Nieuwe recensies Non-fictie

Pukkie
een jongensjeugd in Apeldoorn
Henk van Zuiden


Geboren: Zondag 7 januari 1951 - Hendrik Egbert van Zuiden, roepnaam Henk.
Vanaf die dag wonen ze in het gezin Van Zuiden met zijn veertienen. Het gezin bestaat uit vader en moeder, 7 jongens en vier meisjes, oom Gerritjan - de broer van Henks moeder -  woont ook in het kleine huis in Apeldoorn. 
Henk is de hekkensluiter ofwel het 'dorregatje'.


Het boek bestaat uit allerlei verhalen over het leven van Henk, wat gelijk een mooi tijdsbeeld oplevert. Doorheen de verhalen lezen we over gebruiken en handelingen die nu helemaal niet meer plaatsvinden.


Je kunt je het bijvoorbeeld nu haast nauwelijks meer voorstellen maar in Henks jeugd was een douche pure luxe, de kinderen gingen wekelijks in de teil of naar het badhuis.
Ook een eigen kamer hebben was bijzonder. Maar Henk en zijn zusjes hadden wèl een eigen tuintje! Buren deelden toentertijd ook de opbrengst van de fruitbomen en groentetuin door elkaar een emmer vol fruit te geven of een maaltje groente. 

Het krijgen van nieuwe kleren was, zeker in zo'n groot gezin, ook geen vanzelfsprekendheid. Maar toen de kleine Henk naar het ziekenhuis moest, kreeg hij wel twéé splinternieuwe pyjama's!

"Zo jongen, wullie goan eers langs Diekkamp, eff'n twee nieuwe pyjama's veur oe koop'n'. Hoi! Nieuwe pyjama's, toch iets leuks voordat ik naar een eng ziekenhuis moest."


En thuis wordt hij verwend met warme cacaodrank... Omdat hij naar dat ziekenhuis moet. Hoe anders is het nu. Toen was chocolademelk nog een échte verwennerij, dat kreeg je niet elke dag!

We mogen meeleven met kleine Henk, met leuke gebeurtenissen en minder leuke. Als opa dood gaat maakt opoe ook chocolademelk, als troost. Kleine Henk snapt niet veel van de dood. Maar hij weet wel dat het diepe indruk op hem maakt en dat het veel vragen oproept.
Verhuizen is weer heel wat anders, dat is leuk! En het huis is een stuk groter!


Kleine Henk groeit op, gaat naar school, waarover hij ook erg leuke verhalen weet te vertellen én het onderhandelen met broers en zussen begint, wie herkent het niet? Het is heerlijk om te lezen hoe er gescharreld wordt met beloning voor 'klusjes' zoals pikante boekjes kopen voor een broer. Maar ook de ontdekking van andere boekjes waarin alleen mannen staan is een puur wonder voor Henk. In die tijd was homoseksualiteit nog een groot taboe en hoe vertel je dat aan je ouders? Het lot besliste anders, wat misschien juist goed was.
Op zijn vijfentwintigste vertrekt Henk naar Den Haag. Waar hij de weg naar volwassenheid inslaat.


Het hele boekje ademt een mooie sfeer uit. Aan de ene kant de nostalgie, zonder te zwelgen in sentimentaliteit. Aan de andere kant de nuchtere werkelijkheid.
Henk van Zuiden heeft daarin een mooi evenwicht gevonden.
We lezen over de kruideniers, waar je de boodschappen op kon laten schrijven, over de school waar nog andere normen en waarden golden, over het ontdekken van zijn schrijftalent, over zijn strenge vader en lieve moeder en zijn latere leven buiten de invloedsfeer van  Apeldoorn.
Kortom, het is een koesterboekje.


ISBN 9789492519719 | Hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Liverse | 26 juni 2022

© Dettie,26 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De mannen van Poetin
Hoe de KGB Rusland heroverde en vervolgens de strijd aanging met het Westen.
Catherine Belton


De schrijfster werkte zes jaar lang voor The Financial Times in Moskou. Haar boek was in 2021 het boek van het jaar in Engeland. Vijf oligarchen, o.a. Abramovitsj,  klaagden haar aan wegens ‘smaad’.


Ze begint met een overzicht van de machtige mannen rond Poetin, veelal ex-KGB-ers, ook maffiosi en enkelen die zaken deden met Trump. Eén van hen werd door Poetin onteigend en verloor 12 miljard dollar, een andere, Berezovski, werd in 2013 dood aangetroffen in Berkshire, waarschijnlijk  geen zelfmoord (p. 9-19).
Het aanvankelijk doel van het boek was: aantonen hoe Poetins KGB-vrienden de economie inpalmden. Daarna kwam erbij: bewijzen dat die miljarden ook ingezet werden om democratieën in het Westen te ondermijnen (p. 26).


Belton is positief over de Poetin van 1992 e.v.: ze prijst zijn dossierkennis en inzicht in de economie. Hij was toen locoburgemeester van Sint-Petersburg en medewerker van Sobtsjak, die het verzet leidde tegen de coup van augustus 1991. Tegelijk zegt ze dat hij vanaf het begin een leugenaar was. En ze laat DDR-toppers zoals Markus Wolf vertellen dat Poetin in de DDR een zeer bescheiden rol speelde en de RAF-terroristen steunde (p. 32-35).
Poetin bepaalde wie er handel mocht drijven in de zeehaven en olieterminal van Sint-Petersburg en haalde daar zelf de nodige winst uit. Galina Starovojtova, de activiste die de corruptie onderzocht, werd in 1998 doodgeschoten (p. 119).
In 1996 kreeg Poetin een hoge functie in het Kremlin en in 1998 werd hij baas van de geheime dienst FSB. In augustus 1999 benoemde Jeltsin hem tot premier, waarschijnlijk  in opdracht van de FSB.
In maart 2000 werd Poetin vlot verkozen tot president. Toen Jeltsin hem opbelde, werd hij zwaar beledigd: Poetin had geen tijd voor hem (p. 176). Jeltsin kreeg wel bescherming tegen juridische vervolging voor de illegale rekeningen van hem en zijn familie in Zwitserland.


Poetin leek aanvankelijk nog pro westers, maar toen Bush in 2002 het ABM-verdrag opzegde, een rakettenschild wou bouwen in Polen en Roemenië en de NAVO steeds meer Oostbloklanden inpalmde, wijzigde zijn houding en begon hij zijn totalitaire macht op te bouwen. De eerste slachtoffers waren de oligarchen, die met acht bijna 50% van de economie controleerden (p. 193-197). Mediatycoon Goesinski vloog al in 2000 als eerste in de gevangenis. Hij kon kiezen: ofwel zijn media verkopen aan Gazprom ofwel in de gevangenis blijven (p. 203). Anderen volgden, zoals Berezovski en Chodorkovski. Vanaf 2001 had Poetin al de controle over radio en tv verworven door gewapende invallen van de FSB. De gasindustrie kwam onder zijn controle via Gazprom. En de KGB veroverde stapsgewijs de vier grote oliebedrijven.


Belton toont ook aan waarom Chodorkovski eraan moest: hij wou niet buigen voor Poetin en de veiligheidsdiensten, op tv maakte hij in het bijzijn van Poetin bekend dat de corruptie 10% van het BBP bedroeg of 30 miljard $ per jaar. Hij gaf geld aan politieke partijen, wat Poetin hem verbood, hij gaf de indruk dat hij zich in 2008 presidentskandidaat zou stellen, hij wou Rusland omvormen tot een parlementaire democratie en zocht te veel toenadering tot de VSA en tot ExxonMobil, dat zijn Yukos wou overkopen. Genoeg redenen voor Poetin om wraak te nemen: in 2003 werd Chodorkovski aangehouden. Premier Kasjanov, die Poetin durfde tegenspreken in de zaak Chodorkovski, werd ontslagen (p. 251).


Ljoedmila Poetina verzette zich in 2004 tegen de tweede termijn voor Poetin en scheidde van hem.


Belton beschrijft ook de aanval van Tsjetsjeense terroristen op het Doebrovka theater in oktober 2002 en de noodlottige afloop. Ze citeert een naamloze getuige die beweert dat de FSB de aanval gepland had om Poetin steviger in het zadel te houden (p. 242).


Vanaf 2004 keerde men terug naar de tsaristische drie-eenheid van orthodoxie, autocratie en nationalisme. De crisis van 2004 in Oekraïne beschouwde Poetin als een Westers complot dat Kiev wegleidde van Moskou (p. 253-257).


Op 1 september 2004 volgde een nieuw drama in Beslan, op 100 km van Tsjetsjenië. Terroristen gijzelden 1.100 ouders, kinderen, leerkrachten en eisten weer dat Rusland zich zou terugtrekken uit Tsjetsjenië. 330 gijzelaars, vooral kinderen, stierven bij de bestorming door Russische commando’s. Voor het eerst kreeg Poetin een golf van woede over zich: de meeste doden waren veroorzaakt door de Russische troepen. Poetin beweerde dat het Westen betrokken was bij de aanval en besloot dat de regionale gouverneurs voortaan niet meer gekozen, maar door hem benoemd zouden worden (p. 250-262).


In november 2004 volgden de presidentsverkiezingen in Oekraïne, het land dat het meest verbonden was met Rusland: 85% van de gasexport naar Europa liep erdoor. Poetin steunde Janoekovitsj en liet Joesjtsjenko vergiftigen met dioxine, maar uiteindelijk won deze toch de verkiezingen. Voor Poetin was deze ‘Oranjerevolutie’ een pijnlijke nederlaag, de tweede al na de overwinning van Saakasjvili in Georgië (2003). Die nederlagen zouden nog jaren de daden van Poetin bepalen (p. 263-267).


Tijdens het schijnproces tegen Chodorkovski was nog 70% van de economie in handen van particulieren. Doordat er jaarlijks duizenden zakenmensen werden opgepakt en pas vrijgelaten als ze hun bedrijf afgaven, was in 2012 meer dan 50% onder controle van de mannen van Poetin. En 100% van de rechterlijke macht (p. 295-296).


Vanaf 2004 kon Poetin regeren als alleenheerser: hij beheerste de media, de zakenwereld, benoemde de gouverneurs en de burgemeesters van de grote steden en probeerde via zijn energiebedrijven de democratie in de buurlanden te ondermijnen. Via Abramovitsj infiltreerde hij in 2003 in Chelsea en in 2018 mocht hij van de corrupte FIFA het WK organiseren. Vanaf 2012 was hij opnieuw president en dreef hij de repressie op tegen Navalny en tegen ngo’s die steun kregen uit het buitenland.


In 2013 was de groei maar 1,3% en daalde zijn populariteit tot 47%. Dan zette hij volop in op de herleving van het Russische rijk: hij annexeerde de Krim en maakte duidelijk dat Oekraïne bij Rusland moest horen. Toen Janoekovitsj het verdrag met de EU niet tekende, ontstond zwaar protest op Maidan, waarbij in februari 2014 zeventig demonstranten doodgeschoten werden. Janoekovitsj nam de vlucht. De Russische propaganda gaf alle schuld aan de Amerikanen en aan Oekraïense ‘neonazi’s’. Poetins populariteit schoot omhoog naar 80% (p. 359-374). Daarna trokken Russische ‘vrijwilligers’ de Donbas binnen. De separatisten werden gesteund door Moskou: militair en met zwart geld (p. 375-406). Er vielen tussen 2014 en 2022 al 14.000 doden.


De Panama Papers toonden in 2016 een deel van de rijkdom van Poetin en zijn entourage. Sinds 1991 en vooral tijdens Poetin is er voor meer dan 800 miljard dollar naar het buitenland gebracht, meer dan het totale vermogen van de bevolking (p. 380-383). Behalve voor zelfverrijking, diende het geld ook om westerse instellingen te ondermijnen en de Brexit te steunen (p. 385-418).


Het laatste hoofdstuk gaat over het netwerk van Trump. Die heeft al sinds 1987 contacten mét en was afhankelijk vàn rijke Russen (of Georgiërs) die dicht bij de Russische maffia stonden. Er kwam net geen Trump Tower in Moskou in 2016. Maar rijke Russen speelden wel een rol in zijn kiescampagne. De Doema  en Poetins woordvoerder Dmitri Peskov waren enthousiast toen Trump in november 2016 won. De Russische inlichtingendienst had de mails van Hillary Clinton gehackt en geprobeerd de Amerikaanse publieke opinie te beïnvloeden ten voordele van Trump via sociale media. Poetin deed dit af als acties van private individuen, niet van de staat (p. 449-457).


Trump vond de NAVO achterhaald, hij moedigde de Britten aan om de EU te verlaten, hij liet de Koerdische bondgenoten in de steek in Syrië en lobbyde publiekelijk om Rusland weer in de G8 te krijgen. Zijn poging om Zelensky aan zijn kant te krijgen om Biden te veroordelen mislukte (p. 449-461).
In 2020 paste Poetin de grondwet aan zodat hij levenslang kan aanblijven met onbeperkte macht, ook over het gerecht, zodat hij iedereen kan laten verdwijnen.


Beoordeling

Dit boek is geen biografie van Poetin, maar wel een overrompelende studie over het gedrag en de rijkdom van hem en zijn omgeving.


De schrijfster heeft veel opzoekingswerk verricht, vele voormalige adviseurs en kennissen van Poetin geïnterviewd, ook veel gelezen. Vanaf het begin heeft ze het over scènes die zouden passen in een film: corruptieschandalen, onteigeningen van miljarden, processen om miljarden, fysieke bedreigingen en liquidaties. Het zijn zoveel intriges met telkens weer andere personen van wie velen weinig bekend zijn. Om veiligheidsredenen worden de contactpersonen dikwijls niet met hun naam vermeld. Begrijpelijk, maar als lezer weet je graag wie de bron is. Belton legt wel duidelijk uit waarom Chodorkovski en andere magnaten door Poetin onteigend  en uitgeschakeld werden. En vooral hoe Poetin samen met de KGB/FSB stap voor stap zijn macht en zijn persoonlijke rijkdom vergrootte en een einde maakte aan de democratie, vrije pers, vrije economie. Ze zegt niet hoeveel rijkdom Poetin nu heeft. Een kaart met de plaatsnamen ontbreekt helaas. KGB (1954- 1991) en FSB (1995-nu) gebruikt ze door elkaar. Het notenapparaat is indrukwekkend: p. 479-587! De oorlog tegen Oekraïne staat er niet in.


Enkele details: oepravlenie (p. 295) moet zijn: oepravnenie (het uit de weg ruimen). Het nieuwe millennium begon niet op 31 december 1999 (p. 167), wel op 1 januari 2001. In het register staan geen plaatsnamen en geen begrippen zoals obsjtsjak (criminele belasting)  en siloviki (mannen met macht, in de praktijk FSB-ers). Maar het geheel is wel een staaltje van sterke onderzoeksjournalistiek: Belton zal geen visum voor Rusland meer krijgen.

ISBN 978-90-446-5179-9  | Paperback | 600 pagina's foto’s, noten, register | Uitgeverij Prometheus, Amsterdam/L&M, Antwerpen|  juni 2022
Vertaling van: Putin’s People. How the KGB took back Russia and then took the West (2020)

© Jef Abbeel,  22 juni 2022  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van doen naar zijn
De kracht van eenvoud
Linda Rood


Deel van de flaptekst:
"Wat weerhoudt je ervan om nu volledig te zijn? Waar voel je spanning, welke verhalen en gedachten geloof je? Zolang we oplossingen zoeken voor ons lijden in de wereld van doen, zullen we in kringetjes blijven doorlopen. Maar zodra we afdalen in zijn, kunnen we de verhalen doorzien. Weerstand kan verdwijnen en plaatsmaken voor een directe ervaring van verstilling en helder inzicht"


Wat zou ik dit soort boekjes graag willen begrijpen. Wat zou ik graag met een brede glimlach dit boekje dichtslaan en me geheeld voelen omdat de shift in mij heeft plaatsgevonden zoals Linda Rood ons aangeeft. Waarom lukt mij dat niet?


Is het de taal die gebruikt wordt? Zinnen als: "Jouw zijn is al volledig, heel en geworteld in het tijdloze nu." of  "Het enige wat nodig is, is opmerken dat de wereld in jou verschijnt. Dat is de shift die je maakt. Van opgaan in de wereld naar opmerken waarín de wereld verschijnt"


Ik snap hier dus niets van. Wat is 'mijn zijn'? Is dat mijn aanwezigheid? Mijn werkelijke ik? Mijn innerlijk? Mijn échte ik, zonder vorming en invloeden van buitenaf? Mijn unieke menszijn? Is dat voelen dat je er bent?  Zoiets als To be or not to be? En dus niet Ik denk dus ik ben?


Bedoelt ze met 'volledig, heel en geworteld' dat je al helemaal goed bent zoals je bent? Dat je daar niet aan hoeft te sleutelen?
Dat 'het nu' tijdloos is, dat snap ik nog wel, dat kan niet anders dan tijdloos zijn.
Opgaan in de wereld snap ik ook, dat doen we bijna allemaal, enkele uitzonderingen daargelaten. Maar wat betekent het ze als ze schrijft 'dat de wereld in mij verschijnt'? Is dat in jezelf kijken? Jezelf beschouwen en opmerken wat er zich in jouzelf afspeelt? Kijken naar hoe jij de wereld 'ontvangt?'
Is deze taal, dit woordgebruik, iets voor insiders? Is dit voor mensen die al heel lang bezig zijn met het nu en 'het zijn'?


In mijn poging om dit boekje te kunnen lezen en te begrijpen heb ik recensies over dit boek gelezen en iedereen is lovend. Maar nog kom ik er niet achter wat er bedoeld wordt omdat de recensieschrijvers dezelfde taal spreken als Linda Rood, een taal die ik niet kan vatten. Ook met de flaptekst kom ik niet verder, het meldt wel dat 'het me naar een verstilde zijnstoestand zal brengen'.
Daarna heb ik gegoogled op 'het zijn' om daar een definitie van te vinden en kom uit bij de filosofie van Heidegger (da-sein) en Sartre.


Deze bovenstaande genoemde paar zinnen staan helemaal in het begin van het boekje maar natuurlijk staat er meer in, maar ook dat begrijp ik niet. Ik lees over het voorbij gaan aan het ego en non-dualiteit, waar ik overigens al veel over gelezen heb, dus deze materie is mij bekend en het is ook interessant én moeilijk en confronterend, zoals Linda Rood ook aangeeft. Maar hoe het in dit boekje beschreven wordt, maakt dat ik toch niet snap wat er staat.
Verder schrijft Linda Rood over de is-heid van het leven. Wat is dat?
Ze zegt ook; 'Leg je vertrouwen niet in de tastbare wereld, maar in wat de wereld draagt.' Dit begrijp ik ook niet.


Deze manier van schrijven maakt me onzeker, omdat ik maar niet snap wat er staat en dat wel wil begrijpen. Het gaat helaas echt boven mijn pet.
Ik vroeg me ook af: Als het op een andere manier geschreven zou worden zonder deze abstracte begrippen en taal, zou ik het dan wél begrijpen? Of snap ik het dan evengoed niet?


Mijn gedachte was ook, zou uiteindelijk het hele verhaal neerkomen op het feit dat 'het zijn' een vorm van aanvaarden is? Dat de wereld is zoals hij is en dat hetzelfde geldt voor jouw aanwezigheid in deze wereld? En... dat je dat accepteert, wat je dan rust geeft?
Maar zeker ben ik er niet van. Wie het weet mag het zeggen.


Linda Rood geeft tussen de hoofdstukken door ook korte opdrachten om bijvoorbeeld jouw gedachten stop te zetten of jezelf als een leeg veel papier te zien die je weer opnieuw mag beschrijven enz. Deze zijn eenvoudig uit te voeren.


Het boekje is overigens , zoals alles bij deze uitgeverij, prachtig verzorgd, het is een mooie hardcover met bijzondere, kunstzinnige natuurillustraties.


ISBN 9789492995964 | Hardcover met stofomslag | 93 pagina's | Samsara | juni 2021
Afmeting 13,5 x 17 cm

Dettie, 8 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Stay true to who you are
Het bijzondere levensverhaal van Vanessa van Cartier
Opgetekend door Martien Versteegh


Voor wie Vanessa van Cartier niet kent, zij is degene die in 2021 de Drag Race Holland won. Het bijzondere van haar optreden was dat zij "voor de ogen van het publiek onthulde wie ze werkelijk was: zij nam haar pruik af en veegde haar make-up weg. (Zie https://www.youtube.com/watch?v=sjRnTuvs_eE )
Zij toonde zichzelf in al haar kwetsbaarheid, want Vanessa is een transgendervrouw.


Het optreden van Vanessa van Cartier ontroerde me, vooral dat eind. Je ziet een heel lieve vrouw staan, die juist door haar openheid indruk maakt en over deze vrouw is nu dit levensverhaal verschenen. Martien Versteegh is degene die dit verhaal mocht optekenen en dit doet zij door middel van een mix van eigen indrukken, toelichtingen en het verhaal van Vanessa zelf.


Het leven van Vanessa, die geboren werd als jongen en de naam Aurelio kreeg, verloopt niet makkelijk. Rond haar negende verhuist de familie tot haar grote verdriet van België naar Italië. Nu kan zij niet niet meer naar opa en oma, de mensen waar zij helemaal zichzelf kon zijn. Vader Salvatore is namelijk een echte Italiaanse macho en hij vindt het moeilijk dat Vanessa niet voldoet aan zijn verwachtingen, zij zal niet die stoere zoon worden die hij wenst. De twee hebben lang een haat-liefde verhouding. Daarnaast wordt Vanessa regelmatig gepest en uitgescholden op school o.a. voor flikker, ze wist niet wat het betekende.


Het wordt helemaal lastig als Vanessa, dan nog Aurelio, op wat latere leeftijd ontdekt dat ze op jongens valt. Gelukkig heeft ze nu wel een heel goede vriendin, Sara, de dochter van de Engelse lerares. Aan Sara vertelt ze als eerste over haar voorkeur voor jongens. Sara's reactie is : 'O, wat leuk,' Het is voor Sara heel gewoon. Het is ook Sara die Vanessa meeneemt naar een gay-bar in Milaan. De omgang met Sara en het ontdekken dat meerdere mensen anders zijn, is een verademing voor Vanessa.
Thuis is het helaas niet meer uit te houden en na weer een ontzettende ruzie weet Vanessa dat ze weg moet, ze is dan zeventien jaar...


Eigenlijk begint dan pas haar échte leven. Het verhaal neemt ons mee naar haar eerste Grote Liefde én haar eerste optreden als drag queen waarmee ze gelijk succes heeft. Ze weet ook onmiddellijk dat dit is wat ze wil. Ze pakt daarna alles aan, treedt overal op, verhuist vele, vele keren. Ze ontmoet mensen die haar verder helpen én mensen die - zacht uitgedrukt - niet goed voor haar zijn. Ze verdient veel geld maar heeft ook tijden dat ze nauwelijks kan rondkomen en werk moet doen wat ze echt niet prettig vindt.
Kortom, het is een zeer turbulent leven, waarin familie en vooral vrienden een grote rol spelen. Ze treedt in diverse landen langdurig op want als drag-queen Vanessa van Cartier is ze uitgegroeid tot zeer succesvolle artiest. Ze ontmoet heel bijzondere mensen, mag optreden met beroemde artiesten, mooier kan toch niet? Maar toch is er ook de eenzaamheid en onrust. Langzamerhand wordt het verlangen om als vrouw verder te leven steeds groter. Helemaal als ze Stevie ontmoet heeft, hij wordt de échte Grote Liefde van haar leven.


Het verhaal is indrukwekkend en soms schrijnend, Vanessa maakt dingen mee waar een doorsnee mens drie levens voor nodig heeft.
Maar er mist naar mijn gevoel iets in dit boek. Alles wordt wel verteld, maar toch blijft het aan de oppervlakte. We lezen eigenlijk niet over Vanessa's échte gevoelens, alleen dat het moeilijk was, of dat ze pijn had maar of dat iets geweldig was en daar blijft het bij. Er blijft afstand. Alles feiten en belevenissen worden genoemd maar we mogen niet meevoelen. Vanessa's verhaal is daarvoor te beschouwend verteld.


Ook stoorde het me een beetje dat ondanks dat Martien Versteegh een heel integere, zachtaardige vrouw is, zoals uit het interview over haar debuutboek blijkt, in dit boek behoorlijk aanwezig is. Ze geeft haar eigen indrukken en mening ook weer en voegt dat bij de verhalen die Vanessa vertelt.
Waarschijnlijk is dit zo afgesproken, het verhaal had ook makkelijk ontaarden in dramaverhaal, wat nu totaal niet het geval is, maar toch had je wel iets meer willen weten hoe Vanessa zelf alles onderging... In feite vertolkt Martien nu de gevoelens van Vanessa en dat schuurt een beetje.


Doorheen het boek zijn veel foto's te vinden van Aurelio en Vanessa, voornamelijk als drag-queen. Het is inderdaad een hele mooie vrouw. Ondanks mijn aanmerkingen was het boek wel heel prettig leesbaar en in toegankelijke stijl geschreven.


ISBN 9789021590363 | Paperback | 264 pagina's | Uitgeverij Kosmos | mei 2022
Met voorwoord van Fred van Leer

© Dettie, 6 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een Rus als ik
Ontmoetingen in alledaags Rusland
Eline Helmer


De schrijfster is antropologe. Ze woonde van 2015 tot 2020 in Rusland, even in Pskov maar veelal in Sint-Petersburg, en ze volgde er het dagelijks leven van de gewone Russen. De vele aantekeningen die ze maakte van haar ontmoetingen dienden oorspronkelijk niet voor dit boek, maar voor haar antropologisch veldwerk.


Met een zeer beperkte kennis van het Russisch trok ze naar een dorpje in de regio Pskov, nabij de Estse grens. Er was geen luxe: geen stromend water. Om  het toilet door te spoelen moest ze water halen aan een pomp, zeven verdiepingen lager. Op een eiland in de buurt is een school met in totaal acht kinderen van alle leeftijden, allemaal samen in één klas. Daarna mag ze doceren aan de universiteit van Pskov en logeert ze in een chroesjtsjovka, een zeer eenvoudig woonblok, maar wel met stromend water. En nog later wordt het een appartementje in een gemeenschapshuis van de universiteit. Ze leeft en eet bijzonder sober: van aardappelen, wortelen, uien, bananen en koolsoep met bonen.


In Sint-Petersburg (2016-2020) krijgt ze een beter betaalde baan bij het Nederlands Instituut. Daar huurt ze aanvankelijk voor € 100 een (vieze) kamer in een gemeenschappelijk huis. Het matras is nog gevuld met hooi en zit vol beestjes, de koelkast stinkt mateloos, in de keuken wordt nog gerookt. De beestjes doen haar opnieuw verhuizen. Ze ontmoet vriendelijke en behulpzame Russen, maar ook norse en onbeleefde. Gepensioneerden moeten bijklussen, want hun pensioentje volstaat niet. Het bedrag wordt niet vermeld. Vele gezinnen met kinderen wonen in een flat met slechts één slaapkamer. In elke wijk wordt een week of twee per jaar het warm of het koud water afgesloten voor onderhoud.


Vanuit Sint-Petersburg doet ze uitstappen, ook riskante, o.a. naar het bevroren Ladogameer. Ze leert er Vitalik Skatsjkov kennen, een Wit-Rus en gaat met hem samenwonen. In 2017 verhuist ze even naar Londen voor haar doctoraatsonderzoek.


Haar Russisch visum is aan strenge voorwaarden verbonden: als ze twee keer de wet overtreedt, wordt ze het land uit gezet en krijgt ze een inreisverbod van tien jaar. Per vergissing over een militair oefenterrein fietsen zonder paspoort staat al gelijk met twee overtredingen (p. 227).


Ze maakt ook kennis met de kommoenalka’s, de gemeenschappelijke woningen. De achterdocht tussen de buren onderling is er vrij groot en zeker bij de ouderen is er sprake van woning-paranoia (p. 244).


In 2020 trekt ze na vijf jaar terug naar Nederland, tevreden over haar leven in Rusland, trots over haar kennis van het Russisch en van de Russische maatschappij. Haar vriend Vitalik reist haar achterna. Ze zegt niet wat voor werk zij en hij precies zijn gaan doen in Nederland en hoe Vitalik het stelt in Nederland. Wel dat ze na haar huwelijk de naam van haar man zal overnemen.


Beoordeling
De schrijfster kan heel goed vertellen en heeft een rijke taal. Ze slaagt erin zich goed in te leven in het dagelijks bestaan van de gewone Russen. Het zijn allemaal losse stukjes, zonder onderling verband.
Ze doet helaas geen uitspraken over de politiek. Terloops laat ze wel eens een Rus zeggen: “De hele wereld heeft een hekel aan ons.” (p. 113). En die uitspraak dateert van ver voor de wrede oorlog tegen Oekraïne, waarover zij geen woord zegt.


Het boek is bijzonder sober uitgegeven: geen enkele foto van de vele gewone Russen die ze ontmoet heeft noch van de flatjes waar ze gewoond heeft. Hoewel er vele onbekende plaatsnamen in voorkomen, is er helaas geen kaart. Een woordenlijst met de verklaring van de Russische woorden zou zeer welkom zijn voor wie geen Russisch woordenboek heeft. Bij Pskov mis ik dat die stad al dateert van 903 en bij Magnit (p. 48-49) dat de eigenaar van die grote keten de Nederlander Jan Dunning is. De prijzen zijn telkens in roebel: je moet ze dus telkens delen door 83 (toen tenminste, nu door 70) om de prijs in euro te bekomen.


ISBN 978-90-446-4468-5 | Paperback | 263 pagina's | Uitgeverij Prometheus, Amsterdam/L&M, Antwerpen, mei 2022

© Jef Abbeel, 31 mei 2022 www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ongedachte belevenissen
Jaap Gerritsma


Om meteen met de deur in huis te vallen begint het boek met foto’s. De onderschriften maken duidelijk over wie geschreven wordt.
Jaap Gerritsma is schrijver en zijn eigen onderwerp. Nu, 80 jaar oud, kijkt hij terug op zijn leven en daar wil hij ons over vertellen.


Hij begint met een voorwoord waarin hij toch nog maar even zegt dat herinneringen geen feiten zijn. Hoe langer geleden iets gebeurd is, hoe meer hetgeen we ons herinneren vertekend kan zijn. ‘Het geheugen gaat zich gedragen als een kleine jokkebrok’.
Ook stelt hij dat een mens zelf verantwoordelijk is voor de keuzes die hij gemaakt heeft, al worden de mogelijkheden voor die keuzes veelal door het toeval bepaald. 


Dat gezegd hebbende begint Gerritsma te vertellen. Over zijn eerste levensjaren in Eindhoven, waar hij in 1942 geboren werd. Oorlogstijd: de stad leed onder bombardementen. Voor een klein kind is dat een angstige ervaring, omdat je ervaart hoe je omgeving bang is, maar het is tegelijk spannend. Een kind kent immers het gevaar niet.


Dan volgt de wederopbouw, een tijd zonder de luxe die we nu kennen. Geen warm stromend water of verwarming, ook niet op school - bij de strenge zusters van Liefde - , in de winter bloemen op de ramen. Het radioprogramma ‘moeders wil is wet’, blij zijn met zelfgemaakte cadeautjes, afgedankte kleren van je oudere broers dragen, dit soort verhalen doet het jeugdsentiment ontwaken bij de al wat oudere lezer.


Later de opleidingen, wat natuurlijk ook allemaal niet van een leien dakje ging, en de turbulente studententijd in de jaren zestig en zeventig. De emotionele ontwikkeling in deze jaren leveren ook bij de heer Gerritsma boeiende verhalen op, de eerste stappen op seksueel gebied, eindigend met een huwelijk, dat op zijn zachtst gezegd turbulent was. Na de scheiding bleef Gerritsma achter met zijn twee zonen. Mooi is hoe hij dan opmerkt dat de jongens goed terechtgekomen zijn:


‘Er werd opoffering gevraagd, zelfverloochening en het bleek dat in die rol een specifieke sequentie van het DNA van mijn moeder in mij wakker gekust werd. Ik moest vader en moeder en kostwinner
tegelijk zijn en dat heeft mij erg geholpen om meer over mezelf te ontdekken.
Met de toewijding in de opvoeding van beide jongens heb ik succes gehad. Ik wilde weten wie mijn kinderen waren, wat zij wilden, wat zij konden en hoe ik ze kon helpen in hun zoektocht.’


Op wie zijn moeder is gaat hij nog wat dieper in, zoals hij ook veel vertelt over zijn eerste vrouw.
Naast de vrouwen die hij op zijn pad tegenkwam, was er ook zijn carrière, op het gebied van de geneeskunde en het onderwijs, waarbij hij nogal eens overstapte van het een naar het ander.


Hij reisde voor zijn werk de wereld rond, en schreef vele artikelen en boeken. Voor die boeken – romans over de belangrijke vrouwen in zijn leven - maakt hij nog een beetje reclame, maar wie weet is de interesse daarvoor sowieso gerezen als je gelezen hebt wat deze man allemaal meegemaakt heeft in zijn leven. Het is veel, maar Gerritsma heeft een gezellige verteltoon en is niet op zoek naar literaire (deftige; moeilijke) omschrijvingen.
Het is misschien geen boek dat je in één ruk uitleest, maar dat hoeft natuurlijk ook niet.
Behalve genoemde foto's, is er achterin het boek nog een lijst met geraadpleegde werken.


Jaap Gerritsma (1942) heeft zich bezig gehouden met de methodiek van het geneeskundig onderwijs en onderzoek gedaan naar de werkwijze en competenties van artsen. Hij bekleedde docentschappen aan de universiteit van Utrecht (hoofddocent) Medizinische Fakultät van Basel( consultant), Michigan State university (Distinguised Visiting Professor) en The university of London ( Honorary Senior Lecturer).
Naast wetenschappelijke werken schreef hij sprookjesbundels  - Het vliegende Laatje ( 2001) en Opa Vertelt - en romans: Bittere maretak (2009), Ontstemde Liefde (2015),  Klabbertoet (2020)


ISBN 9789493048379 | Paperback| 196 pagina's | Uitgeverij Tic | april 2022

© Marjo, 27 mei 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Belaagd paradijs
Een geschiedenis van Georgië
Marc Jansen


Poetins invasie in Oekraïne is niet zijn eerste: het Russische leger viel eerder al binnen in Tsjetsjenië, Georgië en Syrië. In 1990-1991 hielp Rusland al bij de afscheiding van Abchazië en Zuid-Ossetië.


Georgië is een overwegend christelijk land in de Kaukasus, met een lange geschiedenis die tegelijk rijk is aan mythes. Het aards paradijs lag daar, Prometheus was er aan een rots geketend, het Gulden Vlies waar Jason en zijn Argonauten naar zochten, met de hulp van de Colchische tovenares Medea, was ook daar te vinden. Dat vlies was de huid van een gouden ram en het kon zieken genezen bij oplegging. Zeker is dat Stalin en Beria vandaar kwamen en dat Stalin er nog geëerd wordt.


Jansen geeft eerst een chronologisch overzicht van de geschiedenis: Georgië werd door vele volkeren veroverd en verwoest. Rond 317-337 bekeerden de Georgiërs zich tot het christendom. De ergste veroveraars waren wellicht de Turken in 1060: ze plunderden, verkrachtten en vermoordden (p. 27). Op 12 augustus 1121 konden de Georgiërs de Turken verslaan: die slag herdenken ze nog altijd. De 11de en 12de eeuw noemen ze hun ‘gouden eeuw’: muziek, schilderkunst, bouwkunst en literatuur floreerden. Sjota Roestaveli, de dichter van het nationale epos, leefde wel vooral in de 13de eeuw (1166-1245/1250) (p. 31-36).
Rond 1220 en opnieuw in 1393 vielen de Mongolen binnen met dezelfde wreedheid als de Turken.


In de 17de eeuw en in 1795 brachten de Perzen nog eens 60 à 70.000 Georgiërs om en deporteerden ze 100.000 boeren naar Iran (p. 37-39). In 1801 werd Georgië geannexeerd bij Rusland. De naam Georgië betekent wolvenland en komt via het Russisch van het Arabisch-Perzische Goerdzjistan.
De inwoners noemen zichzelf Karten of Kartveli, hun taal Kartoeli, hun land Sakartvelo (de plek van de Georgiërs), naar hun oervader Kartlos.


Stadhouder Vorontsov maakte van Tiflis een oase van Europese cultuur en Italiaanse opera. Vanuit Rusland kwam een beperkte vorm van toerisme op gang, met o.a. Poesjkin in 1829 en Lermontov in 1837: hij werd verbannen naar het ‘warme Siberië’ (p. 45-55).


De bekendste en beruchtste Georgiër is Stalin (1878-1953). Zijn geboortehuis in Gori (70 km ten noordwesten van Tbilisi) is nu een museum. Tussen 1902 en 1913 werd hij zes keer verbannen naar Siberië, maar telkens vluchtte hij. Georgische mensjewieken speelden een rol in de Februari- revolutie, maar ze verzetten zich tegen de Oktober-revolutie. In januari 1918 werd in Tbilisi de eerste universiteit van de Kaukasus opgericht. Op 26 mei 1918 verklaarden ze Georgië onafhankelijk, maar in februari 1921 werd het land veroverd door het Rode Leger en werd het een Sovjetrepubliek. In 1924 kwam de bevolking in opstand, maar die werd door Stalin bloedig onderdrukt en 130.000 inwoners naar Siberië gebracht. De adel en de orthodoxe kerk werden geliquideerd, kerken en kloosters vernield, priesters geëxecuteerd en de landbouw met geweld gecollectiviseerd (p. 75-86).


In de jaren 20 werd de Georgische taal en cultuur nog met rust gelaten, maar in de jaren 30 werd alles gerussificeerd en dan nog wel door de Georgiërs Stalin en Beria. De Grote Terreur sloeg ook daar toe. Tijdens de WO II vochten een half miljoen Georgiërs mee in het Rode Leger; 300.000 sneuvelden! Er sneuvelden ook nog 572 Georgiërs op Texel bij hun opstand tegen de Duitsers in 1945. Die worden nog elk jaar herdacht (p. 86-100).


In 1943-44 werden allerlei volkeren gedeporteerd naar Siberië, o.a. 100.000 islamitische Georgiërs. En in 1949 enkele tienduizenden Grieken, die al 2.500 jaar aan de Georgische kust woonden (p. 101).


De ‘Geheime Rede’ van Chroesjtsjov (1956) viel in slechte aarde bij vele Georgiërs. Van 1972 tot 1985 was Sjevardnadze partijchef in Georgië. Er werd betoogd tegen de verwaarlozing van de kloosters en voor het behoud van het Georgisch als officiële taal. Toen Gorbatsjov in 1985 zijn campagne tegen alcoholisme startte, moesten in Georgië duizenden hectaren wijngaarden verdwijnen (p. 112).


De Abchaziërs en Osseten vroegen al in de jaren 80 aansluiting bij Rusland, omdat ze zich niet thuis voelden bij de nationalistische Georgiërs. In april 1989 vielen 21 doden en honderden gewonden bij een vreedzame betoging van Georgiërs voor meer autonomie. Na de verkiezingen van oktober 1990 kwam er een niet-communistische regering en op 9 april 1991 riep het parlement de onafhankelijkheid uit. In 1992 werd het lid van de UNO, van een aantal Europese organisaties en in 1994 van het ‘Partnership for Peace’ van de NATO (p. 113-121). Het Engels neemt steeds meer de plaats in van het Russisch.


In 1992 telde het land 5,5 miljoen inwoners, maar 1,2 miljoen emigreerden naar Rusland en elders voor werk en een beter salaris. Door het verlies van Abchazië en Zuid-Ossetië telt het nu slechts 3,7 miljoen inwoners op 70.000 km².


In december 1991 was er een gewapende opstand tegen president Gamsachoerdia. Die vluchtte naar buurland Tsjetsjenië. Sjevardnadze nam in 1992 zijn taak over, maar de verdeeldheid bleef en Georgische nationalisten wilden 70.000 Armeniërs, Grieken en andere minderheden verdrijven.


Bij de afscheiding van Abchazië en Zuid-Ossetië vielen een paar duizend doden en in 1993 nog eens 7.000 bij executies in Abchazië. 250.000 Georgiërs moesten uit Abchazië vluchten. Sjevardnadze kon de orde niet herstellen, hij moest Russische hulp inroepen om overeind te blijven en in 2003 trad hij af bij de ‘Rozenrevolutie’, die Saakasjvili aan de macht bracht. Hij pakte de corruptie aan en zorgde voor economische groei. Zijn pogingen om lid te worden van de NATO en de EU mislukten.


Op 7 augustus 2008 viel Georgië binnen in Zuid-Ossetië, maar het Russische leger verjoeg de Georgiërs voorgoed uit Zuid-Ossetië en uit Abchazië en zorgde voor massale vernielingen in Georgië.


Poetin vergeleek het Georgische leger met nazi’s, wat hij in 2022 herhaalde voor Oekraïne. Hij vindt dat beide landen bij Rusland horen. Het ‘onafhankelijke’ Abchazië beslaat 8.600 km² en telt 240.000 inwoners; Zuid-Ossetië is 3.900 km² groot en telt 53.000 inwoners (p. 138).


In 2020 werd Georgië zwaar getroffen door de tweede golf van corona. In september-november was er dan oorlog tussen de buurlanden Azerbeidzjan en Armenië, met 5.000 doden en de verdrijving van tienduizenden Armeniërs als gevolg. Rusland versterkte zijn greep op de zuidelijke Kaukasus.


De auteur besluit: Georgië noemt men het hof van Eden, maar dat is het nooit geweest. De economie is zwak, de politici maken permanent ruzie, de tolerantie tegenover de vele minderheden is erg klein en de verering van Stalin blijft overeind.


Het boek eindigt met een zeer uitgebreide chronologie die reikt tot januari 2021, een nuttige verklarende woordenlijst, een degelijke bibliografie, een lijst met geografische namen en een personenregister.


Het boek van Montefiore over Stalin (p. 172) bestaat ook in het Nederlands.


Beoordeling
Marc Jansen heeft met veel deskundigheid een helder en kritisch beeld getekend van een ingewikkeld land met een rijke geschiedenis dat worstelt met zichzelf en maar moeizaam tot rust en bloei komt. De kaart zit verstopt in de kaft vooraan. Ze is onmisbaar, want vele plaatsnamen zijn onbekend. Gegevens over oppervlakte en inwoners krijgen we pas op p. 122-123. Aanbevolen voor wie dit land (en Poetin) beter wil leren kennen.

ISBN 978-90-282-2307-3 | Paperback | 195 pagina's incl. Foto’s, chronologie, woordenlijst, bibliografie, geografische namen, register| Uitgeverij Van Oorschot, Amsterdam/ElkeDagBoeken, Antwerpen, 2021

©Jef Abbeel, 25 mei 2022, www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De eigenzinnige erfdochter van Middachten
Ursula Philippota van Raesfelt (1643-1721)
Hermine Manschot-Tijdink


Ursula Philippota van Raesfelt was erfgename van kasteel Middachten, dat in het dorp Rheden ligt, dicht bij de IJssel. Zij trouwde in 1666 met Godard van Reede, de enige zoon van Godard Adriaan van Reede en Margaretha Turnor, bewoners van kasteel Amerongen.


Het leven van Philippota stond in het teken van oorlog: in 1672 vielen de Fransen de Republiek binnen en daarmee begonnen decennia van oorlog. Haar man Godard klom op tot een capabele bevelhebber in het leger van stadhouder-koning Willem III (1650-1702). Hij was soms maanden van huis, vocht in Engeland, Ierland, en de Zuidelijke Nederlanden. Toch kreeg het echtpaar maar liefst vijftien kinderen. Dat was ook in die tijd ongewoon veel. Gebruikelijk was dat als er eenmaal enkele kinderen geboren waren de echtgenote een eigen slaapkamer betrok. Daarmee was een vorm van natuurlijke geboortebeperking mogelijk geworden.


Philippota was een intelligente en creatieve vrouw, met inderdaad een eigenzinnige karaktertrek. Haar gearrangeerde huwelijk met Godard pakte goed uit. Man en vrouw hielden oprecht van elkaar. Het huishouden en de zorg voor het kasteel bij afwezigheid van haar man was niet haar sterke kant. Ook groeide het uitdijende gezin haar boven het hoofd. Dit alles tot afgrijzen van haar schoonmoeder, een krachtdadige en praktische vrouw die zich niet te goed achtte om samen met het personeel de handen uit de mouwen te steken.


De verhouding tussen beide vrouwen stond dan ook onder druk. Daar kwam bij dat Philippota rooms-katholiek was, terwijl haar schoonouders het Gereformeerde geloof zeer waren toegedaan. Godard zelf kon er mee overweg dat zijn vrouw binnenshuis volgens het katholieke geloof leefde. De verstandhouding met schoonvader Godard Adriaan was veel beter dan met de schoonmoeder. Godard Adriaan was een hoge diplomaat die veel in het buitenland verkeerde. Philippota schreef hem aardige brieven en voegde zich naar het gezag van de pater familias.


Al was de verstandhouding fragiel, de schoondochter was wel aangewezen op de hulp van haar schoonmoeder. Tijdens het Rampjaar moesten beide vrouwen vluchten voor de naderende Franse troepen. Anderhalf jaar lang woonden ze in hetzelfde huis met een druk gezin en enig personeel. Nadat de Fransen verdreven waren, moesten beide kastelen herbouwd worden. Margaretha heeft toen de oudste kleinkinderen bij zich gehouden en opgevoed op kasteel Amerongen om Philippota te ontlasten.


Het waren geen gemakkelijke jaren. Hermine Manschot beschrijft het allemaal boeiend en met veel inlevingsvermogen. Ze weet mooie citaten uit haar bronnen in het verhaal in te weven. Op blz. 309 staat vermeld dat de auteur ‘amateur-historicus’ is, maar ze doet niet onder voor een vakhistoricus. In het boek staan veel prachtige illustraties, waarvan vele in kleur. Dit is een heel aantrekkelijk boek, waaraan auteur en uitgever met merkbaar genoegen hebben gewerkt.


Kasteel Middachten is met de kasteeltuinen toegankelijk voor bezoekers. Nog mooier: er is een Bed & Breakfast aangebracht in het koetshuis. Logeren op het landgoed met dit boek op het nachtkastje brengt Philippota heel dichtbij.


ISBN 9789462498914 | Hardcover | Omvang 309 bladzijden | Uitgeversmaatschappij Walburg Pers Zutphen | mei 2022

© Henk Hofman, 21 juni 2022

Lees de reacties op het Forum en of reageer. Klik HIER.

 

Migratie als DNA van Amsterdam (1550-2021)
Jan Lucassen & Leo Lucassen


In het Voorwoord leggen de twee schrijvers uit dat hun boek geschreven is op verzoek van de gemeente Amsterdam. Het doel was om een migratiegeschiedenis te schrijven voor een breed publiek. Daar zijn de schrijvers zeker in geslaagd.


Het boek opent met een beschrijving van de massamigratie en explosieve bevolkingsgroei van Amsterdam in de 16de, 17de en 18de eeuw.
Het boek eindig met een hoofdstuk over immigratie als het nieuwe normaal vanaf 1980.
De chronologische lijn wordt onderbroken door drie Vensters, geschreven door een co-auteur. Die themahoofdstukken zijn stuk voor stuk uitstekend en informatief.


Bart Wallet schrijft over “Joden in Amsterdam”. Joden waren een minderheid in Amsterdam en kwamen getalsmatig nooit boven de 10% van de stedelijke bevolking uit. Ondanks het verdraagzame klimaat in de Republiek waren Joden geen gelijkberechtigde inwoners. Desondanks deden ze volop mee in de samenleving en heeft Amsterdam veel te danken aan Joodse inwoners. Vreselijk is het dat in de Tweede Wereldoorlog het merendeel van de Joodse bevolking is omgekomen. Wrang is dat de zo sterk geïntegreerde Amsterdamse Joden er alleen voorstonden.


Mark Ponte schrijft over “Zwarte Amsterdammers in tijden van slavernij”. Formeel bestond er in de Republiek geen slavernij. Een slaaf die in de Republiek terecht kwam, had dan ook het recht om zijn vrijheid op te eisen. In de praktijk gebeurde dat lang niet altijd. Zo kon het toch gebeuren dat regenten er huisslaven op nahielden.


Het laatste Venster gaat over “Moslims in Amsterdam vanaf 1600”. Dit Venster is geschreven door Nadia Doubas. Op schilderijen uit de 17de eeuw is te zien dat Oosterse kooplieden, waaronder zeker moslims zullen zijn geweest, tot het gewone straatbeeld behoorden. Moslims konden in de Republiek op dezelfde tolerantie rekenen als de Joden. Sinds de tweede helft van de vorige eeuw vestigden moslims zich definitief in Amsterdam en zijn ze één geworden met de Amsterdamse identiteit.


De overige hoofdstukken van de hand van Jan en Leo Lucassen zijn eveneens heel informatief, goed onderbouwd en inzichtelijk.
Wel wordt het begrip ‘immigranten’ enorm opgerekt. De plattelander uit de omgeving die naar Amsterdam verhuist, is een immigrant, Rembrandt wordt een immigrant genoemd en op blz. 238 staat zelfs de Duitse bezetter te boek als immigrant. Daarmee vervagen de verschillen. Een plattelander uit de omgeving zal in de stad toch betrekkelijk snel zijn weg kunnen vinden en zich kunnen aanpassen. Een Hugenoot uit Frankrijk heeft een behoorlijke overlap met Amsterdamse geloofsgenoten. De culturele en religieuze afstand van moslimimmigranten tot de stad is daarentegen vele malen groter. Dit heeft gevolgen voor de integratie van groepen van zo’n uiteenlopende herkomst. Immigranten komen uit het buitenland en zijn geen inwoners die verhuizen. Een bezetter komt niet als vluchteling of arbeidsmigrant, maar is een agressor.


Migratie is wat de Jan en Leo Lucassen betreft een succesverhaal. Op bladzijde 190 trekken ze de conclusie: “Alleen door die voortdurende injecties van nieuwe ideeën en initiatieven, kon het ecosysteem van wat we tegenwoordig de ‘creatieve industrie’ noemen en dat in de zeventiende eeuw met immigranten als de Leidse inwijkeling Rembrandt van Rijn een hoge vlucht nam, zich blijven vernieuwen.”
Die conclusie mag natuurlijk getrokken worden, maar moet in een boek van dit wetenschappelijke niveau wel getoetst worden aan kritische tegenstemmen.


Paul Scheffer (hoogleraar Europese Studies) bespreekt in De Vorm van Vrijheid (2018) de problemen die verbonden zijn aan immigratie en integratie. Als er geen grenzen zijn, is beleid onmogelijk geworden. Migratie roept als vanzelf weer nieuwe migratie op. Een zichzelf versterkende ontwikkeling die nogal eens wordt onderschat, volgens Scheffer. Sturing en regulering is dus noodzakelijk. Migratie moet rusten op een bewuste keuze. Hij pleit daarom voor een betere grensbewaking van de EU. Scheffer wordt één keer genoemd op blz. 328. Daar staat dat Scheffer ‘voorbarig’ sprak over een ‘multicultureel drama’, waarbij de gebroeders Lucassen verwijzen naar een NRC-artikel uit 2000. Na 2000 verschenen echter zijn boeken Het land van aankomst (2010), De vrijheid van de grens (2016) en De vorm van vrijheid (2018), waarin Scheffer zijn visie op migratie en integratie uitdiept en onderbouwt. Daar is geen gebruik van gemaakt en ze worden ook niet vermeld in de literatuurlijst.


Dan is er het boek van Ruud Koopmans (hoogleraar sociologie en migratie aan de Humboldtuniversiteit in Berlijn) die in Het vervallen huis van de Islam (2020) erop wijst dat vooral moslimimmigranten moeite hebben met integratie. Dat heeft te maken met het feit dat democratie en Islam maar moeilijk samengaan. In Migratie als DNA van Amsterdam wordt Koopmans nergens genoemd, ook niet in de literatuurlijst.


Jan Latten, emeritus-hoogleraar demografie, maakt zich er ongerust over dat de langetermijnaspecten van exorbitante immigratie en bevolkingsgroei onbesproken blijven. Zolang de overheid niet stuurt op immigratie is een aanhoudende bevolkingsexplosie onvermijdelijk. Met een aanhoudende bevolkingsexplosie zal de wooncrisis, stikstofcrisis en energiecrisis de komende jaren niet worden opgelost. Bovendien stelt hij dat de diversiteit in leefstijlen toenemen, net als de sociale polarisatie. Ook zijn naam wordt niet genoemd.
Het gaat hier om gerenommeerde hoogleraren die ook op wetenschappelijk niveau publiceren en die serieuze problemen aankaarten.


Lezers die zich een mening willen vormen over migratie doen er daarom goed aan om niet alleen bij Migratie als DNA van Amsterdam te rade te gaan, maar ook kennis te nemen van wat bovengenoemde geleerden over hetzelfde onderwerp te berde brengen.


Samengevat schreven de gebroeders Lucassen een uitstekend boek, maar het is eenzijdig als het gaat over de actualiteit.


Leo Lucassen is onder meer directeur van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis en professor sociale geschiedenis aan de Universiteit Leiden. Jan Lucassen is emeritus-hoogleraar internationale en comparatieve sociale geschiedenis aan de VU en lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Gegevens van de auteurs die een Venster voor hun rekening namen ontbreken.


ISBN 9789045045177 | Paperback | Omvang 472 bladzijden | Uitgeverij Atlas Contact | december 2021

© Henk Hofman, 15 juni 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Schurken
Waargebeurde verhalen over moordenaars, oplichters, dwarsliggers en vrijbuiters
Patrick Radden Keefe


In dit boek zijn twaalf artikelen gebundeld die eerder in The New Yorker zijn verschenen. Het zijn zogenaamde ‘longreaders’, die te lang zijn voor internet, maar heel geschikt voor tijdschriften. De lezer kan het artikel in één keer lezen, maar verdiept zich toch grondig in het thema.
Deze twaalf hoofdstukken zijn zeer aangenaam om te lezen en heel onderhoudend. Daar draagt de gevarieerde keuze van de ‘schurken’ aan bij.


Niet elke ‘schurk’ wilde zich laten interviewen door Keefe. De schrijver ging dan op zoek naar personen uit de kring van de ‘schurk’ om op basis van die informatie zijn verhaal te schrijven. Dit genre staat bekend als de ‘write-arounds’.


De schurken komen uit de wereld van het terrorisme, de wapenhandel, de maffia, maar ook uit de bankensector (fraude, handelen met voorkennis, witwaspraktijken), misleiding (hoe marketing Donald Trump in de schijnwerpers heeft gezet), de advocatuur en het verdedigen van een massamoordenaar. Het is een boeiende mix van personen en aandachttrekkende misdrijven.
Die misdrijven betreffen witwaspraktijken, maar ook de frauduleuze voorkennis van een hedgefondshandelaar. Het gaat over terrorisme, maar ook over drugshandel en wapenhandel.


Het boek opent met een hoofdstuk dat voor het Nederlandse publiek interessant zal zijn. Keefe bespreekt de ‘misdaadfamilie’ Holleeder en analyseert waarom Astrid Holleeder zich tegen haar eigen broer heeft gekeerd. Vanaf het moment dat ze in de rechtszaal tegen haar broer getuigde, leeft ze in  permanente angst voor haar leven. Ze is ervan overtuigd dat haar broer in staat is om een huurmoordenaar op haar af zal sturen.


Het boek sluit af met een hoofdstuk over Anthony Bourdain. Hij is geen misdadiger, maar ‘een gastronomische rebel’. Deze kok reisde de hele wereld over op zoek naar bijzondere lokale eetgewoonten.  In Hanoi onthaalde hij Barack Obama op een gerecht van noedels, gerookte worst drijvend in bouillon en gebraden buikspek. Hij stelde Obama op zijn gemak door op te merken dat slurpen heel gewoon is in dit deel van de wereld. Na afloop plaatste Bourdain een foto van de ontmoeting online. Het ‘diner’ met de president had zes dollar gekost ‘en het was mijn rondje’.


Het zesde en middelste hoofdstuk is het opwindende verslag van de jacht op El Chapo, een Mexicaan, en ’s werelds beruchtste drugsbaron.


De overige hoofdstukken zijn van hetzelfde boeiende niveau. De lezer kan het zelf ontdekken als hij of zij dit boek gaat lezen. Het is een aangenaam boek om te lezen na een drukke werkweek of mee te nemen op een lome zomervakantie. Elk hoofdstuk is een afgerond geheel, ook dat draagt bij aan de ontspanning. Drukfouten ben ik niet tegengekomen en de vertaling van Hans E. van Riemsdijk en Marijke Gheeraert is uitstekend.


ISBN 9789046829882 | Paperback | Omvang 368 bladzijden | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | juni 2022

© Henk Hofman, 8 juni 2022

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Mijn vader, alzheimer en ik
Esmir van Wering


"Hoe ik onverwacht in een levensveranderend avontuur terechtkwam? Mijn vader kreeg de ziekte van Alzheimer en zijn vrouw Esther zat tegen een burn-0ut aan. Er moest acute hulp komen voor mijn vader, maar ook iets structureels om haar te ontzien.
Ik voelde de bui al hangen: hier kon ík voor opdraaien."


Esmir van Wering staat niet echt te springen om wekelijks een dag met haar vader door te brengen. Eigenlijk kent ze haar vader niet zo goed, hij was vroeger zelden thuis. Vader was gynaecoloog en altijd aan het werk. Bovendien gingen haar ouders scheiden toen ze veertien was. En nu moest zij een dag per week mantelzorgen? Toch doet ze het en het blijkt een wonderbaarlijk, verrassend en liefdevol avontuur te worden.


Het boek is zo opgesteld dat het lijkt alsof Esmir elke week verslag doet over de dag die ze met haar vader heeft doorgebracht. Daardoor leren we haar en haar vader goed kennen, maar ook zijn ziekteproces komt duidelijk in beeld.


Tot Esmirs verrassing zijn de dagen die ze met haar vader doorbrengt lang niet zo moeilijk als ze verwacht had. Haar vader en zij hebben bijvoorbeeld hetzelfde gevoel voor humor, aan één woord hebben ze genoeg waarna ze in onbedaarlijke lachbui kunnen losbarsten. Ook laat vader steeds op een subtiele manier blijken hoe gek en trots hij op zijn dochter is, wat haar enorm raakt en goed doet. Ze had vroeger die vader, die warmte, erg gemist in hun onderlinge relatie.


Hoe meer de alzheimer haar vader in zijn greep krijgt, hoe opener hij wordt. Dat levert heel bijzondere momenten op. Vader leeft in het moment maar weet evengoed wel dat hij alzheimer heeft. Hij heeft dagen van grote helderheid maar ook dagen dat hij verward is of te goed weet dat zijn geheugen aan het wegvallen is. Corona - door vader consequent Macaroni genoemd - heeft ook zijn impact en als het weer mag zijn ze dolblij dat ze elkaar weer aan mogen raken. Terwijl ze nooit zo aanrakerig waren.


In de prachtige korte 'kronieken' lezen we hoe de twee naar elkaar toe groeien, elkaar steeds beter begrijpen. In feite beleven ze nu de allerbeste tijd samen, ze zijn maatjes geworden. Vader verrast zijn dochter soms met prachtige opmerkingen waaruit blijkt hoe zeer hij haar waardeert.


Toch maakt Esmir de toestand niet mooier dan hij is. Ook de steeds dezelfde terugkerende vragen en het zien van de achteruitgang worden genoemd, dat is natuurlijk ook de realiteit. Maar dat is niet het hoofdbestanddeel van de verhalen, het is de de warme band met elkaar die voornamelijk de boventoon voert.
De soms ondeugende acties van vader laten je lachen, de vanzelfsprekende omgang met elkaar geven je een warm gevoel, de liefdevolle benadering tot elkaar  ontroeren je, waardoor het een boek is geworden dat je met een glimlach dichtslaat.


"Ik ben blij dat we uiteindelijk met een afgevinkte boodschappenlijst en twee tassen weer naar buiten kunnen.
Als we bijna thuis zijn, zegt mijn vader: "Wat doen we eigenlijk met het eten vanavond?"


"wat heerlijk hè? zeg ik. "Zo met de zon, een lekkere koffie en het mooie uitzicht.'
'En met mijn lieve dochter,' vult mijn vader glimlachend aan en werpt me een liefdevolle blik toe."


" 'Waarom doet dat stomme hoofd het niet gewoon?' roept hij.


"'Heb jij ook een boek geschreven?' vraagt hij.
'Ja drie.'
'Waarom weet ik dat niet? [...] 'Waarom heb ik jouw boeken niet?'
'Die heb je, pap. Kijk.' [...]
Zijn glinsterende ogen verraden dat hij trots op me is. Apetrots zelfs.
Dat is een voordeel van alzheimer, je kunt zonder schaamte gewoon weer opnieuw megatrots zijn en herhaaldelijk genieten van eerder succes."


ISBN 978905019227 | Hardcover | 95 pagina's | Meander | maart 2022

© Dettie, 2 juni 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Keizers van Constantinopel
Kevin Lygo


Dit boek beschrijft de geschiedenis van Byzantium aan de hand van de levens van de Byzantijnse keizers. Elke keizer krijgt een eigen hoofdstuk met een vaste structuur: korte typering van persoon en tijdsomstandigheden, een treffend citaat van een tijdgenoot over de keizer en daarna een verslag over de regeerperiode. Ook zijn schitterende illustraties in kleur opgenomen die getuigen van een bloeiend cultureel leven. De combinatie van tekst en beeld maakt dit tot een bijzonder boeiend en waardevol boek.


Na de val van het West-Romeinse Rijk in 476 bleef het Oost-Romeinse deel van het rijk voortbestaan. Dit rijk, Byzantium genaamd, wist zich in een groot deel van het Middellandse Zeegebied te handhaven tot in 1453 de hoofdstad Constantinopel door de Ottomaanse Turken werd veroverd.


Wie het woord ‘Byzantijns’ intikt op de zoekbalk van Google, stuit op meerdere betekenissen.
Byzantijns duidt op politieke en militaire macht en op een indrukwekkende creatieve ontplooiing. Maar het heeft ook te maken met kuiperijen, intriges, sluipmoorden, wreedheden, complotten en samenzweringen.
Al deze aspecten worden voortreffelijk belicht in dit boek. Neem de strijd om de vraag of beelden (iconen) vereerd mochten worden. De felle verdeeldheid over dit vraagstuk verzwakten het rijk en vervreemdde het van de kerk in Rome.


Die afstand tot Rome bleek ook uit de afwijzing van de gedachte dat de paus de opvolger van Petrus was. De patriarch van Constantinopel was van mening dat de twaalf apostelen gelijk aan elkaar waren geweest in macht en autoriteit. Het theologische debat over de naturen van Christus was ook een splijtzwam en is nog veel ingewikkelder dan de vragen over de verering van de iconen en de positie van de paus.

In cultureel en theologisch opzicht groeiden Constantinopel en Rome steeds verder uiteen tot de Oosters Orthodoxe Kerk zijn eigen weg ging. Ze is nu nog bepalend in Griekenland, de Balkan en Rusland.


Dan zijn er de wreedheden die een kenmerkend onderdeel zijn geworden van de Byzantijnse geschiedenis. Een keizer moest lichamelijk zonder gebreken zijn. Dus werden potentiële troonopvolgers en rivalen verminkt om aanspraken op de troon onmogelijk te maken. Meestal werd de neus afgesneden of werden de ogen bij het slachtoffer uitgestoken. Dan waren er nog de wreedheden op het slagveld en de bloedige twisten die intern werden uitgevochten, bijvoorbeeld over de vraag of iconen vereerd mochten worden.


Toch legt dit boek dus ook getuigenis af van de grootsheid van dit rijk. Eeuwenlang hielden de keizers de Islamitisch opmars naar het westen van Europa tegen. Europa zou in zijn christelijke en huidige seculiere vorm niet hebben bestaan als het Byzantijnse Rijk niet eeuwenlang de moslimlegers had gestuit in hun opmars. En Europa heeft grote invloed ondergaan van de Byzantijnse kunst, architectuur, filosofie en het rechtssysteem. Opvallend is de belangrijke rol die sterke vrouwen in de turbulente Byzantijnse geschiedenis hebben gespeeld. Overigens zowel ten goede als ten kwade, net als bij de mannen.


Opmerkingen:
Op blz. 17 lees ik dat keizer Constantijn de Grote (306-337) het christendom tot staatsgodsdienst heeft uitgeroepen. Dat is niet juist. In het Edict van Milaan (313) schonk de keizer aan het christendom vrijheid van godsdienst. Keizer Theodosius de Grote (379-395) verhief het christendom tot staatsreligie.
Op blz. 30 staat dat keizer Julianus de Afvallige (361-363) een broer was van zijn voorganger Constantius II (337-361). Een paar alinea’s verderop staat vermeld dat Julianus een neef was en die vermelding is juist.
Op blz. 61 schrijft Lygo dat monofysieten geloofden dat Jezus en God één waren. Orthodoxe christenen onderschreven dat echter ook. Het verschilpunt is dat monofysieten meenden dat de menselijke natuur van Jezus zich oploste in Zijn Godheid, terwijl orthodoxe christenen beweerden dat Jezus zowel voluit mens als God was.


Kevin Lygo (1957) studeerde psychologie en maakte carrière in de televisiewereld. Hij is expert op het gebied van islamitische en Byzantijnse kunst. De uitgever heeft het boek voortreffelijk vormgegeven. Auteur en uitgever hebben een boek samengesteld dat zeer aangenaam is om te lezen.


ISBN 9789401918398 |paperback | Omvang 336 blz. | Uitgeverij Omniboek | maart 2022

© 1 juni 2022, Henk Hofman

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER.

 

Zelensky
De biografie
Serhi Roedenko


De auteur van deze ‘biografie’ is een Oekraïense journalist, tv-presentator en medewerker van Deutsche Welle. Eerder schreef hij al boeken over andere Oekraïense politici: Joesjtsjenko, Janoekovitsj en Timosjenko. Dit boek verschijnt in 16 talen en het is eerder een overzicht van de politieke gebeurtenissen van de laatste twintig jaar dan een ‘biografie’. Daarvoor kun je terecht bij Don Croonenberg, ‘Zelensky. De clown tegen de tsaar’ (maart 2022).


Het begint met de Russische inval van 24 februari, een invasie waarin de president niet wou geloven, ondanks de Amerikaanse en Britse waarschuwingen. Zelensky wou Kiev ook niet verlaten, ondanks het Amerikaanse aanbod en ondanks tien moordpogingen (p. 12). Voor het eerst werden alle Oekraïners verenigd tegen een buitenlandse agressor. De auteur spreekt al van een overwinning (p. 13), maar zo ver is het helaas nog lang niet.


In 2019 won Zelensky onverwacht de presidentsverkiezingen met 73% tegen 24% voor zittend president Porosjenko. Trump feliciteerde hem, Poetin niet. Het voorafgaand debat in het stadion van Kiev werd bijgewoond door 20.000 toeschouwers en uitgezonden op 150 tv-zenders. Zelensky deed wat Macron hem had voorgedaan: hij hoorde niet bij een landelijke partij en blies heel het systeem op.
Bij de parlementsverkiezingen van 21 juli 2019 haalde zijn partij ‘Dienaar van het Volk’ verrassend 43% of de meerderheid van de zetels. Vele verkozenen waren laag opgeleid en vatbaar voor steekpenningen (p. 35).


Pas op pagina 49 vernemen we terloops dat Zelensky in 1978 geboren werd in Kryvy Rih, een industriestad van ijzererts en staal (nu van Arcelor Mittal).  Zijn grootvader diende tijdens de oorlog in het Rode Leger tegen de nazi’s. Eén van zijn eerste problemen was het beëindigen van de oorlog in de Donbas (2014-2022). Daarvoor kwamen Zelensky, Merkel, Macron en Poetin bij elkaar in Parijs in december 2019. Helaas zonder resultaat. Poetin bleef doen alsof Rusland er niets mee te maken had: “Nas tam njet/Wij zijn daar niet”.


Een ander probleem was het ontslag van topmedewerkers, die al snel niet meer geloofden in de president. Tussendoor krijgen we veel informatie over de prestaties van Zelensky als acteur. Daar bewees hij al begaafd te zijn en in team te kunnen werken.
Bij zijn verkiezingsbeloftes hoorde ook: geen vriendjespolitiek, maar competente mensen. Toch deelde hij hoge functies uit aan vrienden. Zo werd de familie Porosjenko opgevolgd door de familie Zelensky of beter gezegd: door zijn vrienden uit de showwereld. De schrijver noemt ook hun namen en hun functies (p. 88-91).


Hij veranderde Oekraïne weinig of niet: de oligarchen Kolomojsky, Achmetov en Pintsjoek bleven machtig, de omkoperij verdween niet, corrupte ambtenaren bleven op hun post, parlementsleden van zijn partij werden beschuldigd van het aannemen van steekpenningen. Toen zijn topmedewerker Serhi Sjefir de invloed van de oligarchen wilde indammen, werd zijn auto beschoten(september 2021). De aanslagplegers en hun opdrachtgevers zijn nog niet opgespoord (p. 115-116). Mogelijk omdat Zelensky, dankzij Kolomojsky,  was opgegroeid tot megaster en van hem vele miljoenen had gekregen via offshorebedrijven, wat aan het licht kwam in de Pandora Papers (p. 119). Maar Zelensky gaf de door Porosjenko genationaliseerde Privatbank niet terug aan Kolomojsky.


Tijdens de kiescampagne werd Zelensky ook beschuldigd van drugsverslaving, iets wat Poetin herhaalde na zijn inval. Maar er is nooit een bewijs geweest. Zoals er ook geen bewijs bestaat dat oligarch Achmetov met Russische hulp een staatsgreep voorbereidde, wat Zelensky beweerde in 2021 (p. 196-197).
Het boek vertelt ook over de spanningen tussen Zelensky en de Tsjetsjeense leider Kadyrov, wiens mannen een aanslag wilden plegen op Zelensky (p. 92-95).


Het laatste hoofdstuk beschrijft de Russische oorlogsmisdaden in Boetsja: meer dan 300 mensen liggen er in massagraven, meisjes werden er verkracht voor de ogen van hun ouders. Het leek wel of de jaren 30 terug waren met de Holodomor (uitroeien door honger) en het liquideren van Oekraïense intelligentsia. In dit hoofdstuk en in de epiloog toont Roedenko wel veel respect voor Zelensky (p. 198-206). Het boek eindigt op 17 april 2022.


Beoordeling
Dit boek is dus geen biografie, hoogstens een politieke. Het gaat vooral over de Oekraïense politiek en showbusiness van deze eeuw, de intriges in de politiek en de voornaamste personages in beide.
De auteur is kritisch, ook voor Zelensky: “Hij wist niet hoe de staatsinstellingen werken” (p. 59) en “Hij was erg zwak in zowel economie als staatsbestuur” (p. 68-69). En minister worden kan ook via het bed (p. 35).


Roedenko toont dat de situatie in Oekraïne veel ingewikkelder was en is dan wij hier vermoedden, dat de zwakke regeringen niet veel presteerden en soms maar één jaar aanbleven en dat de ministers vaak banden hadden met de oligarchen. Het gaat er dikwijls onbeleefd aan toe en de rijkdom aan scheldwoorden is er groot.


Het boek staat ook vol met voor ons onbekende eigennamen uit de politiek en de showwereld. Gelukkig vind je achteraan een verklarende namenlijst. Een kaart met de plaatsnamen ontbreekt.


De volgorde van de 38 hoofdstukjes is niet chronologisch, maar eerder rommelig.


De auteur spreekt geregeld (p. 13, 185, 195,197, 203 en 205 ) over de overwinning van zijn land op de Russen: dat is erg voorbarig.


Het voetbalstadion in Kiev heet ‘Olympisch’ (p. 20-21, 129), hoewel er nooit Olympische Spelen hebben plaatsgevonden, wel een EK voetbal. De voetnoten zijn afkomstig van de vertalers, maar ze zijn zeer nuttig. Die vertaling is blijkbaar niet uit het Oekraïens, maar uit het Frans: op p. 214 en 221 staat in de namenlijst bij de dames nog ‘née’ i.p.v. ‘geboren’.


Er staat maar één drukfoutje in: p. 200 : ze ‘overredden’. Bij vele data moet je zelf het jaartal toevoegen. Op p. 111 zit de Georgisch-Oekraïense politicus Saakasjvili sinds 2 oktober 2021 in de gevangenis in Georgië, op p. 191 is hij op vrije voeten. Ik vrees dat hij nog vast zit.


Samengevat: het boek zou beter heten: ‘Een kritisch beeld van de Oekraïense politiek’ en zeker niet ‘De biografie’.


ISBN 978-90-450-4721-8 | Paperback, 221 pagina’s, namenlijst, | Uitgeverij Atlas Contact, Amsterdam/VBK, Antwerpen, mei 2022

©Jef Abbeel, mei 2022, www.jefabbeel.be

Lee de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER