Non-fictie

Luc Panhuysen

Een Nederlander in de wildernis
De ontdekkingsreizen van Robert Jacob Gordon (1743-1795) in Zuid-Afrika
Luc Panhuysen



"Robert Jacob Gordon  is in Nederland een onbekende figuur. Een enkele specialist op het gebied van de historische zoölogie zal zijn naam in verband brengen met de ontdekking van een aantal dieren. Sommige kenners van de geschiedenis van de antropologie kennen hem als een van de zeldzame achttiende-eeuwers die naar vreemde volkeren kon kijken met een open blik. Dat hij een van de eerste ontdekkingsreizigers was in het toen nog vrijwel geheel onbekende Zuidelijk Afrika weet bijna niemand."


Robert Jan Gordon, een Nederlander met Schotse wortels, was naast ontdekkingsreiziger cartograaf, zoöloog, antropoloog, zo nodig diplomaat en kapitein in het garnizoen van de V.O.C. in Kaapstad.  Van vier reizen hield Gordon journaals bij. Hij heeft ze nooit gepubliceerd, wel bestond er een in het net geschreven versie. Eind achttiende eeuw raakten de reisbeschrijvingen zoek en pas in de vorige eeuw, in 1964,  ontdekte een historicus ze in een klein archief in Engeland. In zijn journaals noteerde Gordon de ingeslagen reisrichting en de afgelegde afstand. Die gegevens vulde hij aan met landschappelijke kenmerken, zodat zijn bevindingen bruikbaar waren voor de cartografen van de Compagnie. Wat Gordon onderscheidde van andere reizigers was dat hij een van de eerste Europeanen was die zo diep in Afrika doordrong.
Er deden zich allerlei verhalen de ronde over Zuidelijke Afrika. Gordon zelf wilde heel graag een giraffe zien, dat toentertijd nog werd gezien als een fantasiedier. Gordon had gelukkig een sterke persoonlijkheid, hij wist altijd de juiste toon te treffen of hij nu met Europeanen of met inlanders omging.


'Kaffers, Hottentotten en Bosjesmannen waren verbluft een 'witvel' te ontmoeten met wie ze in hun eigen taal konden communiceren. Deze blanke gedroeg zich bovendien als de perfecte gast: voornaam, vrijgevig en aanpassingsbereid. Ze voelden zich gevleid door zijn nieuwsgierigheid naar hun gebruiken en hun cultuur. Ze lieten zich inpakken door zijn charme wanneer hij tijdens een traditionele dans zijn aantekenboekje opzij legde en met beginnerschroom meedanste. Wanneer Gordon daarna een Nederlands lied ten gehore bracht, werd hij luidkeels nagezongen.[...]
Voor inlanders was Gordon toegankelijker dan de meeste blanken die ze ontmoetten. Hij reisde zonder pruik en scheergerei. Na een half jaar hing zijn haar tot op zijn schouders en had hij een baard als een verstokte trekboer uit de binnenlanden.'


Voor de Europeanen was Gordon het orakel die de grens tussen het bekende en onbekende was overgestoken. Een van zijn taken was nieuwe gebieden aan de bestaande kaart van de Kaapkolonie toe te voegen. Gordon gaf plaatsen en gebieden een naam.


Gordon had een goede opleiding genoten en kende diverse talen. Na een eerste bezoek in 1773  aan Zuid-Afrika sprak hij al aardig Hottentots. Zijn enige wens was terug te mogen gaan. In 1777 was het eindelijk zo ver. Hij kwam in dienst van de V.O.C., zijn standplaats zou Kaapstad worden waar hij plaatsvervanger werd van de zittende commandant van het VOC-garnizoen in Fort de Goede Hoop. Gordon was toen 33 jaar oud.
Hij had zijn tijd mee. Deze tijd van ontdekkingen op alle gebieden sloot precies aan bij de onderzoekende geest van Gordon. Verzamelingen met name van opgezette dieren en exotische planten waren in trek.


Op 6 oktober 1977 begon Gordon aan zijn tweede expeditie waar hij, in tegenstelling tot de eerste, een journaal van bijhield. We lezen over de bijzondere planten, dieren die Gordon aantreft maar ook over de vriendelijke en soms vijandige ontmoetingen met de inwoners tijdens deze reis. Helaas werd de reis afgebroken vanwege onlusten in het gebied. Het werd te gevaarlijk. 40 kilometer voor het uiteindelijke doel moest de expeditie omkeren. Er werd een nieuw plan bedacht en zo vetrok Gordon opnieuw maar dan via een omweg. Op deze reis ontmoet hij voor het eerst de Kaffers. "De caffers schenen vriendelyk en vrolyk, zy leerden my verscheidene hunner woorden, en waaren seer sneeg [ad rem]"
Gordon bereikt dit keer wel zijn doel, De Grote Rivier ofwel de Oranjerivier. 'Op eens kwamen wy op een steile oever van een groote rivier, die uit het oosten door een poort deser bergen op de distantie van een groot uur, na het westen liep, zy was omtrent 225 treden hier op zyn smalste breed, zo als aan ons kogel schieten zagen, als de Maas voor Mastrigt ook so sterk stromende."


In een volgende expeditie weet een expeditielid de bijzondere zwarte neushoorn neer te schieten. Gordon meet alles op en tekent het dier. De gegevens worden zoals altijd naar Nederland gestuurd waar het voor de nodige commotie zorgt. Allamand gebruikte het onmiddellijk voor de nieuwe editie van de achtiende-eeuwse Bijbel voor Europese natuuronderzoekers: Buffons Histoire naturelle.
Maar nog steeds heeft Gordon niet het kameelpaard - onze giraffe - gezien. Het is bijna een obsessie voor Gordon, hij wil het dier zien, meten én een gave huid en skelet van het dier aan de door hem aanbeden prins Willem V schenken als eerbetoon aan het Huis van Oranje.
Verder wilde hij de loop van De Grote Rivier volgen om die in kaart te brengen en te kijken waar zij op uit kwam.


Het boek is enorm interessant en amusant. Gordon wordt als een ondernemende man neergezet die niets uit de weg gaat. Zelfs een ernstige ziekte verhindert de reis maar eventjes. Zo gauw het weer een beetje gaat wil de gedreven man verder.  We volgen Gordon op zijn reizen en ontmoeten de diverse bewoners en de leiders van het uitgestrekte gebied. Ook deze zijn getekend door Gordon of iemand van het de expeditie.
Gordon deed veel moeite om tussen de onderling ruziënde inlanders vrede te brengen, deels lukt hem dat ook.
Toch loopt het leven van deze man met zijn open oog en liefde voor alles wat groeit en bloeit op een akelige manier af. Hij die niets liever wilde dan vrede brengen onder alle bewoners wordt als verrader beschuldigd... Ook met het giraffenskelet loopt het droevig af.


In het boek staan veel gekleurde en zeer gedetailleerde afbeeldingen die tijdens de expedities gemaakt zijn. Voor ons is het bijna onvoorstelbaar dat de dieren en planten in die tijd nog totaal onbekend waren. De afbeeldingen van de kaarten en landschappen tonen ons de verlatenheid van nederzettingen zien maar ook waar de dieren gevonden zijn. Een heel bijzonder boek, zeer de moeite van het lezen waard.


De Atlas Gordon, zijn fameuze verzameling kaarten en tekeningen, maakt deel uit van de collectie van het Rijksmuseum.


ISBN 9789086890668 Paperback 189 pagina's | Nieuw Amsterdam/Rijksmuseum | november 2010
Achterin op de flap een kaartje met de routes van de vier expedities

© Dettie, 10 maart 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER