Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Over pestkoppen en een kartonnen doos
Marina Theunissen


De twaalfjarige Maite vindt het helemaal niet leuk dat haar ouders gaan verhuizen naar een oude boerderij op het platteland. Weg vertrouwde school, weg vriendinnen. Als dan ook nog blijkt dat ze onmiddellijk het mikpunt wordt van pesterijen, door een echt gemene klasgenoot en zijn meelopers, weet ze niet hoe het verder moet. De weg terug naar de stad is afgesloten, haar vader is failliet gegaan en kon zich het huis daar niet meer veroorloven.


Maite zegt thuis niets, haar ouders hebben het al moeilijk genoeg met haar vader die last heeft van burn-outklachten. En haar broertje Bas heeft het helemaal naar zijn zin, dat werkt ook niet mee. Ze verdraagt alles, geeft haar drinkgeld af, laat zich de boterhammen afpakken en de verwensingen moet ze maar aanhoren.
Erger is dat ze geen nieuwe vriendinnen kan maken, haar belager Rusty dreigt dat hij hen ook al zal pakken, en Talitha en Britt durven niet meer.


Rusty bedreigt ook haar broertje, en zelfs haar ouders! Helemaal alleen staat ze er voor. En de zo vurig gewenste hond komt er ook al niet. Tot  de dag dat haar vader aan komt zetten met een kartonnen doos. En daarin zit een puppy! Gevonden langs de weg, zegt vader. Hij mag blijven en ze noemt hem Newton.


Zo worden twee zware thema’s in dit boek aangesneden: pesten, en dierenmishandeling.
Marina Theunissen weet het verhaal gelukkig op een redelijk luchtige manier te doen. Met humor en leuke dialogen slaagt zij er in de lezer mee te slepen in het avontuur.

En niet te vergeten: het verhaal wordt erg spannend! Want Maite wordt niet een schuw meisje dat in een hoekje kruipt, zeker na het ongeluk dat ze – niet per ongeluk – krijgt, begint ze van zich af te bijten. Dat zijzelf de klos is, nou ja, maar aan haar hondje komen ze niet!
Het wordt zelfs gevaarlijk voor haar en de twee meisjes die dan toch haar vriendin durven te zijn.


De schrijfster is Vlaams, haar taal is Vlaams Nederlands, waardoor er nogal eens uitdrukkingen voorkomen die kinderen in Nederland niet zullen begrijpen. Maar het is spannend genoeg om daar niet mee in te zitten.


Marina Theunissen
(augustus 1946, Rijkhoven) werd kleuterjuf, en kan zich goed verplaatsen in kinderen. Schrijven werd een uit de hand gelopen hobby, ze publiceerde al vele boeken.


ISBN 9789462420823| hardcover |188 pagina's | Uitgeverij Kramat | maart 2018
illustraties  van Kyara Biesmans | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 25 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

vspace=Het wonderkabinet
Brian Selznick

 

Een van de twee verhalen in dit boek speelt in 1977 in Gunflint Lake, Minnesota:


Ben Wilson (van onduidelijke leeftijd, maar jong) heeft een paar hobby’s: de sterrenhemel en een kleine verzameling bijzondere voorwerpen. Hij heeft zijn vader nooit gekend, en heeft onlangs ook nog zijn moeder verloren. Een oom en tante hebben hem opgevangen en hij heeft het er goed, maar hij wil iets anders. Hij droomt dat wolven hem achtervolgen. Wat betekenen die dromen?


Als hij zijn oom en tante hoort praten over de verkoop van zijn ouderlijk huis gaat hij daar stiekem heen. Het ligt iets verderop aan een meer. In het huis steekt het verlangen naar zijn moeder weer de kop op, en hij snuffelt door haar spullen. Hij vindt een medaillon met een portret van een man, een som geld en een boekje met een zachte kaft. Daar zit een boekenlegger in, met een naam en een telefoonnummer. Zijn vader? Voor hij kan beslissen wat hij er mee gaat doen, steekt er een storm op en slaat de bliksem in. Het brengt een avontuur op gang, dat duidelijk verband houdt met het andere verhaal in dit boek: een graphic novel, zwart wit getekend.


In dit verhaal dat in 1929 speelt, zien we een meisje, dat doof blijkt te zijn, dat ook een verlangen koestert naar haar moeder. Zij ontvlucht een strenge opvoeder en komt in de grote stad terecht, New York. Maar ze is niet welkom bij haar moeder, een actrice. Gelukkig wordt ze dan opgevangen door een man, die familie blijkt te zijn. Omdat dit verhaal getekend is, moet de lezer de details zelf invullen. Met de enkele aanwijzingen die de schrijver/tekenaar via briefjes of iets dergelijks geeft, wordt al snel duidelijk wie deze jonge vrouw is.


De verhalen van Rose en Ben raken elkaar geregeld, de kinderen maken bijvoorbeeld hetzelfde mee, en langzaam worden ze met elkaar verweven. Ze hebben iets bijzonders gemeen: beiden zijn doof, waardoor ze, voordat ze gebarentaal leren, zijn aangewezen op behulpzame mensen.


De kern van het verhaal is de geschiedenis van een New Yorks museum, het natuur-historisch, dat ontstaan is door een kleine verzameling, het Wonderkabinet. Brian Selznick vertelt in een nawoord hoe deze geschiedenis in elkaar steekt, en waar hij zijn onderzoek heeft gedaan.


Het is een echt Amerikaans verhaal: een melodrama met een goede afloop. Selznick heeft er geen moeite mee het toeval een grote rol te laten spelen, waardoor het verhaal soms sprookjesachtig wordt. Maar de combinatie getekende en geschreven tekst werkt prima. Het biedt een leuke afwisseling.


Brian Selznick is auteur en illustrator van het prijswinnende boek De uitvinding van Hugo Cabret, dat in 2011 werd verfilmd onder de titel Hugo.
Filmeditie met foto uit de film op het omslag.


ISBN 9789000359349 | paperback | 640 pagina's | Uitgeverij Van Goor | november 2017
Vertaald uit het Engels door Gert van Santen|Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 18 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet geheim van de Ravenhorst
Christine Linneweever


De woonboerderij waar Christine Linneweever heeft gewoond staat in Winterswijk op een plek waarvan bekend is dat er al sinds mensenheugenis boerderijen stonden die verpacht werden door de heren van kasteel De Ravenhorst. Helaas is dat kasteel er niet meer, maar er zijn nog wel archiefstukken. En er is een legende: de legende van de schat van de Ravenhorst.
Dat inspireerde haar tot het volgende verhaal:


Ten noorden van Winterswijk (Winethereswic) lag in 1432 het kasteel waar de heren van Rhemen en Dravenhorst de scepter zwaaiden. Zij vonden zichzelf niet rijk genoeg en begonnen tol te heffen op de wegen rondom het kasteel. Ook verhoogden zij keer op keer de pacht die de boeren moesten betalen, terwijl ze er niet voor zorgden dat die boerderijen onderhouden werden. Zelfs het zaaigoed dat ze leverden was slecht. De arme boeren kregen het slechter en slechter.


Op een van die pachtboerderijen woont het gezin Mateman. Zoon Aelwijn, zeventien jaar, wordt op een dag gedwongen om op het kasteel te gaan werken, zijn vader kan de pacht niet betalen. Hij wordt stalknecht, en geeft blijk van goed gevoel voor paarden. Dat merkt de kasteelheer, Geert van Rhemen, op, zodat de jongen betrokken raakt bij vertrouwelijke zaken, maar hij mag niet laten merken dat er van op de hoogte is dat Geert en zijn twee broers roofridders zijn.
Omdat de kokkin de jongen laat wonen in haar keuken, heeft hij het niet slecht op het kasteel. Toch is er maar een ding dat hij wil: terug naar huis.
Als hij door een buurjongen gewaarschuwd wordt dat zijn moeder ernstig ziek is, mag hij een paar dagen naar de boerderij. En daar vertelt zijn moeder hem een ongelooflijk verhaal, hetgeen de lezer even laat denken dat hij degene is die het geheim van Ravenhorst bewaart.
Maar het ligt allemaal net even anders…


Als ik me iets kan voorstellen is het wel dat je de geschiedenis van je woonst wilt kennen als je in zo’n oud historisch gebouw woont. Christine Linneweever - bekend van haar boeken in de Gouden paarden-serie - kreeg dan ook de kriebels en ging op onderzoek uit. In het nawoord bij het verhaal over Aelwijn, vertelt ze nog even welk deel van het verhaal op feiten gebaseerd is, en wat ze er bij verzonnen heeft. Dat laatst heeft ze prima gedaan, het is een spannend verhaal geworden, waarbij je je als lezer heel goed kan voorstellen dat het leven in die tijd werkelijk zo was! Je leeft mee met Aelwijn, die meegesleept wordt door de gebeurtenissen die in die tijd schering en inslag zijn: oorlog. Het kasteel wordt belegerd. En de ridders zelf trekken ten strijde. Als je informatie gaat zoeken over de genoemde veldslagen leer je een heleboel bij!


De rol van de bisschoppen komt aan de orde, maar vooral geeft het verhaal een inkijkje in de middeleeuwen. Binnen de omslag staat een oude kaart uit die tijd afgebeeld, met al die oude namen erbij.
En natuurlijk verloochent Christine Linneweever haar hobby niet: ook de paarden spelen een rol. Maar stukken minder dan in de Gouden paarden serie. Het zou wel leuk zijn als deze schrijfster geregeld van woonadres zou wisselen en steeds op onderzoek uit ging…


ISBN 9789020624830 | Hardcover | 240 pagina's | Uitgeverij Lannoo | januari 2018

Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 8 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe muizen
Lenneke Westera


‘Muizen zijn belangrijke dieren. Daar twijfel ik geen seconde aan.'

Op een dag moet Fien de kliko buiten zetten, een vies karweitje, vindt ze. Maar op die dag doet ze een verrassende ontdekking:


‘Daar stonden ze. Tegen de onderste plank van de schutting aangedrukt. Met zijn tachtigen. De muizen.’


Vanaf dat moment ziet Fien overal muizen opduiken. En ze praten tegen haar. Fien ontdekt dat het aanwijzingen zijn, raadselachtige woorden of cryptische zinnetjes, die haar later heel erg van pas zullen komen. ‘duwen’, zeggen ze. Of ‘bosgrasveld, maar dan in het Engels.’ of ’overoverovermorgen.’ En wat betekent: ‘De deuren. Let op de deuren.’?


De ik-verteller, Fien, ongeveer elf jaar, is een dromerig meisje, dat eerder doet dan denkt. Ze ziet helemaal niet in waarom ze zou moeten leren rekenen. Topografie interesseert haar ook weinig, maar de verhalen die meester Wiebe vertelt die vindt ze wel leuk. Vooral als het over indianen gaat. Meester Wiebe lijkt zelf wel op een indiaan!


De meivakantie nadert, en haar beste vriendin gaat naar Drenthe. Dat zou Fien ook wel willen, maar het ziet er naar uit dat ze nergens heen gaan. Haar vader gaat op zakenreis naar Californië, en haar moeder zit te mokken omdat ze niet mee kan. Het is veel te duur! In een opwelling – of eigenlijk: gestuurd door de muizen! - doet Fien mee met een prijsvraag, en ze wint warempel een reis voor drie personen! Dus kan mama toch mee, en ook Fien en broer Bosse kunnen mee.


Als Fien meester Wiebe tegenkomt in de supermarkt vertelt hij dat hij boodschappen doet voor zijn moeder. En dat ze van plan zijn samen naar Los Angeles en daarna naar Peru te reizen. Onverwacht is Fien er bij als Wiebes moeder ten val komt en haar meneer dus alleen op reis gaat. Misschien komt ze hem wel tegen?
De lezer weet dan al wel dat ze elkaar zeker tegen zullen komen. Het lot, of de muizen, helpen daarbij. Heel bijzonder - in deze tijd! - is het dat Fien toestemming krijgt om samen met meester Wiebe - die ze dan Wieb noemt - verder mag reizen naar Peru. Anders moet hij in zijn eentje, dat is zonde van de geboekte reis!


Wat volgt is een bijzondere en avontuurlijke reis, ze komen bij een geheime indianenstam, in de jungle, en doen wijze lessen op. Steeds zijn de muizen Fiens leidraad, en ze is dol op haar vriendjes, die ze ook voorziet van eten. Dat trekt dan weer wel de poes aan. Het wordt gevaarlijk!


Lenneke Westera (1962, Doesburg) schreef eerder jeugdboeken, en met dit mooie fantasierijke verhaal zet ze zich absoluut op de kaart. Haar manier van vertellen is duidelijk voor jonge kinderen, korte zinnen, niet of nauwelijks moeilijke woorden – behalve dan de taal van de indianen. De bladspiegel is duidelijk en die muizen die overal opduiken zijn erg leuk!


Iedere lezer sluit Fien in haar of zijn hart, en begrijpt haar liefde voor muizen. Samen met Wieb maakt ze een roadtrip, waarin ze veel leert. Ze is dan ook een kind dat open staat voor andere culturen. Zij is typisch een kind dat bereid is om te luisteren naar de boodschappen van muizen, of ze nu echt zijn of niet. De naam die zij krijgt van de indianen past dan ook perfect bij haar: ‘Stoere Eland’.


''Ik leg uit,' zei Supi Ehap. 'Eland is groot en sterk. Eland heeft gewei. Gewei is: allemaal antennes. Fien heeft ook antennes. Fien vangt op met antennes van alles. Signalen. Eland luistert niet naar anderen. Maar naar zichzelf. En naar signalen. Eland waakzaam. Eland uithoudingsvermogen. Wat Eland doet, lukt. Dan hij is vol vreugde. Eland, wijs, en edel. Eland stoer. Heel stoer. Omdat hij durf om zich heen kijken. En durf wat hij voelt, binnenin.'


Een magisch verhaal met vele komische elementen, dat gaat over jezelf accepteren zoals je bent, een verhaal dat de kracht biedt om niet automatisch mee te rennen in de ratrace die de maatschappij lijkt te zijn.
Erg mooi!


ISBN 9789047710240 | hardcover |383 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | februari 2018| Leeftijd vanaf 10 jaar
Illustraties van Marc Suvaal

© Marjo, 2 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe Transsylvanië Express
De engste serie ooit 2
Tjerk Noordraven


‘Waarschuwing! Dit boek veroorzaakt nachtmerries!’


Het is een raar gezelschap, zoals ze daar kamperen aan de rand van een meertje: Dragos de vampierjongen, die niet tegen licht kan; Prins Toet, de mummie, die juist geniet van de warmte van de zon; Eus, de faun die als hij zijn geitenpoten verstopt er uit ziet als een gewone jongen, en Nera, dat echt een gewoon meisje is. Maar zij heeft wel het bijzondere boek bij zich dat ze van haar grootmoeder kreeg. En dan hebben zij in hun gezelschap ook nog de hellehond met zijn drie koppen.


Maar nu ze ontsnapt zijn uit het circus, wat moeten ze nu doen? Dragos weet eigenlijk wel wat hij wil, maar dat kan hij de anderen niet aandoen. Hij wil namelijk terug naar Transsylvanië, waar zijn ouders ongetwijfeld in handen zijn gevallen van Graaf Dracula. Maar als hij dacht dat hij alleen kon gaan, vergist hij zich toch. Nera heeft namelijk iets gezien in de glazen bol van haar oma, en de anderen? En de anderen laten hun vriend ook niet in de steek!
Met z’n vijven stappen ze op de trein, de Transsylvanië Express, waar een schok hen wacht als het donker wordt. Ze moeten zien te ontsnappen, wat vreselijk gevaarlijk is. De trein raast op volle snelheid langs een diepe afgrond!


Er volgen spannende momenten. Ze raken elkaar kwijt, worden achtervolgd en moeten de strijd aangaan met een bende vampieren. En dan heb ik het nog niet over die enge ratten, of die dierentuin, normaal een gezellig oord, maar nu? Gelukkig zijn er ook mensen – en andere wezens – die aan de kant van onze vrienden staan. En tja, Dragos, die zorgt voor een grote verrassing. Dan moet er logischerwijs nog een volgend deel volgen en dat wordt gelukkig ook aangekondigd.


Vier ‘kinderen’, die zo verschillend zijn van elkaar, in gezelschap van die hond die er niet bepaald vriendelijk uitziet, maar hen wel beschermt, het is een vreemd gezelschap. Maar ze blijken vrienden door dik en dun, en daar gaat het maar om. Hun eigenschappen vullen elkaar aan, waar de een in gevaar komt, weet de ander een oplossing, en dit zijn elementen die je in menig kinderboek terugvindt. Maar bij Tjerk Noordraven gebeurt alles tegen de achtergrond, of eigenlijk te midden van heel akelige wezens, zoals vampiers. 


Je kunt dit boek beter niet vlak voor het slapengaan lezen, want brr… het is af en toe echt eng!


Het boek is ook mooi vormgegeven, een mooie omslag en spannend binnenwerk met ratten en vleermuizen onder en boven op de pagina’s getekend.


‘Als de tijd komt, zul je weten wat je moet doen. Tot die tijd is het belangrijk dat je moed blijft houden. Als ik vijftig jaar geleden de hoop had opgegeven, had ik hier nu niet met je staan praten. Ik heb het beste gemaakt van de situatie waarin ik zat. Dat kun jij ook doen. En wie weet waar dat allemaal toe kan leiden.’

 
Tjerk Noordraven (1987) heeft de spijker op zijn kop geslagen met deze nieuwe serie. Want kinderen die genoten hebben van de serie over Dolfje, zijn toe aan iets als dit. Het valt aan te raden het eerste boek eerst te lezen, maar je kan dit verhaal prima volgen als dat niet het geval mocht zijn.


ISBN 9789048842780| Hardcover | 208 pagina's | Moon | januari 2018 | Leeftijd vanaf 9 jaar
De omslag en de illustraties zijn van Esther Malaparte

© Marjo, 14 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geheime kracht
Robotoorlog: Deel 1
Rian Visser

Arion en Denny zijn goed vrienden, ze wonen in een weeshuis nadat de robots de macht hebben overgenomen en hun ouders gedood hebben. Eén maal per dag mogen de jongens een uurtje naar buiten, maar ook dan is het oppassen geblazen. Ze kunnen zomaar Neppers tegenkomen, dat zijn robots die net mensen lijken. Ze ontvoeren kinderen en doden volwassenen. Gelukkig heeft Denny een meer dan uitstekend gehoor en daardoor weer hij gelijk of er een mens of een Nepper aankomt.  Hij hoort de motoren van de Neppers.

Die dag mogen ze weer even naar buiten, en het valt Denny op dat die oude man alweer bij het bushokje staat, het zal toch geen Nepper zijn? Hij weet dan nog niet dat die man zijn leven totaal zal veranderen want even later zien ze dat deze man vijf robots in zijn eentje verslaat en daarmee de jongens redt. De man, Panthera genaamd, neemt de jongens mee en zo ontdekken ze dat er een geheime genootschap bestaat die de robots probeert de bestrijden.  Deze Geheime Kracht zoals ze zichzelf noemen hebben zich allerlei vechttechnieken eigen gemaakt en zo kunnen ze de robots te snel af zijn en onder andere de stralen van de stroomwapens ontwijken.

Al gauw blijkt dat Denny en zijn broertje Flint het doelwit zijn van de robots die op allerlei slinkse manieren proberen de jongens te pakken te krijgen. De Geheime Kracht weet dat en ze proberen de twee kinderen zoveel mogelijk te beschermen en ze leren Denny, Arion en enkele andere weeskinderen de vechttechnieken die zij zelf tot in de puntjes beheersen. Later lezen we waarom de robots het op de Flint en Denny gemunt hebben en dringt bij  Denny het besef door dat hem een zware taak wacht... Denny vindt dat niet erg, hij is er helemaal klaar voor!
Maar voor het zover is volgen we eerst de spannende avonturen van Arion, Denny en hun spectaculaire strijd tegen de robots. Wie zit er achter die robots? Wie stuurt ze aan? Dat is de grote vraag...


Rian Visser heeft, zoals altijd, haar fantasie de vrije loop gelaten. De ene keer lezen we in haar boeken over personages die op een planeet wonen tussen allerlei rommel die mensen weggooien, de andere keer lezen we over een paardje dat bij het circus gaat en deze keer mogen we de strijd tegen robots meemaken en leren we tegelijkertijd heel veel over deze ijzeren 'mensen'.


Verder laat ze haar lezers kennis maken met vechtsporten die vooral gericht zijn op techniek en weerbaarheid en niet op agressie. Ook de Geheime Kracht is gericht op een vredelievende, liefdevolle samenleving zonder de angst en het verdriet die de robots teweeg brengen. De robots hanteren weer andere technieken die wél agressief en dodelijk kunnen zijn en dat zorgt ervoor dat de kinderen constant op hun hoede moeten blijven.
Het prettige is dat de Arion en Denny  van Pantehra hun vorderingen moeten bijhouden in een schrift en die schriften mogen de lezers soms ook inkijken, (zie http://robotoorlog.nl) waardoor ze via tekeningen en bijbehorende korte teksten precies weten welke attributen de jongens gebruiken en welke technieken ze leren en die zijn best pittig!


Kortom, een heerlijk fantasievol én leerzaam boek. Gelukkig is er inmiddels al een deel twee verschenen... Hoe zal de taak die Denny wacht verlopen?

Over de auteur: Rian Visser (1966) is kinderboekenschrijver, educatief auteur en vaste dichter van het tijdschrift DICHTER. (Plint). Ze is ook Schoolschrijver en ze maakt gratis digibordlessen. Samen met Het Poëziepaleis organiseert ze het project Raadgedicht. Ze geeft lezingen over leesbevordering voor leerkrachten en bibliothecarissen en verstuurt wekelijks Tips leesbevordering. Haar website is www.rianvisser.nl.
Rian Visser heeft ervaring met judo, jiujitsu en aikido.


ISBN 9789491647000 | Paperback | 160 pagina's | Books2Download | februari 2017
Leeftijd 10+

© Dettie, 5 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alle Dagen Hartstikke DrukAlle Dagen Hartstikke Druk
ilustraties: Marja Meijer
tekst: Mirjam Mous

 

Indy is gek op alles wat met indianen te maken heeft. Hij weet er ook heel veel over te vertellen, bijvoorbeeld dat Indianen elkaar namen geven die bij hun karakter passen, zoals Kleine Zonneschijn als iemand altijd vrolijk is. Er is één indiaan die helemaal geweldig is volgens Indy, en dat is Sitting Bull (Zittende Stier). Maar Indy heeft zichzelf Springende Stier genoemd omdat hij niet stil kan zitten.


Indy bouwt graag een tent van zijn dekbed en wat dekens.


“In mijn indianentent is het lekker stil. Daar worden mijn hersens rustig van.
Normaal gesproken is mijn hoofd net een druk kruispunt. Met toeterende auto’s die zich niets aantrekken van voorrangsregels. Ze willen allemaal tegelijk oversteken zodat ze tegen elkaar botsen. Mijn moeder zegt dat ik er een agent bij moet denken die het verkeer regelt. Soms helpt dat een beetje, maar meestal vergeet ik het.”


Indy’s moeder is de enige die hem echt begrijpt, zij vertelt hem aldoor precies in de goede volgorde wat hij moet doen ’s ochtends voordat hij naar school gaat, want anders vergeet hij bijv. zijn pyjamabroek uit te doen. Ook houdt ze er goed rekening mee dat Indy niet tegen drukte kan, waardoor zijn zus Nienke wel eens boos wordt. Indy mag veel meer dan zij, vindt ze:


Mijn zus kijkt me moordlustig aan. "Indy krijgt nooit op zijn kop. Waarom moet ik altijd rekening met hem houden? Ik heb er genoeg van!" [...]


Indy is het daar natuurlijk helemáál niet mee eens...


Nienke is een Liegende Buffel. Alsof ze altijd rekening met mij moet houden. Pfff, mijn vader en moeder verwennen haar veel meer den mij.
Ik denk dat ze meer van Nienke houden.


Meester Tim heeft ook niet zoveel begrip voor Indy. En dat vindt Indy niet eerlijk.  Hij wil écht wel stil zitten maar het lukt gewoon niet, waardoor hij regelmatig van zijn stoel valt.  En dan moet hij in de hoek staan of wordt hij op de gang gezet.


“Ik word er soms verdrietig van als ik stil wil zitten en het niet lukt. Dan ben ik Verdrietige Traan Indiaan.”

Indy vergeet heel veel, raakt van alles kwijt,  botst overal tegenaan, laat steeds dingen vallen én heeft dus problemen op school, de lessen die hij moet maken lukken ook al niet goed. De meester belt ook steeds met zijn ouders en dan zijn zij verdrietig omdat het zo slecht gaat op school. Indy baalt daarvan en wordt er somber van. Ziet de meester dan niet dat hij écht zijn best doet?


Het is duidelijk dat Indy ADHD heeft, dat betekent Alle Dagen Harstikke Druk zegt zijn moeder. Maar Indy heeft wat anders bedacht… Alle Dagen Helden Daden. Dat klinkt veel beter! Indy  heeft het er moeilijk mee, niemand wil met hem spelen en als hij wat doet dan krijgt hij steeds waarschuwingen of moet hij stoppen want hij is te druk, of het is niet goed wat hij doet, of het is teveel en ga zo maar door. Indy vertelt ons steeds wat hij wil doen en bedoelt het allemaal zo goed maar niemand snapt dat!


Indy is zo enthousiast over alles dat hij domme en soms zelfs gevaarlijke dingen doet. En als iedereen tegelijk tegen hem tekeer gaat dan gaan de sirenes af in zijn hoofd en ontploft hij en weet niet meer wat hij doet. Gelukkig is mama er altijd voor hem. Indy krijgt later pilletjes, dan wordt het wat rustiger in je hoofd zegt mama, helaas, ook die helpen niet goed. Eigenlijk kan het zo niet langer, er moet een oplossing komen en die komt er ook, Indy gaat naar een speciale school, vertelt mama, waar meesters en juffen zijn die wél rekening met Indy's ADHD houden. Maar Indy is het daar helemaal niet mee eens! Of toch wel?


Het verhaal is op een vlotte, soms humoristische manier, vanuit de ogen van Indy verteld. Het maakt goed duidelijk wat ADHD met het kind doet en wat het voor het kind zelf betekent. Gelukkig zijn er wel oplossingen te vinden, zoals die speciale school, zodat het voor het kind zelf allemaal beter te hanteren is. Daardoor stijgt ook zijn eigenwaarde, want door al die mensen om hem heen die maar roepen dat hij dit, dat, zus, zo niet mag en stout, onberekenbaar, ondoordacht, onverantwoord enz. is, voelen kinderen zich vaak heel vervelend.
Doorheen het boek staan grappige zwart-witafbeeldingen van Marja Meijer.


Een fijn, lichtvoetig, maar toch serieus, boek voor elk kind, (groot)ouders, leraren en leraressen die met ADHD te maken hebben.
(Maar ook zonder ADHD indicatie is het een prettig boek om te lezen.)


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000358953 | Hardcover | 94 pagina's | Uitgeverij Holkema & Warendorf | april 2018 (1e druk 2004
Leeftijd 10+

© Dettie, 9 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSjaan Nel Konijn
Coco van Rijn


De chauffeur trok zijn handen van het stuur en maakte een snurkend geluid. ‘Je kunt hier slapend rijden,’ zei hij. ‘Dit is de saaiste plek waar ik ooit geweest ben.


Daar zijn de elfjarige Sjaan Nel en haar vriend Storm het niet mee eens. Zeker, hun dorp Bitterkerk, is nauwelijks de naam waard, er staan nog maar weinig huizen nadat de burgemeester - die eigenlijk geen burgemeester is, maar een dorpsmanager - al veel oude huizen gesloopt heeft. De bewoners zijn naar de stad getrokken.


Er is geen winkel meer, behalve dan het Haantje, waar je niet al te smakelijke biologisch-ecologische producten kan kopen.
Er is ook geen school in Bitterkerk. Er komt een meester naar het dorp om bij Lidewij thuis les te geven aan de paar kinderen die het dorp rijk is. Dat zijn Sjaan Nel, Storm en Pien.


Sjaan Nel zou eigenlijk Chanel moeten heten, want zo had haar moeder het bedacht. Zij is de enige die die haar zo noemt. Haar moeder zelf heet Madeleine Konijn, hetgeen ze uitspreekt als Co Nine. Want mama is nogal deftig. Ze woont in het voorhuis, gescheiden van het achterhuis waar Sjaan woont met haar vader, die ze Barre noemen. Sjaans ouders hebben eigenlijk een prima oplossing gevonden voor het feit dat ze zo verschillen. Of Sjaan er ook blij mee is? Ze gaat eigenlijk veel liever naar Storms huis, dat behalve winkel en school ook een buurthuis is en waar ze vaak friet eten.


En dan breekt de pleuris uit: de zogenaamde burgemeester heeft allerlei plannen om een toeristisch, dus winstgevend project te maken van het dorp, en hij vindt een welwillend medestander in mevrouw Konijn. De niet te onderschatten tegenstanders zijn natuurlijk vooral Sjaan Nel, Storm en Pien.
De burgemeester lijkt te gaan winnen, want het is ineens niet veilig meer bij het Haantje! Er breekt brand uit, er vallen pannen van het dak, en Storm valt zomaar ineens door de trampoline…


'Alle mensen zijn een beetje gestoord,' zei Barre. 'Dat hoort erbij. Soms zou ik willen dat we allemaal dieren waren. Die doen gewoon hun ding zonder een ander onnodig kwaad te doen.' Hij rekt zich uit. 'Als ik zou mogen kiezen, dan zou ik het liefst geboren zijn als Vlo (=de kat). Dan zou ik de hele dag gaan liggen slapen in het raamkozijn.'
'En ik zou als vis lekker de wereldzeeën verkennen,' zei ik. 'En als het me niet zou bevallen, zou ik gewoon een andere oceaan opzoeken.'


Een leuk verhaal dat de moderne tijd goed weergeeft: die eeuwige projecten die geld op moeten leveren hetgeen ten koste gaat van gezellige kleine dorpskernen. Er wordt leuk met namen gegoocheld, en er zit een goede spanningslijn in. De karakters worden goed uitgewerkt, met Sjaan Nel als ik-figuur kan de jonge lezer prima uit de voeten. Ze is een eigentijds kind dat graag zou willen dat de wereld anders is, beter in haar ogen, en daarvoor haar best doet. Daarvoor moet ze leren omgaan met teleurstellingen en andersdenkenden.


Ook al is het hoofdplot op zich vrij voorspelbaar, het blijft prettig leesbaar, ook omdat Coco van Rijn er extra verhaallijntjes in verwerkt heeft. En humor!
Leuke tekeningen fleuren dit geslaagde debuut extra op!


ISBN 9789048842223 | hardcover | 240 pagina's | Uitgeverij Moon | maart 2018
Illustraties van Iris Boter | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 18 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onzichtbaar gevaar
Robotoorlog: Deel 2
Rian Visser


In het eerste deel hebben we kunnen lezen dat Denny en zijn broertje Flint, die samen in een weeshuis wonen, het doelwit zijn van de robots. Gelukkig heeft Denny uitstekend leren vechten dankzij De Geheime Kracht, een genootschap dat de robots probeert te bestrijden. De Geheime Kracht wordt geleid door Panthera en  Hirundo, die de opa en oom van Denny en Flint bleken te zijn. Iets waar Denny erg blij om was, want zo heeft hij toch nog een beetje familie, zijn ouders zijn namelijk gedood door de robots.  Panthera weet dat Denny een grote rol zal gaan spelen bij het genootschap maar eerst moeten ze op weg, naar het eiland waar de robots kinderen gevangen houden.


Panthera en Denny vermommen zich als vrouwen, ze zijn oma en kleindochter. Hirundo verstaat de kunst 'onzichtbaar' te zijn. Dat wil zeggen hij verstaat de kunst van niet opvallen zo goed dat niemand hem écht ziet. Denny is best wel trots dat hij alleen mee mag ondanks dat het weesmeisjeTalia smeekt om mee te mogen. Denny wil het echter niet hebben en hij heeft het voor het zeggen! Talia legt zich er niet bij neer en halverwege de reis wordt ze als verstekeling in de woonwagen ontdekt, tot grote woede van Denny. Talia is wel een heel goede vechter en dat komt hen allen in de rest van de reis nog heel goed van pas.
Ze blijkt overigens nog veel meer goede kwaliteiten te hebben, zelfs Denny moet dat diep in zijn hart toegeven. Alleen is ze ontzettend eigenwijs, vindt hij, en dat is maar goed ook!


De reis naar het eiland waar de ontvoerde kinderen verblijven, verloopt namelijk heel moeizaam en is erg gevaarlijk. Helemaal als er spinachtige, gevaarlijke robots verschijnen die zich als een kameleon kunnen aanpassen aan hun omgeving, ze zijn daardoor bijna onzichtbaar. Alleen hun 'messen' aan het uiteinde van hun poten zijn soms te zien.  (zie de prachtige cover) Zelfs de geoefende vechters Panthera en Hirundo hebben moeite met deze 'insecten'. Gelukkig zijn Denny en Talia er ook nog...  Maar je houdt je adem in, redden ze het wel?


Er volgt een heel spannend verhaal waarbij de twee kinderen alles uit de kast moeten halen om vol te houden en niet weggemaaid worden door al die verschillende robots die overal verschijnen en heel akelige streken uithalen. Maar als ze eindelijk op het eiland zijn wacht hun een nieuwe verrassing... Willen de ontvoerde  kinderen eigenlijk wel mee?


Rian Vissers fantasie is eindeloos en dat maakt het verhaal ook zo bijzonder. Het leuke is dat er overal tekeningetjes van gemaakt worden zodat wij als lezer ook precies weten hoe de robots eruit zien en waarom ze zo gevaarlijk zijn. Het verhaal heeft steeds heel onverwachte wendingen waardoor je steeds weer verrast wordt. Bovendien is het erg spannend allemaal.  Gelukkig komt er nog een deel...


ISBN 9789491647116 | Hardcover | 165 pagina's | Books2download | september 2017
Leeftijd 10+

© Dettie, 6 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altToen Alfie verdween
Gerda de Preter


Ciel, kort voor Cecilia, is boos. In haar ogen ziet haar leven er zo uit: mama heeft papa de deur uit gezet. Ze moesten ook hun huis uit, en dat betekende weer dat ze naar een andere school moest. En dan durft mama een andere man in huis te halen, en willen die twee nog samen een baby ook! Ciel vraagt papa om hulp, maar die laat het afweten.


Gelukkig is er Elias, de donkere kant van Ciel, die haar helpt. Al is hij niet gewoon ondeugend, hij doet alles wat niet mag! Eigenlijk vindt Ciel het niet zo erg als Elias verdwijnt op het moment dat er een nieuwe jongen naast haar komt zitten op school: Alfie.
Ciel en Alfie worden dikke vrienden, en ze nemen samen een hond. Maar omdat Ciels moeder die niet wil, woont hij bij Alfie en zijn vader. Alfie helpt haar ook haar boze gedachten in goede banen te leiden. Ze vouwen samen kraanvogels, voor geluk, en maken woordenlijsten.
Kon alles maar zo blijven! Maar natuurlijk komt op een dag dat kind, dat ze niet wil. En Alfie verdwijnt, want hij en zijn vader krijgen geen toestemming om in het land te blijven.


Elias duikt weer op, maar op dat moment zit Ciel bij haar nieuwe oma, en wat Elias daar allemaal doet, dat is weer niet zo leuk voor oma. Als Ciel niet uitkijkt heeft ze straks echt niemand meer…


‘Elias komt haast niet bij van het lachen.
‘Zag je dat mens komen aanstomen? ‘giert hij. ‘Net een dolle olifant! ‘
‘Haha, een olifant! Haha!’ Ik lach met hem mee.
Maar niet heel hard. Oma was lief voor me, ook al heb ik ‘takkewijf’ naar haar geroepen.’


Oma zegt ook: ‘Het komt goed.’
Laten we dat dan maar hopen…


De omslag is alvast prachtig, meer illustraties zijn er niet. De tekst is ruim opgezet en in korte hoofdstukken verdeeld. Het verhaal vereist het nodige inlevingsvermogen, niet alles wordt uitgelegd namelijk. Voor de betere lezer dus, maar die leest dan ook een warm verhaal dat wel over veel problemen gaat, maar ook de mooie kanten van het leven laat zien. Er is altijd hoop.


ISBN 9789045121611| Hardcover | 136 pagina's | Querido | maart 2018 | Leeftijd 10+

© Marjo, 26 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBestemming onbekend
Paul Mosier


‘De trein waar ik in zit heeft zestien rijtuigen. Er is een locomotief, die er heel anders uitziet dan in boeken of films, en er zijn rijtuigen met bedden voor de rijke mensen en rijtuigen waar de rest op hun stoel slaapt. En er is een restauratierijtuig en een rijtuig met ramen tot in het plafond, waar gelukkige mensen die een reisje maken dromen over de mooie dingen die ze te wachten staat, en waar meisjes van wie het leven overhoop is gehaald moedeloos naar het voorbijgaande landschap staren.’


Zo’n meisje is Rydr, zoals ze zich noemt. Tot nu toe - ze is twaalf – heeft ze nog niet veel geluk had in haar leven. Vader onbekend, moeder overleden, alleen op de wereld nu ook haar oma overleden is.


De instanties hebben besloten dat ze naar haar oudoom moet, aan de andere kant van het land, in Chicago, en daarvoor is ze in Californië op die trein gezet. Dorothea, een medewerkster van de spoorwegmaatschappij, heeft de opdracht gekregen Rydr in de gaten te houden, maar omdat zij ook nog andere bezigheden heeft, is het meisje veel aan zichzelf overgelaten.


Haar verleden, waar ze veel over na denkt, heeft ook een stempel op haar gedrukt: ze heeft altijd al min of meer voor zichzelf moeten zorgen, dus dit kan ze ook wel. Een stoere meid dus. Ze vraagt niet om hulp, ze zoekt het zelf wel uit. Maar ze is nog een kind en door schade en schande moet ze zich er bij neerleggen: ze heeft andere mensen nodig. Ze kan het niet alleen. Gelukkig zijn er mensen in de trein die in staat zijn om door het schild dat ze krampachtig op probeert te houden heen te kijken.

Een coming of ageverhaal over de harde kanten van het leven, waar gelukkig ook lichtpuntjes te vinden zijn, als je je daar voor open stelt. Dat is waar Rydr moeite mee heeft, en je kan haar geen ongelijk geven.


Stap mee in de trein met dit gevoelige meisje en beleef haar avonturen met Neal van de restauratie, en maak kennis met Carlos en de scoutingjongens die ook met de trein reizen.


Paul Mosier schrijft al zijn hele leven, maar sinds 2011 ook boeken. Hij woont in Phoenix, Arizona, met zijn vrouw en twee dochters en is dol op treinreizen.


ISBN 9789047709947 | Hardcover | 156 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | december 2017
Vertaald uit het Engels door Mireille Vroege | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 11 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER