Non-fictie

Eginhard Meijering

Dan is het Godswonder juist des te groter!
Eginhard Meijering


De schrijver van deze brochure gaat in op het denken van Richard Dawkins. Dawkins (1941) is een Britse wetenschapper die wereldwijd bekendheid kreeg met zijn boeken, waarin hij zich presenteerde als een fervent pleitbezorger van de evolutietheorie en een hartstochtelijk bestrijder van het christelijke geloof. Toen Dawkins in Dublin een keer een lezing hield, vroeg iemand uit het publiek aan Dawkins hoe hij dacht over het seksueel misbruik van kinderen door katholieke geestelijken. Dat misbruik was erg, luidde het antwoord, maar een katholieke opvoeding was nog veel erger (David Engels, Op weg naar het Imperium, blz. 96, Groningen, 2020).
Een gepeperde uitspraak en Dawkins krijg met dit type ongenuanceerde uitspraken regelmatig het nodige weerwerk.


Maar hoe pak je dat aan? Sommigen kiezen voor een multidisciplinaire aanpak en bestrijden Dawkins op zowel wetenschappelijke als theologische gronden. Die aanpak tref je aan bij de Britse theoloog Alister McGrath (Dawkins als misvatting. Wat er mis is met het atheïstisch fundamentalisme, Kampen, 2008) en bij Norman C. Nevin (red) die theologen en wetenschappers om bijdragen vroeg voor het boek Should Christians embrace evolution? Biblical and Scientific Responses, 2009). De VU-hoogleraar Gijsbert van den Brink volgt weer een heel andere route. Hij onderzocht hoe ver een christen mee kan gaan met de evolutiewetenschap zonder de kern van de Bijbel op te geven (En de aarde bracht voort. Christelijk geloof en evolutie, Utrecht, 2017).


Meijering wil het wetenschappelijk standpunt van Dawkins niet betwisten, maar wel relativeren. Volgens Meijering zijn veel kritische opvattingen van Dawkins niet nieuw, maar zijn die al verwoord door Celsus in de 2e eeuw na Chr. [Celsus was een Griekse filosoof die rond 180 na Chr. een kritisch boek over het christendom schreef, H.] Het is leerzaam voor christenen om te kijken naar de reactie van kerkelijke woordvoerders uit die tijd. Het is beter om naar aanleiding van kritiek het eigen geloof opnieuw te verwoorden, dan in de verdediging te schieten (blz. 22 en 52). In de woorden van de schrijver: “Ik wil enerzijds duidelijk in de traditie van Irenaeus [een Griekse kerkvader uit de 2e eeuw n. Chr. H.] staan, waarin we als christenen geloven in de traditie van God als de Schepper van hemel en aarde, maar wil anderzijds dat geloof niet bedreigd zien door wetenschappelijke inzichten en het zeker niet verdedigen met het argument dat Dawkins’ wetenschappelijke inzichten niet zouden deugen” (blz. 21).


Vanuit deze respectabele en originele positie bespreekt de schrijver eerst enkele kernopvattingen van Dawkins, om er in een volgend hoofdstuk vanuit zijn positie op in te gaan en te eindigen met een samenvatting en conclusies. Dat is een heel overzichtelijke en goed afgebakende methodiek.


Meijering constateert dat de kritiek van Dawkins zich vooral richt op de inhoud (en niet op de vorm) van het christelijke geloof. Zijn antwoord is dat de wetenschap daar niet over gaat. Daar laat de schrijver het niet bij, want als vanzelf doet zich dan de vraag voor wat de inhoud van het christelijk geloof is. Theologen geven daar heel verschillende antwoorden op. Voor Meijering is de kern: “Jezus Christus is gisteren en heden en tot in eeuwigheid dezelfde” (blz. 25). Bij het leven hoort inderdaad ‘worden’ en ‘verandering’, maar het is speculatie dat God Zich ook in een eeuwig proces van wording zou bevinden (blz. 60). Met deze ‘belijdenis’ zet Meijering zich af tegen het idee van een ‘wordende God’. Daarmee onderscheidt hij zich van een bepaalde stroming binnen de christelijke kerk en grenst hij het idee van God af tegen het proces van ontwikkeling dat de evolutiewetenschap in de natuur ziet. Dit is beslist eveneens een markante en originele positie.


In zijn beknopte brochure ziet Meijering kans om veel aan de orde te stellen. De vermeende onredelijkheid van het christelijke geloof; het monotheïsme, jodendom en christendom; goed en kwaad in de wereld; zijn wij bepaald door ons DNA; de functie van wonderen voor het christelijk geloof. Ik doe maar een greep. Regelmatig laat hij zien dat Dawkins het christelijke geloof net even verkeerd begrijpt en dat zijn kritiek daardoor zijn doel mist. Meijering maakt zijn uitgangspunt dus waar: kritiek weerleg je niet door je boodschap te wijzigen, maar door die nauwkeurig te herformuleren.
Meijering is met dit al een waardige en deskundige gesprekspartner van Dawkins.


Een paar kanttekeningen.


Deze brochure is vooral bedoeld voor mensen die het christelijke geloof aanhangen. Maar volgens mij kunnen Dawkins en zijn medestanders ook hun voordeel doen met dit boekje. Zij zijn degenen die hun kritiek op het christelijke geloof moeten herformuleren, omdat hun bezwaren niet op de juiste gronden berusten.


Evolutiegeleerden verschillen onderling op kernpunten van de theorie van mening, eerder ingenomen standpunten worden weer ingetrokken na nieuwe ontdekkingen, sommige standpunten zijn meer speculatie dan resultaat van wetenschappelijk onderzoek. Dit alles biedt naar mijn mening meer ruimte om ook op wetenschappelijke gronden Dawkins te weerleggen dan Meijering aanneemt. Op zich is zijn keuze om Dawkins niet met wetenschappelijke argumenten aan te pakken legitiem, maar er is wat mij betreft ook niets mis mee om het debat te verleggen naar het terrein van Dawkins en deze wetenschapper zich op zijn beurt te laten verantwoorden over zijn stellingname.


Tot slot blijkt uit de laatste bladzijden van de brochure de gepassioneerde betrokkenheid van Meijering bij dit onderwerp. Hij noemt de gedachte van de ‘wordende God’ een ‘sterfhuis-theologie’, waarvoor de jeugd geen enkele belangstelling heeft. Met het wegvallen van een oudere generatie en het wegblijven van de jeugd sterft de kerk uit. Meijering wil de christelijke traditie voortzetten, zo nodig in andere woorden, en weigert de weg op te gaan om de christelijke traditie aan te passen aan moderne wetenschappelijke inzichten en daarmee de kern kwijt te raken. Hij ziet daar geen enkel heil in voor de toekomst van de kerk. Het is God Die de kerk bewaart en zal bewaren. Kerken doen er, denk ik, goed aan om die waarschuwing ter harte te nemen.


Eginhard Meijering (1940) was onder meer lector aan de Universiteit Leiden en is lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Hij heeft tientallen theologische publicaties op zijn naam staan. Op hoge leeftijd heeft hij daar deze mooie publicatie aan toegevoegd.


ISBN 9789463459877 | Brochure | uitgave Pumbo.nl | omvang 71 blz. | maart 2020

© Henk Hofman, 18 juni 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER