Onno Zijlstra

Een zekere twijfel
Inleiding in de westerse filosofie
Onno Zijlstra


De auteur was docent filosofie aan de VU, ArtEZ Hogeschool voor de kunsten en de Protestantse Theologische Universiteit. De pentekeningen zijn van Rudy Simons, tekenaar en eveneens docent filosofie. Hij is goed in staat om hedendaagse thema’s die vanuit literatuur en films op ons afkomen met filosofen te verbinden.


Leidraad voor dit boek zijn de vragen die Kant indertijd stelde:
-    Wat kan ik weten? De menselijke ratio: over de zekerheid van onze kennis van de wereld van om ons heen.
-    Wat moet ik doen? De ethiek: over de vragen van goed en kwaad, het maken van verantwoorde keuzen.
-    Wat mag ik hopen? Zingeving: over de vragen naar de zin van ons bestaan, wie of wat is daarin dragend en fundamenteel.
-    Wat is de mens?


Deze vragen vormen de vier delen waaruit het boek is opgebouwd. Aan het einde van ieder deel zijn er enkele excursen (uitweidingen) waarin aparte thema’s worden aangesneden die aan het deel verwant zijn.


‘Als mensen filosoferen, denken ze over de zogenaamde ‘grote vragen’ van het bestaan: Wat is werkelijk en wat is schijn? Wat moet ik doen, hoe moet ik leven? Wat is rechtvaardigheid? Zijn we vrij of gedetermineerd? Wat is dat eigenlijk, vrijheid? Hoe geef ik mijn leven zin? Wat bedoel ik met ‘zin’? Hoe krijgen woorden betekenis? Wat is de mens – geest, brein, ziel, lijf, of een combinatie daarvan, of nog weer wat anders? Het zijn vragen waarop we wellicht nooit een definitief antwoord vinden, maar die ons niet loslaten’, pag. 9.


Het is goed om deze vragen toe te laten en daarover te reflecteren want een leven dat niet onderzocht wordt, is niet waard geleefd te worden, zei Socrates.

In deel 1 komt o.a. Descartes ter sprake van wie de bekende uitspraak is: ‘Ik denk, dus ik besta’, typerend voor het rationalisme uit de 17e eeuw. Na hem komt Kant die die nuanceert en daarmee voor de volgende eeuwen de toon zet: ‘Kants combinatie van empirisme en rationalisme heeft in de geschiedenis van de filosofie eigenlijk wel gewonnen’, pag. 60. Vandaag zijn we ons ervan bewust dat onze kennis altijd cultureel bepaald is. Wat vandaag waar is, kan morgen als betrekkelijk worden beschouwd omdat nieuwe ervaringen ons tot andere inzichten brengen: ‘Bij redelijkheid denken we niet langer aan totale, afgesloten, zekere kennis, maar eerder aan feilbare en groeiende kennis’, pag. 70.


In deel 2 komt o.a. Rousseau uit de 18e eeuw naar voren. Hij legt de nadruk op het  gevoel waardoor de mens overtuigd is /raakt van de wijze waarop hij moet leven en handelen: ‘In het diepst van ons hart is dus een aangeboren besef van deugd en rechtvaardigheid… en dit is het besef dat ik geweten noem’, pag. 93.
Kant geeft als ethische regel: ‘Handel zo alsof de maxime (regel) van jouw handeling door jouw wil tot ALGEMENE NATUURWET moet worden’, pag. 102 – 103.


In deel 3 is aandacht voor o.a. Schopenhauer uit de 18e eeuw die een pessimistisch wereldbeeld heeft: ‘Op mijn zeventiende kwam ik al tot de conclusie dat deze wereld niet de schepping is van een goede God,maar dat de duivel schepselen tot leven heeft gewekt om zich in hun ellende te verlustigen’, pag. 151.
Verder komt Kierkegaard ter sprake met zijn bekende levenswijsheid: ‘Het leven kan alleen achterwaarts worden begrepen, maar het moet voorwaarts worden geleefd, pag. 156. Hierin wil hij duidelijk maken dat de mens persoonlijk verantwoordelijk is voor zijn leven en daarin zelf keuzen maakt.
Nietzsche heeft veel invloed met zijn denken waarin met God wordt afgerekend: Zarathustra’s ‘dood van God’. Wij kunnen ons niet meer op God beroepen, dit leven staat op zichzelf.


In het deel over de mens ligt de nadruk op de 20e eeuw. De algemene lijn die hierin zichtbaar wordt is dat de uitdrukkelijk centrale positie van het subject geleidelijk aan wordt losgelaten. Het existentialisme verliest aan kracht en de visie op de mens wordt bescheidener. De Tweede Wereldoorlog is ook in dit opzicht een keerpunt die doet relativeren wat voorheen bijna onomstotelijk leek. Typerend hierin is Foucault met zijn uitspraak ‘de dood van de mens’, waarmee hij overigens een bepaalde visie op de mens bedoelt.

Dit compacte maar rijke boek is een mooie eerste kennismaking met de filosofie.


ISBN 9789463401326 | Paperback | 300 pagina's | Uitgeverij Damon| april 2018

© Evert van der Veen, 24 mei 2018

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER