Nieuwe boekrecensies

De herinnerde soldaat
Anjet Daanje


In december 1917 wordt bij Merckem, een dorp dat tussen Diksmuide en Ieper ligt, een man aangetroffen, die niet kan vertellen wie hij is of waar hij vandaan komt. Hij spreekt Vlaams, en wordt tenslotte naar het Guislaingesticht in Gent gebracht.


Als vier jaar na de oorlog een advertentie wordt geplaatst om familie of bekenden te vinden, is Julienne een van de vrouwen die hoopvol bij hem op bezoek komt. Zij kan hem identificeren aan de hand van een litteken. Hij is Amand Coppens, ze weet het zeker. En hoewel het hen afgeraden wordt, neemt Julienne hem de volgende dag mee naar huis. Dat is in Kortrijk, waar ze de kost verdient als fotograaf, maar ook andere spulletjes verkoopt. Ze hebben een zoon, de nu tienjarige Gust, en een dochter, de zevenjarige Roos, vertelt Julie hem. In de dagen die volgen vertelt ze hem nog veel meer, maar er is geen enkele herinnering die bij hem terugkomt.
Zo begint het moeizame ontdekken. Hij weet niets van haar, zijn kinderen en de plaats waar hij woont; zij weet niet meer wie hij nu is.


Amand lijdt aan PTSS, toen nog niet als ziekte erkend. Julie doet haar uiterste best om de man terug te krijgen die zij kent als haar echtgenoot, de man op wie ze verliefd werd, de vader van haar kinderen. En hij luistert naar haar verhalen over hun gezamenlijke verleden. Maar ze vertelt hem niet alles. Dat voelt Armand, hetgeen de twijfel bij hem nog groter maakt.
Ze worden opnieuw verliefd, maar hun romance wordt verstoord doordat Amand steeds meer last krijgt van nachtmerries. Hij moet gruwelijke dingen gezien en gedaan hebben, al herinnert hij het zich niet bewust. Overdag krijgt hij black-outs, waarin hij soms zelfs gewelddadig wordt. Die blackouts worden langer, duidelijker. Een andere wereld. Het verwart hem.
Hij heeft veel last van schuldgevoelens, maar vooral van twijfels: is hij wel de man die Julienne zo graag terug wilde hebben?

Kan hij er voetstoots van uit gaan dat hij die man is, die zich nu vormt conform wat anderen zeggen? Wie is hij? Misschien is hetgeen hij droomt wel eerder de waarheid dan wat hem verteld wordt? Maar hoe komt hij daar achter?


Wat hij wel weet is dat degenen die hem vertellen dat hij blij moet zijn dat hij opnieuw kan beginnen, het niet bij het rechte eind hebben. Je niet herinneren wie je bent is vreselijk. Dus probeert hij het, en is bereid samen met Julienne een verleden in elkaar te flansen, dat hem tot steun moet dienen als hij weer eens een black-out gehad heeft. En zo is Amand een dubbel herinnerde man: hij is door Julienne herkend als zijnde haar verloren gewaande echtgenoot, en het ‘verzonnen’ gedeelde verleden helpt hem zich weer te herinneren wie hij was. Wie hij moest zijn.


De roman is geschreven in de derde persoon, maar het is duidelijk dat het vertelperspectief Amand is.
Alinea’s beginnen steeds met het woordje ‘En’, en ook in de tekst gebeurt dat veelvuldig. Er zijn geen dialogen, de lezer volgt als het ware de gedachten van Amand, zodat het dagelijkse leven afgewisseld wordt met herinneringen, aan de tijd in het gesticht, en de periode met Julienne, en aan de nachtmerries die hij heeft. Alles vanuit zijn gezichtspunt.
Door deze manier van schrijven is het een trage roman geworden, die soms moeizaam leest. En dat is precies wat ook de hoofdpersoon doormaakt: een langzame maar vooral moeizame terugkeer in de wereld, met vallen en opstaan. Vaak zijn er onenigheden en misverstanden. Man en vrouw botsen met elkaar, terwijl ze zich ook enorm tot elkaar aangetrokken voelen. Ook Julienne is een slachtoffer van de oorlog, zij heeft net als hij nare ervaringen gehad, waarvan zij akelig droomt.


De Herinnerde Soldaat is een verhaal over slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog en een verhaal over een liefde in bijzondere omstandigheden. Er is de problematiek van de PTSS na de vreselijke Eerste Wereldoorlog. De vraag wat identiteit precies is: is dat een vaststaand gegeven of is het maakbaar?
Maar er zijn ook de wendingen die bij een roman horen, een man en een vrouw die elkaar niet begrijpen, waardoor dingen fout gaan.
Een boeiende roman, voor doorzetters misschien, maar zeker de moeite waard.


Anjet Daanje (1965) is het pseudoniem van Anjet den Boer. Zij studeerde wiskunde aan de Universiteit Utrecht, maar schreef ook in die tijd. De Herinnerde Soldaat is haar negende roman.


ISBN 9789054523673 | paperback | 550 pagina’s | Uitgeverij Passage | november 2019

© Marjo, 25 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Welkom bij de club
Thomas van der Meer


Ik was jaloers op een jongen in de straat omdat hij Thomas heette. Thomas was mijn favoriete naam.


Aan het woord is de schrijver van deze deels autobiografische roman. Het lijkt een onschuldige opmerking maar het bijzondere is dat Thomas op dat moment nog een meisje is. Hij beseft wel dat er iets aan de hand is, maar wat? Dat weet hij niet.


'Toen ik vijf was wist ik zeker dat de schooldokter erachter zou komen dat ik een ziekte had. Vooral voor mijn moeder vond ik het erg. [...]
'Nu even je broekje uit,' zei de schooldokter.
Hij keek.
Hij ging achter zijn bureau zitten en zette een vinkje op het formulier. 'Prima,' zei hij. [...]
'Ik dacht dat de dokter zou zeggen dat ik een erge ziekte had,' zei ik toen we naar huis fietsten.
'Waarom dacht je dat?'
Maar ik kon niet uitleggen wat ik zelf niet begreep.


In zijn puberteit ziet hij tv programma's over transseksuelen en transgenders maar dat wordt op zo'n manier gebracht dat hij zich daar niet in herkent. Thomas studeert af, leidt zijn leventje, bezoekt datingssites en spreekt af met jongens, maar ook dat is het niet. Hij voelde zich gewoon een jongen terwijl hij als meisje geboren was. Uiteindelijk besluit hij dat hij maar aan zijn ouders moet vertellen dat hij zich in en jongen voelde en dat het altijd zo was geweest.


Het verhaal ontwikkelt zich verder. Thomas ouders reageren goed, en Thomas gaat het proces aan. Na allerlei testen en gesprekken gaat het licht op groen. De huisarts die hem zijn hormonen steeds inspuit reageert enthousiast.  Maar de eerste keer dat hij meneer wordt genoemd ervaart hij als een feestje. Hij vertelt uiteindelijk wel op zijn werk dat hij met het proces bezig is en de reacties zijn zeer uiteenlopend. De een reageert fantastisch, de ander maakt er een heel theater van. Bij diegene wordt hij bijna een bezienswaardigheid.
Na zijn operatie zoekt hij ander werk, zodat hij écht opnieuw kan beginnen. Maar ook daar loopt hij tegen vooroordelen aan. Een mens zal en moet nu eenmaal in een hokje gestopt worden...


De schrijver maakt geen drama van het gegeven dat hij zich een jongen voelt en daar later ook naar getransformeerd is. Hij geeft het hele verloop, van kind en meisje naar de volwassen jongen die hij nu is, op in een lichte, plezierige maar realistische manier weer. Op een subtiele humoristische manier geeft hij o.a. summier de bevindingen weer in het ziekenhuis met mede'patiënten'. Waar evengoed veel gelachen wordt. Ook na afloop van de operaties als hij daadwerkelijk als jongen door het leven gaat vertelt Thomas over de dingen zoals ze zijn zoals ze zijn. Hij vindt zichzelf eigenlijk doodnormaal. Hij is gewoon in het verkeerde lichaam geboren. Het is meer zijn omgeving die er wél een punt van maakt.


Dit boek staat op de Longlist van de Libris Literatuurprijs en eigenlijk vraag ik me af waarom. Het is een onderhoudend boek, het leest lekker weg, maar dat is het dan ook. Het onderwerp is natuurlijk wel iets waar niet veel over geschreven wordt, maar of het daarom op de longlist moet komen? Dat gaat me wat te ver.
Thomas van der Meer heeft een prettige hand van schrijven maar in mijn ogen moet er wat meer geboden worden om voor dit boek een literatuurprijs te ontvangen.

ISBN 9789492928733 | Paperback | 160 pagina's | Uitgeverij Pluim | oktober 2019

© Dettie, 9 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zwarte kersen van Maria
Peter van Vlerken


Deze roman is gebaseerd op het leven van Maria van der Pas, de verteller van dit verhaal. Zij is geboren op 29 november 1923, ze komt uit Stiphout, ofwel Stippent op zijn Brabants, en woont samen met haar twee broers op de boerderij van haar ouders. Op haar vijftiende gaat ze werken tegen kost en inwoning bij de pastoor en de baan bevalt haar goed. Ze weet dat ze niet moeders mooiste is, maar als er uiteindelijk toch een vrijer op de stoep staat bij de pastorie en de pastoor opmerkt 'De wonderen zijn de wereld nog niet uit,' krijgt Maria de pest erin en vindt ze het werk bij de pastorie ineens een stuk minder leuk.


'Ik geloof dat ik op datzelfde moment besloot dat hij niet lang meer mijn pastoor zou zijn, en misschien besloot ik op dat moment ook dat ik voor onze Piet zou kiezen, al kon hij ook soms lompe opmerkingen maken over hoe ik eruit zag.
'Een bietje plagen,' noemde hij dat. [...]


Als hij stond te kletsen met Toontje van Nierop, of met Bertje Ander, de boeren op de boerderijen die links en rechts van ons land stonden, kon hij dingen zeggen als 'ons vrouw heeft 'ne flinke bos hout voor de deur,' of 'bij ons Maria staan er stevige weipalen onder de voerbak.'


Het stel gaat wonen op 't Broek, de boerderij van onze Piets ouders. Maria wordt niet geaccepteerd door haar schoonmoeder, ze is niet uit Mierle (Mierlo) maar uit Stippent, en dat zal schoonmoeder Maria haar leven lang onder de neus wrijven. De omgang tussen beiden zal nooit echt goed worden. Als het Maria allemaal even teveel wordt, trekt zij zich terug op het kleinste kamertje (het heuske)
Vader Thijs is een man van weinig woorden, veel meer dan ja..., ja..., komt er niet uit, maar àls hij eenmaal iets zegt dan neemt iedereen het gelijk aan. Maria is erg gesteld op deze stille man.


Onze Piet is in zijn hart geen boer, zijn kersenbongerd en zijn vuggelkes zijn zijn grote passies én geld... Onze Piet beknibbelt waar het maar kan. Aanvankelijk vindt Maria alles best. Ondanks dat onze Piet niet haar grote liefde is, is ze wel redelijk tevreden met haar bestaan. Tot haar grote verdriet blijft het huwelijk echter kinderloos, iets waar ze zich haar leven lang schuldig over voelt, want zou het daardoor komen dat onze Piet niet met hart en ziel op de boerderij werkte?


Maar toch, zo langzamerhand begint Maria meer een eigen stem te krijgen, ook omdat de tijden en de omgeving veranderen. Maria heeft goede ideeën die, als ze geld opbrengen, goedgekeurd worden door onze Piet. Zij is o.a. een van de eersten die een kersenkraampje aan de kant van de weg plaatst waar mensen kersen kunnen kopen. Dat brengt veel meer op dan op de veiling! Ook de verhouding tussen Maria en onze Piet verandert, soms worden er pittige woorden tegen elkaar gezegd, maar toch blijft het stel op hun manier elkaar waarderen. Ze zijn evengoed erg gek op elkaar.


Maria's leven is weinig enerverend, het loopt zoals het loopt. Zowel onze Piet als Maria doen wat ze moeten doen en ze proberen met hun tijd mee te gaan, met name Maria, hoewel de tractor nimmer de plaats van het paard zal innemen. Onze Piet is daar fel tegen. Maar juist die dagelijks belevenissen en kleine voorvalletjes maken het boek zo levensecht. Het is ook vreemd dat je, als je boek dichtslaat, een foto van een manlijke schrijver ziet, Maria had namelijk een heel eigen, vrouwelijke, stem.


De Brabantse woorden staan schuingedrukt, waardoor ik verwachtte dat zij achterin het boek verklaard werden, maar dat is niet het geval. Een heel enkele keer neigt de schrijver er ook naar om een beetje te uitgebreid enkele zaken of mensen te beschrijven, zoals de gasten op de bruiloft van onze Piet en Maria, maar je leert daardoor wel alle - voor Maria en Piet belangrijke - mensen kennen.


Al met al is het een heel prettig leesbare roman geworden met de nodige humor erin. Een boek dat je even meevoert naar voorbije tijden, zonder wifi, internet en social media en je langzaam naar een moderner leven leidt. Dingen komen en gaan.
Kortom, een mooi tijdsmonument.


Lees ook het artikel in het Eindhovens dagblad en bij Brabant Cultureel


ISBN 9789090327440 | Paperback | 178 pagina's | Uitgegeven in eigen beheer (maar het verdient wel een uitgever) | januari 2020
Het boek bestellen kan per e-mail: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. . en is te koop bij Bruna in Mierlo, De Ganzenveer in Helmond en Van Piere in Eindhoven.

© Dettie, 29 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zeetijd
Jan van Ommen


‘Dit verhaal gaat over mijzelf, mijn lief en de anderen. En over de zee. De zee die altijd hetzelfde is en steeds anders. ‘


Jan van Ommen en zijn vrouw Alie zijn op vakantie in Indonesië. Om de komodovaranen te zien gaan ze een tochtje maken ten noorden van Sumbawa (een van de zuidelijke eilanden van Indonesië, tussen Lombok en Flores). Soepel loopt het allemaal niet, maar het is Indonesië...
De bemanning van het vrij kleine houten bootje bestaat uit vijf man, met slechts één Engelssprekende, de gids. De achttien andere passagiers zijn voor Jan en Alie vreemden, enkelen spreken Engels, een paar ook Nederlands.
Ze zijn nog niet op de plek waar ze volgens de planning moesten zijn als het al donker wordt. Het laveren tussen de riffen gaat niet goed, ze komen vast te zitten. Maar er lijkt niets aan de hand, ze genieten de volgende ochtend nog van het snorkelen bij de koraalriffen en varen dan verder.


Ze zullen de eilanden niet bereiken. Terwijl de passagiers liggen te slapen wordt een lek geconstateerd, hozen helpt niet en de zee is wild. Als de boot zinkt hebben ze een mazzeltje: er duikt een aluminium bootje op. Het reddingsbootje. Alleen is het veel te klein: er zijn slechts vier zitplaatsen.
Waar ze zijn, niemand weet het. Is het mogelijk de kust zwemmend te bereiken? 
Een paar van hen gaan het proberen, ze zijn immers met te veel voor het bootje. Degenen die achterblijven moeten afwisselen: in het bootje en dan peddelen, in de zee en je goed vasthouden.


‘De stilte van de zee is oorverdovend. Nu in de late nacht bewegen de golven nog wel, al maken ze geen geluid meer. Ze gaan omhoog, één, twee meter, en dan weer naar beneden, toppen en dalen, een snel wisselend bergmassief. De wind is gaan liggen. De zee licht niet meer op, het water is zwart. Hier en daar een hoofd dat op en neer gaat, en ergens een bootje. Omhoog, omlaag, ik zie het bootje wel, ik zie het bootje niet, kiekeboe. De mensen zijn stil. Elk een eigen wereld, onzichtbaar van de buitenkant, dertien werelden die opkomen uit de tijd. Werelden die soms even samenvallen, elkaar overlappen, en dan weer bij elkaar vandaan drijven, als zeepbellen in een afwasteiltje. Van buiten zijn we lichamen, huid die sponzig wordt of begint af te bladderen.’


De zon brandt, het zoute zeewater prikt. Ze hebben verwondingen, er is geen eten, geen drinkwater. Ze zijn moe, en worden steeds moedelozer. Zal er wel hulp komen? Is er iemand van op de hoogte dat zij zouden moeten arriveren op het Komodo eiland? Iemand die hen zal missen en gaan zoeken?
De Javazee is niet zo groot, maar wel als je daar uren, zelfs dagen doelloos ronddobbert en niet weet of je het zal overleven.


Jan van Ommen schrijft het verhaal, hij moet het overleefd hebben. Maar de anderen? Zijn vrouw? De Duitse meisjes? De bemanning?
De werkelijkheid wordt schimmig. Hallucineert hij? Die wezens onder water, zijn ze echt? Jan praat met de doden, zijn kracht vermindert zienderogen, gaat hij het toch opgeven?  
Maar hij moet voor Alie zorgen! Zijn Alie, vandaag is hun trouwdag, de zevenendertigste…


Jans verhaal zindert. Je voelt de angst en de wanhoop; je leest over samenwerking tussen de schipbreukelingen, maar ook over nietsontziend egoïsme van een doodsbange drenkeling. Steeds vaker gaan de gedachten naar de kinderen. Wat zullen zij schrikken!


Als alleen de feiten verteld zouden worden was er geen boek ontstaan, dat was misschien een A-viertje vol. Jan van Ommen is er in geslaagd om rond de feiten een beeldend verhaal te vertellen. De reis van hun leven? Ja, maar dan wel anders dan ze verwacht hadden. Het werd een traumatische gebeurtenis die - eenmaal terug in het gewone leven - verwerkt moet worden. Ze hebben immers de dood in de ogen gekeken.
Als je dit verhaal leest, kan je je bijna – bijna, je weet het pas echt als je het zelf meemaakt - voorstellen hoe het was om in de golven heen en weer te deinen, zonder besef van de tijd, zonder uitzicht op redding. Helemaal op jezelf teruggeworpen.


Jan van Ommen was meer dan twintig jaar leraar Nederlands en is nu werkzaam als manager in het beroepsonderwijs. Daarnaast is hij Filosofisch Practicus. Zeetijd is zijn debuut als romancier.


ISBN 9789492241320 | Paperback | 199 pagina’s | Uitgeverij Magonia | oktober 2019

© Marjo, 23 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Flarden
(stad geciteerd in woord en beeld)
korte teksten

Jan Glas


Jan Glas heeft zijn sporen verdiend. Hij is niet alleen dichter, maar ook zanger en beeldend kunstenaar. Bovendien houdt hij van Groningen. Hij was medesamensteller van de bundel 100 mooiste Groningse gedichten. In deze verzameling teksten, bundelt hij flarden van uitspraken van Groningers. Daarnaast voorziet hij ze van mooie foto’s. Het formaat is prettig klein, je stopt het in je zak...


Straat Middernacht. Twee jongens


‘Zeg, we gaan
niet zo’n
avond als gisteravond
hebben hoor.
Nu alleen een biertje,
stoned worden
en naar huis.’


Verderop komt een meisje aan het woord:


Stadsbus. Meisje.


‘Twee uur voordat ik moest
werken heb ik gebeld
en gezegd dat ik ontslag nam,
de koks waren woedend.’

 

Een jongen doet een bekentenis:


Straat. Jongen tegen meisje:


'Ik heb een
begeleider
die aan de
antidepressiva
is'

 

Straat Vrouw:


‘De manier
waarop zij praatte,
was 100%
begeleid wonen.’

 

Soms staan er ook hele gesprekken in:


Straat

Een stel mensen staat te roken en te ouwehoeren voor een café.

Vrouw:

,Ik heb een tandeloze poes.’
Iedereen lacht.


Man:

‘Daar hou ik wel van.’


Andere man:


‘Ik heb een paar
van zulke vriendinnen gehad.’


Prachtige observaties. Kleine juweeltjes. Waarmee maar weer eens bewezen wordt, dat de wijsheid op straat ligt. En Jan Glas raapt haar op. Een bundel om van te smullen.


ISBN 9789493170070| Soft cover | 64 pagina’s | Uitgeverij Kleine Uil | december 2019

© Karel Wasch, 12 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In de buik van de wolf
James Worthy


‘Ik wil wel, maar ik twijfel. Wat ik het meest aan mezelf haat is die twijfel. En de ontevredenheid over mijn eigen ontevredenheid. De allesverwoestende tegenstrijdigheid die zich meester van mij heeft gemaakt. Ik kan niet tegen liefde, ik kan niet tegen haat. Ik kan niet tegen drukte, ik kan niet tegen stilte. Ik kan niet tegen alles, ik kan niet tegen niets. Ik kan niet tegen de dood, ik kan niet tegen het leven. Ik houd alleen maar van schoonheid, omdat het me naar lelijkheid doet verlangen en ik houd alleen maar van lelijkheid, omdat het me naar schoonheid doet verlangen.’


De hoofdpersoon, ik-verteller, is zelf ook schrijver. Hij is getrouwd, en heeft een zoontje. Hij zou gelukkig moeten zijn - zijn ouders bezigden regelmatig de zin: ‘als je maar gelukkig bent.’ - maar hij wordt verteerd door een overheersende angst. Angst voor het leven, angst dat zijn vrouw of zijn zoon iets overkomt, angst dat zijn liefde niet genoeg is…
Zijn vrouw heeft er schoon genoeg van dat hij zo depressief is, zo negatief.


‘Ik word zo moe van dit gelul. In het begin had ik nog medelijden met je, nu haat ik je. Ik haat je zoals je jezelf haat. Wat wil je nou eigenlijk? Wil je dood?’
‘In de krant stond laatst dat er ergens in Nederland een wolf is gespot. Ik wil hem vangen, Ik wil zijn buik opensnijden, erin gaan liggen en dan de buik van binnenuit weer dichtnaaien. Dat is wat ik wil.’
’Je hoort in een gekkenhuis thuis.’


Dat is niet de plek waar hij heen gaat, maar hij verlaat zijn gezin wel. Niet wetend of hij terug zal komen vertrekt hij naar Groningen. Een man daar heeft hem per brief uitgenodigd. Hij heeft zijn boeken gelezen en wil weten waarom de schrijver niet gelukkig is. De man biedt hulp.
Omdat de verteller niets te verliezen heeft, vertrekt hij en trekt bij Rein Klinkhamer in. Rein is geen therapeut, hij doet ook maar wat. Dat geeft hij ronduit toe. Vreemde, soms bizarre gebeurtenissen volgen. Ook zijn er nog anderen die advies zijn komen vragen aan Rein. Met hen gaat hij op eenzelfde lukrake manier om.


Terwijl hij er veelal goedmoedig in mee gaat, overdenkt de ik-figuur zijn leven. Hoe is het zover met hem kunnen komen? En ook: hoe zou het thuis gaan? Met zijn vrouw, maar vooral met zijn zoontje? Er is ook nog een dementerende vader, een man die nogal onorthodoxe opvoedingsmethodes er op na hield, maar nu zo mak is als een lammetje.

De gesprekken met Rein, de aanwezigheid van een jonge vrouw in het tuinhuis, waardoor de ik-figuur zich weer man voelt, maar vooral de introspectie vormen een proces tot onherroepelijk leidt tot een conclusie.


‘Beschrijf eens hoe je je op dit moment voelt. En je hoeft geen mooie zinnen te vormen, vertel gewoon de waarheid. Je compenseert alles met mooie woorden. Alles wat je denkt is lelijk, maar je vertelt het mooi.‘


En dat doet James Worthy in werkelijkheid ook. Het thema is zwaar, maar de taal niet. Doordat je geen idee hebt wat er op de volgende pagina gaat gebeuren, blijf je lezen. Niet dat het een straf is. Al gebruikt hij veel clichés - die vaak ook gewoon waar zijn – de stijl van James Worthy is direct, zijn vergelijkingen deugen. De aanwezigheid van de wolf leidt enerzijds tot een spel met het sprookje van Roodkapje, anderzijds tot de realistische afwijzing van het dier in Nederland.


James Worthy (1980) had in 2011 veel succes met zijn debuutroman James Worthy. In 2016 verscheen de columnbundel Mottenballen voor de ziel. Hij heeft een dagelijkse column in Het Parool.


ISBN 9789048817627 | Paperback | 205 pagina’s | Uitgeverij Lebowski | september 2019

© Marjo, 9 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De schoonmoeder
Sally Hepworth


Als twee politieagenten aanbellen bij het jonge gezin Goodwin, is dat het begin van een verwarrende periode voor de familie. Ze komen vertellen dat Diana dood is.


Diana is al tien jaar de schoonmoeder van Lucy. Toen ze elkaar ontmoetten had Lucy nog het idee dat ze een soort moederfiguur zou worden – haar eigen moeder is al lang geleden overleden - maar het tegendeel is waar. Diana is een koele afstandelijke vrouw, met heel specifieke ideeën over hoe je leven moet. Ze ziet er altijd goedverzorgd uit, lijkt de perfecte vrouw. Maar voor Lucy is ze een teleurstelling, al geeft zij onmiddellijk toe dat oma heel goed overweg kan met haar drie kleinkinderen.
Al was de verstandhouding dus niet al te best, het is toch een schok. Diana dood! Hoe kan dat nu? Ze had dan wel borstkanker, maar daar ga je niet zomaar aan dood.


Dan blijkt dat ook binnen het politiekorps twijfel heerst over de doodsoorzaak. Ze denken eerst nog aan zelfmoord, omdat ze bepaalde spulletjes bij het stoffelijk overschot vinden, maar later wordt dat terzijde geschoven. Betekent dat dat iemand haar vermoord heeft? Dat is helemaal ongelofelijk.
Het is inderdaad zo dat Diana stinkend rijk is, en dat ze weigert haar kinderen daarmee te helpen, al heeft de een geen geld voor de behandelingen die ze nodig heeft om die fel begeerde baby te krijgen en gaan de zaken bij de ander niet zo best. Maar moord? Nee…


‘Het is zoals het is. Ik heb de draad opgepakt en ben een eigen gezin begonnen. Nu heb ik Tom en de kinderen.’
’Maar uw kinderen zijn niet tevreden over u?’
Ik zucht. ‘Geld. Het draait altijd om geld.’
‘Uw kinderen willen uw geld?’
“Uiteraard.’
‘En u wilt het niet geven?’


Het verhaal wordt verteld door de twee vrouwen. Lucy en Diana geven ieder hun kijk op het leven en op elkaar. Zo lezen we dat Lucy in de ogen van Diana ook niet de ideale schoondochter was. Diana is van mening dat ze haar kinderen alle kansen heeft gegeven die ze maar kon geven, en omdat ze vindt dat iedereen die kansen moet krijgen is ze als vrijwilliger betrokken bij zwangere vrouwen die uit een vreemd land gekomen zijn en niets hebben. Haar kinderen kunnen het allemaal heus wel zelf. Er is niets mee om zelf je problemen op te lossen. 
In flashbacks lezen we over haar leven, voor en tijdens het huwelijk van Lucy met haar zoon Ollie.


Ook in de vertellijn van Lucy zijn er flashbacks, en zo kan de lezer steeds meer begrijpen van de twee vrouwen. Schoonzus Nettie en zwager Patrick, de vriendin van Diana zijn overtuigende bijfiguren.


Er zijn familiegeheimen en misverstanden. Maar vooral gaat het over mensen met al hun gebreken en gelukkig ook betere eigenschappen, en dat is wat Sally Hepworth uitstekend neerzet in dit meeslepende verhaal. Ze heeft een hele goede psychologische roman geschreven, die nergens langdradig wordt doordat ze af en toe het verhaal een andere wending geeft en een lichte spanningsboog handhaaft.


Sally Hepworth (1980) woont in Melbourne, Australië. De Schoonmoeder is haar vijfde boek.


ISBN 9789022588093| Hardcover | 336 pagina's | Uitgeverij de Boekerij | oktober 2019

© Marjo, 24 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Antoinette
Robbert Welagen


Daar zit hij dan, 42 jaar, op het terras van een thermaalbad in Boedapest, te wachten op Antoinette. Ze is er nog niet. Hij observeert de mensen die in en uit het gebouw van het badhuis lopen. Ziet kinderen, een jongen en een meisje met nat haar, die wachten op hun vader. Hij ziet ze instappen in de rode auto van hem en fantaseert over zijn eigen kinderen. Zou hij meegegaan zijn het badhuis in? Zou hij ze ook alleen maar afzetten?


Om drie uur hadden hij en Antoinette afgesproken, maar ze komt niet. Hij wacht en wacht, een uur, twee uur, bestelt nog wat en wacht weer. Het terras wordt schoongemaakt, hij moet weg maar wil niet. Hij wil deze plek niet verlaten. Ze kan nog komen, toch belt hij haar niet.
Hij besluit maar het thermaalbad in te gaan dat tot tien uur 's avonds open is, de stille warmte daar biedt troost. Hij kiest voor full service, dat inclusief massage en diner is, waardoor kan hij het weggaan zo lang mogelijk kan uitstellen. Dan heeft hij toch nog het gevoel dat hij er toch nog is, mocht ze alsnog komen.


Hij bezoekt het binnen- en buitenbad. Kijkt naar de mensen die het water ingaan, ziet in allerlei vrouwen Antoinette maar weet wel dat ze het niet is. Hij overdenkt hun eerste ontmoeting, hun verrassing en onmiddellijke liefde voor elkaar. Hun heerlijke leven samen. Hij ziet haar lach, haar mooie blik, haar prachtige haar... Op gegeven moment denkt hij; 'Deze stad. Bij het eerste bezoek was ik vrijgezel. De tweede keer ben ik een man zonder vrouw.' Samen met Antoinette, toen ze nog niet getrouwd waren, bezocht hij namelijk Budapest. De herinneringen zijn intens. In dit bad hadden ze hun eerste afspraak.


Wie mocht denken dat Antoinette overleden is, heeft het mis. De relatie is wel over, maar  evengoed nog steeds enorm aanwezig in het leven van de man.


Het hele verhaal speelt zich af op die dag, bij en in het badhuis, maar de herinneringen nemen ons mee naar het leven van de man en de vrouw en hun intense relatie en de latere invloeden daarop, die ervoor zorgden dat het mis ging. Invloeden buiten hun om, waar ze helemaal niets aan konden doen, en waar ze machteloos toekijkend mee moesten leren omgaan. Het lukte niet...


Robbert Welagen heeft met deze roman een prachtige, verstild verhaal geschreven die qua stijl doet denken aan de grote schrijvers zoals Dostojevski. De prachtige zinsopbouw, de details die niet belangrijk lijken maar het wel zijn. Zelfs het gebouw is een personage die in feite ook toevoegt aan het verhaal.
De melancholie is bijna voelbaar maar ook de berusting die uiteindelijk optreedt.
Vooral lezen dit juweeltje, het is een regelrecht koesterboek.


ISBN 9789038807430 | Hardcover | 112 pagina's | Nijgh & van Ditmar | juni 2019

© Dettie, 3 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geestgrond
Sarah Moss


Zoals ieder jaar gaat de zeventienjarige Silvie met haar ouders kamperen. Net zo min als haar moeder vindt ze dat leuk, maar haar vader is een dominante man, die zijn vrouw en dochter flink onder de duim houdt. Hij mishandelt ze ook, ze zijn bang van hem. Als hij wil kamperen, dan gebeurt dat.

Deze zomer is het anders dan andere jaren. Ze gaan met een groep studenten mee, die voor studiepunten onder leiding van hun professor de ijzertijd willen naspelen, in Northumberland.Hei, veen, moeras, niet bepaald een luxe vakantieoord.

Silvies vader is buschauffeur, haar moeder caissière, het zijn eenvoudige mensen die niet gestudeerd hebben. Haar vader is door zijn fascinatie met het leven van de Oerbritten in contact gekomen met professor Slade, ze zijn als twee handen op een buik.

Er zijn strikte regels en vooral de vader eist dat zijn gezin zich daar aan houdt. Met lede ogen ziet hij hoe de studenten Molly, Pete en Dan wel eens smokkelen. Zij slapen bijvoorbeeld in een nylon tent! Dat kan natuurlijk niet. Het gezin woont daar in een rondhuis dat eerder door studenten gebouwd is als onderdeel van het vak experimentele archeologie. Ze slapen op primitieve britsen. In de tent, ook die van de professor, zijn natuurlijk luchtbedden…
Vader reageert zijn frustratie af op zijn vrouw, die nergens aan mee doet. Zij blijft de hele dag op de kampeerplek en probeert voldoende eten te bereiden op een zeer primitieve manier.

‘We eten pap, zei ze, nou ja, ik geloof dat het haverbrij is, alleen dan zonder melk en het is ook geen haver, eerder rogge, geloof ik, laten we hopen dat het geen gerst is, anders is het pas met sint-juttemis gaar.’

Ze moet het doen met wat de anderen – de jagers-verzamelaars – aanleveren en de natuur is dan wel gul, het is ook een smoorhete zomer. Silvie en de studenten zoeken naar eetbare planten, bessen en mosselen, terwijl Silvie’s vader en de professor konijnen vangen of vissen.

Dat is helemaal naar haar vaders zin: de vrouw is volledig ondergeschikt, en moet doen wat de man wil. Zo leefden de Oerbritten ook, beweert hij. De professor protesteert wel een beetje maar laat ondertussen gebeuren wat Molly als enige opmerkt: dat Sylvie en haar moeder wonden hebben als gevolg van slaag met een riem, en onder de blauwe plekken zitten. Niet normaal, zegt ze, maar Sylvie weet niet beter, en verdedigt haar vader zelfs. Hij is een lastige man, dat weet ze wel, en ze wil ook wel het huis uit, maar haar moeder dan?

Zij weet heel veel over de natuur, en als haar vader vraagt om hazelnoten, weet zij waar ze heen moet. Ook weet ze dat ze het niet moet wagen zonder die noten terug te komen. Maar de anderen kennen haar vader niet. Zij zien de noodzaak helemaal niet in om nog verder te gaan. Het is smoorheet.

‘Er vielen flarden zonlicht door de bomen. Ik probeerde de zon links te houden terwijl ik de heuvel opging, maar de plek waar ik Molly voor het laatst had gehoord, maar ik hoorde haar niet meer en de zon was ineens aan mijn rechterkant en ik had zo’n dorst dat ik aan niets anders kon denken dan aan water, wat ik niet bij me had en de anderen wel. En de hut, de beek en mama met iets te eten voor me konden echt niet veel verder dan een kwartier lopen zijn. Achter me zong doordringend een vogel, een schel herhalend wijsje als het belsignaal van een telefoon. De tuniek schuurde langs mijn bezwete huid, kleefde aan de pijnlijke plekken op mijn rug, en tussen mijn tenen zaten kruimeltjes en boomschors. Water. Ik snakte naar water. De vogel begon weer te fluiten en het schelle deuntje snerpte door mijn schedel, verergerde mijn opkomende hoofdpijn.’

Sylvie kent de verhalen over de dierenoffers, en over de veenlijken. Maar nooit had zij durven denken aan wat er zou gebeuren. Ze is dan ook meer bezig met haar vader, die zich gruwelijk ergert aan vooral Molly, die bepaald niet bang is van mannen, en doet wat ze zelf wil. ‘Daag hem alsjeblieft niet uit’, denkt ze, als Molly weer eens de spot drijft met zijn denkbeelden. Maar ze kan niets uitleggen zonder zelf risico te lopen.

De ik-verteller is Sylvie. Door haar ogen lezen we hoe zij en haar moeder geterroriseerd worden door de vader. Angst overheerst hun leven. ‘Voor ons is dit normaal.’

Terwijl Sarah Moss vertelt over de mensen in de ijzertijd, en vooral ook de nodige kanttekeningen plaatst - want we weten het allemaal niet zeker – zet ze de karakters van de gezinsleden duidelijk neer. De sfeer tekent ze voortreffelijk, al had het zelfs nog dreigender mogen zijn.
En toch, zelfs ondanks de proloog waarin het verhaal van een veenmeisje verteld wordt, is het einde een verrassing.

Sarah Moss is docent Engelse en Amerikaanse literatuur aan de universiteit van Kent. Ze schreef eerder over de geschiedenis van poolexpedities. Sarah Moss werkt momenteel aan een boek over chocolade!

ISBN 9789493081161 | hardcover | 176 pagina’s | Uitgeverij Orlando | september 2019
Vertaald uit het Engels door Tjadine Stheeman

© Marjo, 26 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Winter in Schotland
Sarah Morgan


‘Ik wil zo graag dat het voor iedereen een perfecte kerst is.’
’En dat wordt het ook.’
Een perfecte ramp, dat werd het, dacht ze.’


Hartje winter in de Schotse Hooglanden en Suzanne McBride werkt zich een slag in de rondte om alles in haar huis in een perfecte kerstsfeer te brengen. Haar dochters komen alle drie thuis, een van hen met echtgenoot en kinderen, en Suzanne wil dat het niet alleen het hoogtepunt van het jaar wordt, maar een hoogtepunt in ieders leven.


Het jaar er voor was niet iedereen aanwezig: Hannah, de oudste, vrijgezel en workaholic, had op het laatste moment afgezegd. Net als haar zus Beth woont zij in Manhattan. Niet dat de zussen veel contact hebben, Beth heeft haar gezin en Hannah haar werk.
De derde zus is de jongste, Posy. Zij woont in een naastgelegen verbouwde schuur bij haar ouders, en helpt haar moeder in het café dat Suzanne uitbaat in het dorp.


Het lijkt de perfecte familie, maar als vanaf het begin weet de lezer dat er een smet rust op deze periode: rond kerst, vijfentwintig jaar eerder, zijn de biologische ouders van de meisjes dodelijk verongelukt bij het bergbeklimmen. Dat was in Amerika. Suzanne - die als enige het ongeluk overleefde - en echtgenoot Stewart hebben de kinderen, toen 3, 6 en 8 jaar oud, liefdevol onder hun hoede genomen en zijn verhuisd naar Schotland.


Hannah heeft als oudste de meeste herinneringen aan haar ouders, niet altijd even prettig, en ze heeft last van angst om zich te binden. Wat kan er immers allemaal niet mis gaan? Ze is dol op hun pleegouders, maar de angst omvat ook hen en daardoor is ze afstandelijk. In de loop van het verhaal wordt duidelijk dat ze het jaar ervoor al gepakt en gezakt op het vliegveld stond en toen alsnog besloot niet te gaan.
Nu gaat ze wèl, zelfs eerder dan de bedoeling was. En in haar bagage bevindt zich een geheim.


Beth is ook al eerder in Schotland, maar zonder haar gezin. Vlak tevoren heeft ze een telefoontje gehad: een oud-werkgever wil haar graag in dienst. Of dat allemaal wel zuivere koffie is, is de vraag, maar het heeft Beth in een crisis gebracht: is zij wel tevreden in het leven dat ze leidt, als thuiswonende moeder met veeleisende kinderen en een man die met die kinderen alleen maar de leuke dingen doet. Ze heeft hem achtergelaten met de boodschap dat hij nu ook maar eens moet ondervinden wat het betekent voor de meisjes te zorgen!


Posy lijkt het meest onbekommerd, haar leven is uitgestippeld immers? Maar ook zij stelt zich vragen over hoe het verder moet. Ze weet dat haar moeder ervan uitgaat dat zij dat café overneemt, maar eigenlijk wil ze dat niet. Ze is fervent bergbeklimmer en wil haar geluk beproeven op andere bergen dan alleen de Schotse. En dan is daar Luke. Hij bivakkeert enkele maanden in het dorp omdat hij een boek aan het schrijven is over bergbeklimmen.
Er slaat een felle vonk over tussen Poy en Luke, maar hij zal weer vertrekken. En dan?

Allerlei problemen dus die niet alleen de kop opsteken tijdens deze kerstdagen, maar waar ook een al of niet bevredigend einde aan moet komen. Suzanne kan wel streven naar een perfecte kerst, ze zou beter kunnen weten. Zelf kampt ze immers ook nog met de herinneringen aan die fatale dag, vijfentwintig jaar geleden. Vier mensen kwamen om, waaronder haar beste vriendin Cheryl en diens echtgenoot Rob. Als enige overlevende heeft ze last van een schuldgevoel. Heeft ze het allemaal wel goed gedaan?


Dit is een romantisch en sfeervol (brr, winter!) verhaal waarvan je de afloop al wel kunt voorspellen, maar de weg daar naar toe wordt door Sarah Morgan boeiend beschreven. De psychische problemen van de zussen en hun moeder zijn herkenbaar, je leert de dames aardig goed kennen.
Het verhaal van het verleden komt terug in enkele flashbacks of binnen de gesprekken van de personages, tragiek volop. Ook de humor ontbreekt niet, die ligt vooral in het knusse dorpsleven waar iedereen alles van iedereen weet of denkt te weten. En Posy heeft een bijzondere gesprekspartner: kip Martha.
Een van de thema’s is het feit dat mensen vaak van alles denken te weten over de ander, zonder dat er over gesproken is. Zulke aannames kunnen de plank volledig mis slaan!


Sarah Morgan heeft inmiddels tientallen romans geschreven, waarvan er in totaal meer dan 15 miljoen exemplaren zijn verkocht. Ze won meerdere prijzen voor 'best romance-auteur' in de Verenigde Staten.


ISBN 9789402704396 | Paperback | 416 pagina’s | Uitgeverij Harper Collins | oktober 2019
Vertaald uit het Engels door Henske Marsman (helaas niet perfect)

© Marjo, 21 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het complot van Laken
Johan Op de Beeck
 

Als in 1940 de Duitsers België binnenvallen, vlucht koning Leopold III niet, zoals de Nederlandse Koninklijke familie dat deed, naar Londen. De regering, onder leiding van premier Pierlot, deed dat wel en bleef daar in ballingschap. Op afstand konden zij de koning niet in de hand houden, als ze al hadden kunnen verhinderen dat Leopold vriendschappelijke banden aanknoopte met de Duitsers.
Hun plan is om hem te ontvoeren.

Jef van Hooff is kapper van beroep, en heeft in de meidagen tegen de Duitsers gevochten tot het land zich overgaf. Toen al werd hem het aanbod gedaan om als spion ingezet te worden, maar vooralsnog weigerde hij dat. Als hij er ziet hoe het joodse volk bedreigd wordt met een lot dat hem dan nog onbekend is, maar dat er niet goed uit ziet, vertrekt Jef alsnog. Na vele omzwervingen arriveert hij in Engeland waar een stevige training hem wacht. Samen met een vrouwelijke spionne, Victoria Hall, zal hij gedropt worden in België.

‘Van Hooff zou twee petjes dragen. Aan de plaatselijke medewerkers zou hij alleen zijn officiële missie bekend maken: het opzetten van een nieuw netwerk dat de wapen- en troepentransporten van Keulen en Luik naar de Atlantikwall moest hinderen. Daartoe zou hij een beroep doen op de mannen van majoor Claser. Hall fungeerde daarbij als zijn koerierster. De belangrijkste missie zou echter pas van start gaan als ze voldoende vertrouwen hadden in Clasers manschappen en ze de valstrik gespannen hadden waarin hun ware doelwit moest trappen. En dat doelwit was Lilian Baels, de aanstaande bruid van koning Leopold III.
Beide SOE-agenten (Special Operations Executive, afgekort SOE, was een van zeven geheime organisaties die door de Britse regering tijdens de Tweede Wereldoorlog in Engeland werd opgericht) hadden de opdracht om Leopold er toe te bewegen om weer in contact te treden met de Belgische regering, maar ook om hem te scheiden van zijn minnares om de vorst op die manier te behoeden voor zware imagoschade. Het ultieme middel was ontvoering.’


Leopold heeft als treurende weduwnaar grote sympathie van het volk. Dat moet zo blijven, vindt de regering, die er op uit is om Leopold na de oorlog weer in het zadel te helpen, maar dan wel met een actieve gezaghebbende regering. Er is evenwel ook een partij die dit niet ziet zitten. Zij wilden na de oorlog de koning meer macht geven, en juist bepaalde partijen buiten spel zetten. Communisten bijvoorbeeld. Zij vreesden als Duitsland eenmaal uitgeschakeld was, het Rode Gevaar.


Terwijl in Londen allerlei politieke plannen gesmeed worden, komen ook de Verenigde Staten in beeld, zeker na de aanval op Pearl Harbour. Zij hebben niet zozeer België, als wel Congo nodig waar uranium gevonden is. En Congo is een Belgische kolonie, niet dat de Belgen – of de Duitsers – direct beseffen wat het bezit van uranium betekent. Maar de Amerikaanse spionagedienst weet dat wel degelijk. Er zijn meerdere spionagediensten actief in België, maar helaas voor hen is het Englandspiel, dat wij Nederlanders goed kennen, niet alleen tot Nederland beperkt gebleven.

Het is erg moeilijk – en gevaarlijk – voor Jef en Victoria, tussen wie zich een romance ontwikkelt - om zich staande te houden met al dit gekonkel in Londen, met plannen en opdrachten die steeds veranderen en geheimen op de achtergrond. En natuurlijk een vijand die je niet moest onderschatten.
Wie kun je vertrouwen, en belangrijker: wie niet?

Het is een lijvig boek, maar omdat het ook allemaal vrij ingewikkeld was, is uitleg vaak nodig. Op de Beeck doseert dat prima: naast een historisch verhaal is het ook een spannend verhaal met een vleugje romantiek. In een ruk uitlezen is te veel gevraagd, maar het boek is nooit saai, dus dat zou je best willen!

Naarmate het verhaal vordert bekruipt de lezer steeds meer het gevoel: in hoeverre is dit verhaal de waarheid? Veel namen en gebeurtenissen zijn namelijk wel bekend en het wordt zo levensecht beschreven. Bovendien is Johan Op de Beeck bekend van zijn historische boekwerken over Napoleon. Jef van Hooff blijkt – overigens net als de overige personages – niet fictief. Hij was de kapper van de moeder van Johan Op de Beeck.
Maar: misschien is er een nawoord?


Een blik achterin dus. Daar is behalve een indrukwekkende bibliografie en een namenlijst (ook van instanties) inderdaad een verantwoording, zodat je precies weet wat echt gebeurd is en waar Op de Beeck het verhaal wat heeft aangepast om een goed lopend verhaal te kunnen neerzetten. Hij geeft aan wat er met de personages gebeurd is na 1945. Ook is er een In Memoriam voor de mensen die in dienst van de verschillende inlichtingendiensten het leven lieten. Een hommage aan de 18.716 slachtoffers.


Voor Nederlandse lezers zijn deze toevoegingen absoluut handig, wij weten nauwelijks wat zich afgespeeld heeft bij onze zuiderburen. Behalve de kwestie met de koning was het overigens niet zoveel anders.


Het Kasteel van Laken, het koninklijk paleis met een enorm park eromheen, is een van de koninklijke residenties in België. Het ligt sinds 1921 in de stad Brussel.
De Duitsers wilden dat Leopold III in dat paleis bleef, hij was krijgsgevangen.


Johan Op de Beeck (1977) is voormalig journalist en schreef verschillende boeken over Napoleon. Hij maakte tv-documentaires en presenteerde talkshows en debatprogramma’s. Vandaag is hij publicist en communicatieadviseur.


ISBN 9789492958341 | Paperback | 608 pagina’s | Uitgeverij Horizon | september 2019

© Marjo, 16 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER