Nieuwe boekrecensies

De geur van bruine bonen
Henna Goudzand Nahar


Op de vooravond van de Surinaamse onafhankelijkheid (november 1975) emigreerden veel Surinamers naar Nederland. Zij hadden niet zo veel vertrouwen in de nieuwe staat. Ilse Madrettor, hoofdpersoon in deze roman, blijft in Suriname achter bij haar oma als moeder Anita naar Nederland vertrekt. Het speelt mee dat Ilse een ongewenst kind is.
Maar als Anita in Nederland met een nieuw gezin haar handen vol krijgt, is Ilse goed genoeg om in het gezin te komen helpen, hetgeen Ilse braaf doet. Het gezin omvat ook oom Frank en halfzus Joan.
In Nederland kwam Ilse Henk weer tegen, die ze al sinds jaren kende. Ook al is hij haar grote liefde niet, ze gaan samenwonen en krijgen twee kinderen.


Als het verhaal begint is het bijna 35 jaar later, Ilse is werkzaam als leerkracht en Henk is werkeloos. Van hun twee pubers is Abigail nogal een handvol, Marvin is makkelijker.
Ilse heeft ook al jaren een ‘gewone’ vriend, de Nederlander Jan. Hij is degene die haar de regels van de Nederlandse samenleving duidelijk maakt. Iemand bijvoorbeeld die onverwacht rond etenstijd opduikt hoeft niet te rekenen op een bord, terwijl in Suriname juist altijd rekening gehouden wordt met onvoorziene gasten.


Als Jan haar op een avond uitnodigt om Bart, zijn nieuwe vlam, te ontmoeten, confronteert hij Ilse met het drugsverleden van haar inmiddels overleden oom Frank.
Wist ze dat hij het geld met drugshandel verdiende? Begreep ze dat zij goede sier kon maken met andermans ellende?
Als er ook op school iets voorvalt waardoor ze twijfelt aan haar Surinaamse inborst, lijkt haar hele leven op losse schroeven te staan. Ze begrijpt het niet. Ze doet toch haar best om het iedereen naar de zin te maken?
Maar dan zegt dochter Abigail de waarheid.


’Je blijft vriendelijk tegen je moeder en zus en zij zijn helemaal niet aardig tegen jou. Daar snap ik niks van. Als Marvin, papa en jij later zo met mij omgaan als jouw familie met jou, dan hoef ik jullie niet mee te zien. Of heb jij soms geen zelfrespect?’


Ilses ogen gaan open. Haar dochter heeft gelijk. Maar ze kan natuurlijk niet zomaar haar achtergrond verloochenen. Dat kost enige kruim. Haar familie begrijpt er niets van, maar haar gezin moedigt haar aan. En Jan? Daar blijkt meer aan de hand te zijn, hij was alleen de trigger.
Het roer omgooien is nog niet zo makkelijk, tot ze een gesprek tussen haar moeder en halfzus hoort.


Dit boek blijkt het eerste deel van een tweeluik; de niet beantwoorde vragen zullen dus nog wel aan bod komen. De beschrijving van de tweespalt waar Ilse zich in bevindt geeft duidelijk de verschillen tussen de twee culturen weer. In dat licht wordt ook de moeder-dochterrelatie - Ilse en Anita; Ilse en Abigail - uiteengezet. Familiebanden, die in de verschillende culturen anders zijn en hoe een Surinaamse vrouw – of man – daar mee om kan gaan.
Dat is het thema van dit boek: de hinksprong van Ilse op de grens van twee culturen. Kan ze haar evenwicht vinden en behouden?
Het wordt op een zeer toegankelijke manier beschreven, natuurlijk ook met woorden uit het Surinaams, het sranantongo.


Henna Goudzand Nahar (Paramaribo, 1953) werkte als docente Nederlands in Paramaribo en – sinds ze in 1989 naar Nederland trok – in Amsterdam. Zij schrijft in haar boeken over postkoloniale etnische en religieuze cultuurconflicten en over slavernij.


ISBN 9789493214170| paperback |372 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer| november 2020

© Marjo, 23 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dagen samen
Marco van Houwelingen


‘Ik had geen idee waarom Duncan me mee op reis had gevraagd.’


Aan het woord in het eerste deel (R genoemd) is Regi, die niet alleen mee is gegaan met zijn tweelingbroer, maar ook nieuwsgierig is: vanwaar deze uitnodiging? De broers waren ooit misschien wel hecht, maar nu zijn ze uit elkaar gegroeid. Er is nauwelijks contact meer sinds hun vader overleed.


Qua karakter zijn ze heel verschillend. Regi is een pleaser, Duncan doet wat hij zelf wil. Regi is onzeker, en emotioneel. Hij is de eeuwige volger, en bij stress heeft hij last van tics. Duncan is meer de stoere bink, de leider, die nadrukkelijk aanwezig is. Terwijl zijn broer vrijgezel is, heeft Duncan een relatie - met Larissa – die er serieus uitziet.
Regi probeert de kost te verdienen als schrijver, maar zijn eerste boek bracht hem geen overweldigend succes. Duncan daarentegen is de muziek ingegaan en scoort fantastisch als dj. De reis die ze nu maken leidt naar San Francisco, waar Duncan internationaal hoopt door te breken.
Het typeert Regi dat hij de waaromvraag niet stelt, maar hij is alert. Duncan heeft namelijk wel aangekondigd dat hij ergens over wil praten. Toch duurt het een hele tijd voordat het hoge woord er uit komt, en dat pas na een afgeluisterd telefoongesprek.


De oplettende lezer heeft wel een vermoeden wat de vraag zal zijn, Regi mijmert veel over het verleden. Over hun jeugd toen ze nog hecht waren, over hun Arabische vader, waardoor de jongens te maken kregen met racisme, en over het akelige voorval toen de tweeling vijftien was, de dood van hun vader.
Na de reis begint deel twee (D). Gezien die D verwacht je eigenlijk dat nu Duncan aan het woord zal zijn. Maar dat is niet zo. Regi blijft de ik-verteller. Het breekpunt tussen de twee delen is de reis, die voor Regi verhelderend gewerkt heeft.


Hij heeft besloten in therapie te gaan. Hij zit namelijk met een onverwerkt trauma waar hij nooit eerder met iemand over gesproken heeft. Na dertien jaar is hij er wel klaar mee. Intussen is er de kwestie Duncan. Hun contact is wisselend, en dan blijkt dat ook hij een geheim had.
In dit tweede deel lijken de rollen omgedraaid. Is Regi nu de sterkere van de twee?


De conclusie is dat ook een ogenschijnlijk identieke tweeling bestaat uit twee individuen, die zelfs al krijgen ze ook dezelfde opvoeding zij toch heel anders kunnen ontwikkelen. Maar: we lezen alleen Regi’s verhaal, dus is dit niet de thematiek van het boek?
Er worden allerlei kleinere thema’s aangekaart, die iedere lezer maar voor zichzelf moet ontdekken. Het gaat natuurlijk over de band tussen broers, tweeling of niet.


'Als ik één ding over medeleven had geleerd, dan was het dat je ervan moest genieten zolang het duurde. Het sloeg misschien kolkend over je heen, maar daarna zou het zich onvermijdelijk terugtrekken en je half verzopen achterlaten.'


Net als in zijn debuut neemt de schrijver zijn lezer mee op reis, dit keer door Noord-Amerika. Niet dat dit een echte roadtrip wordt. Het eerste deel een beetje. In deze roman neemt hij ons mee in de ontwikkeling van twee jongens. Op een overtuigende manier laat hij de verhoudingen kantelen, door de twee ieder een eigen geheim mee te laten dragen dat invloed zal hebben op hun verdere leven.
De lezer weet niet wat er allemaal speelt, dat komt pas langzaam tot uiting. Dat geeft een spanningsboog, waardoor je het verhaal het liefst in een keer uit zou lezen.
Een tweede boek is lastig, hoor je altijd. Dat van Van Houwelingen bevestigt zijn schrijverschap.


Marco van Houwelingen is creative director bij Boomerang Agency. Zijn eerste roman ‘Aangeschoten wild’ won de Coffee Company Book Award


ISBN 99789402706420 | paperback | 336 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | november 2020

© Marjo, 16 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De kleine keizer is terug
Napoleon leeft en is vastbesloten de wereld van alle terrorisme te bevrijden
Romain Puértolas


‘Onmogelijk bestaat niet in Frankrijk’

En dat zullen we weten! Het verhaal begint met de vondst van twee grote kisten in het net van een Noorse visser. Als hij de kisten openmaakt vindt hij tot zijn verbijstering in de ene kist een ingevroren Napoleon, en zijn paard in de andere kist!
De twee worden ontdooid, en functioneren weer.


Corsica wacht op hem, vertelt de visser, die alles blijkt te weten over zijn vangst. Hij vergezelt hem op de reis in het vliegtuig, waar Napoleon zijn eerste cola drinkt. Een verbijsterende ervaring, hij zal verder niets anders meer drinken. In Parijs verwacht professor Bartoli hen. In die amper drie uur tijd leert de kleine keizer ontzettend veel. Over vliegen, over de enorme encyclopedie die Wikipedia heet, en wat er zoals gebeurd is in de wereld.


Op het moment dat hij in Parijs arriveert zijn net de aanslagen op Charlie Hebdo geweest. Als Napoleon daarover hoort, weet hij wat hem te doen staat: hij zal Frankrijk – wat? De hele wereld! – bevrijden van IS. Maar eerst wil hij zijn steek terug. Nu ligt die in een museum in Parijs, dus het blijkt een koud kunstje. Hij neemt maar meteen zijn jas mee.
Dan moet er een leger komen. Maar hij heeft bepaalde plannen, en daar hoort bloed vergieten niet bij.
Op geheel onorthodoxe wijze verzamelt hij zijn leger, en is bijna klaar voor Operatie Drop.


‘De keizer wierp een vaderlijke, trotse en beschermende blik op zijn troepen. Het Nieuwe Grote Leger bestond uit voortaan uit vijf cancandanseressen (Charlotte, Peggy, Mireille, Adeline en Hortense), een bochtenwringer (Valentijn), een patriottistische moslim (Rachid) en een zwarte minister (Mamadou). De blauw-wit-rode jurken, de spinaziekleurige djellaba en het groen met gele uniform leken een regenboog te vormen die de grijze straten van de hoofdstad waar ze langs kwamen even verlichtte.’


Sommige soldaten kwamen toevallig op zijn pad, anderen heeft hij gezocht: zijn nakomelingen! Dat bleek niet zo eenvoudig, want officiële nazaten heeft hij niet, alleen de maîtressen baarden kinderen, en er leven nog maar drie personen met de naam Buonaparte. Hij zoekt ze op, en op eentje na voegt hij ze toe aan zijn leger. Mamadou is een van de drie.


Als tenslotte ook nog professor Bartoli, die tot zijn verrassing zijn beschermeling weer terug vindt, aan het gezelschap toegevoegd is, vliegen ze naar Irak, waar de leider van de IS zich bevindt.
Napoleon heeft een plan…


Tussen de avonturen van Napoleon door lezen we over deze Mohammed Mohammed (‘Mohammed in het kwadraat’) en over de aanslagen die hij her en der laat plegen. Het is onmogelijk dit verhaal samen te vatten, er zit zoveel in! Hilarische, vaak absurde humor, met een satirische inslag.


Napoleon heeft altijd een hekel gehad aan de Engelsen, en baalt ervan dat de huidige maatschappij zoveel Engelse woorden gebruikt:


‘Mamadou is zwart!’ zei Napoleon trots toen hij hem aan de rest van het gezelschap voorstelde.
De aanwezigen staarden hem aan.
‘Ik denk dat hij dat al weet,’zei Valentijn. ‘Het is Stevie Wonder niet.
‘ Je zegt niet zwàrt,’ verduidelijkte Adeline.
‘Neger dan? ’rectificeerde de kleine Corsicaan.
‘Verschrikkelijk!’ riep de danseres gepikeerd. ‘Je zegt niet zwart, laat staan neger, je zegt black.’
‘Blek? Wat betekent dat?’
‘Zwart.’
’Jij zegt net dat je geen zwart moet zeggen.’
‘Ja, daarom moet je black zeggen.’
’Maar als dat zwart betekent?’
‘Ja, maar het is Engels, dus komt het beter over! Het is politiek correcter.’


Het is een van de vele keren dat Napoleon er zich over opwindt dat de Franse taal blijkbaar niet goed genoeg meer is.


Er zitten heel veel bizarre vondsten in het verhaal van Puértolas – je moet er van houden:


Als ze het Syrische luchtruim binnen vliegen en toestemming vragen, krijgen ze in het Arabisch een antwoord. Dan staat er een zinnetje in Arabische tekens. Met een asterisk. Lees je dan onder aan de pagina dit:

'Omdat ik niet weet hoe je ‘Dit is het luchtverkeerscentrum van Damascus, wilt u zich bekendmaken?’ in het Arabisch vertaalt, heb ik de eerste zin genomen die ik in een oude taalgids heb gevonden: ‘Neemt u me alstublieft niet kwalijk, mevrouw, waar zijn de toiletten?’


Ik mag dat wel, deze humor. Het hele avontuur is bizar natuurlijk, op zich al genoeg humor. Maar Puértolas heeft wel degelijk een bedoeling met al deze flauwekul. Er zit maatschappijkritiek in (bijvoorbeeld het gebruik van de Engelse taal):


‘Van zijn kant dacht Napoleon aan de hypocrisie van deze moderne maatschappij. Ze gingen allemaal samen de straat op uit naam van de vrijheid van meningsuiting, ze waren allemaal Charlot, Ze demonstreerden en scandeerden republikeinse slogans, en als iemand durfde te zeggen dat hij Napoleon was werd hij meteen opgesloten.’
‘Iedereen was vrij om te kunnen zeggen wat hij wilde, maar je moest vervolgens niet komen klagen als je een beetje werd ingekort.’


Romain Puértolas (21 december 1975) was onder meer dj, componist, tolk, vertaler, steward en goochelaar, en woonde en werkte in Spanje, Engeland en zijn thuisland Frankrijk. Zijn debuutroman De wonderbaarlijke reis van de fakir die vastzat in een Ikea-kast was een wereldwijde bestseller.


ISBN 9789022576854 |paperback |336 pagina's | Uitgeverij De Boekerij| september 2016
Uit het Frans vertaald door Jaap Sietse Zuierveld

© Marjo, 31 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vondeling
Stacey Halls

Het verhaal speelt in Londen, in 1754.
Zes jaar eerder is Bess bevallen van een dochtertje dat ze Clara noemt. Maar ze weet het: ze is niet getrouwd en een vader is niet in beeld. Ze kan niet anders dan het kind afstaan. Haar vader gaat met haar mee als ze Clara naar het Foundling Hospital brengt. Ze laat haar gegevens achter en de helft van een penning met een inscriptie. De andere helft heeft de vader.


Bess weet: na zes jaar worden de kinderen elders ondergebracht, nu is haar laatste kans om haar dochter te gaan halen. Ze heeft gespaard, want ze moet het kindertehuis de gemaakte kosten vergoeden.
Tot haar verbijstering is Clara vrijwel onmiddellijk na haar komst opgehaald. Maar door wie dan, wil ze weten. Door haarzelf, wordt haar verteld. Ze laat het er niet bij zitten: wie is de vreemde die haar dochter heeft gehaald? Waar is Clara?


Ze ontmoet dokter Mead, die haar wil helpen. Als ze hem in de kapel van het tehuis kan ontmoeten, dan heeft hij vast wel meer informatie. Wat hij dan weet helpt niet veel, maar die dag daar in de kapel ziet Bess een meisje die haar aantrekt. En ze ontdekt dat de vader Daniël is, háár Daniël! Het meisje heet Charlotte…


In het volgende deel lezen we over Alexandra, een jonge weduwe. Zij voedt Charlotte op, omdat zij de dochter is van haar overleden man Daniël. Maar Alexandra heeft zo haar eigen problemen, ze worstelt met trauma’s uit het verleden, waardoor ze ook niet in staat in haar kind de liefde te geven die ze wel voelt. Ze is van mening dat ze het kind moet beschermen. Charlotte komt net als zijzelf het huis niet uit, behalve voor de kerk.
Op een dag komt Dokter Mead op consult bij het meisje. Hij doorziet de situatie maar kan niet veel doen. Wel beveelt hij een kindermeisje aan. Ondanks haar aanvankelijke tegenzin stemt Alexandra toe. Zo komt Bess in huis, onder de naam Eliza.


Wat dan volgt is voorspelbaar, maar niettemin boeiend. Dat is mede door de andere personages: de vriendin, Keziah; Ned, de broer van Bess; en haar nieuwe kennis, Lyle, de fakkeldrager.


In vier delen wordt het verhaal verteld, en ja, het is een feelgoodverhaal, maar het gegeven dat hier aan ten grondslag ligt is helaas wel een leven geweest waar vele vrouwen mee geconfronteerd werden in de achttiende eeuw (en later).
De roman is gebaseerd op die verhalen.


Het boek geeft daarnaast ook een beeld van de stad in die tijd. Hoe vrouwen moesten zien te overleven. Bess en haar vader waren garnalenverkopers, een arm, maar eerlijk bestaan. Armoe leidde tot de meest schrijnende toestanden, Daar vertelt Halls over, ze neemt ons mee door het Londen van de achttiende eeuw. Daar tegenover wordt geschreven over het leven van de welgestelden; die scene in het kindertehuis, vreselijk dat dat normaal gevonden werd: rijke vrouwen – weldoeners! - kwamen kijken hoe arme vrouwen hun kind afstonden, in de vorm van een loterij! Ze moesten een balletje trekken: wit betekende dat het kind mocht blijven, zwart was: wegwezen, en rood, dat was een twijfelgeval.

The Foundling Hospital is nu een museum: https://foundlingmuseum.org.uk


Stacey Halls is geboren in Engeland en groeide op in Rossendale, Lacanshire. Ze studeerde journalistiek aan de University of Central Lacanshire en heeft geschreven voor onder andere The Guardian, The Independent en The Sun. Ze woont en schrijft in Londen. De vondeling is haar tweede roman.  Het eerste The Familiars is (nog) niet vertaald. Ook dat is een historische roman.


ISBN 9789044360578 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij House of the Books | oktober 2020
Vertaald uit het Engels door Els Franci-Ekeler

© Marjo, 27 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Solovlucht
Aloka Liefrink

Savarana Termeer begint haar verhaal met een proloog, waarin we kunnen lezen dat het goed met haar gaat.
Gelukkig maar. Haar leven voordat ze Laurens ontmoette, met wie ze nu gelukkig is, was een vreselijke puinhoop. Haar jeugd was al niet ideaal. Ze werd geadopteerd op eenjarige leeftijd, na een verblijf in een weeshuis en groeide op bij een Vlaams gezin. Later kwam er een broertje bij, Jafar, eveneens geadopteerd. Als ze opgroeit zal ze zich steeds meer afvragen waarom haar moeder eigenlijk kinderen wilde adopteren.  Er werd nauwelijks voor hen gezorgd, het was Savarana die al heel jong kookte en de was deed, de boel draaiende hield.


Dat was geen normaal huishouden maar het kon nog erger: na de scheiding van haar ouders, werden de kinderen van hot naar her gesjouwd, hun moeder verbood de kinderen contact te hebben met hun vader. Er kwam een rechtszaak, waarbij de kinderen moesten kiezen. Ze bleven tenslotte bij hun vader, maar ook hij kon geen stabiel tehuis bieden. Als hij ook nog kiest voor een nieuwe vrouw, Isabella, en na een tijdje zelf komt te overlijden, is Savarana overgeleverd aan de grillen van haar stiefmoeder. Jafar besluit weg te gaan, hij maakt de juiste keuze!


Voor het al beschadigde meisje is Isabella’s invloed funest. Ze wordt nog verder de put in geduwd, het is niet zo gek dat ze denkt dat die man die aandacht voor haar heeft haar redding zal zijn. Helaas is ook Roel iemand die haar niet een eigen leven laat leiden. Hij profiteert van haar psychische zwakheid en weet haar afhankelijk van hem te maken.
Een vriendin, met wie ze eigenlijk geen contact mag hebben, opent haar de ogen en zij helpt Savarana ook te ontsnappen aan de greep van Roel. Ze zoekt hulp en wil een boek gaan schrijven. Maar dan, helaas, ontmoet ze opnieuw een man die haar in weet te palmen tot zijn ware aard haar duidelijk wordt. En het bijna te laat is.


‘De agressor kneedt je zoals hij wil dat jij in het leven staat, kwetsbaar en bang. Dan heeft hij de macht.’


Solovlucht is een psychologische roman, geen thriller zoals op de voorflap staat. Jammer dat je insteek dus verkeerd is als je begint te lezen. Maar de manier waarop Liefrink het verhaal vertelt is waarschijnlijk overtuigend genoeg om de lezer toch door te laten lezen. Zeker als je deze omstandigheden kent, hetzij van horen zeggen hetzij dat je er zelf mee te maken hebt.


De spanningsboog is vrij klein, maar het is heel duidelijk hoe het slachtoffer keer op keer ingepalmd wordt. En vooral ook hoe het komt dat zij iedere keer weer in die valkuil stapt. Haar achtergrond wordt duidelijk beschreven: met haar psychologische gesteldheid is het nog vreemd dat ze haar lukt om uit die relaties te stappen.
Door in de proloog te vertellen hoe het nu gaat, kan het verhaal in een analytische vorm gegoten worden, het is immers achteraf geschreven. Tot in details beschrijft Liefrink hoe die vrouwen – de moeder en de stiefmoeder – en later de mannen te werk gaan, en hoe het meisje geen verweer heeft tegen deze indoctrinatie.


Liefrink (1979, Kerala Zuid-India) werd na negen maanden in een weeshuis geadopteerd door een Vlaams-Nederlands echtpaar en groeide vervolgens op in het Vlaamse Kempenland. Ze studeerde public relations en werkte onder andere als team- en lifecoach.
In 2011 maakte ze haar thrillerdebuut met Fotomodel gezocht, in snel tempo gevolgd door De passiecoach (2012) en Avondmasker (2013). In 2014 schreef ze samen met Luc Deflo de thriller Onderhuids.


ISBN 9789463967297 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Hamley | oktober 2020

© Marjo, 9 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De eed
Henry Toré


Als Ofres Nicolaas, meestal Oi genoemd, de jeugdvriend van Lucien Maxime Reuman begraven wordt, brengt Lucien hem de laatste eer. De dood van Oi is niet onverwacht, op het eiland is bekend dat hij een junk is. Het zijn de zestiger jaren. Het eiland, dat is Bonaire, waar men sowieso alles van elkaar weet.
Ooit debatteerden ze over het concept vriendschap. Wat betekende het om vrienden te zijn?


‘Uiteindelijk besloten ze dat een vriend iemand was die je zelf koos, omdat je genegenheid voor hem koestert en grotendeels dezelfde interesses met hem deelt. Dat bindt je aan elkaar. Een vriend is een kameraad, een maatje, die je vertrouwen schenkt en op wie je kunt rekenen. Je voelt je op je gemak bij je vriend en durft vrijuit met hem te praten, zonder dat je band daaronder lijdt, omdat je elkaar respecteert en een bijzondere betrekking tot elkaar onderhoudt.’


Ze besloten een vriendschapsring uit te wisselen. Dat gebeurde feitelijk niet, maar dit was wel de eed die ze elkaar zwoeren.


‘Maar’, waarschuwde Oi, ‘als de vriendschap te groot is, loopt ze over…’
Lucien vroeg wat Oi daarmee bedoelde.
‘Kijk, als iemand te veel moeite doet om iets te bewijzen, kan dat benauwend en beklemmend overkomen, wat juist funest is voor de vriendschap die hij zo graag in stand wil houden. Maar hoe dan ook: de eed blijft.’


Vervolgens wordt het verhaal verteld van de twee jongens die samen opgroeien, samen naar school gaan, eerst op Bonaire, later op Curaçao, en ook hun studietijd in Nederland brengen ze samen door.


Na lezing van het verhaal dat dus eindigt met de dood van een junk, kun je je afvragen wat die eed betekend heeft. Voor Lucien, maar ook voor Oi. Die conclusie wordt aan de lezer overgelaten.


We lezen hoe Oi zich begon te interesseren voor vrijheidsstrijders als Camilo Torres, Dom Helder Camara, Paolo Freire, Zuid-Amerikaanse revolutionaire priesters, en met Amado Roemer, die vrijwel allemaal vanuit hun positie als geestelijke leider probeerden de sociale omstandigheden in hun land te veranderen. Op de achtergrond speelt de toestand op de eilanden, het verkrijgen van zelfbestuur, waar niet altijd even goed mee omgegaan werd.
Oi deed ook zijn best om zijn idealen uit te dragen, maar werd door problemen in zijn privéleven genekt. Om dan stand te houden, terwijl het hele eiland weet wat de omstandigheden zijn, dat is moeilijk, misschien onmogelijk.
Waar was Lucien? Bleef hij de eed trouw? Deed Oi er zijn best voor?


Als je niets weet van de achtergronden van de Antilliaanse eilanden, valt het niet mee om goed te begrijpen wat er gebeurt. Die kant van het verhaal had best wat uitgebreider gemogen. Het is evenwel wel duidelijk hoe moeilijk een man met idealen het heeft, als zijn idealen niet (genoeg)  gedeeld worden.


Henry Toré (Kralendijk, 1940)  was van 1964 tot 1996 werkzaam in het onderwijs op Bonaire. In eigen beheer publiceerde hij al Een tropische kruisiging (1977), De ontspoorde Benjamin (1999), Tranen over Matragavera (2003) en Broos geluk (2010).


ISBN 9789062657919 | Paperback |120 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | november 2020

© Marjo, 22 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het mannenmoeras
Paul Dijkman


De naamloze ik-verteller van het mannelijk geslacht is geboren in 1969 te Zierikzee. Zijn vader is een gereformeerde Zeeuw (‘een schaamteloze nietsnut’, volgens zijn echtgenote), moeder een katholieke Arubaanse, hij heeft drie zussen. Na een jaar of zes op Aruba keerde het gezin zonder de vader terug naar Nederland voor een leven in armoede.
In hun jeugd was Sinterklaas altijd verdwaald!


Deze feiten doen in zoverre ter zake omdat het verleden een mens vormt, dus ook onze verteller. Discipline bijvoorbeeld, daar werd op gehamerd, en hij had er zijn verdere leven dan ook profijt van.
Intelligentie en discipline bleken een gedegen basis voor goede schoolresultaten, al werd hij net als zijn leeftijdgenoten geplaagd door de hormonen.


‘Tijdens de lessen natuurkunde leerden we te denken in actie-reactie, oorzaak en gevolg, maar liefde luisterde niet naar wetten. Appels vielen omlaag, ja, en jongens vielen op meisjes. Waarom? Hoe werkte het?‘


Het studentenleven betekent behalve - nog steeds - goede resultaten, ook drank en vrouwen. Als hij een gebrek aan vooral culturele kennis ontdekt, doet hij zijn best dat in te halen. Tegelijk ontdekt hij dat hij een talent heeft: hij kan toneelspelen en heeft een levendige fantasie. Zijn eerste liefde verovert hij met allerlei verzinsels over zijn achtergrond, maar Christine is desondanks geen blijvertje.
Zal Hilly dat wel zijn? Hij neemt zich voor eerlijk te zijn in deze relatie. Hilly komt uit een heel ander milieu, maar het lijkt geen hindernis te zijn. Hilly is zijn grote liefde.
Wel een probleem is Anton, een kunsthandelaar die zich slinks in de gunst van Hilly’s moeder heeft weten te draaien. Later zal blijken dat de man niet te vertrouwen was, maar voorlopig is alles koek en ei. Tot het noodlot toeslaat, en de aarde onder de voeten van onze verteller wegzakt.
Komt hij deze ramp nog te boven?


Het boek beslaat vijf delen. Deel I en II beschrijven de jeugd en relaties van de ik-verteller, met zoals gezegd een noodlottig einde. Maar dan volgen er nog drie delen. Een nieuwe relatie, en een naam!


‘Zo kwam ik als Jan terecht met Karin in een hagelwit geschilderde maisonnette, onderdeel van een nieuw gegoten betoncomplex.‘
‘Jan was de sukkel van Karin. En ik hing als een drenkeling om de nek van die sukkel. Ikzelf, waar was ik? Wie ben ik, nu?’


Het is niet het ‘leven’, zoals hij zich dat gedroomd had. Samenspraak met zichzelf brengt hem terug bij wie hij was. Hij kan zich niet bij de feiten neerleggen. Als hij zich weet te herpakken, waarbij zijn talent voor toneel en fantaseren hem helpt, doet hij daarbij verbijsterende ontdekkingen. En volgt er voor de lezer een bijzondere ontknoping.


Het verhaal begint rustig: een coming of ageroman - een jongeman die begint aan zijn leven als volwassene - om dan in toenemende vaart uit te groeien tot een boeiende psychologische roman met een fijne spanningsboog.
Het gaat over de liefde, maar het verhaal wordt geen moment zoetig. Het heeft een prettige opbouw, met prachtige observaties, symboliek, en mooie zinnen.
Een genot om te lezen! En een tweede keer…


Ir. Paul Dijkman (1954)  architectuurfilosoof, urban design consultant, ontwerper, publicist. Van zijn hand verschenen eerder romans en non-fictieboeken.


ISBN 9789086842162 | Paperback | 217 pagina's | Uitgeverij IJzer| oktober 2020

© Marjo, 11 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De brief
Katryn Hughes


1973. Tina is getrouwd met Rick, maar de wittebroodsweken waren al snel voorbij. Hij blijkt te drinken en dan wordt hij agressief. Ook rookt hij, en hij gokt. Steeds opnieuw belooft hij beterschap, maar Tina heeft al snel door dat hij niet kan stoppen. Ze moet weg, en begint te sparen. Dat kost tijd, want ze moeten rondkomen van haar verdiensten. Rick heeft geen werk namelijk. De bom barst als hij haar spaargeld vindt...


Naast haar werk heeft ze ook een vrijwilligersbaan bij een tweedehandswinkeltje. Op een dag vindt ze in de zak van een gedumpte jas een brief. Natuurlijk leest ze die.
De brief, gedateerd op 4 september 1939,  is nooit verzonden, ontdekt ze. Maar de inhoud is aangrijpend: het is van een man die zijn ex-geliefde bezweert dat hij met haar verder wil. Ze heeft hem verteld dat ze zwanger is, en daar was hij van geschrokken. Maar hij wil een echtgenoot en vader zijn van het ongeboren kind.


Dit verhaal fascineert Tina, en ze wil op zoek. Waar zou Billy de briefschrijver zijn? En Christina, degene aan wie het geadresseerd is?
De zoektocht brengt problemen met zich mee, maar ook afleiding. Want haar eigen leven staat op zijn kop. Ze is weg bij Rick.


1939. Billy is de enige zoon van een alleenstaande vrouw en wordt gruwelijk verwend. Hij is een mooie jongen, gewend dat de meisjes hem graag zien. Dat hij verliefd zou kunnen worden, dat had hij niet verwacht, maar hij valt voor Chrissie, het meisje dat met zijn beste vriend op stap gaat. Als ze hem vertelt dat ze zwanger is, van hèm, schrikt hij enorm. De brief wordt dan ook geschreven op het moment dat Chrissie denkt dat ze in de steek gelaten is. Ze ziet geen andere mogelijkheid dan te doen wat haar vader wil: naar Ierland vertrekken. Ongehuwd zwanger zijn, dat is een enorme schande!


Of Tina in staat is hen te vinden, zoveel jaren later? Misschien een van de twee? De tijden waren anders, en haar eigen problemen vormen een stoorzender.


Het is een fijne feelgoodroman. Al is het nogal voorspelbaar eigenlijk, de achtergrond van het verhaal – adoptie en kindertehuizen in Ierland – is schokkend voor de lezer van nu, al was het in die tijd heel normaal.
Het boek biedt een kijkje in het verleden.


Kathryn Hughes (1964, Altrincham, Verenigd Koninkrijk) debuteerde met De Brief in 2015. Het werd vertaald na de successen van de opvolgers, De sleutel en Het geheim. De omslagen van De Sleutel en De Brief zijn vrijwel gelijk, het concept ook. Steeds een verhaallijn in het heden en eentje in het verleden.


ISBN 9789044355086| paperback |320 pagina's | Uitgeverij The House of the Books| november 2020
Vertaald uit het Engels door Betty Claasse en Yvonne de Swart

© Marjo, 31 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Opwindende tijden
Naoise Dolan


‘Iedereen in Dublin had een hekel aan me, zelfs zozeer dat ik ook een hekel aan mezelf kreeg, en ik kwam hierheen in een poging dat te veranderen en dat heeft wel gewerkt maar niet helemaal.’


De tweeëntwintigjarige Ava is vanuit Dublin naar Hongkong verhuisd. Ze geeft er Engelse les aan kinderen van rijke ouders. Ze heeft er een man ontmoet wie bij ze na een tijdje intrekt zonder dat er sprake is van een relatie. De reden daarachter is dat hij het allemaal best vindt en graag zijn geld uitgeeft met haar terwijl zij nauwelijks een cent te makken heeft, en zich alleen voelt. Als hij meer zou willen van haar, vindt ze dat best.
Julian is bankier, heeft geschiedenis gestudeerd in Oxford en laat zich daarop voorstaan. Ze is nog nooit in Londen geweest zegt ze.


‘Echt nooit?‘
’Nooit,’ zei ik, na een moment stilte om hem ervan te verzekeren dat ik na zijn tweede vraag wel degelijk had geprobeerd dit feit uit mijn levensgeschiedenis te wissen, maar daarin helaas niet was geslaagd.
‘Ava,’ zei hij, ‘dat is onvoorstelbaar.’
‘Waarom?’
‘Het is maar heel kort vliegen vanaf Dublin.’
Ook ik was teleurgesteld in mezelf. Hij was nooit in Ierland geweest, maar het zou overbodig geweest zijn om hem te melden dat het die kant op ook maar kort vliegen was.’


Dit stukje dat we al in het eerste hoofdstuk lezen, zegt veel. Ava accepteert gelaten dat Julian haar meerdere is. Ze voelt zich minderwaardig, en verzet zich niet als hij het haar inpepert. In hun verdere omgang met elkaar blijft ze de mindere, tot ze de derde speler in het spel ontmoet: Edith, een jonge vrouw uit Hongkong. Zij is advocate, en meer wereldwijs dan Ava. Die laat zich opnieuw meeslepen in een andere wereld.
Slot van het liedje is dat ze moet kiezen voor een van de twee.


Voordat ze Edith ontmoet, lijkt Ava niet echt veel zin te hebben in het leven. Ze staat op, ze geeft les, en kan ’s avonds niet echt zeggen dat ze iets bijzonders gedaan heeft. Ook als het met Julian meer op een echte relatie begint te lijken, blijft er die afstandelijkheid ten aanzien van Julian, ten aanzien van zichzelf, van het leven. Dat zich overigens overal had kunnen afspelen, behalve in Ierland misschien. Met haar ouders en broer heeft ze af en toe contact, meer omdat het moet dan omdat ze het graag wil.
Maar dat geldt voor haar hele leven. Bij veel dingen die ze doet, analyseert ze de situatie, op een vlakke manier. Waarbij ze zichzelf niet spaart overigens.


Het is een verhaal zonder echte spanningsboog. Het komt cynisch over, maar is dat misschien omdat de schrijfster het leven van haar hoofdpersonen veroordeelt?
Met dat gevoel blijf je als lezer wel achter, al wordt er ook nergens gehint naar de hoognodige schop onder het achterste, dat je de personages zou willen geven. De titel slaat dus nergens op. (Exciting times is de oorspronkelijke titel) of is die ook cynisch bedoeld?
Geen opwinding dus, maar Naoise Dolan weet Ava intrigerend genoeg te maken om door te willen lezen. En daarnaast zijn er de stukjes over de Engelse taal, die wel interessant zijn, omdat je enigszins inzicht krijgt in het verschil tussen Engels en Iers.
Het gegeven dat het verhaal zich afspeelt in Hongkong heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat de schrijfster daar zelf gewoond heeft. Ze is ook van dezelfde leeftijd als haar personages.


Naoise Dolan (Dublin) debuteert met haar roman Exciting Times.


ISBN 9789025458263 | paperback |304 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact| oktober 2020
Vertaald uit het Engels door Lisette Graswinckel

© Marjo, 13 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ruimte
Walter van den Berg


Als Dimphy voor de tweede keer haar handtastelijke echtgenoot Erik verlaat, weet ze niet waar ze naar toe kan. De eerste keer was ze naar haar zus gegaan, maar dat is nu geen optie, hij zou haar onmiddellijk vinden. Met haar twaalfjarige zoon Wesley stapt ze op de bus. Naar Amsterdam.


Het is 25 jaar later als diezelfde Wesley zich in een hotelkamer bevindt, ook in Amsterdam, om te praten over zijn boek Ruimte, dat zo’n onverwacht laaiend succes is geworden. Ook heeft hij afgesproken dat hij zijn moeder een bezoek zal brengen ‘om te vieren dat ze 25 jaar eerder de bus namen’.


Wesley begrijpt de gekte rond zijn boek niet zo goed: behalve dat ze hem vragen voor een interview op de televisie, zijn er nu zoveel mensen, vreemden, die druk schrijven op allerlei fora. Iemand noemde het de ‘Wesepidemie’. Het boek is een soort zelfhulpboek, min of meer gebaseerd op zijn eigen ervaringen. Als kind was hij verlegen en teruggetrokken, liefst op zijn kamer. Daar ontdekte hij dat hij goed was met de moderne technologie: de computer. Hij leerde zichzelf programmeren, en games bouwen. Op deze manier probeerde hij zijn verleden te verwerken. Maar het bleek niet genoeg.


‘Erik wachtte altijd tot de jonge Wesley naar bed was en het maakte niet uit hoe laat het werd, Erik wachtte en als hij dan naar zijn kamer was, hoorde hij hoe het begon, hoe Eriks demmits luider werden en zijn vlakke hand soms op tafel sloeg en hij was erbij in zijn kamer, hij hoorde het door de deur heen en hij hoorde zijn moeder zich inhouden, maar het mislukte altijd. Daar is het misgegaan, mama. Jij kreeg misschien de klappen, maar daar is het misgegaan met mij, want daar heb ik de muur gebouwd en die muur staat er nu voor altijd en ik krijg ‘m nooit meer neer.’


Toen hij een psychotherapeut bezocht, zei ze: schrijf een boek. En dat werd ‘Ruimte’.
Dat gaat over het belang van het innemen van ruimte. Als je zelf geen ruimte inneemt, dwing je als het ware de mensen in je omgeving om dat wel te doen. Anderen moeten reageren op jou als je jezelf wegcijfert, en dat kan helemaal fout gaan. Geconfronteerd met de gekte rond zijn boek, maakt hij de verkeerde grappen, met catastrofale gevolgen die hij absoluut niet onderkend had. Erg dom, beseft hij, maar intussen heeft hij het wel gezegd.


Erger is dat het niet eens zijn eigen ideeën zijn, in het boek, maar de woorden van de therapeute. Is dat wel zo? Dat maakt voor zijn lezers niets uit natuurlijk.
Als Wesley op straat in conflict komt met een stel zwervers lijkt hij zijn eigen theorie te vergeten: hij reageert niet en wordt flink in elkaar geslagen. Hij heeft geen ruimte ingenomen, maar is juist in de slachtofferrol gekropen. Laat hij de zwervers de straf uitvoeren, waarvan hij vindt dat hij dat verdient?
Het lijkt of iedereen hem verkeerd wìl begrijpen. Hij begreep al niet veel van de wereld, nu nog minder.


Nu alles zo uit de hand loopt - in deze moderne tijden, waarin alles viraal gaat, valt er niets te ontkennen of uit te leggen -  vlucht hij opnieuw. Hij stapt in een taxi, en laat zich terugbrengen naar de plekken die speciaal waren in zijn leven. En naar zijn moeder, want die afspraak stond nog steeds. De taxichauffeur kan niet alleen goed luisteren, hij blijkt ook een goed inzicht te hebben in een getroebleerd mens.
Want zijn passagier is boos, en ziet dat zelf niet in. Laat staan wat de reden daarvan is.


Het thema is schuld. Zowel van een dader als van een slachtoffer. Een lastige kwestie, die nooit uit-en-te-na uitgewerkt kan worden. Zo blijft er nog wat over voor de lezer om zelf over de kwestie te gaan nadenken. Oftewel: ruimte in te nemen.
Van den Berg vertelt de beide verhalen: van Dymphy en van Wesley. Zijn stijl is vlot en afwisselend met goede dialogen. Mooie psychologische roman.


Walter van den Berg (1970, Amstelveen) had allerlei baantjes als onder meer fietskoerier, graveur, vakkenvuller, schoonmaker, automatiseerder en conciërge voor hij in 2004 zijn debuutroman, getiteld De hondenkoning publiceerde. Daarna verschenen West (2007), Van dode mannen win je niet (2013) en Schuld (2016).


ISBN 9789048853335 | paperback | 272 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep| september 2020

© Marjo, 30 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER