Nieuwe recensies Non-fictie

Misschien wordt 't morgen beter
Cornelis Vreeswijk
De blues tussen Stockholm en IJmuiden

Rutger Vahl


Dit boek schetst een portret van deze Nederlandse zanger, die in Zweden wereldberoemd werd, maar in Nederland nooit echt wist door te breken. Cornelis Vreeswijk wordt in 1937 geboren in IJmuiden, waar hij ook opgroeit. In 1950 besluit z'n vader met het gezin naar Zweden te emigreren. Dat betekent dat Cornelis van de HBS in Nederland terugkomt in de laatste klas van de lagere school in Zweden. Hij leert al snel Zweeds en wil eigenlijk schrijver worden. Uiteindelijk schrijft hij liedjes en wordt hij zanger.


Het boek gaat over de weg naar het succes en de problemen die Cornelis heeft. Drank speelt een belangrijke rol in het leven en er zijn ook de aanvaringen met de belastingdienst en justitie. Zo zit Cornelis enige tijd in de gevangenis wegens openbare geweldpleging.
De auteur veegt de donkere kanten van de zanger niet onder het tapijt en het een en ander wordt ook niet vergoelijkt, zoals blijkt uit dit fragment:


"'Ik stond op eenzame hoogte, maar dat is een kwetsbare positie bleek later. Mijn satirische opmerkingen over de Zweedse politieke personen en toestanden werden me steeds minder in dank afgenomen. De kritieken spitsten zich toe op het feit dat ik eigenlijk toch maar een buitenlander ben. Die Hollander moet braaf z'n mond houden of anders maar vertrekken, schreven ze.' Het was een al te romantische voorstelling van zaken. Cornelis was gestraft voor herhaaldelijke openlijke geweldpleging en mocht niet klagen dat hij er met drie maanden cel van af was gekomen."


Hoewel hij in Zweden succes heeft, wil hij ook graag doorbreken in Nederland, iets wat niet echt lijkt te lukken. Hij scoort wel een paar hitjes, maar de kritieken zijn niet bepaald positief te noemen.


Tegen het eind van z'n leven wil Cornelis zich tot Zweed laten naturaliseren, maar dit blijkt op allerlei problemen te stuiten. Z'n onderwijzers moeten verklaren dat hij het Zweeds goed beheerst en het feit dat hij met z'n teksten al lang heeft laten zien het Zweeds te beheersen, lijkt niet ter zake te doen. Na 30 jaar is het natuurlijk onmogelijk om nog onderwijzers te vinden en uiteindelijk schrijft iemand anders een brief voor hem. Dan hoeft het ineens niet meer voor Cornelis als hij ziet dat een buitenlandse bokser die voor Zweden wil uitkomen, in een paar weken een paspoort krijgt.


Al met al is het weer een mooi boek over een in Nederland nooit op waarde geschatte zanger en tekstschrijver, die oog had voor mensen die het moeilijk hadden in de samenleving. Een man die niet gemakkelijk in de omgang was en zich door z'n drankgebruik vaak in de problemen heeft gebracht, maar toch ook z'n charmes had, waardoor men steeds weer bereid was om met hem in zee te gaan. Het boek bevat een deel met foto's, terwijl er ook nog illustraties en een paar krantenstukjes tussen de tekst staan. Aan het eind van het boek vinden we een overzicht van het leven van Cornelis in jaartallen, een stamboom, een overzicht van z'n werken, per hoofdstuk een verantwoording over de bronnen, een dankwoord en een register.


ISBN 9789038898728 | Paperback | 303 pagina's | NUR 320 | Nijgh & Van Ditmar | april 2014

© Renate, 19 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het labyrint van de filosofie
Robert Lemm

Robert Lemm, geboren in 1945, is een Nederlandse auteur en hispanist. Voor zijn vertalingen van boeken uit het Latijns-Amerikaanse taalgebied ontving hij in 1979 de Martinus Nijhoffprijs. Lemm staat bekend als een kritisch beoordelaar van het Verlichtingsdenken, met de focus op vooruitgangsgeloof en mensenrechten. Hij staat ook kritisch tegenover de liberale en socialistische democratie, voortgekomen uit de Verlichtingsfilosofie.
Lemm is traditioneel katholiek. Het bevreemdt dan ook niet dat op de achterflap Antoine Bodar het boek aanprijst ‘omdat het de blik vrij maakt van vooroordeel en vreemd geworden wijsheden opnieuw tegemoet treedt’. Nu kan het inderdaad helemaal geen kwaad om de vanzelfsprekendheden van onze tijd nog eens kritisch tegen het licht te houden.


Volgens Lemm brak met de periode van de Franse Revolutie, vrucht van de Verlichting, een periode aan van wanorde en rusteloosheid. De maatschappij werd op haar kop gezet. De Revolutie brak met het geloof in God. Maar stervelingen hebben, aldus Lemm, behoefte aan een liefhebbende God die ons bestaan en voortbestaan garandeert. Het ligt in de aard van de mens dat hij over de dood heen wil blijven voortbestaan. Daar stelt de Verlichting de evolutietheorie tegenover. De stoffelijke wereld wordt uit zichzelf verklaard. Dat maakt het bestaan in wezen zinloos en absurd. Een conclusie die Sartre een eeuw na Darwin trekt.


De postmoderne mens trekt deze lijn nog verder door en maakt waarheid afhankelijk van het individu. Waarheid wordt subjectief en relatief. Ook de werkelijkheid hangt af van de beschouwer. ‘De vraag is dan waarover we het nog eens kunnen worden’ (blz. 31). In onze postmoderne wereld is het denken over vragen die ons allemaal aangaan versplinterd: wie zijn wij, waar komen wij vandaan, waar gaan wij heen, wat is de zin van het leven, waarom bestaat het lijden en het kwaad? (blz. 32). Het is mooi om Lemm in zijn betoog te volgen. Zijn opmerkingen zijn het overwegen echt waard. Wat te denken van deze? ‘Democratie is het tot systeem verworden wantrouwen. Iedereen controleert iedereen. Gelijkheid is het excuus van de afgunst: niemand mag denken dat ie meer is dan een ander.’ (blz. 48).


Lemm laat zich in dit boek inspireren door de Spaanse schrijver, dichter en filosoof Miquel de Unamuno (1864-1936). Deze hoogleraar in Salamanco nam geen blad voor de mond en waagde het in 1936 om te protesteren tegen het regime van Franco. De dictator legde hem prompt huisarrest op. Kort daarna overleed Unamuno.


Unamuno ziet in het christelijk geloof de bakermat van de Europese beschaving. Volgens hem zal onze beschaving sterven als het christelijk geloof sterft. Lemm deelt deze zienswijze. Met Economie en Technologie houden we op den duur een beschaving niet op de been. Als er geen levensbeschouwing achter zit, zal dit het Europese continent opbreken.  En met die constatering komt Lemm midden in het actuele debat terecht. De ‘door het liberalisme gevormde multiculturele populatie mist coherentie en blijkt te krachteloos om weerstand te bieden aan het zout van een militante religie als de islam… Het idee van:”gematigde moslims” waarmee Europese politici de autochtone bevolking geruststellen, gaat voorbij aan het feit dat islamitische fundamentalisten door vrijwel al hun geloofsgenoten worden bewonderd.’ (blz. 55).


Hierover lopen de meningen natuurlijk ver uiteen. Het lijkt mij als historicus in ieder geval een feit dat christelijk geloof en cultuur een onschatbare bijdrage hebben geleverd aan ontstaan en groei van de Europese beschaving. Nu dat fundament wegvalt, zal het postmoderne alternatief samenhang, identiteit en toekomst moeten bieden aan de samenleving. Tot dusver lukt dat nog niet zo. Diversiteit, tolerantie, gelijkheid, individualisme zijn sleutelbegrippen geworden in politiek en opvoeding. In de praktijk leidt het tot verdere versplintering van de samenleving. Het besef dat Europa geestelijk en moreel in crisis verkeert wordt breed onderkend. Maar wat moet er gebeuren om het verval te stuiten? Daarover kunnen we het inderdaad niet eens worden.


In 14 hoofdstukken ontleedt Lemm het denken waarop onze samenleving is gestoeld. In prachtige zinnen vecht hij het heersende opinieklimaat aan. Medestanders zullen veel hebben aan zijn krachtige argumenten. Anderen kunnen de kracht van hun opinie toetsen aan zijn aforismen. Daarom van harte aanbevolen.


ISBN: 9789492161468 | Paperback |203 pagina's | Uitgeverij De Blauwe Tijger| oktober 2017

© Henk Hofman, 3 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dubbelbloed
Etchica Voorn


Dubbelbloed is het autobiografische verhaal van Etchica Voorn, dochter van een  Surinaamse vader en een Nederlandse moeder.


De ouders van Etchica scheidden toen ze vijf was en samen met haar zus groeide ze op bij haar Nederlandse moeder en haar ouders. In de volksmond was ze een “halfbloed”, maar al vanaf het moment dat ze als kind een spreekbeurt houdt over haar afkomst, voelt ze dat er iets niet klopt aan die term. Twee-bloed zou beter zijn, bedenkt ze dan al. Later komt ze de term “mulat” tegen, een term die haar aan de slavernij doet denken en waar ze dus nog minder affiniteit mee heeft. “Dubbelbloed” wordt voor haar de term die de lading het meest dekt. Niet half, maar dubbel. Niet één maar, twee culturen.


Het is een dubbelheid die haar maar zelden gegund wordt. De buitenwereld wil dat ze kiest. Ben je Nederlands óf Surinaams? Ben je wit óf ben je zwart? Dergelijke vragen brengen haar in een spagaat. Kiest ze voor haar Surinaamse kant dan verloochent ze haar Nederlandse kant, en andersom. Haar moeder leerde haar al jong niet te snel te oordelen, en zeker niet naar kleur. Iedereen is gelijk en kleur doet er niet toe. Daardoor was ze als kind niet zo bezig met haar kleur. Ze vond zichzelf door en door Nederlands, maar hoe ouder ze wordt, hoe minder haar Surinaamse deel zich laat verloochenen. Ook die kant is een stukje van haar en ook door die kant wil ze graag erkenning en gezien worden.  Maar dat blijkt niet mee te vallen... vinden de Nederlanders haar te Surinaams, de Surinamers vinden haar veel te Nederland, zodat ze voor haar gevoel nérgens bij hoort. En dat terwijl ze  juist zó graag ook bij haar Surinaamse familie wil horen.


Als kind schrijft ze stapels brieven naar haar Surinaamse Oma, brieven die nooit beantwoord worden. Net voor haar sterven ontmoet ze die Oma hier in Nederland, maar die wil niets van haar weten. Kort daarna overlijdt haar Oma en eigenlijk verliest ze op dat moment twee Oma’s… de echte Oma, en de droomoma, die haar met open armen zou ontvangen en haar in zou lijven bij haar Surinaamse familie. Het voelt alsof dat deel van haar identiteit en haar familie geschiedenis met haar Oma mee het graf is ingegaan.


Op zoek naar erkenning en naar haar “roots” gaat ze op reis naar Suriname. Het  is een deel van een ontdekkingstocht in haarzelf die jaren duurt, onderweg naar een plek waar het er allebei mag zijn en waar ze nóch haar Nederlandse, noch haar Surinaamse kant hoeft te verloochenen. Als gevolg van die zoektocht transformeert in de loop de jaren haar spiegelbeeld langzaam van oer-Hollands naar dubbelbloedig, in een geleidelijk maar onvermijdelijk proces. Dat bracht onrust én verrijking met zich mee.


“Mijn wortels dringen steeds dieper in de grond die ook mij toebehoort hoewel de structuur van de bodem nog steeds onwennig voelt en vreemd”


Het is een tocht die nog niet ten einde is, maar waar de contouren zich steeds duidelijker aftekenen, onderweg naar een plek waar ze beide kanten niet hoeft te verloochenen, noch van anderen, nog van zichzelf. Niet als halfbloed, maar als dubbelbloed. Niet als armoede maar als rijkdom.


Boeiend en actueel boek in een tijd waarin veel mensen leven met een dubbele nationaliteit of afkomst, die vaak het gevoel hebben tussen wal en schip te vallen en in plaats van bij twéé groepen, nérgens bij te horen.


ISBN 9789062659692 | 174 pagina's | Uitgeverij In de Knipscheer | september 2017

© Willeke, 20 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tragedie van een volk
De Russische Revolutie 1891-1924
Orlando Figes

Orlando Figes is de auteur van meerdere boeken over de recente Russische geschiedenis: Natasja’s dans, Fluisteraars, de Krimoorlog, om drie van de bekendste te noemen. Hij is hoogleraar Russische geschiedenis aan de University of London.

Figes vergaarde met deze boeken enorm veel roem. Hij draaide zijn glanzende reputatie zelf de nek om toen in 2010 bleek dat hij onder pseudoniem boeken van collega’s heel kritisch recenseerde. Eén van zijn eigen boeken voorzag hij daarentegen anoniem van een schitterende recensie. Hoe een groot wetenschapper toch weer kleingeestig kan zijn. Figes had dit helemaal niet nodig en had gewoon moeten vertrouwen op de kwaliteit van zijn boeken. En ook al zou de kwaliteit matig zijn geweest: zoiets doe je natuurlijk nooit, en zeker als wetenschapper niet. Figes kocht een proces af door een forse schadevergoeding te betalen.


Sindsdien bekijk ik de boeken van Figes altijd met andere ogen. Toch blijft bewondering voor het vakmanschap van Figes bestaan. Zijn boeken zijn wetenschappelijk verantwoord en schitterend geschreven. Door het inlassen van verslagen van getuigen krijgt Tragedie van een volk een persoonlijk perspectief waardoor de lezer inleeft wat een verschrikkelijk leven veel mensen doormaakten tijdens de Russische Revolutie.

In zijn Nawoord verbaast Figes zich er terecht over dat het vreselijke tijdperk van de Revolutie en de daaropvolgende Stalinistische terreur toch weer vergoelijkt wordt en met heimwee wordt herdacht. Poetin erkent deze periode als een zwarte bladzijde in de geschiedenis, maar relativeert dit meteen door op te merken dat dit soort zaken nu eenmaal voorkomen en andere landen zoals Duitsland in de Tweede Wereldoorlog en Amerika in Vietnam het nog veel bonter hebben gemaakt. Daarom moeten we ons niet met schuldgevoelens op laten zadelen, concludeert hij.  Geen ontkenning dus van misdaden begaan door Stalin, daar moet het Russische volk nu overheen stappen. We moeten tenslotte verder en kunnen niet in het verleden blijven hangen. Inderdaad, dit is verontrustend. Anders dan Duitsers en Amerikanen die hun verleden onder ogen hebben gezien, maken de Russen geen schoon schip.


Er zou alle reden voor zijn om schoon schip te maken. Toen ik de eerste Nederlandse druk in 2006 las, was ik diep onder de indruk van het onmetelijke lijden van het Russische volk. Maar, waarschuwt Figes, revoluties zijn nooit ver weg. De geschiedenis van Europa in de twintigste eeuw toont aan hoe kwetsbaar de democratie is. De Westerse liberale democratie heeft de Tweede Wereldoorlog maar net aan overleefd. Ook West-Europa moet op z’n tellen passen.


Het boek van Figes neemt 1891 als startpunt aan en eindigt in 1924 met de dood van Lenin. De laatste foto in dit boek is een foto van Lenin een paar maanden voor zijn dood genomen. De vurige revolutionair van weleer is veranderd in een wegkwijnende man, het holle gezicht getekend door de naderende dood. Een aangrijpende foto. Figes publiceert zijn boek in 1996 nadat het communistische experiment is mislukt en de Sovjet-Unie ineen is gestort. We zijn dan wel pakweg 40 miljoen doden verder en een illusie armer. Als er iets is, dat dit boek de moeite waard maakt, dan is dat het inzicht dat revolutionairen hun idealen hoger waarderen dan het leven van mensen. Mensen zijn niet meer dan ‘mest op de velden van de toekomst’. De heilstaat wordt gebouwd op lijken.


Lenin was volgens Figes niet minder wreed dan Stalin. Bovendien zou hij laf zijn geweest. Maar Lenin bezat het juiste politieke instinct. Hij wist in 1917 precies wat de bevolking wilde en beloofde wat zij het vurigst wenste: vrede, land voor de boeren en brood. Met die beloften kwam hij aan de macht en was de weg vrij voor zijn dictatuur.


Tragedie van een volk is een imposant werk, een klassieker. De herdenkingseditie is in een robuuste hard cover uitgegeven en heel schappelijk geprijsd. Naast de gebruikelijke rubrieken zoals een Bibliografie, Notenapparaat en een Register is dit boek ook toegerust met acht fotokaternen, vijf duidelijke kaarten, een verklarende woordenlijst en een nawoord van de auteur speciaal voor deze herdenkingseditie geschreven.


Tragedie van een volk verscheen voor het eerst in 1996 in de Engelstalige editie. Uitgever Henk ter Borg schatte dit boek op zijn waarde in en bracht dit omvangrijke werk kort na de oprichting van Nieuw Amsterdam in vertaling uit (2006).

ISBN: 9789046822739 | Hardcover| 1128 pagina's | Nieuw Amsterdam | september 2017
Herdenkingseditie 100 jaar Russische Revolutie

Henk Hofman, 1 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Lykke
De Deense weg naar het geluk
Meik Wiking


Vijf jaar geleden besloot Meik Wiking zijn goedbetaalde baan als internationaal directeur van een denktank voor duurzaamheid op te zeggen. Hij had besloten een nieuwe denktank op te zetten. Al snel was het Happiness Research Institute een feit. Sindsdien doet Wiking onderzoek naar geluk. Dat hij door zijn beslissing jarenlang van een klein inkomen zou moeten rondkomen, deerde hem niet. Van vrijheid werd hij gelukkiger dan van veel geld en er was altijd wel een vriend die hem een slaapplaats op een comfortabele bank wilde verschaffen. Wiking volgde zijn hart en vatte een deel van zijn onderzoek samen in het boek Hygge, dat over de beroemde Deense gezelligheid gaat. Het werd een groot internationaal succes.


Naast een heel gezellig volkje zijn de Denen ook nog eens het gelukkigste volk ter wereld. Trots prijken ze bovenaan een lijst die bewijst dat je niet het rijkste land ter wereld hoeft te zijn om over het grootste geluksgevoel te beschikken. Hoe kan het toch dat de Denen zo gelukkig zijn? Misschien komt het wel omdat in Denemarken alles op rolletjes loopt. In dit fraai vormgegeven en meer dan boeiende boek deelt Wiking zijn bevindingen met de lezer. Geluk valt niet af te dwingen maar je kunt de kansen dat het geluk op jouw pad komt wel vergroten!


In Lykke (spreuk uit als Luu-keh) beschrijft Wiking de zes factoren die belangrijk zijn voor het bewerkstelligen van een optimaal geluksgevoel. Het gaat om saamhorigheid, geld, gezondheid, vrijheid, vertrouwen en vriendelijkheid. In het hoofdstuk saamhorigheid legt hij bijvoorbeeld uit hoe prettig het is om samen dingen te ondernemen. Wanneer mensen het gevoel hebben dat ze altijd op een ander terug kunnen vallen, draagt dat bij aan het geluksgevoel. Leer bijvoorbeeld jouw buren beter kennen of leg een gezamenlijke tuin aan.


“Geld maakt niet gelukkig”, is een bekende uitspraak. Geen geld maakt echter ook niet gelukkig. Over het algemeen zijn mensen die in armoede leven minder gelukkig dan mensen die genoeg geld hebben. Toch is er een grens aan het geluksgevoel dat door geld opgewekt kan worden. Wie zo belachelijk rijk is dat hij of zij compleet overbodige spullen of diensten aanschaft, zal daar niet steeds gelukkiger door worden. De Denen zelf steken veel geld in de maatschappij. Zij vinden het heel gewoon om flink veel belasting af te dragen. Het belastinggeld wordt immers gestoken in het welzijn van de gehele Deense bevolking. Denen zorgen voor elkaar. Het is niet “mij” maar “wij”.


Naast een goede gezondheid en een gevoel van vrijheid zijn ook vertrouwen en vriendelijkheid belangrijk voor het bereiken van een optimaal geluksgevoel. Wanneer je bijvoorbeeld voor een argwanende baas werkt, geeft dat stress. In Denemarken is vertrouwen op de werkvloer erg belangrijk, evenals gelijkheid. De baas luncht bijvoorbeeld gewoon samen met de werknemers en wordt met zijn of haar voornaam aangesproken. Een Deense baas kijkt het personeel niet op de vingers maar geeft hen de ruimte de werkzaamheden binnen de verwachte termijn af te ronden. Wel zo prettig!


Misschien klinkt het voor jou heel vanzelfsprekend om vriendelijk tegen elkaar te zijn maar toch valt hier nog veel winst te behalen. Wees niet alleen vriendelijk voor jezelf en de mensen om je heen maar wees het ook voor vreemden. Bezorg anderen én jezelf een goed gevoel. Hoe je dat doet? Door spontaan iemand die je onderweg tegenkomt te helpen bijvoorbeeld of door vrijwilligerswerk te gaan doen. Het kan om grote gebaren gaan zoals een zwerver in huis nemen (heus, er bestaan fantastische mensen die dat doen) maar ook om kleine vriendelijkheden. Zo hielp Wiking eens een moeder uit de brand door uit zijn boodschappentas een banaan voor haar hongerige kind op te diepen.


Na het lezen van dit boek begrijp je waarom de Denen zo gelukkig zijn en zal je misschien tot het besef zijn gekomen dat je zelf, door kleine of grote aanpassingen, ook een gelukkiger leven kunt leiden. Of misschien kom je wel tot de conclusie dat je de Denen evenaart! Wat zo fijn is aan dit boek, is dat Meik Wiking allesbehalve zweverig is. Hij is een onderzoeker die zijn bevindingen deelt. Daarnaast vult hij feiten aan met voorbeelden uit de praktijk. Zo schrijft hij bijvoorbeeld over een restaurant dat overdag ontbijt en lunch aan doorsnee klanten serveert en de opbrengst gebruikt om ’s avonds smakelijke diners op mooi gedekte tafels aan zwervers op te dienen. Geluk stelt namelijk weinig voor als je het met niemand kunt delen!


ISBN 9789400508903 | hardcover| 285 pagina's | Lev. | september 2017
Vertaald door Barbara Lampe

© Annemarie, 5 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Maria Callas
Arianna Huffington

Het dramatische leven van de meest betoverende zangeres van de twintigste eeuw


De geboorte van Maria is een teleurstelling voor haar moeder, die op een zoon had gehoopt om haar aan tyfus overleden Wassily te vervangen. Het gezin is ruim 5 maanden eerder vanuit Griekenland naar de Verenigde Staten geëmigreerd, iets waar Evangelia, de moeder van Maria het helemaal niet mee eens was. Na de geboorte van de dochter kan ze alleen maar roepen: "Haal haar weg!" Het kind krijgt uiteindelijk de namen Cecilia Sophia Anna Maria. De naam Kalogeropoulos wordt officieel gewijzigd in Callas, om aan te geven dat het de bedoeling is om van Amerika hun permanente woonplaats te maken.


Maria wordt een plomp meisje, dat het niet gemakkelijk heeft. Haar moeder geeft de voorkeur aan haar oudere zusje Jackie en ook op school heeft ze het niet gemakkelijk. Als ze 10 is, blijkt Maria goed te kunnen zingen en terwijl ze zelf nog droomt van een carrière als tandarts, heeft haar moeder dan al besloten dat ze zangeres zal worden en niet zomaar een zangeres, maar een wereldberoemde zangeres. Hiervoor zal alles moeten wijken...
De jeugd van Maria staat voortaan vooral in het teken van de muziek. Ze doet mee aan talentenshows, radioprogramma's en eindeloze wedstrijden. Haar emotionele noden raken op de achtergrond.


In 1936 vertrekt Evangelia met haar twee dochters naar Griekenland, omdat ze van mening is dat Maria hier de opleiding kan krijgen die ze nodig heeft. De vader George blijft in Amerika achter. Dan krijgen we een verhaal over de kanaries David en Elmina. Maria verwondert zich over de zang van David en wil haar stem net zo kunnen beheersen als de kanarie. David blijft doorzingen, terwijl Maria het uiteindelijk op moet geven. Later neemt ze wraak op het kanarieras, als Elmina flauwvalt terwijl Maria een aria uit Lucia afraffelt. Dit herhaalt zich nog 2 keer tijdens de zangoefeningen van Maria en daar Evangelia het zat is om het vogeltje water met cognac in het snaveltje te gieten, mag Maria voortaan pas gaan zingen als Elmina in de meest geisoleerde kamer in huis is.


In de oorlog zingt Maria ook voor Duitse soldaten, hetgeen haar na de oorlog niet in dank werd afgenomen. Na de bevrijding van Griekenland volgt de burgeroorlog en Maria vertrekt in september 1945 alleen naar Amerika. Haar lerares adviseert haar om naar Italië te gaan, maar dit advies wordt niet opgevolgd.


De zang van Maria Callas zorgt ook voor de nodige controverses, waarbij de fans van Renata Tebaldi en die van Maria Callas tegenover elkaar staan. Tegen het eind van het boek wordt er zelfs nog een vechtpartij beschreven na een optreden van Maria Callas, waarbij Yves St. Laurent zelfs iemand tegen de schenen schopt, terwijl een respectabele oude dame een lid van de andere partij zijn bril van zijn gezicht trok.


Het boek gaat niet alleen over de zangcarrière van Maria Callas, maar ook over de mannen in haar leven, waarvan Onassis vermoedelijk de bekendste is.
Het leven van Maria Callas is gevuld met hoogte- en dieptepunten, die in dit boek ter sprake komen. In het midden van het boek zit ook nog een fotokatern, maar op geen van de foto's is het plompe meisje uit het begin te zien.
Wat ik wel mis is een personenregister en misschien een lijst met de belangrijkste personen, want soms kom je ineens een naam tegen, waarvan je niet meer weet wie er nu eigenlijk bedoeld wordt.


Het verhaal wordt in chronologische volgorde verteld. Vreemd is wel dat in het eerste hoofdstuk de jaren 1913 tot 1936 centraal staan en dat volgens de inhoudsopgave het tweede hoofdstuk het verhaal vanaf 1923 (Het geboortejaar van Maria Callas) tot 1941 vertelt. Dat klopt niet want hoofdstuk 2 begint echt tegen het einde van 1936.
Bij het bekijken van dit boek vallen 2 dingen op. In de eerste plaats dat het al in 1980 in het Engels is verschenen, hetgeen betekent dat het pas na 37 jaar vertaald is. In de tweede plaats staat bij het copyright uit 1980 de naam Agapi Stassinopoulos. Dat is de zus van Arianna Huffington, die dit boek toch echt zelf heeft geschreven.

Beluister ook de radiouitzending op nporadio1 


ISBN 978 94 0160 737 7 | Paperback | 432 pagina's| Xander Uitgevers | augustus 2017
NUR 320 | Vertaald door Maurits van de Toorn

© Renate, 10 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Uw belangrijkste gegevens overzichtelijk bij elkaar
Studio Visual Steps


Informatie, we beschikken er tegenwoordig ruimschoots over. Over vrijwel elk onderwerp staat op elk moment van de dag een uitgebreide hoeveelheid informatie tot onze beschikking. Soms voelt het of we overspoeld worden met wetenswaardigheden. Ook onze administratie is steeds onoverzichtelijker geworden. We kunnen tegenwoordig kiezen uit tal van aantrekkelijke abonnementen en verschillende aanbieders van bijvoorbeeld stroom, gas en verzekeringen. Het boekwerk Uw belangrijkste gegevens overzichtelijk bij elkaar is dan ook bedoeld om orde in de chaos te scheppen.


Het boek bestaat uit rustige grijswit gekleurde pagina’s waar je alle gegevens in overzichtelijke categorieën kunt verzamelen. Aan de rij handige icoontjes aan de rechterkant van de pagina’s kun je precies zien om welk gedeelte van het boek het gaat. De volgende categorieën zijn in het boek opgenomen:



  • Bibliografische gegevens
  • Bankzaken
  • Verzekeringen
  • Werkgevers, uitkeringen en pensioenen
  • Woning(en) en onroerend goed
  • Bedrijven waar ik eigenaar van ben
  • Voertuigen
  • Belasting en toeslagen
  • Nutsbedrijven, tv, internet en (mobiele) telefoon
  • Andere abonnementen en lidmaatschappen
  • Wachtwoorden online en op de computer, tablet of mobiele telefoon
  • Huisdieren
  • Contactgegevens van vrienden, bekenden en andere familieleden
  • Mijn wensen na mijn overlijden
  • Overige zaken om te regelen of te vermelden
  • Bijlage checklist voor nabestaanden


Alle categorieën zijn in subcategorieën onderverdeeld. Zo kun je onder “Bibliografische gegevens” bijvoorbeeld aangeven of je een testament hebt, wie jouw medische contactpersonen zijn en wie jouw eventuele partner en/of kinderen zijn. In de categorie “Bankzaken” vermeld je bijvoorbeeld jouw betaalrekeningen, aandelen, hypotheken en eventuele schulden en/of vorderingen. Ook erg handig is de categorie “Contactgegevens van vrienden, bekenden en andere familieleden” waarin je alle contactgegevens kunt opnemen maar er ook voor kunt kiezen te vermelden waar jouw adresboekje ligt. Elke categorie begint bovendien met een heldere uitleg waarna enkele subcategorieën van aanvullende informatie zijn voorzien. Zo wordt er bijvoorbeeld aandacht besteed aan het kiezen van een veilig wachtwoord.


Wanneer alles is ingevuld is een handig naslagwerk voor jezelf maar ook bijvoorbeeld voor jouw nabestaanden ontstaan. Alle belangrijke informatie staat overzichtelijk bij elkaar en niemand hoeft het hele huis ondersteboven te keren om alle gegevens bij elkaar te krijgen. Ook kun je het boek gebruiken om orde in de chaos te scheppen als je als nabestaande of in een andere hoedanigheid belast bent met het uitzoeken van de administratie van een familielid of bekende. Wanneer je alles wat je tegenkomt gelijk in dit boek verwerkt, ontstaat er vanzelf een duidelijk geheel


Naast een duidelijk overzicht schenkt dit boek je ook rust. Het is fijn om alles overzichtelijk bij elkaar te hebben en het is ook prettig om te weten dat, mocht je iets overkomen, een ander niet verdwaalt in een wirwar van papieren. Alle belangrijke gegevens staan immers netjes bij elkaar in dit boek. Uw belangrijkste gegevens overzichtelijk bij elkaar is dan ook zeker een aanrader voor iedereen die graag overzicht houdt én biedt.


ISBN 9789059055841 | paperback, met boorgaten| 224 pagina's | Uitgeverij Visual Steps | september 2017

© Annemarie, 4 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Oppervlaktetrilogie
Heerlijke platte wereld
Filosofische schetsen over stedebouw, metafysica, liefde en godsdienst
Tom Zwitser

Tom Zwitser is filosoof en directeur van uitgeverij De Blauwe Tijger in Groningen. Hij legt zich toe op het uitgeven van boeken die tegen het heersende opinieklimaat ingaan. Ik denk dan onder meer aan het boek van Robert Lemm over de invloed van het Verlichtingsdenken op onze maatschappij, Martin van Creveld die het thema van de vrouwenemancipatie fileerde en Wim van Rooy over de in zijn ogen mislukte multiculturele samenleving. Daarnaast geeft De Blauwe Tijger bekende en minder bekende klassieke teksten uit.


De Blauwe Tijger is opgericht in 2013 en geeft jaarlijks tien tot vijftien titels uit. Heel zorgvuldig selecteert Tom Zwitser auteurs en thema’s om onderscheidend te zijn ten opzichte van andere uitgeverijen. Ik denk dat hij daar goed in slaagt. Tom Zwitser levert zelf ook een bijdrage aan het oeuvre van zijn uitgeverij. Hier bespreken we zijn Heerlijke Platte Wereld.

Het is geen eenvoudig boek geworden. Dat geeft de auteur zelf ook aan. In het bijzonder de eerste twee hoofdstukken zijn pittige kost. Tom Zwitser is filosoof en geen onderwijskundige. Anders zou hij zich iets meer bezighouden met de vraag hoe hij zo kan schrijven dat hij zoveel mogelijk lezers mee krijgt in zijn betoog. Maar goed, de lezer die zich niet uit het veld laat slaan door een abstract betoog in het begin van dit boek wordt wel beloond met verrassende inzichten van de schrijver.
Op vier kernbegrippen voltrekt zich volgens dit boek vanaf de late Middeleeuwen een ommekeer in ons denken: Ziel, Huwelijk, Volk en God (blz. 17).


Ik richt me vooral op de aandacht die Tom Zwitser geeft aan de afnemende rol en betekenis van de man en vader voor samenleving en gezin. Dat loopt toch wel als een rode draad door het boek heen. Het originele hierin vind ik dat Tom Zwitser de focus niet richt op de emancipatie van de vrouw, maar op de consequentie van deze emancipatie voor de man: de afnemende betekenis van de man en de mannelijke identiteit. De balans tussen beide geslachten raakt verstoord en dat is een bedreiging voor huwelijk en gezin. Dat is ernstig, stelt Zwitser, want als huwelijk en gezin omvervallen, kan een volk geen weerbare gemeenschap met gezonde burgers voortbrengen (blz. 23).


Het valt mij als historicus altijd op hoe moeilijk het is om een zeker evenwicht te handhaven. Het juiste evenwicht was reeds voor de oude Grieken een na te streven ideaal. Daar moeten we ons op toeleggen, want anders slaan we door naar uitersten. Dat zien we treffend in onze tijd als het gaat om de verstandhouding tussen mannen en vrouwen.


In de woorden van Tom Zwitser is de man en vader ‘aan de kant gezet in de poging om hem te feminiseren en iedere poging van staatswege om de vader te redden is vrijwel altijd een poging om een gefeminiseerde vader terug te krijgen. In feite accepteert men de vader als vader niet. Hij is nu hooguit een verwekker of tweede moeder’ (blz. 128). Kijk, dit is een formulering die voor iedereen te volgen is en die een actueel item bloot legt. Ik denk aan het NOS-Journaal waar men bij voorkeur de man filmt die een baby verschoont. Daar is op zich niets mis mee, maar het gaat om het patroon van denken en het propageren van een rolverwisseling. Politiek en media lopen hiermee voorop.


Door de desintegratie van het gezin groeit echter al decennialang de sociale problematiek: probleemgezinnen, eenoudergezinnen, meervoudig samengestelde gezinnen. Een surplus van vrouwelijkheid en een tekort aan mannelijkheid gaan ten koste van zowel de man als de vrouw. Omgekeerd geldt dat natuurlijk evengoed.


Nog een citaat: ‘Man en vrouw leven tijdelijk met elkaar samen en een groot percentage gezinnen bestaat uit ongetrouwde ouders, die al een huwelijk of een relatie met kinderen achter de rug hebben. Kinderen in het nieuwe gezin hebben niet dezelfde ouders, of wonen de helft van de tijd in het ene huis en de andere helft in het huis van een andere biologische ouder. Een echt stabiel thuis wordt op deze manier steeds zeldzamer’ (blz. 17).

Het is echt zeer de moeite waard om kennis te nemen van deze en vergelijkbare quotes over mannen en vrouwen en de wijze waarop ze samenleven (of niet). Daarnaast treft de lezer in dit boek interessante uiteenzettingen aan over de verhouding stad en platteland, stedebouwkundige ontwikkelingen in de 19e eeuw en hun invloed op het huiselijk leven. Het magdan hier en daar een moeilijk boek zijn, ik vond het ook een fascinerend boek. Tom Zwitser doorbreekt een eenzijdige moderne en seculiere kijk op onze samenleving. Hij is heel goed ingelezen in zijn onderwerp.


Op bladzijde 46 schrijft de auteur dat Paulus de veelwijverij verbood voor leidinggevenden en niet voor leken. Dat verbaasde mij. De Bijbel, inclusief Paulus, schrijft alle mensen monogamie voor. Mannen die zich daar niet aan houden, mogen geen ambtsdrager in de kerk worden, schrijft Paulus. Misschien dat hier het misverstand vandaan komt.


Op bladzijde 57 stelt Zwitser dat de verkondiging van een totaal verdorven mens onlogisch is en met het gezonde verstand niet te begrijpen. Maar welke kerk staat een totale verdorvenheid van de mens voor? In de Nederlandse Geloofsbelijdenis – bij Zwitser bekend las ik en in gebruik bij protestantse kerken - staat in art. 14 dat er in elk mens ‘kleine overblijfselen’ van het oorspronkelijke goede zijn overgebleven. Het is dan weliswaar niet veel, maar toch.

In mei 2016 verscheen Permafrost, het eerste deel van de Oppervlaktetrilogie. De proloog van deze trilogie Heerlijke platte wereld verscheen een paar maanden later. Heel graag vraag ik aandacht voor dit belangwekkende boek.


ISBN: 9789492161444 | Paperback | 178 pagina's | Uitgeverij: De Blauwe Tijger | oktober 2017.

© Henk Hofman, 14 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Enith Brigitha
Zwemmen in de schaduw van doping

Jeannette van Ditzhuijzen


Enith Brigitha wordt in 1955 op Curaçao geboren. Als kind zwemt ze al als de beste, op haar elfde wordt ze, zonder zwemdiploma, al kampioen op de vijftig meter rugslag en de vijftig meter vrije slag. Een zwemdiploma is echter wel nodig als ze wedstrijden wil blijven zwemmen, dus haalt ze tussen de bedrijven door alsnog even haar B diploma. De Antilliaanse zwembond vaardigt haar meteen af naar de Koninkrijksspelen, waar ze twee zilveren medailles wint. De jaren erop wint ze nog drie maal goud op de Koninkrijksspelen.


In 1969 gaan Eniths ouders uit elkaar en vertrekt ze met haar moeder naar Nederlands, waar ze zich meteen bij een zwemvereniging aanmeldt. Het is even wennen in het begin aan de andere cultuur, het andere klimaat en de veel zwaardere trainingsprogramma’s, maar al snel vind ze haar draai en plaatst zich zonder al te veel problemen voor de Olympische Spelen van 1972. Ze wordt achtste. In de jaren die komen zwemt ze veel Ek’s, WK’s en Olympische wedstrijden, maar winnen lukt eigenlijk nooit. Het is een stigma wat haar voor altijd zal blijven vervolgen… de eeuwige tweede. Keer op keer in haar toch rijke carrière grijpt ze naast het goud of naast de medailles, terwijl ze alles geeft om te winnen. De pers is genadeloos, de druk zou te groot zijn voor Brigitha, ze zou kansen laten lopen en haar tweede plaatsen worden bijna altijd als teleurstellen en als falen geduid.


Maar in 1990 komen al die tweede plaatsen en gemiste medailles in een heel ander daglicht te staan, als blijkt dat de Oost-Duitse dames, van wie ze keer op keer verloor, doping gebruikt hebben. Niet zomaar individueel, maar in een uitgekiend en professioneel door de DDR opgezet dopingprogramma. Inmiddels weten we dat er naar schatting zo’n 10.000 DDR-sporters doping hebben gekregen, vaak zonder dat ze het wisten. Daar was natuurlijk niet tegen te concurreren als dopingvrije Nederlandse zwemster en je zou dan ook na al die onthullingen enig eerherstel verwachten, maar er is ondanks alle onthullingen nog weinig eerherstel voor de zwemmers, en andere sporters, die daardoor jarenlang medailles misten. De zaak is inmiddels verjaard, veel sporters zijn ondanks het dopinggebruik nooit positief uit dopingtesten gekomen, én er zijn weinig schuldbekentenissen. Voor Enith blijft dat een pijnlijke kwestie, met name door het uitblijven van erkenning door de KNZB en het NOC;


We werden en worden door het IOC niet serieus genomen en dat is hard. Vooral als je merkt dat bij dopingschandalen van nu de mensen wel serieus worden genomen. Dat neem ik het IOC kwalijk, dat ze nooit hebben ingegrepen.


Tegen de Oost Duitse zwemsters van toen koester Enith opmerkelijk genoeg veel minder wrok. Het boek begint met een prachtige proloog waarin Enith in 2016 haar grootste rivale Kornelia Ender ontmoet. Je zou verwachten dat dit een zeer beladen ontmoeting zou zijn, met een heftig verontwaardigde razende Enith, maar het tegendeel is waar… de twee voormalige rivales vallen elkaar als oude vriendinnen in de armen. In het boek vertelt Enith dat ze toen het systematische dopinggebruik aan het licht kwam ze wel degelijk razend is geweest en zich enorm belazerd voelde dat ze nooit een eerlijke kans had gehad tegen de Oost-Duitse dames maar inmiddels is het nu ruim vijfentwintig jaar na die onthullingen en verwijt Enith haar rivale niets meer…


Ze was tien jaar toen ze naar het zweminternaat ging. Zulke jonge kinderen kun je dat niet kwalijk nemen, ze wisten het waarschijnlijk niet eens. Ik verwijt het wel de artsen en begeleiders; zij waren verantwoordelijk. Net als de DDR destijds.


Enith zelf geloofde overigens tot lang in haar carrière dat het tóch een keer zou lukken om het goud te pakken, ze gaat zelfs voor speciale trainingen naar de Verenigde Staten, maar zonder het beoogde resultaat. In 1976 wint ze achter de Duitse dames wel een bronzen medaille op de Olympische spelen, een plak die, zeker achteraf, voelt als goud. Ze overweegt te stoppen, maar gaat toch nog door tot 1979. Na haar carrière blijft ze drie jaar lang actief in de zwemwereld door haar favoriete badpakkenmerk Arena te promoten. Heerlijke jaren vind ze achteraf, waarin ze de Nederlandse zwemwereld waarin ze jaren had geleefd, langzaam kon loslaten. In 1983 gaan Edith en haar gezin weer terug naar Curaçao. Enith begint daar een zwemschool en was bondscoach voor de Antilliaanse zwemselectie. In 2008 keerde ze met haar man terug naar Nederland. Sindsdien geeft ze op vrijwillige basis zwemles in Diemen en begeleid stagiaires.


Het boek biedt een interessante inkijk in het leven van Enith Brigitha, én in de systematische dopingperikelen van de DDR. Het is een verlaat eerbetoon aan een zwemster die onterecht veel kritiek over zich heen kreeg over zich heen kreeg tijdens haar carrière, en onterecht medailles mis liep. Jammer is dat de gebeurtenissen niet altijd chronologische verteld worden, zodat het als lezer lastig is de draad goed vast te houden. Meer chronologie had het boek leesbaarder gemaakt, maar desalniettemin geeft het boek een goed beeld van zwemwereld van toen en van het leven van een zwemster die meer credit en medailles verdiende dan ze kreeg.


ISBN 978 94 6022 4560 | Paperback |192 pagina's | LM Publishers | oktober 2017

© Willeke, 2 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altDe Willemstad
het dagelijkse leven in negentiende-eeuws Punda
Jeanette van Ditzhuijzen


Jeannette van Ditzhuijzen schreef diverse boeken over Curaçao waarin ze de nadruk legt op de geschiedenis van het eiland. Onderhavig boek gaat over Punda in de negentiende eeuw, zij heeft het gebaseerd op het voorbereidende werk van wijlen Els Langenfeld. Deze historica zocht feitjes en weetjes over Punda op in oude kranten en archieven, met de bedoeling daar een boek van te maken. Gelukkig hield ze een archief bij, zodat Jeannette van Ditzhuijzen het onvoltooide manuscript af kon maken.


Punda (Nederlands: De Punt) is de oudste wijk van Willemstad, de hoofdstad van Curaçao. Oorspronkelijk heette de wijk De Punt, wat in het Papiaments vertaald werd als Punta en later verbasterde tot Punda.


Wiki: Curaçao was aanvankelijk Spaans bezit. Nadat Spanje het eiland in augustus 1634 aan de West-Indische Compagnie (WIC) had overgegeven, werd in 1635-1636 onder leiding van admiraal Johan van Walbeek begonnen met de bouw van Fort Amsterdam op een landtong ten zuidoosten van de Sint Annabaai, die "De Punt" werd genoemd. In de tweede helft van de zeventiende eeuw ontstond naast dit fort de nederzetting Willemstad. Ter bescherming werd daar een stadsmuur omheen gebouwd. Aan het begin van de achttiende eeuw was het gebied volgebouwd.


In de negentiende eeuw was Punda een ommuurde stad met winkels, schooltjes, cafeetjes, hotels, en natuurlijk woonhuizen. Tot 1816 was het in handen van de Engelsen, maar een tijdje na het beëindigen van die oorlog werd Curaçao teruggegeven aan Nederland.  Albert Kikkert werd de nieuwe gouverneur, en een van zijn doelstellingen was het onderwijs op poten zetten. Scholen kwamen er dan ook, maar voor voortgezet onderwijs was men nog steeds op het buitenland aangewezen. Of thuisonderwijs. Een enkele poging om voortgezet onderwijs op te zetten strandden. In een apart hoofdstuk wordt hier aandacht aan besteed, met leuke krantenknipsels foto’s van scholen.

De bevolking van Punda bestond - zoals op heel Curaçao - uit allerlei pluimage met diverse huidskleuren, velerlei gezindten en naast vrije mensen ook slaven. De slavernij werd afgeschaft in 1863.
Er scharrelden dieren door de straten, er werd handel gedreven, er waren koffiehuizen en andere horeca. Het was de eeuw waarin elektriciteit nog nauwelijks aanwezig was, en hygiëne was vaak ook ver te zoeken. Er werd dan ook water verkocht op straat, dat vanuit de plantages aangevoerd werd.


En dit en nog veel meer vindt de geïnteresseerde lezer in dit boek: gedetailleerde beschrijvingen van de straten en steegjes, met veel couleur locale. Er zijn kleine geschiedenissen over afzonderlijke huizen, waarbij de strijd tegen de armoedige en onhygiënische omstandigheden duidelijk naar voren komt.
Er is een index, een literatuurlijst en er zijn noten. Ruim tweehonderd afbeeldingen, deels zwart-wit- en sepiafoto's, maar ook een enkele kleurenfoto; schilderijen, schetsen, litho's, prenten, tabellen, krantenknipsels en -artikelen en enkele kaarten. Een veelzijdig boek, met verhalen over de bewoners.


Een kijk- en informatief boek voor de geïnteresseerde lezer.

ISBN 9789460224393 | hardcover |144 pagina's | LM Publishers | mei 2017

© Marjo, 19 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Urban Jungle
Igor Josifovic en Judith de Graaff


Over planten zijn al heel wat mooie boeken geschreven maar Urban Jungle is toch wel een van de mooiste boeken die ik over dit onderwerp heb gelezen en bekeken. Urban Jungle bloggers Igor Josifovic en Judith de Graaff beschrijven in dit boek niet alleen hoe je jouw huis in een waar paradijs voor groenliefhebbers kunt veranderen, ze nemen je ook nog eens mee naar een aantal huizen die door de inwoners al in een ware stadsjungle zijn veranderd. De lezer kan dus heerlijk bij andere mensen binnenkijken en tal van leuke ideeën opdoen. Op de cover staat “inspiratie voor een huis vol groen” en dat is precies wat dit boek biedt.


In dit fraai vormgegeven boek nodigen de bewoners van vijf huizen je uit een kijkje te komen nemen. Allereerst wordt een bezoekje aan Marij en Evert gebracht. Zij wonen met hun twee katten in Nederland, in Alphen aan den Rijn. Dit stel laat geen enkel hoekje van hun huis onbenut. Overal worden leuke ideeën toegepast. Zo aarzelt Marij geen moment de verfkwast te pakken als ze weer een mooie kleurcombinatie heeft bedacht. Overal in het huis staan planten. Ze zijn allemaal verschillend. Zo staat er naast een roze kast een grote Calathea op een sierlijke plantenstandaard en fleuren cactussen en een mooie varen een vintage dressoir op. Ook leuk zijn de grote Rhipsalis die aan het plafond hangt en de kleine planten die tussen woonaccessoires en in de badkamer staan.


Jeska & Dean zijn het tweede stel waar we binnen mogen kijken. Zij wonen, toevallig ook met twee katten, in het Engelse Hastings. Hun huis is een waar verzamelhuis waar je geen nieuwe meubels of een tv aantreft. Dit stel houdt van vintage meubels en tovert graag oude kratten in leuke wandkastjes om. Jeska houdt van uiteenlopende planten maar haar favoriete plant is toch wel de Tradescantia Zebrina die ze van haar vriendin Sarah-Lou heeft gekregen. Wat is het snel van een stekje tot een prachtig grote plant uitgegroeid! Elke ruimte in dit gezellige huis kenmerkt zich door mooie kunstwerken en heel veel planten.


Het derde huis waar de lezer met open armen wordt ontvangen staat in het Duitse Mühlhausen. Hier wonen Pepper en Michael samen met hun tweejarige dochter Nahele. In dit huis is de natuur naar binnen gehaald. De vloeren en muren zijn licht en de meubels zijn van hout. Aan de muren hangen mooie aquarellen van planten maar natuurlijk is dat niet het enige groen in huis. Op zorgvuldig gekozen plekken staan de mooiste planten waarbij het toch wel erg leuk is dat de echte planten overeenkomen met de ingelijste afbeeldingen. Dit stel krijgt een tien voor stijl en creativiteit.


Plantenliefhebster Morgane woont met haar zoontje Armand in het Franse Toulouse. Dat deze dame van kleur en uitbundigheid houdt is meteen te zien. Morgane houdt van grote planten die ze in groepjes bij elkaar zet. Ze zet planten in rieten manden, terracottapotten en zelfs papieren zakken. De kleur en de vrolijkheid spatten van de pagina’s af! Ik moest lachen om een eigenwijs ogende cactus in een geel, gebreid potje. Volgens mij is het bij Morgane altijd gezellig in huis!


Fem woont met haar zoon San en haar partner Sezer in het Turkse Istanbul. Wie bij dit groen minnende drietal op visite gaat, zal zijn of haar oog niet meteen op de fraaie meubels laten vallen. Dit huis staat werkelijk bomvol planten. Het zijn er zo’n zeshonderd in totaal. Fem runt een plantenstudio en hoewel ze haar werk inmiddels naar een andere locatie heeft verplaatst, wordt haar huis nog altijd door planten gedomineerd. Tafels, kastjes, decoratieve ladders en stellingkasten staan vol met kleine potjes met planten. Ook zijn er plantjes die onder stolpen staan en er hangt een grote verscheidenheid aan hangplanten aan een grote boomtak. In dit huis voelt elke plantenliefhebber zich ongetwijfeld meteen gelukkig.


Naast de inspirerende huizen waar de lezer binnen mag kijken, bevat dit boek plantportretten, leuke doe-het-zelf ideeën, tal van tips, handige en leuke weetjes en bergen inspiratie.


Tot slot is er een kort hoofdstuk gewijd aan het maken van jouw eigen urban jungle. De lezer wordt meteen gerustgesteld: bij iedereen gaat weleens een plant dood. Ook wordt in dit hoofdstuk uitgelegd hoe je kunt achterhalen wanneer jouw planten water nodig hebben. Het lijstje met makkelijke planten voor beginners (waaronder de lepelplant en de graslelie) is eveneens een handige toevoeging.


Naast het feit dat dit boek boordevol nuttige informatie staat, is het ook een waar lust voor het oog. Door de smaakvolle vormgeving en de prachtige foto’s is Urban Jungle eveneens een koffietafelboek waar je keer op keer in zult bladeren. Ik ga dit mooie boek nog heel lang koesteren.


ISBN 9789059567719 | hardcover| 175 pagina's | Fontaine Uitgevers | september 2017
Vertaald door Renate Hagenouw/Vitataal

© Annemarie, 5 oktober 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vierspan
Jan van der Vegt


Jan van der Vegt schreef in dertig jaar tijd vier biografieën over vier gerenommeerde dichters in de Nederlandse literatuur A. Roland Holst, Hans Andreus, Hendrik de Vries en Jan G. Elburg. Een vierspan dus, bijeenbehorend omdat ze, zoals de Dikke van Dalen omschrijft, ‘vanaf de bok door één man gemend’ worden.
In eerste instantie was het zijn ambitie om een drieluik te schrijven van de vijftigers Roland Holst, Andreus en de Vries, maar toen hij daar nog mee bezig was, diende zich de kans om ook de biografie van Elburg te schrijven en werd het drieluik alsnog een vierspan. Vier dichtersleven onderzoeken in een periode van dertig jaar blijft niet zonder gevolgen, het is een veeleisend genre, wat buitensporig veel tijd en energie kost. Van de Vegt blikt in dit boek terug op alle vier de biografieën, op zijn omgang met de biografelingen en hun verwanten, vrienden en geschriften, maar probeert ook de vraag te beantwoorden die hem zo af en toe gesteld wordt; ‘Hoe doe je dat nou, een biografie schrijven?’


Terugblikkend concludeert hij dat hij bij zijn eerste biografie, die van A. Ronald Holst, geen flauw idee had waar hij aan begon en al helemaal niet dat er nog drie dichtersbiografieën op zouden volgen en er dertig jaar van zijn leven mee gemoeid zou zijn. Daar kwam nog bij dat het schrijven van de biografieën elkaar vaak overlapten, zodat hij begin jaren negentig weliswaar met drie biografieën bezig was, maar er nog geen boek was voltooid. Hij vond dan ook regelmatig obstakels op zijn pad. Hoe betrouwbaar waren zijn getuigen bijvoorbeeld, hoe kom je achter de feiten als twee getuigen lijnrecht tegenover elkaar staan en een derde weer een ander verhaal heeft. Is het waar dat getuige A over zekere pijnlijke kanten van schrijver B niets kan vertellen, of dat getuige C geen brieven van B bewaard heeft. Je wantrouw die verklaring maar je kunt moeilijk vragen of je alle kastjes in huis mag doorzoeken of dreigen dat je terugkomt met een bevel tot huiszoeking.


Een ander dilemma wat bij het schrijven van alle vier de biografieën in meer of mindere mate terugkwam, was hoe om te gaan met de pijnlijke en soms uitermate gevoelige liggende kanten van iemands leven. Bij het schrijven van de biografie van Hans Andreus stuit van der Vegt al heel snel op geruchten rondom diens al of niet vermeende oorlogsverleden. Andreus zou zich tijdens de oorlog aangemeld hebben bij de Waffen-SS en aan het oostfront zijn geweest. Juist vanwege de gevoeligheid van de materie wil van der Vegt een zo zorgvuldig mogelijke weergave van de waarheid geven en pas publiceren als hij de toedracht met bewijzen heeft kunnen staven, maar het blijkt schier onmogelijk om de precieze toedracht te achterhalen, door de grote hoeveelheid hele en halve waarheden en geruchten. De vrienden van Andreus die meer zouden kunnen weten, ontkennen dit ten stelligste of komen met tegenstrijdige verklaringen. Uiteindelijk blijkt er in de stroom van geruchten in ieder geval een grond van waarheid te zitten. Andreus, toen nog Hans van der Zant, was, door ongelukkige omstandigheden, in Duitse krijgsdienst geweest, maar daaruit ontslagen omdat zijn onvrijwilligheid erkend was door de Duitse autoriteiten.


Hoewel van de Vegt het in zijn biografie en in de publiciteit er omheen zo zorgvuldig en genuanceerd mogelijk probeert te brengen, ontstond er toch een rel. Het onderscheid tussen een schooljongen die een fout maakt en aan wie het onder dwang onmogelijk was gemaakt die fout te herstellen, en ‘iemand die fout was in de oorlog’ ging in de ophef snel ten onder. Ook bij Hendrik de Vries duikt al snel een precaire kwestie op, met een getroebleerde jeugd en een voorliefde voor heel jonge kinderen, die ook in zijn werk opduiken. De biograaf worstelt er mee, hij wil De Vries niet brandmerken als pedofiel, hij heeft tenslotte geen slachtoffers gemaakt, maar hij wil zijn gevoelens voor kinderen ook niet verzwijgen.
Een opvallende gemene deler bij alle vier de dichters zijn hun problemen op het psychische vlak. Alle vier hadden ze in meer of mindere mate neuroses en depressies. Ronald Holst kampt met ernstige depressies en is lange tijd opgenomen geweest. Hendrik de Vries leed aan een bipolaire stoornis en ook Jan Elburg had neuroses en depressies.


De belangrijkste vraag die een biograaf zich moet stellen is; Heb ik het leven van mijn onderwerp in woorden gevangen, heeft hij een gezicht gekregen, heb ik een coherent beeld van zijn leven gegeven. Los van al het gedegen speurwerk en netwerken heeft een biograaf ook een portie geluk nodig. De mooiste dingen ontdekt hij vaak bij toeval. Zo kwam er bij de biografie van Ronald Holst pas na de eerste versie toevallig iemand op zijn pad die vroeg of hij soms belangstelling had voor de correspondentie die Ronald Holst aan zijn moeder schreef. Het bleken 126 brieven en ansichtkaarten, en achteraf de belangrijkste brievenvondst van de hele biografie. Al moest hij zijn eerdere versie helemaal herschrijven.


Vierspan geeft een boeiende inkijk in de keuken van de literaire biografie, en is derhalve voor de liefhebber van dit genre niet te versmaden. Het is aanstekelijk geschreven en geeft een goede inkijk in de dilemma’s die een biograaf al schrijvend op zijn pad vindt. Bovendien maakt het de lezer, zoals het een goed boek betaamt, hongerig naar meer, in dit geval naar de vier biografieën van wie in dit boe een fikse tip van de sluier wordt opgelicht. De schitterende illustratieomslag van Betty Bosma, perfect aansluitend op de,goedgekozen, titel van dit boek mag in dit licht niet onvermeld blijven.


ISBN 9789492395191 | 312 pagina's | Uitgeverij Prominent | augustus 2017

© Willeke, 29 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Pax Romana
Oorlog en Vrede in de Romeinse Tijd
Adrian Goldsworthy

In dit boek onderzoekt Adrian Goldsworthy hoe de Romeinen hun uitdijende rijk bijeen hielden en bestuurden. Op het hoogtepunt van hun macht beheersten de Romeinen het hele gebied rondom de Middellandse Zee. Dit wereldrijk heeft ook nog eens bijna 1000 jaar bestaan.


Dat was en is een unieke prestatie. Maar er lag geen vooropgezet plan ten grondslag aan dit rijk. Rome groeide tegen de verdrukking in en na elke gewonnen oorlog was het grondgebied weer uitgebreid. De Romeinen streefden naar natuurlijke grenzen, zoals rivieren, woestijnen en bergketens, omdat het rijk anders onverdedigbaar zou zijn. De befaamde muur van Hadrianus in Engeland was bij gebrek aan een natuurlijke grens pure noodzaak. Een kunstmatige grens vergde de bouw van muren, torens, forten en de inzet van veel troepen. In verhouding tot een natuurlijke grens vergde het dus een veel grotere investering aan geld en mankracht. In Europa vormden de Rijn en de Donau (de zogenaamde Limes) een prima afbakening tussen Germaans en Romeins territorium.


Binnen het rijk werd een uitgekiend wegenstelsel aangelegd, zodat diplomaten, militairen en kooplieden zich gemakkelijk konden verplaatsen. Het Romeinse Rijk werd een smeltkroes van volken, culturen en religies. Het algemene beleid van de Romeinse heersers was dat elke minderheidsgroep met rust werd gelaten mits het Romeinse gezag zonder mankeren geaccepteerd werd. De Romeinen regeerden met harde hand en maakten korte metten met binnenlandse onrust of agressie van buitenaf.


Augustus (27 v. Chr-14 na Chr.) was de eerste keizer. Hij was tevens de laatste en grootste veroveraar uit de geschiedenis van Rome. Onder zijn heerschappij kwam de grondvorm van het rijk tot stand.
Het Rijk bracht rust, orde, vrede en een zekere welvaart. Dat verstaan we onder de term Pax Romana. Aan de andere kant, zeker gezien vanuit hedendaags perspectief, bleef de levensverwachting onthutsend laag, was de kindersterfte hoog, leefden velen in armoede, was hongersnood bij een tegenvallende oogst onvermijdelijk en decimeerden epidemieën de bevolking. Slavernij was een geaccepteerd en normaal verschijnsel. Voor de meeste mensen was het leven hard. Wie arm of ziek was, was op zichzelf aangewezen en op hulp van familie.


In deel I van dit boek beschrijft Goldsworthy de opkomst van Rome tot aan Julius Caesar. Deel II beschrijft het leven onder de keizers.
Goldsworthy gaat in op het bestuur van het rijk, handel en verkeer, de inrichting van de belastingdienst, het leger en de oorlogvoering, het dagelijks leven van burgers, vrijen en slaven.


Er zijn twee fotokaternen opgenomen. Een deel van de foto’s is in kleur. Mooie foto’s met een prima onderschrift, zodat de katernen een grote toegevoegde waarde geven aan dit boek.
Het boek is voorzien van een verklarende woordenlijst, een notenapparaat, bronnenopgave en register. Het is dus een boek dat aan de wetenschappelijke standaard voldoet. Door de wijze waarop de schrijver zijn stof rangschikt zijn er echter een enkele keer overlappingen en herhalingen in de tekst.


Goldsworthy is een kundig schrijver en een specialist in de Romeinse geschiedenis. Eerder schreef hij boeken over De val van Rome; Cleopatra; het Romeinse leger; Caesar en Augustus.


Dit is een prima boek voor de vele geïnteresseerde lezers van boeken over de antieke geschiedenis.


ISBN: 9789401909921 | Paperback | 512 pagina's | Uitgever Omniboek | april 2017

© Henk Hofman, 6 september 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Het beste uit Koud bloed
Redactie Koud bloed


Het tijdschrift Koud bloed verscheen tussen 2008 en 2016 vier keer per jaar. Onderzoeksjournalist Siem Eikelenboom en uitgever Marie-Anne van Wijnen vormden samen het brein achter dit verrassend boeiende tijdschrift, waaraan niet alleen misdaadjournalisten maar ook andere schrijvers en zelfs dichters uiteenlopende bijdragen leverden. Voor dit boek zijn de beste verhalen uit acht jaar Koud bloed geselecteerd. Omdat ik vind dat alle auteurs een waardevolle bijdrage aan het tijdschrift en het boek hebben geleverd, noem ik in deze recensie alle artikelen die in het boek voorkomen.


Net als in de vorige verzamelbundel bijt muziekkenner Leo Blokhuis het spits af. Dit keer met een artikel over seriemoordenaar Charles Manson die een grotere invloed op de muziekwereld heeft gehad dan menigeen denkt. Ik weet nu bijvoorbeeld wat de, toch wel schokkende, link tussen The Beach Boys en Manson is.


Het tweede artikel is geschreven door Vasco van der Boon en heet “Dieren smokkelen voor de elite”. In het artikel staat ondernemer Vitor Moonen centraal die schaamteloos flinke bedragen neertelt voor zeldzame vogels. Zijn hebzucht is zo groot dat hij er geen enkele moeite mee heeft de dieren via het illegale circuit te bemachtigen. Ook lapt Moonen alle veiligheidsregels aan zijn laars terwijl hij nota bene ten tijde van de rechtszaak commercieel directeur is van een bedrijf dat zich bezighoudt met het ruimen van pluimveebedrijven die door besmettelijke dierziektes zijn getroffen. Moonen kent de risico’s en hij weet donders goed dat de natuur mede door zijn toedoen letterlijk leeggeroofd wordt maar zolang hij zijn privé-avifauna met zeldzame exemplaren kan vullen, interesseert de rest hem geen biet.


De bijdrage van Erik Brouwer bestaat uit een interessant achtergrondverhaal over de in 2005 vermoorde kickbokster Peter ‘Hurricane’ Smit en Frits Conijn schreef een artikel over vastgoedfraudeur Nico Vijsma. Siem Eikelenboom besteedt aandacht aan Willem Holleeder en John van den Heuvel wijt een artikel aan Henk Rommy, alias de Zwarte Cobra. Het gekozen artikel van Frank van Kolfschooten gaat over het rijgedrag van prins Bernhard. De prins, die schrikbarend hard reed, raakte maar liefst bij tien ongevallen betrokken.


Maarten Kolsloot schrijft over de Zuid-Afrikaanse voetballer Steve Mokone die in Nederland als een held werd onthaald maar zich tegenover zijn gezin niet bepaald sympathiek gedroeg. Harald Merckelbach besteedt aandacht aan Ralf Jansse, die acht jaar lang onschuldig in een veel te volle cel in Zambia gevangenzat. Wat houdt Jansse tegenwoordig op de been? De In Memoriam, wat een vaste rubriek in Koud bloed was, is door Bart Middelburg geschreven en gaat over Klaas Bruinsma die zo onopvallend mogelijk is begraven.


Steffie van den Oord schrijft over een ongewone moord, Rob van Scheers komt met een verhaal over een psychopaat uit Utrecht en Weert Schenk besteedt aandacht aan de grootste drugsvangst ooit in Engeland. Het verhaal van Eric Slot heb ik met een grote grijns op mijn gezicht gelezen. De titel van het verhaal luidt “Paragnosten zijn waardeloos als speurneus”. In het artikel legt Slot heel duidelijk uit waarom hij dat durft te beweren.


Schrijver/dichter F. Starik mag vrijwillig in de Bijlmerbajes logeren. Hij gaat grif op het aanbod in maar wanneer het eenmaal zover is, slinkt zijn enthousiasme als sneeuw voor de zon. Merel Thie heeft voor een pittig onderwerp gekozen. Haar heftige artikel gaat over Robert M., de pedofiel die zich aan een schokkend aantal kinderen vergreep. Nico Verbeek schrijft over de moord op twee biologiestudenten in de Colombiaanse kustplaats waar zijn schoonouders wonen. Wat is de twee jongeren precies overkomen?


Paul Vugts schrijft over de Knokkestraatzaak – waarbij een hoofd voor het waterpijpcafé Fayrouz in Amsterdam-Zuid op straat werd gegooid - en over de jacht op onderwereldfiguur Dino Soerel. De bijdrage van Marcella van der Weg gaat over oplichter Henrik de Jong. De jonge meisjes die de pech hadden verliefd op hem te worden, verdwenen in het niets. De Jong was zelfs enige tijd verdachte in de Londense Jack the Ripper zaak. Edwin Winkel schrijft over het verhaal dat de Spaanse dichter en toneelschrijver Federico García Lorca noodlottig werd en Sytze van der Zee blikt terug op het leven van seriemoordenaar Koos Hertogs. Rob Zijlstra sluit af met een interessant verhaal over een moord zonder lijk.


Door de grote verscheidenheid aan onderwerpen is Het beste uit Koud bloed voor een grote groep lezers interessant. Zelfs aan de liefhebbers van poëzie is gedacht. Er zijn misdaadgedichten van Nico Dijkshoorn en Moordgedichten van John Schoorl toegevoegd. Lees dit boeiende boek van a tot z of kies alleen de onderwerpen die je aanspreken uit en geef het boek daarna aan de volgende liefhebber door. Het enige minpuntje aan het boek is dat er geen artikel van Joop van Riessen in het boek staat, terwijl hij wel op de kaft wordt genoemd. Het is ontzettend jammer dat het tijdschrift is opgeheven maar gelukkig weet dit boek het leed enigszins te verzachten.


ISBN 9789462970625 | paperback | 288 pagina's | Uitgeverij De Kring | augustus 2017

© Annemarie, 29 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER