Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

De witte stip
Gerard van Gemert


Onesmus Malandi woont in een dorpje in Kenia. Voetballen is zijn lust en zijn leven. Als het even kan volgt hij stiekem de trainingen van de voetbalschool Ndoto Ni, wat 'Dromen bestaan' betekent. En dromen doet Onesmus... Hij wil later naar Engeland om mee te doen aan de Premier League.


Maar Ubora, de directeur van de voetbalschool even verderop wil Onesmus talent niet onder ogen zien, sterker nog, hij verbiedt Onesmus de entree op de trainingsvelden. De directeur heeft namelijk zijn eigen dromen. Hij wil dat zijn eigen zoon gekozen wordt door de scouts die regelmatig komen kijken of er nog nieuw talent is te vinden.  En als Onesmus mee zou doen in de wedstrijden dan kon zijn zoon het wel vergeten, Onesmus is veel te goed!


Ook al weet Onesmus dat zijn ouders de school niet eens kunnen betalen, blijft hij toch hopen en geloven dat hij op een dag zijn droom waar zal kunnen maken, eens zal het gebeuren dat ze zien hoe fantastisch hij speelt. En die kans krijgt hij ook! De beste spelers van de voetbalschool moeten namelijk tegen een aantal jongens van het dorp spelen, zodat de getrainde voetballertjes goed opvallen tussen de slechte spelers natuurlijk.
Jongens kunnen zich voor een test aanmelden bij Habo, een van de trainers van de school. De beste spelertjes zullen geselecteerd worden. En zo komt het dat Onesmus en zijn goede vriend Jamar eindelijk wèl op het trainingsveld van de school mogen komen. Ze kunnen hun geluk niet op als blijkt dat ze gekozen zijn uit de lange rij met jongens die ook graag verder willen komen met voetballen.


Het is voor de jongens best vreemd om met een echte voetbal te spelen in plaats van een bal gemaakt van oude lappen. Ook krijgen ze echte voetbalschoenen en een echt voetbaltenue. En dat mogen ze allemaal nog houden ook! Dat alleen is al geweldig.


Natuurlijk valt het prachtige spel van Onesmus en Jamar op. Ze spelen de sterren van de hemel in zoverre dat gaat met een ongetraind team. De scouts zijn enthousiast. Maar de jongens hebben buiten de macht van de directeur gerekend. Die heeft nog een paar vervelende trucjes voor de jongens bedacht...

Ondertussen loopt het thuis bij Onesmus ook niet zo lekker. Zijn straatarme ouders werken elke dag heel hard op het land en nu is de oogsttijd aangebroken. Onsemus móet helpen en dat kan nu net niet. Als hij niet op de training verschijnt dan is het einde oefening. Dan kan Onesmus een glanzende voetbalcarrière wel vergeten. Onsemus is in heftige tweestrijd. Wat te doen?


Gerard van Gemert kan als geen ander een lekker spannend voetbalverhaal met een persoonlijk tintje schrijven. Bovendien heeft hij een prettige, beeldende vertel'stem'. Je ziet de jongens voor je en voelt de spanning van Onesmus en Jamar tijdens de trainingen en de wedstrijden.
Dit verhaal heeft dit bovenstaande ook weer allemaal in zich. Het bijzondere is echter dat het zich dit keer afspeelt in een klein plaatsje Kenia waardoor je terloops geïnformeerd wordt over de armoede en woonomstandigheden van de mensen die daar wonen. Vooral de blijdschap van de jongens rond hun nieuwe kleding en schoenen is iets om even bij stil te staan. Allemaal dromen ze van een beter bestaan en voetballen biedt ze die mogelijkheid... Dit is subtiel en mooi weergegeven door de schrijver.

Gelukkig komt er nog een vervolg want ik ben inmiddels erg benieuwd hoe het de jongens zal vergaan op hun weg naar de grote voetbalwereld.


ISBN 9789044831160 | Hardcover | 143 pagina's | Clavis | november 2017
Met zwart-wit afbeeldingen van Mark Jansen | Leeftijd 11+

© Dettie, 30 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLampje
Annet Schaap

Dit bijzondere verhaal begint vrij gewoon: er is een jong meisje dat haar moeder moet missen en wegens onvermogen van haar vader hun huishouden draaiende houdt. Zoiets hebben we al wel vaker gelezen. Maar na een introductie over wie Lampje is, en hoe het komt dat zij dit avontuur gaat beleven, zijn wij lezers al van plan om dit vrij dikke boek in een adem uit te lezen!


Augustus is de vuurtorenwachter. Iedere avond moet het licht aangestoken worden, en iedere morgen moet het weer gedoofd worden. Het is een waarschuwing voor schepen op zee, want als er geen licht is, lopen ze op de rotsen. En dat gebeurt op een stormachtige nacht. Er was geen licht. Waarom heeft Augustus het licht deze avond niet aangestoken?


Daar zit het bijzondere van dit verhaal: het is niet de man die iedere dag eenenzestig treden op en af gaat om het licht te regelen, dat doet zijn dochter, Emilia, oftewel Lampje. Haar vader is waardeloos als vuurtorenwachter: hij drinkt te veel sinds het overlijden van zijn vrouw, twee jaar terug, en hij heeft ook maar één been. Lampje ging van school waar ze nog maar twee weken zat, toen haar moeder ziek werd, om thuis in de toren alles te regelen. Om eerst voor haar moeder, en daarna voor haar vader te zorgen. En ook dus voor het belangrijke licht in de vuurtoren.


Maar op de avond dat het verhaal begint, is ze vergeten lucifers te kopen! ’s Avonds, bijna te laat, gaat ze naar het dorp, en kan nog net een doos kopen, maar onderweg naar huis krijgt de wind vat op haar en haar mandje. Weg lucifers. En die nacht loopt er een schip op de rotsen.


‘Vijfduizend dollar,’ hoort ze de juffrouw opeens zeggen.
‘Ruim. En dat brengen die spulletjes van jullie niet op, hoor, vijfduizend dollar.’
Van schrik gaat Lampje overeind zitten. De poes springt verontwaardigd op de grond. ‘Vijfduizend d…? Dat hebben wij helemaal niet.’
‘Natuurlijk niet,’ zegt juffrouw Amalia. ‘Niemand heeft dat. Daarom moet er ook voor gewerkt worden, daar helpt geen lieve moeder aan. En werken kun je toch wel?’
‘Wat moet ik dan doen? Waar moet ik dan werken? N… niet gewoon thuis?’


Zo gebeurt het: terwijl vader Augustus opgesloten wordt in de toren - met voldoende lucifers voor zeven jaar! - moet zijn dochter gaan werken voor de de admiraal, eigenaar van het schip. Zeven jaar lang.
In het huis waar ze heen gebracht wordt is, woont een monster. Tenminste, dat zeggen ze in het dorp, want iedereen die er werkte is er weggelopen. Er is alleen nog een huishoudster met haar verstandelijke beperkte zoon en een klusjesman. En iemand of iets in die kamer waar het meisje Lampje niet naar binnen mag.


Natuurlijk doet ze de deur toch open. En dan ontspint zich een wonderlijk sprookjesachtig verhaal over dapperheid, over de ander accepteren zoals hij is, een avontuur waarin je helemaal verdwijnt. Hoe zal het aflopen met dat moedige maar nog zo jonge meisje, dat moet opboksen tegen een realiteit die niet bepaald alledaags is?


Het is prachtig geschreven jeugdboek en dit is een debuut! Nu heeft Annet Schaap natuurlijk als illustratrice al heel wat boeken gelezen maar dat wil nog niet zeggen dat je zelf ook kunt vertellen. Nou: dat kan ze!
Ze schrijft bijzonder beeldend, filmisch, met een mooi taalgebruik en inzicht in de psychologie van de personages. Lampje is meestal het vertelperspectief, maar soms ook is het haar vader, of de huishoudster, en het werkt heel goed om af en toe vanuit een volwassen standpunt naar de gebeurtenissen te kijken. Daardoor hou je grip op de realiteit.
Een lekker ouderwets dus tijdloos avontuur.


ISBN 9789045120379| Hardcover | 328 pagina's | Uitgeverij Querido| november 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 23 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altJunior monsterboek 6
twaalf duivelse griezelverhalen, geschreven met bloed en tranen...
Nico de Braeckeleer e.a.


De schrijvers van deze bundel vol griezelverhalen zijn : Nico De Braeckeleer, Rob Baetens, Johan Deseyn, Tamara Geraeds, Marina Defauw, Kris Kowlier, Ronald Verheyen, Bart Mertens, Karel Smolders, Tom Bergs & Kris van der Sande, Marie Uiterwijk.

Marie Uiterwijk verdient (opnieuw) een speciale vermelding: zij is verreweg de jongste schrijver met haar veertien jaar. Maar wat nog specialer is, is het feit dat zij al twee keer de verhalenwedstrijd won, die iedere keer verbonden is met het verschijnen van een nieuw Monsterboek. En na die tweede keer werd zij een vaste medeschrijver. Haar verhaal gaat over twee jongen die tegen het verbod van hun ouders in gaan kamperen in het bos. Als daar vreemde dingen gebeuren gaat een van hen op zoek naar informatie. Waar doet hij dat? In de bibliotheek!! Dat vind ik zo leuk gevonden: het is dé plek om dingen te weten te komen’ schrijft Marie. Haar idee van haar verhaal is ook leuk, en niet al te gruwelijk uitgewerkt. Prima! Dit is tenslotte een bundel voor kinderen.

Ook de verhalen van de Nico de Braeckeleer en Tom Bergs & Kris van der Sande zijn eerder leuke en een beetje griezelige verhalen, maar dat van Karel Smolders is al een graadje erger. Toch is het gegeven niet enger: er is een foute burgemeester, die druk bezig is iedereen die hem niet aanstaat te laten verdwijnen. Hoofdpersoon is Juno, en al is zij een heks, het is erg spannend of zij wel tegen dat monster op kan!

Alle verhalen zijn leuk hoor, maar er moet er altijd een het leukste zijn, en een het minst leuk.
Bart Mertens, de illustrator van het boek, wint de prijs voor het leukste verhaal. Hij vertelt in het voorwoord bij zijn verhaal ook nog dat de omslagtekening geïnspireerd is op het fipronilei! Grappig!
Dat is zijn verhaal ook, over een meisje dat koekjes moet brengen naar oma. Zij trekt haar rode trui aan met dat kapje, ook rood natuurlijk. Het best wel enge verhaal gaat in die stijl verder, en met al die verwijzingen naar het bekende sprookje is dat gewoon erg leuk!

Het minst leuke is dat van Rob Baetens, over een soort vampier. Ik weet dat hij beter kan, dus waar ligt het dan aan dat ik ‘Nacht van een Pamvier’ niet zo geslaagd vind? Waarschijnlijk aan de hoeveelheid informatie, er gebeurt in de eerste helft van het verhaal vrij weinig. Als dat eenmaal voorbij gelezen is, komt het allemaal goed, dat wel!

Verhalen waarin oude legenden of spookverhalen in een nieuw jasje worden gestoken, of een eigentijds vervolg hebben vind ik altijd leuk. Het verhaal van Kris Kowlier is er zo een.
Een spannend verhaal met een griezelig, maar ook romantisch tintje.
En dan is er natuurlijk de nieuwe prijswinnaar: Hanne Goorickx, elf jaar oud.

Zij schreef: 'Slangengefluister', het laatste verhaal in het boek.
Een lekker eigentijds verhaal over een moedig meisje: In de krant wordt gewaarschuwd voor de waarzegster, die op de winterkermis staat met haar stand. Nadja gaat er toch heen. Natuurlijk gebeurt er iets akeligs, de waarzegster is echt een heks!!!

Het was weer lekker griezelen met deze twaalf verhalen!


ISBN 9789462420748 | hardcover | 303 pagina's |Kramat| oktober 2017
Tekeningen van Bart Mertens
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 4 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOorlog in een koffer
Berti Persoons


​Benyamin Jacoby overlijdt op woensdag 10 mei 2017. Zijn koffertje, dat geheimzinnige oude bruine ding, laat hij achter voor zijn kleinzoon Pieter.  Wat zit er in? Opa heeft het nooit willen vertellen. Hij is de enige van zijn familie die de oorlog overleefd heeft. ’Geluk gehad’, zegt hij. Vlak voor zijn dood vertelt hij het hele verhaal, zoals we het nu gaan lezen.


Het gezin Jacoby woont in Mechelen. Zij zijn joden, maar doen niets aan hun geloof. Ze betwijfelen of iemand weet wat hun afkomst is, zo Mechels zijn ze immers. Vader en moeder werken hard in hun goedlopende kruidenierswinkel. Simon, de oudste van 20 jaar, werkt bij de spoorwegen. Zus Sabrina, 18 jaar, en de dertienjarige Benyamin zitten op school.


Op 10 mei 1940 bombarderen de Duitsers Mechelen en niet veel later trekken de tanks binnen. In het begin is de oorlog nog iets abstracts, iets spannends, en men denkt dat het wel mee zal vallen. Maar dat weten we: meevallen is er niet bij. Simon is de eerste die dat onder ogen ziet, en hij doet mee aan het verzet. Als de maatregelen tegen de Joden hebben bewerkstelligd dat Benyamin niet meer naar school kan, en er in de winkel ook steeds minder te doen is, gaat Benyamin zijn broer helpen. Bij die groots geplande aanslag komt Simon om het leven. Niet veel later wordt het gezin opgepakt. Natuurlijk staat er geregistreerd in de gemeentelijke archieven dat ze joods zijn.


Dan volgt het verhaal dat iedereen zou moeten kennen: de Endlösung, Joden, zigeuners, homoseksuelen, al die mensen werden opgepakt en naar concentratiekampen vervoerd, waar een deel onmiddellijk gedood werd.
Benyamin is jong en sterk, en overleeft de verschrikkingen van Auschwitz en Bergen-Belsen. Als op het laatst de poorten opengaan en de overlevenden naar huis kunnen - naar wat daar nog van over is!- pakt Benyamin een koffertje. Wat er in zit, dat ontdekken we pas als Pieter het jaren later openmaakt.

Zoals ik al zei: iedereen zou dit verhaal moeten kennen, om tenminste te begrijpen hoe het komt dat mensen elkaar de vreselijkste dingen aandoen. Zodat het voorkomen kan worden. Een utopie, dat blijkt iedere dag weer, maar als je niets doet, gebeurt er ook niets.


Berti Persoons doet met dit nogal lijvige boek een poging om jongeren de ogen te openen. Het is een vlot verteld en spannend verhaal, waarin details niet geschuwd worden. De vreselijke dingen die de nazi’s deden met mensen die zij Untermenschen noemden, het is niet voor tere zieltjes, maar aan de andere kant: je moet absoluut niet gaan zeggen dat het ‘allemaal wel mee viel.’
Het verhaal is fictief, in de zin dat de familie Jacoby niet gebaseerd is op een familie die werkelijk geleefd heeft. Maar er zijn zeker zulke gezinnen geweest, en wat zij en later de enige overlevende zoon mee hebben moeten maken, dat is allemaal echt!


In zijn slotwoord stelt Persoons: ’ Uiteindelijk blijkt de werkelijkheid nog afschuwelijker dat wat ik vertel in Oorlog in een koffer. Het valt eigenlijk niet te bevatten.’


Berti Persoons (1953, Maaseik) is van oorsprong onderwijzer. In 2012 schrijft hij zijn eerste fictieboek voor jongeren.

ISBN 9789044830545| Hardcover | 456 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2017
Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 30 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe vlucht van Omid
een waargebeurd verhaal over zijn reis naar Nederland
Lysette van Geel


1980, het is oorlog in Iran. Het land ligt onder vuur van Irak. De tienjarige Omid heeft er weinig erg in. Alleen weet hij dat zijn vader veel moet werken en dat hij daarbij gevaar loopt. De vader van Omid is chauffeur in het leger.


Omid heeft twee zussen, die al ouder zijn, achttien en vijftien jaar. Vooral Arezoo probeert hem te verwennen. Zij heeft namelijk dezelfde leverziekte die Omid ook heeft. De aandoening gaat en komt, maar het wordt steeds moeilijker om aan medicijnen te komen. Ten einde raad besluiten vader en moeder dat het gezin weg moet gaan uit Iran. Er worden plannen beraamd waar Omid niets van meekrijgt, tot de dag van vertrek. Farid en Hassan, vrienden van zijn vader, zijn er dan ook. Tot zijn grote verdriet ontdekt Omid dat zijn vader niet mee gaat! Te gevaarlijk, zegt zijn zus.

En dan begint de reis. Na een spannende autorit en een vliegreis komen ze aan in Moskou waar ze een tijdje wonen in een flat. Farid gaat op zoek naar een mensensmokkelaar, die hen verder brengen zal. In een veel te volle vrachtwagen, op elkaar gepropt met andere mensen komen ze in Duitsland. Vandaar gaan ze met de trein naar Amsterdam en vragen asiel aan. Dan begint het nieuwe leven: een nieuwe taal, een andere school, en heel andere gewoontes.


Dit verhaal vertelt heel duidelijk over de problematiek die een vluchteling meemaakt. Korte hoofdstukken en verteld vanuit Omid is het een mooi verhaal geworden voor kinderen. Het is spannend, maar niet zo erg spannend dat de ernst van wat er allemaal gebeurt verloren gaat.
Op de binnenkant van de omslag staat een kaart afgebeeld waarop de reis is aangegeven. Achterin staat een verantwoording van de schrijfster die het verhaal opschreef na vele gesprekken met Omid die nog steeds in Nederland woont.


ISBN 9789048835249| hardcover | 160 pagina's | Moon | mei 2017
Leeftijd vanaf 9 jaar.

© Marjo, 17 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altChristopher Plum en de Woeste Waterstaf
Tamara Geraeds

Even een terugblik voor wie onze Ridders van de Ronde Tafel al (bijna) vergeten zijn. Eh, ridders van de Ronde Tafel?
Jawel, ook in deze tijd zijn er twaalf ridders, die allerlei avonturen beleven. Nu is de aanduiding ‘deze tijd’ nogal twijfelachtig, want er komt heel veel magie aan te pas die wij in onze wereld helemaal niet kennen. Maar de hoofdpersonen zijn echte personages die heel herkenbaar zijn: de twaalfjarige Christopher Plum die in eerdere avonturen heeft ontdekt dat hij de leider is van de Orde van de Ronde Tafel. En hij heeft twee andere ridders leren kennen: Elisabeth die in het Huis voor Lastige Kinderen woont, en Baris, met wie ze in het Engels communiceren. Hij woont in Turkije.


De ridders hebben allemaal een ‘familiair’, dat is een wezen dat onzichtbaar is voor anderen, en vaak heel nuttig. Voor Christopher is dat de vleermuis Vito, voor Elisabeth de trol Toing en Baris heeft hulp van Bora de wolf. De Vrouwe van het Meer gaf hen eerder een medaillon waarmee ze elkaar kunnen oproepen. Een heel handig ding!


Wat ze ook in een eerdere avontuur hebben gekregen is een opdracht, en een beperkte tijd waarin ze die moeten vervullen. Het zal een echte race tegen de klok worden: ze moeten de Tien Geboden naar Petrus brengen. Aan de hemelpoort ja.
Dat die Tien Geboden er niet voor niets zijn ontdekken de ridders op het moment dat ze de kist waarin de stenen liggen openen en ze voor hun ogen zien hoe de stenen uit elkaar vallen. Vanaf dat moment heerst er chaos in de wereld: er zijn geen normen en waarden meer!
Niet alleen de klok van Petrus tikt meedogenloos verder, het ligt ook in de handen van onze vrienden om die chaos tot stilstand te brengen.
Hoe hard dat nodig is blijkt als er vlakbij de plek waar ze zich bevinden een vliegtuig neerstort en de overlevenden elkaar welhaast naar het leven staan!


Op hun queeste ontmoeten ze vijanden: oude vijanden die ze al eerder hebben ontmoet, maar ook nieuwe en onverwachte vijanden, in de vorm van monsterlijke stenen. Gelukkig zijn er ook vrienden. En ze hebben de beschikking over allerlei magische hulpmiddelen, waaronder de staf van Mozes en Caduceus, de staf van de god Hermes.


Het verhaal bevat behalve die magie ook veel leerzame elementen, over de Bijbel en de godenwereld, maar over het geheel genomen is het een doldwaas avontuur, met veel humor, waarbij het goede natuurlijk wint van het kwaad. Hoewel, winnen? Dat valt nog te bezien: het is een open einde! Er moet een vervolg komen, want de ridders zijn nog lang niet klaar in deze wereld!


Tamara Geraeds
(1981) begon met schrijven toen ze 15 was en wist toen al dat ze er nooit meer mee wilde stoppen. In 2012 verscheen haar debuut Nergens bij Uitgeverij Kluitman Alkmaar. Tamara werkt als freelance docent Engels, Nederlands en creatief schrijven.


ISBN 9789462420724 | Hardcover | 352 pagina's | Uitgeverij Kramat | september 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 24 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHoe niemand mij geloofde en ik bijna alles verloor
Gertrud Jetten


De twaalfjarige Iris is echt wat je noemt een paardenmeisje. Ze is extra blij met haar verzorgpony Binkie, omdat haar ouders, die een pannenkoekenrestaurant runnen, steeds minder tijd hebben voor hun kinderen. Haar broertje Sep lijkt niet te lijden onder het gebrek aan aandacht, maar hun oudste zus Alex doet steeds gekkere dingen, die behoorlijk opvallen: ze heeft piercings, doet hele bijzondere make-up op, en scheert zelfs haar hoofd half kaal. Haar ouders reageren nauwelijks. Pas als ze haar rapport overhandigt en aankondigt dat ze van school gaat, komt er enige reactie.

Iris weet dat allemaal, en ze aarzelt des te meer om haar eigen problemen bij haar ouders neer te leggen. Want problemen heeft ze. ‘Zeg het nou tegen je ouders’, pusht Lara haar. Lara is haar beste vriendin en de enige die weet dat Erik, de eigenaar van de verzorgpony handtastelijk is. Hij dringt Iris tegen een muur zodat ze niet weg kan, hij bedreigt haar. Iris wordt er wanhopig van: ze wil dit niet, en probeert de man zoveel mogelijk uit de weg te gaan. Maar hoe kan ze dan voor Binkie zorgen? Die moet iedere dag naar buiten, en de stal moet uitgemest worden!  Erik doet dat werk niet. Expres niet natuurlijk.


‘Ik voel Erik overal in de kamer, ook al is hij er niet. Wanneer ik mijn ogen open, zie ik hem, en wanneer ik ze dichtdoe ook. De hele tijd zie ik zijn harde blauwe ogen voor me en zijn brede schouders. Ik voel me klein en kwetsbaar, als een mier in een zandbak met kleuters.’


Het is duidelijk dat er iets gebeuren moet. De pogingen om het papa te vertellen mislukken. Erik is ook al 30 jaar diens beste vriend! Hij zou het toch niet geloven!
Ze vertelt het tegen haar zus. En die is niet voor een gat te vangen. Ze bedenkt een plannetje. En ja, die opzet slaagt. Maar de gevolgen zijn ook heel erg. Thuis verandert er heel veel. En het ergste is dat Binkie ineens weg is!  Iris is ontzettend verdrietig. Je zou misschien denken dat haar nieuwbakken vriendje Daan een vervanger is, maar voorlopig is het meisje nog zo jong dat de pony meer voor haar betekent dan wie ook. Er worden wel oplossingen gevonden, maar dat zijn niet de goede…


Natuurlijk gaat het boek over paarden, de schrijfster is tenslotte Gertrud Jetten, bekend om haar series over paardenmeisjes. En we lezen ook wel over rassen en krijgen tips.  Maar het thema ongewenste intimiteiten en wat er aan te doen staat toch het meest op de voorgrond. De wanhoop, de (tijdelijke) oplevingen, en dan weer het verdriet wordt allemaal heel goed weergegeven. En niet te vergeten de schuldgevoelens zoals een slachtoffer die altijd krijgt.


Iris is echt een meisje van twaalf, een puber. School is belangrijk, de eindmusical in groep 8 en haar vriendje, allemaal heel belangrijk, maar Binkie is echt alles voor haar. We lezen hoe ze moed verzamelt, om het te vertellen, aan haar ouders en aan de psycholoog. En hoe ze alle ellende verwerkt.

Achter in het boek staan adressen vermeld waar kinderen terecht kunnen met hun vragen over dit onderwerp. Ook kunnen ze hier hulp krijgen wanneer ze misbruik vermoeden of zelf worden misbruikt.


Het is een mooi vormgegeven boek. De bladspiegel is ruim; boven de vrij korte, dus behapbare hoofdstukken staan leuke versierinkjes en de omslag is een mooie foto met positieve uitstraling. Alles komt vast wel goed dan…


Zie ook http://www.gertrudjetten.nl/hoe-niemand-mij-geloofde


ISBN 9789020624793 | Hardcover | 196 pagina's | Kluitman | september 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 14 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altZarja en de uil van Orplid
illustraties: Sieb Posthuma
tekst: Christianne Stotijn


‘Hij hoorde in de verte een hond huilen.
En iets wat leek op een kreet.
Hij wist dat hij moest gaan.’


Zarja is een jong meisje dat op zoek is naar haar uil. Al drie dagen roept ze hem, en loopt ze zoekend rond. De uil verdween toen ze samen aan het water liepen, daar waar aan de overkant het spookeiland ligt. Dat eiland heet Orplid en de uil heeft haar verboden daar heen te gaan. Maar nu moet ze wel. Haar uil is vast daar.


Het dier is heel belangrijk voor haar, hij heeft haar opgevoed, omdat ze geen moeder had. Dus stapt Zarja naar de veerman, die haar tegen zijn zin overzet. Het is gevaarlijk, zegt hij.


‘Er wonen alleen nog maar een kluizenaar, wiens naam niemand kent, en een handjevol dwerggeesten.’
‘Dwerggeesten?’


En de veerman vertelt het verhaal over de mensenkoning en de elfenkoning. De koning van de elfen was verliefd op de koningin, en hij was erg jaloers. Toen de koning en de koningin een zoon kregen, gebeurde er iets vreselijks. Wat precies, dat vertelt hij niet, ze zijn aangekomen bij het eiland.


‘Wees voorzichtig, Zarja!’

Door het lezen van dit prachtige sprookje, dat gelukkig, in tegenstelling tot de meeste sprookjes, een goede afloop heeft, heb ik heel veel geleerd.


Sieb Posthuma kende ik wel. Hij was een bekend illustrator, schrijver en ontwerper. Helaas is hij al drie jaar niet meer onder ons en werd hij slechts 54 jaar. Maar ik kende de schrijfster niet, en ging op zoek.


Christianne Stotijn (Delft, 1977) is een Nederlandse mezzosopraan. Op haar site vind je ook informatie over de Stichting Orplid opgericht in 2013 dat tot doel heeft om vernieuwende muziekprojecten te bedenken en uit te voeren van zowel voor het bestaande en nieuwe concertpubliek als voor kinderen. Zij maakte samen met haar vaste begeleider Hans Eijsackers een voorstelling ‘De Uilenpriesteres van Orplid’ .

https://www.youtube.com/watch?v=D4hxuzBbOws


If The Owl Calls Again verwijst dan weer naar een gedicht van John Haines.


https://www.poets.org/poetsorg/poem/if-owl-calls-again


En de naam Zarja is vast ook niet voor niets. Het was in 1900 de naam van een Russische onderzoeksboot, waarmee Baron Toll en drie metgezellen naar het legendarische Sannikovland zochten.


Mocht al deze informatie je niet interesseren dan blijft er nog altijd een prachtig kleurrijk geïllustreerd boek over met een sprookjesachtig verhaal over een meisje en haar uil.


ISBN 9789025871468 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Leopold | november 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 2 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe Beestenbus
Operatie red een goudvis

Illustraties: Kees de Boer
tekst: Victoria Farkas


‘Ik heb nog nooit zoiets verschrikkelijks gehoord,’ zei Ferdinand.
De anderen waren het met hem eens.
‘Dierenflats waarin vijftienduizend dieren gepropt kunnen worden,’ zei boer Willem.
‘Kleinere hokken dan ooit’, verzuchtte Fietje.
‘Gouden tralies om het geluk mee af te dwingen! Het moet niet gekker worden,’ vulde boer Willem Fietje aan.
‘Schokstokken,’ zei Raaf somber.
De anderen knikten stilletjes.


Suyckerbuyck, met zo’n naam verwacht je een deftige dame, een mooi huis en keurig opgevoede kinderen. Niet dat Raaf niet netjes opgevoed is, maar hij woont met zijn ouders in een gifgroene bus die al veertig jaar oud is. Ze hebben geen vast woonadres, want moeder Suyckerbuyck kan nogal eens verzeild raken in hooglopende kwesties. Ze is dierenarts en maakt ruzie als ze vindt dat mensen hun dieren niet goed behandelen. Haar man is dierenmasseur, en Raaf heeft een rariteitenkabinet.


Hij is net bezig een vlinder klaar te maken voor zijn verzameling als hij zijn moeder ruzie hoort maken. Ze is bezig met een hond die – net als het baasje - veel te dik is.
Zijn vader en Raaf kijken elkaar aan: dat wordt weer verhuizen! Ze pakken hun spullen, verzamelen hun dieren – hond, katten, konijnen en kippen - en vertrekken. Voor de zoveelste keer.

Raaf moet wel heel erg naar de wc, en die in de bus is kapot. Als ze een hotel zien, zegt moeder dat zij en papa boodschappen gaan doen, dan kan hij even dat hotel in. Maar daar staat een deftige portier en die laat geen vieze jongetjes binnen. Gelukkig logeert er een eigenwijs meisje in het hotel: Fietje. Zij helpt hem met de wc, maar ook met de operatie goudvis. Want wie houdt er nu visjes in een champagneglas!
Niet veel later ontmoeten de Suyckerbuyckjes boer Willem, die in een vervallen boerderij voor enkele dieren zorgt. Boer Willem heeft een akelige broer, met snode plannen.  Plannen die verijdeld moeten worden! Want zeg nou zelf: beestenflats? Echt niet!


De lezers van Otje (Annie M G Schmidt) zullen het een en ander herkennen in dit leuke verhaal. Raaf is vast door Otje geïnspireerd. En nu maar hopen dat ook Raaf meer avonturen mag beleven en dat we die allemaal kunnen lezen!
Leuke tekeningen, en ook de binnenkant van de kaft trekt meteen de aandacht: al die leuke dieren!


Victoria Alexandra Farkas (Amsterdam, 25 april 1973) is een Nederlandse kinderboekenschrijfster, thriller-auteur en journaliste. Als je de boeken bekijkt die ze geschreven heeft, zie je dat de meeste een specifiek onderwerp aanpakken: anorexia, ongewenste klapzoenen van een tante, maar vooral dierenleed heeft haar aandacht. Al zijn de onderwerpen zwaar, de manier waarop Farkas schrijft is dat niet. Er is ook veel humor in het verhaal te vinden.

ISBN 9789048838837 | Hardcover |176 pagina's | Uitgeverij Moon| november 2017
Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 2 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe heimwee van Faxi
Christine Linneweever


Het tiende boek in de serie Gouden paarden gaat over een IJslandse pony. Faxi is niet zomaar een IJslandse pony, hij heeft een bijzondere kleur, hij is een zilverappel. Kenmerkend voor zilverappels zijn vooral de witte wimpers. Verder hebben ze een donker(der) lijf en zilvergrijze manen. Faxi is natuurlijk de hoofdpersoon (dat kan ik wel zo zeggen, denk ik. Een paard is een edel dier, heeft een hoofd en benen en dit dier een persoon noemen kan wel).
Naast Faxi is er Noor. Zij is ook bijzonder: ze heeft een IJslandse moeder en een Nederlandse vader, en moet herhaaldelijk verhuizen omdat haar vader steeds ergens anders werkt.


Als het verhaal begint woont Noor op IJsland, waar ook haar oma woont. Ze vindt het er fantastisch, en het wordt nog beter als ze de paardenboerderij ontdekt, die onder leiding staat van Ingaborg. Deze laatste heeft snel door dat Noor een geweldige hulp is. Het meisje is dol op paarden en brengt al haar vrije tijd door op de boerderij. En met Faxi samen vormt ze een gouden team: ze trainen samen en winnen wedstrijden. Ook helpt ze bij de toeristentochten: vanaf de boerderij kun je namelijk tochten maken op IJslandse paarden. Zo leren Faxi en Noor Nicole kennen, ook een Nederlandse. Echt aardig vinden ze haar niet, maar dat maakt niet uit, ze vertrekt toch weer naar Nederland.


Dan gebeurt de ramp, die er natuurlijk aan zat te komen. Noors vader moet verhuizen naar Finland. En Noor moet mee…
Ook voor Faxi blijft het leven niet zoals het was. Hij mag mee naar Nederland om wedstrijden te rijden, dat lijkt hem leuk! Misschien ziet hij Noor wel? Maar het paard weet dan nog niet dat paarden die eenmaal in het buitenland zijn, niet meer terug mogen naar IJsland.
Zullen Faxi en Noor elkaar ooit weer terugzien?


Het verhaal wordt net als in de andere boeken van de Gouden serie verteld vanuit het paard. Het is zíjn belevingswereld. Mede daardoor krijg je heel veel informatie mee over hoe je als ruiter het beste om kunt gaan met een paard, want je leest hoe hij bepaalde dingen ervaart.
Het begint pittig, omdat er veel achtergrondinformatie gegeven moet worden. Voor paardenmeisjes en - jongens geen probleem natuurlijk en komt het verhaal eenmaal op gang, dan lees je het in een ruk uit. Want dan wordt het spannend!


ISBN 9789020622294 | hardcover |244 pagina's | Uitgeverij Kluitman| april 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 4 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER