Nieuwe boekrecensies

Wat we niet vertelden
Lara Prescott


‘Secretaris: een persoon die een geheim is toevertrouwd. Van het Latijnse secretus, secretum. We typte allemaal, maar sommigen deden meer. We spraken met geen woord over het werk dat we deden nadat we aan het einde van de dag de hoes over onze typemachine hadden gedaan. In tegenstelling tot de mannen konden wij onze geheimen bewaren.’


Aan het woord zijn de typistes die in begin jaren vijftig werkten in de burelen van de in 1947 opgerichte CIA. In die tijd was Allen Dulles de directeur. De typistes vormen in dit boek een soort algemene verteller, degenen die horen, zien en zwijgen.


Ten tijde van de Hongaarse opstand, waarbij de CIA een kwalijke rol had gespeeld, komt Irina Drozdova hun gelederen versterken. Zij is van afkomst Russische en dat is de bron van veel geroddel in de pauzes. Maar Irina weet zich staande te houden, al houden de anderen haar goed in de gaten.


In dezelfde tijd is in Rusland Boris Pasternak bezig met zijn roman Dr Zhivago, in de wetenschap dat de Russen zelf het boek niet zullen mogen lezen. Dokter Zjivago beschrijft het liefdesverhaal van een jonge dokter ten tijde van de Russische revolutie en de daaropvolgende burgeroorlog. Het schets een realistisch en tevens een kritisch beeld van de huidige regering. Pasternaks grote liefde, maar niet zijn echtgenote, is Olga Ivinskaja, moeder van twee kinderen, die hem heeft geholpen. Niet Pasternak, maar Olga wordt opgepakt en veroordeeld:


‘Dankzij de verklaringen van de getuigen zijn uw wandaden aan het licht gekomen: u hebt ons regime en de Sovjet-Unie belasterd. U hebt naar de Voice of America geluisterd. U hebt Sovjetschrijvers met vaderlandslievende opvattingen zwart gemaakt en het werk van Pasternak, een schrijver met non-conformistische opvattingen, de hemel in geprezen.’


Olga kreeg er vijf jaar voor, die ze uitzat. Daarna hervatten zij en Pasternak hun relatie, zich wel degelijk bewust van het feit dat ze in de gaten gehouden werden.


Als de CIA lucht krijgt van dit boek, zien ze een mogelijkheid om Rusland op slinkse wijze aan te vallen. Ze willen het boek dat in Rusland niet mag verschijnen, toch verspreiden onder de bevolking. Met de hulp van een aantal vrouwen krijgen ze dat voor elkaar: Olga natuurlijk, en Irina en Sally, nog een nieuw personeelslid in het kantoor van de CIA.


Dit verhaal berust op feiten. Misschien hebben Irina en Sally niet bestaan zoals beschreven, maar wel vrouwen zoals zij. Olga is een historische figuur, op haar dagboeken heeft Lara Prescott haar boek deels gebaseerd. Andere thema’s zijn homoseksualiteit, de in die tijd ondergeschoven rol van de vrouw en natuurlijk de Koude Oorlog.


Op een zeer bijzondere wijze wordt het verhaal verteld. Er zijn zoals reeds gezegd de typistes - die ook nog eens een tijdsbeeld laten zien - en dan springt het verhaal steeds van Oost  te weten Rusland en Pasternak naar West, dan gaat het over de CIA, Irina en Sally.
Boven de hoofdstukken staan ook de jaartallen, en een aanduiding als ‘de koerier’, ‘de prijswinnaar’, de student’. In het betreffende hoofdstuk wordt duidelijk waar die aanduidingen op slaan.


Het is voor de hedendaagse lezer een eye-opener te lezen over de begintijd van de CIA en hoe het Russische volk onder Stalin en later Chroesjtsjov onder de duim gehouden werd. Het lijkt grappig dat een boek zodanig gebruikt werd als propaganda, maar is niet hetzelfde als wat vandaag de dag nog gebeurt? De middelen zijn veranderd, het doel niet.


Wat we niet vertelden
is tegelijk een historische èn een actuele roman. Lara Prescott heeft gedegen onderzoek verricht, naar Pasternak en zijn boek, maar vooral ook naar de tijdsgeest in de jaren ‘50. Het heeft een fijne sfeer, is spannend en romantisch. De vorm is zeer origineel. De typistes mogen bijvoorbeeld het verhaal afsluiten met een epiloog.


Lara Prescott studeerde politicologie aan de universiteit in Washington en heeft een tijdlang als politiek campagnemedewerker gewerkt. Totdat in 2014 haar vader haar een artikel liet lezen over de rol van de CIA tijdens de Koude Oorlog. Haar boek is al vertaald in 28 talen en de filmrechten zijn verkocht.


ISBN 9789044355239 | Paperback | 400 pagina's | Uitgeverij The House of the Books | september 2019
Vertaald door Ellis Post Uiterweer

© Marjo, 17 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De tatoeëerder van Auschwitz
Het verhaal van de uitzonderlijke liefde tussen 32407 en 4562
Heather Morris


In een voorwoord stelt de auteur dat het boek fictief is. Maar het verhaal is niet verzonnen, het is gebaseerd op het ware verhaal van Lale Sokolov,  een overlever van Auschwitz-Birkenau. Heather Morris heeft Lale geïnterviewd in de laatste drie jaar van zijn leven. Hij stierf in 2006. Morris stelt dat hoewel zij enkele personages gecreëerd heeft, of gebeurtenissen anders heeft verteld, alles wel degelijk gebeurd is. Alle informatie is gedocumenteerd en onderzocht.


Lale Sokolov werd als Ludwig Eisenberg in 1916 geboren in het Hongaarse Korompa (nu het Slowaakse Krompachy). Hij meldde zich in april 1942, er van uitgaande dat hij op deze manier zijn ouders kon behoeden. Op dat moment had men nog geen idee wat de Duitsers van plan waren, men had nog niet gehoord van concentratiekampen. Alleen van werkkampen.
Hij hoorde bij de eerste transporten, en kwam in een kamp dat nog in aanbouw was. Maar er kwamen wel al veel mensen aan, iedere dag weer.


‘Het registreren begint. Lale kijkt toe terwijl de eerste gevangenen naar de tafels worden geduwd. Hij staat te ver weg om de korte gesprekken te kunnen opvangen, en dus slaat hij de mannen in de pyjama’s gade terwijl ze details noteren en iedere gevangene een bonnetje geven. Eindelijk is hij zelf aan de beurt. Hij moet zijn naam noemen, zijn adres zijn beroep en de namen van zijn ouders. De man met het verweerde gezicht schrijft Lales antwoorden in een keurig rondhandschrift op en geeft hem dan een papiertje met een nummer erop. Al die tijd kijkt hij Lale niet aan.
Lale kijkt naar het nummer: 32407.
Hij schuifelt met de mannen mee naar een tweede rij tafels, bemand door een andere groep gestreepte gevangene met groene driehoeken, onder toezicht van nog meer SS’ers. Inmiddels is hij uitgeput en snakt hij naar water.
Tot zijn verbazing wordt het papiertje uit zijn hand gerukt. Een SS’er rukt Lales jasje van zijn lijf, scheurt de ene mouw van zijn overhemd en drukt zijn linker onderarm plat op de tafel. Hij kijkt vol ongeloof toe terwijl de gevangene achter de tafel het nummer 32407 in zijn arm kerft.’


Al snel ontdekt hij dat zijn leven niets meer waard is. Hij ziet hoe mannen vermoord worden in een bus (voorloper van de gaskamer) en als hem het aanbod wordt gedaan om zelf tatoeëerder te worden, neemt hij het aan. Tweeënhalf jaar lang kerft hij nummers in armen. Ook in dat van Gita, vanaf dan gevangene 34902, maar ook het meisje dat Lales hart veroverde. Hij beseft dat overleven het enige is wat hem te doen staat. Zorgen dat hij het einde van de oorlog haalt, en zorgen dat Gita overleeft.


Dan volgt het gruwelijke maar tegelijk ontroerende verhaal van twee mensen die elkaar in onmenselijke omstandigheden hebben leren kennen en nooit zeker kunnen zijn dat ze ooit samen een leven zullen kunnen delen. Soms moeten er vreselijke dingen gedaan worden: hoewel er saamhorigheid is met andere gevangenen, overheerst het eigenbelang: eerst en vooral zorgt hij voor Gita en zichzelf.


Zeventig jaar lang zwijgen Lale en Gita over hoe ze elkaar ontmoet hebben. Gita sterft in 2003. Pas dan vertelt Lale zijn verhaal, een schrijnend verhaal waarin de lezer leest over de verschrikkingen die in een concentratiekamp gebeurden. Mensen werden een nummer, zelfs voor de medegevangenen waren zij geen individuen meer. Pas als ze een naam kregen, als je hen leerde kennen, dan kregen ze weer een identiteit. Het verklaart waarom Lale en anderen met ogenschijnlijk gemak hun eigen leven boven dat van – onbekende – anderen konden stellen. Ze moesten wel om zelf te kunnen overleven. Maar maakte dat hen tot colloborateur?
Werd bijvoorbeeld die ene vrouw die met een Duitser sliep om in leven te blijven terecht veroordeeld tot vijf jaar dwangarbeid? (Over deze vrouw schreef Heather Morris een tweede boek)


Na het verhaal volgt een epiloog, aanvullende informatie, en een nawoord van Gary, de zoon van Lale en Gita.
Dit op waarheid gebaseerde verhaal is het debuut van Heather Morris. Goed leesbaar, ondanks de vreselijke inhoud.


ISBN 9789402729801 | paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | april 2019

© Marjo, 9 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het schandaal
Shusaku Endo


Suguro is een oudere Japanse schrijver die bij aanvang van het verhaal een prijs voor zijn werk uitgereikt krijgt. Kanõ, een leeftijdsgenoot van Sugoro stelt o.a. in zijn speech:


"Het kenmerkende van Sugro's litertauur is dat hij een nieuwe betekenis en waarde heeft ontdekt in datgene wat zijn geloof 'de zonde' noemt. [...]
Na een periode van tasten in het duister is Suguro, die de menselijke zonden met genoegen heeft geschilderd, in zijn boek gaan bewijzen dat in de zonde het verlangen naar wedergeboorte ligt. In elke zonde speelt het verlangen mee van de mens om een uitweg te vinden uit het hedendaagse, verstikkende bestaan of zelfs uit het leven, aldus Suguro."

Het is slim van de schrijver om het boek te beginnen met deze prijsuitreiking en de bijbehorende speech, daardoor leer je in heel kort tijdsbestek de hoofdpersoon én de inhoud zijn werk kennen.


Suguro schrijft al dertig jaar zijn boeken en ze hanteren allemaal het christelijke geloof waar de veelal onchristelijke Japanners aanvankelijk helemaal geen oren naar hadden. In die dertig jaar had Suguro al vele discussies gevoerd om zijn woorden te verdedigen.  Maar als hij eerlijk is moet hij toegeven dat er iets in hem is waardoor hij niet al te fel werd tijdens de discussies.  'Hij had het gevoel dat hij altijd iets verborgen hield, ergens heel diep in zijn hart.'


Met dit verborgen gevoel wordt hij later op heftige wijze geconfronteerd. Hij blijkt te zijn gesignaleerd in een rosse buurt in Tokyo. Later ziet hij zelfs een portret van zichzelf op een tentoonstelling, een portret dat hem schokt. Daar staat hij namelijk op afgebeeld met een wellustige blik in zijn ogen.
Dat terwijl Suguro een heel kalm, vredig, huwelijksleven leidt, waarmee hij volkomen tevreden is. Tussen hem en zijn vrouw heerst er een weldadige rust.


Suguro wil natuurlijk weten waar die geruchten vandaan komen en wie die man is die op het portret staat. Heeft hij een dubbelganger? Wie is dat dan? Waarom wordt hij ineens als een wellusteling weergegeven. Iedereen weet toch dat het niet klopt? De geruchten over Suguro's zogenaamde dubbelleven en het portret zetten een reeks van gebeurtenissen in gang die Suguro confronteren met zijn verborgen gevoel, het gevoel waarvan hij altijd geweten heeft dat het er was maar hij niet benoemen kon.


Tijdens zijn zoektocht heeft hij bijzondere ontmoetingen met mensen, zoals mevrouw N. die hem een zeer wonderlijk en schokkend verhaal vertelt over haar intieme omgang met haar man. Suguro is geïntrigeerd door deze vrouw maar weet ook niet wat hij met haar aanmoet. Waarom vertelt ze dat?
Hij ontmoet een journalist die kennelijk meer van hem weet dan hij zelf wist en vooral de wellustige kant van Suguro wil benadrukken. Waarom, wil hij dat?
Er is een meisje waarover hij droomt, en dat schokt hem ook. Waarom droomt hij dat?
Dit alles verwart Suguro, wie is hij eigenlijk? Is hij een personage geworden in zijn eigen boek?


Shasku Endo geeft met dit verhaal aan dat er altijd een duistere kant aan iemand is. Een kant die je niet van jezelf wil weten. Suguro staat in feite bekend als een fatsoenlijk, gelovig mens en een aantijging als zijnde een bordeelbezoeker is ernstig. Het schaadt zijn reputatie als schrijver. Zijn geloofwaardigheid komt in diskrediet.
We lezen wat er in Suguro omgaat en hoe hij probeert zijn verwarring over de verdachtmakingen te hanteren. Als lezer geloof je de onschuld van Suguro aanvankelijk onmiddellijk, maar is dat wel zo? Is er écht iemand anders of is het toch de tweede ik, de andere, duistere kant van Suguro die hem parten speelt.


Dit alles is in bijna verstilde taal geschreven, er is geen woede, geen hysterie, alleen een serene verbazing die toch heel boeiend beschreven wordt.
Al met al een fascinerende psychologische roman en een fascinerende schrijver.


ISBN 9789023959038 | Paperback | 254 pagina's | Uitgeverij Mozaïek | augustus 2019
Vertaald door drs. C.M. Seegers-Groeneveld

Dettie, 2 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Beste mevr. Bird
A.J. Pearce


Londen 1940
Emmy droomt van een carrière als oorlogscorrespondente. Ze is dan ook zeer gelukkig als ze een advertentie ziet  Launceston Press Ltd. waarin om een assistente gevraagd wordt. Assistent bij The Evening Chronicle! Het zou het begin zijn, ze zou zich vanzelf wel weten op te werken naar de haar zo begeerde functie.
Haar hartsvriendin Bunty, met wie ze een appartement deelt op de bovenste verdieping van het huis van haar oma in Buraybon Street, is eveneens laaiend enthousiast. Beiden vinden het 'mieters' als Emmy aangenomen is.

De werkelijkheid valt echter tegen. Niets oorlogscorrespondente, niets snelle droomcarrière. Emmy's baan bestaat uit het beantwoorden van brieven die geschreven zijn aan haar bazin mevr. Henriëtta Bird. Emmy is verbijsterd, wat voor baan heeft ze nu eigenlijk gekregen?


'Kathleen, zei ik, wat doet mevrouw Bird precies?'
Ze lachte en pakte een kleurig tijdschrift van een van de stapels.
'Je hebt wel eens gehoord van "Henriëtta Bird weet raad"? Ze was al een beroemdheid bij Vrouw & vriendin voor jij en ik geboren werden.' Ze leunde voorover en overhandigde mij het blad. 'De een na laatste pagina.'
'Het spijt me', zei ik, nog steeds vol onbegrip. 'Wat heeft Henriëtta Bird weet raad" te maken met The Evening Chronicle?'
Kathleen lachte weer, maar hield toen opeens op en hapte naar adem. 'O, nee! Je dacht toch niet dat dit een baantje bij The Chronicle was? Goeie grutten, dat dacht je wel!
'Maar dit is The Evening Chronicle' zei ik met meer hoop dan overtuiging.
Nee, zij zitten beneden. In het chique gedeelte. Wij zijn allebei eigendom van Launceston Press, maar zij praten nooit met ons.'


Tot overmaat van ramp blijkt Vrouw & Vriendin een zieltogend blad en houdt Henriëtta Bird er bizarre principes op na. Ze heeft een waslijst aan voorwaarden waaraan een brief moet voldoen om door haar beantwoord te kunnen worden. Vragen over scheiding, vriendjes, huwelijksproblemen, lichamelijk omgang, politieke activiteiten, de oorlog, religeuze activiteiten etc, zijn allemaal uit den boze. Bovendien zijn de antwoorden erg bars en gevoelloos.
Het is aan Emmy om de brieven te lezen en te bepalen welke aan de strenge regels van mevrouw Bird voldoen. De rest van de brieven moeten vernietigd worden. De antwoorden van mevrouw Bird moet Emmy uittypen en versturen.


De brieven zijn soms aangrijpend en Emmy vindt het vreselijk dat al deze mensen die zich in hun wanhoop tot mevrouw Bird wenden, afgewezen worden dankzij de ridicule regels van haar. En zo komt het dat Emmy op gegeven moment één brief zelf beantwoordt, ééntje maar, denkt ze... en ondertekend met de nagemaakte handtekening van mevrouw Bird. Maar het blijft niet bij één brief. Uiteindelijk stuurt ze zelfs een brief door naar de redactie van het blad, mét haar eigen antwoord... Mevrouw Bird kijkt toch nooit het blad in.


Het is vrij vermakelijk om te lezen hoe Emmy weet te laveren tussen plicht, gevoel, verstand hoop en vrees op haar werk maar privé zijn er heel andere zaken die de aandacht vragen. Emmy weet dat ze mensen helpt, maar toch, dat stiekeme gedoe... het voelt niet goed.
Ze vertelt het Bunty, de vriendin die ze haar hele leven al kent, met wie ze àlles deelt, met wie ze lacht en huilt. Bunty is woedend, waar haalt Emmy het recht vandaan zich deze houding aan te matigen! Emmy is verbijsterd.


Emmy werkt 's avonds als vrijwilligster bij de brandweer, bij de telefooncentrale. Het is immers oorlog en de brandmeldingen na een bombardement stromen binnen.
William, de verloofde van Bunty werkt daar ook. Alle mensen zetten zich met hart en ziel in om zoveel mogelijk hulp te kunnen bieden na de zoveelste ellendige melding.


Het is vooral dit verhaal, rond de gebeurtenissen bij de brandweer, dat indruk maakt.
De schrijfster laat ons de dreiging en onmacht voelen als levens ernstig bedreigd worden door brand of het instortingsgevaar van gebouwen na heftige bombardementen. De mensen die bij de brandweer werken vormen een hechte groep. Ze delen lief en leed. Troosten en helpen elkaar waar nodig. Wat vaak ontroerend is om te lezen.

Het toeval wil dat Emmy een reddingsactie van William ziet en ze vindt het zo bizar wat hij deed, dat ze tegen hem uitvalt. Iets waar ze later vreselijk spijt van krijgt. Want deed zij eigenlijk niet hetzelfde op háár werk? Maar dan gebeuren er dingen die maken dat alles verandert. De wereld van zowel Bunty en Emmy kan nooit meer worden als voorheen... of toch wel?


Het verhaal lijkt aanvankelijk vrolijk en een beetje oppervlakkig. Het stuntelige gedoe met het solliciteren en de bizarre baan en evenzo Bizarre mevrouw Bird maken dat je denkt dat je een luchtig, komisch romannetje aan het lezen bent. Maar langzamerhand komt de échte wereld binnen, een wereld in oorlog nog wel. Ook de wereld van hechte vriendschappen en waar zij tegen bestand is, vormt een onderdeel van het boek. Je wil weten hoe het verder gaat met iedereen, hoe zij zich in de vreemde oorlogswereld weten te redden, hoe zij zichzelf en elkaar overeind kunnen houden, maar kan dat eigenlijk wel?


Uiteindelijk sla je het dicht met een diepe zucht dicht. Het is leuk, het is heftig, het is invoelend, aangrijpend, ontroerend.
Het eind is wel wat afgeraffeld en daardoor misschien een beetje te makkelijk maar het algehele gevoel is dat je iets hebt gelezen wat nog even nazindert. Mooi!


AJ Pearce is opgegroeid in Hampshire, Engeland en is historicus. De toevallige ontdekking van een damesblad uit 1939 inspireerde haar tot een nog altijd groeiende verzameling. Tegenwoordig woont ze in het zuiden van Engeland en werkt ze freelance. Beste mevr. Bird is haar eerste roman.


ISBN 9789023959014 | Paperback | 351 pagina's | Uitgeverij Mozaïek | juli 2019
Vertaald door Roeleke Meijer-Muilwijk

© Dettie, 13 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De engel van het vergeten
Maja Haderlap


Samenvatting
Net als de auteur geboren in de eeuwenlang bevochten grensregio tussen Oostenrijk en Slovenië, groeit de hoofdpersoon op in een bosarbeidersgezin onder de hoede van haar grootmoeder. Die vertelt over de kunst van het kruidenbrood bakken, het roken van worst, maar ook vertelt ze wrange verhalen. Dat "het bos in gaan' of "de bergen in' veel kan betekenen: een boom kappen, paddenstoelen plukken, of jagen. Maar ook verzet plegen: van de partizanen tegen de Oostenrijkse fascisten of tegen de Sloveense aanhangers van een communistisch Joegoslavië. Je kunt je in het bos ook verstoppen voor de vijand of voor de kou. Voortdurend op je hoede zijn hoort net zo bij het leven van deze familie als God en de maagd Maria, de zaag en de schnaps.
De engel van het vergeten vertelt op ongeëvenaarde wijze hoe een jonge vrouw moet leren een samenhangend geheel te maken uit de schaarse opmerkingen van haar dronken vader of de soms raadselachtige verhalen van haar grootmoeder. Hoe krijg je van de brokstukken van het verleden een idee van hun leven destijds? En in welke taal droom je als jonge vrouw je eigen leven verder, in het Sloveens van je familie of het Duits van je school?
Maja Haderlap schreef een literair meesterwerk op de grens van twee werelden. De engel van het vergeten is een internationale bestseller en is in twintig talen vertaald.


Prachtige roman in een poëtische, melancholische stijl vol schitterende metaforen, die weer eens een voor ons onbekend stukje van WOII ontsluit.
De Sloveense minderheid in Karinthië had het in de oorlog zwaar te verduren omdat ze geen Duits sprak. Hele gezinnen werden opgepakt, vermoord of in concentratiekampen opgesloten. Overgebleven familieleden hadden geen keus: zij vluchtten naar de partizanen. Anders dan de Joegoslavische partizanen hingen zij niet het communisme aan, maar zaten in feite in het verzet. Andere families konden niet anders dan de partizanen helpen. Dus werden kinderen door de nazi's opgepakt en gemarteld zodat ze hun familieleden zouden verraden.


Aan de hand van een opgroeiend meisje vertelt Maja Haderlap mondjesmaat over deze gebeurtenissen. Naarmate het meisje ouder wordt laat grootmoeder meer los. Pas als jonge vrouw verzamelt ze de verhalen van haar familie en de Sloveense gemeenschap.
Voor het kind is het vooral verwarrend en verontrustend: "Ik sta in mijn kindertijd als een houten paal op een boerenerf waaraan elke dag wordt gewrikt om te zien of hij daar wel tegen kan." Nee, daar kan ze dus niet echt tegen. Ze vlucht vaak de natuur in en soms zelfs uit haar lichaam. Het is een klap als grootmoeder overlijdt. "Ik kijk neer op grootmoeders lichaam als op een gesloten huis."


Naast de geschiedenis van de Slovenen tekent de auteur, via de grootmoeder, ook de oude gebruiken en gewoonten op. Op deze wijze is het boek een monument geworden voor de Oostenrijkse Slovenen. Het verleden zal niet vergeten worden. En ook al hebben de Oostenrijkers deze zwarte bladzijde in de doofpot gestopt, dankzij auteurs als Haderlap kunnen ze er niet meer omheen.
Maar wat is het genieten van die prachtige, meanderende, ritmische zinnen en die weemoedige sfeer! Ik was niet verrast te lezen dat de auteur al een paar dichtbundels op haar naam heeft staan. Het lijkt me dat de vertaalster, Marianne van Reenen, ook goed werk heeft geleverd.


ISBN 9789059368576 | paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Cossee | juni 2019

© Berdine, 24 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het echte leven
Adeline Dieudonné


‘Bij ons thuis waren er vier kamers. Die van mij, die van mijn broertje Gilles, die van mijn ouders en die van de kadavers.’


Die kamer met de kadavers speelt een grote rol in het verhaal. Er staan allerlei opgezette dieren, vaak door de vader van het gezin zelf geschoten. Een ervan is een hyena.


‘Hij mocht dan wel opgezet zijn, ik wist zeker dat hij leefde, en hij genoot van de angst die hij wekte in elke blik die de zijn kruiste’.


Niet alleen de hyena is angstaanjagend, de vader is een sadistische man, gedreven door een algemene haat voor vrouwen, die zelfs voor het jonge meisje al duidelijk is. Zij vraagt zich af hoe het kan dat zij en haar broertje er eigenlijk zijn, zo liefdeloos is de relatie tussen haar vader en haar moeder. Maar ze weet ook: als Gilles een meisje was geweest, had haar moeder er nog een keer aan moeten geloven.
Als het verhaal begint is de verteller tien jaar. Haar broertje is zes. Ze zijn dol op elkaar – bij gebrek aan beter.


Een gruwelijk en dramatisch voorval verandert hun leven. Vanaf dat moment veranderen beide kinderen: het broertje lijkt zodanig afstand te nemen van de wereld dat het licht in zijn ogen dooft. Het meisje besluit dat zij de enige is die iets kan doen, ze kan niet lijdzaam toekijken. Ze is vastbesloten haar broertje te redden en aangezien haar ouders niets in de gaten hebben, probeert ze er mensen uit de omgeving bij te betrekken zonder dat zij weten wat haar bezielt. Als het meisje nog zo jong is dat ze in sprookjes gelooft is daar Monica, een vrouw die teruggetrokken in het bos woont en in de ogen van het meisje een soort heks is. Toverkracht kan ze wel gebruiken! Als ze ouder wordt en naar de middelbare school gaat, komt de wetenschap in beeld. Dan is er de fysicus die maar al te graag al zijn kennis overbrengt aan het leergierige meisje. 
En er is het jonge gezin, waaraan ze de warmte en de liefde onttrekt die ze thuis moet missen.
Haar moeder leeft doorlopend in angst. Terecht, want zij wordt mishandeld. Haar uitlaatklep zijn de geitjes waar ze dol op is.


‘Ik hield van de natuur en haar volmaakte onverschilligheid. Van de manier waarop ze haar nauwkeurige overlevings- en reproductieplan uitvoerde, wat er bij ons thuis ook gebeurde. Mijn vader sloeg mijn moeder verrot en de vogels trokken zich er niets van aan. Dat vond ik troostend. Ze gingen door met tsjilpen, de takken kraakten, de wind zong in de bladeren van de kastanje. Ik bestond niet voor hen. Ik was gewoon een toeschouwer. En dat stuk speelde doorlopend. Het decor veranderde met de seizoenen, maar elk jaar was het dezelfde zomer, met zijn licht, zijn geuren en met de bramen die aan de braamstruiken groeiden langs de weg.‘


Het meisje ziet hoe haar broer steeds meer afglijdt, terwijl de jaren voorbijgaan. De sfeer in huis wordt steeds grimmiger. Zelf wordt ze natuurlijk ook ouder: seksuele gevoelens ontwikkelen zich, ze wordt verliefd (ook al niet op een ‘normale’ manier) terwijl haar kennis toeneemt en ze ook meer inzicht krijgt in de wereld om haar heen. Als haar wrede ontoerekenbare vader thuis komt te zitten neemt de dreiging van de hyena toe - ‘die haar broertje steeds meer in zijn macht krijgt.’- net als de angst van haar moeder die zich steeds meer in zichzelf terugtrekt, terwijl er tegelijk een toenadering lijkt te zijn als het oog van haar vader ook op het meisje valt. De apotheose volgt na een schokkende scene.


Adeline Dieudonné roept op iedere pagina, met iedere zin, een duistere sfeer op met een prachtige woordkeus. Haar taal is beeldend, waardoor het verhaal nog heftiger wordt. Wat aanvankelijk lijkt op een verklaring: 'hoe kweek je een psychopatische moordenaar ' krijgt een bizarre maar gelukkig toch hoopvolle wending.


‘Het enige wat ze kon hopen was dat alle woede van mijn vader eruit zou komen als geschreeuw. Of liever: als gebulder. Zijn stem ontplofte, sprong uit zijn keel om mijn moeder te verslinden. Zijn stem reet haar aan stukken, verscheurde haar om haar te doen verdwijnen. En daar was mijn moeder het mee eens. Verdwijnen. En als het gebulder tekortschoot, kwamen de handen te hulp. Tot mijn vader al zijn woede had ontladen. Mijn moeder lag dan altijd op de grond, roerloos. Ze zag eruit als een lege kussensloop.’
‘Mijn moeder keek als een koe die net het onzekerheidsprincipe van Heisenberg heeft uitgelegd gekregen.’
’Als een gordijn van donker fluweel had de stilte zich weer over de nacht gelegd.’


Adeline Dieudonné (1982) is een Belgische theatermaker en schrijver.
Haar debuut Het echte leven heeft reeds vele prijzen gewonnen en zal verfilmd worden.


ISBN 9789025454647 | paperback | 208 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | augustus 2019
Uitstekend vertaald uit het Frans door Kris Lauwerys en Isabelle Schoepen

© Marjo, 10 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vondeling
Sarah Meuleman


‘Een eiland is altijd veilig.’ zei Wini ooit. ‘De zee houdt al het gevaar van de wijde wereld buiten.’ Robin was nog klein en knikte, wist niet dat het gevaar vanbinnen nog zoveel groter kon zijn.’


Robin bevindt zich met haar moeder Wini in 1968 op de Isles of Scilly in de Atlantische Oceaan, een paar kleine eilandjes tussen Cornwall en Amerika. De Scillies zoals ze genoemd worden liggen op drie uur varen van Penzance, Cornwall, en zijn in de zomer goed per boot te bereiken. In de wintermaanden kan dat alleen met het vliegtuig. In het boek zijn de bewoners erg op zichzelf, zij dulden geen indringers. Toeristen, prima, die vertrekken weer, maar als Robin in 1990 terug komt naar de eilanden krijgt ze dit te horen:


‘Ik weet wat je zoekt, Robin,’ zegt ze. ‘Iedereen hier weet wat je zoekt. Maar je zult het niet vinden en wil je weten waarom? Niemand verstoort ons eiland. We leven hier al eeuwen; dit eiland is één persoon met één mond en één geweten. Niemand zal je helpen. Niemand.’


Wat zoekt Robin dan? Het ware verhaal. Meer niet. Maar de waarheid achterhalen zal haar kruim kosten, zozeer zelfs dat ze gaat twijfelen of haar herinneringen wel echt zijn. Ook haar moeder zei altijd dat het fantasie was. Maar ze heeft toch echt iets gevonden op het strand? En ze meent toch zeker te weten dat het een baby was. Dood. Maar ze was pas acht jaar. Ze kon het kind niet meenemen en toen ze haar moeder eenmaal gevonden had en die met haar meeging, was er niets meer te vinden. Het was een pop, zei haar moeder, die weer mee gespoeld is met de golven.


Intussen is Wini, haar moeder die met haar in een woongroep bivakkeerde, overleden. Robin heeft een foto gevonden met een briefje: HET SPIJT ME. ZORG DAT JE HAAR VINDT Robin heeft na haar lugubere vondst altijd nachtmerries gehouden, en nu met dit briefje staat haar besluit vast: ze moet weten wat er toen, twintig jaar geleden, gebeurd is. Maar op Scilly ontmoet ze veel tegenstand, de mensen willen dat ze ophoudt met vragen stellen en naar Engeland vertrekt. Er zijn er slechts een paar die helpen. Niet volmondig, want ook zij willen dat een geheim geheim blijft, maar langzaam weet Robin toch haar verleden te reconstrueren.


Het zijn kleurrijke personages die haar helpen: de taxidermist Faber, die haar wel als leerling wil aannemen, maar ook liever zwijgt. En haar vroegere vriendin, Tess, die in de avonden de vamp uithangt in het plaatselijk café. Zullen de geheimen ontraadseld worden?


Naast dit verhaal dat al in twee delen uiteen valt, 1968 en 1990, is er nog een dystopische verhaallijn. Die speelt in 2025, in Amerika. Rebecca is een jonge vrouw, die tijdens het uitoefenen van haar kapperswerk een bejaarde vrouw ontmoet. Rebecca lijkt een uitweg te zien uit haar enigszins mislukte leven door te gaan luisteren naar de verhalen van de oudere vrouw.
Waarom Meuleman deze verhaallijn toegevoegd heeft is een beetje de vraag. Ze verweeft alles wel zodanig in elkaar dat de lezer deze drie lijnen nodig heeft om het geheel te begrijpen, maar dat de wereld in 2035 een stuk minder leefbaar is, voegt aan het verhaal van Robin niets toe.


Het boek is verdeeld in delen met de namen: ‘villen, vlezen, vullen en vormen’, die duidelijk verwijzen naar de taxidermie. Dat heeft een dubbele bodem, leuk voor de lezer om te ontdekken. Er valt overigens veel te ontdekken in dit boek: niet alleen het geheim van de Scillies, maar bijvoorbeeld ook hoe een besloten leefgemeenschap met elkaar omgaat. De woongroep uit Robins jeugd is eigenlijk ook een besloten gemeenschap, maar die komt wat minder uit de verf. Was misschien interessanter geweest dan dat dystopische element.
Er is ook een overeenkomst tussen de oude vrouw en de kapster, die ieder op een bepaald moment in hun leven keuzes moeten maken en daar niet zo succesvol in zijn.


Sarah Meuleman (1977, Oostende) studeerde in Gent Germaanse filologie. Op haar 23ste ging ze literatuurwetenschap studeren in Amsterdam, waar ze nog steeds woont. Ze werkt als journalist en debuteerde in 2015 met de roman De zes levens van Sophie, waarmee ze werd genomineerd voor de Bronzen Uil voor het beste debuut. Zowel dit debuut als het onderhavige boek verschijnen ook in een Engelstalige versie.


ISBN 9789048833313 | paperback | 304 pagina's | Uitgeverij Lebowski | juni 2019

© Marjo, 3 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Engelse brieven
Tsafrira Levy


"Had ik haast? Ja en nee. Wilde ik slagen? Ja en nee. Mijn kwaadheid gaf me de kracht om door te fietsen in weer en wind, fietsen was mijn ding, dat deed ik graag, maar ik was me ook bewust van de ontwrichting die het slagen van mijn impulsieve actie kon aanrichten in het leven van de gezochte vrouw. Bij mijn ouders was het al gebeurd."


Deze woorden zijn van de drieëndertigjarige Annabel die in haar eentje een fietstocht maakt naar de Schotse Hooglanden. Ze is op zoek naar haar biologische moeder. Annabel had namelijk Engelse brieven gevonden waarin haar ouders om een heel speciale au-pair vroegen. Alle brieven waren zo'n zes maanden voor Annabels geboorte geschreven... Toen Annabel om opheldering vroeg, stortte haar toch al vrij labiele adoptiefmoeder gelijk in, bang als ze was om Annabel kwijt te raken.


Veel informatie kan en willen haar ouders verder niet geven dus probeert Annabel zelf te achterhalen wie haar biologische moeder is. Na veel puzzelen en zoeken blijven er vier brieven - met pasfoto - over die mogelijk zouden kunnen leiden tot de vrouw die haar gebaard heeft. Alles wijst naar Schotland, dáár moet mogelijk haar moeder te vinden zijn.


Annabel is aanvankelijk woedend op de mensen die haar groot hebben gebracht, maar ook onzeker en angstig. Waar begint ze aan? Wat haalt ze overhoop?
Toch zet ze door, ze móet. Uiteindelijk komt ze na vijf dagen fietsen natgeregend aan bij Forrit Inn waar Finley Ross en zijn vrouw, de invalide Coira, de scepter zwaaien. Annabel vertelt uiteindelijk haar verhaal en heeft dan nog geen benul hoe haar leven zal veranderen dankzij de hulp én tegenwerking van dit stel.


Het interessante van dit boek is dat we vervolgens in vier wisselende hoofdstukken overstappen naar Finley en drie andere hoofdpersonages die elk in hun eigen woorden hún visie en verhaal vertellen. Daardoor komen we, o.a. van de moeder zelf, te weten wat er destijds gebeurd is met haar, waarom ze haar dochter afstond. Maar ook lezen we over de hulp die Finley, niet zonder eigenbelang, aan Annabel, verleent. Het aparte is dat Annabel ondanks de emotionele zoektocht en de vele aangrijpende ontmoeting ook uiteindelijk haar grote liefde ontmoet. Ook deze relatie blijkt echter niet zonder problemen te kunnen verlopen.
Feitelijk draait het hele boek vooral om liefde en familieverbanden en bovenal wat voor - heftige - invloed die twee zaken op iemand kunnen hebben.


Verder is het een bijzonder feit dat het joodse geloof als een rode draad door het boek heen loopt. Het is nooit sterk op de voorgrond aanwezig maar is wel belangrijk voor enkele personages.


Tsafrira Levy heeft met dit boek een verhaal geschreven waarin vooral gevoelens de hoofdrol spelen. Alle personages hebben tonen deze ook en hebben daardoor een zeer eigen karakter en persoonlijkheid. Het is soms ontroerend om te lezen hoe deze mensen overeind proberen te blijven en doorgaan met zoeken naar invulling van de dingen waar ze voor staan. Ondanks de open, oprechte ondertoon en het boeiende relaas van de vier personages, voelt het verhaal echter wel wat onevenwichtig aan.
Enkele episodes zijn bijna tot in detail beschreven, je weet als het ware precies wel smaakje thee iedereen drinkt, maar dan worden er ineens wel erg grote stappen door de tijd gemaakt waardoor je gaat terugbladeren omdat je denkt dat je een pagina gemist hebt. Dat is jammer.
Ook de liefdesrelatie, hoe ontroerend die ook beschreven is, voelt wat vreemd en soms vrij zoet aan. Het gaat té hard, té snel, té dwingend, er worden ook hierin te grote stappen gemaakt.
Verder heeft de redacteur her en der enkele steken laten vallen. Eén zin staat er zelfs dubbel in.

Maar... er valt ook veel te genieten in dit boek zoals de mooie beschrijvingen van Schotland, de bijzondere personages, de muziek en de muziekteksten die zo'n belangrijke rol spelen en prachtig verwoord worden. Dit alles zal je nog lang bijblijven. Zij maken dat het boek toch zeker aanbevelenswaardig is.
Kortom, léés het.


Tsafrira Levy (1951), in Nederland ook bekend onder de naam Tsafi van Uitert-Levy, is in Israël geboren en groeide op in een kibboets in de tijd dat het collectief en de gelijkheidsidealen hun stempel op het leven daar drukten. Na haar militaire dienst woonde ze enkele jaren in Tel-Aviv, waar ze haar Bachelor-diploma haalde in psychologie en filosofie en een jaar film en tv studeerde.


ISBN 9789463651547 | Paperback | 307 pagina's | Uitgeverij Elikser | juli 2019

© Dettie, 23 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bijenhouder van Aleppo
Christy Lefteri


Twee mensen die alles kwijt zijn, twee mensen die proberen overeind te blijven, twee mensen die elkaar niet kunnen bereiken. Deze twee mensen zijn Afra en Nuri.


Tijdens een bombardement in Aleppo zijn ze hun kind verloren. Vanaf die tijd is Afra blind en loopt Nuri  rusteloos rond. Afra is kunstenares en kan haar werk niet meer uitvoeren, Nuri was samen met Mustafa, Nuri's neef, bijenhouder. Dat werk was zijn lust en zijn leven. Nuri wist alles van bijen en hun gedragingen. Maar alle bijenkorven zijn verbrand, eveneens dankzij de oorlog. Uiteindelijk vlucht Mustafa naar Engeland en smeekt Nuri hem te volgen. Daar kunnen ze opnieuw beginnen met de bijen. Nuri wil wel maar Afra weigert, ze kan haar kind niet achterlaten, ondanks dat hij er niet meer is.


Het contact tussen Afra en Nuri verloopt, sinds de verschrikkelijke gebeurtenis met hun zoontje, heel stroef. Afra heeft zichzelf opgesloten in een onzichtbare cocon, is nauwelijks aanspreekbaar, ligt veel op bed en geeft zelden antwoord. Nuri durft haar amper aan te raken, zo in zichzelf gekeerd is ze.
Nuri zelf struint door de straten, weet niet wat hij moet zonder zijn gezin en bijen. Het mailcontact met Mustafa is het enige lichtpuntje, het enige hoopgevende uitzicht wat er over is.


Na een zeer bedreigende situatie beseft Afra ook dat ze weg moeten, haar wil om te leven is er blijkbaar toch nog wel. Gelukkig hebben ze geld wat onderweg goed van pas komt. Maar de reis is zwaar en moeizaam. Ze komen in vluchtelingenkampen die erg deprimerend werken, vooral het kamp in Athene is troosteloos en uitzichtloos. Onderweg ontmoeten ze allerlei soorten mensen waar min of meer een band mee wordt opgebouwd. Vooral Nuri heeft behoefte aan contact, met zijn vrouw praten lukt nog steeds niet. Hij vindt ook een jongetje dat dezelfde leeftijd heeft als zijn overleden zoontje en ontfermt zich over het kind. Hij wil het kind meenemen naar Engeland. Nog steeds zijn de mails van Mustafa Nuri's houvast, waar bijen zijn is leven en hoop.


Het mooie van dit verhaal is dat het niet zozeer de reis beschrijft, er worden enkele indicaties gegeven hoe en waardoor ze verder komen, maar het is geen reis- en vluchtverslag. Wel wordt in de personificatie van Nuri en Afra, het menselijke aspect verteld, wat er gebeurt met mensen die alles kwijt zijn, hoe ze handelen, hoe ze denken, hoe ze reageren. Aanvankelijk lijken sommige mensen heel zonderling totdat ze hun verhaal vertellen en je begrijpt waarom ze zo reageerden of te werk gingen.


Ook bijzonder is dat er een omslagpunt komt wat betreft Nuri en Afra. We volgen steeds Nuri's doen en laten. Zijn zoeken naar invulling en zijn verlangen naar gesprekken zijn begrijpelijk omdat Afra in haar eigen wereldje opgesloten zit. Maar langzamerhand verandert het verhaal en beseffen we dat Nuri ook een eigen wereld heeft gecreëerd... Beiden proberen op hun manier te overleven en juist dat beschreven proces maakt het boek zo mooi.


Christy Lefteri (1980) is geboren en getogen in Londen en studeerde Creative Writing, Ze deed in 2016 en 2017 vrijwilligerswerk bij ene vluchtelingenkamp in Athene en hoorde vele hartverscheurende verhalen van mensen die hun door oorlog verwoeste land moesten ontvluchten.


Lees ook het interview met de schrijfster over dit boek


ISBN 9789023957775 | Paperback | 335 pagina's | Uitgeverij Mozaïek | juni 2019
Vertaald door Ernst Bergboer

© Dettie, 27 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dromenweefster
Cristina Caboni


Een verhaal dat is opgebouwd rond prachtige stoffen, de verwerking en de makers ervan. Dat kan een interessant boek opleveren. Helaas laat Cristina Caboni wel diverse steken vallen waardoor het geheel nogal rommelig en onafgewerkt aanvoelt.


Het verhaal begint al verwarrend met Marianne, die ook Mamy wordt genoemd, maar een tante blijkt te zijn, die achteraf gezien ook dát zelfs niet is. Marianne heeft namelijk Camilla, een van de twee hoofdpersonen, liefdevol opgevangen na de dood van haar ouders.


Marianne is eigenaresse van stoffen en kledinghuis Leclerc. Camilla blijkt een groot talent te bezitten om stoffen te verwerken en de draagsters van de stoffen te laten bloeien dankzij haar creaties. Danielle, de nicht van Marianne, is woedend als ze hoort dat Camilla door Marianne benoemd is tot haar opvolgster. Camilla wist echter nergens van en vertrekt zonder achterlating van adres en begint bij Sandra's ateliertje een nieuw leven met creaties gemaakt van oude, mooie jurken. Ze wil geen kleding naar de laatste mode maken maar kleding waar iemand zich goed in voelt.


In een warrig verhaal - waarin je denkt dat Marianne op sterven ligt - waardoor Camilla weer naar haar toe gaat -  horen we dat Marianne nog een spoorloos verdwenen zus heeft, Adèle, maar ondanks dat ze haar moeder beloofde haar zus te zoeken, heeft ze dat nooit gedaan, omdat zij eveneens jaloers was op die onbekende zus waarvoor haar moeder ter herinnering de mooiste kleren maakte. Camilla belooft nu deze Adèle te zoeken.
Het gekke is dat op blz 99 Mamy/Marianne nog doodziek is en ineens op blz 103 in een witte zijde blouse en wijd uitlopende broek de kamer binnen komt lopen, met daarachter de verwarrende zin. 'Ze had een vastberaden uitdrukking op haar gezicht, eentje die Camilla niet vaak had gezien sinds Marianne in het ziekenhuis was opgenomen.'
In het ziekenhuis opgenomen? Marianne loopt toch net de kamer binnen? Met andere woorden, mogelijk laat de vertaling ook wel te wensen over...


Camilla gaat gelijk op zoek naar Adèle, haar baan bij Sandra is kennelijk onbelangrijk, en ene Marco, gaat met haar mee. De Marco die Camilla's hart al heel lang sneller laat kloppen. Ze dacht dat het wederzijds was totdat ze hoorde dat hij een zoontje had. Haar vlucht naar Sandra was o.a. mede door dit feit veroorzaakt.
Als dan eindelijk een afspraak is gemaakt voor een etentje met Marco voor diezelfde avond (blz 116) blijkt ze die avond opeens alleen te eten (blz 118) en zal ze kennelijk de volgende dag pas met Marco dineren maar op blz 121 wordt vermeld dat er nog steeds geen precieze dag genoemd is voor het etentje... Tja. Een redacteur had dit toch moeten zien. 
Kortom, dit hele verhaal rammelt en voelt aan als een vrij onwaarschijnlijk damesromannetje.


Vervolgens stappen we over naar 1923 waar we kennis maken met Caterine, en dat gedeelte van het boek is interessanter. Het was beter geweest als de schrijfster alleen over deze vrouw had verteld. Ook dit verhaal is vrij ingewikkeld en onwaarschijnlijk maar de mysterieuze Caterine en haar leven zijn toch meer bijzonder en aansprekender te noemen. Helaas is hier ook weinig diepgang te vinden en worden de karakters slecht uitgewerkt.


De schrijfster heeft de ingrediënten van dit boek zodanig aan elkaar willen breien dat het één geheel moest vormen, daarnaast wilde ze het gebruik, het vervaardigen en de herkomst van stoffen in het verhaal weven inclusief een uniek toegevoegd geheim attribuut dat alleen voor de draagster van de kleding bestemd was. Dat attribuut geeft de verklaring voor de titel.
Het is jammer, op zich had het een erg boeiend geheel kunnen worden maar Cristina Carboni wilde teveel intriges en uitzonderlijke gebeurtenissen in haar boek stoppen.


Het hele verhaal hangt verder van toevalligheden aan elkaar en zelfs Sandra, de werkgeefster van Camilla, blijkt uiteindelijk nog iets met  de verdwenen Adèle te maken te hebben. Het einde van het boek wordt helaas afgeraffeld en is wel érg onwaarschijnlijk. De schrijfster heeft kennelijk alles alsnog willen verklaren en laat uiteindelijk nog een personage 'uit zee verrijzen' zodat we ook begrijpen hoe zij in het verhaal kon voorkomen.
Het einde maakt het in feite allemaal nog erger dan het al was.


Ook de vertaling is vermoedelijk slecht - ik ken het origineel niet - er worden soms woorden gebruikt zoals bijvoorbeeld 'primordiale egoïsme', die helemaal niet bij de rest van het verhaal en de taal passen. Verder worden regelmatig dezelfde woorden in één of opeenvolgende zinnen gebruikt, dat is lelijk, een goede vertaalster kan dat voorkomen of omzeilen. Het hele boek maakt dat ik niet nieuwsgierig wordt naar meer boeken van deze schrijfster.


Het is dat ik deze uitgeverij ken en er veel goede boeken van heb gelezen waardoor ik ja zei op de vraag of ik mee wilde doen aan een blogtour, wat inhoudt dat je dan ook een recensie moet schrijven, maar anders had ik het boek halverwege dichtgeslagen. Geen aanrader dus.


ISBN 9789401610971 | Paperback | 334 pagina's | Uitgeverij Xander | juli 2019
Vertaald uit het Italiaans door: Esther Smit-Schiphorst & Chiara Peracchia

© Dettie, 13 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER