Nieuwe recensies Non-fictie

Het dagboek van Renia Spiegel
Renia Spiegel

 
Als de vijftienjarige Renia niet Joods was geweest, niet was geboren was in 1924 en niet in Polen woonde, dan was dit een gewoon dagboek van een puber. Ze begint dan ook zo:

‘Waarom heb ik besloten juist vandaag (i.e.31 januari 1939) mijn dagboek te beginnen? Is er iets belangrijks gebeurd? Heb ik ontdekt dat mijn vriendinnen ook een dagboek bijhouden? Nee! Ik verlang gewoon naar een vriendin. Iemand met wie ik over mijn alledaagse zorgen en belevenissen kan praten.’

Wat wel heel duidelijk blijkt uit wat volgt is dat Renia een talent voor schrijven heeft. Ze componeert ook hele mooie gedichten, die tussen haar zielenroerselen in staan.
Maar dat zijn het grotendeels wel: zielenroerselen van een puber. Over de dagelijkse dingetjes in het leven van een jong meisje: school, vriendinnen, uiterlijk, eerste verliefdheden.
Niet dat ze niet over de oorlog schrijft. Ze moet wel, het beïnvloedt haar leven. Maar dat gebeurt op een haast terloopse manier, en alleen als het haar wereld verandert.
Renia heeft een jonger zusje, Arianka, ook kunstzinnig aangelegd, maar dan met belangstelling voor de filmwereld. Zij werd de Poolse Shirley Tempel genoemd, speelde daadwerkelijk in verschillende films. Hun moeder koos ervoor om vanwege haar carrière elders te gaan wonen, terwijl Renia bij haar grootmoeder bleef in Przemysl. Hun vader blijft grotendeels buiten beeld. Hij woonde elders in Polen, zorgde voor hun landgoed.
Als de oorlog uitbreekt betekent dit voor dat Poolse stadje dat het verdeeld wordt. Aan de ene kant van de rivier de San die door de stad stroomt hebben de Duitsers de stad bezet, aan de andere kant zitten de Russen. Dat betekent dat Renia gescheiden is van haar moeder en zusje. Ze mist haar moeder vreselijk.


‘Vandaag kan ik niet logisch nadenken. Dat noemen ze volgens mij neerslachtigheid. Iets vliegt razendsnel voorbij en verdwijnt in de mist. Zigzaglijnen, cirkels, strepen, nevel…Roze nevel, groenachtige. Nee, ik ben nergens nieuwsgierig naar. Een gedachte tolt door mijn hoofd, eentje maar, steeds dezelfde.
Mama…oorlog…bruine schoenen…Oorlog …Mama.’


In 1941 worden Joden verzameld in een getto. Vooralsnog ontsnapt Renia daaraan, maar ook zij zal moeten verhuizen. Dat gebeurt een half jaar later als de pogroms toenemen is geen Jood meer veilig.
In haar dagboek schrijft Renia op 8 december 1941:

‘Ik heb besloten om je eindelijk te vertellen wat er in de wereld gebeurt. Er klinken kanonschoten, gedempte knallen vanuit het zuiden en het oosten. De Duitsers bevechten Rusland aan het lange, enorme oostfront, de Engelsen vechten met Italië bij Tobroek, in Libië, waar zich een nieuw front vormt. Hongaren van het oostfront rijden richting de Heimat. Niemand weet precies waarom. Amerika vecht met Japan…Zo zijn we terechtgekomen in de tweede wereldoorlog van deze eeuw.’

Voor zover eigenlijk het oorlogsgedeelte, de reden waarom het dagboek van Renia nu uitgegeven is, omdat - zoals professor Holocaustgeschiedenis Deborah Lipstadt dat stelt in een voorwoord: ‘dagboeken ons iets bieden wat memoires ontberen: een emotionele betrokkenheid’.

Natuurlijk is dat zo. Renia’s leven was heel anders verlopen als zij niet in die tijd en op die plaats geboren was. Toch bestaat het dagboek vooral uit puberale schrijfsels. Himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt bij de eerste verliefdheid, bijbehorende twijfels on onzekerheden, pagina’s vol.
Renia wordt kort na haar achttiende verjaardag doodgeschoten.
Daarover vertelt Zygmunt, de jongen aan wie ze zoveel gedachten en woorden wijdde, aan het einde van Renia’s dagboek, dat bewaard is gebleven omdat hij het in handen kreeg. Begin jaren vijftig stuurde hij het naar Renia’s moeder. Die was intussen met haar jongste geëmigreerd naar Amerika. Die vond het in haar moeders bezittingen en legde het in een kluis in New York.
Bij de uitgave is het ene en ander toegevoegd: voorin vinden we kaarten, van Polen in 1939, en de stade Przemysl. Dan volgt het voorwoord door de professor, en een inleiding door de zus van Renia, die  nu Elizabeth heet.
Na het dagboek zelf, dat afgesloten wordt met het verhaal over de afloop door Zygmunt, schrijft Elizabeth nog een commentaar, waarin zij dingen toelicht waarvan zij denkt dat die misschien onduidelijk zijn gebleven in het verhaal van Renia.
In het midden van het boek is een katern zwart-witfoto's.
Zoals gezegd was Renia een talentvolle dichter. Ze won diverse prijzen.
Wat is werk nu eigenlijk, vraagt ze zich af, en dicht dan dit:

‘Alles zoemt en brult om ons heen
Het werk gaat almaar voort
Het schalt, het ratelt en het trilt
Vragend om soldaten voor de werkbrigades!
Het roept iedereen op, op het land en op zee
De mijnwerkers en de vrije vogels
Om hun bijlen te pakken, hun beitels, hun truffels
En onverwijld aan de arbeid te gaan
Om de grote wereld te veroveren
En vol trots een nieuwe te laten ontstaan.’


ISBN 9789402703276 | hardcover | 384 pagina’s | Uitgeverij Harper Collins | september 2019
Vertaald uit het Engels door Karin de Haas
Goed te lezen door jongeren vanaf 15 jaar.

© Marjo, 21 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De ziel
Graadmeter van je psychische gezondheid
Sabine Wery von Limont


De auteur studeerde eerst bedrijfskunde en vervolgens psychologie waardoor ze mensen beter leerde begrijpen: ‘Ik zag nu niet alleen hoe mensen zich gedroegen, maar begreep ook steeds vaker waarom ze zo deden’, pag. 15.


Zij ziet de hersenen als de basis van waaruit de mens wordt gemaakt tot wie hij is; hier zetelt de ziel in het zogenaamde limbisch systeem. De auteur geeft in dit boek veel informatie over de menselijke geest, legt helder uit en gebruikt ook een aantal keren een uitgebreide casus om haar betoog te illustreren. De ziel is een mozaïek en bestaat uit vele losse delen, is ook voortdurend in ontwikkeling.


Interessant is ook de verwijzing naar de oorlog en zijn psychische gevolgen. De Duitse auteur refereert hier een aantal keren aan. Veel meer dan mensen zich aanvankelijk bewust zijn, oefent deze periode nog lang daarna de nodige invloed uit op mensen.


De basisbehoeften van de ziel zijn het verhogen van de eigenwaarde, hechting, controle en zelfstandigheid, welbevinden nastreven en onbehagen vermijden. Ieder mens heeft een bepaalde manier van doen, de zogenaamde persoonlijkheidsstijl, en kan aan tal van persoonlijkheidsstoornissen lijden. Het kenmerk van een stoornis is dat iemand onvoldoende flexibel is en daardoor voortdurend in dezelfde problemen komt.


De ziel hanteert ook allerlei strategieën zoals afweermechanismen, de wilskracht om zich geconcentreerd in te zetten. Ook allerlei fobieën en angsten komen ter sprake. Van depressie wordt gezegd dat ‘je ziel door een hel gaat’. Depressie gaat vaak samen met angst.


Een ander hoofdstuk is gewijd aan de verbondenheid van ziel en lichaam, iets dat nog steeds te weinig wordt onderkend: ‘Het is een drama dat zich elke dag herhaalt. Van alle patiënten in de wachtkamer van huisartsen zit tussen de 20 en 40 procent voor niets te wachten; de oorzaak van hun probleem zit niet in hun lichaam, maar in hun ziel’, pag. 239.


De schrijfster haalt een opmerkelijke uitspraak van Plato aan die toen al constateerde: ‘De grootste fout bij de behandeling van ziekten is dat er artsen voor het lichaam en artsen voor de ziel zijn, terwijl die twee niet van elkaar gescheiden kunnen worden’, pag. 241.


Tenslotte komen psychologische scholen ter sprake en is er aandacht voor allerlei soorten therapie, waaronder EMDR. Goed is de ruimte voor religie, zingeving en vormen van meditatie die een therapeutische functie kunnen hebben.


Het boek is zeker interessant maar de titel suggereert toch iets anders, namelijk aandacht voor de diepste kern van de mens, het verborgen innerlijk van waaruit iemand leeft en wie hij ten diepste is. De auteur beschrijft op verdienstelijke wijze de menselijke geest, zijn functioneren en wat er allemaal fout kan gaan maar of dit nu ook de zíel van de mens is?


ISBN 978 90 373 49 | Paperback | 325 pagina’s | Atlas Contact | 17 januari 2020 |
vertaling: Ralph Aarnout

© Evert van der Veen, 20 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Beethoven in de bunker
Musici onder het nazisme: vereerd, verbannen, vergast
Fred Brouwers


Het grootste deel van dit boek bestaat uit portretten van klassieke musici, die op de een of andere manier met de nazi’s te maken kregen. Sommigen waren opportunistisch, anderen werden slachtoffer en er waren er ook die uit volle overtuiging meededen.


Het gaat te ver om in deze bespreking op alle verhalen in te gaan, dus zal ik me beperken tot een paar verhalen die veel indruk op me maakten, zoals het verhaal van Fritz Löhner-Beda, die onder andere teksten schreef voor Franz Lehar, die zelf ook in het boek voorkomt en misschien toch wel een merkwaardige rol heeft gespeeld. Fritz Löhnel Beda, belandde, omdat hij Joods was in Dachau en vervolgens in Buchenwald. Tot slot belandde hij in Auswitz om voor IG Farben te werken. Omdat hij uiteindelijk te zeer verzwakt was, om hard te kunnen werken, is hij uiteindelijk doodgeschopt. Fritz Löhner Beda had Franz Lehar nog een smeekbede geschreven, maar die heeft niets voor hem gedaan.


Franz Lehar is helemaal een bijzonder geval. De nazipartijideoloog Alfred Rosenberg trok fel tegen hem van leer, onder andere omdat z’n teksten veelal door Joden werden geschreven. Lehar had weliswaar zelf z’n Arische afstamming aangetoond, maar z’n vrouw was Joods. Probleem was echter dat Adolf Hitler nu juist een groot liefhebber van het werk van Lehar was, evenals Joseph Goebbels. Dit probleem werd als volgt opgelost. De libretti werden ‘bewerkt’ door Arische tekstschrijvers en de namen van de originele auteurs werden verwijderd. Mevrouw Lehar, die zich voor haar huwelijk tot het katholicisme had bekeerd, werd door toedoen van Goebbels tot Ehrenarier gebombardeerd.


En dan is er Joseph Schmidt, de Duitse Caruso, die op de vlucht voor de nazi’s in Zwitserland z’n einde vond. In het pension in Zürich waar hij verbleef, werd hij ziek en vervolgens werd hij naar het vluchtelingenkamp Girenbad gestuurd. Het land had namelijk een wet goedgekeurd om Joden niet als politieke vluchtelingen te beschouwen. Girenbad was geen luxeverblijf en Joseph Schmidt kreeg last van laryngitis (een ontsteking van het strottenhoofd, of de bovenste luchtpijp) en een ontsteking van de luchtwegen. Hiervoor belandde hij in een ziekenhuis in Zürich, waar hij als tweederangs burger behandeld werd. Hij gaf aan ook felle pijn in de borststreek te voelen en men weigerde hem vervolgens elk verder onderzoek. Hij werd genezen verklaard en uit het ziekenhuis ontslagen. Twee dagen later stortte hij in het kamp in elkaar met felle krampen in de hartstreek, maar de kampdokters gingen er argeloos aan voorbij. Hij werd naar een nabijgelegen restaurant gebracht, waar hij even later bleek te zijn overleden.


Het verhaal van andere mensen blijkt genuanceerder te liggen dan misschien wel eens wordt aangenomen. Richard Strauss blijkt vooral een opportunist te zijn geweest, die ook geprobeerd heeft om een aantal familieleden van z’n Joodse schoondochter en secretaresse, vrij te krijgen. Hij werkte ook samen met Stefan Zweig en weigerde deze samenwerking te stoppen, ook niet toen het verboden werd om werken uit te voeren. Hij schreef met tegenzin een Olympische hymne voor Hitler, maar na de oorlog componeerde hij, op verzoek van een Amerikaanse soldaat een hoboconcert.


Anderzijds blijkt Igor Stravinsky een bewonderaar van Mussolini geweest te zijn, die bovendien z’n afkeer van Joden niet onder stoelen of banken stak.


Er valt natuurlijk nog veel meer te schrijven over dit boek, dat wat mij betreft nog wel dikker had mogen zijn. Het geeft een aardig beeld van diverse bekende en minder bekende klassieke musici. Natuurlijk ontbreken er namen, zoals Wilhelm Furtwängler, de favoriet van Hitler, die wel in een paar stukken opduikt, maar geen eigen hoofdstuk heeft in dit boek.


Bij ieder hoofdstuk staat een foto van de persoon, of personen, waar het verhaal over gaat en het enige dat ik misschien echt mis is een personenregister. Op sommige plaatsen is duidelijk dat het boek door een Belg is geschreven. Bepaalde woorden heb ik echt op moeten zoeken, omdat ze in Nederland eigenlijk niet gebruikt worden. Voor het woord ‘chouchou’ heb ik zelfs internet moeten raadplegen, omdat dit een Frans woord voor ‘lieveling’ bleek te zijn.


Ik heb het boek met veel plezier gelezen en eerlijk gezegd zou ik ook nog wel een vergelijkbaar boek willen zien over mensen die misschien meer in de amusementsmuziek actief waren, zoals bijvoorbeeld de Comedian Harmonists, Marlene Dietrich, Zarah Leander, Johnny en Jones, Jacques van Tol en anderen.


Het boek bevat onder andere ook hoofdstukken over:
- Paul Abraham, die onder andere de muziek heeft geschreven voor de operette Victoria und ihr Husar. Hij ging naar de VS en werd daar geestesziek. In 1956 werd hij met een aantal anderen naar Duitsland teruggehaald, waar hij in de universiteitskliniek van Hamburg-Eppingen, behandeld werd door dokter Hans Bürger-Prinz, die in de oorlog als rechter/expert oordeelde over de gedwongen sterilisatie van mensen die als erfelijk ziek beschouwd werden.
- Arturo Toscanini    
- Elly Ney, een pianiste en rabiate Jodenhaatster.
- Anton Webern
- Olivier Messiaen, die een kamp bij Görlitz de gelegenheid kreeg om door te gaan met componeren.
- Anita Lasker, een celliste die deel uitmaakte van het Mädchenorchester von Auswitz. Het verhaal van dit orkest is verfilmd als ‘Playing for time’.
- Paul Hindemith
- Willem Mengelberg
- Herbert Ritter von Karajan
- Hanns Eisler, die samenwerkte met Bertold Brecht


ISBN 978 94 6267 183 6 | NUR 680, 662 | Paperback  | 214 pagina’s | Uitgeverij EPO | november 2019

© Renate 4 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Life
a journey through time
Edited by Christine Eckstrom
Frans Lanting


Dit boek is werkelijk een belevenis! In het persoonlijk getinte voorwoord legt de fotograaf Lanting uit dat hij graag de ontwikkeling van het leven op aarde in beeld wil brengen. Wanneer je aan dit boek begint, vraag je je of dat eigenlijk wel mogelijk is want wat is er nog over van al die miljoenen jaren waarin de aarde, planten en dieren zich hebben ontwikkeld? Wat herinnert ons na zovele miljoenen jaren nog aan die lang vervlogen tijden?


De auteur, een gedreven en bekwaam fotograaf, is heel de wereld over gereisd en op zoek gegaan naar levende tekenen van deze oeroude geschiedenis van onze aarde. Het resultaat is echt verbluffend: in ruim 175 foto’s weet Lanting hier het nodige van vast te leggen en in schitterende fotografie over te brengen. Niet ten onrechte wordt er van hem gezegd: ‘hij heeft de instelling van een wetenschapper, het hart van een jager en de ogen van een dichter’.


Lanting wil in dit boek dan ook een – uiterst geslaagde – brug slaan tussen onze liefde voor de natuur en de wetenschappelijke kennis die daarachter schuil gaat. Mooi geschreven teksten leggen uit wat er achter de foto’s zit, naast de korte bijschriften. Deze zijn soms ook wel nodig omdat de foto’s dan zo abstract lijken of zo sterk in met macrolenzen zijn gemaakt dat de lezer zich zonder enige hulp niet zo gemakkelijk kan oriënteren in de foto. Dat is een compliment want dit zijn vaak wel de meest bijzondere foto’s!


De lezer en kijker van dit boek maakt een mooie reis door de tijd en ziet in het eerste hoofdstuk ‘Elementen’ waaruit het leven is opgebouwd want op de eerste foto’s zijn de oudste sporen van de aarde zichtbaar. In het volgende hoofdstuk ‘Begin’ zien we prachtige voorbeelden van ééncellig leven. Vervolgens zijn er hoofdstukken gewijd aan de zee, het land en de lucht waar zich diverse levensvormen van flora en fauna bevinden. Bijzonder is ook het hoofdstuk ‘Duisternis’.


Meerdere foto’s roepen een soort oergevoel van schepping op en tonen prachtige basale vormen, lijnen en kleuren. Dat zijn bv. de weekdieren met hun schitterende transparante kleuren en de krab in Delaware Bay in de Verenigde Staten. Ook de close up’s van korstmossen zijn prachtig om te zien. Indrukwekkend is bv. de geiser in Nevada.


Gaandeweg wordt steeds duidelijker dat er – gelukkig – nog veel van oudsher in de natuur aanwezig is dat ons herinnert aan de lange wordingsgeschiedenis van de aarde. Er zijn veel schitterende en bijzondere foto’s: de reuzeschildpadden van de Galapogoseilanden, exotische bloemen, grasbomen in Australië, de close up van de schedel van een reuzenegel en de toendra van Alaska in herfstkleuren. Ook zijn er prachtige actiefoto’s van allerlei dieren.


Dit boek is een feest om te bekijken, een ware ode aan het leven!


ISBN 978 3836 572 43 | Hardback | 303 pagina’s | Engelse tekst | Taschen | augustus 2018

© Evert van der Veen, 30 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Atlas van de Tweede Wereldoorlog
De belangrijkste veldslagen en operaties in kaart gebracht
Alexander Swanston & Malcolm Swanston


Dit boek heeft een geheel eigen invalshoek en laat aan de hand van overzichtskaarten het verloop van de Tweede Wereldoorlog zien. Op deze manier worden gebeurtenissen visueel gemaakt en worden processen duidelijk: strategieën, aanvalsmanoeuvres, verdedigingslinies en veroverde gebieden worden in beeld gebracht. Zo wordt goed duidelijk wat er destijds gebeurde en welke militaire processen er plaats vonden.


Het boek begint bij de vredesverdragen na de Eerste Wereldoorlog omdat – achteraf gezien - hier de kiem van de Tweede Wereldoorlog werd gelegd. De depressie van de jaren 30 en de opkomst van het fascisme worden ook belicht.

Naast de kaarten is er toelichtende tekst die de geschiedenis vertelt. Ieder hoofdstuk begint met een kenmerkend citaat zoals dit van Adolf Hitler uit ‘Mein Kampf’: ‘Het voortbestaan en de bloei van ons ras en onze natie, het onderhouden van zijn kinderen en de zuiverheid van zijn bloed, de vrijheid en onafhankelijkheid van het vaderland, en het vermogen van de natie om de opdracht te vervullen die de schepper van het universum haar toewees’, pag. 28.
Daarnaast zijn er interessante en vaak aangrijpende foto’s waarbij een zekere nadruk ligt op militair materieel en militairen in oorlog.
Ook minder belangrijk of minder bekende gebeurtenissen worden belicht en zo geeft dit boek een compleet overzicht van deze wereldoorlog.


Boven ‘De Battle of Britain’ staat dit typerende citaat van Winston Churchill: ‘De strijd in Frankrijk is voorbij (het dramatische verlies bij Duinkerken). De strijd in Groot-Brittannië staat voor de deur. Van deze strijd hangt de toekomst van de christelijke beschaving af’, pag. 66.


Indrukwekkend zijn de kaarten waarop de bombardementen op Duitsland worden afgebeeld. We weten dat dit is gebeurd en we kennen – op afstand - ook wel de gevolgen ervan maar deze kaarten waarop de vele gebombardeerde plaatsen en doelwitten staan, maken nog eens ingrijpend duidelijk hoe omvangrijk deze bombardementen waren en hoeveel leed ze onder de Duitse bevolking teweeg hebben gebracht. De geallieerden kenden geen medelijden getuige dit citaat van luchtmaarschalk ‘Bomber’ Harris: ‘Ze zaaiden wind, nu zullen ze storm oogsten’, pag. 186. Een andere kaart vergelijkt de bombardementen op Duitsland met die op Groot-Brittannië.


Goed is dat dit boek duidelijk laat zien dat er sprake was van een wéreldoorlog door ook veel aandacht te besteden aan de fronten ver weg in o.a. het noorden van Afrika, Azië, de Atlantische Oceaan en uiteraard in de Sovjet Unie. Boven het hoofdstuk ‘Stalingrad 1942 – 1943’ staat dit citaat: ‘We weten nu dat de Duitsers niet menselijk zijn. Het woord ‘Duitser’ is het meest verschrikkelijke vloekwoord geworden. Laten we niet verontwaardigd zijn. Laten we doden. Als jij de Duitser niet doodt, doodt hij jou…. Als je een Duitser hebt gedood, dood dan een volgende’, pag. 188. Ook aan het beleg van andere Russische steden zoals Leningrad wordt aandacht besteed. Hoewel minder bekend waren dit ook bloedige veldslagen waarbij enorm veel mensen omkwamen.


Interessant zijn de kaarten van de geallieerde opmars vanuit Sicilië en het zuiden van Italië die meestal niet zoveel aandacht krijgen in de boeken. Nu wordt duidelijk hoe de Duitsers geleidelijk terug werden gedreven en hoe intensief deze strijd is geweest.


Uiteraard is er ruim aandacht voor operatie Overlord, beter bekend als D-day, maar hier gaan enkele kaarten met eerdere plannen uit augstus 1943 en april 1944 aan vooraf. Op verschillende kaarten wordt de opmars van luchtmacht en marine zichtbaar. Ook de Duitse verdediging in Frankrijk krijgt aandacht evenals het bereik van het Duitse afweergeschut. Een andere kaart laat de opmars na 3 maanden strijd zien en die eigenlijk nogal bescheiden omdat het Duitse verzet zich inmiddels had hersteld en felle weerstand bood.


Operatie Market Garden, alias de slag om Arnhem, wordt belicht evenals het Ardennenoffensief. Boven dit laatste hoofdstuk staat dit citaat van een generaal: ‘Het hele gevecht in de Ardennen draaide om kruispunten. In een ondergesneeuwd bos blijft een leger namelijk zo veel mogelijk op de weg’, pag. 312.


Ook de geallieerde opmars in Duitsland in maart 1945 wordt afgebeeld evenals de slag om Berlijn.


Tenslotte is er aandacht voor de machtsblokken van de NAVO en het Sovjet blok en de atoombommen die op Hiroshima en Nagasaki werden gegooid om Japan tot overgave te dwingen.


Een indrukwekkend overzicht met aantallen slachtoffers van vele landen besluit dit bijzondere en informatieve boek waarin de vele en zware militaire operaties centraal staan die tot onze vrijheid hebben geleid.


ISBN 978 90 8998 1899 | Paperback | 400 pagina’s | 2019 | Librero

© Evert van der Veen, 28 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

From Russia with Blood
De moordcampagne van het Kremlin en Poetins geheime oorlog tegen het Westen
Heidi Blake

 

De titel van dit boek geeft prima aan wat het thema is. Rusland vervult onder leiding van Poetin weer een hoofdrol op het wereldpodium. Maar daarbij schuwt hij moordaanslagen op zijn tegenstanders niet. We kennen sommige namen nog wel vanuit het nieuws. De schatrijke zakenman Boris Berezovski, gewurgd, de voormalige geheim agent Aleksandr Litvinenko, vergiftigd met polonium, en Sergej Skripal, de voormalige medewerker van een militaire inlichtingendienst, die een aanslag met zenuwgas op het nippertje overleefde. Er vielen nog veel meer slachtoffers dan de drie die hier genoemd zijn.


Het boek zoomt in op de periode dat de Sovjet-Unie ineenstort en eerst Boris Jeltsin en daarna Vladimir Poetin aan de macht komt. Het is een vreselijk woelige periode. Het land wordt geteisterd door bomaanslagen en gijzelingen, een economische en politieke crisis, overal is corruptie, de maffia is oppermachtig. Sommige mensen weten in die paar jaar van anarchie een onmetelijke rijkdom te vergaren.


Maar toen Jeltsin werd opgevolgd door Poetin was het voorbij met de vrijbuiterij. Poetin wilde alleenheerser zijn en zijn macht niet delen met oligarchen. De ene na de andere magnaat ontvlucht met zijn aanhang Rusland. Velen vestigen zich in Londen en smokkelen via schimmige constructies hun kapitaal Rusland uit. Intussen annexeert Rusland de Krim, voert oorlog in Oost-Oekraïne en is het land betrokken bij het neerhalen van de MH17.


De oligarchen in ballingschap blijven een gevaar voor Poetin. Met de miljarden die ze tot hun beschikking hebben, voeren ze een perscampagne tegen Poetin en financieren ze oppositiepartijen.


Het is een bizarre tijd. De ballingen leiden een leven van ongehoorde luxe, smijten met geld en dagen Poetin uit. Maar ze zijn ook permanent in gevaar, want Poetin slaat terug met moordcampagnes. De ene na de andere Rus sterft onder duistere omstandigheden. Het boek somt veertien voorbeelden op van Russen die stierven door ‘zelfmoord’ of een ‘hartaanval’ of iets dergelijks.


Veel van deze onverwachte sterfgevallen werden nauwelijks onderzocht door de Engelse autoriteiten. De regering wilde Poetin ontzien. Er stonden grote economische belangen op het spel. Poetin was ook nodig om Iran in toom te houden en om de oorlog in Syrië niet verder te laten escaleren. Op den duur konden de elkaar opeenvolgende aanslagen echter niet langer genegeerd worden. Theresa May, minister van binnenlandse zaken, verklaarde dat de moorden ‘een flagrante en onacceptabele schending van de internationale wetten’ waren, maar ze voegde eraan toe dat het niet in het belang van Groot-Brittannië was om Poetin van zich te vervreemden nu men hem zo hard nodig had. Het was onbetwistbaar dat Poetin bloed aan zijn handen had, maar de moordenaar moest ontzien worden. Het Westen kon het nog zoveel over mensenrechten hebben als men wilde, maar toen het eropaan kwam, zwichtte het Westen voor de politieke realiteit.


De auteur van dit boek, Heidi Blake is een Britse onderzoeksjournalist. Ze werkt voor BuzzFeednews, een Amerikaans bedrijf dat zich bezighoudt met internnetmedia, nieuws en entertainment. Heidi Blake schrijft vlot en boeiend. Veel van haar informatie komt uit openbare nieuwsbronnen, maar een flink deel is ook ontleend aan niet-openbare bronnen. Dat maakt het lastig om het verhaal op juistheid te controleren en na te gaan of de bewering dat Poetin zelf opdrachtgever is geweest, juist is. Aannemelijk is dit echter wel. De Russische hand is duidelijk herkenbaar in al die aanslagen. Het polonium waarmee Litvinenko vergiftigd werd, kwam uit een nucleaire reactor in de Russische plaats Majak. Dat is de enige plek op aarde waar in voldoende hoeveelheden dit zeldzame radioactieve gif wordt gemaakt. Het ligt voor de hand dat een aanslag met dit gif niet kan plaatsvinden zonder medeweten en goedkeuring van Poetin zelf.
Volgens dit boek zitten niet Tsjetsenen achter de bloedige aanslagen in Moskou, maar heeft Poetin daar de hand in gehad. Hij had een legitimatie nodig om Tsjetsjenië binnen te vallen. Als alle feiten uit dit boek kloppen, heeft in Rusland een gangster de macht in handen. Dat is verontrustend en zoals het boek terecht stelt: beangstigend.


Het boek is door uitgeverij Nieuw Amsterdam weer verzorgd uitgegeven. Een fotokatern van zestien bladzijden brengt de hoofdpersonen dichterbij. Het boek sluit af met een beknopte bibliografie en een register.


| ISBN 9789046823552 | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | Paperback | Omvang 304 blz. | november 2019

© Henk Hofman, 23 december 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Weg van oorlog
Over militarisme en antimilitarisme
Ludo De Brabander


Laatst las ik in de krant de opmerking dat wie geweld en oorlog wil afschaffen het beste de mens kan afschaffen. Vanaf het prille begin van de geschiedenis van de mens maakt oorlog immers deel uit van diens bestaan. Dat wil niet zeggen dat wij ons daarbij neer moet leggen. En Ludo De Brabander doet dat zeker niet. “Het gezicht van de oorlog is afschuwelijk en vol menselijk lijden”, schrijft hij terecht.


Zijn boek gaat over oorlogen, humanitaire missies, het militair-industrieel complex, de NAVO en het bezit en gebruik van kernwapens. De Brabander bouwt verder op de inzichten van Karl Liebknecht (1871-1919) en Jean Jaurès (1859-1914). Liebknecht noemde militarisme ‘onze meest dodelijke vijand en Jaurès probeerde in 1913 algemene stakingen te organiseren om de regering te dwingen met Duitsland te onderhandelen en zo oorlog te voorkomen. Beide mannen werden overigens vermoord. Nog een tragische overeenkomst tussen de Duitse en de Franse socialist.


Het thema ‘oorlog en vrede’ is complex en heel vatbaar voor tegenstrijdigheden. Jean-Paul Sartre bijvoorbeeld demonstreerde tegen de oorlog in Vietnam en protesteerde tegen de koloniale oorlogen die Frankrijk in Algerije voerde. Tegelijk verdedigde hij de Stalinistische terreur in de Sovjet-Unie als een noodzakelijk kwaad om kapitalistische structuren omver te werpen. Dit valt niet te rijmen met elkaar. Het is consequenter om elk geweld af te wijzen, of het nu van links of van rechts komt. De Brabander benoemt het niet expliciet, maar ik heb de indruk dat hij op dit standpunt staat.


De Brabander streeft naar een ‘vredescultuur’ waarin het gaat over waarden en attitudes, met de keus voor dialoog en onderhandelingen. Een samenleving is pas stabiel en veilig als de toegang tot de basisbehoeften (zoals voedsel, onderwijs, gezondheidszorg) verzekerd is voor al haar leden. De mogelijke bron van spanningen en conflicten is dan weggenomen. Als burgers ruimere mogelijkheden krijgen voor inspraak en medezeggenschap ontstaat er meer ruimte voor het debat en de zoektocht naar een oplossing die voor iedereen bevredigend is. Zijn opmerking dat er veel achter de schermen geregeld wordt, waar de nationale parlementen buiten worden gehouden, snijdt hout.


De Brabander constateert volkomen terecht dat vredesmissies in feite militaire interventies zijn, en dat die nogal eens mislukken. Ze monden meestal uit in chaos met als gevolg dat de plaatselijke bevolking extra hard getroffen wordt. Het is veel gemakkelijker om een regime te verdrijven dan de stabiliteit van een land te herstellen en een staat weer op te bouwen.


Gewelddadige conflicten moet je bijtijds zien te voorkomen door ‘early warning systems’ in te bouwen. De signalen springen op rood als er voedseltekorten zijn, de werkeloosheid hoog is, mensenrechten geschonden worden, de welvaart daalt en de ongelijkheid toeneemt. Conflicten kun je beheersen met crisismanagement, een diplomatieke aanpak, het beleggen van een vredesconferentie, de noodlijdende bevolking humanitaire hulp te verstrekken, en de partijen fysiek te scheiden door een bufferzone aan te brengen.


De Brabander pleit voor ontwapening, het ontbinden van de NAVO en de keuze voor de dialoog boven wapengekletter. Er komt daardoor meer geld vrij voor het ontwikkelen van een land (infrastructuur, gezondheidszorg, onderwijs). Daarmee verklein je het risico van een militair conflict.


Op zich is dit een sympathiek boek en heeft De Brabander gewoon gelijk dat de mensheid alles op alles moet zetten om oorlog uit te bannen. De zwakte van het boek is in mijn ogen dat De Brabander oorlogen te veel ziet als het gevolg van een bepaald systeem (het kapitalisme, de vrije markt, het militair-industriële complex). Is oorlog uitgebannen als je dit systeem ontmantelt? Mensen voeren oorlog, ongeacht het systeem waarin zij leven. Oorlog heeft dus met de menselijke natuur te maken.


Het boekje doet ook wat gedateerd aan. Ik moest denken aan de periode 1970-1985, de tijd van de demonstraties tegen de oorlog in Vietnam en het plaatsen van kruisraketten op het grondgebied van de NAVO. Het kapitalisme en de Verenigde Staten stonden in die tijd voor het grote kwaad. De geopolitieke verhoudingen zijn na die tijd echter wel gewijzigd. Wij beleven een verschuiving in de machtsbalans. China is de wereldmacht in opkomst. Europa heeft moeite om zijn positie te handhaven. Er ontstaan nieuwe conflicthaarden. In hoeverre kan een permanente dialoog garant staan voor conflictbeheersing? Bestaan er oplossingen die voor iedereen bevredigend zijn? Het kan de diplomaten toch ook een keer uit de hand lopen, zoals dat is gegaan bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog? Betekent het standpunt van De Brabander dat een land de mogelijkheid accepteert om bezet gebied te worden?


Soms overdrijft De Brabander ook. Ik zie nog geen ‘militarisering van de EU’, die ‘verontrustende proporties’ aanneemt (blz. 49). En het gaat ook wel ver om de hekken in Hongarije en de deal die de EU met Turkije sloot onder de noemer te brengen van ‘een militarisering van de Europese grenzen’ (blz. 42).


Samengevat: een mooi boek, maar het ideologische kader verdient een update. Ludo De Brabander is woordvoerder van ‘Vrede vzw.’ en publiceert regelmatig boeken en artikelen over dit onderwerp.


| ISBN 9789462671980 | Uitgeverij EPO vzw | Paperback | Omvang 135 blz. | december 2019

© Henk Hofman, 19 december 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Brieven aan mijn peetzoon
Over karaktervorming voor grote en kleine christenen
Stanley Hauerwas


De vorm is aardig bedacht: brieven schrijven aan je petekind. Wat is een peetouder? Hauerwas legt het uit als iemand die je metgezel en vriend is en zo is ook de toon van dit boek: zorgzaam. Een oudere die zich bekommert om het leven van een jongere die nog aan het begin van het leven staat.


De vraag is wel of de jonge Stanley, aan wie deze brieven zijn gericht, ze ook echt zal lezen en meer nog: of hij de inhoud ervan kan begrijpen en op waarde kan schatten. Echt kindvriendelijk is de inhoud namelijk niet en de auteur, Amerikaans theoloog, lijkt ook geen moeite te doen om bij een jonge generatie begrijpelijk over te komen. Het vraagt in elk geval theologische ontvankelijkheid en een behoorlijke algemene ontwikkeling. Kan dat van een jongere worden gevraagd?


Afgezien daarvan is dit boek een mooi menselijk verhaal. Veel essentiële thema’s uit ons leven komen aan de orde en Hauerwas is bereid om zijn levenservaring met anderen te delen. Hij beschouwt het leven vanuit een menselijk en christelijk perspectief, staat stil bij waar het ten diepste om gaat en betrekt daar ook tal van anderen bij die hier iets waardevols over hebben te zeggen. Tegelijk is het boek min of meer een spiegel van onze tijd en de huidige, met name Amerikaanse, samenleving.


Hauerwas voert in dit boek een hartstochtelijk pleidooi om zorgvuldig, verantwoordelijk en aandachtig te leven. Hij hoopt dat mensen zorgvuldig zijn in de keuzen die ze maken en in de omgang met andere mensen. Hij wijst ook op onze verantwoordelijkheid zodat we beseffen wat er – vaak onbewust – van ons uitgaat en hoe dit op anderen overkomt. Middels een aantal kernwaarden kan een mens dan groeien naar een aandachtig leven waarin het geschenk van het leven wordt gewaardeerd en met warme liefde wordt geleefd.


Hauerwas schrijft zijn kleinzoon op elke verjaardag van de doopdatum een brief, 16 brieven in totaal, van 2002 tot 2017, want je bent ‘levenslang een christen in wording’. Elk jaar staat een ander woord centraal en zo komen o.a. vriendelijkheid, vriendschap, geduld, hoop, rechtvaardigheid, moed, blijdschap, eenvoud, standvastigheid, soberheid en geloof ter sprake.


Enkele dingen die mij troffen:

- Vriendelijkheid is niet iets dat je – soms krampachtig – nastreeft maar je bént het al, het zit al in je. Mooi is ook de opmerking dat vriendelijkheid Gods karakter is.

- Moed is niet zozeer onverschrokkenheid maar omgaan met je angst: ‘Wie moedig is, kent angsten die lafaards nooit zullen kennen’.

- Standvastigheid is niet het vasthouden aan je visies en daarin rechtlijnig zijn. Het is meer jezelf zijn zodat je betrouwbaar op anderen overkomt. Je bent zoals je doet.

- Soberheid is belangrijk bij het omgaan met onze verlangens. Geven we daar ongeremd aan toe en laten we ons daardoor leiden of stellen we grenzen en durven we onszelf ook beperkingen op te leggen?


ISBN 978 90 4353 283 9 | Paperback | 156 pagina’s | KokBoekencentrum Utrecht | 19 november 2019
Vertaling: Jaap Slingerland

© Evert van der Veen, 17 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Alles lijkt zoals het was
Frits Spits


Deze presentator van radioprogramma’s als ‘Avondspits’ en ‘Nieuwsspits’ verloor in 2018 zijn vrouw Greetje na een korte maar ernstige ziekte. Zij leed aan longkanker. Frits ‘maakt de balans op van zijn bestaan en geeft zo niet alleen een portret van Greetje maar ook van zichzelf’, pag. 10. Het boek is een ‘muzikale bedevaart’ waarin Frits aan de hand van 20 eigentijdse Nederlandstalige liedjes terugblikt op het leven met zijn geliefde Greetje en op intense wijze zijn huidige gevoelens van gemis en verdriet verwoordt. Hij weet dit alles mooi onder woorden te brengen en kiest vaak treffende beelden. Frits heeft een fijngevoelige pen.


Bij het eerste opgenomen liedje ‘La vie est belle’ van Diggy Dex ziet Frits vol weemoed terug op de goede en liefdevolle jaren die achter hem liggen.


Het liedje ‘Huis van fluweel’ van Kommil Foo roept herinneringen op aan zijn grootouders die in Auschwitz omkwamen en Frits is zich ervan bewust dat ook zijn ouders door de oorlog zijn getekend.


Ook het liedje ‘Zelfs nu je zwijgt’ van Veldhuis en Kemper roept weemoedige herinneringen op aan de prachtige tijd met Greetje die nu niet meer bestaat. Frits is hier duidelijk over zijn levenshouding: ‘er is geen god’.


Bij alle liedjes zijn er rake typeringen, mooie associaties en ervaart hij een ándere, innerlijke band met Greetje. Diep van binnen blijft zij in hem aanwezig en zal zij gedurende zijn verdere leven met hem meegaan. Eigenlijk is Frits in dit boek voortdurend met zichzelf in gesprek en zijn de liedjes die achter in het boek op twee CD’s zijn opgenomen, een spiegel van zijn gevoelens en gedachten. Zo beschrijft hij veel menselijke ervaringen. Het meest wezenlijke kan hij bijna niet zeggen maar vindt hij terug in een liedje van Anouk: ‘Ik ben als verdriet zonder een traan. Alles donker om me heen’, pag. 62. Deze zin typeert zijn stemming die is als eb en vloed: goede en minder goede momenten wisselen elkaar voortdurend af.


Tevens besteedt Frits, hij is tenslotte presentator die veel met muziek werkt en daar veel vanaf weet, aandacht aan de artiesten en de liedjes die zij ten gehore brengen. Zijn achtergrondkennis werpt een goed licht op de teksten en wat de uitvoerenden daarmee willen zeggen.


Frits beschrijft ook een gesprek met Youp van ’t Hek die hem ooit op het hart bond dat onze tijd van leven kostbaar is. Youp reageerde al naar Frits op de dag dat hij de advertentie van Greetje plaatste en Frits is hem daar dankbaar voor.


Het liedje ‘Dan huilt mijn hart’ van Ernst Jansz & Luna roept bij Frits veel herkenning op. Nu hij alleen is, emotioneren liedjes hem meer en beluistert hij daar andere dimensies in dan voorheen.


Trijntje Oosterhuis zingt een liedtekst ‘Ken je mij’ van haar vader Huub Oosterhuis, geënt op psalm 139 maar dan in ruimere context die Frits diep raakt. Hij is zich ervan bewust dat hij eerder zei niet gelovig te zijn maar hier voelt hij de ‘mystieke kracht van woorden en universele religiositeit’.


Een liedtekst van Jan Rot troost Frits en het lied ‘Die zelfbedachte hemel’ van Frank Boeijen is voor hem tot een bron van inspiratie waardoor hij zich met de dood van Greetje kan verzoenen.


Dit boek is een persoonlijk en ook kwetsbaar verslag waarin liedjes aanzetten tot diepe bezinning op het leven in al z’n menselijkheid. Dit boek is dan ook een bijzondere verbinding tussen persoonlijke rouw en liedteksten.


De liedjes van Veldhuis en Kemper ‘Zelfs nu je zwijgt’, ‘Zeg me nog één keer’ van Rob de Nijs, ‘Dan huilt mijn hart’ van Ernst Jansz & Luna, ‘Ken je mij’ van Trijntje Oosterhuis en het liedje waarnaar dit boek is genoemd ‘Alles lijkt zoals het was’ van Frank Boeijen troffen mij in het bijzonder. Dit zijn echt rustige en sfeervolle luisterliedjes.


ISBN 978 90 245 8700 1 | Hardcover | 159 pagina’s | Luitingh-Sijthoff Amsterdam | november 2019

© Evert van der Veen, 9 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Moonshots
Reis naar de maan
De ultieme fotokroniek van de NASA

Piers Bizony


Dit boek is een ware belevenis! De titels van de hoofdstukken roepen verwachtingen op die volkomen worden waargemaakt:

1. Deze nieuwe oceaan
2. Apollo stijgt ten hemel
3. Mens op de maan
4. Meters maken op de maan
5. Verblijf buiten de aarde


Het boek opent met de beroemde toespraak van president John. F. Kennedy in 1962:


‘We hebben ervoor gekozen om in dit decennium naar de maan te gaan en die andere dingen toen, niet omdat ze gemakkelijk zijn, maar omdat ze moeilijk zijn, omdat ze een beroep doen op onze beste krachten en vaardigheden …… Wanneer ik zeg, beste landgenoten, dat we een gigantische raket van zo’n 100 meter hoog,k de lengte van dit footballveld, naar de maan gaan sturen, 384.000 kilometer van het controlecentrum in Houston vandaan, een raket gemaakt van nieuwe metaallegeringen, waarvan een deel nog niet is uitgevonden, die vele malen hogere temperaturen en belastingen kunnen weerstaan dan ooit tevoren, en zorgvuldiger in elkaar gezet dan de onderdelen van het beste horloge, met alle benodigdheden voor de aandrijving, geleiding, controle, communicatie, voedsel en overleving, op een onbeproefde missie naar een onbekend hemellichaam, en hem dan behouden laten terugkeren naar de aarde, warbij hij met een snelheid van meer dan 40.000 kilometer per uur de dampkring binnenkomt, en de temperatuur oploopt tot half zo hoog als die van de zon, zo heet als maar kan, dan moeten we vermetel zijn’.


Deze legendarische woorden betekenden een enorme stimulans voor de Amerikaanse ruimtevaart die op dat moment achter lag op de ontwikkelingen binnen de USSR. Kennedy gaf een duidelijk doel aan dat technici en wetenschappers inspireerde om te gaan voor een landing op de maan.


Dit boek maakt indruk door zijn vele grote en schitterende foto’s waardoor de lezer echt tot deelgenoot van de ruimtevaart wordt gemaakt. Wat zich ergens in de ruimte afspeelt, komt zo de huiskamer in of misschien is het wel andersom: wij worden betrokken bij wat hier gebeurt. Aan het begin van het boek is er de nodige uitleg over de fotografie en reproductie van foto’s in de ruimtevaart. Hiervoor werd de Zweedse Hasselblad camera gebruikt.


20 juli 1969 zette de eerste mens voet op de maan vanuit de Eagle (‘The Eagle has landed’ luidden de woorden nadat het voertuig op de maan was aangekomen) nadat de Apollo 11 drie astronauten vanaf de aarde daarheen had gebracht. Vele prachtige foto’s brengen gebeurtenissen die zich op onpeilbare afstand van ons afspeelden, levensecht dichtbij. Het grote formaat van dit boek doet recht aan het belang daarvan en geeft de afbeeldingen alle ruimte om krachtig tot de lezer/kijker van dit boek te spreken. Er zijn tal van beroemde foto’s bij zoals die van de eerste ruimtewandeling vanuit de Gemini 4. Ontroerend mooi zijn de foto’s van de aarde die grotendeels blauw overkomt in de ruimte.


Ruimtevaart is niet alleen maar een succesverhaal. Van de 600 mensen die in de ruimte zijn geweest, zijn er 21 op een of andere wijze omgekomen. Het is eerlijk om ook bij die schaduwkant stil te staan. Ook is er aandacht voor wat soms mis dreigde te gaan maar kon worden opgelost.


Bijzonder is de foto van de aarde wanneer de Apollo11 zijn baan om de aarde verlaat op weg naar de maan. Een deel van de aarde is hier in verticale richting zichtbaar.


De beroemde foto ‘Earthrise’ is ook te zien, waarbij een deel van de aarde is te zien vanaf de oppervlakte van de maan. Vele foto’s van het maanoppervlak en maanlandschap laten zien hoe de maan er uit ziet. De beroemde voetstuk van Aldrin ontbreekt uiteraard niet. Van de andere astronaut op deze missie zijn woorden die nog onverminderd actueel zijn: ‘Ik geloof werkelijk dat als de politieke wereldleiders hun planeet vanaf een afstand van 160.000 km konden zien, ze met heel andere ogen zouden kijken……. De aarde moet worden zoals hij eruit ziet: blauw en wit, niet kapitalistisch en communistisch, blauw en wit, niet arm en rijk, blauw en wit, niet afgunstig en benijd’.


De missie met de Apollo 12 levert prachtige foto’s van het maanoppervlak op en de fraaie close-ups brengen deze planeet dichtbij. Prachtig is ook de foto van de maan vanuit de Apollo 15 wanneer deze de terugreis naar de aarde is begonnen.


Wat de maanlanderpiloot van de Apollo 16 in 2007 zegt, ervaart degene die dit boek in handen heeft ook: ‘De maan was de schitterendste woestijn die je je kunt voorstellen. Onbedorven. Onaangetast. Hij straalde helemaal en het scherpe contrast met de zwarte hemel vervulde je van verwondering en opwinding’. Schitterend is ook de foto waarop de zuidpool en Afrika vanuit de ruimte zichtbaar zijn.


Dit boek kan niemand onberoerd laten en je hoeft geen doorgewinterde kenner met specifieke interesse voor ruimtevaart te zijn om intens van dit boek te genieten.


ISBN 978 94 63592901 | Hardcover | 240 pagina’s | Librero Kerkdriel | november 2019

© Evert van der Veen, december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van leed naar liefde
Van liefde die pijn doet naar liefde die gelukkig maakt
Claudia Krumme


Claudia Krumme doet al twintig jaar onderzoek naar de vraag hoe je van een verslavende relatie tot een volwaardige, respectvolle relatie kunt komen en geeft de lezer handvatten om dat doel te bereiken. 


De schrijfster gebruikt de mooie term 'emotioneel onbeschikbare partners' waartoe mensen zich aangetrokken kunnen voelen. Maar hoe komt het dat de een wel in zo'n verslavende, destructieve relatie terecht komt en de ander niet? Welk verslavingsgedrag vertoon je? En vooral hoe doorbreek je dat patroon, hoe leer je de valkuilen en trucjes die je verleiden om dat gedrag voort te zetten te doorzien? Hoe kom je uiteindelijk in een evenwichtige, gelijkwaardige en gezonde relatie terecht?

 De definitie van een relatieverslaafde is:  'Je bent relatieverslaafd als je je op structurele basis aangetrokken voelt tot emotioneel onbeschikbare partners.

Claudia Krumme legt eerst uit hoe het komt dat iemand emotioneel onbeschikbaar geworden is en welke kenmerken zo'n emotioneel onbeschikbare partner heeft.
Een relatieverslaafde 'kan een onbedwingbare behoefte voelen om voor zo iemand te zorgen en hem liefde te geven zodat hij zal veranderen en je uit dankbaarheid daarvoor al die liefdevolle aandacht, begrip en erkenning zal geven waar je zo'n behoefte aan hebt. - Vaak is dit liefde die je in je eigen leven gemist hebt.-  Als dit niet werkt kom je steeds dieper in de valstrik van je verslaving te zitten. Je raakt geobsedeerd en verliest jezelf volledig.' (in feite gebeurt bij een drugs, eet of drankverslaving hetzelfde) Maar loslaten van de relatie is nagenoeg onmogelijk.

In feite is alles zowel de emotionele onbeschikbaarheid van de ene als de relatieverslaving terug te voeren naar de jeugd.


'Eigenlijk heb je deze onvervulde behoefte aan liefde, emotionele aandacht en erkenning al veel eerder opgedaan, net als je emotioneel onbeschikbare partner. Ze ontstaan vaak in je kindertijd door de omgang met je ouders of verzorgers, alleen kon je er op dat moment niets aan doen dat ze niet vervuld werden. Als kind was je immers volledig afhankelijk van je ouders of verzorgers en de liefde en aandacht die zij gaven. Om te overleven heb je daarom onvervulde behoeften onderdrukt door middel van overlevingsstrategieën, maar je hebt ze wel opgeslagen in je onderbewuste.'


En dat is nu net iets waar mensen later in hun relaties mee te maken krijgen. Ze gebruiken die strategie van hun jeugd nog steeds!


Naast de relatieverslaving bestaat ook de liefdesverslaving en codependentie.
Bij liefdesverslaving ben je verliefd op de liefde en blijft maar zoeken naar een partner om de kick van verliefd zijn te beleven. Maar onder dit gedrag zit veel angst om alleen te zijn, je leeg te voelen, niet mee te tellen, weinig zelfvertrouwen hebben etc.
Deze verslaving in al zijn vormen en met al zijn kenmerken wordt eveneens,  op een (ver)heldere(nde) manier, uitgebreid besproken en uitgelegd.


Codependentie is verslaafd zijn aan de goedkeuring van anderen. Volgens de schrijfster is dit 'de onderlaag van àlle vormen van verslaving en vormt het een van de eerste reacties - de basis overlevingsstrategie - op een onveilige hechting met je ouders of in reactie op ouders die emotioneel onbeschikbaar waren.'
Mensen die codependent zijn kunnen moeilijk grenzen stellen, hebben geen eigenwaarde, kunnen zich moeilijk uiten etc. Ze willen controle houden.


Dit zijn de voornaamste vormen van relatieverslavingen.
In dit boek wordt letterlijk alles besproken rond het probleem van deze verslaving, zoals vormen van liefdesverslaving, vormen van hechting (veilig - onveilig) en de reactie daarop (vechten of vluchten of beide). Parentificatie (het kind zorgt voor de ouder), bindingsangst, hechtingsangst, de vormen van overlevingsstrategieën, vluchten in drugs, alcohol, gokken, veel geld uitgeven, overmatig sporten etc.


Maar ook lezen we hoe je uit deze relaties kan stappen en hoe je van je relatieverslaving af kunt komen. 'Wordt comfortabel met het oncomfortabele'. Ofwel accepteer jezelf maar dan ook helemaal, met alle plussen en minnen is de boodschap. Hoe je dat kunt bereiken krijgen we natuurlijk ook te lezen. In feite is het rationeel gezien heel eenvoudig om te doen maar emotioneel gezien minder makkelijk en dat wordt ook zeer zeker erkent door de schrijfster.


Wat dit boek zo prettig maakt is dat Claudia Krumme op een erg gedegen en directe manier de gevolgen van deze verslaving bespreekt én de lezers de weg wijst om uit deze verslaving te komen. Na elk hoofdstuk geeft ze korte opdrachten die goed uit te voeren zijn, om zo inzicht in je eigen gedrag te krijgen.
Een boek om naast je bed te leggen en in te blijven lezen totdat je àlles helemaal tot je door hebt laten dringen om zo bevrijd te raken uit de slopende relatieverslaving en helemaal vrij bent om jouw eigen leven te lijden.
Claudia Krumme is in feite de Nederlandse Brene Brown, maar dan met de specialisatie relatieverslavingen.


ISBN 9789462471481 | paperback | 248 pagina's | Uitgeverij Counseling Center Changes |november 2019
Ook verkrijgbaar als luisterboek

Dettie, 21 januari 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Chinese propaganda verblindt de wereld
Jeanne Boden


De schrijfster is sinologe en volgt China al dertig jaar op de voet. In haar voorwoord vertelt ze dat de mooie muziek in de Chinese werkeenheden en universiteitscampussen ook een functie heeft: aangeven wanneer het tijd is om te werken, te studeren, te eten, te sporten. En dat China al decennia een veelheid aan controle-mechanismen heeft: bewaakte ingangspoorten, bewakers op elke verdieping van gebouwen, registratie bij de politie van elke check-in bij hotels of vrienden en uiteraard de ontelbare camera’s.


Haar motivatie om dit boek te schrijven was de volgende: door de OBOR (One Belt One Road) de BRI (Belt and Road Initiative) of De Nieuwe Zijderoute groeit de Chinese invloed in Europa pijlsnel, verdwijnen de democratische bedrijfscultuur en de Europese experten uit elk bedrijf dat Chinezen overnemen, verhuist het beslissingscentrum naar China. En toch blijven de Europeanen goedgelovig. Zij wil hen dus wakker schudden. En dat doet ze vanaf het begin.


China indoctrineert zijn eigen bevolking via het onderwijs en via allerlei vormen van propaganda. De media steunen de CCP (Chinese Communistische Partij) daarin. In de jaren ’80 hadden ze iets meer vrijheid, na Tiananmen weer niet meer.
Met Xi Jinping en De Nieuwe Zijderoute breidde die propaganda zich verder uit over de hele wereld. Maar dat was al veel eerder het geval: sinds de 4de eeuw v.C. propageert China dat het Rijk van het Midden en vooral de Han-meerderheid cultureel superieur is aan alle ‘barbaren’ (11-12). In werkelijkheid nam China van alles over van die ‘barbaren’: het boeddhisme, in de 17de eeuw de westerse wiskunde, in de 20ste eeuw het Marxisme en heel veel technologische kennis. Die overnames werden wel aangevuld (‘verrijkt’) met Chinese karakteristieken.
De Han-meerderheid van 92% wordt graag voorgesteld als één en uniform, maar bevat ook mensen met andere talen (Kantonees, Hakka, ..) en culturen (Mongoolse, Mantsjoe).


Boden omschrijft de ‘nationale mythe’ als volgt: de CCP is de basis van China’s succes; China is één grote, verenigde familie; China is altijd het centrum van de wereld geweest en mag die plaats terug opeisen voor zijn superieure cultuur. Chinezen zijn vredelievend en China is de enige veilige plaats ter wereld (p. 17). Door de propaganda zijn er wereldwijd al veel mensen die hierin geloven.


In deel I onderzoekt ze de nationale dimensie van de propaganda: ze analyseert duizenden slogans naar vorm en inhoud. In deel II bestudeert ze de internationale propaganda. Haar bronnenmateriaal bouwde ze zelf op: 30 jaar lang fotografeerde ze slogans in heel China. Van die 2.500 foto’s die ze voor deze studie selecteerde, staan er 60 in dit boek. Verder analyseerde ze ook tv-programma’s, films en publicaties.


Lees verder, klik HIER

 

Africa
Around the world in 125 years
Joe Yogerst
Reuel Golden (red)


Het tijdschrift National Geographic heeft in zijn 125-jarig bestaan een fraai fotoarchief van heel de wereld opgebouwd. Uit deze collectie zijn grote boeken over de werelddelen samengesteld waaronder dit deel ‘Africa’. Dit boek bevat 200 foto’s uit die 125-jarige geschiedenis waarvan er 40 nieuw zijn. Het is een indrukwekkend boek, door zijn formaat, gewicht en de verbluffende kwaliteit van de foto’s. De inleiding beschrijft de ontwikkeling van het tijdschrift en de fotografie.


Het boek laat zich bekijken als een ware rondreis door dit fascinerende werelddeel en is opgebouwd uit de volgende delen:

-       Noord Afrika

-       Centraal Afrika

-       Oost Afrika

-       West Afrika

-       Zuid Afrika


Elk deel wordt ingeleid met een citaat en de woorden bij Centraal Afrika uit 1961 zeggen iets over de tijd die nog niet eens zo lang achter ons ligt:


‘Maar ik voelde dat niets verder van Europa verwijderd kon zijn dan de regio Angola die we nu zouden binnengaan…. de zuidoost sectie, nog grotendeels onontdekt, bijna een witte vlek op de kaart. Hij is slechts bewoond door wilde dieren en rondtrekkende stammen, onder hen de verlegen, primitieve bosjesmannen’.


Zeer veel landen komen aan bod en zo maakt degene die dit boek in handen heeft kennis met vele culturen, landschappen, mensen en dieren. Het zijn schitterende sfeerbeelden die de vele aspecten van dit bijzondere werelddeel dichterbij brengt. Wie het boek doorbladert, ontdekt de grote verscheidenheid van dit continent. Door het grote formaat komen de foto’s krachtig over en wordt de kijker deelgenoot van de afbeeldingen die realistische trekken krijgen. Elke foto heeft een korte toelichtende interessante tekst.


De Giza piramide bij Caïro is overbekend maar deze foto uit 1912 geeft door zijn bijzondere invalshoek pas echt een indruk van de hoogte van dit gigantische bouwwerk.


We zien mensen in hun dagelijkse context zoals de schaapherder in de Sinaï, het dansende stamhoofd in Angola en de dansende Meri groep in Kameroen.


We maken kennis met eeuwenoude cultuur zoals het Berber huis in de Sahara van Libië dat zo’n 600 jaar oud is. Ronduit exotisch is de foto van het oude centrum van Timinoun, gebouwd uit rode klei op een kruispunt van wegen in de Sahara van Algerije. De foto dateert uit 1958 en je vraagt je dan ook af hoe het er vandaag uitziet.


Bijzonder zijn de huizen in Medenine in Tunesië die boven elkaar zijn gebouwd, langs smalle trappen zonder leuning bereiken mensen de hoger gelegen woningen. Mensen en kinderen poseren gewillig op de trappen. De foto werd dan ook in 1936 genomen en buitenlanders en fotografen waren toen nog iets dat men nooit eerder had meegemaakt. Een dergelijke pose zou vandaag niet meer tot de mogelijkheden behoren!


Prachtig zijn de beelden van de Nubiërs in het zuiden van Egypte en in Soedan.


De foto van de drinkende kamelen in de Guelta d’Archai in de Sahara van Tsaad is wat mij betreft één van de hoogtepunten van dit boek. In een fantastisch overzicht wordt heel deze kloof in beeld gebracht!


Ook de opname van de zeer actieve Nyiragorgo vulkaan met een groot vulkanisch meer, gelegen in Kongo, is indrukwekkend. Ook de berghellingen in het noordwesten van Rwanda, het Natron meer met zijn minerale bronnen in Tanzania en het kratermeer in Queen Elizabeth National Park in Uganda zijn een lust voor het oog.


Verder zijn er prachtige close-up’s zoals die van de kameleon in Zaïre, het nijlpaard onder water in het Tsavo National Park in Kenia, de stierkikker in de Okavango Delta in Botswana. Ook de olifant bij de Victoria watervallen, in Zimbabwe is fraai. Het dier kan zich ophouden omdat de foto in het droge seizoen is gemaakt.


Het boek bevat dramatische opnamen van wilde dieren in actie in vele landen zoals de waterbuffels in Uganda.


Het is verleidelijk om meer mooie opnamen te noemen: de rotsen in het zand van de Karnasai Valley in Tsaad, de zonsondergang bij Timbuktu in Mali en de Ténéré woestijn in Niger.


Je krijgt gewoon zin om er zelf heen te gaan maar je kunt ook zeggen: door dit boek heb ik het toch gezien!


ISBN 978 3836568760 | Hardcover | 312 pagina’s | Engelstalig | National Geographic, Taschen | juni 2018

© Evert van der Veen, 3 januari 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De bucketlist voor natuur-
liefhebbers

1000 locaties & avonturen voor de wereldreiziger
Redactie Kath Stathers


Dit is een boek waarin je je blijft verbazen over alles wat er op onze aarde leeft en over bijzonderheden in de natuur. In vijf hoofdstukken neemt dit boek je mee langs alle werelddelen. Een kleurencode geeft onder welk genre de 1000 items vallen: zoogdieren, zee, vogels, reptielen, amfibieën, bescherming, insecten en spinnen, schelpen en schaaldieren, planten en landschappen.


Het zijn overwegend dieren met bepaalde bijzonderheden die in dit boek voorkomen. Elk item wordt kort omschreven en er zijn leuke titels die nieuwsgierig maken en de lezer prikkelen om er zelf te gaan kijken al zal het voor niemand mogelijk zijn om deze bucketlist helemaal af te werken….


De big five van Afrika is algemeen bekend maar wie weet dat Alaska zijn eigen big five heeft? Dit zijn de wolf, eland, grizzlybeer, kariboe en Dalls schaap (4). Ook in het Yellowstone National Park in de VS kun je wolven tegenkomen (36).


Er is veel tot de verbeelding spreekt en het is dan ook moeilijk om een keuze te maken maar ik wil er toch enkele noemen die mij in het bijzonder troffen. Bij nummer 19 ‘Begroet een legende uit de diepzee’ is een prachtige foto van een grote octopus afgebeeld en de afgebeelde reuzenboom bij nummer 20 is buitengewoon indrukwekkend met zijn omtrek van ruim 30 meter. Spectaculair is de foto van de Amerikaanse missisippialligator in Florida (86). In Brits-Columbia kun je kajakken met orka’s (98) zoals op een fraaie foto is te zien. Zo zijn er veel mooie foto’s in dit boek te vinden, met name de close up’s zijn de moeite waard zoals die van de toekans (205) en zeker de slang in het Amazoneregenwoud in Brazilië (292). In Belize kun je snorkelen met haaien (204).


De omschrijvingen zijn kort maar daardoor wel zeer toegankelijk en leerzaam. Wie dit boek leest, steekt heel wat op over het dierenrijk en raakt onder de indruk van de leefwijze van dieren en hun specifieke kenmerken zoals kleurenpracht, grootte of kleinheid. Wat mij het meest trof was de sidderaal die met een korte schok van 860 volt zijn prooi kan verdoven (309).


Van Nederland zijn ook vier items opgenomen maar het is de vraag of dit nu een goede keuze is. Het Waddengebied ontbreekt en ook geen enkel nationaal landschapspark is opgenomen. Maar goed, ook zonder dit boek weten we in eigen land de weg wel te vinden… Dit boek daagt de lezer vooral uit om de grens over te gaan en verre oorden op te zoeken om daar bijzondere ontmoetingen met dieren te hebben.


Schitterend is de foto van de caracal, een wilde kat, die wel vier meter hoog kan springen en zo een vogel uit de lucht kan pakken (491).


In Afrika zijn Tanzania en Kenia uiteraard goed vertegenwoordigd want hier zijn veel wildparken. Prachtig is de foto van de witte haai in de Gansbaai van Zuid-Afrika die uit het water springt en zich in een horizontale lijn boven het water bevindt (632). In Australië kun je in de zuidelijke regio’s een blaffend reptiel horen (941).


Dit boek laat je van de ene verbazing in de andere vallen en biedt een verrassend overzicht van opmerkelijke dieren en hun gedrag op onze aarde.
Het boek is fraai uitgegeven en laat zich daarom plezierig lezen.


ISBN 978 94 6359 3045 | Hardback | 416 pagina’s | Librero | 2019

© Evert van der Veen, 29 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een rugzak vol verdriet
Kwetsbaarheid en kracht van rouwende jonge mensen
Riet Fiddelaers – Jaspers


Prachtig is het advies dat een kind in het voorwoord meegeeft aan de lezers van dit boek: ‘hou rekening met kinderen die verdriet hebben maar doe ook gewoon tegen ze. Dat hebben ze het liefste, ik wel tenminste’, pag. 12.


Het boek beschrijft wat er gebeurt in de periode van rouw en is daarom geschikt voor iedereen die hiermee te maken heeft of meer van het onderwerp wil weten. Rouw is volgens de ondertitel van dit boek wel toegespitst op jonge mensen omdat hun beleving van rouw soms toch net wat anders is dan die van kinderen of volwassenen. De overeenkomsten zijn echter wel doorslaggevender maar dat maakt dit boek niet minder waardevol want het is belangrijk genoeg om de specifieke rouwbeleving van jongeren te leren kennen. Hoofdstuk 3 gaat hier expliciet op in en heeft dan ook als titel ‘Rouw bij jonge mensen’.


Rouw uit zich emotioneel, lichamelijk en spiritueel. Goed is de aandacht voor wat genoemd wordt gestolde rouw: wanneer deze blijft steken in een bepaalde fase en de persoon gevangen houdt in het verdriet en het verleden.


Een belangrijk inzicht uit dit boek is het feit dat rouw niet ‘over’ gaat maar in zeker zin altijd zal blijven. Wél zal rouw in de loop van de tijd van karakter veranderen en minder hevig worden. Maar er zullen steeds weer momenten in het leven zijn dat het gemis naar voren komt en dat mag ook. Het is een teken dat degene die er niet meer is van betekenis is geweest en die relatie blijft leven. Er werd en wordt vaak gesproken over ‘rouwverwerking’ maar dit is eigenlijk een onjuiste benaming. Het suggereert teveel dat iemand in dit proces de rouw te boven komt en dat rouw er dan na verloop van tijd niet meer is. Rouw verandert echter van karakter, wordt meer latent en incidenteel maar wortelt zich tegelijk ook dieper in een mensenhart. Er zal altijd een ‘schaduw van verlies’ (Manu Keirse) zijn.


Waardevol is de nadruk die wordt gelegd op de relatie tussen kind en ouder: de hechting. ‘Hechting is de basis voor het omgaan met verlies en rouw’, pag. 66. Wanneer een kind een goed thuis heeft gelegd en een warme band heeft met zijn ouders, zal het beter in staat zijn om verliezen in z’n leven te dragen.


Een belangrijk verschil tussen jongeren en volwassenen is het verloop van rouw: ‘Bij veel jongeren duurt het jaren of soms zelfs tot ze volwassen zijn voordat ze echt voelen hoeveel pijn het verlies veroorzaakt heeft’, pag. 85. Jongeren leven vanuit hun eerste levenservaring vanuit de illusie van onkwetsbaarheid en wanneer er dan dicht bij hen iemand overlijdt, is dat een schokkende ervaring.


De auteur legt dit allemaal helder uit en geeft ook zinvolle aanwijzingen hoe mensen met jongeren kunnen omgaan. Dit boek is dan ook waardevolle gids voor ouders, leerkrachten en anderen die met jongeren omgaan omdat ze er veel praktische levenswijsheid uit kunnen opdoen. Met name hoofdstuk 3 ‘Rouw bij jonge mensen’ vertelt hoe mensen jongeren kunnen ondersteunen rond een overlijden. Hierbij worden drie stappen genoemd: informeren, betrekken, volgen.


De tekst wordt door heel het boek heen geïllustreerd met vaak aangrijpende voorbeelden en mede doordat de jonge leeftijden erbij worden vermeld, maken deze indruk op de lezer.


Goed is de aandacht voor rouw in andere culturen en de verhalen hierover maken duidelijk dat de beleving van verdriet soms heel anders is dan hetgeen wij gewend zijn. Er is ook aandacht voor een ouder die na een overlijden een nieuwe partner krijgt en wat dit voor kinderen betekent. Zeker voor kinderen die nog thuis wonen, is dit een ingrijpende verandering waar zij zelf niet altijd aan toe zijn. Het is belangrijk hen in dit proces te betrekken zodat zij hierin kunnen meegroeien.


In de kern gaat het om het vinden van een nieuwe balans tussen dóórleven en doorléven. De herinneringen mogen blijven leven want de band met de overledene blijft bestaan maar tegelijk zal het leven jongeren ook weer meenemen naar nieuwe momenten en gebeurtenissen.


Een prachtig boek over een verdrietig onderwerp, inlevend en met grote kennis van zaken en liefde voor mensen geschreven.


Dr. Riet J.M. Fiddelaers-Jaspers (1953) is trainer, adviseur, opleider en rouwtherapeut. Ze werkte in het onderwijs, studeerde sociale pedagogiek en specialiseerde zich in coaching, therapeutische werk en traumabehandeling. Voor haar werk voor rouwende kinderen kreeg Riet in 1998 samen met Stichting 'Achter de Regenboog' de Gerrit Brussaardprijs. Ze schrijft met name rouwboeken gericht op kinderen en jongeren. Daarnaast publiceerde zij boeken in samenwerking met andere rouwdeskundigen.
Zie ook https://www.omgaan-met-verlies.nl


ISBN 978 90 259 070 1 | Paperback | 286 pagina’s | Ten Have | augustus 2019

© Evert van der Veen, 28 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Zie hier mijn karakter
Dagboek van Margaretha Isabella van Ittersum (1783-1809)
Greddy Huisman


Er zijn absoluut overeenkomsten tussen het leven in de achttiende eeuw en dat van deze tijd. Maar dat geldt niet voor hoe het dagelijkse leven ging. Geen openbaar vervoer, wie geld had kon beschikken over een koets met paarden – die had je in allerlei prijsklassen – maar anders moest je gaan lopen. Even op bezoek, betekende meer reistijd dan je verblijf duurde, of je bleef maar meteen logeren.
Geen verwarming, en als je dan weet dat die tijd nu de kleine ijstijd wordt genoemd…
Geen elektriciteit, of stromend water, geen ander vertier dan gezelschap van anderen, misschien muziek of boeken.


En dan ben je van een hogere klasse – verarmde adel – en moet je je ook nog gedragen volgens allerlei regels. Want als er verder niets te doen is – buiten de kerk – dan let je op de anderen.


Belle van Ittersum (1783-1809) - voluit Margaretha Isabella - groeit op bij een tante in Friesland, omdat haar vader, weduwnaar, niet voor een meisje kan zorgen. Zij houdt een dagboek bij – een belangrijk tijdverdrijf uit die tijd, hetgeen zij later herschreef tot autobiografie, haar Histoire.
Natuurlijk is dat van het dagelijkse leven in die tijd wel bekend uit andere bronnen, maar een inkijkje krijgen in het leven van een tiener - een term van nu – dat is heel bijzonder.


‘Ik ben hartstochtelijk van aard, laat me snel meeslepen in woede, alles irriteert me dan. Ik ben ongeduldig, onbeheerst, extreem in vreugde en verdriet.'


Hier hebben we dan een van de overeenkomsten tussen nu en het verleden: de aard van de mens is nauwelijks veranderd. Sociale verhoudingen waren misschien aangescherpt, rang en stand was belangrijk, maar in wezen is de mens van toen net als de mens van nu. Dat is wat vooral naar voren komt uit de schrijfselen van Belle.  Zij is net zo onzeker als een jongere van nu, had eenzelfde behoefte aan aandacht, aan liefde. Dezelfde eigenwijze aard.


De Histoire is herschreven door een oudere Belle, waarmee we een fraaie indruk kunnen krijgen van haar leven. De eerste jaren van haar leven woont zij bij haar tante in Leeuwarden. Hoewel het wel mee lijkt te vallen, ervaart Belle de opvoeding als streng. Als zij vijftien wordt, woont ze weer bij haar vader, op Het Relaar, een landgoed tussen Heino en Raalte. Zij mist de stad, behalve het klimaat is ook geldgebrek een belemmering om zo vaak als zij zou willen op bezoek te gaan bij familie. Tegelijk is ze er zich van bewust dat ze op de huwelijksmarkt is gekomen. Maar hier is zij recalcitrant: zij zal niet trouwen met een man die haar vader uitzoekt, maar een waar zij zelf voor valt. En zij wil eerst reizen. Nee, ze droomt niet van backpacken in Australië, zij wil Gelderland zien, naar Den Haag. Maar in wezen is dat hetzelfde: dromen van iets wat niet voor iedereen weggelegd is.


De tijd waarin zij leeft en dus ook schrijft is een roerige tijd geweest voor Nederland. Niet dat Belle daar veel van meekreeg – geen media – maar er waren toch wel dingen die gevolgen hadden voor de adel. En dus voor Belle en haar familie.
De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) liet nog sporen na. De rol van de adel en de geestelijken is grotendeels uitgespeeld, de patriciërs winnen aan macht en invloed. Buitenlandse legers dachten te kunnen profiteren van een verdeeld land. Oranjegezinden (patriotten) en republikeinen (staatsen) streden om de uiteindelijke heerschappij. Engelsen vielen binnen in het Westen, Fransen in het Zuiden, Pruisen in het Oosten. Maar vooral blijft het boek een weergave en interpretatie van de dagboeken die Belle schreef, zichzelf blootgevend. De vraag is of het haar bedoeling was dat het door anderen gelezen zou worden, maar wij zijn vandaag de dag blij dat het bewaard gebleven is.


De Histoire werd in 1995 integraal in de oorspronkelijke Franse taal uitgegeven. Greddy Huisman stuitte op Belles naam in de roman ‘Een vergeten proces’, van L E (pseudoniem van de schrijfster Lite Engelberts).  Dit in 1925 verschenen boek verhaalt van een drietal Friese adellijke families, waarin het gaat over een verliefdheid die roet in het eten gooit van een gearrangeerd huwelijk.
Als rechtgeaard historica ging Huisman op onderzoek uit, en vond de Histoire. In het Frans. Zij vertaalde het weer terug naar het Nederlands en laat aldus de huidige geïnteresseerde lezer kennismaken met het leven van een jonge vrouw die ruim tweehonderd jaar terug leefde.
Het verhaal wordt afgemaakt door Vidal, Belles echtgenoot, die ook nog informatie geeft over de tijd van voor het huwelijk. Er is een kort nawoord, dan volgen nog enkele fragmentgenealogieën en andere lijsten met informatie en door de schrijfster geraadpleegde literatuur.


Er is geen lopend geheel van gemaakt, dat wil zeggen: het is niet gefictionaliseerd voor een betere leesbaarheid, maar het is als geheel een boeiend inkijkje in een andere tijd.


Zie hier mijn karakter is als deel 17 verschenen in de Reeks Adelsgeschiedenis van Stichting Werkgroep Adelsgeschiedenis.


Greddy Huisman is als historica altijd geïnteresseerd geweest in de raakvlakken tussen geschiedenis en literatuur. Zij promoveerde op een onderzoek naar gouvernantes in Nederland: Tussen salon en souterrain (Amsterdam, 2000).


ISBN 9789050482028  | paperback met flappen| 256 pagina's | Uitgeverij Philip Elchers | september 2019

© Marjo, 24 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Herdenken herdacht
Een essay om te vergeten
Simon(e) van Saarloos


Dit is een klein maar geen gemakkelijk boekje. Hoewel het achterin staat, is het uitgangspunt in feite een gedeelte uit een traktaat van Friedrich Nietzsche: ‘Over nut en nadeel van geschiedenis voor het leven’. Hierin pleit hij voor een kritische omgang met ons verleden ook als dat vragen oproept, schuurt en ons confronteert met feiten die we liever zouden willen vergeten. Geschiedenis is nodig voor een volk, is ons culturele erfgoed en is samenbindend maar de – te – grote hoeveelheid feiten kan ook verlammend werken. We overzien niet meer wat echt belangrijk is en laten hetgeen belangrijk en minder belangrijk is, naast elkaar bestaan. Nietzsche hoopt op een nieuwe, kritische bewustwording waarin geschiedenis ons weer iets te zeggen heeft.


Dit betoog sluit goed uit bij wat Van Saarloos, schrijver en filosoof, in dit boekje wil zeggen. In 2015 was zij de jongste gast ooit in het VPRO-programma Zomergasten. Zij wil de geschiedenis opnieuw doordenken en fundamenteel ánders benaderen.


Het boek haakt aan bij actuele discussies over herdenken van ons slavernijverleden en standbeelden van ‘foute’ zeehelden die hierbij betrokken waren. Maar ook de wijze waarop we omgaan met de slachtoffers van de MH17 en 4 en 5 mei komen ter sprake. Het nationaal comité 4 en 5 mei spreekt van een ‘gemeenschappelijke basis’ onder ons volk voor deze dagen. Ons algemene gevoelen is ‘nooit weer’ en dat is de basis van onze drang naar vrijheid van meningsuiting en ons respect voor andersdenkenden. De vraag is echter of dit werkt: ‘Mensen weten, en doen niets. Weten en herinneren maken niet moreel’, pag. 53.


Wij beleven onze geschiedenis op verschillende wijze en we zijn ons dat vaak niet eens bewust. Dat is de kern van de zaak. Blanke mensen uit westerse landen beseffen vaak amper de schaduwen van hun verleden m.b.t koloniën en slavenhandel. En áls ze het beseffen, staan ze de pijn ervan niet toe omdat het hun zelfbeeld door elkaar gooit. Zo kan het verleden ons verlammen en een schuldgevoel bezorgen en dat willen we eigenlijk niet. Waar de een het goed vindt dat er ‘struikelstenen’ zijn voor huizen waar Joden woonden die in de Tweede Wereldoorlog zijn weggevoerd, vindt een ander dit een onnodige confrontatie die we nu wel eens achter ons mogen laten en waar we niet letterlijk tegenaan behoeven te lopen.


Herdenken is dus minder eenvoudig dan het lijkt en de keuzen die mensen daarin maken, lopen soms behoorlijk uiteen en verraden soms de nodige vooringenomenheid en zelfbescherming. Elke keuze om te herdenken is daarom subjectief. Het één mag er zijn en wordt in een herdenking, museum of standbeeld in het centrum van de belangstelling geplaatst terwijl mensen aan het andere, dat evengoed aandacht zou verdienen, voorbijgaan.


Dit boekje is een stevig pleidooi om gevestigde posities open te breken. Geschiedenis die wordt afgesloten en tot canon wordt verheven, wordt dodelijk. Het is goed om nieuwe onontdekte feiten toe te laten, kritische standpunten erbij te betrekken en zo steeds opnieuw het gesprek met het verleden aan te gaan.


Dit pittige boekje vraagt om aandachtige (her)lezing en niet iedereen zal die moeite nemen. De schrijfster is zich daarvan bewust. Zij heeft dan ook niet gestreefd naar een gladgepolijst verhaal om bij een passende gelegenheid aan te horen maar wil mensen aan het denken zetten om hun geschiedenis voortdurend te heroverwegen.


ISBN 978 90 446 3973 5 | Paperback | 125 pagina’s | Prometheus Amsterdam | september 2019

© Evert van der Veen, 17 september 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het Oranjehotel
Een Duitse gevangenis in Schevingen
Bas von Benda – Beckmann


Deze gevangenis, waar in de Tweede Wereldoorlog ruim 25.000 mensen gevangen hebben gezeten, kreeg z’n beroemde bijnaam ‘Oranje hotel’ omdat er veel ‘Oranjeklanten’ gevangen zaten. Het gebouw dateert uit 1909 en telt 500 sobere cellen en in de periode van de Duitse bezetting waren hier 3 typen gevangenissen gevestigd: Kriegswehrmachtsgefängnis, Straf- und Untersuchungsgefängnis en de Polizeigefängnis. Aanvankelijk zaten er 2 à 3 personen in een cel, later werden dat er wel vijf. Mensen vanuit heel Nederland werden hierheen gebracht en verbleven gemiddeld 7 weken; de leeftijd was gemiddeld 31 jaar. Vermoedelijk zijn er 2000 mensen omgekomen. Dit boek schetst een veelomvattend beeld van de mensen en het leven in deze gevangenis en is ontstaan vanuit gedegen onderzoek.


In de inleiding wordt het belang genoemd van het dagboek van Riet Hoogland. Zij werd op 21-jarige leeftijd gearresteerd omdat ze betrokken was bij de productie en verspreiding van een ‘Hetzschrift’(=anti-Duits geschrift). Riet wist op velletjes toiletpapier maar liefst 200 pagina’s van haar dagboek naar buiten te smokkelen en is daarmee een waardevolle informatiebron geworden. Er worden overigens veel bronnen gebruikt en die spreken elkaar soms ook tegen omdat persoonlijke ervaringen en de beleving en interpretatie van gebeurtenissen verschillend zijn. Het boek schept daar ruimte voor en geeft zo een eerlijk overzicht van de zeer uiteenlopende groepen mensen die hier terecht kwamen en samen moesten optrekken in kleine cellen.


Het boek corrigeert op rustige en evenwichtige wijze de gevestigde gedachte dat hier alleen maar Oranjegezinde mensen van het verzet en ‘goede’ Nederlanders gevangen zaten. Dit is wel een zeer grote groep maar er waren ook Joden en mensen die Joden in huis hadden genomen; ook zaten er mensen die de ‘Arbeitseinsatz’ (oproep om in Duitsland te werken) ontdoken en waren opgepakt. Verder zaten er Jehovah’s getuigen en mensen met een criminele achtergrond. Er zaten ook mensen gevangen die hun onvrede hadden geuit tijdens de Februaristaking en mensen met principiële bezwaren zoals bv. Titus Brandsma.


Een heel andere categorie wordt gevormd door mensen die wegens zwarte handel, smokkel, illegale slacht en fraude met distributiebonnen worden opgepakt. Dit leidt ook tot spanningen in de gevangenis omdat mensen van diverse pluimage in een kleine ruimte met elkaar moesten leven. Er zitten dus mensen van uiteenlopende afkomst, geaardheid en geloofsovertuiging gevangen. Onder hen ruim 2000 Joden die veelal op transport worden gezet naar concentratiekampen elders.


‘Duidelijk is wel dat het Oranjehotel een veelzijdiger functie had dan tot dusverre is aangenomen. De Polizeigefängnis Scheveningen functioneerde als bewaarplaats voor een uiterst gevarieerde groep mensen die de Duitse wetten hadden overtreden…. (dit) laat zien dat het Oranjehotel in mindere mate een exclusieve bewaarplaats was voor de harde kern van georganiseerd verzet dan vaak is verondersteld’, pag. 68.


De eerste executie op de Waalsdorpervlakte vond plaats op 3 maart 1941; in totaal zijn hier 250 mensen doodgeschoten. Jan Campert schreef n.a.v. een executie zijn gedicht ‘Het lied van de achttien doden’.


Het boek schetst een beeld van vele individuele gevangenen en zo krijgt de lezer ook zicht op het verzet. De bekende groep geuzengroep IJzendraat komt ter sprake. Opvallend is dat men deze zware straffen na gevangenname niet verwachtte en dat men tijdens de oorlog minder zicht had op de organisatie van het verzet dan achteraf werd verondersteld.


Indrukwekkend is het verslag van de38-jarige Pim Boellaard:
‘Nu ben ik alleen tussen vier witte muren. Ik bekijk de inventaris, matras, kruk, hang mijn jas aan de kapstok en wrijf mijn pijnlijke polsen. Mijn hart bonst: wanneer ga ik eraan? …… Ik zeg hardop tegen mijzelf: ‘Ja, ik kan het’. Dat geeft weer wat rust’, pag. 109 – 110.


De illegale pers – Het Parool, Vrij Nederland, Trouw – komt ter sprake en het communistische verzet. De ontmoeting tussen mensen van heel verschillende achtergronden is boeiend en soms ook confronterend.


1943 is in de gevangenis een keerpunt zoals dat ook aan het front het geval is. De Duitse inval in Rusland is uiteindelijk niet succesvol wanneer het Duitse leger na een slopende strijd in 1943 bij Stalingrad wordt verslagen. Het Duitse regime verhardt en het Nederlandse verzet vindt nu ook met wapens en geweld plaats. Het verzet pleegt ook liquidaties.


Interessant is het hoofdstuk over de bewaking en de organisatie van de gevangenis. Het klimaat was wisselend, afhankelijk van de directeur en van de lagere rangen. Nederlandse NSB’ers waren het meest hard in hun bejegening van de gevangenen. Hoewel het beeld na de oorlog vaak anders was, lijkt het leven in de gevangenis in het algemeen vrij redelijk te zijn geweest. Er zijn ‘goede’ bewakers die op een menselijke manier met de gevangenen omgaan maar het gevangeniswezen in het algemeen was streng in die tijd en de benadering van gevangenen paste daarin. Er was soms sprake van excessief geweld tijdens verhoren en dit nam na 1943 toe.


Er waren celspionnen die het onderlinge wantrouwen voedden. Straffen gebeurde in de vorm van ‘kalte Kost’ (geen warme maaltijd), de isoleercel en vernederende en intimiderende behandeling of liever gezegd míshandeling. Met name Joden moesten het ontgelden. Ook vond er sexuele intimidatie plaats. De Duitse bewakers Kotalla, Weike en Schweiger waren gevreesd. Interessant is de uitleg die er wordt gegeven aan het gewelddadige optreden van sommige bewakers. Soms zijn het personen die psychisch labiel zijn of komen deze mensen uit een zwak sociaal milieu.


Er is een boekendienst, gevangenen maken en doen spelletjes. Het eten is redelijk in vergelijking met andere gevangenissen maar de kwaliteit en hoeveelheid worden na 1943 wel minder.


Op feestdagen is er ruimte om hier samen bij stil te staan. Ook is er geestelijke bijstand en werden er kerkdiensten gehouden waarover iemand zegt: ‘Voor den één hoop op vrijheid, voor den ander troost in ’t lijden, voor een derde de kracht om te sterven’, pag. 341. Geloof is voor velen – en dat past in die tijd waarin de grote meerderheid nog religieus was en tot een kerk behoorde – een belangrijke bron van innerlijke kracht.


Misschien wel de meest aangrijpende passage uit het boek is afkomstig uit een brief van de gereformeerde verzetsman Thies Jan Jansen die op de ochtend van zijn vonnis een afscheidsbrief schreef:


‘Als je deze brief ontvangt, dan ben ik in mijn Hemelsch Vaderland aangekomen. Ik ben volkomen bereid mijn leven te geven voor mijn God en Vaderland…..Ik voel geen haat meer…. Moeder ik bedank U voor de liefde en de trouw en van de Godvreezende opvoeding die U mij hebt gegeven. Thans zal ik Vader weerzien, over een uur reedsch’, pag. 484 – 485.


Veel is bekend geworden via clandestien naar buiten gesmokkelde briefjes.


Dit is een belangrijk en aangrijpend boek. Boeiend om te lezen, zeer toegankelijk geschreven, buitengewoon interessant in het beschrijven van alle aspecten van deze gevangenis waarin tegelijk een beeld van mensen in die tijd wordt geschetst. Goed dat dit waardevolle boek tot stand is gekomen nu het Oranjehotel een open monument is geworden. Indrukwekkend om te lezen!


ISBN 978 90 214 1537 6 | Paperback | 640 pagina’s | Querido Amsterdam | 5 september 2019

© Evert van der Veen, 12 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De spion en de verrader
Ben Macintyre


Dit boek over spionage tussen oost en west speelt in Koude Oorlog en de jaren daarna van de vorige eeuw en heeft direct al een spannend begin wanneer de geheime dienst afluisterapparatuur aanbrengt in de flat van hun spion Oleg. Hij wordt namelijk niet helemaal vertrouwd en daarom wil men zijn gangen volgen. Als goed getrainde spion heeft hij dit door en houdt er rekening mee.


Het wantrouwen is niet onterecht want Oleg heeft daarna een geheime ontmoeting met M16, de Britse geheime dienst want zijn hart ligt al langere tijd niet meer in het oosten:


‘de bouw van de Berlijnse Muur en het neerslaan van de Praagse Lente hadden hem verregaand beïnvloed en vervreemd; hij had voldoende westerse literatuur gelezen, wist voldoende van de werkelijke geschiedenis van zijn land, en had genoeg vrije democratieën gezien om te weten dat het socialistische nirwana zoals dat in communistische propaganda werd afgeschilderd een vreselijke leugen was’, pag. 83.


Oleg brengt belangrijke documenten op microfilm over naar M16 omdat hij toegang heeft tot veel vertrouwelijk materiaal. De KGB vermoedt echter een lek en haalt Oleg terug naar Moskou waar hij een lagere functie krijgt maar Oleg blijft toch in functie en wordt dubbelspion in Engeland. Hier blijft hij voor de KGB werken maar tegelijk sluist hij informatie naar de Britse geheime dienst door:

‘Gestaag werkte hij zich door zijn buitengewone reservoir aan onthouden feiten, stap voor stap, stukje bij beetje’, pag. 164. ‘Na drie maanden van debriefings had hij elk detail uit zijn herinnering prijsgegeven: het resultaat van de grootste ‘operationele download’ in de geschiedenis van M16, een verbazingwekkend precieze en uitgebreide kijk op de KGB, en de vroegere, huidige en toekomstige plannen ervan’, pag. 166.


De Britse geheime dienst ontdekt op deze manier dat haar Russische tegenstander minder gevaarlijk en professioneel is dan men voorheen dacht. Rusland verkeert vervolgens in de veronderstelling dat de Verenigde Staten een kernaanval van plan zijn. De relatie tussen oost en west komt hierdoor onder druk te staan en de positie van Oleg eveneens gedurende zijn werk in Londen. M16 voorziet hem vervolgens van zogenaamd ‘kippenvoer’ (niet heel belangrijke maar wel juiste informatie vanuit het westen). Wanneer Oleg dit daarna binnen de KGB kan delen, neemt zijn geloofwaardigheid weer toe.


Toch wordt hij op een gegeven moment weer naar Moskou geroepen waar men een onderzoek wil starten naar zijn integriteit. Oleg voelt zich in het nauw gedreven en besluit via Finland naar het westen te vluchten. Het wordt een spannende maar succesvolle ontsnappingstocht waarbij hun Russische achtervolgers het spoor bijster raken. Later volgt ook zijn gezin naar het westen.


Oleg is voor het westen van belang geweest: ‘De Amerikanen waren onder de indruk  en dankbaar. De Britten deelden met trots de expertise van hun sterrenspion. ‘De informatie van Gordiëvski was heel goed’, aldus Caspar Weinberger, minister van Defensie in de regering-Reagan’, pag. 364.


Dit boek wordt op de cover ‘Het grootste en spannendste spionageverhaal van de koude oorlog’ genoemd.


ISBN 978 90 225 8676 1 | Paperback | 412 pagina’s | Boekerij | november 2019
vertaling: Marieke van Muijden

© Evert van der Veen, 9 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Niemand is te klein om het verschil te maken
Greta Thunberg


Sinds haar toespraak voor de Verenigde Naties in september kent de hele wereld dit bijzondere en bewogen meisje uit Zweden dat zich met hart en ziel inzet voor ons leefklimaat. Met deze toespraak ‘Hoe durven jullie’ eindigt dit boekje. Het is een felle aanklacht tegen de huidige politici in de wereld die weinig of niets doen: ‘jullie generatie laat ons in de steek’ en ‘we laten jullie hier niet mee wegkomen’.


Het boekje is een bundeling van deze en andere toespraken die Greta vorig jaar en dit jaar in de wereld heeft gehouden. Ze is 16 jaar en weet waar ze over praat, heeft rapporten gelezen, beschikt over actuele kennis en weet deze toe te passen. Ze beroept zich op officiële documenten over de stand van zaken en klaagt politici aan dat zij die feiten wel kennen maar tevens ook negeren.


Mede door haar persoonlijkheid weet Greta dit krachtig en indringend over te brengen. Haar optredens maken indruk maar zij is ook onderhevig aan kritiek. Zij is zich daarvan bewust, spreekt daar ook over maar stapt daar overheen want zij wordt gedreven door de opdracht om een boodschap over te brengen: het gaat niet goed met natuur en klimaat en daar moeten we nú iets aan doen.


De tijd is beperkt, zo brengt Greta steeds met veel klem naar voren: ‘dit is een roep om hulp’ zei ze bij de klimaatmars in september 2018 in Zweden. Ze spreekt over ‘klimaatrechtvaardigheid’ en benadrukt dat de toekomst al is begonnen. ‘Jullie hebben geen excuses meer en de tijd dringt’, zei ze op de klimaattop van de Verenigde Naties in december 2018.


Greta heeft zich de klimaatcrises persoonlijk eigen gemaakt en lijdt daar persoonlijk onder. Typerend voor haar houding zijn deze woorden: ‘Ik wil dat jullie de angst voelen die ik elke dag voel’.


Dit is een klein maar krachtig boekje van een gedreven meisje met een boodschap die vooral in praktijk moet worden gebracht. Ter wille van de wereld, de natuur en de mensheid. Geen vrijblijvende boodschap!


ISBN 978 94 031 8380 0 | Paperback | 78 pagina’s |De Bezige Bij | oktober 2019

© Evert van der Veen, 6 december 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER