnen de omzwervingen van een jongen, die noodgedwongen zijn eigen plan moet trekken.
Hij komt in Turkije, wordt opgevangen in het vluchtelingenkamp van Suruç, waar hij Vlaamse hulpverleners leert kennen. Als hij zwaar ziek is vanwege alle ontberingen, biedt Dokter de Gucht van Artsen zonder Grenzen hulp:


‘Het is me met veel moeite gelukt: je wordt overgebracht naar een Belgisch ziekenhuis. Ik neem je mee.'
Het klonk onwaarschijnlijk dat ik het amper kon geloven.
‘Een vlucht naar de hemel.’
‘Of België de hemel is, valt nog te bezien. Maar je bent er tenminste veilig. Dat is al heel wat.’


Abdel blijkt de talenknobbel van zijn moeder te hebben, hij leert vlot Nederlands, genoeg om zich later te redden als hij in Antwerpen terecht komt. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis, waar hij meteen merkt dat niet iedereen blij is met zijn komst. Zijn kamergenoot heeft een Vlaams-nationalistische vader, fel gekant tegen iedere buitenlander.
De hulpverleningsorganisatie in Anderlecht biedt Abdel onderdak, en helpt hem verder.  (https://minor-ndako.be)
Dat alles dan ineens goed zou zijn, is natuurlijk niet zo. Maar hij maakt ook vrienden. Kan hij zijn plan om alsnog naar Engeland te gaan beter laten varen? Ook die oversteek is niet veilig, ervaart hij.


Berti Persoons baseert het verhaal op een jongen als Abdel, misschien op meerdere van deze jongens. De omstandigheden berusten op waarheid, het kamp en de opvang in Anderlecht ook.


Het verhaal eindigt in de periode dat ook België al getroffen werd door het coronavirus. Dat zal het leven van de vluchtelingen niet vergemakkelijkt hebben, maar Persoons kiest er voor om het verhaal te beperken tot alleen de vlucht naar België, en hoe zo’n ontheemde jongen het moet zien te redden.
Aan het eind van het verhaal vertrekt de dokter weer naar het kamp in Turkije met de woorden ‘de nood is er hoog’.
Want ja, we zijn hier allemaal wel bezig met onze eigen sores, de oorlog in eerder genoemde landen is niet voorbij.'Vlucht naar de hemel' is een belangrijk boek, zeker voor jongeren, maar ook voor volwassenen.


Berti Persoons (1953, Maaseik) was onderwijzer en pedagogisch schoolbegeleider in Vlaanderen. Hij begeleidde volwassenen met lees- en schrijfproblemen. Ook schreef hij mee aan didactische uitgaven. In 2012 verscheen zijn eerste kinderboek: 'Mijn papa is een held', waarna andere volgden.


ISBN 9789044841077 | Hardcover | 275 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2021
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 31 mei 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dante 3
Slaves
Mirjam Borgermans

In deze fascinerende serie zijn we weer aanbeland bij het verhaal van Dante. Een aantal jaren terug stonden mensen in de rij voor een andere serie, op het moment dat er een nieuw deel uitkwam! Het verbaast me dat het bij SLAVES niet het geval is.
Want dit is toch echt ook een serie waarbij je uitkijkt naar het volgende deel!


SLAVES staat voor Superfoundation of Labour Answers to Valuable Employees Society. Deze stichting verzorgt opleidingen voor slaven, die specifieke taken moeten verrichten. Dertien miljard slaven zijn er, ook weer verdeeld in allerlei klassen. Opgeleid tot nu van hun meesters, of arme sloebers die in de verwoeste wereld hun kostje moeten scharrelen. En al deze slaven worden gezien als erger dan minderwaardig. Hun leven is niets waard.
Allemaal zijn ze voorzien van een elektronische halsband waardoor totale controle door hun meesters mogelijk is.


Dante en Raven zijn trashers, de hoogste klasse, zij hebben een opleiding gevolgd. Raven werd gespot door Seamus, een van de Genoten (mensen van de bankwereld). Hij is nog steeds gefascineerd door haar – of is het om gewoon zijn zin te krijgen? – maar toen zij ontsnapte begon de jacht op Raven.


Het is intussen 2559, we bevinden ons in een wereld die ooit de onze was, maar die vrijwel volledig verwoest is door, ja, door ons zelf. Dante zoekt nog steeds naar Raven. Hij heeft haar intussen al jaren niet meer gezien maar het feit dat hij haar in de steek heeft gelaten en haar in de handen van het systeem heeft geduwd zit hem nog steeds flink dwars.
Wat de lezer weet, dat Raven zich uitstekend weet te redden, daar is hij niet van op de hoogte. De afgelopen periode zat Dante in het reservaat waar hij met zijn vrienden een opstand voorbereidde. Helaas werden zij opgepakt. En nu staat Dante voor Satu, de hoogste baas.


‘Ik wil SLAVES hebben, Hunter. Een vijandige overname. Misschien wist je dit niet, maar de foundation wordt door het algoritme zelf bestuurd. Het is in zekere zin machtiger dan ik. In absolute zin ook.
Je had gelijk dat dit niet het ogenblik is om drieënzeventig Trashers te verdrinken. Je had ook hierin gelijk: het algoritme zal me inderdaad belonen als ik die Trashers niet vermoord. Onrust en rellen kan het niet toestaan, het betekent inkomstenverlies. En dat Stadion moet af.’


En Satu wil Raven, omdat ze belangrijk is voor Seamus.
Hier begint de opdracht voor Dante: Raven zoeken en terugbrengen. Niet dat hij van plan is dat laatste te doen als het hem lukt haar te vinden…


In een vaart die je alleen maar bij kan houden door je helemaal in het verhaal onder te dompelen reizen we met Dante mee, door onherbergzame gebieden, waar hij allerlei pluimage ontmoet, vriend en vijand. Behalve Satu zit ook Seamus hem achter de vodden om het meisje terug te brengen.
En in de tussentekstjes – zoals we die ook van de eerdere boeken kennen – lezen we over wat er intussen gebeurt in regeringsregionen. Cym, de moeder van Seamus, die ooit Raven voor zich liet werken en die zelf aast op Dante, heeft zo haar eigen plannetjes.


En: er zit een kaart in dit boek! Wel ergens halverwege, maar toch prettig. Ook is er een uitleg van de terminologie, achterin het boek. Handig om af en toe eens terug te lezen wie of wat iets ook al weer was. Daar vind je bijvoorbeeld ook wat het algoritme is: ‘Besluiten worden louter genomen op basis van ingevoerde data en wiskundige modellen. Te vergelijken met een kookrecept, geschreven voor een robot.’
Het is hier het overkoepelend beslissingsorgaan, dat SLAVES beheert.


Het valt niet aan te raden om zonder de eerdere boeken gelezen te hebben, hiermee te beginnen, ook al verstopt Borgermans veel informatie van de eerdere delen in dit verhaal. Niet dat het een straf is om vooraan te beginnen: het is genieten vanaf het eerste boek! Maar tegelijk groeit er ook een licht onbehagen: zou dit werkelijk een toekomst kunnen zijn? Het draait allemaal nog steeds om macht, en dus overheersing. Ons niet onbekend.


Mirjam Borgermans (1965, Vught) is een veelschrijver. Behalve de onnavolgbare SLAVES-serie voor Young Adults schreef ze ook voor jongere kinderen en verhalen voor volwassenen.


ISBN 9789044840483 | Hardcover | 656 pagina's | Uitgeverij Clavis | december 2020
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 24 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Heksenlied
Antonia Michaelis


‘We hebben de heks gedood! We hebben haar zien branden. Ze zal nooit meer terugkeren. Maar jullie, jullie willen weten hoe alles begon.’
Toen gleed het doek open.
Daar stond ze, met uitgestrekte armen en gespreide vingers: de heks.
La bruja,’


Een toneelstuk. Over een heks in een dorp waar de machtigen gebruik maken van de vooroordelen die heersen onder het volk om zelf nog machtiger te worden.


In de periode voor het eindexamen van de middelbare school wordt altijd een toneelstuk ingestudeerd. Dit jaar repeteren Tim en zijn klasgenoten onder leiding van meneer Wegner een stuk in dat La Bruja, de heks, heet. Op weg naar de repetitieruimte ziet Tim een meisje bij de conciërge zitten. Hij kent haar wel, maar heeft geen contact met haar. Niemand waarschijnlijk, ze houdt zich afzijdig. Ze sloot niet bij klasgenoten aan, zat niet in de whatsappgroep, maar haalde wel de hoogste cijfers. Ze is een mager meisje, altijd in het zwart gekleed.


Als ze nog bezig zijn de rollen te verdelen, sluipt dit meisje de ruimte binnen. Maar ze was nooit bij de toneelgroep geweest? Wat deed ze hier?
Meneer Wegner laat haar aanvankelijk de regieaanwijzingen lezen, maar als ze na een wisseling van de rollen de heks heeft gespeeld is duidelijk dat die rol voor haar moet zijn. Wat zij als heks met het toneelstuk doet, is iets eigenaardigs. Ineens lijkt hetgeen ze spelen – ze spelen het toch? – akelig echt te zijn. Alsof ze werkelijk in Mexico zijn en daadwerkelijk meemaken wat er in het script staat. Alhoewel: met dat script is ook iets aan de hand. Waarom krijgt niemand van hen de tekst in zijn geheel te zien, maar zijn er per repetitie slechts de delen die ze moeten spelen?


‘Maar één ding zeg ik je: er is dit jaar iets niet pluis met het toneel. Waarom geeft Wegner ons niet het hele stuk? Waarom slechts mondjesmaat? Alsof het spannend moet blijven. Soms heb ik het gevoel dat hij … een spel met ons speelt.’


Het vertelperspectief ligt bij Tim, al wisselt dat een heel enkel keertje. Er iets met hem aan de hand, waar we voorlopig niets over te weten komen. Hij heeft het af en toe over ‘de ijstijd’, over zijn gehandicapte zus Charlotte en over zijn gevoelige gehoor. Hij hoort alles, hard en scherp, en draagt daarom vrijwel altijd watjes in zijn oren. Doet hij de watjes uit dan vangt hij wel eens wat op wat hij niet had mogen horen.
Intussen beginnen de repetities nu echt. Over een tijdje zal er ook een kampeerweek zijn, alleen voor de toneelgroep, om elkaar beter te leren kennen. En natuurlijk om te repeteren.


Het begint al op school. Alles lijkt ineens zo echt. Ze voelen de gloeiende hitte van het vuur echt branden. Maar dat kan niet echt geweest zijn, toch?
In het stuk zijn er problemen ontstaan in het Mexicaanse dorp. Er zijn de tirannieke landeigenaar en de fanatieke priester, twee handen op één buik, versus de revolutionair en de dokter die het beste voorheeft met de dorpelingen. Een vrouw en een kind. En de vrouw die aangemerkt wordt als heks.


‘Zullen we beginnen?
Er was niet genoeg plaats tussen de sofa’s en de stoelen.

En plotseling is er wel genoeg plaats.’


Wat hier gebeurt, de wisseling van tijd, is voor de lezer heel belangrijk. Het verhaal van de spelende scholieren is in de verleden tijd, maar hetgeen zij spelen staat in de tegenwoordige tijd. Dat verhaal lijkt ook voor de lezer echt. Het vloeit steeds meer in elkaar over. In het voorbeeld is er nog een witregel. Later wisselt het van de ene zin in de andere.
Alsof de jongeren zich plotseling werkelijk in een Mexicaans dorp bevinden waar de rijken de armen uitbuiten, en de ‘vreemde vrouw’ de schuld in de schoenen geschoven krijgt van alles wat misgaat. Zoals Tim zich met zijn rol dokter Sanchez lijkt te vereenzelvigen, lijken ook de anderen dat te doen. Gelukkig staat voor in het boek een lijst met de cast, zodat je terug kan kijken als je even niet meer weet wie wie is.


Is het in het begin allemaal vrij verwarrend, als ze eenmaal goed op dreef zijn met de repetities begin je als lezer ook steeds beter te volgen wat er gebeurt. In het heden en in het stuk.
Er heerst een broeierige sfeer, die nog toeneemt in het tweede bedrijf, het kamp in de bergen. Hier vloeien het toneelstuk en de werkelijkheid nog meer in elkaar over. Er vallen slachtoffers, er verdwijnen mensen. Wat is er in hemelsnaam gaande hier?


Het boek dat grotendeels gaat over een toneelstuk is ook opgebouwd als een toneelstuk. Het begint met een opsomming van de cast, en daarna het eerste bedrijf, enz… De sfeer vooral, maar ook het geheimzinnige, haast magische verhaal doen sterk denken aan De Verborgen Geschiedenis van Donna Tart, maar toch is het ook weer helemaal anders.


De boeken van Antonia Michaelis zijn steeds compleet anders, hoewel ze wel allemaal dat aparte sfeertje hebben, magisch, sprookjesachtig, bevreemdend. Haar verhalen gaan over identiteit en acceptatie: mensen zijn niet gelijk, maar dat hoor je te accepteren. Of het gaat om anders denken of anders zijn maakt niet uit. Die thematiek zit ook in Heksenlied.


Antonia Michaelis (Kiel,1979) heeft in India gewoond en was daar werkzaam als docent.  Antonia Michaelis is schrijfster van kinderboeken en schreef ook een aantal Young Adults. Haar boeken zijn uitgebracht in het Duits en later vertaald. Met haar boeken heeft Michaelis inmiddels verschillende prijzen gewonnen. 


ISBN 9789044840827 | Hardcover | 480 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2021
Vertaald uit het Duits door Sofie Maertens en Michiel Vanhee | Leeftijd 15+

© Marjo, 14 oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zwanger van verlangen
Rob Baetens


‘Een buitenstaander zou je eerder zwaar gestoord noemen. De buitenwereld gelooft niet in, excuseer de uitdrukking, die teletijdshit en eindeloze reïncarnatie.’


Dillans studiebegeleider maakt zich zorgen om haar pupil. Hij is bovenmatig intelligent, maar ook hoogsensitief. En hij verwaarloost zijn schoolwerk vanwege een in haar ogen eigenaardige missie:


‘Die Caitlin waarover je vertelt, waar is ze nu?’
‘Dat weet ik niet. Dat ben ik aan het uitzoeken.’


Dat de vrouw hem niet onmiddellijk naar een psychiater doorverwijst is best wel eigenaardig, want Dillan vertelt haar dat hij een soort telepathisch contact heeft met die Caitlin, over de eeuwen heen. Het meisje is zijn soulmate. Hij weet zeker dat ze op hem wacht, dat het voorbestemd is dat ze elkaar weer vinden. Maar zij leefde 450 jaar eerder, in de Schotse Hooglanden. En hij bevindt zich in Vlaanderen, in het hier en nu.
Zelfs al ga je mee in de gedachtegang van Dillan, dan zijn er vele vragen: hoe werkt dit? Hoe kan hij contact hebben met dat meisje?
En ook: waarom is het contact toen verbroken? Wat is er met Caitlin gebeurd?


En dan lukt het de jongen om contact te krijgen met Caitlin. Ze herbeleven in gedeeltes - de 'verbinding’ wordt verstoord of zelfs verbroken -  de gebeurtenissen in de Schotse Hooglanden, ruim vierhonderd jaar geleden. Zo lezen we hoe de twee jonge mensen uit elkaar raakten, en de verdere avonturen die zij beleefden.
Dillan wil behalve zijn geliefde terugvinden ook wraak op degene die de breuk veroorzaakt heeft.


In het heden ontmoet hij een ander meisje, Isa, dat hem wil verleiden. Zal hij aan haar avances toegeven? Tenslotte is hij een normale puber, hetgeen al gebleken is uit de spirituele scenes waarin Dillan en Caitlin elkaars lichaam verkenden.
Zullen de geliefden elkaar terugvinden? En hoe dan?


In feite is het een echte tienerroman, alleen moet de lezer wel mee in de spirituele belevingen van de twee jongeren. Als je met beide benen op de grond staat en hier geen woord van gelooft, dan zul je moeite hebben met het verhaal. Temeer omdat de tijdlijnen nogal verweven zijn. Er wordt niet duidelijk aangegeven wie waar wanneer is, al is het wel duidelijk in het verhaal.
Dan is er ook nog een zweem geschiedenis, met de beschrijving van de tijdgeest in de zeventiende eeuw.
Voor de liefhebber.


ISBN 9789083140445 | Paperback | 247 pagina's | Uitgeverij PhoenixBooks | juni 2021
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 30 augustus  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ademloos
Jennifer Niven


Het ging allemaal zo goed in het leven van Claudine (Claude). Het eindexamen nadert en eenmaal haar diploma op zak, gaat ze met haar beste vriendin Saz een roadtrip maken. Helaas zullen hun wegen zich scheiden na de vakantie, want ze gaan ieder in een andere stad studeren (dit is Amerika, met eindeloze afstanden!). Maar beste vriendinnen, dat gaat nooit over toch?


Claudine heeft haar vriendje, Shane, die is er nog wel na de vakantie. Of niet, daar is ze realistisch in, maar dan heeft ze deze eerste liefde in ieder geval meegepikt. Want eigenlijk is degene met wie ze verkering zou willen niet Shane, maar Wyatt Jones!
Claudine is een achttienjarig meisje, dat droomt van de liefde. Van alle mogelijkheden die nog voor haar open liggen. Zoals jonge meiden dat doen.


Maar aan wat er echt gebeurt, dat had nooit in haar hoofd op kunnen komen: Haar vader kondigt – voor Claudine out of the blue – aan dat hij zijn vrouw en dochter gaat verlaten. Haar moeder, die schrijfster is, besluit met haar dochter naar het huis van haar familie te gaan, in ieder geval voor een aantal weken. Dat huis bevindt zich op een eiland voor de kust van de staat Georgia.
Dag roadtrip! Dag afscheidsreis met Saz! Helemaal geen Saz meer trouwens, en geen Shane, geen Wyatt, want er is nauwelijks bereik op het eiland!
Claude is wanhopig. Haar toekomst naar de maan. Maar op de boot naar het eiland komt ze tot een inzicht:


‘Ergens diep in mijn binnenste, heel ver weg, beginnen opeens vlinders te fladderen.
Ik stel me voor dat ik vrij ben als een paard en even ben ik overal en nergens tegelijk. Zweef ik. Ik stel me een zomer voor waarin ik de persoon word die ik wil zijn, wie dat ook is. Waarin ik doe wat ik wil doen, wat dat ook is. Waarin ik aan niemand anders denk omdat er ook niemand aan mij denkt.‘


Natuurlijk wordt het het Grote Avontuur. Niet alleen zal ze ontdekken wie ze is, ze ontmoet ook haar Grote Liefde. Maar dat gaat gepaard met de nodige strubbelingen en valkuilen. Miah is een jongen met een moeilijke achtergrond.


Een gewone roman? Nou nee, echt niet. Dit is romantiek in optima forma!
Jennifer Niven heeft al eerder bewezen dat ze haar lezers tot in het diepst van hun ziel kan raken, en ze doet het met dit boek ook. Toch is het geen tranentrekker, Niven heeft een integere manier van vertellen, diep invoelend. Zuiver psychologisch.
Hier ben je even helemaal stil van.


‘Het besef dat je hier compleet afgesloten bent van de echte wereld kan soms best zenuwslopend zijn. Maar verdwalen in je eigen gedachten is vele malen enger dan al die griezelige dingen op dit eiland.’


De setting is perfect natuurlijk: Claudine wordt echt compleet op zichzelf teruggeworpen. Er is geen contact met haar oude wereld en haar moeder is er wel, maar die is druk met onderzoek naar haar familie, om daar over te gaan schrijven. Claudine heeft dus zeeën van tijd om de liefde te ontdekken in al haar vormen.


Deze roman zal jongeren zeker aanspreken, er wordt geschreven over wat zij als onzekere jongvolwassenen ook mee- en doormaken, over gevoelens en moeilijke keuzes, die vooral naar voren komen in de diepe gesprekken tussen Claudine en Miah.
Prachtig, en ja, adembenemend.


Jennifer Niven (1968, Charlotte) is journalist van origine,  maar ze schreef ook scenario’s, en maakte ze films. Ze schreef eerder o.a. voor jongeren ‘Op mijn schouders’’en ‘Waar het licht is'.


ISBN 9789048858552 | paperback | 352 pagina's | Uitgeverij Moon | mei 2021
Vertaald uit het Engels door Elise Kuip | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 7 juli 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vreemde werelden
Nomade 2
Guido Eekhaut


Meteen maar melden: nee, je hoeft het eerste deel niet gelezen te hebben, al wordt er af en toe wel naar verwezen. Daarin zal beschreven staan hoe de jongen Aristid in de woestijn waar hij leeft een vrouw ontmoet, De Dame Anxil. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden is niet helemaal duidelijk in dit tweede deel, maar dat maakt voor het avontuur dat ze beleven niet uit. Wel lijkt Anxil de meerdere te zijn, zij is de planner, degene met de financiën en met een doel. Aristid volgt. Toch is hij belangrijk voor haar, want waarom zou ze hem anders bevrijden uit de handen van de vier mannen – Verdedigers – die Aristid gevangen genomen hebben?
Daar begint het tweede deel.


In de oude citadel van de stad Sarabande op de wereld die Ylang heet, bevindt Aristid zich in een penibele situatie.  Hij is een onbekende indringer in de ogen van de Verdedigers, misschien een schattenjager, misschien een spion. Hij laat evenwel niets los, dus wij lezers zullen het ook niet weten.
Zoals gezegd: hij wordt bevrijd door Anxil.


‘Ik heb je nodig. Jij. Die koppige, idiote, slungelige, maar betrouwbare Aristid. Kijk niet zo gekwetst. Dat ben jij.’
’O’, zei Aristid.’


En zo gaan ze samen op reis, naar Poseidon, de waterplaneet, waar tachtig procent van het oppervlak uit water bestaat. Daar is iets geheimzinnigs gevonden, diep onder het oppervlak van de oceaan. Sinds tweehonderd jaar wonen er mensen in drijvende steden, kolonisten die bij de Grote Uittocht uitzwierven over de werelden. Ook vertegenwoordigers van andere soorten wonen er, maar die zijn in de minderheid. Er zijn nooit eerder fossielen gevonden van andere levensvormen, of sporen van eerdere beschavingen. Wat is dus het voorwerp dat diep in de oceaan ligt?
En vanwaar de interesse van Anxil?


Al gauw blijkt deze geheimzinnige vondst ook de interesse gewekt te hebben van anderen, hetgeen een spannende wedstrijd oplevert. Wie zal het als eerste vinden? Maar wat valt er eigenlijk te vinden? Aristid valt in de rol van een onwetende assistent, en dat zint hem niet helemaal.
Er raken andere wezens bij betrokken, een katvrouw bijvoorbeeld, een C’mell, Shht’l geheten.
Zij vertelt Aristid over de Grote Uittocht, waarbij de lezer op bekend terrein komt, zij het ver vooruit in onze toekomst.


‘Sommige werelden werden gekoloniseerd door bewoners oorspronkelijk afkomstig van de Maan, andere door mensen afkomstig van Europa of Titan. Bepaalde naties of culturen op Aarde zonden hun eigen mensen onderweg, en zo kregen planeten een heel eigen cultuur. Hier een wereld van voormalige inwoners van Indonesië, daar een planeet van alleen maar mormonen.’


Toch wel prettig dat je op deze manier een beeld krijgt bij de werelden. Het is natuurlijk science-fiction, dus alles kan. Maar het leest een stuk prettiger als er ook herkenbaarheid is. Dat waar het om draait lijkt in iedere wereld te gelden: macht. Zelfs de machines – toepasselijk Turing geheten - die hier een rol spelen zijn werktuigen ter dienste van meesters.
Of die zoals ze zeggen alleen maar uit zijn op Orde, dat is de vraag.


‘Iedereen is uiteindelijk alleen maar een werktuig. Slaven, als je het anders wil horen. Soms ben je de slaaf van je eigen gevoelens. Soms ben je de slaaf van machtige soortgenoten. Soms van een of andere kracht die je niet kunt begrijpen. En dat moet je ook niet proberen – die meesters begrijpen.’


Kunnen Aristid en Anxil daar bij neerleggen? Dat is maar zeer de vraag. Er is dus ruimte genoeg voor meer delen in deze serie, die boeiend is en vlot leest.

Guido Eekhaut schrijft thrillers die onder andere genomineerd werden voor de Gouden Strop en de Diamanten Kogel. Ook is hij de winnaar van de Hercule Poirotprijs.


ISBN 9789044840476 | hardcover | 230 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2021
Leeftijd vanaf 15 jaar.

© Marjo, 6 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Erebos ontwaakt
Ursula Poznanski


Jongeren van nu kennen meer technologische snufjes dan tien jaar geleden. Games, apps zijn volkomen ingeburgerd. Maar: niet als je die niet zelf geïnstalleerd hebt!
En nog minder als dat spel of die app ineens heel je leven overneemt!


Het overkwam Nick tien jaar geleden al. Toen was hij verbijsterd over dat spel dat aan twee kanten verslavend werkte. Nick wilde zelf spelen, het was populair op school en hij wilde weten wat er allemaal gebeurde, maar tegelijk had hij weinig keus. Het spel bepaalde wanneer hij speelde, en hoe lang. Hij kreeg opdrachten, en weigeren die uit te voeren, dat was absoluut onmogelijk.


En nu, tien jaar later, meldt Erebos zich zomaar aan. Maar Nick wil niet spelen. Hij weet maar al te goed hoe dat afgelopen is de vorige keer! Helaas heeft Erebos – wie er ook achter zit – niet stil gezeten. Alle nieuwe technologie wordt gebruikt, en in deze wereld waarin zoveel digitaal is en alle contacten via sociale media verlopen, is niets meer veilig. 
Zo weet Erebos alle foto’s buit te maken die Nick gemaakt heeft. En dat is zijn broodwinning: hij maakt trouwreportages. Hij moet die foto’s terug hebben! En dus moet hij spelen.


In de virtuele wereld waar hij de donkerelf Sarius is - net als de eerste keer - ontmoet hij oude bekenden, maar ook veel nieuwe spelers. Zoals dat in een game betaamt wordt er gevochten, zijn er monsterlijke wezens die bedwingen moeten worden, maar ook zijn er opdrachten.
En nu Erebos in staat blijkt om letterlijk alles over te nemen, niet alleen de computer, maar ook de telefoon, de navigatie, eigenlijk alles wat elektronisch werkt, worden Nick en zijn vrienden gedwongen terug te grijpen op ouderwetse post. Want een brief, een kaart, dat ziet Erebos niet.
Toch valt er niet aan te ontkomen: Erebos manipuleert, en dwingt. En weet alles.
Er staan korte hoofdstukken in het boek die blijkbaar van de hand van degene zijn die er achter zit. Helaas word je daar als lezer niet wijzer van.


Maar wat staat er precies op het spel? Wat is het uiteindelijke doel? En wie zit er achter?


Net als bij het eerste boek kom je niet los van het verhaal zo gauw je begonnen bent. Zo spannend en intrigerend is dit verhaal dat het geen enkel probleem is dat je een lijvig boek in handen hebt. Ook niet trouwens dat je misschien deel een niet gelezen hebt. Door nieuwe spelers op te voeren die nog niet precies weten hoe het spel in elkaar steekt, mis je dat eerste deel niet.
Al ga je dat zeker lezen na dit boek!


De plot blijkt ook niet zomaar een plot. Het spel wordt niet voor de lol gespeeld. Het verhaal zit vernuftig in elkaar. Natuurlijk is het bepaald een onorthodoxe manier om een belangwekkend onderwerp aan te kaarten, maar het werkt wel. Je leest immers door tot het einde, gezeten op het randje van je stoel.
Poznanski is het niet verleerd. Erebos ontwaakt is misschien nog wel spannender dan het eerste boek. De stijl is eigentijds en zal jongeren zeker aanspreken.


Ursula Poznanski (1968,  Wenen) Ze is naast journalist ook auteur van kinder- en jeugdboeken en romans voor volwassenen. Haar eerste kinderboek Theo Piratenkönig publiceerde ze in 2003.


ISBN  9789047712183  | paperback |312 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| november 2020
Vertaald uit het Duits door Pieter Streutker | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 18 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER