Nieuwe boekrecensies

Wat Alice vergat
Liane Moriarty
 

Alice maakt een smak in de sportschool. Ze is even van de wereld, en als ze weer bijkomt is ze er van overtuigd dat ze negenentwintig is. Maar haar vriendinnen zijn haar veertigste verjaardag al aan het plannen.


Dat is een groot probleem: ze kent die vriendinnen helemaal niet! Waar is Sophie gebleven? Bovendien: een sportschool? Wat moet ze daar, zij die een hekel heeft aan sporten? En wat is ‘steps’ in vredesnaam? Het duizelt Alice allemaal, ze denkt dat ze zwanger is van hun eerste kind, dat ze ‘Rozijntje’ noemt. Stel je voor dat je dan ontdekt dat je al drie kinderen hebt!
Als ze haar zus Elisabeth opbelt, verwacht ze steun en medeleven. Maar Elisabeth doet heel koel tegen haar, en ook daar begrijpt Alice niets van. Maar het ergste moet nog komen: Nick, haar echtgenoot, die is haar echtgenoot niet meer?? Hoe kan dat nou? Hij is de man van haar leven!

Ze zal het moeten accepteren: ze leeft in 2008, en ligt in scheiding met Nick. En er is een man die denkt dat hij haar nieuwe vriend is!

‘Wat mag ik hebben, mam?’
Alice keek om zich heen, op zoek naar haar eigen moeder.
‘Ma-ham, ‘zei Tom.
Alice schrok. Zij was de moeder.’


Het verhaal wordt vanuit drie vertelperspectieven verteld: er is het relaas van Alice die zo goed en kwaad als het gaat probeert haar leven op de rails te krijgen, zonder toe te geven dat ze zich niets meer herinnert. Dat levert af en toe hilarische scenes op, want haar kinderen zijn dus niet gek, en profiteren er van… maar als hun ouders weer bij elkaar komen, zoals Alice volhoudt, dan vinden zij dat prima!
Dan zijn er de blogs van (stief)grootmoeder Frannie, die in een complex voor ouderen woont, maar zich nog heel actief voelt en gedraagt, en zelfs aanbidders heeft! Dat zij deze blog bijhoudt is al heel bijzonder, op haar leeftijd, en ze krijgt nog reacties ook.
En dan is er de zus, die graag de tien jaar die Alice kwijt is uit haar eigen leven zou willen schrappen. Het was voor haar niet zo’n prettige periode. Maar eigenlijk voor Alice ook niet. Er is veel gebeurd, veel veranderd.


Zomaar tien jaar van je leven vergeten, het lijkt wel een tijdreis. In geval van Alice is dat terug in gelukkiger tijden. Het besef dat ze de afgelopen periode alles een beetje verziekt heeft, is een schok. Ze wil helemaal niet de Alice worden die haar omgeving nu kent. Maar hoe krijgt ze haar oude leven terug? Want zij is dan misschien wel haar herinneringen kwijt, de mensen in haar omgeving niet! Daar tegen opboksen is een leuk gegeven: hoe zet je alles weer op poten?


Een romantisch drama om lekker mee te ontspannen. Een verhaal vol met hilarische situaties, maar toch met die serieuze ondertoon. Want je kan zomaar zonder dat je er erg in hebt je eigen leven verzieken…


ISBN 9789400509658 | Paperback | 484 pagina's | Moon| april 2018
Heruitgave van What Alice forgot (2009)  Vertaald uit het Engels door Anna Livestro

© Marjo,  10 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vreemdelingen met dezelfde droom
Alison Pick


Na de Eerste Wereldoorlog werd het Ottomaanse Rijk gesplitst bij de Vrede van Sèvres. Groot-Brittannië kreeg het mandaat – een soort voogdij - over het land waar Joden zich konden vestigen: Palestina, oftewel in het Hebreeuws 'Erets Jisraeel'.
Vanaf 1919 trokken vele zionisten vanuit allerlei landen daarheen, en stichtten er kibboetsen. Natuurlijk protesteerden de Palestijnen, maar zij moesten plaats maken. Toen vonden de eerste schermutselingen plaats, maar daar gaat dit boek niet over. Wel noemt Alison Pick de kibboets Kinneret, de op één na oudste. De kibboets werd gesticht in 1913 door Oost-Europese immigranten op de grond van een in 1908 door de World Zionist Organization gestichte landbouwnederzetting.


De zionisten over wie Alison Pick gaat vertellen worden geleid door David, die met zijn vrouw Hannah om redenen die pas later uitgelegd worden, vertrokken is uit Kinneret.
Hij begint met een kleine groep, maar al snel komen er anderen bij, mensen die eenzelfde droom hebben, idealisten, die er van uit gaan dat algemeen bezit boven persoonlijk bezit gaat. Vrouwen en mannen zijn gelijk, zij zullen samen het land bewerken en hun tijdelijke tenten vervangen door een gedegen kibboets (=leefgemeenschap). Kinderen worden gezamenlijk opgevoed en er is een keukenploeg die voor de gezamenlijke maaltijd zorgt.


Een van de vrouwen is Ida, die behalve nog erg jong, in haar idealisme vaak naïef is. Ze is nog maar net met de groep aangekomen of haar oog valt op de man op wie zij verliefd zal worden: Levi. Zo mogelijk is Levi nog idealistischer, en als Ida probeert de twee kandelaars die ze van thuis heeft meegenomen, achter te houden in plaats van ze als gemeenschappelijk bezit aan David te schenken, beseft ze dat de jongeman daar zeer ontstemd over zal zijn. Het lijkt inderdaad hun prille liefde aan te tasten.


Door Ida’s ogen zien we hoe de groep zich ontwikkelt, hoe ze zich staande proberen te houden in een verzengende hitte die een grote droogte veroorzaakt. Hoe ziektes als malaria hen kwellen en er geen medische kennis is, laat staan dat er voorzieningen zijn. We stellen met haar vast dat mensen niet geschapen zijn voor het communisme. Een droom hebben is één, die realiteit laten worden is toch echt iets anders. Ida  is zelf ook niet helemaal zuiver op de graat. Eerst is er al de kwestie van de kandelaars, dan sluit ze vriendschap met een moslimvrouw, hetgeen David niet goed zou keuren.


‘Het verbijsterde haar, om de tastbare plek te zien waar hun tenten in het begin waren opgetrokken, waar ze die eerste dag waren aangekomen, de bocht in de rivier waar ze hun toevlucht hadden gezocht tegen de hitte waaraan ze nooit gewend zouden raken. Het leek wel of ze, als ze maar goed genoeg keek, de contouren kon ontwaren van haar vroegere ik, zittend op de oever met haar voeten in het water en Levi’s arm rond haar schouder. Die ik lag maar een klein stukje achter haar in de tijd. Ze had een deur willen hebben waar ze doorheen terug had kunnen stappen.’

 
En dan gaat het verhaal over in het relaas van David, de leider. Maar het verhaal gaat terug!
Het is hetzelfde tijdsbestek dat we door de ogen van Ida al gezien hebben, en het komt nu opnieuw voorbij. Natuurlijk is de blik van de man anders, ook omdat hij meer ervaring heeft, en over leiderskwaliteiten beschikt. Vragen die bij het verhaal van Ida in het hoofd van de lezer kwamen worden soms beantwoord, andere komen er voor in de plaats.
Voor David zelf is het geen pluspunt dat hij nu het uitgangsperspectief is, Heel erg sympathiek was hij al niet, nu beginnen we hem te doorgronden: hij is niet de leider die hij wil zijn, hij valt teveel op vrouwen – en denkt daar mee weg te kunnen komen ‘alles is van iedereen toch?’
Verkeerde beslissingen liggen aan de basis van zijn vertrek uit Kinneret, en ook nu lijkt hij de foute beslissingen te nemen.


Voor we er achter komen hoe dat afloopt verandert het vertelperspectief opnieuw en gaan we wederom terug in de tijd. Dit keer wordt hetzelfde tijdsbestek gezin door de ogen van Hannah, vrouw van David. De kijk van een vrouw is heel anders dan die van een man, en omdat Hannah al minder idealistisch is dan Ida, is haar blik een stuk helderder en verhelderend voor de lezer.


Zionisten hebben eenzelfde droom, maar de titel slaat natuurlijk ook op het driedubbele gezichtspunt. Dat die verhalen ondanks dat ze over dezelfde feiten gaan, toch boeiend blijven is de kracht van deze roman. Toch vond Alison Pick het nog niet genoeg: er is ook nog een ik-figuur. Iemand die in de proloog vertelt dat ze dood is, en dat iedereen denkt dat ze zelfmoord heeft gepleegd. Als een soort regisseur hangt ze boven de verhalen. Ze maakt er deel van uit, doordat ze een bijfiguur is in alle drie de verhalen, maar daarnaast grijpt ze in als ze dat nodig vindt, geeft aanvullingen of maakt het juist onduidelijker. Deze figuur zorgt voor een extra spanningslijn. 


De kern wordt gevormd door het historische verhaal van de zionisten, over hoe dromen uit elkaar spatten, omdat zij ook maar mensen zijn. En omdat ze één grote fout maken: het negeren van het feit dat er al bewoners zijn in het gebied waar zij zich gaan vestigen!
Het gaat over menselijk falen, maar ook over kleine successen. Over liefde en hoop, over de rol van het geloof, en de niet te onderschatten rol van de vrouw.


Alison Pick (Toronto, 1975) is dichter en auteur. Ze is meest bekend om haar roman Donderdagskind, waarmee ze in 2011 genomineerd werd voor de prestigieuze Man Booker Prize.

ISBN 9789492086648 | Paperback | 384 pagina's | Orlando |maart 2018
Vertaald uit het Engels door Miebeth van Horn

© Marjo,  2 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Japanse winkeltje
Isabelle Artus


De titel geeft al aan waar Pamela werkt, in een piepklein winkeltje aan de quai Malaquais in Parijs waar ze o.a. bonsaiboompjes verkoopt en deze ook, op verzoek, verzorgt. Vooral de bonsai Tang Gaozong  - door haar vernoemd naar de Chinese keizer - heeft haar speciale aandacht. Ze leest hem zelfs voor.

Pamela 'wilde al geisha zijn sinds ze de leeftijd had om iets te willen worden'. Ze raakte als kind al gefascineerd door Yoko Tsuno, een stripfiguurtje, en heeft zich uiteindelijk helemaal in de leefstijl van geisha's verdiept en handelt, kleedt en leeft ook als een geisha. In het winkeltje draagt ze de make-up en de kleding van deze vrouwen. Verder heeft zich de rituele manier van thee schenken eigen gemaakt, verstaat ze de kunst van ikebana (Japans bloemschikken) en leert ze Japans kalligraferen van de vrouw van haar Japanse 'peetvader' en weldoener. Elke dag leert ze bij totdat ze uiteindelijk de perfecte geisha zal zijn. Ze weet dat ze nog een lange weg te gaan heeft. 


Daarnaast maken we kennis met de Bretonse Thad. Als kind was hij gefascineerd door de cowboy gespeeld door Steve McQueen en de 'Sprinkhaan' uit tv serie Kung Fu. Hij was beide! Maar later raakte hij geïnspireerd door het boek De steen en de sabel (een levensgids, zowel op spiritueel als krijgsgebied) waarin de Weg van het zwaard werd toegelicht. Nadat hij dat verhaal gelezen had leefde hij volgens de richtlijnen van het boek. Dat moraal niet hoog in het vaandel stond maakte hem niet uit. Thad is nu een echte samoerai, een krijger, en die laat zich niet afleiden door vrouwen.


Maar als Thad het Japans winkeltje bezoekt, is te begrijpen dat bij beiden de vonk levensgroot overslaat. Alle twee zijn ze immers geheel gefascineerd door Japanse oude tradities en kunstvormen. Hij ziet hoe bijzonder en verfijnd zij is. Hij weet na zijn bezoeken aan Japan hoeveel moeite het kost om een goede geisha te zijn. Hij ziet dat haar make-up, kleding en geboren tot in de perfectie zijn verzorgd. Zij ziet in hem onmiddellijk de man die begrijpt wie zij is en waarom.


En zo gebeurt het dat ondanks Thads afkeer voor een binding met een vrouw het altijd verrassende lot beslist dat Pamela en Thad voor elkaar bestemd zijn en de twee krijgen een relatie die alle verwachtingen overtreft. De band die ze hebben is intens. Maar Thad verdwijnt soms en zegt niet waarheen hij vertrekt. Iets voor zijn werk, meer wil hij daarover niet kwijt. Wij als lezer weten wel wat zijn werk inhoudt, werk voor een samoerai... Maar Thad kan zijn werk niet meer goed doen, het gaat hem tegenstaan. Hij weet dat zijn liefde voor Pamela teveel gevoel in hem oproept en gevoel hebben kan niet bij wat hij doet. "Hij had geen keus meer, hij moest nu weggaan, de manier vinden om al dat geweld dat in hem school te laten verdwijnen."
En zo komt het dat Thad op een dag vertrokken is... "Ik ga weg, sorry", is de enige verklaring die Pamela te lezen krijgt.


Pamela is compleet kapot, totaal radeloos. Het kan niet en mag niet dat het zo eindigt en ze besluit Thad te volgen naar Japan, want dat hij daar zit, staat voor haar met honderd procent zekerheid vast. En zo vertrekt ze naar Japan, een land waar ze nooit is geweest en zelfs de taal niet spreekt.


We volgen vervolgens de twee afzonderlijk, Thad voert een heftige strijd met zichzelf evenals Pamela die haar hoge verwachtingen over Japan enorm moet bijstellen. Ze leren beiden de les van hun leven... Beiden missen elkaar enorm, maar als zij elkaar tegen alle verwachting in zouden terugvinden zijn zij dan nog wel dezelfde mensen die ze zo liefhadden?


Natuurlijk is het een liefdesverhaal maar wel een bijzondere. De Japanse sfeer en het peilloze mysterie van een diepere soort aantrekkingskracht dat de twee omringt maakt dat het boek uitstijgt boven andere boeken in dit genre. Naast de relatiesfeer komen we ook veel te weten over de Japanse tradities en met name over het leven van de geisha's en hun betekenis in Japan. Het leest als een verfijnd sprookje met realistische ondergrond. Lezen!


ISBN 9789028427358 | Paperback | 255 pagina's | Uitgeverij Wereldbibliotheek | mei 2018

© Dettie, 19 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Reisverslag van een kat
Hiro Arikawa


Ik ben een kat. Een naam heb ik nog niet.- Er schijnt in dit land een eminente kat te zijn geweest die dat ooit heeft gezegd. Hoe eminent die kat werkelijk is geweest weet ik niet, maar ík heb wel een naam. Op dat punt win ik het van hem. Of die naam mij bevalt is een ander verhaal. Hij staat namelijk in schril contrast met mijn geslacht.


Aan het woord is Nana, een kater, die vanwege een knik in zijn staart genoemd is naar het Japanse cijfer zeven. Als baasje heeft hij Saturo Miyawaki gekozen, de eigenaar van de zilverkleurige minivan met de prettige zonverwarmde motorkap waar Nana bij voorkeur zijn middagdut op deed.
Saturo merkte op een dag, na het boodschappen doen, Nana op en zocht gelijk, gek als hij op katten is, gelijk wat te eten voor de zwerfkat die als twee druppels water lijkt op Hachi, (cijfer  acht) de kat uit zijn jeugd. Uiteindelijk geeft hij Nana een van de plakken vlees die op zijn sandwich zitten. Wat Nana het volgende doet opmerken:


"Je bedoelt dat ik dit zo moet opeten? En die hand van je, als ik een dichterbij probeer te komen, dan... Maar zo'n grote homp vlees krijg ik niet al te vaak voorgeschoteld, dus hm, ik denk dat we een deal hebben.
Zodra ik van het stuk vlees begon te schrokken, gleed er een stel vingers onder mijn kin en achter mijn oren. Hij krabde me zachtjes. Soms sta ik mensen van wie ik eten heb gekregen toe om me heel eventjes aan te halen, maar deze jonge vent deed het wel erg gewiekst."


Al het vlees van de sandwich wordt aan Nana gegeven.

"In ruil voor zijn offerande liet ik me naar hartelust aaien tot het langzaamaan tijd werd om de tent te sluiten. Maar juist toen ik mijn poot wilde heffen om hem weg te werken, zei hij gedag.
[...] Nou ja zeg, ook zijn timing was gewiekst"


Nadat Nana aangereden werd en Saturo hem verzorgde besluit Nana in te blijven maar natuurlijk wel op zijn voorwaarden. Er moet samen wel gewandeld worden...
Ze zijn hevig verknocht aan elkaar en hebben het goed samen.

Maar na vijf jaar gebeurt er iets waardoor Saturo voor Nana een ander thuis moet zoeken. Hij heeft diverse vrienden gemaild die toegezegd hebben voor Nana te willen zorgen. En zo komt het dat ze samen in de zilverkleurige minivan stappen en op reis gaan. Want Saturo wil wel met zijn eigen ogen zien dat Nana het naar zijn zin heeft.

Vanaf dit moment verandert de toon van het boek. Waar aanvankelijk alles vanuit het perspectief van Nana vertelt werd, wordt nu het verhaal afgewisseld met vertellingen over en door de mensen die Sakuro opzoekt en komen we te weten waardoor hij een band met hen heeft.  In feite vormen deze vertellingen het levensverhaal van Saturo, een leven dat niet makkelijk is geweest. Het zijn soms ontroerende of schrijnende verhalen. Duidelijk is wel dat alle mensen erg veel om Sakuro geven vanwege zijn zachte karakter, zijn vriendelijkheid en milde manier van dingen bekijken.


Ondertussen moet Nana bekijken of het hem bevalt bij deze mensen en dat verwoordt hij op zijn eigen markante, licht cynische kattenmanier. Het valt niet mee zo'n beslissing te nemen als je eigenlijk helemaal niet weg wil...


En dan komen we er achter waarom Saturo afstand moet doen van Nana. Natuurlijk wist Nana dat allang! Zoiets voelen katten aan, zegt hij, maar toch... eens zal de reis voorbij zijn en de beslissing genomen moeten worden.  Maar Nana zet alles op alles om hun reis zo lang mogelijk te rekken.


Het is een boek waarin prachtig de onvoorwaardelijke liefde tussen mens en dier weergeven wordt, maar ook een boek over vriendschappen die toevoegen, die staan als een huis. Hiro Arikawa heeft dit op een erg mooie manier weten te verwoorden.
Meer moet er niet over het boek gezegd worden. Gewoon lezen!


ISBN 9789026341281 | hardcover | 239 pagina's | Uitgeverij Ambo|Anthos | april 2018
Uit het Japans vertaald door Sander Schoen

© Dettie, 16 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kukolka
Lana Lux

Ze noemen haar Kukolka, wat popje betekent, maar eigenlijk heet ze Samira. Ze groeit op in een kindertehuis in de jaren negentig in de Oekraïne. Een hardvochtig bestaan met weinig liefde, heel veel regels, veel pesterijen en vernedering en veel straf. Ze heeft één troost daar, haar vriendin Marina. Maar Marina wordt geadopteerd door pleegouders en verhuist naar Duitsland. Ze houden contact en Kukolka wil vanaf dat moment maar één ding… ook naar Duitsland, bij Marina zijn en het goed hebben. Ze krijgt een pakket uit Duitsland en een brief van Marina waarin staat dat ze ook bij hen in Duitsland moet komen wonen, er staat al een logeerbed wat je onder haar eigen bed kunt schuiven voor haar klaar. Ze vlucht, zeven jaar oud, uit het kindertehuis, en komt op straat terecht. Daar ontmoet ze Rocky die zich over haar ontfermd. Ze komt terecht in een leegstaand huis met andere kinderen, zonder stroom, gas, licht, water of toilet, maar met een eigen sofa om te slapen. Ze raakt als snel bevind met de oudere Lydia die zich over haar ontfermd.


Rocky laat de kinderen bedelen en zakkenrollen, en Kukolka  met haar lange zwarte haren en grote blauwgroene ogen behaalt hoge dagopbrengsten. Rocky is gek op haar. Hij belooft haar dat hij een deel van het geld van haar opbrengsten apart zal leggen om voor haar te sparen zodat ze een treinkaartje naar Duitsland kan kopen en naar Marina kan. Deze belofte blijkt uiteraard op leugens gestoeld, wat tot een diepe ontgoocheling leidt als ze dat ontdekt. Als Kukolka terwijl ze staat te zingen op straat de knappe Dima tegenkomt, die zich over haar wil ontfermen, laat ze dan ook alles achter en gaat met hem mee. Ze is dan tien jaar.


Dima neemt haar mee naar Duitsland, waar hij woont en schimmige zaken doet. Ook hij doet mooie beloftes, hij zal voor haar op zoek gaan naar het adres van Marina. Al lezend dreint het woord “loverboy”, wat in het boek nergens voor komt, inmiddels al bladzijdes lang dreigend door je hoofd. En niet ten onrechte. Dima deelt haar op feestjes met zijn vrienden, maar daarnaast komen al snel de klassieke verhalen over schulden die hij heeft en dat hij het niet overleefd als zij hem niet helpt, één keertje maar, en voor ze het weet komt ze in de kinderprostitutie, kinderhandel en vrouwenhandel terecht.


Je hart breekt bij het lezen van dit boek keer op keer. Kinderen die drugs gebruiken om te overleven, kinderen die uitgebuit worden en aangezet tot bedelen en zakkenrollen, kinderen die honger lijden, kinderen die dood gaan, pedofilie, kinderprostitutie van zéér jonge meisjes. Het wordt expliciet beschreven en je houd het er bijna niet droog bij, terwijl je tegelijkertijd razend bent… op systemen wereldwijd die kinderen tussen de mazen van het net door laat glippen waardoor ze in een niemandsland terecht komen waar iedereen misbruik van hen kan maken en aan hen kan verdienen, op de daders die weerloze meisjes misbruiken en uitbuiten, op de klanten van zulke jonge en kwetsbare meisjes, op de wereld waarin zulke gruwelijke zaken op een dergelijk grote schaal gebeuren dat er hele industrieën van kinder- en vrouwenhandel  omheen gebouwd zijn, en op iedereen, inclusief mezelf, die wel weet dat dit soort dingen op zulke grote schaal gebeuren, maar niets doet.


Het is een confronterend en hartverscheurend boek. Geen ontspannen literatuur voor het slapen gaan en wellicht ook niet voor alle lezers geschikt. Je wilt het als lezer niet weten, je wilt de confrontatie met zoveel leed en misbruik uit de weg gaan. Maar het gebeurt, en het moet op de kaart gezet blijven worden. Dit boek zal daar zeker aan bijdragen en is in die zin een belangrijk boek.


Dat Kukolka al op bladzijde één je hart steelt, en dat er toch nog een soort van happy end in zicht is, hélpt wel gelukkig. Al breekt op de laatste bladzijdes helaas nog één keer je hart.


Lana Lux werd in 1986 geboren in de Oekraïne. Op tienjarige leeftijd vluchtte ze met haar ouders naar Duitsland. Ze studeerde voedingswetenschappen en volgde een toneelopleiding. Kukolka is haar debuut.

ISBN 9789046823569 | Paperback | 301 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | mei 2018
Vertaling Marcel Misset

© Willeke, 7 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een portret van Emily Price
Liefde, kunst & familiegeheimen in zonnig Italië
Katherine Reay


Emily Price mag graag dingen repareren. Niet alleen in haar werk als restaurateur, maar ook in de rest van haar leven. Zo probeert ze haar zus Amy, die het nooit lang volhoudt in haar banen, aan nieuw werk te helpen. Als hobby schildert ze zelf niet geheel onverdienstelijk, maar haar stillevens hebben net niet genoeg leven en bij haar portretten worden de ogen niet helemaal treffend.


Voor haar werk reist Emily van Chicago naar Atlanta, waar ze in een afgebrand huis, met name een muurschildering van een meisje op een schommel, moet herstellen. Door Joseph, een collega restaurateur, wordt ze in de stad opgevangen en naar het restaurant Picollo gebracht, dat van zijn oom en tante is. Daar ontmoet ze ook Benito, kortweg Ben, de broer van Joseph, die erg op hem lijkt. Al tijdens deze eerste ontmoeting vult ze een zin van Ben aan. Het gaat niet zo goed met het restaurant en Ben, die zojuist is overgekomen vanuit Italië, wil zijn oom en tante helpen. Hij wil zowel het menu als het interieur helemaal veranderen.


De volgende dag wordt Emily ontslagen. Het project dat ze nu doet, zal haar laatste zijn. Na haar werk rijdt ze naar Piccolo en in een opwelling biedt ze Ben aan om ook te helpen met het restaurant. Twee weken lang werkt ze overdag in een studio of in het afgebrande huis en gaat ze ’s avonds naar Piccolo, om daar de handen uit de mouwen te steken. Samen met Ben maakt ze plannen over hoe het restaurant eruit moet zien, koopt ze alle benodigdheden en gaat ze aan de slag. Tijdens het werken praten de twee voortdurend. Zo komt Emily te weten dat Ben eerst niet eens wist dat hij een oom en tante had, tot Joseph hem dat recent vertelde, en dat hij zijn broer al achttien jaar niet gezien had.


Ze wordt smoorverliefd op Ben. Als Amy ineens in Atlanta is, raakt ze bang dat haar zus Ben af zal pakken.


Alle jongens die ze op de middelbare school van me afgepakt had, trokken in een waas aan me voorbij. Een paar waren puur en alleen met mij uitgegaan om met mijn zusje te kunnen aanpappen. We leken weliswaar op elkaar, maar zij had iets wat ik niet had – vita. Ik was als Piccolo zoals het er voor Bens komt had uitgezien, terwijl zij het nieuwe Picollo was.


Emily heeft echter niets te vrezen, want na de twee weken vraagt Ben haar ten huwelijk. Ze zegt ja en de volgende dag geven ze elkaar het ja-woord. Omdat Emily toch geen baan meer heeft, kan ze direct met haar kersverse man mee naar Italië. Daar ligt haar toekomst.
In Italië aangekomen, bekruipt haar echter de twijfel. Het is allemaal zo snel gegaan, dat zaken niet zijn doorgesproken. Zo blijken Emily en Ben in het huis van Bens ouders te gaan wonen.


Boven aan de trap was het huis in twee stukken verdeeld. Hij wees naar één van de slaapkamers. ‘Dat is mijn kamer. Nu onze kamer.’ Hij praatte snel verder, maar na het woord onze hoorde ik niks meer. Bedoelde hij nou dat we hier zouden gaan wonen? Waarom hoorde ik dat nu pas?


Ben is steeds in familierestaurant Coccocino aan het werk. De ingrediënten van zijn gerechten en van het leven waren simpel. Water. Gist. Bloem. Zout, Liefde. Maar samen vormden ze een prachtig geheel.
Als Emily daar wil helpen, loopt ze iedereen alleen maar voor de voeten. Ze wordt door Italianen La moglie del pizzaiolo genoemd:  de vrouw van de pizzabakker. Bens moeder Donata lijkt haar totaal niet te mogen en met de gezondheid van Bens vader Lucio gaat het niet goed. Emily bemoeit zich met de beste intenties met haar schoonzus Francesca, maar ook dat valt niet goed bij Donata.


Maar langzaam vindt Emily haar weg. Ze maakt een portret van Lucio en restaureert een plafondschildering in de bibliotheek van het huis. Ze crost op een Vespa naar het dorp Montevello en in de omgeving. Op verzoek van Lucio herstelt ze in het geheim ook de overschilderde muurschildering in de kerk van het dorp, die Joseph daar lang geleden maakte. Naarmate ze meer wattenbollen en oplosmiddel gebruikt, vraagt ze zich af of ze met het blootleggen van de schildering ook het familiegeheim zal onthullen.


Het is een vrij lijvig boek (349 pagina’s met kleine letters) voor wat in wezen een dun verhaal is, maar dat is in het geheel niet storend. De auteur schildert zelf met woorden, laat je meeleven met Emily’s gevoelens en meegenieten van de mooie omgeving. Je raakt nieuwsgierig naar wat het familiegeheim zal zijn en hoe het Emily en haar nieuwe familie zal vergaan.
De titel van het boek is prachtig toepasselijk, omdat het verhaal een portret schetst van de hoofdpersoon, maar Emily zelf in het boek ook portretten maakt.
Een romantische roman, zonder (te) zoetsappig en voorspelbaar te zijn.


ISBN 9789029727983 | Paperback | 352 pagina's | Uitgeverij Kok | juni 2018
Vertaald door Patricia Pos

©Trenke Riksten-Unsworth, 3 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het eeuwige leven
Matt Haig

‘Regel één is dat je niet verliefd wordt,’ zei hij. ‘Er zijn ook andere regels, maar dit is de belangrijkste. Niet verliefd worden. Niet verliefd blijven. Niet dagdromen over liefde. Als je je daar maar aan houdt, komt het wel goed met je.’


Hier spreekt Hendrich, de oprichter van het genootschap van de Alba’s, oftewel Albatrossen. In tegenstelling tot de gewone mens, die ze ‘eendagsvliegen’ noemen, verloopt het verouderingsproces bij de Albatrossen heel langzaam.
Er bestaat in werkelijkheid een ziekte die progeria heet: lijders worden vroeg oud en sterven jong, maar lijders aan de fictieve ziekte anageria doen precies het tegenovergestelde. Ze worden ook nauwelijks door ziekte getroffen. Ze kunnen wel ruim 700 jaar oud worden, maar omdat geen mens dat gelooft, weet ook niemand dat zij bestaan. Daar komt nog bij dat als het toch uit dreigt te komen, een ‘ongeluk’ in een klein hoekje blijkt te zitten, want dat regelt Hendrich dan.


‘Leven is het ultieme voorrecht, dus ik verkeer tussen de bevoorrechte personen op deze planeet. Jij zou ook dankbaar moeten zijn. Tot ver in het volgende millennium zul je hier zijn. Langer dan ik. Je bent een god, Tom. Een god op aarde. Wij zijn goden en zij zijn eendagsvliegen. Je moet van je goddelijke bestaan leren genieten.’


Ook Tom Hazard is een Alba. Hij is in 1581 geboren in Frankrijk, als Estienne Thomas Ambroise Christophe Hazard. Hij had al vele levens geleefd voor hij opgenomen werd in het Genootschap als ook nadat hij Alba werd. Nu heeft hij er genoeg van. Hij wil een gewoon leven. Hij is Tom Hazard, ongeveer veertig jaar, geschiedenisleraar op een school in Londen.  En dat wil hij blijven.


Maar Hendrich zit hem achter zijn vodden. Als lid van het Genootschap heb je namelijk verplichtingen, waar je aan moet voldoen in ruil voor bescherming, en hulp bij het verkrijgen van weer een andere identiteit. En hij heeft een troefkaart: Tom is namelijk in zijn eerste leven verliefd geweest op Rose, een eendagsvlieg, met wie hij een dochter kreeg. Marion. Tom liet vrouw en dochter in de steek, omdat hij vreesde voor hun leven. Had hij immers al niet de dood van zijn moeder veroorzaakt? 
Als hij jaren later terugkomt, heeft Rose de pest en zal spoedig sterven. Maar eerst laat ze hem beloven dat hij Marion zal zoeken. En vinden, want zijn dochter is net als hij, ze veroudert nauwelijks. Hendrich belooft Tom dat hij haar zal vinden, zoals hij vele anderen al gevonden heeft.


Tom zit klem: hij moet Marion vinden, dat heeft hij beloofd, en als hij Hendrichs hulp wil, moet hij opdrachten vervullen. En niet verliefd worden, regel nummer één? Hoe kun je zoiets voorkomen? Op zijn school leert hij namelijk Camille kennen…
Een onmogelijke opdracht en de liefde, zullen ze Tom de das omdoen?


Het eeuwige leven is een ontroerende roman met fantasy-elementen. Want anageria, zoals in dit boek beschreven bestaat niet. Het zou wel kunnen dat Matt Haig zich gebaseerd heeft op een soort wel bestaande ziektes waarbij kinderen niet oud worden vanwege een grove fout in de genen, maar dan heeft hij de verschijnselen zo aangepast dat er een vrij romantisch beeld ontstaat. Want eeuwenlang leven, in staat zijn je daadwerkelijk te herinneren hoe het leven was drie- , vier- of vijfhonderd jaar geleden? Zou je dat niet willen, als tegelijkertijd je lichaam niet noemenswaardig veroudert?


Matt Haig schetst de romantiek die met anageria verbonden is, maar laat ook de negatieve kanten zien: Hendrich heeft het Genootschap opgericht om zo de mensen te kunnen beschermen tegen wetenschappers die zouden willen weten hoe de verschijnselen ontstaan en zich ontwikkelen. Niet altijd voor de juiste doeleinden. Dat is een goed uitgangspunt, alleen blijkt Hendrich door te schieten in zijn opzet.
Tom wil een gewoon leven leiden, maar dat lijkt onmogelijk. Of kan het misschien toch?


‘Andere dieren kennen geen vooruitgang, wordt gezegd. De menselijke geest zelf gaat niet vooruit. We blijven dezelfde opgehemelde chimpansees, alleen met steeds grotere wapens. We beseffen dat we net als al het andere alleen maar een massa kwanta en deeltjes zijn, en toch blijven we onszelf onderscheiden van het heelal waar we deel van uitmaken, blijven we onszelf een betekenis geven die uitstijgt boven die van een boom, een rots, een kat of een schildpad.’


Behalve een prachtig verhaal, dat gaat over liefde en verbondenheid, de kracht van intermenselijke relaties, is het een roman met een boodschap. Hoogmoed kenschetst de mens. Kom maar eens van je voetstuk af, lijkt Haig te willen zeggen. Het leven door de eeuwen heen is een herhaling van zetten en we beseffen het niet en leren er dus ook niet van. Deze boodschap brengt hij op een heel prettige manier: we gaan in het verhaal van de ene tijd in de andere over, hij heeft meer een kleine gebeurtenis of een woord nodig om ons weer mee te nemen in de tijd, met sympathieke personages en biedt dan misschien toch nog hoop:


‘Het is duidelijk. In de ogenblikken die barsten van het leven, duurt het heden eeuwig en ik weet dat er nog veel meer hedens zijn om te leven. Dat snap ik. Ik snap dat je vrij kunt zijn. Ik snap dat je de tijd kunt stilzetten als je je er niet langer door laat leven. Ik verdrink niet meer in mijn verleden en ik ben niet meer bang voor de toekomst.’

Matt Haig (1975) is de auteur van vijf romans, waaronder de bestseller De Wezens. Zijn werk wordt gepubliceerd in meer dan dertig landen en de filmrechten van zijn debuut The Last Family in England (2004) zijn gekocht door de productiemaatschappij van Brad Pitt.
Een Jongen Met De naam Kerstmis veroverde al menig kinderhart. Het eeuwig leven zal dat bij de volwassenen doen.


ISBN 9789048840168 | paperback | 352 pagina's | Lebowski | april 2018
Vertaald uit het Engels door Monique ter Berg

© Marjo,  21 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pleisterplaats Belleville
Peter Lenssen


‘Tijd is een monsterlijk mechaniek. Onbarmhartig accuraat. Wat er ook gebeurt, al sterven duizend geliefden, het raderwerk loopt door. Rimpelloos. Zonder ophouden. Wreed. Het knabbelt steeds een randje van de toekomst af. Hoe anders het verleden. Schimmel die niet te verwijderen valt. Barsten, richels, vuile kreuken. Het verleden is een weemoeddrager.’


Belleville, oorspronkelijk een zelfstandige gemeente, werd in 1869 door Parijs geannexeerd. Het is de wijk waar beroemde mensen als Edith Piaf en Maurice Chevalier geboren zijn, waar bekende romans gesitueerd zijn (Romain Gary). Er ligt een prachtig park in deze wijk, en de hoofdpersoon in dit verhaal, een journalist die schrijft – schreef, moet ik zeggen – over mensenrechtenkwesties en mensenrechtenactivisten, zwerft door deze wijk met zijn warrige stratenplan en beschrijft wat hij ziet.


‘Zeker in het begin verdwaald ik er geregeld. Ik hanteerde toen nog een rechthoek: de Boulevard de Belleville, de Rue de Belleville, de Rue de Ménilmontant en de Rue Pixérécourt. Ze vormden de zijden die, althans  voorlopig, de grens markeerden van mijn wandelingen. Ik bezocht winkelstraten, verlaten kasseisteegjes en kruiste steeds de trappen van het geaccidenteerde Parc de Belleville. Omhoog. Omlaag. Opdat ik in beweging was. Met de dwangmatigheid van een hamster in een draaiwiel.’


Paul rouwt. Hij is zijn grote liefde kwijt, zijn mooie John stierf aan kanker. Dat was op dezelfde dag als de aanslag op Charlie Hebdo, een nieuwsfeit waar Paul normaliter zeker aandacht zou hebben besteed. Maar nu kwam er niets uit zijn handen. Na een aantal maanden en een therapie die niet helpt, gaat hij op aandringen van zijn zus Martha naar Parijs, waar hij gelukkig was met John. Een vriend biedt hem zijn appartement aan. In Belleville.


Herinneringen bestormen hem. Overal is John. En via hem, die hem altijd steunde, zijn er ook de plekken waar Paul getuige was van onrecht die hij dan omzette in woorden. Vooral het verhaal van Aysel zit hem nog dwars. Zij, net vrij uit de Turkse gevangenis, neemt hem mee naar het Taksimplein in Istanbul, waar zij terecht komen in een oproer, die onverwacht hard neer wordt geslagen. Paul verliest Aysel in het gedrang uit het oog. Hij zoekt haar ook als hij weer terug is in Nederland, maar er is geen teken van leven en hij vreest het ergste.


Hij voelt schuld: hij heeft haar in de streek gelaten.
En weer dwaalt hij door de straten. Urenlang.


Tot eindelijk iets hem triggert om een wat contact te maken met de medebewoners. Een poes, een witte poes die iedere dag zijn appartement binnenkomt door het raam. Symbolischer kan haast niet. En dan op het moment dat hij weer open begint te staan voor de wereld, ontmoet hij Barry, een Amerikaanse fotograaf. Nieuwe kansen lijken zich aan te bieden…


Een korte inhoud doet dit boek geen recht. Haast op iedere pagina wordt de lezer geraakt, gegrepen, ontroerd of tot nadenken gedwongen. Peter Lenssen heeft met dit verhaal enkele schokkende gebeurtenissen uit een recent verleden met elkaar verbonden.


Het verhaal dreunt na, zoveel impact heeft het. Lenssen omschrijft waar nodig is, om weer te versnellen voor meer indruk op belangrijke gebeurtenissen. Heen en weer in de tijd gaan we, om te kunnen begrijpen waar Paul mee worstelt, de emoties voelbaar van begin tot eind.


Zomaar ergens openslaan: er is een gesprek met een Koerd: 'Het is een oorlog die nooit zal eindigen.'


In Istanboel met Aysel, zegt zij: 'Ik moet bekennen: niet eerder heb ik zoveel demonstranten op het Taksimplein gezien. Althans, ik heb het nooit meegemaakt. Mensen hebben geen angst meer.'


'Er was angst. Gevloek. Agressie die niet ophield omdat zij zich erin mengde. Het slokte haar op. Het moeras opende zich en klapte dicht. De bek van een moorddadig monster.'

Of heel simpel: 'Dit had John moeten meemaken.'


Peter Lenssen met ‘Pleisterplaats Belleville’ werd genomineerd voor de Halewijnprijs 2018, waarvan de winnaar in januari 2019 bekend wordt gemaakt. ‘De Halewijnprijs’ is een literatuurprijs van de stad Roermond, die jaarlijks toegekend wordt aan een literair talent dat, naar de mening van een deskundige jury, op grond van de kwaliteit van haar/zijn verschenen werk extra belangstelling verdient.


Een fantastisch boek dat niet alleen in Roermond, maar in het gehele Nederlandstalige gebied, en ook daarbuiten meer aandacht verdient!


ISBN 9789062659913 | Hardcover | 331 pagina's | Uitgeverij in de Knipscheer | februari 2018

© Marjo, 18 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER


 

Zondagskind
Alsof opgroeien nog niet genoeg is
Judith Visser


Twaalf jaar geleden las ik Tegengif, het debuut van Judith Visser, een apart boek dat toentertijd veel stof deed opwaaien vanwege de inhoud. Het verhaal ging namelijk over een jong meisje dat de prostitutie in gegaan was nadat ze haar grote liefde met een andere vrouw in bed betrapt had.  Persoonlijk vond ik het geen slecht verhaal, het boeide wel, hoewel het her en der nog wat rammelde, wat een debutant vaak eigen is. Ook het vervolg Tinseltown was apart en goed geschreven. Maar de twee boeken waren verhalen over dezelfde jonge vrouw maar er bleef afstand. Je voelde je niet betrokken, het was verstrooiing, prettig leesbaar, toch maakte het een blijvende indruk.


En nu las ik Zondagskind en ben bijna verbijsterd over de groei van Judith Visser. Het is nauwelijks te geloven dat zij dezelfde schrijfster is van boeken als Tegengif en Tinseltown. Hoewel die in hun genre zeker niet slecht zijn, staat Zondagskind mijlenver van deze boeken af. Het steekt er met kop en schouders bovenuit. Dit is het échte werk.


Na de inleiding trek Judith Visser je gelijk de wereld in van Jasmijn Vink, geboren in 1978. Jasmijn vertelt ons haar verhaal. Je voelt je gelijk betrokken bij het vierjarige kind dat de wereld niet erg begrijpt. Ze voelt zich prima bij haar moeder en Senta, haar hond. Ze kan al lezen en luistert graag naar sprookjes die op bandjes ingesproken zijn. Ze heeft moeite met spreken tegen vreemde mensen, daarvoor moet ze ze eerst beter kennen. Maar kinderen moeten naar school, en dat blijkt een ramp voor Jasmijn te zijn. De eerste dag is verschrikkelijk.


Het felle licht kraste in mijn ogen. Overal waren stemmen, zo luid alsof ze allemaal tegelijk in mijn oor schreeuwden.
'Geef terug!' riep ene jongen, die Ramon heette.
'Nee!' Colette rende weg. Ze hield een brandweerautootje hoog boven haar hoofd.
Ramon stormde brullend achter haar aan.
'Pak me dan als je kan!' Colette maakt gillende sirenegeluiden. Zij vond het hier blijkbaar wél leuk.
Ik zat op de grond in de poppenhoek en drukte mijn handen tegen mijn oren.  De vloer dreunde van Ramons gestamp. Zijn rode trui flitste voor mijn ogen, dezelfde kleur als die van de brandweerwagen in Colettes handen en de wangen van Mathilde. De hele wereld was rood, en de kleur sloeg tegen mijn hersenen. Bam-bam-bam. Ik kneep mijn ogen dicht.[...] De trillingen van de grond kropen in mijn lichaam. Mijn tanden klapperden.


Jasmijn loopt onmiddellijk weg. Dit is teveel, deze kakofonie van geluiden, indrukken, prikkels, kleuren, het is véél te veel. Het is duidelijk dat er iets met Jasmijn aan de hand is. Maar het zijn wel de jaren tachtig. Er werd nog weinig aandacht geschonken aan kinderen die anders dan andere kinderen reageerden. Volgens de algemeen heersende opvattingen zal Jasmijn wel wennen aan school en dan zal het wel beter gaan.

Natuurlijk is dat niet zo. We volgen Jasmijns leventje, gezien door haar ogen en het kan haast niet anders dan dat je meeleeft met het meisje dat zich met veel moeite staande houdt in een voor haar onbegrijpelijke wereld. Ze snapt niet waarom ze naar school moet, waarom ze niet mag lezen in de klas, waarom Senta niet mee mag naar school.
De juf heeft moeite met het zwijgzame kind dat eigenlijk haar leeftijd ver vooruit is. Ze begrijpt het stille meisje niet, verbiedt haar dingen die voor Jasmijn een noodzaak zijn om alles aan te kunnen. Ze wil bijvoorbeeld dat Jasmijn hand in hand met andere kinderen loopt, dat is veiliger, maar Jasmijn kan het niet. Alleen oma, papa, mama en haar broer mogen haar aanraken.
Het is allemaal aanstellerij volgens de juf...


Moeder en Senta zijn Jasmijns grote rustpunten. Moeder accepteert Jasmijn volledig, ze laat het kind met rust, zegt dat 'ze nu eenmaal zo is' maar weet niet hóe belangrijk haar gedrag voor Jasmijn is. Jasmijn heeft behoefte aan regelmaat, aan ijkpunten. Ze wil de wereld begrijpen maar dat lukt maar niet. Ze gebruikt ook een bijna volwassen taal, die benadrukt hoe anders haar belevingswereld is van de kinderen om haar heen. Ze wil zo graag dingen snappen, erbij horen maar ook met rust gelaten worden.


En zo lezen we het ontroerende verhaal over een meisje dat opgroeit tot jonge vrouw, die langzamerhand haar draai probeert te vinden en zichzelf leert te accepteren, hoewel dat niet makkelijk is. Haar omgeving begrijpt haar en vooral haar gedachtegang niet en dat is voor Jasmijn weer onbegrijpelijk.


Judith Visser heeft zonder het woord te noemen prachtig de innerlijke strijd van iemand die het aspergersyndroom heeft, weergegeven.  Het knappe is dat Jasmijn geen stakkertje is geworden, integendeel, het is een sterke meid die doet wat ze kan in de voor haar zo onbegrijpelijke wereld. Met vallen en opstaan komt ze steeds verder en zie je haar groeien en opbloeien. Het is vooral omdat het verhaal vanuit Jasmijn zelf verteld wordt dat het zo'n impact heeft.
Het boek moest na lezen even een paar dagen bezinken en gaf veel stof tot nadenken. Prachtig! Ik heb in geen tijden zo'n invoelend en goed geschreven boek gelezen. Elk woord staat op zijn juiste plek. Vooral lezen!


Judith Visser (1978) kwam er op volwassen leeftijd achter dat ze het syndroom van asperger heeft. Door haar ervaringen kon zij dit boek ook schrijven. Het is bijna een monument voor mensen met het syndroom van asperger maar ook geeft het enorm inzicht in het syndroom voor mensen die het niet hebben. Een prachtig bewaarboek.


ISBN 979402701173 | Paperback | 478 pagina's | Harper Collins | april 2018

© Dettie, 12 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Tussenpersoon
Maan Leo


Een onbekende Nederlandse man in Qatar laat een Nederlandse escortgirl overkomen om met haar een week in op de bovenste verdieping van een chique hotel te vertoeven. We ontmoeten de dame, Audrey is haar werknaam - haar echte naam komen we niet te weten - op het vliegveld. Al vanaf de eerste pagina wordt duidelijk dat ze alles onder controle heeft, ze is tot in de details voorbereid, make-up, haar, lingerie, kleding, alles voor iedere mogelijke gelegenheid en situatie en alles met militaire precieze in haar koffer gepakt. Aangekomen op hun hotelkamer blijkt haar opdrachtgever nog afwezig en begint het wachten en vervelen, iets wat een voorbode van de komende dagen blijkt te zijn; hij gaat en het is onduidelijk wanneer hij thuiskomt. Zij wacht en verveelt zich, leest de Koran op het nachtkastje en vergrijpt zich aan de M&M’s van de minibar.


De man blijkt vanaf het begin ongrijpbaar, hij vertelt niets over zichzelf, maar omschrijft zichzelf als tussenpersoon. Dat kan van alles zijn, bepeinst ze, een dealer, een pooier, een heler, een spion, maar ook een ambassadeur, een onderhandelaar of een mediator. Al vermoedt ze eerder dat zijn professie met duistere zaken te maken heeft.


Vanaf het eerste moment verloopt alles anders dan ze zich voorgesteld had. Ze is gewend de controle te hebben, de macht in het spel, maar de rollen lijken deze keer omgedraaid. Er ontstaat een psychologisch spel waarin hij de macht heeft en zij juist meer en meer haar grip verliest op alles waar zij goed in is. Op alles ook waar ze haar eigenwaarde uit haalt. Ze wil gezien worden, ze wil aanbeden worden, ze wil verbinding maken, maar het lukt niet. Ze wil winnen van deze man, maar hoe harder ze haar best doet, hoe meer terrein ze verliest en hoe minder de tussenpersoon geeft, hoe harder zij gaat werken. Het brengt haar uit haar evenwicht, ze voelt zich uit haar rol gevallen. Het is een machtspel waarin de grenzen steeds een beetje verlegd worden, en uiteindelijk verliest ze ook zichzelf.


Steeds wordt, als terloops, in het boek een link gelegd met een andere man in haar leven die onbereikbaar is, haar vader die vroeg in haar jeugd weg ging en net als de tussenpersoon nooit echt te bereiken is. Het zet je aan het denken. Doet ze daarom wat ze doet? Om gezien te worden, erkend te worden? Want dat is wat ze het meest zoekt in haar bestaan en in haar werk; erkenning. Daarbij wil ze de macht hebben, de controle, maar precies dat is wat bij de tussenpersoon niet lukt en haar tot radeloosheid drijft. Hij ontneemt haar alles waar ze goed in is en op een gegeven moment zelfs letterlijk alle attributen en make up die ze daarvoor nodig heeft. Alles waar ze haar eigenwaarde en identiteit aan ontleent. Is ze nog wel wie ze is, als ze niet meer kan waar ze zo goed in is. Wat blijft er zonder die façade van haar over? Ze voelt zich onthecht en vervreemd van alles, van hem, maar vooral van zichzelf.


De setting van het boek is, juist daarom, ijzersterk gekozen, er zijn waarschijnlijk weinig plekken op de wereld zo vervreemdend en tegenstrijdig als Qatar. Ultramoderne wolkenkrabbers die onder middeleeuwse omstandigheden worden gebouwd, mannen met een bedoeïenmentaliteit die zaken doen in een postindustriële samenleving, de extreme hitte buiten, de aicro-kou binnenshuis. En zij als zwoele dame in de straten van Doha, waar de meeste vrouwen in zwart gehuld zijn waarbij slechts hun ogen te zien zijn. Haar innerlijke ontreddering en tegenstrijdige gevoelens in combinatie met het eindeloze lethargische wachten sluiten perfect aan bij deze onthechte omgeving, waar ook de moraal zichzelf tegenspreekt. Officieel mag er niets, maar onder de bovenlaag gebeurd er van alles. Alles is paradoxaal. Wat zij doen is per wet verboden, maar gebeurd tegelijkertijd op grote schaal omdat, zoals de tussenpersoon het zo mooi uitdrukt, de moraal van het emiraat een bepaalde elasticiteit bezit, die ook nog eens van persoon tot persoon weer verschild. Het versterkt de vervreemding en onthechting van Audrey die meer en meer haar evenwicht en grip op de situatie en zichzelf verliest.


Het is een intrigerend boek over macht en identiteit. Over dat als je alles verliest waar je je identiteit uit haalt, of dat nu uiterlijk is, of waar je professioneel goed in bent, je ook jezelf totaal kunt verliezen. De seksscènes zijn zeer expliciet, wat mij betreft iets te, maar dat kun je met de thematiek van het boek wellicht verwachten. Hoewel het, mede daardoor, niet het soort boek is wat mij doorgaans aanspreekt, intrigeerde het boek me toch. Het is goed geschreven en het zet je aan het denken over motieven en identiteit. Wat zijn de diepste drijfveren van een mens? En wat gebeurt er met je als dat waar je je eigenwaarde uithaalt, wegvalt. Mede door deze essentiële vragen bleef ik lang nadat ik het uit had toch nog over dit boek peinzen. Wat bij mij altijd een goed teken is.


ISBN 9789046823163 | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | mei 2018

Willeke, 5 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER