Nieuwe recensies Non-fictie

Alles lijkt zoals het was
Frits Spits


Deze presentator van radioprogramma’s als ‘Avondspits’ en ‘Nieuwsspits’ verloor in 2018 zijn vrouw Greetje na een korte maar ernstige ziekte. Zij leed aan longkanker. Frits ‘maakt de balans op van zijn bestaan en geeft zo niet alleen een portret van Greetje maar ook van zichzelf’, pag. 10. Het boek is een ‘muzikale bedevaart’ waarin Frits aan de hand van 20 eigentijdse Nederlandstalige liedjes terugblikt op het leven met zijn geliefde Greetje en op intense wijze zijn huidige gevoelens van gemis en verdriet verwoordt. Hij weet dit alles mooi onder woorden te brengen en kiest vaak treffende beelden. Frits heeft een fijngevoelige pen.


Bij het eerste opgenomen liedje ‘La vie est belle’ van Diggy Dex ziet Frits vol weemoed terug op de goede en liefdevolle jaren die achter hem liggen.


Het liedje ‘Huis van fluweel’ van Kommil Foo roept herinneringen op aan zijn grootouders die in Auschwitz omkwamen en Frits is zich ervan bewust dat ook zijn ouders door de oorlog zijn getekend.


Ook het liedje ‘Zelfs nu je zwijgt’ van Veldhuis en Kemper roept weemoedige herinneringen op aan de prachtige tijd met Greetje die nu niet meer bestaat. Frits is hier duidelijk over zijn levenshouding: ‘er is geen god’.


Bij alle liedjes zijn er rake typeringen, mooie associaties en ervaart hij een ándere, innerlijke band met Greetje. Diep van binnen blijft zij in hem aanwezig en zal zij gedurende zijn verdere leven met hem meegaan. Eigenlijk is Frits in dit boek voortdurend met zichzelf in gesprek en zijn de liedjes die achter in het boek op twee CD’s zijn opgenomen, een spiegel van zijn gevoelens en gedachten. Zo beschrijft hij veel menselijke ervaringen. Het meest wezenlijke kan hij bijna niet zeggen maar vindt hij terug in een liedje van Anouk: ‘Ik ben als verdriet zonder een traan. Alles donker om me heen’, pag. 62. Deze zin typeert zijn stemming die is als eb en vloed: goede en minder goede momenten wisselen elkaar voortdurend af.


Tevens besteedt Frits, hij is tenslotte presentator die veel met muziek werkt en daar veel vanaf weet, aandacht aan de artiesten en de liedjes die zij ten gehore brengen. Zijn achtergrondkennis werpt een goed licht op de teksten en wat de uitvoerenden daarmee willen zeggen.


Frits beschrijft ook een gesprek met Youp van ’t Hek die hem ooit op het hart bond dat onze tijd van leven kostbaar is. Youp reageerde al naar Frits op de dag dat hij de advertentie van Greetje plaatste en Frits is hem daar dankbaar voor.


Het liedje ‘Dan huilt mijn hart’ van Ernst Jansz & Luna roept bij Frits veel herkenning op. Nu hij alleen is, emotioneren liedjes hem meer en beluistert hij daar andere dimensies in dan voorheen.


Trijntje Oosterhuis zingt een liedtekst ‘Ken je mij’ van haar vader Huub Oosterhuis, geënt op psalm 139 maar dan in ruimere context die Frits diep raakt. Hij is zich ervan bewust dat hij eerder zei niet gelovig te zijn maar hier voelt hij de ‘mystieke kracht van woorden en universele religiositeit’.


Een liedtekst van Jan Rot troost Frits en het lied ‘Die zelfbedachte hemel’ van Frank Boeijen is voor hem tot een bron van inspiratie waardoor hij zich met de dood van Greetje kan verzoenen.


Dit boek is een persoonlijk en ook kwetsbaar verslag waarin liedjes aanzetten tot diepe bezinning op het leven in al z’n menselijkheid. Dit boek is dan ook een bijzondere verbinding tussen persoonlijke rouw en liedteksten.


De liedjes van Veldhuis en Kemper ‘Zelfs nu je zwijgt’, ‘Zeg me nog één keer’ van Rob de Nijs, ‘Dan huilt mijn hart’ van Ernst Jansz & Luna, ‘Ken je mij’ van Trijntje Oosterhuis en het liedje waarnaar dit boek is genoemd ‘Alles lijkt zoals het was’ van Frank Boeijen troffen mij in het bijzonder. Dit zijn echt rustige en sfeervolle luisterliedjes.


ISBN 978 90 245 8700 1 | Hardcover | 159 pagina’s | Luitingh-Sijthoff Amsterdam | november 2019

© Evert van der Veen, 9 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Moonshots
Reis naar de maan
De ultieme fotokroniek van de NASA

Piers Bizony


Dit boek is een ware belevenis! De titels van de hoofdstukken roepen verwachtingen op die volkomen worden waargemaakt:

1. Deze nieuwe oceaan
2. Apollo stijgt ten hemel
3. Mens op de maan
4. Meters maken op de maan
5. Verblijf buiten de aarde


Het boek opent met de beroemde toespraak van president John. F. Kennedy in 1962:


‘We hebben ervoor gekozen om in dit decennium naar de maan te gaan en die andere dingen toen, niet omdat ze gemakkelijk zijn, maar omdat ze moeilijk zijn, omdat ze een beroep doen op onze beste krachten en vaardigheden …… Wanneer ik zeg, beste landgenoten, dat we een gigantische raket van zo’n 100 meter hoog,k de lengte van dit footballveld, naar de maan gaan sturen, 384.000 kilometer van het controlecentrum in Houston vandaan, een raket gemaakt van nieuwe metaallegeringen, waarvan een deel nog niet is uitgevonden, die vele malen hogere temperaturen en belastingen kunnen weerstaan dan ooit tevoren, en zorgvuldiger in elkaar gezet dan de onderdelen van het beste horloge, met alle benodigdheden voor de aandrijving, geleiding, controle, communicatie, voedsel en overleving, op een onbeproefde missie naar een onbekend hemellichaam, en hem dan behouden laten terugkeren naar de aarde, warbij hij met een snelheid van meer dan 40.000 kilometer per uur de dampkring binnenkomt, en de temperatuur oploopt tot half zo hoog als die van de zon, zo heet als maar kan, dan moeten we vermetel zijn’.


Deze legendarische woorden betekenden een enorme stimulans voor de Amerikaanse ruimtevaart die op dat moment achter lag op de ontwikkelingen binnen de USSR. Kennedy gaf een duidelijk doel aan dat technici en wetenschappers inspireerde om te gaan voor een landing op de maan.


Dit boek maakt indruk door zijn vele grote en schitterende foto’s waardoor de lezer echt tot deelgenoot van de ruimtevaart wordt gemaakt. Wat zich ergens in de ruimte afspeelt, komt zo de huiskamer in of misschien is het wel andersom: wij worden betrokken bij wat hier gebeurt. Aan het begin van het boek is er de nodige uitleg over de fotografie en reproductie van foto’s in de ruimtevaart. Hiervoor werd de Zweedse Hasselblad camera gebruikt.


20 juli 1969 zette de eerste mens voet op de maan vanuit de Eagle (‘The Eagle has landed’ luidden de woorden nadat het voertuig op de maan was aangekomen) nadat de Apollo 11 drie astronauten vanaf de aarde daarheen had gebracht. Vele prachtige foto’s brengen gebeurtenissen die zich op onpeilbare afstand van ons afspeelden, levensecht dichtbij. Het grote formaat van dit boek doet recht aan het belang daarvan en geeft de afbeeldingen alle ruimte om krachtig tot de lezer/kijker van dit boek te spreken. Er zijn tal van beroemde foto’s bij zoals die van de eerste ruimtewandeling vanuit de Gemini 4. Ontroerend mooi zijn de foto’s van de aarde die grotendeels blauw overkomt in de ruimte.


Ruimtevaart is niet alleen maar een succesverhaal. Van de 600 mensen die in de ruimte zijn geweest, zijn er 21 op een of andere wijze omgekomen. Het is eerlijk om ook bij die schaduwkant stil te staan. Ook is er aandacht voor wat soms mis dreigde te gaan maar kon worden opgelost.


Bijzonder is de foto van de aarde wanneer de Apollo11 zijn baan om de aarde verlaat op weg naar de maan. Een deel van de aarde is hier in verticale richting zichtbaar.


De beroemde foto ‘Earthrise’ is ook te zien, waarbij een deel van de aarde is te zien vanaf de oppervlakte van de maan. Vele foto’s van het maanoppervlak en maanlandschap laten zien hoe de maan er uit ziet. De beroemde voetstuk van Aldrin ontbreekt uiteraard niet. Van de andere astronaut op deze missie zijn woorden die nog onverminderd actueel zijn: ‘Ik geloof werkelijk dat als de politieke wereldleiders hun planeet vanaf een afstand van 160.000 km konden zien, ze met heel andere ogen zouden kijken……. De aarde moet worden zoals hij eruit ziet: blauw en wit, niet kapitalistisch en communistisch, blauw en wit, niet arm en rijk, blauw en wit, niet afgunstig en benijd’.


De missie met de Apollo 12 levert prachtige foto’s van het maanoppervlak op en de fraaie close-ups brengen deze planeet dichtbij. Prachtig is ook de foto van de maan vanuit de Apollo 15 wanneer deze de terugreis naar de aarde is begonnen.


Wat de maanlanderpiloot van de Apollo 16 in 2007 zegt, ervaart degene die dit boek in handen heeft ook: ‘De maan was de schitterendste woestijn die je je kunt voorstellen. Onbedorven. Onaangetast. Hij straalde helemaal en het scherpe contrast met de zwarte hemel vervulde je van verwondering en opwinding’. Schitterend is ook de foto waarop de zuidpool en Afrika vanuit de ruimte zichtbaar zijn.


Dit boek kan niemand onberoerd laten en je hoeft geen doorgewinterde kenner met specifieke interesse voor ruimtevaart te zijn om intens van dit boek te genieten.


ISBN 978 94 63592901 | Hardcover | 240 pagina’s | Librero Kerkdriel | november 2019

© Evert van der Veen, december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hitlers Geheime Ardennen-
commando

Kan Otto Skorzeny het verloop van WO II doen kantelen?
Michiel Janzen


December 1944 startte Hitler het Ardennenoffensief. Het weer was slecht, zodat de geallieerde luchtmacht niet in staat was het luchtruim te kiezen en het gebied van de Ardennen was een zwak verdedigde sector in het geallieerde front. De bedoeling was om door de Ardennen heen te stoten, de Maas over te steken en Antwerpen te veroveren. De geallieerde legers zouden dan in tweeën zijn gesplitst en aan het Westelijk front zou de kans op een snelle geallieerde overwinning zijn verkeken. Om zoveel mogelijk verwarring te stichten achter de Amerikaanse linies, beval Hitler zijn favoriete commando, de SS’er Otto Skorzeny, zijn mannen in Amerikaanse uniformen te steken en uit te rusten met jeeps en wapens van Amerikaanse makelij.


Het hele Ardennenoffensief was een ambitieus plan, maar het ging de Duitse middelen inmiddels ver te boven. Er was een groot gebrek aan brandstof voor de tanks, de tegenstand was taaier dan verwacht en na een paar dagen winters weer, klaarde het op en kon de geallieerde luchtmacht een verdere Duitse opmars beletten. De geallieerden hadden zich lelijk laten verrassen, maar al na twee weken was het duidelijk dat het offensief was mislukt. Hitler had er zijn laatste reserves voor opgeofferd. Het was zijn zoveelste gok, en dit keer mislukte die.


Tegen de achtergrond van het Ardenoffensief heeft Michiel Janzen een spannend boek geschreven. Hitler had Skorzeny ook de opdracht gegeven om een aanslag op opperbevelhebber Dwight Eisenhower te plegen. Eisenhower was het bindmiddel in het Westerse bondgenootschap, die bovendien de arrogante en ijdele Britse bevelhebber Montgomery nog enigermate in de hand wist te houden. Zijn uitschakeling zou het evenwicht en de samenwerking tussen Amerikaanse en Britse bevelhebbers grondig verstoren.


Naar mijn mening is Michiel Janzen er uitstekend in geslaagd om hier een spannend boek over te schrijven. Hij is heel goed op de hoogte van de historische feiten en weet dat vaardig te mengen met fictie. Deze mengvorm tussen fictie en non-fictie duiden we aan met ‘factie’. Lezers met weinig historische bagage zouden kunnen denken dat alles zich heeft afgespeeld zoals het in dit boek is beschreven. Maar dat is niet het geval. Voorzover ik weet is een Duitse commando nooit binnengedrongen tot in de slaapkamer van Eisenhower.


Janzen beschrijft hoe Skorzeny’s commando’s infiltreren in het geallieerde achterland. Sommigen van hen bereiken bijna hun doel, anderen vallen door de mand en worden gevangengenomen. Regelmatig krijgen we in de gesprekken die de personages met elkaar voeren meer te horen over hun oorlogsverleden. Janzen beschrijft de operaties waaraan zij deel hebben genomen. Zo weeft hij het Ardennenoffensief in in het grotere geheel van de Tweede Wereldoorlog.


Skorzeny was een man die door zijn moed en doortastendheid tot de verbeelding spreekt. Zijn meest opzienbarende actie was de bevrijding van de Italiaanse dictator Benito Mussolini in 1943. Maar hij heeft meer huzarenstukjes op zijn naam staan. Na de oorlog wist hij te ontsnappen naar het Spanje van dictator Franco. Die hield hem de hand boven het hoofd en Skorzeny kon aan een nieuwe carrière bouwen. Hij werd een succesvolle zakenman.


Kay Summersby, de chauffeur van Eisenhower, komt ook voor in dit boek. Volgens velen hadden Eisenhower en Kay een seksuele relatie met elkaar. Anderen betwistten dat weer. Het klikte in ieder geval tussen de generaal en zijn chauffeur. Ze gingen vertrouwelijke en vriendschappelijk met elkaar om. Janzen houdt het erop dat ‘Mamie’, de vrouw van Eisenhower, zich geen zorgen hoefde te maken. Haar man schrijft haar wekelijks een brief en ondertekent die altijd met ‘Yours truly forever’.


Volgens de achterflap van het boek is Michiel Janzen een schrijver van ‘factionverhalen’ die dicht tegen de werkelijkheid aan schuren. Dat is helemaal van toepassing op dit boek. Daarnaast publiceert Janzen over strategisch management en terreur.


Voor de liefhebbers van faction is dit een boek dat ik graag aanbeveel!


ISBN 9789401463300 | Uitgeverij Lannoo | Paperback | Omvang 360 blz. | november 2019

© Henk Hofman, 5 december 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Duitse passages
Een reis door twee eeuwen Duitsland
Lo van Driel


Dit boek is een soort papieren reis door Duitsland aan de hand van 2 eeuwen geschiedenis en cultuur. Over elke plaats die aan wordt gedaan valt iets te vertellen. Wat geschiedenis betreft zijn de belangrijkste gebeurtenissen natuurlijk de Tweede Wereldoorlog en de val van de Berlijnse muur en de daaropvolgende hereniging. Over de Eerste Wereldoorlog lezen we echter niets.
In het boek komen ook een paar Nederlanders voor die een stukje geschiedenis in Duitsland hebben, zoals Thorbecke, Multatuli, Marsman, Armando en Rinus van der Lubbe.


Bij de Tweede Wereldoorlog kun je natuurlijk niet om Alfred Speer en Lenie Riefenstahl heen. Ook villa Wahnsee komt in een hoofdstuk ter sprake.


Literaire figuren zijn in dit boek overigens wel het belangrijkste. De andere kunsten worden hoofdzakelijk vertegenwoordigd door de componisten Schubert en Brahms en de kunstenares Paula Modersohn-Becker.


Het boek bevat allemaal losse stukken en je kunt zonder probleem door het boek bladeren en zo hier en daar een stuk lezen. Wat mij betreft is het boek een doos bonbons, waar ik van kan blijven eten. Als ik een stuk gelezen had, wilde ik ook het volgende stuk lezen en het kostte me moeite om het boek weg te leggen.


Natuurlijk kan ik klagen dat er veel schrijvers, kunstenaars en componisten ontbreken. Zo mis ik Thomas Mann, z'n broer Heinrich en z'n zoon Klaus. Ook ontbreken Günther Grass, Bertolt Brecht en Erich Maria Remarque, hoewel zij, met uitzondering van Klaus Mann en Erich Maria Remarque wel zijdelings ter sprake komen en dus in het register staan.
Bij de kunstenaars mis ik Anselm Kiefer en Joseph Beuys en bij de componisten zou ik toch nog wel graag een plekje willen zien voor Richard Wagner, Richard Strauss, Karl-Heinz Stockhausen en Kurt Weill. Maar goed, zo blijft er altijd wat te wensen over.


Wat blijft is een heerlijk boek, waar ik nog graag in zal bladeren en dat uitnodigt om op zoek te gaan naar meer informatie en afbeeldingen van de dingen die ter sprake komen.


Lo van Driel (1944) studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde en was jarenlang docent. Hij schreef columns over kunst en letteren voor de Provinciale Zeeuwse Courant en publiceerde over taalkunde en geschiedenis. In 2003 verscheen zijn biografie van J.H. van Dale. Deze uitgave is een geactualiseerde versie van het boek dat hij in 2013 in eigen beheer uitgaf en dat enthousiast werd ontvangen.


ISBN 978 90 284 5017 2 | Paperback | 302 pagina’s | Wereldbibliotheek | oktober 2019

© Renate 5 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vrijwillig naar Auschwitz
Witold Pilecki, de man die Auschwitz infiltreerde
Jack Fairweather


‘Witold Pilecki heeft zich vrijwillig in Auschwitz te laten opsluiten’. Met deze ongelooflijk klinkende zin opent dit boek en daarmee is min of meer de kern van het boek neergezet. Zijn levensverhaal wordt in het begin in een bredere historische context geplaatst: de Duitse inval in Polen in 1939, bombardementen van steden en dorpen, de Duitse bezetting, massale executies van intellectuelen en Joden. De sfeer van angst en terreur die onder de mensen heerst.


Pilecki komt in het verzet terecht en besluit in 1940 om zich in Auschwitz te laten oppakken zodat hij in kamp Auschwitz terecht komt omdat hij de geruchten over de situatie hier zelf wil zien om ze dan aan de buitenwereld mee te delen.


De aankomst is direct al barbaars. De Hauptsturmführer zegt: Jullie Polen is voor altijd dood en jullie gaan boeten voor je misdaden door hard te werken’, pag. 69. Het boek vertelt veel gruwelijke details over de gang van zaken in het kamp en het dagelijkse (over)leven dat een ‘nachtmerrie’ is. Het echte gevaar noemt Pilecki de honger.


De vraag is wie je kunt vertrouwen want er zijn gevangenen die zich door de bewaking laten omkopen.


‘Witold moest zoeken naar signalen van onzelfzuchtig gedrag bij de andere gevangenen, zoals het delen van een korst brood of het verzorgen van een zieke vriend, en dan onopvallend achterhalen wat hen motiveerde’, pag. 93.


De grote uitdaging voor Pilecki is hoe hij relevante informatie over de toestand in het kamp kan verzamelen en op welke manier hij deze vervolgens naar buiten kan smokkelen. Het dodental van omgebrachte Joden is een goed bewaard geheim van de kampleiding maar Pilecki komt er toch op eenvoudige wijze achter door de jasnummers van gevangenen. Hij ziet de ‘monsterlijke marteling’ en wil daarom via het Poolse verzet aan de geallieerden met klem voorstellen om het kamp te bombarderen zodat aan de massavernietiging een einde komt.


Pilecki weet een bericht naar buiten te brengen met o.a. deze zinsnede: ‘Dit is een urgent en weldoordacht verzoek dat is verstuurd ten behoeve van hun kameraden door een getuige van hun marteling’, pag. 114. Uiteindelijk belandt deze brief in Londen waar men het afdoet als propaganda.


Pilecki merkt dat de terreur in het kamp toeneemt. Zieken worden geselecteerd voor vergassing en er wordt met Zyklon B geëxperimenteerd om meer mensen tegelijk te kunnen ombrengen. Uiteindelijk begint tot de buitenwereld door te dringen dat er Auschwitz op gruwelijke wijze grote aantallen mensen worden omgebracht. 25 augustus 1941 zegt Churchill voor de BBC dat ‘vele tientallen duizenden – letterlijk vele tientallen duizenden – executies in koelen bloede worden uitgevoerd door Duitse politiegroepen op Russische patriotten die hun vaderland beschermen …. we zijn getuige van een misdaad zonder naam’, pag.169  - 170.
Toch overheerst nog steeds de scepsis t.a.v. Auschwitz omdat de Holocaust het voorstellingsvermogen van mensen te boven gaat: dit is té erg om waar te kunnen zijn.


Indringend is de beschrijving van Joden die het kamp worden binnengebracht en de wijze waarop zij om het leven worden gebracht. Het boek is door dergelijke feiten bepaald geen ‘plezier’ om te lezen want de feiten zijn mensonterend. Het verhaal is helder opgetekend maar wát er wordt verteld, is schokkend. De vergassingen in Auschwitz nemen toe, het crematorium wordt uitgebreid zodat er grotere aantallen vergast en verbrand kunnen worden. Roosevelt en Churchill besteden er in hun toespraken enige aandacht aan maar er wordt geen actie ondernomen.


Toch weten Pilecki en andere mensen die er direct bij betrokken zijn op een gegeven moment heel zeker: ‘Auschwitz was een belangrijk centrum van massamoord op joden geworden en had in tegenstelling tot andere vergassingsinstallaties, waar de nadruk op Poolse joden lag, een continentale dimensie’, pag. 234.


Een Poolse verzetsstrijder die in Londen aandacht vraagt voor de situatie verzucht: ‘De hele wereld is gehuld in stilzwijgen terwijl we getuige zijn van de snelle massamoord op miljoenen mensen’, pag. 259.


De New York Times besteedt in een artikel op 25 november 1942 aandacht aan de genocide op Joden en de Britse minister van Buitenlandse Zaken spreekt het Lagerhuis toe met woorden als ‘beestachtig beleid van koudbloedige verdelging’ en noemt Polen ‘het belangrijkste slachthuis’ van de nazi’s. Toch wordt er geen bombardement op Auschwitz uitgevoerd hoewel dit militair gezien wel mogelijk is. Er wordt gedurende de Tweede Wereldoorlog geen enkele actie ondernomen om dit concentratiekamp te vernietigen.


Triest is het feit dat Pilecki na de oorlog van hoogverraad wordt beschuldigd en door de Russische bezetter wordt geëxecuteerd. Zijn verslag van Auschwitz wordt in 1975 voor het eerst in boekvorm uitgegeven.


Dit is geen aangenaam maar wel een belangrijk boek over iemand die vanuit ideële motieven naar Auschwitz ging maar helaas te weinig gehoor vond. Het boek is geïllustreerd met historische foto’s en tekeningen van gevangenen in Auschwitz. Dit onbekende verhaal verdient aandacht!


ISBN 978 90 446 3120 2 | Paperback | 456 pagina’s | Prometheus | juni 2019

© Evert van der Veen, 27 november 2019

Lees de reacties op het forum en / of reageer, klik HIER

 

Het goede in de mens
De evolutionaire wortels van onze samenleving
Nicholas Christakis


De auteur is arts en socioloog en wil in dit boek aantonen dat mensen op aarde gemeenschappelijke menselijke kenmerken hebben waardoor ze met elkaar verbonden zijn. Zijn drijfveer in dit boek is dan ook: ‘Ik ben geïnteresseerd in de fundamentele sociale trekken die alle mensen met elkaar gemeen hebben, in de vraag waar die kenmerken vandaan komen en welk biologisch en sociologisch doel ze dienen, en in de vraag hoe ze onze samenlevingen blijven vormgeven, ongeacht de culturele details’, pag. 33 - 34. Dat neemt niet weg, zoals Christakis dat zelf ook onderkent, dat er sprake is van culturele verschillen tussen groepen maar hij vindt de overeenkomsten die er zijn toch doorslaggevender en fundamenteler. De auteur noemt deze universele menselijke basis ons ‘sociale pakket’ en dit bestaat uit de volgende eigenschappen die bij mensen overal ter wereld voorkomen:


-       een individuele identiteit

-       liefde voor partner en kinderen

-       vriendschap

-       sociale netwerken

-       samenwerking

-       voorkeur voor eigen groep

-       milde hiërarchie

-       sociale kennisverwerving en kennisoverdracht


De auteur toont zijn stelling aan door vele wetenschappelijke onderzoeken en feiten weer te geven maar haalt ook gebeurtenissen uit de geschiedenis aan die deze stelling bevestigen. Zo blijken mensen tijdens een schipbreuk onverwacht opofferingsgezind te zijn en zich zelfs met gevaar voor eigen leven voor vreemden in te zetten. Diezelfde onbaatzuchtige houding laten brandweerlieden ook dikwijls zien. Mensen geven om hun medemens, zo blijkt uit deze en andere voorbeelden in dit boek.


Verbondenheid is er op een andere manier in communes, religieuze groeperingen en de kibboets in Israel. In een kibboets is sprake van samenwerking, onafhankelijkheid, gemeenschappelijk werk, gezamenlijk bezit en onderlinge gelijkheid. Ook mensen in bijzondere omstandigheden, zoals wetenschappers op de Zuidpool, zijn meer dan gewoonlijk op elkaar aangewezen en vormen samen een hechte groep. Het is ook de enige manier om samen in moeilijke omstandigheden te overleven.


De auteur gaat in op dieper liggende relaties waarin sprake is van liefde en seksualiteit en geeft een ‘korte geschiedenis van het ‘traditionele’ westerse huwelijk’. Veelzeggend eindigt dit hoofdstuk met de regel: ‘De aandrang om je partner lief te hebben, is universeel’, pag. 184.


Interessant zijn de hoofdstukken over dieren waar ook sprake is van samenwerking zoals uit proeven is gebleken. Op verrassende wijze blijken apen bv. te begrijpen dat ze de ander nodig hebben om een voorwerp naar zich toe te trekken dat voor één aap te zwaar is. Dieren zijn evenals mensen in staat om vriendschappelijke relaties aan te gaan zoals onderzoeken met apen, olifanten en walvissen hebben aangetoond. Dieren kunnen ook verdriet hebben: olifanten vertonen rouwgedrag wanneer iemand uit hun groep is gestorven.


Menselijke goede eigenschappen als liefde, rechtvaardigheid en vriendelijkheid zijn sociaal van aard en hebben betrekking op andere mensen met wie we omgaan. Voor hen hebben we iets en soms zelfs alles over. In dat verband citeert de auteur een woord van Jezus: ‘Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor anderen’. De conclusie is dan ook aan het eind van het boek dat mensen veel kenmerken gemeenschappelijk hebben: ‘minstens 99 procent van het DNA van alle mensen is exact hetzelfde’, pag. 422.


Het boek vraagt wel enige inspanning om te lezen. De auteur heeft geen soepele verteltrant en het grote aantal wetenschappelijke onderzoeken dat hij aanhaalt, maakt het er ook niet altijd gemakkelijker op. Het boek had wellicht wat meer toegespitst geschreven kunnen worden, dan was de boodschap wat helderder en toegankelijker geweest.


ISBN 978 94 638 2039 4 | Paperback | 439 pagina’s | Balans Amsterdam | november 2019

© Evert van der Veen,  25 november 2019

Lees de reacties op het forum en /of reageer, klik HIER

 

Als de man verliest
Omgaan met tegenslag, verdriet en rouw
Tim Overdiek en Wim van Lent


Peter van Uhm, commandant van de Nederlandse strijdkrachten wiens zoon in Afghanistan omkwam, schrijft in het voorwoord over de kracht van kwetsbaarheid. Dat is in feite ook de belangrijkste boodschap van dit boek: man, durf te zijn wie je ten diepste bent! Mannen zijn daar meestal niet zo goed in, wél in het verdringen van hun gevoelens of ze ver-werken dat in de letterlijke zin van het woord. Mannen zijn vaak meer gericht op doén dan op het doorleven van emoties. Die ervaren ze vaak als bedreigend of niet-passend bij hun mannelijkheid.


De auteurs zijn echt persoonlijk bij het onderwerp betrokken en weten goed waarover ze praten. Hun toon is vaak direct en zelfs wel pittig, echt de manier waarop mannen onder elkaar praten. Ze kennen hun pappenheimers vanuit jarenlange praktijkervaring als therapeut. Dit is dan ook een echt ‘mannenboek’, dóór mannen en vóór mannen. Je moet er af en toe een beetje tegen kunnen maar boeiend is het wel en het is wel effectief.


Een aantal mensen komt in dit boek aan het woord waaronder Van der Heijden die na de dood van zijn zoon het boek ‘Tonio’ schreef. Hij zegt dat ‘de pijn mag blijven’ en voelt zich nog steeds Tonio’s vader.


Het leven is in vele opzichten minder maakbaar en voorspelbaar dan mannen lief is, zo blijkt in alle hoofdstukken van dit boek. Hoe gaan mannen daar mee om? Het inzicht dat de schaduwen bij het leven horen en dat vrijwel niemand daaraan ontkomt, is vaak een lang en moeizaam proces waarin de aanvaarding van de levenspijn langzaam maar zeker groeit.


‘Rouw is een grillig pad, waarop je vaak verdwaalt en door de pijn en het gemis zelfs helemaal niet wilt zijn’, pag. 35.


Rouw valt mensen zwaar, is ongemakkelijk en het kost veel geestelijke energie om daar op een eerlijke wijze mee om te gaan. Mannen lopen er liever voor weg, vluchten in hun drukke werk en zoeken dat dan nadrukkelijk op, ze raken aan de drank of storten zich op hun hobby. Het zijn voor de hand liggende valkuilen die aanvankelijk een oplossing lijken te bieden maar na verloop van tijd juist het tegenovergestelde effect teweeg brengen. ‘Rouwen is noodzakelijke pijn. Rouwen is werken aan je pijn’, pag. 43. Man, durf de confrontatie met je diepste wezen aan: die boodschap willen de auteurs steeds weer overbrengen.


De auteurs zijn bij mannen betrokken en brengen ook hun eigen levenservaringen in. In vele kaders - ‘time-out’ geheten - worden goede, vaak stevige vragen gesteld en opdrachten aangereikt waardoor je flink met jezelf aan de slag moet. Kernmomenten uit de tekst worden zo vertaald naar de lezer met als onderliggende, ietwat dwingende boodschap: wat doe jíj hiermee? Die benadering hebben veel mannen nu eenmaal nodig en die past ook goed bij hun eigen omgang met dingen. De kunst is om weer balans in het leven en vooral in jezelf te vinden. De balans tussen controle over de situatie willen uitoefenen en gebeurtenissen toe te laten.


Het is goed dat dit boek is verschenen want mannen zíjn anders en rouwen ook anders dan vrouwen. Dat blijkt uit alle verhalen van mensen die in dit boek aan het woord komen en uit hetgeen de therapeuten aanreiken. Theoloog en Eerste Kamerlid voor Groen Links zegt het treffend: ‘Voor mij is mannelijkheid niet zozeer een eigenschap of kwaliteit, maar meer een beeld of verwachting van wat en wie we kunnen zijn’, pag. 131.
De uitdaging voor mannen is om hun kwetsbaarheid te tonen, te zijn zoals ze zich ten diepste voelen. Dat is vaak een hele stap maar gaandeweg ontdekken ze hoe bevrijdend dit is: hun innerlijke isolement wordt – eindelijk – doorbroken.


Er zijn hoofdstukken over de relatie tot de eigen vader, de familielijn en participeren in een mannengroep waarin persoonlijke levenservaringen worden gedeeld. Pittig en nogal confronterend is het hoofdstuk over seksualiteit en intimiteit. Ongemakkelijke onderwerpen als het heimelijk kijken naar porno en de seksuele verhouding tot de partner worden hier besproken. Ook wat dit onderwerp aangaat, is de vraag die de auteurs aan de lezer voorhouden: durf eindelijk eens open tegenover jezelf en eerlijk tegenover anderen te zijn.


Het boek eindigt met 7 actiepunten en benoemt een top-5 van onderwerpen die aan het einde van het leven een rol spelen. Waar mensen dan het meest mee worstelen, zijn gevoelens van spijt over ‘Trouw blijven aan jezelf, niet zo hard werken, emoties durven tonen, contact houden met je vrienden en kinderlijk gelukkig zijn’, pag. 296.
Het zou goed zijn dat veel mannen dit boek lezen en er vooral ook uit gaan leven!


ISBN 978 94 638 2062 2 | Paperback | 315 pagina’s | Balans Amsterdam | september 2019

© Evert van der Veen, 20 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Srebrenica overleven
Hasan Hasanović


De schrijver verloor tijdens de oorlog in Bosnië in de jaren 90 zijn broer, vader en een oom. Deze strijd verscheurde dit land en zette groepen mensen, die voorheen vredig met elkaar samenleefden, tegen elkaar op. De oorlog krijgt in dit eenvoudig vertelde verhaal een menselijk gezicht. Het verhaal van Hasan is ook bedoeld als een manifest om de aandacht te vestigen op hetgeen zich hier heeft afgespeeld. Het lijkt immers alweer zo lang geleden en speelde zich op tamelijk veilige afstand van ons af…


De titel van het eerste hoofdstuk is veelzeggend: ‘Vóór de oorlog – de gelukkige tijd’. Hasan beschrijft zijn jeugd die gelukkig was. Hij groeide op in een fijn gezin, men had het naar de normen van dit land in die tijd goed. Zijn woonplaats is op 25 km. ten zuidoosten van Srebrenica gelegen. We lezen iets over het leven thuis, de gang naar school, het boerenbedrijf en de boomgaarden. In de jaren 90 verandert er iets: Servische moslims richten een eigen partij op waardoor anderen, Bosniërs, zich bedreigd voelen.


Het gezin van Hasan trekt weg omdat men zich bedreigd voelt en daarmee komt een einde aan een onbezorgde tijd:


‘Ons leven in het dorp was mooi geweest. Toen kwam de oorlog en alles werd in de as gelegd… Het was alsof onze hele wereld tot stof en as was vergaan. Er was alleen nog hoop – de hoop dat we zouden overleven’, pag. 49.


De Servische bombardementen zijn hevig en in Srebrenica zijn op een gegeven moment 60.000 vluchtelingen. De situatie wordt steeds penibeler, er ontstaan voedseltekorten. ‘Ik voelde met als in een concentratiekamp’ schrijft Hasan.


In 1993 wordt Srebrenica tot VN-veilig gebied verklaart en dat geeft de mensen hoop. Er komt humanitaire hulp en in 1994 komt er Nederlandse militairen van UNPROFOR. Hasan voelt zich echter minderwaardig tegenover hen. Nadat de Nederlandse militairen weggaan, valt Srebrenica 11 juli 1995 in Servische handen. Samen met duizenden andere mannen en jongens vormt Hasan de ‘colonne’ die naar Tuzla trekt. Het is een barre en gevaarlijke tocht omdat ze voortdurend worden beschoten. Toch wordt Hasan in Tuzal met familie herenigd.


Na een studie gaat hij werken in het Srebrenica Genocide Memorial Centre en verzorgt daar rondleidingen. Ook geeft hij lezingen over heel de wereld. Veelzeggend zijn de woorden waarmee Hasan zijn verhaal besluit: ‘Srebrenica is niet meer wat het was. Ik besef dat ik ze enkel in mijn verbeelding zie, de mensen die ik elke dag mis – en die ik elke dag meer en meer mis…..’, pag 166.


ISBN 978 94 6310 484 5 | Paperback | 166 pagina’s | Polis Kalmthout | oktober 2019

© Evert van der Veen, 19 november 2019

Lees de reacties op het forum en / of reageer, klik HIER

 

Wij overleefden
De laatste ooggetuigen van de Duitse bezetting
Sytze van der Zee


In dit boek heeft de auteur zo’n 80 mensen gesproken van uiteenlopende achtergrond en hun verhalen over wat zij in de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt, opgetekend. ‘Dit boek gaat dan ook niet over de oorlog, maar over mannen, vrouwen en kinderen in de oorlog. Zij vertellen allen hun relaas, wat ze hebben meegemaakt, hebben waargenomen, hebben gehoord’, pag. 8.


De meeste mensen komen meerdere keren voor in het boek omdat de auteur voor een chronologische opzet heeft gekozen. Er zijn twee inleidende hoofdstukken als inleiding op de oorlog. Vervolgens zijn er hoofdstukken waarin ieder oorlogsjaar afzonderlijk centraal staat en in een afsluitend hoofdstuk komt de bevrijding aan bod. De titels van hoofdstukken zijn citaten uit de gesprekken.

Dat de meeste mensen meerdere keren aan het woord komen, is omdat hun verhaal op meerdere delen van deze opzet betrekking heeft. - De vraag is of het opknippen van de verhalen in deze chronologische opzet veel toevoegt aan het boek. Voor de eenheid van de verhalen was het wellicht mooier geweest om iedere persoon één keer aan het woord te laten.- Toch is dat van ondergeschikt belang want de inhoud is ronduit aangrijpend.


In dit boek gaat het niet om de grote militaire en politieke gebeurtenissen. Die vormen hooguit de achtergrond van wat mensen vertellen. Het zijn de kleine herkenbare gebeurtenissen van wat mensen overkwam en wat zij moesten ondergaan. De oorlog krijgt in dit boek – voor zover dat kán natuurlijk – een menselijk gezicht: het zijn altijd ménsen die het slachtoffer worden en die hier niet om hebben gevraagd. De lezer komt zo heel dicht bij die tijd want dit boek beschrijft het dagelijkse leven van gewone mensen.


Het boeiende van dit boek is ook dat er mensen met een tegengestelde achtergrond aan het woord komen: Joden, Duitse emigranten (die voor de oorlog in Nederland hun toevlucht zochten) maar ook kinderen van NSB’ers, kinderen van communisten, verzetsmensen en mensen uit Indië. Hun verhalen schetsen een scherp tijdsbeeld van toenemende armoede, honger en de zoektocht naar voedsel, angst, bombardementen, onderduiken, verraad, verzet, terreur, wanhoop en overlevingsdrang.


Aanvankelijk, in de periode voorafgaan aan de oorlog, zien de meeste mensen het dreigende gevaar van de veranderingen in Duitsland niet. Benno Troostwijk uit Leeuwarden is één van de weinigen die zegt: ‘In tegenstelling tot de meeste mensen in Nederland had vader zich al die jaren grote zorgen gemaakt oer wat er in Hitler-Duitsland gebeurde, de Kristallnacht en de andere excessen van de nazi’s. Hij leefde erg mee met de Joden daar’, pag. 59.


De lezer voelt in de verhalen de toenemende terreur in de eerste oorlogsjaren. Er zijn mensen die het bombardement op Rotterdam hebben meegemaakt; anderen hebben in Den Helder hevig geleden onder de vele bombardementen op deze havenstad.

Er komen kinderen aan het woord wier ouders bevriend waren met Mussert en Rost van Tonningen terwijl andere kinderen iets weten van het verzet waar hun ouders bij betrokken zijn.


Vanaf 1941 zijn er razzia’s en de vele verhalen over mensen die onderduiken, soms worden opgepakt, van het ene adres naar het andere moeten vluchten vanwege onveiligheid maken duidelijk wat die razzia’s uitwerken. Na verloop van tijd waren alle Joden uit het straatbeeld verdwenen. Niet alle Joden zijn gelovig maar zij voelen zich meestal wel Joods en leven ook in de Joodse traditie. Opvallend is wat Virry de Vries uit Amsterdam zegt: ‘Joods werd ik in mei 1942, doordat ik opeens een ster moest gaan dragen’, pag. 131. In die tijd gaat het net rond Joden zich steeds meer sluiten en worden hen steeds meer vrijheidsbeperkende maatregelen opgelegd.


Het blijkt dat mensen niet precies weten wat er met Joden en anderen gebeurt die via Westerbork naar concentratiekampen in Duitsland worden afgevoerd. Er is soms wel een vaag vermoeden maar de verschrikkelijke werkelijkheid is té erg om geloofwaardig te zijn. Toch zijn er mensen die wel beseffen dat er iets ernstigs aan de hand is: ‘Wie zich meldde, werd door de Duitsers meestal meteen vastgehouden. Wij wisten: dat is de dood. Mijn ouders zeiden: Die mensen worden vermoord’, pag. 141.


Er zijn veel verhalen over bombardementen en alles wat die teweeg brengen: schuilkelders, huis en alle bezittingen verliezen, wegtrekken en overleven. Ook mensen die in Westerbork zijn geweest, komen aan het woord en vertellen over hun ervaringen in dit kamp. Er zijn ook mensen die hun herinneringen hebben verdrongen.


Aangrijpend is de afscheidsbrief van een vader die wordt geëxcecuteerd: ‘Ik draag dit tragisch lot volkomen kalm. Ik heb steeds naar mijn overtuiging geleefd en mijn grote liefde voor de arbeiders was steeds mijn richtsnoer. Voor jullie, lieve vrouw en kinderen, had ik daarenboven een grote persoonlijke liefde. In mijn werk en in mijn gezin lag mijn geluk en ik heb het met volle teugen genoten’, pag. 190.


Er is een verhaal van een ‘goede’ Duitser die gevangenen op het station hielp om te vluchten door een seintje met zijn pet te geven en er zijn verhalen van mensen die de slag om Arnhem, het drama van Putten en inundatie van Walcheren hebben meegemaakt. Ook koeriersters, jonge meisjes, komen aan het woord en vertellen hoe het soms maar net goed ging. 


Dit buitengewoon aangrijpende boek voegt veel toe aan alle boeken die er al zijn en nog zullen komen over de Tweede Wereldoorlog. Het is zeer waardevol dat de auteur deze verhalen van mensen die toen kind waren, heeft opgetekend. Nu kan het nog want de geïnterviewden zijn allen op hoge leeftijd en zullen er over een klein aantal jaren niet meer zijn. Nú zijn hun verhalen gelukkig bewaard en ze vertellen op menselijke schaal over de verschrikking van oorlog.


ISBN 978 90 446 3842 4 | Paperback | 464 pagina’s | Prometheus Amsterdam | september 2019

© Evert van der Veen, 19 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zeven steden
Een reis door duizend jaar geschiedenis: hoe ideeën uit de oudheid ons bereikten
Violet Moller


De auteur beschrijft in dit boek hoe de kennis over de astronomie, wiskunde en geneeskunde sinds de oudheid is blijven bestaan en verder is verspreid over de wereld. De lezer volgt de belangrijkste ideeën van de grootste wetenschappers uit de oudheid en ontdekt de eeuwenoude basis van de hedendaagse geneeskunde. Ook  is er een kennismaking met de bronnen waaruit onze wiskunde en astronomie zijn ontstaan.


Het boek leest als een reis naar kennis rond de Middellandse Zee. Mensen zijn nu eenmaal altijd nieuwsgierig naar de wereld om hen heen, willen graag begrijpen hoe dingen zijn ontstaan en functioneren, leggen graag verbanden. Kennis is macht luidt het gezegde en de drang naar kennis ís ook een vorm van intellectuele macht. Wie iets weet en doorziet, is niet langer afhankelijk van hoe het leven – soms onvoorspelbaar – verloopt maar kan dat proces beïnvloeden. Dat zien we met name in de geneeskunde en in de afgelopen eeuwen hebben we daar ook de vruchten van mogen plukken.


Het boek ontleent zijn titel aan zeven steden die in dit proces van verspreiding van kennis een belangrijke rol hebben gespeeld gedurende een periode van meer dan duizend jaar. We komen in Egypte, in Alexandrië ten tijde van de 6e eeuw waar destijds de grootste bibliotheek ter wereld was en van waaruit contacten waren met o.a. Athene, Rome en Constantinopel.


Vervolgens voert de auteur ons naar Bagdad ten tijde van de 9e eeuw, het hart van de islamitische cultuur waarvan toen werd gezegd: ‘… de wetenschap bloeit er. Hier is het beste van alles dat de moeite van het beschouwen waard is, en alles wat elegantie in zich bergt wordt erheen getrokken’. De geografische ligging, dicht bij het snijpunt van de Eufraat en de Tigris, heeft deze ontwikkeling bevorderd. Het boek beschrijft ook de toenmalige architectuur waarvan in diverse musea het een en ander is te bezichtigen.


Aan de andere kant van de Middellandse Zee ligt Spanje waar twee steden aandacht krijgen: Córdoba met veel oosters-islamitische invloeden en Toledo waar het katholicisme belangrijk werd.


Italië is vertegenwoordigd in Salerno, een drukke havenstad met een middeleeuwse medische school. Boeiend is het verhaal van de koopman Constantijn die door ziekte kennis maakt met medici in Salerno, zelf in zijn geboortestad Carthago geneeskunde gaat studeren en later met veel medische boeken in Salerno terugkeert. Dit wordt het begin van een medische cultuur in deze stad.


Palermo, de hoofdstad van Sicilië, is een levendige mengeling van culturen en dat heeft alles te maken met de strategische ligging van dit eiland met wijngaarden, olijfbomen en tarwe op de vruchtbare grond.


De laatste stad is Venetië waar de drukpersen geometrie mogelijk maakten. Zo konden de grote aantallen geschriften over het sterrenstelsel en de geneeskunde nog beter konden worden verspreid. Een drukker moest een veelzijdige opleiding en brede kennis van zaken hebben: hij moest ambachtsman, zakenman en geleerde zijn. Een Franse ambassadeur noemde Venetië in de 15e eeuw ‘de meest glorieuze stad die ik ooit heb gezien, uiterst respectvol jegens ambassadeurs en buitenlanders, bestuurd met veel wijsheid, en God dienende met de grootste toewijding’.


Na 1500 is er veel veranderd en hebben centra van ontwikkelingen zich ook verlegd. Respectabele steden uit de oudheid verloren hun toonaangevende betekenis en er kwamen nieuwe steden elders in Europa voor in de plaats. Twee kaartjes voor in het boek laten zien dat deze steden allemaal rond de Middellandse Zee, waar al deze landen omheen liggen, handel met elkaar dreven en zo ook kennis uitwisselden en elkaar culture invloeden ondergingen.


Waarom – slechts - deze zeven steden? De auteur zegt daarover: ‘Natuurlijk had ik ook andere steden kunnen opnemen, maar me beperken tot die steden waar de belangrijkste teksten werden bestudeerd en vertaald leek me de beste manier om in dit uitgebreide verhaal niet de weg kwijt te raken’, pag. 20. Zij heeft in dit boek veel uiteenlopende kennis verzameld en met elkaar in verband gebracht. Dit reisverslag geeft dan ook een levendig beeld van ons gemeenschappelijke intellectuele erfgoed. Dit boek is de moeite waard voor iedereen die geïnteresseerd is de ontwikkeling van onze cultuur.


ISBN 9789029093552 | Hardcover | 320 pagina’s | Meulenhoff Amsterdam | 10 oktober 2019

© Evert van der Veen, 18 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oorlog aan de Overkant
Sanne Biesheuvel


Dirk Biesheuvel (1926-1991) is in 1946 als dienstplichtig militair uitgezonden naar Nederlands-Indië. Bij de keuring had hij aangegeven dat hij niet wilde gaan vechten zodat hij ingezet werd vals hospik, en na een korte opleiding verscheepte hij zich met vele anderen naar het verre Indonesië. Zonder eigenlijk precies te weten hoe de situatie daar was. Hij was überhaupt nooit buiten Nederland geweest. Zijn bataljon was actief in West- en Midden Java.


Na de dood van haar vader vond dochter Sanne zijn dagboekverhalen en besloot er een boek van te maken. Zij deed onderzoek naar de achtergrond van de oorlog, maar maakte vooral gebruik van de dagboeken. Daaruit wordt duidelijk dat hij niet echt een goed beeld had van wat de situatie was. ‘Een gewoon soldaat werd niets verteld’. Hij moest de gewonden verzorgen, de gesneuvelden afleggen en kisten, en kon alleen uit het aantal gewonden afleiden dat er al of niet een zware strijd was geweest.


Toch was hij getuige van akelige dingen, zoals die in een oorlog voorkomen: mishandelingen, het zonder pardon neerschieten van (onschuldige) mensen, waarbij ook vrouwen en kinderen slachtoffer werden. Zelf bleef hij er van overtuigd dat hij daar was om te helpen, om zieken en gewonden bij te staan, en wilde hij liever niets weten van de strijd die gevoerd werd. Dan keek hij nogal eens een andere kant uit.
Maar door zijn welwillende en open houding was hij geliefd bij de inlanders. Behalve dat hij er vrienden maakte, ontmoette hij er ook het meisje waar hij meteen verliefd op werd. Tati heette ze.


Het boek vertelt over de belevenissen van Dirk, een eerlijk verhaal over zijn omgang met de Indonesische bevolking, zonder dat hij een oordeel velde over de strijd. Wat er precies gebeurde, daar bemoeide hij zich niet mee. Liever genoot hij van de natuur, hij wandelde in de omgeving en bezocht dorpjes, praatte met vissers en kleine handelaren. Hij leerde de mens op vele manieren kennen: hij verzorgde mannen die gewond waren door kogels, door bommen, maar ook mannen die door de omgang met de plaatselijke schonen geslachtsziekten opliepen! En hij werd ingezet op de vrouwenafdeling, hielp bij bevallingen.
Van alles wat hij meemaakte vertelde hij na terugkomst in Nederland nauwelijks iets aan zijn gezin. En nee, Tati werd niet zijn vrouw. Toen Dirk na 27 jaar terug ging naar Indonesië bezocht hij vele oude bekenden, maar moest hij ook constateren dat er veel veranderd was.


Wat Sanne Biesheuvel in ieder geval niet doet is het verhaal van haar vader romantiseren. Het is een vrij zakelijk verslag met veel feiten geworden. Dit is een van de zeldzame passages in het boek waarin Dirk laat merken wat het met hem doet:


‘Ik zag de angst op de gezichten van de mensen, het was afschuwelijk. Het gekreun en de smeekbedes van de mannen die gemarteld werden om hen tot een bekentenis te dwingen, gingen door meg en been. Ik probeerde mijn gevoel zo veel mogelijk uit te schakelen, ik probeerde niets te zien en niets te horen en gewoon te doen wat er van mij gevraagd werd. Dat lukte maar ten dele en ik stond met afschuw naar de grond te staren, wensend dat het allemaal maar snel voorbij zou zijn.’


Als lezer weet je overigens niet wat er precies zo door de vader van de schrijfster verteld wordt en wat er uit haar pen gevloeid is. In een nawoord vertelt Sanne Biesheuvel dat in ieder geval plaatsen, data en namen overeenkomstig de dagboeken zijn. Persoonlijke getuigenissen van mensen aan wie ze nog vragen kon stellen zijn in het verhaal verwerkt, en de historische feiten kloppen tot zover ze tijdens het schrijven bekend waren.


De ‘oorlog aan de overkant’ is ‘een van de zwarte bladzijdes in de geschiedenis van Nederland. De propaganda destijds gaf een eenzijdige en opportunistisch beeld van de strijd die onze vaders en opa’s daar voerden. Na terugkomst werden zij niet gehoord en niet gezien, velen van hen hebben de rest van hun leven stilzwijgend hun oorlogstrauma’s bij zich gedragen.'


Midden in het boek vinden we een aantal foto’s van de betrokkenen, die Dirk zelf gemaakt heeft. En achterin zit nog een woordenlijst en een kaart.
Sanne Biesheuvel debuteert met dit verhaal van haar vader.


ISBN 9789062656134  | Paperback met flappen | 312 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | augustus 2019

© Marjo, 7 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De spion en de verrader
Ben Macintyre


Dit boek over spionage tussen oost en west speelt in Koude Oorlog en de jaren daarna van de vorige eeuw en heeft direct al een spannend begin wanneer de geheime dienst afluisterapparatuur aanbrengt in de flat van hun spion Oleg. Hij wordt namelijk niet helemaal vertrouwd en daarom wil men zijn gangen volgen. Als goed getrainde spion heeft hij dit door en houdt er rekening mee.


Het wantrouwen is niet onterecht want Oleg heeft daarna een geheime ontmoeting met M16, de Britse geheime dienst want zijn hart ligt al langere tijd niet meer in het oosten:


‘de bouw van de Berlijnse Muur en het neerslaan van de Praagse Lente hadden hem verregaand beïnvloed en vervreemd; hij had voldoende westerse literatuur gelezen, wist voldoende van de werkelijke geschiedenis van zijn land, en had genoeg vrije democratieën gezien om te weten dat het socialistische nirwana zoals dat in communistische propaganda werd afgeschilderd een vreselijke leugen was’, pag. 83.


Oleg brengt belangrijke documenten op microfilm over naar M16 omdat hij toegang heeft tot veel vertrouwelijk materiaal. De KGB vermoedt echter een lek en haalt Oleg terug naar Moskou waar hij een lagere functie krijgt maar Oleg blijft toch in functie en wordt dubbelspion in Engeland. Hier blijft hij voor de KGB werken maar tegelijk sluist hij informatie naar de Britse geheime dienst door:

‘Gestaag werkte hij zich door zijn buitengewone reservoir aan onthouden feiten, stap voor stap, stukje bij beetje’, pag. 164. ‘Na drie maanden van debriefings had hij elk detail uit zijn herinnering prijsgegeven: het resultaat van de grootste ‘operationele download’ in de geschiedenis van M16, een verbazingwekkend precieze en uitgebreide kijk op de KGB, en de vroegere, huidige en toekomstige plannen ervan’, pag. 166.


De Britse geheime dienst ontdekt op deze manier dat haar Russische tegenstander minder gevaarlijk en professioneel is dan men voorheen dacht. Rusland verkeert vervolgens in de veronderstelling dat de Verenigde Staten een kernaanval van plan zijn. De relatie tussen oost en west komt hierdoor onder druk te staan en de positie van Oleg eveneens gedurende zijn werk in Londen. M16 voorziet hem vervolgens van zogenaamd ‘kippenvoer’ (niet heel belangrijke maar wel juiste informatie vanuit het westen). Wanneer Oleg dit daarna binnen de KGB kan delen, neemt zijn geloofwaardigheid weer toe.


Toch wordt hij op een gegeven moment weer naar Moskou geroepen waar men een onderzoek wil starten naar zijn integriteit. Oleg voelt zich in het nauw gedreven en besluit via Finland naar het westen te vluchten. Het wordt een spannende maar succesvolle ontsnappingstocht waarbij hun Russische achtervolgers het spoor bijster raken. Later volgt ook zijn gezin naar het westen.


Oleg is voor het westen van belang geweest: ‘De Amerikanen waren onder de indruk  en dankbaar. De Britten deelden met trots de expertise van hun sterrenspion. ‘De informatie van Gordiëvski was heel goed’, aldus Caspar Weinberger, minister van Defensie in de regering-Reagan’, pag. 364.


Dit boek wordt op de cover ‘Het grootste en spannendste spionageverhaal van de koude oorlog’ genoemd.


ISBN 978 90 225 8676 1 | Paperback | 412 pagina’s | Boekerij | november 2019
vertaling: Marieke van Muijden

© Evert van der Veen, 9 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Niemand is te klein om het verschil te maken
Greta Thunberg


Sinds haar toespraak voor de Verenigde Naties in september kent de hele wereld dit bijzondere en bewogen meisje uit Zweden dat zich met hart en ziel inzet voor ons leefklimaat. Met deze toespraak ‘Hoe durven jullie’ eindigt dit boekje. Het is een felle aanklacht tegen de huidige politici in de wereld die weinig of niets doen: ‘jullie generatie laat ons in de steek’ en ‘we laten jullie hier niet mee wegkomen’.


Het boekje is een bundeling van deze en andere toespraken die Greta vorig jaar en dit jaar in de wereld heeft gehouden. Ze is 16 jaar en weet waar ze over praat, heeft rapporten gelezen, beschikt over actuele kennis en weet deze toe te passen. Ze beroept zich op officiële documenten over de stand van zaken en klaagt politici aan dat zij die feiten wel kennen maar tevens ook negeren.


Mede door haar persoonlijkheid weet Greta dit krachtig en indringend over te brengen. Haar optredens maken indruk maar zij is ook onderhevig aan kritiek. Zij is zich daarvan bewust, spreekt daar ook over maar stapt daar overheen want zij wordt gedreven door de opdracht om een boodschap over te brengen: het gaat niet goed met natuur en klimaat en daar moeten we nú iets aan doen.


De tijd is beperkt, zo brengt Greta steeds met veel klem naar voren: ‘dit is een roep om hulp’ zei ze bij de klimaatmars in september 2018 in Zweden. Ze spreekt over ‘klimaatrechtvaardigheid’ en benadrukt dat de toekomst al is begonnen. ‘Jullie hebben geen excuses meer en de tijd dringt’, zei ze op de klimaattop van de Verenigde Naties in december 2018.


Greta heeft zich de klimaatcrises persoonlijk eigen gemaakt en lijdt daar persoonlijk onder. Typerend voor haar houding zijn deze woorden: ‘Ik wil dat jullie de angst voelen die ik elke dag voel’.


Dit is een klein maar krachtig boekje van een gedreven meisje met een boodschap die vooral in praktijk moet worden gebracht. Ter wille van de wereld, de natuur en de mensheid. Geen vrijblijvende boodschap!


ISBN 978 94 031 8380 0 | Paperback | 78 pagina’s |De Bezige Bij | oktober 2019

© Evert van der Veen, 6 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Race naar de maan 3D
Een nieuwe kijk op onze eerste ruimtemissies
David J. Eicher, Brian May


Dit boek beschrijft de wedloop tussen de Verenigde Staten en de USSR om als eerste een mens op de maan te zetten. Het boek beschrijft alle gebeurtenissen en technische ontwikkelingen in de ruimtevaart en plaatst deze in de politieke context van die tijd zoals de Cubacrisis en de wapenwedloop tussen beide grootmachten.


12 april 1960 was de Rus Joeri Gagarin de eerste mens die gedurende 108 minuten in een baan om de aarde cirkelde. Een krachtige toespraak van John F. Kennedy stimuleerde vervolgens de Amerikaanse ruimtevaart en gaf een concreet doel aan: de landing op de maan.


In 1962 maakte een Amerikaanse astronaut drie banen rond de aarde in een vlucht die vijf uur duurde. Vervolgens landde in 1966 de Russische Loena 9 op de maan. Een Amerikaanse poging een jaar later mislukte omdat de Apollo 1 op de basis in brand vloog. Het hoofdstuk ‘De opoffering’ gaat in op alle ongelukken in de ruimtevaart waarbij mensen omkwamen.


In 1968 werden allerlei testvluchten gemaakt met de Apollo 5 en 6. De Apollo 7 vloog vervolgens bemand om de aarde en de Apollo 8 maakte een baan om de baan. De USSR lanceerde in 1968 de Zond 5 die met dieren een baan om de maan maakte.


Het boek telt vele, vaak kleine foto’s. Daaronder zijn iconische opnamen zoals de foto van de aarde die de titel ‘Earthrise’ kreeg en een deel van de aarde toont die zichtbaar wordt boven de oppervlakte van de maan. De bemanning las toen Genesis 1 uit de bijbel. De missies met de Apollo 9 en 10 waren de laatste voorbereiding op de maanlanding.


Apollo 11 is toch wel het hoogtepunt van de ruimtevaart en daarmee ook van dit boek. Uitvoerig wordt verteld hoe de lancering op 16 juli 1969 plaats vond en de raket na twaalf minuten in een baan om de aarde vloog op een hoogte van 180 kilometer. Vandaar begon de reis naar de maan waar men drie dagen over deed en een afstand van 400.000 kilometer overbrugde. Aldrin was de eerste mens die een voet op de maan zette. De foto van zijn voetafdruk op 20 juli is iconisch geworden na de legendarische woorden ‘De Eagle is geland’.


Toen Armstrong later uitstapte, zei hij: ‘Dit is een kleine stap voor een man, een reusachtige sprong voor de mensheid’. Er werd een gedenkplaat op de maan onthuld met het opschrift: ‘Hier zetten mannen van de planeet aarde voor het eerst voet op de maan, in juli 1969 A.D. We kwamen in vrede namens de gehele mensheid’. Ze namen 21 kilo aan gesteente mee waaronder de zogenaamde Genesis-steen.


In de periode tussen 1969 en 1972 zijn er twaalf Amerikaanse astronauten op de maan geweest.


Het boek is rijk geïllustreerd en er zijn bijzondere opnamen bij zoals de afdruk van de band van het maanvoertuig die de structuur van het maanoppervlak laat zien. Er zijn meer mooie detailopnamen van de maan te zien. Een beetje jammer is dat deze foto’s vaak wat klein van formaat zijn. Wanneer ze meer ruimte hadden gekregen, waren ze nog indrukwekkender geweest en hadden ze meer uitstraling gehad. Bijzonder zijn de 3D foto’s waarvoor achter in het boek een speciale bril is opgenomen. In het begin van het boek wordt ingegaan op de fotografie in de ruimtevaart.


Na 1979 vinden nog diverse missies plaats zoals die met de Apollo 15 waarbij een maanwagen werd meegenomen. Deze stelde de astronauten in staat om grotere afstanden op de maan af te leggen. Bijzonder is de ontmoeting in de ruimte tussen de Amerikaanse Apollo en de Sojoez van de USSR. Daarna komen de Amerikaanse spaceshuttles en de Russische MIR ruimtestations.


Een interessant boek voor wie in de geschiedenis van de ruimtevaart is geïnteresseerd.


ISBN 978 90 85716754 | Hardcover | 237 pagina’s | Veen Media | november 2019 |
Vertaling: Eric Vermeulen

© Evert van der Veen, 5 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Grote verwachtingen in Europa 1999-2019
Geert Mak


Grote verwachtingen is het vervolg op het bekende boek In Europa dat vijftien jaar geleden verscheen. In dat boek deed Mak verslag van een reis die hij in 1999 door Europa had gemaakt. Het continent leek in 1999 op de drempel te staan van een nieuwe en succesvolle periode. De Sovjet-Unie was onttakeld, Duitsland was herenigd, de EU floreerde, de NAVO zorgde voor veiligheid.  De verwachtingen waren hooggespannen. Maar Grote verwachtingen laat zien hoe dat optimisme al snel omsloeg in frustratie en teleurstelling. In de voorbije twintig jaar werd Europa geteisterd door de ene crisis na de andere.


Het verhaal begint naar mijn smaak wat springerig en opsommatig. Maar dan komt Mak op stoom. In prachtig geschreven hoofdstukken bespreekt hij de invoering van de euro, de gevolgen van de aanslag op de Twin Towers, de financiële crisis, de bankencrisis, de Griekse crisis, de immigratiecrisis, de spanningen binnen de EU tussen Oost en West, Noord en Zuid.


Af en toe worden deze hoofdstukken onderbroken door beschouwingen van meer persoonlijke aard. Een mooi hoofdstuk over Friesland en de perikelen over Leeuwarden als culturele hoofdstad van Europa (2018). Schrijnende passages over de gevolgen van de klimaatcrisis voor de boeren in Friesland. Dan weer lezen we over gesprekken met bijvoorbeeld de Poolse schrijfster Anna Bikont, die het antisemitisme in Polen beschreef, of met de Hongaar György Konrád, dissident onder de communisten en weer dissident toen Viktor Orbán aan de macht kwam.


Mak heeft ontzettend veel informatie ondergebracht in dit boek. Heel veel daarvan heeft indertijd uitgebreid in kranten en tijdschriften gestaan. Toch is het boek meer dan een verzameling van nieuwsberichten. Mak brengt lijn aan in de gebeurtenissen, belicht achtergronden en voegt er zijn eigen commentaar aan toe.


Een kernpunt in dit boek is de opkomst van het populisme in Europa vanaf 1999. Jammer genoeg geeft Mak echter geen definitie van wat we onder populisme moeten verstaan. Het is ook lastig om van dit verschijnsel een goede typering te geven. Maar als je het achterwege laat, gaat het erop lijken dat Mak zelf uitmaakt wat onder populisme valt en wat niet. En er is niet alleen populisme, er is ook nog eens ‘rechts-populisme’ (blz. 100). Je verwacht dat er dan ook ‘links-populisme’ is, maar daar heeft Mak het niet over. Valt het Franse verbod op het dragen van een hoofddoek op scholen (blz. 102) ook onder populisme? Is een regering populistisch als ze de pensioenleeftijd verlaagt en gezinnen vanaf ieder tweede kind een toelage van honderdvijftig euro geeft, zoals op blz. 235 staat? Het gaat daar over de Poolse regering.


Op blz. 378 beschrijft Mak hoe de ‘populist Orbán’ inzake de immigratiecrisis tegenover de ‘gewetensvolle Merkel’ stond. Maar Mak geeft zelf duidelijk aan dat het besluit van Merkel om in 2015 de grenzen open te gooien faliekant is mislukt. In de kortste keren moest Duitsland de grenzen weer sluiten en deed Merkel een beroep op Europese leiders (die ze voorafgaand aan haar besluit niet had geconsulteerd of geïnformeerd) om de toestroom van vluchtelingen naar Duitsland te spreiden over de EU. Het valt te begrijpen dat regeringsleiders zo niet voor het blok gezet willen worden. De Franse president Hollande verklaarde dat hij verbijsterd was dat vluchtelingen zonder enige controle en registratie werden toegelaten (blz. 391).


Het was niet Orbán, maar Merkel die in 2010 verklaarde dat de multiculturele samenleving was mislukt. Ze werd daarin bijgevallen door de Engelse premier David Cameron, de Franse president Nicolas Sarkozy en in Nederland door de minister van buitenlandse zaken Maxime Verhagen. Mak vermeldt deze uitspraken, die toen veel aandacht trokken, niet in zijn boek. Hij vermeldt weer wel dat de stroom vluchtelingen een jaar later opdroogde ‘waarschijnlijk vooral dankzij de Hongaarse en Macedonische hekken” (blz. 395).


In de laatste alinea’s van het boek komt het thema van immigratie weer aan de orde in een gesprek dat Mak met György Konrád voerde: “Het is niet de beste oplossing om uit schuldgevoel opeens de grenzen open te gooien. … Europa moet voorzichtig omgaan met de eigen cultuur. Na de grote uitsluiting [de Shoah, H.] moet nu niet de grote insluiting plaatsvinden. … We moeten niet blind zijn voor de verschillen.”


Het lijkt er op dat Mak zich wel in deze woorden kan vinden en dan geeft hij op de laatste bladzijde van zijn boek nog een stevig statement mee aan de lezer. Maar dan spreekt hij zichzelf ook tegen als hij elders in zijn boek dit soort opvattingen ‘populistisch’ noemt.


Maar goed, een boek als dit nodigt natuurlijk naast instemming af en toe ook uit tot tegenspraak. Mak heeft zich weer laten kennen als een begenadigd schrijver, met een enorme kennis van zaken, een vakman die zijn oeuvre met dit boek weer heeft verrijkt. Nog een kleinigheid: op blz. 474 wordt Jens Stoltenberg, secretaris-generaal van de NAVO, voor een Zweed aangezien. Hij is echter een Noor.


Graag geef ik dit boek een welgemeende aanbeveling mee.


Geert Mak (1946) is journalist en schrijver. Hij woont afwisselend in Amsterdam en in Jorwerd.


ISBN 9789045039770 | Uitgeverij Atlas Contact | Paperback | Omvang 557 blz. | november 2019

© Henk Hofman, 27 november 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Val af en verlaag het risico op diabetes
Een heerlijk koolhydraatarm dieet voor een gezonde leefstijl
fotografie Susan Bell

Katie & Giancarlo Caldesi (i.s.m. Jenny Phillips)


Toen geconstateerd werd dat Giancarlo Cadesi diabetes 2 en een glutenintolerantie had, werd het roer qua eet- en leeftijd omgegooid. De Italiaanse Giancarlo schrapte zijn geliefde pasta's, pizza's, broodjes en soezen van het menu en het echtpaar concentreerde zich op gezonde salades. Ze reisden de wereld over om kennis op te doen en dat resulteerde in hun zeer prettige boek Salades. Die salades hielpen al (onbewust) voor een groot deel mee in het verminderen van koolhydraatinname.


Katie zag op gegeven moment de site diabetes.co.uk en las daar dat een huisarts en zijn vrouw David en Jen Unwin een kliniek runde voor mensen met diabetes 2 en andere aandoeningen die gebaat zijn bij een koolhydraatarm dieet. Al snel werd een ontmoeting geregeld en dit boek is het resultaat van die ontmoeting.


"Ons gemeenschappelijk doel was de feiten helder uitleggen, ondersteund door medische kennis en kennis over voeding, met gemakkelijk te volgen recepten voor het geweldige eten wat wij allemaal zo lekker vinden."


Het boek begint met op een klip en klare manier uit te leggen hoe het menselijk lichaam werkt in het geval van diabetes 2, vroeger ook wel ouderdomssuiker genoemd door een voedingsdeskundige die zelf ook het 'dieet' volgt. Ze laat door middel van lijsten met daarachter 'schepjes' suiker zien hoe schrikbarend veel suiker er in producten kunnen zitten. Verder adviseert zij, in tegenstelling tot andere geluiden, 3 maaltijden per dag zonder tussendoortjes. Ook mag je, als je wilt, het ontbijt overslaan. Dat bevreemd mij omdat je dan mogelijk een te lage bloedsuikerspiegel kunt krijgen. Maar de uitleg klinkt verder aannemelijk.


Na alle zeer uitgebreide informatie over koolhydraatarm eten volgen de recepten en daarbij voel ik wel de neiging om te juichen. Deze recepten zijn écht koolhydraatarm, in tegenstelling tot veel  kookboeken die zogenaamd suikervrij zijn. Het is daardoor te merken dat de samenstellers van het boek goed weten waar ze het over hebben en niet een boek schrijven omdat 'suikervrij' eten momenteel erg in de belangstelling staat.
Het is echt een klein feestje om de recepten te bekijken en te zien dat je deze ook écht kunt eten, dat je niet evengoed een koolhydraat- en suikerbom naar binnen werkt door de toegevoegde siropen, honing en andere suikerrijke alternatieven voor poedersuiker.


De samenstellers wonen in Engeland dus de stevige ontbijten blijven een beetje vreemd voor de doorsnee Nederlander. Paddenstoelen met spinazie, gepocheerde eieren en snelle hollandaise zie ik me niet zo snel eten in de vroege ochtend, maar lekker is het wel. De kaneelgranola lijkt me ook iets om heerlijk van te genieten. Zelfs zegt Katie: "Bewaar de granola uit het zicht; als ik hem thuis zo laat staan is hij binnen een dag op, zo lekker is hij!"


Ook staan er recepten in van koolhydraatarm brood (van amandelmeel), zadenknäckebröd , walnoot Parmezaanbroodjes die er overigens erg lekker uitzien, zaden-noetnbrood, flamkuchen, muffins! Quiche lorraine, wraps en pizza! Allemaal dingen die je in een koolhydraatarm dieet niet mag, maar nu dus wel! Heerlijk!


Ook de verboden pasta's worden gemaakt maar dan op de koolhydraatarme manier en geloof me, je merkt het eigenlijk niet eens dat er geen 'echte' pasta gebruikt wordt. Lasagne eet je gewoon met spinaziepasta.

Gelukkig mag vlees wel, en ook hier staan er lekkere recepten van in, al dan niet gecombineerd met verse groente. De boterkip heeft al een plakkertje gekregen evenals de runderragù.
We zien soepen, vis- en groentegerechten - een fantastische prei-spinazie-fetataart bijvoorbeeld - curry's, allerlei soorten 'rijst' gemaakt van bloemkool, frietjes van knolgroenten enz enz. Zelfs koolhydraatarme desserts komen voorbij, waarvan de pindakaas-jamtaart me erg inrigeert. Hoe zal dat smaken?


Er is dus genoeg lekkers te eten ondanks het ontbreken van pasta's, aardappelen en rijst en dit boek bewijst dat opnieuw. Zelf eet ik al jaren koolhydraatarm en het bevalt me uitstekend, het voelt totaal niet als een dieet. Zelfs uit eten gaan is makkelijk als je maar afblijft van het broodje, de frietjes, of de rijst/pasta. Je kunt altijd, zoals de samenstellers ook zeggen, om wat extra sla of iets dergelijks vragen.


Alle recepten zijn eenvoudig, zonder bizarre ingrediënten te bereiden
Kortom, het boek is een aanrader voor iedereen die koolhydraatarm wil eten, en dit keer is het écht suikervrij en koolhydraatarm!


Katie en Giancarlo Caldesi zijn eigenaren van de restaurants Caldesi en de Italiaanse kookschool La Cucina Caldesi, alle drie gevestigd in Engeland.


ISBN 9789048317677 | Hardcover | 208 pagina's | Uitgeverij Veltman | september 2019
Afmeting: 24 x 19,5 cm | Vertaald door Ankie de Jong, Ingrid Buthod-Gerard/Vitataal

© Dettie, 27 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Narcistisch misbruik in de liefde
50 vragen en antwoorden
Mjon van Oers


Stel, je ontmoet een man of een vrouw en diegene lijkt de liefde van je leven, hij of zij is zeer attent, prijst je de hemel in en ook op lichamelijk gebied is alles oké. Daar wil je wel verder mee, het lijkt alsof je het paradijs op aarde hebt gevonden. Je gaat trouwen of samenwonen en denkt dat je je leven lang met deze persoon verder zal gaan. Maar dan...


Is er die eerste opmerking, je doet iets wat hij/zij niet zo prettig vindt. Oké dat kan, en even later is alles weer goed. Maar dan komt de volgende opmerking, je ziet er bijvoorbeeld raar uit. Hè dat is vreemd, eerst vond je geliefde jouw jas prachtig. Dan kook je iets wat hij/zij zo lekker vond maar deze keer kijkt diegene je boos aan. Wat heb je nou voor iets klaargemaakt? Gelukkig is de boosheid er maar even, daarna is alles weer gezellig en leuk.
Maar steeds vaker komen de opmerkingen, jouw studie stelt eigenlijk niets voor, zijn/haar studie was véél beter. En je weet toch wel dat hij/zij bij uitstek geschikt is voor zijn baan? Iedereen kijkt daar tegen hem/haar op en dat is begrijpelijk, hij/zij is ook heel goed. Je regelt dingen en het is niet goed, wat je wel goed doet wordt door hem opgepikt als zijnde dat hij/zij het gedaan heeft.


Langzamerhand verandert jouw grote liefde in iemand die je steeds kleineert, je onderuit haalt en alles zo weet te draaien dat het niet aan hem/haar ligt. Aanvankelijk denk je dat het inderdaad zo is, je had best even wat langer naar hem/haar kunnen luisteren en inderdaad had je dat ene ding misschien wat beter aan kunnen pakken en ja die vriendin of vriend is inderdaad soms wel vervelend. Maar hoe langer de relatie duurt, hoe meer hij of zij zijn/haar stempel op alles drukt en niet alleen dat, hij/zij zorgt ervoor dat je steeds meer begint te twijfelen aan jezelf. Je probeert het anders te doen, je merkt dat je niet alles meer vertelt want de kans is groot dat er toch weer commentaar op komt. Je zegt afspraken met een vriend of vriendin maar af daar komt toch weer gedonder van, je merkt dat je onzeker wordt en niet meer weet wat nu wel klopt en niet klopt. Ook op het lichamelijk vlak bepaalt hij of zij wat er wel of niet gebeurt. Het gaat van kwaad tot erger totdat je nog een schim bent van je oorspronkelijke zelf. Je voelt je ziek, uitgeput, in de war, angstig...
Ziehier het resultaat van een narcistische relatie.


Dit boek vertelt daarover maar meldt ook wat je kunt doen om niet in de valkuilen van een narcist te vallen. Het is namelijk zo dat niet alleen de zachtaardige, vriendelijke, meelevende personen in de greep van een narcist kunnen komen, zoals zo vaak gezegd wordt, het kan iedereen overkomen. Daarnaast ziet een narcist er vaak goed uit, is goedgebekt en narcisten kunnen zeer charmant zijn als het ze uitkomt. Ze dragen namelijk een perfect masker.


Er wordt in dit boek vertelt hoe je uit hun greep kunt komen én blijven en er wordt daarnaast veel advies gegeven over hoe je kunt herstellen van een narcistische relatie. Narcisten zijn namelijk heel slim in het manipuleren en bespelen van hun slachtoffers. De impact van een narcistische relatie is enorm, het gaat veel verder dan omgaan met iemand met een groot ego. Ze beïnvloeden het leven van hun slachtoffer op een subtiele maar zeer destructieve manier.

In een interview zegt Mjon van Oers o.a


"Het is een vorm van psychologische mishandeling die moeilijk valt aan te tonen. Een mens met een narcistische persoonlijkheidsstoornis kleineert, manipuleert, controleert, buit uit etc. Anders dan fysieke mishandeling laat narcistisch misbruik geen zichtbare sporen na.[...]

Hoewel je in het begin van de relatie nooit het valse gezicht van de narcist krijgt te zien, zal hij woedend worden als hij zijn zin niet krijgt. Hij vraagt ook nooit: hoe gaat het met je? Hij luistert niet en kruipt in de slachtofferrol.


Een narcist heeft zeer gebrekkig zelfinzicht, en dat inzicht is een van de voorwaarden voor positieve verandering. Een narcist wordt nooit de empathische, liefdevolle persoon die je graag zou willen zien. Vooral ook omdat narcisten van zichzelf niet vinden dat ze iets verkeerd doen en zelden in therapie gaan. En ja, hij ziet wat hij teweegbrengt, want al wordt zijn gedrag gedreven door een stoornis, een narcist weet wat hij doet. Hij leert zijn gedrag steeds beter afstemmen en is daarmee een meester-manipulator. Het punt is dat het hem niets kan schelen welke schade hij veroorzaakt. Dat is het grootste probleem: het liefdeloze gedrag.’’


Narcisme wordt dan ook gezien als een persoonlijkheidsstoornis. De eigenschappen van een narcist vertonen veel overeenkomsten met psychopaten en sociopaten kunnen we in dit boek lezen. De slachtoffers van deze narcisten worden misbruikt en helaas vaak in ernstige mate, de weg naar herstel is moeilijk. Maar dit herstel lukt wél. En dan blijk je heel anders maar beter uit de strijd gekomen te zijn. Dankzij het ernstige misbruik en het constante manipuleren weet je aanvankelijk niet meer wie je bent.


"Het misbruik sluipt er langzaam en geniepig in. Tijdens de relatie blijf je hopen dat die droomfase terugkeert, terwijl het een nachtmerrie is geworden. Toch laat de narcist jou met al zijn charmes opnieuw geloven in het sprookje, zodat je er weer in tuint. Totdat je dat patroon herkent."


Als iemand gestopt is met de relatie moeten ze dus zichzelf terugvinden en dát kan - achteraf gezien - in feite het grote geschenk zijn. Ze leren wie ze wérkelijk zijn. Dit boek helpt mensen die een narcistische relatie achter de rug hebben met dit herstel. Er staat op een eerlijke, nuchtere manier - zonder zweverigheid of met het vingertje wijzen - veel uitleg en handvatten in, die je de weg terug wijzen. Het is vooral leren jezelf weer lief te hebben. Mjon van Oers helpt iemand daarbij!


Het is een verhelderend boek voor degenen die met narcisme te maken hebben (gehad) in een relatie, maar ook een uitstekend boek voor de omgeving van de slachtoffers en/of voor hulpverleners.
Omdat het boek bestaat uit een verzameling artikelen die al eerder gepubliceerd zijn, overlappen enkele artikelen elkaar, maar het is niet storend. Er kan namelijk niet vaak genoeg gezegd worden dat mensen die in zo'n relatie belanden niet stom zijn, of het aan zichzelf te danken hebben. Er is sprake van misbruik en dat kan nooit goed zijn!


ISBN 9789020215380 | Paperback | 175 pagina's | Ank Hermes | februari 2019

© Dettie, 25 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het dorp
Een geschiedenis
Wim Daniëls


‘Ik ben een dorpsjongen. Geboren en getogen in een dorp’: zo begint dit boek en daarmee is de persoonlijke en betrokken toon gezet. Het Nederlandse dorp zoals dat er 50 – 60 jaar geleden uitzag, is het onderwerp van dit boek.


Wat is een dorp? Een woonplaats die geen stadsrechten heet, luidt het klassieke antwoord. Stadsrechten zijn tot 1850 verleend maar er zijn grote plaatsen die als stad aanvoelen en toch een dorp zijn. De auteur probeert tot een omschrijving te komen: ‘een plaats, met een bebouwde kom, die de ruimte heeft om klein te blijven en andere dorpen en de stad op afstand te houden’, pag. 25.


Het lied ‘Het dorp’ gezongen door Wim Sonneveld komt in dit boek ook voorbij en het sluit goed aan bij de periode die de auteur op het oog heeft. De ‘boerenkinderen in de klas’ uit dit lied zijn er bijna niet meer want we leven in een tijd van wat Daniëls ‘ontboering’ noemt. Het landschap is ingrijpend veranderd maar ook het dorp heeft zich ontwikkeld.


De centraal gelegen kerk is belangrijk voor de leefbaarheid van het dorp maar de auteur benoemt niet dat ook veel niet-gelovigen hechten aan dit beeldbepalende gebouw dat voor hun gevoel bij het dorp hoort en uit de verte al zichtbaar is. Dat bleek onlangs bij de brand in Hoogmade. Mooi is de constatering van Daniëls dat het kerkhof een verhaal over mensen vertelt.


Daniëls verweeft zijn persoonlijke herinneringen met algemene kenmerken van het dorp en geeft zo op eenvoudige wijze veel interessante informatie door. Het meest kleurrijk is het verhaal van een herbegrafenis waar hij zelf aan meewerkt. Om zijn belofte aan een overleden zus na te komen dat zij bij haar al eerder overleden zus zal worden begraven, moet de laatste eerst dieper worden herbegraven. Na toestemming van allerlei mensen, tot aan de commissaris van de koningin toe, komt het voor elkaar.


Alles wat een dorp typeert, komt in dit boek ter sprake: het dorpscafé, de boeiende dorpsfiguren, de dorpsdokter die zich persoonlijk bij mensen betrokken voelt, de dorpsschool maar ook de gemeenschapszin en de dorpspolitiek. Ook bijzondere lokale tradities als het vlögelen in Ootmarsum en het draaksteken in Beesel komen ter sprake.


Er zijn vele soorten dorpen in geografische zin of wat industrie of karakter betreft. Vele worden als voorbeeld genoemd. Het maakt de grote verscheidenheid zichtbaar: het ene dorp is het andere niet.


Dit boek biedt voor iedereen die opgroeide in de jaren 50 - 60 veel herkenning. De sfeervolle zwart-wit foto’s illustreren de tekst en roepen nostalgische gevoelens op. ‘Dit is al wat er bleef voor mij’ om met het lied ‘Het dorp’ te spreken. Daniëls schrijft zoals we hem kennen van tv programma’s waarin hij als gast aanwezig is: in een kenmerkende stijl, eenvoudig, met korte zinnen. Het boek laat zich dan ook gemakkelijk lezen en beschrijft op informatieve wijze hoe het dorpse leven er vroeger uitzag.


ISBN 978 94 004 0488 5 | Hardcover | 252 pagina’s | Thomas Rap Amsterdam | oktober 2019

© Evert van der Veen, 19 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Grote verwachtingen
In Europa 1999 – 2019
Geert Mak

 
'Europa is zoekend, verdeeld en verzwakt': deze constatering van Geert Mak in de inleiding op zijn nieuwe boek vat de laatste 20 jaar van ons continent treffend samen.


Dit boek is het vervolg op 'In Europa' waarvan in ons land een half miljoen exemplaren is verkocht. Ook voor dit boek heeft Mak zich grondig voorbereid en veel tijd en energie in dit boek gestoken. Hij heeft enorm veel gereisd en heeft daarbij heel Europa doorkruist. Onderweg ontmoette hij onnoemelijk veel mensen die hem het nodige leren over wat politieke en economische ontwikkelingen voor hen betekenen. Mak weet de sfeer steeds goed te tekenen en kan situaties en hun impact op mensen levendig schilderen. De lezer voelt zich op deze manier betrokken bij de gebeurtenissen.


Evenals in 'In Europa' weet Mak ook nu weer de grote geschiedenis, die zich in onze beleving vaak ver(der) van huis afspeelt, dichtbij te brengen door deze in bepaalde plaatsen te lokaliseren. Zo krijgt de vaak wat abstracte geschiedenis die zich in hogere regionen afspeelt meer kleur op de wangen en blijkt meer met ons bestaan verweven te zijn dan wij vaak denken. Deze benadering wordt nog eens versterkt door de vele persoonlijke verhalen van mensen die grotere gebeurtenissen tot leven brengen. Wat er om ons heen gebeurt, krijgt zo deze een menselijk en daarmee ook herkenbaar gezicht. Mak verbindt dus ook in dit boek algemene feiten en grote lijnen met mensen en plaatsen.


Dit boek laat vooral zien dat van de euforie rond de milleniumwisseling niet veel meer over is. De toenmalige, vaak hoog gestemde verwachtingen zijn helaas meestal niet uitgekomen. Het geloof in de vooruitgang heeft in de afgelopen 20 jaar dan ook gevoelige en misschien wel onherstelbare klappen opgelopen. De EU heeft zijn aanvankelijke glans grotendeels verloren en is de binding met vele Europeanen – voorgoed? – kwijt.


De EU is aan verandering onderhevig en dat wordt in deze passage misschien wel het meest krachtig door de auteur samengevat: ‘Daardoor verschoof gaandeweg ook het zwaartepunt van het Europese project. In economische termen: van een sociale markteconomie (in de jaren zeventig en tachtig) via een kapitalistische markteconomie (in de jaren negentig) naar een neoliberaal en hypergeglobaliseerd systeem (vanaf de eeuwwisseling)’, pag. 41.


Mak schetst de ingrijpende gevolgen voor oosteuropese landen wanneer na de val van de Berlijnse Muur alle grenzen tussen oost en west in snel tempo betrekkelijk worden. Zij betalen voor de nieuwe vrijheid wel een hoge prijs.


De aanslagen van 9/11 veranderen het Europese debat: ‘Tegenstellingen die vroeger vooral als sociaaleconomisch werden gezien, kregen nu een sterk cultureel en zelfs raciaal karakter’, pag. 83.


Ook de oorlog tegen de Taliban, Saddam Hoessein en de bestrijding van terrorisme komen aan de orde. De oorlog in Irak verscherpt religieuze tegenstellingen en is een dankbare voedingsbodem voor rechtsextremisme. Talloze aanslagen in Europa voeden de angst voor moslim-extremisme.


De EU wordt uitgebreid met landen die daar eigenlijk nog niet helemaal rijp voor zijn. De veranderingen in deze landen zijn merkbaar: ‘Toch was de 19e eeuw, in 1999 nog overal aanwezig, nu echt voorbij’, pag. 120.


Europa wordt geconfronteerd met enorme aantallen vluchtelingen. Lampedusa wordt een pijnlijk begrip. Mensen die onderweg op zee verdrinken zijn geen nieuws meer: ‘Het massale verdrinken van de armen uit Afrika werd in het 21ste-eeuwse Europa zo normaal dat het vaak nauwelijks meer de media haalde’, pag. 134. Later komt de deal met Turkije ter sprake. Raak is hetgeen de directeur van de Griekse asieldienst zegt: ‘Als de acute crisis voorbij is, dan is solidariteit blijkbaar niet meer nodig, alles veert dan weer terug naar het nationale niveau’, pag. 401.


Treffend schildert Mak de sfeer in Brussel als het kloppend hart van de gigantische EU-organisatie. De EU is een ‘ondoorgrondelijk netwerk van natiestaten’, pag. 16. Deze constatering laat zien dat de EU ondanks alle gemeenschappelijke wetgeving nog steeds niet meer is dan een optelsom van afzonderlijke landen die allereerst hechten aan hun nationale zelfstandigheid en identiteit. Mensen beleven hun Europese burgerschap anders: ‘ze voelden zich niet meer een onderdeel van een groter geheel waarvoor ze, elk op een eigen manier, medeverantwoordelijk waren, maar zagen hun burgerschap in de eerste plaats als een aangeboren of verworven titel waaraan ze rechten konden ontlenen’, pag. 408.


De economische crisis en de val van banken brengen een grote bezuinigingsoperatie teweeg met alle gevolgen van dien: ‘een hoge werkloosheid, een lagere belastingopbrengst, een economie die wankelde op de rand van deflatie, een onherstelbare schade aan de publieke sector …. afnemend vertrouwen in de politiek’, pag. 199. Mak ziet als ‘het belangrijkste effect van de crisis: ‘de euro miste de kans om de dollar op te volgen als de standaardmunt voor de hele wereld’, pag. 204.


De ingrijpende problemen met Griekenland krijgen uiteraard ook alle aandacht en zetten het voortbestaan van de Eu en de euro onder zware druk. Merkel zegt hierover: ‘het einde van de euro is het einde van Europa’, pag. 260. Achteraf blijkt de uitspraak van een hoge EU-functionaris ‘We shall defend the euro, whatever it takes’ van doorslaggevende betekenis te zijn op een cruciaal moment. Het vertrouwen van burgers in de EU is echter wel onherroepelijk gedaald. Het populisme vindt een brede weerklank in vele landen.


De oorlog in Oekraïne en het Russische optreden komen ter sprake: ‘Voor het Kremlin was de plaats van Oekraïne in het toekomstige Europa een essentieel onderdeel van de machtsverhoudingen in de 21ste eeuw, en het handelde navenant’, pag. 305. Ook de ramp met de MH17 krijgt aandacht.


Mooi is het hoofdstuk waarin Mak de huidige sfeer in Jorwert en Amsterdam tekent. Zijn constatering stemt niet vrolijk: ‘toch was de stad niet gelukkig’. Amsterdam zucht namelijk onder het toerisme. Opvallend is de kritische terugblik op het jaar waarin Leeuwarden zich culturele hoofdstad van Europa mocht noemen. Wie leest wat er achter de schermen allemaal speelde, wordt er helaas niet vrolijk van. Manipulatie speelt overal een veel te grote rol.
Scherp en met de nodige pijn tekent Mak de veranderingen van het Friese platteland op. De natuur verschraalt, er is sprake van ‘landschapspijn’.


Na 1950 is er wat het klimaat betreft sprake van wat genoemd wordt ‘The Great Accelaration’. Alles lijkt sindsdien in een stroomversnelling terecht te zijn gekomen die niet valt te stuiten of waar de politieke moed in elk geval ontbreekt om impopulaire maar noodzakelijke maatregelen te nemen.


Dit boek is een grootse terugblik maar nog geen historische balans. Daarvoor is alles te kort geleden en lopen bepaalde ontwikkelingen zoals Brexit nog door. Mak geeft goede uitleg van achtergronden die er rond de Brexit spelen zodat de lezer meer zicht krijgt op waar het uiteindelijk om gaat. De Brexit is een ‘ijkpunt van identiteit’ geworden waarbij het nationale gevoel belangrijk is.


Ook internationale gebeurtenissen als de laatste presidentsverkiezing in de VS komt ter sprake. Ontstellend is het beeld dat van Trump naar voren komt wat een wereldwijde negatieve uitstraling heeft op verhoudingen en gebeurtenissen. In het laatste hoofdstuk komen herinneringen aan de voormalige DDR naar voren.


Wie wil weten wat er allemaal speelde en nóg speelt, vindt in dit lijvige boek een betrouwbare en gedegen gids. Geen boek om zomaar even in één adem uit te lezen maar wel zeer toegankelijk en levendig geschreven.


ISBN 978 90 450 3977 0 | Paperback | 557 pagina’s | Atlas Contact Amsterdam

© Evert van der Veen, 13 november 2019

Lees de reacties op het forum en / of reageer, klik HIER

 

Het is oorlog maar niemand die het ziet
Huib Modderkolk


De auteur is journalist voor de Volkskrant en heeft zes jaar onderzoek gedaan naar wat er zich allemaal in de digitale wereld afspeelt. In dat verband heeft hij met o.a. de AIVD gesproken. In dit boek maakt de lezer kennis met digitale spionage en cyber-aanvallen. Dit blijkt een wereld te zijn die gebruikers van internet niet (onder)kennen maar waar zij indirect, zonder dat zij dit in de gaten hebben, wel mee hebben te maken. Onze digitale gegevens zijn minder veilig dan wij denken en er blijkt met de huidige stand van de techniek – en met name wat het misbruik daarvan betreft – meer mogelijk dan wij kunnen inschatten.


‘Het internet is een aaneenschakeling van computers die via websites, zoekmachines en browsers verbonden zijn. Maar niet elke website die aan dit netwerk hangt is te vertrouwen’, pag. 34.


Ook wanneer de digitale techniek faalt, gaat het mis in onze moderne wereld die hier in steeds grotere mate afhankelijk van is geworden. Modderkolk geeft daar verschillende voorbeelden van zoals de Rotterdamse haven die niet meer kan functioneren vanwege een gijzelingsvirus. Een ander verhaal is een puber die inbreekt in de systemen van KPN. Modderkolk ontdekt dat iemand in Engeland privégesprekken tussen Nederlandse geliefden beluistert en dat een stiekem getrokken kabeltje in Beverwijk de dood van Iraanse demonstranten kan betekenen.
Iedere ontdekking roept nieuwe vragen op. Wie leest mee met onze appjes? Welke invloed hebben Nederlandse veiligheidsdiensten op ons als burgers? Volgens dit boek gaan ze ver in de uitoefening van hun taak. Wat betekent het als staten internet gebruiken om te controleren en te saboteren? In dit boek laat Modderkolk zien hoe kwetsbaar een samenleving is die steeds meer vertrouwt op techniek.


De schaduwkanten van digitalisering hebben de laatste jaren meer aandacht gekregen, met name door het boek van Snowden ‘Onuitwisbaar’. Dit boek heeft in feite dezelfde strekking maar richt zich op de digitale wereld als geheel. ‘Internet houdt zich niet aan grenzen of Kamermoties’, zo vat Modderkolk zijn boek samen. De politiek onderkent het probleem te weinig en te laat maar is ook amper in staat om dit gevaar adequaat te bestrijden.


Een Nederlandse hacker weet diep in het netwerk van KPN binnen te dringen en pocht daarover maar zo wordt het lek bekend met als gevolg dat de man wordt opgepakt en veroordeeld.


Modderkolk vindt dat er te weinig aandacht is voor onze digitale veiligheid. Wie is daar precies verantwoordelijk voor en hoe moet dit worden aangepakt? Het boek biedt –uiteraard – geen pasklare oplossingen en dat is ook niet het eerste doel van de auteur. Hij signaleert het probleem dat weliswaar onzichtbaar is maar frequenter en bedreigender aanwezig dan wij in de gaten hebben.


Dit boek leest als een actuele thriller met informatie over technische kwetsbaarheden en militaire operaties, afgewisseld met verhalen over cybercriminelen en hackers. Juist deze verhalende gedeelten maken het boek boeiend. Veelzeggend is de auteur in de eerste regels van zijn dankwoord: ‘Mijn grootste dank gaat uit naar mensen die ik hier niet bij name kan noemen. Die hun carrière op het spel zetten en het risico namen in de gevangenis te komen’, pag. 256.


Dit intrigerende boek laat de lezer met een wat onzeker gevoel achter. Er is meer tussen hemel en aarde maar ook in de digitale wereld. Veelzeggend is het commentaar van Aren Lubach dat in een sticker op de cover is geplakt: ‘Wie vroeger de wereld wilde begrijpen, las de Bijbel. Wie de wereld van nu wil begrijpen, leest dit boek’. Daar is natuurlijk heel wat op af te dingen want gelukkig is onze wereld meer dan de digitale dimensie. Maar dat dit boek een actueel probleem blootlegt, is – helaas – maar al te waar.


ISBN 978 90 5759 980 4 | Paperback | 272 pagina’s | Podium Amsterdam | september 2019

© Evert van der Veen, 18 november 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het voordeel van de twijfel
Hoe filosofie je leven kan veranderen
Stefaan Van Brabandt


Meestal wordt twijfel als een nadeel beschouwd. Je kunt niet kiezen en dat maakt je onzeker. Het omgekeerde is ook waar: je bent al onzeker en daarom kun je niet kiezen. Volgens de schrijver van dit boek is twijfel positief, want ze is het begin van alle wijsheid. Wie twijfelt, bevraagt het vanzelfsprekende. Kloppen de pasklare antwoorden wel? Waarom zouden we de overgeërfde wereld kritiekloos aanvaarden? Bij twijfel hoort dan ook verontwaardiging, verzet en protest.


Deze benadering maakt nieuwsgierig naar de inhoud van het boek. De inhoudsopgave vermeldt acht thema’s, die elk voor zich wel aanspreken: Het omgaan met het Lijden; Werk; Sociale Media; Vegetarisme en de Bio-industrie; Romantiek en Liefde; Armoede; de zoektocht naar een Gelukkig Leven; Opvoeding en Onderwijs.
In elk hoofdstuk passeren allerlei gezichtspunten de revue. Interessant zijn de historische achtergronden die de schrijver regelmatig voor het voetlicht haalt. Hoe keken filosofen uit het verleden aan tegen het onderwerp? Maar ook filosofen uit de eigen tijd worden genoemd. Peter Singer, Martha Nussbaum en Ayn Rand om er drie uit te lichten.


In het hoofdstuk over het Lijden gaat het over drie traditionele denkwegen. Die van de Stoa (het lijden vermijden), dan de filosofen die het lijden aanvaarden (Aristoteles en Nietzsche), en vervolgens de derde weg die het beste wil kiezen uit beide werelden (het Boeddhisme en Mindfulness). Een schrijver moet zich altijd beperken en keuzes maken, maar christendom, marxisme en existentialisme bieden op het gebied van het Lijden ook interessante invalshoeken. Wel jammer dat die buiten beeld blijven.


Het hoofdstuk over sociale media maakt duidelijk hoe gevoelig we zijn voor de vraag hoe we overkomen bij anderen. Mensen zijn geobsedeerd door selfies en likes. Die zucht naar aandacht en erkenning komt voort uit angst en onzekerheid. We willen er graag bij horen en ons geaccepteerd weten. In dit verband is de Franse filosoof René Girard weer heel interessant. Girard constateerde dat we verlangen naar wat anderen verlangen. Hij bedacht de term ‘mimetische begeerte’’ om aan te geven dat we iets begeren omdat we zien dat het door anderen begeerd wordt. ‘Mimetisch’ kunnen we vertalen met ‘nabootsing’.


Het hoofdstuk over ‘Geluk’ bespreekt de vraag wat ons gelukkig maakt. Geluk is een relatief begrip. Als ons verlangen vervuld wordt, raken we eraan gewend, en richten we ons begeren op weer wat anders. De Britse econoom Richard Layard onderzocht hoe we ons vergelijken met anderen en willen hebben wat zij hebben. En vervolgens willen we ons onderscheiden van onze omgeving. En dus zijn we steeds op zoek naar een statussymbool dat een ander niet heeft. De nieuwste auto, televisie, smartphone, een exotische reis.


In het hoofdstuk over de bio-industrie staan pakkende beschrijvingen van het dierenleed. De schrijver maakte in zijn jeugd mee dat er een varken werd geslacht. “Ik vergeet nooit de doodskreet van een varken dat geslacht wordt.” Dieren voelen het aan welk lot hen wacht. “Aan elke slachting ging een gruwelijke levensstrijd vooraf; het dier dat gedood moest worden, verzette zich telkens uit alle macht, alsof het zijn lot voorvoelde.” De bio-industrie is onhoudbaar geworden. Daarom zou het consumeren van dieren niet langer vanzelfsprekend mogen zijn. Een indringend geschreven en aangrijpend hoofdstuk.


Het hoofdstuk over Romantiek en Liefde gaat over een gearrangeerd huwelijk, een huwelijk uit liefde, emancipatie van de vrouw en het gevolg voor relaties, de levenslange relatie met die ene ware persoon en het veelvuldig wisselen van partner. We lezen hoe Schopenhauer, Sartre en Simone de Beauvoir omgingen met relaties. En de Amerikaanse psycholoog John Bowlby maakt duidelijk hoe ontzettend belangrijk het is dat een kind zich in zijn eerste levensjaren gedragen voelt door zijn ouders en een warme, stevige band met hen ontwikkelt.


- Op blz. 137 staat ten onrechte dat de vrijheid voor vrouwen om hun partner te verlaten tot voor dertig jaar allerminst een vanzelfsprekendheid was. Uit cijfers van het CBS en uit diverse onderzoeken blijkt dat vrouwen ook vroeger dezelfde mogelijkheid als mannen hadden om echtscheiding aan te vragen. Manon van der Heijden, hoogleraar in Leiden) heeft in het boek “Criminaliteit en Rechtspraak in Holland 1600-1800” uitgezocht dat al in die periode de meeste echtscheidingen door vrouwen werden aangevraagd. Ook uit andere onderzoeken blijkt dat ons beeld dat vrouwen vroeger alleen maar ‘onderdanige gebruiksobjecten’ waren, zoals Van Brabandt het formuleert, niet strookt met de feiten. Vrouwen lieten zich echt niet in de hoek zetten en waren mondiger dan wij nu denken. -


Het laatste hoofdstuk over Opvoeding en Onderwijs vond ik ook heel erg mooi. Een prima omschrijving van de problemen in het onderwijs en een pleidooi voor Bildung. Dat laatste wil zeggen dat leerlingen niet alleen les in de onderscheiden vakken moet krijgen, maar ook gevormd moeten worden. Daar komen we niet aan toe als kleuters al ‘leerdoelen’ (targets) moeten halen en docenten onevenredig veel tijd kwijt zijn aan administratie terwijl lesgeven hun kerntaak is.
Volgens de Britse socioloog Frank Furedi zit er te veel amusement, socialisatie en therapie in het hedendaagse onderwijs. Ik heb echter in mijn werkzame verleden in het onderwijs gezien dat je daar niet geheel aan ontkomt, gelet op de kinderen die binnen komen. Met de kinderen rollen namelijk ook alle maatschappelijke problemen de school binnen. Niettemin ben ik het geheel eens met het pleidooi om algemene vorming een royale plek te gunnen naast beroepsvorming.


Dat is het leuke van dit boek: het nodigt je gelijk uit tot meedenken en reageren op grond van je eigen achtergrond en positie. Stefaan van Brabandt doet dat best knap en dat is tegelijk een aanbeveling voor dit boek. Hij loopt je niet voor de voeten met zijn eigen mening, al zit die wel verpakt in zijn tekst, maar legt je een waaier aan meningen voor van sociologen, psychologen, pedagogen en filosofen.


De schrijver is geboren in Gent (1979), en is filosoof, schrijver en regisseur.


ISBN 97889462671966 | Uitgeverij EPO, Berchem | paperback | 255 blz. | oktober 2019

© Henk Hofman, 11 november 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER.

 

Keto for one
Het keto-dieet in 100 makkelijke en snelle eenpersoonsgerechten
Dana Carpender


Omdat niet iedereen weet wat een keto-dieet is: het is een dieet dat zo weinig koolhydraten bevat dat je lichaam gedwongen wordt vet te gebruiken als belangrijkste brandstof. Je kunt via strookjes of andere testen controleren of je 'in ketose' bent. Wat wil zeggen dat je daadwerkelijk vet verbrandt en geen koolhydraten. Maar die test zegt niets over de bron van het vet. Het kan gewoon het vet zijn van je laatste maaltijd in plaats van het door velen zo gewenste lichaamsvet. Dus als je wilt afvallen moet een deel van het vet dat verbrandt wordt van je eigen vetvoorraad af komen.


Het probleem is echter hoeveel vet moet je eten? Dat is afhankelijk van je eiwit- en koolhydraatinname. In het boek staan twee benaderingen over het berekenen van de te nemen hoeveelheid vet want op dit punt is het nog steeds moeilijk om unaniem uitsluitsel te geven wat nu de ideale verhoudingen eiwitten, koolhydraten en vetten voor iemand zijn. Een veelgehoorde opvatting is dat je maximaal 20 gram koolhydraten en minstens 80 procent van je calorieën uit vet moet bestaan. Het is een mogelijk handige richtlijn maar je kunt beter aanhouden wat voor jezelf goed voelt, als je maar in ketose blijft.


Na deze toelichting vertelt de schrijfster welke materialen ze gebruikt (o.a. keramische anti-aanbakpan) en waar je in de supermarkt op kan letten om porties voor 1 persoon te kunnen maken zonder een enorm restant aan ingrediënten over te houden. Verder zijn er nog enkele tips voor de bereiding en samenstelling van de maaltijd.


En dan begint het koken zelf. Te beginnen met eieren die op allerlei manieren bereid worden, maar veelal zijn het omeletten met verschillende vullingen.
Gevolgd door lekkere soepjes en allerlei soorten 'rijst' ofwel bloemkoolrijst.  Gevolgd door diverse maaltijdsalades.
Persoonlijk vind ik deze recepten qua groente nogal karig. Ofwel de hoeveelheden groenten zijn niet echt groot.


De warme hoofdgerechten bestaan uit eenvoudige vlees en visgerechten. Er wordt regelmatig gebruik gemaakt van Konjacpasta, wat erg moeizaam te verkrijgen is in de supermarkten. De recepten zijn wel aardig maar als je een beetje handig met koken bent verzin je deze gerechten zelf ook wel en misschien nog wel meer.
Echt spectaculair is het dus allemaal niet. Er staan wel aardige dingen in maar heel bijzonder is het niet. Het zijn veelal vleessoorten en vissoorten met een aantal kruiden en eventueel een saus erbij.


Wat wel een voordeel is, is dat er bij het eten weinig gebruik wordt gemaakt van slagroom, crème fraîche etc. wat in andere koolhydraatarme receptenboeken wel veelvuldig wordt gebruikt. Alles is vrij puur en zuiver gehouden. Alleen in het 'snacks en zoet' hoofdstuk wordt wèl de slagroom tevoorschijn gehaald maar ook niet in grote hoeveelheden.


In het boek staan verder enkele dingen die in Nederland moeilijk te krijgen zijn. Vooral de genoemde zoetstoffen en de wei producten met een smaakje zijn slecht te vinden evenals de konjac pasta's. (deze laatste bij twee supermarkten verkrijgbaar) Ook de MCT olie is hier (nog) relatief onbekend. Dat is helaas altijd het nadeel van kookboeken die door iemand uit een ander land geschreven zijn. Het aantal ingrediënten per gerecht is wel beperkt gehouden wat weer een groot pluspunt is.


Al met al is het een aardig kookboek met makkelijke recepten, maar als je je al een beetje verdiept hebt in een keto-dieet zijn de recepten niet echt verrassend.


ISBN 9789022336526 | Paperback | 175 pagina's | Uitgeverij Manteau/Standaard uitgeverij | oktober 2019
Vertaald door Roselle de Jong/Vitataal

© Dettie, 31 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER