Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Blauw maar dapper
James Patterson en Chris Grabenstein


‘Voor de eerste keer in mijn leven realiseer ik me dat moed een vreemde mix is van stalen zenuwen en waanzin. Je moet wel gek zijn om achter een slagroomhoorntje aan te gaan als je weet dat je elk moment aangevallen kunt worden door een gemene kat.’



Dat zijn de woorden van een muis die blauw is, dat is op zich al bijzonder, maar Mozes is ook nog erg slim, en… hij kan lezen! Hij heeft maar liefst zesennegentig broers en zussen, die allemaal bijzonder zijn, maar de reden waarom dat zo is is niet zo leuk. Ze bevinden zich namelijk in een laboratorium waar mensen in lange witte jassen met hen doen waar ze zin in hebben. In de ogen van de onderzoekers ligt dat natuurlijk heel anders, maar dit verhaal is van Mozes en hij wil, nu hij ontsnapt is, ook al zijn broers en zussen helpen ontsnappen.
Maar eerst moet hij zelf een goed onderkomen zien te vinden, een kleine muis is kwetsbaar. Er zijn katten en vogels die best een lekker muizenhapje lusten! En mensen niet te vergeten.


De clan die in het huis van de familie Brophy woont neemt hem liefdevol op, zeker als ze ontdekken wat de kleine Mozes in zijn mars heeft. De Brophy’s zijn ongelooflijke viespeuken, die wel overal muzenvallen hebben staan, maar net zo gemakkelijk allerlei eetbare dingen gewoon op de grond gooien. Ze hebben er niet eens erg in dat het de muizen zijn die dat opruimen!


Mozes is in tweestrijd: hij wil zijn familie bevrijden, maar hij wil ook bij de clan blijven want daar bevindt zich ook de mooie Míkayla, die zo mooi kan zingen.


Onzin, zegt Gabriel: ‘meisjesmuizen zingen niet. Zingen is alleen voor jongens.’
Ook Mikayla zegt het: ‘Meisjes zingen niet.

‘Dan dringt het tot me door.
Mikayla zegt tegen me dat hoe hard ik het ook probeer, hoeveel toetjes ik ook op heldhaftige wijze de schuilplaats in sleur, dit hol zal nooit echt het mijne zijn. Mikayla’s clan zal nooit echt mijn familie zijn.
Ik ben gewoon te idioot anders.’


Maar dan ontmoet hij het mensenmeisje Hailey, een kind dat gepest wordt op school. Omdat ze anders is.


Het verhaal dat in de ik-vorm verteld wordt door de kleine muis ontroert, maar is vooral superspannend. Het gaat over anders-zijn, over vriendschap en geloven in jezelf. Een prachtig verhaal, in korte behapbare hoofdstukken, die beginnen met een door Mozes vaak verzonnen spreuk. Bijvoorbeeld: ‘De beste leraar van een muis is zijn laatste fout’
De leuke tekeningen in dit boek laten muisjes zien die je vast en zeker welkom zou willen heten in je eigen huis! De epiloog vraagt om een vervolg!


ISBN 9789044829655 | Hhardcover | 260 pagina's | Clavis | mei 2017| Vanaf 9 jaar.
Illustraties van Joe Sutphin | Vertaald uit het Engels door Maria Roovers

© Marjo, 12 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ergste schoolreis ooit
Dave Barry


Ieder jaar onderneemt de tweede klas van het Culver College de vliegreis naar Washington. Alex Palmer, de ik-verteller, zit naast Matthew Diaz. Alex noemt hem een ongelooflijk irritante nerd, maar geeft volmondig toe dat Matt al wel heel lang zijn beste vriend is! Maar het is wel Matt die de aanzet geeft tot het avontuur, dat volgens Alex ‘de ergste schoolreis ooit’ gaat worden! Alex vergeet voor het gemak even dat hij nu het allemaal voorbij is wel een spannend verhaal heeft om aan ons te vertellen!


In het vliegtuig zitten achter de twee jongens twee mannen die er wat vreemd uitzien en ook een vreemd accent hebben. Ze vallen nog meer op omdat ze in de clinch liggen met de stewardess, ze willen hun tas niet in het daarvoor bestemde bagagevak leggen. Terwijl Alex meer aandacht heeft voor Suzana, het meisje waar hij zo graag verkering mee zou willen, vindt Matt dat de mannen zich verdacht gedragen.


Het vliegtuig landt, en de bus staat klaar. Maar dan komen ineens die mannen aan rennen! Duidelijk kwaad en schreeuwend! Wat willen zij van de jongens? Matt bekent terwijl de bus wegrijdt: hij heeft iets van hen gestolen. Wat dat zwarte doosje precies is weet hij niet, maar het is duidelijk dat de mannen het per se terug willen: zij zitten de jongens achterna.


'Ik keek naar het doosje. 'Waarom heb je het niet tegen de marshall (NB in het vliegtuig) gezegd?'
'Dat wilde ik doen, maar jij zei dat ik mijn mond moest houden, dus dacht ik dat ik beter niks kon zeggen. Ik wilde niet nog meer problemen krijgen.'
Even keken we alle twee naar het doosje.
'Misschien moeten we het gewoon weggooien.' zei hij.
Ik schudde mijn hoofd. 'Ze vonden het blijkbaar verschrikkelijk dat ze het kwijt waren. Misschien is het wel heel duur. We zouden het terug moeten geven.'


Na een dag saaie rondleidingen door Washington, zien Alex en Matt de mannen weer. Erger is het dat die twee hen ook zien en er boos uitzien. Van de weeromstuit beginnen de jongens te rennen! In een stad die ze niet kennen!
Gelukkig weten ze de weg terug te vinden, erg opgewonden. Want wat moeten ze nu doen? Suzana hoort hun gesprek, en vermoedt dat er iets aan de hand is. Ze biedt hen haar hulp aan. Die hulp blijken ze hard nodig te hebben. En ook die van hun kamergenoten, Cameron en Victor. Want niet alleen komen ze er achter wat dat zwarte doosje is, ze ontdekken ook dat de mannen het gemunt hebben op het Witte Huis!


En dan is er ook nog die niet gewoon verstrooide, maar ietwat dommige leraar, die als hij ontdekt dat  dat Alex en Matt niet braaf doen wat ze op een schoolreis horen te doen, dreigt dat hij de jongens op het vliegtuig zal zetten naar huis. Dat mag absoluut niet gebeuren, omdat zijn moeder hem zal vermoorden, zegt Alex – ‘ze is Cubaans, en dan weet je het wel‘ - maar ze moeten ook kost wat kost het complot verijdelen. Ze vermoeden namelijk dat er een aanslag op de President gepleegd gaat worden. En dan wordt Matt ontvoerd…


De ergste schoolreis ooit is een spannend verhaal, met diverse bizarre ontwikkelingen. Het zit ook boordevol humor. Alex maakt er een nogal dramatisch verhaal van, maar gezien de afloop mag dat ook wel. De goede verstaander heeft al snel door dat er ook iets met vliegers is, want boven ieder hoofdstuk staat een vlieger getekend, en er blijkt een vliegerfestival te zijn in New York.


Maar wat er gebeurt, nee, dat had je nooit kunnen bedenken. Dat kan alleen een schrijver als Dave Barry, die bekend is met het schrijven van slapsticks.


David McAlister Barry (Armonk, New York, 1947) is een Amerikaans schrijver en columnist. Hij heeft al veel humoristische boeken geschreven. Dit boek is het eerste dat in het Nederlands vertaald is.


ISBN 9789492899040 | Paperback | 232 pagina's | Condor | september 2018 | Vanaf 10 jaar
Illustrator van Jon Cannell | Vertaald uit het Engels door Aimée Warmerdam

© Marjo, 1 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het ministerie van oplossingen en de verdwenen Van Gogh
illustraties: Mark Janssen
tekst: Sanne Rooseboom

 
In dit tweede deel wordt het door hoofdpersoontje Nina opnieuw opgerichte Ministerie van Oplossingen weer ingeschakeld. Nina kan haast niet wachten om aan de slag te gaan. En dat doet ze samen met Alfa, Ruben en ze halen er later mevrouw Vis bij.


Het geheimzinnige Internationaal Genootschap geeft ze groen licht en ze kunnen beginnen zodra de laatste openstaande zaak is opgelost. Wat dit betreft lijkt het boek op de series op de televisie waarin  ‘cold-cases,’ onopgeloste zaken, worden opgelost. De kinderen duiken in de archieven samen met mevrouw Vis en ontdekken dat er inderdaad een zaak is uit 1953 waar het Ministerie nooit een oplossing voor heeft gevonden: de zaak van de vermoorde huisbaas en de verdwenen Van Gogh. Om de moordzaak uit 1953 op te kunnen lossen, kunnen Nina, Alfa en Ruben dus de hulp inroepen van een - reeds genoemde - oud-medewerkster van het Ministerie: Tirza Vis. Want deze stoere dame van bijna negentig, speelt een belangrijke rol in het onderzoek naar de verdwenen Van Gogh. De oudjes doen het nog best!


Het Ministerie gaat meteen aan de slag, maar het is niet gemakkelijk om aan informatie te komen uit die tijd, en daarbij worden ze nog steeds in de gaten gehouden door de maffiose Zilvermannen.


Het is erg leuk om te zien hoe het heden en het verleden in dit verhaal met elkaar verbonden worden. Zelfs de watersnoodramp van 1953 komt terloops het verhaal binnen. De samenwerking van doortastende kinderen met stoere hoogbejaarden is geslaagd. Herkennen de lezertjes hier niet vast en zeker hun opa en oma in? Mevrouw Vis is bijvoorbeeld bijna digibeet, maar ze weet veel meer dan de kinderen aanvankelijk denken.
De kinderen beschikken over mobieltjes met eeuwig beltegoed. Een vondst. Welk kind zou dat niet willen? En door de aanwezigheid van Zilvermannen en kunstdieven, die ook achter de verdwenen Van Gogh aanzitten, wordt de spanning flink opgevoerd. Het verhaal wordt nergens echt nagelbijtend spannend, maar leest als een vlot avontuur waarin ook nog flink wat humor is verwerkt.


Wat verder nog bijdraagt aan het leesplezier: prettig formaat, mooie kleurige cover en fraaie tekeningetjes van Mark Janssen aan het begin van elk hoofdstuk. Kortom, een  fijne detective voor kinderen, die wel houden van een lekker leesavontuur!


Zie ook het inkijkexemplaar

ISBN 9789000357420 | Hardcover| Uitgeverij Unieboek | februari 2018 | Leeftijd 10+

© Karel Wasch, november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vidar wil dansen
Deel 11 in de serie Gouden Paarden
Christine Linneweever

Vidar en zijn moeder Isolde zijn fjorden, een van de drie inheemse paardenrassen van Noorwegen. ‘Een veelzijdig recreatiepaard’, zegt Wikipedia. Als je dat gezegd zou hebben tegen Vidar zou hij vast gebriest hebben: volgens zijn moeder moet hij  tevreden zijn dat hij geschikt is als sleeppaard. Een beetje zoals het gezegde: als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje!


Supersterk en gespierd is hij, omdat hij al een hele tijd met zijn baas Steven in de bosbouw werkt. Toen Steven hem meenam naar een paardenkeuring zag hij daar dat er ook paarden zijn die heel andere dingen doen! En die er ook mooier uitzien dan hij. Sindsdien is hij niet meer zo tevreden. Maar hij blijft dromen…


‘Op dat moment kwam Steven iemand tegen die hij kende. Ze knoopten een praatje aan en dat gaf Vidar de gelegenheid om te kijken wat er aan de hand was. De acht combinaties reden achter elkaar aan en iemand zette de muziek aan. Vidar keek met grote ogen toe, want de paarden begonnen op de muziek te dansen!’


En dan komt de dag dat Steven een ongeluk krijgt, en Vidar onder de hoede komt van diens kleindochter, Fay. Nu staat Vidar in een manege met andere paarden (leuk! Er zijn oude bekenden bij!) maar of hij nu een leukere toekomst heeft? Hij hoort Fay zeggen dat ze hem een lompe, dikke pony vindt, en dat ze alleen maar voor hem zorgt omdat ze moet laten zien dat ze dat wèl kan! Want als Vidar dan weer terug moet naar Steven en het is goed gegaan, dan krijgt ze een eigen pony.
Natuurlijk vindt Vidar het niet leuk dat hij op deze manier behandeld wordt, maar hij ontdekt al snel dat Fay helemaal niet zo onaardig is. Ze is een gefrustreerd kind, wordt gepest op school en denkt dat ze nooit aan de verwachtingen van haar ouders – allebei balletdansers – kan voldoen omdat ze niet net als zij sierlijk gebouwd is.
Natuurlijk begrijpt de lezer het al: het komt allemaal goed met Vidar en Fay! Maar dat gaat niet zonder slag of stoot.


Het is best bijzonder dat een paard wil dansen, maar waarom ook niet? Wij mensen staan er eigenlijk nooit bij stil dat een dier ook wel eens wat zou kunnen willen. Leuk dus dat Christine Linneweever dat wèl doet!


Zoals ze dat ook in de eerdere delen doet wordt het verhaal deels vanuit het perspectief van het paard, en deels vanuit de dichtstbijzijnde verzorger verteld. De schrijfster valt wat te veel in herhaling -  eerst is er het verhaal, dat dan nog een keer wordt verteld door Vidar aan zijn stalgenoten en dan nog een keer door Fay aan de paardenmeisjes - maar het blijft een leuk verhaal, met enkele wijze lesjes. Vidar verbaast zich er bijvoorbeeld over dat de andere paarden het onzin vinden als hij zegt: ‘ik ben natuurlijk wel een ouderwets type en daardoor niet geschikt voor dressuur. Of voor springen.’


Een paardenverhaal over vriendschap en vooroordelen. Over doorzettingsvermogen: wat je graag wilt, dat kun je ook!


Christine Linneweever heeft altijd al een passie voor paarden gehad. Deze serie getuigt dat ze ook veel van deze dieren af weet. Ieder boek heeft een ander soort paard in de hoofdrol, waar uitgebreid over verteld wordt, steeds binnen een leuk verhaal dat vooral in de smaak zal vallen bij paardenjongens en -meisjes.


ISBN 9789020622355 | Hardcover | 224 pagina's | Kluitman | oktober 2018 | Vanaf 10 jaar

© Marjo, 23 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER


 

De trein naar onmogelijke bestemmingen
P. G. Bell

Het was helemaal niet de bedoeling dat Suzy de trein zou zien, maar iets ging er mis. Zij is niet in diepe slaap zoals haar ouders, maar wordt wakker van lawaai dat van beneden komt. Nieuwsgierig als ze is gaat ze op onderzoek uit, en wat ze daar ziet… Nee, dat kan helemaal niet!


Je moet weten dat Suzy dol is op natuurkunde en het liefst bezig is met allerlei formules en natuurkundige wetten, en ze weet het zeker: het is onmogelijk dat er ineens treinrails door het huis lopen. En er komt zelfs een levensechte trein aan! Dat past helemaal niet in huis!  Maar het past niet alleen, het is nog maar het begin van de vele onmogelijke avonturen die ze mee gaat maken. Het begint met een bouwvakkerstentje:

‘Er klonk geschuifel in de tent, en toen verscheen er iets tussen de flappen van het canvas. Het was een neus, de langste, vreemdste neus die Suzy ooit had gezien. Hij was zo lang als haar onderarm en krom, met aan weerszijden twee enorme neusgaten waarin stugge grijze haren groeiden. Eronder zat een mond, zo breed als de bek van een pad en vertrokken tot een grimmige streep. Erboven zaten twee kleine gele, half samengeknepen oogjes die haar aankeken.’


Freek stelt zich voor, hij is een trol en werktuigkundige met als taak de spoorlijnen te onderhouden en nieuwe te bouwen. ‘Ga slapen en vergeet wat je gezien hebt’ zegt hij, maar zoals gezegd is Suzy nieuwsgierig. Ze pakt het staafje waar Freek mee zwaait voor zijn toverkunsten en eist uitleg. En dan komt de trein, en voor ze goed beseft wat ze doet, springt ze er op als die weer wegrijdt. Ze ontmoet Wilbert de postmeester en Stronk, de machinist. Allebei trollen. En er is een bruine beer die geel is en Ursel heet. Zij stookt het vuur op met bananen.


De trein is een posttrein, die pakjes aflevert en ophaalt van Onmogelijke Bestemmingen. En Wilbert kan wel hulp gebruiken, ook al is er danig de klad in gekomen, in de echte postbezorging (!). Suzy moet een pakje bezorgen bij vrouwe Crepuscula, in de Obsidianen Toren. Maar dan begint het pakje tegen haar te praten…


Wow, wat een heerlijk fantasyverhaal! Natuurlijk met de strijd tussen goed en kwaad, al zit dat heel anders dan je zou verwachten. Bijzondere wezens: trollen en tovenaars, levende stenen beelden, en daar tussen in een jongedame die niet zo bang is aangelegd en die voor een moeilijke keuze komt te staan.


Suzy leert dat er behalve fysica ook fuzzica bestaat. Of…bestaat het eigenlijk wel? Hoe kan een trein zomaar een bocht omhoog nemen? Hoe kan een leven wezen zich in een sneeuwbol bevinden?
Dit zijn maar een paar voorbeelden. Het is een knotsgek verhaal dat toch – binnen de grenzen van fantasy – heel geloofwaardig overkomt. De dialogen sprankelen, naast avontuur is er volop humor. Er zijn wel veel personages, maar als je mee gaat in de flow, is dat geen probleem.


Er worden meer boeken aangekondigd - er zijn ook nog een heleboel Onmogelijke Bestemmingen - maar ik ben vooral benieuwd wat er nog meer in dat hoofd van de schrijver zit.
Dit is het debuut van de schrijver P. G. Bell, die met zijn gezin in Wales woont, waar hij opgroeide met Griekse mythologie, spookverhalen en Doctor Who. Schrijver worden was zijn droom, en dit is dus geen Onmogelijke Bestemming gebleken!


ISBN 9789048842742 | Hardcover | 384 pagina's | Moon | september 2018 | Vanaf 10 jaar.
Vertaald uit het Engels door Selma Soester

© Marjo, 15 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vitus en een mysterie zo groot als het heelal of misschien nog groter
Sofie Leyts



‘Ik wou dat dit alles nooit gebeurd was. Ik wou dat de wereld nog steeds bestond uit boeken en schaakstukken en sterren. Ik wou dat mijn rare nichtje niet bestond. Ik wou dat ze hier was. Ik wou dat dood gewoon dood was.’


Laat een superslimme twaalfjarige jongeman die het gewend is dat men hem een vreemde vogel vindt en die andere mensen eigenlijk niet echt begrijpt samen met een eveneens twaalfjarige nogal assertieve jongedame, die kan handlezen en aura’s ziet, op een groot geheim stuiten – dat ze ieder op een heel eigen manier benaderen – en je hebt een fantastisch verhaal!


Vitus is de jongen, hij vertelt over het avontuur dat hij meemaakt in een dagboek met daarop twee pony’s, eentje waarmee een ‘normale’ jongen zich niet zou laten zien. Maar zoals gezegd: Vitus is geen normale jongen. En wat hij gezien heeft is ook absoluut niet normaal. De jongen die alles weet over de sterren en ingewikkeld berekeningen kan maken of het niets is, begrijpt dan ook niet waar hij getuige van is geweest. Hij is met zijn vader, die begrafenisondernemer is, in Huize Avondrust om een overledene op te halen.


‘Ik wilde hard weghollen. Terug naar huis, terug naar vroeger, waar de dooien gewoon dood waren en alleen de levenden konden praten, met longen die lucht pompen en stembanden die trillen via een keurig in kaart te brengen mechanisme van luchtdruk en luchtstroom.’


Het is dan ook te bizar voor woorden! Vitus die alles wil en kan verklaren weet niet wat hij hiermee moet. Maar alles eens rustig overdenken dat lukt niet, want zijn nichtje Livia komt onverwachts logeren. Haar moeder, een topspionne, wil haar even kwijt. De arme Livia doet alsof dat haar niet interesseert, maar Vitus ontdekt dat ze er stiekem erg mee zit dat haar moeder geen tijd voor haar heeft. Het komt eigenlijk heel goed uit dat ze zich nu met Vitus helemaal in het probleem kan gooien van de dokter in het verzorgingshuis. Geen tijd om na te denken, nu moeten ze handelen.
Livia is de absolute tegenpool van Vitus.


‘Even dacht ik dat we de perfecte spion hadden gevonden,’ zuchtte Livia, draaiend aan haar hazenoor. ‘Maar we kunnen niet vertrouwen op iemand die zo verward is. Arme Lucie. Zou ze al lang zo zijn?’
’Dat hangt van een heleboel dingen af,’ zei ik. ‘Ik heb ergens gelezen dat bepaalde hersengebieden…’
’Ach, Vitus, hou toch je bek,’ snauwde Livia. ‘Ik hoef geen wetenschappelijke verklaring. Ik heb gewoon medelijden met dat lieve vrouwtje. Snap dat dan toch!’
Hierdoor was ik een beetje van slag, dus ik hield mijn mond. Livia had gelijk. Soms snap ik zo veel en zo weinig tegelijk.


Je zou het niet verwachten, maar Vitus en Livia kunnen het eigenlijk heel goed samen vinden. Of zij ook dat grote mysterie op kunnen lossen? Tja...


Het debuut van de Vlaamse Sofie Leyts is een zeer meeslepend boek geworden, dat niet alleen kinderen vanaf tien jaar zal aanspreken maar ook hun ouders. Er zit spanning is, maar ook veel humor. De tegenpolen Vitus en Livia worden daarvoor goed gebruikt. Livia kan dan wel geloven dat het bovennatuurlijke bestaat en dat astrologie de waarheid bevat, Vitus wil daar helemaal niet aan en blijft proberen alles met logica te verklaren. Die kant van het verhaal levert ook nog informatie op, want Vitus vertelt natuurlijk alleen maar ware feiten.
Ook de bijfiguren, zijnde de ouders van Vitus en de moeder van Livia komen goed uit de verf. Leyts heeft eigenlijk een extra verhaal binnen het grote verhaal geschreven, in de vorm van het verhaal over Dottie, die uitstekend taarten kan bakken, en tot een verhelderend inzicht komt.


Dan is de vormgeving ook bijzonder. Het is alsof je een dagboek in handen hebt, dan wel niet met die twee pony’s er op, maar dat de uitgever daar niet voor gekozen heeft lijkt me wel logisch. In plaats van met pony’s wordt de flap vooral gevuld met letters. De tekeningetjes in het boek zijn dusdanig dat je zou denken dat de schrijver van het dagboek die zelf tussen de tekst heeft gekriebeld, hetgeen een leuk effect geeft.
Het lijkt me een hele klus voor deze debutant om een boek als dit minstens te evenaren!


ISBN 9789461318343 | Paperback | 365 pagina's | Van Halewyck | juli 2018| Vanaf 10 jaar.
Illustraties van Theo van Loo (zoon van de schrijfster!)

© Marjo, 29 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zo kreeg Midas ezelsoren
De mooiste Metamorfosen van Ovidius
illustraties: Sylvia Weve
tekst: Maria van Donkelaar


Het boek is gebaseerd op "Metamorfosen" van Ovidius, maar is herverteld en op rijm gezet door Maria van Donkelaar. Daarbij is het werkelijk fantastisch geïllustreerd door Sylvia Weve. Ik ben groot bewonderaar van haar werk.


In het boek worden de verhalen verteld van bekende en minder bekende personages uit de Romeinse oudheid. Uiteraard over Koning Midas. De koning die een wens mag doen en wenst dat alles wat hij aanraakt, verandert in goud.


Moe, hongerig en dorstig van het aanraken, wil Midas zich te goed doen aan de maaltijd.


"Dan begint hij
aan de maaltijd:
verse broodjes,
vlees en wijn.
Steeds als hij iets
in zijn mond steekt,
blijkt het al
van goud te zijn.


Zo krijgt hij
geen hap naar binnen!
En geen slok
bereikt zijn keel!


Midas' zonnige
humeur
verandert
in het tegendeel.

Uitgedroogd
smacht hij naar water.
Aldoor
knort zijn lege maag,
Midas roept:
"Die mooie gave
is een regelrechte plaag!


Hoe kon ik zo'n
stomme wens doen!
O, ik ben
een idioot!
Help mij, Bacchus,
smeek ik u.
Want al dat goud
wordt nog mijn dood."


We weten allemaal hoe het met Koning Midas is afgelopen.


Er volgen nog meer verhalen. Over o.a. Orpheus & Eurydice, Ariadne, Dadalus & Icarus, Pygmalion, Proserpina, Perseus & Medusa, Atlas, Andromeda, Leto, Europa, Narcissus.


De verzen van Maria Donkelaar zijn soepel, puntig, geestig, modern, vlot. Neem het verhaal over Leto die dorstig en uitgemergeld op zoek is naar water voor haar en haar net geboren tweeling. Als ze bij een koel meertje komt wordt ze verjaagd door een groep boeren.


'Wat? Geen water?
Maar dat is toch,
net als lucht,
van iedereen?


Jullie boeren
zijn de baas niet!
Weigeren is
zo gemeen!"


'Nog geen druppel
kun je krijgen!'
zeiden alle
boeren bot.
'Hou eens op
met je gezanik
lastig wijf.
En opgerot!'


De illustraties van Syvia Weve zijn een lust voor het oog. Rauw, kleurrijk, ruig. Net als de Goden. Er valt zoveel op te zien en van te smullen. 't Bloed spat er van af. De elementen wind - vuur - lucht - water. Emoties als: jaloezie, hartstocht, liefde, woede, afgunst, verdriet, rouw, angst.


Een boek als dit maakt het werk van Ovidius toegankelijk. Brengt kinderen in contact met deze prachtige verhalen uit de klassieke oudheid. Verhalen waarin dingen worden verklaard: bijvoorbeeld het ontstaan van de seizoenen, of waarom de vruchten van de moerbeiboom rood zijn. Verhalen uit een tijd toen de Goden nog over het firmament heersten.


Wat een prachtig boek. Lees het!


ISBN 9789025770051 | Hardcover | 112 pagina's | Uitgeverij Gottmer | november 2018

© Eric Heugens, 9 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kidsweek adventspocket
diverse auteurs en illustratoren


Bij een adventskalender kun je vanaf 1 tot en met 24 december een luikje openen en daarachter zit dan een kleine verrassing. Deze Kidsweek adventspocket heeft hetzelfde principe, maar nu kun je aan de zijkant van het boek een paar pagina's langs de scheurrandjes openmaken. Daar word ik erg nieuwsgierig van en probeer via de open onderkant te gluren om te zien wat er te vinden is op de pagina''s die dichtzitten, maar makkelijk is dat niet. Gelukkig maar anders was de lol er gauw af.
Bovendien is er ook genoeg leuks te vinden op de bladzijden die niet dicht zitten.


Voor wie Kidsweek niet kent, het is een weekkrant voor kinderen van 7 t/m 12 jaar, waar elke week het belangrijkste nieuws uit binnen- en buitenland in te vinden is. Verder staat Kidsweek vol met sport- en dierennieuws, verrassende weetjes, puzzels, prijsvragen en nog veel meer! En zo brengen ze op een begrijpelijke en leuke manier kinderen in contact met wat er in de wereld gebeurt en helpen ze daarmee hun kennis van de wereld én het plezier in lezen te vergroten. Kidsweek heeft ook een eigen website.


In deze adventspocket vind je veel van bovengenoemde items terug, uitgezonderd het actuele nieuws. Er staan bijvoorbeeld veel grappige stripverhaaltjes in van Timo het konijn, getekend door Alex Turk maar ook de dierenverhalen uit de dierentuinstrip Zoo & Zo van Ype Driesen (scenario) en Abe Borst (tekeningen).
En net als in Kidsweek zelf staan er ook veel moppen in. Bijvoorbeeld:


Waarom hoeven pinguïns nooit naar school?
Antwoord: Ze hebben altijd ijsvrij!

Wie is beroemd en heeft het altijd koud?
Antwoord: Justin Bibber


En ook de raadseltjes komen veel voor, o.a. van die raadseltjes waar je de slappe lach van krijgt en allerlei  variaties op kunt verzinnen:


Het is groen en sjeest van de berg
Antwoord: Een skiwi


Wie loopt door het bos en heeft het koud?
Antwoord: Blootkapje


Maar het zijn niet alleen grapjes en raadseltjes die in deze pocket te vinden zijn. Er staan ook fijne verhalen in van bekende auteurs zoals Tosca Menten, Arend van Dam, Janneke Schotveld, Mirjam Mous en Jacques Vriens.  Bij sommige verhalen moet je wachten tot de volgende dag om het verder te kunnen lezen... (Oei moeilijk voor zo'n nieuwsgierig Aagje als ik ben)


Daarnaast vinden we in dit boek lekkere recepten er allerlei verschillende puzzels zoals een sinterdoku, een kerstwoordloper, een woordzoeker, een woordwandelaar enz. Maar ook allerlei weetjes, zoals o.a. over de ijsbeer, of kalender- en sneeuwweetjes én reportages die veel met winter of sneeuw te maken hebben, zoals over skiën en Antartica (bij de zuidpool) Verder staan er ook nog kerstknutsels in die je zelf kunt maken, zoals een sneeuwbol. 


Natuurlijk weet ik niet wat er op de dichtgemaakte pagina's staat, maar het kan niet anders dan leuk zijn!

Zie ook het inkijkexemplaar

Kortom, een super lees-raadsel-knutsel-frutsel-puzzel-boek voor jongeren vanaf ca. 10  jaar.


ISBN 9789000362431 | Paperback | 190 pagina's | unieboek  | november 2018

© Dettie, 28 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lizzy deel 6
Het geheim van de flamingo
Suzanne Buis


In het vorige deel, dat ik overigens niet gelezen heb, maakte Lizzy kennis met haar vader Tony. Ze heeft lang niet geweten wie haar vader was. Hij nam nooit contact met haar op totdat die brief kwam dat hij haar graag wilde leren kennen. Hij woonde nu op Curaçao en werkt bij een dolfijnencentrum, waar ze o.a. samen met de dolfijnen gehandicapte kinderen verder helpen. Na lang aarzelen is Lizzy toch met haar moeder, Ellen, naar Curaçao gereisd om daar te ontdekken dat ze ook nog een zusje heeft, Lucy!


In dit deel kunnen we lezen dat Lizzy het daar enorm naar haar zin heeft, vooral omdat ze toestemming kreeg om te leren voor trainingsassistent. Ze is stapelgek op de twee dolfijnen Judie en Jolie én hun dochterdolfijntjes Isabella en Annabella.  Jolie en Judie zijn twee therapiedolfijnen, die worden ingezet om gehandicapte kinderen te laten zien dat ze toch dingen kunnen leren. De therapie is vaak de laatste hoop van de ouders van die kinderen, maar zo'n therapie kost erg veel geld.


In het hotel waar Lizzy en Ellen verblijven, maken Lucy en Lizzy kennis met Emma en haar gehandicapte broer Finn. Finn gaat ook begeleid worden en het geld voor de reis is bijeengebracht door inzamelingsacties. Omdat veel aandacht naar Finn gaat nemen de meiden de lieve, schuchtere kleine Emma graag mee naar de zeeleeuwen, flamingos' en de dolfijnen. Maar als ze daar zijn is het vreemd stil bij de dolfijnen... Even later horen ze dat het kleine dolfijntje Isabella verdwenen is!


Lizzy had nog wel die ochtend gespeeld en een beetje getraind met haar, iets wat eigenlijk niet mocht, want tussen de therapieën door moeten de dolfijnen rust hebben. Ze voelt zich nu ook vreselijk schuldig, maar het gekke is, als ze bij de flamingo's is hoort ze Robin, een flamingo met sproeten, tegen haar praten! Hij heeft het over Isabella. Dat kan toch niet? Ook voor de familie van Finn is de verdwijning van Isabella een ramp want nu kan de therapie niet beginnen, en ze hebben maar een week!


Natuurlijk gaat alles en iedereen zoeken naar het dolfijntje en de meiden helpen vanzelfsprekend mee. Lucy heeft veel lef en veel fantasie, maar het is vooral  Lizzy die goed kan nadenken en slimme plannen heeft. Lucy durft ze dan weer uit te voeren. En zo vullen de zussen elkaar mooi aan.
Wat volgt is een lekker spannend verhaal. De meiden zullen en moeten de kleine Isabella terug vinden, maar waar is ze? Ze weten dat ze niet altijd naar de volwassenen moeten luisteren en lekker hun eigen gangetje moeten gaan soms tot forse tegenzin van Tony en Ellen.

Lizyy heeft overigens erge moeite met Tony, nu is ze er eindelijk maar blijkt hij het zo druk te hebben dat hij nauwelijks tijd voor haar heeft! - Wel voor haar moeder! - Maar haar nieuwe zus Lucy  is wel leuk, hoewel dat natuurlijk ook niet altijd even makkelijk is. Ook zij moeten wennen aan elkaar, gelukkig verloopt dat heel goed.


Ondertussen hoort Lizzy vreemde dingen, en langzamerhand beginnen de meiden alles en iedereen te verdenken inzak de vermissing van Isabella. En hoe zit het nou? Kan Robin de flamingo nou écht praten?

Het is een lekker spannend verhaal, hoewel de ontknoping van alles wel erg snel afgewerkt wordt. - De losse eindjes worden in sneltreinvaart aan elkaar geknoopt. - Dat neemt niet weg dat het een heel vlot verhaal is, waarbij we ook nog eens op een heel prettige manier veel leren over de dolfijntjes en de therapie die met deze leuk dieren gegeven wordt.

Dit was deel zes over Lizzy. Hierna volgt jammer genoeg het laatste deel over deze bijzondere en leuke meid. En dan is het over met de avonturen van Lizzy.
Ik ben erg benieuwd hoe het afloopt met Lizzy en haar familie.


ISBN 9789020621860 | Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Kluitman | maart 2017

Dettie, 23 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Supernormaal en de superschurken
Greg James & Chris Smith


Wie eerder kennis heeft gemaakt met de Superzero’s wil ongetwijfeld meer avonturen van dit bijzondere vijftal. Murph heeft bewezen dat hij ook zonder bijzondere krachten best een held kan zijn. Maar hij doet het niet helemaal alleen, hij heeft vier hele goede vrienden.


Nellie heeft de macht over het weer, ze kan het zo hard laten bliksemen dat je er bang van wordt.
Mary is een echte Mary Poppins. Al kan ze ook wel zonder dat ding vliegen, de paraplu die ze gebruikt is handig voor passagiers. Billy kan lichaamsdelen opblazen tot enorme proporties. Dat is maar een vreemde gave, zou je denken, maar het blijkt ongelooflijk nuttig. En dan is er Hilda met haar twee schattige minipaardjes, die trouw zijn aan hun meester en dat laten blijken ook! Samen met deze vrienden lukt het de supernormale Murph om geheime opdrachten te vervullen die hen opgedragen worden. Ze worden dan ingezet door de Heldenalliantie.


Nadat ze in het eerste boek de strijd tegen Nektar hebben gewonnen worden de vijf beschouwd als echte helden. Dat is zeer tegen de zin van hun leraar Flash, die hen nu wel op moet nemen in zijn superklas.


Intussen zit de grootste misdadiger ooit, al dertig jaar opgesloten in een zeer streng bewaakte gevangenis waar ook Nektar zit. Die gevangene is Ekster. Zijn gave is dat hij anderen berooft van wat zij kunnen. Je begrijpt dat het dan voor Ekster heel makkelijk is om precies te doen wat hij wil! Nu heeft Ekster aangegeven dat hij wel wil praten over al zijn misdaden. Maar dan alleen met Supernormaal. En dat is Murph. Maar praten? Dat doet de Ekster niet echt, hij geeft Murph een gedichtje en dat is het.


Natuurlijk weet de lezer dat hij wel degelijk iets aan het bekokstoven is. De Ekster is slim! Dus rijst de vraag: is Murph slimmer? Kan hij met zijn vrienden voorkomen dat de Ekster de hele wereld in zijn macht krijgt? Er is gelukkig nog meer hulp, dat is wel nodig als je het tegen iemand op moet nemen die zonder pardon je gave afpakt. Mensen die ooit slachtoffer waren van de man, en die nu ‘gepensioneerd’ zijn helpen, maar er komt ook steun uit een heel onverwachte hoek.


‘Het begin van een schooljaar is als een achtbaan: als je eenmaal op gang bent gekomen, gaat het supersnel. Het ene moment schijnt de zon en stap je in je zomerse korte broek met het gras nog aan je knieën je wagentje in en ga je tergend langzaam op weg naar het hoogste punt. Even later zoef je langs uitgeholde pompoenen en lampionnen en voordat je je chocoladeletter hebt uitgepoept , kom je hortend en stotend op station Kerstmis tot stilstand en is je neus bevroren.’


Dit is een supervergelijking! Maar ja, je leest dan ook een superverhaal over een superstrijd van onze superhelden tegen een superboef. Superspannend en superveel humor.


Weet je nog, in het vorige verhaal, hoe er ineens een ander verhaaltje op de pagina’s stonden? Dat gebeurt nu ook. Even de spanning doorbreken. Greg James en Chris Smith tonen aan dat humor gewoon met woorden overgebracht kan worden. Hun humor is licht ironisch, en hun vondsten zijn erg leuk, terwijl niet vergeten wordt dat vriendschap de meest belangrijke gave is.


‘Goed,’ zei Mary. ‘Door dit houtblazersoponthoud lopen we nu wel twintig minuten achter. Laten we gauw naar school gaan!’ Het was voor het eerst in de geschiedenis dat een twaalfjarig meisje deze woorden uitsprak. Mary wist dat natuurlijk niet. We hebben het er alleen maar ingezet als een interessant feitje.’


Het boek oogt heel druk en je zou kunnen denken dat het een boek is zoals dat van ‘Leven van een Loser’ of ‘De waanzinnige boomhut’ dat wil zeggen meer tekeningen in verhouding tot de tekst. Wat humor betreft heeft dit boek zeker ook veel humor, maar de verhouding tekst en tekeningen is als in een normaal boek.


Chris Smith is journalist en werkt voor de BBC net als Greg James, die tv- en radiopresentator is. Hun samenwerking heeft een zeer geslaagd boek opgeleverd! En laten we zeker de vertaler Willem Jan Kok niet vergeten! Hij zorgt er voor dat we die onderkoelde Engelse humor prima kunnen verteren.


ISBN 9789048844487 | Hardcover | 400 pagina's | Moon| oktober 2018| Vanaf 10 jaar
Geïllustreerd door Erica Salcedo | Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok

© Marjo, 21 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Winterhuis hotel
Ben Guterson


Al bij het zien bij de prachtige opengewerkte de cover weet je dat je een bijzonder boek in handen hebt. En bijzonder is het!

Het begint allemaal met Elizabeth Somers die als ze thuiskomt uit school een briefje en een tas met wat kleren voor haar huisdeur vindt. Het blijkt dat ze over drie uur in de trein naar Sternhaven moet zitten en daar de bus moet nemen naar Winterhuis Hotel. in dat hotel zal ze haar drie weken van de Kerstvakantie door moeten brengen. De akelige tante Purdy en oom Burlap, bij wie Elizabeth sinds de dood van haar ouders woont, zijn naar andere oorden vertrokken.
Daar gaat Elizabeth dan, in haar eentje, op weg naar het Winterhuis Hotel.

De reis is lang, ze is doodmoe, onderweg ontmoet ze nog twee vreemde mensen die ze een beetje eng vindt. Ze zijn helemaal in het zwart gekleed en vooral de man heeft een doordringende blik die haar een onaangenaam gevoel heeft. Wat wil die man? Later begint de vrouw ook te staren.


"Elizabeth wilde zich omdraaien, maar de blik van de vrouw was zo doordringend en angstaanjagend dat ze zich niet kon bewegen. De ogen van de vrouw boorden zich in die van haar. Eindeloos durende seconden gingen voorbij, de spanning was zo intens dat Elizabeth bijna verwachtte dat haar brillenglazen zouden springen. Het lukte haar niet weg te kijken."


Het stel stapt ook uit bij het Winterhuis Hotel, ze hebben als bagage een rare kist bij zich, het lijkt wel een doodskist denkt Elizabeth. En het gekke is, de eigenaardige vrouw in het zwart kent haar naam!  Het verhaal begint dus al goed!


Het hotel daarentegen is allesbehalve eng. Elizabeth weet niet wat ze ziet! Het hotel schittert en glanst en staat aan een prachtig meer dat omzoomt wordt door bergen.  In de enorme hal zijn twee mannen -a l twee jaar, zo blijkt -  bezig met een legpuzzel van 35.000 stukjes! De eigenaar Norbridge Falls voegt zich even later ook bij Elizabeth en Jackson. Hij is de derde op rij van de familie Falls die het hotel runt. Norbridge is leuk, lief, aardig, grappig én kan toveren...
Hij laat haar het hotel zien - er is tot Elizabeths grote vreugde een enorme bibliotheek - en leidt haar naar kamer 213. Háár kamer.


Wat Elizabeth niet weet, is dat deze drie weken haar leven totaal op zijn kop zullen zetten. Het enge stel, is écht eng ook al doen ze net alsof ze aardig zijn. De bibliotheek speelt een grote rol in het verhaal, met namen één boek, dat Elizabeth volgens Het Gevoel móest meenemen naar haar kamer, ook al mocht het niet. (Boeken spelen sowieso een grote rol in het verhaal) Het Gevoel is iets dat een soort voorspellende waarde heeft, Elizabeth weet dan dat er iets gaat gebeuren, het zou prettig zijn als ze wist wat en waarom er iets ging gebeuren...
Wat ze wèl weet, is dat er een groot geheim opgelost moet worden, dat is belangrijk voor het voortbestaan van het hotel. Gelukkig heeft ze hulp van een andere hotelgast, leeftijdsgenoot Freddy. Hij is net als Elizabeth gek op anagrammen en woordladders maken. Dat zal hen nog goed van pas komen.


We lezen hoe de twee kinderen langzamerhand verstrikt raken in een mysterie dat bijna te groot is om op te lossen. Het heeft alles met een vreemde tekst op een schilderij te maken, die tekst betekent iets, maar staat in geheimschrift en niemand weet de oplossing. Alles blijkt uiteindelijk met elkaar verweven te zijn, de portretten in de hal, de bibliotheek, de gigantische puzzel, het vreemde stel in het zwart, het hotel en zijn omgeving en nog veel meer.


Het verhaal begint als een bijzonder, apart, gezellig verhaal, waarin veel, soms spannend, speurwerk wordt verricht. Als lezer loop je mee door de gangen en kamers. Snoep je mee van de heerlijke zoetekauwtjes - de specialiteit van het hotel - sluip je 's nachts samen met de kinderen door de bibliotheek en verwonder je je over het redelijk excentrieke gedrag van Norbridge Falls. Het is heerlijk om met hen mee te kunnen puzzelen naar de oplossing van het geheim.


Maar langzamerhand wordt het verhaal serieuzer en griezeliger en tegen het einde zelfs vrij luguber. Het heeft qua sfeer en verloop wel wat weg van De schaduw van de wind, het eerste boek van Carlos Ruiz Zafón. Persoonlijk vind ik dat jammer. Het ging mij, net als het boek van Zafón, iets te ver. Het werd teveel bovennatuurlijk. Het ging dan ook uiteindelijk mijn inlevingsvermogen te boven. Waar ik eerst heerlijk in gedachte meeliep met Elizabeth, en de omgeving bijna zag en de sfeer bijna voelde, haakte ik nu af. In mijn ogen doet dat eind afbreuk aan het verhaal maar ik houd dan ook niet van dergelijke 'magie', het ligt dus vooral aan mij. Er zijn genoeg mensen die van dergelijke ontwikkelingen smullen, gezien het succes van Zafón.


Toch ik zal de laatste zijn om het boek af te kraken. Het boek is net als De schaduw van de wind heerlijk vlot en vol fantasie geschreven, het hotel en het personeel is geweldig. De spanning is constant aanwezig, je bent steeds benieuwd hoe het verhaal verder zal gaan. Je kunt nauwelijks stoppen met lezen. Elizabeth en Freddy zijn heerlijke personages met een heel eigen karakter.
Kortom, het is vooral enorm genieten. Dus... Lezen dit boek! Dat verdient het.


ISBN 9789025876074 | Hardcover met opengewerkte omslag | 319 pagina's | Leopold | oktober 2018
Vertaald door Imme Dros | Leeftijd 10+

© Dettie, 13 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER