Corina Engelbrecht

Gebarsten wit
Corina Engelbrecht


De vierenvijftigjarige Frederik Zeggelaar zegt zijn baan bij Waterstaat op en neemt afscheid van zijn collega’s. Hij had met hen nooit zo’n goede band, ze vonden hem stijf en strikt, en dus verbaast het hem des te meer als zijn opvolger contact met hem opneemt. De man, Eemstra, wil advies zegt hij, maar deze eerste lunch wordt gevolgd door meer ontmoetingen. Er ontwikkelt zich zelfs iets als een vriendschap zodat Frederik de man benoemt tot testamentair-executeur. Want dit is de reden dat hij zijn baan heeft opgezegd: hij heeft te horen gekregen dat hij ongeneeslijk ziek is. Behandeling zou alleen levensverlengend werken.


Frederik heeft gekozen voor een menswaardig einde: in het reine komen met wat er van zijn leven geworden is, en regelen wat geregeld moet worden. Hij heeft geen kinderen, zijn ex-vrouw zit in Afrika. Regelmatig wandelt hij naar de plek waar zijn graf reeds gedolven is. Op het kerkhof vindt hij rust. En een bloem:  ‘een grote, met de mond geblazen roos van glas, midden op een plaat van donkerblauw graniet. Eronder stonden zeven letters staan: Bregtje.’ Het houdt hem bezig: wat is dat voor een naam: Bregtje? Wat betekent het? Hij ontdekt dat het licht betekenen moet.


‘Licht, dat was leven. Het zwart van de dood was al genoeg om hem heen sinds de oncoloog hem in die heldere kamer op de zesde verdieping van het academisch ziekenhuis de diagnose had gegeven en de consequenties daarvan had uitgelegd. Hij had zich verbijsterd gevoeld: zo oneindig veel licht buiten en hier het onherroepelijke zwart.’


Maar nu was Bregtje er. Iets van hemzelf, een geheim, net als hij andere geheimen heeft. Een gebeurtenis in zijn leven waar hij onduidelijk over moet blijven omdat het hem nooit duidelijk werd wat er precies gebeurd is. Terwijl zijn gezondheid verslechtert, moet hij hulp aanvaarden. Die komt in de vorm van Alie:


‘Daar stond ze dan, zijn thuishulp voor de komende maanden, in een roze legging over te dikke benen, een vaalgewassen, bilkort spijkerrokje over de enorme buik, een te rode, doorzichtige flodderbloes over een te klein hemdje dat haar enorme borsten ongegeneerd naar buiten deed puilen. Huh. Een aangeklede obesitas.’


Je kon het verwachten: hij raakt vertrouwd met Alie, net als met Eemstra. Hanna, zijn ex, wil hij niet in zijn leven terug, maar hij denkt wel vaak terug aan haar. En aan zijn vader, een gewezen KNIL-militair. Ze begrepen elkaar niet, maar was er niet een dagboekje van zijn vader?


Het is een poëtisch geschreven novelle: klein maar fijn. De laatste maanden van Frederik betekenen een aftakeling, die je ook in zijn woorden tegenkomt.


Corina Engelbrecht (Den Haag) groeide op in Indonesië en studeerde letteren (Italiaans) in Leiden. Naast journalistiek werk publiceerde ze schrijversportretten, poëzie en kleine verhalen. Een aantal artikelen over late gevolgen van de Japanse bezetting van Nederlands-Indië verscheen eerder in kleine oplage onder de titel Wie niet herdacht wordt leeft niet voort.


ISBN 9789080683785 | Paperback | 128 pagina's | Uitgeverij Nieuwe Haagsche B.V | 2015

© Marjo, 22 mei 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER