Non-fictie

Norbert Middelkoop en David de Witt (red)

Ferdinand Bol en Govert Flinck
Rembrandts meesterleerlingen
Norbert Middelkoop en David de Witt (red)


Museum Het Rembrandthuis en het Amsterdam Museum organiseerden van 13 oktober 2017 t/m 18 februari 2018 een dubbeltentoonstelling over deze beide topleerlingen van Rembrandt die bekend zijn om hun historische voorstellingen en portretten. De directeuren wisten de nodige topstukken uit het buitenland naar hun musea te halen, o.a. uit Lucca.

Rembrandt had - evenals andere grote meesters in zijn tijd - vele leerlingen in dienst en in opleiding. Dikwijls liet een meester het ‘invulwerk’ van een schilderij aan zijn leerlingen over en deed hij zelf het meest beeldbepalende werk van een voorstelling zoals de gezichten en handen van personen. Het kopiëren van werken was in die tijd de wijze waarop leerlingen zich de schilderkunst eigen maakten.


Ferdinand Bol en Govert Flinck waren twee bijzonder getalenteerde leerlingen van Rembrandt. - Wie dit boek leest en bekijkt, zal de ondertitel zeker kunnen beamen. - We zien in de werken van Bol (1616 – 1680) en Flinck (1615 – 1660) dat zij het nodige van Rembrandt hebben geleerd en door hem beïnvloed zijn. Die invloed van meester Rembrandt op hun werk is dan ook duidelijk aanwijsbaar. Dat geldt uiteraard voor de voorstelling maar ook in het kleurgebruik, de toepassing van licht in de voorstelling en de wijze waarop kwast en verf werden gehanteerd, is de stijl van Rembrandt duidelijk herkenbaar.


Bol en Flinck waren met name sterk in historische voorstellingen en portretten. Er zijn bijdragen over ‘Tronies in het werk van Govert Flinck en Ferdinand Bol’ en over hun groepsportretten met schilderstukken die enigszins vergelijkbaar zijn met De Nachtwacht: ‘Schutters van Wijk 1’ (Flinck) en ‘De regenten van het Leprozenhuis’ (Bol). Hun stijl was zeer geschikt voor historiestukken met een representatieve functie zoals stadhuis, paleis of een ander openbare ruimte. Zo is er een mooi hoofdstuk over het werk van Bol en Flinck in het Burgemeestersvertrek in het Koninklijke Paleis in Amsterdam.
Zij onderscheidden zich van Rembrandts andere leerlingen omdat zij hun eigen touch gaven aan hun schilderwerk en daarin blijk gaven van zelfstandige creativiteit en artistiek vermogen.


Flinck had al een opleiding bij de Friese schilder Lambert Jacobsz gevolg maar wilde hogerop komen en kwam daarom als leerling bij Rembrandt in dienst. Hij leerde de werking van licht en schaduw van zijn meester en maakte kopieën van zijn werken of paste schilderijen van Rembrandt aan. Van hem is een prachtige voorstelling 'Het offer van Abraham' opgenomen naast dat van Rembrandt zodat vergelijking goed mogelijk is en dat is ook interessant. De verschillen zijn in grote lijnen niet heel ingrijpend maar in details wel boeiend om te zien. Dergelijke vergelijkingen worden in dit boek vaker gemaakt zoals bij ‘De ongelovige Thomas’, eveneens van Flinck.

      

       Offer van Abraham (Flinck)               Offer van Abraham (Rembrandt)



Tevens wordt er het nodige over het leven van Bol en Flinck verteld. In 1635 werd Flinck hoofd van Rembrandts werkplaats de Uylenburgh toen Rembrandt en Saskia naar een huis in de Nieuwe Doelenstraat verhuisden. Na 1640 ontwikkelde Flinck meer een eigen stijl en paste hij in de Vlaamse stijl fellere kleuren toe: rood, groen en soms ook blauw.


Bol heeft waarschijnlijk een beperktere vooropleiding gehad alvorens hij vanuit Dordrecht bij Rembrandt in dienst kwam. Waarschijnlijk was hij met Rembrandt bekend en hij maakte in Amsterdam grote projecten als De Nachtwacht mee. Van Bol is een kopie van het schilderij 'Christus als hovenier' dat vrijwel gelijk is aan dat van Rembrandt. Soms werd een voorstelling deels veranderd door een persoon een andere positie te geven zoals bij het schilderij 'De engel Rafael verlaat Tobias en zijn familie'.


Interessant zijn de beschouwingen over het functioneren van een atelier in die tijd. Schilders blijken voortreffelijke netwerkers te zijn en ontlenen aan de juiste contacten mooie opdrachten zoals de eervolle decoratie van het stadhuis op de Dam waarvan de bouw in 1648 van start ging. Er werd samengewerkt met architecten, beeldhouwers en dichters:


‘Ondanks het verschil in achtergrond en het feit dat Bol en Flinck andere wegen bewandelden, slaagde zij erin om duurzame relaties op te bouwen met vermogende bestuurders en kooplieden in voor ieder verschillende Amsterdamse elitenetwerken. Uit de succesvolle loopbanen van Flinck en Bol blijkt dat naast artistieke kwaliteit, ook netwerken van groot belang was voor het slagen van een zeventiende-eeuwse kunstenaarscarrière’, pag 79.


Bol en Flinck waren in hun tijd zelfs beroemder dan Rembrandt maar dat veranderde vervolgens: de naam Rembrandt nam na zijn dood geleidelijk mythische proporties aan. Het duurde tot ver in de 20e eeuw voordat de leerlingen van Rembrandt, met Bol en Flinck voorop, weer de nodige aandacht kregen en hun kwaliteiten op waarde werden geschat.


Deze fraaie dubbeltentoonstelling met de bijbehorende catalogus is dan ook een terecht eerbetoon aan deze oude Nederlandse meesters die ons de nodige cultuurschatten hebben nagelaten.


Zie ook het inkijkexemplaar


ISBN  9789462582217 | paperback | 271 Pagina's | Uitgeverij WBooks | oktober 2017
In samenwerking met Museum Het Rembrandthuis en Amsterdam Museum

Evert van der Veen, 11 mei 2018

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER