Boekenarchief T-U-V

Robert Verhoeven

literatuur



Vragen over dit boek?
U kunt uw vragen rechtstreeks stellen aan Robert Verhoeven
e-mail adres  Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.




De zinnen


In 10 hoofdstukken, wordt u meegenomen in het onnavolgbare. Als een kind bent u en kijkt u in 10 kijkdozen en in alle daarmee samenvallende verwondering en ogenblikkelijke tegenwoordigheid. Tien kijkdozen die in opeenvolging, momenten uit een leven weergeven waardoor u na inzage daarin zo, stuk voor stuk, weet, wat niet te weten is, ziet,.. wat niet te zien is , hoort,… wat niet te horen is, zodat de zinnen u ‘zin voor zin’ buiten zinnen, in het ongehoorde en ongeziene hebben gebracht in 10 maal een ongekend landschap meegenomen met evenzoveel ontwikkelingen. Waarbij de afkomst van de hoofdpersoon glashelder zijn merkwaardig merkloze onverkochte soevereiniteit in beeld brengt op het moment dat hij onder de naam Djual op het bordes van een afgelegen en verlaten landhuis in de schemering de thuiskomst van zijn roofvogels afwacht.


- De Erfopvolger -
Om hem twee jaar daarop –zonder uitleg - aan te treffen onder een andere naam onder doodnormale omstandigheden in een woning in Bussum, waar het roze licht van sneeuw hem wekt. Sneeuw die niet ontvangen blijkt te worden door zijn buurvrouw. Dat wil zeggen waar hij de vlokken tegemoet treedt met vioolspel is het deze buurvrouw die voor deze ontmoeting niet meer dan de bezem in huis heeft, een ontluistering die zij met de dood moet bekopen.


– Sneeuw -
. Alles voltrekt zich tot op dat moment in een stilte die geen woorden behoeft, als in de autonomie - de reeks van gedaantes - waarin een uiteindelijk lichaampje zich van eicel, tot foetus tot lichaampje, tot geboorte ontwikkelt, of u het nu leuk vindt of niet.
In de derde kijkdoos– De Steeg - maakt u soortgelijk, en eveneens eerder in een compleet zwijgen dan in dialoog, de inmiddels man geworden jongen mee die dan zo rond de dertig is, en samenleeft met een vrouw waarmee hij ieder contact verloor, terwijl hij met het nieuwe studentenmeisje aan de overzijde van de steeg, op twee meter afstand van de door hem betrokken zolderkamer, zijn betrokkenheid via een projector haar kamer binnen straalt in een liefde die niet onbeantwoord blijft.


In kijkdoos nummer vier – Schelde - zijn wij getuige van dan een inmiddels veertig jarige man die in nescio achtige gelatenheid en ontvankelijkheid de overtocht van een choreografisch verantwoord stel middelbare scholieren die het veer voor de overtocht over de Schelde. ‘oprollen’ terwijl de zon door de ochtendmist breekt, beschrijft, terwijl het nieuws van de ochtendkrant daarbij de mist is die geen nieuws bevat.


En dan volgt in hoofdstuk vijf de kijkdoos die - ‘de hoofdstukken’ - heet , waarin in een reeks van korte gedichten ‘de stilte’ zich aan hem openbaart. Dat is niet zo lang nadat zijn Schelde-overtocht hem in gezelschap had gebracht van ‘zijn wonderlijk alleen zijn met de schepping’. Iets delen met de gangbare mens en het doen en laten van deze ‘mensachtigen’ leek niet meer mogelijk.


In hoofdstuk 6 - ‘de consequenties’ - trekt hij zich terug in de verlatenheid van een ontvolkte streek in een periode dat de wegen compleet stil gezet zijn door ongekende hoeveelheden massa, die op een en het zelfde tijdstip voor hun vakantie naar het noorden trekken. En even ogenblikkelijk als dat het daar onverplaatsbaar vol is, is het niet ver daarvan al volledig leeg, en in die leegte, lopend naast zijn fiets waarvan de band juist sprong terwijl een zoveelste stortbui zich uit een pikzwarte hemel loslaat, treft hij een meisje in het midden van haar tienertijd, die hem in andere talen dan zijn eigen taal, maar daarenboven vooral, in een zwijgen dat beide verstaan, meevoert naar een spookdorp waar zij met haar broers en andere tieners uit een nabijgelegen soortgelijk verlaten dorp, huis houden in woonwagens en de koorddanskunst beoefenen over van rots naar rots gespannen kabels. Een ontluikende liefde laat niet lang op zich wachten en wanneer de man, die in die fase Ray heet, na een half jaar vertrekt, is in het meisje een eeuwigheid geraakt waarin ze vijf jaar later op zoek gaat naar hem in het zevende hoofdstuk– Inne -.
Inne die dan in haar op zoek zijn naar hem een oernatuurdeelachtigeid gewaar wordt die nimmer eerder ergens beschreven werd, in een ontmoeting met een stier, die het vervolghoofdstuk lijkt van het verhaal waaraan Europa, haar naam ontleent, een oer-openbaring over de eenheid van alles wat altijd al zwijgend deel uit maakt van het pre en post-verbale.


In hoofdstuk 8, treft zij in het hoofdstuk – ‘aangetroffen’ -, de door hem nog maar juist verlaten woning, met sporen zo vers en vruchtbaar, dat zij er haar kind aan ontfutselt. Onderwijl leeft hij afgezonderd als kluizenaar in een graf dat hem als woning dient. - Gelukshuiver -, het is daar waar zijn stilte samenvalt met een liefde die hem zo verwant is, dat hij daar pas voor het eerst in zijn leven zijn diepste geheim volledig deelt, met een 19 jarige jongen die daartoe alleen gestalte lijkt te hebben aangenomen, een deling die ons deelgenoot maakt van het geheim van de schepping zelf, niet minder nabij of veraf als Johannes die aan Jezus borst lag, bij het laatste avondmaal. Het is in die onthulling dat dit boek/deze film, voorlopig haar einde heeft. - Gedeeld Geheim -

'De Zinnen' verschenen in Een (luxe) uitgave van Het Zinkend Schip, Dendermonde, augustus 2006. Alle rechten berusten bij Robert Verhoeven
ISBN 000000000


© Alice van Nauerna, gastrecensente december 2006

 Reageren? Klik hier!