Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

altMowgli van de Wolvenhorde
illustraties: Amber van Dongen
tekst: Jos Dom


Is er na Peter en de Wolf ooit een poging gedaan om een verhaal op soortgelijke wijze op muziek te zetten? Als die er zijn, dan zijn ze nooit erg succesvol geworden. Vast en zeker gaat het muzikale verhaal van Mowgli, gebaseerd op de Jungleboeken van Rudyard Kipling, daar verandering in brengen!

Nog niet zo lang geleden is Junglebook, de filmversie van het verhaal over Mowgli, weer in de bioscopen verschenen, zodat deze uitgave van het muzikale verhaal precies op tijd komt om opnieuw de harten van jonge kinderen – en volwassenen – te stelen.


Het verhaal vertelt over een mensenkind dat in de jungle verdwaalt en opgevangen wordt door een roedel wolven. Hij geniet behalve van de wolven ook nog bescherming van panter Bagheera en beer Balou en dat is wel nodig ook, want de tijger Shere Kan heeft gezworen hem levend te verslinden. 


Een muzikale vertelling, zodat duidelijk moge zijn dat de cd belangrijker is dan het boek. Het koperkwintet Brassery - vijf blazers dus – speelt het verhaal, waarbij de dieren hun eigen geluid, soms zelfs een eigen instrument krijgen. Tussen de muziek door, of ook tegelijkertijd is er de stem van de verteller, Bert Verbeke, die eveneens op een eigen manier de dieren een stem geeft. Beide, muziek en tekst, maken het avontuur van Mowgli reuze spannend, waarbij humor niet vergeten wordt. Marc Goris schreef de muziek, en natuurlijk wordt Beer Balou weergegeven door de bastuba, die er op los bromt, terwijl alle instrumenten tegelijk lijken te krijsen als het kind ontvoerd wordt door de apen.


En dan is er natuurlijk het boek, met de mooie illustraties van Amber Van Dongen in aardetinten. De tekst van het boek is niet gelijk aan de gesproken tekst, maar wat er ontbreekt aan taal wordt grafisch weergegeven en is door de aanduiding van nummers onder aan de pagina duidelijk te combineren.

Duizendpoot Jos Dom behaalde in 1975 een Eerste Prijs Dramatische Kunsten aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te Antwerpen; was van 1975 tot 1998 vast verbonden aan het Koninklijk Jeugdtheater te Antwerpen, aanvankelijk als acteur, later als auteur, huisregisseur en sinds 1977 als artistiek leider; vervulde diverse sporadische acteursopdrachten in verschillende theaters ( K.N.S.- Antwerpen, E.W.T., Fakkel- en Meirtheater, Nieuw Vlaams Toneel De Waag,Theater Poëzien,...); doet verschillende regies ( theater, musical) binnen zowel professionele; is tevens werkzaam als auteur en vertaler/ bewerker van toneelstukken voor zowel kinderen als volwassenen etc, etc.


ISBN 9789462420663 | Hardcover met cd | 128 pagina's | Uitgeverij Kramat | april 2017
Leeftijd vanaf 7 jaar

Bert Verbeke: verteller
Jos Dom: tekst
Amber Van Dongen: grafische vormgever
Marc Goris : muziekcompositie

© Marjo, 25 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Anton en de Spin
Over het leven van Anton Fokker (1890-1939) die zijn eigen vliegtuig bouwde
illustraties: Alex de Wolf
tekst: Arend van Dam


Dit boekje uit de AVI serie "Zelf lezen over Lang geleden..." begint met een heel jonge Anton Fokker die lekker op zolder aan het spelen is met zijn trein. Maar een trein die je steeds met een sleutel op moet winden vindt hij maar niets, dus gaat hij aan de slag en bouwt een trein op stoom. Ook dat is niet geweldig, de trein gaat te zacht en stop na tien rondjes. Dat moet beter. Dus knutselt Anton verder en bouwt een trein op stroom, dat is pas écht iets! Maar Antons moeder is er niet zo blij mee, veel te gevaarlijk, bovendien moet Anton naar school, daar leert hij pas wat. Antons vader is stiekem wel trots op Anton maar geeft zijn vrouw gelijk, dus...


Anton gaat naar school.
Hij vindt het er niet leuk.
Maar het moet van zijn ouders.
Alle kinderen doen hun best.
Anton ook.
Maar hij tekent liever.


En dat doet hij ook, tekenen, tekenen, tekenen, het ene ontwerp na het andere. Deze keer is het een boot. De meester stuurt hem naar huis want een jongen die alleen maar tekent, daar kan hij niets mee. Anton maakt zijn boot en moeder is er niet zo blij mee, veel te gevaarlijk. Ze stuurt hem weer naar school maar vader Fokker is opnieuw best wel trots op zijn zoon.
Anton blijft tekenen, dit keer een vliegtuig. Natuurlijk vindt zijn moeder dit helemaal veel te gevaarlijk. Zelfs zijn vader haalt zijn schouders op, want vliegen, dat kan niemand. Maar Anton weet wel beter...

Het wordt niets op school, Anton tekent alleen maar vliegtuigen en eigenlijk wordt dat zijn geluk, want jaren later zegt zijn vader:


'Dit kan zo niet langer.
Je moet iets leren.
Leer een vak.
En zoek een baan.
Ik weet een school in Duitsland.
Daar leer je auto's bouwen.'
'Ik wil vliegen,' zegt Anton.


Maar vader is onverbiddelijk, Anton moet naar Duitsland. Wat Anton niet weet is dat die opleiding over auto's precies is wat hij nodig heeft. Daardoor leert hij alles over motoren... dat is heel handig voor zijn te bouwen vliegtuig. We lezen daarna hoe Anton met letterlijk vallen en opstaan uiteindelijk zijn droom laat uitkomen. Anton vliegt!

Het is geweldig dat kinderen zelf kunnen lezen hoe Antony Fokker, de oprichter van Schiphol, zijn doel uiteindelijk wist te bereiken ondanks alle tegenwerking en zijn geploeter. Alex de Wolf weet de woorden van Arend van Dam weer mooi in beelden weer te geven. Dat maakt dat het verhaal nog meer gaat leven. Je juicht dan ook bijna mee als Anton met de Spin (de naam van zijn eerste vliegtuig) zijn eerste drie rondjes vliegt boven een grasveld. 'Hij was een echte waaghals, onze eerste vliegenier'.


ISBN 9789000350124 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | april 2016
Afmeting 22,8 x 16,3 cm | Leeftijd ca. 7+ AVI M4

© Dettie, 22 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De (niet zo) Rampzalige Avonturen Van Herre
illustraties Iris Boter
tekst: Marte Jongbloed


Herre is een lief joch, dat vindt zijn moeder ook, maar sinds zijn vader verdwenen is mag hij niets meer. Ze is veel te bang dat ze Herre ook nog kwijt raakt.


"Herre miste alle schoolreisjes. Want schoolreisjes zijn supergevaarlijk. Lees de krant maar. Hij miste de meeste verjaardagsfeestjes. Zeker de zwemfeestjes, want tijdens zwemfeestjes kun je verdrinken. Lees de krant maar. Hij miste buitenspelen, behalve in het kleuterspeeltuintke in het plantsoentje vlak bij huis, daar mocht hij wel naartoe als hij tenminste zijn jas aandeed en niet verder liep dan de hoek waar de oude eik stond. En daardoor miste Herre vrienden, want niemand in de klas wilde met hem spelen omdat hij toch nooit wat mocht."


Toch is Herre stapelgek op zijn moeder, omdat hij weet waarom ze zo overbezorgd is. Maar op een dag verandert alles, die dag krijgt Herre namelijk nieuwe buren, nou ja, één buur en zijn naam is meneer Teunissen. Er is iets vreemds aan meneer Teunissen. Het lijkt wel of hij kan toveren. Het ene moment staat het huis bijvoorbeeld nog vol verhuisdozen en het andere moment is alles ingericht en klaar. Dat kán haast niet, een oude man kan niet zo snel werken. Herre snapt er niets van. En nog gekker is dat meneer Teunissen er de ene keer heel oud uitziet en nauwelijks kan lopen en even later zo fit als een hoen voorbij komt lopen.


Daar blijft het niet bij. Omdat zijn moeder denkt dat zo'n oude man geen kwaad kan, mag Herre vaak naar zijn buurman toe. Wat ze niet weet is dat de buurman de meeste wilde dingen bedenkt. Samen redden ze een meisje die lastig gevallen wordt door een akelige man en ze verstoppen haar in de schuur bij Herre in de tuin. Ze wil nooit meer terug naar het internaat waar oom Joris - de akelige man - zijn leerlingen besteelt. Samen bedenken ze een superplan om oom Joris op heterdaad te betrappen.
Maar Herre doet nog veel meer spannende en gevaarlijke dingen waar zijn moeder helemaal geen weet van heeft en dat allemaal dankzij meneer Teunissen.  Als dat maar goed gaat...

Het boek is genomineerd door de Zaanse kinderjury voor de Hotze de Roosprijs 2017 - een prijs voor het beste kinderboek van een debuterende kinderboekenschrijver - en dat is goed voor te stellen. Het verhaal heeft vaart, is lekker spannend en is af en toe lekker gek. Vooral meneer Teunissen verzint de meest doldwaze dingen. Toch is het niet alleen gekkigheid in het boek, het verhaal gaat ook over een lieve moeder met een heel lieve zoon die elkaar alles gunnen. Maar moeder is zo vreselijk bang. Dankzij meneer Teunissen leert ze dat ze niet alles kan voorkomen door overal maar nee op te zeggen en zo leren zij én Herre, heel veel van hun buurman. Hij was een geschenk uit de hemel! (Of toch niet?)


Marte Jongbloed heeft de Toneelacademie en de pabo gevolgd. Ze lijkt stiekem wel een beetje op Herres moeder Silke, uit De (niet zo) verschrikkelijke avonturen van Herre. Toch heeft Marte, heel avontuurlijk, met haar man en drie kinderen een paar jaar in Jemen gewoond. Nu woont ze met haar gezin in Den Haag, geeft ze toneelles op een Internationale school en schrijft ze jeugdboeken en toneelteksten.


ISBN 9789024574018 | Hardcover | 271 pagina's | Uitgeverij Luiting-Sijtghof | oktober 2016

© Dettie. 17 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De schat van Klaas Kompaan
illustraties: Alex de Wolf
tekst: Arend van Dam


In dit Lang geleden... boekje op AVI E4 niveau handelt over het leven van de beroemde en beruchte kaper Klaas Kompaan.

Zo lezen we dat hij opgroeide in Oostzaan waar hij elke dag na schooltijd werkte bij zijn vader in de herberg. Daar rekende hij uit hoeveel geld er die dag verdiend was. Maar toen hij zestien was had hij het wel gezien in Oostzaan. Hij wilde varen! En zo gebeurde het. Hij ging naar Hoorn, monsterde aan op een schip en vertrok. Hij werd de zeeman die hij altijd had willen zijn. Na een tijdje kwam Klaas weer thuis en trouwde met Trijntje, hij werkte weer in de herberg maar hij hield dat niet vol. De zee trok.


Een paar jaar later zei Klaas tegen Trijntje:
'Ik moet gaan.
Een zeeman verdient zijn geld op zee.'
En Klaas vertrok.


Drie jaar later was Klaas zo rijk dat hij een eigen schip kon kopen. Hij noemde haar Walte. Trijntje was er niet zo blij mee, want het was gevaarlijk op zee - Nederland was immers in oorlog met Spanje  - maar dat kon Klaas niet schelen. Bovendien had hij een brief van de prins gekregen waarin stond dat hij mocht kapen. En dat deed Klaas, en hoe! Hij werd de schrik van de zee.


Klaas besloot na een tijdje voor zichzelf te beginnen, want van de opbrengst van alle gekaapte schepen moest de helft naar de prins. Dat wilde Klaas niet meer. Voortaan kaapte hij alleen nog maar voor zichzelf.
Maar na drie jaar was er geen lol meer aan. Iedereen gaf zich gelijk over. Klaas was inmiddels schathemelrijk en had een heleboel schepen dus voor het geld was al dat kapen ook niet meer nodig...  Klaas had er genoeg van, hij wilde naar huis, naar Oostzaan, naar Trijntje.

De boekjes uit de serie Zelf lezen over Lang geleden...  worden allen door Arend van Dam en Alex de Wolf samengesteld. Ze hebben met dit boekje opnieuw een knap staaltje werk geleverd. In heel eenvoudige bewoordingen weet Arend van Dam toch veel te vertellen over het bijzondere leven van Klaas Kompaan en Alex de Wolf maakt het verhaal met zijn illustraties af.
Kortom, opnieuw een mooie toevoeging aan deze bijzondere serie.

Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789000354405 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Van Holkema & Warendorf | maart 2017
Afmeting 22,8 x 16,3 cm | Leeftijd 6+ AVI E4

© Dettie, 17 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Feest voor Finn
Een zoek- en vindboek
Peter Goes


Peter Goes heeft een enorme klus geklaard door dit zoek- en vindboek te maken. Al op de cover zien we vele wonderlijke figuurtjes en hoe langer je kijkt hoe meer je ontdekt.


Nieuwsgierig sloeg ik het boek open en bij de eerste zoekprent met een roodbruine achtergrond staat een korte tekst van 5 zinnen waarin verteld wordt dat alle kabouters zijn ontsnapt en van het huis van Finn een enorme puinhoop hebben gemaakt. Overal zie je troep en rondrennende kabouters die alles op zijn kop zetten en naar buiten rennen. Natuurlijk gaan Finn en zijn hond Sep er achteraan.

Op de volgende twee grote nachtblauwe pagina's zijn we in de tuin beland. Het is al donker buiten en in alle gaten en hoeken zie je oplichtende ogen. In de verte rent de Grote Kabouter, de baas van de kabouters, hem moeten ze hebben. Dus verder gaan Finn en Sep, die kabouter achterna. En zo belanden ze in het grote groen/zwarte doolhof, waar o.a. allemaal boekbladeren in formatie overheen vliegen en een eenhoorn, midden in het doolhof, al steigerend kijkt waar de uitgang is.  Aanvankelijk lijkt het of het doolhof uit planten bestaat maar als je goed kijkt zie je hagedissen die kabouters vervoeren, een struisvogel met boekenvleugels, maar ook een speelkaart die rondrent en een konijn met een klok...
Maar weer weet de Grote Kabouter te ontsnappen.


Dus verder gaat het, dit keer glipt de Grote Kabouter een paarsgekleurde donkere grot in om even later op te duiken in een kasteel met bijna Escherachtige trappen, rondzwevende schapen, een koffiepot die koffie serveert enz., maar in het kasteel zijn ook veel deuren, die zijn natuurlijk op slot en waar zijn de sleutels? En zo gaan ze voort, door de wondere wereld van Peter Goes.

De zoekprenten hebben elk een eigen achtergrondkleur en de figuurtjes zijn zwart en wit. Aanvankelijk dacht ik, wat moet ik nu zoeken? Al die kabouters? De lamp die in een tekst genoemd wordt? Finn en zijn hond Sep? Maar later wordt bijv. in de tekst vermeld hoeveel zeesterren er te vinden zijn, maar echt duidelijk zijn de zoekopdrachten niet.  - Natuurlijk kun je ook zelf een figuurtje uitkiezen en kijken of die op alle afbeeldingen voorkomt, of kun je kijken hoeveel ogen er opgloeien in het donker. - Maar gelukkig, achterin het boek  staat vermeld welke figuurtjes (met afbeelding) op elke prent voorkomen. Het is overigens nog vrij pittig om ze te vinden.

De zoekprenten zijn knap en enorm druk, ze doen in de verte denken aan afbeeldingen van Jeroen Bosch, er is zoveel op te zien dat het je af en toe duizelt. De prenten vind ik persoonlijk wel vrij donker en de tekst erbij erg klein. Maar zeker is dat kinderen, en volwassenen, een flink aantal uren zoet zullen zijn met zoeken naar de Grote Kabouter en de andere figuurtjes.
Ik denk wel dat de prenten met wat meer kleur plezieriger om te zien zullen zijn. Door alles zwart en wit af te beelden en de donkere gekleurde achtergrond komen ze vrij somber over en valt het bijzondere van de sprookjesfiguren van Peter Goes wat weg. De drakenpagina is bijvoorbeeld in feite heel bijzonder maar door het ontbreken van kleur lijkt de prent aanvankelijk een zeer drukke en vrij chaotische voorstelling, pas later zie je wat de fantasievolle pagina's werkelijk weergeven en dat is toch jammer van Goes zijn vele, fraaie, fantasievolle werk...
Maar een ding is zeker, er valt in dit boek wèl héél veel te speuren!


Bekijk hier het filmpje van het boek.


ISBN 9789401437844 | Hardcover | 28 pagina's | Uitgeverij Lannoo | maart 2017

© Dettie, 10 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mammoet
over Theo, een van de beste jongens ooit
illustraties: Melvin
tekst: Stefan Boonen


Dit is het verhaal van Theodore Bob Prinsel de Eerste. Je mag ook Theo zeggen.


Het verhaal begint gewoon nu, op een vrijdag. Hierzo. Theo zit op een houten vlot van boomstammen. De krokodillen liggen lui te slapen op een zandbank, en de vogeltjes... Vliegen weg want er grauwt iets. Is het boszwijn of een mammoet? Theo pakt gauw zijn pijl en boog, bang is hij niet, zegt hij tegen zichzelf. Hij ziet een enorme schaduw met dikke poten en een bobbelneus. En die schaduw maakt geluid! Is het een mammoet? Theo spant zijn boog... de schaduw komt dichterbij...
'Theo, het is vijf na acht. Kom uit bad.' Het is Nannie Beenhaar. De pijl heeft doel getroffen. Plop op haar voorhoofd, zoals altijd.

Nannie is Theo's oppas, zijn coach, zijn zwaardvechtpartner, zijn reken-, taal-, dans- en zanglerares, kortom, Nannie houdt Theo de hele dag bezig, ze volgt een strak schema, en leert Theo alles wat hij moet leren van zijn ouders, die hij overigens zelden ziet.
Theo's ouders zijn rijk. Zijn moeder is baas van een koekjesfabriek en zijn vader is een filmster. Sinds kort wonen Theo en zijn ouders in een huis met zesendertig kamers, in de garage staan vier auto's en zeven fietsen. Naast het huis is een groot zwembad en een tuinhuis met zolder, waar Theo graag komt. Het ontbreekt Theo materieel aan niets.

Maar eigenlijk is hij heel eenzaam, hij mist Ada. Aan haar vertelt hij alle spannende dingen die hij meemaakt. Want tijdens het middagdutje en 's avonds als Nannie naar huis is, begint de dag pas echt voor Theo. Elke middag ontsnapt hij uit het raam van zijn slaapkamer en rent dwars door de tuin, hup over het hek, het oerwoud en de oertijd in. Daar beleeft hij pas échte avonturen met de Ruigtalerstam en hun vijand de Kraggkaken... hij ziet heuse sabeltandkonijnen. Soms ziet hij een enome drol, van de mammoet. Elke keer is hij, drijfnat van het zweet, net op tijd terug voordat Nannie hem wekt.  Thuis tekent hij een sabeltandkonijn, voor Ada...

Maar 's avonds is het vaak écht spannend, ook dan verdrijft hij zijn eenzaamheid met avonturen in het oerwoud. Samen met een Ruigtalermeisje gaat hij op zoek naar de Mammoet, want zij weet waar hij is, zegt ze... en met zijn tweeën strijden ze tegen de akelige Kraggkaken. Maar heeft Nannie hem wel genoeg geleerd? Kan hij die vervelende Kraggkaken wel aan?
Uiteindelijk wordt het een best wel gevaarlijk, Theo doet wat hij kan, maar is het genoeg?

Natuurlijk kennen we Stefan Boonen van zijn vele prachtige boeken vol fantasierijke taal. Hij weet altijd zo beeldend te schrijven dat je de door hem gecreëerde karakters helemaal voor je ziet. Maar deze keer is het anders. We hoeven ons Theo, Nannie, de dieren en de krijgers niet voor te stellen, want ze worden weergegeven in het boek. Het hele verhaal is namelijk getekend in rood met zwart tinten, een beeldverhaal dus. Theo is een klein jongetje met een spits neusje, grote uitpuilende ogen en een flinke bos zwart haar. Nannie is een struise, stoere vrouw met een enorme kin.

Het verhaal zelf is razendsnel, humoristisch en fantasievol, maar er zit ook een zachtaardige en serieuze ondertoon in. Nannie is wel stoer en stipt maar ze blijkt ook een goed mens te zijn, die erg gek op Theo is. Zij begrijpt zijn avonturen en gaat er in mee. Heel ver in mee zelfs.
En wie is Ada? Waarom ziet Theo haar niet zo vaak? 

Aanvankelijk moest ik wennen aan dit boek, ik miste de mooie taal van Stefan Boonen, ondanks dat zijn woordvindingrijkheid ook veelvuldig in dit boek voorkomt. Ik wist niet zo goed wat ik van het boek moest vinden, door de enorme vaart in het verhaal ontging het me soms waar het nu uiteindelijk om ging. Ik werd teveel afgeleid door de drukke, levendige afbeeldingen om alles helder voor ogen te krijgen. Het kon natuurlijk aan mijn stemming van dat moment liggen, het kon eraan liggen dat ik moeite heb om een verhaal in beelden te verwoorden.
Maar nadat ik het verhaal een paar keer gelezen en bekeken heb, lijkt het wel alsof het open is gebloeid. Je ziet steeds meer details en ontdekt hoe grappig en apart het verhaal eigenlijk in elkaar zit.
Dus uiteindelijk kan ik niets anders doen dan een dikke pluim geven aan de schrijver én tekenaar. Heel knap gedaan.

ISBN 9789462911710 | Hardcover | 107 pagina's | Uitgeverij De Eenhoorn | oktober 2016

© Dettie, 31 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pinkeltje in het Spoorwegmuseum
Studio Dick Laan


Pinkeltjesboeken! Verslonden heb ik ze vroeger, de ene had ik nog niet uit of de volgende werd gepakt. Pinkeltje Witbaard, het kleine mannetje dat niet groter is dan je pink, beleefde samen met Wolkewietje, Pinkelotje of dieren allemaal spannende avonturen. Heerlijk vond ik dat, de hele gewone wereld om me heen verdween en ik leefde voor een paar uur in de wereld van de kleine kabouter. De schrijver, Meneer Dick Laan, deed zelf ook altijd even mee aan het verhaal. Dat vond ik helemáál geweldig.

De Pinkeltjesboeken worden al 78 jaar uitgegeven zo blijkt na enig gegoogle. Het eerste Pinkeltjeboek getiteld De avonturen van Pinkeltje al verscheen in 1939, bij dezelfde uitgever als dit boek. Dick Laan zelf heeft er 30 geschreven. Hij schreef omdat hij het leuk vond en ging door omdat kinderen ervan genoten. Zelf gaf hij als zijn mening:


‘Er moet spanning in het verhaal zitten, dat willen de kleine lezers net zo goed als de grote lezers, ze moeten het voor zich zien, mee beleven, maar nooit griezelig, of iets waar ze bang van worden of zijn. Daarom eten de dieren elkaar ook nooit op, of maken elkaar dood, nooit komt er bloed in voor. Alles is zo simpel, zo geloofwaardig gehouden, dat de kleintjes erin gaan geloven. Maar Pinkeltje blijft het lieve kleine mannetje, dat zo nu en dan erg dom kan doen.’
(Bron: Librania Dick Laan en Pinkeltje in 160 illustraties)


Vanaf 1982 schreef en bewerkte Corrie Hafkamp Pinkeltje-verhalen, geïllustreerd door Dagmar Stam. Ook verscheen er in 1994 een video-cassette, waarop Lex Goudsmit uit Het grote boek van Pinkeltje voorleest. Vanaf 1995 is Uitgeverij Van Holkema & Warendorf begonnen alle Pinkeltje delen opnieuw te illustreren en de tekst aan te passen aan de huidige tijd.


Sinds 2014, 75 jaar na het verschijnen van het eerste boek, verschijnen er opnieuw nieuwe boeken over Pinkeltje. De schrijver(s) van de boeken wordt door de uitgeverij geheimgehouden en schrijft (schrijven) onder het pseudoniem Studio Dick Laan. De boeken spelen zich tot nu toe af op toeristische attracties (zoals Dick Laan destijds boeken schreef over Artis en Madurodam) te weten de Efteling, het Rijksmuseum en Dolfinarium Harderwijk. (Bron Wikipedia)


En nu is er dit boek Pinkeltje in het Spoorwegmuseum
Pinkeltje en Pinkelotje zitten op de rug van Raaf, ze zijn onderweg naar huis, naar Pinkeltjesland. Maar Raaf is moe, hij moet ook nog Mees Muis vervoeren. Ze kunnen wel verder reizen met de trein, vindt Raaf. En zo belanden ze per toeval in het Spoorwegmuseum waar Pinkeltje in een oude postzak een brief uit 1952 vindt, gericht aan een dame die op reis is. De brief had naar Istanboel gemoeten. Pinkeltje begrijpt dat de brief belangrijk is, en als hij Uil ontmoet die hen terug in de tijd kan brengen, besluit hij het avontuur aan te gaan. Hij gaat de brief bezorgen. En zo belandt Pinkeltje met Raaf, Mees Muis en Pinkelotje in de beroemde Oriënt Express... Maar waar is de dame?

Het is opnieuw een heerlijk verhaal geworden en het is gelukkig weer net zo spannend als de boeken over Pinkeltje die ik van vroeger ken. Ook de sfeer van de Dick Laan boeken is er helemaal.

De zwart-wit afbeeldingen van Arne van der Ree zijn wel even wennen. Pinkeltje en Pinkelotje hebben een heel ander uiterlijk gekregen. Ze zien er volwassener uit dan het stel in de oude Pinkeltjesboeken, ook zijn de afbeeldingen nogal donker, maar het went snel en de illustraties passen prima bij het verhaal.  Kortom, ik heb genoten. Hopelijk wordt over een tijd het 100-jarig bestaan van Pinkeltje gevierd. De verhalen zijn het waard.


Zie ook het Inkijkexemplaar


ISBN 9789000352869 | Hardcover | 111 pagina's | Van Holkema en Warendorf | april 2017
Voorlezen vanaf 5 jaar, zelf lezen 8+

© Dettie, 24 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altGeorge en de onbreekbare code
Lucy en Stephen Hawking


In eerdere boeken van deze serie hebben George en zijn vriendinnetje Annie al meer spannende avonturen beleefd in de ruimte. Zij hebben namelijk een groot geheim: via een superrobot kunnen ze in de ruimte reizen. Die opent dan een soort poort voor hen, en ze zijn meteen waar ze zijn willen.

George wil al zo lang een mooie foto maken van Saturnus. Met zijn telescoop moet dat toch een keer lukken. Maar tot zijn verbazing staat er iets heel anders op de foto. Het lijkt wel een ufo! Iets waar op staat IAM! Zou Erik, de vader van zijn buurmeisje Annie, iets meer weten? Erik is hoogleraar natuurkunde, en weet ook heel veel van alles wat met de ruimte te maken heeft.


Er gebeuren allerlei vreemde dingen – geldautomaten spugen al hun geld uit; in steeds meer regio’s valt de elektriciteit uit - vliegtuigmaatschappijen vragen geen geld voor tickets als je die bestelt en nog meer. Heeft dit te maken met die ufo? Natuurlijk gaan de kinderen op onderzoek uit, en ze raadplegen Kosmos, hun supercomputer. Maar die doet ook al vreemd.

‘Maar wat kunnen we dan doen?’ vroeg Annie.
‘Is dit allemaal niet een beetje te ingewikkeld voor twee kinderen?‘
’Nee, Annie,’ zei George zelfverzekerd.
‘Dat dacht ik eerst ook, maar er is hier niemand anders die iets kan doen en we moeten het proberen. Zelfs je vader kan het kennelijk niet oplossen. We moeten iets doen, Annie.’

Nu komt even goed uit, dat Annie een heel mooi werkstuk wil maken voor school. Over scheikunde. Ze hoeven niet te liegen, alleen maar te verzwijgen en zo hun superrobot vragen om hen te brengen naar de plaatsen waar ze willen zijn. Ze wil meer weten over water op planeten, over koolstof en nog meer van die dingen. En de robot trapt er in, terwijl hij eigenlijk helemaal niet aan hun kant staat. Hij is namelijk gehackt, en gehoorzaamt iets of iemand anders. En wie dat is, daar gaan George en Annie achteraan. Natuurlijk mag dat zomaar niet, en moeten ze ongehoorzaam zijn.

Een serie voor jongeren vanaf 9 jaar die een bijzondere interesse hebben voor alles wat met de ruimte te maken heeft. Wil je meer weten over sterren en planeten, worm- en zwarte gaten, over robots en computers dan is dit de perfecte serie. Behalve een spannend verhaal krijg je namelijk ook heel veel duidelijke informatie over al die dingen. In dit vierde deel gaat het specifiek over een supercomputer, over hacken, over veilig internetten en natuurlijk over codes en getallen. Er zijn veel bijlagen gewoon tussen de tekst, zodat het aansluit bij het verhaal. Er zijn prachtige kleurenfoto’s van planeten, en dan is er ook dat spannende avontuur dat George met zijn buurmeisje Annie beleeft.


Lucy Hawking is een Engels journalist en schrijfster. Ze is de dochter van theoretisch fysicus Stephen Hawking en diens ex-vrouw Jane Wilde.


ISBN 9789020621884 | hardcover | 224 pagina's | Kluitman | oktober 2016
Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 17 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Noot voor noot
illustraties: Alex de Wolf
tekst: Arend van Dam


Deze keer gaat het Lang geleden... deeltje over het leven en het gezin van de beroemde componist Johan Sebastian Bach. Het verhaal begint al bijzonder als Karl en Friedrich, de kinderen van Bach, samen in de koets zitten en geïnspireerd raken door het ritme van de paardenhoeven en ratelende wielen. Ze zingen samen het bekende liedje Vader Jacob... Vader Bach begint zelfs mee te zingen. Het klinkt goed.


Het gezin Bach is onderweg naar hun nieuwe huis. 'We gaan niet in een gewoon huis wonen,' vertelt vader Bach als ze uitgezongen zijn.


'Ons huis is een school.
De school staat naast de kerk.
In die school ga ik les geven.
In de kerk ga ik op het orgel spelen.
Dat is mijn werk.'


Karl  krijgt naast les op de gewone school ook muziekles op de school van zijn vader. Daarnaast doet hij nog allerlei klusjes zoals nieuwe snaren opzetten. Het fijnste vindt Karl het als zijn vader orgel speelt in de kerk naast de school.


Het orgel zingt.
Het orgel fluistert.
Het orgel buldert.


Vader Bach legt precies uit hoe het orgel werkt. Karl wil later ook leren spelen op het orgel.

Maar vader Bach is ook componist en Karl snapt niet hoe zijn vader dat kan. Muziek schrijven op papier! Maar vader vertelt hem dat hij de muziek in zijn hoofd hoort en daarom precies weet hoe het zal klinken. En zo leert Karl van zijn vader hoe je muziek componeert, een betere leraar kan hij niet hebben!

Jaren later mogen ze voor de koning spelen en de koning is zo tevreden dat Karl dirigent mag worden van de hofkapel.


Karl wordt bekend in het hele land.
Altijd stellen de mensen hem dezelfde vraag.
Zeg, ben jij niet de zoon van Bach?
Van de grote Johan Sebastian Bach?
Dan knikt Karel trots.
'Ja, dat ben ik.'


Natuurlijk gaat dit boekje over de grote Johan Sebastian Bach maar de nadruk ligt vooral op zijn zoon Karl, die alles leert van zijn vader. Wij mogen over Karls schouder meekijken en zo leren wij o.a. ook hoe een orgel in elkaar zit en - heel belangrijk - hoe je er geluid uit krijgt, want een orgel werkt héél anders dan een piano. Hoe het componeren gaat is ook duidelijk weergegeven. Erg leuk gedaan allemaal en helemaal binnen de context van die tijd - Er wordt geschreven met een veer en inkt, gereisd per koets enz. -.

Langzamerhand begin ik fan te worden van de boeken van Alex en Arend. De illustraties en het verhaal sluiten steeds uitstekend op elkaar en het fijne is dat je van elk deeltje ook nog wat opsteekt. Ik hoop dat er nog veel delen in deze Lang geleden... serie zullen volgen.

ISBN 9789000354382 | Hardcover | 32 pagina's | Uitgeverij Van Holkema en Warendorf | april 2017
Afmeting 22,8 x 16,3 cm | Leeftijd 7+ AVI M4

© Dettie, 17 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Fien is een vijfhoekje
illustraties Wilma van den Bosch en Fran Scheers
tekst: Nadja Van Sever


In dit boek lezen we het verhaal over Fien die haar draai maar niet kan vinden. Het begint al op de eerste schooldag op haar nieuwe school. Ze moet op haar eerste dag in het eerste jaar van de lagere school daar als eerste zijn. Dat is belangrijk voor Fien. Maar natuurlijk is ze niet de eerste en daar wordt ze zo boos om dat ze keihard tegen haar schooltas schopt. Gelukkig vangt de nieuwe juf haar goed op. "Fien mag vooraan in de rij staan, dan is ze alsnog de eerste!" zegt juf. Probleem opgelost.


Maar elke keer gebeuren er andere dingen op school die Fien moeilijk vindt en als ze thuis komt dan wil ze even helemaal niets, zelfs mama moet dan haar mond houden en doet ze dat niet dan ontploft Fien bijna van boosheid. Dat mama dat nou niet snapt! Op haar kamer wordt ze meestal wel weer rustig. Ze zet dan al haar knuffels op een rij, van groot naar klein, en langzamerhand gaan die boze bubbels en dat geborrel in haar buik dan weer weg.


Fien is gek op de kleur rood en haar eten moet op een wit bord. Ze is ook gek op gaten zoals de gaten in de kaas, gaten in de macaronibuisjes, gaten in haar broek... maar mama snapt dat niet altijd. Maar mama snapt wel dat ze voor het slapengaan steeds hetzelfde zinnetje moet zeggen anders kan Fien niet slapen, en dat weet papa dan weer niet. Wat papa en mama samen niet weten is dat Fien alles heel letterlijk neemt en dat zorgt vaak voor enorme problemen voor Fien. Zinnen als 'straks wordt je blauw van de kou' en - in de schoenwinkel -  'dat zijn schoenen waar je een tijdje mee kunt rondlopen', maken haar heel onrustig en ze wordt heel boos als mama dan bijvoorbeeld zegt dat ze moet stoppen met rondjes lopen! Dat moest ze toch! Ook als Fien veel lawaai hoort, raakt ze helemaal van slag.


Het wordt allemaal steeds erger en als Fien bijna aangereden wordt omdat ze midden op de weg stilstaat met haar handen voor haar oren en heel hard gilt, begrijpt iedereen dat er meer aan de hand moet zijn en zelfs de laconieke papa snapt dat er iets niet goed zit.  Uiteindelijk komen ze er achter dat Fien een vijfhoekje is! En wat dat inhoudt wordt in het boek heel goed uitgelegd. Vanaf die tijd is het leven voor Fien en de mensen om haar heen een stuk makkelijker geworden.


Het verhaal is gebaseerd op de ervaring van de schrijfster zelf: "Het boek Fien is een vijfhoekje is gebaseerd op een aantal anekdotes die ik met mijn dochter heb beleefd." vertelt ze ons achterin het boekje.


Verder staat in het nawoord van Bieke Lambrechts - medewerker Autisme Centraal -  o.a. te lezen: "Autismespectrumstoornis, dat wil dus zeggen dat je een vijfhoekje bent? Nee, natuurlijk niet. [...] Wat je hier las, is een verhaal over een mama en een papa met een dochter die zich anders gedraagt en anders reageert dan andere kinderen omdat ze de dingen anders beleeft en anders denkt." [...]
Om onze blik op kinderen als Fien te verruimen laat de auteur ons binnenkijken in de gedachten en beleving van Fien en haar ouders. [...] Indirect komen we zo van alles te weten over autisme. [...]"
En als laatste schrijft Bieke Lambrechts: "Dit boek vormt een mooie, vlot lezende inleiding om over autisme een gesprek aan te gaan met ouders, klasgenoten, juffen en meesters... of met Fientjes en Fritsjes die ervaringen willen delen." En daar ben ik het helemaal mee eens.


ISBN 9789044829792 | Hardcover | 126 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2017
Leeftijd 7+

© Dettie, 14 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn held
illustraties: Marjolein Vink
tekst: Ineke van Lier


Ergens in ons landje
zat stil en droef alleen
een hond in een asiel, och.
Het dier kon nergens heen. [...]

Een half uur rijden daar vandaan
zat een man op bed te zuchten.
Kon hij maar weer buiten zijn
en niet alleen maar 'luchten'.


Met deze woorden worden de hoofdrolspelers van dit boek geïntroduceerd, dat zijn oud politiehond Dorus en de gedetineerde David.
Beiden zitten vast, beiden kwijnen weg en beiden willen ze zich weer nuttig voelen. Bestond er maar een fee die zich hun lot aantrok...


En die fee bestond, er waren er zelfs twee! Marlies en Betty genaamd. Zij hadden iets sprankelend, iets vrolijks, iets positiefs én een heel mooi plan.
Zij bezochten het asiel van Dorus en keken dwars door de huid van de honden heen. Bij Dorus zagen ze dat achter die grijze snoet en doffe vacht een prachtig dier zat die nog lang niet uitgeblust was. Ze wilden het verpieterde dier een kans geven en weer laten glanzen. En zo gebeurde het dat Dorus, samen met zes andere asielhonden, in een busje werd gestopt en even later parkeerde datzelfde busje pal voor de gevangenis van David.


Het plan was, zes weken lang, twee maal per week, een asielhond zodanig te trainen dat hij weer geschikt is voor een baasje.
Zes stoere knappe mannen hadden zich daarvoor aangemeld en natuurlijk was grote dierenvriend David erbij. 'Zo'n asielhond verdient een kans' had hij bedacht. Alle mannen kregen een hond toegewezen, ook David... maar Dorus was wel een grote herdershond...


'O help, o nee, o help, o nee,,
Bad hij met groeiende angst !
'geef mij niet de herder,
want daarvoor ben ik het bangst.'


Maar David krijgt wél de herder en dat is maar goed ook, want binnen de kortste keren zijn ze de grootste vrienden. Zowel David als de hond bloeien helemaal op en David leert veel van de hond. Als hij bijvoorbeeld weer eens in een opvliegerige bui is, dan is Dorus dat ook en is er geen land met hem te bezeilen. Pas als  David weer rustig is, gaat het met Dorus ook weer goed... En zo gaan ze door totdat ze alle twee het hele traject doorlopen hebben en dat is niet altijd makkelijk. Zowel de gedetineerde als de hond zijn echte helden!

Het boekje is bedrieglijk eenvoudig uitgevoerd. Het oogt sober maar toch is het bijzonder. Naast de tekst op rijm op rechterpagina zien we een doeltreffende en fraaie zwart/wit  tekening op de linkerpagina. Bijzonder is ook de paginanummering, die is opgebouwd uit turven (Turven is het tellen door streepjes per vijf te groeperen) net zoals mensen doen die de dagen afstrepen tot een bepaalde datum bereikt is, zoals de dag dat de vakantie begint, of... de dag dat je vrij komt uit de gevangenis.

Het is een waargebeurd sprookje voor alle leeftijden staat in het boek gemeld. Zowel David als Dorus bestaan echt en in dit boekje staat hun ware verhaal. Ook Marlies en Betty bestaan echt, zij hebben in 2007 De Stichting Dutch Cell Dogs (DCD) opgericht. Zij koppelen een moeilijk plaatsbare hond aan een gedetineerde en geven beiden zo een nieuwe kans door hen te laten deelnemen aan een speciaal voor hen ontwikkeld trainingsprogramma. De dames hebben dankzij hun geweldige idee al vele prijzen gewonnen, maar belangrijker is dat hun plan werkt!

Achterin het boek staat meer informatie over DCD en de oprichters daarvan. Maar er zijn ook leuke tips te vinden over hoe je zelf een held kunt worden!

Zie ook het inkijkexemplaar en het mooie filmpje (you tube) over het sympathieke werk van DCD.


ISBN 9789402601886 | Hardcover | 160 pagina's | NUR 370/273 | Aerial Media Company | februari 2017
Afmeting 20,9 x 20,8 cm | Leeftijd 6+

© Dettie, 8 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER