Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Winterhuis hotel
Ben Guterson


Al bij het zien bij de prachtige opengewerkte de cover weet je dat je een bijzonder boek in handen hebt. En bijzonder is het!

Het begint allemaal met Elizabeth Somers die als ze thuiskomt uit school een briefje en een tas met wat kleren voor haar huisdeur vindt. Het blijkt dat ze over drie uur in de trein naar Sternhaven moet zitten en daar de bus moet nemen naar Winterhuis Hotel. in dat hotel zal ze haar drie weken van de Kerstvakantie door moeten brengen. De akelige tante Purdy en oom Burlap, bij wie Elizabeth sinds de dood van haar ouders woont, zijn naar andere oorden vertrokken.
Daar gaat Elizabeth dan, in haar eentje, op weg naar het Winterhuis Hotel.

De reis is lang, ze is doodmoe, onderweg ontmoet ze nog twee vreemde mensen die ze een beetje eng vindt. Ze zijn helemaal in het zwart gekleed en vooral de man heeft een doordringende blik die haar een onaangenaam gevoel heeft. Wat wil die man? Later begint de vrouw ook te staren.


"Elizabeth wilde zich omdraaien, maar de blik van de vrouw was zo doordringend en angstaanjagend dat ze zich niet kon bewegen. De ogen van de vrouw boorden zich in die van haar. Eindeloos durende seconden gingen voorbij, de spanning was zo intens dat Elizabeth bijna verwachtte dat haar brillenglazen zouden springen. Het lukte haar niet weg te kijken."


Het stel stapt ook uit bij het Winterhuis Hotel, ze hebben als bagage een rare kist bij zich, het lijkt wel een doodskist denkt Elizabeth. En het gekke is, de eigenaardige vrouw in het zwart kent haar naam!  Het verhaal begint dus al goed!


Het hotel daarentegen is allesbehalve eng. Elizabeth weet niet wat ze ziet! Het hotel schittert en glanst en staat aan een prachtig meer dat omzoomt wordt door bergen.  In de enorme hal zijn twee mannen -a l twee jaar, zo blijkt -  bezig met een legpuzzel van 35.000 stukjes! De eigenaar Norbridge Falls voegt zich even later ook bij Elizabeth en Jackson. Hij is de derde op rij van de familie Falls die het hotel runt. Norbridge is leuk, lief, aardig, grappig én kan toveren...
Hij laat haar het hotel zien - er is tot Elizabeths grote vreugde een enorme bibliotheek - en leidt haar naar kamer 213. Háár kamer.


Wat Elizabeth niet weet, is dat deze drie weken haar leven totaal op zijn kop zullen zetten. Het enge stel, is écht eng ook al doen ze net alsof ze aardig zijn. De bibliotheek speelt een grote rol in het verhaal, met namen één boek, dat Elizabeth volgens Het Gevoel móest meenemen naar haar kamer, ook al mocht het niet. (Boeken spelen sowieso een grote rol in het verhaal) Het Gevoel is iets dat een soort voorspellende waarde heeft, Elizabeth weet dan dat er iets gaat gebeuren, het zou prettig zijn als ze wist wat en waarom er iets ging gebeuren...
Wat ze wèl weet, is dat er een groot geheim opgelost moet worden, dat is belangrijk voor het voortbestaan van het hotel. Gelukkig heeft ze hulp van een andere hotelgast, leeftijdsgenoot Freddy. Hij is net als Elizabeth gek op anagrammen en woordladders maken. Dat zal hen nog goed van pas komen.


We lezen hoe de twee kinderen langzamerhand verstrikt raken in een mysterie dat bijna te groot is om op te lossen. Het heeft alles met een vreemde tekst op een schilderij te maken, die tekst betekent iets, maar staat in geheimschrift en niemand weet de oplossing. Alles blijkt uiteindelijk met elkaar verweven te zijn, de portretten in de hal, de bibliotheek, de gigantische puzzel, het vreemde stel in het zwart, het hotel en zijn omgeving en nog veel meer.


Het verhaal begint als een bijzonder, apart, gezellig verhaal, waarin veel, soms spannend, speurwerk wordt verricht. Als lezer loop je mee door de gangen en kamers. Snoep je mee van de heerlijke zoetekauwtjes - de specialiteit van het hotel - sluip je 's nachts samen met de kinderen door de bibliotheek en verwonder je je over het redelijk excentrieke gedrag van Norbridge Falls. Het is heerlijk om met hen mee te kunnen puzzelen naar de oplossing van het geheim.


Maar langzamerhand wordt het verhaal serieuzer en griezeliger en tegen het einde zelfs vrij luguber. Het heeft qua sfeer en verloop wel wat weg van De schaduw van de wind, het eerste boek van Carlos Ruiz Zafón. Persoonlijk vind ik dat jammer. Het ging mij, net als het boek van Zafón, iets te ver. Het werd teveel bovennatuurlijk. Het ging dan ook uiteindelijk mijn inlevingsvermogen te boven. Waar ik eerst heerlijk in gedachte meeliep met Elizabeth, en de omgeving bijna zag en de sfeer bijna voelde, haakte ik nu af. In mijn ogen doet dat eind afbreuk aan het verhaal maar ik houd dan ook niet van dergelijke 'magie', het ligt dus vooral aan mij. Er zijn genoeg mensen die van dergelijke ontwikkleingen smullen, gezien het succes van Zafón.


Toch ik zal de laatste zijn om het boek af te kraken. Het boek is net als De schaduw van de wind heerlijk vlot en vol fantasie geschreven, het hotel en het personeel is geweldig. De spanning is constant aanwezig, je bent steeds benieuwd hoe het verhaal verder zal gaan. Je kunt nauwelijks stoppen met lezen. Elizabeth en Freddy zijn heerlijke personages met een heel eigen karakter.
Kortom, het is vooral enorm genieten. Dus... Lezen dit boek! Dat verdient het.


ISBN 9789025876074 | Hardcover met opengewerkte omslag | 319 pagina's | Leopold | oktober 2018
Vertaald door Imme Dros | Leeftijd 10+

© Dettie, 13 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zoektocht naar de Zeppelin
Annette Andela


We kunnen het ons nu nauwelijks voorstellen maar er was ooit een tijd dat vliegtuigen, luchtballonnen, zeppelins en drones nog niet bestonden. Ze moesten nog uitgevonden worden... Dit - erg humoristische - stripverhaal gaat over de uitvinders, én hun uitvinding, van (zweef)vliegende toestellen. Maar het ontstaan van de Zeppelin, staat centraal.


Het stripverhaal begint al goed, Boris en Roos treffen een keurig geklede maar heftig huilende man aan in het bos. Hij is 'sein luftschip' kwijt. Omdat de kinderen de man wel zielig vinden nemen ze hem maar mee naar huis. Na het eten vertelt hij wie hij is. 'Ich bin Ferdinand Graf von Zeppelin. Ick kom aus ein andere tijd.
Jaaa hoor... Het zal wel... 'Die man is koekoek' zegt moeder meteen. Maar hij zal het laten zien... mitkommen zegt hij. Hij neemt ze mee het bos in, en daar zien ze het... tussen de bomen hang een luchtballon. 'Mit deze ballon bin ich gekomen.' De Graaf heeft al heel wat beleefd met dat ding. Zijn ballon ist magisch!

Hij vertelt vervolgens dat hij zijn Zeppelin kwijt is en nu willen de kinderen wel mee met de Graf von Zeppelin. Dan kunnen ze hem helpen zoeken. We zien ze alle drie tegen de moeder praten, ze bidden en smeken of ze mee mogen.  'Please? Mag het? Mag het? Mag es?' En ja hoor moeder is overstag, ze stappen de luchtballon in en daar gaan ze, zwevend over het land, reizend door de tijd, reizend door de geschiedenis van de Zeppelin...


Onderweg zien ze van alles. Bijvoorbeeld een schaap met een parachute om, die van de kerktoren gegooid wordt... (het gaat goed) "Dat sind die broeders!! Joseph und Etienne Montgolfier!! Kijk dan!! Ze testen die parachute!" roept Graaf Zeppelin enthousiast uit.


En zo fietsen vliegen ze door de tijd en komen ze allerlei beroemde figuren tegen, zoals onder andere; Käthe Paulus, een soort stuntvrouw die op een zweefvliegtuigje aan een parachute hangt, Gustav Eiffel, die dankzij een ballonvlucht op het idee van de Eiffeltoren kwam, Santos Dumont de bedenker van het eerste luchtschip enz. enz.
Met deze laatste maken de Graaf en de kinderen een praatje... 'blabla, haha, blabla, haha, Doei! Daag!'

© Annette Andela

En eindelijk komen ze bij de zoekgeraakte Zeppelin aan, onder luid gejuich van het publiek! De Graaf blijkt heel populair! 'Ich bin so terug!' roept Graaf Zeppelin, maar dat duurt nog wel even... het duurt zelfs heel lang... Boris en Roos gaan maar terug naar de ballon... en dan gebeurt het, ze vliegen de lucht in... zonder Graaf!
Gelukkig komt het toch nog goed en kunnen de kinderen alsnog de Zeppelin bekijken en een rondje meevliegen.  Wauw, gaaf, wunderschön!


Aan alle leuke dingen komt helaas een eind, de kinderen worden thuisgebracht en ook het verhaal is afgelopen, het boek kan dicht. Maar je slaat het wel dicht met een brede glimlach, er zit namelijk zo enorm veel humor in de tekst en tekeningen en toch heb je ondertussen ook heel wat opgestoken over allerlei uitvindingen rond het ontstaan van (zweef)vliegtuigen, al dan niet met minimale aandrijving.


Fantastisch verhaal met even zo fantastische tekeningen. Elke school zou het boekje moeten aanschaffen. Het is ook erg goed te gebruiken voor een spreekbeurt want achterin wordt door Zeppelindeskundige Paul van Daalen allerlei feiten en weetjes verteld als toelichting op de gebeurtenissen en personages uit het verhaal.
Grote aanrader!


Zie ook enkele afbeeldingen uit het boek (klik op de plaatjes)


ISBN 9789082896602 | Paperback A5 formaat | 111 pagina's | Eigen beheer | 22 september 2108

© Dettie, 22 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Serafina en het versplinterde hart
Robert Beatty


‘Er is storm op til, dacht ze.
En die moet ik tegenhouden.’


De boeken over Serafina horen met recht in het genre fantasy thuis. Het draait om de strijd tussen goed en kwaad, en die strijd is er niet eentje met normale wapens, er zijn magische krachten bij nodig, en vooral een slim personage. Dat is Serafina zeker. Maar ze hoeft het niet alleen te doen, ze heeft vrienden.


Op het landgoed waar Serafina met haar vader woont, heeft ze de eveneens twaalfjarige Braeden leren kennen, het neefje van de heer des huizes. En al heeft hij een lichte handicap, zijn gaven om met dieren te communiceren en hen te kunnen genezen als ze gewond zijn komt heel vaak van pas. Zo ook in dit avontuur. En natuurlijk is Essie er, het kamermeisje. Zij is de enige van het gezelschap die geen speciale gaven heeft, maar ze is erg behulpzaam en heeft een zwak voor Serafina, ook al is zij maar de dochter van de man die in het souterrain woont.


In een eerder avontuur heeft Serafina, die een halve bergleeuw is, een andere bergleeuw leren kennen, met dezelfde gave als zij. Waysa kan ook kiezen of hij in menselijke dan wel dierlijke gedaante verschijnt, hij zal Serafina helpen in haar strijd tegen de tovenaar. Want dat gaat het worden: in dit derde deel moet onze heldin voor eens en altijd korte metten maken met de grote tovenaar. Uriah vormt een enorme bedreiging voor Huize Biltmore en zijn bewoners. En hij is sterk en machtig. Uriah heeft ook een dochter, Rowena. Met haar hebben we al eerder kennisgemaakt. Voor welke kant zal zij nu kiezen?


In een nawoord vraagt de schrijver aan degene die zojuist het derde avontuur heeft gelezen om niet te verklappen wat er in het verhaal gebeurt. Dat ga ik dan ook niet doen, maar dat het spannend is mag wel gezegd worden! Het verhaal draait om vriendschap en of je vrienden wel te allen tijde kunt vertrouwen. Af en toe geeft de schrijver zijn lezer een wijs lesje mee:


‘Maar ondanks alles is er een zeldzaam ding, dat nooit verandert, en dat is de geest diep binnen in ons, dat wat we als kind waren, dat wat we waren toen we groter werden, dat wat we zijn als we thuis zijn en dat wat we zijn als we de wereld ingaan.’


Het versplinterde hart is het laatste deel van de serie rond Serafina, maar we zijn nog niet van haar af. Robert Beatty kondigt aan dat zijn volgende boek zich in dezelfde omgeving zal afspelen rond een nieuw personage, en dat op een gegeven moment Serafina en Braeden wel weer op zullen duiken.
Zijn manier van  schrijven maakt dat deze fantasy zeer geschikt is voor jongere kinderen. Het is een namelijk een sprookjesachtige fantasy, en het lijkt wel of Beatty het verhaal verzint terwijl hij schrijft. Een soort improviserend schrijven.
Soms zijn er dan ook dingen waar de oplettende lezer vraagtekens bij plaatst, maar dat is niet storend omdat  je compleet in de ban bent van het verhaal.
Deze boeken spelen zich af op Huize Biltmore en de directe omgeving ervan. Huize Biltmore bestaat echt. De schrijver heeft zijn best gedaan om het landgoed historisch verantwoord te beschrijven.


ISBN 9789401442558 | Hardcover | 320 pagina's | Lannoo | juni 2018| Vanaf 10 jaar

© Marjo, 14 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vijf kinderen en Het
E. Nesbit


Met twijfel in hun hart verhuizen de kinderen Cyril, Anthea, Robert, Jane en hun broertje van twee met hun ouders vanuit een drukke stad naar een afgelegen huis ergens in Kent. Al snel weten ze evenwel dat zij heel tevreden zullen zijn in hun nieuwe huis. Er is een grote tuin met een heerlijk ruikende jasmijn; een hooizolder boven de stal en vlakbij huis blijken een kalkafgraving en een grindafgraving te liggen, dus volop plek voor avontuurlijke tochten!


‘Het fijnste van alles was dat hier geen regels waren. Hier hoorde je niet ‘je mag daar niet naar toe’ of ‘je mag dat niet doen’. In Londen zat op bijna alles wel een bordje ‘Verboden aan te raken.’ Ook als het etiket niet zichtbaar was, was dat net zo erg, want je wist gewoon dat het er zat.‘


Al snel zijn de ouders uit beeld: vader moet op zakenreis en moeder ging bij oma logeren omdat die niet lekker is. Martha, de huishoudster, moet op hen passen.


De kinderen verkennen eerst het huis en gaan dan naar buiten: naar de grindafgraving. Daar stuiten ze op een vreemd wezen dat zichzelf een psammie noemt, een zandfee. Hij vertelt dat hij wensen vervult, en spreekt af met de kinderen dat ze iedere dag een wens mogen doen. Dat begint al goed: Anthea wenst dat ze allemaal zo mooi zijn als de dag. Als dat gebeurt, herkennen ze elkaar niet eens! En als ze thuis komen ziet men hen ook aan als vreemden. Ze mogen dus niet naar binnen en krijgen geen eten!


In ieder geval weten ze dan wel een nieuwe wens voor een volgende keer: dat Martha en de andere mensen om hen heen het niet kunnen zien als er iets verandert.  Dat levert hilarische scenes op. Want terwijl de kinderen zich in een – gewenst – kasteel bevinden is datzelfde kasteel voor Martha een gewoon huis. Ze dekt de tafel voor de kinderen, maar die zien het eten niet. Overigens moeten de kinderen eerst leren na te denken voor ze een wens doen. Het is al snel onnadenkend gezegd ‘Ik wou dat..’  De psammie vervult de wens meteen.
Maar ook als ze er wel goed over nadenken, gaat het wel eens fout. Ze wensen zich rijk, maar staan er niet bij stil dat een afgraving vol gouden munten niet erg handig is als je nog kind bent. In het dorp denken ze dat ze dieven zijn.


Wat dan toch wel handig blijkt te zijn is dat de wensen slechts vervuld worden tot zonsondergang. En zo wensen de kinderen allerlei dingen die in ieder hoofdstuk een leuk avontuur opleveren, vaak ook hachelijke situaties. Wat te doen als hun moeder bij thuiskomst de juwelen van een overval op haar kamer vindt? Niemand gelooft immers het verhaal van de psammie, ze kunnen het niet uitleggen.
Toch moeten ze dit oplossen…


Dit verhaal is in 1902 in Engeland verschenen als feuilleton in een tijdschrift. In dat land is het nog altijd populair, maar het werd tot op heden nog niet in het Nederlands uitgegeven.  Zullen Nederlandse kinderen dit verhaal ook waarderen?
Het feit dat er geen moderne vervoer- of communicatiemiddelen zijn en het boek dus enigszins gedateerd is, hoeft geen belemmering te zijn. Magie is van alle tijden, en het leven van de kinderen is ook goed herkenbaar voor kinderen van nu. Deze lezers worden af en toe aangesproken door de schrijfster, die soms ook commentaar levert. Er zijn ook wel wat moeilijke woorden, maar over het geheel genomen is de conclusie toch dat het zou moeten lukken!


Edith Nesbit (1858 –1924) is een Engelse schrijfster die meer dan 60 jeugdboeken schreef.


ISBN 9789492168214 | Hardcover | 240 pagina's | Karmijn | juli 2018
Vertaald uit het Engels door Hannie Tijman | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 23 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Er was eens een kasteel
Piers Torday


Zoals ieder jaar in de Kerstvakantie moet Muis zijn tas inpakken: hij gaat met zijn moeder en twee zussen naar opa en oma van moederskant die in een afgelegen boerderij wonen, in de bergen. Er wordt al een sneeuwstorm voorspeld als ze gaan vertrekken, maar de elfjarige Muis moet flink achter de vodden gezeten worden. Hij is een dromer, is snel afgeleid en altijd met andere dingen bezig. In ieder geval gaat zijn knuffelpaard mee, Efel geheten en wat er verder in zijn tas zit blijft de vraag. Als hij tenslotte in de auto stapt heeft hij zijn pyjama nog aan, met een parka er over heen.


Zijn moeder heeft geen geduld meer, ze moeten gaan. De stemming in de auto is niet zo best, eigenlijk hebben ze er helemaal geen zin in. En dan begint het nog steeds harder te sneeuwen ook. Het kan niet uitblijven: moeder verliest de macht over het stuur, en de auto glijdt de heuvel af om ondersteboven te blijven hangen. Op dat moment had Muis zich net losgemaakt uit zijn gordel om iets te kunnen oprapen en hij wordt uit de auto geslingerd.
De oudste zus, Roos, weet haar gordel los te maken, en die van haar jongere zusje. Zij lijken ongedeerd. Maar haar moeder is bewusteloos en bloedt.

Intussen wordt Muis wakker in een landschap dat hij niet kent. Het is er ook ontzettend koud en hij is alleen. Alhoewel: er is een schaap, dat tegen hem lijkt te praten, al verstaat Muis haar niet. Er komt een paard op hem af, en dat dier is degene die Muis begeleidt op een zoektocht. Er is een monster, dat hij aanvankelijk alleen maar hoort, en het paard zegt dat hij naar een kasteel moet zoeken, om van het monster af te komen.
Een zware tocht volgt, en nog meer vreemde wezens komen op hun pad.


Gaandeweg wordt het de lezer duidelijk wat er met Muis aan de hand is. Hij is vergeten wat er gebeurd is, maar af en toe beseft hij wat zijn achtergrond is, en soms vallen er stukjes van het raadsel op hun plaats. Het paard bijvoorbeeld is zijn knuffel Efel. Raar maar waar…


Het sprookjesachtige verhaal van Muis wordt na een tijdje af en toe onderbroken door het realistische verhaal van Roos, zodat duidelijk is hoe het verhaal werkelijk verloopt. Het duurt lang voordat je weet of het avontuur van Muis echt is, of dat het een droom is, of misschien zelfs een waan van een overleden kind.


Ze lijken hetzelfde doel te beogen, Muis en Roos: ze proberen hulp te halen, omdat ze inzien dat hun moeder het niet kan. Maar waar het verhaal van Roos duidelijk is, is het verhaal van Muis nogal bevreemdend, vooral omdat de jongen zelf niet begrijpt wat er allemaal gebeurt. Hij lijkt ook macht te hebben over het verhaal waarin hij zich bevindt. Hoe kan dat nu?


Er was eens een kasteel is een surrealistisch  sprookje over angst en verbeelding. Muis is een bijzonder jongetje, en daarom is het jammer dat er een epiloog is waarin een afloop wordt verteld die je liever niet had geweten. Zonder dat hoofdstuk was het een open einde geweest, na het fantasieverhaal was het beter geweest om de lezer zijn verbeelding te laten gebruiken. Het is sowieso een boek voor de geoefende lezer, die kan een open einde ook wel aan. Maar goed, het is een afgerond geheel geworden.


‘Want wat is de dood meer dan verbeelding, vraagt Muis zich af.  ‘Als je echt dood bent, dan kun je je niet herinneren wat er is gebeurd, en je kunt het ook aan niemand meer vertellen’.


Piers Torday (1974) schreef eerder de trilogie 'De laatste wilde dieren', winnaar van de Guardian Children's Fiction Prize 2014.


ISBN 9789024576487 | Hardcover | 288 pagina's | Uitgeverij Luitingh-Sijthoff | november 2017 | Leeftijd vanaf 10 jaar
Vertaald uit het Engels door Aimée Warmerdam

© Marjo, 17 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De waarheid volgens Mason Buttle
Leslie Connor


‘Ik heb eens een film gezien over een spellingswedstrijd. Met een meisje dat iets magisch had. Als ze haar woord hoorde, schreven de letters zich vanzelf in de lucht, bij alle woorden trouwens. Dat ging met kringeltjes en vonken met pluizige bijen en elfjes die een glinsterend spoor maakten. De letters bloeiden als appelbloesem. Ze vloeiden als verf van een kwast. Altijd de goede letter!(-) Ik zie ook dingen. Maar geen elfjesvleugels. Geen bloeiende bloemen.’


Mason Buttle is een bijzonder kind. Hij denkt in beelden en vooral bij cijfers ziet hij kleuren. Helaas is hij ook ontzettend dyslectisch, de letters dansen voor zijn ogen. Dit maakt hem in de ogen van leeftijdgenootjes al mikpunt van pesterijen maar daar komt nog bij dat hij last heeft van overmatig zweten. Omdat hij enigszins afgelegen woont, in een oude boerderij, met zijn oma en oom, gaat hij met de bus naar school. En daar kan hij niet aan zijn kwelgeesten ontkomen. Vooral niet aan zijn buurjongen, Matt. De moeder van Matt is Mason evenwel goed gezind, en hun hond Moonie is gek op Mason!


Een andere kwelgeest is inspecteur Baird. Masons beste vriend is namelijk anderhalf jaar eerder verongelukt bij een val uit een boom. Die boom staat in de tuin van Masons oom en de jongens hadden er een boomhut in gebouwd. Mason was helemaal niet in de buurt toen Benny Kilmartin viel, maar de inspecteur komt steeds vragen of hij misschien nieuwe informatie heeft. Want de inspecteur weet dat er geknoeid is met de ladder die de jongens gebruikten. En hij wil maar niet snappen dat Mason niet eens weet hoe hij moet liegen.


De jongen weet echt niets en toch blijft de inspecteur komen. Tenslotte zegt hij: als je dan niet kunt vertellen, schrijf het dan op. Dat doet Mason, bij zijn toevlucht op school, juf Blinny. Zij vertelt hem dat hij ‘buiten de lijntjes denkt.’
En ze zegt na de dood van Benny dat hij moet geloven dat er nieuwe vrienden zullen komen.


Dan komt het geluk opnieuw op Masons pad: een een nieuwe jongen in de klas die vanwege zijn geringe lengte ook meteen een mikpunt is. Calvin is alleen een stuk slimmer, en als de twee dikke vrienden worden is het steeds Calvin die plannen maakt en Mason die ze uitvoert.


Het is maar goed dat Mason een goede vriend heeft, en steun vindt bij juf Blinny, en bij Moonie, want het leven zou ondraaglijk zijn zonder hen! Ook zonder dat de inspecteur aan zijn kop kwam zeuren, droeg hij immers al een groot schuldgevoel met zich mee. Het was tenslotte ook zijn boomhut, hij had hem mee gebouwd. Was het dan toch zijn schuld dat Benny er niet meer was?


Maar dan gebeurt er iets verschrikkelijks...


Leslie Connor vertelt dit aangrijpende verhaal in korte behapbare hoofdstukken. Het is geschreven in de ik-vorm, waardoor Mason, een heel herkenbaar personage, nog nader tot het lezershart komt. Zijn twijfels, zijn schuldgevoelens en toch ook zijn potentie om gelukkig te kunnen zijn raken je. En wat ook mooi is, is dat je geen hekel krijgt aan Matt en aan de inspecteur, doordat Mason op zijn eigen misschien naïeve manier probeert te begrijpen waarom zij doen wat ze doen.
En juf Blinny! Een heerlijk mens. Ieder kind zou zo iemand in de omgeving moeten hebben!


Leslie Connor
studeerde beeldende kunst om illustrator te worden, maar kwam erachter dat het schrijven haar nog veel meer trok. Inmiddels heeft ze al verschillende kinderboeken geschreven, die meermalen bekroond werden. Ze woont in Connecticut, Amerika. Dit is het tweede in het Nederlands vertaalde boek.


ISBN 9789047710264 | Hardcover | 251 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | mei 2018 | Leeftijd vanaf 11 jaar
Vertaald ut het Engels door Annelies Jorna

© Marjo, 12 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vitus en een mysterie zo groot als het heelal of misschien nog groter
Sofie Leyts



‘Ik wou dat dit alles nooit gebeurd was. Ik wou dat de wereld nog steeds bestond uit boeken en schaakstukken en sterren. Ik wou dat mijn rare nichtje niet bestond. Ik wou dat ze hier was. Ik wou dat dood gewoon dood was.’


Laat een superslimme twaalfjarige jongeman die het gewend is dat men hem een vreemde vogel vindt en die andere mensen eigenlijk niet echt begrijpt samen met een eveneens twaalfjarige nogal assertieve jongedame, die kan handlezen en aura’s ziet, op een groot geheim stuiten – dat ze ieder op een heel eigen manier benaderen – en je hebt een fantastisch verhaal!


Vitus is de jongen, hij vertelt over het avontuur dat hij meemaakt in een dagboek met daarop twee pony’s, eentje waarmee een ‘normale’ jongen zich niet zou laten zien. Maar zoals gezegd: Vitus is geen normale jongen. En wat hij gezien heeft is ook absoluut niet normaal. De jongen die alles weet over de sterren en ingewikkeld berekeningen kan maken of het niets is, begrijpt dan ook niet waar hij getuige van is geweest. Hij is met zijn vader, die begrafenisondernemer is, in Huize Avondrust om een overledene op te halen.


‘Ik wilde hard weghollen. Terug naar huis, terug naar vroeger, waar de dooien gewoon dood waren en alleen de levenden konden praten, met longen die lucht pompen en stembanden die trillen via een keurig in kaart te brengen mechanisme van luchtdruk en luchtstroom.’


Het is dan ook te bizar voor woorden! Vitus die alles wil en kan verklaren weet niet wat hij hiermee moet. Maar alles eens rustig overdenken dat lukt niet, want zijn nichtje Livia komt onverwachts logeren. Haar moeder, een topspionne, wil haar even kwijt. De arme Livia doet alsof dat haar niet interesseert, maar Vitus ontdekt dat ze er stiekem erg mee zit dat haar moeder geen tijd voor haar heeft. Het komt eigenlijk heel goed uit dat ze zich nu met Vitus helemaal in het probleem kan gooien van de dokter in het verzorgingshuis. Geen tijd om na te denken, nu moeten ze handelen.
Livia is de absolute tegenpool van Vitus.


‘Even dacht ik dat we de perfecte spion hadden gevonden,’ zuchtte Livia, draaiend aan haar hazenoor. ‘Maar we kunnen niet vertrouwen op iemand die zo verward is. Arme Lucie. Zou ze al lang zo zijn?’
’Dat hangt van een heleboel dingen af,’ zei ik. ‘Ik heb ergens gelezen dat bepaalde hersengebieden…’
’Ach, Vitus, hou toch je bek,’ snauwde Livia. ‘Ik hoef geen wetenschappelijke verklaring. Ik heb gewoon medelijden met dat lieve vrouwtje. Snap dat dan toch!’
Hierdoor was ik een beetje van slag, dus ik hield mijn mond. Livia had gelijk. Soms snap ik zo veel en zo weinig tegelijk.


Je zou het niet verwachten, maar Vitus en Livia kunnen het eigenlijk heel goed samen vinden. Of zij ook dat grote mysterie op kunnen lossen? Tja...


Het debuut van de Vlaamse Sofie Leyts is een zeer meeslepend boek geworden, dat niet alleen kinderen vanaf tien jaar zal aanspreken maar ook hun ouders. Er zit spanning is, maar ook veel humor. De tegenpolen Vitus en Livia worden daarvoor goed gebruikt. Livia kan dan wel geloven dat het bovennatuurlijke bestaat en dat astrologie de waarheid bevat, Vitus wil daar helemaal niet aan en blijft proberen alles met logica te verklaren. Die kant van het verhaal levert ook nog informatie op, want Vitus vertelt natuurlijk alleen maar ware feiten.
Ook de bijfiguren, zijnde de ouders van Vitus en de moeder van Livia komen goed uit de verf. Leyts heeft eigenlijk een extra verhaal binnen het grote verhaal geschreven, in de vorm van het verhaal over Dottie, die uitstekend taarten kan bakken, en tot een verhelderend inzicht komt.


Dan is de vormgeving ook bijzonder. Het is alsof je een dagboek in handen hebt, dan wel niet met die twee pony’s er op, maar dat de uitgever daar niet voor gekozen heeft lijkt me wel logisch. In plaats van met pony’s wordt de flap vooral gevuld met letters. De tekeningetjes in het boek zijn dusdanig dat je zou denken dat de schrijver van het dagboek die zelf tussen de tekst heeft gekriebeld, hetgeen een leuk effect geeft.
Het lijkt me een hele klus voor deze debutant om een boek als dit minstens te evenaren!


ISBN 9789461318343 | Paperback | 365 pagina's | Van Halewyck | juli 2018| Vanaf 10 jaar.
Illustraties van Theo van Loo (zoon van de schrijfster!)

© Marjo, 29 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Griezelcircus
B.J.W. ten Cate


Midden in het bos op een open plek is het Griezelcircus opgesteld. Er wordt een adembenemende voorstelling beloofd, en daar hebben ook de kinderen uit de klas van Bram wel zin in. Maar behalve de voorstelling is er nog een andere reden waarom Bram naar het circus wil. Zijn hond Milo is namelijk verdwenen! En dat is niet de enige hond, er zijn er meer verdwenen. Allemaal tegelijk weggelopen, of verdwaald? De eigenaren geloven er niets van, zeker niet als iemand zegt dat er sporen gevonden zijn in het bos.
In hetzelfde bos waar de circustent staat…


Niet alle kinderen mogen naar de voorstelling, het is tenslotte de volgende dag gewoon weer school. Erik mag niet en Bram ook niet, Saar en Valerie wel, en ook Jeroen heeft zijn ouders overgehaald.
Maar Bram wil zijn hond terug, dus hij maakt toch plannen om te gaan kijken. Dan maar ongehoorzaam! Op het moment dat hij stiekem de deur uitstapt pakt iemand hem bij de arm. Het is Saar. Ze vertelt dat haar vader is verdwenen, en ze wil met Bram mee.


Het is een donkere avond vol gevaren waar de kinderen zich in wagen. Hun avonturen worden steeds enger en gevaarlijker. Wie is die vreemde persoon die hen te hulp schiet?

Terwijl hun avontuur in delen verteld wordt, is het programma in het circus volop aan de gang. Er zijn artiesten die stuk voor stuk een bijzondere act hebben. In totaal tien acts, met allemaal een eigen achtergrond die in steeds engere verhalen verteld wordt. Want hoe kan het dat die poppenspeelster haar poppen zo levensecht kan laten optreden? En dat die acrobaten zo licht als een veertje lijken te zijn?


Natuurlijk verwacht je in een circus een optreden van een clown, en zijn optreden is een groot succes, maar het verhaal dat daar bij hoort en dat het publiek niet te horen krijgt – ze zouden gillend wegrennen! – is een echt angstaanjagend verhaal, over een clownsmasker dat een gezin terroriseert. Er is een waarzegster, er zijn acrobaten, en een sprekende papegaai. Een vuurmeester, en een poppenspeelster. Stuk voor stuk met griezelige verhalen.


Een jonge lezer kan er eventueel voor kiezen om de verhalen die bij de acts horen en die de echte griezelverhalen zijn los te lezen, maar er is wel een verband met het overkoepelende avontuur van Bram en Saar. Bovendien denk ik dat als je eenmaal een verhaal gelezen hebt, je zo ook allemaal wilt lezen, want griezelen dat is leuk toch? Zeker als je veilig thuis in je stoel zit. Maar hopelijk staat er niet net in jouw stad of in het dorp een circus klaar om mensen te ontvangen want als je dit boek gelezen hebt durf je daar niet meer naar toe!
Ik kan wel verklappen dat de hondenkwestie wordt opgelost, maar waar is Erik gebleven?


Bij het boek hoort een augmented reality-app. Deze app brengt de illustraties in het boek tot leven. De app kun je met je telefoon gratis downloaden uit de App Store van Apple en de Play Store van Google. Als je de app hebt geopend krijg je een kleine introductie te zien op het scherm. Lees de tekst rustig door, wanneer je vervolgens op het scherm van je mobiel klikt gaat de app laden. Wacht een paar seconden totdat je camera is aangegaan en begin nu met het scannen van de illustraties.
Met al die extra dingetjes erbij staat dit boek voor een heleboel lees- en kijkplezier.


ISBN 9789082886207 | Paperback | 245 pagina's | De Kleine Rebel | oktober 2018| Vanaf 10 jaar.

© Marjo, 21 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Over de grens
Irène Storm


Luuk heeft een heerlijk leven. Met zijn ouders en zusje Tess woont hij op het platteland in Spanje. Hun vader is Spaans, en heeft een beetje een ‘laat maar waaien’ houding en hun moeder is Nederlands, zij is meer van de regeltjes. Luuk spreekt twee talen en gaat ook nog eens vaak op vakantie naar Nederland. En hij heeft een fantastische hond, Pepper, die ook heel erg aan Luuk verknocht is. Pepper is echt uniek! Wat die allemaal niet kan!


Luuk vindt het vervelend om Pepper achter te laten maar kijkt toch uit naar de vakantie. Maar dan vertelt papa dat hij niet mee gaat! Beter voor Pepper, dat wel, maar Luuk vindt het helemaal niet leuk! Bovendien heerst een een akelige sfeer, mama  is boos. En de kinderen begrijpen het allemaal niet goed.


In Nederland blijkt er een donkere wolk boven hun hoofd te hangen. Als Luuk hoort dat zijn moeder niet terug wil, en dat dus ook hij en Tess in Nederland blijven, is hij helemaal van streek. En papa dan? En, erger nog: Pepper?


‘Mama vindt papa niet meer lief, hè.’ De stem van Tess klinkt zo zacht als de vloerbedekking waar ze aan frummelt.’

Luuk weet niet wat hij moet zeggen. Een verdieping lager sist de strijkbout. Op de zolderkamer hoort hij een bekend liedje en hij ziet de beelden van de film meteen voor zich.
‘…hen niet mee!’ Luuk hoort aan mama dat ze huilt.

In de gang beneden vliegt de deur open, zodat papa’s stem ineens vlakbij klinkt. “Dan hoor je van mijn advocaat!’


De jongen is boos en verdrietig tegelijk, maar vooral ook bezorgd om zijn hond. Want hij krijgt berichtjes van zijn vriend in Spanje dat die de hond los rond heeft zien lopen in het dorp. En Luuk weet: de Perrera is erg actief in die omgeving. (De dodingsstations, perreras genoemd, zijn het Spaans model voor een Gemeentelijk asiel. Elke gemeente is wettelijk verplicht om een oplossing te hebben voor het ‘opruimen’ van loslopende honden en dat betekent niets goeds voor die dieren)
Wat moet hij nu doen? Wat kan hij doen, hij is nog maar een kind! Maar de liefde voor zijn hond is enorm, en Luuk niet voor een kleintje vervaard.
Laat papa en mama het maar uitzoeken: hij gaat naar Spanje!


Hoewel de aanleiding tot dit boek minder leuk is, - namelijk het tienjarig bestaan van IKO -  is dit een leuk en spannend boek over een moedige jongen. Veel grappige scenes, zodat het verhaal lichtvoetig is, terwijl toch duidelijk is, dat er een probleem speelt. Het gebeurt dagelijks dat een kind door een van de eigen ouders ontvoerd wordt naar het buitenland. Het Centrum Internationale Kinderontvoering (Centrum IKO) geeft informatie aan ouders en professionals bij (dreigende) internationale ontvoering van een kind.


Lees een stukje uit het boek: (vooral die pannenkoekscene!)  http://irenestorm.nl


ISBN 9789044834178 | Hardcover | 111 pagina's | Clavis | oktober 2018 | Vanaf 9 jaar

© Marjo,  10 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Viltstiftbos
Jeanet Kingma


Tasko baalt. Hij kan niet op zijn eigen kamer spelen, omdat opa daar logeert. Die is gevallen en kan voorlopig niet in zijn eigen huis wonen. Opa heeft de hele kamer in gebruik, er staat een postoel en een looprek. Ook verandert opa dingen aan de legobouwwerken van Tasko.


‘Een eigen kamer was net een zachte trui die precies paste. Als hij hem aanhad dacht hij vanzelf aan goede dingen. En als het nodig was kon hij zich er helemaal in verstoppen.’Tja, nu gaat dat dus niet. Een beetje boos gaat hij buiten skateboarden.


Daar ontmoet hij het meisje dat pas in de straat is komen wonen. Ze vertelt dat ze Fenna heet. Dat ze eerst in een bos woonde met haar vader die boswachter is. Nu moet haar vader het stuk land dat begroeid is met distels in de gaten houden. Maar Fenna kwam uit dat veld. Wat is ze daar wezen doen? Tasko is nieuwsgierig en gaat op zoek.


En achter in het veld, bij het drukke viaduct, staat een brievenbus. Met een opgerolde brief erin. Als hij hem er uit trekt en bekijkt ziet hij een tekening. Viltstift en kleurpotlood door elkaar. Twee paarden, een huis met enorme deuren, een paardrijvrouw, die kwaad keek. En achter het huis bomen. Dit heeft Fenna vast gemaakt!


Nu is Tasko dol op tekenen. Op zo'n tekening kan je immers alles laten gebeuren!
Hij neemt de witte rol mee en tekent er thuis van alles bij: een ridder in vol ornaat op een van de paarden, een roofvogel in de lucht, en zomaar, omdat het grappig was, een busje dat net niet op het vel papier paste, met op de zijkant het woord IJS. Tasko stopt de tekening terug in de brievenbus.


Natuurlijk ziet Fenna dat de volgende dag, maar voor hij er over kan vertellen klinkt het lawaai van een auto. Een ijscowagen! Snel haalt Tasko geld voor een ijsje. En het ijsje, dat ze tegen betaling van een pepermuntje (!) van de ijscoman krijgen verandert alles! Letterlijk: ineens is er geen autoviaduct meer, er vliegt een buizerd, en er duikt een paard op! Tasko beseft dat ze IN de tekening zijn! Maar hoe komen ze er dan weer uit?


Fenna is een natuurmeisje, Tasko een stadsjongen. Allebei zijn ze boos, omdat hun leven opeens veranderd is en zij daar niets aan kunnen doen. Ze vullen elkaar aan, en beleven een fantastisch avontuur, met ridders en paarden en een boosaardige vrouw. Hun verleden, die de achterliggende reden is van hetgeen ze getekend hebben, speelt een rol in de oplossing van de zoektocht naar de uitweg.
Een heerlijk fantasierijk verhaal over vriendschap, dierenmishandeling en een magisch kasteel.


Na Mosselvogel verschijnt nu het tweede boek van Jeanet Kingma. Zij is schrijver en beeldend kunstenaar. Ze maakt kunstenaarsboeken in zeer kleine oplagen, waarin ze beeld en tekst combineert. Haar favoriete druktechnieken zijn: houtsnede en sjabloondruk. Maar hopelijk heeft ze nog meer van dit soort mooie kinderboeken in haar hoofd!


ISBN 9789044832877 | Hardcover | 173 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2018 | Leeftijd vanaf 9 jaar
Geïllustreerd door Myriam Berenschot

© Marjo, 18 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mollie en Seb - Het geld onder de vloer
Cat Calcoen


De twaalfjarige Seb wist al wel dat zijn leven niet over rozen liep - zijn vader heeft hem en zijn moeder verlaten voor een jongere vrouw - en omdat hij er anders uit ziet is hij vaak het mikpunt van pesterijen, maar het kan nog erger. Elvis, zijn lieve kat is dood! En omdat zijn moeder de touwtjes niet meer aan elkaar kan knopen moeten ze verhuizen naar een woning waar geen huisdieren toegestaan zijn! Geen nieuwe kat? Vreselijk!


Dan ontmoet hij de poes die Mollie heet en zijn leven verandert totaal. Want hoe vreemd het ook klinkt: Mollie en Seb verstaan elkaar! En ze zijn zo’n beetje lotgenoten, want Mollie zwerft op straat ‘omdat haar mens gestorven is’, en de mensen die het huis geërfd hebben, hebben haar op straat geschopt. Letterlijk!
Mollie weet wel hoe de toekomst er uit moet komen te zien: zij vertelt dat er in het huis van haar vorige baasje een pak geld verborgen is, en dat is de oplossing van hun probleem. Sebs moeder hoeft het huis niet te verkopen en Mollie kan bij Seb gaan wonen.Maar ja, hoe moeten ze bij dat geld komen?


‘Vertrouw mij maar. Zwerfkatten hebben hopen mensenkennis.’


Moeten ze inbreken!? Tjee… Maar het is wel wat Seb met de hulp van zijn kameraadje Bindu gaat doen. Dat kan niet goed aflopen! Zeker niet als ze ontdekken dat de grootste pestkop – ook Bindu wordt gepest – in het betreffende huis woont!


Natuurlijk is een verhaal over een pratende kat die ook nog zo slim is als Mollie blijkt te zijn, niet realistisch. Maar door de elementen die in het verhaal verwerkt zijn valt er toch voor jonge lezers veel te herkennen: Seb houdt er van om zijn haren lang te dragen, en hij kan niet zo goed rekenen. Gevolg: pesterijen. Bindu is Indisch, mollig maar superslim, en zij wordt ook gepest. De pestkop, Messi genoemd, blijkt niet zo’n fijn thuis te hebben, zijn moeder is een feeks.
Ook de problemen die eenoudergezinnen kunnen hebben zijn realistisch, en wat poes Mollie betreft: buiten geschopt worden en op straat moeten leven, dat gebeurt helaas ook vaak.


De manier waarop dit verhaal verteld wordt spreekt erg aan, de bladspiegel is ruim, de hoofdstukken zijn niet lang, en de dialogen – vooral die met de kat – zijn pittig en humorrijk. En natuurlijk is het ook nog spannend, want: zal het plan van Seb en Mollie lukken?


De schrijver is Vlaams en daarom kom je wel wat vreemde woorden tegen, maar niet zodanig dat het niet te begrijpen valt.Het is een leuk boek, en misschien komen er wel meer verhalen over Seb en Mollie! Dat zou nog eens leuk zijn!Cat Calcoen (1976) studeerde Germaanse talen aan de Gentse universiteit. Ze werkt als copywriter. Mollie en Seb – het geld onder de vloer is haar geslaagde debuut.


ISBN 9789044833355 | Hardcover | 365 pagina's | Clavis | juni 2018| Vanaf 10 jaar. 
Tekeningen van Michael Vincent

© Marjo, 14 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER