Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

altNaar de verre vlakte
(leren lezen met Raaf en Papegaai)
illustraties: Jenny Bakker
tekst: Li Lefébure


Wie Raaf en Papegaai zijn, kan je na de drie eerdere boeken over deze twee vrienden wel weten. Dit nieuwe verhaal is voor een grotere doelgroep, namelijk voor drie leesniveaus, met ieder een eigen verteller:


Kinderen met ongeveer 1 jaar leesonderwijs lezen mee met de vriendjes van Raaf en Papegaai, zij die 2 jaar leesonderwijs gehad hebben lezen ook nog de tekst van Papegaai en als je al goed kunt lezen, lees je ook nog het verhaal van Raaf.
Voorlezen is natuurlijk ook mogelijk, en heel leuk zelfs!


Het verhaal gaat over de twee vrienden die op reis gaan naar Australië. Daar zien ze een jong dier zitten dat ze niet meteen herkennen. Het is zijn mama kwijt en weet niet waar hij heen moet. Als het diertje zelf ook niet weet wie of wat hij is, dan volgt een zoektocht, waarbij ze allerlei dieren tegenkomen. Hert duurt even voor ze de mama vinden, en in de tussentijd heb je allerlei feitjes geleerd over de dieren die in Australië wonen.
En dan pas weet je wat voor diertje het is.


Raaf: ‘U wordt binnenkort moeder zie ik. Kijkt u eens naar dit kind.
Wee zijn op zoek naar zijn moeder. Kent u haar?

Vriendje: ‘Dag Raaf. Ik ben emoe.
Ik word niet mama maar papa.
Zie je dat ei? En dat daar?
Die zijn van mij.
Maar haar mama ken ik niet.’


Behalve dat de verschillende teksten aangepast zijn qua woordgebruik, is ook de typografie anders, en er wordt een verschillend lettertype gebruikt.
Leesplezier voor velen dus, en ook nog veel kijkplezier, want de tekeningen van Jenny Bakker zijn net als in de andere boeken prachtig. De dieren zijn duidelijk getekend en zien er schattig uit. Na afloop van het verhaal is er een kleine quiz, en er staan nog meer feiten voor de leergierige lezer.
Een heel mooi uitgevoerd, leerzaam, maar vooral leuk boek.

ISBN 9789044829570 | Hardcover | 27 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2017
Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 18 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEngel
Spannende avonturen van een zeer bijzonder meisje
Isa Hoes en Vlinder Kamerling


Samen met haar tienjarige dochter Vlinder schreef Isa Hoes een boek over een heel bijzonder meisje, Engel. Op weg naar school krijgt ze een ongeluk: ze valt ongelukkig met haar fiets en als ze bijkomt is het zomaar een heel stuk later. Ze is alleen, niemand heeft haar zien vallen, niemand heeft haar zien liggen. Wat er eigenlijk gebeurd is, weet ze niet.
Maar ze gaat niet meer naar school, ze gaat meteen naar Tobias, de jongen die op haar past als Engels ouders weg zijn. En die zijn die ochtend net vertrokken voor een paar dagen.


Tot haar verbazing, verbijstering zelfs, ontdekt Engel dat haar wensen uitkomen! Als ze denkt ‘sprong het stoplicht maar op groen’, dan gebeurt dat meteen. Als ze wil dat iemand dat ene kunstvoorwerp zou kopen voor Tobias, blijkt het die zelfde middag bij hem bezorgd te worden. En zo blijft het maar doorgaan.
Dat ze dan 100 pizza’s wil bestellen is tot daar aan toe - alhoewel? Wat moet ze daar mee?- maar een groot bad vol chocolade midden in het park wensen, dat wordt gevaarlijk.  Niet iedereen die er achter komt wat zij voor gave heeft, heeft goede bedoelingen. En zo raken Engel, haar vriendin Keesje en Tobias in de problemen.


Dat hier een jong meisje medeauteur is, is heel duidelijk. Het gegeven is simpel, dat mag voor een kinderboek, maar helaas is ook de uitwerking nogal kinderlijk, het niveau komt niet uit boven dat van een opstel voor een kind van groep 8.
Sowieso is het een verhaal met een magisch element, maar dat had dan nog best geloofwaardig kunnen zijn.
Een aardigheidje is het, om even snel te lezen en dan te vergeten.


Isa Hoes en haar dochter Vlinder spelen een rol in de verfilming van dit boek, dat ze dus samen hebben geschreven. Ik denk dat die film wel eens beter kan zijn dan het geschreven verhaal. Maar dat moeten we afwachten.  De tekeningen in het boek zijn wel erg leuk - pittig en aansprekend - dat maakt iets goed.


ISBN 9789020674446 | Hardcover | 160 pagina's | Uitgeverij Kluitman | januari 2016
Illustraties van Mariëlla van de Beek.| Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 7 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEddie, Belle en Flo
Inga Mol


Eddie zit rustig in de klas, ijverig sommen te maken, als hij ineens een por in zijn ribben krijgt. Dat doet Flo, het meisje dat hij zo leuk vindt met haar zwarte vlechtjes en die grote bril. Maar waarom stoot ze hem aan? En dan ziet hij een grote, dikke man met een blonde krullenbol voor de klas staan. Die man met zijn rode overall en groene rubberlaarzen kent hij maar al te goed: het is zijn oom Ewald, bij wie hij woont sinds zijn ouders verdwenen zijn.


Eddie schaamt zich rot als zijn oom zomaar tegen de juf roept dat ze beter kan stoppen met de les. En dan zegt hij ook nog doodleuk dat Eddie mee moet komen. Dat wil Eddie helemaal niet. Laat hem nou maar rustig sommen maken. Hij is hard aan het werk om later een tweede Einstein te worden. Dat is zijn grote droom.  Natuurlijk valt er niets tegen te doen: Eddie moet mee. ‘Jij hoeft nooit meer naar school!’


Eenmaal buiten vertelt oom Ewald dat hij mee moet om een grote prijs op te halen. Hij heeft namelijk de loterij gewonnen, en ze gaan leuke dingen doen. Oom heeft de koffer al meegenomen, want hij wil het geld, 10.000.000 euro, contant.
De man die zich voorstelt als Koen, de prijsbegeleider, verbaast zich er over, maar oom Ewald heeft het voor het zeggen, en zo komt het dat Eddie met zijn oom en een grote rieten koffer op stap gaat. Hij heeft nog even snel het visitekaartje van de prijsbegeleider in zijn zak gestopt, wie weet hebben ze dat nog nodig! 
De eerste stap is een nieuwe auto, vindt oom, en wat Eddie ook zegt: dat hij graag geld zou hebben voor de universiteit later, zijn oom vindt dat je er van moet profiteren. Genieten, geld uitgeven! Leren is nergens voor nodig. Eddie vindt het zonde. Er kan toch wel een gedeelte bewaard worden?

Oom Ewald is een heel lieve man, hij heeft een hart van goud, maar hij is ook een beetje dom. En veel te goed van vertrouwen. Hij mag in zijn handjes klappen dat Eddie er is. En Flo! Want die is hen achterna gekomen, met haar hondje Belle. Vooral Belle is erg nuttig, hoe klein ze ook is, ze is een echte waakhond. Eddie merkt al snel dat er iemand achter hen aan zit. Een kale man die in een zwarte auto rijdt...


Ziehier alle voorwaarden voor een spannend verhaal met veel grappige elementen. Er gebeuren dingen die niet echt kunnen. Maar dat hindert niet. Het is gewoon een lekker verhaal waarin de personages typetjes zijn:  een dommige oom, een superslimme jongen met een even slim vriendinnetje en een waakhondje. En er is die koffer vol geld, en natuurlijk iemand die daar op aast, maar ook niet al te slim is.
In een wervelend verhaal volgen we oom Ewald en de kinderen – en de hond – door Frankrijk. Er zijn ontmoetingen met leuke figuren, en natuurlijk ook vervelende mensen, en tja, als oom niet oplet gebeurt het ergste...


Inga Mol (1960, Purmerend) werd in 1982 wijkverpleegkundige en in 1990 richtte ze haar eigen school op om andere verpleegkundigen het vak te leren. Gelukkig vergat ze nooit haar kinderdroom: schrijfster worden.


ISBN 9789044828863| Hardcover |166 pagina's | Clavis Uitgeverij | september 2016
Illustraties van Beatrijs van Deursen | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 1 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHenk en de dansende letters
Henk Linskens


Wat doen die portretten van beroemde mensen zoals Jamie Oliver, Bill Gates of Roald Dahl op de binnenzijde van de omslag? Gauw omslaan. En dan lees je een voorwoord van de schrijver zelf: tien procent van de kinderen heeft een of andere vorm van dyslexie. Toch zijn genoemde mensen, die het dus ook hadden, beroemd geworden. Misschien zijn zij juist beroemd geworden omdat de letters dansten? Zo konden ze andere talenten ontdekken! Met andere woorden: dat de letters over de pagina’s dansen hoeft je helemaal niet te belemmeren in worden wie je diep van binnen al bent!


Het verhaal dat verteld wordt is dat van Henk Linskens zelf. Als kind ontdekte hij dat hij anders was dan de meeste kinderen. Terwijl zij al snel leerden lezen werd Henk alleen maar bang voor letters. Want het lukte hem niet om de letters die voor zijn ogen over het papier dansten in het gareel te krijgen!
Zijn ouders waren druk, zij konden hem niet helpen, en op school was er ook weinig aandacht voor. Als hij ontdekt dat er zoveel beroemde mensen zijn die ook last hebben van dansende letters, is dat een steun voor hem! Hij heeft vast ook zo’n talent!

Nou, als Henk Linskens een talent heeft dan is dat tekenen. De tekeningen in dit boek zijn erg leuk. De keuze voor de kleuren vind ik zeer geslaagd. De Anderen zijn eenvoudige poppetjes, nauwelijks ingekleurd, terwijl Henk zelf altijd keurig ingekleurd is. Met andere woorden: hij valt op! En niet doordat hij vervelend anders is, maar doordat hij prettig anders is!


Natuurlijk is het lettertype zeer geschikt voor kinderen met dyslexie!


Henk Linskens
(Brugge, 1977) heeft last van dyslexie en dysorthografie. Dat zijn moeilijke woorden die willen zeggen dat je problemen hebt met taal. Heel vervelend, hij voelde zich altijd een buitenstaander. Nu weet hij natuurlijk dat dat nergens voor nodig is, en daarom schreef/tekende hij dit boek, voor jonge kinderen niet minder zijn dan andere kinderen. Ze zijn alleen maar anders.
Kijk hoe Linskens tekent


ISBN 9789044828719 | Hardcover | 24 pagina's | Uitgeverij Clavis | januari 2017
Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 21 februari  2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mon & Gies
Canada is niet ver
Do Van Ranst


Mon heeft zich helemaal netjes aangekleed, zijn schoenen glimmen, zijn haar heeft een keurige scheiding. Normaal gesproken is hij niet zo keurig maar vandaag komt zijn nieuwe buurman in de kamer naast hem wonen en Mon wil een goede indruk maken. Mon woont namelijk in het verzorgingshuis Morgenster. Hij is heel benieuwd hoe zijn nieuwe buurman zal zijn.
Gelukkig klikt het meteen met Gies. Mon helpt hem met uitpakken van de dozen en trakteert zijn nieuwe buurman gelijk maar op een borreltje. 

Gies woonde samen met Sus, zijn zus, maar ze is in Canada gaan wonen. Hij mist haar vreselijk. Mon mist zijn vrouw Rietje ook, maar anders.


Soms mist Mon Rietje een hele tijd niet. Hij denkt dan wel aan haar, want bijna alles doet hem aan Rietje denken. Maar echt missen, zodat het pijn doet vanbinnen of zodat het voelt alsof een oude, zware hond op je borst gaat liggen, dat gebeurt maar weinig. [...]
Mon vergelijkt iemand missen met een oude hond omdat een hond lief is, en al zeker een oude hond. Hij geeft je een goed gevoel als hij bij je komt liggen, maar het beest weegt te zwaar en ligt te lang op je borst, waardoor het gaat knellen. Het is aan de ene kant fijn - denken aan Rietje - maar tegelijkertijd ook best vervelend - de zwaarte.


Maar Gies is voornamelijk verdrietig, hij mist het lekkere eten van Sus, haar zorgen, haar mooie zinnen, hij mist eigenlijk alles van Sus. Hij heeft wel geluk dat hij naast Mon is komen wonen want die is erg aardig voor hem en vrolijkt hem vaak op met zijn praatjes. Mon heeft ook een leuke kleinzoon Wolf. De jongen komt elke keer na de voetbaltraining naar zijn opa en samen hebben ze het vreselijk naar hun zin. Maar nu hoort Gies er al helemaal bij en ook met zijn drieën hebben ze het gezellig.


Bes, het vriendinnetje en buurmeisje van Wolf helpt in het tehuis en zij verzint allemaal leuke dingen voor de bewoners, zoals rolstoelraces, rollatorschilderen of mailen voor bejaarden.  De directrice vindt het helemaal niets maar de bewoners zijn gek op de altijd vrolijke Bes.
Om de eenzame Gies te helpen heeft Bes ook allerlei plannetjes bedacht maar niemand mag het weten. Dus als Gies op een dag heel raar doet tegen Mon en hij niet binnen mag komen, snapt Mon er niets van. Maar Bes wel! Ze had namelijk weer eens een superidee, ze weet alleen heel goed dat haar plan niet uitgevoerd mag worden. De directie is er namelijk fel op tegen...
Maar ondanks Bes haar geweldige plannen blijft Gies Sus vreselijk missen en uiteindelijk stuurt hij een brief naar Canada, op de envelop staat Voor Sus, Canada. En dan komt er een brief terug...

Het is bijzonder dat een kinderboek begint met twee oude mannetjes in een verzorgingshuis en zij ook de hoofdpersonages blijven. We lezen over het wel en wee van de twee vrienden. Over het saaie eten en de bingo- en kaartavonden. Over hun verdrietjes en gelukjes. Over de dingetjes die ze vergeten én onthouden. En dat allemaal in een kinderboek!
Toch is het dankzij Bes en Wolf echt een erg leuk boek voor jongeren geworden. Do Van Ranst heeft namelijk een mooie balans weten te vinden in ernst en humor. Een enkele keer is het verhaal ontroerend om kort daarop weer heel grappig te zijn. Ik heb echt genoten van het verhaal en ik hoop dat de jonge lezers dat ook zullen doen.


ISBN 9789059088153 | Hardcover | 144 pagina's | Davidsfonds/infodok | september 2016
Met zwart-wit illustraties van Pieter Fannes | leeftijd 8+

© Dettie. 24 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Aartsrivaal
(Kief de goaltjesdief 13)
illustraties: Mark Janssen

tekst: Gerard van Gemert


Daan Kiefsma schrikt enorm als hij van zijn vader hoort dat een van de bestuursleden al het geld van de voetbalclub heeft kwijtgemaakt. Binnen een week moet er tienduizend euro opgehoest worden anders is het afgelopen met VV Almia. Dat kan Daan zich niet voorstellen. Zijn voetbalclub weg? Onmogelijk!
Daan roept gelijk dat er een actie gehouden moet worden maar wat voor actie? Want met extra auto's wassen of de opbrengst van een krantenwijk kom je niet aan zo'n groot bedrag. Ook Maarten, de trainer, ziet een actie wel zitten en misschien is het idee van Joeri wel wat. Een sponsorwedstrijd houden met oud-spelers uit het eerste van VV Almia.


Ondertussen zijn de jongens van hun aartsrivaal, voetbalvereniging Almse Boys, de jonge spelertjes flink aan het pesten. 'Jullie moeten straks allemaal bij ons komen spelen' roepen ze treiterend. Dat nooit! denkt Daan. Er móet iets te verzinnen zijn...

Remy, de vriend van Daan speelt wel bij de Almse Boys, en dat leverde voorheen nooit problemen op. Maar nu doet Remy ineens heel vreemd. En als Daan ook nog een briefje vindt met heel bekende telefoonnummers, vertrouwt Daan zijn vriend niet meer. Hij is er kapot van, dat had hij van Remy niet verwacht.  En dat allemaal als ze dat weekend misschien hun laatste wedstrijd tegen elkaar moeten spelen.
Als dat maar goedkomt...


Ach wat een lekker boek is het weer. Gerard van Gemert weet de wedstrijden altijd zo te vertellen alsof je erbij bent. Je holt als het ware met de jongens mee. En tussen de wedstrijden door worden we ook nog een getrakteerd op een lekker spannend avontuur rond Kief de goaltjesdief, zoals Daan vaak genoemd wordt. Hopelijk mogen we nog veel meer belevenissen van hem meemaken.

Al vanaf het eerste deel rond Kief verzorgt Mark Janssen de afbeeldingen bij de verhalen en dat is prettig. Zo worden Kief en zijn vrienden, bijna oude bekenden van je.

Kortom, opnieuw een prima boekje.

ISBN 9789044828658 | Hardcover | 56 pagina's | Uitgeverij Clavis | december 2016
Leeftijd 7+

Dettie, 16 januari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gejat?!
illustraties: Chantal Dingjan
tekst: Trenke Riksten-Unsworth


Suus gaat elke woensdag gezellig bij haar oma op bezoek die vlakbij woont. Oma is lief en ze geeft veel snoep. Deze keer gaat Suus' vriendin Jil mee dat vindt oma niet erg. 


De twee meiden moeten in het grote gebouw eerst met de lift en dan een lange gang door met aan weerzijden deuren met een nummer daarnaast. Oma woont op nummer dertig. Oma schenkt gauw ranja voor ze in, maar waar heeft ze de pot met snoep ook alweer gelaten? Suus weet dat wel!
Oma vertelt dat haar trouwring gejat is. Suus gelooft dat niet zo want oma vergeet wel eens vaker waar ze iets neergelegd heeft. Maar oma wete het zeker, want ze stopt de ring altijd in het houten doosje, echt áltijd.

Suus en Jil zoeken de hele kamer door en als ze daar niets vinden, zoeken ze ook heel goed in de keuken en slaapkamer maar helaas, geen ring te vinden.
Oma zei het toch al, haar ring is gejat! Suus wil daar wel het fijne van weten en heeft een plan. Als ze nu eens in het kantoortje van de zusters gaan kijken.
Jil staat op de uitkijk en Suus zoekt overal en net als ze denkt dat ze mogelijk iets gevonden heeft, horen ze een stem...

Wat volgt is een beetje spannend, een beetje zielig en ook een beetje lief verhaal. De meiden hadden niet verwacht dat het zo'n avontuur zou worden, zelfs de politie komt er aan te pas, maar toch loopt het allemaal heel anders af dan iedereen denkt!

Dit AVI E3 boekje heeft van alles in zich, kinderen leren iets over oudere mensen maar ook dat sommige mensen het niet zo makkelijk hebben en best een beetje hulp kunnen gebruiken en daar reageren Suus en Jil heel lief op.

De kleurige afbeeldingen in dit boekje zijn prettig om te zien hoewel de politieman en -vrouw wel erg stijf en popperig zijn qua uiterlijk, ze hebben een hoog Ken en Barbie gehalte.
Maar dat neemt niet weg dat kinderen vast heel trots zullen zijn dat ze dit aangename verhaal in begrijpelijke taal helemaal zelf hebben kunnen lezen.


ISBN 978941886560 | Hardcover | 40 pagina's | Uitgeverij Droomvallei | november 2016
Leeftijd 6-7  jaar | AVI E3

Dettie, 17 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stella ster van de zee
Gerda Dendooven


Op een roze zomerdag gebeurde het, de man en de vrouw vinden een kindje in hun visnet. Een kindje met heel veel haar, het is een alleenlingetje constateert de man want er is verder geen levende ziel in de verre omgeving te bekennen.

De man en de vrouw wachten heel lang in hun bootje midden op zee, wie weet is iemand het kindje verloren, of misschien is ze wel van een boot gevallen, maar er komt niemand voor het kind. De vrouw vindt het slapende drenkelingenmeisje prachtig. Maar dan wordt het mooie lieve meisje wakker.


Het gromde en knorde.
Het pruttelde en sputterde.
Het trappelde wild met haar voetjes en begon luid te schreeuwen.
Het leek wel een brandweersirene.


De man en de vrouw schrikken er van. Omdat ze niets te eten aan boord hebben, want wie rekent er nu op een kind in het visnet, geven de man en vrouw ten einde raad maar vis aan het babymeisje en geloof het of niet, het kleine meisje schrokt alle sprotjes gulzig op. 'Misschien is ze daarom zo groot', zegt de man.
Ze nemen het kind mee naar huis en vragen overal in het rond, maar niemand mist het meisje en niemand wil het meisje. Dus houden de man en de vrouw haar en noemen haar Stella Maris, wat Ster van de Zee betekent.


Het is een heerlijk kind, vrolijk, goedlachs en slim. Het leven is prima. De man en de vrouw zijn blij met hun Stella en Stella is blij met haar lieve ouders. Er is echter één probleem. Stella groeit tegen de klippen op en ze is loeisterk. Na enkele maanden past ze niet meer in haar bed, zelfs niet meer in het vissershuis. Dokters kunnen niet baten. Ze weten niet wat ze met het meisje aan moeten. Stuur haar maar naar school, zegt de dokter en zo gebeurt het. Maar Stella groeit door, ze groeit de schoolbank uit, het lokaal uit, het gebouw uit... En Stella is ook nog eens behoorlijk klunzig, ze struikelt en botst, slingert en klost... Ze bonkt overal tegenaan, loopt alles omver. Kinderen werden bang voor haar.
Ouders willen dat de school ingrijpt want zoals het nu gaat met dit vreemde meisje kan het niet langer.


Stella wordt een attractie, iedereen wil dat vreemde wezen wel eens zien. Arme Stella. Ze wordt steeds verdrietiger en staart alleen nog maar naar de zee, ze zingt liedjes in een vreemde taal en huilt. Ze beseft dat ze niet thuishoort op deze plek. En dan komt de dag dat Stella besluit dat ze niet langer bij de man en de vrouw kan blijven. Ze zegt tegen hen:


"Ik ben zo anders. Veel te groot voor jullie.
Veel te gevaarlijk ook. Ik zoek een plek op mijn maat.
Een plek waar ik gelukkig kan zijn.
Een plek waar niemand bang voor me is.
Dank voor alles, ik zal altijd van jullie houden."


De vrouw huilt, de man huilt, maar daar gaat Stella, als een enorm schip drijft ze weg op de golven...
Zal het nog goedkomen met Stella?


Aanvankelijke las en beoordeelde ik het boek gewoon op het verhaal wat natuurlijk wel een beetje triest is.  Het is best zielig zo'n meisje dat nergens bij hoort en die sfeer wordt benadrukt door de sobere, illustraties die overigens zeer de moeite van het vermelden waard zijn. Het zijn namelijk bijna burleske afbeeldingen. De man en vrouw stralen een lieve, goedige simpelheid uit en hebben enorme handen en voeten. Stella zelf is reusachtig en hoekig en klungelig weergegeven, wat uitstekend past bij het beschreven personages. De illustraties deden me denken aan prenten in oude kinderboeken, waarin ook weinig maar wel doeltreffend kleurgebruik voorkwam. Toch heeft het verhaal ook iets bemoedigends en lijkt het de jonge lezer toe te spreken, geef niet op, blijf zoeken naar wat bij je past.


Maar bij het zoeken naar informatie over Gerda Dendooven zag ik in een filmpje dat zij dit boek naar aanleiding van een foto van vluchtelingen gemaakt heeft. Een klein meisje dreef levenloos in zee. Ze voelde dat ze daar iets mee moest doen, het niet onbesproken mocht laten. En dan wordt het ineens een heel ander verhaal...
Dan roept het associaties op met de actualiteit waarin menig vluchteling in wankele, overvolle bootjes, de oversteek waagt naar veiliger oorden. Het zou zomaar kunnen dat een kind overboord slaat en het bijzondere geluk heeft levend gevonden te worden. Ook de onwil van de mensen aan vaste wal om het kind in huis te nemen of in hun wereld toe te laten is dan veelbetekenend evenals het commentaar van de mensen die dat vreemde meisje niet meer bij hun kinderen op school willen hebben.
Het meisje voelt zich aanvankelijk gelukkig bij de eenvoudige maar liefdevolle man en vrouw, maar hoe meer ze met de maatschappij in aanraking komt en hoe meer mensen haar afweren of uitstoten, hoe meer ze beseft dat ze anders is, met alle verdrietige gevoelens van dien. Om zich weer goed te voelen zal ze de zoektocht naar de plek waar ze zich wel thuisvoelt moeten ondernemen. Anders gaat ze eraan onderdoor... gelukkig begrijpen de man en vrouw dat en omdat ze zoveel van haar houden laten ze haar gaan. En eindigt het verhaal alsnog positief.


Maar met welke insteek je het boek ook leest, het blijft een heel bijzonder en tijdloos verhaal. Het is een bewaarboek.
Het boek is inmiddels genomineerd voor de Woutertje Pieterse Prijs 2017 (de prijs voor het beste Nederlandstalige jeugd- of kinderboek)


Over de auteur: Na haar studie grafische kunsten in Gent werkte Gerda Dendooven (Kortrijk 1962) enkele jaren als begeleidster van artistieke kinderateliers in verschillende musea. Sinds 1992 doceert ze grafische vormgeving aan het Hoger St.-Lucas Instituut in Gent en illustreert ze veel kinderboeken.


ISBN 9789045119397 | Hardcover | 40 pagina's | Querido kinderboeken | september 2016
Leeftijd 7+

© Dettie, 2 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe laatste reis van de Ballerinus
Arienne Bolt


Een jongen woont alleen in een oude caravan aan het water. Op de dag voor zijn verjaardag loopt hij als zo vaak langs het kanaal naar huis. De zwerfhond IJs is bij hem, en hij vestigt Ravi’s aandacht op iets vreemds: daar ligt een boot in het kanaal! Verdorie! Ravi is er niet blij mee dat zijn rust verstoord wordt. Voor het eerst doet Ravi de deur van zijn huisje op slot!


Als hij wakker wordt is hij twaalf geworden, en hij heeft nog geen idee dat zijn leven compleet zal veranderen. Eerst is er het onbehagen dat iemand hem kan zien, zijn gewoonte om gewoon in zijn nakie even een bad te nemen in het kanaal, gaat niet door: hij moet een zwembroek aan. Als hij na zijn bad in de brievenbus kijkt, vindt hij zoals verwacht de jaarlijkse kaart van zijn tante, het enige familielid dat hij heeft. Ze bemoeit zich weinig met hem, al heeft ze haar enige zus, Luna, beloofd om voor Ravi te zorgen toen Luna stierf. Ravi vindt het niet erg, hij redt zich wel. Hij heeft immers de belangrijkste dingen altijd bij zich: de sterren en zichzelf...


Dit jaar heeft tante Leen iets bijgevoegd in de envelop: een abonnement voor een dierentuin. Huh? Dierentuin? Waar dan? Voor hij dat gaat uitzoeken moet hij eerst naar de stad met het pontje van Arie. Taart halen. Onderweg staat IJs ineens stil. Ravi valt over hem heen. IJs gromt, om even later vrolijk kwispelend een man te begroeten. Ravi kan roepen wat hij wil. IJs luistert niet. Doet-ie nooit, hij is tenslotte een zwerfhond, maar toch. Dan komt de man naar hem toe en stelt zich voor: ’Ik ben Sep. Kapitein van de Ballerinus.’ Op zijn schouder zit een felgroene papegaai die zich niet voorstelt, maar wel blijkt te kunnen praten. John is zijn naam. Voor Ravi het weet, is afgesproken dat hij zijn verjaardag gaat vieren bij Sep. En hij bedenkt al snel dat het eigenlijk wel gezellig zal zijn als Seps boot daar blijft. Maar alles loopt anders, want er is natuurlijk nog die dierentuin. Benno’s Zoo.


Sep ontdekt dat het eerst een circus was, dat Benno zijn dieren eigenlijk had beloofd hen weer naar huis te brengen als het circus ophield te bestaan, dat zijn tante een acrobate blijkt te zijn (ha ha, het mens is erg dik...) en nog een laatste voorstelling wil organiseren. Tot zijn schrik wordt Benno benaderd door de slager, die grof geld denkt te kunnen maken van de dieren. En zo komt het dat Ravi en Sep na de voorstelling stiekem vertrekken met in hun kielzog Oscar, het doodskopaapje, Kareltje de olifant, Babette de giraffe, Tom de ijsbeer, Mia de grizzlybeer, de lama Carmen en de flamingo Violet. En met Bo de kangoeroe, de pinguïns Ebbe en Ivo en natuurlijk de leeuw Hans. Natuurlijk gaat IJs ook mee.


De bedoeling is dat ze al deze dieren terugbrengen naar waar ze vandaan komen, maar behalve dat ze daarvoor gevaarlijke oceanen over moeten steken en de Ballerinus niet meer zo nieuw is, worden ze ook nog achtervolgd door de slager. En willen de dieren wel terug?


Dit is een erg grappig en spannend verhaal. De avonturen van Ravi en Sep spreken tot de verbeelding, hier zou zomaar een hele leuke film van te maken zijn!


Ravi is een jongen met wie je zeker bevriend zou willen zijn, hij is eerlijk en zorgzaam, zijn hart zit op de goede plek. Net als bij Sep overigens, die een bron van geheimen blijkt te zijn.
Het einde belooft een vervolg…

Arienne Bolt (1977, IJmuiden) studeerde aardrijkskunde en ontdekte bij het schrijven van haar scriptie dat ze dat schrijven wel heel erg leuk vond!
Op de binnenkant van de omslag staat een wereldkaart met daarop de reis gestippeld. En de illustraties van Linde Faas zijn erg mooi!


ISBN 9789047707752 | Hardcover | 334 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | december 2015
Illustraties van Linde Faas  |  Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 27 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altJippie!
Sanne Rooseboom


Super heet ze, het tienjarige prinsesje dat in het land Jippie woont. Maar ze voelt zich helemaal niet super. Ze vindt het vreselijk dat iedereen in haar land, iedereen in haar omgeving altijd maar zo vrolijk en opgewekt is, dat ze allemaal steeds de zonnige kant zien, hoe slecht het ook gaat. Als het ’s morgens koud is, en de lakei staat met een stralende lach klaar met haar vrolijke gele jurk, moppert ze dat het zo koud is.


‘De lakei lachte alsof Super iets grappigs had gezegd. ’Kou is toch fantastisch, prinses. Die rrrillingen die je voelt tot in je botten, daardoor weet je dat je leeft! ‘


En zo doet iedereen! Super is zelf helemaal niet zo. Ze wil best blij zijn als dat zo uitkomt, maar als er reden is om te mopperen, bijvoorbeeld als het koud is, dan mag dat toch? Maar niemand moppert met haar mee.


Nu is het in Jippie de gewoonte om al vroeg je toekomstige man of vrouw uit te zoeken, zodat je je daar in elk geval niet meer druk om hoeft te maken. Daarvoor wordt een riddertoernooi georganiseerd. Veertien ridders zitten op een pony, en duwen elkaar daar af, tot er tenslotte eentje overblijft. Als de prinses niet zelf al een man gekozen heeft, dan wordt de laatst overgeblevene de man met wie ze zal trouwen. Natuurlijk niet meteen! En ja, al die ridders zijn vrolijk, opgewekt, ze lachen zelfs als ze vallen, en een gebroken arm is toch helemaal niet erg, vinden ze.
Super wordt er wanhopig van. Zo’n man wil ze echt niet. Ze wil wel iemand met wie ze kan lachen, maar ze moeten ook kunnen mopperen samen.


Haar moeder heeft een oplossing: het buurland Grom is precies het tegenovergestelde van Jippie: daar is iedereen chagrijnig en moppert overal over. Blije gezichten zie je daar niet. Super gaat dus snel op reis, met de vrolijke lakei Rolf. Misschien is er in dat land wel iemand met wie ze kan trouwen.
Er staat een hoge muur tussen beide landen, want je snapt wel dat de vrolijke Jippie-ers niet echt overweg kunnen met de humeurige Grommers. Grommers bijten je neus er immers af! Nee, zeggen de Grommers: Jippie-ers bijten je neus af...
Zal Super in Grom de man vinden die ze zoekt?
Dat heeft nog wel even wat voeten in aarde natuurlijk, want wat zijn die mensen in Grom chagrijnig! Dat is toch ook niet wat Super wil. Trouwens: geen enkele man uit Grom wil haar! Koning worden in een blij land? Echt niet!


Dit debuut van Sanne Rooseboom is erg geslaagd: de tegenstelling tussen vrolijke en chagrijnige mensen is natuurlijk uitvergroot, maar dat werkt juist prima. En zo’n prinses die tegendraads is ook. Sanne Roosenboom heeft de namen netjes aangepast aan het betreffende land. Het is niet moeilijk te raden waar het Dorp van Feest ligt, of in welk land je Narigheid kunt vinden. Ook met de inwoners is het zo: in het ene land kan een kind Giechel heten, in het andere heten ze Rot of Ramp.


Er was eens een prinsesje: een reuzeleuk modern sprookje, met zoals het bij een sprookje betaamt een boodschap die onder een vermakelijk verhaal verborgen zit. En laat ik nu ontdekt hebben dat er een vervolg komt op dit leuke boek!


Sanne Rooseboom (1979) is journaliste en schrijfster, en heeft gestudeerd aan de Universiteit van Amsterdam en Sussex. Samen met haar man, twee dochters en twee stiefkinderen woont ze in Gouda.

De illustraties van Annet Schaap zijn prachtige tekeningen in zwart-wit, met veel humor. De binnenkanten van de omslag laten kaarten zien van de twee buurlanden. Meer informatie op: www.humeurigsprookje.nl


ISBN 9789000348367 | Hardcover |144 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorff | mei 2016
Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 7 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen die niet gaat verhuizen
Marian De Smet


We gaan verhuizen.
Ons huis is te klein geworden, zegt mama. Ik weet dat dit niet waar is. Huizen kunnen niet krimpen. De deuren zouden klemmen, het vensterglas zou barsten.'


Aan het woord is Hessel en hij heeft gelijk. Het huis is niet gekrompen maar met de komst van zijn broertje en later zijn zusje wordt het wat benauwd in huis. Het probleem is, dat Hessel helemaal niet weg wil, want aan de andere kant van de stad is geen Berker en dat is een ramp. Berker is namelijk Hessels beste vriend. Maar hoe hard Hessel ook protesteert, niemand luistert naar hem en dàt is misschien nog wel het allerergste.


De dag voor de verhuizing stopt Hessel zijn koffer vol kleren en sjouwt het ding de trap af. Hij heeft zijn besluit genomen, hij gaat bij Berker wonen.
Maar de timing van Hessel is nogal ongelukkig. In het huis van Berker wonen namelijk al baba en anne (Turks voor papa en mama), twee zusjes en een broer van Berker en... anne anne (oma). Toevallig wordt bij Berker net de boel omgegooid. De meisjes worden te groot om bij hun ouders op de kamer te slapen. Zij krijgen samen een eigen kamer en Berker moet voortaan bij oma slapen. Maar 'oma heeft een ziekte waardoor je hoofd denkt dat je weer een kind bent. Ze eet pap en draagt een luier.' Ze stink volgens Berker.


'En ik wilde net vragen of ik hier kon komen wonen.'
Berker grinnikt en zegt: 'Mag best, hoor, kun je lekker naast me in het stinkbed.' [...]
'Waarom wil je hier wonen?' vraagt hij. Hier is het stom. Je hebt nooit eens een plekje voor jezelf.
'Misschien. Maar jij bent er.'
'Niet lang meer. ik ga weg. Ik wil niet bij anne anne in bed.'
'Ik heb beneden een koffer.'
Berker ziet aan mijn gezicht dat er nog plaats is in de koffer. Plaats voor spullen van hem.
Wanneer gaan we? vraag ik.


En zo gebeurt het dat de twee jongens de deur uit stappen, vast van plan om nooit meer terug te komen. Ze lopen net zo lang tot ze de omgeving niet meer herkennen, daar vinden hun ouders ze nooit...

Na dit veelbelovende begin met mooie zinnen kijk je vol verwachting uit naar de rest van het verhaal, maar dat stort een beetje in. De jongens vinden de koffer al snel een last en beseffen tot hun ellende dat ze niet aan geld en eten gedacht hebben. Ze ontmoeten de Koerdische Piya uit Irak die in een kerk woont, haar vader is in hongerstaking omdat hij geen verblijfsvergunning en geen huis krijgt.
Dit gegeven had kunnen uitmonden in een aangrijpend, ontroerend verhaal maar al wat er gebeurt, is dat Pyia met de jongens mee gaat want Hessel had wel een huis voor Pyia en haar familie, hij heeft er toch twee... en zo zoeken ze naar met zijn drieën naar het nieuwe huis van Hessel, alleen weet hij het adres niet en de stad is wel heel groot.

Het is op zich wel een goed geschreven, aardig en bij tijden grappig verhaal. De ontmoeting met Pyia relativeert natuurlijk wel de grote 'nood' waarin de jongens verkeren. Maar wat een mooi verhaal rond asielzoekers en hun problemen had kunnen worden waardoor de jongens beseffen hoe goed ze het eigenlijk hebben, verzandt het in een verhaal wat al meermalen verteld is. Boeken over kinderen die weglopen zijn er genoeg, en zoals in al die verhalen worden ze moe en krijgen ze het koud. Hun maag begint te rammelen en ze willen uiteindelijk maar één ding, naar huis! Zo ook in dit verhaal. Uiteindelijk komt alles natuurlijk goed voor de jongens en loopt alles met een sisser af.
Helaas wordt het verhaal rond Piya wel érg makkelijk afgerond.


'Komt het goed met Piya, papa?'
'Ik weet het niet, Hessel. Soms komt het goed, soms ook niet. Het is allemaal nogal ingewikkeld.'


En daar moeten we het mee doen. Jammer een gemiste kans.
Ik ben van Marian De Smet een beter verhaal gewend.


ISBN 9789024574223 | Hardcover | 94 pagina's | Uitgeverij Luitingh Sijthoff | oktober 2016
Met fraai gestileerde zwart-wit afbeeldingen van Mattias de Leeuw | Leeftijd 8+

© Dettie, 20 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBens boot
Pieter Koolwijk


Ben, de oudere broer van Giel, was dol op boten. Was. Want Ben is er niet meer. Op een dag keek hij niet naar rechts en ook niet naar links toen hij overstak, en nu ligt hij in de achtertuin begraven. 'Zodat je altijd onze gedachten kunt binnenvaren'.
Dat is niet normaal vinden de buren. Je begraaft geen mensen in je eigen tuin! Maar Giel is eer wel blij mee, want nu kan hij Ben bezoeken zo vaak hij maar wil. Naar het kerkhof gaan zou hij in zijn eentje niet mogen. En zijn vader heeft iets heel moois gemaakt: op Bens graf staat een boot! Een houten zeilboot.
De buren zeuren – ze heten niet voor niets familie Azijn en familie Oorwurm! Ze doen er alles aan om Bens vader de boor en het graf te laten weghalen. Maar pap is niet voor een gat te vangen! En de buren bereiken het tegendeel van wat ze bereiken willen...


‘Ik snap echt niet waarom het zo’n probleem is voor jullie.’
‘Omdat we het kunnen zien,’ zei mevrouw Oorwurm.
‘Dan snap ik er nog minder van. Wat is er mis met een blauw-witte boot?’
‘De boot is een grafzerk!’ Buurvrouw Azijn spuugde de woorden bijna uit. ‘Zoiets willen wij niet zien.’


De ouders van Ben en zijn broer rouwen, ze missen Ben. Maar van de buitenwereld mogen ze dat niet op hun eigen manier doen. Die verklaren hen voor gek. Maar wat is gek, en wat is normaal? Is het normaal om mensen die proberen om te gaan met hun verlies zo op hun nek te zitten?


Natuurlijk is het een verhaal over rouw, over omgaan met de dood. Maar het verhaal is zodanig geschreven dat je dat even uit het oog verliest, het is namelijk ook grappig. Ook de fraai kleurrijke tekeningen van Linda Faas laten die humor zien in de details.
Doordat het verhaal verteld wordt door het broertje, is de toon van het verhaal enigszins kinderlijk onschuldig en dat maakt het ook nog ontroerend.
Prachtig verhaal dus in een fraai jasje!


ISBN 9789047701156| hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| november 2014
Illustraties van Linde Faas | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 10 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER