Nieuwe jeugdboekrecensies 13+

Youra en het XXste konvooi
Wouter Polspoel en Herman Campenhout


In Boortmeerbeek, een kleine landelijke gemeente tussen Mechelen en Leuven, vlak naast de spoorlijn die beide steden met elkaar verbindt, staat op een pleintje een sober monument. Dit staat erop te lezen:


Vriend voorbijganger,
toon eerbied voor deze heldhaftige handen,
zij hebben hen gered,
die door krachten van het kwaad
naar de hel werden gezonden.


Het werd in 2005 opgericht ter nagedachtenis van de overval op Transport XX, een uniek feit uit de geschiedenis van de Holocaust en het verzet. Betrokkenen Youra Livschitz en zijn broer Alexander werden op 23 juni 1943 verraden en gearresteerd. Ze werden veroordeeld tot de doodstraf, die voltrokken werd op de Nationale Schietbaan (op resp. 17 en 10 februari 1944).


Het verhaal dat Wouter Polspoel (31, Vilvoorde) en Herman van Campenhout (75, Meise) hebben opgeschreven in dit boek is een fictief verhaal rondom de feiten. Zij laten het verhaal afwisselend vertellen door de bijna-arts Youra en zijn toekomstige geliefde Sarah.


Youra Livchitz studeerde geneeskunde, maar omdat hij joods was, mocht hij zijn werk als arts-assistent niet meer uitvoeren. Als er oproepen volgen voor Joden, zigeuners en andere ‘ongewenste’ lieden om huis en haard te verlaten en naar de Dossinkazerne in Mechelen te gaan, vertellen de Duitsers dat zij elders te werk gesteld zullen worden. Maar al snel lekken de geruchten door, in plaats van naar een veilige plek zullen ze naar een concentratiekamp vervoerd worden en daar een wisse dood vinden.


Ook Youra moet onderduiken, maar hij is niet van plan om lijdzaam af te wachten. Samen met zijn broer en twee vrienden, Robert Maistriau en Jean Franklemon, besluiten zij een trein te overvallen, het XXste konvooi, een aantal goederenwagons, waarin zich 1631 personen bevinden. Het lukt Maistriau om een deur open te krijgen en zeventien mensen weten te ontsnappen.
Onder hen bevindt zich het joodse meisje Sarah, die op het eerste gezicht verliefd wordt op Youra en moeite doet om in contact met hem te blijven.


Feit: Door de actie van de studenten konden er zeventien mensen ontsnappen, maar als de trein verder rijdt, ontsnappen nog tientallen gedeporteerden uit andere wagons. Enkele gevangenen hebben namelijk zagen, vijlen, tangen en ander materiaal in het stro verstopt. Met deze werktuigen worden enkele wagons van binnenuit geopend. In het totaal springen 234 personen van de trein: 26 van hen komen tijdens hun vluchtpoging om, 89 worden weer opgepakt en op een volgend transport gezet. 118 gedeporteerden van transport XX slagen er in op vrije voeten te blijven.


Het XXste konvooi dat op 19 april 1943 uit Mechelen vertrok werd begeleid door een commando van de Schutzpolizei. Zo’n commando bestond uit één officier en 40 manschappen. Het was een uitzonderlijk groot konvooi en het vervoer gebeurde voor de eerste maal met goederenwagons, waarbij de deuren werden vergrendeld met prikkeldraad. Bij vorige konvooien waren steeds derde klasse personenwagons gebruikt waardoor gedeporteerden makkelijk via de ramen konden ontvluchten.
Het was de grootste actie om Joden uit een trein naar Auschwitz te redden en ook een van de weinige, buiten een dergelijke actie in Polen.


ISBN 9789462421042 | Paperback | 123 pagina's | Uitgeverij Kramat | juni 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 25 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hendrick
De Hollandse indiaan
Bianca Mastenbroek


1659
De zestienjarige Hendrick is samen met zijn vader en broer Evert (13) per schip op weg naar Nieuw Amsterdam - het huidige New York -om  bevervellen af te leveren. Maar hij zal de plaats nooit bereiken. Ze gaan tot Hendricks verrassing  namelijk eerst langs het nieuwe huis dat vader heeft laten bouwen bij Fort Esopus.
Gezien de spanningen tussen de wilden (Indianen) en de in het dorp wonende christelijke Nederlanders is het dorp omheind en kunnen de bewoners het alleen met soldatenbegeleiding verlaten om op het land te werken.


De blanke christenen hebben een hekel aan deze wilde heidenen, ze stelen het vee, steken huizen in brand of schieten zonder enige reden een goed christen dood, ze zijn goddeloos. Het grootste punt is dat de christenen het land gekocht hebben en dat willen die wilden maar niet snappen...
Maar volgens de wilden schijnt er iets te zijn met niet nagekomen afspraken, met cadeau's die ze nog zouden krijgen. De enige man met wie de wilden willen spreken is directeur- generaal Peter Stuyvesant, hem geloven ze nog wel.
Heimelijk is Hendrick bang voor de wilden. Hij hoopt dat ze snel doorreizen naar Nieuw-Amsterdam. Maar het lot zal anders beslissen...


Door een samenloop van omstandigheden wordt Hendrick gevangen genomen door de wilden en tot zijn schrik nemen ze hem op in hun nederzetting. Ze verkeren in de veronderstelling dat hij een weeskind is. Natuurlijk wil hij ontsnappen maar dat lukt niet. Al snel leert hij de taal van de indianen waardoor hij met ze kan communiceren.
Door zijn verblijf tussen de wilden ontdekt Hendrick dat de indianen er heel andere visies op na houden dan zijn blanke landgenoten. Hij leert hun normen en waarden kennen die vooral bestaan uit respect hebben voor het land en al het leven. Ook beseft hij dat de verschillen tussen christelijke leer en die van de indianen niet eens zoveel verschillen. Alleen die van de indianen is eerlijker en respectvoller. Hij leert de geheimen kennen van de grond waarop hij leeft, hij leert de aarde te bedanken voor alles wat zij schenkt. Hij krijgt erg wijze lessen en beseft dat niet de indianen de wilden zijn maar de blanken. Het zijn de blanken die met gespleten tong spreken en hun afspraken niet nakomen met alle gevolgen van dien.


Het geheel vormt een prachtig en boeiend verhaal waarin we de gebruiken, rites en leefwijze van de indianen leren kennen. Maar het is vooral het verhaal van Hendrick zelf dat zo'n indruk maakt. Hij groeit op van onzeker jongen tot een daadkrachtige man die beslissingen durft te nemen.
Het is soms wel een beetje vreemd dat deze erg jonge jongen zoveel zeggenschap krijgt bij erg belangrijke gebeurtenissen waarbij om weloverwogen handelen wordt gevraagd. Ook de taal leert hij wel verbazingwekkend snel. Maar verder is het een indrukwekkend verhaal dat je nog lang bijblijft.

Achterin het boek vinden we een toelichting van de schrijfster over de gebeurtenissen rond de indianen in het gebied waar Hendrick terecht kwam. Ze is erg zorgvuldig te werk gegaan en die zorgvuldigheid is terug te vinden in het verhaal.


Kortom, een bijzonder boek dat terecht genomineerd is voor de Thea Beckmanprijs 2019.


ISBN 9789051166279 | Hardcover | 378 pagina's | Uitgeverij de Vier Windstreken | september 2017
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Dettie, 11 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sophie
Met jou wil ik mijn dagboek delen
Jean-Philippe Rieu


‘Ok, I’m going to work now, when you wake up this morning, please read my diary. Look through my things, and figure me out.'

― Kurt Cobain

Als ooit een motto van toepassing was, dan is dat zeker het geval met het motto van dit boek!
Het is het dagboek van de ongeveer zestienjarige Sophie, die begint te schrijven op de dag dat ze voor het eerst verliefd wordt.
Wat we vervolgens lezen is dan ook echt een dagboek met daarin de zielenroerselen van een puber, die schrijft over haar gevoelens, haar onzekerheden, over alles wat je maar kwijt wilt in een dagboek, waarbij je er in principe van uit gaat dat het een privéschrijfsel is.
Af en toe wordt het dagboek onderbroken door wat er in de echte wereld gebeurt, en waar Sophie dan meestal ook weer naar verwijst als ze verder schrijft.

‘Die eindeloze gedachtenstroom, die ook vaak ’s nachts niet stopt, die is van mij alleen. En ik alleen moet beslissen wat ik ermee doe. Ook nu weer. De beelden en ideeën in mijn hoofd: denk ik ze of bedenk ik ze? Of ben ik niet eens de denker en bedenker? Ik vraag me af of ik de enige ben die zulke gedachten heeft. Of anderen ook hiermee worstelen.’

Dit alles zit haar dermate dwars dat ze probeert er met haar moeder over te praten. Zo ontdekt ze dat het laten lezen van haar dagboek makkelijker is. En haar moeder reageert ook in haar dagboek.

‘Figure me out’. Sophie wil weten wie ze is, waar ze staat in de wereld, en aangezien haar karakter haar gebiedt open en eerlijk te zijn, laat ze ook haar vriendin lezen, en wil ze later zelfs haar dagboek delen met haar klasgenoten. Tegen die tijd zijn haar teksten nogal filosofisch geworden. Ze stelt levensvragen.
Dat valt niet bij iedereen goed. Als ze er tegenover de jongen recht voor uit komt dat ze verliefd op hem is, gaat hij even mee in haar manier van communiceren. Maar eigenlijk vindt hij het doodeng. Hij wil zijn gevoelens niet delen - ’het geeft hem de kriebels.’
Natuurlijk zijn er meer mensen die deze openheid maar eng vinden,  en Sophie zelf twijfelt net zo goed, waarbij ze als een echte puber in verschillende stemmingen vervalt  ‘Himmelhoch jauchzend zum tode betrübt’, en alles schrijft ze op.

Als ze haar dagboek aan de hele klas wil laten lezen, om er over te praten, wordt haar dagboek meer een sprookjesachtig verhaal. Het lijkt me tenminste niet erg realistisch zoals de leerkrachten op school mee gaan in haar filosofische manier van het leven benaderen.
Niettemin zet Sophie de lezer wel aan het nadenken. En of die lezer op zijn of haar beurt alles met anderen deelt, ach, eerlijk zijn ten opzichte van jezelf is al heel wat.

Een verrassend boek van musicus en dichter Jean-Philippe Rieu, die eerder boeken met liedjes  schreef voor kleuters.

ISBN 9789044835458 | Hardcover | 98 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2019
Leeftijd vanaf 14 jaar

© Marjo, 14 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het kompas
Joyce Pool


In 1950, op 12 augustus, heeft de seascoutgroep van Mortlake (voorstadje van Londen) een oversteek gepland naar Calais.
Na een grondige voorbereiding zou de whaler (een walvissloep), de Wangle III met zeven man aan boord vanuit Londen vertrekken naar Margate waar drie anderen opgepikt zouden worden. Olly Amos, kapitein van zes scouts, zou in Margate de leiding overgeven aan scoutmaster John Weeden. In totaal waren er tien man aan boord.


Een van de leden van die bemanning is de zestienjarige David Hannell. Deze Davey is de verteller van het verhaal dat enigszins gefictionaliseerd het eerste deel van dit boek vormt. Davey baalt vreselijk, want hij heeft buikpijn. En hoewel hij probeert het te verbergen weet hij ook dat hij een gevaar zou vormen voor de anderen. Hij blijft thuis.
Als de boot terug verwacht wordt, blijft het stil in de haven. De Wangle komt niet terug. Aanvankelijk is er onduidelijkheid: zijn ze misschien vanwege slecht weer in Calais gebleven? Maar  helaas: ze zijn wel degelijk uitgevaren. Wat is er gebeurd?
Davey worstelt met een schuldgevoel. En natuurlijk is hij verdrietig. Zijn beste vriend Brian – ze waren allebei leerling-scheepsbouwers - is wel meegegaan. Hij had Davey zijn kompas gegeven, om op te passen. En nu kan hij het niet meer teruggeven!


De weken na het wegblijven van de Wangle III zijn spannend. Er spoelen lichamen aan, niet aan de zuidkust waar de reddingstroepen gezocht hebben, maar op de Nederlandse en Duitse Waddeneilanden! De achterblijvers zouden graag hun geliefden thuis begraven, maar er is geen geld voor repatriëring, het zijn de jaren van wederopbouw. Tenslotte wordt besloten de mannen die gevonden zijn, zes in totaal, te begraven op Texel. Waar hun graf dus nog steeds verzorgd wordt door scouts.
In dit eerste deel heeft Joyce Pool Davey het verhaal laten vertellen. Hij is een aansprekend personage voor dit spannende en aangrijpende verhaal.


Maar dan volgt nog een tweede deel. Dat is het verslag van de speurtocht naar de achtergrond van deze scheepsramp, die de schrijvers naar Mortlake, Margate, Calais en de andere Waddeneilanden bracht. Zij doken in archieven, speurend naar documenten over de gebeurtenissen, spraken met familieleden en wisten te achterhalen wat er voor  en na de ramp gebeurde. Maar niemand zal ooit weten wat er precies met de whaler gebeurd is. De weersomstandigheden waren niet bijzonder slecht. Het wrak is nooit gevonden.


In dit tweede deel zijn vele foto’s opgenomen, oude fotootjes van de betrokkenen, maar ook foto’s die de schrijvers maakten van de plekken waar zij voor hun onderzoek kwamen. Oude krantenartikelen, en prachtige overzichtsfoto’s van de eilanden. Het is vrijwel onmogelijk dat er nog vragen zijn die niet beantwoord worden in dit boek, het is ontzettend volledig, maar daarom is waarschijnlijk het tweede deel minder aansprekend voor de doelgroep.


Het is niet zo vreemd dat juist Joyce Pool dit boek schreef. Zij woont op Texel met haar echtgenoot, de journalist Pip Barnard. Het graf met zes leden van de bemanning, die zo jammerlijk aan hun einde kwam, ligt ook op dat eiland en werd al die jaren onderhouden door Scouting Texel. Maar het werd steeds lastiger om de jongens uit te leggen waarom ze dat nu eigenlijk deden. En toen werden Joyce en haar man aangesproken: zouden zij niet het verhaal kunnen opschrijven voor de scouts? En zo kwam ook dit boek tot stand, na uitgebreid onderzoek, die de twee schrijvers naar alle plekken leidde die iets te maken hadden met de bemanning en de reis van de Wangle III.


ISBN 9789047708643 | hardcover | 215 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juni 2018
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 9 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hendrick, de Hollandsche indiaan
Bianca Mastenbroek


Een Hollandse Indiaan! Dat moet een bijzonder verhaal zijn. En dat is het dan ook.


Eind zeventiende eeuw waren er al een aantal Nederlanders naar het pas ontdekte Amerika getrokken, waar het er heel anders uitzag dan nu! Geen sprake van dichtbevolkte steden en industrie! Het was een uitgestrekt platteland waar echter al mensen woonden: de Indianen.


Bianca Mastenbroek vertelt in dit boek over de hoogmoed van de blanke mens, die zichzelf beter waant dan degene die er anders uitziet. Niet alleen voor de zwarte mens gold dat, maar ook de roodhuiden hebben zwaar geleden onder de blanke overheersing.
Eigenlijk is het onvoorstelbaar: deze eerste pioniers waren goedgelovige christenen, die toch echt leerden dat ze hun naaste lief moesten hebben. Maar iemand met een andere kleur, dat was in hun ogen geen naaste.


De zestienjarige Hendrick Pels, onze hoofdpersoon heeft dezelfde mening. Hij weet niet beter dan indianen zijn minderwaardig, het zijn wilden. En zij, de nieuwe bewoners van Amerika, hadden het volste recht hen te bestrijden, te bedriegen, te doden en het vruchtbare land dat de indianen bewerkten van hen af te nemen. Dan wordt Hendrick gevangen genomen door een stam Esopus-indianen. Hoewel hij vrij is om te gaan en staan waar hij wil, weet hij dat ze hem in de gaten houden en dat hij absoluut niet opgewassen is tegen zo’n snelle, lichtvoetige indiaan. Hij zou binnen de kortste keren weer teruggehaald zijn, zeker nu de lange winter er aan komt. Dus maakt hij er maar het beste van, probeert in ieder geval snel de taal te leren, want dan kan hij als hij weer thuis is tolken, en zal zijn vader trots op hem zijn!
Maar wat de lezer vanaf het begin weet: hij voelt zich steeds beter bij de indianen, hun levenswijze en filosofie bevalt hem uitermate. Deze mensen zijn helemaal niet wild, zij denken alleen anders.
En langzaam wordt hij die Hollandse indiaan…


Voor een jonge lezer is het best een kluif: het verhaal is geschreven is een goed lopende verteltrant, volle zinnen, het tegendeel van de popiejopiestijl waar kinderen helaas steeds meer aan gewend raken. Als Hendrick eenmaal bij de indianen is leert hij de taal en staan er veel indianenwoorden in de tekst. Ook de overpeinzingen van de jongen als hij hetgeen hij geleerd heeft vergelijkt met hetgeen hij ziet, kunnen lastig zijn, omdat het religieuze verkondigingen tegenover sociaal-maatschappelijke feiten zet, vereenvoudigd natuurlijk, omdat Hendrick een kind is. En natuurlijk ziet hij ook dat er goede mensen bij de blanken zijn, en slechte bij de indianen. Een mens is maar een mens in feite. Maar de figuur Hendrick spreekt vast en zeker aan, nog meer als je leest dat hij echt bestaan heeft! De Hollandsche Indiaan is namelijk gebaseerd op ware gebeurtenissen. En Bianca Mastenbroek heeft er een spannend verhaal van gemaakt, met veel actie.
Dit moest allemaal in dit ene boek, vandaar dat het best een dikke pil is, maar absoluut de moeite waard!


De omslag is van JeRoen Murré. Voor- en achterin landkaarten van Nieuw-Nederland. Bij de ‘Verantwoording’ achter in het boek staan nog meer landkaarten en afbeeldingen.


ISBN 9789051166279 | hardcover | 378 pagina's | Uitgeverij de Vier Windstreken | september 2017
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 15 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het kompas
Joyce Pool


1950
In het eerste deel van dit waargebeurde bijzondere verhaal maken we kennis met Davey, een jonge scout van zestien jaar, woonachtig in Mortlake een buitenwijk van Londen, gelegen aan de zuidelijke oever van de Theems. De Tweede Wereldoorlog is net voorbij. Het land is volop bezig de opgelopen schade te herstellen.


De jongens van de seascoutgroep missen het avontuur van de oorlog diep in hun hart wel een beetje. Maar gelukkig worden er avontuurlijke reisjes georganiseerd en Davey kan niet wachten tot hij kan vertrekken met de andere negen jongens. Ze gaan het kanaal oversteken, naar Calais, met de Wangle III. Davey is blij dat zijn altijd vrolijke, grote vriend Brian, ook mee gaat. Maar Davey heeft de laatste tijd van die rare steken in zijn buik. Natuurlijk vertelt hij dat niet aan zijn moeder, zodirekt mag hij niet mee! Maar de pijn kan hij niet langer maskeren en na een bezoek aan de dokter is het een feit. Davey kan niet mee.
Met een bezwaard hart zwaait hij ze uit. Niet wetende dat het de laatste keer is dat hij ze ziet...


Een week later wacht hij zijn vriend en scoutingmaatjes op. Maar al wat er komt, geen Wangle III. En een week later nog steeds niet. De onzekerheid over het lot van de jongens is vreselijk. Iedereen verzamelt zich in het clubhuis. Davey wil eigenlijk alleen maar aan de oever van het 'strandje' zitten, turend en kijkend naar het water, want misschien... Helaas is het vergeefse hoop.


Er komen berichten uit Duitsland en Nederland dat er lichamen zijn gevonden. Zes in totaal. Er volgt een hoop geregel om de lichamen bij elkaar te brengen. Ze zullen begraven worden op Texel. Geld om de lichamen thuis te brengen is er niet. Zo vlak na de oorlog heeft niemand geld. Dat is een hard gelach voor de familie en vrienden, maar er is niets aan te doen. Het verdriet is groot bij iedereen en voor Davey in het bijzonder... Als hij geen buikpijn had gehad dan was hij nu ook...
Dat besef is zwaar en moeilijk. Het enige wat Davey nog heeft is het kompas van Brian, die nog van Brians opa was geweest. Davey moest er op passen...


Het verhaal over de onfortuinlijke reis van de Wangle III is op verzoek van Annemarie Witte van Scouting Texel geschreven. Zij vertelde over de tragische gebeurtenis van de Engelse seascouts en de uiteindelijke begrafenis op Texel.  'Onze groep verzorgt het graf, maar het vergaan van de Wangle III is nu zo lang geleden. Het wordt steeds lastiger om aan de kinderen uit te leggen waarom wij dat doen. Zou jij in twee korte verhalen iets van de geschiedenis kunnen beschrijven?' Aangezien Joyce Pool zelf op Texel woont, kende ze het graf wel, maar niet het verhaal erbij. Ze is echter onmiddellijk geïnteresseerd.
En zo is het boek 'Het kompas' ontstaan.


In het eerste verhaal heeft Joyce Pool zich op ontroerende en aangrijpende wijze ingeleefd in de bewoners van Mortlake, hoe dit akelige ongeluk voor de mensen geweest moet zijn. Het gefingeerde personage Davey is de vertolker van al deze gevoelens. Dat heeft Joyce Pool erg subtiel en stijlvol gedaan.


In het tweede deel wordt door Joyce Pool en haar man, journalist Pip Bernard, verslag gedaan van de research zelf. Natuurlijk bezoeken ze Mortlake, ook spreken ze familie en vrienden van de omgekomen jongens en de enige volwassen man die er bij was. Maar dat is niet het enige, ze bezoeken vele archieven, zelfs Scotland Yard, om zoveel mogelijk de waarheid achter de gebeurtenis te achterhalen. Het is een gedegen onderzoek en vermoedelijk is er niet veel méér te vinden dan dit echtpaar heeft achterhaald.

De zoektocht wordt in duidelijke taal verteld en is voorzien van vele foto's, ook van de jongens die op de boot zaten. De hoofdstukken wordt o.a. vanuit vindplaatsen van de lichamen besproken. Voorafgaand aan de te lezen tekst zien we prachtige luchtfoto's van o.a. de eilanden Texel, Terschelling en het Duitse Amrum. Ook zijn er foto's van de indrukwekkende begrafenis en delen van de kleding van de jongens. Apart is het in het Frans geschreven briefje dat niet door het water aangetast is. Het geheel, verhaal 1 en 2 maken het verhaal helemaal compleet.

Al met al is het een indrukwekkend boek dat duidelijk zijn impact zal hebben op jonge lezers.


ISBN 9789047708643 | Hardcover | 215 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juni 2018
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Dettie, 13 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Volle Maen
Luc Hanegreefs


1782
Gesterkt door de aantrekkelijke verhalen van zijn oom Ernst, kapitein, en de moeilijke omgang met zijn vader, monstert Cornelis -de verteller- aan op een slavenschip. Het wordt de eerst reis van De Halve Maen, zoals het schip gedoopt is. 
Al vanaf dag één waarschuwt 'De Deen' dat het schip geen slaven wil vervoeren.  Maar niemand luistert naar hem, de man vertelt zo vaak overdreven verhalen. Toch zal de bemanning later nog vaak aan zijn woorden terugdenken.


Aanvankelijk gaat alles goed. Cornelis geniet van zijn reis. Hij is steeds vaker het hulpje van de chirurgijn. 'Hij zegt dat ik een verstandige knaap ben,' schrijft hij naar zijn vriend Klaas. Maar als ze de eerste slaven aan boord willen halen, gebeuren en vreemde dingen. Het schip heeft er duidelijk geen zin, waarschuwt 'De Deen' weer.
Later wordt de Volle Maen geconfisqueerd door het Britse schip de Henry, Nederland is namelijk in oorlog met Groot-Brittanië. De chirurgijn en Cornelis  blijven aan boord van de Halve Maen en reizen door naar de goudkunst van Afrika, naar Cape Coast Castle. De chirurgijn van de Henry is nu kapitein van De Halve Maen. Hij weet helaas nauwelijks iets van navigatie, ook dit gegeven zal later betreurd worden.


In elkaar afwisselende hoofdstukken lezen we ook over Yao en zijn zus Máanu, die als geboeide slaven onderweg zijn naar het slavenschip. Yao weet te ontsnappen maar krijgt spijt, nu is zijn zus alleen en dat wil hij niet. Aan het strand pikt hij voedsel van Cornelis, in de hoop dat hij opgepakt wordt, en dat gebeurt uiteindelijk ook. Vanaf die tijd is er een speciale band tussen de twee jongens, een band die voorzichtig uitgroeit tot een fragiele vriendschap.


Yao krijgt op het schip een uitzonderingspositie, omdat hij Engels spreekt wordt hij de persoonlijke slaaf van de 'kapitein'. De rest van de slaven zit in het ruim en worden dagelijks gelucht, want de koopwaar moet wel fris blijven...
Cornelis is geschokt hoe er met de slaven omgegaan wordt maar het is moeilijk om onder de opdrachten van de kapitein uit te komen. Uiteindelijk gebeuren er de meest afschuwelijke dingen met de slaven. Cornelis kan het niet langer aanzien.


En dan is er nog Emily, die met haar wrede vader op een rietsuikerplantage in Jamaica woont. Zij vindt het vreselijk hoe haar vader met de slaven omgaat, maar hoe meer ze protesteert en de slaven probeert te helpen, hoe kwader haar vader wordt. Uiteindelijk stuurt hij haar terug naar Engeland, maar een dreigende storm verandert alles.


Het leven van Yao, Cornelis en Emily heeft raakvlakken, allen hebben moeite met de manier waarop met de slaven omgegaan wordt. Van Yao is dat begrijpelijk maar Cornelis beseft en begrijpt langzamerhand wat zijn vader hem altijd leerde. Cornelis wordt geconfronteerd met datgene waardoor hij met een kwaad hoofd van huis wegliep. Uiteindelijk verandert van alle drie (en Máanu) het leven drastisch.


Dit boek is genomineerd voor de Thea Beckmanprijs 2019 en dat is goed voor te stellen. Het is spannend, het is gebaseerd op een historisch gegevens - de slavenhandel en de oorlog met Groot-Brittanië - En ondanks dat het fictie is, kun je dankzij dit verhaal goed begrijpen hoe het voor de slaven was en hoe onmenselijk zij behandeld werden door de blanken. Ze werden niet gezien als mensen. Zelfs Cornelis moest wennen aan het feit dat een slaaf huilde, net als hij!
Indrukwekkend verhaal.


ISBN 9789044833201 | Hardcover | 365 pagina's | Clavis | oktober 2018 | Vanaf 13 jaar

© Dettie, 22 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In ruil voor paardenballet
Marina Defauw


De veertienjarige Sem moet afscheid nemen van zijn paard. Tauro was het paard van oom Liam, die paardendressuurlessen met hem heeft gevolgd in de beroemde rijschool in Wenen. Tauro is namelijk een Lipizzaner. Daarna hebben ze samen furore gemaakt bij Cirque du Soleil. En toen werd oom Liam ziek. Het paard kwam in de stal van Billy’s vader, in de manege waar Sem naast woonde met zijn ouders en zus Laura. Zo kon oom Liam zijn neef alles leren wat hij wist over paarden, en kon Sem de training overnemen. Want oom Liam zou sterven.


Sem nam inderdaad de zorg voor het paard op zich, en kreeg door het dagelijkse trainen een sterke band met het paard.


‘Nooit zou hij nog in de stal van Tauro komen. Hij zou hem niet meer te eten geven of hem verzorgen. Nooit zou hij hem nog naar de piste leiden. Hij zou zich zelfs nooit meer laten zien. Het voelde aan als verraad. Dat Tauro kon nadenken wist hij zeker. Het paard voelde hem feilloos aan. Ze waren één. Precies daarom zou Tauro denken dat hij gedumpt was. Weggegooid als een oud stuk vuil. En dat terwijl hij zoveel van het paard hield.’


Het paard moet verkocht worden. Zus Laura kan alleen geholpen worden met hele dure medicijnen die uit Amerika moeten komen, en zijn ouders hebben geen geld. Het kan niet anders, Sem weet dat wel, en hij houdt ook veel van zijn zusje, maar Tauro dan?
Het draait er op uit dat een rijke graaf uit het zuiden van Frankrijk het paard wil kopen. Sem gaat met zijn opa naar Chantilly, bij Parijs, waar shows gehouden worden en de eventuele koper nog eens goed kan kijken naar het paard. Maar Sem wist het wel: Tauro is erg speciaal: hij is prachtig om te zien en kan de dressuuroefeningen heel goed. Het doet hem erg veel verdriet, maar hij moet afscheid nemen.
En dan doet zijn grote vriend iets heel bijzonders…



Deze keer geen paardenmeisje, maar een jongen die alles voor zijn paard wil opgeven. Behalve zijn zusje. De beslissing is onmenselijk moeilijk. Je leeft erg mee met de jongen. Zijn zusje is er ook niet blij mee natuurlijk, en Billy, het meisje van de buren – dus van de manege – leeft ook erg mee. Bij opa komt de beslissing ook hard aan, het was het enige dat hij nog had van zijn zoon.


Toch weet je als lezer wel dat er iets op gevonden gaat worden. Maar wat?
En zo wordt het nog een spannend verhaal over vriendschap en familiebanden, maar vooral natuurlijk over de vriendschap tussen paard en mens. De lezer krijgt ook nog wat informatie mee over dit speciale ras paarden, en de Weense rijschool, een beetje verwerkt in de tekst, maar vooral als extraatje achter in het boek.
Het is qua taal een vrij eenvoudig verhaal, en voor wie iets van paarden weet is er niet eens heel veel nieuws. Het verhaal loopt lekker en overtuigt.


Marina Defauw geeft wiskunde aan een lyceum. In haar vrije tijd schrijft ze verhalen. 'In ruil voor paardenballet' is haar zevende roman. Ze schrijft ook mee aan de Junior Monsterboeken.


Voor meer informatie: www.marinadefauw.com


ISBN 9789462421035 | Paperback | 144 pagina’s | Uitgeverij Kramat Junior | juli 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 12 augustus 2019

Lees de reactie op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

De geur van groen
Pamela Sharon


‘Mijn handen gaan door het kriebelige gras heen. Ieder sprietje laat zijn eigen gevoel achter op mijn huid. Groen, als je goed voor gras blijft zorgen dan wordt het iedere keer weer groen, was alles maar zo simpel’.


De zestienjarige Raaf en haar vriendin zijn al vanaf de eerste ontmoeting op school onafscheidelijk. Het is een bijzondere vriendschap, May-Lin heeft Raaf nooit behandeld als een meisje dat anders is, maar dat is ze wel: Raaf is blind. Ondanks deze handicap redt ze het prima op school, en dat is mede dank zij May-Lin, die haar op een onovertroffen manier door het leven leidt.


In alle omstandigheden is en blijft de vriendschap met May-Lin de basis van het verhaal, zij is misschien wel de meest bijzondere van de twee meisjes. Maar hun sociale achtergrond is heel verschillend en dat is mede de oorzaak van een eerste ruzie. Raaf ontdekt dat May-Lin iets heeft gestolen in een warenhuis. Ze is geschokt en wil alleen maar weg.


‘In mijn haast loop ik tegen iemand aan en zonder er verder bij na te denken glijden mijn handen snel over het gezicht. Ik hoor Lin achter me haar adem inhouden maar ik negeer haar.
Het is een jongen, zijn gezicht voelt glad en zacht waardoor ik hem niet veel ouder schat dan ik ben. Hij is groter dan ik en hij heeft dik, halflang haar dat schuin over zijn voorhoofd valt. Er hangt een geur van verf en terpentine om hem heen. Hij doet een stapje terug en ik realiseer me opeens dat ik midden in een winkel een wildvreemde aan het betasten ben. Snel trek ik mijn handen terug. Waar ben ik in godsnaam mee bezig? Ik moet weg hier!
‘Sorry, ik wist niet dat je… Ik bedoel sorry, ik zag je niet.’


Die dag verandert Raafs leven. Haar vertrouwen in May-Lin heeft een deuk gekregen en de jongen zit vanaf dat moment in haar hoofd.
De grootste verandering moet nog komen: er gebeurt iets vreselijks. Raaf ziet het allemaal niet meer zitten.


Dat merkt de lezer aan de kleuren, die de titels van de hoofdstukken vormen. Groen, bruin, geel, grijs, rood en nog meer. (De jongen die ze ontmoet is als een boterham met kaas…) Maar na het drama is alles zwart.


Het idee van het boek is leuk. Kleuren staan voor meer dan alleen een tint. Voor Raaf is groen haar lievelingskleur, maar voor My-Lin is dat paars. Wat maakt het uit, zou je denken, Raaf ziet het toch niet. Maar door haar vriendin heeft Raaf een vrij goed idee van kleuren die staan voor een object, of voor een ervaring.
Het verhaal is dus wel erg ‘Amerikaans’ – prima gezien de doelgroep! -  en is voorzien van een aardige portie humor. Een extra controle qua taalgebruik zou  geen kwaad kunnen, maar de vorm deugt.


De geur van groen is het debuut van Pamela Sharon. Mede vanwege haar naam, maar ook vanwege het erg romantische verhaal, waarin precies datgene gebeurt dat je als lezer verwacht, rijst het vermoeden dat we te maken hebben met een Amerikaanse schrijfster. Maar Pamela Sharon is Nederlands!
Als leesspecialist en leerkracht op een basisschool ontwikkelde zij samen met een collega een leesmethode waarin het schrijven van verhalen centraal staat. Ze deed mee aan de schrijfwedstrijd van Uitgeverij Moon en werd tweede.


ISBN 9789048847136 | paperback| 208 pagina's | Uitgeverij Moon | mei 2019
Leeftijd vanaf 14 jaar

© Marjo, 23 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oorlog in Waregem
De laatste weken van de Groote Oorlog
Ivan Petrus Adriaenssens


Waregem is een stad in het zuidoosten van de Belgische provincie West-Vlaanderen, grofweg tussen Gent en Kortrijk gelegen. Het werd tijdens de Eerste Wereldoorlog bezet gebied en lag vlak bij het steeds wisselende front. In 1918 voerden Amerikaanse en Franse troepen een hevige strijd om de bevrijding van de gemeente. In de laatste maanden lieten de Duitsers een paar belangrijke gebouwen opblazen, waaronder het station en de kerktoren, want dat kon een uitkijkpunt zijn. Ook het vliegveld, Deselgem werd zwaar beschoten, waardoor het stadje eveneens schade opliep. Er vielen ook burgerslachtoffers.
Een aantal kinderen kwam in maart 1918 om het leven door een tragisch ongeluk. Zie uitzending van  vrt.be over dit onderwerp)


De 91ste en 37ste divisies van het Amerikaanse leger raakten betrokken bij de gevechten in en rond de Spitaalsbossen waardoor er veel slachtoffers vielen. De meesten van hen, zij niet niet gerepatrieerd werden, liggen begraven op het Flanders Field American Cemetery, de enige Amerikaanse militaire begraafplaats in België met gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog. Toen Ivan Petrus Adriaenssens gevraagd werd door de stad Waregem om de laatste weken van die oorlog in en rond deze stad in beeld te brengen, ging hij aan het werk om het verhaal in een graphic novel te vertellen, speciaal voor jongeren.


In ‘Oorlog in Wargem’ laat een leraar zijn studenten uit een bak een papiertje pakken met daarop een opdracht. Op het briefje van Jim staat: ‘de 4 ruiters van de Apocalyps (dat zijn de dood, oorlog, honger en ziekte)’ en op dat van Sophia staat ‘historisch dagboek.’
Omdat in 2018 in Waregem de oorlog en wat er in Waregem honderd jaar geleden gebeurde herdacht wordt, besluit Sophia te zoeken naar een dagboek dat daar bij past. En ze wil wel samenwerken met Jim.
Hoewel Jim zijn onderwerp best lastig vindt, lijkt dat samenwerken hem helemaal goed. En dus gaan ze op zoek, in de bibliotheek, op internet, en in de archieven.
Sophia vindt het dagboek van Edwin J. Tippet, dat begint vanaf het moment dat de mobilisatie in de Verenigde Staten een feit was, juli 1917.


Ze stuiten op het verhaal van de ontplofte obus waarbij de kinderen omkwamen, lezen verhalen van Amerikaanse soldaten die op het Flanders Field Cemetery liggen, Jim stuit op een advertentie waarin een S.I.W armband te koop is (Self-Inflicted Wound, soldaten die zichzelf verwondden en als lafaards juist ingezet werden op de gevaarlijkste plek aan het front. Hij koopt een armband voor Sophia, zonder te weten wat voor gevolgen dat zal hebben voor hen tweeën.
Sophia neemt Jim mee naar het museum in Waregem, de renbaan, waar het verhaal verteld wordt van al die paarden in de oorlog.
Dit voor het verhaal.


In een graphic novel is natuurlijk ook de vorm belangrijk. De tekeningen zijn vrij groot en duidelijk, spreken voor een deel ook voor zich. Zo niet, dan staat er in spraakballonnen een dialoog. Voor het heden worden heldere kleuren gebruikt, en als er flashbacks zijn - bijvoorbeeld ook over de aanleiding van de Amerikaanse deelname, de Lusitania, die door de Duitsers gebombardeerd werd en verging – worden sepiatinten gebruikt.  
Voor meer informatie vind je aan het einde van het getekende verhaal informatie, ook over hoe dit boek tot stand is gekomen.


Eerder maakte tekenaar en animator Ivan Petrus Adriaenssens (1969) al graphic novels over de Eerste Wereldoorlog: Afspraak in Nieuwpoort, Elsie en Mairi en de laatste Braedy.


ISBN 9789401456661 | Hardcover | 119 pagina's | Uitgeverij Lannoo | oktober 2018

© Marjo, 30 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER