John Fante

altWacht tot het voorjaar, Bandini
John Fante

‘Hij liep tegen de diepe sneeuw te schoppen. Alles stond hem tegen.’


De beginzin schetst een somber beeld en dat verandert gedurende het verhaal niet. Integendeel, het wordt alleen maar erger. Zoals zijn vader Svevo Bandini de dagen chagrijnig doorbrengt, moedeloos vanwege zijn werkeloosheid, het geldgebrek en het onvermogen zijn gezin goed te verzorgen, zo is de oudste zoon Arturo nog een graadje erger. Hij is een echte recalcitrante puber. Hij haat alles: zijn vader, de lamzak; zijn moeder die met al dat bidden ook niets bereikt; zijn jongere broertjes: de schijnheilige Federico en de meisjesachtige August. School, de pestkoppen, niets is er goed. Hij schopt, slaat, is ongehoorzaam, steelt en wat hem daarbij nog het meest dwarszit is dat hij waarschijnlijk niet in de hemel komt, maar moet branden in het vagevuur. Maar vroom worden is ook zijn ding niet.


Rosa. Rosa haat hij niet. Rosa is zijn meisje, dat zijn meisje helemaal niet is. Voor Rosa doet hij alles, ook al wil ze dat niet.
Terwijl Svevo zijn wanhoop omzet in drinken en pokeren, verbijt Maria de vernedering en haalt eten op de pof bij de buurman. De kippen overleven deze periode niet, want Svevo komt niet thuis. Is hij aan het drinken? Maar meestal is hij dan na een dag wel weer terug. Nu niet. De jongens zien hem, in een auto met een andere vrouw. Maria is blij: hij zal nu wel werk hebben! Natuurlijk houdt ze zichzelf voor de gek.
Maar dat doet ook Svevo, even verblind door rijkdom en aandacht. Maar anderen moeten niet aan zijn wezen komen, niet aan zijn kinderen. Want Svevo is trots. Dat is zijn wezen: hij is Amerikaan. Ja natuurlijk: hij is zuiver Italiaans, is geëmigreerd, maar:


‘nu hij zijn staatsburgerschap had, beschouwde hij zichzelf nooit als een Italiaan. Nee, hij was een Amerikaan; een enkele maal gonsde het sentiment in zijn hoofd en stofte hij graag luidkeels op zijn geboorte; maar in elk praktisch opzicht was hij een Amerikaan, en als Maria tegen hem sprak over wat Amerikaanse vrouwen uitvoerde, ‘die Amerikaanse verderop in de straat’,  werd hij razend. Want hij was zeer gevoelig voor ras- en klassenverschillen, voor het lijden dat die met zich mee brachten, en kantte er zich bitter tegen.’


En het voorjaar komt...

Een autobiografisch verhaal met een korte inleiding van de schrijver zelf die zijn werk niet meer kan lezen, bang voor de herinneringen. Begrijpelijk, het is nogal een heftig verhaal. Niet in de zin dat er veel echt geweld of schokkende voorvallen zijn, maar het hele verhaal straalt een akelige sfeer van liefdeloosheid uit. Maria is de uitzondering. De manier waarop Fante haar neerzet in het verhaal getuigt ook van die liefde. In de pagina’s dat zij voorgesteld wordt beginnen die stukjes tekst steeds met ‘haar naam was Maria’. Dat is mooi.
Haar gedrag is ook mooi: ze blijft haar overspelige man trouw, en verzorgt haar kinderen liefdevol, en bidt voor hen, omdat ze heel goed ziet hoe ze zijn. Maar haar vertrouwen is groot: het zal wel goed komen.
Ook voor haar komt het voorjaar. Ze weet het zeker.


John Fante (Colorado 1909) was een Amerikaans schrijver van Italiaanse komaf. Hij overleed in 1983. ‘Wait Until Spring’ werd voor het eerst in 1938 uitgegeven, en in de jaren tachtig herontdekt. Na dit boek verschenen nog twee boeken over Bandini. Ze werden ook verfilmd.


ISBN  9789029071833  |paperback| 168 pagina's |Uitgeverij Meulenhoff |juli 2002
Vertaald uit het Engels door  Mea Flothuis

© Marjo, 30 juli 2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER