Nieuwe jeugdboekrecensies 15+

Laat ons zien wie je bent
Elle McNicoll


‘Weet je wat jou anders maakt, Cora? Kun je dat uitleggen?’

Zo begint de proloog van dit boek. Pas later begrijp je als lezer wat daar precies gebeurt, nu denk je nog dat Cora aan een wetenschapper uit wil leggen wat het betekent om autist te zijn.


Cora is twaalf jaar en weet heel goed dat ze anders is dan haar leeftijdsgenoten. Haar moeder is overleden, haar vader en broer Gregor steunen haar onvoorwaardelijk. Zo niet de leraren op school en de meeste klasgenoten.
Ze is dan misschien anders omdat ze heel gevoelig is – ze weet ook dat ze slim is en dus komt de afwijzing van haar leraar hard aan. Ze had zich zo goed voorbereid, laten zien dat ze het zeker kan, een schoolkrant maken, maar nee, zegt de leraar: ze kan niet samenwerken, dus ze mag niet in de redactie.


Ze heeft weinig keus: ze zal dit moeten accepteren, de pesterijen, het genegeerd worden. Ze is nu eenmaal aan autist.
Als haar broer haar meeneemt naar een bedrijfsfeestje van Het Pomegranate Instituut waar hij werkt, waar ze helemaal niet mee naar toe wilde, ontmoet ze Adrien, de zoon van zijn baas. Er is meteen een klik tussen hen.
Hij is leeftijdgenoot, en tot haar verbazing gaat hij niet naar school maar krijgt hij privéonderwijs.
Later zal blijken dat ook Adrien ‘anders’ is, hij is een ADHD-er. Hij ‘stuitert’.


Het Instituut maakt interactieve hologrammen van beroemde personen, zodat je je helden kunt ontmoeten alsof ze echt zijn. Die techniek willen ze ook toepassen voor ‘gewone’ mensen, zodat ze na hun dood nog door dierbaren kunnen worden bezocht. Cora wil er graag meer van weten, en accepteert maar al te graag een uitnodiging voor een rondleiding.
Maar daar blijkt meer achter te zitten dan ze ooit had kunnen bedenken.
En al vertelt die Dr Gold het nog allemaal zo leuk, Cora twijfelt steeds meer of ze met diens plannen in zee moet gaan. Het lijkt haar wel heel leuk, heel bijzonder, maar er zijn wel haken en ogen. Dr. Gold wuift dat weg natuurlijk, maar gelukkig is Adrien het met Cora eens. Maar het is een machtige wereld waar ze het tegen moeten opnemen! De wereld van het geld.


Hologrammen van mensen, het klinkt misschien futuristisch, maar dat is het allang niet meer. Dit verhaal gaat over de ethische kwestie of je zoiets wel zou mogen doen: hologrammen maken van mensen.  Maar natuurlijk is het vooral het verhaal van een bijzonder meisje.


‘Cora, de enige reden waarom ze altijd tegen me zeggen ‘jij bent niet je ADHD is omdat ze zichzelf dan minder bedreigd voelen. Want stel je voor dat je erachter komt wat jou anders maakt. Stel je voor dat je het accepteert en het zelfs leuk vindt, en dat je zegt dat je er niets aan wil veranderen. Dan word je een gevaar.’
‘Gevaar? Zei je nou ‘gevaar’?
‘Ja. Mensen die zichzelf leuk vinden zijn erg gevaarlijk.’


Elle McNicoll (Edinburgh, 1992) is een Schotse kinderschrijver. Haar debuutroman  Een soort vonk had hetzelfde achterliggende thema als onderhavig boek. McNicoll is zelf een autist.


ISBN 9789047713739 | Hardcover | 344 pagina's | Uitgeverij Lemniscaat| maart 2022
Vertaald uit het Engels door Margaretha van Andel | Leeftijd 15+

© Marjo, 5 mei 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Alleen meisjes kunnen vliegen
Luc Hanegreefs


1899. Een jong meisje probeert te vluchten. Ze komt uit een kasteel, maar waarom ze eigenlijk probeert weg te komen is niet duidelijk. Wel dat ze teruggehaald wordt. Door ene Jacob.
Dan maken we een sprong in de tijd.


1959. Een vader wandelt met zijn zoon naar een kerk, in een klein dorp. Ze zien een oude man met bloemen: ‘ze houdt van aronskelken’, zegt hij en even later zien ze die bloemen op een monument n de kerk liggen. In hetzelfde dorp staat een kasteel, nogal vervallen Het lijkt onbewoond, maar dat blijkt niet zo te zijn.  De vader loopt het terrein van het kasteel op, hoewel de jongen protesteert. Dat is toch privé-domein! En terwijl ze door de tuin lopen ziet de jongen het: in een opening in de toren van het kasteel staat een gedaante. Helemaal in het wit, druk gebarend naar de jongen. En dan is ze weg.
Wat heeft hij gezien? Wie woont er in het kasteel?


1899: Cornelia zit opgesloten in haar kamer op het kasteel. Haar vader is sinds kort weduwnaar, en het meisje voelt aan wat hij van plan is.


‘Birgit? Geloof jij echt dat mama kon vliegen?’ vroeg Cornelia plots.
Birgit schraapte haar keel voor de bedachtzaam antwoordde. ‘Ze zei me wel eens dat ze wou dat ze kon wegvliegen van je vader, maar alleen als ze jou ook mee kon nemen.’
‘Dat heeft ze niet gedaan. Waarom niet, denk je?’


De huishoudster heeft daar geen antwoord op, en zo blijft het meisje denken dat haar moeder echt weggevlogen is. Maar zij kan (nog) niet vliegen. En ze kan niet tegen haar vader op. En zo wordt er nog geen jaar later een kind geboren: Katrina.
Maar Cornelia zal niet voor haar zorgen, dat doen Birgit en Jacob, ook nadat de kasteelheer verdwenen is op de dag dat hij het kasteel verliet om elders te gaan wonen. Hij had Katrina met zich mee willen nemen.


1960: de vader heeft een lelijke smak gemaakt en zijn geheugen is verstoord. Er worden geen wandelingen meer gemaakt. De jongen wil weten wat er precies gebeurd is, en zo ontdekt hij dat zijn vader geheimen had. Tot zijn verbijstering en die van zijn moeder worden er enveloppen bezorgd: in de een zit een klein sleuteltje en in de andere een insigne met een hakenkruis erop. Wat is dit? En waarom?


Op zijn zoektocht naar de achterliggende verhalen en het geheim van zijn vader ontdekt de jongen – die op pagina 119 een naam krijgt: Anton – wat er allemaal gebeurd is in de oorlogsjaren toen Duitsers het kasteel gevorderd hadden. En hij leert de huidige bewoners van het kasteel kennen. In de eerste plaats Nellie, een leeftijdsgenoot, die net als hij geïntrigeerd is door de raadsels en ook op zoek gaat. Als hij haar vraagt waar de vader van Cornelia is gebleven, zegt ze:


‘Dat heb ik Birgit ook gevraagd. Hij is ook… weg. Meer wilde ze er niet over kwijt.’
‘Weggevlogen?’ Ik kon de spottende toon in mijn stem amper verbergen.
‘Natuurlijk niet!’ beet ze verontwaardigd terug. ‘Alleen meisjes kunnen vliegen.’


Een spannende historische thriller. Alleen al door het heen en weer springen in de tijd is dit best een uitdaging voor jonge lezers, maar ook de geschiedenis van de kasteelbewoners is vrij ingewikkeld.
Toch, als je eenmaal in het verhaal zit, wil je weten wat er nu eigenlijk allemaal aan de hand was. Wat is er gebeurd met die vrouwen op het kasteel?
Wat is er gebeurd met de vader van Anton en hoe is hij bij het kasteel betrokken?


Gaandeweg wordt duidelijk dat het hier gaat om een onderbelicht aspect van de Tweede Wereldoorlog. Hanegreefs legt achter in het boek uit wat er aan de hand was. Misschien had hij dat beter aan het begin kunnen doen…


Luc Hanegreefs (1959) werkte jarenlang als journalist voor onder meer De Tijd, vrt en de nieuwsdienst van vtm. Nu verdeelt hij zijn tijd tussen schrijven en doceren aan de Hasseltse hogeschool, waar hij studenten journalistiek opleidt. In 1996 verscheen zijn eerste jeugdboek.


ISBN 9789044844856 | Hardcover | 206 pagina's | Uitgeverij Clavis | februari 2022
Leeftijd vanaf 14 jaar

© Marjo, 2 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Een mooie vreemde ontdekking
Hank Green


Dit boek is het vervolg op ‘Een zeer opmerkelijk verschijnsel’ dat ik niet gelezen heb. Ik moet me hiervoor dus baseren op de tekst die achterin het boek staat en wat ik op kan maken uit het verhaal dat in dit boek verteld wordt.


In ‘Een zeer opmerkelijk verschijnsel’ stuit de 23-jarige studente April May op een gigantische sculptuur die vanuit het niets ineens midden in Manhattan staat. Ze noemt het beeld Carl en maakt er een filmpje van, dat ze op YouTube zet. Ook in andere steden duiken deze beelden op en April wordt een beroemdheid. De beelden verdwijnen weer even plotseling als ze verschenen zijn en ook April is plotseling verdwenen, terwijl alles er op wijst dat ze bij een aanslag om het leven is gekomen.


Dit is de situatie aan het begin van het boek en doordat het eerste hoofdstuk door haar verteld wordt, lijkt het in ieder geval duidelijk dat ze nog in leven is. Hoe het allemaal precies zit leren we pas veel later in het boek. Vooralsnog wordt het verhaal verteld door Maya, Andy Skampt en Miranda, drie vrienden van April, die met haar verdwijning moeten leren leven.
Het een en ander wordt afgewisseld met tweets, artikelen en andere teksten van internet. Er duiken boeken op met mysterieuze instructies, die wel van April afkomstig lijken te zijn.


En dan is er nog Peter Petrawicki, die een hekel aan April had. Hij is de man achter een bedrijf met de naam Altus, dat zich bezig lijkt te houden met een manier om het brein van mensen met elkaar te verbinden via internet met behulp van virtual reality brillen en speciale software, die het mogelijk maakt om de wereld waar te nemen via de ogen van anderen. Op deze manier is het ook mogelijk om een andere taal te leren door toegang te krijgen tot het brein van iemand die de betreffende taal als moedertaal heeft. Het wordt allemaal als idealistisch voorgesteld, maar dat is het dus niet.


Als April later weer opduikt in het boek, komen er ook hoofdstukken waarin Carl aan het woord zijn (Ja, hier wordt de meervoudsvorm gebruikt, omdat dit ook gebruikt wordt in deze hoofdstukken. De Carl, of Carl zijn met meerderen en hoewel ze met één stem spreken wordt toch de meervoudsvorm gebruikt.)


Het is een bijzonder spannend boek, waarin je je mee kunt laten zuigen. Het is geen echt science fiction verhaal, maar een wat dystopisch aandoende fantasie, die zich min of meer in het heden afspeelt, al zijn er dingen die niet werkelijk bestaan. In die zin doet het een beetje denken aan ‘De Cirkel’, van Dave Eggers.


ISBN 978 94 027 0638 3 | Paperback | 539 pagina’s | HarperCollins | februari 2021
vertaald door Karin de Haas | Leeftijd 15+

© Renate 6 maart 2022

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Uit het niets
Aline Sax


Een meisje wordt wakker in het donker. Het is echt donker, nergens een lichtstreep, geen schemer door gordijnen, geen lichtpuntje van een wekker of iets degelijks. Niets dan donkerte.
Ze twijfelt even of dit de dood is, maar dan hoort ze wel geluiden: ademende mensen!
Maar waar is ze? Hoe komt ze daar? Ze heeft geen idee.


Maar nog erger is het als ze beseft dat ze niet eens weet wie ze is!
Hoe heet ze? Waar komt ze vandaan?
Ze heeft geen enkel antwoord. Ze weet alleen dat ze hoofdpijn heeft.


Als ze weer wakker wordt, is het in een helverlichte ruimte. Er bevinden zich onbekenden, een stuk of tien, in dezelfde ruimte. Ze kent hen niet.
Dan verschijnt er een vrouw in de deuropening die hen goedemorgen wenst. Ze vertelt dat ze hen een voor een zal komen halen, om hen te vertellen wat er aan de hand is. Maar eerst is er eten, een kom met een dikke brij, niet echt smakelijk. En er is koffie.
Even later komt de vrouw inderdaad de eerste persoon halen.


Als het meisje aan de beurt is neemt ze haar mee door gangen waarvan het lijkt dat het een luchthaven is. Er zijn bagagebanden, maar nergens tekenen van reizigers.
De vrouw stelt zich voor als Isabel. Ze schijnt te weten dat het meisje geen herinneringen heeft, dat ze zelfs niet haar naam kent.
En ze vertelt dat er twee simultane vulkaanuitbarstingen zijn geweest die het leven buiten deze luchthaven volledig hebben verwoest.
Buiten is het donker en koud. De lucht is vergiftigd. Alles is dood.


‘Probeer je er niet te veel zorgen over te maken. We kunnen niet veranderen wat er gebeurd is. We kunnen alleen goed voor elkaar zorgen, voor zij die het overleefd hebben.’


Het komt er op neer dat er ongeveer honderdvijftien overlevenden gevonden zijn die zich nu in de verlaten luchthaven bevinden. Er is een Raad ingesteld om alles te regelen, en er worden expedities gehouden, omdat de voorraad eten en medicijnen natuurlijk niet onuitputtelijk is. In de tussentijd wordt iedereen ingedeeld in werkgroepen om zich nuttig te maken. Dat is ook om verveling tegen te gaan.
Niemand lijkt nog herinneringen te hebben, hetgeen door de vergiftigde lucht komt.
Het meisje laat zich Maxime noemen, maar ze weet dat het niet haar naam is. Ze ontdekt dat ze goed is in piano spelen, en ze herinnert zich Latijnse teksten.


Maxime blijkt niet het volgzame type te zijn, zoals de meesten daar wel zijn. Er is een jongen, Chip, die betrapt wordt op een vluchtpoging. En dat wil Maxime ook: weg hier!
Er zijn zoveel vragen die niet beantwoord worden. En als ze toevallig hoort hoe Isabel een telefoongesprek voert, terwijl telefoons niet zouden werken, en ook nog camera’s ontdekt die eveneens werken, terwijl er geen elektriciteit meer is?
Dan is er maar een weg voor Maxime: weg hier!
Het lukt haar, maar wat staat er buiten de luchthaven te wachten?


Het verhaal heeft twee delen, het eerste speelt zich binnen af, het tweede buiten. Boven de hoofdstukken staan letters en puntjes. Raadselachtig, maar als je eenmaal dat trucje door hebt toch ook weer niet zo erg vreemd.
We weten al wel dat Aline Sax kan schrijven en ook dit verhaal sleept je mee in al zijn geheimzinnigheid.
Als het einde van de wereld daar is, en je bent een overlevende, hoe ga je daar dan mee om?


Aline Sax (Antwerpen, 1984) is een Vlaams auteur van jeugdboeken en adolescentenromans. Aline Sax werd al verschillende malen genomineerd voor belangrijke prijzen zoals de Boekenleeuw, de Gouden Uil, de Thea Beckmanprijs, de Gouden Lijst en de Kinder- en Jeugdjury Vlaanderen. Ook in het buitenland wonnen haar boeken prestigieuze prijzen. In 2017 werd zij als enige Vlaming geselecteerd voor de Aarhus39 - de 39 beste Europese jeugdauteurs jonger dan 40.


ISBN 9789002274343 | Paperback | 264 pagina's | Uitgeverij Davidsfonds | oktober 2021

© Marjo, 21 november 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Als ik er niet meer ben
Beau Charlotte


Een boek om stil van te worden.

1915
Het handelt om een Schotse jongen van zestien, Douglas McMorrow, die een vrij troosteloos leven leidt. Zijn kunstzinnige, zachtaardige moeder is onverwacht overleden en vanaf die tijd ziet vader Angus liever de fles dan zijn zoon. Gelukkig is grootvader er nog. Maar als die ook overlijdt, weet Douglas, die qua karakter erg op zijn moeder lijkt, niet meer wat hij in het dorpje te zoeken heeft.


1916
Als Lachlan, een jongen uit zijn dorp, hem voorstelt om samen het leger in te gaan, lijkt dit een mooie uitweg om aan het naargeestige leven te ontsnappen. Misschien wordt hij nog iemand van betekenis. Maar nadat ze uitgezonden zijn na een korte opleiding in Engeland en in Frankrijk de verschrikkingen van de slag bij Deville doorstaan hebben en Douglas eigenlijk gewoon naar huis wil, is het kapitein Lewis die hem daarvan weerhoudt. De man heeft Douglas precies de dingen gezegd die hij nodig had, hij zei de woorden waar Douglas naar snakte om te horen.


We lezen over de verschrikkingen op het slagveld die soms zeer expliciet worden verteld. We lezen over kameraadschap en afgunst. We lezen over de zeer jonge jongens die zeer volwassen dingen moeten doen. Maar het ergste is dat bijna alle mensen die aanwezig zijn in de loopgraven van deze waanzinnige oorlog, elke vorm van menselijkheid verliezen. Er zijn soldaten die hun verstand verliezen, er zijn soldaten die niet meer nadenken, ze volgen gewoon de orders op, en soldaten die vechtmachines worden zoals Douglas. Zelfs Lachlan krijgt een soort afkeer voor de kille jongen die Douglas is geworden. Toch blijven ze kameraden, door dik en dun, zoals alle soldaten van de eenheid altijd voor elkaar kiezen, ondanks alles.


Het bijzondere in het verhaal is dat Douglas alles aanschouwt en weet wat er met hem gebeurt, hij weet dat er een knop omgegaan is in zijn hoofd. En het ergste van alles is, dat hij uiteindelijk weet waarom hij het leger in is gegaan en dat was niet het uitzicht op het weinig enerverende leven in zijn dorp. Lachlan is aanvankelijk de nuchtere tegenhanger van Douglas maar uiteindelijk keren de rollen helemaal om.


Het verhaal is enorm indringend, het plaatst je midden in deze waanzinnige oorlog en het geeft via Douglas een stem aan die oorlog, ondanks alle waanzin van de gevechten en de kilheid waarmee de mensen te werk gaan, blijft de menselijke maat de boventoon voeren. Dat heeft de schrijfster in dit debuut heel knap weten te verwoorden. Het is dat je weet dat Clavis kinderboeken uitgeeft maar dit boek zou makkelijk als boek voor volwassenen door kunnen gaan.
Het eind is mogelijk wat té lief, maar dat is wel een verademing en pluspunt na alle heftige taferelen die Douglas en Lachlan hebben moeten doorstaan.
Kortom, het is een boek waarvan je het verhaal zeker niet snel zal vergeten.


ISBN 9789044839159 | Hardcover | NUR 285 | 200 pagina's | Clavis | oktober 2020
Leeftijd 15+ | Young Adult, maar meer adult dan young

© Dettie, 18 oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Enkeltje Mars
Herman van Campenhout en Wouter Polspoel

‘Wat maakt het in deze tijd uit wat die ouwe zakken hadden uitgericht, hoeveel veldslagen ze gewonnen of verloren hadden en hoeveel mensen ze de dood ingejaagd hadden? Was het niet beter de dingen die geschied waren te vervangen door gebeurtenissen die nog moesten komen? Hoe de technologie ons leven zal vergemakkelijken, bijvoorbeeld, of hoe we op de maan, op Mars en op Venus nieuwe kolonies zullen stichten en zo het heelal gaan veroveren.’

Als je leerlingen er zo over denken dan heb je het zwaar als lerares geschiedenis en PAV (Project Algemene Vakken, waaronder Nederlands, wiskunde, geschiedenis, aardrijkskunde en biologie).
Lucie Spiegels heeft dan ook al een hele tijd het idee dat het haar leerlingen allemaal niet interesseert. Een collega tegen wie ze dit vertelt vist een krantenartikel uit zijn zak.
Een advertentie: Elon Musk ( een enorm rijke Zuid-Afrikaans-Canadees-Amerikaans ondernemer,  oprichter van SpaceX en medebedenker en -oprichter van Zip2) zoekt mensen om te verhuizen naar de planeet Mars en er een nieuw leven op te bouwen.

Het spreekt Lucie meteen aan. Ze is vrijgezel, er is alleen haar vader die aan zijn laatste levensdagen bezig is. Bij de informatieavond wordt duidelijk dat ze nog niet onmiddellijk naar Mars zal gaan, eerst is er een trainingskamp in de Ardennen. Dan zou ze altijd nog terug kunnen krabbelen. En ze moet eerst nog geselecteerd worden. Maar als die hindernis genomen is vertrekt ze naar de Ardennen.

Al voor die selectieprocedure begint, zijn er twijfels bij Lucie: Echt? Elon Musk die in België kandidaten zoekt? En de testen zijn wel erg eenvoudig. En eenmaal op het kamp gebeuren er meer dingen waardoor ze zich af vraagt waar ze eigenlijk mee bezig zijn. Maar och, het is vakantietijd, en ze heeft haar baan nog niet opgezegd…

Wat een bevreemdend verhaal is – in het begin denk je als lezer: merkt Lucie nu echt niet hoe vreemd dit allemaal is? – wordt al gauw een spannend avontuur. Het is sciencefictionachtig, maar snijdt ook een zeer actueel maatschappelijk onderwerp aan. En voor Lucie is het een opstap naar een toekomst die wat meer bevrediging zal geven. Diverse thema’s dus, waardoor het interessant blijft.

De schrijvers zijn een Vlaams duo, dus verbaas je niet over de Vlaamse woorden en zinsopbouw.
De hoofdfiguur is een volwassen vrouw. Dat schept afstand tot de lezer. Het boek is namelijk voor een jongere doelgroep geschreven. Was het misschien beter geweest om dat personage aansprekender te maken door voor een wat oudere tiener te kiezen?
Maar ook al is de insteek is niet zo realistisch en bepaalde dingen die gebeuren ook niet, dat maakt het niet minder prettig om te lezen! Geheimzinnigheid, en een actueel thema, dat spreekt wel aan.

Schrijversduo Wouter Polspoel (1988) en Herman Van Campenhout (1943) schreef eerder al Youra en het XXste konvooi , de mollen van Petit Bois en Muurziek.
Beide schrijvers wonen in Mechelen.

ISBN 9789083202853| paperback | 164 pagina's | Uitgeverij Phoenix Books| februari 2022
Leeftijd 15+

© Marjo, 8 april 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Doodverklaard
Inge Verbruggen


Als de zeventienjarige Isa Mendonck een leuke jongen ontmoet gaat ze thuis op internet op zoek of hij misschien ook actief is op sociale media. Dat valt nogal tegen, maar ze is zelf ook niet echt actief daar. Misschien is ze zelf ook wel onvindbaar?  Maar als ze dat gaat onderzoeken krijgt ze de schrik van haar leven: er staat een overlijdensbericht van haar op Instagram! Dat moet een grap zijn!


Maar wie doet nou zoiets?
Een van haar vrienden? Dat zijn beste vriendin Josie, met wie ze een groepje heeft gevormd: Liz, Joaquim, Lander en Maarten. Maar zij weten van niets. Ook haar broer Jesse zegt dat hij er niets mee te maken heeft.
Als ze het de volgende dag op school wil laten zien, is het bericht verdwenen. Dus haar vrienden geloven haar niet. Ze heeft vast akelig gedroomd!


Maar dat is niet zo. Het wordt steeds erger. Ze ontdekt dat iemand in haar naam vervelende berichtjes stuurt aan de anderen. Iemand stalkt haar, en hackt haar laptop en haar telefoon. Tot haar verbijstering ziet ze voor eigen ogen hoe de tekst die ze zelf intikt gewist wordt. Door wie?


Het overlijdensbericht komt terug met de datum van de begrafenis. Ze ontsnapt maar net als een auto haar duidelijk aan wil rijden. Erger nog, in de dagen die volgen wil zelfs Josie niets meer met haar te maken hebben.
Joaquim wil nog wel helpen, maar ontdekt dat Isa volgens de computer zelf die berichten verstuurd heeft! Vanaf haar eigen IP-adres! Isa weet natuurlijk dat het niet zo is. Wat gebeurt hier toch allemaal? Wie heeft het op haar gemunt? En waarom?


Is het Siebe, haar nieuwe vriendje? Toch niet een van het vriendengroepje?
Dat kan ze niet geloven.
Maar dan worden haar sleutels gestolen en kan ze haar huis niet meer in.


Isa is de ik-figuur, een vrolijke tiener die een fijne toekomst voor zich zag. Haar vertwijfeling als ze steeds meer geïsoleerd komt te staan, als niemand haar gelooft, het is een schokkend verhaal. Een waarschuwing in deze tijd waarin moderne media het leven van jongeren regeren.


Na de verschijning van de eerste editie in 2017 heeft Inge Verbruggen (Lier, 1974) andere  jeugdthrillers geschreven. Duivels spel en Labyrinth.


ISBN 9789044839791 | Hardcover | 284 pagina's | Uitgeverij Clavis | hernieuwde uitgave november 2021
Leeftijd 15+

© Marjo, 13 maart 2022

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 

Breekbaar als glas
Gena Showalter


In Fleur, een gewest in Enchantia, een magisch land, wordt een kindje verwacht. Koning Philipp Ansklesia hoopt op een troonopvolger. Helaas. Zijn koningin, Charlotte, baart niet alleen een meisje, dat kind heeft nog een zwak hart ook. Tegen de zin van haar vader in, zal ze in leven blijven. Charlotte weet namelijk dat in de kerkers onder het paleis een heks opgesloten zit. Deze heks, die geen heks is, maar een fantoom (een fantoom is een geest geboren in vlammen en as, in staat om bezit te nemen van iedereen die ze maar wil, om zo eeuwig te leven) heet Leonora. En zij ziet haar kans schoon: ze neemt bezit van het kleine meisje, dat Ashleigh heet.


Philipp die niets weet van wat zijn vrouw gedaan heeft, nodigt een orakel uit, en verwacht een slechte toekomst voorspeld te krijgen. Maar het orakel zegt:


‘O wee. O, wee dit kind. De Glazen Prinses, op één dag dubbelgeboren. Twee hoofden, één hart. Zuiveren of samenvoegen? De een brengt een zegen. De ander een vloek. Zij is de enige die kan kiezen. Zij is de enige die kan vechten. Het bal. De schoen. Bim. Bam. Bim. Bam. Om middernacht wordt alles onthuld. Wie blijft leven, wie wordt het leven ontnomen…wanneer verleden, heden en toekomst samenkomen? Laat de brand zuiveren, laat het vuur stromen. Laat de wereld in vlammen opgaan.’


Philipp schrikt. Maar dat is het sprookje van Assepoes! De baby kan daar geen onderdeel van zijn, want hij is de prins en Charlotte was Assepoes. Toch?
Ashleigh is in de ogen van haar vader ‘een waardeloze prul’, heeft geen magische krachten en dan dat zwakke hart. Eigenlijk wil niemand haar. Wie haar ook ziet, deinst voor haar terug. Waarom toch?


Als ze veertien is sterft haar moeder, die haar tot dan beschermde. Bij het laatste afscheid ontmoet ze twee personen die belangrijk zullen zijn in haar verdere leven. De gevleugelde ornisprins Saxon Skylair, die haar op het eerste gezicht haat en Milo, de zoon van de heksenmeester, die later zelf de heksenmeester zal zijn. Hij weet dat Leonora zich in Ashleigh verborgen houdt. 
‘Ze leeft in jou, maar je bent haar nog niet.’

Leonora werd onderdrukt met hulp van haar moeder. Maar die bescherming heeft Ashleigh nu niet meer.
Leonora is de Toortser der Werelden, Ze beschikt over vuurmagie en voert een leger draken aan. Eeuwen geleden voerde ze oorlog met Craven de Verwoester, waarvan de gevolgen nog zichtbaar zijn. Wat er gebeurt weet Ashleigh niet, maar als Saxon later beweert dat zij hem aangevallen heeft, straft haar vader haar. Ze moet naar de tempel waar ze vervolgens drie jaar hard moet werken.


‘Tijdens mijn studie ontdekte ik dat ik geen enkele overeenkomst met Leonora had. Afgezien van dat vlammenwerpen. En de voorliefde voor draken. En de ruzie met de ornis. Maar dat was alles. Zij had een gemene inborst. Ik niet. Zij had onschuldigen vernietigd. Dat zou ik nooit doen. En het belangrijkste van alles: ik had geen brand meer gesticht sinds ik hier was, ook al had ik dat in onze tuin, in het gezelschap van prins Saxon, op de een of andere manier wel gedaan. Maar hoe eigenlijk?’ 


Als ze na drie jaar terug geroepen wordt naar het paleis, denkt ze dat haar straf er op zit. Maar er is het een en ander veranderd terwijl ze weg was. Ze heeft twee stiefzussen, waarvan de oudste uitgehuwelijkt gaat worden. Er wordt een toernooi georganiseerd, en de winnaar zal de prinses huwen.
Ashleigh is in feite de oudste dochter, maar koning Philipp heeft daar geen boodschap aan. Zij moet tijdens het toernooi als koninklijke contactpersoon fungeren voor prins Saxon. En die heeft kwaadaardige plannetjes. Drie weken lang zal hij haar kwellen.


Het verhaal wordt om en om verteld vanuit het perspectief van Ashleigh en dat van Saxon. Het is in feite het sprookje van Assepoetser. Wat heel leuk is is dan de personages zelf niet weten welke rol zij moeten vervullen. Dat heeft invloed op wat zij doen. Want als Assepoetser ervaar je de dingen anders dan wanneer je de stiefzus zou zijn. Is Ashleigh Assepoetser? Was het koningin Charlotte? Of is het dochter Dior? En wie is dan de prins?


Humor dus in dit verhaal, naast veel magie en spannende gevechten tussen ornis, trollen, reuzen en nog meer bijzondere wezens. En tja, het is een romantisch verhaal, er zijn ook een aantal zoete scenes om met de personages mee te zwijmelen.


Gena Showalter (1975, Oklahoma) schrijft romans voor volwassenen en jongeren, vaak met een paranormale insteek. Of magisch.


ISBN  9789402708448 | paperback| 480 pagina's | Uitgeverij HarperCollins | juni 2021
Leeftijd 15+

© Marjo, 1 januari 2022

Lees de reacties op het forum, klik hier

 

Zomerkamp
Angelo Vergeer


‘Het schieten is gestopt. Maar dat zegt niets. Het zal zo wel weer beginnen. Even houdt het op, dan begint het weer. Harde, scherpe knallen. Snel achter elkaar. Ze zeggen wel eens dat schieten klinkt als vuurwerk, maar ik wist meteen dat het een gek met een pistool was.’

De verteller is Alexander, een vijftienjarige jongen. Hij is een van de scholieren die op kamp zijn. Op een geïsoleerd eiland bivakkeren ze, een week lang. Tot er ineens geschoten wordt.


Alexander is een boom ingevlucht. Urenlang hoort hij schieten, dus blijft hij wijselijk hoog in de boom zitten. Maar hij heeft honger en dorst. Zijn spieren verkrampen. Onder hem ziet hij een jongen liggen, alsof hij slaapt. Maar dat zal wel niet, zijn ogen staan wijd open en hij beweegt zich helemaal niet. Alexander baalt ook. Waarom moest hij zo nodig mee op dit kamp van zijn moeder? Hij had nog geprobeerd zich ziek voor te doen, maar het was niet gelukt. Moet je zien waar hij nu in verzeild is geraakt!


Waar blijft de politie? Ze zullen toch wel een telefoontje gehad hebben? Maar al snel beseft hij dat de leerlingen hun mobiel allemaal hebben moeten inleveren en dat de leraren doodgeschoten zijn. Dat heeft hij immers gezien. Er zal niemand komen. Hij moet zichzelf zien te redden.
Als hij dan eindelijk uit de boom klimt ontmoet hij enkele andere overlevenden en met hen verschanst hij zich in de bunker. Maar dat is niet genoeg: er is wel water, maar geen voedsel. Ze zullen toch hulp moeten zien te krijgen…
Maar ze weten niet wie de schutter is. En ook niet waar hij zich bevindt.
Ze zijn hun leven allang niet meer zeker…


Vanaf het begin heb je associaties met de gebeurtenissen van juli 2011 toen een groep jongeren onder vuur werd genomen op het eiland Utøya. Tegelijk weet je ook dat het verhaal niet precies dàt verhaal is. Dit gaat over schooljeugd die onder begeleiding van leraren op zomerkamp zijn. Maar ook al is het niet hetzelfde, je reageert wel hetzelfde. Het is namelijk een ontzettend beklemmend verhaal, dat door Vergeer ook zo gebracht wordt. Net als schoten, zo staccato is op bepaalde momenten zijn manier van vertellen.


Het vertelperspectief wisselt regelmatig, waarbij de naam van de verteller boven het hoofdstuk staat. Alexander is daarbij de enige ik-verteller, waardoor zijn verhaal meer impact heeft.
Vergeer maakt gebruik van cliffhangers, en duikt tussendoor in het verleden van de personages zodat je hen leert kennen. Naarmate er slachtoffers vallen, neemt de spanning steeds meer toe, ondraaglijk haast.
Je hebt - bijna - het gevoel dat je zelf ook heel voorzichtig moet zijn…


Niet alleen is het verhaal superspannend, hetgeen daar gebeurt vormt ook de jongeren die het aangaat. Het is op deze manier niet alleen een thriller, maar ook een psychologische roman, dan is het verhaal soms zo normaal, gaat het gewoon over tieners. Jongeren die met zichzelf in de knoop zitten, onzeker als ze zijn.


Angelo Vergeer (1960, Den Haag)  is eigenlijk journalist, maar werkt momenteel als parttime metrobestuurder. Zo heeft hij de tijd om verhalen te schrijven over en voor jongeren.


ISBN  9789044842753 | hardcover | 224 pagina's | Uitgeverij Clavis| oktober 2021
Leeftijd 15+

© Marjo, 14 november  2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Heksenlied
Antonia Michaelis


‘We hebben de heks gedood! We hebben haar zien branden. Ze zal nooit meer terugkeren. Maar jullie, jullie willen weten hoe alles begon.’
Toen gleed het doek open.
Daar stond ze, met uitgestrekte armen en gespreide vingers: de heks.
La bruja,’


Een toneelstuk. Over een heks in een dorp waar de machtigen gebruik maken van de vooroordelen die heersen onder het volk om zelf nog machtiger te worden.


In de periode voor het eindexamen van de middelbare school wordt altijd een toneelstuk ingestudeerd. Dit jaar repeteren Tim en zijn klasgenoten onder leiding van meneer Wegner een stuk in dat La Bruja, de heks, heet. Op weg naar de repetitieruimte ziet Tim een meisje bij de conciërge zitten. Hij kent haar wel, maar heeft geen contact met haar. Niemand waarschijnlijk, ze houdt zich afzijdig. Ze sloot niet bij klasgenoten aan, zat niet in de whatsappgroep, maar haalde wel de hoogste cijfers. Ze is een mager meisje, altijd in het zwart gekleed.


Als ze nog bezig zijn de rollen te verdelen, sluipt dit meisje de ruimte binnen. Maar ze was nooit bij de toneelgroep geweest? Wat deed ze hier?
Meneer Wegner laat haar aanvankelijk de regieaanwijzingen lezen, maar als ze na een wisseling van de rollen de heks heeft gespeeld is duidelijk dat die rol voor haar moet zijn. Wat zij als heks met het toneelstuk doet, is iets eigenaardigs. Ineens lijkt hetgeen ze spelen – ze spelen het toch? – akelig echt te zijn. Alsof ze werkelijk in Mexico zijn en daadwerkelijk meemaken wat er in het script staat. Alhoewel: met dat script is ook iets aan de hand. Waarom krijgt niemand van hen de tekst in zijn geheel te zien, maar zijn er per repetitie slechts de delen die ze moeten spelen?


‘Maar één ding zeg ik je: er is dit jaar iets niet pluis met het toneel. Waarom geeft Wegner ons niet het hele stuk? Waarom slechts mondjesmaat? Alsof het spannend moet blijven. Soms heb ik het gevoel dat hij … een spel met ons speelt.’


Het vertelperspectief ligt bij Tim, al wisselt dat een heel enkel keertje. Er iets met hem aan de hand, waar we voorlopig niets over te weten komen. Hij heeft het af en toe over ‘de ijstijd’, over zijn gehandicapte zus Charlotte en over zijn gevoelige gehoor. Hij hoort alles, hard en scherp, en draagt daarom vrijwel altijd watjes in zijn oren. Doet hij de watjes uit dan vangt hij wel eens wat op wat hij niet had mogen horen.
Intussen beginnen de repetities nu echt. Over een tijdje zal er ook een kampeerweek zijn, alleen voor de toneelgroep, om elkaar beter te leren kennen. En natuurlijk om te repeteren.


Het begint al op school. Alles lijkt ineens zo echt. Ze voelen de gloeiende hitte van het vuur echt branden. Maar dat kan niet echt geweest zijn, toch?
In het stuk zijn er problemen ontstaan in het Mexicaanse dorp. Er zijn de tirannieke landeigenaar en de fanatieke priester, twee handen op één buik, versus de revolutionair en de dokter die het beste voorheeft met de dorpelingen. Een vrouw en een kind. En de vrouw die aangemerkt wordt als heks.


‘Zullen we beginnen?
Er was niet genoeg plaats tussen de sofa’s en de stoelen.

En plotseling is er wel genoeg plaats.’


Wat hier gebeurt, de wisseling van tijd, is voor de lezer heel belangrijk. Het verhaal van de spelende scholieren is in de verleden tijd, maar hetgeen zij spelen staat in de tegenwoordige tijd. Dat verhaal lijkt ook voor de lezer echt. Het vloeit steeds meer in elkaar over. In het voorbeeld is er nog een witregel. Later wisselt het van de ene zin in de andere.
Alsof de jongeren zich plotseling werkelijk in een Mexicaans dorp bevinden waar de rijken de armen uitbuiten, en de ‘vreemde vrouw’ de schuld in de schoenen geschoven krijgt van alles wat misgaat. Zoals Tim zich met zijn rol dokter Sanchez lijkt te vereenzelvigen, lijken ook de anderen dat te doen. Gelukkig staat voor in het boek een lijst met de cast, zodat je terug kan kijken als je even niet meer weet wie wie is.


Is het in het begin allemaal vrij verwarrend, als ze eenmaal goed op dreef zijn met de repetities begin je als lezer ook steeds beter te volgen wat er gebeurt. In het heden en in het stuk.
Er heerst een broeierige sfeer, die nog toeneemt in het tweede bedrijf, het kamp in de bergen. Hier vloeien het toneelstuk en de werkelijkheid nog meer in elkaar over. Er vallen slachtoffers, er verdwijnen mensen. Wat is er in hemelsnaam gaande hier?


Het boek dat grotendeels gaat over een toneelstuk is ook opgebouwd als een toneelstuk. Het begint met een opsomming van de cast, en daarna het eerste bedrijf, enz… De sfeer vooral, maar ook het geheimzinnige, haast magische verhaal doen sterk denken aan De Verborgen Geschiedenis van Donna Tart, maar toch is het ook weer helemaal anders.


De boeken van Antonia Michaelis zijn steeds compleet anders, hoewel ze wel allemaal dat aparte sfeertje hebben, magisch, sprookjesachtig, bevreemdend. Haar verhalen gaan over identiteit en acceptatie: mensen zijn niet gelijk, maar dat hoor je te accepteren. Of het gaat om anders denken of anders zijn maakt niet uit. Die thematiek zit ook in Heksenlied.


Antonia Michaelis (Kiel,1979) heeft in India gewoond en was daar werkzaam als docent.  Antonia Michaelis is schrijfster van kinderboeken en schreef ook een aantal Young Adults. Haar boeken zijn uitgebracht in het Duits en later vertaald. Met haar boeken heeft Michaelis inmiddels verschillende prijzen gewonnen. 


ISBN 9789044840827 | Hardcover | 480 pagina's | Uitgeverij Clavis | juni 2021
Vertaald uit het Duits door Sofie Maertens en Michiel Vanhee | Leeftijd 15+

© Marjo, 14 oktober 2021

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER