Nieuwe boekrecensies

altVerkeerde sneeuw
Thomas Verbogt


In het leven van een veertigjarige man, de ik-figuur, zijn een paar dingen voorgevallen waardoor hij zich teruggetrokken heeft met zijn collega. Samen vertalen zij de gedichten van een Franse dichteres, Thérèse Gibian.


Tien maanden eerder gebeurden er twee dingen, die geen raakpunten leken te hebben. Een vriendin van vroeger die hij al jaren uit het oog verloren is, liet hem weten dat er een reünie zou komen, weliswaar pas een paar maanden later, maar dan wist hij het vast. Het ging om een vriendengroepje dat in dezelfde straat woonde.


De man is gescheiden, maar heeft nog wel contact met zijn ex. Hun dochter Jessica woonde nog bij hem. Zij deed eindexamen, en zou binnenkort uit huis gaan. Op een dag komt Jessica met Elze aangezet, die bij haar op school zit en nog één jaar te gaan heeft. Zij is weggestuurd van een Zwitserse kostschool, heeft geen contact met haar moeder, maar ze wil over deze dingen niet praten. Of Elze dat ene jaar bij hun in huis kan wonen? Jessica gaat toch immers weg.  De man accepteert en natuurlijk gebeurt er wat je op dat moment al verwacht. Maar Elze is een vreemde, onberekenbare jonge vrouw. En de man nogal lijdzaam.


‘Zal ik het anders vragen?’ vroeg Sylvia. ‘Is ze goed voor je?‘
Ik probeer goed voor haar te zijn.‘
’Dat is geen antwoord.’
‘Dat is wel een antwoord.’
‘Voor mijn part. Maar ze is niet goed voor je. Daarvoor is ze ook niet bij je. Er is iets. Met haar. Ik merk dat aan jou. Dat verontrust me. Er is iets, geloof me.’


Het verhaal kabbelt voort, zoals de man zijn leven ook van moment tot moment beleeft. Pas als enkele dingen hem opvallen, gaat hij eens nadenken. Over zichzelf, over zijn leven. De conclusies die hij moet trekken zijn niet zo prettig…


Thomas Verbogt
(1952) heeft inmiddels al meer dan twintig titels op zijn naam staan. Dit is een van zijn vroege romans, in een bundeling met twee andere.

ISBN 9789046806296 | paperback | 268 pagina's | Nieuw-Amsterdam | mei 2009
Heruitgave van de eerder in 1994 verschenen roman.

© Marjo, 23 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Mr Gwyn
Alessandro Baricco


Mr Gwyn is schrijver en heeft een paar succesvolle boeken op zijn naam staan, maar nu wil hij geen boeken meer schrijven. In zijn column in de krant deelt hij dit mee aan zijn lezers. Niemand gelooft hem, want dat zeggen alle schrijvers wel een keer. Hij draait wel bij. Dat denkt ook Tom, zijn uitgever en vriend. Maar Mr Gwyn is vastbesloten. Op zijn woord terugkomen druist trouwens in tegen zijn principes. Dus nee, hij is gestopt.

Na een paar jaar begint het echter toch te kriebelen. Hij wil iets op papier zetten, maar boeken, dat kan niet. Dan ontmoet hij in het ziekenhuis een oude dame met een regenkapje, die daar zit uit te rusten en te schuilen voor de regen. Hij raakt met deze interessante dame in gesprek en laat zijn beurt voorbij gaan. Samen komen ze tot de conclusie dat Mr Gwyn kopiist zou moeten worden, niet van teksten of cijfers, maar van mensen.

Mr Gwyn broedt op dit idee, maar komt er niet uit. Misschien dat een gesprek met de dame met het regenkapje nog wat oplevert, maar hij kan haar niet meer vinden. Onderweg komt hij terecht in een galerie. Hij is onder de indruk van de schilderijen. Het raakt hem hoe de schilder zijn modellen portretteert, wat dat met hen doet, hoe het hen tot de kern van henzelf brengt en opeens weet hij hoe hij het kopiist-zijn vorm moet geven: geschreven portretten!

Hij gaat op zoek naar een geschikte ruimte. Die moet aan veel eisen voldoen. Het moet er volkomen rustig en stil zijn. En liefst in een bepaalde staat van verval verkeren met vochtplekken op de muren, zichtbare waterleidingbuizen en vlekken op de vloer. Hij laat speciale gloeilampen maken, die na een aantal dagen één voor één uit zichzelf moeten doven en ook de muziek, meer een geluidencollage, wordt voor hem gecomponeerd. Hij richt de ruimte sober in met een paar stoelen en een bed.

Uiteindelijk is alles gereed om exact die sfeer te scheppen, waarin het model zichzelf kan zijn en Mr Gwyn kan werken. Het model moet daar vier uur per dag naakt rondlopen of zitten en Mr Gwyn zal hem of haar in die tijd bekijken. Er mag niet gesproken worden, op een enkel moment na.
Onderwijl voert Mr Gwyn nog een paar gesprekken met de dame met het regenkapje, die inmiddels helaas niet meer tot deze wereld behoort. Ze is een beetje sceptisch over het geheel, maar geeft hem het voordeel van de twijfel.

Mr Gwyn gaat aan de slag. Zijn eerste (proef)model is Rebecca, de stagiaire van zijn uitgever Tom.Gaandeweg die eerste sessie - die een maand in beslag neemt - raak je zelf helemaal in de ban van het gebeuren. De verstilde sfeer in dat atelier wordt zoetjesaan magisch. Alles gaat perfect. Na een gespannen begin voelt Rebecca zich volkomen op haar gemak. Er ontstaat een hele intense en zuivere relatie tussen artiest en model.

Opeens besef je dat Baricco met zijn boek eigenlijk hetzelfde aan het doen is. Hij bouwt de relatie met zijn lezer zorgvuldig op, als een kaartenhuis. Het wordt dan erg spannend of hij er niet een kaart verkeerd op zal leggen waardoor de boel instort. Éen foute handeling van een personage, één verkeerde opmerking of een kromme zin of taalfout van de vertaalster en de betovering is verbroken. Tot mijn grote geluk gebeurt dat niet (dank aan de vertaalster Manon Smits!) en blijft het verhaal staan als een huis.

Rebecca krijgt haar portret en gaat daarna voor Mr Gwyn werken. Ze plaatst de advertenties en screent de modellen, die elk een flink bedrag neertellen voor een persoonlijk verhaal. Tot het op een dag fout loopt en Mr Gwyn verdwijnt. Of toch niet?

Dit is een boek dat nauwgezet balanceert tussen magie, absurditeit en werkelijkheid, met hier en daar een vleugje humor en een intense diepgang in de relatie tussen Mr Gwyn en Tom en Mr Gwyn en Rebecca. Alles heel subtiel in evenwicht.
Dit is het zesde boek van Baricco dat ik las en voor mij tot nu toe zijn beste. Perfect in balans en volmaakt afgerond.


ISBN 9789023468189 | paperback | 160 pagina's | De Bezige Bij | september 2012
Vertaald door Manon Smits

Berdine, 21 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBrandende kolen
Caspar Visser- ‘t Hooft


Op aandringen van zijn zus begint Dagobert het verhaal op te schrijven dat zich vijfentwintig jaar eerder heeft afgespeeld, en waarin de achtergrond uit de doeken wordt gedaan van de man die aangeduid wordt als Beaugeste. Hij is een moderne Robin Hood. Met zijn ludieke acties wil hij de aandacht vestigen op de hypocrisie van de huidige maatschappij en de mensen aan de kaak stellen die onder het mom van ‘de wereld verbeteren’ zelf hun zakken vullen. Arme mensen geven geld om de puissant rijken te kijk te zetten.


Ooit begon het als een wraakactie ten aanzien van een sekteleider: tijdens zijn speech die zoals altijd eindigde met een oproep geld te geven werd hij bedolven onder bergen chocolademunten. ‘Burning coals, BC’ noemt Beaugeste zijn organisatie, naar analogie van wat in de Bijbel staat:


‘dat wanneer iemand een mantel van je afpakt, je hem ook je onderkleed moet geven, en dat wanneer iemand je dwingt om honderd meter af te leggen, je tweehonderd meter met hem moet meelopen. Op die manier stapel je brandende kolen op zijn hoofd, dat wil zeggen: je maakt hem ten schande.’


Maar eerst en vooral gaat de vijfentwintigjarige Dagobert op avontuur, op zoek naar zichzelf. Naar een nieuwe naam, want de naam die hij bij zijn geboorte kreeg, de naam van zijn grootvader, bevalt hem niet. Als hij een Vlaamse legende leest over een naamloze vondeling die op reis gaat om zijn naam te vinden, besluit Dagobert ook zoiets te doen. Al is de herfst al begonnen, hij pakt zijn motor en vertrekt.  Om mooie en magische avonturen te beleven, interessante mensen te leren kennen en misschien, en passant,  zichzelf te vinden.

Zoals Le Grand Meaulnes dat enkele eeuwen geleden deed, beleeft Dagobert – als Robert - een avontuur dat magisch aandoet: mensen uitgedost als ridders op paarden kruisen zijn pad. Na dit avontuur in de Ardennen vervolgt hij zijn tocht naar Duitsland, om druiven te plukken aan de Moezel – als Richard. Vandaar verwijst men hem naar een dorp in de Elzas, en logeert hij bij een textielfabrikant, waar hij - als Daniel - helpt een verbouwing in diens huis te voltooien. Het echte avontuur daar is evenwel de confrontatie met een man die wat betreft zijn valse bedoelingen precies past in het plaatje van BC: een man die zich verrijkt ten koste van anderen. ‘Rijkdom waaraan meer dan een vlekje zit’.


Op dat moment kent Dagobert Beaugeste en zijn acties nog niet. Pas als hij verblijft bij Béatrice en de man die een van zijn beste vrienden zal worden, Jean-Luc, maakt Dagobert kennis met de man over wie hij nu geregeld in het nieuws leest. Zoals wij dan weer lezen in het persoonlijke kanttekeningen.

Caspar Visser ’t Hooft laat zijn protagonist een bijzonder boek schrijven. Robert vertelt het verhaal over zijn avonturen in de derde persoon en houdt een persoonlijk logboek bij over zijn leven in het heden, daarmee de lezer een unieke kans gevend:


‘Laat de lezer deelnemen aan het creatieve proces, een boek is een interactief gebeuren.’


Deze afwisseling tussen een avonturenverhaal en persoonlijke notities werkt zeer sterk. ‘het eerste niveau is dat van een simpel verhaal, het tweede dat van de beschouwingen waar mijn herinnering aanleiding toe geven.’ Vooral in het logboek worden allerlei steken onder water uitgedeeld: naar de moderne literatuur, naar de grote graaiers, naar het moderne Europa.


Caspar Visser ‘t Hooft
(1960, Straatsburg) beschouwt zichzelf als én Nederlander én Fransman. En inderdaad: je merkt het aan de soms plechtstatige taal - hoewel in Brandende Kolen minder dan in de eerdere romans - en aan de sfeer van de vaak beschouwende maar zeker niet saaie scenes. Zijn boeken zijn geen openlijke protesten, maar het is duidelijk welk soort mens voor hem centraal staat: een sociale, weldenkende figuur, niet alleen begaan met zijn medemens, maar ook met de natuur.  Vriendschap en samenwerking, verdraagzaamheid en openheid, buiten je comfortzone treden om het ware leven te ontdekken, het zijn thema’s die we in al zijn boeken terugvinden.
Brandende Kolen biedt avontuur en stof tot nadenken. En nodigt uit tot meerdere malen lezen.


ISBN 9789086841417 | paperback | 191 pagina's | Uitgeverij IJzer| april 2017

© Marjo, 16 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Seringenmeisjes
Martha Hall Kelly


Kasia Kuzmerick was zo trots als een pauw toen Pietrik, op wie ze smoorverliefd was, haar namens het verzet steeds grotere opdrachten toevertrouwde. Ze wilde maar al te graag helpen haar thuisland Polen tegen Hitler en zijn nazi’s te beschermen. Dat ze grote risico’s moest nemen, nam ze voor lief. Het is alleen nooit de bedoeling geweest dat ook haar dierbaren voor haar ongehoorzaamheid moesten boeten. De rest van haar leven zou het schuldgevoel haar geen moment meer met rust laten. Omdat Kasia onvoorzichtig is geweest, werden zij, haar moeder, haar zus Zuzanna, Pietrik en zijn zusje Luiza door de Duitsers opgepakt.


Het hevig geschrokken groepje belandde in het kasteel van Lubin waar nog meer arrestanten waren. De mannen werden van de vrouwen gescheiden en Kasia, haar moeder, Zusanna en Luiza werden op de trein naar het concentratiekamp Ravensbrück, waar alleen vrouwen verbleven, gezet. Vanaf dat moment was het voorgoed met het kleine beetje onbezorgdheid dat hen nog restte gedaan.


Ook de Duitse Herta Oberheuser belandde in Ravensbrück. In tegenstelling tot Kasia was ze verguld met haar verblijf in het kamp. Herta was geen gevangene maar een arts. Voor de oorlog begon werd ze als vrouwelijke arts nauwelijks serieus genomen maar in Ravensbrück mocht ze eindelijk het operatiemes hanteren. Dat haar patiënten helemaal geen operatie nodig hadden, deerde haar niet. Zonder enige vorm van schuldgevoel voerde Herta in opdracht van haar meerderen experimenten op de kampbewoners uit. Voor een glorieuze toekomt van Duitsland, had ze alles over.


Ook Kasia belandde op de operatietafel van Herta. Haar been werd opengesneden waarna er lichaamsvreemde voorwerpen tussen het weefsel werden gestopt. Ook haalde Herta een stuk bot weg. Het doel van deze experimenten was het verzamelen van informatie die van nut kon zijn voor het behandelen voor allerhande verwondingen die de Duitse soldaten aan het front opliepen. Kasia en de andere slachtoffers liepen gruwelijke infecties en ziektes op die nauwgezet werden bestudeerd. Kasia had het geluk het er levend vanaf te brengen, iets waar lang niet iedereen in slaagde. Degenen die na lange tijd naar de barakken terugkeerden werden de Konijnen genoemd vanwege hun huppende gang en het feit dat ze als proefkonijnen waren gebruikt.


Terwijl Kasia voor haar leven vocht en Herta zonder wroeging mensen verminkte, werkte de Amerikaanse Caroline Ferriday, een voormalig Broadwayactrice, als vrijwilligster bij het Franse consulaat. Toen Hitler steeds meer delen van Europa binnenviel, nam de angst toe. Caroline stond alle bezorgde burgers zo goed mogelijk te woord en stortte zich fanatiek op het samenstellen van hulppakketten voor Franse weeskinderen. Zelf had Caroline geen kinderen en ook geen echtgenoot. De liefde in haar leven was een beantwoorde maar onmogelijke liefde. Hoewel Caroline haar hulpvaardigheid vooral op de Franse burgers richtte, zou ze zich jaren na de oorlog over Kasia en de anderen Konijnen ontfermen. Hoe dat precies in zijn werk is gegaan, wordt in deze aangrijpende, op ware gebeurtenissen gebaseerde, roman onthuld.


Helaas hebben de Konijnen echt bestaan. Maar liefst 74 Poolse vrouwen hebben de marteloperaties van Herta Oberheuser moeten doorstaan. In een toelichting achterin het boek vertelt schrijfster Martha Hall Kelly dat de personages Kasia en Zuzanna Kuzmerick losjes op de zussen Nina en Krystyna Iwanska zijn gebaseerd. Net als Herta heeft ook Caroline Ferriday echt bestaan. Zij was, naast een enorm goed mens, ook een groot liefhebber van tuinieren. In 1999, 9 jaar na het overlijden van Caroline, bezocht Martha Hall Kelly haar prachtige huis en tuin in het Amerikaanse Bethlehem. Toen ze de sfeer van het huis in zich opnam, zag ze een foto van een groep vrouwen van middelbare leeftijd. Toen ze de gids naar de foto vroeg, vertelde deze haar over de Konijnen. Vanaf dat moment liet het verhaal van Caroline en de Konijnen haar niet meer los.


Jarenlang verdiepte Martha Hall Kelly zich in de hartverscheurende geschiedenis van de Konijnen en in 2010 is ze vanuit de Verenigde Staten met haar zoon naar Ravensbrück gereisd om de omgeving waar alles had plaatsgevonden met eigen ogen te aanschouwen. Na deze aangrijpende reis was ze klaar voor het schrijven van deze fictieve roman waarin ze alle verkregen informatie heeft verwerkt. Drie jaar lang heeft ze vrijwel onafgebroken geschreven en haar inspanningen hebben tot een indrukwekkend resultaat geleid.


Het verhaal is zo levensecht dat ik regelmatig even op adem moest komen. Het is en blijft onbegrijpelijk wat mensen elkaar in de Tweede Wereldoorlog hebben aangedaan. Daarnaast gaat dit verhaal ook na de oorlog verder. Met het eindigen van de oorlog kwam er immers niet automatisch een einde aan het leed. Zo verdwenen Kasia en Zuzanna achter het IJzeren Gordijn waar hun de broodnodige medische zorg werd ontzegd. Naast lichamelijk leed was er ook veel psychische schade. Martha Hall Kelly beschrijft heel treffend hoe Kasia door schuldgevoelens verteerd werd en nauwelijks als moeder en echtgenote kon functioneren.


Juist tijdens deze onrustige tijden is het goed om Seringenmeisjes te lezen. Wie dit boek leest zal nog lang aan de Konijnen denken en beseffen dat we nooit, nooit opnieuw de fout moeten maken anderen niet langer als gelijken te beschouwen.


ISBN 9789026337673 | paperback | 495 pagina's | Ambo|Anthos| mei 2017
Vertaald door Marcel Rouwé & Iris Bol

© Annemarie, 9 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSchaduwvrouw
Margarita Molina

Niet alleen de liefde tussen man en vrouw is onderwerp van deze biografische roman. De liefde voor het koude natte Nederland enerzijds en de warme Antillen anderzijds vormt eveneens een belangrijk onderdeel.
Margarita Molina heeft de reis tussen beide werelden zeer vaak afgelegd. In beide landen, beide culturen heeft ze liefdes beleefd en geluk en verdriet gekend. Heen en weer, hoe moest ze kiezen? In de Antillen vond ze haar grote liefde, maar meer dan een schaduwvrouw werd ze niet. Het leven in de Antillen was te onzeker, ze keerde terug naar Nederland.


Haar grote liefde, Roy, stuurde haar brieven, gedichten vooral ook, maar op enkele korte gelukkige episodes na, deelden zij nooit elkaars leven. Hij is de ware liefde, maar Margarita deelde haar leven met diverse mannen: Janus, haar echtgenoot tot twee keer toe; Karel, haar minnaar met wie ze een zoon deelde, Roderick; en Sven, de man met wie ze tenslotte toch op de eilanden neerstreek en een bestaan opbouwde.


De tegenstellingen zijn groot: tussen de twee werelden net zoals tussen de mannen. In een bijna feitelijke stijl vertelt Margarita Molina over haar liefdes en over hoe zij sterk genoeg was om het te redden ondanks haar verkeerde keuzes. Steeds opnieuw trapte zij er in. Bij haar eerste echtgenoot bijvoorbeeld. Ze zag hoe hij iedereen van alles beloofde en ze zag dat hij desondanks niets deed. Hoe kon het dan gebeuren dat ook zijzelf in die val trapte? Maar er was een excuus: hij was als een vader voor haar zoon, die de zijne niet was.


Het boek geeft ook een beeld van de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Als vrouw ontsnappen uit een relatie die niet goed voor je was, dat was niet zo eenvoudig als dat tegenwoordig is.
Binnen de vrijheid van de jaren zestig daarentegen slaan alle riemen los, hoewel een werkende vrouw nog steeds met de nek werd aangekeken.
Ook de maatschappij op de Antillen krijgt er van langs. De corruptie, het gemak waarmee men leefde zonder zich te houden aan bepaalde regelgeving. Een voorbeeld is hoe Margarita stopt voor een oranje verkeerslicht, zoals zij dat in Nederland gewend is. Haar achterligger rijdt haar aan, en beschuldigt haar: waarom rijdt ze niet door zoals iedereen op de eilanden doet?


Er wordt veel gereisd, over de hele wereld, niet alleen tussen Nederland en de Antillen. Waarom er overigens steeds sprake is van ‘de Antillen’, terwijl er duidelijk sprake is van Curaçao (‘overrijpe banaan’) is niet duidelijk.
Als het noodlot overal een einde aan maakt, keert de rust terug in haar leven. Dan schrijft Margarita Molina haar verhaal op: haar debuut.
Haar verhaal wordt veelvuldig onderbroken door gedichten. Van Roy, van Sven en van haarzelf.

ISBN 9789062659333 | paperback | 278 pagina's | In de Knipscheer| november 2016

© Marjo, 5 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altIn het voorbijgaan
Het was aan de Boulevard Saint-Michel
Jean-Laurent Caillaud


‘U die hier voorbijgaat, wilt u een gedachte wijden aan Frédéric. Hij is voor u gestorven op 21 augustus 1943, 19 jaar oud. Hij was mijn beste vriend. Na de oorlog wilde hij een wereldreis gaan maken.'


Dit briefje hangt aan een gedenkplaat zoals er zoveel zijn, herdenkplekken waar we vandaag de dag voorbij lopen zonder er een gedachte of een blik aan te wijden.
Het briefje is een oproep om te denken aan deze Frederic, veel te jong gestorven.
Emma is een jonge vrouw die niet alleen het briefje ziet maar ook een klein berichtje terug schrijft.


Het wordt een hele briefwisseling, allemaal briefjes die aan de gedenksteen bevestigd worden. Behalve de oudere man – hij is een vriend van de gestorvene, dus moet ook al bijna 80 jaar oud zijn – en Emma, zijn er nog anderen die deelnemen: een tweetal Duitse toeristen die vis hun voorvaderen te maken hadden met de oorlog. En de conciërge die moppert over de troep die het wordt door al die briefjes en wie moet dat allemaal opruimen?
Emma wordt nieuwsgierig, ze wil de man leren kennen. Maar hij wil niet gekend worden, het kost Emma vele naspeuringen. Beetje bij beetje ontdekt ze wie hij is. Maar nu nog ‘waar’ hij is!


In het voorbijgaan is waarschijnlijk fictief, ondanks dat het boekje begint met de opmerking dat de briefjes verzameld en geordend zijn. Noch de gedenksteen, de oude man, noch de briefjes kunnen geauthentiseerd worden. En een oplettende lezer weet dat het niet kan dat de conciërge haar rol speelt én dat het boek op waarheid berust.


Het is een briefroman over het feit dat we moeten blijven denken aan al die mensen die voor ons hun leven hebben gelaten. Gedenk de betekenis van oorlog en voorkom herhaling. Alleen de lezer daar op wijzen maakt dit boekje al belangrijk genoeg.


Jean Laurent Caillaud
woont in Suresnes. Hij was juridisch verslaggever en is nu hoofdredacteur van het tijdschrift Demeures et chateaux. Parijs en zijn inwoners is zijn grote liefde.

ISBN 9789049950965 | hardcover | 112 pagina's | Mistral| oktober 2008
Vertaald uit het Frans door Parma van Loon

© Marjo, 2 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tweelingmuziek
Victoria Schuurman


De tweeling Kristinia en Esther zijn totaal verschillend van karakter. Esther - de oudste - was een knappe meid, stapte onverschrokken op alles af en was vooral met zichzelf bezig. De zachtmoedige, hooggevoelige Kristinia voelde zich vaak de mindere van haar zus.  Zij was volgens de normen minder aantrekkelijk om te zien maar haar vriendelijke aard compenseerde die 'lelijkheid' ruimschoots. We volgen in dit boek het leven van beide vrouwen.


Het verhaal begint met een aantal pagina's uit het dagboek van Kristiania, zich afspelend in het heden, die toewerkt naar een vioolconcert welke zij zal spelen op haar zeventigste verjaardag.  De tweeling groeide namelijk op in een muzikaal gezin. Toen ze de geschikte leeftijd hadden bereikt, mochten ze een muziekinstrument kiezen om te leren bespelen. Esther koos voor de cello en bleek een natuurtalent. Kristinia koos de viool en speelde verdienstelijk maar niet subliem. Esther werd een wereldberoemde, gevierde celliste.


Kristiania ging een heel andere kant op en volgde meer haar gevoel dan dat ze carrièregericht was. Maar ze wil nu wel één keer in haar leven schitteren op het podium en studeert al twee jaar hard om het vioolconcert zo goed mogelijk te volbrengen. Over vier dagen zal het eindelijk zover zijn. De dominante Esther vindt het maar niets, Kristiania is volgens haar niet begaafd genoeg, ze zal zichzelf belachelijk maken. Maar voor deze ene keer drijft Kristiania haar eigen zin door.

Ook Esther schrijft in een dagboek waarvan we af en toe delen kunnen lezen. Daaruit blijkt hoe zeer ze met zichzelf is ingenomen en hoe superieur ze zich voelt aan haar zus. Zelfs de man waar haar zus verliefd op was, gunde ze haar niet, ze trouwde zelf met hem. Het was een goed huwelijk ondanks de ergernissen over de mindere muzikale begaafdheid van haar man en zijn grote interesse voor het antroposofische gedachtegoed van Rudolf Steiner. Maar ook in het huwelijk vond Esther zichzelf het belangrijkste. Het kind - met het Downsyndroom - dat ze verwachtte wilde ze niet hebben, het zou haar carrière teveel in de weg staan, en natuurlijk was het Kristiania die aanbood het meisje, Sophie genaamd, groot te brengen.


Langzamerhand komen we erachter hoe enorm egoïstisch Esther eigenlijk is. Alles draait om haar. Maar nu komt ook Esthers zeventigste verjaardag in zicht en overdenkt ze haar leven en beseft heel goed wat ze allemaal gedaan heeft, hoeveel mensen ze gekwetst en neerbuigend behandeld heeft.
Cello speelt ze allang niet meer, haar huwelijk is gestrand maar toch blijft zij zich ver boven haar zus verheven,  zich niet beseffend dat die 'arme' Kristiania uiteindelijk een veel rijker en muzikaler leven geleid heeft. Esther wil schoon schip maken, schrijft zelfs een brief naar Kristiania, om ziichzelf te bevrijden van een loodzware last. Het is een brief die heel hard aan zal komen, zeker zo vlak voor het voor Kristiania zo belangrijke concert.

En dan is het zover, de dag dat de beide zussen zeventig worden, breekt aan. Kristiania wil haar zus niet zien voor het concert, ze weet hoe neerbuigend zij kan zijn. Ze ontvangt de brief... en aarzelt, ze kent haar zus inmiddels.
En Esther? Esther weet natuurlijk evengoed alle aandacht voor zich te winnen, maar niet op de manier dan iedereen verwacht had...


Het verhaal begint interessant en is boeiend. Afwisselend per hoofdstuk lezen we over de levens van Kristiania en Esther. Ook de schuingedrukte dagboekfragmenten, die hun huidige leven vertegenwoordigen, zijn het lezen waard en geven ons inzicht in de bijzondere gedachten van de twee vrouwen. Maar nadat beiden getrouwd zijn en Gerard, de antroposofische man van Esther, regelmatig zijn theorieën rond Steiner verkondigd, zakt het verhaal in. In feite voegen deze uiteenzettingen niet veel toe aan het verhaal. Ook het feit dat Sophie het Down-syndoom heeft, geeft geen meerwaarde. Hooguit lezen we dat mensen met dit syndroom meer kunnen dan vaak gedacht wordt. Maar voor het verhaal over de twee muzikale vrouwen heeft het kind verder geen betekenis. Hooguit om het verschil in karakter tussen de egoïstische Esther en warmhartige Kristiania te benadrukken.


Het boek heeft wel mooie, goed geschreven gedeelten. Het is echter jammer dat Victoria Schuurman teveel thema's heeft willen invoeren, dat maakt dat het verhaal over de twee vrouwen niet optimaal uit de verf komt. Er zijn teveel zijlijntjes. Maar dat neemt niet weg dat het wel een meeslepend en bijzonder verhaal is geworden dat ik met veel plezier gelezen heb.

ISBN 9789461537393 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Aspekt | mei 2015

© Dettie, 30 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ginny Moon heeft gelijk
Benjamin Ludwig


"We horen vaak over kinderen met een lichamelijk of geestelijke aandoening die iets speciaals hebben. De veertien jaar oude Ginny Moon is inderdaad speciaal maar niet omdat ze autistisch is. Ginny Moon is specialer dan ik kan beschrijven. Ze is een heldin, een dappere meid, die tot haar negende jaar het meest onvoorstelbare moest ondergaan."


Dit bovenstaande schreef ene Angela M. in een Engelse recensie. En ze heeft helemaal gelijk. Het verhaal over Ginny Moon is namelijk aangrijpend, hartverwarmend en ontroerend en bovenal krijg je enorm respect voor Ginny die door niemand begrepen en serieus genomen wordt. Toch vecht ze door met een ongelooflijke wilskracht om te doen waarvan zij vindt dat zij dat moet doen...


Het verhaal
Gloria, de biologische moeder van Ginny, was een gewelddadige aan drugs en mannen verslaafde vrouw. Ondanks dat ze gek op haar dochter was, kon ze niet voor haar zorgen. Als er weer een man in huis was dan werd er niet naar het meisje omgekeken dan bestond Ginny niet. Als ze lastig was of niet gehoorzaamde zaten de handen van moeder Gloria soms goed los. Ginny was dan ook graatmager toen ze door de Sociale Dienst bij de vloekende en tierende Gloria werd weggehaald.


Na drie pleeggezinnen waarin het niet klikte, lijkt Ginny nu op de goede plek terecht te zijn gekomen. Ze is geadopteerd en ze voelt zich veilig in 'Het Blauwe Huis' bij Maura en Brian, haar vader en moeder 'voor altijd'. Maura weet dat Ginny exact negen druiven moet eten 's ochtends anders is haar dag bedorven en Brian heeft precies de goede toon gevonden waardoor hij een fijn contact met Ginny heeft. Maar wat hij niet weet is dat Ginny verwoede pogingen doet om haar biologische moeder terug te vinden. Klasgenoot Larry en met name zijn facebookaccount helpen Ginny verder, waardoor ze zich op gevaarlijk terrein begeeft want moeder Gloria is nog steeds niet te vertrouwen. Ginny twijfelt, maar ze móet, hoe kan ze het contact aanpakken?


De geboorte van de kleine Wendy maakt echter dat in Het Blauw Huis ook alles anders wordt, bovendien triggert het Ginny op een enorme manier. Het haalt herinneringen naar boven die op zijn zachts gezegd niet prettig zijn. De drang om Gloria te zien wordt nóg groter.  Maar als je een aandoening hebt waardoor je niet altijd kunt zeggen wat je bedoelt en voelt dan kunnen dingen flink uit de hand lopen... Niemand begrijpt Ginny en ze snappen al helemaal niet dat ze steeds maar naar Gloria vraagt en telkens weer met haar in contact probeert te komen, ondanks alle ellende die ze met die agressieve, impulsieve vrouw mee heeft gemaakt.


Ginny voert gesprekken met haar begeleidster, de psychologe Patrice, een van de weinige mensen die ze voor honderd procent vertrouwt, maar ook Patrice komt er niet achter waarom Ginny steeds haar eigen glazen ingooit en waarom ze maar blijft herhalen dat ze Gloria moet spreken.


Wij als lezer, weten wél wat Ginny drijft, wij mogen haar gedachten namelijk lezen. Het is Ginny zelf die ons, op haar eigen uniek manier, haar roerende verhaal en worsteling vertelt.  Het duurt echter wel een flinke tijd voordat de reden van haar dwangmatige houding blootgegeven wordt, maar áls je het eenmaal weet dan breekt je hart bijna en hoop je zo dat iemand de strijd en worsteling van het meisje begrijpt en in gaat zien. De dappere Ginny raakt ellendig genoeg steeds meer de greep op haar leven kwijt en dat is zo te begrijpen. Ze wordt heen en weer geslingerd tussen haar gevoelens en haar eigen unieke logica. Ze weet wat ze moet doen, maar weet ook dat ze dan ook heel veel kwijt zal raken... Ze voelt zich langzaam wegzakken naar een Ginny die ze niet kent, bestaat ze eigenlijk wel?, vraagt de in feite eenzame Ginny zich inmiddels af. Gelukkig zijn er ook een heleboel mensen die wel erg veel om haar geven...


Het is zo'n boek waarmee je niet kunt stoppen, ondanks dat het verhaal je af en toe een brok in je keel bezorgt en diep raakt, maar je hebt gewoon geen rust totdat je weer verder kunt lezen. Je wilt en móet weten of het wel goed komt met die dappere, wijze Ginny met haar grote hart.

Het is overigens verbijsteren dat Benjamin Ludwig zich zo goed heeft weten te verplaatsen in het hoofd van een veertienjarig, autistisch meisje. Maar het feit dat hij en zijn vrouw zelf een autistische tiener hebben geadopteerd zal er ongetwijfeld aan flinke steen aan bijgedragen hebben.
Kortom, lezen dit boek! Het is prachtig.


ISBN 9789402725308 | Paperback | 382 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | juni 2017
Vertaald door Mieke Trouw

© Dettie, 25 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLand weg
Michiel Löffler

Als hun ouders gestorven zijn, blijven de twee broers alleen achter op de boerderij.
Twee kapiteins op een schip, dat kan niet, en op een dag besluit een van hen om te vertrekken. Waarheen? Geen idee. Hij zal vast wel iets vinden.


‘Moet je niets meenemen?‘ vraagt hij.
Zijn broer haalt de schouders op en kijkt hem aan, de blik is een beetje dof.
‘Wat?‘ vraagt zijn broer uiteindelijk.
‘Ik weet niet…’ zegt hij, ‘… je kunt toch niet zonder…’


De broer besluit dan maar het koffertje mee te nemen. Hij kijkt of alles er nog in zit.  ‘Twee pyjama’s, een ochtendjas, een handdoek en washand, een tandenborstel, kam en nagelgarnituur.’  Echt wat een volwassen vent meeneemt als hij op reis gaat!  Het blijkt tekenend voor zijn persoonlijkheid. Hij loopt gewoon weg, zomaar ergens heen. En inderdaad: hij ziet wel. Er is geen doel.


Maar het leven overkomt je gewoon: hij ontmoet een meisje. Een vreemd meisje met een groene hanenkam, die hem meteen duidelijk maakt dat zij hem niets te bieden heeft. Zij is niet van de mannenliefde. Het is duidelijk dat zij op de vlucht is voor haar verleden. Ze is ontheemd, net als hij is zonder boerderij. En het onverwachte gebeurt: de twee raken bevriend. Als ze zijn koffertje ziet, zegt ze: ‘Wat jammer dat je geen pantoffels hebt meegenomen…’ Maar een doel hebben ze nog steeds niet.


De broer voelt zich intussen op de boerderij erg alleen. Alleen met de koeien. De dichtstbijzijnde buur woont buiten gehoorsafstand. Hij doet zijn werk, maar kan er zijn ziel niet meer in kwijt. Hij bedenkt dat er misschien een vrouw moet komen. Maar ja, een buitenstaander, wat houdt dat in voor zijn rustige leventje?


‘De eerste koude nacht. 's Morgens is het gras nat en er hangen draden tussen de halmen, en als je op je knieën gaat zitten zie je een zilveren zee.De laatste zwaluwen, de kraanvogels. Een jaar voorbij.Het gras ligt op zolder, de koeien staan op stal, de sneeuw valt en smelt, het gras wordt groen, de lente komt.De eerste koude nacht.’


Het is niet een goedlopend verhaal met een (spannend) plot dat Michiel Löffler schrijft, het zijn fragmentarische sfeertekeningen. Maar de lezer begrijpt zonder problemen wat er speelt. Deze stijl past perfect bij hetgeen de broers beleven, meer woorden zijn niet nodig. Dat soms zinnen niet afgemaakt worden, of slechts bestaan uit een paar woorden, dat is ook helemaal passend. Het maakt het verhaal poëtisch. Een boerse poëzie.
Het wordt overigens niet met woorden aangeduid over wie er verteld wordt. Dat moet uit de tekst opgemaakt worden. Een verhaal dat des te indringender is omdat het in de tegenwoordige tijd verteld wordt. Ook de flashbacks. Twee broers, die ieder een zelfde soort ontwikkeling doormaken, die tegelijk zo anders is. 
Het is een boek dat je gerust tussendoor even ter hand kunt nemen om eens een stukje te lezen.


‘Als er minder woorden zijn begrijp je misschien meer.'


'De graslanden worden opgerold’


Michiel Löffler heeft biologie gestudeerd en woont sindsdien in een klein Lotharings dorpje. Hij heeft daar samen met zijn vrouw een geitenhouderij/kaasmakerij met internationaal gewaardeerde kaassoorten. En schrijft prachtige boeken.

ISBN 9789460683473 | paperback | 183 pagina's | Marmer| september 2016

© Marjo, 18 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Geraakt
Hans Münstermann


Een gebroken heup is geen pretje maar volgens Andreas’ vrouw Isis is er geen enkele reden tot zorg. Haar vader zal een nieuwe heup krijgen. Een weliswaar pittige maar vrij standaard ingreep. Isis zal voorlopig bij haar ouders in het oosten van het land blijven. Andreas hoeft zich niet bij hen te voegen. Hij kan in alle rust aan zijn nieuwe boek werken.


Andreas is blij dat zijn leven niet overhoopgegooid zal worden. Zijn nieuwe boek wil maar niet vlotten.  Het moet een biografie worden. Een novelle over de vrij onbekende blueszanger Robert Eden. Een man die ernstig ziek is. Andreas kent Robert Eden nauwelijks maar een ontmoeting in 1992 heeft een blijvende indruk op hem gemaakt. Toen de trein waarin ze beide zaten midden op de route tot stilstand kwam, raakten ze aan de praat. Er ontstond een vertrouwelijke sfeer en de zanger vertrouwde Andreas een zeer persoonlijke herinnering toe. Andreas is het nooit vergeten.


Er is weinig interesse in een roman over Robert Eden. Men heeft liever dat Andreas een boek over een BN’er schrijft. Over Harry Piekema bijvoorbeeld. Andreas wil geen biografie over Piekema schrijven. Het wordt een boek over Robert Eden en daarmee uit. Een echte biografie wordt het ook niet. Het gaat hem puur om de herinnering. De twintig jaar oude herinnering die maar door zijn hoofd blijft spoken. Het is alleen jammer dat de woorden maar niet willen komen.


In eerste instantie lijkt de operatie van Andreas’ schoonvader Tobias goed te zijn verlopen maar een koortsaanval gooit roet in het eten. Isis is bezorgd maar Tobias zelf is nog altijd goedgeluimd. Gelukkig lijkt hij weer snel op te knappen en Isis denkt er zelfs over weer naar huis te komen. Haar broer kan het stokje overnemen. Door een onverwachte ontwikkeling loopt alles echter in het honderd. Sinds de operatie heeft Tobias geen gevoel meer in zijn benen.


Het blijkt om een gigantische medische misser te gaan. De nieuwe heup zal Tobias beslist geen extra mobiliteit verschaffen. De artsen nemen onmiddellijk een verdedigende houding aan. Het zal een lange strijd worden om duidelijkheid en erkenning te krijgen. Andreas’ schoonmoeder is inmiddels ingestort. Het verpletterende nieuws was te veel voor haar.


Geraakt is niet het beste boek van Hans Münstermann. Hoewel ik wederom heb genoten van zijn prettige en gevatte schrijfstijl, bestaat het verhaal zelf uit een allegaartje van onderwerpen die samen een vrij onsamenhangend geheel vormen. Naast de mislukte operatie en het boek over Robert Eden komt ook een vernieling van een schilderij in het Rijksmuseum aan bod en wordt het Museumplein door Koerdische asielzoekers bezet. Geert Wilders heeft er een uitgesproken mening over en het gesprek met vrienden die Andreas’ tussen de bedrijven door bezoekt gaat alle kanten op.


Wat mij betreft vormt niet de mislukte operatie van Tobias maar het verhaal van Robert Eden de spil van het boek. De andere onderwerpen voelen niet afgerond. Ik hoop dat Hans Münstermann zich in een volgende boek, want dat moet er zeker komen, zich weer wat meer op een enkel onderwerp zal toespitsen.


ISBN 9789462970571 | paperback | 255 pagina's | Uitgeverij De Kring | mei 2017

© Annemarie, 13 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Camanchaca
Diego Zúñiga


Een jongeman rijdt met zijn vader en zijn nieuwe gezin door de Atacama-woestijn van Chili. De jongen, een adolescent, heeft zijn vader lang niet gezien, hun contact was na de scheiding van zijn ouders nog maar heel sporadisch. Hij woont, nadat hij en zijn moeder hun oude woonplaats jaren terug hals over kop ontvlucht zijn, bij zijn moeder, met wie hij een te hechte, tamelijk ongezonde, relatie heeft die hem tegelijkertijd verstikt en isoleert. Het gezamenlijke verleden van zijn ouders, met name van hun breuk, is in nevelen gehuld en ook de dood van zijn oom, de broer van zijn vader, is omgeven met geheimen. Er wordt nooit over zijn dood of over de omstandigheden van hun scheiding, die samen lijken te hangen, gesproken.


De maanden voor zijn vertrek heeft de jongen vanuit de wens een radioprogramma te maken, in de nacht interviews gehouden met zijn moeder en die opgenomen op cassettebandjes. Hierbij kwamen flarden van gebeurtenissen uit het verleden aan het licht en onderweg met zijn vader hoopt hij meer aan de weet te komen, al verlopen conversaties met hem, en eigenlijk met iedereen in het boek, over wezenlijke onderwerpen uitermate moeizaam. Bij een van de interviews zegt de moeder dat het soms beter is om niets te herinneren en die onwil tot herinneren en er over te praten karakteriseert alle personages.


Het boek is fragmentarisch geschreven, in korte hoofdstukken, die een paar pagina’s maar soms ook maar een paar regels beslaan en die zich afwisselend in heden en verleden afspelen. De titel van de roman, Camanchaca, verwijst naar de laaghangende mist die af en toe de smalle Chileense landstrook en de Andes helemaal toedekt. Het is een uitermate goed gekozen titel, want net als in die nevel zie je af en toe, als je goed kijkt, en in dit geval nauwkeurig leest, contouren van de waarheid opduiken en weer verdwijnen. Het beeld wordt nooit helemaal volledig er blijft veel ongezegd, er zijn veel speculaties en verschillende versies van gebeurtenissen, maar de contouren tekenen zich af.


Het is dan ook een boek wat zorgvuldig lezen en reconstrueren vereist. Er wordt niets recht toe recht aan onthuld, details over de jongen, het milieu waaruit hij voorkomt, zijn ouders, en hun verleden worden subtiel er terloops onthuld, maar toch zie je hem voor je, die veel te dikke, door zijn verleden beschadigde, onhandige jongen, met zijn slechte gebit. Klem tussen manipulerende ouders, die niet communiceren over heden en verleden.


De taal van het boek is prachtig. Je voelt bijna letterlijk de beklemming van de jongen en je ziet de verlaten mistige woestijn die zo goed de kern van dit boek weerspiegelt voor je, zonder dat het ook maar ergens kitsch wordt…


De kleur van de hemel; oranje, af en toe misschien wel paars. De woestijn blauw, alsof er een mantel overheen ligt. Verder niets. Mijn vader luistert naar de volgende cd, van een band die ik niet ken. Op de achterbank slapen de vrouw en haar zoon. De woestijn alsof hij op het punt staat te gaan slapen, liggend onder de blauwe mantel. En in de verte een dorpje. Een sliertje huizen
.


Juist door de fragmentarische stijl, vol kleine details die toch alles zeggen, is het een bijzonder boekje geworden, wat je op een namiddag zo weg leest en wat je met een beklemd gevoel en enigszins in verwarring achterlaat. Wat mij betreft een debuut dat smaakt naar meer.


Camanchaca
is het debuut van Diego Zúñiga, die voor zijn werk al diverse belangrijke Zuid-Amerikaanse prijzen ontving.


ISBN 978 90 797 70335 | Paperback | 139 pagina's | Uitgeverij Karaat | mei 2017
Vertaald door Merijn Verhulst

© Willeke, 9 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen liefde in Rome
Mark Lamprell


Je leest er in eerste instantie overheen, die noot van de schrijver voor in het boek, maar het blijkt de essentie van het boek:

‘Dit boek is en plein air geschreven, voornamelijk rondom de monumenten, straten en piazza’s van Rome. Het verhaal speelt zich af op een stuk of dertig locaties. Sommige details zijn gefingeerd, zoals de namen en het interieur van bepaalde hotels, maar verder is alles echt.’

Dan wordt - na een plattegrond van de stad Rome – de verteller voorgesteld:  Hij noemt zich de Liefdesgeest, en is een soort personificatie van Rome zelf, de beschermengel van de stad. Hij was er altijd al. Kent de stad door en door. Maar weet ook alles van de liefde. Zijn verhaal voert ons door de stad en gaat als volgt:

Een negentienjarige Amerikaanse, Alice, is niet bijzonder vergeleken met haar familie. Ze onderschat haar talent: ze is een meester in observeren, ziet de wereld in diverse kleurschakeringen, veel meer dan de doorsneemens. Ze kiest er voor te leren ontwerpen: kleding en accessoires. Als ze haar afstudeerproject presenteert, zegt haar professor iets eigenaardigs:


‘Wat doe je in je vakantie?’
(-) ‘Ik wil dat je ergens anders heen gaat. Ik wil dat je iets woesj doet.‘


En Alice vertrekt naar Rome. En laat de verloofde die haar familie gekozen heeft voor haar achter. Misschien ontdekt ze in deze oude stad wie ze eigenlijk is. Er staat haar iets bijzonders te wachten. Maar ook moet ze een lastige keuze maken.


In Rome zijn ook de Engelse vriendinnen Lizzie en Constance. Zij zijn reeds op leeftijd, Constance is onlangs weduwe geworden en heeft besloten de as van haar echtgenoot, die Lizzies broer was, uit te strooien in Rome. Het doel is de Ponte Sant’Angelo. Het zijn dikke vriendinnen, maar zij blijken niet alles van elkaar te weten.


En Meg en Alec, bijna twintig jaar elkaars levenspartner, zijn in Rome, om een bepaalde specifieke tegel te zoeken, voor in hun nieuwe huis. De gedrevenheid van de een leidt tot ergernis bij de ander, hun huwelijk wordt flink onder druk gezet.


Drie verhaallijnen. Mensen die elkaar niet kennen, en niets met elkaar te maken hebben. Toch moet er iets zijn wat hen verbindt. Of gaat verbinden.
Is het alleen hun aanwezigheid in Rome? Vast niet.
De verteller geniet – net als de lezer - van zijn manipulaties. Natuurlijk hebben de personages hun eigen plannen maar onze engel weet de situatie af en toe zo te veranderen dat er verrassende dingen gebeuren. Zoals hij al eeuwen doet.


Een fantastische originele roman, heerlijk als je zelf in Rome bent! Maar je hoeft de stad helemaal niet te kennen om te genieten van dit humoristische verrassende verhaal over liefde: een oude liefde, een jonge liefde, een bijzondere liefde, een haast belegen liefde, grappige liefde en verdwenen liefde, maar vooral een liefde voor Rome.


ISBN 9789400507616 | paperback | 256 pagina's | Bruna| oktober 2016
Vertaald uit het Engels door Saskia Peterzon-Kotte

© Marjo, 5 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe wezens
Matt Haig


De verteller van dit bijzondere verhaal is geen mens zoals jij en ik. Hij (niet zeker dat het een mannelijk specimen is) is een aliën. Een buitenaards wezen van ergens heel ver weg uit een ver sterrenstelsel, uit Vonnadorië. Hij is op aarde verschenen met een opdracht: een op aarde bekende wiskundige heeft de Riemann-hypothese bewezen, en dat belooft een ongewenste toekomst.

NB: het doet er niet zo veel toe wat die hypothese precies inhoudt maar voor de nieuwsgierigen onder ons:

In de getaltheorie, een deelgebied van de wiskunde, impliceert de Riemann-hypothese (RH) of het Riemann-vermoeden resultaten over de verdeling van de priemgetallen. Het vermoeden werd in 1859 door Bernhard Riemann geformuleerd.
Bron: Wikipedia


De oplossing zou wiskundig onderzoek radicaal veranderen, en de Hosts, de soortgenoten van de verteller hebben hem naar de aarde gestuurd om alle bewijzen te vernietigen. Ook de mensen die er kennis van hebben.


Het lichaam van Professor Andrew Martin, de wiskundige wordt overgenomen door de aliën, die vanaf nu Andrew zal heten. Door schade en schande zal hij moeten leren hoe het er op aarde aan toe gaat, want al heeft hij theoretische kennis - door midden van een capsule geleerd - de praktijk blijkt lastig. Mensen zijn eigenaardig. ‘Op aarde zijn, is bang zijn.’ Gevoelens bestaan niet waar de aliens vandaan komen, er bestaat geen dood, dus ook geen angst. 


‘Waar wij vandaan komen, bestaan geen namen, geen gezinnen die bij elkaar wonen, geen paren van mannen en vrouwen, geen chagrijnige tieners, geen gekte.’


Terwijl Andrew op zoek gaat naar de bewijzen die hij moet vernietigen, woont hij bij ‘zijn’ gezin, bij Isobel en hun zoon Gulliver, de weerbarstige tiener. En niet te vergeten de hond Newton! En het mens-zijn begint zijn lijf, zijn geest binnen te sijpelen. Dat maakt het lastig voor hem om bepaalde onderdelen van zijn opdracht te vervullen, en tenslotte stellen de Hosts hem voor een keuze. De gevolgen daarvan heeft hij helaas onderschat…


Een wonderlijke roman, waarin de schrijver het menselijk ras van buiten probeert te beoordelen. Hij waagt zich zelfs aan een soort godsbewijs.
De toon die Haig hanteert is vaak ironisch, soms licht sarcastisch, maar als je er bij stil staat, zijn wij mensen inderdaad rare Wezens. We moeten het er helaas mee doen. En het is grappig, die confrontatie met onszelf.


Over de vertaalster ben ik niet zo te spreken, ik weet wel dat het gebruik van ‘ze’ en ‘hen’ niet meer zo strikt is in de spreektaal, maar in schrijftaal zie ik graag de grammaticale regels zoals wij die op school leren, gehandhaafd. Laat het evenwel niemand weerhouden dit controversiële boek te lezen.


ISBN 9789048838042 | paperback | 320 pagina's | Lebowski | mei 2017
Vertaald uit het Engels door Monique ter Berg

© Marjo, 1 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De man die bomen plantte
Jean Giono


"Hij had vastgesteld dat dit land ten onderging door gebrek aan bomen. Hij voegde eraan toe dat hij, omdat hij niets belangrijks te doen had, het besluit had genomen iets aan die stand van zaken te doen."


Jean Giono wandelde vlak voor WO I door de hoogvlakte van Franse Alpen 'daar waar deze de Provence binnendringen'. Het was een troosteloos, kaal landschap. Er was alleen wilde lavendel te vinden. Na drie dagen kwam hij aan bij een verlaten dorp, de enkele huizen waren vervallen en overwoekerd met onkruid. Jean had gehoopt daar een waterput aan te treffen maar helaas hij moest verder en achteraf is hij daar blij om, anders had nooit de bijzondere ontmoeting met Elzéard Bouffier plaatsgevonden.


Deze vijfenvijftig jarige herder had zich na de dood van zijn vrouw en zoon teruggetrokken in bovengenoemde streek.


"Die man sprak weinig. Dat is gebruikelijk bij hen die eenzaam leven, maar je voelde dat hij zeker was van zichzelf en vol vertrouwen in zijn zelfverzekerdheid. Dat was merkwaardig in dat van alles beroofde land. Hij woonde niet in een hut maar in een echt stenen huis waaraan je heel goed af kon zien hoe zijn persoonlijke inspanningen de ruïne hersteld hadden die hij bij zijn komst daar moest hebben aangetroffen. Het dak was solide en waterdicht. De wind die ertegen blies maakte op de dakpannen het geluid van de zee op de stranden."


De man straalde een ongekende rust uit. Zijn stenen herdershut was schoon evenals zijn kleding. Vanzelfsprekend mocht Jean blijven overnachten en de volgende dag ging hij met de herder mee op zijn route. Opvallend was dat Elzárd de avond daarvoor honderd eikels had gesorteerd en deze in een emmer water doopte. Eenmaal op de plaats van bestemming gekomen maakte Elzéard gaten in de grond en stopte daar zorgvuldig de eikels in.  Hij had er inmiddels al honderdduizend geplant, waarvan er vermoedelijk zo'n tienduizend zouden overleven.


Jean Giono is onder de indruk maar vergeet na vertrek de man al snel vooral omdat even later WO I uitbreekt die hem te zeer in beslag neemt. Maar na de oorlog ontstaat er bij Jean de behoefte aan lucht, ruimte en vrijheid en zo trekt hij weer naar de verlaten gebieden en ontmoet opnieuw Elzéard Bouffier, die overigens geen enkele vorm van oorlog heeft meegekregen. Vanaf die tijd zoekt Jean hem elk jaar op en ontrolt zich het bijzonder verhaal rond 'De man die bomen plantte'.


Het verhaal is zonder opsmuk verteld en is juist dankzij die eenvoud zo indrukwekkend. In het nawoord lezen we over de ontstaansgeschiedenis van deze roman en dat is in feite jammer, het doet afbreuk aan het mooie inspirerende verhaal.


Het boek is geschreven in 1953 en verscheen in 1988 voor het eerst in de Nederlandse vertaling en is inmiddels aan zijn derde druk toe. In de eerste druk was het boek geïllustreerd met houtsneden van Michael McCurdy maar in 2002 werden deze vervangen door foto's van Martin Kers. Ook in deze derde druk zijn deze foto's in iets andere volgorde weergegeven.


Jean Giono (1895-1970) was een pacifistische Frans dichter en schrijver die zijn inspiratie vond in de Provence. Daar woonde en werkte hij "en vond hij de landschappen en personages die zijn boeken stoffeerden en bevolkten. Belangrijke thema's zijn daarbij de onvergankelijke oerkrachten van de natuur en het streven naar een harmonisch landleven, ver van de ontaarding van de grote stad."


ISBN 9789062244492 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Jan van Arkel | 2017 3e druk

© Dettie, 26 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER