Nieuwe jeugdboekrecensies 6+

Koning Eddie en de pestende poppen
Andy Riley

 

Dit is alweer het derde deel in de  grappige Koning Eddie-serie! Koning Eddie is terug met een spannend avontuur. Er gebeurt iets raars in Eddieland: keizer Nurbizoon gedraagt zich niet langer kwaadaardig! Hij doet gekke dingen als glimlachen en speelgoedpoppen van zichzelf maken voor de boeren en draagt zelfs een bloem op zijn kroon. Is hij iets van plan? Waarschijnlijk wel. Wat zal dat zijn? Voor fans van de moedige en grappige Koning Eddie een aanrader!


Hiervoor verschenen Koning Eddie en de kwade keizer en Koning Eddie en het machtige monster! . 'Briljant origineel en hilarisch. Het is bijna zo goed als een van mijn eigen boeken’ schreef David Williams, auteur van o.a. Oma Boef. En dat is niet verwonderlijk. Het boek werd door de schrijver zelf van illustraties voorzien en zo prijkt er voorin een kaart van de twee landen waar het in dit deel weer om gaat: Nubizonia en Eddieland.


Kinderen van 7 t/m 10 kunnen zich onmiddellijk met Koning Eddie vereenzelvigen. Hij is slim, maar ook een Koning met een harnas, een schild en een kasteel vol geheime gangetjes.


De bewoners van Eddieland worden op een dag opgeroepen om zich in een superspeelgoedwinkel tot poppen te laten ombouwen, kraaien strooien pamfletten uit en Koning Eddie gaat bij de speelgoedwinkel kijken waar honderden mensen al in de rij staan:


‘Uwe majesteit ! U moet voorin de rij komen staan,’ zei een boer. ‘U bent tenslotte de koning,’ zei de ander. ’Dank jullie wel, maar ik denk dat ik gewoon net als iedereen ga wachten,’ zei Koning Eddie.

 
Tot zijn schrik ontdekt hij, dat keizer Nurbizoon iedereen laat ombouwen tot een kopie van zichzelf. Zo lopen er dan rond: Diepzeeduiknurbizoon, Chefkoknurbizoon, Prinses Nurbizoon enz. enz. Uiteindelijk wil Nurbizoon zo het rijk van Koning Eddie ontregelen. Zal Eddie er een stokje voor steken?


Een hilarisch kinderboek met fraaie illustraties!


ISBN 9789000357390 |Hardcover |178 pagina’s| uitg. Van Holkema en Warendorf | september 2018 |
Vertaald door Edward van de Vendel |Leeftijd 7 +

© Karel Wasch, 12 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kamp Bravo
illustraties: Melvin
tekst: Stefan Boonen


We hebben in het boek Mammoet al kennis gemaakt met Theodore Bob Prinsel de Eerste, ofwel Theo genaamd, en ook met Nannie Beenhaar, zijn oppas. Maar in feite is Nannie veel meer dan dat, ze er gewoon altijd! Wat er ook gebeurt. Maar deze keer lijkt het toch anders te gaan, want Nannie brengt Theo met haar motor naar Kamp Bravo, en als er iets is waar Theo helemaal geen zin in heeft dan is het wel naar dat kamp gaan. 'Het wordt leuk... zegt Nannie Beenhaar... Ze zet hem af en vertrekt.

Daar staat Theo dan, hij leest op het bord "Kamp BravO voor grote, wilde gevaarlijke avonturen. Theo zucht ervan... Even later ontmoet hij Oswald, de man met een zwaar Italiaans accent. Theo moet eerst een test doen vertelt deze. Theo zucht opnieuw. Daar heeft hij dus écht, helemaal, serieus geen zin in, hij moet al zoveel! Gelukkig slaagt Theo voor de test en dan kan hij eindelijk naar zijn tent, die hij blijkt te delen met de stoere Jakkie.
Jakkie is al wel duizend keer op kamp geweest. 'No problem', zegt hij tegen Theo, 'Doe maar zoals ik'. Ze zijn gelijk vrienden.


© MelvinOswald is de leider van het kamp en elke keer begint hij een opdracht met de woorden 'Stel je voor! en komt vervolgens met een spannend verhaal. Bijvoorbeeld: Stel je voor dat je in de wildernis zit en moet vluchten voor een woeste stam... of Stel je voor dat je verdwaald bent en je in leven moet houden met wat er in de natuur groeit? Welke bessen kies je dan, de witte of de blauwe.


Helaas voor Theo kleunt hij steeds mis, hij vlucht met een zwaai over de rivier klatsboem, keihard op de grond en natuurlijk kiest hij de verkeerde bes, waardoor hij onder de blauwe pukkels zit. Maar er is één geluk, de verpleegster van het kamp is zijn eigen Nannie Beenhaar! Zij zorgt voor 'haar' Theo. Zelfs als hij bewusteloos is - en wij een kijkje in zijn hoofd mogen nemen - weet ze hem weer op de been te krijgen.

© Melvin












Aan de mysterieuze Ada (wie is zij toch?) schrijft Theo al zijn miskleunen én zijn leuke avonturen. Want ondanks dat hij in het begin steeds naar huis wilde, begint hij zich, afgezien van zijn missers, toch steeds fijner in het kamp te voelen. En de stoere Jakkie is écht stoer! Theo vertelt écht niet, aan niemand niet, dat Jakkie ook zijn niet zo stoere momenten heeft, en daardoor wordt de vriendschap nog beter, ze worden zelfs bloedbroeders!


Eigenlijk wordt iedereen in het kamp een beetje zelfverzekerder en blijkt die half Italiaanse Oswald een betere kijk op de kinderen te hebben dan je verwacht. En dan is het kamp alweer afgelopen... Theo vindt het zelfs jammer! Maar onderweg naar huis met Nannie gebeurt er alweer iets, Theo voelt zich helemaal door elkaar geschud. Dat is niet erg, vindt Nannie. En daar is Theo het mee eens... dat heeft hij wel geleerd.


Stefan Boonen en Melvin deden het weer!  Ze hebben opnieuw een fantastisch beeldverhaal neergezet. Het is qua tekeningen wat rustiger van opzet dan Mammoet, maar de speelse humor en de geweldige fantasie is er nog steeds. Je zit het boek af en toe met een brede glimlach te lezen. En Nannie? Nannie is de leukste en liefste van allemaal!

ISBN 9789462913196 | Hardcover | 95 pagina's | Uitgeverij De Eenhoorn | augustus 2018 | Leeftijd 8+

© Dettie, 10 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De geheime missie van Tess en Raf
Marianne Witte


Het is niet eerlijk, vindt Tess, op de verjaardag van Raf waren er wel negen - halve, echte en stief - opa's en oma's op bezoek! En zij, Tess, heeft maar één oma en die woont ook nog eens helemaal in Mexico! Bovendien heeft oma Dolores vliegangst dus Tess ziet haar nooit.


Raf en Tess zijn al vrienden sinds de kleuterklas, ze kennen elkaar door en door. Daardoor ziet Raf gelijk dat Tess het best moeilijk vindt dat ze geen opa of oma heeft die gezellig op verjaardagsbezoek komen. Maar Raf zal Raf niet zijn als hij geen geniaal plan weet te bedenken. En geniaal is het! Tess kan wel een oma en opa adopteren!
Hij weet ook al waar ze die kan zoeken, vlakbij nog wel, bij hun aan de overkant is pas geleden een nieuw wooncomplex voor Jonge Ouderen geopend. Daar zijn vast een opa en oma te vinden. Hij weet ook al hoe Tess kan uitvinden wie de leukste opa en oma zijn. Ze moesten toch klusjes doen om geld in te zamelen voor het Malariaproject van school...? Als ze nou eens bij de Oudere Jongeren beginnen? Dan maken ze gelijk kennis met al die mensen die daar wonen...
Tess straalt! Het is een superplan!

En zo gaan ze de volgende dag op pad... De kennismaking met de eerste mogelijk aanstaande opa, meneer Schuitemaker, is echter niet zo'n succes. Hij is een oude brompot en slaat al snel chagrijnig de deur dicht. Maar de kinderen geven de moed niet op. De tweede mevrouw, Violetta, woont in een heel kleurig huis en ze is een schatje. Daarnaast woont Truus en die wil ook wel haar ramen gelapt hebben, Truus is een gezellige, mollige vrouw die gek op snoepen en lekker eten is. Mevrouw Hop is een lieve, chaotische, vergeetachtige vrouw die maar wat blij is met de hulp van de kinderen. En zo leren de kinderen allerlei leuke mensen van het complex kennen, maar wat ze niet weten is dat dankzij hen de bewoners ook veel beter met elkaar omgaan of dingen gaan doen, die ze eerder steeds maar uitstelden.


Tess en Raf hebben het best wel naar hun zin bij de Jonge Ouderen maar zien ze ook dat sommige dingen wel een beetje raar zijn. De bewoners zijn bijvoorbeeld verplicht één middag in de week naar de gezelligheidsruimte te komen waar ze van het Hoofd Gezelligheid een spelletjesmiddag en een gezamenlijke maaltijd moeten bijwonen. Dit, om elkaar beter te leren kennen... Maar de maaltijden zijn helemaal niet lekker en niet iedereen houdt van spelletjes... Het blijkt ook dat de ouderen heel andere behoeftes hebben. Ze willen o.a. bijvoorbeeld  leren skypen én lekker eten!
Daar weten de slimme Raf en de vlotteTess wel wat op... Raf wil wel computerles geven en Tess haar vader bakt de lekkerste Mexicaanse pannenkoeken van de wereld! Hij wil vast wel wat voor ze bakken.
Maar dat helpt niet echt om de problemen op te lossen. De bewoners hebben genoeg van de bemoeienissen van het Hoofd Gezelligheid en komen is opstand. De uiteindelijke oplossing is voor iedereen ideaal...


De kinderen hebben ondertussen flink wat geld verdiend voor het malariaproject, maar Tess krijgt het steeds moeilijker... Wie zal ze kiezen als opa en oma? De bewoners zijn allemaal zo leuk!


Het verhaal is enigszins voorspelbaar maar dat mag de pret niet drukken. Het geheel is vrolijk en vlot met daarbij mooie, gekleurde afbeeldingen vol sfeer van Géwout Esselink. De bewoners van het wooncomplex vormen een mooie mengeling van persoonlijkheden en allemaal zijn ze bijzonder. Je gaat van al die bewoners een beetje houden, ook van de brommerige meneer Schuitemaker. Fijn boek!


ISBN 9789051166378 | Hardcover | 94 pagina's | Uitgeverij De Vier Windstreken | juni 2018 | Leeftijd 8+

© Dettie, 9 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Juf Braaksel en de magische ring
Carry Slee


Op school waar Lotte en Thijs in groep zes zitten komt een nieuwe directeur: juf Brakel. 
Juf Brakel schaft verjaardagvieren af, laat het leuke aquarium met de vissen weghalen, en vindt het ook absurd dat er in groep 6 nog voorgelezen wordt. Er moet gerekend worden!
Het is duidelijk hoe ze aan de naam komt die in de titel staat!


Omdat Lotte en Thijs al heel lang dikke vrienden zijn hebben ze geen geheimen voor elkaar. Maar dat verandert als de stiefvader van Lotte haar inschakelt bij zijn plannen. Haar moeder moet hard werken om het gezinnetje rond te laten komen - Fred heeft geen baan en geen uitkering - en nu zegt hij dat hij een bedrijf wil beginnen in alarmsystemen. Natuurlijk wil Lotte ook dat haar moeder het wat rustiger krijgt dus dan wil ze Fred wel helpen. Maar ze begint al snel te twijfelen of het allemaal wel in de haak is wat Fred doet.


Lotte zou met Thijs een vlot bouwen, maar verzint nu iedere keer een smoesje, omdat ze met Fred mee moet. Ze kan niet anders, Fred dreigt dat hij Lottes hond iets aan zal doen! Thijs baalt ervan, ze zouden het toch samen doen! Maar hij heeft ook een geheim. Hij heeft op school iets gezien wat hij zelf eigenlijk niet kan geloven – iets wat er eerst was, was er ineens niet meer! Lotte zou hem voor gek verklaren, denkt hij. Maar als hij het nog een keer ziet, gaat hij toch eens navragen bij de juf.
Ook vraagt Thijs zich af waarom Lotte niet meer zingt.


Als de kinderen actie gaan ondernemen om juf Evi tot de beste juf te laten uitroepen, en juf Brakel de papieren afpakt, weten de kinderen: Juf Brakel moet weg!
Of dat gaat lukken? Zelfs met een magische ring valt het niet mee…


Als iemand weet hoe ze kinderen kan meenemen in een spannend verhaal is het Carry Slee wel. Eigenlijk is het wel veel van hetzelfde, maar dat vinden jonge lezers geen probleem.


Het boek over Juf Braaksel speelt op school, de kinderen zijn herkenbaar, als ook de maatschappelijke achtergrond in de vorm van een eenoudergezin en kleine criminaliteit.  De vriendschap van Lotte en Thijs komt op het spel te staan, er zijn leuke bijfiguren - bijvoorbeeld Bram en Daan -  die de nodige humor in het verhaal brengen. De tegenstelling van een lieve juf en een kreng van een juf dat kennen kinderen ook wel, al is het maar van het verhaal over Matilda.


En dan het verhaal van Lotte die worstelt met haar gevoelens: het is fout wat Fred doet, maar haar moeder is zo verliefd op die man. Het dilemma kwelt haar.
De tekeningen zijn erg leuk, vullen het verhaal prima aan. En natuurlijk dat tikje magie, ook leuk.


Carry Slee (1949, Amsterdam) is haar hele leven bezig geweest met boeken, en verhalen schrijven. Ze was docent drama in het middelbaar onderwijs. Haar kinder- en jeugdboeken zijn al jaren een succes. Misschien is dit boek over Juf Braaksel wel het begin van een nieuwe serie.


ISBN 9789048843299 | hardcover| 256 pagina's | Uitgeverij Overamstel | september 2018
Illustraties van Iris Boter | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 4 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Viktor
Jacques & Lise


De foto waarop de Amerikaanse tandarts Walter Palmer triomfantelijk zijn eigenhandig neergeschoten leeuw toont, deed veel stof opwaaien. Dit kan niet, dit mag niet riep iedereen - hoewel er ook voorstanders waren - . Het is ook triest om te zien dat zo'n prachtig dier het slachtoffer wordt van een sensatiebeluste jager, die alleen uit is op zijn eigen plezier.
Wat heeft dat met dit boek te maken? kun je je nu afvragen. Alles! Is het antwoord. Dit boek gaat namelijk over zo'n plezierjager.


Al op de binnenkant van het voorplat zien we de jager, Viktor, lopen, zijn geweer gericht op wegrennende cheeta's. Op de volgende (titel)pagina zien we hem staan bij de in een plas bloed liggende cheeta. Best wel schokkend omdat je dit totaal niet verwacht in een kinderboek.
Slaan we de bladzijde om dan lezen we:


Viktor houdt van jagen.
Al jarenlang droomt hij ervan
om een cheeta te schieten.
Vandaag is het hem gelukt.
Trots pronkt de jager met zijn
prachtige nieuwe aanwinst.


Bij deze tekst zien we een prachtig gestileerde, getekende afbeelding van de enorme Viktor, zeer tevreden liggend op de grond, op zijn jachttrofee, het cheetavel. De stoel is ook nog voorzien van een cheetakussentje, zelfs de muren zijn voorzien van cheeta-afbeeldingen. Viktor kan zijn geluk niet op en stapt zeer tevreden zijn bed in.

Gelukkig komen de cheeta's hem in zijn droom plagen. Hij ziet de zeer verdrietige vrienden van 'zijn' cheeta en voelt zich plotsklaps schuldig. Hoe kan hij het verlies weer  goedmaken?
Hij bedenkt een wereldplan. Hij hult zichzelf in het en voegt zich bij de cheetavrienden. Deze zijn dolgelukkig dat hun vriend weer terug is. En Viktor voelt zich geweldig, eindelijk ervaart hij ware vriendschap. Hij leert van alles en is eindelijk niet meer alleen.
Helaas is het maar een droom, toch heeft Viktor er veel van geleerd, hij besluit daardoor nooit meer op cheeta's te jagen. Je slaat opgelucht de pagina's om... en dan... slaat de schrik opnieuw toe!

Jacques & Lise zijn voor dit boek bekroond door de Global Illustrations Awards, dat zijn de "Oscars" van de illustratiewereld, ze ontvingen voor Viktor in de categorie kinderboekillustratie De Exellence Award. Voor hetzelfde boek kregen ze ook de overkoepelende Grote Prijs. Dat is heel goed te begrijpen want de illustraties, die elk verspreid over twee pagina's afgedrukt zijn, zijn adembenemend mooi en heel verrassend. Elke afbeelding is een kunstwerk op zich. Wat dat betreft verdient het boek inderdaad een dikke tien.

De inhoud is wat anders. Hoewel het wel de waarheid is, -  er zijn inderdaad mensen die voor hun lol, pronkzucht of uit winstbejag olifanten, tijgers, leeuwen en cheeta's neerschieten - is het voor kinderen denkelijk vrij schokkend om te zien wat Viktor doet, ook al is het getekend. Vooral het eind veroorzaakt een schrikreactie in negatieve zin. De boodschap is natuurlijk wel duidelijk. Misschien blijft deze ook langer hangen door dit eind 'dat lang blijft nazinderen' zoals de flaptekst vermeldt. Als het Jacques en Lisa's bedoeling was mensen wakker te schudden dan is dat gelukt. Toch vind ik het persoonlijk, diep in mijn hart, een boodschap voor volwassenen verpakt in een - prachtig - kinderboek. De afbeeldingen zijn ook meer voor volwassenen, die zien wat de makers doen, wat voor kunststukjes ze uithalen.


Dit alles neemt echter niet weg dat het een fantastisch boek is, het is ook een trofee, maar dan voor in de boekenkast.


Zie ook het inkijkexemplaar op de website van Jacques en Lise

ISBN 9789461319180 | Hardcover | 48 pagina's | Uitgeverij Van Halewyck | september 2018
Formaat 33,9 x 23,5 cm | leeftijd 6+

© Dettie, 25 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Help, ik ben een pony
Gertrud Jetten
 

Lottie is dol op Salsa, haar pony. Ze zou het liefst de hele dag met de pony bezig zijn, maar ze moet ook nog naar school natuurlijk. Als het woensdagmiddag is heeft ze evenwel alle tijd, en dan bedenkt ze wat ze eens zullen gaan doen: spelletjes, of wandelen? Of zou ze Salsa opzadelen en gaan rijden? Maar eerst de verzorging: borstelen!


Als Lottie die bewuste middag naar de stal loopt vindt ze daar een nieuwe emmer met paardensnoepjes. Eens kijken wat dat is, ze had de emmer nog niet eerder gezien. Ze geeft haar pony er eentje, en eigenlijk ruiken ze zo lekker dat ze er zelf ook wel een zou lusten! Maar nee, niet doen, het zijn paardensnoepjes! Toch, als de middag voorbij is en ze alles weer netjes opruimt, staat Lottie weer bij die emmer en ze kan het niet laten: ze likt er aan:


‘Het bruiste in haar mond. Het fonkelde. Het was net bubbeltjesfris, maar dan lekkerder.'


En Lottie proeft er een.  Haar hele lichaam begint te kriebelen en tintelen. Haar kleren scheuren, haar bloed bruiste en al haar spieren deden pijn. Wat gebeurde er?
Als ze naar beneden kijkt, ziet ze harige benen en lichtbruine hoeven. En ze heeft een staart! 
Lottie de Groot is veranderd in een pony!


Lotties moeder is de enige die denkt te zien wat er gebeurd is, als ze haar dochter komt zoeken en alleen maar een tweede pony vindt. Maar niemand gelooft haar, ze wordt zelfs in een inrichting gestopt en moet ‘rustigaantjes’ slikken. En Lottie kan niet praten natuurlijk! Ja, met de pony wel, als ze in de stal gezet wordt naast Salsa vertelt die haar van alles over het leven van een pony. Lottie is verbaasd. Zij wist niet dat je een zadel aan moet laten passen aan je pony! En een bit in je mond, wat hindert dat? Nou, daar komt ze nog wel achter!


Maar intussen staat het huis op zijn kop. Zelfs de politie wordt er bij gehaald. Waar is Lottie gebleven? Als haar moeder opgenomen wordt omdat ze maar blijft volhouden dat Lottie een pony is geworden en haar vader toch weer moet gaan werken, doet hij iets heel doms. Maar hoe kon hij weten dat hij Lottie – en Salsa - niet had moeten verkopen?


En zo begint een reis langs allerlei soorten mensen die pony’s houden: de een doet dat voor de kinderen, of heeft een manege. Een ander wil dressuurwedstrijden doen, en nog een ander vindt het leuk om een pony te showen. En sommige mensen zijn goed voor hun paarden, anderen zien alleen geld blinken. Lottie reist het hele land door, van Friesland naar Limburg wordt ze vervoerd in een trailer. Salsa is ze dan al kwijt. Ze wordt steeds wanhopiger. Maar als het dan moet, dan zal ze wel proberen hooi en brok lekker te vinden…


Dit is een totaal anders dan anders verhaal over pony’s en paardenmeisjes! Hoewel er natuurlijk wel in verwerkt is hoe je voor je pony moet zorgen is de manier waarop heel speels en zelfs sprookjesachtig. Wanr stel je voor dat je ineens geen mens meer bent, maar een paard! Bizar!
Dit is ook voor kinderen - meisjes - leuk als zij geen paardenmeisje zijn!
Zal Lottie ooit nog weer dat meisje worden dat ze ooit was?


ISBN 9789020673838 | Hardcover | 160 pagina's | Kluitman | september 2018 | Leeftijd vanaf 9 jaar
Met tekeningen van Dorith Graef

© Marjo, 18 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Haas en zijn vrienden
illustraties: Gertie Jacquet
tekst: Annemarie Bon


In dit stevige boek vindt de jonge lezer zes verhalen die met hem of haar meegroeien. Van AVI Start, einde groep 3 naar niveau M4, midden groep 4. De illustraties zijn herkenbaar, kleurrijk en bedekken soms twee pagina’s, met leuke details en soms ook met teksten erin. Die platen lijken vaak wel zoekplaten, zoveel is er te zien! De gezichtsuitdrukkingen van de dieren passen precies bij de tekst, de illustraties maken dan ook onderdeel uit van het verhaal.
Vaak zijn dialogen zo geschreven en getekend dat je kinderen kan aanwijzen die Haas zijn, of Raaf. Erg leuk!


Behalve dat het technisch gedeelte prima in orde is, is ook de inhoud van de verhalen zodanig dat het jonge kinderen zeker aanspreekt. De dieren zijn typetjes, dat vinden kinderen op die leeftijd prettig, want herkenbaar: Raaf is een hebberd en schaamt zich niet om dingen die hij wil hebben te stelen. Duif is natuurlijk postbode. Kip is een heel net en ordelijk dier -  ha, wel eens een kip in het echt meegemaakt? -  maar ze is ook een moederkloek, en dat past wel degelijk!
En Haas zelf, dat is de antiheld, die steeds in de problemen komt en dan door zijn vrienden geholpen wordt.
De verhalen, zes in totaal, gaan over herkenbare dingen: Over een lach en een traan: naar de kermis! Waar Haas een prijs wint die Raaf wil hebben! Maar als Haas de gewonnen beer ruilt voor een zak koekjes, komt het aloude gezegde uit: van ruilen komt huilen.


Over verliefdheid en jaloezie: Haas is verliefd op Kip en wil haar natuurlijk in de watten leggen. Eerst wil hij haar een ring geven, maar die valt in het water. Dat wordt een heel avontuur onder water om die ring terug te vinden! Maar als Kip buikpijn heeft, wat moet je dan? Dan blijkt Haas leuke mopjes te kunnen vertellen!  Of het helpt?


Over vriendschap: hoe je je vrienden helpt en zelf ook geholpen wordt. Want Haas is heel gastvrij en maakt zijn huisje helemaal in orde voor het bezoek van een verre neef, die hij eigenlijk niet kent. Maar die neef blijkt een klaploper te zijn die bovendien alles vernielt. Hoe krijgt Haas de neef weg, en hoe krijgt hij zijn huisje weer op orde? Precies, Haas heeft vrienden.


En over een ongewenste gast in de vorm van een stinkdier. De dieren in het bos willen hem niet. ‘Wij hoeven geen vreemden.’ zegt Raaf. Maar Haas snapt er niks van, Stinkie is toch heel aardig?
Actuele thema's in leuke verhaaltjes, kinderen van deze tijd worden toch maar verwend!


Annemarie Bon (1954, Den Bosch) was biochemisch analiste, freelance journaliste voor het Brabants Dagblad en hoofdredacteur van de kinderbladen Taptoe en Okki voordat zij verhalen en boeken voor jong en oud ging schrijven. In 2001 startte Annemarie Bon als zelfstandig tekstschrijver. Naast boeken voor jonge kinderen schreef zij ook non-fictie en fictie voor kinderen tot 15 jaar.
Haas is waarschijnlijk haar bekendste personage. Gertie Jacquet is in deze boeken een vaste medewerker.


ISBN 9789048847112 | Hardcover | 216 pagina's | Moon | augustus 2018
Afmeting 22,6 x 17,7 cm. |  Leeftijd:  vanaf 6 jaar

© Marjo, 7 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn Clementine
Illustraties: Roberto Innocenti
Tekst: Amy Novetsky



‘Dit is mijn schip, mijn Clementine. Ze zinkt.
Samen hebben we de wereld gezien, mijn meisje en ik.’


Hier kan alleen maar een man aan het woord zijn die met de zee verknocht is, en speciaal met dat ene schip, waar hij zijn leven op doorgebracht heeft.


Het verhaal dat de ik-persoon vertelt over de Clementine begint in de jaren dertig, als een jongen ziet hoe het schip gebouwd wordt. Hij droomt ervan om kapitein te worden en zo geschiedt het.
Als de Clementine klaar is om het water op te gaan, is de jongen aan boord. Hij vertelt over de reizen over de hele wereld, over wat hij allemaal gezien heeft. En ja, hij blijft enthousiast, al is het leven als zeeman zwaar. Wanneer de Tweede Wereldoorlog uitbreekt krijgt de Clementine een andere taak. Geen vrachtschip meer, maar een oorlogsschip, met de jongen als kapitein. Dan wordt er oorlogsmateriaal geladen, in plaats van exotisch fruit!


Ze zorgen voor elkaar, het schip en de man, zijn onafscheidelijk tot het einde, als de Clementine de zee van de andere kant gaat bekijken, op de bodem.


Is de man dan nooit aan wal? Jawel, hij heeft tussendoor tijd weten te maken voor een vrouw, zijn Alice, maar die komt duidelijk op de tweede plaats! Ze lijkt er tevreden mee te zijn en zorgt voor hun dochter. Maar haar brieven vinden de echtgenoot waar hij zich ook bevindt!


De tekst van dit verhaal is summier, het wordt vooral uit de doeken gedaan door de fraaie illustraties van Roberto Innocenti. Op die haast fotografische beelden zijn veel details te zien over het leven aan boord van een schip, voor, tijdens en na de oorlog. Het schip zelf krijgt nog extra aandacht in de vorm van een schematische tekening.
Ook is er informatie over de handel die gedreven wordt over de hele wereld, en de reizen die daarbij horen. Clementine komt tot leven! 


Dan wordt toch nog even vermeld dat de Clementine nooit gebouwd is, maar dit soort schip, koelschip of reefer’ bestaat wel degelijk! Een schip van meer dan 90 meter lang, en twaalf meter breed, enorm!


Dit boek heeft alles: een mooi verhaal, dat zowel grafisch weergegeven wordt als in tekst, en bovendien veel informatie bevat.

Op zijn pintrestpagina zie je meer van het werk van Roberto Innocenti (Toscane, 1940)
De samenwerking met de Amerikaanse kinderboekenschrijfster Amy Novetsky is zeer geslaagd.


ISBN 9789044832839 | Hardcover | 38 pagina's | Uitgeverij Clavis | mei 2018
Afmeting 25 x 24,9 cm | Leeftijd: 8+

© Marjo, 5 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oud en stout
Oma Knetter
Sophy Henn


Het kon niet uitblijven, ook grootouders moeten mee in de hype.
Grappig is dat de hoofdpersoon van het boek ouder is dan de personages in andere graphic novels, terwijl de doelgroep jonger is.
Het is een verhaaltje dat prima voorgelezen kan worden aan kinderen die al naar school gaan, en beginnende lezers kunnen dit al snel zelf aan. Het verhaal gaat over Jet, ruim zeven jaar, die een bijzondere oma heeft.



Het boek is verdeeld in drie hoofdstukken waarvan het eerste vooral vertelt over Jet en haar familie. Een van de drie oma’s die ze heeft is haar oma Knetter. Als ze begint te vertellen over oma Knetter is ze voorlopig nog niet uitverteld!  Dat is echt een knettergek mens. Oma is helemaal in het zwart gekleed maar ze heeft veel roze dingen, waaronder een roze kat!  En ze snoept citroenzuurtjes bij het leven. Ze trekt zich niets aan van wat andere mensen denken, ze doet precies wat ze zelf wil.


In het tweede hoofdstuk gaat oma Knetter naar het park, waar de parkwachter net vervangen is door een nieuwe. En die nieuwe is zeer streng. Overal verschijnen bordjes waarop staat wat er allemaal niet meer mag: niet de vogels voeren, geen majoretteoefeningen doen, niet picknicken en nog veel meer. Ha, en hij dacht dat hij dat voor elkaar zou krijgen? Dan kent hij oma Knetter niet…


In het derde hoofdstuk is het thema een beetje hetzelfde. Iemand die denkt autoriteit te bezitten, wordt even goed op zijn nummer gezet.
De klas van Jet gaat naar het museum. De kinderen vinden dat saai, omdat ze rondgeleid worden door een hele saaie man. Tenminste, zo was het vorig jaar ook.
Daar weet oma Knetter ook wel raad mee, en zo wordt het museumbezoek heel leuk.


Je moet er tegen kunnen, een oma die overal tegen in gaat en de boel op zijn kop zet. Jet vindt dat soms wel lastig, maar het is ook wel weer leuk dat alles mag!


De verhalen zijn een beetje flauw, en voorspelbaar. Maar de doelgroep vindt dat prima. Zo zullen zij de kleuren die in het boek worden gebruikt, felroze en felgroen, met een beetje grijs tot zwart als contrast, ook waarderen. Het taalgebruik is eenvoudig, maar de jonge lezer moet toch al wel wat oefening gehad hebben, de zinnen kunnen vrij lang zijn. Naast de vele illustraties in genoemde kleuren wordt er gespeeld met lettertypen. 
Oma Knetter, Oud en stout lijkt een nieuwe succesvolle serie aan te kondigen.


De Engelse Sophy Henn heeft al naam gemaakt als schrijver van prentenboeken.
https://www.sophyhenn.com


ISBN 9789030504016 | Hardcover | 152 pagina's | Billy Bones | september 2018| Vanaf 7 jaar.
Vertaald uit het Engels door Claudia de Poorter

© Marjo, 10 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De kikkerbilletjes van de koning en andere sprookjes
Janneke Schotveld


De gebroeders Grimm en de Fransman Perrault kunnen het wel schudden. Wij hebben in ons - niet meer zo koude – kikkerlandje onze eigen sprookjesschrijvers! We hadden Annie M G Schmidt al, Thé Tjong-Khing en nu hebben we Janneke Schotveld.


Wikipedia zegt:
‘Sprookjes behoren tot een oude orale traditie en bevatten vaak een zedenles of diepere wijsheid. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen het mondeling overgeleverde sprookje en het literaire sprookje, het individuele creatieve werk van een schrijver zoals Hans Christian Andersen. Een duidelijke scheiding tussen beide is echter niet altijd te maken. In een of andere vorm komen sprookjes over de hele wereld voor met vergelijkbare elementen. Het woord sprookje is afgeleid van het middeleeuwse 'sproke', dat verhaal of vertelling betekent. Als ongeschreven vertelling richtte een sproke zich tot ongeletterde volwassenen. Via de orale traditie kregen zij de moraliserende verhalen mee. Tegenwoordig zijn "sprookjes" kinderverhalen met levenslessen.’


Kinderverhalen dus, met een levensles, dat zijn deze vijftien nieuwe sprookjes ook. In ieder verhaal zit een maatschappelijke verantwoorde twist. Schotveld vindt ridsters en lakinnen uit, laat twee prinsessen met elkaar trouwen en twee koningen een kind krijgen.
Meer traditioneel is het thema van de kleine heks die een bezem krijgt maar niet durft te vliegen, of dat van een klein mannetje die ongelooflijk dapper is. Er is een variatie op het sprookje van de drie wensen, en ook de geest in de fles is heel anders.
De verhalen zijn echt van deze tijd. Eentje gaat over een computervrouwtje dat ontzettend hard moet werken omdat de viespeuk die op het toetsenbord rammelt geen rekening houdt met haar. Leuk uitgebeeld door Kees de Boer!
Bij het sprookje over de lettervreter kun je ook genieten van de prachtige illustraties, dit keer van Marieke Nelissen. Ieder verhaal heeft mooie tekeningen, van steeds weer andere illustratoren.


Het sprookje van de titel is een variatie op het oude sprookje: hier verandert echter de koning in een kikker. De prinses ontdekt welk proces zich afspeelt voor al die lekkere kikkerbilletjes op haar bord verschijnen, en maakt een eigen keuze. Maar ja, ze wil toch wel graag dat haar vader weer terugkomt. In dit verhaal zit dan weer iets leuks voor degene die voorleest, maar ik geef sowieso de garantie dat je als voorlezer ook geniet!
Er is geen belerend vingertje, alles wordt op een speelse manier aangepakt, met de humor die fans van Janneke Schotveld al kennen en waarderen.


‘Er was eens… een Nederlandse schrijfster die haar verzinsels op begon te schrijven en zo een prachtig boek maakte waar niet alleen alle kinderen in Nederland van kunnen  genieten, maar hun ouders vast ook!


Elk verhaal wordt opgefleurd door een andere illustrator: Martijn van der Linden, Thé Tjong-Khing, Linde Faas, Alex de Wolf en Annet Schaap. Peter-Paul Rauwerda, Marieke Nelissen, Milja Praagman, Georgien Overwater, Djenné Fila, Marja Meijer, Kees de Boer, Pyhai, Lisa van Winsen en Marijke Klompmaker. Iedere lezer zal waarschijnlijk een eigen voorkeur hebben.


Janneke Schotveld (1974) is sinds 2012 fulltime kinderboekenschrijver. In 2007 debuteerde Janneke met Villa Fien dat bekroond werd met de Hotze de Roos-prijs. In 2017 schreef Janneke het Kinderboekenweekgeschenk Kattensoep voor de Kinderboekenweek 2017.


ISBN 9789000364893 | paperback | 144 pagina's | van Holkema & Warendorf | oktober 2018| Voorlezen vanaf 6 jaar, zelf lezen vanaf 8 jaar

© Marjo, 9 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het pudding probleem
Lars Leugenaar deel 1
Joe Berger

Echt welkom ben je niet als lezer! Wegwezen! Staat er als je het boek openslaat.
En ‘Alleen speciaal bevoegden mogen dit heiligdom betreden. Als ze zich kunnen identificeren.’


Wie de uitdaging aandurft en toch binnengaat, mag kennis maken met de negenjarige Lars, zijn beste vriend Charlie en Poes Pudding. Zijn zus, vader en moeder zijn blijkbaar het voorstellen niet waard, al spelen ze wel een rol(letje) in het verhaal dat volgt.
Al snel vertelt Lars dat hij een REPUTATIE heeft.


‘Je kunt voor alles een reputatie hebben, maar de mijne is voor iets heel specifieks: ik vertel weleens een leugentje om bestwil.
Er wordt gezegd dat de waarheid niet snel over mijn lippen komt. [...]
Laat ik het anders zeggen: op het bord om mijn nek staat LEUGENAAR, op mijn voorhoofd staat LEUGENAAR.


De waarheid is zo ingewikkeld, vindt Lars. En hij heeft het niet van een vreemde: zijn opa, die inwoont bij het gezin, goochelt er op los. En goochelen is hetzelfde al liegen toch?
Maar hoe hij het ook uitlegt, een feit is dat Lars zich vaak in de nesten werkt door zijn doldwaze leugentjes. Vooral met Ron de Knikker, de pestkop in zijn klas, heeft Lars problemen. Ron heeft ook nog een akelige hond, die Brutus heet.


Na al deze inleidende praatjes begint het verhaal pas echt. Het begint met een ‘grote vette sappige cheeseburger’, die Ron iedere dag eentje bezorgd krijgt voor de lunch. Lars wil ook iets wat lekkerder is dan een volkoren boterham met kaas. Opa weet er wel iets op. Maar je hebt net gehoord dat opa een goochelaar is, dus die oplossing is er niet eentje die je zelf zou verzinnen, en het werkt eigenlijk te goed...


De kern van het verhaal is herkenbaar: vriendschap, jaloezie en wat doe je met een pestkop. De vorm is evenwel bijzonder en dat ligt niet alleen aan al die striptekeningen die net als in de series 'Tom Groot' en ‘de boomhut van zoveel verdiepingen’ een grote rol hebben in het verhaal. Leuke realistische tekeningetjes overigens, van de schrijver zelf. 
Wat evenwel het echt leuke aan dit boek is, is het verhaal. Lars is wel een bijzondere jongen, met een hart van goud, maar dat komt niet altijd even goed over bij de mensen om hem heen. En je weet dus niet of het waar is wat hij vertelt, want tenslotte geeft hij zelf toe dat hij weleens (eigenlijk vaak) liegt. De manier waarop hij de wereld bekijkt strookt niet altijd met de werkelijkheid, en dan heb je een probleem.
En een pudding probleem, ook dat nog!


De Engelsman Joe Berger is van origine illustrator, heeft al vele boeken voorzien van zijn mooie tekeningen. Daarnaast schreef hij enkele kinderboeken.
Hij vindt zichzelf een grapjas, en daar is Lars Leugenaar een goed voorbeeld van! 


ISBN 9789020672817 | Hardcover | 240 pagina's | Uitgeverij Kluitman | september 2018| Vanaf 7 jaar
Vertaald door Manon Sikkel

© Marjo, 6 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Koning Eddie en de pestende poppen
Andy Riley

Koning Eddie is pas negen jaar, maar zijn onderdanen zijn heel tevreden met hem.  Vooral degenen die in het paleis wonen, minister Jill, de wachters en hun opzichter Centurion Alizia en de nar Nanda.


Het verhaal speelt eigenlijk in het verleden waardoor Koning Eddie uitvindingen kan doen die wij in onze tijd heel normaal vinden, een skateboard bijvoorbeeld. Natuurlijk vindt de jonge koning het belangrijk om met zijn vrienden te spelen, en als de negende janvember nadert spreekt hij met zijn vrienden af om zich te verstoppen. Want Nanda is jarig! Even kijkt de nar heel beteuterd maar natuurlijk is het al snel goed als iedereen te voorschijn springt en zij haar cadeautjes krijgt. En als Koning Eddie voorstelt dat ze allemaal helden spelen, doet ze graag mee. Maar zou het eigenlijk niet veel leuker zijn om een held te zijn als er een echte vijand zou zijn?


‘Maar de enige schurk die we hier hebben is Keizer Nurbizoon, en ik denk niet dat hij ooit nog iets durft te proberen,’ zei Nanda.
‘Nee! Want we hebben hem al twee keer verslagen!’
‘We zijn superveilig, voor altijd, zei Nanda.’


Maar de lezer weet beter, want Keizer Nurbizoon legt zich er niet bij neer dat hij al twee keer verslagen is door een jongen van negen! En als hij op bezoek is bij zijn moeder Veronica, die hem verwijt dat hij nog niet eens een koninkrijk kan afpakken van een klein jongetje, vindt hij dat hij iets moet verzinnen. Zijn plan heeft iets te maken de pop die hij steelt van zijn moeder, en daarna gebeuren er vreemde dingen. 
De bewoners van Eddieland zien hoe de anders zo bozige en chagrijnige keizer ineens heel vriendelijk is tegen iedereen, hij maakt complimentjes en dingen die vroeger nooit mochten van hem – te duur – mogen nu ineens wel! Er wordt een krant verstrooid boven Eddieland, waar een interview in staat waarin hij vertelt dat hij echt veranderd is.


Geloven jullie het? Wat voor ingenieus plan heeft Keizer Nurbizoon bedacht? En kan Eddie daar iets tegen doen, want natuurlijk kan het niet anders dan dat het de bedoeling is om Koning Eddie uit de weg te werken. 
Hoe, dat is een raadsel! Iets met pestende poppen?


Een knotsgek verhaal over een jongeman die koning is, en dat er nog best van af brengt. Een verhaal vol grapjes en humoristische zwart-wit tekeningen in een groot lettertype. Korte hoofdstukken, duidelijke typetjes, een duidelijk onderscheid tussen goed en kwaad, en een duidelijke overwinnaar. 
En dit is alweer het derde deel in deze serie: Koning Eddie en de kwade keizer en Koning Eddie en het machtige monster! waren er eerder. De vertaling is van Edward van de Vendel, en dat heeft er vast mee te maken dat de grapjes die vaak in een enkel woord zitten ook in het Nederlands goed overkomen, zoals ‘rammel-ijzerlook’, een ‘dino-zomb-cula’. 

Laat Keizer Nurbizoon maar foe-hoe-hoe-hoeën…


ISBN 9789000357390 | Hardcover |192 pagina's | Uitgeverij van Holkema & Warendorf | oktober 2018 |Leeftijd vanaf 8 jaar

© Marjo, 28 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jongen in de boot
Vonne Hemels - in samenwerking met Maya Mizuno en Sevde Tuba -


De jongen in de boot is het verhaal van het Syrische jongetje Ahmed die op zoek is naar een veilige plek om te wonen. Aan de ene kant van het boek staat de tekst, aan de andere een paginagrote illustratie.
De tekst is als een lied, met een refrein. Dit stukje tekst komt steeds terug.


‘En daar gaat ie dan
hij roeit en roeit en roeit zo hard als hij kan
over de golven van de oceaan
op zoek naar een veilig bestaan.’


In de coupletten – om maar in die vergelijking te blijven – komt de jongen ergens aan, hem wordt gevraagd of hij wil spelen.


Hallo jongetje, speel je met me mee?
Ja, zegt Ahmed. En logeren, is dat een idee?


Het antwoord is steeds negatief, met een of ander smoesje wordt de jongen afgescheept en daar gaat ie dan weer, hij roeit en hij roeit…
Uit de illustraties kun je afleiden waar hij is, je herkent het Vrijheidsbeeld, de klompen en tulpen, of de Brandenburger Tor.
Van dat steeds weggestuurd worden wordt de jongen steeds moedelozer, en angstiger dat hij nooit een veilige omgeving zal vinden.
Die sfeer vind je terug in de kleuren van de illustraties. Ook de tekeningen worden grimmiger, boosaardiger zelfs. Natuurlijk is dit onderwerp er ook niet een waar je vrolijk van wordt, maar soms zijn de tekeningen zelfs eng. Monsters en andere enge figuren, donkere wolken en grijpende handen.


Omdat jonge kinderen niet zelf zullen herkennen waar de jongen is moet een volwassene uitleggen wat de omgeving voorstelt. Kinderen zullen dan grondig de tekeningen moeten bekijken, het is misschien geen goed idee om dit boek zonder begeleiding te laten bekijken.
Er is wel een positief einde, maar dat is dan weer sprookjesachtig, hetgeen in tegenspraak is met de realiteit van het voorafgaande.
Een boek dat zeker de moeite waard is, maar dan voor oudere kinderen en volwassenen, die de tekst kunnen interpreteren en de bijbehorende illustraties kunnen duiden. Die zijn ondanks de steeds donker wordende sfeer heel mooi.


Vonne Hemels (26) wil niet alleen maar boos naar de tv kijken, maar echt iets doen. Via een fonds van de VSB studeerde ze aan de Universiteit van de Vrede in Costa Rico en bedacht daar samen met twee medestudenten een project dat de vluchtelingencrisis bespreekbaar moet maken. Ze deed met dit project mee aan de finale voor de ASN Bank Wereldprijs!


ISBN 9789081843218 | hardcover | 43 pagina's | De Scheepvaartkrant | februari 2018 | Vanaf 6 jaar
Geïllustreerd door Golden Sweet

© Marjo, 19 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Viltstiftbos
Jeanet Kingma


'Buiten spelen! Alweer! Tasko smeet zijn potlood op tafel. Hij had helemaal geen zin om naar buiten te gaan!'
Hij was net lekker een kasteel aan het tekenen die heel goed lukte en nu moet hij van zijn moeder naar buiten! Want ze moet stofzuigen en opruimen. Naar zijn kamer gaan kan ook niet want daar doet opa zijn middagdutje. Opa is gevallen en woont tijdelijk bij hun in huis. Opa slaapt in Tasko's kamer. Daardoor voelt zijn kamer ook al niet meer als zijn kamer. Zuchtend ruimt Tasko zijn tekenspullen op en pakt zijn skateboard en zijn helm, dan maar naar buiten. Hij weet dan nog niet wat voor avontuur hem daar te wachten staat!


Buiten ziet hij zijn nieuwe buurmeisje Fenna. Zij baalt ook, maar dan om een andere reden. Ze wilde helemaal niet verhuizen want bij haar oude huis was een mooi bos met heel veel dieren en nu woont ze hier, bij een druk, lawaaiïg viaduct waar de vrachtwagens overheen denderen. Haar vader is nu boswachter van de natuur in de stad in plaats van in het bos. Ze praten wat tot Fenna naar huis moet.


Als Fenna weg is, gaat Tasko kijken wat ze nu eigenlijk in het distelveld deed. Hij ziet een kastje, dat een oude brievenbus blijkt te zijn, met daarin een tekening gemaakt met viltstift en kleurpotlood door elkaar. Hij ziet een huis en een bruin en lichtblauw paard. Verder een soort paardrijvrouw die een zweep vasthoudt. Ze kijkt niet aardig en haar benen zijn een beetje raar getekend. De bomen achter het huis zijn met groene viltstift gemaakt.
Die tekening is vast van Fenna, denkt Tasko, hij rolt hem op en neemt hem mee naar huis. Daar tekent hij er van alles bij, een stoere ridder, een grote vogel en... een half ijscobusje, net of die de tekening binnen komt rijden. Dat is het leuke van tekenen, op een tekening kan alles!
Daarna stopt hij de tekening terug in de brievenbus. Hij is heel benieuwd wat Fenna zal zeggen...


Nou, Fenna vindt het superleuk! Ze gaan samen weer naar het veldje en zien een grote vogel vliegen. Fenna weet alles van vogels en zegt dat het een heel bijzondere buizerd is. Ze gaan erachter aan en komen uit bij een busje van een ijscoman. Tasco gaat gauw geld halen en ze bestellen hun ijsje, maar de ijscoman wil geen geld, hij wil het pepermuntje van opa! Het ijs is heel speciaal, zo speciaal zelfs dat zo gauw ze hun ijsje op hebben de hele omgeving verandert. Het viaduct is weg, ze zijn bij een bos, er loopt een bruin en een lichtblauw paard... Tasko beseft ineens dat ze in hun eigen tekening beland zijn! Het bos, is het viltstiftbos!


Het grappige van dit verhaal is dat alles wat op de tekening staat tot leven is gekomen, de bomen, de paarden, de ridder, de grote vogel, alles. Het is leuk hoe er mee gespeeld wordt door de schrijfster. Het lichtblauwe paard wordt grijs als hij zich bedroefd voelt, de onaardige paardrijvrouw loopt mank. De roofvogel speelt een belangrijke rol en de ridder is écht stoer en hij rijdt op het bruine paard. Hij is overigens zijn kasteel kwijt...


Tasko vindt het allemaal een beetje griezelig, al die rare geluiden in het bos. Maar natuurkind Fenna vindt dat heel gewoon, maar zij vindt die mensen eigenlijk een beetje eng. Daar kan Tasko haar dan weer bij helpen.
Het wordt nog heel spannend allemaal want de paardrijvrouw is écht niet aardig en veroorzaakt een hoop problemen. Maar de hoofdvraag is, hoe komen Fenna en Tasko weer uit de tekening en willen ze dat eigenlijk wel?


Kortom, een heerlijk meeslepend verhaal waarvan elk kind zal genieten!


ISBN 9789044832877 | Hardcover | 173 pagina's | Uitgeverij Clavis | augustus 2018 | Leeftijd vanaf 9 jaar
Geïllustreerd door Myriam Berenschot

© Dettie, 18 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Evi praat met paarden
Nicolle Christiaansen


Het eerste deel van een nieuwe serie over paarden waarin we kennis maken met Evi, een tienjarig paardenmeisje.


Ze is het liefst bij haar buren, daar hebben ze pony’s, en het gezin houdt zich bezig met wedstrijden. Evi rijdt zelf niet echt, al kan ze het wel. Ze laat alleen de pony’s uitlopen als die de wedstrijd achter de rug hebben. Maar ze is wel druk met het verzorgen: poetsen, kammen, staarten vlechten, alles wat nodig is om de pony’s er mooi uit te laten zien.
Haar buurmeisje en vriendin Julie, die zes jaar ouder is en zo goed rijdt dat ze veel wedstrijden wint, denkt dat ze daardoor meer punten halen, maar Evi weet wel beter. De pony’s zelf zien er graag mooi uit en dan lopen ze beter! Zoiets kan ze niet zeggen, ze zouden haar voor gek verklaren. Hoe kan ze zoiets nu weten?


'Evi luistert niet meer. Ze pakt het zadel. Meteen spant Sponge zijn spieren. Zijn oren gaan boos naar achteren. ‘Rustig maar.’ Evi legt haar hand op Sponges schouder. Ze klopt zachtjes. ’Ik doe voorzichtig’.
Sponge draait zijn oren weer naar voren. Langzaam legt Evi het zadel op zijn plek. Pas als ze de singel vastmaakt, merkt ze dat Fenna en Marjan naar haar staan te kijken.
‘Hoe doe jij dat?’ vraagt Marjan.’


Maar dan verhuizen de buren, en het is maar afwachten wie de nieuwe buren zullen zijn! Zouden ze ook paarden hebben?


Gelukkig, er rijdt een trailer het terrein op! Al snel blijkt dat het geluk met Evi is: de nieuwe buren hebben pony’s én paarden! En ze zijn heel aardig, ze vinden het prima als Evi de paarden komt verzorgen!
Zij behandelen paarden heel anders dan Julie deed: er is zelfs een waakpony! Tommie loopt gewoon vrij rond, en hij hinnikt als er vreemden op het terrein komen.
Evi mag hem laten zien hoe groot het terrein is. En later doet ze dat nog eens bij de losloopwei, ook daar ‘leren’ de paarden eerst hoe groot de wei is.


Buurvrouw Ina lijkt erg streng en mopperig, maar ze is wel heel goed met paarden. Ze zal het Evi ook leren, zegt ze, hoe ze paardentaal kan gebruiken. Maar dan snapt Evi niet waarom Ina de pony die Diederik heet steeds Dikkie noemt! Ziet ze echt niet dat Diederik dat vreselijk vindt? En hoe kan ze nou zeggen dat het bruine paard saai is? Geen wonder dat het paard een beetje ziekjes in de hoek staat met hangend hoofd! Evi weet maar al te goed hoe dat is, omdat kinderen op school haar ook maar saai vinden. Dat is helemaal niet leuk! En Prins is helemaal niet saai!


Dit eerste verhaal begint rustig, waarschijnlijk om de jonge lezers net als sommige personages in het boek te laten wennen aan het idee van praten met paarden. De volgende deeltjes mogen dus best wat spannender worden! Of je dan ook andere lezers trekt, jongens en meisjes die niks met paarden hebben, dat is de vraag. Ook de omslag geeft heel duidelijk aan wat de inhoud is! De manier van schrijven is prettig, en als je van paarden houdt, dan is dit een prima boek


Nicolle Christiaanse (1964, Tilburg) heeft het geluk zelf op het platteland te wonen. Zij studeerde voor drogist en natuurkundig therapeute, maar schrijven was en is haar grote hobby. Eerder schreef ze de series De Bleshof en de AVI-boeken over Choco het minipaardje.
De serie over Evi zal ook vast wel in de smaak vallen.


ISBN 9789020623710 | hardcover | 111 pagina's | Uitgeverij Kluitman| september 2018|
Zwart-wittekeningen van Melanie Broekhoven | Leeftijd vanaf 9 jaar

© Marjo, 5 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een kameel op de stoep
Anka Jacobs


‘Buitensluiten is een vreselijk gevoel. Zowel voor mensen als voor dieren. Buitensluiten omdat iemand anders is dan jij is jammer, want je kan juist veel leuke dingen van elkaar leren.’

Bij het voorstelrondje weet je als volwassene meteen: dit gaat een heel leuk boek worden! Kinderen zullen de verwijzingen niet allemaal door hebben, maar er is ook voor hen genoeg humor in het verhaal te vinden. Bobik  bijvoorbeeld is een Russische straathond, een wereldberoemde bokser die altijd een jojo bij zich heeft. En Bokt, het miniatuurpaard uit Saoedi-Arabië, is getrouwd met Frans de Flamingo uit Aruba!


Dat Alli, de Duitse adelaar een trots hart heeft en een grote snavel, dat zal kinderen niet zo veel doen, maar dat Ferrari de schildpad uit Griekenland een skateboard gebruikt om overal op tijd te zijn, ha ha, deze is wel de leukste! Dan is er Holy, de koe uit India. Ook voor haar is de naam zeer goed gekozen, en dat ze een hekel heeft aan leren tassen en schoenen is te begrijpen. Kamelia, de kameel uit Oman, is de mooiste van de dieren die in het boek voorkomen, en zij gaat trouwen! Met Nomaad, ook uit Oman. Maar eigenlijk is Nomaad een dromedaris, hij heeft maar één bult! Is Kamelia dan misschien ook een dromedaris? Op geen enkele tekening geeft zij zich bloot, we zien alleen haar mooie koppie.
Nog meer dieren: Lola, de kangoeroe uit Australië; Red, de panda (!) uit China, die altijd en overal zijn eigen eetstokjes meeneemt; De twee stinkdieren, Tinka en Eva, die Amerikaanse geheim agenten zijn, en Bobik moeten bespioneren. Er is een corgi uit Engeland: Abel, en Appie, de neusaap uit Borneo, met die grote neus waarmee hij iedereen wil begroeten.
Is er geen dier uit Nederland? Jawel hoor, dat is VIP (Very Important Pig), een miniatuurvarken, de baas van de boerenbank!


Al deze dieren zijn vrienden van Carlos de cavia, die in Mexico woont en de Allerbeste Mais teelt: Tacokoning is hij, en via de tacohandel heeft hij de vrienden leren kennen.
Als Nomaad een mailtje stuurt naar Carlos, of ze een weekje vakantie mogen komen houden, omdat ze moe zijn van het huwelijksfeest dat een week geduurd heeft, ziet Carlos een reden om een feest te organiseren. ‘Maak van een cavia geen kameel’ schreef Nomaad, maar Carlos pakt flink uit.


Je hebt het voorstelrondje gevolgd? Dan weet je dat de vrienden allemaal heel verschillend Inderdaad is er de nodige verwarring, zijn er kleine en grotere ergernissen en zelfs ruzies, maar het ergste is dat Carlos een grote muur om zijn haciënda heeft staan, en… daar kunnen Nomaad en Kamelia niet door.
Vandaar de titel: een kameel op de stoep!

Natuurlijk wordt het opgelost, en kan er feest gevierd worden. Hoewel, gaat dat wel lukken? Alli zegt:


‘Ik vind dat VIP een kaaskop is. Appie is lui. En Tinka en Eva zijn een stelletje luidruchtige Amerikanen. Eros of Ferrari, hoe hij ook mag heten, is gewoon een onbetrouwbare Griek die niet wil werken, Abel denkt dat hij als koninklijke Brit beter is dan de rest, Red is een poepchinees, Bobik een Russische zuipschuit en Holy komt uit India en die is dus arm en leeft in viezigheid.
Allí heeft niet door dat de beestenboel heel stil is geworden. Hij is niet te stoppen. ‘Bokt denkt dat vrouwen niets waard zijn en Frans is een roze uitslover.’
‘Nee hoor,’ roept Bokt boos. ‘Ik ben een minipaard en jij een grote pestkop.’


Dit is een knotsgek en toch heel serieus boek met heel veel verwijzingen naar de multiculturele samenleving waar immers ook niet alles op rolletjes loopt. In dit boek worden zowat alle vooroordelen op de hak genomen, en de boodschap is dat zoiets niet hoeft te verhinderen om goede vrienden te worden.
Als je dit boek voorleest kan je daar nog eens extra aandacht aan besteden.


En dan de illustraties van Ellen Hooghoudt. Die zijn een feest op zich! Er is heel veel te zien op de fleurige soms twee pagina’s vullende tekeningen. Ook in die tekeningen worden de stereotypen aangedikt, maar de dansende Holy, of het bruidspaar, die tekeningen zijn zo ontzettend leuk!


Anka Jacobs (47) woonde en werkte zestien jaar in Amerika, waar zij kopstukken uit de internationale politiek en zakenwereld adviseerde over hoe ze zich het beste kunnen gedragen in internationale situaties. Weer terug schreef zij studieboeken tot ze besloot zich eens aan een kinderboek te wagen. Met succes denk ik!


ISBN 9789463132183 | Hardcover | 112 pagina's | Memphis Belle International Amsterdam B. | september 2018| 
Illustraties van Ellen Hooghoudt | Leeftijd: 6+

© Marjo, 26 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER