Nieuwe jeugdboekrecensies 13+

Volle Maen
Luc Hanegreefs


1782
Gesterkt door de aantrekkelijke verhalen van zijn oom Ernst, kapitein, en de moeilijke omgang met zijn vader, monstert Cornelis -de verteller- aan op een slavenschip. Het wordt de eerst reis van De Halve Maen, zoals het schip gedoopt is. 
Al vanaf dag één waarschuwt 'De Deen' dat het schip geen slaven wil vervoeren.  Maar niemand luistert naar hem, de man vertelt zo vaak overdreven verhalen. Toch zal de bemanning later nog vaak aan zijn woorden terugdenken.


Aanvankelijk gaat alles goed. Cornelis geniet van zijn reis. Hij is steeds vaker het hulpje van de chirurgijn. 'Hij zegt dat ik een verstandige knaap ben,' schrijft hij naar zijn vriend Klaas. Maar als ze de eerste slaven aan boord willen halen, gebeuren en vreemde dingen. Het schip heeft er duidelijk geen zin, waarschuwt 'De Deen' weer.
Later wordt de Volle Maen geconfisqueerd door het Britse schip de Henry, Nederland is namelijk in oorlog met Groot-Brittanië. De chirurgijn en Cornelis  blijven aan boord van de Halve Maen en reizen door naar de goudkunst van Afrika, naar Cape Coast Castle. De chirurgijn van de Henry is nu kapitein van De Halve Maen. Hij weet helaas nauwelijks iets van navigatie, ook dit gegeven zal later betreurd worden.


In elkaar afwisselende hoofdstukken lezen we ook over Yao en zijn zus Máanu, die als geboeide slaven onderweg zijn naar het slavenschip. Yao weet te ontsnappen maar krijgt spijt, nu is zijn zus alleen en dat wil hij niet. Aan het strand pikt hij voedsel van Cornelis, in de hoop dat hij opgepakt wordt, en dat gebeurt uiteindelijk ook. Vanaf die tijd is er een speciale band tussen de twee jongens, een band die voorzichtig uitgroeit tot een fragiele vriendschap.


Yao krijgt op het schip een uitzonderingspositie, omdat hij Engels spreekt wordt hij de persoonlijke slaaf van de 'kapitein'. De rest van de slaven zit in het ruim en worden dagelijks gelucht, want de koopwaar moet wel fris blijven...
Cornelis is geschokt hoe er met de slaven omgegaan wordt maar het is moeilijk om onder de opdrachten van de kapitein uit te komen. Uiteindelijk gebeuren er de meest afschuwelijke dingen met de slaven. Cornelis kan het niet langer aanzien.


En dan is er nog Emily, die met haar wrede vader op een rietsuikerplantage in Jamaica woont. Zij vindt het vreselijk hoe haar vader met de slaven omgaat, maar hoe meer ze protesteert en de slaven probeert te helpen, hoe kwader haar vader wordt. Uiteindelijk stuurt hij haar terug naar Engeland, maar een dreigende storm verandert alles.


Het leven van Yao, Cornelis en Emily heeft raakvlakken, allen hebben moeite met de manier waarop met de slaven omgegaan wordt. Van Yao is dat begrijpelijk maar Cornelis beseft en begrijpt langzamerhand wat zijn vader hem altijd leerde. Cornelis wordt geconfronteerd met datgene waardoor hij met een kwaad hoofd van huis wegliep. Uiteindelijk verandert van alle drie (en Máanu) het leven drastisch.


Dit boek is genomineerd voor de Thea Beckmanprijs 2019 en dat is goed voor te stellen. Het is spannend, het is gebaseerd op een historisch gegevens - de slavenhandel en de oorlog met Groot-Brittanië - En ondanks dat het fictie is, kun je dankzij dit verhaal goed begrijpen hoe het voor de slaven was en hoe onmenselijk zij behandeld werden door de blanken. Ze werden niet gezien als mensen. Zelfs Cornelis moest wennen aan het feit dat een slaaf huilde, net als hij!
Indrukwekkend verhaal.


ISBN 9789044833201 | Hardcover | 365 pagina's | Clavis | oktober 2018 | Vanaf 13 jaar

© Dettie, 22 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

In ruil voor paardenballet
Marina Defauw


De veertienjarige Sem moet afscheid nemen van zijn paard. Tauro was het paard van oom Liam, die paardendressuurlessen met hem heeft gevolgd in de beroemde rijschool in Wenen. Tauro is namelijk een Lipizzaner. Daarna hebben ze samen furore gemaakt bij Cirque du Soleil. En toen werd oom Liam ziek. Het paard kwam in de stal van Billy’s vader, in de manege waar Sem naast woonde met zijn ouders en zus Laura. Zo kon oom Liam zijn neef alles leren wat hij wist over paarden, en kon Sem de training overnemen. Want oom Liam zou sterven.


Sem nam inderdaad de zorg voor het paard op zich, en kreeg door het dagelijkse trainen een sterke band met het paard.


‘Nooit zou hij nog in de stal van Tauro komen. Hij zou hem niet meer te eten geven of hem verzorgen. Nooit zou hij hem nog naar de piste leiden. Hij zou zich zelfs nooit meer laten zien. Het voelde aan als verraad. Dat Tauro kon nadenken wist hij zeker. Het paard voelde hem feilloos aan. Ze waren één. Precies daarom zou Tauro denken dat hij gedumpt was. Weggegooid als een oud stuk vuil. En dat terwijl hij zoveel van het paard hield.’


Het paard moet verkocht worden. Zus Laura kan alleen geholpen worden met hele dure medicijnen die uit Amerika moeten komen, en zijn ouders hebben geen geld. Het kan niet anders, Sem weet dat wel, en hij houdt ook veel van zijn zusje, maar Tauro dan?
Het draait er op uit dat een rijke graaf uit het zuiden van Frankrijk het paard wil kopen. Sem gaat met zijn opa naar Chantilly, bij Parijs, waar shows gehouden worden en de eventuele koper nog eens goed kan kijken naar het paard. Maar Sem wist het wel: Tauro is erg speciaal: hij is prachtig om te zien en kan de dressuuroefeningen heel goed. Het doet hem erg veel verdriet, maar hij moet afscheid nemen.
En dan doet zijn grote vriend iets heel bijzonders…



Deze keer geen paardenmeisje, maar een jongen die alles voor zijn paard wil opgeven. Behalve zijn zusje. De beslissing is onmenselijk moeilijk. Je leeft erg mee met de jongen. Zijn zusje is er ook niet blij mee natuurlijk, en Billy, het meisje van de buren – dus van de manege – leeft ook erg mee. Bij opa komt de beslissing ook hard aan, het was het enige dat hij nog had van zijn zoon.


Toch weet je als lezer wel dat er iets op gevonden gaat worden. Maar wat?
En zo wordt het nog een spannend verhaal over vriendschap en familiebanden, maar vooral natuurlijk over de vriendschap tussen paard en mens. De lezer krijgt ook nog wat informatie mee over dit speciale ras paarden, en de Weense rijschool, een beetje verwerkt in de tekst, maar vooral als extraatje achter in het boek.
Het is qua taal een vrij eenvoudig verhaal, en voor wie iets van paarden weet is er niet eens heel veel nieuws. Het verhaal loopt lekker en overtuigt.


Marina Defauw geeft wiskunde aan een lyceum. In haar vrije tijd schrijft ze verhalen. 'In ruil voor paardenballet' is haar zevende roman. Ze schrijft ook mee aan de Junior Monsterboeken.


Voor meer informatie: www.marinadefauw.com


ISBN 9789462421035 | Paperback | 144 pagina’s | Uitgeverij Kramat Junior | juli 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 12 augustus 2019

Lees de reactie op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

De geur van groen
Pamela Sharon


‘Mijn handen gaan door het kriebelige gras heen. Ieder sprietje laat zijn eigen gevoel achter op mijn huid. Groen, als je goed voor gras blijft zorgen dan wordt het iedere keer weer groen, was alles maar zo simpel’.


De zestienjarige Raaf en haar vriendin zijn al vanaf de eerste ontmoeting op school onafscheidelijk. Het is een bijzondere vriendschap, May-Lin heeft Raaf nooit behandeld als een meisje dat anders is, maar dat is ze wel: Raaf is blind. Ondanks deze handicap redt ze het prima op school, en dat is mede dank zij May-Lin, die haar op een onovertroffen manier door het leven leidt.


In alle omstandigheden is en blijft de vriendschap met May-Lin de basis van het verhaal, zij is misschien wel de meest bijzondere van de twee meisjes. Maar hun sociale achtergrond is heel verschillend en dat is mede de oorzaak van een eerste ruzie. Raaf ontdekt dat May-Lin iets heeft gestolen in een warenhuis. Ze is geschokt en wil alleen maar weg.


‘In mijn haast loop ik tegen iemand aan en zonder er verder bij na te denken glijden mijn handen snel over het gezicht. Ik hoor Lin achter me haar adem inhouden maar ik negeer haar.
Het is een jongen, zijn gezicht voelt glad en zacht waardoor ik hem niet veel ouder schat dan ik ben. Hij is groter dan ik en hij heeft dik, halflang haar dat schuin over zijn voorhoofd valt. Er hangt een geur van verf en terpentine om hem heen. Hij doet een stapje terug en ik realiseer me opeens dat ik midden in een winkel een wildvreemde aan het betasten ben. Snel trek ik mijn handen terug. Waar ben ik in godsnaam mee bezig? Ik moet weg hier!
‘Sorry, ik wist niet dat je… Ik bedoel sorry, ik zag je niet.’


Die dag verandert Raafs leven. Haar vertrouwen in May-Lin heeft een deuk gekregen en de jongen zit vanaf dat moment in haar hoofd.
De grootste verandering moet nog komen: er gebeurt iets vreselijks. Raaf ziet het allemaal niet meer zitten.


Dat merkt de lezer aan de kleuren, die de titels van de hoofdstukken vormen. Groen, bruin, geel, grijs, rood en nog meer. (De jongen die ze ontmoet is als een boterham met kaas…) Maar na het drama is alles zwart.


Het idee van het boek is leuk. Kleuren staan voor meer dan alleen een tint. Voor Raaf is groen haar lievelingskleur, maar voor My-Lin is dat paars. Wat maakt het uit, zou je denken, Raaf ziet het toch niet. Maar door haar vriendin heeft Raaf een vrij goed idee van kleuren die staan voor een object, of voor een ervaring.
Het verhaal is dus wel erg ‘Amerikaans’ – prima gezien de doelgroep! -  en is voorzien van een aardige portie humor. Een extra controle qua taalgebruik zou  geen kwaad kunnen, maar de vorm deugt.


De geur van groen is het debuut van Pamela Sharon. Mede vanwege haar naam, maar ook vanwege het erg romantische verhaal, waarin precies datgene gebeurt dat je als lezer verwacht, rijst het vermoeden dat we te maken hebben met een Amerikaanse schrijfster. Maar Pamela Sharon is Nederlands!
Als leesspecialist en leerkracht op een basisschool ontwikkelde zij samen met een collega een leesmethode waarin het schrijven van verhalen centraal staat. Ze deed mee aan de schrijfwedstrijd van Uitgeverij Moon en werd tweede.


ISBN 9789048847136 | paperback| 208 pagina's | Uitgeverij Moon | mei 2019
Leeftijd vanaf 14 jaar

© Marjo, 23 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oorlog in Waregem
De laatste weken van de Groote Oorlog
Ivan Petrus Adriaenssens


Waregem is een stad in het zuidoosten van de Belgische provincie West-Vlaanderen, grofweg tussen Gent en Kortrijk gelegen. Het werd tijdens de Eerste Wereldoorlog bezet gebied en lag vlak bij het steeds wisselende front. In 1918 voerden Amerikaanse en Franse troepen een hevige strijd om de bevrijding van de gemeente. In de laatste maanden lieten de Duitsers een paar belangrijke gebouwen opblazen, waaronder het station en de kerktoren, want dat kon een uitkijkpunt zijn. Ook het vliegveld, Deselgem werd zwaar beschoten, waardoor het stadje eveneens schade opliep. Er vielen ook burgerslachtoffers.
Een aantal kinderen kwam in maart 1918 om het leven door een tragisch ongeluk. Zie uitzending van  vrt.be over dit onderwerp)


De 91ste en 37ste divisies van het Amerikaanse leger raakten betrokken bij de gevechten in en rond de Spitaalsbossen waardoor er veel slachtoffers vielen. De meesten van hen, zij niet niet gerepatrieerd werden, liggen begraven op het Flanders Field American Cemetery, de enige Amerikaanse militaire begraafplaats in België met gesneuvelden van de Eerste Wereldoorlog. Toen Ivan Petrus Adriaenssens gevraagd werd door de stad Waregem om de laatste weken van die oorlog in en rond deze stad in beeld te brengen, ging hij aan het werk om het verhaal in een graphic novel te vertellen, speciaal voor jongeren.


In ‘Oorlog in Wargem’ laat een leraar zijn studenten uit een bak een papiertje pakken met daarop een opdracht. Op het briefje van Jim staat: ‘de 4 ruiters van de Apocalyps (dat zijn de dood, oorlog, honger en ziekte)’ en op dat van Sophia staat ‘historisch dagboek.’
Omdat in 2018 in Waregem de oorlog en wat er in Waregem honderd jaar geleden gebeurde herdacht wordt, besluit Sophia te zoeken naar een dagboek dat daar bij past. En ze wil wel samenwerken met Jim.
Hoewel Jim zijn onderwerp best lastig vindt, lijkt dat samenwerken hem helemaal goed. En dus gaan ze op zoek, in de bibliotheek, op internet, en in de archieven.
Sophia vindt het dagboek van Edwin J. Tippet, dat begint vanaf het moment dat de mobilisatie in de Verenigde Staten een feit was, juli 1917.


Ze stuiten op het verhaal van de ontplofte obus waarbij de kinderen omkwamen, lezen verhalen van Amerikaanse soldaten die op het Flanders Field Cemetery liggen, Jim stuit op een advertentie waarin een S.I.W armband te koop is (Self-Inflicted Wound, soldaten die zichzelf verwondden en als lafaards juist ingezet werden op de gevaarlijkste plek aan het front. Hij koopt een armband voor Sophia, zonder te weten wat voor gevolgen dat zal hebben voor hen tweeën.
Sophia neemt Jim mee naar het museum in Waregem, de renbaan, waar het verhaal verteld wordt van al die paarden in de oorlog.
Dit voor het verhaal.


In een graphic novel is natuurlijk ook de vorm belangrijk. De tekeningen zijn vrij groot en duidelijk, spreken voor een deel ook voor zich. Zo niet, dan staat er in spraakballonnen een dialoog. Voor het heden worden heldere kleuren gebruikt, en als er flashbacks zijn - bijvoorbeeld ook over de aanleiding van de Amerikaanse deelname, de Lusitania, die door de Duitsers gebombardeerd werd en verging – worden sepiatinten gebruikt.  
Voor meer informatie vind je aan het einde van het getekende verhaal informatie, ook over hoe dit boek tot stand is gekomen.


Eerder maakte tekenaar en animator Ivan Petrus Adriaenssens (1969) al graphic novels over de Eerste Wereldoorlog: Afspraak in Nieuwpoort, Elsie en Mairi en de laatste Braedy.


ISBN 9789401456661 | Hardcover | 119 pagina's | Uitgeverij Lannoo | oktober 2018

© Marjo, 30 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Verdwenen woorden
Monique de Heide


De vader van de zestienjarige Joost woont in Parijs en Joost gaat bij hem logeren. Iedere keer als hij dat doet krijgt hij van zijn vader opdracht om van alles mee te nemen, Joost verwacht eigenlijk niet dat het ooit nog goed komt tussen zijn ouders. Ook nu komt hij bepakt en bezakt aan op het Gare du Nord maar er staat geen vader op hem te wachten. Niemand trouwens. De telefoon wordt niet opgenomen, dus Joost besluit dan maar op eigen houtje naar het appartement te gaan. Tot zijn verbazing ziet hij op het station de aktetas waarvan hij zeker weet dat die van zijn vader is bij een prullenbak staan!


Gelukkig kent Joost wel enkele vrienden van zijn vader, en ook de buurman blijkt de boel in de gaten te houden. Zo ontdekt hij dat de verdwijning van zijn vader waarschijnlijk te maken heeft met een oud stuk tekst dat hoort bij de Encyclopedie van Denis Diderot (1713-1784) . Een omstreden stuk tekst is al die tijd verloren gewaand. Zou zijn vader dat nu gevonden hebben? Joost wil er meer van weten! Maar zijn vaders collega denkt er anders over:


'Joseph.' Hij liet een lange stilte vallen. 'Doe geen domme dingen. Je vader zit ernstig in de problemen, dat is overduidelijk. Ik heb eigenlijk geen zin om hem uit de nesten te halen maar een frauderende professor doet de reputatie van onze universiteit geen goed. Ik ga kijken wat ik kan doen om de waarheid boven tafel te krijgen. Hopelijk kan ik daarmee ook je vader in veiligheid brengen. Ga vooral niet naar de politie. Als bekend wordt dat je vader een vervalser is, zal hij nooit meer werk kunnen vinden. Jij kunt maar één ding doen: naar huis gaan. Naar Nederland. Naar je moeder.'


Maar natuurlijk doet Joost dat niet. Eigenlijk vertrouwt hij deze collega ook niet. Maar wie kan hij dan wel vertrouwen?


Tot zijn verbazing arriveren er mails met daarin dagboekfragmenten van Anna, een meisje dat in dezelfde tijd leefde als Diderot. Dat dagboek was oorspronkelijk natuurlijk oud-Frans, en iemand heeft het in het Nederlands vertaald. Steeds blijkt de tekst te passen met de avonturen van Joost. Het is heel vreemd allemaal. En eigenlijk weet hij ook niet of hij de kleindochter van de buurman kan vertrouwen. Er zijn zoveel toevalligheden! Maar stiekem is hij verliefd geworden op dat meisje dat Delphine heet en ze lijkt hem wel te willen helpen. Delphine heeft geen vakantie, maar maakt juist in de week dat Joost er is allerlei culturele uitstapjes in Parijs. En waarom zou het opvallen als er een leerling te veel is? Bovendien zijn Delphines vrienden ook nuttig.


Verdwenen woorden is een detective die helemaal in de stijl van Dan Brown geschreven is. De spannende speurtocht leidt langs allerlei toeristische plaatsen in Parijs, maar we komen ook op meer onbekende plekken die in de tijd van de Franse Revolutie wel een rol speelden. Allerlei namen die te maken hebben met de Revolutie komen voorbij: Robespierre, Marat, en natuurlijk ook Napoleon.
Door het spannende verhaal dat soms echt gevaarlijk wordt voor Joost en zijn vrienden komt de lezer meer te weten over het leven in de Franse hoofdstad in de achttiende eeuw. Dat wordt geen moment saai, omdat we steeds heen en weer springen tussen heden en verleden. En doordat het verleden duidelijk verband houdt met de gebeurtenissen in het heden krijg je ongemerkt heel wat geschiedenis mee.
De stukjes dagboek onderbreken het verhaal. Achterin vind je meer informatie over de historische figuren die in het verhaal voorkomen.


Een heerlijk verhaal waar je van geniet van begin tot eind! 


Monique de Heide heeft ook nog een website ontwikkeld waarop de liefhebber nog meer informatie kan vinden. Zeer de moeite waar daar ook eens rond te snuffelen! Zie:  https://www.verdwenenwoorden.com

ISBN 9789044834758 | hardcover | 265 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2019
Leeftijd vanaf 14 jaar.

© Marjo, 23 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lef
Erna Barth


Een zestienjarige jongen bevindt zich in het politiebureau. Hij voelt zich smerig omdat hij onder het bloed zit. Niet van hemzelf, van een andere jongen die hij denkt gedood te hebben. Hij vertelt zijn verhaal aan inspecteur van Rijn, maar eigenlijk heeft hij niet veel verhaal. Hij weet namelijk niet eens meer wie hij is, hoe hij heet. ‘Lef’, zegt hij dan maar.


‘Noem mij maar Lef.’


Hij vertelt wat hem overkomen is voor hij in het politiebureau terecht kwam. Hoe hij wakker was geworden in een ziekenhuisbed, helemaal in de war. Hij wist niet meer wie hij was, hoe hij heette en hoe hij daar gekomen was. Een vrouw kwam aan zijn bed en vertelde hem dat ze zijn moeder was. Hij geloofde er niets van. Dat zou hij toch weten? Het zou vertrouwd moeten voelen dat die vrouw hem knuffelde, maar hij vond haar maar een akelig mens.
Er klopte iets niet en hij slikte de pillen die ze hem gaven niet meer door. Op ingenieuze wijze wist hij te ontsnappen en omdat hij daarbij door het gebouw zwierf, ontdekte hij dat er andere jongeren waren, net als hij in bed. Toen hij er een wilde helpen ontsnappen, ging dat helemaal fout. En daarom zit hij nu onder het bloed zijn verhaal te vertellen aan de inspecteur. Als dat gebeurd is, gaat hij met een agente mee om te douchen.


Schoon en weer aangekleed wil hij terug naar de rechercheur, maar onderweg komt hij de dokter tegen die hem gevangen hield. Lef zet het op een rennen, schiet de straat op en verschuilt zich tenslotte onder een brug, waar hij een meisje leert kennen dat ook op de vlucht is. Voor een opdringerige stiefvader in haar geval.
Ilse luistert naar zijn verhaal en wil meteen helpen. Haar vriendin Bibi is namelijk verdwenen en zij bevindt zich misschien wel in dat geheimzinnige huis waar Lef uit is ontsnapt!


De twee jongelui gaan op onderzoek uit, ze vinden het ‘herstelhotel’ terug en dringen er binnen. Maar dat blijkt erg gevaarlijk. Wat kunnen twee tieners beginnen tegen een nietsontziende bende? Het wordt nog erger als blijkt dat ook de stiefvader van Ilse hen achterna zit. Die is ook niet zuiver op de graat.
Terwijl ze de ene vreselijke ontdekking na de andere doen, komen flarden herinneringen terug en raakt Lef nog meer vastbesloten om Ilse, haar vriendin maar ook zichzelf te redden. Maar wie kan hij vertrouwen?


Een spannend verhaal dat misschien niet erg geloofwaardig is, maar wel goed in elkaar zit met een fijne spanningsboog en dat zeker voor een aantal uren leesplezier zal zorgen. Het is ook echt het verhaal van de twee tieners die het opnemen tegen volwassen slechteriken. De overige volwassenen hebben slechts een kleine bijrol. Prima geschikt voor de doelgroep dus.


Erna Barth debuteert met deze spannende jeugdthriller.

ISBN 9789044834765 | hardcover | 141 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 29 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sophie
Met jou wil ik mijn dagboek delen
Jean-Philippe Rieu


‘Ok, I’m going to work now, when you wake up this morning, please read my diary. Look through my things, and figure me out.'

― Kurt Cobain

Als ooit een motto van toepassing was, dan is dat zeker het geval met het motto van dit boek!
Het is het dagboek van de ongeveer zestienjarige Sophie, die begint te schrijven op de dag dat ze voor het eerst verliefd wordt.
Wat we vervolgens lezen is dan ook echt een dagboek met daarin de zielenroerselen van een puber, die schrijft over haar gevoelens, haar onzekerheden, over alles wat je maar kwijt wilt in een dagboek, waarbij je er in principe van uit gaat dat het een privéschrijfsel is.
Af en toe wordt het dagboek onderbroken door wat er in de echte wereld gebeurt, en waar Sophie dan meestal ook weer naar verwijst als ze verder schrijft.

‘Die eindeloze gedachtenstroom, die ook vaak ’s nachts niet stopt, die is van mij alleen. En ik alleen moet beslissen wat ik ermee doe. Ook nu weer. De beelden en ideeën in mijn hoofd: denk ik ze of bedenk ik ze? Of ben ik niet eens de denker en bedenker? Ik vraag me af of ik de enige ben die zulke gedachten heeft. Of anderen ook hiermee worstelen.’

Dit alles zit haar dermate dwars dat ze probeert er met haar moeder over te praten. Zo ontdekt ze dat het laten lezen van haar dagboek makkelijker is. En haar moeder reageert ook in haar dagboek.

‘Figure me out’. Sophie wil weten wie ze is, waar ze staat in de wereld, en aangezien haar karakter haar gebiedt open en eerlijk te zijn, laat ze ook haar vriendin lezen, en wil ze later zelfs haar dagboek delen met haar klasgenoten. Tegen die tijd zijn haar teksten nogal filosofisch geworden. Ze stelt levensvragen.
Dat valt niet bij iedereen goed. Als ze er tegenover de jongen recht voor uit komt dat ze verliefd op hem is, gaat hij even mee in haar manier van communiceren. Maar eigenlijk vindt hij het doodeng. Hij wil zijn gevoelens niet delen - ’het geeft hem de kriebels.’
Natuurlijk zijn er meer mensen die deze openheid maar eng vinden,  en Sophie zelf twijfelt net zo goed, waarbij ze als een echte puber in verschillende stemmingen vervalt  ‘Himmelhoch jauchzend zum tode betrübt’, en alles schrijft ze op.

Als ze haar dagboek aan de hele klas wil laten lezen, om er over te praten, wordt haar dagboek meer een sprookjesachtig verhaal. Het lijkt me tenminste niet erg realistisch zoals de leerkrachten op school mee gaan in haar filosofische manier van het leven benaderen.
Niettemin zet Sophie de lezer wel aan het nadenken. En of die lezer op zijn of haar beurt alles met anderen deelt, ach, eerlijk zijn ten opzichte van jezelf is al heel wat.

Een verrassend boek van musicus en dichter Jean-Philippe Rieu, die eerder boeken met liedjes  schreef voor kleuters.

ISBN 9789044835458 | Hardcover | 98 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2019
Leeftijd vanaf 14 jaar

© Marjo, 14 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het kompas
Joyce Pool


In 1950, op 12 augustus, heeft de seascoutgroep van Mortlake (voorstadje van Londen) een oversteek gepland naar Calais.
Na een grondige voorbereiding zou de whaler (een walvissloep), de Wangle III met zeven man aan boord vanuit Londen vertrekken naar Margate waar drie anderen opgepikt zouden worden. Olly Amos, kapitein van zes scouts, zou in Margate de leiding overgeven aan scoutmaster John Weeden. In totaal waren er tien man aan boord.


Een van de leden van die bemanning is de zestienjarige David Hannell. Deze Davey is de verteller van het verhaal dat enigszins gefictionaliseerd het eerste deel van dit boek vormt. Davey baalt vreselijk, want hij heeft buikpijn. En hoewel hij probeert het te verbergen weet hij ook dat hij een gevaar zou vormen voor de anderen. Hij blijft thuis.
Als de boot terug verwacht wordt, blijft het stil in de haven. De Wangle komt niet terug. Aanvankelijk is er onduidelijkheid: zijn ze misschien vanwege slecht weer in Calais gebleven? Maar  helaas: ze zijn wel degelijk uitgevaren. Wat is er gebeurd?
Davey worstelt met een schuldgevoel. En natuurlijk is hij verdrietig. Zijn beste vriend Brian – ze waren allebei leerling-scheepsbouwers - is wel meegegaan. Hij had Davey zijn kompas gegeven, om op te passen. En nu kan hij het niet meer teruggeven!


De weken na het wegblijven van de Wangle III zijn spannend. Er spoelen lichamen aan, niet aan de zuidkust waar de reddingstroepen gezocht hebben, maar op de Nederlandse en Duitse Waddeneilanden! De achterblijvers zouden graag hun geliefden thuis begraven, maar er is geen geld voor repatriëring, het zijn de jaren van wederopbouw. Tenslotte wordt besloten de mannen die gevonden zijn, zes in totaal, te begraven op Texel. Waar hun graf dus nog steeds verzorgd wordt door scouts.
In dit eerste deel heeft Joyce Pool Davey het verhaal laten vertellen. Hij is een aansprekend personage voor dit spannende en aangrijpende verhaal.


Maar dan volgt nog een tweede deel. Dat is het verslag van de speurtocht naar de achtergrond van deze scheepsramp, die de schrijvers naar Mortlake, Margate, Calais en de andere Waddeneilanden bracht. Zij doken in archieven, speurend naar documenten over de gebeurtenissen, spraken met familieleden en wisten te achterhalen wat er voor  en na de ramp gebeurde. Maar niemand zal ooit weten wat er precies met de whaler gebeurd is. De weersomstandigheden waren niet bijzonder slecht. Het wrak is nooit gevonden.


In dit tweede deel zijn vele foto’s opgenomen, oude fotootjes van de betrokkenen, maar ook foto’s die de schrijvers maakten van de plekken waar zij voor hun onderzoek kwamen. Oude krantenartikelen, en prachtige overzichtsfoto’s van de eilanden. Het is vrijwel onmogelijk dat er nog vragen zijn die niet beantwoord worden in dit boek, het is ontzettend volledig, maar daarom is waarschijnlijk het tweede deel minder aansprekend voor de doelgroep.


Het is niet zo vreemd dat juist Joyce Pool dit boek schreef. Zij woont op Texel met haar echtgenoot, de journalist Pip Barnard. Het graf met zes leden van de bemanning, die zo jammerlijk aan hun einde kwam, ligt ook op dat eiland en werd al die jaren onderhouden door Scouting Texel. Maar het werd steeds lastiger om de jongens uit te leggen waarom ze dat nu eigenlijk deden. En toen werden Joyce en haar man aangesproken: zouden zij niet het verhaal kunnen opschrijven voor de scouts? En zo kwam ook dit boek tot stand, na uitgebreid onderzoek, die de twee schrijvers naar alle plekken leidde die iets te maken hadden met de bemanning en de reis van de Wangle III.


ISBN 9789047708643 | hardcover | 215 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | juni 2018
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 9 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hendrick, de Hollandsche indiaan
Bianca Mastenbroek


Een Hollandse Indiaan! Dat moet een bijzonder verhaal zijn. En dat is het dan ook.


Eind zeventiende eeuw waren er al een aantal Nederlanders naar het pas ontdekte Amerika getrokken, waar het er heel anders uitzag dan nu! Geen sprake van dichtbevolkte steden en industrie! Het was een uitgestrekt platteland waar echter al mensen woonden: de Indianen.


Bianca Mastenbroek vertelt in dit boek over de hoogmoed van de blanke mens, die zichzelf beter waant dan degene die er anders uitziet. Niet alleen voor de zwarte mens gold dat, maar ook de roodhuiden hebben zwaar geleden onder de blanke overheersing.
Eigenlijk is het onvoorstelbaar: deze eerste pioniers waren goedgelovige christenen, die toch echt leerden dat ze hun naaste lief moesten hebben. Maar iemand met een andere kleur, dat was in hun ogen geen naaste.


De zestienjarige Hendrick Pels, onze hoofdpersoon heeft dezelfde mening. Hij weet niet beter dan indianen zijn minderwaardig, het zijn wilden. En zij, de nieuwe bewoners van Amerika, hadden het volste recht hen te bestrijden, te bedriegen, te doden en het vruchtbare land dat de indianen bewerkten van hen af te nemen. Dan wordt Hendrick gevangen genomen door een stam Esopus-indianen. Hoewel hij vrij is om te gaan en staan waar hij wil, weet hij dat ze hem in de gaten houden en dat hij absoluut niet opgewassen is tegen zo’n snelle, lichtvoetige indiaan. Hij zou binnen de kortste keren weer teruggehaald zijn, zeker nu de lange winter er aan komt. Dus maakt hij er maar het beste van, probeert in ieder geval snel de taal te leren, want dan kan hij als hij weer thuis is tolken, en zal zijn vader trots op hem zijn!
Maar wat de lezer vanaf het begin weet: hij voelt zich steeds beter bij de indianen, hun levenswijze en filosofie bevalt hem uitermate. Deze mensen zijn helemaal niet wild, zij denken alleen anders.
En langzaam wordt hij die Hollandse indiaan…


Voor een jonge lezer is het best een kluif: het verhaal is geschreven is een goed lopende verteltrant, volle zinnen, het tegendeel van de popiejopiestijl waar kinderen helaas steeds meer aan gewend raken. Als Hendrick eenmaal bij de indianen is leert hij de taal en staan er veel indianenwoorden in de tekst. Ook de overpeinzingen van de jongen als hij hetgeen hij geleerd heeft vergelijkt met hetgeen hij ziet, kunnen lastig zijn, omdat het religieuze verkondigingen tegenover sociaal-maatschappelijke feiten zet, vereenvoudigd natuurlijk, omdat Hendrick een kind is. En natuurlijk ziet hij ook dat er goede mensen bij de blanken zijn, en slechte bij de indianen. Een mens is maar een mens in feite. Maar de figuur Hendrick spreekt vast en zeker aan, nog meer als je leest dat hij echt bestaan heeft! De Hollandsche Indiaan is namelijk gebaseerd op ware gebeurtenissen. En Bianca Mastenbroek heeft er een spannend verhaal van gemaakt, met veel actie.
Dit moest allemaal in dit ene boek, vandaar dat het best een dikke pil is, maar absoluut de moeite waard!


De omslag is van JeRoen Murré. Voor- en achterin landkaarten van Nieuw-Nederland. Bij de ‘Verantwoording’ achter in het boek staan nog meer landkaarten en afbeeldingen.


ISBN 9789051166279 | hardcover | 378 pagina's | Uitgeverij de Vier Windstreken | september 2017
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 15 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Blind verdriet
Team Mortis 9
Bjorn van den Eynde


Er is in de echte wereld inspiratie genoeg te vinden voor een spannend verhaal, dat weet Bjorn van den Eynde heel goed. Om dat gegeven heen breit hij een spannend verhaal, schrijft het in een vlotte stijl op, voegt hier en daar nog wat hedendaagse puberproblematiek toe, natuurlijk ook romantiek – en we hebben weer een smakelijk avontuur van Team Mortis.
Het negende alweer!


In deze aflevering zijn we in de proloog in Zweden. De miljonairszoon Arvid Blomqvist wordt op een akelige manier gedood. De jonge moordenares pleegt daarna zelfmoord. Dat meisje had hem voor zijn dood op verschillende tijdstippen vijf puzzelstukjes aangereikt, waarin hij een boodschap had moeten lezen. Had hij dat wel begrepen, dan had ze hem misschien gespaard.
Na hun beider dood komen vijf geheimzinnige meisjes aan op de plaats delict. Ze hebben hoodies op, en dragen spierwitte oogmaskers. Ze leggen de moordenares netjes neer, en verwijderen sporen.


Waar de dames geen erg in hadden bij het opruimen van de sporen is de laptop van Blomqvist waar een camera opzat. Er zijn beelden van deze gruwelijke moord!
Team Mortis bestaande uit Erika Storm wordt samen met haar teamleden Nielsen, Felix en Andreas  benaderd door hun baas Celine Schield. Ook al zouden ze gestopt zijn, als Celine hen roept, gaan ze er weer voor. Onderweg naar de briefing gaat het fout met Erika. Zij weet natuurlijk heel goed dat ze niet kan zwemmen, maar toch neemt ze een bootje om een meer over te steken. Als ze een eend uit een lastige situatie wil redden, slaat de boot om!


‘Heel even verloor ze het contact met de realiteit en zag ze haar vader en moeder voor zich die net als zij onder water voor hun leven vochten… tien jaar geleden,
Een meisje dat amper zo oud was als Erika schoot door haar gedachten. Ze stond op de oever toe te kijken, hoe de toen zesjarige Erika schreeuwde dat haar papa en mama niet door mochten. Het hartverscheurende tafereel leek het kind met de gitzwarte haren, donkerbruine ogen en roodbruine huid niet eens te beroeren. Even streelde het Hawaïaans uitziende meisje langs een zwarte vlek onder haar linker oorlel. Een tatoeage. Zo jong al?’


Dit visioen, of wat het ook was, blijft lang in haar hoofd rondspoken, en blijkt later een link te hebben met het verhaal van de puzzelmoorden. Meerdere moorden dus. Er zijn eerder slachtoffers gevallen en steeds was er sprake van vijf puzzelstukjes en steeds was er een jong meisje bij betrokken.
Op het dark web worden de moorden geclaimd door ‘BlindGirl37’.
Wie is deze geheimzinnige persoon? Waarom worden precies die mannen vermoord, en wat betekenen die puzzelstukjes?


Erika zou na haar angstige avontuur in het water niet ingezet worden, maar dat laat ze niet gebeuren. Zo komt het gehele team in actie, in Riga waar het volgende slachtoffer zou moeten vallen.
Maar Erika is zichzelf niet, zij is een blok aan het been voor de jongens. Iemand stalkt haar? Waarom? Is er een link met haar verleden?
En Andreas, haar wel-of-niet-vriendje, hoe zit het nu tussen die twee? Weten ze het zelf eigenlijk wel?


De serie Team Mortis wordt steeds gewelddadiger. Ook in dit verhaal zitten weer akelige scenes die gedetailleerd beschreven worden. Je moet daar wel tegen kunnen. Er is weer een open einde, dus een deel tien moet er wel komen. Misschien is het dan wel genoeg geweest? In al deze boeken zijn de jongeren nauwelijks ouder geworden, dat wordt steeds ongeloofwaardiger. Of vinden jonge lezers dat allemaal weg best?
Het blijven namelijk wel spannende verhalen, waarin steeds verrassende wendingen zitten.
Lekker leesvoer!


Bjorn Van den Eynde (1984) is een jeugdauteur, televisiescenarist en regisseur afkomstig uit Kessel.


ISBN 9789059246836 | hardcover | 312 pagina's | Uitgeverij Bakermat | juni 2019
Leeftijd vanaf 13 jaar

© Marjo, 16 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Carmen
illustraties: Benjamin Lacombe
tekst: Prosper Mériméé


Iedereen heeft wel gehoord van Carmen de opera van George Bizet. Maar wat veel mensen niet weten is dat de novelle van Prosper Mérimée (1803 - 1870) de basis vormde voor deze opera en dankzij dit erg mooi uitgevoerde boek kunnen we nu kennis maken met het verhaal van Mérimée zelf.


Kunstenaar/illustrator Benjamin Lacombe schrift in zijn proloog dat 'Carmen in wezen een studie is van de zigeuners en van een Spanje dat niet meer bestaat', In dit boek is het complete verhaal opgenomen, inclusief de oorspronkelijke hoofdstukken 1 en 4, waardoor mogelijk, vanuit onze huidige visie, delen van de tekst beledigend of racistisch kunnen overkomen.
Mérimée heeft vijftien jaar over dit werk gedaan. 'Ik koos een zigeunervrouw als heldin, omdat ik zigeuners al lang met veel aandacht heb bestudeerd,' zei Merimée over zijn essay.

Het verhaal over Carmen wordt aan 'Merimée' verteld door Don José, een korporaal, die dankzij Carmen tot soldaat werd gedegradeerd. Hij is zwaar verliefd op de verleidelijke zigeunervrouw Carmen, die met haar charmes iedereen in haar netten weet te verstrikken. Don José heeft alles voor haar over en volgt haar overal waar ze ook naartoe gaat. Zij speelt met zijn gevoelens, solt met hem, maar lokt hem elke keer weer naar zich toe. De ene keer met heerlijk eten de andere keer met haar lichaam. Don José weet nooit wat hij aan haar heeft, het ene moment is ze een aanhankelijk meisje om vervolgens schaterlachend bij hem weg te lopen.


'Je bent een ezel, een onwetende, een echte payllo (vreemdeling). Je bent als de dwerg die denkt dat hij groot is omdat hij ver heeft kunnen spuwen. Je houdt niet van me, ga weg.'


Als ze 'ga weg' tegen me zei, dan kon ik niet weggaan.


Carmén treitert, Carmen betovert, Carmen brengt Don José tot wanhoop door om te gaan met andere mannen én weer bij hem terug te keren.
Natuurlijk mag Don José niet met haar trouwen, een zigeunervrouw moet trouwen met degene die haar familie voor haar kiest. Ook Carmen heeft een man, García,  ofwel Eenoog,een grote, gewelddadige bruut. Don José vermoord hem.


'Wat heb je gedaan?' zei de Dancaire tegen me.

"Luister,' antwoordde ik, 'we konden niet samenleven. Ik hou van Carmen, en ik wil de enige zijn. Bovendien was García een schurk [...]

De Dancaire, een man van vijftig, reikte me de hand.

'Die verdomde verliefdheid!' riep hij uit! 'Als je het hem had gevraagd Carmen af te staan, dan zou hij je haar voor een piaster hebben verkocht.


Uiteindelijk sterft Carmen zelf door toedoen van don José en wordt hij gezocht, er is een prijs op zijn hoofd gezet.


Benjamin Lacombe heeft Carmen in zijn afbeeldingen neergezet als een vrouw die mensen behekst, een spinnenvrouw die mannen in haar web lokt. Op de prachtige cover zien we haar ook afgebeeld met een 'kanten' omslagdoek in de vorm van een spinnenweb. Haar ring is een spin. Ze heeft een gezicht van een onschuldig maagdelijk meisje maar ook in haar nek kruipt een spin en haar pupillen zijn ook kleine spinnetjes. Ze is levensgevaarlijk, ze is de 'zwarte weduwe' (de spin die na het paren het mannetje aanvalt en doodt). We zien spinnen met op hun rug de ogen van Carmen. Carmens castagnetten lijken op doodshoofden. We zien Don José ingeweven in haar web rondlopen. De witte tekst is op zwarte pagina's afgedrukt.
Kortom, uit álles blijkt de bedreiging die Carmen voor haar omgeving vormt.


Het boek zelf heeft een prachtige stoffen, zacht glanzende zijdeachtige cover en is voorzien van een leeslint.
Het geheel vormt een prachtig bezit (met een licht luguber kantje).


Zie ook het you-tube filmpje over dit boek


ISBN 9789044831245 | Hardcover | NUR 274/302 | 170 pagina's | Clavis | september 2018
Met noten en biografie van Mérimée en Lacombe | 28,2 x 20,4 x 2,4 cm | Vertaald door Clavis | Leeftijd 13+

© Dettie, 5 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER