Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Vinnige zeemeerminnen
Sibéal Pounder


In een zee hier heel ver vandaan wonen de drie vriendinnen Bettie, Zelda en Mimi.
In een zee, ja, want het zijn zeemeerminnen!
Dit eerste boek van een serie over de Vinnige Zeemeerminnen leert ons dat zeemeerminnen een leven leiden zoals wij, maar zij beleven nu wel een spannend avontuur.


Terwijl zij op vakantie waren is er iets heel vervelends gebeurd in de Verborgen Lagune: Arabella Vanderzalm is verdwenen! Ze is gevisnapt, maar door wie dan? En waar zijn de paleismeerminnen?


Terwijl Arabella weg is heeft een geheimzinnig iemand die zich De Zwaan noemt de macht gegrepen. Ze noemt zich de nieuwe meerminkoningin, maar niemand heeft haar ooit gezien. De zeemeerminnen moeten de hele dag topjes maken voor haar, schelpentopjes.
Natuurlijk vinden ze dat niet leuk, maar De Zwaan heeft een leger piranha’s ingezet om iedereen die ongehoorzaam is tot de orde te roepen. En iedereen heeft nagelstempels, hetgeen blijkbaar een soort zender is. Niemand kan ontsnappen!
Alleen de zeemeerminnen van de Eerste Oesterbank mogen vrij rondzwemmen, deze vinnige zeemeerminnen terroriseren de hele lagune!


Maar onze vriendinnen waren op vakantie, en zij hebben geen stempel. De piranha’s zwemmen zo langs hen heen, alsof ze hen niet zien.
Dus: zij zijn de enigen die uit kunnen zoeken waar Arabella gebleven is, wie de Zwaan is, en natuurlijk wat ze er aan kunnen doen om te zorgen dat alles weer normaal wordt.
Ze krijgen hulp van Steef, het pratende zeepaardje, die in een kunstgebit slaapt. En die zorgt voor nog meer humor in het verhaal, dat al doorspekt is met allerlei leuke woordspelingen. (Hulde aan de vertaler, die hier toch een flinke kluif aan gehad moet hebben!)


‘Jullie meisjes hebben geen idee wat je op je neemt. Er wordt gefluisterd over sterke toverkracht, oude toverkracht, duistere toverkracht.’ Hij liet zijn nagels met de piranhastempels zien. ‘Maar de piranha’s volgen jullie niet, dus misschien betekent dat dat je een kans hebt…’
Hij frutselde aan zijn snor en krulde hem zo hevig dat de linkerzijde niet meer op de vin van een vis leek, maar alleen nog een grote klit was. Steef zwom eruit weg en zag er duizelig uit. ‘Alsikmenou!’
‘Dat zeepaardje kan praten!,’ stamelde Robbie Rozekroos.
‘Ik weet het,’ zei Steef en hij dreef naar Betties schouder.
‘Ik ben een wonder.’


Op hun weg naar de oplossing maken de dames zeemeermin heel wat mee. De Lagune zit vol gevaren! Ze hebben medestanders, maar ook tegenstanders, en behalve dat De Zwaan en haar kompanen tot het verkeerde kamp horen, is dat van de anderen niet altijd even duidelijk.
De humor en de vele leuke tekeningen zouden zowel jongens als meisjes aanspreken en doordat het een spannend avontuur is, zou je zeggen dat het mede voor jongens is, dit boek, maar dat is toch twijfelachtig, omdat er ook nogal eens sprake is van uiterlijk vertoon, zoals de nagels en kapsels of de topjes, hoedjes en nog meer.
De vormgeving is prachtig: de omslag en de grappige zwartwittekeningen. Er staan kaarten in het boek, de tekst wordt nogal eens onderbroken door krantenberichten, die extra informatie geven over de achtergronden, of over personages.


Of het de drie zal lukken Arabella terug te brengen? Tja, er komt een tweede deel, in dit eerste staan niet alle antwoorden.
Er blijkt al een plan te zijn om dit boek te verfilmen! Dat lijkt me reuzeleuk!


Sibéal Pounder schreef eerder voor The Guardian, Vogue.com en The Financial Times. Haar bestsellerdebuut Witch Wars werd in 10 landen vertaald. Vinnige zeemeerminnen (Bad Mermaids) is haar tweede serie voor jonge lezers.


ISBN 9789048849390 | hardcover | 256 pagina's | Uitgeverij Moon | juni 2019
Illustraties van Jason Cockcroft | Vertaald uit het Engels door Willem Jan Kok | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 16 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dit is geen cobra
Bette Westera & Sylvia Weve


Twee zeer bekende vrouwen uit de kinderboekenwereld die over de Cobragroep - een eveneens zeer bekende kunststroming - schrijven en tekenen. Beter kan niet want De Cobrakunstenaars lieten zich o.a. inspireren door... kindertekeningen! Ze wilden terug naar een vrije, ongedwongen, spontane werkwijze, precies zoals kinderen ook bezig zijn. Dit boek haakt daar prachtig op in middels het verhaal over Marie, die maar niet binnen de lijntjes kon kleuren en paarse kanaries op wieltjes tekende ... De juf vindt het maar niets.


Marie, dit is geklieder!’
Marie keek naar de jamvlek op haar jurk.
‘Ik heb het niet over die vlek,’ zuchtte juffrouw Vogel. ‘Ik heb het over je tekening. Kanaries zijn geel, met roze snaveltjes. Ze hebben pootjes, geen wielen. En je hebt alweer niet binnen de lijntjes gekleurd.’
Marie legde haar paarse kleurpotlood neer en keek naar de tekening van Peter, die naast haar zat. Zijn vogel was kanariegeel met roze en keurig ingekleurd.


Het gevolg van Maries 'dwarsliggerij' is dat Marie op 13 augustus 1956 naar de AKWA (Ambassade voor Kinderen met Waarnemingsproblemen en Aanpassingsmoeilijkheden) wordt gestuurd om gele kanaries met roze snaveltjes te leren tekenen. Marie moet op tekenles - heel saai - keer op keer dezelfde kleurplaat inkleuren totdat ze netjes binnen de lijnen kan blijven. Gelukkig heeft ze haar kamergenootje Kris, een meisje dat eigenlijk een jongen is, waarmee ze 's nachts door het ambassadegebouw dwaalt.


Via diezelfde Kris belandt ze op zolder waar meneer Bram een atelier heeft. Ze mag daar schilderen wat ze wil. Ze maakt een keurige gele kanarie, zoals ze geleerd heeft, en dat vindt Bram maar niets. 'Hoe ziet jouw eigen kanarie eruit, Marie?' vraagt hij. 'Niks is wat het lijkt', is dan ook het motto van Meneer Bram.
De paarse kanarie op wieltjes komt terug en nog veel meer. Marie geniet! Corry de vriendin van Bram vindt de schilderijen van Kris en Marie magnifiek. Niets gezeur over binnen de lijntjes schilderen!  Ze wordt weer haar eigen unieke zelf, zonder te moeten voldoen aan al die opgelegde regeltjes.
En zo gebeurt het dat de kinderen stiekem drie keer per week in de nacht naar het atelier van meneer Bram sluipen om daar hun hart te kunnen ophalen.


Ondertussen gaat het op school elke dag zijn saaie gang, en daar zou het verhaal bij kunnen blijven, maar de schrijfster en tekenares van dit boek hebben niet voor niets zoveel prijzen gewonnen. Zij geven het verhaal uiteindelijk een compleet verrassende wending!


Het hele verhaal én de afbeeldingen zijn een ode aan spontaniteit en fantasie. Ook zoals de tekst en afbeeldingen zijn weergeven is anders dan anders.
Boven een gekleurde balk lezen we het verhaal mét de illustraties die delen van het verhaal weergeven. Maar ook dat is niet netjes afgedrukt zoals we gewend zijn,  soms staat de tekst overdwars of scheef en natuurlijk zijn de illustraties ook speels, buiten de lijntjes gekleurd en met vrije hand gemaakt en staan al helemaal niet in kadertjes...


Onder de gekleurde balk wordt op een heel humoristische manier, toelichtingen gegeven op woorden uit de bovenstaande tekst. Er wordt steeds voortgeborduurd op dat uitgelichte woord om uiteindelijk heel ergens anders op uit te komen. Neem bijvoorbeeld het woord zolder.

Huizen met een puntdak hebben vaak een zolder. Zo heet de bovenste verdieping onder een dak. Het menselijk brein noemt men ook wel een zolderkamer. Hier komt het spreekwoord  'Ik krijg er een punthoofd van' vandaan. Dat betekent ik word er helemaal gek van. (Hierbij zien we een bijzonder mensachtig figuurtje met een rood punthoofd.

Na dat figuurtje lezen we.


In de klassieke Mayacultuur vond men een punthoofd volmaakt. Pasgeboren baby's liet men slapen met het hoofd tussen twee planken om dit schoonheidsideaal te bereiken.


En zo komen we van het woord zolder, via het punthoofd uit bij baby's van de Maya's!


Kortom, de tweeledigheid in de titel is erg toepasselijk.
Verder is het een uniek boek van twee unieke mensen over een unieke kunststroming. Je komt ogen tekort om alles goed in je op te kunnen nemen.
Mijn advies: Kopen en kijken!


ISBN 9789492995094 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Samsara | maart 2019
Formaat 23,5 x 27 cm | leeftijd 6+

© Dettie, 6 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, kliik HIER

 

Hebbus
Het raadsel rond mevrouw Parel
Joke Eikenaar


Aan de ene kant lijkt het heel leuk om echt te wonen in een kringloopwinkel, met iedere dag nieuwe spulletjes om je heen, maar aan de andere kant is het ook wel erg wanordelijk en druk. Fay, haar broer Morris en hun ouders moeten iedere dag hun slaapplaats opruimen, zodat niemand ziet dat ze ook in de winkel slapen. En er is die ene kast die op slot is, en waar ze maar van hopen dat geen enkele klant die wil hebben. Hun spullen zitten er in namelijk.
Maar in Hebbus, zoals de winkel heet, kun je iedere dag een andere bank kiezen om op te zitten, en je kan snuffelen tussen de kleinere spulletjes en de boeken, die binnen worden gebracht!
Maar het is een geheim: niemand mag weten dat het gezin daar woont. En de ouders proberen zo snel mogelijk te sparen voor een andere woning.
Intussen vermaakt Fay zich prima, met haar vriend Joppe (die slimmer is dan Fay denkt).

De laatste tijd komt er vaak een mevrouw in de winkel, die de kinderen mevrouw Parel noemen, omdat ze altijd die parels in haar oren heeft. Ze lijkt een sjieke mevrouw, maar ze loopt op sloffen en snuffelt erg graag tussen al die oude spullen.
Op de dag dat het verhaal begint, horen de kinderen haar mompelen: ’Nou, dat is ook wat, dat is mijn tafeltje.’

De kinderen denken dat ze zich vergist, maar in de dagen erna zegt mevrouw Parel diverse keren dat ze iets herkent als zijnde van haar. Maar hoe kan dat nou? Haalt iemand haar huis leeg terwijl ze het niet eens weet? Heel raar, want als het een dief is, die brengt zulke mooie spullen toch niet naar de kringloop?
Als Joppe een man mooie spullen uit ziet laden uit een splinternieuwe auto, en die man ziet er zelf heel sjofel uit met oude kapotte kleren aan, is het duidelijk voor de kinderen: dit raadsel moeten ze oplossen!
Er gebeuren nog meer vreemde dingen: er is ineens een muizenplaag in de winkel, en de broer van papa waar ze lang niet mee om gingen, duikt weer op.
Mevrouw Parel, die natuurlijk niet zo heet, blijkt een geheim te hebben in haar verleden, en Fay besluit dat uit de wereld te helpen, terwijl ze alles in zijn werk stelt om haar eigen geheim te bewaren.

Een erg leuk verhaal over dingen die anders blijken te zijn dan men dacht. Niet alleen tastbare spulletjes kunnen een heel andere oorsprong hebben, er zijn ook dingen die betrekking hebben op de personages in dit boek, die bij nader inzien heel iets anders betekenen.
Hebbus blijkt een naam die vaker gebruikt wordt als naam van een kringloopwinkel, dat is niet zo origineel, maar het verhaal van mevrouw Parel is dat wel. Er is zeker ook een serieuze kant, want mevrouw Parel begint te dementeren hetgeen op een duidelijke manier uitgelegd wordt.
Het gedoe met die muizen is een hele leuke vondst!
En dit soort gesprekjes zijn zo herkenbaar!

‘Lieverd, vind je dit nou slim, om een val achter die kachel op te stellen?’ vraagt mama aan de billen. ‘Je moet niet vergeten dat je de val ook makkelijk moet kunnen pakken als er een muis in zit. En dat is misschien wel een paar keer per dag.’ De billen stoppen even met schuifelen. Daarna zetten ze zich weer in beweging. In voorwaartse richting. Als papa daarna weer achter de kast vandaan is geschuifeld, heeft hij de val weer bij zich. Hij geeft hem aan mama.
‘Weet je wat, Ans? Dan mag jij voor déze val een mooi plekje zoeken. Verzin maar iets leuks.’

Joke Eikenaar (1963, Zwolle) illustreerde al voor verschillende instanties en uitgeverijen, toen ze besloot haar eigen verhalen uit te werken tot verhalen. Zij maakte ook de omslag en de paginagrote illustraties in zwart-wit.

ISBN  9789051166811| hardcover |112 pagina's | De Vier Windstreken | september 2018
Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 28 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Clara het krantenmeisje
Deel 2 van de trilogie Clara
Pieter Feller en Tiny Fisscher


In het eerste deel van deze trilogie, die speelt in het tweede decennium van de vorige eeuw, hebben we Clara, 12 jaar oud, leren kennen als een meisje dat weet wat ze wil. Ze wil namelijk ontdekkingsreiziger worden!
Ze is van school gegaan toen haar vader overleed, ze denkt dat het beter is als ze haar moeder kan helpen door een extra centje te verdienen.


Nadat ze een journalist heeft ontmoet  - die haar informatie over Alexine Tinne, de eerste vrouwelijke ontdekkingsreiziger, geeft - komt Clara op het idee om kranten te gaan verkopen. Omdat ze bepaald niet op haar mondje gevallen is krijgt ze het voor elkaar: ze is het eerste krantenmeisje ooit!
Clara droomt er nog steeds van om ontdekkingsreiziger te worden, maar ze heeft nu ook een alternatief: misschien is journalist ook wel heel leuk! Want ze beleeft van alles.


Haar standplaats is het Centraal Station in Amsterdam, waar ze woont, en het gaat prima met de krantenverkoop! Voor een deel komt dat natuurlijk wel omdat de mensen het bijzonder vinden, dat ze een krant kopen bij een meisje, maar ook omdat ze enthousiasme uitstraalt. Al snel krijgt ze een krantenwijk, en bezorgt ze aan huis. Hoewel ze blijft twijfelen of ze niet beter op school was gebleven, leert ze op deze manier bijzondere mensen kennen.


Een nadeel van niet op school zitten is dat haar ooit beste vriend Koos nu een ander vriendinnetje heeft, en Clara duidelijk niet meer ziet staan. Wat maakt het uit, al snel merkt ze dat er meer leuke jongens zijn, met name Sjaak, die bestellingen rondbrengt met een bakfiets. Hij blijkt een onverwachte hulp te zijn, als er bij Clara thuis vervelende dingen gebeuren. Zo heeft Sjaaks oma bijvoorbeeld een fiets staan die ze toch niet gebruikt…


Clara leidt een ander leven dan de kinderen van tegenwoordig, en toch is ze een heel herkenbaar personage. In de jaren voor de Eerste Wereldoorlog waren er geen communicatiemiddelen zoals nu, en auto’s waren er nog maar net. Maar al is de omgeving anders, een kind is een kind, en Clara is een slim en sterk meisje met verbeeldingskracht en doorzettingsvermogen, waardoor ze oplossingen voor problemen vindt waar een ander niet op zou komen.


Wat zal er in het derde deel allemaal gebeuren?
Dat zou het laatste deel zijn, maar waarom niet doorgaan met de belevenissen van dit bijzondere meisje? Behalve dat het een mooi verhaal is, dat kinderen laat zien dat je veel kunt bereiken als je maar echt wil, geeft het een tijdsbeeld dat laat zien dat het in andere tijden – nog maar nauwelijks honderd jaar geleden, ook prima leven was. Anders, ja, maar daar is niets mis mee.


Pieter Feller (1952, Hoorn) schreef vele kinderboeken waaronder de succesvolle serie Kolletje.
Tiny Fisscher (1958, Castricum) schreef boeken voor kinderen, waar onder de bewerking van Alleen op de wereld, en voor volwassenen.
En net als bij het eerste deel maakte Natascha Blum-Stenvert een prachtige en passende omslag.


ISBN 9789492844446 | hardcover | 260 pagina's | Uitgeverij De Droomvallei | maart 2019
Illustraties van Natascha Blum-Stenvert | Leeftijd vanaf 9 jaar.

© Marjo, 2 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De kattenboot
illustraties: S.K.Y. van der Wel
tekst: Hieke van der Werff


Vera loopt met haar vriendin op straat.
'Waar woont die mevrouw van de poezen?'vraagt Lizzy
'Op een woonboot verderop in de gracht.'


Dit is het begin van het verhaal over twee heel jonge meiden die de poezen van de poezenboot gaan verzorgen.


Eigenlijk begon alles met een misverstand, de meisjes dachten dat ze voor vijf poezen moesten zorgen maar het zijn er vijfentwintig! De katten mogen vrij rondlopen op de boot zodat ze lekker kunnen rennen en klimmen.
De ene week mogen de poezen met een gele halsband bovendeks en de volgende week de poezen met de rode  band.  De vader van Vera moet maar helpen met de kattenbakken zegt Katja, de mevrouw van de poezenboot. Maar ook papa denkt dat het maar om vijf poezen gaat, dus zeggen Vera en Lizzy maar niet dat het er veel meer zijn.


De mevrouw vertrekt naar haar zieke moeder en nu staan de meisjes er alleen voor. Het is veel moeilijker dan ze dachten! De ene poes moet druppeltjes hebben, de andere poes is heel bang en even later zijn er twee poezen verdwenen! wat nu? Papa moet toch maar ingeschakeld worden.


Papa is er niet blij mee, vooral omdat alles anders loopt dan hij wil. Maar uiteindelijk loopt het wel heel goed af zowel voor papa, Vera en Lizzy, Katja én de poezen heel goed af.


Op zich is het idee prima, maar het verhaal is wel érg onwaarschijnlijk. Een mevrouw met vijfentwintig poezen die de verzorging overlaat aan meisjes van een jaar of zes-zeven... en dan ook nog een briefje neerlegt dat een kat druppeltjes moet omdat een poes ziekjes is... Het is niet voor te stellen dan iemand die zo gek op katten is, dat doet. Dat gedoe met ene week de poezen met rode halsbandjes en de andere week die met de gele halsbandjes lijkt me eveneens sterk.
Ook de uiteindelijke afloop is vergezocht maar geeft wel goed weer dat, ondanks goede bedoelingen van mensen, dingen soms niet zo goed voor dieren kunnen zijn. Het is natuurlijk wel heel leuk dat de mevrouw van de poezenboot Katja heet en dat ze steeds kattenoortjes op haar hoofd heeft.


Fantasie gebruiken in een boek is altijd leuk, maar de fantasie moet wel zo beschreven worden dat het zomaar echt zou kunnen en dat gebeurt in dit verhaal niet.
Mogelijk dat kinderen dat niet echt opvalt maar ik kan me zo voorstellen dat ook zij hun vraagtekens zetten.
De tekst is in duidelijke letters afgedrukt en is ook geschikt voor kinderen met dyslexie. De gekleurde afbeeldingen zijn passend bij de tekst. Vooral de katten zijn schattig en soms grappig weergegeven. 
Kortom, een boekje met plussen en minnen.

Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789051166873 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | maart 2019
formaat: 15,0 x 21,5 cm | Leeftijd AVI E 4 (ca. 7 jaar) Een boekje uit de Hoera, ik kan lezen! serie.

© Dettie, 22 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Bijbel voor kinderen
Marianne Busser en Ron Schröder
 

Met medewerking van predikant Pieter van Winden, die ook een kort voorwoord schreef, heeft het echtpaar Busser & Schröder een boek samengesteld met de verhalen van zowel het Oude als het Nieuwe Testament. Het is een verantwoorde compilatie geworden. De hele Bijbel omzetten is nogal veel, en voor de doelgroep zou het misschien ook te veel worden. Uit het Oude Testament zijn 51 verhalen opgenomen en uit het Nieuwe Testament 41. Veel namen en opsommingen zijn – gelukkig - achterwege gebleven en de taal is aangepast:


‘Heel lang geleden was het overal donker. Ergens in dat pikkedonker lag de aarde. Verder was allen God in het heelal. Maar God vond het niet prettig om alleen te zijn.’


Na dit begin volgen de verhalen over de schepping en over Adam en Eva, die ongehoorzaam waren en uit het paradijs verdreven werden. Ons voorland, want zo komt het dat het leven van de mens niet van een leien dakje gaat. Arme Eva, ze krijgt ook hier de schuld!  Maar zo houden de schrijvers zich aan de originele versie, zoals ze dat in alle verhalen doen.


De kern van de meeste verhalen zijn de slechte eigenschappen die een mens kan laten zien, maar gelukkig is er altijd ruimte voor spijt en berouw. De boodschap is dus: je kan je leven beteren.  Met de zin ‘God wil altijd opnieuw beginnen’ wordt het Oude Testament afgesloten en gaan we over naar het Nieuwe, het verhaal van Jezus, zijn geboorte, zijn lijden en sterven. Dat begint als een Eftelingsprookje:


‘Heel lang geleden, in een land hier ver vandaan, woonden eens twee mensen die heel veel van elkaar hielden. Ze heetten Jozef en Maria.’


Jezus is een bijzondere jongen, die zijn ouders af en toe danig in de war brengt. Dat blijft hij doen, later met zijn twaalf leerlingen, want hij doet wonderen, dingen die niet kunnen. Hij krijgt steeds meer aanhangers, hetgeen zoals we weten de Romeinen die in die tijd het land overheersten, een doorn in het oog was. Onontkoombaar volgt de lijdensweg die uitmondt in de opstanding.
Het verraad van de arme Judas  - die er in deze versie minder goed vanaf komt dan in de populaire musical - en daarna nog het verhaal van de apostel Johannes, die gevangen genomen wordt en eenzaam op een eiland nog eenmaal toegesproken wordt door een bekende stem:


‘Het komt echt goed. Op een dag zal ik alles nieuw maken: de hemel en de aarde.’


Met schrijvers als Marianne Busser en Ron Schröder kan het niet anders dan dat de verhalen lekker vlot lezen, en ook heel geschikt zijn om voor te lezen. Dat kunnen zij namelijk als geen ander. Met vlotte dialogen en zonder moeilijk woordgebruik zijn het heel toegankelijke verhalen geworden. Maar het blijft een Bijbel met een boodschap, al wordt die nergens opdringerig.


’Jezus was een voorbeeld geweest voor de mensen. Hij had laten zien hoe ze moesten leven. Telkens weer had hij verteld hoeveel God van hen hield’.


Marianne Busser (1958) en Ron Schröder (1958) hebben al zo ontzettend veel geschreven dat het haast niet mogelijk dat iemand hen nog niet kent, maar voor het geval dat is er de site: www.mariannebusser-ronschroder.info


ISBN 9789000367658 | hardcover | 240 pagina's | Uitgeverij Holkema & Warendorf | februari 2019 | Leeftijd vanaf 6 jaar
Illustraties van Alex de Wolf

© Marjo, 9 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voor altijd
Peter Schreuder Goedheijt


Dit is het verhaal van Arthur, die als klein jongetje al droomde van rondvliegen door de ruimte met een raket.
Het verlangen is zo groot dat zelfs als zijn vader aan het strand zegt dat hij wel weet wat Arthur en zijn vriendje willen, het vriendje gelijk Een waterijsje roept, maar Arthur als antwoord geeft: "Met mijn raket naar de zon."

En dat verlangen bleef, ook als hij ouder wordt.


'Wat zou het mooi zijn als ik... droomde hij
of: stel je nou toch eens voor dat ik...
Soms zei hij zomaar hardop:
'Hallo hier aarde, hoort u mij?
Ik ben het, Arthur...

Hallo... hoort u mij?


Maar, zoals dat gaat als mensen ouder worden, Arthur krijgt het te druk met zijn baan. Hij heeft geen tijd meer om te dromen over zijn ruimtereizen, totdat...


Hij Eva ontmoet. Ze kon zingen als een nachtegaal. Arthur is zo verliefd op Eva dat hij zich al als vanzelf rond voelt zweven. Hij heeft geen raket meer nodig!
Samen hebben ze de tijd van hun leven, ze reizen de hele wereld rond. Ze besluiten altijd bij elkaar te blijven, totdat...


Eva ziek wordt en Arthur uiteindelijk weer alleen verder moet. Arthur is boos, verdrietig, niets is meer leuk nu Eva er niet meer is. Vakantie niet, Kerstmis niet, gewoon álles is helemaal niets. Arthur staart vaak naar de ruimte, zou Eva daar zijn?  Hij weet zich geen raad zonder haar, totdat...


Een vriend Arthurs verdriet deelt, naar hem luistert. 'Het is goed om aan Eva te denken, dat helpt', zegt de vriend. Langzamerhand komt er weer wat vreugde in het leven van Arthur, hij hoort zelfs heel ver weg tussen de sterren iemand zingen als een nachtegaal ... 'Dat is Eva', zegt de vriend. 
En dan krijgt Arthur een prachtig idee... En zo lukt het hem om zijn verdriet om te bouwen tot een heel mooi gebaar, hij heeft nu weer een blij hart vol liefde, voor Eva, voor altijd!


Zo eenvoudig kan het zijn om liefde en verdriet te bespreken en weer te geven in een boek. In een paar treffende woorden die de essentie raken en in even zo sprekende afbeeldingen, is dit moeilijke onderwerp op een prachtige manier vorm gegeven. De tekst is erg goed gedoseerd, de afbeeldingen zijn sober maar doeltreffend. Alle gevoelens die bij verliefd zijn, houden van en verlies horen, komen langs, pracht uitgebalanceerd, zonder overdosering, zonder drama.
Niet alleen kinderen zullen aangenaam getroffen zijn door dit boek maar ook voor volwassenen is het een prachtig, roerend, treffend geheel.

ISBN 9789492995117 | Hardcover | 48 pagina's | Samsara | februari 2019
Afmeting 27 x 27 cm. | Leeftijd 7+

© Dettie, 10 juni 2019

Lees de reacties op het forum e/of reageer, klik HIER

 

Haast
illustraties: Rébecca Dautremer
tekst: Stéphane Servant


Iedereen noemde hem Haast
Omdat Haast altijd aan het hollen was.


Haast heeft zo'n enorme haast dat hij onderweg niets ziet, hij rent alleen maar. Hij is al honderd keer rond de aarde gehold. Haast is heel stoer en voor niemand bang, behalve ... voor Einde, die zit achter hem aan. Haast weet haar gelukkig steeds voor te blijven, ook al scheelt het soms heel weinig, daarom móet Haast wel blijven rennen en zo rent en rent en rent hij maar door, totdat ...


Berg was ook voor niets en niemand bang ...
Behalve voor Einde die naar haar op zoek was.


En daarom bewoog Berg nooit:
ze wilde voor Einde verborgen blijven.


En zo staat Berg daar maar, zij verroert zich geen centimeter, totdat ... Haast met een klap tegen Berg aan botst. Hij kan niet om haar heen. Hij is zo bang voor Einde dat hij Berg op zijn rug neemt en verder holt, wel duizend jaar lang.  Berg weet niet wat haar overkomt, wat is er veel te zien! Wat is de wereld mooi!
Vervolgens verbergt Berg Haast onder haar rokken, want Haast is zo vreselijk moe van al dat hollen. En Haast ontdekt zo dat als je niet zo hard rondrent er van alles te zien is, zoals een slak die rustig voortkruipt of een rups die geduldig wacht tot zij een vlinder is. Haast geniet, wat is alles bijzonder! En zo verstrijkt er weer duizend jaar. En dan... worden Haast en Berg verliefd en even later krijgen ze een zoontje, die ze Nu noemen.


Berg wil dat Nu leert hoe hij goed roerloos stil kan staan en Haast wil hem leren rennen. Maar Nu piekert er niet over. Waarom zou je je altijd haasten? Waarom zou je altijd op dezelfde plek willen blijven? 'Einde komt vlug genoeg' zegt hij, maar waarom zal je je daar druk over maken? Hun zoontje Nu is precies wat Berg en Haast nodig hebben. Nu leert zijn ouders hoe ze kunnen genieten van de tijd die ze samen hebben, zonder zorgen voor gisteren of morgen en al helemaal geen zorgen over Einde hebben. En toen Einde toch kwam, kregen ze alle drie de slappe lach, en mepte Nu haar gewoon weg!
Einde is niet boos, Einde is blij. Eindelijk zijn Berg en Haast gelukkig en dat mogen ze van Einde nog wel even blijven ...


Dit mooie filosofische verhaal is deels een beeldverhaal. We zien bijvoorbeeld, verspreid over enkele pagina's, Haast met al zijn beentjes rondrennen, woorden zijn niet nodig, de tekeningen vertellen het verhaal.
Berg is een statige dame met een klassiek gezicht. Nu komt onder een hoed uit Berg gekropen en straalt heldere levenslust uit, ondanks dat alle afbeeldingen in het boek in vrij donkere zwart-wit tinten zijn. Vooral het spelen met de hoed door Nu en een vogel is prachtig weergegeven.
Einde is een monsterachtige sliertwolk met scherpe tanden en nagels. Zij is soms levensgroot is, soms heel klein, soms angstaanjagend, soms nietszeggend.


Persoonlijk vind ik het verhaal een wijze les voor volwassenen verpakt in een kinderboek. Haast, Berg, Nu en Einde zijn ook vrij abstracte begrippen voor kinderen. Daarom rees bij mij de vraag hoe de kinderen zelf het verhaal zullen beoordelen. Zullen ze de metaforen begrijpen? Snappen ze bijvoorbeeld dat Einde, einde van het leven betekent? Is het verhaal niet te moeilijk?
Gelukkig wilde een kinderbegeleidster het boek wel voorlezen aan een groep kinderen van 7-8 jaar (meer zevenjarigen dan achtjarigen) en aan een groep van 8-9 jaar waarvan de meeste kinderen al negen bleken te zijn.


De eerste groep (7-8 jaar) vonden de tekeningen heel mooi maar konden zich niet focussen op het verhaal. De kinderen vonden het te moeilijk, snapten de essentie niet, vonden het verhaal teveel woorden hebben en hadden het na drie bladzijden wel gehad, het was genoeg zo. Ze wilden wél alle tekeningen zien want die zagen er spannend uit.


De tweede groep (8-9 jaar) was vanaf het eerste moment zeer geïnteresseerd. Ze waren gelijk benieuwd naar het verloop van het verhaal. De kinderen begrepen dat het over dingen kan gaan. Eén kind merkte heel wijs op: "Haast is toch niet die meneer?" Ze snapten dus dat de namen begrippen en synoniemen waren voor de inhoud van het verhaal. Ze vonden het heel grappig dat na duizend jaar rennen en stilstaan de baby kwam. Ze vonden de baby de slimste van allemaal maar ze vonden het wel gek dat de baby Nu genoemd werd. De illustraties vonden ze prachtig, grappig en spannend en dat ze zwart-wit zijn, is ook prima.


Kortom, een bijzonder boek, met bijzondere afbeeldingen voor de altijd bijzondere kinderen.


ISBN 9789059089136 | Hardcover | 64 pagina's | Uitgeverij Davidsfonds Infodok | februari 2019
Afmeting 27,3 x 23,1 x 1,3 cm | Vertaald door Ed Franck | Leeftijd 9+

© Dettie, 3 juni 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mo en Tijger gaan op reis
Elisabeth Mollema


Mo snapt het niet zo goed. Waarom duurt het zo lang voor ze vertrekken? Mama is druk met dit, papa met dat, maar hij is allang klaar! Zijn broertje Sem ook, en Tijger denkt nergens over na. Ze gaan naar opa, die in de duinen woont, en papa wil het liefst met die oude bus gaan.


Omdat mama niet klaar is moet Mo op Sem passen en die is nogal ondeugend. Iedere keer moet Mo maar weer zien dat hij het in orde maakt!  Als ze papa nergens kunnen vinden mag Tijger gaan speuren. Wie het eerdere deel heeft gelezen weet dat hij een speurhond is. Kan hij papa vinden?

Het tweede deel heet ‘Pech!’. Je snapt het al: dat van die oude bus was niet zo’n goed idee.
Mo maakt zich zorgen: komen ze nu wel tijd bij opa? Niet dus, ze moeten blijven slapen in een hotel. 


Deel 3 is Dief in het hotel, ook weer een veelzeggende titel.
In het hotel gebeurt weer iets dat een kluif naar Tijgers bek is: hij moet een dief opsporen!
De volgende dag vertrekken ze. Maar de bus is niet zo goed gemaakt. Het is gewoon met touwtjes aan elkaar gebonden!
En dus gaat het weer mis


Deel 4 heet ‘Kaatje Kip’
En opnieuw staan ze met pech langs de weg. De taxi bellen. Maar die komt maar niet. Papa gaat naar de boerderij die ze in de verte zien, en daar woont Kaatje Kip, een hele lieve vrouw. En een knappe vrouw ook: zij maakt de bus vast om mee te slepen! En zij heeft een oude auto staan die ze mogen lenen. Hè, hè, eindelijk naar opa!


Deel 5 heet ‘opa’. Hoe klein het autootje ook is, hij brengt hen veilig tot het huisje van opa. Maar waar is opa dan? Niet in het huis, niet in de tuin. De jongens moeten wachten terwijl hun ouders naar de buren gaan. En dan horen ze Tijger blaffen. Heeft hij een spoor naar opa gevonden?


Dit boek is speciaal geschreven voor kinderen die net hebben leren lezen. Het eerste verhaal is op E3-niveau, dat is eind groep 3. Dan volgt M4 en E4 (midden en eind groep 4) en de twee laatste verhalen zijn op M5 niveau, dat is dus midden groep 5. De spanning wordt met ieder verhaal groter.


Maar het is maar de vraag of een kind dat (misschien opnieuw) kennis maakt met Mo en Tijger kan wachten tot hij of zij zelf in staat is om alle verhalen te lezen. Het verhaal in zijn geheel is namelijk best spannend. Je wil toch weten of ze ooit nog bij opa komen!


Dat wordt ofwel voorlezen, ofwel veel moeite doen. In het eerste verhaal is het lettertype groter en zijn de zinnen heel  kort. Daarna wordt het lettertype kleiner en de zinnen langer met steeds moeilijker woorden erin. We zien mama aan de telefoon. Mo en Sem kijken sip, maar Tijger kijkt vrolijk om naar de jongens. Mama zegt dat ook dat de jongens de hond maar moeten gaan uitlaten…


‘Mama kijkt op de klok.
Ik hoop dat hij snel komt.
Want we moeten nu weleens gaan.’
Haar mobiel gaat.
O nee, denkt Mo.
Nu gaat ze vast weer heel lang praten.’


Elisabeth Mollema (1949) heeft al meer dan 70 kinderboeken geschreven, waarvan veel eerste leesboekjes en series over o.a. Olivia Engel, en Siggi & de Vikingen.


ISBN 9789048847853  | hardcover | 172 pagina's | Uitgeverij Moon | april 2019
Tekeningen van Gertie Jacquet | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 11 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kasper 1
Kasper wordt een kip
Sam Copeland


Het eerste deel van een nieuwe driedelige serie over Kasper, een heel gewoon jongetje met een beetje meer, want Kasper verandert af en toe in een dier. Wanneer dat gebeurt weet hij niet en wat voor dier hij wordt is ook onbekend.

De eerste keer weet hij niet wat hem overkomt..


Hij voelt een soort trilling bij zijn oog. [...]  Zijn oog had weleens vaker getrild, als hij moe was, maar dit was anders. Het voelde alsof iemand hem in een stopcontact had gestopt. Zijn andere oog deed ook mee en zijn beide ogen knipperden en trilden nu.
Er schoot een gevoel door zijn lichaam, alsof hij door een elektriciteitsdraad werd geperst, alsof hij elektriciteit was. Zijn hele lijf GONSDE en knetterde. Het gegons en geknetter werd sterker, tot het leek alsof hij in brand stond, maar dan in een eindeloze buis van golvend en samengebald vuur.
Zijn huid voelde heel raar. Tintelend. Hij keek naar zijn arm en zag tot zijn grote schrik dat er overal haren uit zijn vel staken. En vreemd genoeg werd de kamer ook groter. Maar nee, besefte Kasper, de kamer werd niet groter - hij was aan het krimpen!


Tot zijn grote schrik is hij na een portie zelfstudie tot de ontdekking gekomen dat hij in een spin veranderd is! En zijn kat Voorzitter Miauw is gek op spinnen! Gelukkig heeft Spin/Kasper ook de eigenschappen van een spin... Zo plotseling als hij ene spin is geworden, zo onverwacht is hij ook weer gewoon Kasper, in zijn eigen vertrouwde jongenslijf.


Als hij het voorval aan zijn vrienden Samir, Hogan en Flora vertelt geloven ze hem gelukkig. En de slimme Flora probeert te achterhalen hoe het kon gebeuren. Zij denkt aanvankelijk dat het komt omdat Kasper bij zijn zieke broer in het ziekenhuis is geweest, misschien is hij wel in een naald met raar spul gaan zitten...
Natuurlijk gelooft niemand daarin en het is ook niet waar.


Maar hoe komt het dan wel? want het blijft niet bij die ene keer. Kasper verandert nog een paar keer in een dier, wat soms hilarische taferelen oplevert, vooral de keer dat hij in een neushoorn veranderde. Kasper houdt zijn hart vast, straks gebeurt het ook tijdens de schoolmusical waarin Kasper ook een rol heeft.  De veranderingen gebeuren altijd als Kasper alleen is, er is echter één jongen op school die het heeft zien gebeuren... Het is ook nog eens de aartsvijand van Kasper die ook meedoet aan de musical!
Maar Flora staat niet voor niets bekend als slim, zij zal en moet de oorzaak van de verandering zien te achterhalen...


In dit knotsgekke verhaal staan veel tussenstukjes, tekeningen (van Sarah Horne) en toelichtingen over Kasper en wat hij allemaal bedenkt en noteert enz. Ook de schrijver zelf bemoeit zich af en toe met het verhaal en geeft zijn commentaar op gebeurtenissen. Doorheen het verhaal loopt ook het lieve verhaal over SuperMove de zieke broer van Kasper, waar hij zich flink zorgen over maakt. Kasper wil zijn ouders zo weinig mogelijk tot last zijn omdat ze het al zo moeilijk hebben maar dat wordt knap moeilijk als je op de gekste momenten in een of ander dier verandert... Maar waar is nou die kip?


Achterin het boek lezen we dat de schrijver Sam Copeland uit Manchester komt en nu in Londen woont met twee stinkende katten, drie stinkende kinderen en één best lekker ruikende vrouw. Hij is kippenfluisteraar en reist de hele wereld over met zijn unieke talent om wilde kippen te temmen. Kasper wordt een kip is zijn eerste boek. Hij heeft gedreigd er nog meer te schrijven.


ISBN 9789025769161 | Hardcover | 264 pagina's | Uitgeverij Gottmer | februari 2019
Vertaald door Maria Postema | Leeftijd ca. 8+

© Dettie, 28 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dikke Vik en Vieze Lies lachen om de liefde
illustraties: Eva van Aalst
tekst: Sunna Borghuis


Dikke Vik en Vieze Lies trekken dagelijks met elkaar op. Ze voelen zich  heel erg op hun gemak als ze bij elkaar zijn. 'Vik vindt nooit iets gek van mij. Daarom zijn we ook vrienden,' vertelt Lies (de ik-verteller) ons. Ze houden alle twee ook helemaal niet van flauwekul en daarom vieren ze geen Valentijnsdag. Toch laat Vik op Valentijnsdag een hart van chocola aan Lies zien.


'Het is toch niet voor Valentijn, hè? voeg ik. We hadden juist de dag ervoor nog gezegd dat we daar niet aan deden. Omdat je dan op iemand op wie je verliefd bent een cadeautje geeft. Wat een onzin. Ik krijg elke dag kauwgom van Vik en we zijn niet verliefd.'


'Natuurlijk is het geen Valentijnscadeau,' verzekert Vik, het lag gewoon bij hem op de mat. Hij dacht dat het van Lies kwam. Ze lachen erom en eten samen lekker elk een helft op en dat was Valentijnsdag, tenminste, dat dachten ze...

Eenmaal op school zit Merel te pronken met haar cadeautjes. 'Merel is het mooiste meisje van de klas en alle jongens zijn verliefd op haar. Behalve Vik geloof ik.' meldt Lies ons. Maar toch schrikt ze als ze kauwgom tussen de cadeautjes van Merel ziet liggen. Zou Vik dan toch op Merel zijn? Maar gelukkig is het andere kauwgom...  En nog is het Valentijn'gedoe' niet over want ook de juf besteed er aandacht aan. Van Lies hoeft dat allemaal niet zo. Het is veel interessanter dat er kermis in het dorp is, misschien dat de tot nu toe onbekende vader van Lies daar werkt! Want dat hij op de kermis werkt is het enige dat ze van hem weet.


Maar de anders zo trouwe Vik heeft tòch andere dingen aan zijn hoofd... Tot de stomme verbazing van Lies kiest hij de mooie Merel als hulpje uit als hij op school het aquarium mag schoonmaken. Dat heeft Lies nog nooit meegemaakt. Tot haar grote schrik ontdekt ze ook nog dat Vik ineens andere kauwgom gebruikt, dezelfde als Merel had gekregen! Een klein jaloers angeltje steekt in haar hart.


Helaas, ook ná Valentijnsdag is Vik druk met Merel, hij gaat zelfs mee naar haar huis! Lies heeft het er maar moeilijk mee, ze mist haar vriendje met wie ze altijd alles deelt en Merel is wel mooi, maar ook saai... Toch draagt Lies haar hart wel op de goede plek, ze gunt het Vik ook. En als ze naar de kermis gaat en een jongen uit haar klas tegenkomt blijkt hij ook erg leuk. Maar kan hij net zo goed mee helpen zoeken naar haar vader als Vik? Haar moeder heeft wel vertelt hoe hij eruit ziet en wat zijn voornaam is, maar veel meer weet ze niet. Vik zou vast goede ideeën hebben gehad...


Opnieuw een heerlijk boek over dit leuke tweetal. Ze zijn heel goede vrienden met een klein beetje meer. Ze hebben dat speciale wat heel goede vrienden hebben. Het is aandoenlijk om te lezen hoe hard Lies haar best doet om over haar licht jaloerse gevoelens heen te komen.
Daarnaast is het gewoon een heel gezellig, vrolijk verhaal dat heel vlot en makkelijk wegleest. Eva van Aalst heeft er ook nog eens erg grappige, kleurige afbeeldingen bij gemaakt waardoor het boek nóg leuker wordt.


Dit is, het zelfstandig te lezen, deel 3 van de serie over Dikke Vik en Vieze Lies. Hopelijk verschijnt er gauw weer een nieuw deeltje over dit leuke stel. Het is puur genieten.


ISBN 9789025770457 | Hardcover | 112 pagina's | Uitgeverij Gottmer | januari 2019

© Dettie, 10 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER