Non-fictie

Alain de Botton

http://www.alaindebotton.com

 

De architectuur van het geluk


In "De architectuur van het geluk" beschrijft De Botton op een onderhoudende en toegankelijke wijze het belang van de manier waarop er gebouwd wordt en wat dat met ons doet.


In het eerste hoofdstuk van het boek wordt het belang van de architectuur gelijk gerelativeerd, in de zin dat het bezit van een mooi huis ons niet per definitie geluk brengt. Het is ook niet zo dat we, als we ons omringen met kunst in een fraaie omgeving, er nobelere mensen van worden. Heel wat wrede dictators hebben in zo’n omgeving hun snode plannen gesmeed.
Het lijkt er meer op dat we door de tegenslagen in het leven oog krijgen voor het schone in onze omgeving.
De Botton beschrijft het zo:
‘Als we zeggen dat we worden ‘geraakt’ door een gebouw, zinspelen we op een bitterzoet besef van het contrast tussen de hoogstaande kwaliteiten die in dat bouwwerk besloten liggen en de triestere, grotere werkelijkheid waar het zich onmiskenbaar bevindt. We krijgen bij de aanblik van schoonheid een brok in de keel door het impliciet inzicht dat het geluk waarop die schoonheid zinspeelt de uitzondering is.’
Architectuur doet er dus wel degelijk toe, en de vraag is dan hoe moeten we bouwen? In het westen stond het klassieke Griekse schoonheidsideaal hier jarenlang model voor. Totdat Horace Walpole, de jongste zoon van de Britse premier sir Robert Walpole, in 1747 begon met de bouw van een woonhuis waar middeleeuwse kerkarchitectuur in toegepast werd. Vanaf dat moment verschenen er meer en meer gotische gebouwen in Engeland, en vervolgens in de rest van Europa en Noord-Amerika. Door het loslaten van het classicistische schoonheidsideaal ontstonden er gebouwen waarin Indiase, Chinese, Egyptische, Islamitische of zelfs Tiroolse bouwstijlen werden toegepast. Dit leidde regelmatig tot een merkwaardig soort eclecticisme waarin bijvoorbeeld de voorzijde van Castleward (1767), Strangford Lough, Ierland in classicistische stijl en de achterzijde in gotische stijl werd gebouwd. Deze scheiding werd zelfs in het interieur van het gebouw doorgevoerd.


Met de aanvang van de industriële revolutie kregen ingenieurs door hun technologische kennis een dominante positie bij de constructie van nieuwe bouwwerken, waarin functionaliteit voorop stond. De beroemde architect Le Corbusier werd een groot voorvechter van een bouwstijl waarin alle ornamentiek achterwege bleef en waar schoonheid en functionaliteit samengaan. Zijn Villa Savoye (1931), Poissy Frankrijk werd echter door haar bewoners als gevolg van lekkages en andere ongemakken als onbewoonbaar verklaard.
In het westen heeft de architectuur zich, hoewel soms via radicale breuklijnen, geleidelijk ontwikkeld tot haar huidige verschijningsvorm. Op een reis naar Japan beschrijft De Botton dat er van de traditionele Japanse architectuur in de huidige steden geen spoor valt terug te vinden. De Japanners zijn er niet in gelukt in het huidige bouwen typische Japanse stijlen op te nemen, waardoor een stad als Tokio in dat opzicht in niets verschilt van een typische moderne westerse stad. De weinige pogingen die er bestaan, doen potsierlijk aan.


Architectuur blijkt een uitermate moeilijk vak, waarvoor geen eenvoudige regels bestaan die door opvolging altijd tot een bevredigend resultaat leiden. De realisering van bouwprojecten die bij kunnen dragen in ons gevoel van geluk moeten vaak zwaar bevochten worden in allerlei commissies en via politieke spelletjes waarbij, voor de buitenstaander, ondoorzichtige belangen een rol spelen. Alain de Botton bepleit aan het einde van zijn boek dat we ons daardoor niet onverschillig moeten opstellen, en ons actief moeten inzetten in het belang van onze omgeving. Hij besluit met:’We zijn het aan de wormen en de bomen verschuldigd om ervoor te zorgen dat de gebouwen waaronder we ze bedelven de belofte zullen vormen van de hoogste en intelligentste vormen van geluk.’
Vertaler: J. Noorman


ISBN 9045012766 Ingenaaid, 306 pagina's Met illustraties Verschenen: maart 2006 uitgeverij Atlas

© Cavendish