Nieuwe jeugdboekrecensies 13+

Duivels spel
Inge Verbruggen

Ik-verteller Lynsey baalt vreselijk als ineens haar vriend Noah verdwenen is. Hij heeft niets gezegd, niet eens een bericht achtergelaten! Hij is weg en laat niets meer van zich horen, reageert niet op haar telefoontjes, niets. Is ze zelfs geen appje waard? Was hun vriendschap niet wat zij dacht dat het was?


Eigenlijk gelooft ze dat niet. Ze heeft op aanraden van haar oudere zus de verdwijning van Noah wel bij de politie gemeld, maar daar heeft ze weinig vertrouwen in. Ze gaat zelf wel zoeken. Het komt goed uit dat ze een reservesleutel van zijn huis heeft.
Wat vreemd dat alleen de jongen weg is, en niet zijn spullen! Alles lijkt er gewoon te zijn. Ze onderzoekt zijn telefoon en laptop, maar veel wijzer wordt ze niet.


‘Maar waarom hij van het ene op de andere moment verdween, is me een raadsel. Ik kan alleen maar besluiten dat er kwaad opzet in het spel is.’


Lynsey weet dat Noah dol is op raadsels en puzzels. Ze scrabbelden vaak. Zou ze misschien iets kunnen met de berichten die ze vindt? Ook neemt ze een T-shirt mee uit zijn kamer en geeft haar hond Max de opdracht Noah te zoeken. De hond vindt de auto, waar Noahs rugzak in ligt. Nog vreemder!


Als Lynsey probeert wijs te worden uit de dingen waarvan zij denkt dat het aanwijzingen zijn, blijkt dat haar vriend op verschillende plaatsen in België en Nederland dingen verstopt heeft. Waarom? Dat weet ze niet, maar ze wil alles gaan zoeken. Gelukkig wil haar zus wel rijden, met openbaar vervoer duurt het allemaal erg lang. Sophie blijkt een nieuwe relatie te hebben, en deze jonge vrouw, Lief geheten, vindt het ook leuk om te helpen.
Maar misschien wel iets te leuk…


‘Let erop dat alle blokjes compleet zijn Lynsey’, maant hij. ‘Een spel dat niet compleet is, is waardeloos.’

In het verhaal dat in het verleden speelt, aangeduid met TOEN boven de hoofdstukken, zijn vier tieners ook raadsels aan het oplossen. Want dat is geocachen in feite ook. (Geocaching.nl: Geocachen is een schatzoektocht op basis van GPS coördinaten. Via deze coördinaten en je GPS (of smartphone) kan je aan de slag gaan met geocachen. Naar wat je op zoek gaat tijdens het geocachen is steeds een raadsel’.
Het groepje bestaat uit drie jongens: Alex, Roel en Cas, en een meisje, Vix. Omdat zij er niet tevreden mee zijn om alleen maar een schat te zoeken, bedenken zij nieuwe uitdagingen.
Dat loopt dus danig uit de hand.


Maar wat heeft Noah te maken met deze jongeren, die Lynsey natuurlijk evenmin kent?
Zij komt tijdens haar zoektocht een jongen tegen die haar duidelijk probeert te maken dat ze moet stoppen met zoeken. Maar Lynsey  is niet van plan te doen wat deze Tim wil. Zij wil Noah!


Langzaam raken de verhaallijnen met elkaar verbonden en begrijpt de lezer dat Lynsey niet alleen haar eigen leven in de waagschaal stelt, maar ook dat van de hond op wie ze dol is. En van nog anderen.


Na een intrigerende proloog gaat het boek verder als een licht verhaal, om na vijftig pagina’s opnieuw nieuwsgierig te maken. Onder TOEN lees je iets wat enkele jaren eerder gebeurd is waarbij je je afvraagt waarom dat verhaal over de vier vrienden eigenlijk verteld moet worden.Maar natuurlijk is dat niet voor niets: als deze twee verhaallijnen verwikkeld raken en de dingen langzaam duidelijk worden, dan kun je het boek niet zomaar meer wegleggen, want hoe gaat dit aflopen? Zo spannend…


Er gebeurt veel in deze jeugdthriller, die ook een romantisch tintje heeft.
Echt een duivels spel!


Duivels spel is de tweede jeugdthriller van de Vlaamse Inge Verbruggen (Lier). Zij won enkele verhalenwedstrijden en schreef vervolgens Doodverklaard dat uit kwam in 2017.


ISBN 9789044837094 | hardcover | 288 pagina’s | Uitgeverij Clavis | november 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 14 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De slaventocht
Team Mortis 10
Bjorn van den Eynde



De (nog steeds) 16-jarige Erika Storm bevindt zich na de vorige stressvolle opdracht met Team Mortis in het dorp Thilay. Niemand daar weet wie zij is, laat staan dat ze gezocht wordt voor moord (zie deel 9). Eindelijk kan ze zich weer wijden aan haar hobby: het dansen.
Graag had ze het zo gehouden, maar eigenlijk heeft ze geen rust. Wat als ze haar daar toch vinden?


Ze verblijft buiten het dorp, in een klein huisje dat nogal geïsoleerd ligt. Na een optreden trekt ze zich daar terug, maar iets is anders dan anders. Ze hoort geluiden. Is er iemand binnengedrongen?
Haar instinct heeft haar niet bedrogen, maar het is goed volk. Tenminste, Andreas was haar vriend, zelfs haar geliefde. Nu weet ze niet zo goed meer wat ze aan hem heeft, maar dat hij hier zomaar op zou duiken had ze nooit verwacht. Het is dan ook niet zomaar: Andreas is daar in opdracht van Celine Schield, de leider van Team Mortis. Ze hebben Erika nodig. Niet dat zij dat wil. Maar als Andreas vertelt wie er achter haar aan zit, moet ze wel vluchten. Ze heeft de man in kwestie al gespot. Hij haar dus ook. Team Mortis is weer bijeen.


In Noorwegen is iets griezeligs gaande.Twee tienersterren en influencers, Livia Holt en Finn Thorsen, zijn verdwenen. Bekend is dat zij beiden ontvoerd werden, en dat hun ontvoerder hen liet kiezen wie van de twee zou sterven. Livia stierf, Finn verdween.
Zowel Livia als Finn speelden in een populaire televisieserie, Kaos. Als een ander stelletje, Bent en Ilona op hun beurt verdwijnen en voor eenzelfde keus komen te staan, denkt men dat de serie de link is. Team Mortis ontdekt echter nog veel meer. Maar of zij in staat zijn de jongeren te redden die de dader ook nog op het oog heeft?


Celine kan niet anders dan Erika te laten infiltreren in de sociale omgeving van de jongelui. Zij is van dezelfde leeftijd. Maar behalve dat ze dan gevaar loopt ook een slachtoffer te worden van deze Noorse moordenaar, is er nog steeds het gevaar dat ze opgepakt wordt door degene die haar verdenkt van de moord in Amsterdam. Celine weet dat het gevaar groter is dan het Team denkt: Erika is immers officieel al dood. Je kan haar dus straffeloos ombrengen.


Terwijl Erika met hulp van haar neef Nielsen en de vrienden Felix en Andreas er achter probeert te komen wat er gaande is, wil ze ook nog heel graag de raadsels rond haar - overleden - ouders opgelost zien. Celine heeft beloofd haar te helpen, maar die wordt zelf dwarsgezeten. Er is minder vertrouwen in haar.
En natuurlijk springen er weer vonken heen en weer tussen Erika en Andreas, die soms heel snel gedoofd worden, maar soms ook uit kunnen groeien tot een klein vuurtje. Of het nu eindelijk echt iets wordt?


De trouwe lezer van de Team Mortis serie weet dat Bjorn van den Eynde je steeds om de tuin leidt. Het verhaal is altijd spannend, en je moet er wel tegen kunnen dat de moorden die gepleegd worden in alle gruwelijke details beschreven worden. Ook het romantische gedeelte gaat verder. Logisch natuurlijk, in een relatie gebeurt van alles! Erika en Andreas zijn in feite normale onzekere tieners.
Eigenlijk is het verbazingwekkend dat Van den Eynde je altijd zo ver weet te krijgen dat je door wil lezen, al vanaf de eerste pagina. Terwijl je heel goed weet dat de verrassende wendingen niet altijd even geloofwaardig zijn. Maar je weet niet wat de schrijver in petto heeft, je bent nieuwsgierig, dus ja, je leest door. Ook in dit tiende deel.


Team Mortis - De Slaventocht is deel tien van een verslavende serie. Dat is een mooi afgerond geheel, maar of het hierbij blijft, dat heeft de schrijver nog niet bekend gemaakt. Dat geldt ook voor de serie Campus 12, boeken die horen bij de gelijknamige televisieserie.
Het meest recente deel van de serie over Carlo Cabana verscheen in 2015; Ghost Rockers lijkt in 2017 geëindigd te zijn.
Duizendpoot Van den Eynde is bezig met een nieuwe serie: De Sonny Summer Super Secret School voor jeugd van tien jaar en ouder.


De cover van Peer de Maeyer is heel mooi overigens!


Bjorn Van den Eynde (Kessel,1984) is een jeugdauteur, televisiescenarist en regisseur. Na de opleiding 'Audiovisuele Kunsten' aan het RITS, waar hij in 2006 met onderscheiding afstudeerde, heeft hij een jaar gewerkt als regisseur voor productiehuis Eyeworks. Daarna heeft hij zich volledig toegelegd op fictie, als regisseur, scenarist en/of co-scenarist van o.a tv-reeksen zoals Ghost Rockers, Campus 12, Amika, Hotel 13, Galaxy Park, Mega Mindy en Het Huis Anubis.


ISBN 9789059247321  | hardcover | 331 pagina’s | Uitgeverij Fantoom | oktober 2019

© Marjo, 29 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Opgejaagd
deel 2 De wolventemmer
Barbara Jurgens


Runa, het veertienjarige meisje dat tijdens een vakantie in Italië ontdekt heeft dat ze een halfwolf is, trekt met een grote groep wolven naar het Noorden. De wolven werden bedreigd in Italië, ze moeten gered worden. Maar de zoektocht naar een veilige plek valt niet mee. Waar moeten ze heen? En hoe kan ze haar groep, bestaande uit bijna vijftig wolven, uit de belangstelling houden? Ze vreest het ergste als de pers hier lucht van krijgt.


Dat gebeurt natuurlijk: als ze besluit die journaliste een interview toe te staan, worden ze vanaf dat moment gevolgd op haar tocht door Europa. Niet dat ze zich daar de hele tijd van bewust is, haar telefoon heeft meestal geen bereik, en ze komt maar weinig mensen tegen én het lukt de media niet altijd om haar te lokaliseren.


Op de momenten dat ze hoort dat het journaille haar gevonden heeft, is ze eigenlijk vooral benauwd dat het zo wel erg makkelijk gemaakt wordt voor de man die hen achtervolgt: Giacomo Grifone is er op uit om alle wolven te doden, en met Runa heeft hij ook akelige plannen. Ze dacht veilig te zijn voor hem, hij zat immers opgesloten? Maar haar moeder vertelt haar op een van de zeldzame contactmomenten dat hij weer op vrije voeten is. En de kinderbescherming zit ook achter haar aan, omdat ze immers leerplichtig is.
Runa heeft veel steun van Rocco, ook een halfwolf, maar dan in de gedaante van een wolf. Met alle wolven heeft kan ze communiceren, maar met Rocco heeft ze een speciale band.


Runa trekt naar het Noorden, de Alpen over. Dat wordt een gevaarlijke tocht, het is winter. En ze moet een smokkelroute nemen, want op de doorgaande weg wacht Giacomo…
De wolven kunnen die smalle glibberige paadjes wel aan, ze springen gewoon over hindernissen en zij jagen om in leven te blijven. Maar Runa mag geen vlees eten, ze is bang dat ze dan in een wolf verandert. Als ze Vito ontmoet, een tienjarige jongen die met zijn vader alleen in de bergen woont, is het probleem om over de bergen te komen ook opgelost. Tenminste… Vito kan natuurlijk niet meer dan laten zien waar ze moet gaan.


‘Dan gaan we gletsjers beklimmen en abseilen met de jongens. Met stijgijzers en pikhouwelen.’
‘Met de jongens?’ vroeg Runa. ‘Mogen de meisjes niet mee?’
Vito keek haar verbaasd aan. ‘Meisjes?’ Hij dacht even na en keek haar toen onschuldig aan. ‘Die blijven thuis om te koken en te poetsen.’
‘Koken en poetsen?’
‘In Italië doen meisjes dat,’ verklaarde Vito met een uitgestreken gezicht.’


Of Vito echt zo over meisjes denkt?  Hij en Runa worden in ieder geval dikke vrienden, maar hij kan niet de hele reis mee. En Runa weet nog steeds niet waar ze heen moet…


Door dit spannende verhaal leert de lezer veel over het gedrag van wolven, maar leest vooral een spannend avontuur van een tocht dwars door Europa.
De ontknoping is verrassend! In de zin van een verhaal met een boodschap - als een sprookje, met een bijzondere wens voor de lezer - past het idealistische slot daar helemaal bij.
Maar het is een modern sprookje, compleet met sociale media en drones. De combinatie van een sprookjesachtig avontuur en de moderne wereld werkt prima.
Of de tocht van Runa nu ten einde is blijft enigszins open, er zou zomaar een vervolg kunnen komen.


Barbara Jurgens, acteur en scenarist, schreef tv-series als Fort Alpha en Keyzer & de Boer. Ook maakte zij een jeugdfilm Vechtmeisje.


ISBN 9789048846870  | Hardcover | 288 pagina's | Uitgeverij Moon| september 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 20 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het kompas
Joyce Pool


1950
In het eerste deel van dit waargebeurde bijzondere verhaal maken we kennis met Davey, een jonge scout van zestien jaar, woonachtig in Mortlake een buitenwijk van Londen, gelegen aan de zuidelijke oever van de Theems. De Tweede Wereldoorlog is net voorbij. Het land is volop bezig de opgelopen schade te herstellen.


De jongens van de seascoutgroep missen het avontuur van de oorlog diep in hun hart wel een beetje. Maar gelukkig worden er avontuurlijke reisjes georganiseerd en Davey kan niet wachten tot hij kan vertrekken met de andere negen jongens. Ze gaan het kanaal oversteken, naar Calais, met de Wangle III. Davey is blij dat zijn altijd vrolijke, grote vriend Brian, ook mee gaat. Maar Davey heeft de laatste tijd van die rare steken in zijn buik. Natuurlijk vertelt hij dat niet aan zijn moeder, zodirekt mag hij niet mee! Maar de pijn kan hij niet langer maskeren en na een bezoek aan de dokter is het een feit. Davey kan niet mee.
Met een bezwaard hart zwaait hij ze uit. Niet wetende dat het de laatste keer is dat hij ze ziet...


Een week later wacht hij zijn vriend en scoutingmaatjes op. Maar al wat er komt, geen Wangle III. En een week later nog steeds niet. De onzekerheid over het lot van de jongens is vreselijk. Iedereen verzamelt zich in het clubhuis. Davey wil eigenlijk alleen maar aan de oever van het 'strandje' zitten, turend en kijkend naar het water, want misschien... Helaas is het vergeefse hoop.


Er komen berichten uit Duitsland en Nederland dat er lichamen zijn gevonden. Zes in totaal. Er volgt een hoop geregel om de lichamen bij elkaar te brengen. Ze zullen begraven worden op Texel. Geld om de lichamen thuis te brengen is er niet. Zo vlak na de oorlog heeft niemand geld. Dat is een hard gelach voor de familie en vrienden, maar er is niets aan te doen. Het verdriet is groot bij iedereen en voor Davey in het bijzonder... Als hij geen buikpijn had gehad dan was hij nu ook...
Dat besef is zwaar en moeilijk. Het enige wat Davey nog heeft is het kompas van Brian, die nog van Brians opa was geweest. Davey moest er op passen...


Het verhaal over de onfortuinlijke reis van de Wangle III is op verzoek van Annemarie Witte van Scouting Texel geschreven. Zij vertelde over de tragische gebeurtenis van de Engelse seascouts en de uiteindelijke begrafenis op Texel.  'Onze groep verzorgt het graf, maar het vergaan van de Wangle III is nu zo lang geleden. Het wordt steeds lastiger om aan de kinderen uit te leggen waarom wij dat doen. Zou jij in twee korte verhalen iets van de geschiedenis kunnen beschrijven?' Aangezien Joyce Pool zelf op Texel woont, kende ze het graf wel, maar niet het verhaal erbij. Ze is echter onmiddellijk geïnteresseerd.
En zo is het boek 'Het kompas' ontstaan.


In het eerste verhaal heeft Joyce Pool zich op ontroerende en aangrijpende wijze ingeleefd in de bewoners van Mortlake, hoe dit akelige ongeluk voor de mensen geweest moet zijn. Het gefingeerde personage Davey is de vertolker van al deze gevoelens. Dat heeft Joyce Pool erg subtiel en stijlvol gedaan.


In het tweede deel wordt door Joyce Pool en haar man, journalist Pip Bernard, verslag gedaan van de research zelf. Natuurlijk bezoeken ze Mortlake, ook spreken ze familie en vrienden van de omgekomen jongens en de enige volwassen man die er bij was. Maar dat is niet het enige, ze bezoeken vele archieven, zelfs Scotland Yard, om zoveel mogelijk de waarheid achter de gebeurtenis te achterhalen. Het is een gedegen onderzoek en vermoedelijk is er niet veel méér te vinden dan dit echtpaar heeft achterhaald.

De zoektocht wordt in duidelijke taal verteld en is voorzien van vele foto's, ook van de jongens die op de boot zaten. De hoofdstukken wordt o.a. vanuit vindplaatsen van de lichamen besproken. Voorafgaand aan de te lezen tekst zien we prachtige luchtfoto's van o.a. de eilanden Texel, Terschelling en het Duitse Amrum. Ook zijn er foto's van de indrukwekkende begrafenis en delen van de kleding van de jongens. Apart is het in het Frans geschreven briefje dat niet door het water aangetast is. Het geheel, verhaal 1 en 2 maken het verhaal helemaal compleet.

Al met al is het een indrukwekkend boek dat duidelijk zijn impact zal hebben op jonge lezers.


ISBN 9789047708643 | Hardcover | 215 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juni 2018
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Dettie, 13 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Volle Maen
Luc Hanegreefs


1782
Gesterkt door de aantrekkelijke verhalen van zijn oom Ernst, kapitein, en de moeilijke omgang met zijn vader, monstert Cornelis -de verteller- aan op een slavenschip. Het wordt de eerst reis van De Halve Maen, zoals het schip gedoopt is. 
Al vanaf dag één waarschuwt 'De Deen' dat het schip geen slaven wil vervoeren.  Maar niemand luistert naar hem, de man vertelt zo vaak overdreven verhalen. Toch zal de bemanning later nog vaak aan zijn woorden terugdenken.


Aanvankelijk gaat alles goed. Cornelis geniet van zijn reis. Hij is steeds vaker het hulpje van de chirurgijn. 'Hij zegt dat ik een verstandige knaap ben,' schrijft hij naar zijn vriend Klaas. Maar als ze de eerste slaven aan boord willen halen, gebeuren en vreemde dingen. Het schip heeft er duidelijk geen zin, waarschuwt 'De Deen' weer.
Later wordt de Volle Maen geconfisqueerd door het Britse schip de Henry, Nederland is namelijk in oorlog met Groot-Brittanië. De chirurgijn en Cornelis  blijven aan boord van de Halve Maen en reizen door naar de goudkunst van Afrika, naar Cape Coast Castle. De chirurgijn van de Henry is nu kapitein van De Halve Maen. Hij weet helaas nauwelijks iets van navigatie, ook dit gegeven zal later betreurd worden.


In elkaar afwisselende hoofdstukken lezen we ook over Yao en zijn zus Máanu, die als geboeide slaven onderweg zijn naar het slavenschip. Yao weet te ontsnappen maar krijgt spijt, nu is zijn zus alleen en dat wil hij niet. Aan het strand pikt hij voedsel van Cornelis, in de hoop dat hij opgepakt wordt, en dat gebeurt uiteindelijk ook. Vanaf die tijd is er een speciale band tussen de twee jongens, een band die voorzichtig uitgroeit tot een fragiele vriendschap.


Yao krijgt op het schip een uitzonderingspositie, omdat hij Engels spreekt wordt hij de persoonlijke slaaf van de 'kapitein'. De rest van de slaven zit in het ruim en worden dagelijks gelucht, want de koopwaar moet wel fris blijven...
Cornelis is geschokt hoe er met de slaven omgegaan wordt maar het is moeilijk om onder de opdrachten van de kapitein uit te komen. Uiteindelijk gebeuren er de meest afschuwelijke dingen met de slaven. Cornelis kan het niet langer aanzien.


En dan is er nog Emily, die met haar wrede vader op een rietsuikerplantage in Jamaica woont. Zij vindt het vreselijk hoe haar vader met de slaven omgaat, maar hoe meer ze protesteert en de slaven probeert te helpen, hoe kwader haar vader wordt. Uiteindelijk stuurt hij haar terug naar Engeland, maar een dreigende storm verandert alles.


Het leven van Yao, Cornelis en Emily heeft raakvlakken, allen hebben moeite met de manier waarop met de slaven omgegaan wordt. Van Yao is dat begrijpelijk maar Cornelis beseft en begrijpt langzamerhand wat zijn vader hem altijd leerde. Cornelis wordt geconfronteerd met datgene waardoor hij met een kwaad hoofd van huis wegliep. Uiteindelijk verandert van alle drie (en Máanu) het leven drastisch.


Dit boek is genomineerd voor de Thea Beckmanprijs 2019 en dat is goed voor te stellen. Het is spannend, het is gebaseerd op een historisch gegevens - de slavenhandel en de oorlog met Groot-Brittanië - En ondanks dat het fictie is, kun je dankzij dit verhaal goed begrijpen hoe het voor de slaven was en hoe onmenselijk zij behandeld werden door de blanken. Ze werden niet gezien als mensen. Zelfs Cornelis moest wennen aan het feit dat een slaaf huilde, net als hij!
Indrukwekkend verhaal.


ISBN 9789044833201 | Hardcover | 365 pagina's | Clavis | oktober 2018 | Vanaf 13 jaar

© Dettie, 22 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Apollo's ondergang
Rom Molemaker


De moeder van Lester Stevens vindt haar zoon onhandelbaar. Ze kan hem niet langer aan, dus moet hij maar naar een jeugdinstelling. Lester vindt dat niet eens zo erg, want thuis heeft hij het niet naar zijn zin. Zijn vader heeft hem en zijn moeder in de steek gelaten. Op dat moment woonden ze nog in Australië, maar zijn moeder wilde terug naar Nederland, waar ze toetrad tot een streng-christelijke sekte.


Lester is echter een zoon van zijn vader: al die regels, het ‘moeten’, dat is niks voor hem, en toen hij eenmaal naar het voortgezet onderwijs ging kreeg hij foute vrienden. Van school zag hij niet veel meer, hij hing rond op straat, werd opgepakt wegens kleine criminaliteit en moest taakstraf vervullen. Maar dat hielp dus niet en nu brengt zijn moeder hem naar Dr. Predikman, een jeugdinstelling midden in de bossen. De opzet van deze instelling was: eigen verantwoordelijkheid leren nemen. Je krijgt als lezer het idee dat dit nu precies is wat Lester wil en wat hij ook aan kan mits hij in de juiste omgeving is.


Op Dr. Predikman wijst de directeur, van wie hij niet meteen hoogte krijgt, hem een oudere leerling als mentor toe. Dat is Apollo Vrieling. De jongens met wie Lester een huis deelt waarschuwen hem:


‘Je had beter kunnen treffen, maar zeker niet slechter.’
‘Apollo is puur vergif, daar heeft Sven gelijk in,’ beaamde Dwayne. ‘Dat weet iedereen.’
‘O?’ zei ik afwachtend. ‘Vertel’.
‘Hij zuigt je leeg, spuugt je dan weer uit, laat je alles oplikken, en dan begint hij weer van voren af aan.’ Die uitleg gaf me een duidelijk beeld, en dat bezorgde me een vieze smaak in mijn mond, maar ik slikte en zei: ‘Zo erg kan het toch niet zijn?’


Maar al snel komt Lester er achter dat er inderdaad niet te spotten valt met Apollo. En evenmin met zijn vriendinnetje Charmaine. En er zijn nog meer mensen van wie hij niet zeker weet aan wiens kant ze staan. Zelfs wat betreft de leraren is dat onduidelijk. Men is bang voor deze jongen.
Maar wie is Apollo Vrieling dan eigenlijk? Heeft hij – of zijn maten – iets te maken met de onverwachte dood van Ylias, de jongen wiens plaats Lester inneemt? De jongen zou gevlucht zijn, en onverhoeds de straat opgerend waar hij aangereden werd met dodelijk gevolg. En ook zijn er nog niet zo lang geleden twee meisjes verdwenen. Wat is er aan de hand in deze jeugdinstelling?


Je volgt het verhaal door de ogen van Lester. Die is meer bezig met zijn kwelgeest en een paar meisjes dan met schoolwerk. Ook krijg je niet echt een beeld van wat er nu eigenlijk gedaan wordt om de jongeren weer in het gareel te krijgen. Jammer wel, want daar heeft Rom Molemaker vaker over geschreven en die kennis heeft hij dus wel. In dit verhaal blijft het bij een spannend verhaal, een jeugdthriller.
De titel is wel een weggevertje, maar wat er nu precies aan de hand is in die instelling, wie je wel en wie dus niet kunt vertrouwen, dat blijft lang onduidelijk.


Het boek leest als een trein, het verhaal is chronologisch in een vlotte stijl geschreven, zonder flashbacks of andere lastige stijlvormen, dus heel geschikt voor de onderbouw van de middelbare school. Na de intrigerende proloog valt de spanning enigszins weg, tenenkrommend wordt het ook niet meer, maar wel spannend genoeg om lekker door te blijven lezen. Je wilt tenslotte wel weten hoe het verder gaat!


Rom Molemaker is een Nederlands jeugdschrijver. Na de kweekschool te Utrecht afgerond te hebben, stond Molemaker van 1968 tot en met 1996 voor de klas. Sinds 1998 is hij fulltime schrijver.


ISBN 9789025114497 | Paperback | 160 pagina’s | Uitgeverij Holland | oktober 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 6 februari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Drama Queen
Derk Visser


Angel woont in een wijk waar het er ruig aan toe gaat. Het is de tijd rond Kerst en Oud en Nieuw. Een stel jongens uit de buurt knalt er al lustig op los. Dezelfde jongens maken het Angel soms knap moeilijk maar ze weet van zich af te bijten en eventueel gebruikt ze ook haar handen. Ze is gewoon een stoere meid, tenminste zo ziet iedereen haar. Maar ze zal wel moeten, anders heeft ze geen leven.


De twaalfjarige Angel woont met haar zeer jonge, mooie moeder in een oude flat. Een vader is er niet, Angel is verwekt tijdens een eenmalige vrijpartij. De volgende ochtend was de vogel gevlogen. Haar moeder was toentertijd vijftien. Mama is stripteasedanseres, iets waar Angel flink moeite mee heeft maar voor de rest hebben de twee een zeer speciale band. Ze ruziën wat af, zijn open, rechtstreeks en soms hard  in hun woorden, maar ze zijn evengoed stapelgek op elkaar.

Angel is net een stuiterbal. Ze heeft ADHD maar is gestopt met de ritalin, daar werd ze een zombie van volgens eigen zeggen. Op school zit ze alleen want ze leidt mensen teveel af volgens de juf. Angel kan absoluut niet tegen onrechtvaardigheid en knalt dan ook bijna uit elkaar als er iets gebeurt dat ze niet kan rijmen met haar gevoel voor eerlijkheid. Ze heeft dan ook geen vriendinnen want ze is veel te rechtstreeks en te druk.


Maar dan komt Kayleigh op school, en ze moet naast Angel zitten. De twee krijgen onmiddellijk een band. Kayleigh woont in de flat tegenover die van Angel. Deze laatste beschermt haar voor de jongens die zitten te klieren. Angel is heel blij met deze vriendschap, het maakt haar zacht, iets wat ze niet kent.
Ook bij Kayleigh is de thuissituatie niet zoals hij moet zijn en de twee meiden vinden mede daardoor elkaar. Maar dan is Kayleigh op een dag vertrokken, de flat is leeg. Het laat Angel met zeer verwarde gevoelens achter.


Ondertussen lezen we ook over opa, de vader van Angels moeder, die Angel stiekem bezoekt want opa en mama hebben ruzie. Opa lust te graag een glaasje en heeft het mede daardoor verbruid bij zijn dochter. Maar Angel vindt het prettig bij opa, ondanks zijn gemopper en vergeetachtigheid. Als opa ziek wordt volgt er een mooi, ontroerend verhaal zonder sentimenteel te worden, daar zijn opa en Angel te stoer voor. Maar juist door die stoerheid grijpt het je aan. Veel wordt niet gezegd, maar wel gevoeld bij de twee.


De moeder van Angels is een 'hoofdstuk apart' ze is pas dertig en staat nog volop in het leven, zij en Angel kunnen enorme keet schoppen en de slappe lach krijgen, maar toch blijft ze ondanks haar jeugdige gedrag toch een échte moeder. Hoe ouder Angel wordt en de leeftijd krijgt die haar moeder had toen zij geboren werd, hoe meer ze beseft hoe haar geboorte voor haar moeder geweest moet zijn. Ondertussen heeft Angel, Kayleigh weer ontmoet en dat maakt alles anders.


De titel Drama Queen doet Angel geen eer aan, ze is allesbehalve een drama queen. Het boek levert wel een prachtig verhaal over groeipijn en volwassen worden.
Het is een van de beste 57 boeken van 2019 volgens de Volkskrant. Dus... gewoon lezen dit boek, gewoon doen!


ISBN 9789025771881 | Hardcover | 215 pagina's | Uitgeverij Gottmer | oktober 2019
Leeftijd 13+

© Dettie, 2 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Youra en het XXste konvooi
Wouter Polspoel en Herman Campenhout


In Boortmeerbeek, een kleine landelijke gemeente tussen Mechelen en Leuven, vlak naast de spoorlijn die beide steden met elkaar verbindt, staat op een pleintje een sober monument. Dit staat erop te lezen:


Vriend voorbijganger,
toon eerbied voor deze heldhaftige handen,
zij hebben hen gered,
die door krachten van het kwaad
naar de hel werden gezonden.


Het werd in 2005 opgericht ter nagedachtenis van de overval op Transport XX, een uniek feit uit de geschiedenis van de Holocaust en het verzet. Betrokkenen Youra Livschitz en zijn broer Alexander werden op 23 juni 1943 verraden en gearresteerd. Ze werden veroordeeld tot de doodstraf, die voltrokken werd op de Nationale Schietbaan (op resp. 17 en 10 februari 1944).


Het verhaal dat Wouter Polspoel (31, Vilvoorde) en Herman van Campenhout (75, Meise) hebben opgeschreven in dit boek is een fictief verhaal rondom de feiten. Zij laten het verhaal afwisselend vertellen door de bijna-arts Youra en zijn toekomstige geliefde Sarah.


Youra Livchitz studeerde geneeskunde, maar omdat hij joods was, mocht hij zijn werk als arts-assistent niet meer uitvoeren. Als er oproepen volgen voor Joden, zigeuners en andere ‘ongewenste’ lieden om huis en haard te verlaten en naar de Dossinkazerne in Mechelen te gaan, vertellen de Duitsers dat zij elders te werk gesteld zullen worden. Maar al snel lekken de geruchten door, in plaats van naar een veilige plek zullen ze naar een concentratiekamp vervoerd worden en daar een wisse dood vinden.


Ook Youra moet onderduiken, maar hij is niet van plan om lijdzaam af te wachten. Samen met zijn broer en twee vrienden, Robert Maistriau en Jean Franklemon, besluiten zij een trein te overvallen, het XXste konvooi, een aantal goederenwagons, waarin zich 1631 personen bevinden. Het lukt Maistriau om een deur open te krijgen en zeventien mensen weten te ontsnappen.
Onder hen bevindt zich het joodse meisje Sarah, die op het eerste gezicht verliefd wordt op Youra en moeite doet om in contact met hem te blijven.


Feit: Door de actie van de studenten konden er zeventien mensen ontsnappen, maar als de trein verder rijdt, ontsnappen nog tientallen gedeporteerden uit andere wagons. Enkele gevangenen hebben namelijk zagen, vijlen, tangen en ander materiaal in het stro verstopt. Met deze werktuigen worden enkele wagons van binnenuit geopend. In het totaal springen 234 personen van de trein: 26 van hen komen tijdens hun vluchtpoging om, 89 worden weer opgepakt en op een volgend transport gezet. 118 gedeporteerden van transport XX slagen er in op vrije voeten te blijven.


Het XXste konvooi dat op 19 april 1943 uit Mechelen vertrok werd begeleid door een commando van de Schutzpolizei. Zo’n commando bestond uit één officier en 40 manschappen. Het was een uitzonderlijk groot konvooi en het vervoer gebeurde voor de eerste maal met goederenwagons, waarbij de deuren werden vergrendeld met prikkeldraad. Bij vorige konvooien waren steeds derde klasse personenwagons gebruikt waardoor gedeporteerden makkelijk via de ramen konden ontvluchten.
Het was de grootste actie om Joden uit een trein naar Auschwitz te redden en ook een van de weinige, buiten een dergelijke actie in Polen.


ISBN 9789462421042 | Paperback | 123 pagina's | Uitgeverij Kramat | juni 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 25 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hendrick
De Hollandse indiaan
Bianca Mastenbroek


1659
De zestienjarige Hendrick is samen met zijn vader en broer Evert (13) per schip op weg naar Nieuw Amsterdam - het huidige New York -om  bevervellen af te leveren. Maar hij zal de plaats nooit bereiken. Ze gaan tot Hendricks verrassing  namelijk eerst langs het nieuwe huis dat vader heeft laten bouwen bij Fort Esopus.
Gezien de spanningen tussen de wilden (Indianen) en de in het dorp wonende christelijke Nederlanders is het dorp omheind en kunnen de bewoners het alleen met soldatenbegeleiding verlaten om op het land te werken.


De blanke christenen hebben een hekel aan deze wilde heidenen, ze stelen het vee, steken huizen in brand of schieten zonder enige reden een goed christen dood, ze zijn goddeloos. Het grootste punt is dat de christenen het land gekocht hebben en dat willen die wilden maar niet snappen...
Maar volgens de wilden schijnt er iets te zijn met niet nagekomen afspraken, met cadeau's die ze nog zouden krijgen. De enige man met wie de wilden willen spreken is directeur- generaal Peter Stuyvesant, hem geloven ze nog wel.
Heimelijk is Hendrick bang voor de wilden. Hij hoopt dat ze snel doorreizen naar Nieuw-Amsterdam. Maar het lot zal anders beslissen...


Door een samenloop van omstandigheden wordt Hendrick gevangen genomen door de wilden en tot zijn schrik nemen ze hem op in hun nederzetting. Ze verkeren in de veronderstelling dat hij een weeskind is. Natuurlijk wil hij ontsnappen maar dat lukt niet. Al snel leert hij de taal van de indianen waardoor hij met ze kan communiceren.
Door zijn verblijf tussen de wilden ontdekt Hendrick dat de indianen er heel andere visies op na houden dan zijn blanke landgenoten. Hij leert hun normen en waarden kennen die vooral bestaan uit respect hebben voor het land en al het leven. Ook beseft hij dat de verschillen tussen christelijke leer en die van de indianen niet eens zoveel verschillen. Alleen die van de indianen is eerlijker en respectvoller. Hij leert de geheimen kennen van de grond waarop hij leeft, hij leert de aarde te bedanken voor alles wat zij schenkt. Hij krijgt erg wijze lessen en beseft dat niet de indianen de wilden zijn maar de blanken. Het zijn de blanken die met gespleten tong spreken en hun afspraken niet nakomen met alle gevolgen van dien.


Het geheel vormt een prachtig en boeiend verhaal waarin we de gebruiken, rites en leefwijze van de indianen leren kennen. Maar het is vooral het verhaal van Hendrick zelf dat zo'n indruk maakt. Hij groeit op van onzeker jongen tot een daadkrachtige man die beslissingen durft te nemen.
Het is soms wel een beetje vreemd dat deze erg jonge jongen zoveel zeggenschap krijgt bij erg belangrijke gebeurtenissen waarbij om weloverwogen handelen wordt gevraagd. Ook de taal leert hij wel verbazingwekkend snel. Maar verder is het een indrukwekkend verhaal dat je nog lang bijblijft.

Achterin het boek vinden we een toelichting van de schrijfster over de gebeurtenissen rond de indianen in het gebied waar Hendrick terecht kwam. Ze is erg zorgvuldig te werk gegaan en die zorgvuldigheid is terug te vinden in het verhaal.


Kortom, een bijzonder boek dat terecht genomineerd is voor de Thea Beckmanprijs 2019.


ISBN 9789051166279 | Hardcover | 378 pagina's | Uitgeverij de Vier Windstreken | september 2017
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Dettie, 11 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sophie
Met jou wil ik mijn dagboek delen
Jean-Philippe Rieu


‘Ok, I’m going to work now, when you wake up this morning, please read my diary. Look through my things, and figure me out.'

― Kurt Cobain

Als ooit een motto van toepassing was, dan is dat zeker het geval met het motto van dit boek!
Het is het dagboek van de ongeveer zestienjarige Sophie, die begint te schrijven op de dag dat ze voor het eerst verliefd wordt.
Wat we vervolgens lezen is dan ook echt een dagboek met daarin de zielenroerselen van een puber, die schrijft over haar gevoelens, haar onzekerheden, over alles wat je maar kwijt wilt in een dagboek, waarbij je er in principe van uit gaat dat het een privéschrijfsel is.
Af en toe wordt het dagboek onderbroken door wat er in de echte wereld gebeurt, en waar Sophie dan meestal ook weer naar verwijst als ze verder schrijft.

‘Die eindeloze gedachtenstroom, die ook vaak ’s nachts niet stopt, die is van mij alleen. En ik alleen moet beslissen wat ik ermee doe. Ook nu weer. De beelden en ideeën in mijn hoofd: denk ik ze of bedenk ik ze? Of ben ik niet eens de denker en bedenker? Ik vraag me af of ik de enige ben die zulke gedachten heeft. Of anderen ook hiermee worstelen.’

Dit alles zit haar dermate dwars dat ze probeert er met haar moeder over te praten. Zo ontdekt ze dat het laten lezen van haar dagboek makkelijker is. En haar moeder reageert ook in haar dagboek.

‘Figure me out’. Sophie wil weten wie ze is, waar ze staat in de wereld, en aangezien haar karakter haar gebiedt open en eerlijk te zijn, laat ze ook haar vriendin lezen, en wil ze later zelfs haar dagboek delen met haar klasgenoten. Tegen die tijd zijn haar teksten nogal filosofisch geworden. Ze stelt levensvragen.
Dat valt niet bij iedereen goed. Als ze er tegenover de jongen recht voor uit komt dat ze verliefd op hem is, gaat hij even mee in haar manier van communiceren. Maar eigenlijk vindt hij het doodeng. Hij wil zijn gevoelens niet delen - ’het geeft hem de kriebels.’
Natuurlijk zijn er meer mensen die deze openheid maar eng vinden,  en Sophie zelf twijfelt net zo goed, waarbij ze als een echte puber in verschillende stemmingen vervalt  ‘Himmelhoch jauchzend zum tode betrübt’, en alles schrijft ze op.

Als ze haar dagboek aan de hele klas wil laten lezen, om er over te praten, wordt haar dagboek meer een sprookjesachtig verhaal. Het lijkt me tenminste niet erg realistisch zoals de leerkrachten op school mee gaan in haar filosofische manier van het leven benaderen.
Niettemin zet Sophie de lezer wel aan het nadenken. En of die lezer op zijn of haar beurt alles met anderen deelt, ach, eerlijk zijn ten opzichte van jezelf is al heel wat.

Een verrassend boek van musicus en dichter Jean-Philippe Rieu, die eerder boeken met liedjes  schreef voor kleuters.

ISBN 9789044835458 | Hardcover | 98 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2019
Leeftijd vanaf 14 jaar

© Marjo, 14 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER