Nieuwe recensies Non-fictie

Op zoek naar rust
Erica Pierik


Soms loop je langs een huis en dan zie je iemand languit liggend op de bank een boek lezen. Diegene is in totale rust, de rust straalt er gewoon vanaf. Daar kan ik jaloers op zijn. Ik sta namelijk altijd aan. Ik lees wel maar nooit in die volle overgave, in die totale rust, zoals die vrouw op de bank. Waarom kan ik dat niet? Waarom is er altijd onrust?

Erica Pierik heeft daar ook last van en schreef er dit boek over. - Daarom trok haar boek mij ook zo aan. - De schrijfster heeft fantastisch werk, wat ze ook graag doet, een prettige relatie, een fijn huis. Maar toch is er altijd die onrust in haar lijf, die chaos in haar hoofd.


"O zo vaak werd ik knettergek van mijn gedachten. Ze raasden maar door, als een kudde dolle paarden.
Was het maar een kudde paarden, want dan zouden ze nog allemaal één kant op rennen. Maar mijn gedachten schoten alle kanten op, kenden geen logica geen samenhang. Ze zorgden ervoor dat ik elke paar minuten opstond omdat mij 'iets te binnen schoot' dat ik moest doen, opschrijven of kopen. [...]


Ik ben onrustig, altijd in beweging en veel, heel veel met woorden bezig. Altijd in het hoofd.
De geest, dat was ik. Mijn lichaam was van mijn geest. [...]
Ik omschreef altijd met woorden een gevoel, in plaats van mijn gevoelens te ondergaan. De ervaring zelf was niet belangrijk, alleen de ervaring die beschreven was."


Die onrust begon steeds meer op de schrijfster te drukken. Bovendien had ze altijd rugpijn, ze wist ook ergens wel dat die pijn met haar onrust te maken had. Maar hoe kun je dingen zodanig veranderen dat je meer rust krijgt? Helemaal als je een erg gedreven persoon bent, die iets van belang wil neerzetten in werk en leven.


Erica Pierik besloot een 'reis' naar rust aan te gaan en vertelt ons daarover. Het prettige van dit boek is echter dat we nu eens niet allerlei oplossingen voorgeschoteld krijgen als zijnde dé oplossing, geen 'als je dit of dat maar doet dán ben je voor eeuwig rustig'. Nee, we krijgen geen kant en klaar stappenplan, wat vaak tot nog meer frustratie leidt, we krijgen geen Zen of Halleluja verhaal. Wat we wèl te lezen krijgen, is de zoektocht naar een eventuele manier om te kunnen omgaan met die onrust zodat er uiteindelijk minder chaos in het hoofd komt en een minder pijnlijk lijf tot gevolg heeft. En dat is een verademing tussen al die 'wonder'boeken. 


Natuurlijk probeert Erica Pierik, zoals zo veel mensen, de onrust op te lossen met mediteren, natuurlijk leest ze allerlei (hulp)boeken en volgt ze webinars. Maar het zijn allemaal speldenprikjes die bij elkaar wel een klein beetje voordeel opleveren maar de onrust blijft. Het eeuwige denken blijft. Soms weet ze al tijdens het plannen van rustmomenten in haar agenda, dat dát het niet gaat worden. De wil is er wel maar het voegt gewoon niet naar de persoon die zij is.


 Erica Pierik maakt ons deelgenoot van haar gedachten rond haar zoektocht naar meer rust en een zinvol leven, zonder chaos in haar hoofd. Het is een zoektocht met vallen en opstaan. Soms denkt ze dat ze de rust eindelijk gevonden heeft maar dat blijkt tot haar frustratie maar tijdelijk te zijn en zo gaan haar emoties heen en weer, van blijdschap tot dip.


Mooi is ook dat ze middels korte flashbacks uit haar jeugd en latere voorvallen, laat zien hoe het komt dat ze zich patronen eigen heeft gemaakt, hoe ze zich aangepast heeft aan haar omgeving, hoe ze zich bepaalde handelingen heeft aangeleerd die eigenlijk helemaal niet bij haar horen.


Het hele boek is een fascinerende reis die veel stof tot nadenken levert over het leven en hoe je jezelf kan tegenwerken én meewerken. Het is voor mij een bijbelboekje geworden, ofwel een boek dat vol papiertjes zit bij de stukken die ik vaker wil lezen en belangrijk voor me zijn. Alleen de herkenning van wat Erica Pierik schrijft is al fantastisch. Kortom, voorlopig is het boek mijn systeem nog niet uit!
Dank Erica, dank uitgever!


ISBN 9789079735204 | paperback - pocketformaat | 202 pagina's | Uitgeverij Het Hogeland | maart 2021

© Dettie, 6 april 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Erasmus
Dwarsdenker
Een biografie

Sandra Langereis


Desiderius Erasmus (1469?-1536) heeft geen gemakkelijk leven gehad.
Nadat Erasmus het klooster Stein bij Gouda had verlaten, leidde hij een zwervend en bedelend bestaan. Hij woonde in bij vrienden in de Zuidelijke Nederlanden, in Engeland, in Bazel. Vaste inkomsten had hij niet. Pas aan het eind van zijn leven kon hij zich meerdere jaren zelfstandig vestigen in Freiburg en in Bazel. Toen brak ook de tijd aan dat hij kon leven van het inkomen dat hij genereerde met zijn boeken en werd hij door bewonderaars bedacht met geld en geschenken.


Toch was zijn leven ook een eenzaam leven. De Engelse humanist Thomas More en de Bazelse drukker Johann Froben waren trouwe vrienden. Maar de Engelse koning Hendrik VIII zag hem als een wegbereider van het Lutheranisme. De paus stelde zich kritisch op, want Erasmus bespotte de scholastische katholieke geleerden, maar wilde Erasmus niet met een veroordeling het Lutherse kamp injagen. En de Luthersen namen het Erasmus kwalijk dat hij niet openlijk hun zijde koos. Zo kwam de irenisch ingestelde Erasmus in de prikkelbare 16e eeuw klem te zitten tussen elkaar bestrijdende kampen.


Erasmus was een dwarsdenker omdat hij zich bij niemand aansloot. Niet bij de Luthersen, die buiten de Katholieke kerk kwamen te staan. Niet bij de Katholieken die voor het behoud van de traditionele kerk vochten. Erasmus streefde hervorming na van binnenuit. De bestaande kerk moest zich ontdoen van corruptie en bijgeloof, liefst gedragen door de geestelijkheid zelf en niet onder druk van buitenaf.


Erasmus wenste een stil en gerust leven, waarin hij zich kon wijden aan lezen en schrijven. Het was hem niet beschoren. Hij leefde in een eeuw waarin kemphanen overtuigd waren van het eigen gelijk en de ondergang van de wereld voorzagen als de ander zich niet liet overtuigen.


Erasmus had geen sterke constitutie. Bovendien putten de vele reizen over slecht begaanbare wegen, belaagd door plunderende soldaten en rovers, soms in barre weersomstandigheden, hem volledig uit.


Het is echt een wonder dat de man kans heeft gezien zoveel te publiceren op het gebied van theologie, educatie en filosofie. Met een enorme wilskracht heeft Erasmus zich toegelegd op de taak om de schriftelijke nalatenschap van grote schrijvers uit het verleden te zuiveren van fouten die er bij het overschrijven in de loop der eeuwen waren ingeslopen.


Vertalen is tegelijk zin geven aan de tekst. Een frappant voorbeeld geeft Langereis als ze het lijden van Jezus beschrijft. Hij bidt of de drinkbeker aan Hem voorbij kan gaan. Dat kan niet; Jezus moet Zijn lijden aanvaarden. Erasmus zag hierin de grootheid van het offer dat Jezus had gebracht. Het lijden joeg Hem angst aan, maar Hij overwon het. De traditionele uitleg van de kerk was een andere. Kerkvader Hieronymus vond dat angst en twijfel niet pasten bij Christus. Het kon niet anders, vond de kerkvader, of Christus was Zijn kruisdood met vreugde tegemoet gegaan. Twee tegengestelde interpretaties van eenzelfde Bijbeltekst.


Met zijn publicatie van het Griekse Nieuwe Testament lanceerde Erasmus de grondtekst voor de Lutherbijbel, de Statenbijbel en de King Jamesbijbel. Ook hier lopen de meningen uiteen. Erasmus verving de woorden van de apostel Paulus dat in Adam alle mensen gezondigd hadden door de woorden ‘in zoverre’ alle mensen hadden gezondigd. Volgens hem een vertaling die meer paste bij de originele tekst. Tegelijk raakt dit een kernpunt in het humanistische denken van Erasmus. Het maakte een meer optimistische visie op de menselijke natuur mogelijk. Deze paar woorden markeren de kloof met de Reformatie, waar de zondigheid van de menselijke natuur een onvrije wil tot gevolg had. Erasmus’ vertaling ‘in zoverre’ maakt het mogelijk om de mens een vrije wil toe te kennen.


De tekst dat er drie getuigen zijn in de hemel en dat die drie getuigen een eenheid vormen (1 Johannes 5: 7) was een sleuteltekst in het dogma van de Drie-eenheid. Erasmus verwijderde deze tekst, want hij stond niet in de Griekse oertekst en werd pas later toegevoegd. Erasmus verweet Luther, die de tekst handhaafde, dat diens Bijbelvertaling gekleurd was door zijn persoonlijke opvattingen. Langereis kan hier terecht verwijzen naar Lutherbiograaf Lyndal Roper, die constateert dat Luther zijn eigen theologische inzichten inbouwde in de tekst (blz. 216 van haar biografie). Treffend overigens dat Roper voor de biografie over Luther als ondertitel kiest voor ‘de biografie’ terwijl Langereis het bij haar biografie over Erasmus houdt op een meer bescheiden ‘een biografie’.


Na al deze grondige hoofdstukken over leven en werk van Erasmus volgen nog tips voor vervolgliteratuur, een beredeneerde en gedegen bibliografie, het notenapparaat en een register.


De biografie van Sandra Langereis, waaraan ik bovenstaande gegevens ontleen, mag er zijn. Met grote kennis en een vaardige pen beschrijft ze de moeizame worsteling om aan de originele teksten te komen van geschriften uit de Oudheid. En de verschillende versies daarvan moesten nauwgezet met elkaar vergeleken en becommentarieerd worden.


Het is een lijvige biografie geworden. Maar dat is in mijn ogen geen bezwaar. Het heeft een toegevoegde waarde om te lezen over de gevaren van het reizen in de 16e eeuw, de vreselijke gevolgen van een oplaaiende pestepidemie, het eentonige en slopende kloosterleven, het dorre universitaire leven, de ingewikkelde techniek van de boekdrukkunst, het probleem van vertalen en interpreteren van oude teksten, de onverbiddelijke opkomst van censuur en de wrede kettervervolgingen.


Langereis mag dan ‘een biografie’ hebben geschreven, het is er wel eentje van statuur. De uitgever heeft dat onderstreept door er een kloeke uitgave van te maken met veel illustraties waaronder meerdere in kleurendruk.


Sandra Langereis is historicus en biograaf. Haar vorige biografie ging over drukker en uitgever Christoffel Plantijn


ISBN 9789403120317 | Hardcover | Uitgeverij De Bezige Bij | Omvang 784 blz. | maart 2021

© Henk Hofman, 21 maart 2021

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

De vrolijke verrader
Een KGB-spion uit Rotterdam
Simon Kuper


George Blake (1922-2020) was de zoon van een Nederlandse moeder en een Egyptisch-Joodse vader. In 1942 ontvluchtte hij bezet Nederland en werd hij door een Britse inlichtingendienst (MI6) aangeworven. Blake werd na verloop van tijd een dubbelagent en verried ten minste 42 agenten aan de Russen. In 1961 werd Blake ontmaskerd en kreeg hij – heel symbolisch – 42 jaar celstraf, één voor elke agent die door zijn toedoen het leven had verloren.
In 1966 wist Blake uit zijn gevangenis te ontsnappen. Een handlanger gooide een touw over de gevangenismuur heen. Vredesactivisten smokkelden hem in een busje door Europa heen naar de DDR. Vandaaruit ging Blake naar Moskou, waar hij als een held werd ontvangen en waar hij de rest van zijn leven doorbracht.


Een avontuurlijk leven, maar ook een intrigerend leven. Hoe komt iemand ertoe om dubbelspion te worden? Wat waren de effecten van dit verraad? Wat doet het met je persoonlijkheid om een dubbelhartig leven te leiden en je collega’s te verraden? Simon Kuper doet het allemaal uit de doeken in dit lezenswaardige boek.


Het was geen hebzucht waardoor Blake werd gedreven. Ook ging het niet om wraak te nemen vanwege al dan niet vermeend onrecht. Het was een ideologische keuze voor het communisme, waar hij al op jonge leeftijd vatbaar voor was. Daar kwam een toenemende afkeer bij van de imperialistische politiek van de Verenigde Staten. Vervolgens werd hij in de Koreaanse oorlog gevangengenomen en werd hij geïnterneerd in een Noord-Koreaans kamp. Het is mogelijk dat hij daar zijn diensten heeft aangeboden aan de Russische inlichtingendienst.


Het meest schokkende gevolg van zijn verraad was volgens Simon Kuper de ontmaskering van Blake. De Britse samenleving was al meerdere malen zwaar geschokt door spionnen die overliepen naar de Russen (Donald Maclean, Kim Philby, Guy Burgess). Toen Blake werd gearresteerd, bracht dit paranoia teweeg binnen de geheime diensten. Wie was er nog te vertrouwen?


De informatie die Blake had doorgegeven, was al spoedig weer verouderd. Bovendien slaagden de Russen er onvoldoende in om beleid te ontwikkelen op basis van informatie die ze via geheime diensten verwierven. Was die informatie betrouwbaar of ging het om desinformatie? Frappant is dat Richard Sorge nauwkeurige informatie doorgaf over een ophanden zijnde Duitse aanval in 1941. Stalin geloofde het niet en dat heeft miljoenen Russische soldaten het leven gekost. Interessant is de onthulling op blz. 117 dat een Britse spion de Russen geheime documenten in handen speelden waarmee de Russen hun voordeel konden doen in de Slag bij Koersk (1943), de grootste tankslag uit de geschiedenis. Stalin had zijn les geleerd.


Het doorgeven van namen van collega’s heeft voor de betrokkenen tot gevolg gehad dat ze werden geëxecuteerd. En naderhand bleek dat het er niet 42 waren, maar vele honderden. Blake heeft altijd gezegd dat hij daarvan niet wist. Hij had gedacht dat ze naar een Siberisch kamp werden verbannen. Bovendien wisten ze dat spionnen dit risico liepen. Blake heeft er volgens eigen zeggen niet onder geleden en was in de persoonlijke contacten een opgewekte, goedlachse man. Vandaar de titel van dit boek.


In zijn jonge jaren was Blake erg gelovig. Hij bezocht de diensten van de remonstrantse kerk aan de Westersingel in Rotterdam. Het remonstrantisme is de meest vrijzinnige stroming binnen het protestantisme. Het is daarom wat minder geslaagd dat Kuper het consequent heeft over de calvinistische achtergrond van Blake, want het calvinisme zit aan de andere kant van het spectrum. Het remonstrantisme oriënteert zich meer op Erasmus en niet op Calvijn. De ontwikkeling van remonstrant, met het verlangen predikant te worden, naar communist is op zichzelf genomen natuurlijk heel curieus. De jongste zoon van Blake is wel dominee geworden (blz. 176).


Het boek wordt ingeleid door Derk Sauer, een landgenoot die in Moskou was uitgegroeid tot mediamagnaat. In 2005 ontmoette hij Blake en raakten ze bevriend. Elk jaar vierden de gezinnen gezamenlijk het Sinterklaasfeest. Sauer hielp Blake aan een schotel waarmee hij de Nederlandse televisie kon volgen.


Nog steeds zijn er veel raadsels rond Blake; zijn dossiers zijn niet openbaar gemaakt en het is de vraag of het ooit zo ver zal komen. Maar er is genoeg bekend om Kuper in staat te stellen een boeiend boek te schrijven over het ongelooflijke leven van deze spion. Op voorspraak van Sauer kreeg Kuper toestemming om Blake te interviewen. Het verslag van die gesprekken in dit boek is fascinerend. De ‘vrolijke verrader’ heeft tot zijn 43e jaar een opwindend en enerverend leven geleid. Daarna heeft hij een op het oog rustig en gewoon leven geleid tot hij op de hoge leeftijd van 98 jaar overleed. Poetin, die ook een verleden heeft als ‘spion’, noemde hem een ‘briljante professional’.


Het boek is zorgvuldig uitgegeven en voorzien van een register en een fotokatern. De vertaling is van bureau L&R Tekst uit Rijssen.


9789046823033 | Paperback | uitgeverij Nieuw Amsterdam | Omvang 255 blz. | januari 2021

© Henk Hofman, 21 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Een bezeten land
Heksen, gebedsgenezers en de spoken van het verleden in naoorlogs Duitsland
Monica Black


In de nasleep van de Tweede Wereldoorlog volgden het aantal bovennatuurlijke gebeurtenissen in het door oorlog verscheurde Duitsland elkaar in een rap tempo op. Miljoenen mensen werden getroffen door schijnbaar ongeneeslijke ziekten (waaronder blindheid en verlamming) en een golf van apocalyptische visioenen spoelde door het land. Messiaanse gebedsgenezers stonden vanuit het niets weer op, aanvankelijk hadden Hitler, Himmler en ook Goebbels interesse gehad voor het occulte. Maar toen ze stevig in het zadel zaten was die belangstelling in het openbaar achter gebleven.


Na de oorlog voerden gebedsgroepen duiveluitdrijvingen uit en enorme menigten reisden door het land om een glimp op te vangen van verschijningen van de Maagd Maria. Zij had het in Nederland overigens ook druk met haar verschijningen. Het meest opvallend was dat tientallen mensen hun buren van hekserij beschuldigden, waarna zij op hun beurt voor de rechter werden gesleept op beschuldiging van laster, mishandeling en zelfs moord. Wat deze gebeurtenissen - na een vernietigende oorlog en de Holocaust - met elkaar verbond, was een wijdverbreide obsessie met het kwaad. Niet zo vreemd als je Hitler jarenlang als voorbeeld hebt genomen.


Opvallende hoofdrolspeler in dit boek is Bruno Gröning (1906-1959) een broodmagere man van eenvoudige komaf, kettingroker en koffieverslaafde. In Herford een Duits stadje, verrichtte hij in 1949 zijn eerste genezing. Een jongetje, dat niet meer kon lopen kreeg weer gevoel in zijn benen kon zelfs strompelen. Vanaf dat moment ontstond rond Gröning een heel circus en werd hij vergeleken met de Messias. Hoewel hij zich aanvankelijk wegcijferde met opmerkingen als: ”Ik genees niet, dat doet God!” schudde hij de rol van wonderdoener toch nooit geheel van zich af. Mensenmassa’s van soms 30.000 man verzamelden zich op het landgoed van Herford, waar de wonderdoener de mensen soms urenlang liet wachten in de stromende regen, maar dan verscheen hij op een balkon en spreuken prevelend. Individuele genezingen vonden ook plaats. Gröning gaf de patiënt een stukje zilverpapier uit een sigarettendoosje en vroeg de zieke zich hierop te concentreren. Volgens velen konden blinden weer zien, doven hoorden weer wat en vooral lammen konden weer lopen.


Maar de sceptici begonnen zich ook te roeren. De katholieke kerk zag in Gröning een dienaar van de duivel en de medici accepteerden hem niet, omdat hij geen artsendiploma had. Mij deed het denken aan de rellerigheid die ontstond rond het zelfbenoemde medium Jomanda. Voor- en tegenstanders stonden als kemphanen tegenover elkaar. Bij Gröning kwam het niet tot een proces, zoals destijds tegen Jomanda. Gröning stelde dat iemand met slechte gedachten niet genezen kon worden. Dus was het niet zijn schuld wanneer er geen genezing plaatsvond. Overigens bestaat er nog steeds een Gröning-Stichting, die claimt, dat de wonderdoener vanuit de hemel geneest. Het is maar dat we het weten!


Waar vele geschiedwerken de snelle overgang van Duitsland van genocidale dictatuur naar liberale democratie benadrukken doet Black het anders. Ze plaatst in Een bezeten land het giftige wantrouwen, de diepe bitterheid en de spirituele malaise daartegenover. Monica Black put uit niet eerder gepubliceerd materiaal. Zij beweert dat de obsessie met het bovennatuurlijke het gevolg was van de onuitgesproken schuld en schaamte van een natie die opmerkelijk stil was over wat 'het meest recente verleden' werd genoemd.
Een Amerikaanse legereenheid wist in 1945 beslag te leggen op het kaartenarchief van de NSDAP. Het bleek dat in de oorlog 10,4 miljoen Duitsers lid waren geweest van deze aan de Nazi’s gelieerde club. Black zet daar een andere geschiedenis tegenover. Deze schaduwgeschiedenis verandert onherroepelijk onze kijk op het naoorlogse Duitsland en onthult het beladen emotionele leven van het land, de morele onrust en de kosten van het proberen begraven van een gruwelijke erfenis.
Toch blijft Black ook wat aan de oppervlakte met haar analyses. Wie meer over de achtergronden van de spirituele Werdegang van Duitsland in de jaren ’50 wil weten, leest ook: Wolfstijd. Duitsland en de Duitsers 1945-1955 van Harald Jáhner


ISBN: 9789048857852 | Paperback | 416 pagina's | Hollands Diep | december 2020
E-book | ISBN: 9789048857869 | vertaling: Frans Reusink

© Karel Wasch, 10 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De appel in het paradijs
Sonja Barend


Een mooi verzorgd boekje, een slag groter dan de literaire juweeltjes reeks. Sonja Barend, stijlvol als altijd in een zwart pak en witte blouse, haar opgestoken, kijkt ons vanaf de cover glimlachend aan. Even voel je heimwee opkomen naar de tijd dat zij op tv verscheen. Altijd geïnteresseerd, geen enkel taboe schuwend.
'Schrijf eens op hoe jij naar de wereld om je heen kijkt,' had haar uitgever gezegd.
Wat zal Sonja te melden hebben? En waarom die titel?

Sonja Barend heeft eigenlijk veel en weinig te melden en toch heb je het gevoel, als je haar beschouwingen en visies leest, dat ze je meeneemt, dat je een rondleiding langs haar gedachten krijgt. In weinig woorden weet ze veel te zeggen. Haar gedachten variëren van de vader die ze nooit gekend heeft, het jodendom, de rijkdom die te vinden is in kleine dingen, tot de coronapandemie en vele andere zaken.

Soms als ze iets leest in de krant dan is ze ineens weer op de tv-redactie met Ellen Blazer, haar eindredacteur, en ziet ze zichzelf overleggen...


'Sommige ouders zijn simpelweg niet in staat hun kinderen op te voeden,' lees ik voor. [...]
Prachtonderwerp voor ons. Aan tafel met de redactie, een mannetje-vrouwtje of zes om het erover te hebben. Opvoedverhalen van iedereen. Zo weinig mogelijk deskundo's uitnodigen en zoveel mogelijk direct betrokkenen, vindt de hele redactie. Een gewoonte die we er hebben ingestampt in de loop van de jaren. Stel vragen aan wie het meemaken, er dicht bij betrokken zijn. Dus het liefst aan jongens die met zo'n mes in hun rugzak naar school gaan. Zijn er eigenlijk meisjes die dat ook doen? Geen idee, uitzoeken dus. Natuurlijk moeten we met hun ouders praten. Vaders en moeders die niet weten wat ze moeten doen om te zorgen dat het niet gebeurt. Ouders die er misschien begrip voor hebben dat het wel gebeurt. Zijn die er ook, die vinden dat hun kind zich moet kunnen verdedigen.


Je ziet haar zitten, respectvol in discussie met de jongeren én de ouders. Ze stelt vragen die er toe doen.

Dit is echter een klein fragment er worden eveneens veel ander zaken besproken. Sonja's Joods zijn en alle (voor)oordelen daarover loopt als een rode draad door het boekje. Zo pleit ze ook voor een openbare school...


Alle kinderen naar een openbare school. Daar zou ik graag de straat voor op gaan. Zeker nu. Iedereen krijgt dezelfde leerstof en wie zijn kind godsdienstig wil opvoeden doet dat in zijn vrije tijd. Als een kind erover wil vertellen mag dat uiteraard in een kringgesprek. Vandaag over Kerstmis, morgen het Suikerfeest, overmorgen over Chanoeka. Zo hoor je nog eens wat van elkaar.


Ze vertelt over haar strijd met de bizarre praktijken van booking.com. Over het genieten van het Franse landschap waar ze al jaren een huisje heeft. Over de indruk die Arnon Grünberg en de koning maken tijdens de 4 mei viering in de stille kerk en op de stille Dam. Maar ook doet ze verslag over het jonge uiltje van vrienden dat ze mag verzorgen.


Er staan mooie beschouwingen en overpeinzingen in het boekje, eveneens lezen we over de dagdagelijkse dingen die ze meemaakt, of de vrede die ze ervaart met haar geliefden in haar huidige leven.
Kortom, het boekje is net zo veelzijdig geworden als Sonja Barend zelf is. Erg prettig om te lezen.


ISBN 9789403194509 | Hardcover | 69 pagina's | De Bezige Bij | november 2020
Afmeting 17,8 x 12,7 cm.

© Dettie, 3 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

God of de keizer?
Pater Ferdinand Verbiest in China
Eric Verbiest


Meestal begint een portret of biografie met de jeugd van de persoon. In dit boek, een ‘biografictie’, is dat niet zo. Het bestaat uit beschrijvingen van gebeurtenissen door personen die belangrijk waren in het leven van Ferdinand Verbiest:  Jezuïeten, enkele paters van andere ordes, vooraanstaande Chinezen en Mantsjoes. Sommige gaan over Adam Schall von Bell, de meeste over Ferdinand Verbiest (Pittem, 1623-Beijing, 1688), de moeizame reis van Portugal naar China, toestanden en gewoontes in China en aan het keizerlijk hof, het mateloze belang van astronomie en voorspellingen, de bijzonder hoge dunk die de Chinezen van zichzelf hadden. Op het einde vernemen we  dat de dialogen verzonnen zijn. Maar ze zijn wel gebaseerd op historische bronnen die achteraan in het boek (p. 289-290) vermeld worden.


De getuigenissen tonen aan dat de missionarissen goed beseften dat ze niet meer zouden terugkeren en misschien zelfs op zee al zouden omkomen in stormen of door kaperij. Ook het schip waar Verbiest op zat, werd gekaapt (1656). Op de Portugese schepen zat van alles: mensen, ratten, duizenden kippen. Er was meer stank dan hygiëne. De reis duurde zes maanden tot Goa (India), maar in totaal wel twee jaar tot in Macao. De reden waarom alle missionarissen via Portugal moesten reizen was de pauselijke demarcatielijn van 1493, die de oostelijke helft van de wereld aan Portugal toegewezen had. China hoorde bij het Portugese bisdom Macao. De ‘ketters’ uit Holland hielden zich niet aan deze bepaling en probeerden overal handelsposten te vestigen.


Er was ook concurrentie tussen de congregaties: dominicanen en franciscanen, twee bedelordes, verweten de Jezuïeten dat ze te tolerant waren tegenover de Chinese rituelen en de Confucius-cultus.


Geregeld kreeg China te maken met wrede rebellen en ook de Mantsjoes, die in 1644 China veroverden, gedroegen zich wreed. De Mantsjoe-keizers (1644-1911) hadden wel een minderwaardigheidscomplex: ze vonden de Chinese cultuur veel hoger dan de hunne.


Er waren ook altijd vooraanstaande Chinezen die alles deden om de missionarissen verdacht te maken, uit China te verdrijven en te laten martelen (p. 84-93). Schall von Bell werd zelfs veroordeeld tot in stukken snijden, maar het ging uiteindelijk niet door, Verbiest en anderen belandden een tijd in de gevangenis (p. 95-96).


Het grote doel: eerst de keizer bekeren en dan alle Chinezen christelijk maken, mislukte. De keizers wilden enkel die dingen overnemen die hun belangen en macht versterkten, dus niet het christendom, want ze vreesden dat ze dan hun ‘Hemels Mandaat’ zouden verliezen. Westerse wiskunde, astronomie, voorspellingen en kanonnen waren zeer welkom, want ze waren beter dan de Chinese.
Voor de rest hadden ze een heel goed gevoel van zichzelf: buitenlandse koningen moesten hun brieven ondertekenen met de formule ‘Uw onderdanige vazal’. Zelfs de Russische gezant kreeg te horen dat de tsaar, zoals iedereen op aarde, een dienaar moest zijn van de Chinese keizer (p. 196).
En uiteraard moest iedereen de koutou uitvoeren: knielen en het hoofd drie keer op de grond kloppen voor de keizer (p. 160). De keizer had wel veel respect voor Verbiest, die geregeld bij hem mocht komen. Zoals de meeste Jezuïeten, had ook hij een Chinese naam aangenomen: Nan Huairen, Nand de Goedhartige.


De titel ‘God of de keizer’ verwijst naar de vraag die confraters van Verbiest zich stelden: is hij in China om te missioneren of om de keizer te dienen met astronomie en fabricatie van kanonnen (p. 162, 172)? Het Vaticaan zorgde ook voor problemen, o.a.  door te bevelen dat de mis niet in het Chinees mocht zijn en dat de Chinese priesters dus Latijn moesten leren.


En dan waren er nog de Hollandse ‘ketters’ die de Indische wateren beheersten, katholieken verdreven uit Indië en Siam (Thailand) en ook probeerden om in China handelsposten te bemachtigen (p. 267-273). De bemoeienissen van het Vaticaan in 1704 en 1715 zorgden er uiteindelijk voor dat de Chinese keizer in 1724 decreteerde dat het christendom een subversieve sekte was (p. 284). Blijkbaar leidde dit het einde van de missies in.


In 1688, uitgeput en versleten, stierf Ferdinand Verbiest nadat hij van zijn paard was gevallen. Hij was toen 65. Met grote eer werd hij begraven op het Zhalan-kerkhof, waar ook Ricci en Schall von Bell begraven waren (p. 278-281).
De auteur vertelt er niet bij dat deze graven rond 1900 door de Boksers en rond 1966 door de vandalen van de Culturele Revolutie zwaar beschadigd werden.


Eric Verbiest heeft een knap boek geschreven over zijn illustere naamgenoot. We krijgen ook interessante informatie over andere ‘Belgische’ China-missionarissen zoals Philippe Couplet, Antoine Thomas (opvolger van Verbiest als astronoom) en Albert d’Orville. We lezen ook veel over de Chinese cultuur en gewoontes. De vele Chinese begrippen worden één keer uitgelegd en dan moet je ze onthouden: een alfabetische woordenlijst zou dus  zeer welkom zijn. Een register met de vele eigennamen ontbreekt eveneens. Achteraan staan wel de belangrijkste personages met wat uitleg (p. 285-287). Ik mis ook een kaart met onbekende plaatsnamen zoals Xiam, Kirin, Hiacuta, Ula, Caiyuen, Yakesa. Bij ‘geometrische voet’ (p. 241) had de auteur de lengte mogen vermelden. In de meeste veel te lange zinnen staat geen komma tussen de hoofdzin en de bijzin. Bij een volgende druk mogen er enkele spel- en drukfoutjes uit.
Los daarvan geeft de auteur een zeer goed beeld van het leven en werk van Ferdinand Verbiest in China, niet van de jaren daarvoor in de Zuidelijke Nederlanden.


ISBN 978-94-637-1264-4 | paperback | 290 pagina's | Uitgeverij Gompel & Svacina, Oud-Turnhout/Den Bosch| oktober 2020

© Jef Abbeel,     31 maart 2021         www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het nieuwe land
Het verhaal van een polder die perfect moest zijn
Eva Vriend


Eerst even wat algemene informatie:
De provincie Flevoland kenmerkt zich door veel open ruimte en een strakke indeling. De provincie bestaat uit twee delen: de Noordoostpolder (met de gemeenten Noordoostpolder en Urk) dat met land verbonden is aan het vasteland, en de Flevopolder, het grootste kunstmatige eiland ter wereld: Noordoostpolder Oostelijk Flevoland met de gemeenten Lelystad en Dronten en Zuidelijk Flevoland met de gemeenten Almere en Zeewolde. De Flevopolder is met bruggen (onder andere Stichtse Brug, Hollandse Brug en Ketelbrug), een spoortunnel (Drontermeertunnel) en een dijk (Houtribdijk) verbonden met het vasteland. De provincie ligt gemiddeld ongeveer 5 meter onder de zeespiegel. Om overstroming te voorkomen zijn er drie grote gemalen, plus twee grote vaarten, de Hoge Vaart en de Lage Vaart. Ook is er midden in Flevoland een dijk aangelegd met sluiscomplexen.
Ook de natuurgebieden, De Hollandse Hout en de Oostvaardersplassen zorgen voor opvang van water.


Hoe kwam deze enorme inpoldering tot stand?


Al aan het eind van de negentiende eeuw probeerde ingenieur Lely Nederland warm te maken voor het afsluiten van de Zuiderzee. In 1918 werd de Zuiderzeewet aangenomen: de Zuiderzee moest drooggelegd worden. Na de watersnood van 1916 werd begonnen met een proefdijk. Niet de Afsluitdijk dus, maar de Amsteldiepdijk, een dam die ligt tussen Van Ewijcksluis en Wieringen. In 1924 ontstond het Amstelmeer. Wieringen kreeg een directe verbinding met het vasteland van Noord-Holland. Van dit project werden vele lessen geleerd, nuttig toen dan in 1927 eindelijk begonnen werd met het bouwen van de Afsluitdijk, klaar in 1932.
Daarna kon worden begonnen met de inpoldering van het vanaf toen geheten IJsselmeer, waar de bodem bestond uit vruchtbare zeeklei.  De Noordoostpolder werd ingepolderd tussen 1950-1957, Flevoland was klaar in 1968.


Een enorm karwei wat zorgde voor veel werkgelegenheid. En woningen, waar ook grote behoefte aan was. Boerenbedrijven: in een gezin met meer dan een zoon was slechts voor een van hen de boerderij weggeld. Er was een grote behoefte aan nieuwe bedrijven. Later kwamen daar de Zeeuwen bij die hun land kwijtgeraakt waren bij de Watersnood. En de boeren die onteigend werden vanwege bijvoorbeeld de aanleg van Schiphol.
Allemaal mensen die zich mochten aanmelden om in aanmerking te komen voor een boerderij (die met een liniaal ingetekend werden, in meerdere aantal hectaren)


Er waren veel meer inschrijvingen dan er bedrijven beschikbaar waren. Zo kwam er een selectieprocedure tot stand. De samenleving werd maakbaar bevonden: alleen de besten kwamen in aanmerking, behalve enorme vragenlijsten kwam er huisbezoek. Alleenstaanden kwamen niet in aanmerking, evenmin huishoudens waar het boeltje niet in orde was. Of waar de toekomstige boer geen idee had van wat voor soort gewassen hij zou kunnen telen.


Wel werd er rekening gehouden met de verschillende zuilen. Een volledig katholieke, of hervormde groep boeren bij elkaar was niet gewenst. Dat hield in dat er in een dorp dat gebouwd werd meerdere kerken en anders voorzieningen moesten komen. Veel polderwerkers deden hun best bij de inpolderingswerkzaamheden om maar in aanmerking te komen voor een aantal hectaren. Soms lukte dat, soms niet. De criteria waren streng, en men zou ze nu zeer dubieus vinden. Waarbij de kanttekening gemaakt kan worden dat vanaf het moment dat de selectieprocedure afgeschaft werd de politie ineens handen vol werk kreeg.


Eva Vriend schreef hierover 'Het Nieuwe Land'. Haar grootouders waren zo gelukkig dat ze een boerderij toegewezen kregen. In 1951, het jaar dat haar opa werd ingeloot, waren er 3018 kandidaten voor slechts 135 boerderijen.
Eva Vriend probeert uit te zoeken waarom de een wel land kreeg en een ander afgewezen werd. In Nieuw Land Erfgoedcentrum zoekt ze in de archieven naar papieren die dat aantonen, Helaas bleek veel ervan vernietigd te zijn: privacygevoelig. Als je leest wat er opgemerkt wordt op de enkele formulieren die Vriend welk wist te achterhalen, dan begrijp je dat wel. Het oordeel kon snoeihard zijn.


"Een stugge, zeer onvriendelijke man. Zijn ontwikkeling is gering", oordeelde een ambtenaar over een kandidaat. Een ander "lijkt me een inhalige schraper", een derde was "goedwillend en plichtsgetrouw", maar ook "slecht ontwikkeld en dom". Allemaal afgewezen.


Vriend ontdekt hoe hard deze afwijzingen aankwamen, meer misschien nog omdat de mensen die een ‘nee’ te horen kregen niet wisten waarom, maar het ieder jaar wel opnieuw mochten proberen. Om dan steeds opnieuw afgewezen te worden, dat doet wat met een mens.
De vraag die Vriend stelt is: was de strenge selectie gerechtvaardigd?


Haar conclusie is dat het een heidens karwei was en dat het op een voor die tijd goede manier is aangepakt. Inderdaad: als je zoiets zou moeten doen met al die inspraakmogelijkheden van nu, dan zou je volgende eeuw nog niet klaar geweest zijn!


‘Dat ben ik mijzelf steeds meer gaan realiseren: je hebt een plan, maar uiteindelijk loopt het leven altijd anders. Het blijft mensenwerk.’


Eva Vriend (1973) schreef dit deels autobiografische boek in haar hoedanigheid van boerendochter en kleindochter van een geluksvogel, maar ook als journalist, historicus en docent journalistiek. In 2013 werd haar boek samen met een aantal andere titels genomineerd voor de Libris Geschiedenisprijs.
Het zijn heel veel feiten, maar toch leest het lekker, mede door de persoonlijke verhalen van enkele betrokkenen. Met fotokatern.


ISBN 9789460038747 | Paperback | 304 pagina's | Uitgeverij Balans | juni 2014

© Marjo, 9 maart 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nu en niets anders
Een gesprek over het leven
Darryl Bailey


Soms zegt iemand iets tegen je maar op dat moment komt dat niet bij je binnen. Eigenlijk begrijp je niet wat diegene zegt. Je voelt wel dat er een belangrijke kern zit in datgene wat beweerd wordt maar het eurootje valt niet. Het kan zijn dat je pas maanden of jaren later ineens het besef krijgt en denkt, oh dàt bedoelde hij of zij.
Kennelijk ben jij er dan pas aan toe. Je moest eerst een ontwikkeling doormaken om het te kunnen zien.


Bij dit boek heb ik hetzelfde gevoel. Je voelt dat Darryl Bailey iets belangrijks te vertellen heeft. Maar het komt niet aan. Tenminste niet bij mij. Wat ik begrijp uit de beschrijvingen van zijn andere boeken Naakte essentie en De illusie voorbij heeft hij het steeds over hetzelfde maar dan op diverse manieren gebracht.


Darryl Bailey vertelt in interviewvorm over zijn zoektocht/het proces wat hij onderging, ofwel hoe hij het leven in werkelijkheid leerde te ervaren.


"In het algemeen komt wat we over het leven denken niet overeen met onze werkelijke ervaring, en die verwarring brengt een hoop mentale en emotionele conflicten en ellende met zich mee.
Die verwarring en ellende kan ongedaan gemaakt worden door onze werkelijke ervaring heel rechtstreeks te onderzoeken."


Bailey heeft het over alle gedachten en emoties die bij hem soms verdwenen, hij was in feite even helemaal leeg en dat voelde dan als één grote levende gebeurtenis. Hij voelde dan een 'geweldig gevoel van vrijheid en vrede dat in schril contrast stond met de gevoelens van verwarring en conflict. [...]  Ik had dan het gevoel dat het leven helemaal goed was zoals het was.'


Hij spreekt over het laten varen van gedachtes, ofwel niet meer ingaan op de gedachtes die je hebt. Je leven doet zich aan je voor, in feite heb je er geen enkele invloed op, zo stelt hij. Je zou denken dat je dan niets meer hoeft te doen want alles wat gebeurt, gebeurt gewoon. Maar dat is niet zo volgens Bailey. Hij geeft als voorbeeld dat als je niets hoeft te doen en gewoon gaat zitten, op gegeven moment toch opstaat en iets onderneemt. Maar dan is het vanuit jezelf en niet omdat het je opgelegd wordt. Dit wil ook niet zeggen dat je geen beslissingen meer neemt, maar dat betreft alleen praktische dingen, zoals eten koken, kijken hoe je iets aan zal pakken, maar meer ook niet. Je verdere gedachten zijn uitgeschakeld, het is zoals het is, het gaat zoals het gaat.


Ook zegt Bailey dat we in feite allemaal een zijn, het hele universum is één. Er bestaat geen ego. Alleen wij mensen hebben gesteld dat wij buiten dat geheel vallen. Wij stellen dat wij los staan van bijvoorbeeld de natuur of het universum, maar wij zijn er onderdeel van. Wij zijn een verschijningsvorm, net als een plant, boom of dier. En dat accepteren/inzien geeft vrijheid. Het leven leven zoals het op dat moment gebeurt met alle plussen en minnen, zonder dualiteit, is dan helemaal goed zoals het is. Gewoon doen wat op dat moment goed voelt om te doen.


Hij stelt ook dat alles in beweging is, verleden en toekomst bestaat in feite niet. Alles verandert elke minuut. Een besef van wie je bent -  kijk maar eens naar foto's of in de spiegel -  verandert ook steeds, dus je hoeft je daarover ook niet druk over te maken, het loopt zoals het loopt, je bent zoals je op dat moment bent. Het is in feite niet te benoemen net als bijvoorbeeld de essentie van het Taoïsme niet te vertellen is. Zo gauw je vertelt wat Taoïsme is, dan is het geen Tao meer. Want Tao is wat je ervaart. Dat is niet weer te geven in woorden.


Zelf heb ik het gevoel dat Bailey in vrij verheven bewoordingen zegt dat je totaal in het nu moet leven en mee moet gaan met het leven zoals het zich op dat moment aan je presenteert. Populair gezegd, go with the flow. Maar het kan zijn dat ik er naast zit, zijn taalgebruik lijkt eenvoudig maar is het niet, en dat maakt wat hij te melden heeft niet makkelijk te volgen.


"Maar vanuit hoe ik tegen dingen aankijk kan het denken nooit de werkelijkheid beschrijven, en telkens als de nadruk op het denken komt te liggen, ligt de nadruk  minder op de werkelijkheid."


"We ervaren niets dat erop wijst dat we onszelf laten plaatsvinden, of dat we iets te zeggen hebben over hoe ons leven zal lopen."


"Zoals Boeddha heeft aangegeven: er bestaat geen zelf. Alleen dit gebeuren bestaat, en geen enkele beschrijving is er werkelijk op van toepassing. Hij noemd ehet asankhata het 'ongevormde'. Dat is een woord uit het Pali. Zichzelf noemde hij de Tathagata, en dat betekent degene die gekomen is tot wat werkelijk is."


Woorden zijn verraderlijk. Het komt erop neer dat we in een fantasie zitten zodra we denken odf spreken, tenzij het geloof in verhalen volledig ten einde gekomen is. Dan vormen de verhalen zelf gewoon een mysterieus gebeuren."


ISBN 9789492995699 | hardcover | 103 pagina's | Uitgeverij Samsara | november 2020
Vertaald door Han van den Boogaard

Dettie, 14 februari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Rusland in 101 wodka-etiketten
Een bonte biografie van een land & zijn bewoners
Edwin Trommelen


Vooraf even dit: ondergetekende drinkt geen alcohol en weet dus niets over wodka, maar de schrijver weet er alles over. Het boek gaat vooral over Russische cultuur, geschiedenis, gewoontes, waarbij deze etiketten als kapstok fungeren. De etiketjes zijn kleine kunstwerken, de meerwaarde zit vooral in de achtergrondverhalen.


De veelzijdige auteur, ervaringsdeskundige en op de hoogte van alle facetten van het leven in Rusland, geeft eerst wat uitleg over de schrijfwijze van de eigennamen en  het Cyrillische alfabet.


De 101 etiketten vertellen veel over de leefwijze van de Russen: hun geschiedenis, muziek, ruimtevaart, politiek, economie, sport, godsdienst, keuken. Behalve Russische, zijn er ook Poolse, Hongaarse, Duitse, Nederlandse en Amerikaanse wodka-etiketten bij.


Enkele voorbeelden: er zijn etiketten over de kozakken, die Siberië veroverden. Nu zijn ze nog met 3 miljoen. - De Koeban-kozakken hebben niets te maken met Cuba. -
De jeugd wil niet meer in de dorpen blijven wonen, die lopen dus leeg.
Elk Rus heeft drie namen en als je Poetin beleefd aanspreekt, doe je dat met ‘Vladimir Vladimirovitsj’: zijn voor- en vadersnaam.


Sommige etiketten zijn gewijd aan grootse prestaties, zoals de aanleg van het Witte Zee-Oostzeekanaal, weliswaar door 150.000 dwangarbeiders in 1931-1933. Grote personen worden niet vergeten: Tsjaikovski, Mendeljev, Poesjkin, Catharina de Grote, Generalissimus Stalin … De Joden evenmin, want zij speelden een heel grote rol in de Russische cultuur, wetenschap, kunst en schaakwereld.


De wodka met de naam Gorbatsjov verwijst niet naar de bekende ‘Secretaris-Mineraal’, maar naar een zekere Leo Gorbatsjov, wodka-fabrikant, die in 1918 uit Sint-Petersburg naar Berlijn vluchtte. Het is niet de enige ‘exil-wodka’. Ook de Raspoetin is verwarrend: op het etiket staat de ongeschoolde gebedsgenezer, die zoveel invloed had op de laatste tsarina, maar de tekst gaat over de dorpsschrijver en grondlegger van de Siberische ecologische beweging Valentin Raspoetin (1937-2015)


We krijgen ook uitleg over het schoolsysteem, de moeilijke taal en grammatica,  de komsomol (1918-1991), de legerdienst, het mooie Georgië met zijn lekkere keuken (en zijn zonen Stalin en Beria), de kalender, nationale feestdagen, landschappen, rivieren, taiga, toendra, goelag, patriottisme, gastvrijheid, berjozka’s, Tataarse invloeden, verloren gegane tradities en symbolen, verdwenen en nog bestaande automerken, Alaska dat in de 18-19de eeuw Russisch was, het pochen met rijkdom door de nieuwe rijken, de drang om de grootste te zijn en de grootste gebouwen neer te zetten.


Beoordeling

Ik heb zeer genoten van deze cultuurgeschiedenis, de aangename verhalen, de ervaringen van de schrijver in alle delen van Rusland, een land dat wij, enkel met het verstand, niet kunnen begrijpen.
Soms zie ik niet het verband tussen het etiket en het verhaal dat volgt, zoals op p. 86-87: het verhaal gaat over dieren, niet over die Chaski-wodka. Of p. 204-205: het gaat over sprookjes en niet over de zavalinka, de wal rond een boerderij.


De auteur zegt niet hoeveel de gemiddelde Rus nu drinkt en evenmin hoeveel extreme drinkers er zijn en welke gevolgen dit heeft voor hun levensverwachting, die bij de mannen een stuk lager ligt dan bij de vrouwen: 65,6 jaar tegenover 77,3 jaar voor de vrouwen (Index Mundi).


Trommelen zegt dat de SU in de medaillespiegel van de Olympische Spelen meestal boven de VSA eindigde (p. 81), maar dat moeten we nuanceren: de VSA haalden veel meer medailles: 2.827 tegenover 1.204 voor de SU en 546 voor Rusland is samen 1.750.


Twee keer zegt hij dat Poetin de implosie van de SU de ‘grootste’ catastrofe van de 20ste eeuw noemde. Dat klopt niet volledig: hij noemde ze een heel grote catastrofe. WO II was allicht een nog grotere ramp. Toch zou hij blij moeten zijn met de val van de SU: anders was hij nog lang een onbekende ambtenaar van de KGB in Dresden gebleven en zou hij nooit de macht (en de rijkdom) hebben gehad die hij nu heeft.


Een kaart met de vele plaatsnamen ontbreekt. Ik had een atlas nodig om plaatsen zoals Boerjatië, Akmolinsk, Izjevsk, Tsjerski, Tsjoekotka te kunnen situeren.

Soms stootte ik ook op een fout: de Cubacrisis was niet in ‘1963’ (p. 31 en 107), maar in 1962. ‘Moter’ (p. 40) schrijf je motor, ‘trans-Siberische’ (p. 183) met een hoofdletter in ‘Trans’, ‘Ligatsjova’ als Lichatsjova (een directeur van de voormalige ZIL-autofabriek).
Medvedev is hier (p. 199) nog premier tot 2024, maar hij is al op 16 januari 2020 vervangen door Michail Misjoestin.


De bibliografie is uiteraard selectief. Bij het socialistisch realisme had de catalogus mogen staan van de grote tentoonstelling daarover: ‘Agitation zum Glück. Sowjetische Kunst in de Stalinzeit’, Kassel, 1994.


Maar los van deze details is het een prachtig en inspirerend boek, echt om van te genieten, al dan niet met de gepaste drank erbij. Het geeft ons een ruimere en meer genuanceerde kijk op een land dat in onze media meestal en zeker de laatste jaren vooral negatief aan bod komt. Zelfs bij hun coronavaccin Spoetnik V heeft het westen zijn twijfels.


ISBN 978 90-880-3106-9 |Paperback incl. foto’s, noten, bibliografie, | 223 pagina's | Uitgeverij Lias | maart 2020

© Jef Abbeel, 9 februari 2021  www.jefabbeel.be

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Vinylpraat
Wouter Bulckaert


Dit is een boek over de liefde voor platen. Gelukkig is het geen boek geworden waarin vinyl wordt afgezet tegen de CD, hoewel de auteur wel z’n liefde voor de grammofoonplaat en het zorgvuldig luisteren, zonder daarbij iets anders te doen, belijdt.


In dit boek worden 22 albums besproken, uit de eerste 22 levensjaren van de auteur. De eerste 12 kocht hij een tijd nadat ze waren verschenen en de laatste 10 werden door de auteur gekocht op het moment dat ze uit waren gekomen.


De stukken zijn gebaseerd op bijeenkomsten in een café in Gent, waar een spreker (de auteur) een inleiding houdt over een plaat, waarna eerst de A kant wordt gedraaid en vervolgens na een korte pauze de B kant. In dit boek doet de schrijver dit op papier. Hij begint met een algemeen verhaal over de groep en de plaat in kwestie, waarbij de persoonlijke herinneringen niet geschuwd worden. Dan volgt eerst een bespreking van de A kant van de plaat en vervolgens een verhaal over de B kant, hoewel er ook ruimte is om nog wat in algemene zin over de plaat en de artiest te vertelen. Het verhaal eindigt dan met een soort conclusie.


De inleiding eindigt met volgende spoiler alert: “Er zijn een aantal zaken waarvan je liever niet weet hoe ze gemaakt worden om er nog van de genieten. Saucissen staan helemaal bovenaan op die lijst. Rockplaten bekleden een verdienstelijke tweede plaats.”
Met dat laatste deel van die uitspraak ben ik het absoluut oneens. Als er een ding is waarvan ik juist wel wil weten hoe ze zijn gemaakt, dan zijn het wel rockplaten. Dat verhoogt wat mij betreft alleen nog maar het luisterplezier.


Na de inleiding trapt de auteur af met Abbey Road van The Beatles. Het eerste deel eindigt met Look Sharp, het debuut van Joe Jackson, waarover de schrijver opmerkt dat dit in zijn ogen het beste werk van deze Engelsman is. Daarna heeft hij nog wel een aantal goede albums gemaakt, maar de magie van het debuut is weg, terwijl hij in de jaren 90 slechte platen maakt. Dat is wederom iets, wat ik niet met de auteur eens ben, want Joe Jackson kan in mijn ogen in muzikaal opzicht weinig verkeerd doen. Wouter Bulckaert noemt de campagne tegen rookverboden als iets waarin Joe Jackson een discutabel standpunt inneemt. Dat ben ik wel met de schrijver eens. De autobiografie van Joe Jackson wordt dan weer de hemel in geprezen en dat ben ik ook met de auteur eens.


Het tweede deel van het boek begint met een lofzang op de LP. Weliswaar heeft Wouter Bulckaert weinig tegen de CD, afgezien van het feit dat men er in zijn ogen nog wel eens te veel muziek op zet, terwijl hij ook weinig heeft met de toevoeging van outtakes en andere zaken die niet op het oorspronkelijke album stonden. Met downloads en Spotify heeft de auteur, net als ik, helemaal niets.


Deel 2 trapt af met Remain in Light van Talking Heads en eindigt met Acadie van Daniel Lanois. Vreemd genoeg bevindt zich in dit deel ook het enige verzamel-album, namelijk Heaven in a Wild Flower van Nick Drake.


Hoewel ik zelf de voorkeur geef aan de CD en ik meestal naar muziek luister terwijl ik iets anders doe, herken ik wel de liefde voor het beluisteren van een heel album. Vroeger kocht ik ook LP’s en daar bewaar ik net als de auteur veel herinneringen aan. Van de besproken albums bezit ik er overigens maar 4, waarvan slechts 1 op vinyl. Alle 4 bevinden ze zich in het eerste deel van het boek.


Het is een interessant boek geworden, dat me nieuwsgierig maakt naar een aantal van de besproken albums. Je kunt het boek achter elkaar uitlezen en je kan ook alleen het stuk lezen, dat bij de plaat hoort die je wilt gaan beluisteren. Wat mij betreft mag Wouter Bulckaert een tweede deel van Vinylpraat schrijven en misschien kan het zelfs een serie worden van alles wat hij bij de bijeenkomsten in het café in Gent besproken heeft.


ISBN 978 94 6267 258 6 | NUR 660 | Paperback  | 255 pagina’s | Uitgeverij EPO |  december 2020

© Renate, 28 januari 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER