Nieuwe recensies Non-fictie

Ondergang en opkomst
Het verhaal van 11 september
Mitchell Zuckoff


Het boek heeft een treffende opening: bij de onthulling van het Vrijheidsbeeld in 1886 gooit iemand papierlinten uit zijn kantoor naar beneden. Het is een parallel met de mensen die op 11 september uit de ramen van de Twin Towers naar beneden springen.


De schrijver, journalist bij de Boston Globe, vertelt niet zozeer over het waarom van de aanslag al geeft hij wel enige informatie over Bin Laden.


Het volgende geeft te denken: Achterafredeneringen zijn altijd gemakkelijk, maar er zijn overweldigende bewijzen dat de Amerikaanse overheid om tal van redenen de aanslagen van 9/11 had kunnen en moeten voorkomen’, pag. 28.
Zuckoff beschrijft vanuit allerlei invalshoeken wat er gebeurde en hij doet dat op een wijze dat de lezer helemaal in het verhaal wordt getrokken. Wie aan dit boek begint, kan het maar moeilijk weer wegleggen en wil doorlezen. Het is razend spannend al ken je de tragische afloop.


Het verhaal begint met diverse mensen die op 10 september leven en werken: personeel dat in de Twin Towers werkt en de aanslagplegers die hun laatste voorbereidingen treffen. Laatstgenoemden leven volgens een uitgebreide instructie die als volgt begint: ‘Omarm het verlangen te sterven en hernieuw de gelofte van trouw’, pag. 58.


In schijnbaar onbelangrijke détails weet de schrijver sfeer te scheppen, het verhaal klein te maken en juist zo dichtbij te brengen. Het krijgt zo een menselijk karakter en door deze benadering krijgt het verhaal een verborgen lading want de lezer weet wat er staat te gebeuren.
Het vertrek van de vliegtuigen wordt beschreven en de titels van hoofdstukken in deel 1 ‘Val uit de hemel’ zijn veelzeggend: ‘Geen radiocontact meer’, ‘Volgens mij zijn we gekaapt’, ‘Kijk uit voor indringers in de cockpit’ en ‘Actie!’.


We volgen de gebeurtenissen in de diverse vliegtuigen op de voet en dit is gewoon adembenemend. Sommige zinnen zijn veelzeggend zoals die over de vlucht van vlucht 11 van American Airlines: ‘Voordat de verbinding werd verbroken, hoorde Michael Amy’s laatste woorden: ‘O god! We vliegen echt veel te laag!’ ‘, pag. 114 en die over vlucht 175 van United Airlines: ‘ ‘Nee!’ schreeuwde een verkeersleider in New York. ‘Hij gaat niet landen. Hij vliegt ertegenaan!’ ‘, pag. 128.


De impact van de aanslagen wordt duidelijk in bladzijden waarop het leven van allerlei passagiers wordt getypeerd met de steeds terugkerende woorden ‘nooit meer’.


Bijzonder spannend is het verloop van de actie van passagiers van vlucht 93 van United Airlines waarvan vermoed wordt dat deze het Capitool of het Witte Huis als doelwit heeft. Door de revolutie van een aantal passagiers wordt dit voorkomen en stort het vliegtuig neer bij een klein plaatsje waarbij allen omkomen.


Pijnlijk om te lezen is dat er allerlei tekortkomingen zijn in de veiligheidsprocedures en de wijze waarop luchtverkeersleiders en andere betrokkenen reageren op de actuele gebeurtenissen en daarover onderling communiceren – of juist niet – zo blijkt tal van keren. De auteur benoemt dit, niet als aanklacht tegen mensen, maar hij registreert wel dat het ánders had gekund en gemoeten, al hadden de aanslagen daarmee niet voorkomen kunnen worden. De ontreddering is groot:


‘Al met al heerste er in het eerste uur na de kapingen bijna overal verwarring en onzekerheid, en lang niet alleen bij de FAA’, pag. 176 en:  ‘Maar uit wat Cheney zei, blijkt wel dat de verwarring, de desinformatie en de chaos op het hoogste niveau van de Amerikaanse regering nog altijd groot waren, en dat terwijl de crisis al ruim twee uur gaande was’, pag. 225.


Deel 2 is getiteld ‘Val naar de grond’ en geeft eerst wat achtergrondinformatie over de Twin Towers. Het bouwbesluit is tijdens de bouw aangepast met als gevolg dat de veiligheid tijdens een brand beduidend is afgenomen. Een brandweerman die wordt opgeroepen is zich bewust van de onmogelijke opdracht om een gebouw van dergelijke hoogte te blussen. Brandweerlieden hebben helaas een probleem met hun portofoons waardoor zij moeilijk contact met elkaar kunnen leggen en niet van elkaar op de hoogte zijn.


De beschrijving van de inslag van de vliegtuigen en de gevolgen daarvan grijpen je als lezer naar de keel. Het boek heeft geen foto’s maar de beschrijving is zo beeldend en brengt de gebeurtenissen zo dichtbij dat je zelf een duidelijk beeld kunt vormen van wat er gebeurt. De auteur maakt ook hier het verhaal klein door in te zoomen op een aantal mensen met hun verwondingen, hun zoektocht naar een uitweg, hun ontreddering en desoriëntatie in de gebouwen.


Even wordt benoemd dat zich in beide gebouwen 14.000 – 17.000 mensen bevinden om daarmee de grote context aan te geven maar de kracht van dit boek zit in de vele verhalen van diverse mensen die de auteur ingenieus met elkaar verweeft tot een dramatisch overkomende geheel. Aangrijpend is het verhaal van een vrouw die de hulplijn belt. Degene die daar de telefoon opneemt, voelt zich machteloos maar ook betrokken en houdt contact met haar terwijl de toon steeds persoonlijker wordt. Een ander détail wordt later tot een iconisch beeld: ‘de voet van een meisje, in een roze sportschoen’, pag. 356.


In de waarneming van een andere werknemer in de zuidelijke toren wordt het onvermijdelijke noodlot kort maar indringend aangeduid:


‘In de verte, vanachter het Vrijheidsbeeld, zag hij iets wat zijn kant op kwam. Zijn verstand registreerde dat het grijs en groot was, en genoeg herrie maakte om hem door de potdichte ramen het donderende geluid van de motoren te laten horen. Een tel later begreep hij dat het een vliegtuig was, met een U op zijn staart. Het leek gek genoeg recht op hem af te komen, met hellende vleugels en met de neus op gelijke hoogte met hem. Het werd groter en groter. Toen vulde het de hele raampartij’, pag. 334.


Uitermate spannend is de beschrijving van een groep mensen in de noordelijke toren die probeert te vluchten en weet te ontsnappen.


De burgemeester van New York krijgt helaas gelijk wanneer hij na de aanslagen zegt: ‘Het aantal doden zal uiteindelijk hoger zijn dan wat voor iedereen van ons dragelijk is’, pag. 502.


Het boek vertelt tenslotte hoe een aantal mensen na de aanslagen verder gaan met hun leven. Sommigen de volgende dag al, bijna alsof er niets is gebeurd, anderen voor het leven getekend. Velen houden er traumatische herinneringen aan over.


Het boek eindigt met het vermelden van de slachtoffers: de lijst met bijna 3000 namen vult als een stil eerbetoon ruim 30 pagina’s.


Het is in al zijn verschrikking toch een prachtig boek dat de lezer zeer dicht bij de ontzagwekkende gebeurtenissen brengt en deze vanuit diverse invalshoeken laat beleven. De auteur is niet uit op effectbejag, maar beschrijft nuchter en soms in mooie beeldende taal wat er gebeurt. Dat is genoeg, het verhaal vertelt zichzelf op overweldigende wijze en neemt je daarin mee. Het klinkt misschien thrillerachtig maar dit boek is een echte ‘pageturner’!


ISBN 978 90 445 4265 3 | Paperback | De Geus Amsterdam | 5 september 2019
vertaling: Alexander van Kesteren, Brenda Mudde, Nannie Plasman, Pon Ruiter, Theo Schoenmaker en De Geus bv

© Evert van der Veen, 16 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wandelparadijs Nederland
te voet door alle provincies
John Jansen van Galen


Stel je je voor dat je tussen een groep wandelaars zit en de verhalen over mooie wandelgebieden vliegen over en weer. Iedereen weet wel een mooie route en de groep steekt elkaar aan met hun enthousiasme. De een vertelt over de 'pijltjesroute'wandeling die gevolgd is, de ander heeft het over lange paden in Nederland die ze gelopen hebben, zoals het bekende Pieterpad, de volgende haalt een boekje uit zijn zak...


Ziehier de toonzetting van dit boek. John Jansen van Galen wandelt al meer dan veertig jaar met zijn verloofde, Corrie Leefhouts, tevens de fotografe van dit boek, door Nederland. Hij vertelt over zijn wandelingen zoals wandelaars onderling kunnen doen. Dat maakt dat het boek makkelijk en plezierig wegleest.


John Jansen van Galen zelf noemt zijn belevenissen 'impressies' en dat is precies het goede woord voor zijn verhalen. Hij vertelt veelal niet waar de wandeling begint of eindigt maar noemt een pad, streek, gebied, wandelroute en geeft daarna weer wat hij daar zag, voelde, en beleefde. Zoals bijvoorbeeld het onderstaande deel van een impressie over het Domelapad in Groningen.


"[...] De complete afstand van deze langeafstandswandelroute bedraagt tot Lauwersoog 150 kilometer en je kunt kiezen tussen de landroute en de dijkroute, maar wij namen natuurlijk die laatste, met uitzicht op kwelders, op de lange palissaden in het modderige buitendijkse land, en soms Schiermonnikoog in de verte. De stilte was indrukwekkend, je hoorde 'alleen de wind, het gekrijs van meeuwen, het geblaat van schapen', noteerde ik. Nooit zoveel schapen gezien als toen, duizenden. [...]


Leuk en apart is het verhaal over het ontstaan van het beroemde Pieterpad, dat de schrijver ook gelopen heeft en zelfs meerdere keren enkele etappes opnieuw liep omdat het zo mooi was. 'Het leidt je door Nederland alsof het land bestaat uit natuurgebieden, landgoederen en boerenland, en er nauwelijks woonwijken en fabrieksterreinen bestaan.


En over landgoederen gesproken, de schrijver weet ons te vertellen dat deze steeds vaker worden opengesteld voor publiek, zodat er, ondanks groenverlies door wegen en woningbouw, toch ook veel natuurgebieden en parken bij komen in Nederland.


Makkelijk is dat de wandelingen die de John Jansen van Galen gemaakt heeft, per provincie zijn ingedeeld. Maar wat ik mis zijn de routekaarten. We zien wel de provincie afgebeeld met enkele 'stickerachtige' minifoto's op de plekken waar de schrijver en zijn verloofde gelopen hebben maar geen papieren routebeschrijving erbij. Dat heeft een reden. Op internet is bijna alles te vinden, schrijft Jansen Van Galen, dus waarom zal je alles nog een keer afdrukken in een boek? Daar is wat voor te zeggen natuurlijk, maar persoonlijk vind ik het prettiger de kaart gelijk bij het verhaal te zien.


Wel staat per provincie de verwijzing naar de zeer uitgebreide wandelzoekpagina.nl waar je de door de Wandelzoekpagina geselecteerde wandelingen bij de hoofdstukken uit het boek kunt vinden (zie de link). Op die pagina's zijn ook routebeschrijvingen te vinden én kaarten die je, als je een abonnement hebt - dat vrij goedkoop is -  gratis kunt uitprinten.


Het is verder een leuk boek om te lezen, de verhalen werken aanstekelijk, de schrijver is zeer enthousiast, maar diep in mijn hart had ik er meer van verwacht. De impressies zijn vlot, goed en soms zelfs een beetje poëtisch geschreven maar het specifieke van een gebied komt niet altijd helemaal goed uit de verf.
Toch is het voor elke wandelaar zo goed als zeker een boek waar zijn of haar hart, sneller van gaat kloppen. Overigens is het ook een prima boek om cadeau te geven.


ISBN 9789460038518 | Paperback met flappen | 301 pagina's | Uitgeverij Balans | februari 2018

© Dettie, 16 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Lost
Mensen aan de rand van de wereld
Markus Mauthe


Portret van een verdwijnende wereld.


In dit prachtige fotoboek zien we prachtige inheemse mensen die in prachtige natuurgebieden leven. Helaas zijn deze mensen en gebieden bijna allemaal aan het verdwijnen vanwege het oprukkende toerisme en kapitalisme. Veel gebieden worden ontgonnen uit winstbejag en eigenbelang.


'Ja, ze zijn er nog steeds, alle fascinerende vormen en kleuren in de kleding, sieraden en lichaamsversiering van de Himba, Jiye, Karo, Mehinaku, Padaung, Mursi en vele andere van de kleinste etnische groeperingen over de hele wereld. Maar het einde van het tijdperk nadert. In bijna alle dorpen die ik op mijn reizen heb bezocht, is de traditionele manier van leven al vermengd met invloeden van buitenaf. De eigen identiteit verdwijnt [...]'


vertelt de natuurfotograaf en milieuactivist Markus Mauthe ons.


'De laatste inheemse groepen zullen binnenkort opgaan in de 'moderne' samenleving.' [...]
'Het is onaanvaardbaar dat veel mensen door ons grenzeloze gebruik van de eindige hoeveelheid grondstoffen worden gedwongen tot verandering die ze meestal helemaal niet willen.
Het fotograferen van deze inheemse volken heeft me in mijn overtuiging gesterkt dat de enige uitweg voor ons allemaal een weg naar een duurzame samenleving is.'

Markus Mauthe wijst ons er in dit boek keer op keer op dat vooral het winstbejag de grote boosdoener is, die veroorzaakt dat de inheemse volken met al hun rituelen, bijzondere kleding en tatoeages zich moeten aanpassen aan de 'moderne' samenleving om te kunnen overleven.


In het boek staan voornamelijk schitterende portretten van mannen, vrouwen en kinderen die ons veelal recht aankijken. Opvallend is overigens de rust die ze uitstralen. De foto's laten zien waarom het zo jammer is dat deze inheemse volken aan het verdwijnen zijn. Voor sommige foto's deden mensen hun korte broek en T-shirt uit en trokken hun eigen kleding aan zodat wij deze toch nog kunnen zien voordat het voorbij is. 


Het boek heeft diepe indruk op me gemaakt, het is adembenemend hoe mooi en natuurlijk deze mensen zijn en leven. Geen valse wimpers en botoxgezichten maar versieringen uit de natuur, die misschien ook extreem lijken, zoals de halssierraden van vrouwen waardoor hun nek uitgerekt wordt, maar het past bij ze, ze zijn prachtig en waardig. Dit laatste, het zich waardig gedragen, een waardige houding hebben, het waardig zijn is wel het meest opvallende in dit boek.Alle gefotografeerde mensen stralen dit uit.


Het is goed dat Markus Mauthe al deze mensen in al hun schoonheid heeft vastgelegd toen het nog kon. In totaal heeft hij tweeëntwintig inheemse volken in tropische bossen, bergen, woestijnen, op zee en in het noordpoolgebied bezocht.  Het zou mooi zijn als alles kon blijven voortbestaan, aan de inheemse volken zal het niet liggen, wel aan de oliebaronnen, en de grote hotelketens. Toch kunnen sommige volken, juist door het toerisme, hun aloude tradities en leefwijze blijven uitvoeren maar dan niet voor zichzelf maar voor de toerist.


Dit schitterende uitgevoerde boek en vooral de indrukwekkende inhoud is een kostbaar bezit. Het vertegenwoordigd groepen van mensen die zo de moeite waard zijn. Koop en geniet!

Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN 9789059569065 | Hardcover | 320 pagina's | Fontaine Uitgevers/ Oxfam Novib | februari 2019
Vertaling Anne Marie Koper

© Dettie, 14 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De jungle op zee
De onbestrafte misdaden tegen mens en milieu op open zee
Ian Urbina


De Sub-kop zegt het eigenlijk al, een New-York Times bestseller. Dit heeft niet zozeer iets te maken met het al gerealiseerde, of het te verwachten succes. Het is meer een aanduiding die gedurende het boek steeds duidelijker wordt. Wat ik hiermee bedoel? Urbina heeft op indrukwekkende wijze, en met veel moeite, een beeld proberen te schetsen van de criminaliteit op de wereldzeeën. In De jungle op zee geeft hij een inkijk in de meest wetteloze plek op aarde. Dit niet door met een lang en wellicht saai verhaal of c.q. onderzoek te komen. Nee, elk hoofdstuk snijdt een eigen unieke problematiek aan. En dit op een manier die een hybride vorm is van een thriller en New-York-Times waardige onderzoeksjournalistiek.


Het thema is breed, breder dan ik verwacht had zelfs. Op de zee gebeurt er eigenlijk hetzelfde als in het misdaadcircuit op land, maar dat op onverwacht grote en schaamteloze schaal. Waar de pakkans kleiner wordt, zien we de criminaliteit groeien, dit is geen open deur helaas, maar pijnlijke werkelijkheid. Zelf had ik verhalen verwacht van Sir Francis Drake, de gentlemen-piraat, wellicht de moderne Somalische piraten. Piraterij is ook een thema, maar het boek opent met dierenwelzijn.


Op spannende wijze wordt de achtervolging door het Sea Shepherd schip op een illegale visser beschreven. De moeite die de auteur doet om boven op de actie te zitten wordt gelijk duidelijk. Urbina reisde jarenlang over de wereld om verslag te doen van onopgeloste moorden, piraterij, moderne slavernij aan boord van grote schepen en ernstige milieumisdrijven, zoals overbevissing en vervuiling.


Er zijn niet alleen veel menselijke slachtoffers, maar ook de planeet is de dupe van de illegale visserij, het dumpen van olie en oorlogsafval als mosterdgas en zeemijnen. Het boek geeft een schokkend beeld van de vaak verborgen wetteloosheid op de wereldzeeën en vertelt het verhaal aan de hand van pakkende voorbeelden. De manier van onderzoeken, de manier van verslaglegging is uniek. Door de moeite en tijd die de auteur neemt, wordt het een waardevol boek, een document van de problematiek op het water. De auteur stelt eigenlijk; door het gebrek aan toezicht, en het ontbreken aan de wil van overheden, blijft de wetteloosheid in stand. Overheden bemoeien zich wel met de territoriale wateren, maar de internationale wateren zijn altijd een probleem van iemand anders, of te wel; niemand die hier baat bij heeft.


Kort samengevat, het boek snijd in verschillende hoofdstukken de problemen aan die op de wereldzeeën spelen. Prachtig geschreven, zeer informerend in verhelderen. Laten we hopen dat de juiste personen dit boek onder ogen krijgen, zij die wellicht oorzaken voor de problematiek kunnen wegnemen.


ISBN 9789045031934 | Paperback 560 pagina's | Uitgeverij Atlas Contact | oktober 2019
Vertaald door

© Jan Keuken, 10 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De langste dag
Het verslag van de landing in Normandië aan de hand van getuigenissen van de mensen die erbij waren
Cornelius Ryan

 
Dit boek is een nauwkeurig gedocumenteerd verslag van operatie Overlord, beter bekend als D-day. De auteur heeft destijds – de eerste uitgave van dit boek dateert al van 1959 – grondig onderzoek gedaan, bronnen gelezen, veel mensen gesproken en vragenlijsten rondgestuurd. Aan het slot van het boek laat een indrukwekkende lijst zien wie erbij betrokken zijn geweest. We mogen de auteur dankbaar zijn dat hij toen – zo kort na de oorlog – dit werk ter hand heeft genomen. Hij kon toen nog informatie uit de eerste hand verzamelen die nu niet meer via persoonlijk contact beschikbaar is.


Het boek bestaat uit drie eenvoudig klinkende maar tegelijk veelzeggende delen: het wachten, de nacht, de dag.


Deze militaire operatie is de grootste uit de geschiedenis: er waren 5000 schepen en 200.000 mannen bij betrokken. Dit boek is zoals in het voorwoord wordt gezegd ‘het verhaal van mensen: de mannen van de geallieerde strijdkrachten, de vijand die ze bevochten en de burgers die verzeild raakten in de bloedige verwarring van D-day – de dag waarop de strijd begon die een eind maakte aan Hitlers waanzinnige gok om de wereld te beheersen’.


Sfeervol is het begin: een Frans dorp te middernacht waar vrijwel niemand iets vermoedt. Hier zetelt Rommel en in de persoonlijke impressie van hem komt de lezer dicht bij deze belangrijke militair die de historische woorden sprak:


'De oorlog zal op de stranden gewonnen of verloren worden. We zullen maar één kans hebben om de vijand tegen te houden en dat is wanneer hij zich nog in het water bevindt ... de eerste 24 uur van de invasie zullen beslissend zijn ... zowel voor de geallieerden als voor Duitsland zal het de langste dag zijn’, pag. 30.


Ondanks het feit dat er een half miljoen mensen aan werkte, was de Atlantikwall nog niet voltooid. Dat is niet verwonderlijk want het was een buitengewoon omvangrijk project. Rommel was niet tevreden over de Duitse verdediging in Normandië en wenste verdere versterking. Interessant is het feit dat Rommel tal van wapenkundige uitvindingen doet, met een verwoestende uitwerking.


De lezer wordt in dit boek meegezogen in het historische proces. Je voelt de spanning wanneer Duitsland een gecodeerd bericht over de invasie opvangt maar dit niet nader weet te duiden. De auteur beschrijft ook interessante details die tamelijk onbekend zijn zoals de twee kleine duikboten de grenzen van de Brits-Canadese stranden – Sword, Juno, Gold – markeren.


Indrukwekkend is het moment waarop generaal Eisenhower de beslissing neemt om D-day – ondanks de niet-ideale weersomstandigheden – te laten doorgaan. Hij spreekt van ‘een grote kruistocht’ en ontroerd is wanneer de eerste vliegers rond middernacht vertrekken. Het proces van voorbereiding en de beschrijving van het vele en vaak ook bijzondere materieel – dat speciaal voor deze gelegenheid is ontworpen – is boeiend. De lezer voelt waarvoor dit alles is bedoeld en welke rol het later in de slag zal spelen.


Het boek staat dicht bij de mensen die er destijds bij waren betrokken: uiteraard de geallieerden maar ook Duitsers, mensen van het Franse verzet en Franse burgers. De vele invalshoeken maken het boek dynamisch en boeiend, de lezer wordt als in een speelfilm bij alle partijen betrokken. Diverse details van dit boek keren overigens terug in ‘The longest day’ zoals de namaakparachutist Ruppert, het klik-klak apparaatje waarmee men elkaar kon herkennen, de Duitser op zijn ezel met koffiekannen die zich een hoedje schrikt wanneer hij de schepen voor de kust ziet, de gefrustreerde Pluskat van de Luftwaffe die slechts over twee vliegtuigen beschikt.


Dit was één van de fouten van de Duitsers: alle vliegtuigeskaders waren begin juni uit Normandië weggehaald. De inzet van pantserdivisies duurde - te - lang. Dit alles werkt ten gunste van de geallieerden. Je kunt je afvragen hoe het zou zo gegaan wanneer deze vliegtuigen en tanks wél ter plekke zouden zijn geweest. De Duitsers beseften dit ook want de bevelhebber van de 21e Pantserdevisie zei tegen een andere bevelhebber: ‘Als u er niet in slaagt om de Britten in zee terug te drijven, hebben we de oorlog verloren’, pag. 266.


Opmerkelijk is ook dat vrijwel alle Duitse officieren die in Normandië waren gestationeerd, door uiteenlopende omstandigheden afwezig waren. Hierdoor ontbrak het in de eerste uren aan leiding in het Duitse kamp.


‘Langzaam begon het grote invasieplan zich nu te ontvouwen – en nog altijd bleven de Duitsers er blind voor. Dat was aan verschillende zaken te wijten. Het slechte weer, hun tekort aan verkenningsexpedities ….., hun hardnekkige overtuiging dat de invasie moest plaatsvinden bij het Nauw van Calais, de verwarring en overlapping van hun eigen bevelen, en hun misser om de ontcijferde berichten van het verzet ernstig te nemen, speelden allemaal een rol’, pag. 148.


Het boek bevat veel oorspronkelijke documenten van uiteenlopende aard en adembenemende foto’s die de lezer heel dicht bij de strijd en vooral de mensen in de strijd brengen.


Niet alles van de goed voorbereide operatie is een succesverhaal: door de wind drijven landingsschepen af en komen niet op de geplande plaats aan land. Ook de voorbereidende luchtlandingen verlopen niet vlekkeloos: sommige eskaders komen op verkeerde plekken terecht of kunnen de te bombarderen doelen niet vinden.


‘De sinisterste vijand tijdens deze eerste minuten van D-day was niet de mens, maar de natuur. Rommels voorzorgsmaatregelen tegen paratroepers hadden hun nut bewezen: het water en de moerassen van de geïnundeerde vallei van de Dives vormden een dodelijk gevaar’, pag. 125.


Het verslag van de landing is gedetailleerd en daardoor adembenemend. Het effect van de zware bombardementen door vliegtuigen en beschietingen vanaf de schepen komt misschien wel het meest dichtbij door document 14: een interview met majoor Pluskat. Indringend is de beschrijving van de landingen waarbij op Omaha-Beach zware verliezen worden geleden: 2500 mannen komen hier om. Document 16, van een Amerikaanse oorlogscorrespondent, brengt de lezer er middenin. Veelzeggend is de uitspraak van een Amerikaanse kolonel: ‘Twee soorten mensen blijven op dit strand …. de doden en zij die gaan sterven. Laten we nu als de bliksem hier wegkomen!’, pag. 250.


Om 9.33 uur wordt het bericht wereldkundig gemaakt en boeiend is om te lezen hoe dit wereldwijd impact heeft op mensen. In het hoofdkwartier van Hitler wordt gemeld dat ‘er ondubbelzinnige aanwijzingen waren dat er een belangrijke landing plaatsgevonden had’, pag. 249.


Dit boek is indrukwekkend: door zijn royale formaat maar vooral door zijn inhoud. Zeer terecht dat het opnieuw is uitgegeven in dit herdenkingsjaar!


ISBN 978 94 014 5530 5 | Hardcover | 303 pagina’s | | Lannoo | september 2019
Vertaling: Just Publishers en Ineke Vander Vekens

© Evert van der Veen, 8 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een hof tot ons gerief
Caspar Visser 't Hooft


In het voorwoord vraagt Arthur Umbgrove zich af: waarom zijn buitenplaatsen zo geliefd bij de mensen die ze mogen bewonen? Het feit dat er niet permanent gewoond werd? Dat ze veelal grenzen aan de natuur?
Belangrijker lijkt de vraag waarom deze huizen interessant blijven nu deze huizen nog nauwelijks nog bewoond worden door de in onze ogen bevoorrechte families. Want, stelt hij: ‘familiehuizen verdwijnen: personeel is niet te betalen, de belasting te hoog, erfgenamen krijgen ruzie; bestemmingsplannen eisen een sportpark op de plaats van het huis.’


De schrijver van dit fraai vormgegeven boek, Caspar Visser ’t Hooft, is een telg uit zo’n familie. Bescheiden achterin geplaatst vinden we delen van zijn toch indrukwekkende stamboom, waarnaar hij steeds verwijst in de verhalen die hij vertelt over de zeven buitenplaatsen die ooit bewoond werden door families die in deze stamboom voorkomen. Dat was in de negentiende en het begin van de twintigste eeuw, een tijd waarin Nederland nog vol stond met zulke buitenplaatsen.
Terwijl de auteur verhalen vertelt over de bewoners, schetst hij ook een deel van onze vaderlandse geschiedenis. Het waren vaak niet de minste personen die hij noemt, en de rol die zij speelden is dan ook zeer interessant. 


Het begint al met het verhaal van de stad Dordrecht. Wie is er nog van op de hoogte dat deze stad, gelegen op een eiland, ooit afgesloten was van de rest van Nederland? Dat het alleen bereikbaar was per boot?
Er zijn verhalen over voorvaderen die goed geld verdienden in de handel, het gaat over een oom Jan die een verdienstelijk kunstschilder was. Natuurlijk waren er politici in de uitgebreide familie, burgemeesters bijvoorbeeld. Zij waren veelal van adellijke afkomst, of anders patriciërs, zij hadden geld. En het kan niet anders of het waren niet allemaal mensen die zich netjes volgens de (toenmalige) normen en waarden gedroegen.


Natuurlijk is het een persoonlijk boek, in de zin dat het gaat over de eigen familie. Maar omdat het een mooi tijdsbeeld geeft, vanaf einde negentiende eeuw tot (bijna) nu is het tegelijk een aansprekend boek voor iedere geïnteresseerde lezer. Het is ook een nostalgisch boek, de lezer voelt een heimwee naar een tijd waarin hij of zij waarschijnlijk niet eens deelgenomen zou hebben aan het leven dat deze fortuinlijke mensen leidden, tenzij als ondergeschikte.


Caspar Visser ’t Hooft heeft onderzoek gedaan in de archieven om de feiten te vinden die horen bij de zeven buitenplaatsen, die veelal verdwenen zijn, of dusdanig verbouwd dat ze niet meer zijn als toen de voorouders er woonden. Het gaat over de huizen Bellevue, Schoonenburg, Vreugd en Rust, het slot van Rossum, Vredelust, de Eversberg en de Duno, gelegen in Zeeland, Zuid-Holland, Overijssel en Gelderland.
We vinden foto’s in het boek, van de huizen natuurlijk, maar ook van bewoners.


Per huis lezen we over de bezigheden van de mensen die er woonden, verhalen die over hen de ronde doen binnen de familie, dat alles binnen de tijdsgeest die in de vertrouwde stijl van de auteur geschetst wordt. Over de opkomst en teloorgang van huizen en hun bewoners.
Hij vertelt wat er met de huizen gebeurd is in de loop van de jaren, wat we eventueel nu nog kunnen aantreffen – het gaat gegarandeerd kriebelen om die plekken eens te gaan bekijken. Zeker na een stuk tekst als dit:


‘Wat zouden de mensen op die plezierboten gedacht hebben wanneer daar zachtjes het stille Rossum voorbij golfde? Kon je vanuit het water het slot zien, en even verderop Vredelust? De boomkruinen waren van achter de dijk zichtbaar, dat is zeker. Men wist het misschien: daar woont de familie van Randwijck. Men kende hen niet, men kende de naam: een oude naam. We hebben het lage land, de sloten en de vaarten, het nauwe netwerk van bedrijvige steden en stadjes bij de zee verlaten, we naderen het oosten van het land, we naderen Duitse contreien, wijd, heuvelig en stil-dromend van feodaal verleden. Wat aardig, al die wuivende boerenkinderen daar op de dijk! – zullen de mensen op de plezierboot gedacht hebben. Als je ze had gezegd dat zich tussen al die kinderen met hun schortjes en hun klompen ook kleine Randwijckjes bevonden, zouden ze misschien vreemd hebben opgekeken. Ja, want dat was ook Rossum: de kinderen van het slot, van Vredelust, die mochten gewoon met de kinderen van het dorp meespelen. Dat was de gewoonste zaak van de wereld.’


Behalve de stamboom staat er een lijst met geraadpleegde literatuur achter in het boek.


Caspar Visser 't Hooft (1960) is auteur van oa. de romans Feniksbloem (2012), Waldenberg (2014) en Brandende kolen (2017). Hij woont sinds jaren in Frankrijk, waarover hij columns schrijft, uitgegeven in twee bundels.


ISBN 9789086841813 | Hardcover | 235 pagina's | Uitgeverij IJzer | juli 2019

© Marjo, 6 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een kleine geschiedenis van de economie
Niall Kishtainy

 

‘Economie is de wetenschappelijke discipline die zich bezighoudt met de vraag hoe een samenleving omgaat met haar productiemiddelen – de bouwgrond, de steenkool, de mensen en de machines die nodig zijn voor het maken van nuttige goederen als brood en schoenen’, pag. 10.


De titel van dit boek kan misschien andere verwachtingen oproepen. Wie denkt aan een strak geordend systematisch overzicht van economie door de eeuwen heen, vindt in dit boek niet wat hij zoekt want het boek is meer verhalend van aard. Het is zeer helder geschreven, laagdrempelig zelfs, en de schrijver weet economie heel duidelijk met ménsen te verbinden. Hij onderkent dat het begrip economie een droog en abstract imago heeft en daarom niet tot onze verbeelding spreekt. Daarom legt hij door heel het boek heen uit dat het mensen zijn die economisch denken en handelen.

Economie heeft dan ook alles met ons dagelijks bestaan te maken en dat blijkt uit de vele voorbeelden uit ons eigen dagelijks leven die in dit boek naar voren komen waarin wij als consumenten actief zijn. Vanuit dat herkenbare gegeven komen dan bepaalde economische principes ter sprake.


Er zit in dit boek toch wel een zekere chronologie al is die tamelijk losjes.
De eerste hoofdstukken zijn gewijd aan de oudheid waarin ruilhandel plaats vond; de eerste munten dateren uit de 6e eeuw voor Christus en zijn in Turkije gevonden. In het Oude Testament wordt renteheffing – dat gezien wordt als een vorm van uitbuiting – verboden en deze gedachte heeft tot in de middeleeuwen invloed uitgeoefend.


‘Aan het begin van de elfde eeuw zei de paus nog dat kooplieden nooit de hemel zouden kunnen binnengaan. Bijna tweehonderd jaar daarna werd een koopman met de naam Homobonus door een latere paus heilig verklaard….. In 1253 opende een Italiaanse firma zijn handgeschreven grootboeken met de woorden ‘In naam van God en van de winst’. Gods economie begon langzaamaan te versmelten met de nieuwe wereld van het zakelijk verkeer’, pag. 32.


Later oefenen ontdekkingsreizen veel invloed uit op de overzeese handel en in de 18e eeuw is de industrialisatie een krachtige motor voor allerlei economische ontwikkelingen.


In het boek komen veel economen en hun economische opvattingen voorbij. Ze worden kort getypeerd zoals Adam Smith uit de 18e eeuw die veel invloed uitoefende met zijn boek ‘The Wealth of Nations’. Hij is van mening dat de samenleving goed functioneert wanneer mensen handelen uit eigenbelang want die prikkel zorgt niet alleen voor je eigen vooruitgang maar bevordert ook die van anderen.


Ook ‘Das Kapital’ van Karl Marx komt ter sprake waarin hij de macht van het geld benadrukt en de economische macht van hen die over geld beschikken. Het boek is een aanklacht tegen de industrialisatie met armoede onder de arbeidende klasse als gevolg. De heersende klasse die mensen in fabrieken laat werken waardoor het kapitalisme ontstaat met scheve economische verhoudingen. Maatschappelijke onvrede en gebrek aan perspectief zijn daarvan het gevolg.


Andere economische termen als marktevenwicht, concurrentie, protectionisme of vrijhandel en diverse theorieën komen op bijna speelse wijze ter sprake. Steeds weet de schrijver een herkenbare, vaak kleinschalige situatie te schetsen zodat de lezer deze principes herkent. Hij brengt daarbij veel aardige details naar voren en kiest herkenbare voorbeelden die we allemaal herkennen. Vervolgens legt hij uit wat er dan precies gebeurt en brengt hij tal van economen ter sprake die hierover hebben nagedacht.


Dit boek vormt een goede inleiding tot de economie voor degenen die het verhalende element waarderen. Het is niet moeilijk geschreven en daarom voor een breed publiek toegankelijk al zullen de meeste genoemde economen voor de meeste lezers die niet in het vak zijn ingewijd onbekend zijn. De auteur heeft daarbij een zekere voorkeur voor economen met in hun tijd controversiële opvattingen. Hun invloed is dan ook vaak beperkt gebleven.


Een belangrijke econoom uit de 20e eeuw is Keynes die een nieuwe visie ontwikkelde in de tijd van de recessie in de jaren 30. Hij legde niet de nadruk op de productie maar op de mogelijkheden van mensen om geld te besteden. Een steeds terugkerend thema is de vraag of economie aan de vrije markt mag of moet worden overgelaten of dat de overheid ook dient in te grijpen. ‘Tegenwoordig zijn de meeste economieën een mengeling van privé-initiatieven en overheidsbemoeienis’, pag. 186 is de conclusie van de schrijver.


Interessant is zijn economische benadering van de wapenwedloop uit de periode van de Koude Oorlog die een sterke stimulans is voor de productie van wapens waaraan wordt verdiend. Ook zijn visie op misdaad die vaak meer economisch voordeel oplevert dat betaald werk is origineel en waardevol.


Actueel zijn de hoofdstukken aan het eind over de ethiek van bankiers en de klimaatcrisis. De auteur is van mening: ‘economie is heel sterk betrokken bij deze wereld en kan haar steentje bijdragen om die te redden’, pag. 345.


Zo zit er in dit boek zeker wel een historische opbouw, al valt die in de latere hoofdstukken vaak wat minder duidelijk te herkennen. De hoofdstukken lijken wat losjes met elkaar verbonden. Zijn het afzonderlijke colleges die in dit boek gebundeld zijn?


De uiteindelijke boodschap van deze docent aan de London School of Economics is dat economie ons kan helpen: ‘Ondanks haar tekortkomingen is economie dus van levensbelang voor de mensheid. De basale economische ideeën zijn krachtige instrumenten waarmee allerlei problemen kunnen worden opgelost’, pag. 348 – 349. Daarom hanteert de schrijver een verhalende stijl die dicht bij mensen ligt en voor ons van betekenis is.
Wie dit boek vanuit die houding leest en waardeert, zal er veel uithalen.


ISBN 978 94 004 0417 5 | Paperback | 364 pagina’s | Thomas Rap Amsterdam | september 2019
vertaling: Frits van der Waa

© Evert van der Veen, 27 september 2019

Lees de reacties op het forum en / of reageer, klik HIER

 

De vergeten soldaten van de Eerste Wereldoorlog
Dominiek Dendoove


Wie de plaatsen bezoekt van de monumenten en begraafplaatsen van de Eerste Wereldoorlog, kan zien dat daar niet alleen slachtoffers herdacht worden die behoorden tot de strijdende partijen, te weten de geallieerden en de Duitsers. Je ziet er ook vreemde buitenlandse en exotische namen. In totaal waren er zo’n zestig verschillende culturen vertegenwoordigd in de verschillende legers.


Aan beide zijden werd de afgelopen honderd jaar gemakshalve vergeten of genegeerd dat er ook groepen mensen met een andere cultuur bij de oorlog betrokken waren.
Zo is niet veel bekend van de grote groepen Indiërs (138.000, waarvan bijna 35.000 slachtoffers) en Chinezen (140.000, geschat wordt 20.000 slachtoffers). Zij waren ondergeschikten, werden veelal ingezet als kanonnenvlees, of als arbeiders, vooral voor opruimwerkzaamheden. Ook voor India en China waren zij niet van belang, hun inzet in Europa had geen enkel politiek gevolg in het Oosten. Historicus Dominiek Dendooven heeft onderzoek gedaan naar deze twee groepen Aziaten.


‘Oorlog gaat eerst en vooral over menselijk lijden. Door alleen te focussen op een politiek niveau, zoals staats vormen (of naties) worden de individuen die dit meemaakten tot op zekere hoogte ontmenselijkt en als niet-actieve actoren beschouwd. Alleen door individuele ervaringen te integreren  vermijden we uit het oog te verliezen wat oorlog met mensen doet.’


Zijn boek is dan ook grotendeels gebaseerd op getuigenverslagen, van de betrokkenen zelf en van de allochtonen die met hen te maken kregen. Dat is niet eens zo veel te vinden, gebleken is dat de Belgen en Fransen nauwelijks aandacht besteedden aan uitheemse mensen. Zij waren gewoon een van de onderdelen van de oorlog die hen in zoveel opzichten al raakte, dat het niet uitmaakte of een soldaat of arbeider Engels- of anderstalig was, vreemd waren ze allemaal. En de buitenlanders zelf, als ze al brieven schreven of een journaal bijhielden, dan is dat veelal verloren gegaan.


Dendooven behandelt in het eerste deel van zijn boek de Indiërs. Zij waren vooral in Britse dienst, India was een onderdeel van de Britse Gemeenschap. Het toenmalige India omvatte de huidige staten Pakistan, India, Bangla Desh en Nepal.
Wat verwachtten de Indiërs, als ze zich naar het verre onbekende lieten transporteren: in deze vreemde omgeving, in een klimaat dat zo anders was, met mensen die zich anders gedroegen. De Vlamingen en Fransen kenden bijvoorbeeld niet de hygiëne die de Indiërs als noodzakelijk beschouwden – afgezien van het feit dat hygiëne zo goed als onmogelijk was in de loopgraven.


Daar in die loopgraven raakte trouwens iedereen ontmenselijkt: er was totaal geen privacy, je kon niet anders dan samen slapen, samen eten, samen de latrine delen. Er was dan ook nog het probleem van de taal. Beheerste een Indiër al een beetje de Engelse taal, dan kenden de Fransen en Belgen die niet. Ook behoorden de Indiërs niet allemaal tot dezelfde bevolkingsgroep en kon het zijn dat ze elkaar niet eens verstonden. Hun superieuren waren vanuit de Britse kolonie gewend hen te beschouwden als ondergeschikt.


En dan was er nog de oorlogservaring zelf: onder vuur genomen worden, niet of nauwelijks getraind als soldaat, versnipperd verdeeld over het front, met de wetenschap dat zij niet gerepatrieerd zouden worden maar begraven - tegen hun cultuur! - In vreemde grond.
Een deel van hen kwam naar Europa omdat ze schulden af moesten lossen, een deel om iets van de wereld te zien, een deel werd gerekruteerd door missionarissen. Hun leeftijd was zeer divers, velen ook te jong of te oud om van nut te kunnen zijn.
Zoals gezegd ‘schoten ze er weinig mee op’ dat ze in den vreemde streden. De Britten weigerden hen 'als beloning' meer zelfstandigheid te verlenen. Er was wel enige bewustwording, maar dat bleef vooral van individuele aard. Het had nog enige tijd nodig voor de nationalisten hun wens in vervulling zagen gaan. De vraag is ook of dit zonder deze oorlog anders was geweest.


Voor de 140.000 Chinezen lagen de zaken grotendeels gelijk. Alleen werden zij hoofdzakelijk gerekruteerd als arbeiders: om munitie te sjouwen en doden begraven. Ook voor hen was er de cultuurschok en ook zij werden als minderwaardig beschouwd. De ‘koelies’ waren evenwel geen Brits onderdaan. Van hen werkten er 40.000 voor de Fransen en 94.000 stonden er onder Brits bevel. Er werden speciale kampen opgericht voor de Chinezen. (Indiërs werden gehuisvest zoals de Britten)


Chinezen  vertrokken uit hun vaderland vanwege het avontuur, of om slechte omstandigheden thuis te ontvluchten. Onder hen zat ook nogal wat gespuis, er was geen strakke leiding en de omstandigheden waren verleidelijk: bij het opruimen van de slagvelden raapten zij ook wapens op.
Het werk dat zij deden was behoorlijk zwaar: het waren vooral de Chinezen die de menselijke resten op het slagveld bijeen moesten rapen. Wat dat met een mens doet, valt niet eens te raden.
De hoop op verbetering in het thuisland werd net als bij de Indische groep veelal de kop ingedrukt. Bij de vredesbesprekingen werden beide groepen genegeerd.


Hoewel het een goed lopende en absoluut zeer interessante tekst betreft is het een vrij pittig relaas over twee onderbelichte groepen die tijdens  en enkele jaren na de Grote Oorlog het gebied Vlaanderen, Noord-Frankrijk mede bevolkten. Er is natuurlijk sprake van vele feiten, maar gelukkig is er een afwisseling met getuigenverklaringen (brieven en dagboekfragmenten) en er zijn foto(katernen).


Dominiek Dendooven is historicus en wetenschappelijk medewerker van het In Flanders Fields Museum. Hij bestudeert er onder meer de geschiedenis van niet-Europese troepen tijdens de Eerste Wereldoorlog.


ISBN 9789462671607 | Paperback | 317 pagina's | Uitgeverij Epo| mei 2019

© Marjo, 11 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Europeanen
Het ontstaan van een gemeenschappelijke cultuur
Orlando Figes


In dit boek staat de vraag centraal hoe er in de 19de eeuw een ‘Europese cultuur’ kon ontstaan, bestaande uit een gemeenschappelijke voorkeur voor dezelfde boeken, schilderijen en muziekwerken. In Europa werden kunsten een bindende kracht tussen de verschillende landen. De schrijver wijst op een internationale synthese van kunstvormen, ideeën en stijlen die Europa onderscheidde van de rest van de wereld. Deze internationale cultuur verdween met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog.


In dit boek staan drie mensen centraal. De schrijver Ivan Toergenjev (1818-1883), de zangeres en componiste Pauline Viardot (1821-1910), met wie Toergenjev een langdurige verhouding had, en haar wettige echtgenoot Louis Viardot (1800-1883), inmiddels vergeten maar in zijn tijd een belangrijk kunstcriticus, uitgever en journalist. Hun biografieën zijn verweven met het grotere verhaal.


De spoorwegen maakten het ontstaan van een Europese cultuur mogelijk. Naarmate het spoorwegnet werd uitgebreid, verschrompelden afstanden en werd ook het verre achterland bereikbaar vanuit de grote steden. Tijd en plaats veranderden van betekenis. Mensen beseften de enorme omwenteling die spoorwegen in een samenleving teweegbrachten. De kroonprins van Hannover wilde geen spoorwegen in zijn gebied, omdat hij ‘niet wenste dat elke schoenlapper en kleermaker net zo snel kon reizen’ als hij.


Voor de komst van de spoorwegen was het niet ongewoon dat burgers hun hele leven in hun geboortestad doorbrachten. Het stoomtijdperk maakte het mogelijk dat mensen, goederen, brieven, nieuws en informatie zich steeds sneller en in een groter gebied konden verplaatsen. Langs de spoorwegen verrezen hotels, restaurants, winkels, cafés, casino’s en theaters.


Een ander nieuw fenomeen was de piano, die in menige huiskamer kwam te staan. Veel vrouwen bleken getalenteerde pianospeelsters te zijn. Dit veranderde hun positie in het gezin. Beperkten vrouwen zich voorheen tot conversatie en handwerken, nu konden zij een meer prominente rol in het sociale verkeer van het gezin vervullen. Een jonge vrouw die de piano kon bespelen gold als een aantrekkelijke huwelijkskandidaat.


Muziekuitvoeringen waren door de eeuwen heen gebonden aan het aristocratische hof. Muziek was de achtergrond bij sociale gelegenheden, zoals banketten en bals. Maar in de 19de eeuw verrezen de concert- en operagebouwen, waar de norm voor het burgerpubliek werd dat zij tijdens de uitvoeringen stil waren. Beethoven, Meyerbeer, Liszt, Schumann, Verdi, Bizet, Chopin, Wagner, Strauss, schreven aan de lopende band muziek voor de Europese cultuurhuizen.


Die democratisering van de kunst ontwaren we ook in de portretfotografie. Het individu komt op gelijke voet met de beroemdheid, wiens beeltenis voorheen door de schilder op het doek werd vastgelegd. Nu kon iedereen, ook de burger ‘geportretteerd’ worden.


Het toerisme is eveneens een 19de eeuws verschijnsel. Waar buitenlandse reizen voorheen slechts voor een select gezelschap was weggelegd, brachten spoorwegen deze binnen het bereik van zeer veel anderen. Er ontstond een toeristenindustrie met als brandpunten reisgidsen (Baedeker), musea, souvenirwinkels, reisleiders, reisorganisaties (Thomas Cook). Ook hier kregen vrouwen de kans hun leefruimte te vergroten. Thomas Cook moedigde vrouwen aan zelfstandig te reizen en garandeerde dat zijn reizen ‘veilig en fatsoenlijk’ verliepen.


Ik stip met nog een enkel trefwoord andere ontwikkelingen in de ‘Europese canon’ aan: het ontstaan van kuuroorden en badplaatsen. De opkomst van bibliotheken en leeszalen, de toenemende alfabetisering van de bevolking vooral na de invoering van de leerplicht, het organiseren van wereldtentoonstellingen in Parijs en Londen, het impressionisme dat brak met de conventionele schilderkunst.


Dit boek gaat niet over religie, filosofie, politiek of economie, maar ziet vooral de kunsten als bindende kracht tussen de inwoners van Europa. Je kunt je afvragen of het terecht is om religie en filosofie buiten beschouwing te laten.


Orlando Figes bezit de gave om aan de lopende band het ene na het andere boek-met-diepgang te schrijven. Zijn boeken zijn virtuoos, zwierig en zeer deskundig geschreven. De schrijver betreurt de ondergang van het oude Europa. Dit boek dient wat hem betreft als een herinnering aan de verbindende kracht van de Europese beschaving. Na het Britse besluit om de Europese Unie te verlaten, koos hij ervoor om zijn Duitse nationaliteit weer aan te nemen.


Figes is hoogleraar aan de University of London. Eerdere boeken van hem zijn: Natasja’s dans, Fluisteraars, Tragedie van een volk, De Krimoorlog of de vernedering van Rusland.


Uitgeverij Nieuw Amsterdam maakte er weer een mooie uitgave van, met een prachtige kleurenfotokatern. Het boek is heel compleet met kaarten, opgave van bronnen, notenapparaat en register. Toon Dohmen zorgde voor een prima vertaling. De tekstredactie lag in de bekwame handen van Marianne Tieleman.


ISBN: 9789046825044 | Gebonden met stofomslag | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | Omvang: 640 blz. | 16 oktober  2019

© Henk Hofman, 16 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Onuitwisbaar
Mijn verhaal
Edward Snowden

 

In het ‘Woord vooraf’ vat de auteur samen wat er in zijn leven is gebeurd: ‘Mijn carrière bij de Amerikaanse inlichtingengemeenschap duurde maar zeven korte jaren …. Tijdens die zeven jaar werkte ik echter mee aan de belangrijkste verandering in de geschiedenis van de Amerikaanse spionagediensten: de omslag van het gericht surveilleren van specifieke individuen naar het massaal in de gaten houden van hele bevolkingen’, pag. 7. De lezer voelt de spijt waarmee deze pijnlijke ontdekking gepaard gaat: dit is ernstig.


Snowden voelt dan ook zich moreel genoodzaakt om dit niet langer voor zich te houden maar wereldkundig te maken: ‘ik besloot de waarheid te vertellen’, pag. 10. Dit boek is zijn levensverhaal waarin hij de lezer op indringende wijze meeneemt op zijn ontdekkingstocht en de gevolgen daarvan. Wie door de soms iets te uitvoerige technische informatie heen ziet, wordt meegezogen in de vaart van de ontwikkelingen en voelt aan dat dit alles naar een climax moet leiden.


Het is boek is persoonlijk getint. De auteur schetst zijn kinderjaren, haalt jeugdherinneringen op en laat daarin een mooi tijdsbeeld zien dat jongeren zich niet kunnen voorstellen omdat digitale ontwikkelingen sindsdien een enorme vlucht hebben genomen. We lezen hoe de computer aan het eind van de vorige eeuw zijn intrede doet in het leven van mensen. Door zijn vader leert Edward de computer kennen en reeds op jonge leeftijd blijkt dat de digitale wereld hem mateloos fascineert. Hij is niet alleen geïnteresseerd maar heeft ook aanleg om computers te begrijpen. Het is voor Edward een opwindende ontdekkingsreis waar hij helemaal in opgaat.


Internet was toen een nieuwe dimensie en de eerste kennismaking neemt Edward helemaal in beslag: ‘Toegang tot internet, en de opkomst van het web, was de oerknal of de cambrische explosie van mijn generatie’, pag. 50 en: ‘In die tijd was online-zijn een ander leven, dat door de meesten werd gezien als iets wat losstond van en heel anders was dan het Echte Leven’, pag. 52.


Snowden beschrijft de toenmalige digitale techniek en voor mensen die daarin geïnteresseerd zijn, is dit dan ook een boeiend boek. Voor anderen kunnen zijn uitwijdingen over technische aspecten – hoewel helder geformuleerd en daarom zeker toegankelijk – wel eens iets teveel van het goede zijn. Ze maken echter deel uit van de drijfveer van Snowden dat mensen de digitale mogelijkheden misbruiken en dat deze techniek daarom gevaarlijk is en het leven van mensen op de achtergrond bedreigt. ‘Hoe meer ik te weten kwam over de kwetsbaarheid van computers, hoe meer zorgen ik me maakte over de consequenties die dit had als men de verkeerde machine vertrouwde’, pag. 65.


De auteur ontdekt dat de website van een nucleair onderzoekscentrum niet goed is beveiligd. Na 9/11 wil hij iets voor zijn land doen en gaat hij bij defensie werken. Na een ongeval wordt hij afgekeurd en vervolgens toegelaten bij de inlichtingendienst.


Hij is kritisch over de overheid wanneer hij ontdekt dat geld in deze organisatie een grotere rol speelt dan wenselijk is en sommige mensen een zorgwekkend grote toegang tot vertrouwelijke informatie hebben: ‘Wat ik vooral bizar vond, was dat de meeste systeemengineers en systeembeheerders externen waren, terwijl je in die functies bijna volledige toegang tot het digitale bestaan van je werkgever hebt’, pag. 130.


Snowden schetst zo van binnenuit een toch wel verbijsterend beeld van de CIA. Dit boek stelt de lezer dan in staat om deze organisatie op ándere wijze te leren kennen. Hij ontdekt dat veel digitale informatie gewoon toegankelijk is en ziet het gevaar dat de CIA hier gebruik van zal maken. Tot zijn schrik ziet hij dat beveiliging een ondergeschikte rol speelt. Zo krijgt hij op – voor hem - vrij eenvoudige wijze toegang tot topgeheimen en ontdekt daarbij dat de openbare versie van rapporten afwijkt of zelfs totaal anders is dan de orginele versie. ‘Terwijl de openbare versie slechts vermeldde dat de NSA na 9/11 opdracht had gekregen haar inlichtingenvergaring te intensiveren, ging de geheime versie dieper in op de aard en omvang van die intensivering’, pag. 194.


Snowden legt door heel dit boek heen uit hoe de digitale wereld werkt en op welke wijze daar handig gebruik van wordt gemaakt. Het ontbreekt aan ethisch besef of dit verantwoord is. Zo blijkt dat de missie van de NSA is veranderd: ‘in plaats van technologie te gebruiken om de Verenigde Staten te verdedigen, gebruikte ze technologie om de Verenigde Staten te controleren door de particuliere internetcommunicatie van burgers aan te merken als mogelijke signals intelligence’, pag. 195.


Het boek legt uit wat er gebeurt met ‘cloud computing’: persoonlijke informatie die elders wordt opgeslagen en waarbij de gebruiker niet weet wat daarmee gebeurt: ‘Als we ervoor kiezen onze gegevens online op te slaan, geven we in feite onze rechten erop uit handen’, pag. 212. Die ontdekking is voor Snowden schokkend en onverdraaglijk. Technologie is niet langer een instrument om vrijheid te beschermen maar keert zich zo op verborgen wijze tegen burgers die dat niet in de gaten hebben. De privacy van mensen wereldwijd is in het geding


Dat gegeven houdt Snowden intens bezig en hij kan dat op een gegeven moment niet langer voor zich houden. Hij vindt dat deze ontwikkelingen in strijd zijn met de Amerikaanse grondwet waarin de privacy van burgers wordt beschermd. Daarom ziet Snowden het als zijn plicht om deze spanning naar buiten te brengen en hij besluit klokkenluider te worden: ‘In mijn definitie zijn klokkenluiders mensen die, door schade en schande wijs geworden, hebben geconcludeerd dat hun leven in een organisatie onverenigbaar is geworden met de principes die zijn ontwikkeld in de samenleving als geheel en met de loyaliteit die ze verschuldigd zijn aan die samenleving waaraan die organisatie juist verantwoording zou moeten afleggen, pag. 260.


Vervolgens beschrijft Snowden de voorbereidingen om zijn ontdekking naar buiten te brengen. Het boek leest als een detective: dit proces is omgeven met veel noodzakelijke geheimzinnigheid. Het is een weg die met veel spanning is omgeven en een grote impact heeft op zijn persoonlijke leven. ‘De voorbereidingen die ik trof, waren die van iemand die wist dat hij ging sterven’, pag. 307. Hij is bang voor de gevolgen van zijn bekendmaking, duikt onder, krijgt juridische hulp en wordt aangeklaagd vanwege spionage. Zijn paspoort wordt ongeldig verklaard en zo komt hij in Rusland vast te zitten. Hij heeft ontegenzeggelijk iets losgemaakt maar de prijs is hoog.


Wie klokkenluider wordt, moet daar veel, zelfs álles, voor over hebben. Dat is ook af te lezen aan de indringende foto op de cover van dit boek. Snowden maakt een gedeprimeerde indruk en kijkt de lezer met starende blik aan. Zijn ernstige ogen vertellen al het verhaal dat in dit boek besloten ligt. Dit intrigerende boek geeft de lezer te denken: in welke digitale wereld leven wij?


ISBN 978 94 638 2069 1 | Paperback | 365 pagina’s | Balans Amsterdam | september 2019
vertaling: Joost Poort en Fred Hendriks

© Evert van der Veen, 15 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dames voor Darwin
Over feminisme en evolutietheorie
Griet Vandermassen


In het Woord Vooraf, geschreven door psychiater en opiniemaker Esther van Fenema, wordt heel helder het thema van dit boek samengevat.


Het moderne feminisme ziet de man als onderdrukker waarvan de vrouw bevrijd moet worden. Het is een haast religieus wereldbeeld, met een juiste ‘leer’, strikte voorschriften voor wat mensen mogen denken, zeggen en doen, en waarin de vrouw gezien wordt als slachtoffer van een samenleving gekenmerkt door mannelijke dominantie. Mannelijke en vrouwelijke eigenschappen zijn een gevolg van socialisatie, dus cultureel bepaald en daardoor veranderlijk. Dit botst met de gegevens van de evolutietheorie: onze eigenschappen zijn biologisch bepaald en liggen dus vast (blz. 10, door mij vrij samengevat).


Een heel interessant thema dat Griet Vandermassen in negen hoofdstukken uitwerkt. In het eerste hoofdstuk schetst zij de opkomst en veelkleurigheid van het feminisme. Daarna komt aan de orde wat wetenschap is en wat de feministische kijk op wetenschap is. De volgende hoofdstukken behandelen Darwin en de aversie van feministen tegen een biologische benadering van de twee seksen. Drie hoofdstukken hebben te maken met evolutiepsychologie (sekseverschillen in sociaal gedrag; partnerkeuze en seksualiteit). In het slothoofdstuk bepleit Griet Vandermassen een nieuwe start: nadenken over sekseverschillen vanaf nul, maar dan op basis van de evolutiewetenschap. De ondertitel Over feminisme en evolutietheorie dekt de thematiek voortreffelijk.


Een heel programma, maar Griet Vandermassen behandelt al deze thema’s deskundig en scherpzinnig. Voor haar staat vast dat mensen het product zijn van evolutie door selectie (blz. 32). De bewijzen zijn ‘vandaag ronduit verpletterend’ (blz. 85).


Maar de bezwaren die Griet Vandermassen aanvoert tegen het feminisme (blz. 31) gelden mijns inziens ook voor de evolutietheorie. Ook voor de evolutietheorie geldt dat er sprake is van ‘een enorme verscheidenheid aan theoretische perspectieven’, die vaak ‘tegenstrijdig’ zijn aan elkaar en elkaar dus uitsluiten. Wat is er dan ‘bewezen’ en welke stroming is dan de juiste? Is ‘wetenschap’ altijd het betrouwbare fundament onder ons denken? Zoals de schrijfster zelf al aangeeft (blz. 65) is ons brein ontzettend vatbaar voor zelfbedrog en denkfouten. Ook in de wetenschap komt tunnelvisie voor.


Ondanks deze constatering gaat Vandermassen er van uit dat al het leven langs evolutionaire lijnen vorm heeft gekregen en dus ook ‘een complex orgaan als het oog’ heeft laten ontstaan. Hier zou het waardevol zijn geweest als de auteur ook ander wetenschappelijk onderzoek had geraadpleegd. Ik denk bijvoorbeeld aan het werk van de Amerikaanse biochemicus en hoogleraar Michael Behe. Behe toonde aan dat er ‘onherleidbaar complexe organismen’ bestaan die niet langs de weg van de evolutie gevormd kunnen zijn. Het oog is daar een goed voorbeeld van. Het oog heeft pas een functie en dus nut als het compleet gevormd is. Daarom kan het oog, opgebouwd uit pupil, iris, lens, netvlies, staafjes en kegeltjes, oogzenuw, lichtgevende plek, niet stap voor stap ontstaan zijn, maar moet het er ‘ineens’ en ‘kant en klaar’ zijn.


Voor een goed begrip: Behe is geen christen of ‘gelovige’ in welke zin dan ook. Hij is een wetenschapper en niet de enige wetenschapper die vraagtekens bij de evolutietheorie plaatst (zie zijn boek: De zwarte doos van Darwin. Het biochemisch vraagteken bij de evolutie.)


Tegenover de stelligheid van Vandermassen komt dan toch de vraag te staan: hoe weten wij zo zeker wat er zich ‘tientallen miljoenen jaren geleden’ heeft afgespeeld? Het kost historici en archeologen al grote moeite om een redelijk betrouwbare reconstructie te geven van een samenleving pakweg 3000 jaar geleden. Wat weten wij dan van migratie zestigduizend jaar geleden (blz. 164)? Wat weten wij nu eigenlijk af van het ontstaan van het leven? Kunnen mannelijke en vrouwelijke eigenschappen in plaats van geëvolueerd uit een jagerssamenleving niet al in aanleg meegegeven zijn toen het leven ontstond? Ook de moderne celbiologie maakt het moeilijk vast te houden aan de traditionele evolutietheorie. In elke cel ligt een complete bibliotheek aan informatie opgeslagen. Hoe komt die informatie in de cel terecht? Evolutie is een blind, ongericht en niet gestuurd proces. Speelt het toeval dan niet een veel te grote rol? Hoe kan iets wat er eerst niet was geselecteerd worden? Moet de mogelijkheid van een schepping niet toch opengehouden worden? Dat onze geest door evolutie is gevormd ‘staat buiten kijf’ lees ik op blz. 168. Hoe kan echter het immateriële uit het materiële ontstaan?


Soms komen evolutionaire verklaringen ook wel wat gemakkelijk over. Vrouwtjes ontwikkelden de eigenschappen voor zwangerschap en melkproductie omdat zij nu eenmaal bevrucht worden (blz. 101). Het verschil in ouderlijke investering in het nageslacht (vrouwen meer dan mannen) heeft geleid tot de sekseverschillen (blz. 101). Mannetjes ontwikkelen in de strijd om de gunst van vrouwtjes fysieke kenmerken, zoals slagtanden, hoorns, geweien, baltsgedrag (blz. 102). Vrouwen verzamelden van oudsher noten en vruchten en hebben daardoor een beter locatiegeheugen ontwikkeld dan mannen. Mannen achtervolgden hun prooi en hebben daardoor een beter ruimtelijk inzicht dan vrouwen (blz. 207). Zijn deze beweringen volgens een wetenschappelijke methode vastgesteld? Hoe test je zulke theorieën? Met andere woorden: evolutietheorie is niet vrij van speculatie.


Zo zijn er allerlei vragen te stellen zonder dat dit afdoet aan mijn bewondering voor de vaardigheid en passie waarmee Vandermassen haar onderwerp behandelt. Vragen zijn inherent aan dit actuele en gevoelige thema. Zo lees ik op blz. 134 dat evolutie ook betekent dat wij zelf bepalen wat goed of fout is, wenselijk of niet-wenselijk. Persoonlijk huiver ik daar een beetje bij, gezien de vele ontsporingen van menselijk gedrag in de geschiedenis. Als wij de morele standaard aanpassen aan de volkswil en dus de tijdgeest, vallen er geheid slachtoffers.


Zeer waardevol zijn de kanttekeningen die Vandermassen bij de genderideologie plaatst. Een samenleving zonder genderverschillen heeft nog nooit bestaan. Wereldwijd vertonen alle culturen juist opvallend gelijkwaardige patronen. Kinderen vertonen overal al op jonge leeftijd sekseverschillen en voorkeuren (denk aan speelgoed) (blz. 142 en 190)). Sekseverschillen zijn dus aangeboren en niet aangeleerd. In de opvoeding kun je wel bijsturen en verder vormen.


Met veel belangstelling heb ik de laatste twee hoofdstukken gelezen. Vandermassen behandelt hierin de loonkloof tussen mannen en vrouwen, stereotype gedrag, het verschil in interesses en partnervoorkeuren, het aangaan van vaste relaties, het omgaan met losse seks, de feministische paradox (vrouwen die het feminisme als te radicaal afwijzen). Ik vind de schrijfster moedig. Ze staat voor haar mening en durft de mainstream te trotseren. Volgens haar staan veel mannen vandaag de dag in de kou en wordt het onmogelijke van hen verlangt in een gefeminiseerde samenleving. Mannelijk gedrag moeten we niet ombuigen naar een vrouwelijke richting. Een man moet het beste van zichzelf als man maken (blz. 286). Als feministen echt voor de keuzevrijheid van vrouwen opkomen, moeten zij ook aanvaarden dat vrouwen andere keuzes maken dan feministen wenselijk achten (blz. 298).


In haar dankwoord schrijft Griet Vandermassen dat dit boek maar moeizaam tot stand is gekomen. Ik geloof het graag. Maar ik ben blij dat Griet Vandermassen heeft doorgezet. Ze heeft een prima boek geschreven, aansprekend, uitnodigend tot meedenken en ook prikkelend tot tegenspraak. Vandermassen is germaniste en doctor in de wijsbegeerte. Zij schreef al eerder een boek over dit thema (2005). Uitgeverij Houtekiet heeft het boek stevig en goed verzorgd uitgegeven.


ISBN 9789089247018 | Paperback | 368 pagina's | Uitgeverij Houtekiet | augustus 2019

© Henk Hofman, 10 oktober 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer HIER.

 

Feminisme voor de 99%
Een manifest
Cinzia Arruza, Tithi Bhattacharya, Nancy Fraser


Mensen, noem elkaar geen mietje
Eenmaal zing je allemaal,
Allemaal het ouwe liedje:
‘t Is de schuld van ‘t kapitaal


Dit bovenstaande refrein geeft in feite de strekking van dit boek weer. Het kapitaal heeft het voor het zeggen en sociale problemen daarentegen zijn zelden aanleiding tot werkelijke, concrete verandering.

In het begin van het boek worden de vrouwen zoals Sheryl Sandberg (Chief Operating Officer bij facebook) behoorlijk neergesabeld, want deze vrouw strijdt niet voor gelijke rechten van de vrouw maar wil dat in de hogere, elitaire, heersende klasse een gelijke verdeling is tussen mannen en vrouwen. Deze klasse onderdrukt vervolgens wel de lagere klasse. Er wordt heel cynisch beweerd dat dit een visie is "die de gewone mensen vraagt om in naam van het feminisme  blij en dankbaar te zijn dat het ene vrouw is die de vakbonden basht, die een drone bestuurt om hun ouders te vermoorden of hun kind in een kooi aan de grens opsluit."
(Deze elitaire klasse vertegenwoordigt de 1% die ontbreekt in de titel, zij geven niets om de samenleving of om de meerderheid van de mensen. Hilary Clinton behoort ook tot deze klasse volgens de schrijfsters.)


Dit liberaal feminisme geeft feminisme een slechte naam stellen de drie vrouwen, het is vaak individueel feminisme. Het zijn 'feministen' die ervoor pleiten 'op te klimmen' maar daarbij wel leunen op de mensen/vrouwen uit de lagere klasse. 


De door de schrijfsters goedgekeurde huelga feminista (Spaanse vrouwenactiegroep) daarentegen wil 'dat er een eind komt aan het kapitalisme: het systeem dat bazen creëert, landsgrenzen trekt en drones produceert om die te bewaken'. Ofwel zij streven naar een rechtvaardige wereld waarin de rijkdom en de natuurlijke hulpbronnen worden gedeeld door allen en waar gelijkheid en vrijheid een uitgangspunt zijn en niet een streefdoel.


Dat er geen tussenweg is tussen de elite en de andere mensen, is te danken aan het neoliberalisme, het kapitaal, volgens de schrijfsters.
Ze noemen het neoliberalisme 'een bijzonder roofzuchtige vorm van financierskaptalisme die leeft door uitbuiting en rooftochten houdt op de natuur en publieke eigendommen'. De laatste veertig jaar zijn, dankzij het neo-liberalisme, de lonen omlaag gegaan, het arbeidsrecht afgebroken, het milieu verwoest en het milieu misbruikt.
En de politiek grijpt maar niet in, ondanks bepaald progressief verzet. De omwenteling komt maar niet.
Het kapitalisme is niet op mensen gericht maar op eigenbelang en rijkdom, 99% feminisme is op het sociale, het gezamenlijk belang gericht.

99% feminisme behelst het welzijn van 'the many' en niet de vrijheid van 'the vew' Het behelst het opkomen voor de behoefte van 'the many'; arme vrouwen, migrantenvrouwen, werkende vrouwen etc. En niet alleen opkomen vrouwen maar voor iedereen die wordt uitgebuit. Het feminisme moet breder gezien worden, het is niet alleen vrouwenbeweging maar ook een beweging tegen de druk van het neo-liberalisme, het allesoverheersende kapitalisme.
De politiek moet ook ontwaken, het is tijd voor sociale verandering en zal ook moeten leren om op lange termijn te denken in plaats van de nu steeds voorkomend korte termijn.


In 15 stellingen, verdedigen de vrouwen hun visie op het bovengenoemde. Waarbij zij duidelijk stellen dat het niet alleen om vrouwen draait en om bijv.  gelijke verdeling van lonen of onderdrukking vanwege de sekse, maar vooral om een eerlijke wereld te creëren waarin ieder gelijk en vrij is.
Omdat dit neigt naar de inzichten van het communisme, vertellen zij in hun proloog waarom het toch geen communistische ideeën zijn.
Eveneens in hun proloog geven zij aan wat zij verstaan onder sociale reproductie en wat de crisis in deze sociale reproductie inhoudt.


Het streven van deze dames is natuurlijk altijd mooi en goed. Het is alleen jammer dat er een taal gehanteerd wordt die niet altijd voor iedereen te begrijpen is. Het is duidelijk dat de schrijfsters gewend zijn aan een bepaald vakjargon. Voor hen is het woordgebruik vanzelfsprekend maar voor de niet deskundige is het soms moeilijk te volgen. Ook de in bepaalde gedeelten gebruikte vrij lange zinnen maakt het geheel af en toe lastig leesbaar. Dat is jammer, want daardoor bereiken de inzichten van deze vrouwen niet alle - onderdrukte - mensen/vrouwen, het woordgebruik is daarvoor soms gewoon te moeilijk en vakgericht. Het is in feite ook geen manifest rond het feminisme (vrouwenbeweging) zoals wij die kennen maar een manifest dat pleit voor het onttakelen van het kapitalisme.


Op zich is het een interessant boek, hoewel enkele stellingen wel erg ver gaan en de boosheid tegen het kapitalisme, de elite, een enkele keer teveel overheerst.
Het zou wel mooi zijn als delen uit dit manifest bewaarheid werden en de 99% de handen in elkaar zou leggen om zo tot de gewenste betere, vrijere, meer gezonde, leefbare wereld te komen.


Cinzia Arruza is professor filosofie en betrokken bij View-Point Magazine
Tithi Bhattacharya is professor geschiedenis en redactielid van International Socialist Review
Nancy Fraser is professor politicologie en geschiedenis


ISBN 9789462671805 | Paperback | 135 pagina's | Uitgeverij EPO | september 2019
Uit het Engels vertaald door Gaston van Dyck

© Dettie, 9 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De zin van het leven
Gesprekken over de essentie van ons bestaan
Fokke Obbema


Dit boek is ontstaan n.a.v. een artikel in de Volkskrant waarin de auteur verslag deed van een ingrijpende gebeurtenis in zijn leven. Hij kreeg een hartstilstand en vertelt in het artikel openhartig over zijn ervaringen. Daar kwamen veel reacties op en dit alles was voor hem de aanleiding om met 40 uiteenlopende mensen in gesprek te gaan. Deze gesprekken zijn in dit boek opgenomen.


Steeds stelt Obbema min of meer dezelfde vragen: wat is de zin of betekenis van je leven, hoe ga je er mee om, zijn er gebeurtenissen waardoor dit is veranderd, speelt religie een rol in je leven, hoe kijk je aan tegen de eindigheid van het leven?
De schrijver weet goede vragen te stellen en de antwoorden zijn bondig, ter zake en helder geformuleerd. Het boek laat zich daardoor uitermate goed lezen en geeft de lezer veel stof tot nadenken.


Iedere persoon wordt eerst kort getypeerd door een levensbeschrijving met vermelding van werkzaamheden en belangrijke gebeurtenissen in zijn of haar leven. Een aantal personen is ernstig ziek; één is zelfs overleden wanneer dit boek uitkomt.
Aardig is ook de ‘leestip’ waarmee ieder gesprek besluit: de geïnterviewde noemt een boek dat voor hem of haar van betekenis is.


Een impressie van de interviews:

- Sanneke de Haan, filosoof, is van mening dat het leven geen hoger doel dient, het heeft genoeg aan zichzelf.


- A.L. Snijders, schrijver, citeert een uitspraak van Nabokov: ‘het leven is een klein spleetje licht tussen twee eeuwige perioden van duisternis’, pag. 42.


Dit geluid komt in meer gesprekken naar voren: ons bestaan is betrekkelijk als we kijken naar tijd en ruimte. Wie zijn wij mensen dat wij dat alles zouden kunnen doorgronden? De wereld is zoveel groter dan wij.


- Jolande Withuis, socioloog, is eigenlijk de enige die heel stellig is in haar oordeel dat het leven geen zin heeft. Uit haar levensbeschrijving en het gesprek blijkt duidelijk de invloed van het communisme dat zij van haar ouders heeft meegekregen.


- Claartje Kruiff, predikant, zegt: ‘Waar ik achter ben gekomen is dat ik er als verbindende schakel in een groter verband van leven wel degelijk toe doe en er mag zijn, ook al ben ik verder niet zo belangrijk’, pag. 50.


In veel gesprekken komt deze gedachte van verbondenheid naar voren. We kunnen het niet overzien maar leven is iets dat oneindig groter is dan wij zelf, wij horen daarbij en dat geeft een zeker gevoel van geborgenheid.


- Kim Putters, directeur van het Sociaal Cultureel Planbureau, vindt n.a.v. de vraag over de tien geboden dat het bepalen van wat goed is, afhankelijk is van de context en de tijd waarin je leeft. Vrijheid is altijd iets dat we met elkaar delen. Een actuele gedachte in dit jaar van herdenken.


- Edy Korthals Altes, oud-ambassadeur, omschrijft zin als volgt: ‘wakker worden en ons bewust worden van de fundamentele relatie met de oergrond van ons bestaan en ons richten op de grondwet in ons leven. Dat is voor mij de liefde voor de mens en de natuur. Zelf noem ik die oergrond God…’, pag. 90.


In veel gesprekken komt iets van verwondering naar voren. Het leven is een mysterie dat wij niet kunnen doorgronden maar het wonder van het leven draagt ons en doet ons goed. Meerdere mensen maken zich ook zorgen om de wereld als het gaat om klimaatverandering en natuurbehoud.


- Mooi is het citaat van Socrates dat Bregje Hofstede, schrijver, aanhaalt: ‘Het niet-onderzochte leven is het leven niet waard’, pag. l23.


Vrijwel alle geïnterviewden zijn intensief met hun leven bezig, staan daar regelmatig bij stil en maken in de loop van hun leven een geestelijke ontwikkeling door.


- Johannes Witteveen, oud-minister, geeft een prachtige soefi-wijsheid door: De goddelijke geest slaapt in de rotsen, ontwaakt in de planten, begint zich bewust te worden in de dieren en komt tot het hoogste bewustzijn in de mens’, pag. 250.


Hij benoemt dit expliciet maar de meeste andere geïnterviewden zullen zich daar wel aardig in herkennen, vermoed ik. Bij vrijwel iedereen is er respect voor het bestaan van alles waar wij gedurende ons leven een tijd lang in mogen delen. Het zijn ontwikkelde en vaak ook belezen mensen die iets hebben te zeggen. De stijl is vrijwel altijd voorzichtig zoekend naar waarheid, relativerend. Niemand heeft de pretentie het zeker te weten.


Deze lezenswaardige bundel is zeer toegankelijk en boeiend om te lezen. Het zijn mooie gesprekken over onderwerpen die er toe doen, waarin veel over ons menselijk leven naar voren komt. Onderwerpen die iedereen herkent, worden hier helder en bondig verwoord door deze 40 personen die een aardige doorsnede vormen van onze samenleving.


‘Wat heeft deze zoektocht me opgeleverd? Kort gezegd: een berg levenswijsheid, geen eenduidige antwoorden’, pag. 346. De schrijver besluit met zeven inzichten die hij vanuit deze gesprekken heeft opgedaan:

-       het leven is kwetsbaar maar dit is juist essentieel voor ons bestaan

-       mensen hebben veerkracht en leven vanuit dankbaarheid

-       het leven is een leerschool

-       er is hoop op vooruitgang en een groeiend ethisch bewustzijn

-       wetenschap is nuttig maar ook beperkt; religie verdient herwaardering

-       de dood is onlosmakelijk met ons bestaan verbonden

-       de vraag naar zin kan ook de vraag naar de betekenis van ons leven zijn


ISBN 978 90 450 3932 9 | Paperback | 368 pagina’s | Atlas Contact Amsterdam | september 2019

© Evert van der Veen, 6 oktober 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Slag om de Schelde
De beslissing in de strijd om West-Europa 1944
Tobias van Gent en Hans Sakkers


Wij kennen allemaal de ‘Slag om Arnhem’ met zijn dramatische verloop. Veel minder bekend maar militair gezien juist belangrijker is de strijd om de Westerschelde.


Toen Antwerpen 4 september 1944 was bevrijd, hadden de geallieerden een meer noordelijk gelegen havenstad in handen. Dat was belangrijk want de aanvoerlijnen vanuit Normandië werden inmiddels te lang en dat belemmerde de opmars van de geallieerde troepen. De verovering van Antwerpen verliep zonder veel moeite maar om van de havens gebruik te kunnen maken was een vrije doorvaart op de Westerschelde nodig. Deze was nog in Duitse handen en werd zwaar verdedigd zodat men van de havens geen gebruik kon maken.


Dit boek is gewijd aan de verovering van de Westerschelde en de omringende gebieden: Zeeuws-Vlaanderen, het westelijk deel van Noord-Brabant, Noord- en Zuid-Beveland en Walcheren. In de opeenvolgende hoofdstukken wordt gedetailleerd duidelijk gemaakt hoe de strijd is verlopen. Het boek is zeer helder geschreven en vereist geen specifieke militaire kennis want het is voor iedere geïnteresseerde toegankelijk.


Vele, vaak aangrijpende, foto’s brengen de lezer heel dicht bij deze periode en laten tal van aspecten van de strijd en z’n gevolgen zien. Opvallend is het grote aantal foto’s van de strijd zelf waaruit kan afgeleid dat oorlogsfotografen meereisden en de gebeurtenissen direct hebben vastgelegd. De foto’s maken dan ook de nodige indruk op de lezer en laten op aangrijpende wijze zien wat er allemaal is gebeurd.


De auteurs schetsen een eerlijk beeld van de gebeurtenissen. Zo vermelden zij ook dat de geallieerden een – ernstige – inschattingsfout maakten door de gevechtskracht van de Duitsers in de slotfase van de oorlog te onderschatten. De Duitsers hadden namelijk hun 15e leger vanuit de Pas de Calais naar Zeeland teruggetrokken en dit leger was krachtiger en gemotiveerder dan de geallieerden veronderstelden. Van hogerhand hadden de Duitsers de opdracht om dit gebied tot het uiterste te verdedigen. Dat was dan ook merkbaar in de harde strijd die er moest worden geleverd om met name Walcheren te bevrijden.


Regelmatig zijn er kaders met de titel ‘Stemmen uit de Slag om de Schelde’. Hier komen militairen, verzetsstrijders en burgers aan het woord en zij vertellen ieder vanuit hun eigen perspectief iets over wat zij hebben meegemaakt. Deze kleinschalige verhalen brengen de lezer dichter bij het grote geheel.


Het boek is zeer overzichtelijk opgezet en de lezer wordt vanaf D-day en Dolle Dinsdag meegenomen naar de situatie in Zeeland. Die wordt in het boek vervolgens op de voet gevolgd. In het laatste deel van het boek is er ruime aandacht voor de gevolgen van de strijd: de bevolking die zwaar heeft geleden en veel heeft moeten bijdragen aan de slotfase van de bevrijding.


De auteurs staan – terecht – dan ook uitgebreid stil bij de ingrijpende gevolgen van de inundatie, de bombardementen die tal van plaatsen zwaar hebben verwoest. Ook wordt er aandacht besteed aan monumenten en herdenkingen. Opvallend is over het algemeen het begrip van de Zeeuwen voor dit alles: de geallieerden móesten Walcheren wel onder water zetten door de dijken te bombarderen om zo de Duitse kustverdediging uit te schakelen. Het militaire oordeel hierover is echter niet eenduidig; deskundigen verschillen van mening over het praktische nut van deze ingrijpende maatregelen en dat komt in het boek ook ter sprake.


De hoofdstukken hebben vaak pakkende titels die tot de verbeelding spreken zoals die van hoofdstuk 9:  ‘Oevers van de hel’: de aanval op de Festung Schelde-Süd begint’. De titel van hoofdstuk 12 laat zien dat de geallieerde opmars soms ook vlot verliep: ‘Race door de polders’, de geallieerde inname van Zuid- en Noord-Beveland’ terwijl het volgende hoofdstuk de moeizame strijd verwoordt: ‘De ‘vervloekte satansbrug’, opmars over de Sloedam’. Hier was de Duitse tegenstand zeer heftig. De hele strijd kostte vele slachtoffers aan geallieerde en Duitse zijde maar er zijn ook duizenden burgers omgekomen.


Er ontstond een nieuwe militaire term: ‘Polder Fighting’. De militaire operaties in het natte najaar waren lichamelijk en psychisch zwaar en worden door een Canadese krijgshistoricus als één van de zwaarste operaties van de Canadezen in de Tweede Wereldoorlog beschouwd. Daarom is het goed dat dit boek is verschenen en dit alles verwoordt en verbeeldt.


Zoals gezegd: met name Walcheren heeft zwaar geleden. Hier waren vele Duitse kustbatterijen die de toegang tot de Westerschelde bewaakten. Het kostte veel moeite om deze bunkers uit te schakelen waardoor met name Westkapelle hard is getroffen want niet elk bombardement trof alleen het beoogde doel en ook dat komt in dit boek naar voren. De Britse mariniers vonden de landing bij Westkapelle zwaarder dan die in Normandië. Ook Vlissingen kreeg met grote verwoestingen te maken tijdens de operatie om de havens te veroveren.


De geallieerden besloten tot inundatie en dit is militair gezien een unieke actie. Altijd is het de verdediger die hiertoe overgaat maar nu werd het een offensieve, zij het achteraf twijfelachtige, maatregel.


Misschien wel het meest bijzondere moment is de overgave van de Duitse generaal Daser in Middelburg. Twee mensen, waaronder een predikant, brengen hem een bezoek en doen op hem een klemmend beroep in naam van Jezus Christus om mensen te sparen en zich over te geven. Hij lijkt daar gevoelig voor – en zag natuurlijk ook wel in dat het een verloren strijd was – en later die dag geeft hij zich met tweeduizend man over.


Na de bevrijding begon voor de bewoners van Walcheren een nieuw proces: het dichten van de dijken, de opbouw van hun steden en dorpen, het land weer geschikt maken voor akkerbouw en veeteelt.


Het is goed dat dit boek is verschenen en ons indringend bepaalt bij wat er zich in deze regio heeft afgespeeld. De Slag om de Schelde is een ‘vergeten’ strijd in ons collectieve geheugen. Dat is bepaald niet terecht zoals dit boek op aangrijpende wijze duidelijk maakt. Het royale formaat is misschien ook wel een beetje symbolisch en laat het belang van deze strijd zien. Een indrukwekkend en belangrijk boek!


ISBN 978 908 301 7204 | Hardcover | 351 pagina’s | 31 augustus 2019

© Evert van der Veen, 16 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Geschreven geschiedenis
Brieven die de wereld hebben veranderd
Simon Sebag Montefiore


Dit boek biedt een uiterst gevarieerd overzicht van bijzondere brieven uit de wereldgeschiedenis, van 3000 voor Christus tot heden. ‘Het zijn brieven die op de een of andere manier een verandering teweeg hebben gebracht – in tijden van oorlog en vrede, in kunst en cultuur’, pag. 13.


De vele brieven zijn ingedeeld in allerlei genres, al blijft dat natuurlijk enigszins discutabel omdat een brief vaak meer dimensies in zich heeft en in meer dan één genre zou passen. Dat is echter niet het belangrijkste. De rubrieken geven een goede indruk van wat de lezer in dit boek zal tegenkomen: liefde, familie, scheppingskracht, ontdekking, toerisme, oorlog, bloed, vernietiging, rampspoed, vriendschap, gekte, fatsoen, bevrijding, noodlot, macht, ondergang, vaarwel. Het is een brede staalkaart van ons menselijk leven.


De inleiding vertelt iets over de verschillende schrijftechnieken die in de loop van de geschiedenis zijn toegepast. - Brieven zijn in woorden van Goethe ‘de kortstondige adem van het leven’. - Ook worden de genres kort belicht in de inleiding zodat de lezer alvast een indruk krijgt en nieuwsgierig wordt naar wat er komt. Elke brief is voorzien van een historische inleiding zodat de achtergrond, waaruit de brief is ontstaan, duidelijk wordt.


Enkele brieven die mij opvielen:


Jacques Brel schreef in 1958 een innige liefdesbrief aan zijn vrouw Miche. Datzelfde deed ook Napoleon.
Bijzonder is in de rubriek ‘liefde’ de brief uit 1944 van een vrouw in een concentratiekamp aan haar man die in een ander kamp gevangen zit.


Opvallend zijn verschillende brieven van Willem van Oranje aan zijn broers en aan zijn moeder. Er zijn overigens veel bekende personen van wie een brief is opgenomen: o.a. Stalin, keizer Augustus en farao Ramses de Grote komen we tegen.


Michelangelo beklaagt zich in een brief uit 1509 over zijn werkzaamheden in de Sixtijnse kapel en beschrijft in plastische taal hoe uitputtend het is om de fresco-schilderingen aan te brengen.


Van Mozart is een liefdesbrief opgenomen die nogal ordinair van taal is. Hij is gericht aan zijn nicht Marianne en de beschrijving van Mozarts seksuele activiteiten is eigenlijk van een laag niveau. Je krijgt zo een heel andere kijk op zijn elegante muziek!


Wilbur Wright schreef in 1899 over zijn droom om te kunnen vliegen en dat zou drie jaar later ook het geval zijn.
Columbus uit zich in 1493 lyrisch over zijn gemaakte ontdekkingsreizen en hetgeen hij elders in de wereld heeft gezien. Het enthousiasme spat er vanaf. Hij eindigt zijn brief met deze woorden: ‘En laten we ons verheugen, niet alleen over de gelukzaligheid van ons geloof maar ook over de toename van onze wereldse bezittingen, waarvan niet alleen Spanje maar het hele christendom deelgenoot zal zijn. Zoals dit allemaal is volbracht is het hier beknopt verteld. Vaarwel’, pag. 116 – 117.


Actueel in onze tijd, waarin we de bevrijding van de Tweede Oorlog herdenken, zijn de brieven van generaal Eisenhower op 5 juni 1944 aan de manschappen van D-day. De ene brief is een aanmoediging voor de strijd, de andere brief was geschreven voor het geval dat de landing niet zou slagen.


Opvallend is de in stevige taal geschreven brief van Tito aan Stalin in 1948 waarin hij duidelijk maakt dat er met hem niet te spotten valt: ‘Houd op met het sturen van mensen om mij te vermoorden! We hebben er al vijf gepakt, een van hen met een bom en een andere met een geweer…. Als jij niet ophoudt met het sturen van moordenaars, zal ik een heel snel werkende naar Moskou sturen, en wees ervan overtuigd, dat hoef ik maar één keer te doen’, pag. 144.


De brief van de Duitse rijkskanselier aan de Oostenrijkse minister van Buitenlandse Zaken uit 1914 is historisch interessant omdat deze het begin van de Eerste Wereldoorlog inluidt.


President Truman van de VS blikt in 1963 terug op het gebruik van de atoombom op Hiroshima en Nagasaki. Hij staat nog steeds helemaal achter zijn toenmalige beslissing in 1945 en zag dit als enige uitweg om snel de oorlog te beëindigen.


Verder zijn er brieven van Roosevelt aan Churchill in 1939 en van Hitler aan Mussolini daterend uit 1941.


Gandhi schreef in 1940 een brief aan Hitler waarin hij een vriendelijk maar dringend appèl op hem doet. Tevergeefs zoals uit de jaren daarin is gebleken….


Aangrijpend is de brief van Jackie Kennedy aan Chroesjtsjov op 1 december 1963, een week na de moord op haar man John. Zij uit hierin op keurige maar krachtige wijze de zorg van John Kennedy om de wereldvrede en hoopt dat de Russische leider dezelfde intentie heeft.


Verder is er een brief van Aletta Jacobs, de voorvechter van het vrouwenkiesrecht, uit 1929 en van Rosa Parks, de Amerikaanse vrouw die ‘niet opstond’ zoals het boek van Martin Luther King heet.


Mooi is de brief van Chroesjtsjov aan John F. Kennedy uit 1962 waarin de Cuba-crisis tot een einde komt. ‘Laten we daarom staatsmannelijke wijsheid aan de dag leggen. Ik stel voor: wij, aan onze kant, zullen verklaren dat onze schepen richting Cuba geen wapens zullen vervoeren, van welke soort ook. U verklaart dat de Verenigde Staten niet Cuba zullen binnenvallen en geen steun zullen verlenen aan machten die een invasie in Cuba van plan zouden kunnen zijn. Dan zou de noodzaak van de aanwezigheid van onze militaire specialisten in Cuba verdwenen zijn’, pag. 250.


Er zijn ook brieven uit onze eigen tijd: die van George Bush aan Bill Clinton uit 1993 en de brief van Trump aan Kim Jong-un uit 2018 in de hem kenmerkende stijl.


Mooi is de brief van Leonard Cohen aan zijn oude liefde Marianne uit 2016, voor wie hij het lied ‘So long Marian’ schreef. De brief bereikte haar nog kort voor haar dood en deed haar goed. De brief heeft een ontroerend slot: ‘Goede reis oude vriendin. Ik zie je aan het einde van de weg. Eindeloos veel liefde en dankbaarheid. Leonard’, pag. 282.


Een prachtige en gevarieerde bundel, al zal niet elke brief elke lezer aanspreken maar dat hoeft ook niet. Dat neemt niet weg dat er genoeg in dit boek valt te beleven dat de moeite waard is.


ISBN 978 90 00 36860 0 | Hardcover | 318 pagina’s | Unieboek Spectrum Utrecht | augustus 2019 |
vertaling: Martine Both

© Evert van der Veen, 17 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER