Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

Nederhalfrond
J.Z. Herrenberg


‘Nederhalfrond’ is een 'boek', dat wil zeggen: het zijn bedrukte bladen papier met een band eromheen.
Grofweg heb je boeken waarin je een verhaal leest, fictie geheten, en er zijn boeken waarin informatie te vinden is, de non-fictie.
Als je begint aan dit boek, denk je een roman te gaan lezen.
Het begint al op een bijzondere manier:


‘Wij schrijven het jaar en wij schrijven het zuchtend. Wij sluiten de jaren als huizen om zuigende leegte aaneen en roepen. Wij, Zonnestraal en Hel, roepen alle mensen, opdat ze komen wonen in de stad van onze allereigenste eeuw. Wij roepen u. Brengt bloed alstublieft en vult onze huizen! Verenigt u onder de daken van talloze dagen en ziet uzelf nieuw door het Oog van onze Cycloon!’


Nu is een proloog wel vaker raadselachtig, dus ik lees door, in de verwachting dat het wel goed zal komen. En dat lijkt ook zo, ruim zeventig pagina’s lang word ik meegesleurd in een verhaal dat heel gewoon lijkt te gaan over een schoolfeest op het John Lennoncollege. Er zijn intriges gaande, en de rectrix gedraagt zich niet alledaags, maar dat wordt vast allemaal nog wel uitgelegd, denk ik op dat moment nog. Ik laat me met genoegen meesleuren in een zintuiglijke taal die gedetailleerd vertelt wat er gebeurt, hetgeen nooit uitmondt in saaiheid, want de toon is vaak potsierlijk op het bizarre af. Dat leest heerlijk!
Herrenberg speelt met de volgorde van de woorden, hij hakt zinnen in stukjes, en sleept de lezer mee in opeenvolgingen van werkwoorden.


‘Singlecell boog en boog, bevoelde intussen zijn keel, zijn borst, zijn maag, zijn buik, alsof hij iets ongewenst had ingeslikt en angstig de interne vorderingen daarvan volgde.
Of – woelde daarbinnen een claustrofobisch wordend wezentje? Deed dàt zijn stervoertuig zo bezeten jaknikken, vanwege zijn streven om zich door diens gebeente, vlees en verkleding heen een weg naar de wijde buitenwereld, naar vrijheid en zelfbeschikking te vreten?
Ging buiten naar binnen? Of – kwam binnen naar buiten?
That is the question.
Zeker is dat maar in weinig Nederlanders zo veel internationale gemeenschap opgetast zal hebben gelegen als juist in deze en mens. Was haar vreedzame co-existentie in zijn lichaam dus moordzuchtig disfunctioneel geworden, zodat in de kern van al zijn cellen de zo diverse genetische code zich nu onderling pijnlijk met zuiverende spiraalzwepen te lijf ging? Har Lemstra, de mens onder het fenomeen Bor von Singlecell t/m Europa, was immers etnisch tot in zijn poriën.’


Deze vorm van taal is ontegenzeglijk meeslepend, en al is niet onmiddellijk en precies duidelijk wat beschreven wordt, je beleeft het toch mee. Dat is knap, je verheugt je als lezer op al die pagina’s die nog zullen volgen.


Maar dan is deel een afgerond, en begint iets nieuws. Dat wat volgt is geen herkenbaar geheel meer, het is fragmentarisch, en er zijn te veel personages waarbij onduidelijk is wat hun rol is. Zeker, de taal is dezelfde, maar de betekenis steeds verder te zoeken. De schrijver is mij hier absoluut kwijt.
Ik ben verslagen, ik begrijp niet meer wat ik lees. Ook niet als ik het een tweede keer, een derde keer lees. Het is misschien de bedoeling om te laten zien dat de wereld krankzinnig is, maar dat had met een meer coherente tekst ook gekund.
Ik neem graag aan dat de schrijver veel plezier heeft gehad bij het samenstellen van dit boek, maar hij is de lezer toch enigszins uit het oog verloren. Jammer toch?

J.Z. Herrenberg (1961) groeit op in het Amsterdam van Provo en flowerpower, zijn vader een Surinamer, zijn moeder Nederlandse. Reeds in 1996 is Herrenberg begonnen aan dit boek dat een tweeluik moet worden.
Nederhalfrond is zijn debuut, en ik hoop dat het lezers zal vinden die er meer chocola van kunnen maken.


Beluister ook de VPRO uitzending van Open kaart met J.Z. Herrenberg


ISBN 9789028427495 | Paperback | 400 pagina's | Wereldbibliotheek | augustus 2018

© Marjo,  15 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Narcissus
Sol Bouzamour


De hoofdpersoon van dit boek, zoon van Marokkaanse ouders afkomstig uit Marrakesh, groeit op in de Amsterdamse Pijp. Aan zijn intelligentie ligt het niet, maar de studies waar hij aan begint lukken niet, en hij gaat bij de Landmacht. Ook dat wordt niets en als hij gaat werken in een coffeeshop in Amsterdam leidt dat tot een verblijf in de gevangenis. Daar leert hij Klaas kennen, de koning van de Wallen. Josh wordt zijn rechterhand, maar Klaas zal ook aan de basis van zijn ondergang staan. Want Josh leidt een leven waar hij niet op eigen kracht uit kan ontsnappen.


‘Tegen mijn Hollandse vriendinnen zei ik altijd dat ik Joods was. Dat was geloofwaardig door mijn niet Arabische uiterlijk. Maar in de loop der jaren begon ik me te kleden als een latino, omdat iedereen vroeg of ik Braziliaans was. Omdat ik zo weinig mogelijk op een Marokkaan wilde lijken, werd ik een fervent aanbidder van de zonnebank en begon zelfs mijn wenkbrauwen te epileren. De opgeschoren kapsels die mijn buurtgenoten ook hadden werden verleden tijd. Op een gegeven moment kon ik van alles zijn. Ik had meer identiteiten dan een ondergedoken maffiabaas. Spaans, Portugees, Italiaans, Braziliaans, Amerikaans,. Ik vertelde aan iedereen iets anders, net wat me uitkwam.  Uiteindelijk koos ik voor de Israëlische nationaliteit…’


Het verhaal dat we lezen is dat van een opportunist maar dan eentje die enigszins naïef denkt dat zijn bedje gespreid is. Hij heeft een vriendin, Dee, die niet beter weet dan dat hij Israëliër is, en die heel veel – te veel - van hem accepteert. Dat kan niet goed blijven gaan.
Joshua werkt op de Wallen, in de tijd dat het nog een rosse buurt is. Prostituees, drugs, drank, eigenlijk weet hij zich lang kranig te houden, maar als hij bezwijkt voor de verlokkingen, gebeurt het ook goed. Tevoren was hij een goed gebouwde, sportieve jongeman, haast verliefd op zijn eigen spiegelbeeld, een Narcissus dus, maar daar blijft weinig van over.
(Overigens heet de zaak die Joshua runt op de Wallen ook Narcissus)


Het was geen lieve wereld, daar op de Wallen, en dat is dit verhaal ook niet. Een rauwe wereld die ook zo beschreven wordt. De taal is grof, en het zit vol seksistische opmerkingen en scheldwoorden die hier niet herhaald worden. Vrouwen zijn gebruiksvoorwerpen, en met geld mag je alles.
Dit boek vertelt over een jongeman aan wie je maar beter voorbijloopt. Als alles autobiografisch is, dan kan je alleen maar hopen dat Sol, want zo heet de schrijver tenslotte, nu een ander leven leidt.


Sol Bouzamour (1982), auteur, journalist en kunstenaar, schreef zijn debuut Narcissus, toen zijn straf er op zat. Je zou het niet verwachten, maar ondanks dat grove taalgebruik en de seksistische taal leest zijn verhaal als een trein. Nadat je hem zo diep hebt zien zinken wil je weten of zijn hoofdpersoon in staat is weer uit die diepte omhoog te krabbelen. En dat het zo vlot doorleest heeft vast ook te maken met de vele pittige dialogen, die ook nog vaak vol humor zitten.


ISBN 9789048844364 | Paperback | 272 pagina's | Hollands Diep| september 2018

© Marjo, 26 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Moeders van anderen
Mirthe van Doornik


‘Soms is het net of het leven achter mijn rug een andere kant op beweegt.’


Aan het woord is Nico, ze is zoals ieder weekend met haar jongere zusje Kline bij haar vader, waar ze ontdekt dat haar vader er niet meer alleen voor hen is, maar zoals hij zegt ‘een eigen leven wil hebben.’
Een toevluchtsoord is weg, want thuis bij hun moeder hebben de meisjes het niet goed. Nora, de moeder drinkt en verwacht zo’n beetje dat haar dochters voor zichzelf zorgen.


De meisjes moeten zich aanpassen aan de moeder die steeds anders is, anders dan de moeders van anderen: er is de moeder die belooft om een betere moeder te zijn, en die als ze een prijs winnen de meiden mee naar de Chinees neemt waar ze mogen kiezen waar ze zin in hebben. Terwijl er dringend schoolspullen nodig zijn.
En er is de moeder die tegen hen preekt – onder invloed is ze dan: artsen zijn leugenaars en psychiaters hebben zelf problemen. Deze moeder geeft hen tips over hoe ze zich moeten gedragen. En dan is er de moeder waar ze niet over praten: de flink aangeschoten moeder die ’s nachts hun kamer binnenkomt, en hen op huilerige toon verzekert dat ze van hen houdt, dat zij haar verkeerd begrijpen en die om vergeving smeekt.


Nico en Kine vertellen om en om hun verhaal chronologisch door de tijd springend. Het gaat over de jaren die zo belangrijk zijn in het leven van pubers. Over het leven met hun alcoholverslaafde moeder, over de moeite die ze hebben om de schijn op te houden naar buiten toe. Hun tas staat ingepakt klaar, voor het geval dat. Ze nemen altijd de voorste metrowagen, en dragen iedere dag van de week een vaste kleur.
Ze hebben bijbaantjes, en sparen hun geld om een scooter te kunnen kopen.
Het lijkt er op dat Kine de sterkste van de twee is. Waar zij een manier vindt om een weg te vinden in het leven, zakt Nico juist dieper in een depressie weg.


Van Doornik beschrijft hoe de meisjes reageren op de moeder, op haar dwaasheid en ziekte. Dat doet ze met humor, zonder dat het wrange vergeten wordt. De meisjes hebben geen enkele zekerheid, ook veiligheid biedt hun moeder niet, zij gaat onnadenkend met criminelen in zee en vindt een troost in esoterie. Er komt zelfs een tipi in de flat te staan! Toch denken de meisjes er geen moment aan om anderen te waarschuwen. Als immers hun vader niets doet?
Je beseft als lezer natuurlijk hoe erg het is, maar er wordt niet op je gemoed gewerkt.


Het speelt van 1997 tot 2014, in het begin zijn de meisjes elf en veertien jaar oud. Kine lijkt als jong meisje al ‘oud’, ze is nauwelijks anders als ze als studente haar verhaal vertelt. Het was mooier geweest als er enige differentiatie was aangebracht, zo’n meisje maakt immers een rijpingsproces mee. Van Nico is het meer aannemelijk dat er weinig verandert. Ze was al puber als het verhaal begint. Het schild van afstandelijkheid dat menige tiener om zich heen opwerpt is bij haar nog sterker aanwezig.
Mooie stukken zijn er vooral in haar verhaal:


‘Er zijn dagen dat ze zich voorneemt niets meer te drinken, het zijn de beste dagen. In de avond heeft de spijt haar voornemens soms ingehaald, maar dan is de supermarkt meestal al dicht. (-) Met de komst van de nieuwe supermarkt is aan deze zeldzame avonden een eind gekomen. Open tot 22.00 uur.


‘Ik was langsgekomen om hem (=film) te brengen,’ zei hij, ‘maar je moeder begreep het niet.’
‘Dat kan’, zei ik, ‘ze begrijpt wel vaker dingen niet.’


‘Soms denk ik dat alles wat ik doen een imitatie is. Dat ik zelfs doe alsof ik besta.’


Mirthe van Doornik (1982) is journalist en documentairemaker. In 2016 vestigde ze zich als belangrijk schrijftalent: Van Doornik won de vakjuryprijs van zowel de NPO Boekenweek Schrijfwedstrijd als de Scheltema Schrijversacademie. Moeders van anderen is haar zeer mooie debuut.


ISBN 9789044631715 | Paperback | 288 pagina's | Prometheus| april 2018

© Marjo, 23 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sandwichkinderen
Jamila Channouf


'Met haar spitse ideeën, daadkracht en grote mond is ze aan het uitgroeien tot een leading lady van de superdiverse samenleving', schreef de krant De Morgen onlangs over Jamila Channouf. Spitse ideeën, daadkracht en een grote mond: die desem zit ook in haar debuut als schrijfster.
Sandwichkinderen vertrekt van haar jeugd in Borgerhout. Het zijn de jaren waarin haar moeder de Zeeman op de Turnhoutsebaan ontdekt, haar vader koning Boudewijn adoreert, zijzelf de oude mevrouw Mortelmans - slecht te been en na vele sloefen Bastos kort van adem - begeleidt naar het verkiezingslokaal ('Jamila, ik heb voor het Vlaams Blok gestemd. Het wordt tijd dat we weer baas worden over ons eigen land') en de genaamde Sabrina een tophit scoort met 'Boys, boys, boys'.
Een verhaal over halal en haram, McDonald's-sletten en seuten en daten met Marokkaanse en Belgische mannen. Maar bovenal een doorleefd en kleurrijk relaas met veel humor en engagement.


Als je deze flaptekst leest dan verwacht je een beetje nostalgisch verhaal over 'de goede oude tijd', niet in Nederland maar in België. Niets is minder waar, hoewel de schrijfster wel terugverlangt naar de tijd toen zij eind 1970 vanuit het Marokkaanse Rifgebergte neerstreken in het Vlaamse Borgerhout.


Toen was alles nog wel wat simpeler dan nu en bovenal, toen leefde haar vader nog. Haar vader die nachtenlang, Koran teksten citerend en over haar hoofd strelend, aan haar bed zat toen ze gekweld werd door nachtmerries. Haar vader die recht door zee was en respect voor alles en iedereen had.
Ze verlangt ook terug naar de gezelligheid van toen zoals, samen met haar vader en moeder Nederlands leren. - Haar moeder die geen Arabisch kon lezen en schrijven, volgde naast het Nederlands ook Arabisch les.-

Haar moeder vond het moeilijk en vreemd, waarom gingen kinderen naar een crèche, waarom gaan ouderen naar een rusthuis, waarom zitten mannen van veertig in de kroeg, waarom lopen homoseksuelen met pluimen, waarom verkopen vrouwen zichzelf in het café?


Maar zowel vader als moeder zijn erg dankbaar dat zij in België wonen, alle hun negen kinderen moeten die dankbaarheid ook tonen met een grote dosis beleefdheid en nederigheid.  Maar Jamila zelf voelt zich heen en weer geslingerd tussen Marokkaans en Belgisch zijn. Ze voelt zich een sandwichkind.  Tegen een arts zegt ze: "Wij sandwichkinderen zijn vreemden voor jullie en jullie voor ons. Wij, zij en niets tezamen."


Eerder vertelde Jamila al: "In tegenstelling tot mijn generatie aanbad de eerste generatie koning Boudewijn, droeg ze Leo Tindemans op handen en dacht ze van Jean Luc Dehaene dat hij een normaal postuur had. Die generatie hield van twee landen, terwijl ik al strijdend aansluiting zocht bij één identiteit, om vaste grond onder mijn voeten te krijgen."


Als op een school Irakezen vluchtelingen getreiterd worden, haalt Jamila's vader haar van die school af en wordt ze op een andere niet racistische school geplaatst, en daar ontmoet ze haar enige vriendin, Mina, die uit heel ander hout is gesneden dan Jamila. Maar toch strijden zij beiden tegen het bolwerk van de Marokkaanse 'zusters'.


Ik had zoveel behoefte aan daden na onze persoonlijke revolte waarbij we vooral ijverden voor zowel vernieuwing als traditie. Ik vond dat ik teveel stil stond. Veel te bang om een misstap te zetten in de maatschappij, in de gemeenschap, in het gezin. Maar ik was liever bang dan hysterisch, zoals de zusters. Zusters waar Mina nog steeds tussen leefde. Ik niet. Zusters stonden bij mij synoniem voor dolende buurvrouwen, wannabe-Beyonce's. Het soort vrouwen dat wanneer je z evraagt welk hun favoriet boek is, wellicht met ene Marokkaans kookboek zouden afkomen. Vrouwen met tijd. Te veel tijd. Tijd die ze vooral gebruikten om anderen te veroordelen. Vrouwen ook met weinig ambities en energie. De weinige energie die ze hadden gebruikten ze om zich met anderen bezig te houden. Het liefst zogen ze levenslustige mensen leeg.


De zusters leefden dus van roddel en achterklap en daar willen Mina en Jamila niet aan meedoen.
Jamila heeft al vrij jong de drang om vrij te zijn en ziet al heel snel hoe de wereld en vooral de wereld voor en van de Marokkaanse mensen in elkaar zit. Zij wil zo'n leven niet en vertrekt ook op gegeven moment uit haar woonplaats en gaat studeren. Mina wil ook ook een ander leven, maar pakt het heel anders aan, wat uiteindelijk leidt tot een arrestatie, die beiden vrouwen totaal verbluft.


De vriendschap met Mina loopt als een rode draad door het boek. Ook al zien de vriendinnen elkaar lange tijd niet, toch blijft de vriendschap bestaan en dankzij het verhaal over de ontwikkeling daarvan kunnen we de diverse kanten van de Marokkaanse samenleving 'zien'.

Maar eigenlijk voert Jamila in dit boek één lang 'gesprek' met haar vader, zij vertelt hem hoe zijn opvoedkundige normen en waarden na zijn dood veranderd zijn, zij vertelt over het Vlaams Blok, vertelt hoe anders en agressiever er tegen Marokkanen aangekeken wordt, ze vertelt dat iemand het had over minder, minder, minder, vertelt hoe de sandwichkinderen heen en weer geslingerd worden tussen het land waarin ze wonen en het land waar hun ouders vandaan kwamen. Jamila gaat zelfs een tijd wonen in Marokko, omdat ze zich ergens écht thuis wilt voelen.


Ze vertelt fel en strijdend. Met haar scherpe blik heeft ze veel dingen uit haar leven in haar hoofd geregistreerd en opgeslagen en analyseert en fileert ze haarscherp wat de plus- en minpunten zijn die het Vlaamse en Marokkaanse leven haar en andere sandwichkinderen brengen en gebracht heeft. Het boek heeft impact, geeft inzicht in het leven van een tweede generatie immigranten en laat je nadenken over onze huidige verhardende samenleving.
Kortom, een debuut dat je bijblijft!

Zie ook het interview op de Vlaamse radio 2


ISBN9789462671287 | Paperback | 158 pagina's | Uitgeverij Epo | februari 2018

© Dettie, 19 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De grens voorbij
Bastiaan Mellink


Bagrat is Georgiër, maar voelt zich 100% Nederlands. Toen zijn Nederlandse pleegouders naar Canada vertrokken om daar een veebedrijf op te starten, kon hij niet mee. Ze hebben geprobeerd hem te helpen om een verblijfsvergunning te krijgen, maar het is niet gelukt. Nu is hij achttien en hij moet terug. Nou ja, terug…hij kent Georgië helemaal niet! Naar wat, naar wie moet hij terug?
Maar de zaak is zo klaar als een klontje. Voor de immigratiedienst dan, niet voor Bagrat. En hij zal ze eens wakker schudden!


Bij de uitvoer van zijn plan, dat lang onduidelijk blijft, krijgt hij hulp van zijn vriend Lambert. Deze zoon van een molenaar moet als invalide door het leven nadat hij van een brug is gesprongen en verkeerd terecht kwam. Hij redt zich wel in zijn rolstoel, maar natuurlijk zitten er bij hem ook frustraties. Geen werkgever wil hem aannemen en hij wil graag een relatie met Lisette. Maar wil zij hem wel? Een invalide?


Het plan van de twee vrienden groeit hen boven het hoofd. Ze hebben hulp nodig. En die komt in de persoon van de Pool Mikolaj.
Bagrat en Lambert hebben aanvankelijk niet in de gaten dat de Pool zo zijn eigen ideeën heeft. En als Lambert het niet meer vertrouwt, is Bagrat al te ver in zijn waan dat dit het enige redmiddel is en hij luistert niet naar zijn vriend.
Als de Grote Dag nadert, loopt alles danig uit de hand…


‘Toch krijg ik de kriebels van Mikolaj,’ zegt Lambert.
‘Begin je nou weer? Zet je vooroordelen aan de kant en probeer je eens neutraal tegen hem op te stellen.’
‘Dat is gemakkelijk gezegd dan gedaan,’ bromt Lambert. ‘Mikolaj heeft een rare blik in zijn ogen, ik kan hem niet peilen. Iemand waarvan je weet dat je uit zijn buurt moet blijven.’


Er zijn drie perspectieven, waarbij voor de lezer iets meer duidelijk wordt al blijft het verhaal nogal afstandelijk, we weten bijvoorbeeld dat Mikolaj aan een manifest werkt, dat hij er vreemde ideeën op na houdt. Maar het enige aanknopingspunt is de vergelijking met Breivik (de Noor die bloedige aanslagen pleegde en ook een manifest schreef). Wat hij precies denkt, wat hij wil, dat wordt niet verteld.
Dan weten we van Bagrat iets meer. Althans zijn motief. In zijn verhaal wordt langzaam duidelijk hoe hij steeds minder helder kan denken.


Natuurlijk moet ook niet alles uitgelegd worden, dat bederft de spanning. Maar als lezer zit je nu wel met de vraag of dit nu drie gekken zijn? Het zou allemaal kunnen, wat er gebeurt, maar hm, het onwaarschijnlijkheidsgehalte is vrij hoog. 
Er had wel iets meer psychologische diepgang in mogen zitten, zeker als je leest dat Bastiaan Mellink werkt in de gezondheids- en verslavingszorg, waar hij mensen met complexe problematiek begeleidt.
En het is jammer van de spelfouten…

Auteur Bastiaan Mellink (1982) is opgegroeid in Overijssel en studeerde Creatieve Therapie in Utrecht. Hij volgde schrijfcursussen aan de Vrije Universiteit om zijn schrijven naar een hoger niveau te tillen. 'De grens voorbij' is zijn debuutroman.


ISBN 9789491773815 | Paperback | 148 pagina's | Uitgeverij Palmslag | mei 2018

© Marjo, 27 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het land houdt van stilte
Fieke Gosselaar


‘Op de landbouwgronden groeiden de gewassen door de seizoenen heen tot aan de laatste dijk waarachter de kwelders lagen en de Dollard begon. Het land van Siebo lag in de Reiderwolderpolder, terwijl zijn boerderij midden in het dorp stond.’


Oost-Groningen, een op het oog eenzaam gebied, met dorpjes en alleenstaande boerderijen, een land dat stilte biedt. In het huis van Siebo is een Bed & Breakfast, niet dat Siebo dat zo leuk vindt, vreemde mensen over de vloer, maar hij laat het zijn vrouw maar doen. Hij weet dat hun kinderloosheid haar achtergelaten heeft met een leeg gevoel, en ach, hij heeft zijn eigen bezigheden, hij heeft er net zo veel last van als hij zelf wil.
Maar als zijn vrouw meer lijkt te gaan voelen voor die ene terugkerende gast, vallen er toch wel woorden. Warre, een jongeman die regelmatig komt vanuit Amsterdam, lijkt voor Meena als een zoon te zijn. Dat is niet goed, vindt Siebo.


Als Warre deze keer komt en aangeeft dat hij wat langer blijft, speelt Meena met de gedachte dat hij voor altijd zou kunnen blijven. Warre, wiens moeder net overleden is, en die het ouderlijk huis moet ontruimen, heeft dat idee ook. Niet dat het uitgesproken wordt overigens.
Dan is er ook nog Duurt, een man die ook uit de Randstad komt en alleen woont met zijn duiven. Als zijn buurman overlijdt ontfermt hij zich een beetje over de buurvrouw.


Deze verhalen wisselen elkaar af: Siebo en Meena, in de derde persoonsvorm. Warre en Duurt opgevoerd als ik-persoon. Het duurt lang in dit land van stilte voor de lezer begrijpt wat deze mensen bindt, er wordt niet veel gesproken. Niet dat het dus automatisch een boek is met beschrijvingen, er gebeurt genoeg: er worden uitstapjes gemaakt, er wordt gewandeld, het huishouden wordt gedaan, maar het geheel heeft wel een verstilde sfeer. Zoals dat lijkt te passen in dit polderlandschap, waar de moderne tijd nog niet geheel vat op heeft gekregen.


De personages zijn mensen die op zichzelf zijn. Ze hebben wel gezelschap, maar dat is niet altijd een garantie voor echt contact. Het blijft een beetje op de vlakte allemaal. Dat is niet negatief bedoeld, het boek is een rake kenschets van de menselijke aard.


Een mooie psychologische roman waar ook nog een spanningsboog in zit, maar die staat op het tweede plan.


Fieke Gosselaar (1982) is strafrechtjuriste bij de rechtbank Noord-Nederland. Haar werk inspireerde haar tot het schrijven van een verhalenbundel, Tussen de anderen. Gosselaar verzorgt wekelijks een radiocolumn voor RTV Noord. In 2013 verscheen haar Groningse poëziedebuut, Nova Zembla. Dit is haar prozadebuut.


ISBN 9789026342424 | Hardcover | 196 pagina's | Ambo-Anthos | juni 2018

© Marjo, 21 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kleihuid
Herien Wensink


‘Er was niets wat erop leek, zelfs niet het dreunen van treinen of tractoren, dat soms het vlees van je botten leek te schudden. Je ogen, oren, mond gevuld met lawaai. Kaken op elkaar klemmen om niet te schreeuwen. Een groot, gruwelijk kabaal, zwaar en donker, daverend en resolute regelmaat. Bof. Bof. Bof. Mensenoren waren er niet tegen bestand. Mensen niet. Hier viel niet tegenop te trainen: marcheren, links-rechts, bajonet gereed. Bof. Na één dreun waren ze willoze vleesklonten, al hun oefeningen ten spijt. He trommelde op je borst en roerde in je maag. Huid, vlees, spier, alles werd week. Het dreunde tot in het bot, tot in het merg.‘


Aan het woord is een jonge man, een soldaat die zich in Passchendale bevindt, in het midden van de strijd. Harvey Cole is van eenvoudige afkomst, een van de vele andere Britse jongens die zich vol goede moed naar Vlaanderen hebben laten sturen, om pas daar tot de ontdekking te komen dat oorlog niets met heldendom te maken heeft.
Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog deelt soldaat Harvey in revalidatieoord Sonnehaert, te Krombeke een kamer met officier Rupert Atkins, die afkomstig is uit een artistiek milieu. Twee heel verschillende mannen. Ook hun verwondingen zijn heel anders. Aan Rupert zie je niets, behalve het trillen van zijn arm als hij getergd raakt.


‘Het laken als een jurk, verband over de borstkas en beide armen, vochtig verkleurde windsels om het hoofd, zwart van geronnen bloed. De linkerarm lag er bij als een gebroken vleugel. Het wezen leek benauwd, zijn ademhaling was rasperig en onregelmatig, alsof hij met alle geweld probeerde zuurstof uit het verband te zuigen.’


Williams, de arts in het revalidatieoord heeft – noodgedwongen? – verstand van zowel fysieke als psychische verwondingen, hij opereert Harvey verscheidene malen en voert therapeutische gesprekken met Rupert. De officier weet niet meer wat er allemaal precies gebeurd is, maar langzaam komen de herinneringen terug. Door het praten met de dokter, maar ook door de langzaam groeiende kameraadschap tussen Harvey en Rupert.


Rupert heeft het liever over kunst en literatuur dan over de oorlog. Hij was een veelbelovend kunstenaar, heeft ook al een prijs gewonnen, maar tot zijn afgrijzen komt er nu niets fatsoenlijks uit zijn handen.
Harvey heeft simpeler genoegens, praat over vrouwen, over zijn familie van wie hij denkt dat ze niet op zijn terugkeer zitten te wachten. Regelmatig voel je de ergernis van beide mannen, de een over het bijna hoogdravende artistieke geklets, de ander juist over het onontwikkelde laag-bij-de-grondse van de ander. Mooi is het dan te lezen hoe toch vriendschap ontstaat. Harvey is ondanks al zijn verwondingen, de sterkere, degene die steviger op de aarde staat dan zijn niet lichamelijk verwonde maat.


Het is een beeldend, erg zintuiglijk verteld verhaal, dat misschien voor diegenen die nauwelijks iets weten over die oorlog schokkend is, maar voor wie bijvoorbeeld de boeken gelezen heeft die Herien Wensink als bron gebruikte, zoals ze vertelt in een nawoord, is het niets nieuws. Vrijwel alle elementen zijn verteld in andere boeken: de gasaanvallen, de deserteurs, een vriendschap tussen vijanden, en vooral het gedwongen moeten samenleven in vreselijke omstandigheden.
Daardoor ontbreekt de spanningsboog, en moet het verhaal het vooral hebben van de mooie taal.
Hoewel er wel degelijk scenes beschreven worden die zich afspelen in de loopgraven of op het slagveld, is dit boek meer een psychologische roman dan een oorlogsroman.


Het was een verrassing te ontdekken dat de schrijfster een Nederlander is! De naam en het onderwerp van dit boek deed vermoeden dat het een Vlaamse schrijfster zou zijn.  Herien Wensink (1977) is theaterredacteur bij De Volkskrant. Hiervoor was zij tien jaar cultuurredacteur bij NRC Handelsblad. Als cultuurjournalist heeft ze haar werk kunnen maken van twee grote liefdes: schrijven en kunst.
Dit boek is haar debuut.


ISBN 9789029510400 | paperback | 288 pagina's | Arbeiderspers | januari 2018

© Marjo, 11 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het tegenovergestelde van een mens
Lieke Marsman


Een roman schrijven over de opwarming van de aarde, hoe pak je zoiets aan? Klimaatverandering is waarschijnlijk het belangrijkste probleem van deze tijd, maar toch hebben maar weinig romanciers zich eraan gewaagd, de Indiase schrijver Amitav Ghosh is een van de schaarse uitzonderingen. Te abstract en te ongrijpbaar? Een te groot gevoel van machteloosheid?


Ida, 29 en hoofdpersoon in Lieke Marsmans debuutroman, is klimaatwetenschapper, en als klein meisje al dacht ze diep over de dingen na:


‘Op een gegeven moment zei mijn moeder dat de mens door en door slecht was, hakte vervolgens een winterpeen in tweeën.
De uitspraak maakte veel indruk: als mensen slecht waren, en ik wilde goed zijn, dan moest ik ervoor zorgen dat ik het tegenovergestelde van een mens was. In de periode die volgde deed ik dat in eerste instantie vooral door te oefenen met zo lang mogelijk op mijn handen te lopen. In de schoolzandbak groef ik een zo diep mogelijke kuil in de hoop een glimp van Nieuw-Zeeland op te vangen.’


Na haar afstuderen reist Ida af naar Noord-Italië, waar ze wordt ingezet bij een onderzoeksproject over het verwijderen van een stuwdam. Veel stelt haar werk niet voor, en dus heeft ze alle tijd om na te denken, die drang is nooit overgegaan. Over de zin van haar onderzoek. Over de stagnerende relatie met haar vriendin Robin. Over filosofie. Over het boek This changes everything van klimaatactiviste Naomi Klein, die al snel uitgroeit tot haar nieuwe heldin omdat zij schrijft waar het werkelijk om gaat. Klimaatverandering, zegt Klein, heeft alles te maken met de kenmerken van het neoliberale tijdvak waarin we leven: de macht van het bedrijfsleven versus de onmacht van de staat; het idee dat alle problemen, ook klimaatverandering, kunnen worden overgelaten aan de vrije markt. Die wereld is echter zo groot en zo ongrijpbaar dat zij ons alle wapens uit handen slaat:


Wat als de reden dat de meesten van ons niet in actie komen niet is dat we te zelfzuchtig zijn om ons zorgen te maken over een ogenschijnlijk abstract en ververwijderd probleem – maar dat we juist verlamd worden door hoeveel het ons wél kan schelen?


Dat is wat Ida herkent: haar apathie is een gevolg van hoe de generatie die het neoliberalisme mogelijk heeft gemaakt de wereld achterlaat; haar cynisme is in werkelijkheid een uiting van verslagenheid. Ze gebruikt, zegt ze ergens, cynische grapjes om zich staande te houden in een wereld waar ze niet voor gekozen heeft, nooit voor zou kiezen, maar waaruit ze ook geen uitweg ziet.


Juist dit gevoelige, op de huid van de tijd analyseren van de vraag hoe te leven, maakt dat Het tegenovergestelde van een mens nog lang nazindert in je hoofd. Daarbij past wel de kanttekening dat Naomi Klein wel degelijk oplossingen aanreikt voor degenen die in verzet willen komen: collectieve actie van onderop. Klein geeft hiervan een heleboel voorbeelden, en in Nederland kun je denken aan de actiegroep Code rood die vorig jaar de steenkolenoverslag in het Amsterdamse Westelijk Havengebied bezette. Maar dat deel van Naomi Kleins boodschap gaat goeddeels voorbij aan Ida, en misschien ook wel aan de schrijfster.


Dat wordt echter ruimschoots goedgemaakt door de vorm waarin het boek is geschreven. Het tegenovergestelde van een mens is geen conventionele roman maar een speelse afwisseling van verhaal, poëzie (Lieke Marsman is ook een gelauwerd dichteres), citaten en filosofische reflecties, onderdelen die elkaar op een verrassende manier versterken. Een belangrijk boek, een boek dat er toe doet!


ISBN 9789025446345 | Hardcover | 175 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | juni 2017

© Hein-Anton van der Heijden, 22 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Desalnietbemind
Annabel Jonk


‘In dit bed ontwaakten we elke ochtend met een verbaasde blik naar elkaar. We koesterden het misverstand waarmee elke relatie begon. Alles wat we de ander hadden toegedicht, in opperste staat van vervoering en lust, leek gaandeweg te vervagen. De aanbeden verschillen veranderden in tergende irritaties. En het werd erger naarmate we verhuisden naar hier, ons huis. In dit bed had verdriet zich vermomd als boosheid en boosheid had zich voorgedaan als verdriet. Hier hadden we geprobeerd elkaar te monopoliseren. Als dat gelukt leek, was het van korte uur en werd de autonomie met stemverheffing heroverd. Dit bed was bunker en slagveld.’


En in dit bed wordt Martha op een dag wakker naast Victor om te ontdekken dat hij gestorven is. Twaalf jaar zijn ze samen geweest, de succesvolle advocate en de man die zijn tijd vulde met schrijven en presentaties houden. Martha dacht dat ze haar man kende, maar tot haar verbijstering is er op de begrafenis een vreemde vrouw, die rozen op zijn graf legt. Wie is die vrouw?
Martha gaat op zoek, en begint met het opruimen van Victors werkruimte, zoekend naar de dingen waarvan ze niet wist dat ze er waren.


‘Als er geheimen lagen, dan konden ze geen kant op.’


Haar man blijkt inderdaad een aantal geheimen voor te hebben gehad. Behalve de vreemde vrouw, zijn er ook volgeschreven schriften, met jeugdherinneringen, belevenissen waarover hij haar nooit verteld heeft. Af en toe leest ze erin, en dat leidt tot nieuwsgierigheid: wie zijn die mensen waarover hij schrijft?


‘Ik had altijd gedacht dat wat voorbijging vervolgens stilstond. Dat alles stolde tot herinnering en opgeslagen werd in grote stellages in het hoofd. Dat was niet zo.’


Martha zoekt steun bij haar vriendin, maar eigenlijk heeft ze er weinig aan. Sophia gelooft niet in de totale overgave en vindt dat iedereen, dus ook Victor, recht heeft op ene eigen leven. Als hij dat geheim wilde houden dan was dat zijn goed recht.


‘Vraag je af of je alles wilt weten. Onthoud de mooie dingen. Maak het niet te zwaar, schat. Hij heeft je desalnietbemind.’


Maar Martha gaat toch op onderzoek uit. Ze wil Victor alsnog leren kennen. En ontdekt dingen die ze misschien liever niet geweten had.


‘Wat een puinhoop. Er zat betonrot in de heipalen onder mijn bestaan. Ik voelde me dom en naïef. Om de waarheid te spreken hoef je niet slim te zijn, misschien helpt het zelfs als je niet toerekeningsvatbaar bent. Om goed te liegen moet je intelligent zijn, je moet denken in scenario’s, veinzen, vleien, versieren, vooruitdenken, schaken op verschillende borden.’


En zo wordt een verhaal dat begint als een roman een spannende thriller. En niet zomaar een!
Het verhaal zit vol filosofietjes, psychologische overdenkingen, en is prachtig geschreven met poëtische en spitsvondige zinnen.
Een boek dat je niet hapsnap tussendoor leest, al zou je dat denken als je er aan begint. Maar terwijl het verhaal aanvankelijk lijkt te duiden op een roman met als thema rouw, neemt al snel het thrillerelement het over en wordt er een spanningsboog in het verhaal aangebracht, waardoor je gaat vrezen voor Martha’s leven.


Verrassend dus, en mooi geschreven. Een debuut dat klinkt als een klok.


Over Annabel Jonk (1976) is niet veel bekend. Ze kan schrijven, dat zeker!
En het boek is zeer mooi vormgegeven


ISBN 9789492037794 | Hardcover | 334 pagina's | Uitgeverij Brandt | april 2018

© Marjo, 28 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een soort geluk
Peter Abelsen


Het boek als geheel beslaat een periode van bijna veertig jaar, grofweg 1980 tot 2018.
Als het verhaal begint is het 2013. Hoofdpersoon, Martin van Houten, is zojuist  weduwnaar geworden. Zijn grote liefde Pauline (‘Paultje’) heeft zich over moeten geven aan de dood. Kanker. (Ergens geeft Martin aan dat ze al jaren klachten had, die ze weet aan aambeien, maar welke kwaliteit van leven had ze gehad, stelt hij, als ze eerder de medische molen was binnen gestapt?)


Het wordt een verhaal over rouw, over het verwerken van en omgaan met het verlies van degene die de spil van je leven was. Martin zit achteraf vol met zelfverwijt, want hij heeft zich niet altijd netjes gedragen ten opzichte van Pauline. Lang had hij geen idee dat ze hem door had, tot ze hem confronteerde met zijn ontrouw. De grond zakte onder zijn voeten weg toen ze hem verliet. Hij probeerde het zonder haar te stellen, en faalde.


Vanwege de manier waarop hij omspringt met Pauline - en met andere vrouwen - is de hoofdpersoon niet echt sympathiek, en daar komt nog bij dat hij ondanks de vele talenten die hij blijkt te hebben, geen raad weet met zichzelf. Hij werkt op een medisch researchinstituut, na een opleiding waartoe zijn vader hem heeft aangezet. Hij is goed in zijn werk - doet onderzoek naar het Aidsvirus voor het die naam had - en hij wordt opgemerkt, maar hij weet dat daar niet zijn ziel ligt.
In de muziek dan? Een blauwe maandag speelt hij - niet onverdienstelijk - in een bandje, maar dat is het evenmin.
Een carrière als klusjesman - waar hij ook al goed in is - gaat ter ziele omdat zijn maat een andere baan aanneemt.
Dan rolt hij in een lucratief baantje op de Wallen, waar een einde aan komt als de moderne media zijn intrede doet en mensen makkelijk thuis aan hun gerief komen.
Intussen trekt zijn oude baas aan hem, om weer laboratoriumonderzoek te komen doen.


Martin lijkt niet te kunnen besluiten wat hij nu eigenlijk zelf wil, steeds laat hij zich leiden door toeval, of door anderen. Door anderen, maar niet door zijn geliefde. Haar raad slaat hij vaak in de wind. Hij heeft veel talenten, maar niet dat ene dat hij zou moeten en willen hebben: talent voor de liefde. En in het heden blijkt hij ook geen talent te hebben voor rouwen, maar dat is hem vergeven, want wie heeft dat wèl?


Een psychologische roman, die een grote indruk maakt. De schrijver legt Martins ziel bloot, met veel details beschrijft hij diens gevoelsleven, zonder pathos, zonder de hoofdpersoon te verontschuldigen. Zelfs zijn losse handjes niet. Martins onbegrip over de reacties van de ander op zijn gedrag is aannemelijk. Je begrijpt als lezer waarom hij doet wat hij doet, zelfs al zou je hem af en toe een schop onder zijn achterste willen geven.


Via bijfiguur Joris doet de filosofie zijn intrede, zodat de wereld getoetst kon worden aan Kant of Nietzsche. 


‘Het komt er juist op aan om het streven naar geluk op te geven, ‘het afleren enig doel te hebben’. Zo wordt de mens werkelijk wie hij is, namelijk een wezen dat zonder voorbehoud openstaat voor het leven en op die manier het bestaan beaamt.’


‘Een soort geluk’ dat Martin op het lijf geschreven lijkt.


Dit debuut is niet makkelijk omdat het vele lagen bevat. Een boek om te herlezen, om over na te denken. Het verhaal springt soepeltjes heen en weer in de tijd, en wordt af en toe nog doorbroken door brieven die hij in het heden schrijft aan een neef, die verder in het verhaal niet voorkomt. Op deze manier analyseert de hoofdpersoon als het ware zijn eigen verhaal over het verlies van zijn vrouw. Er zijn scenes waar Abelsen ineens de tweede persoon enkelvoud gebruikt, hij spreekt zijn geliefde rechtstreeks aan om even later weer vleiend terug te schakelen. Het is een ‘truc’ die werkt, het maakt zijn liefde voor zijn Paultje nog duidelijker.


Heeft het boek als kern het persoonlijke verhaal over liefde en rouw, de achtergrond is niet minder belangrijk: een behoorlijk maatschappijkritische noot ten opzichte van het einde van de vorige eeuw, met veranderingen die in de ogen van van Houten (= Abelsen) bepaald niet positief zijn. Neem bijvoorbeeld het feit dat er echelons werden ingesteld, waarbij de top zich nauwelijks bekommerde om de opzet van de zaak, maar liever zijn zakken vulde. Verrijking ten koste van vakmanschap. Leuk, maar eigenlijk schrijnend is de kritiek op Hoog-Catarijne...


Peter Abelsen is literair vertaler. Hij vertaalde werk van onder anderen Jonathan Safran Foer, Zadie Smith, Tenessee Williams, Don DeLillo en Jonathan Franzen, die hem 'besmet' hebben met de gave van een prachtige stijl.
Een Soort Geluk is zijn debuut, een boek dat meteen staat als een huis.


ISBN 9789026331909 | paperback | 301 pagina's | Uitgeverij Ambo| Anthos | april 2018

© Marjo, 11 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER