Adam Foulds

De dwaaltuin
Adam Foulds


Niet alle dromen worden verwezenlijkt. Soms zijn dromen zeepbellen. En die spatten uiteen.


Het verhaal dat Adam Foulds ons gaat vertellen is gebaseerd op geschiedenis, zij het dat hij die een beetje naar eigen hand zet.


De feiten: In het midden van de negentiende eeuw was er in Essex, Engeland, een psychiatrische inrichting die gerund werd door Matthew Allen. De dokter was vooruitstrevend, hij ging uit van de vrijheid van de mens. Zijn patiënten werden alleen opgesloten als het niet anders kon. Onder de patiënten en hun familie  bevonden zich beroemde dichters,  Alfred Tennyson en John Clare. Of ze elkaar in werkelijkheid ook ontmoet hebben, is niet zeker, maar dat doet er niet zoveel toe. Om aan geld te komen, en en passant zijn patiënten bezig te houden, bedacht Allen een machine die hout kon bewerken. Hij vroeg de meer bemiddelde patiënten en hun familie daarin te investeren. Het veroorzaakt het failliet van de familie Tennyson.


Het verhaal: John Clare is een van de patiënten die vrij veel vrijheid hebben. Hij heeft een sleutel en kan gaan en staan waar hij wil, als hij ’s avonds maar binnen is. Terug in ‘de Bastille’.  Clare leidt aan wanen: hij denkt in de buitenwereld twee vrouwen te hebben, dat hij Jack Randall is, een bokser, maar sommige wanen zijn minder duister dan men aanneemt. Op een van de heldere momenten loopt hij het terrein af en gaat naar huis. Hij vormt de kern van het verhaal, in het begin vindt hij het allemaal prachtig en mooi in de inrichting, maar dat verandert langzaam, parallel met zijn geestestoestand. En met het falen van het instituut.
Andere patiënten die een rol spelen: de broer van Tennyson, depressief; er is Margaret met haar godsdienstwaan; Charles Seymour die niet ziek is, maar volgens zijn familie weerhouden moet worden van een mesalliance. Dan zijn er de oppassers, die alles en iedereen in de gaten houden  - sommige integer, andere wat minder - en er is het gezin van dokter Allen. Ook zijn vrouw, dochters en zoon wonen op het terrein, en hebben contact met de patiënten.  Vooral dochter Hannah, een jonge vrouw die haar weg zoekt in de liefde, die hoopt door een huwelijk het ouderlijk nest te kunnen verlaten.


Foulds heeft zijn verhaal verdeeld in seizoenen, en wisselt vaak van personage. Hij heeft gekozen voor een gedetailleerde manier van schrijven, met prachtige beschrijvingen van natuur, of gebeurtenissen. Dat is genieten, zelfs al is het onderwerp niet altijd even prettig. Het slachten van het hert bijvoorbeeld. Of deze:


‘Hij zette de egel bij de andere en wachtte. Hij fluisterde:  ‘Kom op, jongens, niet bang wezen,’ tegen de dieren toen de stekelballen zich uitrolden, lange tastende pootjes op de grond werden gezet en bedeesde snuffelkopjes werden opgestoken. Met een korte dikke knuppel sloeg hij er een op zijn kop. Toen maakte hij met een mes een snee rond de nek, trok het mes omlaag langs de ruggengraat, draaide hem om en sneed zijn buik overlangs open. Hij stak het mes in zijn zak, trok de kop omlaag samen met de ingewanden en de ruggengraat , en gooide de verstarde snuit en bungelende paarse darmen terzijde. De honden doken op het afval af.’


Maar ook:


‘Na een paar meter richtte hij zijn blik zich op van de losse bladermat, de stekelige doppen van beukennootjes en de wortels die het pad ribbelden. Hij keek weer op en zag het dreigende, spikkelige donker van hulststruiken met daaronder de lange scheuten en armetierige bladeren van braamstruiken. Hij plukt een braam en at hem op: zo zerp dat zijn gehemelte prikte.’


Het zijn niet alleen beschrijvingen, er is genoeg afwisseling met dialogen, en naast beschouwing is er ook het dagelijkse leven. Immers, er was interactie tussen gezin en patiënten. Genoeg afwisseling, mooi geschreven en een interessant verhaal.
Het verbaast me niets dat Adam Foulds kanshebber was voor de Man Booker Prize.


ISBN  9789089530462|  Paperback | 236 pagina's | Ailantus | januari 2011
Vertaald door Jan Fastenau

© Marjo 2 februari 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER