F. Scott Fitzgerald

http://nl.wikipedia.org/wiki/F._Scott_Fitzgerald

http://www.biography.com/people/f-scott-fitzgerald-9296261

 

Een dag in mei
F. Scott Fitzgerald


Het is af en toe een verademing om tussen al de moderne schrijvers een schrijver uit vroeger jaren te lezen, zoals F. Scott Fitzgerald (1896-1940). Je proeft in deze novelle in bijna elke regel zijn vakmanschap. Je merkt dat dit boek weloverwogen en bedachtzaam is geschreven. Er wordt niet zomaar een verhaal verteld maar alles past als een legpuzzel in elkaar. De karakters zijn uitgediept, het verhaal is rond.
Toch is Een dag in mei een van Fitzgeralds eerste werken. Het werd in 1920 als novelle opgenomen in een tijdschrift.


Het verhaal bestrijkt één dag, namelijk 1 mei 1919. New York is in feeststemming. Soldaten keren na beëindiging van de Eerste Wereldoorlog terug uit Frankrijk. Ze worden in de straten bejubeld, er worden grote feesten gegeven en de drank vloeit rijkelijk.
Het verhaal begint met de aan lager wal geraakte Gordon Sterret die van zijn rijke oud-studiegenoot Philip Dean probeert geld te lenen. Gordon is net terug uit de oorlog en Philip is in New York om het grote Gamma Psi-bal bij te wonen. Dean ergert zich aan het deprimerende verhaal van Gordon, die zich dankzij een vrouw, Jewel Hudson, in de nesten heeft gewerkt. Hij moet nog nadenken of hij Gordon wel of geen geld wil lenen. De rijke Dean vertelt luchtigjes over Edith Bradin de ex- vriendin van Gordon, zij komt ook naar het bal. Dean kan nog wel een uitnodiging voor Gordon regelen.
Ondertussen kolkt het in New York. De teruggekomen soldaten, vooral in de lagere rangen, merken dat in hun eigen land niets is veranderd. Ze zijn nog steeds weinig bemiddeld en bovendien ook nog eens hun werk kwijt. Er breken overal rellen uit.
Edith, Gordon, Philip, Peter (hij is eveneens oud studiegenoot) Jewel, en twee zeer beschonken soldaten Carrol en Key komen elkaar al dan niet bewust tegen op het bal. Wat volgt zijn allerlei verwikkelingen die zomaar zo kunnen gebeuren zoals in het echte leven ook van alles gebeuren kan.


Het is een verhaal waarin Fitzgerald de hele situatie weergeeft waarin Amerika en zijn inwoners zich op dat moment bevinden. De armoede en de explosieve sfeer buiten, staan in schril contrast met de nonchalance en overdaad binnen op het bal waar de rijke, gestudeerde lieden zich bevinden.
Fitzgerald heeft al deze verschillen uitstekend weten te verwerken in zijn personages. De verwende student versus de sappelaar, de mooie intelligente vrouw versus de vrouw die niet verder kijkt dan haar neus lang is en alleen maar op een man uit is. De beschonken soldaten die in Frankrijk alle verschrikkingen gezien hebben versus de thuisblijvers die niet begrijpen wat nou het probleem van de soldaten is.
Het is ongelooflijk knap om zo'n verhaal samen te stellen, zo'n inzicht in de toenmalige situatie te geven en dat alles ook nog op één dag te laten plaatsvinden.

Achterin het boek staat in een toelichting dat Fitzgerald gebruikt heeft gemaakt van de toenmalige werkelijke situatie, zowel van hem persoonlijk als van de rellen en spanningen in New York en andere grote steden. Ook is te lezen dat Fitzgerald zich wel altijd in de hoogste kringen bevond maar daar niet uit voortkwam en er ook nooit echt deel van uitmaakte, wat Een dag in mei gelijk min of meer autobiografisch maakt.


Na Een dag in mei  en de toelichting volgen tot mijn verrassing en verbazing nog twee beschouwingen getiteld Jazz Age en Mijn verdwenen stad.
In Jazz Age geeft Fitzgerald zijn visie op de opkomst en ondergang van het jazz tijdperk. Het was min of meer een losgeslagen bende en niemand had zin om de werkelijkheid te zien. Alles kon, het woord jazz stond voor seks, dansen en muziek, in die volgorde. Belangrijke journalisten en boeken uit die tijd worden genoemd. De erotiek in boeken en toneelstukken vierde hoogtij maar de teksten waren aanvankelijk enorm onschuldig. Later escaleert dit. De opkomende technologie met de daaruit voortvloeiende grammofoonplaten - met 'neger'muziek, auto's, de opkomst van de vliegreizen  e.d. maken de roaring twenties nog meer roaring.


In Mijn verdwenen stad vertelt Fitzgerald over de stad New York in de jaren twintig van de vorige eeuw. Hij schrijft over hoe hij in 1919 terugkeerde naar New York. Over de daar door hem geleden armoede en hoe hij in feite nergens bij hoorde. Later zegt hij daarover: 'In een waas van bezorgdheid en ongeluk bracht ik er de vier ontvankelijkste maanden van mijn leven door.'  Zes maanden later werd hij als dé schrijver binnengehaald. 'Tot mijn verbijstering werd ik geadopteerd [...] als het archetype wat New York wilde.' Fitzgerald verlaat New York meerdere keren om er ook weer terug te keren. Elke keer ziet hij de veranderingen in de stad met het jaar 1926 als toppunt van rusteloosheid. Er werd gefeest, gevreeën, gezopen. 'De kater werd een even geaccepteerd onderdeel van de dag als de Spaanse siësta' schrijft hij. Fitzgerald beseft dat New York zijn thuis is. Tot de ultieme klap plaatsvindt, de beurskrach, en dan ziet hij New York zoals het werkelijk is. Zijn aanvankelijke beeld van zijn geliefde universum blijkt verdwenen en zal nooit meer terugkeren.


Jazz Age
en Mijn verdwenen stad zijn meer overpeinzingen dan verhalen. Het zouden zelfs goedgeschreven dagboekfragmenten kunnen zijn. Aanvankelijk vond ik het jammer dat er meer volgde na Een dag in mei. Dat verhaal was goed en indrukwekkend genoeg zoals het was maar na het hele boek gelezen te hebben blijken de beschouwingen wel een toevoeging bij Een dag in mei.  Het geeft het verhaal een bredere achtergrond en maakt het in feite nóg beter dan het al is. De uitgever verdient een groot compliment voor de zorgvuldige samenstelling van dit boek.


ISBN 9789079770137 Paperback met flappen 156 pagina's uitgeverij Karaat mei 2013
Vertaald door David Koppernik, Charles Bors, Mon Faber

© Dettie, 2 juni 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De rijke jongen
F. Scott Fitzgerald


Als je de verhalen leest die in dit fascinerende boek staan dan waan je je in een prachtige melancholieke zwart-wit film. In alle verhalen komt een knappe, welgestelde man voor van ca. vijfendertig jaar en de mooie, eveneens niet onbemiddelde vrouw. Het bijzondere is echter dat deze keer niet de vrouw, zoals in de films, snikkend achterblijft omdat ze haar geliefde niet kan krijgen maar het voornamelijk de man is die blijft hunkeren naar die ene bijzondere vrouw. Tenminste, in vijf van de zes verhalen is dat het geval. De vrouwen in deze verhalen zijn stuk voor stuk beeldschoon en zeer zelfverzekerd. Ze weten wie ze zijn en wat ze bij mannen teweeg brengen. Daar maken ze dan ook flink gebruik van...

Alleen in het eerste verhaal Kaper op de kust blijft de man niet eenzaam achter. In dit aparte verhaal lezen we over de onuitstaanbare, zeer verwende negentienjarige Ardita die haar zinnen heeft gezet op een man in Palm Beach. Haar oom, met haar tante de enige familie die ze nog heeft, weigert echter zijn toestemming, hij wil niet dat zij zich inlaat met die bon vivant. En nu zit Ardita op ooms jacht die voor de kust van Florida afgemeerd ligt en weigert aan land te gaan. Haar oom vertrekt die avond om te gaan dineren bij een bevriende kolonel die een huwbare zoon, Toby, heeft. Toby is een goede partij volgens hem, maar Ardita wil de man uit Palm Beach en niemand anders dus ze gaat niet mee. Maar als haar oom vertrokken is, wordt het schip gekaapt door Curtis Carlyle and his Six Black Buddies. Curtis heeft een overval gepleegd en vlucht met het schip én Ardita naar veiliger oorden. De beeldschone Ardita, die alles al gezien en gedaan heeft, geniet, ze houdt wel van mannen met lef want zij is zelf ook voor niets en niemand bang. Het vrolijke, aparte verhaal heeft een heel verrassend eind...

Het titelverhaal De rijke jongen is schitterend. Het is het verhaal over Anson, een man die alles mee heeft en weet met welke vrouw, Paula, hij verder wil maar toch niet gelukkig wordt. Hij vertrouwt er namelijk teveel op dat Paula wel weet dat zij het voor hem is, Paula is zijn soulmate, zij kunnen uren discussiëren over alles wat maar in hun hoofd opkwam. Nadat ze elkaar een tijdje niet gezien hebben, werd het gesprek gewoon voortgezet.


Het was een soort hypnose, die vaak werd onderbroken en dan plaatsmaakte voor die slappe humor die we lol noemen; als ze alleen waren dan begon de dialoog opnieuw, plechtig, ingetogen, en zo getoonzet dat ze elkaar een gevoel van eenheid in emoties en gedachten gaven. [...]


Ze besluiten te trouwen maar Anson wacht te lang voordat hij officieel bij haar ouders om haar hand vraagt. Dat wordt steeds uitgesteld. Hun verloving mag nog niet bekend gemaakt worden. Kortom, Anson laat zijn kans glippen, laat het moment van daden stellen voorbij gaan. Ondanks hun liefde kiest Paula voor zichzelf en Anson weet dat hij nooit meer zoveel voor iemand zal voelen. Anson wordt een vriend van velen. Overal wordt hij gevraagd te getuigen bij hun huwelijk. Hij is de aimabele man, de eeuwige knappe, rijke, vrijgezel. Een graag geziene gast in de herenclubs. Hij drinkt veel maar stopt een jaar als de verzekeringsmaatschappij weigert hem een polis te geven.  Zijn carrière verloopt voorspoedig, maar altijd is er die melancholie, zijn verlangen naar Paula... Later is er nog één vrouw die hem iets doet maar niet op de manier als Paula deed.
Een prachtig filmisch verhaal in mooie taal geschreven. Het verhaal over de arme knappe bijna arrogante man die zoekt en maar niet vindt, raakt en ontroert je.


En zo zijn alle verhalen van Fitzgerald in een melancholieke, nostalgische sfeer geschreven. Levens vol smart en tragiek, verhalen die woest en zoet tegelijk zijn, dan weer sprookjesachtig en schrijnend, zoals de samensteller van dit boek in zijn nawoord zo mooi weergeeft. De mannen hebben feitelijk alles mee; ze zien er goed uit, zijn welgesteld, drinken graag hun whiskey en hebben daar ook het geld voor, hebben een uitstekende baan en zijn geliefd bij zowel mannen als vrouwen. Toch is er aldoor iets wat ontbreekt, veelal de liefde van de beeldschone onbereikbare vrouw die ze, al dan niet heimelijk, aanbidden. In een enkel geval wil een man zijn dochtertje weer terug nadat hij door de drank de zeggenschap over haar kwijt is geraakt. Ook in dit geval wordt de hunkering prachtig beschreven.


De verhalenbundel is samengesteld door Ernest van der Kwast die in een nawoord een korte biografie over Fitzgerald levert en vertelt wat hem zo aanspreekt in het werk van F. Scott Fitzgerald (1896-1940).
De roman The Great Gatsby is momenteel het meest bekende werk van Ftizgerald maar toch verdiende hij voornamelijk zijn brood met het schrijven van verhalen. Hij heeft er in totaal 179 geschreven. De meeste van zijn verhalen verschenen echter in de krant. Uiteindelijk vond Fitzgerald 46 verhalen goed genoeg om opgenomen te worden in de vier verhalenbundels die tijdens zijn leven verschenen. Later moest Fitzgerald zijn heil zoeken in Hollywood waar hij scripts schreef om zo toch nog de kost te verdienen. Ongelofelijk want de verhalen in dit boek zijn schitterend. Ze getuigen van een diep menselijk inzicht. Je zou ze aan iedereen willen aanraden. Je hoopt, om met Ernest van der Kwast te spreken, dat de lezer betoverd raakt door de schoonheid van de taal en de romantiek van zijn verhalen, en dat het verlangen zal ontbranden, het verlangen naar meer...


ISBN 9789057595448 Paperback met flappen, 237 pagina's, Uitgeverij Podium, februari 2013
Samensteller Ernest van der Kwast. Vertaald door Jan Donkers/Jan Fastenau

© Dettie, 8 maart 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER