Nieuwe recensies Non-fictie

altCoef, de Weg van de Waanzin
Rein Hannik

‘Mijn moeder waakte over ons als een leeuwin.’

Als je deze zin aantreft op pagina 20 heb je nog niets door. Rein Hannik heeft tot dan toe een jeugd beschreven zoals ieder die graag zou beleven. Maar op dezelfde pagina onderaan staat ineens:

‘Want mijn moeder kon ontzettend kwaad worden. Als je iets kapot had gemaakt. Als je iets liet vallen. Als je herrie maakte. Als je huilde. Als je lachte. Als je speelde. Als je je bord niet leeg at.
‘RRREINNN!!’, klonk het dan. ’GODVERRRDOMME!! RRROTJONG!!’ Met vlakke hand sloeg ze, op je schedel, waardoor haar trouwring hard aankwam.’

Als eenmaal het besef doordringt wat voor jeugd Rein gehad heeft, verbijstert het de lezer om vervolgens een boek te lezen over deze moeder, Coef genaamd, waarbij de toon liefdevol klinkt.
Coef was een kunstenares in hart en nieren, maar de omstandigheden en de tijdsgeest lieten niet toe dat ze zich in die richting ontwikkelde. Als zij er niet meer is erft Rien veertig dozen. Dozen met dagboeken, foto’s en geluidsopnamen.
Hij had ze kunnen verbranden. Het leven met een moeder als Coef was een leven met waanzin.
Ook al nam hij afstand, zijn jeugd neemt hij altijd met zich mee. En hier is dan toch de kans om te weten: waarom was zijn moeder zoals ze was?
Waarom is hij zelf niet in staat een begonnen studie af te ronden? Kan hij geen relaties onderhouden?
Hij weet dat zijn moeder in Nederlands-Indië is opgegroeid. Ligt daar de bron van haar waanzin?
Of is het de verloren liefde, ligt de breuk met de man die haar hart veroverd had, maar die haar liet zitten, ten grondslag aan haar paranoia?

Of heeft professor Jan Bastiaans haar geest verpest met zijn therapie waarbij hij nogal scheutig was met LSD?
Coef hoort stemmen, is psychotisch, maar blijft tot het laatst toe een begaafde, intelligente vrouw. Des te wreder is de manier waarop zij haar leven moest leiden.

We lezen over haar leven, dat door haar zoon gereconstrueerd wordt. Over Bastiaans, die voor haar de enige strohalm was, maar die intussen in de wereld van de psychiatrie nogal omstreden was. Dit verhaal is recht voor zijn raap, niets verhullend, en toch met eerbied. Met liefde.
In het boek staan foto’s en andere documenten, die Coef laten zien: in een idyllisch, en later wreed Indië; als jong meisje, met haar geliefde en later met haar gezin. Ook de professor en Coefs laatste woonplaats zijn gefotografeerd. En achterin nog een lijst met geraadpleegde bronnen.

‘Coef’ is een indrukwekkend document geworden.
‘De vraag is of ik het enigma Coef enigszins heb kunnen doorgronden. Wat maakte haar tot het wezen dat ze was?’

Na dit boek denkt de lezer te weten wie Coef was. Toch is het niet vreemd dat de schrijver, haar zoon, zelf zegt niet echt te weten of hij haar ooit kan kennen, want kunnen we überhaupt een ander ooit helemaal doorgronden?

ISBN 9789086841400 | paperback | 280 pagina's | Atlas Contact| oktober 2016

© Marjo, 26 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

God ontmoeten in Paulus
Rowan Williams


Rowan Williams (1950) was jarenlang aartsbisschop van Canterbury en geestelijk leider van de Anglicaanse Kerk. Hij schreef een fijnzinnig boekje over Paulus, uitgegeven door Berne Media. De abdij van Berne ligt in Noord-Brabant en de uitgever is gespecialiseerd in spirituele boeken. De zeer verzorgde site van de uitgeverij laat echter ook boeken zien op het gebied van biografieën, filosofie, geloofsopbouw, pelgrimage, reizen, literatuur, poëzie, pastoraat en andere religies.


Het boekje van Rowan Williams is ook geschikt voor mensen die het christelijk geloof niet aanhangen. Williams laat namelijk zien welk een revolutionaire en transformerende kracht het christelijk geloof in de antieke wereld is geweest. Ook voor ‘andersdenkenden’ is dat interessant, want de gebruikelijke visie is dat het christendom ‘niet bij de tijd’ is.


De moderne, seculiere mens denkt vaak dat er een rechte lijn loopt van de antieke wereld via de Verlichting naar het Europa van nu. In de Europese grondwet wordt in de preambule ook naar die historische lijn verwezen om de herkomst van mensenrechten te verklaren. Die rechten zouden dan bevochten zijn op het christelijk geloof.


Als je Williams volgt in zijn redenering, kan deze opvatting niet juist zijn. “Als we de wereld van Paulus willen begrijpen, dan moeten we vooral snappen dat dit een wereld was waarin niets bestond wat maar enigszins leek op ons idee van universele mensenrechten”, schrijft hij op blz. 17. Er was evenmin iets wat lijkt op ons systeem van gelijkheid voor de wet.
De antieke wereld ketent mensen aan hun sociale positie vast. Je bent slaaf, of vrouw, of man, militair, bestuurder dan wel ambachtsman. Maar er is geen sprake van individuen die in principe gelijk zijn aan elkaar. En daarom was het christendom zo excentriek voor Grieken en Romeinen. Want in de christelijke gemeente zaten slaven en burgers, rijke kooplieden en eenvoudige handwerkers, mannen en vrouwen, naast elkaar, een in hun geloof, en gelijk aan elkaar ten opzichte van God. Je status in de samenleving deed hier niet ter zake. Dit is het baanbrekende geweest van het nieuwe geloof. Deze boodschap was explosief en blies de diep ingekerfde grenzen die mensen van elkaar scheidde op.


Rowan Williams laat je beeld van de Oudheid kantelen. Niet de Grieken en de Romeinen waren vooruitstrevend, maar het Christendom was vernieuwend en doorbrak de bestaande sociale code. Niemand had meer recht op God dan een ander. Niemand was beter dan een ander.


Na deze boeiende uiteenzetting vervolgt Williams met een overzicht van de gegevens die we hebben over Paulus en diens leven. Paulus blijkt te behoren tot die mensen uit de Oudheid van wie we het meeste weten.


Vervolgens zet Williams de boodschap van Paulus uiteen. Volgens de auteur ligt achter de boodschap van Paulus de verkondiging van Jezus zelf (blz. 40). Ook hierin onderscheidt Williams zich van veel andere schrijvers. Velen menen dat Paulus een streng en hard Evangelie brengt in tegenstelling tot Jezus die een liefdesboodschap bracht. Wie dat denkt, verwijt Paulus dat hij het Evangelie verdraait en vervalst. Williams ziet echter continuïteit. De uitspraken die Paulus doet, zijn ook door Jezus gedaan, zowel de warme en gevoelvolle, als de strenge en veroordelende woorden. Vandaar dus de titel: God spreekt door Paulus.


Tenslotte laat Williams zien wat het effect van de woorden van Jezus en Paulus op ons moet zijn. Onze houding moet overeenstemmen met die van God naar ons toe. Trefwoorden zijn dan: acceptatie, verwelkomen, wederkerigheid, ruimte bieden. Williams vindt het vreemd dat zoveel mensen vandaag de dag geen oog hebben voor deze aspecten van de liefde. We lijken “niet geïnteresseerd” te zijn in deze boodschap – en tevens opdracht – van God, schrijft hij en hij vraagt zich af wat ons kan beschermen tegen dit “afschuwelijke patroon van zelfvernietiging” (blz. 57). Een belangrijke vraag waarop de auteur ook een aanzet tot een antwoord geeft. Zie daarvoor het boek zelf.


Het is mooi om te lezen hoe Williams in een paar bladzijden een prachtig beeld neerzet van Paulus, zijn werk en zijn tijd. Zijn uitspraken voeden de lezer nog enige tijd in diens nadenken over eigentijdse ontwikkelingen.


ISBN 9789089721600 | Paperback | 96 pagina's | Uitgeverij Berneboek | februari 2017

© Henk Hofman, 15 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Wij slaven van Suriname
Anton de Kom


Dit boek, geschreven door Anton de Kom, is in 1934 in eerste druk uitgegeven. Achterop staat te lezen:

"Over de rol van Anton de Kom in het bewustzijn van Suriname is het laatste woord nog niet geschreven. Wij slaven van Suriname is het boek waarmee het allemaal begon. Het indrukwekkende verhaal over de opstand van slaven in Suriname bracht in de jaren dertig in Nederlandse literaire kringen de pennen behoorlijk in beweging – en na de Tweede Wereldoorlog werd het een symbool voor een onafhankelijk Suriname, ook dankzij het feit dat het werd geschreven door de zoon van een ex-slaaf."


Anton de Kom is daarmee voor veel Surinamers ook heden ten dage nog steeds een grote held. Iemand die hun kant van deze geschiedenis vertelde. Een verhaal over de strijd tegen intolerantie en discriminatie. Ieder jaar vindt in het Verzetsmuseum de Anton de Kom-lezing plaats waarbij deze strijd tegen intolerantie en discriminatie in heden en verleden centraal staat.


Kort geleden hoorde ik in een uitzending van het televisieprogramma Pauw uit de mond van politievoorlichter Ellie Lust de uitdrukking: “Hoe dun de pannenkoek ook is, hij heeft altijd twee kanten”. Voor alle gebeurtenissen uit de geschiedenis geldt deze uitdrukking uiteraard. In geschiedenisboeken wordt vaak maar één kant van dezelfde historische gebeurtenis belicht. In mijn schooltijd leerde je welke kolonies Nederland had bezeten, waaronder het bij iedereen bekende Indonesië en Suriname. Dat deze laatste kolonie voornamelijk economisch werd uitgebuit met behulp van slaven werd toen niet expliciet onderwezen, wel dat het land rijk was aan grondstoffen, die Nederland goed kon gebruiken voor de eigen welvaart.  Wat mij betreft wordt dit boek van De Kom onderdeel van het huidige lesmateriaal, want zoals de Nederlands historicus Gert Oostindie, gespecialiseerd in Nederlandse koloniale en Caraïbische geschiedenis, over dit boek zegt: 


"De radicale breuk met de koloniale penvoering maakt dit boek tot een uniek document. Voor het eerst werd de Surinaamse geschiedenis herschreven vanuit een antikoloniaal gezichtspunt."


Hoe goed het inzicht van Anton de Kom was in de situatie en hoe treffend en onomwonden hij dit beschreef, lezen we in dit boek. Zo beschrijft hij de verschillende verdragen met mooie namen als Vrede van Breda of Vrede van Westminster, die door de Hollanders aan hun laars werden gelapt. Gevolg was dat de Surinaamse bevolking in opstand kwam en zich verzetten tegen het schandelijke gedrag van de Hollanders. Die laatste noemden hun missie in Suriname een koloniale beschavingstaak, maar van beschaafde methoden was daarbij echter geen sprake, of zoals De Kom het zelf zegt:


"Beter dan in de geschiedenisboeken der blanken is de mishandeling van onze vaders opgetekend in onze eigen harten, nooit heeft het leed der slavernij sterker tot mij gesproken dan uit de ogen van mijn grootmoeder, wanneer zij ons kinderen, voor de hut in Paramaribo, de verhalen over de oude tijd vertelde."


Prachtig geschreven zinnen gebruikt De Kom om vanuit het Surinaamse gezichtspunt de geschiedenis te vertellen en daarmee de Hollanders - niet alleen van destijds maar ook in de jaren dertig waarin het boek werd uitgegeven en zelfs nu nog - ter verantwoording te roepen voor hun daden. Daden, die de schrijver, zelfs uit rechtbankverslagen in het boek heeft opgetekend. Zwart op wit gesteld, alsof deze gruweldaden de gewoonste zaak van de wereld waren. Soms worden deze feiten gebagatelliseerd met de woorden, “maar dat was nou eenmaal zo in die tijd”. De Kom laat ons echter voelen, door zijn recht-door-zeese schrijfstijl, dat dergelijke daden ook in die tijd onmenselijk waren en ronduit fout.


Hoe onnoemelijk groot het rechtvaardigheidsgevoel van De Kom moet zijn geweest, kunnen we aflezen aan het feit dat hij zich in de Tweede Wereldoorlog, ondanks alles, aansloot bij het verzet. Heel wrang is dat hij door zijn, voor hem onvermijdelijk keuze, in 1945 overleed in een concentratiekamp. 


Nogmaals dit boek zou een verplicht onderdeel moeten zijn van ons geschiedkundig onderwijsprogramma, omdat, zo lezen we opnieuw achter op het boek:  De Kom met dit boek destijds verschillende bevolkingsgroepen bijeen wist te brengen.
Die kracht schuilt in dit boek, volgens mij, nog steeds!


Over de auteur: Schrijver en vrijheidsstrijder Anton de Kom werd in 1898 geboren in Paramaribo, Suriname, maar vestigde zich later in Nederland. In 1932 keerde hij terug naar Suriname, maar werd vanwege zijn verzet tegen het koloniale gezag al snel gearresteerd en het land uit gezet. Wij slaven van Suriname verscheen in 1934. In de Tweede Wereldoorlog sloot De Kom zich aan bij het verzet.


ISBN 9789046706084 | Paperback | 180 pagina's | Olympus | februari 2017

© Ria, 12 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mijn leven in de wildernis
Van de Achterhoek naar Nieuw-Zeeland
Miriam Lancewood


In de documentaireserie waarin Floortje Dessing 'Naar Het Einde Van De Wereld" reist mochten we al kennis maken met Miriam en Peter Lancewood. Het stel had op dat moment al vele kilometers afgelegd dwars door de wildernis van Nieuw-Zeeland. Ze volgden namelijk de zware 3000 km lange Te Araroa trail die van het noordelijktse puntje van het Noordereiland naar het zuidelijkste puntje van het Zuidereiland van Nieuw Zeeland loopt. Op die route vond de ontmoeting met Floortje Dessing plaats. Zij liep een paar dagen mee met het stel dat al hun bezittingen in hun rugzak meedragen. Hun huis is een klein tentje, ze slapen op dunne matjes, ze hebben een pan, wat kleren en wat eten bij zich en dat is het. Meer hebben ze niet nodig.


De van oorsprong Nederlandse Miriam Lancewood - ze is geboren in een klein plaatsje in de Achterhoek - vertelt in de documentaire al dat ze, nadat ze deze enorme tocht heeft voltooid, een boek zal schrijven over alle ervaringen die ze opgedaan hebben. En dat boek ligt nu voor me. We zien op de cover een stralende vrouw met een pijl en boog in haar handen, die ze ook daadwerkelijk gebruikt.


In het boek lezen we dat Miriam oorspronkelijk is opgeleid voor docente lichamelijke opvoeding en dat het haar wens was les te geven aan kinderen in Afrika in het speciale onderwijs. Ze wilde deze kinderen verder helpen. Maar op een reis door India ontmoet ze de 30 jaar oudere Nieuw-Zeelandse Peter, een dag later trok ze bij hem in en vanaf die tijd zijn ze onafscheidelijk.


Twee jaar na hun ontmoeting reizen ze naar Nieuw-Zeeland waar Miriam een tijdje werkt op een school met kinderen met gedragsproblemen zodat ze haar verblijfsvergunning kan krijgen. Maar na een jaar is het zover, ze kan samen met Peter haar droom laten uitkomen. Haar baan wordt opgezegd, er is genoeg spaargeld, en ze heeft haar vergunning. Ze is nu vrij om te wonen waar ze wil en dat is de natuur, de wildernis. Om te beginnen zullen ze daar 3 maanden blijven. Alle bezittingen worden weggegeven en het avontuur kan beginnen... Het is winter...


Het is wennen om niets meer te moeten, het is afkicken om de gejaagde wereld achter te laten en je over te geven aan het niets. Miriam ontdekt dat ze bang is voor het nietsdoen, bang om te verdwalen en vooral bang is Peter uit het oog te verliezen. De filosofisch ingestelde Peter is haar gids, haar rots in de branding. Peter vertelt over de begroeiing, over het land, over de dieren. Er valt veel te leren. De South-hut waarin ze bivakkeren is echter akelig, ijskoud en troosteloos. Even lijkt het erop dat ze terug zullen keren naar de bewoonde wereld. Maar het gaat beter als ze besluiten in hun tent te gaan slapen waarin ze het tot hun grote verrassing warmer in hebben dan in de houten hut. 


Kortom het is een compleet nieuwe, soms heftige ervaring om werkelijk in de wildernis te leven. Van het eerste dier dat Miriam schiet is ze compleet van slag. Ze weet dat het moet en de regering moedigt het ook aan, het dierenbestand wordt te groot omdat een natuurlijke vijand ontbreekt. Maar toch valt het haar zwaar. - Ze is frappant genoeg haar hele leven al vegetariër - Ze merkt overigens wel aan haar lijf dat het vet in het eten haar goed doet.  Het geeft energie. Er wordt verder alleen geschoten als het nodig is.
Als ze mensen tegenkomen heeft Miriam, menslievend als ze is, het gevoel dat ze de loterij gewonnen heeft. Ze zuigt de gesprekken, het uiterlijk, de uitdrukkingen en handelingen gretig op.


Langzamerhand went het leven in de wildernis. Het bijzondere is dat ze enorm lang slapen, wat ze een ongekende energie geeft. Ze trekken na een tijd naar de East-hut waar het veel beter toeven is.  Kortom, de drie maanden doorstaan ze glansrijk. En met deze ervaring is de kiem gelegd voor hun verdere tochten en leven in de wildernis.

In het boek kunnen we al die ervaringen over dit bijzondere stel lezen. De ene keer verblijven ze in een klein houten huisje ergens in een uithoek van Nieuw-Zeeland waar verder geen mens komt. De andere keer is de tent hun woning. Soms hebben ze het zwaar maar dat is dan vooral omdat het weer tegen zit of de omgeving hen minder bevalt, maar ook dat maakt niet uit, ze zijn weer een ervaring rijker.


Hoe langer ze dit leven leiden hoe zekerder Miriam wordt, ze beseft dat ze nu veel zelfstandiger is, ondanks dat ze altijd met zijn tweeën optrekken. Miriam merkt dat ze haar zintuigen veel meer gebruikt, ze ruikt al van grote afstand welk dier in de omgeving is of is geweest. Door alle beweging, het sobere eten en de rust voelen ze zich beiden enorm fit. Er is dankzij dit leven overal veel meer aandacht voor. Alles dringt beter door, elk detail wordt gezien.


Net als in de documentaire met Floortje Dessing leren we Miriam beter kennen dan Peter, hij wordt natuurlijk wel genoemd maar verder wordt hij toch redelijk buiten het verhaal gehouden, waardoor je soms het gevoel hebt dat veel, zo niet alles, op Miriams schouders terecht komt, wat waarschijnlijk in werkelijkheid niet het geval is. Peter is de leraar, de mentor, de rustige filosoof waar Miriam in al haar spontaniteit en enthousiasme omheen dartelt. Ze heeft een aanstekelijk, nuchter soort optimisme en een grote empathie en respect voor de natuur.
Het is onvoorstelbaar hoe blijmoedig het stel elke keer opnieuw aan een nieuw avontuur begint, met de enorme, zware Te Araroa tocht als laatste succesvolle onderneming.  Kortom, het verhaal geeft je de kriebels, het vrije leven lokt...


Miriam heeft overigens een erg prettige en beeldende schrijfstijl, waardoor het boek, dat toch helemaal gevuld is met verhalen over twee mensen die in de natuur leven, nooit verveelt. Mocht er ooit een tweede boek van haar hand verschijnen dan zal ik het zeker aanschaffen.


Zie ook de uitzending van Floortje Naar Het Einde Van De Wereld - Nieuw Zeeland.


ISBN 9789021564098 | Paperback met foto's | 352 pagina's | Uitgeverij Kosmos | februari 2017
Vertaald door Ernst de Boer en Ankie Klootwijk

© Dettie, 3 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
De plaat die rock volwassen maakte
The Velvet Underground & Nico
Peter Bruyn


Een boek van ruim 300 pagina's, waarin een plaat centraal staat, die na het uitkomen nauwelijks verkocht werd, van een groep die ook niet bepaald hoog eindigde in de populariteitspolls van hun tijd. Maar ja, de tijd verstrijkt en 50 jaar later blijken de plaat en de groep wel degelijk een grote invloed te hebben gehad. Zo gaat dat soms in de muziekgeschiedenis. Artiesten die in hun tijd bijzonder populair waren, raken in de vergetelheid (waar ze soms ook weer uit komen) en artiesten die nauwelijks in aanzien stonden, blijken achteraf heel belangrijk te zijn. Centraal in dit boek staan Lou Reed, John Cale, Nico (Christa Päffchen) en mindere mate Andy Warhol.

Het verhaal begint met Lou Reed, die begin jaren 60 in Syracuse literatuur studeert. Hij maakt in z'n eerste semester al een programma voor de universiteitsradio, dat al voor de kerst weer van de zender is verdwenen, omdat de jazz die Lou Reed draait (o.a. Cecil Taylor, Ornette Coleman en Don Cherry) niet echt in de smaak valt bij de wat conservatievere luisteraars, die bij jazz toch eerder iets van Glenn Miller verwachten. Voorts schrijft hij liedjes met akoestische gitaar en mondharmonica.

Uit dit hoofdstuk komt Lou Reed al naar voren als iemand met een wat problematische persoonlijkheid. Hij krijgt elektroshocktherapie, omdat hij als tiener steeds moeilijker in de omgang wordt, drugs gebruikt en totaal niet meer met z'n ouders communiceert. Later is hij ook weinig loyaal en empathisch. Hij gebruikt mensen als het hem uitkomt en laat ze even gemakkelijk weer vallen. Hij handelt in drugs en bewaart z'n voorraad in het appartement van z'n vriendin.
Ook later in het boek blijkt Lou Reed vaak een vrij onaangenaam persoon te zijn. Zo is er het moment dat hij John Cale uit The Velvet Underground zet, een mededeling die hij overigens niet zelf overbrengt. Hij laat de onaangename taak over aan gitarist Sterling Morrison, die Lou Reed overigens al sinds z'n studentenjaren kent. Bij de reünie in 1993 reist Lou Reed eerste klas van New York naar Europa, terwijl de drie anderen economyclass vliegen. Hij commandeert en schoffeert de anderen en doet of ze zijn begeleiders zijn. Zelfs Moe Tucker, die altijd loyaal aan Lou Reed is geweest, vindt z'n gedrag te ver gaan. Ze ergert zich ook aan het feit dat er in dure hotels wordt geslapen en in sterrenrestaurants wordt gegeten. Ze hoopt met de reünietour wat oudedagsreserve op te bouwen. Men houdt de tour vol door het incasseringsvermogen van Cale, Morrison en Tucker en het uitzicht op de verdiensten, maar een vervolg in Amerika zit er niet in.

In het tweede hoofdstuk staat John Cale centraal, die afgestudeerd is op het conservatorium van de Goldsmith University in Londen met een moeilijk stuk voor altviool van Paul Hindemith. Hij heeft dan al een beurs voor een zomercursus in Tanglewood in de Amerikaanse staat Massachusetts. Voor hij vertrekt is er nog een festival voor nieuwe muziek, waar zijn hart naar uitgaat. Hij speelt met z'n medestudenten een stuk van John Cage, waarbij hij dirigent is. Hij speelt ook 'X for Henry Flynt' van La Monte Young. Dit spraakmakende stuk krijgt met deze uitvoering z'n Britse en misschien zelfs Europese première. Er zijn overigens nauwelijks registraties van dit stuk. De componist heeft dit altijd tegen weten te houden of te ontmoedigen. Op Youtube is er wel een uitvoering van Reinbert de Leeuw te vinden. John Cale krijgt behalve de beurs voor de zomercursus ook een Leonard Bernstein Studiebeurs en zijn visumverzoek wordt gehonoreerd met een Greencard, in plaats van het gebruikelijke studentenvisum. John Cale maakt al snel als altviolist deel uit van het ensemble rond componist La Monte Young. Hier ontmoet hij ook mensen die later in de entourage van Andy Warhol opduiken.

Ook de verdere carrière van de groep en de leden Lou Reed, John Cale en Nico nog aan bod komt, zij het dat deze in een paar hoofdstukken wordt afgedaan, waarbij er wat extra aandacht is voor Lou Reed's controversiële album Metal Machine Music.

Ik kan hier natuurlijk wel een samenvatting van het hele boek gaan schrijven, maar dat is ook niet de bedoeling. Wie geïnteresseerd is in het verhaal achter deze plaat moet het boek zelf maar gaan lezen. Het is beslist de moeite waard om te lezen hoe een groep met zulke uiteenlopende figuren een plaat heeft gemaakt, die inmiddels toch een legendarische status heeft gekregen, niet alleen door de muziek, maar ook door de teksten, die de zelfkant van de maatschappij van de literatuur en de film, naar de rockmuziek brengen. Maureen (Moe) Tucker is misschien wel de vreemde eend in de bijt, een conservatief katholiek meisje, dat iedere zondag naar de kerk gaat en een baantje heeft. Haar drumwerk is op z'n zachtst gezegd rudimentair. Alleen een vast ritme, zonder roffels of variatie.

ISBN 9789062659517 | Paperback | 328 pagina's | In De Knipscheer | 12 maart 2017

© Renate, 26 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

Stad in Oorlog
Amsterdam 1940-1945 in foto’s
René Kok en Erik Somers


In dit boek zijn bijna 400 afbeeldingen opgenomen van Amsterdam in oorlogstijd. Een beperkt aantal foto’s is in kleur.


Het zijn fascinerende foto’s. Woorden roepen beelden op, maar afbeeldingen geven de werkelijkheid weer. Zeker voor iemand die Amsterdam als stad goed kent zijn de foto’s schokkend. Fraaie locaties waar je nu voor je genoegen naar toe gaat en waar horden toeristen op af komen waren toen het toneel van ondergang en vervolging.


Het boek opent met de meidagen 1940 en de eerste bezettingsjaren. Daarna komen allerlei onderwerpen aan de orde: collaboratie, verzet, luchtbombardementen, de hongerwinter, de bevrijding en de nasleep van de oorlog. De kleurenfoto’s zijn in een apart hoofdstuk opgenomen. Het boek sluit af met een opgave van literatuur, een lijst met de chronologie van de oorlogsjaren, kaarten en een register.


Stad in Oorlog geeft dus een beeld van de oorlog. We zien de uniformen, de stampende laarzen, de grote petten en de geheven rechterarm. In het eerste gedeelte van dit boek is het militaire vertoon nog min of meer deel van de alledaagse, gewone werkelijkheid. Maar naarmate de oorlog vordert, worden de beelden rauwer. We zien vanaf 1942 de Joden in kolonne opmarcheren naar het treinstation om afgevoerd te worden naar het oosten, een onbekende toekomst tegemoet. Deze mensen beseffen wat hen wacht. De dood weerspiegelt zich in hun ogen. We zien de vreselijke ontreddering van stervende mensen in de hongerwinter van 1944/1945.


Veel militairen dus in dit boek. De burgers zijn merendeels keurig gekleed. De mannen in een pak, vrouwen in een jurk, vaak met een hoed op het hoofd, jonge jongens met stropdas en in een jasje. De wereld stond in brand, maar men hield vast aan ingesleten patronen en gewoontes. Toch wankelden de morele codes. Sommige vrouwen hadden een relatie met Duisters. Anderen trokken na de oorlog op met de Canadezen. Autoriteiten maakten zich grote zorgen over de losse zeden. Na de oorlog werkt men aan restauratie. Vooroorlogse politieke partijen keren terug, de kerken proberen hun positie te heroveren, de verzuiling blijft nog een paar decennia intact. Maar in de jaren zestig breken de dijken voorgoed door. De oorlog heeft de gevestigde gezagskaders te zeer aangetast.


Dit boek getuigt van verzet tegen de brute bezetter, maar ook van acceptatie van het Duitse regime, van ongevoeligheid en wegkijken als het gaat om het lot van Joodse medeburgers. Maar niemand kon ontsnappen aan het maken van een keuze. Volgens de schrijvers van dit boek lieten de meeste Amsterdammers de meedogenloze jacht op Joden over zich heen komen en deden ze alsof hun neus bloedde. Voor de meesten was overleven het parool, en dat is op zich heel begrijpelijk. Velen maakten echter misbruik van de omstandigheden door zich huizen, meubilair en sieraden van Joden eigen te maken. Joden die de oorlog overleefden en terugkeerden konden niet op een warme ontvangst rekenen. Dat maakt dat wij als volk niet trots terug kunnen zien op het oorlogsverleden.


Het was een barre tijd. Elk jaar zijn er meerdere herdenkingen van de oorlogsjaren. Steeds komt dan de vraag aan de orde: hoe voorkomen we dat deze barbarij zich ooit in de een of andere vorm herhaalt. Niemand wil een herhaling, tegelijk zie je hoe de conflictstof zich in de samenleving toch weer ophoopt. De zogenaamde sociale media laten zien hoeveel haat en wrok er in de samenleving schuil gaat.


Dit prachtige boek zal heel veel Nederlanders aanspreken. Je hoeft er niet voor in de hoofdstad te wonen. De teksten geven prima informatie bij de foto’s. Wie dit boek heeft doorgenomen kan alleen maar hopen dat een nieuwe oorlog en een nieuwe bezetting zal uitblijven.


De twee auteurs en de uitgever verdienen een compliment voor deze goed verzorgde uitgave.


ISBN: 9789462581913 | Hardcover | 304 pagina's | Uitgeverij WBOOKS | februari 2017

© Henk Hofman, 21 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Salades
120 x inspiratie uit de hele wereld
Kate en Giancarlo Caldesi


Salades, je kunt me er voor wakker maken! Of het nu groente- fruit- of vleessalades zijn, het is allemaal even smakelijk. Dus toen ik dit boek zag móest ik dat natuurlijk lezen en kijken welke salades Kate en Giancarlo Caldesi voor ons op tafel zetten.

De liefde voor salades was vooral Giancarlo niet aangeboren. Hij was een pastamens maar nadat een glutenintollerantie én diabetes bij hem werd vastgesteld moest het roer wel om. Toen ook zoon Giorgo glutenvrij moest eten brak voor het gezin het saladetijdperk aan. En als je alle twee docent op je eigen kookschool bent én je eigen restaurants uitbatert dan worden dat niet de meest gewone salades.

Je zou dus bijna zeggen 'elk nadeel heeft zijn voordeel' want het echtpaar reisde om hun saladekennis op te doen naar Zuidoost-Azie, Marokko, Italië en de Verenigde Staten. Ze werkten verder met thuiskoks en chefkoks uit landen verspreid liggend over de hele wereld. Ze ontdekten veel voor hen onbekende ingrediënten en leerden ze te begrijpen en te gebruiken. Deze hele recepten zoektocht resulteerde uiteindelijk in dit fraaie saladekookboek.

Kate en Giancarlo tonen ons wat nodig is voor een goede salade en welke ingrediënten ze o.a. gebruiken (Geen ijsberg- of friséesla en ook diverse vormen van suiker en fructose worden zoveel mogelijk gemeden) en hoe je verse kruiden het best kunt bewaren en behandelen,  oen de schrijvers ook uit de doeken maar eveneens het hoe en waarom van noten - ze adviseren o.a. om de noten eerst te weken in zout water - . Kortom, alles wat nodig is om de perfecte salade te maken geven ze aan ons door.

Een salade valt of staat vaak door de dressing en natuurlijk melden Kate en Giancarlo de recepten voor dressings, variërend van een Japanse Ponzusaus, Koreaanse sesam-yoghurtsaus tot honing-mosterddressing, mayonaise en klassieke vinaigrettes in allerlei variaties. Daarna volgen de recepten die opgedeeld zijn in zeven hoofdthema's.


Het eerste thema is Wakker worden. Voor mij, die 's ochtends nauwelijks iets door haar keel krijgt doet het vreemd aan om de dag te beginnen met een salade van gerookte witte vis of een sugarsnapsalade met doperwtenpannenkoekjes met pepermakreel hoewel de salade van saffraanperzikken & munt met bananenpannenkoekjes & citroen-crème fraîche mogelijk wat makkelijker in de ochtend door mijn keel zal glijden. Maar wie zegt dat ik dit 's ochtends moet eten? In de middag of avond lijkt me dit ook erg smakelijk.

En dan volgt het thema 'Belangrijke zaken eerst'. - Ik neem aan dat hiermee salades als voorgerechten bedoeld worden. -
Op de pagina's die volgen is goed te merken dat het echtpaar de wereld afgereisd heeft om recepten te verzamelen. De recepten zijn namelijk enorm gevarieerd en als je de tijd en gelegenheid zou hebben, zou je ze allemaal wel willen maken. Koreaanse grapefruitsalade met aardbeien klinkt mij tenminste als muziek in de oren evenals salade van vijgen, nectarine, burrata & prosciutto met honingdressing. Of wat te denken van Witlofsalade met piquillopeper & Chorizo?

'Salades van de boerderij' vormen het volgende thema. In deze salades wordt regelmatig gebruik gemaakt van kippenvlees, eend en rundvlees - variërend van entrecote voor de regenboogsalade met Koreaans rundvlees tot draadjesvlees voor de mexicaanse rundvleessalade -

Het thema 'Salades uit de zee'spreekt voor zich. Sardines, zalm, garnalen, wakame (zeewier), tonijn, krab, zeebaars enz. vormen de basis voor de meest waanzinnig lekkere salades. Tot mijn grote verrassing zijn er ook een prachtige foto's vol Indiaase, Mexicaanse of Vietnamese salades, die je als een 'rijsttafel' kunt presenteren. Maar de Indiase bloemsalade met Zahda's tandoorizalm & garnalen is toch veruit het meest oogstrelend. Het is bijna een stilleven wat ons getoond wordt.

In 'Salades uit de tuin', komt de eigen kweek aan bod. Bietjes, prachtige courgettebloemen, flespompoen, boerenkool, broccoli, sperziebonen waar een salade met amandel-gemberboter van gemaakt wordt, tomaten, venkel enz, maar ook uitheemse ingrediënten vormen de basis voor de salades.



'Salades als bijgerecht', zoals vaak in de Nederlandse keuken gedaan wordt, komen ook aan bod. We zien een prachtig bord groenten à la grecque, fattousch (Libanese salade), pronkbonen met tomaat, maissalade met avocado & chili-limoendressing, salade van patatas bravas, (aardappels met pittige saus) Kimchi (Koreaans gerecht van o.a. Chinese kool), komkommersalade enz. enz. teveel om allemaal op te noemen.

En natuurlijk eindigt het boek met... Lekker zoet. Altijd mijn favoriete gedeelte en ook deze keer stelt het niet teleur.

In dit boek hebben Kate en Giancarlo de plezierige gewoonte om bij elk recept een kleine toelichting te geven, de ene keer vertellen ze over de herkomst van het gerecht de andere keer waar we op moeten letten bij de aankoop van de groenten of bij welke gelegenheid ze het gerecht gebruikt hebben. Die persoonlijke benadering geeft een kookboek voor mij altijd iets extra's, ik kan dat tenminste erg waarderen. 

Ook prettig van dit boek is, dat je het jezelf zo moeilijk of makkelijk kunt maken als je zelf wilt. Alle salades zijn goed te maken, de beschrijvingen zijn helder, de ene salade is eenvoudiger dan de andere maar de ingrediënten zijn niet te extreem. Je hoeft bijvoorbeeld geen urenlange zoektochten te houden om iets te bemachtigen want de meeste supermarkten verkopen de ingrediënten wel. Veel recepten hebben een oosters tintje, maar een beetje liefhebber van koken zal de meeste kruiden voor deze salades wel in huis hebben. Ook in deze 'oosterse' recepten blijven de ingrediënten binnen de perken.

Gezien mijn grote liefde voor salades heb ik het sterke vermoeden dat dit boek enorm veel gebruikt gaat worden. Het zal een ontdekkingstocht worden dankzij alle mogelijkheden en variaties die dit boek ons biedt. Het is zo'n kookboek dat al snel onmisbaar zal blijken. Petje af voor de makers.

Zie ook het inkijkexemplaar

ISBN 9789059567252 | Paperback | 208 pagina's | Fontaine uitgevers | februari 2017
Afmeting: 16x261x200 mm | vertaald door Hennie Franssen-Seebregts

© Dettie, 19 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Erich Ludendorff
Biografie
Perry Pierik

Uitgeverij Aspekt heeft een reputatie opgebouwd met het uitgeven van boeken over de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. Het fonds is overigens veel breder dan dat en omvat ook literatuur, theologie en maatschappijgeschiedenis. De directeur van de uitgeverij, de heer Perry Pierik, tevens gepromoveerd historicus, heeft zelf een forse bijdrage aan de bovenvermelde reputatie geleverd met een reeks van boeken en artikelen over beide wereldoorlogen.


Nu is er dan deze biografie over een van de belangrijkste Duitse bevelhebbers uit de Eerste Wereldoorlog. Er staat niet de biografie, dat zou pretentieus zijn. Er staat ook niet een biografie, alsof dit boek zich niet zou onderscheiden van andere biografieën. En dat onderscheid – in positieve zin - is er wel degelijk. De voorkaft maakt dat al duidelijk. Daar is Ludendorff afgebeeld – in uniform met de Pickelhaube (helm) op het hoofd – met naast zich Adolf Hitler, gekleed in burger. Je zou kunnen volstaan met een foto van Ludendorff. Als je er iemand bij wilt zetten, ligt Paul von Hindenburg meer voor de hand. Zij waren het duo dat eerst aan het Oostfront en vervolgens aan het Westfront spectaculaire successen wist te behalen.


De auteur maakt met de gekozen foto duidelijk dat er een relatie ligt tussen Ludendorff en Hitler. Na de verloren oorlog in 1918 begeeft de generaal zich op het pad van de extremistische politiek. Een tijdlang pacteert Ludendorff met Hitler en doet hij zelfs mee aan de mislukte putsch in München (1923). De rechters spreken Ludendorff met zijn onaantastbare reputatie vrij en veroordelen Hitler tot een gevangenisstraf in Landsberg. Ludendorff was dus een wegbereider van Hitler.


Later keert Ludendorff zich af van Hitler. Hij is teleurgesteld in diens toenadering tot het Vaticaan en zijn aansluiten bij het grootkapitaal. Ludendorff raakt steeds meer verstrikt in een complotdenken. Overal ziet hij vijanden: de rooms-katholieke kerk, de vrijmetselarij, de joden, de Republiek van Weimar, de kapitalisten, de communisten. Daarmee vervreemdt Ludendorff zich van zijn getrouwen en brengt hij zichzelf in een isolement. Heel verrassend volgt er echter in 1935 een poging van de legertop om Ludendorff – en zijn geweldige reputatie – in te zetten tegen Hitler, die dan al twee jaar aan de macht is. Ludendorff weigert zijn medewerking. Hij wil zijn vingers niet opnieuw aan een putsch branden. Voor mij is deze onthulling volstrekt nieuw.


Het leven van Ludendorff heeft iets tragisch. Zijn werkkracht was ongeëvenaard. De veldslagen die hij won of bijna won zijn legendarisch. Tot 1918 oogstte hij lauwerkransen. Na de oorlog voelt hij zich miskend en verguisd. Hij ontwikkelt zich tot een intrigant met een stuitend antisemitisme, en levert zich uit aan mystieke en occulte organisaties. Die twee kanten vindt de lezer evenwichtig terug in dit boek. De jaren tot 1918 en de jaren daarna nemen beide de helft van het boek in beslag.


Meeslepend zijn de beschrijvingen van de veldslagen die Ludendorff heeft geleverd. De lezer komt ook onder de indruk van de bijna bovenmenselijke prestaties van de Duitse soldaat. In 1914 bijvoorbeeld moesten de troepen na dagmarsen van 40 kilometer in winters weer de stormaanval inzetten met de bajonet op het geweer. Ze speelden het klaar en versloegen een sterkere vijand. Dat de oorlog in 1918 toch verloren ging, kwam omdat Duitsland te veel vijanden had en te weinig middelen om tegen die overmacht op te kunnen.


De auteur doet het allemaal grondig uit de doeken. Pierik is ontzettend goed thuis in zijn onderwerp en zeer belezen. Interessant is ook dat hij steeds andere historici aan het woord laat en de verschillende visies op de gebeurtenissen tegen elkaar afweegt.


Pierik heeft een vloeiende stijl van schrijven, maar het boek had wel beter gecorrigeerd moeten worden. Het boek is ook wat omstandig. Voor elke auteur is het moeilijk om zijn onderwerp goed af te bakenen en een selectie te maken uit het materiaal. Pierik heeft voor de uitgebreide versie gekozen. De lezer kan verdwalen in de stortvloed aan gegevens, maar het maakt het boek weer wel heel compleet.


Al met al schreef Pierik een boek dat een bijzondere en waardevolle aanvulling is op bestaande biografieën. Het is misschien niet de biografie over Ludendorff, maar het komt wel in de buurt. Deze biografie is onmisbaar voor eenieder die zich met het tijdvak Ludendorff bezighoudt.
Van harte aanbevolen!


ISBN: 9789463380218. | Paperback | 619 pagina's | Uitgeverij Aspekt | november 2016

© Henk Hofman, 12 april 2017

Lees de reacties p[ het forum en/of reageer, klik HIER

 

De beste toespraken van Barack Obama
Geselecteerd door Lars Duursma
Barack Obama


Het is heerlijk om deze toespraken te lezen. Het zijn, zoals we achter op het boek vermeld zien staan, de beste toespraken van de president die we nu al missen. Dat we hem zo missen wordt uiteraard mede veroorzaakt door zijn opvolger, die het ene beschamende optreden na het andere in het openbaar begaat. Al zouden veel opvolgers er moeite mee hebben gehad Obama te evenaren in zijn redenaarskunst, de huidige president Trump slaat wat dat betreft wel alles.


In het boek zijn, naast de vaak indringende en zelfs ook ontroerende toespraken van Barack Obama zelf, ook twee indrukwekkende toespraken van zijn vrouw Michelle opgenomen. De toespraken zijn gerangschikt in chronologisch volgorde. Uitermate knap is hoe in veel van de toespraken het grote onderwerp wordt verbonden met persoonlijke opvattingen en ervaringen van Obama of zijn staf zelf, maar ook van gewone Amerikanen. Een voorbeeld hiervan vinden we in de toespraak die Obama houdt op de Democratische Conventie op 27 juli 2004.


Hij begint met een beschrijving van zijn familieachtergrond, hoe zijn voorouders geloofde in het Amerika dat kansen biedt aan iedereen, ongeacht zijn of haar afkomst. Dat ook John Kerry gelooft in dat Amerika en Kerry, net als Obama, vindt dat de welvaart niet slechts aan een handvol Amerikanen ten goed mag komen, omdat Amerikanen één zijn. Obama vervolgt dan zijn toespraak met voorbeelden op de kleine schaal, het kind uit de South Side in Chicago dat het recht heeft om te leren lezen, een bejaarde die recht heeft op medicijnen en daarvoor niet moet kiezen tussen het betalen van de huur of de aanschaf van die medicijnen, ook, zo vermeld de president nog, al is die bejaarde niet de oma van Obama.  Ten slotte meldt hij  dat een Arabisch Amerikaans gezin niet gearresteerd kan worden zonder dat zij een advocaat kunnen raadplegen of geen recht hebben op een eerlijk proces. Dat, zo meent Obama, is dan een schending van zijn mensenrechten.


De laatste taalconstructie, die hier wordt gebruikt is cruciaal in hoe dit overkomt bij de toehoorder. Als het om de mensenrechten gaat van Obama en die zijn gelijk aan de mensenrechten van het Arabisch Amerikaans gezin, dan zijn de leden van het Arabisch Amerikaanse gezin gelijk aan Obama, aangezien zij allen Amerikanen zijn. Het lijkt bijna als een wiskundige vergelijking, er daardoor kan er geen andere uitkomst zijn.


Dit poëtische taalgebruik, maakt de toespraken van Obama zo mooi, maar zorgen er ook voor dat ze worden gehoord omdat hij volstrekt duidelijk is in wat hij bedoelt. Daarbij zet hij mensen daadwerkelijk aan tot nadenken met zijn zorgvuldig gekozen woorden. Een ander voorbeeld hiervan is zijn toespraak met de titel Een volmaakte eenheid over ras en racisme van 18 maart 2008.
Opnieuw vertelt hij over zijn achtergrond met een Keniaanse vader en een blanke moeder uit Kansas. "Ik heb broers, zussen, nichten, neven, ooms en tantes in alle rassen en kleuren, verspreid over drie continenten." Zijn conclusie is dat Amerika daardoor meer is dan de optelsom van zijn delen: dat het Amerikaanse volk daadwerkelijk uit velen één zijn. Daarmee laat Obama zien dat hij alle Amerikanen wil verbinden tot één volk en de mensen niet tegen elkaar wil uitspelen.


Een andere manier waarop hij zijn gehoor wil vangen is door zichzelf als voorbeeld te stellen in hoe je die verbinding kunt realiseren, zoals in de toespraak met de titel Hoe goed heb ik zijn lessen in mijn eigen leven toegepast? Het gaat hierbij over de lessen van Nelson Mandela en Obama sprak deze woorden naar aanleiding van het overlijden van Nelson Mandela tijdens de herdenkingsdienst op 10 december 2013.


Heel indrukwekkend zijn ook de begrafenistoespraken die in het boek zijn opgenomen. De ene uitgesproken voor Beau Biden, de zoon van Obama's vice-president Joe Biden. De andere voor de slachtoffers van de schietpartij in een kerk in Charleston, waarbij Obama tijdens de plechtigheid het prachtige Amazing Grace inzet. 


Het boek wordt afgesloten met zeven tips van Lars Duursma om te leren speechen als Obama. Kort gezegd komt het neer op een heldere boodschap, je eigen woorden en taalgebruik hanteren (met een door Lars Duursma gegeven waarschuwing aan Jesse Klaver), de toespraak persoonlijk maken, maar het publiek centraal stellen, woorden gebruiken die beelden oproepen, toewerken naar een climax, zorg dat je toespraak swingt en, ten slotte, draag hem sprankelend voor.


Voor wie niet zelf een toespraak wil of hoeft te houden, kan door dit boek te lezen altijd nog erg genieten van die van Obama zelf.


Barack Obama
(1961) was van 2009 tot 2017 president van de Verenigde Staten. Als eerste zwarte president werd hij bij zijn verkiezing in 2008 haast als messiaanse held binnengehaald. Hoewel ook hij niet zomaar de grote binnen- en buitenlandse problemen kon laten verdwijnen, zal hij zeer worden gemist: om wie hij was, om waar hij voor stond, en vanwege zijn vermogen om in alle omstandigheden de juiste woorden te vinden.


Lars Duursma
verzorgde het voor- en nawoord van dit boek. Hij is speechexpert en voormalig wereldkampioen debatteren. Hij coacht vanuit zijn eigen trainingsbureau Europese leiders in de politiek en het bedrijfsleven. In 2008 en 2012 voerde hij campagne voor Obama.


ISBN 9789460034862 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Balans | februari 2017
In het Nederlands vertaald door: Fred Hendriks, Miebeth van Horn, Arjen Mulder, Inge Pieters, Maaike Post, Anne-Marie Vervelde en Marten de Vries

© Ria, 5 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Spinoza en de vreugde van het inzicht
persoonlijke en politieke vrijheid in een stabiele democratie
Kees Schuyt


Er zullen heel wat studenten zijn die Kees Schuyt (1943) kennen van zijn studieboeken over de sociale wetenschappen. Schuyt was hoogleraar in Nijmegen, Leiden en Amsterdam, en was lid van de WRR en de Raad van State. De socioloog waagt zich nu aan een boek over de filosoof Spinoza (1632-1677), die niet bepaald bekend staat om zijn toegankelijkheid.


Het boek van Schuyt is wèl heel toegankelijk. In de eerste plaats kiest de schrijver voor een chronologische opzet van zijn boek. Hij begint met de eerste publicaties van Spinoza om te eindigen met diens laatste en tevens moeilijkste boek de Ethica. Het voordeel daarvan is dat de lezer de ontwikkeling in het denken van Spinoza goed kan volgen en dat de moeilijkheidsgraad geleidelijk aan toeneemt.
In de tweede plaats is elk hoofdstuk in dit boek gebouwd op dezelfde structuur. Van elke publicatie schetst Schuyt de ontstaansgeschiedenis. Daarna belicht hij enkele karakteristieke onderwerpen uit het besproken boek om af te sluiten met eigen kanttekeningen en commentaar. Deze aanpak tezamen met het enthousiasme waarmee Schuyt schrijft, heeft geresulteerd in een heel aantrekkelijk boek over een filosoof die gezichtsbepalend is voor het Westerse denken, maar die in zijn tijd toch voorzichtig moest zijn in het publiceren van zijn opvattingen.


Een centraal onderwerp in de filosofie van Spinoza is de leer over de conatus. Onder dit begrip verstaan wij het streven naar zelfbehoud. “Alle dingen proberen zichzelf in stand te houden en te verbeteren. Geen enkel ding kan vanuit zijn eigen natuur streven naar zijn eigen vernietiging” (blz. 63). Dat zou kunnen betekenen dat mensen naar hun aard asociaal, egoïstisch en zelfzuchtig zijn. Aan de andere kant echter stelt conatus mensen in staat extreme omstandigheden, zoals de kampen van Stalin en Hitler, te overleven. Zo bezien is het een positieve kracht in het leven van mensen.
Ieder mens begeert dus te leven, te bestaan. Deze levensdrang is het oerbeginsel van de natuur. Daarom is zelfmoord bij Spinoza onmogelijk (blz. 232). Ik vroeg mij af of er vanuit het beginsel van de conatus ook iets te zeggen valt over abortus, euthanasie en voltooid leven, waar vandaag de dag het debat over gaat.


Spinoza legt de oorzaak van het kwaad in de wereld bij onwetendheid. Als mensen het goede zouden kennen, zou men naar de rede leven en naar het hoogste goed streven. Met dit inzicht bevindt Spinoza zich in het spoor van de klassieke Griekse filosofie. En daarbij komt ook hij tot de onvermijdelijke vraag: waarom leven mensen zo zelden naar de voorschriften van de rede? Een onoplosbare kwestie tenzij men luistert naar de christelijke filosofie die aangeeft dat de mens zichzelf heeft uitgeleverd aan het kwaad door te zwichten voor de zonde. De rede kan hierin geen uitweg bieden. Het probleem is immers niet een gebrek aan kennis van de wet, maar het ontbreken van respect voor de wet. De vraag is dus: verwacht Spinoza niet te veel van de rede?


Heel interessant zijn ook de passages die Schuyt wijdt aan de politieke opvattingen van Spinoza. Hij duidt die aan met de term “democratisch individualisme” (blz. 294). Ook hier doen zich veel vragen voor. Hoe behoud je gemeenschapszin in een sterk geïndividualiseerde samenleving? Is dit model niet (te) afhankelijk van hoogopgeleide en goed opgevoede burgers? Welke plek is er voor minderheden in een democratie waarin de optelsom van de afzonderlijke stemmers beslissend is? Is de publieke ruimte een arena waar alle ideologieën vrije toegang toe hebben of heeft de seculiere burger het alleenrecht en moeten gelovigen hun geloof achter de voordeur houden?


Volgens Schuyt geloofde Spinoza in een God die geen gemis of verlangen kent en dus ook geen wederliefde verschuldigd is aan de mens (blz. 300). Dat is wel een enorm verschil met de christelijke God van de Bijbel, die niet getekend wordt als een onbewogen opperwezen, maar als een liefdevolle Vader voor Zijn kinderen. Schuyt geeft aan het moeilijk te vinden dat Spinoza zo’n afstandelijke god kon liefhebben. Zijn afwijkende ideeën op dit soort punten noopte Spinoza zelfs in de tolerante Republiek voorzichtig te zijn met het publiceren van zijn boeken. De Ethica liet hij pas na zijn dood uitgeven.


De lezer van dit boek treft vergelijkbare interessante passages aan over de eenheid van lichaam en geest, het vraagstuk van de vrije wil, de oorsprong van emoties, de vreugde van toenemend inzicht. Niet alles is even gemakkelijk, maar alles bijeen genomen geeft Schuyt zoals op de achterflap staat te lezen “een prachtig beeld van Spinoza als een consequent filosoof van de vrijheid”. Het boek voldoet inderdaad helemaal aan de verwachting die deze zin oproept.


- Het is wel merkwaardig dat dit boek niet is voorzien van een literatuurlijst en een register. Ik zal niet de enige zijn die dit manco signaleert, en ik wil er ook niet te veel nadruk op leggen, maar het heeft wel tot gevolg dat dit boek tekort schiet als naslagwerk. Stel je wilt nagaan hoe Schuyt de visie van Jonathan Israëls heeft verwerkt in zijn boek. Deze Britse historicus is de eerste die wees op de grote betekenis van Spinoza en die hem ziet als wegbereider van wat Israëls de “radicale Verlichting” noemt. Dat is nu lastig na te gaan. De lezer moet het hele boek doorbladeren en het notenapparaat controleren. Het boek van Schuyt is in korte tijd al toe aan een tweede druk. Mocht er nog weer een herdruk komen, dan is mijn advies om alsnog een literatuurlijst en register toe te voegen. Het verhoogt de gebruikswaarde van dit boek aanzienlijk. -


ISBN: 9789460034060 | Hardcover met illustraties | 333 pagina's | Uitgeverij Balans |  januari 2017

© Henk Hofman, 30 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kook het lekker zelf!
Sandra Cornelissen


Op de vraag of ik het boek Kook het lekker zelf! wilde recenseren, antwoordde ik onmiddellijk: 'Ja!' De schrijfster van het kookboek geeft al meer dan tien jaar kookles aan kinderen met een autismespectrumstoornis. Dit is haar tweede kookboek. Onze vijf gezinsleden hebben allemaal (kenmerken van) autisme. Onze dertienjarige dochter Marie en bijna twaalfjarige zoon Elian hebben enkele jaren geleden met veel plezier enkele kooklessen gehad. Marie bakt regelmatig koekjes en cakes, helemaal zelf. Het leek me een goed idee om hen aan het werk te zetten met de recepten uit dit boek.


Toen ik de beschrijving las, schrok ik eerst wel van de prijs voor slechts tien recepten. Maar op het moment dat ik het boek in mijn handen had en doorbladerde, dacht ik: wauw! Het boek is vierkant, bijna A4-formaat. Het heeft een harde kaft en is best zwaar door de maar liefst 156 pagina's in kleur, waarop vele foto's staan.


Kook het lekker zelf! begint met een Inleiding. Na de Inhoudsopgave en de Handleiding volgen de recepten.
Elk recept begint met een lijst van de ingrediënten met letters van het alfabet voor elk ingrediënt. Elk overzicht kun je printen op de website www.kookhetlekkerzelf.nl, zodat je meteen een boodschappenlijst hebt. Op de website staan er geen letters voor de ingrediënten, maar cirkels, zodat je kunt aanstrepen wat je al in je boodschappenkar hebt. In het boek staat ook steeds een grote foto van de ingrediënten, met de bijbehorende letter van het alfabet op de producten, zodat je kunt zien hoe alles wat je moet kopen eruitziet. Ik heb iedere keer zelf de boodschappen gedaan, omdat vooral voor Elian boodschappen doen erg belastend is en omdat dat wat je koopt juist qua uiterlijk wat kan afwijken van de foto. Hoewel het voor bijvoorbeeld bosuitjes handig is om te zien hoe die eruitzien, zien kruiden er vaak anders uit als je een ander merk koopt.


Het kind begint met alle ingrediënten klaar te zetten. De voorbereiding en bereiding laten eerst met zwartwitte picto's wat er nodig is (bijvoorbeeld een lepel, bakjes, snijplank, maatbeker enzovoort). Op foto's met tekst erin staat dan exact wat er moet gebeuren. Als het kind een ui in stukjes moet snijden, staat er niet gewoon: "Snijd een ui in stukjes", maar wordt die opdracht opgedeeld in maar liefst zes stappen:


1. snij de boven- en onderkant van de ui

2. pel de ui

3. snij de ui doormidden

4. snij de ui in plakken

5. snij de ui in kleine stukjes

6. doe de ui in een bakje


Op de foto's kan het kind precies zien hoe dit allemaal moet.


Als opdrachten een beetje gevaarlijk zijn, zoals dingen snijden of op het vuur zetten, hebben de foto's een rood randje. Wanneer een kookpit gebruikt wordt, geeft de auteur zelfs aan op welke pit de pan moet worden gezet.


Vissticks met gebakken aardappelen en komkommersalade en de tomatensoep zijn eigenlijk de enige twee recepten die "echt Hollands" zijn. Verder zijn de recepten "leengerechten" (die over het algemeen wel al lang ingeburgerd zijn in ons land) zoals macaroni, enchilada's en nasi goreng. Vaak worden de oorspronkelijk Aziatische kruiden komijnpoeder (djintan) en gemberpoeder gebruikt. Daar moet je natuurlijk wel van houden. Alles wordt met verse ingrediënten bereid, het enige uit pakje en blik wat je soms moet kopen is bouillon en tomatenpuree.


Marie en Elian maakten als eerste de nasi. Terwijl Elian een ui sneed, begon Marie alvast met de knoflook. 'Wat doe je nu?!' riep Elian uit. 'Daar zijn we nog niet!' De precieze volgorde van hoe je alles moet maken is heel duidelijk, maar sommige personen met autisme zullen dan ook niet kunnen afwijken van die volgorde. Hoewel Marie en Elian met hun tweeën waren, ging de bereiding dus niets sneller dan wanneer één van hen de maaltijden zou hebben gemaakt. Sterker nog, zij deden er langer over dan in het kookboek staat. Zij hebben sinds we het boek in huis hebben vijf maaltijden bereid, en iedere keer duurde het ongeveer twee uren vanaf het moment dat zij begonnen met alles klaarzetten, tot het eten op tafel stond.


De hoeveelheden zijn bedoeld voor vier personen. Onze kinderen eten niet erg veel. Wij hielden met ons gezin vaak wat over.


Doordat alles wat je moet doen zo duidelijk beschreven is, hebben wij als ouders niet eenmaal hoeven helpen. Hoewel we wel eens hebben geroepen dat het vuur wat minder hoog gezet moest worden. Als er in het recept stond dat iets twee minuten op het hoogste vuur moest staan, hield Elian dat namelijk exact aan en dat was dan ook zijn antwoord op de vraag: 'Gaat het niet wat hard?'
'Het staat in het recept dat het zo moet, hoor!' Maar als wij aangaven dat de vuur toch iets lager moest, nam hij dat wel aan.


Het enige wat niet duidelijk beschreven is, is wanneer iets precies kookt, maar dat wisten Elian en Marie nog van hun kooklessen.


In de inleiding schrijft Sandra Cornelissen onder meer: "De trots die je voelt dat jij dit gewoon kan maken, maakt je eten nog lekkerder." Dat hebben wij zeker zo ervaren. Marie en Elian waren steeds supertrots op hun prestaties en vonden het elke keer lekker. Ze aten met meer smaak dan ze normaal doen!


Ik denk dat de meeste kinderen vanaf een jaar of acht, eventueel met begeleiding, al met de recepten van Kook het lekker zelf! aan de slag kunnen. Vindt jouw kind, al dan niet met autisme, het leuk om te koken en wil je zelf wel eens lekker onderuit zitten zonder je ermee te hoeven bemoeien? Dan is dit kookboek ideaal!


Zie ook het Inkijkexemplaar


ISBN 9789088507045 | Hardcover | 156 pagina's | Uitgeverij S.W.P. B.V. | september 2016
Afmering: 27,9 x 27,7 cm | Leeftijd 8+

© Trenke-Riksten Unsworth, 22 maart 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER