Non-fictie

Tineke Bennema

http://www.tinekebennema.nl

 

Een Nederlandse politie-inspecteur verindischt nooit
Het lot van een familie verbonden met de Indische politie
Tineke Bennema


De voornaamste verhaallijn in dit boek van Tineke Bennema is de geschiedenis van haar grootvader die een Nederlandse politie-inspecteur was op Java en Sumatra in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Daarnaast beschrijft Bennema hoe haar vader deze periode heeft beleefd en hoe deze terugkijkt op het handelen van zijn vader in de gegeven omstandigheden. Ten slotte verwoordt de auteur haar eigen gevoel ten opzichte van deze familiegeschiedenis en hoe een en ander te plaatsen in de verschillende perioden van de Nederlands-Indische geschiedenis.


Deze drie persoonlijke componenten zitten kriskras in het boek verweven en dat zet de lezer telkens opnieuw aan het denken en het leert ons dat de beleving en de interpretatie van gebeurtenissen in de loop der tijd drastisch kunnen wijzigen. Ons oordeel van vandaag moeten we wellicht nuanceren als we de omstandigheden en denkwijze van destijds kunnen begrijpen. Dat wil niet zeggen dat we ons daar met de huidige kennis van zaken geen mening over mogen vormen en uitspreken dat het zo niet had moeten gaan. Dat doet Bennema in dit boek op veel plaatsen op onomwonden manier en zo levert zij met dit boek een bijzondere bijdrage aan de discussie hoe we ons heden ten dage zouden kunnen verhouden tot ons koloniale gedrag in het toenmalige Nederlands-Indië.


Grootvader Cornelis Bennema en 2000 andere Europese commandanten en inspecteurs probeerden in samenwerking met zo'n 54.000 plaatselijke Indonesische agenten de orde te handhaven in de gehele archipel, die ruim zestig miljoen inwoners omvatte. Een en ander onder moeilijke omstandigheden met name door de bezetting van Nederlands-Indië door Japan. In de eerste maanden na de Japanse inval blijkt de Nederlandse politie nauw samen te werken met de bezetters in opdracht van het Nederlands-Indische bestuur. Als de Japanners de 'westerse burgers' van Indië in kampen interneren worden ook de vrouw van Cornelis Bennema en zijn kinderen, waaronder de vader van de auteur in zo'n kamp opgesloten. Uiteindelijk komt ook Cornelis zelf in een kamp terecht.


Bennema beschrijft de paternalistische houding van de Nederlanders en daarmee ook die van haar opa op een inzichtelijke manier als volgt:


Mensen moesten 'ontvoogd' worden: niet meer uitgebuit door de plaatselijke hoofden. Een filosofie die gelukkig ook de bijkomstigheid had dat deze in ons eigen voordeel werkte, want het leidde tot rust en legitimering van Nederlands gezag.


Grootvader Cornelis Bennema werd onder andere ingezet om het opkomende nationalisme te helpen de kop in te drukken. Hij moest de orde handhaven als er tussen de verschillende groepen gevechten uitbraken en dit bepaalde Cornelis' kijk op de verhoudingen in de kolonie. De auteur schrijft, dat haar opa daardoor noch voor de communisten noch voor de nationalisten en zeker niet voor het Indonesisch onafhankelijkheidsstreven sympathie kon opbrengen. Dat verklaart ook de titel van het boek, dat hij als Nederlands politie-inspecteur nooit zou verindischen.


In die tijd was het ook niet gebruikelijk dat een vrouw haar man niet zou volgen. De oma van Tineke Bennema deed dit letterlijk door met haar man af te reizen naar Nederlands-Indië. Grootmoeder Aafke schrijft regelmatig naar huis en in een van die brieven schrijft ze dat ze wel heimwee heeft, maar dat Indië een prachtig land is en dat hun taak daar voorlopig nog ligt. Of zoals de auteur het verwoordt:


Aafke was geen ideologisch bevlogen of politiek geïnteresseerde vrouw. Ze emigreerde naar Indië omdat ze haar man volgde. […] De Nederlandse koloniale aanwezigheid vormde een gegeven en een vanzelfsprekendheid waarover zij en haar man geen vragen stelde.


Tineke Bennema reist met haar vader af naar Java, waar voor haar vader mooie, maar ook indringende en zeer verdrietige herinneringen liggen. Daar staan zij ook bij het graf van (groot)vader Cornelis. Het lezen van zijn naam op het witte kruis, is voor beide een schok. Wat dit betekent voor Tineke verwoordt zij prachtig:


Ik realiseer me dan pas echt goed dat er voor hemzelf  [Cornelis] geen strijdigheden waren in werk, drijfveer en zijn persoon. Die zijn er alleen voor mij als nakomeling. De schijnbare onverenigbaarheid wordt hier, bij zijn graf, opgelost.


Bennema heeft met het schrijven van dit boek een dilemma verwoord dat voor veel derde generaties herkenbaar is.


Over de auteur:
Tineke Bennema
(1962) studeerde geschiedenis aan de UvA (Midden-Oostenstudies) en was redacteur buitenland van de GPD. In 1994 verhuisde ze naar de Westelijke Jordaanoever waar ze eerst werkte voor het Nederlandse ministerie van Buitenlandse Zaken en later terugkeerde naar de journalistiek; Radio 1, Trouw en Twee Vandaag. Na haar terugkeer in 2002 werd ze redacteur bij Radio 1.


Ze schreef drie boeken: Checkpoint Jeruzalem (2001), De last van Khalil (2007), beide uitgegeven bij Van Gennep en vorig jaar verscheen haar verhalenbundel Welkom in het paradijs bij uitgeverij JurgenMaas. In 2011 werd de zilveren griffel voor het informatieve kinderboek Ik! Wie is dat? uitgereikt waarvan ze co-auteur was, (over multiculturaliteit). In 2012 ontving ze de gedeelde eerste prijs voor proza (kort verhaal) van de El Hizjra Stichting.
Ze adviseert het Comité Nederlandse Ereschulden, die rechtszaken won voor nabestaanden van slachtoffers uit Rawagade en Zuid-Sulawesi tijdens de Politionele Acties.


ISBN 9789461536785 | Paperback | 184 pagina's | Aspekt | April 2015

© Ria, 17 november 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER