Boekenarchief M

Vonne van der Meer

http://www.vonnevandermeer.nl

 

De vrouw met de sleutel
Vonne van der Meer


Het eerste boek van Vonne van der Meer "Het limonadegevoel en andere verhalen' maakte grote indruk op me. Zoietst had ik nog nooit gelezen. De verhalen waren op een manier geschreven die ik niet kende. Vonne van der Meer won toentertijd,  terecht,  met dat boek de Geertjan Lubberhuizenprijs voor het beste debuut. En nu is het alweer vijfentwintig jaar later...
Een beetje fan van Vonne van der Meer kent natuurlijk haar eilandboeken. Die gaan over belevenissen van mensen die Duinroos huren, een vakantiehuisje op een van de waddeneilanden. De gasten kennen elkaar niet maar schrijven wel in het kort hun bevindingen in het gastenboek. De werkster, die het huis aan het begin van de zomer en na elk gastenbezoek schoonmaakt, is de rode draad. Zij ziet alle gasten maar kent ze verder niet. Alleen de lezer weet wat er in het hoofd van de gasten omgaat.
Nu is er ter ere van haar 25 jaar schrijverschap dit boek De vrouw met de sleutel. Eveneens een verhalenbundel, eveneens is er sprake van een centrale figuur maar nu is het geen werkster maar een weduwe, Nettie, genaamd. Deze Nettie heeft geld nodig. Vroeger was ze lerares maar ze kon geen orde houden dus terug in haar vak kan en wil ze niet. Ze kan wel heel mooi en goed voorlezen én ze heeft prachtige boeken in haar kast. Ze besluit een advertentie te plaatsen.


Vrouw, 59, moederlijk voorkomen, brede heupen, prettige stem, komt u voor het slapen instoppen en voorlezen. Discr. verzek. Beslist geen seks.bedoel.


Aan haar kinderen, die het huis uit zijn, durft ze deze stap nog niet te vertellen.

Er komen reacties en natuurlijk loopt alles anders dan Nettie aanvankelijk verwacht had. Ze had bijvoorbeeld totaal niet gedacht dat ze zo erg betrokken zou raken bij 'haar' mensen. Ook hebben haar klanten een eigen wil en één kiest een eigen boek waaruit hij voorgelezen wil worden, een sience-fiction roman. Een genre waar Nettie geen enkele binding mee heeft.
Ook had ze niet verwacht dat ze een elfjarig meisje, Renée, als klant zou krijgen. Renée heeft na haar eerste bezoek schrijfambities en samen proberen ze een weg te vinden in het moeilijke vak. Nettie moedigt aan en vertelt hoe Renée een lezer in een verhaal kan trekken. Hoe ze een bestaand verhaal kan veranderen in een ander, eigen, verhaal. Hoe ze een verhaal boeiender kan maken. Langzamerhand ontdekt Nettie echter wat Renée wérkelijk wil vertellen.
Aan de andere klanten leest Nettie haar eigen 'helden' voor zoals Het fregatschip Johanna Maria van Arthur van Schendel. Ook een verhaal van 'Raoul Trip' valt erg in de smaak bij de man aan wie ze voorleest. In feite wil Nettie mensen inspireren, overhalen om zelf te gaan lezen.
Je leert de klanten kennen en hun soms tragische gevoelens, maar ook Nettie ontwikkelt zich tot een interessante vrouw, die met haar werk ook haar eigen eenzaamheid probeert te bestrijden.


De verhalen die Nettie voorleest en de verhalen over de klanten zijn zoals altijd bij Vonne van der Meer heel bijzonder. Ze weet overal net die verrassende draai aan te geven zoals je van haar gewend bent.  Dit boek heeft zelfs meer, het is als het ware een ode aan het schrijversvak.
Zeer de moeite waard.


ISBN 9789025436056 Paperback 218 pagina's | Uitgeverij Contact | maart 2011

Dettie, 8 maart 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

December
Vonne van der Meer

 

De eilandboeken van Vonne van der Meer waren een van de eerste verhalenbundels die ik las. Die boeken vond ik erg prettig om te lezen hoewel bij het derde eilandboek de verrassing er wel een beetje af was.
Naderhand, toen ik meer verhalenbundels had gelezen, kwam het besef dat Vonne van der Meer meer dan goed is, in verhalen schrijven. Er zit een kop en een staart aan en een goed gevuld middengedeelte.
Veel van de verhalenbundels die ik van andere schrijvers las beginnen ergens 'in the middle of nowhere' en eindigen ook abrupt. Of de verhaaltjes zijn zo kort dat het bijna een anekdotes lijken. Dat laatste vind ik te makkelijk en bovendien leest het erg vervelend.  Het  maakt ook dat ik niet snel een verhalenbundel zal aanschaffen. Maar een goed verhaal is fijn leesvoer en de verhalen in dit boek zijn wèl goed.
Wat zo bijzonder aan Vonne van der Meer is, is dat zij verhalen schrijft die eigenlijk niet kunnen maar toch weer wel. Met 'niet kunnen' bedoel ik 'dat wordt niet gedaan' of 'dat is raar' of 'zoiets komt niet voor' maar toch zouden alle gebeurtenissen zomaar wél eens kunnen voorvallen. Vonne van der Meer geeft aan alles net die draai die je verrast.
Alle verhalen in dit boek spelen zich af rond Sinterklaas of Kerstmis. Het zijn geen 'gezellig-samen-rond-de-kerstboom' verhalen maar ze zijn wel kenmerkend voor de maand december.


Het verhaal Het zingen, het water, de peen is het eerste verhaal en gelijk een enorme 'binnenkomer'. Het wordt verteld door een moeder die haar kind inlicht over Sinterklaas. De jongen aanvaardt het aanvankelijk niet, zoals wel vaker voorkomt,  later wèèt hij hoe het in elkaar zit maar...
Na dat maar... volgt een schitterende visie van de moeder én de zoon. De moeder wil dat haar kind dingen doet die de zoon niet wil. Hij heeft uitstekende redenen daarvoor en eigenlijk weet moeder ook wel dat het niet zoveel uitmaakt maar toch, het is raar, zoiets doe je niet...
(Het verhaal is eerder verschenen in Nachtgoed (1993))


Bedrog is een erg afstandelijk verhaal. Het begint heel spannend, een moeder sluipt 's ochtends vroeg het huis uit. Haar man weet wat ze gaat doen maar de kinderen mogen het niet weten. Natuurlijk vraag je je af wat die vrouw in hemelsnaam van plan is. Gaat ze voorgoed weg? Maar waarom is haar man dan zo aardig? Wat is er aan de hand? Het antwoord is verrassend!
(Het verhaal is eerder verschenen in Het limonadegevoel en latere verhalen (2004))


In vreemde handen is een mooi verhaal alleen niet echt een decemberverhaal. Het had ook in een ander jaargetijde kunnen plaatsvinden.
(Het verhaal is eerder verschenen in Tirade oktober 2008)


De kinderdief is een lief, beeldend  en ontroerend verhaal. Minder verrassend dan de eerste twee verhalen maar wel mooi verteld.
(Het verhaal is eerder verschenen in AD magazine, Kerstmis 2000)


Het verhaal Zwartslapers vind ik het zwakste verhaal. Behoorlijk cliché.
Dick wilde stoppen met werken en zou daardoor vaker thuis zijn.
"Hij voorzag dat dit huis hem zou benauwen. Hij wilde kunnen ijsberen. In zijn kantoor in de fabriek waar hij directeur was, kon dat ook. Een maand of vier geleden hadden ze het gekocht: een vrijstaand huis, omgeven door rode beuken."
Maar zijn vrouw wil helemaal niet weg.
"Waarom moet ik hier weg? Waarom zou ik? Ik ken iedere richel van dit huis, en iedere kier. Als ik de trap oploop, weet ik welke tree onder mijn voeten krak zegt, en waar de leuning niet meer zo stevig in de muur zit. Onze kinderen zijn hier alledrie geboren. [...]
Dit huis past me als een oude jas.
"
Het loopt tegen de Kerst en Dick wil Kerst in zijn nieuwe huis vieren. Zijn vrouw wil dat juist absoluut niet.
Op een dag gaat ze in het nieuwe huis kijken en betrapt daar twee zwervers. Het zijn schone zwervers en ach zo vlak voor Kerstmis... ze staat toe dat de man en vrouw gebruik maken van het nu nog leegstaande huis. Ze zorgt zelfs een beetje voor ze. Dick ergert zich aan zijn 'verwende' vrouw. Ze toont geen enkele belangstelling voor het nieuwe huis. Hij is dan ook verrast als ze er naar vraagt... Hij heeft de twee zwervers ook gezien en ach zo vlak voor Kerstmis... dan jaag je ze niet de kou in.
Het is zoals gezegd een beetje afgezaagd, de weemoed van de vrouw, haar kinderen die in dat huis geboren zijn, de man die 'niets' ziet of begrijpt en de arme zwervers, de vrouw mogelijk zwanger, zoals Jozef en Maria. Tja, het kerstverhaal in een modern jasje. Aardig maar meer ook niet.
(Het verhaal is eerder verschenen in Libelle eindejaarspocket 2001)


Maria, hou je vast, je zoon zoekt je is een schrijnend verhaal, zoals de titel al doet vermoeden. Een verhaal uit de tijd dat zwanger zijn voor het huwelijk een enorme schande was.
Maria is als au pair naar Parijs gestuurd omdat ze verliefd was op de 'verkeerde' man, volgens haar ouders. Na een  jaar  komt ze,  vlak voor Kerstmis, zwanger (en ongehuwd) terug. De pastoor weet wel een oplossing...
Het is een verhaal zoals in het programma Spoorloos wel voorkomt. Gevoelens spelen niet mee, alleen de schande telt. Eerst al de verkeerde man en dan ook nog zwanger... wat zullen de buren en de kerk daarover te zeggen hebben!
"Dit verhaal is nog niet af, het verandert nog steeds. Iedere keer dat Maria het vertelt zal het weer net even anders zijn. Zoals haar duik in het zwembad geen dag hetzelfde is, geen druppel water gelijk  aan de andere."
(De verteller kent Maria van het zwemmen in het zwembad.)


Blauwe kerst is mijn favoriet. Zéér verrassend en dat is alles wat ik over dit verhaal schrijf, het is een verhaal dat je zelf moet lezen.


Bij elkaar is het een erg prettige bundel verzamelde verhalen. Uitermate geschikt voor de donkere maand december, het brengt je helemaal in de (positieve) winterstemming.


ISBN 9789025432560 Hardcover, 142 pagina's, uitgeverij Contact oktober 2009

© Dettie, oktober 2009

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Eilandgasten

 

Duinroos is een vakantiehuisje op Vlieland. De eigenaar woont elders en laat de zorg voor het huisje en de gasten over aan de werkster. Zij ziet de eilandgasten komen en gaan en leest iets van hun belevenissen en dromen in het gastenboek, maar de werkelijkheid is alleen voor de lezer duidelijk.


Als eerste gasten ontmoeten we een stel jonge ouders. De man heeft overspel gepleegd en de vakantie wordt gebruikt om te proberen hun huwelijk te redden. Na hen komt een weduwnaar die het plan heeft een eind aan zijn leven te maken. Dan ontmoeten we twee vrouwen, waar van de een net (ongewild) zwanger is en de ander in een ver verleden een abortus onderging. Het gezin dat enkele weken hoopte te genieten van een zorgeloze vakantie ziet daarvan twee weken verknoeid door de stress die ontstaat als de vader een telefoontje krijgt waaruit blijkt, dat hij voorbij gestreefd is door een jongere collega. Drie studenten komen naar het eiland om duidelijkheid te zoeken in hun onderlinge verhoudingen. En als laatste arriveert er een ernstig zieke vrouw om zich voor te bereiden op een beslissende operatie.
De tijdelijke bewoners van de Duinroos kennen elkaar niet, maar zonder het te weten en haast onmerkbaar beïnvloeden ze elkaars leven en voegen zich tot één verhaal. Het gastenboek speelt daarbij een rol. En de voorwerpen die ze achterlaten/vinden.

 

In elk van de zes verhalen komen de mensen met een probleem naar het eiland, maken een ontwikkeling door en keren met een andere kijk op het leven weer terug naar het vasteland . Het perspectief van de verschillende verhalen ligt steeds bij de betreffende hoofdpersonen. Zo zijn we bv. in het eerste verhaal getuige van zowel de overwegingen van de bedrogen vrouw, als van haar berouwvolle echtgenoot. Dat maakt iedereen heel menselijk en de problemen invoelbaar. Het gastenboek en het daarin gelegde veertje spelen een verbindende rol tussen de verhalen, net als de werkster.
Een verklaring van de titel kan heel eenduidig zijn: de gasten die in de zomer het eiland bezoeken. Maar een mogelijkheid is ook: dat wij hier op aarde allemaal maar gasten zijn, die ieder een eigen verhaal achterlaten.
De stijl waarin Vonne van der Meer het boek heeft geschreven is helder en toch suggestief. Vrij normale menselijke problemen worden zo vertaald naar spannende verhalen met een louterende afloop.

 

Ondanks dat het boek beslist niet expliciet religieus overkomt, heeft het wel die lading naar mijn gevoel. Aan het eind van het boek maken de hoofdpersonen schoon schip voor ze huiswaarts keren. De werkster stuurt na het seizoen het gastenboek per post naar Mijnheer Duinroos.
" Ik heb geen idee of hij het leest, maar het boek hoort bij het huis en het huis is door hem gebouwd, met zijn eigen handen, al ik weet niet hoe lang geleden.”
De schelpen gaan terug naar het strand.
“Kom, als ik de zak nu naar zee breng, ben ik nog op tijd bij het postkantoor. Ik noem het geen weggooien. Het zou toch kunnen dat alles wat ik dit jaar terugbreng naar zee – de schelpen, de scherven, het takje – volgend seizoen weer aanspoelt, en opgeraapt wordt door de volgende gasten? Dat steeds andere handen dezelfde dingen aanraken, bewonderen, een plaats geven. Dat niets ooit verloren gaat.”
Ze bekommert zich om de mensen en het huisje. Ze vormt een verbinding tussen huisje met gasten en Mijnheer Duinroos.
“Soms zou ik willen dat ik dit huis niet alleen schoonhield, maar dat mijn armen de muren waren en mijn ogen de ramen. Dan kon ik zien en horen wat Duinroos meemaakt.”
De gasten voelen stuk voor stuk een aanwezigheid.
“Help me”, hoorde ze zichzelf mompelen, ze wist niet tegen wie ze het zei, maar ze zei het, hardop: “Help me, Help me.”
“Als hij zich beklemd voelde, hielp het hem altijd te bedenken dat er in een ander huis, naast hem of tegenover hem, een man rondliep die dit allemaal al eens had meegemaakt, die hem begreep en hem vaderlijk zou kunnen toeknikken.”
En het vertrouwen dat de mensen mee naar huis nemen: “All shall be well” schreef een van de gasten in het gastenboek.
Ik heb dit warm menselijke boek met veel plezier gelezen.

 

Amsterdam, Contact, 1999. (Geb., met stofomsl., 6e dr. nov. 1999, 205 p.) (Zie ook: De Avondboot en Laatste seizoen) Op dit moment verkrijgbaar: Eilandgasten, Paperback | 205 Pagina's | Uitgeverij Contact | Filmeditie | 1ste Druk | 2005 ISBN: 9025425569

© Librije, december 2006

Reageren? Klik hier!

 

De avondboot


Mensen die voor het eerst naar het eiland gaan, nemen de ochtend- of middagboot, die willen niet bij schemer of in het donker aankomen. Maar de avondboot brengt altijd wel een paar bekende gezichten”.


Opnieuw is het vakantiehuisje Duinroos op Vlieland het decor van een raam-vertelling over elkaar opvolgende zomergasten en hun afzonderlijke problemen. En net als bij Eilandgasten (dat twee jaar eerder verscheen) is de werkster weer aanwezig om een oogje in het zeil te houden en speelt ook het gastenboek een rol. Enkele gasten kennen we al uit het vorige boek, maar toch kan dit verhaal heel goed los daarvan gelezen worden.


Als eerste ontmoeten we de weduwnaar van de vrouw uit het laatste verhaal van Eilandgasten. Hij is naar het eiland gekomen om te proberen zich een beeld te vormen van het leven van zijn gestorven vrouw tijdens zijn verblijf in Duinroos, waar zij een jaar eerder in eenzaamheid haar laatste vakantie doorbracht. Ook Martine kennen we al. Ditmaal komt ze met haar moeder naar Duinroos. Het geheim dat de moeder na een leven lang zwijgen kwijt wil, brengt de dochter in grote verlegenheid. De moeder vertrekt, als zij op haar beurt het geheim van haar dochter verneemt. In het derde verhaal komt de vriend van Martine voor 1 dagje naar het eiland. Weer iemand met een geheim dat opgebiecht moet worden voor hij nog diezelfde dag vertrekt met de avondboot, Martine vertwijfeld achterlatend. De alleenstaande moeder met haar twee tienerzoons en het vriendje van één van hen komt voor het eerst naar het eiland. De zorgeloze vakantiesfeer verdwijnt, als het geheim van het vriendje duidelijk wordt. Ook bij de twee zussen die er samen een weekje tussenuit willen op het eiland speelt een geheim uit een ver verleden een rol. Als laatste ontmoeten we een kersverse grootvader die, door het missen van de middagboot, zonder zijn gezin verzeild raakt in een bizar geheim.


Net als bij Eilandgasten kunnen we de veronderstellingen van de werkster toetsen aan de belevenissen van de gasten, die vanuit hun perspectief verteld worden. De afzonderlijke verhalen worden met elkaar verbonden door de werkster, die ditmaal in elk verhaal een rolletje speelt: ze probeert bij alle gasten na te gaan of alles naar wens is. Ook het gastenboek speelt weer een verbindende rol: men leest er in over elkaar en over de mensen die niet in de verhalen opgevoerd worden. Ditmaal heeft de werkster een beukenblad (tot louter nerven vergaan) als bladwijzer in het boek gelegd. Het speelt een minder symbolische rol, dan het veertje in Eilandgasten. Het grootste verschil tussen de beide boeken is, dat de meeste gasten dit keer niet met een probleem naar het eiland komen, maar er tijdens de vakantie mee geconfronteerd worden.


Wat al deze verhalen echter tot èèn geheel maakt, is vooral het thema: het geheim. Zoals een der gasten schreef: For once a thing is known, it can never be unknown. It can only be forgotten. In elk verhaal speelt een geheim, dat vermoed of verraden wordt of juist verzwegen, een rol in de problemen die de hoofdpersonen tegenkomen tijdens hun verblijf op het eiland. En allemaal maken ze een persoonlijke ontwikkeling door door het betreffende geheim te aanvaarden en een plek in hun leven te geven. (Symbolisch is daarbij het kamertje boven: Privé en op slot. Het fascineert vrijwel alle gasten).
Recensie in Trouw (T.van Deel): “Het verblijf in Duinroos moet iets teweeg brengen bij de gasten, waardoor een verhaal kan ontstaan over menselijke betrekkingen. Alle verhalen sturen aan op een ontknoping, een catharsis, een inzicht, maar dan moet er eerst wel iets dramatisch zijn voorgevallen.”
Een verwant thema is: hoe goed ken je de mensen dichtbij je? Je denkt alles van ze te weten, ze te begrijpen, maar juist door de toegepaste perspectiefwisselingen wordt duidelijk, dat er zelfs tussen naasten veel miscommunicatie is.


Af en toe vond ik de geheimen wel een beetje ver gezocht of te ver uitgesponnen. Daardoor vond ik dit boek iets minder sterk dan Eilandgasten, maar toch zeker het lezen waard. Allerlei menselijke emoties komen op een indringende wijze aan bod. Door de heldere en suggestieve schrijfstijl voel je je als lezer sterk bij de hoofdpersonen betrokken.
(In 2002 is een derde en laatste boek verschenen in deze reeks: Laatste seizoen).


Hardcover | 205 Pagina's | Uitgeverij Contact | 2001 ISBN10: 9025411894

Paperback | 203 Pagina's | Uitgeverij Contact | 16e Druk | 2005 ISBN10: 9025413897

© Librije, december 2006

Reageren? Klik hier! 

 

Laatste seizoen

 

Na Eilandgasten en De Avondboot besluit Vonne van der Meer haar trilogie over de gasten van het vakantiehuisje Duinroos op Vlieland met Laatste seizoen. De meeste gasten kenden we al uit de eerdere verhalen. Zo bezien is het eigenlijk een driedelige raamvertelling geworden.
Over het eerste boek was ik enthousiast, het tweede viel me wat tegen, maar over dit boek ben ik teleurgesteld. De werkwijze is min of meer gelijk gebleven. De schoonmaakster/sleutelbewaakster is de verbindende factor tussen de verhalen. Samen met het gastenboek, waarin geschreven of gelezen wordt. De verhalen zelf staan vrijwel los van elkaar, al sluiten ze vaak wel aan bij de belevenissen van de gasten uit de eerdere delen. Maar ook zonder deze voorkennis zijn de gebeurtenissen in dit boek te begrijpen.
Eilandgasten viel op door de originele structuur, de functionele perspectiefwisselingen, de gelaagdheid, suggestieve stijl en mystieke, onderhuidse lading.
De Avondboot kwam wat geforceerd over: hetzelfde procédé uitvoeren met andere (nogal gezochte) problemen. Bij Laatste seizoen is het Duinroosconcept niet origineel meer. Het enige wat de gasten nog gemeen hebben is het uiteindelijke inzicht in hun dwalingen, die op nogal moralistische wijze worden beschreven: ontrouw, egoïsme, hebzucht, overspel, vooroordelen, leugens. De fijnzinnige mystieke sfeer is vervangen door meer expliciet religieuze zinsneden. Het einde van het boek is nogal melodramatisch.
Geen aanrader dus! Wie van Eilandgasten genoten heeft, kan het daar maar beter bij laten.

 

Amsterdam, Contact, 2002. Paperback, 3de dr., 196 p. ISBN 90-254-1125-8

© Librije, mei 2007.

Reageren? Klik hier!