Marianne Thamm

De ondraaglijke blankheid van het bestaan
een bewogen leven in het land van Mandela
Marianne Thamm


Het is een levensgeschiedenis die bijna niet te verzinnen valt… ze is een Zuid-Afrikaanse blanke journaliste, lesbo-activiste, comédienne, en moeder van twee geadopteerde zwarte kinderen, opgegroeid onder het apartheidsregime én de  dochter van een Duitse nazisoldaat die tot aan het einde van zijn leven overtuigd bleef van het feit dat Hitler goede dingen heeft gedaan. Het kan niet anders dan dat je met zo’n geschiedenis heel wat uit te vechten heb, en dat is precies waarover dit boek gaat.


Het boek begint en eindigt met het sterven van haar vader Georg. Geen toeval, want hun relatie, getekend door onmacht en strijd, en het eeuwig gevecht om gezien te worden en te mogen zijn wie ze is, is de rode draad van dit boek.


Haar vader wordt na de oorlog als krijgsgevangene naar Engeland gebracht. Daar ontmoet hij Marianne’s moeder Barbara, een ongeletterde Portugese werkster uit een communistische familie. Het stelt trouwt en krijgt twee kinderen. Als Marianne twee is emigreren ze naar Zuid-Afrika. Het zijn de hoogtijdagen van het apartheidsregime, maar als ze opgroeit, in een volledig gesepareerde blanke wereld, heeft Marianne daar nog weinig zicht op. Er hangt vooral altijd een dreiging in de lucht, die als kind niet zo goed in woorden te vatten valt, al was het wel duidelijk dat het iets te maken had met de zwarte medebewoners van het land.


Na haar middelbare schooltijd, vol opstandigheid en drugs en een toen al zeer getroebleerde relatie met haar vader, komt ze in de journalistiek terecht, waar aan de realiteit van het apartheidsregime niet meer te ontkomen valt. De apartheid in het land nadert zijn kookpunt, townships worden afgegrendeld, honderden zwarte activisten worden opgepakt en iedere dag komen er bij onlusten mensen om. Haar wereldbeeld kantelt dan ook in een hoog tempo en komt lijnrecht tegenover dat van haar vader te staan.


Marianne vindt het apartheidsregime misdadig, maar in haar vaders ogen weten de blanke leiders heel goed wat ze doen. Het confronteert haar opnieuw met het oorlogsverleden van haar vader en vooral met het feit dat hij daar nooit afstand van heeft gedaan, Hitler kan nog altijd op zijn bewondering rekenen, en Mein Kampf staat keurig gekaft in de boekenkast. Het werpt prangende vragen op. Waarom had haar vader zich niet geweerd tegen Hitler? Waarom had hij geen andere keuzes gemaakt? En waarom had hij hen in de jaren zestig, juist toen de gewelddadige apartheidsregering haar greep op het land verstevigde, naar Zuid-Afrika gebracht?


Als ze haar vader vraagt naar zijn reactie in de oorlog op de brandende synagogen tijdens de Kristallnacht antwoord hij; “Ik was gewoon een jongen op een fiets.” Hij was toen veertien. Ze zwijgt in afschuw, maar later in haar leven vraagt ze zich af of ze zelf, opgroeiend in een regime waar racisme de bodem was van alles, wel zoveel anders was. Als kind zag ze de vernederende ondervragingen van razzia’s op straat, en voelde de spanning die in de lucht hing wanneer er mensen zonder papieren door de politie achter in gele politiebusjes werden gestopt. “Maar net als Georg tijdens de Kristallnacht in Berlijn was ik in Pretoria alleen maar een kind op een fiets dat het allemaal aanzag.”


In 1990 komt Mandela vrij en vier jaar later komen er democratische verkiezingen en wordt hij president, iets wat noch Marianne, noch het land ooit gedacht hadden mee te maken. Zijn vrijlating maakt op de een of andere manier ruimte in haar hoofd om Zuid-Afrika een tijdje te verlaten en naar Europa te gaan om wat dingen op een rij te zetten. Ze merkt dat zowel de geschiedenis van haar land als de vrij bizarre relatie met haar vader haar gepantserd en beschadigd hebben. Vooral het gevoel al van jongs af aan niet gezien te worden en nooit erkenning te krijgen voor wie ze is heeft diepe sporen nagelaten…


“Ik moest leren kwetsbaar te zijn, ergens zonder pantser naar binnen te gaan. Mijn psychische wapens te onttakelen en moed te vinden om echt te zijn. Ik moest leren me bloot te stellen aan het risico gezien te worden, niet zoals ik mezelf altijd had gezien, maar weerspiegeld via iemand die me liefhad en begreep. Iemand die alle middelen die ik had gebruikt om overeind te blijven, het hoofd kon bieden en kon ontmantelen.”


Ze ontmoet na een paar eerdere relaties, haar huidige vrouw en samen adopteren ze twee zwarte dochters, Layla en Kenya, zodat haar blanke vader met zijn nazi verleden ineens opa wordt van twee kleine zwartje meisjes, Marianne vreest zijn reactie, maar dwars tegen de verwachtingen in stelen die twee meisjes vanaf dag één zijn hart.


Te midden van de puinhopen, de scherven en brokstukken van onze geschiedenis, en met overgeërfde trauma’s die mijn vader en mij gevangen hielden, rukten Layla en Kenya de jaloezieën weg en openenden de ramen van onze ziel. Daardoor viel er licht, hoe flauw aanvankelijk ook, op alles wat geen echte waarde had, op de ballast van dwaasheid, onwetendheid en herhaling.


Hun relatie verbetert na de komst van de meisjes wel iets, maar blijft tot haar vaders dood moeizaam. Want hoeveel liefde en warmte de kinderen ook hadden meegebracht, iemand dichtbij laten komen, wezenlijke dingen bespreken, laat staan liefde of waardering uiten, blijft tot aan zijn dood voor hem onmogelijk.


Het is een boek wat vanaf de eerste bladzijdes indringende vragen opwerp… Hoe ontwikkelen wij ons morele kompas? In hoeverre ben je schuldig aan de daden en overtuigingen van je ouders en in hoeverre aan de daden en overtuigingen van het regime waarin je opgroeit? En hoe zit het met ondermijnende, historische onderstromen die borrelen en etteren en hoogtij vieren net als jij leeft, welke invloed hebben die? Hoe moet je in zo’n systeem leren om fatsoenlijk, eerlijk en rechtvaardig te worden? Om het juiste te doen?


Je zou gezien de thematiek een loodzwaar boek verwachten, maar dat is het geenszins, de toon is bij vlagen vlijmscherp en nietsontziend, ook naar zichzelf toe, maar staat ook vol met ironie en zelfspot. Een boek wat je aan het denken zet, je raakt, laat lachen, maar ook wel degelijk ontroert en wat je achter elkaar uitleest!


Zie ook het gesprek tussen Marianne Thamm en Tom Lanoye


ISBN 9789046823057 | Paperback | 351 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | april 2018
Met een voorwoord van Tom Lanoye | vertaald door Ronnie Boley

© Willeke, 15 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER