Non-fictie jeugd

Geluk voor kinderen Feest
Warme verhalen om van het leven een feest te maken
illustraties: Sebastiaan van Doninck
tekst: Leo Bormans


Leo Bormans reist de wereld rond als “Ambassador of Happiness & Quality of Life”. Hij is schrijver en inspirator. Hij heeft een Master in Talen & Wijsbegeerte en is auteur van de internationale bestseller “The World Book of Happiness”. Hij besteedt bijzondere aandacht aan geluk en welbevinden voor iedereen. Daarom is hij betrokken bij gespecialiseerde workshops voor specifieke groepen (drugverslaafden, studenten, lerarenopleiding, actieve burgers, probleemjongeren, oudere mensen, mensen met mentale problemen, begeleiders in de palliatieve zorg enz.)


Met zijn bijzondere kinderboeken spreekt hij ook kinderen en jongeren aan. Circa 40.000 gezinnen en scholen in Vlaanderen en Nederland gebruiken deze boeken. Meer dan 1600 leraren maken deel uit van een door hen zelf opgerichte facebookgroep waarin ze elke dag ervaringen rond het werken met deze boeken delen. Rond deze boeken lopen vele projecten in scholen, steden en gemeenten o.a. in Museum M (Leuven) en Fort Napoleon (Oostende).
(Bron: http://www.leobormans.be/biografie-cv )


Dit boek Geluk voor kinderen Feest gaat over geluk, hoop, toekomst en dromen. Daarom heet het Feest', schrijft Leo Bormans in het voorwoord van zijn derde en laatste boek in de serie Geluk voor kinderen.


'We kijken naar de toekomst als een feest. Dat feest organiseren we een beetje zelf en samen met anderen. De tien vogels in dit boek doen dat ook. Ze hebben tien tips voor ons.


* ontdek waar je goed in bent;
* wees niet bang;
* kies een goede bril;
* maak plannen;
* werk samen;
* moedig anderen aan;
* houd vol;
* maak je dromen waar, en;
* maak anderen gelukkig.'


Deze tien tips worden uitgewerkt in verhalen waarin specifieke eigenschappen van de besproken vogel centraal staat en waar kinderen een les uit kunnen leren. Zo leren we bijvoorbeeld in het eerste verhaal - met het thema ontdek waar je goed in bent - over Trochi de kolibrie (Trochilidae in het Latijn) dat hij heel goed achteruit kan vliegen. Dat komt goed uit want het regent zo hard dat Trochi niet meer vooruit naar de zon kan vliegen en dat is wel heel erg nodig. Als het regent gaan de bloemen namelijk niet open en dan kunnen de kolibrie's geen nectar uit de bloemen halen.


Daardoor zitten nu heel veel kolibrie's samen met de jongen kolibrietjes verkleumd en hongerig in hun nest. Er moet wat gebeuren! En wat doe je dan als je niet vooruit kunt vliegen...? Dan vlieg je gewoon achteruit!
Trochi vliegt samen met zijn vriendjes achteruit naar de zon en ze laden hun rugzakjes vol met nectar en zo vliegen ze weer naar huis waar iedereen door hen te eten krijgt. 'Straks komt de zon,' zegt Trochi. 'Straks! We hebben haar al gezien! Ze komt. Na regen komt zonneschijn. Altijd.'


In het verhaal, zo staat te lezen in een apart kader, zijn o.a. de eigenschappen van de kolibrie zelf verwerkt, ze kan namelijk écht in alle richtingen vliegen, vooruit, achteruit, recht omhoog. Ook lezen we dat elke kolibrie een klein zakje nectar in zijn nek heeft zodat hij bij regen voorlopig toch te eten heeft. Wel bijzonder om te weten!

Onderaan het verhaal staan vragen die peilen of het verhaal begrepen is en wat er gebeurde. Daarnaast staan ook nog erg leuke vragen voor het kind om dingen over zichzelf te ontdekken zoals:
- Trochi wilde in de bloemen, maar hij kan dat niet (door de regen). Wat wil jij soms dat je nog niet kunt?
- Wat betekent 'Na regen komt zonneschijn?' Welk voorbeeld uit jouw leven kun je daaraan geven?
En zo staan er nog meer leuke vragen en opdrachtjes in diverse kaders waardoor kinderen leren over dingen na te denken.


Alle tien de verhalen vertellen dus steeds over een andere vogel met al zijn bijzondere eigenschappen. De jonge merel Turdus (Turdus merula) is bijvoorbeeld helemaal niet bang voor mensen terwijl zijn moeder naar hem schreeuwt en piept dat hij daar niet moet komen. Maar Turdus geniet van de zaadjes die ze neerleggen én van de bessen aan de struiken en de heerlijke wormen, terwijl zijn moeder wil dat hij alleen de blauwe bessen eet... Turdus wereld wordt, omdat hij niet zo bang als zijn moeder is, veel groter.


Na dit verhaal volgen weer de vragen over het verhaal, de vragen over of je zelf wel eens bang bent en wat doe je dan? En wat doe je als je niet bang maar vrolijk bent? Maak jij ook wel eens ruzie met papa of mama? enz.
Vervolgens volgt een wijs lesje over niet bang zijn en wat voor voordelen dat allemaal heeft én natuurlijk lezen we over de eigenschappen van de merel zelf, o.a. wat voor 'taal' ze hebben en hoe ze zich hebben weten aan te passen aan de mensen.

In de volgende verhalen lezen we over de uil, de boomklever, de gaai, de pelikaan, de nachtegaal, de wespendief, het winterkoninkje en de ooievaar, die dus elk een thema vertegenwoordigen.


Het boek zelf is vrij groot, 27,5 x 33,5 cm en is naast de verhalen voorzien van grote kleurige, levensechte afbeeldingen van de vogels die wel  een 'gezichtuitdrukking' hebben. Het geheel vormt een prachtig (voor)lees, luister- en doeboek. En zoals Leo Bormans zegt:


"Voorlezen maakt ons gelukkig. We bouwen dan samen een warm nest en duiken in het verhaal. Daarna voelen we ons sterker om het nest te verlaten. De vragen en opdrachten na elk verhaal geven volwassenen en kinderen de kans meer te doen voor een gelukkig en hoopvol leven.'


Zie ook het Inkijkexemplaar


ISBN 97890401455336 | Hardcover | 61 pagina's | NUR 273 - 274 | Uitgeverij Lannoo | september 2018
Afmeting 27,5 x 33,5 cm | Leeftijd 6+
Eerder verschenen in deze serie, Geluk voor kinderen en Geluk voor kinderen Vriendschap.

© Dettie, 24 mei 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Death Valley De Peel
    Dramatische oorlogsverhalen rond de 75e herdenking van de bevrijding
    Piet Snijders


    De verhalenbundel Death Valley De Peel vormt de inhoudelijke onderbouwing van een programma dat onder dezelfde titel dat was opgesteld ter herdenking van 75 jaar bevrijding. Piet Snijders - oud journalist - is de aanjager van het Death Valley-programma.


    Death Valley De Peel omvat vijftig verhalen die samen het complete verhaal vertellen van de Peel in de Tweede Wereldoorlog. Te beginnen met de verhalen rond Mobilisatie vervolgens De Duitse inval, Bezettingstijd, Bevrijding en als laatste de tijd Na de oorlog. Piet Snijders beschrijft in toegankelijke taal de geschiedenis rond het begin van de oorlog. We krijgen veel informatie over het hoe en waarom van bepaalde acties en helaas ook wie er sneuvelden. Al in 1939 viel het allereerste slachtoffer in de Peel, soldaat J.L. Simons uit het Limburgse Swalmen. Hij kreeg een oproep in april 1939 om ons land alvast te beveiligen tegen een eventuele 'onverhoedse overval' door Duitsland. Hij moet 3 oktober 1939 te diep weggezakte landmijnen opgraven en verleggen en dat wordt de in 1917 geboren soldaat fataal.


    We zien op foto's ook lange rijen mensen die geëvacueerd worden omdat hun huizen of dorpen in de gevechtslinies liggen. (Peel-Raamstelling en de Maaslinie) Mensen met kruiwagens vol kleding en matrassen moeten er maar wat van zien te maken bij familie of in de schuren die beschikbaar zijn. De waanzin van een oorlog is begonnen... Huizen worden gebombardeerd, soldaten doen wat ze moeten doen en velen overleven het niet. Met foto's, naam en toenaam worden de gesneuvelden getoond, evenals de bidprentjes en foto's van hun graf. De een sterft na enkele heldendaden, de ander door domme pech.


    Het is te begrijpen dat de verhalen over de bezetting ook veel indruk maken. We lezen over overvallen op distibutiekantoren, executies (met foto) van landverraders, mensen in het verzet, onderduikers die een heel kamp bouwden in de bossen. We lezen over het te werk stellen in Duitsland, hoe ellendig dat was, en dit allemaal geplaatst in het perspectief van de gebeurtenissen in die tijd.
    We lezen helaas ook over verraders en mensen die je in feite geen mens meer kunt noemen gezien hun afschrikwekkende acties, vooral sommige acties rond Joodse mensen zijn echt weerzinwekkend. Die staan nu in mijn geheugen gegrift. Daarbij komt dat je nu weet dat deze mensen nog heel wat te wachten staat en zoveel familie en vrienden verloren hebben in de gaskamers.
    Ook bij deze verhalen zijn veel foto's te zien van o.a. de onderduikers, de plekken waar ze ondergedoken zaten, foto's van verzetsmensen én van de verraders.


    We lezen daarna gelukkig ook over de bevrijding, die in De Peel eerder kwam dan in de rest van het land. De komst van de Canadezen en Amerikanen, de militaire gebeurtenissen hebben hun impact, maar ook hier zijn de persoonlijke verhalen het meest indrukwekkend. Ook hiervan zijn vele foto's geplaatst.


    Zelf ben ik niet goed in het lezen van verhalen over de oorlog omdat ik de krankzinnigheid van elkaar neerschieten om een stuk land, religie e.d. niet kan begrijpen. En ook de gruwelijkheden die gebeuren, de afschuwelijke dingen die mensen onderling elkaar aandoen vind ik verschrikkelijk om over te lezen. Het is zo huiveringwekkend en onvoorstelbaar dat mensen die dingen kunnen doen.
    Het was ook met een beetje angstig hart dat ik aan dit boek begon, maar het belang ervan woog zwaarder, want dit zijn de verhalen die er toe doen. Achteraf ben ik ook blij dat ik het gelezen heb, hoewel blij een vreemd woord is over een boek over een oorlog. Maar Piet Snijders schrijft de waarheid, wat werkelijk gebeurde, en heeft met dit boek over een klein deel van Nederland, laten zien wat voor impact een oorlog heeft op mensen en hun omgeving. Het is een mengelingen van oorlogs- en persoonlijke verhalen geworden waardoor alles in een goed perspectief komt te staan. Dit indrukwekkende boek gaat over De Peel en haar bewoners maar de verhalen zijn natuurlijk wel universeel. Het enige wat je kunt denken is: nooit meer....


    Om een goede indruk en informatie over het boek en de verhalen te krijgen zie de Mini docu Death Valley De Peel


    Het project Death Valley De Peel is de kapstok waaraan meer dan 150 herdenkings- en bevrijdingsactiviteiten in De Peel zijn opgehangen. Speciaal voor de herdenkingsjaren zijn er bijzondere (fiets)routes gerealiseerd, is er een Peelbreed educatieprogramma opgetuigd en is er dit verhalenboek uitgegeven. De routes, het educatieprogramma en het boek zijn ook na 2020 beschikbaar.


    ISBN 9789082803723 | Hardcover | 144 pagina's | Nurcode 212 | Museum Klok en Peel | maart 2020

    © Dettie, 4 mei 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Een creatieve reis door de wereld van Magritte
    Vogel, bolhoed, wolk
    Concept en Nederlandse tekst: Liesbeth Elseviers


    De manier waarop ik schilder is heel gewoon. Wat interessant is, is wat ik laat zien

    De titel van een schilderij moet ons niks leren, maar moet ons verrassen en betoveren.


    Deze uitspraken van de Belgische schilder René Magritte zijn typerend voor zijn werk. Want inderdaad lijken zijn schilderijen 'heel gewoon' maar dankzij de titels die hij ze heeft gegeven worden ze bijzonder en laat hij ons nadenken. Magritte speelt met beeld en taal. Neem bijvoorbeeld een van zijn beroemdste schilderijen waar een pijp op staat weergegeven, toch heeft het schilderij de titel Ceci nést pas une pipe (Dit is geen pijp). Het maakt dat je wakker geschud wordt en extra gaat opletten. Een gewone geschilderde pijp is saai zei  Magritte daarover maar door de titel wordt het toch weer interessant. Zo schilderde hij bijvoorbeeld ook een omgekeerde zeemeermin met een vissenkop en mensenbenen.


    Bij voorkeur schilderde deze kunstenaar een bolhoed, een vogel en een wolk/wolken maar zijn vogels vliegen niet in de wolken maar de wolken staan op de vogels. En in zijn schilderij La clef des songes (De sleutel der dromen) schildert hij een bolhoed die hij de titel sneeuw geeft. Het werkt vervreemdend en het maakt dat je je gaat afvragen waarom Magritte dat gedaan heeft, waarom hij het die titel gaf. En o.a. dát staat in dit kinderboek te lezen.


    Wat extra leuk is aan dit drietalige 'activity book', is dat het op een wel heel speelse manier kinderen laat kennismaken met deze bijzondere kunstenaar.
    Als eerste maken we in een biografietje kennis met hem, lezen we over de stijl die hij gebruikte en wordt verteld waarom hij alles zo omkeerde en vreemde namen aan zijn werk gaf.  En dan begint het!

    Kinderen worden namelijk aan het werk gezet, ze kunnen van papier-maché zelf de 'appel met masker' namaken die op een kunstwerk van Magritte te zien is. Er wordt ook verteld hoe ze een eigen schilderij kunnen maken naar aanleiding van dromen die ze gehad hebben. In het boek is daarvoor ruimte vrijgemaakt.
    Eveneens krijgen ze de kans om de ontbrekende delen van een schilderij aan te vullen en collages en een mobile te maken dankzij de erg mooie bijgeleverde stickers en sjablonen.
    Dankzij ze de tien verschillen moet opzoeken in een schilderij van Magritte leren ze dàt schilderij heel goed te bekijken én door het prachtige memoryspel met schilderijafbeeldingen zien ze wat voor werk Magritte allemaal gemaakt heeft.
    Kortom, na het lezen, bekijken en werken met dit boek weten vragen kinderen nooit meer wie was Magritte? (Je kunt hem misschien ook wel de naam Parkiet geven, dat had hij vast leuk gevonden.)


    ISBN 9789002264474 | Paperback | 36 pagina's | WPG Media BV | juni 2017
    Afmeting 28 x 21 cm | Leeftijd 8+

    © Dettie, 27 april 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Double crash
    Een oorlogsmysterie in de Peel
    Piet Snijders


    Op 7 februari 1945 stijgen achtentwintig bommenwerpers op vanuit Elvington, Engeland, richting de Duitse plaatsen Kleef en Goch. Beiden liggen vlak over de Nederlands-Duitse grens ten zuidoosten van Nijmegen. Elk vliegtuig heeft zeven bemanningsleden.
    Om 18.57 uur stijgt de Hallifax III NA 260 L8-G op onder leiding van kapitein Gustave Stanislas en twee minuten later vertrekt de Hallifax III NA 197 L8-H onder leiding van luitenant Bernard Pelliot. Beide mannen hebben de opdracht Goch te bombarderen. Maar doordat door de hen voorafgaande vliegtuigen al honderden bommen hebben afgeworpen boven Goch zijn er dikke rookwolken ontstaan en kunnen de NA 260 en NA 197 niet meer nauwkeurig hun werk doen, daarom krijgen ze de opdracht terug te keren.


    Ze maken een bocht en sturen de neus van hun vliegtuig richting Engeland. Opeens worden ze beschoten en wel boven het reeds in december 1944 bevrijd gebied! De RAF vliegtuigen schieten gauw lichtkogels in de voor die dag afgesproken kleurcode af om aan te tonen dat ze niet de vijand zijn. En dat worden de NA 260 en NA 197 fataal. Door de lichtkogels weten de Duitse nachtjagerpiloten namelijk ook waar ze zitten en beide toestellen worden neergehaald. Einde verhaal zou je denken, maar niets is minder waar.


    Al snel wordt de NA 197 getraceerd, mensen hebben het vliegtuig zien neerstorten in de Astense Veluwepeel (Noord-Brabant) en spoeden zich naar de plek. Vier van de zeven bemanningsleden hebben de crash overleefd.
    Maar de NA 260 is verdwenen, niemand heeft dat toestel zien neerkomen. Niemand in Nederland weet ook dat er twee toestellen waren.
    De vraag is wáár is het neergestort? Of is het ontploft in de lucht? En hoe kan het dat kapitein Stanislas als enige de crash overleeft heeft? Hij zegt dat hij uit het toestel geslingerd is en onbewust zijn parachute heeft opengetrokken en heeft verder nooit over die nacht willen praten, wat hem overigens door de nabestaanden van de bemanningsleden zeer kwalijk wordt genomen.
    Is het trouwens wel waar wat Stanislas zegt? Wat is er gebeurd? En waarom zijn er geen brokstukken van het vliegtuig te vinden? - De overige bemanningsleden worden overigens wel gevonden maar kunnen helaas niets meer navertellen. -


    Doordat in Elvington de bemanning en beide vliegtuigen niet meer terugkomen is bekend geworden dat er twee toestellen neergeschoten zijn. Eén overlevende van de NA 197 meldt ook dat de NA 260 vlak voor hun eigen toestel geraakt werd waarop het in brand vloog. Dat is dan ook de enige getuigenverklaring die eventueel het verhaal van Stanislas kan staven. Maar meer gegevens zijn er niet.


    Omdat het nog volop oorlog was is er verder weinig aandacht aan het gebeuren geschonken maar het laat toch een aantal mensen niet los. o.a. de nabestaanden van de overleden bemanningsleden willen weten wat er nu precies gebeurd is. Toch is het pas in 2012 dat het in Nederland écht doordringt dat er twee toestellen zijn neergehaald. De zoektocht naar bewijsmateriaal die al door enkele mensen was gestart, wordt eindelijk uitgebreid voortgezet...


    Naast dit bijzondere verhaal dat in dit boek verteld wordt, krijgen we ook veel informatie over de stand van zaken rond die datum (7 februari 1944) in de Tweede Wereldoorlog. Maar ook wordt gedetailleerd getoond hoe de Hallifax III vliegtuigen eruit zagen, waar de bemanning zat, en waar de vliegtuigen mogelijk zijn neergekomen. Verder staan er veel foto's in van o.a. de bemanningsleden van beide vliegtuigen en de nabestaanden maar ook van de speurders naar de gang van zaken rond het verdwenen vliegtuig en de gevonden delen van het vliegtuig NA 197 (én NA 260?)


    Het geheel is een uitstekend verzorgd boek geworden dat - ondanks dat het waargebeurd is en negen mensen het leven lieten - een erg boeiend én spannend verhaal heeft opgeleverd wat door Piet Snijders met vlotte pen doorgegeven is.


    Het boek heeft NUR code 242 gekregen wat betekent dat het geschikt is voor jongeren vanaf 12 jaar. Maar met nadruk moet gemeld worden dat het ook zéker een boek voor volwassenen is.


    ISBN 9789082803730 | Hardcover | 142 pagina's | NUR code 242 | Museum Klok & Peel | maart 2020
    Leeftijd 12+

    © Dettie, 20 april 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Mijn peuter speelt
    60 spelletjes voor kinderen van 1 tot 3 jaar
    Paulien de Smet


    Laat ik maar gelijk beginnen met melden dat het boek geschikt is voor alle kinderen, ondanks de leeftijdsindeling.  Vooral de spelletjes van 2-3 jaar zijn ook erg leuk voor oudere kinderen.


    Het boek opent met 20 spelletjes voor kinderen van 12-18 maanden. Op elke 2 pagina's wordt een of meerdere foto's getoond, beknopt en duidelijk gemeld welke materialen je nodig hebt en wat je moet doen. Papa, mama, opa, oma of tante moeten wel helpen want er wordt regelmatig gebruik gemaakt van een schaar, mes, lijmpistool en dergelijke. Het spel moet meestal eerst gemaakt worden voor het kleintje ermee kan spelen.  Zoals het kiekeboebord, dat samengesteld is dor middel van allerlei deksels die je open kunt klappen. Deze zijn op een plank gemonteerd met een lijmpistool en achter de deksels kunnen foto's of andere dingen geplakt worden, zodat het kind kiekeboe kan spelen.


    Bakjes met water leveren natuurlijk ook altijd veel pret op. Lekker om buiten bij mooi weer mee te spelen.
    Zelf vond ik 'Kleefkunst' wel een vondst. Een vel plakfolie met de plakkant naar buiten aan de muur plakken. Het kind kan dan zijn eigen kunstwerk maken door watjes, papiertjes en dergelijke op die plakwand te drukken.
    Wc-rolletjes aan de muur plakken en zo een heel parcours maken is ook leuk. Kinderen kunnen daar dan iets doorheen laten rollen, zoals pompons.


    Ook de voeldoos is bijzonder. Knip een rond gat in een kartonnen doos en leg in die doos allerlei voorwerpen leggen, zoals een borstel , knuffeltje en dergelijke. Het kind kan dan zijn arm in het gat steken en voelen wat er ligt. Spannend!  En zo zijn er nog meer spelletjes die geschikt zijn voor deze leeftijdscategorie.


    In het hoofdstuk voor 18-24 maanden zijn de spelletjes wat moeilijker, het kind zijn motoriek is beter dus kan het ook leren dingen op te scheppen en/of in de juiste vorm te plaatsen. Je kunt bijvoorbeeld de omtrek van houten puzzelfiguurtjes op een karton tekenen. Het kind moet dan die puzzelfiguurtjes op de bijpassende omtrek plaatsen. Dopjes van melkpakken en dergelijke kunnen uitgeknipt worden en op een doos geplakt worden zodat de kinderen naar hartelust van alles open en dicht kunnen draaien. Of je kunt een omtrek van een schaap tekenen en dan de kinderen met watten de omtrek laten invullen. Zelf een ketting maken van in stukjes geknipte wc rollen die eerst mooi gekleurd zijn is natuurlijk ook lekker om te doen.
    In totaal zijn ook hier 20 leuke spelletjes getoond.


    Dan zijn we aanbeland bij het hoofdstuk 2-3 jaar en het is duidelijk dat een kind dan weer veel meer kan dan in de voorgaande periode. Heel leuk is de hersluitbare zak waarin een parcours is gemaakt waardoor je een balletje moet zien te rollen. Kleien met zelfgemaakt klei is natuurlijk ook super of leren haarknippen door middel van wc-rollen is geweldig voor de kleine haarknippertjes. Of wat te denken van allemaal verschillende sokken tekenen, die mooie kleurtjes geven en dan steeds dezelfde sokken bij elkaar zoeken. Ook leuk is een bord maken met daarop allemaal rondjes in verschillende kleuren en dan in de tuin iets van die kleur erbij zoeken.
    En zo kunnen we nog een tijdje doorgaan.


    Het boek vraagt wel vrij veel inzet van de volwassenen, veel spelletjes moeten eerst gemaakt of voorbereid worden door hen. Het is in feite een boek met allemaal goedkope spelletjes die meestal eenvoudig te maken zijn. Er zijn ook niet veel materialen nodig. Een vel papier, een kartonnen doos, kinderverf, wc-rolletjes, stiften, zand, pompons of lintjes vormen de hoofdingrediënten van de te maken spelletjes.


    Een fijn boek voor het geval je even niet meer weet wat je nu weer moet bedenken om de kinderen bezig te houden...
    Het boek verdient echter wel een minder ouderwets aandoende cover.


    ISBN 9789401466462 | Hardcover | 127 pagina's | Uitgeverij Lannoo | maart 2020

    © Dettie, 9 april 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    De haven
    Serie: Willeweten, veel te doen
    Illustraties: Hélène Jorna
    Tekst: Sanne Ramakers en Merel de Vink


    ‘Willewete, veel te doen’, zo heet de serie waar dit boek bij hoort, en als er ergens veel te doen is, dan is het zeker in een haven! Open het boek en je ziet twee volledig gevulde pagina’s waarin je ziet wat er allemaal gebeurt in een haven. Als je het boek uit hebt, weet je dat wat je hier ziet  - al is het veel -  toch nog maar een klein stukje is van het grote geheel.
    Er is zo veel. Havens vormen de verbinding tussen het vasteland en de zee, tussen verschillende landen en werelddelen. Natuurlijk zijn er ook kleinere havens, maar voor de volledigheid is het onderwerp van dit boek een wereldhaven. Zoals Rotterdam er een is.


    In de vorm van een verhaaltje wordt duidelijk verteld wat daar allemaal gebeurt.
    Jesse, Kalim en Suus gaan met papa hun moeder ophalen. Zij werkt op een vrachtschip. Ze is er de kapitein!


    Meteen hebben we daar het eerste onderwerp te pakken. Een vrachtschip? Wat is dat precies? En zijn er dan ook andere soorten schepen?
    Je staat er versteld van: containerschepen, binnenvaartschepen, olietankers, bulkschepen, sleepboten en nog meer... Van iedere soort wordt uitgelegd waar ze voor dienen.


    Er wordt iets verteld over hoe het vroeger ging, en dan zijn de kleuren van de pagina’s aangepast bruin-gelig. De vergelijking met vroeger komt ook verder in het boek terug als er verteld wordt wat er allemaal komt kijken bij het varen, het laden en lossen, het besturen. Daar is in de loop van de tijd veel veranderd.
    Er zijn heel veel beroepen die je kunt kiezen als je ook in de haven wilt gaan werken. Allemaal beroepen die nodig zijn om er voor te zorgen dat het allemaal goed blijft draaien op een schip en in de haven.


    De kernwoorden zijn dik gedrukt, er staan duidelijke tekeningen bij en de bijbehorende tekst is overzichtelijk, kort en krachtig. Steeds zien we de kinderen en hun vader terug. De moeder moet je soms even zoeken, maar ze is er wel.
    In extra kadertjes staan korte wetenswaardigheden, zoals het feit dat links in vaartermen bakboord heet en rechts stuurboord.
    Er zijn uitklappagina’s, waar heel veel op te zien valt.
    En er zijn leuke extraatjes: spreekwoorden die met de zeevaart te maken hebben, met leuke tekeningetjes, een zeemanslied, een havenspel en een kwisje.
    Je kan zelfs een verhaal maken bij een strip!


    Erg mooi vormgegeven, en heel leuk bedacht, maar vooral duidelijk informatief boek.


    Sanne Ramakers is bekend van JufSanne.com, een site waar je veel inspiratie op kunt doen als ouder en/of leerkracht.
    Merel Vink heeft eveneens een informatieve site: www.leesvink.nl
    Hélène Jorna is zelfstandig illustrator, werkt voor verschillende uitgeverijen, www.helenejorna.nl


    ISBN 9789044836301 | Hardcover | 36 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2020
    Afmeting 26,8 x 25,8 x 1 cm | Leeftijd vanaf 5 jaar

    © Marjo, 29 maart 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    1939-1945 Toen het oorlog was
    illustraties: Irene Goede
    tekst: Annemiek Groot, Roos Jans, Juul Lelieveld en Liesbeth Rosendaal


    Voordat je aan dit boek begint, moet je dit eerst lezen.
    Moet dat?
    ja.

    Je kunt me toch niet dwingen?
    Nee gelukkig niet. Maar als je het niet doet, kom je misschien woorden of namen tegen die je niet kent. Dat zou jammer zijn.

    Je leest dus eerst dit hoofdstuk. Daarna mag je helemaal zelf weten in welke volgorde je het boek leest. Begin lekker achteraan! Of gewoon bij het eerst hoofdstuk, of ergens in het midden.


    Met dit begin is de toon gezet, het is duidelijk gericht op de jongeren die dit boek onder ogen krijgen.


    In dat eerste hoofdstuk wordt summier (met veel foto's) iets over de tien hoofdstukken verteld en krijgen de jongeren in het kort antwoord op de belangrijkste vragen over de Tweede Wereldoorlog (WOII), zodat de grote lijnen alvast bekend zijn. Als laatste zien we een tijdlijn waarop alle belangrijke gebeurtenissen over WOII vermeld staan.

    Het prettige is dat in de volgende hoofdstukken alles klip en klaar verteld wordt, zonder oordeel of emoties. In het hoofdstuk hoofdrolspelers bijvoorbeeld leren we zowel De Duitse, Nederlandse als Engelse en Amerikaanse kopstukken kennen. In korte teksten van ca. een halve pagina - inclusief foto's -  lezen we waarom zij deelnamen aan de oorlog, wat hun functie was en hoe het hen na de oorlog verging.

    En zo gaat het verder. Hoofdstuk 2 doet verslag van de gevechten die zowel ter land, ter zee als in de lucht gevoerd werden. Bepaalde slagen worden specifiek uitgelicht. Zoals het bombardement op Rotterdam. - De foto op de cover toont een jongetje dat kijkt naar de platgegooide stad. -


    Toen het Duitse leger Nederland binnenviel op 10 mei, dachten de Duitse legerleiders dat het wel snel geregeld zou zijn. Maar de Nederlanders vochten terug. Op 14 mei vond nazi-Duitsland het genoeg. Ze stuurden een bericht naar de burgemeester van Rotterdam: 'Als jullie je niet overgeven, dan gooien we bommen op Rotterdam.' Maar er was geen tijd meer om antwoord terug te sturen. De Duitse bommenwerpers kwamen er al aan. Op 14 mei om halftwee 's middags vielen de eerste bommen op het centrum van de stad. Gebouwen stortten in en er was op ontelbaar veel plekken brand. Ongeveer 900 Rotterdammers overleefden het bombardement niet. Tienduizenden mensen hadden geen huis meer.[...]


    In de andere hoofdstukken kunnen we lezen en zien welke wapens en voertuigen gebruikt werden met helaas ook de atoombom die zijn verwoestende werking op Nagasaki en Hiroshima had.

    Ook erg interessant en soms aangrijpend om te lezen is het hoofdstuk over symbolen. We krijgen o.a. een uitleg over het waarom van het Hakenkruis en wat het vertegenwoordigd evenals de adelaar die in het Duitse wapen stond. Maar ook zien en lezen we ook over de propaganda (in de tekst wordt ook uitgelegd wat propaganda is) zoals de posters die door zowel de Duitsers als Engelsen gebruikt werd om voor hun zaak te pleiten. Erger is dat de joden, Roma en Sinti evenals homoseksuelen in de concentratiekampen hun eigen symbool kregen van de Duitsers:


    De Joden hadden een Davidster. Verzetsstrijders en politieke gevangen droegen een rode driehoek, Roma en Sinti kregen eerst een zwarte ster, later een bruine, En homo's en lesbiennes moesten een roze driehoek dragen. Er waren nog  meer gekleurde tekens in de kampen.


    Bij deze tekst zien we een foto van gevangenen en een kaart met merktekens die door de Duitsers gebruikt werden.

    Het verzet, de verzetsmensen én het verraad wordt natuurlijk ook besproken evenals het zien te overleven van de oorlog. Vooral voedsel werd in de laatste oorlogswinter een enorm probleem. Ook hier spreken de foto's boekdelen.

    En dan komen we bij het hoofdstuk Moord aan, dat als volgt begint:

    Het hoofdstuk dat je nu gaat lezen, is het moeilijkste uit dit boek. Het was moeilijk om te schrijven. Het is moeilijk om sommige stukken te lezen. Het is moeilijk om te begrijpen [...]  Verderop staat: Maar sommige dingen zijn té erg. Daar kun je beter over lezen als je wat ouder bent.


    Dit hoofdstuk gaat natuurlijk over de Jodenvervolging en de genocide. Op een integere maar realistische manier wordt over dit afschuwelijke deel van WOII verteld.
    De waarheid wordt niet gemeden, ook de kampen en de gaskamers worden genoemd alleen op zo'n manier dat jongeren er kennis van nemen, meer niet, de gruwelijke details worden ze bespaard.


    Gelukkig wordt het daarna weer wat minder zwaar, we lezen namelijk over de dieren, honden, duiven, paarden, een beer enz. die ook een belangrijke rol in de Tweede Wereldoorlog hebben gespeeld.

    En dan... De bevrijding! Eindelijk! Voor velen een enorme opluchting, voor anderen het begin van een levenslange trauma. De zoektochten naar vermiste familieleden beginnen, velen vinden elkaar terug maar velen ook niet. Met de wederopbouw wordt gestart. Landen maken internationale afspraken. In Nederlands Indië woedt de strijd echter nog voort...

    Het boek is in feite een naslagwerk voor jongeren vanaf ca. 11-12 jaar maar volwassenen zullen het ook zeer zeker waarderen. Aan het eind van elk hoofdstuk wordt een serieuze vraag gesteld om over na te denken, een vraag om op te kauwen. De verstrekte informatie is gedegen en voorzien van vele foto's die samen met de tekst een goed geheel vormen.


    "Toen het oorlog was is een boek waar je in kunt bladeren en verdwalen. Samen of alleen. Om nog eens over na te denken of met anderen over te praten. Want al is de oorlog lang geleden, het blijft belangrijk om de verhalen door te geven. Als je dit boek gelezen hebt, kun jij daarbij helpen."


    Zie ook het inkijkexemplaar


    "Toen het oorlog was is een verzorgd overzichtswerk dat uniek is in het huidige aanbod. Er is niet alleen oog voor het internationale verloop van de oorlog, maar juist ook voor de situatie in Nederland. De tekst van het boek is afgestemd op de bovenbouw van de basisschool - precies de doelgroep waarvoor nu behoefte is aan een goede informatieve uitgave."


    Kijk hier voor gratis lesmateriaal bij dit boek.


    ISBN 9789025771447 | Hardcover | 192 pagina's | NURCode 212 | Uitgeverij Gottmer | oktober 2019
    Met register, geraadpleegde bronnen en fotoverantwoording | Afmeting 28,5 x 22,3 cm |  Leeftijd 11-12+

    © Dettie, 5 mei 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Hoe fel de zon ook scheen
    Verhalen over de tweede wereldoorlog
    illustraties: Alex de Wolf
    tekst: Arend van Dam


    In het voorwoord vertelt Arend van Dam, geboren in 1953,  dat hij het heel vreemd vond dat zijn meester vertelde dat 10 mei 1940 - de dag dat de Duitsers Nederland binnenvielen - de zon lekker scheen. Als hij aan de oorlog dacht dan was er geen kleur bij, dan was het zwart-wit, net als de plaatjes in zijn schoolboeken. Maar het was dus heerlijk weer die 10e mei en het leven ging 'gewoon' door nadat Nederland bezet was door de Duitsers.


    Een paar jaar daarvoor waren nog de Olympische Spelen gehouden in Berlijn en Rie Mastenbroek had drie gouden medailles gewonnen, zo lezen we in het eerste verhaal. Arend van Dam laat ons meereizen met de drie atleten, te weten; de zwemsters Rie en Willy (den Ouden) en de sprinter Tinus Osendarp. Het knappe is dat hij dankzij de gesprekken die zij onderling voeren, aangeeft wie Hitler was en hoe verwarrend en vreemd het gedrag van hem overkwam. De sporters twijfelen ook of ze er wel goed aan doen naar Duitsland te gaan omdat Hitler beweert dat alleen blanke mensen deugen en de Joden van alles de schuld geeft. Maar Rie zegt tegen Willy: 'Jij en ik gaan er toch alleen maar heen om zo hard mogelijk te zwemmen?' En zo sussen ze hun geweten, want ze weten eigenlijk niet wat ze ervan denken moeten, maar achteraf hebben de medailles toch wel hun glans verloren.


    Alle andere verhalen - in totaal zijn het er twintig - hebben ook centrale personages zoals Hannie Schaft, Miep Gies, het beroemde meisje op de foto tussen de deuren van de treinwagon, George Maduro, het beeld de dokwerker, Willem Mengelberg, Anton Mussert, Walter Süskind en Henriëtte Pimentel enz.. Maar deze personages zijn vooral de aanleiding om gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog een gezicht te geven. We lezen namelijk in elk verhaal vooral ook hoe het Nederland én Nederlands Indië verging tijdens de oorlog. Het (titel)verhaal over meneer Ouwehand is daar een goed voorbeeld van...


    Meneer Ouwehand werd gebeld door generaal Winkelman. De dierentuin van meneer Ouwehand lag namelijk op een zeer strategisch punt, de Grebbeberg. Nu de Duitsers waarschijnlijk van plan waren Nederland binnen te vallen moesten daar wel soldaten gelegerd worden om de vijand regen te houden. En zo gebeurde het dat honderden soldaten tussen de leeuwen, tijgers, apen en giraffen woonden. Er gebeurde weinig, het leek wel een beetje vakantie, die oorlog zou er vast niet komen. Niet met dat mooie weer.


    Helaas kwam die oorlog wel. Duizenden Duitse  parachutisten kwamen naar beneden, rijen legervoertuigen reden Nederland binnen en al snel werden wegen, bruggen en vliegvelden door de Duitsers bezet. En... ze trokken ook naar de Grebbeberg! Generaal Winkelman belde weer naar meneer Ouwehand, de dierentuin werd te gevaarlijk voor zijn soldaten meldde hij, stel dat tijdens gevechten de dieren konden ontsnappen, de generaal zou iemand sturen om de wilde dieren af te schieten. Natuurlijk wilde meneer Ouwehand dat niet, maar het kon niet anders. Hij besloot het dan maar zelf te doen, hoe erg hij het ook vond. Maar Maxie de ijsbeermoeder en haar twee jongen neerschieten kon hij niet en hij verstopte deze 3 dieren in het nachthok.


    Het verhaal gaat verder en we lezen hoe zwaar er op de Grebbeberg werd gevochten en hoe de uiteindelijke capitulatie van Nederland plaatsvindt. Maar het leven gaat door, de 'rust' keert wat terug. We lezen dat meneer Ouwehand weer een nieuw dierenpark probeert op te zetten en we volgen gesprekken van mensen die met elkaar praten over de oorlog, bijvoorbeeld dat er schilderijen zijn weggehaald in de musea, dat die distirbutiebonnen zo vervelend zijn en dat er evengoed weinig eten te krijgen is, maar dat rijke mensen wèl van alles kunnen kopen op de zwarte markt. Ook hebben ze het erover dat de straatnamen zijn veranderd, Oranjeplein, Wilhelminastraat, het mag allemaal niet meer van de Duitsers.


    Meneer Ouwehand heeft ondertussen weer dankzij sponsoren en giften het dierenpark weer een beetje op de rit gekregen. En dan is het september 1944... De Engelsen komen eraan, en de Duitsers zijn bang dat de wilde dieren zullen ontsnappen bij een aanval...


    In dit verhaal is duidelijk te zien hoe Arend van Dam er een mengeling van een persoonlijke gebeurtenis en historische achtergrondinformatie van gemaakt heeft. Dit doet hij in al zijn - indrukwekkende - verhalen. Op deze manier komen we echt heel veel over de Tweede Wereldoorlog te weten. Hoe die begon, hoe hij verliep, wat voor invloed hij had op de bewoners en hoe de oorlog uiteindelijk eindigde. Dit alles is in zo'n toegankelijke en vlotte schrijfstijl geschreven dat het jongeren zeker zal bevallen. Het zijn gewoon heel aansprekende verhalen geworden.


    Kortom, Arend van Dam en niet te vergeten illustrator Alex de Wolf hebben met dit boek een knap staaltje werk geleverd. Elke jongere zal de verhalen geboeid lezen en ondertussen heel veel over WOII opsteken. Het boek zou op alle scholen aanwezig moeten zijn!


    Bij dit boek is ook een lesbrief gemaakt voor leerlingen van groep 4, 5 en 6 en deze is aan te vragen via de ' ); // -->Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. " target="_blank">uitgeverij
    Zie ook het Inkijkexemplaar



    ISBN 9789000371136 | Hardcover | 88 pagina's | NUR 282/212 | Van Holkema & Warendorf | maart 2020
    Leeftijd ca. 8 jaar

    Dettie, 28 april 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    De mollen van Petit Bois
    Wouter Polspoel en Herman van Campenhout


    Amper 8 kilometer ten zuiden van Ieper ligt een klein dorp, Wijtschate geheten. Een klein dorp waar niemand zich ooit om zou hebben bekommerd, ware het niet dat het deel uitmaakte van het slagveld ten tijde van de Eerste Wereldoorlog. Het was een stuk land waar strijd geleverd werd om enkele meters, die soms dezelfde dag al weer werden terug veroverd door de vijand, de loopgravenoorlog. Je kan er nog steeds overblijfselen zien, omdat zij gekoesterd worden: de herinnering moet blijven.


    Een van de gebeurtenissen die zich daar afspeelden is door Polspoel en Van Campenhout verteld in dit boek. Het gaat om een voorval dat te maken heeft het graven van tunnels onder de vijandelijke linies. Door middel van explosieven wilde men de vijand een gevoelige slag toebrengen. Het was een techniek die door zowel de geallieerden als de Duitsers werd toegepast, waarbij ze elkaar soms letterlijk in het vaarwater zaten. De mannen die dit werk deden waren vaak mijnwerkers, gewend aan het leven onder de grond, maar ook zij hadden moeite met het graven in de plakkerige - ‘blauwe’ - klei van het heuvelland.


    In juni 1916 zijn de Duitsers aan de winnende hand in de streek rondom Ieper. Generaal Haig komt met een plan om daar een eind aan te maken. Kolonel Watson geeft zijn officieren de opdracht:  De Duitse stellingen moeten ondermijnd worden, waarna de kanonnen hun werk kunnen doen. Als de Duitsers dan verliezen geleden hebben, kan de infanterie hen terugdringen tot in Berlijn. Dat offensief is gepland voor juli, zodat de 250ste tunnelling company die al aan het graven is, haast moet gaan maken.


    ‘De Duitsers proberen ons ook te dwarsbomen’, probeerde de kapitein verder te gaan.
    ‘In welke zin?’
    ‘We hebben met de geofoons opgevangen dat ze ook aan het graven zijn in onze richting. Ze proberen onze tunnels te doen instorten. Ze kunnen zo voor oponthoud zorgen.’
    De drie kolonels knikten.
    ‘Zorg er voor dat het in orde komt,’ zei Watson.


    Onder de grond bij Petit Bois bevinden zich de twaalf manschappen van de tunnelling company die op dat moment dienst hebben. Ze zitten in een gang van 90 centimeter breed en 1,2 meter hoog. Er is een buis die zorgt voor verse lucht, maar ze komen er pas uit als hun dienst er op zit. Dat is bijna het geval als de grond begint te trillen. Ze ontdekken dat de tunnel ingestort is. De blauwe klei is ondoordringbaar. Hun enige hoop is dat ze door mensen van buiten gered zullen worden. Die doen hun best, zij weten dat er Duitse bomen zijn ontploft, en dat er een lengte van bijna 100 meter ingestort is. Ze graven een tunnel parallel aan de ingestorte tunnel in de hoop de twaalf mannen nog levens aan te treffen. Slechts één overleeft het.


    De gesneuvelden zijn begraven op Kemmel Chateau Military Cemetery. Dat zijn:  Sergeant Herbert Lambert (40 jr), George Grant (43 jr) en Adam Graham (41 jr) zijn beroepsmilitairen. George Quayle (32 jr), William Bedson en Adam Wright (leeftijd onbekend), de dertigers, zijn mijnwerkers - ‘mollen’. En dan zijn er Joseph Wood (leeftijd onbekend), William Vowles (leeftijd onbekend), James Smith (25 jr), William Culshaw  (38 jr), William Thomas (25 jr), Roger Kelly (leeftijd onbekend)

    http://www.forumeerstewereldoorlog.nl/wiki/index.php/Petit_Bois


    Wat deze mannen overkomen is, is echt gebeurd. Polspoel en Van Campenhout maken er een goed lopend verhaal van, en vertellen ook hoe het na de oorlog met de enige overlevende verder ging. Het is een heel goed ding dat dit soort gebeurtenissen, kleine geschiedenis die verdwijnt in de grote geschiedenis, zo tot leven gewekt wordt!


    Twee Mechelaren vonden elkaar bij hun droom om boeken te schrijven voor de jeugd over voorvallen die het herinneren waard zijn. Herman (76) komt uit Meise. Wouter (32) komt uit Vilvoorde.


    ISBN 9789462421165 | Paperback | 112 pagina's | Uitgeverij Kramat | januari 2020
    Leeftijd 12+

    © Marjo, 22 april 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Mijn eerste vogelboek
    Zoë Ingram


    Vroeger had ik een buurjongetje die alles wat groeide en bloeide prachtig vond. Hij 'kweekte' kikkertjes, liet kleine krabbetjes rondzwemmen, vond elke bloem prachtig maar vogels waren helemaal geweldig. Elke keer wees hij enthousiast naar elke vogel die voorbij kwam vliegen en keek me dan stralend aan bij het zien van al dat moois. Inmiddels is hij verhuist en al een hele vent van 8 jaar maar wat zou hij dit boek toentertijd leuk hebben gevonden...
    Er staan namelijk drieëntwintig vogels in die het meeste te zien zijn in de tuin, op het balkon of in het park. Ze zijn allemaal realistisch getekend door Zoë Ingram, zodat de kinderen ze al snel leren herkennen.


    Maar we zien niet alleen de afbeeldingen, er staan ook allerlei informatie over de vogels bij, bijvoorbeeld hoeveel van de betreffende vogels in Nederland voorkomen, en dat zijn o.a.; 400.000 van die gezellige pimpelmeesjes, 100.000 roffelende grote bonte spechten, 1.100.000 merels en 750.000 spreeuwen. Deze laatste kunnen overigens prachtige figuren in de lucht maken als ze samen een spreeuwenwolk maken. Die wolk kan bestaan uit wel 100.000 spreeuwen, vertelt Zoë Ingram ons. 


    Maar de hoeveelheid is niet het enige wat er gemeld wordt. Bij elke vogel zien we ook het ei getekend, lezen we hoe groot dat ei is en hoeveel eieren er door die betreffende vogel gelegd wordt. Een koolmeesje legt bijvoorbeeld wel 7 tot 15 eieren!


    In aparte kadertjes staan naast de hoeveelheid vogels ook de grote en, de spanwijdte van de vogel evenals wat ze eten en wat hun leefomgeving is.
    Heel leuk is dat bij elke vogel ook een leuk weetje staat. Bijvoorbeeld dat een houtduif zijn jongen voedt met melk en dat stadsduiven een medaille hebben gekregen tijden de Eerste en Tweede Wereldoorlog! En wist je dat een grote bonte specht een heel lange tong heeft?


    Al met al vormt dit boek een mooi begin voor de kleine vogelliefhebber, de vogels zijn duidelijk weergegeven - alleen de mus is wel heel oranje in plaats van bruin - en daardoor makkelijk te herkennen. Het boek is volgens de catalogus van Lemniscaat geschikt voor 4+ maar dat is wel erg jong. Het is in mijn ogen leuker als het kind alles zelf kan lezen en met het boek in de hand in bijvoorbeeld de tuin kan speuren welke vogels te zien zijn daar. Achterin het boek zijn alle vogels namelijk nog een keer getoond met daarbij een wit vakje waarin je kunt afvinken dat je de vogel gezien hebt.

    Mooi verzorgd en informatief boek.


    ISBN 9789047711728 | Hardcover | 56 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | april 2020
    Afmeting 23,9 x 23,8 cm | NUR 223 | Vertaald door Jesse Goossens | leeftijd 4+

    © Dettie, 13 april 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

     

    Oorlog in inkt
    Dagboekverhalen
    Annemarie van den Brink & Suzanne Wouda


    Toen de twee schrijfsters van dit boek hoorden dat naast het dagboek van Anne Frank nog veel meer dagboeken en verslagen van jongeren uit de Tweede Wereldoorlog in archieven én bij mensen thuis lagen, besloten ze er iets mee te doen. Ze klopten aan bij het NIOD, die al vanaf 8 mei 1945, dagboeken, brieven en andere papieren uit de oorlog bewaart. Het NIOD stelde een lijst met jongerendagboeken samen zodat Annemarie van den Brink & Suzanne Wouda gericht konden zoeken.


    Het was zeer indrukwekkend wat ze te zien en te lezen kregen. Deze kinderen en jongeren hadden enorm veel meegemaakt en dingen gezien die onvoorstelbaar zijn.
    Er werden in totaal veertien dagboeken uitgekozen, zeven van meisjes en zeven van jongens.  De verhalen variëren - qua inhoud - zeer en zijn in chronologische volgorde geplaatst, te beginnen bij vrijdag 10 mei 1940 en eindigend bij 10 juni 1945.


    Zo lezen we over Hans, die altijd naar Radio Oranje luistert. In een groot schrift met op de voorkant een V van victorie getekend noteert hij alles wat hij aan nieuws te horen krijgt over geallieerden die de Duitse troepen voor zich uit jagen. Terug naar Duitsland. Hij begint op 11 april 1943. In mei van dat jaar moet iedereen de radio inleveren, wat de familie van Hans natuurlijk niet doet, ze geven een oude radio aan de Duitsers en luisteren voortaan stiekem naar Radio Oranje. en aldoor noteert Hans alles, tot het eind. Op 16 april 1945 schreef Hans: "Vanaf maandag 16 april verschijnen er weer kranten in Deventer met uitvoerig wereldnieuws. Het bijhouden van dit schrift is dus overbodig geworden." en stopte met zijn schrift.


    Het verhaal over Hans was nog redelijk vermakelijk om te lezen, maar er zitten ook erg schrijnende verhalen tussen zoals het verhaal over de twee vriendinnen Jeanne en Bets. Bets is joods en daardoor kunnen ze uiteindelijk nauwelijks nog samen optrekken, want Bets mag steeds minder dingen van de Duitsers.


    'Heb je je nooit afgevraagd waarom?'
    ''Waarom wat?'
    'Waarom jullie van de Duitsers niet mogen zwemmen, of naar het park? Of boodschappen moeten doen tussen drie en vijf?'[...]
    'Ik dacht heel lang dat de Duitsers ons alleen maar haatten,' zegt Bets. [...] Maar het is nog veel meer.'


    We lezen verhalen over het verzet in Limburg waarbij mensen ondergedoken zitten in de mijngangen, we lezen over een piloot die zijn geliefde zoekt, we lezen het schrijnende verhaal van de dertienjarige Chris in Java, die wacht op zijn vader. We lezen over kinderen die naar boerderijen gebracht werken om aan te sterken maar gezegd werd dat hun begeleiders NSB pakken aanhadden. De kinderen zelf hadden er niets mee te maken maar werden toch aan hun lot overgelaten. We lezen over de hongerwinter en hoe er met man en macht geprobeerd wordt de moed erin te houden. Het meest indrukwekkend is het verhaal van George, 12 jaar oud, en zijn zusje Ursula die via kamp Vught (juni 1943) en Westerbork (februari 1944) uiteindelijk in Bergen-Belsen (april 1945) belanen. Na de oorlog zitten ze in Tröblitz waar ze ook nog een tyfus overleven... Het is echt vreselijk wat deze kinderen meegemaakt hebben.
    Maar voor alle kinderen is de oorlog een periode geweest die ze nooit meer zullen vergeten.


    We krijgen niet, zoals bij Anne Frank, de dagboeken of notities zelf te lezen maar verhalen die naar aanleiding van de dagboeken gemaakt zijn. In de tekst staan soms woorden in het blauw afgedrukt waardoor je weet dat de betekenis van dat woord achterin het boek uitgelegd staat. Verder wordt na ieder verhaal verteld  hoe het de kinderen in hun latere leven vergaan is en wordt de situatie waarover zij vertellen hiistorisch toegelicht.

    Het is een aangrijpend geheel geworden, hoewel ook delen van verhalen grappig zijn. Persoonlijk had ik graag wat foto's van de echte dagboekfragmenten willen zien, dat had denkelijk nóg meer indruk gemaakt. Maar in zijn geheel is het een belangrijk boek voor jongeren geworden, het zou in feite op elke school moeten liggen en klassikaal besproken moeten worden...


    ISBN 9789021680170 | Hardcover | 207 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | maart 2020
    Leeftijd 10+

    Dettie, 2 april 2020

    Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER