Nieuwe recensies Non-fictie

Kook het lekker zelf!
Sandra Cornelissen


Op de vraag of ik het boek Kook het lekker zelf! wilde recenseren, antwoordde ik onmiddellijk: 'Ja!' De schrijfster van het kookboek geeft al meer dan tien jaar kookles aan kinderen met een autismespectrumstoornis. Dit is haar tweede kookboek. Onze vijf gezinsleden hebben allemaal (kenmerken van) autisme. Onze dertienjarige dochter Marie en bijna twaalfjarige zoon Elian hebben enkele jaren geleden met veel plezier enkele kooklessen gehad. Marie bakt regelmatig koekjes en cakes, helemaal zelf. Het leek me een goed idee om hen aan het werk te zetten met de recepten uit dit boek.


Toen ik de beschrijving las, schrok ik eerst wel van de prijs voor slechts tien recepten. Maar op het moment dat ik het boek in mijn handen had en doorbladerde, dacht ik: wauw! Het boek is vierkant, bijna A4-formaat. Het heeft een harde kaft en is best zwaar door de maar liefst 156 pagina's in kleur, waarop vele foto's staan.


Kook het lekker zelf! begint met een Inleiding. Na de Inhoudsopgave en de Handleiding volgen de recepten.
Elk recept begint met een lijst van de ingrediënten met letters van het alfabet voor elk ingrediënt. Elk overzicht kun je printen op de website www.kookhetlekkerzelf.nl, zodat je meteen een boodschappenlijst hebt. Op de website staan er geen letters voor de ingrediënten, maar cirkels, zodat je kunt aanstrepen wat je al in je boodschappenkar hebt. In het boek staat ook steeds een grote foto van de ingrediënten, met de bijbehorende letter van het alfabet op de producten, zodat je kunt zien hoe alles wat je moet kopen eruitziet. Ik heb iedere keer zelf de boodschappen gedaan, omdat vooral voor Elian boodschappen doen erg belastend is en omdat dat wat je koopt juist qua uiterlijk wat kan afwijken van de foto. Hoewel het voor bijvoorbeeld bosuitjes handig is om te zien hoe die eruitzien, zien kruiden er vaak anders uit als je een ander merk koopt.


Het kind begint met alle ingrediënten klaar te zetten. De voorbereiding en bereiding laten eerst met zwartwitte picto's wat er nodig is (bijvoorbeeld een lepel, bakjes, snijplank, maatbeker enzovoort). Op foto's met tekst erin staat dan exact wat er moet gebeuren. Als het kind een ui in stukjes moet snijden, staat er niet gewoon: "Snijd een ui in stukjes", maar wordt die opdracht opgedeeld in maar liefst zes stappen:


1. snij de boven- en onderkant van de ui

2. pel de ui

3. snij de ui doormidden

4. snij de ui in plakken

5. snij de ui in kleine stukjes

6. doe de ui in een bakje


Op de foto's kan het kind precies zien hoe dit allemaal moet.


Als opdrachten een beetje gevaarlijk zijn, zoals dingen snijden of op het vuur zetten, hebben de foto's een rood randje. Wanneer een kookpit gebruikt wordt, geeft de auteur zelfs aan op welke pit de pan moet worden gezet.


Vissticks met gebakken aardappelen en komkommersalade en de tomatensoep zijn eigenlijk de enige twee recepten die "echt Hollands" zijn. Verder zijn de recepten "leengerechten" (die over het algemeen wel al lang ingeburgerd zijn in ons land) zoals macaroni, enchilada's en nasi goreng. Vaak worden de oorspronkelijk Aziatische kruiden komijnpoeder (djintan) en gemberpoeder gebruikt. Daar moet je natuurlijk wel van houden. Alles wordt met verse ingrediënten bereid, het enige uit pakje en blik wat je soms moet kopen is bouillon en tomatenpuree.


Marie en Elian maakten als eerste de nasi. Terwijl Elian een ui sneed, begon Marie alvast met de knoflook. 'Wat doe je nu?!' riep Elian uit. 'Daar zijn we nog niet!' De precieze volgorde van hoe je alles moet maken is heel duidelijk, maar sommige personen met autisme zullen dan ook niet kunnen afwijken van die volgorde. Hoewel Marie en Elian met hun tweeën waren, ging de bereiding dus niets sneller dan wanneer één van hen de maaltijden zou hebben gemaakt. Sterker nog, zij deden er langer over dan in het kookboek staat. Zij hebben sinds we het boek in huis hebben vijf maaltijden bereid, en iedere keer duurde het ongeveer twee uren vanaf het moment dat zij begonnen met alles klaarzetten, tot het eten op tafel stond.


De hoeveelheden zijn bedoeld voor vier personen. Onze kinderen eten niet erg veel. Wij hielden met ons gezin vaak wat over.


Doordat alles wat je moet doen zo duidelijk beschreven is, hebben wij als ouders niet eenmaal hoeven helpen. Hoewel we wel eens hebben geroepen dat het vuur wat minder hoog gezet moest worden. Als er in het recept stond dat iets twee minuten op het hoogste vuur moest staan, hield Elian dat namelijk exact aan en dat was dan ook zijn antwoord op de vraag: 'Gaat het niet wat hard?'
'Het staat in het recept dat het zo moet, hoor!' Maar als wij aangaven dat de vuur toch iets lager moest, nam hij dat wel aan.


Het enige wat niet duidelijk beschreven is, is wanneer iets precies kookt, maar dat wisten Elian en Marie nog van hun kooklessen.


In de inleiding schrijft Sandra Cornelissen onder meer: "De trots die je voelt dat jij dit gewoon kan maken, maakt je eten nog lekkerder." Dat hebben wij zeker zo ervaren. Marie en Elian waren steeds supertrots op hun prestaties en vonden het elke keer lekker. Ze aten met meer smaak dan ze normaal doen!


Ik denk dat de meeste kinderen vanaf een jaar of acht, eventueel met begeleiding, al met de recepten van Kook het lekker zelf! aan de slag kunnen. Vindt jouw kind, al dan niet met autisme, het leuk om te koken en wil je zelf wel eens lekker onderuit zitten zonder je ermee te hoeven bemoeien? Dan is dit kookboek ideaal!


Zie ook het Inkijkexemplaar


ISBN 9789088507045 | Hardcover | 156 pagina's | Uitgeverij S.W.P. B.V. | september 2016
Afmering: 27,9 x 27,7 cm | Leeftijd 8+

© Trenke-Riksten Unsworth, 22 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geborgen in traditie
Antoine Bodar

Een beroep op traditie doet het in een gesprek meestal niet erg goed. Wie zich op traditie beroept, wendt de blik naar het verleden. De tegenwerping is dan al snel: “dat is toch niet van deze tijd!” Daarmee wordt de eigen tijd tot norm verheven en vaak beëindigt dit elke discussie. In dit mooie boek neemt Antoine Bodar het op voor de traditie, als zinvol verleden voor het heden.


Zoals de titel aangeeft kan traditie troost bieden in moeilijke tijden. Mensen moeten zich niet overgeven aan de waan van de dag, maar terugkijken naar het verleden. Aan het verleden ontleent de mens zekerheid, maar ook een gevoel van betrekkelijkheid. Zo weet hij zich “Geborgen in traditie”. Traditie staat in de visie van Bodar niet tegenover Vernieuwing, maar waarborgt continuïteit met het verleden. Een maatschappij die opstaat tegen traditie, veroordeelt zichzelf tot vernietiging (blz. 15).


In bijna 50 hoofdstukken snijdt Bodar een groot aantal thema’s aan. Hij schrijft over Europa, de vrijheid van meningsuiting, tolerantie, de verhouding Rome-Reformatie, de verhouding van de kerk tot de Joden, de Armeense genocide, schilderkunst, architectuur en liturgie, paus Adrianus VI, de pausen Benedictus en Franciscus.


De Europese cultuur wortelt in het christendom, maar wordt thans weggedrongen uit het publieke leven. Maar waarom zou een liberaal of een socialist wel voor zijn overtuiging mogen opkomen en een christen niet? (blz. 42). Europa is opgericht door politici met een rooms-katholieke achtergrond. Seculiere politici ontnemen volgens Bodar Europa zijn christelijke fundament, waardoor het continent nu op zoek is naar zijn identiteit. Europa is zijn ziel kwijtgeraakt, meent Bodar. Europeanen nemen zelfs niet meer de zorg voor een nageslacht op zich. Met instemming citeert Bodar een opperrabbijn die in 2016 schreef: “Als gevolg van de demografische crisis is Europa aan het doodgaan” (blz. 96).


Bodar heeft een soepele stijl van schrijven. Hij neemt echter geen blad voor de mond. “Zou er in West-Europa een vaderland bestaan waar de onbeschoftheid zo tot de natuur van de bewoners is gaan behoren? … Is er een vaderland dat zich meer op platheid laat voorstaan als het Koninkrijk der Nederlanden? Ik denk het niet” (blz. 387). Dit is “het lompste land ter wereld” (blz. 208).


Bodar is zeer belezen en geeft een rake typering en beoordeling van allerlei maatschappelijke ontwikkelingen. Een enkele maal is hij wat te gemakkelijk in zijn conclusies. Bijvoorbeeld als hij schrijft dat het Genève van Calvijn en de Inquisitie van Rome een pot nat zijn (blz. 217). Dat is niet juist. In Genève spoorde de overheid verdachten op, deed het onderzoek en sprak de rechter het vonnis uit. Calvijn was adviseur van de overheid. De Inquisitie daarentegen deed het opsporingswerk, berechtte, sprak het vonnis uit en droeg daarna de veroordeelde over aan de burgerlijke overheid om de straf te voltrekken.


Een ander voorbeeld betreft de verdediging van Bodar op het verwijt dat de kerk schatrijk is (blz. 326). Hij merkt op dat de kerk zijn rijkdom maar eenmaal kan verkopen om het uit te delen onder de armen. Een begrijpelijk argument. Maar Bodar verwijst elders instemmend (op blz. 50) naar het gebod van Jezus: “Verkoop alles wat je hebt, en geef het aan de armen”. Dat is toch een onvoorwaardelijk gebod. Het contrast met de pracht en praal van zijn kerk is er toch wel.


Bodar houdt van zijn kerk. Dat doet weldadig aan. Kort geleden besprak ik voor Leestafel het boek Priester tussen kruis en hakenkruis van Henk Egbers, die op de kerk is afgeknapt en er teleurgesteld uit is gestapt. Bodar is niet blind voor de wandaden in zijn kerk: geestelijken die jongeren en kwetsbare volwassenen seksueel misbruiken. Hij walgt ervan, maar kijkt tegelijk verder. Misstanden bestrijd je. Van christenen valt inderdaad veel slechts te vertellen, maar over Christus alleen maar goeds (blz. 87). Maak dus onderscheid tussen de goede Boodschap en feilbare mensen.


Ik vind dit een mooi boek. Bodar is een vaardig verdediger van de kerk. Ik houd van zijn laconieke manier van schrijven. Vanuit het rijke verleden van zijn kerk, de Traditie dus, reikt Bodar gezichtspunten aan op het terrein van huwelijk, gezinsvorming, de heiligheid van het leven, het probleem van het lijden en het kwaad in ons leven, die beslist niet vergeten mogen worden. Hij is ervan overtuigd dat zonder religie een maatschappij niet kan voortbestaan.

Over de auteur: Antoine Bodar is geboren in 1944, priester in de Rooms-Katholieke Kerk, kunsthistoricus, auteur, hoogleraar en presentator van radio- en televisieprogramma’s. Tegenwoordig horen we wat minder van hem in Nederland omdat Bodar al weer geruime tijd in Rome woont.


Beluister ook het interview met Antoine Bodar op NPO2 over dit boek.


ISBN: 9789026337536 | Paperback | Geïllustreerd| 423 pagina's | Ambo|Anthos | november 2016

© Henk Hofman, 18 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altCécile en Elsa, strijdbare freules
Elisabeth Leijnse


Waarom verdienen de twee zussen Cécile (1866-1944) en haar zus Elsa (1868-1939) een biografie? Het is immers niet zo dat zij figureren in de geschiedenisboeken.


Cécile de Jong van Beek en Donk werd in 1897 met haar roman Hilda van Suylenburg op slag één van Nederlands beroemdste feministe. Zij was oprichtster van de ‘Bond ter bestrijding eener gruwel-mode’ (dat ging over veren en vogeltjes op dameshoeden, de Bond werd na jaren de Vogelbescherming). De Tentoonstelling van Vrouwenarbeid, die een belangrijke stap binnen de vrouwenemancipatie in Nederland was, werd door haar opgezet.
De zusjes zijn afkomstig uit het protestantse milieu, maar zij leerden van hun ouders vooral sociale bewogenheid. Hun vader was actief in de armoedebestrijding en de arbeidersbeweging. Hun moeder deed haar best haar meisjes zelf op te voeden, maar was nogal labiel, zodat de opvoeding meer in handen was van gouvernantes.


Cécile trouwt met de steenrijke Haagse projectontwikkelaar Adriaan Goekoop – Paul voor de familie - die moeite had met zijn voortvarende eigengereide echtgenote, al was hij ook wel trots op haar. Zij bleven kinderloos, omdat hun huwelijk niet geconsumeerd werd. Na de tentoonstelling verdween Cécile naar Rome, en niet veel later volgde een scheiding. Goekoop gaf haar een riante alimentatie, met welk geld zij behalve haar zus nog andere gezinnen ondersteunde.


Elsa trouwt met de componist Alphons Diepenbrock. Van zijn muziek kunnen ze niet leven, en Elsa verdient bij met de eerste privépraktijk voor logopedie. Met de toelage erbij redden ze het. Hun huwelijk redt het alleen maar doordat Elsa de ontrouw van haar man verdraagt. Zijn verering voor zijn moeder verdroeg zij eerder eveneens. Ook haar huwelijk wordt voorlopig niet geconsumeerd.


Als Cécile zich in Parijs bekeert tot het katholicisme en ook nog antisemitisch wordt, begrijpt Elsa daar niets van. Er was eerder al een lelijke breuk tussen hen die altijd zo innig waren ontstaan, de altijd zo intensieve briefwisseling loopt terug naar af en toe brieven met ditjes en datjes.
Beide zussen zijn al een eind in de dertig als zij alsnog de liefde leren kennen. Cécile is dan in Parijs, waar zij hertrouwt met een Franse jood van Poolse afkomst, de chemicus Michel Frenkel. Zij krijgen een zoon.
Elsa blijft in Amsterdam met haar ontrouwe man en krijgt twee dochters ondanks of juist dankzij de relatie van Fons met de twintig jaar jongere Jo uit Ukkel. Elsa neemt wraak als zij een relatie krijgt met de twintig jaar jongere componist Matthijs Vermeulen, met wie haar dochter later zou trouwen.
Elsa overleed in 1939, Cécile in 1944.


Er dook een geheimzinnige kist op met dagboeken en brieven in de kluis van De Nederlandsche Bank. Laat nu de erfgenaam van al deze papieren op de hoogte zijn van het onderzoek van Elisabeth Leijnse. Toeval heeft dus een handje geholpen, maar we kunnen echt niets afdingen op het talent van Leynse om van deze enorme hoeveelheid gegevens een prettig leesbaar verhaal te maken. Het verhaal van twee zussen tegen de achtergrond van het Fin de Siècle (1890-1914) en het Interbellum in Nederland en Frankrijk, met veel oog voor het feminisme en het geloof dat in die tijd een grote rol speelde.


En dan wordt in een paar alinea’s ook nog even het leven van de bedienden geschetst. Vrouwen die een leven lang in dienst waren van de freules, maar die niets nagelaten hebben aan documentatie. Vrouwen die geen interesse hadden voor wat hun werkgevers allemaal deden, maar met liefde hun leven wijdden aan de verzorging van de mensen die toch ook voor hen op de bres sprongen. Pijnlijk duidelijk wordt echter dat ook de freules hier het standsverschil wel degelijk lieten gelden. Zij gingen er heel makkelijk van uit dat hun dienstmeiden en kokkinnen dienstbaar waren, en over geld wordt niet gesproken, maar dat zal ook echt wel meegevallen zijn.


Elisabeth Leijnse is als hoogleraar letterkunde aan de universiteit van Namen verbonden. Eerder dit jaar won ze voor haar boek de Erik Hazelhoff Biografieprijs 2016. De Libris Geschiedenis Prijs 2016 werd haar toegekend in oktober 2016.


Het boek is voorzien van illustraties (zwart-wit), literatuurverwijzingen en register. Voor wie nog meer wil weten is er een bronnenregister.


ISBN 9789044534825 | Hardcover | 638 pagina's | De Geus | november 2015

© Marjo, 8 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oanh's kitchen
Koolhydraatarme wereldgerechten
Oanh Ha Thi Ngoc


In het eerste kookboek Koolhydraatarme recepten uit Oanh's Kitchen staan heel veel koolhydraatarme basisrecepten. Koolhydraatarm eten houdt in maximaal zo'n 20 tot 30 gram koolhydraten per dag eten waarvan meer dan de helft uit groente wordt gehaald. Minder koolhydraatinname zorgt voor gewichtsverlies maar ook voor minder darmproblemen. Zelf heb ik diabetes 2 en heb veel baat bij een verminderd gebruik van koolhydraten, het medicijngebruik is behoorlijk gedaald, soms zelfs niet eens meer nodig!
Koolhydraten zitten vooral in pasta, pizzabodems, aardappelen, brood, rijst en granen.


Voor dit boek heeft Oanh net als in haar eerste boek naast alle recepten ook weekmenu's samengesteld om vooral de beginnende koolhydraatarme eter houvast te bieden. Deze keer levert ze 83 recepten vanuit de hele wereld. Van Amerikaanse brownies tot Mexicaanse tajines, van Hollandse arretjescake tot Indonesische nasi met satésaus, maar dan allemaal koolhydraatarm.
Je zou denken, hoe kan dat? Hoe maak je cake als je geen meel van granen mag, hoe maak je nasi zonder rijst en noedelsoep zonder noedels? Wentelteefjes zonder brood en zelfs andijviestamppot zonder aardappelen, klinkt ook vreemd in onze oren, maar Oanh heeft voor alles een erg smakelijke oplossing bedacht. Je hoeft niets te missen, je moet het alleen anders klaarmaken dan je gewend bent. Alle recepten zijn overigens écht suikervrij en voor 95% glutenvrij.


Oanh begint het kookboek met recepten voor crackers, broodjes, sausjes en dipjes. In plaats van gewoon meel wordt in dit boek veel met amandelmeel gewerkt, ook lijnzaad, Griekse yoghurt, kokos en kaas in verschillende vormen komen veel in deze recepten voor samen met diverse kruiden. Als vervanger voor suiker wordt stevia gebruikt.
Zelf heb ik de Italiaanse kaasbroodjes gemaakt en de Mediterrane kaaskrackers, die beiden érg lekker waren. De aankomende weken staan op mijn nog-te-maken-lijst de Hollandse eierkoeken, het courgettebrood, de Italiaanse pecannopesto en de ketchup zonder de bergen suiker die in gewone ketchup zit en ook de mayonaise zal denkelijk uitgeprobeerd worden. En dit is alleen nog maar het begin van alles, ik ben pas op blz 41...
na deze 'amuses' volgen de recepten uit Europa, Azië, het Midden-Oosten en Amerika.



Van de Europese recepten heb ik alvast de 'Geroosterde bieten met geitenkaassalade' gemaakt en die waren goddelijk. Het plezierige is ook dat alle recepten niet bewerkelijk zijn en geen waslijsten aan ingrediënten nodig zijn. Alles is ook gewoon te koop in de supermarkt. Wel zo prettig.


Wat vinden we verder onder het Europese hoofdstuk? Onder andere de Flamkuchen, Fritatta, Italiaanse bloemkoolpizza, niet de vulling maar de bodem is van geraspte bloemkool, verrassend neutraal van smaak en erg lekker) Courgettini met pesto, (de pasta is vervangen door courgettesliertjes, ook al zo lekker) Andijviestamppot zonder aardappelen! met rookworst en spekjes, een heerlijke Franse estouffade (stoofschotel) en voor de snoepers onder ons Hollandse bitterkoekjes, chocopasta, arretjescake, tiramisu, rabarber-aardbeiencrumble enz. enz. Veel te lekker allemaal.


De Aziatische recepten zijn ook al zo bijzonder en eenvoudig te maken, zeker als je al een beetje bekend bent met de Aziatische keuken zoals ik.
De Aziatische bami van courgettesliertjes in plaats van bami heb ik gemaakt en is fantastisch. Je proeft nauwelijks verschil met gewone bamislierten en alles ligt minder zwaar op de maag.
Verder vind je recepten van o.a. Indonesische rendang, Thaise gele en rode currypasta, geserveerd met thaughetti (taugé in plaats van rijst of bami), Turkse kebab, kiptajine, en ga zo maar door. Opnieuw teveel om op te noemen en alles even smakelijk.


Met de Amerikaanse keuken ben ik niet zo bekend maar in dit boek staan Amerikaanse pancakes (van amandelmeel) en ze zien er zeer aantrekkelijk uit evenals de Hamburgersalade en de Mexicaanse nacho's (van plakken oude kaas) met salsa zullen zeker gemaakt gaan worden.
En dan de American meatloaf!  Fantastisch om te zien en als ik de ingrediënten lees moet het ook fantastisch smaken, ook dat komt binnenkort op ons bord te liggen... Als afsluiting volgen de heerlijke zoete gerechten zoals de beroemde brownies, bounties, carrotcake, lime cheesecake enz. enz.


Kortom, een uitstekend no-nonsense kookboek met duidelijk beschreven en zeer smakelijke en betaalbare recepten.
Ik ben bang dat élk recept uit dit boek gemaakt gaat worden... o dear, o dear.


ISBN 9789492537003 | Paperback | 196 pagina's | Björnbooks | 12 januari 2017

© Dettie, 5 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Luther
Een biografie
Lyndal Roper


Wie Luther echt wil leren kennen, moet zijn geschriften gaan lezen. Een biografie lezen over Luther is daarmee vergeleken surrogaat, want je leest door de bril van de biograaf. Maar desondanks is Lyndal Roper een goede gids voor wie aan Luther zelf niet toe komt. Roper is hoogleraar geschiedenis aan de universiteit van Oxford en een expert op het gebied van vroegmoderne Duitse geschiedenis. In de inleiding op dit boek vertelt Roper dat haar vader predikant in de Presbyteriaanse Kerk is geweest, maar dat hij de kerk vaarwel heeft gezegd. Openhartig vertelt Roper verder dat zij in het bijzonder gevormd is door de feministische beweging. Gelukkig is zij in haar benadering van Luther vrij van een vooringenomen standpunt. Roper is een objectieve en professionele biograaf. Ze heeft in dit opzicht vermoedelijk het een en ander te danken aan de befaamde Lutherkenner Heiko Oberman uit Tübingen, die haar leermeester is geweest.


Roper wil Luther begrijpen vanuit zijn relaties met anderen. Zij wil hem niet neerzetten als de eenzame held van de Hervorming (blz. 24). En een held maakt zij zeker niet van hem. We ontmoeten in dit boek een rauwe, soms platvloerse Luther, die zich ongekend hard en cru kan uitlaten over theologische tegenstanders, opstandige boeren en onbetrouwbare Joden. Een rol speelde zeker dat Luther zijn hele leven heeft gekampt met depressies (blz. 375). Samen met zijn heftig karakter was hij dientengevolge niet gemakkelijk in de omgang. Toch staat Luther ook weer bekend om zijn gezellige omgang met anderen, zijn gesprekken met gezin en vrienden aan tafel, zijn warmte voor zijn dierbaren.


Roper beschrijft dat alles zonder Luther naar beneden te halen. Zijn grootheid was volgens haar dat hij inzag dat hij noch iemand anders de genade van God had verdiend, maar dat deze geaccepteerd mocht worden als een geschenk (blz. 428). Daarmee bevrijdde hij de individuele kerkmens van de kluisters van de autoriteit van de kerk die bemiddelde tussen God en mens. Voor genade was de mens aangewezen op de absolutie die de priester schonk en de sacramenten waar de kerk uitdeler van was.


Kortom: Luther is een “lastige held” (blz. 428), levend in een tijd waarin religie niet weg te denken was uit het alledaagse leven. Zelfs in de strijd geharde militairen hadden zich een mening gevormd over theologische kwesties. Zo werd een bevelhebber in het Saksische leger van zijn functie ontheven omdat hij van mening verschilde met zijn vorst over de kerkelijke visie op de sacramenten (blz. 319).


Roper schetst heel goed de ontwikkeling in het denken van Luther. Hij was er zeker niet op uit om te breken met de kerk. Hij wilde misstanden aan de kaak stellen en de kerk van binnenuit reformeren. Een breuk is pas ontstaan toen debatten met pauselijke afgevaardigden mislukten en paus en keizer Luther wilden dwingen te herroepen zonder hem te kunnen overtuigen van zijn ongelijk. Voor Luther was dat een gewetenskwestie. Hoe kon hij herroepen als hij in zijn geweten gebonden was aan het Woord van God? Met het centraal stellen van het geweten staat Luther aan het begin van de moderne tijd. Bij hem wortelt het geweten echter niet in het autonome individu – dat zien we pas na de Verlichting – maar in het gezag van de Bijbel.


De breuk met de katholieke kerk zette de deur wagenwijd open voor verdere verdeeldheid. Dat werd de achilleshiel van de Reformatie. De onbuigzame houding van Luther en zijn weigering om compromissen te sluiten heeft de Reformatie verzwakt.


Roper begint haar boek met een interessant hoofdstuk over het mijnwerkersgezin waarin Luther is opgegroeid. Volgens haar is er een verband tussen het gevaarlijke werk in krappe, donkere gangen onder de aarde en het beeld dat Luther kreeg van een duistere God die hem kwelde met Zijn straffende gerechtigheid. Het kan zijn, maar Luther zelf legt in zijn tafelgesprekken en brieven dit verband niet. Roper kiest hier voor de enigszins achterhaalde psychologiserende aanpak van Erik Erikson.


Luther was een mens op zoek naar God. En we moeten hem maar nemen zoals hij is, zei Calvijn, want Luther gaf ons het Evangelie terug. De betekenis daarvan is moeilijk te overschatten. Deze kernwaarde stimuleerde mensen om zelf de Bijbel te lezen en dat droeg bij aan de alfabetisering van de massa, gaf een impuls aan goed onderwijs en aan een algehele verhoging van het intellectuele en zedelijke peil van een Europese beschaving in wording.


Het is knap zoals Roper al die verschillende invalshoeken weet samen te voegen tot een evenwichtig beeld van Luther, zoals een schilder met vele verschillende verfstrepen tot een herkenbaar portret komt.


ISBN: 9789026334191 | Paperback | 555 pagina's | Ambo|Anthos | januari 2017

© Henk Hofman, 4 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Slag in de Javazee
Oorlog tussen Nederland en Japan 1940 - 1942
Anne Doedens en Liek Mulder


De slag in de Javazee komt pas aan het eind van het boek aan de orde en wel vanaf pagina 149. De aanloop naar deze slag neemt het grootste deel van dit boek in beslag.


De auteurs beschrijven eerst Nederland als koloniale mogendheid en daarna het ontwaken van Japan, dat als het land van de Rijzende Zon in de jaren dertig van de 20e eeuw op veroveringstocht gaat. Nederland en Japan hebben een bijzondere relatie met elkaar gehad. Vanaf de 17e eeuw waren de Nederlanders de enige Westerlingen die een handelspost op het eiland Desjima mochten vestigen. Voor Japan was dat gedurende enkele eeuwen het enige venster op het Westen. Daardoor bleef het land op de hoogte van Westerse wetenschap, zoals geneeskunde, astronomie, natuurwetenschap en aardrijkskunde. Japanse wetenschappers leerden Nederlands en vertaalden Nederlandse boeken. Tot 1870 was het Nederlands de officiële taal voor contacten met het buitenland.


In 1941 breekt ook in het verre oosten de Tweede Wereldoorlog uit. Na de onverhoedse aanval van Japan op Pearl Harbour (7 december 1941) verklaart de Nederlandse regering in Londen de oorlog aan Japan. Voor de oorlogvoering was Japan in hoge mate afhankelijk van grondstoffen (olie, rubber) die vooral Nederlands-Indië in ruime mate kon leveren. Een snelle Japanse aanval op dit gebied lag voor de hand.


Nederlands-Indië was net zomin op oorlog voorbereid als Nederland dat was in 1940. De strijd met Japan was een deprimerende aaneenschakeling van nederlagen en tegenslagen. In 1926 was een vlootwet, bedoeld om de Nederlands-Indische vloot te moderniseren weggestemd in het Nederlandse parlement. “De consequentie was”, merken de auteurs wrang op, “dat de strijdkrachten het maar moesten stellen met een beperkt budget” (bladzijde 38). Er is wat dat betreft niets nieuws onder de zon. De afgelopen tien jaar is de Nederlandse krijgsmacht wederom zo goed als ontmanteld. Maar als de nood aan de man komt, stuurt de overheid wel slecht uitgeruste en getrainde troepen het slagveld op. In feite is dat misdadig.


Een kansloze strijd aangaan is niet verstandig. Dit punt speelde ook inzake de strijd om Nederlands-Indië. Karel Doorman, eskadercommandant, wilde de vloot terugtrekken naar Australië om samen met de geallieerden de strijd voort te zetten. De Nederlandse marine zou dan een factor van betekenis zijn gebleven. Admiraal Helfrich, opperbevelhebber van de marine, wilde dat Doorman de strijd aanbond in de Javazee om de bevolking te tonen dat Nederland hen niet in de steek liet.


De uitkomst van de zeeslag toont in mijn ogen het gelijk van Doorman aan. Bijna het gehele eskader van Doorman werd vernietigd. Voor de Japanners bleef de schade beperkt tot één beschadigde torpedojager. De afwezigheid van luchtsteun, het ontbreken van gegevens over de positie van de Japanse vloot, het gebrek aan training, de mindere bewapening, het ontbreken van moderne torpedo’s, bepaalden de uitslag van deze ongelijke strijd en maakten de opdracht van Helfrich tot een zelfmoordmissie voor Doorman en zijn mannen. En de bevolking? Die sympathiseerde in meerderheid met de Japanners en niet met de Nederlanders. De Slag in de Javazee liep uit op een catastrofe voor Nederland.


De Nederlandse onderzeeboten boekten wel enige successen in de strijd. De O 16 onder commando van Anton Bussemaker vernietigde c.q. beschadigde in december 1941 vier Japanse transportschepen. Helaas kwam hij dezelfde maand met zijn bemanning (op één na) om het leven toen zijn duikboot op een mijn liep. Minister Bussemaker op OCW is zijn kleindochter.
In verschillende opzichten leek de oorlog tegen Japan op de oorlog tegen Duitsland. De Japanners boekten in het begin van de oorlog met een Blitzkrieg eveneens enorme successen. Helaas evenaarden zij de Duitsers ook met gruwelijke oorlogsmisdaden (zie onder meer blz. 131 van het boek voor een overzicht)

Met de focus op de slag in de Javazee beschrijven de auteurs met vaardige hand de relatie tussen een agressief Japan en het Westen en de koloniale oorlogen die Nederland moest voeren om zijn gezag te vestigen. Het boek biedt dus veel meer dan de titel belooft.
Dit boek maakt deel uit van de serie Oorlogsdossier. Reeds eerder verscheen een deel over de Duits-Franse oorlog (1870) en een deel over de 16de eeuwse zeeoorlogen tussen de Republiek en Engeland.


Anne Doedens werkt bij Hoger Onderwijsinstellingen in Amsterdam en Liek Mulder was docent in het voortgezet onderwijs.


In 2016 kwam aan het licht dat drie Nederlandse oorlogsschepen van de bodem van de Javazee zijn verdwenen. Vermoedelijk zijn de schepen illegaal geborgen en als schroot verkocht. Dit tot ontzetting van de nabestaanden.


Een interessant boek en goed geschreven. Van harte aanbevolen.


ISBN: 9789462491380 | Paperback met illustraties | 208 pagina's | WalburgPers 2017

© Henk Hofman, 23 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Graailand
Het leven boven onze stand
Peter Mertens


Ik begin dit boek te lezen op de dag dat het NOS journaal het volgende nieuws brengt:


De verhouding tussen de allerrijksten en de allerarmsten in de wereld komt steeds schever te liggen, zegt ontwikkelingsorganisatie Oxfam Novib. Acht mannen bezitten evenveel als de 3,6 miljard armste mensen van de wereld. Zes jaar geleden bestond de groep van allerrijksten nog uit 388 mensen.
Zie http://nos.nl/artikel/2153210


“Dat is toch niet te geloven”, denk ik nog bij mezelf en dan lees ik eerst de tekst op de achterzijde van het boek:


De elite graait, grabbelt en grijpt als nooit tevoren. Ongestraft verstoppen miljonairs en multinationals miljarden euro’s in postbusbedrijven en belastingparadijzen. Overbetaalde politici walsen ongestoord de draaideur door tussen politiek en grootbedrijf.


Ik begin een beetje boos het boek te lezen en vraag me af of ik eigenlijk wel wil weten wat Mertens schrijft. Ik voel echter toch een soort verplichting om dit boek te lezen, ook als is de inhoud misschien verre van aangenaam. Het brengt de realiteit waarin ik leef heel dichtbij, maar daar houdt Mertens het niet bij. Hij biedt in Graailand, zoals ook achter op het boek te lezen valt:


een alternatief voor de profeten van de angst, Trump, Le Pen, Wilders. Het
[boek] toont de sprankeling van het sociaal verzet, stelt de new kids in town voor en offreert een politiek van hoop.


Daarmee is Mertens niet de verkondiger van het onheil, zoals de profeten van de angst dat wel zijn, maar hij biedt alternatieven die niet alleen haalbaar zijn, maar ook een rechtvaardiger samenleving zullen opleveren.


In het voorwoord van Marc van Ranst, Belgisch hoogleraar virologie, epidemiologie en bio-informatica aan de Katholieke Universiteit Leuven, lezen we dat dit boek van Mertens komt op een nieuw scharnierpunt in de geschiedenis. Van Ranst voorspelt dat, wat hij noemt, het nakende failliet van het ongebreidelde neoliberalisme, niet zonder slag of stoot zal verlopen, maar dat het komt. Hij meent dat steeds meer mensen de groothandelaars in angst niet meer geloven en ook niet meer trappen in de val van het nationalisme. De hoop kan het, volgens Van Ranst, winnen van de angst. Ik help het hem hopen en dit boek van Mertens zal zeker de lezers, de ogen daarvoor openen.


Het boek is geschreven over de Belgische realiteit, maar is uiteraard bijna één op één toepasbaar op die van Nederland. Meertens schrijft bijvoorbeeld over de Turteltaks, een energiebelasting, zie http://www.standaard.be/cnt/dmf20160429_02264957 waarvan politica Gwendolyn Rutten op de nieuwjaarsreceptie van haar partij roept dat zij daar geen schuld aan hebben. Mertens vraagt zich af of de schuld dan bij de gezinnen moet worden gezocht die jaarlijks honderd euro of meer moeten ophoesten.


Daartegenover zet Meertens de baggergigant Jan de Nul, die voor het investeren in duurzame energie, zonnepanelen, een enorme hoeveelheid subsidie ontvangt van de Belgische overheid en dus nauwelijks zelf hoeft te investeren. Een en ander is vergelijkbaar met een verhaal van het dagelijkse advertentievrij nieuwsmedium De Correspondent op internet over Shell met de titel De pr-praatjes van Shell zijn een stuk groener dan de investeringen, waarin zij aantonen dat Shell een leider wil zijn in de overschakeling naar de schone energievoorziening van de toekomst. Maar het investeert bij lange na niet voldoende om geloofwaardig te zijn.


Op veel plekken in het boek komt ook de trojka aan bod. De trojka is het driespan van de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank en het Internationaal Muntfonds of Monetair Fonds, het IMF. Dit drietal is verantwoordelijk voor het opleggen van het dictaat om snoeihard te bezuinigen aan Griekenland, Spanje, Portugal en Ierland. In dit laatste land had dit onder andere tot gevolg dat veel mensen hun waterrekening niet meer konden betalen. Gelukkig kent Ierland een rijk vakbondsverleden en een vrouw als Lynn Boylan die mensen kunnen verenigen en protest kunnen organiseren en zo ontstond de beweging Right2Water.


Dat is zo mooi aan dit boek van Mertens. Je leest dat mensen de zaken niet over hun kant laten gaan. Mertens zelf overigens ook niet, hij is ook aanwezig daar waar het nodig is. De rebel, de revolutionair, de actievoerder in de mens wordt wakker geschud en komt op tegen het onrecht en op een opbouwende manier zodat het werkt! Niet alleen maar roepen en schreeuwen, maar de juiste weg kiezen en daadwerkelijk doelen bereiken, goed geïnformeerd en zonder angst ten strijde trekken. Ze zijn er nog en dit boek getuigt daarvan.


De werkwijze van het huidige Europese Parlement of eigenlijk van zijn 'bewoners' krijgt er flink van langs van Mertens. Zo ook 'onze' Eurocommissaris Neelie Kroes, Steely Neelie, voor vrienden schrijft Mertens. De schrijver onthult haar riante inkomen, hij bepleit het vermogen van alle politici openbaar te maken, en beschrijft haar inconsequente gedrag. Kroes beloofde in 2004 “nooit meer een verantwoordelijkheid op te nemen in het bedrijfsleven, zelfs niet in een Bed & Breakfast”. Nu is ze, zo laat Mertens weten, alweer directielid bij Softwarebedrijf Salesforce, zit ze in de adviesraad van Bank of America Merill Lynch en is ze voorzitter van de beleidsadviesraad van Uber. Kroes zelf zegt zich altijd aan de regels te houden en ze vindt dat “Europa buitengewoon helder, transparant en snel moet handelen”.


Snel en roekeloos handelen kan 'Europa' inderdaad ten opzichte van landen die als kleine broertjes en zusjes worden beschouwd en die stoute dingen hebben gedaan. Daarvan is Griekenland een voorbeeld dat uitgebreid in de pers is verslagen.


Ik weet nog dat ik een documentaire van het VPRO programma zag over de gevolgen van de crisis in Griekenland. Een boer, ruim de pensioengerechtigde leeftijd overschreden, stond met zijn pet de tranen uit zijn ogen te vegen. Ze hadden hem verteld dat hij voor de Europese markt het beste broccoli kon gaan verbouwen op zijn grond. Dat advies had hij opgevolgd en daarvoor had hij zijn paar honderd jaar oude olijfbomen omgehakt en weggehaald. Nu had men hem verteld dat de broccoli niet zou worden gekocht door Europa, de export was gestaakt omdat de invoer te duur was geworden voor veel landen. Hij weende om zijn olijfbomen, want als hij die nog had gehad, had hij in ieder geval nog wat handel gehad op de lokale markt. Ik weende met hem mee.


Welke illusies en welke leugens er zijn verkondigd over Griekenland is te lezen in het boek van Mertens. Wie nog verder geinformeerd wil worden, kan ook dit ontluisterende gesprek, tussen Vanis Varoufakis, voormalig hij minister van financiën in het kabinet Tsipras en Noam Chomsky gaan zien en beluisteren. Dat gesprek bevestigt dat Mertens het meer dan bij het rechte eind heeft.


Dit boek van Mertens is een pamflet tegen de graaicultuur van degene die de macht hebben en dat opkomt voor de zwaksten in de samenleving. De poetsvrouw, die meer belastingen betaalt dan haar werkgever, de dakloze die buiten zijn schuld zijn werk heeft verloren en daarmee de grip op zijn leven, de hulpverleningsinstanties die deze zwakken in de samenleving proberen bij te staan, maar daarvoor steeds minder middelen krijgen omdat die middelen aangewend worden om de rijken nog verder te verrijken en die rijken wenden hun macht aan om de armen verder te verarmen.


Toch is dit boek van Mertens ook een boek van hoop, omdat er Mertens ons laat zien dat er mensen zijn zoals Mertens zelf, die deze misstanden in een boek wereldkundig maken, maar ook in politiek hun uiterste best doen om deze onrechtvaardigheden te bestrijden. Dank je wel Peter Mertens, ik weet wat me te doen staat als ik ga stemmen in maart!


Over de auteur:
Peter Mertens is auteur, socioloog, voorzitter van de linkse PVDA, en columnist op Knack.be. Voor zijn boek Hoe durven ze? (2011) kreeg Peter in 2012 de ‘Prijs Jaap Kruithof’. Het groeide uit tot een bestseller en werd een van de meest verkochte politieke boeken van de laatste decennia. Begin 2016 werd Peter door de lezers van Humo in de jaarlijkse Pop Poll uitgeroepen tot 'politicus van het jaar'.


ISBN 9789462670884 | Paperback | 408 pagina's | Uitgeverij Epo | 2016

© Ria, 7 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stad in Oorlog
Amsterdam 1940-1945 in foto’s
René Kok en Erik Somers


In dit boek zijn bijna 400 afbeeldingen opgenomen van Amsterdam in oorlogstijd. Een beperkt aantal foto’s is in kleur.


Het zijn fascinerende foto’s. Woorden roepen beelden op, maar afbeeldingen geven de werkelijkheid weer. Zeker voor iemand die Amsterdam als stad goed kent zijn de foto’s schokkend. Fraaie locaties waar je nu voor je genoegen naar toe gaat en waar horden toeristen op af komen waren toen het toneel van ondergang en vervolging.


Het boek opent met de meidagen 1940 en de eerste bezettingsjaren. Daarna komen allerlei onderwerpen aan de orde: collaboratie, verzet, luchtbombardementen, de hongerwinter, de bevrijding en de nasleep van de oorlog. De kleurenfoto’s zijn in een apart hoofdstuk opgenomen. Het boek sluit af met een opgave van literatuur, een lijst met de chronologie van de oorlogsjaren, kaarten en een register.


Stad in Oorlog geeft dus een beeld van de oorlog. We zien de uniformen, de stampende laarzen, de grote petten en de geheven rechterarm. In het eerste gedeelte van dit boek is het militaire vertoon nog min of meer deel van de alledaagse, gewone werkelijkheid. Maar naarmate de oorlog vordert, worden de beelden rauwer. We zien vanaf 1942 de Joden in kolonne opmarcheren naar het treinstation om afgevoerd te worden naar het oosten, een onbekende toekomst tegemoet. Deze mensen beseffen wat hen wacht. De dood weerspiegelt zich in hun ogen. We zien de vreselijke ontreddering van stervende mensen in de hongerwinter van 1944/1945.


Veel militairen dus in dit boek. De burgers zijn merendeels keurig gekleed. De mannen in een pak, vrouwen in een jurk, vaak met een hoed op het hoofd, jonge jongens met stropdas en in een jasje. De wereld stond in brand, maar men hield vast aan ingesleten patronen en gewoontes. Toch wankelden de morele codes. Sommige vrouwen hadden een relatie met Duisters. Anderen trokken na de oorlog op met de Canadezen. Autoriteiten maakten zich grote zorgen over de losse zeden. Na de oorlog werkt men aan restauratie. Vooroorlogse politieke partijen keren terug, de kerken proberen hun positie te heroveren, de verzuiling blijft nog een paar decennia intact. Maar in de jaren zestig breken de dijken voorgoed door. De oorlog heeft de gevestigde gezagskaders te zeer aangetast.


Dit boek getuigt van verzet tegen de brute bezetter, maar ook van acceptatie van het Duitse regime, van ongevoeligheid en wegkijken als het gaat om het lot van Joodse medeburgers. Maar niemand kon ontsnappen aan het maken van een keuze. Volgens de schrijvers van dit boek lieten de meeste Amsterdammers de meedogenloze jacht op Joden over zich heen komen en deden ze alsof hun neus bloedde. Voor de meesten was overleven het parool, en dat is op zich heel begrijpelijk. Velen maakten echter misbruik van de omstandigheden door zich huizen, meubilair en sieraden van Joden eigen te maken. Joden die de oorlog overleefden en terugkeerden konden niet op een warme ontvangst rekenen. Dat maakt dat wij als volk niet trots terug kunnen zien op het oorlogsverleden.


Het was een barre tijd. Elk jaar zijn er meerdere herdenkingen van de oorlogsjaren. Steeds komt dan de vraag aan de orde: hoe voorkomen we dat deze barbarij zich ooit in de een of andere vorm herhaalt. Niemand wil een herhaling, tegelijk zie je hoe de conflictstof zich in de samenleving toch weer ophoopt. De zogenaamde sociale media laten zien hoeveel haat en wrok er in de samenleving schuil gaat.


Dit prachtige boek zal heel veel Nederlanders aanspreken. Je hoeft er niet voor in de hoofdstad te wonen. De teksten geven prima informatie bij de foto’s. Wie dit boek heeft doorgenomen kan alleen maar hopen dat een nieuwe oorlog en een nieuwe bezetting zal uitblijven.


De twee auteurs en de uitgever verdienen een compliment voor deze goed verzorgde uitgave.


ISBN: 9789462581913 | Hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij WBOOKS | februari 2017

© Henk Hofman, 21 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het geestelijke in de kunst
Wassily Kandinsky


De oorspronkelijke uitgave van 'het boekje', zoals Kandinsky het zelf noemde, verscheen in 1911 en werd maar liefst drie keer herdrukt binnen een jaar. Het verscheen tijdens de hoogtijdagen van de ontwikkeling van de abstracte kunst en het jaar waarin, volgens Janson's History of Art, in de schilderkunst de totale abstractie verschijnt. Volgens de uitgever vat Kandinsky's verhandeling samen waarover onder kunstenaars in heel Europa al sinds het Franse symbolisme werd getheoretiseerd. Daarom werd het veel gelezen en gebruikt als inspiratiebron voor nieuwe artistiek experimenten.


Waarover werd er dan precies getheoretiseerd onder die kunstenaars aan het begin van de twintigste eeuw?  Kandinsky laat ons zien, dat men van mening was, dat de kunstenaar op zoek diende te gaan naar wat hij het geestelijke in de kunst noemt. Hoe kan de kunstenaar, die, volgens Kandinsky, gedreven moet zijn door een 'innerlijke noodzakelijkheid' de verborgen krachten van die beeldelementen tot leven wekken voor de toeschouwer of toehoorder. Het gaat er daarbij om dat het kunstwerk, lichamelijke en geestelijke sensaties teweeg brengt. Die lichamelijke sensaties kunnen vergeleken worden met het eten van bijvoorbeeld kruidig voedsel of ijs. Ze zijn oppervlakkig en laten geen blijvende indruk achter. De geestelijke sensaties echter ontstaan, volgens Kandinsky, als bijvoorbeeld de kleuren die de schilder gebruikt een spirituele sensatie veroorzaken, die een lichamelijk onuitwisbare reactie veroorzaakt.


Beide elementen, het lichamelijke en het geestelijke, dienen in een goed kunstwerk aanwezig te zijn.  Kandinsky meent dat dit met name het geval is bij het luisteren naar muziek. Hij liet zich daarom ook vooral inspireren door de muziek en ontleende daaraan benamingen voor zijn kunstwerken, zoals impressie, improvisatie en compositie, bijvoorbeeld zijn schilderij Sketch I for “Composition VII”.

Terwijl ik dit boekje las, was tegelijkertijd een aflevering op de televisie van het programma Made in Europa, gepresenteerd door de Belgische schrijver Dimitri Verhulst. De presentator stelt zich in dit programma de vraag of het misschien de kunst is die de Europeanen verbindt. Deze aflevering ging over abstracte kunst. Zittend in een taxi, filosofeert Verhulst het volgende:


In iedere mens is een donkere leegte waar God precies in past, zei Malevich.

Ik ben best wel gek van abstracte kunst op voorwaarde dat de schilder de gave van de muzikaliteit heeft. Kandinsky zie ik heel erg graag omdat Kandinsky probeerde te vatten met penseel en doek wat de muzikant met noten kan verkrijgen.


Terwijl we een doek van Kandinsky in beeld zien, vervolgt Verhulst:

Kandinsky was op zoek naar ritme, naar cadans. Ik kan er eigenlijk bijna voor staan dansen. Ik kan het lezen als een partituur en dat heb ik niet meteen met een zwart vierkant. Het spijt me. Ik begin niet te dansen van een zwart vierkant. Dat lukt mij niet.


Ikzelf zag de kunst van Kandinsky voor het eerst 'in het echt' in het Joods Historisch Museum waar de expositie Schönberg & Kandinsky. Tegendraads in kunst en muziek  van 17 november 2013 tot en met 16 maart 2014 werd gehouden. In de tentoonstelling kwam precies naar voren wat Verhulst hierboven verwoordt. Arnold Schönberg is één van de meest invloedrijke componisten van de twintigste eeuw. Dat hij ook beeldende kunst maakte is minder bekend. Een van zijn inspirators was Wassily Kandinsky. Andersom inspireerde Schönberg Kandinsky ook. Misschien heeft Verhulst deze tentoonstelling ook gezien, bijna zeker is, op grond van de woorden die hij kiest in het televisieprogramma, dat hij Het geestelijke in de kunst van Kandinsky heeft gelezen.


Je kan dit boekje heel vaak opnieuw ter hand nemen, passages nog een keer lezen om daadwerkelijk tot de essentie te komen van wat Kandinsky in dit werk probeert te verklaren. Het boekje is eigenlijk als een abstract schilderij, je doet steeds opnieuw een ontdekking, die je aanraken en ontroeren. Het is prachtig vertaald door Hans Driessen, vertaler van onder andere Duitse filosofie en met een inspirerend en verhelderend nawoord van kunsthistoricus Marty Bax.


Over de auteur:
Wassily Kandinsky (1866-1944) was een Russisch-Franse schilder die een centrale rol speelde in de ontwikkeling van de abstracte kunst aan het begin van de twintigste eeuw, zowel wat betreft de vorm als de filosofische inbedding.


ISBN 9789460042911  | Paperback | 144  pagina's | Uitgeverij Vantilt | februari 2017
Oorspronkelijke titel: Über das Geistige in der Kunst  Vertaald door: Hans Driessen

© Ria, 15 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ontmoetingen met Syriërs
Esseline van de Sande e.a.


Oudejaarsavond 2016, de bel gaat, ik doe open en voor de deur staan twee van mijn nieuwe Syrische buren, de zoon en zijn ontstellend lieve moeder. Zij geeft me een plantje, prachtig in cellofaan verpakt met feestlinten. Ze knikt me stralend toe. 'We wish you a Happy New-Year!' zegt de zoon. Zij spreekt geen Engels maar is blij en lacht en knikt me hartelijk toe.
Ik sta stuntelig in de deuropening, ik voel me ontredderd, overweldigd, geraakt. De tranen springen in mijn ogen. Zij geven mij een plantje! Zij die allerlei ellende hebben gezien en meegemaakt. Ik roep maar dat ik het 'so kind and so sweet' vind en weet me geen raad. Wat moet ik doen? Ik wil ze knuffelen en verwennen en zeggen dat ik zo blij ben dat ze veilig hier zitten en eindelijk een huis hebben. Ik wil ze binnenhalen, kortom, ik sta te hakkelen en te stotteren en te vertellen dat ik het zo aardig vind. Ze knikken me nog een keer heel hartelijk toe, draaien zich om en lopen de galerij af, terug naar hun huis. Later hoorde ik dat ze al hun naaste buren een plantje hadden gegeven, dat was de gewoonte in Syrië...
Het liet mij met een ongemakkelijk gevoel achter, wat moest ik doen, hun ook een plantje brengen? Of oliebollen brengen of zoiets? Had ik ze binnen moet vragen of juist niet? Geen idee, misschien beledigde ik ze dan wel. Mijn buren hadden hetzelfde...zij wisten ook niet wat te doen.


Door deze gebeurtenis besefte ik pas goed, hoe weinig ik weet over Syrië, behalve dat de stad Aleppo platgeschoten is en duizenden inwoners van Syrrië de vreselijke toestand in hun land ontvlucht zijn. Ook besefte ik dat het nieuws dat wij voorgeschoteld krijgen, erg op het Westen, Amerika en op de boze daden van Poetin gericht is. Als we al ander dan oorlogsnieuws krijgen uit landen als Libanon, Egypte, Syrië etc. dan is het vaak in de vorm van een eenmalige documentaire zoals  Van Nablus naar Ninivé of Wedding Day van Lieve Blanquaert die o.a. een bruiloft in Jordanië versloeg. Wat natuurlijk lang niet toereikend is om enig benul te krijgen van het leven in Syrië en haar inwoners.

Dit boek is dan ook een zeer welkome informatiebron. Een aantal mensen hebben hun bijdrage geleverd om ons wegwijs te maken rond de geschiedenis van Syrië, over de regering, de geloofsopvattingen en geloven, de gebruiken, de zeden en gewoonten en het dagelijks leven.
Esseline van de Sande heeft zes jaar in Damascus gewoond en zij opent het boek met het verhaal over een tocht die zij samen met een vriendin maakte in een kajak over de Eufraat. Daarin is vooral de enorme gastvrijheid van de mensen die ze onderweg ontmoeten opvallend. Ze zijn overal welkom, en eten wordt onmiddellijk gedeeld, zelfs de gids die de twee vrouwen rondleidt door Fort Europa nodigt hen uit voor de lunch alsof het de normaalste zaak van de wereld is - wat het voor hem ook is -.

Vervolgens levert Carl Stellweg ons de in zeer heldere bewoording de ontstaansgeschiedenis van Syrië. In 1915 bepaalden Mark Sykes en George Picot de indeling van het Midden-Oosten in het Sykes-Picot verdrag, Een paar lijnen werden getrokken op de tekentafel en zie, daar hadden we Libanon, Jordanië, Syrië, Irak enz.  Deze landen bleven nog lang onder het mandaat van de Fransen of Britten. De houding van deze twee landen was vooral op eigen gewin uit, zoals de hele koloniale tijd dat ook was. Ook de politieke toestand in het land en de invloed van de diverse geloven doet Stellweg klip en klaar uit de doeken.

Daarna volgen o.a. de verhalen van Syriërs zelf. Zoals de architect die het geluk had in Nederland uitgenodigd te worden als architect-in-recidence. Hij had zich volgens de inlichtingendienst misdadig gedragen omdat hij medische hulp verleende aan 'de vijand' en moest vluchten. Hij is nu o.a. vrijwilliger in een vluchtelingenkamp Jordanië.  Een ander was rechter in Syrië en hij probeert nu een bestaan in Amersfoort op te bouwen. Hij doet nu o.a. vrijwilligerswerk in een verzorgingshuis. Hij vertelt ook over de vreemde dingen die hij het hoofd moest bieden, zo zat hij bijna zonder stroom omdat hij niet wist dat je dat zelf moest regelen met een elektriciteitsbedrijf.

Mariette van Beek vertelt dat de meeste Syriërs zich vooral Arabier voelen. Maar ze geeft ook inzicht in de gewoontes binnen de verschillende geloofsgemeenschappen, zoals de Koerden, Christenen, Soenieten, Sjiïeten, Alawatien. Deze laatsten hebben overigens vaak de regeringsbanen. Over het geloof wordt zelden onderling gesproken. 'Jouw God is jouw zaak'. 

En zo passeren allerlei onderwerpen de revue. De sterke Syrische Tomador Hassou strijdt voor de vrouwen en vertelt aan Nicolien Zuijdgeest wat haar strijd inhoudt. Een fascinerende en inspirerende vrouw.

Het hoofdstuk Hoe gaat het bij de Syriërs geschreven door Esseline van de Sande vormt als het ware een handleiding voor de Nederlanders. Daarin zijn de gewoontes in en buitenshuis beschreven. Soms grappig om te lezen hoe een goedbedoeld gebaar of cadeau heel anders uitgelegd kan worden.

Bijzonder is ook de rol van soaps in Syrië lezen we in het hoofdstuk geschreven door Hassnae Bouazza. In tegenstelling tot Nederland geven de soaps de werkelijkheid weer! Wil je het Syrische dagelijkse leven leren kennen kijk dan naar hun soaps. Natuurlijk worden daarin niet de misstanden getoond, want dat mag dan weer niet. Dit verhaal is hier te lezen

Kortom, in dit boek lezen we alles wat we zouden moeten of willen weten over onze nieuwe buren. Het eten en de eetgewoontes, de muziek,  de manier van elkaar begroeten, de vormen van onderwijs, de poëzie die zo'n belangrijke rol speelt in de Syrische cultuur enz. enz.

Het boek heeft mij een hoop geleerd - ik wist schandalig weinig zo bleek  - en vormt voor mij een vraagbaak in de omgang met mijn vriendelijke, hartelijke buren. Bij deze wil ik de schrijvers en samenstelllers daarvoor hartelijk bedanken. Het boek maakt alles voor mij én mijn buren een stuk makkelijker.


Geïnterviewden: Bengin Dawod (architect), Refat Alhomsi (rechter), Tomador Hassoun (feministe), Araa al-Jaramamani (soapschrijfster), Amer Shanati (muzikant),  Adonis (dichter),  Daada Kajo (romanschrijfster), Maher al-Sabbagh (kok) en Rosh Abdelfatah (theater/film maker)

Met bijdragen van: Esseline van de Sande, Carl Stellweg, Rafif Jouejati, Hassnae Bouazza, Mariette van Beek, Nicolien Zuijdgeest, Ine Smeets, Piet Hermans, Emmy van Hees en Kees van Teeffelen.


ISBN 9789460160684 | Paperback | 160 pagina's | Informatie Verre Reizen | oktober 2016
Met achterin boekentips, handige adressen, websites etc.

© Dettie, 8 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zon en de maan en de Rolling Stones
Rich Cohen

In 1994 wordt Rich Cohen gevraagd om verslag te doen van de repetities van de Rolling Stones, voor het blad Rolling Stone. Hij is vanaf z'n jeugd een fan van deze groep, maar als hij in 1989 een kaartje voor een concert van de groep krijgt, is de magie er een beetje af.  Tijdens de repetities raakt hij bevriend met Keith Richards, Charlie Watts en Mick Jagger, misschien ook omdat hij zich niet opstelt als een fanatieke fan, maar stil in een hoekje gaat zitten om aantekeningen te maken. Tijdens de repetities en optredens in kleine zaaltjes, blijkt de magie er nog steeds te zijn.


Dit boek vertelt niet alleen de geschiedenis van de Rolling Stones, waarin het hoofdstuk over het tragische concert in Altamont, waarbij Meredith Hunter door Hells Angels gedood wordt, het kernpunt is. In dit hoofdstuk worden misschien ook wat mythes over de gebeurtenissen ontkracht.


Het boek vertelt over de oprichting van de groep, het groeiende succes, het drugsgebruik en de dood van Brian Jones, waar 2 hoofdstukken aan gewijd zijn. Hier doorheen zijn de verhalen gevlochten over de avonturen van de auteur met de groep. Er is hier duidelijk sprake van Gonzo journalistiek. De auteur maakt deel uit van het verhaal en is niet alleen maar als waarnemer aanwezig.


Het boek vertelt over plaatopnamen, het verblijf in Frankrijk om belastingtechnische redenen en wordt nergens een heiligverklaring. Ook is het niet het verhaal van de teleurgestelde fan, bij wie de groep niets goeds meer kan doen. De leuke en minder aangename kanten van de mensen komen duidelijk aan bod en aan het eind krijgen we ook een beetje te horen hoe het verschillende mensen rond de groep verder is vergaan.


De noten aan het eind vond ik wel opvallend. Er is namelijk geen sprake van voetnoten, maar aan het eind van het boek wordt over elk hoofdstuk verteld hoe het een en ander tot stand is gekomen en welke bronnen geraadpleegd zijn. Voorts bevat het boek een lijst met geïnterviewde personen, geraadpleegde literatuur en een uitgebreid register.


Al met al was het een zeer aangename leeservaring. Het boek leest lekker weg en als je het uit hebt, heb je echt het gevoel dat je de groep wat beter hebt leren kennen.


ISBN 9789000336555 | Paperback | 412 pagina's | Uitgeverij Unieboek | Het Spectrum | februari 2017

© Renate, 5 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De keuken van Hartwood
Een culinair avontuur op Yucatán
Eric Werner & Mya Henry


De Mexicaanse keuken, wat houdt dat eigenlijk in? vroeg ik me af. Het enige wat in me opkwam waren taco's, bonen, maïs, pepers, guacamole en grote steaks. Veel meer kon ik niet bedenken. Misschien nog wat paprika's en tomaten, maar daar hield het wel bij op. Gelukkig is er nu dit kookboek dat me meevoert naar Yucatán, de zuidoostelijke punt van Mexico, waar de New Yorkse Eric en Mya hun succesvolle restaurant Hartwood runnen.


Het idee voor het restaurant ontstond heel spontaan. In december 2009 waren s het stel op vakantie in het Mexicaanse dorpje Tulum en dat beviel zo goed dat ze eenmaal thuis de huur opzegden en hun boeltje oppakten en begin mei 2010 vertrokken, terug naar Tulum met een hoofd vol plannen en ideeën. Ze vonden een mooie plek en langzaam maar gestaag ontgonnen ze hun stuk grond en werd het restaurant gebouwd dat ze bewust grotendeels onoverdekt lieten omdat de sterrenlucht daar zo prachtig is. En zo werd hun spontane actie beloond met een goedlopend restaurant dat in het hoogseizoen (van november tot en met paaszondag) druk bezocht wordt.


"Als je naar het restaurant van Eric en Mya gaat, zit je midden in de wildernis. Er is geen dak, geen muur, alleen wat elektriciteit." vertelt de chef-kok René Redzepi van het tweesterren restaurant Noma in Christianshavn (Denemarken) in het voorwoord.


Het ontdekken van de Mexicaanse keuken was voor Eric en Maya een spannende bezigheid. Welke ingrediënten en specerijen worden er gebruikt? Hoe kun je alles het beste bereiden?  Kortom, er volgde een ware ontdekkingstocht door Mexicaans voedselland en die ontdekkingen geven ze aan ons door. In het boek worden er enkel pagina's gevuld met foto's en beschrijvingen van de ingrediënten zoals de vele soorten chilipepers, maar ook fruitsoorten, groente, kruiden en specerijen, zoetstoffen, mescal (alcohol) en tafelzuur (met recepten), geroosterde olie (met wijze van bereiden) worden afgebeeld.


Vervolgens verschijnen, onder het vertellen over de markten en winkels waar alle ingrediënten en keukenbenodigdheden gekocht worden door, de foto's van diverse gerechten met de recepten erbij. Alles ziet er even smakelijk en vooral heel kleurrijk uit, het geeft je gelijk een vakantiegevoel.
Voor enkele van de gebruikte ingrediënten zoals o.a. cactusblad, welriekende ganzenvoet of yamboon zal je even internet op moeten gaan om uit te vinden waar ze te koop zijn maar het merendeel is hier gewoon in de supermarkt te koop. Gelukkig worden er meestal ook vervangende ingrediënten genoemd. Het grappige is, dat juist de ingrediënten die ik aan het begin noemde als zijnde typisch Mexicaans op de pepers na niet of nauwelijks gebruikt worden.

Als je een restaurant aan zee hebt, worden er natuurlijk ook veel - vers uit zee -  visgerechten geserveerd, o.a. ceviche, waar rauwe vis in verwerkt wordt. Daarbij wordt o.a. Gaujillopeperplatbrood geserveerd waarvan het recept ook in het boek staat. Opvallend zijn de schitterende foto's van de levende of bereide vissen maar ook de afbeeldingen van de omgeving zijn zeer de moeite waard.
Alles wat op de kaart staat in restaurant Hartwood is wilde vis, dat wil zeggen vis die met de hand gevangen en gedood is. Dat schijnt de smaak ten goede te komen. De visrecepten zijn allemaal even bijzonder en het frappante is dat letterlijk alles van de - enorme- vissen gebruikt wordt, zoals de wangen waarvan een heerlijk ovengerecht wordt gemaakt, de kiewdeksels die gebakken worden en de koppen die in de vissoep gaan.

En dan komen we bij het vlees... varkensribbetjes, buikspek, karbonade (met ingemaakte eieren) ribeye, runderrib, alle delen van de kip en lamsvlees  wordt gemarineerd of voorzien van de meest heerlijke kruiden en daarna gegrild en/of in de houtoven bereid. Daarbij worden frisse en pittige sauzen opgediend. Eric en Maya geven ons ook hun speciale grillgeheimen prijs zodat je zeker bent van een goed resultaat.

De zeer aantrekkelijk ogende desserts doen je watertanden. Geroosterde kokoscake, Cake tatin met gegrilde ananas, gekonfijte hibiscusbloemen, limoentaart met limoenkaramel en ijs van zuurzak (vrucht te koop bij de toko) het ziet er allemaal even verleidelijk uit. Het kookboek wordt afgesloten met drankjes waarin vruchtensappen met rum, whiskey, mescal, gin of wodka vermengd worden maar voor de mensen die alcoholvrije drankjes prefereren zijn er heerlijke watertjes met kokos, gefermenteerde ananas, limoen of mango met honing.


Het prachtig verzorgde kookboek met erg mooie foto's was voor mij qua inhoud echt een verrassing. De ingrediënten en combinaties zijn bijzonder terwijl de gerechten zelf niet moeilijk te bereiden zijn. Het lijkt me vooral een kwestie van aandacht en liefde voor het eten wat bereid wordt.
Het boek is met veel enthousiasme geschreven en het is hartverwarmend hoe zeer Eric en Maya hun hart verpand hebben aan de natuur, de omgeving en de inwoners van Tulum, vooral over deze laatste wordt met zeer veel respect en waardering gesproken. Zij vormen een zeer gewaardeerd onderdeel van hun werk.
Kortom, een fantastisch boek dat denkelijk hier in huis veel gebruikt gaat worden.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789059567443 | Hardcover | 304 pagina's | Fontaine uitgevers | februari 2017

© Dettie, 3 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De existentialisten
Filosoferen over vrijheid, zijn en cocktails
Sarah Bakewell


Voor wie de boeken van existentialistische schrijvers te ingewikkeld zijn, is er nu het boek van Sarah Bakewell. Glashelder en met grote passie beschrijft zij de periode van het existentialisme (1930-1980), beginnend bij Husserl en eindigend met het overlijden van Sartre (1980) en Simone de Beauvoir (1986). Naast deze personen gaat zij in op het werk van Heidegger, Merleau-Ponty, Camus, Emmanuel Levinas, Karl Jaspers en Raymond Aron. De centrale, bindende figuur is Sartre. Zo wordt dit boek meer dan een uiteenzetting over de existentialistische filosofie. Het is tegelijk ook een biografie. De twee hoofdpersonen: Sartre en Simone de Beauvoir verdienen een schrijfster van deze allure. Het boek is mooi geschreven, bijzonder onderhoudend en getuigt van een indrukwekkende kennis van zaken.


Vrijheid is het grote thema van de existentialisten – in het bijzonder van Sartre. Hoeveel vrijheid kunnen en moeten wij elkaar toestaan? Betekent vrijheid dat de mens bestaande grenzen moet overschrijden, zodat ook het recht om te beledigen onder dit begrip valt? Hoeveel vrijheid staan wij af aan overheid en multinationals in ruil voor welvaart en gemak? Hoe verhoudt vrijheid zich tot traditie en tot moraal?


Vrijheid werd vooral vertaald naar de politiek, de samenleving en naar de seksualiteit. Dat laatste gold voor alle existentialisten, maar weer in het bijzonder voor Sartre en De Beauvoir. Geen van beiden wilden ze een burgerlijk huwelijk of kinderen. Zij wilden een open relatie waarin plaats was voor andere relaties - in het geval van De Beauvoir omvatte dat ook lesbische relaties - op één voorwaarde: ze zouden naar elkaar open zijn over al hun andere seksuele relaties.


Sarah Bakewell oordeelt mild en begripvol over deze afspraak. Evenzo aangaande het onmatige alcohol- en drugsgebruik van vooral Sartre. Annie Cohen-Solal was heel wat kritischer over beide zaken in haar biografie uit 1985. Hetzelfde geldt voor Carole Seymour-Jones die in 2008 vermeldde dat het stel maar net aan aangifte bij de politie ontkwam. Een boze Elsbeth Etty, bijzonder hoogleraar Nederlandse literatuur, noemde het boek van Seymour-Jones “een afrekening van een fatsoensrakker” (NRC-boeken, 30 mei 2008).


Wat de vrijheid in politieke zin betreft, blijft de blinde vlek voor totalitaire regimes van Stalin, Mao en Castro merkwaardig. Sartre noemde de showprocessen achter het IJzeren Gordijn gerechtvaardigd vanuit communistisch perspectief. Simone de Beauvoir meende in 1948 dat de communisten overal op de goede weg zaten. Ook Bakewell verbaast zich erover dat het stel “een aantal verfoeilijke regimes” verdedigde (blz. 370).


Existentialisten schreven niet vanachter hun bureau. Cafés speelden een hoofdrol in het leven van Sartre en De Beauvoir. Daar ontmoetten ze dichters, toneelschrijvers, journalisten en kunstenaars. Daar discussieerden zij en schreven zij aan kleine tafeltjes passages voor hun boeken. Daar dronken ze koffie en cocktails.


Regelmatig beschrijft Bakewell haar eigen ervaringen met existentialistische boeken. Boeiend om te lezen. Het inspireert mij om ook mijn bevindingen te noteren met betrekking tot Le deuxième sexe. Met dit boek vestigde De Beauvoir wereldwijd haar reputatie. Met de opbrengst van het boek kon zij een fraai appartement in een mooie wijk van Parijs bekostigen. Het is haar van harte gegund, maar het boek heeft mij nooit overtuigd. De centrale zin in dit boek luidt: Je komt niet ter wereld als vrouw, je wordt vrouw.
Deze zin omvat een aantal zaken die elk voor zich niet kloppen. In de eerste plaats kan eenieder waarnemen dat een vrouw als vrouw wordt geboren. In de tweede plaats veronderstelt de schrijfster een patriarchale samenleving waarin onvrije vrouwen leven. Dit komt echter niet overeen met de historische werkelijkheid. Het verleden moet je niet beoordelen met de bril van het heden, want dan leg je de normen van nu op aan een vroegere samenleving. Manon van der Heijden (hoogleraar in Leiden) heeft aangetoond dat vrouwen in Holland in de 17e en 18e eeuw vrij, assertief en zelfverzekerd waren. Het merendeel van de echtscheidingen werd in de 17e eeuw door vrouwen aangevraagd. In de derde plaats: als de vrouw tot vrouw wordt gemaakt wat is zij dan als ze eigenlijk geen vrouw is? Wie en wat is dan de maatstaf waar ze zich op richten moet? De man en de mannenwereld? Als het moederschap niet langer bepalend is voor de vrouw wat rest er dan anders dan het betreden van de mannenwereld en de concurrentie met de man aangaan? Als de vrouw geen vrouw is, is ook het moederschap weg (Simone de Beauvoir rept met geen woord over moederschap) en zal vergrijzing het gevolg zijn.


Bakewell stelt dit type vragen helemaal niet. Zij wijst wel terecht op de geweldige omwenteling die dit boek teweeg heeft gebracht in de sociale ordening van de samenleving.


Zo plaats het boek van Bakewell ons midden in de actualiteit, waarin de consequenties van deze denkstijl tot het uiterste zijn opgerekt. De mens is in de eerste plaats een individu, hij is vrij, kiest in vrijheid en is daarmee zelf verantwoordelijk voor zijn lot, maar die vrijheid is verbonden aan de angst van een eenzame mens in een absurd universum.


Verdraagzaamheid is uitgegroeid tot één van de sleutelbegrippen van deze tijd. De opvallende contradictie is dat we tegelijk bijna niets meer van elkaar kunnen verdragen. Hoe zou Sartre dat verklaren?


De schrijfster van dit prachtige boek was zestien jaar toen zij existentialist werd na het lezen van De Walging van Sartre. Ze studeerde filosofie aan de universiteit van Essex en geeft tegenwoordig les aan het Kellog College te Oxford.


ISBN: 9789025905477 | Paperback | 464 pagina's | Uitgeverij Ten Have | november 2016
Vertaald door Karl van Klaveren

© Henk Hofman, 9 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER