Boekenarchief M

Hans Münstermann

height=Poging tot lichtvoetigheid
Hans Münstermann

De brutaliteit van de indringer stoort Andreas Klein misschien nog wel het meest. Hij staat daar maar. Ongevraagd. Ongevraagd dringt de onbekende zijn huis, zijn leven en zijn huwelijk binnen. Andreas Klein slaapt er slecht van en wordt geplaagd door nachtmerries. Hij drijft zijn vrouw Isis tot wanhoop door zijn hevige gesnurk regelmatig af te wisselen met het slaken van luide kreten. Andreas mompelt, praat en gilt en slaat en trapt woest om zich heen. Zo kan het niet langer.

Een reisje naar Baden-Baden moet verlichting brengen. Andreas en Isis zullen vijf dagen in het luxueuze Parkhotel vertoeven. Ze zullen tot rust komen en misschien zelfs wel vrijen met elkaar. Dit reisje hebben ze verdiend. Het heden en het uitje worden slechts door één nacht van elkaar gescheiden. Andreas zal nog één nacht de strijd met zijn innerlijke demonen aan moeten gaan. Nog één nacht zal Isis mopperen, niet omdat ze geen lieve en begripvolle vrouw is maar uit slaaptekort. Het is mooi geweest. Isis vindt dat Andreas nu maar eens de confrontatie met de indringer aan moet gaan.

Wie is de indringer? Andreas weet het niet. Ergens heeft de verschijning die daar zo onverstoorbaar staat iets bekends. Waarom gaat de man niet gewoon weg? Andreas heeft er alles aan gedaan om zijn hoofd leeg te maken. Hij is begonnen met het leegmaken van zijn huis. Weg met alle ‘clutter’. Even komt hij zelfs in de verleiding om zich werkelijk van al zijn bezittingen te ontdoen. Wat een rust zou een volkomen leeg huis opleveren!

De vele boeken van Andreas vormen nog wel de moeilijkste opruimklus. Boeken zijn als vrienden, die doe je niet zomaar weg. Andreas heeft een flinke vitrinekast gekocht en daar zal hij de boeken die mogen blijven in gaan bewaren. Lekker schoon en stofvrij. Met zijn huidige voorraad boeken kan hij echter tig vitrinekasten vullen dus Andreas sorteert en ruimt op. De leden van de boekenclub zijn ontsteld. Gooit Andreas werkelijk boeken weg? Even voelt Andreas zich een cultuurbarbaar maar daarna is zijn missie weer glashelder: er zal opgeruimd worden.

Boeken wegdoen is niet eenvoudig. Met boeken bouw je een band op en in zekere zin ook met de auteurs. Andreas kan beslist geen boeken van W.F. Hermans wegdoen maar Peter Buwalda delft het onderspit. Op de vooravond van de reis naar Baden-Baden dreigt er zelfs ruzie onder de boekenclubleden te ontstaan. De keuze welk exemplaar mag blijven en welk boekwerk niet, is heel persoonlijk. Probeert Andreas zich van een deel van zijn identiteit te ontdoen of probeert hij nu juist zijn ware ik te vinden? Andreas heeft last van een indringer en die moet het veld ruimen.

De indringer laat zich niet makkelijker verjagen. Hij heeft zich stevig in het huis van Andreas verankerd en in diens hoofd vastgezet. Wie is hij toch? De nachtmerries worden steeds heviger evenals de wanhoop van Isis. Heeft Andreas ze nog wel allemaal op een rijtje? En dan gloort heel voorzichtig een sprankje duidelijkheid door de nevelen die de indringer omhullen. Andreas zal onder ogen moeten zien dat de indringer tijd en aandacht nodig heeft. Deze indringer laat zich niet zomaar verjagen.

Andreas Klein is een vast personage in de romans van Hans Münstermann. Hij heeft een hele romancyclus over de babyboomer geschreven. Andreas is de zoon van een Duitse vader en een Nederlandse moeder die trouwden op de dag dat voor Nederland de Tweede Wereldoorlog begon, op 10 mei 1940. Andreas is getrouwd met Isis en samen hebben ze een zoon.

Achterop de kaft staat dat het boek “Een tegendraadse ode aan het huwelijk” is. Dat past inderdaad goed bij het verhaal. Ondanks haar gemopper en onbegrip geeft Isis haar echtgenoot de ruimte om met de indringer af te rekenen. Ze stelt grenzen waar nodig en laat hem verder vrij. Andreas op  zijn beurt houdt van zijn vrouw en de balans die ze biedt. Hij vindt haar nog altijd beeldschoon. Zijn aanbidding en haar vastberadenheid maar ook haar berusting vormen samen de basis van hun standvastige huwelijk. Een poging tot lichtvoetigheid is een smaakvol geschreven roman dat op een ongewone, indringende maar ook vermakelijke manier het gevolg van onverwerkte problemen aan de kaak stelt. Mooi.

ISBN 9789491567872 | paperback | 224 pagina's| Uitgeverij De Kring | mei 2015

© Annemarie, 1 juni 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altMischa
Hans Münstermann

Rosa Weber is een onbezorgde zestiger. Tegenslagen zijn haar onbekend, het leven heeft haar altijd hartelijk toegelachen. Dat haar man Sep een aantal jaar geleden is overleden, heeft ze min of meer verdrongen. Natuurlijk weet ze wel dat hij er niet meer is maar de gedachte alleen al is haar teveel. Gelukkig lijkt haar zoon Christiaan als twee druppels water op Sep. Als ze naar Christiaan kijkt, ziet ze Sep en hoeft ze niet toe te geven aan het grote gemis en blijft haar leven perfect. Rosa heeft nog twee kinderen maar Christiaan is haar oogappel. De ideale zoon.

Op alweer een aangename dag gaat de bel. Voor de deur staan twee politiemannen. Rosa schrikt. Is er iets met haar dierbare kleinkinderen gebeurd? Heeft iemand een ongeluk gehad? Het nieuws dat de politiemensen brengen dringt nauwelijks tot Rosa door. Ze vertellen haar dat haar zoon Christiaan zojuist is gearresteerd op verdenking van betrokkenheid bij de verdwijning van het jongetje Mischa. Bijna schiet Rosa in de lach. Haar Christiaan kan onmogelijk iets met die zaak te maken hebben.

De verdwijning van de tienjarige Mischa domineert al maanden het landelijke nieuws. Op weg naar huis verdween hij spoorloos. Zijn fiets en zijn trainingsbroek werden gevonden maar Mischa zelf bleef weg. De inwoners van Nederland vrezen het ergste en ook Rosa heeft de verdwijningszaak op de voet gevolgd. Ze leeft enorm mee met de ouders van Mischa. Dat Christiaan is opgepakt, is eenvoudigweg onbegrijpelijk. Er is een bizarre fout gemaakt want haar kind is absoluut niet tot zoiets in staat. Rosa heeft haar kinderen goed opgevoed. Het zijn succesvolle, prettige volwassenen geworden en Christiaan spant de kroon. Christiaan heeft een goede baan, een leuke vrouw en twee schatten van kinderen. Natuurlijk heeft hij niets met de verdwijning van Mischa te maken.

De arrestatie van Christiaan wordt door de Nederlandse bevolking toegejuicht. Eindelijk komt er schot in de zaak. Langzamerhand beseffen vrienden, familie en stadsgenoten van Rosa dat het om haar zoon gaat. Zij is niet langer Rosa Weber maar alleen nog “de moeder van”. Rosa ontvangt steeds meer vervelende telefoontjes, haar huis wordt beklad en een ruit sneuvelt. Rosa zelf gelooft rotsvast in de onschuld van Christiaan. Haar kind kan onmogelijk tot zoiets afschuwelijks in staat zijn en bovendien heeft ze niets aan hem gemerkt. Rosa kent haar kind immers door en door. Ze zou het geweten hebben. Toch duiken er steeds meer bewijzen tegen Christiaan op. Haar andere twee kinderen uiten hun twijfels en Rosa’s vertrouwen wankelt. Maar het kan niet. Het kan simpelweg niet. Haar kind, haar prachtige kind, zou nooit iemand schaden, laat staan een jongetje van tien.

Als ik een nieuwsbericht lees over een verschrikkelijke misdaad dan gaat mijn gevoel uit naar de slachtoffers maar ook naar de familie van de dader. Vaak beroept een misdadiger zich op een traumatische jeugd maar even vaak komt de misdaad als donderslag bij heldere hemel en stond de dader in zijn omgeving bekend als een aardig en onopvallend persoon. Stel je voor dat het kind van wie je zielsveel houdt een moordenaar blijkt te zijn. Of een verkrachter. Of allebei. Hoe ga je daar dan mee om? En hoe gaat jouw omgeving daar mee om? Zelf ben je immers onschuldig maar je bent wel “familie van” en jouw manier van opvoeden zal ineens in twijfel getrokken worden. En hoe ga je voortaan met je kind om? Zal je altijd van hem of haar blijven houden of drijft de gruwel van de misdaad jullie voorgoed uit elkaar? Kun je nog wel houden van een moordenaar of een verkrachter? Mág je dan nog onvoorwaardelijk van je kind houden?

Hans Münstermann schetst een overtuigend en prachtig geschreven portret van een moeder wiens leven in duigen valt. Mischa gaat over een moeder die nog nooit een misdaad heeft gepleegd maar toch als een semi-misdadiger behandeld wordt. Het verhaal gaat over een moeder die rouwt om haar kind dat er nog gewoon is maar toch ook voorgoed verdwenen is. Het kind heeft plaatsgemaakt voor een monster en zijn moeder klampt zich vast aan het idee dat hij onschuldig is. Het kan niet waar zijn dat haar kind een moordenaar is want als het waar is dan stort haar leven in. Dan spat haar geluk in duizenden scherven uiteen.  

Het inlevingsvermogen van Hans Münstermann is indrukwekkend. Het verdriet van Rosa gaat door merg en been. Wat een staaltje vakmanschap! Mischa is aangrijpend en zó diepgaand dat ik het verhaal de komende tijd niet los zal kunnen laten. Een prachtig boek. 

ISBN  9789491567384| paperback | 224 pagina's| Uitgeverij De Kring | oktober 2013

© Annemarie, 8 oktober 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Je moet niet denken dat ik altijd bij je blijf
Hans Münsterman



Dit is het tweede boek in de 'serie' romans waarin Andreas Klein de hoofdpersoon is.
'Het gelukkige jaar 1940' was het eerste. Dat ging over de ouders van Andreas, die een niet al te florissant huwelijk hadden, dat dan ook uitdraaide op een scheiding. In dit tweede boek vormen behalve die achtergrond -waar de schrijver het overigens niet over heeft!- ook enkele voorvallen uit zijn schooltijd de achtergrond van zijn seksuele ontwikkeling, oftewel zijn problemen met de vrouw.

'Er bestonden geen wetenschappelijke boeken waarin je kon vinden wat liefde was en hoe je ermee om moest gaan.'


Hij gaat zelf maar op zoek.
Zijn eerste ervaringen zijn niet de meest prettige. Eerst is er een juf die hem valselijk beschuldigt van diefstal, en daarna een priester die met zijn mond vol tanden staat als hem vanuit de klas wordt gevraagd te vertellen wat onkuisheid is. Als ze dat niet mogen doen, vinden de jongens (alleen maar jongens in de klas in die tijd), dan mogen ze toch ook wel weten wat ze dan precies niet mogen doen!
Op het thuisfront is er een zus die al zwanger is op haar zestiende, en de jonge Andreas bedenkt dat zij en haar vriend dus 'vies' hebben gedaan. Het wordt niet specifiek gezegd, maar de indruk wordt wel gewekt dat het door deze geheimzinnigheid en schijnheiligheid komt dat de tiener Andreas geen raad weet met zijn gevoelens. Als hij gaat studeren in Amsterdam, en op een woonboot terecht komt, is daar de vrijgevochten oudere jongeman, die aangeduid wordt als 'inquisiteur'. Tegen de achtergrond van het verhaal van de Maagdenhuisbezetting (zeventiger jaren dus) probeert hij Andreas aan een eerste seksuele ervaring te helpen, maar die heeft geen flauw idee hoe hij meisjes moet benaderen. Pas later als hij Carola ontmoet, zal hij ontdekken wat de liefde, de lichamelijke liefde, kan zijn. Zij logeert bij hem, maar is van een ander, en hij blijft keurig met zijn handen van haar af. In het begin.
Maar Carola is niet degene met wie hij zijn leven zal gaan delen. Zij is wel degene die de titelzin tegen Andreas uitspreekt. Ze zijn dan op Korfu, en wonen in een huis zonder elektriciteit of water. Maar ze draaien wel muziek van Pink Floyd... beetje vreemd? Na Carola komt Françoise, dan Jasmijn, ook zij zijn de ware niet, en homoseksueel blijkt hij evenmin te zijn.  Misschien is Deborah de uitverkorene? Met haar, die van Joodse afkomst is, gaat hij naar Berlijn en Auschwitz, terwijl ze af en toe in Duitse bars de vorderingen van het Nederlands voetbalteam bij de Wereldkampioenschappen volgen.
Kortom, het is het verhaal van een jongen die meerdere relaties heeft en zijn best doet er van te leren. Het wordt chronologisch verteld, maar de hoofdstukken zou je kunnen lezen als aparte verhalen. Heel mooi is de terloopse manier van aanduiden in welke tijd we zitten.
De jaren zeventig komen wel naar voren, maar het blijft vooral het verhaal van een jongen die volwassen wordt. Probeert te worden. Hij probeert ook schrijver te worden, maar dat lukt niet zo goed. Gelukkig is het Hans Munstermann wel gelukt!

'Een goed boek waar geen seks in voorkwam, dat leek hem wel erg onwaarschijnlijk.'


ISBN 978 90 468 0313 4 Paperback 223 pagina's | Nieuw Amsterdam | oktober 2007
(Heruitgave van deel 2 van de romancyclus over babyboomer Andreas Klein)

© Marjo, 1 september 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik kom je halen als het zomer is
Hans Münstermann


Degene die de andere boeken over alter ego Andreas Klein hebben gelezen weten al wel iets over Joachim, maar de lezer die dit als eerste leest, heeft in het begin geen idee wat er aan de hand is met die oudere broer.
'Het is iets in zijn manier van praten', zo begint het eerste hoofdstuk. En dan volgt in twaalf hoofdstukken een bijzonder verhaal. Het is een truc, maar heel goed gevonden van de schrijver: de hoofdstukken gaan achteruit in de tijd. Je doet als het ware steeds een stap van een jaar of drie tot zes terug in de tijd, en gaat in dat betreffende verhaal een stapje vooruit.
Als je netjes deze volgorde aanhoudt, dan weet je dus pas in het laatste verhaal wat er aan de hand is met Joachim. Al wordt het gaandeweg steeds duidelijker dat hij niet helemaal is zoals andere volwassenen.
Zijn broer Andreas heeft op de sterfbed van zijn vader min of meer de opdracht gekregen om voor zijn broer te zorgen. Dat valt niet mee, Joachim is dan misschien niet helemaal normaal, hij heeft een sterke eigen wil. Dat levert situaties op die soms hilarisch zijn, of ontroerend, en is schokkend als je leest hoe de jongen en zijn ouders behandeld worden in de jaren vijftig.
Moeder Marianne kan haar zoon niet aan, en ze krijgt in totaal kinderen die aandacht eisen, dus ze wil de jongen wegbrengen. Uiteindelijk komt hij in
een inrichting die onder de leiding van broeders staat.  Zijn moeder brengt hem weg en hij vraagt of ze echt weg gaat. Haar antwoord:
"In de zomer kom ik je weer halen. Dan ben je bij ons."
Schrijnend is het feit dat het een geldkwestie is dat hij daar niet mag blijven. Vanaf die tijd is het vallen en opstaan. Vooral de vader van Joachim doet erg zijn best voor de jongen, en na de scheiding van de ouders, blijft Joachim dan ook bij zijn vader.
Dat het de vader is die zo voor zijn zoon opkomt is toch wel heel bijzonder! En dat is dit boek ook, vooral door de manier waarop het in elkaar zit.
Op de flap staat dat het vooral gaat over de relatie van twee broers, maar dat is alleen maar in de eerste helft zo. Het is meer het verhaal van Joachim zelf.
En dat is een mooi verhaal.


ISBN 9789046807972 Paperback 237 pagina's uitgeverij Nieuw Amsterdam, verschijnt 21 mei 2010

© Marjo, 27 augustus 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Ik kom je halen als het zomer is
Hans Münstermann


Wat een juweeltje van een boek. Dit is het eerste boek dat ik van Münstermann lees en ik word hongerig naar meer. Gelukkig kan dat want ik lees op de site van de uitgever:


Hans Münstermann begon zijn schrijverscarrière als de helft van het schrijversduo dat schuilgaat onder de naam Jan Tetteroo (Jacques Hendrikx vormt de andere helft). Sinds 1986 schreven ze samen toneelteksten en in 1992 debuteerden ze als romanschrijver. Jan Tetteroo publiceerde in totaal zes romans. Daarnaast publiceerden ze ook elk afzonderlijk.
Sinds enkele jaren schrijft Münstermann romans onder zijn eigen naam: Het gelukkige jaar 1940, Je moet niet denken dat ik altijd bij je blijf, Certificaat van echtheid, De confrontatie (eerder verschenen als De Hitlerkus) en Land zonder Sarah. In zijn roman De bekoring neemt Münstermann opnieuw een duik in het fascinerende leven van Andreas Klein, zijn alter ego én charismatische hoofdpersoon uit zijn veelgeprezen romancyclus. Met deze roman won hij de Ako Literatuurprijs 2006. Ik kom je halen als het zomer is is een vervolg op deze familiegeschiedenis.


Dit keer wordt Joachim, de oudste broer van Andreas Klein nader belicht. Joachim is anders dan anderen, hij heeft een verstandelijke beperking.
Het boek begint in 2005 en voert ons terug naar de geboorte van Joachim in 1941. Elk hoofdstuk heeft een jaartal als titel.
Als je openingszin van het boek leest 'Het is iets in zijn manier van praten'  weet je al gelijk dat er iets met Joachim is.
Andreas vraagt zich af in hoeverre hij zijn broer kent, Joachim reageert altijd anders dan hij verwacht.
Door de lezer terug in de tijd te voeren weet Andreas telkens een tipje van de mistige sluier rond Joachim op te lichten.
Zo is daar het verhaal van vader die weigert te accepteren dat geen enkele school zijn kind wil hebben. Hij probeert van alles tot de kunstacademie aan toe, want kunstenaars denken immers ook anders... daar is vast wel plek voor Joachim. Of het verhaal  over de kostschool  waar  pater Simon hem steeds maar berispt en lijkt te achtervolgen. Joachim wil niets liever dan naar huis, maar mama zei dat ze hem zou komen halen als het zomer is, en dat is het nog lang niet.  Gelukkig ontfermd later
  pater Ignatius zich over hem en dan heeft hij het zo naar zijn zin dat hij wil blijven maar dat kan niet, de school  blijkt te duur. Er zijn nog 6 broers en zussen...
De liefde voor religie die Joachim op deze kostschool opdoet zal  hij zijn verdere leven behouden.
Andreas laat zien wat het omgaan met en het verzorgen van Joachim met zijn ouders doet. Moeder is bekaf, vader doet zijn uiterste best en geeft de hoop nooit op.


Op volwassen leeftijd reageert Joachim op vader met korte opmerkingen, die op zijn zachts gezegd niet vriendelijk zijn. Vader en zoon zijn als water en vuur en toch kan vooral vader niet zonder zijn zoon. Ze draaien in feite in een kringetje rond. Vader probeert weer wat nieuws, zoon volgt het mokkend op en als het niet lukt begint alles weer van voren af aan. Alleen buitenstaanders willen dat kringetje nog wel eens doorbreken zoals bijvoorbeeld Carola, de vriendin van Andreas. 
Zij weet de juiste toon te treffen en Joachim aanbidt haar. Zij zit nog niet in het vaste reactiepatroon.


Uiterst liefdevol en met veel humor verhaalt Münstermann alias Andreas Klein over Joachim, de broer die niet alles kan maar voor hem wel heel bijzonder is. 
Schitterend boek.


ISBN 9789046807972 Paperback 237 pagina's uitgeverij Nieuw Amsterdam, verschijnt 21 mei 2010

© Dettie, mei 2010

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Land zonder Sarah


Vijf romans van Hans Münstermann(1947) gaan over het wel en wee van de babyboomer Andreas Klein. Dit fictieve personage is de zoon van een Duitser en een Nederlandse die zijn getrouwd op 10 mei 1940, de dag waarop Duitsland Nederland binnenviel, en waarmee voor Nederland de Tweede Wereldoorlog begon. Münstermann won in 2006 met "De Bekoring", het vijfde boek uit deze reeks, de AKO Literatuurprijs.

Ook Münstermanns nieuwste boek "Land zonder Sarah" speelt zich voor een deel af op die bewuste 10 mei 1940, en voor een ander deel in het heden, maar dan in het heden met stel dat...

Wolf, de hoofdpersoon in "Land zonder Sarah" heeft in de nacht van 9 op 10 mei 1940 tijdens een treinreis een zodanige bijzondere droom dat hij ondanks het tijdstip zijn vriendin Eva, die in Berghof is, via een radioverbinding belt. Hij vertelt haar zijn droom die zich in de toekomst afspeelt in Holland, in een tijd dat iedereen een telefoon bij zich draagt en er één Europese munt is. In dat land is op dat moment een kale homo minister-president en er heerst racisme.

De man in die droom is documentaire maker Wolf; hij is getrouwd met Eva en zij hebben een dochtertje, Lotte. Maar het huwelijk staat onder druk, want Wolf is verliefd op de amateurhistoricus Sarah Presser; samen gaan zij voor een paar dagen naar Parijs en zij maken zelfs plannen voor een reis naar China. Maar op het allerlaatste ogenblik laat Eva Wolf alleen naar China vertrekken. Wanneer Wolf na drie weken weer landt op Schiphol is Nederland veranderd: het hele land is nog vol chaos en in angst na de recente moord op Ang, een jonge Chinese talkshow presentator, die bij Wolf in de buurt woonde en bij wie Wolf een keer als gast in diens show is geweest. Wolf wordt diverse keren door een rechercheur verhoord in verband met deze moord. Speer, een krantenman, vraagt Wolf een artikel over de moordzaak te schrijven.

Door de afwisseling van de twee verhaallijnen wordt er langzamerhand een spanning opgebouwd; maar waar brengt het boek ons naartoe? Is het een stukje geschiedenis? Alle namen verwijzen naar historische figuren. Is het een angstige fictie? "Stel dat Pim Fortuyn minister-president van Nederland geworden zou zijn." Is het een liefdesgeschiedenis over een gehuwde man op middelbare leeftijd en zijn vriendin? Of is het een detective? Wie heeft de talkshowpresentator vermoord en waarom ging Wolf op reis naar China?

Langzamerhand vallen de meeste stukjes bij het lezen op zijn plek; maar niet alle. Land zonder Sarah is een niet alledaagse intrigerende roman waarover je nog lang blijft nadenken!


Paperback | Hardcover 191 pagina's | Nieuw Amsterdam | ISNB: 9789046805138 | oktober 2008

© Jeannette, november 2008

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het gelukkige jaar 1940

 

 

Vijf romans heeft Hans Münstermann geschreven met zijn alter-ego Andreas Klein in de hoofdrol. Voor de laatste (De Bekoring) kreeg hij in 2006 de AKO-literatuurprijs. Volgens zijn critici was de eerste (Het gelukkige jaar 1940) de meest geslaagde.

 

Het verhaal laat zich simpel samenvatten: Marianne Petersen, een 18-jarig meisje uit Arnhem trouwt op 10 mei 1940 (!) met de 30-jarige Joachim Klein, een Duitser. Ze krijgen 7 kinderen en scheiden kort na hun 25-jarig huwelijksfeest. Joachim sterft op zijn 60ste. Een familiefeest (de 40ste verjaardag van een van de broers) waarop iedereen, ook de 78-jarige moeder, aanwezig is, vormt het decor waartegen ons de geschiedenis van dit huwelijk wordt verteld.
Münstermann gebruikt hiervoor 3 verhaallijnen, die elkaar voortdurend afwisselen. Het perspectief ligt steeds bij Andreas, de middelste zoon. Hij vertelt over de huwelijksdag in 1940, verhaallijn 1), over de kennismaking en verloving van vader en moeder en het verloop van het huwelijk tijdens en na de oorlog (verhaallijn 2) en over de gebeurtenissen op het familiefeest (verhaallijn 3).
Uiteengerafeld ziet dat er zo uit: Andreas blijkt gefascineerd door het verleden. Van jongs af aan merkt hij dat er tussen zijn ouders geen liefde, warmte bestaat. Er mist iets in het gezin. Hij probeert uit te vinden of het ooit anders was en hoe het komt dat dat verdween. Ook vermoedt hij dat er geheimen zijn in de familie. Zijn moeder verzwijgt iets. In de eerste verhaallijn reconstrueert hij de trouwdag van zijn ouders. Vanaf het moment dat Marianne de avond voor de bruiloft naar bed gaat tot en met de huwelijksnacht. Hoewel toen nog niet geboren (uiteraard) doet hij of hij er bij was, praat met zijn moeder, vraagt haar van alles en voegt dat bij de feiten en antwoorden die hij van later kent. Doordat Joachim een Duitser is en precies op de trouwdag de oorlog uitbreekt, zijn er nogal wat verwikkelingen op deze dag. Toch concludeert Andreas, dat ze blij met elkaar en gelukkig zijn die dag. Al realiseert hij zich wel, dat Marianne ook trouwde om het huis uit te kunnen en Joachim omdat er op seksueel gebied nu eenmaal niets mogelijk was zonder huwelijk.

 

De tweede verhaallijn volgt het paar, vanaf de kennismaking tot na de scheiding, met veel aandacht voor de oorlogsperiode.
Hij komt tot de conclusie dat met name zijn vader gebroken uit deze periode is gekomen. Afgewezen door de Nederlanders (hoewel geneutraliseerd) probeert Joachim in Duitsland de kost te verdienen. Marianne komt over, maar vertrekt al weer snel naar het relatief veilige Nederland, als ze de bombardementen in Dortmund meemaakt. Soms komt Joachim even over. Er worden ondertussen 3 kinderen geboren. Maar als hij zich in Duitsland kritisch uitlaat over de Nazi’s wordt hij daar in een dwangarbeiderskamp gestopt. Hij mist zijn gezin enorm. Na de oorlog komt hij naar huis en wordt vervolgens in een Nederlands kamp opgesloten. Als hij eindelijk terug kan keren naar zijn gezin is hij een totaal gebroken, een ander mens, volgens Marianne. Ze doet haar best, maar kan niet meer van hem houden. En dan is er ook nog Oom Paulus, een broer van Joachim, die als majoor in het Duitse leger dient en tijdens de oorlog in het huis bij Marianne woont en aan het eind van de oorlog onder verdachte omstandigheden sterft.

 

De derde lijn is het feest, waarop Andreas iedereen, maar vooral zijn moeder en een tante, ondervraagt over het verleden. Aanvankelijk vinden zijn broers en zussen dat hij het feest verpest met zijn gezeur, maar gaandeweg raken ook zij geboeid en zijn ze benieuwd naar de antwoorden. Het is duidelijk dat er iets verzwegen wordt, maar wat? Is Andreas soms een zoon van Oom Paulus? En wat is er aan het eind van de oorlog met Oom Paulus gebeurd? Net als Andreas denkt, dat hij alles goed gereconstrueerd heeft, blijkt het toch weer allemaal anders te zijn: “Dit zijn aantekeningen die altijd bijgewerkt moeten worden, elke dag, tot ik er niet meer ben. Steeds opnieuw overlezen en de wenkbrauwen fronsen. Nieuwe details, nieuw mededogen.” “De hele geschiedenis moest weer van voren af aan onder de loep genomen worden. Daar gingen we weer. Het was maar goed dat niemand wist waar ik nu weer mee bezig was. Ze zouden me in een inrichting stoppen. Daar zouden ze toe in staat zijn. En geef ze eens ongelijk”.

 

Tenslotte vertelt Marianne toch het geheim.
Welk thema wordt er in deze roman aangesneden? Je kunt het een oorlogsroman noemen. Niet het militaire gebeuren, maar de gevolgen voor de gewone mensen staan centraal. Vooral Joachim wordt het slachtoffer van het feit, dat hij op deze bijzondere dag met een Nederlands meisje trouwt. Marianne lijkt er beter vanaf te komen.
Maar er is ook wat voor te zeggen om het een psychologische roman te noemen. Al leren we het ouderpaar, waar het verhaal in feite over gaat, minder goed kennen dan hun zoon Andreas.
Het doordrammerige fanatisme waarmee hij het verleden probeert te reconstrueren dient een hoger doel: hij is op zoek naar de reden van zijn moeizame omgang met anderen, zijn wantrouwen en de moeite die hij heeft zich aan anderen te binden. Hij heeft duidelijk veel emotionele problemen met het verleden van zijn familie.
De 3 verweven verhaallijnen, de gedreven zoon die zgn. aanwezig is op de trouwdag van zijn toekomstige ouders, de interne monologen, vragen, antwoorden, maken het boek tot een apart geheel. Het zal wel literair verantwoord zijn. Maar ik vond het niet prettig lezen. De verhaallijnen gaan plompverloren in elkaar over. Als je de volgende zin even niet begrijpt, dan blijkt de schrijver alweer overgestapt te zijn op een andere verhaallijn. Teveel monologen en vragen vertragen het verhaal, halen de spanning eruit. Aan het einde van het boek wordt het geheim (dat Andreas na diepgaand speurwerk ontdekt heeft) op een nogal terloopse wijze prijsgegeven. Maar over de karakters en de onderlinge verhouding tussen de twee mensen die trouwden op 10 mei 1940 weten we dan nog steeds niet veel. Van Andreas Klein des te meer. Daar hoef ik De Bekoring dus niet meer voor te lezen. Gelukkig maar, want dat boek stond ook genomineerd op de shortlist 2006 van de Gouden Doerian (de prijs voor de slechtste Nederlandse literaire roman)...

 

Paperback | 254 Pagina's | L.J. Veen | 2000 | ISBN13: 9789020457582

© Librije, februari 2007.

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER!

 

De bekoring

 

“Toen ze terug was, bestelde zijn vader bij Neckermann een wandmeubel met ingebouwde tv en grammofoon. Dat was haar grootste wens.”


Zo eindigt het boek van Hans Münstermann waarin hij prachtig de sfeer van de jaren rond 1960 heeft weergegeven. Inderdaad, het is de tijd waarin de wederopbouwgeneratie van dressoirs overgaat op wandmeubels en de fauteuils plaatsmaken voor een nieuwe, moderne bankstellen, de jaren waarin een beter leven gloort aan de horizon. De genoemde platenspeler en de televisie, bieden de mogelijkheid aan het benauwde, burgerlijke leven te ontsnappen, want het leven is nog steeds beperkt en ondanks de materiele vooruitgang is het denken nog niet veranderd...
Het verhaal is opgebouwd uit drie verhaallijnen, met elk hun eigen perspectief.

 

In het heden komt Andreas, met zijn zoontje, terug van de bakker en vertelt zijn vrouw hem dat zijn moeder is overleden. Op het moment dat Andreas deze woorden hoort ziet hij zichzelf weer staan in de gang van zijn ouderlijk huis aan de Harmoniehof in Amsterdam-Zuid en komen de herinneringen aan 16 juli 1960 en de periode daarna naar boven. Zoals bij het overgrote deel van de huisvrouwen in die tijd speelt het leven van zijn moeder, Marianne, zich af binnen de sferen van de k’s: de keuken, de kerk en de kinderen. Ze voelt zich gevangen in de sleur van het dagelijkse bestaan en heeft genoeg van de eisen die haar man en kinderen aan haar stellen. Op 16 juli, een mooie zomerdag, is de maat vol en besluit ze de deur achter zich dicht te trekken. Het beeld van zijn moeder, die keurig verzorgd met een koffer in haar hand in de gang staat, grift zich in het hoofd van Andreas en zal hij vanaf die dag met zich meedragen. Marianne vertrekt met de tram en reist naar de man die ze onlangs heeft leren kennen en die ze ziet als een alternatief voor haar leventje als slovende huismoeder.
Door het verhaal van tramrit heen volgen we de kinderen op de dag van moeders vertrek, die ook nog eens de verjaardag van Andreas is. Zijn verjaarspartijtje valt in het water door de afwezigheid van moeder en de fiets die hij ’s avond krijgt is opeens niet zo mooi meer.

 

Marianne krijgt twee desillusies te verwerken: de knappe, donkere Arie heeft na een korte tijd genoeg van haar en maakt haar duidelijk dat ze moet vertrekken. Als ze op straat staat zoekt ze haar heil bij een artiest die ze een keer heeft zien optreden, maar na een wilde nacht met haar te hebben beleefd laat ook hij haar in de steek.
Er blijft haar niets anders over dan terug te gaan naar huis en zich weer te voegen in het oude patroon.
Tijdens haar afwezigheid hebben de kinderen zich min of meer aan de situatie aangepast en hebben ze zich ingesteld op het feit dat moeder niet meer terug zal komen. Andreas is dan ook niet zo blij met zijn moeders terugkeer als hij verwacht had, de woede komt nu pas echt naar boven.

 

Inmiddels komen broers en zussen verschillende keren bij elkaar om zaken rond de begrafenis (of crematie?) te bespreken. Als vanzelf gaan de gedachten en gesprekken van alle betrokkenen terug naar die dag in 1960 toen moeder ook vertrok, weliswaar voor een tijdelijke afwezigheid zoals later bleek, maar toch ..… een voorbode van het definitieve afscheid. De aanwezigen blijken elk op een eigen manier naar deze episode in hun jeugd te kijken: van begrip voor de ontsnappingspoging bij Brunhilde tot volslagen onbegrip en woede bij Edward, die niets anders doet dan schelden op dat “kutwijf”

 

Boven het verleden zweeft het derde verhaal: de gedachten van architect Van Eepen die de huizen in Amsterdam-Zuid gebouwd heeft met de bedoeling om ook minder goed gesitueerden een frisse, gezonde woonomgeving te bieden. Hij snapt niet dat Marianne er niet tevreden mee is en, hoewel hij op zijn sterfbed ligt, volgt hij haar om te zien waar ze heen gaat en hoopt dat zij zal terugkeren naar haar/zijn eigen buurt. Overigens is deze architect ook de hoofdfiguur in het boek dat Andreas aan het schrijven is en waarin hij danig vastgelopen is.

 

Het boek is opgebouwd uit vijf hoofdstukken, waarbinnen de talloze perspectiefwisselingen plaatsvinden. De snelle overgangen, waarbij soms niet duidelijk is waar iets zich afspeelt en wie er een rol speelt, maken het lezen niet echt eenvoudig. Aandacht is geboden! Vooral de overgang naar de gedachten van de architect doet vaak wat gekunsteld aan.
Regelmatig gaat Münstermann zich te buiten aan vreemde uitweidingen en gedachtespinsels, waarvan de functie mij niet duidelijk is. Wat te denken van het idee over schaamhaar dat personen en gebouwen compleet overwoekert, van de discussies over het maken van goede chocolademousse tijdens de verschillende samenkomsten van de familie in het sterfhuis, van de gedachten over een piramide waarop moeder opgebaard ligt? Het verhaal wordt er niet beter of mooier van, het zou zelfs aan kracht winnen door weglating van deze uitwassen.
Want, toegegeven: Hans Münstermann kan wel degelijk een mooi verhaal vertellen en op een buitengewoon treffende manier sfeer oproepen. De beschrijvingen van de buurt en van de tramrit zijn werkelijk schitterend. Ik vraag me overigens af of het niet mooier is voor mensen die de omgeving en de stad kennen én voor mensen bij wie de beschrijving van de vijftiger/zestiger jaren herinneringen oproept, dan voor “buitenstaanders” . Is het voor hen net zo leuk, aangrijpend en bijzonder?

 

Het boek heeft een goed verhaal als basis, blinkt uit door prachtige sfeertekeningen, maar bevat helaas veel onnodige toevoegingen. Wie zei ook al weer: “In de beperking toont zich de meester”?

 

Paperback | 205 Pagina's | Nieuw Amsterdam | 2006 ISBN: 9046800180

© Janna, februari 2007

Reageren? Klik hier!

 

 

De bekoring


Op een dag hoort Andreas Klein, schrijver van beroep, dat zijn moeder is gestorven. Terwijl hij met zijn zes broers en zussen herenigd wordt rondom haar overblijfselen, komt die ene dag weer bij hem boven. De dag dat ze hun moeder met haar koffer zagen vertrekken, met de bedoeling om nooit meer terug te keren. Andreas vertelt zijn herinneringen aan de anderen, en hun reacties zijn verdeeld. De oudere zus wist wel wat er aan de hand was, dat hun moeder door hun vader gekleineerd en vernederd werd, soms zelfs mishandeld. Maar de jongere broers wisten het niet, en vooral Etter is nu alsnog kwaad. Als ze onder haar lichaam een koeldeken moeten leggen, gaat hij niet bepaald zachtzinnig met haar om, en later gooit hij zelfs chocolademousse in haar gezicht.
Terwijl de beslissingen nemen over wat er gebeuren moet, vertelt Andreas het verhaal van die dag. Het was notabene zijn verjaardag, maar ze feliciteerde hem niet eens, ze vertrok. Hij praat over hoe ze met de tram door de stad reisde, naar haar minnaar. Hoe ze ook daar na een tijdje overbodig bleek, en tenslotte maar weer naar huis kwam. Wat moest een vrouw alleen in die tijd?
Op die dag, vertelt Andreas, was de architect, Van Epen (deze figuur heeft werkelijk geleefd en was architect) getuige van haar vertrek. Hij kon niet begrijpen dat mensen niet gelukkig waren in deze huizen die hij zo zorgvuldig ontworpen had, en hij volgde haar..ze moest terug naar haar kinderen.


Het is het vijfde boek over de familie Klein. In ieder boek heeft Munstermann drie verhaallijnen die door elkaar lopen, maar elkaar regelmatig raken. Hoewel het vaak lastig is om te volgen -er zijn geen aanduidingen boven de verschillende stukjes- hoort het allemaal wel bij elkaar. Een extra aanwijzing om te weten in welke tijd we zitten is de geschiedenis die Munstermann in de verhalen verweven heeft: In de tijd dat de kinderen Klein hun moeder moeten gaan begraven maken we de gijzeling in Beslan mee.
(Munstermann heeft trouwens iets met Rusland. Hij laat twee broers elkaar als Russische boeren omhelzen, en hij laat Etter zijn moeders lijk omrollen als een boer in Mongolië.) Het vertrek van de moeder, dat speelt in begin van de jaren '60 van de vorige eeuw, is Loemoemba, de Kongolese president de aangever. De derde verhaallijn, die van de architect, is eigenlijk het boek dat Andreas aan het schrijven was. Hij verweeft dat verhaal met het verhaal van zijn moeder. Daardoor is niet duidelijk of hij ook de wederwaardigheden van de moeder verzint, of dat hij het misschien toch wéét.
Eigenlijk is zijn moeder twee keer gestorven: toen ze wegging, want ze werd niet terugverwacht. En nu. Andreas blijft liefdevol over haar spreken, heeft hij het haar vergeven? Het wordt niet duidelijk uitgesproken, alhoewel er wel steeds meer begrip voor haar gedrag lijkt te komen, naarmate het verhaal vordert. Zelfs bij Etter, die zijn moeder ronduit veroordeelt, komen de tranen als het laatste afscheid daar is. Als de architect aan het woord is, wordt het verhaal wat langdradig. Maar de wat absurde humor, bijvoorbeeld in de vorm van Loemoemba die in een Rotterdamse tram stapt, maakt het weer goed. Het blijft boeiend om te lezen over een relatie tussen een moeder en haar zoon.


Paperback | 205 Pagina's | Nieuw Amsterdam | 2006 ISBN: 9046800180

© Marjo, februari 2007

Reageren? Klik hier!