Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

De berentafel
Martine Glaser


Op een avond aan tafel heeft ze een paar van die vragen hardop uitgesproken. Waarom heb ik geen vrienden of vriendinnen? Waarom is alles wat ik heb nieuw, ligt er nergens speelgoed van vroeger of kleren die me niet meer passen? [...]


'Je mag nooit meer van die rare dingen vragen, nooit meer, hoor je?'
Het was de eerste keer dat Mevrouw Maman boos tegen haar deed en het voelde naar en eng.


Deze vragen worden gesteld door een meisje dat op een dag wakker werd in een ziekenhuis met een verband om haar hoofd. Als ze aangeeft naar huis te willen, nemen een vrouw en een man haar mee, ze praten een vreemde taal tegen haar, die ze niet verstaat. Volgens de vrouw heet ze Marie en zij en de man zijn haar vader en moeder. Marie herinnert zich niets meer, alleen een flits en verder niets meer.


Marie vindt het vreemd dat ze niets herkent, dat er geen kleren of speelgoed van haar in huis zijn. Als ze paarse bloemen ziet, herkent ze die ineens, het zijn seringen...  Toch vindt ze het vreemd dat ze verder echt helemaal niets herkend. Voor haar gevoel klopt er iets niet.


De vrouw is heel zorgzaam, Marie moet nog maar niet buiten spelen, dat is nog niet goed. De man is groot en kalm. 


Hij wil dat ze hem meneer Norbert noemt. Hij knuffelt haar nooit en vaak zit hij zo lang stil naar haar te kijken dat ze er bang van wordt. En soms schudt hij na dat lange kijken zijn hoofd, alsof hij ergens spijt van heeft.


Maar meneer Norbert is wel heel aardig, ze mag altijd in zijn werkplaats komen waar hij meubels maakt. Meneer Norbert weet dat Marie voelt dat er niets klopt, ook al spreken ze dat niet tegen elkaar uit. 'In zijn ogen leest ze dat hij elke dag weer, de hele dag door  'doen alsof' speelt. Doen alsof ze familie zijn. Doen alsof ze bij elkaar horen'


En dan komt er ineens een woord in Marie op... Kerstboom en ze 'voelt dat het iets van vroeger is, dat er dingen bij horen. Geuren. Kleuren. Mensen.'
Samen met meneer Norbert, maakt zij een Kerstboom, van hout, met alles erop en eraan. En ook twee knuffelberen en een geur in een sjaal geven haar een warm en bekend gevoel. Stuk je bij beetje komen er steeds meer herinneringen bij Marie naar boven...


Heel langzaam ontvouwt zich het ontroerende, emotionele verhaal, waarin we zien hoe verdriet iemand kan transformeren. Hoe goedbedoelde zaken en een enorm liefdevolle benadering niet altijd het juiste is, hoe graag je ook zou willen dat het wél zo zo zijn. Zowel Marie, Maman als meneer Norbert zijn onvergetelijke personages die je alle liefde van de wereld toewenst.
Prachtig verhaal dat je lang zal bijblijven.


ISBN 9789044838251 | Hardcover | 85 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2020
Leeftijd 11+

© Dettie, 18 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Vloek van Voorst
Joke Eikenaar


Dit 18 hoofdstukken tellende historische jeugdboek begint al lekker. We krijgen al op de eerste twee pagina's een kaartje uit 1361 te zien van Zwolle en de plaatsen die besproken worden in het boek. Daarna zien we een fraaie tekening van de Stins van Voorst waardoor we zien dat de Stins twee slotgrachten heeft, wat een belangrijk gegeven is voor dit verhaal. Achterin zien we nog een kaartje uit 1361 van de omgeving van de Stins en Zwolle, dat maakt dat je je goed kunt voorstellen waar de gebeurtenissen plaatsvonden.


Geitenhoedster Meike woont vlakbij de Stins maar ze zal het wel uit haar hoofd laten om de grond van het kasteel te betreden, ridder Zweder van Voorst, de bewoner van de Stins is namelijk berucht in de omgeving. Zo gauw hij mensen betrapt op zijn terrein is zijn reactie erg hard en zwaar. Toch lonkt het gebied haar altijd wel, iets wat niet mag is altijd aantrekkelijk, en zeker voor een meisje dat erg ondernemend en nieuwsgierig is.
Meike (15) laat graag haar geiten aan de rand van het gebied lopen, zodat ze toch het een en ander opvangt van het kasteel en zijn omgeving.


Daardoor gebeurt het ook dat zij rijkeluiszoon Jorrik (13) ontmoet en, zoals dat gaat, kinderen hebben andere regels dan volwassenen. De twee worden goede vrienden hoewel hun ontmoetingen in het geheim plaatsvinden. Niet iedereen zal namelijk blij zijn met hun omgang, hoe onschuldig die ook is.


Ondertussen is Zweder van Voorst nog steeds de verschrikking van de buurt, hij plundert en rooft waar hij kan, en bisschop Jan van Arkel, machthebber van het gebied, heeft er meer dan genoeg van. Hij besluit in te grijpen en zo gebeurt het dat de steden Zwolle, Deventer en Kampen een leger samenstellen dat het kasteel moet gaan aanvallen zodat Zweder eindelijk een toontje lager zal gaan zingen. Maar Zweder is niet dom, zo gauw hij van de plannen hoort neemt hij zijn eigen maatregelen.


Voor Meike en Jorirk breken heel andere tijden aan. Hun standsverschil maakt dat ze ieder hun eigen kant horen te kiezen, hoe zwaar ze dat beiden ook valt. Zweder gaat erg ver in zijn verdediging, hij steekt zelfs een deel van Zwolle in brand!
Het wordt voor Meike, de bewoners in de omgeving van de Stins en de mannen van Jan van Arkel, nog een heftige, langdurige onderneming om onder de tiranie van Zweder uit te komen. Helaas is de aanval tegen Zweder ook niet zonder gevaar...


Wat altijd zo prettig aan een historische (jeugd)roman is, is dat je dankzij het verhaal ook een heel stuk geschiedenis meekrijgt. Zwolle blijkt zelfs tot twee maal toe in brand gestoken te zijn, de laatste keer dus door Zweder. Ook de leefomstandigheden van de bevolking én rijkelui komt uitgebreid aan bod in het boek waardoor je inzicht krijgt in leefgewoontes en omgang met elkaar, wat op een boeiende manier door Joke Eikenaar weergegeven wordt.
Maar het centrale punt is natuurlijk de vriendschap tussen intelligente Meike en de vriendelijke en pittige Jorrik.


Ik voorzie een mooie jeugdfilm dankzij dit boek.


Om de sfeer te proeven... zie het inkijkexemplaar


ISBN 9789051167672 | Hardcover | 196 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | oktober 2019
Leeftijd 12+

© Dettie, 27 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Adres onbekend
Susin Nielsen


Felix (12) zit op het politiebureau, zijn moeder ook. Ze hebben niets gedaan, maar toch zitten ze er, hoe bizar is dat? Eigenlijk is het voor Felix toch wel een bevrijding dat hij eindelijk zijn verhaal kan doen. Hij vertelt agent Lee alles. Ze weten nu toch al dat hij ZVWOVP is (zonder vaste woon- of verblijfplaats) is. En dát was nou net precies wat niemand mocht weten, want dan zou de kinderbescherming hem weghalen bij zijn moeder... Het verhaal dat Felix aan de agente vertelt is schrijnend maar ook liefdevol.


Anita, Felix'moeder, is door allerlei omstandigheden haar huis en haar baan kwijtgeraakt.  Uiteindelijk hebben ze niets anders meer dan een oud kampeerbusje, een gele Westfalia Vanagon Syncro, bouwjaar 1987 dat een ex-vriend van Anita achter heeft gelaten. Ze zullen daar gedurende de zomermaanden tijdelijk in gaan wonen totdat zijn moeder weer een baan heeft. Het wordt de ultieme zomervakantie roept zijn moeder.
Maar het lukt Anita niet om werk te vinden, ze heeft een te grote 'bek'.


Ondertussen begint school weer en Felix is enorm blij dat hij is aangenomen op Blenheim, de school waar hij heel graag naartoe wilde. Anita heeft hem erin gebluft.
Daar ontmoet hij zijn oude vriend Dylan en het is net alsof ze elkaar gisteren nog gesproken hebben, de vriendschap gaat gewoon weer door. Tot grote vreugde van Felix blijkt Dylan ook het Franse onderdompelingsprogramma te volgen.


Tot zover is er niets aan de hand. Felix gaat naar school, Anita zoekt werk. Anita bespreekt alles met Felix en zij probeert de moed erin te houden, ondanks de netelige situatie. We doen net of we vakantie hebben zegt ze aanvankelijk. Ze regelt veel maar doet ook dingen die Felix liever niet had geweten.


Helaas wordt het langzamerhand allemaal wat minder 'vakantie-achtig'. Hoe meer maanden verstrijken en hoe kouder het wordt, hoe vervelender het wonen in het busje is. Felix verlangt steeds meer naar een huis met een wc en douche en een echt bed. Bovendien moet hij constant op zijn hoede zijn, zodat niemand erachter komt dat ze ZVWOVP zijn. Hij logeert graag en vaak bij Dylan en is blij dat daar voldoende te eten is maar hij moet elke keer wat verzinnen waarom Dylan niet bij hem kan komen.
En dan is er ineens die grote kans om mee te doen aan een spelprogramma op tv waarmee je een mooi bedrag kunt winnen... Als dat toch eens zou kunnen!


De agente heeft het verhaal aangehoord en zegt dat er iets moet gebeuren, Felix vreest het ergste, moet hij nu toch naar een pleeggezin? Maar alles zal heel anders lopen dan Felix verwacht...


Het is een mooi verhaal. Vooral Felix en zijn houding naar zijn moeder toe ontroert je. Hij blijft haar door dik en dun trouw, totdat...


ISBN 9789047710806 | Hardcover | 302 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | april 2019
Vertaald door Lydia Meeder en Barbara Zuurbier | Leeftijd 12+

© Dettie, 10 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mag ik naast je zitten?
Sarah Weeks & Gita Varadarajan


Ravi Suryanarayanan (rah-VIE Soer-ie-ah-nee-RIE-jaa-naan) is verhuisd van Bangalore naar New Yersey, hij is dus vers van de boot, zoals ze zeggen. De overgang is groot. In India woonden amma, appa en hij in een vrijstaand huis met een grote tuin. Ze hadden een kok en een chauffeur. Zijn gootouders woonden vlakbij in een eigen appartement. Nu wonen ze allemaal bij elkaar in een rijtjeshuis, in een stadje dat Hamilton Mews heet. Personeel is er niet meer, het huis is kleiner, er is maar één badkamer en appa gaat met de trein naar zijn werk. Hij werkt bij een IT-bedrijf en is gepromoveerd, maar moest daarvoor dus wel naar Amerika verhuizen.


Vandaag is de eerste dag op de nieuwe school, de Albert Einstein school. Ravi denkt dat hij het wel gaat maken daar want hij zegt van zichzelf. 'Ik ben geen geniale wetenschapper (zoals Einstein), maar ik kan erg goed leren. Maar het begint al slecht, gewend als hij is aan de beleefdheid tegen zijn lerares en het opstaan als het woord tot hem gericht wordt, is hij gelijk de 'idioot'. Maar de enige andere Indiër Dillon Samreen, glimlacht en knipoogt naar Ravi. Volgens mij wil hij vrienden met mij worden, denkt Ravi...


In de klas zit ook Joe, een stille jongen met eten als hobby, hij heeft cónstant honger. Hij leert moeilijk 'zijn hersens kunnen niet met kabaal overweg'. Zijn enige twee vrienden op school zijn verhuisd. 'Om eerlijk te zijn waren ze een beetje raar, maar toch zal ik ze missen' zegt hij daarover.
Meester Barnes is de enige die echt aardig is tegen Joe en hem begrijpt. Maar vandaag begint hij in groep zeven bij juf Beam.  Joe hoopt dat 'Dillon Samreen zijn pijlen zal richten op die nieuwe jongen met zijn maffe naam en dat gekke accent,' in plaats van op hem.


In de kantine hoopt Ravi daarentegen dat Dillon naast hem komt zitten, maar nee, hij gaat bij een groep jongens zitten en ze hebben grote lol. Morgen zal hij zelf wel naast Dillon gaan zitten, neemt Ravi zich voor. De enige die nu wel bij hem aan tafel komt zitten is Joe. Ze zeggen niets tegen elkaar.
Helaas heeft Dillon het nog steeds voorzien op Joe, vooral als hij ontdekt dat Joe's moeder in de kantine werkt. Joe wist van niets!


De volgende dag maakt Ravi zich opnieuw 'belachelijk' door op de Indiase manier een som uit te rekenen en op de terugweg naar zijn stoel wordt hij getackeld. Dillon roept dat Spek (Joe) het was en Ravi gelooft dat en is verbijsterd! Hij heeft geen woord met die jongen gewisseld! Waarom deed hij dat? Als hij met Joe mee moet naar bijles, vanwege zijn zware accent is Ravi opnieuw verbijsterd. Hij was in India de beste in Engels en nu zou het niet goed genoeg zijn? Hij houdt een hele verhandeling over een M & M snoepje en mag gaan, niet wetend dat zijn verhaal als een geschenk voor Joe is.


Dillon blijkt eigenlijk een behoorlijk irritant en geniepige jongen. Hij steelt, haalt stiekem akelige streken uit en geeft anderen de schuld en bovenal zet hij graag andere mensen voor schut, ook Ravi... en Ravi is alwéér verbijsterd. Langzamerhand beginnen Joe en Ravi elkaar te vinden in hun strijd tegen Dillon.
En dan... krijgen ze allemaal een opdracht van juf Beam en dat zal alles veranderen.


We lezen afwisselend de gedachten van Joe en Ravi over gebeurtenissen thuis als op school. De thuissituatie bij beide jongens is namelijk totaal verschillend.
Bij Joe thuis is het sappelen, bovendien wordt hij voornamelijk door zijn moeder opgevoed, die door haar nieuwe werk op school ontdekt hoe banaal Dillon is. Ravi daarentegen zit in een cocon van warmte, iedereen thuis leeft met hem mee en wil het beste voor hem, maar Amerika is geen Indië en Ravi beseft dat hij nog heel veel te leren heeft.


Het verhaal speelt zich af in vijf dagen, van maandag tot en met vrijdag. De hoofdstukken zijn ingedeeld naar de maaltijden die in de kantine die dag geserveerd worden. Op vrijdag - pizzadag - is de grote apotheose die voor beide jongens gunstig zal uitpakken.
Erg boeiend verhaal  waarvan je hoopt dat veel jongeren het zullen lezen.


ISBN 9789047711087 | hardcover | 160 pagina's | Lemniscaat | mei 2019
Met twee recepten

© Dettie, 27 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Junior Monsterboek 8
Diverse auteurs


Het concept is intussen wel bekend, en bij jongeren die van griezelen houden nog steeds populair.
De schrijvers van deze elf nieuwe griezelverhalen zijn Nico De Braeckeleer, Bart Mertens, Johan Deseyn, Rob Baetens, Marina Defauw, Ronald Verheyen, Karel Smolders, Erik Persoons. Degene die opgelet heeft telt er hier maar acht! En dat klopt. Het is de laatste edities de gewoonte dat de jongere die de prijs heeft gewonnen heeft van de Junior Monsterboek Schrijfwedstrijd zijn of haar verhaal in dit boek gepubliceerd ziet. En dat niet alleen: ook de vorige winnaars mogen nog meedoen!
Dus zijn Marie Uiterwijk en Hanne Goorickx weer van de partij en is de debutant Cailin Ceyfs.


Ieder verhaal wordt voorafgegaan door een korte beschrijving over de schrijver van het verhaal dat volgt, en ook vind je tussendoor tips voor de nieuwe wedstrijd. Maar het gaat natuurlijk om de verhalen! Maak je borst maar nat!
De Braeckeleer bijt het spits af met een verhaal over een zombiekat. Dat een kat een zombie is, is al griezelig genoeg, maar de ontknoping! Jasses. Blijf maar even bij katten uit de buurt!


Na dit griezelverhaal volgt er een van Bart Mertens, die ook het boek geïllustreerd heeft met weer van die grappige, maar wel degelijk griezelige zwart-wit tekeningen! Hij schrijft over Ivan, telg in een vampierenfamilie die voorlichting krijgt van zijn vader. Dat gaat niet bepaald vlotjes…
Behalve griezelige details valt er ook te lachen bij Bart Mertens.


‘Heb je je dan nooit dorstig gevoeld als zo’n meisje je aankijkt met die grote bambi-ogen?’
Waar heeft-ie het in hemelsnaam over?
‘Als je die lelieblanke halzen ziet, die kleine donshaartjes in hun nek, die ranke schouders, die trillende lippen en dat tongetje…’
‘Kijk jij niet naar de verkeerde films, pa?’
‘Misschien ben je nog wat te jong,’ hij bekijkt me met een bedenkelijk gezicht.
‘Let op jongen, je krijgt overal haar!’
Haar?
‘En dan lijkt het of je tandpijn krijgt.’
‘Tandpijn?’


Het gaat te ver om alle schrijvers te bespreken, en dat hoeft ook niet bij de meeste schrijvers. Zelfs niet bij Marie Uiterwijk, die haar faam allang waargemaakt heeft. Maar vooruit, het verhaal van Karel Smolders over dat monster uit de zee verdient toch een extra vermelding. En het verhaal over het CWRM-beeldje (ComingWorldRemeberME, een herinneringsproject van de provincie West-Vlaanderen) is ook verrassend. Het zal je maar gebeuren dat zo’n beeldje ineens tegen je praat!


Hanne Goorckx schrijft dit keer een eng verhaal over een heks die in het jaar 1519 de gemoederen danig bezig hield. Het is voor jongeren een soort inwijdingsrite: durven zij naar de overblijfselen van het hutje waar de heks woonde? Er staat alleen nog een deurpost, waar naar men zegt de handafdruk van de heks in gebrand staat.


De nieuwe schrijver is Cailin Ceyfs. Vorig jaar de winnaar van de wedstrijd. Maar liefst twintig pagina’s is haar verhaal over dat spookschip, dat ze ziet als ze met haar tante op een cruise gaat. Raadselachtige gebeurtenissen brengt haar aan het twijfelen: was het dan toch allemaal echt?
Leuk, en natuurlijk griezelig verhaal!


Voor vaste lezers van het Monsterboek zijn de verhalen soms enigszins voorspelbaar, maar niettemin blijven ze griezelig, met al die duivels, heksen, vampiers, zombies, spoken, brrr… En soms weet zo’n schrijver er dan net een andere wending aan te geven dan je als lezer verwacht.


ISBN 9789462421110 | hardcover | 289 pagina's | Uitgeverij Junior Kramat | november 2019
Tekeningen en cover van de hand van Bart Mertens | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 23 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn moeder kookt soep van tafelpoten
Aefke ten Hagen


Hoe zou jij het vinden als je moeder de ene keer een tijdje heel somber in bed ligt en je beter maar niet met haar kunt praten, en de andere keer heel vrolijk is, bijna té vrolijk, en energie voor tien heeft. Vermoedelijk zou je dat best lastig vinden.


Dat vindt de elfjarige Fiep ook best lastig. Ze is gek op haar moeder maar ze weet eigenlijk nooit waar ze aan toe is. Ze houdt op mama's sombere dagen haar vriendinnetjes liever uit de buurt, zelfs haar beste vriendin Sofie, want ze schaamt zich dan wel een beetje voor de troep en ongezelligheid in huis. De andere keer is alles precies tegenovergesteld. Dan is mama heel enthousiast, vrolijk en druk en vindt ze niets te gek, alles mag, alles kan, zelfs 4 paar schoenen tegelijk bestellen. Maar ook dat is niet altijd leuk, bijvoorbeeld als je moeder bijvoorbeeld heel enthousiast in een elfenjurk naar school komt. Fiep weet wel dat mama een ziekte heeft waardoor ze zo is. Die heet bipolaire stoornis.


Mama heeft het al heel vaak uitgelegd. Dan voelt ze zich niet goed, terwijl er niet echt iets aan de hand is. Soms reageert ze dan boos of geïrriteerd. Ze kan dan heel droevig zijn zonder reden. En als mensen zeggen dat ze naar mooie dingen moet kijken, heeft dat helemaal geen zin. 'Ik snap wel dat ze dat zeggen, maar de somberheid zit in mijn hoofd. Die kan niemand weghalen. Ik probeer wel om met verschillende medicijnen mezelf zo goed mogelijk te voelen, maar dat lukt niet altijd. En als het wel lukt, kan ik ook té vrolijk en gelukkig worden.'


Dat klinkt natuurlijk gek, té gelukkig. Maar Fieps moeder raakt soms zo enthousiast en vindt alles dan zo leuk en mooi dat ze geen grenzen meer kent. Ze gaat maar door.  En dat is ook niet goed én heel vermoeiend.


De ziekte van Fieps moeder wordt goed beschreven. Gelukkig gaat het gezin er goed mee om, het is zoals het is en het is, en ze letten ook altijd goed op of mama niet weer in een depressie of manie (het vrolijk en druk doen) schiet. Fiep vindt het ook niet zo heel erg dat haar moeder ziek is alleen weet ze niet hoe ze dat aan de buitenwereld moet vertellen. Want dan wordt ze vast 'Fiep met die gekke moeder'. Haar beste vriendin vermoedt wel iets en helemaal na een bezoek aan de Efteling heeft ze wel door dat er iets is met Fieps moeder. Maar ze zegt niets en blijft gewoon Fieps vriendin.


Maar nu moet Fiep spelen tijdens de eindmusical, op haar gitaar. En daarvoor moet ze oefenen maar mama kan niet altijd tegen het geluid van de gitaar en al helemaal niet als ze steeds hetzelfde riedeltje speelt.  Ook haar muziekleraar wil dat ze meer oefent, maar ze wil hem niet vertellen hoe het thuis is, waarom ze zo weinig kan oefenen. En dan stelt de leraar voor om samen met Mats te gaan oefenen, hij kan goed spelen maar Fiep weet meer gevoel in haar spel te leggen en zo kunnen ze elkaar mooi aanvullen. Fiep vindt het geweldig want Mats is wel een héél leuke jongen... Maar hoe moet dat nu? Ze durft hem niet thuis te vragen want wie weet wat haar moeder zal doen.


Het is een uitstekend boek waarin goed duidelijk gemaakt wordt wat een bipolaire stoornis is en het wordt zonder drama en ellende verteld. Mama's ziekte is gewoon een onderdeel van Fieps leven wat ze de ene keer beter kan hanteren dan de andere keer. Soms haalt ze haar schouders op, soms wordt ze boos om mama's gedrag. Maar meestal leven ze gewoon hun dagelijkse leventje. Het is in feite een vrolijk boek waarin ook veel gelachen wordt. Een verhaal dat bovendien lekker gekruid wordt met een snuifje verliefdheid.


Het enige minpunt vind ik die 'soep van tafelpoten'. Dat is nu net wat iemand met een bipolaire stoornis volgens mij niet doet. Vaak weten ze ergens best wel wat ze doen, (niet altijd) alleen gebeurt alles is het extreme. Teveel kopen, teveel willen, teveel doen, té blij zijn of juist helemaal niets willen en heel somber zijn. Tenminste dat geldt voor de mensen die ik ken met een bipolaire stoornis. Maar kinderen zullen die soep van tafelpoten vast heel leuk vinden!


Het eind van het boek is ook heel goed. Op haar nieuwe school begint Fiep helemaal opnieuw, er zijn geen geheimen meer, en dat scheelt enorm! Openheid is belangrijk. Achterin het boek staat nog een korte toelichting over een bipolaire stoornis en een KOPP-kind (Kind van ouders met Psychiatrische Problemen)

Kortom, een prima boek! Het is goed dat dit in een kinderboek besproken wordt. Een KOPP-kind zal er zeker blij mee zijn.
Ik geef het boek een dikke acht.


Aefke ten Hagen (1975) schrijft graag en veel. Ze debuteerde in 2010 met de roman In naam van mijn vader, over een vader en dochter met een bipolaire stoornis. In datzelfde jaar kwam onder pseudoniem het boek Koosje uit, over haar eigen ervaringen met een bipolaire stoornis, en later verscheen Tijdens kantooruren, een boek over een pathologisch leugenaar op de werkvloer. Ze schreef ook diverse korte verhalen die in de prijzen vielen en verfilmd zijn (NCRV).


ISBN 9789020624861 | hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Kluitman | maart 2019
Met kleine zwart-wit illustraties van Iris Boter | leeftijd 10+

© Dettie, 4 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tussen de Linies
De voetbalgoden: deel 18
Gerard van Gemert


In dit een na laatste deel van de Voerbalgoden gaat het er weer spannend aan toe. Allereerst hopen Storm en Stijn heel erg dat zij mee mogen voetballen in de kwart finale van de wereldkampioenschappen tussen Oranje tegen Kameroen. Want reservespeler zijn bij Oranje is natuurlijk al een hele eer maar meespelen is natuurlijk wat zij het liefste willen. Gelukkig voor de jongens gebeurt het ook, Stijn mag erin en Laurens Weering moet er - zeer tegen zijn zin - uit. En even later mag Storm, tot zijn grote geluk ook meespelen. En ze doen het steengoed!


Na afloop van de wedstrijd, als de ploeg juichend de toeschouwers bedanken, krijg Storm ruzie met een man uit het publiek. Het is dankzij hun teamgenoot, de beroemde Bert Pringel, dat de ruzie niet escaleert. De man uit het publiek is echter niet zomaar iemand, zo blijkt, en zijn reactie op Storms actie kan erg vervelend worden en grote gevolgen hebben... En dat gebeurt ook!


Daarnaast is er nog een heel vervelend akkefietje gaande. Bert Pringel wordt er van verdacht vertrouwelijke informatie door te geven aan de pers. Maar Stijn en Storm kennen Bert te goed om die kletspraat te geloven. Maar de verdachtmakingen gaan zo ver dat het er naar uit gaat zien dat Bert de halve finale tegen Duitsland niet mee mag spelen! Dat zou een drama zijn.


Natuurlijk is het weer de onverschrokken Storm die deze verdachtmakingen over zijn grote vriend Bert niet pikt. Zoals altijd dendert hij recht op alles af, hij kan onrecht namelijk niet uitstaan, maar zonder gevaar is alles niet. Er wordt zelfs geschoten! De bedachtzame Stijn is altijd de zo broodnodige rustige tegenpool dei ervoor zorgt dat Storm niet al te ver doordendert in zijn acties.

Opnieuw een lekker spannend verhaal over de twee jonge voetbalgoden. Nu op naar het 20e en laatste deel.


ISBN 9789044835540 | hardcover | 148 pagina's | Uitgeverij Clavis | april 2019
Met zwart-wit afbeeldingen van Mark Janssen | leeftijd 10+

© Dettie, 27 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Niemand ziet het
illustraties: Charlotte Dematons
tekst: Dolf Verroen


Natuurlijk wist ik dat ik homo was, maar ik durfde er met niemand over te praten. Niet met mijn vader en moeder, niet met meester Maas en al helemaal niet met mijn klasgenoten.


Met deze woorden valt de hoofdpersoon Victor (13) gelijk met de deur in huis. Het is 1947, twee jaar na de beëindiging van de Tweede Wereldoorlog. Victor zit in de zevende klas zoals dat toen genoemd werd. Hij kan goed leren, maar droomt teveel weg volgens meester Maas. 'Hij kan zijn aandacht niet bij zijn werk houden.' Victors vader snapt het wel maar wil toch ook graag dat zijn zoon verder komt dan hij. 'Probeer het Victor, een goede opleiding is belangrijk.' zegt hij. Victor beseft dat ook wel en het trekt hem ook wel aan, maar er zijn echter wel die gevoelens...


De eerste geleerde in de familie leek me wel wat
Maar ik was homo
Wat moet je dan?


Het is wel 1947, over homoseksualiteit sprak je niet, laat staan dat je zegt dat je zelf homoseksueel bent. Er worden grapjes gemaakt tegen Victor door mensen over meisjes, er wordt gevraagd of Victor nog geen meisje heeft.
Victors ouders hebben zelf erge problemen gehad omdat ze van een verschillend geloof waren. Het is daarom dat Victors vader heel lief zegt: 'Als jij later met een meisje thuiskomt, Victor, zal ik je nooit dwarszitten. Nooit.' Maar dat is niet wat Victor wil horen.


Het zweet stond in mijn handen
Gymnasium
Meisje
Homo


Het verbaast hem ook dat niemand zijn geaardheid doorheeft. Hij is erg netjes op zijn kleren, erg precies wat kleurencombinaties betreft en dat wijt hij allemaal aan zijn homoseksualiteit.


Soms dacht ik: iedereen kan het aan me zien. Die jongen met dat stomme brilletje op zijn neus en die nette kleren aan, die is niet normaal hoor.

Toch ligt de nadruk van het verhaal niet op het homoseksueel zijn van Victor. Het verhaal laat vooral zien hoe die tijd was en wat er speelde. Het hele boek ademt de sfeer uit van de jaren vlak na de oorlog. Veel was nog op de bon, er was nog geen tv, op zondag werd gekaart, soms kwamen een oom en tante op bezoek en werd er een glaasje geschonken. - Het effect van die drank op de volwassenen wordt overigens prachtig beschreven door Dolf Verroen. -
De oom verricht later nog een vreemde handeling, iets wat een beetje als een donderslag uit heldere hemel komt, maar wel enkele zaken verklaart.


Op school zijn de meester en juf nog mensen met gezag. Meester Maas is er erg op uit dat Victor verder gaat  leren en spoort hem steeds aan om beter zijn best te doen. De kans die Victor krijgt om te leren, wat nog vrij uniek was in die jaren, is eveneens erg belangrijk voor vader. Victor ontdekt dat hij diep in zijn hart het met de meester en zijn vader eens is, maar hij twijfelt constant, kan dat wel als homo zijnde?
Maar als een meisje hem verleidt en zoent, weet hij helemaal zeker dat hij homo is. Het hoge woord móet eruit, hij vertelt het aan zijn ouders.


- In het boek wordt niet verteld dat in die tijd homoseksualiteit onder de 21 jaar was verboden was en dat tot in de jaren 50 homoseksuelen vervolg werden. Ook wordt niet verteld dat homoseksualiteit in de jaren veertig en vijftig van de vorige eeuw nog als psychisch afwijkend beschouwd werd. Ook wordt niet gemeld dat homoseksuele mensen tot in de jaren vijftig geen baan kregen bij de overheid. Wellicht was dit handig geweest om dit wél zijdelings te noemen, voor een beter begrip van kinderen van nu voor Victors dilemma om te gaan studeren ondanks dat hij homo is. -


Het geheel is verder een integer verhaal geworden dat bijna ouderwets degelijk geschreven is. Het straalt de relatieve rust uit die in die eind jaren veertig heerste. Toch is het geheel boeiend en speels en een genot om te lezen. Doorheen het boek verspreid, staan mooie zwart-wit tekeningen van Charlotte Dermatons.
Mooi, licht ontroerend verhaal. Een koesterboek.


ISBN 9789025878238 | Hardcover | 107 pagina's | NUR 283 | Uitgeverij Leopold | november 2019

© Dettie, 2 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kapsalon Romy
Tamara Bos


Romy moet sinds haar ouders gescheiden zijn na schooltijd naar oma Stine. Echt blij is ze daar niet mee want oma is streng en kil. Maar mama maakt lange dagen op haar werk en papa heeft nog geen eigen woning. Gelukkig is er poes Mads en de lieve Emine die bij oma in de kapsalon werkt. Maar helaas Emine gaat weg en oma moet voortaan al het werk alleen doen.


Al snel merkt Romy dat oma dat niet trekt, oma is al in de zeventig, en Romy begint steeds meer te doen in de kapsalon. Maar het is niet alleen het vele werk dat oma niet meer aankan, ze vergeet steeds vaker iets. Ook weet ze niet meer zo goed hoeveel wisselgeld ze terug moet geven en vindt Romy een boek in de koelkast. Op gegeven moment is oma zelfs heel veel geld kwijt...


Romy voelt oma haarfijn aan, zij snapt waar oma haar geld laat, zij vangt alle kleine en grote problemen van oma op en de twee raken heel goed op elkaar ingespeeld. Het fijne is dat oma steeds liever wordt, ze knuffelt Romy nu steeds vaker en wat geeft het als ze dan ineens Deens praat, de taal van haar jeugd. Het is gewoon goed zoals het is. Romy krijgt zelfs een sleutel van oma, die is voor haar persoonlijk, want later mag Romy de kapsalon overnemen. Kapsalon Romy.


Maar oma vergeet steeds meer, en mama vindt dat oma naar een verzorgingshuis moet en dat gebeurt ook. Romy kan het niet aanzien. Haar levendige, speelse oma wordt steeds apathischer en somberder. Mama wil er niet over praten en papa heeft het te druk met zijn smartphone. Bovendien is Romy boos op papa dus met hem praat ze niet meer. Maar er moet wel iets gebeuren. Oma moet daar weg!


Het mooie van dit boek is, dat ondanks dat het een heftig onderwerp bespreekt en soms heel ontroerend is, toch een heel positief en humoristisch verhaal is geworden. Dat komt vooral omdat het verhaal vanuit Romy (in de ik-vorm) verteld wordt. Zij ziet niet de problemen die volwassenen zien, ze doet gewoon wat ze denkt dat goed is. Ze begrijpt oma, ondanks dat het soms best pittig is wat oma doet, ze helpt oma écht.


Tamara Bos heeft met dit boek een juweeltje van een verhaal neergezet dat niet alleen kinderen zal aanspreken maar ook volwassenen. Het boek heeft alles in zich om een regelrechte klassieker te worden. Lees en geniet!


ISBN 9789025771812 | Hardcover | 176 pagina's | NUR 283 | Uitgeverij Gottmer | oktober 2019
Eerder verschenen in 2016, en onlangs zeer succesvol verfilmd, zie cover. Leeftijd 10+

© Dettie, 3 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn bijzonder rare week met Tess
door Anna Woltz


De thematiek en onderwerpen in de kinderliteratuur zijn in de loop der jaren behoorlijk veranderd. Uiteraard verschijnen er nog steeds geweldige kinderboeken waarin de hoofdpersoon spannende en bloedstollende avonturen beleeft, maar soms worden er ook pareltjes geschreven waarin de auteur een kant belicht van onze complexe, ingewikkelde maatschappij. Van de vele, verschillende gezinssamenstellingen. Het gezin anno 2020 bestaat allang niet meer uit een vader, een moeder en kinderen. Niemand kijkt er meer van op van: het één oudergezin, of het gezin bestaande uit twee vaders of twee moeders, het pleeggezin of van het samengesteld gezin. En gelukkig maar.


In “Mijn bijzonder rare week met Tess” maken we kennis met Samuel. Hij is samen met zijn vader, moeder en broer Jorre een weekje op Texel. Vanwege de vakantie. Jorre dondert in een kuil en breekt daarbij zijn enkel. Ze gaan met Jorre naar een dokter en daar ontmoet Samuel Tess.


Achter de tafel zat een meisje met zandkleurig haar en een ernstig gezicht. Ik draaide me vlug om, maar ze had me al gezien.
“Wacht,” riep ze.
Ik draaide me half terug
“Weet jij iets over zebravissen?” Haar stem was net zo ernstig als haar gezicht.
“Niet echt…”zei ik.
“Speel je dan trompet?”
Ik schudde mijn hoofd.
“Heb je ooit een cursus houtbewerken gedaan?”
Ik schudde opnieuw mijn hoofd, en ze zuchtte.
“Dan heb ik je niet nodig. Ga maar weer.”


Tess is een klein, maar zelfverzekerd meisje. Ze is een beetje bazig en weet heel goed wat ze wilt. Ze is de dochter van de strenge doktersassistente die zich over Jorre had ontfermd.


De twee kinderen raken bevriend. Tess neemt Samuel mee naar een vakantiehuisje, ergens op het eiland, dat is verhuurd aan een man en een vrouw. Tess moet daar heen om de ramen open te zetten, bloemen te brengen en het programma klaar te leggen. Ze doet er wat geheimzinnig over. Samuel springt bij Tess achterop de fiets en zo rijden de twee door de duinen. Eenmaal bij het vakantiehuisje aangekomen vertelt Tess haar geheim. De man aan wie het huis is verhuurd is haar vader, alleen dat weet hij zelf niet.


De moeder van Tess heeft nooit iets vertelt over wie de vader van Tess is. Tess is er zelf op een ingenieuze manier achter gekomen en wil nu weten wat voor man het is. Is het wel een leuke vader? Heeft ie kinderen? En zou hij Tess willen als dochter? Om daar achter te komen heeft ze één week de tijd.


Anna Woltz heeft heel origineel boek geschreven. Over een meisje en haar vader. Over de strijd tussen Samuel en zijn oudere broer Jorre. Over gezinsverhoudingen. Over ouders die ‘t leven soms knap ingewikkeld kunnen maken. Over hun gezeur en gemopper. heel herkenbaar.


Anna Woltz schreef dit boek al in 2013. Het werd bekroond met een vlag en wimpel door de griffeljury in 2014. En binnenkort komt de film die er van gemaakt is in de bioscoop. Anna Woltz is op dit moment een van de bekendste Nederlandse kinderboekenauteurs. Van haar hand zijn o.a. Evi, Nick en ik (2011), Gips (gouden griffel 2016) en Alaska (zilveren griffel 2017). Voor de kinderboekenweek van 2019 schreef ze het boekenweekgeschenk “haaientanden”. Ik ben groot fan van haar werk. Het is humoristisch en tegelijkertijd snijdt ze op een luchtige manier moeilijke onderwerpen aan. Knap.


ISBN: 978 90 451 2387 5 | paperback | 176 pagina's | Uitgeverij Querido | september 2019 (8e druk)
NUR 283 | Leeftijd 10+

Eric Heugens, 7 novembe-2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER