Nieuwe boekrecensies

Stranddagboek
Emily Henry


Als January zich komt vestigen in het strandhuis in een klein stadje, heeft ze maar één plan. Een boek schrijven. Ze moet wel, ze is blut en de uitgever zit haar achter haar vodden.
Eerder schreef ze succesvolle boeken, feelgoodromans, maar haar hoofd staat daar nu helemaal niet naar. Haar vader is overleden, ze is boos op haar moeder, en haar vriend heeft het uitgemaakt. Ze heeft alleen dit huis dat haar vader haar heeft nagelaten.


Bij zijn begrafenis ontdekte ze dat hij een andere vrouw had. En met haar was hij in dit huis. Ze wil alles opruimen en zo snel mogelijk verkopen. Maar dat boek moet er ook komen. En als je kwaad bent – en dat is ze – wil een feelgoodroman niet lukken.
Ook het feit dat er harde muziek uit het huis van de buren komt, helpt niet. De buurman zit op het terras, hij viert het feest niet eens mee en levert commentaar op het telefoongesprek dat January voert met haar vriendin.


Als ze een dag later door de plaatselijke boekwinkel struint, wordt ze voorgesteld aan een andere schrijver. De eigenaresse van de boekwinkel is supertrots: twee schrijvers in hun stadje! Maar January schrikt: ze kent die man! Het is die jongen op wie ze verliefd was toen ze nog op school zat, die jongen met wie ze in de lessen literatuur zat, en die haar vernietigend sprookjesprinses noemde. En het is erger dan dat: hij is de buurman, die ze liever uit de weg wilde blijven!
Als ze toch in gesprek komen blijkt dat hij in hetzelfde schuitje zit: ook hij slaagt er niet in een nieuw boek te schrijven.


‘Eigenlijk,’ begon Gus, ‘dacht ik dat we het op een akkoordje zouden kunnen gooien.’
’Wat voor soort akkoordje, Augustus?’ (-)
‘Jij schrijft deprimerende literatuur, kijk maar of dat iets voor je is en of je zo kunt zijn.’- ik sloeg mijn ogen ten hemel en griste het laatste stuk donut uit zijn hand terwijl Gus ongestoord verder sprak – ‘en ik schrijf een goed einde.’


De weddenschap is een feit: January zal een serieus boek schrijven zoals hij altijd schrijft (existentiële literatuur) en hij werpt zich op een romantisch boek met een goede afloop. Om het de ander te leren nemen ze elkaar mee op sjouw, naar plekken of activiteiten waar de ander zich voor geneert, line-dance bijvoorbeeld, of een verlaten kamp van een sekte.


Intussen lukt schrijven niet zo erg, beiden worstelen ze met een verleden dat eerst verwerkt moet worden. Daardoor is het niet het soort verhaal dat je zou verwachten bij het zien van de omslag en de titel. Zeker: af en toe zijn er scenes die het chicklitgenre dicht naderen, of zelfs enigszins er overheen, maar over het algemeen is het een psychologisch sterke roman, die wel wat meer van de lezer verwacht en waardoor het niet echt een strandboek is.
Het boek bestaat voor een groot deel uit de gesprekken die ze voeren, en die zijn meeslepend geschreven. De twee zijn aan elkaar gewaagd, de steken onder water worden plaagstootjes, en ze vertellen elkaar steeds meer.
Behalve dat de uitjes die ze voor elkaar bedenken ook voor de lezer verrassend zijn, krijgen we ook een inkijkje in het schrijverschap, voor aan de kant van January, omdat zij de ik-verteller is.
Bijzonder verhaal vol emoties.


De Amerikaanse schrijfster Emily Henry schreef eerder feelgoodromans voor Young Adults, die nog niet vertaald zijn. Dit is haar debuut voor volwassenen.


ISBN 9789044355802 | paperback | 336 pagina's | Uitgeverij House of Books | juli 2020
Vertaald uit het Engels door Ellis Post Uiterweer, Anna Post en Carla Hazewindus

© Marjo, 24 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het leven is een circus
Lex Paleaux


Als kind woonde Lex in een dorp in Friesland met zijn godvrezende moeder, zijn gedweeë vader en zijn grootouders waar hij dol op was. Nu woont hij met zijn hond en vriendin in Haarlem. In de columns wordt een parallel gelegd tussen verleden en heden, tussen het dorp en de stad, tussen het leven als kind en dat van een volwassene. Maar ook is er vaak een knipoog naar de toekomst, dromend over het kind dat op komst is.


Vrijwel ieder stukje begint in het verleden. Iets wat nu gebeurt roept een herinnering op, dat kan iets zijn dat op straat gebeurt, een gedachte aan wat nog moet komen, altijd staat het in relatie tot het verleden.
Wat er in het verleden gebeurde zijn de levenslessen die hem hielpen bij alles wat daarna kwam, en die de waarden vormen waarmee hij zijn kind op kan voeden. Het leven is niet alleen een circus, het is ook een cirkel. De cirkel van het leven.


In het titelverhaal neemt pake zijn kleinzoon mee naar het circus, hetgeen stiekem moet gebeuren. De ouders keuren een circus af. Maar natuurlijk is de jongen opgewonden: een circus! Dat is iets wonderbaarlijks, iets magisch. Toch?
Maar als zijn grootvader na afloop vraagt wat hij er van vond:


‘Ik vertelde dat de leeuw veel magerder leek dan op de foto, de rondrennende paarden volgens mij liever in een weiland zouden galopperen en dat de ezel zijn oren steeds plat naar achteren hield.
’Dat was geen blije ezel, toch pake?’


Het leven is een circus, het houdt je voor de gek waar je bij staat. ‘De truc is om tussen de poep en het zaagsel de zoete geur van suikerspinnen te blijven waarnemen.’


Het zien van een vetplantje bij een bloemist in Haarlem leidt tot een verhaal over een kwajongenstreek, toen hij plantjes wegpakte om zelf te verkopen. Of als de hond niet luistert en Lex vloekt op dezelfde manier als zijn oom Bobbie dat deed en komt Godfried Bomans er aan te pas. Het jongetje dat het te druk heeft om te oefenen met voetballen ontlokt hem een herinnering met een glimlach.
'Ik ben niet Lex....Ik ben Marco van Basten!' Werelddoelpunt of niet, Marco van Basten kreeg een pak slaag en moest zonder eten naar bed.' In zijn enthousiasme had hij een deuk getrapt in de garagedeur...


Meer dan zeventig ‘levenslessen’ bevat dit boek, je kunt ze ter harte nemen, maar je kan er ook simpelweg van genieten, want stilistisch gezien zijn de stukjes prachtig. Je voelt dat het leven de schrijver nu beter gezind is, al reiken de tentakels vanuit het verleden nog steeds tot in het dagelijks leven.
Soms ontlokt hij je een glimlach, soms word je tot ontroering toe geraakt. Het is niet vreemd als je boos wordt, maar net zo vaak heb je de neiging om het kind aan te moedigen: ‘goed zo jochie’.


Wie zijn debuut ‘Winterwater’ nog niet gelezen had, zal die omissie nu zeker ongedaan maken! Voor degenen die het boek wel kennen is er herkenning. De verteller is het joch op wiens spontaneïteit en onschuld met harde hand gereageerd wordt. En die weigert daar aan ten onder te gaan. De columns getuigen daarvan.
En dan is dit boek een mooi eerbetoon aan pake, aan de grootvader die zo wijs was en die er altijd was voor de jongen. En die node gemist wordt.


‘Het was een prachtige dag en mijn geheugen vond het belangrijk om deze foto van mijn herinnering in te lijsten.’
‘Mam, als ik niet met Ridder Melchior mag spelen, omdat ik hem alleen in mijn fantasie kan zien, waarom moeten we dan wel tot God bidden?’


Lex Paleaux (1977) is een Haarlemse auteur van Friese komaf. Zijn debuut Winterwater verscheen in maart 2020.


ISBN 9789493214071 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | oktober 2020

© Marjo, 22 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De onbevlekte
Erwin Mortier


In het boek Marcel (1999) maakten we al kennis met het jongetje dat heel vaak bij zijn Bonma logeerde en daar geïntrigeerd raakte door het portret van de broer van zijn moeder, oom Marcel. Dat portret nam een prominente plaats in Bonma's kast maar ze vertelde nooit iets over haar zoon, die gesneuveld is in de oorlog. Dat maakte dat het jongetje nog nieuwsgierig werd naar die bijzondere oom. En dan neemt hij een frontbrief van oom Marcel mee naar school, op het briefpapier staat een grote roofvogel...


Marcel was het veelgeprezen debuut van Erwin Mortier, de taal, de sfeer, de stijl, het verhaal, alles klopte. Nu, eenentwintig jaar later, is De onbevlekte verschenen, het vervolg op Marcel. De verwachtingen zijn hooggespannen. Is het opnieuw zo'n klein juweeltje? Volgens de vele recensies die over De onbevlekte zijn verschenen is dat inderdaad het geval. Inderdaad de taal is wederom prachtig, Mortier weet in enkele zinnen een sfeer neer te zetten die je gelijk aanvoelt. Maar het verhaal zelf is door de gebruikte taal lastiger te volgen.


Het boek begint nogal raadselachtig met een droom van Andrea, de zus van Marcel. Zij droomt dat hij het huis binnenstapt en zegt 'Andrea, mijn zuster en mijn moeder.' Hij wil in bad en zij spoelt hem schoon en kneedt zijn schouders om de modder weg te vegen. 'Niet doen. Ik ben juist bezig geboren te worden,' is de geschrokken reactie van Marcel. Onder haar handen verpulvert Marcel langzaam en er blijft niets anders over dan zand op de bodem.

Aanvankelijk begrijp je hier niets van, totdat je beseft dat Andrea haar zoon ook Marcel heeft genoemd, naar haar overleden broer. Die zoon - het jongetje uit deel 1 - is inmiddels een veertiger die voor de laatste keer gaat proberen te achterhalen waarom hij naar zijn 'foute' oom is vernoemd is. Niemand is erg bereid om iets te vertellen. Maar toch is het gemis altijd aanwezig, dat gemis mag nauwelijks gevoeld worden want Marcel vocht aan de andere kant van de linie. Marcel sr. was toch ook een zoon en broer en zeer geliefd. Hij was de langverwachte zoon die nu eens niet stierf.

De constructie van het boek is bijzonder. Aanvankelijk lezen we het verhaal door de ogen van Andrea, de naam die ze van haar vader kreeg. Een naam die 'sterk als een vent betekent, haar moeder had haar liever Maria genoemd, de onbevlekte. 'Maar vader wenste een zoon...
Andrea vertelt over Marcel, haar geliefde, onstuimige broertje, waarvan veel door de vingers werd gezien. Ze vertelt over Bonma, haar moeder, die boerenwijsheden verkondigde.  Ze vertelt over de brief die Marcels dood vermeldde...


Ik moest hem begraven. Er moest een uitvaart komen.
De pastoor zei: 'Een gewone dienst. Geen vlaggen, geen vaandels in mijn kerk.'
Geen lichaam ook, dat lag ergens tussen de luie boeren in de Oekraïne te vergaan. Er stond een loze kist op de katafalk.


Later neemt Marcel jr. het verhaal over. Ook hij haalt herinneringen op en langzamerhand krijgt oom Marcel een plek. Langzamerhand komt het besef bij Marcel jr. naar boven dat zijn oom naast een SS soldaat ook een mens was, mèt een zus, en zij mist hem.


Dit gegeven thema  is mooi maar de manier waarop het geschreven is, vergt behoorlijk wat leesinspanning. Erwin Mortier is een kunstenaar in taal maar dat wordt af en toe te ver doorgevoerd. De zinnen die hij gebruikt zijn stilistisch fenomenaal, als kleine bonbonnetjes die je genietend proeft. Maar ze zijn zo fenomenaal dat ze het verhaal overschaduwen. Het verhaal verdrinkt af en toe in de de taal  waardoor je af en toe het spoor bijster bent. Dat is jammer. De mooie ingetogen stijl van zijn debuut had beter gehandhaafd kunnen blijven. 


ISBN 97894031600603 | Hardcover | 142 pagina's | Uitgeverij De Bezige Bij | april 2020

© Dettie, 21 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jack de straathond
Ivy Pembroke


Christmas Street in Londen is zomaar een straat. Volgens Bill Hammersley, een oude man, die al lang in de straat woont, is het veranderd. Vroeger leefde iedereen hier samen, maar nu leeft men langs elkaar heen. De komst van Sam Bishop, die na de dood van z’n vrouw van de VS, samen met z’n zoontje Teddy, terug is verhuisd naar Londen brengt daar verandering in. Teddy is in de VS geboren en opgegroeid en moet heel erg wennen aan de nieuwe situatie.


In het eerste hoofdstuk zien we hoe Bill tegen Jack de straathond, die hem vaak gezelschap lijkt te houden, moppert over de nieuwe buren, die nota bene een plastic flamingo in de tuin hebben gezet. Bill houdt niet van veranderingen en begrijpt niet waarom mensen alles lijken te moeten veranderen en gaan verhuizen. Als hij ziet dat de nieuwe buurman aan het worstelen is met een verhuisdoos moppert hij dat de mensen tegenwoordig niets meer kunnen en hij zegt tegen Sam dat hij vanuit z’n knieën moet tillen. Op dat moment moest ik even denken aan ‘Een man die Ove heet’. Het boek heeft voor een deel dezelfde sfeer, maar toch wat minder diepgang.


Sam stelt zich voor aan de buurman, die een opmerking maakt over de plastic flamingo en Sam zegt dat die Bob heet. Bill denkt nu echt dat hij met een stel gekken te maken heeft. Jack laat zich wel door de buurman aaien, terwijl Bill moppert over het lawaai dat er gemaakt is tijdens de verbouwing van het huis. Het elektriciteitssysteem moest worden vervangen en er was ook vocht in de slaapkamers. Bill vindt het allemaal maar overdreven.


Teddy zit in de tuin en maakt kennis met Jack. Hij heeft het niet naar zijn zin. Het was niet zijn idee om naar Londen te verhuizen en zou liever weer in de VS willen zijn. Hij praat met de hond, die geen antwoord op z’n vragen heeft. Intussen maakt Sam een opmerking tegen Bob, de flamingo, die ook niets zegt.
Binnen zit Ellen, de zus van Sam chips te eten. Sam vertelt dat hij de buurman heeft ontmoet en dat deze Bob niet mag. Ellen verbaast zich er een beetje over dat de flamingo een naam heeft, maar maakt later wel een opmerking over verhuisdooscondooms. De flamingo is een herinnering aan Sara, de overleden vrouw van Sam en moeder van Teddy. Haar dood is de reden waarom Sam terug is gekeerd naar London.


In het huis naast dat van Sam en Terry gluurt Pari Basak naar Teddy en Jack. Haar moeder vraagt of ze meegaat naar haar oom, maar daar voelt Pari niets voor. Volgens haar moeder kan ze dan wachten tot haar oudere broer Sai terugkomt uit de bibliotheek. Sai is niet in de bibliotheek, maar bij z’n vriendin Emilia Pachuta, die 2 deuren verderop woont. Z’n moeder mag dat echter niet weten, want Sai wordt geacht de hele dag en elke dag te studeren in de bibliotheek, zodat hij naar een goede universiteit zou kunnen en een geweldige carrière kan hebben. Pari maakt zich druk over het feit dat Teddy met Jack in de tuin zit. Volgens Pari hoort Jack bij haar te zijn, hoewel het niet haar hond is. De hond hoort gewoon bij de straat.


Arthur Tyler-Moss is in de keuken bezig en ziet hoe Pari en Sai zich door de schutting wringen. Tegen z’n echtgenoot Max maakt hij een opmerking over het repareren van de schutting. Arthur is verzekeringsagent en Max is beeldend kunstenaar. Als we ze leren kennen ontdekken we dat ze een baby willen adopteren, maar dat dit steeds op het laatste moment niet doorgaat.


In het laatste huis op de rij woont Penelope Cheever, die als freelancer artikelen schrijft en ook een soort blog bijhoudt. Daarmee hebben we de hoofdfiguren in het boek wel zo’n beetje gehad.


Jack lijkt een beetje bij Bill te wonen, die hem eten geeft, hoewel hij bij de andere bewoners in de straat ook nog wel eens wat oppikt. Pari wil zich het liefst over Jack ontfermen, maar haar moeder wil geen hond. Ze wil ‘m dus eigenlijk bij Emilia onderbrengen, maar haar moeder wil ook geen hond in huis, omdat dat niet samengaat met de katten.


Teddy moppert tegen z’n vader dat Pari met Jack bezig is en Sam stelt voor dat hij dan kennis kan gaan maken met z’n buurmeisje. Daar voelt Terry niets voor en hij besluit de oude buurman te laten weten dat Pari pogingen wil doen om de hond te stelen. Hij zegt tegen z’n vader dat hij naar hiernaast gaat en Sam neemt dus aan dat hij naar Sari gaat. Teddy belt bij Bill aan, die hem niet bepaald vriendelijk verwelkomt. Toch laat hij Teddy binnen en die is later heel enthousiast over de houten beeldjes die Bill heeft gemaakt.


Om meer contact te krijgen met de buren en in de hoop dat Terry op die manier ook wat meer contacten krijgt, besluit Sam een barbecue te organiseren. En hoewel het een en ander niet loopt, zoals de bedoeling is ontstaat er toch meer saamhorigheid in de buurt, waar Jack ook nog een rol in speelt. Er ontstaat ook nog een romance tussen Sam en de onderwijzeres van Terry.


Het is echt een feel good boek geworden, gewoon om ontspannen te lezen, zonder dat je al te veel na moet denken.


ISBN 978 94 005 1205 4 | Paperback | 332 pagina’s | A.W. Bruna | mei 2020
vertaald door Anda Witsenburg

© Renate 1 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De dood in haar handen
Ottessa Moshfegh


Haar naam was Magda. Niemand zal ooit weten wie haar heeft vermoord. Ik was het niet. Hier ligt haar lichaam.’


Vesta Gul vindt echter alleen het briefje als ze rustig door het bos wandelt. Geen lichaam te zien. Ook geen sporen.
Terwijl ze haar dagelijkse wandeling met haar hond Charlie voortzet begint ze te fantaseren over de tekst op het geheimzinnige briefje. Is het een practical joke misschien? Of het begin van een verhaal, dat door de schrijver afgekeurd is en hier achtergelaten? Maar het briefje lag verankerd met een paar stenen...

Vesta vertelt - in de ik-vorm - wie ze is: een 72-jarige weduwe, die het huis dat ze met haar man deelde heeft verkocht om in een afgelegen huis in Levant aan de oostkust te gaan wonen. Ze is er inmiddels een dik jaar, samen met de hond die ze heeft genomen om niet helemaal alleen te zijn. Behoefte aan andere mensen heeft ze niet. Ze redt het prima in haar eentje, en gaandeweg komen we te weten dat ze juist blij is dat haar man overleden is. Zo gelukkig was ze niet met hem.


Het briefje intrigeert haar: wie is Magda? Waarom moest zij dood? En waar is haar lichaam dan? En wie heeft het geschreven? Zoveel vragen, maar niet één antwoord.


Terwijl de dagen voorbij gaan, gaat Vesta’s fantasie met haar op de loop. Ze leeft zich zo in in haar verzinsels dat ze de schrijver van het briefje zelfs een naam geeft. En ze weet ook wel op wie het van toepassing zou kunnen zijn, een van de dorpsbewoners namelijk. Magda woonde daar vast ook.
De moordenaar – want ze moet wel vermoord zijn toch? – woont daar vast ook. Wie is het dan?
De wereld die achter het briefje schuilgaat wordt steeds echter voor haar. Ze verzint een compleet leven, sociale contacten, mannen in Magda’s leven.
De lezer puzzelt mee: wordt Vesta bedreigd door een onbekende? Is het haar eigen fantasie? Maar er gebeuren dingen, dat zijn feiten, geen bedenksels. Hoever ga je mee in haar eigen fictie?


Intussen wordt het steeds echter voor Vesta, ze gelooft haar eigen verzinsels. Maar ook wij kennen niet het geheim van het briefje. En de dingen die gebeuren dan? We kunnen wel bepaalde gevolgtrekkingen maken ten aanzien van Vesta zelf: wat zeggen die fantasieën over haar? Ze verzint bijvoorbeeld dat Magda geen goede ervaringen heeft met mannen. Maar ze is wel een sterke vrouw. Slaat dit op Vesta zelf?
Verzint ze feiten voor Magda die verband houden met haar eigen leven, of met het leven dat ze voor zichzelf gewenst had? Het feit dat ze zich hier zo fanatiek mee bezig houdt, vloeit dat voort uit eenzaamheid? Heeft ze spijt over de manier waarop haar eigen leven verlopen is?


Als lezer besef je dat ook deze ik-verteller per definitie onbetrouwbaar is: je leest immers alleen maar haar kant van de zaak. Maar Vesta's verhaal is erg overtuigend!
Denk je misschien in het begin nog dat het verhaal een absurd, maar toch opgewekt einde zal hebben, gaandeweg wordt duidelijk dat dit een schrijnend verhaal is over een eenzame verbitterde vrouw, die alleen maar haar hond heeft. En dan volgt een einde dat je helemaal overrompelt.


Verbijsterend verhaal, over wat eenzaamheid met een mens kan doen. Het verhaal is bijzonder, en de schrijfstijl is mooi, haast poëtisch.


Ottessa Moshfegh (Boston, 980) won met haar debuutroman Eileen in 2016 de Hemingway award en stonde op de shortlist voor de Man Booker Prize. In 2018 werd de O. Henry Award aan haar toegekend.


ISBN 9789403198606 | Hardcover | 272 pagina's | Uitgeverij De Bezige Bij | juli 2020
Vertaald uit het Engels door Lidwien Biekmann en Tjadine Stheeman

© Marjo, 3 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geluk is met een K
Nadja Hüpscher

‘Iedereen is lief voor ons,’ zegt Rein. ‘En niemand laat merken dat ie verdrietig is. Ze zeggen dat papa sterk is en stoer, dat wil ik later ook worden.’


Als de echtgenoot van Nadja Hüpscher te horen krijgt dat hij teelbalkanker heeft in al vrij ver gevorderd stadium en dat het genezingsproces een hele kluif zal worden, heeft dat de nodige impact op het gezin met twee jonge kinderen. Voor Sander zelf, maar zeker ook voor zijn vrouw, die haar handen vol heeft aan haar zoontjes, Rein van zeven en Benjamin van zes. Zij begrijpen nauwelijks wat er allemaal gebeurt en willen hun normale leventje voortzetten zoals ze gewend zijn. Natuurlijk gunnen de ouders hen dat ook, maar het kost steeds meer kruim.
Papa is veel weg, in het ziekenhuis. Als ze daar op bezoek gaan zien de jongens de gangen en de lift een speelterrein. Zie ze dan maar eens in het gareel te houden!  En daar komt de onzekerheid bij: zal de behandeling aanslaan? Redt Sander het wel?


Natuurlijk: dit is het zoveelste verhaal over iemand die een vreselijke ziekte krijgt. En ja, er wordt volop verteld over hoe de behandeling gaat, over het ziekenhuis en het ziek zijn. Een vreselijke tijd. Wat dit verhaal echter zeer leesbaar maakt is de manier waarop Nadja Hüpscher het vertelt. Eerlijk, dat vooral. De nadruk op wat het met het gezin doet als je dit meemaakt.


In de vorm van een dagboek lezen we over hoe de verschillende leden van het gezin in deze zware tijd doorleven, waarbij Nadja zelf de spil is waar alles om draait: troost bieden aan een zieke man en de kinderen begeleiden als ze langzaam gaan begrijpen wat er aan de hand is - voor zover ze dat kunnen begrijpen - én ook nog zien dat ze zelf overeind blijft.


Het zijn kinderen, ze leven hun eigen leven. De stukjes die met de jongens te maken hebben zijn vaak grappig, hoe wrang ook. De dialogen maken het geheel levendig en ja, hoe raar het ook is om dat van een verhaal als dit te zeggen, ook komisch.


BENJAMIN
Wat is een airbag?
SANDER
Als we botsen, knalt er een kussen tegen je kop in plaats van de ruit.
BENJAMIN
Is dat minder erg dan een ongeluk?
REIN
We wonen in een veilig land, we hebben alleen ongelukken. Verder niks. Geen vulkanen.
BENJAMIN
En ruzie en kanker.


De titel is ook een uitspraak van Benjamin. Ze spelen het spelletje galgje, enkele daarvan staan in het boek.


Ook al is dit een egodocument, Nadja Hüpscher laat zien dat ze kan schrijven. Uitkijken dus naar een volgend boek, dat ze hopelijk in rustiger tijden kan schrijven.


Nadja Hüpscher (1972) is actrice en schrijft voor Het Parool en de Uitkrant. Ze speelde toneel bij onder andere het RO Theater en Orkater en was te zien in tal van speelfilms. In de afgelopen seizoenen speelde ze een hoofdrol in de televisieserie Levenslied. Voor haar rol in de film De boekverfilming ontving zij een Gouden Kalf voor beste actrice. Begin 2014 is de première van de voorstelling Ouwe pinda's, die ze samen met Bodil de la Parra maakt.


ISBN 9789048856930 | Paperback | 160 pagina's | Uitgeverij Lebowski | juni 2020

© Marjo, 26 augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het boek van vergeten woorden
Pip Williams


De Oxford English Dictionary (OED) is een woordenboek voor de Engelse taal. De OED wordt uitgegeven door de Oxford University Press en bevat woorden uit het Verenigd Koninkrijk en andere Engelstalige gebieden: Noord-Amerika, Zuid-Afrika, Australië, Nieuw-Zeeland en de Caraïben. Sir James Augustus Henry Murray (7 februari 1837 – 26 juli 1915) was een Schots lexicograaf en filoloog. Hij was de hoofdredacteur van de Oxford English Dictionary vanaf 1879 tot zijn dood.


De OED mag dan het onderwerp zijn van Het boek van vergeten woorden - zowel de totstandkoming ervan die vijfenzeventig jaar duurde als ook Dr. Murray zijn op die geschiedenis gebaseerd - Pip Williams heeft daaromheen een verhaal verzonnen met als hoofdpersoon het meisje Esme.


Haar vader werkt als lexicograaf voor Dr. Murray. De opvoeding van zijn dochter komt voor een groot deel op hem neer sinds haar moeder is gestorven. Zo komt het dat ze haar dagen al heel jong doorbrengt in het scriptorium, de skrippy, waar het werk voor het woordenboek gedaan wordt. Het is een schuur in de achtertuin van Dr. Murray, die in 1887 begonnen is met het verzamelen van de woorden. De woorden werden verzameld, op briefjes van een bepaalde maat geschreven met voorbeeldzin(nen) en bewerkt voor het woordenboek.


‘Is er een woord voor?’ vroeg ik.
‘Een woord?’
‘Voor waarom je niets zei. Ik zou het kunnen opzoeken.’
Toen glimlachte hij. ‘Diplomatie is het eerste wat in me opkomt. Compromis, sussen.’
‘Ik vind sussen leuk klinken.’
Samen zochten we de vakjes af.


Sussen
‘Deze toegeeflijkheid heeft tot doel om de woede te sussen van zijn meest razende vervolgers.
‘David Hume. De geschiedenis van Groot-Brittannië, 1754


Esme vindt het jammer als bepaalde briefjes niet gesorteerd worden in een van de honderden vakjes, en ze begint de weggegooide papiertjes te verzamelen.
Onder het bed van Lizzie staat een oude koffer, daar stopt Esme de briefjes in. Haar eerste woord is ‘broodslavin’ (in het Engels bondmaid: een vrouwelijk slaaf, of een vrouw die werkt zonder loon). Het woord werd in 1901 daadwerkelijk aangegeven als ontbrekend!


Maar er zijn best veel woorden die niet in aanmerking komen voor de OED ontdekt Esme. De zogenaamde vrouwenwoorden worden als vulgair beschouwd. Dus gaat ze juist die woorden zelf verzamelen: het boek van vergeten woorden.
Ze verzamelt woorden, die zelfs mannen doen blozen, door vaak naar de markt te gaan en haar oren open te houden. 
Via een van de aanleveraars van de woorden, een vrouw genaamd Edith (Ditte), komt Esme in aanraking met de vrouwenemancipatie en in 1914 breekt de eerste wereldoorlog uit, twee historische gebeurtenissen die als vanzelf een belangrijke rol spelen in het boek.
Ook Lizzie is een belangrijk personage, die, ook al heeft ze geen scholing gehad een slimme meid is. Zij is ‘de broodslavin’, het dienstmeisje in huis, die voor zover mogelijk de rol van moeder vervult voor noemt Esme, door haar liefdevol Essymay genoemd.
Het verhaal over het woordenboek loopt als het ware parallel met het opgroeien van Esme.
De loop van de geschiedenis bepaalt haar verdere leven.


Niet alleen heeft Pip Williams met dit boek op een interessante manier een stuk van de geschiedenis tot leven gebracht, het is ook het verhaal van een sterke vrouw, die de kant van de romantiek voor haar rekening neemt. Een geslaagde historische roman dus.
Pip Williams is geboren te Londen en groeide op in Sydney. Het boek van vergeten woorden is haar debuut.


ISBN 9789044359770 | Paperback | 464 pagina's | Uitgeverij House of Books | augustus 2020
Vertaald uit het Engels door Marjet Schumacher

© Marjo, 23 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wij tegen jullie
Fredrik Backman


Dit boek sluit aan op ‘Björnstad’. Het gaat voor een deel over dezelfde mensen, hoewel er ook nieuwe personen opduiken. Beide boeken kunnen afzonderlijk gelezen worden. De belangrijkste gebeurtenissen uit ‘Björnstad’ worden in boek wel weer genoemd, zodat de lezer iets weet over de achtergronden.


Maya, de dochter van Peter Anderson, de technisch directeur van de ijshockeyclub van Björnstad, is verkracht door Kevin, de sterspeler van het team, die in het rijke deel van het plaatsje woont. Hier ontstaat het nodige gedoe over, want Kevin ontkent en Maya wordt als hoer beschouwd. Amat, een getalenteerde ijshockeyer, die in het arme deel van de plaats woont en hoopt op een carrière als professional om op die manier z’n moeder, die als schoonmaakster werkt en die veel last heeft van haar rug, te ontlasten, is getuige en besluit dit uiteindelijk ook te melden. Dit wordt hem natuurlijk niet in dank afgenomen door de vrienden van Kevin, die hem in elkaar willen slaan. Als Benji, de beste vriend van Kevin, die ook in het arme deel van Björnstad woont, er niet tussen zou zijn gesprongen, zou Amat het een en ander misschien niet overleefd hebben. Het ijshockeyteam van Björnstad verliest z’n laatste wedstrijd van het team van de grote concurrent Hed, iets wat de vrienden van Kevin in het team wijten aan het feit dat Peter Andersson Kevin niet op heeft gesteld.


Zo is de situatie in het begin van het boek. De vrienden van Kevin zijn overgestapt naar de ijshockeyclub van Hed en het ijshockeyteam van Björnstad zit flink in de problemen. Er moet een nieuw team komen, maar wie zal het sponsoren?


In Björnstad is ook een populistisch politicus, met de naam Richard Theo, opgedoken, die helemaal zijn eigen plan trekt. De man lijkt de redding te zijn voor het ijshockeyteam en er komt een vrouwelijke coach.
Richard Theo blijkt al vrij snel een tamelijk onaangename figuur te zijn. Hij is een intrigant, die groepen mensen tegen elkaar uitspeelt. Zo zou de sponsor willen dat de statribune, waar de fanatieke aanhang van het team, jongens die als hooligans te boek staan en als De Groep bekend zijn, bij elkaar komt, afgebroken moeten worden. Peter Andersson, die het behoud van z’n baan aan De Groep te danken heeft, mag deze boodschap overbrengen.
Tegelijkertijd vertelt Richard Theo aan De Groep dat Peter Anderson hun tribune af wil laten breken. Daar komt dan nog bij dat de jongere broer van Teemu Rinnius, de leider van De Groep (die eigenlijk niet bestaat), de keeper van het ijshockeyteam moet worden. Vidar Rinnius, zit in een jeugdinstelling, wegens drugsbezit en geweldpleging, maar Richard Theo heeft er voor gezorgd dat hij vrij komt en dat hij zelfs een woning krijgt.


Kevin is verhuisd en z’n ouders zijn gescheiden en de ouders van Maya en Leo lijken ook uit elkaar te groeien. Ook tussen de vriendinnen Maya en Ana is alles niet meer helemaal zoals het geweest is voor de verkrachting. Ze zijn nog steeds elkaars vriendinnen, maar er lijkt toch iets beschadigd te zijn. Ana was er niet, toen Maya haar het hardst nodig had. Maya praat ook met niemand over haar problemen. Op school wordt ze gepest, omdat men vindt dat het ijshockeyteam van Björnstad door haar z’n beste spelers kwijt is geraakt.


Ook de vrienden van Amat, Zacharias en Lifa, zijn hun eigen weg gegaan. Lifa hangt rond met de bende van z’n broer en rijdt koeriersrondjes op de brommer met een rugzak waarvan Amat niet wil weten wat er in zit. Zacharias zit hele nachten te gamen en slaapt overdag. Amat probeert hem nog wel te verleiden om samen hard te gaan lopen, maar Zacharias probeert hem binnen te lokken om te gamen en warme broodjes te eten. Voor Amat leidt dit nergens toe en hij stopt maar met bellen en traint in z’n eentje.


Op een zekere avond besluit hij zich bij zijn leeftijdsgenoten aan te sluiten die op ‘de bult’, een heuvel aan de rand van het bos, zitten te chillen. Vanaf zijn balkon ziet hij ze barbecueën en blowen en als hij bij hen komt, krijg hij een sigaret en een biertje. Dan slaat iemand zo hard op z’n arm, dat hij z’n biertje en z’n sigaret laat vallen. Het blijkt Lifa te zijn, die hem bij z’n shirt pakt en hem zonder pardon van de bult afsmijt. Als de jongeren rond de barbecues stil zijn geworden, zegt Lifa, die z’n stem niet hoeft te verheffen: “Wie Amat nog maar één boeken biertje of sigaret geeft, hoeft hier nooit meer te komen barbecueën. Begrepen?”


Lifa en Zacharias geven Amat een preek, waarin ze hem duidelijk maken dat hij moet ijshockeyen, of er nu een team is in Björnstad of niet. De anderen kijken tegen hem op en als hij prof is geworden en kan vertellen dat hij uit de arme buurt komt, dan willen anderen ook worden zoals Amat en niet zoals Lifa. De jongens zullen met Amat rennen, zodat hij altijd een trainingsmaatje heeft. Later, als Amit professioneel ijshockey speelt, zullen sommigen aan een verslaving overleden zijn, anderen zitten in de gevangenis, of hebben hun leven verprutst, maar er zullen er ook zijn die een groot en trots leven hebben.


Het is weer een prachtig boek geworden, al is het misschien geen feel good verhaal. Er zit tragiek in en niet alles komt goed, maar het is een boek als het leven, met mooie momenten en momenten waarop je denkt dat het nooit meer goed kan komen. Ik ben een groot fan van de boeken van Fredrik Backman, maar wat mij betreft zijn de boeken over Björnstad de mooiste die hij geschreven heeft. Hij heeft een eigen stijl, waarin de auteur regelmatig zelf aan het woord is en vooruitblikt op dingen, die soms zelfs niet in het boek plaatsvinden. Zo leren we dat Amat prof-hockyer in de NHL wordt en dat Maya carrière maakt als muzikant. Het verhaal wordt weer in flarden verteld, waarbij er regelmatig andere figuren en gebeurtenissen opduiken. Zo wordt ook het stuk over Amat en Lifa onderbroken door een paar andere stukken. Ergens vind ik het jammer dat het verhaal over Björnstad met dit boek waarschijnlijk een einde heeft gekregen.


ISBN 978 90 214 0640 4 | Paperback | 441 pagina's | Uitgeverij Q | oktober 2018
Vertaald door Edith Sybesma

© Renate, 21 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vreemde lus
essay
André Klukhuhn


Op de cover van dit boek staat: ‘Over bewustzijn en het verband tussen wetenschap, kunst, filosofie en mystiek.’ De argeloze lezer zal wellicht afhaken omdat hij denkt met een bombastisch werk te maken te hebben. Het tegendeel is echter waar. Klukhuhn is scheikundige, filosoof en schrijver. Hij werkte op de radio mee aan wetenschappelijke programma’s en dat betaalt zich in dit boek uit. Hij weet zijn stelling over het voetlicht te brengen in heldere simpele taal en het geheel is doorspekt met anekdotes. Dat deed hij in zijn Geschiedenis van het denken ook.


Vroeger - voor de Renaissance - was de mens een onaantastbare entiteit. De kroon op de schepping, want God: ‘Schiep de mens naar zijn evenbeeld.’ Daarna buitelde de mensbeelden en beelden van de mens over elkaar en raakte de mens zijn uniciteit kwijt, maar tegelijkertijd ook de zin van zijn bestaan. En het ergst van alles was, dat hij de zin van zijn daden niet meer kon duiden. Hij was stuurloos geworden. Een aantal filosofen probeerden in de twintigste eeuw de oude glans op te poetsen. Klukhuhn noemt: Kant, Russell, Rorty en Feyerabend. Klukhuhn beschrijft hun levens tegen de achtergrond van deze nieuwe zingeving.


Van Feyerabend horen we - heel verrassend - dat hij door kogels in de oorlog verlamd was, met krukken moest lopen en impotent was. Eigenlijk een wonder dat hij toch nog heel kwiek naar zingeving op zoek was. Dat de vier voornoemde filosofen hun werk nimmer voltooiden is logisch. De nieuwe vraag naar iets ingewikkelds als de zin van het leven, van ieders leven individueel, is niet eenvoudig.


Maar Klukhuhn doet meer hij stelt vragen aan ons: Kunnen wij computers van bewustzijn voorzien? Wat is de ziel? Is er zoiets als een beschermengel?
En in de lus, die door deze vragen samengesteld wordt, een M.C. Escherachtige figuur, gaat Klukhuhn ons voor. Hij haalt de mystiek van stal, maar als hulpmiddel en niet als een geloofskwestie. De tegenstelling geloof/ denken werpt hij gelukkig niet op. Een glashelder en vooral spannend boek.


ISBN 9789083048024| Hardcover | blz.270 | uitg. Koppernik | augustus 2020

© Karel Wasch, september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Actrice
Anne Enright


Anne Enright is een Ierse schrijfster en dat is merkbaar in dit bijzondere boek. Haar hoofdpersoon is een semi Ierse actrice, Katherine O'Dell genaamd. Semi omdat het in feite een Engelse vrouw betreft, opgegroeid in Londen, maar voor haar carrière kwam het beter uit als ze Iers was. Dus werd haar haar rood geverfd en vond ze een Iers accent uit. De apostrof in haar naam maakte het geheel af. Met dit gegeven rijst de vraag wie Katherine O'Dell in feite was.


Dat is ook de vraag die veel aan de verteller van dit verhaal, haar dochter Norah, wordt gesteld.


Mensen vragen me: 'Hoe was ze echt?' en ik probeer te achterhalen of ze bedoelen in het dagelijks leven: hoe ze was als ze op pantoffels geroosterd brood met marmelade zat te eten, of hoe ze was als moeder, of hoe ze was als actrice - het woord ster gebruikten we niet. Maar meestal bedoelen ze hoe ze was voordat ze gek werd, alsof hun eigen moeder van de ene op de andere dag zou kunnen omslaan, schiften als een fles melk die je te lang hebt bewaard. Of alsof ze misschien zonder het te weten zelf niet helemaal sporen.


Deze vraag probeert Norah via haar verhaal te beantwoorden. Maar valt die wel te beantwoorden? Katherine O'Dell groeide namelijk op met ouders die eveneens optraden. Ze was goed bekend met de schijnwereld die opgevoerd werd. Ze was zich eveneens zeer bewust van de rol die van haar verwacht werd. In hoeverre leidt je dan een echt leven of is uiteindelijk alles show?


Norah herinnert zich haar moeder met de groene ogen - die zij van haar geërfd heeft - in de verschillende stadia van haar leven. Met een bijna beschouwende blik vertelt ze over haar jeugd met moeder en Kitty, de onmisbare huishoudster. Ze bekijkt foto's van haar twintigste verjaardag waarop haar moeder afgebeeld staat met een verjaardagstaart, waarbij duidelijk is dat ze zich zeer bewust is van de mensen die naar haar kijken. Ze herinnert zich de bijzondere feestjes en de even zo bijzondere mensen. Ze vertelt over het gearrangeerde huwelijk van Katherine met een homoseksuele man. Het was namelijk goed voor hun carrière.


Moeder is een vrouw met charisma, een gevierde actrice, die haar invloed ook inzet voor de Ierse zaak. Maar rond haar veertigste is ze te oud voor de filmwereld.
We lezen over de verbetenheid van Katherine om toch verder te gaan met haar vak en helaas ook over haar geestelijke aftakeling die langzaam maar gestaag toeslaat. Uiteindelijk schiet ze een filmproducent in zijn voet en dan is het helemaal gedaan met Katherines werk. Ze wordt tijdelijk opgenomen in een kliniek in Dublin. Het leven na die schietpartij is totaal anders voor Katherine, die ondanks alles toch de actrice blijft, of is ze nu écht Katherine?


Door de intentie die Norah - die inmiddels een bejubelde schrijfster is - heeft om de vraag te kunnen beantwoorden aan zichzelf wie haar moeder nu eigenlijk was, doet Norah tijdens haar zoektocht enkele onaangename ontdekkingen. Haar moeder moet het veel zwaarder hebben gehad dan ze ooit wilde tonen. Langzaam wordt onthuld hoe hectisch Katherines leven eigenlijk geweest moest zijn.


Het mooie aan dit verhaal is dat Norah met zoveel mededogen over haar moeder schrijft. Ondanks de soms bizarre situaties waarin zij belandt, blijft het haar moeder waar ze onvoorwaardelijk van houdt. Het verhaal zelf is gericht aan de partner van Norah met wie ze al dertig jaar getrouwd is. Norahs stabiele leven vormt zo een mooi contrast met de zo levendige en wispelturige, sprankelende moeder.
Het boek is zo levensecht geschreven dat je de neiging hebt te googlelen op de namen van de acteurs/actrices en films die beschreven worden.


Kortom, een heel indrukwekkend en mooi geschreven boek dat ik graag nog eens zal herlezen om alles nog beter tot me door te laten dringen.


Anne Teresa Enright (Dublin, 11 oktober 1962) publiceerde zeven romans, veel korte verhalen en het non-fictie boek Making Babies: Stumbling into Motherhood, dat de weerslag is van haar tijd in Dublins kraamklinieken. Haar thema's variëren van engelen, familie, liefde, bevalling, moederschap tot de Rooms-katholieke kerk en de vrouwelijke lichaamsvorm. Enright ontving in 2007 de Booker Prize voor haar roman The Gathering.


ISBN 9789403186009 | Paperback | 318 pagina's | De Bezige Bij | mei 2020
Vertaald door Lucie Schaap en Maaike Bijnsdorp

© Dettie, 4 september 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onder het Melkbos
een stuk voor stemmen
Dylan Thomas - vertaling Erik Bindervoet


Het stemmenspel Under Milk Wood (1953) van de Welshe dichter Dylan Thomas (1914-1953) was vrijwel onmiddellijk een groot succes. Het is een vreemd schouwspel, waarin de bewoners van het fictieve dorp Llaregub (omgekeerd bugger all, krijg allemaal de p.) een etmaal doormaken. Maar liefst 65 personages worden ten tonele gevoerd. Ook doden spelen een rol en zijn even aanwezig als de levenden.


We maken kennis met de listen en lagen van de bakker, de dominee en alle andere aanwezigen zoals Kaptein Kat. De spelers verwensen elkaar, terwijl ze zich netjes voordoen of houden in het geheim van elkaar. Schuld, boete, woede maar ook tederheid wisselen elkaar af.
Er is een verfilming met Burton en Taylor en het wordt als toneelspel nog steeds overal opgevoerd. Ook in Nederland. Dylan Thomas maakte de première nog net mee in Amerika, maar stierf kort daarop.


In 1957 publiceerde Hugo Claus zijn vertaling van Dylan Thomas’ stemmenspel (Onder het melkwoud) en kreeg destijds veel waardering. En er is een vertaling van Cornelis W.Schooneveld uit 2010. Nu, ruim zestig jaar later, is het de hoogste tijd voor een nieuwe, eigenzinnige, swingende vertaling die juist is en tegelijkertijd vloeit. Met behoud van poëzie, spreektaligheid, woordspel en humor. Geen eenvoudige opgave. Eigenschappen die we terugvinden in het werk van de de auteur aan wie Thomas zeer schatplichtig was: James Joyce.


Under Milk Wood
was onder andere bedoeld als een ‘Welshe Ulysses’. Bindervoet tekende eerder voor de vertaling van Finnegans’ Wake, het vervolg op Ulysses van Joyce. Hieronder twee keer hetzelfde fragment, eerst in de vertaling van Bindervoet, dan in  Claus’ vertaling. Ik zal ze niet vergelijken. Want zoals een wijsgeer eens zei: ‘Waarom de ene bloem met de andere te vergelijken?’ Het hele stemmenspel is in verschillende uitvoeringen op YouTube te vinden .


Eerste stem

De ochtend is een en al gezang. De Eerwaarde Eli
Jenkins, in de weer met zijn ochtendvisites, blijft staan
voor het Welzijnshuis om te luisteren naar Polly Kousen-
band die de vloeren schrobt voor het Dansfeest van de
Vrouwenbond vanavond.


Polly Kousenband
(Zingt)
Ik vree ereis een man en die heette Jan
Hij was beresterk en wel twee meter lang
Ik vree ereis een man en die heette Piet
Groot en kogelrond met een kop als een biet
En ik vree ereis een man en die heette Klaassie
’t Was een sliert van een vent en een heel lief baassie
Maar de liefste van al of ie opstond of sliep
Was Pielemuisie Piel en die legt zes voet diep.


O, Jan Piet en Klaassie konden ermee door
Zukke lieve vrijers komen niet vaak voor
Maar bij Pielemuisie Piel op schoot was ik o zo blij
Pielemuisie Piezel is de man voor mij.


Nu komen mannen van overal in ’t rond
Om met mij te rollebollen op de grond
Maar telkens als ik wat ze vroegen dee
Keessie van de Heuvel of ’n Matroos ter Zee
Denk ik steevast toch al zijn ze nog zo bruut of kuis
Aan Jan, Piet en Klaassie zo groot als een huis
En ’t meest van al denk ik als ik voor die kerels zing
Aan Pielemuisie Piel die de pijp uit ging.


O, Jan Piet en Klaassie konden ermee door
Zukke lieve vrijers komen niet vaak voor
Maar bij Pielemuisie Piel op schoot was ik o zo blij
Pielemuisie Piezel is de man voor mij.


Eerw. Eli Jenkins

Loof de Heer! Wij zijn een muzikaal volkje.


Tweede stem

En de Eerwaarde Jenkins rept zich voort door het stadje,
om de zieken te bezoeken met pudding en gedichten.
Het stadje is zo vol als een tortelduivenei.


(Erik Bindervoet, Onder het Melkbos, 2020)


**


Eerste stem
De ochtend is één groot gezang. De Eerwaarde Eli Jenkins,
op zijn morgenbezoeken, blijft staan voor het Nuts-
gebouw om te luisteren naar Polly Garter, terwijl zij de
vloeren schrobt voor het bal van de Vereniging van
Huisvrouwen vanavond.


Polly Garter
(zingt)
Ik hield van een man en zijn naam was Tom
Hij was sterk als een ram en vechten dat hij kon!
Ik hield van een man en zijn naam was Dick
Hij was breed als een ton en een meter dik
En ik hield van een man en zijn naam was Harry
Zes voet hoog en hij rook naar sherry
Maar van wie ‘k ’t meeste hield, of ik waakte of sliep
Was kleine Willy Wee en hij ligt zes voet diep.


O, Tom, Dick en Harry, zij waren goed en fijn
En zo mooi als toen zal het wel nooit meer zijn,
Maar kleine Willy Wee die nam mij op zijn knie.
O, de man voor mij is kleine Willy Wee.


Nu komen er mannen van de dorpen in het rond
Zij rennen achter mij en rollen mij op de grond
Maar als ik ook maar één van hen bemin
Johnnie van de Heuvel of zeilende Jim
Als zij doen wat zij willen, dan lig ik te dromen
Van Tom, Dick en Harry, die lang waren als bomen
Maar ’t meest van al droom ik van mijn verre lief
Van kleine Willy Weasel, die zonk en die stierf.


O, Tom, Dick en Harry, zij waren goed en fijn
En zo mooi als toen kan het niet meer zijn,
Maar kleine Willy Wee die nam mij op zijn knie
O, de man voor mij is kleine Willy Wee.


E. H. Jenkins

God zij geloofd! Wij zijn een muzikaal volk.


Tweede stem

En de Eerwaarde Jenkins haast zich door de stad om de
zieken te bezoeken, met pudding en gedichten.


Eerste stem

De stad is vol als een parkietenei.


(Hugo Claus, Onder het Melkbos, 1957)


ISBN 9789025310790 | Hardcover| Uitgeverij Atheneaum &Van Gennep| blz.157 | maart 2020

© Karel Wasch, augustus 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER