Jonathan Weiner

http://www.jonathanweiner.com

 

Eindeloos leven
Jonathan Weiner


De wens om eeuwig te willen leven, is zo oud als de mensheid zelf. Het begon al bij Adam en Eva, die tot hun spijt hun onsterfelijkheid moesten inleveren. Van de oudheid tot nu, de mens bleek altijd op zoek naar een levenselixer om voor altijd jong te blijven, en de dood zo lang mogelijk uit te stellen, of liever nog, af te schaffen.


Jonathan Weiner is een gerenommeerd schrijver over wetenschappelijker onderwerpen. Voor dit boek volgde hij jaren lang diverse onderzoeken  naar het uitstellen van de dood, en  de eventuele kans op onsterfelijkheid. 
We worden alsmaar ouder. Onze levensverwachting neemt ongeveer met twee jaar per decennium toe. Dat wil zeggen met ongeveer vijf uur per dag. In de loop van de twintigste eeuw kregen we er bijna dertig jaar levensverwachting bij, een ongeveer even grote toename als gedurende de gehele moeizame evolutie van onze soort. De levensverwachting is voor iedereen in de ontwikkelde landen momenteel ongeveer tachtig jaar, en die verwachtingen worden steeds beter, want we krijgen er dus iedere dag dat we leven nog tijd bij. De verwachting is dan ook dat de stijgende lijn van levensverwachting en gezonde jaren de komende decennia nog flink zal toe nemen, misschien wel met enkele tientallen jaren.
Maar bijna alle gerontologen zijn het er over eens dat er wél  een grens is, en dat de mens uiteindelijk sterfelijk is. Daar zijn uiteraard ingewikkelde wetenschappelijke verklaringen voor, maar in het kort komt het er op neer dat de mens tót de tijd dat hij zich kan voortplanten alsmaar verder ontwikkelt en sterker wordt, maar  vanáf die tijd  stoppen de cellen van het menselijk lichaam met het zichzelf herstellen. Volgens deze theorie, de theorie van het wegwerpoma, is veroudering  dus simpelweg langzaam falend onderhoud. Je leven lang moet je lichaam kapot DNA repareren. De schade aangericht door vrije radicalen moet worden opgeruimd, eiwitten moeten worden hersteld, ziektekiemen moeten worden afgeweerd, giftige stoffen onschadelijk gemaakt, wonden geheeld, bloed gestold etc etc. Als we ouder ruimt het lichaam al die troep niet meer op, en daardoor gaan we uiteindelijk dood. Aan het wánneer kan dus nog gesleuteld worden, maar dát het gebeurd staat vast. Vindt iedereen...
Behalve één man, die in dit boek gevolgd wordt, de zonderlinge en enigszins omstreden wetenschapper Aubrey de Grey. De Grey is er van overtuigd dat de mens op zijn minst duizend jaar zou moeten kunnen leven, en misschien wel eeuwig. Zijn theorie is gebaseerd op de zeven systemen van ons lichaam die door vervuiling ontsporen, The Seven deadly things. In het kort komt zijn oplossing er op neer dat die vervuiling moet worden opgeruimd. Voor ieder van deze ontsporingen heeft hij een specifieke opruimmethode bedacht. Het lastigst is het probleem van de zichzelf delende cel, de ziekte kanker, maar ook hiervoor heeft de Grey een oplossing, waarbij ieder mens om de tien jaar een soort stamcel chemo zou moeten ondergaan, en een aantal  beenmergtransplantaties. Verder  zou er een bepaald gen uit ons hele systeem verwijderd moeten worden, en zouden we zelf weefsel en bloed en darm en huid in stand kunnen houden door periodiek nieuwe stamcellen te introduceren. O ja, en er zouden  gereconstrueerde hersenen moeten worden overgeheveld.


Tot dit punt in het boek was ik nog vol goede moed welwillend mee gegaan in zijn gedachtegang. Leuk zo’n zonderlinge wetenschapper die dwars tegen de gangbare stellingen in gaat. Maar hier haakte ik  toch echt af. Te veel Science Fiction. En bovendien begon de vraag die mij op bladzijde één al bekroop steeds harder te roepen in mijn hoofd. Want moeten we dat wel willen, onsterfelijk zijn? De vergrijzing is nu al een probleem, en bovendien kunnen we nu de mensen al nauwelijks kwijt op onze planeet, laat staan dat er voldoende voedsel, brandstof en water is als iedereen langer, laat staan eeuwig zou leven. Het boek komt aan die toch niet onbelangrijke vragen pas in het aller laatste deel toe, en dan nog met onbevredigende antwoorden. Argumenten als “dan maar geen kinderen meer op de wereld zetten”, en “misschien gaan de mensen als ze beseffen dat ze hier nog duizend jaar zijn, wél goed voor de aarde zorgen”  kwamen op mij in elk geval niet al te realistisch over.
Maar wellicht heb ik het mis en blijkt Aubrey de Grey een visionair wetenschapper en leven we eeuwig. In dat geval mag iemand mij in 3012 op dit forum gerust op de vingers tikken, en geeft ik mijn ongelijk ruiterlijk toe.


ISBN  978 90 468 09426 Paperback  320 pagina's Uitgeverij Nieuw Amsterdam, juni 2011
Vertaling Ludo Hellemans

© Willeke, 4 april 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER