Non-fictie

David Baneke

http://members.casema.nl/davidbaneke

 

De ontdekkers van de hemel
De Nederlandse sterrenkunde in de twintigste eeuw
David Baneke


Van een boek dat aangekondigd wordt als een onderzoek op de vraag waarom Nederland al een eeuw lang een grootmacht is, verwacht je een saai verhaal over politieke en organisatorische structuren. Dat was althans wat ik verwachtte, maar gelukkig had ik het bij het verkeerde eind, want dit boek is verre van saai.


Uiteraard komen die structuren aan bod, maar vooral laat David Baneke zien hoe bijzonder het is dat de Nederlandse sterrenkunde uitgroeide tot een 'nutteloze' wetenschap (Baneke's eigen woordgebruik) van wereldniveau. Stond astronomie aanvankelijk vooral in dienst van disciplines als navigatie en tijdsmeting, uiteindelijk zou het uitgroeien tot een op zichzelf staande wetenschap zonder enig nut, iets waar zelfs grote Nederlandse astronomen als Nijland, De Sitter en Hertzsprung het over eens waren.


Natuurlijk is astronomie niet geheel nutteloos. Rond 1925 werden mede dankzij de sterrenkunde processen als kernfusie en kernsplitsing begrepen. Als energiebron bijzonder nuttig, als wapen discutabel. Ook het redelijk recente LOFAR project (een 'telescoop' voor het bestuderen van laagfrequente radiosignalen van tussen de 10 en 250MHz) dat officieel geopend werd in 2011, werd gepresenteerd met een nuttige kant. Het systeem zou met extra sensoren van nut kunnen zijn voor bodem- en klimaatonderzoek, o.a. van belang voor precisielandbouw.


Nu was dit nut vooral een manier om de benodigde 52 miljoen aan startkapitaal te verkrijgen, want astronomisch onderzoek is de laatste decennia Big Science geworden. In de negentiende eeuw waren er nog rijke particulieren die met hun instrumentarium niet voor de gemiddelde sterrenwacht onderdeden. Rond 1951 was er reeds een half miljoen gulden nodig voor een 25-metertelescoop. Baneke laat zien dat toen al, in een tijd waarin het na-oorlogse Nederland het zo moeilijk had, in astronomische kringen verbaasd gereageerd werd op de toewijzing van dit soort bedragen. Hij onderbouwt dit onder andere met een fraaie quote van astronoom Jan Oort. Deze verbaast zich, maar tegelijkertijd ziet hij "...er in 't geheel geen bezwaar tegen."


Dit soort quotes typeert ook meteen de wijze waarop het boek geschreven is. Het is wetenschappelijk, maar vlot geschreven en met ruimte voor een knipoog, waarbij vooral Oort een dankbaar personage is. Zo voerde Oort, naar voorbeeld van Minnaert, de gezamenlijke koffiepauze in, zodat hij in ieder geval de hele staf bij elkaar had. Hij kon ze dan vragen, zoals Baneke verwoordt, “... naar hun vorderingen en deed suggesties voor verder onderzoek. Meer dan een suggestie was zelden nodig: 'nee' zeggen tegen Oort was simpelweg geen optie.” Wellicht nog opmerkelijker is het feit dat hij de telescoop van Frederik Kaiser voor een pingpongtafel verving.


Niet dat dit nu de sterke kant van dit boek moet zijn. Nee, dat is vooral de algehele chronologische opbouw waarbinnen Baneke zijn hoofdonderwerpen presenteert. Hoewel het boek over de twintigste-eeuwse astronomie gaat, begint het boek daar waar het behoort te beginnen: in de zeventiende eeuw met onder andere de oprichting van de Leidse universiteit in 1633 en de uitvinding van de telescoop door de Middelburgse lenzenslijper Hans Lipperhey. Vervolgens worden we in circa 70 bladzijden meegenomen naar de twintigste eeuw, zonder de tussenliggende periode geweld aan te doen.


Het boek gaat verder met de ontwikkelingen die de Nederlandse astronomie groot gemaakt hebben. Het gaat daarbij soms om toeval (de juiste personen op de juiste plaats op het juiste moment), maar vooral om het pakken van kansen in deze internationale discipline. Uiteraard komt ook de periode van de Tweede Wereldoorlog aan bod, waarbij het mij vooral opviel hoe goed, en dat klinkt wellicht wat vreemd, die voor de astronomie in Nederland heeft uitgepakt.


Na de oorlog komen we in de periode van Big Science (en Big Data!) terecht, waarbij de projecten dermate groot worden dat ze niet meer door een enkel land, laat staan een enkele universiteit, gedragen kunnen worden. Desondanks blijft Nederland hier, tot op heden, een grote rol in spelen.


Tot slot toch een kritische noot: het is geschreven in het Nederlands, hoe mooi zou het niet zijn als een Engelstalige editie van Baneke's werk over de grenzen net zo'n indruk zou achter laten als de Nederlandse astronomie zelf? Verder schrijft Baneke op bladzijde 279 het zelf al: “Meer nog dan in vorige hoofdstukken zullen veel belangrijke personen en ontdekkingen ongenoemd blijven. Er gebeurde simpelweg te veel.” Mogen we hierin een vervolg op dit werk proeven? Ik zou het zeker waarderen, want dit 'eerste deel' heb ik met veel plezier gelezen!


ISBN 9789035136885 | Paperback | 383 pagina's | Prometheus · Bert Bakker | 2015

© Nicolàs, 19 juni 2015

Lees de reacties op het forum e/of reageer, klik HIER