Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

William & Tisquantum
De helse reis van de Pilgrims en hun ontberingen in Amerika
Bianca Mastenbroek


In 2020 was het vierhonderd jaar geleden dat de Pilgrims naar Amerika reisden, de Nieuwe Wereld.
Wie waren de Pilgrims? Waarom ondernamen zij in deze onzekere tijden zo’n gevaarlijke reis?
Bianca Mastenbroek vond dit een goede aanleiding om er eens een boek over te schrijven.


1620. De Pilgrims waren strenge protestanten, weggevlucht uit Engeland vonden zij asiel in Leiden. Daar leefden ze tussen gematigder protestanten en katholieken en dat vonden ze steeds lastiger worden. Voor de Pilgrims was bijvoorbeeld de zondagsrust heilig, ze stoorden zich aan de activiteit op straat. Ook erkenden zij geen feesten als Pasen en Kerst. De bijbel was hun leidraad en daar werden deze feesten niet beschreven!


Daarnaast konden ze niet voorkomen dat er binnen hun kring steeds meer invloeden van buitenaf waren. Kinderen speelden immers met elkaar, en werden steeds Hollandser. Dat was een doorn in het oog van de predikanten. Het was sowieso een roerige tijd wat godsdienst betreft. De tijd van remonstranten (we hebben een vrije wil) en contraremonstranten (God bepaalt alles). De Pilgrims hoorden tot de laatste groep. Ze voelden zich niet veilig meer in Leiden, verergerd vanwege de dreigende komst van de Spanjaarden (katholiek natuurlijk).
Dus werd er besloten te vertrekken. Dat het niet zonder slag of stoot ging mag duidelijk zijn en wordt in dit verhaal verteld.


In het kort is dit het geromantiseerde verhaal van de reis en de eerste stappen in de Nieuwe Wereld. Het wordt afwisselend verteld door een jonge knul uit Engeland, William, die als wees onder de hoede werd genomen van meester Carver. Een Pilgrim.
Het andere verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Tisquantum een indiaan, die Engels sprak. Hij was namelijk jaren eerder ontvoerd en had als slaaf in Londen gewoond. Hij krijgt in dit verhaal de leeftijd van ongeveer vijfentwintig.


Als je denkt dat dit boek zo’n romantisch verhaal is waarbij deze mannen door een wonderlijk voorval elkaars vriend worden, kom je bedrogen uit. Ze hebben ieder voor zich hun eigen ideeën en doelen, die leiden tot wantrouwen.
Het is een verhaal dat berust op feiten, hetgeen je achterin uitgebreid kunt lezen. Voor de leesbaarheid heeft Bianca Mastenbroek er wel het een en ander bij verzonnen, en zo is het een spannend avonturenverhaal geworden. Want laat het maar aan Bianca Mastenbroek over om daar eens een goed verhaal over te maken dat jonge lezers zeer zal aanspreken. Of ze nu geïnteresseerd zijn in deze geschiedenis of niet.


Dat is het natuurlijk wel: een historisch verhaal over iets wat al zo lang geleden gebeurd is en wat waarschijnlijk niet eens meer in de geschiedenislessen behandeld zal worden. Misschien nog wel in Leiden?
Maar los daarvan is het een spannend verhaal over een groep mensen die naar Amerika trekken om daar een kolonie te stichten. Natuurlijk stuiten ze op indianen. De wilden noemen ze hen. Zo beschouwen ze hen ook: heidenen, die geen beschaving kennen. Sommige kolonisten proberen vriendschap te sluiten, begrip op te brengen, maar vaker werden ze onder de voet gelopen. Het waren immers geen mensen…


Bianca Mastenbroek is een Nederlandse schrijfster van fantasy en historische romans. Zij debuteerde in 2008 met de roman Vuurproef bij Books of Fantasy. In 2019 won zij De Jonge Beckman én de Thea Beckmanprijs met Hendrick, de Hollandsche indiaan.


ISBN 9789051167979 | Hardcover | 210 pagina's | Uitgeverij De vier Windstreken | oktober 2020
Leeftijd vanaf 12 jaar.

© Marjo, 28 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Hoor je mij?
Als je moet leven in twee werelden
Caja Cazemier en Martine Letterie


Sterre gaat samen met haar vriendin Emmelie naar de brugklas. Van een normale school, en dat is bijzonder, want Sterre is doof. Ze heeft wel een cochleair implantaat, een CI, dat met een magneet tegen haar hoofd zit geplakt, maar zeker als iedereen door elkaar heen praat verstaat ze niets. Ook liplezen, of spraakafzien, zoals het hier genoemd wordt, is dan niet genoeg.
Maar Emmelie heeft haar beloofd dat ze zal helpen. Toen ze samen op de basisschool zaten deed ze dat ook, ze heeft zelfs gebarentaal geleerd. Dus Sterre heeft er alle vertrouwen in.


Helaas, Emmelie blijkt het al snel voor gezien te houden. Sterre is een buitenbeentje, ze is raar. En daar wil Emmelie niet de hele tijd mee optrekken.
Nu kan Sterre ook een tolk vragen, daar heeft ze recht op. Maar dat wil ze niet. Ze wil gewoon zijn. Meedoen met de anderen.
En dat is precies wat haar niet gaat lukken. Ze mist teveel, en haar resultaten zijn niet best.
Voor ze aan deze school begon was Sterre een week op theaterkamp voor dove kinderen. Dat had ze zo leuk gevonden! En ze had er een vriendin gemaakt: Mila. Die gaat evenwel naar een speciale school voor doven.


Het verhaal over Sterre, dat in het heden speelt, wordt afgewisseld met het verhaal over Freek, dat in de jaren vijftig speelt. Ook hij is doof en in die tijd had hij weinig keus: hij moest naar een internaat. Zijn ouders zijn speciaal voor hem en zijn eveneens dove zus verhuisd, zodat hij na school naar huis kan. Maar dat betekent ook dat hij niet meer kan ronddwalen in de duinen, dat is nu te ver weg. En zijn vader is er ook niet gelukkig bij.
Freek botst regelmatig met een lerares, die niet wil inzien dat doof zijn niet betekent dat je dom bent.
Tenslotte loopt hij weg…


Natuurlijk is het mooi om te lezen hoe er in verschillende tijden om werd gegaan met doofheid, maar er is een verband tussen Sterre en Freek. Leuk om dat na een tijdje te ontdekken, het maakt het verhaal interessanter.
Afgezien daarvan is het waarschijnlijk voor velen een eyeopener om te lezen hoe lastig het is voor een dove of slechthorende in een ‘normale’ wereld.
Bij ieder hoofdstuk staan tekeningetjes van gebaren, waarschijnlijk de titels van het hoofdstuk?
Achterin kun je lezen hoe de samenwerking tussen beide schrijfsters tot stand kwam en vind je meer informatie over doofheid. Met nog even een waarschuwing, voor iedereen die graag naar loeiharde muziek luistert…


Caja Cazemier (Spijkenisse, 1958) stond voor de klas, en schrijft sinds 2008 jeugdboeken over onderwerpen die haar doelgroep, 11 en 16 jaar herkennen:  verliefdheid, je anders voelen, naar de brugklas gaan, weglopen van huis, seksualiteit, alcohol, tienerzwangerschap, uitgaansgeweld, loverboys, gescheiden ouders, online pesten, toneelspelen, internetverkering of rouwverwerking.


Martine Letterie (Amsterdam, 1958) studeerde Nederlands met als hoofdvak Middelnederlandse letterkunde. Ze was tot 1997 lerares Nederlands en daarnaast schreef ze veel schoolboeken en werkt ze mee aan Tikker en Bumper, tijdschriften over jeugdliteratuur.
In 1996 verscheen haar eerste kinderboek. Het liefst schrijft ze historische kinderboeken, die gebaseerd zijn op waargebeurde verhalen. De serie boeken is gebaseerd op de historische figuur Berend van Hackfort.
In 2017 kreeg ze een Zilveren Griffel voor Kinderen met een ster.


ISBN 9789021683423| Hardcover | 224 pagina’s | Uitgeverij Ploegsma| juni 2021
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 19 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Supergroen
Helden en schurken van het voedselbos
Thijs Goverde


Aan iedereen die bij het zien van het onderwerp van dit boek denkt: ammenooitniet, zou ik een dringend advies willen geven: stap in de wondere wereld van Thijs Goverde, en geniet! Het is niet eens de opzet om te lachen: een voedselbos aanleggen is een serieuze zaak! Maar Thijs Goverde weet hoe hij kinderen aan moet spreken. Ook met een boek dat bedoeld is om er dingen van op te steken. Over bloemen, planten en aanverwante zaken.


Lang geleden zei Thijs tegen zijn ouders:‘Ik wil een bos.’
‘Als jij naar een bos wilt,’ zeiden mijn ouders,  ‘dan ga je toch lekker naar een bos? Kun je best zelf. Je bent veertig.’


Natuurlijk begrepen ze er niets van. Want wat moest Thijs nou met een eigen bos? Maar hij bedoelde niet simpelweg een verzameling bomen, hij wilde een voedselbos, waar over nagedacht is, en waar alles eetbaar is. Bomen dus alleen als je er vruchten van kon plukken. En bloemen? Natuurlijk zijn die mooi om te zien, maar als je ze niet kan eten, dan wil Thijs ze niet. En de planten die de meeste mensen onkruid noemen? Dat kunnen hele nuttige - en ja: eetbare! – planten zijn.


In 26 columnachtige stukken tekst neemt Thijs de lezer mee in zijn bos: over het ontstaan en de problemen die hij daarbij tegenkwam. Over welke planten hem tegenvielen, en welke juist het tegendeel. Over planten die je als je ze eenmaal hebt met geen mogelijkheid meer weg krijgt en over hoe dat komt. Over de bodem natuurlijk, want als je bomen en planten wil hebben is het wel handig om te weten welke eisen ze stellen aan de grond.


Als je nu nog denkt dat het saai is, echt niet! Thijs Goverde vertelt met zoveel humor – en plezier - over zijn stukje land, dat je geregeld in de lach schiet.


‘In mijn bos heb ik ook een superschurk [ …] Hij ziet er heel lieflijk en onschuldig uit, mijn superschurk. Als ik je vertel welke plant ik bedoel, dan zul je zeggen: “Wat, dié? Neeeeh, dat is echt een schátje! Met z’n leuke bloemetjes.” Laat je niet voor de gek houden. Het is echt een rotzak van jewelste, een schoft van het zuiverste water . Het is…
De boterbloem.’


De boterbloem is giftig. Ook voor bijen die zo vriendelijk zijn om het stuifmeel te verspreiden.


‘Puh,’ zegt hij (de boterbloem). ‘Ik heb die bijen nergens voor nodig. Ik hoef geen zaad te maken om me te verspreiden. Kijk maar…’
En wat zien we daar verschijnen? Een uitloper. Een lange dunne stengel die over de grond groeit, tot-ie een stukje kale aarde tegenkomt. Daar maakt hij worteltjes, blaadjes, knoppen en…tadaa!  Nieuwe boterbloem!'


Die schurk wil hij dus niet in zijn bos. Maar ja, krijg hem maar eens weg. Brandnetels bijvoorbeeld, als je die niet zou willen, kun je ze eten! Maar boterbloemen dus niet.


Dit boek is een feest om te lezen. En dan zijn er nog de mooie, ook humoristische tekeningen van Saskia Heijmans, die ook kleine tekeningetjes over de pagina’s strooit. En de plattegrond staat ook in het boek plus een register.
Het is razend knap van deze schrijver dat hij een onderwerp als dit zo brengt dat de jonge lezer die Waanzinnige-boomhutten en loserboeken helemaal niet mist!


Thijs Goverde (Nijmegen, 1971) studeerde filosofie te Nijmegen. Al vanaf 1998 schrijft hij kinderboeken, fantasievolle, spannende kinderboeken.
Het leuke is dat dit voedselbos echt bestaat en dat je er zelf kunt gaan kijken en proeven!
Zie https://eetbaarnijmegen.nl/in-nijmegen/boeren-en-telers/de-dassenhof

ISBN 9789021682983 | Hardcover | 144 pagina’s | Uitgeverij Ploegsma | april 2022
Illustraties van Saskia Heijmans | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 14 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Let goed op
Een verhaal in tien stappen
Jason Reynolds


De titel van dit boek kun je op verschillende manieren opvatten.
1e Het boek speelt zich af in en vooral rondom een school waar goed opletten door de leerkrachten gewenst is.
2e Het boek bestaat uit tien verhalen die elkaar deels overlappen door subtiel verschillende personages steeds opnieuw op te voeren, als je goed oplet merk je die personages op.
3e Na schooltijd gaat ieder zijn eigen weg. Maar er is een moeder van de leerlingen die extra oplet, zij is klaar-over, ofwel zij zorgt dat de leerlingen veilig kunnen oversteken.
4e De verhalen zelf vragen ook om verder te kijken dan je neus lang is. Door goed op te letten laat de schrijver zien wat de leerlingen drijft om zich zo te gedragen als ze doen.


Neem bijvoorbeeld 'Klessebessie' die altijd maar grappen maakt in de klas, dit tot 'wanhoop' van de leerkrachten, hoewel...


"Stiekem genoot ze ( leerkracht mevrouw Stevens) van Bessies grappen. Ze deden haar denken aan de oude komieken in de zwart-witprogramma's waar haar oma vroeger naar keek. En dus had ze een deal gesloten met de klassenclown. Als Bessie de hele les rustig kon opletten, mocht ze de laatste vijf minuten haar ding doen."


Klessebessie woont met haar moeder bij haar dementerende opa Beto. Elke dag bezorgt ze 'post' bij hem.  In de 'brief' staat een grap geschreven

'Bessie wist dat hij de brief later open zou maken, zou lezen, zou vergeten dat hij hem had gelezen, en dan zou denken dat hij hem had geschreven. En de volgende dag zou hij tegen haar zeggen dat ze een nieuwe grap moest uitproberen in de les van mevrouw Stevens. En dan zou zij zeggen dat ze dat zou doen, en als ze weer thuiskwam zou ze zeggen dat zijn grappen in de smaak vielen. Dat mensen steeds in een deuk lagen om zijn grappen."


En zou heeft elke leerling die aan het eind van de dagelijkse lessen de school verlaat en naar huis loopt een eigen verhaal. De ene wordt gepest, de andere worstelt met homoseksualiteit. Een stel leerlingen hebben zich aan elkaar verbonden en noemen zich De kale bende. Zij jatten al het kleingeld dat ze kunnen vinden, maar als je leest waarom sluit je de hele groep in je hart.

Het boek heb ik twee keer gelezen. De eerste keer was ik er niet helemaal blij mee, maar dat vooral omdat ik de samenhang tussen de verhalen wel opmerkte maar niet echt zag.
Bij de tweede lezing viel alles op zijn plek en besef je dat je een vrij uniek boek in je handen hebt. Het zit heel knap in elkaar en vertelt het verhaal van jongeren op een realistische en liefdevolle manier. Het zijn de verhalen achter de facade die de leerlingen hebben opgebouwd om zich staande te houden in de wereld.
Bijzonder en mooi.


Jason Reynolds (1983) las voor het eerst een boek uit toen hij zeventien was. Hij kwam maar weinig verhalen tegen waarin hij zichzelf herkende. Hij weet ook dat er een heleboel jongeren zijn die een hekel hebben aan lezen. Hij weet ook dat een heleboel van die jongeren jongens zijn. Hij weet dat deze boek-hatende jongens niet echt een hekel hebben aan lezen, maar aan verveling. Zijn oplossing? Geen saaie boeken schrijven! Daarom schrijft hij over de realiteit van veel (gekleurde) jongeren in Amerika.
Jason reist met zijn boeken langs scholen en detentiecentra om lezen op die plaatsen te bevorderen, maar ook om te praten over problemen waar veel jongeren mee te maken hebben.

Het boek won de Zilveren Griffel 2022 in de leeftijdscategorie 12-15 jaar


ISBN 9789493189300 | Hardcover | 188 pagina's | Uitgeverij Condor | NUR 283 | april 2021
Vertaald door Maria Postema | leeftijd 12+

© Dettie, 27 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verhalen van de fladdertak
Margaretha van Andel


Een bijzonder boek vol verhalen van over de hele wereld. Bijzonder omdat het sprookjes, mythen en legenden zijn die te maken hebben met bomen.


Alle verhalen gaan over eigenschappen zoals vriendschap, maar vooral de negatieve eigenschappen worden belicht. Verteld wordt wat de gevolgen kunnen zijn als je jaloers bent, of hebzuchtig of veel macht wil hebben. De bomen, die de vertellers zijn, kunnen zelf een hoofdrol hebben, of ze zijn degene die de wijze lessen ‘geven’.
Achterin wordt verteld hoe bomen met elkaar kunnen communiceren via het Wood Wide Web, hetgeen samenhangt met het feit dat het een geheel een soort raamvertelling is.


Generaal Sherman is de meest wijze oude boom, die het boek opent en afsluit. (al is dat laatste een beetje een open einde)
In het eerste verhaal vertelt hij over de treurwilg (= de Fladdertak!) die met de dood bedreigd wordt. In het huis dat bij de tuin hoort waar hij staat, zijn nieuwe mensen komen wonen. De vrouw des huizes wil een nette tuin, en de man des huizes wil maar al te graag te keer gaan met zijn motorzaag, want hij is boomspecialist.


Gelukkig is ook een jongen. En de jonge houdt bij hoog en laag vol dat hij de boom heeft horen praten! Wat een flauwekul, zeggen zijn ouders. En dan, hij moet wel om zijn leven en dat van zijn vrienden te redden, praat de wilg! En hij belooft iedere avond een verhaal te vertellen. Dan mag hij blijven staan namelijk.
Die verhalen gaan we vervolgens lezen. Ze kunnen uit ieder werelddeel komen via het Wood Wide Web! Zullen ze hun leven kunnen redden? Zijn er echt zoveel verhalen te vertellen?


Nou, we beginnen alvast met zo’n 38 verhalen, allemaal even boeiend en bijzonder.
Een enkel verhaal is de lezer waarschijnlijk wel bekend: ineens is daar namelijk Jack, van Jack en de Bonestaak! Het heet hier Jack en de bonenboom. Het is een verhaal dat verteld wordt door de grote eik van Sherwood, en dat is dan weer de boom waaronder Robin Hood zijn hoofdkwartier had.
Schattig is het verhaal van het kromme sparretje, afkomstig van een van de bomen in het buigende bos, Gryfino,  in Polen. Het boompje wil zo graag rechtop staan en groot worden, maar de bomen om hem heen zijn allemaal krom, en hij denkt dat het ook zijn lot zal zijn. Maar dat wil hij niet!


Extra in dit boek zijn de korte verhalen over echte bestaande bomen. Aan de binnenkant van de omslag, zowel voor als achter, zie je een wereldkaart, waarop de locaties van bijzondere bomen staan aangegeven. Achterin wordt over deze speciale bomen verteld waarom ze speciaal zijn.
Zo hebben wij in Nederland de dikke boom van Verwolde. Dat is de boom waaronder Bonifacius gepreekt zou hebben. De eik is zo’n 440 jaar oud.
Daar lees je ook over dat bos in Polen, waar de bomen er zo vreemd bij staan…


En zo valt er heel veel te beleven met dit boek: je leest de mooie verhalen, je leert over bomen, en last but not least: er zijn de prachtige illustraties van Marieke Nelissen! Paginagroot of in een kleiner kader: allemaal even mooi!
Voor alle leeftijden, al geeft de uitgever 8+ aan.


https://lemniscaat.nl/wp-content/uploads/2021/12/FM-Verhalen-van-de-Fladdertak-1.pdf


ISBN 9789047712220 | hardcover| 256 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| januari 2022
Illustrator Marieke Nelissen

© Marjo, 8 juni 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Gameboek - Schaduwkraai
Marcel Groenewegen


Wie ben jij? is de vraag op de voorflap. Ben je spion, magiër of strijder?
Dat, met het opschrift Gameboek, roept vragen op. Gameboek? Hoezo?
Een boek is een verhaal toch?
Nou, dat is het ook wel, maar heel anders dan je gewend bent!
Het lijkt wel heel veel op een computergame! Je maakt zelf je verhaal!


Eerst is er de proloog waarin wordt verteld over Ulvenria een land dat wordt bedreigd door de kwade heer Raznor. Hij heeft een leger van gnarken en vanuit de stad Turanbad wil hij het hele land veroveren. Gewoon een stuk tekst. Toch een gewoon verhaal dan?
Maar nee, het is maar een inleiding. Want het is wel zo handig als je een beetje weet wat de achtergrond is: waar ben je? Welke tijd is het? Wat wordt er van je verwacht?


‘Net op tijd kun je bukken. Rakelings zoeft het zwaard van Od over je hoofd. Dat scheelde niet veel. Je recht je rug en kijkt je tegenstander in zijn ogen. Hij mag dan oud zijn, hij is nog altijd een meester in het gevecht.’


De lezer wordt aangesproken met jij. ‘Jij’ bent dus de hoofdpersoon. Vervolgens is er een scoreblad (?, dat wordt gaandeweg duidelijk) waarbij je eerst die keuze maakt: wat ben je? Ben je spion, magiër of strijder?
Vervolgens lees je de opdracht: ‘je bent nu een echte schaduwkraai en klaar om in naam van koning Gregorius de Drakendoder het land te beschermen, je bent klaar voor je eerste missie.’

Wat volgt is echt een game: na iedere alinea wordt er verwacht dat je een keuze maakt. Afhankelijk van die keuze gebeurt er iets in het spel: de volgende stap.
Net als in een echte computergame zijn er meerdere mogelijkheden, waardoor je dus ook een ander verhaal krijgt. Je hebt helpers en tegenstanders. Je wint of verliest. Je kunt attributen kopen. Of winnen. Mogelijkheden te over!
Natuurlijk heb je ‘levels’, en wat je keuzes ook zijn: het is spannend.
Heen en weer bladerend door het boek maak je je eigen verhaal! En doordat je terug of vooruit gestuurd kunt worden weet je eigenlijk nooit of het verhaal al zijn einde nadert!


De schrijver zegt: ‘Ik bedacht dit boek voor mijn kinderen, die liever gamen dan lezen. Schaduwkraai leest als een game, de lezer maakt keuzes en die bepalen het verhaal. Ik hoop dat dit nog veel meer kinderen aanzet tot lezen!’
Nou, dat laatste, daar gaat het om!


Marcel Groenewegen (Tilburg, 4-8-1978) journalist, werkte als eindredacteur en copywriter voor verschillende uitgeverijen en communicatiebureaus. In 2011 ging ik aan de slag als freelance tekstschrijver. Daarnaast is hij muzikant bij de band The Kik.


ISBN 9789493236264 | Hardcover | 224 pagina’s | Uitgeverij Witte Leeuw | juni 2022
Illustraties van Maarten Donders | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 20 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Alle wensen van de wereld
Tekst: Rian Visser
Illustraties: Janneke Ipenburg



Gedichten, niet iedereen houdt er van.
Des te groter is dan de verrassing als de gedichten van Rian Visser prachtig blijken te zijn en zo indringend dat ze blijven hangen!
Ieder gedicht is bijzonder, en ze spreken alle leeftijdsgroepen aan omdat ze herkenbaar zijn, en je doen nadenken over de moeilijke, maar ook de mooie dingen van het leven. Dingen die iedereen meemaakt.


Het zijn geen ellenlange teksten, waardoor ze nog meer raken aan de emotie van de lezer. Deze bijvoorbeeld, zo mooi:

Schots

Jouw brein de noordpool.
IJskap na ijskap stort in zee.
Sleurt jaren met zich mee.

Jouw geheugen de kustlijn.
Na een zware orkaan
zijn brokken land verloren gegaan.

Dit bankje staat vast.
De zon schijnt en jij geniet.
We eten een ijsje.
Dit is nu.
Dit is mooi en beter
wordt het niet.


Daar hoort een mooie illustratie bij van Janneke Ipenburg. Je ziet oma en kleinkind tevreden likkend aan een ijsje. Op een bankje. Achter hen gebeuren de beschreven rampen, maar daar trekken ze zich niets van aan.


Tekst en afbeelding zijn overal uitstekend op elkaar afgestemd, soms is een simpele tekening al genoeg. De tekeningen bij het gedicht Het beste vak. Hilarisch!
De gedichten zijn nadenkertjes, maar het gaat vanzelf als je ze leest. Vlot en vrij eenvoudig taalgebruik bevordert dat. En de humor, die je ook tegenkomt, bijvoorbeeld is dat gedicht over de flat die vergeleken wordt met een stapelbed.


Gedichten van Rian Visser staan geregeld in het tijdschrift DICHTER. van Plint. Enkele van de gedichten uit deze bundel zijn daar ook al eerder in gepubliceerd, zoals bijv. het geweldige gedicht Hoofdschrijven (denk aan hoofdrekenen…), dat werd gepubliceerd in de mooie (inmiddels uitverkochte) editie Tem de tekens, over laaggeletterdheid.
Ook interessant is het filmpje dat Rian Visser heeft gemaakt van het maken van het boek!


De bundel Alle wensen van de wereld is - en dat is absoluut niet verrassend - een aantal maal in de prijzen gevallen!
De jury van het Vlaamse Poëziecentrum en CANON Cultuurcel bekroonde de bundel met de Gouden Poëziemedaille 2022, een tweejaarlijkse prijs. En twee afzonderlijke gedichten kregen een Gouden Poëziester. Dit jaar kreeg het boek ook de Zilveren Griffel 2022.


Rian Visser is kinderboekschrijfster en grafisch vormgever. Zij heeft ruim tachtig kinderboeken geschreven voor kinderen van 2 tot 12 jaar zoals Nippertje, Blitz!, hier is pier, Appie en opa en De wedstrijd van Schildpad en Haas. Ook schrijft ze voor Sesamstraat en diverse jeugdtijdschriften. Als Schoolschrijver geeft ze les aan kinderen met een taalachterstand. Speciaal voor het basisonderwijs maakt ze gratis digibordlessen bij het thema van de Kinderboekenweek.


ISBN 9789025882259 | Hardcover | 48 pagina’s | 290 - Poezie kinderen en jongeren algemeen | Uitgeverij Leopold | oktober 2021
Illustraties van Janneke Ipenburg | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 15 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

De geheimen van het Catshuis
Nienke Berends

‘We staan voor een poort. De tralies eindigen in ijzeren punten. Aan weerszijden staat een pilaar. Bovenop lijken twee ouderwetse groene lantaarns de wacht te houden.
Een bewaker in uniform begroet ons en opent de poort.
Aan de linkerkant zie ik een wachtershuisje, zo eentje dat ik weleens in Engeland heb gezien, maar nooit eerder hier.
Voor ons doemt een prachtig wit gebouw op.‘


De ik-verteller is Elizabeth Maria van Praag, kortweg Lies. Ze vertelt hier over haar eerste kennismaking met het huis waar ze gaat wonen met haar twee moeders. De een noemt ze moeder, de ander Mo.
Als haar moeder vertelt dat het huis gebouwd werd voor Jacob Cats, reageert Lies meteen met de geboorte- en sterfdata van Cats.
Hm, een eigenwijze jongedame? Bijdehand blijkt ze zeker, leergierig ook en dol op lezen en daarbij onthoudt ze het ook allemaal. (Zo leert ook de lezer het een en ander, want de feiten kloppen)


Als Lies ontdekt dat er een grote bibliotheek is, is ze meteen erg blij dat ze nu in het Catshuis woont.
Minder leuk is het dat er bewaking is. Er moet er zelfs een met haar mee waar ze ook gaat en staat.
Maar het is wel een heel leuke jonge bewaker…
Hij helpt haar als er vreemde dingen gebeuren: er vallen zomaar boeken uit de kast op de grond, en de manier waarop blijkt niet zonder betekenis.
Intussen heeft de minister-president haar handen vol: er is de kwestie van protestboeren en er duikt een besmettelijke ziekte op. Er wordt druk vergaderd in het Catshuis.


Nienke Berends combineert geschiedenis  en actualiteit met elkaar in een verhaal, waar humor en romantiek niet ontbreken, maar dat vooral geheimzinnig is.
Want wat gebeurt er eigenlijk in die bibliotheek?
Erg leuk is de figuur van mevrouw Barends, de huishoudster. Het bakken van van brood als vergelijking gebruiken voor de maatschappij: dat is goed gevonden en legt het voor de jonge lezers heel goed uit.


‘Als je ingrediënten bij elkaar brengt, dan is kneden van essentieel belang. Hoe breng je ze bij elkaar? Als je niet goed kneedt, zal het deeg niet goed rijzen.’


De ingrediënten van dit verhaal zijn goed bij elkaar gezocht en worden ook prima gekneed!
Ben je ook een nieuwsgierig bijdehand type, dan zul je extra genieten van dit boek!


Nienke Berends (Zwolle, 1976) Daarna studeerde ze een tijdje Psychologie en ook even Gezondheidswetenschappen. Ze haalde haar PABO-diploma en stond jaren voor de klas. In februari 2021 verscheen het boek 'Aaf gaat ondergronds.' Dit boek werd genomineerd voor "De Leesjury" in Vlaanderen.


ISBN 9789044844542 | Hardcover | 156 pagina’s | Uitgeverij Clavis | juni 2022
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 12 juli 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Tom Trubbels breekt in
Coen de Kort


De twaalfjarige Tom Trubbels gaat inbreken. Hij heeft zich goed voorbereid, en hij is reuze lenig, dus hij is snel weer weg. Hij is immers getraind!
Sinds hij vaak last heeft van spanningen, die drukte in zijn hoofd veroorzaken, heeft hij ontdekt dat hij dat te lijf kan gaan door lekker actief bezig te zijn: rennen, klimmen en springen. Als hij zo bezig is vergeet hij alles, en wordt hij rustig.


Tom woont vaak bij zijn oma, omdat zijn ouders hun leven eigenlijk niet ingesteld hadden op een kind. Ze moeten nogal vaak naar het buitenland voor hun werk. Nu vind oma Toke het helemaal niet erg dat Tom dan bij haar is, maar de laatste tijd is ze wel vergeetachtig aan het worden, dus Tom zorgt voor een deel voor haar!
Het was doordat hij zijn oma hoorde praten tegen een vriendin dat hij er achter kwam dat zijn opa ook die onrust in zijn lijf had! Als hij dan hoort dat zijn opa ging inbreken, denkt hij dat hij dat ook kan. Vandaar dat hij de situatie rond die grote villa goed bestudeerd heeft. Hij weet dat er een hond loopt, maar die lust vast wel gehaktballetjes...
En ja hoor, de hond is geen probleem, het inbreken ook niet. Tom vindt juwelen en onder een losse plank een etui.


‘Tom had een goed gevoel over zichzelf. Hij was er van overtuigd dat hij dit kon, en hij kon het ook. Het talent zat tenslotte in de familie. In een rustige draf liep de jongen naar huis. Hij had geen haast. Hij wilde genieten van het moment. De regen viel nog steeds met bakken uit de hemel, maar het deerde hem niet.’


Toch is hij natuurlijk een amateur te zijn: hij kan dan wel goed kunnen klimmen en rennen en zo, hij denkt niet aan alles…
En iemand heeft hem gezien. Nu is dat niet erg, want het is een politieagente. Nou ja, een jonge vrouw die bij de politie wil, maar haar carrière loopt niet zo lekker. Zij is in haar eentje een onderzoek aan het uitvoeren. En daarbij ziet ze de jongen. Dat blijkt maar goed ook, want het dreigt faliekant verkeerd te lopen.
En daar is behalve oma Toke ook Toms vriendinnetje, Lotte de dupe van!


‘Daarom was ik bij dat paleisje toen uw kleinzoon daar inbrak. Ik zag hem op de muur staan. Sindsdien ben ik Tom gevolgd. En gelukkig maar, anders zat u nu onder de blauwe plekken. Of erger.’
‘Jeetje!’ riep Tom. Breek ik ook eens een keer in. Heel de wereld op zijn kop.’


Een spannend verhaal, dat vol humor verteld wordt. Alleen de namen van de personages al: Tom Trubbels komt inderdaad in moeilijkheden. Lotte Lieveling is Toms liefje. Sandra Spoor is een duister zaakje op het spoor. Behalve een humoristisch spannend verhaal worden er ook maatschappelijke kwesties behandeld: oma Toke die misschien wel naar een tehuis moet.


Leuk verhaal dat door de ruime bladspiegel en korte hoofdstukken vlot weg leest. De tekeningetjes zijn van eigen hand.


Coen de Kort (1956, Tilburg) werkte lange tijd vooral als illustrator totdat hij met Moord en dat soort dingen debuteerde als schrijver. Hij leerde illustreren aan de Kunstacademie in Den Bosch en noemt zichzelf nog steeds in eerste instantie vormgever en illustrator. Toch is dit al zijn vijfde boek.


ISBN 9789044844122 | hardcover | 104 pagina’s | Uitgeverij Clavis | juni 2022
Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 20 juni 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Het Reservaat
Barbara Jurgens

‘De wereld is nu veilig en stabiel. De Happy Council heeft er voor gezorgd dat er geen misdaad meer is, geen ziekte en geen armoede. Al deze negatieve dingen zijn uitgebannen en komen alleen nog voor in het Reservaat. BRAINWAVE I: IN SUPER CITY ZIJN WE HAPPY, OMDAT WE ALLES KUNNEN KRIJGEN WAT WE WILLEN EN WE GEEN ZORGEN MEER HEBBEN.’


Sunny, de veertienjarige ik-verteller, woont met haar ouders en broer Midas, in Super City, waar de Happy Council de boel regeert. Sinds de Klimaatoorlogen voorbij zijn, is er een steriele stad gebouwd, zonder dieren en planten. De wereld wordt helemaal elektronisch geregeld, iedereen heeft een chip, en staat zo onder controle van de Council.
Jongeren hebben taken en 's nachts leren ze (lees: worden ze geïndoctrineerd door middel van BRAINWAVES, zie achter in het boek) en verder trainen ze voor de Challenge, een sportwedstrijd waarbij jongeren zich moeten bewijzen. Winst betekent niet alleen roem voor de overwinnaar zelf, maar ook betere – luxere – leefomstandigheden voor het gezin waartoe hij of zij behoort.
Natuurlijk doet Sunny daar aan mee, en haar ouders zijn er erg op gebrand dat ze gaat winnen.


In de Supercity moet iedereen Happy zijn. En voor wie dat niet lukt is er Cheerup Syrup, de opkikkerlimonade.
Over het algemeen doet ook Sunny braaf wat door de Council voorgeschreven wordt, maar ze is iedere nacht weer blij als de headset waarmee ze 'leert', zich uitschakelt en ze vrij kan dromen. Want in haar dromen beleeft ze wonderlijke avonturen.
Ze is ook dol op haar oma, haar Moma, die de Oude Tijd nog meegemaakt heeft. Op een dag is tot haar verbijstering Moma ineens verdwenen. Waar is ze?
Evi, Sunny’s beste vriendin, vertelt haar over het Happy End Home, waar ook haar eigen oma naar toe gebracht is. Natuurlijk wil Sunny weten wat dat is en al is dat tegen de regels: ze gaat op zoek. Als ze haar Moma vindt, geeft die haar een peul en zegt nog: 'Je moet de boom zoeken, Sunny…’ en dan is ze er niet meer.


Sunny is nog in de rouw – tot ergernis van haar ouders en broer – als ze met de andere deelnemers meegaat naar het Reservaat waar de Challenge is. Het Reservaat is de wildernis buiten de grenzen van Supercity, een woud vol gevaar. Er zijn echte planten en er wonen dieren! En ook de Unhappy wonen daar: de mensen die weigeren zich te schikken naar de Council.
Sunny kijkt haar ogen uit. Wat voor wereld is dit? En wie is die jongen die contact zoekt met haar?


Een spannend en intrigerend dystopisch verhaal. Origineel is het niet, het verhaal lijkt op dat van de Hongerspelen en andere series. Maar er is wel een verschil: Barbara Jurgens heeft het verhaal niet uitgesponnen over drie boeken, wat overigens best had gekund. De rol van de broer, de achtergrond van de Council, en natuurlijk het contact met de Unhappy, daar zou de lezer best wat meer over willen weten. Het voordeel is voor de lezers die liever geen drie boeken lezen, zij komen nu ook aan hun trekken met een enkel boek.
Ook kun je uitkijken naar de film die van Het Reservaat gemaakt zal worden.


Barbara Jurgens (Amsterdam) studeerde Theaterwetenschap aan Universiteit van Amsterdam, en is nu scenarist en kinderboekenschrijver. Zij schreef eerder succesvolle tv-series als Keyzer & de Boer Advocaten en de film Amazones. Haar jeugdfilm Vechtmeisje ontving zowel de jury- als publieksprijs voor Beste Nederlandse Familiefilm én werd uitgeroepen tot beste Europese film van het jaar. Hond vs. Kat is haar vierde kinderboek.


ISBN 9789048863655 | Hardcover | 240 pagina’s | Uitgeverij Moon | mei 2022
Leeftijd 13+

© Marjo, 1 juni 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER