Boekenarchief B

Griet Op de Beeck

http://www.grietopdebeeck.be

 

Kom hier dat ik u kus
Griet op de Beeck


'Kom hier dat ik u kus'. Het is Louis die deze woorden tegen Mona zegt. En juist deze woorden zorgen voor de grote ommekeer. Mona  is het beu.
Het is die commanderende toon dat die omslag veroorzaakt. Hij had immers net zo goed even naar Mona kunnen lopen om  haar een kus geven. Louis is  immers gewend dat zijn eisen normaal zijn en ingewilligd worden. Maar er is iets geknapt in Mona, zij wil niet meer opdraven als een ander iets wil. Dat gebeurt haar hele leven al. Het is genoeg geweest.
Ze wil vrij zijn, doen en laten wat ze zélf wil en niet meer geïnstrueerd worden door een ander, niet meer woorden inslikken en zich schikken.


Het begint al in haar jeugd. Moeder Agnes overlijdt jong en vader hertrouwt snel met Marie, een labiele vrouw die overal bevestiging in zoekt. De negenjarige Mona zegt bepaalde dingen maar niet, probeert altijd te schipperen tussen iedereen om vooral de lieve vrede te bewaren. Ze noemt Marie af en toe maar mama, omdat Marie dat zo graag wil.


Marie is ongelukkig in haar huwelijk en Mona, gevoelig als ze is, krijgt daar alles van mee. Vader verschuilt zich in zijn tandartsenpraktijk en de naar liefde en waardering hunkerende Marie zoekt dat dan maar bij de kinderen van vader. Als ze een eigen kind krijgt, gaat het van kwaad tot erger. Opnieuw is het de jonge Mona die de postnatale depressie van Marie opvangt.
Griet op de Beeck weet dit invoelend en in mooie taal weer te geven. Je voelt de spanning in dit gezin als het ware. Die eisende moeder Marie en het meisje dat maar probeert om alles op de rails te houden. Mooi, ontroerend en fascinerend om te lezen.


Als Mona in de twintig is, heeft ze het redelijk naar haar zin in haar werk. Toch is het opnieuw schipperen en zoeken naar balans. Ze heeft een erg creatieve baan, maar moet daarin alle neuzen één kant op zien te krijgen, het is een soort herhaling van zetten waarmee ze al sinds haar  jeugd mee bekend is. Als ze dan de schrijver Louis ontmoet, die een stuk ouder is, voelt ze zich gevleid en ze past zich opnieuw aan.


In het laatste deel van het boek is Mona vijfendertig. Haar vader is ernstig ziek, stervende, en daardoor komt veel op scherp te staan. Marie voelt zich min of meer onmisbaar en zit dag in dag uit aan het ziekenhuisbed, maar elke opmerking, elk gebaar, elk woord van een ander veroorzaakt een kleine 'crisis' waarbij Marie zich weer de mindere voelt. Vader ondergaat het oeverloze, inhoudsloze gebabbel van Marie gelaten. Mona en haar vader komen echter wel veel meer nader tot elkaar, meer dan ooit te voren. Louis laat Mona alles alleen ervaren, hij heeft altijd wel smoezen waardoor hij niet mee kan, haar verhalen niet kan aanhoren etc.. Hij is sowieso erg onachtzaam naar haar toe en vertrouwt er op dat zij elke keer opnieuw zijn gefleem, als hij haar nodig heeft, voor zoete koek zal slikken.


Het stervensproces en de gesprekken die Mona met vader voert zijn ontroerend en diepgaand. Mona ontmoet mensen die belangrijk voor vader waren en ziet hem nadien met andere ogen. En juist dit hele proces maakt dat Mona de wereld ook op een nieuwe manier gaat zien. Haar normen en waarden veranderen. Het worden langzamerhand haar éigen maatstaven en regels die ze gaat hanteren. De commanderende toon van Louis die zegt 'Kom hier dat ik u kus' vormt hét omschakelpunt. Vanaf die tijd zal alles anders worden... Van háár worden...


Een boek dat de kwetsbaarheid en vechtlust van mensen laat zien. Een verhaal dat toont hoe één beslissing vele mensenlevens laat veranderen. Hoe mensen in hun wil om goed te doen, anderen kunnen verstikken. Hoe eenzaam mensen in een gezin kunnen zijn en hoe verschillend daar mee omgegaan wordt. De rode draad is de familiebanden en hoe bepaalde zaken flink kunnen doorwerken tot de latere generatie aan toe.
Kortom, een boek als het leven zelf. Prachtig neergezet door Griet op de Beeck.


ISBN 97890-44623109 | Paperback | 384 pagina's | Uitgeverij Prometheus | maart 2018 (druk 35)

© Dettie, 13 maart 2020

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

Kom hier dat ik u kus
Griet Op de Beeck


Het verhaal, vertelt door hoofdpersonage Mona, is opgebouwd in 3 delen.


Deel 1, 1976-1978: Mona is een 9-jarige waarvan de moeder net omgekomen is in een verkeersongeval. Omdat papa het te druk heeft met zijn tandartsenpraktijk moet Mona voor haar 3 jaar jongere broertje, Alexander, zorgen.Al heel snel heeft papa een nieuwe vriendin, Marie genaamd. En jaar na het ongeluk trouwen ze en spoedig daarna wordt baby Anne-Sophie geboren. Marie kan de gezinsdruk niet aan en daarom moet Mona nu voor de baby en haar broertje zorgen.


In deel 2, 1991, is Mona 24 jaar, ze werkt al dramaturg bij Marcus, een beroemde toneelregisseur en leert er de 14 jaar oudere Louis, een bekend auteur, kennen. Ze krijgt een relatie met Louis, geen bevredigende relatie maar “het is een relatie”. Beide mannen behandelen haar niet echt zoals zou moeten maar Mona laat dat voor wat het is.


Deel 3, 2002 gaat vooral over het herstellen van relaties. De vader van de nu 35-jarige Mona is ernstig ziek en voor het eerst worden dingen uitgesproken. Vragen die Mona al had sinds haar kinderjaren worden nu eindelijk beantwoord, geheimen komen boven tafel en eindelijk durft Mona haar mening te uiten.


Bij de eerste 2 delen kreeg ik niet echt voeling met de personages. Kwam het omdat de vader teveel afwezig was, Oma streng en eerder gevoelloos en Mona tamelijk emotieloos? Marie toont meer emoties maar is daarin dan zo labiel/extreem dat het eerder irriteert dan dat het je een connectie met het personage geeft. Pas bij deel 3 als de dingen tussen vader en dochter min of meer uitgepraat worden had ik het gevoel dat ik met Mona kon meeleven. Pas toen kwam haar persoon tot leven. Gezien de opbouw van het boek was dat misschien de bedoeling. De eerste 2 delen heb ik mezelf dikwijls afgevraagd of ik zou stoppen met lezen. Er waren 2 redenen dat ik het boek toch niet aan de kant legde: het was het februariboek van de leeskring en ik wilde toch weten hoe het met Mona afliep. Gelukkig maar want deel 3 heb ik tranen met tuiten gehuild.


Wat me wel mateloos irriteerde was het gebruik van “Ge” en “Gij”. Het gebruik is gewoon tenenkrommend. Het moet het “typisch Vlaams” benadrukken maar er zijn maar weinig mensen die het gebruiken als ze Nederlands spreken. Bij dialect wordt het wel nog gebruikt maar dan ook enkel in het dialect en dan is het meer “Gie”. Dialect wordt sinds de jaren ’80 sowieso minder “plat” gesproken omdat veel kinderen van de generatie van Mona op school gedrild werden om “Algemeen Beschaafd Nederlands” te praten. Bij het deel van de jaren ’70 kan ik het nog een beetje plaatsen maar bij de delen in de jaren ’90 en 2000 klinkt het gewoon absurd. Zinnen als “Ik ben blij voor u dat ge iemand hebt, Mona”: de moeder gebruikt dus in dezelfde zin u en ge tegen haar dochter?  Stond er: “ Ik ben blij dat ge iemand hebt” dan kon ik het nog hebben maar die u daarbij geven mij gewoon kippenvel. Een beter idee was dan geweest de gesproken zinnen helemaal de indruk van dialect te geven in plaats van in algemeen Nederlands met nadruk op ge en gij.


ISBN  9789044623109 | Paperback| 336 pagina's | Uitgeverij Prometheus | september 2014

© Inge, 26 februari 2016

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altKom hier dat ik u kus
Griet op de Beeck


‘Liegen is in onze familie de nationale sport, dat hebben we zo geleerd toen we nog kleine kinderen waren, het is in onze lichamen gaan zitten, zoals bij andere mensen bloed en water.’


Het boek bestaat uit drie delen, met dezelfde hoofdpersoon. Mona is negen als het verhaal begint. Ze is een ‘oud’ kind, vroegwijs. Ze voelt dat de grote mensen er geheimen op na houden, en omdat ze erg nieuwsgierig is, weet ze meer dan die  volwassenen denken, maar tegelijk begrijpt ze niet alles en interpreteert ze op een eigen manier. (de lezer weet vaak beter)
Alleen al wat betreft de manier waarop ouderen spreken: ‘een luchtje scheppen’. Mona ziet meteen mensen voor zich die met een schop staan te scheppen. Raar toch! Of ‘het water breekt’. Dat kan immers niet...


Ze heeft geleerd haar mond te houden en dus heeft ze het zwaar met al die geheimen, van al die dingen waar ze zich als kind niet mee bezig zou hoeven houden. Maar de gezinssituatie is niet normaal: haar moeder is streng en liefdeloos, Mona kan niet veel goed doen, en wordt nogal eens opgesloten in een akelige donkere ruimte in de kelder. We kunnen het haar niet kwalijk nemen als ze niet zo erg rouwt als haar moeder overlijdt. Een auto-ongeluk; het fijne weet ze er niet van. Ter illustratie van de manier waarop ze omgaat met al die halve waarheden en onwaarheden: als ze zich even onbespied weet, gaat ze stiekem naar het autokerkhof waar ze de nog niet schoongemaakte auto van haar ouders vindt en bekijkt.


Men spreekt er schande van, met name Mona’s oma, als al heel snel haar vader aan komt zetten met een andere vrouw, Marie, een nieuwe moeder. Helaas is Marie niet sterk genoeg om tegenwicht te bieden aan de vader, en ook wat betreft de kinderen: ze doet haar best maar ze claimt teveel.
Het jongere broertje, Alexander, heeft weinig moeite met een nieuwe moeder, maar begrijpelijk kijkt Mona de kat uit de boom. Er wordt een zusje geboren. Anne-Sophie wordt meer verzorgd door Mona dan door Marie, hetgeen weer voor jaloezie zorgt. De vader trekt zich steeds meer terug.
En zo groeit Mona op, en gaan we in deel twee verder met de vierentwintigjarige.


- ‘Buiten is de hele ochtend er al’. Prachtige beginzin! -
Mona heeft een opleiding gevolgd en is dramaturg. Ze komt te werken bij Marcus, een toonaangevende regisseur. En ze leert Louis, een bekende schrijver, kennen, en wordt verliefd. Het zit Mona niet mee, ook deze twee mannen behandelen haar niet erg goed, vinden een vrouw de mindere. Of ligt het ook aan haarzelf? Ze heeft immers niet echt geleerd om voor zichzelf op te komen, ze laat dingen te makkelijk over aan de ander. Het verschil tussen verbondenheid en gebondenheid is klein. Zoals liefde niet verward moet worden met afhankelijkheid.
En dan volgt deel drie dat zich tien jaar later afspeelt. Haar vader wordt ziek. Mona weet - ondanks Marie, die haar kans schoon ziet eindelijk haar echtgenoot te betuttelen - nu echt contact te maken met hem, en blijkt de spil  van de bijna-apotheose die volgt.


Afgezien van het feit dat de vierentwintigjarige Mona minder boeiend is dan haar negenjarige en vijfendertigjarige ik, is deze tweede roman opnieuw ontroerend en boeiend. De manier waarop Griet op de Beeck een vrouwenleven schetst is poëtisch, Vlaams ook. Dat geeft extra cachet natuurlijk, maar buiten dat is het verhaal an sich, over aantrekken en afstoten, over liefde en dood, over geheimen die misschien wel nooit ontrafeld kunnen worden vanwege de menselijke aard, opnieuw een mooie psychologische ontrafeling van een vrouwenleven.


Nu blijft nog het raadsel van de omslag: een man  en een vrouw in het wit gekleed op een witte bank, feesthoedjes op, ballonnen erbij. De vrouw zoekt contact, de man zit afgewend. Hun gezichten zijn niet erg feestelijk en dat is het verhaal ook niet. Maar verder?


ISBN  9789044623109 | Paperback| 336 pagina's | Uitgeverij Prometheus | september 2014

© Marjo, 25 november  2014

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER

 

altVele hemels boven de zevende
Griet op de Beeck


‘Ik ben zesendertig. Ik vraag mij af of mensen bijleren. Ik denk soms dat ik elke keer weer met die kop knalhard naar dezelfde muur toe loop. Soms denk ik iets anders. Leven van de hoop heet dat.’


Eva is vrijgezel, tot ongenoegen van haar ouders, Jos en Jeanne. Wanneer ze elkaar spreken wordt er altijd wel naar verwezen. Wanneer vindt ze een lief? Er is wel ooit een man geweest, maar het werd niets. Nu werkt ze in de gevangenis en heeft daar een man leren kennen. Maar ze weet wel beter dan dat te gaan vertellen, een gevangene is niet wat ze bedoelen.
Haar moeder zeurt dat ze af moet vallen, dat helpt vast. Wat meer onder de mensen komen, vindt Elsie, haar zus, of plastische chirurgie. Zelf heeft ze via Eva Casper, een kunstenaar, leren kennen. Casper en Elsie vallen als een blok voor elkaar, maar ze zijn allebei getrouwd, met kinderen.
Lou is de tienerdochter van Elsie, en dol op haar tante Eva, die haar veel beter begrijpt dan haar ouders. Lou voelt ook wel dat het niet goed zit tussen haar ouders, maar ze heeft zelf problemen op school, en kan dan goed met tante Eva praten.


‘Lou is zo’n mooi meisje. Meer nog als ze blij is. Toen ze klaar was met luisteren zei ze dat ze dacht dat geen enkele jongen haar ooit zou willen kussen. Ik zei dat ik zeker was van wel. En dat dat vast ook niet lang meer zou duren. Hoe dat voelde, toen ik voor de eerste keer een jongen had gekust, dat wou ze weten. ‘Dat was fantastisch,’ zei ik, ‘vele hemels boven de zevende’.
Daar moest Lou ook weer om lachen.’


Behalve Lou, Elsie, Eva en Casper mag vader Jos zijn verhaal doen. Ook hij zit gevangen in een uitzichtloze situatie. Zijn huwelijk met Jeanne is liefdeloos. Jos drinkt, en dat is niet zonder reden. Eigenijk heeft hij het wel gehad met zijn leven, wat voor lol is er nog aan? Alleen Eva is er, de dochter waar hij erg op gesteld is.
Eva, de spil binnen dit verhaal, wordt door iedereen gezien als de verstandige onafhankelijke vrouw. Dat ze geen partner heeft, vinden ze een gemis, maar verder heeft ze het aardig op orde. Maar Eva voelt zich helemaal niet wijs.
Als moeder Jeanne 65 wordt, lopen de dingen aardig uit de hand en moeten er beslissingen genomen worden.


Behalve ontroerend en tragisch is deze roman ook grappig. De vorm, vijf aparte personages die ieder in een eigen stijl vertellen - Elsie mag dat meestal doen in een directe gespreksstijl en Lou maakt lijstjes – is fantastisch gekozen. Zelfs al is het in het begin even wennen - wie is nu aan het woord? - al snel laat je je meeslepen. Niet dat het een roman vol actie is, maar de personages zijn herkenbaar en zo wordt de lezer meegevoerd naar een climax die hij niet helemaal aan ziet komen. Verbijstering overvalt je.
En zijn prachtige zinnen, en zelfs de gemeenplaatsen zijn prima op hun plek, de vijf vertellers laten hun gedachten gaan , geven hun verlangens prijs en analyseren de ander.


‘Niet geheimen bewaren is moeilijk, maar ze verdragen, elke dag weer, dat is onverdraaglijk.’


Een prachtig en indrukwekkend debuut.


ISBN 9789044622805 | paperback |256 pagina's |Uitgeverij Prometheus| januari 2013

© Marjo, 6 december  2013

Lees de reacties op het forum en/of reageer, klik HIER