Nieuwe boekrecensies

altHet schoentje van Rosie
Sue Reid Sexton


De oorlog heeft het gezinnetje Gillespie al veranderd, de vader is weg. Lenny, de oudste dochter, 9 jaar, voelt hoe haar wereld op zijn kop staat. De gezelligheid is weg, haar moeder gedraagt zich anders. Het is maart, 1941, de oorlog nadert ook Schotland, waar Clydebank onder de schaduw van Glasgow ligt. Een klein industriestadje, waar het gezin Gillespie woont.


Lenny heeft haar eigen zorgen. Ze is de huissleutel kwijt, en ze weet niet waar haar vier jaar oude zusje is. Rosie is weggerend na pesterijen door een stel gemeneriken. Wat zal haar moeder boos zijn op haar, en ze knelt het schoentje van Rosie in haar hand, roepend en zoekend. En dan komen de 'moordbijen', zo noemt ze de Duitse bommenwerpers. Iedereen maant haar een schuilkelder in te gaan, maar dat kan niet! Ze moet Rosie vinden!


Sue Reid Sexton baseert haar eerste boek op de Clydebank Blitz, waarbij het stadje zo goed als volledig verwoest werd. De setting klopt vrijwel geheel, sommige personages hebben echt geleefd, maar het is en blijft een fictief verhaal. Lenny heeft niet bestaan.


Maar er zullen veel mensen zijn die zich herkennen in dit verhaal, dat ook de sociale achtergronden van die tijd beschrijft. Er is bijvoorbeeld die alleenstaande man, meneer Tait, een boze meneer met een stok, noemt Lenny hem, in de wetenschap dat haar moeder een hekel had aan hem. Waarom, dat weet ze dan weer niet, maar ze wil niet dat deze meneer Tait haar helpt. Hij is evenwel geduldig en weet het toch voor elkaar te krijgen dat ze hem gaandeweg gaat vertrouwen. Ze laat zich meevoeren naar de heuvels waar ze veilig zullen zijn. Waar de overlevenden allemaal naar toe trekken. Maar Lenny moet Rosie vinden en steeds opnieuw ontsnapt ze aan de aandacht van de volwassenen. En ziet dan dingen die ze niet had moeten zien: de vreselijke puinhoop van een verwoeste stad, waar de slachtoffers nog niet allemaal gevonden zijn. Waar is Rosie toch? En… waar is haar moeder?


Sue Reid Sexton woont in Glasgow, en werkte daar onder oorlogsveteranen en andere getraumatiseerden. 'Het schoentje van Rosie' is haar debuutroman. Ze beschrijft dit voorval door de ogen van dit kind, dat nauwelijks begrijpt wat er allemaal gebeurt, maar door de omstandigheden razendsnel volwassen wordt. Dat heeft Sexton heel goed gedaan! Als er woorden zijn waarvan de lezer zou kunnen opmerken dat het geen woorden van een kind zijn, gebruikt Lenny ze 'omdat haar vader – of haar moeder, of wie ook – dat woord ook gebruikte'.
Lenny interpreteert als een kind, en dat levert mooie dubbele scenes op: ze voelt wat zij beleeft, maar je weet als volwassene ook hoe het echt zit.


ISBN 9789023996903 | paperback| 120 pagina's | Uitgeverij Mozaïek| december 2016
Vertaald uit het Engels door Els van Enckevort

© Marjo, 16 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altStrikken
Domenico Starnone


Het boek bestaat uit drie delen. Een man heeft na twaalf jaar aan zijn vrouw bekend dat hij de bloemetjes buiten is gaan zetten. Hij heeft een jongere maîtresse. Op het moment dat zijn vrouw hem voor de keuze stelt: zij of ik, vertrekt hij.


Het begint als een brievenroman: Vanda schrijft haar man Aldo op een verontwaardigde en verwijtende toon, maar vraagt hem ook om terug te komen. Hun kinderen, Sandro en Anna, missen hem.
Gaandeweg verandert de toon. Ze heeft door dat hij niet terugkomt, hij is te verliefd op die ander. En Vanda schrijft al haar ellende van zich af, de toon wordt wanhopig, verwijtend en boos, en tenslotte gelaten. Op dat moment wankelt de lezer: wie heeft zijn sympathie? De vrouw die verlaten is? Of de man, die alle ellende over zich heen gestort krijgt?


Met deel twee maken we een grote sprong in de tijd. De twee echtelieden zijn bij elkaar, maar het is jaren later. Nu wordt het verhaal verteld door Aldo. Hij rommelt door papieren, maar je weet als lezer dan nog niet wat er aan de hand is. Het zijn terugblikken op zijn huwelijk en de liaison die hij had en hoe dat tenslotte stuk liep. De relatie met vrouw en kinderen werd hersteld, maar dat is alleen voor de buitenwereld zo. Er zal geen rust meer heersen in hun huis.


Hij begint zijn verhaal met de vakantie. Niet alleen wordt dat geen succes, de schrik is enorm als ze thuiskomen: het appartement is totaal overhoop gehaald! Missen ze iets, vraagt de politie? En dat is vreemd: eigenlijk niet. Er is niets weg. Aldo durft niet te zeggen dat hij wel degelijk iets mist, de kostbare spullen zijn er immers allemaal nog. Alleen de kat is verdwenen, maar die zwerft vast ergens buiten, ze zal zich rot geschrokken zijn door de inbrekers.


Deel drie is het verhaal van de kinderen, verteld vanuit de dochter. Dat verhaal werpt een verrassend licht op het voorafgaande. En waar de sympathie van de lezer ligt, nou, dat wordt een lastige kwestie...


De titel komt letterlijk van een gebeurtenis in het leven van de hoofdpersoon. Hij heeft een aparte manier om zijn veters te strikken, en ontdekt, als het leven van zijn gezin al helemaal ondersteboven ligt, dat zijn zoon onbewust deze manier van strikken heeft overgenomen. Bij een ongemakkelijke ontmoeting tussen vader en kinderen, op een moment dat hij hen al enkele jaren niet gezien heeft, confronteert Anna hem daarmee: waarom heeft hij het Sandro wèl geleerd, en haar niet? Zij wil het ook leren!


Het is het verhaal van een gezin dat verscheurd raakt, en hoe ieder gezinslid daarop reageert.  Een prachtige psychologische roman, met een spanningselement erin: want wie zijn die onverlaten die ingebroken hebben?


Er is een voorwoord van de vertaalster naar het Engels Jhumpa Lahiri. Als je dat tevoren leest word je haast bang om het verhaal nog te gaan lezen, zo ontzettend lovend is zij. Laat je niet tegenhouden, het is geen moeilijk te begrijpen verhaal. Als Lahiri aangeeft dat ze er bij meerdere lezingen andere dingen uit distilleerde, dan is dat niet zo vreemd. Is dat immers niet zo bij alle goede boeken, dat een tweede, een derde lezing je andere ervaringen geeft?
Een goed boek is het zeker, het is zeker de moeite waard om nog eens te lezen, maar een gemiddelde lezer leest maar één keer, en deze ene keer levert zeker ook een bevredigende ervaring op! De sfeer is zoals die bij het beroemde toneelstuk: Who is afraid of Virginia Woolf?
Een indringende psychologische roman vol emotie, kwelling en jawel, liefde.


ISBN 9789025451714 | paperback | 176 pagina’s | Uitgeverij Atlas Contact | augustus 2017

© Marjo, 7 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voor je weggaat
Clare Swatman


‘Ik ga naar mijn werk Tot vanavond.’
‘Dag.’ Het klonk bruusk en kortaf. Ze was niet in de stemming voor een praatje en dat wist hij. Dus draaide hij zich om en liep weg.’


Dat was de laatste keer dat ze haar man in leven zag, en zoals dat dan gaat: Zoe heeft er reuze spijt van dat ze niet vriendelijker was. Dat ze hun ruzie niet uitgepraat heeft. Dat ze …


Na de begrafenis moet Zoe pillen slikken om op de been te blijven. Haar leven is uitzichtloos, ze heeft ongelofelijk wroeging, en wordt verteerd door het idee dat ze niet aardig genoeg was. Ze heeft het helemaal verkeerd aangepakt. En toch was Ed haar soulmate. En dan komt ze ten val:


‘Zodra ik wakker word weet ik, zelfs met mijn ogen dicht, dat er iets veranderd is.’


Inderdaad: ze is ineens twintig jaar jonger. Ze ontdekt dat ze bepaalde dagen herbeleeft, dagen die belangrijk waren voor haar en Ed. Soms heeft ze dat niet meteen door, omdat ze soms niet weet welke dag het precies is, en dat op moet maken uit wat er om haar heen gezegd en gedaan wordt. Het zijn de dag dat ze Ed ontmoet heeft, de dag van de eerste kus, de dag van hun eerste ruzie, dat soort momenten die ze nu opnieuw beleeft, terwijl zij in die beleving de enige is die weet dat Ed dood is. Het is niet echt. Maar het voelt zo echt. Wil dat zeggen dat ze de dingen kan veranderen?
Kan ze verhinderen dat Ed die ochtend de deur uitgaat zonder dat hun ruzie uitgesproken is? Kan ze voorkomen dat hij sterft?


Maar als dat niet kan, dan kan ze er in ieder geval wel voor zorgen dat deze nieuwe Zoe liever is voor Ed. De herkansing biedt haar de mogelijkheid om dingen uit te spreken die ze eerder verzweeg. Zich anders te gedragen. En af en toe lijkt het toch of ze zo iets verandert…


Een liefdesverhaal, maar dan anders. In die zin is dit een origineel debuut. Het blijft een zwijmelverhaal, maar daar is niets mis mee, zolang de verhaallijn je blijft boeien. En het is een verhaal over rouwverwerking. Want al beleeft ze het verleden, Zoe is er zich constant van bewust dat Ed er niet meer is als ze echt wakker wordt. Daarom zijn haar herbelevingen dan ook in de ik-vorm geschreven, terwijl het eerste hoofdstuk, die de realiteit beschrijft, in de derde persoon is.
Mooi debuut.

Clare Swatman (Essex, 1975) heeft gewerkt als journaliste en schreef voor diverse vrouwenbladen, waaronder Bella, Best, Woman’s Own en Real People. Voor je weggaat is haar romandebuut.


ISBN 9789400507609 | paperback | 336 pagina's | Bruna Uitgevers | mei 2017
Vertaald door Erica Feberwee

© Marjo, 29 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altReddende engel
Renate Dorrestein


Het lieflijke Limburg waar een toerist een heerlijke ontspannen vakantie kan beleven is het decor van een gothic novel, een donker naargeestig sprookje.


De twintigste roman van Renate Dorrestein voert een vrouw ten tonele die op de vlucht is. Voor zichzelf, want Sabine, de ik-figuur, heeft zojuist haar huwelijk zien mislukken doordat haar man een ander heeft. Ze wil zo ver mogelijk weg van de plek die thuis was, en belandt zodoende in het zuiden van Limburg. Dat ze daar ergens is, weet ze nog net, maar waar precies, dat weet ze niet. Het is slecht weer, het onweert, het is een donkere avond, haar auto stopt er mee – geen benzine – en ze heeft geen idee waar ze is. Ze is in een opwelling vertrokken, en is haar telefoonoplader vergeten.  Als ze een lichtje ziet, en zich gelukkig prijst dat ze zich toch in de bewoonde wereld bevindt, wordt haar hoop al snel de grond in geboord.


‘In de stromende regen stond een jong meisje tegen de berm gedrukt, het natte lange haar om het hoofd gepleisterd. Ik hees me de auto uit, wankel van opluchting omdat ik blijkbaar in de buurt van menselijke bewoning was beland. ‘Dat lukte inderdaad maar net.’ zei ik buiten adem.
Ze antwoordde iets wat verloren ging in een knetterende donderslag.
‘Kan ik hier ergens schuilen?’ riep ik. ’Ik zit zonder benzine.’
’Verderop kunt u keren!’


Sabine is absoluut niet welkom, maar aangezien ze nergens heen kan, vraagt ze toch om de telefoon te mogen gebruiken. Er zijn twee meisjes, alleen thuis blijkbaar. Maman en Ennis zijn naar het ziekenhuis, hoort Sabine, en ze weet zich naar binnen te kletsen.


Voor haar werk is Sabine op zoek naar bijzondere plekken om daar een bed & breakfast van te maken. En op een bijzondere plek is ze zeker! Maar dat ze gebleven is, daar zal ze spijt van krijgen. Het is een eigenaardig huishouden waar ze in terecht komt. Twee jaar eerder is er iemand om het leven gekomen, en sindsdien wordt het gezin door de dorpelingen met de nek aangekeken, zelfs gemeden. Ook Sabine lijkt dat lot beschoren als ze de volgende dag hulp gaat zoeken in het dorp.
Wat is er gebeurd op die boerderij? Wat hebben de dorpelingen tegen de bewoners van Oldenhage?

Langzaam wordt Sabine in de rol van een soort hulpverleenster gedrongen. Ieder lid van het gezin vraagt haar dingen en braaf doet ze het, van chauffeur spelen tot ganzen ophokken. Is dat alleen maar omdat ze haar zinnen heeft gezet op de boerderij? Is het de radeloosheid na het beëindigen van haar huwelijk? De wanhopige behoefte om nodig te zijn?


‘Ik zag ooit een akker, in de Achterhoek geloof ik, waar na de oogst nog één vergeten maiskolf op zijn stengel stond te rammelen in de wind, een bleek, onguur beeld dat zich opeens weer aan me opdrong.
Die overgeschoten kolf, dat was ik.’


Vrolijk word je er niet van, maar dat word je nooit van een roman van Renate Dorrestein. Er hangt meestal een naargeestig sfeertje, een donkere schaduw hang t boven de hoofdpersonen. Zo ook hier.


ISBN 9789057598609 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Podium | september 2017

© Marjo, 17 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet onhandige kind
Alexandre Seurat


Toen Alexandre Seurat in de krant las over de zaak Sabatier, over het kind dat overleed aan de gevolgen van mishandeling, moest hij dit boek schrijven.
Hij noemt zijn hoofdpersoon Diana – een naam die de verdoemenis al over zich afroept, zegt hij – en vertelt over haar leven door middel van getuigenissen van mensen die haar gekend hebben. Haar oma, haar leraressen, schoolhoofden, bureau jeugdzorg, de politie, allerlei mensen vertellen wat hun ervaringen waren met het meisje. Ook haar oudere broertje doet zijn zegje.


Het verhaal verloopt van de eerste voorzichtige verdenkingen tot de niet meer te ontkennen zekerheid, de onrust van de lezer neemt steeds meer toe. Is nu niemand in staat om het kind te helpen? Hoe komt het toch dat iedereen gelooft – of vindt dat ze het moeten geloven – wat de ouders steeds als verklaring geven: ze is gevallen; ze heeft een bindweefselontsteking en door de medicijnen zwelt je gezicht zo op; ze heeft een zwak immuunsysteem, ze is er al voor in behandeling, enz.
Het kind zelf zegt ook steeds: ik ben zo onhandig. Ik ben gevallen. Ik heb me gestoten.

En hoewel de verdenkingen toenemen, is er niemand die echt iets doet. Het kind blijft bij de ouders, blijft continu in gevaar.
Tot ze vermist wordt. Acht jaar is Diana dan, en ze heeft een vreselijk leven gehad.

Er zijn geen beschrijvingen met gruwelijke details, het zijn kort de wederwaardigheden, de observaties van de mensen om haar heen. Behalve het broertje zijn dat allemaal mensen die beter hadden moeten weten. Professionele hulpverleners, onderwijspersoneel, niemand is in staat in te grijpen. Als ze weer eens aarzelen, is het al te laat, dan is het gezin weer verhuisd.

Hartverscheurend is het feit dat mensen liever de verklaringen, hoe ongeloofwaardig ook, van de ouders willen geloven, dan dat ze daadwerkelijk ingrijpen. Ze vergoelijken tegen zichzelf hun onmacht, hun gebrek aan daadkracht.


In 2009 overleed het Franse meisje Marina Sabatier op 8-jarige leeftijd aan de gevolgen van kindermishandeling. Haar ouders hadden haar vanaf haar geboorte stelselmatig fysiek en mentaal mishandeld. De zaak deed veel stof opwaaien. Diverse instanties waren namelijk op de hoogte, maar deden niets. Het meisje heeft de mishandeling nooit toegegeven en haar ouders hadden een dichtgetimmerd verhaal. Hoewel iedereen die erbij betrokken was aanvoelde dat er iets niet klopte, kon het misbruik volgens het OM niet worden bewezen. Marina heeft zelfs een aantal weken in het ziekenhuis gelegen met ernstige open en ontstoken wonden aan haar voetzolen, en is daarna gewoon naar huis gestuurd.

Alexandre Seurat (1979) studeerde literatuur en letterkunde aan de École normale supérieure, en is nu docent Frans aan de universiteit van Angers.
Dit is zijn debuutroman.


ISBN 9789025448448| hardcover |144 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact| februari 2017
Vertaald uit het Frans door Martine Woudt

© Marjo, 9 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altFrankrijk in 50 fragmenten
Caspar Visser ‘t Hooft


Dit boek is totaal anders dan ik tot nu toe gelezen heb van Caspar Visser ’t Hooft.
In plaats van een sfeervolle roman, die de wereld beschouwt in een enigszins gedragen stijl, lezen we nu kleine stukjes tekst over zeer diverse onderwerpen. Fragmenten, inderdaad.


Nelleke Noordervliet raadt het aan in haar voorwoord: ga naar Frankrijk zonder vooroordelen, ga met de Fransman om zonder verwachtingen. Dan pas zul je Frankrijk en de Fransen kunnen leren kennen zoals ze zijn. Want, zoals ook in een van de fragmenten wordt verteld: de Fransen arrogant? Dat is een vooroordeel dat snel ontzenuwd moet worden! In enkele stukjes die je in dit boek tegenkomt, lees je hoe natuurlijk ook de Fransman zijn vooroordelen heeft ten aanzien van Nederlanders. Zoals iedere thuislander de buitenlander bekijkt. Het is een menselijk trekje. Maar Caspar Visser ’t Hooft woont al ruim 25 jaar in Frankrijk, waar hij meerdere malen is verhuisd. Enthousiast vertellen over zijn tweede thuisland mag hij dus zeker.


En zo lezen we stukjes over zijn ervaringen, over dingetjes die hij meemaakt, waarbij de Franse literatuur aan bod komt, de geschiedenis van het land en natuurlijk de Franse gewoonten, die toch wel anders kunnen zijn dan de onze. Ook de Franse keuken komt aan bod.
Sommige dingen kunnen de lezer misschien bekend voorkomen, maar er waren toch wel wat dingen die ik zelf niet wist. Dat de boeken van Philippe Claudel wel degelijk de moeite waard zijn om te lezen, ja, dat had ik de heer Visser wel kunnen vertellen. Maar de feiten over Le Cimade en de film ‘La colline aux mille enfants’ en dat Sarah Bernhardt van Nederlandse komaf is, daar had ik geen idee van.


Het bijna laatste stukje vind ik het mooiste. Hier vind je de sfeer van het Franse land terug, waar de toerist even niet zijn stempel drukt op de omgeving.

‘Ze zijn allemaal naar het spektakel gegaan, beneden, op de grote parking. Op die plek hebben ze een halfrond tribune neergezet. Voor de toeschouwers. Het toneel staat opgesteld onder de oude stadsmuur. (-) Ik kijk naar de zwaluwen die er doorheen scheren, krijsend, en ik zeg: ‘Gaan jullie maar. Ik heb zin om gewoon wat door het stadje te lopen.’’


En dat doet hij, hij loopt door het stadje met zijn dagelijkse geluiden, en kijkt naar de kenmerkende elementen. Kijken, luisteren, de wereld om je heen gewaar worden, zonder gestoord te worden – nauwelijks tenminste – door menselijke aanwezigheid.


‘Wat ik zie, wat ik hoor? De zwaluwen natuurlijk. Die hadden mij op mijn kleine wandeling overal begeleid. Zelfs in die smalle steeg naar boven. Wanner ik opkeek, zag ik ze tussen de overhangende gevels, in de spleet blauw, in een flits langs schieten. Fluit-krijsend. Steeds hoger en hoger, waar de lucht nog in de zon ligt. Maar – wat is dat? Wat daar in de duisterschemer onder een paar cipressen beweegt? Een grillige kriskrasbeweging. Een vleermuis? Af en toe bereiken flarden van applaus mijn oor, of een blikken stem uit een luidspreker.’


Mooi, net als veel andere stukjes, Iedere lezer zal zijn eigen voorkeur hebben, er is een grote diversiteit.


Frankrijk op zijn ‘Franst’.

ISBN 9789461851932 | Paperback | 215 pagina's | Uitgeverij Grenzenloos | februari 2017

© Marjo, 4 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBitterdagen
Peter Lenssen


‘Kijk naar de sombermensen rond de tafel. Ze weten dat ik het niet lang meer maak. Ze weten dat de dood, die burleske vrek, zijn handen strekt. Als ik onder de krachten van die krent bezwijk, zullen ze zich kalm verheffen de stoelen achteruit schuiven en de keuken verlaten. Zij bestaan omdat ik besta. Zij lachen omdat ik lach. Zij zijn zwaar op de hand omdat ik dat ben. Na mijn dood is het onherroepelijk afgelopen. Niet alleen met mij, maar ook met hen.’


Sjef Sonneschein was twaalf toen zijn idyllische leven verstoord werd door de inval van de Duitsers, die hij van nabij meemaakte. Hij woonde namelijk vlakbij de grens met Duitsland, in Heerlen. Op drie uur lopen van Aken, weet hij heel goed, want toen hij nog maar zes jaar oud was liep hij met zijn vader mee om de Dom te zien. Daar lag de kiem van zijn carrière: hij werd geschiedenisleraar.

Nu slijt hij zijn dagen eenzaam, alleen met twee honden, en overziet zijn leven, in de wetenschap dat zijn dagen zijn geteld. Het was een leven dat op zijn tijd heus wel mooi en prettig leefbaar was, maar altijd was er op de achtergrond de schaduw van het verleden: de ongelukken in de mijnen, de wreedheden van de oorlog en de belevenissen van de mensen die belangrijk voor hem waren. Ook al maakte hij hetgeen zij beleefden niet zelf mee, hij heeft hun leven als het ware ingelijfd in zijn eigen geest. 


In een warreling van hallucinaties, dromen, maar ook echte herinneringen en flashbacks, lezen we over de in hun ogen spannende avonturen die hij met zijn vriend Matti beleefde in het open Limburgse landschap. Over de voettocht naar Aken en de openbaringen die hem daar overkwamen, over de inval van de Duitsers, en alle aspecten van de vijf jaren die volgden (Jodenvervolging, zinloos geweld door Duitse soldaten, NSB-ers, bombardementen). Over de mijnen, waar vele mannen de dood vonden, inclusief Sjefs vader. Over de liefde van zijn leven, zijn vrouw Jeanne die hij na de officiële begrafenis in een door haar zelf gewenst graf in het bos legde, met het gezicht naar het oosten, zodat ze altijd de zonsopgang zou zien. Over Sjors, een oudere vriend die hem vertelde over Nederlands-Indië, waar hij niet overheen kon komen.


Hoe heeft Sjef de ballast van al deze jaren kunnen dragen? Waar haalde hij zijn kracht vandaan? Misschien doordat hij aan de kant bleef, is zijn conclusie. Maar heeft hij daar goed aan gedaan? Al zijn geliefden zijn omgekomen, en ze hebben niet zoals hijzelf een lang leven mogen hebben. Doordat zij weggevallen zijn (maar er is een zoon met wie er geen contact is) slijt hij zijn dagen in eenzaamheid, met zijn honden en het drugsverslaafde hoertje Mounia. Zij komt en gaat en zorgt een beetje voor hem.


Het verhaal wordt verteld zoals in het zijn hoofd opkomt. Hij springt in de tijd, vertelt over eigen herinneringen en die van een ander. Over zijn eigen rol in de verhalen. Had hij het anders moeten doen? Worden zijn dromen, nachtmerries ook, veroorzaakt door hoe hij gereageerd heeft? Zijn twijfels, en zijn bitterheid leidt tot een verrassende apotheose na een veelbewogen leven.


Deze lijvige roman leest traag. In scherpe en rake zinnen schetst Peter Lenssen het leven van zijn hoofdpersoon. Soms in een staccatostijl, dan weer volzinnen. De lezer moet zelf maar uitmaken of wat verteld wordt een heldere herinnering is, of juist een waan.


‘Herinneren is een bric-à-brac van geheugenflarden, geschiedenisweetjes, valse heroïek en persoonlijk failliet. Wat was werkelijk? Wat werd later toegevoegd? Hoe valt die janboel te ontwarren? Sommige dingen zijn haarscherp gesneden, andere in de tijd vervormd en verdwenen. En dan nog: wat is waar? Wat is echt gebeurd? Kan iets echt gebeurd zijn?’


Drie scenes zijn er waarin de schrijver gebruik maakt van een onvoltooid verleden tijd. Zijn dit de kernervaringen van Sjef?
De eerste is als zijn vader hem ruw duidelijk maakt dat zijn grote held Karl May een verzinsel is; de tweede als hij met zijn moeder mee gaat, die probeert er achter te komen wat er precies met haar man gebeurd is en waar hij gebleven is. En de derde is Sjefs laatste bezoek aan zijn vriend Sjors, in de inrichting voor geesteszieken.


Omdat hij geboren en getogen is in een dorp bij Heerlen kent Peter Lenssen (1957) de omgeving en de geschiedenis, zoals hij die verwerkt heeft in deze prachtige roman. Vijfentwintig jaar geleden verscheen zijn debuut 'Toplöss/Mijnverdriet'. 'Bitterdagen' is zijn tweede grote roman over Zuid-Limburg. Een fantastische en indrukwekkende roman die veel meer bekendheid zou moeten krijgen dan er tot nu toe is. Want deze roman vertelt over de Mens in al zijn facetten, in dit geval tegen de achtergrond van het verleden van Limburg, maar het is wat er altijd en overal gebeurde en gebeurt.
Het is het Leven.


ISBN 9789062659562 | Paperback | 404 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | april 2017

© Marjo, 28 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe witte kamer
Jan Schurgers


De witte kamer vormt het decor van het verhaal. Naarmate duidelijk wordt waarom de hoofdpersoon zich daar bevindt, wordt de kamer minder wit. Maar het uitzicht door dat kleine raampje blijft hetzelfde.


Aanvankelijk heeft onze hoofdpersoon geen idee waar hij zich bevindt of waarom. Maar zijn geheugen komt langzaam terug, enigszins geholpen door de visites van een raadsman. Af en toe komt er iemand anders mee, en dan stellen ze hem vragen. Ze zijn bezig met het uitpluizen van het verleden van de man, die al snel weer weet dat hij een drinker is. Een alcoholist is hij, en het gedwongen afkicken valt niet mee. Maar naarmate hij helderder wordt, komt zijn geheugen terug en denkt hij terug aan zijn jeugd en aan wat waarschijnlijk de reden is dat hij zich daar in die kamer bevindt.

Hij was de oudste in een gezin met twee kinderen. Zijn jongere zusje is omgekomen bij een dramatisch ongeluk, waar zijn moeder haar enige zoon de schuld van gaf. Ze zei tevoren al tegen hem dat hij een ramp was, omdat hij geboren was op 1 februari 1953, de dag van de Watersnood. Misschien was dat toen nog enigszins schertsend bedoeld, maar na het overlijden van Alida keek ze hem met de nek aan. Hij was niets waard, een lastpost en zo behandelde ze hem ook. Helaas voor de jongen was zijn vader niet bij machte daar verandering in te brengen. De man keek zijn vrouw naar de ogen en wilde het liefst alles wat ze deed goedkeuren. Dus, zo bekende hij jaren later, wilde hij het niet opnemen voor zijn zoon. Hij zweeg,
De jongen groeide op in een harde wereld. Zijn ouders hadden een slagerij, waar nog door de slager zelf geslacht werd. Toen de jongen op school niet echt mee kon komen, werd hij thuisgehouden en moest hij de dieren die gekocht waren doodschieten.


Een triest verhaal, maar geen reden om in deze instelling te zitten waar hij blijkbaar niet uit mag.
Wat heeft hij gedaan? Waarom krijgt hij bezoek van een raadsman?
Wat was er zo erg dat hij het verdrinken moest in de alcohol?


Pas in de loop van het verhaal waarin heden en verleden elkaar afwisselen wordt duidelijk wat de misdaad was, en wat het motief. De dader – als hij de dader is – hebben we al. En dan rest een belangrijke vraag: is deze man dader of slachtoffer? Wat is de conclusie van de lezer?


Een aparte thriller. Zo wordt het boek genoemd, een thriller. Maar al is er wel een spanningsboog – je wilt tenslotte wel weten wat hij gedaan heeft – is die niet zo sterk dat het een thriller is. Meer een psychologische roman, waarbij het verhaal geheel verteld wordt door de man die verondersteld wordt een dader te zijn. Er zijn enkele prachtige beelden in dit boek te vinden: de jongen die Franciscus van Assisi als zijn voorbeeld ziet moet dieren doodschieten. En die kever in zijn kamer, hij kan het niet over zijn hart verkrijgen het dier dood te trappen.

Jan Schurgers (Valkenburg, 1946) is onderwijzer. Zijn romandebuut was in 1986: ‘de Ondergang’.

ISBN 9789079226344 | paperback | 188 pagina's | Leon van Dorp | januari 2017

© Marjo, 8 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe jacht
Hans Galesloot


Martha Rosenthal is kunsthistorica, en werkt bij de eveneens Joodse Goudstikker. Als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt, vertrekken Goudstikker en zijn vrouw naar Amerika. Martha zorgt samen met de bedrijfsleider nog een tijd voor de galerie, en haar ouders denken - zoals vele joden in het begin van de oorlog dat dachten - dat het allemaal wel mee zal vallen, maar dat is gerekend buiten de aanwezigheid van polizeiführer Rauter, een Oostenrijkse SS-er.


Hij zet zich vol overtuiging in voor de deportatie van de Joodse Nederlanders naar concentratie- en vernietigingskampen. Hij zet zijn medewerkers aan om steeds meer mensen op te pakken, er moeten quota gehaald worden.
De vriend van Martha duikt onder, evenals haar zwager. Haar ouders melden zich en belanden in kamp Westerbork. Als de grond te heet onder hun voeten wordt duiken ook Martha en haar zus onder.


Een van de jodenjagers is Jan van de Laan. Hij is een bekende van Martha; als vrijwel ongeletterde Amsterdammer kwam hij bij haar in de lesgroep voor analfabeten, werd verliefd op haar. Ze vond hem een aardige jongen, maar had al een vriend. En Jan trouwde met Agnes, die later overleed aan tbc met achterlating van twee jonge kinderen. Jan is geen jodenhater, maar heeft geen werk en moet voor zijn kinderen zorgen. En gaandeweg stompt hij af. Het doet hem allemaal niet zoveel meer, en doet zelfs mee aan de ruwe en mensonterende behandeling die Joden krijgen. Tot hij Martha, die al enkele keren moest verhuizen omdat ze verraden bleek, ontdekt, en haar gaat helpen. Hij is nog steeds verliefd.


Via haar pianolessen heeft Martha Inez en haar man Jacob leren kennen. Jacob is bij de politie, en is van mening dat de nieuwe machthebber gehoorzaamd moet worden. Bevelen moeten opgevolgd worden. Maar, verzekert hij zijn vrouw: hij helpt zelf niet mee aan het oppakken.
Dat is evenwel een leugen.


Deze drie personen, Martha, Jan en Jacob zijn de personages met wie de verschillende kanten van de oorlog belicht worden, in een menselijke benadering.
Ook schuldigen zijn slachtoffers van de tijd en omstandigheden. Zelfs de gemeenste misdadiger heeft zijn gezin lief, en het meest onschuldige slachtoffer is evengoed in staat tot pijn veroorzaken.
Er is een interessante bijrol voor de meestervervalser Van Meegeren.


Echt nieuwe feiten komen in dit boek niet naar voren, maar laten zien dat zowel slachtoffers als daders menselijk zijn, kan geen kwaad. Tenslotte is was en is de wereld niet zwart-wit, maar heeft het leven alle tinten grijs.
Het boek leest vlot, maar het is geen boek voor degenen die de feiten niet echt kennen, wie meer wil weten zal zelf op zoek moeten.


Hans Galesloot (1953) woont en werkt in Haarlem. Hij is de schrijver van 'Mevrouw Majesteit' over het hofconflict tussen Bernhard en Juliana en schreef televisieseries voor de Nederlandse en de Duitse televisie.


ISBN 9789492241177| paperback | 320 pagina's | Magonia | maart 2017

© Marjo, 31 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Klein land
Gaël Faye


Ik dacht uit mijn land te zijn verbannen. Maar toen ik terugkeerde over de sporen van mijn verleden begreep ik uit mijn kinderenjaren te zijn verbannen. Wat me nog veel wreder lijkt.


Al op de eerste bladzijde van dit boek borrelde een gevoel van verrukking in me op dat ik alleen ervaar als ik een heel bijzonder boek in handen heb. Een pareltje. Er zijn veel mooie boeken maar sommige boeken steken met kop en schouders boven de rest uit. Dit is zo’n boek. Het is geschreven vanuit het hart en met een prachtig gevoel voor taal. Auteur (én zanger, rapper en singer-songwriter) Gaël Faye baseerde dit indringende verhaal over de burgeroorlog in Rwanda op ervaringen uit zijn eigen jeugd.


Hoofdpersoon Gabriel woont tegenwoordig in Frankrijk maar hij groeide op in Burundi, waar hij met zijn Franse vader, Rwandese moeder en zusje Ana in een gerieflijke expatbuurt woonde. In 1992 is Gabriel tien jaar. Hij leidt een onbezorgd leven en speelt veel met zijn vriendjes buiten. Toch merkt ook hij dat de gemoedelijke sfeer in Burundi verandert. Ineens doet het ertoe of je een Hutu of, net als Gabriels moeder, een Tutsi bent. Het is voor de jonge Gabriel moeilijk te begrijpen waarom dat van belang is.


‘Is er een oorlog tussen de Tutsi en de Hutu omdat ze niet hetzelfde grondgebied hebben?’
‘Nee, dat is het niet, ze hebben hetzelfde land’
‘Eh… omdat ze niet dezelfde taal hebben, dan?’
‘Nee hoor, ze spreken dezelfde taal.’
‘Omdat ze niet dezelfde god hebben, dan?’
‘Nee hoor, ze hebben dezelfde god.’
‘Maar… waarom voeren ze dan oorlog tegen elkaar?’
‘Omdat ze niet dezelfde neus hebben.’


Terwijl de onrust in Burundi, en vooral in buurland Rwanda, toeneemt, wordt de sfeer in huis ook steeds minder prettig. De relatie van Gabriels ouders staat op springen en uiteindelijk vertrekt zijn moeder. Terwijl niets meer is wat het eens was, probeert Gabriel zich wanhopig aan zijn kind zijn vast te klampen. De steeg waar hij met zijn vriendjes speelt, moet verstoken van oorlogen en huwelijksproblemen blijven. Daar moet het niet uitmaken of je Hutu, Tutsi, blank, zwart of karamelkleurig bent. Alle mensen, en kinderen helemaal, zijn immers gelijk. Toch wordt ook de sfeer in zijn geliefde steeg steeds grimmiger. De oorlog en de haat ontzien niemand en strekken hun armen dwingend naar de onschuldige kinderen uit.


In Rwanda barst de bom als eerste. Mensen veranderden in monsters en richten een waar bloedblad aan. Een genocide. Gabriels moeder maakt zich, terecht, grote zorgen om het welzijn van haar familie. Mensen worden vermoord alsof het waardeloze prullen zijn. Het is een grote verschrikking en het geweld is niet te temmen. Terwijl in Rwanda alle menselijkheid uitgewist lijkt te zijn, sijpelt het geweld door naar Burundi. Zelfs de steeg waar Gabriel eens zo heerlijk onbezorgd met zijn vriendjes speelde, verandert in een oorlogsgebied en ook de zachtaardige Gabriel levert een deel van zijn menselijkheid in.


Ik wil geen monteur meer worden. Er valt niets meer te repareren, niets meer te redden, niets meer te begrijpen.


Het is nauwelijks te geloven dat Klein land een debuut is. Het is in een prachtige stijl en heel invoelend geschreven. Juist omdat het verhaal door de ogen van een kind wordt beschreven, wordt extra benadrukt hoe afschuwelijk, zinloos en ronduit belachelijk het is om mensen puur en alleen vanwege hun afkomst te haten. We zouden wereldwijd een voorbeeld aan de kinderen die eens zo onschuldig in de steeg speelden moeten nemen en elke volwassene op deze planeet zou alles op alles moeten zetten om ervoor te zorgen dat er altijd voor elk kind een veilige steeg beschikbaar zal zijn. Gaël Faye heeft mij geraakt en dit verhaal zit stevig in mijn geheugen verankerd. Lees dit boek. Lees en geniet van het prachtige taalgebruik. Lees en leer van fouten die nooit meer gemaakt mogen worden. Mensen horen thuis op de plek waar hun hart zich bevindt. Wie zijn hart moet achterlaten, zal zich nooit meer compleet voelen.


Ik slinger tussen twee oevers, dat is de ziekte van mijn ziel. Duizenden kilometers scheiden me van mijn leven van vroeger. Het is niet de aardse afstand waardoor de reis lang wordt, maar de tijd die is vergleden.


ISBN 978904883707 | ebook| 163 pagina's | Hollands diep | september 2017
Vertaald door Liesbeth van Nes

© Annemarie, 22 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet dameskoor van Chilbury
Jennifer Ryan

Nadat in september 1939 Hitler Polen binnenviel, verklaarde Groot-Brittannië samen met Frankrijk de oorlog aan Duitsland. Dat was het moment waarop de Britse mannen gemobiliseerd werden. Ook in het dorpje Chilbury in Zuid-Engeland vertrekken de mannen. Als de eerste dorpsgenoot in een gesloten kist terugkeert, verschijnt er een briefje op het prikbord van het dorpshuis:


‘Aangezien alle mannelijke koorleden in het leger dienen zal ons dorpskoor dinsdag, na de begrafenis van gezagvoerder Edmund Winthrop, worden opgeheven.’


Dit zint de dames helemaal niet. Alsof zij niet meer kunnen zingen zonder de mannen. Is het niet juist harder nodig dan ooit dat er gezongen wordt? Ondanks de tegenstand - want ‘dit hoort niet’ – komen de dames onder leiding van Mrs Tilling toch bij elkaar, en ze zingen dat het een lieve lust is.  Ook als hun mannen gewond terugkeren na de eerste nederlaag op de Franse kust. Ook als hun mannen de dood vinden. Ze blijven zingen…


Al snel blijkt dat de vrouwen niet de zwakke onderdanige schepsels zijn zoals hun mannen hen graag zien. Vooral voor brigadegeneraal Winthrop, de vader van de omgekomen militair, waarmee alles begint, is het een doorn in het oog: de vrouw is alleen maar goed voor de keuken en in bed, vindt hij, en hij ziet met lede ogen toe hoe ook zijn eigen dochters, Venetia en Kitty, hun hart verliezen aan het zingen. Hij vindt het leven toch al zo moeilijk: hij is zijn erfgenaam kwijt, want vrouwen kunnen het landgoed niet erven. Gelukkig is zijn vrouw zwanger. Maar zal de nieuwe telg wel een jongen zijn?


Er komt een vreemde in het dorp, een kunstschilder. Nog een heikel punt voor de brigadegeneraal, al duurt het even voor hij ontdekt dat zijn oudste dochter tot over haar oren verliefd is op deze ongure snuiter.
Venetia is nogal een verwend nest, zij is het mooiste meisje, de koningin van het dorp, en denkt zich alles te kunnen permitteren. Deze verliefdheid is voor haarzelf ook een verrassing. Haar ouders zien het liefst dat ze trouwt met Henry, maar daar zit zus Kitty in de weg, zij heeft zelf een oogje op Henry.


Dit zijn de twee kernpunten van het verhaal: de zwangerschap van Mrs Winthrop en de verliefdheid van Venetia en die van haar zus. Twee elementen die nogal wat gevolgen hebben, waar andere mensen bij betrokken raken. Dat zorgt voor veel drama. En dan wordt hert dorp ook nog gebombardeerd...


Het verhaal dat loopt van 24 maart 1940 tot 6 september van dat zelfde jaar wordt verteld door verschillende vrouwen – en heel af en toe een mannelijke stem. Mrs Tilling komt via haar dagboek in het verhaal, en de andere dames schrijven brieven.  Zo worden de wederwaardigheden van dat eerste oorlogsjaar beschreven, hoe het leven in het dorp gewoon doorgaat, terwijl het wel degelijk flink wordt geraakt door deze oorlog. Het dameskoor houdt hen bijeen, geeft hen kracht, en vormt de achtergrond van hoe vrouwen in de oorlogsjaren laten zien dat het zogenaamde zwakke geslacht heel wat meer in de mars heeft.


Het lijkt een gewoon romantisch verhaal, over de ditjes en datjes van het dorpsleven, over liefde, over jaloezie en vriendschap. Maar het is vooral het verhaal van wat oorlog doet met een bevolkingsgroep waarvan algemeen aangenomen wordt dat ze zich zonder de mannen niet kunnen staande houden. De kracht van de vrouw, de emancipatie, dat is de kern van deze mooie debuutroman, waarin ook vooroordelen en standsverschil aan de orde komen.


Jennifer Ryan groeide op in Kent en werkte een aantal jaren in Londen in de uitgeverswereld, voordat ze met haar gezin naar Washington, D.C. vertrok. Haar korte verhalen verschenen in meerdere literaire bladen. In 2015 ontving ze de John Hopkins Outstanding Graduate Award. Het dameskoor van Chilbury, haar debuutroman, is gebaseerd op de verhalen van haar grootmoeder over diens oorlogsjaren in Engeland.


ISBN 9789044349191 | paperback| 464 pagina's | Uitgeverij The house of the Books| april 2017
Vertaald uit het Engels door Catherine Smit

© Marjo, 16 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHoe alles moest beginnen
Thomas Verbogt


‘Soms legde mijn moeder een hand op mijn schouder, tijdens het ontbijt wanneer ze was opgestaan om iets van het aanrecht te pakken, altijd als we ergens alleen waren, nooit met mijn vader of zusjes erbij.
Ik denk aan haar hand nu ik haar hoor zeggen: ‘Zullen we met alles opnieuw beginnen?’
Ze zegt het weer, ja.’

In hoeverre de hoofdpersoon in zijn verhalen overeenkomt met de schrijver is mij onbekend, maar in ieder geval is de boekfiguur Thomas iemand die de lezer al vrij goed kan kennen.
De romans beslaan steeds een kleine periode in zijn leven; als je de verhalen in elkaar past blijft het geloofwaardig als zijnde één leven, ook al beleeft menigeen niet alles wat beschreven wordt.
In Hoe alles moest beginnen draait het om een prille jeugdliefde die abrupt ten einde kwam omdat de ouders van het meisje in kwestie, Licia, naar Italië vertrokken. Had zij zijn Grote Liefde kunnen zijn? Zou hun hechte vriendschap hebben kunnen uitgroeien tot een verbond voor het leven?


Het houdt Thomas nog altijd bezig, ook al is hij door gegaan met zijn eigen leven. Enkele brieven werden nog geschreven, toen was het voorbij.
Er zijn vier periodes waarin Licia en Thomas contact hebben, overeenkomend met de vier delen in het boek. Na de verhuizing is de eerste periode voorbij. Beiden zijn dan twaalf jaar.


Als ze twintig zijn komen ze elkaar weer tegen. Thomas is naar Italië gereisd voor een feest. Hij verkeert in de nogal naïeve veronderstelling dat Licia, net als hij op haar, altijd op hem gewacht heeft. Dat er niets veranderd is in hun relatie. Natuurlijk is dat niet het geval: Licia is een volwassen vrouw, heeft haar eigen keuzes gemaakt en nee, ze zit helemaal niet te wachten op haar vriendje van vroeger.


Hun ontmoeting eindigt in teleurstelling, en even wordt duidelijk dat het een verhaal is dat achteraf verteld wordt. Terwijl vrijwel het hele verhaal in de directe vorm van de tegenwoordige tijd staat, is hier ineens een stukje dat begint met ‘Toen maakte ik een fout.’ Het gebeurt nog een enkele keer dat we een zo’n ‘achterafje’ te lezen krijgen, een opmerking vol spijt, een ‘Hoe alles had moeten beginnen’.


De derde periode speelt zich af in Duitsland. Thomas hoort haar stem in een nieuwsitem en denkt dat ze hulp nodig heeft. De band is voor hem nog zo sterk dat hij haar gaat zoeken. Een tweede teleurstelling, al was hij daar nu meer op voorbereid. Maar ook wacht hem een verrassing.


In de laatste periode zijn hun levens tot rust gekomen, ze zijn ouder geworden, Licia is terug in de stad waar alles begon, Nijmegen. De titel van het laatste hoofdstuk is veelzeggend: ‘Het had niet anders kunnen zijn.’Deze opnieuw hartveroverende roman met zijn prachtige taal, in Verbogtstijl verdient een plaats hoog op alle lijsten, van leeslijst op middelbare school tot lijst met prijswinnende boeken!
De manier waarop Verbogt de twee levens samenweeft roept een melancholie op. Je gaat zelf ook denken: wat als ik dit of dat anders had gedaan?

Maar het leven verloopt zoals het verloopt. Keuzes worden gemaakt in bepaalde omstandigheden, en je kan nu eenmaal niet in de toekomst kijken, zodat je had kunnen weten wat het beste was geweest. En opnieuw doen? Dat kan niet. Verbogt (1952) schrijft al dertig jaar, vooral verhalenbundels en romans, maar ook columns. De laatste twintig jaar verschijnen die columns in De Gelderlander, die verschijnt in de streek waar de in Nijmegen geboren Verbogt vandaan komt.


ISBN 9789046822906 | Hardcover | 268 pagina's | Uitgeverij Nieuw-Amsterdam | augustus 2017

© Marjo, 6 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altAurore
Marco Kamphuis


We gaan meer dan honderd jaar terug in de tijd: het is 1880.


Jules Fabre komt aan in Parijs om er medicijnen te gaan studeren. Tot zijn geluk vindt hij supersnel een kamer. Hij trekt in bij de uitvinder Dieulafoy, waar hij alle vrijheid heeft behalve dat de kelder, waar het laboratorium is van de uitvinder, verboden gebied is.
Er woont nog een student, en er is een huishoudster. Die vraagt of hij ontbijt op bed wil. Eigenlijk wil Jules dat afslaan, maar dat hoort niet tot de mogelijkheden. En de volgende ochtend staat er een bloedmooi meisje in zijn kamer. Maar ze is net zo zwijgzaam als mooi, dus het duurt een paar dagen voor Jules ontdekt dat ze de dochter des huizes is, en Aurore heet. Het lijkt wel alsof ze haar omgeving niet opmerkt. Ze reageert tenminste nauwelijks op de avances van Jules.


Haar gedrag is wel vreemd, maar Jules is druk met andere dingen. Hij moet zijn best doen op zijn studie, alles wordt betaald door de familie, en die hebben het niet rijk. En de colleges zijn heel interessant. Bijvoorbeeld die van professor Brochard, die zijn hysterische patiëntes onder hypnose tot instrumenten van zijn wil maakt. Dat zet Jules aan het denken. Is Aurore misschien ook een hysterica?
Intussen komen er slechte berichten van het thuisfront. De brieven van zus Lucille vertellen over de snelle achteruitgang van hun vader. Het zet Jules nog meer onder druk. En daar is nog de vriendin van zijn huisgenoot, een hoertje dat toenaderingspogingen doet.


Veel van wat er gebeurt, is duidelijk voor de lezer, maar niet voor de personages. Dat de vader van Jules snel wegglijdt in de ziekte van Alzheimer bijvoorbeeld, en wat er met het meisje Aurore aan de hand is. Marco Kamphuis verduidelijkt evenwel niets. Het verhaal doet aan als een gothic novel denken, vanwege professor Dieulafoy, die van de universiteit blijkt te zijn gestuurd. Waarom precies? En wat heeft Jules te maken met de moorden die in Parijs plaatsvinden? Ook hier kan de lezer de feiten invullen.


De tweespalt waar Jules mee kampt: aan de ene kant Parijs waar hij zijn studie moet volgen en waar van alles gebeurt zonder dat hij weet wat hij er mee moet, en aan de andere kant de brieven van zijn zus. Haar brieven staan in het boek, terwijl de rest dagboeknotities zijn van Jules die eigenlijk schrijver wilde worden.

Doordat je zelf moet invullen, door het negentiende-eeuwse naargeestige Parijse sfeertje is dit een boeiend verhaal.


ISBN 9789028425996 | Paperback | 160 pagina's | Wereldbibliotheek| september 2014

© Marjo, 2 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Hool
Philipp Winkler


In dit boek vertelt Heiko Kolbe over z'n leven als voetbalhooligan en fan van Hannover 96.

Het verhaal begint met een afgesproken gevecht met supporters van Keulen en we ontmoeten de belangrijkste figuren: Axel (de oom van Heiko, die een vechtsportschool heeft, waar Heiko als een soort manusje van alles werkt, en die de leiding van de groep heeft.), Jojo, Kai en Ulf. Gaandeweg zien we in het boek de wereld rond Heiko veranderen. De vader van Heiko, Hans, is na een arbeidsongeval gevlucht in de drank, de moeder van Heiko is al heel lang geleden verdwenen, vermoedelijk omdat ze het drankmisbruik van haar man niet meer aankon. De vriendin van Heiko is gevlucht in de drugs en Manuela, de zus van Heiko besluit uiteindelijk het ouderlijk huis te verlaten om te studeren.

Heiko zelf woont bij Arnim in huis, voor wie hij de dieren verzorgt, als Arnim zelf niet beschikbaar is. Arnim is een zeer dubieuze figuur, die in een boerderijtje in het bos woont en dierengevechten organiseert. De dieren die Heiko zo nu en dan moet verzorgen zijn 2 vechthonden en een oude halfblinde gier, die Siegfried heet. De dieren worden gehouden in omstandigheden waarvoor een dierentuin ogenblikkelijk gesloten zou worden. Arnim heeft ooit 10 jaar in de gevangenis gezeten wegens moord op een dierenarts. Dit was een vergissing, want z'n baas had hem de opdracht gegeven de boer te vermoorden.

De sportschool van oom Axel is ook een plaats waar schimmige zaakjes worden gedaan. Natuurlijk worden er anabole steroïden verkocht en er lopen ook Hells Angels rond. Vermoedelijk vindt er ook handel in andere drugs plaats. Al met al ook geen omgeving om een fatsoenlijk leven op te bouwen.
In het ouderlijk huis van Heiko woont ook Mie, een Thaise vrouw. Op een gegeven moment wordt Hans opgenomen in een kliniek om van de drank af te komen en Heiko moet dan voor de duiven van z'n vader zorgen.

Het verhaal wordt vrij fragmentarisch verteld, waarbij er sprongen in de tijd gemaakt worden. Je leert Heiko beter kennen en hoewel je het niet met z'n keuzes in het leven eens wordt, ga je misschien toch een zekere sympathie voelen voor de jonge man wiens leven min of meer mislukt is. Z'n bestaan als hooligan is eigenlijk alles wat hij heeft, maar z'n maten nemen daar steeds meer afstand van. Kai, die op een gegeven moment zwaar gewond in het ziekenhuis is beland en later ook ernstige schade aan z'n ogen blijkt te hebben, wil een practicum in Londen bij de Deutsche Bank gaan doen. Jojo vindt dat hij het goede voorbeeld moet geven aan het jeugdelftal dat hij traint en Ulf heeft na de laatste gebeurtenissen met Kai ook wel genoeg van het hooligan gedoe. Alleen voor Heiko lijkt er geen alternatief te zijn. Hij hoopt z'n oom op te kunnen volgen als baas van de troep.

Het verhaal wordt in korte zinnen uit de doeken gedaan en lijkt een beetje onbevredigend af te lopen, want hoe gaat het nu verder met Heiko? Je kunt het einde misschien ook een beetje zien als het einde van een van een western, waarin de protagonist eenzaam op z'n paard in de verte verdwijnt.


ISBN 99789048838172 | paperback | 281 pagina's | Uitgeverij Lebwoski | mei 2017
NUR 302 | Vertaald door Anne Folkertsma en Izaak Hilhorst

© Renate, 25 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER