Nieuwe recensies Non-fictie

altDe moord op Marietje Kessels
Godelieve Kessels


Niet alleen in 1900, toen de moord plaatsvond, en de jaren erna, die van het proces, werd er gespeculeerd over de moord, het houdt vooral de Tilburgers nog steeds bezig.


Marietje, oftewel, Mia Kessels was pas elf jaar, een onschuldig kind, en ze vond de dood in de kerk. In het zeer katholieke Brabant was dat iets ongehoords. En toen men geen dader bleek te kunnen aanwijzen, waren de speculaties niet van de lucht. De verontwaardiging nam toe. Het meisje kwam op een gruwelijke manier om het leven, ze was seksueel misbruikt, en werd dood aangetroffen in een soort trechter die gevormd werd door de welvingen van de kerk, hoog in de toren. Het was de bedoeling dat ze niet gevonden zou worden.

In 2011 schreef een nicht het verhaal opnieuw op, Ed Schilder, bekend Tilburgs schrijver was haar eerder voorgegaan (hij schreef ‘Moordhoek’), maar omdat Godelieve het verhaal rechtstreeks van haar vader gehoord had, en het een tijd was waarin de kerk het vuur aan de schenen werd gelegd wegens al die misbruikpraktijken die door de jaren heen verzwegen waren, toegedekt door het Vaticaan, vond zij de tijd rijp om ook haar eigen verhaal op te schrijven.


Haar vader, Mathieu, was de oudste broer van Marietje, hij was zeven jaar jonger, maar ze waren zeer hecht. Haar vader vertelde Godelieve waarom hij al die jaren was blijven zwijgen, ook al waren de directe betrokkenen allang overleden. Het moest. Vanuit Rome was hen een zwijgbelofte opgedrongen. Want, zoals men in Tilburg eigenlijk altijd geweten had: de pastoor had het gedaan. Bewijs ontbrak evenwel, en nu Godelieve opnieuw de archieven indook, ontdekte ze dat er dossiers verdwenen zijn. Het verhaal zal dus nooit bewezen kunnen worden, maar het verhaal dat zij uit de mond van haar vader optekende, vertelt over wat er gebeurde in augustus 1900.


Mathieu was een kind, en de toon van het verhaal is navenant. We lezen hoe hij angstige voorgevoelens had en Marietje waarschuwde: ga niet de kerk in. Het liefst was hij continu bij haar gebleven, maar omdat zijn ouders zijn gedrag – hij schreeuwde en gilde – maar eigenaardig vonden, werd hij naar zijn kamer gestuurd. En zo ging Marietje in haar eentje op pad, om haar pianoles af te zeggen en een brief te posten. Getuigen zagen dat iemand die in de deur van de kerk stond haar wenkte – ze konden niet zien wie dat was – en ze waren er getuigen van dat het meisje de kerk in stapte. Ze kwam er niet meer levend uit.

Het is schrijnend: op het Tilburgse kerkhof liggen de graven van het slachtoffer en van de dader nog geen vijf meter uit elkaar. Nooit is de pastoor officieel beschuldigd. Niemand kon hem iets maken. Als man van de kerk was hij onaantastbaar.
Na haar verhaal, of liever dat van haar vader, kunnen we in het boek een bijdrage lezen van prof. dr. Peter J.A. Nissen, kerkhistoricus. Hij legt de achtergronden uit, hoe toen en nog tot in onze tijd mogelijk was dat de kerk zijn werknemers zo beschermde.
In het boek staan enkele foto’s: Marietje en haar broer en zusjes, haar ouders en ja, ook de dader staat op de foto.


ISBN 9789086450374 | Paperback | 176 pagina's | Uitgeverij Nieuwland | oktober 2011

© Marjo, 7 januari 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hoe overleef je?
Ontdek wetenschappelijk bewezen voedingsmiddelen die beschermen tegen ziekte en die ziekte omkeren
Dr. Michael Greger met Gene Stone

De meeste sterfgevallen in Amerika, en ik vermoed dat dat in Europa niet anders zal zijn, zijn gerelateerd aan wat we eten. Onze voeding is de nummer één oorzaak van voortijdige sterfte en van lichamelijke gebreken. Dr Michael Greger, de auteur van dit boek, ging er tijdens zijn studie dan ook van uit dat voeding een grote rol in het studieprogramma van de medische faculteit zou spelen, maar tot zijn verbijstering ontdekte hij dat maar een kwart van de medische opleidingen een cursus over voeding aanbiedt. Sinds die tijd heeft hij zich dan ook verdiept in wetenschappelijk bewezen voedingsmiddelen die beschermen tegen ziekte en die het ziekteproces in sommige gevallen zelfs kunnen stoppen of omkeren.


In dit omvangrijke boek  behandelt hij  de meest voorkomende ziektes van onze tijd; hart en vaatziekten, longziekten, hersenziekten, kanker, infecties, diabetes, nierziektes, depressies en de ziekte van Parkinson. Per ziektebeeld beschrijft hij welke voedingsstoffen preventief kunnen werken of kunnen bijdragen aan genezing of herstel. Fijngemalen lijnzaad bijvoorbeeld, blijkt een van de krachtigste bloeddrukverlagende middelen te zijn die ooit door middel van voedingsinterventie is onderzocht, een kwart theelepelkurkuma per dag halveert het aantal cellen met DNA schade na blootstellen aan vrije radicalen en door zeven gram vezels per dag te eten kan het risico op een beroerte al tot zeven procent worden verlaagd.


Ook bij  het beïnvloeden en voorkomen van depressies lijkt voeding een rol te kunnen, met name het eten van groene bladgroente zou de kans op een depressie met maar liefst 62 procent kunnen verlagen. Kruisbloemige groenten zoals spruitjes en broccoli blijken een preventieve en zelfs actieve rol te spelen bij borstkanker omdat ze kwaadaardige borstkankerstamcellen ervan weerhouden tumoren te vormen. Ook soja lijkt het risico op borstkanker te verlagen.

Daarnaast geeft het boek een uitgebreid overzicht van wat je het beste dagelijks zou kunnen eten en in welke hoeveelheden. Onbewerkte plantaardige voedingsmiddelen lijken meer beschermende voedingsmiddelen te bevatten en minder ziektebevorderende elementen dan bewerkte en dierlijke producten. Een dieet waarin dagelijks bonen, bessen, noten, fruit, volkorengranen, kruisbloemige groente (bloemkool, boerenkool, broccoli) en andere groene bladgroenten op het dieet staan, in combinatie met een flinke dosis dagelijkse beweging biedt dan ook een goede basis om je preventief zo goed mogelijk te beschermen tegen allerlei ziektes.


Bepaalde voedingsmiddelen springen er echt uit… kurkuma, kaneel, cayennepeper, gember, broccoli, boerenkool of een andere groene of kruisbloemige (blad) groente en blauwe bessen zouden volgens Dr. Greger dan ook eigenlijk standaard in ieder keukenkastje of koelkast voorradig moeten zijn. Sommige voedingsadviezen vond ik verrassend, Parkinson patiënten zouden bijvoorbeeld baat hebben bij veel koffie, en ook bij andere ziektebeelden kan veel koffie een aanbeveling zijn.


Vlees blijkt in veel onderzoeken een slechte invloed te hebben. Mensen die hun hele leven veel gegrild, gebarbecued of gerookt vlees hadden gegeten, bleken 47 procent meer kans op borstkanker te hebben. Hadden ze dan ook nog eens een kleine groente- en fruitconsumptie dan hadden ze 74 procent meer kans. Vlees, suiker en bewerkte voedingsmiddelen worden dan ook afgeraden. Zelf zomaar stoppen met medicatie zonder overleg van je arts uiteraard ook.    


Als je het boek leest, is het inderdaad verwonderlijk dat er in spreekkamers  en op universiteiten zo weinig aandacht aan voeding besteed wordt, niet per se als vervanging voor medicatie, al is het altijd fijn als dat kan natuurlijk, maar als aanvulling en ter preventie. Tegelijkertijd is het toch ook vaak moeilijk om in het bos van voedingsadviezen de weg een beetje te vinden. Momenteel is een koolhydraatarm dieet voor diabetespatiënten erg in zwang, terwijl Dr. Greger dat juist weer afraad. Goed inlezen en vergelijken lijkt me dus een pre, maar áls voeding wilt gebruiken ter preventie of bestrijding van ziektes is dit boek toch een aanrader. Het is goed gedocumenteerd,op wetenschappelijke onderzoeken gebaseerd en praktisch in het gebruik.


ISBN 978 1250 066114 | Paperback | 400 pagina's | Uitgeverij Passie, 2017
Vertaling; Anna Visser en Uitgeverij Passie

© Willeke, 22 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Waar was je?
Geloven na Darwin en Hubble
Jan H. van Bemmel


Darwin (1809-1892) was de grondlegger van de evolutietheorie.  Hubble (1889-1953) was de ontdekker van de Big Bang: er is een oerknal geweest die de kosmos in beweging heeft gezet en houdt. De consequentie daarvan is dat het universum een duidelijk beginpunt heeft gehad. Iets wat christenen altijd al hebben geloofd, maar wat haaks staat op de gangbare evolutietheorie.  Jan H. van Bemmel onderzoekt wat dit betekent voor ons vertrouwen op de wetenschap dan wel op het christelijk geloof. Van Bemmel (1938) is daartoe zeker de geschikte persoon. Hij studeerde natuurkunde aan de Technische Universiteit Delft, promoveerde in wis- en natuurkunde en werd hoogleraar medische informatica.


Zijn boek heb ik met toenemende belangstelling gelezen. Van Bemmel schrijft met groot respect over wetenschappelijk prestaties, maar heeft ook een scherp oog voor grenzen, lacunes en beperkingen in het wetenschappelijk denken. Toegespitst op de kern laat Van Bemmel zien dat ook wetenschap stoelt op geloof en uit gaat van onbewezen vooronderstellingen. Bijvoorbeeld dat natuurwetten over miljoenen, zo niet miljarden jaren, onveranderd van kracht zijn gebleven en ook van toepassing zijn op het onbegrensd uitdijend heelal. Bewijzen hebben we er niet voor. Het is een veronderstelling.
Van Bemmel legt met zijn benadering een bom onder het denken van een stroming binnen de (evolutionaire) wetenschap, die pretendeert een sluitende en algemeen geldende theorie te hebben gevonden.


Van Bemmel laat zien welke onbeantwoorde vragen er nog zijn, hoe geleerden elkaar tegenspreken, welke leemtes er zijn. Alles bij elkaar is dat zoveel dat je wel mag stellen dat het evolutiemodel van de veronderstellingen aan elkaar hangt. Van Bemmel maant dan ook tot bescheidenheid. De titel van zijn boek is ontleend aan de vraag die volgens de Bijbel God aan Job heeft gesteld. Waar was je toen Ik mens en aarde heb geschapen? Je was er niet bij. Wat weet jij ervan, beperkt en sterfelijk mensje?


De waarde van dit boek lijkt me ook dat Van Bemmel scherp in beeld brengt dat ons denken over deze vragen te maken heeft met de vraag naar de grondslag van ons leven en de inrichting van de samenleving. Geloven we in God of in ons zelf? “Als de mens zichzelf de wet stelt, komen we vroeg of laat terecht in een maatschappij waarin het recht van de sterkste geldt en voor de zwakke geen plaats is” (blz. 153). Evolutie is het overleven van de meest geschikte levensvorm om te overleven. Wie of wat dat niet is, gaat ten onder in de meedogenloze strijd om het bestaan. Van Bemmel wijst op de ommekeer in het denken over abortus, euthanasie en voltooid leven en komt op voor het bestaansrecht van ook het zwakke en kwetsbare leven.


Als Van Bemmel de balans van zijn betoog opmaakt, stelt hij op goede gronden vast dat de evolutietheorie onbewezen is. Hij meent dat het veel meer voor de hand ligt om uit te gaan van een Ontwerper der dingen. Dus: een schepping en God als Schepper. Probleem is dan weer wel dat Van Bemmel de theorie van de Big Bang aanhangt. Maar als die theorie van Hubble klopt, roept dat ook weer spanning op met het Bijbelse scheppingsverhaal. Die vragen laat Van Bemmel liggen.


Inmiddels is hij met emeritaat. Maar zijn vakgebied blijft hij bijhouden. Met groot gemak schrijft hij heel wetenswaardig over vlinders, fruitvliegjes en kolibries. Maar ook over robots, kunstmatig leven en kunstmatige intelligentie. Tal van onderwerpen passeren zo de revue, maar wel binnen het kader van een hecht betoog. De bloedsomloop van een pasgeboren kind, de spectaculaire ontwikkeling van het oog bij vissen, reptielen, mensen, de ontzaglijke hoeveelheid informatie opgeslagen in het DNA en genoom. Dat maakt het boek interessant voor een brede categorie lezers, of je nu gelooft in schepping of in evolutie. Daarbij is het een groot voordeel dat Van Bemmel een gerenommeerd wetenschapper is. Zijn opvattingen en conclusies kunnen niet gemakzuchtig van de hand gewezen worden als afkomstig van een vooringenomen christen.

Over het algemeen is dit boek goed leesbaar. Een al te technische passage hier en daar wordt opgevolgd door een conclusie die voor iedereen goed te volgen is. Toch denk je een enkele keer dat een meelezer goede diensten had kunnen bewijzen. Wat te denken van de volgende breinbreker op blz. 159?


De definitie ‘soort’ is niet erg hard als men onder een andere soort verstaat dat een mogelijke kruising daarmee niet leidt tot vruchtbare nakomelingen. In dat verband zullen een pekinees en een Duitse herder tot verschillende soorten kunnen worden gerekend.


Over de betekenis van deze zin moet ik toch echt even goed nadenken. Wat is nu de definitie van ‘soort’ op basis van deze zin?


Al met al is dit boek een belangwekkende bijdrage in het debat over grenzen en mogelijkheden van geloof en wetenschap. Omdat volgens Van Bemmel wetenschap ook een geloof is, zou het hele debat in feite op een andere grondslag gevoerd moeten worden.


ISBN 9789058819635 | paperback | 188 pagina's met illustraties | Uitgeverij Buijten & Schipperheijn| Oktober 2017

© Henk Hofman, 16 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Congo's gewelddadige vrede
Kris Berwouts


In dit indrukwekkende boek vertelt Kris Berwouts wat er gebeurd is nadat tussen 1996 en 2002, Congo het slagveld was van de Eerste Afrikaanse Wereldoorlog. Die laatste benaming is gekozen omdat er negen Afrikaanse landen bij dit conflict betrokken waren. Het conflict was ontstaan vanuit de Rwandese genocide van 1994 en de aanverwante onlusten in Burundi tussen Hutu's en Tutsi's. Een conflict waarbij de hele wereld toekeek zonder in te grijpen met afschuwelijke gevolgen.


Na die Eerste Afrikaanse Wereldoorlog komt in Congo een complex vredesproces op gang, waarvan Berwouts in dit boek verslag doet. Hierbij is de internationale gemeenschap wel partij, althans zo lijkt het, maar Berwouts laat in dit boek zien dat allerlei op vrede gerichte constructies als schijnbaar democratische verkiezingen en mooie termen als good governance geen post vatten in de voormalig Belgische kolonie en Congo een land op drift blijft.


Meer dan bijzonder is hoe de auteur van dit boek heel gedetailleerd de feiten kent en deze aan ons als lezer voorschotelt. Het is niet voor niets dat David Van Reybrouck over dit boek zegt:

 

Er zijn maar weinig mensen met een beter zicht op Conog, op zijn hoofdrolspelers, zijn thema's die er toe doen en zijn historische achtergrond dan Krijs Berwouts. Dit boek is een must voor iedereen die écht in het land geïnteresseerd is.

 

Daar heeft Van Reybrouck een goed punt, maar ook voor lezers die meer over Congo zouden willen weten en met name hoe het land er nu voorstaat, is dit boek een aanrader.


Die laatste categorie lezers heeft wel de, gelukkig door Berwouts opgenomen, lijst met afkortingen nodig die vooraan in het boek is opgenomen. De minder ingevoerde lezer, zoals ik, die niet bekend is met de voornamelijk Franse namen voor allerlei organisaties en groeperingen in Congo, kan niet buiten deze lijst om alle ins en outs van het boek goed te kunnen volgen. 


Berwouts beschrijft in dit boek voornamelijk de politieke processen, waaronder bijvoorbeeld het verloop van de vele voorgenomen verkiezingen (of het gebrek daaraan) en het machtsspel tussen de diverse betrokken kandidaten. Eveneens beschrijft hij uitvoerig  de daaruit voortvloeiende conflicten tussen de verschillende groeperingen die zich voortdurend vormen en ontbinden doordat er ook intern steeds sprake is van allerlei onenigheid over de te volgen koers. Ten slotte wordt daarbij ook de internationale betrokkenheid bij deze processen door de auteur minutieus beschreven.


Het meest interessante vond ik, als Berwouts beschreef wat dit allemaal betekende voor de gewone bevolking van Congo. Op bladzijde 183 beschrijft hij dat hij begin 2016 de kans krijgt om onderzoek te doen naar hoe mensen in de militante wijken van Kinshasa aankeken tegen het verkiezingsproces, hun nabije toekomst en wat hun plannen waren. Hij vertelt dat hij in al die gesprekken voelde:

 

...hoe gefrustreerd en boos de mensen waren omwille van hun dagelijkse leefomstandigheden. Ze konden zichzelf en hun gezinnen amper voeden. Werkloosheid was een plaag, niet alleen voor ongeschoolden, maar ook voor jonge afgestudeerden. Een comfortabele woning was nauwelijks te vinden en vooral onbetaalbaar. Kwaliteitsvolle gezondheidszorg en onderwijs bestonden alleen maar voor de gegoeden. Het ontbreken van een regelmatige water- en elektriciteitsvoorziening was ook een grote bron van ergernis.

 

De nieuwsvoorziening in ons land over Afrika is mondjesmaat, terwijl er hele grote problemen in Afrika zijn. Laatst was er een kort bericht dat premier Rutte naar Afrika zal afreizen om daar afspraken te maken hoe Afrikaanse vluchtelingen tegengehouden kunnen worden als zij naar Europa willen vertrekken. Daarom hulde aan schrijvers als Kris Berwouts, waarvan zijn boek hoop ik meer lezers zal bereiken dan alleen de door Reybrouck genoemde lezers die écht geïnteresseerd zijn.


Over de auteur:  Kris Berwouts werkte 25 jaar voor verschillende Belgische en internationale ngo’s en bouwde een stevige reputatie op als Centraal-Afrikakenner. Sinds 2012 werkt hij als onafhankelijk expert, onder meer voor Britse en Franse autoriteiten, de VN en Amnesty International.

 
ISBN 9789462671201 | Paperback | 252 pagina's | Uitgeverij EPO | oktober 2017
Oorspronkelijke titel: Cong's Violent Peace, Conflict and Struggle Since the Great African War Vertaling: Kris Berwouts


© Ria, 6 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Tabé Java, Tabé Indië
De koloniale oorlog van mijn opa
Ronald Nijboer

 

Auteur Ronald Nijboer heeft dit boek gebaseerd op het dagboek dat zijn opa Evert-Jan Nijboer heeft geschreven, terwijl die als oorlogsvrijwilliger in Nederlands-Indië verbleef. De auteur is zelfs na zeventig jaar zijn opa 'achterna gereisd' met diens dagboek in zijn hand om te onderzoeken welke sporen er nu nog te vinden zijn van de tijd waarover een hele generatie Indiëgangers zweeg. Gelukkig is het dagboek van de opa van Evert-Jan bewaard gebleven en heeft zijn kleinzoon er dit indrukwekkende boek van gemaakt.


Dit boek is niet alleen geschreven met het dagboek als onderlegger. Ronald Nijboer heeft voor dit boek veel bronnen geraadpleegd, waaronder ook het meest recente naslagwerk over de koloniale oorlog, De brandende kampongs van Generaal Spoor, geschreven door Remy Limpach. Daarnaast gebruikt hij ook veel egodocumenten van andere Indiëgangers, waarvoor hij eveneens het boek Soldaat in Indonesië van Gert Oostindie heeft gebruikt. In dit boek beschrijft Oostindie het onderzoek in brieven, dagboeken en memoires van militairen in Nederlands-Indië, waarin zij ook schreven over oologsmisdaden. Het onderzoek van Oostindie behelst alle bekende gepubliceerde egodocumenten en dat waren er zo'n zevenhonderd.


Het boek van Ronald Nijboer is daarmee  vooral een boek geworden dat over mensen gaat en niet over oorlogshandelingen. Ik denk dat hij hiermee vooral voor veel kinderen en kleinkinderen van Nederlands-Indië-veteranen toegang heeft verschaft om het verhaal over hun eigen vader of opa die naar Nederlands-Indië is geweest te achterhalen. Niet alleen over wat er daar is gebeurd en hoe dat werd beleefd door de veteranen, maar ook hoe het verblijf daar van invloed was op de relatie met het thuisfront. De opa van Ronald Nijboer, verloor zijn vader en broer terwijl hij in Nederlands-Indië verbleef. Daarbij ging ook nog de relatie met zijn vriendin over, omdat opa Nijboer graag in Nederlands-Indië zou willen blijven, maar zijn vriendin Aaltje in Nederland dacht daar heel anders over.


Professor doctor Peter Romijn, schrijft over dit boek: 'Een mooi mengsel van distantie en empathie, in een zeer leesbare stijl.'


Vooral die distantie is naar mijn mening zeer goed getroffen in relatie tot dit boek. Ik zou als dochter van een dienstplichtig militair die ook in Nederlands-Indië is geweest tijdens de beschreven koloniale oorlog waarschijnlijk niet die distantie kunnen hebben behouden bij het schrijven van een dergelijk boek. Mijn vader kon weliswaar goed over zijn tijd in Nederlands-Indië praten, maar ik kon toch ook wel goed merken dat die periode hem diep geraakt had en hij daar zijn hele leven mee bezig is geweest.


Kleinkinderen staan dan, ondanks de goede band met hun opa of oma, toch emotioneel net iets verder weg. Dat vond ik precies het mooie van dit boek. Een kleinzoon die het verhaal van zijn opa opschrijft met net een iets grotere distantie dan een kind van een veteraan zou kunnen doen. Ronald Nijboer schrijft vrijuit over de niet altijd zo sociaal gewenste denkbeelden van opa en hij stelt vragen bij het wel of niet deelnemen van zijn opa aan oorlogsmisdaden. Maar niet alleen die distantie is goed en bijzonder, ook het feit dat een kleinzoon oprecht nieuwsgierig is naar het verhaal van zijn opa en daar een, zoals Ad van Liempt het verwoordt 'indringend beeld geeft van wat oorlog doet met een rechtschapen boerenzoon.'


Kortom, dit is een boek dat zowel door kinderen als kleinkinderen, maar ook door anderen gelezen kan worden. Misschien zelfs wel als onderdeel van de geschiedenislessen over 'ons' Nederlands-Indië op de middelbare school.


Ronald Nijboer
(1987) is schrijver en onderzoeker. Eerder publiceerde hij bij De Correspondent en Historiek.net. Door zijn achtergrond als socioloog weet hij in zijn debuut, Tabé Java, Tabé Indië, als geen ander het persoonlijke verhaal van zijn opa te verweven met de ondergang van Nederlands-Indië.


ISBN 9789402727302 | Paperback | 288 pagina's | HarperCollins | 8 augustus 2017

Ria, 28 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altJihad van liefde
Mohammed El Bachiri & David van Reybrouck


‘Je kunt ieder mens begrijpen, als je met elkaar praat: 'Ik kan me gemakkelijk in een Palestijn of een Israëliër verplaatsen'

Jihad, het woord heeft meerdere betekenissen. Strikt genomen betekent het inspanning, en wordt dan meestal gebruikt in de zin van de inspanning die een moslim moet aangaan met zijn eigen hartstochten; of - en die kennen we helaas beter - de strijd die geleverd moet worden om de islam te verdedigen. Mohamed El Bachiri deed in december 2016 een indringende oproep op internet. Hij riep op tot een jihad. Een jihad van de liefde, een inspanning om lief te hebben.


Mohamed El Bachiri is bestuurder van een metrotrein, maar was vrij op die fatale dag, 22 maart 2016, de dag dat Brussel opgeschrikt werd door een aanslag op de metro. Mohammed was thuis. Maar zijn vrouw Loubna niet. Zij zat in die metro, op weg naar haar werk. Ze kwam niet meer thuis. Mohammed bleef achter met drie jonge kinderen. Zij zijn te jong om het allemaal te kunnen bevatten, zodat hun vaders last nog groter is.


In dit boekje schrijft hij over de liefde tussen hem en Loubna, over hoe het is om moslim te zijn, en hoe hij tegenover de koran staat. Hij vertelt over zijn leven in Molenbeek en over de katholieke school waar hij naar toe ging. Maar vooral doet hij een oproep aan de lezer en daar heb ik niets aan toe te voegen:


‘Ik heb het gevoel dat er in mijn omgeving een gebrek aan zelfvertrouwen bestaat. Onder mijn vrienden heerst een angst om zich te vergissen, om denkfouten te maken, om ernaast te zitten.’


‘Zelfs de meest vrome mens twijfelt weleens. Geloof moet je onderhouden. Soms sta je aan de rand van de afgrond van de twijfel.’


‘Liefhebben – en nooit vergeten om die liefde zo vaak mogelijk uit te spreken tegenover hen die je liefhebt.’


‘Laat ons handelen vanuit de rede en het hart!
Aan moord of oorlog is niets spiritueels of transcendents: die hebben in de eerste plaats te maken met relaties tussen mensen onderling met gebieden die je wilt beschermen of veroveren. Is een militaire overwinning een overwinning voor God? Zijn de doodskreten een symfonie ter meerdere ere van God? Wat is er religieus aan een volk dat een ander volk uitroeit?’

‘Ik hoop dat het iedereen deugd mag doen. Mijn wens is alle harten te troosten. Als we rust vinden, kunnen we gemakkelijker vooruitgaan. Alleen een dwaas wil niet in vrede leven.’

​​

ISBN 9789023471622 | Hardcover | 92 pagina's | De Bezige Bij | maart 2017

© Marjo, 26 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kaz Lux
rock-adel verplicht
met CD

Lutgard Mutsaers

Dit is een vrij dun boekje over deze Nederlandse zanger. Veel is gebaseerd op interviews en de stukken waarin Kaz Lux aan het woord is, zijn duidelijk te herkennen, doordat ze beginnen met [KAZ] en eindigen met [LUX]. Bij stukken uit andere bronnen staat een bronvermelding.


Het boekje begint met een beschrijving van de achtergronden van de familie van Kaz Lux. Verder gaat het boek vrijwel uitsluitend over de muzikale avonturen van Kaz Lux, terwijl er tegen het einde ook nog aandacht is voor z'n gehoorproblemen.


Ik vond het een boeiend boek, dat eerlijk gezegd wat mij betreft wat aan de korte kant was. Het is toch vooral het muzikale verhaal van Kaz Lux, zonder dat er erg diep op de dingen wordt ingegaan. Als extraatje bevat het boek het nodige fotomateriaal en een CD met 4 nooit eerder uitgebrachte nummers.


Het boek bevat verder een lijst met alle muzikanten die in de loop der jaren met Kaz Lux hebben samengewerkt en een discografie. De laatste vind ik eerlijk gezegd wat onoverzichtelijk. Alles staat weliswaar in chronologische volgorde, maar dat is het dan eigenlijk wel. In die chronologie staan opnames met Brainbox, opnames met andere artiesten, bijdragen aan het werk van andere artiesten, coverversies, compilaties en heruitgaven allemaal door elkaar.
De enige scheiding die is aangebracht is die tussen albums en singles. Helemaal aan het einde is er dan nog een index.


ISBN 978 6265 958 6 | Paperback met CD | 167 pagina's | NUR 662, 666 | Uitgeverij In de Knipscheer | november 2017

Renate, 17 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Islamitische Verlichting
De ontmoeting tussen de Oriënt en het Westen in de Moderne Tijd
Christopher de Bellaigue

In het Westen zijn wij merendeels niet optimistisch over de kansen op bloeiende democratische staten in het Midden-Oosten. De Arabische Lente is in 2011 mislukt. Turkije glijdt onder Erdogan af naar een autoritaire samenleving. In Irak en Syrië woedt al jarenlang bloedige strijd tussen fundamentalistische moslims. Egypte staat onder de spanning van de groei van het extremisme. Saudi-Arabië staat bekend als orthodox Islamitisch.


Christopher de Bellaigue laat zien dat het ook anders had kunnen lopen. Tot aan de Eerste Wereldoorlog maakten staten in het Midden-Oosten een modernisering mee die hun samenlevingen meer op Westerse leest schoeide. De Bellaigue richt zich in zijn boek in het bijzonder op drie landen en drie hoofdsteden: Egypte met Caïro, Turkije met Istanbul en Iran met Teheran.


Met de inval van Napoleon in Egypte in 1798 werd de wereld van de Islam met een schok wakker gemaakt. Een cultuur die eeuwenlang had gebloeid, maar inmiddels vermolmd was geraakt, en gekenmerkt werd door stagnatie en verval, kwam in botsing met Westerse methoden. Moslims beseften dat aanpassingen en zelfs hervormingen onvermijdelijk waren om overeind te blijven in de competitie met het Westen.


In de loop van de 19e eeuw stapten verschillende Islamitische staten over op vrije verkiezingen, de rechtsstaat, individuele rechten, Westerse wetenschap en techniek, een parlement en zelfs een grondwet. De verstedelijking nam toe als gevolg van migratie, treinen vervingen de kameel als transportmiddel, vrouwen trouwden later en gezinnen werden kleiner. In 1841 sloot de Ottomaanse gouverneur-generaal in Tunesië de slavenmarkt van Tunis om in 1846 de hele slavernij af te schaffen.


Aan het eind van de 19e eeuw begonnen westerse ideeën steeds meer invloed te krijgen in salons, aan universiteiten of in de loges van de vrijmetselarij. De vrijmetselarij belichaamde bij uitstek de Verlichting. Er ontstond een nieuwe intelligentsia, die was samengesteld uit ambtenaren, journalisten en progressieve geestelijken. Zij vertolkten een andere component uit de Europese Verlichting, namelijk het antiklerikalisme.


De Bellaigue beschrijft het allemaal helder en boeiend. Nergens schrijft hij neerbuigend over Islam en moslims. Er staan mooie beschrijvingen in dit boek, bijvoorbeeld over het leven in een harem. Zijn toon is zuiver en respectvol, maar als het moet is hij wel duidelijk. De deportatie van honderdduizenden Armeniërs uit Turkije (1915) ziet hij net als de meeste historici en juristen als een genocide. “Iets wat uiteraard door de Turken wordt aangevochten”, voegt hij er droogjes aan toe.


Nadat de regio in minder dan een eeuw de sprong had gemaakt van de Middeleeuwen naar de moderniteit komt er met het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog een tegenbeweging op gang. De Bellaique noemt dat de Tegenverlichting. Het Ottomaanse Rijk werd vernietigd en viel in delen uiteen. De Britten en Fransen verdeelden de brokstukken onder elkaar zonder rekening te houden met de belangen van de volken die in hun handen waren gevallen. De Balfourverklaring uit 1917 gaf Joden het recht op een thuisland in een gebied dat Arabieren als het hunne beschouwden. Corruptie was in veel staten schering en inslag.


Een en ander maakte de weg vrij voor een revival van de fundamentalistische Islam. De Islam werd weer het bindmiddel voor Islamitische samenlevingen en gaf moslims een eigen identiteit ten opzichte van het seculiere Westen. Voor veel waarden die samenhingen met de Verlichting betekende dit onmiskenbaar een terugval.  Men zegt wel eens dat de Islam door de wasstraat van de Verlichting zou moeten gaan. Dit boek maakt duidelijk dat dit in de 19e eeuw is gebeurd, maar in de 20e eeuw weer is teruggedraaid. Maar Islam en Verlichting kunnen dus wel degelijk samengaan en positief op elkaar inwerken.


De Bellaiquie beschrijft alles op een deskundige en zorgvuldige manier, waar weinig op af te dingen valt. Op mij althans komt zijn betoog solide en correct over. Vandaag de dag moet je helaas constateren dat Islam en Verlichting met zijn waarden van mensenrechten, tolerantie, gelijkheid en individuele vrijheden mijlen ver van elkaar verwijderd zijn.


De auteur (1971) heeft gestudeerd aan de Universiteit van Cambridge en werkte tien jaar lang als journalist in Zuid-Azië en het Midden-Oosten.


ISBN: 9789046823019 | Paperback met illustraties | 416 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | 2017

© Henk Hofman 16 december 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zelfcompassie voor je kids
Tekst en muziek liedjes: Nina van Herwegen
Illustraties: Philippe Decaluwé
Tekst: David Dewulf


David Dewulf is een expert op het gebied van mindfulness. Hij schreef er vijftien boeken over, richtte het Instituut voor Aandacht en Mindfulness op en leidt trainers op in België en Nederland, dus het was niet meer dan logisch dat hij dit ook aan zijn eigen kinderen door zou willen geven. Hij volgde daarvoor een mindfulnesstraining voor kinderen in de Verenigde Staten, maar eenmaal thuis kwam hij er achter dat het nog niet zo eenvoudig was om zijn kinderen te motiveren de oefeningen ook echt te dóen. Totdat hij zich realiseerde dat zijn kinderen vooral graag luisteren naar verhalen en zo ontstond zijn eerste kinderboek, Mindfulness voor je kids. Dit tweede boek, Zelfcompassie voor je kids, is daarop een vervolg, maar je kunt zo ook prima los van elkaar lezen.


Zelfcompassie is het vermogen om op een gezonde, zorgzame manier om te gaan met lastige ervaringen en tegenslagen.  Onze natuurlijke reactie is dan vaak keihard vechten en/of onszelf of anderen genadeloos veroordelen. Bij zelfcompassie mag de pijn en het verdriet er gewoon zijn. Je stopt met jezelf te bekritiseren en je aanvaard jezelf zoals je bent, met je sterke en zwakke kanten en met je héle verhaal. Zelfcompassie kan ook kinderen helpen. Ook zij krijgen vaak grote problemen en zorgen op hun pad, en ook kinderen kunnen zichzelf genadeloos kritiek geven, of zichzelf de schuld geven van zaken waar ze niets aan kan doen. Dit boek kan hen helpen meer compassie voor zichzelf te ontwikkelen.

In beide boeken komen karakters voor die de elementen van mindfulness een stuk tastbaarder maken. Zo heb je Kwebbly, de drukke stem in ons allemaal, die van de hak op de tak springt en die het onmogelijk maakt je gedachten maar bij één ding te houden. Ook Pol de Trol verschijnt in beide boeken op het toneel. Hij staat voor wijsheid en na ieder hoofdstuk laat hij zijn licht over de gebeurtenissen schijnen en geeft goede tips. Verder is er Grommy, het personage in ons dat met boosheid reageert en zich altijd meteen aangevallen voelt. Hij is onze genadeloze innerlijke criticus en geeft op alles wat wijzelf en anderen doen commentaar. Tot slot is er gelukkig ook nog Hartenlief, die staat voor liefde en compassie en voor op een zachte manier omgaan met jezelf en anderen.


In het boek volgen we Julie en haar vrienden, ze maakt van alles mee, mooie dingen waar ze blij van wordt, maar ook verdrietige en vervelende dingen. Alle grote en kleine emoties komen voorbij… blijheid, dankbaarheid, maar ook verdriet, eenzaamheid, jaloezie, boosheid, angst en faalangst. Grommy maakt het haar regelmatig moeilijk, hij maakt kabaal in haar hoofd, of fluistert dat ze dingen niet kan, dat ze geen fouten mag maken, dat het stom is en wat anderen wel niet zullen denken. Vaak is hij zo boos dat Julie de andere stemmen in haar hoofd niet meer kan horen. Gelukkig is Hartenlief er ook, ze fluistert bemoedigende dingen in Julie’s oor…. Dat ze goed is zoals ze is, dat fouten maken best  mag en dat wat anderen denken hún zaak is en niet die van haar. Pol de Trol is er uiteraard ook, hij vertelt haar wat er nu precies gebeurd is en geeft tips en opdrachten.


Bij het boek zit  een cd met liedjes  en oefeningen, met Pol de Trol, Hartendief en Grommy  zodat je ook naast het boek kunt luisteren en oefenen. Het boek schets veel herkenbare situaties voor kinderen en de opdrachten zijn erg praktisch en vaak creatief. Zo is er bijvoorbeeld de opdracht om Grommy , die boze herrieschopper, te tekenen en hem grappige hoedjes op te zetten. Daar wordt hij meteen al een stuk minder eng van. Ook Grommy mag er zijn, wees aardig tegen hem, maar weet dat je niet altijd naar hem hoeft te luisteren, stuur hem af en toe maar eens lekker op vakantie.


Mijn enige bezwaar bij dit boek is, dat hoewel er duidelijk geprobeerd is alles zo toegankelijk mogelijk te maken, de taal  tussen de verhaaltjes door toch  regelmatig  te ver af staat  van de spreektaal van kinderen, zoals …


“Als je zorg wilt dragen voor je kwetsbaarheid is het belangrijk je behoeften te kennen en te accepteren”


Of een meisje wat na haar ruzie zegt ...


“Ik heb behoefte aan liefde en mijn vriendschap met jou is heel belangrijk.”


Ik hoor het de kinderen in mijn omgeving nu niet bepaald meteen zeggen. Daar tegenover staat een erg sterk slot van het boek waar per situatie ( stress, piekeren, boosheid, verdriet, angst, eenzaamheid, pech, spijt) in een paar punten aangeven wordt hoe je daar het beste mee om kunt gaan.


Kortom, met een beetje voorleesbegeleiding erbij om de af en toe wollige zinnen tot spreektaal terug te brengen, een heel nuttig, leuk en praktisch boekje als je samen met je kinderen  aan mindfulness wil doen en hen wil leren om met meer compassie voor zichzelf en anderen door het leven te gaan.


ISBN 9789401441773 |Hardcover | 94 pagina's | Uitgeverij Lannoo | oktober 2017

Willeke, november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Marskramer van de muze
Leo Boudewijns


Wat een heerlijk boek is dit. Daar zou ik het misschien bij kunnen laten, maar ja, het moet toch wel een bespreking worden.


Leo Boudewijns heeft diverse functies gehad in de platenindustrie en schrijft in dit boek korte stukken over z'n leven en z'n liefde voor muziek. De stukken gaan vaak over klassieke muziek, die zoals hij ergens schrijft niet voor 'ons soort mensen' is, maar ook de lichte muziek komt aan bod. In de eerste plaats is er dan de muziek uit de jaren 30 en 40 en later komen ook nog Franse chansons en het 'betere' Nederlandse lied komen voorbij. Gezien de leeftijd van de auteur is het niet vreemd dat het bij de lichte muziek rond de jaren 50 stopt.


Het zijn persoonlijke stukken geworden, waarin je soms meer leest over z'n ontwikkeling en z'n werk in de platenindustrie en die op andere momenten meer over de muziek gaan. Hij geeft ook aan dat hij wel van mening is veranderd over de authentieke uitvoeringspraktijk, waarbij grote symfonieorkesten worden vervangen door kleinere ensembles, die meer in overeenstemming zijn met de ensembles die de muziek ten tijde dat ze geschreven werd, uitvoerden.


Ook musical komt in het boek aan bod, waarbij de auteur een zekere aversie lijkt te hebben tegen de modernere musicals, waarbij hij onder andere Phantom of the Opera (waarvan de muziek is geschreven door Andrew Lloyd Webber) noemt, hoewel hij dan wel waardering op kan brengen voor Evita en Cats (van dezelfde componist).


Al met al is dit een leuk boek om in te grasduinen, of om gewoon van kaft tot kaft te lezen. De verhalen gaan niet alleen over de muziek, maar ook over hoesontwerpen, z'n eigen muzikale ontwikkeling en een klein beetje over z'n persoonlijk leven. Het boek bevat ook nog wat foto's tussen de tekst.


ISBN 9789492395153 | Paperback | 269 pagina's | Uitgeverij Prominent | oktober 2017

© Renate, 26 november 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER