Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

altJulia’s verdwijning
Finn Zetterholm


In het eerste deel van deze trilogie over het twaalfjarige Zweedse meisje Julia kon je lezen dat Julia een speciaal talent heeft. Als zij haar vinger op een schilderij legt, wordt ze zomaar in dat schilderij gezogen. Dat ontdekt ze als ze met haar opa een museum bezoekt. Beiden zijn er namelijk dol op om kunst te gaan bekijken. Julia tekent ook heel goed. Het liefst doet ze dat op dat ene groene bankje op een afgelegen plekje waar ze alleen is. Tot er op een dag een jongen verschijnt, die erg geïnteresseerd is in haar tekenboek.


In dit tweede deel heeft haar opa een verrassing: ze gaan naar een voorstelling van een illusionist! Dat is wel heel speciaal, die man is wereldberoemd. Hij doet zulke bijzondere dingen. Hij laat bijvoorbeeld twee tijgers verdwijnen. Gelukkig haalt hij ze ook weer terug. Maar... niet op de dag dat Julia en haar opa er zijn. Een van de tijgers blijft weg!
In het gedrang om naar buiten te komen raakt Julia opa kwijt. Waar is hij gebleven?


En dan krijgt ze bericht: opa is ontvoerd! Julia moet een tijdreis maken, terug gaan naar de tijd van Vincent van Gogh, om van deze schilder een paar werken te kopen. Als ze die meeneemt naar de moderne tijd en overhandigt aan de kidnappers, ziet ze haar opa terug.
Julia heeft geen keuze.


En zo gaat haar eerste reis naar het Arles van 1888, waar ze een arme schilder ontmoet. Maar als ze terug wil reizen gaat er iets fout! Ze landt wel op de goede plek, maar niet in de goede tijd. Ze moet terug. Maar ze komt op de meest vreemde plaatsen terecht.


Haar verdere avonturen laten haar kennis maken met Robinson Crusoë (eh, nee, geen kunstenaar!), met Albert Einstein, Frida Kahloo, en Caravaggio.
Maar de ontvoerders komen achter haar aan. Ze denken dat Julia expres wegblijft. Haar reizen zijn dus zeer gevaarlijk. Ook omdat die ene tijger steeds opduikt.


Net als in Julia’s reis is ook dit boek voorzien van afbeeldingen van de kunstwerken die besproken worden. Met achterin meer informatie over de kunstenaars. Het boek is leuk als je geïnteresseerd bent in kunst. Alles gaat te makkelijk, echt in gevaar komt het meisje niet. Op bepaalde magische elementen wordt ook niet ingegaan, er is geen achtergrond.
Maar zoals gezegd: voor kunstliefhebbers heel leuk.


Finn Zetterholm
(1945) werd bekend met zijn liedjes en cabaretteksten. Daarnaast schreef hij veel voor televisie. Finn heeft inmiddels elf jeugdboeken geschreven. Julia’s verdwijning is zijn tweede boek dat in Nederland verschijnt.


ISBN 9789026154300 | hardcover |384 pagina's | Uitgeverij De Fontein | november 2010
Vertaling uit het Zweeds door Erica Weeda | Leeftijd vanaf 11 jaar

© Marjo, 19 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSabel
Suzanne Wouda


Het verhaal begint in mei 1943, te Kamp Vught. Aan het woord is Max, een jongen wiens wereld zomaar ineens totaal op zijn kop is komen staan. Hoe dat ging lezen we in terugblikken vanaf april 1941. Toen het al wel oorlog was, maar een jongen van bijna elf zich daar niet druk over maakte. Hij ging naar school, droomt over cowboys en indianen, en wordt daarbij bijgestaan door zijn trouwe kat, Sabel. Maar de boze buitenwereld dringt ook zijn huis binnen. Hij moet naar een andere school, hij wordt gepest door jongens die hem als Joodse jongen een makkelijk slachtoffer vinden.


Met zijn ouders duikt hij onder. Hij dwingt af dat Sabel mee mag, al is dat helemaal niet verstandig. Hoe het ook zij, het loopt verkeerd af, dat weten we al omdat hij vertelt over zijn verblijf in Kamp Vught. Hij houdt zich vast aan zijn kat. Droomt avonturen met Sabel, en knuffelt hem in het geheim. 


Helaas kan ik niet vertellen dat het goed af zal lopen. Het is het verhaal van een kind dat van kwaad helemaal niets kent, dat droomt van een mooie toekomst die hij in duigen ziet vallen.  Hij probeert de ellende niet te zien, alleen Sabel. Maar het lukt niet, als de oorlog zijn leven steeds verder binnendringt.


Het is het verhaal van een fictief jongetje, dat zomaar echt geweest zou kunnen zijn. In juni 1943 werden kinderen uit Kamp Vught verplaatst naar Kamp Westerbork, dat voor hen niet meer dan een doorvoerstation zal zijn. Kinderen tot twaalf jaar waren in de ogen van de bezetter alleen maar ballast, ze zaten in de weg. Als makkelijke slachtoffers vonden velen de dood. Op Kamp Vught staat een gedenkteken voor al deze onschuldige kinderen, die niet hebben begrepen wat er gebeurde.


Achterin het boek vertelt Suzanne Wouda over de feiten die te maken hebben met het verhaal. Helaas zegt ze, zijn juist de dingen waarvan je zou willen dat ze fictief waren, de dingen die echt gebeurd zijn.


Tranen springen je in de ogen als je leest over Max, voor wie het leven een sprookje is, zoals zijn vader hem die zo vaak vertelt. Het is een indringend en ontroerend relaas over een dromerig jongetje die wanhopig probeert vast te houden aan de kleine dingen die het zware bestaan draaglijk maken.


Suzanne Wouda (1974, Kaatsheuvel) schreef altijd al verhalen, en is een groot fan van Thea Beckman. Zij schrijft dan ook zelf het liefst historische boeken.

ISBN 9789089672452| hardcover | 112 pagina's | Hoogland &van Klaveren | april 2016
Leeftijd vanaf ca. 10 jaar.

© Marjo, 2 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altPaardenfreak! 2: Een hart van hoefijzers
Veronique Marien


In het eerste deel van deze serie over Jolien werd verteld dat ze moest verhuizen. Haar ouders gingen scheiden, maar het ergste vond Jolien dat haar paard Serena verkocht moest worden.


Intussen heeft Jolien haar draai wel gevonden op de nieuwe manege, Klaverhof. Natuurlijk is ze Serena niet vergeten en ook haar vriendin Karen mist ze heel erg. Maar zoals dat meestal gaat, went ze snel genoeg aan haar nieuwe leven en heeft ze al snel nieuwe vrienden gemaakt. En ja, ook dat zijn weer paardenliefhebbers.


Met Maarten, Ingrid en Eva vormt ze een hecht groepje dat zich goed weert tegen het groepje meiden die rijkere ouders hebben en dus ook meer tijd om te rijden, en mooiere spullen. Zij noemen zich de Glamazones. De vier vrienden besluiten hun groepje ook een naam te geven: De Paardenfreaks.


‘Ik vind het vervelend dat ze ons altijd freaks noemt,’ mompelde Ingrid.
Maarten haalt zijn schouders op. ‘Dat zijn we toch ook? Paardenfreaks, bedoel ik. En daar schaam ik me niet voor. Integendeel, ik ben er juist trots op.’

Thuis gaat het niet op rolletjes, ze maakt veel ruzie met haar broer. De manege is haar toevluchtsoord, ze zoekt troost bij Tecumseh, ‘haar’ manegepaard.

Als een zeer bekende amazone op hun manege haar beroemde kür komt laten zien en daarbij een wedstrijd uitschrijft waarmee de winnaar een clinic van een hele dag bij haar kan winnen, oefenen de vier zich te pletter. Helaas doen ze dat illegaal. Ze hebben geen geld voor extra ritten, en doen alsof ze de paarden extra zorg geven. Natuurlijk doen de Glamazones ook mee met de wedstrijd.
Jolien is er zo druk mee, dat het ten koste gaat van haar huiswerk, en haar moeder haar vrijheid in wil perken.
En dan komt de herfstvakantie, en logeert Jolien bij haar vader.
Aan het einde van de week komt Jolien voor een groot dilemma te staan: waar zal ze haar leven voortzetten? Bij haar vader, waar geld genoeg is en haar vriendin Karen? Of kiest ze voor haar moeder en haar nieuwe vrienden?

Ook dit verhaal is voor echte paardenmeisjes. Doordat de Paardenfreaks oefenen voor de wedstrijd, kan de schrijfster in die stukjes tekst heel veel tips kwijt over de beste zit, de beste manier om een paar aanwijzingen te geven en nog meer paardentips.
Daarnaast speelt de thuissituatie en natuurlijk de keuze die Jolien moet maken een grote rol.


‘Paardenfreak!’ is het tweede deel van "Een hart van hoefijzers". Echt boeken voor paardenmeisjes! Leuk geschreven, met feitjes en humor. Spannend is het ook nog.

Voor Nederlandse lezertjes is de taal soms ook wennen, en onbedoeld grappig.

‘Wat was ze toch een pletwals’


ISBN 9789462420632 | hardcover |144 pagina's | Uitgeverij Kramat| april 2017
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 23 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De club van tien
Guido Aerts


Het eerste jeugdboek van Guido Aerts zet jongeren op een bijzondere manier aan het werk. Voorafgaand aan de drie verhalen die dit boek rijk is, wordt een opdracht gegeven waarvan vooral de eerste, vrij pittig maar wel een uitdaging is.

In dat verhaal, getiteld Bizarre tekens, maken we kennis met Emma, Ella, Noa, Jade, Marie, Arthur, Lucas, Vince, Brent en Roman ofwel de club van tien. Ze hebben een eigen clublokaal, genaamd Froghouse, dat in de tuin van de opa van Marie en Arthur staat.

Tijdens een clubbijeenkomst meldt Roman, dat er een verdachte auto gesignaleerd is in het bos. Het leek op een postwagen, maar wat doet een postwagen daar? De Club besluit op onderzoek uit te gaan en de leden vormen 5 teams bestaande uit twee personen. Ze spreken signalen af en ze moeten vooral hun gsm op de trilstand zetten zodat niemand anders kan horen dat ze er zijn. De teams vinden de meest wonderlijke zaken, zoals een schilderij, een vaas, oude schoenen enz. enz. Wat hebben die dingen met elkaar te maken? Gelukkig zijn de clubleden slim en kunnen ze heel goed het een met het ander combineren en na een heel spannend avontuur vinden ze uiteindelijk de oplossing.

In het tweede verhaal 'Het mysterieuze plateau zijn de clubleden al wat ouder, ze zitten op de hogere school in Varensdrecht. In de paasvakantie gaan ze op trektocht de bergen in. Een tante en oom van Vince en Brent hebben daar een chalet die ze mogen gebruiken. Het huisje is vrij primitief, het heeft geen leidingwater of elektriciteit, en bestaat uit een woonkeuken, een slaapkamer en een wasgelegenheid. Maar het kan de clubleden weinig schelen. Ze zullen zich wel vermaken. Maar de club zal de club niet zijn als ze niet iets heel bijzonders beleven en natuurlijk gebeurt dat ook deze keer weer.

In de buurt van het chalet is namelijk een ruïne en de altijd opmerkzame Arthur vindt het vreemd dat daar elektriciteitsdraden naartoe lopen. Waar dienen die nu voor? De ruïne is al eeuwenlang een ruïne. - Ook 's avonds wordt hij niet als attractie verlicht gezien de beschrijving van de prachtige donkere sterrenhemel. - Natuurlijk wil Arthur daar meer van weten en duikt de plaatselijke bibliotheek in om een plattegrond te vinden van het voormalige klooster. Hij weet niet wat hij zich daarmee op de hals haalt. Gelukkig reist hij niet alleen...


Bij het laatste verhaal Het raadsel van Hirch krijgen we de opdracht op internet een plattegrondje van Brussel te zoeken zodat we de zoektocht van De club van tien kunnen volgen. De Club zit deze keer in een Brusselse jeugdherberg en tijdens hun wandeling door de stad krijgen ze van een zwerver een boekje vol geheimzinnige aanwijzingen in handen gedrukt. Hij wil zijn geheim aan hen doorgeven. En een geheim is het! Het heeft iets te maken met het jaar 1939 en het voormalige modewarenhuis Hirch.  Wij als lezer speuren en lopen mee met de Club en krijgen zo heel veel informatie over de bezienswaardigheden van Brussel.


De eerste twee verhalen zijn leuk en vlot om te lezen, maar het laatste verhaal is meer een opsomming van bezienswaardigheden, die op gegeven moment niets meer aan het verhaal toevoegden. Vooral de beschrijving van alle achtenveertig ambachten die uitgebeeld worden op de zuilen van de hekken rond het park de kleine Zavel is nogal teveel van het goede.


De schrijver is Vlaams en dat is aan het taalgebruik goed te merken maar dat heeft ook zijn charme. Wel zou het prettig zijn als een goede eindredacteur het boek onder handen zou nemen. Sommige uitdrukkingen worden verkeerd gebruikt. En zo staan er nog wel meer schoonheidsfoutjes in die niet nodig zijn. Het haalt de verhalen wat naar beneden en dat is jammer, want de schrijver heeft genoeg fantasie en vertelkracht om nog veel meer leuke, spannende verhalen te creëren.


ISBN 9789402232547 | Paperback | 97 pagina's | Boekscout | 30 december 2016

© Dettie, 7 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe evolutie van Calpurnia Tate
Jacqueline Kelly


Calpurnia Tate heeft het niet makkelijk. Haar naam is nog haar minste probleem, al vindt ze die ook niets. Men noemt haar Callie. Erger is dat ze van de zeven kinderen in het gezin het enige meisje is, en dat terwijl ze liever een jongen was geweest! Hoe kan zij ooit voldoen aan de wens van haar moeder dat zij een kundige huisvrouw zal worden, zo eentje die goed kan koken en een kei is in borduren, breien en kantklossen? Maar ja, Callie leeft rond 1900, een tijd waarin vrouwen minder waren dan mannen en niet zomaar hun eigen leven konden leiden. In Texas waar ze woont wordt haar op school nog geleerd dat de aarde plat is…
Andere tijden!


Gelukkig is er haar grootvader, een man met moderne opvattingen. Hij geniet er van dat Calpurnia net als hij geïnteresseerd is in de wereld, in alles wat leeft, zelfs de kleinste diertjes. Samen met haar grootvader verzamelt ze allerlei planten en dieren, die ze dan catalogiseren. Wat een feest is het als ze op een dag een plantje ontdekken dat in geen enkel boek te vinden is! Iets nieuws! Het is altijd de grootste wens geweest van haar grootvader om een nieuw plant of een nieuw dier te ontdekken. Maar Callie wordt nu bijna twaalf en haar moeder wil dat ze zich damesachtiger gaat gedragen.


Dat is het thema van dit boek: kan een meisje opgroeiend in die tijd zich ontworstelen aan de normen en waarden die dan gelden?


Het is een prachtige jeugdroman, maar het is ook vrij pittig. De wetenschappelijke ‘naturalistische’ ontdekkingen en beschrijvingen worden dan wel verduidelijkt voor kinderen die net als Callie pas 11, 12 jaar oud zijn, maar het blijft best moeilijk.
Je krijgt een uitstekend beeld van die tijd, hoe het leven kan zijn geweest voor een jonge vrouw in die tijd. De familie Tate is welvarend, zijn hebben een katoenplantage en fabriek, en af en toe wordt ook de rassenscheiding aangestipt. En er wordt gesproken over wetenschappers als Darwin en Bell, met - helaas - maar een klein beetje aandacht voor vrouwelijke wetenschappers. Het boek beschrijft de worsteling van het meisje: de keuze tussen meegaan met de tijd en een keurig opgevoede jongedame worden, of rebelleren en voor veel moeilijkheden komen te staan.


Er zijn al meerdere boeken rond Calpurnia Tate, maar of die vertaald gaan worden weet ik niet.


Jacqueline Kelly is afkomstig uit New Zeeland, verhuisde naar Canada en later naar Texas.
Haar interesse ligt op het gebied van medicijnen en recht.


ISBN 9789045118345 | hardcover| 304 pagina's | Querido's kinderboeken | augustus 2015
Vertaald uit het Engels door Annelies Jorna | Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 24 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een hoofd vol vuur
Kees Opmeer

‘David kijkt achterom. Nu pas ziet hij de man. Hij heeft hem hier wel eens eerder gezien, een beetje rare vent. Hij is bijna kaal en hij heeft een grote zware bril op zijn neus. Als de man hem wenkt, loopt David aarzelend naar hem toe.
‘Zitten ze achter je aan?'
David knikt.
De man wijst met zijn duim achter zich. ‘Verstop je achter die struiken. Ik stuur ze wel een andere kant op.’
David weet niet wat hij moet doen. Waarom wil die man hem helpen? Thuis hebben ze al duizend keer gezegd dat je moet oppassen voor vreemde kerels.’


David heeft een kort lontje en komt daardoor vaak in de problemen. Als hij zijn broek scheurt bij het skateboarden, durft hij niet naar huis. Wat zal zijn moeder kwaad zijn! En dan denkt hij aan die oude man. Die woont alleen en kan vast wel naaien… Wat zijn vriendje ook zegt ‘enge vent’, ‘kinderlokker’, hij gelooft er niets van en zo leert hij ome Kobus kennen die inderdaad zijn broek netjes voor hem maakt.


Het is het begin van een vriendschap die door buitenstaanders met scheve ogen wordt bekeken. En het einde van een vriendschap met zijn vriendje, want die gelooft wat iedereen zegt, dat de man niet deugt. David vindt de oude man aardig, en gaat vaak naar hem toe. Kobus helpt met zijn huiswerk, ze drinken een kopje thee, en gaan samen naar de speeltuin. Daar ontmoeten ze Panja, een klein meisje.

Intussen heeft David thuis vaak ruzie met zijn oudere broer, en hij baalt er vreselijk van dat zijn ouders steeds Pauls kant kiezen. Hij, David, is altijd degene die op zijn kop krijgt. Op die momenten loopt hij weg en gaat naar Kobus. Als hij ontdekt dat de oude man zijn eigen kleinzoon al zo lang niet gezien heeft, zoekt hij die jongen en schrijft hem een briefje.


En dan komt de dag dat Panja’s ouders haar niet kunnen vinden. Meteen wordt naar Kobus gewezen, hij wordt uitgescholden en belaagd. De enige manier om dit op te lossen, zegt Kobus, is zelf het meisje vinden. Samen gaan ze op zoek. Maar intussen loopt het danig uit de hand bij het huis van Kobus…

Een realistisch verhaal over vooroordeel. En over een bijzondere vriendschap.
Zoals in de andere boeken van Kees Opmeer is ook hier de stijl duidelijk en onomwonden.

ISBN 9789026114434| Hardcover | 127 pagina's | Fontein | oktober 1998
Illustraties van Annelies Vossen Leeftijd vanaf 10 jaar.

© Marjo, 12 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet maan-mysterie
Stuart Gibbs

Het boek begint met een kaart van het maanoppervlak waar de basis staat, gevolgd door een beschrijving van welke mensen welke appartementen bewonen.


Een twintigtal mensen zit opgesloten in een speciaal gebouwd ecosysteem. Je kan niet naar buiten zonder ruimtepak, want buiten is geen zuurstof.  De bewoners zijn speciaal geselecteerd op verdraagzaamheid, omdat ze met z’n allen boven op elkaar zitten en privacy ver te zoeken is. Behalve dan voor die betalende toeristen, de familie Sjoberg, maar de overige moonies (=ruimtereizigers) bemoeien zich zo weinig mogelijk met hen, omdat het onaardige mensen zijn.


De commandant van de basis is Nina Stack, een strenge vrouw, fair en betrouwbaar, maar niet bepaald toegankelijk.
En Nina verdwijnt. Maar dat kan helemaal niet! Waar moet je heen op de basis? Haar ruimtepak is er nog, dus naar buiten is ze ook niet. Iedereen, behalve de Sjobergs, zoekt mee.


Dashiell heeft al eerder laten zien dat hij speurderskwaliteiten heeft ( zie De Maan-zaak) en ook nu raakt hij er bij betrokken. Wat niemand weet is dat hij hulp krijgt van een alien, Zan. Zij laat zich alleen aan Dash zien. Dat brengt hem wel eens in de problemen, want als hij met Zan praat, en iemand hoort hem dan wil die weten met wie hij praat. Nu heeft zijn zusje ook iets dergelijks. De zesjarige Violet beweert dat er een walrus op de wc zit, die met haar praat…

Kan Dash ook dit mysterie oplossen? Waar is Nina? Wat is er met haar gebeurd?


‘Hou je vast!’ schreeuwde Kira.
Dat hoefde ze niet te zeggen. K hield het onderstel zo stevig mogelijk vast met mijn rechterhand en omklemde de reparatieset met mijn linkerhand.
Gelukkig landden we niet op een stuk rots, mar op een vlak stuk grond bedekt met maanstof. De neus van de maanwagen boorde zich in de grond, waardoor een golf van stof over ons heen stroomde en alles in één keer verblindend wit werd. Ik werd naar voren gesmeten, maar mijn riem hield me tegen en rukte me onzacht terug in mijn stoel. De reparatieset schoot uit mijn hand.
Ik had mijn ogen dichtgedaan toen ik me schrap zette voor de klap, en toen ik ze weer opende zag ik niets dan duisternis om me heen. Even was ik verlamd van angst, bang dat ik blind geworden was, maar toen besefte ik dat mijn vizier gewoon bedekt was met stof.’


Opnieuw een spannend maanavontuur. Tussen de hoofdstukken door kun je van alles te weten komen over de maan, en het leven daar. Er zijn bijvoorbeeld uittreksels uit de Officiële Bewonershandleiding voor Maanbasis Alfa over hoe je je moet gedragen en hoe je met de spullen om moet gaan.
Buiten die ingelast stukken lees je een lekker sciencefictionverhaal, waarin de personages heel herkenbaar zijn. Die afschuwelijke familie Sjonberg lijkt de sfeer grondig te bederven, en dat vinden ze nog leuk ook. Gelukkig zijn de anderen dan een hechte groep, maar ook bij die groep zijn er onderling allerlei dingetjes aan de hand. Je hebt bijvoorbeeld Roddy, die verliefd is op twee meisjes en daarbij erg irritant dan doen. En er is Violet, het weetgierige en nieuwsgierige zusje met haar eigenwijze opmerkingen.


Erg leuk dus. En gelukkig heeft Stuart Gibbs op het einde een opening gemaakt om nog meer delen te kunnen schrijven voor zijn fans. Zodat hij er op een prettige manier op kan blijven wijzen dat de toekomst van de aarde in handen van zijn lezers ligt.


ISBN 9789000345991 | hardcover| 320 pagina's | Holkema & Warendorf Uitgevers | mei 2016
Vertaald uit het Engels door Sofia Engelsman | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 29 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Wonderlingen
Brian Selznick


Dit 652 pagina's tellende, mooi uitgevoerde jeugdboek is opgesplitst in twee deden.
Het eerste deel beslaat 390 pagina's en is gevuld met zwart/wit/grijs gekleurde krachtige, verhalende potloodtekeningen zonder tekst waarop we de levensloop van de familie Wonderling kunnen volgen die in 1766 begint.


Het begint gelijk al spannend. We zien een meisje vastgebonden aan de mast van een schip, ze wordt aangevallen door een monster, maar gelukkig wordt ze gered door een engel. Het blijken fragmenten van een toneelstuk te zijn dat opgevoerd wordt aan boord van het schip genaamd Kraken. Maar het is ondertussen flink gaan stormen en het schip vergaat. Het meisje weet de engel en de hond te redden en ze spoelen aan op een eiland. Daar ontdekken we dat het meisje verkleed was voor het toneelstuk. Ze is in feite een jongen, Billy Wonderling genaamd. Helaas bezwijkt de engel, die Billy's broer was, maar Billy zelf en de hond worden door een passerend schip opgepikt, lezen we in een krantenartikel, en meegevoerd naar Londen.


Billy vindt werk in de splinternieuwe Londense Koninklijke Schouwburg waar een kunstenaar, die erg onder de indruk van Billy's verhaal was een engel op het plafond heeft geschilderd ter nagedachtenis aan Billy's broer.
Billy doet verder zijn achternaam eer aan. Zijn hele leven blijft wonderlijk. Als hij al bijna volwassen is, vindt hij achter de schouwburg een vondeling en noemt hem Marcus, die al gauw de lieveling van de toneelspelers is. Marcus trouwt en krijgt ook weer een kind, Alexander, die heel erg wonderlijk is. En zo volgen we verschillende leden van de toneelspelende familie Wonderling tot die ene dag, waarop het noodlot toesloeg... Hoe dat afloopt? Dat komen we niet te weten, of wel?


Vervolgens gaat het boek over in deel 2 dat is weergegeven in een geschreven tekst en begint in het jaar 1990. In dit deel ontmoeten we Joseph  die onderweg is naar zijn oom Albert, woonachtig in Folgate Street 18, Londen. Oom Albert weet niet dat de jongen in aantocht is want Joseph is gevlucht van de St. Antoniusschool. Hij zou dat samen met zijn vriend Knip doen, maar Knip werd plotseling van school gehaald en Joseph zal en moet zijn enige vriend terugvinden. Hun bestemming was oom Albert, de broer van zijn moeder, een oom waarvan Joseph tot voor kort niet eens wist dat hij bestond.

Oom Albert is een eigenaardige maar niet onvriendelijke man. Toch vindt hij dat Joseph terug naar school moet maar Joseph heeft het geluk dat hij flink ziek wordt en daardoor niet weg kan. Vervolgens wordt de zachtaardige jongen langzamerhand toegelaten in het wonderlijke leven van oom Albert dat nauw verweven is met... de familie Wonderling, waardoor Joseph van de ene verbazing, verrassing en verbijstering in de andere rolt.  Het verhaal eindigt weer met een aantal tekeningen die ook weer voor de nodige verrassende wendingen zorgen.


Albert Selznick heeft een enorme en gedurfde prestatie geleverd door dit boek op deze manier te presenteren. De tekeningen waar het boek mee begint, boeien van het begin tot het einde en vormen een mooi, imponerend verhaal waarbij de grote schrijvers als Shakespeare en de dichter W. B Yeats ook de revue passeren. Het tweede deel is mysterieus en meeslepend. Je wil steeds verder lezen om te weten hoe Joseph langzamerhand de puzzel die zijn oom met zijn bijzondere levenswijze gecreëerd heeft, weet te ontraadselen. Alles in het huis van oom Albert draait om één zinnetje Aut visum - aut non (Je ziet het of je ziet het niet)


Jammer dat het boek uit is, ik had nog wel wat langer bij oom Albert, Joseph en het wonderlijke huis willen blijven. Het zal me niets verbazen als dit boek in de prijzen gaat vallen en dat verdient het ook.


Leuk detail, het verhaal is geïnspireerd op het Dennis Servers House, 18 Folgate Street, Londen


ISBN 9789401433815 | Hardcover | 652 pagina's | Uitgeverij Lannoo | 18 mei 2016
Vertaald door Aleid van Eekelen-Benders | leeftijd 12+

Dettie, 19 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ademloos
illustraties: Mark Janssen
tekst: Gerard van Gemert


'Hij zit er weer.'[...]
'Lekker laten zitten[...]
'Meen je dat nou echt?'
'Ja joh, die gasten stelen alles wat los en vast zit. Als ze het maar kunnen verkopen voor een paar euro.'


Joey heeft al een paar keer de jongen uit het asielzoekerscentrum aan de rand van het voetbalveldje zien zitten. Maar Leander moet niets van het joch hebben en dat vindt Joey erg vervelend. De jongen ziet er heel vriendelijk uit en kan volgens Joey best goed voetballen. Maar toen hij aan zijn vrienden vroeg of de jongen met hen mee mocht doen zei Rens; "Voor je het weet, schopt hij ons invalide." De vooroordelen zijn dus niet van de lucht. Maar als ze een speler tekort komen, lukt het Joey toch zijn vrienden over te halen, Adil mag mee voetballen en zo doet Adil zijn intrede in het leven van Joey. Al snel blijkt dat Adil een enorm voetbaltalent is, hij zou een grote aanwinst voor de voetbalclub zijn. Maar ook het bestuur, met name Joey's vader, heeft zo zijn bedenkingen over asielzoekers...


Natuurlijk komt, zoals in zoveel boeken van Gerard van Gemert, ook in dit verhaal voetballen voor maar deze keer is dat niet de spil waar het om draait. Integendeel zelfs, Gerard van Gemert verrast ons namelijk met een erg mooi maar schrijnend en verdrietig verhaal rond een Syrische jongen die aan Joey vertelt over alle gebeurtenissen in Syrië waardoor ze hun huis kwijtraakten en moesten vluchten. Hij vertelt over de vreselijke bootreis die slachtoffers kostte en over het leven in het asielzoekerscentrum waar ze nu het beste van proberen te maken. Het verhaal is indrukwekkend en de mooie, gekleurde afbeeldingen van Mark Janssen verhogen de impact daarvan.


Het is knap van Gerard van Gemert dat hij door middel van de vragen van Joey en de reacties van Joey's vrienden en vader op de aanwezigheid van asielzoekers precies weet weer te geven wat er in Nederland voor gedachtes leven omtrent deze mensen. Vooral de opmerkingen van de vader van Joey zijn behoorlijk hard maar wel reëel weergegeven want het wordt in werkelijkheid écht gezegd en gedacht.
In klip en klare taal worden alle (voor)oordelen rond vluchtelingen én de werkelijkheid uit de doeken gedaan en tezamen vormt het een aangrijpend, prachtig, hartverwarmend verhaal rond twee jongetjes die wél open staan voor elkaar, wél naar elkaar willen luisteren en wél begrip hebben voor elkaar.

'Gerard van Gemert houdt een warm pleidooi voor openheid in tijden van wantrouwen en toenemende vreemdelingenhaat. Een belangrijk boek voor iedereen vanaf 10 jaar,' is op de achterkant van het boek te lezen. Daar kan ik het alleen maar helemaal mee eens zijn. Sterker nog, dit boek zou op alle scholen verplichte kost moeten zijn! Lezen dit boek!


ISBN 9789044829594 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2017
Leeftijd 10+

© Dettie, 3 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe Waterwaack van Natterlande
Marco Kunst


Vanaf de eerste pagina is het duidelijk: we gaan grote avonturen beleven. De elfjarige Toffee begint te vertellen hoe het allemaal begon op een doodgewone zaterdag. Toffee heeft een tweelingzus, Gum, en om en om zullen zij het verhaal uit de doeken doen.


Hun ouders zijn Henk en Hera, maar aan hen hebben de kinderen niet zoveel. Zij zijn alleen maar bezig met hun computers, de hele godganselijke dag door zitten ze te rammelen, bezig met geld verdienen. Voor de kinderen hebben ze niet veel aandacht over. Maar gelukkig besteden hun kindermeisjes die eigenlijk het hele huishouden doen, de Braziliaanse Limona en haar dochter Vanilia, veel aandacht aan hen. Er is ook nog een baby in het huishouden, Kaka genaamd. Hij is de zoon van Vanilia.


Op die doodgewone zaterdag gebeurden een aantal bijzondere dingen, waarvan het belangrijkste was dat de bel ging.
Niets bijzonders zou je zeggen, maar het was de postbode, en die postbode bracht een envelop van het Watersnoodtariskantoor Klok & Kwelwater. Het ging over een erfenis! Spannend, vinden de kinderen. Moeder vindt het maar niets. De erfenis is de zomp, een gigantisch moerassig niemandsland, en het bijbehorende gebouw, de Waterwaack. Vlak naast de zomp ligt de stad Natterlande, die uit zijn voegen barst.
Maar als de ouders de mogelijkheden zien: een volledige nieuwe woonwijk bouwen – dat is Hera’s werk – en het gebied ontwikkelen en wegen aanleggen – dat doet Henk – dan verhuizen ze onmiddellijk naar de Waterwaack.


Als ze daar arriveren ontdekken ze dat er nog twee erfgenamen zijn, en dat de watersnoodtaris na een jaar pas zal beslissen wie er blijft wonen. En het is een vreemd huis: verbouwen lukt niet, het is een log en zompig huis, en hun medebewoners, ome Trees en tante Thé zijn bepaald eigenaardig. Maar het meest bijzondere is dat zich onder het moeras en de stad een levend wezen bevindt, een soort reuzemossel. De taak van de Waterwaack is het dier beschermen. Dat is precies het tegendeel van wat Henk en Hera van plan zijn, want bouwen en wegen aanleggen zal het dier doen omkomen. Het protesteert: problemen dus, heel veel problemen!

Toffee en Gum zijn twee nieuwsgierige ondernemende kinderen, die open staan voor de wereld, en al snel meer weten van hoe het allemaal zit daar in Natterlande dan hun ouders, die helemaal geen belangstelling hebben voor dingen die geen geld opleveren.
En de tweeling doet haar best, want zij hebben visie, en luisteren naar iedereen die iets te vertellen heeft. En natuurlijk zijn ze het af en toe oneens, en hebben ze commentaar op elkaar.


‘We kwamen tot de conclusie dat je dingen die je niet wilt zien vaak ook niet kunt zien. Gewoon omdat je er niet in gelooft. Pap geloofde niet in bovennatuurlijke dingen en daarom deed hij alsof er iets doodgewoons was gebeurd.’


Een knotsgek verhaal met wel degelijk een serieuze ondertoon. Want gaat het in feite niet om de manier waarop de mens het land en het water behandelen? Hoe fout het is dat de mens alleen maar handelt met oog op eigen gewin en eigenbelang, zonder zich te storen aan de betekenis die de natuur nu en in de toekomst heeft?


Ook zonder dat die boodschap doordringt bij de jonge lezer is dit een heerlijk verhaal dat gelezen moet worden. De betekenis die de namen hebben gaan misschien ook te ver voor een jonge lezer, maar genieten van de soms bizarre verbeelding waar Marco Kunst ons op trakteert, dat kunnen ze zeker wel! Genieten ook van het heerlijke spel met taal en de vaak zelfverzonnen woorden.


‘Sinds onze grootmoeder, Borbara van Borsele, in een vlaag van verstandsverbijstering onze eigen bronbaas de dood injoeg door hem vol goede bedoelingen een olietanker vol petroleum te voeren, leidt onze familie een zwervend bestaan,’ legde Belonda uit. Je kon zien dat ze dat helemaal niet erg vond. Ze grijnsde een paar rotte voortanden bloot en aaide liefkozend het vlekkerige koper van haar jachthoorn. ‘Het arme beest had last van vleksmeer en belzwellingen. Oma dacht dat ruwe stookolie hem goed zou doen. Nou, mooi niet, helemaal naar de vaantjes ging hij. Toen naar de gallemiezen. Eindpunt ratsmodee… En nou staat er zo’n stumperige kerncentrale op ons ouwe landje. Het zal mij ossenworst wezen.‘


Dit kleine stukje tekst is een klein voorbeeld van hoe het boek is: de taal, de dubbele bodem, en het avontuur plus de humor. En dan ziet het boek er ook nog heel bijzonder uit. Een mooie omslag, kaarten aan de binnenzijde daarvan, mooie illustraties in kleur van Marieke Nelissen en een duidelijke bladspiegel.

ISBN 9789047707769 | hardcover |417 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| januari 2017
Illustraties van Marieke Nelissen | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 20 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER