Sabine Wassenberg

https://www.facebook.com/sabinewassenberg

 

Mijn ego en ik
Een jonge filosofe op zoek naar antwoorden
Sabine Wassenberg


Sabine Wassenberg was vijftien jaar en ze dacht, als echte puber zijnde, diep na over het leven en zichzelf. Ze weet nog dat ze in de spiegel keek en zich ineens realiseerde;  Ik ben een ik. Ik ben een iemand.
Meestal ebt later die verwondering weer weg maar bij de schrijfster bleven de vragen knagen. Wat is een 'zelf', wat bedoelde ze met 'ik'?


"In plaats van het eeuwige naar buiten kijken, had mijn geest zich naar binnen gekeerd en zich afgevraagd wie daar eigenlijk woonde. Wie denkt daar? Wie is dat waar ik naar zit te kijken? Wat ís een ik?"


Achteraf blijkt dit het begin van haar zoektocht.
Door al haar vragen besluit ze later filosofie te gaan studeren maar daar vindt ze het antwoord niet. De vraag blijft bestaan, ergens in haar moest toch een 'zelf' zitten? Iets in haar dacht, was dat nou wat ze bedoelden met 'de ziel'?


Ook 'bewust zijn' speelt door haar hoofd. Wanneer ben je je bewust van iets? Ze leest dat volgens Antonio Damasio het bewustzijn een mengeling is tussen 'Ik voel dus ik ben' en 'Ik voel dus ik ben'. Zonder bewustzijn is er geen ik-idee. Maar wat bén ik dan? vraag Sabine zich af. De vraag is nog steeds niet beantwoord.
Sabine studeert uiteindelijk af in de filosofie maar de vragen blijven door haar hoofd spoken. Ze is inmiddels vijfentwintig en besluit naar de landen waar het boeddhisme vandaan komt te reizen. Eerst Thailand, dan Tibet en ten slotte India. Zonder plan vertrekt ze...


Tot nu toe maakte ze me erg nieuwsgierig naar haar zoektocht, wat zou ze ontdekken? Krijgt ze antwoord op haar vragen of is er geen antwoord op.  Maar eenmaal op reis begint het verhaal een kant op te gaan die me verbaast. Je verwacht een spirituele tocht maar eigenlijk krijg je min of meer een beschrijving van haar omgeving. Monniken en nonnen in oude kleding, een vervallen badkamertje met fonteintje, meditatie oefeningen. Maar eigenlijk vertelt ze meer over wat ze allemaal ziet dan wat ze ervaart.  Ze mag mee met de Grote Meester die een bezoek aan het klooster bracht, maar veel meer dan een reizigersverhaal wordt het niet helaas. Soms verbaast ze me met zelfs met haar botheid. Ze is verontwaardigd dat mensen offers neerleggen bij de grote gouden Boeddhabeelden...


"Alsof de Boeddha daar blij mee is, denk ik verontwaardigd. Alsof er überhaupt iemand blij is als je iets offert bij een standbeeld! Boeddha is toch geen God? Ik bedwing de neiging om de lokale boeddhisten uit te leggen hoe hun eigen geloof werkt."


Na zulke respectloze kortzichtigheid, van een filosofe nota bene, had ik gelijk de neiging af te haken. En zo komen er in het boek veel meer momenten voor waarbij ik me afvraag hoe het mogelijk is dat iemand zo  bot kan zijn.
Bijvoorbeeld, mensen die tijdens een meditatie beelden zien en puur geluk ervaren hebben volgens haar hallucinaties.  Hoe kort door de bocht kun je zijn. Het is duidelijk dat ze zich niet echt verdiept heeft in de Oosterse manieren van denken, wat die manier van denken vertegenwoordigt een vaak jarenlange oefening en training voor je überhaupt die staat van zijn kan bereiken en veelal de dingen juist helder als glas ziet, hoe ze wérkelijk zijn. Dat is niet iets wat je even leuk in een weekendje voor elkaar krijgt.


Helaas na bijna negen maanden in Azië rondgereisd te hebben heeft ze niets gevonden wat haar verder helpt. Hoe bestaat het denk je dan. Waar ben je geweest? Had maar wel een plan gemaakt dat was je vol met ervaringen en wijze lessen thuisgekomen. Sta je eigenlijk wel open voor wat je daar allemaal geboden wordt? Maar... vlak voor haar vertrek naar huis ontmoet ze Henry Vyner een psychiater aan de universiteit van Berkeley.


"Wat doet deze doctor dan in the middle of nowhere in India? vraag ik. Hij is bezig met een onderzoek naar wat meditatie precies doet in de geest. You must be joking, denk ik. Precies datgene wat ik wil weten! Waar ik naar op zoek ben. Eindelijk kan ze praten over bewust zijn. Volgens Vyner is 'a healthy mind an ego-less mind.'"


Ze geeft ons het lange gesprek weer dat ze met hem voerde.
Eigenlijk is de ontmoeting met de Amerikaan Vyner het enige goede, voor haar geldende resultaat van de reis. Het bizarre is dat het gesprek met hem niets nieuws brengt. Ik vraag me af wat Sabine in hemelsnaam gelezen heeft over het boeddhisme want wat Vyner vertelde is overal te lezen.
Bovendien blijft het toch een westerse benadering, niet oosters, wat de man haar te vertellen heeft. Alsof ze eigenlijk niet open staat voor de oosterse denkwijze.

Daarna bezoekt ze een de wiskundige Henk Barendrecht die beweert dat mensen bang zijn voor de leegte die je met diepe meditatie kunt bereiken. De leegte waar je de godganse dag voor aan het weglopen bent. Maar dat die leegte juist vervulling brengt.
Het is een soort interview wat ze met hem heeft, ze stelt vragen en herhaalt zijn antwoorden om te verifiëren of ze het goed begrepen heeft.
Ook volgt een zelfde soort bezoek aan een neuroloog in Amerika professor James Austin die het boek Zen and the Brain schreef. Het is interessant wat de man te vertellen heeft maar ook hier krijg ik het gevoel dat ik iets lees wat iemand afstandelijk opdreunt, alsof de schrijfster het gauw moest opschrijven om het goed te kunnen onthouden en correct weer te geven.

Wat mij persoonlijk altijd zo opvalt als hèt grote verschil tussen westers en oosterse 'filosofie' is dat westerse filosofie het rationele vertegenwoordigt. De oosterse filosofie daarentegen is veel meer op het gevoel en het innerlijk gericht, vanuit het innerlijk werkend.
- In het Taoïsme wordt bijvoorbeeld gezegd dat zo gauw je Tao, Tao noemt dan is het al geen Tao meer omdat het eigenlijk onbenoembaar is. -

Het lijkt door het hele boek heen dat Sabine die rationele kant niet los kan of wil laten. Alles moet beredeneerd worden, terwijl  juist het ondergaan en ervaren bij het boeddhisme hoort. James Austin stelt haar voor aanvang van het gesprek ook de terechte vraag of zij wel mediteerde, omdat het anders een vrij onmogelijk gesprek zou worden. Die vraag had ik mij ook al gesteld, wist de schrijfster wel iets af van de oosterse denkwijzen en toepassingen? Vast wel anders was ze niet aan de reis begonnen. Maar waarom dan die botte kortzichtigheid en bijna starre houding alsof bijvoorbeeld dat mediteren nu eenmaal moest maar niet veel bracht behalve pijnlijke rug en stijve spieren.
Maar dat is mijn mening, in Trouw staat een erg lovende vijf sterren recensie over dit boek. 


Het frappante is dat de meest aansprekende gedeeltes juist die hoofdstukken zijn waarin Sabine eindelijk de oosterse gebruiken of rituelen toepast. Zoals de ademhalingsoefening met grote vriend en studiegenoot Xander, waardoor ze compleet door het helende effect verrast wordt en vertelt hoe ze zich voelt en wat voor uitwerking die oefening heeft. Juist dat persoonlijke ervaren geeft het boek kracht, niet de lesjes die ze voorgeschoteld krijgt van de drie mannen.
Ook het eind van het boek is interessant, daarin vertelt ze in dagboekvorm over haar vispassana-retraite. Tien dagen lang niet praten, geen muziek, geen films, geen gesprekken, geen eten na de middag, geen laptop. Alleen urenlang mediteren...
In die hoofdstukken lezen we iets nieuws, iets unieks, iets wat alleen Sabine Wassenberg kan ervaren omdat zij Sabine Wassenberg is. En dat wat zij zélf ervaart en daarover weergeeft is bijzonder en erg interessant om te lezen...


ISBN 9789400505131 Paperback 208 pagina's Uitgeverij Lev januari 2015

© Dettie, 27 maart 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER