Nieuwe boekrecensies

De man die bomen plantte
Jean Giono


"Hij had vastgesteld dat dit land ten onderging door gebrek aan bomen. Hij voegde eraan toe dat hij, omdat hij niets belangrijks te doen had, het besluit had genomen iets aan die stand van zaken te doen."


Jean Giono wandelde vlak voor WO I door de hoogvlakte van Franse Alpen 'daar waar deze de Provence binnendringen'. Het was een troosteloos, kaal landschap. Er was alleen wilde lavendel te vinden. Na drie dagen kwam hij aan bij een verlaten dorp, de enkele huizen waren vervallen en overwoekerd met onkruid. Jean had gehoopt daar een waterput aan te treffen maar helaas hij moest verder en achteraf is hij daar blij om, anders had nooit de bijzondere ontmoeting met Elzéard Bouffier plaatsgevonden.


Deze vijfenvijftig jarige herder had zich na de dood van zijn vrouw en zoon teruggetrokken in bovengenoemde streek.


"Die man sprak weinig. Dat is gebruikelijk bij hen die eenzaam leven, maar je voelde dat hij zeker was van zichzelf en vol vertrouwen in zijn zelfverzekerdheid. Dat was merkwaardig in dat van alles beroofde land. Hij woonde niet in een hut maar in een echt stenen huis waaraan je heel goed af kon zien hoe zijn persoonlijke inspanningen de ruïne hersteld hadden die hij bij zijn komst daar moest hebben aangetroffen. Het dak was solide en waterdicht. De wind die ertegen blies maakte op de dakpannen het geluid van de zee op de stranden."


De man straalde een ongekende rust uit. Zijn stenen herdershut was schoon evenals zijn kleding. Vanzelfsprekend mocht Jean blijven overnachten en de volgende dag ging hij met de herder mee op zijn route. Opvallend was dat Elzárd de avond daarvoor honderd eikels had gesorteerd en deze in een emmer water doopte. Eenmaal op de plaats van bestemming gekomen maakte Elzéard gaten in de grond en stopte daar zorgvuldig de eikels in.  Hij had er inmiddels al honderdduizend geplant, waarvan er vermoedelijk zo'n tienduizend zouden overleven.


Jean Giono is onder de indruk maar vergeet na vertrek de man al snel vooral omdat even later WO I uitbreekt die hem te zeer in beslag neemt. Maar na de oorlog ontstaat er bij Jean de behoefte aan lucht, ruimte en vrijheid en zo trekt hij weer naar de verlaten gebieden en ontmoet opnieuw Elzéard Bouffier, die overigens geen enkele vorm van oorlog heeft meegekregen. Vanaf die tijd zoekt Jean hem elk jaar op en ontrolt zich het bijzonder verhaal rond 'De man die bomen plantte'.


Het verhaal is zonder opsmuk verteld en is juist dankzij die eenvoud zo indrukwekkend. In het nawoord lezen we over de ontstaansgeschiedenis van deze roman en dat is in feite jammer, het doet afbreuk aan het mooie inspirerende verhaal.


Het boek is geschreven in 1953 en verscheen in 1988 voor het eerst in de Nederlandse vertaling en is inmiddels aan zijn derde druk toe. In de eerste druk was het boek geïllustreerd met houtsneden van Michael McCurdy maar in 2002 werden deze vervangen door foto's van Martin Kers. Ook in deze derde druk zijn deze foto's in iets andere volgorde weergegeven.


Jean Giono (1895-1970) was een pacifistische Frans dichter en schrijver die zijn inspiratie vond in de Provence. Daar woonde en werkte hij "en vond hij de landschappen en personages die zijn boeken stoffeerden en bevolkten. Belangrijke thema's zijn daarbij de onvergankelijke oerkrachten van de natuur en het streven naar een harmonisch landleven, ver van de ontaarding van de grote stad."


ISBN 9789062244492 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Jan van Arkel | 2017 3e druk

© Dettie, 26 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet eind is ons begin
Megan Hunter

‘Ik grom. Ik grom steeds meer, tot ik ontwaterd ben en een poel van mezelf langzaam uitdijt tot voorbij mijn tenen.’


Terwijl er nieuw leven ontstaat, dreigt de wereld te vergaan. Er is een enorme overstroming. De hoofdfiguur, een jonge vrouw, is uit Londen gevlucht met haar partner - R. - en enkele anderen. Op het moment dat ze in een ziekenhuis haar kind krijgt is R. er niet.  Als hij komt, besluiten ze het kind Z. te noemen.
Ze moeten verder, het water stijgt nog steeds. Het vasteland zou in brand staan, maar of het echt zo is, weten ze niet. Informatie is minimaal.

Na verlies van huis en haard is er nog meer verlies. Van familieleden, van nieuwe vrienden, van zekerheden en veiligheid. Er is honger en angst. En de jongen groeit.


‘Ik eet meer dan nodig. Als ik dat niet doe drijf ik misschien weg. Alleen Z. houdt me op aarde, maar hij is nog zo licht.’


Het jonge gezin arriveert in een vluchtelingenkamp, waar R. het niet volhoudt.


‘Z. en ik kunnen wel tegen het kamp. Ik heb op een kostschool gezeten en Z. is zestien weken.’ Het water blijft komen, er is weer een ander kamp, en dan zegt men dat het water aan het zakken is. Kunnen ze weer naar huis? Wat is er over van de bewoonde wereld? Wat staat de overlevenden te wachten?


De liefde van een moeder en de ondergang van de wereld staan hier diametraal tegenover elkaar. Kan zij tegen alle verwachtingen in er in slagen haar kind een goede basis mee te geven?

Deze apocalyptische roman is minimalistisch geschreven. De 128 pagina’s zijn vaak maar voor de helft gevuld, zoveel witregels zijn er. Het verhaal bestaat uit fragmenten, opmerkingen en cursiefjes tekst die een oud bekend verhaal vertellen. Niet alleen qua vorm, ook wat stijl betreft is het onmiskenbaar: de schrijfster is een dichter.


De personages worden alleen aangeduid met een initiaal, hetgeen bevreemdend en afstandelijk werkt. De enige van wie bekend is waar de letter voor staat is het kind, dat dan ook de spil is waar alles om draait. Een kind biedt per definitie hoop op een toekomst. Ook al vergaat de wereld, als er kinderen zijn gaat het leven door. Voor een kind moet je zorgen, het is een houvast. Een kind weet niet hoe de wereld was, hoe het zou moeten zijn, hij is gewoon kind.


Megan Hunter
(Manchester, 1984) woont in Cambridge met haar jonge gezin. Ze behaalde een bachelor Engelse Literatuur aan Sussex University en een onderzoeksmaster Engelse Literatuur, Kritiek en Cultuur aan Jesus College in Cambridge. Het eind is ons begin is haar romandebuut, en laat duidelijk haar achtergrond als dichter zien. Haar vondsten zijn niet altijd succesvol overigens, maar misschien is dat een kwestie van smaak:


‘Z. vindt het fijn als L. hem onder zijn oksels optilt, zodat zijn ronde buik naar buiten puilt als bij een monnik. Hij graaft zijn tenen in het zand en schijnt zijn glimlach in mij.’
‘De kasten geven zich steeds meer bloot.’
‘Zo dicht bij moed ben ik nooit eerder geweest.‘
‘Het barst hier van de muizen. Ze doen hun behoefte in onze besteklade, klein en bruin tussen het staal.’


ISBN 9789048835867 | hardcover | 128 pagina's | Hollands Diep| mei 2017
Vertaald uit het Engels door Joris Vermeulen

© Marjo, 23 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mist in Augustus
Het hartverscheurende verhaal van het euthanasieprogramma van de nazi’s
Robert Domes


Mist in augustus
vertelt het schokkende en waargebeurde verhaal van Ernst Lossa in nazi Duitsland, 1942. Door de nazi’s wordt hij gemakshalve aangeduid als zigeunerkind, maar in werkelijkheid is hij een Jenische. Een zwerfvolk zonder vaste woon en verblijfplaats, vaak werkzaam als reizende handwerkers, mandenvlechters, scharenslijpers of kermisreizigers.


Het verhaal begint in 1933, als Christian, het kleine broertje van Ernst, wordt geboren, zijn moeder komt verzwakt uit de bevalling en overlijdt in datzelfde jaar aan tuberculose. Ook Christian zal later overlijden. Vader is rond die tijd op reis en spoorloos. Ernst gelooft heel lang dat zijn vader terug zal komen en met hen naar Amerika zal gaan, maar dat blijkt ijdele hoop. Ernst, zijn kleine broertje en zijn twee zusjes komen terecht in verschillende kindertehuizen. Ernst  denkt dat het voor een paar dagen is, maar uiteindelijk verblijft hij van zijn vijfde tot zijn veertiende in verschillende kindertehuizen, nazistische jeugdgevangenissen, opvoedingsgestichten en staatsinrichtingen. De omstandigheden in de huizen zijn slecht, er wordt getreiterd en er is geweld, zowel onderling als door de leiding.


In zijn beginperiode wordt Ernst door oudere jongens gedwongen geld te stelen om aan hen af te dragen. Dat loopt uit in een gewoonte om alles te stelen wat los en vast zit, wat hem de aantekening  ‘onhandelbaar’ oplevert. Hierdoor wordt hij keer op keer overgeplaatst, om uiteindelijk, terwijl hij  zowel fysiek als geestelijk gezond  is, het label ‘psychopaat’ te krijgen en in een psychiatrische inrichting, eerst in Kaufbeuren later in  Irsee, tussen zwaar psychiatrische  en ernstig meervoudig gehandicapte patiënten geplaatst te worden. Gek genoeg beleefd Ernst daar zijn beste periode. De verzorgers zijn er minder streng, het eten is er beter en de patiënten zijn er vriendelijker. Bovendien is er een medepatiënte op wie hij vanaf de eerste blik verliefd wordt, Nandl.


In die periode duiken echter steeds vaker geruchten over mysterieuze doden op, patiënten die ‘s nachts in grijze bussen, de zogenaamde hemelvaartsauto’s, weggevoerd worden en in een kist terug komen en kinderen die tabletten in frambozenlimonade krijgen en van het ene op het andere moment slap in hun bed liggen en de dag erna overlijden. Hoe verder de oorlog vordert, hoe vaker dat lijkt te gebeuren.


Ook Ernst ontkomt niet aan het noodlot. Op 8 augustus 1944 krijgt hij avonds tegen tien uur kort na elkaar twee injecties met morfine scopolamine toegediend. Daarvoor probeerden verplegers hem met geweld tabletten te laten innemen. Ernst overlijdt zonder nog een keer bij te komen aan de gevolgen van de injecties. Hij is dan veertien jaar.


Na de oorlog onderzochten de Amerikanen zijn dood. Hoe kon het dat een jongen die niet lichamelijk gehandicapt of geestesziek was, in een psychiatrische inrichting werd gestopt waar verder alleen psychiatrische patiënten en meervoudig gehandicapten opgenomen werden. En hoe kwam hij op een dodenlijst terecht? Het hartverscheurende antwoord is dat als je in nazi Duitsland met de stempels ‘zigeuner’ en ‘psychopaat’ in een psychiatrische inrichting terecht kwam,  je het hoogst mogelijke risico liep om slachtoffer te worden van massamoord.


In de nazitijd hebben artsen en hun medewerksters tussen 1939 en 1945 op persoonlijk bevel van Hitler ongeveer 200.000 psychisch zieke mensen vermoord. Het ‘euthanasieprogramma’ was systematisch van aard. Vroedvrouwen en artsen waren verplicht om kinderen met bepaalde afwijkingen en afkomst te melden. Elke ‘afbreuk aan het Duitse volkslichaam’ moest worden tegengegaan.Vanaf 1940 werden patiënten uit de psychiatrische inrichtingen en verpleeghuizen overgeplaatst naar zogenaamde Rijksinrichtingen, waar zij in speciaal hier voor ingerichte gaskamers vergast werden. Deze centraal aangestuurde acties werden in 1941 weer gestopt, maar daarmee kwam geen eind aan het moorden, de “euthanasie” ging gedecentraliseerd verder.


In Kaufbergen/Irsee, waar Ernst verbleef werden, in 1940 en 1941, 684 gehandicapten met de, in de hierboven genoemde grijze bussen, opgehaald en in gaskamers vermoord. Daarna ging het moorden ín de inrichting zelf verder. Er overleden daarna nog eens 209 kinderen, waarvan het merendeel met een overdosis medicijnen om het leven werd gebracht. In totaal stierven er 2333 patiënten. Twee van de hoofdverantwoordelijke van deze moorden zijn tijdens de Neurenberg processen ter dood veroordeeld en opgehangen. Het grootste deel van de daders werd niet opgepakt en bleef werkzaam als arts.


Robert Domes werkt als onderzoeksjournalist en auteur. Voor dit boek deed hij vijf jaar onderzoek in talloze archieven. Hij ging ook in gesprek met overlevenden, waaronder de twee zussen van Ernst.  De uiteindelijke gebeurtenissen in dit boek hebben plaatsgevonden zoals Robert Domes ze beschrijft. Om weer te geven wat er in Ernst omging heeft Domes voor de romanvorm gekozen. Inmiddels  is het boek onder de titel Nebel im August ook verfilmd.


Het is onnodig te zeggen dat dit boek mij schokte, niet alleen door het verhaal van Ernst, maar vooral ook door de systematische manier waarop er in die periode 200.000 psychiatrische patiënten werden vermoord. Natuurlijk wist ik wel dat dit soort praktijken toen gebeurde, maar niet dat het op déze schaal en zo systematisch gebeurde. Het blijft dan ook belangrijk dat dit soort boeken, zeker als ze zó goed gedocumenteerd zijn, blijven verschijnen.

Een zéér indrukwekkend boek.


ISBN 9789401606967 | Paperback | 342 pagina's | Uitgeverij Xander | april 217
Vertaling Sylvia Wevers

© Willeke,  16 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Raaf
Allard Schröder


Samenvatting:
Het verhaal van Raaf ontrolt zich tijdens een eindeloze hittegolf die van stad en land een onherbergzaam oord maakt. Op zijn vijfentwintigste is Raaf nog steeds niet aan het leven begonnen en hangt wat rond op de renbaan en in cafés en discotheken. Dan wordt onverwacht zijn vader het slachtoffer van een mysterieuze aanslag. Omdat Raaf enig erfgenaam is, is hij meteen verdachte. Intussen is zijn zoontje van zeven na een middag aan het strand spoorloos verdwenen en raakt zijn ex-vrouw Irene de kluts kwijt. Wat is er met de jongen gebeurd? En waarom geeft Raaf zich bij de politie aan, hoewel hij onschuldig is? Allard Schröder schildert de bizarre lotgevallen in deze roman met grote kracht, en weet de lezer tot het eind te boeien en in spanning te houden.

Dit is het verhaal van een jongeman, die gehinderd door traagheid maar niet tot daden kan komen, van zijn vriend -  in alles zijn tegenbeeld  - Veit en van zijn ex-vrouw Irene, die met hun zoontje in een armoedige flat woont. Raaf valt Irene voortdurend lastig vanwege haar auto, die hij nodig heeft om Veit te zoeken. Veit laat zich niet vinden maar duikt af en toe wel op, waarna Raaf hem een tijdje als zijn schaduw volgt. Verder zijn er nog een aantal kleurrijke randfiguren.

Het boek wisselt steeds van perspectief en verspringt in de tijd. Dat laatste wordt met een jaartal boven de hoofdstukken aangegeven en is dus niet verwarrend. Wel verwarrend zijn een paar foutjes, zoals Nita, Irene noemen en het veranderen van Raafs geboortejaar.


Deze roman bevat veel elementen die mij aan iets anders deden denken. Aan Oblomov: Er komt niets uit Raafs handen, alle plannen verzanden in zijn traagheid. Aan De donkere kamer van Damokles: Raafs vriend Veit Mordeck lijkt meer zijn ontbrekende tweelingbroer. (Raafs moeder had altijd het gevoel dat er een tweede baby in haar was achtergebleven.) Bestaat Veit eigenlijk wel? (Mordeck lijkt veel op Dorbeck). En wat sfeer betreft aan: Eyes wide shut: de wazige bizarre wereld van oom Clemens/Clementine, waarin Irene 's nachts ronddwaalt, wanneer ze de kluts is kwijtgeraakt.


Het is een vreemde roman, waarin vooral de sfeer indruk maakt. Er zit ongetwijfeld veel in dat een diepere betekenis heeft. Ik vond het een boeiend boek, al ben ik er niet zeker van dat ik alles begrepen heb, zoals het bedoeld is.


ISBN 9789023411642 | Hardcover | 414 pagina's | Uitgeverij De Bezige Bij | oktober 2003

Berdine, 11 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voor de verre prinses
Chrétien Breukers


Poëzie formuleert wat je wel wist en wat je niet onder woorden kan brengen. Poëzie legt vast wat je ontgaat en wat je, na lezing van een gedicht, nog niet kunt bevatten.


Voor de verre prinses
is een wonderlijke en wonderschone bloemlezing.
Wonderlijk omdat het geen bloemlezing op zich is, maar een reeks brieven die Chrétien Breukers aan zijn geliefde schrijft. Zij vroeg hem naar zijn meest geliefde gedichten en zo ontstond er een brievenreeks en uiteindelijk deze bundel.
Wonderschoon omdat het je op het spoor brengt van bekende en minder bekende dichters en gedichten die je misschien nog niet zo vaak las, of wel las en uit het oog verloren bent, én omdat het vol staat met prachtige bespiegelingen over de liefde, maar ook over de poëzie op zich…


Heel goede gedichten vervullen me altijd met een lichte huivering. Ik kan het niet precies verklaren, maar ze is er altijd, ook bij herlezing. Het is alsof het luikje naar de eeuwigheid heel even wordt opengezet. Je mag vervolgens heel even kijken, dan gaat het luikje weer dicht. Het is een fysieke ervaring, die wortelt in het niet-begrijpen, in het begrijpen dat ik iets lees waarvan ik weet dat het bijzonder is, zonder dat ik het helemaal kan doorgronden.


En voor degene die nog steeds denken dat poëzie voor hen te zwaar of te moeilijk is…


Het is niet moeilijk om gedichten te begrijpen, ook al is het soms het moeilijkste wat er is. Je hoeft er maar één ding voor te doen. Lees wat er staat en laat er vervolgens je eigen capaciteiten als lezer op los. Die capaciteiten worden steeds groter. Ze groeien met je mee, zonder je in de weg te zitten. En op een bepaald moment merk je dat de gedichten waarvan je houdt bij je horen; je hebt er betekenis aan gegeven en ze zijn onderdeel van je lichaam geworden, sterker, ze zijn je lichaam geworden”.


De bundel begint met de oudste dichtregels van de Nederlandse taal…


“Hebban olla, uogala nestas hagunnan hinase hi(c) (a)nda thu uuat unbidan uue nu

(annoniem)


Oftewel; “Hebben alle vogels nesten, behalve ik en jij, wat wachten we nu”.


Veel mooier en poëtischer kon de Nederlandse taal niet beginnen, en Breukers kiest dit gedicht dan ook uit voor de openingsbrief aan zijn verre prinses.


De poëzie heeft mij uitgenodigd om mijn eigen nest te maken; ik heb dat gedaan en hoewel ik jarenlang dacht dat ik daarmee voor veel mensen een interessante uitkijkpost had betrokken, bleek dat ik vooral een nest voor mezelf had gemaakt.


De aanspreektitel van zijn geliefde verandert per gedicht. De titel van het boek is ontleend aan het bekende en prachtige gedicht van Slauerhoff, maar in andere gedichten wordt ze aangesproken als lieve blooskoningin, bezitster van het mooiste sleutelbeen ter wereld, mooiste maandagaangekleedste, en bij het wat mij betreft mooiste gedicht uit de bundel Zij draagt een glas water de trap op, wordt zij aangesproken als Allerliefste Trapoploopster.


De lof op de gedichten breidt zich iedere brief uit tot een lof op haar, waardoor je als lezer onontkoombaar denkt “schreef iemand voor mij maar zulke brieven”. Maar wij gewone stervelingen zullen het met deze bundel moeten doen. Eentje om naast je bed te leggen om zo nu en dan gedichten of brieven te herlezen. Het is een bundel geworden waarvan je zin krijgt om weer meer poëzie te lezen. Of brieven te schrijven. Of lief te hebben. Of allemaal tegelijk.


Een aanrader dus, al was het alleen al om deze wonderschone eindregels…


We moeten nog van alles in het leven. Woorden morsen. Daden stellen. Besluiten nemen die het universum even scheef zetten. Opleven en ten onder gaan. Willen. De wil om wat dan ook te doen met hoofd en hart ten uitvoer brengen. Toezien dat het mislukt en lukt. Jij pakt daartoe jouw buik met mooie rondingen op en ik, ik neem een iets grotere koffer voor de mijne. Kijk, daar lopen we. Twee mensen in het begin van de eenentwintigste eeuw. Kleine mensen in een wereld die zo groot is dat we geen idee hebben hoe groot. Zelfbewust. Vervuld.


ISBN 9789492395139 | Paperback | 81 pagina's | Uitgeverij Prominent |maart 2017

© Willeke, 10 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Leven & Lot
Vasili Grossman


Hoe begin je aan een recensie van een boek dat nog helemaal in je wezen zit. Een boek dat zo indrukwekkend is, zowel qua onderwerp als qua schrijfstijl, dat het zich in je lichaam en je geest heeft genesteld. Waarover je voorlopig nog meer dan voldoende stof tot nadenken hebt, laat staan de reflectie die daarop nog zal volgen. Leven & Lot is zo'n boek.


Grossman neemt ons mee naar de slag om Stalingrad in de Tweede Wereldoorlog en de verstikkende Sovjettijd van Stalin, die daar doorheen geweven is. Niet alleen kan hij als oorlogscorrespondent heel beeldend de scenes van de oorlogshandelingen aan ons beschrijven, maar ook beschrijft hij de persoonlijke beleving van zijn hoofdpersonen in de situatie tot in de kleinste details, hun gedachten, hun gevoelens, hun handelingen. De schrijver reisde tijdens de Tweede Wereldoorlog mee met het Rode Leger en rapporteerde daarover als journalist. Vooral zijn niets verhullende ooggetuigenverslagen werden veel gelezen en bezorgden hem grote populariteit. Eveneens de gruwelijke en verstikkende invloed van het regime van Stalin op het leven van alledag weet Grossman de lezer tot in het kleinste detail voor te schotelen en voelbaar te maken. Zo indringend zelfs dat het je als lezer letterlijk gaat benauwen.


Neem Viktor Strum, een wetenschapper die zo op gaat in zijn werk dat hij er nooit aan gedacht heeft zelf slachtoffer te kunnen worden van het regime. Hij probeert in zijn kleine kring te overleven. Zijn vrouw Jloedmila en dochter Nadja hebben zo hun eigen leven en het gezin Strum leeft eigenlijk volledig langs elkaar heen. Medewerkers op de universiteit hebben groot respect voor het werk van Strum, echter als uit hogere partijkringen zijn werk wordt bekritiseerd, wenden zij zich allemaal van hem af. Strum staat dan helemaal alleen, maar hij weigert te zwichten voor de druk die op hem wordt uitgeoefend om in woord en geschrift te getuigen dat hij verkeerd heeft gehandeld, in strijd met het partijbelang. Dat maakt zijn situatie er niet beter op, het voelt uitzichtloos en zijn carrière als wetenschapper lijkt voorbij te zijn. Uit het niets wordt hij dan gebeld door Stalin in hoogsteigen persoon en het tij keert volledig. Iedereen in zijn omgeving doet alsof er niets gebeurd is en Strum is van het ene op het andere moment volledig gerehabiliteerd. Hiermee wordt de grilligheid en onvoorspelbaarheid van het leven onder een dergelijk regime duidelijk beschreven. Je leven wordt daarmee volledig bepaald door het lot.


Het manuscript van Leven & Lot werd in 1960 door de KGB in beslag genomen. De Sovjetstaat had geleerd van de affaire rond Boris Pasternak, wiens boek Dokter Zjivago naar het buitenland was gesmokkeld en als eerste triomfen vierde in het buitenland. Het Sovjetregime wilde dat in het geval van Leven & Lot koste wat het kost voorkomen. Achterin het boek is een brief opgenomen van Grossman aan Chroesjtsjov, waarin hij verzoekt zijn hem met geweld afgenomen boek terug te krijgen. De laatste zinnen van de brief luiden:


Ik geloof nog steeds dat ik de waarheid heb geschreven, uit liefde en medelijden, omdat ik in mensen geloof. Ik verzoek u mijn boek de vrijheid te geven.


Grossman werd zelf niet van zijn vrijheid beroofd, maar werd in de resterende jaren van zijn leven vakkundig gemarginaliseerd en doodgezwegen. Bijna twintig jaar naar zijn dood werd een bewaard gebleven kopie van het manuscript van Leven & Lot naar het westen gesmokkeld. Grossman heeft zelf dus helaas niet kunnen meemaken dat zijn boek, zowel in Rusland als daar buiten, als een van de grootste romans van de twintigste eeuw wordt beschouwd.


Dat zal zeker niet in de laatste plaats zijn vanwege de prachtige manier waarop het boek geschreven is. Hier en daar gaat een hoofdstuk over één onderwerp c.q. thema. Hoofdstuk 8 van deel 2 gaat in zijn geheel over vriendschap. Grossman zegt daar zulke rake dingen over vriendschap, hij besluit dat hoofdstuk met:


Waar vrienden en vriendschap worden opgeofferd in naam van hogere belangen, daar zal iemand die tot vijand van een hoger ideaal is verklaard en al zijn vrienden heeft verloren, blijven geloven dat hij zijn enige echte vriend niet zal verliezen.


Dit kunnen we als lezer weer relateren aan de hierboven beschreven situatie van Strum.


Hoofdstuk 31 eveneens van deel 2 gaat in zijn geheel over antisemitisme. Grossman die wel in een Joods gezin werd geboren, maar die niet Joods is opgevoed, schrijft hier in dit hoofdstuk onder andere over:


Het alledaags antisemitisme doet geen bloed vloeien. Het getuigt slechts van het bestaan van jaloerse idioten en mislukkelingen op de wereld.


En even verder:


In totalitaire landen, waar geen burgermaatschappij bestaat, kan alleen staatsantisemitisme ontstaan. Dat is een teken dat de staat steun zoekt bij idioten, reactionairen en mislukkelingen, bij de onwetendheid van de bijgelovigen en de woede van de hongerigen. Het eerste stadium van zulk antisemitisme is discriminatie. Het volgende stadium van staatsantisemitisme is uitroeiing.


Dit zijn maar een paar van de vele pagina's waartussen ik briefjes heb gestoken, omdat er op die pagina zo mooi iets is opgeschreven. Misschien zegt de aanbeveling van Maarten van Rossum op de binnenflap van het boek en overgenomen uit NRC Handelsblad wel het meest duidelijk waarom dit boek zo de moeite waard is:


Laat Leven & Lot goed op je inwerken. Dan komt vanzelf het besef dat we blij mogen zijn dat er zich na 1945 een dergelijk gruwelijk conflict als de Tweede Wereldoorlog niet meer heeft voorgedaan. Leven & Lot lezen betekent wel 900 pagina’s lang gruwelen. Maar het is de moeite waard. Grossman heeft een fantastische roman geschreven. Hij beschrijft de strijd aan het Oostfront op een manier waarop de historicus dat jammer genoeg nooit zal kunnen doen. Het is een van de vele redenen waarom iedereen dit grootse boek zou moeten lezen.


Zelfs voor wie het lastig of misschien zelfs saai vindt om een geschiedenisboek te lezen, maar wel geïnteresseerd is in dit onderwerp, is dit boek dus een aanrader. Het verweeft ontzettend mooi de verhalen en het lot van gewone mensen, tijdens een gruwelijke periode in de geschiedenis en de totalitaire staat waarin ze op dat moment leven. Een boek dat je aangrijpt en je laat realiseren dat je als mens gedwongen kan worden een leven dat door het lot wordt bepaald. Een les die zich ook vandaag de dag weer aan ons opdringt.


Over de auteur:
  Vasili Semjonovitsj Grossman (Berditsjev 1905 – Moskou 1964) ontwikkelde zich van mijningenieur tot succesvol Sovjetauteur. Tijdens de Tweede Wereldoorlog reisde hij als journalist met het Rode Leger mee en rapporteerde over de gevechten aan het Oostfront. Zijn veelgelezen, niets verhullende ooggetuigenverslagen bezorgden hem grote populariteit. Zijn latere werk, waarin hij met diezelfde openheid schreef over de communistische onderdrukking en het lot van de Joden, kwam maar voor een klein deel door de censuur. In 1961 werd zijn meesterwerk Leven & lot in beslag genomen door de KGB. Grossman stierf kort daarna. Meer dan tien jaar later werd het boek naar het Westen gesmokkeld. Het werd een in alle grote Europese talen vertaalde bestseller, en geldt inmiddels ook in Rusland als één van de grootste romans van de twintigste eeuw.


ISBN 9789460034428 | Paperback | 960 pagina's | Uitgeverij Balans | februari 2017
Oorspronkelijke titel: Zhizn i sudba Vertaald door: Froukje Slofstra

Ria, 7 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mevrouw Huygens
Een bijzondere vrouw in de zeventiende eeuw
Hennie Molenaar


Deze roman van Hennie Molenaar gaat over Susanna van Baerle, een Amsterdamse koopmansdochter, die in 1627 trouwde met diplomaat en dichter Constantijn Huygens. Hun beroemdste zoon was Christiaan, natuur- en sterrenkundige. Over deze beide heren is veel bekend en geschreven, over hun vrouw en moeder veel minder. Susanna was een bijzondere vrouw. Ze was intelligent, kunstzinnig, ze kan prachtig tekenen en zeer ondernemend. Ze heeft een grote invloed gehad op de mensen om haar heen. Op haar familie, haar personeel en vooral ook op haar kinderen.


Als je een boek gaat lezen, heb je er in sommige gevallen een bepaalde verwachting van. Deze verwachting kan soms zijn ingegeven door een boek dat je eerder hebt gelezen en je verwacht dat dit boek daarmee te vergelijken is. Jaren geleden las ik het boek De thuiskomst van Anna Enquist. Dit boek gaat over Elizabeth Batts, de echtgenote van ontdekkingsreiziger James Cook en het speelt in het voorjaar van 1775. Bij de aanvang van het lezen van dit boek, verwachtte ik ongeveer een boek als dat van Anna Enquist te gaan lezen.


Verrassend was daarom dat niet de schrijfster Hennie Molenaar zelf het verhaal vertelt over Susanna van Baerle, de vrouw van Constantijn Huygens, maar dat zij de personages uit de omgeving van Susanna het verhaal over deze bijzondere vrouw laat vertellen. Ik moest in het begin even overschakelen en wennen aan deze vertelstijl. Daarnaast moest ik ook even wennen aan de manier waarop Hennie Molenaar de personen hun verhaal laat doen. Een groot aantal keren, laat zij de personages zeggen dat ze niet moeten afdwalen van het verhaal van de hoofdpersoon Susanna van Baerle. In die afdwalingen vermeldt de auteur dan historische feiten of zaken over de vertellende personages zelf. Die afdwalingen hebben wel degelijk een functie om het verhaal goed in te bedden in de tijd of de omgeving van destijds, daardoor is het af en toe storend om dan de personen steeds te laten zeggen dat zij afdwalen, omdat dàt mij juist afleidde van het verhaal.


Naarmate het verhaal vordert en je bent gewend aan de verteltrant van de schrijfster, wordt het boek steeds fijner om te lezen en heb je het gevoel dat het verhaal speciaal tegen jou, als lezer, wordt vertelt. Het is alsof je met zus Ida, schoonzus Geertruid, dienstbode Antje, docent Mirkinius, zoon Constantijn junior en anderen aan tafel zit en zij jouw vertellen hoe zij het leven met Susanna van Baerle hebben ervaren. Hierdoor lijkt het alsof de lezer zelf aanwezig is in het leven van Susanna.


Een vraag die ik mezelf stelde als lezer was dezelfde als die ik vond op de website van Peter Marks. Hij heeft de auteur via de uitgever gevraagd: wat is de bron of zijn de bronnen van het verhaal? De uitgever heeft zijn vraag doorgestuurd aan Hennie Molenaar en van haar kreeg hij het volgende antwoord:

U hebt gelijk dat mijn boek op bronnen gebaseerd is. Het meeste is waar gebeurd, en de meeste personages hebben ook echt geleefd. Alleen het huispersoneel heb ik uit mijn duim gezogen, en de dialogen en wat andere details. Constantijn Huygens heeft zelf veel over zijn leven verteld, en daarnaast heb ik mij op boeken van anderen gebaseerd. Bijvoorbeeld ook over de maaltijden in de 17e eeuw, en de medische stand van zaken. Als historicus vind ik natuurlijk dat alles moet kloppen.


Voor mij was het eerst even wennen aan de verteltrant die de schrijfster heeft gekozen, maar eigenlijk is die heel origineel en dat maakt het boek des te leuker om te lezen. Daarmee is Mevrouw Huygens van Hennie Molenaar een bijzondere historische roman geworden.


Over de auteur: Hennie Molenaar zegt over zichzelf op deze website: Ik ben historica en veellezer, en schrijver. Ik heb een aantal historische kinderboeken gepubliceerd maar probeer ook voor volwassenen te schrijven.

ISBN 9789463380522 | Paperback | 232 pagina's | Uitgeverij Aspekt | oktober 2016

© Ria, 29 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER


 

alt2084 Het einde van de wereld
Boualem Sansal

Ati wordt na een jarenlang genezingsproces in een sanatorium genezen verklaard. Met een karavaan reist hij mee naar zijn stad, die ligt in een land dat schijnbaar grenzeloos is.


Maar Ati heeft in het sanatorium al opgemerkt dat er vreemde dingen kunnen gebeuren met groepen mensen. Heeft Abistan - het land is genoemd naar de profeet Abi – dan toch grenzen? En wat gebeurt daar dan?
Op onderzoek uitgaan is onmogelijk, er is een continue controle. In naam van de Almachtige Yölah en zijn profeet Abi zijn de Abistanen gebonden aan strakke regels. De V’s, een soort djinns, controleren alles, zelfs gedachten. Iemand die er andere ideeën op na wil houden is niet veilig. Toch is Ati er niet van overtuigd dat hij gelooft in Yölah.


‘Ongelovig zijn is een geloof afwijzen waar je ambtshalve bij hoort, en dat is nou net waar de schoen wringt, de mens kan zich alleen maar bevrijden van een geloof door te steunen op een ander geloof, zoals je van drugs afhankelijk blijft, door het steeds meer plaats te geven, desnoods door het zelf te verzinnen. Maar hoe en waarom, in de ideale wereld van Abi is er immers niets wat de gelegenheid biedt het te doen, geen standpunt kan zich ermee meten, geen denkbeeld kan iets van een rebelse gedachte oproepen, welk vervolg kun je verzinnen, welk ander verhaal kun je bedenken tegenover wat als standaard geldt? Alles wat daarvan afwijkt is nader bekeken en uit de gedachten gebannen, de geesten zijn precies afgesteld op de officiële canon en worden regelmatig bijgesteld. Onder de heerschappij van het Eenheidsdenken is ongelovig zijn dus ondenkbaar.’


Maar ongelovig zijn is gevaarlijk, dus eigenlijk is Ati heel blij dat hij, eenmaal weer in de stad, begint te vergeten.


‘Godsdienstplichten, semigodsdienstige bezigheden, plechtigheden op het godsdienstige vlak, dat alles liet weinig tijd voor overpeinzing en discussie, wat iedereen domweg afwees.’


En zo leeft het volk in grote armoe, zonder enige vorm van luxe en continu gecontroleerd door de V’s. Maar zij geloven, zijn gelukkig en stellen geen vragen. Maar Ati wel en met zijn vriend Nas ontdekt hij het verleden, dat door het regime ontkend wordt.

2084 is een pittig ideeënboek, het is nauwelijks een roman. Er zijn geen dialogen, geen spanningsboog of een plot. Het is bepaald geen optimistisch boek, of gloort er toch een klein beetje hoop?


Het is wel logisch dat de titel verwijst naar het boek van Orwell, 1984. Ook in 2084 heerst er een permanente staat van verwarring en oorlog zonder duidelijke vijand. Orwells Big Brother heet hier Bigaye en ook Abistan heeft een eigen taal, het Abilang.
Sansal begint het boek met de opmerking dat het boek fictief is. ‘Alles is verzonnen, de personages, de feiten en al het andere.’ Maar er zijn veel verwijzingen naar de Islam. Een mockba is een gebedshuis, Gkaboel het wetboek en Char de Heilige Oorlog.
Het boek doet evenwel vaak denken aan IS, en roept een schrikbeeld op: een leven met deze onvoorwaardelijk en volledige overgave aan een strak regime, dat heerst vanuit een almachtige god. Het is nog erger dan het leven in Oost-Europa onder de Stasi...


Boualem Sansal (1949) is een Algerijnse schrijver. Diverse Franse en Duitse prijzen ontving hij voor zijn werk, maar aangezien zijn thematiek het aan de kaak stellen is van nepotisme, corruptie, bureaucratie en godsdienstintolerantie is hij in eigen land verboden. In Frankrijk werd 2084 bekroond met de Grand Prix de l’Académie française als ook de Prix Goncourt.

ISBN 9789044538861 | Hardcover |288 pagina's | Uitgeverij De Geus | januari 2017
Vertaling uit het Frans door Jan Versteeg

© Marjo, 27 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voet bij stuk
Joseph Pearce


"Wij zijn de meest prestigieuze uitgeverij in ons taalgebied, en dus uitgevers van literatuur van de hoogste kwaliteit. We zijn bovendien de laatsten die geen duimbreed wijken voor de grijpklauwen van de commercie. Terwijl anderen een knieval voor dat monster doen, buigen wij het hoofd enkel voor de majesteit van de schone letteren. Misschien begrijpt u mij beter als ik de vergelijking met de filmwereld maak. Wij winnen Gouden Palmen, Gouden Beren en Gouden Leeuwen, de anderen produceren B-films.
We zijn zo gerenommeerd dat we al drie generaties lang hofleverancier zijn. Een verstandige beslissing van onze vorsten. Het leven is kort. Waarom zou het koningshuis zijn kostbare tijd met kitschlectuur willen verdoen?"


Aan het woord is Emma Kranenberg de verteller van dit verhaal. Zij is secretaresse en manusje-van-alles, in feite de spil van de zeer gedegen uitgeverij Opperman & Winterberg. Hun naam staat garant voor uitstekende en succesvolle boeken. Emma is dan ook meer dan trots op haar baan, sterker nog, ze leeft voor de uitgeverij. Ze is vergroeid met haar werk en ze leest, net als meerdere medewerkers van de uitgeverij, ook manuscripten.

Maar dan introduceert de oude directeur op het nieuwjaarsfeest een vrouw, Barbara van Halen - de naam past overigens uitstekend bij haar latere handelingen - Tot ieders verrassing wordt zij geïntroduceerd als de nieuwe directrice van de uitgeverij! Met ingang van 1 februari aanstaande nog wel. Barbara heeft naam gemaakt door bedrijven nóg winstgevender te maken dan ze al waren, verstand van boeken heeft ze niet, maar dat geeft niet, het gaat om het bedrijf. Emma is compleet overdonderd en boos. Van het begin, staat Barbara haar tegen. Maar als zij Emma voor de keus stelt te blijven of met een dubbel ontslagbonus te verdwijnen is de keus snel gemaakt. Ze zal wel eens laten zien dat ze onmisbaar is, haar bijnaam is niet voor niets Emma Duizendpoot!


Ze kan haar geluk dan ook niet op als een van de door haar gelezen manuscripten een meesterwerk blijkt te zijn. Dit boek gaat het helemaal worden! De stilte na de storm van Boudewijn Bogaard is geniaal! Gelukkig is iedereen het daar over eens. Ze moeten die man zo snel mogelijk een contract aanbieden, zo direct zijn er andere kapers op de kust! Emma krijgt de schone taak de man te bezoeken en daarmee begint een heel bizarre bal te rollen... Alle zeilen moeten bijgezet worden om de schrijver en het boek onder de aandacht van het grote publiek te krijgen én te houden, enkele leugens worden daarom niet geschuwd.


Ondertussen gaat de uitgeverij gebukt onder de commerciële plannen van Barbara. Zij wil thrillers in het fonds want die verkopen goed en ze is ook niet vies van makkelijke lectuur... Elke vezel in Emma's lijf verzet zich tegen deze plannen, ze vecht en knokt om de hoge normen en waarden van de uitgeverij te behouden. Ze is bereid daarvoor héél ver te gaan. Maar of het haar lukt?

Op flaptekst staat te lezen: "In deze satire richt Joseph Pearce zijn pijlen op al wie beweert de letteren een warm hart toe te dragen. Waarom spelen bedrijfsmanagers voor uitgevers? Wat zijn de gevolgen van een hype? Zien lezers het onderscheid tussen kwaliteit en knoeiwerk? Is er wel een winnaar in de oorlog tussen commerciële belangen en de hooggestemde idealen van de letterarbeider?" Om dit alles onder woorden te kunnen brengen én daar omheen nog een erg vermakelijk, bij tijden hilarisch, verhaal te schrijven is knap.
Ik heb me dan ook erg vermaakt met dit boek, dat precies de zwakke én sterke plekken rond lezen en uitgeven aangeeft. Zeker, voor herlezen vatbaar.

- Achterin het boek staat een dankwoord aan een zeer uiteenlopende groep mensen, variërend van Beatrix van Oranje-Nassau, PG Woodhouse,, Truman Capote tot Gore Vidal, W.F. Hermans, Martin Luther, Winston Churchill, enz. Dat dankwoord is tekenend voor dit verrassende boek. -


ISBN 9789460013171 | Paperback | 191 pagina's | Uitgeverij Vrijdag | april 2015

©Dettie, 18 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alles tussen ons
Anna McPartlin


Een boek over twee Ierse vriendinnen, Eve en Lily, die in hun jonge jaren lange tijd lief en leed met elkaar deelden. Lily was kind aan huis bij Eve, daar was het gezellig en warm  en was ze zeer welkom. Ze was stapelgek op de vriendelijke Clooney, Eve's broer, en noemde Eve's vader Danny, "niet alleen omdat hij zo heette, maar ook omdat het als Daddy klonk."
Bij Lily thuis was het heel anders.  Een vader ontbreekt, Lily's komst was het gevolg van een ongelukje. Vanwege de keus tussen barbaarse abortuspraktijken of een verblijf in een klooster liet Lily's moeder het kind komen. Maar warme moedergevoelens ontbreken totaal. Lily deed er alles aan om haar moeder tevreden te stellen en trots op haar te laten zijn. Maar het mocht niet baten. Haar moeder zei regelmatig, ik had je beter kunnen laten adopteren, dan was je beter af geweest.


De twee meiden waren onafscheidelijk en erg gek op elkaar. Maar ze werden ouder en ze gingen naar andere scholen en kregen vriendjes. 


De vriendelijke, zachtaardige, tengere, 1.60 meter 'lange' Lily kon uitstekend leren en zou medicijnen gaan studeren. Maar zoals dat vaak gaat, gewend als ze was aan haar veeleisende moeder, koos ze voor het bekende en krijgt een zelfde leven als bij haar moeder door met de dominante Declan Donavan te trouwen. Hij wist haar over te halen een opleiding verpleegkunde te doen en als ze eerlijk is, vindt ze dat ook veel beter bij haar passen. Declan wordt een kundig hartchirurg. Thuis is hij het die het voor het zeggen heeft en hij is soms flink agressief. Hij slaat haar niet maar is regelmatig wel erg ruw, duwt haar bijvoorbeeld net iets te hard opzij en is seksueel ook niet echt zachtaardig. Maar Lily hield nu eenmaal van hem...
Lily en Declan hebben inmiddels een zoon en een dochter, Scott en Daisy. Tegen de zin van Declan is ze wel blijven werken, gewoon omdat ze van haar baan houdt. Eve noemde Declan altijd Declan Droplul en daar had ze haar goede redenen voor. Redenen die Lily niet kende.


De beeldschone Eve, inmiddels een rijk en gevierd sierradenontwerpster, is overigens altijd degene die alles recht voor zijn raap uitspreekt. Velen zien haar daardoor als een koele vrouw, maar ze is veelal meer realistisch dan koel. Ze heeft één grote liefde gekend en dat was Ben Logan die ze de bijnaam Glenn Medeiros had gegeven. Maar door een ellendig voorval werd de relatie verbroken - datzelfde voorval zorgde ervoor dat Lily verhuisde en de vriendinnen elkaar niet meer zagen.  -  Nu, twintig jaar later, was, dankzij elkaar terugvinden op facebook, de relatie met Ben en Eve weer opgebloeid. Maar Ben was wel getrouwd ...


En dan is er die dag waardoor alles op zijn kop komt te staan. Ben en Eve hadden een afspraakje en stonden buiten even te praten. Een dronken automobilist schept hen. Beiden belanden totaal verkreukeld in het ziekenhuis waar Lily en Declan - werken. Ben overleeft het ongeluk niet maar Eve wel, maar ze zal nog een flinke tijd in het ziekenhuis moeten blijven.  En zo komt het dat de vriendschap tussen de twee vrouwen, tot hun grote blijdschap, weer opbloeit alleen Declan mag het niet weten... Gelukkig is Declan nooit te vinden op de afdeling waar Eve ligt. Daar werkt Adam als arts. De vriendelijk Adam is de steun en toeverlaat van Lily, hij ziet meer - de blauwe plekken, de schrik als Declan belt - dan zij wil toegeven.


Dankzij de zogenaamd koele, kille Eve verandert er voor Lily veel ten goede. En ook voor Eve breken er heel andere tijden aan.


Het boek, vermoedelijk deels gebaseerd op eigen ervaringen van de schrijfster, vertelt wisselend over het leven van beide vrouwen. Doorheen het verhaal staan brieven die Eve en Lily elkaar schreven in 1990. Dankzij die brieven kom je te weten hoe het uiteindelijk tot een breuk kwam tussen de twee meiden. Het verhaal zelf speelt zich af in 2010. Omdat iedereen ouder is en daardoor meer afstand tussen de gebeurtenissen van vroeger en nu ontstaan is kan er met een andere, begripvollere blik naar gekeken worden.


Het is een verhaal vol ontwikkelingen die mij af en toe een beetje te veel aan - een van de betere - damesromans deden denken. Het verhaal is smeuïg, vol wendingen en verrassingen, maar het sleept zich wel lang voort, het neigt naar een soap, in die zin dat het niet erg diepgaand is en er  gebeurt teveel in het boek. Sommige dingen lopen ook wel heel makkelijk qua gevoelens. Het verhaal naar mijn mening  met een flink aantal minder woorden verteld kunnen worden waardoor het spannender was geweest en meer vaart had gekregen. Het is absoluut geen vervelend boek maar heel bijzonder is het ook niet. Het is een verhaal voor fans van boeken van Joan Collins en Judith Krantz - boeken die ik vroeger overigens verslonden heb maar ineens genoeg van kreeg -  Zij zullen dit verhaal zeer zeker weten te waarderen.


De Ierse schrijfster Anna McPartlin (Dublin, 1972) heeft na een veelbewogen jeugd - ze verloor beide ouders op jonge leeftijd, kwam zelf bijna om bij een auto-ongeluk en verloor haar beste vriendin aan zelfmoord -  marketing gestudeerd en daarna een aantal jaren als stand-upcomedian opgetreden. Inmiddels heeft ze een succesvolle carrière als auteur opgebouwd en schreef, naast diverse scenario's voor film en televisie, zes romans. De negen dagen van Rabbit Hayes was haar eerste roman die in het Nederlands verscheen.


ISBN 9789400508361 | Paperback | 416 pagina's | Uitgeverij Bruna | 9 mei 2017
Vertaald door Saskia Peterzon-Kotte

© Dettie, 24 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Als je iemand verliest die je niet kan verliezen
Ish Ait Hamou


‘Ze ontmoetten elkaar compleet onverwacht, op een zonnige ochtend, onderweg naar hun toekomst. Zij was voor hem een oor geweest en hij voor haar een vergrootglas. Ze hadden elkaars leven niet veranderd, maar ze hadden wel een zaadje van verandering in elkaar geplant’


Het zwaar gewonde slachtoffer van zinloos geweld in een klein stadje wordt binnengebracht op de eerste hulp van het ziekenhuis dat eigenlijk helemaal niet toegerust is om hem te behandelen. De ambulanciers ‘hoopten dat de man niet onder hun ogen zou sterven. Het was nog nooit gebeurd, nog nooit hadden ze een man in een dergelijke toestand in hun ambulance gedragen.’


Ook de dienstdoende arts weet, als ze ziet hoe hij toegetakeld is, dat ze dit niet alleen kan. Er rest haar geen keuze: ze moet assistentie vragen aan de enige arts die in de buurt is, terwijl ze die nieuwe arts niet mag. Die chirurg is Sheila, ooit een beroemd chirurg bij een groot ziekenhuis. Iedereen vraagt zich af waarom ze nu hier werkzaam is. Niemand ziet evenwel hoe zij schrikt als ze hoort wie de patiënt is. Ze kent deze man, Sulayman, een Palestijnse vluchteling.

Het was een ontmoeting in een trein. Twee onbekenden die elkaar hun geheimen toevertrouwden. In die paar uurtjes ontstond de kiem van een veelbelovende vriendschap.  Allebei dragen zij de last van hun verleden.  En daar staat ze nu. Ze móet deze man redden.


Twee drama’s vormen de achtergrond van het verhaal, allebei kennen ze het: iemand verliezen die je niet verliezen kan, en dan door moeten leven.
In deze kleine roman vertelt Ish Ait Hamou over de vluchtelingenproblematiek en over het verwerken van een verlies. Hij heeft gekozen voor een verhaal met flashbacks. Terwijl de operatie gaande is, lezen we over het gesprek in de trein. Dit werkt uitstekend, het verhaal wordt langzaam opgebouwd, en net als Sheila wil je dat ze de man kan redden.
Tussen de hoofdstukken door staan twee pagina’s met ECGritmes.


‘Je weet toch als jij niet jij bent dan misschien is iemand anders jij.’
‘Euhm.’
‘Ja, ik weet niet. Ze zeggen als iemand sterft nog een dag mag leven in lichaam van iemand anders. En nu in je lichaam is. Dat is interessant.’
‘Dat zou grappig zijn. Ik denk niet dat er iemand is die in mijn schoenen zou willen staan.’
‘Ja, die persoon misschien veel voelt pijn met je kleine schoen.’

Het is vooral dit deel van het gesprek dat Sheila het langst bij zal blijven. Was ze wel wie ze dacht dat ze was?


In zeer mooi poëtisch proza toont Ish Ait Hamou wederom dat hij een begaafd schrijver is.
De omslag van het boek is fraai gekozen: je leven aan een zijden draadje…
Het boek werd geschreven voor de Vlaamse campagne 'Te Gek!?'. Daarin wordt getracht psychische gezondheidsproblemen via de media, lezingen en concerten bespreekbaar te maken bij het grote publiek.

Ish Ait Hamou (Vilvoorde, 9 april 1987) is een Belgisch (hiphop)danser en choreograaf, televisiepresentator, schrijver en mental coach van Marokkaanse afkomst. In Nederland is bekend als danser, choreograaf en jurylid van 'So You Think You Can Dance'.
In 2014 debuteerde hij met 'Hard hart' en in 2015 verscheen zijn tweede boek 'Cecile'.


ISBN 9789022332504 | Paperback | 128 pagina's | Manteau| januari 2016

© Marjo, 22 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De rendementsdenker
Lucas Zandberg


Groot was mijn verrassing toen ik ontdekte dat Lucas Zandberg, na vier historische romans, deze keer een zeer actuele, satirische roman geschreven heeft.


Het begint allemaal met Robert, de net afgestudeerde, vierentwintig jarige, leraar Engels, die aangenomen wordt op het ROC Leyderschans, een mbo school in Groningen. De directeur, Diederik Meesters (what's in a name) blijkt zeer bevlogen te zijn. In het sollicitatiegesprek benadrukt Diederik dat ook...


Hier draait het om lesgeven en het contact met de leerlingen.
Goede lessen en een veilig pedagogisch klimaat, is alles wat we willen hier bij Welzijn. [...]
Het draait hier om goed onderwijs, niet om vernieuwing om de vernieuwing.


De school staat dan ook als uitstekend aangeschreven. Ouders willen graag dat hun kinderen hier les krijgen.

Robert blijkt een rasleraar, een natuurtalent. Samen met zijn collega Lilian bespreken ze de verouderde lesmethode en Robert ontwikkelt een heel nieuw lesprogramma wat zowel bij de directie als de leerlingen goed aanslaat. Robert heeft het zeer naar zijn zin op zijn nieuwe werkplek.


Maar alles verandert - en niet ten goede - door het noodlottige ongeluk waarbij Diederik de dood vond en Margot Steenstra als nieuwe sectormanager wordt aangesteld. We hebben deze uit Amsterdam afkomstige vrouw al in eerdere hoofdstukken leren kennen. Ze was directrice bij de politie, haar relatie is net beëindigd en ze is onlangs verhuisd naar het kleine plaatsje Leermens (!) in Groningen. Van haar haptonoom moet ze leren haar gevoelens meer te tonen en ze moet een belevingsdagboek bijhouden die wij als lezer in mogen zien. Zo komen we te weten dat zij in feite niets weet over het onderwijs, maar acht wat geeft het:


"In wezen verschilt zo'n mbo-instelling niet van een vakbond, een politiebureau of een verzekeringskantoor. Het onderwijs moet je zien als een bedrijf, waarbij lesgevende fte's de werknemers zijn. Zij leveren het product, namelijk onderwijs. En dat doen zij aan de consument, de leerlingen. Zo eenvoudig is dat, hoe moeilijk je er ook over gaat zitten doen."


Met deze instelling en het extra geldpotje dat ze vindt, begint ze haar bewind op het ROC. Als eerste schakelt ze Advice4U in, een - geldverslindend - adviesbureau en neemt ze teamleiders aan, die het aanspreekpunt vormen voor het onderwijsgevend personeel. Zo heeft zij tenminste geen last van al dat 'geneuzel'. Op advies van David, haar goeroe van Advice4U, organiseert ze een sessie - een inspiratiedag volgens David - met alle lesgevenden in Drenthe maar op een of andere wonderlijke manier raken alle geopperde ideeën rond het Creatief Project Management (CPM) 'zoek' en zijn alleen de positieve opmerkingen over het CPM bewaard gebleven. Kortom, Margot manipuleert alles haar kant op. Ze laat zich uit in holle frases en houdt zich verre van degelijk, inhoudelijk commentaar. Als zij er maar wel bij vaart.


Ook het College van bestuur houdt zich met heel andere zaken bezig dan waar het in feite om gaat. Het nieuwe, futuristische, kapitalen kostende, nieuwe schoolgebouw is veel belangrijker, vooral de bestuur- en managersruimtes hebben hun grote aandacht. Dat de school ook nog een groot aantal leerlingen moet herbergen is bijzaak, het draait om prestige, om het uiterlijk, om kunst!
Ondertussen is het op de school zelf, dankzij het steeds wisselende beleid en lesmateriaal, voor de leraren nauwelijks meer te doen.


Het verhaal wordt in elkaar afwisselende hoofdstukken door Margot en Robert verteld, wat de afstand tussen leidinggevende en werknemer nog eens extra benadrukt. De hele gang van zaken is bij tijden hilarisch te noemen maar is vooral schrijnend en wrang.


Deze roman is gebaseerd op de gang van zaken rond het ROC Leiden maar iedereen weet dat het er niet alleen daar zo aan toe gaat. Het gat tussen de werkvloer en het schoolmanagement wordt steeds groter. Het échte onderwijs, het lesgeven en het belang van de leerlingen, raakt steeds meer ondergeschoven dankzij ondeskundig beleid en prestigegericht eigenbelang. Het is te hopen dat veel mensen in het onderwijs dit boek gaan lezen. - Het is bijna een pleidooi voor goed onderwijs - Wie weet opent dit verhaal de ogen, verruimt het de blik, en gaan de leerlingen zelf weer als eerste tellen! Dat zou mooi zijn.


ISBN 9789029511704 | Paperback | 271 pagina's | Uitgeverij Arbeiderspers | april 2017

© Dettie, 13 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"De onderwereld
Kevin Canty


Het lijkt bijna onmogelijk om uit het mijnwerkersdorp Silverton te ontsnappen. Wie eenmaal in de zilvermijn aan de slag gaat, neemt het vuil dat zich voorgoed op de huid lijkt te nestelen voor lief. Het loon is royaal en geldzorgen zijn er niet. Toch is het leven niet eenvoudig. Diep onder de grond zijn de dagen lang, gevaarlijk en donker. Het is alsof het vuil uit de mijn zich als een grijze mist over het dorpje heeft verspreid. Een grijze waas troosteloosheid.


Het is 1972. David is tijdelijk uit het dorp ontsnapt. Hij studeert. Misschien vertrekt hij ooit wel voorgoed. Toch trekt het dorp aan hem. Er is een vrouw die hij in het geniep bezoekt. David ziet geen toekomst in hun geheime relatie maar toch is het einde nog niet in zicht. Voorlopig is het goed zo. Ook zijn familie bindt hem aan de plek waar hij is geboren. Zowel zijn vader als zijn broer Ray werken in de mijn. Ray is getrouwd. Jong getrouwd, zoals iedereen in het dorp. Zijn vrouw Jordan heeft haar handen vol aan hun babytweeling.


Ook voor Ann heeft het leven in Silverton iets verstikkends. Zal iedereen doorhebben dat haar kinderwens maar niet vervuld wordt? Zal er over haar en haar man Malloy, die in de mijn werkt, geroddeld worden? Begrijp Malloy eigenlijk wel hoe innig haar wens is? Ann is pas tweeëntwintig maar ze heeft het gevoel dat haar leven al op een eindpunt is beland. Is dit het dan? Zal ze jaar in jaar uit trouw wachten tot Malloy thuiskomt, waarna hij haar mee naar de slaapkamer troont voor seks waar nooit een baby uit zal voortkomen? Is haar leven voorbij, voor het goed en wel begonnen is?


Lyle Triplett is met het dorp vergroeid. Zijn huis is afbetaald, zijn bankrekening bevat meer geld dan hij op kan maken en hij heeft recht op een oudedagsuitkering. Toch werkt hij nog altijd in de mijn. Lyle is korte tijd gepensioneerd geweest maar hij vond het vreselijk. De zeeën van vrije tijd waren een nachtmerrie voor hem. Nu is hij weer aan het werk en als het aan hem ligt, blijft hij tot zijn dood in de mijn werken. De mijn hoort bij hem. Het vuil en de typische mijnwerkersgeur zijn onderdeel van zijn lichaam geworden. Soms vindt Lyle het wel jammer dat zijn tweede vrouw Trudy er niet is maar hij neemt het leven zoals het is. Lyle en de mijn zijn met elkaar vergroeid.


Dan gebeurt er iets dat het leven in het dorp voorgoed verandert. Er breekt brand in de hoofdschacht van de mijn uit. Tientallen mijnwerkers zitten als ratten in de val. Velen vallen ter plekke om, om nooit meer op te staan. Boven de grond is de wanhoop groot. Vertwijfelde familieleden wachten vol angst op wat komen gaat. Wie van hun dierbaren zal het zonlicht opnieuw mogen aanschouwen en voor wie blijft het altijd donker? In één klap is het met de vredige eentonigheid in het dorpje gedaan. Het grote verdriet om hen die omgekomen zijn is allesoverheersend.


Ook David, Ann en Lyle worden door de mijnramp getroffen. David en Ann omdat dierbaren zich in de mijn bevinden, Lyle omdat hij zelf onder de grond is op het moment dat de brand uitbreekt. Zal hij sterven op de plek waaraan hij zijn hart heeft verpand? Lyle beseft dat hij nog niet klaar is om te sterven maar het is maar de vraag of de mijn bereid is hem te laten gaan.


De onderwereld begint als een wat somber verhaal. Net als het dorpje Silverton doet het wat kleurloos aan. Toch boeien de personages meteen. Ze zijn heel herkenbaar. Iedereen heeft wel een speciale wens. Iedereen mijmert wel eens over een nieuwe start. Ook de berusting van Lyle is heel herkenbaar. Soms is het leven gewoon zoals het is. Het is goed in al zijn eenvoud.


Wie verder leest merkt dat de kleurloosheid in een aangename diepgang overgaat. Vrolijk wordt het verhaal niet maar indruk maakt het wel. Het leven in Silverton staat symbool voor roots die altijd blijven trekken. Het is moeilijk en soms zelfs onmogelijk je van je afkomst los te maken. Ligt het ware geluk werkelijk een dorpje, een stadje of een werelddeel verderop? De onderwereld is een verhaal zonder opsmuk met heldere, korte zinnen zonder overbodige toevoegingen. De prettige bescheidenheid die van het verhaal uitgaat, maakt het tot een verhaal dat raakt. Het is een puur verhaal dat bij zal blijven.


ISBN 9789076174976 | paperback | 260 pagina's | Uitgeverij De Harmonie | januari 2017
Vertaald door Frans van der Wiel

© Annemarie, 11 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Recepten voor liefde & moord
Sally Andrew


Drie vrouwen werken bij de Kleine Karoo Gazette. De keurige, lange, dunne,  blauwogige, blondine Hattie (begin 50) is hoodredacteur. Tannie Maria (eveneens begin 50) verzorgt een zeer geliefde receptencolumn en Jessie Mostert is de jongste van het stel. Zij noemt zich onderzoeksjournaliste maar wordt meestal ingezet voor een verslag van de plaatselijke evenementen.


Tannie is klein en zacht, heeft kort bruin krullend haar en groene ogen en is naar eigen zeggen Afrikaans slordig. Ze loopt het liefst op veldskoene. Koken en eten zijn 'twee van haar belangrijkste redenen om te blijven leven'. Haar moeder was Afrikaans, haar vader Engels. Ze woont in de Karoo in Zuid-Afrika. Ze is gek op haar werk en schrikt ook even als Hattie haar meldt dat ze opdracht heeft gekregen om Tannie voortaan een liefdesadviescolumn te laten schrijven. Maar vindingrijk als de dames zijn bedenken ze de Liefdesadvies- en receptencolumn. 'Eten als medicijn voor het lichaam en het hart'.

De column wordt een groot succes. Voor elk liefdesprobleem heeft Tannie wel een advies én een bijbehorend recept. Maar dan komt die ene brief van een vrouw die erg slecht behandeld wordt door haar man als hij dronken is. Ze heeft een vriendin die verliefd op haar is maar ze durft niet op haar avances in te gaan. Tannie krijgt onmiddellijk een onbehaaglijk gevoel.


'Er zaten ongelukkige gevoelens in mijn buik. Ik at de laatste bevroren banaan en die duwde die gevoelens aan de kant. Ik kon niets anders meer in mijn buik voelen dan choco-notenbanaan. Maar mijn gedachten, die gingen nog steeds naar plekken waar ik niet heen wilde. Mijn handen trilden weer.'


We krijgen vervolgens een heerlijk verhaal voorgeschoteld met pittige ingrediënten en een zachte, milde nasmaak.


Het voorgevoel van Tannie is namelijk terecht, ondanks haar heldere antwoord en een recept voor de beste lamscurry ooit, loopt het met de vrouw niet goed af. Ze wordt vermoord. Maar door wie? Tannie zal en moet weten wat er gebeurd is en natuurlijk speurt Jessie Mostert mee, want dit is precies het werk wat ze wil doen. De keurige Hattie blijkt ook een vrouw van goud te zijn. Ze laat 'haar' mensen hun gang gaan en draagt, als het kan, haar steentje bij.


Wat het boek zo aantrekkelijk maakt is dat de goedmoedige Tannie een vrouw is met haar hart op de goede plek. Ze wil niets liever dan dat mensen zich prettig voelen en verwent iedereen met haar lekkere eten en gebak. Tannie heeft al het nodige achter de rug en ze voelt daardoor haarfijn aan wat er in ieders hoofd omgaat. Ze weet ook precies welk gerecht ze moet maken om mensen aan het praten te krijgen. De ene keer maakt ze heerlijke chocoladetaart, de andere keer een fantastische stoofschotel of 'beskuit' in allerlei variaties. En zo reizen we met Tannie en haar etenswaren langs elke verdachte, mogelijk medeplichtige of eventuele informatiebron en puzzelen we mee over de vraag wie de vrouw omgebracht heeft en waarom.

Het wordt nog spannend als Tannie en Jessie bedreigd worden, hoewel Tannie daarvan niet onder de indruk is. Maar dat is ze wel van de vriendelijke, zorgzame politieman die haar moet bewaken. Misschien heeft ze voor hem ook wel het ultieme liefdesrecept... maar erg zeker is ze daar niet van.

Het boek is zeker geen thriller, maar wel een warm, menselijk boek over vrouwen die geen onrecht kunnen verdragen en de waarheid willen weten.
Als extraatje staan achterin het boek nog een flink aantal recepten van gerechten die Tannie in het verhaal bereid heeft. Die lamscurry is wel heel érg aantrekkelijk...


ISBN 9789492086396 | Paperback | 416 pagina's | Uitgeverij Orlando | april 2017
Vertaald door Barbara Lampe en Natascha van der Stelt

Dettie, 7 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Gibraltar
Renske Jonkman


Samenvatting: Twee geliefden, Tobias en Ezra, leiden een tamelijk volmaakt bestaan: ze zijn slim, beloftevol, aantrekkelijk en wonen in een ruim appartement midden in de stad. Terwijl de vrijgevochten filmmaker Tobias werkt aan zijn grote doorbraak, klimt Ezra als creatief directeur omhoog binnen de harde reclamewereld. Maar het dagelijks leven kent ook een andere werkelijkheid. Tobias verhult dat er niets uit zijn handen komt, terwijl Ezra er afwijkende ideeën over de liefde en het leven op nahoudt. Ezra besluit de veilige cirkel te doorbreken en haar vader op te gaan zoeken in Essaouira, Marokko. Tegen Tobias’ zin in laten ze zomaar alles achter zich en ze trekken naar het zuiden. Samen maken ze een reis die zowel vooruit als achterwaarts door de tijd beweegt. Terwijl Tobias vlucht in zijn verbeelding en droomt van thuiskomen, slaat bij Ezra de werkelijkheid steeds harder in.
In Gibraltar scheren geliefden langs elkaar heen, al lijken ze elkaar zo nabij. Zoals Afrika en Europa bij Gibraltar bijna samenkomen. Bijna.

Nare roman, waarin Tobias zich aan één stuk door zorgen maakt over Ezra, die weigert te vertellen waarom ze zich zo vreemd gedraagt en Ezra zich totaal niets aan Tobias gelegen laat liggen. De twee hebben een vreemd idee van liefde. Voor Tobias is het voornamelijk lichamelijke aantrekkingskracht en voor Ezra betekent het een op zichzelf staand fenomeen, waarbij ze zich niets hoeft aan te trekken van wat de ander voelt en doormaakt.

Tobias stapt in Amsterdam bij Ezra in de auto in de verwachting dat ze een ommetje gaan maken, maar ze rijdt gewoon verder. Ezra houdt haar kaken op elkaar over haar bedoelingen en Tobias laat zich willoos meevoeren tot hij niet meer terug kan. Terwijl Tobias lichamelijk (hij ziet met de dag minder, want hij is zonder zijn lenzenvloeistof "ontvoerd") en geestelijk (wanneer hij in Spanje iets meer over de reden van Ezra's gedrag te horen krijgt) verder aftakelt, komt Ezra juist in haar element. Tobias wordt in het busje naar Marokko gesmokkeld, want hij heeft ook zijn paspoort niet bij zich. Daar krijgt hij nog meer voor hem onprettige feiten over Ezra te horen en stort volledig in.

Achteraf weet Tobias niet meer hoe hij thuisgekomen is. De schrijfster wist het ook niet, want dat is best wel lastig, alleen, zonder paspoort en zonder smokkelbusje. Jammer, ik was benieuwd hoe Jonkman zich hieruit zou redden. Het zal er wel niet toe doen, omdat dat niet het thema van het boek is, maar in een realistisch verhaal, moet het wat mij betreft kloppen.

Kortom een vervelende roman over een egoïstisch kreng en een overbezorgde pantoffelheld, die elkaar pas echt goed leren kennen als het te laat is.
Enig pluspunt: het is, op een enkel minifoutje na, goed geschreven, dus je blijft doorlezen, want je wilt weten hoe het afloopt.

ISBN 9789038800592 | Paperback | 352 pagina's | Uitgeverij Nijgh & Van Ditmar | september 2015

Berdine, 7 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

Hank & Heinrich
Hans Muiderman


Deze roman van Hans Muiderman is in zijn geheel opgebouwd uit delen met een kopje Hank erboven en een kopje Heinrich in willekeurige volgorde. Deze delen zijn onder hoofdstukken gehangen met onder andere titels als Achter de kist, Handenarbeid, Beroepsgeheim. De lezer neemt daardoor afzonderlijk kennis van het leven van Hank en het leven van Heinrich.


Hank leren we kennen als kleine jongen en we volgen hem tot hij volwassen is en samenwoont met Christine, die Hank nog kent van zijn HBS-tijd. Heinrich treffen we in het eerste hoofdstuk op het kerkhof als zijn graf wordt verzorgd door Cilly, de vrouw die hem naar eigen zeggen, en zoals zij het zelf netjes noemt op zijn begrafenis, aan zijn gerief heeft laten komen, 'ik was als een soort echtgenoot voor hem'.


Wie Hank en Heinrich echt zijn, ontvouwt zich gedurende de roman, waarin de lezer steeds verder kennis met ze maakt en de beide mannen steeds beter leert kennen. Hank is opgegroeid zonder vader en met een moeder die hem daar ook weinig over vertelt. Zijn naam zou Canadees zijn, dus wordt er vanuit gegaan dat Hank het resultaat is van een kortstondige relatie van zijn moeder met een Canadese bevrijder. Tot Hank te horen krijgt dat op zijn moeders verzoek zijn voornaam in het geboorteregister is gewijzigd. Hij vraagt zich af waarom?


Heinrich bevindt zich in een instelling en is een groot deel van zijn leven vergeten. Alhoewel hij door bepaalde zaken in zijn omgeving wel weer flarden herinnering kan oproepen, die dan ook weer levendig in zijn geest te voorschijn komen, maar hij kan ze niet verbinden met zijn leven van nu. Hij zegt daar zelf over 'Het lijkt alsof ik achteruit leef, misschien omdat de momenten uit mijn jeugd zo helder zijn'. Wat is er met Heinrich gebeurd, dat hij de dingen niet meer weet, Alzheimer op jonge leeftijd misschien? Zijn moeder leeft nog, dus Heinrich is nog niet heel oud?


Als lezer blijf je voortdurend nieuwsgierig naar de beide mannen en in je achterhoofd vraag je je steeds af of ze toch niet iets met elkaar te maken zullen hebben. Kan het zijn dat je als het ware in één boek, twee boeken aan het lezen bent, dat van Hank en dat van Heinrich of is er iets dat ze verbindt? Het vreemde is ook dat op de omslag van het boek de naam Hank is doorgestreept. Wat zou dat dan kunnen betekenen. Is Hank eigenlijk Heinrich of is er iets anders aan de hand?


Heel knap neemt Muiderman de lezer steeds verder mee het verhaal in en heel langzaam ontstaat er een soort vermoeden. Steeds opnieuw stelt de lezer zich vragen hoe het in elkaar zal zitten. De uiteindelijke ontknoping van het verhaal is toch weer een nieuwe verrassing en dat maakt dit boek zo knap geschreven. Het heeft als het ware de ontknoping van een thriller, terwijl de rest van het boek in zijn geheel geen thriller is. Het is juist, zoals we achter op het boek lezen 'een ontroerend roman over herinneren en vergeten. Over het romantiseren en verdringen van het verleden en de uiteindelijke confrontatie met ons noodlot'.


Ik vond deze roman van Muiderman zeer de moeite waard om te lezen, vooral ook omdat er na het lezen opnieuw vragen overblijven bij de lezer hoe je zelf op dit soort omstandigheden zou reageren.


Over de auteur: Als jonge dichter publiceerde Hans Muiderman (Den Haag) in de Groene Amsterdammer, hij schreef en regisseerde voor cabaret. Zijn loopbaan begon hij als docent film en scenarioschrijven aan de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht. Als auteur en redacteur was hij betrokken bij vele publicaties over kunst, cultuur en media. Sinds 2010 is hij fulltime schrijver. Zijn debuutroman Souvenir Utopia werd gepresenteerd in 2013. Daarna verschenen twee verhalenbundels. De pers reageerde lovend op deze publicaties. In het najaar van 2016 verschijnt zijn roman Hank & Heinrich. Hij geeft lezingen, treedt op en publiceert in literaire tijdschriften.


ISBN 9789463380317 | Paperback | 238 pagina's | Uitgeverij Aspekt | oktober 2016

© Ria, 29 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altNiemandsland
Simon Tolkien

‘Piekeren had geen zin. Ze waren piepkleine radertjes in een reusachtige machine en wat erin het verschiet lag, daar konden ze niets aan veranderen.’


Dit lijvige boek vertelt het verhaal van Adam Raine, vanaf het begin van de twintigste eeuw tot ongeveer 1920.
Adam groeit op in een arme wijk van Londen, waar zijn ouders moeite hebben de touwtjes aan elkaar te knopen. Dit is mede te wijten aan zijn vader, die een van de eerste socialisten is en niet bereid om voor een hongerloon te kruipen voor een rijke werkgever.


Als zijn moeder overlijdt, neemt zijn vader hem mee naar het kolenmijnstadje Scarsdale in Yorkshire. Hij hoeft niet de mijn in, maar werkt wel voor de mijneigenaar Sir John Scarsdale. Adam is een buitenbeentje: zijn vader wil dat hij naar school gaat, Latijn en Grieks leert, terwijl zijn leeftijdgenoten de mijn in moeten. - Het is de tijd waarin arbeiders niet meer zonder morren alles doen voor een paar centen, en de gemoederen lopen hoog op. Stakingen en onlusten leiden tot een dramatische gebeurtenis. -


Intussen is Adam verliefd geworden op de mooie dochter van de dominee, maar zij ligt vanwege het gebruik van rang en stand buiten zijn bereik.
En het wordt 1914. De oorlog breekt uit. En masse melden de jonge mannen zich aan, deels uit een soort bravoure, deels ook in een poging een beter leven te verkrijgen. Ook Adam kan er niet onder uit. Maar tevoren bekennen hij en Miriam elkaar hun liefde.


Dan volgt een episode waarin de oorlog beschreven wordt. Adam bevindt zich bij de Somme, bij de eerste grote veldslag. Één troost is er: hij is in het gezelschap van de jongens die zijn kameraden waren: Ernest, Thomas, Luke en Rawdon. Ook de vader van Miriam is er als legerpredikant. En de oudste zoon van Sir John Scarsdale. Diens jongere broer loopt er intussen in Engeland de kantjes vanaf, en weet te voorkomen dat hij in dienst moet. Deze jongen is de rivaal van Adam, en hij weet zich gesteund door Miriams moeder, die niets van de armeluiszoon, die Adam is, moet hebben.


De oorlog is er in zijn gruwelijkheden en de invloed daarvan op de mensen die het meemaken en op het thuisfront, het is al vaker verteld, en eigenlijk is deze roman niets nieuws onder de zon. Wat het verhaal bijzonder maakt, is dat het gebaseerd is op de wederwaardigheden van J.R.R. Tolkien, de wereldberoemde schrijver van The hobbit en The Lord of the Rings. Opa Tolkien was officier en maakte als zodanig de slag om de Somme mee in 1916. Er wordt wel gezegd dat hij zijn ervaringen van zich afschreef in het beroemde fantasy-epos.


Op zijn beurt schrijft zijn kleinzoon een verhaal dat heel veel elementen bevat uit de ervaringen van zijn opa, maar Simon Tolkien haalt er nog veel meer elementen bij, uit de geschiedenis van de mijnen, en natuurlijk van de oorlog. De titel Niemandsland verwijst naar de slag bij de Somme, de slag die de meest zinloze slag in al die oorlogsjaren bleek. In de annalen staat vermeld op welke manier de Britse officieren dachten dat zij de Duitsers wel even zouden verslaan.

‘Om 7.20, tien minuten voor de grote aanval, gooiden de Britse kanonnen er een schepje bovenop. Ze opereerden op maximale vuursnelheid. Pas toen de hagel van bommen even ophield kwamen de Britse soldaten overeind. Daarna richtte de artillerie verder naar achteren om hen de kans te geven niemandsland over te steken zonder door eigen granaten geraakt te worden.
Al snel was het duidelijk dat er iets mis was. Duitse kogels en granaten vlogen over de loopgraaf heen. Nerveuze mannen keken elkaar aan en waren beschaamd om hun angst te laten blijken.Op het moment dat het bombardement op hun stellingen even stilhield waren de Duitse soldaten uit hun schuilplaatsen gekomen om achter hun machinegeweren plaats te nemen. Even later hadden ze veel doelwitten om uit te kiezen. De Britse soldaten werden neergemaaid.’

J R R Tolkien overleefde de oorlog, zoals ook de hoofdpersoon uit dit boek. Net als zijn voorbeeld zal ook Adam gaan schrijven.


‘Het bittere verdriet putte hem uit. Hij had niet meer de energie om na te denken, keek alleen maar voor zich uit. Beelden trokken aan zijn geestesoog voorbij: de versplinterde, kapotgeschoten bomen azuurblauwe lucht, de smaragdgroene vleugels van een pagevlinder die een kleine twee meter van hem vandaan over de dorre, ruwe grond fladderde. De vlinder streek neer op de revers van Lukes kakikleurige jasje dat hem nu half camoufleerde.’


Het is een mooie roman, die leest als een trein. Over alles wat je in mensenleven kunt tegenkomen: liefde, jaloezie, macht, rijkdom, misbruik en saamhorigheid etc. Zowel in het normale dagelijkse leven als in een oorlog komt dat allemaal voor.
Op de vertaling heb ik wel wat aan te merken. Als er staat: ‘Dat hoop ik zeker.’ is dat vast een letterlijke vertaling van ‘I sure hope so’.
En over een begrafenis: ‘Gelukkig was deze niet luister bijgezet door bulderend kanonnenvuur’. Duidelijk is wat er bedoeld wordt, maar het is geen mooi Nederlands. Dit gebeurt vaker, en dat is jammer.


Voor mensen die weinig tot niets weten over de Eerste Wereldoorlog is het boek van Simon Tolkien een bron van kennis over die periode, zowel over de strijd als over hoe toestand in de wereld was in die jaren.


ISBN 9789044351514 | Paperback | 656 pagina's | Uitgeverij Lebowski | maart 2017
Vertaald uit het Engels door Joost van der Meer en Bill Oostendorp

© Marjo, 24 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER