Non-fictie jeugd

Dit boek is niet veilig!
Colin Furze

Wie is Colin Furze?
Hij zegt zelf: ‘Ik ben een rare gast die graag vreemde dingen  maakt en het gewoon leuk vindt om rare uitvindingen in elkaar te prutsen in zijn schuur.’

Daar maakt hij dan filmpjes van en zet die op YouTube. Hij heeft intussen al meer dan zes miljoen volgers. Geboren in 1979 ( ‘Weet je dat ik op die datum ieder jaar ouder word?) is hij de jongste niet meer. Of hij wel de wijste is? Hm, je zou het niet zeggen als je al die vreemd uitziende uitvingen ziet die in dit boek staan!
Maar behalve vertellen over stofzuigschoenen, de snelste scootmobiel ter wereld en een schommel zo hoog als een huis, geeft hij ook heel veel informatie over gereedschap en wat je daarmee kunt doen. Zelf heeft hij meer dan zestien schroevendraaiers. ‘Die kun je nooit genoeg hebben,’ zegt hij.
Bij dingen die niet zonder risico zijn, staat vermeld: ‘ouderlijk toezicht vereist’
Misschien had deze waarschuwing wat opvallender gemogen!

Furze vertelt over uitvindingen die mislukt zijn, maar voornamelijk schept hij toch op over alles waar hij wel het nut van in ziet. Of die gewoon grappig zijn.
Hoe ruim je je kamer supersnel op? Heel handig, ja, maar of je ooit iets terug kunt vinden vertelt hij er niet bij.

Behalve dat het boek vaak grappig is - Furze vertelt zelfs moppen – is het toch vooral een boek over techniek. Je kan er veel van leren: hoe je ijzer zaagt, of kabels stript, of  hoe je moet schroeven. Klinkt simpel, maar dat is het toch niet. En omdat het belangrijk is om de dingen goed op te meten voor je iets gaat maken, is ook daar een hoofdstukje aan gewijd. Die hoofdstukken zijn allemaal kort en staan vol met foto’s, zodat je kan zien wat je moet doen. Gekke Colin kom je ook heel vaak tegen!

Furze vertelt over hoe hij de filmpjes maakt, over de wereldrecords die hij heeft gevestigd. En tussendoor vertelt hij van alles over zichzelf.
Het is een boek waar je veel uit kunt leren, maar je moet er wel tegen kunnen dat je die informatie moet opdoen via drukke overvolle pagina’s.

ISBN 9789492899071 | paperback | 192 pagina's | Condor | september 2018| Vanaf 9 jaar.

© Marjo, 22 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

DIY met Bibi
50 ideeën om zelf te maken
Bibi


‘Youtube-sensatie BIBI, wie kent haar nou niet’ lees ik.


Eh, nou… Ik beken, ik had nog nooit van deze jongedame gehoord. Totaal onvoorbereid, zonder verwachtingen, begin ik haar boek door te bladeren. En ik geef onmiddellijk toe: dit is een reuze leuk boek. Niet dat ik meteen ieder kind zou aanraden om hiermee aan de slag te gaan in de keuken van hun ouders, maar ik begrijp zeker dat die wens er is.
Er staan namelijk hele leuke dingen in, en alles kan je zelf doen. En soms eten. Want die watermeloenpizza waarmee het boek opent, die zou ik ook wel lusten!


In het boek staan bijzondere gerechtjes – hm, ijsjes zonder ijs??? – en tips om er leuk uit te zien. Hoe je je nagels omtovert in meloenen, of je haren kunt uitborstelen zonder pijn vanwege al die klitten.
Er zijn ideeën om leuke dingen te maken voor de feestdagen, kerstballen of een Sinterklaassurprise.
Het leuke hiervan is ook dat je met deze ideeën zelf weer andere dingen kunt bedenken.


Dan is er een hoofdstuk waarin allerlei ‘slijm’recepten staan. Mega XXL-olieslijm? Aquariumslijm?
Nou, als je wilt weten wat dat is en ook nog hoe je het moet maken, zul je Bibi’s boek moeten lezen. Waarschijnlijk kun je het een en ander ook vinden op Youtube. Tenslotte is zij Nederlands meest bekende You-tuber.


In het boek beantwoordt ze ook vragen over zichzelf, vertelt over haar dromen, en ze geeft ‘lifehacks’. O jee, wat zijn dat nou weer? Het blijken tips om kleine ongemakken te verhelpen: wat doe je als de rits van je jas niet meer soepel werkt? Hoe kan je het best in slaap komen? Hoe houd je al die sleutels aan je sleutelbos uit elkaar? Er is een hoofdstuk waarin Bibi challenges aangaat met haar twee broers. Als je niet weet wat je op een regenachtige dag of op een feestje moet doen is dat heel handig.


Het moge al duidelijk zijn: deze lezer heeft heel wat geleerd over het moderne You-tuben en het blijkt heel leuk, deze Do It Yourself-filmpjes te bekijken. Maar sommige dingen vragen toch wel om bijzondere ingrediënten. Of weet de jeugd van tegenwoordig wat guargom of psylliumvezels zijn, en weten ze ook waar ze dat moeten kopen? Ik hoor het graag…


Het boek zelf is een kleurrijk geheel, met een vrolijke uitstraling, al ligt dat vooral aan Bibi zelf, die haar ideeën enthousiast aanprijst. Terecht, want het merendeel is erg goed gevonden en kan een heel leuk resultaat opleveren.


Bibi is 10 jaar en al twee jaar YouTuber. Ze plaatst meestal filmpjes over knutselen, bakken, challenges en slijm. In 2017 won ze de felbegeerde VEED-Award voor Beste Nieuwkomer. Inmiddels heeft ze ruim 300.000 abonnees op YouTube. Bibi woont met haar ouders en twee broers in Zwolle.


ISBN 9789048845903 | Hardcover | 28 pagina's | Uitgeverij Moon | september 2018 | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 12 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Natuurorigami
Met 50 velletjes origamipapier
Clover Robin


Origami is de uit Japan afkomstige kunst van het vouwen van papier (折り紙, Japans: 'ori', vouwen, en 'kami', papier).
(Bron: Wikipedia)


Deze bijzondere vouwkunst gaan we leren dankzij dit boek dat gelijk praktisch begint met enkele aanwijzingen en tips voor als je aan de slag gaat. Op dezelfde pagina wordt het vouwen van het papier uitgelegd dat met symbolen en lijnen wordt uitgebeeld.


Ook blijkt dat de te vouwen dieren of andere natuurfiguren ingedeeld zijn in moeilijkheidsniveau's, namelijk; makkelijk, gemiddeld en lastig. Dit wordt aangegeven met respectievelijk één, twee of drie stippen. En dan... kunnen we gelijk aan de slag! In het boek zitten namelijk 50 velletjes prachtig bedrukt origamipapier in verschillende mooie kleuren en patronen. Het papier is aan een kant vastgelijmd maar je kunt het makkelijk lostrekken zonder dat het kapot scheurt.

We beginnen met een schelp, moeilijkheidsniveau 1.
Op de ene pagina zien we, zoals bij elk te maken figuur, een erg mooie bladvullende illustratie en op de tegenoverliggende bladzijde staat een fragment van een gedichtje, zoals bij de schelp:


Zeeschelp, Zeeschelp.
Laat je lied tot mij komen!
Een lied van zeelui en van schepen
en papegaaien en tropische bomen.
- Amy Lowell

En daaronder volgen de vouwinstructies voor de schelp. Die heb ik gelijk uitgeprobeerd natuurlijk.
Het is even wennen maar als je aandachtig de korte maar heldere aanwijzingen leest en de stap voor stap tekeningen goed bekijkt dan is het prima te doen. Mijn schelp is tenminste een fraai exemplaar geworden. Op hetzelfde moeilijkheidsniveau kunnen we ook een uilenkopje en een boomblad maken. Bij allebei staat eveneens een fragment uit een gedichtje.

Vervolgens schakelen we over naar niveau twee, waar we kunnen kiezen uit het maken van een mooie voorn (vis), een oranjerode vos, een zachtpaarse bloem, een mot en tenslotte een muis. - Bij al deze figuren staan overigens steeds prachtige illustraties. -
Het was nog moeilijk kiezen welke ik zou gaan maken, want allemaal zijn ze erg leuk, het werd toch de mot, die zag  er zo lekker vrolijk uit en het gedichtje erbij was ook prima. 


Doe nooit iets pijn wat leeft:
geen lieveheersbeestje of vlinder
of mot die op stoffige vleugels zweeft.
- Christina Rossetti


Ook deze mot was goed te maken. Hooguit leverde de laatste stap even een paar vraagtekens op, maar na even puzzelen kwam ik er toch uit.

Op naar moeilijkheidsgraad drie en dan wordt het helemáál lastig om te kiezen want hoe moeilijker het vouwwerk is hoe leuker de figuurtjes worden... Zal ik die leuke eekhoorn, de mooie zwaluw, de haas met zijn grote oren, die vrolijke eend of die gele slak maken? Het wordt uiteindelijk toch de zwaluw, en daarvoor kies ik het  het bijgevoegde papier dat bedrukt is met... kleine zwaluwtjes! En ook deze figuur lukt redelijk snel. Als je eenmaal goed door hebt wat de verschillende aangegeven lijnen en symbooltjes betekenen dan gaat het vrij vlot.

En nu... ben ik een mooie mot/vlinder, schelp en zwaluw rijker maar ook een aantal erg mooie prenten. Zij vragen er bijna om om uit het boek te mogen en aan de muur te hangen.  De kleuren, de sfeer, de afbeelding zelf, ze zijn allemaal erg, erg, erg mooi.
Kortom, dit boek is gewoon een groot succes.


Rest mij nog wel een waarschuwing! Zorg dat je veel tijd hebt als je aan dit boek begint want als je eenmaal begint te vouwen  is het moeilijk om weer te stoppen.  Dus... deur op slot, telefoon en computer uit en origamiën maar!


ISBN 9789047710158 | Paperback | 32 pagina's met 50 vel origamipapier | Lemniscaat | mei 2018
Afmeting 25 x 24,9 x 1,1 cm | Leeftijd tot 12 jaar

© Dettie, 10 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De diabetes van Daan
Als je elke dag moet opletten
illustraties: Helen van Vliet
tekst: Christine Kliphuis


'De ziekenboeg' boekjes van Christine Kliphuis zijn een begrip aan het worden in kinderboekenland. Op een heldere en vlotte manier vertelt zij wat er gebeurt als een kind een bepaalde ziekte krijgt.


"Christine Kliphuis praat voor alle boeken in de serie uitgebreid met artsen en verpleegkundigen. Ook spreekt ze met jonge patiëntjes, die haar precies  vertellen hoe ze zich voelen. Christine vertelt alle nuttige informatie die ze heeft verzameld op een speelse manier en vanuit de belevingswereld van een kind. De vele illustraties van Helen van Vliet ondersteunen en verluchtigen de situaties en verduidelijken de gebruikte medische voorwerpen."


Deze keer gaat het over Daan, die steeds maar zo moe is en heel veel dorst heeft. Mama denkt eerst dat hij het te druk heeft gehad maar als ook de juf haar zorgen uitspreekt, gaat mama toch maar met hem naar de dokter. De dokter heeft wel een vermoeden als Daans moeder vertelt wat er aan de hand is.  Het blijkt dat de bloedsuiker van Daan te hoog is. Dat is niet zo goed, want dat kan betekenen dat Daan diabetes heeft. 'Het wordt ook wel suikerziekte genoemd, maar wij praten liever over diabetes.' Daan kan gelijk naar het ziekenhuis voor verder onderzoek.


De dokter in het ziekenhuis zegt dat Daan inderdaad diabetes 1 heeft en probeert hem zo precies mogelijk te vertellen wat dat inhoudt. Dat doet ze in heel duidelijke woorden. Papa en mama luisteren ook goed naar wat de dokter te vertellen heeft, zodat ze straks Daan goed kunnen helpen.
Mirjam, een diabetesverpleegkundige, vertelt aan mama en Daan wat hij thuis moet doen om zo fit mogelijk te blijven. Hij zal insuline moeten spuiten. Daan krijgt daarom een mooie rode en een blauwe insulinepen. Hij krijgt ook een diabetesdagboekje mee dat zijn zijn papa en mama moeten bijhouden. Daarin schrijven ze hoe hoog Daans glucose was en hoeveel insuline hij heeft gehad, en nog veel meer dingen. Als Daan voor controle moet komen, gaan ze samen met de dokter en Mirjam dat dagboekje bekijken.


Gelukkig voelt Daan zich al snel veel beter dankzij de juiste behandeling en mag hij al snel naar huis. Ook op school gaat het beter, Daan is veel minder moe.
In Daans klas weten ze ondertussen ook wat diabetes is dankzij de spreekbeurt die Daan erover gehouden heeft. - Elk kind kan overigens dit boekje ook heel goed voor een spreekbeurt gebruiken. -
En zo leert Daan langzaam te wennen aan het feit dat hij Diabetes heeft.


Opnieuw een uitstekend boekje waarin in klip en klare taal alles rond diabetes 1 (insulineafhankelijke diabetes) uit de doeken gedaan wordt.
Om het helemaal compleet te maken staat achterin het boek nog allerlei informatie voor ouders en/of verzorgers. Ook staan er webadressen in voor kinderen, ouders en leerkrachten.

- De afgelopen 25 jaar schreef Christine Kliphuis naast haar werk 22 boeken, waarvan 21 voor kinderen. Het begon allemaal met de medische kinderserie De ziekenboeg. Christine startte daarmee omdat ze vond dat er meer boeken voor kinderen moesten komen over medische onderwerpen. De serie telt nu 16 titels over verschillende onderwerpen. Van buisjes in je oren tot epilepsie, van amandelen knippen tot astma. -

Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789051162653 | Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | juni 2018
Herziene druk. Eerder uitgegeven in 2003 | Afmeting 13,0 x 20,7 cm | Leeftijd 4-10 jaar

© Dettie, 26 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waarom de koning geen kroon draagt
en andere weetjes over het koningshuis
illustraties: Rianne Brugmans

tekst: Gaby Kuijpers, Natalie van der Horst en Ellen de Roos

Naar aanleiding van dat feit dat Willem Alexander en Maxima alweer vijf jaar koning en koningin zijn, verscheen dit leuke boek vol feiten en weetjes over het koningshuis.


Zelf weet ik nog goed dat Willem-Alexander geboren werd. Mijn vader had mijn zusje en mij beloofd ons wakker te maken als er een prinses of prinsesje geboren werd, want het was reuze spannend, na al die vrouwelijke koninklijke nazaten zou het zo leuk zijn als er een prinsje geboren zou worden, dan kreeg Nederland een koning! En ja, op een avond kwam mijn vader ons kamertje binnen stormen al roepend het is een prinsje!  En nu is datzelfde prinsje alweer vijf jaar koning!


We lezen over zijn leven met zijn ouders en broers op Kasteel Drakensteyn in Baarn. De prinsjes hebben een fijne jeugd. Pas op school horen ze dat ze prinsen zijn en dat Willem-Alexander later koning wordt. Een tv hadden ze niet. Door de latere ziekte van prins Claus brengt Willem Alexander veel tijd door bij zijn tante Margriet en oom Pieter. Zij zijn als tweede ouders voor hem. Later vertrekt Willem-Alexander naar een kostschool in Wales. Hij vindt het daar heerlijk net als bij de Marine, waar hij zijn dienstplicht vervulde. 'Het is ene tijd die ik nooit had willen missen.' zegt hij daarover.
Ook de jeugd en opleidingen van koningin Máxima worden besproken. Ze lachte teveel volgens de mensen die haar les gaven!


In het boek wordt heel veel verteld over het privé-leven maar ook over het publieke leven van de koning en koningin. Natuurlijk wordt ook geschreven over 'koningsdag' die al vanaf 1885 jaarlijks gevierd wordt! Alleen toen heette het nog Prinsessedag.

Erg leuk zijn de hoofdstukken over de verlovingstijd en trouwerij van Willem-Alexander en Máxima. Vooral het hoofdstuk 'Van burgermeisje tot prinses' waarin we kunnen lezen hoe het Máxima verging toen ze alles over de geschiedenis van Nederland en de taal moest leren. Vooral 'ui', 'ei' en 'ij' vindt ze moeilijk om uit te spreken.

En dan is het zover: de inhuldiging. Heel Nederland zat aan de buis gekluisterd toen het stel koning en koningin werden. Het was natuurlijk een stukje geschiedenis wat je meemaakte. Maar wat doen een koning en koningin nu precies?
Dat kunnen we ook lezen in dit boek, ze hebben het heel druk, maar vinden alle twee wel dat ze een heel bijzonder en mooi leven hebben.

Er wordt verteld over het huis waar de koning en koningin wonen en over de koninklijke paleizen, over Prinsjesdag, waarom die gehouden wordt en hoe alles daarop voorbereid wordt. We lezen ook over hun vrienden, hun kleding, de huiselijke gewoontes, de kinderen, de sportieve prestaties van beiden enz. enz.

Al deze informatie wordt afgewisseld met fictieve verhalen over kinderen die iets speciaals met Willem-Alexander of Máxima beleefd hebben. Ook staan er verspreid door het boek in aparte kadertjes, allerlei Wist je dat... verhaaltjes. De ene keer over het nooit dragen van een kroon, de andere keer over de kersttoespraak of het fotograferen van de prinsesjes. Op aparte pagina's staan de weetjes over het leven van de koning en koningin.

Kortom, het is een heel fijn boek als je meer wilt weten over de koning en koningin van Nederland maar ook als je bijvoorbeeld een spreekbeurt wil houden over het stel. Ook een prima boek voor een schoolbibliotheek.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000358144 | Hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | april 2018
om zelf te lezen vanaf 9 jaar, voorlezen vanaf 7 jaar

© Dettie, 20 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het ei
Britta Teckentrup


"Met zijn perfecte vorm, gelijkmatige oppervlak en prachtige kleuren is het ei misschien wel het meest volmaakte voorwerp dat er bestaat."


En als je over bovenstaand citaat aan het nadenken komt, moet je de schrijfster gelijk geven. Een ei is een klein wonder op zich. Het ei is o.a. ook heel sterk en breekbaar tegelijk. - Je kunt er zelfs een dik boek op leggen zonder dat het breekt. - De schaal moet beschermen maar dun genoeg zijn voor een kuiken om open te breken. Bovendien is het een 'volmaakt broedsysteem'.


In dit boek met ongekend mooie afbeeldingen lezen we dus alles over het ei. Te beginnen met de eierverzamelingen, die nu verboden zijn omdat vogels uitstierven vanwege het aanleggen van eiercollecties. Ze worden overigens nog wel verzameld boor wetenschappelijk onderzoek. De studie naar vogeleieren heet Oölogie, leer ik uit dit boek.


Erg mooi zijn de verschillende vormen en kleuren van vogeleieren weergeven maar ook de tekst erbij is hele interessant, nooit geweten bijvoorbeeld dat de vorm van de eieren afhankelijk is van het leefgebied van de vogel! Ook de prachtige camouflagekleuren zijn bijzonder om te zien.

Verder worden ons het kleinste en grootste ei ooit op ware grootte getoond.

Maar zo'n ei wordt ook ergens gelegd, dus zijn de nesten ofwel de legplekken ook belangrijk. De ene vogel bouwt prachtige 'huisjes' van grashalmen (wevervogeltje) en de andere vogel legt het ei op een hoop modder (flamingo) of in een holte in een boom (specht). Er zijn heel veel verschillende soorten nesten, die allemaal getekend zijn door Britta Teckentrup zodat ook wij kunnen leren hoe ze eruit zien.


Maar niet alleen vogels leggen eieren, ook reptielen, bijvoorbeeld de krokodil, amfibieën zoals kikkers, schildpadden, vissen (de eitjes worden kuit genoemd) en insecten leggen ze. Van al deze diereneieren worden ook voorbeelden getoond.


En natuurlijk wordt ook de betekenis van het ei, de symboliek, besproken evenals de mythische verhalen en de sprookjes die rond het ei verteld worden, maar ook de paaseieren en zelfs de prachtige, kunstig gemaakte Fabergé-eieren worden toegelicht.


Kortom, het is een fantastisch boek, vol informatie en, hoewel de taal soms moeilijk en vrij volwassen is, kan dit boek ook goed gebruikt worden voor een werkstuk.


Maar het is bovenal ook een koesterboek, een boek om vaak open te slaan om o.a. de prachtige kunstwerken die Britta Teckentrup rond het thema ei gemaakt heeft, te bekijken, je zou ze zo aan je muur hangen!  
Grote, grote, grote aanrader!


Britta Teckentrup is een bekroond illustrator, kinderboekenauteur en beeldend kunstenaar. Ze is geboren in Duitsland, studeerde aan het St. Martin's College of Art en het Royal College of Art in Londen en woont tegenwoordig in Berlijn. Ze maakte al meer dan negentig prentenboeken, die in twintig verschillende landen zijn verschenen.


ISBN 9789059568198 | Hardcover | 96 pagina's | Fontaine uitgevers | maart 2018
Vertaling Nannie Nuland-Weits | leeftijd  9+

Dettie, 30 mei 2018

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ADHD van André
Als het druk is in je hoofd
illus
traties: Helen van Vliet
tekst: Christine Kliphuis


'André, schiet nou eindelijk eens op! Moet ik dan alles tien keer zeggen? Straks kom je weer te laat op school! [...]
Met zijn armen als vleugels gespreid rent hij zijn kamer door en de gang op, dan de trap af en weer naar boven. 'Hier komt Super-André!' roept hij. Dat is lachen.
Ineens staat zijn moeder naast hem. Ze grijpt hem bij zijn arm. 'Waarom luister je toch nooit? '[...]


André luistert altijd wel maar is steeds zo snel afgeleid dat hij alles onmiddellijk weer vergeet. In zijn hoofd verschijnt er aldoor iets nieuws wat om zijn aandacht vraagt.  Als hij bijvoorbeeld lekker zijn broodje eet en denkt hoe maken ze pindakaas? Dan probeert hij het gelijk uit. Dus legt hij een plak kaas op zijn boterham met pindakaas... Kijk, dát is nou leuk! denkt hij. Mama vindt dat minder leuk. En in zijn haast om het weer goed te maken, gooit André vervolgens zijn beker melk om.


Zo gaat het eigenlijk elke dag met André. Hij is overal razend enthousiast over, wil alles gelijk doen, en bedenkt ter plekke allerlei nieuwe dingen die je ook kunt doen. Bijvoorbeeld lekker met je handen op je tafeltje trommelen als ze een verjaardagsliedje zingen want dat klinkt zo leuk.  Of als een kangoeroe ronspringen of achteruit lopen. André heeft het gewoon altijd druk met alles wat hij ziet, hoort, denkt en uitprobeert. Hij wil álles wel weten, eropaf gaan. Maar ja op school kan dat niet en ook de kinderen op school vinden André's wilde gedrag niet fijn. Hij wordt dan ook nooit op een verjaardagsfeestje gevraagd en dat is niet leuk voor André, want stiekem zou hij dat best wel willen.


De juf vindt André heel aardig maar ze maakt zich ook zorgen, omdat André zo druk is en niet stil kan zitten, gaat het leren ook niet zo goed. Dat vertelt de juf ook aan mama en daarom gaan ze samen naar de dokter. Misschien kan hij er voor  zorgen dat het in André's hoofd wat rustiger wordt...


Vervolgens lezen we hoe de ADHD van André (want dat heeft hij) vastgesteld wordt en wat er aan gedaan kan worden. Er blijken allerlei technieken te bestaan om het wat rustiger voor kinderen met ADHD te maken, zowel qua omgeving en/of in het hoofd. Welke technieken dat zijn, is in dit boek te lezen. André krijgt uiteindelijk ritalin, en het is voor hem heel bijzonder dat die constant op topsnelheid draaiende motor in zijn hoofd nu rustig stationair loopt. Daardoor gaat het zowel op school als privé veel beter.


Omdat het bestaan van ADHD in een leuke verhaalvorm gegoten is, is het voor kinderen ook begrijpelijk om (samen) te lezen. Zo krijgen ze op een heldere, klip en klare manier te weten wat er met hen aan de hand is en hoe en wat er allemaal aan gedaan kan worden om het gevolg van ADHD niet uit de hand te laten lopen.

Achterin het boek staat een uitgebreide toelichting over ADHD voor ouders en begeleiders, inclusief de voor- en nadelen van het gebruik van middelen als ritalin en dergelijke. Ook zijn daar goede (internet) adressen rond ADHD te vinden.


Opnieuw een fijn en verhelderend boek uit De ziekenboeg Extra serie. Petje af voor de schrijfster én de illustratrice, die dankzij haar vrolijke tekeningen het boek nog prettiger maakt.


Zie ook het inkijkexemplaar


iSBN 9789051162646 | Hardcover | 61 pagina's | De Vier Windstreken | juni 2018
Afmeting 13,0 x 20,7 cm | Leeftijd vanaf 4 jaar

Dettie, 20 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gummy Fun
Kleien zonder vies te worden
ideeën en fotografie: Mariëlle Leenders
tekst: Renée Salome


"Gummy klei is zacht en elastisch en weegt bijna niets. Je kunt er mee spelen; erin knijpen en het helemaal uit elkaar trekken zodat je een lange sliert hebt. Je kunt er ook een bal van maken, die stuitert alle kanten op.
Maar je kunt er ook mee kleien.
Je kunt er de leukste figuurtjes van maken in de mooiste kleuren.
"


Dit klinkt natuurlijk al helemaal prima maar het allerleukste is dat je de klei zelf kunt maken; met scheerschuim, baking soda en/of met haarconditioner. De 'recepten' zijn te vinden in het boek. Voor de kleur van de klei gebruik je acrylverf en dan kun je al aan de slag.
En als je datgene wat je gemaakt hebt wilt bewaren dan laat je het gewoon drogen. Zo simpel is het!


In dit grote boek (A4 formaat) kun je zien wat er allemaal te maken is van de klei. Er staan 50 uitgewerkte ideeën in met daarbij foto's en een stap-voor-stap uitleg.
Het begint met een schattig bruin beertje, maar rupsje regenboog en het knalroze varkentje zijn ook wel héél erg leuk om te zien. Mijn handen beginnen tenminste al te jeuken om te beginnen. Helemaal super is de grote uil met echte veertjes die op een tak zit. Achterin het boek vinden we ook nog een gezellig 'wollig' schaap.


Na de dieren komen de bloemen en planten aan de beurt. Variërend van een bloemenbroche tot rozen en bloeiende cactusplantjes. Deze laatste lijken net echt! Ook de waterlelie is een mooi kunststukje om te zien maar wel een priegelwerkje, zo waarschuwen ze in het boek. Maar als het je gelukt is om deze lelie te maken dan mag je jezelf een gummy klei expert noemen, vinden de samenstellers van het boek.


Je kunt natuurlijk ook gebruiksvoorwerpen of versieringen maken met de klei, zoals een mooie kralenketting en andere sieraden, een bloemenvaasje, een te gekke kleibril, een fleurige, kleurige locomotief, een doorzichtige en superlichte speelbal en zelfs een discobal die echt licht geeft! Heel apart zijn verder de wiskunde 'knobbels' voor de bollebozen.


De uitleg is duidelijk en alle figuren zijn niet heel moeilijk om te maken. Het is echt zo'n boek dat je pakt op een regenachtige dag. Als je eenmaal bezig bent dan vergeet je de regen vanzelf. En weet je dankzij dit boek hoe je dingen kunt maken, dan komen de ideeën verder vanzelf wel opborrelen.


Kortom, een mooi verzorgd boek vol leuke ideeën waardoor je uren bezig kunt zijn met deze funklei.


ISBN 9789463333818 | Hardcover | 64 pagina's | Imagebooks Factory | augustus 2018
Afmeting 30,4 x 21,7 cm | leeftijd vanaf ca. 6-7 jaar

© Dettie, 5 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

A is van Os
Waar komen onze letters vandaan?
Autobahn & Bette Westera


Autobahn is een ontwerpstudio waarvan Maarten Dullemeijer en Rob Scholte de eigenaren zijn. Het vierjarige zoontje van Stolte begon op gegeven moment letters te tekenen en dat werd de uiteindelijke aanleiding voor dit boek. Want waar komen letters eigenlijk vandaan?
Daarop werd de ons welbekende Bette Westera gevraagd zich daar eens te verdiepen. Zij wist het antwoord eigenlijk zelf ook niet maar dat mocht de pret niet drukken. Sterker nog ze vond het een erg leuke opdracht en ontdekte de leukste dingen, zoals de a komt niet van aap, maar van... os!


Maar voordat we zover zijn gaan we eerst terug in de tijd en wel van nu, de tijd van de smartphones waarmee we elkaar berichtjes sturen, tot zo'n drieduizend jaar vóór Christus.

"Daar ontstonden de hiërogliefen: tekeningen van mensen, dieren, planten en dingen. Deze tekens gebruikten de Egyptenaren om te schrijven. Je zou die manier van schrijven kunnen vergelijken met wat wij doen als we een berichtje appen:

ik ♥ van jou.
hey, Afbeeldingsresultaat voor slaap emoji je al?"


Nóg verder terug waren er geen letters of tekens. Alleen tekeningen die woorden voorstelden.


Vervolgens lezen we een erg leuk verhaal van een jongen die een tijdreis maakt en ziet hoe tekens in de wand gekrast worden, om vervolgens te zien wat mensen die later leven erover te zeggen hebben.


En dan... komen we bij het feitelijke werk. We zien het hele alfabet passeren met daarbij de uitleg hoe de letters ontstaan zijn. En wat blijkt? De A is een omgekeerde ossenkop! En de C was oorspronkelijk een soort werpstok! En de S was aanvankelijk het teken voor boog!
je kunt uren in dit boek kijken om uit te vinden hoe we tot onze huidige (latijnse) letterschrift zijn gekomen. Niet alle herkomst is even begrijpelijk maar het blijft evengoed interessant om het te zien en te weten. Het grappige is dat we in onze tijd met de app-berichtjes weer terug gaan naar de taal met tekeningetjes in plaats van letters!


Het boek sluit af met allerlei toevoegingen over bijvoorbeeld Chinese tekens of het Arabische schrift. Ook kun je zelf spelletjes doen zoals o.a. pictionary (uitbeelden van woorden) of zelf nieuwe emoji's verzinnen.


En als je daarna nog geen genoeg hebt van alle informatie kun je nog luisteren naar het interview dat Frits Spits hield met Bette Westera over dit boek. Zij benadrukt daarin dat het boek niet over taal gaat maar puur over het ontstaan van letters.
Verder is er nog veel informatie te vinden op de website behorend bij dit boek; aisvanos.nl


Erg leuk is verder dat de steen op de cover van het boek ook daadwerkelijk aanvoelt als een steen.


Al met al een bijzonder, mooi verzorgd boek voor leergierige, nieuwsgierige kinderen (en hun ouders)!


ISBN 9789025768041 | Hardcover | 79 pagina's | Uitgeverij Gottmer | juni 2018
Leeftijd 10+

© Dettie, 2 augustus 2018

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het complete vogelboek
illustraties: Judith Gueyfier & Julien Norwood
tekst: Nathalie Tordjman


Dit mooie boek is opgedeeld in 5 hoofdstukken, te weten:
- Wat is een vogel?
- Hoe bewegen vogels zich voort?
- Wat eten vogels?
- Hoe worden kuikens geboren?
- Waar leven de vogels.


Tja, wat is eigenlijk een vogel? Iedereen zal zeggen, een dier dat kan vliegen, maar niet alle vogels kunnen vliegen wordt ons verteld in dit boek. Ze hebben eigenlijk heel veel gelijkenis met andere dieren, ze hebben poten, een bek, leggen eieren net als vissen, bouwen nesten net als de eekhoorn...
Maar vogels hebben als enige diersoort veren! Daarom worden ze vogels genoemd!


Hoe je de verschillende vogels leert kennen wordt ons ook duidelijk gemaakt. Maar in het boek kun je ook zien dat je aan een pootafdruk of veren die op de grond liggen kunt zien welke vogels op die plek geweest zijn. Sommige mensen herkennen vogels zelfs aan het geluid dat ze maken. Maar sommige vogels die in het wild leven kunnen ook geluiden maken uit de mensenwereld, zoals de spreeuw die toeter van een auto kan nadoen!


En wist je dat je aan hun snavels kunt zien wat ze eten? Een zaadeter heeft bijvoorbeeld een dikke, kegelvormige snavel, maar een insecteneten heeft een fijne puntige snavel. Er zijn ook vogels die een wintervoorraad aanleggen zoals de Vlaamse gaai, die verstopt nootjes in de grond.


Elk hoofdstuk gaat uitgebreid in op het hoofdthema. Zo zie je dat in het hoofdstuk 'Hoe bewegen vogels zich voort?' dat elke vogelsoort anders vliegt. De ene soort vliegt in een rechte lijn, andere maken een golfbeweging tijden hun vlucht, en weer andere zweven bijna door de lucht.
Ook de manier van lopen verschilt per soort, de ene vogel hupt, de andere neemt grote stappen! Natuurlijk zijn er ook zwemvogels en veel vogels kunnen ook goed duiken. We zien dat allemaal hele mooi uitgebeeld in de natuurgetrouwe tekeningen die bij alle informatie staan.


Net als bij mensen heb je bij de vogels ook vegetariërs en vleeseters. Het enige verschil is dat mensen er voor kiezen om vegetarisch te eten, een vogel kan niet anders. Heel apart is de afbeelding van de groene specht, die met zijn kleverige tong van wel 10 cm. lang insecten vangt.
Ook de manier van vangen is verschillend, sommige vogels pikken hun eten op, de andere vangen het met hun klauwen en de waadvogels roeren met hun snavels door de modder op zoek naar kleine diertjes die daar leven. Het mooie is dat verschillende vogels precies de goede bekken hebben voor hun prooi, zoals de grote zaagbek die kleine puntige randen aan zijn snavel heeft om de glibberige vissen goed vast te kunnen houden.


We weten wel dat vogels uit een ei komen, maar hoe ze 'wonen' weet niet iedereen. De nesten kunnen onderling erg verschillen en dat zien we ook afgebeeld.  De specht woont binnenin de boom, de futen bouwen hun nest op het water en de huiszwaluw bouwt een prachtig nest van modder die aan bijvoorbeeld een balk in een schuur hangt. We leren eveneens hoe de jongen gevoerd worden én wanneer het tijd is om het nest te verlaten.


Het laatste hoofdstuk vertelt ons in welk gebied de vogels wonen. Dat kan op het platteland, in de stad, in bossen, aan de kust enz. zijn. Welke vogels waar wonen wordt ons opnieuw dankzij de duidelijke illustraties getoond.


Dit en nog véél meer kun je allemaal lezen in dit boek.  Verder staan er nog leuke tips, doe-het-zelf-opdrachten, quizjes in en achterin het boek vinden we naast het register ook nog een pagina met QR-codes waardoor we de geluiden van de vogels kunnen horen!


Kortom, een prachtig en heel informatief boek waardoor je heel veel te weten komt over vogels. Een prima boek om een spreekbeurt mee voor te bereiden maar het is ook een geweldig boek om het mee nemen op vakantie.
Ik geef Het complete vogelboek een dikke 10.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000361168 | Hardcover | 77 pagina's | Uitgeverij Van Goor | maart 2018
Uitstekend vertaald door Jevgenia Lodewijks | Leeftijd: vanaf 8 jaar

Dettie, 30 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Migratie
Wonderbaarlijke dierenreizen
illustraties: Jenni Desmond
tekst: Mike Unwin



Bijna iedereen weet wel dat vogels tegen de winter naar warmere oorden vliegen. Dit wordt migratie genoemd. In dit boek wordt migratie als volgt omschreven:


"Dieren migreren omdat hun omgeving met de seizoenen verandert. Ze reizen naar nieuwe plaatsen om voedsel te vinden en veilig jongen te kunnen krijgen. Onderweg moeten ze barre weersomstandigheden en hongerige roofdieren trotseren. Dat is vermoeiend, maar als deze reizigers op één plek zouden blijven, zouden ze het niet overleven."


We kunnen dankzij dit boek twintig migrerende dieren volgen. Nu had ik al veel verbazingwekkend in documentaires op tv gezien rond dit onderwerp en vol bewondering gekeken naar al die volhardende dieren. Maar toch werd ik evengoed regelmatig verrast bij het lezen van dit boek. Het blijft ongelofelijk welke enorme afstanden dieren kunnen afleggen en welke bizarre situaties ze moeten trotseren om hun soort te laten voortbestaan.

Het begint al met de Bultrugwalvissen, sowieso al wonderbaarlijke bijna prehistorische dieren, die bijna vijfentwintigduizend kilometer per jaar zwemmen. De tekst bij de getekende afbeelding is in verhalende, informatieve vorm geschreven.


"[...] Ze beviel afgelopen winter in de warme Stille Oceaan in de buurt van Australië. Er waren daar veel bultrugwalvissen samengekomen om hun kalveren te beschermen. Ze aten niet. In plaats daarvan teerden ze op het vet dat hun lijf tijdens de vorige zomer had opgeslagen.
Nu hebben de walvissen honger. Ze reizen zuidwaarts naar Antartica, waar ze hun voedsel zullen vinden. [...]"


De keizerspinguïn heeft weer heel andere zorgen. Op tv had ik al eens gezien hoe op Antartica de mannetjes, dicht tegen elkaar aan, staande in ijzige storm en wind hun eieren beschermen door ze op hun voeten te houden (die warm zijn). In dit boek wordt daar o.a. ook over verteld bij ene mooie afbeelding van in een lange rij marcherende pinguïns.


Maar als je leest welke enorme afstand de noordse stern vliegt - van Noordpool naar Zuidpool - valt het hele verhaal rond de pinguïns daar bij in het niet. Het kleine vogeltje vliegt maar liefst 77.000 kilometer per jaar!

Ook stond ik perplex over het verhaal van de monarchvlinder, dat frèle fladderende beestje kan 100 km per dag reizen en zij migreren van o.a. Canada naar de Mexicaanse bossen!


"Wetenschappers begrijpen nog steeds niet helemaal hoe de vlinders hun weg kunnen vinden naar een verborgen bos, duizenden kilometers ver weg, dat ze nog nooit eerder gezien hebben."

En zo lezen we de meest wonderlijke verhalen over dansende trompetkraanvogels, insecten zoekende zwaluwen, kruispuntkrossende kariboes, wereldzwervende libelles, samenscholende sardines, dwalende reuzenalbatrossen, massaal rondkrabbelende krabben, over zee zoemende kolibri's, over bergen gakkende ganzen, oceaanmigrerende hongerige haaien, Kalahari overlevende olifanten, zwoegende zalmen, met de vissers vissende visarenden, met de regen reizende gnoes, fruitvlerkende vleermuizen en vermoeide groene zeeschildpadden...
En allen maken, op een heel eigen manier, hun bijzondere tocht om te kunnen overleven. Het blijft fascinerend om te lezen over het hoe en waarom dit gebeurt.


Bij elk verhaal staat een grote afbeeldingen verspreid over twee pagina's die een indruk geven over de reis van de dieren. De ene keer zien we een stoet olifanten die keurig achter elkaar lopen, voorafgegaan door het oudste vrouwtje die precies de weg weet. De andere keer zien we een enorme school sardines die door zo dicht bij elkaar te zwemmen een enorm zeedier lijken. Om hen heen dolfijnen en andere zeedieren die wel een lekker sardientje lusten.


De tekst is wat stijfjes en had van mij iets vlotter gemogen, maar dat kan ook aan de vertaling liggen. De delen van de Engelse tekst die ik kon vinden zijn vloeiender en meer jongerengericht. Zoals bijvoorbeeld bij de Kariboes: They spend summer on the open Artic plains wordt vertaald als zij vertoeven tijdens de zomer op de Noordpoolvlakten. Vertoeven is geen woord voor kinderen.

Achterin het boek is een wereldkaart te zien waarop de trajecten van alle genoemde dieren weergegeven is.
Alles bij elkaar vormt het een interessant en informatief boek.


ISBN 9789047710417 | Hardcover | 47 pagina's | Lemniscaat | april 2018
Afmeting 31,3 x 24,3 cm | Vertaald door Jesse Goossens | 9-12 jaar

© Dettie, 30 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altInsecten onder de loep
Illustraties: Anne de Angelis
Tekst: François Lasserre


François Lasserre, een Frans entomoloog, nodigt kinderen uit om insecten te komen kijken in dit papieren insectenmuseum. Daar heeft hij een aantal kriebelbeestjes geselecteerd die hij bijzonder vindt om wat voor reden dan ook.


Eerst legt hij uit wat een entomoloog is, en dan begint het feest. Je ziet insecten die zich vermommen, insecten die kunnen zingen, of andere die kunnen zwemmen. Hij beschrijft grote insecten of diertjes die andere beestjes na-apen. En ja, hij laat ook spinnen zien. Sorry, zegt hij daarbij, want we weten natuurlijk dat spinnen niet zoals insecten zes poten hebben, maar acht, en dus helemaal geen insecten zijn!


Het gaat Lasserre vooral over het uiterlijk van de insecten, waarom ze hem zo fascineren. Je zal er geen informatie vinden in welke categorie ze vallen, of in welke omgeving je ze precies kan vinden. Nee, de vraag is: hoe zien ze er uit? Anne de Angelis laat met haar fantastische gekleurde tekeningen zien wat hij vertelt. Je ziet de dieren als geheel, met daarnaast als pentekeningen de besproken onderdelen die Lasserre juist zo bijzonder vindt bij dat bepaalde insect.

Voorbeelden, tjee, wat moet je kiezen? Minder bekende insecten zoals de geelgerande wateror? De kraakcicade? De platbuik dan? Nee, leuker is het een paar bekende insecten te noemen, met hun bijzonderheden. Mieren bijvoorbeeld. Dat is even zoeken achterin in de inhoudsopgave, want dat insect is te vinden onder de naam werkmier. Bij de ongevleugelde insecten. Dat klopt, denk je. Ze hebben geen vleugels toch? Maar wist je al dat ze een korte tijd in het jaar echt wel kunnen vliegen? Dan kun je hele zwermen tegenkomen: de vliegende mieren, die dus echt dezelfde soort zijn als de werkmieren zonder vleugels.  En... wist je dat je mierenlarven kunt eten? Je kan ze zo uit het nest in je mond steken. Jakkes? Nou ja, er staan nog meer eetbare insecten in dit boek. Wist je dat de meelworm met een beetje zout naar zoute pinda’s smaakt?


Lasserre waarschuwt ook voor insecten waar je voor uit moet kijken: de dennenprocessierups bijvoorbeeld. Blijf daar maar vanaf! En het zevenstippelige lieveheersbeestje (ja, zo heet dat diertje!) is erg vies. Maar dan wordt de blauwe bromvlieg besproken, een insect dat iedereen liever ziet gaan dan komen. Maar kijk eens, zegt Lasserre dan - en ik kan het er alleen maar mee eens zijn: hoe mooi is deze vlieg!


In de ik-vorm spreekt Lasserre de kinderen rechtstreeks aan, met een prettige behapbare indeling. Over twee grote pagina’s staan nooit meer dan vier dieren afgebeeld, vaak minder. Een boek om in te bladeren, om te griezelen en vooral om je te verbazen. Nog eentje dan: wist je dat het groene zandloopkevertje dezelfde snelheid kan bereiken als een jachtluipaard?


Met achterin een handige alfabetische inhoudsopgave. Een prachtig boek!
Geen kind zal dit boek voorbij lopen zonder het open te slaan! (een volwassenen ook niet…)


ISBN 9789044832068 | Hardcover | 288 pagina's | Clavis | maart 2018
Door Clavis vertaald uit het Frans | Leeftijd 8 +

© Marjo, 11 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER