Klaartje de Zwarte-Walvisch

https://www.joodsmonument.nl - Klaartje de Zwarte-Walvisch

 

Alles ging aan flarden
Het oorlogsdagboek van Klaartje de Zwarte-Walvisch
Inleiding: Ad van Liempt Tekstbezorging: Ariana Zwiers

Klaartje de Zwarte-Walvisch


In het voorwoord dat Ad van Liempt bij dit dagboek heeft geschreven, lezen we dat op woensdag 16 januari 2008 Yfke Nijland en Suzanne Hendriks in het Joods Historisch Museum onderzoek doen voor de televisieserie De Oorlog van de NPS. Zij worden door archiefmedewerker Peter Buijs attent gemaakt op een onbekend, anoniem dagboek dat een paar jaar daarvoor bij het museum is ingeleverd. Het blijkt een verslag te zijn dat door een joodse vrouw is geschreven gedurende de periode na haar arrestatie in 1943 in Amsterdam. Het heeft de vorm van een dagboek en wordt door de programmamakers als zeer bijzonder ervaren en er wordt daarom besloten dit dagboek veel aandacht te geven, ondanks dat onbekend is wie het heeft geschreven.


Eind september 2008 blijkt een passage uit het dagboek van 15 juni 1943 de sleutel tot de oplossing van dit mysterie, waarin de anonieme schrijfster vermeldt dat deze dag de verjaardag van haar zusje is. Onderzoekster Suzanne Hendriks start een zoektocht op de website Digitaal Monument, waar alle slachtoffers van de holocaust een vermelding hebben gekregen en vindt tien namen. Die namen worden vergeleken met de transportlijst van 2 juli ,van de trein van Vught naar Westerbork en dan blijft er slecht één naam over die de schrijfster van het dagboek kan zijn: Klaartje Walvisch, een vrouw van 32 jaar, getrouwd met Joseph de Zwarte en met een zus, genaamd Rachel, geboren op 15 juni 1916.


Het is dus heel bijzonder dat wij dit boek kunnen lezen en er met dit boek een anoniem slachtoffer van de oorlog haar verhaal kan doen. Een verhaal dat daarom heel bijzonder is, omdat het geschreven is tijdens de periode waarin de gebeurtenissen hebben plaatsgevonden en niet een reconstructie achter is. Dat wat Klaartje meemaakt in die verschrikkelijke periode heeft zij direct aan het papier toevertrouwd en dichter kan je eigenlijk niet op de geschiedenis komen. Zoals de directeur van het Joods Historisch Museum / De Hollandsche schouwburg in zijn woord vooraf vermeld is dit manuscript in het vuur van de geschiedenis geschreven. Dit is ook wat we lezen in het boek. De Volkskrant noemt het: Een indringende getuigenis van een strijdbare vrouw onderweg naar haar vernietiging.


Klaartje de Zwarte-Walvisch neemt geen blad voor haar mond als zij schrijft in haar dagboek over de dingen die zij buitengewoon goed observeert. Ze heeft oog voor details en ook, ondanks haar eigen moeilijke omstandigheden, voor de mensen om haar heen. Je leest dat ze een feilloos gevoel heeft voor de situatie waarin ze verkeert, maar ook dat het verstandig is om goed op te letten waar je je wel en niet in begeeft tijdens haar verblijf in kamp Vught. Onopvallend je weg vinden is het devies van Klaartje en je leest dat ze, net als de andere vrouwen optimistisch probeert te blijven en de moed erin te houden:

Op het ogenblik dat ik dit zit te schrijven op mijn bed, komt me vanuit de eetzaal een lawaai tegemoet. Mijn lotgenoten zijn bezig een cabaretmiddag te organiseren. De stemming is nogal opgeruimd. Het optimisme is het behoud voor ons allen en zo spreken we onszelf moed in.


Ze constateert dat de Nederlandse vrouwelijke bewakers in hun optreden sadistischer te werk gaan dan hun Duitse collega's. Daarnaast beschrijft ze ook de sadistische methodes die ten aanzien van de mannelijke bewoners van het kamp worden toegepast. In de mannenbarakken zijn in de gangen zandbakken gemaakt om eventuele branden mee te blussen. Nadat de gevangenen hun luciferhoutjes in die bakken hadden gegooid, moesten de mannen: met hun tanden deze uit de zandbak halen. Echt weer een demonstratief staaltje sadisme. Bij de mannen worden veel klappen uitgedeeld.

Klaartje schrijft ook onomwonden over het gruwelijke leed dat er is tijdens het afscheid dat geliefden van elkaar moeten nemen. De man van Klaartje is vanuit Vught als dwangarbeider naar Moerdijk vertrokken. Ouders die afscheid moeten nemen van hun kinderen tijdens het op transport stellen. Een moeder van tien of twaalf kinderen, zo schrijft ze, moest mee op transport, maar mocht haar kinderen boven de 15 jaar niet meenemen. Klaartje beschrijft hoe ze naar haar eigen barak gaat om te proberen te ontkomen aan deze tragedies, maar, zo schrijft ze zelf, hoe naïef kan ik zijn, want dergelijke taferelen deden zich in alle barakken voor. Het besef dringt ook door dat Vught een Durchgangslager is en geen Auffanglager en dat ook zij en haar medegevangenen op een gegeven moment het hetzelfde lot zal wachten.


Op 10 mei 1943 vraagt ze zich af hoe het zover heeft kunnen komen:  Dat wij joden aan zoveel schaamteloosheid blootgesteld zouden worden en door ieder die er maar lust in had bespuwd en besmeurd konden worden, neen, dat hadden toch maar weinigen kunnen vermoeden.


En dan als er op 8 juni 1943 een groot transport plaatsvindt, schrijft ze de woorden uit de titel van het boek:


Zoals men weleens onwillekeurig een stukje papier versnippert, zo werden harten en zielen verscheurd en uit elkaar gerukt. Alles ging aan flarden. Alles werd vertrapt. Elk hartje, onverschillig of het klein of groot was, het werd vertrapt, besmeurd en onherstelbaar verwoest. Dit was beschaving. Dit was cultuur. Dit was het nieuwe Europa.


In deze treffende woorden beschrijft Klaartje de Zwarte-Walvisch misschien wel op de meest indringende wijze wat het betekende om in het kamp te zijn opgesloten. In deze woorden zit de vraag opgesloten hoe het mogelijk was dat in een beschaving, de cultuur kon ontstaan van vertrappen en vernietigen, zodat alles, ook de ideeën van het nieuwe Europa volledig aan flarden ging.

Ik vond het heel bijzonder om dit dagboek te lezen omdat je gewoon niet dichter bij het levensverhaal van een naar het schijnt heel gewoon, maar naar blijkt heel bijzonder, mens in uitzonderlijke periode van de geschiedenis kunt zijn. Daarom ben ik blij dat de wens van Klaartje de Zwarte-Walvis is uitgekomen. Zij schreef namelijk ook nog in haar dagboek de zin:


Ik hoop vurig dat dit alles wat ik hierin heb geschreven nog eens de buitenwereld zal bereiken.


Dat is gelukkig door een zeer wonderlijk toeval gebeurd, zodat wij het allemaal kunnen lezen.


Klaartje de Zwarte-Walvisch
was een joodse vrouw uit Amsterdam, naaister van beroep. Ze is niet ouder geworden dan 32 jaar. Op 4 juli 1943 eindigt haar dagboek, op 16 juli 1943 haar leven.


ISBN 978946003581 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Balans | maart 2017

© Ria, 28 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER