Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Het Superdikke Kidsweek Moppenboek
de leukste moppen en raadsels uit Kidsweek!
Diverse auteurs


Het is rood en gaat op en neer. Rara wat is dat?
Antwoord: een tomaat in een lift.


Flauw, maar dit soort mopjes blijven het altijd goed doen, omdat het zo leuk is om ze te vertellen. Want ja, andere kinderen blijven het antwoord schuldig. Tenzij ze dit boek ook gelezen hebben natuurlijk!

Wat doet een worm voordat hij gaat sporten?
Antwoord: Een worming-up.

Wie is moe en zingt?
Antwoord: Guus Geewis


Dit soort mopjes, in de vorm van woordspelingen en raadseltjes, kan een kind zelf bedenken, maar je kan ze ook volop vinden in deze bundeling van Kidsweekmoppenboekjes. Het boek verscheen ter gelegenheid van het 15-jarig jubileum, en alle moppen zijn ingestuurd door kinderen. Het zijn er maar liefst 1200!
Op elke bladzijde staan twee tot zeven moppen en raadsels, steeds met een titel erboven in een rode letter. Ook een kernwoord van de mop is roodgekleurd.

Boe!
Een koe loopt door het spookhuis en zegt: ‘Boe!’
Dan komt er een spook tevoorschijn en zegt: Hé, dat is mijn tekst!’

Op een aantal pagina’s staan ook grappige getekende figuurtjes, in zwart-wit en rood. En natuurlijk zijn er moppen over dat konijn dat niet meer zorgt voor dropjes, en over afgesabbelde snoepjes die een lekkernij zijn voor de tweede eter. Dat er ook een aantal nogal hetzelfde zijn, is niet vreemd in een verzameling als deze, en het maakt ook niet uit, want dit is toch gene boek dat je in één keer doorleest.


Zijn alle moppen flauw? Nee, er zijn ook moppen te vinden, waar ik om moest lachen – of zegt dat meer over mij?
Nou ja: deze bijvoorbeeld:

De broers Rajko en Igor gaan een stuk taart eten. Er zijn nog twee punten: een grote en een kleine. Rajko zegt: ‘Kies jij maar eerst.
Igor pakt het grootste stuk. ‘Het was netjes geweest als je het kleinste stuk had gepakt,’ zei Rajko tegen zijn broer.
‘Welk stuk had jij dan gepakt?’ vraagt Igor verbaasd.
‘Het kleinste natuurlijk,’ zegt Igor.
Igor: ‘Nou wat zeur je dan, dat heb je nu toch?’


Vooruit dan, nog eentje:

De postbode gooit een brief door de bus.
Zegt de buschauffeur: ‘Hé, doe eens even normaal!’


Voor moppenliefhebbers vanaf ca. 9 t/m 12 jaar, ook geschikt voor kinderen die moeite hebben met lezen.

Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000362165| paperback met geplastificeerde omslag | 256 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | april 2018
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 27 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEddie, Belle en Flo naar Londen
Inga Mol

Wie het eerste boek over Eddie, Belle en Flo heeft gelezen herinnert zich vast nog wel hoe oom Ewald tien miljoen euro won, en daar allerlei wilde plannen mee had. Voor sommige van die plannen stak Eddie een stokje, maar nu weet hij wel iets wat oom Ewald kan doen. De school waar Eddie en Flo op zitten moet namelijk sluiten, er zijn te weinig kinderen. Ze gaan nog een laatste keer een schooluitje doen en dan is het klaar.


Eddie heeft gesmoezeld met zijn oom, en op de dag van het uitje krijgt juf Lieke de schrik van haar leven! Er stapt een man haar klas in, die vraagt of het de klas is van Eddie en Flo.


‘Jawel,’ zei juf Lieke. ‘Maar wat komt u doen? U komt hoogst ongelegen. We hebben vandaag het jaarlijkse klassenuitje.’
‘Juistum,’zegt de man. ‘Daar komt ik juist voor.’
‘ Kom ik,’ zei juf Lieke. ‘Het moet zijn ‘kom ik’ en niet ‘komt ik’, meneer.’
’Kom goed,’ zei de man. Ik ben Bert Beentjes, jullie chauffeur.’


Daar staat de juf dan, met haar regenkleding en stroopwafels om uit te delen in de speeltuin.
Een buschauffeur? Ze weet nergens van!
Maar Eddie wel, en oom Ewald ook. De kinderen stappen natuurlijk in. Op avontuur!
Gelukkig stapt ook juf Lieke in de bus en dan vertelt oom Ewald dat er voor iedereen een koffertje is en dat hij ook de paspoorten heeft. En de ouders zijn ingelicht.
Als dat ene kleine probleempje dat de juf nog heeft opgelost is, vertrekken ze: met de bus drie dagen naar Londen!


Natuurlijk gaat het allemaal niet van een leien dakje. De juf blijft maar koppen tellen, en ze heeft het druk met het verbeteren van de chauffeur. Bij de douane loopt het ook niet soepel, maar de kinderen hebben wel lol, oom Ewald heeft een wit knuffeldiertje in zijn koffer!
In Engeland rijden auto’s links, je mag niet kamperen in Hyde Park en het museum waar ze heen willen, Natural History Museum, is gesloten als ze eindelijk aankomen. En een hond mag er niet naar binnen.
Maar ook daar blijkt van alles gepland te zijn en eindelijk, eindelijk kunnen ze dan de botten gaan bekijken van uitgestorven dino’s. Natuurlijk gebeurt er in het museum ook van alles, en het leidt er toe dat de chauffeur opgepakt wordt…
Hoe moeten ze nu naar huis? En, allemaal leuk en aardig, de school moet nog steeds verdwijnen. Toch?


Een reuze leuk avontuur, dat spelenderwijs informatie geeft over hoe het er aan toe gaat in Engeland. Ook de Engelse taal wordt her en der gebruikt, met voor degenen die het niet begrijpen een vertaling. Inga Mol maakt met graagte gebruik van het feit dat gebruiken in een ander land makkelijk tot misverstanden kan leiden. Volop humor dus.
De ontknoping vind ik wat vergezocht, maar wel leuk gevonden.
En tip voor de schrijfster: sinds 2012 mag een hond zonder problemen mee op vakantie naar Engeland!!


Inga Mol (1960, Purmerend) is verpleegkundige, docent haptonomisch verplaatsen en schrijver van educatieve boeken en sinds 2016 ook van kinderboeken.


ISBN 9789044831979 | Hardcover |173 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2018
Illustraties van Beatrijs van Deursen | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 17 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altWeg met de juf
Nadja van Sever


Rare titel hoor. Juf Emma is juist zo lief voor de kinderen. Ze is net nieuw, en doet ontzettend haar best. Ze heeft alleen moeite met Kobe, een druk baasje dat niet stil kan zitten, die erg impulsief is en een erg kort lontje heeft. En zijn invoelingsvermogen is niet zo groot, want hij ziet helemaal niet in dat de grapjes die hij uithaalt met de juf helemaal niet leuk zijn.
De namen verwisselen - want de juf kent hen immers niet – dat kan nog, maar verse mosselen een weekend lang in haar laatje laten zitten en koffie over haar spullen? Dat is echt niet leuk meer. Dat vindt juf Emma ook: ze vertrekt.


Maar dan komt de directeur met juf Bep aanzetten. Waar haalt hij dat mens vandaan? De naam zegt het al: een oudere mevrouw, met een erg orthodoxe manier van lesgeven. Ze zet kinderen urenlang in de hoek en slaat ze zelfs. Kobe moet ze helemaal niet, die moet maar naar een andere school zegt ze.


‘Hard werken geeft mooie resultaten, dat wordt haar slogan. Kinderen die falen moeten eruit. [...] Als ze binnenkort een vaste baan heeft, zal ze eindelijk de waardering krijgen die ze verdient. Ze heeft lang genoeg gewacht. Al die moderne ideeën! Belonen en niet straffen? Wat een larie! Daar doet zij niet aan mee. Het maakt kinderen zwak. Misschien kan ze er een boek over schrijven. Degelijk onderwijs door Bep Vandersteen. Ouders zullen inzien dat kinderen beter presteren als ze met een harde hand worden opgevoed.’

De kinderen weten absoluut niet wat hen overkomt, maar dit weten ze wel zeker: dèze juf moet weg! Ze willen juf Emma terug.
Maar waar is juf Emma? Niemand kan haar vinden!


Nu is Kobe behalve een druktemaker ook een slimme jongen en hij verzint en manier om achter het adres van de juf te komen. Er is niemand en het huis ziet er erg verlaten uit. Stapels post op de deurmat. Samen met vriendinnetje Sien breekt hij in. Maar ze vinden geen aanwijzingen. Of toch?
Tenslotte ontdekken de twee kinderen iets vreselijks, waarbij ze zelf in groot gevaar komen te verkeren. Als dat maar goed afloopt!


Nadja van Sever (1965, Tervuren) geeft in dit boek een goed beeld van de problemen waar een kind als Kobe mee te maken krijgt. Niet alleen op school, maar ook thuis. 


Nadja Van Sever is leerkracht op een basisschool. Met de hele school zet zij lees- en schrijfbevorderingsprojecten op, waar alle leerlingen bij betrokken worden. Het is duidelijk waar zij het onderwerp voor dit boek vandaan haalt. Maar het verhaal zal bij Nederlandse lezers vraagtekens oproepen. Van Sever heeft het over de vijfdejaars, over de vakken taal, rekenen en wetenschappen. Zinsleer of werken in een bundel?
Uitdrukkingen als Alles is naar de vaantjes of ik zit er mee verveeld worden niet gebruikt door Nederlandse kinderen. Maar als kinderen daar over heen kunnen lezen, dan blijft er een boeiend en leerzaam verhaal over over een rusteloos en driftig kereltje met een hart van goud.


ISBN 9789044832051 | Hardcover |164 pagina's | Clavis | maart 2018
Geïllustreerd door Madelon Koelinga | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 14 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Spekkie en Sproet zelf lees boek
Illustraties: Juliette de Wit
Tekst: Vivian den Hollander



Spekkie en Sproet zelf lees boek is een dik boek dat uit drie verhalen bestaat.

In Een vreemde zaak volgen Spekkie en Sproet een politie-auto. Spekkie denkt dat haar neef Nelson, die een maand bij de politie werkt, er misschien in zit. Ze vinden de auto bij een grote villa, waar een oude vrouw woont. Zij vertelt twee agenten, onder wie Nelson, dat ze een ring mist en dat er meer aan de hand is. Later horen de kinderen van Nelson dat er meer spullen weg zijn, maar dat er niet ingebroken is. De vrouw heeft namelijk net haar sloten laten vervangen en ze heeft ook een alarm.


Spekkie en Sproet blijven steeds in de tuin bij het huis, en in een boomhut die ze vinden. Sproet gaat even bij zijn tante plassen en komt terug met een blocnote, pen en vergrootglas. Die kunnen de twee mooi gebruiken bij hun eigen onderzoek, want Spekkie wil echt wel kijken of ze kan helpen!
Zou de tuinman, die wegdook toen hij de agenten zag, de dader zijn? Ze horen hem wel bellen en zeggen: ‘Zand erover,’ dus dat zou heel goed kunnen betekenen dat hij de buit verstopt heeft. Of zou de werkster de dief zijn? Of de krantenjongen, die aan kwam fietsen en een hand naar haar opstak? Werken die twee misschien samen?|
Komen Spekkie en Sproet erachter wie het heeft gedaan?


Hoewel het wat onrealistisch lijkt dat een agent uitgebreid onderzoek doet naar de vermissing van enkele snuisterijen, is het de rest van het verhaal heel geloofwaardig. Een aardig verhaal.


In De man met de hoed zitten Spekkie en Sproet in de trein. Vlak bij hen zit een man met een hoed. Die voert een vreemd telefoongesprek, terwijl hij een krant bekijkt. Dan schuift hij zijn hoed over zijn ogen. Bij de volgende halte sprint hij de trein uit. Hij heeft zo’n haast, dat hij zijn zwarte koffertje vergeet. Spekkie en Sproet stappen uit de trein en zoeken de man, om hem het koffertje te geven. Als ze hem zien lijkt het wel of hij harder gaat lopen …
Gelukkig zijn ze net op tijd weer in de trein. Spekkies rugtas ligt nog op de plek waar ze eerst zaten. Ze gaat hem halen en komt de verkoper van lekkers tegen. Die heeft haar rugtas en vertelt dat hij zelf ook iets kwijt is: een zwarte koffer van Italiaans leer.
Als Spekkie terugkomt bij Sproet, heeft die iets in de krant gelezen. Hij schiet ervandoor, mét het koffertje.
Wat volgt is een heel spannend verhaal, waarbij de twee kinderen zich goede speurders tonen met aandacht voor details.


In De verdwenen spekkies wil Spekkie een spekkie nemen tijdens de les. Juf pakt haar hele zak met spekkies af! Als de school uit is, wil juf de zak teruggeven, maar hij is weg! Juf moet vergaderen, maar Spekkie en Sproet gaan op onderzoek uit. Sproet ziet dat het raam wijd open staat. Een bloempot ligt omver en de gordijnen wapperen. In de tuin staan heel grote voetstappen met ribbels. Leiden die voetafdrukken de kinderen naar de dader?
Een leuk verhaaltje, waarin een man met tattoos, een grote enge hond en een klein poedeltje ook een rol spelen. Het heeft een grappig einde.


Elk verhaal bestaat uit negen hoofdstukken. De tekst heeft een groot lettertype. Alle verhalen zijn eerder verschenen, maar zijn voor Spekkie en Sproet zelf lees boek allemaal omgeschreven naar AVI-E4 niveau Op dit niveau worden vooral woorden van één en twee lettergrepen gebruikt, maar langere woorden zonder leesmoeilijkheden mogen ook. In het boek wordt bij de langere woorden een koppelteken gebruikt, om het leesgemak te bevorderen (vinger-afdrukken, opschrijf-boekje, kranten-jongen). Ook staan langere zinnen betekenisvol verdeeld over twee regels.


Op bijna alle pagina’s staan tekeningen van verschillende formaten. Soms beslaan ze een hele pagina, een andere keer een halve, en regelmatig zijn ze kleiner tot erg klein, zoals van een ring of een vergrootglas. De omslag heeft vooral meerdere afbeeldingen van Spekkie en Sproet. De illustraties lijken met de hand gemaakt en zijn vrolijk gekleurd.


Een leuk boek dat kinderen kunnen lezen als ze aan het eind van groep vier zitten. Of al eerder!


ISBN 9789021678337 | Hardcover | 144 pagina's | Uitgeverij Ploegsma | april 2018
Afmeting 24,9 x 18,0 cm | Leeftijd AVI-E4 (ca. 7-8 jaar)

© Trenke Riksten-Unsworth, 10 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bender
Missie red de tijger
illustraties: Kirsten Krijthe
tekst: Lian Kandelaar


"Ik dacht altijd dat tijgers de grootste jagers van het woud zijn, maar blijkbaar kan er ook op de grootste jager gejaagd worden."

Bender


Bender is een jonge tijger die ons zijn bijzondere verhaal vertelt. Hij woont samen met zijn moeder Zia, grote zus Joy en kleine zusje Xan in de jungle op Sumatra. Stiekem is Bender een beetje jaloers op Joy, zij mag al met hun moeder mee op jacht. Dat wil Bender ook wel maar zijn moeder vindt hem nog te klein, bovendien moet hij op Xan passen. Xan is gek op haar grote broer en Bender vindt haar ook wel lief maar alles kriebelt in zijn lijf, hij wil mee!
Joy heeft ook de kriebels maar om een andere reden. Zij wil wel eens alleen op jacht en niet aldoor samen met haar moeder. Kortom, kleine tijgertjes worden groot en willen handelen naar hun natuur. En zo komt het dat op gegeven moment Joy haar eigen weg gaat en Bender tot zijn grote vreugde eindelijk met zijn moeder op jacht mag gaan.

'Hoe ging jouw eerste jacht?' vraag ik gretig.
Mama glimlacht naar me.  'Dat was een ramp. Ik was veel te sloom, veel te luidruchtig en ik deed alles verkeerd. Maar dat maakt niet uit. De eerste keer gaat altijd alles fout. Zo ging Joy per ongeluk achter het verkeerde hert aan en knalde mijn broer tegen een boom!'
'Oh...' Ik hoop dat het bij mij morgen wel goed gaat.


Natuurlijk gaat bij Bender ook niet alles meteen goed maar hij is een snelle leerling. En dan gebeurt waar mama Zia hem over verteld had en gewaarschuwd heeft...  Hij ruikt een heel rare geur en ziet hét beest.


"Voor het eerst voel ik me klein. In zijn poten heeft hij een stok, dé stok. De stok die met onzichtbare klauwen schiet en die sterker is dan mama. [...]
Mama had gezegd 'Dus jonkies, als jullie ooit zo'n wezen zien. Ren weg, zo hard als je kunt!'"


Maar er valt niets meer te doen... Voor Bender het weet kan hij geen kant meer op en ziet hij een roze pluimpje recht op zich af komen...


In deel 2 neemt Saya het verhaal deels over. Zij is een meisje dat op Sumatra woont. Haar ouders runnen een dierenopvangcentrum. Als ze op een dag in de stad is ziet ze Kamir, een jongen die ze zo aardig vond, met een tijger aan een ketting! Toeristen mogen voor 1 dollar met het dier op de foto.
Saya is woedend, dit kan en mag niet! Wilco, haar vader is het natuurlijk helemaal met haar eens, maar hoe pakken ze dat aan? Gelukkig is Wilco wat bedachtzamer dan Saya en hij stapt op Kamir af en vertelt hem vriendelijk dat het verboden is wat hij doet. Kamir schrikt en is bedroefd en even later horen Saya en Wilco hoe de vork in de steel zit. Zijn familie is straatarm en met de inkomsten van de tijger hebben ze te eten en kan hij hopelijk later voor dokter studeren...
Maar ja, het houden van een tijger is en blijft verboden. Gelukkig bedenken Saya, Kamir en Wilco een schitterende oplossing, maar dan moeten ze eerst nog de tijger zien te vinden wat die hebben Kamirs luie broers inmiddels gauw meegenomen... Zij vinden het namelijk wel prettig om op zo'n makkelijke manier aan geld te komen...

Vervolgens neemt Bender het verhaal weer over en lezen we hoe het hem verging nadat hij gevangen was genomen...

Het is een spannend en ontroerend verhaal. In het begin, als de jonge Bender aan zijn zusje enkele korte verhaaltjes vertelt in versvorm is de taal nogal hoogdravend en het woordgebruik niet passend bij zo'n jong wezentje, maar verder is het een prima geheel. Het is knap van Lian Kandelaar om zo invoelend, als een jonge tijger zijnde, te schrijven. Je voelt als het ware de zachte varens onder je poten en ruikt het gevaar als er Rox, de vader van Bender in de buurt is.  -Tijgervaders hebben een hekel aan kleine jongetjestijgers en jagen ze weg, of erger. -
Natuurlijk is het ook een uitstekend verhaal om de leefwereld van een tijger te leren kennen en bovenal kinderen te wijzen op de gevolgen van handel in en met wilde dieren. Doorheen het boek staan zwart-wit afbeeldingen die de situaties en omgeving mooi weergeven.
Fijn boek! Vooral lezen!


Zie ook het inkijkexemplaar


Lian Kandelaar
wil met haar boeken andere mensen inspireren om zich in te zetten voor de natuur. Met haar debuut Missie Red de dieren haalde ze de finale bij de Hotze de Roosprijs en de longlist van de Jan Wolkers Prijs. Lian Kandelaar steunt met de opbrengst van haar boeken de acties van het Wereld natuur Fonds.


ISBN 9789050116473 | Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij KNNV | maart 2018
Leeftijd 7+

© Dettie, 22 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHet wilde leven van Benjamin Bontje
Barbara Jurgens


Het is het lot van tamme ratten die in een dierenwinkel wonen: ze worden verkocht! Dat gebeurt ook met Benjamin Bontje, die ruw gescheiden wordt van zijn moeder en nog net hoort dat de eigenaar van de winkel zegt dat hij wil stoppen met het verkopen van ratten. Benjamin is keurig opgevoed, hij spreekt ABR (Algemeen Beschaafd Rats), zorgt goed voor zichzelf en verstaat de mensentaal. Daar heeft hij natuurlijk niets aan als hij in een kooi zit bij een mensenjong, die hem trouwens Fluffie noemt.


Benjamin begrijpt wel dat de jongen zich alleen voelt, maar krijgt de kans niet om er iets aan te doen. Want het verhaal gaat een heel andere kant op: het wordt niet het verhaal van een opbloeiende vriendschap tussen een eenzame jongen en een keurige rat. Nee, Benjamin wordt bevrijd door Mietje Rattus, een bruine rat. Om te ontsnappen moet hij met Mietje mee, een klein kamertje in, waar een witte pot staat. Daar schiet Mietje in, en Benjamin kan niet anders dan achter hem aan gaan.
De goede verstaander vindt het niet vreemd dat Benjamin vreselijk schrikt!


‘Zijn jullie wilden?’ vroeg hij.
Mietje haalde zijn schouders op. ‘Wild, wild… wat is wild?’
‘Vies, vuil en ongeregeld,’ legde Benjamin uit.’


Dan zijn ze dus echt wel wild. Het is een heel andere wereld waar hij terecht komt: de familie Rattus woont in de riolen van Amsterdam, ze onderhouden hun vacht niet zoals Benjamin gewend is, integendeel zelfs: ze krioelen door ‘tinnef’, eten uit vuilnisbakken – de goorste dingen, vindt Benjamin, hij hoeft dat eten niet – maar aan de andere kant zijn ze erg sociaal.
En ook al vinden de wilde ratten dat Benjamin kapsones heeft, als ze ontdekken dat hij mensen kan verstaan, weten ze wel een taak voor hem. Want in Mokum is er een heel akelig vrouwmens, dat er op uit is om al het ongedierte in de stad te verdelgen. En ze heeft het vooral op ratten gemunt, met haar verdelgersmachine, waar een grote slurf aan vast zit: ‘Rita Rentakill, een kaaljakker met een missie.’ Als ze weten wat die kaaljakkers zeggen, worden hun strooptochten veel makkelijker.


Benjamin wil eigenlijk naar zijn moeder. Ze loopt immers gevaar daar in die winkel! Maar hij wil de familie Rattus best eerst helpen met het redden van hun familie, en zo leert hij Amsterdam kennen. De Westerkerk, Het Paleis op de Dam, de Wallen, het is een wereld die hem verbijster.
Zal hij zijn moeder nog terugzien?


Af en toe is Rita aan het woord, die een bepaalde reden blijkt te hebben waarom ze zo gespitst is op ratten. Ze is echt gemeen! Een geducht tegenstander.
De wilde ratten leven in de riolen, een soort onderwereld. Ze spreken plat Amsterdams (onder andere ‘drijfsijssies’, ‘optiefen’, ‘kassiewijlen’) Omdat je pas op het einde van het verhaal er achter komt dat die woorden in een woordenlijst verzameld zijn, en uitgelegd worden, zal menig jonge lezer niet alles begrijpen wat er gezegd wordt. Dat geldt ook voor de verwijzingen naar de koning en het Achterhuis.


‘Waarom moet hij een kroon op zijn harses hebben?’
’Gewoon,’ zei Benjamin, ‘omdat hij de koning van de mensen is.’
‘Hij is echt niet beter dan wij knaagdieren,’ vond Melie. ‘Volgens mijn lust-ie zelf ook wel een happie. Kijk maar, hij heb zijn murf nog vol met lekkers.’


Een verhaal met veel humor, vooral in de dialogen. Spannend is het ook, tenslotte zit Rita achter hen aan!
Of kinderen het zullen opmerken is onduidelijk: er zit een beetje maatschappijkritiek in verwerkt en het gaat over twee verschillende (ratten)culturen die met elkaar om leren gaan.
De vormgeving is prima: duidelijke bladspiegel, de tekeningen zijn leuk, het is gewoon een heel erg leuk boek!


Barbara Jurgens is acteur en scenarist, zij schreef tv-series als Fort Alpha en Keyzer & de Boer. Haar jeugdfilm Vechtmeisje komt in 2018 in de bioscoop. Nog maar pas verscheen haar debuut voor 13 plus: De wolventemmer.


ISBN 9789048840663 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Moon | februari 2018 | Leeftijd 9+
Illustraties van Harmen van Straaten

© Marjo, 6 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mo en en Tijger lossen het op
Stoere verhalen om zelf te lezen
Illustraties: Gertie Jaquet
tekst: Elisabeth Mollema


Mo en Tijger lossen het op is een dik boek over Mo en zijn gestreepte teckel Tijger, die een speurhond is. Het bestaat uit vijf verhalen.


In Kuif is zoek is buurmeisje Pien haar poes Kuif kwijt. Ze zal toch niet bij Jan zitten, een man die een straat verderop woont en iedereen uit zijn tuin wegjaagt? Mo laat Tijger aan een lap ruiken waar Kuif op slaapt en laat hem zoeken. Maar volgt Tijger wel het juiste spoor? Want ze komen eerst uit bij de slager, waar Tijger een stukje worst krijgt, en dan bij Roef, een hond op wie Tijger een beetje verliefd is. Als dat maar goed komt!


Kamperen gaat over Mo en Tijger die met met Mo’s stoere oma gaan kamperen. Maar Tijger loopt iedere keer weg, wat niets voor hem is. Hij komt steeds terug met iets: een sandaal, een sok, een pop … Dan trekt hij aan Mo’s been. Mo moet meekomen!


Mo’s klas heeft een moestuin in Dief in de moestuin. De groente van de klas groeit heel goed, want de vader van hun juf kweekt groentes voor zijn werk. Daardoor weet juf ook hoe dat moet. Binnenkort is er een wedstrijd wie de beste oogst heeft. Mo hoopt dat zijn klas kans maakt. Maar dan worden er kloppen sla uit hun veldje gestolen, en prei uit de grond gerukt! Hoewel honden niet bij de moestuintjes mogen, zet Mo Tijger in om de dief te vinden. 


In Het eiland gaan Mo en Tijger met vriendin Saar in een “geleende” roeiboot naar een eiland in een vijver. Daar vinden ze in een hut iets wat op een schatkaart lijkt! Ze gaan op onderzoek uit.


In Chanel gaan Mo, Tijger en Pien in de auto met Mo’s oma mee naar de zus van zijn oma, tante Pos. Tante Pos heeft altijd wel dieren in huis. Nu heeft ze een varken als huisdier. Die heet Chanel, naar de modeontwerper.  Eerst lijkt Tijger bang voor Chanel, maar al snel zijn ze dikke vrienden.
Als ze een boterham willen eten, blijkt tante Pos geen vleesbeleg te hebben. Ze vindt dat de slager altijd naar Chanel kijkt alsof zij een ham is met pootjes. Mo, Pien en Mo’s oma gaan naar de slager om vlees te halen. Als ze terugkomen, blijkt Chanel te zijn ontvoerd! Tante Pos belt de politie, maar die moet van de stad naar haar dorp komen en dat zal wel even duren. Mo doet wat hij altijd doet: hij zet zijn speurhond in. Hij laat Tijger het spoor van Chanel volgen. Waar zal dat heen leiden?


De verhalen lopen op in AVI-niveau, van niveau E3 tot en met E5. Naarmate het niveau hoger wordt, wordt het lettertype kleiner en worden de zinnen langer en de woorden moeilijker.


Zowel op de voorkant van het boek als door het hele boek staan vrolijke tekeningen in kleur. Ze staan ongeveer om de pagina. Soms is het een kleine tekening, soms vult de tekening een hele pagina en een enkele keer zijn de tekeningen over twee pagina’s verdeeld. Dan valt een stukje van de tekening weg, maar dat is meestal niet storend.  De hoeveelheid tekeningen blijft bij de hogere niveaus hetzelfde.


De vijf onderwerpen sluiten goed aan bij de belevingswereld van de doelgroep. Het laatste verhaal vind ik het minst realistisch, maar zal voor de lezers toch leuk zijn om te lezen. Kinderen zullen het prettig vinden dat het AVI-niveau steeds hoger wordt, maar dat ze over dezelfde hoofdpersonen blijven lezen.


ISBN 9789048843145 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Moon | maart 2018
AVI E3 t/m E5 | Leeftijd 6+

© Trenke Riksten-Unsworth, 29 maart 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

alt

Eén minuut voor twaalf
Twee detectives en zeven onderzoeken
Annemarie Jongbloed


De tienjarige Jesse is nog niet zo lang geleden in het flatgebouw komen wonen met zijn twee vaders en zijn jongere zusje. Hij vindt het er maar klein, hij moet namelijk een kamer delen met Jetteke. En hij was beter gewend: hun vorige huis was veel groter en er was een grote tuin. Maar ja, Yusef, zijn vader, heeft geen werk meer, en ze konden het niet betalen. De verhuizing betekende ook dat hij van school moest wisselen, afscheid nemen van juf Suzan en zijn vriend Mark!


Zijn nieuwe juf vindt hij minder leuk, maar hij heeft gelukkig wel een snel weer een vriend: Alek.
Jesse is een jongen die alles telt, zijn voetstappen, de meters van hun flat en als het kon zou hij ook de chocoladehagelkorrels op zijn boterham tellen! Hij is een pietje precies, zal ook nooit te laat komen, terwijl Alek alles vergeet, en niet op de tijd let.
Maar Alek is wel verstandiger, hij reageert niet zo impulsief als Jesse, die meteen conclusies trekt. Als de twee jongens een detectivebureau oprichten, komen ze door Jesses ideeën al snel in de problemen.
De dingen die je moet kunnen als detective, vindt Jesse, zijn: iemand ongezien volgen, voetstappen tellen en op tijd zijn. Ook moet je altijd je ov-kaart bij je hebben. En meisjes hoeven ze niet, die kletsen alles meteen door. Jammer voor Hind…


Er zijn al meteen een paar mysteries: wat zijn juffrouw Janny en meester Mo aan het bekokstoven, ze doen zo geheimzinnig! En de nieuwe buurman, die een jurk draagt en een baard heeft, dat moet wel een terrorist zijn, denkt Jesse, die wel eens wat opvangt van het nieuws.
Ze timmeren een hut, eh, kantoor, en als die de dag erna verwoest blijkt, dan moet de buurman dat wel gedaan hebben! Die stond te zwaaien met hun zaag!


De herfstvakantie komt eraan, en Jesses moeder vraagt of hij komt logeren. Alek mag ook komen. Barbara - zo noemt Jesse haar omdat ze alleen maar zijn biologische moeder is - heeft ook al een geheim! De reis er naar toe is ook erg avontuurlijk. Heeft die mevrouw een bom onder haar jas? Er komt een raar geluid achter vandaan!


Een zeer avontuurlijk boek waar erg veel in gebeurt. De verschillen tussen de twee jongens worden duidelijk en consequent uitgewerkt, dat veroorzaakt situaties met humor. En vader Yusef is Pools, zijn Nederlands is nog niet zo goed.


‘Ik geloof dat ik liever onderzoek of juf Janny en meester Mo het met elkaar doen,’ mompelt Alek.’


‘Je moeder heeft gebeld,’ zegt papa.
Jesse slikt de hap rijst door. Kleffe zooi.
‘Ze vraagt of je in de vakantie komt logeren.’
‘Logeren?’ Jesse heeft nog maar een keer bij zijn moeder gelogeerd. ‘Hoezo?’
‘Dat vindt ze loek.’
‘Leuk’, verbetert Jesse automatisch.
‘Goed, dat is dan gereugeld, ‘ zegt papa.


Door die humor en de spanning is het waarschijnlijk niet zo’n probleem dat er veel woorden op een pagina staan, weinig witregels. Tekeningetjes staan alleen maar boven de hoofdstukken, maar die zijn niet al te lang.


Het is ook een boek met een duidelijke moraal, maar zonder opgeheven vingertje, de thema’s als draagmoederschap, homoseksualiteit zijn als vanzelf opgenomen in het verhaal, en de manier waarop er met het thema terrorisme wordt omgegaan is integer.


ISBN 9789491886720 | Hardcover | 180 pagina's | Uitgeverij Droomvallei | mei 2017 |Leeftijd 8+

© Marjo, 20 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMo en en Tijger lossen het op
Stoere verhalen om zelf te lezen
Elisabeth Mollema

Hoofdpersoon Mo is een jongen van onduidelijke leeftijd, maar waarschijnlijk een jaar of acht, negen.
Dit boek is namelijk geschreven voor die doelgroep. Het eerste verhaal is op AVI-E3 niveau, lezertjes die dit aankunnen zitten dan - gemiddeld genomen - in groep 3. Daarna leren ze steeds beter lezen en kunnen ze dus de verhalen die volgen gaan lezen, die steeds een niveau hoger zijn.

Alle verhalen gaan over Mo en zijn hond die Tijger heet. Als je de tekeningen ziet, weet je meteen waarom die hond zo heet! Samen staan ze klaar om problemen op te lossen.
De eerste die hulp vraagt is buurmeisje Pien. Ze is haar kat kwijt.

‘Hoe ziet ze eruit?’
Pien denkt even na.
‘Zwart met wit.’
‘Welk stuk van je poes is zwart?’

Speurder Mo moet wel alle details kennen natuurlijk! En voor Tijger is een stukje stof dat naar de poes ruikt genoeg om te gaan speuren.

In het tweede verhaal (M4 niveau) gaan Mo en Tijger naar oma. Ze gaan kamperen! Dat is spannend! Tijger maakt het nog spannender: hij vindt steeds dingen, zoals een sok of een pop. Maar waar haalt hij die vandaan?

Hij kijkt om zich heen.
‘Waar is Tijger nou weer?
Hij rende toch met ons mee?
‘Mo wordt een beetje boos.

Verhaal nummer drie (E4 niveau) is een leuk verhaal over een moestuintje. De klas van Mo gaat er iedere woensdag heen en de groenten groeien ontzettend goed. Maar op een dag heeft iemand sla gestolen, en dan verdwijnen er bonen. Er is een dief bezig!
Dat wordt een zaak voor Mo en Tijger.

‘Ik eis dat u iets doet’
Meneer Bus kijkt op van zijn werk.
‘Wat dan, Lies?
Ik kan niet de hele dag opletten
Je moet je eigen tuin bewaken.
Anders neem je maar eén luchtbed mee.
Dan kun je hier blijven slapen.

In het verhaal dat op M5 niveau is geschreven, dus voor kinderen in groep 5, halverwege het jaar, komt Saar logeren. Ze moeten buiten gaan spelen, en Mo heeft daar niet zo veel zin in. Gelukkig verzint hij een heel leuk avontuur: in de vijver is een eiland. Als ze daar nu eens naar toe roeien?

‘Mo, Kom hier eens kijken!’ zegt ze.
Ze rolt een stevig stuk papier uit.
‘Het is een kaart, Mo!’

Het vijfde verhaal gaat over Chanel. Niet de modeontwerper, maar een varken!
Tante Pos heeft een varken als huisdier, en wat gebeurt er als dat dier lekker rond en dik wordt, en er een slager in de buurt woont?

‘Mag ik een ons fricandeau van u?
Zo heet dat toch? Het staat er tenminste bij.’
De vrouw kijkt haar aan alsof ze een nijlpaard bestelt.


Het woordgebruik en de grootte van het lettertype worden voor ieder niveau moeilijker, ze interpunctie wordt vaker toegepast en de zinnen worden langer. En er wordt aandacht besteed aan de ontwikkeling die kinderen van die leeftijd doormaken, ze leren zich in te leven in de ander. Dat kan immers uitstekend door middel van lezen!
Ook daarin zien we een ontwikkeling binnen de verhalen met bij het laatste verhaaltje aandacht voor moreel besef.
En dat gaat allemaal spelenderwijs, met humor. Grappige verhalen waarbij een kind wil weten hoe Mo en Tijger te werk gaan. En met leuke tekeningen die bij de tekst passen.

AVI kent twaalf verschillende leesniveaus, deze zijn gekoppeld aan de groepen in het basisonderwijs. Men gaat uit van twee niveaus per leerjaar. Eén niveau halverwege het leerjaar en één niveau aan het einde van het leerjaar. Een boek op niveau E4 is geschikt voor kinderen op het niveau van eind groep 4 zit. Een boek met AVI-M5 voor kinderen medio groep 5.’

Elisabeth Mollema (Amsterdam, 20 september 1949) is een Nederlandse schrijfster van kinderboeken en thrillers.

ISBN 9789048843145 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Moon | maart 2018 | AVI E3 t/m E5 | Leeftijd 6+
Met illustraties van Gertie Jaquet

© Marjo, 16 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Arme Rijk
Een lees- en luistersprookje
Muziek: Martijn Rondel
Stem: Patijn Klemens
Illustraties: Sylvia Weve
Tekst: Bette Westera



“Hij hoefde niet te wachten tot ze dood was.
Integendeel, ze stierf het liefst alleen,
met heel veel rust en ruimte om zich heen.
Ze wist wel dat de wijde wereld groot was,
maar Rijk was dat nu ook.
Hij was al hoger dan het gras en dan het graan.
Hij moest alleen nog worden wie hij was.


Ze gaf hem een appel, ze gaf hem een ei,
ze gaf hem een knapzak vol stenen.
Rijk gaf haar een kus en een kommetje brij,
met suiker erdoor en een lepel erbij.
Toen nam hij de magere benen.”


Zo begint Arme Rijk. Rijk is niet rijk. Hij woont met z’n moeder in een eenvoudig huisje langs de dijk. Zij moeder is ziek – zo ziek dat ze zal sterven. Maar een wereld verlaten die haar zoon nog moet leren kennen, dat wil ze niet. Dus moedigt ze Rijk aan die wijde wereld in te gaan.


Met een appel, een ei en een knapzak vol stenen gaat Rijk op pad. De jongen komt allerlei vreemde en wonderlijke figuren tegen. Een kluizenaar, die al zeven eeuwen oud is en woont in een kluis. De bebaarde heggenwachters, die een hoge heg bewaken.


“Een hoge heg is nooit gewoon een heg, er zit iets achter.
Maar wat? “De wijde wereld,” sprak de zwaarst behaarde wachter.
“Daar ben ik naar op zoek,” riep Rijk. “Doe open!”
De heggenwachters keken op een kaart.
Daar zagen ze een arme jongen lopen.
Een jongen met een knapzak, zonder baard.
Met gaten in zijn jas en met een appel en een ei.
Ze fluisterden: “Dat is ’m.”
En toen gingen ze opzij.”


Rijk maakt allerlei avonturen mee. Hij wordt voortdurend op de proef gesteld. De dingen zijn vaak niet wat ze lijken te zijn. Zo staat Rijk op een avond voor de paleispoort.


“Hij kwam bij een paleispoort zonder wachters of soldaten.
Er lag alleen een lappenpop verloren in het gras.
Een pop met zwarte vlechtjes en met sokjes aan vol gaten,
die mooie, grote ogen had van amberkleurig glas.
Rijk deed haar in zijn knapzak en de poort ging piepend open.
Hij zag een groot paleis,
Waar hij naartoe begon te lopen.”


Het is het paleis van de Koningin. Zij is ontroostbaar. Haar dochtertje is verdwenen.


“Wat akelig, dacht Rijk. Waar is het arme meisje heen?
Waar slaapt ze en wat eet ze en hoe zou ze zich nu wassen?
Vertrokken zonder schoenen, maar gelukkig niet alleen.
De Noorderzon is bij haar, dus die zal wel op haar passen.”


Rijk lost het raadsel op en neemt met een volle knapzak afscheid van de koningin. Als hij na een lange tocht door spleten en kloven, langs kolkende kraters vol water en vuur op een berg staat, ziet hij de hele wijde wereld onder z’n voeten: Het paleis, het moeras, de gammele boot met de veerman, de herberg, de heg met de baardige wachters, de kluizenaar en… zijn oude moeder.


“Ze lag in haar bed en ze zwaaide. Heel zwakjes en oud.”


Rijk heeft voorlopig genoeg van de wijde wereld gezien en gaat op een holletje terug naar huis.


“Zijn moeder lag in bed, ze had haar pap niet opgegeten.
Ze was nog wel in leven, maar zag ontzettend bleek.
Ze kuste Rijk en vroeg nieuwsgierig waar hij had gezeten.
“Ver weg,” zei Rijk, terwijl zijn hand haar grijze haren streek.”


Het verhaal is weer rond. Rijk is weer thuis bij zijn oude, stervende moeder. Hij vertelt alle bijzondere, vreemde en spannende verhalen die hem zijn overkomen. Zijn moeder luistert vol trots naar haar grote , uit de kluiten gewassen zoon.


Arme Rijk, is een heel bijzonder boek. Het verhaal is prachtig opgetekend in vrolijke verzen, die klinken als een klok en lopen als een trein. Ook de tekeningen zijn een lust voor het oog. Er valt zoveel op te zien en te ontdekken. Beetje bij beetje zien we Rijk steeds een beetje groter worden. Is hij aan het begin van het verhaal nog een schooljongen van een jaar of acht, negen. Aan het eind van het verhaal zien we een jongvolwassene die sterker en wijzer huiswaarts is gekeerd van zijn trektocht door de wijde wereld.


Het boek is ook op muziek gezet en wordt prachtig voorgelezen. Kortom een lust voor het oog.


ISBN 9789025765606 | Hardcover | 80 pagina's | Uitgeverij Gottmer | september 2016

© Eric Heugens, 30 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEen vriend zonder tanden
Angelique van Dam


Caro, ik-verteller, vindt het helemaal niet erg om naar school te gaan. Juf Do is heel lief. Maar als de juf pauze heeft, komt er een andere juf, en die juf Sonja is verschrikkelijk. De regels die zij heeft, daar kan Caro niet mee overweg: dat je niet mag smakken of slurpen, nou ja, dat snapt ze nog, maar waarom is het zo erg dat zij de korstjes van haar brood niet opeet?  Als juf Sonja de broodtrommels gaat controleren, weet Caro: het is tijd om maatregelen te nemen.


De brief voor haar moeder geeft ze alvast niet af! Papa en mama hebben toch nergens tijd voor, die luisteren niet eens als je haar probleem voorlegt. Het idee komt als buurvrouw Chantal met wie ze het heel goed kan vinden vergeten is de boodschappen thuis neer te zetten. Caro biedt aan ze te komen halen, want er zit ook melk bij, voor het kleine poesje. Zo komt Caro terecht in het verzorgingshuis De Zonnewende, waar Chantal werkt.

‘In het midden van de ruimte, recht voor me, hangt een enorme rode lamp, boven een grote tafel. Ik huppel naar de zes dames toe die eraan zitten. En wurm mezelf tussen twee lege stoelen. ‘Hallo, mevrouwen. ‘Weet u misschien waar Chantal is?’
Dan pas zie ik dat ze allemaal supergeconcentreerd bezig zijn. ‘Wat doen jullie?’ fluister ik.
Allemaal hebben ze een lapje gaasachtige stof in hun hand. En in de andere hand een naald met een draadje. De tafel en de vloer liggen bezaaid met gekleurde draadjes.’


Het zijn niet deze mevrouwen die haar helpen, maar een meneer op een scootmobiel, die haar een lift geeft naar de keuken, waar ze Chantal vertelt over haar probleem. Die vindt het een prima idee als ze komt overblijven in huis Zonnewende.
Zo komt het dat alle bewoners haar al snel heel graag zien komen, ze brengt leven in de brouwerij. Haar grote vriend wordt die meneer die alleen aan een tafeltje zit: meneer Hans.  Maar tot Caro’s grote schrik verschijnt ineens juf Sonja! Wat doet die in huize Zonnewende?


Een boek vol humor, en helaas niet helemaal realistisch, maar als dit zo zou kunnen: het zou fantastisch zijn!  Dat denkt Angelique van Dam ook: ‘Ik denk juist dat senioren dat contact nodig hebben. Een leuke dag kan ook op een andere manier, bijvoorbeeld door een praatje met kinderen maken, een tekening krijgen of samen een spelletje doen.'


Met haar derde boek begint Angelique van Dam al aardig naam te maken. Na haar twee eerdere leuke verhalen (‘Joehoe! Ik wil een koe’ en ‘Iedereen een ster (behalve ik)’) kijken kinderen vast al uit naar een volgend verhaal. Haar thema’s zijn herkenbaar, net als haar hoofdpersonen. Doordat humor de serieuzere ondertoon verbergt, is het een heel leuk verhaal!


ISBN 9789048843992 | Hardcover | 176 pagina's | Uitgeverij Moon | april 2018 | Leeftijd 8+
Illustraties van Marja Meijer

© Marjo, 28 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSnoek op schoonspringen
Deel twee uit de serie Watervlinders
Ellen Stoop


Als je zoals ik het eerste deel uit deze serie niet gelezen hebt, is dat geen probleem. Aan de binnenkant van de cover worden de vier meisjes, waar het verhaal over gaat, voorgesteld. In dit boek heeft Snoek, die eigenlijk Anouk heet, de hoofdrol. Stip, Noos en Mel zijn haar  vriendinnen.


De Watervlinders zijn weer eens in de prijzen gevallen! Vier gouden medailles op de 100 meter wisselslag! Elk van de meisjes heeft een slag als specialiteit, en de combinatie kan niet stuk. Hun trainer Ed noemt hen het Gouden team. Dat kan alleen maar beter worden. Denken ze. Maar Snoek heeft plannen. Zij ziet het wel zitten om bij de schoonspringers te gaan. Omdat ze zo lang is is ze geselecteerd.

‘Ze heeft het al honderd keer gezegd: de topklas traint op maandag, dinsdag en vrijdag, wedstrijdzwemmen is op woensdag en zaterdag.’


Ze moet het op school wel goed blijven doen, maar dan mag het. En dus kan het!
De eerste training vindt ze fantastisch! Alles probeert ze: potloodspringen, de schroef, en samen dominospringen. Het is zo leuk! Maar dan komt er roet in het eten: de trainingen worden verzet…

Anouk komt voor een moeilijke keuze te staan. Haar vriendinnen mopperen, dit is niet wat zij bedoelden met BFF zijn.


‘Hup, kluisje dicht en dan rent ze met Finn naar de springkuil.
Onder de springtoren schuimen grote bellen. Het lijkt wel een bubbelbad.
Op het tien-meter platform zwaait een lange jongen zijn armen los. Hij heeft brede schouders en zwarte polsbeschermers. Ineens duikt hij met een heel ingewikkelde sprong naar beneden. Ze kan het niet goed zien, het gaat zo snel. Zijn het salto’s of schroeven? Of allebei?
Bij zijn landing gaat het mis, hij valt plat op zijn rug.
Oei!
‘Doet dat geen pijn?’ vraagt Anouk.
Finn schudt zijn hoofd. ‘Die bubbels breken je val. Je voelt toch ook niets als je op een lichtkussen valt?’


Pff, het lijkt me toch wel heel eng, zo springen, maar: ook leuk! Wat zal Anouk uiteindelijk gaan kiezen?


Een leuk geschreven verhaal over alles wat er komt kijken bij wedstrijdzwemmen en schoonspringen. Voor het eerste heb je conditie en snelheid nodig, terwijl bij schoonspringen kracht en lenigheid belangrijker is. Er wordt het een en ander uitgelegd, maar het is toch vooral een verhaal over keuzes maken.
Er staan veel illustraties in het boek, paginagroot: mooie tekeningen van Marieke van Ditshuizen. De bladspiegel is duidelijk, de woordkeuze ook. Er is goed rekening gehouden met de doelgroep: korte hoofdstukken, en een goede afwisseling tussen informatie en leuk spannend en vooral ook herkenbaar verhaal.


ISBN 9789025113964| Hardcover | 128 pagina's | Uitgeverij Holland | april 2018
Illustraties van Marieke van Ditshuizen | Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 13 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altEmilia Hoektand en het Bibberbal
Laura Ellen Anderson


Kijk eerst eens naar de omslag van dit boek: ziet dat er niet prachtig uit! Bij deze link zie je nog meer moois: http://lauraellenanderson.co.uk

Laura Ellen Anderson heeft deze fabuleuze omslag gemaakt als omlijsting van haar eigen verhaal over Emilia Hoektand, een tienjarige vampier. Zij woont met haar ouders, de graaf en gravin Hoektand, in het land Nocturnië. Het gezin Hoektand woont in een kasteel, met bediende Boe, en als het verhaal begint hebben ze het druk: over een paar nachten vindt het jaarlijkse Bibberbal plaats. Gravin Frivolien is helemaal gestrest, en dat wordt nog erger als ze verneemt dat koning Vladimir zelf op haar uitnodiging ingaat. Hij neemt ook zijn zoon, prins Tangijn, mee!


Emilia heeft helemaal geen zin in een bal. Zij gaat liever op pad met haar beste vriend Pulpje (dat is een pompoen), en met Floor van der Graaf (een Yeti, die hard, dat wil zeggen in hoofdletters, praat) en Heintje Verdoodt. Maar dan wordt aangekondigd dat de prins al eerder naar het kasteel zal komen, om eens te kijken hoe het er daar op school aan toe gaat. Spannend!!

Maar de eerste kennismaking met prins Tangijn valt vies tegen. Het blijkt een klein ventje te zijn, dat zijn minieme gestalte meent goed te moeten maken met zijn onuitstaanbare gedrag. Hij is arrogant, denkt dat hij alles kan maken, en helaas is dat ook zo. Hij zal immers de volgende koning worden. Emilia en haar vrienden moeten alles maar goedvinden. Emilia bedenkt allerlei excuses waarom de prins zich zo gedraagt, hij is misschien wat onzeker vanwege zijn lengte, of hij moet nog wennen aan haar vrienden, maar als Tangijn Pulpje mee neemt naar zijn paleis is Emilia ontroostbaar.
Hier kan ze het niet bij laten zitten! En dan begint het avontuur…


Het verhaal is grappig en griezelig tegelijk. Nocturianen leven ’s nachts, en zijn bang voor de wezens van het Licht, voor eenhoorns en voor glitter. Daar kun je leuke situaties mee bedenken, maar het grappigst is toch wel wat juffrouw Ruggengraat doet als ze even rust wil. Genieten doe je zeker ook van de mooie zwart-wittekeningen die overal in het boek staan.


Het boek zou een tien krijgen als er niet die toch wel moeilijke woorden in zouden staan. Voor kinderen van acht jaar, de doelgroep, is ‘fermenteren’, ‘demonisch’, ‘fabuleus’ best lastig te lezen. Voorlezen dan maar? Lijkt me een feest voor kinderen die willen griezelen, terwijl ze zich beschermd voelen.
Voorin staat nog een mooie kaart van Nocturnië en worden de hoofdrolspelers duidelijk voorgesteld.
Een hebbeding, dit boek!


ISBN 9789403201917 | Hardcover | 216 pagina's | Uitgeverij Ballon junior | februari 2018
Vertaald uit het Engels door Saskia Martens |Leeftijd vanaf 8 jaar|

© Marjo, 5 april 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBelle en Sébastien
Cecile Aubry


Velen die iets ouder zijn kennen deze klassieker uit de Franse kinderliteratuur van die ontroerende televisieserie uit de jaren 1965-1972. Voor diegene die nog nooit van die speciale vriendschap tussen een weesjongetje en een grote Pyreneese herdershond gehoord hebben, is er nu de herziene uitgave van het boek.


In een dorp hoog in de Franse Alpen kent iedereen iedereen. Als op een dag een hoogzwangere vrouw, met het uiterlijk van een zigeuner, zich de berg op sleept, om daar boven haar kind te baren, weet iedereen daarvan. César, een oudere man, die in zijn eentje zijn twee kleinkinderen Angélina en Jean opgevoed heeft, ontfermt zich over de baby, wiens moeder bij de geboorte overlijdt.


Sébastien blijft het liefst in de hut in de bergen. In het dorp wordt hij gepest omdat zijn moeder een zigeuner was. Men doet allerlei pogingen om de jongen, die nu zes is, naar school te krijgen, maar of dat zal lukken? Vooral de dokter uit het dorp, Guillaume, doet er moeite voor. Guillaume heeft een huishoudster, een vrouw die als een akelig mens wordt neergezet. Zij wil dat de dokter trouwt met de dochter van de burgemeester, maar Guillaume heeft zijn oog op een ander laten vallen: Angélina.


Als er op een dag een waarschuwing komt voor een hond die rondzwerft in de bergen, omdat hij gevaarlijk zou zijn, ontstaat er een tweedeling in het dorp: zij die op het dier willen gaan jagen, en zij die daar absoluut tegen zijn. De huishoudster hoort tot de voorstanders, en zij probeert iedereen op te jutten. Zij vindt het onverantwoord dat César die jongen vrij door de bergen laat zwerven. Sébastien is dus ook de eerste die de hond ziet, en al snel beschouwt hij het dier als zijn vriend. Maar de hond blijft wel hoog in de bergen…


Belle en Sébastien is een prachtig verhaal over kameraadschap, vertrouwen, avontuur en vrijheid.
Het lijkt een kerstverhaal: rond die tijd speelt het, en het is hartje winter. Maar natuurlijk kan dit verhaal altijd en door iedereen gelezen worden.


Cécile Aubry (1928-2010) was een Franse actrice, schrijfster en regisseuse. Naast haar filmcarrière had Aubry een succesvolle carrière als schrijfster van kinderboeken, die ze aanpaste voor televisie. In 1965 schreef ze het innemende Belle et Sébastien. Net als het boek werd ook de televisieserie een internationaal succes. In 2013 werd het verhaal verfilmd door Nicolas Vanier.


ISBN 9789492068118 | Hardcover | 180 pagina's | Uitgeverij Oevers | oktober 2017 | Leeftijd 8+
Vertaald uit het Frans door Lidewij van den Berg

© Marjo, 31 maart 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER