Nieuwe recensies Non-fictie

Rock and Soul Deep South Rock and Soul Deep South
A journey to the birthplace of rock and roll, its origins and beyond
Dirk W. de Jong

Een prachtig fotoboek over het zuiden van de Verenigde Staten, met foto's van de plaatsen, artiesten en onbekenden. De foto's tonen allerlei kanten van de streek en laten regelmatig ook het verval zien.

Het boek is verdeeld in 8 hoofdstukken:

Rosine Kentucky (bij het hoofdstuk staat Uncle Pen Kentucky)
Nashville
Memphis
Muscle Shoals
Mississippi
Louisiana
New Orleans
Deep South

Het voert te ver om alle foto's te beschrijven, maar twee vielen mij toch wel op. Een foto was van Willie De Ville, op het platteland, met bijbehorende kleding en natuurlijk een jachtgeweer. Dat vond ik wel een verrassende  foto, omdat ik hem toch meer met de grote stad associeer.


Een andere foto heeft als titel 'Lookalike' en aan het kapsel en de kleding van de man kun je zien dat hij op Elvis Presley zou moeten lijken. Helaas lijkt hij daar totaal niet op. Hij is mager en heeft een flinke mond. De overdreven zwarte kuif geeft wel wat weg, maar maakt de gelijkenis ook niet groter. Helaas staat er nu juist bij deze foto weer geen verhaal.

Het boek vertelt ook de verhalen, vaak bij de foto's, maar niet altijd. Dat laatste vind ik wel eens een nadeel. Soms zie je foto's, waarbij je best meer zou willen weten, van wat er op te zien is en soms lees je een verhaal, waar geen foto bij te vinden is.
Zo is er een verhaal over de Grand Ole Opry, maar kan ik daar geen foto van vinden. Er staan wel foto's van andere zaken in, maar die komen dan weer niet ter sprake in het boek. Ook bij de foto's van Mardi Gras  in New Orleans is helaas geen verhaal te vinden. Soms staan de foto's ook in een andere volgorde dan de verhalen. Dat de verhalen in het Engels zijn geschreven, zou je misschien ook als een nadeel kunnen ervaren. De verhalen zijn overigens wel de moeite waard.

Zie ook www.dirkwdejong.com 


ISBN 9789082308679 | Hardcover | 168 pagina's | Concerto Books | mei 2017
NUR 652

© Renate, 18 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De mythe van de goede oorlog
Amerika en de Tweede Wereldoorlog
Jacques R. Pauwels


Deze recensie betreft de derde, volledig herziene druk van dit in het jaar 2000 voor het eerst uitgegeven boek.


Het overheersende beeld in Nederland over het optreden van Amerika tijdens en na de Tweede Wereldoorlog is die van onze bevrijders en de na de oorlog geboden Marshallhulp. Dit omvangrijk materiële hulpplan trad drie jaar na de Tweede Wereldoorlog in werking. Het was een initiatief van de toenmalige Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken George C. Marshall en was gericht op de economische wederopbouw van de door de oorlog getroffen landen in Europa.


Al eerder las ik tijdens mijn studie het boek Dark Continent van de Britse historicus Mark Mazower, die evenals Pauwels in zijn boek, de economisch insteek van Amerika tijdens en na de Tweede Wereldoorlog als cruciaal beschouwt voor het bereiken van haar eigen doelen. Pauwels laat ons in De mythe van de goede oorlog zien op welke grote schaal dit al tijdens de oorlog van immens belang was om Amerika uit de Grote Crisis van de jaren '30 te trekken. Daarnaast speelde de grote angst van met name de Amerikaanse elite een rol dat het communisme vanuit de Sovjet Unie zich over Europa zou verspreiden De legereenheden van Stalin, overigens door grote opoffering van vele mensenlevens, hebben een grote bijdrage geleverd om nazi-Duitsland tot overgave te bewegen. Met name de slag bij Stalingrad heeft daar een beslissende rol in gespeeld. De waardering voor het communistische systeem groeide daardoor in Europa en dat was uiteraard een doorn in het oog van Amerika.


Het boek van Pauwels laat ons zien op welke grote schaal Amerika zaken deed met het fascistische Duitsland zonder enige schroom en vooral voor het eigen gewin van opnieuw met name de elite in de Verenigde Staten. Bekend zijn de verhalen over Duitse bedrijven die hebben meegewerkt om de nazi-machinerie op gang te houden. Pauwels laat ons zien dat die Duitse bedrijven goede zaken deden met Amerikaanse bedrijven. Pauwels schrijft daarover:

Hitlers grote verdiensten in de ogen van vrijwel alle Amerikaanse industriëlen en bankiers was dat hun investeringen in Duitsland dankzij zijn herbewapeningsprogramma en het uitschakelen van vakbonden en arbeiderspartijen winsten kon maken waarvan zij in de nog steeds door de Grote Depressie geteisterde VS zelf slechts konden dromen.


In het voorwoord schrijft Pauwels dat hij voor dit boek geen langdurig speurwerk heeft verricht in Washingtons monumentale National Archives en ook nauwelijks gebruik heeft gemaakt van wat geschiedkundige 'primaire' bonnen noemen. Hij wil met deze beknopte studie iets waardevols brengen, zo vermeldt hij, namelijk een nieuwe en eventueel verrassende interpretatie van historistische feiten. Ik heb dit boek als 'gewone' lezer niet als beknopte studie ervaren. Het boek is grondig onderbouwd en Pauwels weet zijn interpretatie van de historische feiten met zeer rake citaten uit vele 'secundaire' bronnen te illustreren. Naast de grondige onderbouwing van de feiten schrijft Pauwels zijn betoog in een helder en duidelijk verhaal en is daarmee vlot te lezen.


Ik vond het verbijsterend om dit boek te lezen. De vele voorbeelden die Pauwels naar voren brengt waaruit blijkt dat oorlogen ook vooral economische belangen dienen en in het geval van Amerika tijdens de Tweede Wereldoorlog dus niet enkel idealistische motieven kent. De vijand kan ideologisch verwerpelijke standpunten hebben, maar als het op economische motieven aankomt is diezelfde vijand een prima handelspartner. In ons achterhoofd weten we dit wel en kennen we ook de voorbeelden hiervan, maar om het zo opgesomd te lezen als in dit boek van Pauwels waren voor mij toch opnieuw een schok.


Pauwels benadrukt overigens in zijn voorwoord nog dat dit boek niet aansluit bij sommige recente visies dat Hitler niet zo boosaardig was en dat het nazisme ook zijn positieve kanten heeft gekend. Hij gaat uit van de historische basisaanname dat Hitler en zijn nazibroeders gewetenloze misdadigers waren, en dat het nazisme een mensenverachtende en daarmee verachtelijke ideologie was. Dit boek gaat echter niet over dat onderwerp, maar over de rol van Verenigde Staten in de Tweede Wereldoorlog. Het weerlegt daarmee het overheersende verhaal van de Amerikanen in de rol als enkel bevrijders en weldoeners en ontkracht daarmee wat hij in zijn ondertitel De mythe van de goede oorlog noemt.


Bijzonder is dat door dit boek opnieuw een stuk van de geschiedenis herschreven is. Door de afstand in tijd is er ruimte zowel de te behandelen onderwerpen als in de hoofden en de gevoelens van de lezers om dit soort ook zeer belangrijke feiten voor het voetlicht te brengen. Dat heeft Pauwels, naar mijn mening, met dit bijzondere boek dan ook gedaan.


Over de auteur
Jacques R. Pauwels studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Gent en behaalde in Toronto doctoraten in de geschiedenis en in de politieke wetenschappen. Hij doceerde aan meerdere universiteiten in Canada en publiceerde in Canada, de VS, Duitsland, Italië, Spanje, Cuba, Nederland en België over de Tweede Wereldoorlog en andere historische onderwerpen. Zie voor uitgebreide informatie de website: http://www.jacquespauwels.net


ISBN 9789462671027 | Paperback | 342 pagina's | Uitgeverij EPO | mei 2017

© Ria, 5 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Russische Revolutie
Een nieuwe geschiedenis
Sean McMeekin

Dit boek beschrijft de periode in Rusland tussen de jaren 1900 en 1920. Wie terugziet op de jaren waarin de Russische Revolutie zich voltrok, kan gemakkelijk verklaren waarom de geschiedenis de afslag naar een communistische heerschappij heeft genomen. Maar voor mensen die ervoor stonden, waren de tijdsomstandigheden zo grillig en verwarrend dat het alle kanten op had kunnen gaan. Rusland had de oorlog met Duitsland kunnen winnen. Rusland had Constantinopel kunnen veroveren op Turkije. De tsaristische autocratie had zich in een constitutionele monarchie kunnen transformeren.


Het leek alle kanten op te kunnen gaan, maar niemand had zijn kaarten gezet op Lenin en zijn kompanen. En toch waren zij het die de macht wisten te grijpen. Vergelijk het met de val van het Sovjetimperium in 1989. Niemand zag het aan komen. Nu kunnen we precies verklaren waarom de Sovjet-Unie wel in moest storten.
Het is heel knap zoals Sean McMeekin (hoogleraar geschiedenis) erin slaagt de lezer mee te nemen in zijn verhaal, alsof de lezer niet weet hoe het verhaal af zal lopen.


Wat is er nieuw in het verhaal van McMeekin?
McMeekin laat zien dat de revolutie onverwacht kwam. In 1917 stond Rusland er redelijk voor. Het land wist zich op het slagveld goed staande te houden en boekte zeker tegen de Oostenrijkers en de Turken grote successen. Het tekort aan voedsel was in Rusland minder nijpend dan in Duitsland. Revolutionaire leiders, onder wie in het bijzonder Lenin, waren nogal onzichtbaar en zaten ver buiten Rusland in ballingschap. De ineenstorting van Rusland in 1917 was dus net zo’n verrassing als die van de Sovjet-Unie in 1989.


De tsaar had een paar keer het geluk om goede staatsmannen aan te trekken. Sergei Witte en Pjotr Stolypin waren reuzen die het land de goede richting in wisten te krijgen. Het waren mannen van een zeldzaam kaliber. Toen zij van het toneel verdwenen, kwam de weg vrij voor staatslieden die foute keuzes maakten, blunderden, kortzichtig waren, of aan eigen belang dachten.


Meeslepend beschrijft McMeekin hoe de bolsjewisten aan de macht kwamen en vervolgens de macht wisten te behouden. Daar zijn in feite twee sleutelwoorden voor te geven: terreur en roof. De eerste proletarische regering in de wereld oefende een weerzinwekkende terreur uit tegen de proletariërs in eigen land. En de bolsjewistische staat werd niet meer dan een rover door de kerk, het bankwezen en elke ingezetene met bezit te beroven van geld en kostbaarheden.


De idealen van het marxisme, waarmee men het onrecht van het tsaristische bewind aan de kaak had gesteld, waren niet veel meer dan een schaamlap om eigen machtswellust mee te bedekken. McMeekin vermeldt nuchter dat de bolsjewisten geen enkele democratische legitimatie bezaten. Zij hebben nimmer een vrije verkiezing kunnen winnen.


Het lijden van de Russische bevolking is bijna met geen pen te beschrijven. De nieuwe leiders bleven ijskoud onder miljoenen mensen die de hongerdood stierven. Ze reisden in luxe treinwagons door het land en deden de gordijnen dicht zodat ze de hongerende bewoners niet hoefden te zien. Terwijl mensen stierven van de honger, deden zij zich te goed aan truffels, ananassen, mandarijnen, bananen, gedroogd fruit, sardines, en ga maar door. Lenin, leider van de proletariërs, reed in een Rolls Royce.


Verbijsterend is het hoeveel mensen buiten Rusland zich voor de gek lieten houden en dachten dat in het nieuwe Rusland mensen werden bevrijd. In werkelijkheid was het nieuwe regime erger en slechter dan het bewind van de tsaren was geweest. Weerzin welt op als je leest over de machinaties van politici in Londen en Berlijn die het op een akkoord gooiden met de nieuwe machthebbers, hoewel men wist van het lijden van de Russische bevolking.


Nee, politiek en ethiek lijken slecht samen te gaan met elkaar. Dit boek ondermijnt je vertrouwen in politici. Ook maakt de schrijver wel duidelijk dat als machtsverhoudingen eenmaal gaan schuiven het opeens heel snel kan gaan met schokkende uitkomsten.


McMeekin schreef een nuttig en indrukwekkend boek. Van harte aanbevolen.


ISBN 97890461831 | paperback | 479 pagina's met illustraties | Uitgeverij Nieuw Amsterdam |  mei 2017.
Vertaald door Gerard van der Wardt | Ook als e-book verkrijgbaar.

© Henk Hofman, 1 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een Duits Leven
Het confronterende verhaal van de secretaresse van Joseph Goebbels.
Brunhilde Pomsel/Thore D. Hansen


Brunhilde Pomsel (1911-2017) werkte van 1942 tot 1945 op het propagandaministerie van Joseph Goebbels. Anders dan de titel van het boek doet vermoeden, was zij niet de secretaresse van Goebbels, maar verrichtte zij secretariaatswerkzaamheden op het ministerie. Zij had dus geen nauwe omgang met Goebbels, die bovendien afstand bewaarde tot zijn medewerkers. In dit opzicht verschilde Goebbels nogal van Hitler, die een ware charmeur was voor zijn secretaresses.  Het verhaal van Pomsel is dientengevolge nogal vlak. Waarom wordt het in de titel van dit boek dan toch confronterend genoemd en wat is dan het belang van deze uitgave?


Het gaat vooral om het antwoord op de vraag hoe het kon dat zoveel Duitsers kritiekloze meelopers waren van een verderfelijk regime. Pomsel beschrijft zichzelf als een naïeve, domme vrouw, die geen belangstelling had voor politiek en het nieuws. Bovendien werden mensen dom gehouden. Mensen wisten niets, zeker niet van de vernietigingskampen voor Joden in Polen. Ja, men zag Joden verdwijnen uit het straatbeeld, maar daarmee was niet gezegd dat ze werden vermoord.


Pomsel voelt zich dan ook nergens schuldig over. Ze heeft immers niets misdaan. Ze deed haar werk. Geheime dossiers kreeg ze niet onder ogen. Ze zat niet bij vertrouwelijke gesprekken. Dus wist ze niets en deed ze niets verkeerd. Ze wordt in 1945 opgepakt door de Russen en brengt vijf jaar in gevangenschap door. Daarna pakt ze zo goed en zo kwaad als het gaat haar leven van voor de oorlog weer op.


Als lezer vraag je je wel af hoe het kan dat iemand de Tweede Wereldoorlog zo oppervlakkig heeft beleefd. Ze verdiepte zich nergens in, zat niet met vragen, maar was gericht op het overleven van de oorlog. Dat laatste is natuurlijk begrijpelijk, maar dat de dramatische oorlogsjaren haar zo onberoerd lieten, is toch wel merkwaardig. Pomsel had dingen kunnen weten, maar ze wilde ze niet weten. Zo kon ze haar gemoedsrust bewaren en hoefde ze ook niet te kampen met schuldgevoelens. En zo kan iemand werken in het centrum van de macht en toch onwetend blijven.


Haar verhaal is opgetekend door Thore D. Hansen. De achterflap van het boek vermeldt dat hij politicoloog en socioloog is. Zijn specialisatie is internationale politiek. Op internet lees ik dat Hansen zich keert tegen het Westerse vrije marktdenken, misstanden bij geheime diensten bloot wil leggen, inzonderheid van de CIA, en een pleitbezorger is van een open, gastvrije democratische samenleving.


Hansen voorzag het boek van een voorwoord en van een uitleidend essay van 70 bladzijden. Het essay cirkelt rond de vraag wat het verhaal van Pomsel ons nu te zeggen heeft.
Volgens Hansen is het wegkijken van Pomsel op zich al schuld. Leven is toch ook: meeleven met elkaar. Daarom roept hij de lezers van dit boek op om niet weg te kijken van de grote problemen uit onze tijd zoals de schending van mensenrechten en de opvang van vluchtelingen. Hansen maakt zich grote zorgen over de opkomst van rechts-populisme in Europa en de verkiezingsoverwinning van Donald Trump in de VS. Hij ziet overeenkomsten met de haat en het gif van de nazidictatuur.


Volgens Hansen zijn “de protestkiezers bang dat ze zelf tekortkomen” (blz. 201). Protestkiezers zijn in zijn ogen dan ook egoïsten. Hij waarschuwt voor een Europa dat zijn identiteit ontleent aan “nationaal egoïsme en onmenselijke afscherming naar buiten” (blz. 209).


Hansen erkent dat het trekken van historische parallellen altijd moeilijk is. Maar zoals burgers vroeger toekeken bij de opkomst van Hitler, kijken burgers volgens hem vandaag de dag weer toe bij ophitsers en radicalen (blz. 222).


Het is zeker waar dat een democratische samenleving gebaat is bij betrokken burgers, die beseffen dat grondrechten beschermd moeten worden. Het boek van Pomsel laat zien dat wegkijken extremisten in de kaart speelt.


Lees ook het interview met Brunhilde Pomsel


ISBN: 9789401607483 | Paperback | 240 pagina's | Uitgever Xander | juni 2017

@ Henk Hofman, 28 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ikigai
Het Japanse geheim voor een lang en gelukkig leven
Francesc Miralles & Hector García


Iedereen heeft een Ikigai oftewel een reden van bestaan. Het is één van de geheimen voor een lang, tevreden en gezond leven, leert de flaptekst ons.


Ook is daar te lezen dat op het Japanse eiland Okinawa meer gezonde en actieve honderdjarigen wonen dan waar ook ter wereld. "De auteurs vertrokken naar Okinawa om te ontdekken wat dat geheim voor een optimistisch en gezond leven is. Ze kregen inzicht in wat de Japanners eten, hoe ze bewegen, weken en omgaan met anderen. En hoe je honderd jaar in topvorm kunt leven."

Omdat ik altijd wel geïnteresseerd ben in allerlei verschillende levensstijlen was ik benieuwd wat de auteurs mij te vertellen hadden over dit geheim van deze eilandbewoners. Welk inzicht hadden ze gekregen? Hoe hadden ze dit onderzocht? Wat was hun conclusie? Ze hadden het in het voorwoord over 'het ter plekke de geheimen van die Japanse honderdjarigen te bestuderen, aangezien de ouderen in Ogimi - zo heet het dorp met een hoog aantal honderdplussers - tot het einde van hun dagen actief en tevreden zijn.'

Het blijkt echter dat 'het ter plekke bestuderen' een bezoek van één week aan Okinawa behelst en dat er ca.  honderd gesprekken met de bewoners gevoerd zijn. Een studie kan ik dat niet noemen. In feite gaat maar een heel klein deel van het boek over de honderdplussers van Okinawa zelf. Het hele verhaal over hen had bij wijze van spreken ook in een lang artikel in een tijdschrift verteld kunnen worden.


Voorafgaand aan hun eilandbezoek hadden de twee schrijvers wel een jaar theoretisch onderzoek verricht. De medische onderzoeken die tot dan toe uitgevoerd waren op de bewoners van Okinawa brachten enkele bijzonderheden aan het licht; bij deze mensen kwamen minder vaak hartkwalen en kanker voor, ze hadden een grote levenslust, minder mensen werden dement, het eten bevat veel antioxidanten enz. Maar hoe verder kan het dat ze zo gezond blijven wordt niet gemeld daarin. Dat is juist waar we zo nieuwsgierig naar zijn... Het enige wat eventueel een oorzaak zou kunnen zijn is dat de mensen op Okinawa hun maag maar tot 80% vullen, maar dan nog is hun hoge ouderdom wonderlijk.


Het merendeel van het boek is echter vooral gevuld met het bespreken van bepaalde - gezonde - manieren van leven én met allerlei bevindingen en conclusies die andere, vooral Amerikaanse, onderzoekers geconstateerd en getrokken hebben rond een gezonde levenswijze, - deze gaan dus niet over de bewoners van Okinawa - en brengen ons weinig nieuws. Teveel stress is ongezond, een zittend bestaan is 'de vijand van de jeugdigheid' met daarbij tips over hoe je in het dagelijks leven meer kunt bewegen zoals; neem de trap in plaats van de lift of roltrap, ga sporten, speel met je kinderen enz. Tja. Dat wisten we allemaal wel... Gebruik een zonnebrandmiddel, drink een paar liter water per dag, zorg voor voldoende slaap zijn ook al van die open deuren.

Tussen deze tips en adviezen door lezen we wel diverse korte verhalen van de bewoners van Okinawa. Daar word je ook niet veel wijzer van qua 'lang en gelukkig leven' maar ze zijn wel leuk om te lezen. De een zegt dat ze nooit vlees heeft gegeten, de anders adviseert vooral om je te ontspannen en een vrouw fietste tot haar 100ste en rookte tot haar 120e. En dan... lezen we ineens, tot mijn bevreemding, o.a. verhalen van een Amerikaanse man (114) die adviseert om geest en lichaam bezig te houden en een 111-jarige Pool die nuchter constateert 'Ik ben gewoon niet eerder doodgegaan'. Maar dit boek ging toch over de leefwijze van de Japanse eilandbewoners?


We krijgen verder nog veel te lezen over allerlei vormen van bewegen zoals o.a. yoga, shiatsu, Qi gong enz. met daarbij enkele beschreven oefeningen, we lezen over voeding - het advies is o.a. veel groente te eten (Op Okinawa eten ze minstens vijf groente- en fruitgerechten per dag), geen suiker te gebruiken etc. (B. Willcox en C. Willcox hebben er een boek over geschreven 'The Okinawa Program') maar dat levert ook geen nieuwe inzichten op. Dat is iedereen inmiddels wel bekend.


Al die tips en adviezen voor een gezonde geest en een gezond lichaam zijn natuurlijk prachtig en goed, maar het heeft in feite weinig met het beloofde 'Japanse geheim' te maken. Het gaat in dit boek gewoon om hoe je op een prettige manier oud kunt worden en dat is o.a. door een gezonde, zinvolle levenswijze, een bloeiende kennissen- en vriendschapskring onderhouden en lichamelijk en geestelijk in beweging blijven. Daar is geen 'studie' op Okinawa voor nodig. En ik voel me ook een beetje bekocht dat het wel op deze manier gepresenteerd wordt. Het boek zelf is inhoudelijk natuurlijk niet verkeerd maar is niet wat de cover en flaptekst belooft en dat is jammer.


Het is overigens wel een erg aantrekkelijk ogende en mooi verzorgde hardcover.


ISBN 9789022578452 | Hardcover | 192 pagina's | Boekerij | november 2016
Vertaald door Jacqueline Visscher

© Dettie, 13 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Veldgids Vogelzang
Vogels herkennen aan hun zang en roep
Dick de Vos


Regelmatig zit ik op een bankje in de duinen. Het is zo’n bankje dat door particulieren gesponsord is en waarop vaak de naam van de gulle gever(s) en een welluidende tekst is geplaatst. In dit geval luidt de tekst ‘wie het geluid kent, kent de vogel’. Een zeer toepasselijk tekst want het bankje staat op een plek met uitkijk op en omringd door bossages van duindoorn, waarvan vanaf eind maart tot einde juni bij zonnig weer onophoudelijk gekwinkeleer van vogels is te horen. Soms laten de vogels zich even zien wanneer ze boven in de top van een struik gaan zitten, of snel heen en weer schieten tussen de struiken.


Uit deze situatieschets blijkt al het enorme belang van het herkennen van het geluid bij het achterhalen om welke vogel het gaat. In het verleden bestonden er opnames van vogelgeluiden op vinyl langspeelplaten en later op cassettebandjes waarmee het onmogelijk  of zeer lastig was ter plekke het geluid te verifiëren. Tegenwoordig beschikt bijna iedereen over een smartphone of ander elektronisch apparaat waarmee je heel goed geluiden kan opnemen en vervolgens razendsnel de verschillende vogelgeluiden met elkaar kunt vergelijken.


De stormachtige technologische ontwikkelingen van de laatste jaren bracht schrijver Dick de Vos en geluidspecialist Henk Meeuwsen ertoe een veldgids samen te stellen die geheel gericht is op vogelzang. Van 200 Europese soorten die vooral door hun geluid opvallen wordt zeer uitgebreid ingegaan op de verschillende kenmerkende geluiden. Naast zang komen ook alarm, contactroep, vluchtroep en bedelroep aan de orde.


Van al deze geluiden zijn sonogrammen opgenomen in het boek. Een sonogram kan bestaan uit een combinatie van het spectrogram dat de frequentie afzet tegen de tijd en het oscillogram dat het volume afzet tegen de tijd.  Sonogrammen kunnen ook enkel uit een spectrogram of oscillogram bestaan. Het gebruik van sonogrammen vergt enige oefening maar is veel eenvoudiger dan muziekschrift en zijn in dit boek om het gemakkelijker te maken voorzien van fonetische transcripties.


De gids bevat zeer gedegen informatie over vogelgeluiden en aan het eind wordt uitgebreid ingegaan hoe je zelf vogelgeluiden kunt opnemen en welke valkuilen je daarbij moet weten te omzeilen. Bij dit boek is speciaal een vogelgeluiden-app samengesteld waarin vrijwel alle geluiden van de 200 beschreven soorten zijn te beluisteren.


ISBN 9789050115728 | Hardcover | 288 pagina's | Uitgeverij KNNV | maart 2017

© Cavendish, 11 juni 2017

Lees de reactie op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altPassendale
Ieper 1917
Nick Lloyd


‘…de niet-aflatende dreun van exploderende granaten voor ons, enorme vuurflitsen en schoten in de lucht boven ons, het geratel van mitrailleurs in de Duitse linie, de ontploffingen van kartetsgranaten uit de Duitse kanonnen; flitsende vlammen die als een op zijn prooi duikende havik uit de lucht neerschoten en de mannen waar ze op neerkwamen verpulverden – door zoiets omringd trokken wij op, over de desolate woestenij van modder en water en granaattrechters.’

Zouden de soldaten die ploeterden in de modder in dat kleine stukje België iets geweten hebben van wat de hoge heren allemaal boven hun hoofden bedisselden? 500.000 slachtoffers vielen er in deze derde slag van Ieper, die ook Slag van Passendale wordt genoemd. Het startsein werd gegeven op 31 juli 1917, tot begin november Passendale tenslotte opgegeven moest worden. Terreinwinst was 8 kilometer…
Waar men het later over eens was is dat de slag van Passendale zinloos was geweest. Niet in de ogen van veldmaarschalk Haig overigens: hij had immers een belangrijke heuvelrug (waar het dorp Passendale op ligt) veroverd? Dat de Duitsers die in 1918 weer in handen kregen, kon hij dan nog niet weten.


Over de controverse tussen de Britse premier David Lloyd George en zijn veldmaarschalk sir Douglas Haig is al veel geschreven. De eerste was niet overtuigd dat wat Haig dacht te zullen bereiken, de Belgische kust in handen krijgen, ook zou lukken. Lloyd George wilde geen herhaling van Somme, hij wilde het leger inzetten op het Italiaanse front. Eerst Oostenrijk-Hongarije verslaan. Maar Haig bleef overtuigd van zijn gelijk: hij zou doorstoten en de Duitsers de genadestoot toebrengen. ‘Bite & hold’ (De troepen rukken op naar een vooraf bepaald doel en langs een minder breed front, terwijl artillerie van te voren massaal insloeg op de vijand, en hielden vervolgens de veroverde linies vast in plaats van meteen weer verder op te rukken)
De Duitse generaals gaven zich ook niet gewonnen, zij waren op de hoogte van de Britse manoeuvres en wisten waar de versterkingen naar toe moesten. Bovendien hadden zij het pas uitgevonden mosterdgas.


Na afloop van de oorlog werd Haig als een held onthaald. Hij had Groot-Brittannië gered! Toen hij overleed in 1928 kreeg hij een staatsbegrafenis. Wat Nick Lloyd evenwel aantoont in dit nieuwste boek, met de nieuwste inzichten en vooral ook gedegen onderzoek naar de Duitse kant van de oorlog, is wat er ook na Haigs dood al wel gezegd werd: zijn overmoed had te veel levens gekost.
Had Haig wel kunnen winnen? Had hij de fouten die gemaakt werden kunnen vermijden? Van de tegenstand van zijn politiek leider trok hij zich weinig aan, daar lag het probleem niet. En dat het klimatologisch gezien absoluut niet de juiste periode was om een slag te gaan voeren, dat had hij ook niet in de hand. Evenmin als de toestand van de Vlaamse grond, de klei die geen water doorliet, waardoor de loopgraven continu onder water kwamen te staan.


‘Modder, modder en nog meer modder’. Zo omschreef een getuige het slagveld. Na de oorlog werd in Ieper een monument opgericht, en Menenpoort, waar de namen op gegrift staan van al die manschappen die wegzonken in die modder, mannen die nooit teruggevonden werden.


Nick Lloyd is een Britse militair en historicus. Hij doceert Krijgswetenschappen aan King’s College in Londen. De Eerste Wereldoorlog is zijn specialisatie en eerder schreef hij daarover drie boeken. Dit boek geeft vooral inzicht in de bovenlaag: hoe alles bedisseld en besloten werd door mannen die misschien wel iets van het slagveld zagen, maar zelf niet vochten. Hoewel Nick Lloyd de gewone man af en toe aan het woord laat, biedt dit boek vooral inzichten in de politieke en militaire achtergrond.  Zijn conclusie: als maarschalk Haig niet zo'n bijter was geweest had The Great War minder mensenlevens gekost en minder lang geduurd. Als..


Luitenant-generaal Launcelot Kiggell bezocht het front. Hij barstte in tranen uit en mompelde: Good God, did we really send men to fight in that? Het antwoord was: 'It's worse further up on...'


ISBN 9789048827398| paperback |512 pagina’s met foto’s en kaarten| Uitgeverij Hollands Diep| mei 2017
Vertaling uit het Engels door Willem van Paassen

© Marjo, 16 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Gevangen vrijbuiter
Over het leven van Brendan Behan (1923-1964)
Karel Wasch


Dat Brendan Behan een gerespecteerd schrijver zou worden kon nooit iemand voorspellen maar zijn opvoeding heeft er wellicht mede aan bijgedragen. In deze biografie lezen we dat zijn vader, huisschilder van beroep, zijn kinderen o.a. Dickens, Zola, De Maupassant etc. voorlas. Zijn moeder Kathleen bezocht met haar kinderen de huizen van grote Ierse schrijvers zoals o.a. Bernard Shaw, Oscar Wilde, Jonathan Swift. De taal en alles daaromheen werd de jonge Brendan dus als het ware met de paplepel ingegoten.

Het had tot gevolg dat Behan als kind al een obsessie voor lezen had. Hij was overigens een briljante leerling en haalde vooral voor wiskunde en alles rond taal en schrijven de hoogste cijfers. Op 11 jarige leeftijd voerde hij al discussies over geloof met de broeders.

Naast de aanraking met literatuur, kwam ook Sinn Fein  - een nationalistische links-georiënteerde Ierse politieke partij - al vroeg in beeld. Op negenjarige leeftijd sloot Brendan zich aan bij Fianna Eriann, de jeugdafdeling van Sinn Fein, waar hij leerde omgaan met wapens. En op tienjarige leeftijd maakte de jonge Brendan kennis met de IRA in de vorm van Bob Brashaw en droeg, zo jong als hij was, het werk van grote poëten en schrijvers voor aan de man.

Deze ontmoeting en zijn literaire opvoeding zullen een blijvende invloed op zijn leven hebben.

We lezen, in chronologische volgorde, hoe het verdere verloop van Brendans, vrij korte, leven is. Fel en onbevreesd als hij is, gaat hij overal op af. Hij neemt zich geen blad voor de mond en weet met zijn welbespraaktheid veel mensen voor zich te winnen maar ook veel mensen tegen zich in het harnas te jagen.
Hij belandt vanwege zijn activiteiten voor o.a. de IRA al op jonge leeftijd (16 jaar) voor korte tijd in de gevangenis en dat zal hem nog vaker gebeuren. Hij wordt zelfs veroordeeld tot 14 jaar.  Maar ook daar weet Brendan voordeel uit te halen, hij schrijft later over zijn tuchthuisperiode het bekende boek Borstal Boys. Helaas raakt hij al vrij jong ook in de ban van de drank...

In feite lezen we het verhaal over een hoogbegaafde man die nooit echt volwassen is geworden. Zijn toneelstukken worden geprezen, ze zitten heel knap in elkaar en zijn een vlijmscherpe aanklacht tegen de maatschappij. Ze worden uiteindelijk ook in Amerika en Parijs opgevoerd. Financieel gaat het Brendan steeds meer voor de wind. Maar Brendan blijft ook de vrijbuiter, hij leeft zijn leven volop, zo zeer zelfs dat het zijn ondergang wordt. Hij zegt daar zelf over:


"Het succes nekt me bijna verdomme. Als ik het voor het zeggen had, zou ik regelen dat iemand succes zou hebben voor de duur van één maand, daarna zou hij met pensioen moeten gaan en snel worden vergeten."


Het drankgebruik neemt namelijk steeds meer de overhand, de daardoor ontstane diabetes, brengt hem in lichamelijk zeer gevaarlijk situaties. Zijn vrouw Beatrice weet hem aanvankelijk in goede banen te leiden maar de drank blijkt sterker...


Toch weet Karel Wasch in deze vlot geschreven biografie Brendan Behan als sympathiek mens neer te zetten ondanks dat hij zich als een rebelse, soms onbeschofte, kwajongen gedroeg. Ondanks zijn drinkgelagen, zijn ontrouw en vele escapades met vrouwen en mannen.
Hij was namelijk ook een zeer sociaal mens, die met iedereen zijn voorspoed wilde delen, die alles uit het leven wilde halen wat er in zat, die een gezelligheidsdier bij uitstek was. Kortom, een heel interessante man, moeilijk om mee te leven, maar in redelijk nuchtere staat geweldig om mee te maken.

"Biograaf Karel Wasch schreef zes biografieën waaronder twee boeken over Dylan Thomas. Daartoe bezocht hij veel plekken in Wales, waar Thomas destijds de zaak onveilig maakte. Deze methode volgde hij ook bij het schrijven van de biografie over Brendan Behan. De schrijver volgen. Naar zijn geboortegrond gaan en belangrijke plekken bezoeken uit zijn leven. Vrienden interviewen."... staat op de flaptekst te lezen.
Dat Karel Wasch zich gedegen in de man en zijn omgeving heeft verdiept is in deze levendige, beeldende biografie dan ook goed te merken en de taal die gebruikt wordt, is prettig en toegankelijk.
Achterin het boek staan tevens vele toelichtende voetnoten, overzichtelijke biografische gegevens over Brendan Behan, een literatuurlijst en een personenregister. Middenin het boek zijn enkele foto's te zien van Behan en andere personen die deel uitmaakten van of invloed hadden op Behan's leven.

Kortom, men leze!


ISBN 9789492395122 | Paperback | 139 pagina's | Uitgeverij Prominent | januari 2017

© Dettie, 10 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

hspace="15"Wonderwezens
Klein overzicht van mythische figuren
Ingrid Biesheuvel en John Rabou


Alles wat leeft vecht om in leven te blijven en alleen wat zich aanpast heeft toekomst.


Met bovenstaande zin begint schrijfster Imme Dros het voorwoord van dit boek. Het is een mooie omschrijving van de evolutie. Al het leven op aarde blijft zich doorlopend ontwikkelen om maar in leven te kunnen blijven. Ook communicatie hoort bij overleven en bij mensen is het niet alleen bij het overbrengen van belangrijke, van levensbelang zijnde, berichten gebleven. Taal heeft ook een creatieve functie gekregen. Het is niet alleen een manier om je te uiten maar ook een ontspanningsmethode geworden. Zo vertellen mensen elkaar al eeuwenlang graag verhalen. Verhalen waarin een beroep op onze fantasie wordt gedaan en waarin de meest bijzondere wezens het levenslicht zien.


In dit smaakvol vormgegeven boek beschrijft Ingrid Biesheuvel vijfentwintig bekende en minder bekende mythische wezens. Ze doet niet alleen het verhaal dat bij het wezen hoort uit de doeken maar besteedt ook aandacht aan de oorsprong van het wezen. Zo vertelt ze dat veel moderne verhalen over het verstenen van mensen en dieren – denk aan Harry Potter en Wiplala - te herleiden zijn tot het verhaal van Medusa uit de Griekse mythologie. De beeldschone Medusa slaagde erin de godin Athena te beledigen waarna ze als straf een gruwelijk uiterlijk, met slangen in plaats van haren op haar hoofd, kreeg aangemeten. Wie oogcontact met Medusa maakte, versteende meteen.


Naast Medusa komen ook andere bekende mythische figuren zoals de sfinxen, sirenen, zeemeerminnen, reuzen, centauren en harpijen in het boek voor. Daarnaast heeft Ingrid Biesheuvel ook veel minder bekende, maar zeker niet minder interessante wezens, in dit boek opgenomen. Zo hebben er heus eens cynocephali – mensen met hondenkoppen – bestaan. De ontdekkingsreiziger Marco Polo heeft ze immers met eigen ogen gezien. Ook is er sprake van een fabelvolk dat maar één been met één (flinke) voet heeft: de monocolen. De leukste wezens in het boek zijn wat mij betreft de panotti. Zij hebben enorme oren waarmee ze hun lichaam omwikkelen. Of ze lief waren is niet bekend maar door hun grote oren zagen ze er vriendelijk uit. De schrijfster grapt dat onbekend is of de uitdrukking “Ik ben een en al oor’, bij het volkje bekend was.


Wie een boek schrijft over mythologische wezens en de oorsprong van bijbehorende mythes, moet ervoor waken dat het geen saaie opsomming van feiten en weetjes wordt. Ingrid Biesheuvel heeft er gelukkig geen enkele moeite mee gehad er een boeiend en vermakelijk geheel van te maken. Hoewel er tal van wetenswaardigheden met de lezer worden gedeeld, is de vertelstijl luchtig en begint elk verhaal met een meeslepend intro. Daarnaast zijn het geen ellenlange beschrijvingen geworden. Elk onderwerp neemt twee tot maximaal drie bladzijdes in beslag, plus een bladzijde met een stijlvolle afbeelding van het betreffende wezen.


De tekeningen in het boek zijn gemaakt door illustrator John Rabou, die gespecialiseerd is in geschiedenisillustraties. De schrijfster en illustrator hebben al vaker samengewerkt. Eerder publiceerden ze het boek Ferguut, de ridder met het witte schild. De tekeningen in Wonderwezens zijn uitgevoerd in matzwart met glanzend goud, waarbij de oudheidkundige achtergrond van de wezens niet uit het oog is verloren. Het is een mooie mengeling van modern en klassiek. Door de rustige kleuren komen de afbeeldingen heel bescheiden over maar wie beter kijkt ziet dat er veel aandacht aan details is besteed.


Wonderwezens zijn er in vele kleuren en maten. De vijfentwintig mythische wezens in dit boek maken slechts een klein deel van het indrukwekkende geheel uit. In het nawoord vertellen Ingrid Biesheuvel en John Rabou dat ze voor dit boek wezens hebben gekozen die in ieder geval een menselijk element hebben. Daarnaast is alleen gekeken naar klassieke en middeleeuwse bronnen, iets wat ik prettig vind omdat het een beetje orde in de chaos schept. Uit de vele wezens die overbleven is de uiteindelijke selectie gemaakt. Het moet dus mogelijk zijn een tweede boek met wonderwezens te vullen. En wanneer de criteria bijgesteld worden, ontstaan er legio nieuwe mogelijkheden. Denk bijvoorbeeld aan een boek over de Noordse of Slavische mythologie. Wie weet hoeveel delen van Wonderwezens er nog zullen komen! In ieder geval is dit eerste deel voor de liefhebber een waardevolle aanwinst.

Zie ook het 'inkijkexemplaar' (YouTube)


ISBN 9789025307325 | hardcover| 96 pagina's | Athenaeum | mei 2017

© Annemarie, 1 juli 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altKas di sjon
Plantagehuizen op Curaçao vroeger en nu
Sandra van Noord (red.)


Ooit bestond Curaçao alleen maar uit plantages. Het grootste deel van de landhuizen werd tussen 1660 en 1725 gebouwd.


Het begon met de West Indische Compagnie (WIC), dat in 1634 het eiland veroverde op de Spanjaarden. Wie aan plantages denkt heeft waarschijnlijk een beeld voor zich zoals we dat kennen uit films over slavernij: uitgestrekte velden met mais of suikerriet, maar de eerste Hollandse boeren werden zwaar teleurgesteld toen de meegebrachte zaden niets opleverden. Curaçao was niet vruchtbaar genoeg, er viel veel te weinig regen. De WIC stichtte toen plantages ten behoeve van de slavenhandel: de uit het verre Afrika afkomstige mensen, konden daar aansterken alvorens verkocht te worden in andere koloniën.


De daarna gestichte plantages probeerden het te redden door zoet water te verzamelen en te verkopen of door zout te gaan winnen, anderen konden zich handhaven door van alles wat te doen. Een beetje landbouw, een beetje veeteelt, met diverse teelten en dieren.


Zolang ze slaven in dienst hadden konden ze het nog wel redden, maar toen in 1863 de slavernij werd afgeschaft en ze hun arbeiders moesten gaan betalen was het snel gedaan met de meeste plantages. Een andere reden dat dit verval doorzette was de komst van Shell in 1916. Dit concern onttrok water aan het toch al droge eiland ten behoeve van eigen activiteiten, en al snel trokken de mensen in grote getale naar de stad om daar in loondienst te gaan werken. Veel plantagehuizen raakten in verval. Slechts een deel bleef in redelijk tot goede staat omdat ze dienden als buitenverblijf van de rijkelui.


De plantagehuizen die je heden te dage nog in hun oude glorie kunt bekijken zijn unieke monumenten met een bijzonder verhaal. Gelukkig zijn er organisaties zoals Monumentenzorg (opgericht in 1954) die het cultuurgoed van het eiland in stand wil houden en restaureren. Zo zijn van de ooit bijna 900 huizen er nu nog 80 over die in goede staat verkeren.


Dit boek vertelt over 18 van deze huizen, toegankelijk voor het publiek, en vertelt daarnaast over de achtergrond van Curaçao. Er wordt verteld over de typische architectuur, de verschillende stijlen en de herkomst van de kleuren. Over het ontstaan en de betekenis van de vaak grappige namen. Wat te denken van Pannekoek, Bovenhuis, Habaai of Rooi Catootje?
De huizen zijn nu in gebruik als museum - Jan Kok laat bijvoorbeeld de geschiedenis van de slavernij op Curaçao zien – als restaurant of kantoor. Een ervan is een distilleerderij, een ander een hotel.


Kas di sjon is een boek met teksten van de hand van verschillende mensen die hun hart verloren hebben aan het eiland. Een boek met kaarten - oud en nieuw -, met prachtige foto’s, waaronder ook een serie over de ruïnes, en foto’s van overblijfselen die je over het hele eiland kunt tegenkomen. (Dan is het overigens handig als je dit boek gelezen hebt dan wel bij je hebt, anders herken je de dingen niet als wat ze zijn)


In 1997 werd Willemstad door Unesco aangewezen als Werelderfgoed. Nu zijn er plannen om ook enkele plantages en hun bebouwing voor te dragen. Een boek als Kas di sjon (= huis van de plantage-eigenaar) kan daar toe bijdragen doordat het de bekendheid met dit erfgoed vergroot. Daarnaast geeft het de lezer veel kijkplezier, en het boek kan hem zo maar inspireren om er zelf eens te gaan kijken, daar op dat Caribische eiland.


ISBN 9789460224447 | Paperback met geplastificeerde omslag | 260 pagina's | LM Publishers | mei 2017

© Marjo, 24 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wally Tax
Leven en lijden van een outsider
Rutger Vahl


Ergens was ik wel nieuwsgierig naar het verhaal van deze muzikant, die bekend werd met The Outsiders, waarmee hij ruige rock maakte en later een nummer schreef waar Lee Towers bekend mee werd, terwijl hij ook nog betrokken was bij de Nederlandse Abba-kloon Champagne, waarvoor hij teksten heeft geschreven. Ik vond het interessant om te weten waarom een muzikant betrokken was bij muziek, waarvan je in zekere zin zou kunnen zeggen dat ze nogal haaks op elkaar staat. Nu is hij niet de enige met een dergelijke switch in z'n muzikale carrière, maar het bleef me toch wel fascineren. Als je leest dat Wally van het levenslied hield en een fan van Johnny Jordaan was, die hij later ook nog heeft geïnterviewd (er staat een foto van deze ontmoeting in het boek), dan is het misschien ook wel te begrijpen.


Rutger Vahl heeft het tragische verhaal over deze muzikant, die enerzijds behoorlijk onsympathiek kon zijn en heel veel mensen geschoffeerd heeft, maar aan de andere kant toch ook wel sympathie weet op te wekken, op een boeiende manier weten te vertellen, zonder de negatieve kanten uit de weg te gaan. Het is ook geen afrekening van een teleurgestelde fan. Ondanks het feit dat Wally heel veel mensen niet altijd even aardig heeft behandeld, bleven ze toch altijd wel een zekere sympathie voor hem houden.


Net als Herman Brood, was Wally Tax een groot deel van z'n leven verslaafd aan drank en drugs. In tegenstelling tot Herman Brood, die een soort nationale troeteljunk werd en met z'n gebruik koketteerde, hield Wally z'n gebruik verborgen. Hij probeerde ook verschillende keren af te kicken, maar uiteindelijk viel hij altijd weer terug.


Wally Tax beschrijft z'n jeugd als gelukkig, hoewel daar misschien nog wel iets op af te dingen valt, als je deze biografie leest. Hij groeide op in een liefdevol huis en z'n ouders hebben hem altijd gesteund, maar z'n Russisch-Oekraïense moeder was geestelijk behoorlijk beschadigd door wat ze in de Tweede Wereldoorlog mee had gemaakt. Z'n vader had ook een verleden in de oorlog en werd later depressief.


Het boek vertelt het verhaal van z'n leven behoorlijk chronologisch en boven ieder hoofdstuk staat een fragment van een song, die voor Wally Tax belangrijk was. Sommige hoofdstukken in het begin overlappen elkaar in chronologisch opzicht en de chronologie wordt een keer onderbroken door een hoofdstuk over het drugsgebruik van Wally en tegen het eind nog een keer door een hoofdstuk over de autobiografie 'Tot hier en dan verder' die Wally samen met Ettie Huizing heeft geschreven.


Het verhaal van Wally is tragisch te noemen, van rijk en beroemd in de jaren 60, tot berooid bij z'n dood in 2005. Daar tussen zitten nog wel wat kleine pieken, maar na het succes met The Outsiders is het toch vooral bergafwaarts gegaan. De vroegtijdige dood van Laurie Langenbach wordt ook besproken en dit was de zoveelste klap in het leven van Wally. Op een gegeven moment kwamen er wel wat reünieoptredens van The Outsiders, maar onder andere door de aftakeling van Wally Tax, waren die misschien toch niet zo'n succes.


In de epiloog van het boek vraagt de auteur zich ook nog af waarom het met Wally Tax mis is gegaan. Oorzaken genoeg, zoals gebrek aan echte begeleiding toen het geld binnenkwam in de tijd dat The Outsiders succes hadden. Te jong om de weelde te kunnen dragen en vervolgens nooit meer in staat geweest om het succes uit z'n jeugd te evenaren


Al met al een mooi boek over een tragisch leven, voorzien van foto's en aan het eind van het boek bij ieder hoofdstuk een toelichting over de bronnen van de verhalen.


ISBN 978 90 388 0043 1 | Paperback | 272 pagina's | NUR 320 | Nijgh & Van Ditmar | april 2015

© Renate, 13 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altSara en Liv
Suzan Hilhorst


Het lijkt zo gewoon: je hebt een relatie en je wilt samen een gezin vormen. Maar zo normaal is het niet voor iedereen.
De ik-verteller, die de schrijfster zelf blijkt te zijn, vertelt een autobiografisch verhaal. Samen met Jens, een Zweed, wil zij een toekomst opbouwen, en daar horen kinderen bij. Hun zoon Nils wordt geboren, en omdat hij voorspoedig opgroeit, zijn zij totaal niet voorbereid op het feit dat het ook fout kan lopen. Want dat gebeurt.


Als hun dochter Sara wordt geboren, lijkt een koningswens vervuld: een zoon en een dochter. Maar Sara moet na een paar weken opgenomen worden in het ziekenhuis, en blijkt ongeneeslijk ziek. Medische kennis blijkt niet toereikend, het meisje sterft. Onbeschrijflijk verdriet wordt een deel van hun leven, maar als de doctoren hen verzekeren dat dit een toevalstreffer was, dat Sara niet overleden is aan een erfelijke ziekte, durven Suzan en Jens het nog een keer aan.
Liv wordt geboren. Maar hun grootste angst wordt bewaarheid: hoe klein de kans ook is volgens de dokter, het toeval treft hen een tweede keer. Ook Liv overlijdt.


Als je een lezer bent als ik, die het liefst onvoorbereid aan een boek begint, en die bovendien geen idee heeft wie Suzan Hilhorst is, welke indruk blijft dan achter?


Intussen weet ik dat het verhaal op de werkelijkheid gebaseerd is, en ook dat de schrijfster een bekend figuur is, maar dat verandert niets aan mijn leeservaring. Genieten van een mooi verhaal wordt wel overtuigender als je leest met de wetenschap dat alles levensecht is, maar ook als het volledig fictief zou zijn, is het lezen een indrukwekkende beleving.


Suzan Hilhorst heeft afstand kunnen nemen van haar eigen leven zodat ze haar verhaal op een prachtige manier kon stileren. Vaak is zij zelf de verteller, maar zij geeft ook het woord aan Sara. Door de keuze om Sara op te voeren als een alziende verteller, krijgt het verhaal een extra dimensie. Samen vertellen zij over liefde, over leven en dood. Over doorgaan met leven, al lijkt dat onmogelijk. Hier is Sara aan het woord:


‘Natuurlijk was ik erbij toen ze aankwamen in Miami. Ik dwarrelde losjes achter hen aan. Volgde ze door de lange gangen van het vliegveld. Langs de paspoortcontrole, de customs, richting de lange rijen voor de autoverhuur.’


Het verhaal is indringend. Overtuigend. Ontroerend. En schokkend.
Het lijkt onmogelijk dat een lezer niet geraakt wordt.


‘De trap kronkelde van de mensen.’


‘De zwerm witte jassen werd steeds groter en wervelender. Ze zoemden om mijn bed, raakten me aan en lieten me weer los. Ze riepen en zongen, over het leven en de dood. Ze werden engelen zonder vleugels, verbaasd en in de war over het lot dat zomaar deed waar het zin in had.’


‘In welk deel van haar hersenen zat haar persoonlijkheid te wachten tot iemand de deuren naar de wereld zou opengooien en zou zeggen dat het goed was?’


Suzan Hilhorst is verslaggever en programmamaker bij BNN-VARA. Hopelijk vindt zij de tijd en inspiratie om na dit overtuigende debuut meer te schrijven.


ISBN 9789048839667 | Hardcover | 192 pagina's | Hollands Diep | mei 2017

© Marjo, 30 mei 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER