Non-fictie

Edoardo Nesi

Velours uit Prato
De geschiedenis van een Italiaanse textielfamilie
Edoardo Nesi


De Italiaanse titel van het boek is Storia della mia gente, het verhaal van mijn mensen, en dat geeft veel beter de strekking van het boek weer dan de Nederlandse titel.
In veertien verhalen vertelt Edoardo Nesi over zijn werk maar vooral over zijn visie op de economie, de mensen en de gang van zaken in Italië. Als je het boek leest hoor je bijna het radde Italiaans. Nesi schrijft in zeer lange zinnen, en wijkt in die zin, middels tussenzinnen, soms van zijn onderwerp af, wat het lezen niet altijd even makkelijk maakt. Als rode draad doorheen het boek loopt de opkomst en ondergang van Wolfabriek T.O. Nesi & Zonen, dat in de jaren twintig door zijn opa is opgericht. Maar Edoardo betreedt nogal eens zijpaden en kan uitvoerig uitweiden over literatuur of over zijn oogappel, dochter Angelica, met wie hij de liefde voor muziek deelt.


Er is een licht chronologische volgorde te constateren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog wordt het bedrijf vernietigd door de Duitsers. Na het heropbouw zijn het cynisch genoeg de Duitsers die de grootste afnemers zijn. Edoardo Nesi treedt na enkele omzwervingen en kleine poging tot rechtenstudie ook toe tot het familiebedrijf en moet van onderaf aan beginnen.


'Zo was ik ineens zo'n joch dat zeker honderd boeken heeft gelezen en nog nooit een uur gewerkt heeft, en begon ik net als zovele andere zonen van industriëlen het lange, traditionele, nutteloze leerlingschap in het bedrijf, dat er in theorie toe dient om je meteen het hoofd te laten buigen en kennis te laten maken met alle facetten binnen een fabriek, maar die er in de praktijk toe leidt dat je kostbare jaren verspilt doordat je in de watten wordt gelegd door de arbeiders en doordat je zonder veel inspanning minieme taken verricht waar je weinig of niets van opsteekt; ik was achtereenvolgens assistent grondstoffenafdeling, assistent-duivelaar, magazijnassistent, sales assistent. Assistent voor alles leek wel.'


Nesi verhaalt over een markante, zeer geliefde Duitse vertegenwoordiger en de bijzondere onderhandelingen die hij her en der bijwoonde waar hij aanvankelijk niets van begreep. Nesi vertelt over de verwaandheid van modeontwerpers die de mooiste, door het bedrijf ontworpen stoffen, kochten maar zelf de eer opstreken. Bovendien verkochten de modekoningen hun kleding voor tien maal de kostprijs. Verbitterd meldt Edoardo Nesi dat tijdens een overzichtstentoonstelling van kleding in Florence alleen de maker/ontwerper van de kleding werd genoemd maar niet de ontwerper van de prachtige stoffen. Hij geeft af op de politiek en de arrogantie van andere textielbaronnen.
Hij beschrijft de lege hal vol weefgetouwen en vertelt, in het ritme van hun werking, over het geluid die deze machines maakten. Je hoort ze bijna.
Ook de politie-inval in een bedrijfsloods waar na de verkoop Chinese mensen werkten, passeert de revue. Hoe deze mensen woonden in de loods en gebruik maakten van levensgevaarlijke gasflessen om te koken. Hij zag verbijsterend hun armoedige slaaphoekjes en de enorme viezigheid waarin ze leefden maar besefte tegelijkertijd dat ze het honderd keer beter hadden in de loods maar dat ze het thuis nóg erger hadden.
In het verhaal over de steeds terugkerende nachtmerrie over een ontslagen werknemer voel je ook de onmacht van Edoardo Nesi om het tij te keren.
Nu het bedrijf verkocht is, kijkt hij met weemoed terug naar de textieltijd, wat hij overigens niet verwacht had. Na de verkoop zou hij zich helemaal op het schrijven kunnen richten, dacht hij, en keek daar ook naar uit. Maar nu het zover is merkt hij dat het een, het ander in stand hield. Dankzij zijn werk bij het familiebedrijf vlotte het schrijven ook.


Het boek is niet wat ik verwacht had. Dankzij de Nederlandse ondertitel, De geschiedenis van een Italiaanse textielfamilie, verwachtte ik min of meer een roman in plaats van verhalen over de gang van zaken in Italië. De familie komt zijdelings voor, wordt wel genoemd, maar treedt in de verhalen niet op de voorgrond. Je weet wie de oprichters van de Wolfabriek waren en met welke broers Edoardo het familiebedrijf runde, maar dat is het dan ook.
Op zich is het wel een interessant boek maar de enorm lange zinnen zijn ergerlijk, vooral vanwege de tussenzinnen die flink van het onderwerp afdwalen. Ook weet ik, als niet Italiaan, af en toe niet naar welke zaak of welke man gerefereerd wordt. Nesi moppert en geeft af op de regering, op de Chinezen die in zijn ogen rommel verkopen en is om veel meer zaken boos.
Kortom, Nesi ventileert zijn woede, machteloosheid, irritaties etc. die o.a. leidde tot de ondergang van het bedrijf in dit boek. Of de lezer daarop zit te wachten is nog maar de vraag.
Toch heeft het boek de Premio Strega gewonnen, de meest prestigieuze Italiaanse literatuurprijs, dus het zal wel iets bijzonders hebben maar ik zie het niet. Ik denk dat het boek daarvoor toch te Italiaans georiënteerd is.


ISBN 9789045021461 | Paperback | 158 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | september 2012
Vertaald door Manon Smits

© Dettie, 3 januari 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER