Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

altBilly en het geheim onder de trap
Krista Okma


De moeder van Billy heeft een ernstige vorm van smetvrees. Ze vindt het bijvoorbeeld vreselijk om vreemde mensen een hand te moeten geven, want wie weet wat die mensen gedaan hebben. Zelfs hun naam heeft ze veranderd. In plaats van Modderman heten ze nu Brandschoon. Haar echtgenoot blijft er slank bij, want hij is gaan hardlopen: voor hij naar zijn werk gaat, en weer ’s avonds na het eten, een magnetronmaaltijd. Koken is ook zo vies…


Billy Brandschoon vindt dat allemaal niet zo erg, ook niet dat hij op zaterdag het huis moet schoonmaken. Met voor iedere klus een andere emmer, een ander doekje, ander schoonmaakmiddel.
Maar wat hij wel erg vindt is dat ze nu al twaalf keer verhuisd zijn, omdat zijn moeder het in de plaats waar ze woonden te vies vond! Een buurvrouw met zweetoksels? Hup, het huis gaat in de verkoop!


‘Boos kijkt hij richting zijn moeder. Jij laat ons letterlijk stikken denkt hij. Je bent gewoon een schoonmaakheks. Hij ziet zijn moeder op een bezemsteel door de lucht vliegen. Met een plumeau als toverstaf – zo’n verending waarmee je kunt afstoffen – en de BIF in haar andere hand die ze onderweg tegenkomt mee schoon te sproeien terwijl ze een nare heksenlach lacht.’

Misschien gaat het deze keer lukken, kan hij voorkomen dat ze weer verhuizen. Want Billy heeft op een heel bijzondere manier zijn buurmeisje leren kennen. In de trapkast heeft hij een vreemd deurtje ontdekt, de toegang tot een geheime ruimte, die de huizen van de straat met elkaar verbindt. Billy en Rosa richten een club op, en bedenken een plan. Een heel bijzonder plan om er voor te zorgen dat Billy’s moeder dat bord ‘te koop’ weer uit de tuin haalt…


Een grappig verhaal, waarin de kinderen en hun ouders neergezet worden als typetjes, allen herkenbaar aan een bepaalde eigenschap. Rosa en haar gezin staan voor rommelig, Sfeder voor ‘nooit thuis’, en Aurora heeft hippie-ouders. Natuurlijk is er ook een pestkop, en die doet dan ook niet mee in het clubje. Maar deze Ted zal nog een belangrijke rol spelen in het verhaal.


De ontknoping is bijzonder, en al zitten er enkele losse draadjes aan dat gedeelte, het is toch goed gevonden.
Iedereen is anders, en iedereen moet ook anders kunnen zijn.


Krista Okma
(1976) is adviseur opvoeden & opgroeien. Ze is gepromoveerd in de ontwikkelingspsychologie met een onderzoek naar de belevingswereld van (pleeg)kinderen. Haar expertise ligt op het gebied van trainen en ondersteunen van beroepskrachten en ouders bij vragen over (zorgintensief) opvoeden.
Dat zij zelf drie kinderen heeft, voegt nog meer levenservaring toe. Dit verhaal past dus precies in haar straatje.


ISBN 9789044829716 | hardcover |146 pagina's | Uitgeverij Clavis| maart 2017
Illustraties van Chris Vosters | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 23 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het beeld van Raban
De Groene Hand: Deel 2
Susan van 't Hullenaar


In deel 1 lazen we hoe Flora dankzij het uitvoeren van vijf moeilijke opdrachten toegelaten werd tot De Groene Hand, een geheime club.

In deel 2 staat de club te popelen om hun eerste mysterie om op te lossen. De vijf leden, Daniël, Flora, Anniek, Hilde en Fabio willen namelijk uitzoeken hoe het kan dat er een beeld verdwenen is van het kerkhof in het dorp. Natuurlijk gaan ze eerst naar sporen zoeken op het kerkhof zelf en daar vindt Flora iets heel bijzonders. Haar vondst is de aanleiding tot een heleboel vreemde en spannende gebeurtenissen.


Maar voor het zover is weten ze inmiddels dat het beeld gemaakt is door ene Raban, toentertijd een onbekende kunstenaar maar nu, een flink aantal jaren later, is hij inmiddels vrij bekend en is zijn beeld veel geld waard. De club heeft een plan bedacht om te achterhalen waar de kunstenaar nu is en wie hen meer kan vertellen over het beeld. Ze weten niet dat ze zich op gevaarlijk terrein begeven, maar daar komen ze al snel genoeg achter als ze kennis maken met de zich zeer vreemd gedragende antiekhandelaar.


Hun verdere speurtocht leidt hen naar een museum, naar het kasteel van de familie Van Valkensteen én naar de voormalige ijskelder waar het vreselijk stinkt. Maar nog steeds hebben ze het mysterie niet weten op te lossen. Het is vooral Flora die aldoor het gevoel heeft dat ze iets op het spoor is, ze weet dat ze steeds iets over het hoofd ziet maar wat? Gelukkig is er ook nog de bedachtzame Anniek, die elke keer alles op een rij weet te zetten en zo helpen de leden van de club elkaar verder naar de oplossing van het raadsel. Maar waarom doet Hilde zo vreemd?


Het is een spannend, vlot geschreven verhaal, vooral het begin sleept je met flinke vaart het verhaal in. De kinderen komen in allerlei gevaarlijke, onverwachte situaties terecht waardoor je vol spanning verder wilt lezen hoe ze zich daar uit zullen redden. De ontknoping is helaas wat minder spectaculair, zelfs een klein beetje onwaarachtig en wat zoet.
Maar toch is dit boek verder een heerlijk avontuur om te lezen. Gelukkig verschijn half 2017 deel 3 en kunnen we opnieuw genieten van de speurtochten van De Groene Hand.


Het boek verscheen in 2015 onder dezelfde titel maar is nu in deze mooi verzorgde uitvoering en aantrekkelijker omslag heruitgegeven.


ISBN 9789402601817 | hardcover | 133 pagina's | Uitgeverij Aerial | februari 2017
Met kleine zwart-wit afbeeldingen | leeftijd 8+

© Dettie, 16 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Poef!
illustraties: Madeleine van der Raad
Tekst: Bianca Nederlof


Als Fien bij oom Joep en neef Tim logeert, gaat ze samen met Tim wandelen in het bos. Opeens ziet ze rook en, nieuwsgierig als Fien is, moet ze gelijk weten waar dat vandaan komt. Van Tim hoeft dat niet zo, want volgens hem komt die rook uit het huis van de heks die daar ergens woont.

En ja hoor, ze komen bij een bouwval aan met een gat in het dak, daar komt de rook uit. Opeens gaat de deur open en zien de twee kinderen een man met een grote gekrulde snor en een puntmuts op het huis uitrennen. Het is Toof, de heks is een man! En nog aardig ook! Hij heeft lekkere soep gemaakt en daar heeft Fien wel trek in. Ze neemt een hap en... poef! Fien is weg!


De heks is verdrietig want dat gebeurt nou altijd, vertelt hij, 'ik maak soep, maar dan is het poef!'
Hij moet nu geen soep maar foep maken want dan kan hij de poef terugfoepen en dan komt alles weer goed... zegt hij... hoopt hij.


Het verhaaltje is op AVI M3 niveau. Dus kinderen van ca. 6 jaar kunnen dit zelf lezen. Hoofdletters ontbreken nog maar er zijn al wel enkele leestekens gebruikt, zoals; aanhalingstekens, punten en komma's, vraag- en uitroeptekens. De zinnen zijn kort en de woorden bestaan uit één lettergreep. Heel knap gedaan.

Bij het verhaal zijn tekeningen van Madeleine van der Raad toegevoegd die helder en vlot zijn. De heks is echt hekserig zonder eng te zijn en in zijn keuken zijn hekseningrediënten te zien zoals een potje spinnetjes en andere griebeldingen. Natuurlijk is de soep en vreemde groene blubberbrij. Grappig is dat de heks zijn muren met keurig grijsblauw behang beplakt heeft waarop mooie witte blaadjes en takjes te zien zijn. Dat verwacht je niet in een heksenhuis!

Fijn en avontuurlijk boekje uit de  Hoera, ik kan lezen! serie.


ISBN 9789051164480 | Hardcover | 45 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | april 2017
formaat: 15,0 x 21,5 cm | Leeftijd 6+ AVI M3

© Dettie, 4 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Azul
Missie red de haai
Lian Kandelaar


Rico woont met zijn ouders en zusje Luzy in een prachtig, niet bij name genoemd, beschermd natuurgebied. Menno, Rico's vader is daar ranger, dat wil zeggen dat hij samen met zijn collega's Piada, Carel en Nova een deel van de kust en de oceaan bewaakt.

Vader Menno is een grote haaienliefhebber, iets wat Rico maar gek vindt want het was wel een haai die zijn vaders been heeft afgebeten. Maar Menno zegt dat het niet aan de haai ligt maar aan de mensen. Haaien vallen zelden aan, behalve als ze zich bedreigd voelen. Luzy is ook al helemaal gek op haaien en zo gauw ze er een ziet springt ze het water in, ze wil ze zien en aanraken. Rico vindt het maar eng, hij is bang voor haaien. Maar toch wil hij altijd graag met z'n vader mee als hij zijn inspectieronde door het natuurreservaat moet varen. Binnen dat gebied mag namelijk niemand vissen of koraal oogsten.


Tot Rico's grote schrik ontdekken ze op een dag dat er binnen het beschermde gebied toch gevist wordt. Eén kleine blauwe haai is al gevangen en de vissers zijn bezig zijn vin eraf te halen, er zit al een diepe snee onder een van zijn vinnen. De visser gooit het dier gauw het water in. Tot Rico's eigen verbazing springt hij onmiddellijk de haai achterna. Hij zal en moet het dier redden en dat lukt!  Met veel pijn en moeite weet hij het zwaar gehavende dier te pakken te krijgen en hij voelt meteen dat deze haai heel bijzonder is, alsof hij met het dier kan praten. Zijn angst voor haaien is gelijk over en hij weet dat hij er alles aan zal doen om Azul, zoals hij de haai noemt, beter te maken.


We lezen hoe Luzy en Rico met veel liefde en vindingrijkheid voor het dier zorgen. Rico voert vele stille gesprekken met het dier en hij weet daardoor precies wat hij moet doen en wat goed is voor de haai. Er ontstaat een hechte band tussen de twee. De haai is bijna een vriend geworden voor Rico. Het mooie aan het verhaal is dat Rico, die eigenlijk best wel onzeker is, steviger in zijn schoenen is komen te staan omdat hij de haai gered heeft. En nu maar hopen dat de mooie haai de zware verwondingen overleeft...


Bij het verhaal staan eenvoudige maar leuke afbeeldingen van tien verschillende haaiensoorten zoals de hamerhaai, walvishaai, koekjessnijder etc. maar ook de dolfijn wordt genoemd. In een bijgaand katern staan enkele wetenswaardigheden over die dieren. De koekjessnijder bijt bijvoorbeeld met de vlijmscherpe tanden van zijn onderkaak mooie rondjes uit zijn prooi, vandaar de naam. Maar ook dankzij het verhaal zelf komen we vrij veel te weten over haaien en vooral waarom ze zo aantrekkelijk zijn voor de vissers.


Het is een heel vlot en soepel geschreven boek waarin veel informatie over haaien is verwerkt zonder dat je er erg in hebt. De informatie past namelijk prachtig in het verhaal. Groot was mijn verwondering en bewondering toen ik las dat de schrijfster twaalf jaar is. Menig volwassen schrijver kan qua taal en stijl  niet aan haar tippen. Ook de leuke, informatieve zwart-wit  afbeeldingen zijn door haar gemaakt.
Dat belooft wat voor de toekomst!


Lian Kandelaar
(2005) wil met haar boeken andere mensen inspireren om zich in te zetten voor de natuur. Op tienjarige leeftijd schreef ze haar debuut Missie Red de dieren. Het geld dat ze daarmee verdient, doneert ze aan het Wereld Natuur Fonds. Lian schreef Azul voor de WNF actie Haai Alarm. Van ieder verkocht boek gaat € 1,- naar het Wereld Natuur Fonds.
Achterin het boek staat nog veel nuttige informatie en internetadressen zoals o.a. http://saveoursharks.nl


Zie ook het inkijkexemplaar en het you tube filmpje waarin de schrijfster vertelt over haar nieuwe boek maar ook kort en krachtig weergeeft waar volgens haar een goed kinderboek aan moet voldoen.


ISBN 9789050116190 | Paperback | 84 pagina's | KNNV Uitgeverij | mei 2017

© Dettie, 17 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vergeetjeskruid
illustraties Hiky Helmantel
tekst: Ingrid Vandekerckhove


'Gisteren is er iets heel vreemd gebeurd bij de familie Elliot.' Het verhaal begint gelijk al spannend! Je bent onmiddellijk nieuwsgierig. Wat is er aan de hand? Gelukkig vertelt Lotte, het vriendinnetje van Felix, ons dat.

De keurige ouders van Felix Eliot gedragen zich namelijk ineens als een stelletje kinderen. Ze liggen languit op de bank, met hun vuile schoenen op de kussens chips en nootjes te eten, de hele kamer ligt er vol mee en ondertussen zitten ze gillend en gierend van het lachen met de PlayStation een spel te spelen. Lotte, weet niet wat ze ziet!

Nadat Jasper, de oudere broer van Felix, zijn ouders voor straf in de hoek heeft gezet wordt het wat rustiger. Maar dan begint mevrouw Eliot te huilen, want ze kan er niet goed tegen dat Felix en Jasper zo hard praten. Gelukkig doet een lekker koekje doet wonderen. Mevrouw Eliot is gelijk weer vrolijk.

De drie kinderen weten totaal niet wat ze met meneer en mevrouw Eliot aan moeten. Jasper besluit naar de apotheek van zijn ouders te gaan om daar de boel te runnen en Felix en Lotte zullen 'babysitten'. En zo gebeurt het.

Nu de ouders kinderen zijn geworden, gedragen Lotte en Felix zich maar als ouders en tot hun stomme verbazing luisteren meneer en mevrouw Eliot ook nog naar ze, dat is grappig én handig, want het is nog een hele klus om die twee in de hand te houden. Lotte ziet bijvoorbeeld mevrouw Eliot in haar neus peuteren en even later het snotje aan de bank plakken, als Lotte er wat van zegt, wordt het gelijk een hele toestand. Ook zetten de twee de televisie keihard aan en haalden ze nog veel meer kattenkwaad uit. 'Zo slecht als zij hebben wij ons als kind toch nooit gedragen?' vraagt Lotte zich zelfs inmiddels serieus af.

De drie kinderen verzinnen een goed plan om meneer en mevrouw Eliot weer gewoon te krijgen, want ze weten ondertussen hoe het komt, maar voordat het zover is gebeuren er nog een heleboel grappige én lastige dingen, zowel in de apotheek, met de klanten als bij Felix thuis...

Het is een aardig verhaal dat kinderen in feite laat zien hoe kinderachtig ze zich kunnen gedragen. Want als volwassenen hetzelfde gedrag vertonen is het ineens niet zo leuk meer, helemaal niet leuk zelfs. Van zulk gedrag word je doodmoe, ontdekt het drietal. Even chillen is er niet meer bij.
Lotte, Jasper en Felix zetten alles op alles om de twee donderstralen weer gewoon te krijgen. En denk je dat die dan dankbaar zijn?
Welnee, ze moeten dan ook nog eens meneer en mevrouw Eliot zover krijgen dat ze eindelijk geloven dat zij zèlf al die troep gemaakt hebben.
Ze zijn wel heel bij dat Lotte belooft het aan niemand te vertellen... en dat doet ze ook niet, ze schrijft het gewoon op!


ISBN 9789044829499 | Hardcover | 79 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2017
Leeftijd 8+

© Dettie, 27 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMowgli van de Wolvenhorde
illustraties: Amber van Dongen
tekst: Jos Dom


Is er na Peter en de Wolf ooit een poging gedaan om een verhaal op soortgelijke wijze op muziek te zetten? Als die er zijn, dan zijn ze nooit erg succesvol geworden. Vast en zeker gaat het muzikale verhaal van Mowgli, gebaseerd op de Jungleboeken van Rudyard Kipling, daar verandering in brengen!

Nog niet zo lang geleden is Junglebook, de filmversie van het verhaal over Mowgli, weer in de bioscopen verschenen, zodat deze uitgave van het muzikale verhaal precies op tijd komt om opnieuw de harten van jonge kinderen – en volwassenen – te stelen.


Het verhaal vertelt over een mensenkind dat in de jungle verdwaalt en opgevangen wordt door een roedel wolven. Hij geniet behalve van de wolven ook nog bescherming van panter Bagheera en beer Balou en dat is wel nodig ook, want de tijger Shere Kan heeft gezworen hem levend te verslinden. 


Een muzikale vertelling, zodat duidelijk moge zijn dat de cd belangrijker is dan het boek. Het koperkwintet Brassery - vijf blazers dus – speelt het verhaal, waarbij de dieren hun eigen geluid, soms zelfs een eigen instrument krijgen. Tussen de muziek door, of ook tegelijkertijd is er de stem van de verteller, Bert Verbeke, die eveneens op een eigen manier de dieren een stem geeft. Beide, muziek en tekst, maken het avontuur van Mowgli reuze spannend, waarbij humor niet vergeten wordt. Marc Goris schreef de muziek, en natuurlijk wordt Beer Balou weergegeven door de bastuba, die er op los bromt, terwijl alle instrumenten tegelijk lijken te krijsen als het kind ontvoerd wordt door de apen.


En dan is er natuurlijk het boek, met de mooie illustraties van Amber Van Dongen in aardetinten. De tekst van het boek is niet gelijk aan de gesproken tekst, maar wat er ontbreekt aan taal wordt grafisch weergegeven en is door de aanduiding van nummers onder aan de pagina duidelijk te combineren.


Duizendpoot Jos Dom behaalde in 1975 een Eerste Prijs Dramatische Kunsten aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te Antwerpen; was van 1975 tot 1998 vast verbonden aan het Koninklijk Jeugdtheater te Antwerpen, aanvankelijk als acteur, later als auteur, huisregisseur en sinds 1977 als artistiek leider; vervulde diverse sporadische acteursopdrachten in verschillende theaters ( K.N.S.- Antwerpen, E.W.T., Fakkel- en Meirtheater, Nieuw Vlaams Toneel De Waag,Theater Poëzien,...); doet verschillende regies ( theater, musical) binnen zowel professionele; is tevens werkzaam als auteur en vertaler/ bewerker van toneelstukken voor zowel kinderen als volwassenen etc, etc.


ISBN 9789462420663 | Hardcover met cd | 128 pagina's | Uitgeverij Kramat | april 2017
Leeftijd vanaf 7 jaar

Bert Verbeke: verteller
Jos Dom: tekst
Amber Van Dongen: grafische vormgever
Marc Goris : muziekcompositie

© Marjo, 25 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waar de wind waait
illustraties: Esther Leeuwrik
tekst: Brenda Heijnis


Een boek vol gedichten voor kinderen vanaf acht jaar. De gedichten behandelen allemaal onderwerpen waar kinderen tegenaan lopen, dat kunnen verschillende gevoelens zijn zoals niet weten wat te doen ik vakantietijd, als alle vriendjes en vriendinnen op vakantie zijn.


[...] Nu lig ik languit op de bank
en staar naar het plafond
Wat zou jij allemaal gaan doen
als je vakantie net begon?


Of hoe vertel je als kind over dat vreemde gevoel dat er niemand anders is dan jij?  Nou, misschien wel zo...


Vandaag voel ik mij heel alleen
want van mij is er maar één
Eén keer ik om mee te spelen
en te rennen op het plein
Soms zou ik wel willen
dat er meerdere ikken zijn

Je kunt ook heel nieuwsgierig zijn naar wat een ander denkt en voelt en dan vraag je gewoon...


Mag ik een keer
in jouw hoofd?


Dan mag jij
in het mijne


En allerlei opmerkingen over familieleden kunnen een kind ook flink bezighouden. Het is tenminste knap verwarrend als mensen die op bezoek zijn tegen je zeggen...


Je hebt de ogen van je vader
en die mond is van je moeder
De handen van je oma
en de neus van opa Klaas


Ook broertjes of zusjes en opa's en oma's zijn vaak in een kinderhoofd aanwezig. Want die stoere broer is helemaal niet leuk en oma heeft een wiebelnek en een wiebelvel onder haar kin... er zitten zelfs geulen in! Maar er wordt ook heel lief gepraat bijvoorbeeld in het heel mooie gedicht over opa. Daarin vertelt een kind over zijn stoere opa, die van die mooie wolken kon blazen met de rook uit zijn pijp. Opa is nu zelf een wolkenman is en is nu altijd bij hem, kijk maar naar die wolken... het kind praat nog steeds met zijn opa en als opa daarboven in de lucht moet huilen dan troost het kind hem. Het is hartverwarmend en ontroerend om te lezen.

Het gedicht over het bejaardenhuis waar sommige bewoners 'heel raar' doen is echter precies het tegenovergestelde, het is hilarisch!
Want voor een kind is het natuurlijk heel vreemd als een bejaarde 'stoute' dingen doet en dan geen standje krijgt...


Kijk nou toch eens, zie je dat?
Ik had als tien keer straf gehad


Om even verderop te verzuchten


[...] Ik wou dat ik gewoon
alweer een oude opa was.


Natuurlijk zijn er ook gedichten over wat een kind allemaal leert en kan en doet. Het ene gedichtje gaat over een wriemelaar zijn, het andere over alles wat je met je lijf kunt doen zoals:


met mijn tong
mijn neus aanraken
en van mijn wangen
ballonnen maken.

maar het aller- aller- allerleukste gedicht vind ik het gedicht over de buurvrouw dat zo begint:


Mijn buurvrouw is een beetje raar
ze loopt op klompen en rookt sigaar
Ze voert de eenden koekjes
voor haar katten breit ze broekjes [...]


Bij dit gedicht zie je een afbeelding van een Ma Flodder achtige vrouw met dikke sigaar in haar mond. op haar schoot ligt de poes die natuurlijk een zelfgebreid broekje aan heeft. (Aan de waslijn hangen ook allemaal kattenbroekjes) Om haar heen is het een bende, je ziet schapen, kippen, konijnen, een hond met een ei in zijn bek en kippenkeutels... heel veel kippenkeutels...

Alle afbeeldingen in het boek zijn overigens zeer de moeite van het bekijken waard maar dat kan ook haast niet anders met deze illustratrice die ook de mooie illustraties verzorgde voor o.a. de door mij gelezen boeken Ergens, Schaap 507, Beroemd, De kleine grote kameleon enz.  Ook nu  weet Esther Leeuwriks precies de sfeer van de tekst weer te geven in de fraaie, subtiel gekleurde, afbeeldingen.

Een prachtig verzorgd boek, waarmee een kind op een heel prettige manier kennis kan maken met - in verschillende rijmsoorten geschreven - gedichten


ISBN 9789044828627 | Hardcover | 43 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2017
Afmeting 298 x 216 x 9 mm | Leeftijd 8 +

© Dettie, 20 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altIedereen een ster (behalve ik)
Angelique van Dam

Als de meester van groep 6 bedenkt om eens iets anders dan anders te doen voor de maandafsluiting, is iedereen in de klas meteen enthousiast: ze mogen allemaal iets laten zien waar ze goed in zijn. De een kan goed dansen, de ander zingt mooi, een jongen kan een voetbal heel lang hooghouden. En zo heeft iedereen een talent.


Iedereen, behalve Svenja. Als ze anderen vraagt wat zij vinden dat ze goed kan, zeggen ze dat ze zo vrolijk is, en er leuk uit ziet. En ze kan goed opruimen. Maar wat kan je daar nou mee? Haar vader kan ook al niet helpen, want die geeft meteen toe dat de bloemkool die ze gekookt heeft mislukt is. En poes Noppes wil niet doen wat Svenja bedenkt.


Dan komt er een nieuwe buurman naast hen wonen. Svenja ontdekt dat hij goochelaar was, ooit. Illusionist, verbetert Gilles haar. Maar hij mag zijn trucs niet verklappen, hij is gebonden aan een beroepsgeheim. Daar heeft ze dus ook al niets aan.


De dag van de uitvoering nadert, en Svenja heeft nog steeds niets bedacht. Als iemand er naar vraagt zegt ze dat het een verrassing is.
Maar intussen wordt ze steeds somberder, want iedereen heeft een talent, maar zij dus niet!

Hoe zal dat aflopen? Natuurlijk willen haar vader, de buurman en de meester haar helpen, maar zij kunnen ook niets bedenken!
Of toch?


‘Ik lig in bed. Elke keer als ik mijn ogen sluit vliegen er honderden bloemkolen met ketchup door mijn kamer.
Ze worden achternagezeten door de mooie en lekkere cupcakes van de tv van vanmiddag.
Ik word er duizelig van. Ik wrijf in mijn ogen, dit wil ik helemaal niet zien! Het wordt alleen maar erger.
Springende kinderen plukken de cupcakes uit de lucht. Niemand wil mijn bloemkool.’


Dit is een probleem waar kinderen zomaar tegen aan kunnen lopen. Het gebeurt immers regelmatig dat ze op moeten treden op school! Wat als je dan nergens goed in bent? Niet iedereen kan zomaar zingen, of dansen, maar in iedereen zit iets verborgen. Je moet je talent nog ontdekken, zegt de vader van Svenja. Ja, dat is natuurlijk zo. Maar daar heeft een kind niets aan. Toch is het door hun houding dat Svenja ontdekt waar haar talent ligt.


Dit een prettig leesbaar verhaal met een positief einde. Precies wat je kinderen die wat onzeker zijn wil laten lezen. Iedereen is erg behulpzaam, en misschien is dat niet zo realistisch, maar dat geeft niet.


Angelique van Dam debuteerde met ‘Joehoe! Ik wil een koe!’, eveneens een lekker positief verhaal. De tekeningen zijn zwart-wit, en passen uitstekend bij de tekst, met een grappige twist.

ISBN 9789048831777 | hardcover |160 pagina's | Uitgeverij Moon| april 2017
Tekeningen van Annet Schaap | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 6 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De vijf opdrachten
De Groene Hand: Deel 1
Susan van 't Hullenaar


De hartsvriendinnen Anniek en Flora wonen in een klein dorpje. Flora vindt het er maar saai. Maar alles verandert op de dag dat ze op school een groene envelop in de la van haar tafel vindt. Zwaar geheim!! Thuis openmaken. Alleen. staat er op geschreven. Flora kan niet wachten tot ze naar huis kan. Met een smoes wimpelt ze Anniek af en racet naar huis, naar haar kamer.


Het is een brief van De Groene Hand. 'We beleven avonturen waar de buitenwereld niet van weet. We lossen dingen op en bieden de helpende hand. In het geheim.' De club zoekt nieuwe leden maar voordat iemand toegelaten wordt, moeten ze getest worden en daarom krijgt Flora vijf opdrachten waardoor ze kan bewijzen dat ze dapper, slim, handig, daadkrachtig én aardig is. Haar eerste opdracht is: Binnen twee dagen een paspoort maken mét een bewijs van echtheid. Én, waarschuwt De Groene Hand, ze mag verder met niemand over het bestaan van de club spreken want dan is het afgelopen en wordt ze niet toegelaten. Voor elke goede opdracht krijgt ze een groene smaragd die ze aan een polsband kan vastmaken, die band met stenen wordt het bewijs dat ze de testen doorstaan heeft.


Flora vindt het geweldig én spannend. Ze begint gelijk aan de opdracht, maar wat is eigenlijk een bewijs van echtheid? Het wordt nog een heel gezoek voordat ze de opdracht helemaal naar de wens van De Groene Hand heeft kunnen maken. Ze legt het paspoort op de afgesproken plek en dan breekt het wachten aan. Zal ze de opdracht goed hebben gedaan? En zo ja, wat zal de volgende opdracht worden? Wie zouden er in de clubs zitten? Vanaf die tijd kijkt ze met andere ogen naar iedereen. Zou die ene jongen erbij zitten? Hij doet wel vreemd tegen haar. Of krijgt ze de brieven van dat nieuwe meisje uit haar klas? Vanaf die tijd begon het...

Gelukkig was de eerste opdracht goed uitgevoerd, ze ontvangt een groene smaragd en een nieuwe opdracht volgt. En weer wordt benadrukt dat de opdrachten en de club geheim zijn. En hoe opwindend Flora de vijf opdrachten ook vindt, ze heeft er ook een rotgevoel over omdat ze zelfs niets aan haar beste vriendin Anniek kan vertellen, ze hebben nooit geheimen voor elkaar. Nu moet ze steeds smoezen verzinnen waarom ze niet met elkaar kunnen afspreken. Zo direct raakt ze Anniek kwijt! En wat is belangrijker de club of Anniek? Maar de club en de opdrachten zijn ook zo aantrekkelijk... het dorp is ineens niet meer saai.


Natuurlijk vindt elk kind geheimen spannend en helemaal als er nog zulke pittige opdrachten bij komen kijken. Stiekem zou je zelf ook wel zo dapper willen zijn en bij zo'n club willen horen. Die dromerij is precies wat de schrijfster haarfijn heeft aangevoeld en weergegeven want zelf wilde ze dat ook. Op haar website schrijft ze namelijk;  "Mijn beste vriendin en ik zagen overal mysteries, we hadden nogal veel fantasie. Wij sloten niet uit dat er elfen of aardmannen in het bos om de hoek woonden. Of dat je via een bepaalde holle boom in een andere wereld kon komen. Bij gebrek aan echte mysteries bedachten we vaak zelf maar iets. Een club bijvoorbeeld."
En nu heeft ze ook een andere kinderdroom van haarzelf waargemaakt en dat was... later ga ik zelf ook boeken schrijven. En dat schrijven is haar goed gelukt. Het is een lekker vlot en spannend verhaal waarbij je benieuwd bent hoe het verder met Flora zal gaan. Gelukkig is er inmiddels al een deel 2 uit en is deel 3 in de maak.


ISBN 9789402601800 | Hardcover | 114 pagina's | Uitgeverij Aerial media Company | maart 2017
Ook verschenen als luisterboek op CD bij Superboek Stichting aangepast lezen.

© Dettie, 28 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De brieven van Mia
Astrid Sy


Laila leunt met haar kin op haar armen over de reling van de galerij en kijkt hoe de regen naar beneden valt. Ze zucht en knijpt met haar ogen alsof ze het door pure wilskracht wil laten stoppen met regenen. Regen. Dat was een van de eerste woorden die ze hier leerde. [...] Lange donkere winters... nog zoiets doms aan Nederland, denk Laila.


De Syrische vluchtelinge Laila woont samen met haar moeder en broertjes Sami en Rasha in een asielzoekerscentrum in Almere. Ze vindt het er vreselijk. Ze mist haar vader, die moest achterblijven in Syrië, enorm. Op school zegt ze niets, ze is aanwezig en dat is het. Meester Lenn is aardig maar ook hij krijgt nauwelijks een vriendelijk woord van haar. Klasgenoot Alex is de enige in het centrum die Laila 'een soort van mag'.


De meester vertelt in de les over Hitler en de Jodenvervolging door de nazi's. Hij laat foto's zien van mensen met grote sterren op hun jassen. Bij het zien van een jongetje die ook zo'n ster draagt voelt Laila een groot verdriet en medelijden. Ze kent die blik in zijn ogen. Veel te serieus. De meester vertelt ook over de razzia's en de concentratiekampen en wat daar gebeurde. Ook vertelt hij dat een aantal  joodse mensen de oorlog overleefd hebben omdat ze konden onderduiken.


Als Laila die middag, met forse tegenzin, in verband met de liefdadigheidsweek bij meneer Cohen huishoudelijke klusjes moet doen, weet ze niet dat die verhalen van de meester heel dichtbij zullen komen. De stokoude meneer Cohen is overigens ook niet blij met Laila, Als hij hoort dat ze van de school van het asielzoekerscentrum komt, zegt hij nijdig:  'Ik dacht dat alleen normale scholen meededen'. Hij wil helemaal geen 'vreemden' in huis dus hij dirigeert haar naar boven, naar zolder, die mag ze wel opruimen. En daar vindt ze het blik met de brieven van Mia, gedateerd van april 1942 tot en met november 1942. De brieven, gericht aan ene Isa,  raken haar diep. Ze begrijpt dat het over Joodse mensen gaat en dat ze willen vluchten. De les van meneer Lenn komen weer bovendrijven. Het zal toch niet zijn dat Mia...


Ondanks het aanvankelijke gebrom en gechagrijn van meneer Cohen ontstaat er in die week een goed contact tussen de twee, de vonk springt over. Ze herkennen elkaar in hun verdriet ook al wordt die dan nog niet aan elkaar uitgesproken. Laila leest stiekem de brieven van Mia die een dapper vrouw blijkt te zijn en in het verzet zat, een vrouw die van geen nee wilde horen. 'Mij krijgen ze niet!' is een van haar uitspraken. Natuurlijk komt meneer Cohen er achter dat Laila de brieven leest en hij vertelt haar wat voor rol Mia in zijn leven speelde. Daardoor raakt Laila nog meer in de ban van het verhaal van Mia.


Wat volgt is een erg ontroerend verhaal van een heel jong meisje en een oude man die allebei een oorlog achter de rug hebben en de gevolgen daarvan nog steeds voelen. Ze begrijpen elkaar, dat begrip, dat weten hoe het voelt om dierbaren, je huis en alles kwijt te raken is wat Laila zo miste bij bijvoorbeeld meester Lenn. Laila begint een ware speurtocht naar Mia. Ze zal en moet weten hoe het met de onverschrokken Mia is afgelopen want als zij het gered heeft, de oorlog overleeft heeft, misschien dat het haar wijze, dappere doortastende vader dan ook lukt te ontsnappen. Laila zet daarom alles op alles om de waarheid te achterhalen. Het is alsof het verhaal van Mia haar houvast, haar talisman is. Meneer Cohen speurt mee en laat daardoor eindelijk zijn gevoelens, die hij al die jaren weggeduwd had, toe, het voelt als een bevrijding. En daardoor kan Laila ook haar verdriet een plek geven.


Het verhaal is heftig en wordt zonder opsmuk verteld en juist daardoor heeft het een enorme impact. De oude man en het meisje laten elkaar alleen oprechte, eerlijke gevoelens zien en dàt grijpt je zo naar je strot. Ik zat tenminste onder het lezen soms met een dikke laag kippenvel en af en toe vloeide er een traantje. Onder het lezen vroeg ik me wel af of het verhaal niet te zwaar is voor jongeren, want de afschuwelijke waarheid rond de gebeurtenissen in WO II wordt niet gemeden. En die waarheid is al schokkend genoeg. Maar ondanks het onverbloemd vertellen is het verhaal denkelijk dankzij de prettige, weldoordachte taal goed te hanteren. Persoonlijk zou ik het boek aan iets ouder dan negenjarigen laten lezen maar wellicht is het voor jongeren minder schokkend omdat bij hen WO II minder leeft dan bij volwassenen. Het is wel een verhaal dat belangrijk is, een verhaal dat goed is, juist omdat het niets verbloemt.


De schrijfster heeft met dit boek eveneens het verband getoond tussen WO II  en de huidige afschuwelijke gebeurtenissen in Syrië. Ze laat zien dat de jacht op de joden en het leven van de vluchtelingen in Syrië overeenkomsten heeft. In beide gevallen werden woningen platgebombardeerd, werden mensen opgejaagd en/of vermoord. De gelijkenissen zijn verbluffend.
Kortom, lees het, klassikaal, alleen of met ouders, het maakt niet uit, als het maar gelezen wordt.


ISBN 9789082470123 | Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Rose Stories | 1 mei 2017
In samenwerking met Oxfam Novib | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Dettie, 4 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHans is kwijt
Erik Jan Harmens & Elise van Iterson


Op een avond ligt Hans in bed het behang op de muren weer eens te bekijken. Ooit was hij er heel blij mee. Het is een behang vol dinosauriërs. Toen zijn vader het er op plakte bleven er bubbeltjes achter. Die zouden wel wegtrekken… Nou, nu twee jaar later zitten ze er nog! En hij is nu acht! Hij vindt dino’s nu een beetje kinderachtig.  Maar ja, ruilen met zijn zusje wil hij ook niet. Die heeft roze behang met witte stippen! Zijn zusje is fanatiek van turnen, zij staat de hele dag te spagaten en te handstanden.


Nou, Hans vindt zijn leven niet zo leuk. Zijn ouders zijn druk met hun winkel, een kantoorboekhandel en hebben weinig tijd voor de kinderen. Hij is het zat!


‘Hans denkt: als ik nu zou verdwijnen, hoe lang zou het dan duren voordat papa en mama me missen?
Tien minuten?
Een uur?
Een dag?

Hans denkt nog iets.
Hij denkt: gáán ze me wel missen?
Als ik er niet meer ben?’


Hans verstopt zich. Hij is wel in de buurt, maar zijn ouders zien hem niet als ze hem - eindelijk! – gaan zoeken. Maar Hans krijgt honger, en hij moet naar de wc.


Behalve dat het verhaal erg herkenbaar is – welk kind is niet eens ontevreden? - wordt het ook op een hele leuke manier verteld. Hans is de verteller, en hij laat de zinnen soms rijmen. Ook worden er klankwoorden gebruikt: over het spuiten van deo: zijn moeder wil dat hij pscht doet, maar Hans doet pssssssccccchhhhhttttt!
Het verhaal zit boordevol humor, en ach, Hans zijn ouders blijken nog zo saai niet…


Erg leuk boekje, met ook prachtige illustraties, soms paginagroot met veel details en heel kleurrijk. Kijk maar naar de omslag!
Nog een extraatje: de binnenkant van de stevige omslag staat vol met dat bubbeltjesbehang!

ISBN 9789048836840 | Paperback | 112 pagina's | Moon | april 2017
Illustraties van Elise van Iterson | Leeftijd vanaf 7 jaar

© Marjo, 27 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER