Nieuwe boekrecensies

Zwijgplicht
Theo Stokkink


Deze historische, op waargebeurde feiten gebaseerde, roman speelt van 1913 tot 1948, deels in Vlaanderen, grotendeels in Nederland. We volgen de Amsterdamse kandidaat notaris Theo Borret. Hij is homoseksueel en leidt een dubbelleven. Met zijn geliefde Günter in Duitsland heeft hij in deze tijden van oorlog vooral per brief contact, daarnaast begeeft hij zich regelmatig op allerlei stiekeme ontmoetingsplekken en neemt af en toe een jongeman mee naar huis.


Hij beseft dat als hij carrière wil maken en zich aan de druk van de familie wil ontworstelen er een schijnhuwelijk plaats zal moeten vinden. Via zijn goede vriend Willem komt hij in contact met Sophie, een ex-prostituee die bij hem in het huishouden komt werken. Ze is zwanger maar wil het kind pertinent niet. Theo helpt haar om naar Amerika te gaan en daar een abortus te ondergaan en vraagt haar net voor vertrek vrij spontaan ten huwelijk. Hij gaat er vanuit dat Sophie begrijpt dat het om een platonisch verstandshuwelijk zal gaan, als zijn huishoudster heeft ze tenslotte al heel wat heren bij nacht en ontij zien vertrekken, maar in de loop van hun huwelijk blijkt dat Sophie toch op wat meer intimiteit gehoopt had.


Sophie is na de ingreep in Amerika  onvruchtbaar geworden, dus een kind van hen beide zit er tot haar verdriet niet in. In de woelige tijden net voor de eerste wereldoorlog komt daarvoor uit onverwachtse hoek een onorthodoxe oplossing in zicht. De notaris waar Theo werkt is zeer actief in de opvang van Belgische vluchtelingen, en in de periode raakt er op een vluchtelingenboot van Antwerpen naar Rotterdam een baby zoek. Het kind wordt bij een vreemde vrouw aangetroffen, maar niemand weet wie het kind is en waar het vandaan komt. De notaris  ‘reserveert’ het kind voor Theo en Sophie en zij adopteren het. Het meisje, ze noemen haar Hélene, groeit op met de gedachte dat ze een eigen kind van Sophie en Theo is en heeft geen besef van haar eigenlijke identiteit.


Vanaf het begin van het boek volgen we ook een familie in Vlaanderen die op de vlucht slaan voor het dreigend oorlogsgeweld. De vrouw, hoogzwanger, overlijdt, de baby, Florentine, overleeft de bevalling, maar als haar zusje van zeven haar op de vluchtelingenboot naar Rotterdam even uit het oog verliest, is de baby onvindbaar. De vader en het zusje blijven hun hele leven op zoek naar het kind, een lange zoektocht, die héél vaak heel dichtbij Hélene komt, maar die regelmatig door belanghebbenden wordt tegengewerkt.


De auteur van het boek,  programmamaker en schrijver Theo Stokkink, is de zoon is van zoekgeraakte baby Hélene. Hij beschrijft dus het verhaal van zijn moeder. De Vlaamse schrijfster Elisabeth Marain begon in 1994 te schrijven aan een trilogie over de Grote Oorlog, de eerste twee delen werden gepubliceerd. Het derde deel zou gaan over de zoektocht naar Hélene maar is nooit tot publicatie gekomen. Met haar toestemming heeft Theo Stokkink dertig jaar later de draad weer opgepakt, maar nu vanuit Nederlands perspectief.


In het eerste deel  van het boek ligt de nadruk behalve op de geschiedenis van Hélene vooral ook op de homosexualiteit van Theo en op de verscheurdheid, schaamte en dilemma’s die dat begin vorige eeuw met zich mee zich mee bracht. De liefde moest altijd in het verborgene plaatsvinden en door een nieuwe wet lag zelfs gevangenisstraf op de loer. Bovendien was er altijd de angst voor ontdekking waarmee je dan schaamte en blaam over je familie zou uitstorten. Twee van de mooiste passages in dit boek bevatten de conversatie over dit onderwerp tussen Theo en zijn vader en Theo en zijn familie. Liefde, schaamte, angst, onbegrip en onmacht strijden om voorrang en taal voor dit soort zaken vinden ze nauwelijks. Als lezer zóu je het gevoel kunnen bekruipen dat twee zulke grote thema’s en verhaallijnen  misschien wel  twee boeken hadden verdiend, maar  Stokkink weet het evenwicht goed te bewaren en maakt er één groot verhaal van. Dat de vrij verbijsterende geschiedenis van een zoekgeraakte baby het verhaal van zijn eigen moeder is, geeft het boek een extra lading.

ISBN 978 90 6265 9807 | Paperback | 442 pagina's | In de Knipscheer | november 2017

© Willeke, 11 januari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDrie wensen
Liane Moriarty


Vierendertig jaar geleden hebben Frank Kettle en Maxine Leonard een kortstondige relatie gehad, maar de negentienjarige Maxine is al op zoek naar een ander, als ze constateert dat ze zwanger is. Ze trouwen netjes, en na een aantal maanden wordt er een drieling geboren. Catriona en Lyn zijn identiek, Gemma heeft zich in haar eentje ontwikkeld, maar wel op hetzelfde moment.


Het verhaal begint als zij hun verjaardagfeestje vieren in een restaurant. Dat feest begint heel gezellig, maar krijgt een dramatisch einde, als een van de zussen een fonduevork naar een van de anderen gooit, en die in haar zwangere buik blijft steken. De gooier valt flauw en breekt haar kaak.


De dames Lyn, Cat en Gemma hebben uiteenlopende karakters en leiden zodoende ook heel andere levens. Maar hun band is sterk, ze delen alles met elkaar. Denken ze. Maar gaandeweg blijkt dat ze wel degelijk geheimen hebben. En het zijn deze geheimen die - als ze dan toch verteld worden - een zware wissel trekken op de familiebanden.


Lyn is een succesvolle zakenvrouw. Ze is getrouwd met Michael, en heeft een driejarig dochtertje, Maddie. Ook woont in het gezin de veertienjarige Kara, dochter van Michael uit een eerdere relatie. Lyn is een zakelijk type, maar ze is ook sportief en een familiemens.
Catriona is marketing executive, getrouwd met Dan, met wie ze graag een kind wil. Maar dat lukt niet, en dat feit ligt mede ten grondslag aan haar nogal drastische beslissing als haar man haar opbiecht dat hij vreemd is gegaan. Ze stuurt hem weg. Cat is een spontane meid, goed van vertrouwen, maar fel als dat vertrouwen onterecht blijkt.
Gemma is het dromerige type, heeft geen vaste baan, en na een mislukte relatie fladdert ze wat rond, ze lijkt zich niet te durven binden. Later blijkt dat ze heel goed voor zichzelf kan zorgen.

Wat er voorafgaat aan het etentje wordt vanuit wisselend perspectief verteld. Hoewel er vaak gezegd wordt dat meerlingen weten wat de ander bezighoudt, en dat zij het ook voelen als de ander wat overkomt, is dat absoluut niet het geval bij deze zussen. Toch zijn ze erg aan elkaar gehecht, en worden eventuele schermutselingen steeds weer bijgelegd. Of dat ook zal gebeuren na dat dramatische verjaardagfeest?

Het is een verhaal over een familie waar het nooit saai is, waar geheimen broeien, en waar de onderlinge genegenheid groot (genoeg?) is.
Behalve het verhaal van de jeugdjaren van de drieling, in niet chronologische volgorde, zijn er de getuigenverklaringen van mensen die verder geen rol spelen in het verhaal, die alleen maar laten zien dat buitenstaanders nooit kunnen weten wat er echt gebeurt. En ook krijgen we vooral aan het einde nog even mee wat er allemaal met de ouders gebeurt, en met hun oma.

Hier lijkt het alsof Moriarty losse eindjes wil wegwerken. Maar eigenlijk is dat allemaal niet zo interessant meer. Het voegt weinig toe. Toen bleek dat dit boek het debuut was van Liane Moriarty begreep ik het: bij de boeken daarna is het verhaal evenwichtiger, en gaat ze ook diep op de karakters van haar personages in. Dat neemt niet weg het lezen van Drie Wensen een genot is! Het verhaal over de drie zussen sleept de lezer mee tot de ontknoping. Er is herkenning, terwijl je tegelijk kan denken dat je het zelf heel anders zou doen! Humor, pittige dialogen, en vooral de afwisseling maken dit een heerlijk boek.


Drie Wensen is dan wel uitgekomen in oktober 2017 uitgekomen in Nederland, dit boek is het debuut van Liane Moriarty en stamt uit 2012.


ISBN 9789400509238| Paperback | 384 pagina's | Bruna| oktober 2017

© Marjo, 1 januari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jeeves en de liefde
P.G. Wodehouse


P.G. Woodhouse en zijn sleutelfiguur Jeeves staan voor vermakelijke literatuur en dat was is precies wat ik kreeg en waar ik zin in had.


Jeeves is de intelligente, veelzijdige bediende van Bertie Wooster, een bemiddeld man die veel heen en weer reist en precies doet waar hij zin in heeft. Zonder Jeeves zou het leven voor Bertie een stuk minder aangenaam zijn want Bertie heeft een talent om zich in de nesten te werken. Daar draait het in dit boek ook om.


Bertie verneemt namelijk dat tante Agatha onverwacht op het platteland in Londen is gearriveerd.  Hij is daar niet blij mee zoals uit zijn omschrijving voor haar wel blijkt... "[...] dat is die tante van mij die glasscherven eet en ratten doodbijt met haar blote tanden".
Bertie moet haar zoontje Thomas drie dagen onderdak verlenen en vervolgens moet Bertie zich van haar in Deverill Hall in Kings Deverill Hampshire melden om daar een bijdrage te leveren aan het jaarlijkse dorpsconcert. Ook al niet iets om naar uit te kijken. Als klap op de vuurpijl zal, de alleen sinaasappelsap drinkende,  Gussie Fink-Nottle aanwezig zijn in Deverill Hall evenals een zekere Mr. Esmond Haddock, een nazaat van Miss Flora Deverill. Hij woont met zijn vijf tantes in Deverill Hall. En ook freule Gertrude Winkworth, een dochter van een van de tantes, logeert momenteel in dat buitenverblijf. Jeeves weet ook nog te melden dat zijn eigen oom Charlie Silversmith de butler is in Deverill Hall.


Bertie heeft al deze informatie geamuseerd tot zich genomen, maar het lachen vergaat hem als hij hoort waarom Gussie op Deverill Hall verblijft. Zijn relatie met Miss Madeline Bassett is namelijk ernstig afgekoeld... en dat houdt in dat Madeline mogelijk weer achter Bertie aan komt. Zij is nog steeds in de veronderstelling  dat Bertie hopeloos verliefd op haar is en haar onmiddellijk ten huwelijk zal vragen als hij hoort dat ze 'vrij' is. Dan zal zij geen gezichtsverlies lijden. Bertie moet er echter niet aan denken...


Naast deze personages zijn er nog Mr. Catsmeat Pirbright, toneelspeler en vriend van Bertie, en zijn zus Corky Pirbright, filmster van beroep. Corky gaat ook al naar Kings Deverill maar zij logeert bij haar oom Sidney, de plaatselijke dominee. Catsmeat is verloofd met de freule Gertrude Winkelworth maar de tantes zijn heftig tegen deze verbintenis, een toneelspeler en filmster in de familie is ver beneden hun stand. Gertrude heeft daarom onder dwang de verloving verbroken en nu dringen de tantes aan op een verbintenis van Gertrude met de bijzonder aantrekkelijk Esmond Haddock, de rijke geldverstrekker van de tantes. Catsmeat is er kapot van en wil zijn Gretrude terug.


Al deze informatie is op de eerste twintig pagina's te lezen, mij duizelde het toen al dankzij de vele namen en familiaire verbintenissen. Maar toch las ik door omdat de toon en de taal van het boek erg vermakelijk zijn.


Het verhaal vervolgt zich à la The importance of being Ernest, de intriges en verwikkeling en persoonsverwisselingen zijn schering en inslag. Bertie probeert uit alle macht Madeline te ontwijken en geeft zich uit als zijnde Gussie, alleen het sinaasappelsap drinken lukt hem niet.
Catsmeat op zijn beurt, gaat de strijd aan met de tantes en Esmond Haddock. Maar Esmond is helemaal niet geïnteresseerd in Gertrude zoals Catsmeat denkt, nee, hij is straalverliefd op Catsmeat zus Corky, die het uitgemaakt heeft omdat Esmond teveel onder de duim zit bij de tantes. Hij moet maar eens pittig tegen ze in gaan... En dat kost Edmond grote moeite... Kortom, de ene verwikkeling is nog niet afgelopen of de andere dient zich alweer aan.
En Jeeves?  Jeeves lijkt de grote afwezige maar hij is de man die ondertussen alles regelt, penibele situaties gladstrijkt en geliefden tot elkaar brengt. Onmisbaar die man.


Omdat de schrijver Bertie Wooster ook nog regelmatig een aantal zijpaadjes laat inslaan in de vorm van mijmeringen of uitweidingen is het verhaal af en toe nauwelijks meer te volgen, maar dat geeft niet, verderop pak je haast als vanzelf de draad weer op. En anders lees je gewoon een stukje nog een keer, dat is zeker geen straf. De zinnen van Woodhouse staan namelijk vol woordspelingen, verwijzingen en dergelijk waardoor je steeds weer iets nieuws ontdekt.
Als je een snelle lezer bent zoals ik, moet je wel even wennen aan het gegeven dat dit boek, hoe luchtig het ook lijkt, zich niet snel laat lezen. Je mist dan toch teveel. Maar gun je jezelf de tijd voor dit boek dan valt er zowel qua taal als verhaalontwikkeling heel veel te genieten!


ISBN 9789086841493 | Paperback | 286 pagina's | Uitgeverij IJzer | oktober 2017

© Dettie, 25 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe geheime vrouw
Gill Paul

Als Kitty Fisher er achter komt dat haar man haar ontrouw is weet ze onmiddellijk wat haar te doen staat. Onlangs heeft ze een vakantiehuisje geërfd dat aan de rand van Lake Akanabee staat. Ze pakt haar koffers en vertrekt. De blokhut was van haar overgrootvader, Dmitri Yakovlevitsj, een man die zij nooit gekend heeft. Voor zover zij weet was hij al overleden voor haar geboorte.
Bij de hut vindt ze een kostbaar juweel, een hondenpenning.
Wie was die man, die onbekende overgrootvader? Waarom was er geen contact met haar oma?

Kitty gaat op onderzoek uit. Op internet is niet veel te vinden, tenslotte was de man al geboren voor 1900. Maar ze houdt vol, en doet allerlei ontdekkingen, niet allemaal even prettig. Wat ze ook ontdekt is dat zij haar schrijverstalent –ze denkt graag dat ze die heeft – van hem heeft, want hij was een niet onverdienstelijk romanschrijver.

Intussen volgen we ook het verhaal van Dmitri Malama, een officier van de keizerlijke garde, die in 1914 gewond raakt. Hij wordt wakker in het ziekenhuis en ziet een verpleegster die hij goed kent, maar dan in een andere hoedanigheid: het is Tatjana, een van de vier dochters van tsaar Nicolaas II. De twee worden verliefd, en trouwen zelfs in het geheim, maar een toekomst samen is niet voor hen weggelegd. De rijke, wereldvreemde Romanovs worden gehaat door het arme, hongerige volk, en in 1917 wordt het gezin – ouders, vier dochters en troonopvolger Aleksej - op brute wijze vermoord door soldaten van het Rode Leger.

Maar: Tatjana is niet bij het gezin op dat moment. Dmitri heeft haar laten ontsnappen en heeft haar verborgen in een klein huisje. Helaas moet een van de bewakers het gemerkt hebben. Op het moment dat Dmitri de kust veilig acht en zijn geliefde wil halen, is het huisje leeg. Waar is Tatjana gebleven?

Deze twee verhaallijnen wisselen elkaar af. De schrijfster heeft een uitstekende prestatie geleverd. Niet alleen vertelt ze de geschiedenis van de Romanovs op een boeiende wijze, ook de verhaallijn in het heden is meer dan alleen een romantisch verhaaltje. Gill Paul weeft de twee geschiedenissen samen, in een geloofwaardig verhaal.Degene die de geschiedenis van de Romanovs kent weet dat het het verhaal over Tatjana zeer onwaarschijnlijk is, maar het wordt niettemin heel aannemelijk beschreven.
Bovendien lezen we in het nawoord dat de gardeofficier Dmitri Malama wel degelijk geleefd heeft en op zijn minst een zeer goede vriend van Tatjana was.

De expositie ‘Romanovs & Revolutie, het einde van een monarchie’, die het afgelopen jaar in de Hermitage te zien was en een succes werd, is nu in St.-Petersburg, ter gelegenheid van de herdenking van de Oktoberrevolutie 1917. Een half jaar na de aanvang van de revolutie vonden de Romanovs de dood.

De Schotse Gill Paul heeft haar eigen productiebedrijf en is behalve schrijfster ook redacteur. De Geheime Vrouw is haar debuutroman wat Nederland betreft. En die overtuigt onmiddellijk. Gedegen onderzoek gaat vooral aan een meeslepend romantisch avontuur, de ideale combinatie voor menig uurtje leesgenot.


ISBN 9789400508781| paperback | 384 pagina's | A.W Bruna| mei 2017
Vertaald uit het Engels door Saskia Peterzon - Kotte

© Marjo, 1 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHallo wereld
Een Syrisch meisje vertelt over de oorlog in haar land en pleit voor vrede
Baba Alabed


Aleppo is de grootste stad van Syrië en het economische hart van het land. Vanouds heeft er een innige samenwerking plaatsgevonden tussen Aleppo en het regime van president Bashar al-Assad in Damascus. In het begin van de Syrische opstand bleef het in Aleppo dan ook relatief rustig, met slechts enkele kleinschalige protesten.


In juli 2012 begonnen de rebellen aan het offensief tegen de stad Aleppo. In de avond van 19 juli werden er schietpartijen gemeld tussen het Syrische leger en rebellen in verscheidene buurten van Aleppo. Ook in het stadscentrum waren er confrontaties tussen de rebellen en het regeringsleger. Door de gevechten kwam het leven in bepaalde wijken tot stilstand en kwam de stad ook zonder stroom te zitten.
Op 24 juli lanceerde het Vrije Syrische Leger een aanval op het stadscentrum, wat leidde tot gevechten in de oude stad van Aleppo, die op de Werelderfgoedlijst staat.


Drie jaar is Bana Alabed als de oorlog uitbreekt in de stad Aleppo. ‘Drie volmaakte jaren heb je gehad’, zegt haar moeder ‘Ik hoop dat je de herinneringen van voor de oorlog nooit kwijtraakt…zwemmen met papa in het zwembad; de gekke liedjes die Yasmin en jij altijd verzonnen; ons smeken om met je in het reuzenrad te gaan; de zoete geur van jasmijn die in de lucht hing in ons tuintje op het balkon.’


Dan begint de vernietiging van al dat moois: de Mukhābarāt, de geheime politie van Bashar-al-Assad, pakt de vader van Bana op. Hij is advocaat en dus verdacht. Gelukkig komt hij weer thuis - altijd onzeker als je opgepakt wordt - maar niet lang daarna beginnen de bommen te vallen op Aleppo. De stad raakt verdeeld in Oost en West met de zone er tussen in waar het Vrije Syrische Leger tegen het Regime vecht.


Het gezin waarin Bana opgroeit is een moderne familie, niet rijk, maar ook niet onbemiddeld. Mede daardoor kunnen ze zich wat langer staande houden terwijl de bommen om hen heen de stad vernietigen. Ze kunnen zonnepanelen installeren zodat ze hun telefoons kunnen opladen en water kunnen oppompen. Maar de kinderen kunnen niet meer naar school; ze kunnen niet buitenspelen; er verdwijnen familieleden. En dan valt ook op hun huis een bom.
Bana is zeven jaar, bang. Voor zichzelf, voor haar broertjes, voor haar ouders. Vooral al die onschuldige mensen die klem zitten tussen de strijdende legers die geen enkel ontzag hebben voor burgers.


‘Ik voelde altijd een brok in mijn keel wanneer ik eraan dacht dat we alle dingen die we fijn vonden niet meer konden doen. Ik haatte de oorlog.’

De opwelling om iets te twitteren over haar onmacht, als ze voor de tweede keer midden in een belegering zitten, en ze al drie maanden nergens heen kunnen, zonder voedsel, water en medicijnen, heeft grote gevolgen. Ineens beseft de wereld wat er gaande is. Dat er onschuldige burgers in de val zitten. Vrouwen en kinderen die geen kant op kunnen.


Bana Alabed is geboren in 2009 in Aleppo, Syrië. Tijdens het beleg van de stad in 2016 bericht ze met opmerkelijk inzicht over de dagelijkse verschrikkingen. Haar tweets werden een social media-sensatie. In december 2016 werden Bana en haar familie van Aleppo naar Turkije geëvacueerd. Bana heeft haar talent, haar aanleg voor taal, kunnen gebruiken om de wereld wakker te schudden. Met dit boekje, dat ze onder begeleiding van haar moeder die ook verklarende stukken schreef, gemaakt heeft, vertelt ze haar aangrijpende verhaal.

ISBN 9789044352764 | paperback | 224 pagina's |The House of the Books | november 2017
Vertaald uit het Engels door Marjet Schumacher

© Marjo, 21 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altZwarte droom
Mijnwerkersroman
Ivo Senden


In de jaren na de tweede wereldoorlog woonden en leefden veel mensen in een kleine gemeenschap, zonder veel contact met de wereld daar buiten. Er was immers geen sprake van de moderne media zoals we die nu kennen. Ook in Limburg was dat het geval; er was sprake van een klassenstelsel, waarin de rijken en de geestelijkheid het voor het zeggen hadden.


In Zuid-Limburg waren twaalf steenkoolmijnen, die zo vlak na de oorlog volop werkten; vele kleine industriëlen en neringdoenden deelden mee in de welvaart. Deelden de mijnwerkers mee in deze welvaart? Voor een deel wel natuurlijk. Ze hadden werk, zes dagen per week, en ze konden wonen in de wijken die de mijnen hadden laten bouwen, waarvoor de huur dan werd afgetrokken van hun loon. Maar hoe vaak moesten ze dit bekopen met een slechte gezondheid, een korter leven? Ongelukken gebeurden vaak, en soms kostte het hen hun leven. Een zwarte droom die een nachtmerrie werd.


De mijnwerkers – koempels - en hun gezinnen hadden zich ook te voegen naar de regels die de hoge heren stelden. Daar was de mijnpolitie voor in het leven geroepen. Dan was er nog de Kerk, die sowieso nog erg machtig was in die tijd, temeer in het katholieke Zuiden.
Wonen en werken in de kolonieën (met de klemtoon op de laatste lettergreep) waar de mijnagent en de pastoor de mensen in de gaten hielden, kon waarschijnlijk heel gezellig en kneuterig zijn, maar ook heel benauwend. Binnen zo’n vrij kleine gemeenschap ontstaat er immers volop roddel en achterklap.


Het is tegen die achtergrond dat Ivo Senden het mijnwerkersleven in al zijn facetten belicht, in de persoon van Jan Bemelmans, een eenvoudige koempel. Hij is getrouwd met Lieske met wie hij drie kinderen heeft. Steeds meer dringt het besef tot hem door hoeveel risico hij en zijn maten lopen in de donkere gangen van de mijn, terwijl hun chefs profiteren van de arbeid die de werkers verzetten. De ongelijkheid stoort hem steeds meer. Hij voelt de beklemming van zijn bestaan, maar zou hij de moed kunnen verzamelen om zich er aan te ontworstelen? Er was immers een gezin hebt dat afhankelijk was van hem.


Ook zijn geloof in God wankelt. Toch, en mede op aandringen van Lieske, gaat hij met de pastoor praten op het moment dat hij voor een keuze komt te staan:


‘Jan, de Heer waakt al drieëntwintig jaar over je wanneer je Zijn kolen haalt. Als er al iets zou gebeuren, dan heeft hij daar een reden voor, zoals Hij die altijd heeft. Het is net aan ons om die redenen te begrijpen en al helemaal niet om ze in twijfel te trekken. De Heer heeft voor jou een ondergronds pad gekozen en Hij wil dat je dat bewandelt. Kies je een ander pad, dan zul je je daarvoor niet alleen bij de schepper moeten verantwoorden. Vergeet nooit wie de Heer gekozen heeft om je dagelijks je brood te geven en houd hen ook in ere.’


Zo ging dat in die tijd, en je had je er maar bij neer te leggen. Wie voor een dubbeltje geboren werd, mocht niet eens proberen een kwartje te worden!


Ivo Senden is een rasverteller. Hij sleept de lezer mee in de wereld van de mijnwerkers, die hem als Limburger niet vreemd voorkwam. Zo kon hij een historisch verslag schrijven van een leven dat ons heden ten dage vreemd is, maar werkelijk was zoals het beschreven staat. En zo lang geleden is het nog helemaal niet: Sendens grootvaders hebben in de mijn gewerkt.
Tegelijk is het een verhaal dat gaat over leven en liefde. En het is spannend, zo spannend dat je haast niet door durft te lezen. Voor wie last heeft van claustrofobie - wees gewaarschuwd: de beschrijvingen over het werk diep onder de grond zijn benauwend echt. Het besef van hoe het geweest moet zijn toen, daar diep onder de grond is dat ook.


Het is een boek, dat zich leent voor een verfilming!


Voorin staat een woordenlijst, voor wie niets van mijnen weet. Achterin vind je een nawoord, waarin Senden vertelt over de achtergrond van het boek, en waar hij zijn informatie vandaan heeft gehaald.


ISBN 9789079226238 | Paperback | 558 pagina's | Uitgeverij Leon van Dorp| maart 2015

© Marjo, 10 januari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altCircus Cesaria
Sanne Hillemans


Eigenlijk heeft de 22-jarige Noah er helemaal geen zin in, maar zijn vrienden vinden dat hij mee moet. En daar zit hij dan, op de tribunes van een circus. Wel met een fles wodka in zijn hand… Al snel blijkt dat drinken Noah helpt een verlies te verwerken. Dat probeert hij tenminste, al enkele weken drinkt hij meer dan goed voor hem is. Om maar te vergeten.
Tijdens de circusvoorstelling raakt hij betoverd door een prachtige vrouw die haar kunsten vertoont in de trapeze. Ze wordt aangekondigd als Melissa.


De dag na het circus wordt hij wakker midden in de piste. De eigenaar biedt hem een baan aan. Cesar, zo heet de man, blijkt wel vaker mensen die diep in de put zitten een baan aan te bieden. Hij is er van overtuigd dat rondreizen met het circus helpt, omdat verandering van plek betekent. Bovendien is het harde werken een goede afleiding.
Noah gaat op het aanbod in, hij had toch al niet meer zo’n zin in zijn studie, en zijn ouders reageren vol begrip.


Cesar biedt hem een slaapplek aan bij Emily in de camper. Dat zij het meisje is dat in de voorstelling grote indruk maakte op Noah begrijpt de lezer al snel, maar Noah heeft het niet door. Hij zoekt naar een acrobate, die Melissa heet. En vindt haar dus niet. Wel kan hij het goed vinden met Emily! Terwijl de baan inderdaad afleiding biedt, begint hij langzaam hetgeen gebeurd is, te verwerken. Maar als hij toenadering zoekt tot Emily trekt zij zich steeds meer terug.


Het verhaal van een liefde die opbloeit in een circus, dat is een doorsnee verhaal combineren met een bijzondere achtergrond. De manier waarop de problemen van de twee hoofdpersonen verteld worden, via flashbacks, werkt spanning verhogend. Prima dus.  Maar aan stijl en taal kan nog wel gesleuteld worden. Dat de karakters van Emily en Noah uitstekend worden geanalyseerd, betekent ook dat er veel wordt uitgelegd. De hoeveelheid psychologie zal niet iedere lezer trekken.
Persoonlijk vind ik zinnen als deze niet mooi:


‘Zelf had hij weinig zin in die gezelligheid, maar des te meer had hij honger.’
Noah zit aan tafel en al ‘snel werd hij vergezeld door Emily’.’
’Terwijl hij naar de foto staarde, passeerde de tijd.’

Sanne Hillemans is auteur van New Adult boeken. (een nieuw genre? Niet echt: lees meer http://www.stormpublishers.nl/wat-is-een-new-adult)
Hillemans heeft Bedrijfskunde (MER) en Psychologie gestudeerd in Groningen, woont regelmatig over de grens (Frankrijk, Indonesië) en is in haar vrije tijd het liefst aan het schrijven. Haar boeken komen uit in eigen beheer.

ISBN 9789492670014 | Paperback | 210 pagina's | Sunny Hill Books| mei 2017

© Marjo, 27 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWedervaring
Bodo Kirchhoff


Wedervaren, dat woord wordt niet echt meer gebruikt - een vergeetwoord, zou Frits Spits zeggen. Het betekent: een avontuur, iets dat dat je overkomt. Dat is precies wat de hoofdpersoon gaat vertellen met de openingszin:


‘Dit verhaal, dat zijn hart nog altijd breekt, om een uitdrukking te gebruiken die hij nooit zou gebruiken, alleen hier bij wijze van uitzondering, waarmee zou hij het hebben laten beginnen?’


Julius Reither, gepensioneerd uitgever van boeken, schrijft nu zijn eigen verhaal op, waarbij hij zichzelf redigeert, als was hij ook zijn uitgever. Hij begint zijn verhaal bij de vondst van een boekje in een gemeenschappelijke ruimte van het appartementencomplex, waar hij net ingetrokken is.


Dezelfde avond krijgt hij bezoek. Hij heeft de dame in kwestie al gezien, ze is degene die een leesclub leidt. Ze wil hem er vast bij hebben. Uit beleefdheid nodigt hij haar binnen, voor een glas wijn. Dan begint het wedervaren. Voor hij beseft wat er gebeurt, bevindt hij zich met de vrouw die zich voorstelt als Leonie Palm, in haar auto en rijden ze weg voor een uitstapje, al is het midden in de nacht.
Een uitstapje dat een roadtrip wordt, naar het Zuiden. Tot daar waar de zon opgaat.


Twee oudere mensen, beiden met een verleden, met nauwelijks nog hoop op een gelukkig leven, bereid om de tijd uit te zitten die hen nog rest, zitten naast elkaar in de auto. Ze roken, ze praten, er zijn herinneringen, dromen en soms stoppen ze om te tanken of om wat te eten, slapen doen ze in de auto en hun reisdoel verandert steeds.


Terwijl binnen de veilige ruimte in de auto een pril geluk lijkt op te bloeien, zien ze in de wereld buiten schimmen opduiken, er zijn tenten, mensen die zich ophouden bij een tankstation: vluchtelingen. Ook op reis, met een ander doel, om andere redenen, en met andere reismogelijkheden.
Wat ogenschijnlijk een romantisch reisje is, met toeristische beschrijvingen, waar het enige wolkje aan de lucht de vluchtelingenproblematiek lijkt te zijn, krijgt een einde dat zoals in de openingszin ‘zijn hart nog altijd breekt.’


Wie is Leonie Palm? De vrouw die hij soms voluit zo noemt, maar die hij ook vaak aanduidt met Palm, of met bestuurster, of nog afstandelijker met ‘de vrouw die…’, alsof ze hem soms zeer dierbaar is, maar op andere momenten toch een totale vreemde blijkt te zijn.


Dat Bodo Kirchhoff met dit boek de Deutscher Buchpreis 2016 heeft gekregen, is nauwelijks verbazingwekkend. Het is een fantastisch gecomponeerde roman, in een bijzondere stijl. Het boek zit vol tegenstellingen. Het verhaal lijkt te gaan over een ondoordachte manier van leven, alles wat gebeurt is ad hoc, ze doen maar wat, maar tegelijk is het geheel strak gecomponeerd. De schrijver laat zijn verteller steeds van vorm wisselen. Soms is het verhaal indirect, dan zit je als het ware in het verhaal, dan weer is er afstand door een indirecte vorm.


Dat - en de schitterende veelzeggende zinnen - alleen al is erg mooi, maar dan is er ook nog het verhaal, dat heel langzaam opgebouwd wordt, met een bijna onvermijdelijk einde, waardoor de lezer toch nog verrast wordt. De thematiek is indirect: de al of niet juiste keuzes die de hoofdpersonen gemaakt hebben in het leven in tegenstelling tot de wereldproblematiek in de vorm van de vluchtelingencrisis.
Herhaald lezen zal steeds tot nieuwe inzichten leiden, iedere zin biedt meer dan op het eerste gezicht lijkt. Literatuur van de bovenste plank!


‘Hij stopte vlak voor de trap, daar waar hij met de beste wil van de wereld niet verder kon, of alleen verder kon als hij niet meer verder wilde.’


‘Geen twee, maar bijna vier uur duurde Reithers tijdverspilling, de uitputting waarin hij wegzakte, het zwijgen van zijn lichaam ook al lag hij nog zo ongemakkelijk, kortom zijn slaap - de uren die hij zou moeten overslaan als hij de verteller van dit verhaal was.’


ISBN 9789048838578 | paperback |176 pagina's | Uitgeverij Lebowski | oktober 2017
Vertaald uit het Duits door Josephine Rijnaarts

© Marjo, 9 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altLa Isla de Cuba
Twaalf verhalen en een revolutie
Samengesteld door Nanne Timmer


Deze verhalen vormen een bloemlezing waarin de veranderingen op Cuba vanuit verschillende hoeken worden belicht. Het zijn verhalen van schrijvers die na 1970 zijn geboren, midden in de dogmatische jaren van de Cubaanse Revolutie toen het bijna niet mogelijk was om alternatieve politieke geluiden te laten horen. Enkele verhalen zijn van schrijvers die later geboren zijn, in de tijd dat Fidel Castro er al niet meer was. Universitair docent Nanne Timmer schrijft een inleiding bij dit boek dat ze zelf samengesteld heeft.


Vooral die inleiding is boeiend, omdat het een inkijkje geeft in het eiland. De verhalen zelf zijn stukken lastiger. Wil je die goed kunnen begrijpen dan moet je de geschiedenis van Cuba kennen, om zo de betekenis van een bepaald woordgebruik te kunnen duiden.


In 1959 werd op Cuba de jaartelling opnieuw ingesteld. Het werd het jaar nul.
De media waren ook in handen van de heersers, hetgeen duidelijk werd door de dagelijkse programmering: altijd een bepaalde historische gebeurtenis, iets speciaals dat natuurlijk het regime ondersteunde. Dat er op de achtergrond wel degelijk van alles gebeurde, blijkt duidelijk bij het overlijden van Castro in november 2006: terwijl de kranten en de televisie vele loftrompetten blies, waren de sociale media vrijwel stil.


Nanne Timmer heeft verhalen uitgekozen van schrijvers die in meer of minder bedekte terminologie kritisch zijn op de leiding. Zoals gezegd moet je ofwel bekend zijn met Cuba en zijn historie, ofwel tekst en uitleg erbij krijgen. 
In de inleiding gebeurt dat dan ook summier. Het eerste verhaal bijvoorbeeld gaat over twee hongerlijdende burgers die een koe gaan stelen. Als zij de koe al gedood hebben en willen slachten worden zij betrapt door de boeren. Maar ook de boeren mogen de koe niet opeten. Zij zeggen tegen de dieven dat zij hen niet aan zullen geven. De koe moet toch naar de politie. Verbijsterend is wat er dan gebeurt. Het lijkt wel een griezelverhaal. Maar Nanne immer legt uit: een koe is eigendom van de staat, handig om te weten. Vlees was alleen verkrijgbaar via de zwarte markt. Er zou een langere gevangenisstraf staan op het doden van een koe dan op het doden van je vrouw. De bizarre wending drijft de spot met deze kwestie.


Ook bij het verhaal van Olga Elena Suarez Perez moet je de achtergrond kennen om te kunnen begrijpen wat je precies leest. Afgezien daarvan is de taal begrijpelijk en realistisch. Een bundel voor liefhebbers dus.


ISBN 9789460683596 | paperback | 224 pagina's | Uitgeverij Marmer | april 2017

© Marjo, 29 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet schoentje van Rosie
Sue Reid Sexton


De oorlog heeft het gezinnetje Gillespie al veranderd, de vader is weg. Lenny, de oudste dochter, 9 jaar, voelt hoe haar wereld op zijn kop staat. De gezelligheid is weg, haar moeder gedraagt zich anders. Het is maart, 1941, de oorlog nadert ook Schotland, waar Clydebank onder de schaduw van Glasgow ligt. Een klein industriestadje, waar het gezin Gillespie woont.


Lenny heeft haar eigen zorgen. Ze is de huissleutel kwijt, en ze weet niet waar haar vier jaar oude zusje is. Rosie is weggerend na pesterijen door een stel gemeneriken. Wat zal haar moeder boos zijn op haar, en ze knelt het schoentje van Rosie in haar hand, roepend en zoekend. En dan komen de 'moordbijen', zo noemt ze de Duitse bommenwerpers. Iedereen maant haar een schuilkelder in te gaan, maar dat kan niet! Ze moet Rosie vinden!


Sue Reid Sexton baseert haar eerste boek op de Clydebank Blitz, waarbij het stadje zo goed als volledig verwoest werd. De setting klopt vrijwel geheel, sommige personages hebben echt geleefd, maar het is en blijft een fictief verhaal. Lenny heeft niet bestaan.


Maar er zullen veel mensen zijn die zich herkennen in dit verhaal, dat ook de sociale achtergronden van die tijd beschrijft. Er is bijvoorbeeld die alleenstaande man, meneer Tait, een boze meneer met een stok, noemt Lenny hem, in de wetenschap dat haar moeder een hekel had aan hem. Waarom, dat weet ze dan weer niet, maar ze wil niet dat deze meneer Tait haar helpt. Hij is evenwel geduldig en weet het toch voor elkaar te krijgen dat ze hem gaandeweg gaat vertrouwen. Ze laat zich meevoeren naar de heuvels waar ze veilig zullen zijn. Waar de overlevenden allemaal naar toe trekken. Maar Lenny moet Rosie vinden en steeds opnieuw ontsnapt ze aan de aandacht van de volwassenen. En ziet dan dingen die ze niet had moeten zien: de vreselijke puinhoop van een verwoeste stad, waar de slachtoffers nog niet allemaal gevonden zijn. Waar is Rosie toch? En… waar is haar moeder?


Sue Reid Sexton woont in Glasgow, en werkte daar onder oorlogsveteranen en andere getraumatiseerden. 'Het schoentje van Rosie' is haar debuutroman. Ze beschrijft dit voorval door de ogen van dit kind, dat nauwelijks begrijpt wat er allemaal gebeurt, maar door de omstandigheden razendsnel volwassen wordt. Dat heeft Sexton heel goed gedaan! Als er woorden zijn waarvan de lezer zou kunnen opmerken dat het geen woorden van een kind zijn, gebruikt Lenny ze 'omdat haar vader – of haar moeder, of wie ook – dat woord ook gebruikte'.
Lenny interpreteert als een kind, en dat levert mooie dubbele scenes op: ze voelt wat zij beleeft, maar je weet als volwassene ook hoe het echt zit.


ISBN 9789023996903 | paperback| 120 pagina's | Uitgeverij Mozaïek| december 2016
Vertaald uit het Engels door Els van Enckevort

© Marjo, 16 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER