Non-fictie

Peter Wohlleben

http://www.peter-wohlleben.de

 

hspace="15"Het bos
Peter Wohlleben


Meer dan twintig jaar werkte Peter Wohlleben bij bosbeheer in het Rijnland. Hoewel hij dagelijks toepaste wat hij tijdens zijn studie bosbouw had geleerd, gingen zijn werkzaamheden hem steeds meer tegenstaan. Was de intensieve bemoeienis met de natuur echt nodig om bossen in stand te houden? Uiteindelijk kon hij zijn liefde voor de natuur niet langer met zijn werkzaamheden rijmen. Tegenwoordig is Wohlleben al enige tijd boswachter in de gemeente Hümmel, in de Eifel, waar hij een gebied van 1200 hectare beheert. Samen met deze gemeente heeft hij voor een ecologische aanpak gekozen.


Wohlleben neemt de inwoners van Hümmel graag mee het bos in om ze op allerlei kleine wonderen te wijzen. Het bos zit vol bijzondere hulpmiddelen en ongewone voedselbronnen. Daarnaast is het gewoonweg heel leuk om door het bos te struinen en plezier te maken. Volgens Wohlleben is het helemaal niet erg om herrie te maken. Dieren zijn eerder op hun hoede voor mensen die stilletjes door het bos sluipen, zoals jagers, dan voor kinderen die vrolijk lachen en gillen. Echte avonturiers kunnen ervoor kiezen om de paden te negeren en door het bos te struinen. In Duitsland is dat in de meeste gebieden toegestaan.


Wohlleben kan zich echt op de winter verheugen. Als het gesneeuwd heeft geeft de natuur zijn geheimen prijs. Vooral in het begin van de winter zijn er talrijke dierensporen te ontdekken. Naarmate de koude winter vordert, neemt de activiteit van de bosdieren af. Wie mooie sporen wil vinden, moet ’s ochtends op pad gaan. Later op de dag zullen de meeste sporen door de zon verdwijnen. Wohlleben adviseert een fototoestel mee te nemen zodat je later op kunt zoeken op welke sporen je precies gestuit bent.


Ook als het niet heeft gesneeuwd zijn er in het bos talrijke dierensporen te vinden. Wohlleben legt enthousiast uit hoe je pootafdrukken van bosbewoners van elkaar kunt onderscheiden. Ook aan geur, uitwerpselen, holen, markeringen op bomen en omgewoelde aarde kun je zien welke dieren in het bos huizen. In het voorjaar kun je eveneens zien waar een vergeten voorraad nootjes verstopt is omdat deze nootjes dan ontkiemen.


Erg interessant zijn de hoofdstukken over de vele voedselbronnen die het bos ook mensen biedt. Zo groeien er eetbare paddenstoelen en lekkere bramen. In Duitsland is het toestaan de smakelijke boslekkernijen mee te nemen maar enkel als het een bescheiden portie voor eigen gebruik is. Wohlleben ergert zich mateloos aan mensen die de bossen leegroven om de producten vervolgens aan restaurants of op de markt te verkopen. Het bos biedt echter ook minder voor de hand liggend voedsel. Zo is er een methode om eikels van hun gif te ontdoen en zijn er bomen die onder hun bast een uiterst voedzaam goedje verbergen. En wat dacht je van insecten? Volgens Wohlleben smaken pissebedden helemaal zo slecht nog niet.


Eigenlijk zou ik het liefst elk hoofdstuk in dit boek samen willen vatten omdat het allemaal even interessant is. Zo schrijft Wohlleben nog over de samenwerking tussen vogels, insecten en bomen en over het observeren van dieren. Misschien zie je tijdens een boswandeling geen enkel dier maar toch zijn ze in grote getalen aanwezig! Ook beschrijft Wohlleben de voors en tegens van het bijvoeren van hongerige dieren.


Zelf heb ik ook het geluk in een bosrijk gebied te wonen. Hoewel ik dacht al behoorlijk wat over het bos te weten, heb ik tijdens het lezen van dit boek heel wat bijgeleerd. De schrijfstijl is heerlijk ongedwongen. Het is alsof je samen met Wohlleben een wandeling door het bos maakt en hij je onderweg van alles aanwijst. Zijn enthousiasme spat van de pagina’s af. Het enige nadeel van dit boek is dat de Duitse en Nederlandse regelgeving soms behoorlijk van elkaar verschillen. Zo beschrijft Wohlleben vol vuur hoe leuk het is om ’s nachts door het bos te struinen waarna mijn enthousiasme de kop werd ingedrukt door de mededeling dat het in Nederland niet toegestaan is. Maar ach, ik woon vlak bij de Duitse grens dus als ik wil kan ik alsnog ’s nachts op pad gaan.


Peter Wohlleben verwierf bekendheid met zijn boek Het verborgen leven van bomen. Ook schreef hij Het innerlijke leven van dieren. Met Het bos heeft hij een mooi boek aan zijn eerdere successen toegevoegd.


ISBN 9789400508934 | paperback | 255 pagina's | Lev. | juli 2017
Vertaald door Bonella van Beusekom

© Annemarie, 11 augustus 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het verborgen leven van bomen
Peter Wohlleben


Flaptekst: In Het verborgen leven van bomen deelt boswachter Peter Wohlleben zijn diepe liefde voor het bos en bomen. Hij vertelt fascinerende verhalen over de onverwachte vaardigheden van bomen en verklaart de verbazingwekkende processen van leven, dood en wedergeboorte die hij heeft waargenomen in de bossen. Want net als menselijke families wonen bomen samen met hun kinderen, communiceren ze met elkaar en ondersteunen ze elkaar in de groei. Zo delen ze onder meer voedingsstoffen met elkaar en creëren ze een ecosysteem dat de gevolgen van extreme hitte of kou voor de hele groep vermindert. Als gevolg van dergelijke interacties kunnen bomen in een familie of groep heel oud worden, in tegenstelling tot alleenstaande bomen die het vaak moeilijker hebben.

Op basis van baanbrekende nieuwe ontdekkingen presenteert Wohlleben op opwindende wijze de wetenschap achter het verborgen en onbekende leven van bomen. En zo betreden we een compleet nieuwe wereld.


Erg interessant, al draaft de auteur soms door. Hij gebruikt menselijke zintuigen om het communiceren en registreren te benoemen. Dat maakt het wel prettig om te lezen. De bomen worden er menselijk door, terwijl het vast en zeker om automatische processen gaat. Het komt echter wel héél dicht bij horen, zien, en ruiken. Wortels van graan b.v. maken soms een knappend geluid. Laat men dit geluid in een laboratorium aan planten horen, draaien alle wortelpunten die kant op! Ik moest meteen denken aan mensen die tegen planten praten en planten die beter groeien bij bepaalde muziek.


Bomen maken, als ze door dieren worden aangevreten, stoffen aan die de bladeren minder lekker maken en zenden signalen uit waarmee ze de buurbomen waarschuwen. Die beginnen ook meteen de smaak van hun bladeren aan te passen. De giraf of olifant loopt vervolgens een heel stuk door voor hij zijn tanden weer in het groen zet. Verder zijn ze in staat hun genen aan te passen aan de omstandigheden. Bomen die altijd veel water tot hun beschikking hebben gaan hier niet zuinig mee om. Komt er opeens een jaar van grote droogte dan hebben ze zwaar te lijden, maar ze zullen daarna zuiniger met het water omspringen.


Jammer dat de vertaalster een paar steken laat vallen. Ze laat de geitenbaard, een tuinplant met mooie pluimen in het bos groeien, terwijl de beschrijving duidelijk op geitenblad slaat, een andere naam voor wilde kamperfoelie. En het gezegde: bij onweer 'Eichen soll man weichen, Buchen soll man suchen' wordt door haar vertaald als 'eiken moet je wijken, boeken moet je zoeken (of beuken moet je zeuken)'. Moet het per se rijmen dan? Overigens maakt de auteur gehakt van deze volkswijsheid.
Maar zoals gezegd, bomen zijn net mensen en je gaat ze na dit boek gegarandeerd met andere ogen bekijken!


ISBN 9789400507326 | Hardcover | 222 pagina's | Uitgeverij Lev. | maart 2016
vertaald door Bonella van Beusekom

© Berdine, 7 oktober 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER