Boekenarchief T-U-V

Ivo Victoria

altBillie & Seb
Ivo Victoria


‘Hoi, ik ben Billie, een geest. Wat ben jij?’
’Ik ben Seb’, zei Seb.
‘Maar wàt ben je?’ vroeg ze.


Billie is anders. Geboren in Azië werd ze op vierjarige leeftijd geadopteerd, en ze heeft zich nooit echt thuis gevoeld. Seb is ook anders. ‘Al zijn hele leven had hij het idee dat de dingen niet echt gebeurden, maar in scene werden gezet zonder dat iemand hem vertelde welke rol hij moest spelen’. Hij mist het gen voor fantasie. Doen alsof kan hij niet. Daarom is hij een buitenstaander. Billie en Seb kunnen het samen prima vinden, ze beleven een heerlijke zomer. Ze zwerven door Gaspel, hun domicilie, of ze stuiteren op de trampoline in de tuin van Billies ouders.
Tot het mis gaat. Billie valt en komt met haar hoofd ongelukkig terecht.


Als het verhaal begint ligt zij in het ziekenhuis, in coma. Seb is ongelukkig nu zijn maatje er niet is.
Hij mag haar niet bezoeken.
Als zijn ouders er goed aan denken te doen hem als kerstcadeautje een airsoftgeweer - een namaakwapen dat plastic bolletjes schiet - te geven, lijkt de jongen zich inderdaad te herstellen. Hij heeft weer een doel in zijn leven. Met een paar jongens die zijn vrienden worden genoemd trekt hij naar de verlaten boerderij van Urbain, de grootvader van Seb. Tijdens de tweede wereldoorlog is daar iets gebeurd waarvan maar weinigen precies weten wat. De jongens houden er gevechten, hetgeen voor de anderen een spel is maar voor Seb steeds serieuzer wordt. Hij vindt het maar onzin dat ze niet zouden mogen schieten als ze elkaar op vijf meter afstand treffen. En waarom zou hij een helm opzetten?


Het eindexamen nadert, Billie wordt niet wakker, de sfeer bij Seb thuis wordt vreemder, mede doordat de oom hen vaker bezoekt. Tussen de oom en de moeder is ooit een onduidelijke relatie geweest, maar ze koos tenslotte voor de broer. Zijn rol is onduidelijk, ook voor hemzelf.
Als Seb zomaar vanuit het niets de overbuurjongen Jamal met een luchtbuks aan het hoofd verwondt, wordt diens vader die verhaal komt halen, afgescheept en volgt er geen straf. Hoe kunnen zulke ouders een jongen als Seb begeleiden?


Als intussen het leven doorgaat, de vrienden gaan een vervolgopleiding doen, de moeder van Billie maakt een keuze, lijkt het leven voor Seb nog zinlozer te worden. Zijn ouders weten het ook niet meer, de oom raaskalt ook maar wat. De sfeer wordt steeds grimmiger en het moet wel op een drama uitlopen. Ivo Victoria pakt dat evenwel anders aan dan de lezer verwacht.


Seb lijkt het belangrijkste personage, terwijl Billie haar invloed op de achtergrond alleen kan doen gelden door middel van Seb zelf, terwijl die zich braaf aan het bezoekverbod houdt. Het geheel heeft iets afstandelijks, de wereld beweegt niet, maar wordt bewogen.
‘De vader’, ’de moeder’, ‘de oom’. Meer worden ze niet, hoewel de overtuigingen van de oom het verhaal lijken te dragen. Is het een poging van Ivo Victoria om het onverklaarbare te verklaren? Kunnen de motieven van mensen die strijden voor religieuze overtuigingen ooit begrepen worden?
Waarom doen mensen wat ze doen?


‘Hij wist niet zeker wat hij het shockerendst vond wanneer hij de teelvisie aanzette of de krant las en zag wat er in de wereld om hen heen woedde, de krachten die in die tijd loskwamen, overal, behalve in Gaspel, waar de natuur heerste.
Er waren dagen dat hij het prachtig vond dat alleen het onnozele verlangen om door te leven na je tijd hier op aarde, tot zo’n ongelooflijke chaos kon leiden. En niemand die het ooit te weten zou komen. Was dat niet grandioos? Was dat niet het leven zelf? Geloven, geloven, geloven! En dan: poef, licht uit, weg, zwart.’


‘Waarom gingen wij als kind elke week naar de kerk?’ hernam hij op onverminderd montere toon. ‘Omdat we erin geloofden? Nee omdat het moest. En omdat het moest gingen we er ook een beetje in geloven. Heeft het ons kwaad gedaan? Nee. We leerden het verschil tussen goed en kwaad, en wanneer we iets mispeuterden toonden we berouw omdat we dachten dat iemand ons in de gaten hield. Zo zie je maar, eerst deden we het, daarna kreeg het zin omdat we werden gezien.’

Ivo Victoria, een pseudoniem voor Hans van Rompaey, studeerde communicatiewetenschappen aan de Katholieke Universiteit van Leuven, was zanger van de inmiddels opgeheven band Kamino en is in 2002 naar Amsterdam verhuisd. Van 2002 tot 2008 heeft hij als publiciteitsmedewerker bij het popfestival Lowlands gewerkt en begon daarna als freelance marketing- en communicatieadviseur. In 2009 werd zijn eerste roman, Hoe ik nimmer de Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het mij spijt), gepubliceerd. Dit debuut werd goed ontvangen en stond onder andere op de longlist van de AKO Literatuurprijs.


ISBN 9789048834396 | Paperback | 320 pagina's | Uitgeverij Lebowsk i |januari 2017

© Marjo, 29 januari 2017

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altGelukkig zijn we machteloos
Ivo Victoria

Op het tuinfeest van het echtpaar Hilde en Dirk, waar hun beider families aanwezig zijn, is de sfeer vreemd gespannen. Dirks vader worstelt met de drama’s uit het verleden en de Weduwe, vrouw van Dirks broer beziet met vreugde het leed van de anderen ‘voelen zij het ook eens’.
Daar zijn de broers Simon en Thomas, en Simons vrouw Isabelle, op meer manieren met elkaar verbonden dan Simon weet. Simon die zijn eigen geheimen heeft. Hilde, hun zus, maakt zich zorgen over haar adoptiedochter, een Thais meisje, juist van de leeftijd van al die meisjes die de laatste tijd verdwenen zijn, Billie. En die zij daarom opsluiten in een sterk beveiligd huis, terwijl Billie natuurlijk de vrijheid wil.
Hun moeder Martha die zo graag de grip op haar gezin wil houden maar al een tijd de touwtjes uit haar vingers voelt glijden, ziet het feest gelaten aan. Zij heeft - omwille van vroeger? Als bliksemafleider? – huisvriend Lex uitgenodigd, die tegen beter weten in zijn veilige appartement heeft verlaten om het feest op zijn eigen manier op te vrolijken, met tekengrapjes en liedjes.
En dan verdwijnt Billie, evenals, merken ze even later, ome Lex.
De lezer weet intussen al dat deze twee op dezelfde plek zijn, maar hoe ze daar gekomen zijn, wat ze er doen, dat wordt slechts mondjesmaat onthuld.
Alle personages worden geconfronteerd met zichzelf, terwijl de broeierige zomerdag zich ontlaadt in een heftige onweersbui.


‘… iemand zou mij vragen of ik het liever anders had aangepakt? Ach. Welnee. Alles is een kwestie van afwachten. Kijken hoe de dingen gaan. Zonder een ommezwaai te willen forceren. En dan zul je op een gegeven moment weten wat je te doen staat. Althans. Zo moet je het zien. Gelukkig zijn we machteloos.’


Ivo Victoria maakt het de lezer niet gemakkelijk. Heen en weer springend in de tijd, en ook van plaats wisselend, met tussendoor het verhaal van het tuinfeest, en later nog cursiefjes: je hebt geen idee waar het verhaal heen gaat. Sterker nog: je weet ook nog niet waar het verhaal vandaan komt! Gaat het om die verdwenen meisjes, om de ruis die sommige vrouwen waargenomen hebben ten tijde van hun verdwijning? En wie is Lex, de man die alles met elkaar verbindt?
Een gelaagde roman, waar je je hersens bij moet houden. Totaal anders dan zijn debuutroman, over de jongen die een schuld uit zijn jeugd in gaat lossen, een verhaal dat vrij recht toe recht aan verliep. Dit is een puzzel, een spannende puzzel zelfs. Een verhaal dat me qua sfeer deed denken aan ‘Festen’, ook zo’n verhaal waarbij de mens in al zijn lelijkheid genadeloos ten toon gesteld wordt.


‘We klampen ons vast aan dingen waarvan we weten dat ze zullen verdwijnen. Het is moeilijk gelukkig te zijn wanneer je machteloos bent en tegelijk is het onze enige kans. Alles voor de liefde, zo zeldzaam als buitenaards leven.’


ISBN  9789041416261| Paperback | 224 pagina's | Anthos | oktober 2011

© Marjo, 19 oktober 2011

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hoe ik nimmer de ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen won
[
en dat het me spijt]

Ivo Victoria


'Edegem, Kontich, Rumst.
Op de schaal der verloren levens is het een stijgende curve, een triumviraat, verbonden door de treurnis die Mechelse Steenweg heet (...)
'Er heeft nooit een Mariabeeld ook maar een traan gelaten, geen lamme is er met dartele pasjes naar buiten komen dansen, geen blinde die het licht heeft gezien. Maar het had gekund. En daar mogen Edegemnaren zich graag aan optrekken, aan dingen die hadden gekund.'



De hoofdpersoon van dit verhaal, de elf-jarige Ivo Victoria, is Edegemnaar bij uitstek, afgaande op deze woorden. Hij vindt Edegem maar een saai gat. Er valt niets te beleven, op school is het saai, want hij leert zonder er moeite voor te hoeven doen. Thuis is hij de jongste, zijn acht jaar oudere broer, wiens glazen oog  toch mogelijkheden biedt, zwijgt, staart voor zich uit, en  luistert naar muziek die niet eens in de top dertig staat. Zijn zussen, daar heeft hij ook niets aan. Anders hadden ze er wel voor gezorgd dat hij oom was, zoals zijn vriendje Dries het al negen keer is!
Zijn vader is een teleurgesteld man. Ook zijn dromen zijn niet uitgekomen. Ivo weet dat hij in Antwerpen in de Boerentoren iets met 'Arabieren' van doen heeft en dat hij graag mag vissen zonder overigens iets te vangen. Dat is het wel.


'Treur niet, papa. Ik ben er nog. Ik draag jouw naam, jij hebt mij gekozen en ik zal zijn wie jij was.'


Geeft de elf-jarige jongen hier zijn wensen weer, of is de volwassen man die terugkeert naar Edegem aan het woord? Zulke twijfel bestaat vaker, opmerkingen die voor andere uitleg vatbaar is. Ivo verzint een eigen werkelijkheid. Ineens, hij weet niet hoe hij er toe komt, vertelt hij zijn vriendje over zijn vriendschap met Lucien van Impe, (Vlaams wielrenner van 1969 tot 1987) over een Tour de France voor min-twaalfjarige, die hij dan natuurlijk gewonnen heeft.
Dries slikt alles voor zoete koek. Dat verbaast Ivo, maar omdat het hun saaie leventje boeiend maakt, maakt hij het verhaal steeds mooier. Dries is zijn bondgenoot, zijn geheimbewaarder, de man die hem verwend zoals een
toerrenner verwend moet worden. Als hun wegen op school zich scheiden, maakt hij een grote fout: hij belooft Dries dat ze vrienden zullen blijven, maar komt zijn belofte niet na.
Intussen is hij wel de leeftijd voor de fantasie-Tour te boven, maar vooral is hij zijn klankbord kwijt. Op de middelbare school doet hij nog een poging: kan hij dan Lucien van Impe niet zijn, dan maar de zanger van de
Simple Minds. Hoe het afloopt lezen we niet, maar het is duidelijk dat Ivo nooit is opgehouden met fantaseren. Als volwassene draait hij de goedgelovige mens nog steeds een rad voor ogen.


'Daar draait het om, daar draait alles om: niet om de leugen, maar om wat mensen voor waar willen zien, dingen die zouden kunnen, dingen om in te geloven.'


Maar dan gebeurt  er iets dat hij niet in de hand heeft, dat hij niet kan wegpoetsen met zijn fantasieën.  Hij besluit een poging wagen om schoon schip te maken met zijn jeugd. Hij reist terug naar Edegem. Hij moet Anja vertellen dat hij helemaal geen Tarzan heet, maar vooral moet hij Dries vertellen dat hij nooit de Tour de France voor min-twaalf-jarige gewonnen heeft, zelfs dat die Tour nooit bestaan heeft.
De jongen Ivo weet wat hij wil, hij maakt zijn keuzes. Dat het de verkeerde zijn, ziet hij pas later in. Hij gelooft zelf niet in zijn reis naar Edegem, zoals hij ook zelf niet zijn fantasieën geloofde, hoe graag hij dat ook wilde. Zijn vriend is een andere weg gegaan, hij heeft geen moeite gedaan voor zijn vriendinnetje, -ze zou immers wel wachten?- en zijn vader is overleden en wrang genoeg op de verkeerde plaats begraven. Hem hoort hij nog
maar via het antwoordapparaat, waar zijn moeder de boodschap nooit van veranderd heeft.
Hoe erg kan het zijn? En toch is het boek geen tragedie.
Het is een ongelooflijk mooi, ontroerend, melancholiek, humoristisch coming-of-age verhaal, maar dan een waar de hoofdpersoon niet goed terecht komt.
Ivo Victoria geeft het dorp geen trap na, hij maakt de dingen niet zwaar; enkele scènes zijn hilarisch en ontroerend tegelijk, zoals het verhaal van FiFi. Nergens staat een woord teveel.


Het boek is opgebouwd uit twee delen. In het eerste komt om de twee hoofdstukken waarin de jongere Ivo vertelt, de oudere man naar voren. Maar pas in deel twee, veel korter dan het eerste deel, begrijpen we dat de bedevaart naar zijn jeugd een heilloze bedevaart zal zijn en hij weet het.


'De voetstappen van mijn vader op de trap zijn de bezorgers van een dag die ik niet heb besteld.'


'Ik zat in een koffiebar met iemand die ook beloftevol was in die tijd.'


'Anja fietst niet. Anja komt niet aanrijden. Haar banden lijken nauwelijks de grond te raken, haar spaken dansen in het zonlicht, maken haar wielen tot twee zilveren schijven die Anja Lippenveld roerloos, zonder de minste schokken of wrijving, zachtjes verder drijven.'


ISBN 9789041413659 | Paperback | 195 pagina's | Anthos | september 2009

© Marjo, oktober 2009

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Hoe ik nimmer de ronde van Franrijk voor min-twaalfjarigen won (en dat het me spijt)
Ivo Victoria


Lovende kritieken las ik over dit boek. Maar liefst zeven uitgevers stonden te trappelen om dit boek te mogen uitgeven nadat ze maar zes pagina's gelezen hadden. (Of is dit ook voortgekomen uit de grote fantasie van Ivo Victoria?) Waren mijn verwachtingen daardoor te hoog gespannen? Moet ik het een tweede keer gaan lezen? Het viel mij namelijk tegen maar waarom is iedereen dan zo lovend?


Het is een aardig verhaal over een jongen met een enorme fantasie.
Ivo groeit op in het Vlaamse plaatsje Edegem. Ivo weet dat hij geweldig is, hij zal later iedereen overstijgen maar gewoon blijven. Er is één persoon die alles wat Ivo vertelt voor zoete koek aanneemt en dat is Dries. Als een hondje draaft Dries achter Ivo aan en doet braaf wat baasje Ivo vraagt.
Ivo is bezeten van wielrennen, hij fantaseert de ene na de andere schitterende overwinning. Hij speelt koerswedstrijden met klas- en straatgenoten die Ivo dankzij zijn geweldige inzicht, strategie en zelfbedachte spelregels steeds wint. Dries vindt alles wat Ivo doet geweldig en Ivo wentelt zich in deze aanbidding. Maar Ivo gaat in zijn fantasie te ver, hij vertelt Dries dat hij hun grote held Lucien van Impe 'kent' én dat hij die zomer De Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen heeft gewonnen. En Dries gelooft dat onmiddelijk...
Natuurlijk is Ivo niet alleen geweldig in wielrennen maar in alles wat hij doet. Zo komt het ook dat hij  een andere, betere, hogere opleiding gaat volgen dan Dries. Ivo dumpt Dries onmiddellijk ook al belooft hij bevriend met hem te blijven. Maar toch steekt het hem als Dries later andere vrienden heeft.


En dan is er nog Anja Lippenveld... al op de lagere school ziet hij in haar de droomvrouw die alles begrijpt en ziet, zij zal op hem wachten, zij ziet zijn talenten. Eigenlijk sprak dit gedroom mij nog het meeste aan. Het  liefst zou Ivo ook alles rondom Anja in de hand willen hebben zoals hij alles in de hand wil hebben. Ivo stelt zich op als een coole jongen maar doet dit meer uit noodzaak omdat anders alles uit de hand dreigt te lopen. Zo lang hij alles kan bepalen gaat het goed. Maar zoals het vaak in het leven gaat, alles loopt anders dan Ivo gedacht had. Nadat een relatie verbroken is keert Ivo terug naar Edegem. Hij heeft spijt dat hij toentertijd gelogen heeft tegen Dries en gaat hem nu eindelijk ook eens vertellen dat het een leugen was. Hij wil schoon schip maken.


Aanvankelijk genoot ik enorm van het verhaal. Ivo vertelt aanstekelijk over het genot van het fietsen. Hij brengt zelfs een cadans in zijn taalgebruik. Het is een snoeverig joch maar ach, het is een kind. En die leugen over die Ronde van Frankrijk voor min-twaalfjarigen liet me grinniken. Ook de rivaliteit met andere jongens van zijn leeftijd is mooi beschreven. Hilarisch zelfs is de latere 'carrière' als zanger en de daarbij horende coupe a la Jimmy Kerr van de Simple Minds.


Tot dan is het een prettig en goed verhaal, maar dan zakt het helemaal in. Hoe vloeiend en natuurlijk het verhaal aanvankelijk verliep hoe meer gekunsteld het wordt naar het eind. Alsof de schrijver niet meer wist hoe hij over het verdere leven van Ivo  moest vertellen. Je raakt de draad kwijt, wanneer speelt zich wat af? Is Ivo over het heden of verleden aan het vertellen? Het personage Ivo verschuift van aannemelijk naar ongeloofwaardig. Bovendien zijn er ook erg veel losse eindjes.
De taal en stijl zijn aanvankelijk schitterend maar ook dat wordt minder. Er worden steeds meer 'wijsheden' verkondigd, alsof de schrijver die per se nog wilde noemen. Het lijkt wel alsof Ivo Victoria zijn greep op het verhaal verliest. Persoonlijk vond ik het verhaal dus uitgaan als een nachtkaars, het werd een herhaling van zetten. Jammer, want dat Ivo Victoria talent heeft staat wel vast. Hij steekt evengoed met kop en schouder boven vele debutanten uit. Maar heel enthousiast, zoals veel anderen, kan ik over dit boek toch niet zijn.


ISBN 9789041413659 | Paperback | 195 pagina's | Anthos | september 2009

© Dettie, november 2009

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER