Non-fictie jeugd

Sarah Devos

Het hemelboek
Over weer, wolken en regenbogen

Sarah Devos


Maak je borst maar nat: dit is best pittige kost, al die natuurfenomenen in de lucht. Oftewel in al die verschillende lagen rondom de aardbol. We noemen dat de atmosfeer. Die bestaat uit verschillende lagen, met helemaal onderaan de troposfeer. Die is zo’n tien kilometer dik, en in die laag gebeurt alles wat wij ‘het weer’ noemen.


Zoals dat hoort begint Sarah Devos met het allereerste begin (voor zover we dat weten): er was niets.
Onze aarde zal zo’n 4,6 miljard jaar geleden ontstaan zijn, maar het duurde miljoenen jaren voor er een atmosfeer was en er leven mogelijk was. Hoe dat allemaal verliep en wat de gevolgen zijn, dat legt Devos uit, met tekeningen en vergelijkingen, die het allemaal inderdaad helderder maken. In kleinere kadertjes wordt de toch wel moeilijke tekst af en toe onderbroken voor wat lichtere kost. En er worden luchtige vragen gesteld zoals: kun je echt een gat in de lucht springen? En of de zevende hemel echt bestaat…


Zoals gezegd, gebeurt alles waar onze weermannen zich mee bezig houden in de troposfeer. Wind, luchtdruk, koufront, warmtefront, wolken, alles komt aan de orde. Alles om zelf het weer te kunnen voorspellen, al heeft Devos ook een tip voor Dummies:  wat wordt het weer morgen? Nou, net zoiets als vandaag! Want zo snel verandert het meestal niet.
Je kan ook letten op uit welke richting de wind komt: als je wolken op grote hoogte bekijkt en de wolken bewegen zich meer naar links in vergelijking met de wind die je aan de grond waarneemt: neem dan een paraplu mee als je naar buiten gaat!
Bewegen die hoge wolken zich juist meer naar rechts, dan gaat het beter weer worden.
Als je het nauwkeuriger wil voorspellen, dan kun je je het best verdiepen in de verschillende soorten wolken. Eerst dit boek lezen en dan naar buiten kijken!


Een boek over de hemel: natuurlijk is dat blauw! Maar eigenlijk is de lucht helemaal pikzwart! Dat wij het zien als blauw, dat is best ingewikkeld. Het heeft te maken met het witte licht van de zon, waar alle kleuren van de regenboog in zitten met ieder hun eigen golflengte. Hoe korter het licht van een bepaalde golflengte (of kleur dus) hoe makkelijker het kan worden verspreid door de lucht. Die kleur wordt dan aan alle kanten opgestuurd door die luchtdeeltjes. En de kleur met de kortste golflengte is blauw. Dus: als de zon schijnt, zien we al die lichtdeeltjes, en noemen we dat een blauwe hemel.


Dit en nog veel meer staat in dit boek: over stormen en orkanen, over wetenschappers die bekend zijn geworden met wat zij ontdekten, over donder en bliksem; sneeuw natuurlijk, en over weercomputers. En over vogels! Niet over de dieren zelf, maar hoe het kan dat zij zweven in de lucht! En waarom trekvogels zo hoog gaan vliegen.


Gelukkig is er ook een waarschuwend hoofdstuk: ‘Klimaatalarm’. Over het gat in de ozonlaag en de gevolgen; over luchtvervuiling (ieder jaar sterven zeven miljoen mensen aan luchtvervuiling!), over broeikasgassen en tips over hoe iedereen er aan kan meewerken om te voorkomen dat onze klein- en achterkleinkinderen geen licht meer krijgen.


Met een inhoudsopgave voorin en een register achterin, plus een literatuurlijst, en een selectie websites en podcasts.


Sarah Devos schreef eerder de Professor Kleinbrein boeken. Ze werkt als freelance schrijver en in 2019 werd ze Chief Adventure Officer van AS Adventure. Ze volgde de cursus weerkunde bij Volkssterrenwacht Urania waar ze veel van haar kennis over wind, weer en wolken vandaan haalt.


ISBN 9789022337837 | Hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Manteau | mei 2021
Illustraties van Sarah Devos | Leeftijd van 10 tot 100

© Marjo, 12 juli  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altProfessor Kleinbrein - Ridders
Wonderlijke weetjes en fascinerende feiten over Ridders
Illustraties: Heleen Brulot
tekst: Sarah Devos


Professor Kleinbrein en zijn intelligente konijn gaan ons deze keer allerlei wonderlijke weetjes en fascinerende feiten vertellen over ridders. Ridders waren er in de tijd van de Middeleeuwen, tussen ongeveer de jaren 500 en 1500. 
Kon in het begin iedereen ridder worden die het geld had om een paard en een uitrusting te kopen, later werd je alleen tot ridder geslagen als je vader en diens vader ook ridder waren.


Er werd nogal wat gevochten in deze eeuwen, over land, of gewoon omdat er om de een of andere reden ruzie was.  In 800 was er Karel de Grote, die ook heel wat strijd had moeten leveren om een rijk te vormen dat zo groot was als het zijne. En binnen dat rijk moest de orde gehandhaafd blijven, dus ridders (= vechtersbazen) bleven nuttig. Je had ook niet zo veel keuze in die tijd: Er was maar één koning of keizer. Hij verdeelde zijn land onder graven en hertogen, die zijn leenmannen waren. Deze leenmannen konden zelf ook weer hun land onderverdelen oftewel verpachten.


Als je niet bij deze rijkere stand hoorde, dan kon je geestelijke worden, of handelaar. Misschien had je het dan beter dan de horigen, die het land moesten bewerken: de boeren.  Zij werkten als slaven, hadden niets te vertellen. Hun leven was troosteloos: hard werken voor een hongerloon in een land dat niet veilig was. Je kon als boer soms een centje bijverdienen door in het leger te gaan, dan woonde je vaak wel binnen de veilige muren van een kasteel. Zo wordt uitgelegd wat het feodale stelsel was, waarbij meteen vermeld wordt dat mensen in die tijd vaak niet ouder werden dan 45 jaar.


Natuurlijk kwam er meer bij kijken om ridder te zijn: er wordt van alles verteld over de uitrusting, hun wapens, en hoe je van page, via schildknaap, eindelijk ridder werd. Jongens werden vanaf hun zevende jaar als page ondergebracht bij een andere kasteelheer, zoals ook de meisjes op die leeftijd naar een ander kasteel werden gebracht om te leren hoe ze hofdame konden zijn.
Er wordt uitgelegd hoe het zit met de heraldiek, de familiewapens. Hoe de kastelen veranderden door de eeuwen heen, en hoe het leven van een ridder er uit zag. In een tijd van vrede waren er toernooien en jacht, of men ging op bedevaart, maar vaker moest er gevochten worden: in de oorlog of op kruistocht.


Dit alles en nog veel meer kun je lezen in dit leuke informatieve boekje. Er zijn leuke humoristische tekeningen, en de toon waarop verteld wordt is persoonlijk gericht tot de jonge lezer. Zo kom je bijvoorbeeld te weten waarom wenteltrappen altijd naar rechts draaien en wat hordijzen zijn.
Een erg leuke manier om heel veel te weten te komen!


ISBN 9789401435062 | Hardcover | 121 pagina's | Uitgeverij Lannoo | september  2016
Illustraties van Heleen Brulot | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 13 november 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altProfessor Kleinbrein - Romeinen
Wonderlijke weetjes en fascinerende feiten over de Romeinen
Illustraties: Heleen Brulot
tekst: Sarah Devos


Ook voor de jeugd bestaan er al veel boeken over de Romeinen. Nu ligt er opnieuw een: voegt dit boek iets toe? Misschien niet, al kunnen er wel dingen in staan die je nog niet wist. Maar dat is in ieder boek wel zo. En is dan toch de moeite waard om dit boek aan te schaffen? Daar zeg ik volmondig ja! op. Het is een mooi uitgevoerd boek, dat een feest is om te lezen.


Dat begint al als je de omslag (is ook titelpagina) ziet: er staan een paar Romeinse soldaten afgebeeld. Legionairs zijn dat, dat staat er met een pijltje richting een van hen. Ook staan er pijltjes naar een borstplaat, en naar een gladius. Maar wat het leuke is: er is ook een pijltje getekend waarbij staat vermeld: ‘geen doetjes’. Deze afbeelding is tekenend voor het hele boek: het is serieus en informatief met een (grote) dosis humor. Het wordt deels verteld door een 'intelligent konijn', dat zegt al genoeg.


Na deze titelpagina volgt een hoofdstukindeling, waar eveneens de humor van af straalt.  ‘Hoera, een baby!’ ‘Hu, hu paardje, eh, mannetje’.
Mocht je dat overslaan – niet zo vreemd als je dat doet! - dan kom je nog een heleboel tegen in het boek waar je om kunt lachen. En intussen leer je heel veel over de Romeinen, wie ze waren en wat ze deden.
Er wordt verteld welke volkeren er leefden voor de Romeinen er waren, welke volkeren zij overwonnen hebben, en door wie ze zelf weer verslagen zijn. Over het dagelijkse leven, over hun prachtige bouwwerken, over de cultuur die zij ons gebracht hebben, over hun geloof en bijgeloof en nog veel meer kun je lezen in dit boek.


De tekst is duidelijk, de zinnen zijn makkelijk en begrijpelijk en de tekeningen zijn behalve verhelderend ook vol humor. Er is bijvoorbeeld een heel aparte tijdlijn: die heeft de vorm van een glijbaan! En de kaarten laten precies zien waar de Romeinen allemaal waren. Bouwwerken worden getekend, we zien hoe het er in een badhuis aan toe gaat en nog veel meer...
Nog iets leuks: als een Romein naar het theater ging en hij vond het stuk maar zozo, dan knipte hij met zijn vingers. Maar vond hij het geweldig, dan zwaaide een Romein met zijn kleren of een zakdoek. Bij gebrek een een zakdoek zwaai ik nu uitbundig met mijn vest!!


Zie ook het Inkijkexemplaar


Sarah Devos werkt o.a. als freelance redacteur en scenarioschrijver. Tussendoor vult ze al vijf jaar haar blog met allerlei creatieve tips en gevat commentaar.
Heleen Brulot studeerde illustratie aan de Koninklijke Academie Den Haag. Ze woonde met haar gezin tien jaar in Afrika. Momenteel woont en werkt Heleen in Nederland.


ISBN 9789401429573 | Hardcover| 144 pagina's | Uitgeverij Lannoo | april 2016
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 17 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER