Nieuwe jeugdboekrecensies 15+

Indigo
Latoya Moirae

Als de twintigjarige Nick (met de 'indigo'-ogen) na een jaar afwezigheid aankomt op de plek waar zijn ouders en broer de meeste vakanties doorbrengen - een Portugees resort – wordt hij niet alleen door zijn familie verwelkomd, ook de achttienjarige Caro is er met haar ouders. Nick bekijkt zijn jeugdvriendinnetje eens goed en weet meteen dat er van alles veranderd is.


Caro, Nick en zijn twee jaar jongere broer Noah zijn al jaren de beste vrienden, maar dit jaar verschijnt er iets nieuws in hun onderlinge band: seksualiteit. Opspelende hormonen zorgen voor verwikkelingen. Noah is al jaren verliefd op Caro, maar heeft het nooit uitgesproken. Nu heeft hij daar spijt van, want hij ziet hoe Nick naar haar kijkt. Inderdaad probeert Nick haar te versieren.
Caro voelt ook wel wat voor de jongen, maar ze weet eigenlijk niet precies wat. Haar ogen worden - eigenlijk al te laat - geopend als ze Pia ontmoet, een Nederlandse vrouw die iets verderop woont.


Pia is een bloedmooie vrouw, die zich bezig houdt met reiki en die gelooft in geesten. In een ruïne niet al te ver bij hen vandaan laat ze Caro voelen wat de aanwezigheid van geesten doet. Want, zegt ze, ze weet zeker dat ook Caro een indigo is. (Indigokinderen of nieuwetijdskinderen is een new-ageconcept bedacht in de jaren 1970 dat stelt dat bepaalde personen bijzondere kenmerken of bekwaamheden zouden bezitten. De specifieke kenmerken zouden betrekking hebben op de "Nieuwe Tijd”)


Inderdaad heeft Caro vreemde ervaringen. Ook in hun huis maakt ze dingen mee die haar doen geloven dat zij ook spiritueel is. De vakantie lijkt heel anders te gaan verlopen als de bedoeling was, want ook de vader van Caro heeft een probleem. Er is in zijn leven iets gebeurd waardoor hij zich enorm schuldig voelt, en hij gaat steeds verder in het pijnigen van zichzelf. Zijn gezin dacht altijd dat hij 'gewoon wat onhandig' was, maar moet nu in zien dat er veel meer aan de hand is.


Het verhaal dat aanvankelijk een romantisch coming of age verhaal lijkt te worden, slaat om in een spannende thriller als er vreemde dingen gebeuren. Iets of iemand legt dode dieren in huis, iemand doet ’s nachts de deurtjes van de keukenkastjes open…
Met de proloog in gedachten die gaat over misbruik en incest, rijst de vraag of hier sprake is van wraak, misschien wel door de geesten die in de ruïne huizen?


Binnen de veelheid van problemen - ieder personages heeft wel wat – draait het verhaal vooral om allerlei relationele verwikkelingen. Huwelijk en scheiding, vriendschap en liefde, homoseksualiteit of biseksualiteit en dan die spanning over de vreemde gebeurtenissen en over geesten die op wraak uit zijn, het is een verhaal dat je meesleurt tot de uiteindelijke ontknoping.
De schrijfster heeft een prettige schrijfstijl en is goed in dialogen. De zielenroerselen van Caro en de minder alledaagse problemen van de anderen worden geloofwaardig beschreven.


Latoya Moirae is het pseudoniem van Latoya Meuris, geboren in Sittard (1981). Zij is in 2003 afgestudeerd als vertaler aan de Vertaalacademie in Maastricht en aansluitend verhuisd naar Den Haag. Er is reeds een trilogie verschenen van haar hand.


ISBN 9789491875625 | Hardcover | 300 pagina's | LetterRijn | september 2018 | Vanaf 16 jaar.

© Marjo, 9 november 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Dromenvanger
Kaat De Kock


Het was even moeilijk voor Floor: gezellig met haar vriendinnen op vakantie? Of toch met haar ouders mee die een roadtrip gingen doen door Amerika?
Eigenlijk is het logisch dat het de tweede keuze werd, al is het niet zo hip om als 17-jarige met je ouders op stap te gaan.
Alles verandert evenwel als Floor in een sportsbar een knappe jongeman ziet. Ze is zo helemaal weg ven hem dat ze hem op Facebook opzoekt – en nog vindt ook! – en hem een vriendschapsverzoek stuurt. Het is even spannend, maar Josh, zo heet de knapperd, accepteert.


‘O verdomme, hij is echt zo knap als in mijn herinnering. Die stoere, scherpe lijnen in zijn gezicht die hem een beetje woest uiterlijk geven. Zijn haar dat net een tikje te lang is. Hij is zo sexy.
Hoe kan een jongen die er zo uitziet gewoon in een bar in een godvergeten dorp werken? Moet hij niet over een catwalk lopen voor een of ander modemerk? Poseren voor een camera?’


Het is duidelijk: Floor is helemaal hoteldebotel, en het lijkt wederzijds, want als ze weer thuis zijn blijven ze contact houden, en maken al plannen om elkaar weer te zien. Die kans komt als Matthias, een vriend van een vriendin, naar Amerika gaat en Floor toestemming weet los te peuteren om met hem mee te gaan.
Haar ouders hebben andere dingen aan hun hoofd en zijn niet zo alert, anders hadden ze wel door gehad dat Floor andere plannen had. Maar haar vader blijkt ernstig ziek te zijn, hij moet geopereerd worden en daarna diverse behandelingen ondergaan.


‘Ik had thuis moeten blijven.
Dat weet ik.
Dat weet Matthias ook.
Maar hij heeft het meegemaakt en hopelijk snapt hij hoe ik me voel.’


Dat Matthias verliefd is op haar, heeft Floor niet door. Maar dat zorgt natuurlijk voor de nodige verwikkelingen tijdens hun reis door Amerika.


Het is zoals het lijkt: een romannetje met een licht toeristisch tintje, waar de schrijfster een extra laagje in probeert aan te brengen door de ziekte van Floors vader. Maar eigenlijk wordt er te weinig aandacht besteed aan alle emoties die een terminale ziekte met zich meebrengt. Het is vooral Floor die het verhaal maakt: haar zielenroerselen, haar verliefdheden en onzekerheden.


Of het een foutje van de schrijfster is, of een leugen om bestwil, maar die regenjas die Floor beweert niet bij zich te hebben om niet met haar ouders te hoeven wandelen, trekt ze bij aankomst bij datzelfde huisje waar ze verblijven wèl uit!


Kaat De Kock (1975, Bornem, België) studeerde Germaanse taal- en letterkunde en werkt als freelance redacteur en vertaler. In Niets Om Het Lijf en Sterker Dan Jij snijdt de Kock problemen aan waar jongeren mee te kampen kunnen hebben. Waarschijnlijk vond ze het tijd voor wat luchtigers.

ISBN 9789044833782 | hardcover | 236 pagina's | Clavis| mei 2018| Vanaf 15 jaar.

© Marjo, 30 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Circe
Nell De Smedt


De veertienjarige Fiona maakt nogal eens nachtelijke uitstapjes, maar wat ze nu meemaakt zou er voor kunnen zorgen dat ze dat nooit meer doet: ze komt oog in oog te staan met een groot everzwijn. Net als ze denkt dat dit haar einde zal betekenen klinkt er een schot. 
Het dier rent weg.
Waar kwam dat schot vandaan?


Het is Fiona’s kennismaking met Circe, een meisje van haar leeftijd, dat een gele regenjas met een grote capuchon draagt. Meerdere ontmoetingen volgen, en hoewel Circe een vreemd en raadselachtig meisje is - ze heeft er een handje van om nogal plotseling te komen en ook te verdwijnen - worden ze vrienden.


‘Fiona dacht aan de lege blik die Circe soms had. Ze wenste dat ze op dat soort momenten wist wat er in Circe’s hoofd omging, dat ze haar kon helpen. Helpen, het was een woord dat steun uitstraalde, betrokkenheid. Maar toch kreeg Fiona het zelf altijd benauwd als iemand haar hulp aanbood.’


Het is een vreemde relatie tussen Fiona en Circe. Je krijgt er als lezer de kriebels van. Dat blijkt terecht…
Als Fiona een weekend bij Circe logeert gebeuren er bizarre dingen. Fiona eindigt in een jeugdinrichting voor gestoorde jongeren.


‘Fiona dacht later nog weleens aan dat moment, aan de jeugdige zorgeloosheid van het hele tafereel, aan het licht en het gelach.‘


Is ze echt zelf in die inrichting binnengelopen? Ze mist stukken van haar leven, en wat is de rol van Circe precies? Wat wel duidelijk is, is dat het niet goed gaat met Fiona. Wat ze vertelt klinkt meer en meer bizar, vooral als ze soms laat merken dat ze het zelf ook niet meer gelooft.


Zeker als je bedenkt dat de schrijfster van dit boek zelf pas zestien is, is dit verhaal verbijsterend. Nell De Smedt is vast een fan van schrijvers als Stephen King, ze is namelijk zeer goed in staat om de lezer binnen te leiden in een fantastische volledig onbetrouwbare wereld. Dat doet ze door Fiona op te voeren als vrijwel enige verteller. Ze bevindt zich wel in die inrichting, en geeft toe dat ze iets mankeert, maar als ze ontdekt wat de diagnose is, wil ze daar niet in mee gaan.
Hoe betrouwbaar is haar verhaal? Natuurlijk gelooft ze zelf alles maar kunnen we dat als lezer ook allemaal geloven?


Als evenwel de beschrijvingen van de therapie wel juist zouden moeten zijn, blijkt dat de schrijfster niet echt op de hoogte is van het reilen en zeilen in zo’n inrichting. Maar misschien is daar ook haar verbeelding aan het werk?


Als lezer weet je het niet. En dat is nog wel het meest verbijsterende aan dit boek. Niets lijkt de werkelijkheid, omdat Fiona het uitgangspunt is, en we vrij snel ontdekken dat zij niet goed in haar hoofd is.
Eigenlijk is het wel makkelijk als je alles wat ogenschijnlijk niet klopt op dit soloperspectief kunt schuiven, en daarom is het jammer dat de schrijfster op het laatst toch wil verklaren. Want als ze dan de ouders als verteller laat opdraven gaat het fout. De tijdspanne klopt niet helemaal, en de relatie tussen de ouders en hun dochter komt niet geloofwaardig over.
En misschien vraagt De Smedt ook wel erg veel van de lezer als ze Jim opvoert in het verhaal.


Nell De Smedt (2002) schreef nu al haar debuutroman! Zeker zal ze nog moeten – kunnen – groeien, maar haar levendige fantasie belooft wat!


ISBN 9789044832044 | Hardcover | 290 pagina's | Clavis | mei 2018 | Vanaf 15 jaar.

© Marjo, 24 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Mus
Kristof Desmet


Mus - eigenlijk Merel - wordt opgenomen in een jeugdinrichting. Ze wordt rondgeleid en voorgesteld. Ineke, de leidster van de woongroep, adviseert haar om haar verhaal op te schrijven. Dat is het verhaal dat we gaan lezen, en zo ontdekken we dat Mus een rottijd achter de rug heeft. Eerst gaat haar vader er van door met een jongere vrouw, en dan komt haar moeder met ene nieuwe vlam aanzetten. Ok, denkt Mus, ze gunt haar moeder ook een gelukkig leven, maar als ze hoort wie de gelukkige is, gaat ze over de rooie: Luc Nieuwkerk is leraar op dezelfde school als waar zij en haar broer Brix op zitten en waar ook haar moeder lesgeeft!


Dat kan niet! Dat kan echt niet! Brix is het met haar eens. Samen boycotten ze De Kwal, zoals hij op school genoemd wordt, en ze bedenken allerlei dingen die de man in diskrediet moeten brengen.
Dat eindigt met het verblijf in de inrichting.


‘Ja ze was slecht. En ja, ze was een gestoord kreng. Een ongeëvenaard serpent.
Deal with it bitch, gilde een stemmetje voortdurend door haar kop. Het is je eigen verdomde schuld. Je meer dan verdiende loon.
Ze zou geld hebben gegeven voor een flink pak slaag. Een goed, ouderwets pak rammel. Als daarmee de kous af was…’


Het zou me niet verbazen als menige lezer het daarmee eens zou zijn. Wat de reden is dat Mus in een jeugdinrichting binnenstapt bij aanvang van het boek, moet toch wel erg zijn, denk je. Als dat dan zo mee blijkt te vallen zou je inderdaad opteren voor dat pak slaag!


Een therapeut om naar toe te gaan had ook volstaan, het gaat tenslotte om het verhaal dat ze op schrijft.
Afgezien daarvan is het een verhaal dat wel aan zal spreken. Mus is een echte dwarse tiener, en zeg nou zelf: het is vreselijk voor een meisje van een jaar of vijftien om op school aangesproken te worden over de nieuwe relatie van een moeder die daar lerares is, met de ergste leraar die je je kunt voorstellen!
Haar cynisme en haar opstandigheid zijn heel voorstelbare gevoelens. Er lijkt ook behalve haar jongere broer niemand te zijn bij wie ze met haar gevoelens terecht kan, hetgeen alles nog erger maakt. En je gaat toch over je nek als je die kwal van een vent tegen je eigen moeder hoort zeggen: ’nog een toetje op mijn snoetje’! Maar natuurlijk mag ze niet doen wat ze vervolgens doet.


Een van de nachtmerries van Mus wordt in cursieve tekst weergegeven en een andere niet, dat gezien de inhoud begrijpelijk is, maar het is niet consequent.
Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Mus, je voelt haar walging maar ook haar wanhoop. Haar daden lijken voort te komen uit haar onzekerheid, hetgeen normaal is voor een meisje van haar leeftijd en in zo’n situatie. Dat heeft de schrijver heel goed overgebracht.
Tegelijk zit er natuurlijk een boodschap achter: het hoeft niet zo te gaan! Dus is het meteen een boek dat ook voor de volwassenen die hiermee te maken krijgen een duidelijke boodschap heeft! Want het is echt niet alleen de schuld van Mus…
Prettig voor de leesbaarheid: Het is niet alleen maar ellende in het boek van Mus. De logeerpartij van het dochtertje van Luc is best grappig.


Kristof Desmet (1971) werd in Roeselare geboren, maar woont sinds 2004 in Lauwe. Hij is leraar Nederlands in Ieper. Al jaren werkt hij mee aan leermethodes Nederlands bij uitgeverij Van In. Mus is zijn tweede boek voor jongeren.


ISBN 9789491875564 | Hardcover | 200 pagina's | Letterrijn | juni 2018| Vanaf 15 jaar.

© Marjo, 15 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Nieuwe maan
Sarah Crossan


‘Ik luisterde even naar het gerinkel voor ik opnam
‘Hallo?’
‘Joe?’ Het was Ed.
Hij had wekenlang niets van zich laten horen.
Ik maakte me al zorgen
vroeg me af of hij ooit nog naar huis zou komen.


Eerst vraagt Ed of de oudere zus thuis is, of zijn moeder, maar als er alleen maar Joe is, zegt hij:


‘Ze denken dat ik iemand iets heb aangedaan.
Maar dat is niet waar. Onthoud dat goed, oké?
Ik meen het. Onthoud dat goed.
Want mensen gaan leugens vertellen.
En ik wil dat jij de waarheid weet.’


Ten tijde van dit telefoontje - waarmee het boek opent - was Joe pas zeven jaar. Zijn tien jaar oudere broer Ed is opgepakt, in de gevangenis gezet, omdat hij een moord heeft gepleegd. Het proces is kort en krachtig. Hij heeft immers bekend, al zei hij later dat ze hem gedwongen hebben en houdt hij vol dat hij onschuldig is. Tien jaar lang is er alleen contact via een enkel telefoontje, een kaartje. Dan laat hij weten dat er een datum is vastgesteld voor de executie. Hij vraagt Joe om hem te komen bezoeken.


Het gezin waar Joe in opgroeit is niet bepaald een hecht gezin. Ze hebben het arm, vader is overleden, moeder kan alle ellende niet aan, ze drinkt, heult met mannen, en laat na een paar jaar haar overgebleven kinderen achter bij haar zus, tante Karen. Tante neemt de opvoeding streng ter hand, en ze keurt het feit dat Joe naar Texas wil ten zeerste af. Maar Joe gaat toch. Het weinige geld dat hij verdiend heeft met zijn baantje als automonteur is al op als hij in Texas arriveert en een armoedig onderkomen vindt. Daar probeert hij moed te verzamelen om naar Wakeling te gaan, de gevangenis waar Ed zich bevindt.
In een smerige hotelkamer ziet hij de beelden op de televisie.


‘De reporters geven geen moer om ons gezin.
Wij zijn geen verhaal. Wij zijn vuil.
Hoewel
dat vast veel makkelijk is dan te moeten toegeven
dat ze met het doden van onze broer
alleen maar meer mensen een zware klap toebrengen.’


Het feit dat het slachtoffer een blanke agent was, geeft de achterblijvers weinig hoop. Er is een pro deo advocaat, die nog probeert de executie uitgesteld te krijgen.


Joe bezoekt Ed, ze zien elkaar door plexiglas, praten met een telefoon, en proberen contact te maken. Maar de kloof is diep, er is het leeftijdsverschil, het feit dat ze elkaar al zolang niet gezien hebben, maar vooral ook de onzekerheid van de kant van Joe: is zijn broer nu schuldig of niet?

In een cafetaria ontmoet hij het meisje Nell, die zich over hem ontfermt, maar toenadering afwijst.
En dan komt de datum dichterbij.


Het verhaal is geschreven in een soort dichtvorm: korte zinnen, vaak slechts wat woorden, afgebroken regels, met veel witregels. Het maakt dat je langzamer leest, en ook voelt waar Sarah Crossan de nadruk wil leggen.
Het gezin behoort tot de ‘White trash’, en tante Karen doet haar uiterste best om er structuur in aan te brengen, zodat er toch iets van de kinderen terecht komt.
Ze wil eigenlijk niet dat de broer en zus van Ed contact met hem hebben, maar onderschat de broederband, en kan Joe niet tegenhouden. Maar anders dan diens biologische moeder laat zij haar neef niet in de steek als het er op aan komt.


Een moeilijk onderwerp dat zodanig in elkaar steekt dat je als lezer niet anders kunt dan begrip opbrengen voor de personages die je misschien in de echte wereld wel snel voorbij zou lopen. Iemand die in de gevangenis zit? Die ter dood veroordeeld is? Daar wil je niets mee te maken hebben. Sarah Crossan laat indringende pure manier zien dat zij net zo menselijk zijn als jij dat bent. En dus de moeite waard.
Zoals ook dit boek absoluut de moeite waard is.


Sarah Crossan woonde in Ierland, Engeland en New York. Ze studeerde Filosofie en Literatuur en werkte daarna jarenlang als lerares Engels voordat ze fulltime schrijfster werd. Haar werk wordt alom bejubeld en stond op de shortlist voor onder andere de Carnegie Medal, de Irish Book Awards en de CBI Book Of The Year Award 2015.


ISBN 9789020608649 | Hardcover | 386 pagina's | Uitgeverij Pepper Books | april 2018 | Leeftijd vanaf 15 jaar
Vertaald uit het Engels door Sabine Mutsaers

© Marjo, 8 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

[Gewoon] Gevoelig
Luc Descamps


De bijna vijftienjarige Vlaamse Flo (Florentina) is hooggevoelig en ze is daar niet echt blij mee. Ze heeft met veel dingen moeite waar haar klasgenoten geen last van hebben. Zo kan ze heel slecht tegen hard lawaai, sterke geuren, etiketjes in kleding die ze draagt, overvolle ruimtes, mensen die verdriet hebben (zij voelt hun verdriet net zo erg), mensen die boos zijn - daar wordt ze misselijk van - tijdsdruk, onverwachte gebeurtenissen enz.  Het komt er gewoon op neer dat ze veel meer voelt en ziet dan andere mensen. "Eigenlijk word ik gek van mezelf, en dat is heel lastig." zegt ze daarover. Als ze teveel van bovenstaande prikkels tegelijk krijgt dan moet ze zich even terug trekken en met rust gelaten worden, anders wordt het haar teveel.


Op school vinden ze Flo een beetje raar. Gelukkig heeft ze een vriendin Jessica, die ook hooggevoelig is. Daardoor begrijpen ze elkaar helemaal. Ze hoeven elkaar niets uit te leggen en dat is voor beiden een hele opluchting. Ze noemen zichzelf de High Sensie Twins. Maar niet alleen Jessica begrijpt Flo. Ook Flo's moeder voelt wat er in haar dochter omgaat en laat haar met rust als dat nodig is. Soms tot nijd van haar broer, de zeventienjarige Bas. Toch vindt Flo over het algemeen, als er niet teveel op haar afkomt, haar leven best aangenaam.


Maar nu heeft Flo een probleem. Volgens meisjes van Flo's klas hebben ze namelijk de leeftijd om verliefd te worden. Sterker nog het is de hoogste tijd dat dat eens gebeurt!  Flo vindt dat natuurlijk onzin, maar waarom is ze ineens Lenn, de buurjongen van de overkant, met heel andere ogen gaan bekijken? Ze kent hem notabene al 10 jaar! Ze speelden altijd samen. Maar Lenn is twee jaar ouder en op gegeven moment hield het spelen op. Nu zeggen ze elkaar alleen nog gedag. En uitgerekend deze Lenn, die haar een paar weken geleden hielp toen ze met de fiets gevallen was, spookt sindsdien ineens aldoor door haar hoofd! Wat is er met haar aan de hand? Ze beseft niet dat ze verliefd is geraakt op Lenn.


Natuurlijk heeft de zeer gevoelige Flo het er moeilijk mee en als ze op school tijdens de Nederlandse les een eigengemaakt gedicht voorleest zijn zowel de lerares als haar Nederlandse klasgenootje Ellen bezorgd. Ellen is typisch Nederlands volgens Flo. Zij is een flapuit, en zegt wat ze denkt. Ze is bang dat Flo depressief is. Ze beseft niet dat Flo nu eenmaal dieper voelt dan andere mensen. Maar ook de lerares roept Flo apart en vraagt of alles wel goed is.


We lezen over de innerlijke strijd die Flo voert met zichzelf. En het wordt helemaal moeilijk als ze Lenn met een beeldschoon meisje ziet lopen. Hij vindt haar duidelijk heel leuk... Wat nu?


Omdat ik zelf hooggevoelig ben, wilde ik dit boek graag lezen. Veel jonge mensen zullen zich sowieso herkennen in dit verhaal. Welke verliefde puber worstelt niet met zijn of haar gevoelens? De hormonen razen immers door hun lijf. En dát is in mijn ogen ook wat de 'makke' van dit boek is. Natuurlijk is Flo hooggevoelig maar juist dát deel komt niet zo goed uit de verf.  Ja, Flo houdt niet van lawaai en haar moeder houdt voor haar de zachte handdoeken apart omdat Floor niet tegen de ruwe, in de buitenlucht gedroogde handdoeken kan. Tijdens het ontleden van een duif in biologieles rent Flo kotsmisselijk de klas uit, maar of dat per se met hooggevoeligheid te maken heeft?


Het schrijven van - vrij moeilijke en voor mij redelijke onbegrijpelijke - gedichten moet in dit verhaal o.a. aantonen dat Flo gevoelig is. Maar bij hooggevoelig zijn komt veel meer kijken dan wat in dit boek beschreven wordt. Vooral het aanvoelen van de gemoedstoestand van een ander en het zich zo inleven in de ander dat het lijkt alsof het met haar zelf gebeurt is, komt bijvoorbeeld niet voor in het verhaal. Allerlei kenmerken van hooggevoelig zijn worden wel genoemd maar worden niet als eigenschap van Flo doorgevoerd. Flo wordt geen méns die hooggevoelig is. Geen meisjes dat honderden voelsprieten heeft en feilloos iedere situatie en sfeer aanvoelt, ze blijft een meisje dat vertelt dat ze hooggevoelig is maar haar gedrag stemt daar niet mee overeen.


Dat neemt niet weg dat het verder wel een prettig verhaal is om te lezen. Veel jongeren zullen zich er evengoed in herkennen en het is sowieso al heel goed dat er aandacht besteed wordt aan hooggevoelig zijn besteed wordt. Dan krijgen al die onbegrijpelijke gevoelens tenminste eindelijk eens een naam! Wat dat betreft is het wel goed dat dit boek geschreven en uitgegeven is. En misschien ben ik gewoon een hooggevoelige zeur, dat kan natuurlijk ook...


ISBN 9789461317339 | Paperback | 208 pagina's | Uitgeverij Van Halewyck | juni 2018

© Dettie, 12 juli 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De liefdesbrieven van Abelard & Lily
Laura Creedle


'De dag dat Abelard en ik de tussenwand vernielde had ik een toets Engels van vier uur.'


Deze openingszin geeft precies weer wat er met de ik (Lily) steeds opnieuw gebeurt. Als ze namelijk lang stil heeft gezeten móet ze bewegen en helemaal als er ineens wat over haar gezegd wordt in de klas en ze kan het niet verstaan. En dát gebeurde dus op de dag van de toets. 


'Ik moest weg, ook al had ik mijn moeder beloofd dat ik niet meer zou spijbelen, wat er ook zou gebeuren.
Ik stond op. Mijn voeten kozen voor de deur, maar een knarsend metaalachtig geluid hield me tegen.
Ik draaide me om.'


Het geluid komt van de harmonicawand waarmee de klaslokalen in tweeën zijn gedeeld. Het handvat gaat op en neer en Lily stapt er op af. Ze duwt en trekt... een knal... en de deur schuif twee meter open. Het mechanisme is gelijk kapot...  Lily Michaels-Ryan moet mee met Coach Neuwirth.  Hij zegt van alles tegen haar maar ze verstaat hem niet goed. Hij geeft haar een tadelier waarop haar ouders hun kantening moeten etten voordat ze kan bezugbo inne kas.  Ze wordt daarna naar de kamer van de conrector gestuurd.
Het probleem is dat Lily ADHD heeft en de laatste maand haar medicijnen niet heeft ingenomen. Ze vindt de bijwerkingen te lastig. Maar daardoor is ze wel weer veel rustelozer met alle gevolgen van dien.


Tot haar grote geluk ontdekt Lily in de wachtruimte bij de conrector dat daar Abelard Mitchel zit. Hij stond aan de andere kant van de vouwdeur. Ze kent hem al vanaf de kleuterschool. 'Hij heeft een milde vorm van autisme, of Asperger of zo.'[...] Voor zover ik wist was Abelard behoorlijk briljant,' vertelt Lily over hem. Het verschil tussen de twee is dat hij dingen wil repareren, niet vernielen, en dat laatste overkomt Lily altijd. Om haar heen gaat altijd alles onbedoeld kapot.
Al zittend in de wachtruimte, geeft Lily onverwacht Abelard een zoen. En daardoor verandert alles. De twee gigantische tegenpolen blijken een enorme aantrekkingskracht op elkaar te hebben.


We lezen hoe de twee kwetsbare mensen op hun eigen manier met elkaar omgaan. Ze begrijpen elkaar volkomen en vullen elkaar perfect aan. Zij is druk en chaotisch, hij is rustig en bedachtzaam. Zij is impulsief, zit vol plannen en hij volgt langzaam en voert zijn plannen uit. Maar wat Lily het meest prettige vindt is dat Abelard ook het - echt bestaande -  boek De brieven van Abélard en Heloïse  (en beroemd liefdespaar uit de Middeleeuwen) heeft gelezen. In dat boek staan de acht brieven die zij na een verboden liefde en verbanning naar een klooster aan elkaar schreven. Zowel Lily als Abelard kunnen de inhoud van het boek dromen en via de app (elke avond om exact 19.00 uur) communiceren ze met elkaar in fragmenten uit die brieven. Wat een verrassend en ontroerend effect heeft.


Lily weet al snel dat ze verder wil gaan met Abelard, zowel in lichamelijk opzicht als in haar verder leven. Ze worstelt ermee, want de altijd wat traag reagerende Abelard heeft moeite me lichamelijk contact, en zij, de spontane, drukke Lily, wil altijd alles voelen, aanraken. Ze moet zich beheersen wil ze hem niet afschrikken.  Bovendien wil ze hem,  net als Heloïse uit het boek, niet blokkeren in zijn groei. Ze weet dat hij zijn grote kennis moet gaan gebruiken, dat hij verder moet, hij is immers briljant! Ze wil hem niet afremmen in zijn keuzes. Toch weet ze dat hij ook niet zonder haar verder wil, en dat uit hij op een dag op een voor hem heel verrassende manier.


Naast dit tere liefdesverhaal is er nog een tweede lijn in het boek dat belangrijk is. Dat is het verhaal rond Lily's vader. De man die haar zo bij stond, die haar zo geholpen heeft om te leren omgaan met haar dyslexie, die haar eindeloos uit prachtige literaire werken voorlas (zoals de brieven van Abélard en Heloïse). Maar ook de man die plotseling vertrok, haar in de steek liet. Ze wil hem zien, bij hem wonen, weten hoe het met hem is... Maar mag ze wel naar hem toe? Haar moeder is er fel op tegen. Ze begrijpt dat niet.
Dankzij haar impulsieve aard ontdekt ze uiteindelijk iets over hem dat ze liever niet had geweten.


Ondertussen ondergaat Lily allerlei onderzoeken rond haar ADHD want ze komt steeds vaker in de problemen daardoor, en ze komt voor een erg zware keuze te staan. Als ze ja zegt, blijft ze dan nog wel Lily?


Het is een realistisch maar daardoor ook zo ontroerend verhaal. De schrijfster heeft duidelijk het verhaal van de Middeleeuwse Abélard en Heloïse als uitgangspunt genomen en deels gevolgd, wat een bijzonder effect geeft. Bovendien heeft ze de kracht én kwetsbaarheid van de twee jongeren perfect in woorden weten om te zetten, zonder sentimenteel te worden. Een boek dat je in één ruk uitleest en eigenlijk nog even bij je wilt houden om af en toe aan te raken, of over de kaft te strijken, omdat het zo mooi was...


Lees de eerste twee hoofdstukken van dit boek.


ISBN 9789025769635 | Paperback | 350 pagina's | Uitgeverij Gottmer | augustus 2018
Vertaald door Tjalling Bos | leeftijd 15+

© Dettie, 26 september 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Elanus
Ursula Poznanski

De zeventienjarige Jona Wolfram is als het ware gescout door de rector van de universiteit in Rothenheim. Hij mag komen studeren op deze elitaire universiteit. Jona is een wonderkind, maar zoals dat vaak het geval is: hij is wel uitermate intelligent, lost wiskundige sommen sneller op dan een rekenmachine, maar op het sociale vlak is hij niet zo handig. Hij is nogal wijsneuzig, probeert alles te beredeneren. Dat werkt niet echt en dat weet hij eigenlijk wel, maar hij is iemand die eerst doet en dan denkt. En dat vinden anderen niet echt prettig.


Zijn ouders hebben een gastgezin voor hem gevonden, de familie Helmreich, maar al doet Jona zijn uiterste best, echt soepel verloopt de omgang niet. Dat heeft deels te maken met zijn geheim: hij heeft een zelfgemaakte, computergestuurde drone, die hij Elanus noemt, naar de grijze wouw, een roofvogel. Met Elanus kan hij film- en geluidopnames maken.


Al snel ontdekt hij met behulp van Elanus dat mensen geheimzinnig doen en geheimen hebben. Dat maakt hem nieuwsgierig!
Een andere onhandige zet is een briefje met een dubieuze tekst, dat hij zomaar bij onbekenden in de tas stopt. Hij blijkt er precies de verkeerde personen voor uitgekozen te hebben! Ook Marlene heeft zo’n briefje gekregen, en op dat meisje is hij een beetje verliefd geworden. Hoe kan hij haar er van overtuigen dat hij het allemaal niet zo kwaad bedoelt?  Eigenlijk heeft Jona maar één  vriend: buurjongen Pascal, die hem wel wil helpen in ruil voor bijles. ‘Pascal is de enige die hij niets wijs hoeft te maken.’


Een professor pleegt zelfmoord en twee jongeren belanden in het ziekenhuis, is er verband tussen deze gebeurtenissen? Elanus ‘ziet’ dat iemand knoeit met een infuus, en dat er iemand midden in de nacht in het park graaft. En wat doen die mensen ’s nachts in de bouwput waar een onderzoeksinstituut gebouwd gaat worden? De ‘slechteriken’ zijn ook niet dom: ze spotten Elanus! Vanaf dat moment verkeert Jona in gevaar…


Jona is een personage dat voor jongeren herkenbaar is: al zal niet iedereen superslim zijn zoals hij, velen kunnen last hebben van onhandigheid zoals Jona. Zijn onzekerheid en zijn nieuwsgierigheid brengen hem in de problemen. Je wilt weten hoe hij daaruit gaat komen!


De Oostenrijkse Ursula Poznanski is bekend vanwege spannende thrillers als Saeculum en Vijf. Elanus gaat ook zeker hoge ogen gooien, het is een superspannend verhaal waarin de ontknoping pas op het laatst komt. Je blijft dus gespannen doorlezen!


ISBN 9789047710257 | paperback | 365 pagina's | Lemniscaat | juni 2018| Vanaf 15 jaar.
Vertaald uit het Duits door Esther Otten

© Marjo, 29 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Schaduwzwart
Deel 2 uit de serie Spellslinger
Sebastien de Castell

De zestienjarige Kellen is nog steeds vogelvrij. Terwijl hij probeert een manier te vinden om terug te kunnen keren naar zijn eigen volk, naar zijn geliefde Nephenia en naar zijn jongere ambitieuze zusje Shalla die hij meer mist dan hij verwachtte, zwerft hij ver buiten zijn vaderland rond. Hij draagt de tekenen van het schaduwzwart, pijnlijke en magische zwarte lijnen.


Meteen als het tweede boek begint moet Ferius hem weer eens uit de nesten halen waarin hij zichzelf heeft gebracht, toen hij samen met Reichis een poging deed om terug te krijgen wat hem afgenomen is. De eekhoornkat heeft vele talenten maar wijze raad is er niet een van. Niet op dit moment tenminste.


‘Reichis maakt een pufgeluid in mijn oor, zijn versie van een zucht. ‘Eerst klem je je kaken om de hals van die andere vent. ‘ Hij sperde zijn bek wijd open om zijn snijtanden te laten zien en stak zijn kaak naar voren. ‘Dan schud je totdat zijn keel loskomt. Simpel.’


Maar de twee zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. En als Kellen geluk heeft blijft ook Ferius aan hun zij, met de edele vechtsport die zij uitstekend beheerst, is zij de beste bescherming die hij zich kan denken.


‘Het schaduwzwart toont je een lelijke wereld, Kellen. Het geeft je geen excuus om net zo lelijk te doen. Dat is niet het pad van de Argosi.’
Het pad van de Argosi. Wat dat ook moge betekenen.
Ik wilde me wegdraaien, maar ze pakte me bij mijn kin beet en hield die vast, ook al reden we door. ’ Die lijnen van je breiden zich telkens als je magie gebruikt een beetje uit. Dat weet je toch?’
‘Dat verbeeld je je, ‘zei ik, en ik trok mijn kin los. ‘Bovendien, hoe moet ik me anders verdedigen als jij me geen Argosivechttechnieken leert?
‘Voor de zoveelste keer: die bestaan niet.’


Het gezelschap trekt naar de Zeven Zanden, ‘een soort niemandsland, dat door de grootmachten gebruikt wordt om te zorgen dat ze elkaar niet dagelijks naar het leven staan’. Midden in het land is een Academie opgericht, die een goede naam heeft gekregen. Een school waar jongeren uit de omliggende landen elkaar kunnen leren kennen en begrijpen zodat ze eenmaal volwassen, beter zullen samenwerken. Dat was de idealistische opzet.


In de woestijn ontmoet het gezelschap het meisje Seneira dat op zoek is naar genezing. Van het schaduwzwart! In haar gezelschap is een argosivrouw, Rosie.
Hun komst is de voorbode van de avonturen die zullen volgen. Gevaarlijke, vaak magische avonturen. Is schaduwzwart aan het uitbreiden? Is het een epidemie aan het worden? Kan Kellen de remedie vinden?

Kellen ontmoet figuren waarvan hij niet weet of hij hen kan vertrouwen of niet. Dat wordt de grote les in dit tweede deel: hij moet mensenkennis opdoen, waar zelfkennis een onderdeel van vormt. Er wordt nogal wat verwacht van een zestienjarige. Gelukkig heeft hij de volledige steun van ‘meesterkraker‘ Reichis, en zo eindigt deel twee min of meer waar het mee begonnen is: met een inbraak.


‘Laten we geen kaarten maken van landen die we nog niet gezien hebben.’


Dus wachten we in spanning het volgende deel af. Na deze twee eerste delen kunnen we er wel op vertrouwen dat de hele serie alle fans in zijn ban zal houden, met hopelijk een snelgroeiende schare toekomstige lezers!
Sebastien De Castell heeft zelf ook een magische gave: die van het schrijven!
Het wachten zal lang duren...


ISBN 9789030503668 | Paperback | 336 pagina's | Meis & Maas | maart 2018 | Vanaf 15 jaar.
Vertaald uit het Engels door Hanneke van Soest.

© Marjo, 19 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Op het einde gaan ze allebei dood
Adam Silvera


En dan is er Death-Cast, een organisatie die mensen belt dat ze binnen 24 uur zullen sterven, met als achterliggend idee dat zij hun geliefden kunnen voorbereiden. Hun dood zou zonder waarschuwing onvoorzien zijn.


Vanaf het moment dat ze aan het begin van de dag - midden in de nacht dus - gebeld worden zijn deze mensen Doodlopers, en beginnen ze aan hun Laatste Dag. De organisatie heeft allerlei dingen bedacht om hen daarbij te helpen: ze kunnen berichten plaatsen op een speciale Facebookpagina. Ze kunnen een maatje zoeken via de Last-Friend-app. Ze kunnen op een virtuele manier avonturen beleven, zoals parachutespringen of met haaien zwemmen. Ze kunnen naar de Travel Arena om de wereld rond te reizen.
Maar één ding staat vast: ze gaan binnen 24 uur dood. Hoeveel tijd ze nog hebben, op welke manier het zal gebeuren, dat is niet bekend en dat maakt het lastig om te bepalen wat je gaat doen. Kun je nog naar buiten of word je dan overreden door een wegpiraat? Kun je de lift nemen, of stort die dan naar beneden? Kun je naar een plek waar veel mensen zijn, of is er dan net iemand die een bom af laat gaan?


Nadat ze allebei een telefoontje gehad hebben. besluiten Mateo Torrez en Rufus Emeterio, 18 en 17 jaar oud, elkaars Laatste Vriend te worden. Het klikt wonderwel tussen hen, ook al zijn ze elkaars tegenpolen. Ze vullen elkaar aan: Rufus daagt Mateo uit, Mateo tempert Rufus indien nodig.


‘Waar gaan we heen?’ vraag ik terwijl ik verder bij de deur vandaan schuifel. ‘We moeten een aanvalsplan hebben.’
‘Een aanvalsplan dat lijkt me te bloederig,’ zegt Rufus. ‘Ik hou meer van het woord ‘strategie’. Hij duwt zijn fiets in de richting van de straathoek. ‘Een bucketlist is zinloos. Je kunt toch niet alles doen. We kunnen maar beter gewoon met de stroom meedrijven.’


‘We zullen geen natuurlijke dood sterven. Hoe kunnen we nou proberen te leven als de eerste de beste vrachtwagen ons omver kan rijden wanneer we de straat oversteken?’
‘Dan kijken we toch gewoon goed naar links en rechts, zoals we in de kleuterschool geleerd hebben.‘


Er moet afscheid genomen worden van hun geliefden, maar dat zijn er niet zo veel. Mateo is een gevoelige jongeman die tot dan toe in zijn eigen kleine wereldje leefde. Hij heeft alleen nog een vader, en die ligt comateus in het ziekenhuis. En er is een vriendin, Lidia, alleenstaande moeder.
Rufus is een wees, hij heeft alleen de Pluto’s, andere weesjongeren met wie hij in een vervangend gezin woont. Als hij zijn telefoontje krijgt, heeft hij net het vriendje van zijn ex in elkaar geslagen, die op dat moment verhaal komt halen met in zijn kielzog de politie. Rufus vlucht maar dan worden zijn vrienden gearresteerd. En Rufus begrijpt maar niet waarom de jongens hun telefoon niet opnemen…


Mateo en Rufus hebben nog niet eens verwerkt hoe Death-Cast al eerder in hun leven ingreep  - zo voelt het voor hen, als een ingreep, hoewel de organisatie natuurlijk niet zelf de dood veroorzaakt - door familieleden weg te nemen. En ze zijn jong, zij waren in de veronderstelling dat hun leven nog moest beginnen.
Nu dat niet het geval is, vinden ze steun in elkaar. Het is maar een enkele dag, maar de vriendschap groeit snel.


We volgen de jongens, terwijl ook andere personages voorbij komen. De hoofdstukken beginnen veelal met de opmerking of de betreffende persoon wel of niet een telefoontje heeft gehad. Dat heeft invloed op de beslissingen de zij nemen, en zo krijgen de terloopse ontmoetingen die zij onwetend met elkaar hebben voor de lezer meer betekenis.


Je zou denken dat het een somber boek is, de dood is immers onontkoombaar, en nee, er wordt geen enkele hoop geboden, maar Adam Silvera slaagt erin het verhaal van begin tot eind te laten boeien. Dat komt doordat de jongens elkaar hun verhalen vertellen en hun gevoelens uiten, doordat ze samen dingen beleven die ze anders niet gedaan zouden hebben. Zo ontstaat er toch een compleet verhaal, over een hechte vriendschap. Vanzelfsprekend is het ontroerend, maar er is ook humor, en wonderlijk genoeg blijft er een spanning tot het einde...


Het is een intrigerend gegeven: Wat doe je als je weet dat dit je laatste dag is? Kruip je met de mensen die je liefhebt op de bank om een potje te huilen en wacht je af? Of ga je net als deze twee jongens de confrontatie aan en wil je nog van alles meemaken?


Adam Silvera werd geboren in de Bronx, was werkzaam bij een uitgeverij onder andere als recensent van jeugd- en jongerenboeken. Dit boek is niet zijn debuut maar wel het eerste dat in het Nederlands vertaald is. In Amerika was het een groot succes.


ISBN 9789044831740 | Hardcover | 336 pagina's | Uitgeverij Clavis | april 2018 | Vanaf 15 jaar.
Vertaald uit het Engels door Tine Poesen

© Marjo, 14 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Royals
1 Schots kasteel, 1 kroonprins, 1 verloving en 2 te krappe pumps
Rachel Hawkins


Daisy Winters is een doodgewone meid, wonend in Perdido, een klein plaatsje in het noorden van Florida, werkend in een supermarkt, die graag haar haar in een de gekste kleuren verft en haar hart op haar tong heeft. Maar haar leven staat op zijn kop vanaf het moment dat haar zeven jaar oudere, beeldschone, keurige, perfecte zus Eleanor (Ellie) een relatie heeft met Alexander James Lachlan, Baird, hertog van Rothesay, graaf van Carrick, eerstvolgende in de lijn van erfopvolging voor de Schotse kroon. Kortom, Ellie heeft een relatie met de Schotse kroonprins.  En nu zijn ze verloofd! Het huwelijk zal over zeven maanden, in december, plaatsvinden.


Daisy is in alles het tegenovergestelde van Ellie. "Dat is een van de grootste verschillen tussen Ellie en mij: zij is zo ongeveer sinds haar geboorte prinses Barbie.[...]
Mijn zus is er altijd maar één stapje van verwijderd geweest dat de muizen jurken voro haar maakten, maar sinds ze Alexander heeft ontmoet, is haar Disneyprinsessengehalte met een factor tien gestegen. We hebben allebei mama's lichte haar, maar dat van El glansde altijd al meer, als goud." zegt zij over haar zus.


Ook de zeventienjarige broer van Alex is de tegenpool van de beschaafde, welwillende kroonprins. Sebastian (Seb) is zelfs het enfant terrible van het koninklijke gezin, Seb trekt altijd op met en vast stel vrienden, die door de bladen de Royal Wreckers worden genoemd. Overal waar hij komt, veroorzaakt hij opschudding. Ondanks zijn leeftijd is hij echter wel de meeste begeerde vrijgezel aller tijden. Alex zus, prinses Flora, is beeldschoon en sierde al op haar achtste jaar de cover van Vogue...

En nu moet Daisy dus naar Schotland om zich voor te bereiden op het huwelijk van haar zus en de heersende koninklijke etiquette eigen te maken. Ze ziet er als een berg tegenop.  Isabel haar collega en vriendin leeft enorm mee en leest alle roddels voor die in de bladen geplaatst worden zodat Daisy weet wat haar te wachten staat.

Eenmaal in de koninklijke kringen aanbeland, blijkt dat veel van het hofleven niet is wat het lijkt. Alles draait om decorum, veel gebeurtenissen worden verdoezeld of de aandacht wordt bewust afgeleid door fakenieuws de wereld in te slingeren. Ook de eerlijke Daisy komt er niet onderuit. Toch is ze al snel geliefd bij het publiek in Schotland omdat ze de flapuit blijft die ze altijd al geweest is, zelfs tegen de hoogste elite houdt ze haar mond niet. De Schotse koningin is regelmatig 'not amused'.
Natuurlijk leert zij ook Sebastian en de Royal Wreckers kennen. Ze zijn nog erger dan de roddelbladen melden, veel erger... En één van hen, Miles, is de ergste, vindt Daisy. Een stijve hark is hij, hoewel...
Het wordt een turbulente tijd, waarbij Daisy alle zeilen bij moet zetten om overeind te blijven in deze bizarre wereld vol verzwegen geheimen.


Een boek met een vette knipoog naar het Engelse koningshuis en met name een knipoog naar de vroeger zo rebelse prins Harry en zijn bravere broer prins William.  Het is een apart idee om nu eens een verhaal te schrijven vanuit de zus van iemand die een relatie aangaat met een telg van een koninklijke familie. Wij zien vaak alleen de Royal family zelf maar beseffen zelden wat het voor gevolgen voor de familieleden heeft, buiten de sappige roddels om. Rachel Hawkins heeft dit gegeven met veel humor weten te brengen, je zit regelmatig te grinniken om de directe uitlatingen van Daisy, zij zegt wat menigeen denkt! Soms lezen we de persberichten na een gebeurtenis, waardoor het geheel nog meer gaat leven.


Rachel Hawkins heeft een vlotte schrijfstijl en weet dit verhaal over de Royals met verve en overtuiging te brengen. Ik heb me kostelijk geamuseerd.


ISBN 9789000363711 | Paperback | 269 pagina's | Uitgeverij Van Goor | NUR 285 | Young Adult | juli 2018
vertaald door Karin Breuker

© Dettie, 8 augustus 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER