Nieuwe jeugdboekrecensies 15+

Later als ik vliegen kan
Adriaan Volk


Wat een debuut! Adriaan Volk weet met Later als ik vliegen kan je van begin tot eind te boeien met het verhaal van Bram die opgroeit in een christelijk dorpje en worstelt met het feit dat hij anders is dan de rest van de klas. Als hij heel jong is, kan hij het nog niet verklaren, maar naarmate hij ouder wordt, vallen dingen op zijn plek. Hij is homo. Nadat Bram tot die conclusie gekomen is, probeert hij dit krampachtig te verbergen voor zijn omgeving. Hij wordt steeds ongelukkiger en ontwikkelt een angststoornis.


Met oog voor detail weet Adriaan Volk Brams worsteling aan je over te brengen:


Op mijn vrije dagen liet ik mezelf in de afgrond vallen met mijn geheimen. Op die dagen werd ik één met mijn angsten, en sloot ik mezelf op in mijn kamer. Al mijn demonen bestookten me dan tegelijk; als een zwerm zwarte spreeuwen die in een boom achter het huis landde aan het einde van de dag. Op elke tak een gitzwarte vogel, luid kwetterend, tot hun geschreeuw het enige was wat ik nog horen kon, terwijl ik hoopte dat er een schot hagel zou worden gelost, zodat ze massaal zouden opvliegen en ik was verlost.
Vertel het ze.
Mijn hand begon te trillen. Ik laadde het geweer met hagel en legde mijn vinger op de trekker. ‘Mam, pap, ik moet jullie wat vertellen.’
Verrast keken mijn ouders op. Dit was anders, ongewoon, niet zoals altijd.
Mijn mond was droog, mijn tong trok zich krampachtig naar achteren. Alles in mijn lijf verzette zich tegen de woorden die op het punt stonden mijn mond te verlaten.


Dat Bram niet alleen is in zijn worsteling met het leven, blijkt als hij deel gaat nemen aan een intensief groepstherapieprogramma.


Adriaan Volk hoopt met zijn boek de geestelijke gesteldheid van jongeren beter bespreekbaar te maken en het taboe rond mentale problemen te doorbreken. Samen met hem hoop ik dat hij met dit prachtige boek dit doel bereikt zodat jongeren de moed vinden om te vliegen op het moment dat het leven je dwingt om te springen.


ISBN 978 90 266 2542 8| NUR 285 | Paperback| 282 pagina’s | Uitgeverij KokBoekencentrum| juni 2022
Leeftijd 15+

© Els ten Voorde, 20 september 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In het vervloekte hart
Rima Orie


Arawan is een natie waar vele volkeren wonen, soms in vrede, soms ook niet. Ze bundelen hun krachten wel als er vreemde mannen hun land binnen dringen. De Frijlanders. Zij hebben andere, gevaarlijker wapens, en de inlanders zijn niet tegen hen opgewassen. Alleen in het oerwoud zijn ze betrekkelijk veilig om te voorkomen dat ze tot slaaf gemaakt worden.


Maar het oerwoud herbergt weer andere gevaren. In de periode dat de bloedmaan verschijnt komen er monsters tevoorschijn. Kinderen die geboren worden in die magische nacht worden bloedkinderen genoemd. Ook zij worden als monsters beschouwd: als ze het al weten te overleven dan blijken ze inderdaad bijzondere gaven te hebben.


In Disin, een van de dorpjes, woont de zeventienjarige Priya Chkadhari. Zij is zo’n bloedkind. Haar moeder weet dat natuurlijk en zij heeft haar dochter altijd op de achtergrond gehouden. Priya’s jongere zusje Ishani, is normaal, en wordt in Priya’s ogen verwend en voorgetrokken. Hun vader is door de Frijlanders meegenomen en gedwongen voor hen te werken. Hij ontsnapte maar het kostte hem toch zijn leven.
Haar jeugd is dus niet zo prettig verlopen. Ze moet het toegeven: ze is jaloers, en gaat gebukt onder de liefdeloze houding van haar moeder.


Nu is er een uitweg: Eens in de zoveel tijd komt er een delegatie uit Kuwatta, waar het militaire fort gelegerd is, om kandidaten te zoeken die ofwel als soldaat, ofwel als geleerde opgeleid zullen worden. Eén kind per dorp wordt middels een test gekozen. Priya wil die test winnen! Maar Ishani is slimmer en beter opgeleid. Dan maar een beetje valsspelen.
Priya mag inderdaad mee, maar tot haar verbazing is Ishani er ook. En dan ontdekt Priya dat niet alleen zij maar vele andere kinderen juist uitgekozen zijn omdat zij bloedkinderen zijn! In Kuwatta hebben ze hen nodig vanwege hun magische krachten…


Een prachtig verhaal, over magie en bijzondere gaven, dus ja: het is fantasy.  Het gaat over de strijd tussen goed en kwaad: de inheemse volkeren tegen de indringers, de kolonisten. En over een ander groot gevaar, dat zich bevindt in het hart van Kuwatta. Monsters en magische wezens, en een harde strijd waarin het echt om leven en dood gaat.
Maar er is ook een realistisch aspect: de inheemse volkeren hebben een kleur en de kolonisten zijn blank. Als je dan weet dat de schrijfster van Surinaamse afkomst is, kun je al snel verband leggen.Voeg daarbij een vleugje romantiek en vooral ook uitstekende karaktertekeningen en je hebt een fantastisch boek in handen!


In een nawoord bevestigt Orie dat ze schrijft over Suriname, waarbij ze benadrukt dat het merendeel toch echt fictie is. En dan volgt een lijstje met boeken voor diegenen die meer willen weten over het land.
Het lijvige boek is heel mooi uitgevoerd. Het heeft een extra papieren omslag en een opdruk. Geen goud op snee, maar rood blad op snee.


Rima Orie (1994) is junior jurist en won de schrijfwedstrijd Moon YA Contest.


ISBN  9789048867271 | Hardcover | 448 pagina's | Uitgeverij Moon | juli 2022
Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 25 augustus 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Boy Queen
George Lester


Robin Cooper heeft een droom: hij wil het theater in: dansen, zingen en wat daar allemaal bij komt. Helaas: steeds weer wijzen de toneelopleidingen hem af. Maar als hij zijn examen heeft gehaald en deze scholen niet open staan voor hem: wat moet hij dan? Naar de universiteit, zoals zijn vrienden doen, dat wil hij niet.
Hij raakt steeds dieper in de put. Er is ook nog de kwestie van zijn Geheime Vriendje. Robin is al lang uit de kast, hetgeen gelukkig geaccepteerd wordt door zijn moeder en vrienden. Maar Connor, zijn vriend dus, durft niet uit de kast te komen, en dat is een probleem.
Alles moet stiekem.


Op zijn achttiende verjaardag hebben zijn vrienden – niet Connor – een verrassing voor hem: In een naburig stadje gaan ze een dragshow bezoeken: Dragcellence. En Robin kijkt zijn ogen uit: dit wil hij ook! (De term 'drag' is de informele benaming van het dragen van kleding van het andere geslacht, dat ook wel crossdressing wordt genoemd. Niet alleen kleding, het is een totale ‘verbouwing’. Dragqueens en -kings zijn onherkenbaar) Als dragqueen is hij immers ook bezig met toneel en zang, en hij vindt het prachtig om zich om te kleden en op te maken. Zijn vrienden steunen hem, en vormen zijn alibi als hij bij een dragqueen in de club gaat leren hoe hij het moet aanpakken. Daarvoor moet hij spijbelen, en hij durft het zijn moeder niet te vertellen.


George Lester vertelt het verhaal over een jongeman die een passie ontdekt heel overtuigend. De jongen wil er voor gaan maar komt nogal wat hindernissen tegen op zijn weg naar geluk.
Als hij Robin is, is hij een onzekere jongen, een puber nog, met bijbehorende problemen, maar als hij eenmaal omgevormd is tot boyqueen, is hij compleet anders.
Maar hij heeft er wel moeite mee om te liegen, vooral tegen zijn moeder. Ze hadden nooit eerder geheimen voor elkaar. En Connor, wat moet hij met een jongen die niet durft uit te komen voor wie hij is?


Lester is zelf dragqueen en weet dus heel goed waar hij over praat. De lezer krijgt een kijkje in een onbekende wereld: een wereld waar dromen werkelijkheid kunnen worden, maar niet zonder slag of stoot. Het is geen droog verslag, maar een soepel lopend verhaal, invoelend en met humor geschreven, waardoor het leest al een trein en je intussen heel wat wijzer wordt.


George Lester is een freelance redacteur, musical- en theaterliefhebber en drag nerd. Hij woont samen met zijn partner in Twickenham in Londen en post semi-regelmatig video's waarin hij zijn liefde voor boeken en schrijven deelt.


ISBN 9789048865611 | paperback | 304 pagina’s | Uitgeverij Moon | mei 2022
Vertaald uit het Engels door Tom ten Hove | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 4 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Niemand vraagt hoe het met mij gaat
Gracia Lebbink


Sanne´s ouders hebben de laatste tijd steeds vaker ruzie en niet zo´n klein beetje ook. Na zo´n ruzie praten ze via de kinderen met elkaar.


`Sanne, kun jij aan je moeder vragen om wat stiller te zijn en niet te stofzuigen als ik de krant lees?`
`Daan, zorg jij ervoor dat je vader de vuilnisbak niet vergeet buiten te zetten, we willen geen ratten toch?' [...]
Mijn broertje Daan en ik weten dan nooit goed hoe we moeten reageren. Het voelt heel ongemakkelijk.


Het gaat van kwaad tot erger en dan komt de dag dat haar ouders vertellen dat ze gaan scheiden... Sanne is woedend! Ze wil dat niet! Punt uit. Ze is helemaal van slag en wil het liefst verdwijnen. Ze kruipt op de bank, onder een deken. Maar niemand komt haar troosten.


Mama vertelt diezelfde dag dat ze een weekje gaan logeren in het huis van een tante, die op vakantie is. Even afstand nemen.
Gelukkig is haar oma Julia daar ook. Oma is in Italië geboren en als zij er is ruikt het altijd naar Italiaans eten. Sanne is gek op haar oma. Haar vader niet...


Tot mama's grote ellende heeft Sanne's vader besloten dat hij de ene week voor Sanne en Daan zorgt en de andere week is mama in hun huis. Het is een akelige toestand. De ouders zijn onmogelijk. Ze gunnen elkaar het licht niet in hun ogen. Het is bijna de vraag wie er nu kinderen zijn Sanne en Daan of papa en mama?
Later moeten de kinderen steeds om en om een week bij papa en daarna een week bij mama wonen. Sanne wordt er zo moe van, elke week alles in- en uitpakken. Maar de grootste ellende blijft de houding van haar ouders...


Vader treitert moeder enorm; wat van haar niet mag, mag van hem wel en omgekeerd. Ook haar moeder heeft geen goed woord  over voor haar vader en de kinderen zitten er maar tussenin.
Sanne's ouders zien ook niet dat het met Daan steeds slechter gaat... Sanne ziet dat wel... Het loopt uiteindelijk compleet uit de hand, zowel met Sanne als Daan, maar wel op een heel andere manier.
Sanne ontspoort op een tienermanier, ze wil zo graag dat er iemand voor haar is. Maar ze maakt dingen mee die zelfs die wens onderuit zal halen. Ze probeert overeind te blijven, er te zijn voor haar broer en tegelijkertijd moet ze ook wennen aan haar nieuwe school.
En thuis vraagt echt niemand hoe het met háár gaat..


Achterop het boek staat 'Een verhaal dat je na de eerste bladzijde niet meer wilt neerleggen.' en dat klopt. Zoals gebruikelijk bij een nieuw boek, las ik 'eventjes' de eerste bladzijde om de sfeer te proeven maar kon inderdaad niet meer stoppen. Je wordt gelijk het verhaal ingetrokken en wil weten hoe het met Sanne en haar familie gaat. De houding van met name haar vader is tenenkrommend. Tussen de regels door, lees je ook wat er in het huwelijk gebeurde, wat de oorzaak van de scheiding was.


Toch is het zeker niet allemaal kommer en kwel, want Sanne heeft ook goede - en échte - vrienden. Oma Julia vormt verder ook een belangrijke schakel in het geheel.
Sanne moet natuurlijk ook naar school, en zoals dat gebeurt vinden daar ook positieve en minder leuke dingen plaats.
Maar het mooiste aan het verhaal is het weergeven van de gevoelens van Sanne, hoe deze puber met al haar pubergevoelens met al die lastige situaties omgaat.Sanne is levensecht.Kortom, een prachtig verhaal!


Gracia Lebbink studeerde grafische vormgeving aan de Gerrit Rietveld Academie in Amsterdam. Ze besloot het roer om te gooien en te gaan schrijven. Niemand vraagt hoe het met mij gaat is haar debuut.


ISBN 9789047714620 | Paperback met flappen | 263 pagina's | NUR 285 | Lemniscaat | juni 2022
Leeftijd 15+

© Dettie, 17 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Laat ons zien wie je bent
Elle McNicoll


‘Weet je wat jou anders maakt, Cora? Kun je dat uitleggen?’

Zo begint de proloog van dit boek. Pas later begrijp je als lezer wat daar precies gebeurt, nu denk je nog dat Cora aan een wetenschapper uit wil leggen wat het betekent om autist te zijn.


Cora is twaalf jaar en weet heel goed dat ze anders is dan haar leeftijdsgenoten. Haar moeder is overleden, haar vader en broer Gregor steunen haar onvoorwaardelijk. Zo niet de leraren op school en de meeste klasgenoten.
Ze is dan misschien anders omdat ze heel gevoelig is – ze weet ook dat ze slim is en dus komt de afwijzing van haar leraar hard aan. Ze had zich zo goed voorbereid, laten zien dat ze het zeker kan, een schoolkrant maken, maar nee, zegt de leraar: ze kan niet samenwerken, dus ze mag niet in de redactie.


Ze heeft weinig keus: ze zal dit moeten accepteren, de pesterijen, het genegeerd worden. Ze is nu eenmaal aan autist.
Als haar broer haar meeneemt naar een bedrijfsfeestje van Het Pomegranate Instituut waar hij werkt, waar ze helemaal niet mee naar toe wilde, ontmoet ze Adrien, de zoon van zijn baas. Er is meteen een klik tussen hen.
Hij is leeftijdgenoot, en tot haar verbazing gaat hij niet naar school maar krijgt hij privéonderwijs.
Later zal blijken dat ook Adrien ‘anders’ is, hij is een ADHD-er. Hij ‘stuitert’.


Het Instituut maakt interactieve hologrammen van beroemde personen, zodat je je helden kunt ontmoeten alsof ze echt zijn. Die techniek willen ze ook toepassen voor ‘gewone’ mensen, zodat ze na hun dood nog door dierbaren kunnen worden bezocht. Cora wil er graag meer van weten, en accepteert maar al te graag een uitnodiging voor een rondleiding.
Maar daar blijkt meer achter te zitten dan ze ooit had kunnen bedenken.
En al vertelt die Dr Gold het nog allemaal zo leuk, Cora twijfelt steeds meer of ze met diens plannen in zee moet gaan. Het lijkt haar wel heel leuk, heel bijzonder, maar er zijn wel haken en ogen. Dr. Gold wuift dat weg natuurlijk, maar gelukkig is Adrien het met Cora eens. Maar het is een machtige wereld waar ze het tegen moeten opnemen! De wereld van het geld.


Hologrammen van mensen, het klinkt misschien futuristisch, maar dat is het allang niet meer. Dit verhaal gaat over de ethische kwestie of je zoiets wel zou mogen doen: hologrammen maken van mensen.  Maar natuurlijk is het vooral het verhaal van een bijzonder meisje.


‘Cora, de enige reden waarom ze altijd tegen me zeggen ‘jij bent niet je ADHD is omdat ze zichzelf dan minder bedreigd voelen. Want stel je voor dat je erachter komt wat jou anders maakt. Stel je voor dat je het accepteert en het zelfs leuk vindt, en dat je zegt dat je er niets aan wil veranderen. Dan word je een gevaar.’
‘Gevaar? Zei je nou ‘gevaar’?
‘Ja. Mensen die zichzelf leuk vinden zijn erg gevaarlijk.’


Elle McNicoll (Edinburgh, 1992) is een Schotse kinderschrijver. Haar debuutroman  Een soort vonk had hetzelfde achterliggende thema als onderhavig boek. McNicoll is zelf een autist.


ISBN 9789047713739 | Hardcover | 344 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| maart 2022
Vertaald uit het Engels door Margaretha van Andel | Leeftijd 15+

© Marjo, 5 mei 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

De school van Goed en Kwaad
Soman Chainani


In het eigenaardige dorpje Gavaldon gebeuren al jaren vreemde dingen: iedere vier jaar in de elfde nacht van de elfde maand verdwijnen er twee kinderen uit de leeftijdsgroep 12 tot 16. Ze worden nooit meer teruggezien. Kinderen lezen alleen maar sprookjesboeken, heel grondig en zo weten ze wat ze als ze eenmaal op de school voor Goed en Kwaad zijn, gaan leren.


Het is de Schoolmeester die twee kinderen zal kiezen en meenemen.
Ouders proberen hun knappe kinderen smerig te maken en er armoedig te laten uitzien. Kinderen die eerder gezien werden als slecht, moesten maar in de kerk gaan bidden…


‘Agatha staarde vol ongeloof naar de taferelen. ‘Hoe is het mogelijk dat een heel dorp in sprookjes gelooft?’
‘Omdat ze echt zijn.’
Agatha bleef staan. ‘Je gelooft toch niet echt in die legende?’
'Natuurlijk wel,’ zei Sophie.’


Als de dag nadert is Sophie er klaar voor. Zij wil graag meegenomen worden, zij wil de Ware, haar droomprins ontmoeten. Zij is immers de mooiste! Haar vader is er ook klaar voor: hij timmert alle ramen dicht, om te voorkomen dat zijn dochter meegenomen wordt, zoals iedereen in het dorp zegt.
En goed is ze ook: doet ze immers niet haar uiterste best om vriendin te blijven met dat meisje dat op het kerkhof woont? Agatha is ook nog erg lelijk.
Gaandeweg zijn de twee meisjes toch vriendinnen geworden.
En dat jaar zijn zij degenen die meegenomen worden door de Schoolmeester.


Sophie wordt tot haar afgrijzen op de afdeling voor slechteriken geplaatst, waar de meesten ook lelijk zijn. Agatha is net zo verbijsterd: zij belandt tussen meisjes in snoezige roze jurken die zich alleen maar druk maken over hun uiterlijk.
Er is een grote fout gemaakt, en ze willen naar huis. Tenminste, Agatha wil echt naar huis. Sophie wil overgeplaatst worden en haar prins ontmoeten. Maar dat vertelt ze Agatha niet.


We leren Sophie kennen als een leeghoofdig meisje. Mooi inderdaad, maar egoïstisch en verwend. Voor de lezer is heel duidelijk waarom zij in de toren van Nimmer beland is. Net zoals we snappen dat Agatha, hoe lelijk ze ook is, juist bij de Immers zit. Zij is van nature behulpzaam, slim en rechtvaardig. Natuurlijk is hun omgeving er ook van overtuigd dat ze verkeerd zitten. Het levert diverse situaties op waarin allebei de kinderen het moeilijk krijgen. De opdrachten die ze krijgen, de beproevingen en natuurlijk het Bal! Nu is dat Bal alleen voor de Immers, en Sophie moet en zal er heen. Want daar is Tedros, de knappe jongeman, van wie ze overtuigd is dat hij haar prins is.
Dat denkt Tedros ook trouwens.


Hebben ze gelijk? Zitten ze in de verkeerde toren?


Op zich is de afloop wel voorspelbaar, alleen de weg er naar toe niet. Er gebeurt heel veel, spanndende, magische dingen. Romantisch ook natuurlijk, suikerzoet zelfs, maar – gelukkig? – zijn er ook hele akelige, griezelige scenes.


Er valt een heleboel te beleven in dit eerste deel. Dat begint al met de tekening die je ziet voor het verhaal begint: de school van Goed en Kwaad wordt afgebeeld, waarbij de Toren van het Goede erg lieflijk en sierlijk is, terwijl de andere toren er eng en wanstaltig uitziet. Daar is ook Het Blauwe Bos afgebeeld en de HalverwegeBrug, die natuurlijk ook een rol spelen in het verhaal. Alle elementen zijn stereotiep: wolven en padden horen aan bij Kwaad, terwijl elfjes en mooie vogels bij Goed horen.
Maar in de loop van het verhaal veranderen deze nuances: de wereld is niet zwart-wit…


Het is een fantasyserie, die ook verfilmd is voor Netflix.


Soman Chainani (Miami) is schrijver en filmmaker. De serie School van Goed en Kwaad was zijn debuut, al in 2013. De serie is volop vertaald, meer dan 30 talen! Het aantal boeken dat verkocht is loopt in de miljoenen.


ISBN 9789402710786 | paperback | 432 pagina's | Uitgeverij Harper Collins| juli 2022
Vertaald uit het Engels door Karin de Haas | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 12 september 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Museumnacht
Chinouk Thijssen

Een groep jongeren. Vrienden. Ze kennen elkaar al jaren met uitzondering van Tabitha, die de nieuwste vriendin is van Malik. De andere meiden zijn behalve Alex haar maatjes Ziggy en Marlie. De overige jongens Keano, Lucas en Ashton.
Acht jongeren die elkaar goed denken te kennen, maar de lezer ontdekt al snel dat ze niet altijd even eerlijk en oprecht tegen elkaar zijn. En dat gaat hen opbreken als ze besluiten om als groep in te gaan op de uitdaging van bekende you-tubers. Justin en Josh, een tweeling, doen een oproep op Insta.


‘Wij hebben iets heel speciaals bedacht. Een soort ode aan de museumkiller. Het is bekend dat het Instamuseum sinds die nacht dicht is, en iedereen die er wel eens langs is gelopen, heeft gezien dat het vervallen is. Het schijnt binnen niet eens schoongemaakt te zijn. Alles is nog zoals het ooit was.’


Waar hebben ze het over?
Tijdens de museumnacht in Amsterdam is een groepje van 8 jongeren vermoord in het Instamuseum. De dader, een jongen van 20 jaar, werd doorgeschoten door de politie. Of… waart hij nog rond in dat museum? Het spookt er, zegt men. Er wordt door de tweeling een enorme beloning uitgeloofd voor een groepje vrienden dat de volgende dag om acht uur in zijn geheel uit het museum komt.
De vrienden geven zich op en worden gekozen. Na een enge rondleiding door de tweeling gaat de toegangsdeur dicht, en daar zitten ze dan. Ze hebben een spelletje gekregen om de nacht door te komen. Er liggen slaapzakken en Marlie heeft allerlei lekkers meegenomen. Dat moet lukken toch?


Steeds vanuit een ander vertelperspectief – Ziggy, Marlie, Lucas of Ashton - wordt vervolgens verteld over een enorm spannende nacht. Boven de hoofdstukken staat behalve wie de verteller is ook de tijd vermeld. Het spel ‘truth or dead’ brengt meteen al onderliggende spanningen naar boven. Ieder van hen wordt geconfronteerd met juist die dingen die ze verborgen wilden houden. Maar: hoe kan degene die jacht op hen maakt daar van op de hoogte zijn?


Dit boek is een zogenaamde slasher: in een dergelijk verhaal gaat het meestal om een seriemoordenaar, die zijn slachtoffers stalkt en op gruwelijke wijze vermoordt. Die moordenaar kan een psychotisch persoon (soms gemaskerd, meestal onbekend) zijn of een bovennatuurlijk wezen. De slachtoffers van de moordenaar zijn doorgaans tieners en adolescenten.
Slasherfilms zijn populair Scream, Saw, A nightmare on Elm Street.
En nu een slasherboek van Nederlandse bodem, dat absoluut bij jongeren die van slashers houden goed zal vallen.


Als je er bij stil staat weet je wel dat het allemaal niet kan kloppen, maar het verhaal is zo spannend, zo goed geschreven dat je daar helemaal niet bij stil wil staan. Je leest door. En je moet van goede huize komen als de rillingen niet over je lijf lopen!
Is er behalve zij met z’n achten nog iemand aanwezig? Waarom doen hun telefoons het niet? En al die geluiden, wat betekent dat?
Naast het enge plot -  is er ook het verhaal over de jongeren en de onderlinge verhoudingen.
Eh, een verfilming van dit boek? Durven we dat te zien?


Chinouk Thijssen (1983) is de auteur van Fataal spel en de Truth or Dance-trilogie. Naast het schrijven van youngadultthrillers werkt Chinouk als freelance corrector en geeft ze lezingen op school. De optie op de filmrechten van Fataal spel is inmiddels verkocht, Truth or Dance stond op de shortlist voor Young Adult-boek van het jaar en Break a Leg won Beste Young Adult Nederlandstalig.

ISBN 9789044846614 | hardcover | 195 pagina's | Uitgeverij Clavis| juli 2022

© Marjo, 12 augustus 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

De verwoestingen van Devil’s Acre
Deel 6: De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine
Ransom Riggs


'Maar geef alsjeblieft niet toe aan de angst. Ik zal jullie intelligentie niet beledigen door te zeggen dat dit gemakkelijk wordt, maar voor goede dingen moet je vechten. We leven al een eeuw met de dreigende schaduw van schepsels en hun hulsels om ons heen, en het zal jullie niet verbazen dat we zulk kwaad niet op enkele weken kunnen afschudden, of met slechts enkele kleine acties. Onze overwinning in Gravehill, hoe wreed ook, verliep misschien iets te netjes. De finale beproeving moet nog komen, een strijd waarvan de omvang nog niet kennen.’


De Bijzondere Kinderen, dat zijn kinderen die een speciale eigenschap hebben, of iets bijzonders kunnen. Ze zien er soms hetzelfde uit als andere kinderen, maar vaak ook niet. Dus zouden deze kinderen vanwege wie ze zijn buiten de boot vallen in de normale maatschappij, in het ergste geval zelfs opgesloten worden.


Mevrouw Peregrine, degene die bovenstaande woorden spreekt tot de Bzijonderen, is zelf ook bijzonder, want zij kan zichzelf veranderen in een enorme vogel. Zij is een van de ymbrynes, dat zijn de leiders, hoeders van de Bijzondere Kinderen. Zij zijn is staat ‘lussen’ te maken, waarmee een soort parallelle tijd, die bestaat naast het heden, bereikt wordt. Eenmaal door zo’n lus gestapt, zijn de Bijzondere Kinderen veilig. Dat was tenminste de bedoeling...Maar mevrouw Peregrine heeft twee broers, waarvan er eentje nogal kwaadaardig is. Die Caul is er op uit de wereld van de Bijzonderen naar eigen hand te zetten en met hen de normale maatschappij ook te overheersen. Hij heeft helpers gecreëerd: schepsels en hulsels.


Hij mag niet winnen natuurlijk, en dus zijn Jacob Portman, de ik-verteller, en zijn vrienden druk bezig hem te bestrijden. In het begin van dit laatste deel bevinden Jacob en zijn toch wel speciale vriendin Noor zich in het huis van opa Portman, daar waar alles begon. Ze zouden er uitgenodigd zijn door een van de ymbrynes, maar het bleek een hinderlaag. Nu moeten ze zien te ontsnappen aan Caul.
Er is een profetie, die zegt dat de Zeven Bijzonderen van wie de komst is voorspeld een einde zullen maken aan de strijd door de deur te sluiten. Maar wat het precies betekent weten ze niet.


‘Wordt de deur door zeven gedicht, dan wordt ook al ons leed verlicht.’


Wel weten ze dat Noor een van die zeven is. Nu moeten ze op zoek naar de andere zes.
Intussen groeit Caul snel, letterlijk en figuurlijk. Hij heeft de bibliotheek der Zielen tot zijn beschikking en gedijt goed op al die arme zielen. De ene na de andere lus weet hij te vernietigen, de Bijzonderen worden teruggedrongen tot Devil’s Acre, dat ook onder vuur ligt. Maar Jacob en Noor moeten er op uit om de andere ‘sleutels’ te vinden. Daarvoor moeten ze de verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog doorstaan.
En dan wacht hen een verrassing. En een nog machtigere tegenstander.


Lees vooral eerst de eerdere delen, voor je begint aan het laatste deel van een spannende strijd van het goede tegen het kwade. Je kunt wel voorspellen wat het einde zal zijn, maar absoluut niet de manier waarop. Ransom Riggs is een meesterlijk verteller dus ook door deze laatste vijfhonderd pagina’s word je moeiteloos meegesleept, tot de apotheose. Er is veel actie natuurlijk, met veel rondslingerende ledematen - maar die zijn vooral van die hulsels, dus...
En natuurlijk staan er ook hier foto’s tussen de hoofdstukken. Riggs claimt dat die foto’s echt zijn, en dat is dus wel heel bijzonder! Ze hebben alle delen opgesierd, en het is een hele indrukwekkende serie geworden!


Ransom Riggs (Florida) studeerde Engels aan het Kenyon College en film aan de University of Southern California. Na zijn debuut: ‘Sherlock Holmes Handbook’ begon hij met het schrijven van zijn bekendste werk: Miss Peregrine’s Home for Peculiar Children (De bijzondere kinderen van mevrouw Peregrine in het Nederlands). Deze serie ontstond door Riggs voorliefde voor vintage fotografie en bizarre verhalen. Riggs maakt tegenwoordig graag korte films, verzamelt allerlei foto’s en schrijft uiteraard.


ISBN 9789044844672 | hardcover | 552 pagina’s | Uitgeverij Clavis | april 2022
Vertaling uit het Engels door Tine Poesen | Leeftijd vanaf 15 jaar

© Marjo, 21 juni 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Identiteit
Meke Levenga


‘Het eerste wat mij opvalt als de deuren van de bus van lijn 301 opengaan, is dat de buschauffeur niet lang meer te leven heeft. Het getal 4545, dat boven zijn hoofd hangt, vertelt me dat hij vijfenveertig is en dat hij ook op die leeftijd zal overlijden. Wanneer precies weet ik niet, maar hopelijk niet te snel.’


De eerste alinea van het boek vertelt ons meteen dat de hoofdfiguur bijzonder is. De gave die hij heeft, kunnen zien hoe oud iemand is en op welke leeftijd hij of zij zal overlijden, brengt hem geregeld in moeilijkheden. Hij wist tot zijn achtste niet beter of iedereen zag die getallen. Toen hij ontdekte dat het niet zo was, stopte hij zijn gave ver weg. Zijn ouders en broer wisten het, maar die hebben het nooit echt geloofd. Ze negeerden tenminste zijn waarschuwing op die ene fatale dag waarop zijn broer om het leven kwam en waarbij zijn moeder ernstig gehandicapt raakte. Sindsdien is zijn vader niet te genieten, hij negeert zijn zoon en zijn vrouw, voor wie hij een verzorgster in huis heeft geregeld.
Natuurlijk ziet Roman het getal nog steeds. Behalve bij zichzelf.


Roman zoekt zijn ontspanning in het freerunnen, in zijn eentje in het bos. Nogal een riskante sport, maar het helpt hem alle ellende te vergeten. Want zorgen heeft hij absoluut. Thuis een nare sfeer, zijn moeder onaanspreekbaar, op school een buitenbeentje. Hij is pas begonnen op een nieuwe school, nadat hij bij een vorige geschorst is, omdat hij betrokken was geraakt bij een vechtpartij die voor de ander niet zo best afliep. Maar: de broer van het slachtoffer, eveneens geschorst, zit nu op dezelfde school als hij! En die is vast van plan zijn broer te wreken.
De problemen vliegen hem opnieuw om de oren. Gelukkig is er Maggie, een klasgenootje, met wie hij vriendschap sluit. Maar haar getal is niet gunstig.
Kan hij haar leven verlengen? Kan hij überhaupt in bepaalde gevallen voorkomen dat mensen sterven?


Identiteit is een debuut. Dat had meteen een schot in de roos kunnen zijn, maar het verhaal is wat onevenwichtig en rammelt hier en daar. Het onevenwichtige zit ‘m in de loop van het verhaal. Aanvankelijk is er helemaal geen sprake van een thriller zoals het boek wel genoemd wordt. De vader is wel politieman en werkt aan een moordzaak, maar veel meer dan dat is het niet: geen slachtofferverhalen, geen verdachten. Alleen een vader die steeds meer met zijn werk bezig is. Op een eigenaardige manier: hij werkt meer en meer thuis, sluit zich zelfs op in de kelder. Moet een politieman niet op sporenjacht of overleggen met collega’s?
Aanvankelijk is er sprake van een seriemoordenaar die het voorzien heeft op een moeder en een dochter. Zomaar ineens blijkt dit patroon te veranderen, niet zo geloofwaardig.


Het gegeven van dat getallen is zeker een interessant gegeven, hoewel niet origineel, maar de uitwerking rammelt een beetje.
Een eerste aanwijzing naar de dader lijkt achteraf even in het verhaal geplaatst te zijn, omdat die dader anders te veel uit de lucht zou komen vallen?
En dat twee scholieren zonder meer op bezoek kunnen gaan in de gevangenis lijkt ook onwaarschijnlijk.
Maar zoals gezegd: het is een eersteling, en er zit zeker potentie in. De spanningsboog zit er goed in, en het gevoelsleven van de hoofdpersonen is ook uitstekend beschreven. De dialogen, vaak een valkuil, kloppen ook.
Dus op naar een tweede boek!


Meke Levenga (Groningen) studeert Arts, Culture and Media, vast van plan redacteur te worden. Identiteit is haar debuut.

ISBN 9789044843675 | Hardcover | 302 pagina’s | Uitgeverij Clavis | april 2022©

Marjo, 15 juni 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Enkeltje Mars
Herman van Campenhout en Wouter Polspoel

‘Wat maakt het in deze tijd uit wat die ouwe zakken hadden uitgericht, hoeveel veldslagen ze gewonnen of verloren hadden en hoeveel mensen ze de dood ingejaagd hadden? Was het niet beter de dingen die geschied waren te vervangen door gebeurtenissen die nog moesten komen? Hoe de technologie ons leven zal vergemakkelijken, bijvoorbeeld, of hoe we op de maan, op Mars en op Venus nieuwe kolonies zullen stichten en zo het heelal gaan veroveren.’

Als je leerlingen er zo over denken dan heb je het zwaar als lerares geschiedenis en PAV (Project Algemene Vakken, waaronder Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde en biologie).
Lucie Spiegels heeft dan ook al een hele tijd het idee dat het haar leerlingen allemaal niet interesseert. Een collega tegen wie ze dit vertelt vist een krantenartikel uit zijn zak.
Een advertentie: Elon Musk ( een enorm rijke Zuid-Afrikaans-Canadees-Amerikaans ondernemer,  oprichter van SpaceX en medebedenker en -oprichter van Zip2) zoekt mensen om te verhuizen naar de planeet Mars en er een nieuw leven op te bouwen.

Het spreekt Lucie meteen aan. Ze is vrijgezel, er is alleen haar vader die aan zijn laatste levensdagen bezig is. Bij de informatieavond wordt duidelijk dat ze nog niet onmiddellijk naar Mars zal gaan, eerst is er een trainingskamp in de Ardennen. Dan zou ze altijd nog terug kunnen krabbelen. En ze moet eerst nog geselecteerd worden. Maar als die hindernis genomen is vertrekt ze naar de Ardennen.

Al voor die selectieprocedure begint, zijn er twijfels bij Lucie: Echt? Elon Musk die in België kandidaten zoekt? En de testen zijn wel erg eenvoudig. En eenmaal op het kamp gebeuren er meer dingen waardoor ze zich af vraagt waar ze eigenlijk mee bezig zijn. Maar och, het is vakantietijd, en ze heeft haar baan nog niet opgezegd…

Wat een bevreemdend verhaal is – in het begin denk je als lezer: merkt Lucie nu echt niet hoe vreemd dit allemaal is? – wordt al gauw een spannend avontuur. Het is sciencefictionachtig, maar snijdt ook een zeer actueel maatschappelijk onderwerp aan. En voor Lucie is het een opstap naar een toekomst die wat meer bevrediging zal geven. Diverse thema’s dus, waardoor het interessant blijft.

De schrijvers zijn een Vlaams duo, dus verbaas je niet over de Vlaamse woorden en zinsopbouw.
De hoofdfiguur is een volwassen vrouw. Dat schept afstand tot de lezer. Het boek is namelijk voor een jongere doelgroep geschreven. Was het misschien beter geweest om dat personage aansprekender te maken door voor een wat oudere tiener te kiezen?
Maar ook al is de insteek is niet zo realistisch en bepaalde dingen die gebeuren ook niet, dat maakt het niet minder prettig om te lezen! Geheimzinnigheid, en een actueel thema, dat spreekt wel aan.

Schrijversduo Wouter Polspoel (1988) en Herman Van Campenhout (1943) schreef eerder al Youra en het XXste konvooi , de mollen van Petit Bois en Muurziek.
Beide schrijvers wonen in Mechelen.

ISBN 9789083202853| paperback | 164 pagina's | Uitgeverij Phoenix Books| februari 2022
Leeftijd 15+

© Marjo, 8 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER