Boekenarchief T-U-V

Thomas Verbogt

http://www.thomasverbogt.nl

 

altVerkeerde sneeuw
Thomas Verbogt


In het leven van een veertigjarige man, de ik-figuur, zijn een paar dingen voorgevallen waardoor hij zich teruggetrokken heeft met zijn collega. Samen vertalen zij de gedichten van een Franse dichteres, Thérèse Gibian.
Tien maanden eerder gebeurden er twee dingen, die geen raakpunten leken te hebben. Een vriendin van vroeger die hij al jaren uit het oog verloren is, liet hem weten dat er een reünie zou komen, weliswaar pas een paar maanden later, maar dan wist hij het vast. Het ging om een vriendengroepje dat in dezelfde straat woonde.
De man is gescheiden, maar heeft nog wel contact met zijn ex. Hun dochter Jessica woonde nog bij hem. Zij deed eindexamen, en zou binnenkort uit huis gaan.
Op een dag komt Jessica met Elze aangezet, die bij haar op school zit en nog één jaar te gaan heeft. Zij is weggestuurd van een Zwitserse kostschool, heeft geen contact met haar moeder, maar ze wil over deze dingen niet praten.
Of Elze dat ene jaar bij hun in huis kan wonen? Jessica gaat toch immers weg.
De man accepteert, en natuurlijk gebeurt er wat je op dat moment al verwacht. Maar Elze is een vreemde, onberekenbare jonge vrouw. En de man nogal lijdzaam.


‘Zal ik het anders vragen?’ vroeg Sylvia. ‘Is ze goed voor je?‘
Ik probeer goed voor haar te zijn.‘
’ Dat is geen antwoord.’
‘Dat is wel een antwoord.’
‘Voor mijn part. Maar ze is niet goed voor je. Daarvoor is ze ook niet bij je. Er is iets. Met haar. Ik merk dat aan jou. Dat verontrust me. Er is iets, geloof me.’

Het verhaal kabbelt voort, zoals de man zijn leven ook van moment tot moment beleeft. Pas als enkele dingen hem opvallen, gaat hij eens nadenken. Over zichzelf, over zijn leven.
De conclusies die hij moet trekken zijn niet zo prettig…

Thomas Verbogt (1952) heeft inmiddels al meer dan twintig titels op zijn naam staan. Dit is een van zijn vroege romans, in een bundeling met twee andere.

ISBN 9789046806296 | paperback | 268 pagina's | Nieuw-Amsterdam | mei 2009
Heruitgave van de eerder in 1994 verschenen roman.

© Marjo, 23 juni 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Het laatste uur van de middag
Thomas Verbogt


Daniël is druk met een scenario voor een film waarin de vraag gesteld wordt welke keuzes de hoofdfiguur zou maken als hij kon kiezen wat hij in zijn leven opnieuw zou willen doen.


Het overkomt de schrijver zelf ook: na jaren duikt zijn oudere broer weer op in zijn leven. Tweeëntwintig jaar lang hebben ze elkaar niet gezien. Daniël heeft ook zijn vader niet gekend en met zijn moeder is er ook nauwelijks contact geweest. Zij verhuisde naar Frankrijk, en toen ze stierf was ze al begraven voor ze Daniël op de hoogte stelden. Dat was haar wens.

Daniël weet niet goed wat hij met Arthur, de broer, aan moet maar kan hem ook niet weigeren.
En zo komt de broer met zijn vrouw in het huis waar Daniël en Helma wonen, een huis waar al de nodige problemen zijn. Helma is onder behandeling bij een psychiater, en drinkt. Er is ook nog een dochter, Christine, die het huis uit is, maar wel een rol speelt.

Met Arthur is ook Emily meegekomen, de derde vrouw in Arthurs leven.  Als Emily en Daniël elkaar zien weten ze dat zij voor elkaar geschapen zijn.
Maar Helma en Arthur zijn niet blind, en de situatie wordt erg ingewikkeld. Daniël stort zijn hart uit bij zijn opdrachtgeefster. Natuurlijk beseffen zij dat zijn leven veel overeenkomsten vertoont met het scenario, maar of ze er dan ook uitkomen? Wat is er gebeurd zo ver in het verleden? In hoeverre is er opzet in het spel?


‘Daniël had zelf het gevoel dat hij alle belangrijke beslissingen in zijn leven veel te snel en met gesloten ogen had genomen. Hij was er van overtuigd, zonder dat hij die overtuiging ergens op kon baseren, dat er net zoals bij sportwedstrijden altijd blessuretijd was waarin hij op de valreep nog van alles kon goedmaken.’


Is dat zo? Kan je de dingen ‘goedmaken’? Het is de grote vraag.
De lezer zal zich nauwelijks afvragen of hier een antwoord op komt, het is meer de weg daar naar toe die Verbogt uit de doeken doet.


Thomas Verbogt
(1952) debuteerde in 1981 met de verhalenbundel De feestavond. Sindsdien schreef hij vele romans, verhalenbundels en toneelstukken. Met zijn oeuvre groeide ook zijn publiek. Lange tijd was hij een zeer gewaardeerd auteur maar toch relatief onbekend, maar al een paar jaar behoort hij tot ‘de eredivisie van de Nederlandse literatuur’, aldus Pieter Steinz van NRC Handelsblad.


ISBN 9789020427196 | paperback |173 pagina's | Veen| 1991

© Marjo, 12 april 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

De Tucht
Thomas Verbogt


Een dichter treint naar Rotterdam om daar in een Literair Café op te treden. Het café heet De Tucht. De man, Andries Kannebier is enigszins optimistisch gestemd. Als dichter verdien je nu eenmaal geen tonnen, en diezelfde middag had hij gesigneerd in een boekhandel. Hij had zowaar negen exemplaren van zijn bundel Het Koren Kromt verkocht. En gesigneerd dus ook. En dan nu de grote stad.


Via de stichting die literaire optredens regelt heeft hij een uitnodiging aangenomen voor een lezing van twee uur. En dat terwijl hij zijn bundeltje makkelijk in een kleine drie kwartier kan voorlezen. Nou ja, misschien kan hij er wat bij vertellen, misschien zijn er vragen. Hij zal wel zien.
Maar als hij in het café aankomt is er helemaal geen publiek. En niemand om hem te verwelkomen. Hij bestelt maar een pilsje. En nog eentje. Na vier stuks besluit hij de jongen achter de bar eens te vragen of die iets weet. En dan staat er een vrouw op, die zich aan hem voorstelt.
Andries’ opluchting is van korte duur. Er is immers nauwelijks iemand, al zijn er intussen wel meer mensen binnengedruppeld. ‘Begin maar als er twintig mensen zijn.’
De avond zal nog desastreuzer eindigen dan het begonnen is...


Thomas Verbogt schreef dit verhaal toen hij zelf nog beginnend schrijver was en er nog voor moest zorgen "dat ie met zijn kop op de t.v. komt". Het is raar om dit verhaaltje dertig jaar na verschijnen te beoordelen, met ook nog de wetenschap dat de kop van de schrijver intussen aardig bekend is.
Het is een goed verhaal, een klein verhaal met veel inhoud. De hoofdpersoon wordt net zo treffend neergezet als zijn publiek in het Rotterdamse café.


En toen moest ik op zoek. Op de eerste pagina staat namelijk een voetnoot: De persoon Andries Kannebier werd door Frans Kusters beschreven in ‘Het avondje bij mevrouw Hartmeier’.

Wie is Frans Kusters?
Wikipedia zegt:


Frans Kusters (Nijmegen, 16 september 1949 – aldaar, 20 november 2012 was een Nederlandse schrijver van hoofdzakelijk korte verhalen. Hij studeerde rechten aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Na zijn studie werd hij daar parttime wetenschappelijk medewerker.


In 1973 schreef hij acht korte verhalen, die werden gebundeld in de Gelderse Literaire Reeks. Hij won hiermee de Reina Prinsen Geerligsprijs. De verhalenbundel is daarna uitgebreid en onder de titel De reis naar Brabant, en andere verhalen bij De Bezige Bij uitgegeven, zoals al zijn volgende publicaties behalve Verhuld naakt, dat bij Ravenberg Pers verscheen. De reis naar Brabant, en andere verhalen kon op positieve kritiek rekenen, in het bijzonder door de sterke stilistische eigenschappen.


In 1977 was hij mede-initiator van het Literair Café Nijmegen in O'42. Daarnaast richtte hij rond deze tijd het literaire tijdschrift De Schans op, samen met Thomas Verbogt, Nop Maas en Anthon Fasel.


En daar hebben we Thomas Verbogt en Nop Maas, die onderhavige boekje uitgegeven heeft.
Natuurlijk ga ik nu dat boek van Frans Kusters lezen. Zijn persoon komt blijkbaar terug in zijn roman Het eerste licht boven de stad. Maar daar ben ik nog lang niet aan toe, aangezien ik op volgorde lees.


ISBN 9789094003913 | Paperback  | 19 pagina's | Uitgegeven door Joep Jaspers en Nop Maas | 1985

© Marjo, 5 februari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altGlazen schaduwen
Thomas Verbogt


Joost heeft nooit een goede relatie gehad met zijn ouders. Zijn vader – en dat wist zijn vrouw – dook met iedere vrouw die hij krijgen kon het bed in. Toch waren ze nog bij elkaar, twee eenzame personen, al meer dan vijfentwintig jaar getrouwd. Als zijn tante Margreet opbelt met de mededeling dat zijn vader overleden is - ‘de hand aan zichzelf geslagen’, zegt ze - moet Joost natuurlijk naar huis. Hij haalt zijn zus Tonia op, de enige van het gezin met wie hij een en ander deelde.


‘Zijn moeder zat zwijgend voor zich uit te staren. Even had ze hem aangekeken toen hij de kamer binnenkwam en in haar ogen dacht hij iets van een verwijt te zien, waarschijnlijk omdat ze doordrongen was van het besef dat het hem allemaal niet interesseerde, dat hij hier louter en alleen kwam vanwege de goede gang van zaken.’


Als Joost op de kamer van zijn vader, waar alles een vaste plek heeft – ‘wanneer zijn vader ergens iets neerzette was dat een besluit’ – een plastic tas vindt met pornografische foto’s, met daarop steeds dezelfde vrouw, beseft hij dat hij geen idee heeft wie zijn vader was.
Zijn zoektocht naar de vrouw, die op de crematie verschijnt, roept eerder meer vragen op dan dat hij antwoorden krijgt.
Dat zijn (enige) vriend Mark hem aanspreekt over schuld, doet er geen goed aan.


‘Weet je wat het is?’ zei Mark, ‘je bent schuldig als je overblijft. Het is onzinnig, maar wel waar.’(-) ‘En je bent altijd alleen wanneer je schuldig bent of je schuldig voelt,’ ging Mark verder. ‘Het is een vloek. Dat verandert niet meer.’


In zijn romandebuut laat Thomas Verbogt al zien dat hij literaire kwaliteiten in zich heeft. Er staan mooie typeringen en fraaie zinsneden in. Hij tekent een sfeer die past bij de stemming van het personage, en stelt meer vragen dan hij beantwoordt, daarmee de lezer aan het werk zettend. De ander leren kennen, daar kun je beter bij leven een poging toe doen.
Leuk extraatje: de beginzin en de eindzin zijn nagenoeg hetzelfde.


ISBN 9789035101012 | paperback | 123 pagina's | Uitgeverij Bakker | april 2001

© Marjo, 18 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Als de winter voorbij is
Thomas Verbogt


De niet bij name genoemde hoofdpersoon is graag alleen, koestert de stilte, denkt graag na. De aanstaande verhuizing maakt dat bij het uitzoeken van zijn spullen allerlei beelden en gedachten omhoog komen. Veel kan weg maar de foto's op de schouw gaan mee. Die zijn belangrijk.


"Foto's van mijn ouders, foto van Becky. Geboortekaartje met mijn naam erop. Die stonden daar altijd. In de namiddag ging ik er vaak bij zitten. Dat zal niet ophouden. In de namiddag daal ik vaak af in mezelf."


Hij herinnert zich glashelder allerlei gebeurtenissen, alsof ze zich op dat moment opnieuw afspelen. Als hij aan zijn altijd vrolijke moeder denkt, ziet hij haar bijna lijfelijk voor zich en voelt hij als het ware haar warmte. Thomas Verbogt weet dit keer op keer prachtig te verwoorden, zoals de herinnering aan zijn aangewaaide - en weer weggewaaide - zus Becky bij het zien van de foto waar ze op staat met haar verlegen lach.


"Becky heeft op de foto haar gitaar gepakt. ik was ook ergens in die ruimte, ik weet het zeker. Er werden in die dagen niet zo vaak foto's gemaakt als nu. Bij de herinneringen die foto's veroorzaken, hoort ook degene die het toestel bedienden, wat zelden een terloopse handeling was. Hier overviel die Becky. Ze kijkt betrapt, terwijl ze alleen maar haar gitaar pakt. Ze lacht verlegen. Daar keek ik graag naar, naar die verlegenheid in haar lach. Soms dacht ik dan: zo lééf je, zo wil ik ook leven.
Bij mijn ouders stond altijd een andere foto van haar, ook met gitaar, maar daarop lacht ze omdat ze die lach wil laten zien. Ik zie liever die andere lach."


Ook de herinnering aan zijn vader die voorlas, is prachtig beeldend weergegeven.


"Dan zat hij in de stoel waarin hij altijd las, vlak voordat ik naar bed moest. Ik ging bij hem op schoot zitten, in mijn pyjama, en hij pakte mijn blote voeten in één hand vast en in de ander nam hij het rode sprookjesboek dat naast zijn stoel klaarlag op een laag tafeltje, en dan begon hij te lezen. Met mooie stem, een stem die me de woorden die hij las, zacht toestopte."


Het boek vertelt een verhaal over momenten die klein lijken maar een grote impact hebben, maar het is vooral een verhaal over licht. Licht die mensen kunnen uitstralen, licht waarin anderen - en vooral de hoofdpersoon - zich kunnen koesteren.


De hoofdpersoon in dit boek heeft enkele van deze mensen gekend en juist omdat hij zelf zo'n denker is, juist omdat hij zich altijd op een of andere manier schuldig voelt en zo graag aardig gevonden wil worden, heeft hij dat licht ook zo enorm hard nodig. Hij is zeer zuinig op zijn herinneringen aan hen en vertelt over de ontmoetingen en gesprekken die hij met ze had.


Als een rode draad door het boek loopt de herinnering aan de terloopse kus, gegeven door een 'lichtgevend' jong meisje, bijna een kind nog. De kus die in alle onschuld gegeven werd, vanwege de blijheid, de lichtheid van het moment, de kus die door beiden nooit vergeten is en een verbinding schiep die niet verbroken kon worden. De kus die van grote invloed is op hun verdere leven. Ook dit wordt in de mooie taal die Thomas Verbogt hanteert, weergeven. Het verhaal zelf, over het meisje en de hoofdpersoon, is eveneens prachtig.


Opnieuw blijkt dat Verbogt als geen ander de kunst verstaat de duizenden gedachten die elk mens dagelijks heeft, om te zetten in woorden en zinnen die je niet snel zal vergeten. Het is een boek dat je keer op keer wilt herlezen om even opnieuw te kunnen wonen in de mooie wereld die Verbogt heeft weten te scheppen. Een boek om te koesteren.


ISBN 9789046819326 | Hardcover | 222 pagina's | Uitgeverij Nieuw Amsterdam | september 2015

© Dettie, 30 september 2015

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVerdwenen tijd
Thomas Verbogt


‘Wat is schuld?’ vraag ik.
Mijn vader lacht.
‘Goeie vraag’, zegt hij. ‘ Als jij iets fouts doet, bijvoorbeeld iets kapotmaakt, bijvoorbeeld die vaas laatst, dan voel je schuld, dan zeg je dat je dat nooit meer zal doen.’
‘Ik heb anders niks van hem gehoord,’ zegt mijn moeder.


Waarom bezoekt Robert van Noorden een psychotherapeut? Hij lijkt zijn leven toch aardig op de rol te hebben. Hij is kunstcriticus, en wordt vaak gevraagd voor praatprogramma’s en dergelijke.
Te vaak vindt hij eigenlijk, want wat heeft hij nu eigenlijk te vertellen? Robert woont alleen, en zijn beste (enige) vriend is Lenny. Samen met hem groeide hij op, studeerde hij in Nijmegen en leerde hij de muziek en de vrouwen kennen. Dat was in de jaren zeventig.
Robert haalt herinneringen op uit die tijd, en uit vroeger jaren. Mooie herinneringen aan zijn ouders, zijn jeugd. Maar er wringt iets. Iets is niet helemaal goed. Vaak wordt hij overmand door gevoelens van schuldig weemoed. Of weemoedige schuld.


''Zodra ik met mensen omga, voel ik me schuldig.''


Een van de voorvallen waar hij vaak aan denkt is die zomer met Vera. Hij paste op het huis van vrienden, en leerde het buurmeisje, veertien jaar oud, kennen. Er was iets tussen hen, iets onschuldigs, maar dat geloofde de vader van het meisje niet toen hij hen ‘betrapte’.
Robert zag Vera nooit terug.


‘Tien jaar geleden. Ik dacht vaak aan haar. (-) In het huis van Andrea ben ik niet meer geweest. Ik werk niet meer met haar samen en ons concact verwaterde.  Ik zie dus ook niet meer de ogen die Vera kunnen zien’


Nu hij het vage gevoel heeft dat iemand hem in de gaten houdt, denkt hij nog vaker aan Vera. Ze moet nu een jong-volwassen vrouw zijn. Hoe zou het met haar gaan? Zouden ze, als ze elkaar weer spraken, opnieuw die klik ervaren? En er is een andere vrouw, Louise, die dan ineens opduikt en beweert dat hij haar kent, maar ze vertelt niet hoe en wat, zodat Robert nog maar eens gedwongen wordt om in zijn herinneringen te duiken. De verdwenen tijd in.
Is er echt iemand die hem volgt?  Wil Louise iets van hem? En wat betekent na al die jaren dat telefoontje van Vera's vader?


Een prachtige roman, over wat verloren herinneringen in het onbewuste van een mens kunnen aanrichten. Het is een en al weemoed, een verlangen naar een voorbije tijd. En tegelijk de angst daarvoor, want wat houdt zich er in die schaduwen van weleer verscholen?
Als blijkt dat er in Roberts herinneringen inderdaad iets donkers verschuilt schrik je op.
Dit was een boek zonder plot toch? Een kabbelend verhaal over ‘vroeger’?  Met overdenkingen, bespiegelende beschouwende stukjes tekst? Werkte de schrijver dan toch ergens naar toe? Je zou het boek opnieuw moeten lezen - geen straf! - maar eigenlijk valt er wel het een en ander op zijn plek.
Is er sprake van zelfkennis?
Wanneer de hoofdpersoon een schrijver ontmoet, die al zestien boeken op zijn naam heeft staan:


‘Heel stom,’ zeg ik. ‘Maar ik heb nog nooit iets van je gelezen en om het nog stommer te maken, ik had nog niet van je gehoord.’ John lacht en schudt zijn hoofd. ‘Weet je dat ik dit al zo vaak heb gehoord dat het me niet meer verbaast of verontrust of chagrijnig maakt?‘


Thomas Verbogt zou dit nooit mee moeten maken, hij is een schrijver die het verdient gekend te worden.


ISBN 9789022327869 | paperback |223 pagina's | Uitgeverij Nieuw-Amsterdam |mei 2009

© Marjo, 19 januari  2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altKleur van geluk
Thomas Verbogt


Daniël Timmer, zestig, ziet zijn eerste liefde, de moeder van een klasgenote, terug. Met haar beleefde hij bijzondere weken. Hij was zeventien en zij was tweeënveertig en getrouwd. Toch koestert hij de herinneringen aan de dagen met haar.
Daniël ziet de vrouw terug in een park, ze zit in een rolstoel, haar blik is leeg. Hij laat zich op zijn hurken zakken: 'Carol, ik ben het, Daniël Timmer, Daan, Daantje. Weet je nog? Dat voorjaar, onze lente?' Ze reageert niet. Ze herkent hem niet, ze herkent niemand meer.
'Ik kijk in de winter van haar ogen'.


Het hele boek draait in feite om deze vrouw, om Carol, om de herinneringen. Herinneringen die zij niet meer heeft maar Daniël wel.
Deze ontmoeting zet Daniël aan het denken, wat stelt een leven eigenlijk voor als je het niet meer kunt herinneren?
Hij vraagt zich af welke momenten van geluk hij heeft gekend. Maar vooral waarom hij zich niet kon overgeven aan geluk. Wat heeft zijn leven eigenlijk betekend? Waarom bleef de vraag van Christa, een klasgenote, die hem na de examens vroeg 'Wat ga jij van je leven maken?' zijn hele leven bij. Waarom bleef die vraag hem plagen?
Hij denkt aan zijn moeder, die aan het 'vervagen' is. Ze vergeet steeds vaker allerlei dingen.
Zijn moeder die hem zei: Je was altijd zo op jezelf, in je eigen wereld. Wij allemaal, hoor. Alleen deden we soms alsof het niet zo was. Dat kon een dagtaak zijn.'
Moet hij haar niet iets zeggen? Laten merken dat ze een goede moeder was? Vertellen dat hij veel om haar geeft? Nu ze het nog allemaal kan horen en begrijpen...


Daniël denkt ook aan André Wijsmuller, een klasgenoot. 'Hij was sociaal handig, op een interessante manier arrogant en haalde ogenschijnlijk als vanzelf voortdurend hoge cijfers. Er waren van de jongens die alles meehadden.' [...] Hij was zo'n jongen naar wie ik soms keek, naar dat andere, nu al goed gelukte leven, met die veiligheid die me benauwde.'
Als hij die André jaren later niet was tegengekomen en niet die zeer bizarre dag met hem beleefd had, zou hij André nog steeds herinneren als diegene die hij op school was. Maar nu zijn de eerdere herinneringen vervaagd door de latere ontmoeting.
Carol bleek ook een heel eigen geschiedenis en eigen herinneringen te hebben, zoals Daniël jaren later verneemt. Alles draait om herinnering, om wat je met die herinneringen kunt doen, of je er iets aan hebt of niet.


In zijn zo specifieke, eigen taal en stijl vertelt Thomas Verbogt vol melancholie dit schitterende, ontroerende soms aangrijpende verhaal. Een verhaal dat je niet snel vergeet mede door de juweeltjes van zinnen die je wilt onderstrepen, omdat je ze wilt onthouden, wilt herlezen...


"Het is nog lente, maar net zomer. Het groen in de bomen in de tuin achter haar is het groen waar we het nog een tijdje mee gaan doen."


"'Je was doodsbang" zei een psychiater later. [...]
'Ja dat weet ik. [...] Ik vind levensbang trouwens een beter woord dan doodsbang.'"


"Mijn buurvrouw is verslaafd aan haar innerlijk."


"Ik weet zeker dat dit betekenis heeft en als zoiets in me opkomt, betekenis dus, ga ik me ook afvragen wat die betekenis dan is, waar die betekenis over gaat, en dan wil ik graag grote woorden toelaten, bijvoorbeeld vaststellen dat iets samenkomt, terwijl ik echt niet weet wat ik daarmee bedoel, maar wel dát ik iets bedoel."


ISBN 9789491567018 Paperback, 222 pagina's Uitgeverij De Kring maart 2013

© Dettie, 30 augustus 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altPerfecte stilte
Thomas Verbogt


‘Ik loop door de kleine stad van lang geleden, langs de rivier, ik ben met Valerie en Simon, we lopen gearmd, we zwijgen, ik hoef niet eens goed te kijken om te zien dat we min of meer weten wat er gaat gebeuren, niet het hoe en wat ervan, maar wel dat het een gebeurtenis is of gebeurtenissen zijn die te groot zijn om te bevatten. Daarom is het ook al in belangrijke mate gebeurd, ook al zijn we nog steeds samen en kunnen mensen die ons zien denken dat we trots in het begin van alles rondlopen, het begin van een toekomst die ons gretig opzuigt en ontregelend veel van ons wil, maar wij weten beter, vandaar onze ernst, vandaar de kracht waarmee we elkaar vasthouden. Simon zegt: er zouden wegen moeten zijn die nooit ophouden, zodat we altijd door kunnen lopen dwars door alle horizonten heen.’


David Kromweg is een man van middelbare leeftijd die betrokken raakt bij een situatie van zinloos geweld: hij probeert een vrouw te ontzetten die aangevallen wordt.  Het verandert zijn leven totaal.


‘Tussen hier en daar liggen ongeveer veertig jaar, een stuk of tien verblijfplaatsen, een stuk of tien steden, omgevingen waar ik werkte, waar ik net als overal een passant was, iemand met steeds een ander doel, telkens een andere bestemming, telkens andere mensen terwijl ik nooit goed was in mijn omgang met andere mensen en ik dat niet eens wilde zijn omdat ik niet tegen overgave en afscheid kon.’


Sinds tien jaar woont hij samen met Emma en haar dochter Helen. Het is niet echt een bevredigende relatie, weet hij, hij heeft al meerdere keren op het punt gestaan de relatie te verbreken. Maar hij is vaak in het buitenland voor opnames van documentaires, en Emma gaat ook wel haar gang.
De vechtpartij brengt een traumatische gebeurtenis terug, die plaatsvond toen hij een jaar of veertien was.  Jaren heeft hij het verdrongen, nu moet hij het onder ogen zien.
Hij beseft dat hij deze kans niet voorbij kan/moet laten gaan, het is misschien wel laatste kans om zijn leven op orde te brengen. Al vaker spoorde Emma hem aan, al ging het misschien niet hierover: ‘Praat er niet alleen over, doe het dan ook’.  Een oude buurvrouw, die hij veertig jaar niet gezien heeft zegt:  ‘Leer jezelf kennen. Neem de tijd, maar er moet er wel een keer van komen’.
Zo ontmoet hij meer mensen die hem zonder dat ze het weten, helpen orde op zaken te stellen. Voorbij met al die gemiste kansen: het wordt tijd.
Verbogt schrijft prachtig: deze verstilde roman, filmisch geschreven, waarin duidelijk gemaakt wordt dat wat er ook gebeurd is, het nooit te laat is een nieuwe poging te wagen, smaakt naar meer.  De ‘perfecte stilte’ is een bijna perfecte roman geworden.


‘Ik gedroeg me alsof ik iedereen en alles begreep, een van de hoofdregels van mijn opvoeding was altijd een gentleman te zijn, be gentle!, en in die regel marineerde ik me telkens, ik róók naar vriendschap en betrokkenheid.’


ISBN 9789046809846 | paperback| 207 pagina's | Nieuw-Amsterdam| mei 2012

© Marjo, 25 januari 2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 
Eindelijk de zee


De titel kun je zien als een zucht van verlichting. De zee loopt als een rode draad door het verhaal. Het begint al op de eerste bladzijde als Boudewijn en Sam aan het strand zijn en een heftige ontdekking doen. Later volgt de Atlantische Oceaan waar eveneens een belangrijk moment plaatsvindt en aan het eind van het boek 'eindelijk' de zee.
Maar Sam, de jeugdvriend van Boudewijn Nagthuys, is nu overleden.
Sam en hij waren bezig in hun jonge jaren met 'op snelheid' komen.
Tegen hun veertigste vragen ze zich af:


"Wat is het verschil tussen toen en nu?"
"We zijn op snelheid gekomen."
"Ja, verder in wat we willen, in wat we kunnen."[...]
"Maar alles moet nog gebeuren," zegt Sam.


Nu Sam dood is, is 'de snelheid' weg. Judith, de joodse moeder van Sam, heeft als een van de weinigen van haar familie de oorlog overleefd. Ze staat bekend als vrolijke, sterke vrouw maar het verlies van haar zoon was haar net té veel. Als Boudewijn haar vlak na de begrafenis bezoekt treft hij een gebroken vrouw aan:


"Dan zie ik dat de twee ramen van haar woonkamer openstaan. Ik haast me erheen. In het donker tussen haar grote zware meubels, tussen de zes, zeven schilderijen van Sam aan de muur, zit ze in de stoel waarin ze altijd zit, waarin ze ons zo vaak ontving. Onbeweeglijk zit ze daar. Ze moet het koud hebben. Het lijkt wel alsof waar ik sta de kilte van de woonkamer zich mengt met de gure buitenlucht."


Judith vertelt hem een verhaal dat Boudewijn deels kende, Sam had het hem verteld. Maar Judiths verhaal is anders, wat is de waarheid?


"De waarheid is niet iets wat statisch is, maar is wat het met ons doet, de waarheid is een gebeurtenis, iets wat in beweging is, iets wat maakt en gemaakt wordt. [...] Misschien denk je dat Sam er zijn eigen verhaal van heeft gemaakt, maar we kunnen toch niet anders, we hebben toch alleen maar ons eigen verhaal."


De dag van het bezoek aan Judith is ook de dag van het afscheid nemen van zijn werk als hoofdredacteur van het literair-journalistieke tijdschrift De Wereld. Na het bezoek aan Judith rest hem nog maar één ding. Naar Julia! De vrouw die hij ontmoette op de begrafenis van Sam.

Het boek is prachtig geschreven, het zijn allemaal korte hoofdstukken die bij elkaar een totaalbeeld geven van zowel Boudewijns als Sams leven en de betekenis van hun vriendschap. Het is ook vooral voor Boudewijn een zoektocht naar zichzelf. Boudewijn is een charmante, charismatische man, maar niemand weet wat er in hem omgaat. Hij zelf kan het ook niet verwoorden. Het verhaal van Judith maakt dat hij zich afvraagt wat alles betekent. De dood van Sam grijpt hem aan het is een gebeurtenis die voor hem een ommekeer betekent.


"Het is er stil, er is bijna geen mens te zien, er staat een kalme koude wind, ik kijk uit over de Atlantische Oceaan, ik sta aan de vloedlijn, de hemel is lichtgrijs, bijna wit, en even, een paar seconden is alles om me heen volmaakt leeg. Ik houd mijn adem in en weet dat als ik dadelijk weer dooradem, ik mezelf ben tegengekomen en afscheid neem en dan weer verderga. Ik beweeg opnieuw en kom op snelheid."


Paperback 256 Pagina's Nieuw Amsterdam Verschenen: mei 2007 ISBN10: 9046800784 ISBN13: 9789046800782

© Dettie, augustus 2007

Reageren? Klik hier! 

 

Lees meer...

Pagina 1 van 2

<< Start < Vorige 1 2 Volgende > Einde >>