Boekenarchief M

Erwin Mortier

http://www.erwinmortier.be

 

Gestameld liedboek
moedergetijden
Erwin Mortier


Dementie is een ziekte in vele gedaantes en met vele oorzaken. Kort samengevat komt het er op neer, dat de zieke, onomkeerbaar, zijn band met de hem omringende wereld verliest, om uiteindelijk als een hulpeloos, angstig kind te eindigen. Voor familieleden, vrienden, verzorg(st)ers, … is het niet eenvoudig, hier altijd op de gepaste manier mee om te gaan.
In “Gestameld liedboek” brengt Erwin Mortier het verhaal van zijn dementerende moeder. Een verhaal, dat tevens een afscheid nemen is. Aftakeling en verwerking gaan hand in hand. Nochtans worden er geen namen genoemd (slechts één maal valt de naam Nelly”).
Het verhaal begint met een aantal, soms komische gebeurtenissen, die tot het verdict “dementie” leiden. De inleidende scène is gewoon prachtig :


“Mijn moeder heeft me vandaag een stofbeurt gegeven, ze meende dat ik een meubel was. Misschien een ladekast of een oud fornuis.”


In één zin (beloond met de TZUM-prijs in 2009) slaagt de auteur er in, met een kwinkslag, de gevreesde ziekte te omschrijven in zijn onomkeerbare droefheid. Niemand wil het aangekondigde verval aanvaarden. Wie vergeet er al niet eens een woord ? En wanneer is het dan eigenlijk begonnen ? Een belangrijke vraag, waarop niet echt een antwoord te geven valt. En hoe moeten wij er mee omgaan ?

“Het woord voor moeder heet vandaag erosie.”

“dat er een punt komt waarop we zullen moeten besluiten om het lijden op te heffen”

“We zijn doodsbang … voor wat komen gaat”


De auteur heeft niet alleen oog voor de evolutie van zijn moeder en zijn eigen ervaringen, maar ook, heel belangrijk, voor zijn vader. Hij is en blijft, zo lang het enigszins mogelijk is, de eerstelijns verzorger. Voor hem is het een bijna continu afscheid nemen, bij elke fase van de ziekte.

“Ze verandert, zegt hij.”

“Ik ben uit haar weggelekt.”


Formeel uit het verdwijnende geheugen (waarin steeds grotere gaten komen) zich in de structuur van het boek, dat een aantal witte vlekken vertoont. De leegte wordt tot een spiegel van de vergeetachtigheid. Het verhaal vertoont zich aldus zeer gefragmenteerd aan de lezer, en doet bij momenten ook zeer poëtisch aan.
Erwin Mortier brengt met dit boek een ode aan zijn ouders, en dan in de eerste plaats aan zijn moeder. Zij is het tenslotte in de eerste plaats, die hem doorheen zijn hele leven begeleid heeft. De lofzang klinkt soms heel teder, maar soms ook heel rauw.


ISBN 978 90 234 6409 9 Hardcover 176 pagina's | De Bezige Bij | september 2011

© Lezer100, 10 maart 2012

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Godenslaap

 

Dit is zo'n boek waar je eigenlijk niets over moet zeggen. Je moet het stilzwijgend aan iemand geven zodat diegene het zelf kan ervaren. Maar toch heb je ook de neiging om tegen iedereen te zeggen: "Dit boek moet je lezen." Hieronder een poging om weer te geven waarom.


Het is het verhaal van een zeer oude vrouw, Helène. Lopen kan ze niet meer. Ze wordt thuis voornamelijk verzorgd door de vriendelijke Rachida.

"Ik ben ook blij dat Rachida mijn lijf ontziet wanneer ze me uit mijn nachtkleed bevrijdt, dat ze even routineus mijn knoken van armen uit mijn mouwen trekt en mijn hoofd de dagelijkse baring uit de nauwe halsopening van mijn onderhemd zo zacht mogelijk laat ondergaan, terwijl die andere, die zoutzuil, er altijd in slaagt me met mijn eigen ledematen te molesteren."

Rachida haalt voor haar het schrift uit de kast, zorgt voor voldoende schrijmateriaal en maakt dat Hélène comfortabel zit zodat zij verder kan schrijven aan haar levensverhaal.


Hélène had een haat-liefde verhouding met Marianne, haar moeder. Ze verafschuwde het keurige stramien waarin ze door haar moeder (van Franse komaf) gedwongen werd.

"Vrouwen vormden van dat alles het blazoen, het bladstille boegbeeld, en ik vervloekte het. Volksvrouwen als Emilie genoten meer bewegingsruimte, de vrijheid der betekenislozen, dan wij, precieuze jongedames uit de burgerij, gedoemd tot een bestaan als menselijk kunstboeket; kleurrijk, sierlijk en stofvrij onder een glazen stolp om onze maagdelijke tint niet te bederven.
Mijn manier om aan het vacuüm te ontsnappenbestond uit lezen en schrijven."

Ze was een denker, zat boordevol vragen. Haar moeder was de nuchterheid zelf. De dingen waren zoals ze waren.

"Ze noemde mij in mijn vlegeljaren een geboren dichteres omwille van mijn vragen, en het was geen compliment."

Dichters waren schijnatleten. In lezen en schrijven mocht ze zich niet verliezen. Maar ze deed het toch, haar leven lang. Edgar, de oudere broer, en Emilie, de huishoudelijk hulp, genieten veel meer vrijheid, tot grote ergernis van Hélène. Met haar vader heeft ze een zeer warme, nauwe band.


Elk jaar brengt het gezin de zomer door in Noord-Frankrijk, bij de broer van moeder. Zo ook die zomer van 1914. Eind juni vertrokken moeder, Edgar en Hélène met de trein, vader zou hen eind juli achterna komen. Onderweg horen ze op een station dat de Oostenrijkse kroonprins en zijn vrouw vermoord zijn. Het 'voorval' wordt tijdens het avondeten besproken. Oom is lichtelijk bezorgd maar meer ook niet. Van alle knechten die hen die avond verwelkomden zou, nog geen half jaar later, een op de drie dood zijn. Moeder en dochter kunnen niet meer terug naar België, Edgar gaat het leger in. Vader zien ze pas na de oorlog weer.
Tijdens een uitstapje in de oorlogsjaren ontmoet Hélène haar latere man, een Engelse soldaat en fotograaf, Matthew Herbert. Door hem wordt ze wereldwijs gemaakt zowel in de liefde als in de realiteit van de oorlog. Als fotograaf legt hij alles vast, de ingestortte huizen, de kapotte kerken, de loopgraven.
Dit is ook het meest indrukwekkende gedeelte van het boek. Door de ogen van Hélène zien we de waanzin, het bizarre van een oorlog. Ze vertelt, met compassie, over de mensen die terugkeren zonder ledematen of gezichtsvermogen. Over de man die ze kende voor de oorlog, een harde werker... na de oorlog werkt hij nog hard maar moest zich af en toe terugtrekken vanwege rondspokende gruwelijke herinneringen.
Ze houdt een pleidooi voor de hoeren die menig geestelijk dan wel lichamelijk mismaakte mannen opving en weer zin in het leven gaven.
Ze vertelt over hoe zij en Matthew in een jeep door het bezette gebied reden. Zo reden ze moeizaam langs rijen macherende soldaten om tien minuten later een lieflijk landschap vol zingende vogels te doorkruisen. De indrukken die Hélène dan opdoet zijn meesterlijk weergegeven... en schokkend. Dit laatste juist doordat zij een burger is en het op haar manier, als niet militair, weergeeft. Ze vindt de hele oorlog, in al zijn facetten, obsceen .

 

Wat het boek vooral zo bijzonder maakt is de manier waarop het verhaal verteld wordt. Het is opgedeeld in vijf delen. Het eerste deel gaat over haar jeugd en Rachida. Deel II t/m III verhalen over de oorlog. In deel IV gaat het voornamelijk over Edgar die in het derde oorlogsjaar gewond raakte en als België eenmaal bevrijdt is alleen nog maar homofiele relaties heeft. In deel V keert Hélène weer terug bij Rachida.
Aanvankelijk voel je afstand, Hélène is nog duidelijk op zoek naar hoe ze het verhaal vorm moet geven. Ze wisselt veelvuldig van heden naar verleden. Als lezer moet je wennen aan haar manier van schrijven. Naarmate het verhaal vordert lijkt het alsof Hélène zich meer herinnert en meer bevlogen is.
Het verhaal wordt wel redelijk chronologisch vertelt maar het zijn duidelijk haar, op dat moment, invallende gedachten die opgeschreven worden. Er zijn zijweggetjes die altijd weer terugkeren naar de hoofdweg. Maar boven alles uit stijgt de schitterende taal die Mortier gebruikt... bijvoorbeeld:

"Natuurlijk was ik jaloers, en ik ben het nog steeds. Jaloers op de schilders, op hun woordenschat van coloriet. Jaloers omdat ik de taal niet kan fijnstampen in een mortier en naar goeddunken vloeiend of pastreus kan maken door er olie doorheen te mengen, noch een nieuwe kleur kan scheppen door wat poeder van het ene woord aan wat poeder van het andere toe te voegen. Jaloers ook, omdat er geen taal bestaat waarmee je eerst een ondergrond kan aanbrengen, die door het kleurenweefsel dat je erbovenop legt heen blijft schemeren.[...]"

De taal is zo enorm rijk, het dwingt je tot langzaam lezen, tot proeven van de zinnen, ze geven een verfijnde smaak af waar je meer en meer van wil.

 

ISBN 9789023427780 Hardcover Aantal bladzijden: 406 Uitgegeven bij: De Bezige Bij, Amsterdam oktober 2008

© Dettie, januari 2009

 

Mijn tweede huid


Het begin van dit boek doet denken aan Marcel, het debuut van Mortier. Ook hier een kleine jongen, Anton, die alles vertelt. Anton groeit op in een voormalige boerderij, het huis met zijn vele kamers en kasten is een waar paradijs, er is altijd wel wat nieuws te ontdekken. Vele ooms en tantes komen en gaan in dit huis en Anton, hij kan net lopen, is de lieveling van allemaal. Mortier vertelt in prachtige taal het uiterlijk en de eigenaardigheden van de familieleden. Als een oom komt te overlijden, Anton zat toen op zijn schoot, maakt hij kennis met zijn neef Roland. Een vreemd en, in Antons ogen, onbeschoft, bizar figuur.
Anton groeit op en het huis verliest zijn aantrekkingskracht.
Neef Roland komt bij hen wonen als tante ziek wordt. Gefascineerd bekijkt Anton het doen en laten van de neef maar echt contact krijgen ze niet. De eerste middelbare schooldag is een desillusie. Haarscherp ziet Anton de maniertjes van de leraren en hun zwakke punten. De enige die het draaglijk maakt is zijn vriend Willem, zoon van een architect, wonend in een villa. Door Willem ziet hij zijn ouderlijk huis alsmede zijn familie zoals ze werkelijk zijn. De ontluikende seksualiteit van Roland en later Anton wordt met subtiele humor verteld. Aan het eind van het boek is Anton veertig, met milde zelfspot is nu zijn verhaal verteld.


Het is niet zozeer het verhaal dat het boek zo mooi maakt maar wel het prachtige taalgebruik. Met een paar mooie zinnen worden karakters neergezet, bijna schilderachtig wordt het huis geschetst, over de vriendschap met Willem wordt mooi verteld. Ook het contrast tussen Antons en Willems familie wordt haarfijn neergezet, maar nergens wordt er geoordeeld of wordt het platvloers. Kortom, een prachtig boek!


Paperback | 192 Pagina's | De Bezige Bij | 2000 ISBN: 9029067233

© Dettie, december 2005

Lees de reacties op het forum, klik hier! 

 
Alle dagen samen


Ik houd van de stijl van die man, en heb dit boekje in kleine stukjes geproefd als het ware. Ik lees het alsof ik het hardop doe, en dat is gewoon genieten..
Het boek is nog geen honderd pagina's, en gaat over een paar dagen uit het leven van een jongetje van een jaar of vijf. Door zijn ogen zien we de wereld om hem heen (zoals Mortier dat altijd doet): de onschuld, het verkeerd begrijpen, de vragen die bij hem opkomen.
Zijn overgrootvader sterft, en de hele familie komt opdraven, de jongen ervaart dat zo:


"Er is feest en ik moet slapen. Ik hoor de mensen stillekes lachen wanneer ze door de traphal van de bestekamer naar de keuken lopen. Ze lachen zonder geluid, om mij niet wakker te maken."


ISBN: 9023416333 Gebonden, 95 pagina's Verschenen: oktober 2004 Gewicht: 195 gram Formaat: 208 x 133 x 13 mm De Bezige Bij

© Marjo

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Marcel


In het boek Marcel voeren grootmoeder en haar kleinzoon de boventoon.

De 10 jarige kleinzoon, hij wordt niet bij naam genoemd, is in feite een toeschouwer in het huis van zijn Bonma, waar hij vaak logeert. Zijn ouders komen sporadisch voor in het verhaal.


Bonma stoft elke week de foto's van de overledenen af, die in een vitrinekast staan. De foto's staan er in een bepaalde rangorde, maar Bonma verandert deze hiërachie regelmatig al naar gelang de verhalen die de ronde doen over deze overleden familieleden. Eén foto heeft echter een vaste plaats, de foto van haar jongste broer Marcel en zijn neef Leon. Het vreemde is dat Bonma niets over Marcel vertelt terwijl ze bij elke foto altijd een uitgebreid, soms hilarisch, verhaal heeft. Het jongetje volgt uitermate nieuwsgierig, vaak zittend onder tafel, alle (roddel)verhalen die zijn oma met iedereen in haar omgeving uitwisselt, al kan hij vaak niet volgen waar het nu allemaal precies om draait. Dat er met die Marcel nogal wat aan de hand is geweest, wordt hem langzaamaan duidelijk. Het heeft iets met de oorlog te maken maar het jongentje snapt er niet echt veel van.


Tijdens een bezoek aan een oom en tante laat zijn neef een foto zien van Marcel in een vreemd uniform. Het jongetje vindt het gek dat Marcel geen snor heeft, dat hoort toch bij zo'n uniform vindt hij.
Op een dag neemt hij een door hem stiekum weggenomen brief van Marcel mee naar school vanwege de vogel die op de envelop staat...


Het verhaal wordt vanuit het gezichtspunt van het jongetje verteld. Hij hoort en ziet veel maar blijft vol verwondering over veel dingen zoals bijv: Waarom draagt hij geen snor? Dat maakt het verhaal ook zo bijzonder omdat door de onwetendheid en onschuld van het jongetje veel aan je eigen fantasie overgelaten wordt. Het suggereert veel maar het weten, het snappen, groeit maar heel langzaam in het hoofd van het jongetje. Bonma is een vermakelijk, markant figuur.
Het taalgebruik is ook schitterend, subtiel, ingetogen en origineel.
Kortom lezen dit boek, een aanrader!


ISBN 9029059451, Uitgeverij Meulenhoff Amsterdam, 1999, 141 bladzijden

© Dettie, december 2005