jeugd 10-12 jaar

Jan van der Putten

http://www.janvanderputten.com

 

De ontdekking van China
Jan van der Putten


Rabban is een geadopteerde jongen die in Nederland woont. Zijn geboorteland is China. Zijn ouders zijn omgekomen bij een aardbeving en als door een wonder overleefde Rabban de aardbeving. Over zijn stevige houten wieg waren planken gevallen waardoor hij niet bedolven onder het puin raakte. Door de pers werd hij Fu (geluk) genoemd.
Zijn adoptie-ouders, vader ingenieur, moeder fotograaf,  woonden toentertijd in China en kenden de ouders van Rabban. Ze besloten om Rabban te adopteren. Op zesjarige leeftijd hoort Rabban dit verhaal en tevens waarom hij Rabban heet. Hij is vernoemd naar Rabban Sauma, de eerste Chinees die naar Europa is gereisd. Marco, het broertje van Rabban, is vernoemd naar Marco Polo, de ontdekker van China.
Rabban is niet erg geïnteresseerd in zijn geboorteland, maar dat verandert later:


"Rabbans ouders gingen vaak op reis voor hun werk, en als het even kon namen ze Rabban en Marco mee. Op zijn tiende had Rabban al heel wat van de wereld gezien. Maar in zijn geboorteland was hij nog nooit geweest. Hij was er  ook niet benieuwd naar. Zijn ouders wilden graag met hem naar China maar voor hem hoefde dat niet zo nodig. 'Ik heb niets in China te zoeken,' zei hij. Toen hij ouder werd, begonnen zijn vrienden hem steeds vaker dingen over China te vragen. Dan stond hij meestal met zijn mond vol tanden. Vroeger kon hem dat niets schelen, maar nu wel. Langzaamaan werd hij nieuwsgierig naar waar hij vandaan kwam.
'Ik zou toch wel eens naar China willen,' zei hij op een dag tegen zijn ouders. En na een tijdje werd het zelfs: 'Wanneer ga ik nou eens naar China?'"


En eindelijk, op 15-jarige leeftijd, vertrekt Rabban, alleen, voor zes weken naar China. De reis is zijn verjaardagscadeau. In Beijing wordt hij warm onthaald door Meester Kong, de man die destijds de adoptie geregeld heeft en een vriend van zijn ouders is. Bij Meester Kong logeert diens kleinzoon Yang. Yang is van dezelfde leeftijd als Rabban. Het klikt onmiddellijk tussen de beide jongens. Meester Kong was vroeger leraar maar is nu schrijver en dichter. Hij is een verre afstammeling van Confusius. Hij weet enorm veel over China, wat erg prettig is voor de leergierige Rabban.
De jongen heeft een verlanglijstje gemaakt van de plekken die hij wil zien. Beijing is een enorme stad en Rabban kijkt zijn ogen uit. In het oude huis van Meester Kong voelt hij zich onmiddellijk thuis.


'Herken je het hier, Fu?' vroeg Meester Kong. [...]
'Je bent hier vaak geweest,' zei Meester Kong. 'Want als je ouders bij ons op bezoek kwamen, namen ze jou altijd mee.'


Meester Kong vertelt heel veel aan Rabban. Over de betekenis van kleuren in China en over de draak die geluk brengt. Over de namen van mensen, de voornaam staat in het Chinees niet vóór maar na de familienaam. Ze spreken dan ook van persoonsnamen in plaats van familienamen.
Ook vertelt hij over het eten waar altijd automatisch thee bij wordt gegeven. Het Chinese eten is heel anders dan mensen in het Westen gewend zijn. 


Denk vooral niet dat er in China maar één manier is om voedsel klaar te maken, of dat overal dezelfde ingrediënten worden gebruikt. Daar is China veel te groot voor. Er zijn acht hoofdkeukens, en ieder daarvan is onderverdeeld in tientallen bijkeukens.[..]
'Vroeger', vervolgde meester Kong, terwijl hij weer ging zitten, 'werd China vaak geteisterd door hongersnood'...[...]
De laatste en allerergste hongersnood had Meester Kong als jongeman zelf meegemaakt.
'Vroeger aten we maar één keer per jaar vlees: met Chinees Nieuwjaar. Weet je hoe we elkaar begroetten? Met de vraag ni chilema? Dat betekent: heb je gegeten?


Rabban krijgt van Meester Kong een oud album die hij toentertijd als dagboek wilde gebruiken. Hij scheurt de eerste drie beschreven bladzijden er uit, nu kan Rabban het als dagboek gebruiken, wat hij ook doet. Daarna lezen we via dit dagboek de belevenissen van Rabban in China.
Al eerste wil hij naar het Tiananmenplein waar hij samen met Yang naar toe gaat. Meester Kong moet werken aan een groot artikel over Confusius.
Rabban vraagt van alles en nog wat aan Yang, over zijn leven, zijn hobbies etc. Bepaalde vragen blijken pijnlijk te zijn, bijvoorbeeld de vraag of Yang al in het binnenland van China is geweest. Rabban ontdekt dat Chinese mensen goed zijn in ontwijken van lastige vragen, ook Meester Kong, die liever niets vertelt over zijn leven onder het regime van Mao. Het heeft alles te maken met gezichtsverlies, in het Verre Oosten is dat een van de ergste dingen die je kunnen overkomen. Deze angst voor gezichtsverlies zorgt nog voor een spannend avontuur dat bijna verkeerd afloopt, maar gelukkig pakt alles goed uit.

Het hele boek staat vol met informatie over de positieve en negatieve dingen wat betreft leven in China. Veel wordt verteld door Rabban via zijn dagboek. Maar in feite is het vooral Meester Kong die inderdaad een meester in de goede zin van het woord blijkt. Hij beantwoordt alle vragen van Rabban op zijn eigen, rustige, eenvoudige manier over geneeskunst, over de geschiedenis van China en nog veel meer. Ze bezoeken het Terracottaleger en spreken met de man die het leger (in 1974) ontdekt heeft. Ze bezoeken De verboden stad. In Chengdu luisteren ze naar mensen die, inclusief Meester Kong, gedichten voordragen. Rabban gaat mee met Meester Kong om tai-chi oefeningen te doen (Meester Kong is opmerkelijk fit vindt Rabban). Yang en Rabban gaan naar een karaokeavond, naar de markt, bekijken Chinese kunst, Chinese tempels, ze  bezoeken en bekijken van alles. En Meester Kong vertelt, en vertelt, en vertelt. Kortom, Rabban, komt tijd te kort en weet zeker dat hij terug zal komen naar China.


De laatste dag in China breekt aan en dan gebeurt er iets waardoor Rabbans leven, in positieve zin, nooit meer hetzelfde zal zijn.


Het is een prachtig boek boordevol foto's en toelichtingen bij het vertelde in het (fictieve) dagboek van Rabban. Je raakt niet uitgelezen en uitgekeken. Het is echt een reisverslag geworden (en meer), je ziet toegangskaartjes, prachtige snoeppapiertjes, 'plakbandjes' waarmee de foto's vastgeplakt zijn etc. Doordat Rabban het verhaal vertelt is het makkelijk te volgen en is de taal niet te moeilijk.  Bovendien is het nog een bijzonder persoonlijk verhaal ook.  Het is echt een fantastisch boek, een grote aanrader.


Zie ook het inkijkexemplaar

Zie ook de informatie over de tentoonstelling Qi van China die van 2009 tot -2012 gehouden werd.


ISBN 9789490139056 | Gebonden | 168 p. | Uitgeverij Tutti november 2009
Voor kinderen (en volwassenen) vanaf 10 jaar.

© Dettie, 12 november 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER