Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Het verloren meisje
S.E. Durrant


Iris woont tijdelijk bij oma en ze vindt het heerlijk. Oma Mimi is altijd vrolijk en geen enkele dag bij haar is saai. Oma maakt poezenboterhammen, ze zwemt in zee ook al is het koud. Ook kijken ze 's avonds samen naar de mooie figuren die spreeuwen maken in de lucht. Kortom, Mimi, zoals iedereen haar noemt, is geweldig en de grote vriendin van Iris.


'Pap noemt Mimi een wildebras. Mam rolt met haar ogen als hij dat woord gebruikt omdat Mimi haar moeder is, en misschien was het niet leuk voor haar om door een wildebras te worden opgevoed. Want een wildebras zit vol energie en springt alle kanten op en zorgt soms voor rare verrassingen.'


Iris vertelt ons dat Mimi rommelig is, daar houdt Iris wel van. Verder knoopt oma overal lintjes aan, beweegt ze als een vogel, maakt ze nu en dan een paar danspasjes, is ze een beetje vergeetachtig, houdt ze van lachen, heeft ze een armband wat ze haar dierbaarste bezit noemt én wil ze alle foto's sorteren voor ze doodgaat. Mimi was namelijk vroeger beroepsfotograaf.


Iris vindt het fijn om die foto's samen met Mimi te bekijken want oma had altijd van die leuke verhalen erbij. Eén oude foto is bijzonder, dat is volgens oma de foto van 'het verloren meisje' Coral genaamd. Iris is geïntrigeerd door Coral.  'Het verloren meisje lijkt op mij, ook al is ze pas twee en ben ik bijna elf.'
Dat meisje gaat onverwacht nog een grote rol spelen in het verhaal.


Maar hoe leuk het ook bij Mimi is, toch is er wat vreemds gaande. Waarom doet oma chocoladecake in het voedselbakje van Thomas de kat? Waarom noemt ze Iris soms Binja? En dacht ze nu écht dat Iris jam op haar gebakken ei lekker vindt? Volgens Mason, de bijna vriend en buurjongen van Mimi, had zijn opa dat ook. Maar daar wil Iris niets van horen. Ze helpt Mimi door briefjes te schrijven, zoals:

Het meisje bij jou in huis heet Iris, niet Binja, ze gaat elke dag naar school
Je moet eieren in het cakebeslag doen
Geen chocoladecake aan de kat geven
De zwart-witte kat in je huis is jouw kat, hij heet Thomas
etc.


Maar oma wil ze niet hebben. Toch gaat Iris door met de briefjes, misschien wil Mimi ze later wel.

Naast dat hij oma's buurjongen is, is Mason ook haar klasgenoot. Hij is erg irritant volgens haar. Toch helpt Mason - Mimi noemt hem consequent Malcolm - haar wel als er nog veel meer vreemde dingen gebeuren. Niet alleen bij Mimi thuis maar ook bij de tante van Mason ontdekken ze vreemde zaken... Ondanks haar ergernis over Mason, blijft hij wel de motor die Iris aanmoedigt om allerlei zaken uit te zoeken. Uiteindelijk leidt het tot een enorme ontdekking wat ook voor Mimi een goede wending in haar leven blijkt te zijn.


Het is echt zo'n verhaal dat in je hoofd blijft zitten. De enorme trouw van Iris is aan Mimi is aandoenlijk, Iris voelt haar haarfijn aan. De meer nuchtere en realistische Mason vormt een prima tegenhanger. Samen zijn ze een geweldig team.
De notities van Iris voor Mimi laten zien hoe oma steeds meer achteruit gaat, maar ook dat is alleen maar hartverwarmend en vol liefde voor Mimi beschreven. Daarnaast is er nog een spannend verhaal rond 'Het verloren meisje' wat overigens prachtig verweven is in de levens van Iris, Mimi en Mason.
Mooi en ontroerend verhaal.

ISBN 9789047712527 | Hardcover | 235 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | maart 2021
Vertaald door Margaretha van Andel | Leeftijd 10+

© Dettie, 20 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Max Einstein redt de toekomst
James Patterson en Chris Grabenstein


In een vooraf wordt verteld hoe Max Einstein, een twaalfjarig meisje in eerdere avonturen het computersysteem van de universiteit van New York hackte, en met haar genialiteit daklozen hielp. Wat dat is ze dus: een genie! En daarom wilde de IDVM haar graag inlijven. IDVM staat voor Instituut van Degenen die het Verschil Maken. De leden zijn jonge genieën, en hun doel is om problemen in de wereld op te lossen. Max werd al snel tot leider gekozen.


Maar zoals dat gaat: ze hebben een tegenstander: het Corp. Die willen de wereld niet verbeteren, ze willen rijk en machtig worden. En daarvoor willen ze graag Max in handen krijgen, zodat ze voor hen een quantumcomputer kan bouwen.


Max wil ook graag weten wie haar ouders zijn. En ze praat – in haar hoofd natuurlijk – met Albert Einstein, haar grote voorbeeld. Ze draagt immers zijn naam ook al weet ze wel dat het niet haar echte naam is.


Het Corp staat onder leiding van Dr Zimm, een man die meer weet van Max’ verleden. Hij heeft die kennis ingebouwd in een robot, Leo genaamd. Maar de robot is nu in handen van IDVM, en wordt geherprogrammeerd door Klaus, zodat hij de kinderen helpt. Max weet niet dat Leo informatie heeft over haar verleden!
Het geld voor hun missies wordt geschonken door Ben, slechts twee jaar ouder dan Max, maar multimiljonair. Stiekem is Max verliefd op hem, maar dat zal ze nooit toegeven natuurlijk. Ze heeft andere dingen aan haar hoofd: de honger moet de wereld uit!
Daar hebben ze wel ideeën voor, maar of ze ook uitvoerbaar zijn?
Want ook hier wil het Corp niets van weten: het is niet in hun voordeel als er nergens meer honger geleden wordt!


Maar eerst willen ze Max. En daarvoor sturen ze Professor Van Hinkel achter haar aan. Dat is een man waar ze echt wel voor op moeten letten, ook al omdat hij veel geld, en dus middelen tot zijn beschikking heeft om er achter te komen waar Max is. En… heel gemeen: hij weet voor elkaar te krijgen dat een van de jongeren rond Max voor hèm spioneert!
Zal het Max lukken om uit zijn handen te blijven? En misschien ook nog ontdekken wie haar ouders waren?


Terwijl het hele boek doorspekt is met feiten over Einstein, en er een aantal natuurkundige proefjes gebruikt worden in de strijd met het Corp, is dit verhaal vooral een spannend avontuur!
En natuurlijk is het de vraag of ze iets kunnen bedenken om inderdaad het voedselprobleem op te lossen.
Het draait om tijdreizen en wat de consequenties daarvan zijn als het zou kunnen, reizen naar het verleden of naar de toekomst.
Het is dus een derde deel, maar voor wie de eerdere boeken niet gelezen heeft: dat is geen probleem, je kan het verhaal goed volgen. Aan het einde staan er nog wat opdrachtjes die je kan doen.


James Patterson (Newburgh, Orange County, 1947) had een succesvolle carrière in de reclamewereld. Hij bedacht succesvolle campagnes voor onder andere Kodak en Burger King. Daarnaast schreef hij al heel wat boeken, waaronder ook een aantal voor kinderen. En die zijn stuk voor stuk spannend!
Christopher Grabenstein (1955, Buffalo, Verenigde Staten) doet qua productie nauwelijks onder voor Patterson, maar richt zich wat meer op kinderen.

ISBN 9789044835113 | Hardcover |286 pagina's | Uitgeverij Clavis | september 2020
Zwart-witillustraties van Beverly Johnson | Vertaald uit het Engels door Margot van Hummel | Leeftijd vanaf  11 jaar

© Marjo, 28 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De verloren bloem van de sjamaan
De ongelooflijke reis van de Andes naar het Amazonegebied
Davide Morosinotto


‘In de lucht zag ik een Andescondor, zijn veren waren zilveren sterren. De vogel dook op me af en krijste:
‘Het gaat beginnen! Het gaat beginnen!’
‘Wat gaat beginnen, Condor?’
‘Het verhaal. Het begint op een plek ver weg. Drie geesten zullen hen beschermen maar er wachten hen veel gevaren.’
Ik snapte er niets van.’


Helaas zal de belangrijkste ik-verteller dat snel genoeg ontdekken. Dat is Laila, die als het verhaal begint voor ons, op weg is naar het ziekenhuis in Lima. Ze weet dat ze ernstig ziek is maar hoopt dat ze haar verhaal nog kan vertellen, van hoe ze ontdekte dat er iets niet goed was met haar, de opname in het ziekenhuis en de avonturen die ze beleefde met de daar gemaakte vriend.


Laila’s vader is ambassadeur voor Finland, en nu gestationeerd in Peru. Haar moeder hoopt op een wonder, en natuurlijk wil Laila ook beter worden. Maar ze hoort min of meer per ongeluk een gesprek tussen de arts en haar ouders, en dan beseft ze hoe ernstig het is. Een aflopende zaak, zegt hij. De klachten zullen verergeren. Buiten dat ze al een hele poos steeds slechter kan zien, is er nu nog niet veel aan de hand. Ze baalt dan ook stevig als ze op een afdeling komt waar de andere patiënten allemaal iets akeligs hebben. En dit is 1986, en Peru: er zijn geen privékamers, ze liggen op een zaal. Gelukkig weet haar moeder wel schermen te regelen.


Toch is er nog iemand die helemaal niet zo ziek lijkt: een jongen van ongeveer haar leeftijd, die zich El Rato noemt. Het is een jongen vol geheimen die hij liever niet prijs geeft. In plaats daarvan verzint hij allerlei andere verhalen. Hij wil Laila wel de bijzondere plekjes van het ziekenhuis laten zien, ze gaan bijvoorbeeld naar de bibliotheek, waar ze een oud boek in handen krijgen.
Het is een dagboek van een dokter Clarke uit 1941. Daarin lezen de twee over de ontdekkingstocht die de dokter maakte in het Amazonegebied. Er staat een bloem getekend in het boek en de kinderen ontdekken dat het een bijzondere maar ook zeldzame bloem is, die geneeskrachtig zou zijn. De sjamanen van het dorp K. – niet verder aangeduid - gebruikten die bloem.


Een en een is twee: een ziekte die toch een slechte prognose heeft en een zeldzame maar geneeskrachtige bloem. Natuurlijk gaan de twee op pad. Die bloem moeten ze vinden! En zo komt de voorspelling van de Andescondor uit: Er liggen veel gevaren op hun pad. En inderdaad zijn er drie geesten die hen beschermen. Maar kunnen die op tegen drugshandel, tegen terroristen, tegen de gevaren die in het oerwoud verscholen liggen?


Dit boek is een uitdaging voor de jongere lezer, het is nogal lijvig.
Maar het is een wonderschoon verhaal, over doorzettingsvermogen en moed, over vriendschap en de strijd tegen een ziekte die zich niet wil laten tegenhouden.
En de opzet is vrij speels, ondanks het toch wat zware verhaal. Er wordt gespeeld met typografie, er zijn topografische kaarten zodat je de reis die ze maken goed kan volgen.
Behalve dat je ook van alles leert over Peru leer je ook de kinderen goed kennen. Morosinotto beschrijft heel mooi hoe de twee, die elkaar toch helemaal niet kennen en zo een verschillende achtergrond hebben, steeds dichter naar elkaar toe groeien. Daar komt ook heerlijke humor bij kijken.


Het is verdeeld in drie delen, steeds overzien door een van de drie geesten. Binnen die delen doen verschillende personen hun eigen verhaal, waarbij boven de hoofdstukken hun persoonlijke beschermdier afgebeeld wordt. Die van Laila is de vleermuis, die van El Rato de libelle.   
De andere vertellers hebben eveneens een eigen dier.
Prachtig verhaal van een begenadigd verteller!


Davide Morosinotto (1980 Camposampiero, Italië) studeerde communicatie. Hij is de Italiaanse schrijver van het spannende avonturenboek 'Het mysterieuze horloge van Walker & Dawn'. Hij won voor dit boek verschillende prijzen, zoals de Andersen Award, een grote internationale prijs voor jeugdliteratuur.


ISBN 9789059247895 | Hardcover | 480 pagina's | Uitgeverij Baeckens | november 2020
Vertaald uit het Italiaans door Pieter van der Drift en Manon Smits | leeftijd 12+

© Marjo, 12 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jagers en verzamelaars
Joke Geelhoed


"In de zomer van 2017 verhuisde ik met mijn gezin van Den Haag naar de Planetenbuurt in Groningen. In de lange zomervakantie verkenden de kinderen hun nieuwe buurt, die veel geheimzinniger is dan hij op het eerste gezicht lijkt. De kennismaking met deze nieuwe omgeving gaf mij de inspiratie voor dit verhaal, waarmee ik de wedstrijd Nieuw Gronings Schrijftalent van het Forum Groningen heb gewonnen."

Dit schrijft Joke Geelhoed op de site van Slagboom, een crowdfundingplatform. Ze wilde van haar verhaal heel graag een echt kinderboek maken, met mooie illustraties. De illustrator had ze al gevonden, evenals de uitgever, 'Nu het geld nog!' schreef ze. Ze stelde allemaal leuke 'prijzen' ter beschikking die mensen konden krijgen als ze   een bedrag bepaald bedrag zouden storten.
En dat geld kwam er gelukkig, anders hadden wij dit mooie boek nooit te lezen gekregen.


Het verhaal gaat over Frits die net verhuisd is, hij kent nog helemaal niemand in zijn nieuwe buurt. Het is vakantie en weggaan zit er niet in. Frits heeft namelijk ook een nieuw zusje die steeds ziek is en veel aandacht vraagt van zijn moeder. Zijn zus Anneke leest alleen maar en papa moet werken. Frits verveelt zich eigenlijk heel erg, dus gaat hij de buurt maar een beetje verkennen. Vooral dat huis waarvan de tuin helemaal wild is en overwoekerd is met klimop heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Vooral als Frits steeds een poes die tuin in ziet schieten. Zou die poes van iemand zijn? Zou er nog iemand wonen?


Met de bibbers in zijn benen gaat hij op onderzoek uit, de voortuin is zo dichtbegroeid dat hij er niet doorheen komt dus gaat hij maar achterom. Tot zijn stomme verbazing zit er een oude man in het huis, en hij wenkt Frits!
Hiermee begint een fantastische, ontroerende vriendschap tussen de oude Frits en de jonge Frits. De man kan amper lopen en heeft nauwelijks eten maar hij is bang dat hij zijn huis uit moet als ze weten dat hij hier nog woont. Frits moet beloven dat hij niemand iets zal vertellen. Natuurlijk doet hij dat!


Vanaf die tijd is het met de saaiheid van de vakantie gedaan De lieve Frits verzint van alles om oude Frits te helpen, en dat gaat hem goed af. Hij krijgt er ook veel voor terug, want oude Frits heeft alle tijd en aandacht voor de jongen, iets wat hij thuis zo mist.
De twee genieten erg van elkaars gezelschap, ze verzinnen van alles, maar natuurlijk kan het zo niet doorgaan. En dan komt de dag dat Frits een leeg huis aantreft, het lijkt wel een beetje opgeruimd, er hangt alleen een briefje aan de deur, voor jonge Frits...


Het is een heerlijk verhaal dat heel vlot en soepel geschreven is. Je leest het in een klap uit. De zwart-witte potloodtekeningen zijn een leuke toevoeging. Denkelijk heeft Joke Geelhoed met dit boek haar naam wel gevestigd in uitgeefland en zal ze voor een volgend boek - dat ik heel graag zal lezen - geen crowdfundingactie meer hoeven houden. ik heb er tenminste erg van genoten.


ISBN 97890493059788 | hardcover | 67 pagina's | Uitgeverij Palmslag | januari 2021
Leeftijd ca. 10+

© Dettie, 5 februari 2021

Lees de reracties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Ministerie van Oplossingen en de Zilverjongen
Sanne Rooseboom


Natuurlijk is het veel leuker als je ook de eerdere delen over het Ministerie van Oplossingen gelezen hebt, maar als dat niet het geval is, is het geen probleem. Wat je moet weten wordt nog een keertje verteld als het ter sprake komt.


Het team bestaat uit drie kinderen van basisschoolleeftijd, Nina, Alfa, Ruben, een jongen die op de middelbare school zit: Kai, en twee oudere dames: Tirza en Mevrouw Vis, die als kind al bij het ministerie werkten en nu deze kinderen begeleiden.
Ook de regels die het Ministerie hanteert worden opgenoemd: niemand mag dus weten dat er zoiets als een Ministerie van Oplossingen bestaat en iedereen wordt geholpen, ook als die persoon niet aardig is.


En dat laatste is nu het geval: Alfa heeft een jongen met iemand horen bellen. Hij had het over de scheiding van zijn ouders, die een akelige vechtscheiding is geworden. Ze hoorde hem zeggen dat hij school haatte, en geen vrienden meer had.
Zo’n jongen heeft hulp nodig. Maar ze ontdekt dat het Ralf was, en die knul staat bekend als een akelige pestkop. Geen wonder dat hij geen vrienden meer heeft!
Nina heeft er helemaal geen zin in om hem te helpen!
Maar, zegt ze: ‘Toch moeten we hem helpen.‘


Ze verzinnen een paar dingen: een voetbalclinic, waarvoor ook zijn oude vrienden uitgenodigd worden, loopt op niets uit: Ralf stormt kwaad weg, als iets niet lukt.
Ze regelen dat de ouders op gesprek moeten op school, bij Ralfs mentor, want hij haalt geen goede cijfers meer en zijn ouders weten dat niet eens. Zoals ook de mentor niets weet van de scheiding. En wat ze ook niet weten is dat Ralf door een slechte ‘vriend’ aangezet wordt tot crimineel gedrag.
Het mislukt: de ouders beginnen al ruzie te maken als ze elkaar zien!
Als de kinderen ontdekken dat Ralf wel een fijn contact heeft met zijn tante, kunnen ze die misschien inschakelen? Maar die woont helemaal in Groningen!
En zo is alles wat ze verzinnen eigenlijk al bij voorbaat gedoemd te mislukken.


Tot overmaat van ramp ontdekken ze dat de vader van Ralf Jack is! Een oude bekende, die hen al tijden bespioneert en probeert te ontmaskeren. Hij is een Zilverman, een van degenen die vinden dat het Ministerie van Oplossingen afgeschaft moet worden omdat mensen hun eigen problemen maar moeten oplossen. En tja: misschien hebben ze gelijk?


’Denk je niet dat hij nog kan veranderen?’
‘We hebben met zes mensen tegelijk geprobeerd om hem gelukkig te maken, zei Nina. ‘En het helpt niks. Misschien heeft Jack gewoon gelijk. Misschien hebben alle Zilvermannen in de wereld gelijk. Je kunt mensen niet helpen. Zeker niet als ze niet geholpen willen worden.’


Deze samenvatting klinkt al best spannend eigenlijk. Maar in feite duurt het heel lang voor die spanningsboog er eindelijk is. Het is een ‘gewoon’ verhaal. Geen zinderend avontuur waar je je nagels bij opeet, geen magische krachten, geen misdaad. Gewoon een paar kinderen die samen met twee oudere dames proberen iemand te helpen die een rotleven heeft en dat afreageert op anderen.
Maar de dialogen zijn leuk en omdat ze ‘gewoon’ zijn, heel herkenbaar. En wees gerust: het avontuur komt echt wel!
Het is vooral voor jonge lezers die spannende boeken nog te eng vinden, en het is maar goed dat er ook voor die doelgroep leuke boeken zijn.


Mark Janssen heeft leuke tekeningetjes gemaakt voor boven de hoofdstukken, En de mooie omslag is natuurlijk ook van zijn hand.


Sanne Rooseboom (1979) werkte na haar studie Politicologie als buitenlandredacteur en correspondent in Nederland en Engeland voordat ze kinderboekenschrijver werd. Ze debuteerde in 2015 met haar boek Jippie! Een humeurig sprookje. Daarna volgde Het Ministerie van Oplossingen.
Van zowel Jippie als het Ministerie zijn al meerdere delen, want ze zijn gewoon erg leuk!


ISBN 99789000374984 | Hardcover | 240 pagina's | Uitgeverij Van Goor| november 2020
Illustraties van Mark Janssen | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 24 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een schoolvakantie
Sakoentela Hoebba


Het is zomervakantie. Twee dertienjarige jongens zien een zee van tijd voor zich opdoemen, waarmee ze heel wat plannen hebben. Ondanks hun zo verschillende achtergrond zijn het dikke vrienden. Akash is een boerenzoon. Ze hebben het thuis goed, maar luxe is er niet. Akash moet ook meehelpen op de boerderij. Toch hoopt hij ook wat geld bij te kunnen verdienen, want hij wil graag een nieuwe fiets. Na de vakantie gaat hij naar de volgende klas, en zijn ouders zijn trots:  hij is met een uitmuntend rapport over.


Ali daarentegen is niet zo ijverig, en misschien ook wat minder intelligent. Hij is blijven zitten. Niet dat hij daar mee zit, en wonderlijk genoeg zijn ouders ook niet. Hij heeft immers toch een cadeau gekregen! Maar hij komt dan ook uit een rijk gezin, zijn vader zit in de goudwinning. Ze wonen in een veel mooier huis dan Akash, en hebben een grote kleurentelevisie, terwijl Ali vaak door zijn moeder in een dure sportwagen naar school gebracht wordt.


Als buurman Armand hulp vraagt bij de meloenenoogst is Awash natuurlijk meteen van de partij. Ali gaat ook mee, al is hij wat minder enthousiast als hij merkt dat het zwaar werk is. En de buurman krijgt te maken met pech: er breekt brand uit, een deel van de oogst gaat verloren.
De jongens ontkennen er iets mee te maken te hebben. Maar is dat wel zo?


Een ander avontuur maken ze mee als er een nieuwe buurman in de straat komt wonen. Hij vraagt de jongens om tien zwarte kaarsen te kopen voor hem. Ze doen hun best, maar zwarte kaarsen vinden ze niet. En waarom moeten ze perse zwart zijn? Wat voor man is die buurman eigenlijk?
En dan is er nog de vliegerwedstrijd aan het eind van de vakantie. Ze doen hun best om die te winnen, en maken vast de mooiste en snelste vlieger. Vinden ze zelf.


Een schoolvakantie is het verhaal van twee jongens die – nog - goed kunnen leven met hun zo verschillende achtergronden. Maar er komen barstjes in hun vriendschap. Het verhaal speelt in Suriname, en Hoebba laat ook niet na om Surinaamse woorden in het verhaal te gebruiken (er is geen woordenlijst).


‘Buur Armand heeft naar jou gevraagd. Ik ben als ’t ware baksjisj.’ Ali keek teleurgesteld. ‘No spang, ik vraag ’t straks aan m’n ouders. Dan meld ik je. Ik kom wel bij jou. Dan wil ik je nieuwe computer zien. Kom, we gaan bacove oogsten.’ Akash nam een houwer en gaf Ali een oude voerzak.’


De achtergrond is natuurlijk herkenbaar voor mensen die in Suriname opgegroeid zijn, maar eenzelfde soort nostalgie is ook Nederlanders niet vreemd. Samen opgroeien, ook al kom je uit een heel ander milieu is tot een bepaalde leeftijd helemaal geen punt.


Het is humoristisch geschreven, en geeft voor Nederlandse lezers een beeld van hoe het in Suriname er aan toe gaat.
Sakoentela Hoebba (Suriname, Wanica 1958) studeerde in 2014 af aan de Schrijversvakschool Paramaribo en het directe resultaat daarvan is haar debuut De lottowinnaar.


ISBN 9789493214057| Paperback | 63 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | oktober 2020
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 6 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een mooie dag om in een boom te klimmen
Jaco Jacobs


De dertienjarige Marnus is de middelste van drie broers, en helaas een beetje een minkukel. Hij laat zich op zijn kop zitten door zowel de oudere Donovan als de jongere Adrian. Donovan is een geoefend zwemmer, sterk en stoer. Adrian is gehaaid, drijft zo jong als hij is al volop handel met van alles en nog wat.
Doe dit, die dat, en zo niet dan geven we je een ‘wedgie’. (weer wat geleerd…)


Op een dag wordt hem opgedragen de deur open te doen. In de veronderstelling dat het meisje dat voor zijn neus staat net als alle andere meisjes komt voor een zoenles met Donovan, georganiseerd door Adrian, ontwikkelt zich een eigenaardig gesprek. Want het meisje weet niets van een zoenles af. Ze wil een handtekening. Als Marnus, in de war, wazig reageert, zegt ze dat hij maar mee moet komen. Dan kan hij zien waarvoor die krabbel is.
Ze neemt hem mee naar een boom, een speciale boom, zegt ze. Waarom dat zo is, vertelt ze er niet bij. Wel vertelt ze wat voor boom het is, en waarom hij moet tekenen. De gemeente wil hem omzagen, er moet een waterleiding worden aangelegd. Maar het is zo’n prachtige oude boom, een ideale klimboom ook. En Leila, zo heet het meisje, klimt er in.


Als de mannen van de gemeente inderdaad opdagen en Leila uit de boom willen halen, doet Marnus wat hij zelf niet verwacht zou hebben: hij klimt er ook in!
De mannen druipen af, al zullen ze zeker terugkomen.
En dan begint het: de een na de ander ziet de kinderen in de boom en reageert. Een mevrouw die hondjes uitlaat komt af en toe drinken brengen, een man van de dichtbijgelegen rolbalbaan geeft hen toestemming om de wc te gebruiken van de rolbalvereniging. Een journalist duikt op, een groep studenten willen hun steun betuigen… het wordt een hele happening.


Ook de familie komt kijken. Eerst de broers, die Marnus voor gek verklaren. Dan Leila’s moeder, en de moeder van Marnus.
Marnus is verbaasd over zichzelf. Waarom doet hij dit eigenlijk?
Hij krijgt geen hoogte van Leila. Haar moeder slaapt zelfs onder de boom, maar waarom zeggen ze niets tegen elkaar? Ze is toch niet op haar mondje gevallen, dat heeft ze al wel laten zien.


Wat er dan precies gebeurt waardoor alles verandert, is de jongen niet duidelijk. Maar dit voorval heeft hem zeker ook veranderd. Hij die nooit gezien werd stond ineens in het middelpunt van de belangstelling! En terwijl hij groeit lijkt Leila te krimpen…


“Het is goed om ergens voor te vechten, maar je moet ook weten wanneer je moet ophouden. Anders kan het gevecht groter worden dan datgene waar je tegen vecht.”


Prachtig verhaal dat je bijna een coming of ageverhaal kunt noemen, alleen gaat het dan wel erg snel. In amper drie dagen tijd leert de jongen heel veel over zichzelf en de wereld, maar om het dan meteen een coming of age te noemen?


Het verhaal speelt zich af in Zuid-Afrika, het is kersttijd. Maar dat is daar dus in de zomer! Er zijn meer Afrikaanse dingetjes: rolbal bijvoorbeeld. En de bomen die in het verhaal voorkomen, kennen wij ook niet.
Het spelletje dat ze spelen om de tijd door te komen evenmin, maar is leuk om te onthouden: een persoon noemt drie willekeurige dingen op die hij me zou nemen naar een onbewoond eiland, en dan wordt er over gespeculeerd wat je daar dan mee kan doen. Dat geeft verrassende resultaten!


Jaco Jacobs (1980, Carnarvon, Zuid-Afrika) is een productief kinderboekenschrijver die in het Afrikaans schrijft.
Dit boek is het eerste dat in het Nederlands vertaald is.


ISBN 9789021680644 | Hardcover |232 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | december 2020
Vertaald uit het Afrikaans door Tjalling Bos | Leeftijd vanaf 11 jaar

© Marjo, 17 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verlaten
Eilandgeheimen deel 5
Gerard van Gemert


Als je een lekker spannend verhaal wilt lezen, vol actie, dan moet je dit boek kiezen. Voor mij is dit tot nu toe het beste boek uit de Eiland geheimen serie.
De verhalen uit deze reeks spelen zich allemaal op Terschelling en voor wie daar bekend is, is het leuk dat de schrijver ook allerlei straatnamen en plekken op het eiland noemt. Zo weet je precies waar de mensen zijn.


Deze keer speelt het verhaal zich af rond Rayan. Een gewone jongen met vrienden en vriendinnen. Hij heeft een speciale vriendin, zijn buurmeisje Yara, waarmee hij al heel lang optrekt. Yara kwam graag op bezoek bij Rayan thuis en was gek op Ryans moeder, waar ze lange gesprekken mee voerde. Helaas is moeder Mariëlle een paar weken geleden overleden. Rayan en zijn vader proberen zich zo goed en kwaad als het gaat door deze lastige tijd heen te komen.  Gelukkig kunnen ze heel goed met elkaar praten. Ze hebben samen besloten dat ze zo veel mogelijk hun leventje blijven volgen. Dus gaat Ryans vader weer naar zijn werk en Rayan zelf, gewoon naar school.


Yara vertelt hem op een dag dat er man is, een hardloper, die aldoor er net even te lang over doet om achter de bomen vandaan te komen. Ze vetrouwt het niet. Wat zou hij daar in die korte tijd doen? Zelf durft ze niet te gaan kijken maar Rayan wel.
Tot zijn verbazing treft hij tussen de boomwortels een jampotje met een briefje aan. Van een vader aan zijn dochter! Wat is dit nou voor geks?
Hij maakt gauw een foto van het briefje en stopt het weer terug.


Rayan weet niet dat dit briefje de start is van een bloedspannend avontuur, waarbij het zelfs nog knap gevaarlijk wordt voor hem. Aanvankelijk doet hij nogal laconiek maar er gebeuren steeds meer rare dingen. Hij krijgt ineens zélf een briefje. En wie is dat onbekende meisje op zijn moeders begrafenis? En wie is Leonie? En wat is de hardloper eigenlijk voor man? Waarom doet hij zo agressief?
Rayan komt er achter dat zijn overleden moeder ook een heel grote rol speelt in alles wat hem overkomt. Dus dan móet hij helemaal wel verder, want hij wil absoluut weten wat zij er mee te maken heeft.
Gelukkig is Yara er én Elise, het mooiste meisje van de klas...


Wel even een waarschuwing! Als je begint met lezen van dit boek, zorg dan dat je niet gestoord kan worden. Zet je telefoon uit, laat de app maar gaan, want je kan niet meer stoppen met lezen, het is namelijk zo spannend dat je steeds móet weten hoe het verder gaat...
Heerlijk boek!


ISBN 9789044840049 | Hardcover | 175 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2021
Leeftijd 12+

© Dettie, 9 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De olifantendief
Jane Kerr


Edinburgh april 1872
De zeventienjarige stomme weesjongen Boy, krijgt van de verschrikkelijke Frank de Kraker, de opdracht om op de Wormwell-veiling het geld te zoeken dat Walter Wormwell ergens verstopt moet hebben. Walter Wormwell was directeur van de Koninklijke Rondreizende Menagerie, de beroemdste dierenshow van het land. Was... want twee weken geleden is hij dood aangetroffen in zijn studeerkamer. Wormwell had het geld twee dagen voor zijn overlijden gestolen van Frank, die leider is van de meest gevreesde bende van misdadigers en dieven. Als Boy niet doet wat Frank zegt dan...


En nu is Boy, de beste zakkenroller van de bende, dat bewuste geld tijdens de veiling aan het zoeken. Hij zoekt in kratten, onder en in de wagens, zelfs in de dierenkooien, maar helaas hij vindt niets. Ondertussen worden de dieren verkocht, vooral door ene Arthur Albright van de dierentuin van Yorkshire. Als laatste is Maharadja aan de beurt, de olifant. Door toeval wordt Boy betrokken bij de verkoop van het dier, de kleine meneer Jameson is maar wat blij dat Boy hem op een spectaculaire manier geholpen heeft. Meneer Jameson heeft daardoor gewonnen van mr. Albright en is nu de trotse eigenaar van Maharadja. Het dier zal vervoerd worden naar zijn dierentuin in Manchester.
En Boy? Boy is zwaar verliefd, op Maharadja!


Dankzij Boy's actie heeft Mr. Jameson gelijk wilde plannen met Boy, maar deze zit alleen in de piepzak, hij heeft het geld niet gevonden, en Frank zal hem zeker weten te vinden... En dat gebeurt ook bijna. Maar als door een wonder ontkomt hij aan de man en hij vlucht naar Maharadja!
Het wordt helemaal spannend als blijkt dat Maharadja, die al in de treinwagon staat, plotseling dwars door de wagon heen breekt en paniek zaait. Arthur Albright is er als de kippen bij om het dier zwart te maken en te straffen, met een zweep, en dát kan Boy niet aanzien en zorgt ervoor dat dàt niet gebeurt.


Mr. Jameson is opnieuw heel erg blij met Boy en in hem rijpt een plan. Hij sluit een weddenschap af met Arthur Albright, hij zal in zeven dagen van Edinburgh naar Manchester lopen met de olifant, lukt hem dat niet dan krijgt Albright alle dieren van de dierentuin én Mahardja
Boy móet mee, hij is onderdeel van Jamesons plan. Boy wordt gewassen, krijgt nieuwe oosterse kleren en omgedoopt tot Danny, ofwel de Indische prins Danjat, de oorspronkelijke eigenaar van Maharadja. Dat de reis met een olifant en een heuse prins op zijn rug, de nodige reclame zal opleveren voor het dierenpark van Mr. Jameson is overduidelijk!


En zo begint het ontroerende verhaal rond Danny en Maharadja. Danny kan zijn geluk niet op. Het mooie is dat de weesjongen, die geen enkele vorm van liefde ondervonden heeft, van Maharadja die liefde volop krijgt. Die liefde is wederzijds, de olifant en hij zijn compleet aan elkaar verknocht.


De reis begint goed maar als ze gedacht hadden dat die makkelijk zou blijven dan hebben ze het mis. Er gebeuren heel veel dingen die niet te begrijpen zijn. En Danny en zijn nieuwe vriendin Hetty geloven op het laatst niemand meer... Wie is er nog te vertrouwen en wie niet? Het wordt nog héél spannend. Danny zal alles op alles moeten zetten om Maharadja veilig naar Manchester te brengen. Maar of hij daar heelhuids aankomt?
Het is voor Danny - en voor de lezer -vin elk geval een adembenemend  avontuur!

Gebaseerd op een waargebeurd verhaal waarvan een voorval zelfs is vastgelegd op een schilderij.


ISBN 9789021680996 | Hardcover | 360 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | januari 2021
Vertaald door: Ingrid Buthod-Girard| leeftijd 10+

© Dettie, 1 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Operatie Turtuga
Avontuur op Bonaire
Fedor de Beer


Thom boft maar met zijn vader! Die is archeoloog en antropoloog en reist de hele wereld over. En inderdaad: Thom mag af en toe mee! En zijn maatje Lin ook.
De twee kinderen zijn net zo nieuwsgierig en ondernemend als Thoms vader, en redden zich prima samen. Een eerder avontuur hadden ze toen ze mee mochten naar Nieuw-Zeeland. ‘Expeditie Toi Moko’ gaat over de Maori’s.


Net zo interessant is het op Bonaire, waar ze nu naar toe gaan. Het begint allemaal voor de kust van Texel, waar een wrak wordt gevonden, uit de WIC-tijd (West-Indische Compagnie). Thom en Lin zijn daar ook. De duikers vinden het leuk om Thom en Lin een van die oude kruiken mee te geven, omdat er toch meer dan genoeg zijn. Laat Thom nu een brief vinden in die kruik: een schatkaart! Het wrak van een schip van de vloot van Piet Hein, weet je, die de Zilvervloot veroverde! De kinderen ontdekken dat de kaart het eiland Bonaire laat zien.
Ligt er een schat op Bonaire?


Thoms vader brengt hen naar Amsterdam om daar in het archief meer informatie op te zoeken over Bonaire. Een ex-collega, Maartje Palm, die onderwaterarcheoloog is, werkt daar en kan hen vast wel helpen. Ze ontmoeten er ook een Bonairiaan, die een reisbureau heeft op Bonaire. Als die mevrouw Palm hen de kaart ontfutselt is het deze meneer die hem weer terug bezorgt. Maar... hij heeft er een foto van gemaakt! De gevolgen daarvan zullen de twee kinderen ondervinden als ze zelf – met Thoms vader, die toevallig een opdracht heeft om daar een documentaire te maken – op Bonaire aankomen en de schat willen gaan zoeken: wat is het er druk! En dat zijn geen gewone toeristen!
Is er inderdaad een schat? En wie gaat die dan vinden? Een van de onbekende schatzoekers? Die mevrouw Palm? Calo misschien, de zoon van de verhuurder van hun appartement? Hij zoekt ook namelijk. Of Thom en Lin?


De lezer heeft dan al het verhaal gelezen over Pier en Corneel, twee zeelieden, die in dienst zijn van Piet Hein en die op Bonaire zout moeten scheppen. Het is 1628. Ze fantaseren over de Zilvervloot die ze gaan veroveren, en hoe ze dan de schat zullen verstoppen op het eiland.
Hebben ze dat dan ook gedaan? Dat lezen we niet…

Er is niet alleen het verhaal van Pier en Corneel. Ook zijn er hoofdstukken die zich afspelen in 1851. De achttienjarige Chiku is zoutslaaf. Hij moet hard werken want hij wil zijn vriendin - Martha is veertien - vrijkopen. Zij is slavin op een plantage. Ze wordt er niet zo netjes behandeld, raakt zelfs zwanger. Kan Chiku haar helpen?


De verhalen over de twee zeelui, de Indiaanse zoutslaaf en de twee kinderen uit onze tijd, komen mooi samen in een spannend avontuur.


Omdat Thom en Lin heel veel willen weten over Bonaire, en omdat ze daadwerkelijk op zoek gaan op het eiland, lezen we tussen de regels door heel veel informatie over Bonaire. Dat gaat haast vanzelf. Wil je het allemaal nog eens op een rijtje hebben en rustig nalezen, dat kan ook. Achterin staat behalve een woordenlijst met woorden uit het Papiaments - leuk: de tekst bevat best veel Papiaments! - ook een aantal pagina’s met info en foto’s. En een kaart natuurlijk, aan de binnenkant van het boek.
Het is wel duidelijk dat de schrijver zelf op het eiland geweest is, soms lijkt het wel een reisgids. Maar alles op een heel prettige toon, vlot geschreven en door het avontuur van de twee kinderen is dit een heerlijk spannend boek.


Fedor de Beer (1975) studeerde filosofie en pedagogiek en werkt nu als leraar en onderzoeker. In 2014 verscheen zijn debuut 'Het Kindertransport' en in 2017 zijn tweede jeugdboek 'Expeditie Toi Moko'.


ISBN 9789000373550 | Hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij van Goor | september 2020
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 7 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER