Tristan Egolf

Heer onder het gepeupel


Is John Kaltenbrunner, een wonderkind, een buitenbeentje, een ongeluksvogel of een oproerkraaier? Het stadje Baker is overtuigd van het laatste. De geweldige crisis die Baker een aantal jaren voordat dit verhaal aan het papier werd toevertrouwd, doormaakte, werd in de loop van deze jaren geheel aan John geweten.
De 22 personen, die met één stem dit verhaal vertellen, doen dit omdat ze vinden dat John onrecht wordt aangedaan. Zij zullen eens haarfijn uit de doeken doen hoe John's leven is verlopen en hoe het allemaal zover heeft kunnen komen.


Baker is een achterlijk stadje in Oost Kentucky. De bewoners worden aangeduid met de term "het zootje van Baker". Het moge duidelijk zijn dat de vertellers niet veel met hen op hebben. John's vader was tweede man bij een mijnbouwbedrijf en reeds overleden op het moment dat John geboren werd. Hij wordt door zijn moeder opgevoed op de veraf gelegen boerderij. Al op jonge leeftijd krijgt hij belangstelling voor het boerenbedrijf en hij begint met het herstellen van de verwaarloosde stallen, waarna hij erin slaagt een bloeiende kippenfarm op poten te zetten. Hij is dan pas 11 jaar oud. Vervolgens stort hij zich op het houden van schapen. Op school gaat het intussen niet zo goed. John bemoeit zich met niemand. Zijn leven heeft geen enkel raakvlak met de interesses van zijn leeftijdgenoten. Hij komt in zijn werkkleren naar school en stinkt naar mest. Dat vraagt om pesterijen. John neemt maar één keer wraak, maar op zo'n manier dat het getreiter op slag over is. Tegen de tijd dat hij 16 is, slaat het noodlot toe: Een wervelstorm vernielt zijn hele bedrijf. Zijn moeder wordt ziek. Hij veroorzaakt een ongeluk als hij haar naar het ziekenhuis brengt. De methodisten "heksen" doen hun intrede in huis. Onder het mom van naastenliefde, nemen zij de zorg voor de zieke op zich, met als doel de erfenis in de wacht te slepen. John heeft hen door, maar kan niet verhinderen dat het hele huis wordt leeggeroofd. In een ultieme poging te zorgen dat wat ze uiteindelijk in handen krijgen, van nul en gener waarde is, gaat hij over tot grof geweld, met als resultaat een confrontatie met de politie. Hij belandt in de gevangenis.
Wanneer hij weer op vrije voeten is krijgt hij werk op een kippenslachterij. Zijn werkzaamheden worden met veel smakelijke details beschreven. John is al gauw de beste werkkracht. Buiten zijn schuld krijgt hij daar echter een ongeluk en dientengevolge wordt hij ontslagen. Na diverse mislukte baantjes, komt hij bij de vuilnisophaaldienst terecht. Er gaat veel tijd overheen voordat de zwijgzame, stuurse John door zijn collega's wordt geaccepteerd, maar dan kan hij zijn organisatietalent naar hartelust botvieren op het verbeteren van de arbeidsomstandigheden van de "vuilschuivers", hetgeen uiteindelijk zal uitmonden in de Grote Crisis.


Het verhaal is zeer gedetailleerd en met veel humor beschreven, soms met iets te veel. De karakters worden zo sterk uitvergroot, dat het karikaturen worden. Het begin is wat verwarrend, maar zodra het levensverhaal van John aanvangt, leest het als een trein. Er worden flink wat misstanden, die ook heden ten dage nog zullen bestaan, aan de kaak gesteld zoals sociale onrechtvaardigheid, willekeurige rechtspraak, misbruik van macht door de kerken. Liefhebbers van een absurde, groteske roman zullen aan dit boek veel plezier beleven.
Na 70 afwijzingen in eigen land (VS) werd het boek eerst door grote uitgeverijen in het buitenland uitgebracht. Het werd overal enthousiast ontvangen, een enthousiasme dat ik niet voor de volle 100% kan delen. Tristan Egolf maakte in 2005 op 33-jarige leeftijd een eind aan zijn leven.


Vassallucci, Amsterdam, 1998, paperback, 499 blz., ISBN 90-5000-155-6

© Berdine, maart 2007

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik hier!