Nieuwe jeugdboekrecensies 10+

altDe evolutie van Calpurnia Tate
Jacqueline Kelly


Calpurnia Tate heeft het niet makkelijk. Haar naam is nog haar minste probleem, al vindt ze die ook niets. Men noemt haar Callie. Erger is dat ze van de zeven kinderen in het gezin het enige meisje is, en dat terwijl ze liever een jongen was geweest! Hoe kan zij ooit voldoen aan de wens van haar moeder dat zij een kundige huisvrouw zal worden, zo eentje die goed kan koken en een kei is in borduren, breien en kantklossen? Maar ja, Callie leeft rond 1900, een tijd waarin vrouwen minder waren dan mannen en niet zomaar hun eigen leven konden leiden. In Texas waar ze woont wordt haar op school nog geleerd dat de aarde plat is…
Andere tijden!


Gelukkig is er haar grootvader, een man met moderne opvattingen. Hij geniet er van dat Calpurnia net als hij geïnteresseerd is in de wereld, in alles wat leeft, zelfs de kleinste diertjes. Samen met haar grootvader verzamelt ze allerlei planten en dieren, die ze dan catalogiseren. Wat een feest is het als ze op een dag een plantje ontdekken dat in geen enkel boek te vinden is! Iets nieuws! Het is altijd de grootste wens geweest van haar grootvader om een nieuw plant of een nieuw dier te ontdekken. Maar Callie wordt nu bijna twaalf en haar moeder wil dat ze zich damesachtiger gaat gedragen.


Dat is het thema van dit boek: kan een meisje opgroeiend in die tijd zich ontworstelen aan de normen en waarden die dan gelden?


Het is een prachtige jeugdroman, maar het is ook vrij pittig. De wetenschappelijke ‘naturalistische’ ontdekkingen en beschrijvingen worden dan wel verduidelijkt voor kinderen die net als Callie pas 11, 12 jaar oud zijn, maar het blijft best moeilijk.
Je krijgt een uitstekend beeld van die tijd, hoe het leven kan zijn geweest voor een jonge vrouw in die tijd. De familie Tate is welvarend, zijn hebben een katoenplantage en fabriek, en af en toe wordt ook de rassenscheiding aangestipt. En er wordt gesproken over wetenschappers als Darwin en Bell, met - helaas - maar een klein beetje aandacht voor vrouwelijke wetenschappers. Het boek beschrijft de worsteling van het meisje: de keuze tussen meegaan met de tijd en een keurig opgevoede jongedame worden, of rebelleren en voor veel moeilijkheden komen te staan.


Er zijn al meerdere boeken rond Calpurnia Tate, maar of die vertaald gaan worden weet ik niet.


Jacqueline Kelly is afkomstig uit New Zeeland, verhuisde naar Canada en later naar Texas.
Haar interesse ligt op het gebied van medicijnen en recht.


ISBN 9789045118345 | hardcover| 304 pagina's | Querido's kinderboeken | augustus 2015
Vertaald uit het Engels door Annelies Jorna | Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 24 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Onopgelost en waargebeurd
Guy Didelez & Frank Pollet


Als je niet van mysteries houdt, kun je deze recensie maar beter overslaan. Heus, dan kun je nu wel stoppen met lezen. Als je van nature nieuwsgierig bent en het heerlijk vindt raadsels te ontrafelen, val je echter met je neus in de boter. In dit boek staan maar liefst twintig onopgeloste mysteries! Sommige dingen of gebeurtenissen zijn nu eenmaal niet te verklaren, zelfs niet door de slimste wetenschappers ter wereld. Lukt het jou wel?


Over het allereerste mysterie dat in dit boek beschreven wordt, heb je misschien al weleens iets gehoord of gelezen. In 1947 stuitte boer William Brazel uit het Amerikaanse plaatsje Roswell op een vliegende schotel. Er zijn wel vaker mensen die beweren een ruimteschip te hebben gezien maar de vondst van boer Brazel werd door de commandant van een nabijgelegen luchtmachtbasis officieel bevestigd. Korte tijd later beweerde de luchtmacht dat het om een vergissing ging maar toen was Roswell al wereldnieuws. Nog altijd wordt het stadje overspoeld door toeristen die hopen een glimp van een alien op te vangen. Wie destijds de waarheid sprak en wie heeft gelogen, is nog altijd een mysterie.


Een ander boeiend verhaal gaat over de Nazcalijnen in Peru. In het bewuste gebied zijn vanuit de lucht meer dan 700 prachtige tekeningen te zien. Vind je daar niks mysterieus aan? Tegenwoordig is het eerder een dure en tijdrovende klus dan een moeilijke opgave om zulke tekeningen te maken, maar… de Nazcalijnen zijn tussen 200 voor Christus en 900 na Christus gemaakt door de Nazca- en Paraca-indianen! Deze indianen hadden geen vliegtuigen of helikopers waarmee ze vanuit de lucht konden zien of hun kilometergrote tekeningen al een beetje wilden lukken. Zij hebben nooit het resultaat van hun inspanningen kunnen bekijken. Vreemd? Het wordt zelfs nog vreemder! De Nazca’s hebben zelfs tekeningen gemaakt van dieren die duizenden kilometers verderop leefden. Hoe wisten zij van het bestaan van deze dieren af? Hebben de ruimtewezens uit Roswell er soms iets mee te maken gehad?


Ook het verhaal van de tweejarige James Leiniger is erg bijzonder. Het jochie was dol op vliegtuigen en zodra hij kon praten, vertelde hij honderduit over luchtgevechten. Toen het jongetje begon te dromen dat hij in een gevechtsvliegtuig om het leven kwam, begonnen zijn ouders zich grote zorgen te maken. Hun zoon stond duidelijk doodsangsten uit. Vreemd genoeg beweerde de kleine James Leiniger eigenlijk James Huston te heten. Toen zijn ouders ontdekten dat er werkelijk een James Huston heeft bestaan, vielen ze van de ene verbazing in de andere. Ze schreven er zelfs een boek over.


Ook de andere zeventien verhalen in dit leuke boek zijn doorspekt met mysteries. Hoe kunnen twee mensen met een donkere huid een blank kind krijgen? Hoe kan iemand die nauwelijks hersenen heeft volkomen normaal functioneren? Hoe is het mogelijk dat sommige mensen ineens een andere taal spreken en anderen zonder eten en drinken kunnen? Ook zijn er verhalen over verdwenen kunst, hardnekkige spoken en een bijzondere helderziende. Niet alleen mensen maar ook voorwerpen kunnen voor verrassingen zorgen. Bestaan er echt doodskisten met een ingebouwd navigatiesysteem en auto’s met een kwaadaardig karakter?


Ook dieren kunnen er wat van. Zo houden alligators niet van stoere mensenpraat en kunnen meerdere diersoorten zichzelf heel slim van vervelende kwaaltjes verlossen. Ook komen er gigantische inktvissen en wraakzuchtige vissen in het boek voor. Natuurlijk is het dier dat misschien wel het grootste mysterie ooit vormt niet vergeten. Bestaat Nessie – Het monster van Loch Ness – echt of toch niet?


Auteurs Guy Didelez en Frank Pollet hebben zo veel mogelijk informatie over de twintig mysteries verzameld. Ze leggen heel duidelijk en op vrolijke toon aan de lezer uit wat er aan de hand is en welke mogelijke verklaringen er zijn. Illustrator Inne Haine heeft grappige, soms wel erg flauwe, cartoons bij de verhalen gemaakt. Ze zijn in ongeveer dezelfde kleur als de cover afgedrukt. Hoe het nou allemaal precies zit, blijft natuurlijk een mysterie. Na het lezen van alle informatie en de verschillende theorieën kun je jouw fantasie heerlijk de vrije loop laten.


Van dit soort boeken zijn er wat mij betreft nooit genoeg. Gelukkig is het tweede deel – Keigrappig & waargebeurd – al in de maak!


ISBN 9789461316301 | paperback | 183 pagina's | Van Halewyck | maart 2017
Vanaf 12 jaar

© Annemarie, 12 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eilandgeheimen 2 Vermist
Gerard van Gemert


Gelijk, vanaf het begin plons je middenin het mysterie dat Tobias na het auto-ongeluk omhult.

Nadat hij wakker is geworden in het ziekenhuis, krijgt Tobias van zijn opa en oma namelijk te horen dat zijn ouders zijn omgekomen bij het ongeluk. 'En Julia?' vraagt Tobias 'Waar is Julia?' maar opa en oma begrijpen hem niet. Julia? Ze kennen geen Julia. Wie is dat?
Aanvankelijk denkt Tobias nog dat zijn grootouders grapjes maken, maar ze houden stug vol dat ze Julia, het zusje van Tobias, niet kennen! 'Ze zat naast me in het kinderstoeltje op de achterbank van de auto,' benadrukt hij. Maar opa en oma kijken hem verbaasd aan. Ze hebben helemaal geen kleindochter!

Als Tobias weer naar huis mag, gaat hij met opa en oma als eerste naar het graf van zijn ouders en daarna naar zijn ouderlijk huis. De kopjes staan nog op tafel... Tobias pakt gauw de foto-albums dan kan hij laten zien dat hij écht een zusje heeft. Maar er is nergens een foto van haar te bekennen en wat haar kamertje was, is nu een kantoor. Zou het door het ongeluk komen? Verbeeldt hij zich Julia maar? Maar in haar voormalige kamer vindt hij wel een haarspeldje...
Dat zegt helaas niets want zelfs de juf van de peuterspeelzaal kan zich geen Julia herinneren. Dat is wel heel bizar, het eiland Terschelling is toch niet zo groot, de juf zou Julia dan toch wel kennen?

Tobias begint inmiddels erg aan zichzelf te twijfelen. Is hij gek aan het worden? Maar Tobias kan zoveel over Julia vertellen dat zijn nieuwe vriendin Valerie er van overtuigd is dat ze bestaat en soms wordt Tobias ook ineens aangesproken. Een klein meisje vraagt hem bijvoorbeeld wanneer Julia terugkomt. Dus toch! denkt Tobias dan, ze bestaat wél! Elke aanwijzing, hoe klein ook, wordt aangegrepen om zijn zusje terug te vinden. Maar waar moet hij beginnen? En dit alles is nog maar het topje van de ijsberg, het verhaal wordt nog veel gekker, want uiteindelijk blijkt het hele leven van Tobias uit een grote leugen te bestaan... Of toch niet?

Het is een bloedspannend verhaal, je gaat vanzelf mee speuren met Tobias en uiteindelijk weet je zelf ook niet meer wie er nog wel of niet te vertrouwen is. Wat het boek nóg spannender maakt zijn de liefdevolle brieven van 'mama' aan Juul, die doorheen het verhaal geweven zijn, waaruit je kunt opmaken dat Julia verdwenen is, maar zelfs dat is niet zeker. Alles wordt op losse schroeven gezet.


Het verhaal heeft enorme vaart,  je tuimelt van de ene situatie in de andere. Een enkele keer is een ontmoeting wel heel toevallig maar het kan net. Het maakt wel dat er veel onverwachte wendingen zijn. Elke keer denk je te weten hoe het zit maar Gerard van Gemert zet je steeds op het verkeerde been.  Daardoor wil je blijven doorlezen en de uiteindelijk afloop is toch nog heel verrassend.
Heerlijk verhaal! Lezen!


ISBN 9789044828634 | Hardcover |  173 pagina's | Uitgeverij Clavis | oktober 2016
leeftijd 12+

© Dettie, 2 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Fantastic Beasts and Where To Find Them
Het complete filmscenario
J.K. Rowling


New York, 1926: De douanebeambte die de op “dreuzelbestendig” afgestelde koffer van de Brit Newt Scamander doorzoekt, heeft niet in de gaten dat hij voor de gek wordt gehouden. De doodgewone inhoud van de koffer onthult niks verdachts. Beleefd wenst de beambte Newt een prettig verblijf in New York toe, waarna Newt aan wal stapt. Hij is met een bijzondere reden naar de Amerikaanse hoofdstad gereisd.


Newt is ontdekkingsreiziger en Magiezoöloog. Hij is de hele wereld over gereisd om alle fabeldieren in kaart te brengen. In zijn leren koffer, die verbazingwekkend ruim is, reist een aantal van deze dieren met hem mee. Newt heeft er moeite mee ze in bedwang te houden. Steeds weer springt het slot van de koffer open, waarna Newt het haastig weer dichtdrukt. Het geluid van kleingeld dat naar een zwerver wordt geworpen, is echter wel heel aanlokkelijk voor een gulzige Delfstoffer.


Newt heeft niet in de gaten dat er twee pootjes uit de koffer steken en aan het slot morrelen. Hij kijkt belangstellend naar Mary Lou Barbone, die op straat namens het Nieuw Salem Filantropisch Genootschap een toespraak geeft. De afbeelding van de gebroken toverstok op de banier die achter haar wappert, maakt duidelijk hoe het genootschap over tovenaars denkt. Dan ziet Newt vanuit zijn ooghoeken iets dat hem afleidt van de vinnige woorden van Mary Lou. Een zwart pluizig wezen dat aan een kruising van een mol en een vogelbekdier doet denken, steelt een hoed vol munten van een bedelaar, propt de inhoud haastig in zijn buidel en maakt zich uit de voeten.


Delfstoffers zijn dol op geld. Het is dan ook niet vreemd dat Newts zoektocht naar het ontsnapte dier hem regelrecht naar de bank voert. Terwijl Newt zo onopvallend mogelijk jacht op de Delfstoffer maakt, zweet een ambitieuze bakker in spe peentjes. Jacob Kowalski hoopt dat de bank hem een lening wil geven zodat hij zijn eigen bakkerij kan openen. Hij heeft een koffer met allerlei heerlijke gebakjes bij zich. Ondanks de lekkernijen gaat het gesprek niet zoals gepland en Jacob verlaat teleurgesteld het kantoor van de bankdirecteur. Hij weet nog niet dat zijn leven in de momenten die volgen voorgoed zal veranderen.


Door een speling van het lot, en een vibrerend ei, maken Jacob en Newt kennis met elkaar. De ongeplande ontmoeting verloopt chaotisch en uiteindelijk gaat Jacob er met de verkeerde koffer vandoor. Wanneer Newt ontdekt dat de uiterst waardevolle inhoud van zijn koffer in handen van een Niemagie (Amerikaans voor dreuzel, oftewel een mens dat niet kan toveren) is gevallen, is het al te laat. Een aantal van zijn zorgvuldig verzamelde fabeldieren zijn ontsnapt en hebben zich over de grote stad verspreid. Wat nu? Newt zit met een verbijsterde Niemagie én een ijverige medewerker van het Magische Congres opgescheept. Hoe kan hij zijn geliefde fabeldieren met dit tweetal in zijn kielzog opsporen en vangen? Tot overmaat van ramp moet hij zo onopvallend mogelijk te werk gaan. Niemagies weten immers niet dat er tovenaars en fabeldieren bestaan.


Fantastic Beasts and Where To Find Them is het eerste filmscenario dat door J.K. Rowling is geschreven. De inhoud van dit scenario is niet hetzelfde als de inhoud van het boek Fabeldieren en Waar Ze Te Vinden. Het filmscenario gaat over Newt Scamander, die op het punt staat het gelijknamige boek over de fabeldieren te schrijven. Komt de boektitel je bekend voor? Het werd in de Harry Potter-boeken op Zweinstein als lesboek gebruikt!


Een filmscenario leest anders dan een boek. Tijdens het lezen zie je de film als het ware voor je. Er wordt beschreven hoe de omgeving en de personages eruitzien, waarna de dialogen van start gaan. Alles wat in het scenario wordt beschreven, wordt op dezelfde manier op het filmdoek overgebracht. Wat er in de hoofden van de personages omgaat, achterhaal je door te registreren wat ze zeggen en doen. Het is een prettige, luie manier van lezen.


J.K. Rowling heeft een onberispelijk eerste filmscenario geschreven. Het verhaal is levendig, spannend, romantisch, uiterst meeslepend en doorspekt met een onvervalste J.K. Rowling- stijl, waardoor het kwaad met hartelijkheid wordt bestreden. Ook aan het uiterlijk van het boek is de nodige aandacht besteed. Op elke bladzijde prijken prachtige bladversieringen of afbeeldingen van fabeldieren. Achterin het boek wordt uitgelegd dat ze zijn ontworpen door de prijswinnende ontwerpstudio MinaLima en dat ze zijn geïnspireerd op de decoratieve stijl uit de jaren twintig. Ze zijn prachtig en maken van het lezen van dit scenario niet alleen een feest voor de geest maar ook een traktatie voor het oog.


Fantastic Beasts and Where To Find Them draait sinds november 2016 in de Nederlandse bioscopen. Naar alle waarschijnlijkheid zullen er nog twee films volgen.


ISBN 9789463360128 | paperback | 297 pagina's | Uitgeverij De Harmonie | maart 2017
Vertaald door Wiebe Buddingh’
Vanaf 12 jaar

© Annemarie, 27 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altNeem mijn hand
Kate DiCamillo


‘Ze waren met z’n drieën, drie meisjes.
Ze stonden naast elkaar.
Ze stonden in de houding.’


Dit is het intrigerende begin van een bijzonder verhaal over jawel, drie meisjes: Raymie Clarke, Louise Olifante en Billie Tapinski. Ze kenden elkaar niet voor ze op les kwamen om te leren twirlen, bij de strenge Ida Ney, zogezegd twirlkampioene. (Twirling is een showsport waarin gewerkt wordt met de baton (stok of stick) tijdens gymnastiek- en dansoefeningen op ritmische muziek.) De sport zelf lijkt geen van de meisjes echt te interesseren, ze hebben ieder hun motivatie om daar te zijn.


Raymie,een sociaalvoelend naïef kind, is het belangrijkste personage. Zij lijkt de meest gedrevene, zij wil zo ontzettend graag Mini Miss Midden-Florida Autobanden 1975 worden: dan komt haar foto in de krant en dat ziet haar vader dan, en dan komt hij zeker terug naar huis. Denkt ze. Haar vader heeft onlangs de benen genomen met de tandartsassistente.


Tot haar schrik wil ook Louise Mini Miss Midden-Florida Autobanden 1975 worden. Louise is een gevoelig kind 'met sponzige longen', ze valt snel flauw, maar al snel blijkt hoe dat komt en als zij vertelt waarom ze wil winnen, weet Raymie niet zo zeker meer of dat geen betere reden is. De kat van Louise, Archie, is namelijk weggebracht naar Vriendelijkste Dierencentrum, omdat zij en haar oma geen geld meer hadden voor eten. Maar daar was de kat toch goed af? zegt Louise: ze zou drie keer per dag te eten krijgen en gekroeld worden!


Het derde meisje Billie, dochter van een politieman, is een nuchter kordaat kind. Vindingrijk en: in het bezit van een handig mes. Zij zegt meteen: die kat leeft niet meer! Natuurlijk wil Louise dat niet geloven. En Billie zelf? Waarom is zij op die les? Want al snel blijkt dat ze al heel goed kan twirlen. Ja duh, zegt ze, mijn moeder is twirlkampioen! Haar reden om daar te zijn, is nogal twijfelachtig: zij wil de wedstrijd saboteren.


Iedere dag komen de meisjes bij elkaar, al komt er van de lessen niet veel terecht. Voor die missverkiezing moeten ook goede daden verricht worden, waardoor ze in vreemde situaties belanden.
De drie heel verschillende meisjes, uit verschillende milieus, bouwen een vriendschap op, tegen de achtergrond van die raadselachtige Mini Miss Midden-Florida Autobanden 1975-verkiezing. De drie Rancheros, zoals ze zich noemen, beleven hun avonturen niet of nauwelijks gestoord door volwassenen die hun opvoeders zijn, eerder geholpen door volwassenen die hun kindzijn niet vergeten zijn.


Een ontroerend verhaal, dat wel voor de betere lezer is. Het is een nogal Amerikaanse setting, maar de vriendschap van de meisjes en hun ontwikkeling die samenhangt met het verhaal, zijn universeel. De meisjes moeten leren hun eigen leven te leiden. Of hen dat lukt doet er niet zoveel toe.  Het verhaal is overtuigend. Het is humoristisch en raak geschreven, zonder opdringerige levenslessen. Mooie zinnen, al zullen die eerder de eventuele voorlezer opvallen.
Het lezen van dit boek is een belevenis vanuit de kinderen die zelf het verhaal vormen.


Kate DiCamillo (1964, Philadelphia) schrijft verhalen voor lezers van zo´n tien jaar en ouder, waar ze in binnen- en buitenland succesvol mee is. In 2007 kreeg ze een Zilveren Griffel voor De wonderbaarlijke reis van Edward Tulane.


ISBN 9789401435567 | Hardcover | 264 pagina's | Uitgeverij Lannoo | 17 augustus 2016
Vertaald door Harry Pallemans | Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 5 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nelle
Blankgoud
Marc de Bel


Het verhaal begint in Vlaanderen anno 1635. De vijftienjarige Nelle de Vos heeft al een turbulent leven achter de rug. Zij leefde in armoede bij haar tante in huis maar moest vluchten nadat haar tante Clara (die werkelijk geleefd heeft en waar het eerste deel over Nelle op gebaseerd is) op de brandstapel belandde als zijnde een heks.  Nelle belandde uiteindelijk in het -protestantse - plaatsje Korsele waar ze bij Agripus, de grootvader van haar vriend Wiete, een veilig en plezierig onderkomen heeft gevonden.


Maar de strijd van de katholieken tegen andersgezinde mensen is nog steeds gaande. De meest fanatieke 'jagers' zien overal het kwaad en de duivel in. Natuurlijk vinden zijn het poppenspel dat Wiete en Nelle op de kermis van Auweghem opvoeren ook een spel van 'duivelsche kunstemaekers'. Opnieuw komen Nelle en Wiete in de problemen dankzij 'de pilaarbijters' zoals de jagers genoemd worden. Nu Nelle in verwachting is, willen ze geen toestanden meer en het ondernemende stel, besluit, aangelokt door verhalen van vrienden, naar Veere te trekken waar ze aanmonsteren op het koopvaardijschip De Zeemeeuw om hun geluk te beproeven in het warme Nieuw-Nederland waar poppenspelers gewaardeerd worden.


Nelle en haar vriendin Mona zijn vermomd als scheepsjongens aan boord gegaan, anders hadden ze niet mee gemogen. Vrouwen aan boord brengen ongeluk is immers het gezegde. Ze heten nu Wannes en Pieter. Het leven aan boord bevalt Wannes wel, ondanks het harde werk en en het slechte eten. Alleen kan ze natuurlijk, tot hun beider spijt, niet het bed in duiken met Wiete...
Maar ze vindt haar reis prettig en de zee fascinerend. Er zijn naast een paar vervelende ook een aantal sympathieke zeelui aan boord waar Wannes, Wiete en Mona veel van leren. Maar zoals te verwachten viel wordt de vermomming van de meiden ontdekt, de kapitein zal zijn maatregelen treffen tegen zulke ontoelatend gedrag... 


Mona en Nelle hebben echter geluk, hoewel... het schip wordt gekaapt door Murat Rais, en zijn bemanning. Murat is een Nederlander die nu het Islamitisch geloof aanhangt. Tot hun schrik, blijkt dat de bemanning en gasten vervoerd zullen worden naar Algiers om als 'blankgoud' verkocht te worden. Maar zoals gezegd, de meiden, inclusief Sara de dochter van de familie Pieterzoon de Vries  hebben geluk. Ze belanden in het zeer luxe verblijf van Murat Rais en die heeft een zeer aantrekkelijk zoon waar Mona gelijk een oogje op heeft. Ze zijn wel verplicht bij zoonlief de nacht door te brengen als hij daar om vraagt. De vrolijke, nonchalante en ondernemende Mona heeft geen enkel bezwaar tegen, integendeel, maar Nelle denkt aan haar Wiete bovendien is ze zwanger, ze moet er niet aan denken, dat kan toch niet...

Wiete heeft het ondertussen zwaar, hij heeft het veel minder getroffen dan Nelle Zijn leven is zwaar, hij heeft een zware ketting aan zijn been en moet met stenen sjouwen. En dan breekt ook nog eens de pest uit... Ze kunnen nergens meer heen. 
Hoe moet dat nu verder? Zullen de vredelievende paters het tij doen keren? Of wordt het allemaal nóg erger?


Het is een heerlijk avontuurlijk verhaal en de jonge verliefde Nelle en Wiete zijn vrolijke, positieve mensen die overal wel een lichtpuntje in zien. Vindingrijk als ze zijn, weten ze zich aldoor uit diverse hachelijke situaties te draaien, soms is het een beetje op het randje van onwaarschijnlijkheid, het kan allemaal net, maar ach wat geeft het. Of ze ooit weer in het gezellige huisje van de lieve Agripus zullen belanden blijft echter nog de grote vraag.


Marc de Bel heeft zich duidelijk zeer goed verdiept in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt. Het woordgebruik, de kleding, het eten, alles klopt.
Het is een lekker boek waarin je ook nog eens veel opsteekt over het leven en de geschiedenis van de zeventiende eeuw.


Nelle, Blankgoud is het vervolg op het meermaals bekroonde boek Nelle, De heks van Cruysem, maar kan ook afzonderlijk worden gelezen.


ISBN 9789461314659 | Paperback | 270 pagina's | Van Halewyck | april 2016
Leeftijd 12+

© Dettie, 20 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe Waterwaack van Natterlande
Marco Kunst


Vanaf de eerste pagina is het duidelijk: we gaan grote avonturen beleven. De elfjarige Toffee begint te vertellen hoe het allemaal begon op een doodgewone zaterdag. Toffee heeft een tweelingzus, Gum, en om en om zullen zij het verhaal uit de doeken doen.


Hun ouders zijn Henk en Hera, maar aan hen hebben de kinderen niet zoveel. Zij zijn alleen maar bezig met hun computers, de hele godganselijke dag door zitten ze te rammelen, bezig met geld verdienen. Voor de kinderen hebben ze niet veel aandacht over. Maar gelukkig besteden hun kindermeisjes die eigenlijk het hele huishouden doen, de Braziliaanse Limona en haar dochter Vanilia, veel aandacht aan hen. Er is ook nog een baby in het huishouden, Kaka genaamd. Hij is de zoon van Vanilia.


Op die doodgewone zaterdag gebeurden een aantal bijzondere dingen, waarvan het belangrijkste was dat de bel ging.
Niets bijzonders zou je zeggen, maar het was de postbode, en die postbode bracht een envelop van het Watersnoodtariskantoor Klok & Kwelwater. Het ging over een erfenis! Spannend, vinden de kinderen. Moeder vindt het maar niets. De erfenis is de zomp, een gigantisch moerassig niemandsland, en het bijbehorende gebouw, de Waterwaack. Vlak naast de zomp ligt de stad Natterlande, die uit zijn voegen barst.
Maar als de ouders de mogelijkheden zien: een volledige nieuwe woonwijk bouwen – dat is Hera’s werk – en het gebied ontwikkelen en wegen aanleggen – dat doet Henk – dan verhuizen ze onmiddellijk naar de Waterwaack.


Als ze daar arriveren ontdekken ze dat er nog twee erfgenamen zijn, en dat de watersnoodtaris na een jaar pas zal beslissen wie er blijft wonen. En het is een vreemd huis: verbouwen lukt niet, het is een log en zompig huis, en hun medebewoners, ome Trees en tante Thé zijn bepaald eigenaardig. Maar het meest bijzondere is dat zich onder het moeras en de stad een levend wezen bevindt, een soort reuzemossel. De taak van de Waterwaack is het dier beschermen. Dat is precies het tegendeel van wat Henk en Hera van plan zijn, want bouwen en wegen aanleggen zal het dier doen omkomen. Het protesteert: problemen dus, heel veel problemen!

Toffee en Gum zijn twee nieuwsgierige ondernemende kinderen, die open staan voor de wereld, en al snel meer weten van hoe het allemaal zit daar in Natterlande dan hun ouders, die helemaal geen belangstelling hebben voor dingen die geen geld opleveren.
En de tweeling doet haar best, want zij hebben visie, en luisteren naar iedereen die iets te vertellen heeft. En natuurlijk zijn ze het af en toe oneens, en hebben ze commentaar op elkaar.


‘We kwamen tot de conclusie dat je dingen die je niet wilt zien vaak ook niet kunt zien. Gewoon omdat je er niet in gelooft. Pap geloofde niet in bovennatuurlijke dingen en daarom deed hij alsof er iets doodgewoons was gebeurd.’


Een knotsgek verhaal met wel degelijk een serieuze ondertoon. Want gaat het in feite niet om de manier waarop de mens het land en het water behandelen? Hoe fout het is dat de mens alleen maar handelt met oog op eigen gewin en eigenbelang, zonder zich te storen aan de betekenis die de natuur nu en in de toekomst heeft?


Ook zonder dat die boodschap doordringt bij de jonge lezer is dit een heerlijk verhaal dat gelezen moet worden. De betekenis die de namen hebben gaan misschien ook te ver voor een jonge lezer, maar genieten van de soms bizarre verbeelding waar Marco Kunst ons op trakteert, dat kunnen ze zeker wel! Genieten ook van het heerlijke spel met taal en de vaak zelfverzonnen woorden.


‘Sinds onze grootmoeder, Borbara van Borsele, in een vlaag van verstandsverbijstering onze eigen bronbaas de dood injoeg door hem vol goede bedoelingen een olietanker vol petroleum te voeren, leidt onze familie een zwervend bestaan,’ legde Belonda uit. Je kon zien dat ze dat helemaal niet erg vond. Ze grijnsde een paar rotte voortanden bloot en aaide liefkozend het vlekkerige koper van haar jachthoorn. ‘Het arme beest had last van vleksmeer en belzwellingen. Oma dacht dat ruwe stookolie hem goed zou doen. Nou, mooi niet, helemaal naar de vaantjes ging hij. Toen naar de gallemiezen. Eindpunt ratsmodee… En nou staat er zo’n stumperige kerncentrale op ons ouwe landje. Het zal mij ossenworst wezen.‘


Dit kleine stukje tekst is een klein voorbeeld van hoe het boek is: de taal, de dubbele bodem, en het avontuur plus de humor. En dan ziet het boek er ook nog heel bijzonder uit. Een mooie omslag, kaarten aan de binnenzijde daarvan, mooie illustraties in kleur van Marieke Nelissen en een duidelijke bladspiegel.

ISBN 9789047707769 | hardcover |417 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| januari 2017
Illustraties van Marieke Nelissen | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 20 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSpiegelmeisje
Astrid Witte


Als ze met een vriendin in Amsterdam aan het winkelen is, loopt Marleen loopt met een rugzak op haar rug een antiekwinkel in. Dat vraagt om ongelukken natuurlijk en dat gebeurt dan ook.  Ze stoot een antieke spiegel om. Gefrustreerd – had die eigenaar die spiegel niet anders neer kunnen zetten – betaalt ze de schade. Voorlopig zit het er niet meer in om nieuwe kleren te kopen, en haar moeder zal wel boos zijn.


Maar dat blijken haar minste zorgen: op weg naar huis krijgt ze tot twee keer toe bijna een ongeluk. Waarom rijden die auto en die fietser aan de verkeerde kant van de weg?  En als ze de straat in fietst waar ze woont, klopt er helemaal niets van. Na een tijdje moet Marleen vaststellen dat haar wereld gespiegeld is.


Als haar moeder haar meeneemt naar de dokter, stelt hij natuurlijk de vraag of ze een klap op haar hoofd heeft gehad, of gevallen is. Want het geval Marleen is wel heel vreemd: haar hart zit links, terwijl dat toch eerder geconstateerd zou zijn. Misschien biedt een psycholoog uitkomt?

Een voordeel is wel dat ze de volgende dag niet naar school hoeft, en zo kan Marleen haar plan ten uitvoer brengen. Want zij is er van overtuigd dat haar problemen iets te maken hebben met die spiegel die in gruzelementen is gevallen. Ze moet naar Amsterdam!
Het kost haar wel enige moeite in die gespiegelde wereld, en het lukt haar dan ook niet om de antiquair terug te vinden. Er gebeuren vreemde dingen in Amsterdam. Ze ziet en meisje in vreemde kledij, en het is duidelijk dat alleen zij dat ziet. En waarom achtervolgt die jongen haar?


Alles blijkt te maken te hebben met een onopgeloste verdwijning van een meisje dat werkte in een glasfabriek van Peter Regaux, in de negentiende eeuw gevestigd in Maastricht. Daar werkten de arbeiders, waaronder jonge kinderen, in onmenselijke omstandigheden.


De oplossing van dat oude raadsel vormt een spannend verhaal. Het is alleen reuze jammer dat het verhaal van de industrie in die tijd, die gepaard ging met kinderuitbuiting, zo weinig uitgewerkt wordt. Een nawoord bijvoorbeeld voor wie daar interesse in heeft was prettig geweest. Eer is immers een duidelijke verwijzing naar de familie Regout, die aan de basis stond van de glasfabriek die tot op de dag van vandaag in Maastricht staat.


Marleen komt niet over als een aardig meisje, getuige de manier waarop ze de antiquair de schuld geeft van haar eigen stommiteit en hoe ze over haar moeder praat. Ook houdt ze helemaal geen rekening met de eventuele ongerustheid van haar ouders, en gaat ze gewoon haar eigen gang. Dus had het verhaal dat ze ontsluierde, over de misbruik van kinderen, een eyeopener kunnen zijn, maar de schrijfster heeft daar geen gebruik van gemaakt.


Het verhaal bevat zinnen in Limburgs dialect die onder aan de pagina vertaald staan, en de tekst is af en toe in spiegelbeeld (spiegeltje bij de hand houden!) gedrukt. Vermakelijk is het wel, maar er had meer in gezeten.

ISBN 9789044828382 | Hardcover | 149 pagina's | Uitgeverij Clavis | oktober 2016
Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 5 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe maan-zaak
Stuart Gibbs

2041: in een nederzetting op de maan wonen 22 mensen, de meesten voor een zestal maanden. Uitverkorenen, zegt men, en dat dachten ze zelf ook toen ze enthousiast van de aarde vertrokken. Maar wat viel het tegen: er is nauwelijks privacy, een gedeeld toilet en overal camera’s. De regels zijn erg streng, het eten is smerig, en zoveel is er niet te beleven. Zeker niet voor de kinderen in het gezelschap.


Een daarvan is onze hoofdpersoon, de ik-verteller. Dashiell is twaalf. Hij is in gezelschap van zijn jongere zusje Violet en zijn ouders, die wetenschappers zijn en de hele dag hun bezigheden hebben. Als op een dag, op een nacht eigenlijk, Dash naar de wc moet, hoort hij per ongeluk een van de wetenschappers praten. Hij heeft het over een bijzondere ontdekking.

‘Ik denk het het tijd is om de waarheid te onthullen.’
De persoon aan de andere kant van de lijn vroeg kennelijk waarom.
‘Omdat ik geen reden meer zie om het geheim te houden,’ antwoordde dr. Holtz. ‘Het is te belangrijk. Ik weet dat je zo je bedenkingen hebt, maar ik verzeker je dat dit echt het beste is.’


En de volgende dag hoort Dash het vreselijke nieuws: dr Holtz is dood. Hij is in z’n eentje buiten het ruimtestation gegaan en blijkbaar heeft hij zijn ruimtepak niet goed aan gehad. Is het een ongeluk? De bevelhebber denkt van wel, en wil er niets van horen als Dash vertelt over het telefoongesprek dat hij gehoord heeft. Dash mag er ook niet over praten met anderen. Maar ja, hij is twaalf, en vindt het verschrikkelijk dat men hem niet gelooft omdat hij een kind is. Dan gaat hij zelf op onderzoek uit. Daarbij krijgt hij gelukkig hulp.
Is dr. Holtz vermoord? En wie van de 22 bewoners is dan de dader? Want het kan niet anders: er is een moordenaar onder hen.


Dan volgt een spannende detectiveverhaal, met valse en juiste aanwijzingen, veel verdenkingen en met gevaarlijke speurtochten en bedreigingen, en een verrassend einde. Tussen de hoofdstukken door zijn er stukjes uit de ‘bewonershandleiding’, waarin je kan lezen over de regels die gelden op de maan. Natuurlijk zijn de omstandigheden speciaal. Er komt een raket aan met een nieuwe groep mensen, zodat er duidelijk verteld kan worden hoe de omstandigheden anders zijn. De gewichtloosheid bijvoorbeeld. Dash is daar al lang aan gewend, maar hij krijgt de opdracht een van de nieuwkomers te begeleiden, en dat is een leeftijdgenootje. Kira vindt het allemaal nog spannend, en Dash ziet weer voor zich hoe enthousiast hij was toen hij net kwam..


Het is een serieus verhaal in de zin dat er veel details verteld worden over hoe de toekomst, onze toekomst, er uit zou kunnen zien, waar allemaal rekening mee moet worden gehouden als je op de maan gaat wonen, maar er is ook plaats voor humor. Daar zorgt vooral het zusje voor.
De kosmonauten heten moonies, en de hoofdstukken worden aangeduid als lunaire dagen.
Deel twee is er al voor de liefhebbers.


ISBN 9789000343850 | paperback | 328 pagina's | Holkema & Warendorf Uitgevers | augustus 2016
Vertaald uit het Engels door Sofia Engelsman Leeftijd vanaf 10 jaar

© Marjo, 30 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVerdermeer
Tahereh Mafi


Wonderbaarlijk en magisch, een verhaal om in te verdwijnen zoals Alice in haar konijnenhol verdween.

Alice Alexis Koningsdauw mist haar vader heel erg, die sinds zes jaar uit Ferenwoud waar het gezin woont, verdwenen is. Met een liniaal in zijn hand. Om de zee op te meten? Ze heeft het gevoel dat hij de enige was die van haar hield. Moeder moppert alleen maar, die zou het niet eens weten als Alice ook zou verdwijnen. Zij heeft alleen maar aandacht voor de broertjes, en die hebben evenmin aandacht voor Alice.


Ze begrijpt het wel: Ferenwoud is een dorp vol kleur, en magie. En zij? Zij heeft geen pigment, ze heeft helemaal geen kleur. Ze is niets en ze kan niets. Hoewel: ze kan dansen! En ze heeft jaren gewerkt aan een verzameling rokken die kleurrijk om haar heen dwarrelen. Ze is van plan om haar speciale dans op te voeren op de dag van De Overgave. Iedere twaalfjarige moet laten zien wat zijn of haar gave is en dan wordt er een opdracht gegeven. Als zij eenmaal haar opdracht heeft, gaat ze haar vader zoeken. Ze droomt er van:


‘Ze zou de Overgave winnen, ze zou moeder laten zien dat ze heus haar eigen weg in deze wereld wist te vinden en ze zou nooit meer een paar kousen nodig hebben. Ze zou ontdekkingsreiziger worden! Uitvinder! Nee.. schilder! Ze zou de hele wereld vangen in twee, drie brede penseelstreken.’


Helaas de dag van de Overgave eindigt zeer teleurstellend. Men neemt niet eens de moeite om haar uit te lachen, zo helemaal niets vinden de Ferenwouders haar dans. Er is er maar één die aandacht aan haar besteedt: dat rotjoch, Olivier, die al een jaar eerder zijn opdracht kreeg. Wat moet hij toch van haar? Kan hij haar niet gewoon met rust laten? Wat een akelige jongen... Maar als we ‘omslaan voor nog meer hoofdstukken’, zoals we aangespoord worden door de schrijfster, blijkt dat het avontuur, de magische, wonderlijke belevenissen die Alice te wachten staan, heel veel te maken hebben met Olivier. Met hem gaat ze naar Verdermeer, het land waar ook haar vader moet zijn.


Het wordt een zoektocht naar haar vader, maar ook naar zichzelf. Is zij, kleurloos als ze is, echt zo minderwaardig? Wat is dat geheim waar ze niet over wil praten? Is Olivier nog steeds de vervelende pestkop die hij ooit was? En wat was zijn Opdracht toen hij mee deed aan De Overgave? Nog belangrijker: wat is zijn persoonlijke Gave? En zullen de twee ooit nog terug naar huis kunnen, want Verdermeer ziet er wel heel magisch uit, de inwoners van al die verschillende dorpjes hebben snode plannen.

Het wordt een fantastisch avontuur. Alles wat je kan dromen, alles wat je maar zou kunnen verzinnen is mogelijk in Verdermeer. Er is een papieren vos, die ook jou in papier kan veranderen. Je hebt er een tijdmeter nodig, en als je meer tijd gebruikt dan toegestaan is, word je gearresteerd. Er bestaan zakboeken, waarin de zakken van mensen zitten. Er zijn heel veel deuren, en iedereen die naar binnen wil moet kloppen. Ieder dorpje heeft iets speciaals en feestvieren doen ze graag. Het valt niet mee voor Olivier en Alice om te doen wat ze willen doen, maar gelukkig krijgen ze soms ook hulp uit onverwachte hoek.

Het boek ziet er zo mooi uit! Alleen dat is al een feest! Er is gebruik gemaakt van een ruime bladspiegel en de schrijfster spreekt zijn lezer af en toe toe, hetgeen de indruk dat je een sprookje leest, nog vergroot. Een sprookje is het natuurlijk, als je niet van bijzondere verhalen vol magie houdt, dan moet je dit boek niet lezen. Toch zou dat zonde zijn, want het is ook een verhaal vol humor en mooie zinnen en vondsten.

‘De zon had zich keurig opgeborgen‘
’Haar haar dat veel te zwaar was voor haar hoofd, deed zijn best haar bij te houden.’
‘Ze hadden hun longen een tijdje laten uitpuffen’


In één woord uitgedrukt: het boek is ‘Véél!’ Veel magie, veel humor, veel avonturen, veel raadsels, maar ook veel pagina’s, en misschien ook wat veel moeilijke woorden. En dan is er nog de dubbele laag. Je kan het boek lezen als een opeenstapeling van avonturen, maar het is ook een coming of ageverhaal over de jonge Alice. Een uitdaging dus voor de jongere lezer voor wie het boek bedoeld is.

Tahereh Mafi (Connecticut, 1988) is een Amerikaanse thrillerauteur voor young adults. Verdermeer is haar debuut voor jongere lezers.


ISBN 9789020678994 | hardcover| 372 pagina's | Blossom Books| september 2016
Vertaald uit het Engels door Merel Leene | Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 19 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe beslissende zomer
Deel 2: Elena, een leven voor paarden
Nele Neuhaus


Elena is een dertienjarig meisje dat leeft voor paarden. Ze heeft ook een eigen paard, maar omdat ze is opgegroeid in de manege van haar vader is de handel in paarden haar met de paplepel ingegoten. Niet dat ze haar paard Fritzi zomaar zou verkopen, maar ze is niet echt eenkennig, in de zin dat Fritzi het enige paard is waar ze voor gaat. Ze berijdt ook andere paarden en vindt het niet erg als iemand anders op haar paard rijdt.

In het eerste deel hebben we kunnen lezen hoe zij het paard na zijn ongeluk weer op de been heeft geholpen en met hem is gaan springen, waar het dier een natuurtalent voor bleek te hebben. Haar trainer was Tim, de zoon van haar ouders vijand, de concurrerende rijschoolhouder. Het moest allemaal in het geheim gebeuren, alleen Elena’s vriendin en de man bij wie ze trainen weten er van.


Ook in dit tweede deel blijven hun ontmoetingen stiekem. Op school en bij wedstrijden proberen ze elkaar af en toe te spreken. Maar net als Tim zit ook Elena’s oudere broer bij de meisjes op school, en het ontgaat Christian niet dat er iets broeit tussen hen. Voorlopig blijft het bij pesten, maar het is wel duidelijk dat Tim zich niet kan laten zien op de Merelhof.


Dit tweede deel begint met het verhaal van een diefstal. Op een andere manege worden dure rijpaarden ontvoerd.
Na deze proloog vallen we in het dagelijkse leven van Elena, op de manege en op school. Haar verliefdheid, jaloezie van een meisje dat haar paarden stalt op de Merelhof, en de problemen waar Merelhof mee te kampen heeft: de manege van Tims vader is namelijk veel moderner en trekt de klanten bij Merelhof weg!
Het leven zit echter vol verrassingen: fijne en vervelende. Als Christian op het wedstrijdterrein omver gereden dreigt te worden door een paardentrailer, en Tim degene is die hem redt, lijkt er toenadering te komen tussen de jongens. En natuurlijk zijn Christians ouders ook reuze blij! Maar Tims vader is nog steeds absoluut tegen iedere toenadering. En het gaat nog steeds slecht met de Merelhof.


Als de ouders van Christian en Elena er een paar dagen tussen uit gaan voor een korte vakantie, gebeurt er iets vreselijks: Fritzi wordt gestolen! Natuurlijk zoekt Elena hulp en vraagt ook Tim. Ze schakelen de politie in, maar voor dat die er is! En de dieven ontsnappen! En zo ondernemen de jongelui een gevaarlijke actie. Kunnen ze Fritzi redden? En misschien al die andere paarden die gestolen zijn? En wie is de paardendief?


Moet je een paardenmeisje zijn om dit boek te kunnen waarderen? Bij het eerste deel maakte het niet zo veel uit, maar in dit tweede boek worden veel wedstrijden gereden en die worden vrij gedetailleerd verteld. Het verhaal daaromheen blijft een verhaal zoals je dat in een jeugdboek kunt verwachten: verliefdheid, jaloezie, en een spannende situatie.


Nele Neuhaus
werd als Cornelia Löwenberg geboren in 1967. De auteur is bekend van haar thrillers voor volwassenen, waarvan er wereldwijd inmiddels miljoenen exemplaren zijn verkocht. Naast het schrijven van thrillers voor volwassenen schrijft Nele Neuhaus ook jeugdboeken over haar eigen passie: paarden. Zelf rijdt ze ook paard en ze schrijft jeugdboeken die ze zelf als kind graag gelezen zou hebben. De reeks Charlottes droompaard is een serie voor kinderen vanaf 10 jaar. Elena, een leven voor paarden is reeks jeugdboeken, geschreven voor de jeugd vanaf 12 jaar.


ISBN 9789025113520 | hardcover met leeslint |288 pagina's | Uitgeverij Holland| november 2016
Vertaald uit het Duits door Leny van Grootel | Leeftijd vanaf 12 jaar

© Marjo, 23 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER