Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

alt#Laatste vlog
Carry Slee


Noud en Gijs zijn de beste vrienden. Gijs heeft verkering met Femke, maar hij is nogal jaloers aangelegd. Het is al vaker gebeurd dat het uit was, maar steeds raakte het weer aan. Tot nu dan.

Gijs heeft zijn vriendin betrapt op een innige omhelzing met Jesse, en hij wil niet geloven dat Femke en Jesse gewoon vrienden zijn.  Het is nu klaar: alles wat hij ooit heeft gekregen van Femke moet verbrand worden. Het is tegen zijn zin, maar Noud helpt. Maar het blijkt een zeer domme actie: Gijs belandt in het ziekenhuis, en de vriendschap is voorbij. Noud begrijpt het wel: hij is erg laf geweest, maar dat Gijs er voor zorgt dat iedereen op school hem met de nek aankijkt, vindt hij vreselijk!


Femke en Roos zitten bij hen in de klas. Terwijl Femke net als de anderen meteen bereid is om Noud te veroordelen, twijfelt Roos. Ok, ze is verliefd op hem, maar ze gelooft hem als hij vertelt dat hij er spijt van heeft. Hij is geen lafaard, zegt hij, maar hoe moet hij dat bewijzen


Roos is fanatiek op Instagram, ze maakt artistieke foto’s, en post die daar. Ze krijgt altijd een heleboel likes. Als Noud haar vraagt een filmpje te maken van een actie waarbij hij laat zien dat hij geen watje is, om op YouTube te zetten, inspireert dat Gijs en Jesse om ook filmpjes te maken, en Roos filmt ook voor hen. Maar ze gaan wel erg ver!
In Roos’ leven verandert nog meer: ineens komt Susan, de dochter van haar stiefvader bij hen wonen en ze doet helemaal niet aardig. Er is iets met haar aan de hand en het heeft te maken met al dat geld dat ze steeds maar leent.
Noud die wil bewijzen dat hij heus wel moedig is, en Roos die er achter wil komen wat er met Susan aan de hand is. Hoe komen die twee bij elkaar?


Eigenlijk is Roos degene waar alles wat er in het boek gebeurt om draait. Ze heeft persoonlijk geen problemen, maar raakt wel betrokken bij de sores van anderen. En omdat ze zo aardig is, wil ze iedereen helpen. Haar tegenpool is Gijs, die nogal een kort lontje heeft, en snel met een oordeel klaar staat. Het kost heel wat moeite om hem zijn fouten in te laten zien.


In een snelle opeenvolging van gebeurtenissen waarbij ook de personages nauwelijks tijd hebben om even na te denken volgt het ene probleem op het andere dat de wereld nog niet uit is. Spannend is het zeker, maar het is wel een opeenstapeling van misverstanden, foute beslissingen en ongelukjes. Gelukkig is er die verstandige Roos en wordt het allemaal wel opgelost! Qua stijl is het verhaal nauwelijks een uitdaging: het leest als een trein. Maar dat is wat de doelgroep lekker vindt om te lezen.


Carry Slee (1949, Amsterdam) was dramadocent in het middelbaar onderwijs, en de lijst met boeken die ze geschreven heeft is indrukwekkend. Ze schreef voor diverse leeftijdsgroepen en veel films zijn verfilmd. Zou met #Laatste vlog ook zomaar kunnen.


ISBN 9789048839377 | Hardcover | 208 pagina's | Uitgeverij Overamstel | augustus 2017
Leeftijd 12+

© Marjo, 21 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Breekpunt
Grand slam: Deel 1
Rick Meijer


Mats Ketelaar heeft twee dingen waar hij erg gek op is; zijn hond Jelle en tennissen. Gelukkig is zijn allerbeste vriend Stan ook een fanatiek tennisspeler. Ze zijn alle twee supergoed, zo goed zelfs dat ze morgen tegen elkaar moeten spelen in de finale van het clubkampioenschap. Degene die wint mag mee op tenniskamp.

De middag voor de wedstrijd gaan ze nog even een partijtje muurtennis spelen en uiteraard mag Jelle mee. De jongens zijn in het spel erg aan elkaar gewaagd, hoewel ze een heel andere speelstijl hebben. Natuurlijk zijn ze in hun hoofd bezig met de wedstrijd van de volgende dag...


Stan sloeg als eerste tegen de bal. 'Ben je al zenuwachtig voor morgen?'
'Je weet het toch, ik maak je helemaal in.' Mats probeerde stoer te kijken, maar dat liet hij liever aan Stan over, die was daar veel beter in dan hij. 'Nee, joh, zuchtte Mats. 'Jij mag dan harder slaan dan ik, maar ik ben veel technischer.'
Stan begint te lachen. 'haha, in je dromen.'


Toch heeft Mats wel gelijk maar dat maakt hun wedstrijden ook altijd zo spannend. Tijdens het oefenen komt Nikki, het leuke meisje uit hun klas waar Mats een beetje verliefd op is, even langs. Zij is ook een heel goede tennisster en staat ook in de finale. Ze belooft, tot groot plezier van Mats, dat ze de volgende dag naar hun wedstrijd zal komen kijken. Maar opeens zien ze tussen de bomen een oude, gerimpelde, bleke man staan, die naar het drietal staat te gluren. Het is Maffe Marinus, er worden rare verhalen over hem verteld. De kinderen vinden hem een beetje griezelig en gaan maar gauw naar huis.

De volgende dag denken ze niet meer aan Marinus, want er moet een finale gespeeld worden. Mats is blij dat zijn ouders, zusje en Jelle er ook zijn. De wedstrijd is bloedspannend, de zenuwen gieren Mats door zijn keel, en de beste van de twee wint.
Eenmaal weer thuis ontdekt Mats dat Jelle weg is en Jelle blijft weg. Hij was toch met zijn ouders meegegaan? Maar zijn ouders dachten dat Jelle met Mats was meegelopen. 
Mats is er beroerd van en mist het dier verschrikkelijk. Natuurlijk gaan ze hem zoeken en Mats is blij dat Nikki ook meedoet aan de speurtocht. Die Maffe Marinus zal er toch niets mee te maken hebben? Hij keek zo raar... Of weet hun vervelende klasgenoot Robert meer van Jelles verdwijning?


Wat volgt is een heerlijk spannend avontuur. Mats heeft het maar druk met alles want tussen het zoeken door moeten er ook nog eens een verschillende tenniswedstrijden gespeeld worden en hoe kan het toch dat hij steeds denkt dat hij Jelle hoort?

Dit eerste deel uit de nieuwe Grand Slam serie is me goed bevallen. Rick Meijer heeft van dit verhaal een mooie mix gemaakt van spanning, avontuur, humor, ernst, een beetje liefde en... tennis natuurlijk. Mats en Stan hebben een heel eigen karakter, waardoor ze elkaar mooi aanvullen. Enkele bijfiguren zoals 'slome' Tom geven het verhaal een vermakelijke, luchtige toets. Fijn boek.


'Wat een avontuur, of niet Mats?' zei Mats' vader vanachter het stuur.
Mats bleef met een lach naar buiten kijken. 'Op naar het volgende, pap.'

ISBN 9789044830422 | Hardcover | 108 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2017
Met voorwoord van Gerard van Gemert | Leeftijd 10+

© Dettie, 6 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een geschenk uit de hemel
Het verhaal van het offerfeest
illustraties: Jan Bosschaert
tekst: CIET

Het verhaal dat in dit boek verteld wordt, is ook bekend in de christelijke traditie. Het verhaal van Abraham die opdracht kreeg van God. Hij moest zijn zoon Izaäk offeren. In de islamitische traditie zijn de namen iets anders: Ibrahim en Ismaïl.


Het verhaal vertelt over de stam van Ibrahim, die de sterren, maan en zon aanbaden. Ibrahim zelf wist wel beter: God was de Schepper van dat alles, en God wees hem dan ook aan als zijn profeet, degene die de boodschap van God zou gaan verkondigen. Nooit zou Ibrahim gedacht hebben dat God hem zou vragen zijn geliefde zoon te offeren. Maar als dat moest, dan zou hij dat doen. Hij vertelt het aan Ismaïl, die zegt dat het wel goed zal komen. Vertrouwen moeten ze hebben. Samen gaan ze naar de offerplaats. Als ze onderweg een duivel tegenkomen, die wil verhinderen dat Ibrahim doet wat hem gevraagd is, om zijn ongehoorzaamheid uit te lokken, weten ze hem te verjagen. En zo komen ze aan bij de offerplaats, waar Ibrahim aanstalten maakt om te gehoorzamen. Dan verschijnt de aartsengel Gabriël.


Het CIET is het Centrum voor Islamitische Educatie de Toekomst. Het is gesitueerd in Gent. Zij stellen het boek voor als een uitgave voor ouders, leerkrachten en natuurlijk kinderen. De illustraties zijn mooi van kleur, pagina vullend en passend bij het verhaal. Daardoor lijkt het boek in eerste instantie een prentenboek, maar gezien het woordgebruik is het niet bedoeld voor jonge kinderen, tenminste niet zoals je een prentenboek zou (laten) gebruiken. Het is eerder de bedoeling om samen met een kind dit boek te bekijken, uitleg te geven en er over te praten. Daarom is de toevoeging achter in het boek, ‘info en toelichting’ zeker een goed idee. Er wordt uitgelegd hoe dit verhaal staat in de islamitische traditie, en wat de betekenis is van het nog steeds jaarlijks gevierde offerfeest.
Er is een audio-verhaal beschikbaar op www.ciet.be


Het is een prima boek om duidelijk te maken dat een traditioneel feest er meestal niet zomaar is, dat er wel degelijk een betekenis achter zit. Bij het offerfeest kunnen we leren dat een goed mens bouwt aan een maatschappij die rechtvaardig is. Probeer je egoïsme en haat voor een ander te onderdrukken, en breng dagelijks offers in de vorm van tijd en geduld voor je medemens.


Het Offerfeest, ook wel het Slachtfeest of het grote feest genoemd, wordt gevierd vanaf de 10e dag van de 12e maand van de islamitische kalender en duurt 3 dagen. Op de eerste dag van dit feest wordt een schaap of een ander dier geslacht door elke moslim die zich dit kan veroorloven, ter ere van de profeet Ibrahim, die bereid was zijn zoon te offeren in opdracht van Allah. Een gedeelte van het vlees van het geslachte dier wordt aan de armen gegeven. Tegenwoordig wordt soms afgezien van het slachten van een dier, maar wordt een geldbedrag overgemaakt voor de armen. De moskee wordt bezocht en mensen dragen nette en vaak nieuwe kleding.


ISBN 9789059243910 | Hardcover | 22 pagina's | Uitgeverij Baeckens | augustus 2017
Leeftijd 10+

© Marjo, 1 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSOS fabelwezens
Deel 1 uit de serie Hex & Co.
Esther van Lieshout


Hier heb ik zo lang naar uitgekeken: een nieuw verhaal van Esther van Lieshout! Zij verdient het dat met dit boek dan toch eindelijk die grote doorbraak komen zal… Aan het verhaal zal het niet liggen, het is zoals ook de eerste boeken, een heerlijk avontuurlijk verhaal. Ok, je moet wel meegaan in een wereld van feeën, geesten, vampiers en nog meer van die fabelwezens, maar die zijn zo menselijk herkenbaar beschreven dat je nauwelijks merkt dat ze fantasiewezens zijn.


‘Ik geloof dingen pas als ik ze zie,’ zegt Kat. En zien zal ze het! Voor ze het weet is haar leven compleet veranderd. Het begint met een beetje jeuk aan haar arm. Maar ze is verbijsterd als op die plek een teken verschijnt met zwarte lijnen in de vorm van een oog. Nog meer raars gebeurt er die dag. Meneer Draver, de postbode, ziet er vandaag heel anders uit: hij heeft ineens vier benen. Kat beseft dat hij een centaur is! Kats vader heeft niets geks gezien, maar Kat kijkt nog eens, en het is toch echt zo. En daar blijft het niet bij… In de supermarkt krijgt ze een stukje kaas aangeboden. Door een elf!


Haar vader geeft haar de brief die de centaur heeft gebracht. Het is voor haar en het is een brief van een notaris. Ze is erfgenaam of zoiets.
Maar wat een erfenis! Een groot landhuis met zeven inwoners. Vader maakt zich al zorgen over de kosten, maar het kost niets, zegt de notaris. Al snel gaan ze het huis bezichtigen en maken ze kennis met de bewoners:


Madame Mopsa runt het huishouden. Ze is een fee en met een toverstaf is alles zo gepiept.
Ze stelt Quilp voor, de dwerg in het gezelschap met een luide stem, hij kan heel nors en nurks zijn, hij hanteert hamers en beitels alsof het niets is, en zijn kracht is helemaal des dwergs.
Meester Alfrik, die een eigen kaasmakerij heeft. Met heel speciale kazen. Kat schrikt er van: dat is die elf uit de supermarkt!
Dan is daar een faun: Jack B. Giddius, die zich voorstelt als de tuinman. Het is een hele knappe faun, Kat moet ervan blozen, als hij voor haar buigt. En er is een jongen van ongeveer Kats leeftijd. Hij heet Splinter, de staljongen. Aan hem ziet Kat eigenlijk niets bijzonders. Is hij ook een fabelwezen? Wat dan?
Maar het is allemaal zoveel, dat ze zich er niet druk over maakt. Vooral als ze de zesde huisgenoot ontmoet. 'Niemand Weet Het' is zijn naam, en hij is een geest.

Wat het allemaal nog lastiger maakt is dat haar vader gewoon mensen ziet. Hij kan niet zien dat zij anders zijn, en ze moeten hun geheime krachten en talenten verborgen houden. Madame Mopsa vindt het maar niks dat ze echt moet staan kokkerellen! En Jack heeft eigenlijk helemaal geen verstand van tuinieren, dus hoe moet dat als Kats vader hem opdraagt hem te helpen in de tuin?
Maar wacht eens: zeven inwoners, zei de notaris. Wie is dan de zevende? En hoe kan het dat Kat wel door de 'vermompeling' van de fabelwezens heen kijkt?
Haar gave is dus ook heel bijzonder, en omdat zij nu de nieuwe landhuiseigenaar is, wacht haar een zwarte taak. Er zijn namelijk fabelwezens die heel andere ideeën hebben over de geheimhouding en de macht van de wezens.

‘Doe maar wat je moet doen, maar ik doe niet mee!’
’Hoezo niet?’ vroeg Giddius onnozel.
‘Omdat jullie één heel belangrijk ding vergeten!‘
Giddius trok zijn schouders op. ‘Wat?’
‘Dat ik een meisje ben! Van tien!’ voegde Kat er vurig aan toe in een poging haar punt duidelijk te maken.‘


Wat volgt is een heerlijk spannend avontuur, met ontzettend veel humor. De naam van de geest alleen al is een bron voor veel grapjes, maar ook het feit dat ze zich in allerlei bochten moeten wringen om Kats vader niets te laten blijken. Wat als er ineens een naakte jongen in Kats kamer is? Gelukkig zijn er kaasjes…al moet je daar soms een gasmasker bij opzetten.
Ik heb geen enkel negatieve opmerking, alles is gewoon fantastisch, letterlijk fantastisch!
Dan zijn er nog de tekeningen. Zwart-wit, en precies passend bij het verhaal. Heel mooi gedaan door Marieke Nelissen.

Esther van Lieshout (Tilburg 1968) studeerde fotografie en film aan de academie voor beeldende vorming. In 2007 kwam haar eerste boek De Dromers van Morfhuis uit bij Uitgeverij Ploegsma. Inmiddels schrijft ze regelmatig voor educatieve Uitgeverij Zwijsen.


ISBN 9789401444620 | hardcover | 288 pagina's | Uitgeverij Lannoo | augustus 2017
Geïllustreerd door Marieke Nelissen | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 30 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het geheim van het Nachtegaalbos
Lucy Strange


Het verhaal in dit boek voert ons naar 1919. Het jaar waarin de twaalfjarige Henrietta (Henry) samen met haar ouders, zusje Roberta (Biggetje) en juffie Jane verhuisd is van Londen naar Huize Hoopvol, een oud huis aan zee. Het is een toepasselijke naam voor een gezin dat probeert na de tragische dood van hun broer en zoon Robert, weer verder te gaan met het leven. Maar zo makkelijk gaat dat niet.

Het zijn vooral Henry, juffie Jane en de kokkin die alle zeilen bij moeten zetten om de boel draaiende te houden. Moeder laat zich namelijk niet zien, zij is na de dood van haar zoon volledig ingestort en brengt haar dagen in de slaapkamer door. Ze heeft, apathisch als ze is, zelfs Biggetje, die vlak na Roberts dood geboren werd, nog nooit vastgehouden. En jammer genoeg is vader ondanks moeders slechte conditie toch afgereisd naar Italië vanwege zijn werk, zegt hij... of was het een vlucht?


Dus zo goed en zo kwaad als het gaat, zorgt Henry nu, samen met Jane, voor Biggetje, haar grote troost, en probeert de kokkin Henry's moeder weer te laten aansterken door het meest smakelijke voedsel te bereiden. Helaas is moeder nergens in geïnteresseerd, ze slaapt alleen maar.


Henry mist haar broer enorm en wil ook heel graag haar lieve, wijze moeder terug, maar hoe? Dokter Hardy is namelijk hevig geïnteresseerd in de nieuwe behandelmethoden van dr. Chilvers, de arts van het plaatselijke gesticht en houd,  in navolging daarvan,  daarom moeder onder de verdovende middelen.  Moeder moet rust hebben en de deur van haar slaapkamer moet op slot blijven. Henry vertrouwt die grote, lompe dr. Hardy voor geen cent, ze gelooft helemaal niet dat die eenzame afzondering haar moeder beter zal maken. Mama moet frisse lucht hebben en wandelen en Biggetje zien. Henry wordt helemáál wantrouwend als ze opvangt dat dr. Hardy moeder naar de kliniek van dr. Chilvers wil brengen zodat er medische experimenten op haar toegepast kunnen worden. Dat nooit! denkt Henry.

In feite is Henry enorm eenzaam, ondanks de lieve zorg van Jane, die helaas de opdrachten van vader moet uitvoeren en dat is... meegaan in de geneesmethode van dr. Hardy. Die vreselijke arts die geen enkele empathie toont voor het verdriet van het meisje en de ellendige toestand van het gezin. Maar Henry weet één ding zeker, ze kan en zal haar moeder redden. Ze knokt en ploetert en gaat door roeien en ruiten om haar moeder aan de invloed van die akelige dokter te onttrekken. Ze móet haar moeder terugkrijgen en uit haar lethargie trekken. Dat is haar missie...
Maar het wordt wel een enorme lastige klus met al die 'beter wetende' volwassenen om haar heen.


En dan ontmoet Henry in het bos achter het huis Mot, een wonderlijke maar lieve dame die daar met haar kat in een woonwagen woont. Het is Mot die Henry opvangt, een soort van thuis geeft en voorzichtig begeleidt. Ze begrijpt dat het meisje ook haar eigen verdriet bij iemand kwijt moet. En zo raken langzamerhand de levens van Henry en Mot met elkaar verwikkeld en blijken ze meer gemeen te hebben dan ze aanvankelijk dachten.

Het ontroerende, in mooie stijl geschreven verhaal grijpt je naar de keel. De eenzaamheid van Henry is bijna voelbaar evenals de tweestrijd van juffie Jane, die liever haar hart zou volgen dan de orders van haar opdrachtgever. Maar daarnaast is het ook spannend want het gevaar dat moeder in die experimentele kliniek opgenomen zal worden is levensgroot aanwezig. Kan een kind van twaalf dat dreigende gevaar keren? Of zullen de artsen het winnen? Die vraag blijft als het zwaard van Damocles boven Henry's hoofd hangen en als lezer leef je vreselijk mee met de strijd van dit door alle doorstane ellende, vroegwijze kind. Je zou haar willen knuffelen en willen zeggen alles komt goed.
Maar ook de bijzondere, eveneens door verdriet geteisterde, Mot sluit je in je hart en je verwenst in gedachte de vader die zijn vrouw en kinderen zo aan hun lot overlaat. En natuurlijk krijg je als vanzelf een vreselijke hekel aan die rücksichlose dr. Henry, die niet let op het belang van zijn patiënte, maar willens en wetens zijn eigen zin doordrijft.


Kortom, het verhaal sleept je vanaf de eerste tot de laatste pagina mee en lijkt qua sfeer op een mix van De geheime tuin, Het witte paardjeAnne van het Groene huis en enkele Dickensverhalen maar is toch compleet uniek in zijn soort. Het is gewoon een prachtig verzorgd koesterboek. Vooral lezen - ook volwassenen - !


Lucy Strange studeerde aan de toneelschool van Oxford en werkte als actrice, zngeres en verhalenverteller. Het geheim van het Nachtegaalbos is haar debuut.


Lees alvast het eerste hoofdstuk


ISBN 9789025767228 | Paperback met flappen | 319 pagina's | Uitgeverij Gottmer | juni 2017
Vertaald door  Aleid van Eekelen-Benders | leeftijd 10+

© Dettie, 14 augustus 2017

lees ook de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altKeien van kolonisten
Piet van der Waal


Als Napoleon verslagen is bij Waterloo en Nederland niet langer bezet wordt door de Fransen is het ook gedaan met de relatieve welvaart – oorlog is vaak goed voor de economie! Er heerst grote armoede, vooral in de steden. Dit boek vertelt het verhaal van een idealist die meende dat hij dat op kon lossen.


Het is 1820. In een weeshuis in Dordrecht woont Anne. Het leven is er niet best, maar de kinderen die in het weeshuis wonen weten niet beter: er moet hard gewerkt worden voor een beetje eten en klappen zijn aan de orde van de dag.
Als op een dag twee deftige mannen het weeshuis binnenstappen zal het leven van de oudste weeskinderen veranderen. Anne en haar vriendin Lieke worden eveneens uitgekozen om mee te gaan. Met een kar worden ze naar Amsterdam gebracht, en vandaar gaat het per boot naar de overkant van de Zuiderzee - het huidige IJsselmeer. Ze komen aan in de haven van Blokzijl, waar ze opgewacht worden. De bedoeling is dat ze samen met volwassenen die hen als ouders zullen opvoeden ondergebracht worden in een koloniehuis.


Door omstandigheden komt Anne terecht bij het echtpaar Zwiers, waar al andere kinderen ook zijn. Hoewel Anne erg verdrietig is dat ze nu Lieke kwijt is, en ook die ene leuke jongen niet meer zal zien, komt ze tot de ontdekking dat ze het heel erg getroffen heeft. Zeker, ze moet hard werken, maar ze mag ook naar school, en het is gezellig bij het gezin Swiers.


‘Anne weet niet wat ze moet zeggen. Ze denkt opeens aan de weegschaal in het winkeltje van Vlierman waar ze een week geleden nog tabak moest kopen voor de weeshuisvader. Daar stond een weegschaal met aan twee kanten een bakje. De weegschaal was voortdurend in beweging om in balans te raken. Dan klapte hij naar rechts als er een te zwaar gewicht op werd gelegd. Dan weer naar links als er teveel tabak op kwam. Heen en weer en opnieuw. Iets moois, iets lelijks. Geluk en dan weer ongeluk. Ze vindt een vrolijke Steijn waar ze heel blij om is. En nog geen half uur later slaat het noodlot toe. Heen wen weer, van links naar rechts. Zo lijkt het nu ook wel. Het ene moment is het leuk en fijn en dan plotseling gebeurt er weer iets heel ergs.’


Piet van der Waal heeft een verhaal geschreven over de Maatschappij van Weldadigheid. Het is nu tweehonderd jaar geleden dat generaal Johannes van den Bosch andere sociaal bewogen rijken zo ver wist te krijgen dat zij geld gaven, zodat er grond kon worden aangekocht in Drenthe. Socialisme avant la lettre.


Zo werden daar Frederiksoord, en Willemsoord gesticht: koloniewoningen verrezen, waar armelui, veelal uit de Randstad, mochten wonen. Ze kregen een stukje land om te bewerken, en als ze dat goed deden werden ze vrijboeren. Dan konden ze hun eigen boerderij opbouwen, waren ze de maatschappij niets meer verschuldigd. Later werden behalve gezinnen ook weeskinderen en landlopers naar dit gebied gebracht, en kwamen er ook een gevangenis (Veenhuizen en Ommerschans)
Maar dit boek vertelt op een mooie vlotte manier het verhaal voor kinderen. Het is een positief verhaal, met de insteek zoals Johannes van den Bosch die ook voor ogen had: hard werken kan je ver brengen!


Piet van der Waal werd in 1953 geboren in Pernis. Hij geeft les, en besloot na het winnen van de wedstrijd filmscenario schrijven tijdens het Nederlands filmfestival kinderboeken te gaan schrijven.


ISBN 9789057884832 | Hardcover | 96 pagina's | Kwintessens | december 2015
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 31 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bronzen sleutel
Deel 3 van de Magisterium-reels
Holly Black & Cassandra Clare


Tijdens de zomervakantie konden de veertienjarige Call en zijn beste vriend Aaron eindelijk weer gewone tienerjongens zijn. Wekenlang genoten ze lui van hun vakantie en negeerden ze de herinneringen aan alles wat ze op het Magisterium hadden meegemaakt. De twee jongens hadden een pittige tijd achter de rug. Ze bleken geen gewone tovenaars maar ware zeldzaamheden te zijn. Hun nieuwe status levert hen respect maar ook angstige blikken op.


Dat Call bijzonder is weet iedereen maar alleen zijn allerbeste vrienden weten de hele waarheid. Call dacht jarenlang dat hij gewoon Call was, een niet al te populaire jongen met een misvormd been. Hij woonde bij zijn excentrieke vader die een grondige hekel aan het Magisterium had. Toen Call toch besloot een opleiding aan de tovenaarsschool te gaan volgen, deed dat de band met zijn vader geen goed. Gelukkig zijn vader en zoon inmiddels weer naar elkaar toegegroeid. Hoewel Call zich soms voor zijn vreemde vader schaamt, is hij dol op hem.


Calls grote geheim is dat hij Call niet is. Dat klinkt misschien vreemd maar toch is het waar. Toen Call een baby was, woedde er een vreselijke oorlog. Calls moeder kwam om het leven en in een onbewaakt ogenblik nam de ziel van de verdorven Constantine Maddens bezit van Calls babylichaam. Op dat moment hield de echte Call op met bestaan. Sindsdien is Call niemand minder dan Constantine Maddens, de Vijand des Doods en de veroorzaker van de oorlog die vele levens eiste. Achter Calls sullige uiterlijk en vriendelijke karakter gaat een levensgevaarlijke moordenaar schuil.


Call voelt zich helemaal geen moordenaar. Toch is hij soms bang voor de enorme kracht die hij in zijn binnenste voelt kolken. Gelukkig heeft hij Aaron, die hem met zijn toverkracht in balans houdt. Vreemd genoeg is zijn beste vriend een Makar, een uitverkorene die de Vijand des Doods kan verslaan. Hoewel bijna niemand weet dat de Vijand des Doods nog leeft, wordt een Makar alom gerespecteerd. Call wordt vanwege een aantal heldendaden ook als Makar gezien. Als zijn medeleerlingen en leraren wisten hoe het werkelijk zat, zouden ze hem beslist niet op een voetstuk hebben geplaatst.


Het nieuwe schooljaar begint gespannen. Nu de zomervakantie voorbij is, wordt steeds duidelijker dat Call op school niet langer veilig is. Er gebeuren vreemde “ongelukken” en er wordt zelfs een leerlinge vermoord. Call, Aaron en hun goede vriendin Tamara zijn ervan overtuigd dat er een spion door de school waart. Iemand, misschien zelfs wel iemand die ze als vriend beschouwen, heeft het op Call voorzien. Ze kunnen niemand meer vertrouwen. Zelfs elkaar niet.


De bronzen sleutel is alweer het derde deel van de Magisterium-reeks. De uitgever heeft er weer een smaakvol vormgegeven boek van gemaakt. Wie ook de vorige twee delen heeft gelezen, kent de personages en hun omgeving inmiddels goed. Het verhaal voelt dan ook meteen weer vertrouwd. De schrijfsters hebben zich goed in de gevoelens van de tieners ingeleefd. Zo is duidelijk te merken dat Call enorm met zijn identiteit worstelt. Het is immers niet niks om de Vijand des Doods te zijn.


Het verhaal in dit deel is wat tammer dan in de vorige twee delen. De spannende gebeurtenissen die plaatsvinden zijn wat minder spectaculair. Het voelt alsof dit verhaal een overgang vormt tussen de eerste twee delen en de delen die nog gaan volgen. De onverwachte onthulling op de laatste bladzijde van het boek bevestigt dit vermoeden. Er staat Call en zijn vrienden nog heel wat te wachten!


ISBN 9789048835492 | paperback | 272 pagina's | Moon | mei 2017
Vertaald door 9789048835492
Geschikt voor lezers vanaf 11 jaar

© Annemarie, 18 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kalle
Tom Moorhouse


Kalle is een rat. Een jonge, lieve, bedachtzame, bruine rat. Hij heeft zijn Moeders beloofd goed op zijn broer Splinter te letten. Maar Splinter heeft precies het tegenovergestelde karakter en uiterlijk dan Kalle. Splinter is spierwit en hij is ondernemend, nieuwsgierig, onbezonnen. Splinter dendert op alles af, hij heeft haast, hij wil alles zien, alles meemaken.  Kalle heeft zijn poten vol aan Splinter.

Die nacht wordt Kalle wakker gemaakt door zijn moeders, Splinter is weg, op naamjacht. Jonge ratten moeten namelijk hun naam verdienen en alleen gemarkeerde jongelingen mogen op jacht. Kalle en Splinter zijn nog maar flapvoeters, die mogen nog niet jagen, die zijn nog te jong. Maar de brutale Splinter heeft er maling aan. Hij zal en moet op naamjacht.

Door Bink, een jongeling, op een ruzieachtige manier uit zijn tent te lokken en net zo lang doorgaat totdat Bink naar hem uithaalt weet Splinter zijn markering te krijgen. Hij is nu een prooizoeker en mag op naamjacht! Kalle die tussen de twee ruziënde ratten sprong is nu ook gemarkeerd, hij mag zeer tegen zijn zin in, mee met Splinter. De Leider van de Doornhaag, hun woonplaats, waarschuwt de jonge ratten dat ze niet in Drasland mogen komen. Hij adviseert ze:


'Jaag dapper, ontdek het onbekende, maar blijf op ons terrein. Jullie weten dat jullie niet op Drasland mogen komen.' Hij keek de jongelingen streng aan. 'Haal je buit op, verdien je naam. Gedraag je als een edele rat van onze clan. Of sterf eervol, dan zal de Stroper je naar het Land van Botten leiden. [...] 'Maar keer je terug zonder respect te hebben verdiend, dan zal je als zwoeger leven, zonder dat de clan zich om je bekommerd. [...] Wegblijven is dan misschien nog beter. '


Er hangt dus behoorlijk veel van de naamjacht af. Kalle wil helemaal nog niet op jacht maar hij heeft nu eenmaal aan zijn Moeders beloofd op Splinter te letten. En zo begint het enorme avontuur van de twee rattenbroertjes, een avontuur dat enorme impact op hen beiden zal hebben.

Splinter is zo roekeloos dat hij hun leven én het leven van de clanleden meerdere keren in gevaar brengt. Splinter denkt niet na, hij handelt eerst en ziet dan pas de consequenties. Alles moet gaan zoals hij het wil en Kalle laveert er tussendoor. Hij strijkt dingen recht door te praten. Kalle is namelijk totaal geen vechter maar wel heel goed gebekt. Hij weet tot ergernis van Splinter vaak de goede toon te treffen zodat diverse zeer hachelijke situaties met een sisser aflopen.

Ondanks dat Splinter hem naar oorden voert waar hij niet wil zijn, heeft Kalle diep in zijn hart te doen met zijn spierwitte broer, die altijd met argwaan bekeken wordt. Splinter wil zo vreselijk graag een heldennaam verdienen. Dan zal hij eindelijk met respect behandeld worden. Dat zijn broer Kalle eigenlijk meer respect verdient, ontgaat hem volledig. Splinter gaat maar door, het verboden Drasland lokt... Het gevaar dreigt en wordt steeds groter. Zullen ze het eigenlijk wel overleven? Zullen ze hun naam uiteindelijk wel krijgen?

Tom Moorhouse weet het leven van de ratten zo te beschrijven dat je volledig opgaat in hun manier van leven en als het ware meerent door de gangen en onheilspellende oorden. Je haren gaan bijna ook overeind staan als er gevaar dreigt en meerdere keren zit je met gekromde tenen als Splinter weer een domme stunt uithaalt. En Kalle... Kalle sluit je in je hart. Je zou willen dat je hem écht kende, dat het je vriend was.
Kortom, prachtig, ontroerend én spannend boek. Grote aanrader. Vooral lezen!


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789050116114 | Hardcover | 251 pagina's | Uitgeverij KNNV | april 2017
Met fraaie zwart wit illustraties van Sonja Evers | Mooi vertaald door Aiméé Warmerdam | Leeftijd 10+

© Dettie, 8 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

So boho
Elvy's eigen wereld: Deel 1
Jill Schirnhofer


Elvy (13) is helemaal gek van tekenen. Onder de les, thuis, op haar kamer, altijd en overal zit ze te tekenen. Ze verheugt zich al op de vakantie dan kan ze weer naar tante Flora in Frankrijk: drie weken alleen maar tekenen op zolder. Maar haar ouders hebben andere plannen. Elvy moet maar eens onder de mensen komen. Ze geven haar een folder van Club Summer Jongerenvakanties, maar alles wat ze daarin ziet, vindt ze verschrikkelijk. Ze gaat echt niet op kamp! No way.


'En als we Joyce nou eens vragen of je bij haar mag komen logeren? vraagt haar vader dan. Joy, zoals Elvy's zus  genoemd wordt, leidt een hippieleven op Ibiza. Ze woont op een afgelegen boerderij en heel haar doen en laten is te volgen op haar populaire lifestyleblog. Dat ziet Elvy wel zitten. Hippies zijn ruimdenkend, toch? Daar kan ze vast de hele dag in de zon zitten tekenen, yes! Het is een topplan!


En zo staat Elvy een maand later bij de finca van Joy, die de boerderij deelt met Ava, Taco en chihuahua Rambo. Van buiten lijkt de boerderij niet bijzonder maar van binnen is het een explosie van kleuren. Elvy weet niet wat ze ziet.
De volgende dag krijgt Joy nieuwe buren, ze is laaiend enthousiast want het is niemand minder dan Lola Kingston, hét fashion-icoon uit Londen, met haar dochter Kate. Als Elvy de wanhopige blik van Kate ziet, hoopt ze dat misschien een bondgenoot in Kate zal vinden maar niets blijkt aanvankelijk minder waar. Kate is net zo verwaand als haar moeder. Maar gelukkig blijkt dat maar een pose om haar kwetsbaarheid achter te verbergen.  Uiteindelijk worden de meiden zelfs dikke vriendinnen, iets waar ze alle twee aan moeten wennen want ze hebben nooit een echte vriendin gehad!


Het wordt een heel bijzondere zomer. Huisgenoten Taco en Ava blijken erg aardig te zijn en Evy geniet van deze innemende, hartelijke mensen. Iedereen op het eiland is helemaal zichzelf valt Elvy op. Niemand doet neerbuigend of onvriendelijk en dat is erg prettig om mee te maken.
Ondertussen heeft Joy de liefde van haar leven ontmoet maar dat loopt niet helemaal lekker en Joy is blij dat haar zus er is, die haar weer een duwtje in de rug geeft zodat ze weer verder kan.
De ondernemende, extraverte Kate en de meer behoudende, beetje verlegen Elvy blijken elkaar mooi aan te vullen. Zo goed zelfs dat ze hun talenten kunnen koppelen en zelfs met veel succes een eigen kledinglabel beginnen. (Kan dat als je dertien bent?) Elvy weet niet wat haar overkomt. Nu kan ze de hele dag tekenen en niemand die het erg vindt! Wat een vakantie!


Dit eerste deel over Elvy eindigt met een fantastische, supergeweldige uitnodiging en daarover krijgen we alles te lezen in deel 2. Maar voor dat dat uitkomt kunnen we zelf ook nog aan de slag. Achter in het boek staan namelijk 'pimp je kleding' tips van Elvy en Kate, recepten van Joy en Taco variërend van een recept voor een gezichtmasker en sinaasappel-rozenbodyscrub tot vollemaankoekjes, pastinaakpatatjes en Taco's bananasplit. De lieve Ava geeft ook nog een aantal meditatie en yogatips.
Kortom, een vlotgeschreven verhaal waarvan jonge meiden zullen smullen.


De bladzijden in het boek zijn opgesierd met allerlei kleine sierlijke zwart-wit tekeningetjes van Jill Schirnhofer zelf. Zij is namelijk een multitalent lezen we achterop het boek. Ze schrijft, tekent, ontwerpt, maakt tv-programma's, acteert, vlogt en blogt.  Met Elvy's eigen wereld is een jeugddroom in vervulling gegaan.


ISBN 9789025766092 | Hardcover | 223 pagina's | Uitgeverij Gottmer | april 2017
Afmeting Leeftijd vanaf 10 jaar

© Dettie, 2 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voetbalmaffia
voetbalgoden: deel 17
Gerard van Gemert


Stijn Wouters en Storm Brouwers, de jonge voetbalhelden krijgen het in dit verhaal veel voor hun kiezen. Het loopt naar het eind van het seizoen en Kick '69, de ploeg van de twee jongens, staat nog maar twee punten achter op koploper en aartsrivaal Sparta '43.  Maar dan moesten ze nog wel twee keer winnen en Sparta zijn kansen niet benutten... De laatste 20 minuten van de eerste wedstrijd mag aanvaller Stijn gelukkig nog het veld in en een tijdje later betreedt ook verdediger Storm het veld, met dit gouden team en zo weten ze de eerste hindernis te overwinnen.  Nog één wedstrijd en ze weten wie dat jaar kampioen zal zijn.


Maar als ze op weg naar huis zijn, zoals gewoonlijk met de trein, hebben de twee topspelers een bizarre ontmoeting. Een man met een paardenstaart spreekt ze aan. Hij heeft een interessante aanbieding voor de jongens. Hij toont ze een koffer vol geld. Als de jongens nou eens in de Champions Leagefinale ervoor zorgden dat ze niet gaan winnen... Natuurlijk weigeren de jongens. Geen haar op hun hoofd die er aan denkt dat ze zich om zullen laten kopen. Maar de man plaatst een vreemde opmerking als hij de jongens verlaat, over Femke, de vriendin van Stijn.


Vervolgens blijkt dat meneertje Peerdensteertje niet zo'n prettig figuur is. Hij weet veel van de jongens, héél veel. En hij weet ze daardoor flink te intimideren en te bedreigen, bovendien blijkt hij behoorlijk slim. Maar Storm zal Storm niet zijn om zich klein te laten krijgen door zo'n paardenstaartmannetje. Hij is niet onder de indruk. Maar het meneertje weet niet van opgeven en zijn gedrag wordt steeds enger. De jongens weten ondertussen meer van de vreemde man en dat stelt hen ook al niet gerust. Wat is wijsheid? Mogelijk dat hun grote vriend Bert Pringel een oplossing weet, of zitten de jongens al te diep in de problemen?

Ondertussen nadert de finale van de Champions Leage met rasse schreden. Er zal een beslissing genomen moeten worden. Maar welke?

Het is weer een ouderwets spannend verhaal waarmee je niet kunt stoppen totdat je het uit hebt. Storm is lekker nuchter én enorm eigenwijs zoals altijd en de behoudende en piekerende Stijn ziet nog steeds in elke hoek gevaar dreigen maar laat zich toch niet klein krijgen, ondanks zijn inwendige bibbers. De opbouw van het verhaal is fraai, Gerard van Gemert werkt langzamer dan anders naar de ontknoping toe maar dat leest wel erg prettig. Het verhoogt de spanning. Uniek aan dit deel is, dat het eindigt met een heuse cliffhanger! Ik kan niet wachten op deel achttien. Hopelijk verschijnt die snel!


ISBN 9789044829600 | Hardcover | 156 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2017
Met zwart-wit illustraties van Mark Janssen | Leeftijd ca. 10+

© Dettie, 31 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSpanning in Groenland
deel 5 uit de serie Emma Dewit
Illustraties van Wilbert van der Steen
Tekst: Dixie Dansercoer & Reina Ollivier


Het boek begint aldus: ‘Een twaalfjarige wetenschapper zoals ik is dol op uitdagingen.'


Het duurt dus niet lang of Emma Dewit is weer tot over haar oren verwikkeld in een bijzonder avontuur. Ze mag naar Tasiilaq, een afgelegen kustplaats in Groenland om daar onderzoek te doen naar afvalverwerking bij de Inuit. Natuurlijk gaat ze niet alleen. Haar vrienden, die haar al vaker vergezeld hebben, gaan mee: Svea, het meisje uit Zweden en Antonio, de jongen uit Italië. Vanuit de organisatie waarvan het project opgestart wordt, wordt Torben, een Deense jongen aan het gezelschap toegevoegd met een eigen project heeft over jacht en visserij. Maar de bedoeling is wel dat ze samen werken, omdat hun onderzoeken raakvlakken hebben.


Op het thuisfront is er natuurlijk Mikkie, en met de moderne media hebben ze zoveel mogelijk contact met hem. Hij wil ook graag dat Emma haar avonturen deelt op een blog. Die schriftjes die ze bijhoudt zijn toch wel erg ouderwets!? Emma heeft daar eigenlijk helemaal geen zin in. Ze schrijft net zo lief alles op wat ze aan informatie zoekt en vindt. Maar ze belooft Mikkie het wel te proberen.
En dan vertrekken ze, naar Oost-Groenland, waar het stukken kouder is en ze in iglo’s moeten slapen. Tenminste, dat beweert Emma. Maar eigenlijk heeft ze geen idee…


Eenmaal ter plekke, na een enerverende reis, worden ze verwelkomd door Erik Petersen, de Groenlandse verantwoordelijke voor het project. Bij hem moeten ze zijn met hun vragen en problemen, en hij zal hen brengen waar ze willen. Maar dat blijkt toch niet helemaal te kloppen. Bepaalde delen van het dorp vermijdt hij, en die ene man die hen zo interessant lijkt om te interviewen is er nooit, zegt hij.
Het onderzoek verloopt niet zo gemakkelijk als ze dachten. Er blijkt iemand te zijn die hen dwarsboomt!
Natuurlijk laten Emma en haar vrienden zich niet in de weg lopen, maar dat levert gevaarlijke situaties op, want die tegenstander heeft meer te zeggen dan ze zouden wensen.


Zoals in de eerdere delen over de avonturen van Emma Dewit staat ook dit boek bomvol met informatie: over Groenland, en meer specifiek de plek waar ze heen zijn gegaan. Over de economische en sociale achtergronden, over het poollicht, en de middelen van bestaan. En over het klimaat.
En om de spanning te verhogen staan in aparte kaders de bezigheden vermeld van de figuur die heel andere plannen heeft met het dorp.


Dixie Dansercoer is een Vlaamse poolreiziger, die dus weet waar hij het over heeft als hij samen met Reina Ollivier deze spannende avonturen vertelt. De onderlinge verwikkelingen van de hoofdfiguren zorgen er voor dat het herkenbaar is voor jonge lezers en de moderne snufjes zijn natuurlijk ook erg leuk Je kan de foto’s scannen en filmpjes bekijken.
Het is bovendien belangrijke problematiek: hoe kun je iets doen aan het groter worden van de plastic soep?


ISBN 9789044829808 | hardcover| 182 pagina's | Clavis | februari 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 27 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Junglekoorts
Hoe overleef je in de stad als je alleen het oerwoud kent
Fiona Rempt


Op driejarige leeftijd besloten de ouders van Arani (Arjan) Europa de rug toe te keren. Ze vertrokken met hun zoontje richting Azië en vonden uiteindelijk hun nieuwe thuis bij de Yusana-stam in West-Papoea. "Ze werden mijn familie en dat zullen ze altijd blijven," vertelt Arani ons. Zijn oma Kaka hield Ariani via brieven, boeken en foto's op de hoogte van de wereld buiten de stam. Zonder dat had hij nooit geweten 'dat er dingen bestonden als vliegtuigen, televisie, elektriciteit en huisdieren'.

Maar nadat zijn vader overleden is, zegt zijn moeder: 'We gaan terug naar Nederland' [...] Je hebt onderwijs nodig. Daarom gaan we terug. Mijn besluit staat vast.' Die beslissing slaat in als een bom bij de inmiddels twaalfjarige Arani. Maar hij weet ook dat als zijn moeder eenmaal een besluit genomen heeft ze er nooit meer op terugkomt. Naar oma Kaka kunnen ze niet, die leeft ook niet meer ... toch blijft Arani haar schrijven, hij moet toch aan iemand zijn verhaal kwijt want hij voelt zich doodongelukkig in Nederland.


Sinds ik in Nederland ben, klopt niets meer. Dit land lijkt in niets op wat ik ken. Alles is groot, hoog en zo véél. De mensen zijn hier langer dan de meeste Papoea's, de huizen zijn gigantisch, overal is herrie, die kou is gruwelijk en alles lijkt op elkaar. Hoe kan iemand hier leven?
Al die nieuwe dingen maken me bang.


Ze hebben voorlopig hun intrek genomen bij opa en oma in Bergen aan zee maar erg blij zijn die niet met hun komst. Opa grijpt elk moment aan om af te geven op die 'domme wilden' zoals hij de Yusana's noemt. Het is een zure, onvriendelijke oude man. Oma probeert wel een beetje prettige sfeer te scheppen maar opa weet die steeds weer te verzieken.


Arani voelt zich ellendig, ontheemd, eenzaam en radeloos in het vreemde land. En dan moet hij ook nog naar een school! "Dan kunnen ze een gewone Hollandse jongen van je maken" bromt opa. Maar Aranai weet dan al dat dat nooit zal gebeuren, hij is een Papoea!
De schoenen die hij naar school aan moet, vindt hij een verschrikking, het zijn akelige zware bakken... de kleding voelt stijf en zwaar. Het enige wat nog goed voelt, is zijn lange haar. Onder geen enkele voorwaarde mag dat afgeknipt worden.


Gelukkig komt Arani naast Sanne te zitten, zij is ook een buitenbeentje, ze stottert, maar ze is tot zijn geluk hevig geïnteresseerd in het stamleven van Arani. Ze worden vrienden, Sanne helpt Arani met elk ding wat nieuw voor hem is, zij legt met eindeloos geduld alles aan hem uit. Natuurlijk wordt hij op school gepest om zijn ouderwetse Nederlands - hij kent de taal voornamelijk uit boeken -  met zijn lange haar, zijn kleding enz. Arani, krijger zijnde, kan dat natuurlijk niet op zich laten zitten... met alle vervelende gevolgen van dien.
In feite is Arani gruwelijk eenzaam, moeder is veel weg en opa en oma begrijpen niets van de jongen. Het wordt wat beter als moeder en zoon een eigen appartement krijgen en moeder vaker met Arani praat. Maar het is vooral de jongen zelf die worstelt en ploetert om zijn heimwee en nieuwe leven te leren hanteren.

Hoe hij dat doet, kun je het beste zelf lezen want Fiona Rempt heeft dat prachtig verwoord en een dijk van een verhaal neergezet. Het is een boek over vriendschap, aanvaarding, vooroordelen en wijze levenslessen  Arani is levensecht weergegeven, zijn verbazing over bepaalde regels en gewoontes in Nederland is overtuigend, de heimwee naar zijn stam is voelbaar, zijn verwarde gevoelens zijn volledig te begrijpen. Het voelde als een verlies, een afscheid nemen, toen het verhaal afgelopen was omdat Arani inmiddels een goede bekende was geworden die ik heel graag mocht. 
Kortom, een prachtig, leerzaam, goed opgebouwd verhaal dat je nog lange tijd bij zal blijven. Grote klasse.


Zie ook de lesbrief bij Junglekoorts


ISBN 9789020654554 | Hardcover | 200 pagina's | Uitgeverij Kluitman | april 2017
Leeftijd 10+

© Dettie, 7 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altGoed fout
Astrid Witte


Voor school moet een betoog gehouden worden over de moraal. Wat is goed? Wat is fout?


Het begint al goed als Minny samen moet werken met Stefan, een jongen die het liefst overal de kantjes vanaf loopt. En ja hoor, de dagen erna is hij ziek. Dan doet ze het wel alleen, denkt Minny, en ze gaat de straat op om mensen te interviewen. Dat blijkt niet het beste idee: mensen bekijken haar wantrouwend. Wat moet dat kind met haar vreemde vragen? Wat ze er van vinden dat mensen geen tijd hebben voor elkaar? Nou, er is ook geen tijd om die onzin te beantwoorden!


Maar ze is in de tussentijd getuige geweest van enkele voorvallen waar ze haar wenkbrauwen bij optrok: jongens sisten hatelijke opmerkingen naar een man die er anders uit zag dan zij; automobilisten die ruziën om een parkeerplek; een zwerver die genegeerd wordt door vrijwel iedereen. Afval op straat. En zo kan ze een heel boek vullen. Ze begint dat maar eens te noteren, en probeert ook foto’s te maken.


‘… in mijn hoofd schreeuwt het ‘hou op’, maar ik kan nog net voorkomen dat ik het uitroep. Kon ik met deze twee woorden de mensheid maar stopzetten en resetten. De goede daad lijkt alleen nog maar in films en boeken met een happy ending te bestaan. Is de wereld zo veranderd of heb ik het nooit ingezien?  Als kind word je blijkbaar zo beschermd  door je ouders dat je er niets van meekrijgt. Maar ja, je gelooft op die leeftijd ook heilig in Sinterklaas, dat zegt wel iets over je naïviteitsgehalte. Is dit het volgende doek dat voor me valt? Wie of wat kan ik nog wel geloven?
Straks zeggen ze nog dat de mens niet op de maan is geweest, dat vampiers echt bestaan of dat dinosaurussen gewoon een verzinsel zijn.’


En zo ontdekt Minny de echte wereld. Ze doet haar best om het zelf beter te doen: ze gaat vrijwilligerswerk doen in een bejaardenhuis, en besluit vegetariër te worden. Maar natuurlijk zit de wereld niet zo simpel in elkaar. Haar ouders protesteren, ze moet wel haar school en clubjes bijhouden. Haar vrienden mopperen dat ze geen tijd meer heeft voor hen.  En intussen spelen er nog andere dingetjes: haar beste vriend is homoseksueel geaard maar durft het thuis niet te zeggen. En de politie waarschuwt voor bepaalde zeer gevaarlijke drugs die in de omloop zijn.


Het verhaal wordt heel leuk ingeluid door een heel normaal voorval waar het boek ook weer mee eindigt. Binnen deze normale gang van zaken is het verhaal best bijzonder. Een jong meisje dat om zich heen kijkt, en niet alleen met zichzelf en haar telefoon bezig is! Er zit een spanningsboog in het verhaal - die drugs is foute boel! - en sluit prima aan bij de belevingswereld van jonge lezers. Het leest vlot, er is zeker geen belerend toontje, maar toch: normen en waarden, wie weet steken lezers er ook nog iets van op!


Astrid Witte (Den Helder, 1981) debuteerde met het jeugdboek Spiegelmeisje.


ISBN 9789044829372 | hardcover | 96 pagina's | Clavis | april 2017
Leeftijd vanaf 13 jaar.

© Marjo, 20 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER