Nieuwe recensies Non-fictie

De Energietransitie
Naar een fossielvrije toekomst, maar hoe?
Marco Visscher

 

Afgaande op de titel dacht ik dat dit een heel belangrijk boek over een heel saai onderwerp zou zijn. Dat was een behoorlijke vergissing. Marco Visscher presenteert zijn onderwerp op een toegankelijke en boeiende wijze. Wat hij heel goed laat zien, zijn de dilemma’s die aan onze keuzes ten grondslag liggen. Welke kant we ook op gaan, elke route heeft zijn consequenties, vaak heel ingrijpende consequenties, maar moeilijk te voorzien op de wat langere termijn. Daarom is het zo belangrijk dat de regering tot een afgewogen besluitvorming komt. Het zou wel heel bitter zijn als een volgende generatie constateert dat er een verkeerde afslag is gekozen.


In Duitsland is een keus gemaakt die niet goed uitpakt. Kanselier Merkel nam in 2011 vrij impulsief en zonder veel overleg met haar ministers het besluit om alle kerncentrales in Duitsland uiterlijk in 2022 te sluiten. Als kerncentrales sluiten, moet de gegarandeerde stroom komen van fossiele brandstoffen. Duitsland heeft genoeg steenkool.  En zo doet de paradox zich voor dat de Duitsers zich tijdens de omslag naar schone energie hebben gewend tot de meest vervuilende energiebron. Acht jaar na het besluit uit 2011 is er amper sprake van minder CO2-uitstoot en binnen de Europese Unie draagt geen enkel land zoveel bij aan de mondiale opwarming. ‘Ik vrees dat het experiment in Duitsland wel gedurfd was, maar niet geslaagd is’ (blz. 109).


Iedereen is het erover eens dat we over moeten stappen van vervuilende energiebronnen, naar duurzame en schone energie. We noemen dat de energietransitie. Maar die overstap is nog niet zo eenvoudig. Voorlopig zijn de kosten van de energietransitie een uitgave ten koste van ons welvaartsniveau. Bij een energietransitie krijgen we nog steeds energie, maar tegen hogere kosten. Waar komen die hogere kosten terecht. Wie is de vervuiler? Het bedrijfsleven? Of de consument die voor een paar euro een vliegticket naar Turkije koopt? De rekening komt altijd bij de consument te liggen. Als bedrijven de vervuiler zijn, zullen ze hun kosten namelijk doorberekenen aan hun klanten. Via belastingen, heffingen, subsidies of investeringen komen de kosten van de energietransitie ook bij de burger terecht.


De kosten van een energietransitie zijn niet het enige aandachtspunt. Een andere vraag is hoeveel tijd het kost voor een nieuwe energiebron stabiele energie levert tegen een aanvaardbare prijs. De belangrijkste les uit het verleden is dat energietransities veel tijd nodig hebben. Onze samenleving heeft gigantische hoeveelheden energie en materialen nodig. Het is daarom niet reëel te denken dat innovatie razendsnel volwaardige alternatieven kan ontwikkelen.


Energie ontleend aan zonnepanelen en windmolens is schoon, maar die panelen en molens leveren geen constante stroom, brengen hoge kosten met zich mee en vereisen veel materiaal en aardoppervlak. Op dit moment leveren deze energiebronnen ondanks alle investeringen en subsidies nog slechts 1% van alle energie in de wereld. Op de achtergrond blijven vervuilende energiecentrales nodig om de schommelingen in de productie op te vangen. Bij bewolkt en windstil weer leveren zonnepanelen en windmolens nu eenmaal geen energie op.
Er moet dus een oplossing komen voor opslag van energie ontleend aan zonnepanelen en windmolens. Zolang die oplossing er niet is, kunnen we niet zonder aardgas en kernenergie (blz. 111). Zonder kernenergie zal het heel moeilijk zijn om de energietransitie te realiseren (blz. 115).


Marco Visscher laat zien hoeveel denkfouten aanhangers van het ene of het andere model maken, hoe ze naar zichzelf toerekenen, en hoe vaak informatie over dit onderwerp eenzijdig en gekleurd is. Met dit boek wil hij lezers leren zulke gekleurde redeneringen te herkennen, zodat ze zelf tot conclusies kunnen komen. Studies die gekleurd zijn door onrealistische aannames fungeren in het energiedebat als bewijs voor een bepaald standpunt. Media verwijzen vaak klakkeloos naar deze onderzoeken en brengen daarmee in feite nepnieuws. Al dan niet opzettelijk ‘doen journalisten aan misleiding van beleidsmakers en het publiek’ (blz. 71).


Op blz. 84 schrijft Marco Visscher: ‘Helaas kozen de Amerikanen ervoor om in 1945 het kunststukje van atoomsplitsing aan de wereld te tonen door er Hiroshima en Nagasaki mee plat te bombarderen.’ De verder zo genuanceerde Visscher doet hier een politieke uitspraak, die niet eens nodig is in het kader van zijn betoog. Het draait om het woord ‘helaas’. De Jappenkampen puilden uit van uitgehongerde mannen, vrouwen en kinderen. Zij hebben hun leven te danken aan de beslissing dit wapen in te zetten. Vele tienduizenden Amerikaanse soldaten bleven in leven omdat een invasie van Japan niet meer nodig was. Natuurlijk is het vreselijk dat dit wapen werd ingezet, maar de VS waren de oorlog niet begonnen. Het kernwapen bracht veel mensen om het leven, maar heeft ook het leven van honderdduizenden gevangenen en soldaten gered.


Voor het overige niets dan lof voor dit boek. Marco Visscher is zelf ook een adept geweest van groene energie. Zijn eigen onderzoek heeft hem geleerd dat zijn optimisme over zonnepanelen en windmolens naïef is geweest. Marco Visscher (1976) is journalist. Hij schrijft onder meer voor Trouw, de Volkskrant, Vrij Nederland en HUMO. In 2017 verscheen het boek Ecomodernisme. Het nieuwe denken over groen en groei waarvan hij co-auteur is.


ISBN 9789046824733 | 144 pagina’s | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | paperback | november 2018

© Henk Hofman 13 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Sporen van God in het dorp
Nieuwe perspectieven voor kerken op het platteland
Jacobine Gelderloos


Dit boek vloeit voort uit een promotieonderzoek en heeft als vraagstelling wat kerken kunnen bijdragen aan de leefbaarheid op het platteland. Hiertoe deed de auteur onderzoek in enkele gemeenten van de Protestantse Kerk in Nederland in Asten, Someren, Schildwolde-Hellum-Overschild en Noordbroek. Het boek is een pleidooi om anders naar dorpskerken te kijken.


Wat is essentieel voor een kerk? Theoloog Henk Roest wordt geciteerd die kerk als volgt definieert: ‘Elke plek die door mensen als een vorm van kerkzijn wordt beleefd, waarbij zij iets merken van de levenbrengende en bevrijdende kracht van Gods Geest en hoe Christus in gemeenschap treedt met mensen’, pag. 11.


Na een uitgebreide situatieschets van hierboven genoemde gemeenten is de conclusie dat zij van elkaar verschillen maar dat zij ook overeenkomsten vertonen. Zo vinden overal kerkdiensten plaats maar er gebeurt méér, veel meer in deze dorpskerken. Door de week zijn er vele, gebruikelijke en nieuwere activiteiten waarin deze kerken voor hun dorp van betekenis zijn.


Vervolgens worden ontwikkelingen van de laatste twee eeuwen geschetst. Die zijn bekend: de publieke functie van de kerk is vrijwel verloren gegaan, de samenleving is opgedeeld in allerlei kleinere verbanden, het geloof is geprivatiseerd. Tussen 1975 en 2008 zijn 550 protestantse kerkgebouwen afgestoten door vergrijzing of fusie. Het platteland is veranderd en enkele cijfers illustreren dat treffend. In 1950 waren er 200.000 boerderijen en in 2016 nog 56.000.


In Groningen hebben kerken het Platform Kerk en Aardbeving opgericht. Kerken proberen aan te sluiten bij levensvragen van mensen. De auteur biedt zeven inzichten waardoor kerken hierbij betrokken kunnen zijn.


Kerken werken samen met de plaatselijke overheid, scholen, zorginstellingen, WMO organisaties, koren en muziekverenigingen, dorpsverenigingen. Kerken zijn aanwezig door hun leden en door hun gebouwen. Kerkleden zijn betrokken bij hun sociale omgeving en kerkgebouwen worden opgesteld en dienen als plek van stilte.


Er is sprake van een paradox: ‘enerzijds leven we in een samenleving waar regelmatig te horen is dat religie achter de voordeur thuishoort en is er discussie over de vraag op welke manier religie zichtbaar mag worden in de publieke ruimte. Anderzijds worden op allerlei plekken alternatieven voor ritueel en zingeving omarmd..’, pag. 125. Dat biedt nieuwe kansen voor dorpskerken maar evengoed voor kerken in steden: kunst, muziek, cultuur passen goed in kerkgebouwen en sluiten aan bij wat er bij mensen leeft. ‘Kerkgebouwen kunnen dus transformeren tot tentoonstellingsruimte, concertzaal en theater’, pag. 132. Wie met die ogen naar kerken en gelovige mensen kijkt, ontdekt nieuwe mogelijkheden. Dit boek brengt deze vooral in kaart en kan zo een aanzet vormen tot verdere bezinning. Die is gewenst want veranderingen gaan snel. 


ISBN 978 90 239 52183 | Paperback | 174 pag. | Kok Utrecht | 19 september 2018

© Evert van der Veen, 11 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De discriminatiemythe
Frank Karsten


Vandaag de dag dringt de beschuldiging dat iemand discrimineert de betrokkene gelijk in de verdediging. Als zo’n beschuldiging tot een rechtszaak leidt, kan dat ontslag, een boete of zelfs celstraf tot gevolg hebben. Discriminatie verdraagt zich immers niet met een samenleving waarin diversiteit en gelijkheid sleutelbegrippen zijn. Voorzichtigheid is dan ook geboden in wat je zegt en hoe je het verwoordt. Frank Karsten wil in dit boekje aantonen dat de beschuldiging van discriminatie nogal eens te snel en te gemakkelijk wordt geuit. Het publieke debat is een mijnenveld geworden. Wie uitglijdt wordt op internet aan de digitale schandpaal genageld.


In de inleiding stelt Frank Karsten eerst een reeks vragen. Wat is een goede definitie van discriminatie? Is het een taak van de overheid om discriminatie met boetes en gevangenisstraffen te bestrijden? Hoe zit het met de vrijheid om een eigen standpunt te verwoorden? Richten we een gedachtepolitie op die iedereen de maat neemt?


Een goede definitie van discriminatie is dus van kardinaal belang. Maar dat is nog niet zo eenvoudig. Volgens het woordenboek is discriminatie ‘het maken van ongeoorloofd onderscheid’. Maar wanneer is iets ‘ongeoorloofd’? Het is een subjectieve term.  Karsten richt zich in dit boek op discriminatie in de betekenis van ‘uitsluiten of juist selecteren’.


In de hoofdstukken die volgen belicht hij allerlei aspecten van dit thema. De rode draad is dat uitsluiten op zichzelf genomen niet verkeerd is. Mensen hebben hun voorkeuren in de omgang met anderen. Iedereen kiest/selecteert vrienden, een partner, collega’s met wie je ook buiten het werk omgaat enzovoort. Dat betekent dat je anderen afwijst. Maar is dat omdat je een hekel aan die anderen hebt? Nee, dat hoeft natuurlijk niet de reden te zijn. Als je een partner kiest, sluit je de rest ook uit. Als je niemand uitsluit, wordt het dagelijks leven onmogelijk. Mensen kiezen voortdurend. Dat is normaal en noodzakelijk.
Zo bezien is juist de antidiscriminatiewetgeving immoreel (blz. 27). Het dwingt mensen die dat niet willen met elkaar om te gaan. Relaties tussen mensen moeten met wederzijdse instemming plaatsvinden.


Karsten wijst op de inconsequenties in ons spreken over discriminatie. In de VS wordt 47% van alle moorden door een zwarte man gepleegd. Maar zwarte mannen maken slechts 7% van de totale bevolking uit. Ben je een racist als je op deze cijfers wijst? Blijkbaar wel. Maar waarom ben je dan weer geen seksist als je meldt dat 90% van de moorden door een man en niet door een vrouw worden gepleegd? Daar valt weer niemand over.


Het fundament onder de antidiscriminatiewetgeving is de veronderstelde gelijkheid van alle mensen. Die gelijkheid is echter een mythe, vindt de auteur. De fysieke en mentale verschillen tussen mensen en bevolkingsgroepen zijn zo groot dat we er beter aan doen die ongelijkheid te onderkennen. Karsten neemt het op voor de ‘witte man’ die al op voorhand verdacht is omdat hij ‘een witte man’ is. Witte mannen staan symbool voor onderdrukkers en bevoorrechtten. Vandaar dat een fitnessketen kan kiezen voor ‘Ladies Only’ zonder dat er een verbod op volgt.


In een volgend hoofdstuk gaat de schrijver in op het ‘glazen plafond’: er zitten te weinig vrouwen aan de top. Dat kan zijn, maar er is ook een ‘glazen vloer’. Aan de onderkant van de samenleving zitten relatief weinig vrouwen en doen mannen het gevaarlijke en zware werk. En het zijn bijna uitsluitend mannen die de oorlog in worden gestuurd. Het punt dat de schrijver wil maken is dat de discussie te eenzijdig wordt gevoerd en dat de moraalridders zich schuldig maken aan wat ze anderen verwijten: generaliseren, beledigen en uitsluiten.


Een laatste punt dat ik er uitlicht gaat over het effect van de antidiscriminatiewetgeving. Volgens Karsten bevordert ze de sociale cohesie niet, maar versterkt ze juist de spanningen tussen seksen en etniciteiten. Als voorbeeld noemt hij de vrouw die een complimentje van een mannelijke collega over haar LinkedIn-profielfoto ‘beledigend en seksistisch’ vond. Vervolgens werd deze collega door de media door het slijk gehaald.


De conclusie van het boek is dat de antidiscriminatiewetgeving heel averechts kan uitpakken. Nobelprijswinnaar Milton Friedman waarschuwde al voor een irreëel gelijkheidsdenken: ‘Een samenleving die gelijkheid boven vrijheid stelt zal geen van beide bereiken’.


Frank Karsten brengt de lezer tot nadenken. Het publieke debat lijkt inderdaad plaats te vinden op een plein waarin men elkaar uitscheldt en stenigt. Emoties voeren de boventoon, vooral in de virtuele ‘debatten’. De geest is uit de fles en hoe krijgen we een debat terug dat met respect voor de gesprekspartner gevoerd wordt op basis van argumenten? De debattechniek heeft oude, historische wortels. In de Middeleeuwen was een discussie gebonden aan vormeisen. Eerst moest de spreker het standpunt van de ander in eigen woorden weer geven. Vervolgens moest de ander aangeven of zijn standpunt correct was weergegeven. Pas daarna kon de spreker zijn bezwaren ontvouwen. Die wellevendheid en correctheid zijn we kwijtgeraakt. We luisteren niet eens meer naar de ander, maar schreeuwen terug wat ‘ik ervan vind’. Het boek van Karsten is wat mij betreft welkom om het publieke debat minder op hartstocht en meer op logica te baseren.


Frank Karsten is publicist en oprichter van “Stichting MeerVrijheid”, een organisatie die zich inzet voor economische en persoonlijke vrijheid.


ISBN: 9781721935383 | 102 pagina’s | Uitgever Createspace Independent Publishing Platform | Paperback | juni 2018

© Henk Hofman 7 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Historiografie
Vijfentwintig eeuwen geschiedschrijving van West-Europa
Reginald De Schryver

 

Historiografie houdt zich bezig met de vraag hoe historici over het verleden schrijven. Dat is een heel relevante vraag, want historici – ook al streven ze naar maximale objectiviteit – kunnen zich nooit geheel losmaken van hun eigen persoon en de tijd waarin zij leven. Vergelijk het met journalisten die een verslag schrijven over hetzelfde onderwerp. Ze kiezen hun eigen selectie uit het materiaal en leggen hun eigen accenten. De verslagen kunnen elkaar aanvullen, of soms zelfs tegenspreken, maar ze zijn zelden identiek.


Nu bestaan historici als beroepsgroep nog niet zo heel lang. Eeuwenlang schreven theologen, filosofen, juristen, biologen en leken over geschiedenis. Historie was ook al geen zelfstandige wetenschap, maar onderdeel van de letteren.
Het is dan ook heel interessant om Reginald De Schryver te volgen in zijn overzicht. Het spreekt eigenlijk vanzelf dat hij begint in de Oudheid met de Grieken en Romeinen. Het is veel minder vanzelfsprekend, maar wel heel verrijkend, dat hij daarna ingaat op de geschiedschrijving van het Oude Israël en het (vroege) christendom. Via Middeleeuwen en het tijdvak van de Verlichting, komen we aan in de 19e en 20e eeuw. Het boek sluit af met een behandeling van geschiedschrijving als politiek wapen (communisten, fascisten, nationaalsocialisten) en een hoofdstuk over de eigentijdse geschiedschrijving.


Reginald De Schryver is een virtuoos. Zijn kennis van dit onderwerp is indrukwekkend, zijn belezenheid eveneens. Vaardig trekt hij grote lijnen en wijst hij op trends en verbanden. De details beheerst hij eveneens.


Het belang van zijn onderwerp staat buiten kijf. Een lezer is gebaat bij betrouwbare informatie over het verleden, geschreven door mensen die zijn opgeleid in het métier van geschiedschrijving, die zich bewust zijn van de noodzaak om objectief te zijn en die beseffen waar hun eigen subjectiviteit ligt. Het moet gaan om de reconstructie van het verleden. Geschiedenis mag niet in dienst staan van de overheid, een partij, een standpunt. Natuurlijk kan het legitiem zijn om een standpunt te verdedigen met een beroep op het verleden. Maar het verleden mag niet aangepast worden om het eigen gelijk te bewijzen. Het is een basisregel waar enorm tegen gezondigd wordt. Op het gebied van integriteit moeten wij nog veel leren.


Onze visie op het verleden wordt dus altijd mede bepaald door ons eigen standpunt. De Grieken en Romeinen zagen de geschiedenis als een cyclisch gebeuren, zonder enige zin. Joden en christenen beschouwden geschiedenis als een lineair en zinvol proces van Schepping naar Laatste Oordeel. Humanisten, Renaissancisten en Romantici kiezen voor het grote, meeslepende verhaal. Vandaag de dag is de trend veel meer gericht op analyse en deelstudies. Er is dan minder synthese en meer versnippering.


Het terrein dat geschiedschrijving bestrijkt is heel breed. Het gaat om politieke zaken, militaire aangelegenheden, sociale structuren, economische processen, religie en kerk, biografieën, die afzonderlijk dan wel in hun samenhang beschreven worden. De ruggengraat van het verhaal moet altijd een chronologische ordening van de stof zijn. Daarom leent geschiedenis zich niet voor wereldoriëntatie, een schoolvak waarin geschiedenis gelijk op gaat met aardrijkskunde, maatschappijleer en delen van de biologie. Als een leerling geen grondige kennis van de chronologie meekrijgt, zal het gaan ontbreken aan inzicht.


Het aantal boeken over geschiedenis is niet meer bij te houden. Tot de uitvinding van de boekdrukkunst moest elk boek met de hand geschreven worden. De boekdrukkunst maakte het mogelijk een enorme hoeveelheid identieke exemplaren te vervaardigen. Er ontstonden nieuwe beroepen: boekdrukkers, uitgevers, handelaars, boekverkopers. Het is niet meer mogelijk om over één onderwerp alle publicaties bij te houden. Computer en internet maken het mogelijk om eindeloos door te speuren naar boeken en die boeken met behulp van trefwoorden te doorzoeken. Het wrange feit doet zich echter voor dat de overstelpende hoeveelheid informatie het moeilijker dan ooit maakt om betrouwbare kennis op te doen. Vergelijk het ook hier weer met het nieuws. De lezer wordt bestormd met opinies, nieuws en nep-nieuws.


Overigens zijn dit ontwikkelingen die in dit boek niet meer aan de orde komen. Het boek stopt ongeveer in 1970.


Ik heb veel respect voor het werk van De Schryver. Zijn boek is nuttig om meer kennis en inzicht omtrent de historiografie te verkrijgen maar ook om het kritisch besef van de moderne lezer aan te scherpen.


ISBN 9789058679789 | Paperback | 432 pagina’s | uitgeverij Universitaire Pers Leuven | september 2013

© Henk Hofman 3 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn kleine oorlog
Rudi Vranckx


‘Het was erg zeker?’  vraagt mijn moeder. ‘Tja,’ mompel ik. Het zijn de levenden die blijven spoken, niet de doden. Moeder wenkt de ober en bestelt nog twee cappuccino’s. ‘Italiaanse met melkschuim,’ benadrukt ze.


Rudi Vranckx (Leuven, 1959) is historicus van origine en brengt al 30 jaar voor de Vlaamse televisie verslag uit van de oorlogen die in die jaren overal ter wereld gewoed hebben of nog gaande zijn. Hij schreef columns, reportages en commentaren en boeken over zijn ervaringen, en werd voor een aantal daarvan ook genomineerd voor prijzen, die hij soms ook daadwerkelijk in ontvangst nam.


In zijn Mijn Kleine Oorlog vertelt Rudi over hoe hij zelf - als journalist en ook als mens - sinds drie decennia oorlogen beleeft.
Dit boek is in delen, het eerste een inleiding over hoe het allemaal zo gekomen is, en waarom hij dit boek in elkaar heeft gezet. Het is een compilatie geworden uit dagboeken, journalistieke artikelen, en boeken, die hij zoveel mogelijk chronologisch weergeeft.
Ieder deel begint met een overzichtskaart en een korte inleiding, handig om de achtergrond te begrijpen.


‘Als het niet op de televisie komt, dan bestaat het niet.’


Zijn taak is dus aan de kaak stellen, een morele plicht voelt hij om te laten zien wat er allemaal gebeurt in de wereld en wat de gevolgen zijn.
Zijn werk begon bij de Val van de Muur. De volgende missie was de Golfoorlog, dan de oorlog in Palestina/Israël waarna hij in het hartje van Afrika zijn eigen land tegenkwam. België was immers ooit de koloniale bezetter van Congo. En dan beginnen de terroristische aanslagen, met de oorlog in Irak als wraak vanuit Amerika. Natuurlijk krijgt de oorlog in Syrië de nodige aandacht, en weidt hij uit over de gevolgen die dat alles had voor Europa, met name Brussel en Parijs.
Wat betekent het voor Europa nu de dreiging zo dichtbij komt? Wie zijn toch die jongeren, die Syriëgangers?


Het zijn ruim vierhonderd pagina’s, waarvan een lezer, hoe geïnteresseerd ook, niet vrolijk wordt. De traditionele oorlog waarin het er nog enigszins eerlijk aan toe ging – voor zover je dat kunt stellen – bestaat niet meer. Het zijn stuk voor stuk vuile oorlogen, met misleidende propaganda van beide zijden, oorlogen waar onschuldige burgers het slachtoffer van worden, oorlogen waardoor hele generaties voorgoed verloren zijn. Oorlogen waarin vrouwen en kinderen de dupe worden, verkrachtingen, kindsoldaten, gruwelijke moordpartijen. Het gebeurt allemaal en niemand is bij machte er iets aan te doen. Oorlogen waarin mensen sterven zonder eigenlijk te begrijpen waarom.


Wat Vranx doet is vooral op zoek gaan naar de feiten, naar ware achtergronden, om verslag te kunnen doen van de waarheid. Hij spreekt met de betrokkenen, ontsnapt aan gevaarlijke situaties waarbij hij soms vrienden en collega’s verliest. ‘De willekeur van het lot’, noemt hij dat. We lezen hoe oorlog voeren verandert door de jaren heen, hoe de wereld erdoor verandert, en dat ook zij die menen in veilige landen te wonen, niet meer veilig zijn.


Voor wie de achtergronden van bepaalde conflicten niet helemaal meer kent of misschien nooit geweten heeft is dit een belangwekkend boek. Een boek waarin Vranx voor de lezer alles op een rijtje te zet. Oplossingen heeft ook hij helaas niet.
Aan het eind roept hij de Vlaamse regering op om iets te doen aan de situatie van de IS-vrouwen die vrijwillig naar Syrië zijn getrokken en weten dat ze een fout hebben begaan, maar die nu in kampen zitten, met kinderen, onschuldige kleine kinderen. Dit geldt voor Nederland net zo goed natuurlijk.


Als besluit van dit indrukwekkende  boek is er een dankwoord, een korte nabeschouwing en een literatuurlijst. Vranx schrijft heel prettig en duidelijk over moeilijke onderwerpen.


ISBN 9789492626110 | Paperback |432 pagina's | Uitgeverij Horizon| september 2018

© Marjo, 4 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Opstand in de Nederlanden 1568-1648
De Tachtigjarige Oorlog in woord en beeld
Anton van der Lem


De pogingen om het grote publiek te informeren over de Tachtigjarige Oorlog zijn niet altijd even geslaagd te noemen.


De NOS-app van 13 oktober 2018 berichtte over een tentoonstelling Tachtig Jaar Oorlog in het Rijksmuseum. Het was volgens de NOS ‘een burgeroorlog vol verwoestend en gewetenloos religieus fundamentalisme’. De nadruk valt op ‘protestantse vandalen die een furieuze kaalslag’ in katholieke kerken aanrichtten. Het was een ‘razende geloofsterreur’, want protestanten weigerden in heiligenbeelden te geloven.


In Trouw (27 september 2018) introduceerde Hans Goedkoop een tv-serie die ‘nieuw licht’ inzake de Tachtigjarige Oorlog zou brengen. Het geweld in deze oorlog wordt vergeleken met wat IS in Syrië en de Taliban in Afghanistan aanricht. De calvinistische minderheid won en ‘onderdrukte daarna de meerderheid. Die calvinisten leken wel de Taliban’.


NPO2 kondigt de serie op de dag van uitzending aan als volgt: ‘Radicale protestanten richtten hun woede op katholieke kloosters en kerken en zetten monniken op de brandstapel. Ook in Amsterdam moesten katholieken de stad ontvluchten.’


Het is werkelijk triest zo’n vertekend beeld als hier van de beginfase van de Opstand tegen Filips II wordt gegeven. Heel knap dat tot drie keer toe aan de Beeldenstorm wordt gerefereerd, maar het woord ‘Inquisitie’ niet één keer valt. Het was de roomse Inquisitie die protestanten door de overheid levend liet verbranden of zelfs levend begroef. Dat ging om mensen. De Beeldenstormers (veel diverser samengesteld dan NOS en Hans Goedkoop voorstellen) vernielden beelden. De katholieken die Amsterdam verlieten, konden dat doen na een onbloedige wisseling van de macht in Amsterdam. In de jaren daarvoor waren steden als Zutphen, Naarden en Haarlem nog uitgemoord door de Spanjaarden! De grondlegger van het Calvinisme wees alle geweld in geloofszaken van de hand. Er bestaat geen calvinistische ‘ideologie’ die geweld tegen andersdenkenden verheerlijkt en legitimeert.


Waarom verdiepen mensen zich niet eerst in de historische literatuur over de Tachtigjarige Oorlog voor ze hun kretologie spuien? Bijvoorbeeld het boek van Anton van der Lem dat we hier nu verder bespreken.


Van der Lem heeft al aan vier pagina’s Inleiding voldoende om trefzeker aan te geven dat de Opstand om drie zaken draaide: vrijheid van godsdienst en geweten; recht op zelfbeschikking; recht op medezeggenschap.


Daarna volgen zeven hoofdstukken die de lange weg, een lijdensweg, beschrijven eer het van oorlog tot de Vrede van Münster kwam in 1648. Koning Filips II organiseerde eigenlijk zelf het verzet tegen zijn bewind door te stellen dat hij de Nederlanden liever kwijtraakte dan toe te staan dat er ketters in zijn rijk leefden. Met de komst van Alva ontketende hij een schrikbewind dat de route naar een vreedzaam naast elkaar bestaan van meerdere geloven (het ideaal van Willem van Oranje) blokkeerde. De gewapende strijd die hier het gevolg van is, loopt uit op de scheiding van de Nederlanden. Het noordelijk deel vecht zich vrij, het zuidelijk deel blijft Spaans en rooms. Na 1648 worden katholieken in het noorden gedoogd, in het zuiden moeten protestanten vluchten naar andere oorden. ‘Dat de katholieken en andere niet-calvinisten, zoals doopsgezinden en lutheranen, gewetensvrijheid genoten, was een feit’. En dat hoewel katholieken een ‘veiligheidsrisico’ vormden in zoverre zij weer aansluiting bij Spanje zouden willen zoeken (blz. 170).


Van der Lem heeft de gave om ingewikkelde zaken helder uiteen te zetten. Een voorbeeld van zijn genuanceerde beschrijving van het conflict is de passage op bladzijde 44. Als er een processie wordt gehouden moeten omstanders knielen, de hoed afnemen en het kruisteken maken. De protestant kon dat eerbetoon niet geven. De katholiek zei: ‘Waarom zou ik niet knielen voor mijn Heer en Zaligmaker’. Zo werd het verschil in geloof zichtbaar in het openbare leven. Het gaf wederzijds ergernis. Maar er was wel moed voor nodig om te blijven staan tijdens een processie. In Gent werd een metselaar veroordeeld tot geseling en vijftig jaar ballingschap alleen maar omdat hij zijn pet had opgehouden! (blz. 121).


Over de Beeldenstorm schrijft hij: ‘Het is eigenlijk onmogelijk om de beeldenstormen onder één noemer te zetten. Op de ene plaats verliep het beeldenstormen in razernij door groepen van werkloze en hongerige mensen… elders ging het er gedisciplineerd aan toe’ (blz. 58).


Van der Lem is begaan met het lot van boer, burger en handwerksman in de oorlogsgebieden. Zij werden tot op het bot uitgeschud en vernederd, zo niet verkracht, gemarteld en gedood (blz. 173). Dat is de keerzijde van de veldslagen en belegeringen met wapperende vaandels, tromgeroffel en trompetgeschal.


De waarde van dit boek is, naast de helderheid van schrijven, de grote deskundigheid van de schrijver en zijn afgewogen oordeelsvorming, ook gelegen in de ruime aandacht die uitgaat naar de Zuidelijke gewesten. Dit is geen ‘Hollandcentrische' geschiedschrijving. Zo wordt duidelijk dat ook de zuidelijke gewesten zich na het Twaalfjarig Bestand herstellen en een periode van grote geestelijke en culturele bloei meemaakten.


Van der Lem is betrekkelijk mild over het optreden van de Inquisitie (blz. 48). De Inquisitie spoorde op en berechtte; de overheid voltrok het vonnis. De vraag is echter of je als kerk schone handen houdt door de voltrekking van de straf aan een ander over te laten. Ook vermeldt Van der Lem dat een bekentenis, verkregen na foltering, vrijwillig herhaald moest worden in de rechtszaal. Dat stelt toch niets voor? Wat voor keus had het slachtoffer in feite nog? In beide gevallen vind ik dat de rechtsgang hypocriet is.


Op blz. 57 lezen we dat de calvinisten de overheid als dienares van God beschouwden ‘en dus diende ook die overheid tot het calvinisme bekeerd te worden’. Dat zullen calvinisten zeker gewenst hebben, maar de clou is nu juist dat calvinisten van mening waren dat een overheid die dat niet deed tòch gehoorzaamd moest worden. Dat blijkt ook uit het citaat dat Van der Lem een bladzijde eerder aanhaalt: Guido de Brès schreef dat gereformeerden [ondanks de geloofsvervolging, H.] trouwe onderdanen van de koning wensten te zijn.


Van der Lem is goed thuis in zijn onderwerp. Dat blijkt ook uit zijn beschrijving van de Bestandstwisten. Toch ook hier een kanttekening. Op blz. 178 staat dat Arminius (1559-1609) niet leerde dat goede werken bijdroegen aan de zaligheid van de mens – zoals de katholieke kerk deed – maar erkenning vroeg voor de mogelijkheid dat de mens invloed kan uitoefenen op zijn eigen lot. Dat komt toch op hetzelfde neer? Ik zie het verschil niet zo goed. In 1604 doceerde Arminius aan zijn studenten in Leiden dat God mensen verkoos van wie Hij wist dat ze zouden gaan geloven. Dat geloof is dan een verdienste van de mens. Gomarus (1563-1641) kwam op voor het ‘sola gratia’ van de Reformatie. Het is uitsluitend en alleen genade van God als een mens zalig wordt en niet diens verdienste.


Deze punten lijken alleen geschikt voor fijnproevers. Toch zijn ook de details van belang, anders marcheren we langs de kern van de zaak. Van der Lem is zo’n fijnproever die ook de details beheerst. Dat blijkt bijvoorbeeld op blz. 121 waar hij een opmerking van de gerenommeerde historicus Geoffrey Parker doeltreffend onderuithaalt. Parker berekende de omvang van gemeenten op basis van het aantal deelnemers aan de mis en aan het avondmaal. Omdat het aantal avondmaalgangers veel lager lag dan het aantal communicanten aan de mis concludeerde hij dat het calvinisme maar een kleine minderheid was. Terecht wijst Van der Lem erop dat in de katholieke kerk iedereen aan de mis deelnam, maar dat het aantal deelnemers aan het Gereformeerde avondmaal maar een fractie was van het totaal aantal kerkbezoekers. Knap!


Hans Goedkoop wil ‘nieuw licht’ op de Tachtigjarige Oorlog werpen. Op grond van nieuwe feiten? Nee, op grond van een modern perspectief op religie en dat kleurt zijn visie. Feiten zijn echter heilig in de geschiedwetenschap en die botsen echt met dat ‘nieuwe licht’. Van der Lem laat zien dat het om drie zaken draaide. De eerste was dus het opkomen voor vrijheid van godsdienst en geweten.  En dan moeten we toch echt starten bij het opjagen, folteren en vermoorden van protestanten. Daar werkten roomse Inquisitie en Spaanse overheid eendrachtig in samen. Dat laat onverlet dat heel veel ‘gewone’ rooms-katholieke mensen eveneens walgden van deze vervolging.


Kortom: Van der Lem schreef een boeiend en aansprekend boek. Ik wens het boek een ruim onthaal toe. Voor een verantwoorde meningsvorming over Opstand en Oorlog tegen Spanje is zijn boek een uitstekende bron. Eenvoudig, helder en boeiend geschreven en toch ook op wetenschappelijk niveau. Zijn ‘onuitroeibare drang om ingewikkelde zaken toegankelijk te maken voor iedereen’ schrijft Van der Lem heel sympathiek toe aan het inspirerende voorbeeld van zijn onderwijzer op de lagere school. 
De vele afbeeldingen, de meeste in kleur, zijn prima afgestemd op de tekst.


Het is een genoegen om dit boek te lezen, daarom geef ik dit prachtig uitgegeven boek graag een hartelijke aanbeveling mee.


ISBN 9789460043925 | Paperback | 260 pagina’s | Uitgeverij Vantilt | september 2018

© Henk Hofman 29 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een zee van glas
Geerteke van Lierop


De fragmenten uit het dagboek van de schrijfster zijn ontstaan na de dood van haar vriend die verdronk tijdens een vaartocht met zijn boot. Ze beschrijft hierin haar ervaringen gedurende het eerste jaar. De schrijfstijl van de auteur bestaat uit korte en krachtige zinnen die daardoor indringend zijn en zeggingskracht hebben, zoals deze: ‘Hij neemt nooit meer op’.

Prachtig is haar beschrijving van de verkopers wanneer zij kleding en een nieuwe bril aanschaft. Hun warme benadering van haar rouw is gewoon voelbaar. 

Poëtische intermezzi wisselen de teksten af zoals deze op pag. 22:


jij bent

in het alles

in het niets

en ik ben

zwart

van verdriet


Haar collega, die hetzelfde heeft meegemaakt, vertelt van haar ervaring die ook Geerteke zal ondervinden: ‘Ik heb veel vrienden verloren omdat ze me niet begrepen en ik dit verlies niet met hen kon delen. Jij gaat ook vrienden verliezen. Je krijgt nu veel aandacht, maar over een half jaar is dat afgelopen en wordt het stil, heel stil’, pag. 35. 


Regelmatig weet de auteur situaties kernachtig te omschrijven:


‘Hij daar. Ik hier’, pag. 51.

‘Ik rouw alleen. Rouwen is alleen’, pag. 55.

‘Ik ben thuis. Hij was mijn thuis’, pag. 65.


Ontroerend is de ontmoeting met een man op straat in Londen die eindigt met deze woorden: ‘Hij pakt mijn hand en zegt: ‘God bless you’. , pag. 61.


Een klein maar waardevol boekje!


ISBN 9789025906665 | Hardcover | 104 pag | Ten Have Utrecht | oktober 2018

© Evert van der Veen, 26 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Discipline, Toezicht en Straf
De geboorte van de gevangenis
Michel Foucault


Michel Foucault was filosoof met een grote belangstelling voor psychologie. Hij promoveerde op een onderzoek naar ‘waanzin’ in de klassieke tijd. Het was een heel goede gedachte van de uitgever om deze studie uit 1975 over de geschiedenis van ons strafrechtssysteem opnieuw uit te geven.


Het boek omvat vier delen. Deel I en II gaan over Lijfstraffen en Straffen. Deel III behandelt de disciplinering van de samenleving vanaf de 18e eeuw. Deel IV gaat in op gevangenis en gevangenschap. Het boek sluit af met een literatuurlijst en dertig bladzijden met afbeeldingen. Een register ontbreekt.


In dit boek komt heel treffend de omslag naar voren in ons denken over straffen. ‘Straf’ ontwikkelde zich van boetedoening voor het begane misdrijf naar een middel om de dader te corrigeren en te re-integreren in de samenleving. Dat betekende dat de beul werd vervangen door de pedagoog. Het hield ook in dat straffen die voorheen aan het lichaam werden voltrokken (de galg, het rad, het schavot) thans ingrijpen op de ziel van de veroordeelde met het doel hem te verbeteren.


Elk deel wordt ingeleid door aansprekende voorbeelden uit de geschiedenis. Het is bijna te gruwelijk om te lezen hoe veroordeelden op het schavot urenlang gemarteld en uiteengereten werden eer de beul er een eind aan maakte. Het is duidelijk dat de straf barbaarser was dan de misdaad van de veroordeelde.


Er komt steeds meer verzet tegen de onmenselijke wijze waarop veroordeelden ter dood werden gebracht. De ontwikkeling gaat van wrede lijfstraffen naar ‘milde straffen’. Straffen moeten tijdelijk zijn, het schavot wordt vervangen door de gevangenis, vrijheidsberoving wordt gecombineerd met heropvoeding. Het doel van de straf is niet langer het doen van boete, maar is gericht op terugkeer in de samenleving. De straf is niet meer gericht op de daad in het verleden, maar op de toekomst.


Vorige week las ik in het mededelingenblad van Justitie dat minister Sander Dekker (Rechtsbescherming) op uitnodiging van gedetineerden met hen ‘dineerde’ in de gevangenis. Dat is de ultieme consequentie lijkt mij van de ‘milde straffen’ waar Foucault het over heeft. Vanaf het begin van de 19e eeuw zijn de klachten hierover gelijk aan de klachten die we nu horen. De dader komt er veel te gemakkelijk vanaf; de slachtoffers hebben levenslang; de gewone arbeider (in de 19e eeuw) heeft een beroerder leven in de fabriek dan de gevangene in zijn cel.


Aan de basis van de gevangenis staat volgens Foucault ‘de protestantse vinding’ van het Rasphuis in Amsterdam (1596). Het Rasphuis haalde landlopers van de straat en verplichtte ze tot zinvol werk. Het ritme van werk, vrije tijd en nachtrust gaf de mannen structuur in hun leven na hun vrijlating.


Foucault beschrijft indringend dat de gevangenis een instituut vol gebreken is. Hij laat zien hoe er geleidelijk aan een netwerk aan instanties en therapeuten ontstaat. Medici, psychologen, psychiaters, welzijnswerkers, reclasseringswerkers storten zich op de gevangene. De beul moest vroeger het zwaard kunnen hanteren, maar bewakers nu moeten beschikken over kwalificaties op mbo- en hbo-niveau. En toch is recidive, de ‘draaideurcrimineel’, een onoplosbaar probleem. Het merendeel van de gevangenen gaat opnieuw in de fout. Het valt zwaar tegen met de heropvoeding van de crimineel. Wat weerhoudt de mens van een misdrijf? Het schavot werkte niet preventief, maar de gevangenis met zijn waaier aan hulpverleners evenmin. De samenleving is immers de laatste jaren meerdere malen zwaar geschokt door ernstige (zeden)misdrijven die delinquenten na hun vrijlating begingen.
Er is geen goed alternatief voor de gevangenis. Terug naar het schavot wil niemand, deportatie naar een kolonie is na 1945 niet langer een mogelijkheid. De enige mogelijkheid is om recidivisten het perspectief op terugkeer in de samenleving te ontnemen. Zolang we dat ‘niet humaan’ blijven vinden, moeten we accepteren dat er opnieuw slachtoffers kunnen vallen die de rechtsorde ernstig schokken.


Het is opmerkelijk dat straf als boetedoening ook in de theologie een plaats heeft. De Middeleeuwse theoloog Anselmus (1033-1109) stelde dat de zondige mens inbreuk maakte op de heiligheid van God, zoals de misdadiger de waardigheid van zijn vorst schond. Dit vroeg om genoegdoening (satisfactie), om straf, waardoor de toorn van de soeverein gestild werd. De vorst had echter het recht van gratie. God heeft uit liefde de mens gratie gegeven en de straf die de mens had verdiend voltrokken aan Zijn eigen Zoon. De gezichtspunten van Anselmus speelden opnieuw een hele belangrijke rol in het tijdvak van de Reformatie. Het laat zien dat diep in elk mens een gevoel van onvolkomenheid zit, ook al is er geen misdrijf gepleegd.


Opmerkelijk is ook het panopticum (cirkelvormige gevangenis met cellen met veel glas die rond een centrale ruimte zijn gebouwd, zodat de gevangenen steeds in de gaten gehouden kunnen worden) van Jeremy Bentham (1748-1832). Een gevangenis gebouwd volgens dit principe maakt het mogelijk om alle gevangenen met een minimale bezetting te bewaken en te controleren. Maar wie bewaakt de bewakers? Al in de 19e eeuw zijn onafhankelijke Commissies van Toezicht (CvT) opgericht. Ik ben in Amsterdam jarenlang voorzitter van een CvT geweest. Daar zag ik dat het systeem bijna verstopt raakte onder de vloed aan klachten. Elke gevangene heeft het recht een klacht in te dienen. Elke klacht moet behandeld en geregisseerd worden. De klager wordt gehoord, de bewaker wordt gehoord. Complexe zaken komen voor een driehoofdige commissie. Er is een recht om in beroep te gaan tegen de uitspraak. Alles wordt genotuleerd. De uitspraak wordt in een juridisch document gegoten en aan de klager overhandigd. De dossiers gaan naar de Rechtbank.


De kosten van dit systeem zijn hoog. Er zijn al eens Kamervragen over gesteld. De één vindt dit het summum van beschaving, de ander oordeelt dat het een aanfluiting is. Regelmatig ‘wint’ de klager en deze wordt dan gecompenseerd (‘genoegdoening’) met rookwaar, extra belminuten en andere privileges. Waar het mij om gaat is dat bewakers en gedetineerden elkaar dus bewaken en controleren met de CvT als scharnierpunt. Gedetineerden die bewakers controleren. Ook dit is een ultieme consequentie van ‘milde straffen’.


In dit prachtige boek legt Foucault verbanden met andere maatschappelijke ontwikkelingen. De school, de kazerne, het internaat en de fabriek. Overal signaleert hij de tendens tot regulering en disciplinering van het leven. Controle is altijd mogelijk door het aanbrengen van ramen en latrines en badhokjes te voorzien van halve deuren. Het staat haaks op onze tijd waarin de waarde van individuele autonomie hoog staat aangeschreven. In dit boek worden levendig geschreven passages afgewisseld met tamelijk ingewikkelde betogen. De vertalers hebben het moeilijke Frans van Foucault echter prima overgebracht naar het Nederlands.


Discipline, Toezicht en Straf
heeft nog niet ingeboet aan betekenis. Het is voor de lezer een bron van verbazing, verwondering en informatie over een belangrijke ethische vraag: hoe dient de samenleving iemand te straffen die zich niet aan de wetten van het land houdt?


Michel Foucault (1926-1984) was een briljante wetenschapper, verscheurd door tegenstrijdigheden in zijn karakter. Hoewel getrouwd en vader van drie kinderen, kampte hij met homoseksuele gevoelens en had hij zelfmoordneigingen, tot hij in 1984 overleed aan de gevolgen van aids.


ISBN: 9789065540645 | Paperback | 438 blz. | Historische Uitgeverij Groningen | juli 2018
Vertaald door Vertalerscollectief

© Henk Hofman, 16 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dichtbij de horizon
De kunst van het sterven
Henk Veltkamp

 
Dit boekje is een goede gids voor mensen in de laatste fase van hun leven en begint met het slecht nieuws gesprek dat meestal de bevestiging is van voorgevoelens en de inleiding is tot de terminale levenstermijn.


Er zijn veel citaten van patiënten en anderen. Een beetje merkwaardig is het woord ‘patiëntencarrière’ dat enkele keren wordt gebruikt. Verder is de toon goed en getuigt deze van veel inlevingsvermogen en kennis van wat er in mensen omgaat. Mooi is het beeld van de roeiboot dat René Gude gebruikt: je roeit vooruit, maar je kijkt naar wat achter je ligt’, pag. 28.


Wanneer mensen beseffen dat ze aan ‘het laatste eindje’ zijn begonnen, worden zij zich meer bewust van de kostbaarheid én kwetsbaarheid van hun leven. Jacqueline van der Waals verwoordde dat treffend in een gedicht: ‘ik had het leven nooit zo lief gehad’.


De auteur besteedt ook aandacht aan praktische zaken als een bucketlist en hetgeen iemand wil regelen. Voorbereiden op het levenseinde is in de kern doen én laten; sterven is vooral het leven loslaten.  Cory Tailor  zegt in haar boek: ‘Ik heb geen bucketlist, want ik put troost uit mijn herinneringen aan de dingen die ik gedaan heb zonder te smachten naar alles wat ik niet gedaan heb’, pag. 50 – 51. Dat getuigt van ingetogen wijsheid en is een heilzame tegenhanger van de tendens om verre reizen e.d. te maken ‘nu het nog kan’ zoals mensen dan zeggen.


Ook de verklaring van euthanasie en niet-behandelen, het levenstestament en voltooid leven krijgen aandacht. Goed dat Veltkamp benadrukt dat de mens een relationeel wezen is: altijd zijn er anderen bij iemands afscheid betrokken. Het lijkt erop dat dit gegeven te weinig aandacht krijgt in de huidige tijd waarin het individu het recht op zelfbeschikking opeist.


De auteur is geestelijk verzorger maar neemt een ruim standpunt in als het gaat om de betekenis van een specifieke religie en hij vindt dat leven en dood met elkaar verbonden zijn. In een zeer kort overzicht zet hij tien visies op een rijtje over de vraag waar iemand is na zijn dood. Mooi is de wijze waarop hij de visie van Erasmus actualiseert en zijn vijf verleidingen vertaalt in de vijf engelen van geloof, hoop, liefde, geduld, bescheidenheid/nederigheid.


‘Sterven is niet verdwijnen maar verhuizen naar het hart van de mensen die je dierbaar zijn’ aldus Manu Keirse. Dat lijkt een goede samenvatting van wat de auteur uiteindelijk in dit boekje wil overbrengen.


ISBN 978 90 435 3075 0 | Paperback | 128 pag | Kok Utrecht | 26 september 2018

© Evert van der Veen, 29 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer HIER

 

Help, nu ben ik oma!
Flic Everett


Met een voorwoord van de Nederlandse auteur Barbara van Beukering (bekend van "Kruip nooit achter een geranium')

Flic Everett begint met de zin ‘De gemiddelde oma bestaat niet.‘ Een open deur, zoals er veel in dit boek staan. Wie logisch nadenkt heeft dit boek eigenlijk niet nodig toch? Misschien niet alles wat er in staat, nee, maar waarschijnlijk valt er voor iedere oma wel iets uit te halen.


In een twaalftal hoofdstukken wordt besproken wat je zoal overkomt als je zoon of dochter je vertelt dat er een kleinkind gaat komen. Die boodschap is de eerste keer best even wennen, maar of het leuk, fantastisch of misschien wel lastig gaat worden dat hangt helemaal van de situatie af. Wonen zoon of dochter ver weg? Heb je een goede band met (schoon)zoon of -dochter? Ga je oppassen, wat betekent dat dan voor je financiële situatie, voor je eventuele baan?
Een goede raad: overleg altijd met de nieuwbakken ouders, en richt niet zomaar een kinderkamer in! Maar het is dan weer wel handig om een aankleedkussen en een kinderstoel te hebben, omdat een baby niet stil ligt (!)
Veel aandacht wordt er besteed aan het feit dat er een generatiekloof kan zijn, want het kind groeit op met moderne media die je zelfs misschien nauwelijks kent.
Er staan een paar grappige tekstjes in het boek waarmee je kan bepalen wat voor oma je bent, of wil zijn.


‘Het is waarschijnlijk al een tijdje geleden dat je een kind hebt gekregen’.


Ja duh... toch kan een opfriscursus geen kwaad.  De 'gebruiksaanwijzing' is veranderd. En er wordt vooral op gehamerd dat je je er absoluut voor moet waken om je te bemoeien met de opvoeding die de jonge ouders willen geven. Al staan er ook voorbeelden in van gevallen waarin je juist wèl je autoriteit moet laten gelden. Als voorbeeld wordt genoemd: als kinderen een bouillonblokje te eten krijgen. Huh, zijn er echt ouders die dat zouden doen? Maar dat honing niet goed is voor een baby onder het jaar, vanwege mogelijke bacteriën, dat wist ik dan weer niet.


Er wordt ook gesproken over jaloezie dat eigenlijk betekent dat je bang bent dat je iets mist.
Maak er geen wedstrijd van, zegt Flic Everett, en betrek er nooit het kind bij!


Het is een boek voor nieuwbakken oma’s die niet zo zeker zijn van zichzelf, zoals alle hulpboeken voor onzekere mensen zijn. Leuk zijn de kleine verhaaltjes van (Engelse) oma’s, de ervaringsdeskundigen.


'Ik ben het niet altijd eens met de regels van mijn dochter, maar ik zou wel gek zijn om me er niet aan te houden.‘


Precies, want zou je er tegen in gaan, dan zie je je kleinkind misschien veel minder dan gewenst.
Deze wijze raad klinkt door het hele boek, en is misschien een goede reden om het toch maar even te lezen.


ISBN 9789020608809 | Paperback | 224 pagina's | Pepperbooks | oktober 2018
Vertaald uit het Engels door Harriët Vierdag

© Marjo, 8 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Werk, bid & bewonder
Een nieuwe kijk op kunst en calvinisme
Marianne Eekhout


In dit vlot geschreven en mooi geïllustreerde boek gaat Marianne Eekhout – conservator stadsgeschiedenis van het Dordrechts Museum – in op de relatie tussen calvinisme en kunst. De gangbare opinie is dat calvinisten voor hard werken en soberheid staan en weinig gevoel hebben voor kunst. Marianne Eekhout toont aan dat dit laatste niet klopt. Calvinisten legden zich inderdaad toe op werken en bidden, maar Eekhout laat zien dat ze ook bewondering hadden voor kunst. En dus is dit een origineel boek, waarin Eekhout een nieuwe kijk op het verband tussen kunst en calvinisme geeft.


De grondlegger van het calvinisme, Johannes Calvijn heeft zich nooit negatief over kunst uitgelaten. Kunstzinnigheid was in zijn ogen een gave van God. Het ging hem erom dat beelden niet vereerd mochten worden en dat God niet werd afgebeeld.


Tijdens de Beeldenstorm van 1567 is veel kunst niet vernield, maar verplaatst naar woonhuizen, gildehuizen of publieke gebouwen. In tegenstelling tot ons hedendaagse beeld van beeldenstormen werden kerken meestal onder toezicht en leiding van stadsbesturen gezuiverd van beelden (pagina 17). Wat kon blijven, waren de koorbanken, de glas-in-loodramen, de preekstoel. Ook psalmborden, orgelpanelen en tekstborden waarop schriftlezing en te zingen psalmverzen werden vermeld, waren geen probleem.


Eekhout vermeldt dat niemand verplicht was zich aan te sluiten bij de Gereformeerde Kerk en dat andersgelovigen niet bang hoefden te zijn voor vervolging, ook al was het niet toegestaan hun geloof in het openbaar te belijden.


Het rustige en doorwrochte betoog van Marianne Eekhout doet weldadig aan. De feiten die zij benoemt kunnen ons behoeden voor een opgewonden verhaal waarin calvinisten en beeldenstormers op één hoop worden geveegd, en zelfs de vergelijking met de Taliban niet te ver gaat. Niet alle calvinisten waren echter beeldenstormers en omgekeerd. Zeker zijn er helaas cultuurschatten verloren gegaan, maar de zaak ligt genuanceerder dan vaak wordt aangenomen.


Met dezelfde kennis van zaken schrijft Eekhout over het geschil tussen de theologen Arminius en Gomarus en de Synode van Dordrecht (1618/1619) die de eenheid in de kerk moest herstellen.


Vervolgens maakt de schrijfster een sprong over de 18e en 19e eeuw heen en bespreekt zij de relatie tussen kunst en neocalvinisten onder leiding van Abraham Kuyper (1837-1920). Kunstenaars die in dit hoofdstuk worden besproken zijn onder meer Ary Scheffer, Vincent van Gogh, Theo van Doesburg en Pieter Mondriaan. Eekhout vermeldt interessante biografische bijzonderheden die licht werpen op het verband tussen hun godsdienstige opvoeding en hun kunstenaarschap. Het accent verschuift in dit hoofdstuk naar kunstenaars die breken met enge kerkelijke kaders, ook al waardeerde Kuyper in het voetspoor van Calvijn kunsten eveneens heel positief.


Werk, bid & bewonder is een mooi boek geworden. Een afgewogen tekst wordt ondersteund door vele prachtige kleurenafbeeldingen.
Soms zie ik een bewering niet terug in een schilderij en vraag ik me af of we er niet meer betekenis in leggen dan verantwoord is. Zo zie ik op pagina 77 een afbeelding van een intelligente jonge vrouw, die haar bezigheden even onderbreekt en ons aankijkt. Dat deze vrouw intelligent is, leid ik af uit haar sprekende ogen en het opengeslagen boek op tafel. De tekst vermeldt dat deze jonge vrouw het archetype is van deugdzaamheid. En waar leiden we dat uit af? Op pagina 97 lees ik over een portret dat Calvijn ‘als een melancholische oude man neerzet’. Ik zie het portret van een man die nadenkt voor hij zijn volgende zinnen opschrijft. Melancholie bespeur ik hier niet.


Eekhout schrijft op pagina 92 dat Kuyper de grote voorman van de ‘kleine luyden’ werd.  De suggestie dat ook de Afgescheidenen van 1834 in hem een voorman zagen, klopt niet. Het merendeel van de Afgescheidenen die in 1834 buiten de Nederlandse Hervormde Kerk kwamen te staan, ging niet mee met Kuyper toen deze in 1886 op zijn beurt met de kerk brak. Zij herkenden zich juist niet in de theologie van Kuyper en hadden ook weinig aandacht voor kunst.


Dit waardevolle boek, waarin titel en inhoud elkaar volledig dekken en een hardnekkige mythe ontkracht wordt, beveel ik graag in uw aandacht aan. In het Dordts Museum is onder dezelfde naam een tentoonstelling ingericht ter herinnering aan de Synode van Dordrecht, 400 jaar geleden. Deze tentoonstelling loopt tot en met 26 mei 2019.


ISBN 9789462493438 | 127 pagina’s | Uitgeverij WalburgPers in samenwerking met Dordts Museum | november 2918

© Henk Hofman, 5 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

Cultuurroutes
Verken de mooiste culturele bestemmingen ter wereld
Lonely planet

 

Dit boek biedt 52 reisbestemmingen van culturele aard in de hele wereld. Het ontbreekt aan een duidelijke totaal-opzet: de lezer zou verwachten dat de reisdoelen per werelddeel zijn ondergebracht maar dat is niet het geval. Ook een ander logisch systeem – alfabetisch bv - heb ik niet kunnen ontdekken.
De indeling binnen elk van de 52 reisbestemmingen is daarentegen wel helder: 7 korte items, dikwijls met vermelding van website of telefoonnummer zodat degene die meer wil weten, op weg wordt geholpen. Daarnaast is er een rubriek met praktische informatie over mogelijkheden voor overnachting, horeca en worden evenementen genoemd.


Het boek opent met enkele reisdoelen in Australië waaronder de kunst van Aboriginals: een museum dat hieraan is gewijd en hun rotskunst in grotten.
- Bij Oostenrijk komt Wenen aan bod met o.a. de Stephansdom, het Mozarthaus en de Staatsoper.
- Van België wordt Brussel genoemd. Steden als Gent en Brugge hebben echter veel (meer) cultuur te bieden maar deze steden ontbreken. Zo zijn de keuzen vaker origineel.
- In Londen worden niet de gebruikelijke bezienswaardigheden genoemd maar bv. wel de Abbey Road studio’s. Ook Oxford komt onder Engeland ter sprake en hier treft men wel de klassieke items als Christchurch, Merton college, St. Barnabas church aan.
- Bij Ethiopië komen de bijzondere rotskerken ter sprake, waaronder die in Lelibela.Finland heeft de sauna als cultureel item, ongetwijfeld typerend maar is het ook niet het land van ‘de duizend meren’?
- Parijs wordt vanuit de schrijver Hemingway belicht, een originele invalshoek en met name interessant voor liefhebbers van literatuur.
- Bij IJsland is er - te - weinig aandacht voor de bijzondere natuur.
- Onder Ierland wordt niet de schitterende kustroute genoemd die veel toeristen rijden langs de prachtige en grillige rotskust.
- Ook bij Venetië worden andere keuzen dan gebruikelijk gemaakt.
- Roemenië heeft als item Dracula maar of dat nu de meest typerende cultuur van dit land is? Mij lijkt dat de Unesco kerken in Transsylvanië dan beter genoemd hadden kunnen worden.
- Beiroet in Libanon is interessant te noemen en de ambachtelijke invalshoek van Marrakech in Marokko is boeiend en biedt mooie verrassingen in deze graag bezochte koningsstad.-
- In Nieuw-Zeeland krijgt de cultuur van het Maori volk aandacht.
- bij Spanje worden Madrid en Sevilla belicht.
- Onder de VS is er o.a. aandacht voor Hollywood, zeker specifiek voor dit land en wereldbekend. Eén route die recht doet aan de vele natuurparken met de Grand Canyon had echter niet misstaan.


Een aardig, rijk geïllustreerd boek waarin menigmaal opvallende keuzen worden gemaakt.


ISBN 9789021569475 | Hardcover | 320 pag. | Kosmos Utrecht | juli 2018

© Evert van der Veen, 28 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vegetarisch het jaar door
Anna Jones


Was vroeger vegetarisch eten iets voor de geiten-
wollensokkentypes, de softies, de wereldverbeteraars, nu is het heel normaal. Steeds meer restaurants hebben vegetarische gerechten op hun kaart staan en die worden bovendien steeds lekkerder. Het is niet meer de kaasschnitzel met friet en een salade met tomaat en uitjes maar een prachtige maaltijdsalade met noten en fruit of een groentestoofschotel met ingrediëntens die op een verrukkelijke manier gekruid en bereid zijn. Het smaakt zelfs zo lekker dat je dat thuis ook wel eens wilt uitproberen, maar hoe doe je dat?


Gelukkig is er nu dit boek van Anna Jones want haar recepten zijn stuk voor stuk kleine, heerlijke, culinaire hoogstandjes, wat niet betekent dat je uren in de keuken moet staan, of heel ingewikkelde recepten voorgeschoteld krijgt. Integendeel! Bijna alle gerechten staan binnen het uur op tafel.


Het is een heel persoonlijk kookboek geworden. We zijn in het rijke Westen natuurlijk vreselijk verwend met allerlei soorten groente en fruit die het hele jaar door te koop zijn. Anna Jones vertelt in het voorwoord dat ze het een openbaring vond om te leren koken op basis van seizoenen. Ze ondervond dat de smaken op hun best zijn als de groentes aangeboden worden in hun natuurlijke seizoen.


Dat is ook de reden waarom ze dit kookboek in 6 seizoenen heeft opgedeeld. 'Een jaar opdelen in vier seizoenen, vind ik te vaag', zegt ze daarover. 'Het onderscheid is veel subtieler dan lente, zomer, herfst en winter. [...] Elke juni is weer anders, de wilde knoflook komt elk jaar op verschillende momenten op. [...] De seizoenen zijn een nuttig hulpmiddel, maar laat je leiden door je ogen en je smaak.'


Het boek begint met het hoofdstuk getiteld Het begin van het jaar, gevolgd door de hoofdstukkenTekenen van lente, De eerste warme dagen, Zomer, Herfst en Winter. Ze licht bij elk recept toe wat zij er zo aantrekkelijk aan vindt en hoe je bepaalde dingen het beste kunt aanpakken zoals bijvoorbeeld een wrap maken of loempiaatjes 'vouwen'. Soms staat bij een recept, 'zie de inleiding'. Aanvankelijk zocht ik in de inleiding voorin het boek wat er bedoeld werd, maar al snel bleek dat de persoonlijke toelichting boven het recept bedoeld werd.


Omdat ik niet goed bekend ben met de vegetarische keuken/diverse groentesoorten, komen er in het boek wel ingrediënten voor die ik niet ken, zoals edamame, cornichons (een soort kleine augurken zo blijkt) Castelfranco sla (sla voortgekomen uit een kruising van roodlof en andijvie, fontina, (kaas) en bij de term 'geforceerde rabarber' wist ik ook niet zo goed wat bedoeld werd en zocht in het recept naar de beschrijving hoe dat te maken was, maar vond het niet. Logisch, want het blijkt dus rabarber te zijn die in de winter gekweekt wordt i.p.v. de zomer. 


Maar eerlijk is eerlijk over het algemeen zijn de ingrediënten in dit boek vrij bekend en in elke groentewinkel of supermarkt verkrijgbaar.
De gerechten zijn bijzonder en deden me watertanden. Bij het lezen van de recepten werden dan al ook gauw papierstrookjes tussen de bladzijden gestopt want dát recept wilde ik zeker eens maken, en dát recept ook, en dát ook. De bovenkant van het boek lijkt inmiddels op een egel, zoveel smakelijke gerechten zijn er in te vinden die ik toch écht eens móet maken.


Al met al kon ik nauwelijks stoppen met het kijken naar de prachtige foto's en het denkbeeldig proeven van de gepresenteerde 250 gerechten. Het is dan ook heel goed te begrijpen dat dit boek het Kookboek van het jaar geworden is. Het staat vol met enorm fijne en verfijnde gerechten, is prettig om te lezen, en prachtig vormgegeven. Elke kookliefhebber zal van dit boek genieten! Ook een prachtig boek om cadeau te geven.


Anna Jones
is chefkok, kookboekenauteur en foodstyliste. Ze is columnist bij The Guardian en schrijft ook voor diverse andere Britse kranten en tijdschriften. Zij heeft samengewerkt met geliefde chefs als Antonio Carluccio, Yotam Ottolenghi, Jamie Oliver en Mary Berry. Maar in Nederland is ze nog relatief onbekend. Vegetarisch het jaar door is haar derde kookboek.


ISBN 9789059568525 | Hardcover | 476 pagina's | Fontaine uitgevers | augustus 2018
Afmeting
25,2 x 19,5 x 4 cm | Mooi en duidelijk vertaald door Marielle Steinplatz

© Dettie, 3 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER!

 

Kardinale deugden
Een inleiding tot het moderne leven
Rik Torfs


De titel van het boek roept andere verwachtingen op dan de inhoud waarmaakt. In de R.K. traditie zijn er zeven deugden, bestaande uit de vier kardinale deugden (later aangevuld met de goddelijke deugden geloof, hoop en liefde):

*    prudentia - voorzichtigheid, verstandigheid

*    iustitia - rechtvaardigheid

*    temperantia -  gematigdheid, zelfbeheersing

*    fortitudo - moed, sterkte, vasthoudendheid


Deze deugden komen niet expliciet ter sprake want het boek bevat een verzameling opstellen rond uiteenlopende thema’s waarin de auteur, Belgisch hoogleraar kerkrecht, de opstelling van mensen die de waarheid claimen, relativeert. Typerend is de openingszin: ‘Wanneer de wanhoop groeit – noem het desnoods onzekerheid – staan profeten op om te vertellen hoe we moeten leven’, pag. 7. Het zijn ‘wereldburgers’ die een universele visie claimen, wetenschappers die het gelijk aan hun kant denken te hebben en ethici die hun waarheid verabsoluteren.


Het boek is een milde maar weloverwogen kritiek op hun houding. Torfs’ pleidooi: ‘Vergeet de volmaaktheid en haar wrede, meedogenloze trekjes. Ontvlucht de perfectie en kies voor simpele maar daarom juist kardinale deugden die het broze leven en de complexe, soms verdorven wereld draaglijk maken’, pag. 17.

Een greep uit de inhoud:

In ‘Uitgesteld leed’ maakt de auteur een waardevolle opmerking: de tijd heelt geen wonden maar rijt oude wonden juist open. Hij illustreert dit met o.a. de nawerking van de Tweede Wereldoorlog die pas laat op gang kwam.


In ‘Geluk, of hoe het leven groter maken’ is er aandacht voor de levensbeschouwing die onze wereld meer inhoud geeft. Dat geldt ook voor kunst, literatuur en poëzie. Mooi zijn de slotwoorden van dit hoofdstuk:


‘Geluk verover je niet met bloed, zweet en tranen. Het komt als een geschenk. Plotseling is het er wanneer je door een landschap wandelt, een boek leest, een gesprek voert, reist door tijd en ruimte. Juist omdat het vederlicht is, zal geen mens ooit in staat zijn het te vangen’, pag. 48.


In ‘Culturele geborgenheid’ onderkent Torfs dat mensen behoefte hebben aan iets eigens dat hen identiteit verschaft. Het lokale en regionale geeft mensen een gevoel van ergens bij horen en thuis zijn.


In ‘Waaraan hechten we ons nog?’ komt naar voren dat leed verbindt zoals bij de ramp met de MH17 en de aanslagen in Brussel. Maar ook voetbal heeft dit verbindende kracht en dat geldt in heel ander opzicht ook voor stilte en gesprek.


In ‘Goden sterven niet’ stelt de auteur de beperkingen van ideologieën aan de orde die het vrije denken van de mens uitschakelen of in elk geval in ernstige mate begrenzen. ‘Maar het religieuze gevoel overstijgt de zuivere rede’, pag. 82 en dat is de eigen kracht van religie die ruimte houdt voor het mysterie in het leven.


In ‘Vijf lessen voor leraren’ doet Torfs een aantal, soms prikkelende, handreikingen die belangrijk zijn voor een goede uitoefening van het docentschap:

-       vakkennis en liefde voor het vak

-       regels niet altijd volgen

-       persoonlijke vorming

-       oude en nieuwe vaardigheden stimuleren

-       ongelijkheid van leerlingen stimuleren

 
In de epiloog staat een mooie beschouwing over de ontmoeting tussen Jezus en Zacheus waarin naar voren komt dat dit verhaal onze systematisch denkende en handelende samenleving onder kritiek stelt. Ook de tweedeling van goed en kwaad wordt hier doorbroken.


Torfs besluit met de pakkende woorden:


‘Zo kom ik bij de kern van dit boek. De werkelijkheid is groter dan de wetenschappelijke waarheid. En de moraal is op haar sterkst wanneer zij de kracht heeft om niet absoluut te zijn. Gehavende deugdzaamheid volstaat. Hoe laveren wij aan de hand daarvan op een menselijke manier door de onvolmaakte wereld? Daar gaat het in dit boek over. Meer staat er eigenlijk niet in. Was u maar op deze plek met lezen begonnen. Daarvoor is het nu te laat’, pag. 171.


ISBN 9789463103763 | Paperback | 171 pagina’s | Polis | 14 oktober 2018

© Evert van der Veen, 14 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer; klik HIER

 

De Tovenaar en de Profeet
Twee grondleggers en hun concurrerende ideeën over een leefbare toekomst op onze planeet
Charles C. Mann


Het voortbestaan van onze planeet staat op het spel. Halverwege deze eeuw zijn er tien miljard mensen. Hoe moeten we die voeden? Hoe is het met de beschikbaarheid van grondstoffen en energie? Groeien de problemen van vervuiling en klimaatverandering ons niet boven het hoofd? 


Sommigen beschrijven in dit boek de toekomst van de mens al in apocalyptische termen. De mens is bezig met zelfvernietiging en dat zou een onvermijdelijk biologisch principe zijn. Elke soort groeit door tot over de grens van een leefbaar bestaan en gaat daarna ten onder.
Charles C. Mann houdt het hoofd koel en beschrijft twee scenario’s om een ramp af te wenden.


Aanhangers van het eerste scenario zijn diegenen die hun hoop en vertrouwen op wetenschap en technologie vestigen. Dit zijn de ‘tovenaars’.
Het tweede scenario wordt aangehangen door mensen die oproepen tot een soberder leefstijl en een leven in overeenstemming met de mogelijkheden van de natuur. Dit zijn de ‘profeten’.


Charles C. Mann schrijft niet over de Tovenaar of de Profeet, maar over de Tovenaar en de Profeet. Hij maakt dus geen keuze. Beider aanpak leidt tot grote successen, maar ook tot mislukkingen. In beide gevallen zien we dat de beste bedoelingen averechts kunnen uitpakken. Voor zowel de Tovenaar als de Profeet geldt dat zij aanlopen tegen de menselijke natuur: mensen verkiezen ‘het huidige nut boven het toekomstige nut’ (blz. 363). Met andere woorden: de meeste mensen kijken altijd naar de voordelen op korte termijn en niet naar nadelen die nog ver weg in de tijd liggen.


Op blz. 361 constateert Charles C. Mann dat de opwarming van de aarde veel sneller gaat dan de berekeningen hadden aan gegeven. ‘We dachten altijd dat dit soort systemen voor zulke veranderingen duizenden jaren nodig hadden. Maar het gaat nu zo snel dat het angstaanjagend is.’ Aan de andere kant heeft Mann het in zijn boek over een aarde die honderdduizenden jaren oud is, zoals evolutionisten dat naar voren brengen. Maar als wetenschappelijke berekeningen naar de toekomst toe niet uitkomen omdat processen in de praktijk ‘angstaanjagend’ snel gaan, kan dat natuurlijk in het verleden ook het geval zijn geweest. Ineens lijken christenen met hun geloof in een jonge aarde niet meer zo wereldvreemd.


Dat gevoel wordt nog versterkt als Mann op blz. 368 beschrijft hoe een miniem verschil in beginvoorwaarden op termijn tot totaal andere uitkomsten kan leiden. ‘Een miniem verschil in beginvoorwaarden verandert de uitkomst dramatisch’. Ineens lijken die koolfstofdateringen waarmee de ouderdom van de aarde wordt bepaald minder solide dan wetenschappers doen voorkomen. Mijn vraag is waarom Mann deze constatering wel toepast als het over de toekomst gaat, maar weer niet als het over het verleden en de ouderdom van de aarde gaat.


Het boek van Mann komt zowel beklemmend als bevrijdend over. Beklemmend vanwege de reële rampen die de mensheid als geheel boven het hoofd hangen. Bevrijdend omdat Mann geen doemdenker is, maar laat zien hoe steeds weer op tijd nuchtere bezinning het wint van de hebzucht. Het is vurig te hopen dat dit ook nu weer het geval zal zijn.


Mann schreef zijn boek uit zorg over zijn kinderen. En inderdaad, je moet er niet aan denken wat je kinderen en kleinkinderen mee moeten maken als deze planeet bezwijkt onder wat ik maar even ‘de vraatzucht van onze generatie’ noem. Het lijkt nu nog een onmogelijke opgave om het roer om te gooien. De dingen hangen immers met elkaar samen. Stel dat we stoppen met nodeloze vliegvakanties en cruisetochten. Dan heeft dat catastrofale gevolgen voor het hotelwezen, de horeca, de taxichauffeurs, de winkeliers, noem maar op. Het voorbeeld laat zien dat we bijna niet meer terug kunnen. Er toch zal er een weg gevonden moeten worden! Op blz. 389 wijst Mann op kernenergie als een betrouwbare, goedkope en veilige optie. Het grote probleem is weer hoe het gevaarlijke radioactieve afval verwijderd moet worden, meldt hij.


Het is duidelijk: we moeten keuzes maken. Wetenschappers moeten consequenties van de verschillende keuzes duidelijk maken. Politici moeten de moed hebben verkiezingen in te gaan met impopulaire plannen. Kiezers moeten het verantwoordelijkheidsbesef hebben om niet voor het kortetermijnbelang te kiezen.


Charles Mann schrijft ontzettend boeiend. Het is niet alleen heel knap zoals hij ingewikkelde thema’s op een eenvoudige wijze uitlegt, het boek is ook interessant vanwege alle boeiende personen en hun lotgevallen. Voor mensen die zich bekommeren om het milieu en die het nieuws hierover goed volgen, is dit boek echt een aanrader. Het brengt structuur aan in een ingewikkeld vraagstuk. Bovendien is het altijd nuttig de voorgeschiedenis van dit thema goed te kennen.


Samenvattend: De Tovenaar en de Profeet is een ontzettend pakkend boek geworden over de milieu-, energie-, klimaat- en voedselproblematiek, waarin wetenschappers en politici een weg zoeken om het voortbestaan van de mensheid te waarborgen. Het boek getuigt van de gemakzucht en de achteloosheid waarmee mensen de natuur vernietigen, maar ook van de enorme strijd en creativiteit van mensen om de natuur te beschermen.


Het boek wordt afgesloten met een uitgebreid notenapparaat, een literatuurverwijzing en een register. Verspreid door het boek heen zijn talloze foto’s opgenomen. In zijn Dankwoord bedankt Charles C. Mann de Nederlandse vertaler Bart Voorzanger die de schrijver voor ‘tientallen flaters’ behoed heeft, zodat ‘de Nederlandse versie vast beter is dan mijn Engelse’ (blz. 541). Ik geloof het graag en sluit me hierbij aan door de Nederlandse versie van harte bij u aan te bevelen.


ISBN 9789046823859 | Paperback | 688 blz. | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | september 2018

© Henk Hofman, 22 oktober 2018

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Hartstikke mediterraan
Langer, fitter en slanker leven dankzij de mediterrane keuken
Jansen & Jansen


De naam Jansen & Jansen staat voor de zussen Janine en Annemieke Jansen.
Dankzij een vader met een broze gezondheid zijn ze in hun jeugd al met vet- en zoutarm voedsel in aanraking gekomen. Het gezonde en bewuste eten is ze daardoor letterlijk en figuurlijk met de paplepel ingegoten.


Annemieke werd cardioloog, Janine werd grafisch ontwerper; koken, stylen en fotograferen zijn grote passies van haar. Deze combinatie maakt dat het voedsel in dit boek verantwoord is en het boek zelf prachtig is vormgegeven. In hun eerdere boek Hartstikke lekker. Voorkomen is beter dan genezen hebben ze al uitgebreid stilgestaan bij de relatie tussen eten en gezondheid en speciaal voor dit boek heet Annemieke maandenlang opnieuw uitgebreid onderzoek gedaan.

'Allerlei wetenschappelijke onderzoeken wijzen op de heilzame effecten van de mediterrane keuken,' vertellen de zussen ons. Die keuken is goed voor hart en bloedvaten. In dit boek streven ze ook naar recepten met weinig zout, suiker of zoetstoffen en gebruiken ze voornamelijk goede vetten, en weinig dikmakende koolhydraten. Met dat laatste bedoelen ze koolhydraten verkregen uit koek, witbrood etc..

Het boek is ingedeeld naar ingrediënten en begint - na de basisingrediënten - met zuivel en eieren. Annemieke legt uit dat eieren niet de grote cholesterolbommen zijn zoals aanvankelijk werd gesuggereerd. De mediterrane keuken gebruikt ze regelmatig. Er wordt verteld over boter, yoghurt (waar ze de meeste sauzen van maken), kaassoorten en waarom ze de ene kaassoort beter vindt dan de andere. Er wordt echter niets verboden, wel verklaard waarom bepaalde ingrediënten de voorkeur genieten boven de andere.
De recepten hebben hun oorsprong uit Griekenland, Toscane, Sicilië etc.


Vervolgens komen we aan bij de vlees- en vis gerechten en ook hier wordt aangegeven wat de beste keus hierin is. Maar ook vleesvervangers worden onder de loep genomen. Sojaproducten zijn prima maar in veel vleesvervangers zit transvet wat niet goed voor ons is. Verder bevatten ze vaak extra suiker, zout, zuur en andere vetten. Hun favoriete bakproduct is de neutrale rijstolie, vanwege het hoge rook- of walmpunt. Met andere woorden de olie verbrandt minder snel. Voor dressings wordt goede olijfolie geadviseerd.
De recepten zijn allemaal goed te doen, en bevatten geen bizarre ingrediënten die je zelden tot nooit gebruikt.
(Onderaan de bladzijde staat, vrij klein, bij alle recepten van het boek de berekening van het recept, wat wil zeggen hoeveel kilocalorieën, natrium, suiker, verzadigde- en enkele- of meervoudige vetzuren, vezels, cholesterol, calcium, proteïnen en kalium  er in een portie zitten)


Gezien de mediterrane aard van de recepten nemen groentes, noten, kruiden, specerijen, granen en zaden natuurlijk een grote plek in, in dit boek én vanzelfsprekend de pasta's.
De borrelhapjes en nagerechten (altijd mijn favoriet) zien er ook erg uitnodigend uit. Ook deze worden zo gezond mogelijk bereid zonder bijv. bakken suiker toe te voegen. Zelfs de beroemde Sachertorte is door de dames omgebouwd naar een gezondere variatie.


Het fijne is dat overal toegelicht wordt waarom bijvoorbeeld kokosolie niet aanbevolen wordt en andere olie wel, zodat je ook begrijpt waarom het goed voor je is of niet. Ook gaat Annemieke in op het nu zo populaire koolhyrdaatarme dieet en ze vertelt waarom ons lichaam koolhydraten nodig heeft, dat ze niet slecht zijn, maar dat bepaalde koolhydraten beter wel vermeden kunnen worden.


Naast al deze inhoud vol wijsheid en recepten is het boek gelardeerd met prachtige sfeervolle foto's van de mediterrane omgeving, ingrediënten én het bereide voedsel. Bij elk recept staat een paginagrote duidelijke foto.


Kortom, een fantastisch boek, met heerlijke recepten die niet al te veel tijd en geld kosten!


ISBN 9789059566194 | Hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij Fontein | september 2018

© Dettie, 20 oktober 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER