Non-fictie

Theodore Dalrymple

http://www.skepticaldoctor.com


Lees De methode Dalrymple over het boek
Profeten en charlatans - Hoe schrijvers ons de wereld laten zien (VPRO 03-12-2009)

 

Andermans rotzooi
Theodore Dalrymple


In het essay Andermans rotzooi  houdt Dalrymple zich bezig met de vraag waarom het in Groot Britannië vergeven is van het zwerfvuil. Tijdens een 600 kilometer lange autorit tussen Glasgow en London zag hij hoe de berm langs de snelweg bezaaid was met wapperende slierten afval. Hij probeert in dit essay te analyseren wat het zegt over een land en zijn bewoners als iedereen zijn rotzooi laat vallen waar het hen maar uitkomt.


De eerste verklaring zoekt Dalrymple in de eetgewoonten van de Britten in de huidige tijd. Voor de meeste Britten is de maaltijd geen gezamenlijk gebeuren meer, maar de platte eetlust wordt hoofdzakelijk bevredigd door gemaksvoedsel. Dit voedsel wordt niet op vaste tijden genuttigd tijdens de gezinsmaaltijd, maar op het moment dat de eetlust zich voordoet en daardoor ook steeds vaker op straat. Van de verpakking en soms nog het daarin zittende restant voedsel ontdoet men zich direct wanneer men uitgegeten is en men laat dit dus vallen waar het uitkomt. Dalrymple schetst het hierbij ontstane onaangename aangezicht voor de leefomgeving op zeer kleurrijke manier. De nieuwe eetgewoontes houden, volgens Dalrymple, ook verband met de hedendaagse Britse huishoudens, waarvan de samenstelling steeds verandert en de moeder de enige voorspelbaar aanwezige figuur is. Hiervan zijn er inmiddels zoveel dat ze statistisch niet meer als een uitzondering kunnen worden gezien.
Toch kan dit niet de enige verklaring zijn, want de hoeveelheden zwerfvuil doen vermoeden dat bijna iedere inwoner van Groot Britannië zich schuldig maakt aan dit fenomeen, jong en oud, arm en rijk, laag- en hoogopgeleid. Kan een systeem van extreem hoge straffen, zoals in Signapore wordt gehanteerd bij het gooien van vuil op straat, misschien helpen? Werken camera’s preventief of moet de morele mens op het vuilvlak de niet morele mens toch terecht wijzen in het geval van het bevuilen van de omgeving, zonder daarbij bang te zijn voor zijn eigen hachje? Waar is de Britse zelfbeheersingcultus gebleven en welke rol speelt het nieuwe sociaal contract met als enige inhoud de afspraak om elkaar met rust te laten? Het zijn allemaal vragen die Dalrymple in zijn essay verkent en probeert te beantwoorden. Hij doet dit op een uitermate geestige, maar ook zeer doordachte met filosofie doorvlochten manier.


Het boekje ook voor de Nederlandse situatie heel herkenbaar. We kennen allemaal wel een situatie waarin we ons vreselijk ergeren aan ‘andermans rotzooi’, of het nou gaat om vuil op straat gooien of harde muziek van anderen in bijvoorbeeld de trein. Dalrymple beschrijft deze situaties en probeert ons een verklaring te geven voor het bijbehorende gedrag. Ondanks dat Dalrymple schrijft over een onderwerp dat ons enorm kan ergeren, verscheen er bij mij tijdens het lezen toch vaak een grote glimlach op mijn gezicht.
Voor de eigen terughoudendheid van Dalrymple om de straat of zijn leefomgeving te bevuilen heeft hij een hele simpele verklaring. Als u die wilt weten en waarom anderen het wel doen, dan raad ik u zeker aan het essay Andermans rotzooi te lezen.


Over de auteur
Theodore Dalrymple schrijft voor tal van kranten en tijdschriften over de hele wereld. Deze Britse arts en schrijver werkte in vier werelddelen en was tot enkele jaren geleden werkzaam in een ziekenhuis en een gevangenis in een Engelse achterstandswijk. Sinds jaar en dag schrijft Dalrymple columns voor onder andere de Londense Spectator en het Amerikaanse City Journal. Dalrymple vestigde zijn naam met boeken als Leven aan de onderkant, Beschaving of wat ervan over is en Door en door verwend.


ISBN 9789046812907 | Paperback 112 pagina’s | Nieuw Amsterdam Uitgevers | 2012
Oorspronkelijk titel: Litter, How Other People’s Rubbish Shapes Our Lives Nederlandse vertaling: Rik Smits / Nieuw Amsterdam

© Ria, 1 juni 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER!

 
non-fictieDe filantroop
Testament van een seriemoordenaar


Graham Underwood, een loketbeambte van de dienst huisvesting, heeft tweeëntwintig van zijn cliënten vermoord omdat hij iets wilde doen voor de mensheid, namelijk een deel ervan bevrijden van een nutteloos bestaan. De mensen die hij heeft afgemaakt, zijn in zijn ogen parasieten, die niets menselijks meer hebben. Het enige wat ze doen, is voor de televisie hangen, roken en zuipen. Ze leven aan de onderkant van de samenleving, en dat is hun eigen schuld. Immers, ze kiezen er zelf voor om tabak te kopen in plaats van fatsoenlijk eten.


Het boek gaat over de verantwoording van die moorden: Underwood wil aantonen dat de zogenaamd fatsoenlijke mensen, die nog nooit iemand hebben gedood, vele malen immoreler handelen dan hij. Ze eten vlees uit de bio-industrie zonder ooit een kijkje te nemen bij die dieren en hun leefomstandigheden, ze gebruiken goederen die afkomstig zijn uit landen waar de arbeidsomstandigheden onmenselijk zijn, ze dumpen tabak in arme landen omdat daar geen anti-rookmaatregelen van kracht zijn en ze consumeren veel te veel terwijl het grootste deel van de mensheid nauwelijks genoeg heeft om te overleven.
Voor de dood hoeven mensen niet bang te zijn. Sterven doet altijd een beetje pijn, dus wat maakt het uit of je gedood wordt of sterft aan een ziekte of een ongeluk. Dood is verder niets anders dan de afwezigheid van bewustzijn, dus de slachtoffers zijn op geen enkele wijze benadeeld. Integendeel, hun is een verder nutteloos en parasitair leven bespaard. Overigens, dat Underwood veroordeeld is voor de moorden is onterecht. Een mens verandert voortdurend, alle cellen worden steeds vervangen, alle moleculen zijn in beweging, dus de mens die voor de rechter staat is een andere dan degene die de moorden heeft gepleegd. Je kunt letterlijk niet tweemaal in dezelfde rivier stappen.
Het getuigt van weinig medeleven om mensen in gevangenissen op te sluiten: wraak is de belangrijkste beweegreden hiervoor. Daarom is het niet zo erg dat Underwood de moorden ook uit wraak heeft gepleegd. Hij zag die mensen maar voor zijn loket verschijnen, allerlei eisen stellen en daarvoor helemaal niets doen.


Dit is ongeveer de toon die in het hele boek wordt voortgezet. Het is onaangenaam om te lezen. Dalrymple, pseudoniem voor Antony Daniels, heeft als psychiater gewerkt in achterstandswijken en heeft dus te maken gehad met de door Underwood zo gehate onderklasse. Uiteraard is De Filantroop ironisch bedoeld, zodat we mogen hopen dat Dalrymple niet werkelijk van mening is dat werklozen in achterstandswijken maar afgemaakt moeten worden. Hij zal de bedoeling hebben gehad om te provoceren en wellicht om een discussie los te maken.
Dalrymple is een columnist en uit sommige van zijn stukken (die op internet te vinden zijn) blijkt dat hij van mening is dat de sociale voorzieningen juist funest zijn geweest voor de mensen in de achterstandswijken (die hij 'onderklasse' noemt). Sociale steun motiveert hen namelijk niet tot acties, zoals onderwijs volgen en werk zoeken. Een overduidelijk rechts standpunt dus, dat voorbijgaat aan het feit dat mensen in werkelijkheid geen gelijke kansen hebben.
De satire is niet goed geslaagd: het motief van moorden is te zwaar aangezet en de verdediging is te fragmentarisch. De argumenten die Underwood gebruikt, zijn deels met elkaar in tegenspraak: als je het al gerechtvaardigd vindt om tweeëntwintig mensen af te maken, hoef je niet ook nog eens te vertellen dat je voor de rechter een ander mens bent. Zo is het hele verhaal op te vatten als een allegaartje van simplistische borrelpraat-onderwerpen. Ook het noemen van talloze filosofen en schrijvers brengt het boek niet op een hoger plan.
Volgens de achterflap moet het boek worden opgevat als een pastiche op de polemiek. Nou, het mag zo zijn dat Dalrymple zijn verhaal zo heeft bedoeld, maar dan is het wel een slechte, niet-leuke pastiche.


Paperback | 175 Pagina's | Nieuw Amsterdam ISBN10: 9046802566 | ISBN13: 9789046802564 Jaar 2007 Vertaling van 'So Little Done: The Testament of A Serial Killer' door Jabik Veenbaas

© PetraO, oktober 2007

(Ik noem het non-fictie, omdat het verhalende element zo flinterdun is, dat je eigenlijk niet van fictie kunt spreken.)

Lees de reacties op het forum, klik hier!