Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

altDe vlucht van Omid
een waargebeurd verhaal over zijn reis naar Nederland
Lysette van Geel


1980, het is oorlog in Iran. Het land ligt onder vuur van Irak. De tienjarige Omid heeft er weinig erg in. Alleen weet hij dat zijn vader veel moet werken en dat hij daarbij gevaar loopt. De vader van Omid is chauffeur in het leger.


Omid heeft twee zussen, die al ouder zijn, achttien en vijftien jaar. Vooral Arezoo probeert hem te verwennen. Zij heeft namelijk dezelfde leverziekte die Omid ook heeft. De aandoening gaat en komt, maar het wordt steeds moeilijker om aan medicijnen te komen. Ten einde raad besluiten vader en moeder dat het gezin weg moet gaan uit Iran. Er worden plannen beraamd waar Omid niets van meekrijgt, tot de dag van vertrek. Farid en Hassan, vrienden van zijn vader, zijn er dan ook. Tot zijn grote verdriet ontdekt Omid dat zijn vader niet mee gaat! Te gevaarlijk, zegt zijn zus.

En dan begint de reis. Na een spannende autorit en een vliegreis komen ze aan in Moskou waar ze een tijdje wonen in een flat. Farid gaat op zoek naar een mensensmokkelaar, die hen verder brengen zal. In een veel te volle vrachtwagen, op elkaar gepropt met andere mensen komen ze in Duitsland. Vandaar gaan ze met de trein naar Amsterdam en vragen asiel aan. Dan begint het nieuwe leven: een nieuwe taal, een andere school, en heel andere gewoontes.


Dit verhaal vertelt heel duidelijk over de problematiek die een vluchteling meemaakt. Korte hoofdstukken en verteld vanuit Omid is het een mooi verhaal geworden voor kinderen. Het is spannend, maar niet zo erg spannend dat de ernst van wat er allemaal gebeurt verloren gaat.
Op de binnenkant van de omslag staat een kaart afgebeeld waarop de reis is aangegeven. Achterin staat een verantwoording van de schrijfster die het verhaal opschreef na vele gesprekken met Omid die nog steeds in Nederland woont.


ISBN 9789048835249| hardcover | 160 pagina's | Moon | mei 2017
Leeftijd vanaf 9 jaar.

© Marjo, 17 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altNaar het noorden
Koos Meinderts


De tienjarige Jaap weet niet beter: er is altijd te weinig te eten. Niet lang nadat zijn nieuwe zusje geboren werd en vrijwel meteen overleed, hoort Jaap zijn ouders praten over het wegsturen van zijn oudere zus en jongere broertje.


‘We hebben geen keus, Helena,’ hoorde ik mijn vader zeggen. ‘Ze gaan anders dood. Dat wil je toch ook niet.'
‘Nee, natuurlijk wil ik dat niet.’
‘Waarom ben je er dan tegen?’
‘Ik weet niet, de reis, is het wel veilig?’
‘Ze gaan niet alleen, er wordt voor ze gezorgd. Er gaan volwassenen mee.'
’ En waar gaan ze precies naar toe? En hoelang blijven ze weg?’
‘Hoe weet ik dat nou?’

En dan zegt moeder: Nel en Kleine Kees mogen gaan, maar Jaap blijft hier.

Wat! Hij wil ook mee! En zo komt het dat drie jonge kinderen met een kindertransport vanuit een gebied waar de honger vele mensenlevens kost, vervoerd worden naar het Noorden, het platteland, daar waar mensen bereid zijn kinderen te verzorgen tot de oorlog voorbij zal zijn.
Het is het verhaal van een jongen die zijn vertrouwde leventje kwijt is, en zich moet zien te redden in een wereld die totaal anders is. Zijn broertje en zus worden op andere plekken ondergebracht, hij staat er alleen voor. Om hem heen spreken de mensen een andere taal, iedereen loopt op klompen, en hij mist zijn ouders.
Als hij op school gepest wordt, is de maat vol. Hij gaat zijn zus zoeken.


Het is oorlog en mensen sterven van de honger, met die gegevens moeten jonge lezers het doen. Er wordt niet uitgelegd wat de achtergronden zijn. Niets over de feiten van de oorlog, niets over de oorzaak van de honger, niets over het idee om bleekneusjes te redden door ze uit het gezin te halen. Er is geen voorwoord en geen nawoord, de jonge lezer duikt zo het verhaal in. Is dat slim? Natuurlijk kan het nieuwsgierig maken als je niet weet wat er aan de hand is, maar als je de achtergronden niet direct kan vinden, lijkt me dat heel onhandig.
Natuurlijk gaat het vooral over Jaap, over hoe een kind zich staande houdt als zijn wereld ineens verandert. In die zin is het een heel actueel boek.

Naar het noorden heeft de Gouden Griffel 2017 gekregen en dat zal ook met de vormgeving te maken hebben. De paginanummering is blauw, en de hoofdstukken hebben een aanduiding van een vogel, die verwijzen naar de inhoud. Vogels, omdat Jaap geïnteresseerd is in vogels. (of andersom...


ISBN 9789089672322 | hardcover | 160 pagina's | Hoogland van Klaveren | november 2016
Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 29 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altNiet thuis
Jacques Vriens


De verteller van dit verhaal is een 16-jarig meisje. Zij woont in een leefgroep, niet bij haar ouders. Die zitten in een vechtscheiding, en dat ging ten koste van Hannah.


De leefgroep bestaat uit kinderen van verschillende leeftijden, Julius is de oudste, vijftien is hij. Twanneke is pas vijf. Daar tussen in zitten Hannah zelf, ze zit in groep 8, en Rosalie die in de brugklas zit. Zij is verliefd op Julius, en denkt dat het wederzijds is. En twee jongere jongens: Bjorn, licht contactgestoord, en Mathijs, een pestkop.
Zoals dat gaat bij een groep kinderen: soms kunnen ze het prima met elkaar vinden, soms is er ruzie. Ze zitten er natuurlijk niet voor niets, ze hebben ieder een rugzakje. Hun begeleiders proberen de rol van ouders te vervullen, en ook daar is het zoals dat gaat: met de een klikt het makkelijker dan met de ander. Ludo is superstreng, en Marieke juist heel lief. En er is een huishoudster, Lies, die altijd heel aardig en zorgzaam is.

Als het verhaal begint hoort Hannah de leiding praten: er is iets aan de hand, iets wat de een wil vertellen aan de kinderen, maar de ander niet. Natuurlijk is Hannah heel nieuwsgierig, en tenslotte komt ze er achter: de leefgroep dreigt opgeheven te worden. Bezuinigingen. Maar dat kan niet! Waar moeten ze dan naar toe? Zij zelf kan niet naar huis, en de andere kinderen evenmin! Er zit maar een ding op: Als niemand anders kan hen helpen, dan moeten ze het zelf doen.
Het is nogal een drastisch plan, en of het zal werken? Tenslotte is de bezuiniging ook niet de schuld van de leiding…


Jacques Vriens schrijft in een nawoord dat hij zelf ooit in een leefgroep zat, en nog steeds van plan was om daar een boek over te schrijven. Ook heeft hij onderzocht hoe het er vandaag de dag aan toe gaat, hoe de regels zijn, en over de bezuiniging heeft hij ook genoeg gehoord.
In dit verhaal komt de problematiek aan de orde vanuit het gezichtspunt van de kinderen zelf. Dat heeft deze schrijver als geen ander in zijn vingers!


Jacques Vriens
(1946) is één van de bekendste en succesvolste auteurs van kinderboeken in Nederland. Hij is geboren in Den Bosch en verhuisde in 1952 naar Helmond, waar zijn ouders een hotel begonnen. Daar schreef hij ook veel boeken over!

ISBN 9789000356126 | hardcover |128 pagina's | Uitgeverij van Holkema & Warendorf| september 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 16 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe grote verboden zolder
Edward van de Vendel

Het leven van de tienjarige Eddie was rustig tot die dag dat er ineens een logee in huis kwam. Een meisje van een jaar of veertien, dat hij helemaal niet kent. Als ze familie is, dan weet Eddie van niets. Maar Linea zal zijn leven op zijn kop zetten.


De ouders van Eddie zijn leerkrachten en wonen met hun zoon in een inpandige woning. Boven de school en de woning is een enorme zolder. Daar mag Eddie niet komen. Maar de deur is toch op slot, hij komt niet in de verleiding.
Maar ’s nachts haalt Linea hem uit bed, en dan gaat hij met haar die grote zolder op, waar hij met haar vreemde avonturen beleeft. Er is een wezen van wolken, die Linea Opa noemt. Er zijn boosaardige geesten, die verslagen moeten worden. En achter een deur zit Linea’s vader.


Natuurlijk wil Eddie het meisje wel helpen, maar hij begrijpt niet goed wat er allemaal gebeurt. Overdag zegt ze niets tegen hem, ze doet alsof hij er niet is. Waarom mag hij niet met haar praten als ze aan tafel zitten? Dat zijn ouders niets mogen weten van hun uitstapjes naar de zolder, dat snapt hij wel: dat is immers verboden gebied. Maar hetgeen er gebeurt is zo vreemd…


'Het was alsof...
Het was alsof ze een grote zeepbel opblies - een prachtige, glanzende bubbel, die helemaal om ons tweeën heen paste.
Alsof ze me optilde en in een onzichtbaar boek legde.
Alsof ze me naar een kleurige planeet stuurde, zonder dat ik van mijn plaats kwam.'


Is er een link met de echte wereld? Heeft hetgeen wat hij ’s nachts doet, gevolgen voor de echte wereld?


Een verhaal met verschillende lagen, met als grote thema angst.
Hoe om te gaan met de angsten die je in de dagelijkse wereld overvallen. Hoe weet je nu wat er goed is, en wat slecht?
Gebeurt het allemaal wel echt dan? Dat is de grote vraag. Wat is er met dat meisje aan de hand? Zijn het dromen? Hallucinaties?
Lastige kwesties als je pas tien jaar oud bent. En als ook de eerste gevoelens op het gebied van seksualiteit ontluiken.


Ik vind dat er te weinig wordt ingegaan op de gevoelens van het joch. Hij vindt het vreemd wat er gebeurt, begrijpt het niet, maar tegelijk doet hij haast willoos wat het meisje wil. De reden daarvan is waarschijnlijk wel zijn nieuwsgierigheid, hij wil weten hoe het zit, maar mag niets vragen. Dit dilemma komt te weinig tot uiting.

ISBN 9789045120690 | paperback | 200 pagina's | Querido | augustus 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 4 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kalle
Tom Moorhouse


Kalle is een rat. Een jonge, lieve, bedachtzame, bruine rat. Hij heeft zijn Moeders beloofd goed op zijn broer Splinter te letten. Maar Splinter heeft precies het tegenovergestelde karakter en uiterlijk dan Kalle. Splinter is spierwit en hij is ondernemend, nieuwsgierig, onbezonnen. Splinter dendert op alles af, hij heeft haast, hij wil alles zien, alles meemaken.  Kalle heeft zijn poten vol aan Splinter.

Die nacht wordt Kalle wakker gemaakt door zijn moeders, Splinter is weg, op naamjacht. Jonge ratten moeten namelijk hun naam verdienen en alleen gemarkeerde jongelingen mogen op jacht. Kalle en Splinter zijn nog maar flapvoeters, die mogen nog niet jagen, die zijn nog te jong. Maar de brutale Splinter heeft er maling aan. Hij zal en moet op naamjacht.

Door Bink, een jongeling, op een ruzieachtige manier uit zijn tent te lokken en net zo lang doorgaat totdat Bink naar hem uithaalt weet Splinter zijn markering te krijgen. Hij is nu een prooizoeker en mag op naamjacht! Kalle die tussen de twee ruziënde ratten sprong is nu ook gemarkeerd, hij mag zeer tegen zijn zin in, mee met Splinter. De Leider van de Doornhaag, hun woonplaats, waarschuwt de jonge ratten dat ze niet in Drasland mogen komen. Hij adviseert ze:


'Jaag dapper, ontdek het onbekende, maar blijf op ons terrein. Jullie weten dat jullie niet op Drasland mogen komen.' Hij keek de jongelingen streng aan. 'Haal je buit op, verdien je naam. Gedraag je als een edele rat van onze clan. Of sterf eervol, dan zal de Stroper je naar het Land van Botten leiden. [...] 'Maar keer je terug zonder respect te hebben verdiend, dan zal je als zwoeger leven, zonder dat de clan zich om je bekommerd. [...] Wegblijven is dan misschien nog beter. '


Er hangt dus behoorlijk veel van de naamjacht af. Kalle wil helemaal nog niet op jacht maar hij heeft nu eenmaal aan zijn Moeders beloofd op Splinter te letten. En zo begint het enorme avontuur van de twee rattenbroertjes, een avontuur dat enorme impact op hen beiden zal hebben.

Splinter is zo roekeloos dat hij hun leven én het leven van de clanleden meerdere keren in gevaar brengt. Splinter denkt niet na, hij handelt eerst en ziet dan pas de consequenties. Alles moet gaan zoals hij het wil en Kalle laveert er tussendoor. Hij strijkt dingen recht door te praten. Kalle is namelijk totaal geen vechter maar wel heel goed gebekt. Hij weet tot ergernis van Splinter vaak de goede toon te treffen zodat diverse zeer hachelijke situaties met een sisser aflopen.

Ondanks dat Splinter hem naar oorden voert waar hij niet wil zijn, heeft Kalle diep in zijn hart te doen met zijn spierwitte broer, die altijd met argwaan bekeken wordt. Splinter wil zo vreselijk graag een heldennaam verdienen. Dan zal hij eindelijk met respect behandeld worden. Dat zijn broer Kalle eigenlijk meer respect verdient, ontgaat hem volledig. Splinter gaat maar door, het verboden Drasland lokt... Het gevaar dreigt en wordt steeds groter. Zullen ze het eigenlijk wel overleven? Zullen ze hun naam uiteindelijk wel krijgen?

Tom Moorhouse weet het leven van de ratten zo te beschrijven dat je volledig opgaat in hun manier van leven en als het ware meerent door de gangen en onheilspellende oorden. Je haren gaan bijna ook overeind staan als er gevaar dreigt en meerdere keren zit je met gekromde tenen als Splinter weer een domme stunt uithaalt. En Kalle... Kalle sluit je in je hart. Je zou willen dat je hem écht kende, dat het je vriend was.
Kortom, prachtig, ontroerend én spannend boek. Grote aanrader. Vooral lezen!


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789050116114 | Hardcover | 251 pagina's | Uitgeverij KNNV | april 2017
Met fraaie zwart wit illustraties van Sonja Evers | Mooi vertaald door Aiméé Warmerdam | Leeftijd 10+

© Dettie, 8 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

So boho
Elvy's eigen wereld: Deel 1
Jill Schirnhofer


Elvy (13) is helemaal gek van tekenen. Onder de les, thuis, op haar kamer, altijd en overal zit ze te tekenen. Ze verheugt zich al op de vakantie dan kan ze weer naar tante Flora in Frankrijk: drie weken alleen maar tekenen op zolder. Maar haar ouders hebben andere plannen. Elvy moet maar eens onder de mensen komen. Ze geven haar een folder van Club Summer Jongerenvakanties, maar alles wat ze daarin ziet, vindt ze verschrikkelijk. Ze gaat echt niet op kamp! No way.


'En als we Joyce nou eens vragen of je bij haar mag komen logeren? vraagt haar vader dan. Joy, zoals Elvy's zus  genoemd wordt, leidt een hippieleven op Ibiza. Ze woont op een afgelegen boerderij en heel haar doen en laten is te volgen op haar populaire lifestyleblog. Dat ziet Elvy wel zitten. Hippies zijn ruimdenkend, toch? Daar kan ze vast de hele dag in de zon zitten tekenen, yes! Het is een topplan!


En zo staat Elvy een maand later bij de finca van Joy, die de boerderij deelt met Ava, Taco en chihuahua Rambo. Van buiten lijkt de boerderij niet bijzonder maar van binnen is het een explosie van kleuren. Elvy weet niet wat ze ziet.
De volgende dag krijgt Joy nieuwe buren, ze is laaiend enthousiast want het is niemand minder dan Lola Kingston, hét fashion-icoon uit Londen, met haar dochter Kate. Als Elvy de wanhopige blik van Kate ziet, hoopt ze dat misschien een bondgenoot in Kate zal vinden maar niets blijkt aanvankelijk minder waar. Kate is net zo verwaand als haar moeder. Maar gelukkig blijkt dat maar een pose om haar kwetsbaarheid achter te verbergen.  Uiteindelijk worden de meiden zelfs dikke vriendinnen, iets waar ze alle twee aan moeten wennen want ze hebben nooit een echte vriendin gehad!


Het wordt een heel bijzondere zomer. Huisgenoten Taco en Ava blijken erg aardig te zijn en Evy geniet van deze innemende, hartelijke mensen. Iedereen op het eiland is helemaal zichzelf valt Elvy op. Niemand doet neerbuigend of onvriendelijk en dat is erg prettig om mee te maken.
Ondertussen heeft Joy de liefde van haar leven ontmoet maar dat loopt niet helemaal lekker en Joy is blij dat haar zus er is, die haar weer een duwtje in de rug geeft zodat ze weer verder kan.
De ondernemende, extraverte Kate en de meer behoudende, beetje verlegen Elvy blijken elkaar mooi aan te vullen. Zo goed zelfs dat ze hun talenten kunnen koppelen en zelfs met veel succes een eigen kledinglabel beginnen. (Kan dat als je dertien bent?) Elvy weet niet wat haar overkomt. Nu kan ze de hele dag tekenen en niemand die het erg vindt! Wat een vakantie!


Dit eerste deel over Elvy eindigt met een fantastische, supergeweldige uitnodiging en daarover krijgen we alles te lezen in deel 2. Maar voor dat dat uitkomt kunnen we zelf ook nog aan de slag. Achter in het boek staan namelijk 'pimp je kleding' tips van Elvy en Kate, recepten van Joy en Taco variërend van een recept voor een gezichtmasker en sinaasappel-rozenbodyscrub tot vollemaankoekjes, pastinaakpatatjes en Taco's bananasplit. De lieve Ava geeft ook nog een aantal meditatie en yogatips.
Kortom, een vlotgeschreven verhaal waarvan jonge meiden zullen smullen.


De bladzijden in het boek zijn opgesierd met allerlei kleine sierlijke zwart-wit tekeningetjes van Jill Schirnhofer zelf. Zij is namelijk een multitalent lezen we achterop het boek. Ze schrijft, tekent, ontwerpt, maakt tv-programma's, acteert, vlogt en blogt.  Met Elvy's eigen wereld is een jeugddroom in vervulling gegaan.


ISBN 9789025766092 | Hardcover | 223 pagina's | Uitgeverij Gottmer | april 2017
Afmeting Leeftijd vanaf 10 jaar

© Dettie, 2 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe heimwee van Faxi
Christine Linneweever


Het tiende boek in de serie Gouden paarden gaat over een IJslandse pony. Faxi is niet zomaar een IJslandse pony, hij heeft een bijzondere kleur, hij is een zilverappel. Kenmerkend voor zilverappels zijn vooral de witte wimpers. Verder hebben ze een donker(der) lijf en zilvergrijze manen. Faxi is natuurlijk de hoofdpersoon (dat kan ik wel zo zeggen, denk ik. Een paard is een edel dier, heeft een hoofd en benen en dit dier een persoon noemen kan wel).
Naast Faxi is er Noor. Zij is ook bijzonder: ze heeft een IJslandse moeder en een Nederlandse vader, en moet herhaaldelijk verhuizen omdat haar vader steeds ergens anders werkt.


Als het verhaal begint woont Noor op IJsland, waar ook haar oma woont. Ze vindt het er fantastisch, en het wordt nog beter als ze de paardenboerderij ontdekt, die onder leiding staat van Ingaborg. Deze laatste heeft snel door dat Noor een geweldige hulp is. Het meisje is dol op paarden en brengt al haar vrije tijd door op de boerderij. En met Faxi samen vormt ze een gouden team: ze trainen samen en winnen wedstrijden. Ook helpt ze bij de toeristentochten: vanaf de boerderij kun je namelijk tochten maken op IJslandse paarden. Zo leren Faxi en Noor Nicole kennen, ook een Nederlandse. Echt aardig vinden ze haar niet, maar dat maakt niet uit, ze vertrekt toch weer naar Nederland.


Dan gebeurt de ramp, die er natuurlijk aan zat te komen. Noors vader moet verhuizen naar Finland. En Noor moet mee…
Ook voor Faxi blijft het leven niet zoals het was. Hij mag mee naar Nederland om wedstrijden te rijden, dat lijkt hem leuk! Misschien ziet hij Noor wel? Maar het paard weet dan nog niet dat paarden die eenmaal in het buitenland zijn, niet meer terug mogen naar IJsland.
Zullen Faxi en Noor elkaar ooit weer terugzien?


Het verhaal wordt net als in de andere boeken van de Gouden serie verteld vanuit het paard. Het is zíjn belevingswereld. Mede daardoor krijg je heel veel informatie mee over hoe je als ruiter het beste om kunt gaan met een paard, want je leest hoe hij bepaalde dingen ervaart.
Het begint pittig, omdat er veel achtergrondinformatie gegeven moet worden. Voor paardenmeisjes en - jongens geen probleem natuurlijk en komt het verhaal eenmaal op gang, dan lees je het in een ruk uit. Want dan wordt het spannend!


ISBN 9789020622294 | hardcover |244 pagina's | Uitgeverij Kluitman| april 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 4 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altStein Knap en het mysterie van de parallelle universums
Of hoe je met een rottende banaan naar een andere wereld kunt reizen
illustraties: Spike Gerrell
tekst: Christopher Edge


De elfjarige Stein heeft bijzondere ouders. Zij werken allebei in de mijn, en nee, niet als mijnwerkers. De mijn is verlaten, en het is veilig om daar ‘de hightech apparatuur te gebruiken zonder interferentie van kosmische straling op hun experimenten’ (sic).
Maar Steins wereld wordt totaal op zijn kop gezet doordat zijn moeder ziek wordt en sterft. Daar kan al die wetenschap niets aan veranderen, en niemand kan Stein vertellen of er een hemel bestaat. De dominee beweert dat zij daar is, en zijn vader geeft niet echt een antwoord. Hij begint te vertellen over de kwantummechanica, over atomen die zich vreemd gedragen, over parallelle werelden. Zijn conclusie is dat de moeder van Stein in een parallel universum nog leeft.


Heeft Stein daar wat aan? Tja. Nu is Stein geen domme jongen - wat wil je met zulke ouders, hij gaat op zoek naar meer informatie over de kwantummechanica. Hij zal het zelf moeten doen, want zijn vader vindt dat het leven door moet gaan en dat betekent dat hij geen tijd heeft voor zijn zoon. Hij gaat op reis, om televisieprogramma’s te maken over natuurkundige verschijnselen. Stein woont bij opa Joe, een lieve opa, maar hij is niet zijn moeder of zijn vader. Opa zegt dat oma in de hemel al vleugels aan het uitzoeken is voor mama. En opa vindt dat een film kijken helpt. Opa heeft ook geen verstand van kwantummechanica.


Stein langzamerhand wel, hij ontdekt dat hij met de supergeavanceerde computer van zijn moeder, plus een doos en een banaan (!) een heel eind komt. Zijn proefobject, Dylan, de kat van de buren, is zomaar verdwenen toen hij in die doos gestopt werd. Dus Stein gaat het ook proberen.
En ja hoor, hij komt in een parallelle wereld, meerdere zelfs. Werelden die uiterlijk hetzelfde lijken maar in details verschillen. Hij komt er zichzelf tegen, dus misschien zijn moeder ook?


Gezien het onderwerp is dit best een pittig boek, zie alleen al de zin hierboven. Maar omdat het eigenlijke thema rouw is, zou een jonge lezer die geleerde informatie kunnen laten zitten en genieten van de rest. Er zit namelijk veel humor in en er zijn leuke tekeningetjes die de boel opvrolijken. Op deze manier wordt het onderwerp rouwverwerking helemaal niet zwaar aangezet.


Ook het normale leven krijgt aandacht. Stein moet natuurlijk gewoon naar school, waar je heel gewoon pestkoppen vindt maar ook lieve kinderen.
Of er een antwoord komt op Steins oorspronkelijke vraag of de hemel bestaat? Daarvoor moet je het boek lezen. Geniet er van!


Dit is het eerste boek van Christopher Edge dat in het Nederlands vertaald is. Zijn boeken werden in Groot-Brittannië genomineerd voor diverse prijzen.


ISBN 9789030502760 | Paperback | 208 pagina's | Meis en Maas | februari 2017
Vertaald door Nan Lenders | Leeftijd 10+

© Marjo, 27 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altAlles voor de liefste pony
Yvonne Kroonenberg


Pip is de jongste in een gezin met drie meiden. Haar vader had bij de derde heel erg gehoopt op een jongen en was flink teleurgesteld. Maar hij weet zijn van zijn jongste een halve jongen te maken, ze gaat met hem vissen en zelfs biljarten en is dus zijn lievelingetje. Als Pip negen jaar is geeft ze aan dat ze wil gaan ponyrijden, zegt hij: ‘Je wordt toch geen paardentutje?’ Maar tenslotte gaat hij mee naar de manege. Misschien wel omdat haar moeder het ook niets vindt: die ziet het al voor zich: overal in huis kleren die naar paard stinken! En er is een klein beetje sprake van een machtsstrijd tussen haar ouders, ze kibbelen veel, maar gelukkig knuffelen ze ook.


‘Je zult zien dat het niks voor je is,’ zei hij onderweg er naar toe, ‘op zo’n manege komen allemaal meisjes met roze kleren en het enige wat ze willen is pony’s poetsen, pony’s aaien en dan suffe rondjes rijden in een bak zand.’


Dat roze hoeft niet, denkt Pip, maar de rest: nou graag! Ze zet door en haar vader gaat dan maar met haar mee. Als hij ontdekt dat ze ook kan springen, vindt hij het ineens wel leuk: dan kan ze meedoen aan spannende wedstrijden!


Bij de eerste wedstrijd gaat het fout. Pip valt met de pony die ze dan berijdt, haar ribben zijn gekneusd, en ook de pony is gewond. Beiden zullen zes weken niet kunnen rijden. Ha, denkt haar vader: dan kan ze mee naar de sportschool! Of gaan we samen badmintonnen! Maar Pip zet door: ook als ze niet kan rijden, ze kan wel de pony’s verzorgen en andere karweitjes doen. En hoewel er in het paardenwereldje veel jaloezie heerst, ze maakt er ook nieuwe vriendinnen.
En omdat ze ook wat beter haar best doet op school, draait ook haar moeder bij. Alles is goed… Maar, zal ze ooit weer lekker kunnen rijden of springen? En de gewonde pony?

Een lekker leesboek over een meisje dat vastbesloten is om haar eigen leven te gaan leiden, ondanks de tegenwerking van thuis, en de tegenslag die haar verder overkomt. Tussendoor bemoeit ze ook nog even de liefdesperikelen van haar zus, zodat er ook een vleugje romantiek in het verhaal zit.
Omdat het de grote wens van Pip is om paard te rijden, is het natuurlijk vooral een boek voor paardenmeisjes. Er staan veel termen in die te maken hebben met de paardensport.


ISBN 9789025872892 | hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Leopold | september 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 11 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt#Laatste vlog
Carry Slee


Noud en Gijs zijn de beste vrienden. Gijs heeft verkering met Femke, maar hij is nogal jaloers aangelegd. Het is al vaker gebeurd dat het uit was, maar steeds raakte het weer aan. Tot nu dan.

Gijs heeft zijn vriendin betrapt op een innige omhelzing met Jesse, en hij wil niet geloven dat Femke en Jesse gewoon vrienden zijn.  Het is nu klaar: alles wat hij ooit heeft gekregen van Femke moet verbrand worden. Het is tegen zijn zin, maar Noud helpt. Maar het blijkt een zeer domme actie: Gijs belandt in het ziekenhuis, en de vriendschap is voorbij. Noud begrijpt het wel: hij is erg laf geweest, maar dat Gijs er voor zorgt dat iedereen op school hem met de nek aankijkt, vindt hij vreselijk!


Femke en Roos zitten bij hen in de klas. Terwijl Femke net als de anderen meteen bereid is om Noud te veroordelen, twijfelt Roos. Ok, ze is verliefd op hem, maar ze gelooft hem als hij vertelt dat hij er spijt van heeft. Hij is geen lafaard, zegt hij, maar hoe moet hij dat bewijzen


Roos is fanatiek op Instagram, ze maakt artistieke foto’s, en post die daar. Ze krijgt altijd een heleboel likes. Als Noud haar vraagt een filmpje te maken van een actie waarbij hij laat zien dat hij geen watje is, om op YouTube te zetten, inspireert dat Gijs en Jesse om ook filmpjes te maken, en Roos filmt ook voor hen. Maar ze gaan wel erg ver!
In Roos’ leven verandert nog meer: ineens komt Susan, de dochter van haar stiefvader bij hen wonen en ze doet helemaal niet aardig. Er is iets met haar aan de hand en het heeft te maken met al dat geld dat ze steeds maar leent.
Noud die wil bewijzen dat hij heus wel moedig is, en Roos die er achter wil komen wat er met Susan aan de hand is. Hoe komen die twee bij elkaar?


Eigenlijk is Roos degene waar alles wat er in het boek gebeurt om draait. Ze heeft persoonlijk geen problemen, maar raakt wel betrokken bij de sores van anderen. En omdat ze zo aardig is, wil ze iedereen helpen. Haar tegenpool is Gijs, die nogal een kort lontje heeft, en snel met een oordeel klaar staat. Het kost heel wat moeite om hem zijn fouten in te laten zien.


In een snelle opeenvolging van gebeurtenissen waarbij ook de personages nauwelijks tijd hebben om even na te denken volgt het ene probleem op het andere dat de wereld nog niet uit is. Spannend is het zeker, maar het is wel een opeenstapeling van misverstanden, foute beslissingen en ongelukjes. Gelukkig is er die verstandige Roos en wordt het allemaal wel opgelost! Qua stijl is het verhaal nauwelijks een uitdaging: het leest als een trein. Maar dat is wat de doelgroep lekker vindt om te lezen.


Carry Slee (1949, Amsterdam) was dramadocent in het middelbaar onderwijs, en de lijst met boeken die ze geschreven heeft is indrukwekkend. Ze schreef voor diverse leeftijdsgroepen en veel films zijn verfilmd. Zou met #Laatste vlog ook zomaar kunnen.


ISBN 9789048839377 | Hardcover | 208 pagina's | Uitgeverij Overamstel | augustus 2017
Leeftijd 12+

© Marjo, 21 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Breekpunt
Grand slam: Deel 1
Rick Meijer


Mats Ketelaar heeft twee dingen waar hij erg gek op is; zijn hond Jelle en tennissen. Gelukkig is zijn allerbeste vriend Stan ook een fanatiek tennisspeler. Ze zijn alle twee supergoed, zo goed zelfs dat ze morgen tegen elkaar moeten spelen in de finale van het clubkampioenschap. Degene die wint mag mee op tenniskamp.

De middag voor de wedstrijd gaan ze nog even een partijtje muurtennis spelen en uiteraard mag Jelle mee. De jongens zijn in het spel erg aan elkaar gewaagd, hoewel ze een heel andere speelstijl hebben. Natuurlijk zijn ze in hun hoofd bezig met de wedstrijd van de volgende dag...


Stan sloeg als eerste tegen de bal. 'Ben je al zenuwachtig voor morgen?'
'Je weet het toch, ik maak je helemaal in.' Mats probeerde stoer te kijken, maar dat liet hij liever aan Stan over, die was daar veel beter in dan hij. 'Nee, joh, zuchtte Mats. 'Jij mag dan harder slaan dan ik, maar ik ben veel technischer.'
Stan begint te lachen. 'haha, in je dromen.'


Toch heeft Mats wel gelijk maar dat maakt hun wedstrijden ook altijd zo spannend. Tijdens het oefenen komt Nikki, het leuke meisje uit hun klas waar Mats een beetje verliefd op is, even langs. Zij is ook een heel goede tennisster en staat ook in de finale. Ze belooft, tot groot plezier van Mats, dat ze de volgende dag naar hun wedstrijd zal komen kijken. Maar opeens zien ze tussen de bomen een oude, gerimpelde, bleke man staan, die naar het drietal staat te gluren. Het is Maffe Marinus, er worden rare verhalen over hem verteld. De kinderen vinden hem een beetje griezelig en gaan maar gauw naar huis.

De volgende dag denken ze niet meer aan Marinus, want er moet een finale gespeeld worden. Mats is blij dat zijn ouders, zusje en Jelle er ook zijn. De wedstrijd is bloedspannend, de zenuwen gieren Mats door zijn keel, en de beste van de twee wint.
Eenmaal weer thuis ontdekt Mats dat Jelle weg is en Jelle blijft weg. Hij was toch met zijn ouders meegegaan? Maar zijn ouders dachten dat Jelle met Mats was meegelopen. 
Mats is er beroerd van en mist het dier verschrikkelijk. Natuurlijk gaan ze hem zoeken en Mats is blij dat Nikki ook meedoet aan de speurtocht. Die Maffe Marinus zal er toch niets mee te maken hebben? Hij keek zo raar... Of weet hun vervelende klasgenoot Robert meer van Jelles verdwijning?


Wat volgt is een heerlijk spannend avontuur. Mats heeft het maar druk met alles want tussen het zoeken door moeten er ook nog eens een verschillende tenniswedstrijden gespeeld worden en hoe kan het toch dat hij steeds denkt dat hij Jelle hoort?

Dit eerste deel uit de nieuwe Grand Slam serie is me goed bevallen. Rick Meijer heeft van dit verhaal een mooie mix gemaakt van spanning, avontuur, humor, ernst, een beetje liefde en... tennis natuurlijk. Mats en Stan hebben een heel eigen karakter, waardoor ze elkaar mooi aanvullen. Enkele bijfiguren zoals 'slome' Tom geven het verhaal een vermakelijke, luchtige toets. Fijn boek.


'Wat een avontuur, of niet Mats?' zei Mats' vader vanachter het stuur.
Mats bleef met een lach naar buiten kijken. 'Op naar het volgende, pap.'

ISBN 9789044830422 | Hardcover | 108 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2017
Met voorwoord van Gerard van Gemert | Leeftijd 10+

© Dettie, 6 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER