Debuten

Op deze pagina worden recensies geplaatst over boeken van debuterende schrijvers/schrijfsters.


Ook dit jaar lezen Marjo, Annemarie en Dettie de debuten, die op de inzendingenlijst van de ANV Debutantenprijs staan, weer mee.
Zij proberen zoveel mogelijk de boeken die op de lijst van inzendingen staan te lezen en recenseren maar ook andere debuten die (nog) niet op de lijst staan hebben hun belangstelling.
Boeken die ze hebben gelezen staan op deze pagina en in het archief


Zie ook: 
DordtLiterair

en de interessante nieuwe site Van debutant tot bestseller

 

altVerdwijning
Rien van der Zeijden


‘Het applaus stierf weg. Verbijsterd staarde Gea naar het kunstwerk. Ze besefte niet goed wat ze zag. Ze wilde wegkijken, maar het was al gebeurd. Ergens binnen in haar werd een gordijn woest opengeschoven om een onbarmhartig licht toe te laten. Een verzengend licht, niet bedoeld om te verhelderen. Het zou alles op zijn weg verteren.’


Het dorp Veenhaven is een zieltogende gemeente. In de enig overgebleven winkel, zo’n ouderwets kruideniertje, wacht Jitte Kooistra op klanten. Maar die gaan liever hun boodschappen verderop halen bij een goedkopere supermarkt.


Het is begrijpelijk dat Jitte wel oor heeft voor het plan dat hem door die Amerikaan ingefluisterd wordt. Wat die plannen precies zijn wordt niet meteen duidelijk, maar wel is duidelijk dat Jitte een van de voorstanders is van de nieuwe plannen die men met het kanaal heeft dat langs het dorp stroomt. Dat kanaal dat een verstild natuurgebied is geworden nadat het doodlopend werd gemaakt, moet weer geopend worden, ontsloten voor bijvoorbeeld toeristen. Voor bootjes. De tegenstanders negerend besluit de gemeente bij de Raad van State een beroep aan te tekenen: ze willen dat de Flora- en Faunawet van enkele jaren geleden teniet gedaan wordt, zodat de ontwikkeling van het kanaal door kan gaan.


Een van de tegenstanders is Gea. Zij wil niet alleen het natuurgebied met rust laten, maar heeft ook persoonlijke redenen om het kanaal te laten zoals het is. Gea is na haar scheiding van Taco blijven wonen op het terrein bij het kanaal waar in de jaren zeventig een bijzondere woonvorm was, een soort commune. Gea denkt er vaak aan terug: aan Gerben, een charismatische man, die de leider werd van wat in de ogen van de buitenwereld haast een sekte was. Aan de vrijheid, de zorgeloosheid van toen, de bijeenkomsten rond het houtvuur, met Taco die op zijn mandoline tokkelde. Aan de passie die haar beheerste. Het is geweest.


Maar uit die tijd stammen nog smeulende geheimen, die nu weer opflakkeren, nu de partijen lijnrecht tegen over elkaar staan.
Taco en Gea hebben in het verleden een zoon verloren, de jongen is nooit teruggevonden, en men heeft aangenomen dat hij in het water terecht is gekomen en verdronken. Het schuldgevoel grijpt Gea soms nog bij de keel, terwijl het voorval ook de nodige impact heeft gehad op het leven van hun dochter Franca.


Ook langs het kanaal woont Johan, een selfmade kunstenaar, in een caravan. Hij maakt creaties met hetgeen hij uit het kanaal vist. Als men hem vraagt een kunstwerk te maken voor de opening van het kanaal, gaat hij enthousiast aan de slag. Het kunstwerk zal onvermoede reacties oproepen.


Het boek bestaat uit twee delen. Het eerste heeft een alwetende verteller, het tweede wordt het verhaal vanuit Gerben verteld. Zo wordt in het eerste deel de situatie geschetst, hoe het verleden een rol speelt in de schermutselingen tussen de voor- en tegenstanders van het project. Door het tweede deel vanuit Gerben te vertellen, laat de schrijver heel veel dingen die tot dan toe onduidelijk zijn gebleven op hun plek vallen.
Dat geldt ook voor het citaat boven deze tekst, een stukje waar het boek mee begint, en waar de lezer nog niets van begrijpt. Persoonlijke verhalen die een hoogtepunt krijgen in een verhaal over algemeen belang worden in vaak mooie zinnen verteld.


Rien van der Zeijden (1956, Nij Beets, Friesland) is theoloog, supervisor en docent. Hij werkt in het HBO, schrijft en heeft een eigen praktijk in het buitengebied in Friesland.


ISBN 9789463650052 | Paperback |178 pagina's | Uitgeverij Elikser | november 2017

© Marjo, 28 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWe hebben alles bij ons
Arjen van Meijgaard

‘De dorpjes lijken op elkaar, zijn stuk voor stuk pittoresk, middeleeuws en leeg. Waarom gooien we ons leven niet radicaal om en stopt hier onze reis. Er staat vast wel iets betaalbaars te koop. Het kan zo geregeld zijn, als je maar wilt. Dat is het huidige geloof: als je wilt, kan alles. Een inboedel hebben we bij ons.’

Toen Victor tien jaar was verdween zijn vader zonder veel woorden. ‘Hij is weg’, zei zijn moeder en hoewel er af en toe die woensdagmiddagen waren, was de relatie tussen vader en zoon voorgoed kapot. Erger nog: ook de vrienden van zijn vader, met hun dochter Valerie, verdwenen uit zijn leven. ‘Vrienden van je vader.’
Victor ontwikkelt een lichte dwangneurose: als ik kan raden hoeveel tegels in die muur zitten, dan… als ik niet op de voegen tussen de tegels stap, dan…

Nu is Victor samen met Marjolein, en vooral dankzij haar bemoeienissen is er weer een moeizaam contact. Victor zal Leo - deze aanspreekvorm is veelzeggend: de man is immers in jàren geen vader voor hem geweest – naar Portugal brengen, waar zijn derde echtgenote op hem wacht. De laatste vrouw die nog op deze man zal wachten, want al weet Leo nog steeds hoe hij vrouwen kan charmeren, zijn tijd is duidelijk voorbij.
Het huis wordt ontruimd, en met een busje vol spullen die absoluut niet weg mogen, rijden vader en zoon naar het Zuiden. Wat noch Marjolein, noch Leo weet is dat ook Victor op weg is naar een ontmoeting met zijn geliefde. Hij heeft namelijk al geruime tijd weer contact met dat jeugdvriendinnetje en weet bijna zeker dat Valerie voor hem de ware is.


Onderweg lijkt er een mogelijkheid te zijn om de relatie tussen vader en zoon te herstellen. Victor kent zijn vader niet, erger nog: hij vraagt zich af of de vader zijn zoon kent.  Victor wil weten: waarom heeft zijn vader hem laten stikken? Waren al die vriendinnen en echtgenotes belangrijker dan zijn enige zoon? Maar zijn vragen komen aarzelend, want in deze intieme setting doet Victor ontluisterende ontdekkingen, en antwoorden komen ook nauwelijks naar voren. Er blijken steeds meer vragen gesteld te moeten worden om de juiste antwoorden te krijgen, als zijn vader langzaam meer onthult over het verleden.
Toch stelt Victor vast dat zijn neurose verdwenen lijkt. Zijn zijn vragen dan toch beantwoord?


‘Al die versies, de leuke vader van voor de scheiding, de vuile van de commune, de in een keurslijf gepropte van Lora, de afwezige van de jaren daarop zijn verenigd in de rochelende oude man naast mij. Een ratatouille van vaderfiguren, een postmodernistisch levend kunstwerk. Ik houd van hem.’


Een bijzondere roadtrip met een passend slot: met een open einde, waar de lezer al zijn fantasieën op los kan laten! Arjen van Meijgaard (1973) laat in deze psychologische roman over een haat-liefde verhouding tussen vader en zoon zijn schrijftalent duidelijk naar voren komen.


De Extaze-reeks is een project van het tijdschrift Extaze in samenwerking met In de Knipscheer. Deze roman is het vierde deel.

ISBN 9789062659647 |182 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | oktober 2017

© Marjo, 20 februari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altRotgeluk
Kristien De Wolf


Tien verhalen over dromen en verwachtingen leren ons dat geluk niet voor het oprapen ligt. Nu wisten we dat al wel, maar hoop doet leven. In deze verhalen wordt die hoop de grond ingeboord, en dat niet altijd met een zachte hand.


In het titelverhaal wordt een massaontslag aangekondigd. Slechts enkelen zullen mogen blijven. De hoofdpersoon denkt wel te kunnen voorkomen dat hij de laan uit wordt gestuurd: hij bedenkt een plannetje. Natuurlijk is de uitkomst daarvan heel anders dan hij het zich gedacht had. Het is niet het sterkste verhaal, het is te voorspelbaar.


Het verhaal dat het meest aanspreekt is De Ring. Het is een niet alledaags verhaal, over een ring die de show steelt.
In het gezin van twee zusjes komen iedere zondag een oom en tante eten, die zelf geen kinderen hebben. Als de achtjarige hoofdpersoon aan haar vader vraagt waarom oom en tante geen kinderen hebben, is het antwoord: ‘Tante Angelina is niet gezegend geraakt.’ Een raadselachtig antwoord! Het zijn immers priesters die zegen uitdelen?
Als tante van oom een ring krijgt, zijn de overige dames daardoor gefascineerd. Er staat iets in gegraveerd: ‘Wie jou ziet moet voor je dansen.’ Oom legt niets uit, maar het zal een ware uitspraak blijken! Maar voordat het zo ver is, droomt het jonge meisje ervan dat zij ooit de ring aan haar vinger zal schuiven. Als tante Angelina die droom hard verscheurt, schrijft Kristien de Wolf dit:


‘We zaten opgesloten in onze eigen hoofden en geraakten daar niet meer weg. Ik kreeg het benauwd van mijn gedachten en ook van de verraderlijke rust die maar bleef aanhouden.
Opeens kon ik niet meer slikken. Met mijn mond vol bleef ik zitten. Mijn moeder merkte het niet eens. De stilte boven de tafel verzamelde alleen maar meer gewicht en werd steeds dichter. Ik zag ze als een koude nevel van onze tafel oprijzen, tot ze stolde tot een naakt, wit blok beton dat ons definitief van elkaar scheidde. Even dood als de ring zelf was deze stilte, even ijselijk als de tochtige diepten waaruit hij moest zijn opgedolven.’


Zulke prachtige volzinnen gebruikt de schrijfster gelukkig vaak. Hoe deprimerend de inhoud van de verhalen soms ook is, de taal die zij gebruikt om het ons te vertellen maakt veel goed.


Er is een verhaal over het onbegrip tussen twee culturen, en dat van de vrouw die onverwacht een lot cadeau krijgt en meteen de wildste visioenen krijgt voor als de hoofdprijs aan haar uitgekeerd gaat worden. Nog een bijzonder verhaal: dat van de vrouw die door haar eigen lichaam wordt toegesproken. Het eindigt met een onverwachte, maar zeer toepasselijke ontknoping.


‘Mooi is dat’, vervolgde het misnoegd. ‘Jij zou geen geschenk als ik onder je hoede moeten krijgen.’
‘Een geschenk? Jij? Een vat vol weerspannigheid, een bad vol miserie, dat is wat jij bent. Nooit kun je een keertje gewoon doen wat ik vraag. Moe, ziek of lui, het is altijd wat.’


Tien verhalen, heel verschillend, wat betreft zeggingskracht en wat betreft het onderwerp. Maar steeds zijn er mensen op zoek naar geluk, en steeds is er dat deksel op de neus. Wat de verhalen ook gemeen hebben is de toon, licht tot zwaarder ironisch. Van deze hoofdpersonen heeft de schrijfster geen hoge dunk.
Die heb ik dan weer wel voor Kristien de Wolf. Dit debuut overtuigt.


De Extazereeks, een gezamenlijk initiatief van het literair tijdschrift Extaze en Uitgeverij In de Knipscheer, biedt schrijvers die eerder in Extaze hebben gepubliceerd de mogelijkheid hun werk in een zelfstandige uitgave te presenteren. De vormgeving van omslag en binnenwerk is van Els Kort.


ISBN 9789062659654 | paperback | 116 pagina's | In de Knipscheer, Extazereeks deel 5 | oktober 2017

© Marjo, 14 januari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een verhaal uit de zonnestad
John-Alexander Janssen


‘Als de kleuren in mijn hoofd vervaagden, de stemmen hun toon langzaam kwijtraakten, mijn geheugen steeds meer aan scherpte verloor, en dit – het haast ongemerkt verdwijnen van details - een proces was wat geen genade kende, dan zou onherroepelijk een moment aanbreken waarop alles nog slechts dof in me zou doorklinken, als een vaag gevoelde herkenning bij het verhaal van een vreemde.’


Zes jaar is het al weer geleden dat Hamza Fayoun Damascus verliet en hij heeft zijn verhaal nog niet verteld. Hij moet het vertellen, voordat het verhaal ‘als water in poreuze grond uit hem zou weglopen’.


Voor in 2011 de Syrische Burgeroorlog begon zou Hamza student bouwkunde worden op de universiteit in Damascus. Hij verheugde zich er op, deels vanwege de studie, maar ook omdat hij hoopte het meisje terug te zien waar zijn oog op gevallen was tijdens de open dag. Hij was daar met zijn vrienden Bassam en Fayal, die hij evenwel uit het oog verloor in de drukte.


En toen was daar dat meisje. Hij volgt haar en belandt in de introductieles filosofie. Hij ontdekt dat het meisje de dochter is van de professor, maar ook heeft hij met veel interesse geluisterd naar hetgeen professor Sinna El-Iskandri vertelde. 
Tegen de zin van zijn vader schrijft hij zich in voor het vak filosofie, en raakt zo betrokken bij de familie El-Iskandri. De professor nodigt hem en enkele anderen uit voor privésessies bij hem thuis, waar Hamza natuurlijk graag op ingaat. Zo kan hij het meisje, dat Zania heet, vaker zien. En dan mag hij haar ook nog bijles geven. Nu nog de moed verzamelen om haar echt het hof te maken. De familie - een oom en tante en twee neven - blijkt achter hem te staan en moedigt hem aan. Dat daar meer achter zit ontdekt hij – bijna - te laat.


Intussen ligt Hamza’s vader in het ziekenhuis, in coma, na een operatie door de broer van professor El-Iskandri. Hamza bezoekt hem wel, maar eigenlijk is hij al afscheid aan het nemen van de man die hem nooit zo dierbaar was als de familie Iskandri nu wordt.


‘Was zijn vader een vlieg die, net voor het raam dicht waait, door een kier naar binnen vliegt, en even later niet begrijpt waarom hij niet zomaar terug kan, zich niet bewust van het ondoordringbaar scherm tussen hem en de vrijheid waar hij zojuist nog van genoot?’


Terwijl je ogenschijnlijk een romantisch verhaal leest, speelt er veel meer mee op de achtergrond. Langzaam wordt de spanning voelbaar gemaakt die er ontstaat in Syrië, als de bevolking zich steeds meer onderdrukt voelt door president Assad en in opstand komt. Je kan niet zomaar alles zeggen, er lopen steeds meer militairen op straat. Ook de broer van Hamza gaat in het leger.


Er is de filosofieles over Socrates, de man die liever lijdt dan een ideaal op wil geven; er is een verlangen naar de lente; volwassenen die zonder uitleg jongeren aanraden hun geluk buiten Syrië te zoeken. Een student daagt de professor uit een standpunt in te nemen, en de privélessen stoppen ‘omdat het tijd is voor iets anders.‘ Kleine hints, die evenwel geheel duidelijk zijn omdat wij weten wat er zou gebeuren. Heel subtiel is de verandering van de maatschappij: de westers georiënteerde instelling van de bewoners van Damascus wordt bedreigd door aanhangers van Assad.


Je zou verwachten dat deze debuutroman geschreven is door een Syriër, maar John-Alexander Janssen (1984) is Nederlander. Hij studeerde af in geschiedenis, filosofie en rechten. Hij woonde in Harrisonburg, Jeruzalem en Parijs, was kort in opleiding om rechter te worden en is docent geschiedenis. Een verhaal uit de Zonnestad was een van de nominaties voor De Bronzen Uil 2017. Terecht.


ISBN 9789029511841| hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij de Arbeiderspers | juni 2017

© Marjo, 13 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOffer voor een verloren zaak
Hugo Luijten


De Eerste Wereldoorlog is losgebarsten en jonge mannen in Europa melden zich en masse om strijd te gaan leveren. Zij geloven allemaal in een goede zaak, en ze weten niet beter – want dat vertellen hun vaders – dan dat oorlog eervol is. Natuurlijk kan je sneuvelen in de strijd, maar dat is dan een offer voor een eervolle zaak. We weten allemaal dat het anders verloopt. Dat de meeste jonge mannen, van welke nationaliteit ook, vaak een zinloze dood stierven, en dus een offer brachten voor een verloren zaak.


Dit boek speelt van 6 augustus 1914 tot 16 november 1914 en vertelt over een Duitse soldaat die ook persoonlijke redenen heeft om dienst te nemen.


Heinrich Ohlenforst, afkomstig uit het dorp Havert heeft ruzie met de burgemeester van zijn dorp. Heinrich heeft namelijk diens dochter verleid en is niet de gewenste partij. Hij hoopt in de oorlog roem en eer te vinden zodat de relatie met het meisje toch geaccepteerd zal worden. Burgemeester Hilger sluit echter zijn dochter op in een klooster waar zij een gezonde zoon baart, en waar ze behalve met die ene vertrouwelinge geen woord meer zal spreken. Omdat Hilger niet weet dat zij en Heinrich in het geheim getrouwd zijn, beraamt hij een plan: hij belooft zijn dochter aan een andere dorpsgenoot als die er in slaagt Heinrich uit de weg te ruimen.


Terwijl we ook de gebeurtenissen in Havert volgen, speelt het grootste deel van het verhaal toch aan het front. Heinrich bevindt zich in de voorste linies, en valt met zijn collega’s België binnen, waarna de opmars Frankrijk in gaat. Tot het stagneert bij Verdun. 


Het verhaal is erg plastisch beschreven, misschien een tikkeltje te veel, al stoorde het mij niet. Luijten schuwt de details niet en je hoort als het ware het gedreun van de kanonnen en je voelt de wonden die de mannen oplopen. Alle ellende komt voorbij. Het contrast tussen wat de mannen in de realiteit op het slagveld meemaken en het gebral en de hoogmoed van de oudere mannen aan het thuisfront die rustig achter hun bureautje nog maar eens een sigaar opsteken, is groot.
Door de dubbele insteek heb je als lezer af en toe respijt; even bijkomen van al die ellende, en je groen en geel ergeren aan het thuisfront, om dan weer naar de soldaten terug te keren.


Het idee om er een plot in te verwerken levert een spanningsboog op, waardoor je tot de laatste pagina geboeid blijft lezen. In de strijd is er al de zinloosheid van een mensonterende oorlog, terwijl je via het thuisfront ook nog wat meekrijgt over de sociale omstandigheden van die tijd, en over het Oostfront. En dan zijn er natuurlijk de vrouwen die zich grote zorgen maken over hun echtgenoten en zonen.

Hugo Luijten (1969, Nieuwstadt, Limburg) is historicus en schrijver. Een bidprentje van een verre voorouder (Heinrich dus) uit Duitsland die in de Eerste Wereldoorlog is gesneuveld, wekte zijn interesse. De opbrengst van zijn speurwerk voegde hij bij zijn rijke fantasie en het resultaat is een zeer lezenswaardige, historisch goed gedocumenteerde oorlogsroman. Hij heeft daarbij hulp gekregen van twee zeer goed gedocumenteerde schrijvers: Leo van Bergen en Tom Tacken.
Deze debuutroman maakt grote indruk.


ISBN 9789044350708 | Paperback | 416 pagina's | The House of the Books | januari 2017

© Marjo, 23 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOnder het ijs
Ellen de Bruin


In 2004 vertrekt een groep klimaatwetenschappers naar het Noordpoolgebied om er onderzoek te doen. Hoogleraar Reinier van Wichteren zou deelnemer geweest zijn van deze expeditie, maar hij is niet lang voor vertrek tijdens een verblijf in Californië overleden.


Reinier was de leermeester van Bas Fretz, met haar eenentwintig jaren de helft van Reinier en waarschijnlijk heeft hij nooit geweten dat zij tot over haar oren verliefd op hem was. Bas dacht dat ze wel een kansje maakte, nam hij haar immers niet mee uit eten? En was zij niet degene die op zijn geliefde kat mocht passen toen hij naar Californië ging? Bovendien vroeg hij haar om ook naar Californië te komen als hij de felbegeerde baan krijgt waar hij voor ging solliciteren.


Nu hij dood is, zal ze het moeten doen met de herinneringen. En met de twijfelachtige eer dat ze zijn plaats mag innemen op het onderzoeksschip als onderzoeker van microfossielen. Al snel ontdekt ze dat ze niet echt zijn plaats inneemt, die is voor ‘the other woman’, een vrouw die eerder een relatie heeft gehad met Reinier. Bas wordt lab assistent en werkt min of meer samen met een jonge promovendus, een Japanner. De jongen staat bekend als TDK. (Woordgrapje: zelf is ze BasF).


Het zijn allemaal ego’s daar op dat schip, met allemaal een eigen doel. Een enkeling doet onderzoek naar het leefmilieu van de ijsbeer, een aantal is er op uit om olie te vinden, terwijl anderen er fel tegen zijn dat er geboord gaat worden op de Noordpool. Bas en TDK behoren bij de laatste groep. Die groep doet onderzoek naar de opwarming van de aarde. Zoals Reinier het tegen Bas vertelde:


‘Als de zeespiegelstijging doorzet en we hebben niets gedaan, dan loopt straks de hele Randstad onder water.’


Maar Reinier is er niet, Bas moet het allemaal zelf uitzoeken. Ze is wel ambitieus, maar haar positie op het schip - tussen al die mannen - geeft haar weinig zeggingskracht. Bovendien is ze nog in de rouw. En ze slikt medicijnen tegen zeeziekte. Dat blijkt niet zo goed samen te gaan met de aquavit die ze af en toe drinkt. Ze heeft wanen - of zijn het dromen? – dat Reinier er nog is. Hij lijkt haar aan te moedigen, en ze heeft zelfs een seksuele droom, die wel heel erg realistisch is.


Het boek begint met een hoofdstuk dat verteld wordt vanuit Reinier. Hij is als een geest, een ziel op zoek naar zijn rust.


‘Wat doet hij terwijl hij wacht? Toekijken. (...)
‘Hij hoeft maar een paar wolken opzij te duwen en dan kijkt hij daar tussendoor omlaag als de stralende zon.’


Dit hoofdstuk zet de lezer even op het verkeerde been. Het lijkt een zweverig verhaal te worden, hetgeen niet zo is.
Is het de rouw waar Bas mee kampt, dat haar tot een wazig persoon maakt? Hetgeen verteld wordt over haar werk en vooruitzichten geeft aan dat ze een intelligente jongedame is, maar het is alsof ze niet weet wie ze is. Alsof ze maar wat doet. Nu werkt de sfeer op dat schip daar ook niet aan mee, en die vreemde dromen ook niet. Dat voelt ze zelf ook: weg met de pillen dus. En dan zien we haar groeien, tot een zelfverzekerde jonge wetenschapper, die raad weet met de ontdekkingen die ze doet.

De schrijfster is maatschappijkritisch, waarbij zij in deze roman kiest voor de klimaatproblematiek. Door de beide verhaallijnen te vermengen leest het boek als een trein.


Ellen de Bruin is redacteur bij NRC Handelsblad en NRC.next. Ze schrijft vooral over wetenschap, psychologie en menselijk gedrag. Onder het ijs is haar romandebuut.


ISBN 9789044634457 | paperback |256 pagina's | Uitgeverij Prometheus | januari 2018

© Marjo, 10 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe avond is ongemak
Marieke Lucas Rijneveld


‘In de deuropening draaide hij zich nog eenmaal om en zwaaide naar me, de scène die ik later in mijn hoofd steeds zou afspelen, tot zijn arm niet meer omhoogging en ik begon te twijfelen of we überhaupt wel afscheid hadden genomen.’


In een streng gelovig boerengezin slaat de dood van de oudste zoon alle gezinsleden lam, de ouders, een jongere broer en twee zusjes. De middelste is de ik-verteller. Zij beschrijft haar eigen ellende, terwijl ze observeert hoe de anderen reageren. Het aloude gezegde: ‘waar hebben we het aan verdiend, dat God ons zo straft’,


Het meisje, tien jaar oud, was heftig verontwaardigd geweest toen Matthies, haar oudere broer, ging schaatsen en zij niet mee mocht, en terwijl zij haar konijn verzorgt, waarvan ze weet dat die binnen afzienbare tijd op tafel in een schaal zal liggen, vraagt ze God of hij alsjeblieft niet haar konijn wil nemen, maar Matthies…

Ze kan bij niemand haar gevoelens kwijt, over de dode mag niet meer gesproken worden. Ze verschuilt zich in haar jas, die ze niet meer uit zal trekken. Vanaf dan is haar naam Jas. Als in de consternatie die volgt haar konijn blijft leven – er zal geen Kerst gevierd worden, de reeds versierde boom verdwijnt – kan ze daar niet blij mee zijn. Haar schuldgevoel is te groot.


In deze gereformeerde wereld waar een computer of mobieltje uit den boze zijn en de televisie alleen Nederland 1, 2 en 3 biedt; waar de Bijbel hun enige leesvoer mag zijn; waar de ouderlingen iedere week op bezoek komen om te controleren of iedereen zich nog wel volgens de regels gedraagt en waar de dominee Bijbelteksten van de kansel schreeuwt, in deze wereld staan ook de ouders machteloos. Niet dat zij er moeite voor doen, zij hebben hun eigen ellende, en zien niet eens hoezeer hun overgebleven kinderen hun broer missen. Zij zien niet hoe Obbe, de vijftienjarige, zijn puberale behoeften omzet in nogal macabere experimenten met zijn zusjes, en zelfs een vriendinnetje. Zij hebben er geen oog voor dat Jas probeert uit te zoeken wat het eigenlijk is, de dood. Zij is een gevoelig kind, dat krampachtig probeert de wereld bij elkaar te houden, te herstellen. ‘als de padden die zij in een emmer op haar kamer heeft, maar willen gaan paren, dan komt het met vader en moeder ook weer goed.’


De moeder eet nauwelijks meer, de vader loopt weg als het hem te veel wordt (maar hij komt op tijd terug voor de koffie). Zoals Jas met het aanhouden van de jas zichzelf bijeen probeert te houden, zo is er ook het feit dat ze haar ontlasting vasthoudt. Zuivere logica van een kind: vasthouden wat je kan, om niet de grip op het leven te verliezen. Haar buik is strak en gezwollen, maar ook hier reageren de ouders niet adequaat op. Moeder doet niets, vader neemt nogal drastische maatregelen die niet echt helpen. En dan slaat het lot nogmaals wreed toe. Er breekt MKZ uit, de veestapel moet geruimd worden.
Het is al vanaf het begin duidelijk: het zal niet goed komen met dit gezin.


‘Volwassenen zijn vaker verwarrend, omdat hun hoofden als een Tetris-spelletje werken en al hun zorgen op de juiste plek moeten inparkeren. Als het er te veel zijn, stapelen ze zich op en loopt alles vast. Game over.’


Het tijdbestek van het verhaal is ongeveer twee jaar. Matthies vindt een paar dagen voor Kerst de dood, en het boek eindigt als weer een Kerst in aantocht is.
Hoewel een tienjarig meisje de verteller is, en je zou verwachten dat een groot deel van haar wereld uit school bestaat, is er nauwelijks sprake van een schoolleven. Ze vertelt dat ze wordt gepest vanwege haar jas, en de juf zegt tegen haar ouders dat zij een grote fantasie heeft, maar dat is het wel. Seizoenen spelen geen rol, over vakanties wordt niet gesproken, behalve dat Hanna een keer gaat logeren bij oma. Die ook al niets in de gaten heeft.


Dat de ouders niet zien hoe de andere kinderen afglijden, valt nog te begrijpen, maar hoe kan het dat op de scholen waar de kinderen heen gaan niemand doorheeft dat het fout loopt. Hoe kan het dat in een dorp waar de kerkgangers elkaar allemaal kennen niemand dat opmerkt?
Alleen de dierenarts vraagt aan Jas of het goed gaat, maar ook hij laat zich sussen, en doet niets.

Deze beklemmende roman deed mij denken aan ‘het meisje met de lucifers’, dezelfde donkere sfeer, zonder uitzicht op een goede afloop. Dezelfde kinderlogica, die dramatische wendingen tot gevolg heeft. Een niet begrijpen van de wereld rondom, en er zelf een draai aan geven.
De taal is bijna te mooi voor het verhaal. Marieke Lucas Rijneveld hanteert namelijk een mooie schrijfstijl, zij is duidelijk een dichter. Op iedere pagina vind je prachtige zinnen of zinsdelen.


‘Moeder draait zich steevast van rechts naar links naar rechts voordat ze haar pasvorm vindt’

‘Niemand kent mijn hart. Het zit diep verborgen achter jas, huid en ribben. In moeders buik is mijn hart negen maanden belangrijk geweest, maar eenmaal uit de buik maakt niemand zich er meer druk om of het wel genoeg slagen per uur maakt, schrikt niemand wanneer het even stilvalt of zo snel begint te kloppen dat er wel sprake moet zijn van angst of opwinding.’

Marieke Lucas Rijneveld (1991) is dichter en schrijver. De bundel Kalfsvlies was haar poeziedebuut, De avond is ongemak is haar prozadebuut.


ISBN 9789025444112 | paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | januari 2018

© Marjo, 20 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet Siamees moment
Peter W.J. Brouwer


Thomas, getrouwd met Isa, een huwelijk dat vijftien jaar geleden eindigde. Ze hebben drie kinderen.
Eva, samen met Erik, geen kinderen. Ooit hadden ze een relatie, zonder dat hun wederhelften daarvan op de hoogte waren, maar ze hebben elkaar nu al jaren niet gesproken. Hun leven was te ingewikkeld, beiden met een partner en daarbij ook nog Silke, met wie Eva een lesbische relatie had.

Op de dag dat Thomas een prijs in ontvangst neem vanwege zijn filmmuziek – hij is componist – krijgt hij een briefje van Eva. ‘Spreken we elkaar zaterdag?'.
Op die zaterdag zal er afscheid genomen worden van Silke, aan kanker overleden. Eva woonde met haar samen.
Thomas twijfelt lang, en laat intussen zijn leven, zijn relaties aan zijn geestesoog voorbij trekken. Ook van Eva lezen we de flashbacks.
Ze deelden de muziek, een grote waardering voor Brel, en later deelden ze een brievenboek en de liefde. Wat is daar na al die tijd nog van over? En wat heeft het voor hen betekend?  In een werveling van stukjes heden en verleden, lezen we over Thomas, over Eva, en over hen samen.


‘Eva en Thomas, op zomaar een dag. Ze ondergingen elkaar voordat ze elkaar hadden begroet.
Toen de dingen die gezegd werden niet meer overgingen in onrust en eindelijk stil werden, alsof ze in zichzelf verkeerd raakten, schrijnde het. Soms keek hij naar haar alsof geen ander haar al die tijd had mogen bedenken - een tikkeltje bezitterig was hij wel.’


In Het Siamees moment zet Brouwer vaak in korte zinnen of zelfs alleen kernwoorden een speciale poëtische sfeer neer. Het is volkomen duidelijk dat Brouwer een dichter is.


‘Aanhoudende regen. Het bladerdak stak fel af tegen de muisgrijze hemel, ze stonden in een ondiep plek in het bos. Van bovenaf leken ze op papieren poppetjes, iemand had ze in dat jaar getekend en neergezet, de temperatuur was in minuten met enkele graden gedaald. Eva rilde.’


Dat er van de lezer ook het een en ander verwacht wordt, blijkt uit de vorm: heden en verleden lopen door elkaar, in de dertig hoofdstukken van dit boek is nauwelijks een chronologie te bespeuren. Er is een voorspel en een naspel.
Het verhaal zelf heeft niet zoveel om het lijf. Er is een man, er is een vrouw. Met allebei een eigen kijk op hun relatie, met allebei een eigen leven. Weinig nieuws onder de zon. Vanwege de sfeer, de bespiegelingen en feitjes (namen van bonbons??) is de roman een stuk interessanter.


Peter W.J. Brouwer (1965) is dichter/schrijver, vertaler en theatermaker. Van zijn hand verschenen eerder drie dichtbundels. In Nederland en België toerde hij rond met muziektheater rondom Jacques Brel, waardoor zijn debuut een autobiografisch tintje krijgt.


ISBN 9789062659678 | 277 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | september 2017

© Marjo, 20 februari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe man die niet schoot
Vincent Merckx

‘Het verhaal wordt door iedereen een beetje anders verteld.’


Zo begint deze debuutroman. Als dan verteld wordt waar het mee begon, de man die over de Meir in Antwerpen loopt, op de eerste lentedag van het jaar, dan is dat een feit. Zoals het ook een feit is dat de man een pistool heeft, dat hij richt op willekeurige mensen die in zijn buurt komen. De paniek die volgt is een feit. Mensen beginnen te gillen en duiken weg.


‘Voor dat ene stelletje is het te laat: zij hadden de pech het pad te kruisen van de man met zijn pet of Stetson. Ze waren weggedoken maar kunnen nu geen kant meer op: de dichtstbijzijnde bank staat een paar meter verder. Bevend zakken ze op hun knieën, de man heft zijn linkerarm afwerend voor het gezicht van de vrouw, wat halfslachtig weliswaar, alsof hij zich al heeft neergelegd bij wat komen zal.’


Al richt hij zijn pistool op het voorhoofd van de man en daarna op de vrouw, de man schiet niet. Hij loopt door, mensen in grote verwarring achterlatend. Later zullen getuigen heel diverse feiten verkondigen over hoe de man er uit zag, hoe hij zich gedroeg. Hun waarneming is wazig geworden door de angst.


Het verhaal is actueel, het is de tijd na de diverse aanslagen op allerlei plekken in de hele wereld. De dreiging van terroristen beheerst het leven. En de man is verdwenen. Waar is hij? Wacht hij op het goede moment om toch nog slachtoffers te maken?


De stad raakt volledig uit balans. Omdat de man misschien een groene pet op had, of misschien een Stetson, worden die hoofddeksels verboden. Overal staan bewapende militairen, de staat van beleg is van kracht. Mensen durven de straat niet op, men vertrouwt elkaar niet meer. Is er eigenlijk wel een aanslag gepleegd? Wat is er precies gebeurd? Omdat iedereen de dader kan zijn volgen er razzia’s, en een proces met 4200 verdachten.


‘Zo loop ik hier vanavond door het park, langs de tentjes van de vierduizend tweehonderd, als dader onder de daders, de lucifer in een brandend bos. Gedreven door schuldgevoel. Als ik eerlijk ben, moet ik toegeven dat ook dat me de afgelopen weken bijna elke avond naar Park Spoor Noord gedreven heeft. Misschien zelfs vooràl dat. Zou het zonder mij ook zover gekomen zijn? Zonder die aprildag?’


In deze onwerkelijke toestand hebben twee mannen elkaar herkend. Ze waren ooit bevriend, maar hebben elkaar jaren niet gezien. Nu blijken ze in hetzelfde woonblok te wonen.  Wie is Anders? Wat voor verleden hebben hij en zijn vriend Alex, die volkomen van slag is na de niet-aanslag? Natuurlijk is er ook een vrouw, Mailka, van wie ook al niet duidelijk is wie zij precies is. En dan is er de goeroe, de man die mensen om zich heen weet te verzamelen als een sekte.


‘Na 9/11 is het in de Verenigde Staten gelukt. Een oorlog die de aandacht afleidt van wat er echt fout gaat, vaten vol olie om de economie draaiende te houden… en het enige dat daarvoor nodig was, waren een stuk of tien high-level politici en legerleiders die samen een aanslag hebben opgezet. Dus waarom zouden ze het hier dan ook niet eens proberen, een aanslag op zijn Belgisch?‘

Een actueel verhaal met absurde wendingen, dat je verbijsterd achterlaat. Omdat Anders als verteller van het verhaal een ‘onbetrouwbare’ verteller is, weet de lezer niet wat hij hier nu mee moet. Ja, soms lijken de maatregelen die genomen worden naar aanleiding van een (dreigende) aanslag overtrokken, een massahysterie. Vincent Merckx laat zien dat dit een schijnveiligheid is. Maar dat weten we toch wel?


Vincent Merckx werkt bij de VRT. Korte verhalen en columns van zijn hand verschenen eerder in Tirade en SLANG Magazine. ‘De man die niet schoot’ is zijn romandebuut.


ISBN 9789401446358 | Paperback | 217 pagina's | Uitgeverij Lannoo | september 2017

© Marjo, 21 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altIn het museum
Joost van Driel


'Nooit had David Schijndels durven hopen dat hij in een dinosaurus zou veranderen. De dag was niet slecht begonnen, maar dat het leven zo zou eindigen…’


David is ruim tien jaar als zijn moeder zegt dat hij zijn mooiste overhemd aan moet trekken. Ze gaan naar Brussel.  Jaren eerder - voor het kind is vier jaar een lange tijd - was er een gewoonte geïntroduceerd in het leven van de jongen. Minstens een keer per maand ging hij met zijn vader naar Amsterdam. Het duurt een aantal reizen voor de jongen doorheeft dat ze helemaal niet naar Amsterdam zijn gegaan al die tijd. Ze gingen de grens over, naar Brussel!


David vindt het heerlijk als hij samen met zijn vader op stap mag. Zijn vader is een held, hij kan hele lange verhandelingen houden, is opgeleid als filosoof. Hij windt iedereen om zijn vinger en krijgt alles voor elkaar. Vooral de vrouwen vallen voor hem, maar dat is in het begin nog niet zo duidelijk voor de jongen. Die geniet: van de wandeling door de stad, van de nieuwe smurf die hij krijgt maar vooral van het dinomuseum. Uren kunnen ze daar rondlopen, fascinerend zijn al die uitgestorven dieren.


Na een tijdje loopt zijn vader niet meer met hem mee, er is een meisje, Sarah, een oppas. David vindt het maar niks, maar Sarah ook niet. Toch vinden ze samen een manier om het allebei gezellig te hebben. De jaren gaan voorbij, en langzaam verandert het beeld dat de jongen van zijn vader heeft. Steeds meer doorziet hij wat voor man zijn vader is, maar het is wel de vader waar hij van houdt. En hij vindt het museum nog steeds een heerlijke plek om rond te lopen.
Dan komt de dag dat Sarah er niet is. David loopt in zijn eentje rond, en vergeet de tijd. Hij had om half drie afgesproken met zijn vader, het is al vijf uur als de jongen op de afgesproken plek komt. Geen vader. Geen Sarah. Niemand. Op dat moment neemt David een besluit.


Het verhaal wordt als een terugblik verteld. Daardoor kan het taalgebruik iets volwassener zijn dan wanneer het door het kind van zes verteld zou worden, op het moment dat hij het allemaal meemaakte. Toch houdt het verhaal het dromerige, naïeve sfeertje dat bij een kind hoort, een slim kind dan toch.


In de eerste alinea staan al verwijzingen naar het eind, maar op dat moment begrijpt de lezer dat nog helemaal niet. Het geeft meteen de nieuwsgierigheid een opdonder, je legt dit boekje niet weg! Wat wordt er bedoeld met ‘hij zou in een dinosauriër veranderen’? En waarom zegt zijn moeder:  ‘We laten ons verdomme niet kennen.’ David schrikt er van. Zijn moeder vloekt nooit.


Joost van Driel doet dit reuze goed: door de ogen van het kind zien we hoe vader, een flierefluiter, een fantast, zijn leven verwoest, en daarmee dat van zijn gezin.
Er zit magie in het verhaal en in het taalgebruik. Een prachtig debuut is het. Rake typeringen, mooie zinnen, goede symboliek.

Joost van Driel (Middelburg 1976) was als onderzoeker en docent werkzaam aan verschillende Nederlandse universiteiten. Hij publiceerde onder andere artikelen over literatuurgeschiedenis in De Groene Amsterdammer. Over middeleeuwse literatuur schreef hij de boeken Prikkeling der zinnen en Meesters van het woord.


ISBN 9789460015205| Hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Vrijdag | februari 2017

© Marjo, 6 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet geluk
Angelo di Berardino

Na de onverwachte dood van zijn vrouw vertrekt Wolf naar Nice, waar ze een tweede huis hebben, om daar te gaan wonen. Zijn reis verloopt niet bepaald vlotjes, en daardoor is er alle tijd om zijn leven met Mirjam te overdenken. Was hij ooit gelukkig? Waarom heeft hij zijn leven laten verlopen zoals het nu gegaan is.
Meer dan veertig jaar tevoren speelt het verhaal van Magnolia. Zij verlaat al jong het ouderlijk huis, en leefde het leven zoals het haar overkwam. Ook zij is op zoek naar het Geluk, en af en toe denkt ze het gevonden te hebben.


Terwijl we Wolf in het heden volgen met zijn terugblikken op het verleden, volgen we Magnolia langzaam tot in het heden.
Twee eenzame mensen op zoek naar het geluk. Saai, zou je kunnen denken, maar dit boek heeft een bijzonderheid: De meeste boeken hebben de bedoeling lezers een avontuur te laten beleven met het boek. Je beleeft een verhaal, er is op dat moment geen schrijver. Als je begint te lezen in dit boek lijkt dat ook zo.


‘In Antwerpen zit Magnolia in De Grijzen Hond, samen met haar vriend Bert.
Ze is zeventien en bestelt een kop jasmijnthee. Hij neemt een koffie.
Drie tafeltjes verder zit Wolf, zestien jaar. Maar dat weet ze niet. Ze kent hem niet.’


Dan weet de lezer, pardon, denkt de lezer te weten wat er aan het einde van het boek gebeurd zal zijn. Toch? Magnolia en Wolf zullen apart van elkaar van alles beleven en elkaar dan tegenkomen, Amor schiet een pijltje af en klaar is Kees. Maar zo gaat het niet. Of toch niet helemaal. Er is namelijk iemand die het boek schrijft. De schepper, zeg maar. Degene die normaliter onzichtbaar blijft en liever ook niet opgemerkt wordt, dringt zich hier op de voorgrond, door af en toe in het verhaal in te breken. In het begin lijkt dat nog onschuldig, een spelletje met de lezer.  En ook hier zet de schrijver zijn lezer op het verkeerde been.
Deze constructie maakt het verhaal, dat in wezen vrij vlak verloopt, interessant. Het is jammer dat hij het verhaal toch nog iets te veel laat door sudderen, met veel overbodige details, maar ook dat is natuurlijk de macht van de schepper.


Die schepper heet Angelo Di Berardino, die met dit boek zijn romandebuut schreef. Eerder waren er een zestal bundels en publiceerde hij in binnen- en buitenlandse literaire tijdschriften en bloemlezingen. In 2012 werd hij onderscheiden met de tweejaarlijkse Julia Tulkens Poëzieprijs. Als reclameman wonnen zijn campagnes prijzen in onder meer Londen, New York, Cannes en Hollywood.

ISBN 9789401446365 | Paperback | 312 pagina's | Lannoo | september 2017

© Marjo, 26 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER