Non-fictie

Bronja Prazdny

Interview met Bronja Pradzny in het programma Nooit meer slapen (VPRO)

 

Verloren taal
een zoektocht naar mijn familie
Bronja Prazdny


De beginscène van dit boek zie je meteen voor je; een moeder en een dochter sluipen zonder iemand te groeten het huis van hun overleden vader en opa binnen en verdwijnen geruisloos de trap op naar boven, terwijl, ik citeer, “in de woonkamer een wilde horde Hongaren, de in hun ogen wáre erfgenamen, op zoek zijn naar spullen, dingen van waarde”. Moeder en dochter zijn op zoek naar wat anders, niet naar spullen maar naar aandenkens, naar foto’s vooral, want die zijn schaars in hun familie die een geschiedenis heeft van vluchten, oorlogen, vernietigingskampen en emigraties.


De verteller van dit verhaal is Bronja Prazdny, haar ouders zijn beide uit Tsjecho-Slowakije gevlucht, haar grootouders hebben Tsjechische, Hongaarse, en Oostenrijkse wortels en hebben zowel het naziregime als het communisme meegemaakt. In dit boek gaat Bronja op zoek naar haar familiegeschiedenis; in Israël waar haar Joodse wortels liggen, in Amerika waar haar vader de laatste jaren van zijn leven leefde en in de Tsjechische archieven van de geheime dienst, om meer te weten te komen over hun heftige  familiegeschiedenis.


In hoeverre laat dat sporen na in een familie, als je zo vaak moet vluchten en als je in wantrouwen tegenover iedereen bent opgegroeid en in hoeverre heeft deze geschiedenis invloed gehad op Bronja, die zich altijd een buitenstaander heeft gevoeld en die altijd geworsteld heeft met haar identiteit. Ze is Joods maar weet weinig van het Jodendom, ze is de eerste drie jaar van haar leven opgevoed in het Tsjechisch, maar ze is die taal vergeten en verstaat en spreekt hem niet meer. Ze voelt zich zowel in Nederland als in Tsjechië ontheemd.  Het is het  ‘net niet’- gevoel. Geen echte Jood. Geen echte Tsjechische. Geen echte Nederlander.


Hoewel er  in dit boek hard gezocht wordt naar sporen van overleden familieleden, en er confronterende feiten boven tafel komen, is dit daarom voor mij toch vooral een boek over verloren taal en identiteit. Vooral in Tsjechië, op zoek naar meer duidelijkheid over de geschiedenis van haar opa, voelt Bronja zich diep en diep ongelukkig omdat ze haar moedertaal niet meer verstaat.


“Ik ben jaloers op mijn mama, die de taal wel spreekt en als vanzelf contact maakt met wie ze wil. [...]
Met het verliezen van die taal verloor ik de laatste link met mijn familie en vaderland. Het land van mijn ouders. Het land wat zij ontvluchtten, in het klein na speelden in ons huis aan de Bilitonstraat in Groningen, en na hun scheiding voor mij in rook lieten opgaan. Ik heb even geen idee waar ik thuis hoor.”


Terug in Nederland gaat ze hiervoor zelfs in therapie en ondergaat sessies onder hypnose. Maar het brengt haar moedertaal niet terug. Wel komt ze tot de ontdekking dat haar weigering toen ze drie was om nog langer in het Tsjechisch te communiceren, precies samenvalt met de scheiding van haar ouders.

“Het was de reactie van een driejarige op de traumatisch ervaren scheiding van haar ouders, het zijn de letters van een driejarige die zijn verbannen in haar lijfje. Zij (ik) heeft ze daarheen verbannen toen haar familie uiteen viel en er in haar ogen geen plaats meer was voor de taal die ze onlosmakelijk verbond met de heilige drie-eenheid papa-mama-kindje”


Die ontdekking geeft haar haar taal  niet terug, maar de zoektocht ernaar heeft haar uiteindelijk wel dichter bij haar moeder, met wie ze veel reizen ondernam, bij  haar vader, wiens dood ze in dit boek onderzoekt, bij haar grootouders, wiens verleden ze doorzocht heeft, én dichter bij zichzelf gebracht.


Het boek vraagt nogal wat van de lezer, vooral in het begin, al die familieleden en geschiedenissen, al die landen en archieven die bezocht worden en al die verhalen, van twee kanten van de familie die niet altijd chronologische verteld worden. Maar al lezend reis je ook letterlijk mee door een stuk van de Europese geschiedenis en begrijp je dat die geschiedenis nog steeds zijn sporen nalaat, ook op de derde generatie.
Het meest aangrijpend in het boek, zijn toch  de stukken over de verloren taal en identiteit. Het deed me verwonderd beseffen dat dat zó ingrijpend kan zijn en kan voelen als een verlies waarover gerouwd moet worden.


Het is wel  een beetje veel allemaal, soms zit dat elkaar in de weg, maar toch is het een boek geworden wat het lezen waar is, zeker in het Nederland van nu, waarin zoveel mensen leven met geschiedenis van vluchten en migratie en met een verloren moedertaal.


ISBN 978 90 468 19944 | paperback | 287 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | januari 2016

© Willeke, 26 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER