Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

altWaterwatje
Evelien Feltzer

De elfjarige Ebbie, de ik-figuur, is een beetje verliefd op Matteo, die bij haar in de klas zit. Hij heeft gezegd dat hij binnenkort jarig is en een feestje geeft. Wat wil ze daar graag heen! Ze zit zelfs op de trap te wachten tot de postbode komt!
Ze krijgt inderdaad een uitnodiging maar haar vreugde maakt al snel plaats voor teleurstelling, want op de kaart staat: neem je zwemspullen mee.
En dat is dus een probleem: Ebbie heeft watervrees vanaf toen ze op vakantie was in Frankrijk en er iets heel ergs gebeurde. Ze kan op school toch niet gaan vertellen dat ze bang is voor water! Ze gaat af als een gieter!
Haar vriendin Yasmine is wel op de hoogte en wil haar best leren zwemmen.
Dat is dan plan 1.
Na een les over EHBO op school is er ook een plan 2. Maar het ultieme plan ontkiemt als Ebbies moeder een video zit te kijken waarop de vader van Matteo te zien is. Hij is een beroemde flamencodanser! En het plan wordt verder uitgedokterd als Ebbie met haar opa’s een cadeau gaat kopen voor Matteo.
Wat haar plannetjes zijn? Dat verklap ik natuurlijk niet. Maar de afloop is heel bijzonder. Het is niet direct wat je verwacht, het is grappig en zelfs een beetje ontroerend.

Deze waterangst van Ebbie is het belangrijkste thema van het verhaal, maar er ook komen vriendschap en jaloezie aan de orde, een zeer herkenbare broer-zusrelatie en die taartenbakkende moeder is ook leuk gevonden. En dat er pas op het laatst verteld wordt hoe Ebbie eigenlijk aan die angst komt, is ook goed gevonden.
Het is een lekker vlot verhaal, met leuke (misschien een beetje kinderlijke) tekeningen in zwart-wit.

‘Joehoe, Ebbie!’ Het hoofd van Yasmine piepte onder mijn deur door. ‘Wat is er nou?”
Ik keek haar aan. ‘Ik, ik…’
’Wat?’ vroeg ze.
‘Ik voel me niet zo lekker.‘ zei ik.
‘Zomaar ineens?’
’Ja.’
’Heb je iets verkeerds gegeten?’
Ik haalde mijn schouders op.
‘Of ben je bang?’
’Neu, echt niet.’ Mijn stem klonk weer zo raar hoog.
Yasmine hield haar mond. Ze keek me alleen maar aan met die grote bruine ogen van haar. Ik hield mijn adem in. En toch kwamen ze. Die stomme tranen.’

Evelien Feltzer is theaterdocenten en werkt voornamelijk met kinderen en jongeren.
Waterwatje is haar debuut.

ISBN 9789044828696 | hardcover |127 pagina's | Uitgeverij Clavis| april 2017
Illustraties van Chris Vosters

© Marjo, 25 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe vloek van Freya
Deel een van de serie Siggi & de Vikingen
Tekeningen van Eliane Gerrits
tekst: Elisabeth Mollema


Vikingen waren er van ongeveer 800 tot 1100 na Christus. Ze komen uit Noorwegen, Zweden en Denemarken. Ze staan bekend als stoere vechtersbazen, maar waren ook goede scheepsbouwers. Met die schepen trokken ze er op uit om handel te drijven in andere Europese landen (die in die tijd nog niet ‘Europees’ genoemd werden).

Dit is leuk om te weten, maar deze feiten vind je niet in het boek, al is er wel gebruik van gemaakt binnen het verhaal over het buitenbeetje Siggi Johanson. 


Op het eiland dat Vikingeiland heet woont Siggi bij zijn familie. Zijn oom en tante, zijn neven en nichten, ze zijn inderdaad allemaal krachtpatsers en vinden het heerlijk om te vechten en elkaar op te tillen en rond te zwiepen. Siggi moet er niets van hebben. Hij is een nieuwsgierig ventje, dat liever dingen onderzoekt en runenpuzzels oplost.


Nu hebben de eilandbewoners al heel lang een probleem: de godin Freya heeft het eiland vervloekt. Ze kunnen niet weg. Ze hebben mooie schepen, maar iedere keer als ze proberen uit te varen, steekt er een storm op, en worden ze – als ze geluk hebben - teruggeworpen op het strand. De ouders van Siggi zijn niet teruggekomen toen zij het een keer probeerden. Maar de Vikingen geven niet op. Er moet een manier zijn om de vloek van Freya te doorbreken. Siggi moet dat kunnen, hij kan immers runen lezen? Dus zoekt iedereen stenen waar die tekens op staan, en kan Siggi aan het werk. Maar iemand steelt die stenen!


De volwassen eilandbewoners zijn ook met andere dingen bezig. Vechten! Wie de sterkste is zal immers de leider worden van het Ding, een raad van dorpelingen. En wie zijn die twee drenkelingen, die duidelijk geen Vikingen zijn? Zij weten het zelf niet en worden heel gemakkelijk misbruikt door de Vikingen.


Allerlei elementen om een leuk verhaal te vertellen. Er zijn veel nogal stripachtige en grappige tekeningen, soms over meerdere pagina’s. Het lettertype is lekker groot en dus duidelijk. Er is veel humor die jonge lezers zal aanspreken, en ook een duidelijke spanningsboog. Twee zelfs, want er is ook nog het verhaal van de zeekoetjes! De personages zijn typetjes, dus herkenbaar.


Het is een gemiste kans dat er niet een bijlage is over de achtergrond en geschiedenis van de Vikingen. Voor de nieuwsgierige lezer is het altijd prettig om meer te weten te komen. Maar er komen nog meer deeltjes in deze serie. Dus…


ISBN 9789048838219 | hardcover |256 pagina's | Uitgeverij Moon| januari 2017
 Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 17 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het grote AVI vakantieboek deel 2
(AVI M4-E4)
Jacques Vriens, Janneke Schotveld, Vivian den Hollander, Marianne Busser en Ron Schröder, Mirjam Mous en Arend van Dam.


Het grote AVI vakantieboek deel 2 is gewoon een vakantieboek, maar dan net even anders. Het hele boek is namelijk op AVI - niveau M4-E4. Kinderen die midden of eind groep vier zitten moeten de teksten dus kunnen lezen en de opdrachten kunnen maken, en kinderen die wat voorlopen, die in groep drie zitten, zullen dat ook kunnen.


Het boek begint op het binnenblad met een bouwplaat voor een camping. Aan de achterkant zit ook zo'n blad en met de twee bladen samen kun je een tent met onder meer luchtbedden, bekertjes en een zwembad maken. Leuk om met (Lego)poppetjes mee te spelen. Niet meteen mee beginnen, anders is je boek direct stuk!


In het boek staan tien woordzoekers met thema's die (zijdelings) iets met vakantie te maken hebben, zoals het strand, gerechten en dierentuinen. Bij een voetbalraadel moeten woorden op de juiste manier in vakjes gezet worden. Door het boek heen zijn er drie pagina's met moppen en raadsels, die zeer passend zijn bij de leeftijd van de doelgroep. (Zoals: Hoe komt een bruin paard uit de Rode Zee? - Nat! en Wat is rood en niet zo zwaar? - Lichtrood natuurlijk!)


Twee pagina's worden gevuld met tips voor spelletjes voor op de achterbank. Veel spellen zullen al bekend zijn bij de ouders (zoals Ik ga op vakantie en neem mee ...), maar toch is het goed om deze mogelijkheden op een rijtje te hebben, zodat je kinderen wat te doen hebben als je op reis bent.
Met De Grote Vakantietest kan het kind uitzoeken wat voor vakantietype het is. Hierbij worden lastige termen gebruikt. Weet een kind in groep vier wat een B&B is, of een moskee (hopelijk wel) of een all-in-hotel? En met de Grote Vakantielandentest kan het kind kijken hoeveel het over vakantielanden weet. Ook hier staan best moeilijke vragen in, die volwassenen soms niet zullen weten. (Bijvoorbeeld: In welk land sansen ze de sirtaki?)


De vijf verhalen in het boek zijn geschreven door bekende schrijvers als Jacques Vriens, Mirjam Mous en Marianne Busser & Ron Schröder.
Verder staan er vier doolhoven, twee zoekplaten, twee kleurplaten, een grappige rebus, recepten van Vivian Den Hollander en twee stripjes over Bram Hurkzit in het boek.


Concluderend is het een veelzijdig vakantieboek waar je kind veel plezier aan zal beleven, terwijl het ondertussen ook nog iets leert!


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000355235 | Paperback | 64 pagina's | Holkema & Warendorf | 23 mei 2017

© Trenke Riksten-Unsworth, 13 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altHoog en laag
illustraties: Annet Schaap
tekst: Annie M. G. Schmidt


Eerst maar het verhaal.
In Waaidorp wonen twee jongens, Kees woont hoog in een flat, Jelle woont laag in een huis met een tuin. En zoals dat nu eenmaal werkt: wat de een heeft wil de ander en andersom. Dus Jelle denkt dat hoog wonen veel leuker is, want dan kan je over de wereld kijken. En Kees vindt het prima om te ruilen, want hij denkt dat een huis met een tuin om in te spelen veel leuker is. Ze ruilen…


Dit verhaal van Annie M G Schmidt is niet nieuw, maar is een verhaal van alle tijden. De taal is eenvoudig, het verhaal wordt sec, dat wil zeggen zonder een oordeel te vellen, verteld.
Het is een heruitgave van 'Waaidorp: leesstof voor de laagste klassen van de basisschool', dat in 1972 speciaal voor school geschreven werd. Met de leuke illustraties van Annet Schaap is het een echt nieuw modern boek geworden. Zij maakt het verhaal ook inzichtelijk. Het is een eenvoudig verhaal, waar een groot idee achter zit.


Het is een deeltje uit de serie Tijgerlezen, waarin al zes boeken verschenen zijn. Tijgerlezenboeken leggen de nadruk op humor en spanning, omdat onderzoek uitwijst dat kinderen het makkelijkst leren lezen als ze zelf naar een boek grijpen, gewoon omdat ze zin hebben dat verhaal te lezen, niet omdat het ‘moet’ of ‘bij hun niveau past.’


De deeltjes zijn er in verschillende moeilijkheidsgraden:
- Voor als je net kunt lezen zijn er leesboeken met weinig tekst en eenvoudige zinnen, die ook fijn zijn om voor te lezen.
- Voor wie al een beetje geoefend heeft, zijn er échte leesboeken met langere verhalen.

De boeken met het Tijgerlezenlogo zijn veelal geschreven door bekende schrijvers en illustratoren. Bij alle boeken is bovendien lesmateriaal ontwikkeld. Ook zijn er filmpjes gemaakt van alle afzonderlijke boeken.
Meer informatie op www.tijgerlezen.nl


ISBN9789045119991| Hardcover |40 pagina's | Uitgeverij Querido| oktober 2016
Illustraties van Annet Schaap | Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 10 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altBilly en het geheim onder de trap
Krista Okma


De moeder van Billy heeft een ernstige vorm van smetvrees. Ze vindt het bijvoorbeeld vreselijk om vreemde mensen een hand te moeten geven, want wie weet wat die mensen gedaan hebben. Zelfs hun naam heeft ze veranderd. In plaats van Modderman heten ze nu Brandschoon. Haar echtgenoot blijft er slank bij, want hij is gaan hardlopen: voor hij naar zijn werk gaat, en weer ’s avonds na het eten, een magnetronmaaltijd. Koken is ook zo vies…


Billy Brandschoon vindt dat allemaal niet zo erg, ook niet dat hij op zaterdag het huis moet schoonmaken. Met voor iedere klus een andere emmer, een ander doekje, ander schoonmaakmiddel.
Maar wat hij wel erg vindt is dat ze nu al twaalf keer verhuisd zijn, omdat zijn moeder het in de plaats waar ze woonden te vies vond! Een buurvrouw met zweetoksels? Hup, het huis gaat in de verkoop!


‘Boos kijkt hij richting zijn moeder. Jij laat ons letterlijk stikken denkt hij. Je bent gewoon een schoonmaakheks. Hij ziet zijn moeder op een bezemsteel door de lucht vliegen. Met een plumeau als toverstaf – zo’n verending waarmee je kunt afstoffen – en de BIF in haar andere hand die ze onderweg tegenkomt mee schoon te sproeien terwijl ze een nare heksenlach lacht.’

Misschien gaat het deze keer lukken, kan hij voorkomen dat ze weer verhuizen. Want Billy heeft op een heel bijzondere manier zijn buurmeisje leren kennen. In de trapkast heeft hij een vreemd deurtje ontdekt, de toegang tot een geheime ruimte, die de huizen van de straat met elkaar verbindt. Billy en Rosa richten een club op, en bedenken een plan. Een heel bijzonder plan om er voor te zorgen dat Billy’s moeder dat bord ‘te koop’ weer uit de tuin haalt…


Een grappig verhaal, waarin de kinderen en hun ouders neergezet worden als typetjes, allen herkenbaar aan een bepaalde eigenschap. Rosa en haar gezin staan voor rommelig, Sfeder voor ‘nooit thuis’, en Aurora heeft hippie-ouders. Natuurlijk is er ook een pestkop, en die doet dan ook niet mee in het clubje. Maar deze Ted zal nog een belangrijke rol spelen in het verhaal.


De ontknoping is bijzonder, en al zitten er enkele losse draadjes aan dat gedeelte, het is toch goed gevonden.
Iedereen is anders, en iedereen moet ook anders kunnen zijn.


Krista Okma
(1976) is adviseur opvoeden & opgroeien. Ze is gepromoveerd in de ontwikkelingspsychologie met een onderzoek naar de belevingswereld van (pleeg)kinderen. Haar expertise ligt op het gebied van trainen en ondersteunen van beroepskrachten en ouders bij vragen over (zorgintensief) opvoeden.
Dat zij zelf drie kinderen heeft, voegt nog meer levenservaring toe. Dit verhaal past dus precies in haar straatje.


ISBN 9789044829716 | hardcover |146 pagina's | Uitgeverij Clavis| maart 2017
Illustraties van Chris Vosters | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 23 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het beeld van Raban
De Groene Hand: Deel 2
Susan van 't Hullenaar


In deel 1 lazen we hoe Flora dankzij het uitvoeren van vijf moeilijke opdrachten toegelaten werd tot De Groene Hand, een geheime club.

In deel 2 staat de club te popelen om hun eerste mysterie om op te lossen. De vijf leden, Daniël, Flora, Anniek, Hilde en Fabio willen namelijk uitzoeken hoe het kan dat er een beeld verdwenen is van het kerkhof in het dorp. Natuurlijk gaan ze eerst naar sporen zoeken op het kerkhof zelf en daar vindt Flora iets heel bijzonders. Haar vondst is de aanleiding tot een heleboel vreemde en spannende gebeurtenissen.


Maar voor het zover is weten ze inmiddels dat het beeld gemaakt is door ene Raban, toentertijd een onbekende kunstenaar maar nu, een flink aantal jaren later, is hij inmiddels vrij bekend en is zijn beeld veel geld waard. De club heeft een plan bedacht om te achterhalen waar de kunstenaar nu is en wie hen meer kan vertellen over het beeld. Ze weten niet dat ze zich op gevaarlijk terrein begeven, maar daar komen ze al snel genoeg achter als ze kennis maken met de zich zeer vreemd gedragende antiekhandelaar.


Hun verdere speurtocht leidt hen naar een museum, naar het kasteel van de familie Van Valkensteen én naar de voormalige ijskelder waar het vreselijk stinkt. Maar nog steeds hebben ze het mysterie niet weten op te lossen. Het is vooral Flora die aldoor het gevoel heeft dat ze iets op het spoor is, ze weet dat ze steeds iets over het hoofd ziet maar wat? Gelukkig is er ook nog de bedachtzame Anniek, die elke keer alles op een rij weet te zetten en zo helpen de leden van de club elkaar verder naar de oplossing van het raadsel. Maar waarom doet Hilde zo vreemd?


Het is een spannend, vlot geschreven verhaal, vooral het begin sleept je met flinke vaart het verhaal in. De kinderen komen in allerlei gevaarlijke, onverwachte situaties terecht waardoor je vol spanning verder wilt lezen hoe ze zich daar uit zullen redden. De ontknoping is helaas wat minder spectaculair, zelfs een klein beetje onwaarachtig en wat zoet.
Maar toch is dit boek verder een heerlijk avontuur om te lezen. Gelukkig verschijn half 2017 deel 3 en kunnen we opnieuw genieten van de speurtochten van De Groene Hand.


Het boek verscheen in 2015 onder dezelfde titel maar is nu in deze mooi verzorgde uitvoering en aantrekkelijker omslag heruitgegeven.


ISBN 9789402601817 | hardcover | 133 pagina's | Uitgeverij Aerial | februari 2017
Met kleine zwart-wit afbeeldingen | leeftijd 8+

© Dettie, 16 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe Melkwegschool
Getekend door John Martin 
tekst: Scott Seegert


Kelvin Klosmo is nieuw op de Melkwegschool, een school binnen het ruimtestation, waar zijn ouders gestationeerd zijn. Kelvin is de zoon van twee beroemde professoren. Dus is hij zelf ook superintelligent. denken zijn nieuwe klasgenoten. Dat moet wel, toch? Kelvin weet wel dat hij helemaal niet zo slim is… hij heeft namelijk een beetje gelogen! Al snel leert hij zijn klasgenootjes kennen, en met hen beleeft hij typische ruimteavonturen.


De specialiteit van Kelvins vader is robotica. Hij is de uitvinder van de Niven6000 - een op kernenergie lopende Pantser Reddings-Bakbot. En van de PL370 –de Ram Bam Meteoor Vlambot.  Kelvins moeder is neurowetenschapper, ook al een genie. Kelvins kleinere zusje Bula is ook mee verhuisd naar de ruimte. Niet dat Kelvin dat leuk vindt! Er komt een hond in het gezin: Lichtjaar is heel bijzonder en zal Kelvin goed kunnen helpen als hij in de problemen zit.
Dan is er naast Kelvin nog een andere ik-verteller, professor Erik Falenheimer. (Die naam heeft hij niet voor niets). Als hij aan het woord is, wordt er een ander lettertype gebruikt. Hij is wel op het ruimtestation, maar moet conciërge zijn. En hij zint op wraak…


Het voordeel van sciencefiction is dat je alle kanten op kunt, en dat geldt ook voor de boze professor. Maar het geluk is dan weer wel aan de kant van Kelvin, dus misschien worden al zijn problemen wel opgelost. Er moet alleen heel veel gebeuren.


Zowel in de tekst als in tekeningen wordt het verhaal verteld, ze vullen elkaar aan. Het verhaal heeft als thematiek vriendschap, anders zijn, en pesten. De gebruikelijke thema’s voor een boek waar kinderen dol op zijn. En als het dan ook nog spannend is, en met heel veel humor verteld wordt – en ze niet al te veel hoeven te lezen – dan zit dit helemaal snor.


Een leuke vorm van dialogen, die ook in de gewone vorm voorkomen:


Naast een getekend hoofd van Kelvin staat zijn tekst: ‘zeker weten, mam? Het geeft niets, hoor.’
En daaronder mams antwoord, met haar hoofd erbij. ’ Echt niet? O, dan kan ik wel een paar minuutjes mee en…’


Natuurlijk zat het er aan te komen, na een waanzinnige boomhut en een loser die op school steeds in de problemen komt, is er nu het verhaal over een school in de ruimte. Als leeftijd wordt 7+ aangegeven, maar er staan wel een aantal moeilijke woorden in.

Dit vind ik grappig:
In het voorwoord van James Patterson staat: ‘een jongen die naar een nieuwe school gaat in de ruimte. Weird toch? Maar dat is nu zo super aan boeken: waar vind je anders schildpadden die de misdaad bestrijden, geheime scholen voor tovenaars of een jongen die kan vliegen en nooit volwassen wil worden?’

Het boek is getekend door de Amerikaan John Martin, die naast illustrator ook website designer is. De tekst is van Scott Seegert. Deze mannen hebben al eerder samengewerkt.


ISBN 9789000355372| hardcover | 312 pagina's | Van Holkema & Warendorf | juni 2017
Vertaald uit het Engels door Henrieke Herber | Leeftijd vanaf 7 jaar.

© Marjo, 20 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een kans voor een kat
De DierenRidders: Deel 5
illustraties: Mark Janssen
tekst: Iris Boter


Koen, hun klasgenoot, doet de laatste tijd maar raar, vinden de DierenRidders. Ze hebben geen idee wat er met hem aan de hand is. Ze willen heel graag dat Koen bij hun op de voetbalclub komt, want hij kan geweldig voetballen maar zo gauw ze erover beginnen wordt hij boos en loopt weg.
Koen wil echt nergens aan meedoen, met niets, hij wil zelfs niet mee naar de film. En hoe kan het dat hij de oude sportschoenen van Tijn aan heeft? Hij heeft ze toch niet gestolen?

Gelukkig is dat niet zo, zijn moeder had ze naar de kringloopwinkel gebracht maar waarom zegt Koen dat niet gewoon in plaats van te liegen dat hij ze al heel lang heeft, vraagt Tijn zich af.  De DierenRidders vinden het maar vreemd allemaal. Ze vragen Stan, de vriend van Koen, of hij weet waarom Koen steeds zo kwaad reageert, maar ook tegen Stan doet Koen heel stug. Toch belooft hij bij Koen langs te gaan en zo komen ze uiteindelijk te weten wat er bij Koen thuis aan de hand is. Het ergste vindt Koen dat hij daardoor zelfs zijn kat Rembrandt naar het dierenasiel moest brengen. Hij is stapelgek op zijn kat.

De DierenRidders vinden het heel naar voor Koen en omdat ze het toch even rustig hebben met dieren in nood besluiten ze Koen te helpen, maar hoe krijgen ze Rembrandt weer uit het asiel? Na een hoop gepieker krijgt Tijn een superidee...

Je verwacht, dankzij het idee, dat het de DierenRidders gemakkelijk gaat lukken de kat weer naar Koen terug te kunnen brengen. Ze zijn er ondernemend en vindingrijk genoeg voor. Maar Iris Boter geeft toch nog een onverwachte draai aan het verhaal, waardoor je even denkt dat het toch nog mis gaat. Gelukkig loopt alles nog goed af, zelfs beter dan Koen had durven dromen...

Een verhaal vol lieve vriendschap waar je doorheen vliegt. Bloedspannend is het niet, je zit niet op het puntje van je stoel, maar je wil toch steeds doorlezen om te weten of het geweldige plan van Tijn gaat lukken. Je duimt ook mee voor de goede afloop als alles anders loopt dan de DierenRidders bedacht hadden. Kortom, opnieuw een lekker verhaal met inhoud. Waren er maar meer DierenRidders...


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000356386 | hardcover | 62 pagina's | Uitgeverij Holkema & Warendorf | juni 2017
Met vlotte zwart-wit afbeeldingen van Mark Janssen | Leeftijd 7+

© Dettie, 15 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eigenlijk ben ik een flamingo
Simone Lia


Het zal je gebeuren als worm zijnde dat je nietsvermoedend lekker aan het graven bent en ineens vanuit een 'ruimteschip' op het bord van een sjofele, dikke vogel valt. Een vogel die wel heel veel op een kip lijkt. De worm weet niet wat hem overkomt...

"Wat zou jij doen als je een worm was en twee centimeter voor je zat een vogel naar je te kijken met zijn snavel zo ver open dat je zijn amandelen kon zien?
Misschien zou je hetzelfde doen als ik. Ik grijnsde breed en zei op m'n vrolijkst: Goedemorgen!"


Dat was zijn redding! Want de worm (Marcus) blijft praten en komt in gesprek met de vogel (Laurens) en al pratend vertelt Laurens dat hij gek op reizen is en het liefst naar Kenia wil. Hij pakt een fotoboek en bladert heftig om Marcus iets te laten zien. Bij een bladzijde waarop foto’s staan van roze vogels met lange dunne poten stopt hij met bladeren.


‘Dít’, zei hij en hij sloeg dramatisch met zijn vleugel op de pagina, ‘is de reden waarom ik moet gaan.’ Hij keek me aan. ‘Zie je wat ik bedoel?’ vroeg hij, terwijl hij langzaam knikte. ‘Hmm… ja’, zei ik en ik knikte bevestigend, alsof ik helemaal begreep wat hij bedoelde. ‘Dank je wel. Ik ben blij dat jij het ook ziet – eigenlijk ben ik een flamingo.’


Natuurlijk bevestigt Marcus dit onmiddellijk nog een keer, bang als hij is om opgegeten te worden. Maar Laurens denkt daar weinig meer aan. "Het voelt een beetje raar om je op te eten als ontbijt nu we samen hebben gepraat." Marcus is wel een beetje opgelucht en als Laurens uiteindelijk vertelt dat hij niet kan kaartlezen en daarom niet naar het Nakurumeer in Kenia gaat, stelt dat feit Marcus' leven veilig... Laurens wil namelijk dat Marcus voor hem gaat kaartlezen, hij raakt immers onder de grond ook de weg niet kwijt...

© Simone LiaEn zo gebeurt het. Marcus vliegt 'op een superzacht vliegend vogelkussen' ofwel op de rug van Laurens mee naar Kenia. Op naar de flamingo's!
Maar onderweg gebeuren allerlei dingen die de reis flink in de war schopt. Marcus verliest zijn kaart, ze belanden onderweg bij een geniepige mol en akelige eekhoorn, ze zien tot hun verbazing wel tien Eifeltorens in plaats van één, ze mogen meeliften op de kop van een giraf. Ze raken elkaar kwijt, vinden elkaar weer terug, en snappen er soms niets meer van. Waar zijn ze nou eigenlijk?
Maar één ding is zeker, ze gaan elkaar steeds aardiger vinden... Ze worden zelfs vrienden voor het leven.

Het is Marcus de worm die het verhaal vertelt op zijn eigen komische manier waardoor je af en toe met een brede grijns het verhaal verder leest.
Daarbij zijn de afbeeldingen van Simone Lia een welkome aanvulling. De worm en de vogel hebben geweldig sprekende snoeten en zijn toch bedrieglijk eenvoudig getekend. Kortom, een heel grappig en vlot boek waar kinderen erg om zullen moeten lachen.

ISBN 9789047708131 | hardcover | 192 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat | september 2016
Afmeting 18,8 x 13,6 cm | Nurcode 282 | Vertaald door Jesse Goossens |Leeftijd 7+

© Dettie, 11 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altOp de vlucht
Verteld door Pimm van Hest
Getekend door Aron Dijkstra


Op de omslag wordt al meteen een groot deel van het verhaal verteld: een klein meisje zit in elkaar gedoken voor een grote kooi, terwijl om haar heen brokstukken rond vliegen. Ze heeft een beertje stevig vastgekneld in haar armen.

Oorlog, en dat kleine meisje bevindt zich daar middenin. De huizen zijn beschoten, gaten in de muren en de ruiten kapot. Maar het kind droomt van vrede. Ze tekent een duif op zo’n beschadigde muur. Grote zwarte raven kijken toe. Dat blijven ze doen, tot het meisje een vorm van veiligheid bereikt. De duif volgt eveneens. Twee symbolen, van oorlog en vrede.

‘Jouw veilige huis
Stukje voor stukje

STUK!
of
INEENS!

Op een keer
Jouw veilige huis
Niet langer meer
Dag veilig huis.’


Het kind wil terug naar de tijd die was, naar een veilig huis, een fijn school, een klas met leeftijdgenootjes. Maar ze moeten vluchten.


‘Mama, ik ben bang!
Papa, ik ben bang!'


Stel je toch voor, er is oorlog en je moet weg uit je land. Over zee, naar een land waar alles anders is, waar niet iedereen je welkom heet. Mensen spreken een vreemde taal. Hoe moet je je draai vinden? Kun je verder gaan met je leven?
Er is de dreiging van de raven, maar de hoop die uitgebeeld wordt door de duif.


Een prachtig prentenboek dat je kan voorlezen, de tekstjes zijn erg duidelijk, kort en poëtisch. Met de prachtige illustraties kan je het verhaal laten zien, om je te helpen contact te krijgen met een vluchtelingenkind dat de taal niet spreekt.


De schrijver van dit boek, Pimm van Hest en illustrator Aron Dijkstra willen kinderen die in Nederland terecht komen, na hun vlucht uit een gevaarlijk land, helpen met dit boek, met dit verhaal.


De illustraties vertellen het verhaal, het zijn duidelijk herkenbare beelden, in mooie kleuren.
In de loop van het verhaal worden de kleuren helderder en vrolijker, om aan te geven dat het beter gaat met het meisje.

ISBN 9789044828610 | Hardcover | 28 pagina's | Uitgeverij Clavis | maart 2017
Leeftijd vanaf 6 jaar

© Marjo, 7 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waar de wind waait
illustraties: Esther Leeuwrik
tekst: Brenda Heijnis


Een boek vol gedichten voor kinderen vanaf acht jaar. De gedichten behandelen allemaal onderwerpen waar kinderen tegenaan lopen, dat kunnen verschillende gevoelens zijn zoals niet weten wat te doen ik vakantietijd, als alle vriendjes en vriendinnen op vakantie zijn.


[...] Nu lig ik languit op de bank
en staar naar het plafond
Wat zou jij allemaal gaan doen
als je vakantie net begon?


Of hoe vertel je als kind over dat vreemde gevoel dat er niemand anders is dan jij?  Nou, misschien wel zo...


Vandaag voel ik mij heel alleen
want van mij is er maar één
Eén keer ik om mee te spelen
en te rennen op het plein
Soms zou ik wel willen
dat er meerdere ikken zijn

Je kunt ook heel nieuwsgierig zijn naar wat een ander denkt en voelt en dan vraag je gewoon...


Mag ik een keer
in jouw hoofd?


Dan mag jij
in het mijne


En allerlei opmerkingen over familieleden kunnen een kind ook flink bezighouden. Het is tenminste knap verwarrend als mensen die op bezoek zijn tegen je zeggen...


Je hebt de ogen van je vader
en die mond is van je moeder
De handen van je oma
en de neus van opa Klaas


Ook broertjes of zusjes en opa's en oma's zijn vaak in een kinderhoofd aanwezig. Want die stoere broer is helemaal niet leuk en oma heeft een wiebelnek en een wiebelvel onder haar kin... er zitten zelfs geulen in! Maar er wordt ook heel lief gepraat bijvoorbeeld in het heel mooie gedicht over opa. Daarin vertelt een kind over zijn stoere opa, die van die mooie wolken kon blazen met de rook uit zijn pijp. Opa is nu zelf een wolkenman is en is nu altijd bij hem, kijk maar naar die wolken... het kind praat nog steeds met zijn opa en als opa daarboven in de lucht moet huilen dan troost het kind hem. Het is hartverwarmend en ontroerend om te lezen.

Het gedicht over het bejaardenhuis waar sommige bewoners 'heel raar' doen is echter precies het tegenovergestelde, het is hilarisch!
Want voor een kind is het natuurlijk heel vreemd als een bejaarde 'stoute' dingen doet en dan geen standje krijgt...


Kijk nou toch eens, zie je dat?
Ik had als tien keer straf gehad


Om even verderop te verzuchten


[...] Ik wou dat ik gewoon
alweer een oude opa was.


Natuurlijk zijn er ook gedichten over wat een kind allemaal leert en kan en doet. Het ene gedichtje gaat over een wriemelaar zijn, het andere over alles wat je met je lijf kunt doen zoals:


met mijn tong
mijn neus aanraken
en van mijn wangen
ballonnen maken.

maar het aller- aller- allerleukste gedicht vind ik het gedicht over de buurvrouw dat zo begint:


Mijn buurvrouw is een beetje raar
ze loopt op klompen en rookt sigaar
Ze voert de eenden koekjes
voor haar katten breit ze broekjes [...]


Bij dit gedicht zie je een afbeelding van een Ma Flodder achtige vrouw met dikke sigaar in haar mond. op haar schoot ligt de poes die natuurlijk een zelfgebreid broekje aan heeft. (Aan de waslijn hangen ook allemaal kattenbroekjes) Om haar heen is het een bende, je ziet schapen, kippen, konijnen, een hond met een ei in zijn bek en kippenkeutels... heel veel kippenkeutels...

Alle afbeeldingen in het boek zijn overigens zeer de moeite van het bekijken waard maar dat kan ook haast niet anders met deze illustratrice die ook de mooie illustraties verzorgde voor o.a. de door mij gelezen boeken Ergens, Schaap 507, Beroemd, De kleine grote kameleon enz.  Ook nu  weet Esther Leeuwriks precies de sfeer van de tekst weer te geven in de fraaie, subtiel gekleurde, afbeeldingen.

Een prachtig verzorgd boek, waarmee een kind op een heel prettige manier kennis kan maken met - in verschillende rijmsoorten geschreven - gedichten


ISBN 9789044828627 | Hardcover | 43 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2017
Afmeting 298 x 216 x 9 mm | Leeftijd 8 +

© Dettie, 20 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER