Nieuwe boekrecensies

Schilderslief
Simone van der Vlugt


Als je iemand vraagt wat de naam van de vrouw van Rembrandt was dan zal het antwoord Saskia zijn of Hendrickje Stoffels. Maar Rembrandt heeft met nog een vrouw samengeleefd, te weten Geertje Dircx. Zij is veel minder bekend geworden, waarschijnlijk omdat het stel met ruzie uit elkaar ging. Rembrandt was zelfs zo boos op haar dat hij Geertje in het spinhuis (tuchthuis) liet opsluiten. Dat gegeven vond Simone van der Vlugt interessant en is de archieven in gedoken om zo meer te weten te komen over deze vrij onbekende Geertje.


Zoals we inmiddels van haar gewend zijn heeft de schrijfster vervolgens een prachtig historische roman om deze geliefde van Rembrandt geweven. We gaan met haar mee terug in de tijd, naar de hoogtijdagen van Rembrandt. Met Saskia gaat het niet goed en Geertje is aangenomen om voor Titus, de zoon van de schilder, en Saskia te zorgen. Geertje doet haar best maar na 10 maanden overlijdt Saskia. Rembrandt is kapot van verdriet maar de zaken gaan door. Geertje probeert zo goed en zo kwaad als ze kan alles op te vangen en Rembrandt bij te staan in de dingen die zich voordoen.


Rembrandt wordt verliefd op Geertje, of is hij blij dat er een vrouw voor hem zorgt? In elk geval spreekt hij zijn waardering uit en geeft haar uiteindelijk enkele sieraden, waaronder een prachtige ring, die van Saskia waren. Vanwege een clausule in Saskia's erfenis, kan Rembrandt namelijk niet meer trouwen maar Geertje ziet in de gift van Rembrandt een verkapt huwelijk. Voor haar gevoel is ze sinds die gift zijn vrouw.
Ze is gek op 'haar man'. Komt graag in het atelier waar de leerlingen werken. Ze heeft het goed en geniet van de sfeer in huis zo samen met Titus en Rembrandt.
Natuurlijk leeft ze voor de buitenwereld in zonde, maar de rebelse Rembrandt weet haar gerust te stellen. Het is prima zo.


Maar dan verschijnt de knappe, jonge Hendrickje Stoffels op het toneel... en dan verandert alles. Geertje wordt niet meer gewaardeerd, wordt terzijde geschoven en dat pikt ze niet. Zij gaat tegen de rijke, barse schilder in! Dat is zeer ongewoon en dat zal ze weten! Ze heeft haar tijd niet mee. Het wordt een pittige strijd...

Het wordt een heerlijk meeslepend verhaal, Geertje Dircx is een pittige dame die zich niet zomaar alles laat zeggen en Rembrandt is een koppige, wispelturige man. Het knalt er flink op los. Simone van der Vlugt heeft zich weer fantastisch ingeleefd in de tijd en heeft de onbekende Geertje met dit boek een blijvende stem gegeven. Achterin het boek zijn ook de papieren rond de rechtszaken opgenomen wat het boek helemaal iets extra's geeft.
Fijn boek!


ISBN 9789026346194| Hardcover | 320 pagina's | Uitgeverij Ambo Anthos | augustus 2019

© Dettie, 3 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lied voor de vermisten
Pierre Jarawan


‘De oorlog’. Als wij westerlingen dat zeggen bedoelen we de Tweede Wereldoorlog. In de landen van het Midden-Oosten is de betekenis heel anders. In Libanon is het de Burgeroorlog die van 1975 tot 1990 het land ontwrichtte en 250.000 mensenlevens eiste. Ook vluchtten bijna aan miljoen Libanezen het land uit.


Na de onafhankelijkheidsverklaring in 1954 (tevoren stond het land onder mandaat van Frankrijk) leefden diverse geloofsgroepen min of meer vreedzaam naast elkaar, tot - onder andere door de vestiging van de staat Israël - Palestijnen in grote getale naar Libanon kwamen, waardoor moslims de grootste geloofsgroep werden. De PLO gebruikte Zuid-Libanon als uitvalbasis voor aanvallen op Israël. Zij hadden aanhangers, maar ook tegenstanders in Libanon, hetgeen na een aanslag leidde tot de Burgeroorlog. Denkend te kunnen profiteren van de chaos trokken Syrische troepen het land in, waarbij Beiroet verwoest werd.


Libanon viel feitelijk uiteen: de Syriërs controleerden het grootste deel van Oost-Libanon; de moslims beheersten Tripoli en Zuid-Libanon; Beiroet werd in een christelijk Oost-Beiroet en een islamitisch West-Beiroet verdeeld, de Groene Lijn. De moslims waren onderling ook weer verdeeld in gematigde en extremistische groepen. Een van de fanatiekste groepen was de Hezbollah. Eind december 1990 werd de nationale verzoening afgekondigd en in 1991 werd de amnestiewet aangenomen; dit hield in dat ieder die politieke misdaden begaan had tijdens de burgeroorlog niet strafrechtelijk vervolgd zou worden.


Tegen deze chaotische achtergrond spelen de verhalen die Amin ons gaat vertellen. In het heden van het boek is hij een dertiger, die terugkijkt op zijn leven. Opnieuw zijn er onlusten in Libanon, het land wordt overspoeld met Syrische vluchtelingen. Zoals dat gaat vallen door kleinere voorvallen grotere verbanden ineens op zijn plek. Heen en weer gaan zijn herinneringen, op zoek naar die verbanden. Op zoek naar wat er nu precies gebeurd is. Op zoek naar de waarheid.
Maar hij begint zijn verhalen met: ‘Yeki boed. Yeki naboed’. En dat betekent: ‘Het was zo. En het was niet zo.’
De waarheid valt niet meer te achterhalen. Is dat in een normale wereld al moeilijk, in de wirwar van oorlogshandelingen is dat schier onmogelijk. Het is een tijd waarin je niet weet wie wie is – als de ander het zelf al weet! Een wereld waarin je niet weet wat de betekenis is van bepaalde gebeurtenissen. En op welk moment begin je te vertellen?


Amin is als de onlusten gaande zijn met zijn grootmoeder in Duitsland. (Daar zit ook een geschiedenis aan vast die hij als kind niet kent of begrijpt). Als hij met zijn teta terugkeert naar Beiroet is hij twaalf jaar. Zijn klasgenoot Jafar wordt zijn grootste vriend. Maar Jafar heeft de burgeroorlog wel meegemaakt, en is er door gevormd. Het zal een rol spelen in hun vriendschap, die Amin pas laat onderkent.


De titel heeft te maken met een schilderij dat Amins moeder maakte en dat de titel draagt: Lied voor hen die worden gemist. Zij was toen ze het maakte in Parijs. Tegen de wens van de familie in, net als het geval was bij haar moeder wilde zij kunstenaar worden, hetgeen zelfs leidde tot de scheiding van haar ouders. Zij schilderde het huis in de bergen, waar Amin zijn intrek neemt terwijl hij zijn leven op orde probeert te krijgen.
De titel van het boek is evenwel Lied voor de vermisten, en dat slaat op de talloze mensen die verdwenen zijn ten tijde van de Burgeroorlog: 17.444 mensen, over wie hun familie slechts mondjesmaat duidelijkheid verkreeg, jaren nadien.


Proberen alles op een rijtje te krijgen is voor Amin die er midden in zit al een vrijwel onmogelijke zaak, voor de lezer is dat nog moeilijker. Wij Nederlanders kennen niet de geschiedenis van Libanon en omdat het voor Amin ook niet allemaal duidelijk is – bestaat er iemand die het allemaal wèl begrijpt? – en hij steeds benadrukt ‘Yeki boek. Yeki naboed’ kunnen we het maar beter niet proberen. Laat de verhalen over je heen komen. Het Lied is opgedeeld in hoofdstukken die strofen heten, er is geen chronologie. Ze zijn geschreven in een mooie soms bijna poëtische taal, waarbij je de verwoeste stad en het huis in de bergen als het ware voor je ziet. De gruwel van de oorlog is aanwezig, maar wordt beschreven door de ogen van een kind dat ermee opgroeit en bijna niet beter weet.
Dat is de sfeer die in de verhalen hangt: die van een grote onzekerheid, waarmee opgroeien sowieso - maar in oorlogstijd nog meer - gepaard gaat.


Prachtig boek, het herlezen waard.


Pierre Jarawan (1985) emigreerde op driejarige leeftijd met zijn Libanese vader en Duitse moeder naar Duitsland. Hij studeerde er Duits, Engels en film-, theater- en televisiekritiek. Hij is hét Duitse poetryslam-talent en won in de wereld van de poetryslam al vele prijzen.


ISBN 9789402704822 | paperback | 448 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | juni 2020
Vertaald uit het Duits door Lilian Caris

© Marjo, 22 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het geheim van Belmonte
Antonia Riepp


'Wat je van het leven verwachtte en wat je kreeg komt zelden overeen'


In de proloog leren we Teresa Farina en Marta Ferri kennen. Jonge meiden die hun vrienden steunen in de strijd tegen de Duitsers. Het is 1944, de jongens verschuilen zich in de bergen. Hun vriendinnen brengen eten en andere benodigdheden.
Dit keer treffen ze op hun weg terug naar het dorp Belmonte een paar Duitse soldaten. Deze ontmoeting bepaalt Teresa's verdere leven. Haar droom te gaan studeren gaat in rook op. In plaats daarvan trouwt ze niet veel later met Ettore Moretti.


Jaren later, het is de moderne tijd, treffen we in Allgäu, Duitsland de dertigjarige Simona, een werkloze landschapsarchitect. Ze vindt dat haar vriend Sebastian haar te veel onder druk zet, ze weet nog niet of ze met hem verder wil. Ze besluit naar de Marken te gaan, in Italië, voor een afkoelingsperiode.
In Belmonte, dat zich in de Marken bevindt, woont haar oma Franca al weer jaren. Na de mysterieuze verdwijning van haar moeder werd Franca opgevangen door de familie Ferri. Later vertrok ze met haar man Tobias naar Duitsland om daar een beter bestaan op te bouwen. Daar werd Marina geboren die op jonge leeftijd ongehuwd zwanger raakte: Simona werd geboren en door haar oma opgevoed.


Helaas wacht Simona een akelig bericht als ze in Belmonte aankomt: haar oma is zojuist overleden. Het testament wijst haar als erfgename aan van de hoeve. Marina erft het huis in Kempten. Marina kan niet zo goed met haar dochter overweg. Met haar moeder ook al niet trouwens.
Daar gaat een ingewikkelde familiegeschiedenis aan vooraf.


Het speelt grotendeels in Italië, in Belmonte, een klein middeleeuws dorp op een heuvel. In de Farinahoeve waar Simona het best naar haar zin heeft, vindt ze een cassettebandje. En iemand duwt in de dagen die volgen steeds een volgend bandje in de brievenbus. Wie doet dat?
Als Marina ineens opduikt houdt Simona de bandjes aanvankelijk verborgen. Eerst wil ze alles weten, want ze ontdekt al snel dat haar familie het een en ander verborgen houdt.
Er is natuurlijk ook een knappe man in de buurt, een Amerikaan, die met zichzelf in de knoop zit. Maar Simona weet ook nog niet wat ze met haar leven moet.
Er liggen moeilijke keuzes voor haar: naar Duitsland terug of in Italië blijven? Met Sebastian verder of energie steken in een nieuwe relatie?


'Vooral het vooruitzicht om misschien al binnen afzienbare tijd op een punt te belanden waarop ze zich zou realiseren dat er voortaan niet veel meer zou gebeuren in haar leven. Dat het al afgelopen zou zijn terwijl zij nog geloofde dat het pas net begon.'


Een intrigerende familiegeschiedenis ontvouwt zich heen en weer springend in de tijd met in de hoofdrol drie vrouwen, die niet van plan zijn zich te laten ringeloren door de man, zoals dat in de Italiaanse cultuur gebruikelijk is. Allemaal hebben ze te maken met die ene man die ze willen hebben, terwijl het lot er steeds een stokje voor weet te steken. Dat begint al met Franca, door haar moeder niet voor niets zo genoemd (de naam staat voor vrijheid).
Een romantische familiesaga, door Antonia Riepp krachtdadig verteld. Zonder onnodige uitweidingen, terwijl ze de sfeer van een broeierig Italië en een net zo broeierige familie toch prima weet op te roepen, houdt ze de lezer geboeid.


Antonia Riepp is het pseudoniem van een Duitse bestsellerauteur die al meer dan twintig jaar suspense-romans publiceert. Ze heeft meerdere onderscheidingen ontvangen, haar boeken zijn in verschillende talen vertaald en twee van haar bestsellers zijn verfilmd. Het Geheim van Belmonte is haar eerste historische roman, een familiesaga. De auteur woont momenteel in Allgäu.


ISBN 9789044355253  | paperback | 448 pagina's | Uitgeverij Overamstel | mei 2020
Vertaald uit het Duits door Sylvia Wevers

© Marjo, 20 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Het marktplaatsmeisje
Carlijn Vis


Anna heeft haar zaken redelijk voor elkaar. Ze heeft een leuk flatje, vaste sportschooldagen en een baan waarin ze naar hartenlust structuur in de bedrijfsvoering aanbrengt. Het afwasschema is iets waar ze misschien het meest trots op is. Ze wil wel een partner, maar geen man die de boel overhoop gooit. Kortom, een verkeerd T-shirt, het verkeerde merk afwasmiddel of pindakaas, of andere verkeerde dingen in het winkelwagentje en Anna weet dat het niet iets voor haar is. Ze wil niet iemand waar ze aan moet sleutelen, of die ze dingen moet leren, maar iemand die gewoon de juiste is.

Ze werkt bij een bedrijf, dat ze langzaam heeft zien groeien. Haar baas is Simon en Anna vormt samen met 2 stagiaires de afdeling Officemanagement. In het nieuwe jaar zal er een nieuwe collega bijkomen, die de functie Operationsmanager krijgt. Men gaat in het nieuwe jaar ook verhuizen naar een nieuw kantoor en Anna krijgt de opdracht om het een en ander te regelen. Ze maakt een heel schema en stelt voor om het oude kantoormeubilair op Marktplaats te verkopen. Dat vindt Simon een goed idee.

Anna beschouwt Marktplaats ook als een manier om een partner te vinden. Op die manier kan ze namelijk bij mensen binnenkijken en zien of het iemand is met wie het zou kunnen klikken. Bij de verkoop van het kantoormeubilair gebeuren wel wat dingen die wat ongeloofwaardig zijn, want waarom zou iemand die zo geordend is zich ineens als een soort verleidster ontpoppen als er een man komt die een deel van het kantoormeubilair komt halen. De vrijpartij die volgt, is toch ook niet echt geloofwaardig. De komst van de nieuwe collega Heleen valt ook niet helemaal goed bij Anna. Heleen vindt dat ze de dingen een beetje verwaarloost en haar werk minder serieus lijkt te nemen.

Anna is opgegroeid in een internaat, omdat haar moeder vroeg is overleden en haar vader niet in staat is om voor haar te zorgen. Hij heeft psychische problemen, waardoor hij regelmatig in de problemen raakt en hij komt in een soort beschermd wonen project terecht. Anna zoekt hem daar regelmatig op. De vader vertelt over de reizen die hij gemaakt heeft en dat hij goed de weg in Colombia weet. Hij heeft daar vrienden wonen, maar als Anna daar vragen over stelt doet de vader onverschillig. Ze wil met hem naar Colombia en leest alles wat er over het land te vinden is. Als ze op een gegeven moment weer bij haar vader op bezoek wilt, blijkt de vader ineens verdwenen te zijn.

Het boek ontwikkelt zich een beetje vreemd. Wat begon als een verhaal over iemand op kantoor, die op zoek is naar een relatie, wordt later steeds donkerder en deels misschien minder geloofwaardig. Het einde lijkt er helemaal een beetje aangeplakt te zijn. Waarom gaat Anna eigenlijk ineens naar Colombia? Verwacht ze daar haar vader te vinden?

Wat ik eerst een leuk boek vond, waarbij ik misschien nog geneigd was over de ongeloofwaardige zaken heen te springen, eindigt toch wel een beetje onbevredigend.

ISBN 978 90 254 4417 4 | Paperback | 222 pagina’s | Atlas Contact | oktober 2014

© Renate 11 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

Kom Atir kom
De legendarische voetreis met een giraffe van Marseille naar Parijs in 1827
Agnita de Ranitz


De inhoud van dit boek is heel kort weer te geven: het is het verhaal van de legendarische voetreis in 1827, waarbij het er om ging een jonge giraf - een geschenk van de pasja van Egypte aan de Franse koning - van Marseille naar Parijs te begeleiden. De giraf werd begeleid door haar verzorgers, twee Soedanezen. Behalve een bedoeïen, Hassan, is dat een gewezen slaaf, Atir genaamd. Atir is de ene verteller van het verhaal. De andere is de beroemde zoöloog Etienne Geoffroy Saint-Hilaire, met zijn 55 jaren al ‘oud’, die naar Marseille is getrokken om van daaruit met de giraf mee terug te lopen naar Parijs.


Wat dit boek bijzonder maakt is dat schrijfster Agnita de Ranitz deze twee zo verschillende mannen hetzelfde verhaal ieder op een heel eigen manier laat vertellen. Zij vertellen steeds over dezelfde gebeurtenissen, hetgeen indien nodig boven de hoofdstukken aangeduid staat. Ook staat vermeld wie er aan het woord is. En er zijn de brieven die St-Hilaire aan zijn vrouw in Parijs schrijft.


Het is een zware reis, bedenk dat het bijna twee eeuwen geleden is, en de reizigers niet de beschikking hadden over de gemakken van vandaag de dag. Er moest gelopen worden, 880 kilometer. Dat duurde 42 dagen. Het moet gezegd worden: het kostte de giraf geen enkele moeite, zij liep braaf mee aan de leidsels die Atir vasthield. Atir deed samen met Hassan ook de dagelijkse verzorging: zij gaven het eten en drinken – een emmer melk per dag, waarvoor koeien in de stoet meeliepen! Atir poetste en borstelde, hield haar staart klittenvrij en maakte de hoeven schoon.
Atir was trots op zijn Zoraféh, die in het verhaal Zarafa genoemd wordt.


In het begin was St-Hilaire, katholiek en erg Frans, bepaald niet gecharmeerd van Atir: een moslim, een slaaf, die ook de taal niet sprak! Maar dat veranderde al snel: hij zag hoe goed Atir was voor de dieren en ontdekte dat de jonge man niet alleen snel de Franse taal leerde maar evenmin dom was. Tegen het einde van de reis zocht hij steeds meer het gezelschap van Atir, hij vond het leuk hem van alles te leren en ze voerden diepe gesprekken. Atir op zijn beurt zag meer dan hem verteld werd en hij deed zijn best om het ook de geleerde naar zijn zin te maken.

De reis verliep niet zonder avonturen. Het volk kende een dier als de giraf niet en liep overal waar ze kwamen uit om naar het monster te kijken. Gelukkig stoorde Zarafa zich er weinig aan al is het een keer goed fout gegaan, een verhaal apart!


Voor in het boek staat de route getekend zoals die door het gezelschap gelopen werd. In het nawoord vertelt de Ranitz dat ze zelf de reis ook gemaakt heeft om zoveel mogelijk de plekken te bezoeken die de reizigers bezocht hebben. Niet lopend – met de auto duurde het 10 dagen - maar wel vaak stoppend om hotels en andere pleisterplaatsen te bekijken. Zij raadpleegde kranten en andere historische geschriften om de reis te reconstrueren en ging zelfs naar Kenia om het gedrag van een giraf te bestuderen!
Zij vertelt hoe het afliep met de personages en voegt dan nog een bijlage toe waarin verteld wordt over de historische achtergrond en indien nodig nadere toelichting bij hetgeen zij laat vertellen.
Zarafa wordt ondergebracht in de Parijse dierentuin Jardin du Roi, die nu de Jardin des Plantes heet.


Natuurlijk is het een bijzonder verhaal, hoe een giraf in die tijd van Egypte naar Parijs ‘reist’, maar het mooiste van het boek is toch wel hoe de relatie tussen de twee hoofdpersonages zich ontwikkelt. De Ranitz slaagt er in om eenzelfde gebeurtenis twee keer te laten vertellen zodanig dat het niet saai wordt: Atir en St-Hilaire bekijken de wereld door heel andere ogen, vanuit een andere achtergrond. Atir verwondert zich constant over het land dat hij ziet als ook over de mensen die zo anders zijn. Er is een groot cultuurverschil, ze hebben een ander geloof, maar zij blijken toch zoveel te delen dat er een hechte vriendschap ontstaat.
Dat brengt de schrijfster heel mooi over! Het verhaal leest als een trein. Er staan ook nog tekeningen in het boek, ook al verzorgd door de schrijfster zelf.
Fez af (tulband?) voor de moeite die de schrijfster zich getroost heeft om de wereld van de giraf, inclusief de juiste feiten van de geschiedenis om te zetten binnen een mooi psychologisch verhaal.


Agnita de Ranitz (1952, Den Haag) studeerde kunstgeschiedenis en Egyptologie aan de Ecole du Louvre in Parijs en de Sorbonne. Ze werkte in het Allard Pierson Museum in Amsterdam. Kom Atir kom is haar tweede roman.


ISBN 9789078905196 | Paperback | 350 pagina’s | Uitgeverij De Brouwerij | februari 2020

© Marjo, 29 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Madame Jeanette
Mireille Geus


"Leonora zei hij, 'ik had het eerder moeten zeggen, maar ik kom niet meer. Niet straks niet morgen, niet overmorgen.' [...]
Hij begon het uit te leggen. Omstandig. Hij wilde dat we ons als paar ontwikkelden, dat we intiem waren.
'We zijn toch intoiem? Zo vaak!' Ik hoorde dat ik kirde.
'Ik heb het niet over seks, antwoordde hij, maar over intimiteit.'


Kenneth stopte dus met de relatie, hij vertrekt uit hun huis, hij mistte het 'thuisgevoel' bij haar. Maar dat 'thuis' is nu net iets wat Leonora nooit gehad heeft. En ze wil wel over vroeger vertellen maar het lukt haar niet. Alsof ze het vergeten is. In het fotoboek van haar jeugd ziet ze wel foto's maar er is verder geen herinnering bij, op een enkel vaag beeld na.


De klap komt hard aan, ze weet ergens diep in haar hart dat Kenneth gelijk heeft. Ze kookte bijvoorbeeld nooit, iets wat bij Surinaamse mensen juist zo belangrijk is. De keuken is de spil van het huis. Het eten, de gerechten zijn een gezamenlijke onderneming die in het huiselijk leven verweven is.

Om niet alleen te zijn en ook om Kenneth terug te winnen besluit ze om zich op te geven voor een cursus Surinaams koken. Op eerste Kerstdag zullen ze uiteindelijk hun zelfgemaakte maaltijden samen opeten.


En zo leren we de geweldige Dushi kennen, de rots in de branding, die dwars door al haar cursisten heen kijkt. Zij is het die laat zien dat eten en eten klaarmaken veel meer betekent dan iemand van voedsel voorzien. Er komt veel meer bij kijken zoals liefde, aandacht, intentie etc..
Door deze cursus beginnen bij Leonora langzamerhand herinneringen terug te komen, aanvankelijk zijn het enkele beelden maar uiteindelijk komt het hele, schrijnende verhaal naar boven.


Het knappe van Mireille Geus is dat ze in kleine brokjes, delen van het in feite erg eenzame leven van Leonora prijsgeeft. Het lijkt in het begin een fijne jeugd met een leuke vader en moeder en een halfbroertje en -zus waar Leonora goed mee kan opschieten. Maar zo blijft het niet nadat Leonora moeder overleden is.  - Leonora is dan negen jaar oud. - We lezen hoe Leonora daarna steeds geen vaste grond onder haar voeten krijgt. Ze kent geen thuis meer. Woont bij een tante en oom, woont daarna weer bij haar totaal ontredderde vader die tegelijk lief en vreselijk is. Haar broertje en zus zijn uit het zicht verdwenen.


Leonora probeert te overleven in de moeilijke situatie waarin ze zich bevindt. Ze doet vreselijk haar best om toch maar aanvaard te worden maar vindt bij niemand begrip of aansluiting. We lezen het verhaal van een kind dat ondanks alle escapades van haar vader, hem onvoorwaardelijk trouw blijft en hem blijft opvangen en verzorgen, hoe klein ze ook is. Uiteindelijk is er maar één persoon die Leonora werkelijk ziet, de buurvrouw boven, 'scheve Rosa'.


Gelukkig worden de zwaardere hoofdstukken afgewisseld met verhalen over de cursus waarin de vrouwen heerlijke gerechten bereiden maar ook lachen en huilen met elkaar. De vrouwen hebben allemaal zo hun eigen verhalen en worden uiteindelijk goede vriendinnen. De geweldige Dushi is de spil en Leonora leert bij haar in de keuken heel wijze lessen en dat zijn niet alleen kooklessen.
Maar of ze Kenneth nog terugkrijgt dat is iets wat nog zal blijken...


Mireille de Geus is dochter van een Surinaamse en Nederlandse ouder en deze roman is autobiografisch. Je krijgt bij het lezen van dit heftige, aangrijpende maar ook vrolijke verhaal veel respect voor de schrijfster. Maar er is ook bewondering voor de manier waarop ze haar verhaal heeft weergegeven, ondanks alles wat er gebeurd is blijft ze integer en laat ze iedereen in hun waarde. Heel af en toe duurden de kookverhalen wat lang, maar dat voelde vooral zo omdat je wilde weten hoe het verder ging met Leonora. Toch had het boek niet anders geschreven kunnen zijn dan het nu is. Erg indrukwekkend.
Wel jammer dat de recepten er niet bij vermeld zijn ...


ISBN 9789046824764 | Paperback | 270 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | april 2019

© Dettie, 22 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De verdwenen brieven van Esther Durrant
Kayte Nunn


November 1951. Esther Durrant en haar man vertrekken op vakantie, naar Little Embers, een van de Scilly-eilanden. Het is dat Esther niet goed in haar vel zit - ze is zwaar depressief - anders had ze zich veel drukker gemaakt om deze vreemde bestemming, in deze tijd van het jaar. We ontdekken dat ze een zoontje hebben, maar dat hij al geruime tijd verzorgd wordt door het kindermeisje, niet door Esther.Ze  kan het niet aan, ze is moe. Zoals we te weten zullen komen heeft haar depressie een reden. Haar man zegt dan ook dat ze rust nodig heeft, maar hij blijkt dat anders te bedoelen dan zij denkt.


Het huis waar ze de komende tijd zal doorbrengen wordt bewoond door een aantal mannen, die daar ook niet voor niets zijn. Het zijn getraumatiseerde militairen, die allemaal behandeld worden door dokter Richard Creswell.
Aanvankelijk is Esther boos als ze ontdekt dat haar man er niet meer is, maar ze kan niet weg. En het went. De gesprekken met de dokter zijn onderhoudend, en afgezien van het feit dat ze haar zoontje mist, vindt ze het eigenlijk wel prettig op het eiland. Er bloeit zelfs een romance op.


Voorjaar 2018. Rachel Parker wordt aangenomen om op de Scilly- eilanden een onderzoek te starten naar de populatie kokkelschelpen - de Venus verrucosa - om veranderingen vast te kunnen stellen in het aantal, hetgeen een indicatie is voor klimaatverandering. Rachel is een eenling, en al is ze gewend aan tropische oorden, ook hier vindt ze snel haar draai. Tot ze schipbreuk lijdt met haar bootje en aanspoelt bij een klein eiland, Little Embers. De enige bewoner van dat eiland redt haar. Het is de excentrieke schilderes Leah.
Bij toeval vindt Rachel een aantal oude brieven uit 1952, en ze raakt geïntrigeerd: ze zijn nooit verzonden terwijl het adres er op staat en er ook een postzegel op zit. Ze kan het niet laten, ze leest ze en ontdekt dat het liefdesbrieven zijn. En daar wil ze meer van weten. Wie is Esther Durrant? Leeft ze nog en waar is ze dan?


Kayte Nunn weeft twee verhalen in elkaar, twee liefdesgeschiedenissen, over twee sterke vrouwen, die zich niet zomaar door een man laten inpakken, al willen die dat nog zo graag.


Geheimen uit het verleden die hun tentakels uitstrekken naar het heden, dat levert meestal een lekker feelgood verhaal op. Dat doet De verdwenen brieven van Esther Durrant ook. Nunn geeft een goede beschrijving van de Scilly-eilanden, een mooi natuurgebied voor iemand die niet specifiek voor de zon kiest. Door de wederwaardigheden van Esther en Rachel af te wisselen wordt een prettige spanningsboog gehanteerd. De overige patiënten vormen interessante personages, mannen die buiten de maatschappij vallen, en die door de controversiële behandeling van de dokter rust lijken te vinden.


Extraatje: Kayte Nunn heeft De verdwenen brieven van Esther Durrant geschreven min of meer gebaseerd op de verhalen over haar overgrootmoeder die in het verleden opgenomen geweest was in een inrichting, begin twintigste eeuw, na een postnatale depressie. Het personage van Esther, een sterke vrouw, heeft ze gebaseerd op de levens van drie moedige Engelse vrouwen.


De journalist en redacteur is geboren in Singapore, groeide op in Engeland en de Verenigde Staten, maar woont al weer meer dan 20 jaar in Australië. Van jongs af aan is schrijven haar lust en haar leven. Van haar vijf boeken is dit het eerste dan vertaald werd naar het Nederlands.


ISBN 9789044357370 | paperback | 368 pagina's | Uitgeverij House of the Books | mei 2020
Vertaald uit het Engels door  Marga Blankestijn

© Marjo, 28 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Strovuur
Gerwin van der Werf


'Laten we naar Parijs gaan.' De gedachte kwam op als water maar het plan werd gelijk uitgevoerd. Elvin (20) en zijn nicht Fay (17) stoppen wat kleren in een tas en de alt-viool van Fay moet ook mee. Fay legt daarna een briefje voor haar moeder neer en ze gaan. De twee spreken af dat er geen telefoon mee gaat wat even moeilijk is, want geen contact kunnen hebben is bijna ondenkbaar, maar toch laten ze beiden het ding thuis. Ze gaan genieten, zonder afleiding van apps en dergelijke. Hun vervoermiddel is de trots van Elvin, een oude Mitsubishi Saporro.


Elvin weet totaal de weg niet maar ook dat is onderdeel van het avontuur. Hij is een jongen die het leven neemt zoals het komt. Hij is laconiek en recht voor zijn raap maar Elvin heeft ook een kort lontje, iets waar de lezer in de loop van het verhaal kennis mee maakt. Fay is anders, zij wil studeren, is behoorlijk intelligent én ziet het leven minder simpel als Elvin. Ze neigt naar melancholie en vraagt zich soms af wat het leven waard is. Fay 'was erg druk was met onzichtbaar zijn en overleven.' Fay waardeert de nonchalante manier van doen van Elvin erg en trekt zich er aan op. Zij is degene die het verhaal vertelt.


Fay en Elvin rijden gewoon naar wat voor hun gevoel richtig Parijs is, maar belanden al snel op allerlei landweggetjes die nergens op uit lijken te komen. Bij een klein benzinestation - Elvin gebruikt speciale benzine - worden ze erin geluisd en maken we voor de eerste keer kennis met de laconieke maar doeltreffende manier van doen van Elvin. En ook op hun verdere reis beleven ze bijzondere, soms excentrieke momenten die om een reactie vragen.


Ondertussen lezen we stapsgewijs wat de oorzaak is van de redelijke zwaarmoedigheid van Fay en haar ogenschijnlijk ongeïnteresseerde houding naar het leven.Gerwin van der Werf heeft dat knap en subtiel door het verhaal heen geweven. De onverschillige houding van Fay is een masker om haar innerlijke gevoelens niet te laten zien, die houding levert overigens wel enkele hilarische momenten op evenals ontroerende passages als ze dat masker even laat vallen.


En dan... steelt Fay een zestiende-eeuws koorboek uit een klooster en gek genoeg schenkt dat boek, die muziek, haar een groot gevoel van troost. Toch zet dit koorboek ook het luik naar de gevoelens van Fay open wat uiteindelijk tot een heftige en ontroerende climax leidt. Gelukkig is Elvin in de buurt...


Deze roadnovel straalt de jeugdigheid uit van de twee jonge mensen die nog niet zo snel ergens moeilijkheden in zien, maar is toch ook serieus genoeg om na het lezen een tijdje over na te denken. Gerwin van der Werf speelt in dit boek met tijd en ruimte. Het hele verhaal beslaat zes dagen en is soms bijna surrealistisch dankzij de vreemde plaatsen zoals bizarre dorpje Kruishoutem en de mensen die ze onderweg ontmoeten. Maar het verhaal is soms ook heel realistisch en aards.
Verder vraag je je aan het eind van het boek af of de reis überhaupt wel heeft plaatsgevonden...


Al deze ingrediënten maken het boek uiteindelijk tot een heerlijk en bovendien knap geconstrueerd verhaal dat je met veel plezier leest.


ISBN 9789025458843 | paperback met flappen | 246 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | februari 2020

© Dettie, 22 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een schildpad huilt maar één traan
Carol Campbell


"Juf Esmee en meneer Maans van het schooltje in Seekoegat zouden wel weten wat er moest gebeuren. Haar handen en armen waren kleverig van het bloed. Ze wreef langs haar broek, maar zonder resultaat. Door het droge bloed op haar T-shirt en gezicht zag ze eruit als het slachtoffer van een overval en als ze zichzelf zou hebben kunnen zien, had ze het vast uitgegild van schrik. Ze kon maar beter blijven rennen. Dan zou alles weer in orde komen."


Dit bovenstaande lijkt op het begin van een thriller maar dat is niet zo. Je zou bijna 'helaas' zeggen als je het hele verhaal kent. Degene die in dit bovenstaande fragment namelijk aan het vluchten is, is Siena, een jonge vrouw die een man heeft vermoord, ze moest wel, het was geen leven meer met hem. Ze probeert het schooltje van haar jeugd in Seekoegat te bereiken. Daar wonen de enige mensen die altijd voor haar klaarstonden en een méns van haar gemaakt hebben.


Wisselend van het heden naar het verleden komen we het verhaal van Siena en haar vrienden Boetie en Krekel te weten.
Siena is een dochter van het karretjesvolk, dat zijn mensen die door de binnenlanden van de Karoo  rondtrekken op zoek naar werk. Op gegeven moment hebben de ouders van Siena, destijds 8 jaar, voor langere tijd werk gevonden bij 'de boerin'. Een vrouw die het goed voor heeft met mensen. Ze draagt er zorg voor dat kinderen naar school gaan.


Siena trekt veel op met Boetie, die na een erg heftige gebeurtenis bij hen is komen wonen, in die zin dat hij overdag aanwezig is maar 's nachts zijn eigen plek zoekt. Boetie is gehard door zijn ervaringen en gaat zijn eigen gang. Hij is ook degene die de oude schildpad doodt waardoor alles in één klap anders wordt.
Volgens de overlevering is de schildpad is namelijk een van de oude wijze mannen van de Karoo die alles heeft gezien, vanaf het begin van de wereld. Een schildpad is de ziel van de wereld. Een schildpad huilt maar één traan en dat is wanneer hij doodgaat. Niemand wil verantwoordelijk zijn voor die ene traan. Als je die traan ziet, verandert alles. De boerin is bijna hysterisch als ze ontdekt wat Siena en Boetie gedaan hebben en Siena wordt onmiddellijk weggestuurd, naar school.  Boetie moet ook naar school maar verdwijnt, hij wil niet.


Achteraf is de school het beste wat Siena kon overkomen. Op school is er eten, maar bovenal is daar juf Esmee, die alle kinderen een gevoel van welkom geeft. Elk kind is in feite beschadigd, hun jeugd was vaak ellendig, ook dat van Krekel met zijn kromme handen, die een tijd later op school arriveert. Siena droomt ervan om onderwijzeres te worden, zij zou kinderen helpen hun naam te leren schrijven.


Drie kinderen van het karretjesvolk, drie kinderen die dezelfde kans krijgen om wat van hun leven te maken, maar alle drie op een hele verschillende manier met die kans omgaan. Uiteindelijk worden zij volwassen en keren gedrieën door omstandigheden terug naar het dorp waar Boetie en Siena hun vriendschap begonnen, een reis die diepe sporen nalaat.


We lezen over het trieste leven van het karretjesvolk én hun kinderen die moeten zien te overleven ondanks dat ze veel aan hun lot overgelaten worden. Drank en hallucinerende middelen zijn favoriet bij de volwassenen. Ouders zijn daarom vaak geen echte ouders maar de kinderen blijven toch kinderen van hun ouders. Ze blijven trouw aan de mensen die hun grootbrachten, wat soms bijna pijn doet om te lezen. 


Door het verspringen van heden naar verleden is het verhaal soms wel lastig te volgen, maar toch houdt het schrijnende verhaal je in zijn greep. Ondanks alles is het evengoed een verhaal van hoop en kracht geworden dat na het lezen een diepe en blijvende indruk achterlaat.
Prachtig boek.


ISBN 9789023959465 | Paperback | 207 pagina's inclusief verklarende woordenlijst | Uitgeverij Mozaiek | februari 2020
vertaald door Rob van der Veer

© Dettie, 20 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Buurtsupermens
Sayaka Murata


Als kind is Keiko Furukura al een beetje vreemd, al ziet ze dat zelf helemaal niet zo. Haar ouders zijn echter duidelijk teleurgesteld door haar gedrag. Zo vindt ze een dood vogeltje en terwijl haar moeder voorstelt om het beestje te begraven, wil zij het mee naar huis nemen om het klaar te maken voor haar vader. Als haar moeder verbaasd kijkt, stelt ze voor om nog meer vogeltjes te halen.


Op de basisschool waar ze net zit, raken 2 jongens slaags tijden de gymles en omdat er geroepen wordt dat er gezorgd moet worden dat ze ophouden, pakt ze een schop uit de gereedschapskist en geeft een van de vechtersbazen een dreun op z’n hoofd. Dit werkt, de jongen zijgt neer en is stil. Als ze hetzelfde bij de andere jongen wil doen, wordt ze tegengehouden door de meester, die stamelt hoe fout geweld is en op de lerarenvergadering wordt haar moeder er bij gehaald.
En dan is er nog de keer dat de juf een hysterieaanval in de klas kreeg. Omdat ze niet wil kalmeren rukt Keiko haar rok en slipje naar beneden. De geschokte juf begint nu zachtjes te huilen en als de leraar vraagt wat er aan de hand is zegt Keiko dat ze in een film had gezien dat een volwassen vrouw heel stil werd toen haar kleren werden uitgetrokken. Ook nu wordt haar moeder weer naar school geroepen.


Keiko kan niet begrijpen wat ze fout heeft gedaan en omdat ze niet wil dat haar ouders verdriet hebben en zich moeten verontschuldigen, besluit ze buitenshuis zo min mogelijk haar mond open te doen. Ze doet voortaan precies zoals de anderen, of doet wat haar is opgedragen. Uit eigen beweging doet ze niets meer. Keiko blijft dus een probleem en haar ouders willen dat ze geneest. En zo groeit ze op tot volwassene met het idee dat ze moet genezen.


In het boek is Keiko 36 jaar en ze werkt al 18 jaar als medewerkster in een buurtsupermarkt. Daar begint ze mee tijdens haar studie en dit werk doet ze nog steeds. Haar vriendinnen vinden dit maar vreemd en ze geeft op advies van haar zus haar zwakke gezondheid, of de gezondheid van haar ouders op als excuus. Ze komt regelmatig bij haar zus, die getrouwd is en een baby heeft. Als de baby huilt en de zus van Keiko moeite doet om het kind stil te krijgen, bedenkt Keiko, als ze het mes ziet waarmee ze zo juist een taartje heeft verdeeld dat er wel een manier is om dit snel te doen.


Op haar werk ontmoet Keiko Shiraha, een personeelslid dat de kantjes er afloopt en die zichzelf beter vindt dan het andere personeel. Volgens hem werken er alleen maar losers in de winkel. Zelf wil hij graag een vrouw vinden, die zijn bedrijf kan financieren. Het is een zeer eigenaardig figuur, die op iedereen af loopt te geven. Hij heeft op de zak van z’n broer geteerd, maar nu deze getrouwd is, kan dat niet meer, omdat de echtgenote dat niet goed vindt. Natuurlijk geeft hij ook op haar af en noemt haar een profiteur. Shiraha roept ook steeds dat er niets is veranderd sinds de Jomonperiode (een periode in de Japanse prehistorie, van 10.000 voor Christus tot 300 voor Christus). Shiraha krijgt natuurlijk snel z’n ontslag.


Iedereen om Keiko heen is van mening dat ze eindelijk eens normaal moet worden en een echte carrière moet nastreven, of moet trouwen. Als Keiko Shiraha weer ontmoet, krijgt ze een idee en hoe dit afloopt…


Het is een mooi boekje over een vrouw die niet goed weet hoe ze aan de eisen van haar omgeving moet voldoen. Ze neemt het gedrag van anderen over en lijkt in de buurtsupermarkt op haar plaats te zijn. Je kunt je afvragen wat normaal is en of ze misschien toch niet gewoon het beste af is in de situatie waarin ze nu al 18 jaar leeft. Een groot deel van het boekje gaat over het werk in de supermarkt en de andere mensen die ze daar ontmoet.


ISBN 978 90 388 0663 1 | Paperback | 143 pagina’s | Nijgh & Van Ditmar | september 2019
vertaald door Luc Van Haute

© Renate 7 juli 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De wereld die we kenden
Alice Hoffman


‘Als je niet in het kwaad gelooft, ben je gedoemd te leven in een wereld die je nooit zult begrijpen.’


Zo begint het verhaal van Lea, twaalf jaar oud. Ze woont in Berlijn, het is 1941 en ze is joods.
Ze is nog maar een meisje, maar ze is lang en ziet er ouder uit. Haar vader wordt vermoord tijdens rellen, haar moeder Hanni weet wat haar te doen staat: Lea moet vertrekken. 
Zelf kan ze niet mee, ze heeft haar eigen moeder nog om voor te zorgen. Als ze een rabbijn om hulp vraagt is het niet hij, maar zijn dochter Ettie die zal helpen. Op een bijzondere manier: uit modderige klei, schept zij een golem, een magisch Joods wezen. Ze is geen mens, maar ziet er wel uit als een vrouw en krijgt de naam Ava.
Lea beschermen tot ze veilig zal zijn, dat is het enige levensdoel van de golem.


Ze vertrekken naar Parijs. Ook Ettie verlaat Berlijn, en neemt haar zus Marta met zich mee. Aanvankelijk zijn de vier vrouwen samen, maar ze raken elkaar kwijt. Toch zullen hun paden elkaar weer kruisen, al is dat dan pas na jaren vol gevaar, op de vlucht voor de nazi’s.


Ava en Lea ontmoeten in Parijs de familie Lévi, waar Marianne dienstmeisje is. Zij zal een belangrijke rol gaan spelen in het verhaal, net als de zonen van de familie, Julien en Victor. Op het moment dat Parijs ingenomen wordt door de vijand weet Lea dat ze nooit meer naar huis zal gaan.


‘Je verdriet gaat niet weg, het is geen deur die je dicht kunt doen of een boek dat je terug kunt zetten op de plank, of een kus die je terug kunt geven als je hem gekregen hebt. Zo is de wereld nu. Houd de ergste dingen voor jezelf, als een bot in je keel.’


Door hun belevenissen lezen we over hoe Frankrijk gebukt ging door de Duitse overheersing in de Tweede Wereldoorlog. Over Jodenvervolging en verzetsstrijders. De vrouwen en de twee mannen raken verzeild in gevaarlijke situaties, terwijl hun levens verstrengeld raken. Ze veranderen, worden getekend door de gebeurtenissen. Liefde bloeit op.     


En daar is de golem. Waar staat zij voor? Een golem kent de taal van de vogels en de vissen, kan in de toekomst kijken, met de doden communiceren en demonen overwinnen. Dit schepsel beschermt de Joden sinds het begin der tijden en zal Lea kunnen beschermen op haar reis naar veiligheid. Zij is een mystiek wezen. Het is die magie die het verhaal een apart tintje geeft want zij geeft kleur aan de gebeurtenissen. Haar kracht, haar weten, en ook de ontwikkeling die zij doormaakt - want haar verlangen om ook mens te zijn groeit - is de basis van een bijzonder verhaal.
Om en om volgens we de personages, op hun reis door Frankrijk. Boven de hoofdstukken staat de plaats- en tijdsaanduiding.


Alice Hoffman verwerkt in het verhaal de vreselijke gebeurtenissen in het Vélodrome d'Hiver (1942) en het leven van de partizanen. Het verhaal zit vol Joodse symboliek, naast het verhaal van de golem. En zoals het binnen de Joodse traditie betaamt is er een grote rol weggelegd voor de vrouw. Ook komen we af en toe Azraël tegen, de engel des doods, klaar om een ziel te begeleiden naar de Andere Wereld.


De wereld die we kenden
is een roman, maar het is geen feelgoodverhaal. Het is een oorlog waar we over lezen. Roerige, gevaarlijke tijden waarin mensen moeten zien te overleven. De een lukt dat beter dan de ander. Je moet het leven nemen zoals het komt, al probeer je je eigen gekozen weg te vinden en zou je het liever anders zien.
Het is een aangrijpend verhaal over de kracht van de mens.


Alice Hoffman (1952, New York) heeft al veel boeken op haar naam staan waarvan een aantal met historische achtergrond. Ook schreef ze scenario’s.


ISBN 9789493081437 | paperback| 336 pagina's | Uitgeverij Orlando | april 2020
Vertaald uit het Engels door Saskia Peterzon-Kotte

© Marjo, 25 juni 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER