Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Het geheim van het Nachtegaalbos
Lucy Strange


Het verhaal in dit boek voert ons naar 1919. Het jaar waarin de twaalfjarige Henrietta (Henry) samen met haar ouders, zusje Roberta (Biggetje) en juffie Jane verhuisd is van Londen naar Huize Hoopvol, een oud huis aan zee. Het is een toepasselijke naam voor een gezin dat probeert na de tragische dood van hun broer en zoon Robert, weer verder te gaan met het leven. Maar zo makkelijk gaat dat niet.

Het zijn vooral Henry, juffie Jane en de kokkin die alle zeilen bij moeten zetten om de boel draaiende te houden. Moeder laat zich namelijk niet zien, zij is na de dood van haar zoon volledig ingestort en brengt haar dagen in de slaapkamer door. Ze heeft, apathisch als ze is, zelfs Biggetje, die vlak na Roberts dood geboren werd, nog nooit vastgehouden. En jammer genoeg is vader ondanks moeders slechte conditie toch afgereisd naar Italië vanwege zijn werk, zegt hij... of was het een vlucht?


Dus zo goed en zo kwaad als het gaat, zorgt Henry nu, samen met Jane, voor Biggetje, haar grote troost, en probeert de kokkin Henry's moeder weer te laten aansterken door het meest smakelijke voedsel te bereiden. Helaas is moeder nergens in geïnteresseerd, ze slaapt alleen maar.


Henry mist haar broer enorm en wil ook heel graag haar lieve, wijze moeder terug, maar hoe? Dokter Hardy is namelijk hevig geïnteresseerd in de nieuwe behandelmethoden van dr. Chilvers, de arts van het plaatselijke gesticht en houd,  in navolging daarvan,  daarom moeder onder de verdovende middelen.  Moeder moet rust hebben en de deur van haar slaapkamer moet op slot blijven. Henry vertrouwt die grote, lompe dr. Hardy voor geen cent, ze gelooft helemaal niet dat die eenzame afzondering haar moeder beter zal maken. Mama moet frisse lucht hebben en wandelen en Biggetje zien. Henry wordt helemáál wantrouwend als ze opvangt dat dr. Hardy moeder naar de kliniek van dr. Chilvers wil brengen zodat er medische experimenten op haar toegepast kunnen worden. Dat nooit! denkt Henry.

In feite is Henry enorm eenzaam, ondanks de lieve zorg van Jane, die helaas de opdrachten van vader moet uitvoeren en dat is... meegaan in de geneesmethode van dr. Hardy. Die vreselijke arts die geen enkele empathie toont voor het verdriet van het meisje en de ellendige toestand van het gezin. Maar Henry weet één ding zeker, ze kan en zal haar moeder redden. Ze knokt en ploetert en gaat door roeien en ruiten om haar moeder aan de invloed van die akelige dokter te onttrekken. Ze móet haar moeder terugkrijgen en uit haar lethargie trekken. Dat is haar missie...
Maar het wordt wel een enorme lastige klus met al die 'beter wetende' volwassenen om haar heen.


En dan ontmoet Henry in het bos achter het huis Mot, een wonderlijke maar lieve dame die daar met haar kat in een woonwagen woont. Het is Mot die Henry opvangt, een soort van thuis geeft en voorzichtig begeleidt. Ze begrijpt dat het meisje ook haar eigen verdriet bij iemand kwijt moet. En zo raken langzamerhand de levens van Henry en Mot met elkaar verwikkeld en blijken ze meer gemeen te hebben dan ze aanvankelijk dachten.

Het ontroerende, in mooie stijl geschreven verhaal grijpt je naar de keel. De eenzaamheid van Henry is bijna voelbaar evenals de tweestrijd van juffie Jane, die liever haar hart zou volgen dan de orders van haar opdrachtgever. Maar daarnaast is het ook spannend want het gevaar dat moeder in die experimentele kliniek opgenomen zal worden is levensgroot aanwezig. Kan een kind van twaalf dat dreigende gevaar keren? Of zullen de artsen het winnen? Die vraag blijft als het zwaard van Damocles boven Henry's hoofd hangen en als lezer leef je vreselijk mee met de strijd van dit door alle doorstane ellende, vroegwijze kind. Je zou haar willen knuffelen en willen zeggen alles komt goed.
Maar ook de bijzondere, eveneens door verdriet geteisterde, Mot sluit je in je hart en je verwenst in gedachte de vader die zijn vrouw en kinderen zo aan hun lot overlaat. En natuurlijk krijg je als vanzelf een vreselijke hekel aan die rücksichlose dr. Henry, die niet let op het belang van zijn patiënte, maar willens en wetens zijn eigen zin doordrijft.


Kortom, het verhaal sleept je vanaf de eerste tot de laatste pagina mee en lijkt qua sfeer op een mix van De geheime tuin, Het witte paardjeAnne van het Groene huis en enkele Dickensverhalen maar is toch compleet uniek in zijn soort. Het is gewoon een prachtig verzorgd koesterboek. Vooral lezen - ook volwassenen - !


Lucy Strange studeerde aan de toneelschool van Oxford en werkte als actrice, zngeres en verhalenverteller. Het geheim van het Nachtegaalbos is haar debuut.


Lees alvast het eerste hoofdstuk


ISBN 9789025767228 | Paperback met flappen | 319 pagina's | Uitgeverij Gottmer | juni 2017
Vertaald door  Aleid van Eekelen-Benders | leeftijd 10+

© Dettie, 14 augustus 2017

lees ook de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altKeien van kolonisten
Piet van der Waal


Als Napoleon verslagen is bij Waterloo en Nederland niet langer bezet wordt door de Fransen is het ook gedaan met de relatieve welvaart – oorlog is vaak goed voor de economie! Er heerst grote armoede, vooral in de steden. Dit boek vertelt het verhaal van een idealist die meende dat hij dat op kon lossen.


Het is 1820. In een weeshuis in Dordrecht woont Anne. Het leven is er niet best, maar de kinderen die in het weeshuis wonen weten niet beter: er moet hard gewerkt worden voor een beetje eten en klappen zijn aan de orde van de dag.
Als op een dag twee deftige mannen het weeshuis binnenstappen zal het leven van de oudste weeskinderen veranderen. Anne en haar vriendin Lieke worden eveneens uitgekozen om mee te gaan. Met een kar worden ze naar Amsterdam gebracht, en vandaar gaat het per boot naar de overkant van de Zuiderzee - het huidige IJsselmeer. Ze komen aan in de haven van Blokzijl, waar ze opgewacht worden. De bedoeling is dat ze samen met volwassenen die hen als ouders zullen opvoeden ondergebracht worden in een koloniehuis.


Door omstandigheden komt Anne terecht bij het echtpaar Zwiers, waar al andere kinderen ook zijn. Hoewel Anne erg verdrietig is dat ze nu Lieke kwijt is, en ook die ene leuke jongen niet meer zal zien, komt ze tot de ontdekking dat ze het heel erg getroffen heeft. Zeker, ze moet hard werken, maar ze mag ook naar school, en het is gezellig bij het gezin Swiers.


‘Anne weet niet wat ze moet zeggen. Ze denkt opeens aan de weegschaal in het winkeltje van Vlierman waar ze een week geleden nog tabak moest kopen voor de weeshuisvader. Daar stond een weegschaal met aan twee kanten een bakje. De weegschaal was voortdurend in beweging om in balans te raken. Dan klapte hij naar rechts als er een te zwaar gewicht op werd gelegd. Dan weer naar links als er teveel tabak op kwam. Heen en weer en opnieuw. Iets moois, iets lelijks. Geluk en dan weer ongeluk. Ze vindt een vrolijke Steijn waar ze heel blij om is. En nog geen half uur later slaat het noodlot toe. Heen wen weer, van links naar rechts. Zo lijkt het nu ook wel. Het ene moment is het leuk en fijn en dan plotseling gebeurt er weer iets heel ergs.’


Piet van der Waal heeft een verhaal geschreven over de Maatschappij van Weldadigheid. Het is nu tweehonderd jaar geleden dat generaal Johannes van den Bosch andere sociaal bewogen rijken zo ver wist te krijgen dat zij geld gaven, zodat er grond kon worden aangekocht in Drenthe. Socialisme avant la lettre.


Zo werden daar Frederiksoord, en Willemsoord gesticht: koloniewoningen verrezen, waar armelui, veelal uit de Randstad, mochten wonen. Ze kregen een stukje land om te bewerken, en als ze dat goed deden werden ze vrijboeren. Dan konden ze hun eigen boerderij opbouwen, waren ze de maatschappij niets meer verschuldigd. Later werden behalve gezinnen ook weeskinderen en landlopers naar dit gebied gebracht, en kwamen er ook een gevangenis (Veenhuizen en Ommerschans)
Maar dit boek vertelt op een mooie vlotte manier het verhaal voor kinderen. Het is een positief verhaal, met de insteek zoals Johannes van den Bosch die ook voor ogen had: hard werken kan je ver brengen!


Piet van der Waal werd in 1953 geboren in Pernis. Hij geeft les, en besloot na het winnen van de wedstrijd filmscenario schrijven tijdens het Nederlands filmfestival kinderboeken te gaan schrijven.


ISBN 9789057884832 | Hardcover | 96 pagina's | Kwintessens | december 2015
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 31 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bronzen sleutel
Deel 3 van de Magisterium-reels
Holly Black & Cassandra Clare


Tijdens de zomervakantie konden de veertienjarige Call en zijn beste vriend Aaron eindelijk weer gewone tienerjongens zijn. Wekenlang genoten ze lui van hun vakantie en negeerden ze de herinneringen aan alles wat ze op het Magisterium hadden meegemaakt. De twee jongens hadden een pittige tijd achter de rug. Ze bleken geen gewone tovenaars maar ware zeldzaamheden te zijn. Hun nieuwe status levert hen respect maar ook angstige blikken op.


Dat Call bijzonder is weet iedereen maar alleen zijn allerbeste vrienden weten de hele waarheid. Call dacht jarenlang dat hij gewoon Call was, een niet al te populaire jongen met een misvormd been. Hij woonde bij zijn excentrieke vader die een grondige hekel aan het Magisterium had. Toen Call toch besloot een opleiding aan de tovenaarsschool te gaan volgen, deed dat de band met zijn vader geen goed. Gelukkig zijn vader en zoon inmiddels weer naar elkaar toegegroeid. Hoewel Call zich soms voor zijn vreemde vader schaamt, is hij dol op hem.


Calls grote geheim is dat hij Call niet is. Dat klinkt misschien vreemd maar toch is het waar. Toen Call een baby was, woedde er een vreselijke oorlog. Calls moeder kwam om het leven en in een onbewaakt ogenblik nam de ziel van de verdorven Constantine Maddens bezit van Calls babylichaam. Op dat moment hield de echte Call op met bestaan. Sindsdien is Call niemand minder dan Constantine Maddens, de Vijand des Doods en de veroorzaker van de oorlog die vele levens eiste. Achter Calls sullige uiterlijk en vriendelijke karakter gaat een levensgevaarlijke moordenaar schuil.


Call voelt zich helemaal geen moordenaar. Toch is hij soms bang voor de enorme kracht die hij in zijn binnenste voelt kolken. Gelukkig heeft hij Aaron, die hem met zijn toverkracht in balans houdt. Vreemd genoeg is zijn beste vriend een Makar, een uitverkorene die de Vijand des Doods kan verslaan. Hoewel bijna niemand weet dat de Vijand des Doods nog leeft, wordt een Makar alom gerespecteerd. Call wordt vanwege een aantal heldendaden ook als Makar gezien. Als zijn medeleerlingen en leraren wisten hoe het werkelijk zat, zouden ze hem beslist niet op een voetstuk hebben geplaatst.


Het nieuwe schooljaar begint gespannen. Nu de zomervakantie voorbij is, wordt steeds duidelijker dat Call op school niet langer veilig is. Er gebeuren vreemde “ongelukken” en er wordt zelfs een leerlinge vermoord. Call, Aaron en hun goede vriendin Tamara zijn ervan overtuigd dat er een spion door de school waart. Iemand, misschien zelfs wel iemand die ze als vriend beschouwen, heeft het op Call voorzien. Ze kunnen niemand meer vertrouwen. Zelfs elkaar niet.


De bronzen sleutel is alweer het derde deel van de Magisterium-reeks. De uitgever heeft er weer een smaakvol vormgegeven boek van gemaakt. Wie ook de vorige twee delen heeft gelezen, kent de personages en hun omgeving inmiddels goed. Het verhaal voelt dan ook meteen weer vertrouwd. De schrijfsters hebben zich goed in de gevoelens van de tieners ingeleefd. Zo is duidelijk te merken dat Call enorm met zijn identiteit worstelt. Het is immers niet niks om de Vijand des Doods te zijn.


Het verhaal in dit deel is wat tammer dan in de vorige twee delen. De spannende gebeurtenissen die plaatsvinden zijn wat minder spectaculair. Het voelt alsof dit verhaal een overgang vormt tussen de eerste twee delen en de delen die nog gaan volgen. De onverwachte onthulling op de laatste bladzijde van het boek bevestigt dit vermoeden. Er staat Call en zijn vrienden nog heel wat te wachten!


ISBN 9789048835492 | paperback | 272 pagina's | Moon | mei 2017
Vertaald door 9789048835492
Geschikt voor lezers vanaf 11 jaar

© Annemarie, 18 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altJulia’s verdwijning
Finn Zetterholm


In het eerste deel van deze trilogie over het twaalfjarige Zweedse meisje Julia kon je lezen dat Julia een speciaal talent heeft. Als zij haar vinger op een schilderij legt, wordt ze zomaar in dat schilderij gezogen. Dat ontdekt ze als ze met haar opa een museum bezoekt. Beiden zijn er namelijk dol op om kunst te gaan bekijken. Julia tekent ook heel goed. Het liefst doet ze dat op dat ene groene bankje op een afgelegen plekje waar ze alleen is. Tot er op een dag een jongen verschijnt, die erg geïnteresseerd is in haar tekenboek.


In dit tweede deel heeft haar opa een verrassing: ze gaan naar een voorstelling van een illusionist! Dat is wel heel speciaal, die man is wereldberoemd. Hij doet zulke bijzondere dingen. Hij laat bijvoorbeeld twee tijgers verdwijnen. Gelukkig haalt hij ze ook weer terug. Maar... niet op de dag dat Julia en haar opa er zijn. Een van de tijgers blijft weg!
In het gedrang om naar buiten te komen raakt Julia opa kwijt. Waar is hij gebleven?


En dan krijgt ze bericht: opa is ontvoerd! Julia moet een tijdreis maken, terug gaan naar de tijd van Vincent van Gogh, om van deze schilder een paar werken te kopen. Als ze die meeneemt naar de moderne tijd en overhandigt aan de kidnappers, ziet ze haar opa terug.
Julia heeft geen keuze.


En zo gaat haar eerste reis naar het Arles van 1888, waar ze een arme schilder ontmoet. Maar als ze terug wil reizen gaat er iets fout! Ze landt wel op de goede plek, maar niet in de goede tijd. Ze moet terug. Maar ze komt op de meest vreemde plaatsen terecht.


Haar verdere avonturen laten haar kennis maken met Robinson Crusoë (eh, nee, geen kunstenaar!), met Albert Einstein, Frida Kahloo, en Caravaggio.
Maar de ontvoerders komen achter haar aan. Ze denken dat Julia expres wegblijft. Haar reizen zijn dus zeer gevaarlijk. Ook omdat die ene tijger steeds opduikt.


Net als in Julia’s reis is ook dit boek voorzien van afbeeldingen van de kunstwerken die besproken worden. Met achterin meer informatie over de kunstenaars. Het boek is leuk als je geïnteresseerd bent in kunst. Alles gaat te makkelijk, echt in gevaar komt het meisje niet. Op bepaalde magische elementen wordt ook niet ingegaan, er is geen achtergrond.
Maar zoals gezegd: voor kunstliefhebbers heel leuk.


Finn Zetterholm
(1945) werd bekend met zijn liedjes en cabaretteksten. Daarnaast schreef hij veel voor televisie. Finn heeft inmiddels elf jeugdboeken geschreven. Julia’s verdwijning is zijn tweede boek dat in Nederland verschijnt.


ISBN 9789026154300 | hardcover |384 pagina's | Uitgeverij De Fontein | november 2010
Vertaling uit het Zweeds door Erica Weeda | Leeftijd vanaf 11 jaar

© Marjo, 19 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSabel
Suzanne Wouda


Het verhaal begint in mei 1943, te Kamp Vught. Aan het woord is Max, een jongen wiens wereld zomaar ineens totaal op zijn kop is komen staan. Hoe dat ging lezen we in terugblikken vanaf april 1941. Toen het al wel oorlog was, maar een jongen van bijna elf zich daar niet druk over maakte. Hij ging naar school, droomt over cowboys en indianen, en wordt daarbij bijgestaan door zijn trouwe kat, Sabel. Maar de boze buitenwereld dringt ook zijn huis binnen. Hij moet naar een andere school, hij wordt gepest door jongens die hem als Joodse jongen een makkelijk slachtoffer vinden.


Met zijn ouders duikt hij onder. Hij dwingt af dat Sabel mee mag, al is dat helemaal niet verstandig. Hoe het ook zij, het loopt verkeerd af, dat weten we al omdat hij vertelt over zijn verblijf in Kamp Vught. Hij houdt zich vast aan zijn kat. Droomt avonturen met Sabel, en knuffelt hem in het geheim. 


Helaas kan ik niet vertellen dat het goed af zal lopen. Het is het verhaal van een kind dat van kwaad helemaal niets kent, dat droomt van een mooie toekomst die hij in duigen ziet vallen.  Hij probeert de ellende niet te zien, alleen Sabel. Maar het lukt niet, als de oorlog zijn leven steeds verder binnendringt.


Het is het verhaal van een fictief jongetje, dat zomaar echt geweest zou kunnen zijn. In juni 1943 werden kinderen uit Kamp Vught verplaatst naar Kamp Westerbork, dat voor hen niet meer dan een doorvoerstation zal zijn. Kinderen tot twaalf jaar waren in de ogen van de bezetter alleen maar ballast, ze zaten in de weg. Als makkelijke slachtoffers vonden velen de dood. Op Kamp Vught staat een gedenkteken voor al deze onschuldige kinderen, die niet hebben begrepen wat er gebeurde.


Achterin het boek vertelt Suzanne Wouda over de feiten die te maken hebben met het verhaal. Helaas zegt ze, zijn juist de dingen waarvan je zou willen dat ze fictief waren, de dingen die echt gebeurd zijn.


Tranen springen je in de ogen als je leest over Max, voor wie het leven een sprookje is, zoals zijn vader hem die zo vaak vertelt. Het is een indringend en ontroerend relaas over een dromerig jongetje die wanhopig probeert vast te houden aan de kleine dingen die het zware bestaan draaglijk maken.


Suzanne Wouda (1974, Kaatsheuvel) schreef altijd al verhalen, en is een groot fan van Thea Beckman. Zij schrijft dan ook zelf het liefst historische boeken.

ISBN 9789089672452| hardcover | 112 pagina's | Hoogland &van Klaveren | april 2016
Leeftijd vanaf ca. 10 jaar.

© Marjo, 2 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altPaardenfreak! 2: Een hart van hoefijzers
Veronique Marien


In het eerste deel van deze serie over Jolien werd verteld dat ze moest verhuizen. Haar ouders gingen scheiden, maar het ergste vond Jolien dat haar paard Serena verkocht moest worden.


Intussen heeft Jolien haar draai wel gevonden op de nieuwe manege, Klaverhof. Natuurlijk is ze Serena niet vergeten en ook haar vriendin Karen mist ze heel erg. Maar zoals dat meestal gaat, went ze snel genoeg aan haar nieuwe leven en heeft ze al snel nieuwe vrienden gemaakt. En ja, ook dat zijn weer paardenliefhebbers.


Met Maarten, Ingrid en Eva vormt ze een hecht groepje dat zich goed weert tegen het groepje meiden die rijkere ouders hebben en dus ook meer tijd om te rijden, en mooiere spullen. Zij noemen zich de Glamazones. De vier vrienden besluiten hun groepje ook een naam te geven: De Paardenfreaks.


‘Ik vind het vervelend dat ze ons altijd freaks noemt,’ mompelde Ingrid.
Maarten haalt zijn schouders op. ‘Dat zijn we toch ook? Paardenfreaks, bedoel ik. En daar schaam ik me niet voor. Integendeel, ik ben er juist trots op.’

Thuis gaat het niet op rolletjes, ze maakt veel ruzie met haar broer. De manege is haar toevluchtsoord, ze zoekt troost bij Tecumseh, ‘haar’ manegepaard.

Als een zeer bekende amazone op hun manege haar beroemde kür komt laten zien en daarbij een wedstrijd uitschrijft waarmee de winnaar een clinic van een hele dag bij haar kan winnen, oefenen de vier zich te pletter. Helaas doen ze dat illegaal. Ze hebben geen geld voor extra ritten, en doen alsof ze de paarden extra zorg geven. Natuurlijk doen de Glamazones ook mee met de wedstrijd.
Jolien is er zo druk mee, dat het ten koste gaat van haar huiswerk, en haar moeder haar vrijheid in wil perken.
En dan komt de herfstvakantie, en logeert Jolien bij haar vader.
Aan het einde van de week komt Jolien voor een groot dilemma te staan: waar zal ze haar leven voortzetten? Bij haar vader, waar geld genoeg is en haar vriendin Karen? Of kiest ze voor haar moeder en haar nieuwe vrienden?

Ook dit verhaal is voor echte paardenmeisjes. Doordat de Paardenfreaks oefenen voor de wedstrijd, kan de schrijfster in die stukjes tekst heel veel tips kwijt over de beste zit, de beste manier om een paar aanwijzingen te geven en nog meer paardentips.
Daarnaast speelt de thuissituatie en natuurlijk de keuze die Jolien moet maken een grote rol.


‘Paardenfreak!’ is het tweede deel van "Een hart van hoefijzers". Echt boeken voor paardenmeisjes! Leuk geschreven, met feitjes en humor. Spannend is het ook nog.

Voor Nederlandse lezertjes is de taal soms ook wennen, en onbedoeld grappig.

‘Wat was ze toch een pletwals’


ISBN 9789462420632 | hardcover |144 pagina's | Uitgeverij Kramat| april 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 23 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Junglekoorts
Hoe overleef je in de stad als je alleen het oerwoud kent
Fiona Rempt


Op driejarige leeftijd besloten de ouders van Arani (Arjan) Europa de rug toe te keren. Ze vertrokken met hun zoontje richting Azië en vonden uiteindelijk hun nieuwe thuis bij de Yusana-stam in West-Papoea. "Ze werden mijn familie en dat zullen ze altijd blijven," vertelt Arani ons. Zijn oma Kaka hield Ariani via brieven, boeken en foto's op de hoogte van de wereld buiten de stam. Zonder dat had hij nooit geweten 'dat er dingen bestonden als vliegtuigen, televisie, elektriciteit en huisdieren'.

Maar nadat zijn vader overleden is, zegt zijn moeder: 'We gaan terug naar Nederland' [...] Je hebt onderwijs nodig. Daarom gaan we terug. Mijn besluit staat vast.' Die beslissing slaat in als een bom bij de inmiddels twaalfjarige Arani. Maar hij weet ook dat als zijn moeder eenmaal een besluit genomen heeft ze er nooit meer op terugkomt. Naar oma Kaka kunnen ze niet, die leeft ook niet meer ... toch blijft Arani haar schrijven, hij moet toch aan iemand zijn verhaal kwijt want hij voelt zich doodongelukkig in Nederland.


Sinds ik in Nederland ben, klopt niets meer. Dit land lijkt in niets op wat ik ken. Alles is groot, hoog en zo véél. De mensen zijn hier langer dan de meeste Papoea's, de huizen zijn gigantisch, overal is herrie, die kou is gruwelijk en alles lijkt op elkaar. Hoe kan iemand hier leven?
Al die nieuwe dingen maken me bang.


Ze hebben voorlopig hun intrek genomen bij opa en oma in Bergen aan zee maar erg blij zijn die niet met hun komst. Opa grijpt elk moment aan om af te geven op die 'domme wilden' zoals hij de Yusana's noemt. Het is een zure, onvriendelijke oude man. Oma probeert wel een beetje prettige sfeer te scheppen maar opa weet die steeds weer te verzieken.


Arani voelt zich ellendig, ontheemd, eenzaam en radeloos in het vreemde land. En dan moet hij ook nog naar een school! "Dan kunnen ze een gewone Hollandse jongen van je maken" bromt opa. Maar Aranai weet dan al dat dat nooit zal gebeuren, hij is een Papoea!
De schoenen die hij naar school aan moet, vindt hij een verschrikking, het zijn akelige zware bakken... de kleding voelt stijf en zwaar. Het enige wat nog goed voelt, is zijn lange haar. Onder geen enkele voorwaarde mag dat afgeknipt worden.


Gelukkig komt Arani naast Sanne te zitten, zij is ook een buitenbeentje, ze stottert, maar ze is tot zijn geluk hevig geïnteresseerd in het stamleven van Arani. Ze worden vrienden, Sanne helpt Arani met elk ding wat nieuw voor hem is, zij legt met eindeloos geduld alles aan hem uit. Natuurlijk wordt hij op school gepest om zijn ouderwetse Nederlands - hij kent de taal voornamelijk uit boeken -  met zijn lange haar, zijn kleding enz. Arani, krijger zijnde, kan dat natuurlijk niet op zich laten zitten... met alle vervelende gevolgen van dien.
In feite is Arani gruwelijk eenzaam, moeder is veel weg en opa en oma begrijpen niets van de jongen. Het wordt wat beter als moeder en zoon een eigen appartement krijgen en moeder vaker met Arani praat. Maar het is vooral de jongen zelf die worstelt en ploetert om zijn heimwee en nieuwe leven te leren hanteren.

Hoe hij dat doet, kun je het beste zelf lezen want Fiona Rempt heeft dat prachtig verwoord en een dijk van een verhaal neergezet. Het is een boek over vriendschap, aanvaarding, vooroordelen en wijze levenslessen  Arani is levensecht weergegeven, zijn verbazing over bepaalde regels en gewoontes in Nederland is overtuigend, de heimwee naar zijn stam is voelbaar, zijn verwarde gevoelens zijn volledig te begrijpen. Het voelde als een verlies, een afscheid nemen, toen het verhaal afgelopen was omdat Arani inmiddels een goede bekende was geworden die ik heel graag mocht. 
Kortom, een prachtig, leerzaam, goed opgebouwd verhaal dat je nog lange tijd bij zal blijven. Grote klasse.


Zie ook de lesbrief bij Junglekoorts


ISBN 9789020654554 | Hardcover | 200 pagina's | Uitgeverij Kluitman | april 2017
Leeftijd 10+

© Dettie, 7 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altGoed fout
Astrid Witte


Voor school moet een betoog gehouden worden over de moraal. Wat is goed? Wat is fout?


Het begint al goed als Minny samen moet werken met Stefan, een jongen die het liefst overal de kantjes vanaf loopt. En ja hoor, de dagen erna is hij ziek. Dan doet ze het wel alleen, denkt Minny, en ze gaat de straat op om mensen te interviewen. Dat blijkt niet het beste idee: mensen bekijken haar wantrouwend. Wat moet dat kind met haar vreemde vragen? Wat ze er van vinden dat mensen geen tijd hebben voor elkaar? Nou, er is ook geen tijd om die onzin te beantwoorden!


Maar ze is in de tussentijd getuige geweest van enkele voorvallen waar ze haar wenkbrauwen bij optrok: jongens sisten hatelijke opmerkingen naar een man die er anders uit zag dan zij; automobilisten die ruziën om een parkeerplek; een zwerver die genegeerd wordt door vrijwel iedereen. Afval op straat. En zo kan ze een heel boek vullen. Ze begint dat maar eens te noteren, en probeert ook foto’s te maken.


‘… in mijn hoofd schreeuwt het ‘hou op’, maar ik kan nog net voorkomen dat ik het uitroep. Kon ik met deze twee woorden de mensheid maar stopzetten en resetten. De goede daad lijkt alleen nog maar in films en boeken met een happy ending te bestaan. Is de wereld zo veranderd of heb ik het nooit ingezien?  Als kind word je blijkbaar zo beschermd  door je ouders dat je er niets van meekrijgt. Maar ja, je gelooft op die leeftijd ook heilig in Sinterklaas, dat zegt wel iets over je naïviteitsgehalte. Is dit het volgende doek dat voor me valt? Wie of wat kan ik nog wel geloven?
Straks zeggen ze nog dat de mens niet op de maan is geweest, dat vampiers echt bestaan of dat dinosaurussen gewoon een verzinsel zijn.’


En zo ontdekt Minny de echte wereld. Ze doet haar best om het zelf beter te doen: ze gaat vrijwilligerswerk doen in een bejaardenhuis, en besluit vegetariër te worden. Maar natuurlijk zit de wereld niet zo simpel in elkaar. Haar ouders protesteren, ze moet wel haar school en clubjes bijhouden. Haar vrienden mopperen dat ze geen tijd meer heeft voor hen.  En intussen spelen er nog andere dingetjes: haar beste vriend is homoseksueel geaard maar durft het thuis niet te zeggen. En de politie waarschuwt voor bepaalde zeer gevaarlijke drugs die in de omloop zijn.


Het verhaal wordt heel leuk ingeluid door een heel normaal voorval waar het boek ook weer mee eindigt. Binnen deze normale gang van zaken is het verhaal best bijzonder. Een jong meisje dat om zich heen kijkt, en niet alleen met zichzelf en haar telefoon bezig is! Er zit een spanningsboog in het verhaal - die drugs is foute boel! - en sluit prima aan bij de belevingswereld van jonge lezers. Het leest vlot, er is zeker geen belerend toontje, maar toch: normen en waarden, wie weet steken lezers er ook nog iets van op!


Astrid Witte (Den Helder, 1981) debuteerde met het jeugdboek Spiegelmeisje.


ISBN 9789044829372 | hardcover | 96 pagina's | Clavis | april 2017
Leeftijd vanaf 13 jaar.

© Marjo, 20 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVrienden voor altijd?
Charlottes droompaard
Nele Neuhaus


Op de manege beginnen langzaam aan de voorbereidingen voor de verhuizing naar een nieuwe en grotere manege. Toch vindt Charlotte, meestal Lotte genoemd, het wel jammer dat ze de sfeervolle stallen waar ze nu rijdt moet achterlaten. Nu kan ze zo het bos in rijden, straks zit ze er verder vandaan.


Maar het leven lacht haar toe. Ze is dol op haar vriend Stefan, en hij op haar. Het wordt steeds moeilijker hun relatie geheim te houden! Won da Pie, haar eigen paard, doet het erg goed, ze heeft er geen seconde spijt van dat ze hem uit Frankrijk heeft gehaald! En straks in de nieuwe manege mag ze ook weer voor Gento zorgen, het paard dat ze jaren geleden ook verzorgde.
Ze denkt dat ze zich na de vakantie meer zal richten op het lesgeven. Sinds ze een paar keer mocht invallen heeft ze ontdekt dat ze het leuk vindt om jonge onervaren en soms nog bange ruiters te helpen. Wedstrijd rijden is ook leuk, maar toch...

De vakantie komt er weer aan, ze gaan weer naar Noirmoutier, waar hun vrienden in de zomer een manege runnen. Haar oudste broer gaat naar Amerika en de rest van het gezin is daar heel blij om. Hij verziekt de sfeer nogal eens.
Maar dan hoort Lotte dat Doro mee gaat. Lotte mag wel nee zeggen, maar dat doe je toch niet? Ooit was Doro haar beste vriendin, wat er precies fout gegaan is weet ze eigenlijk nauwelijks. Ineens deed haar vriendin heel akelig. Maar nu komt ze haar verontschuldigingen aanbieden dus denkt Lotte dat het allemaal wel goed zal komen. Ze gaan vast weer een hele leuke vakantie tegemoet!


Het verhaal kabbelt een beetje totdat het avontuur dat in dit vijfde deel verteld moet worden eindelijk begint. Lotte leert zichzelf en de mensen om haar heen weer beter kennen. Ze is een meisje dat van nature trouw en goedgelovig is, een harde werker ook, eentje die er voor gaat. Maar ze is ook weekhartig en dat zal haar nu toch wel opbreken. Of toch niet?


Het zesde boek uit de serie over Charlotte. Er zit een doorlopend verhaal in, maar ze zijn goed apart te lezen. Zonder dat het vervelend is wordt hetgeen in eerdere boeken gebeurd is in de tekst verwerkt als dat noodzakelijk is. Het is een leuk verhaal met heel veel informatie over paarden en hoe je met deze dieren om kunt gaan. Paardenmeisjes kunnen opnieuw genieten!


Nele Neuhaus
(1967) schrijft spannende thrillers voor volwassenen, maar voor paardenmeisjes zoals ze zelf er ooit eentje was, heeft ze al twee series geschreven. Deze over Charlotte en eentje voor oudere kinderen over Elena.


ISBN 9789025113698 | hardcover |192 pagina's | Uitgeverij Holland| april 2017
Vertaald uit het Duits door Leny van Grootel | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 10 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een hoofd vol vuur
Kees Opmeer

‘David kijkt achterom. Nu pas ziet hij de man. Hij heeft hem hier wel eens eerder gezien, een beetje rare vent. Hij is bijna kaal en hij heeft een grote zware bril op zijn neus. Als de man hem wenkt, loopt David aarzelend naar hem toe.
‘Zitten ze achter je aan?'
David knikt.
De man wijst met zijn duim achter zich. ‘Verstop je achter die struiken. Ik stuur ze wel een andere kant op.’
David weet niet wat hij moet doen. Waarom wil die man hem helpen? Thuis hebben ze al duizend keer gezegd dat je moet oppassen voor vreemde kerels.’


David heeft een kort lontje en komt daardoor vaak in de problemen. Als hij zijn broek scheurt bij het skateboarden, durft hij niet naar huis. Wat zal zijn moeder kwaad zijn! En dan denkt hij aan die oude man. Die woont alleen en kan vast wel naaien… Wat zijn vriendje ook zegt ‘enge vent’, ‘kinderlokker’, hij gelooft er niets van en zo leert hij ome Kobus kennen die inderdaad zijn broek netjes voor hem maakt.


Het is het begin van een vriendschap die door buitenstaanders met scheve ogen wordt bekeken. En het einde van een vriendschap met zijn vriendje, want die gelooft wat iedereen zegt, dat de man niet deugt. David vindt de oude man aardig, en gaat vaak naar hem toe. Kobus helpt met zijn huiswerk, ze drinken een kopje thee, en gaan samen naar de speeltuin. Daar ontmoeten ze Panja, een klein meisje.

Intussen heeft David thuis vaak ruzie met zijn oudere broer, en hij baalt er vreselijk van dat zijn ouders steeds Pauls kant kiezen. Hij, David, is altijd degene die op zijn kop krijgt. Op die momenten loopt hij weg en gaat naar Kobus. Als hij ontdekt dat de oude man zijn eigen kleinzoon al zo lang niet gezien heeft, zoekt hij die jongen en schrijft hem een briefje.


En dan komt de dag dat Panja’s ouders haar niet kunnen vinden. Meteen wordt naar Kobus gewezen, hij wordt uitgescholden en belaagd. De enige manier om dit op te lossen, zegt Kobus, is zelf het meisje vinden. Samen gaan ze op zoek. Maar intussen loopt het danig uit de hand bij het huis van Kobus…

Een realistisch verhaal over vooroordeel. En over een bijzondere vriendschap.
Zoals in de andere boeken van Kees Opmeer is ook hier de stijl duidelijk en onomwonden.

ISBN 9789026114434| Hardcover | 127 pagina's | Fontein | oktober 1998
Illustraties van Annelies Vossen Leeftijd vanaf 10 jaar.

© Marjo, 12 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet maan-mysterie
Stuart Gibbs

Het boek begint met een kaart van het maanoppervlak waar de basis staat, gevolgd door een beschrijving van welke mensen welke appartementen bewonen.


Een twintigtal mensen zit opgesloten in een speciaal gebouwd ecosysteem. Je kan niet naar buiten zonder ruimtepak, want buiten is geen zuurstof.  De bewoners zijn speciaal geselecteerd op verdraagzaamheid, omdat ze met z’n allen boven op elkaar zitten en privacy ver te zoeken is. Behalve dan voor die betalende toeristen, de familie Sjoberg, maar de overige moonies (=ruimtereizigers) bemoeien zich zo weinig mogelijk met hen, omdat het onaardige mensen zijn.


De commandant van de basis is Nina Stack, een strenge vrouw, fair en betrouwbaar, maar niet bepaald toegankelijk.
En Nina verdwijnt. Maar dat kan helemaal niet! Waar moet je heen op de basis? Haar ruimtepak is er nog, dus naar buiten is ze ook niet. Iedereen, behalve de Sjobergs, zoekt mee.


Dashiell heeft al eerder laten zien dat hij speurderskwaliteiten heeft ( zie De Maan-zaak) en ook nu raakt hij er bij betrokken. Wat niemand weet is dat hij hulp krijgt van een alien, Zan. Zij laat zich alleen aan Dash zien. Dat brengt hem wel eens in de problemen, want als hij met Zan praat, en iemand hoort hem dan wil die weten met wie hij praat. Nu heeft zijn zusje ook iets dergelijks. De zesjarige Violet beweert dat er een walrus op de wc zit, die met haar praat…

Kan Dash ook dit mysterie oplossen? Waar is Nina? Wat is er met haar gebeurd?


‘Hou je vast!’ schreeuwde Kira.
Dat hoefde ze niet te zeggen. K hield het onderstel zo stevig mogelijk vast met mijn rechterhand en omklemde de reparatieset met mijn linkerhand.
Gelukkig landden we niet op een stuk rots, mar op een vlak stuk grond bedekt met maanstof. De neus van de maanwagen boorde zich in de grond, waardoor een golf van stof over ons heen stroomde en alles in één keer verblindend wit werd. Ik werd naar voren gesmeten, maar mijn riem hield me tegen en rukte me onzacht terug in mijn stoel. De reparatieset schoot uit mijn hand.
Ik had mijn ogen dichtgedaan toen ik me schrap zette voor de klap, en toen ik ze weer opende zag ik niets dan duisternis om me heen. Even was ik verlamd van angst, bang dat ik blind geworden was, maar toen besefte ik dat mijn vizier gewoon bedekt was met stof.’


Opnieuw een spannend maanavontuur. Tussen de hoofdstukken door kun je van alles te weten komen over de maan, en het leven daar. Er zijn bijvoorbeeld uittreksels uit de Officiële Bewonershandleiding voor Maanbasis Alfa over hoe je je moet gedragen en hoe je met de spullen om moet gaan.
Buiten die ingelast stukken lees je een lekker sciencefictionverhaal, waarin de personages heel herkenbaar zijn. Die afschuwelijke familie Sjonberg lijkt de sfeer grondig te bederven, en dat vinden ze nog leuk ook. Gelukkig zijn de anderen dan een hechte groep, maar ook bij die groep zijn er onderling allerlei dingetjes aan de hand. Je hebt bijvoorbeeld Roddy, die verliefd is op twee meisjes en daarbij erg irritant dan doen. En er is Violet, het weetgierige en nieuwsgierige zusje met haar eigenwijze opmerkingen.


Erg leuk dus. En gelukkig heeft Stuart Gibbs op het einde een opening gemaakt om nog meer delen te kunnen schrijven voor zijn fans. Zodat hij er op een prettige manier op kan blijven wijzen dat de toekomst van de aarde in handen van zijn lezers ligt.


ISBN 9789000345991 | hardcover| 320 pagina's | Holkema & Warendorf Uitgevers | mei 2016
Vertaald uit het Engels door Sofia Engelsman | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 29 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER