Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

Het Kandinksky bedrog
Blockbusters deel 4
Manon Berns
 

‘Een Blockbuster geeft niet op. Ook niet als alles tegenzit.’


Voor wie de Blockbusters nog niet kent: Storm, elf jaar oud (hm, niet echt ouder geworden sinds zijn eerste avontuur!) heeft een detectiveclub opgericht. Samen met zijn vriend Jimi, en de twee meisjes Lara en Juul zijn vormen ze een enorme bron van kennis en mogelijkheden. Storms moeder restaureert schilderijen, en zijn vader verzamelt bijzondere dingen, zoals hij in dit verhaal zijn oog laat vallen op een samoeraizwaard.


Zijn ouders komen nog eens ergens, en Storm mag ook wel eens mee. Als je dan weet dat hij een zeer nieuwsgierige jongen is die alles wil weten, dan snap je dat hij inderdaad van allerlei markten thuis is. En als hij iets niet weet, is er Jimi, die heel goed zijn weg kan vinden op internet. En een nerd als broer heeft. Juul is een jongedame uit Parijs, hetgeen weer een andere insteek geeft. En Lara is slim en houdt er ook van om allerlei informatie overal op te diepen. En dan is er nog oom Harrie, ook al iemand die erg nieuwsgierig is en van alles onderzoekt.


Terwijl Storms moeder zich bezig moet houden met de zaak over het schilderij van Kandinsky waarvan zij, in tegenstelling tot de Modern Art Gallery in New York, denkt dat het vals is, reizen Storm en zijn vader naar Moskou, naar oom Harrie. Zijn vader wil naar een veiling voor het samoeraizwaard, maar dan kan hij mooi even kijken naar die partij oude schilderdoeken die er ook aangeboden wordt. Want als het schilderij niet echt is, dan werkt de vervalser wel met authentieke oude doeken. En die komen ergens vandaan…


Storm wilde wel naar Moskou natuurlijk, maar eigenlijk moet hij ook verder met het onderzoek naar de vervalser. Want als de Blockbusters niet kunnen bewijzen dat het schilderij niet echt is, dan verliest zijn moeder de rechtszaak die tegen haar aangespannen is. Dat kan niet, want zij heeft natuurlijk gelijk!
Maar ja, in Moskou zijn andere dingen te doen. En dan blijkt dat in het huis waar hij met oom Harrie logeert, maar liefst zes schilderijen van Kandinsky hangen! En van het meisje dat daar ook woont, hoort hij dat er iets mee is…


Dit soort toevalligheden komen heel veel voor in de verhalen van Manon Berns, maar dat maakt het er niet minder spannend om. Het is erg boeiend om te lezen over de schilder en zijn werk, en natuurlijk ook over de manier waarop de kinderen de vervalser weten aan te pakken. Want dat zij het bewijs gaan leveren, dat weet je wel als je aan het verhaal begint.


Het gaat Manon Berns er dan ook vooral om om via een spannend en leuk jeugdverhaal kinderen te interesseren voor kunst. Omdat de vier kinderen ook echt kinderen blijven en naast alle avonturen ook een ‘gewoon leven leiden dat herkenbaar is voor de jonge lezer, moet dat wel lukken. Storm is in dit verhaal bijvoorbeeld de hoofdrolspeler in de schoolmusical, en hij vindt het vreselijk dat hij bij al die aandacht steeds een kleur krijgt als een rode biet!
En natuurlijk is er zelfs een link tussen die musical en het werk van Kandinsky!


Berns' manier van schrijven is ook zeer geslaagd. Grapjes in de tekst, pittige dialogen, en een goede spanningsboog.

Manon Berns (1969) studeerde Kunst en Kunstbeleid aan de Letterenfaculteit aan de Universiteit van Groningen. Zij werkte in het verleden als assistent-conservator en galeriehouder en is sinds 2000 eigenaar van een tekstbureau.


ISBN 9789020674989  | Hardcover | 224 pagina's | Kluitman | mei 2018 | Vanaf 10 jaar.

© Marjo, 19 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mathilde, ik kom je halen
Inez van Loon


De Rupelstreek is een streek in de provincie Antwerpen. Eeuwenlang werd er klei ontgonnen in de Rupelstreek. De overgebleven steenbakkerijen getuigen daar nog van. (Bron: Wikipedia) Het verhaal over Mathilde speelt zich af in deze streek en wel aan het begin van de twintigste eeuw.


De dertienjarige Mathilde heeft haar moeder verloren en als het verhaal begint deelt haar vader haar na de rouwtijd koudweg mee dat hij met de twintigjarige Lena gaat samenwonen. Voor Mathilde is er geen plaats, zij zal bij haar nonkel en tante moeten gaan wonen in het kleine huisje op het geleeg (de steenbakkerij). En haar oom en tante hebben al negen kinderen! Haar zesjarige neefje, de kleine, schrale Fonske, is echter enorm blij met de kot van Mathilde. Hij is erg gek op zijn nichtje. "Ik hoop dat je voor altijd bij ons blijft, Mathilde," zegt hij op gegeven moment.


De overgang is groot. Mathilde ging naar school en dankzij de inkomsten van de schoenmakerij van haar vader hadden ze het financieel redelijk goed. Ze had ook een eigen slaapkamer, maar die luxe kan ze nu wel vergeten. Ze zal op de zolder samen met Rosalie (12) en Marie (16) het bed moeten delen. De meisjes slapen op de strozakken rechts en de jongens links. En de school kan ze voorlopig ook wel vergeten want het zomerwerk komt eraan en dan moet Mathilde op de kleintjes passen.


Maar het zal anders lopen, Mathilde moet ook helpen in het geleeg. Zij zal als afdraagster (stenensjouwer) moet gaan werken, maar ook de frèle, ziekelijke Fonske moet aan de slag... Dat kan het mannetje toch helemaal niet aan! Maar in het grote gezin telt elke cent mee, dus ze zullen wel moeten.
'Kwaaie Kobe', de meesterknecht (opzichter), is een griezel. hij houdt wel van jonge meisjes en de meiden van het geleeg zorgen er voor dat ze nooit alleen naar hem toe gaan...


Voor de mensen uit de Rupelstreek is hun hele leven al uitgetekend, evenals voor de vorige en volgende generaties. Zij zullen allen werken dag in dag uit op de steenfabriek. Meer is er niet, op de vrije zondagmiddag na, die hen ook nog eens regelmatig afgepakt wordt.
Mathilde weet zeker dat ze dit soort leven niet wil en dat ze alles op alles zal zetten om weg te komen. Adriaan de vriend van haar vijftienjarige neef Prosper, denkt er net zo over, maar hoe kunnen ze hun doel bereiken?


Hoewel het verhaal gebaseerd is op het leven van de grootmoeder van Inez van Loon, brengt zij met dit verhaal vooral de zware omstandigheden van de arbeiders in de steenfabrieken tot leven. Zij moesten zich schikken naar de wensen van hun baas, hoe onredelijk die ook waren, anders konden ze hun inkomen wel vergeten. Het hele gezin, van klein tot groot werd ingezet om de hoge heren te dienen.
Maar het was ook de tijd van het begin van verzet, van de opkomst van de socialisten, die de erbarmelijke arbeidsomstandigheden niet langer pikken evenals het feit dat zij geen reëel salaris krijgen, geen loon naar werken. Het samenkomen van socialistische bijeenkomsten werd gezien als nadelig voor de grote bazen en naar zo'n bijeenkomst toegaan werd afgestraft soms werden mensen zelfs daardoor ontslagen met alle gevolgen van dien. 


De schrijfster weet deze armoede en dreigende sfeer goed neer te zetten, zonder er een loodzwaar verhaal van te maken. Vooral het gebruik van woorden uit die tijd - die achterin het boek verklaard worden - brengen het verhaal enorm tot leven en maken het sprankelend.  Je waant je als het ware een mede dorpsbewoner van de Rupelstreek.

Kortom, een prachtig, invoelend verhaal met erg tot de verbeelding sprekende personages. Heerlijk boek.


ISBN 9789044832709 | Hardcover | 183 pagina's | Uitgeverij Clavis | april 2018
Leeftijd 11+

© Dettie, 11 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De nachtlantaarn
Lisa Thompson


Als ze midden in de nacht over stille wegen rijden, weet de elfjarige Nathan al wel door dat hij en zijn moeder niet op vakantie gaan. Vooropgesteld dat ze midden in de nacht zonder echte voorbereiding zijn vertrokken, zonder het iemand te vertellen, is het gedrag van zijn moeder niet echt vakantie-achtig. Nathan vond het altijd zo leuk dat zij in de auto meezong met de radio, en dan gewoon doorging met zingen terwijl de radio alleen maar geruis liet horen in een tunnel. En dat het dan op het moment dat de radio weer ontvangst had, zijn moeder precies weer in de maat paste!


En zijn moeder zingt nu niet, ze kijkt steeds in haar achteruitkijkspiegel en beantwoordt zijn vragen nauwelijks. En het is koud en het regent. Later zal het ook nog gaan sneeuwen. Het huis waar ze tenslotte aankomen, een bouwvallig huisje dat ergens op een landgoed staat, is ontzettend smerig, en wordt bewoond door een kip. Al een tijdje, dat zien ze wel aan de bank.


‘Mam? Ik zei dat we hier weg moeten! Laten we gewoon in de auto stappen en naar oma rijden, goed?’


Maar zijn moeder luistert niet, en ze maken zo goed en kwaad als het gaat een bed in orde. Wel wordt duidelijk wat Nathan al vermoedde: ze zijn op de vlucht voor Gary, de vriend van Mama. Nathans vader is jaren geleden vertrokken met een ander, en toen Gary kwam was zijn moeder dolgelukkig. Nathan niet, maar ja, hij moest het accepteren. En nu is zijn moeder ook tot inkeer gekomen.


De volgende dag gaat ze er op uit om boodschappen te doen. Nathan moet binnen blijven, maar ze blijft maar weg. Het duurt al twee uur, dan drie uur, waar blijft ze toch? Heeft Gary haar dan toch gevonden? En dan hoort hij iemand. Maar het is niet zijn moeder.
Waar komt zijn oude vriend Sam ineens vandaan?  Maar misschien geeft zijn aanwezigheid Nathan wel de moed om eens buiten het huisje te gaan kijken, misschien is mama wel ergens in de buurt.
En opnieuw meldt zich iemand: een meisje van ongeveer zijn leeftijd.
Raadsels zijn er om op te lossen, vindt Kitty, het meisje dat hij leert kennen, maar ze is zelf ook een raadsel met haar verhalen over Charlotte en James.

En dan begint een spannend avontuur. Twee kinderen die van alles ontdekken als ze de raadsels van Kitty gaan oplossen. Maar zullen ze ook Nathans moeder vinden?


En dan is hij nog jarig ook:


‘Terwijl ik daar lag, voelde ik mijn warme adem tegen mijn kin. Ik besloot gewoon in bed te blijven en af te wachten. Ik zou gewoon wachten tot de tijd verstreek en mijn moeder terugkwam, dan zou alles weer goed zijn. Ze zou binnenkomen met een grote lach op haar gezicht.
‘Sorry dat ik zo lang ben weggebleven, Nathan. Ik ben druk bezig geweest om dit voor je te maken! Ik heb er een eeuwigheid over gedaan.'
En dan zou ze achter haar rug vandaan een enorme verjaardagstaart van drie verdiepingen tevoorschijn halen.’


Maar zo gebeurt het natuurlijk niet.
De nachtlantaarn van de titel komt natuurlijk ook voor in het verhaal, want een van de dingen die Nathan moet overwonnen is zijn angst voor het donker.


De Goudvisjongen was het succesvolle debuut van Lisa Thompson. Het thema van dit boek is hetzelfde: terwijl volwassen alleen op de achtergrond aanwezig zijn, gaat een jongen een bijzondere vriendschap aan, hetgeen voor hemzelf nog het meest onverwacht is. Het laat zien dat er altijd een uitweg is uit situaties die uitzichtloos lijken. Ook al ben je nog maar een kind, je kan heel goed zelf beslissingen nemen, logisch nadenken en je niet uit het veld laten slaan, hoe moeilijk het ook is. De manier waarop Nathan dat doet is bijzonder, en heeft iets magisch.


Lisa Thompson (Essex, 1973) werkte voor de BBC radio, maar heeft nu bewezen dat zij een roemrijke carrière als jeugdboekenschrijver tegemoet kan zien.

ISBN 9789030503644 | Hardcover | 256 pagina's | Meis & Maas | april 2018
Vertaald uit het Engels door Anneke Bok | Vanaf 10 jaar.

© Marjo,  30 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Tunnels
Dave Eggers


Catalina dacht nog steeds na over Grans intelligentie. Ze dacht hardop, alsof Gran niet happend naar lucht voor haar lag.
'De eerste keer dat ik je zag, was je net tegen een muur opgelopen. Snap je nu hoe verwarrend je bent? En waarom ben je trouwens op blote voeten?'


De twaalfjarige Gran verhuist met ouders en jongere zusje Maisie naar het dorp Carrousel. Gewend als ze zijn aan een vrij luxe appartement met uitzicht op de oceaan, valt hun nieuwe woning vies tegen. Het is een houten huisje dat er scheef uitziet. Maar het was van de overgrootvader van Grans vader, en dus goedkoop. Want zijn vader, monteur van beroep, had in de stad geen werk meer, en zou hier een goede baan krijgen. Helaas valt dat vies tegen. Het draait er op uit dat hij toch weer terug gaat naar de stad, en dan vaak lang wegblijft. Grans moeder is kunstenares, en zit in een rolstoel.
De omstandigheden zijn kortom niet al te best.


Als het op school ook niet erg prettig verloopt - hij wordt compleet genegeerd - zakt de moed hem in de schoenen. En hij was nog wel begonnen met een nieuwe naam. Gran heet namelijk Graniet. Om tegenwicht te bieden aan de achternaam Bloempjes, zegt zijn vader.  Maar het interesseert niemand, ze pesten hem er zelfs niet mee.


Alles verandert als hij op school een briefje in zijn boek vindt, met de vraag waarom hij in vredesnaam niet gewoon Graniet genoemd wil worden? Want Gran betekent oma, zo wil je toch niet heten? Had er dan Grant van gemaakt, zegt de onbekende briefschrijver. Het moet een meisje zijn, denkt Gran, het is een net handschrift. Maar wie dan? En waarom ziet niemand hem?


Op het moment dat hij probeert uit te vinden of hij misschien onzichtbaar is, leert hij Catalina Catalan kennen, een meisje met een geheim. Nou, Gran heeft toch niets anders te doen, hij wil weten wat zij uitspookt!


Intussen heeft hij De Hertog ontmoet, een conciërge, die lijkt te wonen in een enorme bergruimte onder de school. Het is de enige persoon die aandacht heeft voor de jongen, en Gran hoort van hem over de geschiedenis van het dorp.


Ooit stond er in het dorp een wereldberoemde draaimolenfabriek, Catalan Carrousel en Co. Iedere dorpsbewoner had er werk, alles werd met de hand gemaakt. Op de zolder van Grans huis ligt ook van alles, zijn betovergrootvader was smid en werkte misschien ook wel in die fabriek! 
Er is niets meer van over, het dorp lijkt zich nu alleen maar druk te maken over de tweespalt tussen twee dorpelingen, Fia Voelstra die strijdt voor Plannen P&S, terwijl haar tegenstander Walter Wolford de voorkeur geeft aan Plannen E&H. Het duurt even voor het gezin Bloempjes ontdekt waar die letters voor staan en wat die twee willen. 


Binnen de kortste keren is Grans leven totaal veranderd. Thuis heerst nog steeds dezelfde ongezelligheid, maar na school volgt hij Catalina. Zij wil echter niets van hem weten, verdenkt hem er van dat hij voor de Holtes werkt. Maar Gran heeft geen idee wie of wat de Holtes zijn.
Als hij ziet op welke manier zij er in slaagt steeds te verdwijnen, zoekt hij naar een manier om dat ook te doen. En zo komt hij in de tunnels terecht, waar hij met het meisje de moedige strijd aangaat met bijzondere tegenstanders. 


Wat is de rol van de conciërge in dit verhaal? En waarom moeten ze hockeysticks, palen, balken en buizen verzamelen? Maar vooral: komt het nog goed in Huize Bloempjes? Want het blijkt veel verschil te maken of men gelukkig dan wel ongelukkig is, en zij zijn duidelijk niet gelukkig.


In 113 korte hoofdstukken wordt een spannend sprookjesachtig verhaal verteld. De hoofdstukken zijn met een zwarte lijn omlijnd en er zijn heel veel zwart-wittekeningen, die perfect passen bij de tekst. Zo wordt ook de bladspiegel duidelijker, en dat maakt het boek geschikt voor kinderen die wat moeite hebben met lezen. Dave Eggers trekt ook die kinderen door zijn vlotte stijl meteen het verhaal in, en Gran is een sympathieke knul, die lekker spannende avonturen beleeft. Dat er ook een opgestoken vingertje in het verhaal zit, ach, dat merkt een jongere lezer niet eens. 


Dave Eggers is de auteur van onder meer Een hartverscheurend verhaal van duizelingwekkende genialiteit (finalist Pulitzer Prize), Zeitoun en Wat is de Wat (finalist National Book Critics Circle Award en winnaar Prix Médicis). In 2013 verscheen zijn nieuwe roman De Cirkel. Nog geen jaar later verscheen zijn (volledig in dialoog geschreven) roman Uw vaderen, waar zijn zij? En de profeten, leven zij voor eeuwig?
Eggers schrijft evenwel ook kinderboeken. De Tunnels is zijn derde, na The bridge will not be gray (2015) en Her right foot (2017), die (nog) niet in het Nederlands zijn vertaald.


ISBN 9789048843459  | Hardcover | 352 pagina's | Moon| april 2018|
Tekeningen van Aaron Renier | Vertaald uit het Engels door Karin Pijl | Vanaf 10 jaar|

© Marjo,  20 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Weg uit de Peel
Jacques Vriens


In dit boek lezen we over Janneke Berkvens, een meisje dat leeft in het begin van de 20e eeuw, in het buurtschap De Heikant in de Peel, een gebied op de grens van Noord-Brabant en Limburg.

Janneke woont met haar ouders en broers en zusje in een piepklein huisje. Haar vader en broer zijn turfstekers in dienst van meneer Witlox, de man uit het Grote Huis. Witlox is een arrogante man die zijn mensen uitbuit. Ze krijgen amper geld en hij duldt geen commentaar  daarover, dan is diegene gelijk zijn baan en karige inkomen kwijt.


De moeder van Janneke is een bazige vrouw met een scherpe tong, die alleen maar loopt de mopperen en schelden, druk als ze is met het huishouden, iedereen van voedsel te voorzien en haar kinderen een beetje redelijk in de kleren te steken. Ze moet grote moeite doen om financieel het hoofd boven water te houden, ze duldt geen tegenspraak en wenst niets kwaads te te horen over Witlox en meneer pastoor, bang als ze is hun inkomen te verliezen. Met nummer zes op komst, is het al pittig genoeg.

Janneke is uit ander hout gesneden. Ze is intelligent en droomt van een ander leven als schooljuf. Haar meester, Harm Kanters, heeft immers gezegd dat makkelijk kan bereiken. Maar als ze dat aan haar moeder vertelt is die alleen maar woedend dat de meester haar zulke rare fratsen heeft verteld.


"Ik ga morgen naar die vent toe en zal hem zeggen dat hij moet ophouden mijn dochter op te stoken tegen haar ouders. Naar de mulo en juf worden! Je bent niet goed wijs. Over twee maanden is het afgelopen met school en kom je mij helpen. Ik zal je leren om de kakmadam uit te hangen.


Hun soort mensen doen zulke dingen niet, de mannen gaan turfsteken en de meisjes helpen eerst hun moeder thuis tot ze zelf trouwen en krijgen kinderen. Dat gebeurt al generaties zo, en zo zal het blijven. Maar Janneke is opstandig, houdt haar mond niet en wil een ander leven dan dat van haar moeder. Ook de meester probeert haar dromen waar te maken maar helaas, moeders wil is wet.


Gelukkig heeft ze haar toevluchtsoord waar ze zo vaak mogelijk naartoe gaat, het is een plek tussen de bomen waar niemand anders komt, denkt ze. Maar dan ziet ze daar ineens rooie Willem, de zoon van stroper Biemans. 'Kijk uit voor die rooie van Biemans,' zei moeder vaak, 'Die kan niet van de meisjes afblijven.'
Willem, de jongen die van school gestuurd is vanwege zijn grote mond. Maar Willem blijkt heel anders dan Janneke dacht. Hij luistert en begrijpt wat Janneke drijft. Hij wil ook geen turfsteker worden, maar eigen baas zijn, vrij zijn. Ze zoeken elkaar steeds vaker op. Ze voelen zich prettig bij elkaar. Willem begrijpt helemaal dat zij niet dat troosteloze, uitzichtloze leven van haar ouders wil leiden. Hij houdt haar voor dat ook zij ook kan kiezen voor een andere toekomst. Maar zo makkelijk is dat allemaal niet.


Ondertussen sist en bruist het in het kleine gehuchtje. Janneke krijgt steeds meer moeite met de sociale disbalans, met de macht van de kerk en hoge heren, en de angst daarvoor. Ze ziet het wantrouwen en onbegrip van mensen voor nieuwe dingen, zoals de vakbond of de nieuwe methodes die de dokter toepast, met alle gevolgen van dien. Ze hoort toespraken van mensen die voor de vakbond zijn, die met iedereen het beste voor hebben, maar argwanend bekeken worden. Ze voelt ook het onrecht opvlammen die de arbeiders moeten ondergaan. Haar geliefde meester wordt eveneens vals beschuldigd van zaken die door het gezag en de hoge heren wel gedaan worden. Willem en haar oudere broer Nard vertellen haar steeds wat er gaande is. Het gaat gisten in Janneke, het onrecht breekt haar steeds meer op. Wat moet ze doen? Ze weet het niet, totdat er iets gebeurt dat hard aankomt en ze wel een beslissing móet nemen...


Jacques Vriens is er met dit aangrijpende verhaal goed in geslaagd om de sfeer en het sociale leven van die tijd weer te geven. God en gebod, daar draaide het om. De mens zelf deed er niet toe. Het is knap dat Vriens dit op zo'n manier heeft weten te verwoorden dat het voor jongeren goed inleefbaar is maar er daarnaast een mooi en soms ontroerend verhaal van heeft gemaakt.  Het verhaal pakt je op en neemt je mee en je moet doorlezen door tot het uit is. Prachtig!


ISBN 9789000360444 | Paperback | 192 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | april 2018
Leeftijd 10+

© Dettie, 28 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verdacht
Gerard van Gemert


'Voor detectives' staat achterop het boek te lezen en dat klopt helemaal, er moet heel wat speurwerk verricht worden voordat Mischa - en de lezer - écht begrijpt wat er allemaal aan de hand is, maar spannend is het zeker!

Het begint allemaal in de herfstvakantie. De vijftienjarige Mischa Bordelman denkt lekker een weekje alleen thuis op Terschelling door te brengen terwijl zijn ouders een weekje naar hun huisje in Limburg gingen. "Nu kon hij, voor het eerst van zijn leven, een week lang liedjes schrijven en gitaar spelen zonder dat hij gestoord werd omdat hij moest eten, afwassen of boodschappen doen. [...] Hij verheugde zich er al weken op."
Zijn moeder vindt het eigenlijk maar niets dat hij niet mee gaat, ze ziet overal gevaar in. Dat ze dit keer gelijk krijgt kan zij ook niet weten...

De middag waarop zijn ouders vertrekken maakt Mischa zoals altijd een wandeling, "de duinen, het strand en de zee waren zijn beste vrienden." Maar onderweg hoort hij een raar geluid. Een soort gepiep. Hij ziet twee tassen liggen en uit één daarvan komt geluid! Even denkt Mischa dat er jonge poesjes in zitten maar niets is minder waar. In de tas zit een baby! "Zijn moeder had gelijk. Hij had zijn mobiel mee moeten nemen," denk Mischa nu.
In de andere tas zitten luiers en babyvoeding én een enveloppe, Voor Mischa staat er in sierlijke letters op geschreven! Mischa snapt er niets meer van. Hoe kan dát nou?

In de enveloppe zitten instructies hoe Mischa de baby moet verschonen en hoe hij de baby verder moet verzorgen.  Daarbij zit een briefje van 'een wanhopige moeder' waarin staat dat Romy, de baby, 5 maanden oud is en gevaar loopt. Mischa moet zorgen dat het kleine meisje uit handen blijft van de mensen die achter haar aan zitten. Hij moet ook niet naar de politie gaan want ook dan komt de baby in verkeerde handen. De vrouw weet dat Mischa het eiland goed kent en daar plekken kent die niemand anders weet te vinden. Onder andere daarom vertrouwt ze hem haar baby toe. Maar het is wel gevaarlijk, ze schrijft:


"Vlucht, Mischa. Constant. Blijf geen dag op dezelfde plek en vertrouw niemand. De mensen die op Romy jagen, zijn machtig, maar jij kunt Romy, met jouw intelligentie en doortastendheid, uit hun handen houden. Als de kust veilig is kom ik haar weer halen."


Daar staat Mischa dan met een huilende baby in zijn armen, daar gaat zijn rustige weekje... Hij neemt de baby mee naar huis, dat kon deze avond nog wel, stond in de brief van de moeder. Maar als hij net thuis is gaat de bel. Wat nu? Vertrouw niemand stond er immers in de brief. Hij doet toch maar open. Het is zijn klasgenootje Mireille, het leukste meisje uit zijn klas! Zij ruikt onraad en al snel besluit Mischa haar in vertrouwen te nemen en dat is maar goed ook, want uiteindelijk wordt ze een grote steun en hulp voor Mischa én Romy.


Die avond lijkt alles goed te gaan, Mireille leert Mischa hoe hij het flesje moet klaarmaken en helpt met verschonen en ze redden het prima zo. Maar dan hoort Mischa een vreemd geluid buiten en even later wordt er hard op de deur gebonkt...


Dit gebeurt allemaal in de eerste 31 bladzijden van het boek. Op de overige 137 pagina's lezen we hoe Mischa zich in allerlei bochten moet wringen om de lieve kleine Romy te redden uit de handen van kwaadwillende mensen. Het is voor Mischa af en toe wel moeilijk om te begrijpen wat er allemaal aan de hand is. Er melden zich bijvoorbeeld twee moeders! Beiden zeggen ze dat zij de moeder van Romy zijn. Maar wie is nou de échte moeder?


En dat is nog niet alles, er blijkt zich een heel ander verhaal op de achtergrond af te spelen waarmee de undercover politie al maanden bezig is. En Mischa wordt, of hij het wil of niet, uiteindelijk een hele belangrijke schakel het hele gebeuren.
Zijn rustige weekje is veranderd in een kolkende achtbaan met hoge toppen en diepe dalen... Hij moet dingen doen die hij niet voor mogelijk had gehouden...


Zoals gezegd, het wordt heel erg spannend allemaal en je blijft steeds maar verder lezen, want je moet weten hoe het afloopt... Komt alles wel goed?
Opnieuw een goed verhaal in de serie Eilandgeheimen.


ISBN 9789044831191 | Hardcover | 168 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2018
Leeftijd 12+

© Dettie, 12 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Syntopia 
Tanja de Jonge


Timo staat op weg naar school iedere dag even stil bij dat hoge, moderne gebouw, waar met gouden letters ‘Syntopia’ op staat. Uit de krant en van televisie weet hij dat het een supermodern gebouw is, met allemaal supermoderne technische snufjes. Je had er geen sleutels nodig, want het gebouw herkent je, je wordt zelfs aangesproken als je in de lift stapt. De mensen die er wonen maken gebruik van kleine elektrische auto’s, die uit zichzelf rijden naar de plek die je alleen maar hoeft te noemen.


Wat zou Timo daar graag wonen! Maar zijn ouders willen dat niet. Timo weet dat ze al die moderne snufjes niet zien zitten, maar ook dat ze het niet betalen kunnen. Hij moet het zelf ook doen met een aftands mobieltje, en een laptop is toch helemaal niet nodig! Dat de andere kinderen er allemaal een hebben, nou, dan werkt hij toch op mama’s computer.


‘Dat gebouw hangt vol met camera’s, die je vierentwintig uur per dag in de gaten houden.'
‘Ja duh, het gebouw herkent je als je naar binnen wil, dan moet het je wel kunnen zien.'
’Ik vind dat geen prettig idee.'
’Jij bent zoooo ouderwets!’’  riep Timo geërgerd.
‘En die man, Haiko Trips, vind ik een griezel. Hij woont er ook, hè, op de vijfde verdieping. Stel je voor dat ik er zou wonen, dan kwam ik die man elke dag tegen in de lift.’


Robin, een meisje uit zijn klas woont er, misschien kan Timo via haar eens een kijkje nemen? Maar een meisje aanspreken, dat doe je niet zomaar. De anderen zouden eens denken dat hij iets met haar wil!
Dan krijgt zijn vriend Milan een drone voor zijn verjaardag. Hij wel! Ze maken een filmpje en laten dat op school zien. En daarna spreekt Robin hen aan!
En zo komt Timo toch binnen in Syntopia. Hij wordt zelfs opgenomen in het systeem.


Robin en haar moeder vinden het helemaal prima in het nieuwe appartementengebouw, maar er zijn een paar dingen die ze wel anders willen. Robin zou graag langer willen douchen dan de drie minuten die het systeem toestaat.  En haar moeder wil zelf bepalen wat ze eet, en niet staan koken met de groenten die Syntopia haar verschaft.
Als Meneer Trips haar moeder op een avond vraagt om in zijn appartement te komen, hoort Robin weer dat vreemde geluid dat ze eerder ook al hoorde en waarvan ze wil weten wat het is. Maar de verdieping boven hun flat is niet toegankelijk, daar zit waarschijnlijk het epicentrum van de technologische snufjes.
De volgende morgen is haar moeder er weer, maar het lijkt wel of ze veranderd is! Ze heeft geen haast meer, en is vol belangstelling voor Robin!
Wat is hier aan de hand?


Timo en Milan weten hier niets van, maar ze zijn wel nieuwsgierig waarom Robin op een dag niet op school komt en ze gaan naar Syntopia. Het kost moeite, maar ze komen er binnen en ontdekken vreemde dingen…


De plannen die meneer Trips heeft voor de mensheid zien er op het eerste gezicht heel idyllisch uit. Een samenleving waarin iedereen zich gedraagt, aardig is voor iedereen, en doet wat goed is voor de wereld en haar milieu. Maar natuurlijk moet er een prijs betaald worden en het is de vraag of we werkelijk zo’n wereld zouden moeten willen.


Een jeugdboek dat zich in het heden afspeelt, maar toch futuristisch is. Spannend is het in ieder geval ook, je leest het in een adem uit. Dat komt ook doordat het vlot geschreven is, in korte hoofdstukken, met veel dialogen, en  ruim opgezette bladspiegel.
Voor kinderen in de onderbouw van een middelbare school, zeker, maar waarschijnlijk kunnen kinderen van groep 8 dit ook best aan, ook al biedt de ontknoping geen afgerond einde zoals je dat zou verwachten. Het boek is in de derde persoon geschreven is en de drie jongelui hebben herkenbare karakters. En uiteindelijk is meneer Trips helemaal geen slechterik.


Tanja de Jonge (Uden, 1968) studeerde aan de kunstacademie in Maastricht en verhuisde daarna naar Amsterdam, waar ze decors ontwierp voor theaterproducties.
Vanaf 2009 schrijft ze kinderboeken en is ze werkzaam bij de Bibliotheek van Hoorn.


ISBN 9789025113971 | Paperback | 196 pagina's | Uitgeverij Holland | april 2018 | Vanaf 12 jaar.

© Marjo,  30 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Supernormaal
Je hebt geen superkrachten nodig om een Held te zijn
Greg James & Chris Smith


Het gebeurt nogal eens met kinderboekpersonages: na een verhuizing moeten ze naar een nieuwe school. De moeder van de elfjarige Murph – er is geen vader in beeld – heeft op een of andere manier moeite om haar baan te behouden. Het is dus al de zoveelste keer dat ze opnieuw moeten beginnen. Murph baalt. Niet dat zoveel vrienden achter laat - hij had niet eens de tijd die te maken - maar hun nieuwe huis is een lelijke blokkendoos.


En de school! Alle scholen waar hij met zijn moeder ging kijken zaten vol, en die ene school waar hij wel toegelaten wordt, blijkt een heel speciale school te zijn. De leerlingen en hun leraren hebben ‘Gaven’. Eentje heeft oogwarmtestralen, een ander is teletechneut, een meisje kan minipaardjes oproepen en een ander meisje vliegt met een gele paraplu naar school. Dat is overigens verboden, want de buitenwereld mag niet weten dat dit geen gewone school is.


Wat je met die gaven moet doen is een tweede, leraar Flash doet zijn best hen op te zwepen tot meer. Op een niet al te prettige manier. En tegen Murph is hij ook helemaal niet aardig, want tja, Murph zit dan wel op die school met bijzondere kinderen, hij is zelf helemaal niet bijzonder. Hij is Supernormaal, hetgeen binnen de kortste keren zijn bijnaam is. Het was namelijk een misverstand dat hij aangenomen werd op school.
Maar ondanks het feit dat hij bekeken wordt als een minkukel, hij heeft het naar zijn zin op deze school. Hij maakt er namelijk vrienden: Billy, Hilda, Mary en Nellie, kinderen met ‘absoluut waardeloze gaven’, maar met een talent voor vriendschap.


Waar kinderen met een talent zijn moet er ook een slechterik zijn. Inderdaad: er is nog een andere verhaallijn. Over Nektar, alias Clive Lamb, een onderzoeker bij Ribbons Robotica, die zijn baan dreigt te verliezen, en op het laatste moment een superingeving krijgt: door op een paar knoppen te duwen verandert de jongeman in een wezen met twee uitpuilende insectenogen. ‘Clive Lamb is uit de bijenkast gekomen!’ roept hij. Dat hij een wesp is, wil hij niet horen.
Al snel meldt zich een medewerker, Nicholas Knox. Deze wetenschapper is nog slechter dan Nektar, die hij eerst wil gebruiken voor zijn plannen en dan uitschakelen.
Knox zoekt kandidaten voor een leger en ontdekt de school van Murph.


Dan volgt een strijd tussen goed en kwaad, tussen Nektar, Knox en zijn groeiende leger versus Murph en zijn vier vrienden. Gelukkig krijgen zij steun van oude helden, ‘helden met een mooi pakje’, zoals die in de huidige tijd niet meer kunnen opereren, omdat de moderne media er meteen boven op zou zitten. De strijd neemt bizarre proporties aan, nu er zoveel Gaven gebruikt worden. Maar of de vijand zich zomaar gewonnen geeft? Hij is ook de domste niet...


Dit spannende verhaal wordt verteld door een alwetende verteller die begrijpt dat de spanning hoog op kan lopen bij een jonge lezer. Dan breekt hij in, en vertelt ineens over iets heel anders. Of hij vraagt de lezer even een liedje te zingen! Ook speelt hij met woorden, laat de lezer mee beslissen hoe hij iets zal vertellen. Volop humor dus in dit verhaal! Een verhaal dat aanspreekt: over vriendschap, over samenwerking, vertrouwen hebben in jezelf. En ontdekken wie de ware held is.
Er is een duidelijke bladspiegel, grappige zwart wit tekeningen, en – ha,ha - een verhaal over een lief konijntje…


Als je de omslag ziet zou je kunnen denken dat het een boek is zoals dat van ‘Leven van een Loser’ of ‘De waanzinnige boomhut’. Wat humor betreft doet het er zeker niet voor onder, maar er is veel meer tekst. En toch is het een verhaal dat ook de minder vlot lezende kinderen zal trekken. Er gebeuren immers de gekste dingen! Je wil weten hoe dat af gaat lopen!


Je voelt het al aankomen, en dat wordt aan het einde bevestigd: er komt een vervolg!


Chris Smith is journalist en werkt voor de BBC net als Greg James, die tv- en radiopresentator is.
Hun samenwerking heeft een zeer geslaagd boek opgeleverd!


ISBN 9789048844463| Hardcover | 356 pagina's | Moon | mei 2018
Geïllustreerd door Erica Salcedo | Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok | Vanaf 10 jaar

© Marjo,  26 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De waanzinnige boomhut van 91 verdiepingen
illustraties: Terry Denton
tekst: Andy Griffiths


Andy en Terry, de schrijver en illustrator, wonen zelf ook in de boomhut van 91 verdiepingen, melden ze, en dat is niet altijd even makkelijk want met zoveel verdiepingen word je steeds afgeleid. Op de ene verdieping zit een onderzeebootbroodbakkerij, op de andere vind je de krachtigste draaikolk ter wereld - zo krachtig dat je broek er van afzakt - , en je kunt ook met de aardappel met jus trein rondreizen of naar de overvolle prijzenkamer gaan, of naar de waarzegster mevrouw Weetallesal, of spelen met de menselijke flipperkast en nog veel meer. Kortom, er is héél veel te zien en te beleven in de boomhut van 91 verdiepingen. Maar afleiding of niet, het nieuwe boek over de waanzinnige boomhut moet er wél komen van meneer Grootneus, hun uitgever...


Andy en Terry, besluiten eerst maar eens naar mevrouw Weetallesal te gaan om te vragen of zij kan zien waarvoor die rode knop in de boomhut dient. De mannen zijn het zelf vergeten... Nou, het belooft niet veel goed. Mevrouw Weetallesal ziet ellende, ellende, ellende, meer ellende en dan niks. Dus ze kunnen maar beter van die knop afblijven. Maar dat is heel moeilijk voor de twee mannen.


Gelukkig verschijnt hun uitgever op het scherm en floept zijn 3 kleinkinderen, een tweeling en een baby, er doorheen. Terry en Andy moeten een dag op ze passen, morgen is hij weer terug en dan wil hij gelijk het manuscript voor hun nieuwe boek hebben. Tja dat is dan wel een probleem, want oppassen, tekenen en schrijven tegelijk is moeilijk. Hoe moeten ze dat voor elkaar krijgen? Maar de kinderen zeggen dat ze zich wel vermaken en op de baby zullen passen... Dus zo gebeurt het.


Maar als Jill, hun grote vriendin, hun rots in de branding en steun en toeverlaat, dit hoort, vindt ze het helemaal geen goed idee, veel te gevaarlijk, zegt ze. Dus gaan ze op zoek naar de kinderen en natuurlijk zijn ze niet te vinden, maar mevrouw Weetallesal is er ook nog en zij weet écht alles, ook waar de kinderen zijn. Het gekke is dat de Terry en Andy wel steeds specifiek moeten vragen wat ze willen, dat weet mevrouw Weetallesal toch al?


De zoektocht verloopt hilarisch. Ze belanden mét de kinderen in de enorme draaikolk en ze zakken dieper en dieper, wel 20.000 mijl onder zee... Maar Andy heeft een onderzeebootbroodje in zijn broekzak, daar stappen ze in en komen zo op een onbewoond eiland uit, die tot hun verrassing onderdeel is van de boomhut! Maar voordat ze daar achter komen beleven ze nog doldwaze avonturen met rooksignalen, de geest uit de lamp en nog veel meer.  Ze komen ook nog een sprookjeskleerkast tegen, misschien komen ze wel in Narnia! Maar nee het is een heel ander land dat voor hun ogen verschijnt als ze door de kleerkast stappen.
Geen leeuw, of heks te zien, wel bizarre wezens en springveren om je voort te bewegen.

Later blijkt dat mevrouw Weetallesal niet echt is wie ze zegt te zijn... en dan wordt het ook nog een beetje spannend. Maar de grootste vraag blijft... waar dient die rode knop nou voor?


Kortom, het is een knotsgek boek dat het midden houdt tussen een strip en leesboek. Sommige pagina's bestaan alleen maar uit zwart-wit tekeningen waar héél veel grappigs op te zien is, alleen dat is al leuk. En het verhaal zelf rolt naadloos over van de ene waanzinnig gekke gebeurtenis in de andere. Aan fantasie ontbreekt het beide heren totaal niet! En het lijkt zomaar te allemaal nog te kunnen ook!
Ik heb er echt van genoten! Gelukkig komt er een vervolg... De waanzinnige boomhut van 104 verdiepingen!


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789401443111 | hardcover | 396 pagina's | Uitgeverij Lannoo | februari 2018
Vertaald door Edward van de Vendel | Leeftijd 10+

© Dettie, 29 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vreselijke twee slaan door
Jory John & Mac Barnett


Alweer het derde deel over Nick Vonk en Mick Mulder alias de vreselijke twee die de leraren en de schooldirecteur tot wanhoop drijven. Maar dit keer vallen er weinig grappen op school uit te halen want het is zomervakantie...

Gelukkig is er wel vlakbij het Dutjebroeks Schreeuw- en Drillkamp (een opvoedingskamp voor lastige jongeren) waar hun aartsrivaal Bart Barsman, de zoon van de directeur, al voor het tweede jaar - vrijwillig - naar toe gaat. Bart Barsman is helemaal het tegenovergestelde van de vreselijke twee. Waar Mick en Nick verfijnde humor tentoonspreiden, het gaat hun immers om de grap, niet om iemand onderuit te halen, ontbreekt bij Bart elk gevoel voor humor. In het kamp is hij dan ook helemaal in zijn element. Daar kan hij zijn tirannieke aard helemaal uitleven.

Bart heeft de Mike Compagnie opgericht bestaande uit hemzelf in de functie van Majoor en de tweeling Daan en Thomas die door Bart omgedoopt zijn tot Loopgraaf en Ransel. Bart drilt, schreeuwt orders en verzint overal afkortingen voor, want dat doet een majoor volgens hem.

Nick en Mick bespieden de compagnie al een tijdje en bedenken natuurlijk weer de ultieme grap waarbij ze gelijk de vlag van de Mike Compagnie in beslag nemen. Dat laat Bart natuurlijk niet op zich zitten, die vernedering is te groot. We lezen vervolgens de slimme streken die de vreselijke twee uithalen om uit de handen te blijven van boze Bart.
Dat lukt ze niet helemaal want Nick, die elke keer stiekem wat afspreekt met Helen, wordt daarbij bespied door Loopgraaf en Ransel. De twee horen wanneer Nick weer met haar afspreekt en samen met Bart slaan ze toe, Nick wordt ontvoerd... Dat vraagt om een grap. Een heel goede grap...

Het verhaal leest lekker weg, maar het haalt het niet bij het eerste deel waarbij je echt in spanning afwachtte wat de vreselijke twee nu weer zou verzinnen. Dit verhaal is een beetje tam en de grote grap is - letterlijk- van het gehalte onderbroekenlol. In feite is de vader van Bart het allerleukste personage van het boek. De wat naïeve, aardige schooldirecteur vindt diep in zijn hart de streken van Nick en Mick wel leuk en de jongens op hun beurt kunnen de eerlijke, beetje eenzame man wel waarderen. Wat een heel apart aspect aan het verhaal geeft.

Om te kijken of jongeren het boek meer zullen waarderen dan ik heb ik inmiddels enkele recensies gelezen die zeer positief zijn. Deze zijn geschreven door moeders en/of de jongeren zelf.  Silvester van der Pol (Biblion) meldt dat het boek 'qua taalniveau een treetje hoger inzet dan de enigszins vergelijkbare boeken van Jeff Kinney en daarvan zodoende een goed vervolg zou kunnen zijn.' En de loserboeken zijn razend populair, dus voor de jongeren zit het met het boek over De vreselijke twee ook wel goed!

ISBN 9789000355082 | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Van Holkema en Warendorf | april 2018
Met zwart-wit  illustraties van Kevin Cornell | Vertaald door Merel Leene | Leeftijd 10+

© Dettie, 27 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER