John Fowles

http://www.fowlesbooks.com

 

De verzamelaar


Het gaat over de eenvoudige klerk en vlinderverzamelaar Fred ('Ferdinand') Clegg, die niet meer hoeft te werken als hij de voetbalpool heeft gewonnen. Hij trekt zich dan terug in een afgezonderd landhuis en ontvoert zijn geheime liefde en tegenpool, Miranda Grey.
Ferdinand is een simpele ziel, opgevoed door een tante, die niet zo heel veel van hem moest hebben. Zijn oom, de enige die hem een beetje begreep is gestorven.
Maar dan is daar Miranda: hij is verliefd en gefascineerd door haar, maar durft haar niet aan te spreken, ze komt uit een andere wereld. Komt het doordat hij vlinders verzamelt dat hij op het idee komt haar te ontvoeren? Al dat geld dat hij nu heeft, maakt het in ieder geval mogelijk. Hij houdt van Miranda, zegt hij:
"ik wou alleen maar het beste van haar, ik wou haar gelukkig maken en zorgen dat ze een beetje om me ging geven"


In de laatste hoofdstukken lezen we het verhaal van Miranda. Om niet gek te worden van eenzaamheid, van de oorverdovende stilte om haar heen, gaat ze een dagboek bijhouden. Ze is verliefd op een oudere man, een kunstenaar. Zelf studeert ze op een kunstacademie.
Natuurlijk probeert ze te ontsnappen, door dingen te ondernemen, of door de man te paaien. Alles mislukt helaas.


Het bestaat uit vier hoofdstukken: eerst twee lange, het verhaal gezien door de ogen van Ferdinand, en dat gezien door de ogen van Miranda, en tot slot twee korte, waarin de afloop verteld wordt. Eerst duiken we in de geest van de man, later zien we het door de ogen van Miranda, ik vind het knap zoals Fowles je in laat leven in twee heel verschillende mensen. Beetje gedateerd misschien, er wordt gesproken over platen draaien op een pick-up, die door de man zelfs grammofoon genoemd wordt. Het boek is oorspronkelijk uit 1964, maar nu opnieuw uitgegeven.
En toch de moeite waard gebleven, gezien de recentere gebeurtenissen rond Dutroux..


Vertaler: F. van Schouwen
ISBN 9022989569 Ingenaaid, 272 pagina's Verschenen in deze uitvoering: mei 2005 A.W. Bruna Uitgevers

© Marjo

Reageren? Klik hier

 

Het liefje van de Franse luitenant


“Het liefje van de Franse luitenant” (“The French Lieutenant’s woman”) werd geïnspireerd door de roman “Ourika”, van Claire de Duras, door Fowles in 1977 vertaald in het Engels. Fowles hield ook enorm veel van de werken van Thomas Hardy, en vond bij diens Tess Durbeyfield (uit “Tess of the d’Urbervilles”) de mosterd voor zijn Sarah Woodruff. Hij is verder uitstekend op de hoogte van de politieke en geografische geschiedenis, en beschikt over een rijke woordenschat (zo kan een zin duidelijk Victoriaans klinken, terwijl de volgende zo in een moderne roman zou kunnen staan). Deze laatste “dubbelzinnigheid” weerspiegelt zich ook ten dele in de verschillende karakters.
Het boek werd ondertussen verfilmd, met in de hoofdrol Meryl Streep, en tevens op de planken gebracht door Mark Healy Het is trouwens vooral door de verfilming dat het boek ondertussen tot een internationale bestseller is uitgegroeid.


Charles Smithson is een jonge man ‘met familie’ (hopende een adellijke titel te erven). Ernestina Freeman, zijn verloofde, is geboren uit een familie ‘met geld’ (een familie die zich opgewerkt heeft in de handel). Een uitstekende combinatie in de tijd van koningin Victoria. De twee bereiden zich voor op een rustig, fatsoenlijk leven, ook al is Charles zich bewust van Ernestina’s beperkingen. Maar, ware het niet dat er ook nog Sarah Woodruff (ook bekend als “Tragedie”) was, die haar vrijheidsdrang moest bekopen met de bijnaam “de hoer van de Franse luitenant”. Voor de bewoners van Lyme Regis, in het zuidwesten van Engeland, waar het verhaal een aanvang neemt, wordt Sarah als een gevallen vrouw beschouwd. Charles raakt stilaan onder de invloed van deze vrijgevochten jongedame, wat hem uiteindelijk zuur zal opbreken, na het verbreken van zijn verloving. Toch blijft het einde van de roman voor de meeste lezers een grote verrassing, vermoed ik. Eigenlijk heeft het boek een open einde, tenzij misschien voor diegenen die eerst de film gezien hebben. Net voor het einde onderbreekt de alwetende verteller trouwens de geschiedenis door het tussenschuiven van een mogelijk ander einde. En produceert hij helemaal op het einde nog een derde “oplossing”.


“Loopt hij een aanstaande dood door eigen hand tegemoet ? Ik denk het niet ; want hij heeft eindelijk een zweem van geloof in zichzelf gevonden”


Het verhaal wordt gebracht in eenenzestig hoofdstukken, waarbij telkens een van de hoofdpersonen voor het voetlicht treedt. Een aantal gebeurtenissen worden zo vanuit verschillende hoeken belicht. Elk hoofdstuk wordt ingeleid door een of meer motto’s, waarbij zowel schrijvers (Hardy, Tennyson, Arnold) als wetenschappers (Darwin, Marx) aan bod komen. Ook dezen dragen hun steentje bij aan de beschrijving van de periode waarin het verhaal zich situeert, en aan de karakterisering van de verschillende figuren. Deze roman wordt omschreven als een Victoriaanse roman, of ook wel eens als een roman over de Victorianen (waar ligt het verschil ?), hun verwrongen moraal, en hun verdrongen seksualiteit. Doorheen het verhaal worden ons een aantal grote veranderingen in de maatschappij van de negentiende eeuw geschetst. Een eeuw, waarin heel wat mensen uit de lagere standen zich omhoog worstelden, terwijl de hogere standen probeerden te ontsnappen aan hun versteende moraal. De wetenschap wordt bij dit alles niet vergeten, want het is ook de tijd van Darwin, en zijn evolutietheorie, en van Marx. De crisis die dit in het Victoriaanse tijdperk te weeg bracht, wordt uitvoerig in beeld gebracht, aan de hand van Charles (die zich zelf Darwinist noemt, maar hem niet echt begrijpt), zijn (ex-)schoonvader, en dokter Grogan, de arts, die Ernestina verzorgt. En hij stelt tevens de rol van de auteur in vraag. Zo heeft hij bijvoorbeeld vragen bij de “gehoorzaamheid” van Charles aan de wensen van de auteur (zie hiervoor hoofdstuk 13).


“Ik weet het niet. Dit verhaal dat ik vertel is pure fantasie. Deze personen die ik schep hebben buiten mijn eigen brein nooit bestaan.”


Het is soms als of deze een discreet eigen leven leidt, los van de roman. Deze zeer uitvoerige roman vraagt een aandachtige lezer.


Ik heb dit boek graag gelezen, maar wat mij wel een beetje stoort, zijn de verwijzingen naar de moderne tijd, die John Fowles af en toe gebruikt om een toenmalige situatie beter te kunnen schetsen. Deze verwijzingen lijken mij overbodig, en dragen niet echt bij tot een beter begrip van bepaalde situaties.


ISBN 90-229-7646-7 paperback 515 pagina's Rainbow Pocket
Vertaald door Frédérique van der Velde

© Lezer100, 28 september 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER