Nieuwe boekrecensies

De engel van het vergeten
Maja Haderlap


Samenvatting
Net als de auteur geboren in de eeuwenlang bevochten grensregio tussen Oostenrijk en Slovenië, groeit de hoofdpersoon op in een bosarbeidersgezin onder de hoede van haar grootmoeder. Die vertelt over de kunst van het kruidenbrood bakken, het roken van worst, maar ook vertelt ze wrange verhalen. Dat "het bos in gaan' of "de bergen in' veel kan betekenen: een boom kappen, paddenstoelen plukken, of jagen. Maar ook verzet plegen: van de partizanen tegen de Oostenrijkse fascisten of tegen de Sloveense aanhangers van een communistisch Joegoslavië. Je kunt je in het bos ook verstoppen voor de vijand of voor de kou. Voortdurend op je hoede zijn hoort net zo bij het leven van deze familie als God en de maagd Maria, de zaag en de schnaps.
De engel van het vergeten vertelt op ongeëvenaarde wijze hoe een jonge vrouw moet leren een samenhangend geheel te maken uit de schaarse opmerkingen van haar dronken vader of de soms raadselachtige verhalen van haar grootmoeder. Hoe krijg je van de brokstukken van het verleden een idee van hun leven destijds? En in welke taal droom je als jonge vrouw je eigen leven verder, in het Sloveens van je familie of het Duits van je school?
Maja Haderlap schreef een literair meesterwerk op de grens van twee werelden. De engel van het vergeten is een internationale bestseller en is in twintig talen vertaald.


Prachtige roman in een poëtische, melancholische stijl vol schitterende metaforen, die weer eens een voor ons onbekend stukje van WOII ontsluit.
De Sloveense minderheid in Karinthië had het in de oorlog zwaar te verduren omdat ze geen Duits sprak. Hele gezinnen werden opgepakt, vermoord of in concentratiekampen opgesloten. Overgebleven familieleden hadden geen keus: zij vluchtten naar de partizanen. Anders dan de Joegoslavische partizanen hingen zij niet het communisme aan, maar zaten in feite in het verzet. Andere families konden niet anders dan de partizanen helpen. Dus werden kinderen door de nazi's opgepakt en gemarteld zodat ze hun familieleden zouden verraden.


Aan de hand van een opgroeiend meisje vertelt Maja Haderlap mondjesmaat over deze gebeurtenissen. Naarmate het meisje ouder wordt laat grootmoeder meer los. Pas als jonge vrouw verzamelt ze de verhalen van haar familie en de Sloveense gemeenschap.
Voor het kind is het vooral verwarrend en verontrustend: "Ik sta in mijn kindertijd als een houten paal op een boerenerf waaraan elke dag wordt gewrikt om te zien of hij daar wel tegen kan." Nee, daar kan ze dus niet echt tegen. Ze vlucht vaak de natuur in en soms zelfs uit haar lichaam. Het is een klap als grootmoeder overlijdt. "Ik kijk neer op grootmoeders lichaam als op een gesloten huis."


Naast de geschiedenis van de Slovenen tekent de auteur, via de grootmoeder, ook de oude gebruiken en gewoonten op. Op deze wijze is het boek een monument geworden voor de Oostenrijkse Slovenen. Het verleden zal niet vergeten worden. En ook al hebben de Oostenrijkers deze zwarte bladzijde in de doofpot gestopt, dankzij auteurs als Haderlap kunnen ze er niet meer omheen.
Maar wat is het genieten van die prachtige, meanderende, ritmische zinnen en die weemoedige sfeer! Ik was niet verrast te lezen dat de auteur al een paar dichtbundels op haar naam heeft staan. Het lijkt me dat de vertaalster, Marianne van Reenen, ook goed werk heeft geleverd.


ISBN 9789059368576 | paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Cossee | juni 2019

© Berdine, 24 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vlucht uit Montaillou
Ton van Reen


De Franse schrijver Boris Paul Vian (1920 - 1959) schrijft middels de pen van Ton van Reen een nieuw boek. Want, nee, hij is niet dood, hij leeft voort zolang hij bekend blijft. Samen met andere beroemde Fransen, waaronder Charles Perrault, Jean-Paul Sartre en Charles de Gaulle, bewoont hij het krakkemikkige, slecht onderhouden Panthéon in Parijs, waar helaas eerdere gasten (o.a Baudelaire, André Gide) afscheid hadden moeten nemen omdat niemand meer wist wie ze waren.
Aan de poort staat Petrus als sleutelbewaarder aan de poort, die zich beklaagt over het gebrek aan belangstelling vanuit de overheid.


‘We krijgen nog maar heel weinig geld,’ zei Petrus. ‘Nu de scholen bijna geen geschiedenisonderwijs meer geven, weten ze op het ministerie van Cultuur nauwelijks nog wie wij in het Panthéon zijn.’
‘Ooit waren wij de goeden en helden van Frankrijk,’ zei Boris. ‘Triest. Het ziet er naar uit dat we eindigen als clochards.’


Maar als Boris Vian een krantenbericht leest over een beer die in een bergdorpje in het Zuiden van Frankrijk een meisje redt van een stel wolven, rijpt bij hem het plan om een boek te schrijven, en hij begeeft zich dagelijks naar het terras van Café La Coupole om daar aan te werken. En als tot de mensen doordringt dat hetgeen hij schrijft ook werkelijk lijkt te gebeuren trekt hij steeds meer belangstelling. Men komt naar hem luisteren, de media wil alles weten. Keizer Napoleon weer terug! Dat is me wat!
Het voorkomt niet dat de voormalige goden en helden eerst naar een nog schameler onderkomen moeten verhuizen, maar het trekt volop de aandacht van alle Fransen. Moderne schrijvers als Beigbeder en  Florian Zeller bezoeken hem op het terras, waar twaalf blinde weesmeisjes iedere dag zingend passeren, hetgeen Vian ten zeerste ontroert.


‘Het publiek keek ademloos toe. Zelfs de dames van de leesclub Livre d’Or begrepen dat ze belangrijke momenten meemaakten. Dit waren de ogenblikken waarin de Franse literatuur zou worden gered.’


Wij volgen het verhaal net als zijn publiek op het terras, en we hebben een streepje voor: wij zijn de eerste lezers van het verhaal over de sprekende beer die Napoleon heet, pardon, die Napoleon is, en het boerenmeisje Claire, die niet van plan is om te doen wat alle meisjes in Montaillou moeten doen: trouwen en kinderen krijgen. Wat zij met haar leven wil, zal ze onderweg ontdekken, voor Napoleon is het duidelijk: hij wil weer keizer worden. Frankrijk redden van de huidige president. Hij was zo slim om zich in zijn nadagen te bekeren tot het Hindoeïsme, zodat hij kon reïncarneren. In zijn hol in de bergen heeft hij de actualiteit bijgehouden, en veel gelezen.


Claire en Napoleon beleven vele avonturen onderweg naar Parijs. De bijzondere ontmoetingen die zij onderweg hebben en wat er intussen in Montaillou gebeurt, Vian schrijft het allemaal op.


‘Literatuur blijkt tot alles in staat,’ zegt een van de vele schrijvers die in het boek voorkomen. Dat is wat Ton van Reen bij monde van Boris Vian terdege bewijst.
Wie de schrijfsels van Vian kent, weet dat het in dit boek allemaal nog meevalt qua absurditeit, maar toch is het een feit dat alles wat je zou kunnen verzinnen, ook allemaal kan gebeuren binnen dit verhaal. De hoofdpersonen uit Vians bekendste werken roeren hun mondje aardig mee, en er zijn zo ontzettend veel ‘helden en goden’ al of niet bekend, dat alleen het opnoemen van hun namen al pagina’s in beslag zou nemen. Komt daar nog bij dat ze voor de gemiddelde Nederlandse lezer – optimistisch bekeken – volslagen onbekend zijn en introductie zouden behoeven.


De vele verwijzingen en verbanden binnen het boek, tussen de twee verhaallijnen, of naar vroege en latere literatuur, muziek en politiek, maken dit boek enigszins vermoeiend om te lezen.
Dan zijn er nog de verwijzingen naar het geloof, naar de wederwaardigheden van de Heilige Graal, en het feit dat de veertiende juli aanstaande is. Dit is een boek dat je gewoon moet beleven: ga mee op avontuur samen met de beer en het meisje, en probeer Boris Vian te volgen in zijn strijd om de cultuur van Frankrijk te redden.


Niet altijd staat het woord bizar voor humor, maar dat is in dit verhaal wel degelijk het geval. Als je tenminste het absurde kunt waarderen. Het begint al voor je het eerste hoofdstuk gaat lezen: er is commentaar op het boek vanuit de Franse pers, van Sartre, van Francoise Sagan, en van Michel Houellebecq.

Quotes uit de Franse pers:


'Tja, wat moet ik er van zeggen? Een roman over de liefde? Onzin natuurlijk. Maar het leest lekker weg. En dat ik een rol speel in een boek van Boris Vian? Dat streelt me wel natuurlijk.' - Michel Houellebecq.



Het zet je wel aan het denken: zou een boek als dit kunnen met Nederlandse schrijvers  en kunstenaars in de hoofdrol? Hm…


Ton van Reen (1941) is een Nederlands schrijver , dichter en journalist.


ISBN 9789062655045 | Paperback| 438 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | juli 2019

© Marjo, 12 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De olijfboom
Lucinda Riley


2016. Alex arriveert in Pandora, het zomerhuis op Cyprus waar hij tien jaar eerder een heftige zomer beleefde met zijn familie. Al die jaren is er niemand meer geweest, maar daar gaat verandering in komen. Hij inspecteert het huis, en komt daarbij ook in de ‘bezemkast’. Zo noemde hij zeer kleine kamer waar hij zich afzonderde van de rest van het gezelschap. Dat was vooral omdat hij geen kamer wilde delen met Rupes, de zoon van zijn vaders vriend, maar eigenlijk voelde hij zich heel prettig in het kamertje. Daar stonden planken vol met boeken!
Die staan er nog steeds, net als zijn eigen dagboek, waarin hij schreef over alles wat er gebeurde tijdens zijn verblijf daar.
In die zomer had hij zich voorgenomen om een antwoord te krijgen op die ene belangrijke vraag: wie is nu eigenlijk mijn vader?


Het vakantiehuis is in het bezit gekomen van zijn moeder Helena, toen haar oom Angus overleed. Vierentwintig jaar eerder logeerde zij een zomer lang bij haar oom en werd verliefd op een Cypriotische jongen, zoon van een wijnboer. De man woont nog steeds op het eiland, vlak bij Pandora, en als de dertienjarige Alex hoort dat hij Alexis heet, en als hij bovendien de spanning voelt die er tussen zijn moeder en die man bestaat, denkt hij dat Alexis zijn vader wel eens zou kunnen zijn. Dan moet zijn moeder ook na die zomer nog contact hebben gehad met deze man! Nu is ze evenwel al tien jaar getrouwd met William. Alex heeft een stiefzusje, de vijfjarige Immy, en een stiefbroertje, de drie jaar oude Fred.
Maar Alex krijgt de kans niet om vragen te stellen, het huis blijkt niet in de beste staat, zijn moeder heeft het erg druk, en er komen steeds weer nieuwe gasten aan in het zomerhuis, en iedere nieuwe gast brengt weer nieuwe spanningen met zich mee.


Vrienden van zijn ouders Jules en haar man Sacha arriveren, met eerder genoemde Rupes en hun adoptief dochtertje Viola. De ex van William stuurt hun gezamenlijke dochter, de vijftienjarige Chloe, naar Cyprus, en ook een andere vriendin van Helena, de vrijgezel Sadie, komt logeren.
En later komt er een speciale gast: Fabio, de voormalige danspartner van Helena, die samen een glansrijke carrière in de danswereld tegemoet leken te gaan, tot iemand een spaak in het wiel stak.
Fabio is degene die zonder dat te weten de lont in het kruitvat ontsteekt…


Alexis en zijn zonen blijken redders in de nood, als het gaat om kapotte leidingen of vervoer voor nieuwe meubels, toch kunnen zij ook niet alle problemen oplossen.
Chloe blijkt een heel aardig meisje te zijn, maar ze is een tiener die haar vleugels uit wil slaan. De twee puberjongens ijveren voor haar onverdeelde aandacht, al zien zij lijdzaam hoe er nog andere kapers op de kust zijn..
Het ontgaat William en ook Alex niet dat Alexis nog zeer geïnteresseerd is in Helena en zij vragen zich af wat er tussen die twee aan de hand was, en vooral is.
In het huwelijk van Jules en Sacha loopt het niet lekker, en Sadie is enigszins wanhopig op zoek naar een relatie. Al deze mensen hebben zo hun eigen zorgen, en er zijn een paar geheimen die vanuit het verleden hun tentakels uitstrekken binnen het gezelschap. Met soms heel vervelende gevolgen.


Alex is een jongen met ‘een torenhoog IQ, wat theoretisch goed klonk, maar in de praktijk voor meer problemen zorgde dan zijn hooggespannen brein ooit kon oplossen. Hij gedroeg zich meer als een oude man dan als een tiener.’


Dat merkt de lezer aan de toon van het dagboek waarin hij vertelt over die bijzondere zomer. In de eerste hoofdstukken van dit romantische verhaal wordt het palet langzaam gevuld met diverse bestanddelen die de basis vormen van een wonderlijke schildering. Verleden en heden zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Het wordt een hete zomer daar op Cyprus wanneer Pandora’s doos wordt geopend.
Het is heerlijke vakantielectuur, het boek is lijvig, maar zit goed in elkaar. Er zijn zoveel kleine en grotere lijnen die in en om elkaar heen kronkelen, zoveel gebeurtenissen en geheimen, en dus ook zoveel oplossingen  dat het je vanaf het begin tot het einde blijft boeien.


Lucinda Riley (1971, Lisburn, Noord-Ierland) woonde de eerste paar jaar van haar leven in het dorp Drumbeg bij Belfast,voordat ze naar Engeland verhuisde. Zij schreef behalve de populaire serie over de zeven zussen ook andere succesvolle historische fictie.


ISBN 9789401610445 | Paperback | 432 pagina’s | Uitgeverij Xander | april 2019
Uit het Engels vertaald door Anne-Marieke Buijs

© Marjo, 20 juli 2019

Lees de reactie op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

Middaguur
Dörte Hansen


Wim Sonneveld kon het korter met zijn lied Het Dorp, maar de sfeer die Dörte Hansen creëert in haar boek is indrukwekkend. Haar hoofdpersoon is Ingwer Feddersen, die tegen de 50 loopt en die niet zou willen zeggen dat zijn leven geslaagd is.
Hij neemt een jaar verlof van de universiteit waar hij prehistorische geschiedenis doceert en verlaat de woning die hij deelt met een vriend en een vriendin, in een driehoeksverhouding, die in Ingwers ogen steeds schever wordt. Hij keert terug naar het dorp waar hij geboren is, waar zijn ouders nog wonen die wel hulp kunnen gebruiken.


Door steeds terug te grijpen in het verleden en te vertellen over het leven van Ella en Sönke vertelt Dörte Hansen over de onvermijdelijke teloorgang van Brinkebüll, een kleine gemeenschap op het Noord-Friese platteland. Ingwer heeft het echtpaar Feddersen altijd gezien als zijn ouders, maar ze zijn in werkelijkheid zijn grootouders. Hun dochter Marret, Ingwers moeder dus, was een vreemd meisje. Ongrijpbaar, losgeslagen, niet de slimste. Maar in deze kleine gemeenschap liet men haar betijen. Ook later, toen ze steeds maar liep te verkondigen ‘Die Welt geiht ünner’ deed niemand daar moeilijk over. Marret was Marret, zoals ook andere mensen in hun waarde gelaten konden worden.


Maar toen werd ze zwanger, van een onbekende die een korte tijd in het dorp was. Een landmeter. Dat is heel mooi gekozen van de schrijfster: een man die door zijn daden het begin aangeeft van de veranderingen. Eind jaren zestig wordt namelijk de ruilverkaveling doorgezet. Grote landbouwmachines doen hun intrede, en maaien met het graan ook jong leven weg, wegen worden aangelegd. De trouwe ooievaars komen niet meer terug, het aantal zwaluwen daalt.
Boerenbedrijven worden gemoderniseerd, het plaatselijke winkeltje biedt niet meer wat de mensen willen, zij hadden nu auto’s en gingen verderop boodschappen doen.


Geen warme bakker meer, geen hoefsmid, de vertrouwde geluiden en geuren verdwenen. Zelfs de laan met kastanjebomen moest ruimte maken voor een nieuwe weg. Men kon het op de vingers natellen: dat zou slachtoffers kosten, zo’n lange rechte weg, waar men te hard zou rijden. En zo was het ook.
De middagrust verdween met de komst van nieuwe mensen en de eisen die de nieuwe economische omstandigheden aan het dorpsleven stelde.
Marret verdween, en als laatste was ook de dorpsschool ten dode opgeschreven. Daarmee verdween ook de schoolmeester, die al zijn pappenheimers zo goed kende en het lesprogramma op hen toespitste.


De kroeg van Sönke en Ella bleef nog lang bestaan, tegen beter weten in. Sönke wilde perse hun platina bruiloft daar in zijn eigen zaal vieren. Ingwer zal hen er bij helpen. Hij verzorgt zijn oma die dementerend is, rijdt de oudjes naar het ziekenhuis en krijgt zijn opa zo ver dat hij zich laat wassen met warm water.


Al die kleine dingen die ook Sonneveld aanhaalt in zijn lied zijn tekenen van een veranderde samenleving. In de nieuwe tijd accepteert men het niet meer als iemand ‘anders’ is, men kent elkaar ook niet meer. Het is wat in vele dorpen gebeurd is, die tijd is voorgoed voorbij.
Melancholie voert de toon. Maar Hansen maakt ook duidelijk dat het niet allemaal alleen maar fijn en mooi was. De schoolmeester deelt volop tikken uit. Een vader mishandelt zijn kind, en hoewel iedereen het weet, doet niemand er iets aan.


De wereld vergaat. Heeft Marret gelijk? Was dit het begin van het einde? Maar zo is het leven. Zoals de schoolmeester in zijn vrije tijd zoekt naar overblijfselen uit de oudheid, en er letterlijk voor gaat staan als het hunebed omver gewalst dreigt te worden. Dat was ook een tijd die verdwenen is. Er kwam iets anders voor in de plaats. En zo zal het steeds gaan.


‘De meisjes droegen geen vlechten meer, dat viel hem op toen hij de twee klassenfoto’s naast elkaar legde. Op de kleurenfoto van zijn laatste jaargang zag hij alleen maar kortgeknipt haar, nu ook al ruilverkaveling op de meisjeshoofden, allemaal hoekig en gekortwiekt, maar wat begreep een oude onderwijzer van kleinemeisjeskapsels.‘


Hansen gebruikt volop plaatselijk dialect in de tekst. Haar personages zijn herkenbaar, ook de buitenbeentjes. Soms weidt ze wat veel uit over mensen die nauwelijks een rol spelen in het verhaal, maar over het geheel genomen is het een prachtige roman. Ze kan de feiten op een haast behoedzame manier vertellen, erg mooi! 


'Ingwer Feddersen hoorde bij de grootste van de klas, op de foto stond hij achteraan. Een van het soort dat je makkelijk over het hoofd zag, dat maar weinig zei, maar alles meekreeg. Steensen bladerde terug naar Marrets eerste schooldag in 1955 en zag de overeenkomsten. Hij hield beide foto’s  naast elkaar, bekeek het hoge voorhoofd van hen beiden en hun smalle neus. Hij vroeg zich af of behalve hij nog iemand een onderwijzershoofd herkende. Elle schudde zachtjes haar hoofd toen hij het haar een paar dagen later vroeg.’


Dörte Hansen (Husum, 1964) is een Duitse auteur, journaliste en taalwetenschapper.
Deze roman van de Duitse auteur sluit aan bij haar debuut "Het oude land' (2016).


ISBN 9789402702613 | hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | april 2019
Vertaald uit het Duits door Lucienne Pruijs

© Marjo, 10 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Olifant van zeep
Thomas Verbogt


Het is een fijne gave: een mooi verhaal kunnen maken van iets wat niet alleen Thomas Verbogt kan overkomen, maar wat herkenbaar is voor iedereen. Een wekker gekocht hebben, die het niet doet. Je gaat er mee terug naar de winkel en de mevrouw van de klantenservice is duidelijk niet van plan om zomaar die wekker terug te nemen.


‘Ze snuift en zegt: ‘Dit is geen wekker die niet zomaar niet wekt.’
Ik moet even over deze zin nadenken.
‘Wat bedoelt u precies?’ vraag ik.’


Maar de mevrouw wil het ook niet uitleggen, zij is er van overtuigd dat die man die zo nodig die wekker terug wil brengen er mee gegooid heeft of zoiets. Er zijn nooit klachten, zegt ze.


‘Ik wist dat ik een fout ging maken, en die maak ik nu. Ik vraag me hardop af of een wekker die niet wekt nog wel een wekker genoemd mag worden.‘


Door de afwijzende, haast agressieve reactie van de vrouw, druipt de ik-persoon af. Het is een vraag die hem vervolgens bezig houdt. De rest van de dag lijkt het er steeds op uit te draaien dat hij de dingen niet niet goed doet.


Herkenbaar. Je staat zonder pinpas bij de kassa waar je alleen met zo’n pasje kan betalen. Dat soort dingen.
En wat zeg je als de baliemedewerkster bij de tandarts heel belangstellend vraagt of je nog leuke dingen hebt gedaan deze zomer?
En hoe reageer je als je na jaren die ene vrouw terugziet van wie je iets weet waar niet over gepraat ‘mag’ worden? 


Het zijn de dingen van het leven, die Thomas Verbogt ons in zijn eigen speciale stijl vertelt. De toon waarop hij dat doet maakt van een niemendalletje iets bijzonders, iets moois. Hij geniet op een rustige manier van het leven, kan over een klein dingetje waar de meesten onder ons zo aan voorbij gaan, filosoferen zonder ooit hoogdravend te worden.


In het titelverhaal laat hij zich nietsvermoedend bij de supermarkt overhalen om een vraag te beantwoorden. Hij is nog met zijn gedachten bij een gesprek dat hij binnen in de winkel had, en dat eveneens ging over het ruilen van een product, een gesprek dat niet soepel verliep.


‘Fijn dat u mee wilt doen.’ Ze heeft een lachende stem.
‘Waaraan doe ik mee?’ Vraagt hij.
‘U kent vast ons programma Onder ons.’ Ze staat nu vlak voor hem met een grote microfoon. Ze ruikt naar snoepgoed, een winkel vol.
‘Nee dat ken ik niet,’ moet hij bekennen.’


Hij is te goed voor deze wereld, want eigenlijk wordt hij er in geluisd. Maar wint er dus een ‘Ongewone hoofdprijs’ mee, die hij later in het Mediapark moet komen halen. Misschien zou hij dat niet gedaan hebben, maar het commentaar van zijn ex op de televisie-uitzending maakt hem tegendraads.
Het is misschien een absurd verhaal, maar tegelijk blijft het voor de lezer herkenbaar. We hebben allemaal onze momenten van onhandigheid, en melancholisch zijn we ook. Ook gebruiken we de zinnetjes zoals de ik-figuur in de verhalen dat doet. Tegen een koe in de wei zeggen: ’Ik heb niets voor jullie.’ Nou, daar zijn ze vast diep teleurgesteld over!


Een heerlijke verhalenbundel!


Thomas Verbogt (1952) debuteerde in 1981 met de verhalenbundel De feestavond.
Sindsdien schreef hij vele romans, verhalenbundels en toneelstukken.


ISBN 9789046825662 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | juni 2019

© Marjo, 8 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voorbij, voorbij
Clairy Polak


De auteur is bekend van tv-programma’s als NOVA en Buitenhof en daarnaast journalist. Zij treedt in dit openhartig, in romanvorm, geschreven boek persoonlijk naar buiten en vertelt over haar man die aan Alzheimer lijdt. Gedurende dit proces blikt zij ook regelmatig terug op het verleden waarbij herinneringen uit hun beider jeugd en hun periode als echtgenoten boven komen. Deze impressies zijn algemeen herkenbaar en bieden een mooi tijdsbeeld van de naoorlogse jaren in ons land.


Wie dementie beter wil leren begrijpen in zijn allesomvattende impact op het leven van mensen, dient dit toegankelijke boek te lezen. Het alledaagse leven van eenzaamheid voor de partner en de regelmatige bezoeken aan de instelling waar de ander verblijft, zijn herkenbaar voor wie er zelf ook mee te maken heeft. Anderen kunnen zich tijdens het lezen in deze situatie verplaatsen en krijgen - hopelijk - meer begrip voor wat er in een dergelijke fase emotioneel en praktisch met mensen gebeurt. Dat is nogal wat, zo wordt in deze roman wel duidelijk.


Clairy heeft een eenvoudige maar rake schrijfstijl. Hier en daar is er een licht cynische ondertoon en wie Clairy kent, zal dat uit haar manier van presenteren herkennen. Ze is niet uit op ‘mooie’ taal maar weet gebeurtenissen wel trefzeker te verwoorden zodat ze de lezer raken.


De persoonlijke pijn wordt voelbaar in kleine zinnen als ‘Ze mist Leo. Ze mist hem meer dan ze ooit heeft kunnen bevroeden’, pag. 43, en: ‘Zijn wereld kromp. En die van Judith daarmee ook’, pag. 80, en: ‘Wat betekenis voor hem had, heeft z’n betekenis verloren’, pag. 95. Dit boek laat je dan ook niet onberoerd want je wordt meegenomen in de steeds kleiner wordende wereld van degene die ziek is én degene die hier dit van nabij meemaakt.


Er mag tegenwoordig aan menig instelling het nodige mankeren, Judith en Leo – want zo heten de hoofdpersonen in dit boek – hebben een uitstekende keuze gemaakt. Judith is dan ook zeer positief over de sfeer en de zorg van het huis waar Leo verblijft maar ‘Er wordt hier veel gestorven’, pag. 51. Men streeft hier oprecht naar een persoonlijke benadering van de mensen die er verblijven en de verpleging zoekt aansluiting bij hun voormalige levensstijl zodat er herkenning is en mensen zich meer op hun gemak voelen omdat de situatie aan hun voormalige thuissituatie en vroeger doet denken.


Opvallend is de kanttekening dat er rondleidingen worden gegeven omdat het huis een voorbeeldfunctie vervult. Bovendien levert dat ook geld op en die inkomsten zijn welkom: ‘Ook dit huis wordt gefinancierd uit algemene middelen en zucht onder de bezuinigingen. De rondleidingen zijn hard nodig om de gaten in de begroting te helpen dichten’, pag. 22.


Tijdens het zes jaar durende proces ervaart Judith dat dementie een verlies tijdens het leven betekent. Wat begint met onschuldig ogende incidenten wordt geleidelijk aan een patroon dat niet meer valt te ontkennen. Ze hebben geen kinderen maar nu is er sprake van ándere moederrol omdat zij in toenemende mate zorg draagt vvoor Leo. Samen groeien in dit proces dat af en toe ook z’n mooie, grappige of ontroerende momenten heeft.


Het kost Judith steeds meer energie om zin aan het leven te geven en ze heeft ook regelmatig moeite met de bezoeken aan Leo maar ervaart dan tevens: ‘en toch… zijn gezicht klaart nog steeds op als hij haar ziet’, pag. 156, al kan zij verder niet meer tot hem doordringen. Dergelijke gouden zinnetjes maken dit boek waardevol en warm-menselijk. Eerlijk is Clairy wanneer ze uitspreekt dat ‘de dood voor Leo een genade’ zou zijn.


Het boek eindigt met de vakantie van Judith in Zwitserland en houdt dan ineens abrupt op. Hoe het verder gaat met Judith en Leo, komt de lezer dan ook niet te weten. Dat is jammer want de lezer had het proces graag verder willen volgen. Het lijkt erop dat Leo nog in de instelling verblijft.


Onlangs was Clairy bij Jeroen Pauw te gast n.a.v. de verschijning van haar boek. Dat viel haar duidelijk niet gemakkelijk. Het was wel bijzonder om deze krachtige vrouw hier in haar kwetsbaarheid te zien.


De titel van het boek doet denken aan de dichtregels van J.C. Bloem ‘Voorbij, voorbij, o en voorgoed voorbij’ en dit komt op een gegeven moment ook naar voren (pag. 99).


Een menselijk geschreven boek!


ISBN 978 90 290 9339 2 | 254 pagina’s | Hardcover | 19 juni 2019

© Evert van der Veen, 26 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dromenweefster
Cristina Caboni


Een verhaal dat is opgebouwd rond prachtige stoffen, de verwerking en de makers ervan. Dat kan een interessant boek opleveren. Helaas laat Cristina Caboni wel diverse steken vallen waardoor het geheel nogal rommelig en onafgewerkt aanvoelt.


Het verhaal begint al verwarrend met Marianne, die ook Mamy wordt genoemd, maar een tante blijkt te zijn, die achteraf gezien ook dát zelfs niet is. Marianne heeft namelijk Camilla, een van de twee hoofdpersonen, liefdevol opgevangen na de dood van haar ouders.


Marianne is eigenaresse van stoffen en kledinghuis Leclerc. Camilla blijkt een groot talent te bezitten om stoffen te verwerken en de draagsters van de stoffen te laten bloeien dankzij haar creaties. Danielle, de nicht van Marianne, is woedend als ze hoort dat Camilla door Marianne benoemd is tot haar opvolgster. Camilla wist echter nergens van en vertrekt zonder achterlating van adres en begint bij Sandra's ateliertje een nieuw leven met creaties gemaakt van oude, mooie jurken. Ze wil geen kleding naar de laatste mode maken maar kleding waar iemand zich goed in voelt.


In een warrig verhaal - waarin je denkt dat Marianne op sterven ligt - waardoor Camilla weer naar haar toe gaat -  horen we dat Marianne nog een spoorloos verdwenen zus heeft, Adèle, maar ondanks dat ze haar moeder beloofde haar zus te zoeken, heeft ze dat nooit gedaan, omdat zij eveneens jaloers was op die onbekende zus waarvoor haar moeder ter herinnering de mooiste kleren maakte. Camilla belooft nu deze Adèle te zoeken.
Het gekke is dat op blz 99 Mamy/Marianne nog doodziek is en ineens op blz 103 in een witte zijde blouse en wijd uitlopende broek de kamer binnen komt lopen, met daarachter de verwarrende zin. 'Ze had een vastberaden uitdrukking op haar gezicht, eentje die Camilla niet vaak had gezien sinds Marianne in het ziekenhuis was opgenomen.'
In het ziekenhuis opgenomen? Marianne loopt toch net de kamer binnen? Met andere woorden, mogelijk laat de vertaling ook wel te wensen over...


Camilla gaat gelijk op zoek naar Adèle, haar baan bij Sandra is kennelijk onbelangrijk, en ene Marco, gaat met haar mee. De Marco die Camilla's hart al heel lang sneller laat kloppen. Ze dacht dat het wederzijds was totdat ze hoorde dat hij een zoontje had. Haar vlucht naar Sandra was o.a. mede door dit feit veroorzaakt.
Als dan eindelijk een afspraak is gemaakt voor een etentje met Marco voor diezelfde avond (blz 116) blijkt ze die avond opeens alleen te eten (blz 118) en zal ze kennelijk de volgende dag pas met Marco dineren maar op blz 121 wordt vermeld dat er nog steeds geen precieze dag genoemd is voor het etentje... Tja. Een redacteur had dit toch moeten zien. 
Kortom, dit hele verhaal rammelt en voelt aan als een vrij onwaarschijnlijk damesromannetje.


Vervolgens stappen we over naar 1923 waar we kennis maken met Caterine, en dat gedeelte van het boek is interessanter. Het was beter geweest als de schrijfster alleen over deze vrouw had verteld. Ook dit verhaal is vrij ingewikkeld en onwaarschijnlijk maar de mysterieuze Caterine en haar leven zijn toch meer bijzonder en aansprekender te noemen. Helaas is hier ook weinig diepgang te vinden en worden de karakters slecht uitgewerkt.


De schrijfster heeft de ingrediënten van dit boek zodanig aan elkaar willen breien dat het één geheel moest vormen, daarnaast wilde ze het gebruik, het vervaardigen en de herkomst van stoffen in het verhaal weven inclusief een uniek toegevoegd geheim attribuut dat alleen voor de draagster van de kleding bestemd was. Dat attribuut geeft de verklaring voor de titel.
Het is jammer, op zich had het een erg boeiend geheel kunnen worden maar Cristina Carboni wilde teveel intriges en uitzonderlijke gebeurtenissen in haar boek stoppen.


Het hele verhaal hangt verder van toevalligheden aan elkaar en zelfs Sandra, de werkgeefster van Camilla, blijkt uiteindelijk nog iets met  de verdwenen Adèle te maken te hebben. Het einde van het boek wordt helaas afgeraffeld en is wel érg onwaarschijnlijk. De schrijfster heeft kennelijk alles alsnog willen verklaren en laat uiteindelijk nog een personage 'uit zee verrijzen' zodat we ook begrijpen hoe zij in het verhaal kon voorkomen.
Het einde maakt het in feite allemaal nog erger dan het al was.


Ook de vertaling is vermoedelijk slecht - ik ken het origineel niet - er worden soms woorden gebruikt zoals bijvoorbeeld 'primordiale egoïsme', die helemaal niet bij de rest van het verhaal en de taal passen. Verder worden regelmatig dezelfde woorden in één of opeenvolgende zinnen gebruikt, dat is lelijk, een goede vertaalster kan dat voorkomen of omzeilen. Het hele boek maakt dat ik niet nieuwsgierig wordt naar meer boeken van deze schrijfster.


Het is dat ik deze uitgeverij ken en er veel goede boeken van heb gelezen waardoor ik ja zei op de vraag of ik mee wilde doen aan een blogtour, wat inhoudt dat je dan ook een recensie moet schrijven, maar anders had ik het boek halverwege dichtgeslagen. Geen aanrader dus.


ISBN 9789401610971 | Paperback | 334 pagina's | Uitgeverij Xander | juli 2019
Vertaald uit het Italiaans door: Esther Smit-Schiphorst & Chiara Peracchia

© Dettie, 13 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De boekbinder
Bridget Collins


Emmett wil niets liever dan zijn ouders een plezier doen en boer worden, zodat hij de boerderij kan overnemen, maar het loopt anders. Die zomer werkt hij zo goed mogelijk mee op het land, maar hij is net ziek geweest, en het lukt niet zo goed. Als hij op een dag met zijn zus Alta naar huis gaat horen ze hun ouders ruziën:


‘Misschien kan zij hem helpen. Ze heeft tenslotte regelmatig belangstelling getoond toen hij ziek was.’
‘Omdat ze hem als leerling wil! Maar dat gaat niet gebeuren. Zijn plaats is hier, bij ons! Wat hij ook heeft gedaan, hij blijft onze zoon.
En zij…ze maakt me bang! Doodsbang!’


Zijn ouders kunnen er niet onderuit: ze moeten Emmett vertellen dat de boekbindster die in het moeras woont hem als leerling wil. Emmetts ouders hebben hem altijd weggehouden bij boeken, al kan hij wel lezen. Lesboeken zijn prima, maar toen hij een boek kocht, pakten ze het af en straften hem. Zijn moeder wil dan ook niet dat hij naar de boekbindster gaat, maar ze weet ook: het is hem op het lijf geschreven, hij is binder, geen boer. Dus laten ze hem gaan.


Maar wat doet een boekbinder? Emmett heeft geen idee, en Seredith, zijn meesteres laat hem allerlei hand- en spandiensten doen, kaften maken en zo, maar hoe het binden precies gaat dat vertelt ze hem niet. Pas als hij opnieuw ziek wordt, vertelt Seredith hem dat het hetzelfde is als zijn eerdere ziekte: het is ‘binderskoorts’. Het bewijs dat hij de gave heeft. Daardoor zal hij op het moment dat het nodig is vanzelf weten hoe het moet. 


Als Seredith ziek wordt en overlijdt, weet hij niet meer dat. Zo komt het dat hij niet al te sterk in zijn schoenen staat als die man, De Havilland, die eerder tegen de zin van de bindster bij hen aan de deur stond, Emmett mee neemt naar de stad. Naar zijn atelier, waar hij te werk gesteld zal worden als binder.
Zijn eerste ervaring is schokkend, hij moet een dienstmeisje 'binden'. Zo heet het wissen van haar herinneringen, die hij in een boek vast legt. Eindelijk begrijpt hij wat het betekent om boekbinder te zijn. Maar hij beseft ook dat hij niet wil werken voor De Havilland.


Er was nog iets vreemds aan de hand. In het huis waar hij het dienstmeisje bindt, ontmoet hij een jongeman. Hij heeft hem eerder gezien, bij Seredith. Deze Lucian beseft beter dan Emmett wat de binding betekent voor het meisje, en hij gelooft niet dat Emmett eigenlijk niet wist wat hij deed! Het wordt Emmett zelf ook pas goed duidelijk als hij een boek vindt met zijn eigen naam erop. Wat volgt is een confrontatie tussen Emmett, de boerenzoon, en Lucian, de patriciërszoon.


In drie delen wordt een magisch verhaal verteld, dat in ieder geval speelt in het verleden, al is er niet meer dan de vermelding dat er boeken bestaan en dat men zich verplaatst met paard en wagen, al zijn er wel machines op de boerderij.
De omslag doet al vermoeden dat we te maken hebben met een bijzonder boek. Maar wat voor boek dan? Historisch? Een beetje. Magisch? Een beetje meer, het verhaal neigt naar een gothic novel, al valt het erg mee met het griezelelement dat er dan in had moeten zitten. Maar romantisch is het zeker.
Een ervaren lezer voelt op een bepaald moment die ene verhaallijn wel aankomen, maar omdat er meer speelt, blijf je geboeid doorlezen. En dan loopt het allemaal net even anders.


Het idee van een boekbinder is ook heel bijzonder: als je slechte herinneringen hebt waar je veel last van hebt, lijkt het ideaal. Maar zoals met alles in het leven kan het concept op een goede en op een slechte manier gebruikt worden. En dan draait het toch weer om goed versus kwaad, mensen die willen helpen, en mensen die zich alleen maar willen verrijken. Maar vergis je niet: dit boek is veel meer dan dat!


De schrijfster heeft met dit debuut een bijzonder knap boek afgeleverd. Door diverse sprongen in de tijd te maken – zonder dat de lezer de draad kwijt raakt! - houdt ze je tot het einde toe in spanning. Ze brengt je zelfs in de verleiding om meteen nog eens van voren af aan te lezen, om er achter te komen hoe het nu allemaal precies in elkaar steekt. Bridget Collins is actrice en heeft toneelstukken geproduceerd. Dat voel je in de sfeertekening die zij hanteert om stemmingen op te roepen. Zon en regen zijn niet willekeurig. Maar het ligt er niet zo dik bovenop dat het gekunsteld aandoet.


Bridget Collins (1981) schreef eerder boeken voor Young Adults, die tot op heden nog niet vertaald werden, maar wel prijzen opleverden voor de schrijfster.

ISBN 9789044353235 | Paperback | 464 pagina's | Uitgeverij House of the Books | mei 2019
Vertaald uit het Engels door Erica Feberwee

© Marjo, 6 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Liefde, als dat het isLiefde, als het dat is
Marijke Schermer


"David zegt dat zijn huwelijk vijfentwintig jaar gelukkig was, tot de natuurramp."


Zo noemt David het vertrek van Terri, een natuurramp, wat tevens het uitgangspunt van dit boek is. We krijgen vervolgens geen dramatisch geschreven relaas vol zelfbeklag en ellende maar wel een vrij realistisch en aangrijpend verhaal over de vraag wat liefde en relaties nu eigenlijk inhouden.


We volgen de zes hoofdpersonen, te beginnen bij Terri en David. Zij zijn het stel dat volgens David zo gelukkig was. De natuurramp voltrok zich toen Terri aankondigde dat ze weg moest, dat ze stikte in hun relatie en uiteindelijk bekende dat ze iemand anders had, Lucas.
Voor hun dochters, Ally en de puberende Krista, komt de klap ook hard aan, zij uiten hun gevoelens op heel verschillende manieren maar dat het zeer doet, dat het schrijnt, is duidelijk. Uiteindelijk is daar Sev, die een minnaar zocht en gevonden heeft in David.
De gedachten van de personages lopen in elkaar over, waardoor je regelmatig verrast wordt en bij de les blijft.


Wat Marijke Schermer met dit prachtige, schrijnende verhaal doet, is laten zien welke vormen van liefde er zijn en wat een relatie doet met een persoon. Dit toont ze door de ogen van de zes personages zelf. De vraag is vooral; wat doet liefde met je en verander je in een relatie van individu tot een samensmelting van elkaars wensen en gedachtes en lost zo het individu op? Of maakt een relatie juist wél het individu vrij en komt iemand tot bloei?


'(Lucas) Maar we hebben toch wel iets?
'(Terri) Iets?" Ze geeft hem een kus.'[...]
'We houden het gewoon op iets.'[...]
'Maar ik ben wel getrouwd.'
'Ja'.'
'Dat is nogal een... iets.'
'Maar je bent niet alleen maar getrouwd. je bent ook een individu'. En in die stomme waarheid heeft hij natuurlijk gelijk. Ja, ze is ook een individu. Wanneer raakte haar individuele leven onontwarbaar verknoopt met de verplichting om verantwoording af te leggen? Eerst gaat dat vanzelf, dat samenzijn, versmolten zijn, omdat het overeenkomt met je verlangen. Je loopt erin. Maar dan, hoe trek je jezelf los van je verband, en hoe doe je dat zonder alles te slopen?


Terri  weet het niet, ze voelt zich vrouw, aantrekkelijk, is blij met de honger naar haar lichaam die Lucas toont. Maar ze is niet goed in het zichzelf lostrekken van haar gezin zonder te slopen. We lezen hoe ze denkt, wat ze voelt. Haar innerlijke proces van weggaan was al eerder begonnen, zij wist dat ze vastgeroest was en weg móest. De verhouding met Lucas is de weg naar dat gewenste andere leven.
Terri is wel erg radicaal, ze wil eigenlijk helemaal vrij zijn, minder tijd met de kinderen doorbrengen, David is veel beter in de omgang met hen weet ze. Maar de twijfel is er ook. Is dit wel de goede weg? 
Voor de buitenwereld is ze in alles totaal veranderd, bijna onherkenbaar geworden, vooral voor haar dochters en David.


David ziet het met verbijstering aan. Hij zorgt zo goed mogelijk voor zijn dochters, stopt zijn liefde vooral in het eten wat hij voor ze maakt.  Hij vraagt zich af wat zijn relatie met Terri eigenlijk inhield, waarom merkte hij niets, wist hij niets, voelde hij niets van haar woede, haar onvrede? Alles was toch goed? Is hij echt zo'n saaie man? Hij is boos, verdrietig, opstandig. Hij is soms ook berustend...
Ergens is er ook een gevoel van vrijheid, maar is dat gevoel wel gewenst? Zijn latere minnares Sev maakt wel dat ook hij een andere kant van zichzelf ontdekt.


De kinderen reageren ook heel verschillend. De vijftienjarige Krista, wordt heen en weer geschud tussen haar verliefdheid voor Rafik en de woede, walging en afkeer die ze voelt jegens haar moeder.
De jongere Ally daarentegen verwerkt haar verdriet in stilte, probeert tussen alles door te fietsen, wil loyaal in haar liefde voor haar ouders blijven. Erg schrijnend is het gedeelte waarin ze haar ouders hoort ruziemaken en zij stilletjes bovenaan de trap meeluistert.


"Haar vader zegt dat haar moeder het tegen de kinderen moet vertellen. En haar moeder zegt dat ze niet weet wat ze dan moet vertellen, ze zegt dat er geen conclusie is. En dan zegt ze dat ze niet weet of ze kan blijven. Ally en haar vader, allebei, houden hun adem in, krijgen geen zuurstof meer, worden langzaam duizelig. Wat betekent dat, niet blijven? Niet blijven is weggaan."

En dan zijn er nog Lucas en Sev, de minnaars van Terri en David die ook elk een eigen kijk op de liefde en een relatie hebben.  Lucas denkt alleen aan zijn eigen plezier, is manipulerend, egocentrisch. Sev wil geen echte relatie, denkt ze, maar is dat zo?  Kortom "Liefde, als dat het is gaat over de vele versies van liefde: puberromantiek, vriendschap, lust, tot de dood ons scheidt en de intensiteit van het moment.' staat op de flaptekst te lezen. En zo is het.


Het is een adembenemend verhaal dat in een erg mooie, bijzondere stijl is geschreven,  Een boek met diepte en inzicht. Een boek om te koesteren.
Vooral lezen!


ISBN 9789028282391 | Hardcover met stofomslag | 203 pagina's | Uitgeverij Van Oorschot | juni 2019

Dettie, 15 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Steen
Bieke Roose


Een debuut van een docente geschiedenis, dat belooft een duik in het verleden!
We gaan terug naar het begin van de dertiende eeuw, naar de stad die in die tijd de grootste was in de Nederlanden: Gent. Er woonden 50 tot 60 duizend mensen. Rond het nu historische centrum liepen rivieren en kanalen: de Schelde, de Ottogracht, de Leie, de Houtlei en de Ketelvest die als een eerste beschermingslinie dienden, samen met de stadspoorten.


Rond het jaar 1100 was op de Korenmarkt een kerk gebouwd in Romaanse stijl, de Sint-Niklaaskerk.
In de twaalfde eeuw werd de Romaanse bouwstijl niet meer gewaardeerd, er moest een heel ander gebouw komen. Die stijl wordt nu de Scheldegotiek genoemd: er wordt een steensoort uit Doornik gebruikt en de grote toren, de vieringtoren, krijgt een nieuwe plek op de kruising van de hoofd- en zijbeuk. Die toren is 76 meter hoog.


Martin d’Antoing, de fictieve meester-metselaar in het boek, richt zich op de lichtval in de kerk. Hoge vensters moesten er komen. Omdat hij bekend staat als de beste bouwer geeft de stad Gent, in die tijd geleid door de rijke patriciërsfamilies, hem vrij spel. Misschien is het feit dat zijn vorige baas, Enguerrand de Coucy, hem kost wat kost terug wil halen naar zijn burcht ook wel van invloed, maar het is vooral zijn passie en de manier waarop hij met zijn werknemers omgaat, die de schepenen er van overtuigen dat ze met d’Antoing de beste man binnenhalen. Als er ridders komen uit Coucy, staan ze dan ook volledig aan de kant van hun meester-bouwer.


Een goede start was ook het feit dat Martin d’Antoing, met zijn groep bouwers op weg naar Gent, ingreep bij een oneerlijk gevecht, en daarbij de kant koos van Jan Borluut, de zoon van een van de grootste geldschieters. Jan wordt aangesteld als degene die d’Antoing moet controleren. Dat gaat hem niet zo best af, maar brengt hem wel in de nabijheid van die mooie jongedame die hij vanaf de eerste blik begeert.
Anna d’Antoing is evenwel jonger dan ze oogt, veertien pas, en totaal niet geïnteresseerd in die blaaskaak. Zij is een erg leergierig meisje, niet te stuiten sinds haar vader haar heeft leren lezen en schrijven. Jan denkt evenwel dat hij alles mag en profiteert van Anna’s honger naar boeken.


Met nog een aantal andere verhaallijnen zijn de bouw van de kerk en de achtergebleven positie van de vrouw in die tijd wel de belangrijkste thema’s.
Bieke Roose vertelt veel over hoe de bouw vordert, de problemen waar Martin d’Antoing tegen aanloopt, zowel de bouwtechnische kanten als zijn plaats binnen de maatschappij van Gent. Ook over zijn persoonlijke leven gaat het, over het gezin, zijn vrienden, en zijn werknemers. Martin d’Antoing richt als een van de eersten een solidariteitsfonds op, voor als zijn werknemers iets overkomt!
Anna op haar beurt staat voor de emancipatie van de vrouw, een lastige zaak in die tijd waarin vrouwen niets te vertellen hebben, waar scholing alleen mogelijk is binnen kloostermuren.


Het verhaal geeft een mooi beeld van het leven in een stad in die tijd.  Het leest ook vlot, doordat de informatie prima gedoseerd is binnen het verhaal dat gaat over het leven van mensen, in goede en slechte tijden. Het verhaal is niet zo 'kortaf' als de titel doet vermoeden: vooral liefhebbers van historische romans worden meegesleept in een verhaal dat gedegen onderzoek als basis heeft, hetgeen verantwoord wordt achter in het boek.


Bieke Roose (1958) studeerde geschiedenis aan de UGent. Ze publiceerde eerder boeken voor jongeren. Dit is haar eerste historische roman.


ISBN 9789462420991 | paperback | 367 pagina's | Uitgeverij Kramat | juni 2019

© Marjo, 9 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Als alles is gezegd
Anne Griffin


De 84-jarige Maurice Hannigan zit aan de bar in het Rainsford House Hotel, in het graafschap Meath in Ierland. Het is vroeg in de avond, er is nog vrijwel niemand aanwezig. Terwijl hij zich in een lange monoloog richt tot zijn zoon Kevin, die ver weg in Amerika woont, bestelt hij vijf drankjes waar hij de hele avond over doet. Het is een beladen plaats, dit hotel.


‘Maar toch zit ik hier. Daar heb ik mijn redenen voor, jongen. Ik heb zo mijn redenen.’


De eigenaresse, Emily, spreekt hem aan. Ze denkt dat hij een speciale reden heeft om te komen en begint meteen te sputteren dat ze geen tijd heeft. Maurice stelt haar gerust, en zal later - nog steeds zijn zoon aansprekend - uitleggen waarom ze zo nerveus reageert op zijn aanwezigheid.
Hij zal nog veel meer uitleggen: deze avond zal hij vijf drankjes bestellen, om op vijf personen een toost uit te brengen. Vijf mensen die belangrijk waren of nog zijn voor hem.
In de loop van de avond ontdekt de lezer wat er speelt.
Maurice is alleen, zijn vrouw is al een paar jaar dood, zijn zoon woont ver weg.


Deze avond gedenkt hij zijn te jong overleden broer Tony; zijn snel na de geboorte overleden dochtertje Molly; Noreen, zijn bijzondere schoonzus; zoon Kevin en als laatste Sadie, zijn overleden vrouw.


Die ochtend is Maurice naar zijn notaris geweest, die voor de oude man een bijzondere kamer heeft geregeld in het hotel. Emily weet echter niet wie de gast zal zijn.
Hij vertelt Kevin over zijn jeugd, in een tijd dat Ierland geregeerd werd door enkele rijke landeigenaren die hun pachters uitbuitten. Later veranderde dat, moesten deze rijke mensen hun land verkopen, voor meer mensen  dan Maurice een genoegdoening die vaak te laat kwam. De zoon van de heer van het landhuis, Thomas Dollard, vernederde en sloeg Maurice wanneer hij maar kon. Dat die later ontdekte dat de jongen zelf door zijn vader mishandeld werd, kon niet meer als excuus dienen. De familie Dollard had dan wel veel geld en grond, veel geluk was er voor hen ook niet weggelegd. Maar dat is slechts een bijkomstig verhaal.


Het gezin Hannigan leed een groot verlies, toen Tony, vijf jaar ouder dan Maurice en diens grote voorbeeld, overleed aan tbc. Hun moeder kwam dit nooit te boven.
Hoewel hij op zakelijk gebied succesvol was, lachte het geluk Maurice pas weer toe toen hij Sadie ontmoette. Het mocht niet lang duren. Hun eerstgeborene bleek niet levensvatbaar. Maar het meisje, Molly, zal altijd bij haar vader blijven, ze is als een geweten voor hem, Hij praat met haar, vraagt raad.


‘Ik moest machteloos toezien hoe het zilver zijn opmars maakte in haar haren.'
'Het leek wel of die maanden gevuld waren met dichtgaande deuren – met mij aan de andere kant, op de vlucht voor wat ik had gedaan.’


Dan wordt Kevin geboren, en nu - jaren later - weet Maurice dat hij zijn zoon te weinig aandacht heeft gegeven. Hij kon zich er niet meer echt toe zetten. Spijt komt na de zonde.
Het gemis van Sadie, nu twee jaar geleden, valt hem zwaar. Hij kan het niet aan, niet in zijn eentje. Voor haar is de laatste borrel, de eerdere borrels drinkt Maurice op de licht geestelijk gehandicapte zus van Sadie, die een belangrijke rol in zijn leven speelde. En op zoon Kevin natuurlijk, ver weg maar daarom niet minder geliefd.


Het is al vaker gebleken: Ierse schrijvers hebben een stilistisch talent. Ook Anne Griffin vertelt het verhaal van Maurice vol gevoel en mededogen en doet dat op een haast poëtische manier.


‘Aan de telefoon heeft niemand door dat ik honderd diepe rimpels heb, of een kunstgebit met een eigen willetje.’


‘Niemand, echt niemand weet wat verlies is, tot je iemand kwijtraakt van wie je houdt. Iemand voor wie je het soort diepe liefde koestert dat in je botten kruipt en zich vastzet onder je vingernagels, net zo moeilijk weg te krijgen als jarenlang aangekoekte aarde. Als zo iemand wegvalt… dan is het alsof je hart uit je lichaam wordt gerukt’


Als alles is gezegd is een psychologisch verhaal, met mooi uitgewerkte karakters. Vooral de oude man raakt je, een man die tot het besef komt dat spijt en wraak zinloos is: leef je leven als het zich voordoet, inhalen lukt immers niet. Prachtige debuutroman, die ook nog een beeld geeft van Ierland door de jaren heen.
De Ierse Anne Griffin is afgestudeerd aan University College Dublin waar ze Creative Writing studeerde. Haar werk werd bekroond met de John McGahern Award for Literature.


ISBN 9789402702620 | paperback | 288 pagina's | Uitgeverij Harper Collins | april 2019
Vertaald uit het Engels door Erica Disco

© Marjo, 3 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER