Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

vspace=De familie Snuffel
Theekophuisje deel 1
Tekeningen: Pippa Curnick
Tekst: Hayley Scott


Alleen de omslag al doet je smelten! Zo schattig, de familie Snuffel in hun mooie huisje!


Als het verhaal begint, lees je dat het konijnenpoppetjes zijn, die bij het cadeau horen dat Steffie krijgt van haar oma. Steffie is namelijk een beetje boos, omdat zij en haar moeder gaan verhuizen. Dichterbij haar vader dat wel, maar wat is er mis met hun appartement daar boven in de Toren, midden in de stad? Vanaf de achttiende verdieping kan ze heerlijk uitkijken over de stad en naar de stromende regen! Maar Steffie is een kind en een kind heeft niets te zeggen. Ze kijkt het gedoe allemaal aan: moeder die inpakt en op lijsten van alles af streept, verhuizers die alles meenemen, en dan kijkt ze snel weer naar buiten waar de wolken van vorm veranderen: ze ziet een rijtje pluizige poesjes voorbij drijven.
Als oma Blauw een cadeau komt brengen, is ze natuurlijk wel weer blij.


‘In de doos zit een heel mooi theekopje dat veel te groot is om thee uit te drinken. Er zit een platte ronde deksel op, gemaakt van heel veel blauwe dakpannetjes, die precies op de rand van het kopje past.’


Het is een echt huisje van binnen, met kamertjes, en oma heeft ook een doos met meubeltjes. En er zit een schoteltje bij, dat eigenlijk een tuin is. Boven de deur staat ‘Familie Snuffel’.
Oma geeft haar ook nog vier kleine pakjes, waar papa, mama en twee kinderen Snuffel zitten.


Het cadeau verzacht de pijn van het verhuizen een beetje, maar wat Steffie niet weet is dat er iets aan de hand is met de familie Snuffel! Als er geen mensen in de buurt zijn, komen ze namelijk tot leven!


In dit eerste boek van een - hoop ik - lange serie valt papa Snuffel uit het zakje waar hij in zit, omdat Steffie het koordje niet goed heeft aangetrokken. Ze merkt het niet, ze is toch weer een beetje verdrietig geworden toen ze bij het nieuwe huis kwamen. En ze ziet pas als ze op haar nieuwe kamer alles uitpakt om het theekophuisje in te richten: papa Snuffel is weg! Terwijl Papa Snuffel akelige avonturen beleeft, gaat niet alleen Mama met Steffie op zoek in de tuin, ook konijntje Sally onderneemt een voor haar gevaarlijke tocht op zoek naar haar vader.
Het zit er dik in dat Steffie weldra zal merken wat ze in huis heeft, en ze zal vast veel plezier hebben van haar vier nieuwe vriendjes!


Het verhaal is natuurlijk leuk, en speelgoedkonijntjes die echt leven, dat belooft wat voor verdere avonturen, maar het is toch vooral de vormgeving die er voor zorgt dat dit boek puur kijk- en leesplezier biedt. Prachtige kleurrijke illustraties op iedere pagina, helemaal in de sfeer van het verhaal. In het begin is Steffie somber en verdrietig, en dan regent het en zijn de pagina’s niet echt gekleurd. Oma Blauw wordt weergegeven met de kleur ijsblauw, dat ondanks de naam een zachte kleur is die goed bij oma past. In de tuin van het nieuwe huis zijn heel veel dieren, bloemen en paddenstoelen getekend. Het theekophuisje is natuurlijk ook heel mooi, met heel veel leuke spulletjes, maar dan: de familie Snuffel! Die heb je op de omslag al gezien en het zijn echt grappig getekende konijntjes, met sprekende ogen en bekjes (of zijn het in dit geval toch mondjes?).


Als je dit boek voorleest kun je samen genieten van al die kleuren en tekeningen, en kun je mee stuiteren met Sally. Erg leuk!


Hayley Scott was als kind al bezig met minimeubeltjes voor kleine huisjes, en eigenlijk kon het niet anders zijn: haar debuut gaat over zo’n huisje.
Pippa Curnick is behalve illustrator en ontwerper ook dol op konijnen.


ISBN 9789000363636  | hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | oktober 2018
Leeftijd vanaf 8 jaar| Vertaald ui het Engels door Ada Duker en Henrieke Herber
Geïllustreerd door Pippa Curnick  http://www.pippacurnick.com

© Marjo, 13 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Daans wereld
Deel 1: Pas op: bevat grappen
Jonathan Meres


De twaalfjarige Daan is net verhuisd. Nou ja, dat is al weer ruim drie maanden geleden, maar hij kan er maar niet aan wennen dat ze nu in een klein en gehorig huis wonen, dat ook nog eens een stuk bij zijn vriend vandaan is. Hoewel hij daar ook wel voordelen in ziet: Daan fietst graag en als hij naar zijn vriend gaat kan hij op de fiets door het winkelcentrum heen racen naar Mike. De bom barst als zijn jongere broertjes Bas en Luuk voorgetrokken worden omdat ze maar niet kunnen wennen! En hij dan? Zijn ouders denken zeker dat hij omdat hij twaalf is het allemaal best vindt.


Dan is er een raar meisje dat af en toe (dankzij gescheiden ouders) zijn buurmeisje is. Zij filmt bij toeval een ongeluk met de fiets. Het is de fiets van Daan, maar Mike zit erop, en het is op aansporen van Bas dat het gebeurt. Maar het brengt Daan in de problemen. In de garage die bij het nieuwe huis hoort staat - eh, stond - een servies dat ooit van de moeder van mam was. Mike vliegt er tegen aan met de fiets, alles aan diggelen. Als de vader van Mike geld geeft aan Daan, als vergoeding, rijpt er een plannetje. Daan wil namelijk heel graag meedoen aan het kampioenschap mountainbiken, maar dat wil hij eerst een andere fiets.
En nu heeft hij ineens geld in zijn handen!


‘Daan kon haast niet geloven wat hij had gedaan. Maar hij kon nu niet meer terug. Hij had het besloten. Hij leende het geld. De hele honderd euro. En hij bedacht dat als hij al terug kon, hij waarschijnlijk toch in de problemen zou komen, dus hij kon het net zo goed uitgeven.’


Een typisch geval van goedpraten. Daar is Daan erg goed in, in zichzelf een rad voor ogen draaien.
Daan komt over als een erg verongelijkt joch, hij moppert nogal. Dat dat komt door de verhuizing is duidelijk, hij heeft het beter gehad dan het nu is, en een stap terug zetten vindt niemand leuk. Maar dat geldt net zo goed voor zijn ouders en broertjes, en dat wil hij niet zien. Dat hij in de problemen komt, door het kapotte servies, en het vervelende buurmeisje, ligt toch echt aan de jongen zelf. Maar: waarschijnlijk is dit gedrag voor veel lezers herkenbaar. We zijn nu eenmaal niet allemaal heilige boontjes…


De humor is een beetje flauw, zoals dat verhaal over het schapen-die-over-het-hek springen tellen om in slaap te komen. Hij had het hek te hoog gemaakt, geen schaap kon er overheen zodat er tenslotte een grote kudde schapen voor dat hek stond, waarbij het slot van het liedje is dat hij helemaal niet slaapt. Nou ja, wel leuk, maar daar ligt geen lezer van in een deuk. Dat het soms wel grappig is, zit ‘m eigenlijk meer in het feit dat Daan meestal letterlijk neemt wat er tegen hem gezegd wordt. Bijvoorbeeld bij iets als ’laat ik niet zien dat je het weer doet’ en dat hij helemaal niet in de gaten heeft dat iemand boos is op hem. Ook het feit dat hij zichzelf behoorlijk op kan fokken, werkt wel eens grappig maar is in wezen een minder fraaie karaktereigenschap, hij vindt zichzelf erg zielig.
Helaas zijn sommige van die typisch Engelse grappen in het Nederlands niet leuk. En de namen van de hoofdpersonen zijn vertaald, waarom was dat nodig?


Het boek wordt aangeprezen als voor liefhebbers van ‘leven van een loser’. Inderdaad vertonen de karakters gelijke Calimero-achtige eigenschappen. Maar - gelukkig - is dit een boek met meer tekst! Het is geschikt voor kinderen de moeite hebben met lezen. De bladspiegel is zeer ruim, het lettertype vrij groot, en er zijn veel tekeningetjes, die bij het verhaal passen.


Jonathan "Johnny" Meres (1958) is acteur en schrijver van kinder- en jeugdboeken. Daans Wereld is intussen al een omvangrijke en succesvolle serie in Engeland. Dit eerste deel stamt uit 2011.


ISBN 9789492899125 | Paperback | 304 pagina's | Condor | juni 2018 | Vanaf 9 jaar.
Vertaald uit het Engels door Toos IJdema

© Marjo, 31 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voor hete vuren
Folkert Oldersma


En daar is dan het tweede verhaal rond de twee vrienden Britt en Boris.


In het kleine dorp waar zij wonen gebeurt iets akeligs: de supermarkt wordt overvallen! Eigenaresse Annie is helemaal van streek. En als je dan weet dat de winkel toch al geen vetpot is - wie dat kan gaat in de stad met zijn auto boodschappen halen – dan rijst de onzekerheid: zal Annie haar winkel wel open houden?


Boris is ook geïnteresseerd, al is het om andere redenen. Hij heeft sinds een tijdje een vlog, en een eigen YouTubekanaal, waar hij actuele filmpjes op wil plaatsen. Omdat zijn concurrent, Anton, het liefst sensatiefilmpjes op zijn kanaal zet, filmt Boris nu meer achtergrondverhaaltjes, of hij laat zien hoe dingen werken. Bij de winkel van Annie krijgen ze alle twee op hun donder van de plaatselijke agent, ze staan in de weg.


Intussen is Britt naar haar werk. Jazeker: ze heeft een baantje. Omdat de thuissituatie niet zo prettig is met haar stiefvader en stiefbroer, vindt ze het fijn de deur uit te zijn, en een zakcentje is nooit weg. Ze helpt Bert met zijn boten. Hij is al op leeftijd, doet alles in z’n eentje. En zijn hond Knut, een grote wolfshond, houdt ongewenste indringers op afstand. Maar deze keer niet: Knut komt Britt niet tegemoet zoals altijd, en ze kan Bert niet vinden. Bovendien ziet ze dat alle boten die ze die ochtend samen uit het water hebben getrokken weer in het water liggen! Ze hoort Knut blaffen, maar waar is hij dan? En waar is Bert?


Britt en Boris gaan op onderzoek uit. Ze constateren dat er een boot weg is en het kantoortje van Bert overhoop gehaald is, én ze vinden een blauwe plastic ton met stinkend spul. Dan vindt Boris een mobieltje. Als iemand daarop belt en Boris opneemt, begint er een hachelijk avontuur. Ze willen de politie wel inschakelen, maar agent Brouwer wil niet luisteren:


‘Brouwer stond op, liep naar het raam en keek naar buiten. Hij draaide zich om naar Britt, knikte peinzend en vroeg toen:
‘En jullie weten zeker dat jullie dat niet zelf hebben gedaan?’
’En het dan bij u aangeven zeker?!’ reageerde Britt verontwaardigd.
‘Omdat jullie dat grappig vinden. Omdat jullie vakantie hebben en jullie je vervelen.’
‘(-)
‘Ga een ander lastigvallen, niet mij, en neem dat vriendje van je alsjeblieft mee.’


Als Agent Brouwer niet wil helpen, dan lossen ze het zelf wel op, vinden Britt en Boris. Dat blijkt echter gevaarlijk, want – misschien snapte je het al wel: het gaat om drugs. En er speelt nog meer!


Britt en Boris vertellen om en om, en net als in ‘Werk aan de winkel’ gebeurt er heel veel, het is een boek volop actie. Britt en Boris zijn moedige ondernemende kinderen en dat werkt altijd in een verhaal.


Folkert Oldersma (1951, Leeuwarden) was leerkracht in het basisonderwijs en in het hoger beroepsonderwijs. Hij schreef altijd al, in zijn hoofd eerst en later non-fictie voor het onderwijs Ook schreef hij scenario’s voor tv en het theater.
En de laatste jaren richt hij zich op jonge kinderen, en Young Adults.


ISBN 9789044832884  | Hardcover | 365 pagina's | Clavis  | oktober 2018| Vanaf 8 jaar.
Tekeningen van Frodo de Decker

© Marjo, 4 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lampionnen voor Finn
illustraties: Aron Dijkstra
tekst: An Swerts


Anna en Finn wonen naast elkaar én zitten in dezelfde klas.
Ze zijn dus best veel samen en vinden elkaar leuk.
Maar samen spelen gaat niet altijd zo goed.
Finn wil vaak dat het precies zo gaat zoals hij het in zijn hoofd heeft.
En dat vindt Anna vervelend.


Finn wordt bijvoorbeeld boos als Anna een sprookjesverhaal verandert. Hij ziet ook niet zo goed of een vriendje boos, bang of verdrietig is en als het te druk om Finn heen is dan wil hij even weg. Op school mag hij dan naar de snoezelruimte en thuis heeft Opa Leon voor Finn een boomhut gebouwd waarin net zulke fijne zachte kussens liggen als op school. Maar in de boomhut hangen ook lampionnen en Finn vindt niets fijner dan naar die mooie kleurengloed te kijken, daar wordt hij helemaal rustig van. Anna weet dat Finn dat nodig heeft en vindt het ook niet erg.


Maar nu is Finn morgen jarig en dat vindt hij een beetje eng omdat er op zo'n dag allemaal dingen gebeuren die anders zijn dan de gewone dagen. Opa Leon weet dat Finn niet van verrassingen houdt en vertelt precies wat ze morgen allemaal gaan doen. Lieve opa Leon heeft foldertjes en een schrift en zo kunnen Anna, opa en Finn de hele dag precies plannen. Finn is er helemaal blij van.


Om exact twee uur 's middags stappen ze de volgende dag het dinosaurusmuseum binnen. Finn weet heel veel van dino's en vertelt er ook van alles over. Kinderen komen zelfs luisteren naar hem. Anna is maar wat trots op haar vriendje. En zo verloopt de dag precies volgens de planning die ze gemaakt hebben. Finn geniet, ook al zijn er kleine dingetjes waar hij moeite mee heeft, bijvoorbeeld lawaai of een verkeerde kleur. Maar gelukkig zijn er aldoor simpele oplossingen te vinden.
Het is een heerlijke dag maar op het eind, als ze alweer thusi zijn, heeft Anna toch nog een verrassing! Finn is héél boos. Dát hadden ze niet afgesproken! Hij rent gauw naar zijn boomhut...
Arme Anna, ze is helemaal geschrokken maar opa weet precies uit te leggen wat er aan de hand is. En uiteindelijk is Finn superblij met de mooie verrassing van Anna.


In het boek wordt via dit verhaal op een heel vriendelijke en behoorlijke realistische manier verteld wat autisme inhoudt, zowel voor degene die autistisch is als voor de omgeving. Juist door die realistische benadering, het is zoals het is, wordt het geen zwaar verhaal. Het gaat gewoon over twee leuke kinderen.
Finn is een heel aardige, fijne  jongen die alleen meer last heeft van bijvoorbeeld harde geluiden of drukte om zich heen of zich akelig door een bepaalde kleur voelt. Voor Anna is dat soms moeilijk omdat ze het niet altijd helemaal begrijpt maar verder vindt ze Finn geweldig en ze is blij dat hij haar vriendje is.
Ze hebben veel aan elkaar en vullen elkaar mooi aan. De een keer weet Anna iets, de andere keer Finn.
Opa Leon is de verbindende factor die alles uitlegt. Door deze constructie wordt autisme goed duidelijk gemaakt. Knap gedaan.


Op de laatste zes bladzijden van het boek staat nog een mooi gedichtje, een speurtochtje en een spelletje waarin je gezichtsuitdrukkingen moet aanwijzen. En helemaal achterin het boek staat nog allerlei informatie over autisme voor volwassenen en Vlaamse (internet)adressen waar meer informatie over autisme gevraagd of gevonden kan worden.


Het verhaal wordt op een zeer prettige manier ondersteund door de mooie, warmgekleurde afbeeldingen van Aron Dijkstra.


Dit boek is het eerste Pleisterboek. In een Pleisterboek worden gevoelige onderwerpen bespreekbaar gemaakt. Op die manier nodigt Pleiser uit tot praten en begrip te krijgen voor elkaar. 'Want hoe moeilijk sommige dingen ook zijn, een Pleister helpt altijd.'  Ik ben zeer benieuwd naar de volgende delen. Als ze net zo helder en goed verzorgd zijn als dit boek dan komt er een mooie serie bij, waar kinderen én volwassenen veel aan kunnen hebben.


ISBN 9789044834505 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Clavis | oktober 2018
Formaat 26,7 x 25,6 x 1 cm | Leeftijd 6+

© Dettie, 15 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oud en stout
Oma Knetter
Sophy Henn


Het kon niet uitblijven, ook grootouders moeten mee in de hype.
Grappig is dat de hoofdpersoon van het boek ouder is dan de personages in andere graphic novels, terwijl de doelgroep jonger is.
Het is een verhaaltje dat prima voorgelezen kan worden aan kinderen die al naar school gaan, en beginnende lezers kunnen dit al snel zelf aan. Het verhaal gaat over Jet, ruim zeven jaar, die een bijzondere oma heeft.



Het boek is verdeeld in drie hoofdstukken waarvan het eerste vooral vertelt over Jet en haar familie. Een van de drie oma’s die ze heeft is haar oma Knetter. Als ze begint te vertellen over oma Knetter is ze voorlopig nog niet uitverteld!  Dat is echt een knettergek mens. Oma is helemaal in het zwart gekleed maar ze heeft veel roze dingen, waaronder een roze kat!  En ze snoept citroenzuurtjes bij het leven. Ze trekt zich niets aan van wat andere mensen denken, ze doet precies wat ze zelf wil.


In het tweede hoofdstuk gaat oma Knetter naar het park, waar de parkwachter net vervangen is door een nieuwe. En die nieuwe is zeer streng. Overal verschijnen bordjes waarop staat wat er allemaal niet meer mag: niet de vogels voeren, geen majoretteoefeningen doen, niet picknicken en nog veel meer. Ha, en hij dacht dat hij dat voor elkaar zou krijgen? Dan kent hij oma Knetter niet…


In het derde hoofdstuk is het thema een beetje hetzelfde. Iemand die denkt autoriteit te bezitten, wordt even goed op zijn nummer gezet.
De klas van Jet gaat naar het museum. De kinderen vinden dat saai, omdat ze rondgeleid worden door een hele saaie man. Tenminste, zo was het vorig jaar ook.
Daar weet oma Knetter ook wel raad mee, en zo wordt het museumbezoek heel leuk.


Je moet er tegen kunnen, een oma die overal tegen in gaat en de boel op zijn kop zet. Jet vindt dat soms wel lastig, maar het is ook wel weer leuk dat alles mag!


De verhalen zijn een beetje flauw, en voorspelbaar. Maar de doelgroep vindt dat prima. Zo zullen zij de kleuren die in het boek worden gebruikt, felroze en felgroen, met een beetje grijs tot zwart als contrast, ook waarderen. Het taalgebruik is eenvoudig, maar de jonge lezer moet toch al wel wat oefening gehad hebben, de zinnen kunnen vrij lang zijn. Naast de vele illustraties in genoemde kleuren wordt er gespeeld met lettertypen. 
Oma Knetter, Oud en stout lijkt een nieuwe succesvolle serie aan te kondigen.


De Engelse Sophy Henn heeft al naam gemaakt als schrijver van prentenboeken.
https://www.sophyhenn.com


ISBN 9789030504016 | Hardcover | 152 pagina's | Billy Bones | september 2018| Vanaf 7 jaar.
Vertaald uit het Engels door Claudia de Poorter

© Marjo, 10 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De kikkerbilletjes van de koning en andere sprookjes
Janneke Schotveld


De gebroeders Grimm en de Fransman Perrault kunnen het wel schudden. Wij hebben in ons - niet meer zo koude – kikkerlandje onze eigen sprookjesschrijvers! We hadden Annie M G Schmidt al, Thé Tjong-Khing en nu hebben we Janneke Schotveld.


Wikipedia zegt:
‘Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het mondeling overgeleverde sprookje en het literaire sprookje, het individuele creatieve werk van een schrijver zoals Hans Christian Andersen. Een duidelijke scheiding tussen beide is echter niet altijd te maken. In een of andere vorm komen sprookjes over de hele wereld voor met vergelijkbare elementen. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen. Via de orale traditie kregen zij de moraliserende verhalen mee. Tegenwoordig zijn "sprookjes" kinderverhalen met levenslessen.’


Kinderverhalen dus, met een levensles, dat zijn deze vijftien nieuwe sprookjes ook. In ieder verhaal zit een maatschappelijke verantwoorde twist. Schotveld vindt ridsters en lakinnen uit, laat twee prinsessen met elkaar trouwen en twee koningen een kind krijgen.
Meer traditioneel is het thema van de kleine heks die een bezem krijgt maar niet durft te vliegen, of dat van een klein mannetje die ongelooflijk dapper is. Er is een variatie op het sprookje van de drie wensen, en ook de geest in de fles is heel anders.
De verhalen zijn echt van deze tijd. Eentje gaat over een computervrouwtje dat ontzettend hard moet werken omdat de viespeuk die op het toetsenbord rammelt geen rekening houdt met haar. Leuk uitgebeeld door Kees de Boer!
Bij het sprookje over de lettervreter kun je ook genieten van de prachtige illustraties, dit keer van Marieke Nelissen. Ieder verhaal heeft mooie tekeningen, van steeds weer andere illustratoren.


Het sprookje van de titel is een variatie op het oude sprookje: hier verandert echter de koning in een kikker. De prinses ontdekt welk proces zich afspeelt voor al die lekkere kikkerbilletjes op haar bord verschijnen, en maakt een eigen keuze. Maar ja, ze wil toch wel graag dat haar vader weer terugkomt. In dit verhaal zit dan weer iets leuks voor degene die voorleest, maar ik geef sowieso de garantie dat je als voorlezer ook geniet!
Er is geen belerend vingertje, alles wordt op een speelse manier aangepakt, met de humor die fans van Janneke Schotveld al kennen en waarderen.


‘Er was eens… een Nederlandse schrijfster die haar verzinsels op begon te schrijven en zo een prachtig boek maakte waar niet alleen alle kinderen in Nederland van kunnen  genieten, maar hun ouders vast ook!


Elk verhaal wordt opgefleurd door een andere illustrator: Martijn van der Linden, Thé Tjong-Khing, Linde Faas, Alex de Wolf en Annet Schaap. Peter-Paul Rauwerda, Marieke Nelissen, Milja Praagman, Georgien Overwater, Djenné Fila, Marja Meijer, Kees de Boer, Pyhai, Lisa van Winsen en Marijke Klompmaker. Iedere lezer zal waarschijnlijk een eigen voorkeur hebben.


Janneke Schotveld (1974) is sinds 2012 fulltime kinderboekenschrijver. In 2007 debuteerde Janneke met Villa Fien dat bekroond werd met de Hotze de Roos-prijs. In 2017 schreef Janneke het Kinderboekenweekgeschenk Kattensoep voor de Kinderboekenweek 2017.


ISBN 9789000364893 | paperback | 144 pagina's | van Holkema & Warendorf | oktober 2018| Voorlezen vanaf 6 jaar, zelf lezen vanaf 8 jaar

© Marjo, 9 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De beer naar Wammerswald
illustraties: Tom Schoonooghe
tekst: Stefan Boonen


Jakob Vandoorslaepers baalt en niet zo'n klein beetje ook. Hij is net door de twee dames van het schoolbusje voor zijn nieuwe school in de Dosstraat afgezet. Het is zijn negende nieuwe school... Zoals het altijd gaat, komt er een stoere bink op hem af die hem even laat zien dat hij de baas is. Jakob laat het gelaten over zich heen komen, dat is het beste heeft hij na al die keren wel geleerd. Maar net als hij de moed bij elkaar geraapt heeft om richting het schoolgebouw te lopen, hoort hij een stem die onder andere tegen hem zegt:


'Weet je, er zijn kinderen die beter leren als ze niet op school zijn.'
'Als ze niet op school zijn?' vroeg Jakob aarzelend.
De man knikte. 'Goede vraag', zei hij. 'Hoe dan, wat dan, waar dan? Heb je verstand van beren jongen?'
'Beren? Nee ik...'
'Mooi, dan kan je vandaag echt iets ontdekken.' De man stak zijn hand uit. 'Welkom bij de firma Tweeboom.'


Hiermee begint Deel 1 van het bijzonder verhaal over Jakob, directeur Salto, opzichter Kiergiez en de diverse gevalletjes die de firma Tweeboom moet oplossen...

Directeur Salto, hij is de man die Jakob aansprak, neemt Jakob mee naar zijn kantoor. Jakob zelf is stomverbaasd over zichzelf dat hij dat doet! Hij moet naar school, hij krijgt vast straf... maar de man met zijn zwarte punkhaar, beringde vingers en knalrode T-shirt fascineert hem. Maar waarom?

Jakob hief zijn handen. 'Ik snap er niets van', zei hij aarzelend. 'Wat voor firma is Tweeboom eigenlijk?'
Salto wachtte twee seconden voor hij antwoordde. 'We zorgen voor dieren én we verzamelen verhalen.'


En daar moet Jakob het mee doen. Hij krijgt 'bedrijfskleding' aan en een zak koekjes in zijn handen geduwd. Ze gaan op pad. Er is een gevalletje onrust gemeld.
Er loopt namelijk een beer rond in een tuin... ontsnapt uit de Zoo, hij was zijn kleine verblijf zat. Jakob en directeur Salto halen het dier daar weg. Salto neemt hem gewoon mee naar zijn huis dat op het dak van een groot flatgebouw ligt. 's Avonds vraagt Jakobs vader hoe de eerste schooldag was. 'Oh goed' antwoord Jakob...


Maar het blijft niet bij die ene dag. Er volgt nog een geval van weemoed die opgelost moet worden en een flink geval van overmoed evenals een geval wildheid. Het gevalletje kooizucht weten ze ook vlot te verhelpen. Maar de beer is nog steeds bij Salto, de Zoo wil hem niet terug! Wat nu? De kleine, spichtige, kale Meneer Kiergiez, met zijn neus voor moeilijkheden, is de opzichter van het flatgebouw en zorgt voor problemen... De beer moet weg, en wel nu!


En daar komt het ons bekende Wammerswald om de hoek kijken, want daar komt de beer vandaan... (Het is misschien zelfs wel de beer die de boswachter uit Wammerswald weg wilde hebben! De beer die bevriend was met Vindeling!) Salto en Jakob besluiten de beer terug te brengen, dan is hij weer vrij. Jakob zal het alleen moeten doen. En zo gaan we in deel twee van het boek, met Jakob mee op reis en ontmoeten we de meest bijzonder mensen en dieren.


Directeur Salto krijgt gelijk, er zijn kinderen die beter leren als ze niet op school zijn...


Zoals vaak in zijn boeken is de hoofdpersoon een kind dat vrij weinig liefde krijgt. Ze zijn niet zielig maar wel eenzaam. Zo is dat ook het geval bij Jakob, zijn omgeving, zijn ouders, houden weinig rekening met de gevolgen van hun gedrag en zo komt het dat Jakob steeds van school moet wisselen en zich maar wéér moet aanpassen.  Gelukkig zijn de kinderen in de boeken van Stefan Boonen sterk en ondernemend genoeg om het heft in eigen handen te nemen, en dat levert elke keer prachtige verhalen op en dat ook nog in de mooie, fantasierijke, karakteristieke taal van deze schrijver. Stefan Boonen verstaat namelijk de kunst om te spelen met de taal waardoor zijn verhalen nóg levendiger en beeldender worden.
Ook bij dit boek is het, mede dankzij de sfeervolle illustraties, in alle opzichten weer genieten geblazen. Gewoon lezen!


ISBN 9789461318664 | Hardcover met gekleurde illustraties| 133 pagina's | Van Halewyck | juli 2018
Leeftijd 8+

© Dettie, 2 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dog Man gaat los!
Dav Pilkey


Heel veel jonge fans zijn dolblij: nog meer Dog Man! Zij hebben de korte uitleg over de geboorte van Dog Man helemaal niet nodig, maar de manier waarop die herhaling vormgegeven is, is weer een strip op zich, dus toch leuk! Ook wordt nog een keertje uitgelegd hoe de Omsla-no-scoop werkt, waarvan er weer verschillende in dit boek verwerkt zijn.


Als het verhaal begint, is er een vergadering op het politiebureau: de baas is jarig, tijd voor een feestje! Dog Man krijgt de opdracht een vis te kopen. Als je er van op de hoogte bent dat Dog Man wel reuze slim is, maar niet kan praten, snap je dat het best een moeilijke opdracht wordt. 


Vraag niet hoe, maar hij krijgt het voor elkaar, ook al proberen ze hem in de winkel wat aan te smeren, en ondanks het feit dat hij niet zo goed oplet: hij is afgeleid door een klein leuk hondje! Dat beestje, Zoezoe, wordt gekocht door een verslaggever, die zegt dat ze fan is van Dog Man! Dat komt vast nog wel van pas. Intussen heeft een van de andere agenten breinpillen gekocht. Baas is immers nogal vergeetachtig! Het feest kan beginnen!

Maar dan is er een telefoontje: de dierenwinkel wordt overvallen!
Dog Man gaat er op af, en de slachtoffers laten hem een foto zien. Dat lijkt Karel de Kat wel! Maar hoe kan dat? Die zit in de gevangenis, in de kattenbak. Karel wordt zo kwaad dat hij beschuldigd wordt dat hij zint op een manier om te ontsnappen. Dat lukt hem nog ook. En zo komt het dat Dog Man te maken krijgt met meerdere tegenstanders.


En dan is er nog Professor T. Rucendoos, met zijn getover. Een spuitbus om de anderen gehoorzaam te maken? Of eentje die zelfs een verzameling botten aan het lopen krijgt? Voeg hierbij de toch wel wat vreemde eigenschappen van politieagent Dog Man – hij kan geen balletje laten liggen, hij moet en zal het hebben! En hij likt overal aan – en je hebt weer een knotsgekke bundel avonturen, die verdeeld zijn in behapbare hoofdstukken.


Je vraagt je af waar de schrijver deze ongebreidelde fantasie vandaan haalt. Alles lijkt voor de vuist weg verzonnen te zijn, en dan is het toch knap dat het bizarre verhaal, dat meer uit tekeningen bestaat dan uit tekst, op het einde een geheel blijkt te vormen dat goed in elkaar zit.
En ook leuk: ook in dit boek staat heel duidelijk voorgedaan hoe je zelf de hoofdfiguren kunt tekenen!


Dav Pilkey kwam zelf door zijn ADHD en dyslexie vaak in de problemen. In die tijd begon hij met tekenen. In het voorwoord, ook in stripvorm, verteld hij hoe zijn alterego’s Sjors en Harold begonnen met het boek Kapitein-Onderbroek.


ISBN 9789492899187  | Hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Condor| november 2018 | Vanaf 9 jaar.
Vertaald uit het Engels door Tjibbe Veldkamp

© Marjo, 10 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Raaf en Papegaai Naar de laatste wildernis
illustraties: Jenny Bakker
tekst: Li Lefébure


Raaf en Papegaai hebben in dit boek opnieuw een bijzonder reisdoel uitgekozen: ze willen naar de plek waar de zon in de zomer niet ondergaat, naar Lapland.


Terwijl de vrienden van de natuur genieten – en wij lezers meteen ook! – is er de eerste ontmoeting met een vervaarlijke lynx. 'Wie zijn jullie, maak dat je wegkomt!' Dat doen ze dan maar snel!
Het volgende dier lijkt minder gevaarlijk, maar dat blijkt een vergissing. Het is een mug en als die je steekt kun je behoorlijk last hebben van jeuk. Dat is dan ook wat Papegaai heeft: jeuk! Nu moeten ze op zoek naar die ene plant die de jeuk kan verdrijven. Gelukkig weet Eland welke plant ze bedoelen, en hij helpt hen. Ook vertelt hij over de middernachtzon. Raaf en Papegaai gaan er naar op zoek, en zien de mooiste natuurbeelden.


De tekstwolkjes kunnen door de beginnende lezer uit groep 3 al snel worden gelezen. Het zijn de teksten van de gastdieren in dit boek. Papegaai en Raaf hebben de twee moeilijkere niveaus. Alle drie worden ze aangeduid met een icoontje, maar het is ook duidelijk te zien aan het lettertype, de grootte van de tekst en de lengte van de tekst, hoe de moeilijkheidsgraad is.


Met de prachtige illustraties, vaak paginagroot, van Jenny Bakker is het verhaal nog makkelijker te volgen. Ze zijn sfeervol en geven de natuur prima weer. Vooral die pagina’s waarop de zon bijna ondergaat zijn prachtig, je zou ze zo willen inlijsten en aan de muur hangen!


Na afloop van het verhaal wordt er verteld over het nut van een mug, want ja, ieder dier heeft zijn eigen plekje in de natuur. Nog meer weetjes volgen en natuurlijk is er de kwis! (met antwoorden)
Helemaal achterin vinden we de wereldkaart met alle reizen van Raaf en Papegaai. Ze hebben al heel wat afgereisd!


Li Lefébure (1970,  Rocourt, België) heeft Frans en Russisch gestudeerd maar schrijven is véél leuker vindt ze. De samenwerking met Jenny Bakker is een gouden greep.


ISBN 9789044833461 | Hardcover |32 pagina's | Clavis | oktober 2018
Samenleesboek met drie leesniveaus, vanaf 6 jaar.

© Marjo, 2 december 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Koning Eddie en de pestende poppen
Andy Riley

 

Dit is alweer het derde deel in de  grappige Koning Eddie-serie! Koning Eddie is terug met een spannend avontuur. Er gebeurt iets raars in Eddieland: keizer Nurbizoon gedraagt zich niet langer kwaadaardig! Hij doet gekke dingen als glimlachen en speelgoedpoppen van zichzelf maken voor de boeren en draagt zelfs een bloem op zijn kroon. Is hij iets van plan? Waarschijnlijk wel. Wat zal dat zijn? Voor fans van de moedige en grappige Koning Eddie een aanrader!


Hiervoor verschenen Koning Eddie en de kwade keizer en Koning Eddie en het machtige monster! . 'Briljant origineel en hilarisch. Het is bijna zo goed als een van mijn eigen boeken’ schreef David Williams, auteur van o.a. Oma Boef. En dat is niet verwonderlijk. Het boek werd door de schrijver zelf van illustraties voorzien en zo prijkt er voorin een kaart van de twee landen waar het in dit deel weer om gaat: Nubizonia en Eddieland.


Kinderen van 7 t/m 10 kunnen zich onmiddellijk met Koning Eddie vereenzelvigen. Hij is slim, maar ook een Koning met een harnas, een schild en een kasteel vol geheime gangetjes.


De bewoners van Eddieland worden op een dag opgeroepen om zich in een superspeelgoedwinkel tot poppen te laten ombouwen, kraaien strooien pamfletten uit en Koning Eddie gaat bij de speelgoedwinkel kijken waar honderden mensen al in de rij staan:


‘Uwe majesteit ! U moet voorin de rij komen staan,’ zei een boer. ‘U bent tenslotte de koning,’ zei de ander. ’Dank jullie wel, maar ik denk dat ik gewoon net als iedereen ga wachten,’ zei Koning Eddie.

 
Tot zijn schrik ontdekt hij, dat keizer Nurbizoon iedereen laat ombouwen tot een kopie van zichzelf. Zo lopen er dan rond: Diepzeeduiknurbizoon, Chefkoknurbizoon, Prinses Nurbizoon enz. enz. Uiteindelijk wil Nurbizoon zo het rijk van Koning Eddie ontregelen. Zal Eddie er een stokje voor steken?


Een hilarisch kinderboek met fraaie illustraties!


ISBN 9789000357390 |Hardcover |178 pagina’s| uitg. Van Holkema en Warendorf | september 2018 |
Vertaald door Edward van de Vendel |Leeftijd 7 +

© Karel Wasch, 12 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kamp Bravo
illustraties: Melvin
tekst: Stefan Boonen


We hebben in het boek Mammoet al kennis gemaakt met Theodore Bob Prinsel de Eerste, ofwel Theo genaamd, en ook met Nannie Beenhaar, zijn oppas. Maar in feite is Nannie veel meer dan dat, ze er gewoon altijd! Wat er ook gebeurt. Maar deze keer lijkt het toch anders te gaan, want Nannie brengt Theo met haar motor naar Kamp Bravo, en als er iets is waar Theo helemaal geen zin in heeft dan is het wel naar dat kamp gaan. 'Het wordt leuk... zegt Nannie Beenhaar... Ze zet hem af en vertrekt.

Daar staat Theo dan, hij leest op het bord "Kamp BravO voor grote, wilde gevaarlijke avonturen. Theo zucht ervan... Even later ontmoet hij Oswald, de man met een zwaar Italiaans accent. Theo moet eerst een test doen vertelt deze. Theo zucht opnieuw. Daar heeft hij dus écht, helemaal, serieus geen zin in, hij moet al zoveel! Gelukkig slaagt Theo voor de test en dan kan hij eindelijk naar zijn tent, die hij blijkt te delen met de stoere Jakkie.
Jakkie is al wel duizend keer op kamp geweest. 'No problem', zegt hij tegen Theo, 'Doe maar zoals ik'. Ze zijn gelijk vrienden.


© MelvinOswald is de leider van het kamp en elke keer begint hij een opdracht met de woorden 'Stel je voor! en komt vervolgens met een spannend verhaal. Bijvoorbeeld: Stel je voor dat je in de wildernis zit en moet vluchten voor een woeste stam... of Stel je voor dat je verdwaald bent en je in leven moet houden met wat er in de natuur groeit? Welke bessen kies je dan, de witte of de blauwe.


Helaas voor Theo kleunt hij steeds mis, hij vlucht met een zwaai over de rivier klatsboem, keihard op de grond en natuurlijk kiest hij de verkeerde bes, waardoor hij onder de blauwe pukkels zit. Maar er is één geluk, de verpleegster van het kamp is zijn eigen Nannie Beenhaar! Zij zorgt voor 'haar' Theo. Zelfs als hij bewusteloos is - en wij een kijkje in zijn hoofd mogen nemen - weet ze hem weer op de been te krijgen.

© Melvin












Aan de mysterieuze Ada (wie is zij toch?) schrijft Theo al zijn miskleunen én zijn leuke avonturen. Want ondanks dat hij in het begin steeds naar huis wilde, begint hij zich, afgezien van zijn missers, toch steeds fijner in het kamp te voelen. En de stoere Jakkie is écht stoer! Theo vertelt écht niet, aan niemand niet, dat Jakkie ook zijn niet zo stoere momenten heeft, en daardoor wordt de vriendschap nog beter, ze worden zelfs bloedbroeders!


Eigenlijk wordt iedereen in het kamp een beetje zelfverzekerder en blijkt die half Italiaanse Oswald een betere kijk op de kinderen te hebben dan je verwacht. En dan is het kamp alweer afgelopen... Theo vindt het zelfs jammer! Maar onderweg naar huis met Nannie gebeurt er alweer iets, Theo voelt zich helemaal door elkaar geschud. Dat is niet erg, vindt Nannie. En daar is Theo het mee eens... dat heeft hij wel geleerd.


Stefan Boonen en Melvin deden het weer!  Ze hebben opnieuw een fantastisch beeldverhaal neergezet. Het is qua tekeningen wat rustiger van opzet dan Mammoet, maar de speelse humor en de geweldige fantasie is er nog steeds. Je zit het boek af en toe met een brede glimlach te lezen. En Nannie? Nannie is de leukste en liefste van allemaal!

ISBN 9789462913196 | Hardcover | 95 pagina's | Uitgeverij De Eenhoorn | augustus 2018 | Leeftijd 8+

© Dettie, 10 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER