Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Geesten en gekken
Team Leonardo 2
Erwin Claes

Waar het vorige boek eindigde gaat dit verder. Op zoek naar Team Leonardo.
Ook al is de roof van het Vikingbeeldje gelukt en zitten zijn handlangers in de cel, Roberto Dell’Anno is nog in Vordersteen! Hij zit verscholen, want hij weet dat als hij terug gaat naar Sicilië hij zijn leven niet zeker is, hij is immers niet geslaagd in zijn opdracht. Maar hij heeft geen rooie cent, hij heeft geen keus: hij moet dat beeldje hebben! Hij denkt dat de kinderen meer weten over dat geheimzinnige Team Leonardo. Hij herinnert zich dat zijn vader het daar over had, maar zijn vader wil hem niets vertellen: ‘laat het rusten’, zegt hij.

‘Wie of wat is Team Leonardo?’
‘Mijn grootste nachtmerrie, jongen. Het spijt me, maar hier sta je verder alleen voor.’

Sinds Emil de foto heeft gevonden waar behalve zijn grootvader ook professor Plechelmus op staat, wil hij hetzelfde weten als Dell’Anno. Zijn vrienden, Pipa, de tweeling Mirthe en Jasper, en Tom, de zoon van de burgemeester, helpen hem. Ze helpen ook bij de opdracht die ze voor school hebben:
‘Gedraag je als internetjournalist’
De meisjes besluiten een vlog te maken over hun hobby: paarden. En de jongens maken een nieuwssite over Vordersteen. Als Jasper de drone van zijn vader ‘leent’, weten we al wel dat er iets mis zal gaan. Maar dat het een ontvoering zou filmen, dat had niemand kunnen bedenken.
Omdat we ook Dell‘Anno’s avonturen lezen we wie er ontvoerd is en waarom.
Emil besluit om intussen zijn oma te zoeken. Hij en zijn zus wonen in het huis van opa, maar over een oma heeft hij nog nooit iets vernomen. Wie is ze? En vooral waar is ze?

Tot zijn ergernis ontdekt Dell’Anno dat er nog meer spelers in het spel zijn. Geesten? Of gekken?

‘Geesten zijn geen verzinsel,’ stak ze van wal. ‘Ze bestaan echt.’
‘Dat is een grap zeker?’ sputterde Emil tegen.

Er wordt heel wat ingebroken in dit tweede deel! En door iedereen!
Dell’Anno mag dan misschien een ietwat vreemde snuiter zijn, die nieuwe spelers zijn nog vreemder omdat niemand weet wie zij zijn of wat zij willen. Daar komen we nog niet achter.
We zullen moeten wachten op het afsluitende deel in deze spannende driedelige serie!
Aan het einde van deel twee worden we alvast op een intrigerende teaser getrakteerd.

Erwin Claes (1977) studeerde archeologie en was dol op schrijven.
Nu heeft hij al verschillende spannende series voor de jeugd geschreven.

ISBN 9789044839043 | Hardcover | 195 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2020
Illustraties door Michaël Olbrechts
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 24 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De brief om Middernacht
Benjamin Read & Laura Tinder


Als Emily wakker wordt omdat de Big Ben kwart voor twaalf slaat, herinnert ze zich weer dat ze eerder op de dag boos naar boven is gestampt. Het ligt aan haar eigen temperament, weet ze, maar zeker is ook haar moeders gedrag er de oorzaak van dat zij met z’n tweeën vaak de meest hooglopende ruzies hebben. Ze hebben allebei een grote mond, ofwel zoals haar moeder het noemt: een grote strot. Nu heeft Emily echter honger. Zou ze stilletjes naar beneden kunnen sluipen?


Het wordt al snel duidelijk dat ze niet onopgemerkt zou blijven, want ze hoort de brievenbus klepperen – ‘wie haalde het in zijn hoofd om post rond te brengen op dit onmenselijke tijdstip?’- en even later het gekibbel van haar ouders. Nieuwsgierig luistert ze. Hetgeen ze hoort maakt haar niet veel wijzer: familie van haar moeder? (Emily kent daar niemand van) Een clan? Een schaduwsleutel?
Emily begrijpt er niets van.


Maar de volgende dag is haar moeder er niet meer. En de dag daarna ook niet. En nog dagenlang niet. Het enige teken van leven is een brief, met de ketting erin die Emily kent, haar moeder droeg hem altijd. En nu vraagt haar moeder aan Emily om de ketting waar oude munten aan hangen altijd te dragen en er goed op te letten. In het begeleidend briefje probeert haar moeder haar gerust te stellen. ‘ik kom thuis zo snel ik kan. Hou van je, Mam ‘
Als dan ook nog Emily’s vader verdwijnt, is het echter duidelijk: hier is iets heel vreemds aan de hand.
Waar zijn haar ouders gebleven?


Er verschijnt een vreemde man voor de deur, die wil dat ze met hem meegaat. Natuurlijk doet ze niet open, ze is niet gek, maar ze neemt wel een besluit. Ze gaat hen zelf wel zoeken. Ze neemt een rugtas mee – de voor-het-geval-dat-tas van haar vader, doet de ketting om en vertrekt. Op weg naar een verbijsterend tocht door een ongelooflijke wereld, waar ze allerlei eigenaardige figuren zal ontmoeten, waar ze vijanden en gelukkig ook vrienden leert kennen en het een hele toer blijkt om haar weg te vinden. Laat staan haar ouders.
Bij alle akelige en spannende avonturen heeft ze één troost: het kleine egeltje, dat ze Vark noemt, en waar ze voor zorgde, is in haar zak gekropen en reist mee.


‘Vermijd donkere steegjes, de Nachtwacht en de Hongerige Doden. Sluit geen deal met de Oude Machten en vertrouw nóóit een Poeka.’


Nachtvolk, Rijk van de Dageraad, De Bibliotheek (niet dat wat wij kennen), de Nocturne, het Grote Werktuig, een uilvrouw en nog veel meer magische voorwerpen en personages ontmoeten we in dit prachtige verhaal, waarin Emily de enige normale persoon lijkt. Maar ze heeft wel die grote strot, en ze heeft Vark.
Gelukkig is Emily een doorzetter en ze is moedig. Omdat ze de wereld waarin ze nu is niet kent, maakt ze in haar onbezonnenheid fouten, maar ze is niet alleen. Langzamerhand ontdekt ze wie ze is.


Behalve superspannend en bijzonder magisch is het ook mooi geschreven. Zinnen als ’het huis is mamvrij’  ‘elke avond aten ze pasta en verdriet’ ‘Al vlieg je nog zo ver van je nest, vroeg of laat ontdek je dat je nog steeds de vorm hebt van het ei waar je uit gekropen bent’ (goede vertalingen, lijkt me)
En de humor ontbreekt niet, bijvoorbeeld door de taal die enkele personages bezigen.
Een superboek!


Benjamin Read maakt graphic novels en strips en schrijft filmscenario’s. Hij werkt daarbij veel samen met Laura Tinder, schrijfster en illustrator.De Brief van Middernacht is hun schrijfdebuut, en zal ook worden verfilmd. Voor degene die nu al verslingerd zijn geraakt aan de figuur Emily: er is een tweede deel, dat vast en zeker vertaald gaat worden!


ISBN 9789025878962 | Hardcover | 304 pagina's | Leopold | juni 2020
Vertaald uit het Engels door Marie Lotte Hagen | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 28 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De spiegel der duisternis
De Orde van de Gouden Leeuw, deel 2
Dorothée de Rooy


We gaan verder waar het eerste deel opgehouden is, het is prettig als je dat gelezen hebt, al frist de schrijfster ons geheugen op terwijl het nieuwe avontuur al begint:
Waarom is Lucy, de hoofdpersoon, ook alweer zo bijzonder?
In De Orde van de Gouden Leeuw hebben we gelezen dat zij de uitverkorene is, de Meister, degene die het Rijk moet redden van Jaldabaz, de schaduwheer, en zijn blinde antroponieten.


‘De enige manier om de Hart Steen te redden, is als de Meister alle Onnavolgbare Opdrachten volbrengt. De enige redding van het Rijk, Lucy, dat ben jij. Jij bent de uitverkorene.'


Lucy heeft met haar vrienden Alfred, Sam en Milstone al twee van de Onnavolgbare Opdrachten volbracht. Dat gebeurde in het eerste deel. Voor de derde opdracht is ze nu bij de Boom der Kennis, die haar vertelt wat die opdracht behelst maar haar ook waarschuwt. Haar opdracht is niet zonder gevaar. Jaldabaz, haar tegenstander, wordt sterker en komt dichterbij.


‘Alle vier staarden ze voor zich uit, zich bewust van het gevaar van het kijken in de Spiegel der Duisternis. Niet alleen vanwege het risico dat iemand erachter zou komen, maar ook vanwege het gevaar voor henzelf.
Als je te lang bleef ronddolen in de duistere wereld die het Orakel je toonde, bestond het risico dat het donker in jou het over zou nemen. Dat je mogelijk je eigen vonk ermee kon doven. Want het Orakel van Chaldea zag en toonde de duisternis, maar het zag ook de duisternis in de kijker zelf.’


Deel twee is spannender, omdat we meer te weten komen over de wereld waarin de vier vrienden zich bevinden en over de taak die op hun schouders rust. Het gaat ook niet allemaal van een leien dakje, Ze raken in allerlei risicovolle situaties verzeild, en het is vaak erg gevaarlijk, zoals de Boom der Kennis al aangaf. Niet iedereen is hen goed gezind in de Gewesten waar ze doorheen reizen.


De queeste is de hoofdmoot: de strijd tegen het kwaad. Om haar opdrachten te kunnen volbrengen kan Lucy niet anders dan tegen de wet in gaan, er dreigt een zware straf. Hier spreekt de advocaat in de schrijfster. Zo verwerkt zij ook een stukje geschiedenis in het verhaal. Er is bijvoorbeeld een scene die erg doet denken aan de Kristalnacht. Zouden jonge lezers dit herkennen? Niet dat het uitmaakt: dit tweede deel is opnieuw lekker spannend, en met al die aparte wezens – de eerder genoemde antroponieten, de knollers en poffeldauwtjes - en magische gebeurtenissen houdt het verhaal je aandacht van begin tot einde vast. Zelfs verder dan dat, want je wilt verder lezen.


Helaas moeten we dan wachten op deel drie.
Ook in dit boek vinden we achterin een woordenlijst en staat er aan de binnenkant van het boek een fraai getekende kaart van het Rijk.


Dorothée de Rooy heeft rechten gestudeerd waarna ze advocaat werd. Nu heeft ze gekozen voor schrijver: voor televisieprogramma’s en nu een jeugdboek. De Orde van de Gouden Leeuw was haar debuut en het eerste deel van een trilogie.

ISBN 9789000372560 | hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij van Goor | juni 2020
Illustraties - vooral de kaart in de omslag - van Sophie Pluim | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 18 augustus  2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het pungelhuis
Annet Huizing


'Bleek ik toch al die jaren een opa te hebben. Eentje. Maar daar kwam ik pas achter op de dag dat hij doodging.'
Ole is behoorlijk boos op zijn vader. Hij wist niet beter of zijn ouders waren al jong wees, dus een opa en oma had hij niet, laat staan twee van elk.
'Waarom heb je dat nooit verteld? Je hebt al die tijd gelogen. Ik had verdomme wél een opa en jij hebt dat nooit verteld.' [...]
'Er wordt hier niet gevloekt,' zei mijn vader.

En daarmee is de kous af, papa wil er absoluut niet meer over praten.


Er is wel meer bijzonders te melden over het gezin waar Ole in opgroeit. Ole's moeder was bijvoorbeeld al 45 jaar en Ole's vader was 55 jaar toen Ole geboren werd. Ole was een grote verrassing, zeggen ze altijd. Nu, dertien jaar later, is zijn vader met pensioen.
De vader van Ole heeft maar één been, hij is zo geboren maar kan zich prima redden. Ooms en tantes zijn er ook niet, behalve Arie, de broer van Ole's vader. Arie is geestelijk blijven steken bij een jaar of zeven. Ole is gek op oom Arie, die lacht als Ernie van Bert en Ernie.


Maar nu is opa dood en papa heeft het huis in Orpel, in Brabant, van hem geërfd. Papa wil daar absoluut niet wonen en later zullen we begrijpen waarom. Toch beslist het lot anders, onverwachte financiële problemen maken dat ze toch in het huis van Ole's opa gaan wonen. Het is maar tijdelijk sust papa.
Mama verlaat vervolgens al snel het verhaal, zij trekt voor honderd dagen - dat is wel drie maanden en nog wat, dat is wel dertien weken - naar Tibet, zoals gepland. Ze moet af en toe even tot haarzelf komen. Ze moet af en toe fladderen zegt papa. Er zit dus voor Ole en papa niets anders op dan er het beste van te maken.
Papa wil verder niet over het huis of opa praten, maar Ole natuurlijk wel. Hij is supernieuwsgierig naar die onbekende opa.


Het huis is nog net zo als vijftig jaar geleden, toen Ole's vader vertrok. Er is niets gemoderniseerd, dus ze zullen er toch wel iets aan meten doen, ook al blijven ze er niet wonen. Dat maakt de saamhorigheid tussen vader en zoon sterker, het smeedt een band. En helemaal als Ole, dankzij contacten met mensen uit het dorp stukje bij beetje het akelige verhaal over zijn opa komt te weten. Het heeft met de strijd van vroeger tussen botersmokkelaars en commiezen (soort grenswachters) te maken. Opa was niet zo'n lieverdje...  In zijn hebzucht ging hij erg ver om zijn smokkelwaar over de grens te krijgen. Hij bleef doorgaan, ongeacht wat het aan strijd én mensen kostte.


Door die verhalen begrijpt Ole steeds beter waarom zijn vader niet over opa én het Pungelhuis, zoals het huis genoemd werd, wilde praten. (En pungel is een in een punt bijeengebonden grote handdoek gebruikt als draagtas.) Gelukkig ontmoeten ze fijne mensen zoals o.a. de Vlaamse Pola, die Ole's vader helpen eindelijk eens zijn hart te luchten over dat moeilijke verleden en welke rol de lieve oom Arie in het geheel had. Ole ziet zijn vader ineens met heel andere ogen. Het verhaal van papa maakt zo mogelijk hun band nóg hechter.


Annet Huizing heeft met dit boek een prachtig, vaak humoristisch, verhaal geleverd over o.a. de invloed van ouders op hun kinderen, maar ook hoe diezelfde kinderen ondanks alle tegenwerking een enorme kracht en strijdlust kunnen hebben om uit de misère te komen. Daarnaast leren we veel over de tijd dat boter smokkelen nog lonend was en hoe dat smokkelen eraan toeging.
Achterin het boek staat een toelichting over pungels, kraaienpoten en botersmokkel evenals verwijzingen naar websites en krantenartikelen over botersmokkel.


Schitterend verhaal, in mooie, voor jongeren toegankelijke, taal geschreven.


ISBN 9789047712510 | Hardcover | 191 pagina's | Lemniscaat | juli 2020

© Dettie, 29 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De onbekende
Danny Vos


De twaalfjarige Ella kent haar oma van vaderskant niet. Die woont ver weg en de enkele keer dat haar vader zich voornam eens naar haar toe te gaan, kwam er weer iets tussen. Wat je niet kent, mis je ook niet. Maar daar in dat verre dorpje tegen de Franse grens voelt haar oma het einde naderen en ze wil graag haar kleindochter nog leren kennen.


Op de eerste uitnodiging aan Ella, met treinkaartje erbij, reageert Ella niet. Haar moeder wil het niet. Ook de tweede brief blijft onbeantwoord maar het begint wel te kriebelen bij Ella: zij wil die oma eigenlijk wel leren kennen! Maar mama zegt nog steeds nee. Eigenlijk ook bij de derde brief maar nu wist Ella het anders aan te pakken.


‘Ella’s vader zei dat Ella haar eigen oma toch ooit moest leren kennen. ‘Daar hebben ze als bloedverwanten allebei recht op,’ zei hij. ‘Ergens horen ze bij elkaar. Van mij mag ze gaan.’


En zo gebeurt het dat Ella op de trein gezet wordt. Dat is spannend, zo helemaal alleen! Gelukkig is op de achtergrond haar buurjongen - Up noemt ze hem – steeds beschikbaar. Hij heeft een autistisch trekje, waardoor het voor Ella best makkelijk is te weten wanneer ze hem het beste kan appen. Best vaak eigenlijk.


Als ze aankomt op het station is er even een rare situatie. Er is niemand om haar op te halen. Of toch? Ze appt een filmpje van het station naar Up. Die zegt: ‘wow, daar stijgt iemand op uit de grond!’ Als Ella beter kijkt ontdekt ze inderdaad iemand, een man, dacht ze eerst. Maar het blijkt oma Astrid te zijn.
Natuurlijk moeten ze aan elkaar wennen, maar dat gaat dan toch nog snel. Ze voelen elkaar heel goed aan. Na de logeerpartij weten ze: ze willen contact houden en elkaar vaker zien.


Astrid vertelt Ella over haar leven. Ineens krijgt die een andere kijk op haar vader, en op haar tante Jen. Er was een geheim, tenminste iets wat Ella nooit geweten heeft. Het heeft te maken met de foto van oma met drie kinderen. Naast papa en tante Jen staat een onbekende jongen. En ze vindt een rood schrift met tekst en tekeningen. Als haar vader toegeeft dat hij fouten heeft gemaakt in het verleden, vindt Ella dat dat goedgemaakt moet worden. Up helpt haar daarbij, want het is makkelijker gezegd dan gedaan. Maar helaas kan ze het oma niet meer vertellen, want die komt zoals ze zelf al wist te overlijden.
Het testament brengt iedereen in verwarring…


Het thema is pesten, hetgeen mensen een leven lang kan beïnvloeden in hun gedrag. Het verhaal dat Danny de Vos daarom heen heeft verzonnen is een beetje bizar, maar toch zou het zomaar kunnen gebeuren. Ella pluist geheimen uit met behulp van haar vriend, die goed is met computers, maar ze is wel wat jong voor die ondernemende avonturen. Nu vinden haar ouders dat ook hoor, Ella is evenwel een tikje eigenwijs, en een doorzetter. Voor een coming of ageboek is de hoofdpersoon nog wat te jong, maar het komt aardig in de richting.
Voor jongeren vanaf twaalf jaar is dit een prima boek, al moeten ze zoiets maar niet nadoen!


Danny De Vos debuteerde in 2015 met Hoe Napoleon zijn verjaardag vierde. Er volgden nog elf boeken. Danny geeft ook heel veel schoollezingen en schrijfopleidingen en hij speelt gitaar.


ISBN 9789000371747 | Hardcover | 184 pagina's | Standaard Uitgeverij | juni 2020
Leeftijd vanaf 12 jaar.

© Marjo, 18 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het magische eiland Zeetopia
For girls only
Hetty van Aar


In samenwerking met de basisschool De Wegwijzer in Balegem is dit boek tot stand gekomen in de serie For Girls Only. Als dat inhoudt dat jongens het niet zullen lezen, is dat jammer, want tenslotte krijgen ook zij te maken met de probleempjes die hier besproken worden.


Emma krijgt een brief. Dat is op zich al bijzonder, en ze heeft ook geen idee wie de afzender is, Stichting Flora. Met stijgende verbazing leest ze de brief: ze wordt uitgenodigd voor een weekje vakantie op het magische eiland Zeetopia. Haar ouders wisten dat al, maar die hadden het haar niet verteld. Wat spannend!


Als de tas gepakt is en haar ouders haar wegbrengen wordt Emma toch wel zenuwachtig. Ze kent er niemand! Hoe moet ze een week doorkomen met allemaal onbekenden, op een vreemd eiland? Emma ziet hoe andere kinderen al op de kade en later op de boot naar het eiland druk met elkaar aan het kletsen zijn. Emma durft dat niet, ze is verlegen en kijkt op een afstandje toe.


Eenmaal aangekomen in hun verblijf, wordt ze een beetje triest als andere meisjes meteen een kamer in beslag nemen. Zelf komt ze terecht in de laatste kamer, waar nog een ander meisje binnenkomt. Op haar kamer maakt ze het cadeautje open dat ze van haar vriendinnen heeft gekregen: een schrift!
En laten de meiden daar nu een aantal tips in hebben geschreven!
Zij kennen Emma namelijk al heel lang. De eerste tip van tien heel nuttige tips:


‘Je denkt vast dat iedereen op jou let als je ergens binnenkomt. Dat is niet zo. Mensen zijn meestal vooral met zichzelf bezig’


Helaas zal ze niet kunnen appen of bellen: iedereen moet de telefoon inleveren.


Het verloopt natuurlijk zoals dat hoort in een boek als dit. Als de week voorbij is, heeft Emma er aan aantal vrienden bij en heeft ze een ontzettend leuke week gehad. Er gebeurt wel van alles, maar als het maar eventjes wat spannender wordt – er loopt een vreemde man rond; verliefd zijn op twee jongens -  wordt dat vrij snel genormaliseerd. 


Je zou dit een niksig boek kunnen noemen, en qua verhaal is dat wel zo. Maar er worden onderwerpen aangesneden die informatie opleveren. Soms kort, soms wat uitgebreider. De nieuwe vriendin Pauline heeft suikerziekte en moet zelf spuiten. Iliah, de jongen  op wie ze misschien wel of misschien niet verliefd is, weet veel over de natuur, en deelt zijn geheimpje met haar.
En er is het deel zelfhulp: om leren gaan met verlegenheid, waar de vriendinnen thuis mee geholpen hebben. Emma’s zelfvertrouwen groeit al snel.
Een boek dat makkelijk weg leest, behalve dat saaie stuk als vijfentwintig kinderen zich een voor een voorstellen, wat makkelijk achterwege had kunnen blijven, de personages die er wel toe doen komen vanzelf wel aan bod.


For Girls Only is intussen een serie van twintig boeken. Ze gaan over de vriendinnen Eline, Ellen, Yelien, Emma en Kato.
Dagelijkse perikelen, waaronder allerlei dingen die zomaar kunnen gebeuren: ouders die uit elkaar gaan, en nieuwe relaties krijgen. Op vakantie gaan, en natuurlijk verliefdheid. En ja, heel veel meidendingetjes, al is dit ook  voor jongens een prima boek.


Hetty van Aar (Almelo) begon als kleuterleidster verhalen voor haar eigen klas te schrijven. Ze stopte met werken toen ze zelf kinderen kreeg. Ze schreef in die tijd in opdracht van uitgevers korte voorleesverhalen. Haar eerste boek Door het lint kwam uit in 2003 en handelt over een jongen met ADHD.


ISBN 9789000371747 | Hardcover | 184 pagina's | Standaard Uitgeverij | juni 2020
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 13 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het werkstuk
of hoe ik verdween in de jungle
Simon van der Geest


Zoektocht naar een vader
Een Surinaamse vader met een gat in zijn hart. Een Nederlandse moeder die een bekende zangeres is. En een dochter die haar vader wil zoeken in Suriname. Dat zijn de drie ingrediënten van het razend spannende en vlot vertelde boek Het werkstuk van Simon van der Geest.


Spannend, vlot en filmisch zijn drie woorden waarmee dit laatste boek van Simon van der Geest kan worden beschreven. In twee delen vertelt hij over de zoektocht van de tienjarige Eva Loks naar haar Surinaamse vader. Een zoektocht met veel haken en ogen.


Dat Van der Geest een theatermaker is, merk je al direct aan het fragment dat hij vooraf laat gaan aan dit kinderboek. Een ik-figuur staat tot aan haar middel in een woest kolkende rivier. Ze wordt bijna meegesleurd en probeert niet aan kaaimannen, piranha’s en watergeesten te denken. Ze is nog het dichtst bij de oever waar ze het water in ging. Daar hangt haar rugzak met het werkstuk, waar ze een paar weken geleden in Nederland aan begon te schrijven. Het touw van de touwbrug schuurt in haar handen. Gaat ze de overkant halen? Durft ze over te steken?


Het eerste deel van het boek heet ‘Het werkstuk’ en speelt zich af in Nederland, waar Eva Loks met haar moeder Silla Loks woont. Ze moet een werkstuk schrijven voor school en ze mag zelf het onderwerp verzinnen, als het maar met biologie te maken heeft. Waar klasgenoten al snel een onderwerp hebben verzonnen, daar moet Eva wel een week over nadenken. Eén klasgenoot heeft een vader met een biologische kwekerij. Hij gaat zijn werkstuk schrijven over biologische tomaten, waardoor Eva denkt: ‘ik heb geen vader met een biologische kwekerij. Ik heb niet eens een vader. Ik heb alleen een moeder. En toen wist ik het opeens. Het is een onderwerp waar ik meer over wil weten. Ik weet er nog niks van. Ik doe mijn werkstuk over Biologische Vaders.’


Het woord ‘biologie’ is de trigger voor een emotionele en interessante zoektocht van Eva, want haar moeder laat maar weinig los over haar vader en wat ze vertelt is negatief. Ze refereert aan hem met de woorden ‘die worm’ en ‘die vent’. Toen Eva kleiner was, dacht ze dat Dievent de naam van haar vader was. Door de reactie van klasgenoten begreep ze pas hoe het zat. Het zijn ook precies die reacties die haar haar gemis doen realiseren. Ze ziet er heel anders uit dan haar hoogblonde moeder en dan heeft ze ook nog eens elf tenen. Dat moet ze wel van haar vader hebben. Als dat geen aanwijzing is.


Simon van der Geest neemt in het lopende verhaal bladzijdes op uit het werkstuk van Eva. Die bladzijdes herken je aan de lay-out en aan een andere, kinderlijke schrijfstijl. Ook de illustraties van Karst-Janneke Rogaar, die in zwart-wit zijn uitgevoerd en in het lopende verhaal een stoer karakter hebben, hebben een kinderlijke stijl en zelfs aan de gaatjes van de perforator is gedacht. Het maakt het boek extra geloofwaardig en realistisch.


Je wordt als lezer volledig deelgenoot van het leven van Eva èn van haar geheimen. Want omdat haar moeder niet veel vertelt over haar vader, voelt ze zich genoodzaakt om het programma Verloren Tijd (een soort Opsporing verzocht)  in te schakelen, zonder haar moeder daarvan op de hoogte te stellen. Van der Geest weet de toonzetting van dit type programma’s mooi neer te zetten als hij verhaalt over een timmerman uit Emmen die graag zijn echte moeder wil ontmoeten. Hij is geadopteerd:


“Terwijl de presentatrice naar hem luistert, knikt en zucht ze alsof hij vertelt dat hij doodziek is. ‘Dus jij hebt al die jaren een… gat in jezelf gevoeld?’ vraagt ze.
‘Nou ja, een gat…’ mompelt de timmerman.
‘Je mist iets. Je zit met die eeuwige, brandende vraag…’
Ze balt een vuist en houdt die bij zijn borst, alsof ze daar het vuurtje van die vraag kan voelen.
Hij deinst een stukje terug. ‘Ja… Zoiets.’
‘Wij gaan je helpen,’ zegt ze en ze wendt zich tot de camera. ‘Wij van Verloren Tijd, wij gaan dat brandende gat dichten. Wij… gaan op zoek.’ Ze heeft het nog niet gezegd of ze zitten al in een vliegtuig. Zo makkelijk gaat dat dus op tv.”


En zo komt het dat, na toestemming van haar moeder, Eva Loks met het programma Verloren Tijd af mag reizen naar Suriname. Haar moeder en haar opa blijven thuis en dat is misschien een klein beetje ongeloofwaardig, want wie laat nu een meisje uit groep 8 alleen met een cameraman, een presentatrice en een regisseur naar Suriname reizen? Ook nog wel voor zo’n emotionele reis.

Het tweede deel, De expeditie, speelt zich volledig af in Suriname. Van der Geest weet de omgeving en de sfeer van dit totaal andere land voor de ogen van de lezer tot leven te wekken met beeldende taal. Zo schrijft hij over de tropische warmte waar Eva in stapt als ze uit het vliegtuig komt: ‘De lucht slaat zijn dikke armen om me heen, de hitte pakt me stevig vast, vol en klam. Bam.’
Maar ook al ìn het vliegtuig, door de Surinaamse taal zelf: “’Mi gudu… Je bent een dogla, ja toch?’ […] ‘Meisje, een dogla is een mix. Jouw moeder is Nederlands en je vader Surinaams. Heb ik het goed?’ […] ‘Meestal zijn het bakra-meisjes die vallen voor Surinaamse kerels.’


Dat er in Suriname heel anders wordt gekeken naar de rol van de vader in het gezin, is indirect ook een les voor Eva en voor de lezer. Zo wordt de aanwezigheid van een vader in je leven al direct flink gerelativeerd door de taxichauffeur die Eva spreekt in de taxi van het vliegveld naar het hotel in Paramaribo:


“‘En als je hem niet gaat vinden… No span. Ik heb mijn vader ook nooit gekend. Dood. Net als mijn moeder. Ik weet niet eens wat een vader ís… Ben opgegroeid in een weeshuis… Ik zeg altijd maar: als je niet weet wat je mist, ga je het ook niet missen. Kijk naar mij, ik red me prima. Deze auto…’ Hij klopt op het dashboard – tok tok!- ‘heb ik zelf gekocht, van mijn eigen duku, zeg ik je. Geen papa die daarbij heeft geholpen… Dus maak je geen zorgen. Zonder papa red je het ook. Begrijp je?’”


De zoektocht naar haar vader begint bij een halftante in Paramaribo, die Eva met open armen ontvangt: “’Ik ben toch geen halve tante!’ valt Esseline uit. ‘Ik ben een hele tante! Wil je zeggen dat ik maar half meetel? Ik ben toch een heel mens, noh?’” Halve of hele tante, ze blijkt niet te weten waar de vader van Eva woont. Het spoort dreigt al direct in Paramaribo te stoppen, maar dan neemt Eva een drastisch besluit. Wat volgt is een spannende tocht door de jungle, die haar nieuwe vrienden en inzichten verschaft en die haar uiteindelijk ook heel goed doet realiseren wat ze achter heeft gelaten in Nederland.


Het werkstuk of hoe ik verdween in de jungle
is een liefdevolle en waarachtige vertelling over het belang en de waarde van herkomst, ouderschap en vriendschap in twee culturen. Simon van der Geest heeft weer een boek geschreven dat van begin tot einde meeslepend is geschreven.


ISBN 9789021414867 | Hardcover | 400 pagina's | Querido | november 2019
illustraties Karst-Janneke Rogaar | Leeftijd 10+

© Mariska Venema, 21 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Op zoek naar de Vindeleer 2
De brand
Rob Geukens


In deel 1 maakten we kennis met Kat. Zij woont al zolang zij zich kan herinneren in het weeshuis St. Jude's waar ze inmiddels tot de wat oudere groep meisjes behoort. Kat heeft het verder wel naar haar zin in St. Jude's, helemaal nu de directrice mevrouw Noggins een stuk aardiger is geworden sinds Kat haar zoon, meneer Trouvé,  teruggevonden heeft.


Kats lievelingetje is Poppy, een meisje van zes jaar, die dankzij een auto-ongeluk haar beide ouders verloren heeft. Het meisje kan/wil van schrik niet meer praten. Daarnaast woont Jim 'Appelflap' er ook nog steeds. Jim fantaseert van alles bij elkaar en is vaak de oorzaak van een hoop gedoe. Maar nu zijn er twee mensen, meneer en mevrouw Wellesley, die besloten hebben Jim te adopteren. En zo komt het dat Jim opgehaald wordt door een heuse chauffeur in een Rolls Royce.
Tot haar eigen verbazing mist Kat de jongen. Ze schrikt dan ook erg als Jim haar belt en heel erg in paniek is. Hij is gevlucht! Zijn nieuwe huis en ouders zijn helemaal niets...


Wat Jim niet weet is dat Kat ook flink in de problemen zit, er is namelijk brand geweest in St. Jude's en de kinderen worden ondergebracht naar de Welzijnsbarak. Het is daar afschuwelijk. De barak wordt gerund door de Kolonel en zijn vrouw Mevrouw Vantoorn. De kinderen worden als soldaten behandelt, ze worden gedrild, moeten constant alle regels opvolgen en hebben geen eigen leven meer. Door de microfoon klinken steeds de geschreeuwde opdrachten van de Kolonel. Poppy is constant helemaal overstuur en dat ze niet kan praten maakt alles nog veel erger. Kat probeert haar zoveel mogelijk bij te staan én wat aan de bizarre omstandigheden te veranderen.
Maar ook het telefoontje van Jim blijft door haar hoofd spoken. Ze moet naar hem toe, maar waar woont hij nu?  Ze moet De Vindeleer zien te vinden, hij kan haar vast verder helpen.


Wat volgt is een bijzonder verhaal dat soms wel vergezocht is, maar ook met de nodige humor geschreven is. Vooral de avonturen van Jim zijn grappig, zijn nieuwe vader is namelijk mogelijk van nog meer fantasie voorzien dan Jim! De Vindeleer speelt nauwelijks een rol, hij komt zelfs amper voor in het boek, waardoor je je afvraagt waarom het boek toch 'Op zoek naar de Vindeleer' genoemd is.


Rob Geukens heeft geen gebruik gemaakt van hoofdstukken en dat zorgt regelmatig voor lichte verwarring. Het ene moment zit je bij Kat in het weeshuis of de barak en de volgende zin brengt je naar Jim en zijn nieuwe ouders.

Kortom, het boek is op zich wel leuk en vlot geschreven maar het rammelt een beetje. Het toeval speelt een beetje te grote rol waardoor het verhaal wat geforceerd overkomt. Ook lijkt het aanvankelijk of het verhaal zich in vroeger tijden afspeelde, dankzij de sfeer in het weeshuis, maar uiteindelijk bleek het zich toch meer in een modernere tijd te spelen, wat ook voor een beetje vervreemding zorgt.


Maar al met al is het evengoed een lekker boek voor kinderen van ca. 10 jaar geworden.


ISBN 9789044833577 | Hardcover | 175 pagina's | Uitgeverij Clavis | oktober 2018
Leeftijd 10+

© Dettie, 27 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vijf gestrand op Kirrin Eiland
Enid Blyton


Als meisje had ik al veel over De vijf gehoord, helaas de boeken waren voor meisjes  'te wild' volgens de bibliotheek, dus heb ik de boeken nooit kunnen lezen. Maar nu zijn ze heruitgegeven en kreeg ik eindelijk de kans om ze alsnog te lezen en... ik heb genoten!


Julian (12), Anne (10) en Dick (11) zijn hevig teleurgesteld als ze horen dat ze in de zomervakantie niet naar hun geliefde vakantiehuis in Polseath gaan. Het is helemaal volgeboekt. Misschien kunnen de kinderen wel terecht bij Quentin, de broer van papa, die woont aan zee. Tante Fenna zou het zeker wel leuk vinden en hun dochter Georgina (11) was als enig kind vast ook blij met wat gezelschap. 

Oom Quentin is wetenschapper en van 's ochtends vroeg tot 's avonds laat bezig met zijn studies. De kinderen hebben vreemd genoeg hun nichtje nog nooit gezien dus de vakantie wordt extra leuk, kunnen ze haar eindelijk eens ontmoeten! Maar Georgina zit helemaal niet op haar neefjes en nichtje te wachten! - Georgina luistert overigens niet naar haar naam, ze wil helemaal geen meisje zijn en noemt zich daarom George. - Zij vermaakt zich uitstekend in haar eentje. Bovendien heeft ze stiekem een hond, Timmy, die ze van haar ouders helaas niet mocht houden. Daarom geeft ze al haar zakgeld aan een jongen die nu voor Timmy zorgt. Papa en mama mogen het niet weten.  Ze is heel bang dat de drie kinderen haar zullen verraden dus ze moeten heilig beloven dat ze het geheim niet zullen verklappen. Natuurlijk beloven ze dat maar dat blijkt nog niet zo makkelijk.

De nukkige George blijkt ook nog eens een eigen eilandje te hebben, Kirrin Eiland, maar ze moet nog maar zien of ze Julian, Anne en Dick meeneemt. Ze heeft nog nooit iemand toegelaten op haar eiland. Gelukkig ontdooit George al snel. Haar familie blijkt haar erg mee te vallen en al snel zijn de vier kinderen en Timmy onafscheidelijk. En daar gaan ze naar Kirrin Eiland, niet wetende wat hun daar allemaal te wachten staat.

Op Kirrin Eiland staat een kasteelruïne met kerkers en onderaardse gangen, voor de kinderen heel aantrekkelijk natuurlijk. Voor het eiland ligt al een eeuwigheid een scheepswrak, volgens de verhalen moet daar goud in liggen maar duikers hebben niets gevonden. De kinderen vinden het best wel spannend zo'n wrak, helemaal als het tijdens een razende storm losraakt van de bodem en vastloopt op de rotskust. Eindelijk kunnen ze in het wrak kijken en daar vinden ze geen goud maar wel iets wat alles in hun leven zal veranderen...
Maar voor ze beseffen wat ze gevonden hebben, beleven ze heel spannende avonturen en mogen ze blij zijn dat Timmy met hun mee is. Zonder de hond had het wel eens helemaal verkeerd kunnen aflopen...


Het verhaal is verschenen in 1942 en het is verrassend hoe hedendaags het verhaal nog overkomt. Alleen aan kleine dingen is te merken dat het niet in deze tijd geschreven is. De kinderen hebben bijvoorbeeld geen internet en ook hun gedrag is anders, gezeglijker, dan nu maar verder is het een verhaal dat zich makkelijk in deze tijd zou kunnen afspelen. Wild is dit verhaal, zeker vergeleken met de boeken van nu, totaal niet, wel heel avontuurlijk. De kinderen zijn soms lekker tegendraads, vooral de jongensachtige George.  Kortom, een lekker spannend verhaal... Op naar het volgende boek over De vijf.


"Enid Blyton (Londen, 11 augustus 1897 - aldaar, 28 november 1968) was een Brits schrijfster van kinderboeken. Zij is vooral bekend geworden met de boekenreeksen De Vijf (The Famous Five) en Noddy. Hoewel de schrijfster al vele jaren overleden is, blijven haar werken bij jonge mensen in trek.
Sleutelwoorden in haar boeken zijn 'geheim' en 'avontuur'. Er komen vaak tunnels en geheime kamers in voor. Enid Blyton was een van de voorlopers in dit genre jeugdliteratuur zonder volwassenen.


ISBN 9789002270659 | Hardcover | 180 pagina's | NUR 283 | Standaard Uitgeverij | juni 2020
Eerder verschenen onder de titel De vijf en het gestrande goudschip. Opnieuw vertaald door Senna Beaufort | leeftijd 10+

© Dettie, 11 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik moet dit doen
Maren Stoffels


‘Niet doen,’ zegt Danny. ‘Laat je niet opfokken door Patricia.’
’Patricia?’
‘Je dwang.’
‘Ik heb geen…’
‘Dat heb je wel. Je houdt niemand voor de gek, het staat zowat op je voorhoofd geschreven.’


Danny is begeleider op een kamp voor jongeren met een dwangstoornis. Zelf had hij ook een dwang, die hij Patricia noemde. Als de dwang hem opeiste – want zo voelt dat – zei hij: ‘Kappen Patricia!’
Je kan een tic hebben, heel vervelend, maar als het uitgroeit tot een dwang die je leven beheerst en je sociale contacten tot nihil terugbrengt, is het raadzaam daar iets aan te doen. Vandaar een kamp...


Op reis gaan met onbekenden, naar een onbekende plek, om van je dwang af te komen is erg moeilijk, maar Simon maakt wel een hele slechte start. Hij moet met geweld de bus in gesleurd worden, waar hij met zijn hoofd tegen de zitting van de stoel voor hem gaat zitten bonken. Simon telt alles, en moet daarbij een bepaald getal vermijden, anders gaat alles fout.


In die bus zitten nog vier meisjes en een jongen, allemaal op een eigen manier behept met dwang. Omar is zodanig perfectionistisch dat hij altijd en overal te laat komt. Rosa heeft emetofobie, angst voor overgeven, waardoor ze zeer gefixeerd is op eten. Lilly moet alles controleren, steeds weer, en nog een keer. Tamara is panisch als de terugweg niet gelijk is aan de heenweg. En Jasmin heeft een ernstige vorm van smetvrees. Simon en Jasmin zijn de vertellers.
Danny en Inge begeleiden de groep die zich terugtrekt op een afgelegen boerderij op een eiland. Ze geloven in hun werkwijze: confrontatie.
De huidige groep vormt ook voor hen een uitdaging.


‘Ik wil geen ruzies meer zien. Jullie zouden elkaar moeten snappen, juist hier. Maar in plaats daarvan maken jullie het alleen maar moeilijker. Alsof dwang hebben al niet zwaar genoeg is.’
Ze slaat met haar vuist op tafel.
‘Jullie zijn hier om elkaar te steunen, verdorie!’


De jongeren krijgen corvee en opdrachten, toegespitst op hun eigen problemen. Confronterend is het absoluut: ruzies, paniekreacties, er is weinig tot geen affiniteit. Als Jasmin na een te erg voorval wegrent kunnen ze haar niet vinden. Ze zal toch niet de zee in gerend zijn? Simon heeft een idee waar ze kan zijn, maar om haar te kunnen helpen moet hij zijn eigen dwang opzij proberen te zetten.

‘Kappen Patricia!’


Ook voor de lezer kan dit een confronterend verhaal zijn, maar Maren Stoffels weet wel hoe ze jongeren iets kan vertellen. De thematiek wordt prima behandeld, het is ook voor iemand die er niet zo'n last van heeft, duidelijk hoe een dwangstoornis (Stoffels noemt het een dwang overigens, laat treffend het deel stoornis weg!) je leven kan beheersen en er is voldoende ruimte om ook een mooi verhaal te vertellen over vriendschap.


Maren Stoffels (1988, Amsterdam) debuteerde in 2005 met haar Dreadlocks & Lippenstift. Daarna zijn er veel boeken verschenen bij dezelfde uitgeverij. De thema’s in haar boeken zijn o.a. anorexia, gepest worden, homoseksualiteit, verliefdheid, jezelf durven zijn en vriendschap.

ISBN 9789025878979| Hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij Leopold | juni 2020
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 26 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het raadsel rond het Rode Huis
Bianca Nederlof


Ieder jaar als zijn ouders op vakantie gaan, is de bestemming familie in België of Duitsland. Bren wil eigenlijk wel wat meer avontuur. De dag dat er een witte camper voor hun huis geparkeerd staat als hij uit school komt is het begin van avonturen waar hij nooit aan had durven denken.


’Op de bank zit een man met een wilde bos bruin haar en een zonverbrand gezicht. Hij droeg een jas met camouflageprint en een donkergroene broek met wel ten zakken. Aan zijn voeten staken stevige laarzen. Met modder eraan.’


Het is zijn onbekende oom Waldo. Hij gaat die dag nog naar Amsterdam vertelt hij. Bren bedelt: ‘mag ik mee?’ Zijn vader zegt dat hij het niet goed vindt, maar zijn moeder stemt toe en Bren stapt in de camper, de Witte Raaf. Daar laat Waldo de jongen een stuk vergeeld papier zien, waar vreemde tekens op staan. Een code, zegt Waldo en die moet ontcijferd worden. Eerst bezoeken ze professor Lingu, een man die de hele wereld rondreist en vele talen kent. De professor zegt dat de oplossing voor de code daar ligt waar het document vandaan komt en dat is het Rode Huis in het Zwarte Woud.


Het Rode Huis is een hotel, waar van alles aan de hand lijkt te zijn. De gastvrouw is niet erg aardig, er is een vreemd doolhof, en Bren treft er een jongen aan, die er ziekelijk uitziet. Na de eerste overnachting ontdekt hij een vreemd bultje op zijn arm en hij ziet dat andere gasten dat ook hebben. En dan wordt er ingebroken in de camper. Iemand anders zit achter de code aan!


Het verhaal dat zich vanaf de komst in het hotel ontwikkelt wordt een avontuur dat je eigenlijk niet verwacht als je met Waldo in de camper op reis gaat. Het gaat over tijdreizen en vampiers en een groot gevaar. Maar gelukkig staan Bren en Waldo er niet alleen voor.


‘En ik heb een spreuk waarmee ik kan zorgen dat jij verstaat en spreekt Roemeens.
Daar keek Bren van op. ‘Dat is wel heel makkelijk. Kan dat met alle talen?’
‘Nee, alleen Roemeens,’ zei Gregor schouderophalend. Hij kwam naar hem toe en maakte met zijn wijsvinger op Brens voorhoofd een teken terwijl hij een spreuk uitsprak.’


Inderdaad spreekt Bren dan ineens Roemeens! Dat vindt hij heel tof! Hij is immers op dol talen, hij spreekt er ook al heel wat: Duits, Frans, Engels, en Spaans bijna.


Als je eenmaal zo ver bent laat je je volledig meeslepen in dit raadselachtige en toch wel een beetje griezelige avontuur ook al zou je dit boek misschien niet zijn gaan lezen omdat je niet zo van griezelen houdt. Gelukkig overheerst het magische, het sprookjesachtige element. De schrijfstijl is lekker vlot, en ieder – kort – hoofdstuk begint met een intrigerende titel, ‘waarin Bren er achter komt hoe het zit met Vladimir’ of ‘waarin een ongemakkelijke stilte valt.’ om dan te eindigen met een cliffhanger.
Er zijn enkele paginagrote tekeningen, die niet echt eng zijn, eerder grappig.
Het raadsel rond het Rode Huis is een fijn kinderboek, een lekker pretentieloos avontuur zonder allerlei problemen.


Bianca Nederlof werkt als zelfstandig redacteur en corrector voor uitgeverijen en particulieren. Ze schreef thrillers voor volwassenen en kinderboeken voor verschillende leeftijden.


ISBN 9789044838770 | hardcover | 261 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2020
Illustraties van Contz | Leeftijd vanaf 10 jaar.

© Marjo, 15 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER