Nieuwe recensies Non-fictie

Regel
Richtsnoer voor monastiek leven
Benedictus van Nursia
Vincent Hunnik, Thomas Quartier en Guerric Aerden ocso (red.)


Dit boek is zowel wat de inhoud aangaat als wat de vormgeving betreft een parel. Het boek is het tastbare eindproduct van liefde voor en toewijding aan een oude, maar rijke traditie. Dat is de traditie van het Middeleeuwse monastieke leven. Het contrast met onze tijd is immens. Hoewel Europa mede vorm heeft gekregen met het christelijke gedachtegoed als bron, is er vrijwel geen verbondenheid meer met dit verleden.


Monastiek leven betekende ontzag hebben voor God en leven volgens Zijn voorschriften. ‘De mens moet bedenken dat God te allen tijde op hem neerziet’ (blz. 72). Ontzag voor God, Die heilig is, moet niet alleen de kloosterling, maar alle mensen brengen tot een houding van nederigheid en de bereidheid Zijn wetten te gehoorzamen. In de prachtige Inleiding staat het zo: ‘De mens wil vrede, maar maakt oorlog. Het hart is een strijdtoneel, ten prooi aan zwakheid en allerlei tegenstrijdige krachten. Wie vrede wil, moet zich toeleggen op gehoorzaamheid, zwijgzaamheid en nederigheid’ (blz. 25).


Gehoorzaamheid in plaats van verzet. Zwijgzaamheid in plaats van protest. Nederigheid in plaats van opstandigheid. Hier staat niet de rationele mens centraal, die uitgaat van rede en wetenschap, zelfontplooiing en autonomie, kritisch denken en inspraak. Vanaf het tijdvak van de Verlichting is het ene wereldbeeld vervangen door het nieuwe.


De Regel van Benedictus van Nursia (ca. 550-450) geeft richtlijnen voor het leven in een klooster. Het gaat over de abt en hoe die leiding moet geven. Het gaat over monniken die blijmoedig en gezwind gehoor moeten geven aan de leiding van de abt. De Regel behandelt hoe het kloosterleven in het teken moet staan van gebed en lofzang, afgewisseld met het dagelijkse werk.
De Regel geeft aanwijzingen voor de kleding van de monnik, de gastvrijheid die aan reizigers aan de dag moet worden gelegd, de omgang met armen en zieken.


De basis voor de Regel is de Bijbel. Alle regels moeten geworteld zijn in Bijbelse voorschriften, maar met wijsheid worden toegepast, rekening houdend met mogelijkheden en beperktheden van de individuele monnik. Tegelijk zijn de richtlijnen van Benedictus zo heilzaam dat ze toepassing verdienen in ieders leven, ook al ben je geen monnik. Wij leven in verwarrende tijden. Dat was toen niet anders. Maar wie deze levensweg volgt ‘zal gemakkelijker in balans blijven en harmonieuzer en evenwichtiger in het leven staan’ (blz. 13). Dat maakt het waardevol dat deze bron uit een ver verleden voor de hedendaagse mens weer toegankelijk is gemaakt.


Het kernwoord van de Regel is Liefde en die liefde uit zich in zorg voor elkaar en de wereld om ons heen.  De Regel structureert het dagelijkse leven. Het klooster is als een school, waarin de monnik levenslang wordt opgeleid en gevormd.


De Inleiding plaatst de Regel in zijn historische en theologische context. De vertaling is onberispelijk. De bibliografie, het tekstregister en het thematisch register maken het boek compleet.


Een heel mooi boek!


De samenstellers zijn: Vincent Hunnik (universitair docent), Guerric Aerden (cisterciënzermonnik in de abdij van Westmalle), Thomas Quartier (oblaat van de Willibrordsabdij in Doetinchem [een oblaat heeft geen gelofte afgelegd], Krijn Pansters (historicus en theoloog). De fraaie Inleiding is geschreven door Guerric Aerden. De vertaling is van Vincent Hunnik.


ISBN 9789460360602 | Hardcover met leeslint | Omvang 182 blz. | Uitgever Damon | december 2020
Vertaald door Vincent Hunnik

© Henk Hofman, 4 december 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Rock
Waarom rock de beste muziek van de 20e eeuw is
Flip Vuijsje

De ondertitel van dit boek doet me denken aan polls die je vroeger wel in muziekbladen zag, waarin lezers de beste gitarist, bassist, toetsenspeler, drummer, zanger, groep of iets anders konden kiezen. De vraag is dan altijd hoe je dit bepaalt. Is de beste muzikant de man, of vrouw, die het snelst kan spelen, alsof muziek een soort sportwedstrijd is, of gaat het om de muzikant die het populairst is? Het systeem van de meeste stemmen gelden is in zekere zin al een indicatie dat het om populariteit gaat en niet om andere kwaliteiten, die niet of nauwelijks meetbaar zijn.

Hoe vergelijk je bijvoorbeeld verschillende pianisten met elkaar? De toetsenspelers die je in rockgroepen tegenkomt, kunnen vaak niet in de schaduw staan van bekende virtuozen in de jazz, of klassieke muziek. Wil dat dan zeggen dat deze jazz- of klassieke muziekanten zonder problemen in een ander genre aan de slag kunnen? Nee, over het algemeen niet. Er zijn maar weinig muzikanten die werkelijk in alle genres uit de voeten kunnen. Maar rock de beste muziek noemen komt bij mij over als zeggen dat McDonalds de beste restaurantketen is. En om het even duidelijk te maken, ik denk dat zo’n 90% van m’n CD-verzameling in de breedste zin onder rock valt te categoriseren, soms in subgenres die Flip Vuijsje in een van de lijsten in z’n boek niet eens noemt, maar om met Billy Joel te spreken: “It’s all rock ‘n’ roll to me.”

Het boek is overigens wel degelijk interessant, ondanks het feit dat ik zo hier en daar wel wat kanttekeningen zou willen maken. In de proloog legt Flip Vuijsje uit, waarom rock volgens hem de grootste culturele verworvenheid van de 20e eeuw is. Dan volgt het verhaal over het tijdperk waarin rock volwassen werd en over het feit dat er in de jaren 60 en 70 zo veel geweldige rockmuziek geproduceerd werd.
In andere hoofdstukken gaat het over het feit dat rock een Britse uitvinding is, waarin heel veel verschillende muziekgenres invloed hebben gehad. Het gaat ook over het feit dat het vooral een kwestie van talent en hard werken was en niet van wie je kende. Het gaat dan ook over familiebanden, dus kinderen van muzikanten die het in de voetsporen van beroemde ouders gemaakt hebben en volgens Flip Vuijsje zijn die er niet, zulks in tegenstelling tot bij acteurs, waarbij verschillende kinderen van grote acteurs zelf ook een carrière in Hollywood hebben. Dat heeft natuurlijk deels te maken met het feit dat kinderen van acteurs groot zijn gebracht in een acteursmilieu en door de bekendheid van hun ouders een betere ingang hebben dan anderen. Bovendien is acteren natuurlijk toch min of meer hetzelfde gebleven.

Bij muziek is dat toch heel anders. Genres veranderen en worden in de loop der tijd minder populair, terwijl er weer nieuwe genres opkomen. Daarbij zou ik kunnen aantekenen dat de kinderen van Johan Sebastiaan Bach ook niet zo bekend zijn geworden als hun vader. Er zijn wel degelijk kinderen van rockmusici uit de eerste generatie, die zelf ook actief zijn in de muziek, ook al zijn ze niet zo bekend als hun ouders. Flip Vuijsje komt alleen met Julian Lennon, de zoon van John, maar tegen een legende als John Lennon, zal je het toch al snel af moeten leggen, en Jason Bonham, de zoon van John Bonham (drummer van Led Zeppelin). Julian Lennon klonk toch wel heel erg als een kloon van z’n vader en dat maakt het natuurlijk ook al moeilijker om op eigen kracht een carrière te maken, omdat de naam van de vader dan altijd op de achtergrond blijft hangen. Ik kan zelf in ieder geval wel een lijstje maken van kinderen van rockmuzikanten, die zelf ook actief zijn, of zijn geweest in de muziek. Dat ze minder bekend zijn geworden dan hun ouders heeft misschien ook wel te maken met het feit dat ze actief waren in een tijd waarin rock toch al wat minder prominent werd en de muziek die ze maakten zich wat meer in een niche bevond.

In de eerste plaats is daar Kim Wilde, de dochter van Marty Wilde, die in het derde hoofdstuk genoemd word als een van de voorlopers van de rockmuziek, een artiest die een pseudoniem en muziek kreeg aangemeten. Waarschijnlijk is de dochter uiteindelijk bekender geworden dan de vader. Dan hebben we de zoon van Frank Zappa, Dweezil Zappa, die de muziek van z’n vader uitvoert. De zoon van Bill Bruford, drummer bij Yes en King Crimson, was een van de oprichters van de Infadels (een minder bekende groep, die in 2003 werd opgericht en die in 2006 op Pinkpop speelde). De zonen van Rick Wakeman (bekend van Yes, maar ook de man die piano speelde op Morning has broken van Cat Stevens) zijn in de muziek actief.
Ik kan nog wel meer voorbeelden noemen, maar dan kom ik bij muzikanten uit landen buiten het Engelse taalgebied, dus dat laat ik hier maar weg.

Het boek gaat ook in op de vraag of rock en revolutie twee kanten van een medaille zijn. Daarbij stelt de heer Vuijsje dat dit niet echt het geval is. Verder gaat het over het feit dat rock erg blank is, waarbij ik zelf overigens wel een uitzondering zou willen maken voor genres als jazzrock en funkrock, waarin wel degelijk gekleurde muzikanten actief zijn.


Ook racisme komt aan bod, waarbij de ‘disco sucks’-beweging genoemd wordt. Of het nu helemaal terecht is om dit alleen maar op racisme te gooien, wil ik betwijfelen. Veel weerzin had volgens mij ook te maken met het feit dat rockliefhebbers disco als een commercieel massaproduct zagen, dat niets te maken had met de artistieke integriteit van musici. Muziek die eigenlijk alleen geschikt was om te dansen en die puur gemaakt was om te verkopen.
De auteur heeft het ook nog over het begrip culturele toe-eigening, omdat rockmuziek z’n wortels deels in de zwarte rock ‘n‘ roll heeft. Flip Vuijsje betoogt dat versies die blanke muzikanten van nummers maakten die oorspronkelijk door zwarte muzikanten bekend zijn gemaakt, toch beter zijn dan het origineel. Of dit nu werkelijk zo is, is voor mijn gevoel meer een kwestie van smaak dan van iets dat je op basis van objectieve criteria kunt zeggen.


En dan is er nog de vraag wat rockmuziek is, iets wat Flip Vuijsje beantwoordt met muziek waarin de elektrische gitaar een belangrijke rol heeft. Hoewel dit misschien ten dele waar is, zou ik persoonlijk toch meer kijken naar de rol van de drummer in de muziek. Het kiezen van een instrument als zijnde bepalend voor een genre vind ik nogal lastig. Er zijn voldoende rockgroepen waarin de elektrische gitaar een veel minder belangrijke rol, of soms zelfs nauwelijks een rol speelt. Jazz wordt per slot van rekening ook niet aan de hand van een centraal instrument bepaald.
Het gaat ook nog over zaken als cultuur of commercie en de toekomst van de rockmuziek. Zoals ik al eerder schreef, het is een zeer interessant boek geworden, waarover je ook nog met medelezers kan discussiëren.


ISBN 978 90 468 2319 4 | NUR 662 | Paperback | 254 pagina’s | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | november 2020

© Renate, 23 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER
 

Verlichting voor luie mensen
Paul Smit


Is dit alles? zong Doe Maar. Dat gevoel bekruipt veel mensen volgens Paul Smit. Ook al hebben ze in wezen alles, een goed baan, leuke man of vrouw, kinderen, mooi huis, toch is het niet goed genoeg. Er blijft iets knagen. Het geluksgevoel zit daar dus kennelijk niet in. Er moet meer zijn, maar wat? Het is een soort onrust, een soort innerlijk commentaar dat constant aanwezig is. En wat je ook doet, dat commentaar wil maar niet weggaan en het zou zo lekker zijn als dat wél eens wegging.


In dit boekje geeft Paul Smit het voorbeeld van naar een mooie film kijken, het filmverhaal is prachtig en je gaat er helemaal in op. Het commentaar in je hoofd is even niet aanwezig. Het is gewoon even een moment waarin je aan niets anders denkt. 
Maar stel dat je die zelfde film ziet met de twee oude mannetjes uit de muppetshow naast je, zij leveren constant commentaar op alles wat zij zien. Dan is jouw film verstoord, en is het plezier weg. Het commentaar heeft de overhand.


Het moment waarop jij helemaal IN de film zit noemt Paul Smit een moment van non-dualiteit. Er is geen tweeheid, geen strijd, alleen de film, alles gaat zoals het gaat. Je lacht bij de film, huilt misschien, er zijn allerlei emoties maar het is helemaal goed, er is rust. Er is geen verzet tegen de emoties. Je voelt je tijdens het kijken verlicht.
Zo gauw die muppets erbij komen is de rust weg. Zij verpesten de hele film. Er is dan wel dualiteit.


Ons leven is ook als een film stelt Smit, wij kunnen ook naar onze film kijken zonder verzet tegen emoties. Onze film volgt ook zijn verhaal en ook in ons leven gaat het zoals het gaat. De leuke dingen én de niet leuke dingen komen voorbij. Maar het punt is dat we dat laatste niet willen, we willen controle houden, we gaan ons er tegen verzetten, we maken ons om van alles druk, om vroeger of de toekomst, het stemmetje/het commentaar blijft ons lastig vallen net als de twee oude Muppetmannetjes. We kunnen niet meer genieten van onze eigen film en zo kunnen we ook nooit verlicht raken.


Paul Smit vertelt in klip en klare taal hoe je dat wél weer kunt doen, maar in feite hoef je niets te doen, alleen de knop in je hoofd omzetten, vandaar de titel. Maar dat is juist waar veelal het probleem zit.


De boodschap van Smit komt goed over hoewel er wel enkele zijsprongetjes zijn die niet goed genoeg uitgewerkt zijn. Bijvoorbeeld Smits verhaal over het geen eigen wil hebben is niet echt goed onderbouwd waardoor het niet overtuigend overkomt. En het boekje doet soms een beetje onsamenhangend aan.
Maar de uiteindelijke strekking van het verhaal is heel duidelijk. Het is zoals het is, het gaat zoals het gaat.


Don't worry,
don't be afraid
ever,
because,
this is just a ride.


Bill Hicks (1961-1994)


ISBN 9789492995469 | Hardcover met leeslint | 114 pagina's | Samsara | mei 2020
Afmeting 15,8 x 10,7 cm

© Dettie, 9 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nederland drugsland
De lokroep van het geld, de macht van criminelen, de noodzaak die te breken (en hoe dat dan te doen)
Pieter Tops en Jan Tromp


Dit is een onthullend boek voor diegenen die niet door hebben hoe ernstig de situatie in Nederland is. Het is ook een ontluisterend boek. De rechtsstaat, waar we trots op zijn, verkeert niet in goede staat, maar is in verval geraakt.


Wie in dit boek begint te lezen krijgt al in het eerste hoofdstuk schokkende zaken te verwerken.
Het proces van ondermijning van de rechtsstaat is zo ver voortgeschreden dat de vraag aan de orde komt of het probleem nog wel oplosbaar is. De auteurs zijn daar niet zeker van (blz. 12).


De tentakels van de drugsmaffia zitten overal. In de onderwereld, maar ook in de bovenwereld. In het laatste geval moeten we denken aan juristen, banken, accountants, scholieren, havenmedewerkers, ambtenaren. Daar tegenover staat ‘een karrenvracht aan onvermogen van autoriteiten en instellingen’ (blz. 14).
Er is vermoedelijk geen land ter wereld ‘waar de drugsgebruiker zo beminnelijk met rust wordt gelaten als in ons land’. Het gevolg is dat er een parallelle economie van onvoorstelbare omvang is ontstaan. (blz. 15).
Dat het zo ver kon komen is een gevolg van morele onverschilligheid (blz. 15).


De auteurs hebben hier een heel belangrijk punt te pakken. De Nederlandse samenleving heeft drugs geaccepteerd. Op de duizenden festivals die per jaar her en der in het land worden gehouden is het gebruik van pillen volstrekt normaal. Er is een cultuur van permanent feesten ontstaan. Maar dat is geen basis om een maatschappij op te bouwen. De auteurs citeren met instemming hoogleraar Paul Scheffer: Gedogen maakt een samenleving niet vrijer, maar biedt ruimte aan mensen met macht en slechte bedoelingen (blz. 28).


Hennepkwekers stelen per jaar een miljard kWh aan elektriciteit. Dat is meer dan alle huishoudens in Rotterdam in een jaar verbruiken. Opsporingsinstanties stuiten op de privacywetgeving. Persoonsgegevens mogen niet verstrekt worden (blz. 58). Wijkagenten zijn meer welzijnswerkers dan handhavers van de wet (blz. 121). Instanties werken compleet langs elkaar heen. De politie is structureel overbelast. Rechtbanken laten zaken lopen wegens een gebrek aan capaciteit.
Het zou helpen als zware criminelen niet meer vrij werden gelaten uit voorlopige hechtenis (ze wijken uit naar het buitenland), de straffen hoger werden, de bewijslast werd omgekeerd (hoe kom je aan dit geld) en de privacywetgeving de arm van de wet niet zou beknotten (blz. 147).
In Italië geldt een bepaling in het strafrecht dat een verdachte de herkomst van zijn geld moet kunnen verklaren en anders valt het geld toe aan de staat. Het Nederlandse strafrecht is daaraan tegengesteld. Het is echter heel lastig om te bewijzen dat iemand onrechtmatig aan zijn geld is gekomen. Het is heel gemakkelijk om aan te tonen dat je je geld op legale wijze hebt verkregen.


De gegevens in dit boek zijn allemaal alarmerend. Het angstbeeld is dat de drugswereld te machtig is geworden om nog getemd te kunnen worden (blz. 157).
En de grote vraag is dan ook: is er nog een uitweg?


De auteurs zijn niet tegen legalisering van drugs. Maar met legalisering zal de drugscriminaliteit niet verdwijnen. Al was het maar omdat het grootste deel van de Nederlandse drugs wordt geëxporteerd. Ze willen niet verbieden, ook niet vrijgeven, maar beheersen. Wat de auteurs voor ogen staat, is het kapotmaken van het verdienmodel van de criminele drugsindustrie. Het gaat dan om de strijd tegen het witwassen van zwart geld, het afpakken van geld waarvan de legale herkomst niet aangetoond kan worden, het in beslag nemen van panden waar drugs geproduceerd en opgeslagen worden. Het vergt een krachtsinspanning van alle betrokken instanties en dat voor decennia.


Dit boek verdient brede aandacht in de Nederlandse samenleving. Het begint ermee dat burgers beseffen hoe groot, hoe ernstig en hoe diepgeworteld de drugsmaffia zich heeft gevestigd. De integriteit van de samenleving staat op het spel. Het is hoog tijd dat goedwillende burgers inzien hoe groot het probleem is, zodat het draagvlak ontstaat voor een resolute, krachtige aanpak. Zoals een politiecommandant zei: “Zorg nou eerst dat de Nederlandse samenleving het erg vindt”. Dit boek legt daarvoor de basis.


Pieter Tops is lector aan de Politieacademie en bijzonder hoogleraar aan de Universiteit Leiden. Jan Tromp is journalist en was adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant.


ISBN 9789463820950 | Paperback | Omvang 263 blz. | uitgeverij Balans | oktober 2020

© Henk Hofman, 3 november 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer, klik HIER

 

Stille verovering
Hoe China het Westen infiltreert en de wereldorde herschikt.
Clive Hamilton en Mareike Ohlberg


Hamilton is een Australische specialist in wereldpolitiek, Ohlberg een Duitse sinologe, gespecialiseerd in Chinese propaganda. 


Dank zij de boeken van Rob de Wijk (‘De nieuwe wereldorde. Hoe China sluipenderwijs de macht overneemt’) en van Jeanne Boden (‘Chinese propaganda verblindt de wereld’) weten we al minstens sinds 2019 dat we op onze hoede moeten zijn. Deze studie gaat daar nog dieper op in door een harde analyse van de CCP (Chinese Communistische Partij), van de houding van de politieke elites in Noord-Amerika, Europa en Australië, de Chinese diaspora, de Chinese spionagediensten en het culturele slagveld.


De CCP heeft volgens de auteurs een doortastend en weldoordacht plan en een gigantisch budget om haar denkbeelden en invloed overal te verspreiden. Regeringen, universiteiten en zakenlieden vrezen financiële represailles als ze de kant kiezen van Tibetanen, Oeigoeren, Falun Gongers, Hongkongers of Taiwanezen.


Canada arresteerde in 2018 Meng Wanzhou, de topvrouw van Huawei. China reageerde met de blokkering van de import van Canadese sojabonen, raapzaad en varkensvlees. Ook Zuid-Korea ondervond een harde boycot toen het in 2017 Amerikaanse raketten plaatste als reactie op agressies vanuit Noord-Korea. Dit zijn maar twee van de vele voorbeelden die de auteurs geven. Bij het massale protest in Hongkong blijft de CCP verkondigen dat het om een uiterst klein groepje gaat (p. 41-42). In 2014-2016 annexeerde China enkele eilandjes in de Zuid-Chinese Zee: Obama en Biden lieten het begaan. In 2019 beweerde Bloomberg zelfs dat Xi geen dictator is (p. 55-56). In juli 1989, slechts één maand na het Tienanmen-drama,  sloot president Bush alweer vriendschap met China (p. 60-62).


Ook in Europa telt China vele belangrijke vrienden en in Brussel heeft het een zeer actief spionageteam met 250 spionnen om de EU en de NAVO in het oog te houden. Massale diefstal van intellectuele eigendom en technologie is reeds lang aan de orde. Tussen 2000 en 2019 was China betrokken bij 137 spionagezaken in de VSA alleen (p. 177-182). De auteurs beweren dat Huawei massaal spioneert en intellectuele eigendom steelt. Het sponsort universiteiten, maar enkele topuniversiteiten zoals Oxford, MIT, Stanford en Berkeley willen niet langer door Huawei gesponsord worden (p. 200-205).


Binnen het Europees Parlement heeft China een vriendschapsgroep van 46 parlementariërs en dan nog aparte groepen in Frankrijk, Duitsland, Italië en Engeland (p. 75-85). Heel wat landen sloten zich aan bij ‘De Nieuwe Zijderoute (DNZ)’: Polen, Tsjechië, Bulgarije, Hongarije, Portugal, Griekenland, Malta, Italië, in de hoop op grote investeringen. Deze lijst is trouwens onvolledig: Nederland, België en andere landen doen ook hun best om investeringen binnen te halen. De havens van Rotterdam, Antwerpen, Zeebrugge, Bilbao, Valencia en Athene zijn deels of geheel in Chinese handen (p. 151).
De auteurs beschouwen DNZ als een Trojaans paard waarmee de CCP niet enkel de economie koloniseert, maar ook veel invloed verwerft op het politiek systeem van de deelnemende landen.
Xi wil de Chinese wereldorde de plaats doen innemen van de Amerikaanse, wat begrijpelijk is.


In Frankrijk is ex-premier en ex-vicepresident Raffarin de ‘man van China’. In 2005 beweerde hij al dat China in Taiwan mag binnenvallen (p. 100). De ‘France-China Foundation’ telt vele pro-Chinese toppers uit de politiek en de zakenwereld. In Duitsland rechtvaardigde Helmut Schmidt (kanselier van 1974 tot 1982) het bloedbad van Tienanmen (p. 103). En zijn SPD-partijgenoot Gerhard Schröder (kanselier van 1998 tot 2005) verkocht zichzelf niet enkel aan Rusland, maar ook aan China.
In 2007 veroordeelde hij Merkel openlijk omdat ze de dalai lama had ontmoet (p. 104).


We lezen ook welke economische belangen de toppers van de CCP, inclusief corruptiebestrijder Xi Jinping, hebben in de Chinese bedrijven. Miljardairs zoals Jack Ma (Alibaba en Ant), Pony Ma (Tencent) Richard Liu (JD.com) en Robin Li (Baidu) zijn zeer trouwe partijleden. Amerikaanse bedrijven zoals Goldman Sachs, Morgan Stanley en Blackstone hebben zeer goede contacten met de CCP en nemen zonen en dochters van partijtoppers in dienst. Idem voor Deutsche Bank en Crédit Suisse (p. 130-140). China staat ook sterk in de Londense City en in Frankfurt. Apple, VW, Mercedes en Siemens werken goed samen met de CCP.


De CCP controleert alle Chinese media en probeert dat ook wereldwijd met de andere media. Hun Engelstalige tv-zender CNC World zendt 24 u op 24 uit en verkondigt dat de overgang naar een door China geleide wereld niets dan goeds zal brengen (p. 214). Het Chinese persbureau Xinhua sloot akkoorden met Reuters, AP e.a. om journalisten ertoe aan te sporen hun kritiek op China te matigen en Chinese standpunten te verdedigen. In 2014 werd Forbes overgenomen, in 2015 werd de (tot dan toe kritische) South China Morning Post eigendom van Alibaba.


Via de organisaties Poly Culture en China Arts Foundation probeert men buitenlandse elites te winnen voor China en tot zelfcensuur te brengen. Religies worden in China onderdrukt: in kerken en moskeeën hangen camera’s en foto’s van Xi, katholieke bisschoppen en boeddhistische lama’s worden benoemd door de CCP, kerken krijgen meer beperkingen dan vrijheden (p. 250-252).


De auteurs sommen een aantal Amerikaanse en Europese denktanks op die zich laten sponsoren door de Chinese regering en Chinese bedrijven, o.a. het Europacollege in Brugge en het World Economic Forum in Davos. Zelfs het Duitse MERICS (Mercator Institute for China Studies) stelde in 2018 een zeer China-gezinde directeur aan: de Nederlander Frank Pieke. In 2020 nam hij ontslag (p. 264-265).
Universiteiten worden onder druk gezet om aan zelfcensuur te doen en activiteiten i.v.m. Taiwan, Hongkong en Tibet af te gelasten (p. 277-279). In 2018 telden de universiteiten in Amerika, Canada, Engeland en Australië samen 750.000 Chinese studenten, die voor veel collegegeld zorgen. Als ze China tegen de borst stoten, verliezen ze die studenten en hun inschrijfgelden. Dat geldt ook voor leerstoelen die China financiert (p. 289-293). Ook uitgevers zoals Routledge en tijdschriften zoals ‘Springer Nature’ staan onder Chinese druk. Australische en Nieuw-Zeelandse  uitgevers kregen in 2019 zelfs een lijst met verboden woorden en onderwerpen voor de boeken die ze in China laten drukken. Maar de Nederlandse uitgever Brill capituleerde niet voor die censuur (p. 297-301).


In 2018 riep Xi de Chinezen op om de internationale instellingen en de huidige wereldorde naar hun hand te zetten, zodat autoritaire regeringsvormen en de Chinese definitie van mensenrechten geaccepteerd worden (p. 303). In de VN is de macht van China al enorm toegenomen. Ze leiden nu 4 van de 15 VN-organisaties, terwijl de VSA, Frankrijk en Engeland er elk maar één hebben (p. 305). Sinds 2015 worden Taiwanese burgers en diplomaten niet meer toegelaten in de hoofdkwartieren van de VN in New York en Genève. China blokkeerde ook het Taiwanese lidmaatschap van de Wereldgezondheidsorganisatie, zelfs tijdens SARS (2003) en corona (2020).


De censuur in China is de best georganiseerde ter wereld, met zoekmachines die een aantal termen blokkeren en strenge regels voor internetbedrijven.


In hun nawoord geven de auteurs tips aan de Westerse regeringen, universiteiten, culturele organisaties en media om te reageren op de bedreigingen voor onze vrijheden en mensenrechten.


Hoewel hun boek vrij somber is, hopen ze dat de democratie en de vrijheid zullen zegevieren. Ze beweren dat het verzet tegen de CCP groeit en dat de partijbonzen zich daar zorgen over maken (p. 326). Ik vraag me wel af of er een groeiend verzet is; zeker niet in de politiek en ook niet in de zakenwereld. Tenzij dan het weren van Huawei en ZTE voor 5G-netwerken.

Het boek eindigt met een schema van de CCP-organen, een woordenlijst, een lange lijst met afkortingen, een nog veel langere lijst met noten en een register.


Beoordeling

Het beeld dat we hier overhouden is zeer negatief. Wellicht iets te negatief: het is één lange aanklacht, weliswaar sterk onderbouwd en het lijkt wel alsof China niets goeds meer doet.


Wie nog dacht of denkt dat China onze democratie en mensenrechten zal overnemen, zal na de lectuur het omgekeerde vrezen, nl. dat internationale organisaties en westerse landen steeds meer begrip zullen opbrengen voor autoritaire regimes, die mensenrechten negeren, zeker als die regimes economisch zeer goed presteren en als enige nog groeien in dit corona-jaar.


Er staat één zeldzaam drukfoutje in: p. 85 : ‘La France ‘Insoumice’ moet Insoumise zijn en de vertaling (‘ongebogen’) zou ik veranderen in ‘niet onderworpen’. Jiang Zemin was in 1999 geen premier, wel secretaris-generaal van de CCP en president. Bijeenkomt (p. 315) moet bijeenkomst zijn.


ISBN 978-90-452-1759-8 | paperback | 448 pagina's | Uitgeverij Xander, Haarlem/L&M, Antwerpen | september 2020
Vertaling door Frank van der Knoop

© Jef Abbeel, www.jefabbeel.be 22 oktober 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De veertigjarige oorlog 1672-1712
De strijd van de Nederlanders tegen de Zonnekoning
Olaf van Nimwegen


We kennen de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) en de Dertigjarige Oorlog (1618-1648). Een paar eeuwen daarvoor woedde de Honderdjarige Oorlog (1337-1453) tussen Engeland en Frankrijk. Nu voegt de Veertigjarige Oorlog zich in het rijtje van langdurige conflicten. Het is origineel om de grote oorlogen die zijn gevoerd om de Franse expansie in toom te houden onder één noemer te brengen. Het gaat dan om de Hollandse Oorlog (1672-1678), de oorlog om de Zuidelijke Nederlanden (1692-1697) en de Spaanse Successieoorlog (1702-1715). De samenhang tussen die oorlogen wordt daarmee duidelijk.


Koning Lodewijk XIV had de ambitie om de hegemonie in Europa te verwerven. Onderdeel van die aspiratie was het streven naar natuurlijke grenzen (bergketens; rivieren; bossen). In de Zuidelijke Nederlanden was een natuurlijke grens niet aanwezig. Daarom wilde de Franse koning er een keten van vestingen aanleggen, de frontière de fer.


De Republiek der Verenigde Nederlanden was de spil van het verzet tegen de Franse aspiraties. De Republiek streed ‘uit liefde voor de vrijheid en de protestantse religie om de slavernij waarmee geheel Europa bedreigd wordt te helpen afweren’ (blz. 336). Het militaire doel was om de Zuidelijke Nederlanden als een buffer tussen de Republiek en Frankrijk te houden.


Het eerste hoofdstuk in dit boek behandelt de organisatie en bevelvoering van de Nederlandse en Franse strijdkrachten. Het tweede hoofdstuk bespreekt de oorlogvoering in dit tijdvak. Aan de orde komen de bevoorrading van het leger, het lijden van de burgerbevolking (klem zittend tussen heen en weer trekkende legers), de jaarlijkse veldtochten tot de legers het winterkwartier weer opzoeken, de veldslag, het belegeren van vestingen, de omgang met krijgsgevangenen. Twee heel interessante hoofdstukken.


Daarna volgen acht hoofdstukken waarin het krijgsverloop op de voet wordt gevolgd. Het begint met het jaar 1672. De Republiek stond aan de rand van ineenstorting. Toen alles verloren leek werd Willem III stadhouder. Hij was nog maar 21 jaar oud en had geen ervaring als bevelhebber van een leger. “Het blijft verbazen dat hij niet onmiddellijk onder zijn taak bezweek” (blz. 36). Toch, met zijn moed en vastberadenheid wist hij het land door de crisis heen te loodsen. Het gaf de stadhouder voor de rest van zijn leven een onaantastbaar aureool.


De Republiek kon het niet alleen opnemen tegen het machtige Frankrijk. Stadhouder Willem III zocht met wisselend succes naar bondgenoten en smeedde allianties met Engeland, de Oostenrijke Habsburgers, de Spaanse Habsburgers, Duitse vorsten. Maar steeds was de Republiek de kern van het verzet tegen Frankrijk. Het leverde de grootste troepenmacht en legde de meeste financiële middelen op tafel. De gedemoraliseerde troepen uit 1672 waren omgevormd tot een uitstekend geoefend en goed geleid leger.


Na de dood van Willem III in 1702 houden zijn opvolgers vol. De uitputtingsoorlog wordt beëindigd met de Vrede van Utrecht in 1714. Het was de Republiek gelukt om met een enorme krachtsinspanning de Franse machtsontplooiing in te dammen. De Zuidelijke Nederlanden werden een barrière tussen de Republiek en Frankrijk. Beide landen waren uitgeput. Frankrijk was pas na de revolutie van 1789 weer in staat om een oorlog te voeren gericht op uitbreiding van het grondgebied.


Er zijn veel illustraties opgenomen in het boek. Vijf tabellen geven inzicht in de krijgsverhoudingen. Twaalf kaarten maken het strijdtoneel, de veldslagen en belegeringen inzichtelijk. Naast de lijst van bronnen en literatuur is er een register van persoonsnamen en een register van allianties, vredesverdragen, veld- en zeeslagen en vestingen. Auteur en uitgever hebben veel zorg aan dit boek besteed, dat is wel duidelijk.


Dit is een prima boek. Het is levendig geschreven, met grote kennis van zaken en heel zorgvuldig in het beoordelen van personen en situaties. De Republiek heeft een prestatie geleverd die ook nu nog bewondering afdwingt. Hetzelfde geldt voor het optreden van Willem III.


De auteur is geaffilieerd onderzoeker aan het Onderzoeksinstituut voor Geschiedenis en Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht. Hij heeft meerdere boeken over militaire geschiedenis op zijn naam staan.


ISBN 9789044638714 | Paperback | Omvang 416 blz. | Uitgeverij Prometheus | juli 2020

© Henk Hofman, 23 november 2020

Lees de Reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Atlas van de wereld-
geschiedenis

De geschiedenis van de mensheid in 515 kaarten
Christian Grataloup


Om maar met de deur in huis te vallen: wat is dit een prachtige uitgave geworden! De kaarten zijn cartografisch van de hoogste kwaliteit. De bijgaande teksten zijn puntig geformuleerd en heel informatief. Boven elke rechterbladzijde staan verwijzingen naar kaarten die verband houden met elkaar. Het namenregister en geografisch register maken het boek verder toegankelijk. Het formaat en de soepele band maken het boek handzaam voor de lezer. Het is een topprestatie van cartografen, historici, andere specialisten, de uitgever en de drukker.


De kaarten geven een overzicht van de grote gebeurtenissen uit de wereldgeschiedenis. Heel veel detailkaarten geven aanvullende informatie. Het is een atlas geworden om uren in te bladeren en te lezen. Het is een naslagwerk dat prima geraadpleegd kan worden als eerste inleiding op een thema.


De kaarten zijn ingedeeld in hoofdgroepen: het Neolithicum, de Oude Wereld, Het Europese web over de wereld 16e-18e eeuw, Europa 16e-18e eeuw, Europa als dominante wereldmacht eind 18e eeuw-1914, Krachten buiten Europa, Europa 1789-1914, de dominantie van het Westen 1914-1980, de wereld sinds 1989. Als voorbeeld voor de nadere uitwerking neem ik ‘Europa als dominante wereldmacht tot 1914’. De lezer treft kaarten aan over: De wereld in 1815, Emigratie, de Industriële Revolutie, Koloniaal Afrika, Zuid-Afrika, Azië onder de westerse grootmachten, de verovering van Algerije en Marokko, Overzeese Strafkampen, het Chinese verval in de 19e eeuw, de Russisch-Japanse oorlog in 1905, de wereld rond 1900.


Elke kaart is een nieuwe verrassing. Een kaart op blz. 323 laat de overlast zien die wolven in de 18e eeuw in Frankrijk teweegbrachten. Tussen 1580 en 1840 waren er 1600 sterfgevallen gedocumenteerd waarbij een wolf betrokken was. Een andere kaart laat zien hoe snel het nieuws zich in 1610 over Frankrijk verspreidde toen koning Hendrik IV werd vermoord. Weer een andere kaart maakt inzichtelijk hoe het aanzien van Parijs is gewijzigd door de bouwwerkzaamheden van baron Hausmann.


De atlas geeft aan welke enorme veranderingen en verschuivingen de menselijke geschiedenis kenmerken. Oorlogen veranderen voortdurend de grenzen. Epidemieën zoals de pest hebben een enorme demografische impact. Ideeën (Boeddhisme, Islam, Jodendom, Hervorming, Verlichting) wijzigen de ideologische kaart. Migratie transformeert oude systemen en is daarmee zowel kans als bedreiging. Dieptepunten zijn de slavernij, de Goelag en de Holocaust.


Een enkele keer vergt een tekst nader zoekwerk van de lezer. Niet iedereen heeft gelijk een beeld bij de Maronitische kerk of de Melkieten (blz. 101). Terecht spreken de samenstellers bij de kaart op blz. 468 over ‘De Armeense Genocide (1915-196)’. De Japanse gruweldaden, inclusief het testen van chemische wapens op mensen (blz. 518) doen niet onder voor de gruwelen die het nationaalsocialisme hebben aangericht.


De Nederlandse uitgave van deze atlas wordt ingeleid door Maarten van Rossem. Veel van de historische atlassen die hij noemt, heb ik ook gebruikt in de jaren dat ik werkzaam was in het onderwijs. Van Rossem schrijft dat een historische atlas bedoeld is om te laten zien hoezeer de wereld is veranderd. Dat gaat snel, want veel van zijn atlassen waren binnen relatief korte tijd geheel verouderd.


Liefhebbers van kaarten kunnen eindeloos in deze atlas bladeren en de kaarten met de uitleg bestuderen. In het onderwijs mag deze atlas wel de standaard worden.

Zie het inkijkexemplaar

Beluister ook De boekenrubriek met Lidewijde Paris op NPO 1 over dit boek.


ISBN 9789046827321 |Hardcover met leeslint | Omvang 640 blz. | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | november 2020
Vertaald door Henriette Gorthuis

© Henk Hofman 11 november 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

Altijd iets te vinden
De kunst van het oordelen
Wieteke van Zeil


Wieteke van Zeil is kunsthistoricus en journalist en schrijft de wekelijke serie 'Oog voor Detail' in de Volkskrant.
Haar vorige boek 'Goed kijken begint met negeren' had de ondertitel de kunst van opmerkzaamheid. Daarin wees zij ons op details in kunstwerken die wij zo goed als zeker over het hoofd zouden zien bij het bekijken van die creaties. Zij borduurde verder op deze dingen waar zij ons opmerkzaam op maakte en verklaarde of verbond dat detail met ons dagelijks leven.


In dit boek is haar uitgangspunt het oordeel dat wij - kunnen - hebben over een kunstwerk. Voorafgaand aan haar observaties licht Wieteke van Zeil in zes tips uitgebreid toe hoe je tot een weloverwogen oordeel kunt komen. Die tips zijn verrassend en doen je nadenken over hoe je eigenlijk tot een oordeel komt. Ze vertelt onder andere dat jouw stemming of onwetendheid factoren van invloed kunnen zijn op ons oordeel. Zo herinner ik me zelf een gedicht dat ik vlak na mijn scheiding ingelijst in een etalage zag hangen. De tekst raakte me diep, terwijl ik zeker weet dat hetzelfde gedicht me vijf jaar eerder lang niet zo geraakt had. Het waren de omstandigheden die me zo ontvankelijk maakte.


Zoals gemeld kan onwetendheid ook een oordeel opleveren.
In het boek vertelt de schrijfster dat bij een kunstwerk een takje hoorde. 'Een doodgewone tak, een beetje dor, met een paar blaadjes.' Dat takje lag op de grond en in feite ergerde dat takje haar. Jaren later hoorde ze dat het takje van brons was. Dat het takje een onderdeel is van een oeuvre van werken waarin dat wat vergaat en dat wat blijft een thema is; een ode aan materialen die leven, transformeren of sterven, en materialen die blijven.
Dat maakte dat zij het takje met heel andere ogen zag.


Ook kan door het kunstwerk vaker te zien het oordeel veranderen. Je kunt het aanvankelijk afschuwelijk vinden maar doordat je het meerdere keren bekijkt en er min of meer vertrouwd mee raakt, kun je het mogelijk uiteindelijk zeer gaan waarderen.
Het is interessant om al deze tips te lezen.


En dan komen we bij de kunstwerken zelf. Elke keer zien we een klein onderdeel van een kunstwerk en op de volgende bladzijde het hele werk.
Dat detail wordt besproken en in een groter geheel geplaatst. Dat grotere geheel kan op het kunstwerk zelf slaan maar ook op een actueel item of ons dagelijks leven. Maar te allen tijden is het interessant en toevoegend.
Persoonlijk vond ik de ogen vol tranen van Maria Abramovic en de daaropvolgende foto van het geheel erg indrukwekkend. Maar ook Black Drwaings van Malene Dumas waarop allerlei portretten staan afgebeeld van zwarte mannen. Waarmee Dumas laat zien dat deze mannen, die vaak als een groep worden gezien, allemaal hun eigen gezicht hebben en een eigen gemoed, karakter, verlangens en schoonheid.
In totaal worden 59 kunstwerken besproken. Dat kunnen schilderijen zijn of beeldhouwwerken of foto's etc.


Doorheen het boek staan nog vijf essays die in onderwerp variëren van de kleur van de kleur van Jezus in een kunstwerk, vrouwelijke kunstenaars en waardering voor hen tot 'het leesbare gezicht van de kunstenaar' oftewel kun je aan de geportretteerde aflezen dat hij of zij kunstenaar is?


Opnieuw een erg prettig en leerzaam boek van Wieteke van Zeil. Het maakt dat je na het lezen van de toelichting bij een kunstwerk even na blijft denken en kijkt hoe dat schilderij, beeld of die foto voor jou voelen. Ben je het met de schrijfster eens? Of juist helemaal niet? Soms word je nieuwsgierig naar meer werk van een kunstenaar, soms sta je verbaasd dat bepaalde zaken toch een taboe zijn op een kunstwerk etc.
Een boek om vaak open te slaan om er weer een stukje in te lezen en zelf mogelijk nieuwe details te leren kennen.


ISBN 9789045042237 | Paperback | 320 pagina's | Atlas Contact | september 2020

© Dettie, 5 november 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Heeft China al gewonnen?
Kishore Mahbubani


Dit boek bespreekt de krachtmeting tussen de Verenigde Staten en China. Deze wedloop was al aan de gang voordat Trump tot president werd gekozen en zal doorgaan als hij in november 2020 niet wordt herkozen, aldus de auteur. Amerika is op zijn retour en China is al heel ver om de hegemonie over te nemen.


Het beleid van Trump is te bruusk als het om China gaat en hij verzuimt om bondgenoten te betrekken in zijn opstelling. China reageert rustig en beheerst op de uitdaging van Trump, bouwt zijn machtspositie verder uit en mikt veelmeer op de lange termijn dan Trump. Amerika heeft een president gekozen ‘die niet eens zou slagen voor een economieproefwerk over internationale handel’ (blz. 52). Overigens houdt de auteur Trump niet verantwoordelijk voor het huidige beleid. Amerika kampt met structurele problemen (toenemende ongelijkheid, armoede, polarisatie, geweld, vijandschap tussen Democraten en Republikeinen) die het land verlammen.


Volgens dit boek zal China niet snel naar militaire middelen grijpen om zijn zin te krijgen. Het land wil zich niet in militaire avonturen storten die geldverslindend zijn en vaak tot meer chaos leiden dan er voorheen al was. Ten aanzien van Taiwan zijn de Chinese leiders wel onbuigzaam en niet bereid tot een compromis. Taiwan hoort bij China, hereniging wordt gezien als een herstel van de vroegere situatie en niet als expansie.


De auteur raadt Amerika aan om de militaire uitgaven terug te schroeven, te stoppen met alle interventies in de islamitische wereld en de diplomatieke slagkracht te vergroten. Amerika zou zijn middelen moeten besteden aan welzijnsverbetering van de bevolking.


China is geen democratie. Maar op het gehalte van de democratie in de VS valt ook wel wat af te dingen. In China is het gematigde bewind van Xi Jinping een zegen voor de bevolking. De Chinezen vergelijken hun toestand niet met andere samenlevingen, maar met wat ze in het verleden hebben meegemaakt aan honger, armoede en uitbuiting.


Europa zit in een heel lastige positie. De kans op een rechtstreeks oorlog met Rusland is vrijwel nihil. Maar het continent is behept met een miserabele geografie. De kans dat Europa onder de voet wordt gelopen door miljoenen migranten die in hun bootjes vanuit Afrika komen is wel erg reëel (blz. 202). Die enorme toestroom aan migranten zal de sociale en politieke structuur van Europa ingrijpend veranderen. Europa zou er goed aan doen om zich te richten op de economische en sociale ontwikkeling van Afrika. En daar zou het uitstekend kunnen samenwerken met China (blz. 204).


Het boek wordt afgesloten met een epiloog en een essay.


In de epiloog schrijft de auteur dat de coronacrisis de geopolitieke strijd tussen de VS en China heeft versterkt. Het essay is geschreven door Stephen M. Walt. Hij ontmaskert de idee dat Amerika vooropgaat in de strijd om morele waarden en het zelfbeeld dat het een deugdzaam land is.


Kishore Mahbubani schreef een boeiend en helder boek over de wedloop tussen twee machtige landen. Een thema dat voor ons allen van groot belang is. Het is altijd moeilijk om de afloop van een proces te voorspellen. Achteraf kunnen we verklaren hoe processen zijn verlopen. Als je er voor staat is het moeilijk om de krachten en beslissingen aan te wijzen die beslissend zijn voor onze toekomst. Historicus Prof. Dr. P. Geyl (1887-1966) sprak over het ‘possibilisme’. Als je achterom kijkt, zie je maar één weg. Als je ervoor staat, zie je een veelheid aan mogelijke wegen. Het vraagteken in dit boek lijkt soms meer op een uitroepteken.


Veel in dit boek heb ik met instemming gelezen. De vraag is of Mahbubani China te rooskleurig intekent. Rob de Wijk, directeur van het Haagse Centrum voor Strategische Studies, ziet in de Chinese opkomst een groot gevaar. Achter het pragmatische Chinese beleid zit keiharde macht. Als dit land het voor het zeggen krijgt, is het gedaan met mensenrechten en democratie. China neemt sluipenderwijs de macht over. Europa zou samen met de VS een blok moeten vormen tegen China, zoals het in het verleden deed tegenover de Sovjet-Unie. De Wijk schrijft dit in zijn boek “De Nieuwe Wereldorde”.


Kishore Mahbubani is voormalige diplomaat en hoogleraar. Eerder besprek ik van hem voor Leestafel zijn boek “Is het Westen de weg kwijt?”


ISBN 9789046827154 | Paperback | Omvang: 320 blz. | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | oktober 2020
Vertaald door Ronnie Boley

© Henk Hofman, 23 oktober 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER

 

De Canon van de Koninklijke Marine
Geschiedenis van de zeemacht
Anne Doedens & Matthieu Borsboom


Een canon is een lijst van onderwerpen (vensters) die een overzicht bieden van de hoogtepunten van het thema dat aan de orde is. Zo bestaat de canon van de Nederlandse Geschiedenis. Maar ook een provincie, een stad, een museum, of een religieuze groepering kan een canon opstellen.
Nu verscheen ‘De Canon in vijftig vensters van de Koninklijke Marine”. Het is een prachtig overzichtswerk van de geschiedenis van de Nederlandse Zeemacht.


De canon opent met een beschrijving van de organisatie van de marine tussen 1488 en 1795 en sluit af een venster over de Mijnendienst.
Daar tussenin staan vensters over zeeslagen, zeehelden, kapers, de mariniers, bezuinigingen en automatisering, zeeschilders, en het opleidingsinstituut van de marine. Er is een venster gewijd aan Piet de Jong, die van marinecommandant opklom tot een zeer succesvolle minister-president (1967-1971). Elk venster is voorzien van prachtige (kleuren)afbeeldingen en wordt afgesloten met een pakkend citaat, leestips en verwijzingen naar een ‘lieu de mémoire’. Zo verwijst het venster over Tromp en De Ruyter naar hun graf in resp. Delft en Amsterdam.


De tekst van elk venster blinkt uit in zorgvuldigheid, helderheid en afgewogenheid. De auteurs schrijven met grote betrokkenheid en respect over de rijke traditie van de Nederlandse marine zonder hun professionele distantie te verliezen. Zo lees ik op blz. 127 dat na de val van de Berlijnse Muur in 1989 bezuinigingen werden doorgevoerd die politici als ‘vredesdividend’ omschreven. In deze zin schemert scepsis over het ‘vredesdividend’ door. Op blz. 169 staat het explicieter: “Politici meenden dat door het einde van de Koude Oorlog een minder sterke zeemacht nodig was. Een betreurenswaardige vergissing met grote gevolgen.” Terecht wijzen de auteurs erop dat de val van de Muur een pauze bracht, maar geen einde maakte aan politieke spanningen en dreigend oorlogsgevaar (blz. 189).

Bezuinigingen op de marine zijn niet alleen een gevolg van korte termijn denken, maar zijn naar mijn mening ook onverantwoord als naderhand jonge mannen en vrouwen hun leven moeten wagen (en geven) in oorlogstijd. Als jonge mensen hun leven moeten inzetten, hebben zij recht op een overheid die voor een adequate uitrusting zorgt. Een inhaalslag kan te laat komen en gaat meer geld kosten dan bezuinigingen hebben opgeleverd. Er is ook heel veel tijd nodig om verloren capaciteit en expertise weer op te bouwen. Militair historicus Christ Klep vermeldt dat nog maar 15% van de Nederlanders bereid zou zijn om naar de wapens te grijpen om huis en haard te verdedigen (Bron: Van wereldmacht tot braafste jongetje, blz. 13). Als dat klopt staat het er maar beroerd voor met de krijgsmacht. Ze moet een samenleving verdedigen die er niet voor gemotiveerd is en er geen geld voor over heeft.


Mooi is het venster over de marinehistorie, waarin zelfs het jongensboek “Paddeltje, de scheepsjongen van Michiel de Ruyter” van de bekende schrijver Joh. H. Been genoemd wordt. Ik heb het als jongen verslonden. Van dezelfde schrijver las ik daarna “Om de schatten van il Tigretto”.


Een canon is in principe chronologisch geordend, maar ontkomt er niet aan om die chronologische lijn regelmatig te doorbreken. Vlagofficier Witte de With (1599-1658) wordt in een stuk of 10 vensters genoemd. Het venster over de bestrijding van terreuracties in de jaren zeventig van de vorige eeuw wordt opgevolgd door een venster over de strijd van mariniers in Rotterdam mei 1940. Zo zijn er meer voorbeelden te noemen.


Venster 35 geeft aandacht aan de laatste zeeslag die de Nederlandse Marine in 1962 leverde. De marine verijdelde een Indonesische poging tot infiltratie van Nieuw-Guinea. Ik herinner me nog goed dat ik als jongen van 14 jaar de verslagen in de krant verslond. Om de een of andere reden heb ik altijd de naam van de marinecommandant onthouden: schout bij nacht Reeser. Die wordt hier noch elders in dit boek genoemd. Toen ik zijn naam op Internet opzocht, las ik dat hij in actie is geweest bij Kornwerderzand (mei 1940) en in Nederlands-Indië (www.archieven.nl\reeser. Hij wordt op deze site zonder nadere uitleg een ‘streng gelovig man’ genoemd.


Van oudsher is er in ieder geval een band geweest tussen religie en zeemacht. Vloothelden als Maarten Harpertsz. Tromp en Michiel de Ruyter wisten zich afhankelijk van God en schreven overwinningen niet aan zichzelf toe. Op zondag werden kerkdiensten gehouden aan boord van de oorlogsvloot. Gelet op de grote plaats die godsdienst destijds in ieders leven innam, was dit zeker een ‘venster’ waard geweest.


De canon is een prachtige uitgave geworden, waar de marine eer mee inlegt. Voor elke Nederlander die gevoel heeft voor de rijke marinehistorie van ons land zeer aan te raden.


Anne Doedens was docent Nieuwe Geschiedenis bij hoger onderwijsinstellingen in Amsterdam. Hij is ook auteur van meerdere uitgaven bij de Walburgpers.
Matthieu Borsboom is vice-admiraal b.d. en was commandant der Zeestrijdkrachten van 2010-2014.
Beide auteurs complimenteer ik met hun gedegen werk.


ISBN 9789462494879 | Hardcover met leeslint | Uitgeverij Walburgpers | Omvang 224 blz. | oktober 2020

© Henk Hofman, 16 oktober 2020

Lees de reacties op het Forum en/of reageer. Klik HIER