jeugd 13-15 jaar

Derk Visser

Landjepik
Derek Visser

 

De titel deed iets totaal anders verwachten, maar het klopt wel. Het gaat over twee kinderen die in Nederland wonen, maar niet van Nederlandse afkomst zijn. Het is een soort roadnovel, geschreven in snelle, flitsende taal, heel direct, op het rauwe af soms. Je neemt als lezer meteen aan, dat jongelui communiceren zoals ze in dit boek doen. Binnen de kortste keren ben je in het verhaal getrokken, zonder dat de schrijver iets uitlegt of beschrijft. Gewoon door het in de dialoog te verwerken of door korte toevoegingen weet je waar het over gaat.
En dat is niet niks: De ik-persoon, Ana, een meisje van vijftien is zwanger, ze is alleen in Nederland, haar ouders zijn omgekomen in Kosovo. Ze is Servisch van afkomst en voelt zich erg alleen en heeft totaal geen vertrouwen in de autoriteiten. Als ze opvang heeft gezocht in een nachtverblijf voor daklozen, en iemand van de kinderbescherming haar aanspreekt, weet ze dan ook niet hoe snel ze moet maken dat ze wegkomt.
Maar toch is ze niet alleen: er is een jongen, zeventien jaar oud, weggelopen van huis, die beweert dat hij de vader van haar kind is. Hij wil met haar trouwen. Maar ze kennen elkaar niet, en aanvankelijk wil ze ook van hem niets weten, al moet ze toegeven dat hij inderdaad de vader is. Hij is van Turkse afkomst, en is thuis weggelopen, omdat hij niet kan voldoen aan de toekomstplannen die zijn vader voor hem gepland had.
Samen gaan ze op weg, waarheen weten ze niet. Nog erger: de auto is niet van Evren, maar van een paar Antillianen, die hen achterna zitten. En er ligt een pistool in het dashboardkastje... dit kan niet goed gaan...


Derk Visser weet de twee hoofdpersonen heel overtuigend neer te zetten: ze zijn in feite nog kinderen, en weten niet wat ze moeten doen. Maar tegelijk zijn ze door hun achtergrond geen kinderen meer. Die dualiteit is heel duidelijk.

'Ik zeg soms domme dingen.'
'Soms?'
'Vaak'.
'Je moet eerst nadenken voor je iets zegt.'
'Dat doe ik ook, maar als ik nadenk, denk ik ook aan domme dingen en die zeg
ik dan weer. Ik wil het niet en toch doe ik het. Het komt gewoon in mijn
hoofd op, het zijn gedachten die ik niet wil hebben, maar die er wel
zitten. Ik snap niet hoe ze erin terecht zijn gekomen.'


Langzaam groeit er wat vertrouwen tussen de twee jongelui, kunnen ze elkaar vertellen over zichzelf, en hun dromen. Als de kinderen die ze immers zijn denken ze dat ze het wel kunnen redden, terwijl de buitenwereld hen onontkoombaar insluit. Mooi indringend verhaal. Beter dan zijn debuut 'Patchouli'.

 

Isbn 978 90 468 0459 9 Hardcover 123 pagina's | Nieuw Amsterdam | maart 2009

© Marjo, december 2009

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Landjepik

'Wat moet je?'
De jongen opent voorzichtig zijn hand. Er ligt een gouden ring in. Mijn ring. 'Ik wil met je trouwen,' zegt hij.

Dit zegt Evren (17) tegen Ana (15) en deze vraag is bloedserieus gesteld. Ana is zwanger, al 21 weken, en Erven is de vader. Aanvankelijk ontkent Ana dat maar Erven weet het zeker en wil graag zijn verantwoording nemen. Ana wil maar een ding en dat is teruggaan naar Kosovo. Een Turk als man is onmogelijk vindt ze maar toch doet Erven haar wel wat. Hij is aardig voor haar en ze staat alleen in de wereld. Haar ouders zijn vermoord en via veel omwegen is ze in Nederland belandt. Daar heeft ze in mening tehuis en bij diverse pleeggezinnen gezeten. Ze wil weg uit het kille, koude Nederland, ze is alles helemaal zat.
Erven wil haar voorstellen aan zijn ouders maar dat bezoek verloopt niet naar wens. Dan besluiten ze de reis naar Kosovo te gaan maken. Erven rijdt rond in een 'geleende' auto en zolang er bezine in de tank zit moet het lukken, maar dan is de benzine op...

De twee jonge mensen zitten vol plannen maar hun hele sociale omgeving zit hen tegen. Dat is eigenlijk de kern van het verhaal. Ze zijn niet slecht, ze willen wel... Maar als je je ouders hebt zien vermoorden ben je wel een stuk volwassener dan een kind dat hier in het veilige Nederland is opgegroeid. Of als je vader wilt dat jij studeert en arts wordt of advocaat omdat in Nederland die mogelijkheid er is en jij voelt daar absoluut niets voor, je wilt een shoarmazaak, wat moet je dan?
Ana en Erven zijn twee verwonde jongeren die proberen er wat van te maken. Ze doen stoer, zeggen de dingen recht voor z'n raap maar in wezen willen ze hetzelfde, een beetje liefde, een beetje aandacht.
Ze dromen weg over hun zoon, hij zal de topvoetballer worden van Turkije...
Het eind van het verhaal laat je zelf ook 'dromen' je gunt die twee ploeteraars een mooie toekomst.

Derk Visser heeft alles wat Ana en Erven meemaken en denken goed weten te verwoorden door middel van de taal die hij Erven en Ana laat gebruiken. "Zoals Derk Visser zich kan verplaatsen in jongeren zijn er maar weinig. Pubers herkennen zichzelf in zijn boeken en/of leren zichzelf kennen. Maar dat niet alleen, ze maken ook kennis met de leefwereld van andere jongeren. In zijn nieuwe boek gaat het over kinderen die niet in Nederland geboren zijn, maar er wel opgroeien. Een rauw, ruw, heftig en knap levensecht boek." staat in De Lemniscaatkrant te lezen en dat is helemaal waar. Er zijn geen platvloerse scheldpartijen maar ze praten wel heel direct en scherp tegen elkaar...

'Je hebt geluk,' zegt hij. 'Er komt misschien wat vrij. Je moet even wachten.'
'Ik hoor bij haar,'zegt de jongen.
De man bekijkt hem. 'Heb jij geen onderdak?'
'Ik hoor bij haar.'
'Het is een moslim,' zeg ik. 'Dat kan voor overlast zorgen.'[..]

--

'Oké,'zeg ik. 'We hebben verkering. Maar ik weet niet voor hoe lang.'Erven kijkt op. 'En als je maar niet denkt dat ik me laat besnijden.'
'Wij besnijden geen meisjes,' zegt hij. 'Dat doen ze in Afrika. Bij ons besnijden ze jongens."[..]
Alle mannen zijn bij ons besneden, 'zegt Erven. 'Het is normaal.'
Dat je als jochie niets over je eigen piemel te zeggen hebt, dat ze er gewoon een stuk van afsnijden, en dat je daar niets aan kunt doen.'
'Het was alleen de voorhuid.'
'Dat is toch ook een stuk.' 'Het is hygiënisch.' 'Je kunt jezelf ook wassen, daar hoef je niet voor besneden te worden. Wassen jullie jezelf nooit?'

Het bijzondere van dit boek is dat het over twee buitenlandse jongeren gaat die opgroeien in Nederland, dat ben ik nog niet eerder, op deze manier, in een boek tegengekomen.
Het verhaal grijpt je aan, zeker de afloop...
Zeer de moeite van het lezen waard.
Wel jammer dat de afbeelding en flaptekst van het boek zo 'zoet' is en de indruk wekt dat het hier een eenvoudig, zacht en lief romannetje betreft, dat is het toch echt niet.


ISBN 9789046804599, Hardcover, 123 pagina's, uitgeverij Nieuw Amsterdam, maart 2009 vanaf 14 jaar

Dettie, april 2009

Lees de reacties op het forum, klik HIER

 
Patchouli


In een klein uurtje heb ik de wederwaardigheden van de vijftienjarige Luuk gelezen. Na een feestavond op school vindt hij een briefje in zijn kontzak, waarop een telefoonnummer staat en de boodschap 'wil je verkering met me'.
Luuk durft niet meteen te bellen al heeft hij een levensgroot vermoeden dat de afzender Patricia is, het meisje waar hij smoor op is, en waarmee hij de avond ervoor geslowd heeft. Maar de twijfel is groot genoeg om de telefoon niet te pakken en als hij het dan doet rinkelt die net.. Het is Patricia. Ze herhaalt over de telefoon de boodschap van het briefje en dan durft Luuk eindelijk meer.
Maar als hij op zijn kamer aan haar denkt en fantaseert hoe ze hem zal strelen, hoort hij zijn moeder in de kamer ernaast kreunen, zelfs schreeuwen. Zij heeft kanker en is stervende. Het verlamt Luuk, en dat bezorgt hem weer schuldgevoelens.
Maar beide processen, de liefde en de dood, laten zich niet tegenhouden.


Het zou een ontroerend verhaal kunnen zijn, maar het pakt me niet. Het blijft te oppervlakkig. Kort worden ook nog andere puberproblemen aangestipt: een overbezorgde moeder, een handtastelijke klasgenoot, lichamelijke onzekerheden, maar niets komt echt uit de verf.
Jammer.


Paperback | 95 Pagina's | Unieboek BV | 2005 ISBN: 9000036453

© Marjo, april 2007

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER