Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Adres onbekend
Susin Nielsen


Felix (12) zit op het politiebureau, zijn moeder ook. Ze hebben niets gedaan, maar toch zitten ze er, hoe bizar is dat? Eigenlijk is het voor Felix toch wel een bevrijding dat hij eindelijk zijn verhaal kan doen. Hij vertelt agent Lee alles. Ze weten nu toch al dat hij ZVWOVP is (zonder vaste woon- of verblijfplaats) is. En dát was nou net precies wat niemand mocht weten, want dan zou de kinderbescherming hem weghalen bij zijn moeder... Het verhaal dat Felix aan de agente vertelt is schrijnend maar ook liefdevol.


Anita, Felix'moeder, is door allerlei omstandigheden haar huis en haar baan kwijtgeraakt.  Uiteindelijk hebben ze niets anders meer dan een oud kampeerbusje, een gele Westfalia Vanagon Syncro, bouwjaar 1987 dat een ex-vriend van Anita achter heeft gelaten. Ze zullen daar gedurende de zomermaanden tijdelijk in gaan wonen totdat zijn moeder weer een baan heeft. Het wordt de ultieme zomervakantie roept zijn moeder.
Maar het lukt Anita niet om werk te vinden, ze heeft een te grote 'bek'.


Ondertussen begint school weer en Felix is enorm blij dat hij is aangenomen op Blenheim, de school waar hij heel graag naartoe wilde. Anita heeft hem erin gebluft.
Daar ontmoet hij zijn oude vriend Dylan en het is net alsof ze elkaar gisteren nog gesproken hebben, de vriendschap gaat gewoon weer door. Tot grote vreugde van Felix blijkt Dylan ook het Franse onderdompelingsprogramma te volgen.


Tot zover is er niets aan de hand. Felix gaat naar school, Anita zoekt werk. Anita bespreekt alles met Felix en zij probeert de moed erin te houden, ondanks de netelige situatie. We doen net of we vakantie hebben zegt ze aanvankelijk. Ze regelt veel maar doet ook dingen die Felix liever niet had geweten.


Helaas wordt het langzamerhand allemaal wat minder 'vakantie-achtig'. Hoe meer maanden verstrijken en hoe kouder het wordt, hoe vervelender het wonen in het busje is. Felix verlangt steeds meer naar een huis met een wc en douche en een echt bed. Bovendien moet hij constant op zijn hoede zijn, zodat niemand erachter komt dat ze ZVWOVP zijn. Hij logeert graag en vaak bij Dylan en is blij dat daar voldoende te eten is maar hij moet elke keer wat verzinnen waarom Dylan niet bij hem kan komen.
En dan is er ineens die grote kans om mee te doen aan een spelprogramma op tv waarmee je een mooi bedrag kunt winnen... Als dat toch eens zou kunnen!


De agente heeft het verhaal aangehoord en zegt dat er iets moet gebeuren, Felix vreest het ergste, moet hij nu toch naar een pleeggezin? Maar alles zal heel anders lopen dan Felix verwacht...


Het is een mooi verhaal. Vooral Felix en zijn houding naar zijn moeder toe ontroert je. Hij blijft haar door dik en dun trouw, totdat...


ISBN 9789047710806 | Hardcover | 302 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | april 2019
Vertaald door Lydia Meeder en Barbara Zuurbier | Leeftijd 12+

© Dettie, 10 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mag ik naast je zitten?
Sarah Weeks & Gita Varadarajan


Ravi Suryanarayanan (rah-VIE Soer-ie-ah-nee-RIE-jaa-naan) is verhuisd van Bangalore naar New Yersey, hij is dus vers van de boot, zoals ze zeggen. De overgang is groot. In India woonden amma, appa en hij in een vrijstaand huis met een grote tuin. Ze hadden een kok en een chauffeur. Zijn gootouders woonden vlakbij in een eigen appartement. Nu wonen ze allemaal bij elkaar in een rijtjeshuis, in een stadje dat Hamilton Mews heet. Personeel is er niet meer, het huis is kleiner, er is maar één badkamer en appa gaat met de trein naar zijn werk. Hij werkt bij een IT-bedrijf en is gepromoveerd, maar moest daarvoor dus wel naar Amerika verhuizen.


Vandaag is de eerste dag op de nieuwe school, de Albert Einstein school. Ravi denkt dat hij het wel gaat maken daar want hij zegt van zichzelf. 'Ik ben geen geniale wetenschapper (zoals Einstein), maar ik kan erg goed leren. Maar het begint al slecht, gewend als hij is aan de beleefdheid tegen zijn lerares en het opstaan als het woord tot hem gericht wordt, is hij gelijk de 'idioot'. Maar de enige andere Indiër Dillon Samreen, glimlacht en knipoogt naar Ravi. Volgens mij wil hij vrienden met mij worden, denkt Ravi...


In de klas zit ook Joe, een stille jongen met eten als hobby, hij heeft cónstant honger. Hij leert moeilijk 'zijn hersens kunnen niet met kabaal overweg'. Zijn enige twee vrienden op school zijn verhuisd. 'Om eerlijk te zijn waren ze een beetje raar, maar toch zal ik ze missen' zegt hij daarover.
Meester Barnes is de enige die echt aardig is tegen Joe en hem begrijpt. Maar vandaag begint hij in groep zeven bij juf Beam.  Joe hoopt dat 'Dillon Samreen zijn pijlen zal richten op die nieuwe jongen met zijn maffe naam en dat gekke accent,' in plaats van op hem.


In de kantine hoopt Ravi daarentegen dat Dillon naast hem komt zitten, maar nee, hij gaat bij een groep jongens zitten en ze hebben grote lol. Morgen zal hij zelf wel naast Dillon gaan zitten, neemt Ravi zich voor. De enige die nu wel bij hem aan tafel komt zitten is Joe. Ze zeggen niets tegen elkaar.
Helaas heeft Dillon het nog steeds voorzien op Joe, vooral als hij ontdekt dat Joe's moeder in de kantine werkt. Joe wist van niets!


De volgende dag maakt Ravi zich opnieuw 'belachelijk' door op de Indiase manier een som uit te rekenen en op de terugweg naar zijn stoel wordt hij getackeld. Dillon roept dat Spek (Joe) het was en Ravi gelooft dat en is verbijsterd! Hij heeft geen woord met die jongen gewisseld! Waarom deed hij dat? Als hij met Joe mee moet naar bijles, vanwege zijn zware accent is Ravi opnieuw verbijsterd. Hij was in India de beste in Engels en nu zou het niet goed genoeg zijn? Hij houdt een hele verhandeling over een M & M snoepje en mag gaan, niet wetend dat zijn verhaal als een geschenk voor Joe is.


Dillon blijkt eigenlijk een behoorlijk irritant en geniepige jongen. Hij steelt, haalt stiekem akelige streken uit en geeft anderen de schuld en bovenal zet hij graag andere mensen voor schut, ook Ravi... en Ravi is alwéér verbijsterd. Langzamerhand beginnen Joe en Ravi elkaar te vinden in hun strijd tegen Dillon.
En dan... krijgen ze allemaal een opdracht van juf Beam en dat zal alles veranderen.


We lezen afwisselend de gedachten van Joe en Ravi over gebeurtenissen thuis als op school. De thuissituatie bij beide jongens is namelijk totaal verschillend.
Bij Joe thuis is het sappelen, bovendien wordt hij voornamelijk door zijn moeder opgevoed, die door haar nieuwe werk op school ontdekt hoe banaal Dillon is. Ravi daarentegen zit in een cocon van warmte, iedereen thuis leeft met hem mee en wil het beste voor hem, maar Amerika is geen Indië en Ravi beseft dat hij nog heel veel te leren heeft.


Het verhaal speelt zich af in vijf dagen, van maandag tot en met vrijdag. De hoofdstukken zijn ingedeeld naar de maaltijden die in de kantine die dag geserveerd worden. Op vrijdag - pizzadag - is de grote apotheose die voor beide jongens gunstig zal uitpakken.
Erg boeiend verhaal  waarvan je hoopt dat veel jongeren het zullen lezen.


ISBN 9789047711087 | hardcover | 160 pagina's | Lemniscaat | mei 2019
Met twee recepten

© Dettie, 27 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Junior Monsterboek 8
Diverse auteurs


Het concept is intussen wel bekend, en bij jongeren die van griezelen houden nog steeds populair.
De schrijvers van deze elf nieuwe griezelverhalen zijn Nico De Braeckeleer, Bart Mertens, Johan Deseyn, Rob Baetens, Marina Defauw, Ronald Verheyen, Karel Smolders, Erik Persoons. Degene die opgelet heeft telt er hier maar acht! En dat klopt. Het is de laatste edities de gewoonte dat de jongere die de prijs heeft gewonnen heeft van de Junior Monsterboek Schrijfwedstrijd zijn of haar verhaal in dit boek gepubliceerd ziet. En dat niet alleen: ook de vorige winnaars mogen nog meedoen!
Dus zijn Marie Uiterwijk en Hanne Goorickx weer van de partij en is de debutant Cailin Ceyfs.


Ieder verhaal wordt voorafgegaan door een korte beschrijving over de schrijver van het verhaal dat volgt, en ook vind je tussendoor tips voor de nieuwe wedstrijd. Maar het gaat natuurlijk om de verhalen! Maak je borst maar nat!
De Braeckeleer bijt het spits af met een verhaal over een zombiekat. Dat een kat een zombie is, is al griezelig genoeg, maar de ontknoping! Jasses. Blijf maar even bij katten uit de buurt!


Na dit griezelverhaal volgt er een van Bart Mertens, die ook het boek geïllustreerd heeft met weer van die grappige, maar wel degelijk griezelige zwart-wit tekeningen! Hij schrijft over Ivan, telg in een vampierenfamilie die voorlichting krijgt van zijn vader. Dat gaat niet bepaald vlotjes…
Behalve griezelige details valt er ook te lachen bij Bart Mertens.


‘Heb je je dan nooit dorstig gevoeld als zo’n meisje je aankijkt met die grote bambi-ogen?’
Waar heeft-ie het in hemelsnaam over?
‘Als je die lelieblanke halzen ziet, die kleine donshaartjes in hun nek, die ranke schouders, die trillende lippen en dat tongetje…’
‘Kijk jij niet naar de verkeerde films, pa?’
‘Misschien ben je nog wat te jong,’ hij bekijkt me met een bedenkelijk gezicht.
‘Let op jongen, je krijgt overal haar!’
Haar?
‘En dan lijkt het of je tandpijn krijgt.’
‘Tandpijn?’


Het gaat te ver om alle schrijvers te bespreken, en dat hoeft ook niet bij de meeste schrijvers. Zelfs niet bij Marie Uiterwijk, die haar faam allang waargemaakt heeft. Maar vooruit, het verhaal van Karel Smolders over dat monster uit de zee verdient toch een extra vermelding. En het verhaal over het CWRM-beeldje (ComingWorldRemeberME, een herinneringsproject van de provincie West-Vlaanderen) is ook verrassend. Het zal je maar gebeuren dat zo’n beeldje ineens tegen je praat!


Hanne Goorckx schrijft dit keer een eng verhaal over een heks die in het jaar 1519 de gemoederen danig bezig hield. Het is voor jongeren een soort inwijdingsrite: durven zij naar de overblijfselen van het hutje waar de heks woonde? Er staat alleen nog een deurpost, waar naar men zegt de handafdruk van de heks in gebrand staat.


De nieuwe schrijver is Cailin Ceyfs. Vorig jaar de winnaar van de wedstrijd. Maar liefst twintig pagina’s is haar verhaal over dat spookschip, dat ze ziet als ze met haar tante op een cruise gaat. Raadselachtige gebeurtenissen brengt haar aan het twijfelen: was het dan toch allemaal echt?
Leuk, en natuurlijk griezelig verhaal!


Voor vaste lezers van het Monsterboek zijn de verhalen soms enigszins voorspelbaar, maar niettemin blijven ze griezelig, met al die duivels, heksen, vampiers, zombies, spoken, brrr… En soms weet zo’n schrijver er dan net een andere wending aan te geven dan je als lezer verwacht.


ISBN 9789462421110 | hardcover | 289 pagina's | Uitgeverij Junior Kramat | november 2019
Tekeningen en cover van de hand van Bart Mertens | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 23 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bloem
Nicola Skinner


Bloem is enorm braaf, zo braaf dat ze op school Brave Bloem wordt genoemd, totdat haar akelige rivaal Clarissa Valentini Bloems bijnaam omdoopt in Sneubloem.
Maar Bloem ziet zichzelf helemaal niet zo. Ze IS gewoon de beste en de braafste in alles. Maar dat gedrag heeft wel een achterliggende reden. Bloem doet dit allemaal voor haar moeder die niet zo vaak lacht, sterker nog mama is vrij zwaarmoedig. En als ze weer een certificaat heeft gehaald voor goed gedrag (ze heeft dozen vol met zulke papieren) dan glimlacht haar moeder tenminste.


En nu heeft meneer Grittelsnert, de directeur van de school, een wedstrijd uitgeroepen. Degene die de Ster van het jaar wordt, wint een zevendaagse vakantie in Portugal! Alles wat je daarvoor hoeft te doen is... onberispelijke gedrag vertonen en er keurig uitzien! Nou, dat is precies waar Bloem heel goed in is! Ze zal en moet die prijs winnen voor haar moeder, misschien lacht ze dan wèl voluit. Het lijkt een makkie, die prijs zal Bloem op haar sloffen kunnen winnen! Maar toen wist ze nog niets over Zonderlinge Zaadjes en wat voor invloed deze op haar én haar omgeving zou hebben.


Het begint allemaal met de grote, zieke treurwilg in de tuin van Huize Welgemoed, het huis waar Bloem in woont. Ze voelt daar ineens een trilling onder de grond, de betonnen vloer van het terras splijt open en Bloem ziet langzamerhand een envelop uit de grond tevoorschijn komen. Dat is al gek maar het allergekste is, dat het lijkt of iets - de boom misschien? -  tegen haar praat. Ze hoort iets of iemand zeggen 'Ik heb op je gewacht.' Ze pakt de envelop en ziet dat daar iets op geschreven staat, namelijk 'Zonderlinge zaadjes. Deze zaadjes zaaien zich als vanzelf.'


Het moet iets met die boom te maken hebben. De boom waarvoor haar moeder moest tekenen bij de koop van het huis. Ze mogen die boom namelijk nooit laten weghalen of beschadigen. Ondanks de rare gebeurtenissen vertelt Bloem aan haar moeder maar niets van de zaadjes, ze wil wel, maar het is net of iets haar tegenhoudt... iets buiten haar om...


De volgende dag, in de bibliotheek van school hoort ze de vreemde stem weer. Hij zegt hetzelfde als gisteren... Bloem besluit het rare verhaal aan Neena, haar vriendin, te vertellen. Gelukkig is Neena helemaal gek van dingen onderzoeken en uitvinden dus die stort zich met veel plezier op de vreemde zaadjes. Dankzij deze zaadjes komen ze terecht bij tuincentrum Wonderligh, het enige, piepkleine, tuincentrum van Betondeugd, het dorp waar Bloem en Neena wonen.
En daarmee begint hun bizarre avontuur...


Bloem wordt echter door alles wat er gebeurt steeds minder braaf en netjes, dit tot haar grote ellende, en Clarissa haar vijandin in de strijd naar de vakantie, loopt steeds verder voor in de puntentelling. Bloem is ten einde raad en gaat uiteindelijk heel erg ver in het willen winnen, ze zet zelfs haar beste vriendin Neena in voor haar strijd, maar wel op een akelige manier. En dat allemaal om haar moeder te zien lachen...


Ondertussen spelen in Betondeugd ook nog andere zaken, zoals de hebzucht van meneer Valentini, de vader van de gehate Clarissa, die elk stukje groen wil opkopen om zijn bezit uit te breiden met gebouwen en winkels... wat leidt tot uitzonderlijke gebeurtenissen en verzet. En wat heeft dat tuincentrum eigenlijk met de rare gebeurtenissen te maken? 


Aanvankelijk wilde het verhaal niet erg vlotten. De zinnen zijn in het begin ook een beetje ingewikkeld. De aanloop naar het verhaal waar het uiteindelijk om draait, vraagt teveel tijd, duurt te lang. Maar àls het dan uiteindelijk op dreef komt, heb je een geweldig verhaal mèt inhoud.
Het is niet alleen een verhaal over uitzonderlijke zaadjes en de absurde gevolgen als ze eenmaal gezaaid worden, maar ook over het zich niet uitspreken naar elkaar waardoor allerlei misverstanden ontstaan. Het is een gek verhaal waarin dingen gebeuren die helemaal niet kunnen, maar een goede schrijver kan het meest onwaarschijnlijke geloofwaardig maken en zo'n schrijver blijkt Nicola Skinner uiteindelijk toch te zijn. Als je het boek dichtslaat weet je dat je een fijn boek hebt gelezen. Een boek dat er toe doet.


ISBN 9789402703719 | Hardcover | 380 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | augustus 2019
Met illustraties van Flavia Sorrentino | Vertaald door Sandra C. Hessels/Creative Difference| Leeftijd 10+

© Dettie, 13 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Veger
Jonathan Auxier


Aan het eind van de negentiende eeuw was het heel normaal dat jonge kinderen de kost verdienden als schoorsteenveger. Wie klein en smal genoeg was paste immers wel door de schoorsteenpijpen! Al heel jong werden wees- en zwerfkinderen opgenomen in een groep die werkte voor een baas. Misschien waren er mannen die wel goed waren voor deze kinderen, maar over het algemeen was het die tijd heel normaal dat zij uitgebuit werden. Ze konden nergens heen, en de bazen zorgden dat ze dun genoeg bleven door hen nauwelijks eten te geven. Geld kregen ze minimaal. 


De hoofdpersoon van dit boek is Nan Mus, elf jaar oud. Ze werkt voor een slechte meester, Wilkie Crudd. Ooit had ze het beter. Vijf jaar eerder werkte ze nog samen met De Veger, die zo goed mogelijk voor haar zorgde. Hij was als een vader voor haar. Maar op een dag was hij verdwenen. Het enige dat ze nog van hem had was de schoorsteenvegerhoed, en een klein verkoold brokje roet.
Op de dag dat ze het heel even kwijt is – en dat zou vreselijk zijn, het kwam immers van De Veger! – bekijkt ze het zwarte brokje nog eens goed. Het lijkt wel of er oogjes zitten! Maar dat lijkt natuurlijk maar zo, en ze stopt het snel weer in haar zak.


Nu Nan ouder wordt, weet ze dat ze niet lang meer zal passen, ze ziet hoe andere meisjes rondingen krijgen, en wat moet ze dan? Crudd lijkt het wel te weten…
Dan komt ze vast te zitten in een schoorsteen, en de jongen die haar concurrent is in de groep van Crudd steekt onder haar het vuur aan. Maar Nan verbrandt niet! Ze wordt wakker op een kale vloer. Ze was helemaal niet gewond, nergens brandwonden. Hoe kon dat?


‘Haar hoofdpijn ging over in een dof kloppen, en nu merkte ze pas hoe verkleumd ze was. Ze zocht naar iets wat ze om zich heen kon slaan, iets tegen de kou. Verderop lag wat op de grond. Het was klein en rond en donkergrijs.
Haar roetje.
Het kleine klompje had haar in veel koude nachten warm gehouden. Het moest uit haar zak gevallen zijn op het moment ze door de schoorsteenwand brak. Nan kroop ernaartoe en stak haar trillende had uit. Maar terwijl ze dat deed, gebeurde er iets vreemds.
Het roetje bewoog.
Het ging niet ver. Het rolde alleen net buiten haar bereik.’


Het klompje leeft en groeit. Nan noemt het Charlie. Samen met hem en haar dromen ontdekt ze wie of wat De Veger was, en wat Charlie is. En wat hij kan. Hij is er niet zomaar, zegt hij. Hij heeft een missie. Maar welke dan?


Behalve Nan en de Veger leren we anderen kennen: Roger de jongen die haar weg wil hebben; Toby, de zwerfjongere die met zijn rat onder de brug woont; Muisje, het kleine joch dat nieuw is bij de groep van Crudd; en juf Esther Bloom.


Het is een sprookje, over een magisch wezen, de golem, dat het meisje volledig toegewijd is. Een sprookje over een meisje dat voorbestemd lijkt voor een vreselijk – en kort – leven, maar opgemerkt wordt door een juf, die leeft voor het les geven, aan wie maar wil leren. Maar het is ook een sprookje dat gebaseerd is op feiten. Aan het eind van de negentiende eeuw was kinderarbeid normaal. En al was er een andere manier om schoorstenen te vegen, waardoor kinderen er niet meer in hoefden: daar wilde men niet aan. Die kinderen hoorden bij het straatbeeld, niemand vond het vreemd, of verkeerd. En werd de schoorsteen niet schoner als een kind zich er doorheen perste?
Het wezen golem is onderdeel van de joodse traditie en is nog steeds de mascotte van Praag.


De achtergrond, het leven in Londen, is ook zoveel mogelijk gebaseerd op hoe het echt was. Het verhaal wordt niet chronologisch verteld, maar met behulp van flashbacks. Het is dan ook een boek voor de betere lezer, maar als die eenmaal in het verhaal zit, vergeet hij of zij het nooit meer! Nan Mus is de Oliver Twist van de schoorsteenvegers, ook zo’n verhaal dat je bij blijft.


Jonathan Auxier (1981, Vancouver) schreef al eerder boeken voor jongeren. De Veger is het eerste dat vertaald werd. Hopelijk volgen de andere snel!


ISBN 9789030504368 | hardcover | 400 pagina’s | Uitgeverij Billy Bones | mei 2019
Vertaald uit het Engels door Esther Ottens | Leeftijd vanaf 10 jaar.

© Marjo, 31 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Niemand ziet het
illustraties: Charlotte Dematons
tekst: Dolf Verroen


Natuurlijk wist ik dat ik homo was, maar ik durfde er met niemand over te praten. Niet met mijn vader en moeder, niet met meester Maas en al helemaal niet met mijn klasgenoten.


Met deze woorden valt de hoofdpersoon Victor (13) gelijk met de deur in huis. Het is 1947, twee jaar na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog. Victor zit in de zevende klas zoals dat toen genoemd werd. Hij kan goed leren, maar droomt teveel weg volgens meester Maas. 'Hij kan zijn aandacht niet bij zijn werk houden.' Victors vader snapt het wel maar wil toch ook graag dat zijn zoon verder komt dan hij. 'Probeer het Victor, een goede opleiding is belangrijk.' zegt hij. Victor beseft dat ook wel en het trekt hem ook wel aan, maar er zijn echter wel die gevoelens...


De eerste geleerde in de familie leek me wel wat
Maar ik was homo
Wat moet je dan?


Het is wel 1947, over homoseksualiteit sprak je niet, laat staan dat je zegt dat je zelf homoseksueel bent. Er worden grapjes gemaakt tegen Victor door mensen over meisjes, er wordt gevraagd of Victor nog geen meisje heeft.
Victors ouders hebben zelf erge problemen gehad omdat ze van een verschillend geloof waren. Het is daarom dat Victors vader heel lief zegt: 'Als jij later met een meisje thuiskomt, Victor, zal ik je nooit dwarszitten. Nooit.' Maar dat is niet wat Victor wil horen.


Het zweet stond in mijn handen
Gymnasium
Meisje
Homo


Het verbaast hem ook dat niemand zijn geaardheid doorheeft. Hij is erg netjes op zijn kleren, erg precies wat kleurencombinaties betreft en dat wijt hij allemaal aan zijn homoseksualiteit.


Soms dacht ik: iedereen kan het aan me zien. Die jongen met dat stomme brilletje op zijn neus en die nette kleren aan, die is niet normaal hoor.

Toch ligt de nadruk van het verhaal niet op het homoseksueel zijn van Victor. Het verhaal laat vooral zien hoe die tijd was en wat er speelde. Het hele boek ademt de sfeer uit van de jaren vlak na de oorlog. Veel was nog op de bon, er was nog geen tv, op zondag werd gekaart, soms kwamen een oom en tante op bezoek en werd er een glaasje geschonken. - Het effect van die drank op de volwassenen wordt overigens prachtig beschreven door Dolf Verroen. -
De oom verricht later nog een vreemde handeling, iets wat een beetje als een donderslag uit heldere hemel komt, maar wel enkele zaken verklaart.


Op school zijn de meester en juf nog mensen met gezag. Meester Maas is er erg op uit dat Victor verder gaat  leren en spoort hem steeds aan om beter zijn best te doen. De kans die Victor krijgt om te leren, wat nog vrij uniek was in die jaren, is eveneens erg belangrijk voor vader. Victor ontdekt dat hij diep in zijn hart het met de meester en zijn vader eens is, maar hij twijfelt constant, kan dat wel als homo zijnde?
Maar als een meisje hem verleidt en zoent, weet hij helemaal zeker dat hij homo is. Het hoge woord móet eruit, hij vertelt het aan zijn ouders.


- In het boek wordt niet verteld dat in die tijd homoseksualiteit onder de 21 jaar was verboden was en dat tot in de jaren 50 homoseksuelen vervolg werden. Ook wordt niet verteld dat homoseksualiteit in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw nog als psychisch afwijkend beschouwd werd. Ook wordt niet gemeld dat homoseksuele mensen tot in de jaren vijftig geen baan kregen bij de overheid. Wellicht was dit handig geweest om dit wél zijdelings te noemen, voor een beter begrip van kinderen van nu voor Victors dilemma om te gaan studeren ondanks dat hij homo is. -


Het geheel is verder een integer verhaal geworden dat bijna ouderwets degelijk geschreven is. Het straalt de relatieve rust uit die in die eind jaren veertig heerste. Toch is het geheel boeiend en speels en een genot om te lezen. Doorheen het boek verspreid, staan mooie zwart-wit tekeningen van Charlotte Dermatons.
Mooi, licht ontroerend verhaal. Een koesterboek.


ISBN 9789025878238 | Hardcover | 107 pagina's | NUR 283 | Uitgeverij Leopold | november 2019

© Dettie, 2 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kapsalon Romy
Tamara Bos


Romy moet sinds haar ouders gescheiden zijn na schooltijd naar oma Stine. Echt blij is ze daar niet mee want oma is streng en kil. Maar mama maakt lange dagen op haar werk en papa heeft nog geen eigen woning. Gelukkig is er poes Mads en de lieve Emine die bij oma in de kapsalon werkt. Maar helaas Emine gaat weg en oma moet voortaan al het werk alleen doen.


Al snel merkt Romy dat oma dat niet trekt, oma is al in de zeventig, en Romy begint steeds meer te doen in de kapsalon. Maar het is niet alleen het vele werk dat oma niet meer aankan, ze vergeet steeds vaker iets. Ook weet ze niet meer zo goed hoeveel wisselgeld ze terug moet geven en vindt Romy een boek in de koelkast. Op gegeven moment is oma zelfs heel veel geld kwijt...


Romy voelt oma haarfijn aan, zij snapt waar oma haar geld laat, zij vangt alle kleine en grote problemen van oma op en de twee raken heel goed op elkaar ingespeeld. Het fijne is dat oma steeds liever wordt, ze knuffelt Romy nu steeds vaker en wat geeft het als ze dan ineens Deens praat, de taal van haar jeugd. Het is gewoon goed zoals het is. Romy krijgt zelfs een sleutel van oma, die is voor haar persoonlijk, want later mag Romy de kapsalon overnemen. Kapsalon Romy.


Maar oma vergeet steeds meer, en mama vindt dat oma naar een verzorgingshuis moet en dat gebeurt ook. Romy kan het niet aanzien. Haar levendige, speelse oma wordt steeds apathischer en somberder. Mama wil er niet over praten en papa heeft het te druk met zijn smartphone. Bovendien is Romy boos op papa dus met hem praat ze niet meer. Maar er moet wel iets gebeuren. Oma moet daar weg!


Het mooie van dit boek is, dat ondanks dat het een heftig onderwerp bespreekt en soms heel ontroerend is, toch een heel positief en humoristisch verhaal is geworden. Dat komt vooral omdat het verhaal vanuit Romy (in de ik-vorm) verteld wordt. Zij ziet niet de problemen die volwassenen zien, ze doet gewoon wat ze denkt dat goed is. Ze begrijpt oma, ondanks dat het soms best pittig is wat oma doet, ze helpt oma écht.


Tamara Bos heeft met dit boek een juweeltje van een verhaal neergezet dat niet alleen kinderen zal aanspreken maar ook volwassenen. Het boek heeft alles in zich om een regelrechte klassieker te worden. Lees en geniet!


ISBN 9789025771812 | Hardcover | 176 pagina's | NUR 283 | Uitgeverij Gottmer | oktober 2019
Eerder verschenen in 2016, en onlangs zeer succesvol verfilmd, zie cover. Leeftijd 10+

© Dettie, 3 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn bijzonder rare week met Tess
door Anna Woltz


De thematiek en onderwerpen in de kinderliteratuur zijn in de loop der jaren behoorlijk veranderd. Uiteraard verschijnen er nog steeds geweldige kinderboeken waarin de hoofdpersoon spannende en bloedstollende avonturen beleeft, maar soms worden er ook pareltjes geschreven waarin de auteur een kant belicht van onze complexe, ingewikkelde maatschappij. Van de vele, verschillende gezinssamenstellingen. Het gezin anno 2020 bestaat allang niet meer uit een vader, een moeder en kinderen. Niemand kijkt er meer van op van: het één oudergezin, of het gezin bestaande uit twee vaders of twee moeders, het pleeggezin of van het samengesteld gezin. En gelukkig maar.


In “Mijn bijzonder rare week met Tess” maken we kennis met Samuel. Hij is samen met zijn vader, moeder en broer Jorre een weekje op Texel. Vanwege de vakantie. Jorre dondert in een kuil en breekt daarbij zijn enkel. Ze gaan met Jorre naar een dokter en daar ontmoet Samuel Tess.


Achter de tafel zat een meisje met zandkleurig haar en een ernstig gezicht. Ik draaide me vlug om, maar ze had me al gezien.
“Wacht,” riep ze.
Ik draaide me half terug
“Weet jij iets over zebravissen?” Haar stem was net zo ernstig als haar gezicht.
“Niet echt…”zei ik.
“Speel je dan trompet?”
Ik schudde mijn hoofd.
“Heb je ooit een cursus houtbewerken gedaan?”
Ik schudde opnieuw mijn hoofd, en ze zuchtte.
“Dan heb ik je niet nodig. Ga maar weer.”


Tess is een klein, maar zelfverzekerd meisje. Ze is een beetje bazig en weet heel goed wat ze wilt. Ze is de dochter van de strenge doktersassistente die zich over Jorre had ontfermd.


De twee kinderen raken bevriend. Tess neemt Samuel mee naar een vakantiehuisje, ergens op het eiland, dat is verhuurd aan een man en een vrouw. Tess moet daar heen om de ramen open te zetten, bloemen te brengen en het programma klaar te leggen. Ze doet er wat geheimzinnig over. Samuel springt bij Tess achterop de fiets en zo rijden de twee door de duinen. Eenmaal bij het vakantiehuisje aangekomen vertelt Tess haar geheim. De man aan wie het huis is verhuurd is haar vader, alleen dat weet hij zelf niet.


De moeder van Tess heeft nooit iets vertelt over wie de vader van Tess is. Tess is er zelf op een ingenieuze manier achter gekomen en wil nu weten wat voor man het is. Is het wel een leuke vader? Heeft ie kinderen? En zou hij Tess willen als dochter? Om daar achter te komen heeft ze één week de tijd.


Anna Woltz heeft heel origineel boek geschreven. Over een meisje en haar vader. Over de strijd tussen Samuel en zijn oudere broer Jorre. Over gezinsverhoudingen. Over ouders die ‘t leven soms knap ingewikkeld kunnen maken. Over hun gezeur en gemopper. heel herkenbaar.


Anna Woltz schreef dit boek al in 2013. Het werd bekroond met een vlag en wimpel door de griffeljury in 2014. En binnenkort komt de film die er van gemaakt is in de bioscoop. Anna Woltz is op dit moment een van de bekendste Nederlandse kinderboekenauteurs. Van haar hand zijn o.a. Evi, Nick en ik (2011), Gips (gouden griffel 2016) en Alaska (zilveren griffel 2017). Voor de kinderboekenweek van 2019 schreef ze het boekenweekgeschenk “haaientanden”. Ik ben groot fan van haar werk. Het is humoristisch en tegelijkertijd snijdt ze op een luchtige manier moeilijke onderwerpen aan. Knap.


ISBN: 978 90 451 2387 5 | paperback | 176 pagina's | Uitgeverij Querido | september 2019 (8e druk)
NUR 283 | Leeftijd 10+

Eric Heugens, 7 novembe-2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

Rose Blanche
Roberto Innocenti


Al in 1985 maakte Roberto Innocenti  met Christophe Gallaz dit boek, een verhaal over de Tweede Wereldoorlog. Het is nu ook in het Nederlands vertaald (door wie wordt niet vermeld), het zijn kleine stukjes tekst bij paginagrote tekeningen.


‘Mijn naam is Rose Blanche.
Ik woon in Duitsland, in een stadje met smalle straten, oude fonteinen en hoge huizen met duiven op de daken.
Op een dag kwam de eerste vrachtwagen en veel mannen vertrokken, verkleed als soldaten. De winter stond voor de deur.’


Het meisje ziet dingen gebeuren, maar begrijpt niet de betekenis van wat ze ziet. Ze ziet mannen in vrachtwagens en tanks vertrekken, ze ziet andere – onbekende – mannen in vrachtwagens door het stadje rijden, en haar wordt gezegd dat ze uit moet kijken als ze de straat op gaat.  Intussen gaat het gewone leven door.


Op een dag is ze er getuige van dat een jongen uit een van die vrachtwagens springt. Voor hij kan wegrennen staat de burgemeester daar. We zien een dikke man die een rode band met swastika rond zijn arm heeft. Hij grijpt de jongen en die wordt weer terug in de vrachtwagen gezet. De auto's rijden weer weg.
Het meisje weet niet wat er nu eigenlijk gebeurd is, maar ze wil weten waar die jongen naar toe gebracht wordt en ze volgt de vrachtauto’s. Natuurlijk kan ze die niet bijhouden, maar ze zijn al snel in het bos en daar kan ze de sporen volgen. Die leiden haar naar een open plek. Een open plek met prikkeldraad er omheen. 
En daar ziet ze kinderen staan en grote mensen, die er vreemd uitzien. Het is haar al snel duidelijk dat deze mensen honger hebben. Wie het zijn, wat er aan de hand is, ze heeft geen idee.
Maar honger, dat begrijpt ze.
In de periode daarna verbaast haar moeder zich over de enorme eetlust van het meisje...


Vooral door middel van de afbeeldingen wordt een verhaal verteld zoals zich dat in de oorlog afgespeeld kan hebben. Wat er precies gebeurt begrijpt het meisje niet, maar de hedendaagse lezer wel, vooral omdat wij de geschiedenis kennen. Dat het bepaald geen vrolijk verhaal is, begrijpen we ook, maar de afbeeldingen zijn wel mooi. En er is zoveel meer op te zien dan in woorden uitgedrukt wordt. Ook geven ze de sfeer heel goed weer.
Het verhaal doet denken aan het boek 'De jongen in de gestreepte pyjama.' Door de kracht van de afbeeldingen komt ook hier het verhaal net zo indringend over bij de lezer.


ISBN 9789044837025 | hardcover | 28 pagina's | Uitgeverij Clavis | november 2019
Vanaf 10 jaar

© Marjo, 1 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alleen Beer mocht mee
Het waargebeurde verhaal van een meisje in oorlogstijd
Vivian den Hollander


In het nawoord zegt Vivian den Hollander: "Graag wil ik vertellen hoe het boek tot stand is gekomen. De Trudi uit mijn verhaal was lange tijd de oppas van mijn kinderen en vertelde hun vaak over haar jeugd in Nederlands-Indië." Dat waren o.a. verhalen over het leven in een mooi huis maar ook over de Japanse aanval op Indië en het verblijf in de Japanse interneringskampen. We lezen vervolgens hoe schrijfster geïnteresseerd raakte in deze belevenissen van Trudi en op het idee kwam om daarover een boek te schrijven. Vele gesprekken - en research - later werd uiteindelijk dit interessante en aangrijpende boek geschreven. In chronologische volgorde lezen we hoe het Trudi vergaat.


Het begint allemaal leuk en onschuldig. Trudi woont in Nederlands-Indië  een mooi huis, is gek op Kokkie en maakt ruzie met haar zus en broertjes. Ze schrijft regelmatig naar oma en gaat gewoon naar school.


Maar dan vertelt haar vader dat er oorlog uitgebroken is in Nederland, dat is erg maar gelukkig wel heel ver weg. Maar helaas blijft het daar niet bij. De Japanners vallen Indië aan in 1942 en langzamerhand begint ook voor de familie van Trudi de ellende. Haar vader is arts maar wordt toch gearresteerd en meegevoerd. En ook de heerlijk onbezorgde tijd in het mooie huis is voorbij. Het gezin moet naar een van de Japanse interneringskampen. Ze mogen enkele meubeltjes en andere zaken meenemen. Trudi kiest voor haar kleding én Beer.


Aanvankelijk hebben ze een eigen woonruimte maar daar komt snel verandering in, steeds meer mensen worden bij elkaar gestopt. Ook het eten wordt steeds schaarser. Dan komt het moment dat de broer van Trudi ook meegenomen wordt... Uiteindelijk blijven de vrouwen en kinderen over, het enige wat zij doen is werken om te overleven en het overleven zelf is eveneens een heel zware klus!


Natuurlijk is het verhaal aangrijpend maar het is vooral de manier waarop het verteld wordt dat zo'n indruk maakt. Door de ogen van Trudi, een jong meisje, 'zien' we de dingen die gebeuren. Het handelen aan de poort dat later verboden wordt, de mishandelingen door de Japanners die steeds erger worden, het eindeloze staan als ze weer eens straf hebben, het eindeloze wachten op eten, het geluk als er een klein beetje suiker of olie bij het eten is. Trudi vertelt het allemaal. Ook haar zorgen om haar moeder, het verdriet om haar broer, het niet weten waar haar vader is, het harde werken wat ze moeten doen, deelt ze met ons.
Haar toon is vrij en openhartig, ze vertelt alles zoals zij het ziet en denkt te weten. Ze wordt in snelle tijd meer volwassen maar het kind in haar blijft ook aanwezig.
Ze registreert zonder zelfbeklag, ze handelt en leeft gewoon door, omdat ze niet anders kan, omdat ze moet ...
En Beer beleeft het allemaal mee.
Prachtig!


ISBN 9789000368259 | Hardcover | 175 pagina's | Uitgeverij Van Holkema en Warendorf | augustus 2019
Herziene heruitgave van het in 1992 voor het eerst verschenen waargebeurde verhaal van Trudi | Leeftijd 10+

Dettie, 30 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER