Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

De gezondste opa van Europa
illustraties: Geert Gratama
tekst: Erna Sassen & Willem Cortvriendt


Opa John, heeft een varkentje gekocht. Het is een Mangalitzavarken ook wel Wolvarken genoemd vanwege zijn krullerige vacht, en daar kun je prijzen mee winnen! Dat wil opa wel want dan komt hij ook eens in de krant. Waarom opa dat zo graag wilt daar komen we later achter. Maar eerst moet er een hok komen voor Katharina Azalia, zoals het varken heet. 


En daarmee komen we gelijk bij de kern van het boek zoals later zal blijken. Erik, de biljartvriend van opa John, maakt een piepklein hokje voor Katharina, gewoon op de kale stoeptegels... Opa John vindt dat wel zielig, maar ja, als Erik het zegt... oma Guusje is echter héél boos:


'Dat is toch geen varkenshok?! Hier kan ik nog niet eens mijn boodschappenkarretje in stallen! En waar is het stro?'
'Erik zegt dat het zo moet. En hij is vroeger varkensboer geweest dus hij zal het wel het beste weten...' zegt opa John een beetje beschaamd. 'Hoe kleiner het hok is, hoe eerder de prijs, zegt Erik. En stro is volgens hem helemaal niet nodig...'


Gelukkig pikt oma dit niet. Opa moet maar aan de slag en voor een écht hok zorgen... En dat gebeurt ook. Samen met buurmeisje Maaike koopt opa ook stro bij de boer zodat het varken, pardon Katharina, lekker warm en zacht ligt. En Katharina moet ook eten hebben natuurlijk, gelukkig lust ze alles en opa ook...!! De 'oude' gebakjes die opa van de bakker meekrijgt eet hij lekker zelf op, Katharina mag het brood hebben. Katharina groeit goed maar opa ook! Oma en Maaike maken zich zorgen, opa is al zo dik en loopt daardoor al zo slecht, als hij zo doorgaat wordt het alleen maar erger.


Oma zelf is heel slank maar zij beweegt heel veel, net als buurman Nico. Oma Guurtje gaat dan ook vaak met buurman Nico op pad, de ene keer naar yoga, de andere keer gaan ze samen fietsen of hardlopen. Het zint opa maar niets... 'Die aansteller. Met zijn gewichten en z'n zonnebank en z'n... spieren!' moppert hij. Maar hij wil niet afvallen of bewegen en niemand hoeft te wagen daarover te beginnen... Stiekem is opa best wel een beetje jaloers op Nico...
Maar Maaike en oma willen dat opa John weer gezellig mee kan doen met alles, maar hoe krijgen ze hem zo ver dat hij gezonder gaat eten en meer bewegen? En dan blijkt de droom van opa om in de krant te komen een heel goede aanleiding! Zelfs Katharina en de knappe, gespierde, sportieve buurman Nico dragen hun steentje bij...


William Cortvriendt is medicus en schrijver van boeken over gezond leven en eten. Zijn invloed is ook duidelijk te merken in dit boek. Op een speelse en vlotte manier wordt -  mede dankzij de vlotte pen van kinderboekenschrijfster Erna Sassen - aan kinderen duidelijk gemaakt dat gezonder eten zowel voor mens als dier veel beter is. Bij het het verhaal staan ook steeds allerlei tips of informatie over eten. Kok Prins van den Bergh heeft ook eens lekkere recepten voor het boek geleverd, mét (tot mijn verbazing) o.a. slagroom en roomboter (om in te bakken), maar ook bananen, een beetje lekkere honing én gezonde zelfgemaakte chocolademelk! Prins van den Bergh (1984) is kok en haar specialisatie en grote passie is ‘voeding als medicijn’. Zo is Prins ervaren en vaste kok van de stichting Voeding Leeft voor de Keer- Diabetes2-Om groepsprogramma’s.


Achterin het boek staan nog zeven tips om gezonder te eten en meer te bewegen, zoals:


Tip 4: Als je veel van je opa en oma houdt, ga ze vaak opzoeken en neem ze mee naar het bos, het strand of de duinen. Zet een speurtocht voor ze uit, of ga klootschieten, jeu de boulen of frisbeeën. Fietsen vinden ze ook heerlijk!


Geert Gratama heeft bij het verhaal humoristische, vlotte, gekleurde afbeeldingen gemaakt waardoor het verhaal nog meer gaat leven.


Al met al een gezellig en tussen neus en lippen door, informatief verhaal waarin op een niet belerende manier gepleit wordt voor een gezondere omgeving én leefwijze voor mens en dier. Erg leuk gedaan.


ISBN 9789492798381 | Hardcover | 143 pagina's | Uitgeverij Lucht | maart 2019
Illustraties van Geert Gratama | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Dettie, 21 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het mysterieuze horloge van Walker & Dawn
(of hoe je met drie dollar rijk kunt worden)
Davide Morosinotto


In Louisiana (VS) bestaat voor een groot deel uit de bayou, een groot verraderlijk moerasgebied waar krokodillen leven en waar in de tijd dat dit boek speelt de mensen een armoedig bestaan hadden.
Voor Joju (=Julie) is het leven nog moeilijker: ze heeft een broertje met een zwarte huid. Dat betekende dat hun moeder een ‘slet en een sloerie’ was, vond men. Maar Joju is dol op haar kleine broertje, Tit (= Petit) dat niet praat, maar daarom nog niet dom is, al denken mensen dat wel.
Eddie Krekel is de zoon van een dokter. Hij is een sjamaan, zegt hij, en of je dat gelooft of niet, hij voelt de dingen vaak wel juist aan.
En dan is er Te Trois, die met zijn moeder en drie broers in een hut woont. Zijn moeder bladert graag door de catalogus, de Catalogus van Mister Walker & Miss Dawn, een boekwerk van tweeduizend pagina’s waarin je de meest uiteenlopende artikelen kon vinden.



‘De Catalogus stond vol met knopen, verbandmiddelen, hamers en landbouwgereedschappen. Rijtuigen, Paardrijzadels. Sieraden en horloges, hoeden en kleren, damesschoenen. Geweren, Vishengels. Medicijnen. Bokshandschoenen. Bouwpakketten om zelf een huis te bouwen. Je kon het zo gek niet bedenken of het stond in de Catalogus, keurig netjes met een fraaie inkttekening, een omschrijving van een paar regels en natuurlijk de prijs.’


Als de vier vrienden bij het vissen een blikje ophoog halen waar drie dollar in zit, beginnen ze te dromen. Wat zullen ze kopen? Toffees? Een biggetje en er dan mee fokken?
Als Joju voorstelt iets uit de Catalogus te bestellen vinden ze dat allemaal goed. En als Te Trois oppert om die revolver te bestellen, duurt het niet lang of ook daar stemt iedereen mee in. Het bestellen is wat lastiger, ze moeten de postbode onderscheppen, want ze mogen thuis natuurlijk niets weten. Met wat heisa lukt dat en vol spanning maken ze het pakje open. Maar…daar zit geen revolver in. Het is een horloge! Een mooi oud horloge, maar het is kapot.


En dan komt er een vreemdeling naar het dorp. Een man die zegt dat ze bij het postorderbedrijf hebben ontdekt dat er een fout is gemaakt. Hij komt het goed maken en biedt vijftig dollar voor het horloge. Joju vertrouwt het niet en ze heeft gelijk. Als hij de kinderen in het moeras achtervolgt komt de man in drijfzand terecht, en iemand die dat niet kent komt daar niet meer uit. Als de kinderen hem later vinden is hij al dood. Ze doorzoeken zijn zakken en vinden behalve een revolver en wat geld ook een brief waarin een beloning van vierduizend dollar uitgeloofd wordt voor degene die het horloge brengt.


Vierduizend dollar! Dat is zoveel geld dat de kinderen er nauwelijks over na hoeven te denken. Ze gaan naar Chicago, naar het postorderbedrijf! Het wordt een groot avontuur, waarin ze mensen tegenkomen die hen helpen, maar ook slechteriken; waarin ze een bootreis maken over de Mississippi, en voor het eerst in een grote stad komen. Waar ze hun ogen uitkijken natuurlijk. En dan volgt er nog een clandestiene treinreis.
Natuurlijk gaat niet alles goed, maar het zijn vindingrijke kinderen, die behalve dat ze het nodige geluk hebben ook best slim zijn. En dan wordt ook de rol van de kleine Tit duidelijk, die dan misschien niet veel zegt, maar reuze slim is.
Op de achtergrond speelt een moordzaak, Miss Dawn is vermoord, maar onlangs haar moordenaar ook. De kinderen hebben geen besef van het verband met hun avontuur. Dat komt later pas.


Het verhaal speelt begin 20e eeuw. In een groot deel van Amerika worden zwarten gediscrimineerd. Het gebeurt diverse keren dat mensen Tit compleet negeren, alsof hij er niet is. Daarnaast is er iets met Julie aan de hand, maar dat is alleen voor de goede verstaander duidelijk, er is geen uitleg. Er is alleen die blauwe plek -  niet de eerste, vertelt Te Trois – en haar verzuchting dat ze absoluut niet terug naar huis wil.


Het verhaal wordt in vier delen verteld, ieder kind een stuk. In een voorafje van de vertalers wordt duidelijk gemaakt in wat voor tijd het verhaal speelt.
Het is een historisch verhaal dat goed weergeeft hoe de wereld aan het veranderen was met de komst van treinverkeer en de telefoon. De sfeer van Zuidelijk Amerika in die tijd wordt goed neergezet, met de tegenstelling tussen blank en zwart, maar ook het verschil tussen mannen en vrouwen, waarbij de laatsten er bekaaid van afkomen.
Maar het is ook een detectiveverhaal, met in de hoofdrol vier sympathieke kinderen. Er is een vleugje romantiek, maar vooral veel spanning. En een nawoord zodat je weet hoe met het hen afgelopen is.
Bovendien zijn er de vele tekeningen, die pagina’s uit de Catalogus weergeven, kaarten of krantenartikelen.
Een boek waar lezers van zullen genieten!


ISBN 9789059246003  | hardcover | 416 pagina's | Uitgeverij Fantoom | december 2018
Vertaald uit het Italiaans door Manon Smits en Pieter van der Drift | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 8 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alles komt goed, altijd
illustraties: Charlotte Peys
tekst: Kathleen Vereecken


Rosa was altijd zo ernstig. En wij wilden alleen maar spelen. Lachen om alles wat ernstig was. Zo ging dat soms in mijn hoofd. Ernstige dingen deden me lachen.


Vluchten leek veiliger dan blijven. Dus kwamen ze naar ons. Naar die ene kleine strook België die nog niet bezet was door de Duitsers. Het veiligste hoekje van de wereld.
Natuurlijk kwamen ze naar ons. Ik zou ook naar ons gekomen zijn. Het stelde me gerust. Zolang ze bleven komen, wisten we dat het hier goed was.


'Het komt goed,' zei mijn moeder. Ik wist niet goed of ze het tegen een voorbij sjokkende vrouw of tegen ons zei. Misschien zei ze het gewoon tegen zichzelf.


We gingen naar school, maar niemand wist hoe lang nog. [...]
Het was alsof de meester vond dat het geen zin meer had. Want misschien was alles binnenkort wel anders.


'De hemel was grijs die dag. Maar toen de avond viel, kleurde de horizon oranje. Clara veerde op met grote ogen en wees. 'Zo mooi!'
'Hoe kan dat?' vroeg ik. [...] 'Er is niet eens zon.'[...]
'Het is geen zon,' zei Rosa. 'Het is oorlog.'


Een deel van de marcherende soldaten zong, maar het was geen blij gezang. Het was zingen en stappen, drie keer. En weer zingen en stappen. Het klonk of ze de oorlog al gewonnen hadden.


Het knalde buiten, ik trok mijn hoofd in als een schildpad.


Wanneer we een hoge viool horden, die steeds luider dezelfde noot speelde, hielde we onze adem in. Dan was het wachten op een ontploffing. We herademden telkens wanneer we merkten dat de ontploffing niet voor ons bedoeld was.


Dit zijn zomaar enkele citaten uit dit indrukwekkende jeugdboek waarin het verhaal verteld wordt door Alice.  In haar eigen, wijze kinderwoorden vertelt ze wat er gebeurt en wat voor impact het begin en het verloop van de Eerste Wereldoorlog heeft op haar en hun gezin dat bestaat uit vader, moeder, Oscar van 17, de ernstige zus Rosa, Alice zelf en het kleine zusje Clara. Alice observeert en registreert maar niet àlles, want sommige dingen wil ze gewoon liever niet zien en weten.
Het hele verhaal geeft weer hoe een gezin ontwricht wordt door een oorlog en vooral hoe een jong meisje zoiets ervaart. Ze weet wel wat er aan de hand is maar kan het niet bevatten, zoals een oorlog ook niet te bevatten valt. Ze wil eigenlijk steeds horen dat alles goed komt, altijd. Maar dát kunnen vader en moeder niet meer beloven.


Het is vooral de taal die Alice gebruikt dat zo'n indruk maakt. Bijna elke bladzijde lees je met kippenvel op je armen omdat het vreselijke zo eerlijk verteld wordt. We lezen over hun vluchtpoging en hoe hard ze moeten lachen om de grappenmaker in de schuilkelder. Hoe kleine Clara in al haar onschuld mensen weet op te vrolijken door overal een liedje over te maken. Hoe hard de oorlog erin hakt en hoe enorm geknokt wordt door iedereen van het gezin om geestelijk en mentaal overeind te blijven. Hoe de oorlog zijn tol eist...
Soms lees je het boek met een glimlach, soms met een brok in je keel. Het verhaal neemt je mee in een achtbaan aan indrukken en gevoelens.

Het is zeer terecht dat dit boek De Woutertje Pieterse Prijs heeft gewonnen. Het is in alle opzichten, zowel qua taal als inhoud als grijs-witte afbeeldingen, een schitterend boek dat eigenlijk elk kind (en volwassene)  gelezen moet hebben.


Ik ben niet ongelukkig. En soms ben ik blij, zonder meer blij. Misschien betekent het toch dat alles goed gekomen is. Bijna ongeveer.
Dat is veel.


ISBN 9789401455282 | Hardcover | 171 pagina's | Uitgeverij Lannoo | september 2018
Leeftijd 10-12 jaar

© Dettie, 15 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Portiek Zeezicht
Annejan Mieras


Als haar ouders uit elkaar zijn, gaat Fenna met haar moeder in een portiekflat wonen (Een flatgebouw dat vier etages hoog is, met een trappenhuis in plaats van een lift), waar geen andere kinderen zijn. Fenna gaat noodgedwongen veel om met de volwassenen in de verschillende woningen, haar moeder is hele dagen weg.


Maria, zoals ze door Fenna genoemd wordt, is kunstenares. Ze krijgt bloemen van de Pool Janek, die boven hen woont. Ook de bejaarde tweeling Bakker woont er, dat zijn nieuwsgierige roddeltantes! Er zijn een paar studenten, die zich niet vaak laten zien, en de begrafenisondernemer en zijn vrouw. Verhuizer Sjaak werkt hard, en tante Afiba is een gezellig mens. In de achtste, zojuist leeggekomen woning, komt Benedict wonen, een man van wie ze geen hoogte krijgt. In zijn flat staan nauwelijks tot geen meubels, hij is de hele dag thuis, en iedere woensdag komt er een meisje bij hem. Een meisje, dat nogal boos reageert als Fenna haar aanspreekt.


Op school heeft Fenna geen vriendinnen. Omdat ze uit de polder komt vinden ze haar vreemd. En al die opdrachten die ze krijgen! Er moet een stamboom gemaakt worden, er moet een boekenverslag gemaakt worden van een boek over de Tweede Wereldoorlog en dan moet ze ook nog een snuffelstage regelen. Vooral de stamboom is een probleem: ze wil wel naar haar vader toe, die nog in de polder woont, ook om hem vragen te stellen, maar hij belt steeds af: hoofdpijn, of een ander smoesje. Tess, de bitch in de klas, regelt bovendien dat er de maandag na Vaderdag vaders naar school komen, en Fenna baalt stevig. Als Tess haar weer eens pest, bijt Fenna in haar arm. Maria wordt gebeld, ze moet haar dochter komen halen. Maria zit er niet zo mee, integendeel: ze haalt kippenpootjes:
‘Niet dat we wat te vieren hebben, maar hier kun je zonder problemen je tanden in zetten.’


Het is wel tekenend voor de relatie tussen moeder en dochter. Maria vindt haar dochter oud en wijs genoeg. Dus als er vreemde dingen in de portiek gebeuren, probeert Fenna in haar eentje uit te zoeken waar die plantjes en deurmatten gebleven zijn. De bejaarde tweeling verdenkt de nieuwkomer Benedict, maar Fenna gelooft hen niet. Intussen heeft ze ook meer contact met het boze meisje, dat Charlie blijkt te heten. Ze leren elkaar beter kennen, en samen gaan ze alle problemen te lijf, zelfs Fenna’s vader in de polder…


‘Dingen zijn soms anders’, is een quote waarmee het boek begint. Het verhaal gaat dan ook over een samenleving zonder vooroordelen. Het meisje Fenna wordt opgevoerd als hoofdpersoon, maar eigenlijk is de portiekflat de belangrijkste 'figuur'. Er zijn wel veel personages. Fenna maakt een overzichtstekening, wie waar woont, heel handig is dat voor als je het even niet meer kunt volgen. Overigens is het verhaal opgedeeld in korte hoofdstukken en de gebezigde taal is eenvoudig. Deze twee aspecten maken het geheel toch wel te behappen voor jonge kinderen.
Een ander thema is gescheiden ouders. 'Helaas' begrijpt de jeugd van nu dat wel, maar kinderen kunnen wat meer moeite hebben met nog een thema: de dood. Dat thema wordt evenwel kindvriendelijk aangepakt.
Je zou kunnen zeggen dat het sprookjesachtige slot daar ook wel bij past. Alles sal reg kom…


De stijl van Annejan Moeras is nogal onderkoeld, een spanningsboog is er nauwelijks. er is geen drama, geen pathos, zelfs niet als de dingen die gebeuren best moeilijk zijn. Fenna lijkt een heel gewoon kind, al is ze dat niet.
Portiek Zeezicht is het debuut van Annejan Mieras, in het dagelijkse leven lerares op een basisschool.


ISBN 9789047711001 | hardcover| 156 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | november 2018
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 10 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De blauwe vleugels
Jef Aerts


Er gebeurt nogal wat in het elfjarige leven van Josh. Hij was nog maar een peuter toen zijn vader opstapte, hij herinnert zich nauwelijks iets van hem, maar zijn oudere broer Jadran weet het nog maar al te goed. Jadran is geestelijk niet helemaal in orde, maar hij woont nog wel thuis bij Josh en zijn moeder. Als het verhaal begint zijn net Murad en zijn dochter Yasmin bij hen komen wonen. Daarom slaapt Jadran nu bij Josh op de kamer. Ze zijn erg hecht, dus Josh vindt het prima.


Als ze op een dag een uitstapje maken met z’n allen vinden de broers een gewonde kraanvogel. Jadran wil hem mee naar huis nemen, voor hem zorgen, en als Jadran iets wil zie dan maar eens nee te zeggen. De vogel gaat dus mee naar de flat, waar hij op het balkon gestald wordt. De gewonde vleugel wordt verzorgd, en Jadran zorgt voor eten.
Maar nu moet de vogel nog leren vliegen want hij moet tenslotte naar zijn familie, naar het Zuiden. Jadran heeft een idee. In de spullen van mama vindt hij twee enorme blauwe vleugels die hij omgespt.
Ooit speelde zij en hun vader in musicals, daarvan heeft ze de vleugels nog. Later blijkt dat Jadran nog heel veel weet uit die tijd. Zijn handicap maakt aan de ene kant dat hij nog precies weet wat er gebeurd is, zo’n tien jaar geleden, maar aan de andere kant ook dat hij het kan vergeten als hem dat uitkomt. Zijn gevoelens zijn sterk, maar ook snel vergeten.


‘Alles is mijn schuld hè?’
Zijn arm trilde. Mijn vingers kraakten.
‘Niet alles, Reus.’
‘Hoeveel dan?’
‘Hooguit de helft.’


Samen verzorgen ze de vogel. Maar bij het leren vliegen gaat het fout: Josh valt en breekt zijn been en zal voorlopig niet kunnen lopen. Dan oppert Mika die de verzorgster is van Jadran als hij in De Ruimte is, dat hij daar maar moet komen wonen. Hij wordt te onberekenbaar en is te sterk. Maar Jadran wil dat niet, hij wil bij Josh blijven! En Spriet de vogel, die kan hij ook niet in de steek laten.
Maar hij weet wel een oplossing. En zo komt het dat Josh met rolstoel en al bij zijn broer op een tractor zit met boven hen een kraanvogel, op weg naar het Zuiden.
- Tussen de hoofdstukken zien we prachtige illustraties van Martijn van de Linden. Blauw, helemaal in stijl. -


Het is een verhaal met een bijzondere thematiek. Een samengesteld gezien dat desondanks een warm nest kan en wil bieden aan een bijzondere, maar veeleisende jongen, je komt het waarschijnlijk niet vaak tegen. De verteller is Josh, maar de hoofdpersoon is toch Jadran.


‘Het is allemaal mijn schuld, hè?’
‘Ja, je hebt gelijk,’ zei ik om er vanaf te zijn. ‘Dit keer is het echt allemaal jouw schuld.’
Daarop kwam Jardan overeind.
‘Zie je wel!’ zei hij. Zijn broek was gescheurd en er zat een donkere vlek op zijn billen. ‘Mag ik de rolstoel duwen?’


Aerts zet de jongen heel treffend neer. Zijn openheid, de spontaniteit, de manier waarop hij het leven accepteert. Of niet, waarbij hij dat dan duidelijk merken. Je kan niet anders dan van hem houden.
Een prachtig verhaal! Hopelijk vindt dit boek vele lezers.


Jef Aerts (Leuven) besloot schrijver te worden. Na zijn studies letterkunde en theaterwetenschappen ging hij aan de slag als dramaturg en journalist podiumkunsten. Hij schreef al verschillende kinderboeken, met veel succes.


ISBN 9789021414874 | hardcover| 184 pagina's | Uitgeverij Querido | oktober 2018
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 12 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De spooktoren
Keir Graff


Mal (=Malachie) en Colm zijn twee broers van twaalf jaar. Inderdaad, een tweeling. Je zou verwachten dat ze het goed met elkaar kunnen vinden, en op zich is dat ook wel zo, maar ze verschillen als water en vuur en dat botst nogal eens. Zoals Colm zegt:


‘Een tweelingbroer is net zoiets als een steentje in je schoen. Soms is het alleen maar vervelend en lukt het wel om er niet op te letten. Maar opeens drukt het zo hard in je voet dat de tranen in je ogen springen en je alleen maar gauw je schoen uit kunt trekken om het eruit te schudden.’


Terwijl Mal de slimste is van de twee, heeft Colm meer sociale eigenschappen. Colm is een gevoelig kind, een dromer, hij lijkt ook veel meer dan zijn broer te treuren om de dood van hun vader. Al is het wel zo dat Colm de verteller van het verhaal is.


Hij vertelt hoe hij nog met zijn vader ‘praat’. Mal lijkt dat niet te doen, die brengt zijn tijd door met het bouwen van complete werelden in minecraft. Dat blijft hij doen als de twee jongens met hun moeder vanuit Dallas verhuizen naar Chicago en in een hoge torenflat gaan wonen. Hun moeder heeft een baan gevonden en de professor, haar baas, heeft bovendien voor de woning gezorgd. Daar zit wat achter, maar voor de jongens dat ontdekken zijn ze al in erg ingewikkelde avonturen verwikkeld geraakt. Het mooie is dat ze elkaar hierin vinden: Mal wil de flat nabouwen en moet dus weten hoe die in elkaar zit. En Colm wil ontdekken wat er aan de hand is, hun woontoren is nogal vreemd.


Hun moeder is de hele dag van huis, maar de jongens hebben nog een paar weken vakantie. Ze beginnen met de omgeving verkennen. Al snel ontmoeten ze een oudere dame, die zich in een krom taaltje voorstelt als de Prinses van Syldavië. Ze waarschuwt hen niet tijdens lunchtijd door de flat te dwalen. Natuurlijk lappen ze die raad aan hun laars, wat een onzin immers! Maar dan ontdekt Colm dat er een knop in de lift is voor de dertiende verdieping terwijl zij op de veertiende verdieping wonen, en die is pal boven de twaalfde verdieping. Er is helemaal geen dertiende etage! Wat doet dat knopje dan daar? En hoe kan het dat het later als ze nog eens gaan kijken weg is?


Ook ontmoeten ze een meisje van hun leeftijd, Tamika, die hen het een en ander vertelt, maar ook het fijne niet weet van die dertiende verdieping. En later is er nog een jongen, Teddie, waar ze mee bevriend raken. Aan de volwassenen in het verhaal hebben de kinderen niet veel. Natuurlijk wordt het raadsel van de dertiende verdieping opgelost, maar daarmee is het avontuur pas echt begonnen. Zoals de titel van het boek aangeeft: er is een spooktoren!


Het is dan ook een spannend verhaal. Niet alleen vanwege de spooktoren, maar ook vanwege het proces dat vooral Colm doormaakt, als hij om moet leren gaan met het verlies van zijn vader. Colm heeft al verteld dat hij in Dallas naar een psycholoog ging om diens dood te verwerken. Hij gedroeg zich heel vervelend op school en spijbelde. Mal leek nergens last van te hebben. Deze psychologische insteek wordt op een mooie manier in het verhaal verwerkt, met veel humor ook.


Keir Graff is hoofdredacteur van Booklist, een uitgave op papier en online met onder andere recensies voor bibliotheken en boekhandels. Ook schrijft hij boeken voor volwassenen. De Spooktoren is zijn derde kinderboek.


ISBN 9789000362073 | hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | oktober 2018 |Leeftijd vanaf 10 jaar
Vertaald uit het Engels door  Esther Ottens  | Geïllustreerd door Anne Stalinski

© Marjo, 31 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De gezondste opa van Europa
Erna Sassen & Willem Cortvriendt


Opa John heeft een nieuwe hobby. Zijn biljartvriend Erik heeft hem een varken aangesmeerd. Een Mangalitza varken oftewel een wolvarken. Opa kan er een prijs meer winnen, had Erik gezegd. Maar over hóe je dat moet doen had hij nog niets verteld. Dat doet hij pas als hij een hok komt maken: Katharina, zoals het varken genoemd wordt, krijgt een heel kleine plek tussen steigerbuizen en ze moet gewoon op de harde tegels liggen. ‘Ach joh, die varkens voelen niks!’ zegt Erik. Zo moet het, vertelt hij. En hij is vroeger varkensboer geweest, dus dan weet hij het toch wel?


Maar iedereen vindt het zielig. Dus zegt oma dat Katharina in het schuurtje moet, met stro op de grond! En opa moet maar eens opzoeken wat je allemaal moet doen voor hobbyvarkens. Maar dat doet opa niet want het zal niet zo zijn dat er in hobbyboeken staat dat varkens lekker dik moeten worden, zoals Erik beweert. Een vet varken kan een prijs winnen, zei hij. En dus haalt opa restanten brood en gebak bij de bakker. Maar daar eet hij zelf ook van!


‘Katharina woont nu vier weken bij ons en ze weegt al twee keer zoveel als in het begin,’ zegt opa John trots tegen Maaike.
’Goh..’
Dat is best veel, twee keer zoveel als vier weken geleden.
‘En jij, opa?’ Vraagt Maaike. ‘Weeg jij ook twee keer zoveel als vier weken geleden?’


Want ja, opa is zelf ook nogal dik. ‘Ik ben zevenenzestig hoor! Dan mag je best een beetje mollig zijn!’ Maar Maaike heeft van haar ouders geleerd dat water beter is dan cola, en ze drinkt ook geen sap, daar zit veel suiker in.
Het is niet Maaike die de omslag veroorzaakt, en niet de dokter die zegt dat opa te zwaar is, maar oma. Want oma fietst en tennist en dat doet ze in het gezelschap van Nico. Opa is jaloers op Nico, en hij vindt hem maar een vervelende vent, zeker als hij vertelt dat huisdieren ook beter gezond kunnen eten. En als oma dan ook nog aankondigt dat ze een weekend gaat roeien met Nico, wordt opa zelfs verdrietig. Maar ja, is het niet zijn eigen schuld? Hij kan immers ook werken aan zijn conditie, en zelf met oma meegaan?
Als Maaike voorstelt om met de avondvierdaagse mee te doen, moet opa eerst trainen. En dat lijkt te werken. Want als opa Katharina mee uit wandelen neemt, is het heel gezellig onderweg: de mensen vinden het leuk, opa en zijn varken!


Een eenvoudig verhaal met een belangrijke boodschap: gezond eten is goed voor een mens. Voor kinderen als Maaike, maar ook voor ouderen als opa John.
Er staan extra stukjes informatie in de tekst, bijvoorbeeld over suikers in vruchten of welke vitamines er in bepaalde groentes zitten. Ook recepten vind je in dit boek, van de gezonde gerechten die Maaike kookt als oma weg is. En achterin nog wat tips over gezond leven, voor mens en dier.
Een verhaal als dit is een hele leuke manier om kinderen te laten weten dat het beter is om op te letten wat je eet.


William Cortvriendt is medicus en schrijver van bestsellers over gezond leven en eten.


Erna Sassen (Beverwijk, 26 april 1961) is een Nederlands actrice, kinderboekenschrijfster, theatermaakster en voormalig radiopresentatrice.. In 2018 werd het boek Er is geen vorm waarin ik pas bekroond met de Gouden Lijst, een prijs voor jeugdliteratuur.


ISBN 9789492798381 | hardcover |143 pagina's | Uitgeverij Water | maart 2019
Illustraties van Geert Gratama | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 20 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het gouden shirt
Gerard van Gemert


In het boek 'De witte stip' hebben we al kennis gemaakt met Onesmus Malandi, de jongen die in een dorpje in Kenia woont en ervan droomt naar Engeland te gaan om mee te kunnen doen aan de  Premier League. Tijdens een wedstrijd van de plaatselijke voetbalschool tegen jonge dorpsbewoners valt het spel van Onesmus op en wordt hij op genoemde school aangenomen. In het boek De rode bal blijkt dat de directeur van de plaatselijke voetbalschool niet blij met Onesmus is, hij voetbalt veel te goed! En dat kan niet, want dan is de kans groot dat zijn eigen zoon niet uitgekozen wordt door de scouts die regelmatig komen speuren naar niet talent.


In deel drie, Het gouden shirt, is de droom van Onesmus uitgekomen, hij is aangekomen in Engeland en moet in één week tijd bij de bekende Londense voetbalclub Tottenham Hotspur bewijzen dat hij inderdaad een toptalent is. Zo niet, dan gaat hij linea recta terug naar Kenia.

Zoals in alle boeken van Gerard van Gemert is er een treiterkop die de hoofdpersoon flink dwars kan zitten. Dit keer is het Dean die de afkomst van Onesmus op een heel provocerende en arrogante manier neerhaalt.


'Ga je nou zeggen dat we niet door je benen mogen spelen?'Philip was opgestaan en naar Dean toe gelopen. 'Misschien is deze jongen wel gewoon beter dan jij.'
Dean draaide zich baar Philip. 'Wie? Hij? Zo'n Afrikaantje die alleen nog maar op blote voeten op een zandveldje heeft gespeeld?' Dean lachte overdreven hard. 'Lata me niet lachen, Philip. Hij is gewend om met kokosnoten te voetballen. Zo iemand kun je toch niet serieus nemen?'


Helaas voor Dean moet hij Onesmus wél serieus nemen, hij is gewoon een steengoede voetballer. Maar Dean heeft nog een andere, zeer bedreigende, troef achter de hand en die zal Onesmus heel serieus moeten nemen wil hij in Engeland kunnen blijven. Dean blijkt echter onder invloed van de voetbalscout te staan die met zijn bende heel akelige praktijken op na houdt. Onesmus probeert overeind te blijven en houdt zich steeds de wijze, bedachtzame lessen van zijn vader voor ogen.
Het wordt nog héél spannend. En dan rest ons nog de vraag... Mag Onesmus na die week de jeugdopleiding bij Tottenham Hotspur blijven volgen of moet hij naar huis?

Doorheen het verhaal lezen we in flashback over het leven van Onesmus in Kenia, met name over het voorval dat zijn zusje gevallen was en naar het ziekenhuis moest, waar het gezin in feite helemaal geen geld voor had. Dát verhaal begon ook heel spannend maar de afloop valt uiteindelijk helemaal weg dankzij de avonturen in Londen. Dat is jammer want dat gedeelte verwijst o.a. naar het mooie werk van circle4life waar Gerard van Gemert ambassadeur is. Het zou mooi zijn als over de gang van zaken rond een arm gezin of dorp in Kenia - en de relatief eenvoudige en bijzondere vormen van verstrekte hulpverlening - ook een mooie serie zou verschijnen van de hand van Van Gemert. Wie weet is de/een uitgever daar wel geïnteresseerd in.


ISBN 9789044834017 | Hardcover | 152 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2019
Met zwart-wit afbeeldingen van Mark Janssen

© Dettie, 7 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Operatie oma Sjannie
Lysette van Geel


’Geen enkel idee dus, zeg je?’ De agent tuitte zijn lippen.
Ik schudde mijn hoofd. ‘Nee, meneer. Geen idee.’
Hij bleef naar me kijken. ‘Zeer ongewoon deze situatie, jongedame.’


Oma is verdwenen. Ze lag in het ziekenhuis na een val, en zou overgebracht worden naar een verzorgingshuis. En als Amare iets zeker weet is het wel dat oma Sjannie dat absoluut niet wil. De agent denkt dan ook dat Amare er meer van weet, maar zij laat niets los. En ze weet er inderdaad meer van. Want, als oma dat niet wil, waarom zou ze dan gedwongen moeten worden? Haar oma is nog kwiek genoeg! Ze lijkt vreemde dingen te doen, maar dat is gewoon omdat ze steeds slechter ziet.


Amare is elf jaar en dol op oma Sjannie. Haar ouders zitten allebei in het onderwijs en hebben geen tijd voor oma. Ook hebben ze het te druk om zich echt bezig te houden met hun twee dochters. En haar oudere zus Jet profiteert daarvan. Die nodigt stiekem jongens uit op haar kamer, die door het raam wegvluchten als haar ouders thuiskomen. Een keer was dat wel heel handig, als de jongen in kwestie valt en alle aandacht zich op hem richt…


Want Amare heeft een riskant plan bedacht en dat plan voert ze ook uit. De omstandigheden werken mee, maar ze denkt ook goed na over wat er allemaal nodig is. Alleen verwacht ze dat haar oma braaf zal meewerken, en dat is oma Sjannie niet echt van plan! Ze verstopt haar oma namelijk, terwijl die er op uit wil.


Als haar ouders en de politie overal aan het zoeken zijn naar het ‘oude broze dametje’, houdt Amare haar mond stijf dicht Ze flyert zelfs een beetje mee.
Voor sommige dingen heeft ze wel hulp nodig en die krijgt ze van buurman Roy, een Surinamer die al die grappige opdrachten wel leuk vindt. Al weet hij niet precies waar Amare mee bezig is.


De thematiek van het verhaal: oudere mensen tegen hun zin ‘opbergen’, is natuurlijk prima. Ouders die geen tijd hebben, niet voor hun eigen ouders, niet voor hun kinderen, dat zal vaak gebeuren. Maar de uitwerking is minder realistisch, al is het wel heel leuk verzonnen.
Het is een meeslepend verhaal met veel humor, en onverwachte wendingen. Er staan leuke tekeningen in met tekstjes, zoals Amare die zelf gemaakt zou kunnen hebben.


De auteur presenteerde in het verleden het Jeugdjournaal, debuteerde in 2017 met "De vlucht van Omid', een waargebeurd verhaal over een jonge vluchteling.


ISBN 9789048845057 | Hardcover | 208 pagina's | Uitgeverij Moon | januari 2019 | Leeftijd vanaf 10 jaar
Illustraties door Karst-Janneke Rogaar (Zie Operatie-oma-sjannie)

© Marjo, 13 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hamstersaurus Rex
Tom O’Donnell


‘Ik keek in de kooi. Op het eerste gezicht leek het een normale hamster: oranje vacht, roze neus, zwarte kraaloogjes. Toen deed hij zijn mond open en maakte een raar grommend geluid. De andere kinderen schrokken ervan. Al was hij niet groter dan een muffin, deze hamster was negens bang voor.’


Op een dag verschijnt er een hamsterkooi in groep acht van meneer Roland en niemand weet waar die vandaan komt.
In iedere groep zit wel een wijsneus en in dit geval is dat Martha. Ze benoemt zichzelf op slinkse wijze tot hamsterwachter, en bepaalt dat het diertje een naam moet krijgen. De elfjarige Sam weet de perfecte naam, maar hij weet dat ze een idee dat van hem komt zo van tafel zullen vegen dus hij stopt Beau gauw een papiertje toe. Zij is populair, en zo’n beetje het vriendinnetje van Sam. Het plannetje lukt: vanaf dat moment heet de hamster Hamstersaurus Rex.
Had Sam die naam eigenlijk alleen maar gebaseerd op het gegrom, al snel ziet het hamstertje er echt uit als een dinosaurus: hij snoept namelijk van het Dinoblast Krachtvoer dat op de kast staat bij de gymleraar.
Het is het begin van allerlei spannende en soms bizarre avonturen.


We hebben nu de wijsneus ontmoet, het watje, en het lieve meisje, maar er is natuurlijk ook een pester. Dat is Stier van der Kop, eigenlijk Kees genaamd. Die doet niets liever dan Sam op zijn kop zitten. Al loopt dat niet altijd zoals hij wel zou willen. 
Sam heeft al snel meer problemen. Hij kan Hamstersaurus niet op school laten, maar wat dan? Zijn moeder is allergisch, dus nu heeft hij die veelvraat onder zijn hoede en eigenlijk weet hij er geen raad mee…


’Dat ging maar net goed makker,’ zei ik en stopte hem in mijn zak. ‘Je kun geen eten blijven stelen van andere kinderen. Je zou je gedeisd houden. Weet je nog?’


Een doldwaas avontuur, geschreven door een Amerikaan, maar het verhaal is - op de schoolkantine na - omgezet naar een Nederlandse school. Wel zo prettig eigenlijk. De personages zijn heel herkenbaar, misschien zelfs karikaturaal, waarbij Sam natuurlijk de underdog is die superheld wordt. Of dat stand zal houden?


Zowel de schrijver als de illustrator zijn (nog) relatief onbekend in Nederland. In Amerika zijn er al vier delen verschenen, hopelijk worden de andere drie delen ook vertaald!
www.tomisokay.com
www.timmillerillustration.com


ISBN 9789492899163 | hardcover | 272 pagina's | Uitgeverij Condor | december 2018 | Leeftijd 10+
Vertaald uit het Engels door Hanneke Majoor | Illustraties van Tim Miller

© Marjo, 4 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Feo en de wolven
Katherine Rundell


‘Het land rondom haar huis trilde en schitterde van het leven. Ze had mensen voorbij hun bos zien lopen die zich beklaagden over de eentonigheid van het witte landschap, maar dat waren analfabeten: die hadden nooit geleerd om de wereld goed te lezen. De sneeuw was praatziek en zinspeelde op stormen en vogels. Elke ochtend had ze een nieuw verhaal.’


Het is een hard leven dat Feodora en haar moeder leiden, in de bossen van Rusland, ver van de bewoonde wereld. Maar het is wat ze kennen, en ze zijn gelukkig. Moeder en dochter houden zich bezig met het verwilderen van wolven. In die tijd – net voor de Revolutie, de laatste tsaar is aan de macht, was het de gewoonte van de rijke adel om wolven te houden. Ze leerden ze kunstjes, en vergaten dat wolven wilde dieren zijn. En als ze daar - op harde wijze meestal - achter kwamen, moesten de dieren weg. Feo en haar moeder leerden de wolven weer zelf te jagen, en zich te redden op de manier waarop wolven dat horen te doen.
Feo heeft een talent voor de omgang met wolven.


Hun leven wordt op zijn kop gezet als een generaal hen bedreigt: wolven zijn gevaarlijk wild, ze moeten dood.
Natuurlijk zijn Feo en haar moeder het er niet mee eens en ze proberen de dieren te beschermen. Maar generaal Rakov is een gemene man, en hij heeft een aantal mannen om zich heen, bewapend. Het eindigt er mee dat hij Feo’s moeder meeneemt en hun huis platbrandt.


Een van de soldaten, Ilja, blijkt evenwel niet van harte soldaat te zijn. Het is een jongen van maar net veertien, die met ontzag bekijkt hoe Feo met de wolven omgaat. Hij besluit haar te helpen. Hij weet dat haar moeder naar St Petersburg gebracht is, en als Feo daarheen wil om haar moeder te bevrijden, biedt hij zijn hulp aan. Dat wordt nog spannend, want Rakov is woest en zit hen achterna.


Als je naar de omslag kijkt, lijkt het verhaal zich af te spelen binnen een sprookjesachtige achtergrond: een landschap vol bossen en sneeuw, in onze ogen best romantisch, maar we lezen snel dat niets minder waar is: het is een harde meedogenloze wereld! Het was dan ook een moeilijke tijd, honderd jaar geleden.
Maar vriendschap is sterk, of het nu met mensen is of met dieren.
Een pittig verhaal, vooral als je niets weet van de geschiedenis. Een tsaar kennen kinderen nog wel, maar foerageurs en aristocraten? 
Maar het is een spannend verhaal dat je het liefst in een ruk uitleest, en Feo, dat is een meisje dat je in je hart sluit!
En dan wordt het ook nog op een prachtige manier verteld.


Rundell (1987, Kent) woonde tien jaar in Harare, Zimbabwe. Toen ze veertien was verhuisde het gezin naar Brussel. Haar studie voltooide ze in Oxford.


ISBN 9789024580927 | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Luitingh-Sijthof | november 2018
Vertaald uit het Engels door Jenny de Jonge. Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 11 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het junior monsterboek 7
11 duivelse halloweenverhalen geschreven met bloed en tranen en een flinke portie pompoensoep...
Diverse auteurs


Er zijn een aantal mensen die een lugubere fantasie delen: Dat zijn Nico De Braeckeleer, Rob Baetens, Johan Deseyn, Tamara Geraeds, Marina Defauw, Ronald Verheyen, Bart Mertens, Karel Smolders, Tom Bergs & Kris van der Sande, Marie Uiterwijk en Hanne Goorickx! De laatste twee zijn nog maar tieners, en hebben toch al een plekje veroverd in het meest griezelige boek voor kinderen vanaf 10 jaar dat zijn zevende editie beleeft.


Het is alsof de verhalen steeds enger worden, het lijkt geen goed idee om ze te lezen als je in je eentje in het donker in je bed ligt. Ook niet als je pompoensoep gaat eten, zegt de flap, want deze 11 verhalen zijn speciaal rond het thema Halloween geschreven, en je weet: dat heeft te maken met pompoenen!
Wat als Halloween jouw ergste nachtmerrie wordt? Want ja, zo onschuldig is dat feest helemaal niet.


In het verhaal dat geschreven is door de illustrator Bart Mertens heet ‘Krimkop’, en gaat over drie kinderen die zich voorbereiden voor Halloween. Keppe, Kaat en Kobe. De laatste is de verteller van het verhaal. Ze overleggen druk over hun kostuum, en letten niet zo goed op in de les. Ze hebben een nieuwe juf, die hen meeneemt naar het museum om over de Kelten.


‘31 oktober was de laatste dag van het jaar voor de Kelten. De oogst was binnen en de winter stond voor de deur. Dan vierden ze ‘Saun’. Ze schrijft ‘Samhain’ op het bord. ‘Zo spreek je dat uit: ‘Saun’. De dag dat de geesten van de overledenen het meest actief waren.’ Dan gingen ze op zoek naar een levende, die kon dienen als gastlichaam. Voel je het al?
En of, Keppe doet meteen een zombie na.’


Eigenlijk hebben de drie er niet veel zin in, en als ze in het museum zijn doen ze van alles wat niet mag. Als ze op een deur zien staan: 'tijdelijk gesloten wegens reorganisatie’, gaan ze daar natuurlijk naar binnen. Daar zijn echter geen voorwerpen van de Kelten, maar van Amazonekrijgers. Wel hele enge dingen!
De volgende dag staat de politie voor de deur, die vertelt dat ze alle leerlingen bezoeken. Er is namelijk een kostbaar voorwerp verdwenen: een ‘gekrompen hoofd’ van de Shuarstam uit de Amazone. Dat hebben de drie wel gezien, maar echt niet meegenomen!
En dan doet Kobe zijn rugzak open, en vindt…jawel. Je raadt het!
Het is het begin van een heel akelig en supereng avontuur. Te eng om na te vertellen!


Dat zijn alle verhalen, supereng, en soms ook bloederig. Het verhaal van Marina Defauw heeft gelukkig ook een positieve kant, maar blijft wel griezelig. Het gaat over een zombie die in een oud landhuis woont en die in opdracht van zijn ‘baas’ jonge jongens ‘vangt’.
De verhalen hebben allemaal te maken met Halloween, er komen dus nogal wat monsters voorbij, vooral zombies. Ook de geijkte vampier en akelige clown zijn van de partij. De verhalen van de twee jongere schrijvers doen qua griezelfactor niet onder voor die van de volwassenen, waarbij het verhaal van Marie van Uiterwijk, die voor de vierde keer in een JMB staat nog wat humor brengt, maar dat van de twaalfjarige prijswinnaar Hanne Goorickx bepaald niet. Haar verhaal is gebaseerd op de Bokkenrijders, een roversbende die actief was in de achttiende eeuw.


Lezers zijn gewaarschuwd: speel niet met een ouijabord, en speel geen griezelspelletjes op je mobieltje, zeker niet als het eind oktober is…

ISBN 9789462420892 | Hardcover | 273 pagina's | Uitgeverij Kramat | oktober 2018 | Leeftijd vanaf 10 jaar
Illustraties en vormgeving door Bart Mertens

© Marjo, 10 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER