Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

De verschrikkelijke Meneer Gom
en de peperkoekmiljonair

illustraties: Mattias De Leeuw
tekst: Andy Stanton


Het begon allemaal op een late namiddag in het vredige stadje Lamme Griemel. Daar zat op de Blufheuvel een klein meisje. Haar naam was Polly.
Polly verveelde zich een slag in de rondte. Ze miste de de enorme hond John. Maar John liet zich al tijden niet meer zien...
Maar die dag gebeurde er iets vreemds.


"Boven op de Blufheuvel verscheen een figuurtje. Het was het vreemdste mannetje dat Polly ooit had gezien.
Ten eerste: hij was maar 15,24 centimeter hoog. En hij was van peperkoek gemaakt, zijn ogen waren rozijntjes. Hij had elektrische spieren zodat hij net als jij en ik gewoon kon rondlopen.[...] Bovendien had hij een enorme koektrommel bij zich, die boordevol geld zat. [...]
'Hallo, zei het kleine kwibusje. [...]  Ik ben Alex Tolman.


Alex Tolman is zo rijk dat hij denkt dat hij vriendschap kan kopen. Maar daar doet Polly niet aan. Je bent vrienden of je bent het niet. Daar kan al het geld van de wereld niets aan veranderen. Alex vindt dat maar vreemd en gelooft Polly helemaal niet. Iedereen wil geld. Het is net als het liedje van Doe Maar. Als je wint heb je vrienden, rijen dik, echte vrienden... Maar Polly is anders, altijd al geweest.


Maar waar blijft blijft die verschrikkelijke meneer Gom van de titel? Nou... meneer Gom had het nog even druk met verschrikkelijk zijn. En hij had die dag echt zin in gemeneder te zijn dan gewoonlijk. En toen hij klaar was met zichzelf allerengst te maken sprong hij op zijn gestolen skateboard naar zijn enige vriend, Willem Wilhelmus, die de goorste slagerij van Lamme Griemel runt. Meneer Gom is een van zijn weinige klanten. - Samen hebben de twee heren een hoog snot- en glibbergehalte in zowel hun doen en laten als in hun spraakgebruik.
'Morrege Ouwe Kofferbak', zei de slager toen meneer Gom binnenstapte. Hij zag gelijk dat meneer Gom zijn allergemeenste bui had en ze gingen samen lekker gemeneder plannen bedenken. Maar toen kwam per ongeluk de kleine Alex Tolman binnen, mét zijn koektrommel vol geld, en hij nodigde de twee griezels uit voor het feest dat hij in zijn nieuwe huis zou geven... Wist hij veel dat ze niet te vertrouwen waren, hij woonde immers nog maar net in Lamme Griemel.


Natuurlijk zagen de twee valseriken het geld en dat wilden ze hebben, én houden. Ze smeden een plan en het lukt ze! Maar Polly is er ook nog! En die laat het er niet bij zitten. Zij zal er persoonlijk voor zorgen dat de kleine Alex Tolman zijn geld terug zal krijgen (maar hoe?)
En hiermee begint het meest doldwaze avontuur dat Polly ooit heeft meegemaakt en dat wil wat zeggen! Maar uiteindelijk weet Alex Tolman wél wat echte vrienden zijn!


Zoals gezegd, het is een knotsgek verhaal. Polly praat in krom Nederlands (vermoedelijk heeft ze een Lamme Griemels accent want ook meneer Gom en de slager praten zo.) Polly zegt bijvoorbeeld als ze héél boos is: "Ik hep eigelek heul veul zin om naar het pallement te schrijven en aan de minister-precedent zelf te vertelle wat er hier gebeurt!" Ook meneer Vrijdag heeft zijn eigen unieke -wel wat deftiger - taal. Hij roept te pas en te onpas "De waarheid is een citroengebakje," maar hij is verder wel heel lief. De vieze slager is écht heel goor en meneer Gom, is verschrikkelijker dan verschrikkelijk.  - De vergelijking met de grote grappentaalmeester Roald Dahl zoals op de cover vermeld staat, haalt het boek net niet, Roal Dahl heeft verfijndere en spitsvondiger humor, maar het komt wel een eind in de richting. -


Bij het verhaal staan ook nog komische zwart-wit afbeeldingen en zelfs de tekst is in allerlei verschillende lettertypes afgedrukt zodat iedereen bijvoorbeeld goed weet hoe lief of hoe gruwelijk vies iemand is. Achterin het boek staan nog een aantal Lamme Griemel lijstjes en daarin kunnen we o.a. lezen waar meneer Vrijdag stiekem bang voor is of 10 woorden die de slager Willem Wilhelmus grappig uitspreekt. Bijv. Engerland in plaats van Engeland of Sjiekenhuis in plaats van ziekenhuis.


Kortom, je verveelt je geen moment met dit boek, je racet net als alle personages, door het verhaal heen en rolt van de ene grappige, gekke situatie in de andere.
Het boek is bovendien op een erg knappe manier vertaald door Edward van de Vendel. Dus...lezen maar!


ISBN 978940149250 | Hardcover | 187 pagina's | Uitgeverij Lannoo | juni 2018
Vertaald door Edward van de Vendel | Leeftijd ca. 8+

© Dettie, 12 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Op zoek naar de schat
Kaat en Ko 3
Illustraties: Saskia Halfmouw
tekst: Vivian den Hollander



Kaat en Ko op zoek naar de schat is een verhaaltje over een verjaardagsfeest, opgedeeld in acht hoofdstukken, geschreven op aviniveau M4.


Kaat is bijna jarig. Haar vader Gijs maakt iets voor haar. Kaat wil weten wat!
Op het feestje van Kaat krijgen de kinderen nieuwe namen: Zwartbaard Bink, Linke Liv, Sluwe Siem en Kapitein Kaat. Met hulp van een schatkaart en opdrachten moeten ze op zoek naar vier letters, die een hint geven waar de schat is.


In het boek staan heel veel vrolijke tekeningen in kleur. Zeven keer zijn die paginavullend, maar verder staan er meerdere tekeningetjes op een bladzijde, met de tekst eronder, -boven en -tussen. De zinnen zijn gegroepeerd, waardoor de lezer nooit heel erg lange lappen tekst hoeft te lezen. Regelmatig staan er woorden in een groot lettertype in de tekst (zoals jarig, geheim, piraat, woeste, pfff, hoed). Het nut hiervan is me niet helemaal duidelijk. Het gaat niet om heel moeilijke woorden en ook lang niet altijd om een woord waar je de nadruk op zou kunnen/willen leggen.


Er worden met name woorden gebruikt met één of twee lettergrepen. Een enkel woord heeft drie lettergrepen. Sommige woorden hebben een koppelteken. Dit zijn eigenlijk altijd woorden van twee of drie lettergrepen, waarbij aan beide kanten van het koppelteken ook een volledig woord staat (strand-tent, schat-kaart, uit-zoeken, arm-bandje). Pas een niveau hoger mogen vier lettergrepen gebruikt worden, maar die worden in dit boek ook gebruikt. Dit wordt dan “opgelost” door een spatie te gebruiken (kraaien nest, konijnen hol, piraten feest). Alle woorden zijn prima te begrijpen vanwege de tekeningen.


Het verhaal kabbelt wat. Het wordt een beetje spannend als de kinderen een letter proberen te vinden in een gat hoog in een boom, want lukt het hen om daar te komen zonder dat er ongelukken gebeuren?
De illustraties maken het lezen van het verhaal wel een feestje. Vooral hond Ko, van wie de gedachten vaak in gedachtenwolkjes worden weergegeven.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000360130 | hardcover | 80 pagina's | Van Holkema & Warendorf | juni 2018
Leeftijd 6+ /AVI M3

© Trenke Riksten-Unsworth, 28 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Clara
Pieter Feller &Tiny Fisscher

Clara, bijna twaalf jaar oud, is een eigenzinnig meisje. Ze woont met haar ouders, broertje en zusje in Amsterdam, waar haar vader een timmermansbedrijf heeft. Ze kan goed leren, en haar ouders - en meester - denken dat ze vast wel schooljuffrouw kan worden. Maar Clara wil iets heel anders! Ontdekkingsreiziger, dat lijkt haar wel iets.
Op dat idee is ze gekomen door de dierenplaatjes die ze samen met haar vriend Koos spaart en in een album plakt. De beschrijvingen die er bij zitten maken haar nieuwsgierig naar de dieren zelf en hun leefgebieden, ze wil er zelf heen!


Maar dit verhaal speelt in 1911, en iedereen verklaart deze feministe avant la lettre dus voor gek. Schooljuffrouw is het beste dat haalbaar is, en als ze dan gaat trouwen moet ze stoppen met werken. Clara heeft daar helemaal geen zin in! Er is geen enkele reden waarom het niet zou kunnen, vindt ze.
Als meester haar vertelt over Alexine Tinne, die met haar moeder op ontdekkingsreis is geweest, staat Clara’s besluit vast. Maar haar klasgenoten lachen haar uit en moeder vindt het ook niets. Die vindt het ook niet goed dat Clara haar vader zo vaak helpt bij het timmerwerk. Timmervrouw, dat kan toch niet! Vader vindt het eigenlijk wel prima, die stimuleert zijn dochter.


Tot er zich op een dag een drama voltrekt met verstrekkende gevolgen. Nu kan Clara het wel schudden! Maar dromen mag en ze gaat nog gedrevener op zoek naar degene die de dierenplaatjes getekend heeft. Dat is immers een beroemde wereldreiziger die bovendien in haar eigen stad woont.
In het twaalfde levensjaar van Clara verandert haar leven helemaal. Het verhaal vertelt over hoe ze omgaat met al die tegenslagen en steeds weer opkrabbelt. Ze is een sterke jongedame!


Meisjes als zij zijn er in alle tijden, en wat dat betreft zou haar verhaal gerust in het heden kunnen spelen. Het is evenwel de achtergrond die het een bijzonder verhaal maken. In 1911 was de wereld heel anders: geen moderne media, geen liften, zelfs nauwelijks auto’s. Amsterdam, waar het boek zich afspeelt, was vol met paarden die karren voorttrokken: voor de bakker of de melkboer, maar ook met schillen of voorraden die afgeleverd moesten worden. Meisjes werden zwaar ondergewaardeerd, de ziekenzorg stond nog maar in de kinderschoenen en was voor menigeen onbetaalbaar. Er waren geen sociale voorzieningen: als je geen werk had, had je geen geld, en moest je maar zien hoe je het stelde! Kinderen werden al vroeg van school gehaald om te werken. De woningen waren klein, en hadden vaak niet eens sanitaire voorzieningen. In die tijd bestonden er water- en vuurwinkeltjes!


Dit verhaal zal jonge mensen aanspreken vanwege Clara zelf, een meisje dat weet wat ze wil en daar ook voor gaat, maar daarnaast is het vooral een eyeopener: zo ging dat dus in die tijd, ruim honderd jaar geleden!  Daarnaast is het een verhaal over rouw, en over hoe dat in die tijd werd aangepakt.


Een leerzaam, maar  vooral indringend verhaal, als het uit is, wil je weten hoe het verder gaat met Clara!
Mooie omslag ook!

Pieter Feller
(1952, Hoorn) schreef vele kinderboeken waaronder de succesvolle serie Kolletje.
Tiny Fisscher (1958, Castricum) schreef boeken voor kinderen, waar onder de bewerking van Alleen op de wereld, en voor volwassenen.


ISBN 9789492844118  | Hardcover | 220 pagina's | Droomvallei| april 2018| Leeftijd vanaf 9 jaar.
Illustraties: Natascha Blum-Stenvert

© Marjo, 31 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt

Eén minuut voor twaalf
Twee detectives en zeven onderzoeken
Annemarie Jongbloed


De tienjarige Jesse is nog niet zo lang geleden in het flatgebouw komen wonen met zijn twee vaders en zijn jongere zusje. Hij vindt het er maar klein, hij moet namelijk een kamer delen met Jetteke. En hij was beter gewend: hun vorige huis was veel groter en er was een grote tuin. Maar ja, Yusef, zijn vader, heeft geen werk meer, en ze konden het niet betalen. De verhuizing betekende ook dat hij van school moest wisselen, afscheid nemen van juf Suzan en zijn vriend Mark!


Zijn nieuwe juf vindt hij minder leuk, maar hij heeft gelukkig wel een snel weer een vriend: Alek.
Jesse is een jongen die alles telt, zijn voetstappen, de meters van hun flat en als het kon zou hij ook de chocoladehagelkorrels op zijn boterham tellen! Hij is een pietje precies, zal ook nooit te laat komen, terwijl Alek alles vergeet, en niet op de tijd let.
Maar Alek is wel verstandiger, hij reageert niet zo impulsief als Jesse, die meteen conclusies trekt. Als de twee jongens een detectivebureau oprichten, komen ze door Jesses ideeën al snel in de problemen.
De dingen die je moet kunnen als detective, vindt Jesse, zijn: iemand ongezien volgen, voetstappen tellen en op tijd zijn. Ook moet je altijd je ov-kaart bij je hebben. En meisjes hoeven ze niet, die kletsen alles meteen door. Jammer voor Hind…


Er zijn al meteen een paar mysteries: wat zijn juffrouw Janny en meester Mo aan het bekokstoven, ze doen zo geheimzinnig! En de nieuwe buurman, die een jurk draagt en een baard heeft, dat moet wel een terrorist zijn, denkt Jesse, die wel eens wat opvangt van het nieuws.
Ze timmeren een hut, eh, kantoor, en als die de dag erna verwoest blijkt, dan moet de buurman dat wel gedaan hebben! Die stond te zwaaien met hun zaag!


De herfstvakantie komt eraan, en Jesses moeder vraagt of hij komt logeren. Alek mag ook komen. Barbara - zo noemt Jesse haar omdat ze alleen maar zijn biologische moeder is - heeft ook al een geheim! De reis er naar toe is ook erg avontuurlijk. Heeft die mevrouw een bom onder haar jas? Er komt een raar geluid achter vandaan!


Een zeer avontuurlijk boek waar erg veel in gebeurt. De verschillen tussen de twee jongens worden duidelijk en consequent uitgewerkt, dat veroorzaakt situaties met humor. En vader Yusef is Pools, zijn Nederlands is nog niet zo goed.


‘Ik geloof dat ik liever onderzoek of juf Janny en meester Mo het met elkaar doen,’ mompelt Alek.’


‘Je moeder heeft gebeld,’ zegt papa.
Jesse slikt de hap rijst door. Kleffe zooi.
‘Ze vraagt of je in de vakantie komt logeren.’
‘Logeren?’ Jesse heeft nog maar een keer bij zijn moeder gelogeerd. ‘Hoezo?’
‘Dat vindt ze loek.’
‘Leuk’, verbetert Jesse automatisch.
‘Goed, dat is dan gereugeld, ‘ zegt papa.


Door die humor en de spanning is het waarschijnlijk niet zo’n probleem dat er veel woorden op een pagina staan, weinig witregels. Tekeningetjes staan alleen maar boven de hoofdstukken, maar die zijn niet al te lang.


Het is ook een boek met een duidelijke moraal, maar zonder opgeheven vingertje, de thema’s als draagmoederschap, homoseksualiteit zijn als vanzelf opgenomen in het verhaal, en de manier waarop er met het thema terrorisme wordt omgegaan is integer.


ISBN 9789491886720 | Hardcover | 180 pagina's | Uitgeverij Droomvallei | mei 2017 |Leeftijd 8+

© Marjo, 20 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMo en en Tijger lossen het op
Stoere verhalen om zelf te lezen
Elisabeth Mollema

Hoofdpersoon Mo is een jongen van onduidelijke leeftijd, maar waarschijnlijk een jaar of acht, negen.
Dit boek is namelijk geschreven voor die doelgroep. Het eerste verhaal is op AVI-E3 niveau, lezertjes die dit aankunnen zitten dan - gemiddeld genomen - in groep 3. Daarna leren ze steeds beter lezen en kunnen ze dus de verhalen die volgen gaan lezen, die steeds een niveau hoger zijn.

Alle verhalen gaan over Mo en zijn hond die Tijger heet. Als je de tekeningen ziet, weet je meteen waarom die hond zo heet! Samen staan ze klaar om problemen op te lossen.
De eerste die hulp vraagt is buurmeisje Pien. Ze is haar kat kwijt.

‘Hoe ziet ze eruit?’
Pien denkt even na.
‘Zwart met wit.’
‘Welk stuk van je poes is zwart?’

Speurder Mo moet wel alle details kennen natuurlijk! En voor Tijger is een stukje stof dat naar de poes ruikt genoeg om te gaan speuren.

In het tweede verhaal (M4 niveau) gaan Mo en Tijger naar oma. Ze gaan kamperen! Dat is spannend! Tijger maakt het nog spannender: hij vindt steeds dingen, zoals een sok of een pop. Maar waar haalt hij die vandaan?

Hij kijkt om zich heen.
‘Waar is Tijger nou weer?
Hij rende toch met ons mee?
‘Mo wordt een beetje boos.

Verhaal nummer drie (E4 niveau) is een leuk verhaal over een moestuintje. De klas van Mo gaat er iedere woensdag heen en de groenten groeien ontzettend goed. Maar op een dag heeft iemand sla gestolen, en dan verdwijnen er bonen. Er is een dief bezig!
Dat wordt een zaak voor Mo en Tijger.

‘Ik eis dat u iets doet’
Meneer Bus kijkt op van zijn werk.
‘Wat dan, Lies?
Ik kan niet de hele dag opletten
Je moet je eigen tuin bewaken.
Anders neem je maar eén luchtbed mee.
Dan kun je hier blijven slapen.

In het verhaal dat op M5 niveau is geschreven, dus voor kinderen in groep 5, halverwege het jaar, komt Saar logeren. Ze moeten buiten gaan spelen, en Mo heeft daar niet zo veel zin in. Gelukkig verzint hij een heel leuk avontuur: in de vijver is een eiland. Als ze daar nu eens naar toe roeien?

‘Mo, Kom hier eens kijken!’ zegt ze.
Ze rolt een stevig stuk papier uit.
‘Het is een kaart, Mo!’

Het vijfde verhaal gaat over Chanel. Niet de modeontwerper, maar een varken!
Tante Pos heeft een varken als huisdier, en wat gebeurt er als dat dier lekker rond en dik wordt, en er een slager in de buurt woont?

‘Mag ik een ons fricandeau van u?
Zo heet dat toch? Het staat er tenminste bij.’
De vrouw kijkt haar aan alsof ze een nijlpaard bestelt.


Het woordgebruik en de grootte van het lettertype worden voor ieder niveau moeilijker, ze interpunctie wordt vaker toegepast en de zinnen worden langer. En er wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling die kinderen van die leeftijd doormaken, ze leren zich in te leven in de ander. Dat kan immers uitstekend door middel van lezen!
Ook daarin zien we een ontwikkeling binnen de verhalen met bij het laatste verhaaltje aandacht voor moreel besef.
En dat gaat allemaal spelenderwijs, met humor. Grappige verhalen waarbij een kind wil weten hoe Mo en Tijger te werk gaan. En met leuke tekeningen die bij de tekst passen.

AVI kent twaalf verschillende leesniveaus, deze zijn gekoppeld aan de groepen in het basisonderwijs. Men gaat uit van twee niveaus per leerjaar. Eén niveau halverwege het leerjaar en één niveau aan het einde van het leerjaar. Een boek op niveau E4 is geschikt voor kinderen op het niveau van eind groep 4 zit. Een boek met AVI-M5 voor kinderen medio groep 5.’

Elisabeth Mollema (Amsterdam, 20 september 1949) is een Nederlandse schrijfster van kinderboeken en thrillers.

ISBN 9789048843145 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Moon | maart 2018 | AVI E3 t/m E5 | Leeftijd 6+
Met illustraties van Gertie Jaquet

© Marjo, 16 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zooo happy! Mijn maffe leven bij El Paradiso
Fiona Rempt


De achtjarige Lux gaat op vakantie. Naar Santa Marina in Italië. Gezien de titel van het boek en het gegeven van een vakantie moet het wel zo zijn dat ze heel erg blij is. Maar dat is dus niet zo. Naast haar zit Krijn, de zoon van de vriendin van haar vader.  Krijn is 13 en stinkt. Vindt Lux dan, ze noemt hem stiekem ‘Meur’.
De moeder van Lux is al lang geleden overleden, Lux was heel tevreden met haar leven met haar vader, Tata, een beroemd kunstenaar. Maar die heeft nu zijn oog laten vallen op Marcia, een model. Het is trouwens ook vanwege háár werk dat ze nu op reis zijn.


Marcia is het absolute tegendeel van wat Lux graag als gezelschap zou hebben. Ze is een modepop die niet snel tevreden is. ‘Zeur’, noemt Lux haar.
Wie is Lux zelf dan?
Zij is een vrolijke meid, dol op olifanten en tuinbroeken, ze omarmt het leven, is nieuwsgierig, maar niet zo netjes. Tata vindt dat geen probleem. Maar Zeur wel. Al doet ze alsof als Tata binnen gehoorsafstand is.


De spanningen lopen hoog op als Charlie, de fotograaf die een serie moet maken met Marcia, zijn oog laat vallen op de onbevangen Lux. En als Tata dan uitstapjes wil maken die zijn dochter leuk vindt, slaagt Marcia er niet meer in om haar masker op te houden. Maar ja, of Tata dat merkt?


Intussen heeft Lux op een bijzondere, en eigenlijke akelige manier, kennis gemaakt met Luna, een meisje dat in het circus werkt. Zij, haar moeder, en alle andere artiesten wonen in El Paradiso. Helaas lijken Lux en Tata daar alleen maar ongeluk te brengen!

Maar Lux is niet voor één gat te vangen…

Zooo happy! Is precies het boek dat jonge meiden graag lezen: een leuk en spannend avontuur over een leuk meisje en haar BFF, met een heleboel vrolijke tekeningen van Kristel Steenbergen.
De tekst wordt continu afgewisseld met geschreven tekst, dagboek notities, lijstje, en zelfs een schoolexamen (met de uitslagen achterin). Er staat tussen de tekst door allerlei weetjes, waar een jongedame wat aan heeft, onder andere over het circusleven, en Lux wordt zelfs verliefd!


Eerder verschenen met de titels ‘Lux’ en ‘Lux en Luna’. (2009-2011)
Deze heruitgave is zeer flitsend uitgevoerd met een leeslint met hartje eraan.


ISBN  9789020674477  | hardcover | 256 pagina's | Kluitman| mei 2018| Vanaf 8 jaar.
Illustraties van Kristel Steenbergen

© Marjo,  5 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een vreemde aap
In de schaduw van de Chimpansee
Illustraties: Jenny Bakker
Tekst: Li Lefébure


In Tanzania, in het oerwoud waar het Gombe Stream National Park is, wonen naast andere dieren ook de chimpansees. Ze leven in groepen, met een leider. Het gefictionaliseerde verhaal in dit boek gaat over de groep die in de jaren zestig van de vorige eeuw geleid werd door Goliath, maar deze chimpansee is niet degene die nu het verhaal vertelt. Dat is David. Deze chimpansee werd door de mensapendeskundige (primatoloog) Jane Goodall Grijsbaard genoemd.


Voor volwassenen is Jane Goodall geen onbekende naam. Dat zij nu ook meer onder de aandacht van kinderen wordt gebracht is een uitstekend idee. Haar verhaal spreekt bovendien tot de verbeelding, kinderen zullen het zeker waarderen!


Het was in de jaren zestig dat Goodall, Engelse antropologe en biologe, bekend werd door haar ervaringen met de chimpansees. Ze wist hun vertrouwen te winnen met de hulp van bananen, waar chimpansees echt razend gek op zijn. Tot dan toe dacht men dat zoiets niet kon. Apen, zelfs mensapen, dat waren dieren. Beesten. Hoe kon je daar nu contact mee maken? Jane Goodall deed het, en vanaf dat moment hebben we een veel betere kennis van hoe deze dieren samenleven: hoe zij net als wij werktuigen gebruiken, wat er op hun menu staat en vooral hoe zij met elkaar communiceren, zelfs oorlog voeren en samen jagen! Gedrag waarvan de mens toch echt dacht dat het onmogelijk was!


Wat zij ontdekte is door Li Lefébure enigszins geromantiseerd, misschien wel enigszins meer vermenselijkt dan mogelijk is. De namen van de chimpansees zijn de namen die Jane hen gegeven heeft.


‘De indringer ziet hem aankomen en klimt razendsnel de boom in. Maar David is sneller. Hij grijpt de onbekende chimpansee en sleurt hem naar benden. De aap weet zich los te rukken en snelt gillend weg.‘


Dat is een weergave van het gedrag dat je kan zien. Niets mis mee. Maar dan volgt dit:


‘David voelt zich warm van binnen, alsof er vuur door zijn lijf raast.  (-) De stilte klinkt heel even vreemd in Davids oren, na het gekrijs en getrommel van daarnet.’


Dit soort interpretaties zijn er regelmatig, en daar kan je vraagtekens bij zetten. Gelukkig heeft de schrijfster geen dialogen in het verhaal verwerkt, op af en toe een zinnetje na ‘praten’ de apen niet echt met elkaar. Het zijn immers wel dieren, hoe ‘menselijk’ hun gedrag ook is.
Aan de andere kant maakt deze manier van vertellen het verhaal over de eerste ontmoeting met ‘De witte aap’ wel toegankelijk voor jonge kinderen!
Die witte aap, die in een vreemde gladde grot woont is natuurlijk Jane. De observaties die zij in zo’n veertig jaar genoteerd heeft, zijn verwerkt in dit spannende, maar vooral leerzame verhaal over David en Goliath.


Heel goed is de manier waarop aangegeven wordt dat het Jane Goodall was die deze apen bestudeerde. Haar kant van het verhaal komt terug in kleinere stukken tekst, cursief op licht gekleurde pagina’s. Ook volgt in het nawoord wat meer informatie.
En laten we zeker de prachtige tekeningen van Jenny Bakker niet vergeten! Wie eerder boeken van dit koppel zag weet hoe mooi die zijn!


Zie ook https://www.janegoodall.nl


ISBN 9789044832549 | Hardcover | 88 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2018
Leeftijd 9+

© Marjo,  6 juni 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Superdikke Kidsweek Moppenboek
de leukste moppen en raadsels uit Kidsweek!
Diverse auteurs


Het is rood en gaat op en neer. Rara wat is dat?
Antwoord: een tomaat in een lift.


Flauw, maar dit soort mopjes blijven het altijd goed doen, omdat het zo leuk is om ze te vertellen. Want ja, andere kinderen blijven het antwoord schuldig. Tenzij ze dit boek ook gelezen hebben natuurlijk!

Wat doet een worm voordat hij gaat sporten?
Antwoord: Een worming-up.

Wie is moe en zingt?
Antwoord: Guus Geewis


Dit soort mopjes, in de vorm van woordspelingen en raadseltjes, kan een kind zelf bedenken, maar je kan ze ook volop vinden in deze bundeling van Kidsweekmoppenboekjes. Het boek verscheen ter gelegenheid van het 15-jarig jubileum, en alle moppen zijn ingestuurd door kinderen. Het zijn er maar liefst 1200!
Op elke bladzijde staan twee tot zeven moppen en raadsels, steeds met een titel erboven in een rode letter. Ook een kernwoord van de mop is roodgekleurd.

Boe!
Een koe loopt door het spookhuis en zegt: ‘Boe!’
Dan komt er een spook tevoorschijn en zegt: Hé, dat is mijn tekst!’

Op een aantal pagina’s staan ook grappige getekende figuurtjes, in zwart-wit en rood. En natuurlijk zijn er moppen over dat konijn dat niet meer zorgt voor dropjes, en over afgesabbelde snoepjes die een lekkernij zijn voor de tweede eter. Dat er ook een aantal nogal hetzelfde zijn, is niet vreemd in een verzameling als deze, en het maakt ook niet uit, want dit is toch gene boek dat je in één keer doorleest.


Zijn alle moppen flauw? Nee, er zijn ook moppen te vinden, waar ik om moest lachen – of zegt dat meer over mij?
Nou ja: deze bijvoorbeeld:

De broers Rajko en Igor gaan een stuk taart eten. Er zijn nog twee punten: een grote en een kleine. Rajko zegt: ‘Kies jij maar eerst.
Igor pakt het grootste stuk. ‘Het was netjes geweest als je het kleinste stuk had gepakt,’ zei Rajko tegen zijn broer.
‘Welk stuk had jij dan gepakt?’ vraagt Igor verbaasd.
‘Het kleinste natuurlijk,’ zegt Igor.
Igor: ‘Nou wat zeur je dan, dat heb je nu toch?’


Vooruit dan, nog eentje:

De postbode gooit een brief door de bus.
Zegt de buschauffeur: ‘Hé, doe eens even normaal!’


Voor moppenliefhebbers vanaf ca. 9 t/m 12 jaar, ook geschikt voor kinderen die moeite hebben met lezen.

Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000362165| paperback met geplastificeerde omslag | 256 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | april 2018
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 27 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEddie, Belle en Flo naar Londen
Inga Mol

Wie het eerste boek over Eddie, Belle en Flo heeft gelezen herinnert zich vast nog wel hoe oom Ewald tien miljoen euro won, en daar allerlei wilde plannen mee had. Voor sommige van die plannen stak Eddie een stokje, maar nu weet hij wel iets wat oom Ewald kan doen. De school waar Eddie en Flo op zitten moet namelijk sluiten, er zijn te weinig kinderen. Ze gaan nog een laatste keer een schooluitje doen en dan is het klaar.


Eddie heeft gesmoezeld met zijn oom, en op de dag van het uitje krijgt juf Lieke de schrik van haar leven! Er stapt een man haar klas in, die vraagt of het de klas is van Eddie en Flo.


‘Jawel,’ zei juf Lieke. ‘Maar wat komt u doen? U komt hoogst ongelegen. We hebben vandaag het jaarlijkse klassenuitje.’
‘Juistum,’zegt de man. ‘Daar komt ik juist voor.’
‘ Kom ik,’ zei juf Lieke. ‘Het moet zijn ‘kom ik’ en niet ‘komt ik’, meneer.’
’Kom goed,’ zei de man. Ik ben Bert Beentjes, jullie chauffeur.’


Daar staat de juf dan, met haar regenkleding en stroopwafels om uit te delen in de speeltuin.
Een buschauffeur? Ze weet nergens van!
Maar Eddie wel, en oom Ewald ook. De kinderen stappen natuurlijk in. Op avontuur!
Gelukkig stapt ook juf Lieke in de bus en dan vertelt oom Ewald dat er voor iedereen een koffertje is en dat hij ook de paspoorten heeft. En de ouders zijn ingelicht.
Als dat ene kleine probleempje dat de juf nog heeft opgelost is, vertrekken ze: met de bus drie dagen naar Londen!


Natuurlijk gaat het allemaal niet van een leien dakje. De juf blijft maar koppen tellen, en ze heeft het druk met het verbeteren van de chauffeur. Bij de douane loopt het ook niet soepel, maar de kinderen hebben wel lol, oom Ewald heeft een wit knuffeldiertje in zijn koffer!
In Engeland rijden auto’s links, je mag niet kamperen in Hyde Park en het museum waar ze heen willen, Natural History Museum, is gesloten als ze eindelijk aankomen. En een hond mag er niet naar binnen.
Maar ook daar blijkt van alles gepland te zijn en eindelijk, eindelijk kunnen ze dan de botten gaan bekijken van uitgestorven dino’s. Natuurlijk gebeurt er in het museum ook van alles, en het leidt er toe dat de chauffeur opgepakt wordt…
Hoe moeten ze nu naar huis? En, allemaal leuk en aardig, de school moet nog steeds verdwijnen. Toch?


Een reuze leuk avontuur, dat spelenderwijs informatie geeft over hoe het er aan toe gaat in Engeland. Ook de Engelse taal wordt her en der gebruikt, met voor degenen die het niet begrijpen een vertaling. Inga Mol maakt met graagte gebruik van het feit dat gebruiken in een ander land makkelijk tot misverstanden kan leiden. Volop humor dus.
De ontknoping vind ik wat vergezocht, maar wel leuk gevonden.
En tip voor de schrijfster: sinds 2012 mag een hond zonder problemen mee op vakantie naar Engeland!!


Inga Mol (1960, Purmerend) is verpleegkundige, docent haptonomisch verplaatsen en schrijver van educatieve boeken en sinds 2016 ook van kinderboeken.


ISBN 9789044831979 | Hardcover |173 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2018
Illustraties van Beatrijs van Deursen | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 17 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWeg met de juf
Nadja van Sever


Rare titel hoor. Juf Emma is juist zo lief voor de kinderen. Ze is net nieuw, en doet ontzettend haar best. Ze heeft alleen moeite met Kobe, een druk baasje dat niet stil kan zitten, die erg impulsief is en een erg kort lontje heeft. En zijn invoelingsvermogen is niet zo groot, want hij ziet helemaal niet in dat de grapjes die hij uithaalt met de juf helemaal niet leuk zijn.
De namen verwisselen - want de juf kent hen immers niet – dat kan nog, maar verse mosselen een weekend lang in haar laatje laten zitten en koffie over haar spullen? Dat is echt niet leuk meer. Dat vindt juf Emma ook: ze vertrekt.


Maar dan komt de directeur met juf Bep aanzetten. Waar haalt hij dat mens vandaan? De naam zegt het al: een oudere mevrouw, met een erg orthodoxe manier van lesgeven. Ze zet kinderen urenlang in de hoek en slaat ze zelfs. Kobe moet ze helemaal niet, die moet maar naar een andere school zegt ze.


‘Hard werken geeft mooie resultaten, dat wordt haar slogan. Kinderen die falen moeten eruit. [...] Als ze binnenkort een vaste baan heeft, zal ze eindelijk de waardering krijgen die ze verdient. Ze heeft lang genoeg gewacht. Al die moderne ideeën! Belonen en niet straffen? Wat een larie! Daar doet zij niet aan mee. Het maakt kinderen zwak. Misschien kan ze er een boek over schrijven. Degelijk onderwijs door Bep Vandersteen. Ouders zullen inzien dat kinderen beter presteren als ze met een harde hand worden opgevoed.’

De kinderen weten absoluut niet wat hen overkomt, maar dit weten ze wel zeker: dèze juf moet weg! Ze willen juf Emma terug.
Maar waar is juf Emma? Niemand kan haar vinden!


Nu is Kobe behalve een druktemaker ook een slimme jongen en hij verzint en manier om achter het adres van de juf te komen. Er is niemand en het huis ziet er erg verlaten uit. Stapels post op de deurmat. Samen met vriendinnetje Sien breekt hij in. Maar ze vinden geen aanwijzingen. Of toch?
Tenslotte ontdekken de twee kinderen iets vreselijks, waarbij ze zelf in groot gevaar komen te verkeren. Als dat maar goed afloopt!


Nadja van Sever (1965, Tervuren) geeft in dit boek een goed beeld van de problemen waar een kind als Kobe mee te maken krijgt. Niet alleen op school, maar ook thuis. 


Nadja Van Sever is leerkracht op een basisschool. Met de hele school zet zij lees- en schrijfbevorderingsprojecten op, waar alle leerlingen bij betrokken worden. Het is duidelijk waar zij het onderwerp voor dit boek vandaan haalt. Maar het verhaal zal bij Nederlandse lezers vraagtekens oproepen. Van Sever heeft het over de vijfdejaars, over de vakken taal, rekenen en wetenschappen. Zinsleer of werken in een bundel?
Uitdrukkingen als Alles is naar de vaantjes of ik zit er mee verveeld worden niet gebruikt door Nederlandse kinderen. Maar als kinderen daar over heen kunnen lezen, dan blijft er een boeiend en leerzaam verhaal over over een rusteloos en driftig kereltje met een hart van goud.


ISBN 9789044832051 | Hardcover |164 pagina's | Clavis | maart 2018
Geïllustreerd door Madelon Koelinga | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 14 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER