Nieuwe recensies Non-fictie

Een Uitnodiging tot Vrijheid
Direct ontwaken voor iedereen
Mooji


Anthony Paul Moo-Young alias Mooji is een begrip voor mensen die op zoek zijn naar verdieping en waarheid. Dat klinkt zweverig maar wie de you-tube filmpjes van hem bekijkt, begrijpt al snel dat Mooji niets liever wil dan mensen helpen om zo tot een vrij, rustig en harmonieus leven te komen waarin veel problemen zijn weggevallen.


Tijdens de Satsangs (bijeenkomsten) kunnen mensen namelijk levensvragen stellen aan Mooji en met veel humor én veel wijsheid geeft hij antwoord, zodat de mensen zien dat waar ze mee worstelen vaak van geen belang is. Hij helpt mensen zichzelf in al hun mooie glorie te ontdekken en het leert ze hoe ze hun vaak storende ego kunnen uitschakelen. Maar ook laat hij ze zien hoe mensen vanaf hun jeugd tot nu geconditioneerd worden in allerlei opzichten. Het is de kunst om dit in te zien en weer terug te komen bij wie je wérkelijk bent.
Elk persoon die Mooji tijdens een Satsang een vraag stelt, wordt met respect behandeld en krijgt een uitgebreid en liefdevol antwoord waarmee ze verder kunnen.


Helaas is het zo, dat veel mensen gelijk afhaken als ze horen over mensen als Mooji en ze zien niet veel meer dan een man in een lange jurk die - weliswaar met veel liefde - praat over je ware zelf, je leeg maken, je mind buiten laten etc. Het is erg jammer voor hen dat ze die deur naar de woorden en lessen van Mooji gelijk dichtslaan zonder hem het voordeel van de twijfel te geven, want het kan veel mensen helpen dingen in te zien waarvan ze zich niet beseffen dat ze daardoor zo'n moeite met bepaalde zaken hebben.


Voor diegenen die toch meer willen weten over een leven leiden zonder worsteling is het mogelijk heel interessant en leerzaam om naar hem te luisteren. Mooji heeft namelijk een wijsheid waarvan je voelt dat het échte wijsheid is en in dit boekje is daarover te lezen. Mooji laat iedereen vrij. Je moet niets maar je mag en kan met zijn woorden doen wat je wil.


Mooji richt zich in dit boekje rechtstreeks tot de lezers en nodigt ze uit om binnen te komen. Nadat hij verzocht heeft je schoenen buiten te laten, zegt hij:  "Laat ook je mind buiten, want die zal alleen maar in de weg staan van wat je werkelijk wenst te vinden." en daarmee begint zijn begeleiding in de reis die je via dit boekje gaat volgen. Als je echt helemaal leeg bent, dus als je je hoofd en alle gedachtes 'buiten' hebt gelaten - en Mooji geeft aan wát er allemaal in je hoofd kan zitten -  kun je binnenkomen...
En die plek waar je je dan bevindt, beschrijft hij ook, hij laat zien wat voor enorm verschil het is als je niet steeds alles interpreteert of een naam geeft én niet vast blijft zitten in gedachtes en denkbeelden. Binnen is alles zoals het is, niet meer, niet minder.


'Nu zegt de mind misschien: 'Dit is saai! Er is hier niets! Wat heeft het voor zin? Dit leidt nergens toe. Dit is allemaal slechts gepraat. Rationeel begrijp ik het, maar het helpt me niet.'


Maar dat is de truc van je geest, je ego, die je misleidt. Mooji vertelt wat er gebeurt als je naar die afleidende stem luistert, dan val je weer terug in de maalstrrom waar je juist zo graag afscheid van wil nemen. Vervolgens, als je je geest weer leeg hebt kunnen maken, stelt hij allerlei vragen over de toestand van Zijn waarin je je op dat moment bevindt.
Ook dat zal voor mensen die het boekje even snel snel lezen heel vreemd en misschien wel eng zijn, omdat het een heel andere manier van kijken/leven is dan je gewend bent. Je bent zo gewend op een andere manier op dingen te reageren en ervaringen gelijk te benoemen dat het moeilijk is om dat niet te doen en deze nieuwe ervaring te accepteren.
Mooji laat zien wat het is dat zo vreemd aanvoelt en helpt je daarmee om te gaan.


Volg me zorgvuldig. Lees langzaam. Haast je alsjeblieft niet.


Aanvankelijk was ik bang dat dit boekje, gezien het uiterlijk, vol met alleen maar spreuken en citaten van Mooji zou staan, maar gelukkig is dat niet het geval en doet het boekje recht aan de man en zijn manier van doen. Mogelijk dat de taal, het woordgebruik, voor mensen die nog nooit met deze manier van denken in aanraking zijn geweest aanvankelijk wat vreemd of lastig is, maar als je er eventjes goed voor gaat zitten is het in feite heel helder.
Mooji heeft met dit kleine boekje een fijne, korte maar krachtige handleiding gegeven om dichter bij jezelf te raken en een vrij leven te leiden door je te leren hoe je alle 'stoorzendertjes' en afleidingen uit je hoofd kunt laten verdwijnen en alles te laten zijn zoals het is.


ISBN 9789492995186 | Hardcover | 96 pagina's | Uitgeverij Samsara | juni 2019
Afmeting 10,6 x 15,5 cm

© Dettie, 20 augustus 2019

Lees de reaties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Daarboven zagen wij de sterren weer
Memoir
Jayson Greene


In dit boek vertelt de auteur over het verlies van zijn tweejarige dochtertje dat door een merkwaardig ongeval om het leven komt. Zij wordt namelijk getroffen door een loszittende steen die hoog uit een vensterbank op haar hoofd terecht komt. Het boek begint in een directe verteltrant waarin hij als vader tot haar spreekt. De titels van de hoofdstukken zijn kort en veelzeggend zoals bv. ‘Het ongeluk’, ‘Daarna’ en ‘Zwangerschap’.


Indringend is de beschrijving van hun ervaringen in het ziekenhuis waar direct al duidelijk wordt dat men niets voor hun kind kan doen. De paniek is voelbaar in het verhaal en grijpt de lezer naar de keel. Iedereen die een vergelijkbare situatie heeft meegemaakt – het gespannen en machteloze wachten op de eerste uitslagen – herkent dit. Nadat duidelijk wordt dat er een ernstige hersenbloeding is ontstaan, komt haar levenseinde onvermijdelijk dichterbij: ‘We weten allemaal dat Greta zal sterven, al hebben we de gedachte nog niet tot ons bewustzijn toegelaten’, pag. 23. Aangrijpend is ook de procedure rond de orgaandonatie; het tergende wachten en de formaliteiten zijn herkenbaar. Het is het laatste want straks zal er ‘een wereld zonder Greta’ zijn.


In dergelijke zinnen weet deze vader goed aan te duiden wat mensen in een gelijksoortige situatie meemaken en voelen. Wie dit niet uit eigen ervaring kent, zal er door dit boek wel dichterbij komen omdat de schrijver de gespannen stemming heel goed weet over te brengen. Wanneer zij na hun dochtertje's overlijden naar huis gaan worden zij daar ‘begroet door stilte’, pag. 61 en in zo’n kort zinnetje word de pijn van de leegte en de afwezigheid van het kinderstemmetje intens verwoord.


Dit boek helpt lezers om dichter bij de ervaring van een verlies te komen. In het begin is dat allesomvattend en vrijwel permanent aanwezig. Zo ervaart deze vader: ‘Ze is overal waar ik kijk!’, pag. 68. Mensen in de eerste periode van rouw zullen zich daarin herkennen want in die fase is degene die je mist steeds in je gedachten en alles om je heen leidt er op een of andere wijze heen.


Na twee weken probeert hij de draad op te pakken en gaat weer naar het werk. Dan blijkt dat alles ánders is geworden omdat hij zelf veranderd is maar na enige tijd treedt er – tot z’n eigen verbazing – een zekere gewenning op, er ontstaat een ‘zeurende pijn’. Die omslag wordt treffend verwoord: ‘Nadat we rechtovereind uit het laaiende vuur van het verdriet zijn gekomen, worden we nu geveld door de sleur ervan’, pag. 86. De rouw is echter onontkoombaar want hij is ‘een vader in de rouw’, pag. 89. Dergelijke zinnetjes komen echt binnen bij de lezer en maken het verdriet voelbaar. Zo vraag hij zich ook af: ‘hoe noem je ouders die kinderen verliezen?’, pag. 114.


Het zien van andere kinderen is confronterend en aangrijpend is zijn vertelling over de herbeleving van wat er is gebeurd en herinneringen aan haar geboorte. Bijzonder is het verhaal van hun deelname aan een rouwgroep met een heftige therapeutische handeling die daardoor uiteindelijk wel bevrijdend werkt en diepliggende innerlijke blokkades bij hen wegneemt. ‘Rouw … is een wereld die je binnengaat – een wereld van zachtere stemmen, vriendelijker blikken, meer aandacht, sterker meegevoel’, pag. 130 – 131.


Prachtig is het slot van het vierde hoofdstuk waarin zijn vrouw zwanger wordt. De verlieservaring werkt daar echter nog sterk doorheen. Dat is ook het geval wanneer het tweede kind – een zoontje – wordt geboren en later de gebruikelijke kinderziektes krijgt. Onmiddellijk slaat dan de angst bij de ouders toe en dat is herkenbaar voor iedereen die vanuit een ingrijpende gebeurtenis het leven voortaan niet meer onbevangen kan ervaren.


Omdat de ouders ervaren dat hun rouw wat traumatische trekken heeft die goede ervaringen blokkeren, besluiten ze naar een therapeut te gaan die met hen een ceremonie uitvoert. De beschrijving hiervan zal niet door iedere lezer helemaal begrepen worden en komt wat vervreemdend over. Het resultaat is wel dat hun innerlijke blokkade wordt weggenomen. Het hoofdstuk heeft een bijzonder einde dat deze wending verduidelijkt.


De geboorte van hun zoontje is een emotionele gebeurtenis en dat komt ook duidelijk over in het boek. De auteur voelt zich als vader herboren en bevrijd van de last van het verleden omdat hij de wrok kwijtraakt: ‘De galblaas van de haat die ik sinds Greta’s dood heb verzameld, houdt op met kloppen. Ik voel hoe alles binnen in mij dat hard en opstandig is, opbreekt en verdwijnt…’pag. 233.


Het verlies krijgt z’n plaats en eindelijk kan hij zijn dochtertje loslaten zodat het leven hier en nu meer ruimte krijgt: ‘Wat ooit een vloedgolf van verdriet was, is afgenomen tot een druppende kraan’, pag. 241. Langzamerhand krijgt hij weer vertrouwen in het leven.


De titel van het boek is ontleend aan ‘De goddelijke komedie’ van Dante.


In dit aangrijpende boek deelt de auteur als vader zijn gevoelens en ervaringen met de lezer zodat deze er enigermate in kan delen. Dit boek verwoordt hoe intens het verdriet van ouders is bij het verlies van hun kind en wie dit ook heeft meegemaakt, zal het niet zonder ontroering lezen.


ISBN 978 90 00 36275 2 | Paperback | 253 pagina’s | Spectrum Utrecht | juli 2019
vertaling: Annemie de Vries

© Evert van der Veen, 9 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en / of reageer, klik HIER

 

De gedrevene
Joop den Uyl 1919-1987
Dik Verkuil


Joop den Uyl woonde in Amsterdam-Buitenveldert. Ik kwam wel eens langs zijn huis, want mijn huis stond op loopafstand van de bungalow waar Den Uyl woonde. Het was geen buitenissig huis waar de socialistische voorman in woonde en zeker niet te groot voor een gezin met zeven kinderen.


Joop den Uyl was voor mijn generatie een begrip. Twintig jaar lang was hij dominant aanwezig in het nieuws. Den Uyl leek altijd onderweg te zijn, half hollend met wapperende jaspanden, een stapel papier onder de arm geklemd, een sigaar in de mondhoek. De titel van dit boek is dan ook trefzeker gekozen. Den Uyl was een gedrevene. Wat heeft deze man zich afgebeuld. Vergaderen, telefoneren, dossiers bestuderen. Het ging dag en nacht door, zeven dagen in de week.
Den Uyl had een ‘onbedwingbare begeerte om zichzelf te doen gelden’ (blz. 19). Maar het ging hem toch om meer dan alleen persoonlijke eerzucht. Den Uyl wilde toe naar een samenleving waarin macht, kennis en geld gespreid waren over de bevolking. Dat is hem niet meegevallen. Het leven van Den Uyl kwam erdoor in het teken van strijd te staan.


Het boek van Dik Verkuil geeft het beeld van een man die zijn hele leven heeft gevochten. Tegen de oppositie (vooral het CDA van Van Agt en de VVD onder Wiegel), tegen zijn politieke tegenstanders binnen de partij. En thuis zat zijn echtgenote Liesbeth, die hem bij tijd en wijle geducht de les kon lezen over politieke maar ook huiselijke zaken. Ik vroeg me af of Den Uyl wel gelukkig was met zijn leven. Maar als je Verkuil leest, denk je dat hij geen tijd had om over deze vraag na te denken.


Wat of wie inspireerde Den Uyl om zichzelf zo rusteloos op te jagen?
Den Uyl had een stevige Gereformeerde opvoeding gekregen. Tijdens zijn studententijd verloor hij het geloof van zijn jeugd, maar het Gereformeerde stempel is hij nooit kwijtgeraakt. Den Uyl werd een socialist in hart en nieren en droeg dat uit met het charisma van een dominee. Verkuil trekt de parallel met ds. Domela Nieuwenhuis (1846-1919).


Verkuil geeft een spannende beschrijving van de tumultueuze jaren tussen 1970 en 1990. Kwesties die de samenleving onder hoogspanning hebben gezet komen langs: het recht op abortus, de plaatsing van kruisraketten, de Molukse treinkapingen, de oliecrisis, bezuinigingen, de grondpolitiek, de vermogensaanwasdeling, het primaat van collectieve voorzieningen boven particuliere consumptie, de Lockheed-affaire. De belangen waren groot en de visies stonden haaks op elkaar.


Het lezen van dit boek is voor mensen die dit tijdvak bewust hebben meegemaakt een feest van herkenning. Verkuil dist ons het nieuws uit die tijd nog eens op, maar voegt er achtergronden aan toe en mixt het geheel met smakelijke anekdotes. Het is geen boek waarin Verkuil meedoet aan de trend om een ontluisterend beeld van zijn hoofdpersoon te schetsen. Dat idee kreeg ik wel even toen de auteur op blz. 20 zich verwonderd afvroeg: ‘hoe hebben zoveel mensen zolang in hem [Den Uyl] kunnen geloven?’ Het boek maakt duidelijk dat dit meer slaat op diens betweterigheid en drammerigheid, zijn onvermogen om met mensen een persoonlijke band te smeden, dan op een tweespalt tussen zijn socialisme enerzijds en zijn daden anderzijds.


Den Uyl ging voor de mensheid en niet voor de mens. Verkuil geeft daar een prachtig voorbeeld van. Twee keer vergat Den Uyl een afspraak die een journalist met hem had gemaakt. De derde keer ging het goed, maar gaf Den Uyl een monoloog ten beste van anderhalf uur zonder de man tegenover hem aan te kijken. Toen Liesbeth de koffie kwam brengen, zei hij: ‘Deze meneer hoeft geen koffie, want hij gaat zo weg.’ Daarna ratelde hij nog een uur door en schoof vervolgens zijn gast zonder groet naar buiten (blz. 13).


Een andere anekdote die Den Uyl typeert, las ik in een boek van Ben Bot (oud-minister van buitenlandse zaken). Hij wees Den Uyl er op dat zijn overhemd half uit zijn broek hing. Den Uyl zei dat dit goed was voor zijn imago. ‘Dan herkennen de mensen zich in mij en stemmen op de PvdA’ [Ben Bot, Achteraf Bekeken, blz. 116].


Militair historicus Christ Klep verhaalt dat Den Uyl de militaire dienstplicht ontliep, omdat hij niet wilde optrekken ‘met personen waarvan hij ten gevolge van opvoeding en onderwijs sterk verschilt’ [Van Wereldmacht tot ‘braafste jongetje’, blz. 65]. Dit wijst wat mij betreft niet op de hierboven genoemde tweespalt, maar op een ontwikkeling die Den Uyl in zijn denken heeft meegemaakt. Deze mededeling is gebaseerd op de biografie die Anet Bleich in 2008 over Den Uyl heeft geschreven. Volgens Verkuil heeft Bleich in haar biografie een te geflatteerd beeld van Den Uyl gegeven (blz. 14-15).


Het idee voor dit boek kwam van uitgever Henk ter Borg, die Verkuil aanzocht voor deze tweede biografie. Een prima idee en uitstekend is ook de keus voor Verkuil als biograaf. Als je het boek uit hebt, resteert een gevoel van medelijden. Wat heeft deze man, die zich zo uitgesloofd heeft voor zijn ideaal, bereikt? De maatschappij was niet zo maakbaar als deze vurige socialist had gehoopt. Hij heeft leiding kunnen geven aan één kabinet, ook alweer een ‘vechtkabinet’. Op aparte dossiers heeft Den Uyl echter wel successen geboekt. Het beste voorbeeld daarvan is de Lockheed-affaire, waarin prins Bernhard een treurige rol vervulde. De monarchie wankelde. Maar Den Uyl heeft de affaire snel en bekwaam behandeld. Op zijn slotpagina (blz. 414) geeft Verkuil zelf de betekenis van Den Uyl aan:


‘Hij was de laatste PvdA-leider die groot vertrouwen wekte bij de intellectuele bovenlaag én bij de arbeidersaanhang. Tot de dag van vandaag doet niemand hem dat na.’


Dik Verkuil is historicus, journalist bij de NOS en auteur van geschiedenisboeken voor het voortgezet onderwijs. Dit prima geschreven boek beveel ik van harte aan.


ISBN 9789046825648 | uitgeverij Nieuw Amsterdam | Hardcover | Omvang 462 blz. | augustus 2019

© Henk Hofman, 6 augustus 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER.

 

Het zoutpad
Raynor Wynn


Ik zat onder de trap toen ik besloot te gaan wandelen. Op dat moment had ik er nog niet bij stilgestaan hoe het was om 1014 kilometer te lopen met een rugzak op mijn rug. Ik had geen idee of ik me dat wel kon veroorloven, wist niet dat ik bijna honderd nachten wild zou kamperen, of wat ik daarna zou gaan doen. Ik had de man met wie ik al tweeëndertig jaar samen was, niet verteld dat hij met me meeging.


Intrigerende openingszinnen. Waarom zat Raynor Winn (50) onder de trap, hoezo zou ze het zich niet kunnen veroorloven, hoe kan het dat haar man het nog niet weet? Als we verder lezen komen we te weten dat op het moment dat de schrijfster en haar man Moth onder de trap gekropen zijn, de deurwaarders op de deur van hun zelf gerenoveerde boerderij staan te bonken. Ze wilden het moment nog heel even uitstellen, nu was het nog hun huis, hun land, hun Bed & Breakfast, als ze de deur opendeden was alles over, voorbij. Dan zouden ze dakloos zijn.


Zo zittend onder de trap ziet Raynor het boek Five Hundred Mile Walkies van Mark Wallington liggen. Gelijk weet ze dat dát het is wat ze gaat doen. Wandelen langs de kust, van Minehead in Somerset tot Poole in Dorset, 1014 km. Daarna zouden ze wel weer zien. Moth ziet het gelijk helemaal zitten...


Maar vijf dagen na de huisuitzetting kregen ze tot overmaat van ramp te horen dat Moth ernstig ziek is.  Hij krijgt de diagnose CBD. De levensverwachtingen na de eerste verschijnselen zijn zes jaar, maar die zijn bij Moth al om....  Als hij nog even op deze wereld wil blijven dan moet hij rustig aan doen zeggen de artsen. Hun innerlijke stem zegt echter iets anders. Ze gaan het Zoutpad wandelen!


De spotgoedkope rugzakken worden ingepakt en met een uitkering van 48 pond per week - wat later onverwacht 30 pond wordt -  en de routegids van Paddy Dillon op zak en een mobiele telefoon die ze van hun heftig protesterende dochter gekregen hebben. "Elke dag bellen mam!"  loop het stel hun avontuur tegemoet.
In feite is de wandeling aanvankelijk een vlucht, de waarheid is nog te moeilijk om te accepteren:


We waren niet op weg naar een nieuw beging, niet naar een nieuwe start waarmee een leven voor ons openlag. De aarde was opengebarsten, we lieten onszelf achter aan de andere kant van een kloof die we nooit konden oversteken. We vluchtten weg voor de scheur in de huls van een ander. Gingen gewoon weg. En vóór ons. De wandeltocht, alleen de wandeltocht.


De lange wandelingen en het overnachten in een klein tentje met dunne, goedkope slaapzakken, eist aanvankelijk veel van ze. Maar ze weten dat dit precies is wat ze nu willen én nodig hebben. Het is enorm schipperen met geld, campings zijn vaak te duur evenals een pasty of frites. Het stel leeft op rijst, noedels, karamelrepen en wat ze verder voor een heel laag prijsje op de kop kunnen tikken. Soms gaan ze 'virtueel' eten, ofwel kijken naar het aanbod in restaurants of winkels.
Ze ontdekken ook dat de  -jonge- schrijver van hun gids de route veel sneller liep, maar dat geeft niet. Hoe langer ze lopen, hoe langer uitstel van de vraag 'hoe verder?'


We lezen over de ontmoetingen met mensen van allerlei pluimage. Ze worden soms - als zijnde zwervers - weggekeken bij theehuizen, of ze vormen een enkele bijna een attractie, twee van die 'oudjes' die zomaar het zoutpad lopen, dat is cool! Het stel vertelt niet meer dat ze dakloos zijn omdat de houding van aanvankelijk vriendelijke mensen gelijk veranderde in afkeer als ze dat woord hoorden. We lezen over de man die ongevraagd hun toekomst voorspelt. 'Ze zullen hun problemen overleven en met een schildpad wandelen... ' 


We lezen over momenten van pure euforie en inzichten, we lezen over de inktzwarte dagen vol onweer, regen en wanhoop over Moths naderende einde. Er zijn momenten van pure en intense tevredenheid, momenten vol humor en er zijn momenten die minder plezierig zijn. Het is af en toe schrijnend om te lezen hoe mensen met elkaar om kunnen gaan. Maar ook is er soms onverwacht een lief gebaar, ze mogen binnenkomen, eten en slapen bij mensen.
Opmerkelijk is dat bijna alle andere daklozen goed voor het paar zijn en geven wat ze kunnen. Enkele rijke mensen tonen daarentegen hun verachting.
Kortom, Moth en Raynor ondergaan veel emoties en mijden lange lange tijd het onderwerp CBD. Maar ook daarin vinden ze uiteindelijk een weg.


De vrijheid en de prachtige natuur die ze onderweg te zien krijgen, werkt louterend. Opmerkelijk is ook dat Moth steeds soepeler wordt inplaats van stijver.  Raynor heeft daar zo haar theorieën over maar dat is onzin volgens de arts die ze na hun eerste wandeling weer bezoeken.
Eerste wandeling? Ja, want na een winter 'opgesloten' te  hebben gezeten en de stijfheid van Moth weer toeslaat pakken ze hun tentje weer  op, voor de volgende tocht...
Zal die hen naar een wandeling met een schildpad leiden?


Raynor Wynn heeft een prettige, niet sentimentele manier van schrijven. Ze registreert op een erg beeldende manier alles wat ze te zien krijgen en hoe zwaar, licht, mooi de natuur kan zijn. Vooral de momenten van een intens gevoel van vrijheid zijn prachtig weergegeven. Het stel bekijk alles met een niet aflatend optimistische.
Een verhaal dat je nog lang zal bijblijven vooral omdat het zo zonder opsmuk verteld is.


ISBN 9789460039409 | paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Balans | januari 2019
Vertaald door Annemie de Vries

© Dettie, 27 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Klap
Als een ongeluk je leven op zijn kop zet
Christine Kliphuis


Christine Kliphuis 'ken' ik voornamelijk van haar uitstekende ziekenboegboekjes voor kinderen, waarin ze een bepaalde ziekte of aandoening in begrijpelijke taal bespreekt en vertelt wat een kind kan verwachten aan onderzoeken en hoe deze onderzoeken zijn. Ook bespreekt ze de gevolgen van en eventueel medicijngebruik voor de aandoening en hoe je met de ziekte of aandoening kunt leren omgaan.


Het is wrang dat Christine Kliphuis nu een boek over zichzelf 'moet' schrijven en vertelt hoe een appende automobliste haar leven totaal op zijn kop zette. Door het appen zag de vrouw de auto van Christine niet en knalde er achterop. Het gevolg was een Whiplash die na googlelen tot Christines grote opluchting na drie tot zes maanden weer verdwenen zou zijn, enkele uitzonderingen daargelaten. Helaas behoort zij tot die uitzonderingen...


Het begint dus allemaal met het ongeluk waardoor Christine Kliphuis de whiplash opliep. Haar geheugen, energie en concentratievermogen zijn verdwenen. Van een vrouw zijn die midden in het leven staat, overal op af stapt, spontaan reageren kan en twee boeiende banen heeft, is haar leven veranderd in moeizaam dingen regelen, proberen afspraken te onthouden en uitgeput raken van de geringste inspanning.
Optimistisch als ze is, stort ze zich volledig in het herstelproces met compleet vertrouwen in de goede afloop. Maar naarmate de tijd verstrijkt, ontdekt ze dat het allemaal niet zo snel gaat zoals zij zou willen. Ze noemt zichzelf versie Klip 2.0 en wil graag terug naar haar oude vertrouwde Klip 1.0.


Ze beschrijft het proces dat ze zowel geestelijk, lichamelijk, sociaal als maatschappelijk moet doorlopen. Ze mist haar werk dat ze met veel plezier deed, enorm en wil erg graag weer beginnen maar haar hoofd laat haar in de steek. Ze was communicatieadviseur en klachtenbemiddelaar in de zorg. Logisch nadenken, alles snel op een rij krijgen, lukt helaas niet meer. Alles moet stapje voor stapje uitgedacht worden. Diverse dingen tegelijk doen, regelen en coördineren is er niet meer bij.


Ze zet zich volledig in, met hulp van Second Care, om weer aan de slag te kunnen maar dat lukt tot bepaalde hoogte. 2 x 2 uur is eigenlijk het maximale wat ze aankan en dan is alle energie over, loopt alles in haar hoofd door elkaar en is de coördinatie denken-doen verdwenen. De energiekoek is op en is er maar één ding wat ze wil, naar huis , geen prikkels meer, rust om zich heen.


Dit boek is net als haar ziekenboegboeken realistisch, ze beschrijft het traject van beseffen wat er aan de hand is naar de uiteindelijke werkelijke situatie zoals die nu is. Ze beseft dat de oude Klip 1.0 nooit meer terugkomt en dat ze moet leren omgaan met de nieuwe Klip 2.0. Ze beschrijft wat voor gevolgen het heeft voor haar sociale leven en huwelijk. Ze kan veel minder weg, moet keuzes maken in waar ze wel of niet naartoe gaat en moet vele dingen afzeggen omdat de energie ontbreekt. Ze beschrijft ook hoe haar partner en dochter moeten leren omgaan met de nieuwe Christien Kliphuis die niet minder is maar wel anders. Het meest lastige is, is dat er niets aan haar te zien is.


De verhalen over het reïntegratietraject worden eveneens zonder zelfbeklag of drama beschreven maar wel vertelt ze hoe heftig en moeilijk de gesprekken en confrontaties zijn. Vooral de bedrijfsartsen en leidinggevende zijn lastig en weinig begripvol, wat erg schrijnend is, juist omdat je weet hoe graag ze zelf weer aan de slag wil. De gesprekken en ontmoetingen hakken er erg in. Putten haar uit. Ze blijven maar sjorren en trekken aan haar, terwijl ze echt niet meer kan dan ze al doet, en dat is al teveel.  Uiteindelijk blijkt de diagnose niet aangeboren hersenletsel iedereen milder te stemmen. Whiplash is te vaag, nu is er een naam, een bewijs dat ze werkelijk iets heeft, hoe gênant dit ook is, want de klachten zijn voor en na de diagnose hetzelfde. Uiteindelijk komt ook wat de werksituatie betreft meer rust.


Al met al is het een erg leerzaam en realistisch boek voor mensen die eveneens onverwacht niet meer kunnen werken door een ongeval of ziekte. Christine Kliphuis maakt het niet mooier of dramatischer dan het is. Het is moeilijk, het is zwaar, maar het is uiteindelijk na veel vallen en opstaan ook een leven, alleen een ander leven dan zij of iemand anders voor ogen had.
Op haar website staat:


Ik laat de lezer dicht op de huid meereizen in de gebeurtenissen na het auto-ongeluk. Daarna draaide mijn leven ineens om revalidatie, re-integratie, WIA, letselschade en het vinden van een nieuwe vorm.

Door de problemen in mijn brein kostte het schrijven van dit boek me drie jaar – mijn andere boeken schreef ik naast mijn werk in de avonduren – maar het is gelukt!

Ik hoop met Klap bij te dragen aan meer kennis en begrip voor onzichtbaar letsel zoals whiplash en niet-aangeboren hersenletsel (NAH). NAH veroorzaakt een breuk in je levenslijn.


Hiermee ben ik het volledig eens. Het is een boek dat elke arbeidsdeskundige, huis-, reïntegratie-  en/of bedrijfsarts zou moeten lezen.
Maar ook een boek dat veel mensen met een whiplash of niet aangeboren hersenletsel zal helpen.
Kortom, een boek dat je bijblijft.


ISBN 97890 50191197 | Paperback | 240 pagina's | De Vier Windstreken | juni 2019
Met webadressenlijst voor mensen met een whiplash of niet aangeboren hersenletsel

© Dettie, 20 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Victoria, de jonge koningin
Helen Rappaport


Voor wie deze koningin niet kende was er onlangs de televisieserie Victoria, de jonge koningin. Het scenario voor die serie is van de hand van Daisy Goodwin. Zij schreef ook een voorwoord bij het boek dat bij de serie verscheen.


Victoria was de langst regerende koningin (voor Elisabeth): van 1837 tot 1901. In het kort schrijft Goodwin over hoe zij door de dagboeken van Victoria gefascineerd raakte. Zij vroeg zich af hoe het achttienjarige meisje zich gevoeld moest hebben toen ze plotsklaps de beroemdste vrouw ter wereld werd. Dat is de achtergrond van de serie en dus het boek: het gaat niet zozeer om de politiek en het koningschap - hoewel je er niet om heen kunt natuurlijk - maar het is vooral gericht op het meisje zelf. Hoe ging ze er mee om?
Jenna Coleman zet in de ogen van Goodwin een vrouw neer die worstelt met haar verschillende rollen: ze is vrouw, echtgenote, en werkende vrouw. Het verhaal stopt als haar eerste kind geboren is, vier jaar na het begin van haar koningschap.


Helen Rappaport, historicus en gespecialiseerd in het Victoriaanse tijdperk, schreef de tekst:
Alexandrina Victoria van Hannover werd geboren in Kensington Palace te Londen op 24 mei 1819. Ze was enig kind van de vierde zoon van koning George III, Edward, hertog van Kent, die al in 1820 overleed. Na de dood van George III en IV werd Victoria opvolgster van William IV. Haar moeder, Victoire van Saksen Coburg, hertogin van Kent, en diens raadgever Sir John Conroy wilde ze niet meer in haar buurt. Ze koos voor Lord Melbourne. Naast haar echtgenoot Albert- voor wie zij zelf koos - was hij een van de belangrijkste mannen in haar leven.
Op  28 juni 1838 werd zij gekroond in Westminster Abbey en bleef drieënzestig jaar lang koningin van het Verenigd Koninkrijk. Toen zij na een zeer beschermde jeugd haar eigen besluiten kon nemen, deed ze dat vol verve. Dat ging ook met fouten gepaard, en ze had vijanden. Er werden ook aanslagen op haar gepleegd!


De eerste foto’s van Victoria en Albert werden gemaakt rond 1858. Het boek staat dan ook vol met foto’s van de serie. Ook kun je in het boek afbeeldingen vinden van historische documenten en afbeeldingen van Victoria en tijdgenoten. Er staan dagboekfragmenten in, van Victoria zelf, maar ook stukjes dialoog zoals ze in de televisieserie uitgesproken worden.
En er staat extra informatie in over de mensen in haar hofhouding die een belangrijke rol hebben gespeeld, als ook over de politieke achtergrond. Tijdens het Victoriaanse tijdperk groeide de industrie, met niet alleen toenemende welvaart maar ook armoede, hetgeen weer tot onlusten leidde. 


Zo is dit boek niet alleen het verhaal over Victoria, de jonge koningin, maar ook dat van de serie en de hoofdrolspelers. Logisch is dan ook dat er achterin nog een verhaal staat over alles rondom deze serie: hoe worden de kostuums gemaakt, hoe kies je de cast, waar maak je de opnames, en nog veel meer. Een verhaal apart is dat over de pruiken: gebakken in een oven! Anders bleef het kapsel niet in optima forma...
Er waren al eerder films en natuurlijk ook veel boeken over deze legendarische koningin, maar dit boek is het eerste dat de biografie en de televisieserie daarover combineert.


Helen Rappaport (1947) is schrijfster, en ook actrice. Zij is als historica gespecialiseerd in het Victoriaanse tijdperk en het revolutionaire Rusland, waarover zij al veel geschreven heeft. Daisy Goodwin (1961) heeft eveneens al diverse boeken op haar naam staan, waaronder enkele over Victoria.


ISBN 9789492168290 | Paperback | 304 pagina's | Uitgeverij Karmijn | april 2019

© Marjo, 16 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het goede leven
Hoe Nederland in een halve eeuw steeds welvarender werd
Annegreet van Bergen


Dit boek is een soort vervolg op Gouden Jaren, geschreven naar aanleiding van de verhalen die loskwamen bij lezingen over dit boek.
Ook in dit boek lezen we weer over wat er zoal veranderd is sinds de jaren 50. Veel is ook al aan bod gekomen in het eerste boek, maar verschillende zaken zijn verder uitgewerkt. Zo lezen we meer over de gezondheidszorg, die door allerlei ontwikkelingen verbeterd is. Door vaccinaties zijn diverse ziektes die vroeger ernstige gevolgen konden hebben, grotendeels verdwenen.


Ook lezen we over tuberculose, dat vroeger een zeer vervelende ziekte was, waardoor mensen lang in sanatoria moesten verblijven. En natuurlijk lezen we het een en ander over de veranderde houding tegenover roken. Waar het vroeger heel normaal was dat de kamers op verjaardagen blauw van de rook stonden en het heel normaal was dat de gastvrouw sigaretten op tafel had staan, is de roker inmiddels bijna een soort paria geworden, die naar het balkon wordt verdreven.


Ook de verbeterde tandzorg komt aan bod, waarbij de meeste mensen inmiddels geen kunstgebit meer hebben, terwijl het vroeger in plattelandsstreken niet ongebruikelijk was dat een meisje als ze ging trouwen een kunstgebit kreeg, zodat daar geen problemen meer konden ontstaan.


Er is dit keer ook aandacht voor de komst van gastarbeiders naar Nederland. Veel verhalen zijn dit keer gebaseerd op de herinneringen van lezers van het eerste boek. Het is dan ook vooral een aanvulling hierop geworden.


Aan het eind van het boek wordt er ook teruggekeken. We zijn weliswaar 4 keer zo rijk geworden, maar niet 4 keer zo gelukkig. Er is nog steeds armoede in Nederland, maar het is niet te vergelijken met die in het verleden. Armen hebben nu televisie, telefoon, een wasmachine en een koelkast, dingen die vroeger alleen weg waren gelegd voor een kleine bovenlaag. Weelde went en hoe meer men heeft, hoe meer men kan verliezen. En door alle sombere verhalen lijkt de toekomst steeds minder iets te zijn, waarin alles beter wordt.


Het boek is weer een feest der herkenning. De kolenkachel komt nog ter sprake en ik kan me herinneren dat er bij het huis waar we in mijn huidige woonplaats gingen wonen, op het balkon een kolenkast was. Zelf hadden we inmiddels al een gashaard, zodat die kolenkast overbodig werd. Toen we voor een vakantie naar Duitsland reisden met de trein, zagen we op een gegeven moment een reclamebord met de tekst: "Gelukkig zijn er nog mensen die liever in een levend kolenvuur staren." Een medepassagier las dat laatste woord verkeerd en dacht dat er "sterven" stond.


ISBN 978 90 450 3673 1 | Paperback | 350 pagina’s | Atlas Contact | november 2018

© Renate 18 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rauter
Himmlers vuist in Nederland
Theo Gerritse


Het is geen aangenaam onderwerp en de foto op de omslag nodigt niet uit tot lezen maar toch is dit een ‘fijn’ boek om te lezen. Rauter ‘verdient’ een biografie, liever gezegd: het is nódig dat dit lijvige boek er is want hij ‘de meest gevreesde vertegenwoordiger van het bezettingsbestuur’, pag. 15.


De proloog met het verhaal over zijn laatste uren en de voltrekking van het doodsvonnis is direct al beklemmend. De auteur is gefascineerd naar wie Rauter is omdat hij hem beschouwt als personificatie van het kwaad. 


In het eerste deel gaat Gerritse uitgebreid in op de historische context van de Tweede Wereldoorlog: de Duitse beleving van de nederlaag van de Eerste Wereldoorlog. Dit vormt Rauters politiek en hierdoor radicaliseert zijn visie.
Tal van Duitse citaten – het boek veronderstelt dat de lezer deze kan lezen want ze worden niet vertaald – illustreren de tijd waarin Rauter leeft. Deze teksten laten duidelijk zien dat het antisemitisme en nationalisme groeien en uiteenlopende groepen met elkaar verbinden.
Rauter bewondert Hitler en is lid van de Steierische Heimatschutz, een nationaalsocialistische beweging. Hij wil lid worden van de SA maar krijgt niet het fel begeerde lage lidnummer dat iemand extra status geeft. Als tweede keus sluit hij zich aan bij de SS omdat hij hier carrière-mogelijkheden ziet.


In het tweede deel wordt Rauter na de Duitse bezetting van ons land ‘Höheres SS- und Polizeiführer in den Niederlanden’. Hitlers opdracht is om hier voor rust en orde te zorgen. Rauters ideaal is een ‘Germaanse volksgemeenschap’ waarbij Nederland een onderdeel wordt van het Germaanse rijk omdat alle Nederlanders volgens hem ‘Volksdeutscher’ zijn.


Aanvankelijk lijkt de bezetting mee te vallen want het Nederlandse recht kan van kracht blijven ‘voor zoover het verenigbaar is met de bezetting en niet in strijd is met de bepalingen van het decreet van den Führer betreffende de uitoefening van de regeeringsbevoegdheden in Nederland’, pag. 157. Al snel wordt echter de ware aard van de bezettende macht duidelijk.


Rauter speelt een belangrijke rol in de deportatie van Joden en zo werkt hij mee aan de Endlösung. De auteur legt goed uit wat Rauters functie was en hoe de bezettende macht in ons land functioneerde. Rauter heeft een ruime interpretatie van het begrip Jood, hetgeen veel Joden fataal wordt. Hij is er zelfs op tegen om onderscheid in Joden en de daarbij behorende vrijstelling te maken. Hierin gaat Rauter zelfs verder dan de afspraken van de Wannsee conferentie.


Het boek vertelt over de Arisierung (het onteigenen van joods vastgoed en joodse winkels) van Nederland en de anti-Joodse maatregelen die elkaar in snel tempo opvolgen en de Joden steeds meer uit het openbare leven isoleren. In 1941 vinden de eerste razzia’s plaats waarbij Rauter betrokken is. Eind 1942 worden de Joden in Nederland ‘vogelvrij’ verklaard. Rauter: ‘Es kann also kein Jude, der nicht priviligiert ist, sich mehr in Holland sehen lassen’, pag. 303. Een aantal gemengd-gehuwde Joden wordt door Rauter gedwongen zich te laten steriliseren.
Vught is aanvankelijk een ‘modelkamp’ maar later wordt iedereen ook van hier toch weggevoerd. In 1943 zijn er veel razzia’s, wordt de Joodsche Raad opgeheven en duiken Joden onder. De ‘koppremie’ wordt ingesteld: wie een Jood aangeeft, krijgt daarvoor een beloning (7.50 gulden).


In dit boek krijgt de lezer ook zicht op de algemene situatie in Nederland omdat Rauter daar bij betrokken is: de toenemende schaarste aan grondstoffen, het groeiende onbehagen onder de bevolking, de druk van de Arbeitseinsatz, het Englandspiel waarbij Duitsers infiltreren in Engelse spionage en geheime hulp aan het verzet.


Sabotages van het toenemende verzet worden beantwoord met gijzelaars die worden geëxecuteerd. Rauter is daar niet voor omdat het de weerzin tegen de Duitsers verhoogt. Stakingen worden met harde hand de kop ingedrukt en de ware aard van de bezetter wordt steeds duidelijker. Liquidaties door het verzet worden door Rauter beantwoord met Gegenterror: het beruchte Silbertanne commando waarover hij zelf de leiding heeft.
Ook het drama van Putten krijgt aandacht. Na een mislukte aanslag op een Duitse legerauto worden 588 mannen uit dit dorp weggevoerd en slechts 49 van hen keren uiteindelijk terug.
Later wordt Rauter zelf het doelwit van een aanslag bij Woeste Hoeve en als  represaillemaatregel -  het wordt een ‘afscheidscadeau in stijl’ genoemd - worden 263 mensen gefusilleerd.


Wanneer de angst voor een geallieerde invasie toeneemt, wordt de Landwacht opgericht. Leden hiervoor worden uit de NSB gerecruteerd. Op Dolle Dinsdag slaan Duitsers op de vlucht, uit angst voor een geallieerde bevrijding. Rauter verhuist zijn kantoor naar Apeldoorn en laat dossiers verbranden.


De auteur besteedt ook aandacht aan de relatie van Rauter met andere leidinggevenden in Nederland zoals Seyss-Inquart en Mussert. De verhouding met de laatste is slecht; Mussert wordt door de bezetter niet echt serieus genomen maar meent dat hij als leider van de NSB belangrijk is. Er zijn veel bestuurlijke, persoonlijke en politieke verwikkelingen tussen deze personen en die komen in dit boek uitgebreid aan de orde. Ze vergen soms wel wat geduld van de lezer.


Het derde deel is gewijd aan de berechting van Rauter. Wat ontbreekt is de periode rond de bevrijding en zijn gevangenname. De aanklacht luidt dat Rauter ‘opzettelijk systematisch terrorisme bedreef tegen het Nederlandse volk’, pag. 518. Rauter ziet het oordeel als rechtvaardig en beschouwt zijn dood als genoegdoening voor een betere verhouding tussen Nederland en Duitsland. Hij aanvaardt de rechtsgang als een logisch voortvloeisel van zijn daden die hij steeds bagatelliseert. Rauter schuift de verantwoordelijkheid af op zijn meerderen Seyss Inquart en Himmler en vindt dat hij zelf redelijk heeft gehandeld. Evenals andere - Gemmeker van concentratiekamp Westerbork bv. – zegt Rauter dat hij niet heeft geweten wat de Joden in de concentratiekampen elders in Europa te wachten stond.


Het arrest van de rechtbank luidt dat Rauter ‘een zo verwerpelijke, immers van elk begrip van recht en zedelijkheid gespeende geestesgesteldheid’ vertoont. De feiten laten zien dat zijn handelen ‘dermate ernstige gevolgen voor talloze slachtoffers van het door den requierant uitgeoefende schrikbewind hebben meegebracht dat deze slechts met het leven voor zijn gedrag zal kunnen boeten’, pag. 572.
De beschrijving van de executie is indrukwekkend; Rauter krijgt een naamloos graf bij Den Haag.


In het laatste hoofdstuk wordt een typering van Rauter gegeven. Zo vormt dit boek een ‘koele biografie’ waarbij de schrijver ernaar heeft gestreefd om zich van emotie te onthouden. Dat is hem – behoudens enkele kleine typeringen hier en daar – prima gelukt. We mogen de auteur dankbaar zijn dat hij ons dit boek heeft geschonken, de voorbereiding en het schrijven zullen hem af en toe best zwaar zijn gevallen, lijkt mij. Immers: wie zich zo inleeft in een persoon die zoveel leed teweeg heeft gebracht en zo’n vooraanstaande rol in de bezetting van ons land heeft gespeeld, wordt daar ook persoonlijk in meegetrokken. Dit boek is dan ook een prestatie van formaat!


ISBN 978 946 1055 286 | Paperback | 748 pagina’s | Boom Amsterdam | oktober 2018

© Evert van der Veen, 9 augustus 2019

Lees de reacties op het forum en / of reageer, klik HIER

 

Sterrenbeelden
Het verhaal van de kosmos, verteld via de 88 sterpatronen aan de nachtelijke hemel
Govert Schilling

 

Dit is een fascinerend boek over een fascinerend onderwerp: het heelal. Mooi is het begin bij de oudheid want sterren hebben altijd in de belangstelling van mensen gestaan zoals blijkt uit de grotschilderingen in Lascaux die 20.000 jaar oud zijn. Veel namen zijn ontleend aan de Griekse mythologie. De namen van de dierenriem zijn dan ook al eeuwen oud en deze 12 sterrenbeelden komen uiteraard ook allemaal ter sprake omdat ze een belangrijke plaats innemen in het heelal. De basis van de huidige astrologie is door de Ptolemaeus in de 2e eeuw gelegd maar alle volkeren hebben hun eigen interpretatie van de sterren.


Er is algemene uitleg over de sterren: zij draaien met honderden kilometers per seconde om het centrum van het Melkwegstelsel en daarom verandert hun beeld aan de hemel ook voortdurend gedurende de nacht. Ook in de seizoen nemen wij de sterren anders waar en in de loop van de tijd verschuift hun positie aan de hemel eveneens.


De ’88 sterrenbeelden vormen 88 oesters op het complete heelal en op de geschiedenis van de astronomie’. De auteur slaagt erin je als lezer het gevoel mee te geven dat hij op pagina 11 beschrijft: ‘mijn hoop is dat nadat je dit boek hebt doorgebladerd en gelezen, de nachthemel nooit meer dezelfde zal zijn’.


Het boek is rijkelijk en werkelijk schitterend geïllustreerd en brengt de sterrenbeelden via tekeningen en prachtige foto’s fraai in beeld. Het zijn soms ware kunstwerken zoals die van een storm op Saturnus. Fantastisch is de foto van de Orionnevel en indrukwekkend zijn de ‘Zuilen van Schepping’ op het sterrenbeeld Slang die in 2015 door de Hubble ruimtetelescoop werden gefotografeerd. Onvoorstelbaar dat we in staat zijn om dit te zien terwijl het voor ons volslagen onbereikbaar is.


De vele getallen en vermelde feiten zijn werkelijk indrukwekkend en onvoorstelbaar. Enkele voorbeelden: in 2003 is een radioboodschap naar het sterrenbeeld Kreeft gezonden die daar in 2024 zal aankomen. Het sterrenbeeld Aquarius produceert evenveel licht als 350 biljoen zonnen. In 2012 wordt een sterrenstelsel ontdekt dat 13,3 miljard lichtjaar van ons verwijderd is en daarmee één van de verst gelegen stelsels. De afstand in de ruimte wordt in lichtjaren gemeten: het licht heeft een snelheid van 300.000 kilometer per seconde en dat betekent bijna 9,5 biljoen kilometer per jaar. In 2018 wordt de krachtigste snelle radioflits ooit waargenomen die gedurende een milliseconde evenveel energie produceert als een paar honderd miljoen zonnen.


Vanaf de 15/16e eeuw zijn er voortdurend ontdekkingen gedaan en het is bijzonder om te lezen dat dit proces nog steeds doorgaat; er worden dan ook vele recente ontdekkingen genoemd. De huidige technische mogelijkheden stellen de mens in staat om steeds verder in het heelal door te dringen zoals de ruimtetelescoop Hubble die al 28 jaar functioneert.


Ieder sterrenbeeld wordt afzonderlijk besproken: naamgeving, achtergrondinformatie, geschiedenis van ontdekkingen, omvang, zichtbaarheid. Hier en daar is het misschien voor de gemiddelde lezer wel wat technisch en iets te veel van het goede maar het kijkplezier zal daar niet minder om zijn. Het boek biedt een prachtig overzicht, geeft veel informatie en doet de lezer verwonderd staan over wat zich in stilte ver bij ons vandaan allemaal afspeelt. De planeten komen niet ter sprake omdat zij buiten het onderwerp vallen maar wellicht was het voor de oriëntatie van wie minder thuis is in het onderwerp wel goed geweest wanneer er een grote, uitvouwbare overzichtskaart was geweest waarin deze met alle sterrenbeelden waren afgebeeld.


Lees, kijk, verwonder je en ontdek dat je niets bent in deze onmetelijke ruimte!


ISBN 978 90 5956  946 1 | Hardcover | 224 pagina’s | Fontaine uitgevers |8 juli 2019

© Evert van der Veen, 31 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De krant
Een cultuurgeschiedenis
Huub Wijfjes en Frank Harbers (redactie)


De krant is voor veel mensen een vertrouwde huisgenoot die ze elke dag weer met belangstelling tegemoet zien. Wie de krant beter wil leren kennen en interesse heeft in zijn ontwikkeling, vindt in dit boek een prachtige gids die je meeneemt in 400 jaar geschiedenis. Met de vele aansprekende illustraties biedt dit boek tevens een prachtig tijdsbeeld.


De eerste bewaard gebleven krant dateert van 1618 en werd uitgegeven in Amsterdam. In de Gouden Eeuw werd de krant populairder en verscheen ook in een hogere frequentie, er ontstond een zaterdagseditie en er kwamen ook advertenties. Het aantal krantentitels groeide en ook de geografische spreiding nam geleidelijk toe. Nieuws was vroeger lang onderweg, het duurde wel ruim drie weken voor een bericht uit Sint Petersburg ons bereikte.


In 1742 werden voor het eerste illustraties toegepast en aan het eind van de 18e eeuw kwamen er familieberichten in de krant. In de 19e eeuw was de pers inmiddels zo belangrijk geworden dat zij ‘koningin der aarde’ werd genoemd. In 1815 werd de vrijheid van drukpers in de grondwet opgenomen; daarvoor was er sterke politieke invloed op hetgeen er werd gepubliceerd. Die vrijheid is merkbaar want kranten werden daarna meer opiniërend en kregen een duidelijker identiteit. Een minister zei in 1848 n.a.v. een vernieuwde formulering van de persvrijheid: ‘Dagbladen en couranten zijn het beste voertuig om de wensen en belangen van het volk aan het volk en de Regering bekend te maken. Zij kunnen bovendien een krachtig middel zijn tot beschaving en ontwikkeling van het volk, ook door verspreiding van die maatschappelijke en staatkundige kennis, welke het volk voor de rigtige uitoefening zijner staatsburgerlijke regten nodig heeft’, pag. 117.


In 1869 werd uiteindelijk het zegelrecht of drukperszegel – een vorm van forse belastingheffing – afgeschaft. Dit was een belangrijk moment in de geschiedenis van de pers en gaf uitgevers de zo gewenste ruimte voor technische ontwikkeling en professionalisering.


De krant begon nu een massamedium te worden: de middenklasse en een deel van de arbeidersbevolking gingen tot het lezerspubliek behoren. De pers zag als doel om hen te ‘verheffen’ en ‘intellectuele en maatschappelijke beschaving’ mee te geven. Het aantal dagbladen groeide van 9 in 1850 naar 106 in 1939. Het aantal lezers groeide van 54.000 in 1850 naar ruim 2 miljoen in 1939.


Het boek geeft inzicht in de ontwikkeling van landelijke en regionale dagbladen, het proces van drukken, de journalistiek. Opvallend is de positie van De Telegraaf die vanouds al een omstreden positie inneemt door ‘een compromisloze benadering van autoriteiten en een ongekende sensatiezucht’ aldus een commentaar uit begin 1900. De NJK (Nederlandse Journalisten Kring) beschrijft in 1923 het doel van de pers: ‘Een dagblad is een ideëel en cultureel goed, dat al moge zijn karakter als nieuws-orgaan vaak en terecht de overhand hebben, beschouwd dient te worden als een middel voor de geestelijke, intellectuele en sociale scholing van het publiek’, pag 157.


In die tijd doen ook foto’s hun intrede al is er aanvankelijk weerstand omdat dit als vervlakking wordt gezien. Aanvankelijk zijn het fotopagina’s met een collage van foto’s en tekeningen. Druktechnisch was dit ook eenvoudiger te realiseren; pas later vormen artikel en foto samen het verhaal.


De oorlogsperiode krijgt ook goede aandacht. De pers komt direct onder Duitse invloed te staan en ontvangt ‘aanwijzingen’ voor de weergave van het nieuws. Het Friesch Dagblad besluit in 1941 de uitgave te stoppen. Dan ontstaan ook de verzetskranten. Interessant is hoe de pers na de oorlog zijn taak hervat. De Telegraaf mag vanwege collaboratie pas in 1949 opnieuw beginnen. Van de aanvankelijke wens om de pers te zuiveren komt weinig terecht. Door papierschaarste zijn de kranten dunner en wordt er bondiger geschreven.


De totale oplage van dagbladen groeit snel na de oorlog: van 2,7 miljoen in 1950 naar 4,6 miljoen in 1996. Human interest en misdaadverslaggeving doen hun intrede in de krant die ook meer contact met de lezers zoekt.


Aan meer recente ontwikkeling wordt ook aandacht besteed: kranten fuseren en er ontstaan enkele grote uitgeverconcerns. De journalist is hoger opgeleid en de lay-out van de krant verandert en wordt overzichtelijker. Het aantal pagina’s neemt toe en het nieuws wordt nu ook geduid en van de nodige achtergrondinformatie voorzien. Onderzoeksjournalistiek doet z’n intrede. De nieuwste ontwikkelingen worden belicht: in 1994 staat de eerste krant online, in het openbaar vervoer doen gratis kranten hun intrede, advertentie-inkomsten dalen en kranten gaan over op tabloïd formaat.


Dit boeiende boek biedt in woord en beeld een gedetailleerd en helder overzicht van de krant die we als cultuurgoed mogen koesteren. Iedereen die zich in de krant wil verdiepen: van harte aanbevolen!


Goed om te weten en naar uit te kijken: in dezelfde opzet verschijnt dit jaar een boek over de radio en voor volgend jaar staat een boek over de tv gepland.


ISBN 9789024419814 | Paperback | 368 pagina’s | Boom Amsterdam | 8 juli 2019

© Evert van der Veen, 23 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Van wereldmacht tot ‘braafste jongetje’
Onze militaire identiteit door de eeuwen heen
Christ Klep

Uit mijn jeugd herinner ik me dat het leger van tijd tot tijd een parade hield. De krijgsmacht zocht de burger op. Het publiek stond in rijen aan weerszijden van de straat te kijken naar voorbijtrekkende muziekkorpsen, marcherende soldaten en het rijdende materieel. Vanaf de jaren zestig gaat het er precies omgekeerd aan toe. Nu zoekt de burger de krijgsmacht op als er op de legerbasis een open dag wordt georganiseerd. In het openbare leven is de krijgsmacht vrijwel uit het beeld verdwenen.


Deze omslag komt uitvoerig aan de orde in dit boek. De krijgsmacht heeft een enorme verandering ondergaan. Na de Tweede Wereldoorlog en ten tijde van de Koude Oorlog bezat Nederland een groot staand leger van dienstplichtige soldaten, geleid door een beroepskader, uitgerust met tanks, en geschikt voor een grootschalige oorlog. Uw recensent heeft zelf als dienstplichtige gediend in 1970 en herinnert zich nog goed het ‘afknijpen’ van de soldaten, maar ook de enorme kameraadschap die als gevolg daarvan ontstond.


In de jaren negentig is dit leger omgebouwd naar een beroepsleger, de tanks zijn verdwenen, de focus werd verlegd naar vredesmissies. Op zich hoeft dit geen probleem te zijn, maar grote bezuinigingen hebben het nieuwe leger toch wel beroofd van zijn gevechtscapaciteit. Dat is verontrustend met het oog op de internationale situatie. En het is naar mijn mening ook weggegooid geld als je een leger in stand houdt dat niet echt inzetbaar is. Tot op heden voldoet Nederland niet aan de NAVO-norm waar het zich wel aan gecommitteerd heeft.


Op een van de eerste bladzijden van het boek haalt Klep een onderzoek aan van het Amerikaanse onderzoeksbureau Gallup. Uit dit onderzoek blijkt dat niet meer dan 15% van de Nederlanders bereid zou zijn naar de wapens te grijpen om huis en haard te verdedigen. Wereldwijd bezien ligt het gemiddeld op ruim 60%. We hebben – denk ik dan - weinig geleerd van de Tweede Wereldoorlog waar Nederland onvoorbereid in is gerold om vervolgens vijf jaar lang te snakken naar bevrijding van de onderdrukker. Als je geen bezetting wilt en je vrijheid koestert, is een geloofwaardige defensie het beste middel om dit te voorkomen.


Christ Klep heeft in een vlotte, soms wat populaire stijl een boeiend boek geschreven over verschijningsvorm en waardering van de Nederlandse krijgsmacht in de loop der eeuwen. Hij neemt zijn startpunt in de 16de eeuw en stelt naast de al genoemde onderwerpen tal van thema’s aan de orde: de Tachtigjarige Oorlog, huurlingenlegers, Napoleon, de oorlogen in Atjeh eind 19de eeuw, de politionele acties, Korea in de jaren vijftig van de vorige eeuw, de vredesmissies. Tussendoor maakt hij melding van interessante bijzonderheden. De zware berenmutsen van de grenadiers bijvoorbeeld waren bedoeld om sabelhouwen van aanvallende ruiters te dempen.


Met dit boek speelt Klep in op een beladen actuele discussie. In hoeverre is de ‘Gouden Eeuw’ gestempeld door slavernij en slavenhandel? Is het Nederlandse optreden in Atjeh niet ongekend wreed geweest? Heeft het Nederlandse leger zich tijdens de politionele acties schuldig gemaakt aan oorlogsmisdaden? Klep geeft steeds de overwegingen aan die bij de standpuntbepaling een rol spelen. Zijn eigen mening noemt hij zo nu en dan, maar lang niet altijd. Dat lijkt me heel wijs van hem. Het voorkomt dat sommige lezers verontwaardigd raken en dat Klep zelf onderwerp van discussie zou worden. Het laat ook ruimte om zelf je standpunt te bepalen.


In het boek zit veel overlap en Klep herhaalt zich nogal eens. Het is niet echt storend omdat Klep op een plezierige wijze schrijft, maar het is wel een aandachtspunt. In elke hoofdstuk gaat het wel weer over Srebrenica, of over Van Speijk, of over het afschaffen van de dienstplicht. Veel informatie is nu wat verbrokkeld weergegeven en een strakkere compositie had dit kunnen voorkomen.


Op blz. 155 staat dat het gecultiveerde heldendom van Van Speijk een product was van de achttiende eeuw. Van Speijk blies zichzelf en zijn schip echter op in de negentiende eeuw.


Christ Klep is militair historicus, universitair docent en publicist. Hij verschijnt regelmatig in de media om zijn mening over defensie en de krijgsmacht te geven. Hij is zonder meer heel deskundig op zijn vakgebied. Zijn lezenswaardige boek over dit belangrijke onderwerp beveel ik van harte aan.


ISBN 9789025310332 | Paperback | 296 blz. | Uitgeverij Athenaeum-Polak & Van Gennep | juni 2019

© Henk Hofman, 18 juli 2019

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Bloedfraude
Hoe een vrouw uit Silicon Valley de wereld belazerde
John Carreyrou


Een fascinerend boek over een jonge vrouw die op haar negentiende de universiteit van Stanford zonder diploma verliet om een bedrijf op te richten dat een revolutionaire manier van bloedonderzoek op de markt wilde zetten.


Elizabeth Holmes wist al op jonge leeftijd dat ze een succesvolle ondernemer wilde worden. Op haar zevende probeerde ze een tijdmachine te ontwerpen en ze vulde een compleet schrift met technische tekeningen. Rond haar tiende vroeg iemand op een familiefeestje haar wat ze later wilde worden. Elizabeth antwoordde dat ze miljardair wilde worden. (Op de achterflap wordt gesteld dat ze deze uitspraak op haar zevende deed.)


Het boek beschrijft een vrouw die, zonder gehinderd te worden door medische kennis, of kennis van bloedonderzoek, een bedrijf uit de grond stampt, dat zich juist op dat laatste wil richten. Oorspronkelijk denkt ze aan een pleister met micronaaldjes en ze stelt een patentaanvraag op voor een diagnosticerende armpleister, die eveneens behandelt. Later wordt dit concept verlaten en kiest men voor het systeem dat vergelijkbaar is met de handapparaatjes voor het meten van de bloedsuikerspiegel van diabetici.


Elizabeth Holmes, die zich steeds meer gaat spiegelen aan Steve Jobs, weet uiteindelijk de nodige investeerders te interesseren en een aantal machtige mensen achter zich te krijgen. Het bedrijf, dat Theranos genoemd wordt (een samenvoeging van de woorden 'therapy' en 'diagnosis'), groeit, maar drijft vooral op beloften voor een grootse toekomst. Het voert te ver om de hele geschiedenis hier uit de doeken te doen. In het boek wordt het een en ander uitgebreid beschreven. Het laat ook zien hoe verschillende teams onafhankelijk van elkaar werken en bijna tegen elkaar uit worden gespeeld.


Mensen die kritiek hebben op de gang van zaken kunnen direct vertrekken. De zaken verergeren als men daadwerkelijk bloedonderzoek gaat doen. De resultaten zijn onbetrouwbaar, maar mensen die daar op wijzen worden ontslagen, of vertrekken zelf, omdat ze het een en ander voor zichzelf niet meer kunnen verantwoorden. Met geheimhoudingscontracten probeert men te voorkomen dat deze zaken in de openbaarheid komen. Er wordt op allerlei manieren bedrog gepleegd. Zo worden er grote apparaten van Siemens en andere fabrikanten gebruikt, waarbij men de nodige fouten maakte, onder andere door stoffen te gebruiken die over de datum zijn. Deze apparaten worden ook uit elkaar geschroefd, om te zien hoe ze werken.


Bij de bloedonderzoeken gaat het nodige mis. Zo blijkt bij het onderzoek van een vrouw die met een piep in haar oren bij een arts komt, dat allerlei waarden bij een onderzoek door Theranos abnormaal hoog zijn. Ze wordt naar de eerste hulp van een ziekenhuis gestuurd, waar ze gedurende 4 uur aan allerlei onderzoeken wordt onderworpen. Bij een intern bloedonderzoek blijken al haar waarden normaal te zijn en mag ze weer naar huis. Als voorzorg een week later nog twee MRI-scans, die ook geen complicaties vertonen. Dan is ze gerustgesteld. Daar haar verzekering maar een beperkte dekking geeft, moet ze 3000 dollar uit eigen zak betalen.


Later gaat het boek over het gevecht dat de auteur van dit boek, die dan al een aantal kritische artikelen over Theranos heeft geschreven, moet voeren. Men dreigt met rechtszaken, niet alleen tegen de auteur, maar ook tegen de mensen van wie men vermoedt dat ze hem met informatie hebben geholpen. De auteur wordt door privédetectives in de gaten gehouden, om te zien wie hij ontmoet en wie er dus uit de school klapt.
Er wordt een film naar dit boek gemaakt en er is ook al een documentaire over deze zaak, waar op de websites hieronder meer te lezen valt.


Zie ook:
https://sciencebasedmedicine.org

https://medcitynews.com


ISBN 978 94 0160 985 2 | Paperback | 417 pagina’s | Xander Uitgevers | oktober 2018
Vertaald door Bill Oostendorp & Joost van der Meer

© Renate 14 juli 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER