Nieuwe recensies Non-fictie

Rock your crystals
Selfcare met 50 kristallen
Hanneke Peeters

Rock your crystals
Selfcare met 50 kristallen


In mijn nieuwe woonplaats is een prachtige ruimte waar mineralen en fossielen verkocht worden. Het voelt alsof je een andere wereld betreedt. Toen ik daar een steen kocht kreeg ik er een mooi 'perkamenten' papier bij waarop de werking van de steen vermeld staat. Vanaf die dag ben ik erg geïnteresseerd geraakt in de werking van stenen en heb heel bijzondere gesprekken gevoerd en bijzondere dingen meegemaakt met de mensen die in die ruimte werken of met de bezoekers. Toen ik dan ook dit boekje aangekondigd zag staan, wilde ik het graag hebben, omdat ik benieuwd was wat het me te vertellen had.


De schrijfster van dit boekje heeft vijftig stenen - kristallen -  uitgekozen. Ze vertelt ons: "De kristallen die ik in dit boek noem, heb ik allemaal zelf gezien en/of gebruikt. Ik heb ze gekozen omdat ze toegankelijke en betaalbaar zijn. [...] "
Ze heeft veel gelezen over kristallen en gebruikt deze kennis o.a. voor dit boek maar, meldt ze: "Als je met kristallen werkt, is het altijd belangrijk om af te gaan op je eigen intuïtie."


Als eerste vraagt ze ons een oefening te doen waardoor er een steen naar voren komt die op dat moment bij je past. Vervolgens zien we de vijftig stenen afgebeeld met daaronder in een paar steekwoorden een toelichting over de werking van de steen. Ze waarschuwt ons wel dat de steen geen snel werkend geneesmiddel is die in één klap alle problemen wegneemt. De stenen geven wel ondersteuning aan het herstelproces of gemoedstoestand die minder prettig aanvoelt. Je kunt daarnaast allerlei vormen van actie ondernemen die maken dat  je lichaam uiteindelijk in balans komt.


Vervolgens geeft de schrijfster aan hoe je kan werken met de stenen/kristallen om bijvoorbeeld beter te slapen, meer energie te krijgen, meer rust in je hoofd te vinden, meer zelfwaardering te voelen etc. Naast het noemen van de stenen en hun werking op onze geest of lichaam geeft ze ons ook oefeningen mee. Dit kan in de vorm van meditatie die samen met de stenen uitgevoerd wordt. Maar ook meldt ze dat een vast ritme of een vaste routine behulpzaam zijn in de zoektocht naar het beter in je lijf en hoofd te voelen. Of wat kleuren in je omgeving met je doen en hoe kleuren je kunnen helpen.
Voor mensen die onbekend zijn met de werking van chakra's geeft ze ook uitleg over wat ze zijn en welke steen invloed uitoefent op welke chakra. Ze vertelt ook welke stenen het best gebruikt kunnen worden door beginners en gevorderden omdat sommige stenen een zeer krachtige werking hebben, die beginners beter nog niet moeten gebruiken.


Dit bovenstaande is nog maar een beperkte weergave van de inhoud. Hanneke Peeters benoemt naast deze zaken nog veel meer dingen over de werking en gebruik van de stenen.


Het enige 'storende' aan het boekje vind ik de gebruikte taal, die dankzij de titel en ondertitel al op te merken is.
De schrijfster gebruikt namelijk regelmatig (gelukkig niet overheersend) Engelse woorden of uitdrukkingen, zoals: They had me at hello en bleken een perfecte tool. Kristallen vormen een friendly reminder. Gewoon om bold te doen. Ik ben niet perfect - not even close. Er komt een moment dat je een kristal niet meer nodig hebt, geef hem dan door aan iemand die hem wel kan gebruiken: pay the magic forward. Geen koffie na 14.00 uur [...] Too much adrenalin. Als ik meer dan één bakkie neem, krijg ik gegarandeerd een LOW na een aantal uren.
Ook de titels van de hoofdstukken zijn in het Engels zoals Rock your Mind, Rock your Mood etc. Natuurlijk is de gebruikte dubbele betekenis van het woord rock een leuke vondst en de Engelse woorden klinken modern en vlot maar het stoort me wel, in gewoon Nederlands is er ook wat moois van te maken.


Maar dit is het enige commentaar op dit verder erg prettige en vlot geschreven boekje met heldere uitleg en toelichtingen over de bijzondere werking van de door haar gebruikte stenen. Ik ben erg benieuwd naar de resultaten van bepaalde oefeningen of meditaties die samen met de stenen uitgevoerd kunnen worden en ga ze zeker proberen.

Kortom, een echte aanrader!


ISBN 9789021571331 | Hardcover | 176 pagina's | Kosmos uitgevers | mei 2019

© Dettie, 19 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Afrit Akersloot
een reis langs plaatsen waar niemand de baas is
Carola Houtekamer en Freek Schravesande


Op de achterflap staat te lezen dat het verhaal dat het boek afsluit – over kerncentrale Borssele - het eerste verslag was dat de twee verslaggevers maakten. Tien jaar geleden was dat.
Met het uitgangspunt dat ‘als je Nederland echt wilt leren kennen, moet je de afrit nemen’ zochten ze daarna naar andere verhalen, over Nederland, gezien vanuit een heel andere hoek om dan te schrijven over dat wat meestal verborgen blijft voor de buitenstaanders.
Toch blijken er wel steeds kleine delicten gebeurd te zijn die dat ongeziene plekje toch in de belangstelling hebben gebracht. Op die camping, een kleine wereld die op zichzelf staat:


‘Het is een miniatuurmaatschappij met een eigen moraal, eigen wetboek en een eigen gekleurde muntjes als valuta. Aan het hoofd staat de campingbaas. Dit is zijn grond. Hij heeft het hier voor het zeggen. Hij is de directeur, de politieagent, de burgemeester, en de kantine is het gemeentehuis.’


Op die plek heeft een vrouw een man doodgeschoten, en ze zegt niet eens te weten waarom precies.


In Boven-Hardinxveld was een man verdwenen waarvan de dorpelingen vonden dat het beter zo had kunnen blijven. Hij was een moeilijke man, die met iedereen wel eens in de clinch gelegen had.
‘Echt een hufter, een onmogelijke vent, agressief, intimiderend, zuigend,’ zeggen dorpsbewoners, ‘opgeruimd staat netjes.’
Maar zijn lijk werd gevonden, en nu is de politie op zoek naar een dader.


9.30 uur. ‘Champagne?’ Een jong meisje met dienblad schuifelt tussen tafels vol roerei en gebakken spek. Een champagneontbijt voor iedereen, dat is Van der Valk.’


In het titelverhaal over het Van der Valk-hotel Akersloot lees je inderdaad feiten die je normaliter niet te horen krijgt. Het is het langste, en misschien wel het interessantste verhaal. Je leest over de achtergronden van de familie Van de Valk, over hun keten hotels, en hoe ze in staat zijn om die zo succesvol te laten zijn.
Over de werknemers, die je in alle soorten en maten hebt, met vele verschillende taken.
En over de gasten, misschien wel het vreemdste aan het verhaal. Want is het niet zo vreemd dat iemand jaar na jaar zijn verjaardag in hetzelfde hotel viert, en dat je op zondag altijd dezelfde mensen achter een kop koffie ziet zitten, je verbaast je wel over het gedrag van sommige gasten. De personeelsleden, vooral de schoonmakers en de bewaking, zij hebben alles al eens gezien en meegemaakt. Zelfs een moord.


Als je maar kijkt, luistert en mensen aanspreekt, kom je veel te weten. Zo hebben Freek Schravesande en Carola Houtekamer ook een flinke periode rondgehangen op Schiphol. Ze hebben er gepraat met de veelal buitenlandse laaggeschoolde werknemers,  maar ook met de hoger opgeleiden, die de bewaking en de verkeersleiding op zich nemen: de verkeersleiders, die absoluut niet mogen indutten.


‘Daarom: veertig minuten pauze na anderhalf uur puzzelen. In de ontspanningsruimte van het centrum op Schiphol-Oost is genoeg te doen: computers met joysticks, dartborden – men dart akelig dicht tegen de triple twintig aan – een sportzaal, fitness en pooltafels.’


De journalisten vertellen over alles rond vertrek en aankomst van de vliegtuigen, en hun passagiers. Over mensen die soms lager dan een paar uur, soms zelfs maanden, op de luchthaven moeten blijven. Over de daklozen die dagelijks een bekertje koffie komen halen en bij min zeven toch maar binnengelaten worden.
En er is een verhaal over een Haagse Volksbuurt, waar kleine criminaliteit een gevolg is van een blijvende armoede, waardoor jongelui in een vicieuze cirkel terecht komen. Want een strafblad betekent dat je geen werk krijgt.


Zeven interessante verhalen die vooral vertellen over de onderkant van de samenleving. Verhalen die je niet dagelijks in de krant leest.


ISBN 9789045038308 | Paperback | 160 pagina‘s | Uitgeverij Atlas Contact | februari 2019

© Marjo, 5 mei 2019

Lees de reactie op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

Een liefde in Dresden
1945
Michel Veering


‘Het verhaal van mijn ouders is bijzonder. Op haar sterfbed vroeg Therese mij of ik hun geschiedenis wilde opschrijven: Omdat anders straks niemand meer weet hoe het was.
En dat heb ik haar toen beloofd.’


Begin 1945 probeerden de geallieerden het Duitse moreel te breken door zo veel mogelijk schade en slachtoffers te veroorzaken. Ook zou dan de Luftwaffe zich meer moeten richten op verdediging in plaats van de aanval. Dresden was een logisch doelwit omdat het een belangrijk spoorwegknooppunt was.


In de nacht van 13 op 14 februari 1945 werden de bommen gegooid, die een ‘vuurstorm’ veroorzaakten. Het principe hiervan is om er éérst voor te zorgen dat er een groot aantal brandhaarden dicht bij elkaar ontstaan. De ontstane hete rookgassen schieten omhoog en zuigen lucht aan, wat wind veroorzaakt; hoe meer vuur, des te meer wind tot er een heuse storm ontstaat met een verzengende hitte, zo erg dat glas en metaal smelten. Mensen kunnen niet meer ontkomen, zij verbranden of stikken. Ook degenen die zich in schuilkelders hadden verscholen stikten alsnog. Anno 2010 werd het aantal doden dat viel bij het bombardement op Dresden geschat op een aantal tussen de 22.700 en 25.000.


Michel Veering, neuroloog en schrijver van dit boek, hoorde pas nadat zijn vader overleden was in 1977 de verhalen van zijn moeder, over de rol die Dresden gespeeld heeft in het leven van zijn ouders. Op haar verzoek schrijft hij hun geschiedenis op, deels met de gegevens uit het ‘rode tasje’, dat altijd al in een kast in haar slaapkamer lag, en met de brieven die de jonge Therese en Jan elkaar geschreven hadden. Ook zat er in de koffer een verslag van oma Hilde over de periode september 1944 tot juli 1945.


Het verhaal begint met de voorgeschiedenis. De joodse Emil Feigl, werktuigbouwkundig ingenieur, trouwt met de niet-joodse Hilde. Hun enige dochter Therese wordt in 1926 geboren. Vanaf 1941 werd het leven voor half-joden steeds moeilijker, maar gedeporteerd werden ze niet. Wel moest Therese van school af voor ze haar diploma had. Ze kon nog wel talencursussen en stenolessen volgen.
Eind 1944 ontmoet Therese de Nederlander Jan Veering, die als dwangarbeider in Dresden werkt. Maar voor er iets moois kan ontstaan laat de Engelse luchtmaarschalk Harris Dresden bombarderen.


Hilde en Therese hebben geluk, zij overleven. Therese stelt voor op zoek te gaan naar Henny, de zus van Hilde, omdat ze weet dat Jan en zijn vriend Kees daar vlakbij wonen. Ze vinden elkaar terug en met hun hulp en een paar andere vrouwen proberen ze onderdak en eten te vinden. Na een tijdje moeten Jan en Kees echter weer gaan werken. Het groepje vrouwen besluit bij de dreiging van het naderende Russische leger Dresden te verlaten. Dan beginnen de omzwervingen die hen tenslotte via Praag naar Wenen brengen.
Jan keert terug naar Nederland. De twee jongelui proberen contact te houden via een omslachtige briefwisseling. Een goed functionerend postbestelsysteem was er natuurlijk niet.Er zijn brieven verloren gegaan, maar het contact blijft. Na een jaar zien ze elkaar terug.


Het boek bestaat uit het verhaal dat Michel Veering schreef op basis van wat hij terugvond, maar tussendoor laat hij zijn oma Hilde aan het woord. Stukken van het verslag dat zij schreef worden opgenomen, en vooral die ooggetuigenverslagen zijn indrukwekkend. We lezen over de verschrikkingen van het bombardement, het verdriet om de verloren vrienden en kennissen, het verlies van hun bezittingen, maar ook over de veerkracht van de vrouwen, die niet bij de pakken neerzitten maar doorgaan. Ze laten de wanhoop en de onzekerheid over de toekomst niet hun lot bepalen.

Er zijn foto’s opgenomen in het boek, sommige half verbrand, gered uit de brandende puinhopen van Dresden. Achterin vindt de lezer een aantal voetnoten.
Het geheel vormt een boeiend relaas. Een schokkend relaas voor wie tevoren niets over Dresden wist.


ISBN 9789460039898 | Paperback | 256 pagina's | Uitgeverij Balans | februari 2019

© Marjo, 1 mei 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eli Heimans
Uit de schaduw van Jac. P. Thijsse
Marga Coesèl


'Zonder Heimans zou ik nooit geworden zijn wat ik nu geworden ben.'

Dit is een uitspraak van Jac. P. Thijsse over Eli Heimans, zijn vriend en mede basislegger van de moderne natuurbeweging. Maar omdat Thijsse 30 jaar langer leefde en in die periode veel tot stand wist te brengen op het gebied van natuurbescherming is de naam van Thijsse veel bekender dan die van Eli Heimans.


"Heimans en Thijsse streefden hetzelfde doel na: bij jong en oud belangstelling wekken voor de levende natuur. Beiden beschikten over talenten om het grote publiek in woord en geschrift te bereiken. Als popularisators werkten zij jarenlang zo nauw samen dat tijdgenoten vaak niet wisten 'wie Heimans en wie Thijsse was.' kunnen in de inleiding lezen. In diezelfde inleiding wordt ook de vraag gesteld: Wie was Eli Heimans en wat waren zijn verdiensten? Daar geeft de schrijfster van dit boekje uitgebreid antwoord op.


Het is bijzonder om te lezen dat Eli Heimans (1861-1914) als kind al genoot van de natuur. Wonende in Zwolle vlakbij bij de Overijsselse Vecht was daar ook alle gelegenheid en ruimte toe. De jonge Eli begon in zijn lagere schooltijd al met het aanleggen van planten- en dierenverzamelingen. Met Suringas Zakflora determineerde en bestudeerde hij de wilde planten die hij tegenkwam. Kruiden-Marie vormde voor hem eveneens een enorme bron van dier- en plantenkennis.
Eli besluit naar de kweekschool te gaan om onderwijzer te worden. Hij behaalde zijn examens daarvoor maar wilde verder, hogerop en studeerde verder voor de hoofdakte. Hij kreeg in 1882 een baan als onderwijzer in Amsterdam. Waar hij evengoed zoveel mogelijk de stadsranden opzoekt om het gebrek aan 'frissche lucht' te compenseren. 


Heimans is een bevlogen en nijver mens. Hij studeert verder, schrijft zijn eerste boek (Willem Roda) en geeft met veel plezier les. Hij was erg geliefd bij zijn leerlingen vanwege zijn levendige geest en vriendelijke karakter. Heimans wilde graag dat het starre onderwijs zou veranderen in aanschouwelijk en samenhangend onderwijs en stak daar ook zijn nek voor uit, met succes.


We lezen hoe hij een eigen lesmethode ontwikkelde en lesboekjes schreef zoals: De levende natuur en nam de kinderen mee naar buiten om ze in de stad met aardrijkskunde, geschiedenis in aanraking te brengen. Maar ook nam hij ze mee naar zijn zo'n geliefde natuur aan de rand van Amsterdam.


Naar zijn idee moest het stadskind 'ten minste ééns buiten, echt buiten geweest zijn. 'En: Eens, ten minste in zijn schoolleven, moet het den koekoek of den leeuwerik, den tortel of den nachtegaal gehoord hebben; het moet hagedissen, vlinders of kevers hebben nagejaagd zonder gevaar gestraft te worden voor het vertrappen van den grasrand, het moet zich hebben moegespeeld in het bosch, zonder vrees voor den wachter.'


De kennismaking met Jac.P. Thijsse verloopt zoals het wel haast móest gaan bij twee mensen die beiden zo'n passie voor de natuur hebben. Al gauw vliegen de ideeën en plannen over en weer. Ze schrijven samen boekjes voor de jeugd, maar deze blijken ook de volwassenen aan te spreken. Als je de zeer fraaie afbeeldingen bij de tekst ziet, snap je dat ook onmiddellijk. De samenwerking werpt nog veel meer vruchten af en resulteert o.a. in de eerste Geïllustreerde Flora van Nederland en er volgt nog veel meer fraais, wat we allemaal kunnen zien of lezen in dit boekje.


Het is heerlijk om te lezen over een mens die zo geestdriftig bezig is geweest met zijn grote liefde, de natuur! Na zijn onverwachte dood werd hij omschreven als 'wijs en nederig, werkzaam en zachtmoedig, vrolijk, geestig, gevat en grappig. Iemand zonder vijanden 'een goed mensch en een zuivere persoonlijkheid.' Je zou willen dat je deze inspirerende man persoonlijk gekend had.


Het interessante en prettig geschreven boekje (16,5 x 16,4 cm) uit de Heimans en Thijsse reeks, is verder mooi verzorgd en voorzien van veel zwart-wit en gekleurde foto's en illustraties. Achterin in deze vrij volledige en informatieve biografie treffen we een personenregister, noten, verantwoording en dankwoord aan.
Vooral lezen!


Zie ook het inkijkexemplaar


Marga Coesèl is biologe en als gastonderzoeker verbonden aan de Artis Bibliotheek van de Universiteit van Amsterdam. Zij schreef een proefschrift over de geschiedenis van de natuurstudie en natuurbescherming in Nederland en is auteur van tal van andere publicaties, waaronder een boek over de Verkade-albums.


ISBN 9789050116947 | Paperback | 96 pagina's | KNNV Uitgeverij | november 2018 (herdruk)

© Dettie, 24 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wie ben jij, o liefde
Verzameld werk van pater Frans
Frans van der Lugt S.J.


We herinneren ons allemaal de aangrijpende woorden van deze moedige Jezuïet in Homs die zijn kleine christelijke gemeente en de belaagde stad niet in de steek wilde laten. Hij moest dat uiteindelijk met de dood bekopen omdat er een aanslag op hem werd gepleegd. In zijn videoboodschappen maakte hij de wereld met eenvoudige maar indringende woorden duidelijk hoe erbarmelijk de omstandigheden waren voor de bewoners die zich tussen de strijdende partijen bevonden.
Onbekend is dat hij behalve theologie ook psychologie studeerde en die invloed is in dit boek duidelijk merkbaar. Hij weet bijna disciplines op spirituele en diepzinnige wijze met elkaar te verbinden.


Het boek bestaat uit een bundeling van eerder geschreven werk en heeft de bijzondere liefde van God in Christus tot thema: ‘De zon van Gods liefde rijst het meest vanuit het kruis van Christus. Hij rijst naar de goeden om hen te verlichten en te verwarmen en hij rijst naar de slechten om ze uit te nodigen kinderen van God te worden’, pag. 39.


De beschouwingen worden geïllustreerd met mooi uitgewerkte verhalen van mensen die hij is tegengekomen. Ontmoetingen waarin hun leven ter sprake is gekomen: vastgelopen relaties van jonge mensen, ouders in hun omgang met kinderen, jonge moeders. Er zijn verhalen van mensen die zichzelf teveel hebben weggecijferd voor de ander en daarin zichzelf zijn kwijtgeraakt.


Prachtig is het verhaal van Samar die probeert aan het ideaalbeeld van haar vader te beantwoorden en om die reden geneeskunde gaat studeren. Aanvankelijk faalt zij maar later weet ze toch haar doel te bereiken en zegt: ‘Ik heb geprofiteerd van mijn falen. Ik beleefde het eerst als een graf, maar daarna als een tunnel naar een nieuw leven’, pag. 58. Dergelijke mooie momenten typeren dit boek.


Pater Frans weet in zijn observaties mensen te doorgronden in hun diepere motieven. Mooi is zijn invalshoek dat liefde er niet is vanuit het kijken – waarbij we ons vaak door uiterlijkheden laten leiden – maar dat liefde wordt gevoed door het luisteren naar de ander: ‘De luisteraar ontvangt het woord van de ander in de krib van zijn hart, zodat het erin geboren kan worden’, pag. 79. Mystiek klinkende woorden met een rijke inhoud!


In dit deel is ook een mooie verhandeling over de betekenis van het werkwoord ‘horen’ in het Nieuwe Testament waarin ook Maria, de jonge moeder van Jezus, een rol speelt als zij woorden van God in haar hart bewaart.


Zijn wij in staat om onbevangen lief te hebben, zonder heimelijke bijbedoelingen? Dat is eigenlijk de kernvraag van dit boek. Ware liefde vraagt om een eerlijk en diepgaand contact met jezelf. Alleen vanuit goede zelfkennis en aanvaarding van wie je bent, is er een betrouwbare ondergrond voor de omgang met andere mensen: ‘We moeten onvermijdelijk naar onszelf reizen om onze schat te zoeken en om onze werkelijkheid te accepteren zoals zij is. Dan zullen we het niet meer nodig hebben om de ander te gebruiken om onze werkelijkheid te beschermen of te vervolmaken of mooier te maken’, pag. 178.


Dit bijzondere boek eindigt met de levensloop van Frans van der Lugt die 76 jaar werd. Vanaf 1980 woonde hij in Syrië, eerst in Damascus en later in Homs.

Te beluisteren podcasts Frans van der Lugt

Zie ook https://www.jezuieten.org/frans-van-der-lugt


ISBN 978 90 435 2987 7 | hardcover | 220 pagina’s | KokBoekencentrum | 14 maart 2019

© Evert van der Veen, 17 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer HIER

 

Woorden schieten tekort
Over dementie: een bijzonder lang afscheid
Nicci Gerrard

 

Wereldwijd lijden 47 miljoen mensen lijden aan dementie.


‘Dit boek is een reis door die stadia van verlies, van de eerste vage signalen tot de vergevorderde en fatale dementie, die in de meest radicale vorm een meedogenloze afbraak van het zelf en een apocalyps van betekenis teweeg kan brengen’, pag. 21.


In mooie, beeldende taal - ‘het is een mist die je besluipt’ - verwoordt de auteur, bekend van het schrijversduo Nicci French, de bittere werkelijkheid wanneer mensen en hun omgeving ontdekken dat er ‘iets’ aan de hand is. Iemand verliest de grip op z’n leven, raakt eerst het voorbije en later ook meer achterliggende leven kwijt. Mensen er omheen krijgen steeds moeilijker contact, zinvolle gesprekken zijn al gauw niet meer mogelijk en later worden ook eenvoudiger contacten zo ingrijpend ánders.


Dit proces typeert Gerrard als schaamte in het begin – omdat mensen juist dan hun falen en tekorten ervaren – en dit gevoel ontwikkelt zich naar onschuld wanneer mensen zich in een verder gevorderd stadium niet meer bewust zijn van wie ze zijn en wat ze doen.


Het boek is een fraaie mengeling van informatie en praktijkverhalen over wat er in de loop van dit proces gebeurt en wat het met mensen en hun omgeving doet:


‘Dementie is een syndroom. Een verzameling symptomen die wijzen op problemen met het geheugen, de communicatie en het denkvermogen die worden veroorzaakt door een ziekte die het brein heeft aangetast; het is een verzamelterm voor een breed scala aan progressieve aandoeningen die van invloed zijn op de hersenen’, pag. 64.


Dementie behoort tot de hedendaagse realiteit van oud worden: ‘we zullen langer oud zijn dan we ooit jong waren’. De schrijfster ervaart zelf wat het is om als voor een ouder wordend iemand te worden aangezien. Ze beschrijft hoe iemand haar in de metro een zitplaats aanbiedt en die eenvoudig gebeurtenis is achteraf confronterend voor haar: zó ziet een ander mij dus…


‘Oud worden is een proces dat niet alleen onze ijdelheid maar ook ons ego op de proef stelt, want het veroorzaakt een tegenstelling tussen binnenkant en buitenkant waarmee we nog nooit eerder te maken hebben gehad’, pag. 51.


De schrijfster pleit voor een open benadering van dementie en begrijpt dat het leven een last kan worden die mensen niet langer kunnen en willen dragen: ‘We zouden beter moeten kunnen kiezen wanneer we uit het leven willen stappen’, pag. 75.


In het boek komen veel mensen voorbij die lijden aan dementie. Zij illustreren het verhaal van de schrijfster en maken dit zichtbaar. Inlevend en in goed gekozen woorden komen hun levens naar voren. Ze schrijft ook over haar vader: ‘Het was een geleidelijk, sluipend proces van amper waarneembare, zich opstapelende subtiele veranderingen’, pag. 210.


Ook de vaak eenzame en ware positie van mantelzorgers komt ter sprake evenals de tehuizen waarin dementerende mensen worden opgenomen. Wat is dementie nu eigenlijk? ‘Dementie is een lang uitgesponnen afscheid van het zelf…. Bij dementie duurt het tergend lang voordat de levensvonk is gedoofd. Mensen die met de aandoening leven hebben vaak nog volop de tijd om hun eigen werdegang te aanschouwen, en hun verzorgers hebben soms wel jaren waarin ze toekijken en zich voorbereiden op het afscheid’, pag. 247. De dood kan dan een bevrijding zijn en de mens weer maken tot wie hij of zijn ooit was.


Dit boek schetst van dichtbij een indringend, eerlijk beeld van de wereld van dementerende mensen. Het is menselijk, bewogen en leerzaam van karakter.


ISBN 978 90 290 9341 5 | paperback | 304 pagina’s | Meulenhoff | 5 februari 2019

© Evert van der Veen, 17 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Voor de nazi’s geen Jood
Hoe ruim 2500 Joden door ontduiking van rassenvoorschriften aan de deportaties zijn ontkomen
Petra van den Boomgaard


Direct na de bezetting van Nederland in mei 1940 openden de Duitsers de jacht op Joden. Zij werden daarin bekwaam terzijde gestaan door het Nederlandse ambtenarenapparaat dat zorg droeg voor een uitstekende registratie van Joden met de adressen waar zij woonden. In feite hebben Nederlanders de Holocaust in Nederland voorbereid en deels uitgevoerd (blz. 167). Schokkend en confronterend.


De vraag deed zich echter voor: wie is een Jood? De Duisters verordonneerden dat het aantal Joodse grootouders de mate bepaalden waarin iemand Joods was. Dit aantal kon dus variëren van 1 tot en met 4. Bij de categorie 3 en 4 was discussie niet mogelijk. Maar met 1 of 2 Joodse grootouders ontstond een grijs overgangsgebied. Als iemand twee Joodse grootouders had en niet getrouwd was met een Jood en ook geen lid was van het Israëlitisch kerkgenootschap dan kreeg die persoon de ‘veilige’ half-Joodse status.


Volgens goed Duits-ambtelijk gebruik werd er een aparte instelling in het leven geroepen om te beslissen over deze ‘gevallen’.  Dit werd de zg. Entscheidungsstelle, die onder leiding kwam te staan van de Duitse jurist Hans Calmeyer. Joden konden bij deze instelling in beroep gaan tegen de categorie waarin ze in het bevolkingsregister waren vastgelegd. Wie in beroep ging, kwam op de zogeheten Calmeyerlijst te staan. Deze vrijwaarde tegen deportatie gedurende de termijn dat het beroep liep. Werd het beroep afgewezen dan was er in ieder geval weer tijd gewonnen.


Duizenden Joden hebben ingezien dat zich hier een ontsnappingsroute voordeed om te ontkomen aan het net dat de Duitsers uitwierpen over Joods Nederland. Sommige aanvragen waren waarheidsgetrouw. Maar veel aanvragen berustten op creatief in elkaar gezette verhalen. Een vervalste stamboom, een bewering buitenechtelijk verwekt te zijn door een niet-Jood, een doopbewijs dat moest aantonen dat betrokkene niet als Jood leefde.


Alle aanvragen moesten voorzien zijn van documenten. Een testament, doopbewijs, of trouwboekje moest daarom in veel gevallen vervalst worden. Het is hartverwarmend om te lezen dat heel veel Nederlanders bereid waren om hieraan mee te werken. Er was al zoveel collaboratie en verraad in deze jaren dat het goed doet om nu te lezen dat rechters, advocaten, ambtenaren en gewone Nederlanders bereid waren om hun nek uit te steken. Niet altijd belangeloos overigens, want het was een dure procedure, weggelegd voor meer welgestelde Joden.


Het fenomeen van de Entscheidungsstelle is betrekkelijk onbekend. Het gaat ook niet om hoge aantallen geredde Joden. 2500 Joden dus volgens de titel. Maar het geeft wel een andere kant aan van het doorgaans sombere verhaal over de bezetting 1940-1945. Niet alle Joden lieten zich als schapen naar de slachtbank leiden. Niet alle Nederlanders keken weg of heulden met de bezetter.


In oorlogstijd krijgen ethische en morele vraagstukken een indringende scherpte. Mogen de kerken meewerken aan valse doop- en trouwaktes? De kerk als instituut wilde inderdaad geen valse verklaringen afgeven, maar veel individuele predikanten en pastoors stelden het leven boven een leugen. Mocht een synagoge verklaren – in strijd met de waarheid – dat betrokkene nooit de diensten bezocht?


Na de oorlog dienden zich weer andere onverwachte problemen aan. Om in aanmerking te komen voor een pensioen moesten belanghebbenden aantonen dat aanvragen uit de oorlogsperiode vervalst waren. Echtgenoten moesten hun partner vertellen dat zij niet ontrouw waren geweest.


Petra van den Boomgaard beschrijft heel zorgvuldig en deskundig hoe het hele proces van aanvraag, behandeling en afhandeling in elkaar stak. De lezer voelt in haar wijze van schrijven haar betrokkenheid maar ook haar professionaliteit. Enerzijds de emotie, de schande, dat dit in beschaafd Europa kon gebeuren. Anderzijds de distantie, de feiten, wat gebeurde er en waarom gebeurde het.


Er zijn altijd weer mensen die reddingspogingen saboteren. Surinaamse Joden dienden bij de Entscheidungstelle aanvragen in op grond van een onbehoorlijk registratiesysteem. Maar de Nederlandse SS’er Ludo ten Cate ging dan in het archief Surinaamse kranten naspeuren op advertenties. Vond hij aankondigingen van bruiloften of uitvaarten met een verwijzing naar Joodse (groot-)ouders en Joodse gebruiken dan was de claim gelijk kansloos.


Op verschillende punten brengt dit boek dus een correctie aan op ons gangbare beeld van vrijwel totale collaboratie met de vijand en op het beeld dat alle Joden zich willoos lieten afslachten. Daarom is dit een waardevol boek dat bovendien door uitgeverij Verbum heel verzorgd is uitgegeven. Petra van den Boomgaard is historicus en jurist. Een ideale combinatie voor dit onderzoek.


Nog een aanvulling mijnerzijds bij de vermelding dat het Duitse schip ‘Cap Arcona’ in 1939 geen toestemming van de autoriteiten kreeg om Joodse vluchtelingen aan land te laten komen (blz. 125). Dit schip is eind april 1945 in de Lübecker Bocht door de Britten gebombardeerd. Helaas zaten er duizenden gevangenen op die de Duitsers uit het kamp Neuengamme hadden gehaald. Overlevenden van het bombardement werden door Duitsers op rondvarende boten doodgeschoten. Vrijwel alle opvarenden kwamen om het leven, waaronder enkele mannen die uit Putten waren weggevoerd. Een paar dagen later was de oorlog afgelopen. Een monument aan de kust herinnert aan deze afschuwelijke gebeurtenis.


Zie ook het interview met Petra van den Boomgaard over dit boek


ISBN 9789493028043 | 671 blz. | Uitgeverij Verbum | Hardcover | maart 2019

© Henk Hofman, 27 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer. Klik HIER

 

Simpel
Yotam Ottolenghi


Eindelijk! Mijn eerste Ottholenghi kookboek! En dat terwijl Yotam Ottholenghi inmiddels bij leven al een legende is. Hij is beroemd om zijn groenterijke/vegetarische recepten en verrassende smaakcombinaties. Achterop het boek lees ik dat Simpel staat voor Snel, Ingrediënten, Maak van tevoren, Provisiekast, Eenvoudiger dan u denkt en als laatste Lui! Ottolenghi licht het allemaal nog wat verder toe.

Onder Snel is te lezen dat hij daarmee bedoelt dat de gerechten binnen 30 minuten op tafel staan, mits alle ingrediënten in huis zijn.


I
ngrediënten: Ottolenghi staat bekend om zijn vele ingrediënten maar dit keer heeft hij zich de beperking opgelegd dat hij niet meer dan 10 ingrediënten zou gebruiken. Wat in het geval van Yotam betekent; geen gebruik van verschillende soorten olie of zout, geen theelepeltje of mespuntje van dit of dat, wat hij anders wel zou doen. Peper en zout, olijfolie, en in enkele gevallen knoflook en ui zijn overigens niet meegerekend bij de 10 ingrediënten, deze smaakmakers zijn standaard.


We konden lezen dat P in Simpel staat voor Provisiekast. Ottolenghi geeft aan wat bij hem altijd in deze kast te vinden is. - In de recepten geeft hij ook aan dat bepaalde ingrediënten uit de provisiekast komen. - Het zijn er 17 (inclusief zoute en peper). Verder raadt hij nog 10 andere ingrediënten aan om altijd in de provisiekast te hebben staan. Zijn doel is dat je maar langs één winkel hoeft te gaan zonder lange boodschappenlijst om je -verse- waren te kopen.  Achterin het boek worden de ingrediënten nader toegelicht.

Met het intrigerende Lui dat bij de laatste letter wordt vermeld, bedoelt Ottolenghi niets anders dan stoofschotels en eenpansgerechten. De bereiding is al gedaan, er is weinig afwas naderhand.

En dan begint het kookfeest, want dat is het. Boven de recepten staan altijd de letters uit het woord simpel die van toepassing zijn voor het gerecht. Boven Frittata met courgette en ciabatta staan bijvoorbeeld de letters I en M. (Ingrediënten & Maak van tevoren) Erg handig om dat te weten!

We beginnen met de Brunch en eigenlijk wil je gelijk alles wel uitproberen. Als je de recepten leest, besef je gelijk al dat de smaak heerlijk en apart zal zijn.
Het hoofdstuk rauwe groente zal denkelijk een van mijn favoriete gedeeltes worden. De courgettesalade met tijm en walnoten heb ik al uitgeprobeerd en die was alvast heerlijk. Vooral de citroensmaak was lekker verrassend in het gerecht. Ook de gefrituurde tijm was een mooie toevoeging en lekker!
In de planning staat nog, 'salade van bosui en kruiden'  maar ook de 'salade van watermeloen, groene appel en limoen' en de 'tomaten met sumak-uien en pijnboompitten' komen nog eens een keer op mijn tafel te staan.


Ook uit het meer dan 100 pagina's tellende hoofdstuk Gare groenten steken al een flink aantal 'boekenleggertjes' om me te helpen herinneren aan de zeer smakelijk ogende en 'in gedachte erg smakelijk proevende' gerechten zoals: 'Geroosterde aubergine en yoghurt met kerrie', de 'hele geroosterde bloemkool met groene tahinsaus' ziet er ook goddelijk uit maar vooral de 'hele geroosterde selderieknol met korianderzaadolie' ziet er fantastisch uit én klinkt heel spannend...


De rijst, granen en peulvruchten en noedels en pasta  sla ik over vanwege mijn koolhydraatarme dieet maar het water loopt je wel in de mond als je de foto's ziet.


Gelukkig mag vlees en vis wel en ook daar treffen we allerlei uitstekende recepten aan die zeker in de smaak zullen vallen.
'Kipschnitzel in een zadenkorst' klinkt eenvoudig maar de kruiden zijn bijzonder evenals de' langzaam gegaarde kip in een krokante maiskorst' waar 15 gram pure 70% chocola in wordt gebruikt! De 'lamgehaktballen met feta' zien er ook aantrekkelijk uit evenals de 'Lams-siniyah (Midden-Oosterse jachtschotel)' Ook de visafdeling doet je watertanden... 'Stoofpot van inktvis en paprika', 'vissticks in kokoskorst', 'makreel met pistache-kardemomsalsa'...  tja wat is eigenlijk niet lekker?


De desserts - eveneens een favoriet onderdeel - gaan geheid ook gemaakt worden... 'Geroosterde aardbeien met sumak (specerij) en yoghurtcrème' bijvoorbeeld of 'frambozenijs zonder ijsmachine'... jawel!


Helemaal aan het eind van het boek vinden we nog simpele maaltijdsuggesties voor bijvoorbeeld brunch, avondeten, tapasfeest, vegetarisch zomerfeest etc.


Elk recept in dit boek is bijzonder en volgens mij ben je altijd van succes verzekerd als je een van de gerechten maakt. Ze zijn inderdaad simpel, ook om te maken, maar toch heel apart! Ik word een Ottolenghi-kookboeken-verzamelaar denk ik zomaar...


ISBN 9789059568266 | Hardcover met twee leeslinten | 308 pagina's | Uitgeverij Fontaine | september 2018

© Dettie, 26 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Nieuwe wereldorde
Hoe China sluipenderwijs de macht overneemt

Rob de Wijk


De auteur is oprichter en voorzitter van de denktank ‘Centrum voor Strategische Studies’ in Den Haag en heel actief als geopolitiek analist. In dit boek toont hij aan hoe China steeds meer macht en invloed verovert.


In oktober 2017 verkondigde Xi Jinping aan de 2.280 parlementsleden dat China in 2035 wereldleider wil zijn in technologie en innovatie en dat het in 2049 de nieuwe wereldorde zal bepalen. Dat is klare taal van een leider die een strategische visie heeft en stapsgewijs de wereld wil veroveren. In de ondertitel van dit boek zou ik het woord ‘sluipenderwijs’ dan ook weglaten. Op p. 109 geeft de auteur trouwens zelf toe dat China zijn ideeën openlijk exporteert via de 5.000 Confucius Centra in heel de wereld.


Uiteraard moeten we afwachten of deze voorspellingen zullen uitkomen: na de val van de Muur en van het IJzeren Gordijn beweerde Fukuyama dat de liberale, westerse wereldorde de definitieve winnaar was. Nu zijn we 30 jaar verder en zien we dat de uitgebreide EU van binnenuit ondermijnd wordt door radicale rechtse en linkse partijen, dat Trump gelijkaardige dingen doet in Amerika en in de wereld. En dat China met zijn autocratie in vele opzichten beter scoort en meer succes oogst dan Europa, niet enkel in Afrika en Azië, maar ook in Europese landen zoals Griekenland, Hongarije, Italië, Portugal en Duitsland. De Wijk vreest dat Den Haag in 2049 niet langer de wereldhoofdstad van recht en vrede zal zijn.


China is nu al de grootste producent van staal, aluminium, kleding, computers, gsm’s, fietsen, auto’s, e-commerce en groene energie. Tegelijk heeft het een onrustwekkende schuldgraad van 300% van het BBP. Het zorgde voor hogere prijzen voor grondstoffen en voedsel, wat volgens De Wijk in 2011 leidde tot de broodoproer en opstanden in de Arabische wereld. Dit klopt maar gedeeltelijk: die opstanden waren ook het gevolg van een torenhoge en uitzichtloze jeugdwerkloosheid en van het feit dat de corrupte elites de prijzen van voedsel en brandstof kunstmatig verhoogden om zelf schatrijk te worden op de kap van de verpauperde bevolking. Het ging  niet om vrijheid en democratie: er kwamen nieuwe dictators zoals Al-Sissi aan de macht.
Maar als China nummer 1 wordt, zullen we voor het eerst leven in een wereld die niet door het westen beheerst wordt en die andere normen zal hebben.


In deel I (hfst. 1-6) spreekt de auteur over de opkomst en de ondergang van wereldordes, over de slopers en ontregelaars. Volgens hem was China al in de 19° eeuw de grootste economie, iets waar ik zeer aan twijfel. Van 1700 tot 1914 was Groot-Brittannië nummer één, dan volgde de VSA. De westerse wereldorde zorgde voor een wereldwijde toename van de welvaart en afname van de armoede. Hij citeert een hoop denkers en verdragen die dit mogelijk maakten. Hij vermeldt ook de harde protesten van de antiglobalisten  en beschouwt het terrorisme als een reactie op mislukte westerse interventies in Afghanistan, Irak, Libië, Palestina. Ik vermoed dat het terrorisme ook een gevolg is van het falen van de moslimlanden en van de moslims in onze landen. Antiwesterse gevoelens werden overal sterker, ten voordele van China, dat zich (behalve in Oeigoerië, Tibet en Taiwan) niet mengt in de binnenlandse politiek van andere volkeren en collectieve rechten zoals welvaart en veiligheid propageert i.p.v. individuele mensenrechten.


De Wijk beweert dat er oorlogen ontstaan zijn in Afrika (Algerije, Congo, Libië, Sierra Leone, Somalië, Rwanda) doordat de Amerikanen er na de Koude Oorlog  hun steun teruggetrokken hebben (p. 93-94). Dit betwijfel ik: meestal hebben oorlogen in Afrika meer interne dan externe oorzaken: stammen, godsdiensten en grondstoffen spelen een grotere rol.


De toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (2001) beantwoordde niet aan de verwachtingen: het bleef kopiëren, spioneren, eigen bedrijven subsidiëren, staal, aluminium en zonnepanelen dumpen op de Europese markten, technologie afpersen van westerse bedrijven die zich in China vestigden (p. 97-98). Pas in 2019 werd een Chinees bedrijf veroordeeld voor het kopiëren van een Landrover.


De vluchtelingencrisis, de arbeidsmigratie, de aanslagen van 2015 in Frankrijk en 2016 in België toonden enkele zwakke kanten van de EU. Verschillende EU-landen willen nu weer soeverein zijn of baas in eigen land. De Wijk beschouwt Trump als de sloper van de democratische rechtsstaat en van de elitaire politiek en hij vergelijkt hem zelfs met Hitler (p. 113-115), wat me erg overdreven lijkt. Hij ageerde tegen China, Canada, Mexico, Duitsland, de EU, de NAVO. Rusland is volgens De Wijk de ontregelaar door de annexatie van de Krim, de inmenging in Oekraïne, Syrië, in de Amerikaanse verkiezingen van 2016 en de Italiaanse van 2018. De economie is sinds 2000 gegroeid, maar is niet groter dan die van de Benelux (p. 157). Poetins assertiviteit steunt op het lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad, op nieuwe kernwapens, de verdeeldheid binnen de EU en de NAVO en op de toenadering tot China. Maar China en de VSA zien Rusland niet als gelijkwaardig. De omvang van hun economie is zeer verschillend: de Amerikaanse is 12 keer de Russische, de Chinese 8 keer.


Het feit dat de meeste landen van Oost-Europa in 1999-2004 lid zijn geworden van de EU en van de NAVO, tegen de afspraken van 1990 in, heeft Rusland veel pijn gedaan en zijn omsingelingscomplex versterkt. Rusland is volgens de auteur geobsedeerd door militaire macht, het mist  economische macht en elke vorm van soft power (p. 186).


Lees verder, klik HIER

 

De vorm van vrijheid
Paul Scheffer


Dit boek gaat over de problemen die verbonden zijn met immigratie en integratie. Een thema waar je gauw je vingers aan brandt, gezien de heftigheid waarmee het ‘debat’ gevoerd wordt, vooral op de sociale media.


Ik kan me niet voorstellen dat het boek van Paul Scheffer ook heftige emoties op zal roepen. De schrijver is zich bewust van de gevoeligheid van dit thema. Maar er zijn drie pijlers waarop dit boek rust die waarborgen dat men met dit onderzoek niet zomaar aan de haal kan gaan. Het onderzoek van Scheffer is grondig, genuanceerd en evenwichtig. Er gaat rust uit van de manier waarop het boek is geschreven. Dat heeft tot gevolg dat de conclusies en aanbevelingen overtuigend overkomen. Scheffer laat daarmee zien hoe we het debat wel moeten voeren: feitelijk, zakelijk, nuchter, empathisch, realistisch.


Niemand is gehouden tot het onmogelijke en dus heeft elke vrijheid een grens. De titel van het boek geeft dat al aan. Zo is in een ‘open en transparante samenleving’ een grens en nog steeds nodig om de privacy van de burger te waarborgen. Als we hier de vrijheid niet begrenzen komen we terecht in het tegenovergestelde van een open samenleving, namelijk een bewakersstaat. ‘Diversiteit’ wordt gezien als nastrevenswaardig en loffelijk, maar is op zichzelf genomen een leeg begrip. Het omvat alles, kent geen grenzen en kan zelfs misbruikt worden voor een nieuwe dwingelandij (blz. 43).


Als er geen grenzen zijn, is beleid onmogelijk geworden. Migratie roept als vanzelf weer nieuwe migratie op. Een zichzelf versterkende ontwikkeling die nogal eens wordt onderschat (blz. 89). Sturing en regulering is dus noodzakelijk. Migratie moeten we volgens Scheffer niet zien als een volksverhuizing die ons overkomt, maar moet rusten op een bewuste keuze. Hij pleit daarom voor een betere grensbewaking van de EU. Waarom zou Turkije wel immigranten tegen kunnen houden en de EU niet? Als onze samenleving in principe van iedereen is, gaan de verworvenheden van een eeuw sociale vooruitgang verloren zonder dat we de stilstand in het armste deel van de wereld verhelpen (blz. 93). Scheffer heeft het hier over arbeidsmigranten en niet over vluchtelingen. Bij vluchtelingen gaat het om een humanitaire verplichting.


Bij elke afweging die we maken, moeten we oog hebben voor de gevolgen van de keuzes die we maken. Een ethiek gebaseerd op verantwoordelijkheid houdt in dat ook de gevolgen van de keuze voor je rekening komen.


Scheffer schreef een prachtig boek. Het sluit prima aan bij zijn essay uit 2000 ‘Het multiculturele drama’, zijn boek uit 2007 ‘Het land van aankomst’ en zijn boek uit 2016 ‘De vrijheid van de grens’.


Twee opmerkingen mijnerzijds naar aanleiding van dit boek.


- Op blz. 36 schrijft Scheffer zijn bevreemding op over het feit dat zelfs ‘de grootste geesten van de moderne tijd vrijwel zonder uitzondering een wereldbeeld koesterden dat we nu als racistisch zouden omschrijven’. Genoemd worden Erasmus, Kant, Hume, Locke en Montesquieu. Al deze filosofen geloofden in een rangorde van rassen. Scheffer heeft geen denkers uit de christelijke traditie op zijn lijstje staan. De reformator Johannes Calvijn (1509-1564) schrijft in zijn commentaar op Deuteronomium 5: 17 dat er een gelijke gemeenschap is tussen mensen. ‘Wij zijn van éénzelfde natuur en dat brengt met zich mee dat de mensen gelijk zijn’. Calvijn past dit beginsel ook praktisch toe als hij oproept om alle mensen die hulp nodig hebben te helpen zonder enig onderscheid te maken in geloof of ras. (Bron: Calvijn, Commentaar op Deuteronomium). Groen van Prinsterer (1801-1876; grondlegger van de protestants-christelijke politiek) was jarenlang voorzitter van de vereniging tot afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën. Ook kritiseerde hij de Boeren in Zuid-Afrika voor hun onderdrukking en mishandeling van de zwarte bevolking. Elke onderdrukking van mensen en volken vervulde hem met afschuw (bron: Henk Woldring, De Franse Revolutie, blz. 136). Scheffer vertelt dat zijn moeder het niet goed vond dat hij als scholier een Bijbel kocht (blz. 11). Deze twee grote denkers haalden er ideeën uit die je niet aantreft bij ‘de grootste geesten van de moderne tijd’.


- De tweede opmerking betreft de beschouwing over de effecten van immigratie op de bevolkingsgroei en de noodzaak van immigratie in verband met de vergrijzing. Scheffer plaatst mooie opmerkingen en prikt mythen door. Maar bij alle schrijvers over dit thema, en dus ook bij Scheffer, mis ik het besef dat het Nederlandse geboortecijfer te laag is om de generaties te vervangen en dat het geboortecijfer enigermate omhoog zou moeten. Een te laag geboortecijfer is geen teken van een verkeerkrachtige samenleving.


Paul Scheffer (1954) is publicist en hoogleraar Europese Studies. Eerder was hij correspondent in Parijs en Warschau en partijideoloog van de Partij van de Arbeid. Zijn boek beveel ik van harte aan.


ISBN 9789023467151 | Paperback | 224 blz. | uitgeverij De Bezige Bij | september 2018

© Henk Hofman, 12 april 2019

Lees de reacties op het forum en/of reageer, Klik HIER