Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

hspace="15"Doolhof zoekboek: Mijn wereld
Caroline Selmes


Als kind was ik al een echte boekenwurm. Vol enthousiasme verslond ik het ene avontuur na het andere. Naast mijn “gewone” boeken was ik ook dol op mijn boek met zoekplaten. Ik vond het heerlijk me op de pagina’s vol bijzondere afbeeldingen te storten en elke keer weer wat anders te ontdekken. Toen ik het Doolhof zoekboek: Mijn wereld onder ogen kreeg, was ik dan ook meteen enthousiast.


Wat meteen bevalt is het formaat van het boek. De bladzijdes zijn ongeveer 33,5 cm lang en 25 cm breed, waardoor de zoekplaten mooi groot zijn afgebeeld. De bladzijdes zijn van een stevig soort karton zodat het boek niet meteen sneuvelt als kinderen het zelf tevoorschijn halen. De hoekjes van de bladzijdes zullen na verloop van tijd wat slijtage kunnen gaan vertonen maar ik heb er alle vertrouwen in dat de rest van het boek lange tijd mooi zal blijven.


Het allerbelangrijkste is natuurlijk de inhoud. Het boek bestaat uit 15 doolhoven die elk twee bladzijdes in beslag nemen. Elk doolhof bevindt zich in een ander deel van de wereld. Allereerst is het amazonewoud afgebeeld. Daarna volgen Japan, Cappadocië, Madagaskar, de Mexicaanse woestijn, de Ha Longbaai, de Afrikaanse savanne, het Groot Barrièrerif, Machu Picchu, China, IJsland, Bryce Canyon, de Himalaya, De Grote Meren en Noorwegen.


Elk doolhof begint met een korte uitleg van het gebied en de dingen die je onderweg tegen zult komen. Dit staat bijvoorbeeld bij Machu Picchu:


Op naar Peru! In het westen van het Andesgebergte op 2438 meter hoogte, was deze Incastad in de 15e eeuw een heilige plaats. Vertrouw de spugende lama’s niet en vermijd de gevaarlijke zwarte weduwe. Je zal geen tijd hebben om naar de muzikanten te luisteren maar bewonder zeker de groene gaai bij aankomst!


Het doolhof begint heel logisch bij het bordje “Start” en eindigt bij het bordje “Aankomst”. Uiteraard is het de bedoeling dat je het doolhof doorkruist. Bij het eindpunt staat steeds een extra opdracht waarvan de oplossing op de zoekplaat te vinden is. Bij IJsland staat bijvoorbeeld het volgende: “Proficiat! Hoeveel vissen gaan alle papegaaiduikers samen opeten?


De teksten zijn voor zesjarigen soms wat aan de moeilijke kant, ook omdat het in het Vlaams is geschreven, maar de moeilijkheidsgraad van de zoekplaten past goed bij deze leeftijd. Achterin staan alle oplossingen vermeld op kleine versies van de zoekplaten. Een heldere lijn geeft de route door het doolhof aan en de oplossingen van de extra zoekopdrachten zijn omcirkeld.


Ik heb genoten van de prachtige, kleurrijke prenten waarop van alles te zien valt. Spelenderwijs leren kinderen allerlei leuke wetenswaardigheden over een aantal bijzondere gebieden en landen. Zo zie je in Japan kersenbloesem, Koi en sumoworstelaars en in Cappadocië de beroemde luchtballonnen. De enige overeenkomst tussen de doolhoven is de tekenstijl van illustratrice Caroline Selmes. Verder is elk doolhof uniek. Op de website van Caroline Selmes kun je zien hoe prachtig dit boek in elkaar zit.


Doolhof zoekboek: Mijn wereld biedt een vrolijke en speelse manier om kinderen kennis te laten maken met de grote diversiteit van onze planeet. Wat bij betreft is dit fraaie boek dan ook een absolute aanrader.


ISBN 9789461317049  | hardcover| 38 pagina's | Van Halewyck | augustus 2017
Vanaf 6 jaar

© Annemarie, 15 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Blitz! De jacht op het monster
illustraties: Lars Deltrap
tekst: Rian Visser


Een nieuw verhaal over Blitz en het vogeltje Priet. Deze keer zweeft er geen troep door de ruimte, zoals in deel 3, maar wel een monster! Een paars monster! Priet heeft het zelf gezien.


Het zweeft door de ruimte.
Het vloog om mij heen
En het wilde mij pakken.
Maar ik vloog snel weg.


Blitz trekt eens aan zijn lange neus, dat doet hij altijd als hij nadenkt. Even later blijkt dat het muziekding verdwenen is. Zou het monster het mee hebben genomen?


Even later komt Vodder langs. Vodder haalt troep op met zijn kar en hij brengt kunst van Tinka, zijn vriendin, naar de aarde. Die kunst is gemaakt van allerlei dingen die Vodder onderweg in de ruimte vindt. Omdat Priet zo bang is voor het monster vraagt Vodder of Priet en Blitz met hem meegaan naar de aarde. 'Dan zijn jullie er even uit. Lekker weg van bol Nul,' zegt Vodder. En dat vinden ze een heel goed idee. Dan kan Blitz gelijk zijn vrienden Rob en Moes weer eens zien!


Maar onderweg gebeurt er weer iets vreemds, er trekt iets aan hun kar, maar wat? 'Het leek wel een soort zuigding. Maar ik zag niets.' zegt Blitz. Priet voelt alweer de bibbers door zijn kleine lijfje gaan. Het is vast het monster! Maar gelukkig landen ze veilig op aarde en hebben de tijd van hun leven. Rob en Moes mogen daarna zelfs mee naar bol Nul. Nadat alles ingeslagen is voor het 'ruimtekamp' gaan ze op weg en weer hebben ze last van het zuigding, wat zou het toch zijn? En dan, op een nacht, gebeurt het...


Rob ziet iets paars.
Het zweeft recht op hem af. [...]
'Grrr,' zegt de paarse schim.
Ik neem je mee!'
'Help!' roept Rob.


Door de schreeuw van Rob heeft Moes nog net gezien dat Rob door het paarse monster werd meegenomen. En nu moeten ze met zijn allen Rob redden. Maar hoe? Blitz zijn neus doet helemaal zeer van het nadenken. Hij verzint een plan, als ze nu eens met de ruimtebrommer het monster achterna gaan... 

Opnieuw een lekker humoristisch en fantasievol verhaal op AVI E4 niveau. Rian Visser weet het zo te brengen dat je onmiddellijk gelooft dat bol Nul, Blitz, Priet en Vodder bestaan. Het avontuur dat ze in de ruimte beleven is spannend en heerlijk om te lezen.
Lars Deltrap weet ook nu weer de woorden van Rian Visser om te zetten in grappige, vlotte, kleurrijke tekeningen.
Prima boek voor de kinderboekenweek 2017 dat als thema Griezelen heeft.


ISBN 9789025767549 | Hardcover | 159 pagina's | Uitgeverij Gottmer | juni 2017

© Dettie, 3 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHoe ik een weerwolf werd
Illustraties van Lars Deltrap
tekst: Ulf Stark



De vader van Ulf heeft op zijn tandartspraktijk een schedel staan. Als papa zoals iedere dag een dutje doet, pakt de oudere broer van Ulf de schedel, om indruk te maken op zijn vriend. Door een ongelukkige beweging van Ulf gaat de zoemer af en wordt papa wakker. Wat zijn jullie aan het uitspoken?


Natuurlijk ontkennen de jongens dat ze iets verkeerds deden. Ulf zegt: ‘Jonas heeft ook niet aan de doodskop gezeten.’ Als Jonas straf krijgt, neemt hij wraak. Hij vertelt Ulf van alles over weerwolven en maakt zijn broertje bang.
Nou ja, vindt Jonas, bang zijn hoeft niet. Maar ‘s nachts gebeuren er akelige dingen. Ulf wordt gebeten! Hij weet het zeker! Dan kan hij maar beter het huis uit gaan, want nu is hij zelf een weerwolf en dan gaat hij vast zijn ouders bijten…


Ook dit verhaal is spannend, griezelig zelfs. Maar ook met humor. Dit verhaal is niet voor een beginnende lezer, maar een kind dat snel en graag leert, kan hier lekker zijn tanden in zetten. Of zou hij dan een weerwolf worden?


Het boekje past binnen het thema van de kinderboekenweek 2017. De schedel wordt bijvoorbeeld doodskop genoemd, en de weerwolf lijkt levensecht. Het boek behoort tot de serie "Tijgerlezen', waarin plezier in lezen voorop staat.


De deeltjes zijn er in verschillende moeilijkheidsgraad:

- Voor als je net kunt lezen zijn er leesboeken met weinig tekst en eenvoudige zinnen, die ook fijn zijn om voor te lezen.

- Voor wie al een beetje geoefend heeft, zijn er échte leesboeken met langere verhalen.


De boeken met het Tijgerlezenlogo zijn veelal geschreven door bekende schrijvers en illustratoren. Bij alle boeken is bovendien lesmateriaal ontwikkeld. Ook zijn er filmpjes gemaakt van alle afzonderlijke boeken.


Meer informatie op www.tijgerlezen.nl


ISBN 9789045120188| hardcover |48 pagina's | Uitgeverij Querido| oktober 2016 
Vertaald uit het Zweeds door Edward van de Vendel | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 21 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Opa's griezelige gasten
tekst: Vivian den Hollander
illustraties Saskia Halfmouw


In het boek Pas op, opa! maakten we kennis met opa Bert Bak, de grappige, vrolijke, heel lenige oppas-opa die vlakbij Mila en Tom woont. Opa Bak past op als mama niet thuis is maar deze week hoeft mama niet weg en zien de kinderen opa niet. Dat vinden ze maar niets, ze missen hem behoorlijk, en daarom besluiten ze maar naar opa's huis te lopen. Maar opa doet heel raar als hij opendoet, hij snauwt de kinderen af en laat ze voor de deur staan!

Mila en Tom snappen er niets van, zo doet hun opa Bak nooit, maar misschien is hij in de war. 'Dat hebben oude mensen soms,' weet Mila. Ze verzinnen allemaal vragen om te kijken of hij alles nog weet en stappen opnieuw naar opa, maar deze keer is opa heel blij om ze te zien! Ze stellen evengoed hun vragen maar en natuurlijk weet hij overal het antwoord op. De kinderen snappen er niets meer van. Waarom deed opa de eerste keer zo raar?
Al snel krijgen ze antwoord op hun raadsel, want wat blijkt? Opa heeft een tweelingbroer!

Guus is al net zo bijzonder als zijn broer, opa Bert. Als Guus even weg moet, probeert hij nog iets te vertellen maar opa Bert en de kinderen zijn veel te druk bezig. Hadden ze nu maar wel geluisterd, want als ze de schuur in gaan, zien ze dat Guus heel griezelige gasten meegenomen heeft. Zelfs stoere opa Bak is bang! Kwam Guus nou maar terug...

Het boek sluit goed aan bij de Kinderboekenweek 2017 (4 t/m 15 oktober 2017) waarin griezelen centraal  staan onder het motto: gruwelijk eng. Dat laatste is dit boekje zeker niet, wel een beetje griezelspannend.
Het boekje is geschreven op AVI M4 niveau dus kinderen van ca. 7-8 jaar kunnen het zelf lezen en dat zullen ze met veel plezier doen want Vivian den Hollander heeft met dit tweede deeltje over opa Bak opnieuw een leuk en vlot verhaal geschreven.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000354108 | Hardcover | 31 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf/Unieboek | juli 2017
Met vrolijk gekleurde illustraties | Afmeting 23,7 x 17,7 cm | AVI M4 (ca. 7-8 jr)

© Dettie, 19 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet nieuwe spookhuis
Deel 1 uit de serie De Engste Serie Ooit
illustraties Esther Malaparte

Tjerk Noordraven


Er is heel veel aandacht besteed aan de vormgeving van dit boek. De omslag ziet er echt eng uit. Ik weet nog niet zo net of ik zo’n spookhuis binnen zou gaan! Brrr! Als je dan het boek open doet, is daar eerst een zwarte pagina: ‘PAS OP DIT BOEK IS NIET VOOR BANGERIKEN!’ lees je. En als je toch niet bang uitgevallen bent en verder leest, zie je hoe iedere pagina omlijst is met tekeningen van dingen die eng kunnen zijn: een spin in haar spinnenweb, een vleermuis, en die drie paar enge ogen in een spookboom. Maar dat het om ogen gaat ontdek je pas als je het verhaal leest.

Nera is de tienjarige dochter van een spookhuisuitbater. Ze woont op de kermis en helpt ook mee om in het spookhuis van haar vader de bezoekers bang te maken. Daar komen ze immers voor! Maar als ze op weer eens op een kermis staan, blijft het erg rustig. Nera heeft niets te doen. Dan hoort ze een paar jongens praten over een nieuw spookhuis dat echt eng is. Daar is het spookhuis van Nera’s vader niets bij, zeggen ze.
Als ze op onderzoek uit gaat, ontdekt ze dat de griezels in dat nieuwe spookhuis echt zijn! De mummie Toet, de faun Eus en de vampier Dragos, zij leven! En ze worden gedwongen mensen bang te maken. Hun baas, de dwerg Herwald, heeft een driekoppige hond, om wie je niet heen kunt.


Natuurlijk vindt Nera een manier om dat wel te doen - ze heeft een helderziende oma en een interessant boek - en als ze de drie griezels gaat helpen, zijn het ineens geen griezels meer. Maar de hond en de dwerg zijn echt niet van plan om Nera met haar nieuwe vrienden weg te laten komen.
Terwijl Nera probeert haar vrienden te bevrijden, heeft haar vader plannen voor Nera's 'bevrijding'. En de glazen bol van oma blijft ondoorzichtig als het gaat om de toekomst van haar kleindochter.
Allemaal elementen die stof bieden voor veel meer verhalen. Leuk!


Tjerk Noordraven heeft samen met zijn uitgever een prachtig boek gemaakt. De omslag en de illustraties van Esther Malaparte passen helemaal bij het verhaal, en het is voor de doelgroep zeker een fantastisch boek. De thematiek is vriendschap en zelfvertrouwen: ‘Als je echt wilt, dan kun je alles’. Natuurlijk is het spannend, en er een flinke dosis humor aanwezig. De tekst is prettig verspreid over de pagina en het taalgebruik is eenvoudig, in veelal korte zinnen, zodat het ook voor kinderen die wat moeite hebben met lezen dit goed aan kunnen.
Extraatjes vind je op: www.engsteserieooit.nl

Noordraven (1987) werkte ooit in een circus, en had zijn hele leven al ‘iets met boeken’. Na zijn studie Nederlands aan de Radboud Universiteit Nijmegen schreef hij twee non-fictieboeken. Het nieuwe spookhuis is zijn fictiedebuut.
En: het wordt dus een serie! Ik kijk er al naar uit!

ISBN 9789048838103 | hardcover | 176 pagina's | Moon | mei 2017
Leeftijd vanaf 9 jaar.

© Marjo, 12 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWaterwatje
Illustraties: Chris Vosters
tekst: Evelien Feltzer


De elfjarige Ebbie, de ik-figuur, is een beetje verliefd op Matteo, die bij haar in de klas zit. Hij heeft gezegd dat hij binnenkort jarig is en een feestje geeft. Wat wil ze daar graag heen! Ze zit zelfs op de trap te wachten tot de postbode komt!


Ze krijgt inderdaad een uitnodiging maar haar vreugde maakt al snel plaats voor teleurstelling, want op de kaart staat: neem je zwemspullen mee. En dat is dus een probleem: Ebbie heeft watervrees vanaf toen ze op vakantie was in Frankrijk en er iets heel ergs gebeurde. Ze kan op school toch niet gaan vertellen dat ze bang is voor water! Ze gaat af als een gieter! Haar vriendin Yasmine is wel op de hoogte en wil haar best leren zwemmen. Dat is dan plan 1.


Na een les over EHBO op school is er ook een plan 2. Maar het ultieme plan ontkiemt als Ebbies moeder een video zit te kijken waarop de vader van Matteo te zien is. Hij is een beroemde flamencodanser! En het plan wordt verder uitgedokterd als Ebbie met haar opa’s een cadeau gaat kopen voor Matteo.


Wat haar plannetjes zijn? Dat verklap ik natuurlijk niet. Maar de afloop is heel bijzonder. Het is niet direct wat je verwacht, het is grappig en zelfs een beetje ontroerend.

Deze waterangst van Ebbie is het belangrijkste thema van het verhaal, maar er ook komen vriendschap en jaloezie aan de orde, een zeer herkenbare broer-zusrelatie en die taartenbakkende moeder is ook leuk gevonden. En dat er pas op het laatst verteld wordt hoe Ebbie eigenlijk aan die angst komt, is ook goed gevonden. Het is een lekker vlot verhaal, met leuke (misschien een beetje kinderlijke) tekeningen in zwart-wit.


‘Joehoe, Ebbie!’ Het hoofd van Yasmine piepte onder mijn deur door. ‘Wat is er nou?”
Ik keek haar aan. ‘Ik, ik…’
’Wat?’ vroeg ze.
‘Ik voel me niet zo lekker.‘ zei ik.
‘Zomaar ineens?’
’Ja.’
’Heb je iets verkeerds gegeten?’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Of ben je bang?’
’Neu, echt niet.’ Mijn stem klonk weer zo raar hoog.
Yasmine hield haar mond. Ze keek me alleen maar aan met die grote bruine ogen van haar. Ik hield mijn adem in. En toch kwamen ze. Die stomme tranen.’


Evelien Feltzer is theaterdocenten en werkt voornamelijk met kinderen en jongeren. Waterwatje is haar debuut.


ISBN 9789044828696 | Hardcover | 127 pagina's | Uitgeverij Clavis| april 2017
  | leeftijd 9+

© Marjo, 25 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe vloek van Freya
Deel een van de serie Siggi & de Vikingen
Tekeningen van Eliane Gerrits
tekst: Elisabeth Mollema


Vikingen waren er van ongeveer 800 tot 1100 na Christus. Ze komen uit Noorwegen, Zweden en Denemarken. Ze staan bekend als stoere vechtersbazen, maar waren ook goede scheepsbouwers. Met die schepen trokken ze er op uit om handel te drijven in andere Europese landen (die in die tijd nog niet ‘Europees’ genoemd werden).

Dit is leuk om te weten, maar deze feiten vind je niet in het boek, al is er wel gebruik van gemaakt binnen het verhaal over het buitenbeetje Siggi Johanson. 


Op het eiland dat Vikingeiland heet woont Siggi bij zijn familie. Zijn oom en tante, zijn neven en nichten, ze zijn inderdaad allemaal krachtpatsers en vinden het heerlijk om te vechten en elkaar op te tillen en rond te zwiepen. Siggi moet er niets van hebben. Hij is een nieuwsgierig ventje, dat liever dingen onderzoekt en runenpuzzels oplost.


Nu hebben de eilandbewoners al heel lang een probleem: de godin Freya heeft het eiland vervloekt. Ze kunnen niet weg. Ze hebben mooie schepen, maar iedere keer als ze proberen uit te varen, steekt er een storm op, en worden ze – als ze geluk hebben - teruggeworpen op het strand. De ouders van Siggi zijn niet teruggekomen toen zij het een keer probeerden. Maar de Vikingen geven niet op. Er moet een manier zijn om de vloek van Freya te doorbreken. Siggi moet dat kunnen, hij kan immers runen lezen? Dus zoekt iedereen stenen waar die tekens op staan, en kan Siggi aan het werk. Maar iemand steelt die stenen!


De volwassen eilandbewoners zijn ook met andere dingen bezig. Vechten! Wie de sterkste is zal immers de leider worden van het Ding, een raad van dorpelingen. En wie zijn die twee drenkelingen, die duidelijk geen Vikingen zijn? Zij weten het zelf niet en worden heel gemakkelijk misbruikt door de Vikingen.


Allerlei elementen om een leuk verhaal te vertellen. Er zijn veel nogal stripachtige en grappige tekeningen, soms over meerdere pagina’s. Het lettertype is lekker groot en dus duidelijk. Er is veel humor die jonge lezers zal aanspreken, en ook een duidelijke spanningsboog. Twee zelfs, want er is ook nog het verhaal van de zeekoetjes! De personages zijn typetjes, dus herkenbaar.


Het is een gemiste kans dat er niet een bijlage is over de achtergrond en geschiedenis van de Vikingen. Voor de nieuwsgierige lezer is het altijd prettig om meer te weten te komen. Maar er komen nog meer deeltjes in deze serie. Dus…


ISBN 9789048838219 | hardcover |256 pagina's | Uitgeverij Moon| januari 2017
 Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 17 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWiebeltand
Tekst: Isabelle de Ridder
Illustraties: Monique Dozy


Een boek met een achttiental verhaaltjes over Pleuntje, een meisje van 5 jaar. Ze heeft een vriend, Joep, die net zo oud is. Samen beleven ze avonturen, maar er zijn ook een aantal verhaaltjes die alleen over Pleun gaan.


In het eerste verhaal maken ze samen een toneelstukje. Ze zijn oma Pleun en opa Joep. Ze verkleden zich natuurlijk, en willen hun sketchje ook opvoeren voor papa en mama. En terwijl zij de dingen toepassen die ze kennen van van hun opa’s en oma’s, stappen Pleuns echte opa en oma binnen. Gelukkig kunnen zij er om lachen dat eigenlijk de draak gestoken wordt met hun ouderdom. Want, zegt oma, zij zijn helemaal nog niet moeilijk ter been, en horen nog best. Ja ja, dat blijkt!

Een verhaaltje waar je de humor al terugvindt die in de meeste verhaaltjes zit. Het zijn heel herkenbare situaties: Pleuntje gaat logeren; gaat op vakantie, en is ook wel eens een beetje ziek. En natuurlijk is er de wiebeltand van de titel... Daarin vertelt mama dat er iets bestaat als een tandenfee. Maar dat aardigheidje loopt niet helemaal goed.

Als ze bij neef Tom op de verjaardag is, ontdekt ze dat in zijn huis ook boven een wc is. Nou, daar moet ze ook eens even kijken, en ze smiespelt tegen papa dat ze even moet. Maar wat doet papa even later voor de deur van de beneden-wc? Hij vraagt degene die daar op zit of hij moet helpen met billen afvegen!
Het probleem van wat je moet meenemen als je gaat logeren, is ook erg herkenbaar. Want als Beer meegaat moet zijn bed ook mee natuurlijk!
Voor oudere lezers is er al snel een vergelijking gemaakt met de verhalen van Jip en Janneke maar Pleuntje en Joep zijn natuurlijk kinderen van deze tijd.


Als je vijf jaar bent neem je de dingen nog letterlijk. En Pleun is ook een kind dat nog niet ‘geleerd’ heeft dat je soms beter leugentjes om bestwil kunt vertellen. Iets geheim houden is reuze moeilijk!  En wat vindt ze het leuk om te horen dat ze al een heel eindje over de grens kan spreken. Ze kent immers woorden als bureau, en computer!


Erg leuk om voor te lezen, kinderen reageren hier waarschijnlijk onmiddellijk op omdat zij dit ook meemaken in hun leven. En dus kan je het ook zelf lezen als je wat ouder bent, het blijft leuk.


Isabelle de Ridder volgde een studie Nederlands en de Pabo, werkte als tekstschrijver en redacteur maar stond ook voor de klas. En ze maakt tijd vrij voor het schrijven van kinderboeken. Over Pleuntje schreef ze al eerder verhalen die gebundeld werden in een boek.


ISBN 9789044829501 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Clavis | juli 2017
Leeftijd vanaf 5 jaar

© Marjo, 4 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stoffige streken
Verhalen uit De Heksenkeet: Deel 4
illustraties: Marieke Nelissen
tekst: Femke Dekker


In dit vierde deel over de heksen Sybil, Luna, Stella en Lidwien die in de De Heksenkeet, een oude scheve villa bovenop een berg wonen staat de snibbige, beetje gemene, ijdele heks Stella centraal.

Als het verhaal begint zit Stella weer eens in bad. Ze geniet van het weelderige schuim maar vooral van zichzelf. Wat is ze toch mooi, wat heeft ze toch prachtig haar en die beeldschone slanke handen! Maar dan hoort ze geluiden uit haar huiskamer komen... ze begrijpt het gelijk, dat is haar hond Troela, wat is die nu weer aan het uitspoken? Wij als lezer weten dat al, Troela zit achter Fladder, de vleermuis van Luna, aan. Dat gekke beest hangt eerst heerlijk aan de lamp en even later zien we hem grijnzend in de gordijnen bengelen, dat mag natuurlijk niet van Troela en daarom dendert de roze Troela dwars door alles heen achter Fladder aan, een spoor van gebroken en omgevallen troep achterlatend.

Stella doet gauw de spin in haar haren die vervolgens razendsnel haar natte lokken in suikerspinmodel brengt, want onopgeschmukt kan ze zich niet vertonen. Ze wikkelt zich in een handdoek en dendert naar de kamer. Ze jaagt vervolgens Fladder het raam uit en gaat, keurig als ze is, onmiddellijk aan de slag om die hele bende weer op te ruimen. Maar de stof en troep die Stella opzuigt komt er net zo hard aan de achterkant van de stofzuiger weer uit, nu zit àlles bedekt onder een dikke laag grijze stof. Zelf de waakdraak is eronder verdwenen.

Tot overmaat van ramp zuigt ze Troela ook nog op! Het arme dier steekt alleen nog met zijn snoet uit de stofzuigerslang! Het lukt Stella niet het beest daar vandaan te toveren, ze is woedend, ze is razend, ze is in alle staten! Ze brult de namen van haar medebewoners in de Heksenkeet. Ze moeten komen helpen! En wel nu!  Maar dat maakt de bende uiteindelijk alleen nog maar erger... 

Opnieuw een knotsgek verhaal met net zulke knotsgekke afbeeldingen. Ik blijf Lidwien, de heks met de enorme lange nek die alle kanten op sliert de leukste heks vinden. Het is hilarisch om te zien hoe zij zich voortbeweegt. Maar Stella zelf is ook geweldig, haar nuffige gedrag, haar keurige hondje met strikje in het roze hondenhaar, maar vooral haar torenhoge kapsel waaraan een spin hangt maakt het verhaal lekker doldwaas. De fantasie van Femke Dekker en Marieke Nelissen is ongekend, alles kan. Verzin het maar en zij maken het nog gekker...

Heerlijk boek, geschreven in korte en goed leesbare zinnen, met als verrassing een stickervel vol heksenattributen om je eigen zelf te maken magische opruimdoos (werkwijze in het boek) mee te versieren!


ISBN 9789025766535 | Hardcover | 112 pagina's | Uitgeverij Gottmer | mei 2017
Leeftijd 7+

© Dettie, 27 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBobbi Bolhuis, redder in nood
Illustraties van Loes Riphagen
tekst: Kate Dicamillo



Het varken Bobbi woont bij meneer en mevrouw Bolhuis. Zij zijn dol op hun huisdier, en hebben er helemaal geen moeite mee dat hij ’s nachts tussen hen in komt liggen.
Maar op een nacht gaat dat niet goed: het bed kraakt, de vloer kraakt, en ineens zakt het bed door de vloer!
O jee, meneer en mevrouw Bolhuis durven zich niet meer te bewegen, maar Bobbi springt uit bed. Ze gaat vast de brandweer halen, denkt mevrouw Bolhuis.
Maar goed dat ze niet weten dat Bobbi alleen maar denkt aan een geroosterde boterham meteen heleboel boter… Hoe gaat dit aflopen?

Een verhaaltje dat prima in de serie Tijgerlezen past: lekker spannend, en met humor. Een duidelijke bladspiegel, leuke tekeningen, maar ook wel langere zinnen. Een uitdaging dus voor jonge  lezers. Maar zij willen vast en zeker weten hoe de avonturen van het gekke biggetje verder gaan! En zal Bobbi haar baasjes redden? Dat is maar de vraag, want ze ruikt iets lekkers bij de buren, Elsa en Kleintje!


‘Wat is er aan de hand?’ vroeg Elsa.
Kleintje wees naar het raam.
‘Er staat een monster buiten,’ zei ze.
‘Dat is geen monster,’ zei Elsa. ‘Dat is dat varken van hiernaast.‘
’Bobbi?‘ zei Kleintje.
Elsa zwaaide met haar vuist.
‘Ik vind dat varkens op de boerderij horen,’ zei Elsa.’

Het boek behoort tot de serie "Tijgerlezen', waarin plezier in lezen voorop staat.
De deeltjes zijn er in verschillende moeilijkheidsgraad:

- Voor als je net kunt lezen zijn er leesboeken met weinig tekst en eenvoudige zinnen, die ook fijn zijn om voor te lezen.

- Voor wie al een beetje geoefend heeft, zijn er échte leesboeken met langere verhalen.


De boeken met het Tijgerlezenlogo zijn veelal geschreven door bekende schrijvers en illustratoren. Bij alle boeken is bovendien lesmateriaal ontwikkeld. Ook zijn er filmpjes gemaakt van alle afzonderlijke boeken.

Meer informatie op www.tijgerlezen.nl


ISBN 9789045120195 | hardcover |64 pagina's | Uitgeverij Querido| oktober 2016
Vertaald uit het Engels door Esther Ottens | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 21 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De wereld op zijn kop
Paul Oole


In de wereld van het jongetje Tess is alles andersom. Kinderen zorgen voor hun ouders, de rijdende school komt de ouders zelf ophalen, vuilnismannen maken rommel, de bakker eet zijn brood zelf op, de koning woont onder de brug en 1 - 1 = 2.


De arme Tess heeft het er maar druk mee, het kost hem veel moeite om zijn papa Mathilde en mama Bertus uit bed te krijgen en het duurt lang voordat ze hun pyjama's aan hebben getrokken. Voor ze naar school gaan moeten ze ook nog hun gezicht vies maken en hun haar door de war kammen. Ga er maar aanstaan! En dan is het ook nog zulk vreemd weer, het regent snoep, het komt met bakken naar beneden.
Olifanten zijn heel klein, vissen vliegen, kippen zwemmen, kortom echt àlles is andersom.


Soms maakt Tess een fout en kijkt iedereen hem boos aan, zoals die keer dat hij heel stil zat te lezen in de bibliotheek ... Natuurlijk moeten ze te laat bij opa en oma komen, want oma vindt het maar niets als mensen op tijd komen.

Tess vindt het allemaal maar moeilijk, hij zou wel eens willen dat opa en oma hèm duwde op de schommel of dat hij zandkastelen mocht bouwen...

Het verhaal zelf is behoorlijk origineel maar wel wat rommelig qua verloop. De schrijver heeft er in mijn ogen teveel 'omgekeerde' grappen in willen stoppen waardoor de verhaallijn wegvalt. Het zijn nu verhaaltjes in verhaaltjes, in verhaaltjes. Daardoor komt de, overigens op zich leuke, humor niet goed tot zijn recht.
Maar... de fraai gekleurde afbeeldingen zorgen ervoor dat het boek toch zeer de moeite waard is. Het zingende konijn in de top van een boom maakt dat je zit te grinniken, de sip kijkende kinderen omdat er weer een stortbui van snoep uit de lucht komt vallen zijn komisch om te zien, de olifantjes die, als muisjes zo klein, over de tafel rennen zijn geweldig en de afbeelding van de 'snorkelende' kip zou je zo aan je muur hangen.

Met andere woorden, voor de tekst geef ik het boek een klein zesje, voor de afbeeldingen krijgt het een dikke acht.


ISBN 9789044830316 | Hardcover | 27 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2017
Afmeting 29,8 x 21,6 cm. | Leeftijd 6+

© Dettie, 12 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dikke Vik en Vieze Lies worden vrienden
illustraties: Eva van Aalst
tekst: Sunna Borghuis


Stom.
Dat was ik dacht toen ik Vik zag.
Een stomme jongen met lang haar en ronde wangen.
Daarna dacht ik: tieten
Dat kwam door Bram, die naast me zat. Hij zei hardop 'tietuh' toen Vik voor de klas stond. [...]
Het was waar wat Bram zei. Vik had twee heuveltjes onder zijn T-shirt. [...] Niemand in onze klas had borsten. [...]
Vik was de eerste jongen met borsten die ik ooit had gezien. Ik vond hem daarom nog stommer.


Op de bijgaande afbeelding zien we een beetje sullige jongen met zijn handen in zijn broekzakken die heel relaxt de kaart van Nederland staat te bekijken. Die 'stomme' Vik is die dag voor het eerst in de klas van Lies. Op weg naar huis blijkt, tot ergernis van Lies, dat Vik dezelfde kant als haar op gaat. Ze heeft helemaal geen zin om hem in te halen, maar Vik loopt zo sloom dat ze wel moet. Ze zegt niets. Hij ook niet. 'Stom joch' denkt Lies.


Maar even later is ze wel blij dat Vik in de buurt is want op het geitenlandje ziet ze iets wat ze wel een beetje griezelig vindt. De 'slome' Vik is dan haar grote hulp. Hij blijft heel rustig en weet precies wat hij moet doen. Daarna lopen ze naar de vader van Vik, die eigenaar is van de plaatselijke kroeg. Zijn vader weet en kan alles volgens Vik. Lies vindt het wel spannend en leuk om naar het café te gaan, bovendien krijgt ze gratis een lekkere tosti van Viks vader!

Er ontstaat een voorzichtige vriendschap tussen 'dikke' Vik en 'vieze' Lies zoals die akelige Bram haar soms noemt. Maar die vriendschap wordt soms wel op de proef gesteld. Lies wil namelijk liever een hartsvriendin en ze hoopt maar steeds dat de prachtige, sierlijke Merel dat wil zijn, maar Merel stelt haar keer op keer teleur met haar vreemde gedrag. Vik niet ...


En zo begint Dikke Vik langzamerhand toch een plaatsje in het leven van Vieze Lies in te nemen. Lies ontdekt dat ze de rustige 'slome' Vik dingen toevertrouwt die ze aan anderen nooit verteld heeft. Maar toch schaamt ze zich ook een beetje voor hem, hij is zo traag en zijn broek zakt altijd af tot voorbij zijn bilspleet! Iedereen in de klas lacht erom en dan doet Lies maar mee. En dan schaamt ze zich weer dat ze dat deed. Het is verwarrend. De ene keer wil ze wel vrienden met hem zijn, de andere keer niet.  Maar het is wel steeds Vik die de leuke ideeën en goede oplossingen heeft ... Het leven van Lies is er intussen een stuk leuker en minder eenzaam door geworden (moeder werkt elke dag) en uiteindelijk worden Dikke Vik en Vieze Lies echte vrienden.

Sunna Borghuis - o.a. bekend van de boeken Scheetjesles- en Het poepkasteel en andere voorleesverhalen over de bende van vier - heeft naar mijn mening met dit boek haar tot nu toe beste boek geschreven. Ze verwoordt de aantrekkingskracht en afkeer die Vik op Lies uitoefent op een uitstekende, humoristische en invoelende manier. Kinderen zullen er veel in herkennen.
En Dikke Vik is de jongen die we allemaal wel in onze omgeving hebben. Hij is de vriendelijke, bedeesde jongen die goedmoedig alles bekijkt maar zich niet weg laat treiteren. Hij is de jongen die niet opvalt maar er wel altijd is als het nodig is. Vik is als personage uitstekend neergezet door Sunna Borghuis. Lies is een leuke vlotte meid, die eigenlijk vooral gezelligheid zoekt en ook dat wordt mooi verwoord door de schrijfster .
De afbeeldingen van Eva van Aalst zijn levendig en kleurrijk en geven op een grappige manier precies de situaties uit het verhaal weer.
Kortom, deel 1 van deze nieuwe serie is me goed bevallen!


Lees de eerste twee hoofdstukken


ISBN 9789025761615 | Hardcover | 102 pagina's | Uitgeverij Gottmer | juni 2017
Leeftijd 8+

Dettie, 7 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe Melkwegschool
Getekend door John Martin 
tekst: Scott Seegert


Kelvin Klosmo is nieuw op de Melkwegschool, een school binnen het ruimtestation, waar zijn ouders gestationeerd zijn. Kelvin is de zoon van twee beroemde professoren. Dus is hij zelf ook superintelligent. denken zijn nieuwe klasgenoten. Dat moet wel, toch? Kelvin weet wel dat hij helemaal niet zo slim is… hij heeft namelijk een beetje gelogen! Al snel leert hij zijn klasgenootjes kennen, en met hen beleeft hij typische ruimteavonturen.


De specialiteit van Kelvins vader is robotica. Hij is de uitvinder van de Niven6000 - een op kernenergie lopende Pantser Reddings-Bakbot. En van de PL370 –de Ram Bam Meteoor Vlambot.  Kelvins moeder is neurowetenschapper, ook al een genie. Kelvins kleinere zusje Bula is ook mee verhuisd naar de ruimte. Niet dat Kelvin dat leuk vindt! Er komt een hond in het gezin: Lichtjaar is heel bijzonder en zal Kelvin goed kunnen helpen als hij in de problemen zit.
Dan is er naast Kelvin nog een andere ik-verteller, professor Erik Falenheimer. (Die naam heeft hij niet voor niets). Als hij aan het woord is, wordt er een ander lettertype gebruikt. Hij is wel op het ruimtestation, maar moet conciërge zijn. En hij zint op wraak…


Het voordeel van sciencefiction is dat je alle kanten op kunt, en dat geldt ook voor de boze professor. Maar het geluk is dan weer wel aan de kant van Kelvin, dus misschien worden al zijn problemen wel opgelost. Er moet alleen heel veel gebeuren.


Zowel in de tekst als in tekeningen wordt het verhaal verteld, ze vullen elkaar aan. Het verhaal heeft als thematiek vriendschap, anders zijn, en pesten. De gebruikelijke thema’s voor een boek waar kinderen dol op zijn. En als het dan ook nog spannend is, en met heel veel humor verteld wordt – en ze niet al te veel hoeven te lezen – dan zit dit helemaal snor.


Een leuke vorm van dialogen, die ook in de gewone vorm voorkomen:


Naast een getekend hoofd van Kelvin staat zijn tekst: ‘zeker weten, mam? Het geeft niets, hoor.’
En daaronder mams antwoord, met haar hoofd erbij. ’ Echt niet? O, dan kan ik wel een paar minuutjes mee en…’


Natuurlijk zat het er aan te komen, na een waanzinnige boomhut en een loser die op school steeds in de problemen komt, is er nu het verhaal over een school in de ruimte. Als leeftijd wordt 7+ aangegeven, maar er staan wel een aantal moeilijke woorden in.

Dit vind ik grappig:
In het voorwoord van James Patterson staat: ‘een jongen die naar een nieuwe school gaat in de ruimte. Weird toch? Maar dat is nu zo super aan boeken: waar vind je anders schildpadden die de misdaad bestrijden, geheime scholen voor tovenaars of een jongen die kan vliegen en nooit volwassen wil worden?’

Het boek is getekend door de Amerikaan John Martin, die naast illustrator ook website designer is. De tekst is van Scott Seegert. Deze mannen hebben al eerder samengewerkt.


ISBN 9789000355372| hardcover | 312 pagina's | Van Holkema & Warendorf | juni 2017
Vertaald uit het Engels door Henrieke Herber | Leeftijd vanaf 7 jaar.

© Marjo, 20 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER