Nieuwe boekrecensies

altNiemandsland
Simon Tolkien

‘Piekeren had geen zin. Ze waren piepkleine radertjes in een reusachtige machine en wat erin het verschiet lag, daar konden ze niets aan veranderen.’


Dit lijvige boek vertelt het verhaal van Adam Raine, vanaf het begin van de twintigste eeuw tot ongeveer 1920.
Adam groeit op in een arme wijk van Londen, waar zijn ouders moeite hebben de touwtjes aan elkaar te knopen. Dit is mede te wijten aan zijn vader, die een van de eerste socialisten is en niet bereid om voor een hongerloon te kruipen voor een rijke werkgever.


Als zijn moeder overlijdt, neemt zijn vader hem mee naar het kolenmijnstadje Scarsdale in Yorkshire. Hij hoeft niet de mijn in, maar werkt wel voor de mijneigenaar Sir John Scarsdale. Adam is een buitenbeentje: zijn vader wil dat hij naar school gaat, Latijn en Grieks leert, terwijl zijn leeftijdgenoten de mijn in moeten. - Het is de tijd waarin arbeiders niet meer zonder morren alles doen voor een paar centen, en de gemoederen lopen hoog op. Stakingen en onlusten leiden tot een dramatische gebeurtenis. -


Intussen is Adam verliefd geworden op de mooie dochter van de dominee, maar zij ligt vanwege het gebruik van rang en stand buiten zijn bereik.
En het wordt 1914. De oorlog breekt uit. En masse melden de jonge mannen zich aan, deels uit een soort bravoure, deels ook in een poging een beter leven te verkrijgen. Ook Adam kan er niet onder uit. Maar tevoren bekennen hij en Miriam elkaar hun liefde.


Dan volgt een episode waarin de oorlog beschreven wordt. Adam bevindt zich bij de Somme, bij de eerste grote veldslag. Één troost is er: hij is in het gezelschap van de jongens die zijn kameraden waren: Ernest, Thomas, Luke en Rawdon. Ook de vader van Miriam is er als legerpredikant. En de oudste zoon van Sir John Scarsdale. Diens jongere broer loopt er intussen in Engeland de kantjes vanaf, en weet te voorkomen dat hij in dienst moet. Deze jongen is de rivaal van Adam, en hij weet zich gesteund door Miriams moeder, die niets van de armeluiszoon, die Adam is, moet hebben.


De oorlog is er in zijn gruwelijkheden en de invloed daarvan op de mensen die het meemaken en op het thuisfront, het is al vaker verteld, en eigenlijk is deze roman niets nieuws onder de zon. Wat het verhaal bijzonder maakt, is dat het gebaseerd is op de wederwaardigheden van J.R.R. Tolkien, de wereldberoemde schrijver van The hobbit en The Lord of the Rings. Opa Tolkien was officier en maakte als zodanig de slag om de Somme mee in 1916. Er wordt wel gezegd dat hij zijn ervaringen van zich afschreef in het beroemde fantasy-epos.


Op zijn beurt schrijft zijn kleinzoon een verhaal dat heel veel elementen bevat uit de ervaringen van zijn opa, maar Simon Tolkien haalt er nog veel meer elementen bij, uit de geschiedenis van de mijnen, en natuurlijk van de oorlog. De titel Niemandsland verwijst naar de slag bij de Somme, de slag die de meest zinloze slag in al die oorlogsjaren bleek. In de annalen staat vermeld op welke manier de Britse officieren dachten dat zij de Duitsers wel even zouden verslaan.

‘Om 7.20, tien minuten voor de grote aanval, gooiden de Britse kanonnen er een schepje bovenop. Ze opereerden op maximale vuursnelheid. Pas toen de hagel van bommen even ophield kwamen de Britse soldaten overeind. Daarna richtte de artillerie verder naar achteren om hen de kans te geven niemandsland over te steken zonder door eigen granaten geraakt te worden.
Al snel was het duidelijk dat er iets mis was. Duitse kogels en granaten vlogen over de loopgraaf heen. Nerveuze mannen keken elkaar aan en waren beschaamd om hun angst te laten blijken.Op het moment dat het bombardement op hun stellingen even stilhield waren de Duitse soldaten uit hun schuilplaatsen gekomen om achter hun machinegeweren plaats te nemen. Even later hadden ze veel doelwitten om uit te kiezen. De Britse soldaten werden neergemaaid.’

J R R Tolkien overleefde de oorlog, zoals ook de hoofdpersoon uit dit boek. Net als zijn voorbeeld zal ook Adam gaan schrijven.


‘Het bittere verdriet putte hem uit. Hij had niet meer de energie om na te denken, keek alleen maar voor zich uit. Beelden trokken aan zijn geestesoog voorbij: de versplinterde, kapotgeschoten bomen azuurblauwe lucht, de smaragdgroene vleugels van een pagevlinder die een kleine twee meter van hem vandaan over de dorre, ruwe grond fladderde. De vlinder streek neer op de revers van Lukes kakikleurige jasje dat hem nu half camoufleerde.’


Het is een mooie roman, die leest als een trein. Over alles wat je in mensenleven kunt tegenkomen: liefde, jaloezie, macht, rijkdom, misbruik en saamhorigheid etc. Zowel in het normale dagelijkse leven als in een oorlog komt dat allemaal voor.
Op de vertaling heb ik wel wat aan te merken. Als er staat: ‘Dat hoop ik zeker.’ is dat vast een letterlijke vertaling van ‘I sure hope so’.
En over een begrafenis: ‘Gelukkig was deze niet luister bijgezet door bulderend kanonnenvuur’. Duidelijk is wat er bedoeld wordt, maar het is geen mooi Nederlands. Dit gebeurt vaker, en dat is jammer.


Voor mensen die weinig tot niets weten over de Eerste Wereldoorlog is het boek van Simon Tolkien een bron van kennis over die periode, zowel over de strijd als over hoe toestand in de wereld was in die jaren.


ISBN 9789044351514 | Paperback | 656 pagina's | Uitgeverij Lebowski | maart 2017
Vertaald uit het Engels door Joost van der Meer en Bill Oostendorp

© Marjo, 24 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het laatste uur van de middag
Thomas Verbogt


Daniël is druk met een scenario voor een film waarin de vraag gesteld wordt welke keuzes de hoofdfiguur zou maken als hij kon kiezen wat hij in zijn leven opnieuw zou willen doen.


Het overkomt de schrijver zelf ook: na jaren duikt zijn oudere broer weer op in zijn leven. Tweeëntwintig jaar lang hebben ze elkaar niet gezien. Daniël heeft ook zijn vader niet gekend en met zijn moeder is er ook nauwelijks contact geweest. Zij verhuisde naar Frankrijk, en toen ze stierf was ze al begraven voor ze Daniël op de hoogte stelden. Dat was haar wens.

Daniël weet niet goed wat hij met Arthur, de broer, aan moet maar kan hem ook niet weigeren.
En zo komt de broer met zijn vrouw in het huis waar Daniël en Helma wonen, een huis waar al de nodige problemen zijn. Helma is onder behandeling bij een psychiater, en drinkt. Er is ook nog een dochter, Christine, die het huis uit is, maar wel een rol speelt.

Met Arthur is ook Emily meegekomen, de derde vrouw in Arthurs leven.  Als Emily en Daniël elkaar zien weten ze dat zij voor elkaar geschapen zijn.
Maar Helma en Arthur zijn niet blind, en de situatie wordt erg ingewikkeld. Daniël stort zijn hart uit bij zijn opdrachtgeefster. Natuurlijk beseffen zij dat zijn leven veel overeenkomsten vertoont met het scenario, maar of ze er dan ook uitkomen? Wat is er gebeurd zo ver in het verleden? In hoeverre is er opzet in het spel?


‘Daniël had zelf het gevoel dat hij alle belangrijke beslissingen in zijn leven veel te snel en met gesloten ogen had genomen. Hij was er van overtuigd, zonder dat hij die overtuiging ergens op kon baseren, dat er net zoals bij sportwedstrijden altijd blessuretijd was waarin hij op de valreep nog van alles kon goedmaken.’


Is dat zo? Kan je de dingen ‘goedmaken’? Het is de grote vraag.
De lezer zal zich nauwelijks afvragen of hier een antwoord op komt, het is meer de weg daar naar toe die Verbogt uit de doeken doet.


Thomas Verbogt
(1952) debuteerde in 1981 met de verhalenbundel De feestavond. Sindsdien schreef hij vele romans, verhalenbundels en toneelstukken. Met zijn oeuvre groeide ook zijn publiek. Lange tijd was hij een zeer gewaardeerd auteur maar toch relatief onbekend, maar al een paar jaar behoort hij tot ‘de eredivisie van de Nederlandse literatuur’, aldus Pieter Steinz van NRC Handelsblad.


ISBN 9789020427196 | paperback |173 pagina's | Veen| 1991

© Marjo, 12 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Ik zie je in de kosmos
Jack Cheng


Alex Petroski uit Colorado heeft zijn volwassen vrienden van het raketforum niet verteld dat hij pas elf jaar oud is. Hij kan immers makkelijk voor een dertienjarige doorgaan. Het groepje raketliefhebbers zal elkaar op een raketfestival, in een woestijn in New Mexico, ontmoeten. Alex verheugt zich er enorm op. Op het festival zal hij een zelfgebouwde raket met daarin een goudkleurige iPod lanceren. Dit idee heeft hij afgekeken van zijn grote held, astronoom Carl Sagan. In de jaren zeventig zond die een gouden plaat met allerlei aardse geluiden de ruimte in. Op een iPod past veel meer informatie dan op een ouderwetse plaat en Alex is dan ook van plan de aliens die zijn iPod uit de ruimte zullen plukken van zo veel mogelijk informatie te voorzien.


Alex heeft zich goed op zijn uitje voorbereid. Het is een behoorlijk lange reis maar gelukkig gaat hij niet alleen. Zijn pup Carl Sagan, vernoemd naar de astronoom, gaat met hem mee. Zijn moeder vindt het allemaal prima. Tenminste: dat vermoedt Alex. Ze heeft een van haar “stille dagen”. Op die dagen, en het zijn er de laatste tijd steeds meer, ligt ze op bed en is ze niet aanspreekbaar. Alex’ vader is acht jaar geleden overleden. Alex heeft nog een oudere broer maar de vierentwintigjarige Ronnie woont in Los Angeles en is altijd druk. Ach, Alex redt zich prima. Met zijn moeder komt het ook goed want Alex heeft zich uitgesloofd in de keuken en flink wat bakjes met eten in de koelkast voor haar klaargezet.


In de trein sluit Alex vriendschap met Zed, die eruitziet als een Oosterse vechtmeester. Praten met Zed is nogal een uitdaging omdat Zed een gelofte van zwijgen heeft afgelegd. Hij communiceert via een krijtbordje. Tot Alex’ schrik wordt iemand in de trein onwel waardoor de reis een urenlange vertraging oploopt. Zullen zijn forumvrienden nog wel op hem wachten? Wanneer hij Zed vertelt dat hij mieren in zijn broek van spanning heeft, stelt Zed hem gerust. Ook hij gaat naar het raketfestival! Zijn huisgenoot Steve, die lid van het forum is, zal sowieso op hem blijven wachten. Alex mag meerijden. Eenmaal op het festivalterrein kijkt Alex zijn ogen uit. Hij kan zijn ongeduld nauwelijks bedwingen.


En dan is het eindelijk zover. Op het allerlaatste moment plaatst Alex de iPod in de raket en dan kan het aftellen beginnen. Nog even en dan zal zijn raket de ruimte ingaan. Wat zullen de aliens van zijn opnames vinden? Helaas gaat het helemaal mis. De raketlancering mislukt en Alex huilt tranen met tuiten. Even is hij ontroostbaar maar dan trekt een bijzonder e-mailbericht van een stamboomsite zijn aandacht. Er is nieuwe informatie over zijn overleden vader gevonden. Alex beseft al snel dat het niet om zijn vader kan gaan. Volgens het bericht zou hij namelijk in Las Vegas wonen. De vrouw met wie hij getrouwd is, is niet Alex’ moeder. Het is alleen wel opmerkelijk dat de onbekende man niet alleen dezelfde voor- en achternaam als zijn vader heeft maar ook op exact dezelfde dag geboren is. Het toeval wil dat Zed en Steve na het raketfestival door zullen reizen naar Las Vegas. Eigenlijk moet Alex zo snel mogelijk terug naar huis maar het onbekende lonkt. Zal hij met het tweetal meegaan om de man die zijn vader niet kan zijn op te sporen?


Dit hartverwarmende verhaal wordt op een bijzondere manier door Alex verteld. Het hele boek bestaat uit de uitgeschreven geluidsopnames die Alex voor de aliens heeft gemaakt. Ook na de mislukte lancering blijft hij daarmee doorgaan. Ik zie je in de kosmos is een verhaal over bijzondere vriendschappen maar ook over eenzaamheid en verwaarlozing. Zorg Alex’ moeder eigenlijk wel goed voor hem? Hoewel Alex dol op zijn moeder en broer is, zijn ze niet erg in zijn leven aanwezig. Zal zijn wonderbaarlijke reis daar verandering in brengen?


Ik zie je in de kosmos is de eerste roman van de reislustige Jack Cheng. Het wordt in Nederland als roman voor volwassenen uitgegeven maar het is ook geschikt voor een jonger publiek. Op zijn website schrijft de auteur zelfs dat het zijn eerste roman voor jonge lezers is. Ik zie je in de kosmos is dus een verhaal voor jong en oud. Het is de auteur gelukt om een pittig onderwerp in een liefdevol verhaal vol ontroerende en grappige momenten te verpakken. Een heerlijk verhaal met een lach en een traan!


ISBN 9789045212128 | paperback | 272 pagina's | Karakter Uitgevers | maart 2017
Vertaald door Karien Gommers

© Annemarie, 7 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe spiegel van de verlichting van de iedereen/
Den spiegel der salicheyt van Elcerlyc

Erik Bindervoet


Wie ooit literatuurles heeft genoten op de middelbare school heeft van dit boekje gehoord. Elcerlyc in het kort, Den Spyeghel der Salicheyt van Elckerlijc is de hele titel.
Het is een 15e-eeuwse Nederlandstalige moraliteit of zinnespel. Een toneelstuk van een onbekende schrijver, gedrukt in 1496 in Delft.


Elckerlijc (= Iedereen) wordt door de dood opgehaald om voor God verantwoording af te leggen. Als gunst mag hij iemand meenemen om hem te vergezellen, maar zijn vrienden en familie laten het afweten. Hij spreekt zijn vrienden aan: Duecht (deugd, het goede van de mens), Gheselscap (gezelschap en vrienden), Tgoet (bezit en goederen), Maghe en Neve (vrienden en familie), Kenisse (zelfkennis), Biechte (de biecht), Schoonheyt (schoonheid), Cracht (kracht), Vroetscap (wijsheid)en de Vijf Sinnen (zintuigen). Maar zo gauw zij horen wat hij aan hen vraagt, met de dood meegaan, laten zij hem een voor een in de steek. Alleen de deugd wil wel mee, maar zij is te ziek vanwege langdurige verwaarlozing. De boodschap is: bekeer uw zonden en doe boete, om toegang te verkrijgen tot de hemel.


Het stuk was in de Middeleeuwen populair, en wie weet wordt het dat opnieuw met deze speciale uitgave. Aan de linkerkant van het boek vinden we de oorspronkelijke middeleeuwse tekst, en recht lezen we de tekst zoals die door Erik Bindervoet vertaald is, in modern Nederlands. En daarmee bedoel ik dat het echt de taal van nu is. Plechtstatig vaak, maar toch.
God speelt zijn rol niet meer, die is overgenomen door Natuur. Ook Kerk heeft zijn rol moeten inleveren, die nu vertolkt wordt door Kunst.

DE IEDEREEN

O gij, slecht onvast Goed, gij zijt vermaledijd!
Hoe heb je mij ooit in je net gedwongen,
Valse Judas?

HET GOED

Je bent er zelf ingesprongen.
Laat me niet lachen! Je ging als een trein?

De rijmvorm is behouden gebleven, de strekking van het verhaal ook.
Er is een NAWOORD, heel toepasselijk in eenzelfde stijl: de lezer wordt toegesproken als waren INHOUD, NASLEEP etc personages.
Er wordt uitleg gegeven over het boek, wie de personages zijn, wat de inhoud betekent, het hoe en waarom van de vertaling en er wordt verteld over de gevolgen van dit geschrift. Waartoe het heeft geïnspireerd bijvoorbeeld. Ook is er nog een toevoeging met noten.

Voor een middelbare scholier lijkt me dit een prettige manier om nu eens goed te kunnen lezen wie en wat Elcerlyc precies is, tenslotte is het Middelnederlands erg pittig. Maar niet alleen voor hen is dit boek een aanrader. Het kan voor andere lezers een eerste kennismaking zijn, op een prettige manier (wat is dat nu eigenlijk, die Elcerlyc?), en een herkenning natuurlijk.


Erik Bindervoet
(1962) is vertaler, meestal samen met Robbert-Jan Henkes, van literaire werken van onder meer Tarkovski, Mariëngof, Joyce, De Quincey, Stanshall en Shakespeare. Ook treden ze veel samen op bij literaire festiviteiten en publiceren voor diverse tijdschriften.


ISBN 9789076174969 | paperback | 134 pagina's | De Harmonie | november 2016

© Marjo, 3 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altNet veertien
André Platteel

Als je net veertien bent, zoals de hoofdpersoon uit de eerste helft van dit boek, dan gieren de hormonen door je lijf.


Jonathan is een bedeesde, intelligente jongeman, die opgroeit met drinkebroer als vader, die ook zonder alcohol, nogal grof in de mond is, en zijn handjes op een negatieve manier laat wapperen. Maar hoe neerbuigend hij zijn vrouw en zoons – er is een jonger broertje – kan behandelen, hij houdt wel van hen op zijn eigen manier. De vader is een sjacheraar, die geen respect heeft de intellectuele aspiraties van zijn zoon. ‘Wat heb je nou aan en zooitje woorden’, zegt hij. Zelf heeft hij nauwelijks scholing gehad.
Terwijl Jonathan naast de literatuur ook de meisjes ontdekt, zijn er thuis dingen die hem wel bevreemden, maar waar hij verder niet bij stil staat. Later blijken dat aanwijzingen geweest te zijn dat zijn moeder zwaar ziek was, en wist dat ze ging sterven. Als zij er niet meer is, blijft er van een gezin niets meer over.


En dan begint deel twee, acht jaar later. Niet Jonathan, maar zijn broertje Stefan - net veertien - is de hoofdpersoon. Voor hem nauwelijks een seksuele ontwaken, hij heeft al zijn kracht nodig om in leven te blijven. Vanuit zijn ziekbed spreekt hij anderen toe: zijn vader, zijn broer, zijn moeder. Via deze gesprekken leren we meer over het verleden maar ook over hoe het verder ging met het gezin na de dood van de moeder.


Een aangrijpend verhaal, dat in een bijzondere vorm geschreven is. Ogenschijnlijk hebben de twee delen van het boek weinig met elkaar te maken, ook al zijn de vertellers twee broers. Het eerste deel is vooral een coming of ageverhaal op de geijkte manier: een puber ontdekt wie hij is. Maar ook het tweede deel is een ontdekking van het eigen ik, alleen heeft de hoofdpersoon hier de ongelooflijke pech, dat zijn leven niet volgens de gewenste lijn verloopt.


Beide jongens willen leven, en hebben dat maar te doen met wat het leven hen biedt. Of niet biedt. Het is niet voor niets dat de leraar Nederlands van Jonathan zijn leergierige leerling vooral Wolkers aanbeveelt. Het boek dat we hier lezen zou een boek van Wolkers kunnen zijn: seks en dood, onlosmakelijk verbonden. Ook het ontgroeien aan een bepaald milieu is een gedeeld thema. Platteel noemt eveneens de dingen bij hun naam, maar – al ben ik geen Wolkerskenner – ik denk wel dat hij ondanks deze overeenkomsten een eigen stijl heeft. Een mooie manier van vertellen, met prettige dialogen.


Tussen de hoofdstukken door staan toepasselijke uitspraken op verder lege pagina’s, zoals:


Je bent woedend
Hij kan er niets aan doen
Ben je dan minder boos?

Of:

Kan ik ooit nog dezelfde worden?
Dat lukt niemand


ISBN 9789492241122 | Paperback | 220 pagina's | Uitgever Magonia | september 2016

© Marjo, 1 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

En het sneeuwde in Rome
Stefan van Dierendonck


Ongeveer een jaar geleden leerde ik Stefan van Dierendonck en zijn vrouw onafhankelijk van elkaar kennen. Hem kwam ik tegen op een lokale netwerkborrel, haar met zoon Ruben bij het babyzwemmen. Indertijd was Stefan bezig de laatste hand te leggen aan zijn tweede roman: En het sneeuwde in Rome. De tweede is de moeilijkste. Het afgelopen jaar heb ik Stefan beter leren kennen, zijn werk van een afstandje mogen volgen. En ik ben ook steeds meer gaan uitzien naar dat boek. In de tussentijd las ik En het regende brood. Een mooie roman, maar niet een voor mijn top-10: er was veel afstand.


Gisteravond sloeg ik En het sneeuwde in Rome dicht. In de schaarse uren die ik daarvoor kon vrijmaken heb ik het gelezen vanaf de eerste dag dat het te koop was. Hoewel ik moet toegeven dat mijn verwachtingen al hoog waren door de hoopvolle berichten van zijn vrouw, moet ik zeggen dat Stefans boek mij in het geheel niet teleurstelde. Sterker: al lezende heb ik hem regelmatig haast lyrische WhatsApp-berichten gestuurd met kreten als Prachtig en Virtuoos. Dit tweede boek is echt zijn grote werk. Waar in En het regende brood Stefan zich primair een goed verteller toont, met een verfrissende schrijftrant die tegelijk klassiek en hedendaags aanvoelt, gaat hij in En het sneeuwde in Rome de diepte in.


Het boek is sterk autobiografisch. Stefan vertelt over zijn eigen periode als priester in Rome. Als zodanig is het een vervolg op En het regende brood. Maar waar hij in dat boek nadrukkelijk afstand doet van het autobiografische element door het verhaal als raamvertelling te brengen, met een hoofdpersoon die in veel opzichten duidelijk van Stefan zelf afwijkt, doet hij in En het sneeuwde in Rome geen enkele moeite te verbloemen dat het over hemzelf gaat. De hoofdpersoon draagt dezelfde naam en heeft dezelfde achtergrond. Een aantal keer verwijst hij ook letterlijk naar zijn debuut. Hij noemt zichzelf als schrijver van dat werk en legt op een prachtige manier in hoofdstuk 11 de link tussen zijn twee romans. Tussen de regels door lees je hoe Stefan met zijn eerste roman iets van zichzelf achter zich heeft gelaten en als herboren een nieuwe fase van zijn leven is ingegaan.


Een jonge Nederlandse priester in Rome, een stad vol verleidingen. Dat is natuurlijk een interessante premisse. Op de eerste bladzijde zegt de priester in alle onschuld: “Geen opwaaiend zomerjurkje had mijn ogen verleid”. En daar gaat het in de roman steeds om. Over de wereld van passie en spullen waaraan priester Stefan zich tot dan toe heeft kunnen onttrekken. We lezen hoe zijn eigen lijf en zijn nieuw verworven hebbedingen (een televisie, een overhemd, een auto) hem langzaam maar zeker inpalmen. Hoe hij ontwaakt en er tegelijkertijd iets heel dierbaars uit zijn leven verdwijnt. De bekoorlijke Arianne en de Heer vechten om zijn hart. Een strijd tussen verboden vruchten en godsvrucht.


En het sneeuwde in Rome is niet perfect. Maar het is een roman die in veel opzichten mooi in balans is. Het verhaal is voorspelbaar en misschien zelfs wel een beetje anticlimactisch. Maar de manier waarop Stefan het vertelt brengt dat helemaal in balans. Je leest deze roman niet zozeer om wat hij vertelt, maar primair om hoe hij het vertelt. En dat is bij vlagen briljant. Met perspectieven die wisselen tussen het heden en de jaren rond 2000 relativeert Stefan mooi de hier en daar wat zoete liefdesgeschiedenis: dan eens lezen we over de beeldige, bijna mythische Arianne en dan weer vertelt Stefan in meer nuchtere, maar minstens zo liefdevolle bewoording over zijn huidige vrouw. We lezen hoe hij met Arianne door het Italiaanse landschap cruiset en hoe hij zijn zoontje een troostende knuffel geeft.


Wat de roman vooral zo meeslepend maakt is de indringende sfeer. Of eigenlijk: sferen. Afwisselend verkeert de lezer in het zwoele Rome, rijk geïllustreerd met sprekende straatnamen, schetsen van alledaagse taferelen en verwijzingen naar de rijke historie. Dan weer word je in de wereld van de katholieke kerk gezogen, met priesterboordjes, misstanden en vooral ook veel rituelen en exotische termen. En als contrast – en bijna als anker in de echte wereld – vertelt Stefan over het Calvinistische Nederland, over zijn nieuwe en oude leven hier, met herkenbare en aardse taferelen van alledag. Het contrast is prettig. De scènes in Nederland voelen als een adempauze: ze geven je als lezer de kans de rijke wereld van mediterrane passie, doorspekt met talloze kreten in het Italiaans, even te relativeren. En ze helpen begrijpen hoe die wilde Romeinse omgeving in het hoofd van de hoofdpersoon moet overkomen.

Het taalgebruik van Stefan is rijk, maar voelt nooit onnatuurlijk, overdreven of opschepperig. Hij gebruikt regelmatig Italiaans en legt lang niet altijd uit wat de woorden betekenen. Toch begrijpt de lezer wat hij bedoelt. En het helpt ook om te begrijpen hoe een jonge Nederlandse priester zich daar in Rome gevoeld moet hebben. Stefan brengt de cultuurverschillen mooi in beeld. Zonder het te overdrijven contrasteert hij het warme leven van een Romein met het koude bestaan van een Hollander. Soms richt hij zich ook direct tot de lezer. Hij vloekt een enkele keer en geeft intrigerende inkijkjes in zijn schrijverschap. Stefan flirt soms met de lezer, maakt zichzelf daarmee heel tastbaar en wekt sympathie. Maar hij laat zo ook zien hoe hij veranderd is van een overtuigd priester in een wereldwijze schrijver in een wereld van leugens en nuances.


In mijn ogen heeft Stefan zichzelf overtroffen en een meesterlijke roman geschreven. Hij is als schrijver enorm gegroeid. Het is moeilijk voor te stellen hoe En het sneeuwde in Rome nog overtroffen zou kunnen worden. Voor zijn lezers een luxeprobleem, maar voor Stefan absoluut een uitdaging.

ISBN 9789400400603 | Paperback | 272 pagina's | Thomas Rap | maart 2017

© Michiel de Wit, 27 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of regeer, klik HIER

 

Voet bij stuk
Joseph Pearce


"Wij zijn de meest prestigieuze uitgeverij in ons taalgebied, en dus uitgevers van literatuur van de hoogste kwaliteit. We zijn bovendien de laatsten die geen duimbreed wijken voor de grijpklauwen van de commercie. Terwijl anderen een knieval voor dat monster doen, buigen wij het hoofd enkel voor de majesteit van de schone letteren. Misschien begrijpt u mij beter als ik de vergelijking met de filmwereld maak. Wij winnen Gouden Palmen, Gouden Beren en Gouden Leeuwen, de anderen produceren B-films.
We zijn zo gerenommeerd dat we al drie generaties lang hofleverancier zijn. Een verstandige beslissing van onze vorsten. Het leven is kort. Waarom zou het koningshuis zijn kostbare tijd met kitschlectuur willen verdoen?"


Aan het woord is Emma Kranenberg de verteller van dit verhaal. Zij is secretaresse en manusje-van-alles, in feite de spil van de zeer gedegen uitgeverij Opperman & Winterberg. Hun naam staat garant voor uitstekende en succesvolle boeken. Emma is dan ook meer dan trots op haar baan, sterker nog, ze leeft voor de uitgeverij. Ze is vergroeid met haar werk en ze leest, net als meerdere medewerkers van de uitgeverij, ook manuscripten.

Maar dan introduceert de oude directeur op het nieuwjaarsfeest een vrouw, Barbara van Halen - de naam past overigens uitstekend bij haar latere handelingen - Tot ieders verrassing wordt zij geïntroduceerd als de nieuwe directrice van de uitgeverij! Met ingang van 1 februari aanstaande nog wel. Barbara heeft naam gemaakt door bedrijven nóg winstgevender te maken dan ze al waren, verstand van boeken heeft ze niet, maar dat geeft niet, het gaat om het bedrijf. Emma is compleet overdonderd en boos. Van het begin, staat Barbara haar tegen. Maar als zij Emma voor de keus stelt te blijven of met een dubbel ontslagbonus te verdwijnen is de keus snel gemaakt. Ze zal wel eens laten zien dat ze onmisbaar is, haar bijnaam is niet voor niets Emma Duizendpoot!


Ze kan haar geluk dan ook niet op als een van de door haar gelezen manuscripten een meesterwerk blijkt te zijn. Dit boek gaat het helemaal worden! De stilte na de storm van Boudewijn Bogaard is geniaal! Gelukkig is iedereen het daar over eens. Ze moeten die man zo snel mogelijk een contract aanbieden, zo direct zijn er andere kapers op de kust! Emma krijgt de schone taak de man te bezoeken en daarmee begint een heel bizarre bal te rollen... Alle zeilen moeten bijgezet worden om de schrijver en het boek onder de aandacht van het grote publiek te krijgen én te houden, enkele leugens worden daarom niet geschuwd.


Ondertussen gaat de uitgeverij gebukt onder de commerciële plannen van Barbara. Zij wil thrillers in het fonds want die verkopen goed en ze is ook niet vies van makkelijke lectuur... Elke vezel in Emma's lijf verzet zich tegen deze plannen, ze vecht en knokt om de hoge normen en waarden van de uitgeverij te behouden. Ze is bereid daarvoor héél ver te gaan. Maar of het haar lukt?

Op flaptekst staat te lezen: "In deze satire richt Joseph Pearce zijn pijlen op al wie beweert de letteren een warm hart toe te dragen. Waarom spelen bedrijfsmanagers voor uitgevers? Wat zijn de gevolgen van een hype? Zien lezers het onderscheid tussen kwaliteit en knoeiwerk? Is er wel een winnaar in de oorlog tussen commerciële belangen en de hooggestemde idealen van de letterarbeider?" Om dit alles onder woorden te kunnen brengen én daar omheen nog een erg vermakelijk, bij tijden hilarisch, verhaal te schrijven is knap.
Ik heb me dan ook erg vermaakt met dit boek, dat precies de zwakke én sterke plekken rond lezen en uitgeven aangeeft. Zeker, voor herlezen vatbaar.

- Achterin het boek staat een dankwoord aan een zeer uiteenlopende groep mensen, variërend van Beatrix van Oranje-Nassau, PG Woodhouse,, Truman Capote tot Gore Vidal, W.F. Hermans, Martin Luther, Winston Churchill, enz. Dat dankwoord is tekenend voor dit verrassende boek. -


ISBN 9789460013171 | Paperback | 191 pagina's | Uitgeverij Vrijdag | april 2015

©Dettie, 18 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het behouden kind
Janneke Holwarda


'Thomas was laat. Het was woensdag, dan zou hij tussen kwart over drie en half vier thuis moeten zijn. Het was kwart voor vier. Eerst maar eens kijken of er deze week misschien een roosterwijziging was.'


Dit lezen we aan het begin van hoofdstuk 5 van deze roman van Holwarda. Het is duidelijk dat de puberzoon van Lena - de hoofdpersoon van het verhaal - te laat thuis komt. Niet veel aan de hand dus maar verderop staat:


'Waar was haar agenda? De laatste tijd liep ze steeds vaker te zoeken, soms wist ze niet eens meer waarnaar. Ze zocht om te vinden wat ze verborgen had, om het daarna weer te verbergen en opnieuw te zoeken. Net een kinderspelletje: zakdoekje leggen, niemand zeggen, kukeleku zo kraait de haan. Ik moet zorgvuldiger zijn, een lijst maken van waar ik spullen neerleg, waar ik ze bewaar en waar ik ze verstop. '


Het is duidelijk, dit zijn de gedachten van een vrouw, die de controle kwijt is:


'Ze voelde in haar tas, doorzocht de lades van het buffet, de lades van de tafel, doorzocht haar tas opnieuw, liep naar boven, trok op zolder alle lades van haar bureau open, en overal stuitten haar vingers op kruimels, stofjes, propjes, draadjes, paperclipjes ondefinieerbare kleverige zooi. Zooi waarvan ze iedere keer vond dat ze het een keer moest uitzoeken en opruimen, maar die waarschijnlijk tot in de eeuwigheid zou blijven liggen.'


En de lezer wordt op een wel zeer vernuftige manier meegezogen in de wereld van deze Lena, die een paar verrassingen in petto blijkt te hebben. Haar zoon Thomas Behrends, heeft de naam gekregen van zijn vader Tom, een figuur, de zeiler genoemd, die op de achtergrond blijft. Hoe was de verhouding met deze man? Hij is weg gegaan. Waarom? Kon Lena de opvoeding van haar zoon wel aan in de labiele hoedanigheid waarin ze zich bevindt?
Vragen, die Holwarda behendig oproept, maar niet beantwoordt. Ze laat de lezer met raadsels zitten en spaart de intriges uit. En dat werkt wonderwel. Een uiterst interessant probleem dat wordt opgeworpen is of deze Thomas, wel de zoon is van Tom. Hijzelf heeft zijn twijfels en Lena staat op het punt hem te gaan vertellen dat ze op het minst niet weet of hij het kind is van Tom, maar dat het waarschijnlijker is, dat hij dat helemaal niet is. Precies op dat moment verdwijnt Thomas. Lena belt de school maar krijgt weinig respons.


Daar doorheen speelt nog een kwestie uit Lena's eigen jeugd. De moeder van Lena is dominant en haalt haar vader over om maar eens zijn rijbewijs te gaan halen. Hij wil dat helemaal niet, vindt dat vakanties in eigen land goed genoeg zijn. Hij is overbezorgd over alles en nog wat. Uiteindelijk haalt hij zijn rijbewijs en het gezin gaat- voor het eerst- op vakantie naar Duitsland. Lenaatje wordt met broertje Timmie op de achterbank gezet:


'Haar vader had haar en Timmie op de achterbank tussen twee weekendtassen geklemd. "Ze moeten stevig zitten.""Ze moeten ruimte hebben om te spelen." Haar moeder haalde de weekendtassen eruit en zette die achter in de kofferbak. "Lena kan hem vasthouden als we door de bocht gaan."


Prachtig zoals Holwarda de tegenstelling tussen de verkrampte, bezorgde vader en rekkelijke moeder aangeeft via deze situatie. Dat loopt dus verkeerd af. Hoe dat in elkaar zit moet de lezer zelf maar lezen.


We zijn weer terug bij de volwassen Lena die de politie inschakelt om haar zoon op te sporen. De politie reageert afhoudend maar de agenten denken waarschijnlijk dat Lena het zich allemaal verbeeldt. Ze maakt een steeds meer labiele indruk. En in die radeloosheid wordt de lezer meegezogen! razend knap. Uiteindelijk komt er een echtpaar bij haar thuis, maar ook daarover zal ik niet verder uitweiden.
Wat een mooi boek!


Janneke Holwarda debuteerde in 2010 met Zeesteen, dat werd genomineerd voor de Academica Literatuurprijs. Dit is haar vierde roman.


ISBN 9789028426894 | Paperback | 159 pagina's | Wereldbibliotheek | februari 2017

© Karel Wasch, 12 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altFuzzie
Hanna Bervoets


‘Weet jij wat het verschil tussen missen en verlangen is?
Die twee hebben met elkaar te maken, geloof ik, maar is het gemis een voorwaarde voor het verlangen of is het juist andersom? En als het allebei kan, Als beide volgordes mogelijk zijn, zijn verlangen en missen dan wel twee verschillende dingen?’



De Tamagotchi - het virtuele huisdier dat furore maakte in 1996 - heeft Hanna Bervoets waarschijnlijk geïnspireerd tot het opvoeren van een Fuzzie, een kleine pluizig bolletje dat praat. Meerdere exemplaren van Fuzzie spelen een rol in een verhaal over de liefde.
Florence, product designer, heeft liefdesverdriet. Maisie, haar ex, heeft haar verlaten en lijkt heel gelukkig met haar nieuwe leven. Florence weet dat omdat ze Maisie stalkt. Letterlijk, maar ook via Fuzzie, het pluizige bolletje dat Maisie met de post ontvangt. ‘Hé, jij, ben je daar eindelijk?’ zegt het bolletje.

Net als de Tamagotchi gaat het pluizenbolletje een grote rol spelen in het leven van degene die er een heeft. Maisie blijkt namelijk niet de enige. Diek, gepensioneerde vrijgezel met zijn hond Max heeft er een, als ook de werkloze Stephan wiens voorkeur uitgaat naar jonge kinderen. Het liefdesleven van deze personages laat nogal te wensen over.


‘Ik zit niet in je hoofd. Ik ben geen onderdeel van je en toch hoor ik bij je. Ik ga niet weg zolang jij wilt dat ik blijf. En o, ik kan me best voorstellen dat jij aan mij twijfelt. Dat vind ik alleen maar fijn. Wees argwanend, wees kritisch: dat past bij je, dat weet ik. Bij mij kun je zijn wie je wilt omdat ik weet dat jij altijd jij bent – nee, met mij aan je zijde hoef je nooit meer bang te zijn, geloof me, lief, ding, bij mij ben je veilig.’

Het lijkt een liefdesverklaring, deze woorden van het geheimzinnige bolletje. Is het daarom dat de eigenaren zich laten leiden door zijn woorden? En helpt het je verder, als je zo’n goeroe op zak hebt? Vind je een uitweg uit je somberheid met de hulp van Fuzzie?
Als je het concept van het bolletje weglaat blijft er van het verhaal niet veel over. Dan gaat het over mislukte relaties, dromen en obsessies, zoals iedereen die kan hebben. De rol van het bolletje is een poging de personages en dus de lezer aan te zetten tot overdenkingen om inzicht te verkrijgen in het eigen ik.


Ik zeg het niet graag, ik las haar eerdere romans met plezier, maar ik vind deze nieuwe roman van Hanna Bervoets tegenvallen. Het metafysische aspect dat haar eerdere romans zo interessant maakt is hier verpakt in een banaal pluizig bolletje. Het is weinig overtuigend en nogal banaal, met het oproepen van vragen die iedereen zich wel eens stelt. Of Fuzzie helpt een antwoord te vinden?


ISBN 9789025450267 | paperback | 288 pagina's | Atlas Contact| april 2017

© Marjo, 5 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bewaarder van gevonden voorwerpen
Ruth Hogan


Laura weet niet wat ze hoort als blijkt dat haar werkgever, Anthony Peardew, haar zijn huis met de hele inboedel nagelaten heeft. Maar... dat deed hij niet zomaar, er staat wel wat tegenover.


Anthony had namelijk een heel bijzondere bezigheid - het was zelfs zijn levenstaak - hij verzamelde verloren voorwerpen. Hij raapte alles op wat hij onderweg tegenkwam. Een knoop, een handschoen, haarelastiekjes, een blik as... Alle gevonden voorwerpen werden van een label voorzien waarop nauwkeurig de vindplaats en datum genoteerd werden en daarna kregen ze een plek in de vele kasten van zijn studeerkamer, waar Laura nooit mocht komen... Dit alles omdat hij ooit, lang geleden, de medaillon van zijn verloofde Therèse verloor op de dag dat zij plotsklaps, blak voor hun trouwen, overleed. Hij heeft haar dood en het verlies van het kleinood zijn leven lang betreurd.


Laura wist dus helemaal niets van het bestaan van deze verzameling. Maar nu heeft Anthony bepaald in zijn testament dat het haar taak zal zijn om deze voorwerpen aan de rechtmatige eigenaren terug te geven. Aan een kant is Laura opgelucht dat ze het geliefde huis, dat inmiddels als haar thuis voelt, niet kwijt raakt.  In zijn huis bloeide ze na haar akelige scheiding van Vince helemaal op, het verwaarloosde huis kreeg onder haar handen weer glans en warmte. 
Er is echter nog een bepaling in het testament. Anthony vraagt of Laura aan het meisje dat altijd buiten zit wat meer aandacht wil schenken, het kind is eenzaam, meldt Anthony. En zo komt Sunshine, het meisje met de ziekte van Down (de dansziekte noemt ze het zelf)  in het leven van Laura. Ook Freddy, de knappe tuinman, mag aanblijven om de rozentuin te onderhouden.


Op zich is dit al genoeg om een boek te vullen. Maar Therèse, de jong overleden verloofde, speelt ook nog een grote rol in het verhaal. Haar geest heeft geen rust gevonden, in haar kamer hangt altijd een geur van rozen - de rozentuin was door Anthony vol liefde voor haar aangelegd -. Ze waart dus nog steeds rond in en om het huis, en na de dood van Anthony is ze zelfs steeds nadrukkelijker aanwezig. Laura begrijpt er niets van. Je zou denken dat nu Anthony en Therèse weer bij elkaar zijn, ze eindelijk rust had gevonden, maar niets is minder waar. Het is de lieve Sunshine die steeds alles begrijpt en aanvoelt, maar luisteren ze wel naar haar? En hoe gaat het eigenlijk met de wens van Anthony? Kan Laura die opdracht wel vervullen?


Het is duidelijk een feel-good roman. Doorheen het verhaal over Laura, loopt nog een ander verhaal dat zich eerder in de tijd afspeelt. In dat verhaal spelen uitgever Bomber en zijn assistente Eunice de hoofdrol. Aanvankelijk vraag je je af wat zij met Anthony te maken hebben. Maar Anthony was schrijver en blijkt verhalen geschreven en uitgegeven te hebben, waarbij de gevonden voorwerpen zijn inspiratiebron waren. - Enkele van die verhalen kunnen we ook lezen - Langzamerhand kom je erachter hoe de vork in de steel zit.

 
Opvallend is dat aanvankelijk de levens van iedereen uitgebreid en rustig beschreven wordt, maar naar het eind van het boek verstrijkt de tijd steeds sneller. De personages worden dan in een razendsnel tempo oud wat uiteindelijk vrij vervreemdend werkt.  Maar Ruth Hogan heeft het zichzelf niet makkelijk gemaakt, want zelfs de - verzonnen - verhalen die Anthony schreef, spelen later ook weer een rol in het boek zelf. Alles grijpt in elkaar, alles en iedereen is gerelateerd aan elkaar, waardoor het aanvankelijke onderwerp, het terugbrengen van de verloren voorwerpen, wat ondergesneeuwd raakt. Ook zijn sommige gebeurtenissen wel érg toevallig.

Om eerlijk te zijn, viel het boek me een beetje tegen. De vergelijking met het boek Chocolat van Joanne Harris zoals de cover vermeldt, is in mijn ogen dan ook wat te hoog gegrepen. De verhalen die Anhony had geschreven rond de gevonden voorwerpen vond ik storend werken en iets minder hoofdpersonages en gebeurtenissen hadden het boek mogelijk wat meer diepgang gegeven. Nu is het een prettig en vlotgeschreven boek - met een bijzonder onderwerp - dat lekker weg leest, maar meer ook niet. Alles blijft nogal aan de oppervlakte. Het is geen verhaal dat een blijvende indruk achterlaat.
Wil je echter even niet al te zware lectuur lezen, dan is dit een prima (vakantie)boek.


ISBN 9789402721607 | Paperback | 286 pagina's | Uitgeverij HarperCollins | maart 2017

© Dettie, 3 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe dood van Murat Idrissi
Tommy Wieringa

Ilham en Thouraya, twee Nederlandse meisjes van Marokkaanse afkomst, zijn op vakantie geweest in Marokko. Vanwege een auto-ongeluk zijn ze berooid, en mede daardoor vallen ze voor de gladde praatjes van een eveneens Nederlands-Marokkaanse jongeman die ze in het uitgaansleven hebben leren kennen. Ze laten zich overhalen om op de terugreis naar Nederland een verstekeling mee te nemen. Murat Idrissi verstopt zich in de ruimte die bedoeld is voor het reservewiel. Hij is klein, hij past precies.


Toch blijkt hij overleden als de drie jongeren aankomen in Spanje. De jongen gaat er onmiddellijk vandoor. Met het geld, dat hij als voorschot gekregen had van Murats familie. De meisjes weten niet wat ze moeten doen. Ze hebben een volle tank maar daar halen ze Rotterdam niet mee. Ze zijn berooid, hebben zelfs geen geld voor een fatsoenlijke maaltijd. En die jongen achter in de bak, daar moeten ze een oplossing voor vinden...
Een roadtrip volgt, met een gruwelijke, maar onontkoombare ontknoping.


De dood van Murat Idrissi is een klein maar heftig verhaal over een gelukszoeker die zijn doel niet haalt. En over twee meisjes die hun vracht kwijt moeten, ergens in Spanje, ergens in de woestijn, ergens langs de weg.


Het boek is gebaseerd op feiten die helaas aan de orde van de dag zijn: Velen zoeken hun geluk in Noord Europa. En een groot deel daarvan zal de oversteek niet eens halen. Murat staat model voor deze slachtoffers. Tommy Wieringa kwam dit verhaal tegen in Spanje, en besloot hier aandacht aan te besteden. Natuurlijk had het een roman van ‘normale’ omvang kunnen worden, en hadden de karakters van de meisjes of van Murat zelf dieper uitgewerkt kunnen worden. Wieringa heeft er voor gekozen het verhaal klein te houden, zodat het onpersoonlijker is, maar tegelijk indringender, omdat er zo veel Murats zijn. Omdat zovelen omkomen in hun zoektocht naar een beter leven.


Zoals we dat kennen van Wieringa heeft hij ook in dit geval zelf de reis gemaakt die Murat gemaakt zou kunnen hebben. Het is een reis door een doods en dor land.  De keuze voor twee Marokkaanse meisjes is een manier om te kunnen vertellen hoe ontheemd bijvoorbeeld de Marokkanen zijn: in Nederland altijd gezien als buitenlanders, terwijl zij in Marokko juist toeristen zijn.


ISBN 9789048836864| hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Hollands Diep | maart 2017

© Marjo, 30 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen geschiedenis van wolven
Emily Fridlund


‘Doe Paul de groeten van me!’ zei ik, al mijn opgewektheid jegens Patra inzettend. Ik schoot met scherp: ‘Zeg maar dat ik hoop dat hij snel beter wordt!’
Werd haar glimlach even verstoord door een blik waaruit paniek sprak? Misschien heeft mijn geheugen dat er inmiddels van gemaakt.
‘Natuurlijk! Prima. Je krijgt alvast de groeten terug!
‘Maar toen ik me omdraaide en wilde vertrekken, hield Patra me tegen. Ze zette een paar onzekere passen in mijn richting, struikelde bijna over de veters. ‘Hé Linda – ze pakte me bij de elleboog - ‘er is nog iets anders.’


De ik-verteller is Madeline, Linda genoemd. Vijftien jaar oud, wonend ergens in Noord-Amerika tegen de grens met Alaska. (Minnesota?) Een ruig, onherbergzaam oord, veel bossen met wild, veel snoekbaarzen in het meer, en veel sneeuw in de winter.


Ooit woonden Linda’s ouders in een hippiecommune, maar die is uiteen gevallen. De vader verdient de kost met vissen en de moeder heeft het geloof gevonden. Zij doopt haar dochter:


‘Ik zou willen dat ik in die shit geloofde.‘ vertelde ze me.
‘Wat zou er nu moeten gebeuren?’ Ik huiverde.
‘Goeie vraag,’ zei ze. ‘Je bent een kom verse rijst, schatje. Ik ga met jou helemaal opnieuw beginnen.’


Linda is intelligent. Naast het gezin, met een welwillende moeder die nogal eens de plank mis slaat, en een hardwerkende zwijgzame vader, bestaat haar wereld uit naar school gaan. Er is geen contact met de moderne wereld zoals wij die kennen, bepaald door de media en waar communicatie een onlosmakelijk deel van je leven is. En door de thuissituatie is ze op school een buitenbeentje.
Een prima setting voor een coming of ageroman.


Linda is pas vijftien, als ze te maken krijgt met Patra, en haar vierjarige zoontje Paul:


‘Nee, ze gaan me niet ontvoeren, het zijn een moeder met haar zoon, geen sekte, geen hippiecommune of iets anders geks. O, en zijn eigenlijk behoorlijk onschuldig. Ze hebben sturing en hulp nodig. Ze hebben iemand nodig die ze het nodige over het bos kan leren.‘


Die taak neemt Linda op zich. Terwijl Patra het boek van haar man redigeert, gaat zij met Paul op stap.


Het verhaal wordt geschreven vanuit Linda’s gezichtspunt en ook nog achteraf, op een moment dat ze veel meer weet dan in de tijd dat het verhaal speelt. Dat is lastig. Zeker voor een debutant. Emily Fridlund komt er mee weg.


Linda weet achteraf dat het gezin helemaal niet zo onschuldig was. Ze zag wel dat Leo, de vader, toen hij eenmaal terug was, een ongewenste invloed op de moeder had, maar wat wist ze van de wereld. Had ze iets kunnen doen? Hoe dan? Wat dan? Waren er momenten waar ze gebruik van had moeten maken?  Achteraf is het makkelijk die momenten aan te wijzen, maar haar achtergrond als ex-communekind, de onschuld en naïviteit van een tiener zijn niet de juiste werktuigen om een situatie op te lossen die een oplossing vereist.
Als in een soort raamvertelling is er ook het verhaal van de leraar die haar favoriete vak, geschiedenis, doceert en die Linda een spreekbeurt laat houden over wolven.


’Maar de term alfa – in zwang als beschrijving voor dieren in gevangenschap – blijft misleidend. Het is mogelijk dat een alfadier die rol slechts kortstondige en om specifieke reden vervult.’


Deze zin spreekt ze twee maal uit in haar spreekbeurt, en heeft natuurlijk verband met de titel van het boek. En met het verhaal. Het is onderdeel van de schuldvraag. De schuldvraag ten aanzien van haar oppaskind, maar ook de schuldvraag ten opzichte van de geschiedenisleraar, die ontslagen wordt op beschuldiging van bezit van kinderporno.


Fridlunds manier van schrijven is tegelijk leidend en misleidend. Je verwacht drama - en die krijg je ook - maar tegelijk is er een ontroerend verhaal over een jong meisje en een nog jonger jongetje. De sfeer is zoals het weer: somber, nat, guur. Haar personages zijn ook niet echt vrolijk. Drama dus, van de bovenste plank, maar op een mooie ingetogen manier verteld.


Emily Fridlund is gepromoveerd in Literatuur en Creatief Schrijven aan de universiteit van Southern California. Ze doet momenteel een postdoctoraal onderzoek en geeft les aan Cornell University. Een geschiedenis van wolven is haar debuutroman.


ISBN 9789056725556 | paperback |320 pagina's | Uitgeverij Signatuur| januari 2017
Vertaald uit het Engels door Erik de Vries

© Marjo, 23 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER