Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Kidsweek Moppenboek 6
Nog meer leuke moppen en raadsels uit kidsweek


Kidsweek
is een weekkrant voor kinderen van 7 t/m 12 jaar. Elke donderdag staat de krant boordevol nieuws uit binnen- en buitenland. Bovendien staan in Kidsweek ook sport- en dierennieuws, weetjes, puzzels,  prijsvragen én moppen...

De moppen in dit boekje zijn een verzameling van veel van de moppen die in Kidsweek gestaan hebben. Het zijn moppen - voor en soms door kinderen gemaakt - die wekelijks worden opgestuurd naar Kidsweek. Als je er een tijdje in zit te lezen word je er enorm melig van. Enkele moppen zijn heel kort, en flauw en grappig tegelijk zoals:


Welke vrucht is altijd vrolijk?
Antwoord: Een aardblij


Welke Europeaan gebruikt veel deodorant?
Antwoord: Een Zweed!


Wie kent de wereld en zegt miauw?
Antwoord: Een katlas!


Maar er staan ook langere mopjes in, meer een soort verhaaltjes met een verrassend én grappig eind...


'Jan! Je hebt maar liefst 25 fouten in je taalles!
En weet je wat nou zo gek is? Jouw buurman heeft
precies dezelfde fouten! Hoe zou dat nou
kunnen?' vraagt de juf.
Antwoord Jan: 'Ik denk omdat we dezelfde juf hebben!


De meester vertelt in de klas hoe een lammetje
wordt geboren. 'Eerst komen de voorpootjes.
Dan het kopje en dan het lijfje. En dan de
achterpootjes en het staartje.'
Vraagt een van de leerlingen: 'En wie zet dat
dan weer in elkaar?


Maartje komt te laat op school en zegt: 'Sorry
ik heb me verslapen.'
De juf vraag: 'Heb je geen wekker?'
Maartje: 'Jawel, maar het is een wekker met
dierengeluiden en vandaag waren de vissen
aan de beurt.'

En zo staat het hele boekje vol met grappige 'raadseltjes', moppen en mopjes. Sommige mopjes zijn getekend in het zwart wit en soms is er tussen de mopjes in een tekening geplaatst. Leuk boekje om een saaie, regenachtige middag op te vrolijken of om gewoon even heerlijk de slappe lach te krijgen...


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000361052 | Gebonden | 111 pagina's | Uitgeverij Van Holkema en Warendorf | november 2018
Afmeting 13,8 x 10,2 cm | Leeftijd 8+

© Dettie, 21 maart 2019

 

Edison
Het mysterie van de muizenschat
Torben Kuhlmann


Er zijn van die boeken waarbij je het lezen uitstelt omdat je je er zo enorm op verheugt. Dan weet je dat je tenminste nog iets heel moois in het vooruitzicht hebt liggen. Bij dit boek had ik dat ook. De schrijver en tekenaar ken ik van zijn eerdere prachtige boeken. Dat zijn mijn zogenaamde koesterboeken, boeken die je liefdevol uit de kast pakt en openslaat om weer even te genieten van de mooie tekeningen of de bijzondere verhalen om ze vervolgens met een glimlach en een aai over hun rug na, weer in de kast te zetten, tot de volgende keer.


Maar wát maakt deze boeken nu zo bijzonder?
Het is alles bij elkaar. De sfeervolle afbeeldingen, het verhaal, alles klopt gewoon. Maar ook het feit dat Kuhlmann steeds een beroemde muis (mens) als onderwerp neemt, maken de boeken zo aantrekkelijk.  Zo heeft hij Charles Lindbergh, de vliegtuigpionier die als eerste solo de Atlantische Oceaan overstak zonder tussenstops, in zijn debuut verwerkt. Maar Lindberg werd vóór zijn avonturen geïnspireerd door een muis die als eerste als eerste non-stop naar Amerika vloog! En over die muis vertelt Kuhlmann. En ook in het boek getiteld Armstrong - naar de eerste man op de man - is een muis Armstrong al voor gegaan. Ook in dit boek over de beroemde Edison, de uitvinder van o.a. de gloeilamp en de fonograaf,  speelt opnieuw een nieuwsgierige muis de hoofdrol.


Alle muizenverhalen van Torben Kuhlmann beginnen op een plek waar veel boeken en zeer geleerde muizen aanwezig zijn. Dit keer betreft het een boekwinkel waar - verscholen achter de boekenplanken - de muizenuniversiteit gevestigd is.

Die dag bezoekt de jonge Peter de muizengeschiedenisles, die gegeven wordt door deprofessor. Na de les laat Peter hem een kaart zien die gemaakt is door zijn opa. Die kaart moet verwijzen naar een schat. Het enige aanknopingspunt is het gegeven dat opa naar Amerika is vertrokken én een datum. De professor ontdekt dat het schip waar opa op zat, onderweg gezonken is, de mensen zijn wel gered, maar muizen? Vast niet.  Dus de schat zal wel op de bodem van de zee liggen. Dat was de schat, einde verhaal... toch?
'Niets is onmogelijk' zegt de professor...

Door die uitspraak begint Peter met experimenteren, hij wil iets uitvinden waardoor hij veilig op de bodem van de zee kan komen. Aanvankelijk werkt hij alleen. Hij begint met een glas waarmee hij een luchtbel kan creëren, Water eruit, lucht erin denkt hij, maar dat werkt helaas niet. Hij verdrinkt bijna!
Ondertussen laat het verhaal over de schat de professor ook niet los. De vermeende schat interesseert hem niet, maar wel hoe je erbij kunt komen. Hij biedt Peter zijn hulp aan en zo beginnen ze samen aan de grote klus.


Ze verzinnen een duikklok van een kruidenvaatje, maar dat werkt niet. 'We moeten het wetenschappelijk benaderen," zegt de professor daarop. En dat doen ze. De professor bestudeert vissen en komt daardoor op het idee een duikboot - en duikpakken - te maken. En na heel lang denken, tekenen en sleutelen is de boot klaar, eindelijk! En daar gaan ze, op naar de schat...  Zullen ze hem vinden? En wat heeft Edison ermee te maken?


De aanloop naar het avontuur onder water is bijna spannender dan het avontuur zelf! Je bent benieuwd of ze het voor elkaar krijgen iets uit te vinden zodat dat ze naar zeebodem kunnen vertrekken. Hoe ze uiteindelijk bij Edison uitkomen is in feite niet erg interessant. Het is het verhaal dat daar naartoe leidt, dat zo tot de verbeelding spreekt. Dat verhaal wordt deels door de afbeeldingen verteld, en wat voor afbeeldingen! Opnieuw straalt het de sfeer en de belangrijkheid van de werkzaamheden uit. Meer moet er verder niet over verteld worden, dit is een boek dat je moet ondergaan!


Torben Kuhlmann werd in 1982 in Sulingen (Duitsland) geboren. Al vanaf jongs af aan tekende en knutselde hij veel. Hij besloot dan ook om in Hamburg illustratie en communicatiedesign te gaan studeren. Tijdens zijn studie was hij al als freelance illustrator actief. Hij werkt vooral graag met pen en aquarel.
Als afstudeerproject maakte Torben het prentenboek Lindbergh. Het grote avontuur van een vliegende muis. Dit boek werd in 2012 uitgebracht, waarmee hij meteen bekend werd.

Zie ook de mooie boektrailer over het boek Edison (Bron: website Torben Kuhlmann)
Achterin het boek staat meer informatie over Thomas Edison (1847-1931)


ISBN 9789051166514 | Hardcover | 114 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | september 2018
Formaat formaat: 22,0 x 28,5 cm | Nederlandse tekst Joukje Akveld | leeftijd 6+

© Dettie, 11 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Doornboosje
Danielle Schothorst


Bij een uitgeverij die weet wat kinderen willen lezen is een boek verschenen over Doornroosje. Het heet DoornBoosje, en zo ziet die jongedame die je op de omslag ziet er ook uit. Het is niet iemand die je graag op visite zou willen hebben. Maar als dit gebaseerd is op het sprookje van Doornroosje, hoe zit dat dan? Weten jullie nog? Doornroosje sliep honderd jaar, nadat ze zich geprikt had aan een spinnewiel. En dat kwam door de wens die een boze fee gedaan had bij haar geboorte.


Dat stuk van het verhaal is nog hetzelfde: er wordt een meisje geboren en er komen feeën om haar mooie wensen mee te geven. En ook hier wordt die ene fee genegeerd, zij krijgt geen uitnodiging. Maar haar niettemin uitgesproken wensen zijn een stuk kwaadaardiger dan in het oorspronkelijke sprookje. Alles wat de goede feeën gewenst hebben keert zij om: het prinsesje wordt niet mooi, maar lelijk; niet lief, maar een vreselijk stuk chagrijn. En slapen? Niks daarvan, de mensen om haar heen moeten behoorlijk last van haar krijgen.


Eigenlijk had de koning alle spinnewielen verboden, maar hij gaat ten einde raad op zoek naar misschien dat ene spinnewiel dat niet vernietigd is. En hij vindt er een. Maar terwijl iedereen dan zoals in het oorspronkelijke verhaal in slaap valt blijft de prinses wakker. En ze is alleen maar bozer geworden, want wie moet ze nu pesten?
Degenen die het verhaal van het lieve prinsesje kennen weten dat er nu een prins moet komen die de prinses wakker kust. Het is duidelijk: dat is ook helemaal anders. Ze is immers wakker, en de vraag is of ze wel gekust wil worden…


Het hele verhaal is in stripvorm, voor kinderen die moeite mee hebben met lezen. Er zijn tekstballonnen, met niet al te veel tekst, het verhaal wordt verder verteld door de illustraties.


Bij het oorspronkelijke verhaal dat Perrault schreef en ‘De schone slaapster’ heet hoort een moraal:


Wat wachten, opdat men een man trouwen gaat,
die rijk is, galant, zacht en welgemaakt,
is een wel bijzonder natuurlijke zaak;
maar honderd jaar wachten, en aldoor in slaap,
'k geloof niet dat er nog een vrouwtje bestaat,
dat een dusdanig rustige sluimer smaakt.
De fabel wil ons verder ook nog vertellen
dat de tedere banden des huwelijks vaak
aan tederheid winnen door wat uit te stellen,
en men niets verliest wanneer men wat wacht;
maar daar elke vrouw met eenzelfde vuur blaakt
en alleen naar het huwelijk smacht,
heb ik niet de kracht en de moed te proberen
hun deze moraal aan te smeren.


Liefde overwint, zelfs de tijd, zoiets?
Maar wat betekent dit nu als het verhaal is zoals Danielle Schothorst dat geschreven heeft?


ISBN 9789048733682 | Hardcover | 311 pagina's | Uitgeverij Zwijsen | mei 2018
Leeftijd vanaf 9 jaar.

© Marjo, 24 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Op drift
Reinhilde Van Driel


De verteller, Elly (11 jaar), woont met haar ouders, broer Bill (17) en kleine broertje Ronny (2) in een huis aan de Eindelooslaan in Zaligkerke, een klein stadje aan zee. Niets bijzonders zal je denken maar dat is het wel. Het huis van Elly ligt namelijk bovenop een klif. Bovenop de klif hebben ze een prachtig uitzicht over de oceaan. Bij het huis ligt een groot grasveld dat 'van niemand en iedereen' is.


Behalve het gezin woont ook tante Cora in het huis en wel op de tweede verdieping. Haar man, nonkel Finn, was visser en is op een dag niet meer teruggekeerd naar huis. 'Hij is op zee gebleven', zoals ze dat zo mooi zeggen. Sindsdien woont tante Cora in bij haar schoonfamilie en staart ze naar buiten, wachtend op haar man. Ze lijkt een beetje saai en somber, maar deze tante zal nog voor veel verrassingen en hilarische momenten zorgen...


Elly vindt het heerlijk in en om hun huis, ze voelt zich daar vrij. Maar nu is er een projectontwikkelaar, meneer Slok, die naast hun huis een heel groot hotel met onder andere een zwemparadijs en schoonheidsinstituut wil bouwen. Papa Alfred is er zwaar op tegen. 'Het zwemparadijs is daar!' roept hij dan en wijst naar de zee. Maar de bouwwerkzaamheden gaan toch door, er wordt héél veel getimmerd, geboord en gehakt. En op een dag gebeurt het...


"Plots horen we een gekraak en een luid onbestemd geluid alsof het aan het donderen en bliksemen is. Door het raam zien we een stralend blauwe lucht. Dan voelen we de aarde beven en lijkt het alsof ons huis een verdieping naar beneden zakt."


Het lijkt niet alleen zo, het IS zo. Dankzij de werkzaamheden is een stuk van de klif losgetrild en nu staat het huis met een stuk grasveld op een rots in zee, ongeveer drie meter hoger dan het water...
Heel Zaligkerke is natuurlijk in rep en roer, meneer Slok en zelfs de burgemeester staan aan de rand van de resterende klif en willen het gezin redden, de verkeerspolitie zal ze ophalen. Maar papa weigert, zijn huis verlaten? Dat nooit!  De volgende dag heeft hij spijt als haren op zijn hoofd (als hij die had, maar papa is kaal) want als ze wakker worden drijven ze midden op zee. Hun huis is op drift!


Gelukkig is het paasvakantie en de familie is nogal laconiek. Papa was kapitein en Bill kan ook wel het een en ander. Eigenlijk vinden ze het allemaal wel een leuk avontuur zo in hun eigen huis, dobberend op zee. Zelfs tante bloeit helemaal op! Het wordt een bijzondere reis die ze hun hele leven niet meer zullen vergeten...
Maar de vraag is en blijft, worden ze ontdekt en komen zo ooit nog terug in Zaligkerke?


Het is een heerlijk, vlotgeschreven verhaal. Dat blijkt wel uit het feit dat ik, zoals altijd even de eerste regels van het boek begon lezen maar uiteindelijk las ik door tot het boek uit was. Je wil gewoon weten hoe het verder gaat met dit leuke gezin nu ze op zee ronddwalen.
Het is ook prettig dat Elly het verhaal verteld, ze heeft het spontane van een kind waardoor het gebeurde geen drama wordt maar een avontuur, alles is interessant, alles is nieuw, alles is anders, maar wel léuk anders!
Tante Cora is een hoofdstuk apart, ze mag wel bij mij komen wonen, ze zit vol aparte ideeën en invallen waardoor ze menigmaal de familie uit een moeilijke situatie weet te redden.
Wat mij betreft mogen er nog wel meer boeken verschijnen rond Elly en het aparte, gezellige gezin...


Reinhilde Van Driel
is actrice. Haar hart is echter altijd uitgegaan naar jeugdtheater. Ze speelde onder meer bij De Kopergieterij, Het Gevolg, Theater Artemis en Kollektief D&A. Voor dit laatste gezelschap schrijft ze theaterteksten. Op drift is ook een theatervoorstelling.


ISBN 9789059088474 | Hardcover | 86 pagina's | Uitgeverij Davidsfonds/Infodok | maart 2017
Met illustraties van Harmen van Straaten | Leeftijd 8+

© Dettie, 19 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bromvliegzwaan
en andere verhalen over onze taal
Arend van Dam


Het is best verrassend als een schrijver die je kent van boeken over geschiedenis met een boek over taal komt. Maar: ook taal heeft een geschiedenis, en dat lees je dan ook in dit boek. Want hoe is onze taal ontstaan? En in hoeverre hebben andere talen invloed gehad op het Nederlands, en het Nederlands op andere talen?


Het boek opent met een woordje tegen de lezer, uitgesproken door het boek! Het legt uit waar je eigenlijk naar zit te kijken: een aantal pagina’s die ingebonden zijn en een ‘kneep’ hebben, met een schutblad, en een boekomslag. Ook wordt uitgelegd wat een colofon is, en wat er bedoeld wordt met een Franse titelpagina. Wat is een ISBN-nummer, en in welke lettertypes is het boek gedrukt. Dan nog een voorwoord en een inhoudsopgave en we kunnen beginnen.


Maar eerst: wat is taal eigenlijk? Hoe is het ontstaan?
Best saai, denk je dan. Maar dan ken je Arend van Dam nog niet. Die weet de saaiste verhalen smeuïg te maken!


‘Hoe gingen de eerste mensen met elkaar om?
Natuurlijk hadden ze gebaren: schouders ophalen, nukkig kijken, iets aanwijzen. Je schouders haal je op als je iets niet weet. Nukkig kijken doe je bijvoorbeeld als je geen zin hebt om in een boom te klimmen. Waarom staan je ouders toch de hele tijd naar de bosrand te wijzen? O, wacht, daar komt een troepje hongerige jachtluipaarden aan.‘


Na zo’n tekst ben je verkocht, en wil je meer lezen!


Er staan lijstjes in van woorden als de schrijver ergens een voorbeeld van wil geven. En er zijn leuke tekeningen van Anne Stalinski, in zwart en geel, soms paginagroot. Ook zijn er kadertjes met aparte informatie.


Arend van Dam vertelt over woorden uit een andere taal die in onze taal heel gewoon zijn. Wist je dat woorden als ‘piekeren’ en ‘dat is jouw pakkie-an’, uit het Indonesisch komen? En dat er in het Engels woorden zijn die veel op onze woorden lijken, zoals waffle, cookie en Yankee? Yankee? Jawel: dat is eigenlijk de naam Jan-Kees. En Coney Island, dat is gewoon Konijneneiland!


Er wordt verteld over Santa Claus – de enige onechte Sinterklaas; over wat een onomatopee is, en over het Zuid-Afrikaans.
Wie was die meneer van Dale van de Dikke van Dale? Wat is de toekomst van onze taal? En nog veel, veel meer...
En, hoe komt dit boek eigenlijk aan die rare titel?


Dit alles kun je lezen in dit erg leerzame, maar vooral grappige boek! Tussendoor staan er ook nog verhalen, en zelfs een strip.


Arend van Dam debuteerde 1989 met het Pietenboek. Sindsdien heeft hij veel leerzame, maar ook spannende kinderboeken geschreven.
In 2018 verscheen het met de Archeon Thea Beckmanprijs bekroonde De reis van Syntax Bosselman.

Dit boek verdient ook een prijs!


ISBN 9789000358229 | Hardcover |168 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | november 2018 | Leeftijd vanaf 8 jaar
Geïllustreerd door Anne Stalinski

© Marjo, 25 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alles Kids
Verhalen om verder te vertellen
Kristel Verbeke


Dit boek bevat tien verhalen over kinderen die iets moeilijks doormaken in hun leven.


Maurice moet afscheid nemen van een dierbare, in dit geval een konijn, maar dat is natuurlijk niet minder verdrietig. Als het verhaal uit is, staan er stukjes tekst die een kind kunnen laten nadenken over wat hen verdriet doet of heeft gedaan, en hoe ze daar mee om kunnen gaan.


‘Het is niet makkelijk om slecht nieuws te brengen. Ook iemand troosten die net slecht nieuws heeft gekregen, is best lastig. Het gaat er niet om dat je de juiste woorden kunt vinden, maar vooral dat je er bent voor de ander op het moment dat hij of zij je het hardst nodig heeft.’


Natuurlijk is dit een cliché, maar die zijn nog niet minder waar! Het goede is dat na deze tekst een paar vragen gesteld worden die een kind kunnen laten nadenken. ‘heb jij wel eens slecht nieuws gekregen of moeten vertellen?’ Zo wordt het persoonlijk gemaakt. Dat werkt waarschijnlijk een stuk beter. En daarna kun je lezen over afscheid nemen zoals dat bij verschillende tradities gebeurt.


De tien verhalen spreken een jonge lezer zeker aan, ze zijn levensecht, herkenbaar en behalve dat er iets moeilijks besproken wordt is er altijd een positieve draai. Met de tekstjes en de vragen die er bij staan maakt Kristel Verbeke onderwerpen bespreekbaar als hoe het moet zijn om bij pleegouders te wonen terwijl je eigen ouders gewoon doorgaan met hun leven. Simon en Michael hebben het echt wel naar hun zin bij hun pleegvaders, maar ze willen zo graag meer contact met hun echte ouders. 
Of hoe je de zoveelste verhuizing moet verwerken als je een vluchteling bent, die door overkoepelende instanties doorgestuurd wordt naar een andere opvanglocatie. Aygun raakt opnieuw haar vriendinnen kwijt.


Angst, verlies, verdriet, of het nu rondom een overlijden of een scheiding is, het is en blijft moeilijk om er mee om te gaan. En wat als je ouder zo ziek is dat je als kind een deel van de huishouding over moet nemen? Of als je gepest wordt? Als je anders bent dan andere kinderen? Of wat als je dromen in duigen vallen? En plankenkoorts is ook iets wat absoluut niet leuk is!


De verhalen spelen zich af in die ene straat, de Hollebolleweg. In die straat loopt de kat Wifi rond, die een verbindende factor vormt. Niet dat die nodig was, maar het geeft een speels tintje aan een boek dat over problemen gaat. En een kat aaien geeft troost, zeker weten.


De kinderen van de Hollebolleweg vinden allemaal een oplossing voor hun problemen, en in het boek staan niet alleen tips hoe je met je eigen problemen om kunt gaan, je vindt er ook adressen, voor als je er hulp bij wil.
Achterin staat een vragenlijst, die je kunt invullen met informatie over jezelf. Het is dan ook een soort zelfhulpboek voor kinderen.
Kristel zegt dan:


‘Met elkaar praten is niet echt makkelijk. Niet iedereen heeft er tijd voor. Niet iedereen heeft evenveel zin om te delen wat hij denkt of voelt. En toch is net dat praten dat mij op moeilijke momenten altijd een duwtje in de rug gaf.’


Een wijze les, niet alleen voor als je problemen hebt.


Kristel Verbeke is zangeres en manager van een meidengroep. De afgelopen jaren heeft ze zich verdiept in kinderrechten en het kinderarmoedefonds.
Dit is haar eerste kinderboek, dat ook nog aantrekkelijk vormgegeven is, in een fijne kleur, met een ruime bladspiegel en verhalen in behapbare hoofdstukken.


ISBN 9789492958136  | hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Horizon | oktober 2018 | Leeftijd vanaf 8 jaar
Illustraties van Liesbeth Haesevoets

© Marjo, 16 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Serie: Olivia Mijn geheimen
Deel 1. Mijn nieuwe beste vriendin
illustraties: Danielle McDonald
tekst: Meredith Costain


Olivia houdt een dagboek bij, dat ze uit handen van haar oudere zus moet zien te houden. Op de eerste pagina staat dan ook: ‘NIET OPENEN GA WEG’.


Samen met haar vader heeft ze op zolder een nieuwe kamer helemaal voor haarzelf heeft ingericht, ze kan er lekker uit het raam kijken en heel ver weg kijken! Ze hoopt dat iedereen nu uit haar kamer zal blijven. Maar dat is niet zo! Na de eerste keer dat ze gezien heeft dat iemand aan haar spullen heeft gezeten hangt ze overal waarschuwingen op. Maar het helpt niet. Ze verdenkt Ella, haar zus. Of is het toch Ezel, de poes van de buren? Bobby de hond en Max, haar kleine broertje mogen natuurlijk ook de kamer niet op.


Er is nog een verandering in haar leven, maar die is minder leuk: haar vriendin Lucie is verhuisd. Lucie woonde in het huis dat ze nu vanuit haar slaapkamerraam kan zien. Het huis staat leeg. Tot ze op een dag een speelhuisje ziet staan! Hé, nieuwe mensen? Als er een huisje staat wonen er vast ook kinderen!
Het is nog vakantie, en Olivia heeft tijd genoeg om haar kamer in te richten zoals ze dat wil en om in haar dagboek te schrijven ook over wat ze ziet vanuit haar raam, en haar experimenten. Ze bouwt bijvoorbeeld een tijdmachine.


Maar dan is de vakantie voorbij, ze moet weer naar school. Eigenlijk had ze er niet zo’n zin in, nu Lucie er niet meer is, maar meester Bram blijkt een erg leuke meester. En er is een nieuw meisje in de klas, dat is ook leuk. Alleen doet die Mathilda een beetje raar…
Natuurlijk wil Olivia daar meer van weten! En ze stuurt Ezel er op af om te spioneren.


Het verhaal is precies zo genoteerd als een meisje van zeven dat zou doen: heel veel tekeningetjes, heel veel roze, en heel veel uitroeptekens en andersoortige letters. Olivia is een vrolijk en nieuwsgierig kind en haar problemen zijn niet wereldschokkend. Dagelijkse dingetjes, kleine probleempjes, met veel humor.
Dit boek is prima geschikt voor kinderen van een jaar of zeven, acht, en dat zullen voornamelijk meisjes zijn.


Meredith Costain https://www.meredithcostain.com en Danielle McDonald http://thestylefile.com/illustrator/danielle-mcdonald schreven samen ‘Mijn nieuwe beste vriendin’, het eerste deel in deze gloednieuwe reeks, waarin er intussen al vijf verschenen zijn. Dit is het eerste dat vertaald is.


De Australische schrijfster schreef eerder behalve nog heel veel andere kinderboeken ook een dagboekserie vanuit Ella, de zus van Olivia, waarvan zes boeken vertaald zijn. Die zijn voor net iets oudere kinderen.


ISBN 9789403208787 | hardcover | 100 pagina's | Uitgeverij Ballon  | februari 2019
Vertaald uit het Engels door Saskia Martens | Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 17 maart 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Freddy de Plaagmuis
Isabelle Quinn


De ouders van de tienjarige Noah zijn verhuisd naar een flat. Vier hoog maar liefst.

Het was al erg genoeg allemaal, een nieuw huis, een nieuwe stad, een nieuwe school, maar er loopt ook nog een zwarte kat rond in het flatgebouw. Die is van Lola, weet hij. Maar al is dat meisje net zo oud als hij, ze zal nooit een vriendin  worden. Er is die kat, en Lola skeelert keihard door de straat zonder een helm op haar hoofd! Levensgevaarlijk! Gelukkig heeft Noah een gelukspoot gekregen van zijn oma, hij kan echt niet zonder, hij heeft het ding altijd bij zich.


Als zijn overbezorgde moeder een paar dagen weg gaat, zucht zijn vader opgelucht. Even rust. En hij vindt dat Noah zijn konijnenpoot moet wegleggen, die hoeft hij echt niet overal mee naar toe nemen. Met tegenzin gehoorzaamt Noah.


Het wordt 10 februari.  Noah heeft geen idee, natuurlijk hij woont er pas drie maanden, maar dat blijkt een speciale dag te zijn in het flatgebouw. De dag van Freddy! Freddy is een muis, een bijzondere muis. Lola die toch wel mee schijnt te vallen, legt het Noah uit: op de tiende dag van februari gebeuren er allerlei vreemde dingen. Maar ’s nachts om twaalf uur is alles weer in orde.


Tenminste… andere jaren was dat zo, maar nu dus niet. Er gebeuren inderdaad vreemde dingen, maar het wordt steeds erger. Dat de intercom liedjes of andere geluiden laat horen als je aanbelt in plaats van degene bij wie je belt te waarschuwen, dat de lift zijn eigen gang gaat, of dat de brievenbussen niet open gaan, och, voor een dagje kan dat wel. Maar dat Noahs vader in slaap valt en niet wakker te krijgen is, is vervelend. En meneer Blok, de conciërge is ontzettend kwaad als zijn huisdier, een kameleon, van kleur verschiet en helemaal roze is! Dan is ook nog de gelukspoot uit het raam gevallen! En nu gaat alles mis.
Het is Freddy, zegt Lola, maar er is iets aan de hand. Het is anders dit jaar.


‘Het klokje op de boekenplank geeft tien uur aan. Noah durft het bijna niet te vragen: ‘Denk je dat het nog erger wordt voor middernacht?‘ Ze geeft geen antwoord.
Radeloos sjokt hij naar de balkondeur. Buiten vliegen papieren en plastic  zakken van rechts naar links en terug. De wind is dol geworden, hij lijkt niet meer te weten in welke richting hij moet waaien. Uit het niets knalt er ineens iets tegen het muurtje naast de deur. Het is een tuinkabouter. Van zijn lijf is niets meer over, maar zijn hoofd met de rode muts rolt eventjes na op het beton. De kleine oogjes staren hem doods aan.
Hij heeft het helemaal gehad. Hij moet mama spreken.’


Maar de telefoon doet het niet. En dat is nog niet het laatste van alle akelige dingen die gebeuren. Lola haalt Noah over om haar te helpen: ze moeten Freddy vinden!

Een superleuk verhaal over bijgeloof en vriendschap. Lola en Noah zijn twee tegengestelden, maar in hun missie om de problemen op te lossen vinden ze elkaar. Of Noah voortaan zonder zijn konijnenpoot kan? En of Lola wat voorzichtiger wordt? Wat daarop ook de antwoorden zijn, dit verhaal zit vol humor met een lichte serieuze ondertoon. De fantasie van Isabelle Quinn lijkt geen grenzen te kennen, haar debuut Operatie Boze Barbie was ook al zo leuk. En Marieke Nelissen maakte er weer leuke pentekeningen bij!


Isabelle Quinn (1967, Creil, Frankrijk) woont in Nederland sinds 1993. Ze volgde Nederlandse les en werkte als administratief medewerker.


ISBN 9789044833423 | hardcover |140 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2019 |Leeftijd vanaf 8 jaar
Geïllustreerd door Marieke Nelissen

© Marjo, 24 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Jij & ik
en al het moois om ons heen

Een posterboek met 12 gedichten
illustraties Martijn van der Linden
samenstelling Riet Wille


"In 1984 debuteert Riet Wille met een bundel versjes met als titel Zuurtjes en zoetjes. Later combineert ze haar schrijverschap met een parttime als logopediste op een school voor kinderen met leermoeilijkheden. Ze schreef tal van boeken voor beginnende lezers en kinderen met leesproblemen. Hiernaast schrijft ze ook liedteksten, prentenboeken, werkt mee aan tijdschriften voor kinderen en levert bijdragen voor verschillende taalmethodes. Ondertussen telt haar werk al meer dan 75 boeken en wordt ze regelmatig bekroond voor haar werk. Heel wat van haar gedichten zijn ook opgenomen in verzamelbundels."(Bron: Wikipedia)


"Martijn van der Linden (1979) is een Nederlandse illustrator van kinderboeken. Zijn werk verschijnt in meer dan twaalf landen en won verschillende prijzen, waaronder in 2016 de Woutertje Pieterse prijs voor het boek dat hij maakte met schrijver Edward van de Vendel: Stem op de okapi. Het boek Tangramkat werd in 2017 bekroond met een gouden penseel en een zilveren griffel en werd gekozen tot een van de bestverzorgde boeken van 2016." (Bron: Website Martijn van der Linden)


Twee toppers dus die nu de handen ineen geslapen hebben en het resultaat kan dan ook niet anders dan verbluffend zijn.


Riet Wille, die zoveel met taal speelt en erg veelzijdig werk levert, is natuurlijk bij uitstek geschikt om een variëteit aan gedichten voor kinderen te verzamelen.
Ze heeft ook niet de minste dichters uitgekozen. In deze bloemlezing in posterboekvorm staan gedichten van Nederlandse en Vlaamse dichters, te weten: Ted van Lieshout, Hans en Monique Hagen, Iene Biemans, Riet Wille 2 x, Judith Herzberg, Sjoerd Kuyper, Gil vander Heyden, Leendert Witvliet 2x , Karel Eyckman en Geert de Kockere.

Persoonlijk vind ik het gedicht van Judith Herzberg erg leuk.


De eend

Een woerd
dat is een mannetjeseend
zijn vrouw
daar kan hij niet zonder
Soms wordt hij zo
door haar ontroerd
dan gaat hij
gauw kopje onder


Onderaan de poster waar we o.a. een stoere woerd met hoed voorbij zien wandelen, kunnen we lezen dat dit gedicht uit de bundel 'Dichter bij de dieren' komt (Gottmer 1991) Bij alle posters staat overigens de herkomst van het gedicht.


De posters (41,7 x 29,7 cm) waar de gedichten op zijn afgedrukt hebben stuk voor stuk hun eigen aantrekkingskracht. Er komen diverse figuurtjes meerdere keren op de prenten terug, zoals de grote lezende krokodil. De ene keer leest hij in zijn hangmat onder de bloeiende kersenboom, de andere keer treffen we hem - al lezend - dobberend op een luchtbed in het water aan, de volgende keer zien we hem met fraaie muts en das in een winters landschap met zijn boek op ooghoogte geplant in een sneeuwbergje. Erg fraai, leuk en apart.


Ook mooi zijn de twee wasbeerachtige diertjes die in en aan het water te zien zijn. Deze figuurtjes openen en sluiten dit boek.  Op de eerste prent roeit de een en leest de ander, op de laatste prent kijken ze gebroederlijk naar de prachtige horizon (zie cover van het boek).


Je kunt het boek met de 12 prenten eventueel gebruiken als kalender, elke maand een nieuwe prent. Maar de posters zijn ook erg geschikt om op te hangen in een peuterspeelzaal of peuterklas of in de gangen van een kinderziekenhuis ofwel, kort gezegd, overal waar kinderen zijn zullen ze zeker gewaardeerd worden.


ISBN 9789059089655 | Paperback | 12 pagina's | Nur code 290, 223 | Standaard uitgeverij | januari 2019
Afmeting 41,7 x 29,7| Leeftijd tot 12 jaar

© Dettie, 22 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kringloopwinkel Hebbus
Het raadsel rond mevrouw Parel
Joke Eikenaar


"Het wordt een serie onder de titel ‘Hebbus’. Hoeveel boeken het gaat tellen weet ik niet. Ik heb in ieder geval nu al stof voor vijf boeken," vertelt Joke Eikenaar in een interview dat te lezen is in De Stentor van 19 november 2018. En dat is erg prettig nieuws want dit eerste deel smaakt naar meer.


Hoofdrolspelers in dit boek zijn Fay en Joppe. Zij zijn dikke vrienden en hebben geen geheimen voor elkaar, hoewel... Fay woont met haar ouders en broer in de Kringloopwinkel Hebbus. Dankzij oom Sylvain, de broer van Fay's vader, zijn de ouders van Fay namelijk al hun geld kwijtgeraakt waardoor ze geen huis meer hebben. Maar niemand mag dat weten, ook Joppe niet, want het is verboden in een winkel te wonen. Voor Fay is het best moeilijk om niets te verraden maar tot nu toe lukt het goed.


Joppe en Fay vinden het heerlijk in de winkel, er staat zoveel, er is altijd wel iets te vinden om mee te spelen. Inmiddels zijn er ook een stel vaste klanten die graag komen snuffelen tussen de weggegeven spullen. Fay en Joppe hebben die mensen een bijnaam gegeven, zoals mevrouw De Knot of de aardige oude mevrouw Parel. Deze laatste vertelt vreemd genoeg op een middag dat het háár meubels zijn die in de winkel staan. Natuurlijk kan dat niet volgens Fay's ouders. Maar mevrouw Parel is er van overtuigd dat het toch echt háár tafel en háár bureau is die ze ziet staan.


Joppe en Fay vinden het allemaal maar vreemd en het wordt nog gekker als er steeds meer spullen naar de winkel gebracht worden die volgens mevrouw Parel uit haar huis komen. Joppe ontdekt daarna dat deze dingen afgeleverd worden door een man die er heel armoedig uitziet maar wel in een splinternieuwe auto rondrijdt... reden genoeg voor de kinderen om argwaan te krijgen. Er klopt iets niet!  Maar verzint mevrouw Parel niet zomaar wat? Want ze beweert nog veel meer dingen, die volgens haar omgeving helemaal niet waar zijn...
De kinderen willen nu ook wel eens weten hoe het zit! Ze zullen en moeten uitzoeken wat er aan de hand is en daarmee begint hun spannende speurwerk.


Joke Eikenaar heeft met dit eerste Hebbus-deel een heerlijk, fantasierijk en ook aandoenlijk avontuur geschreven waarbij de sociale factor niet vergeten wordt. De kringloopwinkel is natuurlijk een bron van inspiratie, elke meubelstuk of elk voorwerp heeft wel een verhaal. Ook is zo'n winkel handig voor de kinderen om attributen te vinden voor hun onderzoek.  Er wordt erg respectvol en liefdevol met de verstrooide mevrouw Parel omgegaan maar daarnaast is het verhaal ook zo nu en dan echt grappig dankzij de ontwapenende opmerkingen van de twee kinderen. Hun logica is heerlijk.
Er komen veel thema's aan de orde, gelukkig niet teveel, die de ene keer serieus en de andere keer heel grappig zijn.
Kortom, een gezellig, opgewekt en enerverend verhaal!


ISBN 9789051166811 | Hardcover met zwart-wit afbeeldingen | 112 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | september 2018 | Leeftijd 8+

© Dettie, 17 februari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen die met draken leefde
Deel 2 van een trilogie
Andy Shepherd


In het eerste deel van de trilogie over Tomas, de jongen die een drakenfruitboom ontdekt in de tuin van zijn grootvader, hebben we kunnen lezen hoe niet alleen hij zelf, maar ook zijn vrienden, Kai en Kat, de tweeling, en Ted aan een draakje kwamen. In dit tweede deel brengen ze al hun vrije tijd door met de diertjes.


De draakjes spuwen niet alleen vuur, ze kunnen ook nog andere dingen. En daar komt een probleem op de hoek kijken: hoe kunnen ze hun toch wel aparte huisdieren zo trainen dat ze zich gedragen?
Een extra probleem is het als hun grote vijand, Liam, ook een geheim blijkt te hebben. Dat begint met de wedstrijd om wie de grootste zonnebloem kweekt.


Naast deze kinderen speelt ook het kleine zusje van Tomas een grote rol. Lolli is nog te klein om hun geheim te verklappen, maar ze praat wel steeds duidelijker. En haar negeren is er niet bij!
Ook de opa is een belangrijke rol toegedicht. Tomas helpt hem vaak in zijn moestuin, waar hij immers ook de drakenfruitboom vond. De boom staat er maar zielig bij, en Tomas wil weten wat hij daar aan kan doen. Maar hij kan opa niet om hulp vragen zonder te vertellen wat het geheim van de boom is. Ook niet als hij merkt dat opa lijkt te weten dat er iets aan de hand is.


Opa vindt duidelijk dat hij Tomas in zijn waarde moet laten. Het komt wel een keer. En anders niet. Als Tomas steeds overhoop ligt met de buurman, zegt opa tegen hem dat hij niet meteen moet veroordelen. En Tomas moeder vertelt hem dat hij toen hij nog kleuter was, zo dik bevriend was met Liam!
Aan alle kanten wordt de jonge lezer duidelijk gemaakt dat je niet zo snel met je mening klaar moet staan. 


En er is de milieukwestie: opa werkt alleen met natuurproducten in zijn tuin. Daarom gaat Tomas zo vaak helpen: al die schadelijke insecten moeten met de hand verwijderd worden! Dat wordt op een leuke manier gebracht, zodat je je er niet aan stoort, maar het is duidelijk dat Andy Shepherd net iets meer wil dan alleen een leuk verhaaltje vertellen. Dat doet zij overigens wel heel goed. Veel humor zit er in, en gebeuren de gekste dingen met die draakjes!


Het boek is prachtig vormgegeven met naast de passende zwart-wit tekeningen een duidelijk bladspiegel. De taal past prima bij de doelgroep. De hoofdstukken zijn wel wat aan de lange kant, maar het is wel een verhaal waar je in wil blijven doorlezen. Het is geen probleem als je deel een niet gelezen hebt.
Andy Shepherd, van oorsprong lerares schreef haar debuut De jongen die draken kweekte. Dat boek  was onmiddellijk een succes. De rechten zijn ook al verkocht voor een Britse televisieserie. www.andyshepherdwriter.co.uk


In dit boek worden erg grappige tekeningen gemaakt door Sara Ogilvie. Zij studeerde in Schotland af aan de kunstacademie. Vanaf het begin van haar carrière ontving ze belangrijke prijzen, en ze kreeg zelfs de opdracht om een kunstwerk te maken voor Nelson Mandela en de Engelse koningin.


ISBN 9789047710745 | Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | oktober 2018
Leeftijd vanaf 8 jaar| Vertaald uit het Engels door Jesse Goossens
Geïllustreerd door Sara Ogilvie

© Marjo, 20 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

vspace=De familie Snuffel
Theekophuisje deel 1
Tekeningen: Pippa Curnick
Tekst: Hayley Scott


Alleen de omslag al doet je smelten! Zo schattig, de familie Snuffel in hun mooie huisje!


Als het verhaal begint, lees je dat het konijnenpoppetjes zijn, die bij het cadeau horen dat Steffie krijgt van haar oma. Steffie is namelijk een beetje boos, omdat zij en haar moeder gaan verhuizen. Dichterbij haar vader dat wel, maar wat is er mis met hun appartement daar boven in de Toren, midden in de stad? Vanaf de achttiende verdieping kan ze heerlijk uitkijken over de stad en naar de stromende regen! Maar Steffie is een kind en een kind heeft niets te zeggen. Ze kijkt het gedoe allemaal aan: moeder die inpakt en op lijsten van alles af streept, verhuizers die alles meenemen, en dan kijkt ze snel weer naar buiten waar de wolken van vorm veranderen: ze ziet een rijtje pluizige poesjes voorbij drijven.
Als oma Blauw een cadeau komt brengen, is ze natuurlijk wel weer blij.


‘In de doos zit een heel mooi theekopje dat veel te groot is om thee uit te drinken. Er zit een platte ronde deksel op, gemaakt van heel veel blauwe dakpannetjes, die precies op de rand van het kopje past.’


Het is een echt huisje van binnen, met kamertjes, en oma heeft ook een doos met meubeltjes. En er zit een schoteltje bij, dat eigenlijk een tuin is. Boven de deur staat ‘Familie Snuffel’.
Oma geeft haar ook nog vier kleine pakjes, waar papa, mama en twee kinderen Snuffel zitten.


Het cadeau verzacht de pijn van het verhuizen een beetje, maar wat Steffie niet weet is dat er iets aan de hand is met de familie Snuffel! Als er geen mensen in de buurt zijn, komen ze namelijk tot leven!


In dit eerste boek van een - hoop ik - lange serie valt papa Snuffel uit het zakje waar hij in zit, omdat Steffie het koordje niet goed heeft aangetrokken. Ze merkt het niet, ze is toch weer een beetje verdrietig geworden toen ze bij het nieuwe huis kwamen. En ze ziet pas als ze op haar nieuwe kamer alles uitpakt om het theekophuisje in te richten: papa Snuffel is weg! Terwijl Papa Snuffel akelige avonturen beleeft, gaat niet alleen Mama met Steffie op zoek in de tuin, ook konijntje Sally onderneemt een voor haar gevaarlijke tocht op zoek naar haar vader.
Het zit er dik in dat Steffie weldra zal merken wat ze in huis heeft, en ze zal vast veel plezier hebben van haar vier nieuwe vriendjes!


Het verhaal is natuurlijk leuk, en speelgoedkonijntjes die echt leven, dat belooft wat voor verdere avonturen, maar het is toch vooral de vormgeving die er voor zorgt dat dit boek puur kijk- en leesplezier biedt. Prachtige kleurrijke illustraties op iedere pagina, helemaal in de sfeer van het verhaal. In het begin is Steffie somber en verdrietig, en dan regent het en zijn de pagina’s niet echt gekleurd. Oma Blauw wordt weergegeven met de kleur ijsblauw, dat ondanks de naam een zachte kleur is die goed bij oma past. In de tuin van het nieuwe huis zijn heel veel dieren, bloemen en paddenstoelen getekend. Het theekophuisje is natuurlijk ook heel mooi, met heel veel leuke spulletjes, maar dan: de familie Snuffel! Die heb je op de omslag al gezien en het zijn echt grappig getekende konijntjes, met sprekende ogen en bekjes (of zijn het in dit geval toch mondjes?).


Als je dit boek voorleest kun je samen genieten van al die kleuren en tekeningen, en kun je mee stuiteren met Sally. Erg leuk!


Hayley Scott was als kind al bezig met minimeubeltjes voor kleine huisjes, en eigenlijk kon het niet anders zijn: haar debuut gaat over zo’n huisje.
Pippa Curnick is behalve illustrator en ontwerper ook dol op konijnen.


ISBN 9789000363636  | hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | oktober 2018
Leeftijd vanaf 8 jaar| Vertaald ui het Engels door Ada Duker en Henrieke Herber
Geïllustreerd door Pippa Curnick  http://www.pippacurnick.com

© Marjo, 13 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER