Wolfram Fleischhauer

http://www.wolfram-fleischhauer.de

 

De hand van de schilder


Deel een gaat over Andreas Michelis, reizend docent Amerikaanse letterkunde, die in Duitsland zijn vriend Nicolas Koszinski ontmoet. Deze heeft, zoals hij het zelf tijdens een telefoongesprek uitdrukte, misschien een interessant nieuwtje voor hem. Dat nieuwtje heeft te maken met de belangstelling die Michelis al een tijdlang heeft voor een raadselachtig, anoniem schilderij uit het Louvre met de titel “Gabrielle d’Estrées en een van haar zussen”; een schilderij van twee vrouwen in een badkuip, waarbij de linkerdame de tepel van de rechterdame tussen haar vingers houdt en de rechterdame in haar linkerhand een ring vasthoudt. Een wat curieuze voorstelling dus. Koszinski heeft via familie een onvoltooid manuscript in handen gekregen, geschreven door de historicus Jonathan Morstad, dat handelt over de raadselen rond dit doek.

Het tweede deel bevat het genoemde manuscript, dat uit verschillende stukken bestaat: verhalende gedeelten, verslagen van ondervragingen en correspondentie. Waar draait het allemaal om?
Centraal staat de fictieve schilder Vignac die in opdracht het eerder genoemde schilderij maakt waarop Gabrielle, hertogin de Beaufort, maitresse van koning Hendrik IV en moeder van zijn drie kinderen, afgebeeld is. Het schilderij is geschilderd rond 1600, een periode van relatieve rust in Frankrijk, dat decennia lang gebukt ging onder de strijd tussen protestanten en katholieken. Hendrik IV regeert en lijkt de touwtjes in handen te hebben. In 1599 belooft hij dat hij, zodra de paus toestemming heeft gegeven voor ontbinding van zijn huwelijk, met Gabrielle zal trouwen. Veel personen in de omgeving van de koning zijn tegen deze verbintenis en voorzien een periode van politieke instabiliteit als hij zijn plannen doorzet. Als Gabrielle, zwanger van haar vierde kind, kort voor de huwelijksdag na een akelig ziekbed van slechts enkele dagen sterft, rijst dan ook de vraag of haar plotselinge overlijden juist op dat moment een natuurlijke dood was of dat er sprake is van moord door vergiftiging.


Deel drie tenslotte vertelt de belevenissen van de ik-persoon als hij in bibliotheken en archieven in verschillende Europese steden probeert de leemten in het verhaal op te vullen.
In een bijlage, geïllustreerd met afbeeldingen van de in het boek genoemde schilderijen, vertelt Wolfram Fleischhauer hoe zijn onderzoek ten behoeve van dit boek verliep, welke moeilijkheden en raadsels hij tegenkwam en welke conclusies hij uiteindelijk getrokken heeft. De daarop volgende chronologie bevat een aantal belangrijke jaartallen uit de periode van 1572 tot 1610.


In eerste instantie dacht ik dat ik een boek in handen had dat in de nasleep van het succes van “De Da Vinci Code” geschreven was. Erg aardig te ontdekken dat het al voor die tijd verscheen en totaal los staat van de gekte rond dit soort boeken sinds het verschijnen van de boeken van Dan Brown.
In het begin leek het boek me een taai en droog werk, ik dacht niet het uit te zullen lezen. Maar gaandeweg werd ik echt gegrepen door het verhaal. De vele perspectiefwisselingen maken het ook erg afwisselend en daardoor boeiend. In tegenstelling tot de schrijvers van de vele boeken die op dit moment verschijnen rond raadsels uit het verleden heeft deze auteur geen duistere, geheime genootschappen nodig om een historisch raadsel levend te maken. Politieke intriges blijken spannend genoeg om een zeer lezenswaardig boek op te leveren!
Vertaler J. Smit


Paperback | 408 Pagina's | Unieboek BV | maart 2006 met illustraties ISBN: 9026985258

© janna2

Reageren? Klik hier!